__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

6

#

nr. 06/ 2018

Vakblad Asset Management

IMPACT van de Wetenschap

Je bent aan zet, altijd en overal Jaarbijeenkomst met emotie Nieuwe toepassingen voor afgedankte autobanden Duurzame aangekochte elektriciteit


6

#

nr. 06 / 2018

Colofon VAM is het vakblad voor Asset Management in Nederland. Concept en realisatie Elma Media B.V. Keizelbos 1, 1721 PJ Broek op Langedijk 0226 33 16 00 www.elma.nl Art Director Kim Speleman Martijn van der Wielen Hoofdredactie Ellen den Broeder-Ooijevaar, Verenigings Manager NVDO VAM is een uitgave van de NVDO Nederlandse Vereniging voor Doelmatig Onderhoud Lange Schaft 7G Postbus 138, 3990 DC Houten 030 634 60 40 www.nvdo.nl info@nvdo.nl VAM is een samenwerking met WCM World Class Maintenance Boschstraat 35, 4811 GB Breda 076 763 15 53 www.worldclassmaintenance.com info@worldclassmaintenance.com Auteurs Pieter Pulleman (Predictive maintenance heeft de toekomst) Evi Husson (Digitalisering van assets BIM/ Nieuwe toepassingen afgedankte autobanden) Maxime van Amersfoort (Duurzame aangekochte elektriciteit / Nieuwe asfaltproductlijn) Veiligheid Voorop (Blockchain) Genevieve Smaling Ellen den Broeder-Ooijevaar Redactie; John van Rooij (Ideo), World Class Maintenance (WCM) Druk Elma Media B.V. Advertentie-exploitatie Elma Media B.V. Silvèr Snoek - Sales Manager 0226 33 16 67 - s.snoek@elma.nl

VOORWOORD <

De ene wetenschap is de andere niet Professor Trifonius Zonnebloem is een van de belangrijkste personages in de stripreeks Avonturen van Kuifje. De professor is een geniale geleerde, die echter zeer verstrooid is en hardhorend bovendien, waardoor grappige gesprekken tussen de professor en zijn gesprekspartners ontstaan. Enkele opzienbarende uitvindingen van de professor zijn de gemotoriseerde miniduikboot (De schat van Scharlaken Rackham), de maanraket (Raket naar de Maan) en tabletten waardoor iemand geen alcohol lust. Zonnebloem vond ook een machine uit die geluidsgolven uitzendt die glas kunnen breken en in de toekomst in een verbeterde versie mogelijk gebouwen kunnen laten instorten.

‘Wetenschap is op zich al een Techniek’ Maar Trifonius Zonnebloem is natuurlijk verzonnen, maar wel briljant verzonnen als je het mij vraagt. In het echte leven komen we ook briljante wetenschappers tegen, bijvoorbeeld in deze editie van VAM. Daarbij merk ik op dat we met Wetenschap geen kennis of cultuur bedoelen, maar een bepaalde methode om aan betrouwbare kennis te komen. Het gaat dus om de wetenschappelijke methode, een proces waarmee wetenschappelijk getoetste kennis is te verzamelen. Je doet waarnemingen en je bedenkt een verklaring voor die waarnemingen die ook eerdere waarnemingen kan verklaren. En als dat lukt, doe je aan de hand van die verklaring een voorspelling over de uitkomst van een bepaald experiment en dan is het natuurlijk de bedoeling dat dit experiment ook uitgevoerd wordt. Absolute wetenschappelijke kennis, bestaat dat wel? Voor een moment wel natuurlijk, maar de lange termijn kan heel erg lang zijn. Denk maar aan de zwaartekrachttheorie van Newton, die al drie eeuwen goede diensten bewees, maar de afwijkingen van de baan van de planeet Mercurius niet kon verklaren. Daarom moest er een nieuwe zwaartekrachttheorie komen (de algemene relativiteitstheorie van Einstein) om deze waarnemingen wel te kunnen verklaren. De algemene relativiteitstheorie doet het tot nu toe goed: er is nog geen enkele waarneming gedaan die hiermee in strijd is. Hier kunnen we echter niet zeker van zijn. Op het moment dat we een verschijnsel waarnemen dat Einsteins pet te boven gaat, moeten we een betere theorie verzinnen die de bestaande plus de nieuwe waarnemingen kan verklaren. Wetenschap helpt ons vakgebied nauwkeuriger te maken. Hoe beter je het systeem waarin de techniek werkt begrijpt, hoe beter de techniek is te sturen en hoe breder je de techniek kan toepassen. Omgekeerd zorgt techniek er voor dat wetenschappers betere apparaten en dus nauwkeuriger experimenten kunnen doen. Dankzij de techniek van het vloeibaar maken van helium bijvoorbeeld, werd supergeleiding ontdekt. Techniek en wetenschap leven dus in symbiose. Eigenlijk is Wetenschap op zich al een Techniek. Ellen den Broeder-Ooijevaar, Verenigings Manager NVDO

3


VAN DE VOORZITTER <

Waarde van innovatie, Innovatie van waarde Innovatie gaat niet alleen om het ontwikkelen van nieuwe producten of technologieën, maar vooral om het creëren van nieuwe waarde. Innovatie hoeft dus niet per se van technische aard te zijn. Innoveren is in de meeste gevallen een proces dat in kleine stapjes gebeurt; het verbeteren van een product of dienst. In bepaalde gevallen kunnen al die kleine stapjes bij elkaar tot een grote disruptieve innovatie leiden. IKijk naar de ontwikkelingen binnen de muziekindustrie. Het minimaliseren van geluidsdragers (LP -> CD -> Microdisk -> Microchip) in combinatie met communicatietechnologie heeft uiteindelijk geresulteerd in internettoepassingen zoals Youtube en Spotify. Hierdoor hebben veel muziekuitgevers het loodje gelegd en hebben de overgebleven uitgevers een veel kleiner deel van de markt. Ook is het verdienmodel van de muzikanten hierdoor radicaal veranderd. Live concerten zijn meer bepalend dan gelikte studio-opnames. Niet het product (LP/CD) bleek bepalend voor de klant, maar de beleving die muziek meebrengt voor de klant. Hetzelfde zie ik ook gebeuren in de onderhoudssector. Sensortechniek bestaat al vele decennia en is ook in kleine stapjes, incrementeel, geïnnoveerd. Door schaalverkleining zijn sensoren heel betaalbaar geworden en kunnen ook makkelijk in apparatuur worden ingebouwd. Hierdoor wordt het mogelijk om apparaten met elkaar te laten communiceren en data vanuit deze apparaten vanaf verschillende locaties gelijktijdig uit te lezen. Door innovaties op het gebied van IT en data-analyse, is het mogelijk geworden om grote hoeveelheden data real time te bewerken. Expertsystemen doen de rest en zijn in staat conclusies te trekken en deze om te zetten in, bijvoorbeeld, een werkorder.

4 december 2018

Ook hier gaan de vele innovaties voor een omwenteling zorgen. Het beoordelen van röntgenfoto’s kan nu al sneller en nauwkeuriger gedaan worden door een computer dan door de chirurg zelf. De meeste chirurgen zitten nog in de ontkenningsfase, maar de technologie gaat onherroepelijk deze taken overnemen. Door nieuwe meetmethodes, dataverwerking en patroonherkenning gaat ook het beroep van inspecteur veranderen. Het beoordelen van röntgenfoto’s van lassen en andere objecten zal ook door de computer overgenomen gaan worden, evenals het beoordelen en verwerken van gegevens uit de straks ontelbare sensormetingen.

‘Ook de NVDO moet innovatief zijn’ De impact van de vele innovaties die nu plaatsvinden wordt duidelijk. De impact op de beroepsgroepen, maar ook de impact die het gaat hebben op het onderwijs. Zijn de huidige opleidingen in staat om aan de toekomstige vraag te voldoen en hoe moeten de huidige medewerkers worden omgeschoold om ook binnen de “Industry 4.0” te kunnen functioneren. Stilstaan is geen optie. Zeker niet in een tijd dat veranderingen snel gaan. Dit geldt ook voor de NVDO. Ook de NVDO moet innovatief zijn. De maatschappij verandert, de techniek verandert en de beroepsgroep verandert. De NVDO moet ook een platform kunnen bieden voor de onderhouders van morgen en overmorgen. Nieuwe waarden voor leden en stakeholders moeten worden gecreëerd. Wij maken er ons klaar voor. Helpt u mee? Bas Kimpel, Voorzitter NVDO


Inhoud

03 Voorwoord

04 Van de voorzitter 08 Predictive maintenance heeft de toekomst > Predictive maintenance: de toekomst voorspellen om efficiĂŤnter en effectiever onderhoud te gaan plegen. Letterlijk toekomstmuziek?

20 Kijk op! > Nieuwsgierigheid 22 Digitalisering van assets vraagt om langetermijnvisie op databeheer > Wanneer nieuwe gebouwen worden gebouwd, is het gangbaar dat verschillende partijen en teams in de verschillende fasen van de levenscyclus van een gebouw met BIM-modellen werken.

28 Dura Vermeer introduceert nieuwe asfaltproductlijn

32 Jaarbijeenkomst 34 Impact 37 Extra vertrouwen met behulp van Blokchain

40 Handige gids in Europese en nationale regelgeving 42 Jeroen van Beeck winnaar Vuurvliegen 2018 46 Kookbuis biedt precieze metingen

50 Casus

01 02 03 04 05 06 07 08 09 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52

06 Onderhoud verbeteren > Tiedo Tinga, Hoogleraar Dynamics based Maintenance Universiteit Twente, is dagelijks bezig met het uitleggen of uitzoeken hoe onderhoud beter kan, zowel in het onderwijs als in onderzoeksprojecten..

Meer dan zomaar een Thesis

11

ISO 55000: olievlek of druppel in de oceaan?

12

DSM neemt in Nederland 100% duurzame aangekochte elektriciteit af 14 Big data en machine learning binnen onderhoud

Gastcolumn

18

21

Samenwerking tussen voortgezet en hoger onderwijs levert veel op 26 Nieuwe toepassingen voor afgedankte autobanden 30

38 Welke onderzoeken verbeteren de Nederlandse maintenancesector? > Met deze vraag als uitgangspunt, be-

In de Wetenschap dat Wetenschap niet nodig is 41

oordeelt een deskundige jury innovatieve onderzoeken die zijn verricht door of aan onderwijs- en onderzoekinstellingen (hboâ&#x20AC;&#x2122;s en universiteiten).

Langste spoorbrug over A1 wint Nationale Staalprijs 45 Cursuskalender

48

5


Wie

Onderhoud

Tiedo Tinga

Wat

Hoogleraar Dynamics based Maintenance Universiteit Twente

verbeteren

Tiedo Tinga, Hoogleraar Dynamics based Maintenance Universiteit Twente, is dagelijks bezig met het uitleggen of uitzoeken hoe onderhoud beter kan, zowel in het onderwijs als in onderzoeksprojecten. Die projecten worden uitgevoerd op toepassingen die zeer uiteenlopen. Van spoor en bruggen tot windturbines, tot militaire voertuigen en fietsen. “Wat me daarbij fascineert is dat iedereen begrijpt dat de levensduur van een systeem afhangt van de manier waarop je het gebruikt, maar dat we toch al zo’n tien jaar bezig zijn om goede modellen te ontwikkelen die nauwkeurig voorspellen wanneer die systemen dan stuk gaan. En nog steeds blijkt dat dit, ondanks alle moderne sensoren en data analytics, ontzettend lastig is”.

> Levensduurvoorspelling. Geboren en getogen in het Friese Lemmer, met een gezonde dosis Friese nuchterheid én voorkeur voor de exacte vakken, koos Tinga na zijn VWO voor de studie Technische Natuurkunde aan de Rijksuniversiteit in Groningen. Met Materiaalkunde als afstudeerrichting, was er na het afstuderen niet direct het gevoel al veel te kunnen betekenen in een baan bij een bedrijf en volgde Tinga de PDEng opleiding Materials Design & Technology. Hierna ging hij aan het werk bij het Nationaal Lucht en Ruimtevaartlaboratorium (NLR) in Marknesse. “Ik heb daar bijna tien jaar gewerkt aan structural integrity en levensduurvoorspelling van met name vliegtuigmotoren. En op dat onderwerp ben ik vijf jaar later gepromoveerd aan de TU Eindhoven”.

> Wetenschap. Wetenschap is voor Tinga persoonlijk vooral een manier van (onderhouds)problemen oplossen, het voortdurend zoeken naar nieuwe methoden/oplossingen en het daarmee vooruit helpen van de ‘stand der techniek’. “De laatste tien jaar heeft de wetenschap veel opgeleverd waarmee de onderhoudssector verbeterd is, of kan worden. In de periode daarvoor is onderhoud een poosje vrij onderbelicht geweest als vakgebied. Ondertussen zijn er weer volop ontwikkelingen in bijvoorbeeld monitoring- en sensortechnieken, maar ook in verbeterd spare parts management en Asset Management- concepten. Andersom zijn de aangewakkerde interesse voor onderhoud in de industrie en het besef dat daar veel verbeterd kan worden, een goede aanjager gebleken voor onderzoeksprojecten op universiteiten”.

> Defensie. Tinga is naast de Universiteit Twente tevens werkzaam als hoogleraar Life Cycle Management aan de Nederlandse Defensie Academie (NLDA) in Den Helder. Dat ie daar trots op is schemert door in zijn kijk op Defensie; “Het is een bijzondere organisatie en voor iemand die naar onderhoud kijkt een prachtige speeltuin. Er zijn veel complexe technische systemen, die ook nog eens op een hele extreme en onvoorspelbare manier worden gebruikt. Voorspellen wanneer die stuk gaan is een enorme uitdaging, maar ingebed zijn in de Defensieorganisatie betekent ook dat veel systemen (en bijbehorende data) direct toegankelijk zijn voor onderzoek. En dat is echt ideaal”.

6 december 2018

> Kennis delen. Zijn opgedane kennis en inzichten wil Tinga mee te geven aan de studenten die hij opleidt. Het doet hem goed te zien dat oud-studenten in hun carrière tot mooie oplossingen of inzichten komen waaraan hij heeft bijgedragen. Dat is ook één van de redenen dat hij voldoening haalt uit zijn werk; “De combinatie van zelf, in samenwerking met jonge onderzoekers, continu nieuwe dingen leren én het doorgeven van die ideeën aan de toekomstige generatie onderhoudsspecialisten, dat maakt mij een gelukkige wetenschapper”. <


ONTMOET Tiedo Tinga <

Onderhoud wordt zeker verbeterd door Wetenschapâ&#x20AC;&#x2122;

Foto: Universiteit Twente

7


INTERVIEW <

Predictive maintenance

Foto: NVDO

heeft de toekomst Predictive maintenance: de toekomst voorspellen om efficiënter en effectiever onderhoud te gaan plegen. Letterlijk toekomstmuziek? Volgens Wieger Tiddens gaan de ontwikkelingen zo snel, dat onderhoudsprofessionals nu aan moeten haken. “Anders word je aan alle kanten voorbijgelopen”. Voorspellend onderhoud is een set van activiteiten die de eigenaar, fabrikant, dienstverlener of gebruiker van een asset informeren over de huidige (en bij voorkeur ook de toekomstige) status van hun fysieke asset. Predictive maintenance (PdM) maakt hiervoor gebruik van analyse-instrumenten, methoden en technieken. Deze gebruiken data, zoals data over de conditie, de belasting of ervaring om veranderingen in de fysieke conditie van assets te detecteren, diagnosticeren en te voorspellen. Tiddens; “Denk aan algoritmes op basis van een reliability model, een fysisch model, of op basis van kennis en ervaring. Ook stressoren kan je hierin meenemen, bijvoorbeeld het verschil in belasting van een defensievoertuig hier in Nederland of tijdens een missie in Afghanistan”.

8 december 2018

> Gebruik en acceptatie van PdM. Tiddens promoveerde afgelopen september aan de Universiteit van Twente. Zijn promotieonderzoek Setting sail towards predictive maintenance had als doel om het begrip van het gebruik van en de acceptatie van PdM verder te ontwikkelen. En om vervolgens op basis van de observaties tijdens het onderzoek instrumenten te ontwikkelen om de praktische toepassing van PdM beter te ondersteunen. Tiddens keek in een apart onderzoek samen met de NVDO Sectie Suto en de leerstoelen Maintenance Engineering en Dynamics Based Maintenance van de Universiteit Twente naar de toepassing van PdM in verschillende praktijkcases. (Zie ook het Suto Visiedocument van dit jaar.)


> Voor de fanfare uit. Condition based maintenance is zo’n andere belofte die al tientallen jaren boven de onderhoudsmarkt hangt. Onderhoud uitvoeren op basis van de conditie; niet te vroeg en zeker niet te laat. In de praktijk is dat in 2018 voor veel bedrijven nog steeds een brug te ver. Tiddens verwacht dat het met Predictive Maintenance (PdM) niet zo lang gaat duren als met condition based. “Of ik met mijn onderzoek voor de fanfare uitloop? Ja, wel redelijk ver misschien. Maar er zijn tegenwoordig zo veel data beschikbaar dat de werkelijkheid ons bijhaalt. Niet inhaalt, maar bijhaalt, vooral dankzij meer sensoren, betere transmissie van data en betere data-analyse. Waarom het bedrijven dan nog niet voldoende lukt om PdM toe te passen, is een kwestie van kennis, beschikbaarheid van data en vooral ook dat ze niet weten welke stappen ze moeten zetten om PdM te implementeren. En daar gaat mijn onderzoek over: samen op reis naar een beter onderhoudsconcept. Welke routes zijn er en wat je moet je meenemen op reis”?

‘De organisatorische kant is minstens zo belangrijk als de technische’

> Strategische visie. Tiddens bezocht voor zijn onderzoek veertien organisaties in uiteenlopende sectoren. Van defensie tot windenergie, van maritieme industrie tot staalindustrie. “Er zijn bedrijven met een strategische visie die het gewoon doen, maar het merendeel zit nog wel in de proof-of-concept fase. Als er zo’n topmanagementvisie is, dan zie je wel dat het gaat lopen”. Bij de bedrijven die wel willen, maar waar PdM nog niet goed van de grond komt, viel op dat in veel gevallen de data niet goed beschikbaar zijn en er nog veel op oude IT-systemen gewerkt wordt. Ook is vaak niet duidelijk waarop wordt gemeten omdat keuzes niet goed zijn gedefinieerd, omdat niet duidelijk is welke PdM technieken ze in kunnen zetten en omdat bedrijven de keuzes in de businesscase niet motiveren.

> Geschikte systemen identificeren. Het identificeren van de meest geschikte systemen of componenten is doorslaggevend voor de succesvolle implementatie van PdM, stelt Tiddens. Deze identificatie is nodig om te beoordelen waar voorspellend onderhoud het grootste voordeel kan bieden in de bijdrage aan bedrijfsprestaties en het reduceren van stilstand. Maar hoe kies je de juiste asset of component voor een PdM-aanpak? “In de praktijk zie je dat overwegend eenvoudige methoden als een top tien van prestatiekillers, kostendrijvers of een Pareto-analyse worden gebruikt. Maar dat leidt niet altijd tot de beste keuze, omdat geen rekening wordt gehouden met clustering van onderhoudsactiviteiten en de technische, economische en organisatorische haalbaarheid”. > Grote impact van falen. Uit het onderzoek blijkt overigens dat PdM vooral nut heeft op (delen van) installaties die een groot effect hebben als ze falen. Typische componenten zijn dan elektromotoren, pompen en tandwielkasten. Het selecteren van de meest geschikte componenten begint met te kijken naar die componenten die een grote impact van falen hebben (bijv. in downtime of kosten) maar die niet té vaak falen. Tiddens gebruikt hiervoor een zogenoemde vier-kwadranten grafiek. “In de opvolgende twee stappen kijk je vervolgens of er zogenaamde ‘showstoppers’ zijn en uiteindelijk kun je hiervoor een kleine haalbaarheidsstudie uitvoeren waarin gekeken wordt naar technische, economische en organisatorische aspecten”.

