__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

2

#

nr. 02/ 2020

Vakblad V kbl d A Asset Management M

INNOVATIES IN ASSET MANAGEMENT

Laat je inspireren! Van BIM naar Predictive Twin Condition Based Maintenance Verduurzaming, Platooning en Informatie over je machine


2

#

nr. 02 / 2020

Colofon VAM is het vakblad voor Asset Management in Nederland. Concept en realisatie Elma Media B.V. Keizelbos 1, 1721 PJ Broek op Langedijk 0226 33 16 00 www.elma.nl Art Director Kim Speleman Martijn van der Wielen Hoofdredactie Ellen den Broeder-Ooijevaar, Verenigings Manager NVDO VAM is een uitgave van de NVDO Nederlandse Vereniging voor Doelmatig Onderhoud Lange Schaft 7G Postbus 138, 3990 DC Houten 030 634 60 40 www.nvdo.nl info@nvdo.nl VAM is een samenwerking www.worldclassmaintenance.com https://itanks.eu Auteurs Pieter Pulleman (Innovatieprogramma SMITZH en Veiligheid Voorop) Evi Husson (van BIM naar Predictive Twin en SKF) Mark Oosterveer, programmamanager bij iTanks (Inspire; Think Big, Start Small) André Twigt (tracking analyzer) WCM (CBM met Roland van de Kerkhof) Ellen den Broeder-Ooijevaar Redactie; John van Rooij (Ideo), World Class Maintenance (WCM), Sander Momberg (MME Group) Druk Elma Media B.V. Advertentie-exploitatie Elma Media B.V. Silvèr Snoek - Sales Manager 0226 33 16 67 - s.snoek@elma.nl

VOORWOORD <

Innovatie, maar

dan voor Jongeren Jongeren zien vaker hun toekomst in de techniek. In 2011 gaf nog maar 15% van de jongeren aan een exact of technisch beroep interessant te vinden, in 2019 is dit gestegen naar 38%. En dat innoveert dus best leuk, maar nog niet voldoende.

Er is een paar punten die het percentage van meiden, maar ook van jongens beïnvloedt. Ten eerste wordt Technologie steeds belangrijker. Techniek is populairder geworden bij jongeren, omdat ze meer vertrouwen hebben gekregen in de vooruitgang van de technologie. Zowel jongens als meiden bestempelen zich ook steeds vaker als technisch vaardig (meiden: 28% in 2011 naar 36% in 2019, jongens: 36% in 2011 naar 66% in 2019). Dat jongeren steeds meer het belang van technologie voor hun toekomst inzien, betekent nog niet dat ze vaker technische vakken kiezen. Een kwart van de jongeren is bang om niet slim genoeg te zijn voor technische en exacte vakken. Hierbij gaat het om 20% van de jongens versus 28% van de meiden. Ongeveer de helft van de ondervraagde jongeren zal vaker voor technische en exacte vakken kiezen wanneer duidelijker wordt gemaakt wat zij hiermee kunnen doen. Elektrisch rijden faciliteren, het plaatsen van zonnepanelen en windmolens, duurzame opwekken en circulaire systemen bouwen zijn hier goede voorbeelden van. me energie o Innovatief zijn gaat dus niet alleen over technische verbeteringen enzo. In nn De De overheid doet ook haar best door in de afgelopen jaren het tekort aa technisch geschoold personeel aan te pakken door te kijken naar aan de instroom. De nadruk werd gelegd op de beschikbaarheid van goed techniekonderwijs voor zoveel mogelijk leerlingen. Zo kregen alle vmbote scholen met een technisch profiel vorig jaar drieduizend euro per leersc ling. Scholen gericht op het niveau ‘gemengde leerweg’ ontvingen de lin helft van dit bedrag. De overheid heeft in aanvulling daarop ook geld he beschikbaar gesteld voor de jaren 2020 tot 2024. Minister Slob wil be met dit plan stimuleren dat scholen beter gaan samenwerken en dat m techniekonderwijs actueler en innovatiever wordt. En dat vind ik best te innovatief van Slob. En er zijn meer initiatieven. Zo kunnen jongeren in Utrecht binnenkort naar het Techniek Experience Center (TEC). In deze speel- en werkplaats kunnen professionals hun passie voor techniek, creativiteit en innovatie delen met jongeren. De gemeente investeert een bedrag van 600.000 euro in het project. Bij het TEC kunnen jongeren tot ongeveer 16 jaar kennis maken en ervaring op doen met techniek. Door te spelen en experimenteren met techniek is de hoop dat jongeren sneller een technische opleiding gaan kiezen. Leuk toch als we er allemaal een steentje aan bijdragen dat Techniek jongeren boeit? En al helemaal hartstikke leuk als ze meteen ook lekker innovatief aan de slag kunnen. En je ziet, daar is niet per se een “Afdeling Innovatie” voor nodig. Innovatie kan ook voortkomen uit individuen, onderwijs, het bedrijfsleven samen en overheid. Ellen den Broeder-Ooijevaar, Verenigings Manager NVDO

3


VAN DE VOORZITTER <

De kunst van innoveren “Innovatie heeft idioten nodig”, aldus Safi Bahcall in een artikel in de NRC. Dit is een prikkelend intro van een artikel dat betoogt dat innovatie ontstaat uit wilde ideeën die niet zonder slag of stoot door de rest van de organisatie geaccepteerd en uitgewerkt worden. Hierbij spelen verschillende factoren een rol. Allereerst de personen die door het veelvuldig spuien van wilde ideeën door hun omgeving/ collega’s niet voor vol worden aangezien en tijdens vergaderingen worden aangekeken met een blik van “daar heb je hem/haar weer…”. Acceptatie van andermans ideeën is sowieso lastig, zeker als deze ideeën indruisen tegen bestaande werkwijzen, bestaande en bewezen technieken en/of posities van functionarissen in de organisatie zwakker maken of zelfs ondermijnen. Acceptatie van een idee is de eerste barrière op de weg van een geslaagde innovatie. Mocht een idee door de organisatie worden opgepakt en daarmee de eerste barrières zijn beslecht, dan doemt al gauw de tweede barrière op. De uitwerking van een idee ondervindt in de meeste organisaties veel weerstand. Niet zozeer door bewuste tegenwerking, maar vooral door andere prioriteiten binnen de organisatie. De organisatie moet immers doorgaan met hetgeen zij mee bezig zijn. Iedereen moet zijn of haar doelstellingen halen en voor nieuwe initiatieven wordt geen

tijd vrijgemaakt. Iedereen kent wel voorbeelden van initiatieven die in het begin, soms zelfs met enthousiasme, worden opgepakt, maar bij de minste of geringste tegenslag of bij veranderende omstandigheden weer in de onderste la verdwijnen. Is een idee eenmaal uitgewerkt tot een werkbare techniek of methodiek, dan moet de volgende barrière worden genomen: de implementatie. Het zal niet vaak gebeuren dat een innovatie in een keer succesvol is. Meestal moet het ontwerp of idee meermalen worden aangepast en verbeterd. Ook dit vraagt veel incasseringsvermogen van de organisatie en doorzettingsvermogen van de mensen die hun nek hebben uitgestoken om de boogde innovatie succesvol te maken. Het hoeft geen betoog dat met name de kleinere bedrijven en startups succesvoller zijn in innoveren. Om de hiervoor beschreven fenomenen is het voor grote organisaties veel moeilijker, tenzij zij binnen de organisatie de ruimte creëren om de “idioten” hun gang te laten gaan. In plaats van idioten zou ik in dit verband veel liever spreken van kunstenaars. Kunstenaars die passie hebben voor de kunst van innoveren en deze kunst onder alle omstandigheden willen en kunnen beoefenen. Het is voor de NVDO van essentieel belang om een vereniging te zijn waar ook de innovatiekunstenaars zich thuis voelen. Start-ups en kleine ondernemingen zijn net als de grote multinationals van harte welkom binnen onze vereniging. Ook op het gebied van innovatie is kruisbestuiving een eerste voorwaarde voor een groeiende en bloeiende samenleving.

‘Incasseringsvermogen van de organisatie en doorzettingsvermogen van de mensen’ 4 april 2020


Inhoud

03 Voorwoord

04 Van de voorzitter 08 SDN en Veiligheid Voorop starten online kenniscentrum > SDN en Veiligheid Voorop starten online kenniscentrum Veiligheid Voorop gaat een grote rol spelen binnen het programma Duurzame Veiligheid 2030 bij het opzetten van een kenniscentrum voor Safety Delta Nederland (SDN).

12 Persoonlijke veiligheid verdient Innovatie

22 Slimme systemen hebben slim onderhoud nodig

27 Kort 30 Co-innovatie. Een samenwerking van zoekers, slimmeriken, makers en verbinders

35 Gastcolumn: Wat Innovatie met Asset Management heeft te maken

38 Kijk op. Aan de slag met innovatie! 40 Je koopt geen sensor, maar toegang

50

tot informatie over je machine

Rijkswaterstaat gunt onderhoud Maasobjecten aan Mourik-Dynniq

01 02 03 04 05 06 07 08 09 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56

06 Ontmoet Elja Huibregtse > Bijna vier jaar geleden maakte Elja Huibregtse de overstap van TNO naar Rijkswaterstaat. Als Senior Adviseur Asset Management kreeg ze een bijzondere job in het Asset Management van de stormvloedkeringen.

Euromaintenance

14

De ontwikkeling van BIM naar Predictive Twin

18

EfďŹ ciĂŤntere en Effectievere productieprocessen met innovatieprogramma SMITZH 24 Thuiswerken tijdens Corona

28

De mens is de belangrijkste voorwaarde voor implementeren CBM 32

Verduurzamen gebouwde omgeving betaalbaarder door innovaties 36 Kort

39

Warmtewet 2 aanleiding en doel

44

Feiten als het om Innovatie gaat

46

Think Big, Start Small

Cursuskalender Casus

48

52

54 5


ww

Wie Elja Huibregtse

Wat

‘Mijn ervaringen en netwerk goed verbinden met beleidsvraagstukken’

Rijkswaterstaat

Bijna vier jaar geleden maakte Elja Huibregtse de overstap van TNO naar Rijkswaterstaat. Als Senior Adviseur Asset Management kreeg ze een bijzondere job in het Asset Management van de stormvloedkeringen. De storm Ciara, springtij en veel rivierwater zorgden pas nog voor een bijzondere situatie. Maar liefst 3 van de 6 stormvloedkeringen werden gesloten om ons te beschermen tegen het dreigende hoogwater. Voor Huibregtse zijn zulke situaties meer dan interessant, ook nu ze een meer strategische functie bekleedt.

Het afwegen van prestaties, risico’s en kosten is een belangrijke taak binnen Asset Management. Voor Huibregtse is dat een mooie uitdaging in haar werk, vooral toen ze tot eind vorig jaar bezig was met het goed in beeld hebben van het benodige risicogestuurde onderhoud en ze zich vooral focustte op wat het meeste bijdraagt aan de juiste prestatie van de keringen. Nu schrijft ze mee aan de afspraken tussen het Rijk en Rijkswaterstaat aangaande Beheer en Onderhoud voor de periode 2022-2025. “Dat is ontzettend leuk omdat ik mijn operationele kennis van de afgelopen 3,5 jaar nu goed kan gebruiken om die afspraken vorm te geven. Mijn focus binnen de offerte is het “hoofdwatersysteem” (een van de netwerken die Rijkswaterstaat beheert en waar stormvloedkeringen deel van uitmaken)”. Dit jaar staat in het teken van het schrijven van de offerte en het uiteindelijk sluiten van de overeenkomst. “Ik schrijf het gelukkig niet in mijn eentje en kan altijd terug vallen op vakinhoudelijke spelers binnen ons team. De een weet alles van lopende programma’s, de ander over financiën en weer iemand anders brengt duurzaamheid en innovatie in en zo wordt het een geheel. Het is zaak dat de juiste mensen met de juiste expertise bij elkaar gebracht worden. Bovendien heeft iedereen in ons team een eigen netwerk, zowel binnen als buiten Rijkswaterstaat, wat de beschikbare kennis en kunde alleen maar meer vergroot”.

6 april 2020

Huibregtse leert graag van ervaring, niet alleen die van zichzelf, maar juist ook van die van anderen. Naast het werken aan de offerte, maakt ze ook deel uit van het operationele team van een van de stormvloedkeringen. Een piketrol die ze heeft gehouden na de overstap vanuit het Asset Management. En dat maakt een storm als Ciara enorm interessant: dan worden de keringen ingezet waar ze voor gemaakt zijn. Namelijk sluiten als dat moet en het achterland beschermen tegen hoogwater. “Die combinatie van werk is heel inspirerend”. De bevlogen professional uit Rotterdam vindt het fantastisch om nu te schakelen naar het strategisch niveau nadat ze 3,5 jaar op uitvoerend niveau met zoveel plezier werkte. “Nu ga ik die twee niveaus aan elkaar knopen. Mijn ervaringen en netwerk goed verbinden met de beleidsvraagstukken”. Aan het eind van een werkdag treint Huibregtse naar huis. Dan wordt er heel vaak erg lekker voor haar gekookt en gaat ze sporten (zwemmen / borstcrawl zwemtraining) of leest ze een boek. Dat wil niet zeggen dat haar werkmodus uit staat. Huibregtse gelooft niet in scheiding werk-privé, maar in een goede balans ervan. “Als mijn hersenen een goed idee doorgeven, dan luister ik daar naar. En dan is het helemaal niet erg om mijn laptop aan te zetten en zo’n idee meteen uit te werken”. <


ONTMOET Elja Huibregtse <

Elja Huibregtse, Rijkswaterstaat Foto: privĂŠ collectie

7


INTERVIEW <

Jurgen Hoekstra, voorzitter Veiligheid Voorop Foto: BASF

8 april 2020


SDN en Veiligheid Voorop starten online kenniscentrum SDN en Veiligheid Voorop starten online kenniscentrum Veiligheid Voorop gaat een grote rol spelen binnen het programma Duurzame Veiligheid 2030 bij het opzetten van een kenniscentrum voor Safety Delta Nederland (SDN). Het goede nieuws is dat het veiligheidsniveau in de Nederlandse industrie al heel hoog is, zegt Jurgen Hoekstra, de nieuwe voorzitter van Veilig-heid Voorop. “Maar het kan altijd beter”.

Hoekstra, in het dagelijks leven managing director BASF Nederland; “Er verandert veel op het gebied van veiligheid. De overheid is er erg op gericht om verbeterslagen te maken, net als de industrie. De aandacht voor veiligheid wordt groter en groter. Ook onderwerpen als klimaatverandering en digitalisering hebben invloed. Daarbij zijn er veel initiatieven op het gebied van veiligheid en de vraag is hoe je die onder één paraplu brengt. Safety Delta Nederland speelt daarin (binnen het programma) een rol”.

> De veiligste industrie. Het programma Duurzame Veiligheid 2030 (DV2030) is in de tweede helft van 2016 door industrie, wetenschap en overheid opgestart om de veiligheid in de (petro)chemische industrie verder te maximaliseren. De ambitie van alle betrokkenen bij DV2030 is om in Nederland een vitale (petro)chemische industrie te hebben zonder noemenswaardige incidenten. Onder de naam Safety Delta Nederland (SDN) gaan de betrokken partijen daarom gezamenlijk werken aan de veiligste (petro)chemische industrie ter wereld. Hoekstra; “Nederland als topregio voor de ontwikkeling en toepassing van veiligheidsinnovaties in de (petro)chemie”.

> Online borgen. Veiligheid Voorop is een samenwerkingsverband van achttien gelieerde branche- en beroepsorganisaties en zes regionale veiligheidsnetwerken en richt zich op het verbeteren

van de veiligheidscultuur bij de zogenoemde BRZO-bedrijven (Besluit risico’s zware ongevallen) in Nederland. In Nederland zijn er ruim vierhonderd bedrijven die onder de BRZO-regelgeving vallen, variërend van complexe chemische industrie tot relatief eenvoudige opslagbedrijven voor bepaalde typen gevaarlijke stoffen. “Bij onze achterban wordt al veel kennis gedeeld. Met prachtige rapporten bijvoorbeeld, of met veiligheidsdagen; dat willen we zeker niet kwijt. We willen het wel online borgen. Grote bedrijven hebben bijvoorbeeld de resources om veiligheid structureel en goed te managen, bij mkb-bedrijven is dat vaak lastiger. Daarom is een kenniscentrum zo nuttig”. SDN focust op de BRZO-bedrijven in de chemie, de scope van Veiligheid Voorop is iets breder. Het kenniscentrum zal starten richting BRZO ondernemingen met de intentie om het ook toegankelijk te gaan maken voor het mkb. “Bedrijven die net buiten die BRZO-classificatie vallen, zitten met dezelfde soort vragen en die moeten straks ook bij die kennis kunnen”.

> Onderhoud. Onderhoud speelt een hele grote rol als het om veiligheid gaat. Naar schatting werkt zeventig à tachtig procent van de onderhoudsprofessionals direct of indirect voor BRZO-bedrijven. Daarmee heeft onderhoud een sleutelpositie als het gaat om het verbeteren van de veiligheid in de industrie. “Op elke locatie zijn onderhoudsactiviteiten; van dagelijks onderhoud tot grote turnarounds >

9


>

waarbij honderden extra medewerkers on site komen. Er is altijd een interactie met onderhoud en dat wordt steeds meer onderkend. Niet alleen de asset owners, ook de onderhoudsbedrijven hebben een grote rol als het om veiligheid gaat. Vanuit de contractors hoor je steeds vaker dat ze ook input willen en kunnen geven op het gebied van veiligheid. Daarin heeft de industrie echt stappen gemaakt, de relatie asset owner-dienstverlener gaat tegenwoordig meer richting gelijkwaardigheid. Als iedereen zijn eigen stukje in de keten beter maakt, is dat mooi, maar het allerhoogste niveau haal je alleen als je het samen doet; asset owners, mkb’ers, onderhoudspartijen: iedereen moet meedoen. Uiteindelijk is de ketting zo sterk als de zwakste schakel”.

> Drie thema’s. De aanpak van SDN krijgt handen en voeten aan de hand van drie thema’s: innovatie, samenwerken en kennis delen. “Door samen te innoveren, kunnen we nog een slag maken. Innovatie is heel breed, daarom focussen we eerst op drie elementen: vroegtijdige lekdetectie, corrosie onder isolatie en menselijk handelen, waarbij we denken dat we door samen te werken nieuwe en betere oplossingen vinden. Veiligheid is geen onderwerp om op te concurreren. Je moet het samen en professioneel neerzetten. Het kenniscentrum gaat daarin een grote rol spelen in de vorm van een digitaal platform waarmee we alle kennis toegankelijk maken”. > Innovatie. Corrosie onder isolatie zorgt voor storingen en hoge onderhoudskosten en vormt een groot (omgevings)risico, dus is het logisch dat dit onderwerp hoog op de innovatie-agenda staat, zegt Hoekstra. World Class Maintenance heeft een innovatieproject lopen rondom corrosie onder isolatie. Met een beslismodel voor het inzetten van de juiste NDO-technieken, een tool die de levensduur van een coating kan voorspellen en een risicogestuurde managementaanpak om corrosie onder isolatie te beheersen worden de risico’s verminderd. “Je ziet dat er veel animo is bij de deelnemers om hiermee verder te gaan”. > Veiligheid is geen KPI. “Belangrijk is in mijn ogen dat veiligheid geen KPI is, of afgedaan wordt als een eenmalige fout die een spill oplevert. Nee, het gaat erom dat je om elkaar geeft; het gaat om mensen. Om medewerkers, hun familie, buren van de fabriek

en andere betrokkenen. Daarom is betrokken leiderschap een van de pijlers binnen Veiligheid Voorop. Een managing director van een fabriek of een onderhoudsfirma moet zijn verantwoordelijkheid nemen en zijn betrokkenheid laten zien. Dat het niet alleen om permits en processen gaat. We moeten het met zijn allen echt leven. Elkaar durven aanspreken op juist gedrag. Dan heb je het over cultuur en daar moeten we aan blijven werken. Elke dag opnieuw”.

> Geen compromis. “Niet alleen bij BASF, ook elders krijgt de menselijke factor meer aandacht in het veiligheids-denken. Maar risico’s blijven er altijd; die zo klein mogelijk maken, dat is de uitdaging. Door te innoveren, kennis te delen, samen te werken, er aandacht aan te geven zodat iedereen input geeft, door betrokken leiderschap te tonen; je moet er alles aan doen wat mogelijk is. Ik zie daarin geen enkel compromis. Veiligheid moet nummer één zijn”. > Initiatieven vanaf de werkvloer. “Ik denk dat BASF het goed doet, maar er is altijd ruimte om te verbeteren. Het moet door iedereen worden gedragen en dan zie je dat er leuke dingen gebeuren, ook vanaf de werkvloer. We kennen veel procedures en werkinstructies, maar het moet wel pragmatisch blijven. Operators komen zelf met voorstellen om die instructies beter af te stemmen op de praktijk en dat is goed. Een ander voorbeeld: mensen zijn geneigd een short cut te nemen als de situatie zich voordoet, maar dat moet je natuurlijk niet willen. Als medewerkers dan zo’n mogelijke short cut-situatie signaleren en vervolgens ook melden, dan is dat fantastisch. Ook het actief melden van een near miss gebeurt meer en meer en dat is ook een kwestie van cultuur”. “In het kenniscentrum zullen we actief data delen. Niet alleen over processen of materialen, maar ook over welke methodes geschikt zijn om een veiligheidscultuur te krijgen. Vroeger deden we dat misschien met een sanctiebeleid, tegenwoordig weten we dat je door goed gedrag te belonen veel meer bereikt. Dat zijn van die elementen waarop we kennis moeten delen. Op menselijk vlak is er nog veel te winnen. We moeten gezamenlijk optrekken om Nederland naar het allerhoogste niveau te brengen. We zijn al heel veilig, maar we willen de beste zijn. Actief kennis delen is belangrijk en dat ma< ken we mede mogelijk met het online kenniscentrum”.

‘Innovatie, Samenwerken en Kennis delen’ 10 april 2020


GEVEN OM MOLENS IS

GEVEN AAN

MOLENS

molenfonds.nl 11


VEILIG WERKEN <

Persoonlijke veiligheid verdient

Innovatie

Met terugkerende regelmaat worden er innovaties op het gebied van veiligheid geïntroduceerd. Veelal zijn de eerste geluiden uit de markt positief, waarna de mogelijkheid voor een aantal demonstraties wordt geboden. Hoewel de markt niet minder overtuigd raakt van de toepassingen van een dergelijk product of dienst, blijft brede acceptatie toch vaak lastiger dan voorafgaand aangenomen. De diffusie van een innovatie en de hieraan gelieerde groepen binnen de adoptiecurve (Rogers, 1962), zijn een terugkerend fenomeen binnen creatieve en innoverende organisaties. Echter wordt er vooral op het gebied van persoonlijke veiligheid vaak terughoudender gereageerd. Dit leidt ertoe dat er geen momentum in de adoptie wordt gecreëerd. Hierdoor is de innovatie minder succesvol dan deze zou kúnnen zijn.

Technische innovaties richten zich voornamelijk op het gebied van persoonsveiligheid en de impact op de efficiency van een organisatie. Een voorbeeld hiervan is het exoskelet. Door deze toepassing zijn medewerkers in staat om sneller en met minder fysieke belasting zwaardere lasten te verplaatsen. Voor de langere termijn betekent dit ook dat er minder risico bestaat op verzuim door werk gerelateerde fysieke klachten.

Op het gebied van veiligheid kunnen innovaties grofweg worden onderverdeeld in twee categorieën 1. Technische innovaties 2. Methodische innovaties

Methodische innovaties bewijzen zich op het gebied van werkmethodiek en inrichting van bijvoorbeeld de werkplek. De studie ‘Workplace innovation’ van Peter Oeij geeft vooral op dit laatste onderwerp goede inzichten. Deze innovaties bieden voornamelijk voordelen op het gebied van effectiviteit. Ook is het bewezen dat deze implementaties, op de langere termijn, zorgen voor een reductie in psychosomatische klachten.

Technische innovaties bieden voornamelijk voordelen op het gebied van efficiency’

Maar wat bepaalt of een innovatie door de professional of de opdrachtgever wordt geaccepteerd? Hiervoor identificeerde Rogers, los van de vijf adoptiestadia (Innovators, Early adopters, Early majority, Late majority en Laggers) ook een zestal kenmerken;

> Relatief voordeel. Hiermee wordt bedoeld hoe een innovatie het financiële resultaat van de organisatie verbetert. Denk hierbij aan hogere inkomsten of lagere kosten. Gebruikersgemak en aanzien worden hier echter ook als belangrijke factoren omschreven. Het draait dus eigenlijk om sociale beleving. Daardoor zijn eventuele voordelen niet objectief door de onderneming te beoordelen en zal men dus een risico moeten nemen als het gevoel bestaat dat de voordelen groot genoeg zijn. > Comptabiliteit. In hoeverre is de innovatie in overeenstemming met de normen en waarden van een organisatie of sector. Voor

12 april 2020


Het Exoskelet is een goed voorbeeld van een technische innovatie Foto: MME Group

organisaties binnen de techniek en industrie geldt over het algemeen dat deze een conservatievere inslag hebben dan bijvoorbeeld organisaties binnen de IT. Start-ups laten overigens over het algemeen een hogere acceptatie zien dan grotere organisaties. Dit zorgt voor een hogere mate van incompatibiliteit. Hoe hoger de mate van incompatibiliteit, hoe ongunstiger de kansen voor adoptie.

> Zichtbaarheid. Wanneer fysiek direct kan worden waargenomen dat een organisatie investeert in innovatieve oplossingen (bijvoorbeeld elektrische auto’s), dan heeft dit een positief effect op de bedrijfsvoering en dus ook op de adoptie. Oorzaak is dat er sneller gesproken wordt over de inhoudelijke toepasbaarheid. > Consequenties. Consequenties kunnen worden onderverdeeld

> Gebruiksgemak . Hoewel gebruiksgemak absoluut invloed heeft op de manier waarop de innovatie kan worden toegepast door medewerkers, is ook de bedrijfskundige impact niet te onderschatten. Een innovatie op het gebied van materialen kan er zomaar toe leiden dat de supply chain van de eventuele adopter moet worden aangepast. De toegevoegde waarde van de adoptie moet in dit geval dus groter zijn dan enkel zijn toegevoegde waarde op het gebied van toepassingsgemak.

> Testen. Wanneer het mogelijk is een innovatie op kleine schaal in te zetten en dit gecontroleerd uit te breiden, neemt de kans op adoptie snel toe. Wanneer er dus geen aansluiting is met de overige stappen in het proces, dan zal de mogelijke adopter minder snel geneigd zijn de innovatie te omarmen.

in drie categorieën: 1. gewenst/ongewenst 2. direct/indirect 3. voorzien/onvoorzien Een direct, gewenst en voorzien effect, zal vanzelfsprekend een positievere katalysator zijn dan een ongewenst, indirect en onvoorzien effect. Deze vallen dan ook onder het relatieve voordeel en worden gekenmerkt door zogenaamde “change agents”. Deze laatste categorie is uiteindelijk bepalend of een innovatie wordt geaccepteerd of niet. Het investeren in of implementeren van innovaties is dus een delicaat proces. In het geval van (persoonlijke) veiligheids(systemen) zal de adoptie, zeker op het gebied van comptabiliteit, nog meer uitdagingen genereren. <

13


EUROMAINTENANCE <

‘We would like to get in touch with large international organizations’ United Kingdom and Northern France and Euromaintenance, certainly in combination with Maintenance NEXT will soon offer us the mix of a broad international audience. We wanted to link our name to it as a main sponsor”.

Roy van Huffelen, Marketing Manager Foto: Ultimo

Ultimo Software Solutions is the first company to enter into a Platinum Partnership with EuroMaintenance 2021. We asked marketing manager Roy van Huffelen about the motives of the supplier of Enterprise Asset Management Systems to connect to the most important international platform for maintenance professionals. "EuroMaintenance was not unknown to us, of course. We once participated in Antwerp in the past," says Van Huffelen. "So when we heard that this international top congress would be held in Rotterdam in 2021, we didn't have to think long. It fits in perfectly with Ultimo Software Solutions' strategy to profile ourselves internationally. We are already focusing on the Netherlands, Belgium, Germany, the

Van Huffelen has high expectations of the combined event in which EuroMaintenance and Maintenance NEXT have joined forces. "I think that's very smart. It was the Netherlands’ turn to organize EuroMaintenance and then it makes sense to work together with Maintenance NEXT. After all, that is the maintenance trade fair with an excellent reputation throughout the Benelux. And with its industry and ports, Rotterdam is the perfect city to host such an important event on industrial maintenance”. Ultimo has thought carefully about what they want to achieve with the Platinum Partnership. Van Huffelen; "We are a provider of Enterprise Asset Management Systems and with that we want to get in touch with large international organizations. But of course we also hope to speak and receive many existing customers at the event. The Partnership offers us the perfect opportunity to establish our name as a leading party in Enterprise Asset Management Systems”. "For us, the event is a success when people are talking about us," says the marketing manager. "For me, such a partnership has two aspects: a quantitative and a qualitative one. On the one hand you want to speak and reach as many people as possible, but on the other hand it is also intended that it yields a certain spin-off. Rumor around the brand, so to speak. That we are being talked about, that something is happening in the playing field around our brand”.

Join us on September 10th and 11th on our way to EuroMaintenance 2021 SKF Sven Wingquist / Test Centre, Schweinfurt (Germany)

SKF Sven Wingquist Test Centre Foto: SKF

14 april 2020

NVDO, Rotterdam Ahoy and SKF invite you for the unique NVDO Citytrip “On Our Way to EuroMaintenance” to the SKF Sven Wingquist Test Centre. This trip includes; • A visit to the Test Centre • From traditional to predictive maintenance • Hotel stay at the B&B Hotel Schweinfurt-City (or equivalent) • Dinner and lunch • International Network


‘All good news for the future of businesses and our planet’

Ringo van Voorst, Senior Market Communications Business Partner South West Europe bij SKF Group Foto: SKF

Since the functionality of bearings is essential to virtually every moving machine, there is an ongoing and increased global demand for bearings that are more efficient, require less maintenance and improve a machine’s life cycle. Adjacent to this market demand for integrated bearings, is the trend for application-specific bearings, such as those required for the energy sector. Moreover, these developments are occurring in tandem with the digitalization of the industrial landscape and the advanced use of sensor technology. As the world’s largest bearing manufacturer, SKF is a name synonymous with bearings. Ringo van Voorst, SKF; “We

About the location At the Schweinfurt location, you will find the most powerful large warehouse test centre in the world. The test centre should help to produce large rolling bearings for all branches of industry in a significantly more economical and resource-saving manner and to increase the reliability and service life of such bearings. Program September 10th Departure from NVDO office, Houten by Touringcar Break Arrival and checkin at the B&B Hotel Schweinfurt-City Dinner at Restaurant Aposto Schweinfurt, offered by Rotterdam Ahoy

have long-realised the oncoming impact that Industry 4.0 and the Industrial Internet of Things (IIoT) will have on our business and customers. Over more recent years, we have evolved from a product-based bearing and services supplier, to a data-driven systems solutions provider, with a focus on addressing the specific needs of our customers rather than offering one-size-fits-all type solutions”. Being a Platinum Sponsor of EuroMaintenance 2021, SKF will show how they have evolved from a product-based bearing and services supplier, to a data-driven systems solutions provider, with a focus on addressing the specific needs of their customers rather than offering one-size-fits-all type solutions Van Voorst; “At EuroMaintenance we will show how business can achieve optimal Rotating Equipment Performance (REP) through a performance-based model that is both scalable and customisable, and harnesses the various technologies, digital capabilities and domain knowledge. As well as reducing costs and increasing profitability, our REP feebased approach reduces waste in the value chain and lowers environmental impacts. REP contributes to the circular economy through remanufacturing or recycling of bearings, and filtration and regeneration of lubricants. It also lowers material and energy consumption more generally thanks to longer-lasting components and more efficient machine performance. This is all good news for the future of businesses and our planet”. <

Program September 11th Breakfast and checkout at the B&B Hotel Schweinfurt-City Welcome and introduction SKF Sven Wingquist Test Centre Two groups: LSB production / parallel SWTC Lunch Two groups: WCM channel plant 3 Departure from the SKF Sven Wingquist Test Centre Break Arrival at NVDO office, Houten Registration: www.nvdo.nl/kalender

15


LONGTERM SERVICE <

Bronswerk Heat Transfer Services B.V. Bronswerk Heat Transfer Services B.V. is een relatief jong & dynamisch bedrijf en een wereldwijde speler in het leveren van service en onderhoudsoplossingen voor alle mogelijke klantvragen met betrekking tot warmte-uitwisseling installaties en fabricage hiervan. En beschikken daarnaast ook over aanzienlijke ervaring om binnen de industrie een unieke dienstverlening te kunnen bieden vanuit het onderhouds-, optimalisatie en vervangingsperspectief.

Duidelijk zichtbaar hieruit is dat met het diverse aanbod van diensten en producten er een heel breed aanbod van industrieën zich lenen voor de diensten en producten van Bronswerk Services, van raffinaderijen, bio-massa plants, elektriciteitscentrales, rendering plants tot bijvoorbeeld off-shore equipment aan boord van platforms, LNGcarriers & FPSO’s.

Momenteel is er veel interesse in en zijn er reeds gemaakte “longterm service agreements” met klanten, die duidelijk het signaal afgeven dat de gespecialiseerde kennis die Bronswerk Services met zich meebrengt de levensduur van hun equipment en dus fabrieken enorm verbetert, en dus oplevert/ terugverdient.

Plaatsen koeler

16 april 2020


Activiteiten Service en onderhoud: • Retubing, • Turnaround assistentie en supervisie, • Tube plugging / Pop a plug, • Opzuiveren pakkingvlakken, • Las werkzaamheden en las reparaties, • Lager revisies, • Uitbalanceren ventilatoren, • Vervangen van aandrijvingen, • Header plug vervangingen, • Service- en onderhoudscontracten, • Conditie bewaking op afstand. Reinigen voor na

Aangezien er vanuit de markt, en vanuit de wereld anno 2020, een duidelijke vraag is naar verduurzaming, energiereductie, geluidsreductie en heat recovery speelt Bronswerk Services hierbij een rol van toegevoegde waarde voor eindgebruikers en daarbij dus mede het maatschappelijk belang. Debottlenecking surveys zijn hier een uitstekend voorbeeld van. Hiermee kan van A tot Z bekeken en geadviseerd worden wat de mogelijkheden zijn om de apparatuur en dus fabrieken naar een optimale productie capaciteit te krijgen, zonder onnodig verlies van geld en middelen. Buiten de vestigingen in Vierpolders (regio Rotterdam) en Nijkerk van waaruit zowel de lokale als internationale markt bediend wordt, is hier sinds kort nog verdere versterking bijgekomen, doordat Bronswerk Services een vestiging heeft geopend in Elsloo te Limburg, waar dhr. Bas Pelssers aan het roer staat. Uit deze regio kwamen van de eindgebruikers regelmatig dergelijke vraagstukken waarvoor Bronswerk Services innovatieve oplossingen kon bieden, daarom is gekozen voor lokale aanwezigheid om hier korte lijnen met de eindgebruikers te hebben.

Reiniging: • Droogreinigen van de finned tubes van air coolers. Surveys: • Performance upgrading en debottlenecking onderzoeken, • Energie efficiëntie programma’s, • Geluidsreductie programma’s, • Conditie beoordeling en evaluatie, • Mechanical & Rotating betrouwbaarheidsonderzoeken en controles. Ontwerp en realisatie: • Project uitvoering (renovaties en upgrades), • Thermische en mechanische engineering ondersteuning, • Site installation, • Afname/commissioning. • Verduurzamings-/ warmteterugwinningsprojecten. Spare parts: • Ventilatoren, • Lager-units, • Aandrijftechniek, • Louvres, • Header plugs, • Plug seals, • Pakkingen, • Studs & nuts, • Tubes, • En alle andere voorkomende onderdelen.

Survey

17


INNOVATIE <

De ontwikkeling van BIM naar Predictive Twin Een predictive twin is een digitale kopie van een bouwwerk die kan aangeven wanneer inspecties, onderhoud of andere maatregelen nodig zijn. Hiermee kan de onderhoudsstrategie worden geoptimaliseerd. “Wij denken dat dit een welkom hulpmiddel is voor de maintenance professional. De sector heeft echter nog wel een slag te maken om de theorie in de praktijk te brengen”, zegt Arjen Adriaanse, wetenschappelijk directeur bij TNO Bouw, Infra en Maritiem en hoogleraar Bouwprocesintegratie & ICT aan de Universiteit Twente. De bouwwereld digitaliseert en maakt daarbij onder meer gebruik van BIM: Bouw Informatie Modellering of Bouwwerk Informatie Management. “Bij BIM ligt de klemtoon meestal op 3D-modellering waarbij diverse partijen hun bouwinformatie objectgericht vastleggen en delen in een digitale weergave. Doel is om de verschillende betrokken partijen in de verschillende fasen van de levenscyclus van een bouwwerk (ontwerpen, realiseren, beheren & onderhouden, ontmantelen, red.) eenduidige transparante informatie te bieden over de fysieke en functionele kenmerken van het bouwwerk. Vooral in de ontwerp- en realisatiefase is deze 3D-informatie nu een meerwaarde. Maar waar je uiteindelijk heen wilt, zeker ook voor de maintenance professional, is dat veel meer databronnen aan elkaar worden gekoppeld. Denk aan informatie over garantietermijnen, productspeci-

Arjen Adriaanse en Joep Paulissen Foto: TNO

18 april 2020

ficaties en leveranciersdata, maar ook aan realtime sensordata die input geeft over de actuele gezondheidstoestand van onderdelen van een gebouw of civiel kunstwerk zoals een brug. Is al deze data aan elkaar gekoppeld, dan ontstaat een digitale tweeling of digital twin van het fysieke bouwwerk. Dus een actuele digitale kopie van de werkelijkheid die ook verbonden is met de werkelijkheid en daarvan leert”, legt Arjen Adriaanse uit. Hij is wetenschappelijk directeur bij TNO Bouw, Infra en Maritiem en zit in de overkoepelende science board van TNO. “Uiteindelijk willen we nog een stap verder gaan”, zegt Adriaanse. “Aan de hand van modellen en slimme algoritmes wil je de digitale kopie van het fysieke bouwwerk verder analyseren om bijvoorbeeld de levensduur en benodigd onderhoud te kunnen voorspellen. Dat voorspellende karakter is voor ons een belangrijk aspect van zo’n digital twin. Daarom spreken we niet van een digital twin, maar van een predictive twin. Een digital twin is een enorm modewoord op dit moment. Wij willen met deze andere term vooral aangeven waar we een belangrijke volgende stap zien: het doen van voorspellingen over bouwwerken, bijvoorbeeld als input voor onderhoudsbeslissingen”.

> Bruggen en viaducten. Collega Joep Paulissen, consultant infrastructuur van de afdeling constructieve betrouwbaarheid, geeft een concreet voorbeeld waar een predictive twin toegevoegde waarde kan bieden. “Veel bruggen en viaducten zijn in de jaren ‘60 en ‘70 aangelegd. Deze constructies beginnen het einde van hun theoretische levensduur te benaderen. Ze zullen niet van vandaag op morgen moeten worden vervangen, maar er ligt wel een grote onderhouds- en instandhoudingsopgave. Al deze bruggen en viaducten (en dat zijn er heel veel) zullen het komende decennium moeten worden beoordeeld op hun toekomstbestendigheid”.


Sensoren onder brugdek Van Brienenoordbrug Foto: RWS

De laatste jaren vond er al veel monitoring plaats aan stalen bruggen zoals bij de Van Brienenoordbrug in Rotterdam. “In samenwerking met Rijkswaterstaat hebben we bijvoorbeeld een aantal sensortechnologieën toegepast om de mate van blootstelling door vrachtverkeer te monitoren en de impact hiervan op de constructie te bepalen. Met rekstrookjes wordt bijvoorbeeld de verlenging van staal gemeten wanneer een vrachtwagen over de brug rijdt. Door dat goed te registreren en analyseren kunnen we uit de informatie herleiden hoeveel spanningswisselingen de constructie voor zijn kiezen krijgt door het vrachtverkeer. Een tweede aspect is het monitoren van de condi-

‘Het systeem kan patronen herkennen, voorspellen waar onderhoud nodig is en prioritering aanbrengen’

tie van de lasnaden. Hiervoor wordt een techniek met akoestische sensoren toegepast. Haarscheurtjes kunnen we detecteren op basis van hele kleine onhoorbare geluidsgolven die in het staal ontstaan als zo’n scheurtje aan het uitbreiden is. Technici en ingenieurs koppelen deze monitoringsdata aan rekenmodellen om vervolgens een onderhoudsstrategie te kunnen bepalen”. Toen het onderzoek aan de Van Brienenoordbrug begon, was er nog geen sprake van een digital of predictive twin. “Een volgende stap is om alle verzamelde data, rekenmodellen en BIM gegevens te combineren; zo bewegen we naar een predictive twin”.

> Predictive twin. De verschillende lijnen die al enige tijd zijn ingezet, komen in een predictive twin bij elkaar. Adriaanse; “Er is enerzijds de lijn met BIM en informatiemanagement in de keten. Daarnaast heb je de lijn van de technici en engineers die met monitoring en rekenmodellen onderhoudsberekeningen uitvoeren. Wanneer je deze input samenbrengt en hier vervolgens machine learning aan toevoegt om te leren van het werkelijke gedrag van een bouwwerk, kom je tot een predictive twin. Het systeem kan patronen herkennen, voorspellen waar onderhoud nodig is en prioritering aanbrengen. Inspectierondes kunnen hierdoor worden geoptimaliseerd aangezien zichtbaar wordt wat het meest optimale moment van inspecties en onderhoud is. Het gebruik van een predictive twin zal naar verwachting een grote impact hebben op de onderhoudssector”. > Standaardisatie. Maar zover is de sector nog niet. Adriaanse; “Genoemde ontwikkelingen vergen nog een flinke inspanning die zich uiteindelijk in mijn beleving goed uitbetaalt. Ondertussen zit de sector niet stil. Verschillende grote, veelal publieke, opdrachtgevers en gebouweigenaren zie je nu stappen zetten met de implementatie van BIM. Zij instrueren hierbij andere partijen heel gedetailleerd welke as built informatie van bouwwerken ze op welke manier willen ontvangen om ook het beheer en onderhoud optimaal te kunnen inrichten. Daarbij is het van belang dat niet alleen de benodigde gege- >

19


> vens worden verzameld, maar dat dit ook gebeurt volgens bepaalde (open) standaarden. TNO is bezig om richtlijnen te bepalen voor het vastleggen van data en het combineren van data volgens deze open standaarden. Deze worden door steeds meer partijen geadopteerd”.

> Samenwerking en werkgelegenheid.

Alleen gemeenschappelijke data-standaarden zijn niet voldoende. Er komen veel disciplines samen bij een predictive twin. “Multidisciplinaire samenwerking is nodig in deze ontwikkeling. De vak- en domeinkennis van maintenance professionals en technische specialisten wordt gecombineerd met kennis over IT, artificiële intelligentie, BIM, data-analyse,… Een voorwaarde voor succes is dat mensen zich open stellen voor samenwerking over de grenzen van hun eigen discipline. Vanuit TNO werken we hard aan het bijeen brengen van die disciplines”. Een predictive twin zal de maintenance professional niet zomaar vervangen. “Het zal vooral een welkom hulpmiddel zijn waarmee onderhoud bijvoorbeeld effectiever op het juiste moment kan plaatsvinden”, zegt Adriaanse. Paulissen vult aan. “Ik verwacht ook toenemende werkgelegenheid op nieuwere vlakken. Neem de grote hoeveelheid aan bruggen die zullen moeten worden voorzien van sensoren om data te verzamelen. Het is van belang om deze sensoren op eenzelfde manier te installeren om de betrouwbaarheid van de data te verhogen. Geschoolde technici zijn nodig om dit mogelijk te maken”.

> Toekomst. Staat alles goed op de rit, dan is er nog een aantal extra stappen te maken. Paulissen; “Het maken van scenario-analyses wordt mogelijk. Tegenwoordig wordt al nagedacht over de introductie van super-eco-combi’s, bijzonder lange vrachtwagens van 32 meter lang. Welke invloed hebben deze op de infrastructuur? Of wat gebeurt er wanneer een belangrijke verkeersader wordt afgesloten voor onderhoud en er een tijdelijk verhoogde verkeersbelasting ontstaat

Circulariteit en digital twin De toenemende aandacht voor circulariteit en digital twins gaan goed samen, zegt Adriaanse. “Materiaalpaspoorten zoals we deze bij BIM kennen, maken duidelijk welke materialen en bouwelementen in bouwwerken zijn toegepast en wat kan worden hergebruikt. Een digital twin monitort daarnaast ook hoe de materialen en bouwelementen zich ontwikkelen in de tijd. Het wordt daarmee mogelijk om te bepalen in welke mate deze nog herbruikbaar zijn. In de toekomst zullen steeds vaker circulaire bouwwerken aan de orde zijn. Door ook hier gebruik te maken van een digital twin, kunnen we inzicht krijgen in hoe de (circulaire) elementen zich in de loop der tijd gedragen. Dit inzicht kan vervolgens weer in de ontwerpfase van nieuwe bouwprojecten worden gebruikt, waarna opnieuw kan worden berekend hoe de onderdelen zich gedragen. Digital twins zullen hier in de toekomst zeker een belangrijke rol gaan spelen”. En als je circulaire oplossingen in meerdere bouwwerken kunt toepassen en daarbij verbanden kunt leggen, zie je een rode draad en kun je in volgende projecten opnieuw betere stappen zetten. “Geleidelijk aan zal de duurzame cirkel zich sluiten”.

via een alternatieve route? Welke invloed hebben extreme weersomstandigheden op kunstwerken? Een predictive twin maakt inzichtelijk welke invloed welke scenario’s zullen hebben op de gezondheidstoestand van de assets”. Adriaanse vult aan; “Dit soort analyses kun je niet alleen uitvoeren op brugniveau, maar bijvoorbeeld ook op het niveau van een netwerk van bruggen zodat erg waardevolle inzichten ontstaan. Daarom zijn open data standaarden ook zo belangrijk om ervoor te zorgen dat alles op dataniveau kan worden gecombineerd”. <

‘Toenemende werkgelegenheid op nieuwere vlakken’ Van Brienenoordbrug fieldlab locatie TNO en RWS Foto: TNO

20 april 2020


-'C5>:?=CB<6?3B9C+@B8= ( &%()#&!)$((&$())'("'  ')&(%)!'&$! &'$)!%&)#) (&'')'()()%#"!)&$!)(&'$%#&) #"!)$$(&'$%#&)("$"#)()'()')#&)$)!%"# &( &))'( ))'( #))( $!  ( '( $"#%( $)#&!)$ ')($)%) ""#)'(&'('$)!%&)( &'%)' '!)()' )'"#(&'$)!%&)( !%&&%)&%)' 3P Quality Services B.V. bemiddelt vanuit een projectmatige aanpak en/of vanuit een vaste bemiddeling binnen de vakgebieden Engineering, Construction management, Shutdown management en Project management. @@<C;?6B<9BCA>=?@A>:BCBAC?A=B<A>=?@A>:BC.5A3=?B9C@2C0B= 7B,?B;C6>AC?A92B3=?BCBAC>>A6B<1>A=BC;?BA9=BA C+?(AC1?( ;@@<:@2BA;C@2C+@B8CA>><

)#%&" '&)'( ('&)  BC?;B>:BC8>A;?;>=BAC,B930?88BAC4?A?4>>:C@6B< # $&)&C1B<8=5?7,@5185A;BC # &2:B?;?A7C*!%)!!C**)***CCBA)@.C$ %)%)*%C # B0BB<9?A7C6>AC$?3<@9@.=C&..?3BC # @B;BC3@A=>3=5B:BCB?7BA930>22BAC # <@=BC4>=BC6>AC+B:.9=>A;?70B?; 3P Quality Services biedt kansen en mogelijkheden ook voor 50 plussers en starters op de arbeidsmarkt. 3P Quality Services is gecertificeerd volgens ISO 9001/VCA. Een kwaliteitsgarantie gaat echter niet alleen om systemen en standaarden, maar vooral om mensen. Daarom investeren wij voortdurend in onze professionals door middel van opleidingen en coaching. @@<C4BB<C?A.@<4>=?BCBAC6<>7BAC85A=C5C3@A=>3=C@2AB" 4BAC4B=C0</C//C;BC<>>.C@.C0</C!/C6>AC&B6B:BAC -C-C/ BA=C5C@A+BC(5?9=BC8>A;?;>>=C$>?:C;>AC51C9@::?3?=>=?B 4B=CCA>><C-2 9-27<@52/3@4 @A;B<C6B<4B:;?A7C6>A -'C+@B8=C1B<8=5?7,@5185A;?7BACBAC(@A7C=>:BA=/C

(")%(""("'(% )'% -'C 0BB.=C ?AC 9>4BA1B<8?A7C 4B=C ;?6B<9BC 8:>A=BAC BBAC @6B<BBA" 8@49=C@4C(@A7BC=>:BA=BACBBAC8>A9C=BC7B6BA/C-'CBAC@A+BC8:>A=BA 1?::BAC7<>>7C?A6B9=B<BAC6@@<CA5CBAC?AC;BC=@B8@49=CBAC-'C6B<" +@B8=C8>A;?;>=BAC;?BC>:9C:>99B<C@.C &"B<CC<BB;9CC(>><CB<6><?A7 0B,,BACBACBBAC$%C;?2:@4>C0B,,BACBA)@.C;?=C1?::BAC,B0>:BAC=B 9@::?3?=B<BA/ *AC@6B<:B7CBAC?AC9>4BA1B<8?A7C4B=C@A+BC8:>A=BAC+@B8=C-'CBBA 7B930?8=BC1B<8:@3>=?BC@4CC@2C=B<4?(AC;@@<C=BC7<@B?BACA>><CBBA 6@:1>><;?7BC"B<CBA)@.C?A92B3=B5</CC @@<CBBAC6@::B;?7C@6B<+?30=C6>AC;BC6>3>=5<B9C,B8?(8C0B=C>>A,@; @2 C111/-27<@52/3@4

@A=?A5=B?=C;@@<C ;B985A;?70B?;/


TECHNIEK <

Jan Koers, Director Innovation InTraffic Foto: Privécollectie

Slimme systemen hebben slim onderhoud nodig Innovatie, duurzaamheid en veiligheid staan centraal in het verbeteren van de verkeeren vervoersystemen en de bereikbaarheid. Waar mogelijk verbindt InTraffic opdrachtgevers en partners. Director Innovation Jan Koers is daar trots op en leert graag van de logistieke sector als het gaat om innovaties op de weg, platooning in het bijzonder. > Slimmer op drie manieren. “De bezetting van het spoor zal de komende tien jaar met 30% toenemen, zowel in goederen als reizigers. Een enorme uitdaging. Die uitdaging gaan we met plezier aan door slimmer gebruik te maken van het spoor. We moeten de bestaande infrastructuur dus slimmer gebruiken” zegt Koers. Hij geeft daarbij de drie belangrijkste manieren. Ten eerste noemt hij ERTMS. Het European Rail Traffic Management System is een Europese specificatie voor spoorwegseinen en treinbeïnvloeding. Het ERTMS verhoogt de veiligheid van het spoorwegvervoer, het staat hogere treinsnelheden toe en draagt bij aan capaciteitsverhoging van de spoorweginfrastructuur. “Echter de capaciteitsvergroting met ERTMS wordt alleen bereikt als dit gecombineerd wordt met een slimmere manier van verkeersleiding op het spoor”.

22 april 2020

Ten tweede zijn daar de zelfsturende voertuigen, op het spoor heet dat Automatic Train Operation. Koers; “Het wordt steeds drukker op het spoor. En dat betekent dat er de komende jaren meer treinen over het bestaande spoor moeten rijden. Geautomatiseerd rijden kan hiervoor een slimme en innovatieve oplossing zijn. Door automatisch rijden schakelen we de reactiesnelheid en het falen van de mens uit, zodat treinen dichter op elkaar kunnen rijden”. Ten derde noemt hij ‘platooning’, het virtueel koppelen van meerdere treinen aan elkaar, waardoor treinen nog dichter op elkaar kunnen rijden. Op de weg is het overigens niet altijd gewenst om treintjes van vrachtwagens te vormen, bijvoorbeeld als de belastbaarheid van een brug onvoldoende is en vrachtwagens beter één voor één over de


brug kunnen gaan, zoals dit het geval was in 2016 bij de Merwedebrug bij Gorinchem in de A27. Bij treinen doen zich dit soort overwegingen niet voor, omdat treinen bijna altijd langer zijn dan de brug en platooning verhoogt derhalve niet de lokale belasting. Ook zonder genoemde drie hulpmiddelen bij capaciteitsvergroting kan er de komende jaren met Slimme Verkeersleiding op het spoor al enorme winst gehaald worden, ook binnen het geldende veiligheidsregime. De huidige generatie verkeersleiding biedt goede ondersteuning aan de verkeersleiders (treindienstleiders). Maar grote winst kan nog behaald worden door conflicten en verstoringen te voorspellen en op te lossen voordat deze optreden. Hiervoor is geen ERTMS, ATO of Platooning nodig. Dat kan nu al en binnen enkele jaren gerealiseerd worden met behulp van AI-technieken.

InTraffic ontwikkelt IT-oplossingen voor mobiliteit Met 180 medewerkers verbeteren ze de bereikbaarheid door met passie te werken aan duurzame, innovatieve IT-oplossingen voor mobiliteit. InTraffic investeert in innovatiekracht in IT én kennis van mobiliteit en ontwikkelt samen met opdrachtgevers slimme IT-oplossingen voor complexe mobiliteitsvraagstukken op het gebied van verkeersmanagement, inframonitoring en reisinformatie. Ook voor het nieuwe mobiliteitsconcept Mobility as a Service biedt InTraffic een volledig IT-platform.

snel”. Gezien de complexiteit van het spoorproces, is dit alles niet meer te doen zonder gebruik van Kunstmatige Intelligentie (AI).”.

‘Herplannen in onverwachte situaties’

Met de stap naar predictive maintenance is een andere werkgelegenheid gemoeid. Koers: “Op dit moment wordt onderhoud aan het spoor vooral buiten reguliere werktijden gedaan om de maatschappelijke belasting (personenvervoer) zo laag mogelijk te houden. Maar, dat willen werknemers niet meer. Niemand zit te wachten op die incourante uren. Ook dat is een motivatie om slimmer met onderhoud om te gaan”. Voor een grote opdrachtgever heeft InTraffic een AI-gebaseerd expertsysteem gebouwd om de onderhoudsplanning sneller en beter te doen; kortom ‘slimmer’ dus.

> En dan. Koers zet in op de doorontwikkeling van de reeds ingezette innovatie. Daarbij is het einddoel de sector slimmer te maken en daarmee ook aantrekkelijker voor reizigers, voor goederen, maar ook voornieuwe collega’s. “Een bijkomend doel is om de huidige maintenanceprofessional mee te nemen in alle innovatieve ontwikkelingen. De mate van onderhoud blijft hetzelfde, maar dan op het juiste moment met de juiste actie!”. <

> Platooning. “Platooning op de weg en het spoor is weliswaar niet hetzelfde, maar we kunnen wel leren van de logistieke sector”. Bij truck platooning rijden twee of meerdere trucks die via een soort wifi met elkaar verbonden zijn in colonne. De voorste truck bepaalt de snelheid en de route. De volgende trucks kunnen op korte afstand volgen (tien meter) waardoor er meer ruimte op de weg vrijkomt. Dankzij de wifi-verbinding tussen de vrachtwagens kunnen alle trucks tegelijkertijd remmen en gasgeven, waarmee schokbewegingen en de daardoor ontstane files voorkomen kunnen worden. Extra voordeel: de platoonende, virtueel gekoppelde trucks zullen elkaar niet inhalen Ook alle andere weggebruikers profiteren van de grotere wegcapaciteit en de kleinere kans op file. Koers; “Hoewel truckplatooning niet kopieerbaar is op het spoor, kunnen we bepaalde elementen natuurlijk wel gebruiken en dan gaat het met name over intelligentie in de voertuigen en voertuig-voertuig-communicatie”. > Onderhoud, maar wel voorspellend. Koers geeft aan dat wanneer je de systemen slim maakt, en daarmee de infrastructuur beter benut (+30 % in 10 jaar), het onderhoud ook slimmer moet. “De steeds groter wordende berg data (big data) betekent dat we steeds beter kunnen voorspellen, waardoor we beter kunnen plannen en efficiëntere maatregelen kunnen treffen.” En daarnaast wil je natuurlijk ook flexibel zijn. Herplannen in onverwachte situaties, maar wel graag

Leren van platooning in de logistieke sector Foto: NVDO

23


INTERVIEW <

Efficiëntere en Effectievere productieprocessen met innovatieprogramma SMITZH Productieprocessen optimaliseren met behulp van digital twins, digitale projectie als hulpmiddel bij assemblagewerk of de mogelijkheden van 3D printen onderzoeken; de digitaliseringsslag in de Zuid-Hollandse maakindustrie is in volle gang. Dat gebeurt met hulp van het innovatieprogramma SMITZH waarin bedrijven, kennisinstellingen en overheden samenwerken. Kun je een stalen industriële haak van vijf meter omvang 3D printen? Dat was één van de onderzoeksvragen in het innovatieprogramma die is opgepakt door het fieldlab RAMLAB, vertelt Lotte de Groen. Zij is programmamanager van SMITZH namens TNO. De Groen; “Een haak van die omvang kun je niet meer gieten. 3D metaalprinten kan dan een alternatief zijn, mits het voldoet aan de kwaliteitseisen en ook kosteneffectief is”.

Lotte de Groen bekijkt een werkstuk Foto: SMITZH

24 april 2020

> Smart Manufacturing. SMITZH staat voor Smart Manufacturing: Industriële Toepassing in Zuid-Holland. Het programma stimuleert innovatie bij bedrijven in de maakindustrie door hen te wijzen op de mogelijkheden van digitalisering, automatisering en/of robotisering om productieprocessen efficiënter en effectiever te maken. Doel is de concurrentiepositie van de bedrijven te verbeteren en een bijdrage te leveren aan het oplossen van het tekort aan (vooral)


technisch geschoold personeel. Wat het effect is van 2,5 jaar SMITZH op de arbeidsmarkt is lastig één op één te zeggen, zegt wethouder Bas Vollebregt van de gemeente Delft. Hij is als portefeuillehouder Kennis & Innovatie namens de Metropoolregio Rotterdam Den Haag betrokken bij SMITZH. “Maar, we zien dat de positie van ZuidHolland sterker wordt. Dat komt uiteraard niet alleen door SMITZH, maar we zien wel veel en meer samenwerking dan voorheen. De regio klimt op en dat is belangrijk. Ongeveer een kwart van alle Nederlandse bedrijvigheid zit hier”. Wethouder Bas Vollebregt luistert naar uitleg in Robo House Foto: SMITZH

> Betere concurrentiepositie. Vollebregt; “Het programma is voor ons belangrijk omdat het bijdraagt aan een betere concurrentiepositie en groei van de regionale maakindustrie en daarmee aan een groei van de werkgelegenheid. Daarnaast zien we dat de arbeidsmarkt verandert. Met SMITZH stellen we bedrijven in staat daarin mee te doen. Eén van de remmen op de groei is nu namelijk dat we de juiste mensen niet hebben. Binnen SMITZH ontwikkelen we technologieën en opleidingen om bedrijven daarin te ondersteunen”. Als voorbeeld noemt De Groen de pilot met projectie bij een assemblagelijn bij de sociale werkvoorziening Werkse! in Delft. “De medewerker ziet op zijn tafelblad geprojecteerd welke handelingen hij moet uitvoeren. Hierdoor is het mogelijk mensen flexibeler en sneller in te zetten. Mogelijk leidt het ook tot minder fouten, maar dat is nog niet aangetoond”. Ook bij fijnmetaalbedrijf Boers & Co werd een vergelijkbare pilot met succes afgerond. > Visie overheid. Vollebregt; “De digitale transformatie gaat ook in de industrie gebeuren en wij moeten er samen voor zorgen dat kennis en innovatie op dat vlak in de regio ontsloten wordt. Met TNO, de TU en de hogescholen hebben we de kennisinfrastructuur en via InnovationQuarter, FME, Metaalunie, HI en onze accounthouders bij gemeenten verbinden we de bedrijven. Samen het hoofd bieden aan alle uitdagingen, dat moeten en kunnen we waarmaken”. De Groen; “SMITZH vormt hiervoor een duurzame infrastructuur. Door het project zie je elkaar en praat je met elkaar op een meer gestructureerde wijze”. Vollebregt; “Het mooie is dat het echt is begonnen vanuit de inhoud. Nu is er draagvlak en een netwerk om een olievlek te creëren”. De Provincie Zuid-Holland ondersteunt het project financieel en de bedrijven dragen zelf ook bij. Partners in het project zijn: Inno-

vationQuarter, FME, TU Delft, Metaalunie, Metropoolregio Rotterdam Den Haag, ministerie van Economische Zaken, de hogescholen van Rotterdam en Den Haag en Holland Instrumentation.

> Fieldlabs. Het programma startte medio 2017 met een verkenning naar de aanwezige ‘Fieldlab-infrastructuur’ in Zuid-Holland. Met een zevental van deze Smart Industry-proeftuinen op het gebied van onder meer big data, robotica, 3D printen en composieten is de regio goed vertegenwoordigd in het Smart Industry-programma. De Groen; “We wilden de potentie van die fieldlabs beter ontsluiten en smart manufacturing is daarvoor een enabler”. Het is een wisselwerking die zo ontstaat, legt ze uit. “Door vanuit SMITZH projecten op te starten versterken we op onze beurt de fieldlabs”. Voor bedrijven die nog zoekende zijn op het gebied van digitalisering is veel ondersteuning beschikbaar bij InnovationQuarter, FME, Metaalunie en de hogescholen. En bij TNO dat in SMITZH een kosten-baten tool ontwikkelt voor verschillende scenario’s. “Is het slim om in te zetten op robotisering van je productieproces, of is het beter om je te richten op servitization? Met de tool zet je dat op een rijtje, zodat je appels wél met peren kan vergelijken”. > Doorschakelen. Na de succesvolle projecten in de tweede fase schakelt SMITZH nu door: de voordelen van digital twins uitleggen en promoten, meer bedrijven bereiken en betrekken en (nieuw) personeel opleiden. De term digital twin zit soms wel wat in de weg, zegt De Groen. “Een digital twin is een digitale versie van een productieproces en maakt zaken als ontwerpen, testen, analyseren >

‘Uiteindelijk moet een digital twin leiden tot minder down time en waste, kortere omsteltijden en meer grip tijdens het productieproces’ 25


>

en verbeteren eenvoudiger. Men denkt al gauw aan heel complexe toestanden, maar dat hoeft niet. Het kan ook iets heel simpels zijn. Het gaat erom: welk probleem ervaar je, welke data heb je nodig en hoe zetten we data in om het probleem aan te pakken”? Vollebregt; “Je eigen productieproces scherp maken met behulp van data helpt je ook om onderhoud beter te plannen”. De Groen; “En ook om de control loop in het proces beter te krijgen, zodat je al tijdens het maakproces kunt ingrijpen en bijsturen”. Uiteindelijk moet een digital twin leiden tot minder down time en waste, kortere omsteltijden en tot meer grip tijdens het productieproces. Om een goede digital twin te ontwikkelen zijn praktijkdata nodig en daar schort het nog vaak aan. Dit onderwerp staat dan ook nadrukkelijk op de agenda in het project.

> Meer bedrijven erbij. Er zijn zo’n tienduizend maakbedrijven in Zuid-Holland. De Groen en Vollebregt zien het als hun missie om meer van die bedrijven te betrekken bij SMITZH. Aan het einde van de derde projectfase die drie jaar duurt, moeten honderd bedrijven een Smart Industry strategie hebben, moeten er dertig met mensgerichte technologie bezig zijn en vijf scale-ups tot wasdom zijn gekomen, vat De Groen de ambities samen. Actief bedrijven bezoeken gebeurt al volop (er zijn al gesprekken gevoerd met circa vierhonderd bedrijven) en dat blijft ook gebeuren. Vollebregt; “Als gemeenten hebben we een verbindende rol. De accountmanagers komen bij de bedrijven en moeten de mogelijkheden kennen. Een innovatieprogramma helpt daarbij. We zien ook dat steeds meer gemeenten actief aanhaken bij SMITZH”.

‘Je eigen productieproces scherp maken met behulp van data helpt je ook om onderhoud beter te plannen’

Vollebregt noemt nog een doel; Het wereldwijd beter neerzetten van deze regio als technologisch hoogstaande maakregio. De Groen; “Eindhoven heeft de naam, terwijl wij er qua aantallen niet voor onder doen”. Vollebregt countert direct; “Nou, dat is voorzichtig geformuleerd. Wij zijn op vele vlakken gewoon groter”.

Robot in actie Foto: SMITZH

> Omscholen. De Groen; “Ook willen we meer medewerkers omscholen, dat pakken we ook aan binnen SMITZH. Er is veel vraag naar personeel in de regio. Tegelijkertijd zitten er nog te veel laag of anders opgeleide mensen op de bank. Er is dus betere matching nodig. Daarom hanteert SMITZH een tweesporenbeleid: opleiden, ook binnen de fieldlabs, en mensgerichte technologie, zoals de inzet van exoskeletten en eerdergenoemde beeldprojectie met behulp van AR-technieken. Dergelijke technieken ondersteunen de mens in zijn taak. Een robot kan stappen in het productieproces overnemen, maar bepaalde handelingen blijven vooralsnog mensenwerk. Daarvoor moet je samenwerkingsconcepten ontwikkelen”.

26 april 2020

> Effecten op onderhoud. Digital twins kunnen helpen het onderhoud te optimaliseren doordat je al in de ontwerpfase beter kunt nadenken over toekomstige onderhoudstaken. Of je test in de digitale versie wat de effecten zijn van een bepaalde ingreep, voordat je een machine stil legt. Beeldprojectie kan helpen om algemeen opgeleide onderhoudstechnici te ondersteunen en zo meer complexe taken te laten uitvoeren. En met 3D printen kun je reserveonderdelen produceren. Kortom; de effecten van smart manufacturing op het onderhoud zijn onmiskenbaar. De Groen; “Er is een regionaal bedrijf dat grote koekjesmachines maakt en die exporteert naar het Verre Oosten, ze daar installeert en onderhoudt. Technische teams van het bedrijf verbleven daarvoor langdurig bij de afnemer. Met behulp van digitale ondersteuning kan het lokale, lager opgeleide personeel nu meer zelf, waardoor de dure Nederlandse ondersteuning flink is afgenomen”. Er is nog genoeg te doen, zegt De Groen; “Om artificial intelligence in te zetten voor de maakindustrie zijn veel data nodig, maar ‘wij’ doen hier in de regio vooral kleine series. Zodra je iets hebt geleerd, is het ‘oud nieuws’. Je moet dus kunnen leren op metaniveau en dat is best een uitdaging”. <


Kort Unieke beproeving glazen waterkering Diverse proeven hebben aangetoond dat een glazen waterkering bij hoogwater bestand is tegen optredende belastingen, zodat bewoners achter de dijken goed beschermd zijn. Deze innovatieve toepassing van glas in een waterkering combineert veiligheid met zichtbehoud. Combinatie Herik/Strukton vof voert voor Waterschap Limburg een tweejarig project uit ter versterking van de dijk bij Neer in de gemeente Leudal. Binnen dit project is de toepassing bedacht van een glazen waterkering. Bij een positief resultaat van de proeven bij Deltares, heeft Waterschap Limburg de primeur voor een glazen waterkering die aan alle strenge veiligheidseisen voldoet, zorgt voor zichtbehoud op de Maas en daarmee als beproefd systeem binnen dijkversterkingsprojecten op specifieke locaties ingezet kan worden.

Glazen panelen De glazen panelen zijn opgebouwd uit meerdere lagen glas en folie: 3 constructieve panelen middenin, 2 zogeheten ‘opofferingspanelen’ aan de buitenzijde en daartussen folies van 1,5 mm. In nauw overleg met de ervaren glasleverancier Scheuten is de ideale dikte en samenstelling qua sterkte en transparantie berekend en bepaald, waarbij steeds het doel voor ogen is gehouden om de doorkijk naar de Maas te behouden en tegelijkertijd te voldoen aan de waterveiligheidsnormen. Het glas en folie dat wordt toegepast is van hoogwaardige kwaliteit zodat het ook goed bestand is tegen invloeden van buitenaf, zoals weersinvloeden. De glazen panelen worden aangebracht over een totale lengte van 80 meter, verdeeld over een viertal tracés, waarvan de langste een lengte heeft van 30 meter.

Veiligheid en zichtbehoud De dijkversterking in Neer bestaat uit het versterken van de groene dijk over ongeveer 1.600 meter en het versterken van een harde kering (keermuur) van ongeveer 550 meter. Het project kent een intensief omgevingsproces. De verhoging van de harde kering met 70 cm betekende dat bij diverse woningen het zicht op de rivier de Maas zou wegvallen. Bewoners willen het uitzicht op de Maas behouden. Voor het waterschap was het aspect veiligheid het belangrijkste. Zij ging daarom in gesprek met de bewoners en onderzocht de mogelijkheden. Uiteindelijk heeft Waterschap Limburg gekozen voor het innovatieve concept om een deel van de waterkering uit te voeren in glas, waarbij zowel de veiligheid als het zichtbehoud zijn geborgd. Combinatie Herik/Strukton vof ontwerpt en realiseert de glazen kering. Het plan is om deze glazen kering in het najaar van 2020 te plaatsen, waarbij de afronding van het totale project eind 2020 is voorzien.

Waterkering getest bij Deltares Voorafgaand aan de plaatsing wordt een proefopstelling van de glazen kering bij Deltares in Delft onderworpen aan diverse proeven. De proeven vonden in de testfaciliteit de ‘Deltagoot’. Een proefopstelling van de kering, nagebouwd op werkelijke grootte, werd daar getest op golfbelasting en het weerstaan van drijvende objecten. Als representatief drijvend object wrtf gebruik gemaakt van een 6 meter lange boomstam van 800 kg en een doorsnede van 40 cm, die met een bepaalde snelheid tegen het glas botstte. Met het uitvoeren van diverse proeven is aangetoond dat de glazen kering bij een hoogwater bestand is tegen optredende belastingen, zodat bewoners achter de dijken goed beschermd zijn. Op basis van de testresultaten wordt het Expertise Netwerk Waterveiligheid (ENW) gevraagd om een positief advies voor het toe te passen systeem. <

Foto: Deltares

27


Ondanks de Corona-crisis gaat het werkvan Michael Donders bij Donders RCM Consultancy gewoon door. Zelfs extra personeel ingezet!

Jan Willem Vernhout, CoThink; “Thuis-werken-en-training-geven, Thuispapa-wat-kook-je-vaak, Thuis-extra-aandacht-aan-dierbaren, Thuisverpest-de-goede-sfeer-vooral-niet-en-begin-met-ja-in-plaats-van-nee, Thuis-fit-blijven”

“Vanaf mijn zolderkamer met de jachtluipaard op de achtergrond (foto uit betere tijden, toen we nog gewoon reizen konden maken) nu meteen Facetime en Webex contact met de collega’s. Het is net even anders”! Ing. Cor [C.J.] Slobbe, Hoofd Cluster Regelgeving & Programma’s Rijksvastgoedbedrijf

Lex Besselink, Voorzitter Bestuur WCM; “Nog tussen de verhuisdozen in de coronaperiode volop aan het skypen, meetingen met teams etc. En dat terwijl internet (de glasvezel) al wel in mijn nieuwe woning ligt, maar in de wijk in de centrale nog aangesloten moet worden. Dus geen internet behalve wat geïmproviseer met je persoonlijke hotspot. Maar daar is overheen te komen. Het is wel een onwezenljke tijd voor vele mensen. Belangrijk is: blijf gezond, wees creatief en laat je niet mismoedigen. Ook hier zijn weer nieuwe kansen die we moeten grijpen” “Telefoon, ipad, laptop alles wordt ingezet om audits, keuringen en controles bij de klanten uit te voeren. Ons lab is nog open om testen uit te voeren. Zonder gasten, maar met opnames als dat gewenst is. Ook bij Ton van Beek, Technisch manager bij SKG-IKOB

Erik Versteeg, werkzaam bij Balance en Voorzitter NVDO Kring West Nederland; “Ik werk nu al twee weken thuis en hoewel ik gewend ben om thuis te werken, is het toch anders dan normaal. Meestal bepaal ik zelf wanneer ik thuiswerk en nu is het verplicht. Maar hoe dan ook, veel meer dan een beetje ruimte voor je laptop en je telefoon heb je niet nodig. Ik mis de fysieke ontmoetingen met collega’s en zakelijke contacten wel, maar ben inmiddels ervaren met het opzetten van video verbindingen en het houden van interviews/overleggen via video… en dat gaat eigenlijk ook prima. Overigens zit ik te werken in het kamertje dat normaal mijn werkkamer is, en omdat ik thuis aan het verbouwen ben, moest ik de eerste thuiswerkdag een uur besteden om ruimte te maken. Inmiddels heb ik alles een beetje aan de kant geschoven en kan ik prima werken. Ik heb wel een laken achter me opgehangen, zodat mensen tijdens een videoverbinding niet zitten te kijken naar mijn gereedschap en dozen met kabels, stekers, verfspullen et cetera”

28 april 2020

“Werken vanuit de garage, zo ver mogelijk verwijderd van 3 jongens in de leeftijdscategorie dat voetballen en vechten dé manier is om de dag door te komen”, aldus Simons Jagers, Founder Semiotic Labs Hoe een trainer (Kees Oskam, Trainer/Consultant bij Van Meeuwen Education) een filmster wordt… “Sinds de coronacrisis gaan bij mij de in company trainingen niet meer door. Echter in deze tijd wordt je ook creatief, ik ben nu dus te bewonderen in webinars”


“De tijd om de laptop eer te doen aan zijn naam” zegt Michel van der Klei, Sr. Consultant bij MaxGrip

Bauke Hoogzaad, Matrixmanager BAM Infra zit tegenover Wampie; “Lekker samen thuis werken”

Voor Chris Rijsdijk, Universitair Docent Nederlandse Defensie Academie; “De situatie is in ieder geval een impuls in onderwijsinnovatie. Jarenlang niet aan weblectures willen beginnen, maar nu moet ik wel”!

Thuiswerken met een glimlach, omdat gezonde en positieve burgers een belangrijke asset van het land zijn, aldus Chantal de Groot, Rotterdam Ahoy

Leven lang leren met hulp van de jongste generatie! Lenneke Kok, Studie-adviseur Engineering en Onderzoeker Co-design bij Hogeschool Utrecht

“Asset Management: je kunt er niet vroeg genoeg mee beginnen. Ook bij Vialis werken we zoveel als mogelijk thuis. Samen met mijn 3 kinderen en vrouw delen we de keuke tafel en de studeerkamer al een paar weken. Tussen de bedrijven door leer ik van mijn zoon de tafel van 12 en leert hij van mij de fijne kneepjes van het vak Asset Management. Best druk, maar ook heel bijzonder zo samen”. Michiel Berkheij, Manager Life Cycle Engineering Vialis Volkerwessels

Een positief berichtje van Huib Oostdijk, Voorzitter NVDO InspectiePlatform, werkzaam bij HHC/DRS; “Dankzij de uitstekende ICT infrastructuur van HHC/DRS kunnen onze certification engineers al onze Europese opdrachtgevers bij blijven staan bij haar productcertificering. Ons kantoor draait virtueel op volle toeren en we hebben respect voor onze opdrachtgevers die onder deze omstandigheden allemaal op hun eigen manier er het beste van maken.

Aart de Jong van Tiberius Maintenance constateert dat het werk doorgaat. En dat geldt ook voor de NVDO; "Ik werk momenteel veel met Microsoft Teams en dat zetten we ook in voor de Sectie Onroerend Goed. Laten we elkaar door deze bijzondere tijd helpen"

Marc van den Elzen, Vice Voorzitter NVDO; “Werken als combibaan tussen werknemer…. Docent voor bijles starttekenen en puzzels voor de avond als vader”

Werkplaats wordt werkplek bij Mark Oosterveer, Programma Manager bij iTanks

“Nog genoeg uit te werken” volgens Pieter Jan Hische, Operational Exellence in Transfer. “Opleveren RCM risicoanalyse Vattenfall en dan verder met de voorbereiding van de volgende projecten … wel spannend of daar geen vertragingen gaan ontstaan. Hopelijk is het mogelijk om weer snel met werkgroepen aan de slag te gaan. Anders gaan we dat voor het eerst met telewerken doen”

Onze Certification Engineers zijn gewend om vanuit allerlei locaties (thuis en elders in Europa) hun werk te doen. Onze infrastructuur is er helemaal op uitgelegd. Grappig om te zien dat (juist nu we allemaal thuis moeten werken) we het liefst allemaal op kantoor willen zijn. Er zijn collega’s die voorspellen dat er na de crisis harder “gezeurd” wordt om op kantoor te komen werken, dan in het verleden om thuis te mogen werken. Laten we hopen dat die periode dan maar weer snel aanbreekt”.

29


IMPROVE <

Co-innovatie

Een samenwerking van

zoekers, slimmeriken, makers en verbinders Innovatieplatformen en ecosystemen waar klanten, techno-partners, kennispartners en bedrijfsorganisaties samenwerken, zijn van levensbelang voor elk bedrijf. Gebleken is dat samenwerkingsmodellen worden gebruikt door ongeveer 60% van de meest succesvolle innovatieve bedrijven en dat co-innovatie de slagingskans met 20% vergroot. En hiermee wordt het oude patroon van de traditionele R&D doorbroken. Succesvol innoveren is samenwerken met andere partners Foto: Ideo

30 april 2020


Een innovatieplatform kent tenminste zoekers, makers, slimmeriken en verbinders. Behoeften worden duidelijk door het verbinden van de participanten en reeds bestaande deeloplossingen worden omgezet tot levensvatbare eindoplossingen. En dat gebeurt in een veel kortere tijd dan in de conventionele wereld. “Businessmodellen veranderen snel en haast is geboden om op termijn te overleven. Innovatie is het middel om nieuwe concurrerende voordelen te verkrijgen”, aldus Patrick van de Kamp, directeur Allianties en Innovatie bij Ideo. ”En de grootste kans op succes behaal je met open samenwerkingsverbanden. Vandaar dat innovatieplatformen zo belangrijk zijn”.

> Zoekers met onvervulde behoeften. Een goede interactie met klanten en eindgebruikers geeft een bedrijf snel inzicht in wat de onvervulde behoeften zijn en of bepaalde ideeën een oplossing bieden. Klanten helpen dus mee tijdens de ideevorming en de totstandkoming van de oplossing. Een goed innovatieplatform kenmerkt zich door de aantrekkingskracht van een grote hoeveelheid klanten en eindgebruikers. De kans op baanbrekende innovatie is groter. McKinsey geeft aan dat co-innovatie de slagingskans met 20% vergroot.

> Makers met innovatieve deeloplossingen. Technologieleveranciers versnellen de innovatie door vernieuwende deeloplossingen aan te bieden. Deze “voorverpakte” innovatie bevat toepassingen van nieuwe technologieën. Zo biedt bijvoorbeeld SAP een intelligent Asset Management suite die een bedrijf in staat stelt om onderhoud volgens het concept van ISO55001 uit te voeren. Onder de “motorkap” van deze suite wordt gebruik gemaakt van digitale

technologieën. Denk aan internet-of-things, digital twins, blockchain, kunstmatige intelligentie, robotic process automation, big data analytics, augmented reality, virtual reality, predictive maintenance etc. Waarom het wiel opnieuw uitvinden als een techno-leverancier een intensief ontwikkelingstraject met hoge investeringen al heeft doorlopen?

> Slimmeriken met specialistische kennis. Kennispartners kunnen als springplank worden gebruikt om snel innovatieve kennis binnen een bedrijf op te bouwen. “Businessinnovatie kan niet langer meer zonder digitale innovatie” beweren sterke innovators. Daarnaast heeft meer dan 54% moeite om businessstrategie om te zetten naar innovatie. Om uit de startblokken te komen, ligt het daarom voor de hand om deze kennis op te halen bij organisaties die veel kennis hebben over innovatie, nieuwe technologieën en de implementatie ervan. Consultancybedrijven en universiteiten zijn daarom waardevolle deelnemers. Bijvoorbeeld een consultancybedrijf dat gespecialiseerd is in toestandsafhankelijk onderhoud en digitale twins, is voor de invoering van predictief onderhoud een graag geziene gast in het innovatieplatform.

> Verbinders met coördinerend vermogen. Voor een bedrijf is het eenvoudiger om een reeds bestaand platform of ecosysteem binnen te treden en daarop verder door te borduren dan zelf er één op te zetten. Hier is dankbaar werk weggelegd voor bedrijfsorganisaties zoals de NVDO. Deze organisaties hebben vaak een digitale en fysieke infrastructuur beschikbaar die het gebruik van innovatie ondersteunt. De platform-eigenaren zorgen ervoor dat bestaande relaties worden versterkt en nieuwe relaties worden gecreëerd door de aantrekking van participanten. Daarbij worden middelen zoals bijvoorbeeld events, infosessies, bedrijfsbezoeken en cursussen gefaciliteerd. Een innovatieplatform is nog krachtiger als het ook in staat is om projecten, pilots, hackathons en bijvoorbeeld fieldlabs te organiseren. Kortom, een solide innovatieplatform kenmerkt zich door het continu samenbrengen van zoekers, makers, slimmeriken en verbinders. Er ontstaat zo een inspirerende omgeving waarin samenwerkingsverbanden en co-innovatie optimaal gestimuleerd worden. <

‘Innovatie is het middel om nieuwe concurrerende voordelen te verkrijgen’ 31


OPGELEVERD <

De mens is de belangrijkste voorwaarde voor

implementeren CBM “Waarom gaat de implementatie en uitvoering van condition-based maintenance niet sneller? Technisch kan het al een tijdje, dus waarom zien we het niet meer?” Ruim zes jaar lang werkte Roland van de Kerkhof aan zijn proefschrift hierover. Meer dan vierhonderd interviews en twaalf case studies naar verschillende conditie monitoring technieken later, komt hij tot de conclusie dat ‘het vaak heel logisch is’. Het onderzoek is geïnitieerd vanuit de aanname dat er in de procesindustrie nog te weinig onderhoud conditie-gebaseerd (CBM) plaatsvindt. Die stelling toetste Van de Kerkhof in twee vooronderzoeken. Bij BP en Tata Steel onderzocht de promovendus welk gedeelte van het onderhoud conditie-gebaseerd werd uitgevoerd en welke conditie monitoring (CM) technieken daarvoor werden gebruikt.

> Niet structureel. “Circa twintig procent van het onderhoud bij BP en Tata Steel gebeurde zeven jaar geleden conditie-gebaseerd, maar voor een groot deel hiervan was de onderhoudsbeslissing gebaseerd op visuele inspecties. Alhoewel beide bedrijven meer dan vijf-

Ronald van de Kerkhof Foto: privécollectie

32 april 2020

tig verschillende CM-technieken gebruikten, werd een groot gedeelte slechts bij enkele installaties gebruikt en enkel ‘op aanvraag’, dus niet voor structurele metingen”. Op basis van deze onderzoeken is niet vast te stellen of méér of minder CBM optimaal is; wél dat veel onderhoudsbeslissingen beter geïnformeerd genomen kunnen worden en dat er meer waarde uit CM-technieken gehaald kan worden. “De belangrijkste potentiële verbeteringen zitten in het gebruiken van geavanceerdere, gevoeligere CM-technieken, het structureler gebruiken van deze technieken en het opschalen ervan. Door structureel te meten, kun je afwijkingen eerder detecteren, trends signaleren en betere diagnoses stellen”.

‘Wat mij het meest heeft verrast gedurende het onderzoek, is dat het vaak heel logisch is’


Monitoringstechnieken Foto: TATA STEEL

> Opschalen. Welke technische en organisatorische factoren verklaren de snelheid (of het gebrek aan snelheid) van opschalen? Van de Kerkhof onderzocht zes monitoringstechnieken bij Tata Steel en zes bij BP en constateerde dat de snelheid van opschalen wordt bepaald door technologische, economische en organisatorische factoren. Van nature leent de ene CM-techniek, populatie van assets en organisatie zich beter voor opschalen dan de andere. Een bewezen CM-techniek die veel geld oplevert en helemaal aansluit bij waar de organisatie al mee bezig is, zal sneller opgeschaald worden dan een nieuwe en dure monitoringstechniek. “Maar ook bij CM-technieken die duidelijk voor een groot deel van de assets waardevol konden zijn, zagen we in veel gevallen een trage opschaling”.

management. Je moet het dus telkens opnieuw technisch, organisatorisch en financieel inrichten”.

organisatorische aard spelen hierbij een rol. De meeste technieken zijn bijvoorbeeld slechts in staat om voor een deel van de assets het falen goed te voorspellen, of zijn slechts voor een deel van de assets kosten-effectief. Bij technieken die door een grote groep medewerkers lokaal toegepast moeten worden, kan het zijn dat slechts een deel van de medewerkers over de juiste skills beschikt om met de techniek te werken, of dat slechts een deel van hen in hun werkzaamheden geholpen wordt door de techniek.

> Geen S-curve. “Wat mij het meest heeft verrast gedurende het onderzoek, is dat het vaak heel logisch is. Theoretisch zeg je dat een bedrijf dat een succesvolle technologie beheerst, deze zo snel mogelijk op wil schalen binnen het bedrijf. Ook de innovatieliteratuur zegt over opschalen dat je in een S-curve terechtkomt. Een langzame start, daarna een versnelling, et cetera. Maar in de twaalf case studies zie je die S-curve helemaal niet terug. Wat je ziet zijn veel verschillende en ogenschijnlijk willekeurige curves, die een ding delen: het opschalen gaat langzaam. In sommige gevallen wordt er zelfs teruggeschaald. Als je dan de feiten analyseert, begrijp je waarom je deze S-curve niet terugziet. De meeste schommelingen zagen we bijvoorbeeld in een case bij BP. In de aanloop naar een shutdown hebben twee medewerkers een thermografie camera aangeschaft, die toen volop gebruikt is. In de jaren erna was er geen shutdown, dus minder behoefte om mee aan de slag te gaan, vertrok één van de medewerkers naar een andere functie en werd de wetgeving aangepast, waardoor het nut van de meting afnam. Sporadisch wordt het nog gebruikt, maar het is heel begrijpelijk (en slim zelfs) dat deze techniek niet volledig opgeschaald is”.

“Maar de belangrijkste factor is dat bedrijven vaak uit diverse ‘eilanden’ bestaan en dat je bij elk eiland opnieuw moet beginnen. Hierin zagen we zowel technologische eilanden, verschillende fabrieken hebben bijvoorbeeld hun eigen sensoren en IT-systemen, en organisatorische eilanden. Alhoewel iedereen bij hetzelfde bedrijf werkt, zie je dat collega’s van andere afdelingen en fabrieken hun eigen werkwijzen hebben, hun eigen taal spreken en zelden bij elkaar over de vloer komen. Hier heeft men de tijd ook niet voor. Ook als de innovatie wel vanuit een centrale afdeling gedreven wordt, zoals een Asset Management afdeling, dan moet er nog steeds per fabriek geïnvesteerd worden in de technologie, per fabriek de werkwijzen aangepast worden, et cetera. Elke fabriek heeft zijn eigen budget en

> Implementeren. Als voorbeeld van het implementatieproces ging Van de Kerkhof in op de case met trillingsmetingen op converters bij Tata Steel. “Het meten van lagers van converters is heel complex, dus er was een nieuwe technologie nodig om die trillingen te meten. Wat we zagen, is dat het in de eerste twee jaar amper werd gebruikt. Waarom niet? En waarom stop je er dan niet mee? Natuurlijk is de performance van het meten in het begin nog laag, maar het was op dat moment ook lastig om in te schatten hoe goed de performance kon worden. Hiervoor was het eerst nodig om verder te investeren in het meetsysteem en om structureel te gaan meten. Een kip en ei verhaal. Men heeft dit opgelost door de beslissingen te nemen op basis van twee andere vragen. Ten eerste, worden de >

> Traag proces. Barrières van technologische, economische en

33


> data goed verzameld door het systeem? Ja. Ten tweede, komen de analyses overeen met onze analyses van andere CM technieken”?

> Vertrouwen. Pas toen de resultaten van de trillingsmetingen overeenkwamen met andere metingen, kwam er voldoende vertrouwen. Toen er ook nog eens een nieuwe fabrieksmanager kwam die erop durfde te vertrouwen, konden de benodigde structuren ingeregeld worden in de procedures en dagelijkse werkzaamheden. Vanaf dat moment begon de performance van de CM techniek toe te nemen, doordat er structureel gemeten en geanalyseerd werd. Uiteindelijk duurde het vier jaar voordat Tata Steel het aandurfde om het onderhoudsinterval te verlengen van drie naar tien jaar. “Dan heb je het ergens over. Tenzij uit de metingen blijkt dat er eerder iets moet gebeuren, natuurlijk. Technische en organisatorische omstandigheden zijn dus samen bepalend. Beslissingen worden genomen op de kwaliteit van de techniek, maar de beslissingen (om verder te investeren, structureel te gaan meten, procedures in te richten, et cetera) bepalen op hun beurt hoe goed de CM techniek werkt”. Van de Kerhof tijdens congres Foto: CAMPIONE

> Mensenwerk. “In de praktijk zie je dat iedereen zijn eigen manier heeft om de businesscase uit te rekenen. Vervolgens ontstaat er discussie over de gekozen methode. Bij Tata Steel gaven ze aan dat ze een discussie over de inhoud wilden, niet over de methode, dus daarom hebben we in Excel een tool ontwikkeld; voor één asset, voor een groep vergelijkbare assets en voor een groep verschillende assets. Bij WCM willen we dit verder uitbouwen naar een algemene tool die ook elders inzetbaar is.” De businesscase is een voorwaarde, maar is meestal niet datgene waarop een beslissing wordt genomen, zegt Van de Kerkhof. “Dat is de vraag of de gekozen CM-techniek technisch optimaal is voor een betere onderhoudsoplossing, de vraag of je de mensen vertrouwt die ermee werken en of je op de uitkomst durft te vertrouwen. De mensen die ermee moeten werken zijn heel belangrijk, zij moeten het gevoel hebben dat deze techniek hen helpt in hun werkzaamheden. Zeker bij nieuwe technieken, is de belangrijkse voorwaarde dat mensen ermee willen werken en moeten willen leren. Het is innovatie, dus er gaan zeker problemen op je pad komen die je moet oplossen”.

“Dit onderzoek heeft geleid tot een eenduidige manier om de businesscase te calculeren, en inzichten in de dynamiek tussen integratie van een CM- techniek en de performance ervan. In essentie: integratie helpt om de performance te verbeteren, maar beslissingen om te integreren worden pas genomen als de performance als goed genoeg wordt ervaren. En de les is: als je sneller de waarde uit een CMtoepassing wilt halen, is het verstandig er zo snel mogelijk achter te komen wat de potentiële performance van een CM-techniek kan zijn. En als de potentiële performance voldoende is, de leercurve zo snel mogelijk te initiëren. Vervolgens is het zaak objectief te bepalen hoe goed de performance moet zijn om op basis van de CM- techniek beslissingen te nemen. Dit verschilt overigens per beslissing”. <

‘Beslissingen om te integreren worden pas genomen als de performance als goed genoeg wordt ervaren’ 34 april 2020


GAST COLUMN <

Wat Innovatie met Asset Management heeft te maken Innovaties zijn eigenlijk van alle dag, maar de laatste tijd zie ik dat er in ons vakgebied wel heel veel geïnnoveerd wordt.

Op het gebied van techniek en data wordt er op dit moment veel geïnnoveerd. Denk aan het beter voorspellen en inzicht krijgen in ‘Corrosion Under Isolation’ (CUI) dat door de chemische- en procesindustrie samen met World Class Maintenance wordt ontwikkeld. Denk ook aan het slim maken van grote hoeveelheden assets en equipments. De data die hiermee verzameld wordt, kan vervolgens weer gebruikt worden voor optimalisatie van onderhoudsconcepten, maar ook voor verbetering van het gebruik van de assets. Daarnaast zien we dat technieken als Artificial Intelligence inmiddels al met enige regelmaat gebruikt worden binnen het Asset Management domein en zien we dat de verder gaande digitalisering ook mogelijkheden biedt om te innoveren in bijvoorbeeld management dashboards. Mooi om deze ontwikkelingen te volgen of om er zelfs deel van uit te kunnen maken. En mooi om te zien dat innovaties zo goed aansluiten bij de ontwikkeling van de ISO 55001, waarvan de NVDO aan de basis stond. Binnen het Havenbedrijf Rotterdam hebben we ook al de nodige innovaties gerealiseerd. Een sprekend voorbeeld hiervan is het ‘kademuur modellering systeem’ (KMS), waarmee we kunnen bepalen wat de restlevensduur is van onze maritieme assets. Daarnaast is het Havenbedrijf Rotterdam op dit moment bezig met de ontwikkeling van een digitale tweeling (digital twin) van onze haven. Naast het ontvangen van autonome schepen en het optimaliseren van het logistieke proces in de haven, gaat deze digitale tweeling ons straks ook helpen bij het nog verder optimaliseren van ons Asset Management. Een laatste voorbeeld dat ik wil noemen is de ontwikkeling van een ‘Digital System of Systems’. De eerste stappen hier naartoe worden nu samen met onze Infra collega’s binnen Next Generation Infrastructures (NGinfra) gezet. Met dit digital System of Systems kunnen er straks, gebied- en sectoroverstijgend, relaties gelegd worden tussen de verschillende infrastructuren zodat we kunnen zien hoe deze elkaar beïnvloeden. Met deze inzichten kunnen we dan op landelijk (of zelfs internationaal) niveau besluitvorming verbeteren en infrastructuren optimaliseren.

Giel Jurgens Foto: privécollectie

Alle innovaties hebben een aantal zaken gemeen. Om te beginnen heb je een goed idee nodig. En voor de realisatie van dat goede idee zijn, naast een gezonde dosis doorzettingsvermogen, een heleboel andere acties nodig. Maar ik denk dat het allerbelangrijkste bij innovaties het team is. Door met een team verschillende zienswijzen, inzichten en competenties samen te voegen en oog te houden voor ieders rol, doel en behoefte in het proces ontstaan er hele mooie dingen. Wanneer je kijkt naar gerealiseerde en kansrijke innovaties zie je dat deze allemaal tot stand gekomen zijn door zo’n enthousiast team van mensen van verschillende partijen dat intensief heeft samengewerkt. Ik gun iedereen de ervaring om deel van zo’n team te mogen uitmaken. Innoveren is namelijk heel gaaf! Kom met je goede ideeën, zoek medestanders, ga de boer op om een team met de juiste competenties samen te stellen en ga aan de slag! In het Rotterdamse zeggen we; ‘Make it happen!’ < Giel Jurgens, Asset Owner Havenbedrijf Rotterdam

35


ONDERZOEK <

Verduurzamen gebouwde omgeving betaalbaarder door innovaties Vier grote projecten gaan de verduurzaming van gebouwen betaalbaarder maken met innovaties en integrale oplossingen. De kosten voor renovatie met een duurzame warmtevoorziening verminderen daarmee met 20% tot 50%. Ze krijgen in totaal bijna € 40 miljoen subsidie vanuit de Meerjarige Missiegedreven Innovatie Programma's (MMIP).

Minister Knops van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK); "Dit is een geweldige stap in de goede richting. Alleen door samen te werken en de handen uit de mouwen te steken zetten we stappen naar een energieneutrale toekomst”. Deze MMIP’s stelt de verduurzamingsopgave voor de gebouwde omgeving centraal. Hij daagt bedrijven en hun partners uit om gezamenlijk innovatieve en integrale oplossingen te vinden voor versnelde renovatie van de gebouwde omgeving.

> Duurzaam warmte en koude. Een ander project welke op

> Aardgasvrije woningen. De partijen gaan ervoor om samen tussen nu en 2030 de kosten voor het verduurzamen en aardgasvrij maken van bestaande woningen 20% tot 40% omlaag te krijgen. Deze innovaties en integrale oplossingen zijn nodig om de energietransitie betaalbaar te maken voor woningeigenaren. Veel woningcorporaties zijn nu al aan de slag met het versneld verduurzamen van 100.000 sociale huurwoningen.

Dat betekent nieuwe kennis voor het slim combineren van duurzame warmtebronnen met verschillende niveaus van temperatuur en volumes, het realiseren van grootschalige warmteopslagsystemen en het integreren in warmtenetten. Ook ontwikkelt WarmingUP nieuwe samenwerk-en financieringsvormen én nieuwe werkwijzen om draagvlak te realiseren en risico’s te minimaliseren. Deelnemers én nieuwe toetreders kunnen kennis en instrumenten direct inzetten. De opschaling, kostenreductie en verduurzaming van collectieve warmtesystemen vereist een nieuwe manier van denken over de warmtevoorziening. In de looptijd van 3 jaar legt dit innovatieplan het fundament voor het realiseren van deze ambities en worden daarvoor eerste stappen gezet. Uitwerking van het innovatieplan kan worden gezien als de ‘warming up’ voor de daaropvolgende jaren.

> Fossielvrije energiesystemen. Eén van de projecten is Future Factory. Partijen ontwikkelen op industriële schaal kant-en-klare isolatie en fossielvrije energiesystemen voor aardgasvrije woningen. De Future Factory moet voor 2025 jaarlijks maar liefst 5.000 renovaties mogelijk maken die passen op 40% van de woningen in Nederland. Door het opschalen en het neerzetten van een Mega Factory kan dit worden verhoogd naar 25.000 woningen per jaar voor lagere kosten. Dit project is belangrijk het doel uit het Klimaatakkoord te halen dat in 2030 jaarlijks 200.000 woningen moeten worden gerenoveerd.

36 april 2020

subsidie van de MMIP-regeling kan rekenen is WarmingUp. Het innovatieplan van WarmingUP richt zich op het ontwikkelen van technische en sociaal-maatschappelijke kennis met als doel daar praktisch bruikbare instrumenten van te maken voor het ontwerpen en realiseren van kosteneffectieve, maatschappelijk aanvaardbare, betrouwbare, collectieve warmtesystemen in de gebouwde omgeving die door duurzame warmtebronnen worden gevoed.

> Integrale Energietransitie Bestaande Bouw. Goede, gebruikersvriendelijke, goedkope en opschaalbare technologieën zijn nodig om tot een renovatietempo van 200.000 woningen per jaar


Almere spant zich in Foto: NVDO

‘Meerjarige Missiegedreven Innovatie Programma's (MMIP’s’

te komen. Op dit moment beschikbare oplossingen zijn te duur, arbeidsintensief, voldoen niet aan de verwachting en sluiten onvoldoende aan bij behoeften van bewoners. Het IEBB consortium bestaat uit ruim 125 deelnemers vanuit kennisinstellingen, de bouw-, techniek-en ontwerpsector, overheden, woningeigenaren en bewoners en zalbijdragen aan de energietransitie door de ontwikkeling van betaalbare, robuuste en gebruikersvriendelijke renovatieconcepten, waarmee het benodigde tempo wél kan worden behaald. Het consortium richt zich op innovatieve oplossingen voor warmteconversie en opslag, industrialisatieconcepten, ketenintegratie en samenwerkingsvormen. Om de gangbare versnippering en concurrentie in de sector om te zetten naar een meerjarige brede samenwerking, wordt in het IEBB consortium een nieuwe manier van samenwerken toegepast tussen vragende partijen, aanbiedende partijen en kennisinstellingen. Op basis van een gezamenlijke ontwikkelagenda, worden via een brede, integrale aanpak nieuwe technologieën ontwikkeld in een open innovatie model.

> TKI Urban Energy. De MMIP’s geven invulling aan de innovatieopgaven van het Klimaatakkoord. De MMIP-regeling komt voort uit het programmerende werk van het Topconsortium voor Kennis en Innovatie Urban Energy. Zij hielpen samenwerkingsverbanden formeren die subsidie konden aanvragen en ondersteunde daarbij. <

37


KIJK OP <

Gertjan Lankhorst Voorzitter VEMW

Aan de slag met innovatie! De industrie in Nederland staat aan de vooravond van een gigantische verbouwing. De CO2-emissies moeten met 49% worden verlaagd, en als Frans Timmermans en Diederik Samsom hun plannen erdoor krijgen in Brussel, wordt de opgave nog groter. Het is te hopen dat die missie van onze landgenoten in Brussel lukt, want dan ontsnapt Nederland aan de nationale route waarvoor het kabinet heeft gekozen. Een Europese aanpak zorgt ervoor dat de concurrentieverhoudingen in Europa in evenwicht blijven. Dat is voor een open economie als de onze van het allergrootste belang. Maar welke aanpak het ook wordt: de opgave is enorm. Sinds de jaren ’60 van de vorige eeuw is in Nederland een industrie opgebouwd die met gebruik van olie en gas een grote positie in de wereld is gaan innemen. In de toekomst moet dat met steeds minder CO2-emissies. De belangrijkste mogelijkheden voor veel bedrijven zijn efficiencyverbetering, elektrificatie, CO2-afvang en -opslag (CCS) en waterstof. Voor bijna al deze opties is nieuwe infrastructuur nodig. Een forse verzwaring van het elektriciteitsnet. Pijpleidingen en compressoren voor CO2. Een waterstofnet. Het kabinet gaat ervan uit dat dat allemaal wel in orde komt, maar de praktijk leert dat het lang duurt voor nieuwe energie-infrastructuur beschikbaar is. De knelpunten die nu ontstaan op het elektriciteitsnet door de aanleg van zonneparken zijn wat dat betreft slechts een voorbode van wat ons nog te wachten staat. De Taskforce Infrastructuur Klimaat en Industrie komt binnenkort met een advies hoe dit probleem het best kan worden aangepakt. Industrie en netbeheerders brengen hun kennis in bij die taskforce. Maar

38 april 2020

Gertjan Lankhorst, Voorzitter VEMW Foto: Gerhard Taatgen

ook als dat advies wordt opgevolgd, zijn we er nog lang niet. Bedrijven zullen in korte tijd grote investeringen moeten doen. Voor een deel is de technologie bekend. Maar de grootste reductie zal moeten worden bereikt met nieuwe technologie, die in de komende jaren (door)ontwikkeld moet worden. Het gaat daarbij om nieuwe en grotere warmtepompen, katalysatoren. biobased grondstoffen, elektrische krakers en nog veel meer. Via het Meerjarig Missiegedreven Innovatieprogramma (MMIP) gaat de overheid die innovaties ondersteunen. Missiegedreven, want er staat maatschappelijk gezien nogal wat op het spel. Als onze industrie er niet in slaagt nieuwe kansen te vinden en te benutten, zal er niet veel meer geïnvesteerd worden in Nederland. Dat is echter veel te somber. Door samen de schouders eronder te zetten is een mooi perspectief voor de industrie denkbaar. Nederland kan als eerste land in de wereld een groene industriepolitiek werkelijkheid maken. Daarbij hebben de bedrijven veel ondersteuning nodig. Vanuit de politiek, maar vooral ook vanuit de kennis en kunde die de toeleverende industrie kan bieden. Met als rode draad dat nieuwe samenwerkingsverbanden zullen leiden tot een ongekende innovatie impuls die de grote uitdagingen van de industrietransitie het hoofd gaat bieden. <

‘Er staat maatschappelijk gezien nogal wat op het spel’


Kort Nieuwe tracking analyzer stelt munitie scherper Om vast te stellen of munitie aan de eisen voldoet, krijgt het Kenniscentrum Wapensystemen & Munitie (KCW&M) van het Defensie Munitiebedrijf een nieuwe Ballistic Projectile Tracking Analyzer. Kort door de bocht gezegd, kun je met deze techniek de baan van kogels en granaten controleren. Het kenniscentrum beschikt al lang over een munitietracker, maar die is verouderd en minder geavanceerd. Toch blijft dit apparaat na een upgrade gewoon in dienst.

Door een elektrische puls uit te zenden en weer op te vangen, kun je met grote nauwkeurigheid snelheid, richting en afstand van projectielen en vliegtuigen vaststellen. De pas aangekochte Weibel 2100 is afgestemd op het detecteren van kogels en granaten. Afmetingen of kaliber maken niet uit. De vlucht van elk kaliber in de bewapening kan gevolgd worden; van een 4.7 mm pistoolprojectiel tot een 155 mm granaat.

Positiemelding Na zich op het projectiel te hebben ‘gelockt’, geeft de munitietracker binnen seconden een driedimensionale positiemelding. Daarmee wordt duidelijk welke afstand is afgelegd, met welke snelheid en hoe groot de afwijking is. “Met die informatie kun je onder meer concluderen of nieuwe kogels en granaten aan de fabrieksopgave voldoen”, aldus specialist meettechniek Cor van der Veen verder. “Maar ook of spul dat al 10 jaar op de plank ligt, nog goed functioneert. Dat gebeurt in het kader van zogenoemd levensverlengend onderzoek”. Ook geven de meetresultaten volgens Van der Veen inzicht in de veiligheidszones die bij gebruik op de schietbaan moeten gelden.

Systeemtest Onder toezicht van de fabriek werd op het Artillerie Schietkamp bij Oldebroek een systeemtest gehouden. Dat gebeurde in samenwerking met de bureaus Schiettechniek en Meettechniek van de Sectie Beproeven van het KCW&M. Eerstgenoemde legde zich toe op afvuren, laatstgenoemde verrichtte de metingen. De scheiding tussen beiden heeft alles te maken met veiligheid en met de specifieke kennis en ervaring van de specialisten. De Weibel werd getest met zowel 5.56, 7.62 mm als .50 munitie. Iedere vlucht leverde een riedel aan gegevens op. “We kunnen de vlucht van ieder kaliber in de bewapening volgen. De gegevens worden gepresenteerd op een beeldscherm in de meetwagen”.

Ballistic Projectile Tracking Analyzer van Deense fabrikant Weibel Foto: Jarno Kraayvanger

Geen dag te vroeg “Met een acceptatietest willen we aantonen of het systeem voldoet aan de specificaties”. Naar verwachting wordt de munitietracker daarna (door tussenkomst van DMO) aan het KCW&M overgedragen. Volgens de meettechnicus komt de apparatuur geen dag te vroeg. DMO heeft veel 'lots' nieuwe 35 mm voor het CV90 pantservoertuig, 81 mm mortiermunitie en mitrailleurmunitie .50 aangekocht die allemaal moeten worden nagelopen. Voor het controleren van grote granaten met een krombaan tot wel 75 kilometer, kunnen zowel de nieuwe Weibel als de oude (gemoderniseerd in 2017, red.) aan elkaar worden gekoppeld. “Daardoor creëer je de mogelijkheid om een projectiel nog nauwkeuriger te volgen”. Bij zo’n serieschakeling richt elk apparaat zijn dopplercapaciteit op een kleiner deel van de vlucht. Daardoor neemt de kwaliteit van de meting toe. En daarop kan niemand tegen zijn”. <

39


ONDERHOUD <

Remanufacturing - Circular Economy Foto: SKF

40 april 2020


Je koopt geen sensor, maar

toegang tot informatie over je machine

“Ons doel is om fabrikanten te ondersteunen om de productiviteit van hun machines te verhogen. Op die manier kunnen zij op hun beurt hun klanten een betere service bieden”, stelt Laurent Vanhoudenhove Managing Director van SKF voor de Benelux. SKF is specialist op het gebied van lagers, afdichtingen, smeersystemen en services. “Onze expertise is enerzijds het leveren van kwalitatieve producten. Daarnaast leggen we de focus op het verbeteren van Rotating Equipment Performance (REP) oftewel het verbeteren van de prestaties van roterende machines zodat we meer waarde kunnen creëren voor de klant”.

> Prestatie machine. “De prestatie van de machines staat daarbij centraal”, vult Service Business Development Manager Jurgen Matthieu aan. “Bedrijven streven voortdurend naar een hogere productiviteit, lagere kosten, minder ongeplande storingen en slimmer onderhoud zonder te moeten inboeten op kwaliteit of veiligheid. Wij willen hen hierin ondersteunen door niet alleen producten aan te bieden, maar hen vooral meer inzicht te geven in hun machinepark. Dit doen we onder meer via sensoren, meetapparatuur en rapporteringssoftware. Wie een sensor wil aanschaffen, krijgt niet louter een stukje hardware, maar koopt eigenlijk toegang tot informatie over de conditie van zijn machine”. Deze aanpak is niet nieuw. Vanhoudenhove; “Wij informeren bedrijven al tientallen jaren over conditiebewaking met diverse meettechnieken zoals trillingsanalyse. Het grote verschil met vroeger is dat de digitaliseringsgolf en technologieontwikkelingen ertoe hebben geleid

dat meettechnieken veel goedkoper en toegankelijker zijn geworden en eenvoudiger op meer machines kunnen worden toegepast”.

> Gericht doelen bepalen. Alle assets voorzien van sensoren is vaak niet nodig, voegt Matthieu toe. “We gaan met de klant in gesprek en voeren eerst een Client Needs Analyses survey uit. Over welke middelen beschikt het bedrijf? Welke assets zijn kritisch? Bij welke assets zorgen storingen voor minder problemen? Hoe ziet de onderhoudsstrategie eruit? In welke mate is het bedrijf in staat de onderhoudstaken in te plannen? Welke bereidheid is er om een eventueel nieuwe onderhoudsstrategie te omarmen? Op die manier wordt het maturiteitsniveau van een bedrijf bepaald. Bovendien krijgt een bedrijf een beter idee welke doelen het precies wil bereiken en waar extra inspanningen nodig zijn. Daardoor zullen sneller successen worden geboekt. Zomaar sensoren aankopen leidt vaak dit minder goede resultaten”.

‘Zomaar sensoren aankopen leidt vaak tot minder goede resultaten’

>

41


> > Voorspellen. Een gerichte aanpak leidt tot gericht en beter onderhoud. “Met trillingsanalyse en andere meettechnieken kan schade die in het verleden al eens is opgetreden met machine learning-technieken in een heel vroeg stadium worden opgespoord. De maintenance professional kan vervolgens tijdig plannen wanneer hij moet ingrijpen om storingen te voorkomen. Dit is op zich niet nieuw. Een stap verder ga je wanneer je alle parameters met elkaar combineert zodat je aan de hand van anomaliedetectie en machine learning kunt voorspellen wanneer de schade in de toekomst zal optreden. Volledige onderhoudsstrategieën kunnen hierop worden aangepast. Vaak leidt dit niet alleen tot minder ongeplande downtime, maar ook tot een verlenging van de levensduur van de assets”.

> Sluiten van de keten. Meer individuele onderdelen kunnen uitlezen, betekent meer inzicht in de navolgbaarheid van de keten. “Wanneer je lagers gebruikt tot ze falen, zullen ze moeten worden vervangen en komen ze vaak terecht op de stapel oud ijzer om ze te recyclen. Wat velen wel eens vergeten, is dat recyclen niet de meest duurzame oplossing is. Het kost veel energie om oud ijzer in te zamelen, te sorteren, scheiden, hersmelten en herproduceren. Als je via conditiemonitoring vroegtijdig schade aan een lager detecteert en je vervangt deze tijdig, dan kunnen onze experts deze lager reconditioneren zodat er geen nieuwe lager moet worden geproduceerd. Dit leidt tot een veel lagere CO2-uitstoot en het sluiten van de cirkel. Daar zit nog een groot potentieel voor de wereld in het algemeen en voor de industrie in het bijzonder”. <

> Top nog niet bereikt. De digitale ontwikkelingen hebben hun top nog niet bereikt, stelt Vanhoudenhove. “We verwachten vrij veel van de mogelijkheden van artificiële intelligentie: zowel voor de kritische assets in de industrie als voor onszelf om te ondersteunen bij het opvolgen van assets, zodat de menselijke factor nog beter kan worden ingezet. Onderhoudsprofessionals zijn zeer gewild op de arbeidsmarkt. Ons streven is om specialisten niet naar elke fout te laten kijken als het systeem een melding geeft. Het computergestuurd systeem zou al een eerste selectie moeten kunnen doen zodat de menselijke factor alleen nodig is in kritische situaties. Zo kun je veel meer rendement uit je mensen halen”.

> Meer sensoren. Matthieu; “Daarnaast zien we een toekomst in de integratie van sensoren in alle hardware die we leveren. Het zou me niet verbazen als lagers op een bepaald moment standaard zijn uitgerust met sensoren. Je plaatst ze in de machine waarna je ze, indien gewenst, kunt activeren en uitlezen. Dit is nog toekomstmuziek maar tegelijkertijd past dit in de digitaliseringsgolf van de industrie. Op het moment dat er behoefte is om meer individuele onderdelen zoals lagers uit te lezen, kun je hierop inspelen”.

Jurgen Matthieu en Laurent Vanhoudenhove

SUTO PrestatieManagement 2020 HORIZON X Systeemintegratie, de mogelijkheden! Reserveer in je agenda:

27 oktober 2020 - Veerensmederij - Amersfoort Lessons Learned met Circuit Zandvoort X Systeemintegratie X

Softe kant van het contract X Praktijkcases X

X

Judoka Edith Bosch

X

42 april 2020

Optimale kennisdeling in de nieuwbouw met LEAF


Netwerken Beheer en Onderhoud Asset Management 7HFKQLHN Branchevereniging

&RQGLWLHEHZDNLQJ 3UHVWDWLHPDQDJHPHQW Maintenance Academy .HQQLVRQWZLNNHOLQJ

Onderhoud je netwerk en Deel kennis en ervaring Maak onderdeel uit van Europaâ&#x20AC;&#x2122;s grootste netwerk

>> Word lid!

De Nederlandse Vereniging voor Doelmatig Onderhoud (NVDO) is dé toonaangevende brancheorganisatie die middels belangenbehartiging, kennisontwikkelingen en -overdracht en netwerken ondersteuning biedt aan bedrijven en personen die bij de besluitvorming op het gebied van Beheer en Onderhoud/Asset Management betrokken zijn en daarmee de Nederlandse onderhoudssector als â&#x20AC;&#x2122;s werelds beste helpt te presteren.

De NVDO doet dit door in de sector een onafhankelijke positie in te nemen en alle relevante bedrijfssectoren met behulp van voorlichting, advisering, kennisontwikkeling, (wetenschappelijk) onderzoek en kennisuitwisseling ten dienste te staan en zo op weg te helpen naar excellent Asset Management.

Het NVDO-lidmaatschap biedt vele voordelen!

Het NVDO-Lidmaatschap geeft toegang tot

Ã¥

Ã¥

å å å å

*URRWVWHQHWZHUNYDQ(XURSD (fysiek en digitaal) 5HJLRQDOHDFWLYLWHLWHQ 9DNLQKRXGHOLMNHNHQQLVHQQHWZHUN &RPSOHHWSRUWIROLR0DLQWHQDQFH$FDGHP\ &ROOHFWLHYHDERQQHPHQWHQRSYDNEODGHQ

å å å å

.HQJHWDOOHQ7UHQGV9LVLH (NVDO Onderhoudskompas) 3ODWIRUP0DWHULDDONXQGH ZHWHQVFKDSSHOLMNH  3XEOLFDWLHV ZDDURQGHU Visiedocumenten .RUWLQJHQRSRQVFXUVXVDDQERGYDQGH19'2 Maintenance Academy -RQJHUHQERDUG

Asset Management, Duurzaamheid, Veilig Werken en Energie-eï¬&#x192;ciency zijn belangrijke themaâ&#x20AC;&#x2122;s waaraan de NVDO regelmatig en in breder verband aandacht besteedt!

Ga naar www.nvdo.nl en meld je aan >> /DQJH6FKDIW*$3+RXWHQ_3RVWEXV'&+RXWHQ _LQIR#QYGRQO_ZZZQYGRQO

43


WET- EN REGELGEVING <

Eric Wiebes, Minister van Economische Zaken en Klimaat Foto: Rijksoverheid

Warmtewet 2 aanleiding en doel “Duurzame warmtebronnen als aardwarmte, biomassa, restwarmte, aquathermie en warmte-koude opslag (WKO) kunnen via een collectief warmtesysteem (onder de juiste condities) op betaalbare en betrouwbare wijze voorzien in onze behoefte aan (ruimte) verwarming. Op deze manier vormt collectieve warmte een volwaardig CO2-vrij alternatief voor de huidige verwarming op basis van aardgas en andere fossiele brandstoffen”. Dat schrijft Eric Wiebes, Minister van Economische Zaken en Klimaat, in zijn kamerbrief over de voortgang wetstraject Warmtewet. Collectieve warmte met gebruik van duurzame warmtebronnen is een bewezen techniek die zowel in Nederland als in verschillende buurlanden toegepast wordt. In het Klimaatakkoord wordt, naast vele andere maatregelen, daarom stevig ingezet op de ontwikkeling van collectieve warmtesystemen.

> Noodzaak van sectorspecifieke regulering. Om de ambities uit het Klimaatakkoord rond duurzame warmte en de benodigde

44 april 2020

infrastructuur waar te maken, dient het regelgevend kader voor collectieve warmte aangepast te worden. De Warmtewet is tot dusverre vooral een consumentenbeschermingswet, met regels ten aanzien van de leveringszekerheid en de tarieven. Deze regels zijn opnieuw tegen het licht gehouden. Wiebes; “Met Warmtewet 2 herzie ik deze regels waar nodig en worden ze aangevuld om de beoogde groei en verduurzaming van collectieve warmtesystemen te realiseren en zo uitwerking te geven aan de doelen uit het Klimaatakkoord. Uiteraard moeten daarbij de publieke belangen leveringszekerheid, betaalbaarheid en duurzaamheid zijn geborgd. Ook Warmtewet 2 richt


‘Investeringscondities zijn niet optimaal zijn om collectieve warmte op grote schaal te ontsluiten’ zich in hoofdzaak op collectieve warmtesystemen in de gebouwde omgeving”.

> Overheid geeft richting. Een structurele groei van collectieve warmte en de verduurzaming daarvan vergt een duidelijke en planmatige aanpak vanuit de (decentrale) overheid. Dit noodzaakt een fundamentele verandering in de rollen en verantwoordelijkheden op de warmtemarkt. “Ik voorzie een marktordening waarbij de gemeenten de regie kunnen voeren op basis van de wijkgerichte aanpak en waarbij de warmtebedrijven meer zekerheid hebben over inkomsten. Waar nodig om de publiek belangen te borgen zijn landelijk geldende kaders van toepassing. Hiervoor is een systeemwijziging gewenst die ik middels Warmtewet 2 doorvoer”, aldus de minister.

> Regels voor verduurzaming. De uitrol van warmtenetten leidt alleen tot CO2-reductie in de gebouwde omgeving als deze netten CO2-neutrale warmte leveren. Dit betekent dat het bronnenportfolio zowel van nieuwe als van bestaande warmtenetten zal moeten verduurzamen richting 2050. De verduurzaming van eigenstandige warmtesystemen volgt echter geen lineair pad, aldus Wiebes. “Maatregelen vinden plaats op investeringsmomenten, bijvoorbeeld bij de aanleg, onderhoud of uitbreiding van een net en vragen om een lange termijn planning. Er is een instrumentarium nodig om invloed uit te oefenen op deze investeringsmomenten, zodat deze worden benut om nieuwe duurzame bronnen te ontsluiten of andere maatregelen te nemen”. Het uitgangspunt van dit instrumentarium is dat deze stuurt op CO2-reductie op zo kostenefficiënt mogelijke wijze. Het instrumentarium richt zich primair op het warmtebedrijf, vanwege zijn integrale verantwoordelijkheid voor het collectieve warmtesysteem binnen een warmtekavel. Deze verantwoordelijkheid omvat dus ook de ontwikkeling in eigen beheer van (op termijn) duurzame warmteproductie en/of inkoop bij andere warmteproducenten.

> Samenhang met andere instrumenten. In het Klimaatakkoord is een breed palet aan maatregelen opgenomen om de transitie naar meer duurzame warmte te bewerkstelligen. Belangrijke onderdelen hiervan zijn uiteraard de wijkaanpak, afspraken om duurzame warmtebronnen te ontwikkelen, afspraken over een duurzaamheidskader voor biomassa en over luchtkwaliteit, de verhoging van de energiebelasting op aardgas en de inzet van andere financiële instrumenten (SDE+, ISDE, EIA). Met de Warmtewet 2 wordt het systeem voor de warmtevoorziening middels collectieve warmte

voor de langere termijn vastgelegd. Dit langjarig perspectief is noodzakelijk om de transitie in goed banen te leiden. De komende jaren wordt echter nog gewerkt op basis van het huidige wettelijk kader. Vervolgens zullen effecten van de regulering vaak pas over enkele jaren zichtbaar worden, terwijl koplopers in de transitie – specifieke gemeenten, woningcorporaties, warmtebedrijven en burgercoöperaties–nu al uit de startblokken willen komen. De ‘Startmotor’ die woningcorporaties en warmtebedrijven in het Klimaatakkoord zijn overeengekomen, is daar een goed voorbeeld van. Ook een belangrijk deel van de proeftuinen voor aardgasvrije wijken willen verder met collectieve warmte-oplossingen.

> Met elkaar. Er gebeurt veel op het gebied van kennisopbouw bij gemeenten met het programma aardgasvrije wijken en door het beschikbaar stellen van benodigde data met de Leidraad van het Expertise Centrum Warmte. Beide worden gefinancierd vanuit de Klimaatenveloppe. Een belangrijke volgende stap richting concrete realisatie van nieuwe warmte-aansluitingen is dat betrokken partijen beter inzicht krijgen in de onderliggende kosten van warmteprojecten. De huidige discussies over de hoogte van de zgn. BAK (een ongereguleerde kostendekkingsbijdrage per aansluiting) werkt nu vaak verlammend. Dit vergt meer openheid van zaken, bijvoorbeeld aan de kant van de warmtebedrijven, als opmaat naar de voorziene tarifering op basis van kosten. Meer transparantie helpt om elkaar beter te begrijpen en te vertrouwen. Het zal naar verwachting ook kosten kunnen drukken, omdat (financierings)risico’s van projecten beter bespreekbaar en aangepakt kunnen worden. De komende maanden werken de Ministeries van EZK en BZK met VNG, Aedes en de warmtebedrijven aan een betere vergelijkbaarheid van voorgenomen warmteprojecten om zo onderbouwd stappen te kunnen zetten richting realisatie. Wiebes; “Kortom, een omslag in de markt bereik je niet met één instrument. De groei en verduurzaming van collectieve warmtesystemen is afhankelijk van zaken als een meer robuuste vraag- en aanbodontwikkeling, concurrerende prijsstelling en investeringszekerheid voor publieke en private bedrijven. De uitwerking van Warmtewet 2 moet, in samenhang met andere maatregelen, aan deze zaken een belangrijke impuls geven, waarbij de publieke belangen betaalbaarheid, leveringszekerheid en duurzaamheid steeds geborgd blijven”. <

45


VISIE <

Feiten als het om

Innovatie gaat De positie van de onderhoudssector ten opzichte van andere sectoren op het gebied van innovaties en technologische ontwikkelingen lijkt verbeterd ten opzichte van vorig jaar, aldus het NVDO Onderhoudskompas 2020. 68% van de achterban geeft aan dat de onderhoudssector met de tijd mee gaat of zelfs voorop loopt. Ook de kennis op het gebied van innovaties en technologische ontwikkelingen is gegroeid sinds 2018.

De voornaamste redenen voor het belemmeren van de adoptie van innovatieve ideeën zijn gebrek aan draagkracht, geloof en flexibiliteit van de medewerkers, gebrek aan kennis van het technologische landschap en een gebrek aan talent om innovaties te kunnen implementeren.

> Impact van Data. Bedrijven erkennen steeds meer dat Big Data een grote impact kan hebben op het onderhoud. Belangrijke redenen waarom Big Data ingezet wordt zijn het analyseren van onderhoudshistorie en het voorspellen van benodigd onderhoud in de toekomst. Toch is het gebruik van Big Data niet altijd even makkelijk en zijn er meerdere uitdagingen die bedrijven tegenkomen tijdens het implementeren. Zo worden het vertalen van data naar bruikbare informatie in combinatie met de kwaliteit van de data als de belangrijkste uitdagingen genoemd. Het is interessant om te zien dat bedrijven zelfs nog iets minder data digitaal hebben vastgelegd dan in 2018 (59% t.o.v. 60%). Met de trend van digitalisering in

46 april 2020

combinatie met het belang van het delen van informatie binnen de organisatie, wordt het steeds belangrijker om juist wél alles digitaal vast te leggen.

> Adoptie van Innovatie. Er is een verdeelde mening waarom bedrijven innovatieve ideeën niet implementeren in de organisatie. De belangrijkste reden is het gebrek aan draagkracht, geloof en/of flexibiliteit van de medewerkers in de organisatie om te innoveren. Dit is een bekend obstakel die bedrijven tegenkomen wanneer zij veranderingen willen doorvoeren binnen de organisatie. Ook het gebrek aan kennis van het technologische landschap wordt als belangrijke reden genoemd. Deze was in 2018 voor 24% verantwoordelijk voor het niet implementeren van innovatieve ideeën en is nu met 17% afgenomen. Hier lijkt een stap in de positieve richting te zijn gezet. Het niet genoeg talent hebben om innovaties effectief te implementeren wordt ook regelmatig genoemd.


‘Er is onvoldoende talent beschikbaar om innovaties te implementeren’

Een grote groep geeft overige redenen als oorzaak voor het niet implementeren van innovatieve ideeën, zoals het gebrek aan tijd/ capaciteit om innovatie te kunnen doorvoeren en de korte termijn focus van bedrijven.

> Aanjager van Innovatie. In vergelijking met vorige jaren is er een verschil te zien in de perceptie van wie de aanjager van innovatie zou moeten zijn en wie de aanjager van innovatie daadwerkelijk is. De vraag wie de primaire aanjager van innovatie zou moeten zijn wordt ongeveer hetzelfde beantwoord als in 2018, namelijk de Asset Owner (56%).

Echter dit is in slechts 25% van de gevallen ook daadwerkelijk het geval. Dit was in 2018 nog 41% en dus is de Asset Owner steeds minder de primaire aanjager van innovatie. Ook Service Providers (14%) en adviseurs / Inspecteurs (11%) zijn minder vaak primaire aanjagers dan wat ze zouden moeten zijn (respectievelijk 18% en 13%). Dit staat haaks op de bevindingen van 2018, waar juist beide rollen actiever waren in het aanjagen van innovatie. <

47


INSPIRE <

Sitech Foto: Sitech

Think Big, Start Small Voor innoveren van onderhoudsprocessen is een begin nodig. Een begin dat is gebaseerd op een vraagstuk of ambitie en met een klein en meetbaar eerste resultaat. Think Big, Start Small. Maar hoe je dat proces daadwerkelijk begint, hangt van vele factoren af. Onder meer van de beschikbare kennis en de waarde van de oplossing. Innovatie staat hoog op veel verlanglijsten, van de technische dienst tot het managementteam. Soms staat het er op als doel an sich en in andere gevallen als middel om nieuwe dingen mogelijk te maken. En áls er een doel is, is de kans van slagen ook groter. Zelfs als het niet direct lukt. Het is de kunst om dat doel te definiëren en de waarde ervan te onderkennen. “In de industrie is vaak wel een behoefte voor verandering, maar te weinig inzicht in de mogelijkheden”. Jack Lok, manager bij Gemba IOT, deelt wat ervaringen uit de praktijk. “Er is vaak een flink gat tussen de wens en de kennis van de mogelijkheden. In zo’n geval moet je gaan zoeken. Wat is nu écht de vraag. Doorgraven voorbij de eerste uitspraak en echt uitzoeken wat de bedoeling is”. Predictive maintenance bijvoorbeeld is een heel mooi en actueel begrip maar waarom wil je dat eigenlijk?

> Oh ja. Na een goede inventarisatie komen ook de ideeën voor de oplossing. En dat zijn vaak de aanjagers van grotere plannen. Lok; “Zodra de mogelijke oplossingen in beeld komen, komen er ook weer nieuwe vragen en nieuwe ideeën. Daarbij is het van belang dat je met

48 april 2020

de persoon praat die de verantwoordelijkheid en de ruimte heeft om een pijnpunt op te lossen. Als dienstverlener voeg je dan de technische kennis toe om tot een oplossing te komen. En dat kan een heel associatief proces zijn. Praat je met iemand over problemen bij pompen, dan heb je het voor je het weet over warmtewisselaars, gewoon omdat mensen nieuwe inzichten krijgen. Dat zijn de oh ja momenten”. Vervolgens ga je aantonen dát het kan in een Proof of Concept. En uit die successen moet je proberen om snel een MVP te halen. Een Minimal Viable Product (MVP) is de kleinst mogelijke versie van een product of oplossing die je kunt uitrollen naar de praktijk en waarmee successen en ervaring kan worden opgedaan.

> Afgeleid. Wanneer de waarde van een idee is aangetoond, wordt het doel vaak bijgesteld. Valentina Litovchenko, Business Unit Manager van het Sitech Asset Health Center (SAHC) op de Chemelot site, merkt dat een Proof of Concept (POC) in sommige gevallen juist een stap terug oplevert. “Als je een nieuw idee hebt bewezen en wilt opschalen, wil het management vaak weten welke impact het gaat hebben op investeringen, de efficiency, verandering van processen en de dag-tot-dag operatie. Wat kost het en wat levert het aan nieuwe


waarde op? Een nieuw bewijs voor hetzelfde idee. En dat daagt je vaak uit om zelf ook weer anders naar het vraagstuk te kijken”.

Timing

Bij het SAHC werd bijvoorbeeld met minimale investeringen een Proof of Concept behaald om de conditie van een compressor te bewaken. In de ideale wereld zou je vier of vijf sensoren op zo’n asset plaatsen, maar de klant wilde geen hardware installeren. Litovchenko; “Dan moet je twee dingen bekijken: Wat was het doel en kunnen we dat op een andere wijze bereiken? In dit geval konden we geen bijzondere faalmechanismen voorspellen, maar met slechts drie temperatuurmetingen vonden we een interessante anomalie van de compressor. Dat is een interessant voorbeeld van samenwerken tussen ingenieurs en data scientists”.

Voor verandertrajecten is timing een belangrijke factor. Ook al is op korte termijn snelle winst te halen met een ombouw of aanpassing, misschien is de stop over vier maanden toch een beter moment omdat de impact op het hele proces dan veel lager is. Om die afweging te kunnen maken, is inzicht in de waarde van de verandering nodig. Waarde gaat veel verder dan geld en beschikbaarheid. Ook veiligheid van werknemers en het bedrijf, risico’s voor de omgeving en een beter inzicht in het hele proces zijn minstens zo waardevol. Zo kan de opdrachtgever zelf de business case voor de verandering maken.

> Complement. In veel gevallen kan je zoiets niet alleen. Er is veel specifieke kennis nodig om het verschil te kunnen maken met innovatieve projecten. Bij IOT is dat kennis van sensoren, software, data-analyse, algoritmes én kennis van installaties, processen, materialen, degradatiemodellen, change-management en zo verder. Daar heb je vertrouwde partners voor nodig in je ecosysteem. Partijen met specifieke kennis van processen, technologie en oplossingen. Sitech Services en Gemba IOT ontmoetten elkaar bij een symposium over industrie 4.0 en ontdekten hoe ze complementair aan elkaar zijn in de analyse én oplossing van IOT-vraagstukken voor preventief onderhoud en Asset Management.

Pomp installatie met dashboard Foto: Gemba

zo’n 60% van de tijd wordt besteed aan inspecteren en controleren van installaties waar je met slimme tools ook de conditie van kunt meten. Het is dus mogelijk om met nieuwe technologieën en processen enorm te besparen op de uren en doorlooptijd van een turnaround omdat we vooraf al kunnen voorspellen wat nog goed is en wat vervangen moet worden”. Om te innoveren moet je af en toe alle ankers durven loslaten. Anders blijf je vasthouden aan je eigen omgeving, je eigen ervaring en daarmee ook je eigen beperking. Lok; “En je moet de ruimte hebben om het gewoon maar te gaan doen. Kleinschalig met een bekende scope en niet direct budget gestuurd”. Er moeten dingen mis kunnen gaan om successen te boeken. “Jamie Oliver vertelde pas ook in een interview dat hij soms 100 dingen probeert om uiteindelijk 10 of 20 successen te behalen. Dat geldt net zo goed in de industrie voor nieuwe ideeën en startups. Litovchenko vult aan; “Je moet een doel hebben. Niet investeren om jezelf louter Industrie 4.0 pionier te noemen, maar investeren om je processen veiliger, efficiënter en stabieler te maken. Sommige bedrijven hebben een 4.0 strategie en komen met gerichte vragen. Anderen hebben geen idee en willen graag aan de hand genomen worden. Dan is de juiste combinatie van kennis, ervaring en expertises in een ecosysteem een mooie oplossing”. <

> The goal of things. Zeker bij trendgevoelige innovaties als Internet of Things moet je de vernieuwing stap voor stap invoeren. Think Big, Start Small is het mantra. Lok; “De belofte van IOT is groot maar dan moet je wel weten wat je doel is. Om dat te bereiken moet je klein beginnen, ervaring opdoen en weer verder. In het geval dat het lukt, heb je een succes te pakken, Als het niet lukt moet je zorgen dat het ervaring oplevert. Want ook dan heb je wat gewonnen”. Ook dienstverleners moeten zich daaraan houden. Als je te snel uit de startblokken komt, houdt de klant het niet bij en voor je het weet is hij verward in plaats van verder. Ook daarom is het belangrijk dat er bij de opdrachtgever iemand zit die snapt wat er gebeurt. “Wij voeren daarvoor een IOT-scan uit bij relaties om te zien waar de pijnpunten én de mogelijkheden liggen. En daarna is elke stap heel belangrijk: welk doel wil je bereiken en dragen de stappen bij aan dat doel”?

> Besparen. De ervaringen met zo’n MVP leveren nieuwe tools, nieuwe technologie én nieuwe vraagstukken op. Litovchenko; “Wij zijn met onze nieuw opgedane kennis vragen gaan stellen bij onze klanten. We konden ze vertellen dat bij een gemiddelde turnaround

‘Om te innoveren moet je af en toe alle ankers durven loslaten’ 49


CONTRACT <

Rijkswaterstaat gunt onderhoud Maasobjecten aan

Mourik-Dynniq

Rijkswaterstaat heeft het vaste en het variabele onderhoud aan de bedieningstechniek van objecten in de Maas alsmede de bediencentrale Maasbracht gegund aan de combinatie Mourik-Dynniq. De combinatie zal de komende vier jaar het onderhoud verzorgen op het gebied van elektrotechniek (E), werktuigbouwkunde (W) en industriĂŤle automatisering (IA) voor sluizen, stuwen, gemalen en bruggen.

Stuw-Sluiscomplex Sambeek Foto; Rijkswaterstaat / J.v.Houdt

50 april 2020


Mourik-Dynniq gebruikt een periode van zes maanden om zich het areaal eigen te maken. Dit is gebruikelijk bij dit soort contracten. Vanaf juni 2020 neemt Mourik-Dynniq deze werkzaamheden definitief over van de huidige vier onderhoudsaannemers. Zo komt het onderhoud bij één gespecialiseerde partij te liggen.

> Best Value. De aanbesteding heeft plaats gevonden volgens de zogeheten Best Value-methode. De combinatie Mourik-Dynniq kwam daarbij het beste uit de bus qua prijs-kwaliteitverhouding. Rijkswaterstaat heeft op basis van de ervaringen tijdens de aanbesteding, vertrouwen in de samenwerking voor de komende jaren. Ing. Hendrik Scheper MSc., is trots op het vertrouwen dat zijn organisatie heeft gekregen en zegt daarover; “Doorslaggevend voor het winnen van de tender was de combinatie van de score op het best value dossier, de score op de interviews van de sleutelfunctionarissen en een concurrerende prijs”. Scheper benoemt graag de topprestatie in deze van zijn collega’s projectmanager Ivo Thuijls en Technisch Manager Dave Peelen. “De winnende inschrijving heeft tot stand kunnen komen door een optimale samenwerking in de tenderfase bij Mourik en Dynniq. Nadat de melding van de voorlopige gunning net na de zomer was ontvangen, is dit op geheel Limburgse wijze gevierd met uiteraard een Limburgse vlaai”.

> Ervaring benutten. Nagenoeg alle vaarwegobjecten in de Maas behoren tot het onderhoudspakket. Evenals de bediencentrale Maasbracht van waaruit operators sluizen, stuwen, pompgemalen en een beweegbare brug op afstand bedienen. In totaal gaat het om ruim 250 grote en kleinere objecten waaronder 20 stuw-/sluiscomplexen in een gebied dat zich uitstrekt van Eijsden in Zuid-Limburg tot de snelweg A27 over de Bergsche Maas bij Keizersveer, inclusief het Julianakanaal, Lateraarkanaal, Kanaal van Sint Andries en de afgedamde Maas. De Combinatie Mourik-Dynniq werkt al sinds 2012 in Zuid-Limburg samen. Hierdoor is een groot deel van het team al bekend met de omgeving en de meeste objecten. Scheper; “Het team van het voorgaande onderhoudscontract hebben wij betrokken bij de aanbesteding van dit nieuwe contract, dat ruim twee keer zo groot is en nu inclusief de bediencentrale Maasbracht. Sinds de onderbouwingsfase van de aanbesteding wordt opnieuw met dit versterkte, vaste team gewerkt. We kiezen bewust voor een duurzaam partnership met alle betrokken partijen. Door een nauwe samenwerking met Rijkswaterstaat en betrokken stakeholders gaan we voor een optimaal resultaat”.

> Innovatie. Innovatie wordt niet geschuwd. “Wij hebben tijdens de transitieperiode het onderhouds-management systeem (OMS) van de combinatie op een slimme wijze ingericht, zodat we vanaf de start volledig digitaal kunnen werken”, aldus Scheper. “Hierdoor ontstaat er een efficiëntere werkwijze en is de aantoonbaarheid van het uitvoerende werk direct geborgd. Door een real-time koppeling met het systeem van opdrachtgever te realiseren, kan de klant transparant meekijken met onze voortgang wat weer positief bijdraagt aan het onderlinge vertrouwen in de relatie tussen opdrachtgever/opdrachtnemer. Het OMS wordt tevens ingericht met algoritmes zodat voor iedereen de belangrijkste informatie op het dashboard wordt getoond die

‘We kiezen bewust voor een duurzaam partnership met alle betrokken partijen’ nodig is. Door het tijdig herkennen van trends kunnen storingen voorkomen worden, waardoor de vaarweg een hogere beschikbaarheid haalt en de gebruikers minder hinder ondervinden. “In het dashboard van het OMS werken wij met waardes voor beschikbaarheid, betrouwbaarheid en veiligheid van elk object en maken we de belangrijkste risico’s inzichtelijk in het areaal. Iedereen ziet deze gegevens en weet dus waarop we sturen”. Scheper; “Verdere innovaties die we gedurende de looptijd gaan ontwikkelen liggen op het gebied van predictief voorspellend onderhoud door het toepassen van slimme sensoren en systemen. Storingen voorkomen door het meten van de juiste storingsvoorspellende grootheden en tijdig acteren op afwijkingen in opgenomen stroom van bijvoorbeeld nivelleercilinders in sluisdeuren”.

> Capaciteit. De samenwerking tussen Dynniq en Mourik verloopt al jaren zeer prettig. Iedereen is betrokken en gaat klantgericht te werk met het beste resultaat voor ogen. De expertise van beide bedrijven en medewerkers is de ideale combinatie voor de werkzaamheden van dit contract. “Komende tijd gaan we de samenwerking verder optimaliseren, zodat we echt als één bedrijf acteren en het werk gecentraliseerd uitvoeren. Het mooie aan dit contract in ook dat het een aantrekkende werking heeft op servicetechnici in de omgeving. Sluizen en stuwen zijn natuurlijk objecten waar onze servicetechnici hun technisch hart op kunnen halen. Heel mooi en uitdagend werk dus om deze objecten 24/7 beschikbaar te houden voor vaarweggebruikers. Over de beschikbaarheid van nieuwe collega’s met de juiste kwaliteiten zegt Scheper; “Dynniq en Mourik zijn twee gevestigde bedrijfsnamen in Nederland en al zeker in het marktsegment Infra. Na het plaatsen van vacatures door onze HR afdelingen en het informeren van detacheringsbureaus Bridge bv, hebben we veel reacties gehad van geschikte kandidaten. Uit deze kandidaten zoeken wij momenteel de meest passende personen die zowel aansluiting hebben bij onze cultuur in de organisatie en affiniteit met het werk in de Infra hebben. Uiteraard zoeken we daar naar een samenstelling van ervaren personen in combinatie met leerlingen/jonge startende servicetechnici en/of projectteammedewerkers”. <

51


CursusKalender Start 14 mei; Leergang Asset Management Leerdoelen De positie van Asset Management Asset Baseline Management (plan) Asset Data Management (do) Asset Management Control (check) Asset Organisation Management (act)

Onderwerpen Het meerdaagse programma bestaat uit drie theorie sessies van elk twee aaneengesloten dagen. De leergang wordt afgesloten met

een terugkomdag. Technisch bedrijfskundige onderwerpen worden afgewisseld met onderwerpen ter versterking van de sociale aspecten, welke een belangrijke rol spelen bij de implementatie en borging van Asset Management binnen de organisatie. De leergang is vanuit het ‘action learning’ principe opgezet, de onderwezen theorie wordt met oefeningen en praktijkcases ondersteund. Resultaat van deze opdracht vormt aan het eind van de leergang een leidraad dat kan fungeren voor invoering en borging van Asset Management binnen uw eigen bedrijf. Nota Bene: de lessen op 14 en 28 mei zjin digitaal in de vorm van webinars!

3,4,5 juni; Werkvoorbereiding van Onderhoudswerkzaamheden Onderwerpen Dag 1 • Visie op onderhoud en op de rol van de werkvoorbereiding • Belangrijke begrippen met betrekking tot voorbereiding en planning • Het onderhoudsproces en de bijdragen van de werkvoorbereider • Optimalisatie en prioriteiten stellen • Functieprofiel van de werkvoorbereider Dag 2 • Coördinatiemethoden en standaardisatie • Case 1: standaardisatie van werkmethoden • Invloed van de installatieconditie op werkvoorbereiding

52 april 2020

• Het archief van de werkvoorbereider: opzet van mini-files • Case 2: werkvoorbereiding en calculatie Dag 3 • Plantijden, soorten tijdsbesteding en reduceren van vermijdbare verliestijden • Hands on Tool Time (HOTT) • Zin en onzin van gangbare calculatiemethodieken • Soorten planning en relatie met uitbesteding • Case 3: opbouw weekplanning • Relevante prestatie-indicatoren • Stappenplan voor duurzame verbetering van de werkvoorbereiding


9,10,11 juni; Reliability-Centred Maintenance III (RCM3) Onderwerpen Risico’s inventariseren en beoordelen • Maatregelen bepalen om de risico’s effectief te beheersen • Kiezen uit de verschillende soorten onderhoud en operationele strategieën op basis van technische haalbaarheid en toegevoegde waarde • Vereiste intervallen bepalen van onderhoudstaken • De gemeenschappelijke RCM3-taal; met gedeelde doelstellingen voor onderhoud, inspectie en productie en hoe de onderlinge samenwerking tussen deze afdelingen succesvol Asset Management mogelijk maakt

• De juiste Asset Management beslissingen nemen voor optimale prestaties van technische systemen en tegelijkertijd veiligheid en milieu-integriteit maximaliseren • Bereiken van compliance onderhoudsstrategieën opstellen die voldoen aan de ISO-standaards voor Asset Management en risicomanagement (ISO55000 en ISO31000) Na de cursus bent u in staat om deel te nemen in een projectteam dat RCM3 toepast op een asset onder leiding van een RCM3-facilitator

16,17 juni; Verkenning Conditiemeting BOEI Na het volgen van de 2-daagse cursus Verkenning Conditiemeting BOEI heeft de deelnemer inzicht in de verschillende aspecten die van belang zijn bij het inzetten van BOEI inspecties. De deelnemer herkent de toegevoegde waarde van een BOEI inspectie binnen een onderhoudscontract of bij het opzetten en beheren van een meerjarenonderhoudsplanning. De deelnemer heeft inzicht in de achtergrond van de BOEI-thema’s en in de gebruikte inspectiemethodieken binnen de verschillende vakdisciplines.

Onderwerpen • • • • • •

Wat is Conditiemeting BOEI Plaats van BOEI in de huidige onderhoudsmarkt Brandveiligheid; achtergrond bouwbesluit en introductie Onderhoud; algemene introductie NEN2767 Energie; introductie EPBD-regelgeving en Energielabel Inzicht in wet- en regelgeving: wat verlangt zorgplicht en regelgeving aan vastleggen van gegevens • Basiskennis Conditiebepaling per vakdiscipline conform BOEI; opname gebreken, verwerking en rapportage

19 juni; Storingsanalyse, maar dan Anders! De NVDO cursus “Storingsanalyse, maar dan Anders!” biedt deelnemers een complete aanpak voor het effectief en efficiënt oplossen van storingen. Enkele honderden onderhoudsprofessionals zijn reeds opgeleid. In één dag wordt geleerd: • hoe een samenloop van omstandigheden of vaag probleem kan worden verduidelijkt tot een kernachtige omschrijving van storingsmelding(en) • Hoe alle informatie over een storing nauwkeurig beschreven kan worden, zodanig dat onderscheid wordt gemaakt tussen geruchten en feiten • hoe op een zo efficiënt mogelijke wijze de oorzaak van de storing kan worden bepaald • hoe de juiste maatregelen kunnen worden gekozen • hoe de samenwerking en de communicatie tussen de (interne)klant en de “storingsoplosser” kan worden verbeterd. Denk bijvoorbeeld aan de relatie tussen TD-Productie Resultaat: storingen worden sneller en definitief opgelost. Door betere samenwerking ontstaat een hogere beschikbaarheid van productieinstallaties met lagere onderhoudskosten tot gevolg

Doel Deelnemers worden getraind in een stap voor stap aanpak, een systematische manier van denken voor het analyseren en oplossen van storingen. De deelnemer krijgt daarbij antwoord op de volgende vragen: • Hoe meld ik storingen duidelijk en welke vragen moet ik (mezelf) stellen om ervoor te zorgen dat ik alle relevante informatie verzamel die nodig is voor het oplossen van de storing? • Op welke wijze kan ik alle gegevens met betrekking tot een storing het beste (visueel) vastleggen, zodat de feiten door iedereen eenvoudig begrepen worden? • Hoe kan ik een nog niet opgeloste storing zorgvuldig overdragen aan een collega, zodanig dat hij direct met de analyse kan beginnen? • Hoe pak ik de analyse van de storing efficiënt en effectief wijze aan, zonder voorbarige conclusies te trekken? • Hoe bepaal ik op basis van de beschikbare informatie de juiste storingsoorzaak, zonder te vervallen in een aanpak van “trial and error”? • Hoe bepaal ik de beste maatregelen om de storingsoorzaak weg te nemen

53


Inzicht voor de Aanbesteding

Heraanbesteding onderhoud Roostergoed installatie van een rioolwaterzuivering Een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) zuivert het afvalwater van huishoudens, bedrijven en vaak ook hemelwater. Het inkomende afvalwater, genaamd het influent, wordt in een aantal stappen gezuiverd. Het inkomende influent bevat vaak grof vuil dat niet in een riool thuishoort, zoals bladeren, takjes, plastic, blikjes, maandverband, vochtige doekjes, ratten en vogels. Dit afval wordt verwijderd door een roostergoedinstallatie.

8/9 oktober; Uitbesteden van Onderhoud

Uitbestedingsproces

Na het volgen van de tweedaagse cursus Uitbesteden van Onderhoud, is de cursist in staat om het proces van contractmanagement in te richten en te beheersen. Concreet leert de cursist wat contractmanagement inhoudt, welke typen onderhoudscontracten mogelijk zijn en hoe deze strategisch toegepast kunnen worden. Daarnaast leert de cursist onderhoudscontracten opstellen, borgen, bewaken en evalueren. Tot slot worden de concepten Life Cycle Costing en Total Cost of Ownership behandeld als uitgangspunten voor investeringsbeslissingen.

In een uitbestedingsproces, zoals in het geval van een aanbesteding, is het gebruikelijk dat de volgende processtappen (Van Weele) worden doorlopen: specificeren (wat), selecteren (wie), contracteren (hoe), bestellen, bewaken en nazorg. Deze case beschrijft de stappen 1, 2 en 5 die Promaint BV heeft uitgewerkt. De aanbesteding betreft het preventief en correctief onderhouden van alle roostergoed installaties in de huidige staat en omvat alle installatiedelen van de roostergoedverwijdering.

Onderwerpen • Algemene inleiding in contractmanagement, proces van uitbesteden, evaluatie • Strategie • Opstellen contracten • Leverancierselectie incl. kostenbenchmarking • Controle en Grip

Bij de vorige aanbesteding van het onderhoud aan deze installaties waren er hoge initiële kosten gemaakt voor het uitvoeren van een conditiemeting en waren de demarcatie van installaties en werkzaamheden in het contract niet transparant. De RWZI heeft Promaint daarom gevraagd te ondersteunen bij de heraanbesteding, om herhaling van een dergelijk scenario te voorkomen.

Inventarisatie en demarcatie De installaties en benodigde onderhoudsactiviteiten (intern of extern) zijn geïnventariseerd. De onderhoudsvoorschriften van de diverse fabrikanten zijn als uitgangspunt genomen voor het preventief onderhoud. Vanwege de onbekende aankomstintensiteit van het afval is periodiek reinigen van de installaties zeer van belang om ongewenst uitval te voorkomen. Op basis van deze inventarisatie is de demarcatie gemaakt van de uit te besteden werkzaamheden enerzijds en de intern uit te voeren werkzaamheden anderzijds. Het is cruciaal om dit inzicht voorafgaand aan de aanbesteding scherp te krijgen. Het meerjarig groot onderhoud is geen onderdeel van de overeenkomst, maar voor deze werkzaamheden zijn wel de tarieven

opgevraagd. Hiermee is inzichtelijk wat de verwachte kosten zijn gedurende de levensloop van de assets.

Contracttype Gezien de omvang betreft het een nationale openbare procedure en wordt er gegund op basis van EMVI (Economisch Meest Voordelige Inschrijving) criteria met de beste prijs/kwaliteit verhouding. De beoordeling van het criterium ‘Kwaliteit’ vindt plaats met kritische prestatie indicatoren (KPI’s). Een voorbeeld KPI is ‘preventief onderhoud gepland gereed’. Andere toegepaste KPI’s zijn responsetijd, First-Time-Fix en rework. Er geldt een minimumeis voor ieder van de KPI’s, maar inschrijvers kunnen extra punten verdienen met het aanbieden van hogere prestatie-eisen. Hiermee kan elke aanbieder zelf aangeven welke prestatie realistisch is. Contractueel geldt een malus-regeling voor het niet halen van de prestatie-eis.

Bewaken Het Asset Managementsysteem van de opdrachtgever wordt gebruikt om de KPI’s te bewaken. Opdrachtnemer krijgt toegang tot dit systeem. Enerzijds om de preventieve en toegekende correctieve werkorders in behandeling te nemen en af te handelen. Anderzijds om de werkorderhistorie inclusief servicebonnen en onderhoudsrapportages van de assets centraal te archiveren en te raadplegen. Hiermee wordt de leveranciersafhankelijkheid voor een deel gereduceerd. Daarnaast maakt dit het eenvoudig om de prestatieafspraken te bewaken en te handhaven voor de malus-regeling indien niet aan de eisen wordt voldaan. < 54 april 2020


!$6!.#%$ .$43/,54)/.3 Ä&#x2020; 'LJLWDO5DGLRJUDSK\ Ä&#x2020; 3KDVHG$UUD\ Ä&#x2020; 7LPHRI)OLJKW'LIIUDFWLRQ

!,ONGER,IFE

WWWMME GROUPCOM


Klüber Lubrication ontwikkelt Hydro-smeermiddelen KLÜBER LIBRICATION heeft homogene smeermiddelen ontwikkeld op basis van water: de Hydro Smeermiddelen.

In vergelijking met de huidige smeermiddelen op oliebasis biedt water tal van belangrijke functionele voordelen: het is duurzaam, wereldwijd verkrijgbaar, niet giftig en niet brandbaar. Als smeermiddel was het tot nu toe beperkt bruikbaar, omdat water onderhevig is aan bepaalde fysische en biologische beperkingen, zoals verdampings- en vriespunten, oxidatie of microbiologische groei. Door middel van additieven in het smeermiddel of technische oplossingen bij de betreffende component, kunnen echter deze grenzen verlegd worden en kunnen de waterspecifieke effecten voordelig bruikbaar worden gemaakt. Met een product op waterbasis, hebben we zelfs de wrijving genoeg kunnen verminderen om het effect van "fluid friction” binnen handbereik te brengen, zei Dr. Stefan Seemeyer, Hoofd van Onderzoek en Ontwikkeling bij Klüber Lubrication.

De Hydro Lubrication-technologie wordt ondertussen gebruikt in de Klüber Sustain GW 0-460 voor het smeren van reductiekasten. Hydro Lubrication technologie begint nog maar net zijn mogelijkheden te ontdekken. Samen met partners uit verschillende sectoren werkt Klüber Lubrication momenteel aan Hydro Lubricants voor toepassingen in tandwielkasten, lagers, kettingen en andere componenten

KLÜBER LUBRICATION BELGIUM NETHERLANDS SA/NV, Rue Cardinal Mercier 100, B-7711 Dottignies - Belgium, Phone: +32 56 48 33 33, E-mail: sales@be.klueber.com, https://www.klueber.com/be/en/profilepage/

Profile for NVDO

VAM2 April 2  

VAM2 April 2  

Profile for nvdo7
Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded