NOMMER 40

Page 1

JUNI 2021

GROEIEN BEGINT HIER.

SHINE KIEST VOOR VEENDAM

DUURZAMER, SLIMMER EN GEZONDER ONDERNEMEN

SOLIDD STEEL STRUCTURES GAAT VOOR SLIMME FABRIEK


COLUMN

Al meer dan een jaar ontmoeten we elkaar middels videobellen en webinars. Geweldig dat dat kan maar het echte persoonlijke contact mis ik zeer. Daarom was de afgelopen week voor mij een extra fijne week.

Eerst was ik aanwezig bij het Flinc Pitch Event. Een webinar waarbij ik in de studio in Leeuwarden namens de NOM een inleiding mocht verzorgen. Ik ontmoette de betrokken en vakkundige juryleden en de enthousiaste ondernemers. De pitches van Orderli, Wavy Assistant en Indiveo waren indrukwekkend en maatschappelijk zeer relevant. Voor de tientallen investeerders aanwezig bij het webinar en de drie ondernemingen zijn er ongetwijfeld goede matches in de maak.

Tot gauw

Het tweede event waarbij

ik ondernemers ontmoette was bij het webinar van de Smart Industry Hub. We waren te gast bij GeTech in Westerbork. Geweldig om te zien dat dit echt een koploper is op het gebied van testsystemen voor de auto-industrie. Samen met de Stertil Group en Proxcys BV werden honderden ondernemers en andere belangstellenden geïnspireerd. Het kan niet anders dan dat na de eerste honderd ondernemers die deelnemen aan de Smart Industry Hub er nog velen volgen. En voor mij extra leuk om samen met GeTech directeur Jan Geerts door de fabriek te kunnen lopen en bijgepraat te worden over deze Smart Industry koploper.

Het derde event was het Kiemfeest van Fascinating op de proefboerderij Ebelsheerd in Nieuw-Beerta. Het doel van het Fascinating programma is het waarmaken van een circulair landbouwsysteem. Dit systeem ondersteunt een gezond dieet, is in balans met de natuur en brengt welvaart. Het heeft een gesloten stikstofsysteem en is vrij van CO2-uitstoot. Hiervoor is een eiwittransitie nodig en een nieuwe manier van kijken naar waarde. Mooi om te zien dat vertegenwoordigers uit de quadruple helix aanwezig waren om zich te informeren en hun steun te betuigen. Drie evenementen in Leeuwarden, Westerbork en Nieuw-Beerta waarbij fysieke ontmoetingen gecombineerd werden met webinars en waarin de kracht van Noord-Nederland zichtbaar was (zie ook pagina 36). Meer dan geïnspireerd ga ik na deze week verder om samen met u te werken aan een duurzamer, gezonder en slimmer Noord-Nederland. Tot gauw.

boonstra@nom.nl @dinaboonstra


In deze

10

DOE MEE: BUSINESS INNOVATION PROGRAM FOOD

22

HET SPOTLICHT OP CAPARIS

en verder ...

5 SHINE kiest voor Veendam 8 De innovatieve warmtepompen van Qeess 12 Bijzaken 13 Jeroen van Onna geeft tips 14 Wies van ’t Slot groeit met 365Werk 18 Solidd Steel Structures telt mee 21 Jinc laat jongeren groeieng 24 Een terugblik op 2020 26 Micron-precisiewerk bij Wotan 28 Doe mee aan de NOM Summerschool! 29 Ondertussen in de horeca 32 Spannend: Flinc Pitch Camp 34 Jong Bondex verder dankzij COL 36 De Kracht van het Noorden 37 Geld voor groei 40 Duurzamer, slimmer en gezonder werken 43 Bijzaken 44 Ik ben Drents Ondernemer 46 MyEmma groeit

38 16

HET PRESTON-MODEL

RECELL MAAKT CELLULOSE VAN RESTSTROMEN


COLOFON NOMMER is een magazine van N.V. NOM en speciaal bedoeld voor relaties en iedereen die geïnteresseerd is in de activiteiten van de investerings- en ontwikkelingsmaatschappij voor het Noorden. NOMMER is open, toekomst- en resultaatgericht en beschrijft de economische ontwikkelingen, de ondernemingsgeest, en het leven en werken in Groningen, Friesland en Drenthe. Verspreiding: gratis onder alle relaties van N.V. NOM.

GROEIEN BEGINT HIER ONGEHOORD

GOED P O D CA S T

Redactie: Communicatie N.V. NOM, Manisch Creatief. Eindredactie: Annemarie Atema, atema@nom.nl. Idee, art direction en realisatie: Manisch Creatief. Tekstbijdragen: Annemarie Atema, Amber Boomsma, Manisch Creatief, Folkert van der Glas, Femke van Houwelingen, Bouke Nielsen, Jean Paul Taffijn, Lolle Wijnja.

4

Fotografie: Hans van Dijk, Corné Sparidaens, Ronald Zijlstra (cover), stock NOM. Drukwerk: Scholma Print & Media.

VAN ONZE NOM TALKS WORD JE ALS ONDERNEMER WIJZER Sinds januari van dit jaar zijn we gestart met NOM Talks, een maandelijkse podcast waarin host Wim A,B. (Project Manager Foreign Direct Investment). en side kick Rob Drees (Fondsenmanager) gasten ontvangen om te praten over diverse onderwerpen. Denk aan wendbaarheid, de economie in 2040, familiebedrijven en het ecosysteem van startups. Heb jij een idee voor een volgende aflevering? Iets waar je graag meer over zou willen horen? Mail ons op podcast@nom.nl. De NOM Talks vind je op de website van de NOM op de mediapagina www.nom.nl/media/podcasts

Oplage: papier 3.000, digitaal 915. Rechten: Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen, vermenigvuldigd of geproduceerd zonder schriftelijke toestemming van de N.V. NOM of andere auteursrechthebbenden. Alle gegevens zijn onder voorbehoud, en er kunnen geen rechten aan worden ontleend. NOMMER is een uitgave van N.V. NOM, Investerings- en Ontwikkelingsmaatschappij voor Noord-Nederland. Paterswoldseweg 810, Groningen. Telefoon (050) 521 44 44, communicatie@nom.nl, www.nom.nl

LIVE

REC

W E B I N A R

Cover: Team Flinc (Ellen Ploeger, Bjorn Redmeijer en Anouk Hummel) heeft Jeroen Kool (Qeess) in contact gebracht met een investeerder. De NOMMER is gedrukt op houtvrij offset, FSC Mix Credit gecertificeerd. De gebruikte biofolie is biologisch afbreekbaar en composteerbaar. Juni 2021

| JUNI 2021

VOLG EEN VAN ONZE WEBINARS Vanuit onze eigen 'NOM-studio' organiseren we webinars over tal van onderwerpen. Je kunt je hiervoor aanmelden en live meekijken of ze terugzien via de volgende pagina: www.nom.nl/media/webinars. Zijn er onderwerpen waar jij, ondernemer, via een webinar meer over zou willen weten? Mail ons via communicatie@nom.nl


ACQUIREREN

VOOR SHINE VOELT GRONINGEN ALS EEN (BEKEND) WARM BAD

5

Harrie Buurlage, SHINE

Gerard Lenstra, NOM

Feest was het vorige maand in Veendam, in heel Groningen. SHINE kondigde aan dat de locatiekeuze voor een Europese fabriek voor medische isotopen op de parkstad is gevallen. Een keuze is het op basis van keiharde vinkjes op de eisenlijst in combinatie met een toefje emotie.

| GROEIEN BEGINT HIER.


Het eerste kwart eeuw van zijn leven woonde Harrie Buurlage, Vice President of Global Sales and Europe SHINE, in Stad en Ommeland. Geboren in Groningen, geproefd van de directe regio, gestudeerd aan de Rijksuniversiteit had hij, alvorens hij zijn internationale carrière begon. Die bracht hem de laatste jaren in de VS. Maar nu is hij terug in ’t Noorden, terug op stee. ‘Het voelt als thuis.’ Buurlage gaat er de komende jaren voor zorgen dat de fabriek in Veendam uit de grond wordt gestampt. ‘Ik heb daar zin in. Het heeft een onmiskenbaar voordeel dat ik deze regio ken. We bouwen in Wisconsin onze eerste fabriek en die staat heeft grote overeenkomsten met Noord-Nederland als het aankomt op waarden en cultuur. Niet te veel poeha, genoeg trots en nuchterheid, zo zou ik de mensen kenschetsen. Dat past uitstekend bij mij als persoon, maar ook bij het bedrijf SHINE.’

Warm gevoel Logisch dus, dat de ambitieuze Amerikaanse isotopenproducent voor ‘ons’ koos, zou je zeggen. Toch stroomde er heel wat water door de Rijn voordat met champagne getoost kon worden. Honderd locaties in Europa had SHINE in eerste instantie geselecteerd. Daarvan ontstond al snel een longlist van vijftig, daarna shortlists van vijf, drie en uiteindelijk twee. ‘We hadden natuurlijk een hele wensenlijst’, vertelt Buurage. ‘Dat gaat om voor de hand liggende zaken als een marktanalyse, de aanwezigheid van hoogwaardig personeel, een competente overheid, de infra-

6

SHINE maakte het nieuws wereldkundig op een speciaal daarvoor georganiseerde persconferentie. | JUNI 2021

structuur, dat soort dingen. In de finale schifting is dat allemaal voor elkaar en komt het aan op zachte componenten, zoals de cultuur. Nederland bleef over als beste land, zeker toen de regering ons verzekerde dat we geen last zouden krijgen van oneerlijke concurrentie. Zonder te willen slijmen, of afbreuk te willen doen aan andere regio’s: Groningen gaf gewoon het warmste gevoel.’ Passie is een woord dat hier op zijn plaats is. Namens de NOM was Gerard Lenstra betrokken bij de komst van SHINE. ‘We hebben er gezamenlijk alles aan gedaan om een goed gastheer te zijn. Ik denk dat de aanwezigheid van commissaris van de Koning René Paas bij de presentatie van ons bidbook wat dat betreft veel zegt. We wilden op alle mogelijke manieren tonen dat we grote samenwerkingskansen zien en dat de komst van het bedrijf goed voor SHINE én voor de regio is. Daarom hebben we ons er als een terriër in vastgebeten en ons stinkende best gedaan.’

Level playing field Buurlage beaamt dat. ‘De provincie, de NOM, Veendam, B&W en de gemeenteraad, de gedeputeerden, ze spraken allemaal vol vuur over hun regio. Het gaf ons direct het gevoel dat we hier een jarenlange samenwerking kunnen opzetten zonder veel onoverkomelijke twistpunten. Ook wethouder Henk-Jan Schmaal vertelde heel enthousiast over de werkgelegenheid die SHINE brengt in de toekomst en het belang daarvan. Dat helpt allemaal.’


Wat ook hielp, is de rol die de NOM en de noordelijke overheden speelden in het overtuigen van ‘Den Haag’ inzake het gewenste level playing field. Buurlage: ‘Dat was eigenlijk één van de taaiste onderdelen van de reis die ons in Veendam bracht. We wilden zekerheid dat de onderzoeksreactor van Pallas in Petten niet ongebalanceerd eenzijdig bevoordeeld zou worden. We zijn helemaal niet tegen concurrentie, mits die eerlijk is.’

Dichtbij SHINE maakt medische isotopen op een revolutionaire manier, heel anders dan wat er in Petten gebeurt. Zonder kerncentrale, zonder brandstofstaven met uranium. De methode heeft zich bewezen en wordt nu grootschalig in praktijk gebracht, eerst in de VS, daarna in Veendam. ‘Europa is een belangrijke markt voor ons. Om die goed te kunnen bedienen, móeten we hier een productielocatie openen. ransport is een risicofactor geworden in de leveringszekerheid, zoals we afgelopen jaar nog duidelijker zagen. Daarnaast verliezen de radioactieve elementen die we maken langzaam hun kracht. Dichtbij is kortom essentieel.’

Zonder te willen slijmen, of afbreuk te willen doen aan andere regio’s:

Groningen gaf gewoon het warmste gevoel.

Harrie Buurlage, SHINE

De nabijheid van snelwegen richting Duitsland, de kennis bij het UMCG en de universiteit, de bloei van (bio)tech in de omgeving, het zijn allemaal redenen om voor Veendam te kiezen. Net als de aanwezigheid van vliegveld Eelde trouwens. Gerard Lenstra reed de afgelopen maanden meerdere rondjes door de regio met Harrie Buurlage om hem te laten zien wat het Noorden te bieden heeft. Verschillende mogelijke locaties passeerden de revue, Veendam kwam er als winnaar uit. Natuurlijk, ook de NOM had zo zijn vragen. Een fabriek in radioactieve elementen, wil je zoiets in je regio? Lenstra: ‘Ik wist in het begin heel weinig van de techniek, maar toen ik me erin verdiept had, zag ik waarom wij hard ons best moesten doen om het bedrijf hierheen te krijgen. Dit is technologie van de toekomst. Schoner, goedkoper, efficiënter, veiliger. Het heeft niets met een kernreactor met gevaren als een meltdown te maken. Er zit gewoon een aan/uitknop op. We voorzien dat SHINE een schitterende toekomst heeft en een flinke aantrekkingskracht op andere ondernemingen.’

Cirkel is rond SHINE ontstond in 2010 als spin-off van de universiteit van Madison, Wisconsin. Daar werd in theorie bewezen dat veelgebruikte medische isotopen gemaakt kunnen worden met behulp van een deeltjesversneller. In de praktijk bleek dat later te kloppen en nu worden ambitieuze fabrieken neergezet. Buurlage: ‘Onze techniek is veel veiliger, omdat er geen sprake is van verbranding van uraniumstaven. We houden maar een fractie van het kernafval over en onze productieprocessen zijn significant goedkoper. Om die reden denken we dat we het grootste deel van de wereldmarkt in medische isotopen op den duur in handen hebben.’ De fabriek in Veendam gaat daar op zijn vroegst in 2025 een bijdrage aan leveren. Vanuit daar worden klanten beleverd in heel Europa en Azie. ‘Wij leveren de radioactieve elementen die verwerkt worden in nucleaire medicijnen, waarmee vele orgaanfuncties onderzocht kunnen worden en ook steeds vaker kankerziekten behandeld.’ Buurlage is de komende vier, vijf jaar druk met de bouw en de voorbereiding daarop. ‘Daarna? Ik ben nu 59, we moeten maar zien hoe mijn gezondheid tegen die tijd is en hoe de wereld er voor staat. Voorlopig vind ik het wel lekker om weer in het Noorden te wonen, dichtbij mijn familie. Ik heb een beetje het gevoel dat de cirkel rond is. Nederland heeft in mij geïnvesteerd tijdens mijn studie Technische Natuurkunde. Het is prachtig om met de komst van SHINE iets terug te kunnen doen.’

7

SHINEMED.COM/NEDERLAND

UNIEKE METHODE Het door SHINE ontwikkelde procedé om medische isotopen te produceren, is baanbrekend en goed beschermd. Het werkt in lekentaal ongeveer zo: in een versneller botsen speciale waterstofdeeltjes zo hard op elkaar, dat ze samensmelten. Daar komt een neutron bij vrij, hetzelfde radioactieve deeltje dat in een kernreactor gewonnen wordt. Deze neutronen zijn noodzakelijk voor de productie van vele medische isotopen.

Gerard Lenstra | Project Manager Foreign Direct Investment T +31 6 534 066 02 | E lenstra@nom.nl | GROEIEN BEGINT HIER.


INVESTOR READY Jeroen Kool straalt permanent liefde voor de techniek en voor de warmtepomp uit. Niks gespeeld, nul theatraal gedoe. Consciëntieus legt hij uit waar zijn bedrijf Qeess (Quality Energy Engineering Solutions & Services) – uit te spreken als Kees – voor staat.

8

WARMTEPOMP QEESS BELANGRIJK ENERGIETRANSITIE Kool is het prototype van de techneut die geen commerciële vaardigheid nodig heeft: je kunt hem op zijn blauwe ogen geloven. Hij slaat zich niet op de borst, want als we denken dat hij wat bijzonders doet door een minder milieubelastend gas (isobutaan of propaan) als koudemiddel in te zetten, klinkt het al snel: ‘Daar ben ik niet uniek in, hoor, maar ik ben wel de eerste fabrikant in Noord-Nederland.’

Weggegooide warmte nuttig inzetten Qeess is specialist op het gebied van warmte-terugwinning, ofwel warmte-opwekking. De warmtepompen van Qeess halen de warmte uit zowel industriële processen als utiliteitsgebouwen (scholen, kantoren) uit bijvoorbeeld afvalwaterstromen, ventilatielucht of schoorsteen-

| JUNI 2021

dampen. Die warmte zetten ze daarna nuttig in voor bijvoorbeeld verwarming maar ook als energie bij productie. Qeess trekt als het ware 10 graden warmte uit rioolwater (dat dan afkoelt van zeg maar 16 naar 6 graden) en gebruikt die energie om tapwater van 10 naar 60 graden te brengen. Dat werk doet Jeroen Kool sinds enige maanden, vanuit Groningen. Zijn warmtepompen zijn geen standaardapparaten, ze worden specifiek op de situatie gebouwd. Kool: ‘We praten hier over wat je laagwaardige energie noemt. Met de energie van die 10 graden kun je normaal niks, dus gooi je het weg. Dankzij een warmtepomp kun je er wel iets mee. De energietransitie is heel breed en dit is een klein maar wel heel belangrijk onderdeel.’


QEESS.NL

‘Er zijn synthetische koudemiddelen, die goed voor de warmtepomp zijn maar slecht voor het milieu als ze onverhoopt de lucht invliegen.’ Kool gebruikt daarom bij voorkeur de koolwaterstoffen (propaan, isobutaan).

Markt ligt braak en is groot Jeroen Kool was een mooi eind op weg met Qeess en toen kwam ‘corona’. ‘Er was financiële dekking, maar het plan klopte ineens niet meer’, vertelt Kool. ‘Om de financiële pijn te verzachten ben ik toen les gaan geven. Maar ik heb die tijd wel gebruikt om een prototype te bouwen en te testen.’ De markt ligt nog braak en de markt is groot. ‘Ik ben nu nog klein’, constateert Jeroen Kool, ‘maar ik wil wel groeien. Tegelijk moeten ik zorgen dat ik me niet over-eet. Ik heb nu ook al aanvragen waarop ik nog niet heb kunnen reageren. Dat vind ik heel vervelend en dus werk ik ’s weekends door.’

‘We spreken als techneuten dezelfde taal’ Jeroen Kool beseft dat hij meer techneut is dan verkoper. Maar dat is geen nadeel, is zijn overtuiging. ‘Wie een Qeess-pomp koopt is vaak ook een techneut’, weet hij. ‘Het is een complexe techniek en dan praat je over inhoudelijke zaken. Wat een warmtepomp is weten de meesten wel, maar ik heb aanvullende informatie. Als techneuten onder elkaar spreken we dezelfde taal en begrijpen we elkaar daardoor snel.’ 9

En zijn nuchtere verkooppraatje is typerend: ‘Wij gebruiken bijvoorbeeld isobutaan als koudemiddel. Daarin ben ik echt niet de enige, maar wel een van de weinigen. En ik bouw in Noord-Nederland.’

ONDERDEEL Periode met Flinc leerzaam Op zoek naar financiers en subsidie kwam hij bij Flinc terecht. ‘Dat was een stevige periode, maar ook heel leerzaam’, zegt hij achteraf. Kool kreeg via SNN een subsidie als bijdrage in de ontwikkeling van een warmtepomp. En er werd een investeerder aangetrokken die naast kapitaal ook toegevoegde waarde biedt. Kool: ‘Het werd een vaardigheid om warmtepompen te configureren, te berekenen en eventueel te bouwen.’ Dat productieproces van warmtepompen is Kool momenteel aan het uitbouwen. Maar daarbij kijkt hij scherp naar duurzaamheid, zowel in technologie als in koudemiddelen (het gas dat de temperatuur via een warmtewisselaar onttrekt aan rioolwater of ventilatielucht).

Bjorn Redmeijer, projectmanager Flinc:

DE EERSTE AANVRAGEN KOMEN INMIDDELS BINNEN

‘Mondiaal staan we voor de enorme opgave om van fossiele brandstoffen over te stappen naar volledig duurzame bronnen. De energietransitie bestaat uit vele facetten en het op maat aanbieden van innovatieve warmtepompen is daar één van. Jeroen Kool is een technicus met een achtergrond in de energiesector en een netwerk. Vanuit Flinc hebben we Jeroen intensief ondersteund bij het opstellen van het businessplan. Vervolgens is een investeerder gevonden. Met behulp van deze investering is Jeroen erin geslaagd om een werkend prototype te realiseren. Nu is het zaak om het product te demonstreren aan potentiële klanten, daadwerkelijk te verkopen en organisatorisch op te schalen. De eerste aanvragen komen inmiddels binnen, dat is hoopgevend. Hopelijk kan QEESS op de langere termijn een significante bijdrage leveren aan de energietransitie vanuit Groningen; dé energieprovincie.’ Bjorn Redmeijer | Project Manager Flinc T +31 6 541 001 22 | E redmeijer@flinc.nl

| GROEIEN BEGINT HIER.


* BUSINESS INNOVATION PROGRAM FOOD Het landelijke Business Innovation Program Food is opgezet door alle Regionale Ontwikkelings Maatschappijen (ROM’s) in samenwerking met de Stichting Samen Tegen Voedselverspilling, Invest-NL en de Rabobank. Doel is ondernemers te ondersteunen in het werken aan voedselwaarde. Dat kan zowel door efficiëntie aan de productiekant – zoals smart farming en smart processing – als door nieuwe verdienmodellen te ontwikkelen voor reststromen en overschotten. Aan de eerste twee edities van het innovatieprogramma – najaar 2020 en voorjaar 2021 – deden in totaal 22 ondernemers mee. Zij kregen de kans om in tien weken tijd te bouwen aan een winstgevende business case rondom groene grondstoffen. Na deze zomer start de derde editie, waarbij een nieuwe groep ondernemers hun plannen flink gaan aanscherpen in tien modules vol theorie en praktijkopdrachten. Naast training, advies en landelijke uitwisseling, krijgen de deelnemers begeleiding vanuit de ROM in de eigen regio.

De eerste twee edities van het landelijke Business Innovation Program Food* zijn zo goed uitgepakt, dat na de zomer de derde editie start. Wat maakt dit Vanuit de Regionale Ontwikkelings Maatschappijen (ROM’s) signaleert Gijs dat de noodzaak van het verwaarden van groene reststromen steeds meer wordt ingezien. ‘En er zijn ideeën genoeg’, constateert hij, ‘alleen blijkt het vinden van een verdienmodel dé grote uitdaging. De samenleving kijkt verwachtingsvol naar ondernemers, maar een circulaire economie draait alleen als het alle partijen iets oplevert. De kern van het Business Innovation Program Food is daarom het winstgevend maken van initiatieven rondom voedselwaarde. Wij helpen ondernemers hun business case succesvol uit te bouwen.'

Oog voor de markt Hoeveel impact heeft het intensieve programma van tien weken? ‘De ondernemers reageren enthousiast en diverse deelnemers maken al mooie stappen’, vertelt Gijs. ‘Het is nog te vroeg om de impact in harde cijfers aan te tonen, maar we gaan dit wel structureel meten. Bovendien scherpen wij het programma verder aan op basis van de eerste edities. Zo bleek marktadoptie een thema dat extra aandacht vraagt. Om consistente groei te realiseren, is het zaak om in lijn te werken met waar de markt staat en behoefte aan heeft. Loop je te ver vooruit of focus je te eenzijdig op productontwikkeling, dan mis je de aansluiting. Veel ondernemers bleken zich nog te weinig bewust van de fase waarin de markt zich bevindt en hoe zij daar op inspelen.’

10

Marktadoptie is precies het punt waar de ondernemers achter WeedAway in Roden veel aan hadden. René Bultje en Gert Maneschijn volgden het Business Innovation Program Food in het voorjaar, om vaart te maken met hun innovatieve agro-robot voor het aanpakken van onkruid op gras- en akkerland. ‘Door kritische vragen kwam naar voren dat wij onze markt nog niet helder genoeg hadden’, vertelt het duo. ‘Het huiswerk was duidelijk: ga maar bellen met boeren om hun behoeften te peilen. Wat bleek? Ze hebben allemaal last van onkruid en willen dat graag zo slim mogelijk aanpakken, maar het mag niet teveel kosten. Om de investering snel terug te verdienen, moet de robot het hele seizoen inzetbaar zijn. Daarom richten we ons nu vooral op loonwerkers: zij werken bij verschillende agrarische bedrijven en kunnen de robot veel intensiever inzetten.’

Onderzoeken en testen Ook Jacco Kooistra en Christian Visser van Syklus gingen door het Business Innovation Program Food actiever in gesprek met afnemers,

VOEDSELWAARDE IS ÓÓK BOUWEN | JUNI 2021


dit programma waardevol? We vroegen het aan twee Noord-Nederlandse deelnemers – Syklus en WeedAway – en aan Gijs van de Molengraft, één van de trainers. om goed hun vragen en behoeften te doorgronden. Waar WeedAway zich met smart farming richt op een milieuvriendelijker productieproces in de agrosector, richt Syklus zich op de verwerking van groene reststromen: met inzet van zwarte soldatenvliegen wordt o.a. groente- en fruitafval verwerkt tot diverse producten voor de diervoederindustrie. ‘Omdat wij door de grote marktvraag al de nodige handel hebben, waren wij vooral gericht op de productie op korte termijn’, vertelt Jacco. ‘We ontdekten in dit programma dat we voor ontwikkeling op lange termijn ook door moeten met onderzoek. Goed uitvragen waar de behoeften van afnemers zitten én meer testen.’ ‘Bij de start van het programma was ik wat sceptisch’, zegt Jacco eerlijk. ‘Het leek alsof we het proces dat we met Syklus zelf al hadden doorlopen en dus gingen herhalen, terwijl wij al op zoek waren naar investeerders. Toch hebben we onze waardepropositie nog flink kunnen aanscherpen dankzij de opdrachten en kritische vragen. Ook is onze tijdsbesteding veranderd, nu we door dit programma focussen op de langere termijn. Insect farming kan richting toekomst echt grote impact maken, mits we dit goed opbouwen. De begeleiding van de NOM en Flinc tijdens dit traject was daarom ook waardevol. Daar ligt een schat aan ervaring en bij contacten met investeerders behoeden zij je voor fouten door je goed te laten nadenken over de aanpak.’

Proces aanjagen Gert en René van WeedAway waren ook blij dat ze vanaf de zijlijn werden doorgezaagd door de NOM-coaches. ‘Hun aandachtspunten waren geen openbaring voor ons, maar zij jagen vooral het proces van doorontwikkelen heel goed aan, wat focus en scherpte oplevert. Ook de trainers van het Business Innovation Program Food maakten het ons niet gemakkelijk. Het was een intensief traject, waarbij je echt aan de bak moet en dat is precies wat ons verder helpt. Door de praktische opdrachten koppel je theorie meteen aan het zetten van concrete stappen. Het was jammer dat de gezamenlijke sessies wegens de lockdown online waren, want anders hadden we vast vaker een lange nazit gehad. Als ondernemers onderling was er namelijk veel herkenning over de uitdagingen waar je tegenaan loopt. Ook die uitwisseling is veel waard.’ ‘We zien inderdaad dat deelnemers ook veel van elkáár leren’, haakt Gijs aan. ‘Elke business case is anders en kent zijn eigen dynamiek en toch spelen er in de kern vergelijkbare uitdagingen. Die basis is waar wij in het programma aandacht aan besteden en waar we zelf qua aanbod ook in blijven ontwikkelen. Over de eerste twee edities zijn we dik tevreden, al blijven we doelbewust stappen maken, omdat voedselwaarde zo belangrijk is. We verzamelen bewijslast dat we met dit programma echt impact maken, waarbij ondernemers verspilling tegengaan op een economisch succesvolle manier. De wil is er zeker: de bevlogenheid die we bij deelnemers zien is groot. Wij zetten dat enthousiasme met ons programma om in realistische doelen en concrete stappen.’

11

Meebewegen Het gedrag van ondernemers is volgens Gijs een belangrijke succesfactor: ‘Hoe flexibel zijn ze in hun denken en hoe makkelijk bewegen ze mee in wat nodig is?’ Voor Jacco gaat het meebewegen met Syklus vrij natuurlijk. ‘Ik ben na mijn studie met dit bedrijf begonnen, heb niks te verliezen en sta open om al doende te leren. De marktpotentie is enorm en we delen nu al onze kennis, omdat er veel meer spelers nodig zijn als we met insect farming echt een verschil willen maken.’ Bij WeedAway focussen de ondernemers – naast verdere marktvalidatie – ook op praktijktesten op het land. ‘Loonwerkers willen zien hoe goed de robot werkt’, vertellen Gert en René. ‘We hebben al potentiële klanten die bereid zijn ons product te kopen, maar pas als ze overtuigd zijn van de werking. Dat aantonen heeft de hoogste prioriteit, dan kunnen we verder de markt op.’

AAN GEZONDE BUSINESS

WEEDAWAY.NL SYKLUS.NL

| GROEIEN BEGINT HIER.


HOOFD &

BIJ ZAKEN

Wandelen

Wandelen is met 35 procent de populairste vorm van natuurgerelateerde recreatie in Nederland, gevolgd door fietsen en watersport. Bovendien zijn we in Nederland behoorlijk tevreden over onze gelopen wandelingen, wandelaars geven hun wandelingen gemiddeld een 7,6. Hoewel de scores vrij dicht bij elkaar liggen, worden de wandelingen in Friesland het best gewaardeerd. (CBS)

Toerisme in Nederland in 2020

Ondanks een tegenvallend jaar, leverden de 7,1 miljoen internationale verblijfsbezoekers ruim € 3,9 miljard op voor de Nederlandse economie. De toeristische sector leidt hierdoor tot 33.000 banen in Nederland. Gemiddeld besteedt een zakelijke reiziger € 1.045 per verblijf. De gemiddelde niet-zakelijke vakantieganger besteedt daarentegen € 595 per verblijf. (SLA CBS)

Destination Drenthe

Door de coronapandemie kozen Nederlanders het afgelopen jaar vaker voor de provincie Drenthe als vakantiebestemming. Het verblijf in Drenthe werd door de nieuwe gast als zeer positief ervaren. De aantrekkelijkheid van de omgeving scoort in deze groep een 8,4. Ook geeft maar liefst 94 procent van de bezoekers aan binnen afzienbare tijd terug te willen keren. (Marketing Drenthe)

12

World Ocean Day & Plastic

8 juni was het weer World Ocean Day, een dag waarop we stilstaan bij hoe we omgaan met onze oceanen. En daar mogen we best wat beter over nadenken.

Iedere minuut verdwijnt er bijvoorbeeld één volle vuilniswagen plastic in de oceanen. In de grote oceanen is hierdoor soms wel 36x meer plastic aanwezig dan plankton. (Wastenet). Als we niets tegen de plasticsoep ondernemen, zal er in 2050 qua gewicht meer plastic in zee zijn dan vis. (Plastic Soup Foundation). Meer dan de helft van de totale wereldwijde productie van plastic heeft plaatsgevonden na het jaar 2000. Hiervan was bijna 40% bedoeld als verpakkingsmateriaal. (Plastic Atlas 2019) De problemen rondom ons gebruik van plastic beperken zich niet tot de oceanen. De akkers waarin onze gewassen groeien zijn soms wel 4 tot 23 keer zwaarder vervuild met microplastics dan de oceanen. (Plastic Atlas 2019) Uit internationaal onderzoek in 2020 blijkt dat plastic flessen veruit het vaakst in het milieu belanden. Een bedrijf als Coca-Cola produceert wereldwijd per minuut 167.000 plastic flessen. Als je ze achter elkaar legt, kun je 31 keer heen en terug naar de maan. (Break Free From Plastic)

| JUNI 2021


K E N N I S

DELEN

FOCUS IS DE NORM EN WENDT ALS HET NODIG IS

Wie zoekt naar de definitie van het woord wendbaarheid, wordt in eerste instantie nog weinig wijzer. ‘Makkelijk draaiend of manoeuvrerend’, zegt de Dikke Van Dale. Maar het is een begin. Want wat wendbaarheid voor een ondernemer betekent is niets anders dan je succesvol kunnen aanpassen aan (onverwachte) omstandigheden. Onlangs gaf Investment Manager Jeroen van Onna een webinar over focus en wendbaarheid. Zowel focus als wendbaarheid zijn succesfactoren, maar je gebruikt ze in verschillende omstandigheden. Zijn verhaal is gelardeerd met anekdotische belevenissen uit het leven van een investeerder. Want de voorbeelden over doelgerichtheid en flexibiliteit put hij moeiteloos uit zijn ervaringen bij de NOM. Grote namen als Catawiki en Web-IQ en hun zoektocht naar de juiste identiteit komen voorbij.

DE ZEVEN TIPS VAN VAN ONNA: 1. Een starter moet focussen. 2. Een succesvol bestaand bedrijf moet diversifiëren en pakt nieuwe

Jeroen van Onna | Investment Manager T +31 6 270 871 51 | E onna@nom.nl

3. 4. 5.

6. 7.

13

business aan alsof het een starter is (liefst buiten het bestaande bedrijf). Denk goed na over de bedrijfsnaam. De strategie moet goed zijn.

De starter moet bij focus op een idee wel het ‘waarom, hoe en wat’ voor elkaar hebben. Stoel optimisme niet op onwetendheid. Focus is de norm en wendt als het nodig is.

Benieuwd naar de concrete achtergronden van deze tips? Kijk het webinar terug op: www.nom.nl/media/webinars/focus-wendbaarheid

De eerste NOM Talks (podcast) ging ook over wendbaarheid. In tijden van crisis kan de business ineens volledig stil komen te liggen. Wat doe je dan? Wacht je af of ga je op een ander pad vooruit? Om een onzekere toekomst aan te kunnen heb je vijf vaardigheden nodig, stellen auteurs Crystal en Dr. Gregor Lim-Lange in hun boek Deep Human: Practical Superskills for a Future of Success. De belangrijkste? Adaptieve veerkracht, oftewel: wendbaarheid. Host Wim A,B. (Project Manager Foreign Direct Investment) en side kick Rob Drees (Fondsenmanager) gingen hierover in gesprek met Dina Boonstra (Directeur) en Roelof Bakker (CEO van Van Raad Investments). Je kunt de podcast terugluisteren: www.nom.nl/media/kennisblogs/wat-is-wendbaarheid

| GROEIEN BEGINT HIER.


ONDERNEMERS IN ONTWIKKELING Hoe beweeg je zelf mee als het bedrijf groeit? In deze rubriek vertellen ondernemers over hun veranderende rol en hoe zij daarmee omgaan.

‘STREVEN NAAR VERBETERING ZIT IN ONS DNA’ WIES VAN ’T SLOT VAN 365WERK

14

| JUNI 2021


Als een pijl omhoog schieten, dat was het doel van Wies van ’t Slot toen ze na haar

365WERK.NL

studie bedrijfskunde aan het werk ging. Ze maakte carrière bij Randstad en YoungCapital, tot ze zes jaar geleden besloot het zelf beter te doen. Haar uitzendbureau 365Werk groeide in vijf jaar tijd naar een omzet van 20 miljoen en kreeg toen een forse klap door de coronacrisis. Het bedrijf veerde terug dankzij een stevige basis, opgebouwd door een voorvrouw die áltijd streeft naar verbetering.

We spreken elkaar in Groningen als de terrassen weer open zijn en de vraag naar horecapersoneel rap toeneemt. Vóór de coronacrisis haalde 365Werk ruim 65 procent van de omzet uit de horeca en evenementenbranche. Nu bedient het online uitzendbureau ook nieuwe klanten in sectoren als de zorg en logistiek. ‘We kunnen een flinke sprong maken nu de horeca weer open is’, zegt Wies, die vol vertrouwen naar de toekomst kijkt. ‘Het was een heftige tijd, maar we zijn beloond voor de stevige basis die we in dit bedrijf hebben opgebouwd. De uitdaging die wij voor onze kiezen kregen, hebben we echt met elkaar getrotseerd. Niet alleen ikzelf, maar het hele team werd dagelijks overspoeld door de grote impact van de lockdowns op ons bedrijf. Ook zij hebben verantwoordelijkheid genomen en het schip gaande gehouden.’

In alles samenwerken

Slapeloze nachten

‘Dat komt omdat ik op mijn plek zit’, beseft Wies, ‘en dat is precies waar ik ook naar streef in mijn team. Je moet mensen niet kneden naar strikte functieprofielen, maar laten uitvinden waar hun kracht zit en waarin ze willen groeien. Want het streven naar verbetering zit extreem verweven in het DNA van dit bedrijf. Altijd ontwikkelen. Zelf doe ik dat het liefst in de praktijk, door te doen. Ik leer van alle situaties die zich voordoen en durf daarbij ook op mezelf te reflecteren. Als er frictie is en iets raakt me, dan ga ik bij mezelf te rade. En ik luister naar mensen waar ik respect voor heb. In het begin van mijn loopbaan was ik zó scherp in mijn ambities om als een pijl omhoog te schieten, dat ik meekreeg dat ik wel wat ‘ronder’ mocht worden. Dat zit nog altijd in mijn achterhoofd.’

Als ondernemer leerde Wies waardvolle lessen tijdens de crisis. ‘Vijf jaar lang ging het voor de wind. We groeiden jaarlijks met dubbele cijfers en daar werkten we heel hard voor, maar bij tegenslag komt het er pas echt op aan. Dan leer je jezelf en je team kennen. Reken maar dat ik slapeloze nachten had. Van nature ben ik niet zo gevoelig voor stress, maar in deze uitzonderlijke situatie was het een uitdaging om kalm en pragmatisch te blijven. De spanning accepteren en goed voor mezelf zorgen hield me overeind. ’s Ochtends vroeg wandelen met de honden en weer fris beginnen. In mijn leidende rol was ik enerzijds directiever dan gewoonlijk – want ook in een zelforganiserende holacracy moet je bij crisis het voortouw nemen – anderzijds leerde ik om niet alles in de hand te willen houden.’ ‘Deze forse tegenslag liet me ook inzien hoe goed ons bedrijf in elkaar zit. Dat we veerkracht hebben. Die veerkracht zit ook in mezelf en heb ik al jong in mijn persoonlijke leven ontwikkeld, onder andere door de scheiding van mijn ouders en de lange revalidatie na een ongeluk. Daardoor weet ik dat moeilijke tijden ook weer voorbij gaan. Mijn jeugd was bovendien een vruchtbare basis voor ondernemerschap. In de ondernemersfamilie waar ik uit kom, kregen we veel ruimte om dingen uit te proberen, maar werden we ook geacht om zonder smoesjes hard te werken. Zo leer je dromen najagen én doorzetten. Dat kwam me goed van pas toen ik dit bedrijf startte, want de eerste jaren vond ik er niks aan. Ik moest letterlijk weer bij het begin beginnen en dat viel me flink tegen. Pas toen 365Werk begon te groeien, kon ik de dingen doen waar ik echt energie van krijg.’

Wies is een ondernemer die graag aan het roer van het schip staat en tegelijk op alle onderdelen samenwerkt met haar team. ‘Ik ben een generalist en bemoei me met elk facet van het bedrijf. Van het klantencontact tot sales, marketing, IT en financiën: over alles heb ik ideeën. Dat was waarom ik vastliep bij Randstad en later ook YoungCapital: ik had dan wel mooie leidinggevende posities, maar er werd verwacht dat ik me alleen op mijn eigen stukje richtte. Het leukste van dit eigen bedrijf is dat mijn manier werken nu tot zijn recht komt. Ondernemen lonkte altijd al, maar dat die jas me zó goed zou passen, heeft me toch wel verrast. Sinds ik ben gaan bouwen aan 365Werk, voel ik me een stuk sterker, vrolijker en energieker en ben ik vol vertrouwen.’

15

Goed blijven luisteren ‘Ambitieus ben ik nog steeds, door mijn drive om te verbeteren wil ik altijd vooruit. Wel ben ik in de afgelopen jaren kalmer geworden. ik kan beter afstand nemen en het geheel overzien. Met de huidige omvang van het bedrijf is méér nodig dan hard meewerken, namelijk: rust en ruimte in mijn hoofd voor het oppikken van signalen waar we iets mee moeten. Ik ben heel leergierig, trek me graag op aan inspirerende ondernemers, praat met klanten, lees veel en ben altijd vol ideeën, maar het allerbelangrijkste is dat ik oog en oor houd voor de basis van dit bedrijf. Altijd vragen blijven stellen en goed luisteren naar de mensen die het eigenlijke werk doen. Het draait om samenspel, daarom is vooral leiderschap en coaching voor mij een continu ontwikkelproces. Ik besef goed: als wij groeien als team, dan groeit het bedrijf mee.’

| GROEIEN BEGINT HIER.


ONTWIKKELEN Het zit in het wegdek van het fietspad. Het zit in het bankje in het park. En het zit in het textiel waarvan je t-shirt gemaakt is: cellulose is een veelzijdige grondstof. Verschillende sectoren passen het toe: bouw & infra, agri en chemie, om enkele te noemen.

DOORGESPOELD, MAAR NIET AFGEDANKT

RECELL WINT CELLULOSE UIT Maar voor de productie van cellulose worden bomen gekapt: schadelijk voor het milieu. Dat kan en moet anders, vinden ze bij Recell. Want Recell wil bijdragen aan een circulaire economie, waarin afvalverwerkers niet meer bestaan: ze zijn veranderd in leveranciers van grondstoffen.

16

Recell maakt cellulose daarom niet van bomen, maar van reststromen uit de industrie, rioolwater en oud papier. Oud papier is nu slechts voor vijfenzeventig procent recyclebaar; er wordt in Europa jaarlijks twintig miljoen ton verbrand of gestort.

CO2-besparing

Dankzij Recell kan de overige vijfentwintig procent, twintig miljoen ton, wél opnieuw gebruikt worden. Iedere ton Recell bespaart ongeveer 2 ton CO2, dus er kunnen vele miljoenen tonnen CO2 bespaard worden.

Oud papier begint een nieuw leven Kartonnen van zuivel en frisdrank, pizzadozen en etiketten op flessen en blikken: afvalverwerkers ontvangen enorme hoeveelheden oud papier. Een gedeelte kan verwerkt worden tot nieuw papier, maar dat houdt een keer op: na een stuk of zeven cycli zijn de vezels versleten, niet meer geschikt om de krant van morgen van te maken.

| JUNI 2021

Maar dankzij de techniek van Recell Group kunnen deze vezels tóch gebruikt worden voor de productie van cellulose. Afvalverwerkers die het oud papier aan Recell leveren, besparen niet alleen kosten, maar opereren ook duurzamer: je reinste winst op het vlak van MVO en CSR.


WWW.RECELL.EU

RIOOLWATER Rioolwater: onuitputtelijke bron van cellulose We spoelen met zijn allen nogal wat wc-papier door in Nederland: een slordige 180.000 ton, ieder jaar opnieuw. Dat komt allemaal terecht in het riool, en dus bij de RWZI (rioolwaterzuiveringsinstallatie). Veel rioolslib wordt verbrand. Dat kost geld (belastingen op verbranding van afval!), en het leidt tot uitstoot van CO2. Maar dat kan nu duurzamer, want Recell Group rook kansen en ontwikkelde een zeeftechniek die de papiervezels uit het rioolwater vist vóór het slib wordt. Zo verandert wc-papier in een bron van cellulose die nooit uitgeput raakt. Voordelen te over: de RWZI bespaart kosten, wint circa tien procent aan capaciteit én wordt door de levering van de grondstof cellulose onderdeel van de circulaire economie.

Asfalt uit wc-papier: dat rijdt op rolletjes Ze weten het waarschijnlijk niet eens, maar tienduizenden fietsers en automobilisten rijden dagelijks op asfalt met cellulose van Recell. Dat rijdt op rolletjes. Waarom zit er cellulose in asfalt? Zie het als een soort bindmiddel: cellulose houdt de steenslag, het zand en het bitumen bij elkaar en zorgt dat de ingrediënten gelijkmatig gemengd blijven. Een homogeen mengsel, noemen vakmensen dat. Een aansprekende toepassing vinden we in Fryslân: het asfalt rondom de RWZI bij Harlingen is verrijkt met cellulose van Recell. Waar het product gewonnen is, wordt het ook toegepast.

Recell bewijst dat circulair werken mogelijk is door de veelzijdige grondstof cellulose te winnen uit reststromen en rioolwater. Chemport Europe

is goed op weg naar een circulair ecosysteem.

17

Errit Bekkering, Business Developer NOM

Recell in groene dagelijkse producten Een vracht boodschappen vervoeren. Een kruidentuintje aanleggen op je balkon of in je tuin. Lekker in de zon zitten op een bankje in het park. Op al die momenten kun je Recell-producten tegenkomen. Want Recell wordt verwerkt in kratten en kisten, bloempotten en straatmeubilair. Solide en duurzaam. Meng een deel cellulose van Recell met drie delen biopolyester, en je hebt een kunststof bereid die niet alleen ijzersterk is, maar ook volledig biologisch afbreekbaar. Kiezen voor duurzaam is nu gemakkelijker dan ooit: de kunststof heeft de vorm van korrels (granulaat), die verwerkbaar zijn in standaard spuitgietmachines die de industrie gebruikt.

CHEMPORT EUROPE: NAAR EEN CIRCULAIR ECOSYSTEEM Recell maakt deel uit van het samenwerkingsverband Chemport Europe. Chemport Europe is het ecosysteem van Noord-Nederland waarin agrarische bedrijven, de chemische sector en kennisinstellingen zoals universiteiten en hogescholen samenwerken. Hoe verschillend die bedrijven ook zijn, één ding willen ze allemaal: de chemie vergroenen. Changing the nature of chemistry, luidt de slagzin waarmee Chemport Europe

organisaties binnen de regio aan elkaar verbindt en bedrijven uit binnen- en buitenland naar het Noorden haalt. Een wezenlijk onderdeel van de vergroening is circulair werken. In een circulair ecosysteem zijn de ketens gesloten; er bestaat geen afval meer, want wat voor de ene partij een reststroom is, is voor de andere een waardevolle grondstof. Errit Bekkering | Business Developer T +31 6 250 083 70 | E bekkering@nom.nl

| GROEIEN BEGINT HIER.


ONTWIKKELEN

18

Wie mee wil blijven tellen moet aanhaken en digitale kansen verzilveren. Vanuit die gedachte is Solidd Steel Structures hard bezig om te transformeren naar een toekomstbestendige slimme fabriek. ‘Waar we naartoe gaan is dat een brug ons gaat vertellen wanneer onderhoud nodig is.’ ‘Er is geen ontkomen meer aan’, zegt Jan Willem Stob. ‘We kunnen wel blijven doen wat we altijd deden, maar dat gaat niet meer werken.’ De directeur van Solidd Steel Structures doelt op de grote digitaliseringsslag die de maakindustrie staat te wachten. Of beter: die vierde industriële revolutie, ook wel Smart Industry genoemd, is al in volle gang. ‘Dus moet je de verbinding zoeken met andere partijen en nadenken over het digitaliseren van je bedrijfsprocessen’, vervolgt hij. ‘En dat is precies waar we nu, met ondersteuning van de Smart Industry Hub Noord, volop mee bezig zijn.’

Beweegbare staalconstructies Solidd Steel Structures bouwt zware stalen constructies voor bruggen, stuwen, sluizen, kranen en offshore-toepassingen. Een expert in zware staalbouw dus, en dan met name op het gebied van dynamisch belaste, beweegbare staalconstructies. De Friese onderneming is onder meer verantwoordelijk voor de bouw van de tafelbruggen bij

| JUNI 2021

Aduard en Zuidhorn en de renovatie van de drie stuwcomplexen (Driel, Amerongen en Hagestein) in de Nederrijn-Lek. Aansprekende projecten waarbij het bedrijf, zoals bij vrijwel alle opdrachten, het hele uitvoeringsproces voor rekening nam: van ontwerp, fabricage en montage tot en met de daadwerkelijke oplevering van het staalproduct.

Beoogd opvolger Solidd Steel Structures is opgericht in het najaar van 2017, na een doorstart van het failliete BSB Staalbouw. Jan Willem, afkomstig uit de civiele wereld, was kort daarvoor door BSB Staalbouw aangetrokken


WWW.SOLIDD.EU SMARTINDUSTRY.NL/HUBS/NOORD

JAN WILLEM STOB, Jan Willem Stob, SOLIDD directeur Solidd SteelSTRUCTURES Structures DIRECTEUR STEEL

‘DE SMART INDUSTRY HUB HEEFT ONS EEN SPIEGEL VOORGEHOUDEN’

als beoogd opvolger van de toenmalige DGA. ‘Ik heb hem gezegd: ik wil graag jouw opvolger worden, maar laten we daar een jaar of twee de tijd voor nemen. Ondertussen kunnen we dan investeerders zoeken om de opvolging te waarborgen. In eerste instantie begin ik dan als directeur Projecten & Commercie. Dat was in juli 2017.’ Een paar maanden later ging BSB Staalbouw failliet. Samen met het managementteam besloot Jan Willem op zoek te gaan naar een investeerder om zelf het bedrijf te kunnen kopen. Met dank aan het Brabantse investeringsfonds Neope Capital Management is dat uiteindelijk ook gelukt.

19

Projectenorganisatie ‘De producten die hier de fabriek verlaten zijn kwalitatief ontzettend goed’, benadrukt Jan Willem. ‘Juist daarom is het fantastisch dat de kennis en het vakmanschap van de medewerkers destijds niet verloren zijn gegaan. Eigenlijk zijn alleen de naam en de directeur veranderd. Anders gezegd: Solidd Steel Structures is een jong bedrijf met 60 jaar ervaring. Wel zijn we ons de afgelopen jaren gaan verbreden, onder meer door ons nog nadrukkelijker te profileren als bouwer van offshore constructies. Dat vergroot onze kansen, omdat we zo minder afhankelijk zijn van de aanbestedingsmarkt. Bovendien

| GROEIEN BEGINT HIER.


Jan Willem Stob, directeur Solidd Steel Structures over het assessment:

Over uiteenlopende thema’s moesten tal van vragen worden beantwoord’,

behoorlijk intensief, maar ontzettend leuk om te doen.

zijn we meer dan alleen een maakbedrijf. In de kern is Solid Steel Structures een echte projectenorganisatie die met de klant wil meedenken om tot de best mogelijke oplossing te komen. We proberen, kortom, de vraag achter de vraag te achterhalen.’

Sensortechnologie

20

Eén van de huidige speerpunten van het bedrijf is het ontdekken van de mogelijkheden van digitalisering, datatechnologie en 3D-printing. Met name datagestuurd assetmanagement gaat voor Solidd Steel Structures enorm belangrijk worden, weet Jan Willem. ‘Het is eigenlijk van de zotte dat we nog steeds bruggen onderhouden omdat we denken dat het een paar keer per jaar moet’, zegt hij. ‘Waar we naartoe gaan is dat een brug ons gaat vertellen wanneer onderhoud nodig is. Met behulp van sensortechnologie kunnen we bijvoorbeeld heel nauwkeurig de relatie tussen het daadwerkelijke gebruik en de slijtage in kaart brengen. De verkregen data stelt ons vervolgens in staat om daar gericht op te anticiperen. Of specifieker: sensoren geven, voordat er sprake is van zichtbare schade, aan of een brug wel of geen onderhoud nodig heeft. Maar ook kunnen we met de juiste data staalconstructies veel slimmer ontwerpen en bouwen. Wellicht zelfs wel met de helft van de nu benodigde materialen. Dankzij sensortechnologie weten we straks namelijk exact waar zich welk krachtenspel bevindt en hoe slijtage in de tijd verloopt.’

Assessment Zo’n digitaal transformatieproces gaat uiteraard niet van de ene op de andere dag. Het vraagt tijd, investeringen en intern draagvlak. Maar ook om een gedetailleerd inzicht in de actuele en de gewenste situatie. Om uit te groeien tot een slimme fabriek biedt de Smart Industry Hub Noord het bedrijf daarbij ondersteuning. De Smart Industry Hub Noord is een platform, met de NOM als penvoerder en coördinator, dat bedrijven uit de regionale maak- en procesindustrie wil laten profiteren van digitale kansen. Zo doorliep Solidd Steel Structures onlangs, als onderdeel van het Smart Industry programma, een uitgebreid assessment. Het assessment wordt afgenomen door diverse partners die samenwerken in de Smart Industry Hub, in het geval van Solidd Steel Structures door Marije Bakker van FME. Het assessment is een scan waarmee bedrijven kunnen vaststellen waar ze qua digitalisering staan en welke stappen ze kunnen zetten om een ‘smart factory’ te worden. ‘Over uiteenlopende thema’s moesten tal van vragen worden beantwoord’, legt Jan Willem uit. ‘Behoorlijk intensief, maar ontzettend leuk om te doen. Zoals met vrijwel alles hier,

hebben we er zoveel mogelijk medewerkers bij betrokken. Dus geen assessment van de directie, maar van het hele bedrijf. Alleen al de gesprekken die we onderling over onze verdere digitalisering hebben gevoerd waren zeer waardevol. Wat dat betreft heeft de Smart Industry Hub Noord ons echt een spiegel voorgehouden.’

Datagestuurd werken Maar wat heeft het assessment Solidd Steel Structures nu concreet opgeleverd? Waarop zou het bedrijf zich de komende periode bijvoorbeeld moeten focussen? ‘Uit het assessment is een aantal aspecten naar voren gekomen’, betoogt Jan Willem. ‘Allereerst gaan we vol inzetten op digitaal werken. Daarmee doel ik op de stroom van informatie die vanaf het moment van commercie tot aan de productie binnenkomen. Nu zijn dat nog harde overdrachten. Vaak op schrift, met tekeningen en een verhaaltje. Dat hele proces gaan we van begin tot eind digitaliseren. Daarnaast krijgt ook datagestuurd werken een prominente rol in onze bedrijfsvoering. Dat betekent dat we optimaal gebruik gaan maken van alle data die we overal en nergens verzamelen, verwerken en opslaan. Op basis van al die getallen gaan we het bedrijf, waar mogelijk, sturen. Vanzelfsprekend moeten we ook nadenken over het implementeren van robots in onze organisatie. Robotisering is in ons vakgebied een onomkeerbare ontwikkeling. Het betekent echter niet dat je mensen gaat vervangen. Wel dat je ze efficiënter kunt inzetten.’

Samenwerken Momenteel wordt door een aantal medewerkers een masterclass Digitaal Leiderschap, eveneens een onderdeel van het Smart Industry programma, gevolgd. Dus hoe ga ik om met digitale veranderingen? Tegelijkertijd onderzoekt Solidd Steel Structures, samen met elektronicabedrijf Interay Solutions uit Burgum, hoe sensortechnologie op de best mogelijke manier in het bruggenonderhoud kan worden toegepast. ‘Op weg naar verdere digitalisering is de verbinding met andere bedrijven van onschatbare waarde’, onderstreept Jan Willem. ‘Heel wat anders dan pakweg 10 jaar geleden toen iedereen vaak de kaarten voor de borst hield. Wil je vooruit in de Smart Industry, dan moet je gewoon samenwerken.’

HANS PRAAT, PROJECTMANAGER NOM Hans Praat stond aan de wieg van de SIH-Noord. ‘Met de Smart Industry Hub gaan we 300 productiebedrijven in Noord-Nederland helpen met digitalisering en het toepassen van Smart Industry oplossingen. Dat begint vaak met een assessment. Daarna kunnen bedrijven bijvoorbeeld masterclasses volgen, een advies-op-maat opstellen of in contact worden gebracht met bedrijven die kunnen ondersteunen. Doe zoals Solidd Steel Structures en meld je aan voor een assessment. Dat levert zéker iets op.’

Hans Praat | Business Developer T +31 6 215 184 93 | E praat@nom.nl

| JUNI 2021

@HansPraat


WWW.JINC.NL

LAAT JONGEREN GROEIEN - EN GROEI ZELF MEE! 21

Doe mee aan de projecten van JINC en strijd mee voor een samenleving waarin je achtergrond niet je toekomst bepaalt. Ieder kind heeft talent. Ook de honderdduizenden Nederlandse kinderen die opgroeien in een omgeving met veel werkloosheid en weinig rolmodellen. Daarom strijdt JINC voor een maatschappij waarin je achtergrond niet je toekomst bepaalt. Waarin íeder kind kansen krijgt. Dat is broodnodig, want de trieste realiteit is dat jongeren uit wijken met sociaaleconomische achterstand veel minder kans hebben op een goede loopbaan. Niet omdat het ze ontbreekt aan talent of ambitie, maar omdat ze last hebben van de gevolgen van armoede. Om die gelijke kansen te bereiken, helpt JINC kinderen van 8 tot 16 jaar aan een goede start op de arbeidsmarkt. Via het JINCprogramma maken ze kennis met allerlei beroepen, ontdekken ze welk werk bij hun talenten past en leren ze solliciteren. Zo krijgen dankzij JINC jaarlijks meer dan 65.000 basisschool- en vmboleerlingen de kans om te groeien. In onze vestigingen in het Noorden (Leeuwarden en Groningen) doet JINC dit door de projecten Bliksemstage (bedrijfsbezoeken om te ontdekken welke beroepen er zijn), Sollicitatietraining (leren solliciteren door een training van professionals uit het werkveld) en Digitale Vaardigheden (op een speelse manier kennismaken met programmeren).

Doe mee aan de projecten van JINC Wie JINC steunt, helpt talloze jongeren uit wijken met een sociaaleconomische achterstand aan een betere kans op de arbeidsmarkt. Dat is een prachtig doel op zich. Maar samenwerken met JINC brengt meer!

Wat heeft JINC bedrijven te bieden? • • • • •

Jinc maakt jongeren enthousiast voor jouw sector Jinc helpt bij de invulling van je mvo-beleid Jinc zorgt voor betrokken medewerkers Jing draagt bij aan de tevredenheid van klanten En jij kunt helpen bij het oplossen van een maatschappelijk probleem

Enthousiast? Neem dan contact op met Marlies Leuvenink, projectmedewerker bij JINC Groningen via mleuvenink@jinc.nl of 050-7996062.

De jeugd heeft de toekomst.

De NOM zet in op diversiteit

en inclusiviteit. Daar kun je niet vroeg genoeg mee beginnen!

Annemarie Atema, Marketing en communicatiemanager NOM | GROEIEN BEGINT HIER.


SPOTLICHT

ONDERNEMING UITGELICHT

WWW.CAPARIS.NL

CAPARIS VINDT ZICHZELF OPNIEUW UIT 22

VAN SOCIALE WERKVOORZIENING NAAR TALENTBEDRIJF Dwars door de vooroordelen over sociale werkvoorzieningen heen, stapt Caparis-directeur Alex Bonnema uit de Calimero-rol. ‘Wij zijn gaan omdenken. In deze tijd van arbeidskrapte mogen bedrijven bij ons solliciteren naar talent, in plaats van andersom. Caparis is een talentbedrijf dat ervoor zorgt dat iedereen in onze maatschappij een steentje kan bijdragen. Daarin doen we prima zaken en dragen we op onze eigen manier bij aan innovatie en duurzaamheid.’

| JUNI 2021

Caparis heeft roerige jaren achter de rug en die laten we bewust rusten. In een tijd waarin alle hens aan dek nodig is om onze wereld duurzaam te veranderen, kijkt ook dit bedrijf naar de toekomst. Juist wegens de tegenvallende impact van de Participatiewet en de heersende vooroordelen, houdt Caparis focus. ‘Wij richten ons op de mogelijkheden van de grote groep mensen die graag wil meedoen, maar die wegens een afstand tot de arbeidsmarkt een langere of andere weg nodig heeft om tot bloei te komen’, zegt Alex. ‘We praten over 1,2 miljoen mensen in Nederland. Bij ons in Friesland werken er tweeduizend en die zitten bepaald geen duimen te draaien. Zij dragen bij aan de maatschappij, ook in economisch perspectief, en dat mag gezien worden.’

Serieuze business Alex is realistisch. Ja, er leunt wel eens iemand op een schoffel in de groenvoorziening. En inderdaad, het tempo ligt bij sommigen structureel laag. Maar Caparis zou geen serieuze klanten hebben en een omzet van 75 miljoen draaien als medewerkers alleen maar stokjes aan het verplaatsen waren. ‘Wij zijn geen dagbesteding’, benadrukt hij. ‘We voeren hier werkzaamheden uit waar vraag naar is, van het verpakken van voedsel en het sorteren van post tot het assembleren van fietsen. Ook onze schoonmaakploeg, kwekerij en technische afdeling voorzien in een behoefte. We investeren in onze mensen, machines en fabrieken, werken aan business cases, leveren kwartaalrapportages en doen ons best om zowel de klanten als aandeelhouders blij te maken. Net als elk ander bedrijf.’


Gezond rendement Dat Caparis wegens het bijgelegde overheidsgeld een oneerlijke concurrent zou zijn, ligt volgens de directeur een stuk genuanceerder. ‘Vroeger werkten sociale werkplaatsen wel eens onder kostprijs, maar die tijd is voorbij. Daarmee zouden we ook geen recht doen aan het werk dat onze mensen verzetten. In het werk dat Caparis aanneemt, streven we naar een match met onze talenten, maar ook naar kwaliteit, duurzaamheid en een gezond rendement. Daarom zijn we selectief wat we doen. En net als elk ander bedrijf moeten we ons ook blijven ontwikkelen en innoveren. We raken soms werk kwijt omdat klanten automatiseren. Dan moet je een groep betrokken medewerkers uitleggen dat het niet aan de kwaliteit van hun werk lag, maar dat machines het goedkoper kunnen doen. En dan weer op zoek gaan naar nieuwe klussen die bij hun talent passen.’

Duurzaamheidsfabriek Een mooi voorbeeld van de proactieve houding van Caparis is het plan om een duurzaamheidsfabriek te realiseren. ‘We wonnen begin dit jaar een wildcard van de Werkinnovatie Prijs om dit idee uit te voeren’, vertelt Alex. ‘Met deze stap laten we zien dat we onszelf opnieuw hebben Alex Bonnema directeur Caparis

Michiel Harmsen van Accell Group:

‘HET RESULTAAT MOET GOED ZIJN, DAT STAAT VOOROP’ De locaties in Heerenveen van Accell Group – Europees producent van fietsen, fietsonderdelen en accessoires – doen al meer dan twintig jaar zaken met Caparis. ‘Naar grote tevredenheid’, aldus group manufacturing director Michiel Harmsen. ‘Ze maken een complete wielenlijn voor Koga, we huren talenten van Caparis in die hier op diverse afdelingen werken – soms met aanpassingen – en er is een groep die op de beschutte werkplek bij Caparis o.a. pakketten met onderdelen voor ons samenstelt. Kwaliteit is nooit een issue – het resultaat moet gewoon goed zijn, dat staat voorop. De medewerkers willen zelf ook graag goed werk leveren. Ze zijn heel gemotiveerd en trots op wat ze doen. De prijzen bij Caparis zijn marktconform, al halveren de kosten als het tempo de helft lager ligt, zodat we dan twee collega’s kunnen inhuren die samen doen wat nodig is.’

maar al draaien we alleen de schroeven in: het gaat erom dat ook onze medewerkers een steentje kunnen bijdragen. Dat we het met elkaar doen, zonder dat er mensen aan de kant staan in de samenleving.’

Talent organiseren ‘Want het zal jouw kind maar zijn’, zegt Alex. ‘Die niet mee kan komen met de rest en toch graag mee wil doen. Het is onze verantwoordelijkheid om te kijken naar ieders talent, hoe eenvoudig ook. Als je dat ontdekt en mensen helpt om het in te zetten, dan gaan ze bloeien. En als wij het bij Caparis goed organiseren, zijn we niet alleen maatschappelijk, maar óók economisch van betekenis. Met de talenten die doorstromen naar regulier werk, maar net zo goed met de mensen die blijvend een beschutte werkomgeving nodig hebben. Ook zij leveren prestaties. En dat verwachten onze klanten ook. Partijen als Accell, Peijnenburg en PostNL kiezen niet alleen voor Caparis omdat ze sociaal willen ondernemen, zij verwachten ook passende kwaliteit. Dat bieden we en daar zijn onze medewerkers terecht trots op.’ uitgevonden, dat we innovatief kijken naar onze rol in de samenleving en economie. Onze medewerkers – die nu al nieuwe zonnepanelen assembleren – kunnen gebruikte exemplaren ook prima weer demonteren. De eerste generaties zonnepanelen lopen op hun einde en wij zien kansen voor herbruikbare grondstoffen en onderdelen. Door een nieuwe markt aan te boren, creëren we mogelijkheden om sociale duurzaamheid te combineren met het bijdragen aan klimaatdoelstellingen. Daarom gaan we een bestaande locatie ombouwen tot duurzaamheidsfabriek die fossielvrij en CO2-neutraal is.’

Gemeenschapsgeld ‘Het blijft een feit dat wij als semi-overheidsbedrijf met medewerkers die afstand hebben tot de arbeidsmarkt op een andere manier ondernemen dan het gemiddelde MKB. Wij zijn er omdat het nodig is; omdat het in een samenleving om het geheel gaat. Een partij als de NOM zet ook gemeenschapsgeld in voor het stimuleren van innovatie en groei. Bij Caparis doen we dat op een ander niveau en met een ander doel, maar dat is niet minder waard. Werken aan een duurzame wereld omvat meer dan economische groei. Het gaat ook om maatschappelijke groei, om beschaving. Kijk, Caparis hoeft de Lelylijn niet aan te leggen,

23

MAX MOBIEL WIL BOUWEN AAN DUURZAAM PARTNERSHIP MET CAPARIS De bedenkers van MAX Mobiel – voertuig voor mensen met een mobiliteitsbeperking – verplaatsen hun productie van België naar Friesland. Beoogd productiepartner is Caparis. ‘Wij willen graag een sociaal label aan onze wagen hangen’, zeg Paul van Koppen, die vanuit Froom Automotive de productie in Heerenveen opzet. ‘Wij geloven in: wat je geeft, krijg je ook terug. Natuurlijk letten wij daarbij op kwaliteit en kosten, daarom is het mooie dat we met Caparis open calculeren. We zitten in een fase van afstemmen met elkaar: wat mag het kosten en wie kan wat doen? Maar ook: wat is het groeiperspectief, zowel voor de productie van onze MAX Mobiel als voor de medewerkers van Caparis, zodat zij de kans krijgen om te leren. Door lokaal te produceren, besparen we op logistiek en winnen we ruimte voor het opbouwen van een duurzaam partnership met Caparis.’ | GROEIEN BEGINT HIER.


JAARCIJFERS

2020; EEN TERUGBLIK Het juni-nummer van de NOMMER gebruiken we ook altijd om aandacht te besteden aan de resultaten van het afgelopen jaar. 2020 was een bijzonder jaar. Dat hoeven we aan niemand uit te leggen. Een jaar dat zal terugkomen in de geschiedenisboeken. Ondanks de coronapandemie was 2020 voor de NOM ook een goed jaar. 24

Met de COL-regeling hebben wij 103 bedrijven kunnen helpen. Daarnaast hebben we (vanuit onze eigen fondsen en de door ons beheerde fondsen) in totaal 18,5 miljoen euro geïnvesteerd. Ons portfolio is gegroeid naar 186 bedrijven. We werkten ook aan tien succesvolle innovatieprojecten en hebben 21 startups geholpen om ‘investor ready’ te worden. Van zes portfoliobedrijven hebben we afscheid genomen. In onze acquisitieactiviteiten hebben we de effecten van de coronapandemie wel gemerkt. Veel bedrijven toonden interesse in Noord-Nederland als vestigingslocatie, maar door de reisbeperkingen namen beslissingen meer tijd in beslag. Onze doelstellingen voor 2020 zijn daardoor niet gehaald, maar de pijplijn voor dit jaar is goed gevuld. Hierop aanhakend; lees vooral het verhaal van Shine Medical op pagina 5 van deze NOMMER. 2020 wordt afgesloten met een positief resultaat van € 4,7 M. Dit is onder andere het resultaat van de verkopen van de belangen in drie succesvolle ondernemingen: Detact Diagnostics, Organ Assist en Dutch Theatre Systems. In ons waardecreatiemodel laten we veel van deze cijfers aan de hand van onze key prestatie indicatoren zien:

Wij blijven ons inzetten voor een duurzame en robuuste economie in Noord-Nederland waarbij toekomstgerichte en innovatieve ondernemingen bepalend zijn. Het verkregen rendement door de verkoop van het grootste deel van de aandelen in Catawiki aan het begin van 2021 is een mooie start waarmee weer vele startups en scale-ups geholpen kunnen worden. Bedrijven met innovatieve plannen die bijdragen aan de wereldwijde transities. Dina Boonstra

Het jaarverslag van 2020 ziet er anders uit dan voorgaande jaren. Er is qua beeld en inhoud meer verbinding met andere communicatiekanalen van de NOM. We zijn trots op het resultaat en horen graag jouw mening. Je vindt het jaarverslag via de volgende link: jaarverslag2020.nom.nl

| JUNI 2021


DE RESULTATEN VAN HET AFGELOPEN JAAR

INVESTOR READY STARTUPS

INVESTEREN*

INNOVATIE ECOSYSTEMEN

VESTIGEN

#FUNDRIGHT 25

WAARDE VOOR NOORD-NEDERLAND Met investeringen, innovatie en het aantrekken van buitenlandse bedrijven dragen we bij aan het duurzamer, gezonder en slimmer maken van Noord-Nederland. Die impact willen we zoveel mogelijk in cijfers uitdrukken. Dat doen we aan de hand van vijf impactgebieden: economische groei, innovatie, banencreatie, verduurzaming en diversiteit in onze regio.

GROEI & INNOVATIEKRACHT

* Vanuit alle door de NOM beheerde fondsen

DUURZAAM

ARBEIDSPLAATSEN

DIVERSITEIT

OMZETGROEI

€ 283,1 miljoen

€ 30,9 miljoen

405

12,7%

2,5%

Investeringen in groei, innovatie en werkgelegenheid

Investeringen in groene grondstoffen en circulariteit

14 14 14

Arbeidsplaatsen gecreëerd 14

14

Portfoliobedrijven met vrouwen in het MT

Gemiddelde jaarlijkse omzetgroei bij onze portfoliobedrijven

14

14 14 14

| GROEIEN BEGINT HIER.


INVESTEREN De Chinese eigenaren van Amca trokken zich vorig jaar terug uit Ten Post. Op het eerste gezicht was dat sneu en jammer, want een mooi bedrijf in hydrauliek ging ten grave. Maar ex-werknemers zagen meteen een kans. Een van hen, Ken Dijk, runt nu Wotan in Hoogezand. Met voormalige machines van Amca.

Het is niet zo vreemd dat Ken Dijk die stap heef gezet. Metaalbewerking is zijn passie en hij is ondernemend. Een sprekend voorbeeld uit het verleden: hij had de MTS in Appingedam net afgerond en zag dat er een baan was bij Waukesha – het bedrijf dat het legendarische en beursgenoteerde Brons Motoren had overgenomen. In plaats van te schrijven of te bellen, liep hij meteen naar de fabriek en vroeg naar iemand van de afdeling HR.

Recht op het doel af

26

Ken Dijk: ‘O, doe je dat zo?’ vroeg de man van HR. Ik legde uit dat ik in de buurt woonde en het leek me de kortste klap. De bedrijfsleider werd erbij gehaald en die zei ook: ‘O, doe je dat zo?’ Vervolgens vroeg hij hoe je de snijsnelheid berekent. Die formule kende ik uit mijn hoofd en even later liepen we een rondje door de fabriek. We kwamen bij een CNC-kotterbank (waarop gereedschap draait in plaats van de producten) van het merk Wotan. Daar begon het allemaal mee, het werd mijn eerste baan.’ Zo, daarmee is meteen verklaard waarom het verspaningsbedrijf van Dijk in Hoogezand Wotan heet. Al speelde ook mee, dat hij een voorliefde heeft voor de Noorse mythologie waarin de grote en sterke oppergod Wodan een oog offert voor wijsheid.

We moeten kunnen schakelen, want onze kracht is flexibiliteit en snelheid. Met grote series lukt dat niet. Ken Dijk, Wotan

Micron-precisiewerk bij Wotan Ken Dijk geeft een rondleiding bij Wotan. Overal CNC-machines computergestuurd) en in een hoek van de hal staat een hoonmachine, die goed is voor micron-precisiewerk (1 micron is een duizendste millimeter). Daarmee worden gaten in een hydraulische stuurschuif zo nabewerkt dat er onder hoge druk geen aerosol van een oliedruppel door de naad tussen de schuivende delen kan worden geperst. De techneut in Ken Dijk geniet daar zichtbaar van. Het gaat bij Wotan om verspanen. Dat is hetzelfde principe als beitelen en frezen bij hout; de gewenste vorm wordt verkregen door materiaal te verwijderen. Dijk begon als eenpitter, inmiddels werken ze met z’n vijven. Voor een deel oud-werknemers van Amca. En met Rudi Vennik van Zuur Metaalbewerking heeft hij een samenwerking.

Alles heeft een linkje met Amca Amca is een beetje de rode draad in de opstart van Wotan. Machines, werknemers, contacten, opdrachten – het heeft allemaal een linkje met Amca. Zo worden er nog wat producten gemaakt voor Fluitronics in Krefeld, het zusterbedrijf van Amca waar de Chinezen mee doorgegaan zijn. Er zijn opdrachten voor HPV, waar ook oud-werknemers van Amca | JUNI 2021

werken. Zo leeft Amca toch een beetje voort, zij het in Hoogezand in plaats van in Ten Post. Wotan richt zich vooral op de productie van kleine series. ‘We moeten kunnen schakelen, want onze kracht is flexibiliteit en snelheid. Met grote series lukt dat niet’, vindt Ken Dijk. Het werk binnenhalen is geen probleem, vertelt hij: ‘Ik heb vanaf 2014 eigenlijk al een eigen bedrijf. Zowel Vennik als ik hebben nooit gebrek aan werk.’

‘Sluiting Amca een eenmalige kans’ Ken Dijk blikt nog even terug op vorig jaar, toen Amca aangaf de locatie in Ten Post te sluiten. ‘Ik zag het direct als een eenmalige kans, ik heb die kans met beide handen aangegrepen’, vertelt hij. Hij ging aan de slag met een bedrijfs- en financieringsplan en meldde zich voor geld bij de Rabobank. Later kwamen het GROEIfonds van EBG (Economic Board Groningen, dat samen met de NOM het fonds beheert) erbij. Dijk: ‘Ik had wel eens van het fonds gehoord, maar dat leek voor een bedrijf als het


WWW.WOTAN.NL

Ken Dijk >

AMCA LEEFT VOORT IN SPRINGLEVEND WOTAN

mijne een beetje de ver-van-mijn-bed-show.’ Niets bleek minder waar. Hij werd geholpen met geld. ‘Ze zijn streng’, weet Dijk, ‘maar dat houdt ons wel scherp. Ik heb zelf een bedrijfsplan moeten maken. Dat was geen probleem want ik heb een opleiding technische bedrijfskunde gedaan.’

Productie vanuit China gaat richting Europa Ken Dijk verwacht mooie jaren. Hij houdt er rekening mee dat steeds meer productie vanuit China weer richting Europa gaat. ‘Die spullen die uit China komen, zijn kwalitatief echt goed, vergis je niet’, stelt hij. ‘Maar kwaliteit kost geld. Daarnaast moet je afwachten of je spullen steeds op tijd zijn en je hebt ook nog eens gedoe met corona, het Suezkanaal en beschikbare containers. China wordt duurder en het transport ook. Dat gaat effecten geven.’

27

VERONIQUE JEUNHOMME INVESTERINGSMANAGER GROEIFONDS: ‘We zijn via de Rabobank betrokken geraakt bij Wotan. Ken Dijk wilde graag als ondernemer verder nadat Amca was opgehouden te bestaan. Hij heeft machines overgenomen en is aan de slag gegaan. Heel stoer, met een goed plan in de achterzak is hij gewoon begonnen en het heeft gewerkt. Ken Dijk heeft een positieve instelling, heeft goeie mensen om zich heen verzameld en als hij advies nodig heeft klopt hij bij dit netwerk aan. Ken is een aanpakker en geeft je het gevoel dat het wel goed komt.’

Veronique Jeunhomme | Investeringsmanager GROEIfonds T +31 6 557 116 27 | E jeunhomme@groei-fonds.nl

| GROEIEN BEGINT HIER.


NOM SUMMERSCHOOL VOOR STARTUPS DIE VERDER WILLEN GROEIEN

28

In de gratis NOM Summerschool gaan founders van startups in Noord-Nederland aan de slag met de groei van hun bedrijf. In tien dagen leer je alles over het leiden van jouw startup naar de volgende fase. Elke dag ontvang je een korte course in je mailbox, bijvoorbeeld over het aantrekken van investeerders, de valkuilen van een startup, een succesvol businessmodel en het bouwen aan een goede bedrijfscultuur. Summerschool-trainers Ellen, Bjorn en Klaas begeleiden al jaren startups uit het Noorden en weten precies wat jij nodig hebt om je bedrijf te laten groeien. Ze hebben de beste video’s, artikelen, checklists en e-books voor je verzameld en staan klaar om jou te inspireren. Mis deze éénmalige kans niet, we starten op 12 juli 2021. Schrijf je nu in en doe ook mee! Aanmelden kan via: www.nom.nl/summer-school

Ellen Ploeger | Coördinator Flinc T +31 6 481 779 08 | E ploeger@flinc.nl

Bjorn Redmeijer | Project Manager Flinc T +31 6 541 001 22 | E redmeijer@flinc.nl

Klaas Kooistra | Investment Manager T +31 6 557 076 95 | E kooistra@nom.nl | JUNI 2021


INVESTEREN

ONDERTUSSEN IN DE HORECA

Voor sommige ondernemers is deze periode echt heel zwaar. Hoe gaan ze om met de hobbels en dalen die ze op hun weg tegenkomen? Staan alle activiteiten stil of hebben ze hun business omgegooid? Drie horeca-ondernemers vertellen hoe ze de afgelopen tijd geschakeld hebben.*

CEES DE VRIES, HOTEL SPOORZICHT & SPA EN WELLNESSRESORT DE WATERLELIE

Verliefd In 2014 werd ik verliefd op het monumentale pand van Hotel Spoorzicht en dat was niet het enige. Vanuit mijn kennis en kunde in de wellnessbranche zag ik ook kansen om de spa en wellness die erbij zaten te moderniseren. Verliefd worden kost geld wist ik, dus ik besloot het hotel te kopen. Na tien jaar de Waterlelie gerund te hebben was ik toe aan een nieuwe uitdaging. Die heb ik in het professionaliseren van Spoorzicht meer dan gevonden.

Tegenspoed Het rondkrijgen van de bouwvergunningen was lastig. Al in 2015 kwam er een versterkingsproces op gang waar ik geen rekening mee had gehouden. De onderhandelingen met de NAM hebben me een paar jaar tijd gekost. Vervolgens zorgde de status van Rijksmonument ervoor dat zowel de rijksoverheid als de provincie en de gemeente mijn plannen moesten goedkeuren. Een kafkaiaans proces. 29

Vertrouwen

KLAAR VOOR DE TOEKOMST Schakelen Als eigenaar van Wellnessresort de Waterlelie in Zevenhuizen en Hotel Spoorzicht & Spa in Loppersum heb ik de klappen dubbel moeten opvangen. Het afgelopen jaar was een tijd van steeds opnieuw incasseren en weer doorgaan. Ik leefde van persconferentie naar persconferentie tussen hoop en vrees. Perspectief is er nooit geboden. Ik voelde me een speelbal in een veld waar ik geen invloed op kon uitoefenen, ik moest voortdurend schakelen.

Energie Toch is me dat goed gelukt. Op Wellnessresort De Waterlelie zit een directeur die eigenlijk alleen maar bezig is geweest met het gemotiveerd houden van haar mensen. Contact met iedereen onderhouden en koffie drinken terwijl er niets verdiend werd. Dat kóst heel veel energie. Zelf houd ik me sinds vorig jaar vooral bezig met de verbouw en nieuwbouw van Hotel Spoorzicht. Dat heeft me ondanks alles juist veel energie gegeven.

Voor corona was de bouw van long-stay appartementen zo goed als klaar. Twee weken na de uitbraak van corona, zette ik mijn handtekening onder het contract voor de nieuwbouw van 37 hotelkamers. Alsof ik een strop om mijn nek had, zo voelde dat. Ik heb de risico’s afgewogen, keuzes gemaakt en ben ervoor gegaan. Mijn idee was dat het tijdperk na corona fundamenteel niet veel anders zou zijn dan voor corona. Dat vertrouwen heet ondernemerschap denk ik. Als ik toen mijn plannen had uitgesteld was het er nu niet meer van gekomen.

Planning Omdat ik het afgelopen jaar geen gasten kon ontvangen ging het werk sneller dan gepland. Verbouwing van het monument stond de komende twee jaar in de planning, na de nieuwbouw. Dat werk is naar voren gehaald. Omdat dat van tevoren niet was ingecalculeerd was dat een extra aderlating, dat zal duidelijk zijn. Gelukkig kon ik met de bank goede afspraken maken. Het afgelopen half jaar was ik daardoor soms met meerdere projecten tegelijk bezig.

Onderscheid Het Rijksmonument is van binnen verbouwd met behoud van de karakteristieke elementen. Juist dat zorgt voor het onderscheid, anders kunnen de gasten net zo goed naar een ketenhotel. De nieuwbouw van de appartementen is bijna afgerond. Als al het werk klaar is, is de capaciteit van het hotel verdubbeld. Ik ben ervan overtuigd dat de professionele aanpak zich terugverdient. We zitten goed met het hotel, de long-stay appartementen, het restaurant en een spa op deze plek in Noord-Nederland. Fijn dat we binnenkort eindelijk weer open mogen.

>

* De gesprekken vonden plaats in mei. Op 5 juni werden de regels voor de horeca versoepeld.

| GROEIEN BEGINT HIER.


HEINRI SCHONEWILLE LA BROCHETTE, GRANDCAFÉ MARRON

HET PERSPECTIEF IS GOED >

30

Familiebedrijf Al sinds mijn 16e zit ik in de horeca. Met mijn vrouw ben ik 23 jaar geleden begonnen met. La Brochette, een dagzaak in de hoofdstraat van Hoogeveen waar mensen terecht kunnen voor koffie, gebak, een broodje en van waaruit we bedrijfscatering verzorgen. Twee jaar geleden zijn we samen met onze kinderen begonnen met Grandcafé Marron, een grootstedelijke horecagelegenheid op het kerkplein midden in Hoogeveen. In totaal hebben we ongeveer 80 medewerkers.

Knetterdruk Marron was vanaf het begin booming en populair in Drenthe en omstreken. Maar goed, toen kwam corona dus. Van de twee jaar dat het grandcafé open is zijn we intussen alweer bijna een jaar dicht. Het was alsof we vanuit een vliegende start met 180 tegen een boom aan reden. De hele zomer was het knetterdruk, in oktober moesten we de deuren sluiten. Van twee zaken. Dan ben je ineens aan het nadenken hoe je kunt overleven.

Bij elkaar blijven Deels hebben we gebruikgemaakt van subsidies van de overheid. Een aantal oproepkrachten ging op zoek naar een andere baan en een aantal contracten hebben we niet kunnen verlengen. Hartstikke jammer voor het team, want je hebt intussen samen wel wat opgebouwd. Met de groep die overbleef besloten we de schwung erin te houden. Je kunt wel proberen zoveel mogelijk subsidie binnen te halen en de zaak zo lang mogelijk te rekken, maar dat was niet wat we wilden.

en goed paste in onze bedrijfsvoering. Er zijn veel boxen besteld. Winst hebben we er niet mee gemaakt, het verlies was minder groot pleeg ik dan te zeggen. En het was goede pr, mensen hadden het erover. Nu we weer tot ’s avonds open mogen zijn we ermee gestopt. Onze keuken moet gefocust zijn op het diner, met die boxen erbij is dat toch lastig.

LB Chick’n Ook zijn we tijdens corona gestart met de verkoop van crispy chicken. LB Chick’n is een eigen dienst van La Brochette naar Amerikaans voorbeeld en nieuw in Hoogeveen. We hebben elektrische fietsen aangeschaft en zijn met auto’s gaan rijden om niet alleen de kip maar ook onze broodjes te bezorgen. Dat gaat zo goed dat we daarmee door blijven gaan.

Dienstbaar en gastvrij Niet alleen wij, ook het personeel is uitgelaten dat we gedeeltelijk open mogen. De koks vinden het heerlijk om weer mooie gerechten op een bord te serveren in plaats van in een box, en de dames en heren van de bediening vinden het geweldig om gasten te ontvangen en hun dienstbaarheid en gastvrijheid te tonen. Dat is natuurlijk waarom we voor de horeca hebben gekozen. Om onze gasten momenten te geven waar ze naar uitkijken en achteraf over napraten.

Corona-voorwaarden

Het MKB Fonds Drenthe bood nog aan dat ze met ons wilden sparren en dat hebben we ook gedaan. Je merkt dan toch dat wij als ondernemers zelf goede ideeën hebben over wat we wel en niet kunnen doen en wat we in de markt kunnen betekenen.

Ideaal is het nog niet. We mogen gasten op ons terras verwelkomen tussen 10 en 8. Een driegangen diner lukt dan net, vier gangen of natafelen lukt niet. Met mooi weer kunnen er op onze terrassen 150 personen zitten, maar wanneer het regent zijn we beperkt tot 50 gasten onder onze verwarmde terrasoverkapping. Dat betekent dat we continu Buienradar in de gaten houden wat het weer gaat doen. Is het mooi weer dan schakelen we snel extra mensen in, is het slecht weer dan moeten we afschalen. Dat is lastig. Terwijl we binnen zoveel ruimte hebben.

Maaltijdboxen

Perspectief

We bedachten dat met de verkoop van maaltijdboxen mensen thuis konden genieten van gerechten uit de wereldkeuken, Italiaanse gerechtjes, tapas of desserts. Een aanbod dat snel en gemakkelijk te bereiden was

Het perspectief is goed. La Brochette zal weer als vanouds gaan draaien. Met Marron hebben we in het jaar dat we draaiden zoveel positieve reacties gehad dat ik ervan overtuigd ben dat het ook straks weer druk zal worden.

MKB Fonds Drenthe

| JUNI 2021

>


WE HOUDEN CONTACT ‘De corona impact op horeca ondernemingen is onvoorstelbaar groot. Zeker als je ook net gestart bent. Natuurlijk zijn er steunpakketten, maar deze schieten over het algemeen tekort en een ondernemer wil uiteraard ook liever zelf aan het roer zitten. Vanuit de regionale fondsen (FOM, GROEIfonds en MKB Fonds Drenthe) houden we contact met de ondernemers en proberen we waar nodig financieel te assisteren. Indrukwekkend en bewonderenswaardig zijn de veerkracht, creativiteit en het

doorzettingsvermogen bij deze ondernemers. Laten we er vanuit gaan dat het een mooie zomer voor hen wordt. Vanuit het MKB Fonds Drenthe hebben we bij het kerstpakket aan alle werknemers van onze portefeuillebedrijven een munt gegeven, die ze kunnen inleveren bij onze horeca en leisure bedrijven na heropening. Dat is in ieder geval een klein gebaar om bezoek aan deze bedrijven na heropening te stimuleren.’

Emmy Saimi-Roozeboom | Investment Manager T (06) 461 074 13 | E saimi-roozeboom@mkbfondsdrenthe.nl

MARC DE BRUIN, FOODBAR LEEUWARDEN

WE ZIJN ER KLAAR VOOR >

Nieuw concept Door corona viel mijn werk als manager en organisator in de muziekindustrie stil. Tijdens een vakantie in Italië ontstond het idee voor een foodbar met verschillende soorten soep én verschillende soorten salades. In het buitenland kom je dat concept wel vaker tegen, in deze vorm in Nederland eigenlijk nog niet. Het is meestal of soep of salades. Als liefhebber van soep én van salade vind ik het een logische combinatie.

FOM De bank wilde niet eens naar mijn plannen luisteren, ik kreeg te horen dat zij geen horeca financieren en daar moest ik het maar mee doen. Via social media kwam ik bij de FOM terecht. Dat zij een regionale rol vervullen op het gebied van financiering en werkgelegenheid sprak me meteen aan. Het contact was perfect, het proces vond ik zwaar, maar ik heb er veel van geleerd. Dat de FOM samen met een andere partij wilde financieren gaf me nog meer vertrouwen dat ik met mijn plannen goed zit.

Horeca-advies Om mezelf tegen verkeerde stappen te beschermen heb ik een horecaadviseur in de arm genomen. Die bracht me in contact met de juiste partijen op het gebied van interieurbouw, groothandel en personeel. Het is allemaal snel gegaan. In december was de financiering rond,

in januari begon de verbouwing, in april gingen we open. Een week later startten we met bezorgen.

Niet begroot Dat we de winkel hebben geopend terwijl de regels er nog waren hadden we niet begroot. In december gingen we nog heel optimistisch uit van opening in maart. Het negatieve daaraan is natuurlijk dat je begroting meteen al niet klopt en dat je eigenlijk meer kosten hebt. Positief is, en dat is misschien belangrijker op de lange termijn, dat we stap voor stap te werk konden gaan en meer aandacht aan de kwaliteit, de winkel en het personeel konden besteden.

A-locatie Onder het mom van als je het doet moet je het goed doen zitten we op a-locatie in een van de drukste straten van Leeuwarden. Daar begint eigenlijk al de marketing. Terwijl de stad nu verhoudingsgewijs nog leeg is worden we al volop gespot. We hebben natuurlijk ook ons best gedaan er een opvallende en trendy foodbar van te maken, aan de look en feel is veel tijd en aandacht besteed. Iedere dag zie ik mensen nieuwsgierig naar binnen kijken.

31

Dagvers We zijn hele dagen open, want soepen en salades eet je op ieder moment van de dag. Op het menu staan zelfgemaakte soepen, salades, broodslices, bowls en bites, alles dagvers en ook nog eens supergezond. Ook als je vegetarisch, biologisch of vegan eet kun je bij ons terecht. Dat alles superlekker is vind ik het belangrijkst, dat is waar we het voor doen. In de krant hebben we al een goede recensie gehad, free publicity en een beloning voor het concept. We merken dat mensen daarop reageren.

Vooruit kijken We zijn er klaar voor om het eetgedeelte te openen zometeen in juni. Dan pas kun je zien hoeveel personeel we echt nodig hebben, hoeveel omzet we draaien en of we ook doorgaan met bezorgen. Of het een succes wordt zal de komende maanden blijken. Je hebt tijd nodig om iets op te bouwen. De uitdaging is dat het een topzaak wordt, waar blije mensen werken die kwaliteit leveren. Ik ben trots op wat er nu al staat. | GROEIEN BEGINT HIER.


FLINC PITCH CAMP

32

HÉT EVENEMENT VAN NOORD-NEDERLAND WAAR INNOVATIEVE ONDERNEMERS EN ERVAREN INVESTEERDERS MET ELKAAR IN CONTACT WORDEN GEBRACHT Stel je bent ondernemer. Je hebt een geweldig innovatief idee, dienst of product. En je wilt verder. Want je weet zeker dat je succesvol kunt zijn. Maar daar heb je geld voor nodig. Een goed netwerk. Meer kennis. En ervaring. Maar hoe vind je de juiste investeerder? Iemand die je écht verder helpt? Vaak is dit een frustrerend proces. En daar komt Flinc om de hoek kijken. Flinc is onderdeel van de NOM en heeft kennis van de inhoud, inzicht in de markt én een netwerk van financieringspartijen. Hiermee helpt ze startups en mkb’ers in Noord-Nederland verder. Ze organiseert o.a. elk jaar Flinc Pitch Camp, een evenement waarbij ondernemers en investeerders aan elkaar worden gekoppeld. Dragon’s Den van Noord-Nederland ‘Je kunt het een beetje vergelijken met het programma Dragon’s Den’, vertelt Bjorn Redmijer. Hij is projectmanager bij Flinc en heeft Flinc Pitch Camp eind mei voor de tweede keer georganiseerd. ‘Het is een pitchevenement, waarbij we ondernemers en investeerders in Noord-Nederland aan elkaar koppelen. Dit jaar hadden we ongeveer

| JUNI 2021

tien aanmeldingen, op basis van bepaalde criteria hebben we daar drie ondernemingen uitgefilterd. Zij mochten hun idee en plannen pitchen voor de jury en investeerders. Nog niet live helaas, maar virtueel kon het ook prima. Er keken, luisterden en deden ongeveer 50 potentiële investeerders mee, dus je begrijpt dat ze flink hun best deden.’


WWW.FLINC.NL Geselecteerde ondernemingen De drie ondernemingen die mochten pitchen waren: • Orderli uit Leeuwarden. Zij hebben een QR bestelapp voor de horeca ontwikkeld. Orderli QR bestellen; minder klikken, meer bestellen. •

Wavy Assistant uit Groningen. Wavy helpt hartpatiënten hun

FRANK SMIT - VMSP -JURYLID:

stress te verlagen door inzicht te verschaffen in hun symptomen en biedt proactieve ontspanningsoefeningen.

‘Wat mij betreft was er niet één winnaar, alle drie de ondernemingen waren heel interessant. Het gaat er vooral om dat ze hun ideeën aan een breder publiek kunnen presenteren. En dat ze een investeerder vinden die echt bij ze past. Het netwerken ná dit evenement is daarom misschien nog wel belangrijker dan de pitch zelf.’

• Indiveo uit Leeuwarden. Zij maken ‘Divi’s: begrijpelijke patiënten voorlichting voor patiënten, mantelzorgers en naasten. Met deze animatievideo’s maakt Indiveo de zorg voor alle patiënten begrijpelijk.

Het gaat erom dat we

ondernemers verder helpen. En dat we investeerders wijzen op de parels van innovatieve ondernemingen in Noord-Nederland.

Bjorn Redmeijer, Project Manager Flinc

De winnaar: Indiveo uit Leeuwarden Na de pitches krijgen juryleden en investeerders de ruimte om deelnemers het hemd van het lijf te vragen. En dit zijn altijd kritische vragen; investeerders willen uiteraard wel weten met wie ze in zee gaan en of er écht goed is nagedacht over verschillende zaken. Uiteindelijk heeft Indiveo gewonnen. Zij hebben een lening van € 20.000 ontvangen van de NOM.

Maar het gaat niet om geld Is € 20.000 dan genoeg voor zo’n onderneming om echt verder te komen? ‘Waarschijnlijk niet’, aldus Bjorn. ‘Maar daar gaat het ook niet per se om. Het doel is om ondernemers en investeerders bij elkaar te brengen. Investeerders zijn vaak zelf ook (oud) ondernemers, die enorm veel kennis en een groot netwerk hebben. Zij staan te popelen om interessante ondernemingen verder te helpen. Soms gaat dat alleen om geld. Maar nog veel vaker gaat het om meer. Ze kennen de markt. Weten hoe je een bedrijf laat groeien. En kennen de valkuilen waar je voor moet oppassen.’ Het Flinc Pitch Camp is dus vooral een netwerkevenement om de juiste partijen bij elkaar te brengen.

33

Een podium voor innovatieve ondernemers. Wat heb je nodig als onderneming? Wat voor soort investeerder zoek je? Wie past er dan bij je? ‘Wat er gebeurt ná deze dag is daarom misschien nog wel belangrijker’, vertelt Bjorn. ‘Wij hebben ondernemers en investeerders met elkaar in contact gebracht. En dan hopen we dat daar mooie samenwerkingen uit voort komen.’ Bjorn Redmeijer | Project Manager Flinc T +31 6 541 001 22 | E redmeijer@flinc.nl

| GROEIEN BEGINT HIER.


INVESTEREN De effecten van de COL, de Corona OverbruggingsLening, zijn veelzijdig. Neem Bondex, dat de koop van aandelen en obligaties in mkb-bedrijven faciliteert met blockchaintechniek. De COL hield het bedrijf overeind en uiteindelijk is Bondex verkocht aan Nxchange.

COL GEEFT

Zo’n verkoop is dan misschien niet het droomscenario, maar alle partijen zijn maar wat gelukkig dat er nog wat te verkopen viel. ‘Zonder COL hadden we het niet gered’, zegt mede-eigenaar Daan Ellens, ‘en was er niets over van een veelbelovend bedrijf. Nu is het verkocht en kan Bondex verder als label onder Nxchange.’ Nxchange is de beurs voor de volgende generatie: een it-platform dat beleggers en grotere bedrijven bij elkaar brengt.

Hinken op twee gedachten

34

Bondex zet digitale fondsen op voor mkb-bedrijven, die er aandelen en obligaties publiek aan de man kunnen brengen. De administratieve afhandeling gebeurt in de blockchain en is daarmee goedkoop, overzichtelijk en transparant. De Bondex-tools zijn voor werkgevers interessant als ze hun personeel willen laten participeren. In 2019 vanuit Briqchain (financiering vastgoed via blockchain-technologie) begonnen, hinkte Bondex enige tijd op twee gedachten. Ellens vertelt dat er binnen Bondex lange tijd te veel focus op én fonds én platform was. ‘Dat kan niet, er moest een keuze worden gemaakt’, zegt hij.

Net een kameleon Er werd gekozen voor het platform, zeg maar de software. Ellens: ‘Ik vergeleek Bondex wel eens met een kameleon. We namen de kleur aan die ons paste, maar er gaat veel energie zitten in zo’n kleurverandering bij een kameleon. Bij ons was dat net zo. Het had effect op de mensen. Het houdt dan een keer op.’ Bondex was actief voor drie partijen (Shipfund, Groasis, Catena Power) en was in gesprek met zes bedrijven, toen vorig jaar het coronavirus om de hoek kwam kijken. Ellens: ‘Die potentiële klanten wilden eerst wachten. Logisch. Maar echt belangrijk voor ons waren toen twee zaken: bestaande klanten bleven, het team bleef overeind en we konden de zaak in de lucht houden. Als management moesten we offers brengen.’

Complementair aan Nxchange En de COL zorgde ervoor dat ‘de cashflow zo op orde raakte dat je net door kon’. Er waren in oktober al gesprekken begonnen met de NOM om meer te investeren, want iedereen was overtuigd van de mogelijkheden van Bondex. Ellens: ‘En ineens raakten we via een gezamenlijke klant in gesprek met Nxchange. We ontdekten dat we complementair aan elkaar waren en al snel was er interesse om ons over te nemen.’ Daan Ellens tekent daar wel bij aan: ‘Dat lijkt dan mooi, maar mislukt het dan is Bondex ook meteen weg. De markt was voor ons op dat moment te dun.’ Het was een spannende tijd (‘er moest een COL

afgelost worden, er zat een pandrecht op het intellectueel eigendom, mensen met wie je begonnen bent moet je niet in de steek laten’). Ellens: ‘We hebben nu onderdak bij een toekomstige unicorn (startup die doorgroeit naar een miljarden-omzet) en we hebben onze eigen plek.’

Jong Bondex verder dankzij COL Ellens heeft dus hoge verwachtingen van Nxchange, want zoveel unicorns telt Nederland niet. ‘Nxchange bestaat al lang’, legt hij uit, ‘en het is heel gedegen opgestart.’ Het nog jonge Bondex kan dankzij de COL dus verder. ‘Zonder COL hadden we het niet gered’, blikt hij terug. ‘Onze redding was ook vooral de snelheid waarmee de COL verstrekt werd. En er sprak vertrouwen van de NOM uit, in een wel heel zware periode.’

KLAAS KOOISTRA, INVESTMENT MANAGER NOM: ‘Het mooie aan de verkoop van Bondex is dat veel kansrijke bedrijven die door botte vette pech – de coronacrisis – worden overvallen en dankzij de COL toch kansrijk blijven. Het is mooi dat we met een overbruggingslening hebben kunnen helpen. Bondex is een bedrijf met potentie en dan heb je een lange adem nodig. Met de COL word je die lange adem gegund. Er zijn veel bedrijven die een COL hebben aangevraagd. Het is een succes. Een vervolgfinanciering voor deze bedrijven is ook een succes, want dat betekent dat deze bedrijven de kans krijgen hun potentie verder waar te maken. Dat is de mooie kant van de COL, daarentegen zijn er helaas ook bedrijven die het ondanks de COL niet zullen redden.’ Klaas Kooistra | Investment Manager T +31 6 557 076 95 | E kooistra@nom.nl

| JUNI 2021


BONDEX.IO

< Daan Ellens, Bondex

BONDEX NOG EEN MOOIE TOEKOMST Op 7 april vorig jaar kondigde het Kabinet aan € 100 miljoen uit te zullen trekken voor overbruggingskredieten voor startups, scale-ups en innovatieve mkb’ers. Vanaf 29 april 2020 konden deze bedrijven een aanvraag doen voor een Corona-OverbruggingsLening (COL). Deze regeling is tot stand gekomen in samenwerking tussen het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de gezamenlijke

ROM’s en TechLeap.nl met ook nauwe betrokkenheid van Invest-NL. De Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) hebben de overbruggingsleningen uitgevoerd. Landelijk ontvingen bijna 1.000 bedrijven een COL voor een totaalbedrag van 291 miljoen euro. Stuk voor stuk innovatieve bedrijven (bijna 60% startups) die met de COL hun innovatieve plannen voort kunnen zetten.

Dashboard COL-regeling

29/4/2020 – 16/5/2021

Corona-OverbruggingsLening, voor aanvragen tot €2M

127 Aanvragen totaal

waarvan: 56 afgewezen 71 goedgekeurd

Voornaamste redenen van afwijzing: • Onvoldoende relatie tussen coronacrisis en het opgevoerde liquiditeitstekort. • Uit aanvraag blijkt onvoldoende dat businessmodel een duurzaam economisch perspectief heeft. • Uit aanvraag blijkt onvoldoende dat lening binnen de gestelde aflostermijn terug betaald kan worden.

35

Bron cijfers dashboard: Techleap

264K

€36M

Gemiddeld aangevraagd bedrag

Totaal gefinancierd bedrag

Verdeling per bedrijfstype* 56,4% 21,2% 14,5% 7,2%

Startup Scale-up Innovatief mkb Mkb zonder bancaire financiering * totaal ROMs

| GROEIEN BEGINT HIER.


DE KRACHT VAN HET NOORDEN IN WOORD EN BEELD

VISIE

Zoals NOM-directeur Dina Boonstra onlangs al op de opiniepagina's in regionale dagbladen stelde: we moeten hier de boel een beetje omdraaien. Het wordt hoog tijd dat we laten zien wat we allemaal in huis hebben. Dan komen de investeringen. De middelen liggen klaar, op allerlei verschillende planken. We moeten ze er alleen wel zelf van afhalen. De tijd dat we gezien werden als regio die vooral haar hand ophoudt, moet voorbij zijn. Als we in het Noorden wat willen, als we vooruit willen, als we van dat imago af willen, dan zijn we vooral zelf aan zet. We kunnen het, en we doen het ook al. Op specifieke deelterreinen in de economie zijn we zelfs koploper. De energietransitie met in het bijzonder de waterstoftechnologie bijvoorbeeld, maar ook in de groene chemie zijn we een speler van wereldformaat, net als in de medische technologie. En wat dacht je van onze focus op veilig water en gezonde voeding, of ons pionierschap in de slimme, circulaire maakindustrie?

Noord-Nederland is een gebied

36

vol kansen, unieke projecten en groeimogelijkheden Welke dan? Dat laten we binnenkort zien op een platform dat net zo dynamisch is als het Noorden zelf.

Dat zijn allemaal deelgebieden waarop we iets te zeggen hebben, waarop we meer kunnen doen dan meepraten. Het project Kracht van het Noorden is precies daarop gericht. Het is bedoeld als etalage voor mensen van buiten onze regio, maar ook voor noordelingen zelf. Zij kunnen inspiratie halen uit de prachtige voorbeelden van noordelijk ondernemerschap, noordelijke innovatie en noordelijke expertise.

Continu vers Kracht van het Noorden verdeelt zijn focus over vijf deelgebieden waarop we als Noord-Nederland al autoriteit hebben, of hard op weg zijn die te krijgen. Tekst neemt de lezer mee in de vooruitstrevende wereld op die deelgebieden. Foto’s zorgen voor de aantrekkingskracht, meer uitingen komen er vast nog bij.

Het is namelijk uitdrukkelijk niet de bedoeling dat Kracht van het Noorden een passief

Laat ons weten wat je hiervan vindt! Mail of bel met Sander Oosterhof (Acquisitie en Ontwikkeling)

via 06 215 185 00 of oosterhof@nom.nl

| JUNI 2021

websiteje wordt met wat leuke verhalen. Nee, het platform moet in beweging zijn zoals de Noordelijke economie dat is. Nieuwe inzichten, nieuwe video’s, tekstverhalen, blogs en wat dies meer zij: ze krijgen continu een plek op het platform. Kracht van het Noorden gaat over waar we zélf mee bezig zijn, over projecten die aandacht verdienen en aandacht krijgen. Over projecten die investeringen en steun verdienen, projecten die de toekomst vanuit het Noorden beschrijven.


2021 update #2

GELD VOOR GROEI We houden je graag per kwartaal op de hoogte van de financieringen via Geld voor Groei. Dat doen we online, maar ook in de NOMMER.

105 MILJOEN

37

188 61

87

MILJOEN

10 29

Voor startende bedrijven en bedrijven die willen groeien of een overname willen doen.

Voor innovatieve ondernemers, starters en bestaande bedrijven in Fryslân.

Bel Daniëlle van Dalfsen op 06 152 425 41 of mail haar via vandalfsen@geldvoorgroei.nl

Voor starters en bestaande bedrijven in Drenthe.

Voor starters, het mkb en voor grote investeringen in Noord-Groningen.

| GROEIEN BEGINT HIER.


HET WELVARENDE PRESTON ALS Zo veel mogelijk geld in de regio vasthouden. Het is een o zo simpel idee. Zo eenvoudig dat het idee weggewuifd zou worden als het zich in de praktijk al niet bewezen had. In het Engelse Preston – iets ten noorden van Manchester en Liverpool – ervaren ze dat het werkt.

Toen Uno Sissingh (manager bij leverancier van lab-benodigdheden Boom uit Meppel) het zogenoemde Preston-model voor het eerst zag, omarmde hij het meteen. Hij ziet het als een remedie tegen de wat wankelende benen van Noord-Nederland: bij de inkoop van producten en diensten moet wat slimmer naar aanbieders uit de regio worden gekeken.

De achterkant van inkoop wordt vergeten

38

Uno Sissingh haalt een voorbeeld aan. Een organisatie uit het Noorden moest de ict opnieuw aanbesteden, selecteerde de goedkoopste aanbieder en passeerde het noordelijke bedrijf dat tot dan de ict had verzorgd. Sissingh: ‘De nieuwe partij werd een bedrijf uit Brabant dat moet reizen om in Noord-Nederland te komen. Het noordelijke bedrijf moest daarna mensen ontslaan en is onderhand failliet. Aan de voorkant worden dus een paar centen verdiend,

maar aan de achterkant krijg je er werklozen voor terug en de nieuwe aanbieder is ook nog eens minder duurzaam.’ Er wordt alleen naar de kosten aan de voorkant gekeken en de achterkant wordt vergeten, zegt Sissingh. ‘Het is een kwestie van bewustwording’, vindt hij. In het Noord-Engelse Preston en omgeving (Lancashire) zijn ze zich inmiddels heel goed bewust van deze factoren. En met succes want de regio heeft zich de laatste jaren van een troosteloze en achtergestelde regio ontwikkeld tot een van de meest aantrekkelijke gebieden van Engeland.

Welvaart, welzijn en welbevinden Sissingh somt de drie speerpunten op van het zogenoemde Preston-model. De eerste is welvaart. Via een gericht inkoop- en aanbestedingsbeleid wordt getracht geld uit de regio maximaal te laten terugvloeien naar de regio. De tweede en derde, welzijn en welbevinden, hangen enigszins samen met het eerste speerpunt. Want welvaart en geld maken het ontplooien en stimuleren van maatschappelijke winst (coöperaties, sociale gelijkheid, innovatie, groen, duurzaamheid) en de individuele positie (geluk, zelfredzaamheid, gezondheid) makkelijker. Preston kwam tot deze speerpunten, nadat de crisis van 2008 de regio onderdompelde in diepe ellende en een voorgenomen investering van 800 miljoen euro in een nieuw winkelcentrum werd teruggedraaid. De misère bleek een gezonde voedingsbodem voor creativiteit en innovatiedrang. Verankerde instituten kregen een cruciale en leidende (voorbeeld)rol. Dat zijn de instituten die geen bestaansrecht hebben als ze elders geplaatst worden, zoals de provincies of de universiteit.

Geld moet in regio blijven Van de 2 miljard aan aanbestedingen vloeide eerder 40 procent terug naar de regio, nu is dat 63 procent. Met andere woorden: eerder reed elders op de wereld iemand in een mooie auto vanwege het geld dat in Preston werd verdiend, nu hebben mensen in de Preston-regio werk en inkomen van het geld dat in de regio blijft. Zo eenvoudig werkt het model. Uno Sissingh: ‘Het is een kwestie van slimmer en meer afgewogen naar een aanbesteding kijken. Vaak krijg je te horen dat de Europese

| JUNI 2021


VOORBEELD VOOR NOORDEN regelgeving de manoeuvreerruimte beperkt. Dat klopt niet. Je kunt de kosten voor 70 procent meewegen, maar ook voor 30 procent. Je kijkt niet alleen naar de inkoopkosten, maar ook naar de vervolgkosten, duurzaamheid en impact voor de regio.’

Boom besteedt winst in regio De focus op regionaal of lokaal inkopen en aanbesteden leidt volgens Sissingh tot meer geld en welvaart in de regio. Noord-Nederland beschikt over de instrumenten om zo’n beleid in gang te zetten. NCG (Nationaal Coördinator Groningen) en NPG (Nationaal Programma Groningen) bijvoorbeeld kunnen geld in de regio laten landen en het al ingezette beleid met Inkoop Platform Noord-Nederland moet geoptimaliseerd worden. Sissingh: ‘Het is daarbij wel zaak goed te kijken of geld naar een bijkantoor gaat of naar een echt bedrijf uit de regio.’ Zijn eigen werkgever Boom haakt inmiddels al aan bij het Preston-model. Een derde van de winst gaat naar de aandeelhouders en gelijke hoeveelheden naar investeringen in innovatie én personeel. Sissingh: ‘Het grootste deel van de winst blijft daarmee in de regio, want de aandeelhouders wonen daar ook.’

39

Bij inkoop beter kijken Het Preston-model riekt wel enigszins naar het o zo verfoeide protectionisme. Sissingh gedecideerd: ‘Dat is totaal niet aan de orde. Het zorgt alleen maar voor een eerlijk speelveld in de regio. Je moet bij inkoop beter kijken. Een groot bouwbedrijf kan een project misschien goedkoper opleveren, maar wat heb je er als regio aan als goedkope krachten uit het buitenland langs komen en de regionale bouwvakkers geen werk hebben? Het geeft extra kosten, het is niet duurzaam en het geld gaat naar elders.’ Dit is hét moment om als Noord-Nederland aan de slag te gaan met het Preston-model. De naweeën van ‘corona’ zijn nog niet helder en dit is een eerste stap om eventuele klappen op te vangen.

| GROEIEN BEGINT HIER.


DRIJFVEREN Drijfveren zijn de werkelijke motor achter groei en ontwikkeling, maar in hoeverre zijn bedrijven in NoordNederland daar bewust mee bezig? En hoe pakken ze dat aan? NOM is nieuwsgierig en interviewt voor deze rubriek organisaties die hun beweegredenen actief onderzoeken.

Steeds meer ondernemers willen bijdragen aan een wereld waarin we duurzamer, slimmer en gezonder werken. Cor Kamminga (KNN Groep), Serge de Mul (Ultraware) en Wido van den Bosch

DUURZAAM ONDERNEMER Cor Kamminga:

‘ZOEK GELIJKGESTEMDEN, SAMEN KOM JE VERDER’ Wat ooit begon als KNN Milieu werd later KNN Advies en is inmiddels KNN Groep, met onder haar vleugels nog steeds het adviesbureau voor een biobased en circulaire economie (Ecoras) en drie bedrijven die zijn ontstaan uit innovatieve duurzame projecten: BioBTX, Foamplant en Recell (zie ook pagina 16 en 17 van deze NOMMER). Een proces dat niet vanzelf ging. ‘Je hebt intrinsieke motivatie nodig om de lange, intensieve aanloop naar duurzame verandering vol te houden’, zegt Cor Kamminga, CEO van de KNN Groep.

40

‘Wij waren bij de eeuwwisseling al bezig met energie en milieukunde’, vertelt Cor. ‘Omdat we zelf in zo’n bevlogen bubbel werkten, dachten we dat iederéén vanuit het besef van eindigheid duurzamer wilde werken. Maar we ontdekten dat je vooral volhoudend moet zijn om volhoudbaar te ondernemen. Pas nu, twintig jaar later, wordt de urgentie veel breder in de samenleving en het bedrijfsleven gevoeld. Dat maakt het voor ondernemers makkelijker om gelijkgestemden te vinden. Een belangrijk punt, want die partnerships zijn hard nodig om verder te komen.’

Inbedden in de economie ‘Als kennisbureau hebben wij destijds echt gestoeid met het vinden van balans tussen enerzijds adviseren – en daarmee omzet maken – en anderzijds zélf vernieuwende ontwikkelingen aanjagen. Risico is jezelf te verliezen in techniek en innovatie, maar het gaat erom werkbare concepten in te bedden in de economie, om zo verder te verduurzamen. En met de toekomst voor ogen beseffen dat de kost voor de baat uitgaat. Die balans was soms spannend, maar het is gelukt, we hebben als groep de wind in de zeilen. Ook omdat we nu de tijd mee hebben.’ ‘De combinatie van de breed gevoelde urgentie én de beschikbaarheid van financiële middelen om een volhoudbare economie te stimuleren, maakt dat er genoeg kansen zijn. Grote uitdaging daarbij is het slaan van een brug tussen investeerders en technische mensen met innovatieve ideeën. Ook als je groen en duurzaam bezig bent, is het nodig om het financiële vocabulaire te kennen. Ondernemers vinden zeggenschap van financiers vaak een lastige spagaat, terwijl ook dat een vorm is van partnership waarmee je volhoudbare ontwikkelingen verder kunt brengen.’

| JUNI 2021


(Brink Industrial) zijn voorlopers op het duurzame spoor en hun inzet en bevlogenheid begint vruchten af te werpen. Ze delen graag hoe zij hun drijfveren vertalen in volhoudbare business.

SCHAP KOMT AAN OP VOLHOUDEN Wido van den Bosch:

‘CIRCULAIR WERKEN IS EEN CONTINU VERANDERPROCES’ Zodra hij in 2013 instapte bij Brink Industrial in Hoogeveen vroeg Wido van den Bosch zich af hoe het bedrijf zich in de metaalindustrie kon onderscheiden. ‘Mede door onze aparte bedrijfstak voor afvalsystemen (Lune) en de opkomst van afvalscheiding destijds, realiseerde ik me dat een circulaire economie de toekomst heeft’, vertelt Wido. ‘We haakten aan bij diverse Green Deals vanuit de overheid en pasten onze aanpak en het assortiment gaandeweg aan. Mijn motto is: gewoon dóen. Honderd procent duurzaam werken is nooit in één keer haalbaar, maar in dat streven is elke extra procent er eentje.’

41

Klant als partner ‘Een belangrijk besef voor ons was dat een circulaire economie alleen werkt als – uiteindelijk – de hele keten meedoet. Daarom kaarten we het thema altijd aan in onze contacten met leveranciers en klanten. Dat wordt verschillend opgepakt: de ene heeft er nog niks mee, anderen vinden het geweldig en met die partijen werken we samen aan duurzamere oplossingen. Het mooie is dat zo’n proces creatief maakt, je vindt betere en vaak ook efficiëntere productiemethoden. Natuurlijk gaat dat niet vanzelf, maar juist doordat het een langdurig en continu veranderproces is, worden deze klanten echt partners. Ook dat is een vorm van duurzaam werken.’

Al doende leren In de strategie van Brink staat circulariteit op nummer één. ‘Bovendien zetten we volledig in op industrie 4.0, oftewel: high tech in combinatie met duurzaamheid’, legt Wido uit. ‘Wij zijn die weg drie jaar geleden ingeslagen en de noodzaak van deze ontwikkeling wordt nu bevestigd door de coronacrisis en de schaarste van grondstoffen, met explosief stijgende materiaalkosten tot gevolg. Het 8R-model waarmee we werken bewijst zich nu dubbel en dwars: refuse, reduce, re-use, repair, refurbish, remanufacture, recycle en recover. We zien dat leveranciers en afnemers die eerder terughoudend waren over duurzame ontwikkeling nu inzien dat ook zij stappen moeten maken. Hoe klein ook, als je maar begint, dan kun je al doende leren en bijsturen. Precies waar ondernemen over gaat, zeker als je voor duurzaam kiest.’

| GROEIEN BEGINT HIER.


Serge de Mul:

‘GEBRUIK JE BOERENVERSTAND ÉN DENK HOLISTISCH’ ‘We dienen gewenste veranderingen veel te groot op in onze samenleving’, stelt Serge de Mul, oprichter en CEO van softwarespecialist Ultraware. ‘Wij werken in alles agile, in kleine stapjes. We blijven niet steken in plannen, maar komen in actie. Maken concreet wat hier en nu nodig is om dáár te komen. In het volle besef dat je gaandeweg het traject steeds nieuwe dingen ontdekt, fouten maakt, leert, bijstuurt en aanscherpt. Ook structureel duurzaam werken gaat stap voor stap. Zo bouw je aan nieuwe routines en groeit de verandering mee in alles wat je doet.’ Bij Ultraware ligt de persoonlijke bewustwording van Serge ten grondslag aan alle groene inspanningen van het bedrijf. ‘Op een prachtige plek in Drenthe bouwde ik zelf een huis en stond ik stil bij de impact van alles wat we doen. Ik besefte: als we onze kinderen en kleinkinderen later ook die mooie natuur gunnen, moeten we nú beginnen anders te leven en te werken. Dat besef heeft een proces in gang gezet dat niet meer stopt, ook bij Ultraware. Winst maken is prima, maar nooit ten koste van de zeventien duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties.’

42

Het groenste bedrijfspand ‘Greenwashing bij andere bedrijven maakt me boos, al focus ik liever op zélf verantwoordelijkheid nemen. Bij Ultraware richten we ons bewust op béter, in plaats van altijd maar méér. Dat vraagt een kritische, onderzoekende houding en doorzettingsvermogen. Wij hebben nu het groenste bedrijfspand van Assen, maar het was een hele reis om daar te komen. Elke specialist focust op zijn eigen stukje, terwijl duurzaamheid gaat om het geheel. Door vragen te stellen, holistisch te denken en boerenverstand te gebruiken, hebben we bereikt waar we nu staan: een gasloos en ‘nul-op-de-meter pand’, zoals we die in 2050 allemaal willen hebben.’ ‘Een valkuil is te veel en te snel willen. Veranderingen te groot opdienen. Kijk maar naar je eigen gedrag: ingesleten gewoonten aanpassen lukt alleen door kleine stapjes te integreren in de dagelijkse routines. En door bewuste keuzes te maken. Dat doen we bij Ultraware in alles, daarom ontwikkelen we ook groene software met de duurzame programmeertaal GoLang, die minder servercapaciteit en dus minder energie verbruikt. En daarom rijden er ook steeds meer medewerkers in een elektrische auto of op waterstof. Duurzaam leven is een toenemende noodzaak, maar voor mij is het een passie geworden en daar hoop ik ook anderen mee te inspireren.’

| JUNI 2021


BIJ &

HOOFD ZAKEN

VERDERE OPMARS HERNIEUWBARE ENERGIE Waar het aandeel hernieuwbare energie van het totale energieverbruik in 2019 nog 8,8% was, is dit in 2020 gestegen tot maar liefst 11,1%. Dit is te verklaren door een toename in capaciteit van zonne-energie en windenergie. De capaciteit van windmolens nam over dezelfde tijd toe van 4,5 gigawatt in 2019, naar 6,6 gigawatt op het einde van 2020. De opgestelde capaciteit van zonnepanelen steeg opnieuw met een recordhoeveelheid van 7,2 GW in 2019 naar iets meer dan 10 GW in 2020. (CBS)

OPTIMISTISCHE INDUSTRIE In mei 2021 is de stemming onder ondernemers in de industrie opnieuw verbeterd. Het producentenvertrouwen ging van een waardering van 6,5 in april naar een 8,8 in mei. Dit maakt het de hoogste waardering sinds mei 2018. (CBS)

WATERSTOFBANEN De onafhankelijke denktank CE Delft heeft geconcludeerd dat er veel (indirecte) werkgelegenheid gemoeid is met een grootschalige overgang naar de groene waterstof economie. In 2030 gaat het volgens hen om 6.000 tot 17.300 benodigde fte, oplopend naar 16.400 tot 92.400 fte in 2050. De banen variëren van werk in onderzoek en ontwikkeling tot bouw en onderhoud. (Shell)

43

De naam van het land Pakistan is een afkorting: P(unjab) A(fghani) K(asjmir) I S(indh) + Tan van Beloetsjistan. De letter I is aan de naam toegevoegd om de uitspraak makkelijker te maken. (reisgraag.nl) De Eiffeltoren is 15 cm hoger in de zomer dan in de winter (isequalto.com)

TO KNOW

11% van de mensen wereldwijd is linkshandig (BBC.com) Zonsondergangen op Mars zijn blauw van kleur. (Astroblog) De Engelse term voor de fobie voor lange woorden is ironisch genoeg Hippopotomonstrosesquipedaliophobia.(verywellmind) Mieren rekenen afstanden uit door hun stappen te tellen. (Trouw) FINISH

START De term ‘handige Harry’ (haHa) vindt zijn oorsprong uit een aflevering van Bassie en Adriaan en bestond daarvoor niet. (historiek.net)

| GROEIEN BEGINT HIER.


PARTNERS

44

‘WIJ HELPEN DRENTSE ONDERNEMERS Waar moet je zijn als je ondernemer in Drenthe bent en vragen hebt over starten, groeien, innoveren, exporteren en financieren? Of meer wilt weten over thema’s als vergroenen, digitaliseren of maatschappelijk gedreven ondernemerschap? Dan klop je aan bij Ik Ben Drents Ondernemer, een breed gedragen programma om het mkb in de provincie verder te helpen. Hoe ze dat doen? We vroegen het projectleider Floortje van Aken.’

| JUNI 2021


IKBENDRENTSONDERNEMER.NL

Het initiatief Ik Ben Drents Ondernemer is gestart in 2015 en groeide uit tot een samenwerking tussen de provincie, alle Drentse gemeenten plus gemeente Hardenberg, de NOM, het MKB Fonds Drenthe, MKB Noord, VNO-NCW en de kennisinstellingen Alfa-college, Drenthe College, Hanzehogeschool Groningen en NHL Stenden Hogeschool. Volgens Floortje is de betrokkenheid van al deze partijen een logische ontwikkeling, want: ‘We hebben allemaal belang bij duurzame groei, werkgelegenheid en innovatiekracht in Drenthe. Om dat te versterken, willen we dichtbij ondernemers staan en hen bieden wat ze nodig hebben voor verdere groei.’

Opgeschud mkb Door de impact van corona heeft Ik Ben Drents Ondernemer een roerige periode achter de rug. ‘Het mkb is behoorlijk opgeschud’, constateert Floortje. ‘Een deel van de Drentse ondernemers heeft het stevig voor de kiezen gehad, terwijl er ook bedrijven waren die ‘gewoon’ door konden of het zelfs drukker kregen, zoals in de maakindustrie. Wij deden wat we konden: informatie over regelingen overzichtelijk maken en een wegwijzer zijn voor ondernemers die – vaak in grote onzekerheid – zochten naar mogelijkheden om te overleven. We konden bedrijven regelmatig verder helpen, al was het schrijnend dat sommigen tussen wal en schip vielen. Dan zat er niet meer in dan een luisterend oor bieden.’ ‘Hoe wrang deze crisis voor alle ploeterende ondernemers ook is, de uitzonderlijke omstandigheden brachten voor ons mkb-programma juist iets goeds’, vervolgt de bevlogen projectleider. ‘De samenwerking binnen Drenthe en op Noord-Nederlands niveau is namelijk in een forse versnelling geïntensiveerd. Daardoor kunnen we bedrijven nóg beter van dienst zijn en dat is wat de komende tijd hard nodig is. De

gebaseerd op eigen ervaring vinden ondernemers vaak het meest waardevol.’ Het Drentse loket biedt naast de Ondernemerstafel nog meer handige tools om mkb-bedrijven die vooruit willen te ondersteunen: van 1-op-1 gesprekken met een adviseur tot online webinars, en van groeiversnellers op maat tot de voucherregeling, waarbij ondernemers subsidie krijgen om kennis in te kopen. ‘Ook organiseren we Experttafels voor vernieuwingsvragen en Financieringstafels om in de wereld van investeerders te duiken. Bij die laatste is de NOM natuurlijk een belangrijke partner, zowel met het onderdeel Flinc voor het investor ready maken van business plannen als met de financieringsmogelijkheden van de NOM. Al is de NOM ook een waardevolle partner bij het schakelen naar grootschaliger business development programma’s in NoordNederland, zoals de Smart Industry Hub.’

Nuttige ecosystemen De Smart Industry Hub Noord – waarvan de NOM penvoerder is – gaat alle noordelijke bedrijven in de maak- en procesindustrie ondersteunen om slimmer te werken. Adviseur André Harmens van Ik Ben Drents Ondernemer zit dicht op het vuur. Hij zit vanuit de NOM bij het Drentse loket én is als business developer met maakindustrie als specialisme nauw betrokken bij initiatieven als de Smart Industry Hub. ‘Ik zit regelmatig bij Drentse bedrijven aan tafel, om te horen wat hen bezighoudt en waar ze behoefte aan hebben’, vertelt André. ‘Wij zijn er om maatwerk te bieden, maar ook om ondernemers te informeren over ecosystemen die nuttig voor hen kunnen zijn, zoals innovatielabs of kennishubs in Drenthe. En daarbij leg ik – vanuit de NOM – waar wenselijk ook verbinding met bredere Noord-Nederlandse programma’s.’

45

Floortje vult aan: ‘Ik Ben Drents Ondernemer is geen netwerkorganisatie, maar het is wel onze taak om te koppelen met initiatieven die van waarde kunnen zijn voor onze mkb-bedrijven. De vraag van ondernemers is voor ons altijd het uitgangspunt. Als we eenmaal aan het sparren zijn, ontdekken we vaak dat er nog andere behoeften achter die eerste vraag schuilen. Pas als goed helder is wat de volgende stap moet zijn, kunnen we de best passende begeleiding bieden. Vaak volstaat ons eigen aanbod en kunnen onze adviseurs maatwerk bieden, maar als de ondernemer iets anders nodig heeft, dan zorgen we voor een warme verbinding met het aanbod van andere partijen. Kortom, we helpen altijd verder als bedrijven bij ons aankloppen.’

BIJ DE VOLGENDE STAP’ vragen die we nu vanuit het mkb krijgen, zijn allemaal toekomstgericht. Bedrijven willen graag weer vooruit en dat is precies onze core business: ondernemers helpen bij de volgende stap. We besteden bovendien extra aandacht aan zaken waar op dit moment grote behoefte aan is. Actueel is bijvoorbeeld e-commerce, omdat de digitalisering door deze crisis in een stroomversnelling is gekomen.’

Leren van elkaar E-commerce is deze zomer daarom het thema van de Ondernemerstafel; een korte reeks bijeenkomsten die regelmatig wordt georganiseerd door Ik Ben Drents Ondernemer. ‘Als facilitator van de Ondernemerstafels brengen we zo’n vijf à tien ondernemers samen, die allemaal vraagstukken hebben rondom hetzelfde thema’, legt Floortje uit. ‘Wij kunnen dan in één keer kennis ontsluiten naar meer bedrijven en de ondernemers hebben het voordeel dat ze onderling ervaring kunnen uitwisselen. We bieden daarbij ook een podium aan Drentse bedrijven die al verder zijn met het onderwerp, zodat zij hun geleerde lessen kunnen delen. We merken dat dit goed aanslaat, want tips die zijn

Onderwijs en onderzoek Ten slotte benoemt Floortje de succesvolle samenwerking met kennisinstellingen. ‘Bedrijven hoeven niet in hun eentje aan vernieuwing te werken. Ze kunnen dat doen met andere ondernemers, maar ook met studenten. Ik Ben Drents Ondernemer schakelt met kennismakelaars die zowel het mbo als hogescholen en universiteit vertegenwoordigen, om vraagstukken van bedrijven te koppelen aan onderwijs en onderzoek. Bovendien organiseren we gezamenlijk carrousels voor bijvoorbeeld groei en export, waarbij studenten aan de slag gaan met ondernemersvraagstukken. Zo werken we van alle kanten aan versterking van de Drentse economie en werkgelegenheid.’ André Harmens | Business Developer T +31 6 113 017 15 | E harmens@nom.nl | GROEIEN BEGINT HIER.


INVESTEREN

Even leek corona het bedrijf voorgoed te vloeren. Maar MyEmma bleef staan en groeit, met de NOM als kersverse aandeelhouder, als nooit tevoren. ’MyEmma zorgt ervoor dat boekhoud- en administratiekantoren beter zijn voorbereid op de toekomst.’

Dave Leeuwerik is er een beetje beduusd van. In het voorjaar van 2020 diende de CEO en founder van MyEmma nog een aanvraag in voor de Corona-OverbruggingsLening (COL). Die werd beoordeeld en uiteindelijk ook verstrekt door Klaas Kooistra, Investment Manager van de NOM. ‘Dat betekent dat ze vertrouwen hebben in de toekomst van het bedrijf’, vertelde Dave destijds enthousiast. En inderdaad, een flink aantal maanden later, afgelopen 4 juni om precies te zijn, werden door Dave en Klaas wederom handtekeningen gezet. ‘De NOM heeft in MyEmma geïnvesteerd en is zelfs aandeelhouder geworden’, verduidelijkt Dave. ‘Het feit dat de NOM achter je staat en als sparringpartner fungeert geeft het bedrijf in alle opzichten een fantastische boost.’

kantoren veilig en versleuteld documenten kunnen delen en vinden en tevens kunnen laten accorderen en signeren. ‘Inmiddels zijn we op het gebied van documentatie een echt communicatieplatform geworden, waar werknemers snel en eenvoudig, via onder meer een ingebouwde chat en een berichtensysteem, onderling en met klanten kunnen communiceren’, zegt Dave. ‘Ze kunnen bijvoorbeeld documenten uitvragen als er nog iets mist of klanten automatisch een reminder sturen wanneer documenten voor een bepaalde datum moeten worden aangeleverd. Het platform is zo uitgebreid geworden, dat we nu veel meer markten kunnen bedienen dan

Communicatieplatform Er is de afgelopen periode, kortom, veel gebeurd bij MyEmma. Zo was het ten tijde van de COL-aanvraag nog uitsluitend een Document Management systeem, of preciezer, een klantenportaal waarin boekhoud- en administratie-

46

DE OPMERKELIJKE OPMARS VAN | JUNI 2021


MYEMMA.IO alleen de accountancy. Sterker nog, MyEmma is een oplossing voor alle organisaties waar sprake is van grote documentenstromen. Denk aan notarissen, makelaars, hypotheekadviseurs of aan de schuldhulpverlening.’

voorbereid op de toekomst. Een voorname reden dat we als NOM in het bedrijf hebben geïnvesteerd.’

Digitaliseringsslag

Het idee voor MyEmma ontstond toen Dave, destijds actief in de wereld van online media, in 2017 een gesprek had met een boekhouder. De boekhouder vertelde dat klanten hem regelmatig vroegen of ze een IB of een andere aangifte mochten terugzien. Geen ongewone vraag, alleen: waar stond het betreffende document ook alweer? In de mail, in Dropbox of wellicht in Google Drive? Liever zag hij de documenten op één centrale plek staan, zodat klanten ze zelf eenvoudig kunnen terugvinden. Maar hoe realiseer je dat? Dave besloot op zoek te gaan naar een oplossing. Vanaf het allereerste moment werd hij daarbij geholpen door software developer Sergen Nurel. ‘Sergen is het technisch brein achter MyEmma’, onderstreept Dave. ‘Zonder hem zou ik me geen raad weten.’ Na een periode van nadenken, sparren met programmeurs, bouwen en finetunen werd MyEmma in 2019 officieel gelanceerd. Een schot in de roos, bleek al snel. Het ging zelfs zo goed dat, om verdere groei mogelijk te maken, in december 2019 Frank Smit en Erik Dokter van VMSP als investeerders aan boord kwamen. VMSP participeert en investeert in startende Noord-Nederlandse software bedrijven met een Business to Business SaaS model, in bedrijven dus zoals MyEmma.

Toch zal MyEmma zich in eerste instantie vooral focussen op klanten in de accountancy. Op dat terrein weten Dave en zijn team tenslotte van de hoed en de rand. ‘Het is belangrijk om scherp te blijven op de basis’, benadrukt Klaas. ‘Bovendien staat de accountancy aan de vooravond van een flinke digitaliseringsslag. MyEmma draagt alles in zich om in die digitale transformatie een belangrijke rol te spelen. Anders gezegd: MyEmma zorgt ervoor dat boekhoud- en administratiekantoren beter zijn

Officiële lancering

Zwaar weer Een paar maanden later brak Covid-19 uit. ‘Ineens werden alle gemaakte afspraken en uitstaande offertes on-hold gezet’, blikt Dave terug. ‘Simpelweg omdat boekhoud- en administratiekantoren het erg druk kregen met het ondersteunen van klanten bij het aanvragen allerhande coronaregelingen. Ze hadden dus wel iets anders aan hun hoofd dan het implementeren van nieuwe software. Van het ene op het andere moment kwam MyEmma in zwaar weer terecht. Door fors te bezuinigen en vooral dankzij de COL hebben we kunnen overleven. Ik heb toen nog eens goed nagedacht over de toekomst van het bedrijf. Wat hebben we tot dusver geleerd, wat gaat er fout en wat moet beter? Uit gesprekken met klanten bleek bijvoorbeeld dat er grote behoefte bestond aan een onboarding programma. Dus dat wij medewerkers gaan trainen om de mogelijkheden van MyEmma optimaal te benutten. En ja, die optie bieden we nu. Maar ook heb ik voor ons abonnementsmodel een geheel nieuwe pricing bedacht en meerdere pakketten samengesteld waaruit klanten kunnen kiezen. Dat heeft geweldig uitgepakt. Zo hadden we begin dit jaar in twee weken al meer omzet dan in heel 2020.’ V.l.n.r. Erik Dokter (investeerder VMSP), Christian Drent (MyEmma), Frank Smit (investeerder VMSP), Dave Leeuwerik (MyEmma), Klaas Kooistra, Chantal Leijendekker (beide NOM) en Sergen Nurel (MyEmma)

MYEMMA

47

Professioneel team MyEmma blijft sindsdien maar groeien. Vandaar ook dat contact werd gezocht met de NOM. Dat stond al een tijd in de planning, glimlacht Dave. ‘Met Frank en Erik, de investeerders die me fantastisch ondersteunen, was eind 2019 al afgesproken dat zodra MyEmma echt tractie genereert we de NOM wilden benaderen voor groeifinanciering. Dat moment was begin 2021 aangebroken. Nu zijn ze naast investeerder ook nog eens aandeelhouder geworden. Helemaal mooi. Waar we de financiering voor gebruiken? Met name om te investeren in een professioneel team. Gezien de verwachte groei denken we de komende twee jaar zeven nieuwe mensen te moeten aannemen, verkopers en developers. Daarnaast gaan we het platform verder perfectioneren en, waar nodig, uitbreiden. Als dat is gelukt zijn we ook klaar om meerdere branches op MyEmma te laten aansluiten. Wie had dat een jaar geleden kunnen bedenken?’ Klaas Kooistra | Investment Manager T +31 6 557 076 95 | E kooistra@nom.nl | GROEIEN BEGINT HIER.



Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.