> Showstoppers. Na het identificeren van componenten waarvoor het ontwikkelen van PdM mogelijk lonend is, is het zaak om eventuele showstoppers vast te stellen. In zijn thesis heeft

‘Wieger Tiddens’ Foto: Privé Collectie

>

9


>

Setting sail towards predictive maintenance

overigens niet per se de meest geavanceerde”. Tiddens geeft toe dat het een beetje een kip-ei verhaal is. Zonder data kan je niet beginnen, maar je moet eerst weten waar je begint, anders verzamel je de verkeerde data. “Daarom ook het model met de twee perspectieven. Dat is de kracht ervan”.

> Businesscase. Zijn er geen hinderpalen en is besloten welke techniek er toegepast moet worden, dan is de derde en laatste stap het ontwikkelen van de businesscase. Tiddens ontwikkelde hiervoor een model op basis van Monte Carlo Simulatie dat helpt om een businesscase te kunnen maken. “Het is een rekenmodel. Dus als je de kennis hebt en de data, dan kun je ermee aan de slag”. Het model is al in een aantal cases gedemonstreerd, waaronder in een case met een vliegtuigmotor bij de Koninklijke Luchtmacht. “Daarnaast heb je ook een aantal niet-financiële criteria die meetellen in de businesscase, zoals het effect op de klant, de samenleving of innovatie en groei. Die moet je ook inzichtelijk maken en meewegen”.

Developing tools to conquer difficulties in the implementation of maintenance analytics

Wieger Tiddens Thesis rapport Setting Sail Foto: Wieger Tiddens

Tiddens hiervoor een matrix opgenomen die factoren geeft die een reden kunnen zijn om PdM voor een bepaalde installatie of component niet te implementeren. De showstoppers zijn verdeeld in vier categorieën: clustering van productie onderhoud (bijv. bij een shutdown), technische (voorspellen voor het component kan nog niet), organisatorische (bijvoorbeeld onvoldoende kennis) en economische (onvoldoende financiële middelen) haalbaarheid. “De organisatorische kant is minstens zo belangrijk als de technische. Accepteren mensen de resultaten en kunnen ze daarmee omgaan? Willen en kunnen mensen mee? Daar moet je voldoende aandacht aan schenken”.

> Vraaggestuurd of aanbodgestuurd. Nadat de componenten zijn geïdentificeerd waarvoor PdM een interessante optie is, volgt de selectie van de juiste PdM aanpak. Volgens Tiddens kun je het keuzeproces op twee manieren aanvliegen: vraaggestuurd of aanbodgestuurd. Bij vraaggestuurd is het belangrijk om het ambitieniveau te bepalen. Gaat het (bijvoorbeeld) om een vloot, een generiek, of een specifiek systeem? Kan en wil je omgevingsvariabelen en verschillen in het gebruik meenemen? Gebeuren prognoses op basis van trends of een specifiek scenario? Bij aanbodgestuurd is ‘de bak aan beschikbare data’ het uitgangspunt. “Dat zie je veel gebeuren en dat is op zich ook wel logisch”. Voorbeelden van beschikbare data zijn expertkennis, historische data, gebruiksdata, stressordata en conditie/health data. “Door deze twee perspectieven samen te brengen kom je tot de keuze voor de meest geschikte techniek. De meest geschikte techniek is

10 december 2018

Afwachten is geen optie, de onderhoudssector moet met PdM aan de slag, vindt Tiddens. “Je moet als bedrijf competitief blijven, richting operations, maar ook richting toekomstige medewerkers. De nieuwe generatie technici groeit op met de nieuwe technologische mogelijkheden. Als bedrijf kun je dan niet achterblijven. Met dit onderzoek bieden we de tools om aan de reis te beginnen en om daarin succesvol te zijn. Begin klein, durf te experimenteren. Laat management en medewerkers de voordelen zien door eerst het laaghangende fruit te pakken. In één keer alles overzetten op PdM lukt niet en hoeft ook niet. Bovendien is PdM niet altijd de beste aanpak. De mars naar voorspellend onderhoud is ook een manier om je totale onderhoudsconcept te verbeteren. Zorg dus dat je kennis opbouwt, want anders mis je de boot”. <

‘De mars naar voorspellend onderhoud is ook een manier om je totale onderhoudsconcept te verbeteren’


Meer dan zomaar een

EUROMAINTENANCE <

Thesis

Een thesis is een wetenschappelijk opstel dat een verplicht onderdeel is van een academische opleiding. Hoewel het belang ervan en de eisen die eraan worden gesteld per universiteit en per studierichting verschillen, is de thesis meestal het laatste onderdeel van de opleiding. Daarna studeert de schrijver af aan de universiteit en krijgt die de academische graad doctorandus (Nederland), licentiaat (België), ingenieur of Master. Meestal is de scriptie een verhandeling over een bepaald onderwerp naar aanleiding van eigen onderzoek. De EFNMS (European Federation of Nationale Maintenance Societies) heeft een samenwerking met de Salvetti Foundation. Deze organisatie heeft tot doel hulp te bieden bij het creëren van een netwerk voor jonge onderhoudsprofessionals en hen te helpen bij de start en vroege ontwikkeling van hun loopbaan. Dat doet zij onder meer door het organiseren van de tweejaarlijkse wedstrijd “PhD Thesis Award”.

> Winnaar. Peter Kipruto Chemweno mocht onlangs tijdens EuroMaintenance in Antwerpen de award in ontvangst nemen vanwege zijn scriptie “De toegevoegde waarde van Asset Management bij energiecentrales in ontwikkelingslanden”. Deze PhD thesis onderzoekt een aantal kwesties met betrekking tot onderhoud binnen de context van ontwikkelingslanden. De thesis presenteert een raamwerk voor onderhoudsmanagement in een energiecentrale met specifieke focus op de exploitatie van een dergelijke centrale in een ontwikkelingsland. Het raamwerk vertrekt vanuit de risicomanagementstappen die gedefinieerd zijn in de ISO 31010. De ISO 31010 biedt een gestructureerde benadering om storingsrisico’s in technische installaties op een systematische manier te identificeren en te analyseren. Deze stappen zijn cruciaal om de risico’s daarna gepast te kunnen aanpakken met een weloverwogen onderhoudsstrategie.

Peter Kipruto Chemweno Foto: Privécollectie Chemweno

Dr Peter Chemweno verkreeg in 2012 een beurs aan de Koninklijke Universiteit Leuven. Hij richtte zich op wetenschappelijk onderzoek naar het onderhoud van kritische bedrijfsinstallaties in zijn eigen land, Kenia. Recentelijk is Chemweno gestart aan de universiteit van Twente als Assistant Professor in the Department of Design Production and Management. Hij is ervan overtuigd dat deze studie zal bijdragen aan de verbetering van het management van kritische installaties in de sub-Sahara woestijn en daarmee een verbetering zal geven aan de kwaliteit van leven.

> Verdieping. De PhD thesis verdiept zich in het bijzonder in een aantal relevante aspecten van onderhoud zoals een dynamische risico beoordelingsmethodiek om beslissingen binnen de onderhoudscontext te ondersteunen. De exploratie van gegevens binnen een beslissingsmodel bij root cause analyses en een analyse van de invloed van de menselijke factor bij fouten in het onderhoud. Een ander relevant aspect is het gebruik van een simulatiemodel voor de evaluatie van alternatieve onderhoudsstrategieën. <

‘Raamwerk voor Onderhoudsmanagement’ 11


VISIE <

ISO 55000:

olievlek of druppel

in de oceaan?

In 2014 werd de ISO 55000-standaard voor Asset Management ingevoerd. Hoe is de nieuwe standaard in de markt geaccepteerd en wat heeft certificering opgeleverd voor bedrijven die deze als eerste hebben bereikt? Kunnen we al spreken van een succes? Remco Jonker en Rob Golbach van Mainnovation maken de balans op. Mainnovation heeft in kaart gebracht hoeveel bedrijven in welke landen en sectoren op dit moment ISO 55000-gecertificeerd zijn. Wereldwijd zijn dat in oktober 2018 190 bedrijven en organisaties. Een viertal landen steekt voor wat betreft het aantal certificeringen duidelijk uit boven de rest. Japan (43 gecertificeerde bedrijven), Nederland (33), waaronder Evides, Havenbedrijf Rotterdam, NS, PWN, RWG, Sitech en Stedin, Australië (27) en het Verenigd Koninkrijk (26) zijn samen goed voor twee derde van alle ISO 55000 certificaten. In de industriële grootmachten Duitsland, de VS en China zijn in totaal 12 bedrijven gecertificeerd. Meer dan de helft van de gecertificeerde bedrijven is actief in vier sectoren; Watervoorziening en -Zuivering, Stroomvoorziening, infrastructuur en Havens en Luchthavens.

> Wie zijn de koplopers? eGecertificeerde bedrijven zijn dus vooral actief in asset-intensieve sectoren die een cruciale infrastructurele functie vervullen en daarom (grotendeels) met publiek geld worden gefinancierd. Het gaat bovendien om lineaire assets als waterleidingen, elektriciteitskabels en (spoor)wegen die zich voor een deel ondergronds bevinden en lastig te inspecteren zijn. Onderhoud is daarom laagfrequent en bestaat vaak uit periodieke moderniseringen en vervangingen. Juist bij dergelijke assets is goed plannen belangrijk om spreiding aan te brengen in investeringen en werkdruk.

12 december 2018

De koplopers zijn dichtbevolkte, welvarende landen met een zwaarbelaste infrastructuur waaraan hoge eisen worden gesteld. In Nederland en het Verenigd Koninkrijk is het beheer en onderhoud van deze infrastructuur bovendien een samenspel tussen overheden, overheidsbedrijven, private bedrijven, uitvoeringsorganisaties en toezichthouders. ISO 55000 vereist expliciete doelstellingen, plannen en afspraken rondom investeringen en onderhoud, en biedt een gemeenschappelijke taal die de communicatie daarover vergemakkelijkt. Toezicht wordt eenvoudiger en kan minder frequent (en dus goedkoper) als onafhankelijke auditors periodiek controleren dat het beheer van de assets conform de ISO Standaard wordt uitgevoerd. Deze marktordening levert ook aan serviceproviders een prikkel om ISO 55000-gecertificeerd te raken. Aannemers bijvoorbeeld streven naar certificering in de verwachting dat organisaties zoals Schiphol dit in de toekomst als voorwaarde zullen stellen in de tender voor onderhoudscontracten.

> Waarom gaat het nog niet zo hard? Waarom ziet het ene bedrijf wel en het andere de waarde van ISO 55000 nog niet in? Wellicht ontbreekt nog het volwassenheidsniveau dat nodig is om eventuele certificering te bereiken. Een ander antwoord ligt wellicht in het feit dat de eisen in de wereldwijde standaard voor hen te generiek en weinig concreet zijn. De norm vergt de nodige interpretatie en er is ervaring nodig om te begrijpen wat precies wordt gevraagd voor certificering.

‘Bevorderen van interne en externe samenwerking’


> De meerwaarde van ISO 55000. Waarom kiest aan aantal bedrijven dan wel voor een certificering? Meerdere bedrijven benadrukken hoe de integrale benadering van Asset Management, die ISO 55000 vereist, zowel de interne als de externe samenwerking bevordert. Bij de NS bijvoorbeeld, recent gecertificeerd, heeft invoering van de standaard geleid tot meer helderheid. "In het door ISO 55000 vereiste Strategisch Asset Management Plan hebben we de doelstellingen en KPI’s ten aanzien van onze materieelvloot meer expliciet gemaakt en gerelateerd aan de overkoepelende NS-strategie. Dit geeft een concreetheid in discussies over resultaten en rolverdeling die er voorheen niet was", zegt Lex Frunt, hoofd Kwaliteit bij NS Techniek. NS Techniek is recent voorgedragen voor certificering, met complimenten van de auditors voor de wijze waarop ze lessons learned implementeren en hun bijdrage aan wetenschappelijk onderzoek.” Bij de NS bijvoorbeeld heeft invoering van de standaard geleid tot meer helderheid. "In het door ISO 55000 vereiste Strategisch Asset Management Plan hebben we de doelstellingen en KPI’s ten aanzien van ons materieel meer expliciet gemaakt en gerelateerd aan de overkoepelende NS-strategie. Dit geeft een concreetheid in discussies over resultaten en rolverdeling die er voorheen niet was", zegt Lex Frunt, hoofd Kwaliteit bij NS Techniek. NS is recent gecertificeerd, met complimenten van de auditors voor zijn bijdrage aan het wetenschappelijk onderzoek op het gebied van predicitive maintenance en real-time montoring. Volgens Maurice Jilderda, development manager van het Sitech Asset Health Center op chemiepark Chemelot, voorheen DSM, was de keuze voor certificering een logische: "Omdat we samen met onze klanten al ver waren in volwassenheid van het Asset Management van hun fabrieken, was het voor ons een heel natuurlijke en ook kleine stap om dit met een certificering te bevestigen. Een voordeel is dat we nu intern en extern meer dezelfde taal spreken, in lijn met de gemeenschappelijke norm. De externe audits houden ons scherp en dwingen ons om op dit vlak continu te blijven verbeteren." Auditors zelf zien, misschien niet verrassend, een duidelijke meerwaarde in certificering. "De ISO 55000-standaard draagt bij aan goed Asset Management, door de nadruk op het gestructureerd managen van risico's, een goed geïnformeerde besluitvorming over investeringen en focus op de langetermijnstrategie zegt Mathieu Arenz, auditor bij DNV GL. Is ISO 55000 daarom niet relevant voor bedrijven die nu op een lager volwassenheidsniveau in Asset Management zitten? Zeker wel!

Illustratie: ISO

Illustratie: ISO

Voor hen geldt dat de waarde van ISO 55000 niet zit in het certificaat dat uiteindelijk aan de muur komt te hangen, maar in het werk dat verricht moet worden om het te behalen. ISO 55000 stelt een doel en biedt een checklijst voor samenhangende verbeteringen die nodig zijn om dat doel te behalen. Ook als de implementatierichtlijnen niet bruikbaar of te generiek zijn, dan zijn er in de markt meer praktische en bewezen succesvolle verbetermethodes beschikbaar. Dergelijke methodes kunnen fungeren als denkmodel en bieden structuur aan verbetertrajecten en versnellen professionaliseringsstappen die nodig zijn om aan de norm te voldoen.

> Conclusie. Op grond van het aantal gecertificeerde bedrijven is de ISO 55000-standaard nog geen groot succes. Alleen een kleine voorhoede van bedrijven die al goed was in Asset Management, en dat ook moeten zijn omdat ze verantwoordelijk zijn voor cruciale infrastructuur, heeft de standaard omarmd. Het feit dat deze koplopers ISO 55000 waardevol vinden is een signaal voor bedrijven die nog niet zo ver zijn, maar wel de ambitie hebben zich te verbeteren. De ISO 55000-standaard biedt een kader voor het continu en integraal verbeteren van hun Asset Management. De waarde van ISO 55000 ligt voor deze bedrijven niet in het behalen van het certificaat, maar in het harde werk op weg daarnaartoe. <

13


INTERVIEW <

DSM

100%

duurzame aangekochte elektriciteit af

Windpark op zee Foto: Eneco

Koninklijke DSM, een mondiale onderneming die vanuit wetenschappelijke basis actief is op het gebied van gezondheid, voeding en sustainable living, heeft aangekondigd dat vanaf 2018 al zijn aangekochte elektriciteit in Nederland uit hernieuwbare bronnen afkomstig is. Dit is mede mogelijk dankzij een overeenkomst met o.a. energieleverancier Eneco. 14 december 2018

De algemene koopovereenkomst met Eneco bouwt voort op een bestaand contract van DSM die elektriciteit vanuit de Nederlandse windparken Krammer en Bouwdokken betrekt, aangevuld met stroom uit nieuwe windparken. De ambitie van DSM om in 2030 75% van hun ingekochte elektriciteit wereldwijd van duurzame energie te laten zijn, wordt met deze samenwerking voor hun verbruik in Nederland al sneller behaald dan de oorspronkelijke doelstelling.

> Versnelling. Voor Nederland stond het volledig afstappen van fossiele brandstoffen in de planning voor 2020 en nu wordt deze doelstellig al in 2018 bereikt. Harry Coorens, Vice President DSM Procurement Sustainability, zegt hierover; â&#x20AC;&#x153;Ik ben trots dat


we erin zijn geslaagd om alle aangekochte elektriciteit voor onze faciliteiten in Nederland in zo’n kort tijdsbestek duurzaam in te kopen. Het intrinsieke streven naar duurzaamheid van alle betrokkenen heeft ertoe geleid dat we weer een stap dichter bij een schone-energie-maatschappij zijn”. Hans Peters, Chief Customer Officer Eneco, vult aan; “Ik ben verheugd dat we een strategisch partnerschap hebben gesmeed met een voorloper op het gebied van duurzaamheid zoals DSM”.

> Totstandkoming partnerschap. Voor DSM was het belangrijk om bij te dragen aan de groei van duurzame energiebronnen. DSM heeft daarvoor twee jaar geleden een tender-uitvraag gedaan onder de belangrijkste energiepartijen. “Voorwaarde bij die uitvraag was dat de geselecteerde partij uiterlijk in 2021 zou gaan leveren uit een nieuw te bouwen duurzame Hollandse bron. Daarnaast was het ook een vereiste dat de partner met DSM samen optrekt in de verdere energietransitie”, vertelt Kirsten Barnhoorn, Manager Strategic Partner Management bij Eneco. > Meerwaarde langdurende overeenkomsten. Door zichzelf als energiepartner te zien, toont Eneco zich een sterke kracht in het realiseren van de duurzame ambities van hun klanten. Een standvastig partnerschap legt daarbij de basis voor verdere innovaties die samen ontwikkeld kunnen worden, aldus Barnhoorn. “Door het commitment van DSM aan een langjarige afname van een nieuw windpark, verzekeren zij zich voor de toekomstige voorziening in duurzame energie. Voor Eneco is zo’n commitment waardevol omdat dit ons de zekerheid geeft dat ook de inkomsten uit een nieuw windpark gedekt zijn. Doordat DSM uit een nieuw windpark afneemt, dragen ze dus actief bij aan de ontwikkeling van nieuwe duurzame bronnen in Nederland”. Ze is van mening dat dit hard nodig is. “Er moet de komende jaren nog veel bijgebouwd worden om de doelstellingen uit het Klimaatakkoord te kunnen halen”.

> Balanceren van het energienet. Door enkel te investeren in duurzame energiebronnen, maakt Eneco zich hard voor de energietransitie. Samen met hun klanten focussen zij zich op Zon, Wind en Biomassa om duurzame energie op te wekken. Zowel de te bouwen opwekcapaciteit, als ook het zo slim mogelijk inzetten van deze opgewekte energie, behoeft doordachte oplossingen. “We helpen consumenten daarbij met innovaties als de Toon en andere inzichtsdiensten, maar ook met technologieën om de opwek en vraag beter op elkaar af te stemmen. Want wat doe je als het niet waait en de zon niet schijnt. Dan moeten toch nog steeds de kolen en gascentrales de energie leveren. Daarom richten we ons ook op technologieën als Flexsturing en Batterij-opslag”. Met Flexsturing wordt, op basis van vrije regelcapaciteit in het verbruik bij hun klanten, gekeken of er eerder stroom kan worden afgenomen. Denk aan perioden dat het bijvoorbeeld hard waait en er veel energie beschikbaar is bij de klant, licht Barnhoorn toe. “Door deze win-win situatie te creëren, helpen we het energienet niet te overbelasten, kunnen we zoveel mogelijk duurzame bronnen inzetten en bespaart de klant op zijn energie-uitgaven”. Voor de aanschaf van thuisbatterijen door consumenten, ontwikkelde Eneco het slimme netwerk CrowdNett. Samen vormen deze batterijen een soort virtuele energiebuffer om het stroomnet mede in balans te houden. De energiemaatschappij heeft daardoor zowel de rol van leverancier als bemiddelaar. Eneco ziet dat de ver-

Eneco’s Tips voor de transitie naar hernieuwbare bronnen 1. Kijk eerst naar wat je kunt besparen en wat je aan eigen opwek op eigen terrein kunt doen, zoals zonnepanelen en sommige gevallen ook windmolens 2. Kijk niet alleen naar korte termijn oplossingen, maar zoek een energiepartner om langjarige contracten op te bouwen 3. Duurzaamheid is niet meer nice to have. Klanten zullen het steeds meer als voorwaarde van levering gaan stellen. Zorg dat deze visie ook geïntegreerd is in de totale bedrijfsstrategie 4. Betrek je omgeving en de keten bij het realiseren van duurzame opwek 5. Kijk goed op welke manier je bedrijf kan bijdragen in de balancering van vraag en aanbod, zoals ook bij bijvoorbeeld herinvestering in nieuwe assets

schuiving van centrale fossiele centrales naar decentrale opwek gerealiseerd zal worden met klanten en bewoners. Barnhoorn; “Wij stimuleren dit proces van samen opwekken en steeds meer innovatieve diensten te bieden in het slim gebruiken van deze energie en het verbinden ervan”. Zo vragen ze waterschappen om het gebruik van de gemalen aan te laten sluiten bij de piekmomenten en kunnen klanten met gebruik van Jedlix App hun elektrische auto’s laden tijdens de gunstigste momenten, waardoor ze geld kunnen besparen en bijdragen aan balancering op het net. “In de toekomst verwachten we ook op piekmomenten de stroom uit deze auto’s terug te kunnen laten vloeien in het netwerk.”

‘Weer een stap dichter bij een schone-energiemaatschappij’ >

15


De huidige windmolens worden in het ene park eens en inn het andere park twee keer per jaar onderhouden”. Volgens hem vergelijkbaar met een standaard grote en kleine beurt. Er worden dan middels een lange lijst onder andere inspecties gedaan, kleine onderdelen zoals filters vervangen en olie ververst. Daarnaast vraagt het staalwerk in de fundering ook om specifiek beheer.

Bouw van windturbine op zee door Van Oord Foto:Eneco

>

> Betrokkenheid onderhoudsprofessional. Digitalisering is volgens Arjan Donker, manager Operations Offshore bij Eneco, een belangrijke trend in deze transitie. Het balanceren van vraag en aanbod van duurzame energie vraagt om realtime inzicht in de prestaties van de windparken om goede voorspellingen te kunnen maken. Digitalisering biedt ook nieuwe mogelijkheden in Asset Management doordat een steeds intelligentere analyse van data een belangrijke input vormt voor onderhoudsbeslissingen. Door een team te vormen waarin data analisten en techneuten nauw samenwerken, worden deze inzichten voortdurend verbonden aan de technische werkelijkheid op zee. De kunde van de onderhoudsprofessional is ook van groot belang in de ontwikkeling van het nieuwe park voor DSM. Vanaf de vroegste ontwikkelfase betrekt Eneco de Asset Manager in een nieuw project. Donker; “Wij hebben geleerd dat je de samenwerking tussen projectorganisatie en beheerorganisatie zo goed mogelijk moet organiseren zodat je ervaringen op bestaande windparken vertaalt naar verbeteringen op de nieuwe windparken”. Tijdens het ontwerpen speelt de onderhoudsprofessional daardoor een belangrijke rol in het maken van de technische keuzes. Wij brengen het onderhoudsperspectief in tijdens de selectie van zowel de windturbines als ook de funderingen op zee. “Ons ultieme doel is om een lage energieprijs te realiseren binnen de randvoorwaarden op het gebied van bijvoorbeeld veiligheid en milieu die gelden vanuit onszelf, maar ook vanuit de stakeholders van elk project. We zijn daardoor dus erg betrokken bij het design en zijn leidend in het contracteren van onderhoud”.

Coatingreparaties en het beschermen tegen roestvorming is hierin erg belangrijk. “In offshore wind geeft de zee een extra dimensie aan de onderhoudswerkzaamheden omdat hoge golven toegang tot de windparken onmogelijk maakt. Planbaar onderhoud op zee wordt zoveel mogelijk in het voorjaar, de zomer en het najaar uitgevoerd wanneer de golven relatief laag zijn”. Het weer is daardoor niet alleen een belangrijke factor in de energieopwekking, maar ook in het onderhouden van de assets. “De offshore windparken zijn met het land verbonden door lange kabels. Deze monitoren we om zeker te stellen dat ze diep genoeg onder het zeebed liggen. Als deze los liggen bewegen ze namelijk mee met de stroming en ontstaat er uiteindelijk een kabelbreuk door vermoeidheid”. Donker is van mening dat een van de meest interessante onderdelen van hun installaties op zee het hoofdspanningsstation is. “Als ware dit het hart van het park, komen hierin alle kabels vanaf de turbines binnen. Hier vind je ook de transformatoren, veel andere elektrische systemen, klimaatbeheersing- en brandveiligheidssystemen; alles wat je op een onbemand hoofdspanningsstation kunt verwachten. En ook hier moet het nodige regulier onderhoud aan uitgevoerd worden”. <

‘Betrokken bij het design en leidend in het contracteren van onderhoud’

> Onderhoud parken. Het onderhoud aan de windturbines ligt bij de fabrikant van een windturbine. Voor zowel de fabrikant als Eneco is het uiteraard belangrijk dat het onderhoud zo slim mogelijk gepland wordt en bijdraagt aan de maximale output en inzetbaarheid van een turbine. Eneco heeft geen eigen onderhoudstechnici, vertelt Donker. Onder zijn verantwoordelijkheid vallen de twee operationele energieparken op zee. “Een windmolen valt simpelweg uiteen in een lange mast met daarop de windturbine die hoofdzakelijk bestaat uit zeer krachtige mechanische overbrengingen en de nodige elektische-, hydraulische en besturingssystemen.

16 december 2018

Materials Center DSM, Sittard-Geleen Foto: DSM


Smart Maintenance met Ultimo

Hoe richt u als Maintenance Manager uw onderhoudswerkzaamheden nog efficiënter in? En hoe maakt u onderhoud nou echt voorspelbaar? Koppel uw assets en processen aan elkaar en ga gewoon aan de slag. Voor meer inspiratie over Internet of Things, de rol van Ultimo hierbij en praktische voorbeelden nodigen wij u graag uit op ons blog: www.ultimo.com/blog

INTEGRALE OPLOSSING Met Ultimo legt u niet alleen de verbinding tussen machines en mensen, maar ook tussen afdelingen en werkprocessen. Zet Ultimo in voor Maintenance Management, Safety Management (HSE), Fleet Management, Facility Management, IT Service Management en ondersteun in één gebruiksvriendelijk systeem al uw ondersteunende processen.

17


IMPROVE <

Big data

en machinelearning

binnen onderhoud Van oudsher worden beelden en overzichten gebruikt om zaken te verklaren en te verduidelijken. Denk aan chirurgen die met een MRI-scan de situatie bij een patiënt bekijken, beoordelen en eventuele afwijkingen ontdekken. Maar waar dit binnen de ene sector vanzelfsprekend is, wordt er in andere sectoren nog amper gebruik van gemaakt. En dat is een gemiste kans. Want, door slim gebruik te maken van beschikbare informatie, en vooral innovatieve technieken die hierin verbanden en patronen kunnen ontdekken, kunnen ook planning & onderhoud nog sterker worden geoptimaliseerd. > Slimme meters. Een partij die hierin voorop loopt is netbeheerder Stedin. Midden 2017 kregen zij de opdracht om miljoenen slimme meters te plaatsen bij Nederlandse huishoudens. Een mega operatie. Niet alleen vanwege de aantallen, maar ook doordat energie- en gasmeters door de jaren heen zijn gemonteerd door ver-

18 december 2018

schillende partijen. Hierdoor mist een eenduidig beeld van de aansluitingen. Het is in veel gevallen een soort onderbouwde gok wat de daadwerkelijke situatie is. Werkzaamheden kunnen daardoor niet altijd goed worden uitgevoerd door het ontbreken van essentiële onderdelen, materialen en/of certificering. Dit is vervelend voor de planning, de mensen in het veld, maar ook voor de vele mensen die onterecht thuis moeten blijven. Met slimme data-analyse kan het verschil worden gemaakt.

> Van data naar informatie. Stedin werkt hiervoor samen met SynerScope; een spin-off van de TU Eindhoven dat zich bezighoudt met de ontwikkeling van intelligente software. Zij kunnen razendsnel informatie uit alle soorten visuele en tekstuele data halen en deze op een zo efficiënt mogelijke manier toegankelijk maken voor domein experts. Bijvoorbeeld voor de eerdergenoemde chirurgen, maar ook voor technische partijen als Stedin. Daardoor kan Stedin nu slim gebruik maken van letterlijk alle big data die beschikbaar is van een adres. Voor de uitrol van de slimme meters heeft Stedin in een paar weken tijd de data van historische werkopdrachten, operationele data uit SAP-registratiesystemen, fotomateriaal van meterkasten en openbare data over locaties in Nederland samengebracht. Voor alle panden in het verzorgings-gebied is het totale beeld nu beschikbaar en kan direct door de werkvoorbereider, vanuit alle perspectieven, worden beoordeeld. Ook is het mogelijk om met een druk op de knop panden die vergelijkbare kenmerken hebben in de selectie mee te nemen. “Door alle beschikbare, maar


‘Slim gebruik maken van, letterlijk, alle big data’

Slimme meter wissel bij mensen thuis Foto: Ideo

nog abstracte, data te vertalen naar praktische informatie, kunnen de werkvoorbereiders nu effectief op pandniveau werkopdrachten voorbereiden” licht Pieter Stolk van Synerscope toe. “Vroeger was het enkel mogelijk om een globale inschatting per straat te maken. Dit is een grote vooruitgang!”

> Actualiseren, optimaliseren en verbeteren. SMaar er is meer winst. Doordat bij Stedin de planning van deze werkopdrachten wordt ondersteund door Click Field Service Edge, een Field Service Management-oplossing geïmplementeerd door Ideo, is het niet alleen mogelijk om werkopdrachten effectief voor te bereiden, maar ook optimaal in te plannen en real-time te updaten. “De informatie die wordt verzameld bij het uitvoeren van de werkopdrachten, zoals fotomateriaal met gps-locatie, assetgegevens of feedback van de monteur, wordt dankzij Click Field Service Edge weer als input aangeleverd aan Synerscope” vertelt Jaap Giebels van Ideo. ”Hierdoor ontstaat er een proces van continue verbeteren. Dit heeft geleid tot een duidelijke verbetering van de klanttevredenheid, medewerker tevredenheid en de first-time-fix”. En dankzij de ontwikkelingen in machine learning wordt data steeds waardevoller. Door bijvoorbeeld ook opmerkingen te clusteren over de vochtigheid van grond, kunnen correlaties tussen weersinformatie en grondsamenstelling beter worden gecombineerd met de specifieke inrichting van de openbare ruimte. Dat kan weer worden gebruikt voor verdere plannings-optimalisaties. <

Overzicht van foto's van meterkasten in gebied Den Haag, focus op twee cluster gebieden in de puntenwolk (resultaat van AI op foto's) waarbij specifieke meterkast situaties op basis van de foto worden herkend Foto: Synerscope

19


KIJK OP <

Kijk op de Asset Management door: Michiel Buchel CEO NEMO

Foto: NEMO

Duurzaamheid en circulariteit

wél prioriteit Ook bij ons drukbezochte Science Museum in het groen-koperen gebouw aan het Oosterdok in Amsterdam is Asset Management, of het beheer van de gebouwen, (we hebben ook nog een depot in Amsterdam Noord en een studio op naastgelegen het Marine-terrein) een belangrijke en kostbare aangelegenheid. Als directeur ben ik hierbij betrokken maar mijn specialisatie is het niet. Wel hoort het bij mijn werk om (mee) te beslissen over budgetten en investeringen op dit onderwerp, net als het optimaliseren van de ruimtes voor onze missie. Ons thema is om onze belangrijkste doelgroepen (families, leerkrachten en schoolkinderen) te inspireren en informeren over hoe nuttig en leuk wetenschap, technologie en techniek zijn. Hoe deze de kwaliteit van ons leven en lichaam enorm hebben verbeterd. En hoe de impact ervan steeds groter wordt. Ons gebouw is het ‘huis’ voor al onze gebruikers. Bezoekers, inhoudelijke bijeenkomsten, zakelijke conferenties en onze medewerkers. Het NEMO gebouw is ontworpen door de beroemde architect Renzo Piano en in 1997 geopend voor het publiek. Lang maakte het gebouw ook onderdeel uit van ons beeldmerk. Het is onderdeel van onze identiteit. Het gebouw staat voor veel meer dan een functionele ruimte voor onze activiteiten. Het is iconisch en bekend bij zeer veel mensen. Het is opvallende architectuur in een historisch nautische omgeving. Naast ons werden in de 17e eeuw (in serieproductie) met groot vakmanschap de beroemde VOC schepen gebouwd, bepalend voor onze positie in de wereld en handelskracht. Naast het huidige Scheepvaartmuseum. Onze stichting is eigenaar van het gebouw en daarmee zijn we als organisatie zelf verantwoordelijk voor het onderhoud en beheer. Zoals bij velen, is dit voor een belangrijk deel geborgd in een Meerjaren Onderhoud Plan (MJOP) wat regelmatig wordt geactualiseerd. Maar sommige zaken zijn niet te voorspellen zoals lekkage op een schuin

20 december 2018

dak. Ofwel; hebben te maken met de intensiviteit van het gebruik. Daarnaast is het gebruik van het gebouw sterk veranderd onder invloed van de programmering (meer workshopruimtes en horecafaciliteiten, toename en scheiding van afval etc.). Gezien ons onderwerp wilde de architect een open gebouw, waarin alle techniek zichtbaar is. De zichtbare klimaattechniek is zelfs onderdeel van het ontwerp. Dus alle verdiepingen zijn open en via een trappenhuis met elkaar verbonden. Daarnaast zijn de basismaterialen glas, staal en beton. Dit heeft, in combinatie met de groei van onze bezoekersaantallen, bijvoorbeeld nogal consequenties voor het geluid. Een groep drukke kinderen op de eerste verdieping zijn goed te horen op de vierde verdieping. Zo onderzoeken we momenteel de mogelijkheden voor het reduceren van het geluid en weten we dat een oplossing kostbaar zal zijn. Als gezegd waren duurzaamheid en circulariteit geen prioriteit in de bouw. Toch menen we dat we, gezien ons onderwerp, hier wel aandacht aan moeten besteden en zoeken steeds naar mogelijkheden om hier beter aan te voldoen. Zo hebben we inmiddels bijna overal led verlichting,zijn we de voorbereidingen aan het treffen voor het vervangen van onze klimaatinstallatie, doen we aan afvalscheiding (welke per elektrische boot over het water wordt getransporteerd), gaat de verlichting in bepaalde ruimtes vanzelf aan en uit en is de organisatie zich veel meer bewust van bijvoorbeeld het energiegebruik. Momenteel laten we ons certificeren voor BREEAM op het gebied van Asset en willen we dit ook nog doen voor Beheer en Gebruik. Door beter inzichtelijk te maken waar we nu staan, kunnen we gerichter plannen maken voor een duurzamer NEMO in de toekomst. Het spreekt voor zich dat voor een belangrijk gebouw, wat idealiter minimaal 50 jaar haar functie moet behouden, (preventief ) onderhoud van groot belang is. <


GAST COLUMN <

Nieuwsgierigheid Nieuwsgierigheid van onderzoekers leidt tot belangrijke ontdekkingen van maatschappelijk belang. Ontdekkingen die soms de wereldpers halen of worden beloond met de Nobelprijs voor natuurkunde. De nieuwsgierigheid van gebouwbeheerders haalt de pers niet, maar is essentieel voor het realiseren van een goede, betrouwbare onderzoeksomgeving.

Herman van Beusekom Foto: Jos Janssen Imaging

De Radboud Universiteit is een brede internationale onderzoeksuniversiteit en Fysica is een van de toponderzoeksgebieden. Hiervoor werd in 2003 een geheel nieuw magnetenlaboratorium gebouwd, het High Field Magnetic Lab (HFML). Daar kon toen een magnetisch veld van maar liefst 38 tesla opgewekt worden. Dat komt overeen met meerdere keren de zwaartekracht op aarde. Het benodigde elektrische vermogen om een dergelijk veld op te kunnen wekken is ca. 22 Megawatt. In dit laboratorium kunnen omstandigheden als in een spaceshuttle nagebootst worden, waarmee ook onderzoek in gewichtsloze omstandigheden binnen bereik komt. Met het HFML heeft de Radboud Universiteit een laboratorium van mondiale allure en uitstraling.

onderzoek ernstig verstoren, met aanzienlijke schade als gevolg. Voor de afdeling Beheer van het Universitair Vastgoed Bedrijf (UVB) is het daarom heel belangrijk om een goed uitgebalanceerd onderhoudsplan te hebben. De afstemming hiervan met de gebruikers van het gebouw was voor ons toen een flinke uitdaging.

Een beroemd HFML-experiment is dat van de zwevende kikker. Met de hoge magneetvelden zijn onderzoekers tevens in staat om verrassende eigenschappen van materialen te bestuderen zonder het te beschadigen. Andre Geim en zijn team ontdekten het nieuwe materiaal grafeen, een laagje koolstof van één atoom dun. Grafeen is sterker dan staal en zeer goed geleidend. Dit biedt veel potentiële toepassingen in onder andere flexibele beeldschermen, 100 keer sneller internet en 1000 keer gevoeligere camerasensors. Geim ontving hiervoor de Nobelprijs voor natuurkunde in 2010.

Inzicht in actuele en juiste gegevens van gebouwen en installaties is hierbij van essentieel belang. Dit inzicht ligt vast in een facilitair management informatiesysteem (FMIS) en vormt de basis voor goed gebouwbeheer. Leveranciers voeren alle onderhoudsgegevens direct in waardoor wij meldingen van storingen en alle vervolgacties “live” kunnen volgen. Het FMIS bevat nu relevante (geverifieerde) data waarmee mijn collega’s en ik betrouwbare analyses maken. Als het nodig is kunnen we snel ingrijpen of bijsturen en de informatie gebruiken om het onderhoudsplan voor het volgende jaar te finetunen. Het “real time dashboard” dat het UVB samen met studenten ontwikkelt, is hiervoor een goed instrument. Hiermee komen deze data op een eenvoudige, gebruiksvriendelijke wijze beschikbaar voor afdeling Beheer (UVB) en de leveranciers.

Tijdens de eerste gesprekken die ik als verantwoordelijke voor het onderhoud van het magnetenlab voerde, vertelde de onderzoeker dat toekomstige toepassingen van onderzoeksresultaten geen doel op zich zijn. Hij en zijn collega’s houden zich vooral met elementair onderzoek bezig, niet direct met het functioneel nut ervan. Hun nieuwsgierigheid staat aan de basis van gedrevenheid, uitdaging en ambitieuze doelen. Mede door dit soort specialistisch onderzoek, worden de gebouwen steeds complexer en duurder. Daarom is betrouwbaarheid van het gebouw en de installaties enorm belangrijk. Het gebouw is ontworpen om volledig tril- en storingsvrij te kunnen meten. Een kritische storing, zoals bijvoorbeeld een korte stroomonderbreking, kan een

Binnen het Universitair Vastgoed Bedrijf (UVB) werken we met een gestructureerde aanpak van storingen, periodiek onderhoud en een meerjaren-onderhouds-plan dat goed aansluit op het flexibele gebruik van gebouwen. Hiermee beheren we de gebouwen optimaal en kan het onderwijs en onderzoek in de regel ongestoord plaatsvinden.

Belangrijk voor ons team is dat de samenwerking met onze leveranciers hierdoor intensiever is en de betrokkenheid groter. De samenwerking met enthousiaste studenten geeft nieuw elan en creatieve ideeën voor slim gebouwbeheer. En ook hier staat nieuwsgierigheid aan de basis. < Herman van Beusekom Contractbeheerder Onderhoud Radboud Universiteit En bestuurslid NVDO Kring Gelderland

21


INTERVIEW <

Digitalisering van assets vraagt

om

op Wanneer nieuwe gebouwen worden gebouwd, is het gangbaar dat verschillende partijen en teams in de verschillende fasen van de levenscyclus van een gebouw met BIM-modellen werken. Een BIM-model (Building Information Modelling) is een werkmethodiek waarbij informatie van alle fysieke en functionele kenmerken van een gebouw worden verzameld in een digitaal model. BIM maakt daarbij gebruik van een internationale (Industry Foundation Classes, IFC) standaard. Dit betekent dat het een open en onafhankelijk systeem is waarin partijen met verschillende software dezelfde data kunnen verwerken. Het wordt gezien als betrouwbare bron van informatie om beslissingen te kunnen nemen.

> Parametrische intelligentie “Kenmerkend voor BIM-modellen is de parametrische intelligentie. Alle data, zoals informatie over daken, gevels, constructies, e.d. zijn dynamisch aan elkaar gekoppeld. Wordt een wijziging doorgevoerd aan bijvoorbeeld een

‘Een slimmere aanpak van onderhoud door middel van data kan leiden tot goede businessmodellen’ 22 december 2018

gevel, dan zal het model de wijziging direct op alle gerelateerde plaatsen in het model doorvoeren zodat het model overal en voor alle partijen actueel is. Ook externe data kunnen aan het systeem worden toegevoegd, bijvoorbeeld data die wordt gegenereerd na oplevering, met betrekking tot het gebruik van het gebouw zoals energiemanagementdata. Als je deze data koppelt aan het BIMmodel, ontstaan er in theorie voor assetmanagers en beheerorganisaties heel mooie mogelijkheden. In theorie…. In de praktijk blijkt dit veel weerbarstiger”, stelt Koos Johannes. Hij is docent en onderzoeker bij de Faculteit Techniek van de Hogeschool van Amsterdam (Built Environment). In zijn onderzoek bestudeert hij het databeheer tussen beheerorganisaties die gezamenlijk betrokken zijn bij het onderhoud en beheer van gebouwen.

> Na oplevering. Zodra een gebouw is opgeleverd, begint het gebouwbeheer of Asset Management. “De informatiebehoefte na de oplevering van een gebouw is veel breder en moeilijker vooraf te definiëren door de dynamische en vraaggestuurde omgeving waarin onderhouds- en beheerorganisaties opereren. Allerlei exploitatie-vraagstukken kunnen zich aandienen waarbij de parametrische intelligentie die zo kenmerkend is voor de BIM-modellen op het eerste gezicht niet op een rendabele manier toepasbaar is”. Johannes licht deze theorie verder toe. “Asset managers zoeken onder meer naar oplossingen voor storingen en bepalen onderhoudsstrategieën. De informatie die een asset manager gebruikt, is vaak een combinatie van technische, financiële en bedrijfsmatige informatie die niet universeel in een BIM-model kan worden gedefinieerd. Is er op een bepaalde plek in een gebouw onderhoud nodig, dan is dit vaak een unieke storing, afhankelijk van het specifieke gebruik van het gebouw. Bij elke wijziging in een gebouw is bovendien een aanpassing in BIM nodig om het model up-to-date te houden. Dit


is erg arbeidsintensief en geen core business van asset managers. Daarom zijn er in de praktijk asset- of beheerorganisaties die teruggekomen zijn van de weg om al het vastgoed in BIM te zetten”. Ook voor facility managers is BIM niet altijd de enige oplossing. Bij facility management is er vaak de behoefte om rapportages op te stellen voor het hogere management en de vastgoedeigenaren, bijvoorbeeld over de bezettingsgraad van een gebouw. Er wordt bijvoorbeeld gemeten wat de bezettingsgraad is van bepaalde ruimten, hoeveel storingen er zijn en wat de huurprijs is per vierkante meter. Het is veel relevanter om in zo’n context verschillende systemen met elkaar te laten communiceren dan gebruik te maken van een intelligent parametrisch 3D-model.

> Meerdere assets. Nog een struikelblok is het dynamische karakter van de vastgoedportefeuille van assetmanagers. “Beheerorganisaties hebben regelmatig een uitgebreide, diverse portefeuille waarbij objecten worden afgestoten en worden aangekocht. Sommige gebouwen in hun portefeuille zijn de laatste vijf jaar opgeleverd. Van deze gebouwen zijn er al BIM-modellen. Daarnaast heeft een beheerorganisatie mogelijk ook gebouwen van honderd jaar of ouder in hun beheer waar mogelijk zelfs geen tekeningen van zijn. Nieuwe technieken zoals laserscanners laten toe om bestaande gebouwen te digitaliseren, maar ook dit vergt weer extra tijd en geld. Zonder een duidelijk business model waarbij waardecreatie door slim gebruik van data centraal staat, zal er enige terughoudendheid zijn om met BIM te werken”.

> Business model. Is BIM na de oplevering dan nog zinvol om te gebruiken? Johannes; “Veel zal afhangen van het business model dat de beheerorganisatie hanteert en de wijze waarop de risico’s zijn verdeeld tussen gebouweigenaar en onderhoudscontractor. Momenteel lijkt BIM na oplevering voor beheerorganisaties nog minder voordelen te hebben dan dat het voor ontwerpers en bouwbedrijven heeft. Je ziet dat de manier waarop het beheer en onderhoud wordt uitgevoerd en gedocumenteerd, momenteel enorm is versnipperd. Daarom wil ik met mijn onderzoek bereiken dat ik een raamwerk of model kan opleveren aan het einde van het onderzoek waarmee ik asset managers en beheerders kan helpen bij het inrichten van het beheer van hun data. Zo’n raamwerk is nodig omdat asset managers en vastgoedbeheerders veel keuzes moeten maken. Een belangrijke vraag die je daarbij moet stellen

Koos Johannes Foto: Privécollectie

is wie de eigenaar van de gegevens is. Wordt gedurende de levenscyclus van een asset van leverancier gewisseld? Wat gebeurt er met de data? Wie is eigenaar van de geleverde data? Wat wil je centraal beheren? Welke informatie is toegankelijk voor welke partijen? Wat moet decentraal worden beheerd? Welke aspecten rond datamanagement moeten contractueel worden vastgelegd? Het is belangrijk dat asset managers en onderhoudsprofessionals een visie ontwikkelen over het onderhoud van hun assets en de manier waarop ze dat innovatiever willen aanpakken, bijvoorbeeld door middel van BIM en ICT”. Het is geen onmogelijke opdracht. “Een slimmere aanpak van onderhoud door middel van data kan leiden tot goede businessmodellen, daar zijn al genoeg voorbeelden van op de markt. Neem het plaatsen van kozijnen in de gevels van een gebouw. Wanneer deze worden voorzien van sensoren die continu de temperatuur en luchtvochtigheid van de kozijnen meten, kan worden voorspeld wanneer de kozijnen moeten worden geschilderd. Als je ze dan niet

‘Zonder een duidelijk business model waarbij waardecreatie door slim gebruik van data centraal staat, zal er enige terughoudendheid zijn om met BIM te werken’

>

23


Fragmentatie in asset informatie uitwisseling (Manning 2014) Foto: Manning, R. (2014). The asset information model using BIM. Weekly Newsletter of the BIM Taskgroup, 42th edition, 28-57. doi

>

eens in de vijf jaar schildert, wat standaard gebeurt, maar eens in de acht jaar hoeft te schilderen, zul je daar na een aantal jaar weer besparingen mee realiseren. En in de toeleverende industrie wordt bijvoorbeeld al gewerkt aan metalen gevels die voorzien worden van tags (bijv. barcodes, RFID-chips) waarmee gedurende de hele levensduur technische productgegevens van diverse bronnen gekoppeld kunnen worden aan de fysieke bouwelementen”.

> Betrouwbaarheid data. Johannes is momenteel bezig met twee case-studies in Amsterdam bij een vastgoedbeheerorganisatie. “Uit de eerste resultaten van het onderzoek blijkt dat het moeilijk is om de data van gebouwen betrouwbaar te houden. Data wordt ook op meerdere plekken bijgehouden. Dat kan er toe leiden dat bijvoorbeeld ongeveer zeventig procent van de data betrouwbaar is, maar de overige dertig procent klopt nog niet. Hier is nog verbetering nodig”. > Impliciete menselijke kennis. Uit het onderzoek blijkt ook dat in het beheer en onderhoud, naast expliciete data, de zogenoemde impliciete menselijke kennis en ervaring belangrijk is. ‘De ‘tacit knowledge’, dat is bijvoorbeeld pandkennis die monteurs,

Het onderzoek ‘Designing (inter)organisational data governance in maintenance networks’ wordt uitgevoerd door de Hogeschool van Amsterdam (Built Environment) in samenwerking met Universiteit Twente (Construction Management & Engineering) en RMIT University Melbourne (Property Construction and Project Management). Voor meer informatie over het project kunt u contact opnemen met de onderzoeker: k.johannes@hva.nl

24 december 2018

huismeesters, en andere medewerkers in de loop der jaren opbouwen. Maar ook de kennis en ervaring die maintenance managers gedurende hun loopbaan door jarenlange leerprocessen hebben opgebouwd en veel minder eenvoudig is over te dragen. Als er bijvoorbeeld een storing is die je moet beoordelen in een gebouw of installatie, dan vertrouwen onderhoudsmanagers soms meer op de ervaring en kennis van hun werknemers dan op data van het BIMmodel of andere systemen. Mensen zijn vaak minstens zo relevant als data en modellen. Wat dit betekent voor mijn onderzoek is op dit moment nog lastig te bepalen. Als je het beheer van data beter wilt organiseren, moet je misschien niet alleen de expliciete data, maar ook de impliciete menselijke kennis meenemen. Dat speelt volgens mij wel een rol en het is een uitdagend vraagstuk”.

> Hype of visie. Een derde aspect dat Johannes gedurende zijn onderzoek heeft vastgesteld, is de manier waarop met nieuwe technologische ontwikkelingen wordt omgegaan. “Tijdens congressen zie je de ene ontwikkeling de andere opvolgen: augmented reality, digital twin, big data, blockchain, kunstmatige intelligentie. Heel veel van de ontwikkelingen komen vanuit de ICT-industrie en zijn veelbelovend of hebben potentie. Echter, asset managers en beheerorganisaties moeten met de beide benen op de grond blijven staan en niet achter elke hype aanlopen. Belangrijk is om een eigen visie te ontwikkelen ten aanzien van je onderhoudsvoering zodat je weet welke technologie voor jou als bedrijf de meeste waarde oplevert. Het is niet voor elke beheerorganisatie handig of nuttig om digitaal door een gebouw te kunnen lopen. Technologieleveranciers moeten naar mijn idee ook oog hebben voor de echte behoeften van beheerorganisaties en de brug proberen te bouwen naar concrete business cases”. <


Netwerken Beheer en Onderhoud Asset Management Techniek Branchevereniging

Conditiebewaking Prestatiemanagement Maintenance Academy Kennisontwikkeling

Onderhoud je netwerk en Deel kennis en ervaring

Maak onderdeel uit van Europa’s grootste netwerk

>> Word lid!

De Nederlandse Vereniging voor Doelmatig Onderhoud (NVDO) is dé toonaangevende brancheorganisatie die middels belangenbehartiging, kennisontwikkelingen en -overdracht en netwerken ondersteuning biedt aan bedrijven en personen die bij de besluitvorming op het gebied van Beheer en Onderhoud/Asset Management betrokken zijn en daarmee de Nederlandse onderhoudssector als ’s werelds beste helpt te presteren.

De NVDO doet dit door in de sector een onafhankelijke positie in te nemen en alle relevante bedrijfssectoren met behulp van voorlichting, advisering, kennisontwikkeling, (wetenschappelijk) onderzoek en kennisuitwisseling ten dienste te staan en zo op weg te helpen naar excellent Asset Management.

Het NVDO-lidmaatschap biedt vele voordelen!

Het NVDO-Lidmaatschap geeft toegang tot

• • • •

Grootste netwerk van Europa (fysiek en digitaal) Regionale activiteiten Vakinhoudelijke kennis en netwerk Compleet portfolio Maintenance Academy Collectieve abonnementen op vakbladen

• • • •

Kengetallen, Trends, Visie (NVDO Onderhoudskompas) Platform Materiaalkunde (wetenschappelijke) Publicaties, waaronder Visiedocumenten Kortingen op ons cursusaanbod van de NVDO Maintenance Academy Jongerenboard

Asset Management, Duurzaamheid, Veilig Werken en Energie-efficiency zijn belangrijke thema’s waaraan de NVDO regelmatig en in breder verband aandacht besteedt!

Ga naar www.nvdo.nl en meld je aan >> Lange Schaft 7G - 3991 AP Houten | Postbus 138 - 3990 DC Houten 030 - 634 60 40 | info @ nvdo.nl | www.nvdo.nl

25


SAMENWERKING <

Samenwerking tussen voortgezet en hoger onderwijs levert veel op

Een mooi voorbeeld van partnerschap tussen de Hogeschool Rotterdam, inHolland Delft, Haagse Hogeschool, TuDelft en de technasiumscholen in die regio: Het stimuleren van de ontwikkeling van bètatalenten, zodat zij gerichter en gemotiveerder een studiekeuze maken.

Dat is het gezamenlijke belang van Stichting Technasium en het hoger onderwijs en dus een goede reden om de handen ineen te slaan en elkaar beter te leren kennen. Een recent voorbeeld is het partnerschap tussen de Hogeschool Rotterdam, inHolland Delft, Haagse Hogeschool, TuDelft en de technasiumscholen in die regio. “Dit is een mooie inhoudelijke samenwerking die stap voor stap wordt uitgebouwd” zegt Wilco Zwennis, netwerkregisseur bij Stichting Technasium.

> Coördinatie expertaanvragen vanuit één plek. Het partnerschap met het hoger onderwijs (ho) spitst zich over het algemeen toe op de Meesterproef, het eindexamenproject voor het technasium.

‘Processen verlopen gestructureerd, dat scheelt veel werk’

Technasium ontwikkelt bètatalenten Foto: NVDO 26 december 2018


Technasiumleerlingen die hiermee bezig zijn worden begeleid door experts vanuit het ho en bovendien wordt van de leerlingen verwacht dat zij een eindresultaat afleveren dat qua niveau te vergelijken is met dat van eerstejaars ho-studenten. Zwennis; “In eerste instantie lag de focus van de samenwerking in de regio Zuid-Holland dan ook op dit onderdeel: hoe leid je de expert-aanvragen van technasiumleerlingen in goede banen, want scholen benaderden allemaal individueel docenten en medewerkers? Dat leidde tot de keuze dat alle aanvragen voor de Hogeschool Rotterdam nu op één plek binnenkomen bij adviseurs met aansluiting voortgezet onderwijs. Het is fijn dat die processen nu gestructureerd verlopen. Dat scheelt veel werk.”

> Samenwerken levert veel op. Maar de samenwerking gaat verder en focust ook op de inhoud. Dat levert de hogeschool veel op, vertelt Hilke Stibbe, adviseur aansluiting voortgezet onderwijs bij een hogeschool. “Voor ons is het belangrijk om samen te werken met toeleverend onderwijs. We denken dat het onze opleidingen beter maakt als we weten met welke vaardigheden studenten binnenkomen. Studiesucces is belangrijk. We hebben best veel uitval, net als andere hogescholen. De overgang van de middelbare school naar het hoger onderwijs is vaak erg groot. We zien dat dat in het eerste jaar vaak komt doordat studenten bepaalde vaardigheden missen, zoals samenwerken. Technasiumleerlingen daarentegen zijn dat al veel meer gewend. Ik hoor terug van docenten dat ze dat precies zo doen zoals wij dat op het hbo doen. Ook hebben technasiumleerlingen ervaring met alle bètawerelden, dus ik hoop dat ze daardoor beter kunnen kiezen. We hebben nog niet zoveel cijfers om deze beweringen te ondersteunen, maar we hadden vorig jaar wel het idee dat er minder uitval was. De toekomst moet uitwijzen of dat echt zo is”.

> Samenwerken is gericht met elkaar in gesprek. Vier jaar geleden begon de samenwerking met een nadere kennismaking, vertelt Zwennis. “We vonden het belangrijk om te beginnen bij het begin en eerst elkaars wereld te leren kennen: wat is nou precies technasium en wat gebeurt er allemaal op een hogeschool? Hoe zien projecten eruit en wat zijn de overeenkomsten en verschillen? En de vervolgvraag: wat zouden we voor elkaar kunnen betekenen”? Om dit nader te verkennen, werd een VOHO-dag georganiseerd. Hier waren schoolleiders van hogescholen en technasia aanwezig, maar ook docenten en leerlingen van beide instellingen. “Sindsdien organiseren we elk jaar zo’n dag, met steeds een ander thema, en gaan we echt op de inhoud in. Zo hebben we het al gehad over de Meesterproef, competentiebeoordeling en de havoleerling. Dit schooljaar hebben we, naast de rol van de docent, leerling en expert, ook de rol van de opdrachtgever bij de Meesterproef als thema toegevoegd. Jongeren en technologienetwerk. Jet-Net is als partner van Stichting Technasium aangesloten bij deze VOHO dag.

> Een bijzondere samenwerking. Op meerdere vlakken is dit ook voor Stichting Technasium een bijzondere samenwerking, aldus Zwennis. “Het mooie eraan is dat het een cyclus is, want jaarlijks evalueren we gezamenlijk hoe het loopt. Zo verbetert de samenwerking elk jaar en komen we steeds een stap verder. Ook is het mooi dat drie hogescholen en de Technische universiteit Delft in dezelfde regio gezamenlijk optrekken. Daarnaast zijn de hogescholen tot heel veel bereid en dat zie je terug in de opbrengst. Ze organiseren we inspiratiemiddagen, VOHO-dagen, begeleiden leerlingen bij hun Meesterproef en leerlingen zijn altijd welkom als ze ad hoc iets nodig hebben. We gebruiken deze samenwerking dan ook graag als voorbeeld voor de samenwerking met andere hogescholen en universiteiten”.

Wilco Zwennis Foto: Technasium

> Nog een voorbeeld. Een concreet voorbeeld van de samenwerking is dat studenten de technasiumleerlingen begeleiden bij hun eindexamenproject, de Meesterproef. Deze expertbegeleiding is een verplicht onderdeel van de Meesterproef. Naast een opdrachtgever (een bedrijf dat een echte, actuele opdracht aan het leerlingteam biedt), moet elke Meesterproef ook begeleid worden door een expert uit het hoger onderwijs. Inholland heeft hiervoor een centraal contactpersoon waar leerlingenteams terecht kunnen met hun verzoek en de hoge school zoekt daar dan een student bij die het leerlingenteam begeleidt. De student is inhoudelijk expert en staat qua beleving dichterbij de leerlingen dan een docent uit het hoger onderwijs. De student wordt op zijn/haar beurt indien nodig weer ondersteund door de eigen docent. <

Ook opdrachtgever worden voor het technasium? Het technasium is een onderwijsstroom voor havo en vwo die leerlingen kennis laat maken met de breedte en diversiteit van de bètatechniek en ze goed voorbereidt op een bètatechnische studie en loopbaan. Er zijn 94 scholen in Nederland die een technasium hebben; er zit ook bij u een in de buurt. Met uw bedrijf kunt u, als opdrachtgever, een waardevolle bijdrage leveren aan de invulling van het technasiumonderwijs. Immers; alleen door de samenwerking met het bedrijfsleven komen de leerlingen in aanraking met de vraagstukken van nu en in de nabije toekomst. Alleen met uw hulp kunnen we het onderwijs actueel en kwalitatief hoog houden. Opdrachtgever worden hoeft helemaal niet zoveel tijd te kosten, maar levert u wél veel op. Bij het technasiumvak Onderzoek & Ontwerpen werken leerlingen in kleine teams projectmatig aan actuele, echte bètatechnische opdrachten, van echte opdrachtgevers. Vraagstukken waar u binnen het bedrijf mee bezig bent. Vraagstukken waarmee u bezig zou wíllen zijn, maar waar u maar niet aan toekomt of de mankracht voor mist. Vraagstukken waarmee u al een tijd in uw maag zit, en waar maar geen creatieve oplossing voor komt. Dát zijn vraagstukken waar technasiumleerlingen graag mee aan de slag gaan. Meer weten? Kijk op www.technasium.nl/opdrachtgeverworden of neem contact op met info@technasium.nl | 050 3050 580

27


INNOVATIE <

Dura Vermeer

introduceert nieuwe

asfaltproductlijn

Om als bedrijf klaar te zijn voor de toekomst, is er voortdurend onderzoek en ontwikkeling nodig. Zo ook bij Dura Vermeer, één van Nederlands grootste bouwbedrijven op gebied van infrastructuur met ruim 160 jaar ervaring. Samen met het onderzoeksteam van de TU Delft en de provincie Noord-Holland introduceerden zij in 2018 hun nieuwe asfaltproductlijn Ecopave XL. Robbert Naus, Manager Product Ontwikkeling bij Dura Vermeer, is specialist op het gebied van het ontwikkelen van vernieuwende civiele technieken. Hij geeft een inkijk in de totstandkoming van het Epoxy Modificatie Bitumen (EMB) voor Nederlands asfalt.

> Herontdekking. Innovatie vraagt altijd om herijken, invullen en structureel aanpakken van de huidige producten. Naus heeft de taak om bij Dura Vermeer dit dynamische proces te beheren. “Nieuwe toepassingen in de infrastructuur vragen continu om het door ontwikkelen van bestaande eigen producten. Zo werken wij bijvoorbeeld altijd aan het versnellen van processen en het verlagen van de productietemperatuur”. Vanzelfsprekend houdt hun R&D afdeling zich hiernaast bezig met het ontwikkelen van nieuwe producten en het speuren naar reeds bestaande producten die zij zelf nog niet in hun portfolio hebben. Het ‘Super’asfalt, de jongste aanwinst in het portfolio van het infrabedrijf, is geen nieuwe ontdekking. Het krijgt nu echter een vernieuwde toepassing verklaart Naus. “Epoxymodificatie van bitumen bestaat al ruim 50 jaar, het is toen door Shell gepatenteerd. Sinds de jaren ‘60 wordt het wereldwijd grootschalig toegepast op stalen brugdekken. De gunstige eigenschappen van deze modificatie, zoals de vertraagde veroudering van de bitumen en het geringe onderhoud, wegen bij de bouw van een enorme brug snel op tegen de hogere kosten per m2”.

Aanleg testvak Croeselaan, Utrecht Foto: Dura Vermeer 28 december 2018

De implementatie ervan in de wegenbouw startte toen begin deze eeuw een internationale economische commissie samenkwam voor het verduurzamen van regulier asfalt. Dit leidde tot een geslaagd experiment in Nieuw-Zeeland. Inmiddels ligt hier al een paar honderdduizend vierkante meter ZOAB met epoxybitumen die door een verdunning ook financieel aantrekkelijker is dan bij de oorspronkelijke verhouding uit de jaren ‘60.

> Inzicht door samenwerking Het balletje is in Nederland gaan rollen toen een professor aan de TU Delft het product tegenkwam. De TU Delft heeft het vervolgens samen met de provincie Noord-Holland in 2017 naar Nederland gehaald om deze modificatie binnen het Infra Innovatieprogramma te testen en te ontwikkelen. De provincie besloot vervolgens dat ze Dura Vermeer nodig had voor het uitwerken tot een daadwerkelijk product voor de Nederlandse wegen. Naus; “Het volledige onderzoek kwam in een stroomversnelling toen wij de keuze maakten om, naast het wetenschappelijke onderzoek dat al gaande was, één container van het materiaal aan te schaffen”. Door direct het materiaal te vermarkten en te verkopen middels het partnerprogramma, had zijn bedrijf direct waarde in handen. Binnen de regio’s van Dura Vermeer vroegen ze om na te gaan welke opdrachtgevers geïnteresseerd zouden zijn om mee te doen aan de

Aanleg testvak Randersdijk, Alkmaar Foto: Dura Vermeer


Asfaltlab Foto: Dura Vermeer

introductie van een nieuw soort asfalt in Nederland. De hoeveelheid Epoxybitumen was voldoende voor zeven testvakken waarvan één op eigen terrein. Doordat alle partijen de krachten bundelden in dit partnerschap, betalen ze voor één proefvak en krijgen ze de kennis van zes. Door de afwijkende eigenschappen van deze wegen, worden de testen aan specifieke locaties gekoppeld. “Dordrecht heeft een geluidreducerende deklaag, dat maakt het een prima keuze voor de geluidmetingen. Zo gaan we elke locatie intensief monitoren op één punt”.

> Testcases verspreiden. Door de gemeenten Alkmaar, Dordrecht, Enschede, Heerhugowaard, Rotterdam en Utrecht een primeur in Nederland te geven, creëerde het bouwbedrijf met één container meerdere testcases. “We kunnen nu tijdens deze cases beter leren hoe de productie, transport en verwerking gaat. Gedurende de aanleg van de proefvakken zijn er al wat kleine dingen gewijzigd. De afwijkingen van Epoxybitumen ten opzichte van standaard asfalt, maakt het transporteren spannend. Tijdens de productie voegen wij twee componenten bij elkaar. Deze reageren direct door langzaamaan steeds stijver te worden”. De verwerkingstijd wordt daardoor sterk verkort aangezien deze modificatie zich niet laat controleren door een contante temperatuur zoals bij regulier asfalt. “De vraag was bij de eerste test dus hoe en of het er uit zou komen. Eerst zat er vijf uur tussen productie en verwerking en een test later reduceerden wij dit al tot drie uur. Ook kunnen wij nu goed ervaren wat de beste verwerkingstemperaturen en transportmiddelen zijn”.

> Duurzaam onderhoudscontract. Niet alleen zijn lange levensduur en duurzame lage productietemperatuur maken het een innovatief product. De unieke bindmiddeleigenschappen zorgen ervoor dat het asfalt vele malen langer bestand is tegen vervorming, vermoeiing en rafeling. De kosten van het onderhoud, overlast voor weggebruikers en het verbruik van grondstoffen, worden daardoor sterk verminderd. Door slim om te gaan met deze reducering in onderhoud kan Dura Vermeer gunstige DBFM-contacten (Design Build Finance Maintain) aanbieden aan zijn klanten. “De toplaag op snelwegen, zeker waar geluid een probleem is en er twee lagen ZOAB op liggen, gaat op de rechterrijstrook een jaar of acht á negen mee. Wanneer wij onderhoud aanbieden

‘Innovatie vraagt altijd om herijken, invullen en structureel aanpakken van de huidige producten’ van 25 jaar moeten wij deze laag na 8, 16 en 24 jaar vervangen. Met Ecopave XL verdubbel je de levensduur en reduceer je dit in dezelfde onderhoudsperiode naar één of misschien twee keer. “Dit scheelt dus al snel één keer vervanging en dan verdien je de hogere aanlegkosten terug” verklaart Naus. Dit verdienmodel maakt het onderhoudsplan dus een vitaal onderdeel voor het verduurzamen van de Nederlandse snelwegen. “Wanneer een gemeente zijn eigen inkoop doet, zal zij zich immers niet snel laten verleiden door een hogere aanschafprijs. Helaas denken deze partijen meestal niet aan de totale life cycle costs. “Maar onze onderhoudscontracten worden door onze Asset Managers beheerd die inschattingen op levensduurafhankelijk onderhoud moeten maken. Hierbij moeten ze rekening houden met huidige gegevens van deze wegen en de gunstige eigenschappen van Ecopave XL. Voorafgaand aan elk contract berekenen zij het meerjarenonderhoudsplan om te beslissen of de duurzame versie winstgevend is”.  <

29


MATERIAAL <

Materiaal komt uit de extruder Foto: University Twente

Nieuwe

toepassingen voor afgedankte

autobanden

Jaarlijks zamelt RecyBEM (gecertificeerde inzamelingsbedrijven RecyBEM) ongeveer acht miljoen gebruikte banden in Nederland in. Wereldwijd zou het gaan om meer dan een miljard afgedankte banden per jaar. Duizelingwekkende cijfers. Goede recycling is dan ook enorm belangrijk. Voor diverse sectoren en met diverse technieken worden nieuwe toepassingen gezocht. “Alle afgedankte banden in Europese landen moeten weer worden verzameld. Een deel van de oude banden kan worden hergebruikt of vernieuwd als band. Oude vrachtwagenbanden kunnen bijvoorbeeld worden voorzien van een nieuw loopvlak wanneer er te weinig profiel is, zodat de band een veel langere levensduur krijgt. Bij het plaatsen van een nieuw profiel wordt ook vaak gerecycled rubber gebruikt”, legt Wilma Dierkes uit. Zij is Universitair Hoofddocent in de groep Elastomer Technology and Engineering aan de Universiteit Twente. Ze onderzoekt samen met haar team nieuwe technieken en toepassingen voor het recyclen van rubber. Een deel van de afgedankte banden wordt in de landbouw gebruikt of als stootwillen in havens. Echter dit is slechts een klein deel van de enorme hoeveelheid afgedankte banden.

‘Zonder rubber zou de wereld er heel anders uit zien’ 30 december 2018

> Granulaat en poeder “Wanneer de banden niet meer in de hoedanigheid als band kunnen worden gebruikt, komen ze vaak terecht in een shredder- en maalinstallatie. Dat is de eerste stap van recycling. Vaak wordt eerst het staal en textiel dat de band bevat, eruit gehaald. In een volgende recyclingstap worden de banden nog verder verkleind zodat er granulaat ontstaat. Het granulaat vind je terug in voetbalvelden met kunstgras, rubberen matten op speelterreinen en in industriële gebouwen. Daarvoor wordt het materiaal met polyurethanen weer tot een geheel gevormd”. Granulaat wordt ook als materiaal gebruikt om bodemeigenschappen of drainage van parken, tuinen en dergelijke te verbeteren en in de wegenbouw in de asfaltlaag om deze wat flexibeler te maken. Wordt het rubber nog fijner gemalen, denk aan een korrelgrootte tot een halve millimeter, dan wordt gesproken over rubberpoeder. Rubberpoeder wordt verwerkt in nieuwe autobanden, maar de concentratie is erg beperkt. “Enkele procenten gerecycled rubber zijn terug te vinden in nieuwe autobanden aangezien het rubberpoeder niet dezelfde bijzondere eigenschappen heeft als nieuw rubber”. > Pyrolyse. Nog een techniek om rubber te verwerken, is pyrolyse, oftewel bij hoge temperaturen zonder zuurstof verbranden zodat er koolstof (carbon black) en wat andere toeslagstoffen overblijven. Dierkes; “Carbon black wordt gebruikt als kleurstof voor inkten, plastics (bijvoorbeeld kleurstof in landbouwfoliën) en poedercoatings. Maar het grootste deel wordt gebruikt als versterkend vulmiddel in rubber voor banden. Het zorgt dan niet alleen voor een zwarte kleur,


‘De mars naar voorspellend onderhoud is ook een manier om je totale onderhoudsconcept te verbeteren’

Samenwerking UTwente en Continental De Universiteit Twente en Continental Reifen Deutschland werken aan een nieuw proces voor de recycling van autobanden. Dit snelle pyrolyseproces is in staat om gebruikte autobanden bij hoge temperatuur binnen enkele seconden te ontleden. Dit levert waardevolle materialen en brandstoffen op voor de productie van nieuwe banden. “Bij een succesvolle ontwikkeling draagt het nieuwe pyrolyseproces bij aan een hoog percentage gerecyclede banden. Evenals andere rubberen materialen in cradle-tocradle-kringlopen voor duurzame autobanden”, aldus Wilma Dierkes van de groep Elastomer Technology & Engineering. De recycling van autobanden levert binnen de EU en wereldwijd veel voordelen op voor materiaalterugwinning zoals carbon black, brandstoffen en chemicaliën. Het snelle pyrolyseproces is ook in staat om andere afvalstromen om te zetten in waardevolle materialen. Denk aan brandstoffen en mineralen uit papierslib, koolstofvezels uit composietafval van de transportsector of glasvezels van gedemonteerde boten of windturbines. Op deze manier kan de circulaire economie een boost krijgen om zowel energie- als materiaalkringlopen sluitend te maken. Het project is mede gefinancierd door het Materials Innovations Institute (M2i).

maar ook voor stijfheid en slijtvastheid van de banden. Het gaat ook de afbraak van het rubber door ultraviolette straling tegen”. In Limburg wordt momenteel een fabriek gebouwd om carbon black uit gebruikte autobanden terug te winnen. Toch kan ook in deze toepassing slechts een beperkt percentage carbon black in nieuwe rubberbanden worden gebruikt. “Ondanks de vele toepassingsmogelijkheden blijft er nog een grote hoeveelheid afgedankte banden over”.

> Samenwerking. Steeds meer bedrijven zijn op zoek naar op-

> Hoogwaardig materiaal. Het doel bij alle toepassingen is

Een ander materiaal als basismateriaal gebruiken in plaats van rubber is overigens lastig, vermoedt Dierkes. “Mensen beseffen nog te weinig hoeveel rubber er eigenlijk wordt gebruikt. Niet alleen auto’s, vrachtwagens, bussen en vliegtuigen gebruiken rubberen banden. Treinen worden gedempt door rubberen blokken, trillingen in alle transportmiddelen worden opgevangen door rubber en voor afdichtingen om transportmiddelen, maar ook raamkozijnen en andere producten of systemen waterdicht te maken wordt eveneens rubber als basismateriaal gebruikt. Zonder rubber zou de wereld, zeker de transportwereld, er heel anders uit zien”. <

om een zo hoogwaardig mogelijk materiaal uit het oude rubber te creëren. Daarom wordt momenteel ook veel onderzoek gedaan naar devulkanisatie. Dierkes; “Bij het produceren van banden worden polymeerketens gevulkaniseerd. Ketens reageren met zwavel waardoor een netwerk ontstaat. Hierdoor ontstaat een elastisch vormvast materiaal. We onderzoeken hoe we bij recycling van rubber het vulkanisatieproces ongedaan kunnen maken door te devulkaniseren met behulp van een chemische behandeling. Het is de kortste kringloop die je kunt hebben met de minste moeite om het materiaal weer geschikt te maken in nieuwe rubberproducten”. Ook in nieuwe banden bijvoorbeeld. “We hebben eerst vrachtwagenbanden onderzocht aangezien er hier met name natuurrubber wordt gebruikt en minder synthetisch rubber zoals bij autobanden. Dit proces is iets eenvoudiger. Door het devulkanisatieproces van vrachtwagenbanden verder te optimaliseren, hopen we 20 tot 25 procent gerecycled rubber weer in delen van nieuwe banden te kunnen hergebruiken. We werken momenteel met een bedrijf samen om het proces verder op te schalen zodat het gerecycled rubber in vrachtwagenbanden kan worden hergebruikt”. Een kwart gerecycled rubber in een vrachtwagenband hergebruiken is een aanzienlijk hoger percentage dan andere methoden. “Toch moeten we ook hier blijven zoeken naar verbeteringen en optimalisatiemogelijkheden. De hoeveelheid afgedankt rubber is enorm groot”.

lossingen. “Toen ik aan de UTwente begon in 2001, klopte niemand aan om met ons samen te werken. Tegenwoordig weten steeds meer bedrijven ons te vinden terwijl bandenproducenten intern eveneens bezig zijn met het zoeken naar oplossingen. Naar verwachting zal de wetgeving in de toekomst ook strenger worden wat verder onderzoek stimuleert”.

Extruder Foto: University Twente

31


JAARBIJEENKOMST IN FOTOâ&#x20AC;&#x2122;S <

32 december 2018


Fotografie: Maxime van Amersfoort, NVDO, Elisabeth Beelaerts.

33


JAARBIJEENKOMST <

Impact

Op 9 november was IMPACT het thema van de gezamenlijke NVDO WCM Jaarbijeenkomst. Drie sprekers gaven er, ieder vanuit een verschillend gezichtspunt, invulling aan en dat leidde tot een zeer boeiende en inspirerende dag. Van virtual reality, via een Marokkaanse gevangenis naar Onderhoud aan het spoor. Hoogleraar Cognitieve Psychologie en Artificiële Intelligentie aan Tilburg University Max Louwerse mag als eerste spreker het podium op. Louwerse (DAF Lab/Campione, Mindlabs en project VIBE) vertelt over de razendsnelle ontwikkeling die artificial intelligence

doormaakt en het effect daarvan op onze manier van werken. Hij zegt onder meer dat kunstmatige intelligentie ook bedrijven buiten de IT ingrijpend zal veranderen. “En hetzelfde geldt ook voor virtual reality`. “Good enough is dead”, zegt de hoogleraar. Er is nog maar één ding dat het verschil maakt+ “Jij.” Volgens de professor zitten we in een perfecte storm van grote verandering. Het ‘goede’ nieuws is, dat alles wat niet kan worden gedigitaliseerd belangrijker wordt. “Holistische businessmodellen zijn de toekomst”. Louwerse vertelt over de mogelijkheden van virtual reality. Zo onderzoekt hij onder meer of het mogelijk is om al tijdens een training het succes ervan te voorspellen op basis van het gedrag van de student. Zijn toelichting gaat ‘diep’ en het klinkt misschien als fundamentele wetenschap, zegt hij zelf, maar de kennis uit de onderzoeken is wel degelijk te vertalen naar de praktijk. Louwerse, tot slot; “Virtual reality is geen doel, maar een middel”. En; “’Ach, het zal onze tijd wel duren’, is een antwoord dat niet meer geldt. Je moet er mee aan de slag, anders mis je de boot”.

> Tien jaar cel. Van de impact van (nieuwe) technologie gaat het naar de impact op persoonlijke levenssferen met spreker Joseph Oubelkas. Na een fijne jeugd, start hij een succesvol IT-bedrijf op. Alles gaat hem voor de wind tot hij tijdens een zakenreis in Marokko wordt opgepakt op verdenking van betrokkenheid bij drugssmokkel. Van het een op het andere moment belandt hij in een Marokkaanse gevangenis en stort zijn wereld in. “Stel je voor dat je straks naar je auto loopt en dat je zonder aanleiding opgepakt wordt en tot 2028 in de cel terechtkomt”. Later blijkt dat er fouten zijn gemaakt in zijn rechtszaak en dat het bewijsmateriaal

‘Innerlijke kracht, karakter. Je bent sterker dan je denkt’ Max Louwerse Foto: NVDO

34 december 2018


‘Jij bent aan zet, altijd en overal’ > Impact nummer twee. Hij vertelt dat hij zich verbaasde over het geklaag van medegevangenen over de wachttijden bij de gevangeniswinkel. “Waarom, moet je nog ergens heen dan? Soms moet je je inderdaad druk maken, maar niet altijd. Het is een keuze”. Oubelkas vertelt verder, over zijn omgang met zware criminelen, de bewaarders, zijn gevangenistuintje en de sportactiviteiten die hij opzette. “Het is niet mijn wereld, maar ik heb er mijn wereld van gemaakt”. Na vijf jaar wordt hij overgeplaatst naar Nederland en komt hij vrij en moet hij zijn leven weer opbouwen. “Van min honderd naar nul, zonder hulp. Ik werd zelfs tegengewerkt, je bent toch een ex-gevangene en een Marokkaan. De buitenwereld zit niet op je te wachten. Dat was impact nummer twee”.

Joseph Oubelkas Foto: NVDO

niet klopt. Een tweede rechter corrigeert dat, maar het vonnis van tien jaar cel blijft wel staan. Oubelkas; “Ze kunnen mijn lichaam opsluiten, maar niet mijn geest”.

> Houding. Oubelkas toont beelden van de overvolle cel. Mensen liggen als sardientjes in een blik op de grond, zonder een centimeter persoonlijke ruimte. Zelfs in de toiletruimte liggen en slapen mensen. Oubelkas vertelt zijn indringende en aangrijpende verhaal met humor. “Ik krijg vaak de vraag: hoe kan het dat je hier nu zo staat?” Het antwoord is: houding. “Innerlijke kracht, karakter. Je bent sterker dan je denkt. Focus en neem verantwoordelijkheid. Bepaal je doelen en bereik ze. Als je wilt, dan lukt het je, mits je doelen reëel zijn. Je moet het zelf doen”. Hij legt de link met techniek door te verwijzen naar de komst van de robots. “Zet kleine stapjes, begin eraan en wen eraan. In de gevangenis begon ik ook met kleine stapjes. De eerste was de zorg voor mijn tanden. De tweede de Marokkaanse taal leren, want het is niet fijn als je niet weet wat er wordt gezegd”.

> Jij bent aan zet. “Ik liet het los, en dat is de tweede worsteling; de houding buiten de muren”. De correspondentie met zijn moeder was een belangrijke steun tijdens zijn verblijf in de gevangenis en hij besluit op basis van die vierhonderd brieven een boek te schrijven. Inmiddels is Oubelkas fulltime schrijver en spreker. “Jij bepaalt, honderd procent. Altijd. Jij bent aan zet. Van lijden naar leiden”. Oubelkas krijgt een daverend applaus en een staande ovatie. Na afloop zegt hij nog over de impact van de mens: “Wat doe je in je leven en waarom doe je dat? Is dat wat je wilt? En hoe ben je van toegevoegde waarde, voor jezelf en voor je omgeving? Als je daarmee het verschil kunt maken, is het goed”. > Linkerrijtje, bovenaan. Terwijl de congresbezoekers aan tafel zitten voor het diner neemt Pier Eringa, president-directeur van ProRail het woord. Vóór ProRail werkte Eringa als ziekenhuisdirecteur. “Daar had ik één hobby: linkerrijtje, bovenaan”. Voor de niet voetballiefhebbers legt hij uit dat hij bedoelt dat je moet streven om tot de top vijf van jouw branche te behoren. “Die ambitie moet je hebben.” Eringa staat nu ruim drie jaar aan het hoofd van ProRail. “Waarom ik bij ProRail aan de slag ging? We werden toch een beetje gezien als een stelletje sukkels. Juist dan vind ik het leuk om ze in dat linkerrijtje te krijgen. Wat heb je dan nodig? Mensen met ambitie. Hoe zit dat bij jullie, trouwens?” Over de situatie bij ProRail zegt hij; “Je moet zorgen dat je dagdagelijkse prestaties op orde zijn. Het tweede is dat de mensen niet zien en niet weten dat wij qua prestaties wereldwijd in de top drie staan, na Japan en Zwitserland. Je moet dus actief zijn in de pers. We werden rechts ingehaald door pers en politiek. Dan moet je zorgen dat je snelheid zo hoog ligt, dat dat niet meer kan”. >

35


Pier Eringa Foto: NVDO

>

‘Het schudgedrag van de reiziger als indicator van de staat van het spoor’

> Machtig interessant. De ProRail-directeur verlegt zijn betoog richting onderhoud. Hij noemt drie onderwerpen. Aanbestedingen hebben het risico van de ‘korte klap’ terwijl de lange termijn buiten beeld blijft. “Maar we kunnen er niet onderuit”. Compliance is het tweede onderwerp. “Voor het spoor zijn er maar vier onderhoudsaannemers. Blijft dat zo?” Zijn derde punt is big data. “Hoe gebruik je dat? Dat is machtig interessant. Meer technologie gebruiken voor het juiste onderhoud”. Als prakrijkvoorbeeld noemt hij de wissels slimmer maken met sensoren. Voor het registreren van de koude, zodat de wisselverwarming aan gaat. En voor het monitoren van het stroomverbruik om storingen te kunnen voorspellen. Andere innovaties zijn het uitrusten van passagierstreinen met sensoren om het spoor beter en vaker te monitoren dan alleen met de traditionele meettreinen. En nog een stap verder is een app die passagiers kunnen downloaden op hun telefoon. “Het schudgedrag van de reiziger als indicator van de staat van het spoor”.

> Zorg dat je kunt vliegen. Eringa; “Het gaat erom om het slimmer te doen. Wij zijn heel traditioneel, en dat komt voor een belangrijk deel voort uit veiligheid”. Hij benadrukt dat veiligheid heel belangrijk is, maar voegt daaraan toe dat ‘de veiligheidskaart te vaak wordt gespeeld’. “Hoedt u voor de veiligheidsradicalen”. Verder zegt hij; “Stop met praten en doe het gewoon”. Hij gebruikt een grap om zijn punt te maken. De korte versie: een man en zijn papegaai worden vanwege wangedrag uit een vliegtuig gegooid. Terwijl ze naar beneden vallen, vraagt de man aan zijn vogel: waarom heb je dat gedaan? Waarop de papegaai zegt: ‘Zoiets kun je doen, als je kunt vliegen.’ Dat is mijn boodschap: zorg dat je kunt vliegen, want dan kun je meer dan je denkt”. Later zegt hij nog over het belang van onderhoud dat onderhoudsprofessionals af

36 december 2018

moeten van hun ‘Calimerogevoel’. “Je moet je werk goed doen en een stap naar voren durven zetten. Je moet zo goed zijn dat je mee kunt én mag praten. Zorg ervoor dat je aan de bal komt en er de goede dingen mee doet. Dan word je vanzelf vaker aangespeeld. Gezag krijg je niet cadeau, je moet leveren en dat moet je zichtbaar maken. Dan dwing je respect af ”.

Henk Akkermans, directeur van World Class Maintenance en medeorganisator van het jaarcongres licht na afloop het belang van innovatie toe. “We moeten allemaal meer doen met minder mensen. De productiviteit moet dus omhoog en digitalisering speelt daarbij een belangrijke rol. Dat vraagt ook om sociale innovatie; we moeten het samen doen. Met de NVDO, maar ook met asset owners, contractors, onderwijs en overheden. Onze fieldlabs kunnen daarin een belangrijke rol spelen”. NVDO-voorzitter Bas Kimpel sluit aan: “We staan aan het begin van een grote omwenteling, een technologische revolutie. Arbeidsmarkt, wet- en regelgeving en innovatie zijn hierin belangrijke en actuele thema’s. De NVDO wil daarin impact hebben. Daarom pakken wij onze rol om die thema’s op een beter en hoger plan te krijgen. Dat doen we samen met onderwijs en bedrijfsleven en onze leden natuurlijk. We moeten (samen met de sector) aan de slag, stilstaan is geen optie”.


Extra vertrouwen

VEILIG WERKEN <

met behulp van Blokchain Een gebrek aan vertrouwen tussen klanten, onderhoudsleveranciers en fabrikanten is een probleem in veel ketens. Vrijwel de gehele keten ziet dan de voordelen van bijvoorbeeld predictive maintenance, maar men krijgt het niet in gezamenlijkheid van de grond. De oorzaak: een totaal gebrek aan vertrouwen om data te delen.

contracts (programma’s waarvoor blockchain de wijze van uitvoering garandeert), is het mogelijk om te zorgen dat de data alleen kunnen worden gebruikt voor de toepassing die vooraf tussen beide partijen is overeengekomen. Dit zorgt dat de data veilig kunnen worden uitgewisseld zonder tussenpartij. Predictive maintenance wordt in diverse sectoren voorzichtig opgestart en met behulp van blockchain ontstaat er een brug tussen de fabrikanten en onderhoudsleveranciers. Niet alleen is de technologie nog in een beginstadium, ook is de wetenschap nog niet eensgezind over wat het effect zal zijn van blockchain op onze maatschappij.

> Relatie met Veiligheid. Nu predictive maintenance van de grond Gebrek aan vertrouwen in de keten maakt het implementeren van predictive maintenance lastig. Eigenlijk moeten de onderhoudsleveranciers ook weten hoe andere assets uit dezelfde serie van een bepaalde fabrikant falen en fabrikanten moeten van onderhoudsleveranciers weten wat de onderhoudshistorie is van de assets. Data-uitwisseling tussen beide partijen is dus enorm belangrijk. En dat lukt niet. Fabrikanten zijn bang dat hun data bij concurrenten terechtkomen of dat er claims komen vanwege aantoonbaar ondeugdelijke producten. Tegelijkertijd zijn onderhoudsleveranciers angstig voor het delen van hun onderhoudshistorie, omdat dan mogelijk fabrikanten kunnen aantonen dat zij zich niet aan het onderhoudsschema hebben gehouden en dus geen aanspraak kunnen maken op garantie. .

komt, zal dit het aantal keer dat assets onvoorzien buiten werking raken, verminderen. Veelal gaat met het buiten werking raken van assets ook een risico gepaard. Denk maar eens aan het gevaar dat gepaard gaat met het niet meer correct functioneren van een wissel. Wanneer predictive maintenance een vlucht neemt, zullen deze risico’s sterk worden gereduceerd. Dit verhoogt de veiligheid op het werk

> Duurzame verbetering. Maar ook op andere gebieden biedt

> Blokchain. En dan is er blockchain. Blockchainttechnologie onder-

blockchain kansen. In het Programmaplan Duurzame Veiligheid 2030 wordt transparantie gezien als drijvende kracht om veiligheid in de sector te verhogen. Het heeft doelstellingen om informatie tussen bedrijven onderling én tussen bedrijven en overheid te delen zodat daarmee de veiligheid duurzaam wordt verbeterd. Zo kan de preventie van zware ongevallen worden versterkt en geleerd worden van zware ongevallen.

scheidt zich door vier basisprincipes die extra betrouwbaarheid creëren in processen en toepassingen, zoals Onwijzigbare opslag van gegevens, zodat gegevens extra betrouwbaar worden opgeslagen. Denk ook aan Distributie van deze gegevens naar vele partijen in een netwerk, Consensus tussen partijen over welke gegevens nieuw worden vastgelegd, zonder dat een centrale partij die de keten domineert en het vierde basisprincipe van Uitvoering van programmeercode (smart contracts/ dapps) in een gedistribueerd netwerk, zodat afspraken altijd correct worden uitgevoerd. Blockchain kan helpen om vertrouwen te winnen binnen de onderhoudsketen om zo toch data uit te wisselen. Met behulp van smart

Hoewel eigenlijk niemand tegen betere preventie en bestrijding van én beter leren over ongevallen kan zijn, wordt niet stil gestaan bij tegengestelde belangen. De belangrijkste daarvan is het beschermen van de concurrentiepositie. Het niet met iedereen willen delen van informatie brengt de veiligheid in gevaar. Toch is die patstelling wel te doorbreken met een gemeenschappelijke ICT-infrastructuur met blockchain die wel de belangen kan balanceren van partijen in de sector. Bedrijven houden regie op eigen gegevens en bepalen wie wanneer welke gegevens mag inzien of wijzigen. Op geaggregeerd niveau kan stuurinformatie worden verkregen voor zowel toezichthouders als bedrijven. <

Foto: Veiligheid Voorop

‘Preventie van zware ongevallen versterken’ 37


ONDERZOEK <

Foto WCM

Welke onderzoeken de Nederlandse maintenancesector?

verbeteren 38 december 2018

Met deze vraag als uitgangspunt, beoordeelt een deskundige jury innovatieve onderzoeken die zijn verricht door of aan onderwijsen onderzoekinstellingen (hbo’s en universiteiten). World Class Maintenance reikt jaarlijks Maintenance Awards uit voor de beste scripties binnen het thema ‘Maintenance Innovation Research’.


Directeur Henk Akkermans onthulde tijdens het WCM Jaarevent de namen van de winnaars van de WCM Research Awards 2018. De Bachelor Award is voor Ancel Bekker (NLDA). In zijn scriptie zoomt hij in op de vraag wat de gereedheid bepaalt voor twee typen militaire voertuigen. Sophie ten Zeldam (Universiteit Twente) verdient de Master Award vanwege haar onderzoek naar het toepassen van data-gedreven modellen voor het diagnosticeren van falende componenten en voor het vaststellen van de faaloorzaak op basis van feitelijke gebruiksgegevens. En dan zodanig dat de onderhoudstechnici het ook begrijpen. De PhD-award is voor Denise Tönissen van TU Eindhoven. Tönissen ontwikkelde een rekenmethode voor het vaststellen van de beste locatie voor een maintenance-werkplaats in een spoornetwerk.

‘Niets praktischer dan een goede theorie’

> Verbeteren van Materiële gereedheid bij het CLAS. Ancel Bekker van het NLDA wint de WCM Bachelor Award met zijn scriptie ‘Verbeteren van materiële gereedheid bij het CLAS’. Bekker; “In dit onderzoek is de invloed van variatie van verschillende (met name personele) factoren op de materiële gereedheid gekwantificeerd”. Akkermans; “Na een grondige introductie van het begrip materiële gereedheid bij Defensie en het onderhoudsproces ILM (Intermediate Level Maintenance) wordt stap voor stap ingezoomd op de vraag wat deze gereedheid bepaalt voor twee typen militaire assets, de CV90 en de Boxer. Het gebruik van de technieksimulatie is lovenswaardig. Niet omdat de modellen zo ingewikkeld zijn, maar omdat simulatie zo verstandig ingezet wordt om managementvragen te beantwoorden die men met eenvoudiger methoden niet kan beantwoorden. De verbeteringsmogelijkheden zijn overduidelijk. Defensie kan aan de slag met deze conclusies”!

> Automated Failure Diagnosis in Aviation Maintenance Using eXplainable Artificial Intelligence. Sophie ten Zeldam ontvangt de WCM Master Award voor haar scriptie ‘Automated Failure Diagnosis in Aviation Maintenance Using eXplainable Artificial Intelligence (XAI)’ bij Universiteit Twente. Ten Zeldam; “Dit onderzoek combineert gebruiksgegevens en artificial intelligence in een model, dat resulteert in een betere data-analyse, efficiëntere troubleshooting voor technici en een specifieke faalmodus voor een doelgerichte reparatie”. Akkermans licht toe; “Een groot probleem bij het meer data-gedreven maken van maintenance is dat de kwaliteit van documentatie en informatie van eerder onderhoud vaak matig is. Het feitelijke onderhoud wordt heel summier genoteerd en meestal ook zonder motivatie. Wat was de diagnose van het onderhoudsprobleem en waarom is men tot die diagnose gekomen? Dat klinkt heel praktisch en met beide voeten aan de grond en dat is het ook. Daarom is het des te leuker en lovenswaardiger dat Sophie ten Zeldam tot voor kort nog behoorlijk theoretische technieken uit de Artificial Intelligence of Data Science er op los laat. In jargon: Sophie heeft datagedreven modellen toegepast voor het diagnosticeren van falende componenten en voor het vaststellen van de faaloorzaak op basis van feitelijke gebruiksgegevens. Die formele technieken blijken ook nog eens te werken op een praktisch probleem als de landingswielen

van de F16. Het feit dat Sophie’s techniek kan uitleggen aan technici wat er waarschijnlijk aan de hand is met zo’n wiel als het op de testbank ligt maar nog niet aantoonbaar stuk is, vindt de jury van zeer grote waarde voor de acceptatie van AI technieken in de praktijk van het onderhoud. De modelredenering is geen black box maar is te volgen door de technici en heeft dus meer kans om overgenomen te worden”.

> New decomposition methods for two-stage optimization for planning under uncertainty. Denise Tönissen van TU Eindhoven wint de WCM PhD Award met ‘New decomposition methods for two-stage optimization for planning under uncertainty’. “In mijn proefschrift heb ik voor het Nederlandse spoornetwerk wetenschappelijk onderzocht hoeveel onderhoudslocaties er nodig zijn en wat een ideale capaciteit en locatie is. Dit heeft belangrijke bedrijfskundige inzichten opgeleverd”, aldus Tönissen. Akkermans; “De jury is onder de indruk van de elegantie van dit werk waarin heel precies strategische doelen op verschillende niveaus van abstractie gekoppeld worden aan verschillende scenario’s. Wat de jury ook erg waardeert is dat, ook al worden in dit proefschrift gaandeweg de formules steeds langer, dit zeker niet een louter theoretisch wiskundig werk is”. In het tweede deel van het proefschrift wordt een praktische toepassing van de gehanteerde optimalisatiemethoden toegepast op een maintenance locatieprobleem voor een rail network. In zo’n maintenance locatie wordt rollend materieel geïnspecteerd en onderhouden. Uitrekenen waar je het beste werkplaatsen neer kunt zetten in een volledig voorspelbare wereld met altijd hetzelfde spoorboekje is al een heidense klus, maar om dit optimaal te doen voor een heel brede variëteit aan mogelijke dienstregelingen lijkt nauwelijks te doen. En daar bovenop wordt er dan ook nog eens rekening gehouden met mogelijke verstoringen, met uitvallende treinen en wat dies meer zij. Zo kan er uiteindelijk zelfs een afweging gemaakt worden tussen wat nu beter is: een paar grote werkplaatsen of een groter aantal kleinere werkplaatsen verspreid door het land. De conclusie is het laatste, en dat komt doordat de transportkosten van de te repareren treinen van meer belang zijn dan de schaalvoordelen. “Daarmee toont de prijswinnaar maar weer eens aan dat er niets praktischer is dan een goede theorie”! <

39


Handige gids in

WET- EN REGELGEVING <

Europese en nationale regelgeving Stel, je ziet een leuk product in de Verenigde Staten en wilt het op de Europese markt brengen. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Want elk land heeft zijn eigen weten regelgeving. De Nederlandse distributeur Cooper Trade maakte handig gebruik van de juridische kennis van Enterprise Europe Network (EEN). “Het bespaarde ons heel veel tijd en uitzoekwerk”, zegt CFO Erwin Tulleners. “We brengen producten op de markt met een bijzonder verhaal”, zegt Tulleners. “Het begon met het Amerikaanse Bobble: een bidon met een filter waarin je kraanwater kunt meenemen. Wij namen graag de Europese distributie van dit mooie, duurzame product op ons. Veel Amerikanen zien Europa daarbij als één markt. Maar, in de praktijk loop je hier tegen verschillende culturen, talen en wetgeving aan. Toch gingen we de uitdaging aan om van Bobble een succes te maken. Zoals we dat nu ook doen voor bijvoorbeeld Lego en Doppler Labs: mooi vormgegeven oordoppen die het mogelijk maken omgevingsgeluiden te filteren en bijdragen aan de muziekbeleving in een club of tijdens een concert”.

> Juiste instelling. Tulleners spreekt met liefde over zijn producten. Dat moet ook wel, want het verhaal erachter is bijna net zo belangrijk als de productspecificaties. En de manier waarop je het verhaal aan de man brengt, verschilt per land. “In Nederland kun je direct ter zake komen. Maar zodra je bijvoorbeeld de Belgische grens over gaat, kom je met die instelling nergens. Dan moet je eerst investeren in de zakenrelatie voor je een verkoopgesprek kunt voeren”.

Ook een onderhoudsorganisatie kan bij RVO/EEN terecht voor advies over wet- en regelgeving (bijvoorbeeld CE-markering) als zij zakendoet in de EU. Het Enterprise Europe Network (een zakelijk netwerkprogramma geïnitieerd door de Europese Commissie) kan ondernemers kostenloos helpen bij het zoeken naar handels- en innovatiepartners elders in de EU en veel landen daarbuiten. RVO.nl | Enterprise Europe Network www.rvo.nl/een / www.enterpriseeuropenetwork.nl

“Wat moet er op een verpakking staan? Voor Bobble en Doppler Labs volstaat in Nederland een Engelstalige tekst. In Duitsland moet er achterop ook een Duitstalige tekst staan en de Franse wet schrijft een Franstalige tekst op de verpakking voor”. Tulleners zocht hulp om hem door dit woud aan regelgeving te leiden en kwam al snel uit bij EEN. “In adviseur Ton Durieux vond ik een zeer waardevolle gids. Hij wees me op de geldende regelgeving. Dankzij mijn achtergrond in fiscale economie, kon ik vervolgens interpreteren wat precies van toepassing was op onze producten”.

> Wegwijs in CE-markering. Ook voor de CE-markering, waarmee je stelt dat een product voldoet aan de Europese regels, ging Tulleners te rade bij Durieux. Geldt CE-markering voor de Doppler Labs? Met welk document laat je zien dat de Bobble voldoet aan Europese richtlijnen? “Bij elk product moet je nagaan waarvoor het is bedoeld, hoe je het kunt gebruiken en hoe de consument de functie interpreteert. Voor al die toepassingen moet je laten zien dat je voldoet aan de regelgeving. Ook binnen dit specialisme hielp Durieux ons enorm. Zijn communicatie was duidelijk, hij nam de tijd en stelde vragen waar ik niet zo snel bij stil stond. Al met al bespaarde ons dit heel veel uitzoekwerk. EEN is daarmee voor ons een onmisbare schakel”.

> Enterprise Europe Network. Als u wereldwijd gaat zakendoen, > Verschillende regelgeving. Nog ondoorgrondelijker is de verschillende nationale regelgeving. Tulleners loopt er geregeld tegenaan.

Foto: NVDO 40 december 2018

kunt u gebruik maken van het netwerk Enterprise Europe Network (EEN). Dit initiatief van de Europese Commissie is erop gericht mkb’ers te ondersteunen bij internationale handel en innovatie. EEN helpt ondernemers, onderzoeksinstituten, universiteiten, technologiecentra en instellingen voor bedrijfs- en innovatieontwikkeling kosteloos met het vinden van partners wereldwijd. Ton Durieux is Adviseur EU-wetgeving en CE-marketing en zegt erover; “Ons netwerk bestaat uit meer dan 600 organisaties in ruim 50 landen. Wij werken nationaal én internationaal samen met Kamers van Koophandel, overheidsagentschappen en instellingen voor bedrijfs-, innovatie-ontwikkeling en kenniscentra. Dankzij intensieve onderlinge contacten kunnen wij via deze organisaties snel relevante partners en informatie vinden”. <


In de Wetenschap

TECHNIEK <

dat Wetenschap niet nodig is Hypothese, paradigma, taxonomie, metafysica behoren tot de categorie weten-schappelijke terminologie. En ze vervullen allen een belangrijke rol. Maar soms hebben we deze termen en haar betekenissen helemaal niet nodig. Soms kan iets, dat een stuk minder ingewikkeld en al helemaal niet wetenschappelijk verantwoord is, ook een groot verschil maken. Zoals Gered Gereedschap. Persoon met blokschaaf Foto: Gered Gereedschap

> Tweede leven. Oud handgereedschap, naaimachines, elektrisch handgereedschap en eventuele werkplaats- machines zijn van harte welkom in één van de dertig werkplaatsen van de stichting. Hier wordt het met liefde opgeknapt en krijgt het een tweede leven in ontwikkelingslanden, zodat men er daar, bijvoorbeeld in de bouw of loodgieterij, mee aan de slag kan. Maar men wordt niet met enkel een gereedschapskist de arbeidsmarkt opgestuurd, er wordt ook gezorgd voor vakopleidingen en werkbegeleiding.

> De blokschaaf. Van metaalboor tot handzaag tot schroevendraaier, bijna alles wordt nieuw leven ingeblazen. Zo zijn ze bij Gered Gereedschap ook dolgelukkig met een oude blokschaaf. Een blokschaaf is een stuk handgereedschap voor houtbewerking. Het is simpel gezegd een handzaam ‘blok’ gemaakt van hout of staal, waar aan de onderkant een beitel enkele millimeters uitsteekt. Het wordt gebruikt om houten werkstukken glad en strak af te werken, te schaven. Een echte vakman spreekt hier van opschaven. De blokschaaf draait al ‘even’ mee. Het gebruik ervan gaat terug tot in de Romeinse tijd en was toen gemaakt van hout, meestal beuken. Sinds 1860 gebruikt men voornamelijk een stalen schaaf, de bekende Stanleyschaaf.

‘Het verdient gewoon een tweede leven’

> De reddingsactie. Het ‘redden’ van een oude blokschaaf begint met het uit elkaar halen. Er zijn drie onderdelen; Het blok, het klemmechanisme (wig) en de schaafbeitel en keerbeitel. De zool van het blok wordt ontroest, gestraald en gepolijst. Zo glijdt het moeiteloos over een houten object. Ook de beitels worden beiden gepolijst en geslepen in een hoek van 25 graden. Nadat dit tot tevredenheid is gebeurd, kan de blokschaaf weer in elkaar worden gezet. De keerbeitel ligt 5 mm terug ten opzichte van de schaafbeitel, en andersom, dit is om te zorgen dat de krul die je afschaaft makkelijk loskomt en niet in de schaaf blijft zitten. Met een stelmoer, een bout en een dekbeitel wordt alles weer vastgeklemd (klemmechanisme). Na het monteren van het handvat en de knop, volgt een kleine testronde. Conclusie; deze blokschaaf kan nog jaren mee.

> Indrukwekkend. Het is geen hogere wetenschap, maar wel een prachtig staaltje techniek, dat tot in detail is uitgedacht. Best indrukwekkend, helemaal als je je bedenkt dat dit al honderden jaren geleden is ontworpen. Dat verdient toch ook gewoon een tweede leven! < Gered Gereedschap steunt (leerling)vakmensen in ontwikkelingslanden met kennis, kunde en middelen. De juiste gereedschappen en machines, een gedegen vakopleiding en verdere begeleiding naar en op het werk zijn daar onderdeel van. Het geeft vakmensen de kans om een zelfstandig bestaan als bijvoorbeeld timmerman, automonteur of kleermaker op te bouwen. Zo pakken zij armoede duurzaam aan en dat werkt. Meehelpen als donateur, vrijwilliger of gereedschap-inleveraar? Meer informatie vind je op www.geredgereedschap.nl 41


VUURVLIEGEN 2018 <

Jeroen van Beeck

winnaar

Vuurvliegen 2018

Jeroen van Beeck Foto: Fixmedia

Leerlingen van basisschool de Meerpaal uit Anna Paulowna en basisschool de Zilvermeeuw uit Heemskerk hebben bij Tata Steel onderzoeker Jeroen van Beeck uitgeroepen tot winnaar van de wetenschapsbattle â&#x20AC;&#x2DC;Vuurvliegen 2018â&#x20AC;&#x2122;. Na een spannende strijd met drie andere wetenschappers wist hij het meest helder en overtuigend zijn onderzoek over de Hyperloop aan de kinderen te presenteren. 42 december 2018


Centrum Jongeren Communicatie Chemie organiseert jaarlijks de spannende wetenschapsbattle Vuurvliegen waarbij leerlingen uit het basisonderwijs bepalen welke onderzoeker het beste zijn of haar onderzoek voor het voetlicht kan brengen. De achterliggende gedachte is dat wie zijn onderzoek kan uitleggen aan een negenjarige, dat aan iedereen kan. Door deel te nemen aan de battle leren onderzoekers hun onderzoek helder en overtuigend te presenteren. Tegelijkertijd ervaren kinderen wat een onderzoeker nu eigenlijk precies doet. Tijdens de editie van 2018 pitchten vier onderzoekers van universiteiten en bedrijven hun wetenschappelijk onderzoek voor 100 leerlingen. De kinderen bepaalden via stemming wie de beste presentatie gaf en wie de Vuurvlieg 2018 werd.

Over de Wetenschapsbattle Met de Wetenschapsbattle worden kinderen op jonge leeftijd warm gemaakt voor wetenschap en techniek. Dat gebeurt door de wetenschap naar school te halen, de leerlingen de hoofdrol te geven en hun eigen talenten te laten ontplooien. Presenteren voor kinderen wordt daarbij gezien als ideale leerschool voor wetenschappers om hun onderzoek op een heldere en overtuigende manier uit te leggen. Door co-creatie tussen kinderen, wetenschappers, leerkrachten en communicatiecoaches ontstaat een totaal nieuwe leeromgeving voor alle betrokkenen. Ieder geeft het beste van zichzelf, wat het onmogelijke mogelijk maakt.

> Deelnemende wetenschappers. Pien Goldsteen Van de Rijksuniversiteit Groningen ging in op haar onderzoek naar mini-longen ter vervanging van proefdieren. Thomas Gardenier van de Universiteit Utrecht vertelde over de relatie tussen het verplaatsen van moleculen op een kristaloppervlak en het efficiënt opladen van je telefoon. Joost Wolters van Ioniqa presenteerde hoe zijn onderzoek bijdraagt aan het omzetten van plastic afval naar nuttige grondstoffen. Maar, er kan er maar een de beste zijn en dat was Jeroen van Beeck van Tata Steel.. > Aanpak. Van Beeck is gepromoveerd aan de Technische Universiteit Eindhoven op een project dat kijkt naar de hechting van een dunne polymere coating op een staalsubstraat dat gebruikt wordt in de verpakkingsindustrie. Na zijn promotie is hij begonnen bij Tata Steel als onderzoeker bij Research & Development. Naast onderzoek is hij momenteel ook actief als projectleider voor het Hyperloop project en ondersteunt en ontwikkelt hij de technologiestrategie van Tata Steel. Zijn specialismes zijn tribologie en materiaalmechanica. Tijdens de battle vertelde Van Beeck over de Hyperloop als vervoersmiddel van de toekomst. Een hyperloop is een transportconcept in een vacuümbuis. Capsules, welke door elektromotoren en magneten worden aangedreven, worden op hoge snelheid door een vacuümbuis geschoten. Door de lucht uit de buis te halen kan het voertuig sneller gaan, terwijl het minder energie kost dan conventionele transportmethodes. Hoe maak je zo’n verhaal nou interessant voor kinderen? Van Beeck; “Daar komen best wel veel aspecten bij kijken. Eerst kregen we als genomineerden een training van C3. Achteraf een hele waardevolle middag, want hoe schat je je uiterst jonge publiek in? Dat is echt andere koek dan op een wetenschappelijke conferentie presenteren”. Wat Van Beeck daar leerde is voor de rest van zijn presenterende leven van onschatbare waarde. “Door met kinderen samen te werken heb ik een hele andere visie gekregen op presenteren”. Hou het levendig is de belangrijkste boodschap. Van Beeck; “Tijdens de battle maakte ik een grapje, stelde ik de kinderen een aantal vragen en liet ik wat live zien. Ik vroeg een van de kinderen op het podium om een test met een dikke en een dunne buis te doen. De dunne buis ging kapot toen er op werd geduwd. En zo werden de kinderen enthousiast. 5 minuten de aandacht vasthouden en je goed verplaatsen in je publiek is het allerbelangrijkste”.

> Onderhoudsprofessionals op school. Regelmatig geven Onderhoudsprofessionals gastlessen op school. Dat begint al in het primaire onderwijs, net zoals bijvoorbeeld een politie agent een keer langs komt om te vertellen hoe boeiend zijn werk is. En net zoals de brandweer, die elk jaar met gillende sirenes in groep 8 komt vertellen dat je later vooral bij hun moet gaan werken. Van Beeck is van mening dat Onderhoudsprofessionals dat ook zouden moeten doen als ze voor

Vuurvliegen 2018 Foto: Fixmedia

een publiek met kinderen staan. “Heel belangrijk is om goed voor jezelf duidelijk te krijgen wat het is dat je over wilt brengen. Probeer dat vooraf in één zin voor jezelf samen te vatten. Na mijn pitch wisten de kinderen dat een sterke, maar ook lichte en goedkope, buis nodig is om een hyperloop te maken, omdat die er anders nooit komt. Dwaal nooit af van je eigen verhaal”. Als extra tip geeft hij goed te letten op je lichaamshouding. “Je verhaal vertellen achter een katheder is echt niet interessant voor kinderen”. Zijn laatste tip lijkt een cliché, maar is zo vanzelfsprekend nog niet. “Voor het kinderpubliek dat mij de prijs Vuurvlieg 2018 gunde, heb ik mijn pak verruild voor een t-shirt met spijkerbroek, omdat ik dan meer een van hun werd”.

> Lesmateriaal. De presentatie van winnaar Van Beeck is inmiddels vertaald naar aansprekend lesmateriaal voor het basisonderwijs, zodat meer kinderen ervaren hoe interessant wetenschappelijk onderzoek kan zijn. De ontwikkelde materialen worden gratis beschikbaar gesteld voor alle geïnteresseerde scholen. Leerkrachten kunnen hiermee gericht aan de slag met onderzoekend leren binnen de gestelde leerdoelen op het terrein van Wetenschap en Technologie. Van Beeck maakt het materiaal niet zelf, maar kijkt wel mee. Een dezer dagen komt er een pilot lesdag. <

‘Hele ander visie op presenteren gekregen’ 43


KENNIS MOET JE OOK ONDERHOUDEN.

DEZE OPLEIDIN ZIJN IN TE BRE GEN NG IN DE BACHEL EN WERKTUIGBOU OR WKUNDE DEELTIJD.

INFORMEER!

EXTRA START 19 MEDIO MEI 20 LOGIE ECHNO ONDERHOUDST EEN. IN HOOGEV

• Wat is Asset Management? • Hoeveel onderhoud is juist genoeg? • Kunnen we met de onderhoudsfunctie waarde creëren? • Wat is de rol van onderhoud binnen het Asset Management? • Wat is Predictive Maintenance en hoe geef ik dit vorm?

INFORMEER!

WAARDECREATIE DOOR GOED ONDERHOUD Een onderhoudsopleiding bij Hogeschool Utrecht helpt u in uw eigen bedrijf de antwoorden te vinden op deze vragen. Aan de hand van kaders gesteld door het Institute of Asset Management (IAM) en de European Federation of National Maintenance Societies (EFNMS) zijn vele mooie resultaten en forse besparingen bereikt bij de deelnemende bedrijven. Door de brede scope op zowel Materiaalkunde, Engineering, Inspectie als Maintenance Management bieden onze opleidingen op het gebied van Onderhoud precies die (integrale) kennis die nodig is om verder te kunnen kijken dan het eigen vakgebied, en daardoor aantoonbaar betere resultaten te boeken. • Post-MBO Onderhoudstechniek (OTK) • Post-HBO Onderhoudstechnologie (OT) • Post-HBO Onderhoud en Asset Management • Master of Engineering in Maintenance & Asset Management

Start 2 oktober 2019 Start 3 oktober 2019 Start 3 oktober 2019 Start 2 september 2019

Alle genoemde opleidingen kunnen naar wens in-company (op maat) verzorgd worden. Informeer naar de mogelijkheden. Meer weten? Bel 088 481 88 88, mail naar info@cvnt.nl of kijk op www.cvnt.nl.

ER VALT NOG GENOEG TE LEREN

44 december 2018


Langste

INNOVATIE <

spoorbrug over A1 wint

Nationale Staalprijs

De nieuwe spoorbrug Muiderberg over de snelweg A1, ook wel de Zandhazenbrug genoemd, heeft de Nationale Staalprijs 2018 gewonnen. De bijzondere brug is onderdeel van het project A1/A6: DiemenAlmere Havendreef. Rijkswaterstaat was vanaf het begin nauw betrokken bij de bouw van de brug. De Zandhazenbrug is een bijzondere brug. Niet alleen is het de langste spoorbrug van Nederland (meer dan 250 m overspanning), maar daarnaast heeft de brug geen tussensteunpunten. Hij is bovendien gemaakt met speciaal (lichter) staal en het ontwerp past in de omgeving. “De nieuwe spoorbrug was nodig, omdat de weg eronder verbreed moest worden voor een betere doorstroming”, legt projectmanager Lex Dekker uit. “Meer rijstroken betekent ook dat de brug dus langer moest worden”.

> Gestelde eisen. Aan de brug zijn veel eisen gesteld. “We hebben vanaf het begin nauw samengewerkt met ProRail. Zij zijn verantwoordelijk voor de spoorbrug. Het moest tenslotte hun brug worden. De weg eronder is van Rijkswaterstaat. Als Rijkswaterstaat wilden we een robuuste weg voor de toekomst. We wilden geen pijlers onder de brug, om flexibiliteit te behouden bij eventuele (latere) wijzigingen in het wegontwerp onder de brug”. Ook verbetert de afwezigheid van pijlers de verkeersveiligheid. De weg onder de spoorbrug is verbreed: van 2x3 rijstroken naar 2x5 rijstroken en een wisselbaan met 2 rijstroken. Door de wegverbreding was een langere spoorbrug nodig. In het beton was het niet mogelijk om de afstand van ruim 250 m te overspannen zonder tussensteunpunten. “Het gevolg was daarom dat de architect niet anders kon dan kiezen voor het ontwerpen van een stalen brug”, aldus Dekker. Ook moest de architect in zijn ontwerp rekening houden met het geëiste maximale geluidsniveau. Een stalen brug heeft de neiging te gaan trillen als een trein passeert. In het contract is opgenomen dat het geluid van passerende treinen op de brug niet meer mocht zijn dan het geluid van de passerende treinen op de aarden baan naast de brug. Met een optimale geluidabsorptie is het gelukt de geluidsafstraling te beperken. Uiteindelijk ontstaat een ontwerp van een brug die ook nog eens past in het landschap. Qua kleur hebben de bogen een grijstint gekregen. “Het is de kleur grijs die veel voorkomt in de Nederlandse luchten”, legt Dekker uit. “De brug is daardoor minder zichtbaar in het landschap”.

> Transport. De brug is in België gemaakt, vervolgens in delen via de Noordzee en voor het laatste stukje over de weg getransporteerd naar Muiderberg. In een weiland pal naast zijn definitieve plaats, is de brug verder in elkaar gezet. “Menigeen zal zich de donkerblauwe hulpconstructies herinneren waarvan velen dachten dat dat de brug al was”, zegt Dekker. In de zomer van 2016 is in één weekend de oude spoorbrug gesloopt en de nieuwe spoorbrug op haar definitieve plaats geschoven en in gebruik genomen. De ingebruikname was drie jaar eerder dan gepland. “Een prachtig resultaat”, aldus Dekker. “We hebben met elkaar ambitieuze doelen gesteld en die zijn gehaald door zinnige en succesvolle samenwerking”.

> Samenwerking met andere partijen. De samenwerking met andere partijen en ProRail was intensief, maar is soepel verlopen. “Er ligt een unieke, robuuste spoorbrug die 100 jaar mee kan en niet meer weg te denken is uit het landschap. Een geweldig project om aan meegewerkt te hebben”, aldus Judith Nijeboer, projectmanager bij ProRail. <

‘Door zinnige en succesvolle samenwerking je doelen halen’ 45


OPGELEVERD <

Kookbuis biedt

precieze metingen

Onderzoekers van de Technische Universiteit Eindhoven zijn trots op een 9 meterlange ‘kookbuis’. De constructie maakt het mogelijk om op ware schaal onderzoek te doen naar het gedrag van de combinatie van stoom en heet water die samen door een pijp stromen, iets wat in veel industriële opstellingen wordt gebruikt. De kookbuis is voornamelijk een noviteit om zijn schaal en optische toegankelijkheid.

Professor dr.ir. Niels Deen, Multiphase and Reactive Flows (MRF) bij het Department Mechanical Engineering (WTB) aan de TU Eindhoven, weet nog goed hoe het allemaal begon. “Het project kwam van de grond op initiatief van Marco Derksen die destijds bij Stork Thermeq werkte. Verdamperpijpen in energiecentrales kunnen kapot gaan door droogkoken en dat ontstaat omdat het stromingspatroon niet goed bekend is. Daarom worden ze vaak overgedimensioneerd, dus bijvoorbeeld met dikkere wanden dan misschien nodig is”. Dat probleem wilde men graag oplossen door stromingspatronen te meten en te kijken hoe die afhangen van toegevoerde warmte, stroomsnelheid etc. Deen; “Het project was in samenwerking met Hans Kuerten (faculteit Werktuigbouwkunde, TU/e), Cees van der Geld, nu bij faculteit Scheikundige Technologie van TU/e, Bernard Geurts van Universiteit Twente en de bedrijven Stork Thermeq, NRG, NEM (nu Siemens), Essent en Regent”.

> Ontwerp. In veel industriële systemen stroomt er heet water door

Kookbuis Foto: Bart van Overbeeke

46 december 2018

extra stevige buizen, bijvoorbeeld in energiecentrales. Vanwege de hoge temperatuur en de druk, is het belangrijk dat de buizen stevig genoeg zijn, omdat bij een lek of breuk grote hoeveelheden heet water ontsnappen. De buizen worden ontworpen met kennis uit kleine schaalmodellen. “Helaas laat deze stroming zich slecht schalen: vloeistoffen stromen anders door een buis van 2 cm dan door een buis van 2 meter”, aldus Deen. Om te compenseren voor deze fout, gebruiken ontwerpers eenvoudigweg een buis met een extra dikke wand. Door kennis vergaard met de nieuwe kookbuis van de TU/e, kan stroming op grote schaal beter begrepen worden, kunnen veiligere installaties ontworpen worden en hoeft minder materiaal verkwist te worden. Deen is ervan overtuigd dat als stromingspatronen beter bekend zijn, verdamperpijpen beter ontworpen kunnen worden. “Die worden gebruikt in alle apparaten waar stoom geproduceerd wordt, bijvoorbeeld in energiecentrales, maar ook in heel veel chemische industrie”.


Typisch stromingspatroon van zowel kleine stoombelletjes als grote plugs van stoom Foto: Bart van Overbeeke

> Stromingspatroon tegen gevaarlijke bellen. De kookbuis is niet alleen uniek door de enorme lengte van 9 meter, maar ook omdat er twee kijkvensters in zitten. Op elk kijkvenster staat een camera gericht die op hoge snelheid registreert hoe de vloeistof zich gedraagt. De buis is berekend op stromend water met een druk tot 40 bar en een temperatuur tot 250 graden Celsius. Omdat het water dan kookt, ontstaat er een zogenaamd tweefasen-systeem. Een deel van het water blijft vloeibaar en een deel wordt gasvormig stoom. Hoe die twee fasen door elkaar stromen, het stromingspatroon, hangt af van de precieze temperatuur en druk. Een temperatuur-druk-kaart van dat stromingspatroon kan vervolgens gebruikt worden om installaties veiliger en efficiënter te maken. Er wordt immers beter begrepen hoe heet water zich gedraagt, waardoor buizen niet overdreven verstevigd uitgevoerd hoe-

‘Veiligere installaties en minder verkwisting van materiaal’

ven te worden, terwijl op andere plekken wellicht onverwachte zwakke plekken ontdekt kunnen worden. De waterdamp kan bijvoorbeeld onschuldige kleine belletjes vormen, of juist grotere bellen waardoor een opstelling hevig kan gaan schudden.

> Veiliger en efficiënter. “Typische toepassingen voor dit onderzoek zijn energiecentrales (kolen-, gas-, biomassa- en kerncentrales) die gebruik maken van een stoomturbine, verschillende systemen in de chemische industrie (zoals reactoren op hoge temperatuur voor de productie van plastics en olie), en koeling in de voedingsmiddelenindustrie”, zegt Deen. Verwachtingen zijn dat de systemen veiliger worden en efficiënter in gebruik. Ook zullen centrales minder vaak hoeven te sluiten. “En, beslist niet onbelangrijk, er zal minder onderhoud nodig zijn, dus centrales staan minder vaak stil”.

> Doorontwikkeling. De eerste onderzoeksresultaten hebben al aangetoond dat de kookbuis zeer geschikt is om het stromingspatroon van kokend water te onderzoeken. Op de vraag welke doorontwikkeling er mogelijk aan komt, reageert Deen; “De opstelling is nu klaar, maar de echte metingen moeten nog beginnen. Met hogesnelheidscamera’s willen we de antwoorden vinden op vragen als waar liggen precies de grenzen tussen stromingspatronen en hoe hangen die af van de toegevoerde warmte? We willen ook andere grootheden meten, bijvoorbeeld lokale stoomfractie. Verder willen we onderzoeken of en hoe de stromingspatronen te beïnvloeden zijn, bijvoorbeeld door kookbellen actief kleiner of groter te maken. Een subsidieaanvraag is in voorbereiding en we gaan graag het gesprek aan met geïnteresseerde partners”. > Mooi meegenomen. Indirect zal CO2 productie minder worden, omdat op materiaal bespaard kan worden door of dunnere wanden of minder slijtage. Verder kan stoom efficiënter geproduceerd worden. <

47


CursusKalender 16 januari; ISO 55000 in één dag! De wereldwijde normen voor Asset Management ofwel de ISO 55000-serie geeft eigenaren van kapitaalgoederen ('asset owners') een instrument in handen om hun 'assets' gedurende de hele levenscyclus op een doelmatige, duurzame en kosteneffectieve wijze te beheren, afgestemd op de behoeften van de stakeholders. De NVDO cursus “ISO 55000 in één dag!” geeft deelnemers waardevol inzicht in de wereldwijde normering. U maakt kennis met de inhoud en heeft aan het eind van de dag een helder en compleet inzicht in de integrale eenduidige aanpak die de norm voorschrijft. Let op: de training gaat specifiek in op de ISO 55.000 serie en behandelt slechts in hoofdlijnen het vakgebied van Asset Management, met als doel de norm te verduidelijken. ISO 55000 is een internationale norm die de eisen voor het ontwikkelen, implementeren, onderhouden en verbeteren van een managementsysteem voor Asset Management specificeert. De norm specificeert welke elementen in een Asset Managementsysteem zouden moeten voorkomen en hoe deze met elkaar verbonden zijn. De invulling daarvan is aan de organisatie zelf.

De norm bestaat uit drie delen: 1. ISO 55000 Asset Management: Overview, Principles en Terminology 2. ISO 55001 Asset Management: Management systems, Requirements 3. ISO 55002 Asset management: Management systems, Guidelines for the application of ISO 55001

Onderwerpen

• Wat is ISO 55000 en hoe draagt het bij aan goed Asset Management • De relatie tussen ISO 55000 en andere management systemen (bijvoorbeeld ISO 9001) • Basisvereisten van een Asset Management Systeem • Toepassen van de norm • Asset Management in combinatie met Verantwoord Ondernemen • Uitgelicht: Risicoanalyse, het belang van data management en het Strategic Asset Management Plan (SAMP) Nota bene: Bij deelname aan deze eendaagse ISO 55000 cursus is uiteraard de norm, deel I inbegrepen!

23/24 januari Basisopleiding Lageronderhoud Eerste dag bij de NVDO, Houten Tweede dag bij SKF, Nieuwegein

Doel

De deelnemers worden in deze tweedaagse training in staat gesteld de problemen, verbonden aan het gebruik van lagers, te begrijpen en de verschillende lagertypen en –aanduidingen te herkennen. Daarnaast raken de deelnemers vertrouwd met de juiste en veilige gereedschappen voor de verschillende montage- en demontagemethoden en het smeren van lagers. Ze zullen ook beter in staat zijn lagerschades te analyseren en te voorkomen. Na de praktische oefeningen zullen de deelnemers de materie echt beheersen!

In company mogelijk

In company mogelijk

Onderwerpen

• Lagertechnologie, de verschillende materialen, welke loopbaancontacten, draaggetallen en toerentallen • Wentellager aanduidingen, wat betekenen alle cijfers en letters • Lager karakteristieken, welk type lager voor welke toepassing en waarom • Passingen en toleranties, aan welke afmetingen dient het lager te voldoen • Monteren en demonteren van lagers op een juiste en veilige methode • Lagersmering en methodes, welk vet, nasmeer-interval en nasmeerhoeveelheid • Lagerschade Analyse en belangrijk hoe te voorkomen

Bestemd voor

Alle medewerkers direct en indirect verbonden aan het vervangen van wentellagers en/of verantwoordelijke voor prestatieverbeteringen en verhogen van betrouwbaarheid van applicaties.

48 december 2018


In company mogelijk

23/24 januari; Maintenance Engineering in de Praktijk De Maintenance Engineer moet snel kunnen schakelen tussen de details van de dagelijkse problemen en beschikt over een helikopterview om een compleet overzicht van die gesignaleerde problemen te krijgen. Tenslotte moet hij zijn voorstellen voor eventuele oplossingen duidelijk en overtuigend kunnen presenteren. De taak van de maintenance engineer is om verstoringen in het productieproces en het onderhoudsproces te herkennen, te elimineren en vooral te voorkomen. Daartoe is er veel samenwerking nodig met andere bedrijfsfuncties.

Doel

Het doel van deze cursus is om de (toekomstige) maintenance engineer in zijn dagelijkse werk een goede ondersteuning te bieden.

Onderwerpen

Dag 1 • De plaats en functie maintenance engineering in de organisatie • Het takenpakket van de maintenance engineer • De relatie tussen de onderhouds- en productiefunctie • Het afstemmen van productie- en onderhoudsdoelstellingen • De kern van maintenance engineering: borgen en verbeteren van de prestatie van produktiemiddelen • De gereedschapskist van de maintenance engineer • Het analyseren en reduceren van storingen • Het opstellen van verbeterplannen Dag 2 • Het doel en het ontwerpen van onderhoudsconcepten • Van onderhoudsconcept naar onderhoudsbeheersing • Praktijkvoorbeelden onderhoudsconcept • Het invoeren van onderhoudsconcepten in de eigen organisatie • Het borgen en bijsturen van onderhoudsconcepten in de praktijk • De invloed van onderhoudsconcepten op het bedrijfsresultaat • De effectiviteit en de efficiëntie van de maintenance engineer

12/13 februari; NIEUW NIEUW Life Cycle Costing Life Cycle Costing (LCC) is een methodiek om de totale kosten van assets zo juist mogelijk in kaart te brengen. Hierbij wordt gekeken naar de complete life cycle van een asset, van kopen tot en met afbreken. Het toepassen van LCC kan bijdragen aan het optimaliseren van onderhoud aan assets en het bepalen van het juiste moment van vervanging.

Doel

Resultaten voor deelnemers aan de training "Life Cycle Costing”: • Herkennen van valkuilen op het gebied van onderhoud • Inzicht in de methodieken van LCC • Waarde van informatie voor optimaliseren van Beheer en Onderhoud • Inzicht in het waarom en wat mee te nemen in een LCC berekening • Kunnen toepassen van de methodiek en inzicht in de levenscyclus kosten

In company mogelijk

Onderwerpen

• In deze training met uitgebreide praktijkvoorbeelden en interactieve opdrachten, worden onder andere de volgende onderwerpen behandeld: • Functie van informatiemanagement in alle fasen van Life Cycle Costing • Belang, nut en implementatie van LCC in projecten bij besluitvorming • LCC in projecten versus beheer en onderhoud • Omgaan met Lange Termijn Asset Planning (LTAP) • Informatie vastleggen, delen en beheren • Tools voor het verzamelen van informatie • Onderhoudsinformatiesystemen • Inzicht in kosten gedurende de totale levensfase van de asset

49


Inrichting van een service ketenregie binnen Philips Healthcare Producenten van kapitaalintensieve goederen bieden steeds vaker servicecontracten aan bij de verkoop van hun producten. Hierin garanderen de leveranciers een bepaalde “up-time” van het systeem. Ziekenhuizen zijn in hun primaire proces sterk afhankelijk van de medische apparatuur, zoals röntgensystemen en CT-scanners. Als het proces stil ligt kost het veel geld en kan het zelfs leiden tot gevaarlijke situaties voor patiënten. Met het aanbieden van service contracten met up-time garantie spelen fabrikanten in op de klantbehoefte. Om de gegarandeerde uptime te halen hebben fabrikanten een voorraad reserveonderdelen. Hoge voorraad gaat ten koste van de winst, maar lage voorraad leidt tot down-time en ontevreden klanten. Het is dus de uitdaging om de juiste interne targets te stellen, waarbij klanttevredenheid wordt behaald tegen minimale kosten. De verschillen in contractueel vastgelegde up-time leidt o.a. tot verschillen in de voorraad beschikbaarheid van de reserveonderdelen. Ook bij klanten met hetzelfde systeem kan er klantdifferentiatie worden toegepast. Dit kan door: de capaciteit van het technisch personeel om zelf problemen op te lossen, de mate van preventief onderhoud van de serviceorganisatie, de gebruiksomgeving en de bezettingsgraad van het systeem. Philips Healthcare heeft een uitdaging om hierin de juiste interne targets te stellen waarbij de hoogste klanttevredenheid wordt behaald tegen minimale kosten. Bij het afsluiten van de service con-

Foto: NVDO

50 december 2018

Duurzaam Spare Parts Management; Voorraadbeheersing 2.0 6/7 februari leer je er alles over bij de NVDO in Houten Deze tweedaagse cursus leert u een goed inzicht te krijgen in de technieken en methoden van duurzaam spare parts management; Voorraadbeheersing 2.0!

Onderwerpen • Een visie op duurzaam spare parts management en onderhoud • Het organiseren van duurzaam spare parts management • De afhankelijkheden van andere bedrijfsfuncties • Risicomanagement en materiaalcategorieën • Voorraadstrategieën en bestelformules • Inkopen van artikelen t.b.v. onderhoud • Het beheren van artikelen in het magazijn • Administratie van de voorraad- en artikelgegevens • Voorraadbeheer en informatiesystemen • Optimalisatie en kostenreductie • Het meten van het effect van duurzaam spare parts management • Stappenplan voor verbeteringen De aangeboden theorie wordt verduidelijkt met praktijkvoorbeelden en wordt bovendien afgewisseld met oefeningen en cases, waarbij deelnemers ook hun eigen kennis en ervaring kunnen delen. Er is bovendien ruimte om problemen, waarmee de deelnemers in de eigen praktijk te maken hebben, te bespreken.

tracten dient namelijk niet alleen met de lengte van het contract rekening te worden gehouden, maar ook met bijkomende logistieke kosten. Standaardvoorraadmodellen richten zich op prijs en aanvraagfrequentie, om zo tegen minimale kosten een hoge voorraadbeschikbaarheid te bereiken. Maar dit leidt niet automatisch tot de minste down-time. De registratie van meldingen vanuit de klant en de bijbehorende behoefte aan (non)kritische assets levert dan ook waardevolle data op. De verschillende afdelingen binnen Philips moeten hierin samenwerken om het optimale niveau van voorraad te bereiken. Op basis van al deze data heeft Philips een model ontwikkeld, dat voor een specifieke klantsituatie de kans van up-time berekent. De stuurvariabele in dit model is de voorraadbeschikbaarheid van kritische assets. Factoren zoals reparatietijd, reistijd, second visit rate en remote oplossingen worden als vaste parameter verondersteld. Hierdoor kan het management de afweging maken tussen voorraadbeschikbaarheid (investering) en de kans op het realiseren van uptime (klanttevredenheid). Daarnaast biedt deze data ook de mogelijkheid tot het nemen van bedrijfsbeslissingen over de efficiëntie in bedrijfsvoering.  <


ADVANCED NDT SOLUTIONS • Digital Radiography • Phased Array • Time-of-Flight-Diffraction

A Longer Life

www.mme-group.com 51


Bij ons draait het allemaal om besparing Het kleinste drupje olie op precies de goede plek. Minder storingsminuten door de juiste smering. Een hoger rendement van machines door beter gekwalificeerde handen. Een hogere productiecapaciteit en lagere Total Cost of Ownership (TCO). Handige hulpmiddelen om het smeertechnisch onderhoud veilig uit te voeren. Zomaar een paar voorbeelden van tastbare effecten van onze expertise in smeermiddelen en smeersystemen. Voor uiteenlopende markten en toepassingen. Voor optimale prestaties van uw productiemiddelen, uw assets.

lubrication

services

systems

chemicals

education

The Netherlands T +31 (0)294 494 494 • Belgium T +32 (0)53 76 76 00 • info@vanmeeuwen.com • www.vanmeeuwen.com

Profile for NVDO

VAM 06  

VAM 06  

Profile for nvdo7
Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded