Page 1

INHOUD Voorwoord7 NVDO Onderhoudskompas 2015 Verantwoordingsparagraaf  12 Trends binnen de Nederlandse onderhoudssector  14 Trends per sector  24 Uw koers door het NVDO Onderhoudskompas2015  27 Feiten en cijfers van de onderhoudsmarkt  28 Functiehuis  44 Samenvatting  52 Onderzoek ABN AMRO Economisch Bureau  NVDO Visiedocument 2015 Maintenance for Energy  Review Visiedocument Onroerend Goed Sector 2017  Review Visiedocument Technische Arbeidsmarkt 2020  Opties voor NVDO als branchevereniging 

54 64 88 96 108

Vensterartikelen Jacqueline Cramer, professor duurzame innovatie  Logsystemen, Big Data en onderhoud 

58 110

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3

110 111 117

Colofon Het NVDO Onderhoudskompas 2015 is een uitgave van de NVDO, de Nederlandse Vereniging voor Doelmatig Onderhoud Lange Schaft 7G 3991 AP Houten Tel. 030 6346040 www.nvdo.nl info@nvdo.nl

Redactie: Ellen den Broeder-Ooijevaar, Verenigings Manager Korik Alons, Accenture Strategy Consulting, Ad van Gaalen, Jiri Hartog en Harrie Jabroer, Uitgeverij Lakerveld Uitgever Uitgeverij Lakerveld J.C. van Markenlaan 3 2285 VL Rijswijk

Tel. 070 3364600 www.europoortkringen.nl klantenservice@lakerveld.nl

Eerste druk 2015 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de NVDO.

Het Onderhoudskompas -  3


STOLK Balanceren tot 3,5 ton

Testen en certificeren

 Wikkelen & reviseren  Refitten & reparatie Revisie en modificatie

 Services on en off site  Nieuwleveringen uit voorraad  24/7 service dienst

Diagnostiek

Wikkelen

Voor zorgeloos onderhoud Industrie

Energie

Scheepvaart

STOLK Voltweg 20 4631SR Hoogerheide - NL Tel. +31(0)88 7865400 Email info@stolkservices.nl

stolkservices.nl


Pompetravaini, het “hart” van het bedrijf Italiaanse superioriteit in de wereld, sinds 1929

Water, Pasta, Olie, Textiel, Wijn, Schoenen, Banden, Plastic, Glas, Bier, Natuursteen, Zuivel, Pharma, Vis,... ...voor ons, hebben ze geen geheimen

TRMX TRH-TRS TBH-TBA

TCH

TRVX

Ons streven is vooruit te blijven

Travaini Pompen Benelux BV • Van Elderenlaan 4, 5581 WJ, Waalre

HYDROTWIN

Ph. +31 (0)40-2232222 • Fax +31 (0)40-2232220 • sales@travaini.nl • www.travaini.nl


VOORWOORD

V

oor u ligt het NVDO Onderhoudskompas 2015 met daarin opgenomen het visiedocument “Maintenance for Energy”.

De trends die in de vorige editie de Top Tien vormden zijn ingrijpend gewijzigd. Wellicht heeft het voorzichtige herstel van onze economie daar invloed op. Ook kan het zijn dat de crisis heeft geresulteerd in nieuw gemanifesteerde pijlers en aandachtspunten, die de komende jaren gelden. In de Top Tien bezet “Aandacht voor Operational Exellence” de eerste plaats. Bij Operational Excellence worden processen zodanig ingericht en beschreven dat de producten en diensten voor een zo laag mogelijke prijs geleverd kunnen worden, maar wel volgens de eisen van de klant. De behoefte aan ICT-systemen is toegenomen. De mogelijkheden van informatietechnologie worden steeds groter en zullen zich steeds meer richten op het vervangen van menselijke taken. Door gebruik van IT kan er steeds efficiënter met de bestaande workforce worden omgegaan. Een voorbeeld hiervan is het analyseren van grote hoeveelheden data. Het toepassen van analyse helpt om de informatie in de data te begrijpen, want veel data is natuurlijk nog geen informatie. Daarmee kunnen bedrijven beter en sneller beslissingen maken. Door middel van data-analyse kunnen bijvoorbeeld patronen worden

gevonden in huidige en historische data, waardoor een voorspelling over de toekomst kan worden gemaakt. Er kan voorspeld worden wanneer een machine onderhoud nodig heeft, waardoor de downtime van de machine sterk verkort kan worden. Door IT effectief toe te passen, verbeteren bedrijven hun concurrentiepositie. Vorig jaar bezette “Aanscherping van regelgeving en noodzaak tot compliance” de hoogste positie in de Top Tien Trends. Dat deze trend nu op nummer 3 staat, wil niet zeggen dat er geen aandacht voor is. Integendeel, misschien heeft u juist de noodzaak al volledig ingebed in uw beleid en heeft u de zaken dusdanig voor elkaar, dat uw aandacht verlegd kan worden naar andere zaken, zoals het vinden van een oplossing van uw verouderende assetbase.

In dit NVDO Onderhoudskompas treft u tevens aan het Visiedocument “Maintenance for Energy”. De NVDO heeft de ambitie om samen met de totale achterban (± 300.000 onderhoudsprofessionals met een omzet van ongeveer 35 miljard euro per jaar) bij te dragen aan de voorgeschreven energiebesparing in het zogenaamde Energieakkoord. Daarbij gaan we onder meer op zoek gaan naar de kansen en bieden we u handvatten om besparingen snel en kosteneffectief door te voeren. Maar dat doen we niet alleen, maar in saHet Onderhoudskompas -  7


menwerking met collega-verenigingen, RVO, onze leden en ABN AMRO Economisch Bureau. Naast het feit dat we jaarlijks een themamiddag organiseren, is op www.nvdo.nl speciale ruimte gemaakt waar u continu het laatste nieuws treft. In dit Onderhoudskompas treft u onze visie.

Dit visiedocument, samen met het NVDO Onderhoudskompas, bied ik u met trots aan en vermeld daarbij dat deze editie tot stand is gekomen in samenwerking met NVDO-partner Accenture. In deze editie heeft het ABN Amro Sectorbureau een coördinerende bijdrage geleverd aan de feiten en cijfers voor het generieke deel, Het Kompas. Maar dat is nog niet alles, want u treft tevens twee reviews aan op eerder uitgebrachte visiedocumenten. Het betreft zowel de Onroerend Goed Sector, als de Technische Arbeidsmarkt. Met dit Onderhoudskompas geeft de NVDO een duidelijke richting aan het ontwikkelen van kennis over de Nederlandse onderhoudssector. De waarde van het Onderhoudskompas is meervoudig. Ten eerste bieden de resultaten belanghebbenden een goede kijk in de keuken van de brede en pluriforme markt van beheer en onderhoud. Vervolgens gaat het in op relevante marktontwikkelingen en trends. Bovendien vormt dit kompas een leidraad voor bedrijven die een beter beeld willen krijgen van de markt waarin zij actief zijn om zo de groeikansen die hierin opgesloten liggen, nog beter te benutten. In de presentatie van de verschillende strategische opties voor onderhoudsbedrijven en -afdelingen is, zoals gebruikelijk in het NVDO Onderhouds8 - Het Onderhoudskompas

kompas, gebruikgemaakt van de analogie van het type onderhoudsbedrijf of -afdeling, uitgaande van drie focusgebieden. Dat zijn efficiency, kennis & innovatie en de klant. De markt voor beheer en onderhoud is een brede markt, die een dwarsdoorsnede vormt van een groot aantal sectoren en branches. Tijdens het onderzoekstraject hebben fantastisch veel vertegenwoordigers uit de onderhoudssector met veel inzet en enthousiasme meegewerkt aan het opstellen van de toekomstscenario’s. Ook de enquête, die in het kader van dit onderzoek is uitgezet, mocht op een ongekend hoge respons rekenen. Dat zou niet mogelijk geweest zijn zonder de buitengewone inzet van velen. Ik wil dan ook alle personen die op enigerlei wijze aan deze vijfde editie van het NVDO Onderhoudskompas hebben bijgedragen, hartelijk danken voor hun inzet. De resultaten van hun inspanningen zijn terug te vinden in deze publicatie. Ik ben er zeker van dat de boodschap u zal inspireren om uw visie op de toekomst vorm te geven en om te zetten in een effectieve strategie. Bas Kimpel Voorzitter NVDO


PERFORMANCE WITH PASSION

STEIGERBOUW HOOGWERKERS ROPE ACCESS THERMISCHE ISOLATIE AKOESTIS

ISOLATIE TRACING FIREPROOFING CONSERVEREN STEIGERBOUW HOOGWERKE

ACCESS THERMISCHE ISOLATIE AKOESTISCHE ISOLATIE TRACING FIREPROOFIN

CONSERVEREN STEIGERBOUW HOOGWERKERS ROPE ACCESS THERMISCHE ISO

AKOESTISCHE ISOLATIE TRACING FIREPROOFING CONSERVEREN STEIGERBOUW

HOOGWERKERS ROPE ACCESS THERMISCHE ISOLATIE AKOESTISCHE ISOLATIE T FIREPROOFING CONSERVEREN STEIGERBOUW HOOGWERKERS ROPE ACCESS

HOOGWERKERS ROPE ACCESS AKOESTISCHE ISOLATIE TRAC

CONSERVEREN THERMISCHE ISOLATIE AKOESTISCHE ISOLATIE

TRACING FIREPROOFING STEIGERBOUW HOOGWERKERS RO

ROPE ACCESS THERMISCHE ISOLATIE AKOESTISCHE ISO

TRACING FIREPROOFING CONSERVEREN STEIGER

HOOGWERKERS ROPE ACCESS THERMISCHE ISOL

AKOESTISCHE ISOLATIE TRACING FIREPROO

CONSERVEREN STEIGERBOUW HOOGWERK

ROPE ACCESS THERMISCHE ISOLATIE AKOE

AKOESTISCHE ISOLATIE TRACING FIREPROO

CONSERVEREN STEIGERBOUW HOOGWERK

ROPE ACCESS THERMISCHE ISOLATIE AKOE

AKOESTISCHE ISOLATIE TRACING FIREPROO

Met BRAND heeft u één aanspreekpunt voor isoleren, steigerbouw, hoogwerkers, rope access, tracing, fireproofing en conserveren. Alle disciplines dus onder één dak met een groot potentieel aan materialen en gekwalificeerde monteurs, met een strakke planning en vakkennis

25667/1

on-site. En boven alles met een scherp oog voor uw veiligheid!

Brand Energy & Infrastructure Services T +31 (0)10 445 54 44 E nl@beis.com W www.beis.com

ACCESS SOLUTIONS I INSULATION SERVICES


... Layer 3 managed Ethernet Switch De uitstraling van de Lynx serie Ethernet switches met ingebouwde firewall en routingprotocols toont dat de switches hun toepassingen vinden in zware industriĂŤle omgevingen. De robuuste switches met het door Westermo ontwikkelde WeOS en de unieke functionaliteiten als FRNT (< 20ms hersteltijd) IPsec, VLAN, IGMP snooping en QoS. De ATEX / IECEX certificering staat garant voor toepassing in zeer zware en explosief gevoelige ruimtes.

... committed to perfection. Er is zoveel meer over te vertellen ... Meer weten ? Bel 0318-636262 of bezoek www.modelec.nl

www.modelec.nl Tel. 0318-636262 sales@modelec.nl


NDO (niet destructief onderzoek) Coating inspecties Onderhoud en (de)montage Installatie - en laswerkzaamheden IRATA certificering 5033/O

ROPE ACCESS GROUP BV I www.ropeaccessgroup.com E info@ropeaccessgroup.com T +31 (0)78 6317701 Grotenoord 15 3341 LT Hendrik-Ido-Ambacht

5033/O

Besloten Ruimte begeleiding Standby hoogte & diepte reddingsteam Medische ondersteuning van turn arounds BIG geregistreerd medisch personeel Irata gecertificeerd hoogtewerk personeel


VERANTWOORDINGSPARAGRAAF

NVDO ONDERHOUDSKOMPAS 2015 Naast de opties voor de totale achterban, bestaande uit zo’n 300.000 onderhoudsprofessionals met een omzet van 30-35 miljard euro, is er op basis van de toekomstvoorstellingen van Beheer en Onderhoud en/of Asset Management, tevens een aantal strategische opties voor de NVDO als branchevereniging te onderscheiden. Deze strategische opties zijn telkens in het NVDO Onderhoudskompas opgenomen en deze paragraaf is bedoeld ter verantwoording daarvan. Vergroten van kennis over juridische zaken, regelgeving en compliance van de leden Citaat: De NVDO kan middels bijvoorbeeld workshops vaststellen om welke regelgeving dit gaat en hoe de sector zich het beste richting overheid kan positioneren om deze regelgeving aan te passen. Verder zou de NVDO een inhoudelijke bijdrage leveren bij het tot stand komen van wet- en regelgeving. Tijdens Kring- en of Sectiebijeenkomsten wordt regelmatig aandacht besteed aan weten regelgeving. Zo worden belangrijke ISOen/of NEN-normen nader toegelicht. Niet alleen fysieke bijeenkomsten zijn een uitstekend communicatiemiddel, ook de NVDO-website is hierin van groot belang. Zo is er bijvoorbeeld een speciale websiteruimte waar compliance-thema’s binnen Veilig Werken worden aangekondigd en beschreven. De NVDO werkt graag aan de voorkant mee als het gaat om aanpassing van normeringen, dan

12 - Het Onderhoudskompas

wel nieuwe normeringen. Een voorbeeld is de totstandkoming van de CUR 117; In de nieuwe CUR Aanbeveling is een start gemaakt met recente ontwikkelingen, zoals risicogestuurd beheer en onderhoud. De Aanbeveling is in samenwerking met het NVDO InspectiePlatform en opdrachtgevers ontwikkeld. Een ander voorbeeld is de lancering van de NTA 8545 (MKM Project), bestaande uit drie delen: Deel 1 Overzicht en fundamentele principes van de roadmap voor kennismanagement in onderhoud in de procesindustrie Deel 2  Roadmap tot 2020 voor kennismanagement in onderhoud in de procesindustrie Deel 3 Richtlijnen voor de implementatie van kennismanagement in onderhoud in de procesindustrie Vergroten van kennis van technologische ontwikkelingen en innovaties Citaat: De NVDO kan haar innovatieve bedrijven vragen hun technologische ontwikkelingen te tonen op bijvoorbeeld onderhoudsdagen. Niet alleen social media is geschikt om kennis te delen als het gaat om technologische ontwikkelingen en innovaties. Ook fysieke bijeenkomsten lenen zich daar uitstekend voor. Dat doet de NVDO graag met haar Kringen en Secties. Zomaar twee voorbeelden; Jong Professionals; De NVDO Jongerenboard, Young TVVL, Uneto-VNI, NVTG, FMN en Bouwend Nederland organiseren jaarlijks in januari het gezamenlijke Jong Professionals Event “THE


FUTURE IS NOW”. Dit gezamenlijke initiatief is uniek en één van de grootste in de geschiedenis van deze verenigingen. De dag staat geheel in het teken van de toekomst en hoe we daar nu al op kunnen/moeten inspelen. Natuurlijk gaat het ook om technologische ontwikkelingen, denk daarbij aan bijvoorbeeld Google Glass. De Sectie Techniek organiseerde een bijzonder dronespektakel dat geheel in het teken stond van de nieuwste technieken om te inspecteren met behulp van drones. Begeleiden bij het verwerken van data over onderhoudsproces Citaat: Door het geven van workshops en het organiseren van rondetafelbijeenkomsten kan de NVDO haar leden faciliteren in het verbeteren van de kwaliteit van de data. Tijdens Kring- en Sectiebijeenkomsten wordt aandacht besteed aan Big Data. Maar ook een succesvolle studiedag heeft geleid tot kennisoverdracht. Ook besteedt het grootste onderhoudsplatform van Europa ruimschoots aandacht aan Data Integrity.

Begeleiden bij de herscholing van de onderhoudsprofessional Citaat: De NVDO kan haar leden voorlichting geven over de verschillende herscholingsmogelijkheden. De NVDO zet actualiteit graag om in scholing. Hierbij twee voorbeelden; Met de lancering van de ISO 55000 normenserie, heeft de NVDO haar leden tegelijkertijd een scholingsdag aangeboden. “ISO 55000 in één dag”, noemen we dat. Er is grote belangstelling voor deze eendaagse scholingsdag en dit heeft er zelfs toe geleid dat er een speciale trainingsdag is ontwikkeld voor professionals in de gebouwde omgeving. Een ander voorbeeld is het feit dat de NVDO graag doorpakt op haar visiedocumenten. In vervolg op het visiedocument “Technologische trends met impact op de onderhoudssector” werd de cursus Asset Data Management ontwikkeld. Resultaten voor deelnemers aan de training “Asset Data Management”: • Inzicht in en bewustzijn van ADM in projecten en technisch beheer; • Herkennen van valkuilen op het gebied van informatiemanagement;

• Waarde van informatie voor optimaliseren van Beheer en Onderhoud; • Inzicht in functie van informatiemanagement in de verschillende fasen van de Asset Life Cycle; • Tips & tricks voor slim ADM.

Overige aanbevelingen Een van de speerpunten van de Nederlandse Vereniging voor Doelmatig Onderhoud is synergie. Niet alleen intern tussen bijvoorbeeld Kringen en Secties, maar ook extern. Daar is dagelijks aandacht voor en thema’s worden gezamenlijk uitgewerkt en/of uitgerold. Zomaar drie voorbeelden; www.jongprofessionalsverenigd.nl www.energieverenigd.nl www.platformduurzamehuisvesting.nl Ook is er samenwerkingen met universiteiten voor wetenschappelijke onderzoeken, bijvoorbeeld de SUTO benchmark. De Nederlandse Vereniging voor Doelmatig Onderhoud zette in 2008 al hoog in door een visie te formuleren op Asset Management. Mede in vervolg op het Onderhoudskompas, geeft de vereniging een nog hogere prioriteit aan Asset Management. Niet alleen is het portfolio van de Maintenance Academy erop ingericht en werd het Onderhoudskompas 2014 begeleid door een internationale visie, ook www.nvdo.nl is heringericht met specifieke kennis op Asset Management. Daarnaast is een model gemaakt van samenhangende normen rondom ISO 55001. Het Onderhoudskompas -  13


TRENDS BINNEN DE NEDERLANDSE ONDERHOUDSSECTOR De Nederlandse onderhoudssector ontwikkelt zich continu, waardoor de prioriteiten binnen de sector voortdurend veranderen. Dit is merkbaar in zowel het gehele onderhoudslandschap als de eigen onderhoudsorganisatie. Om een duidelijk beeld te geven van deze invloeden, brengt de Nederlandse Vereniging voor Doelmatig Onderhoud (NVDO) jaarlijks de trends voor de Nederlandse onderhoudssector in kaart.

D

it jaar is van 23 trends (figuur 1) onderzocht hoe herkenbaar deze zijn in de markt en hoe groot de impact van de trends is op de onderhoudsmarkt. Tabel 1 geeft een overzicht van de trends en laat zien welke in 2015 de meeste impact hebben op de Nederlandse onderhoudsorganisatie. De tabel geeft ook weer of dezelfde trend ten opzichte van vorig jaar in relevantie is toegenomen of afgenomen.

Figuur 1: Impact & Herkenbaarheid van de trends.

14 - Het Onderhoudskompas

(1) Aandacht voor Operational Excellence In 2015 is Aandacht voor Operational Excellence de meest belangrijke trend in de Nederlandse Onderhoudssector. De term “Operational Excellence” staat van origine voor het zo efficiënt mogelijk aanbieden van een product of dienst. Tegenwoordig is het een fundamenteel onderdeel van goed presterende organisaties. Het zorgt naast efficiëntere processen ook voor hogere be-


Tabel 1: Top 10 Trends trouwbaarheid van de asset en een betere veiligheid voor het onderhoudspersoneel1. Operational Excellence wordt de laatste jaren in steeds ruimere zin gebruikt. Het is één van de drie focusrichtingen uit het model van Tracey en Wiersema (Operational Excellence, Customer Intimacy en Product/ Cost Leadership). Het doel van Operational Excellence is om de betrouwbaarheid naar de klant op een zo hoog mogelijk niveau te brengen: in één keer goed, op tijd en tegen een uitstekende prijs. Organisaties richten zich hierbij op het stroomlijnen van hun processen en hebben een focus op standaardisatie, het creëren van schaalvoordelen en het minimaliseren van verliezen. Organisaties kunnen last hebben van een grote achterstand aan onderhoudswerkzaamheden, terwijl ze toch genoeg personeel hebben om dit op te lossen. Het probleem zit dan vaak in de planning en niet optimaal werkende systemen1. Bij sterk presterende organisaties is er vaak een centraal planningsteam (of persoon) die verantwoordelijk is voor de planning, zodat de onderhoudsprofessionals zich puur op het onderhoud kunnen richten. Goed presterende onderhoudsorganisaties hebben een hoge focus op zowel preventief als predictief onderhoud. Er heerst een cultuur van voortdurende verbetering en

het onderhoudsbeleid wordt regelmatig gecontroleerd. Er wordt preventief onderhoud uitgevoerd op de kritische assets. Een belangrijke vereiste hiervoor is goed risicomanagement met een duidelijke prioritering van de assets, een goede onderhoudsadministratie en de bereidheid om, wanneer nodig, aanpassingen te doen van de onderhoudsprocessen. Tegenwoordig kunnen organisaties ook een Prime Value Chain analyse uitvoeren. Met een dergelijke analyse kunnen organisaties inventariseren welke van hun bedrijfsprocessen waarde toevoegen en op deze manier hun Operational Excellence verbeteren. Hierbij worden eerst alle bedrijfsprocessen op een objectieve manier in kaart gebracht. Wat betekent dat niet alleen de organisatie op papier wordt geanalyseerd, maar dat er ook wordt gekeken naar hoe een organisatie daadwerkelijk te werk gaat. Vervolgens worden alle processen die gebruikt worden in de organisatie op één kaart weergegeven. Door deze kaart met verschillende brillen te bekijken (bijvoorbeeld naar type werk of hoeveel FTE een proces nodig heeft), kan er gekeken worden welke processen daadwerkelijk waarde toevoegen voor de klant, welke processen waarde toevoegen voor de organisatie zelf en welke processen het beste geschrapt of uitbesteed kunnen worden.

Het Onderhoudskompas -  15


Op deze manier kunnen organisaties een stap naar achter nemen en op een holistische manier kijken naar hun processen, om op strategisch niveau de organisatie meer Lean en Agile te maken. Op deze manier kunnen organisaties hun activiteiten focussen op de meest belangrijke taken, waardoor de onderhoudsprofessional effectiever en productiever wordt.

(2) Behoefte aan ICT-systemen Er lijkt voorlopig geen einde te komen aan de ontwikkeling van informatietechnologie. De wet van Moore voorspelt dat de processorsnelheid van chips elke twee jaar verdubbelt. Met de ontwikkeling van onder andere multicore processoren en 3d transistors, houden de mogelijkheden voorlopig niet op2. Dit roept voor bedrijven de noodzaak op om naast een duidelijke organisatiestrategie ook een IT-strategie op te stellen. Deze kan voortvloeien uit de organisatiestrategie, maar is steeds vaker leidend voor de strategie van het gehele bedrijf3. Het is van essentieel belang dat er binnen onze sector goed wordt nagedacht hoe er op dit moment gebruik wordt gemaakt van IT en wat het potentieel ervan is. We zien de afgelopen jaren (naast de trend van veel data die wordt besproken in trend nummer 6) twee belangrijke trends in de IT-wereld. Ten eerste maken bedrijven op een andere manier gebruik van de mogelijkheden van het internet door cloud computing (gebruik maken van ingehuurde serverkracht over het internet), open source (programmeercode die door iedereen vrij gebruikt kan worden) en software die op de servers van andere bedrijven loopt (denk bijvoorbeeld aan CRM systemen4). Een tweede belangrijke trend is Internet of Things (IoT), wat betekent dat steeds meer ‘’devices’’ via het internet aan elkaar worden gelinkt. Dit kan zorgen voor een enorme verandering in het strategisch landschap van vele sectoren. Dit wordt bevestigd door Michael Porter. Hij stelt dat Internet of Things de belangrijkste ontwikkeling voor bedrijven sinds de op-

16 - Het Onderhoudskompas

komst van de computer en het internet. Er wordt steeds meer geëxperimenteerd met IoT, waarbij vooral veel gebruik wordt gemaakt van sensoren die real-time data kunnen versturen. Ook in de onderhoudssector kunnen deze sensoren (bijvoorbeeld trilling- of warmtesensoren) zorgen voor een belangrijke schat aan data voor bedrijven. Deze effectieve vorm van onderhoud kan ervoor zorgen dat bedrijven van een “repair & replace” model overgaan op een “predict & prevent” model van onderhoud, maar verlangt van bedrijven dat zij meer aandacht geven aan IT5.

Kortom, onderhoudsorganisaties worden gedwongen mee te gaan met de tijd. Daarnaast stellen eindgebruikers tegenwoordig hogere eisen aan de informatievoorziening. Hierbij kun je denken aan klanten die via social media geholpen willen worden. Voor sommige bedrijven is het ook daadwerkelijk mogelijk om doormiddel van IT een competitief voordeel te behalen. Onderhoudsbedrijven die actief gebruik maken van IT-systemen kunnen kosten besparen met een systeem dat ervoor zorgt dat alle functies van het bedrijf goed op elkaar aansluiten. Een grote uitdaging zit echter in het inpassen van de huidige installaties in de meeste recente onderhoudssystemen. In de Magic Quadrant voor Enterprise Asset Management Software komen met name IBM’s Maximo en SAP EAM naar voren als sterkste Asset Management systemen6. Maximo blinkt met vooral uit in volwassenheid en schaalbaarheid, terwijl SAP de laatste jaren sterk aan het investeren is in innovaties, waaronder mobile en analytics. De NVDO staat natuurlijk klaar om haar achterban verder over deze Asset Management systemen te informeren. (3) Aanscherping van regelgeving en noodzaak tot compliance De aanscherping van regelgeving en noodzaak tot compliance staat voor het derde achtereenvolgende jaar in de top 3 van


meest prominente trends in de Nederlandse onderhoudssector. Zowel wetgeving uit eigen land als normen en richtlijnen opgesteld door de EU zorgen voor een constante druk op bedrijven, doordat zij de kaders waarin bedrijven kunnen werken beperken. Met name de EU heeft de afgelopen jaren veel wetgeving ingesteld waar bedrijven aan moeten voldoen, waarbij de meest recente schatting van het aantal wetten op zo’n 40.000 staat7. Alhoewel de EU sinds kort inzet op een strenger “gatekeeper” beleid op nieuwe wetten om te zorgen voor minder wetsvoorstellen en complexiteit8, zijn deze effecten (nog) niet zichtbaar. Een voorbeeld hiervan is de gelanceerde afvalstoffenrichtlijn SEVESO III, die zorgde dat het BRZO (Besluit Risico’s Zware Ongevallen) uit 1999 dit jaar moest worden herzien. De NVDO heeft een bijdrage geleverd aan de juiste inrichting van deze afvalstoffenrichtlijn, die ervoor moet zorgen dat de veiligheid voorop staat. De NVDO juicht dit toe en heeft hier met trots en plezier aan meegewerkt. We zien dat veel bedrijven een verouderde asset base hebben. Dit kan nieuwe problemen op het gebied van compliance tot gevolg

hebben. Ook de juridisering van de maatschappij leeft in de onderhoudssector. Dit maakt de noodzaak tot compliance sterker en een legt een last op de schouders van onderhoudsorganisaties. Kortom, wanneer de wetgeving in de sector constant toeneemt, deze strikter wordt nageleefd en er niet wordt geschuwd om juridische procedures aan te spannen, wordt er druk uitgeoefend op de mogelijkheid tot Operational Excellence die bedrijven een competitief voordeel moet opleveren. Daarnaast zullen asset owners moeten investeren in hun assets, zodat deze voldoen aan de constant scherpere regelgeving op het gebied van bijvoorbeeld uitstoot en energie(verbruik). Doen zij dit niet, dan kan hun “license to operate” ernstig in gevaar komen.

(4) Verouderende asset base Nieuw in de top 10 dit jaar is dat onderhoudsorganisaties aangeven dat zij steeds meer te maken hebben met een verouderende asset base. Een groot deel van de Nederlandse industriële installaties en infrastructuur zit aan het einde van de levensloop. Ten opzichte van nieuwe installaties zullen

Het Onderhoudskompas

-

17


bedrijven ofwel hogere kosten moeten maken ten behoeve van de beschikbaarheid van de assets, ofwel genoegen moeten nemen met hogere downtime. Daarnaast zorgt de verouderende asset base ook voor een groter risico op het gebied van compliance. Zo is aangetoond dat ongeveer 50% van de gevallen waarin gevaarlijke stoffen vrijkomen veroorzaakt wordt door verouderde assets met vergevorderde corrosie- en erosieprocessen9.

Een significant deel van de Nederlandse assets dat in de jaren na de Tweede Wereldoorlog is gebouwd is aan het einde van haar levensduur. Deze machines, procesapparatuur en infrastructuur hebben te maken met veroudering maar lijken door stretching, debottlenecking, modificaties en optimalisaties vaak niet meer op het origineel. Toch heeft de onderhoudssector te maken met de beslissing of zij deze assets moeten vervangen. Hoewel deze assets uiteraard vervangen kunnen worden, neigen veel bedrijven ook naar verdere verlenging van de levensduur van hun assets. Dit is vanuit (bedrijf)

18

-

Het Onderhoudskompas

economisch oogpunt op korte termijn soms interessanter, of vanuit gebrek aan investeringskracht zelfs noodzakelijk (life-time extension). Vaak blijkt dat investeerders ook bewust kiezen voor deze life-time extension, aangezien de Nederlandse industrie juist profiteert van het feit dat deze oude assets economisch zijn afgeschreven maar technisch kunnen concurreren met nieuwere installaties. Door hogere investeringskosten (capex) af te zetten tegen besparingen op het gebied van operationele kosten (opex) kunnen de kosten over de gehele levensduur van de asset worden ingeschat en kan worden gekeken of nieuwe apparatuur noodzakelijk en aantrekkelijk is.

Met het VITALE (Value & Innovation Through Asset Life-time Extension) model is het mogelijk in te schatten of een investering ten behoeve van de verlenging van de levensduur van een asset al dan niet gerechtvaardigd is. Dit model neemt niet alleen de veroudering van de technologische aspecten met zich mee, maar ook commerciĂŤle, economische en compliance veroude-


ring. Op deze manier wordt rekening gehouden met een breed scala aan aspecten om zodoende een goed gefundeerde beslissing te nemen wat betreft het vernieuwen of repareren van assets. (5) Behoefte bij afnemers aan totaaloplossingen De behoefte aan totaaloplossingen is een trend die de afgelopen jaren steeds duidelijker naar voren komt. Een totaaloplossing gaat verder dan één uitbestede klus aan een uitvoerder. Het is een partij die de gehele verantwoordelijkheid neemt voor het werk. In de huidige onderhoudsmarkt zien we een steeds grotere diversiteit aan belangrijke onderwerpen, bijvoorbeeld duurzaamheid, energie en veiligheid. Dat betekent dat er een toenemend aantal belanghebbende partijen rond de tafel zit. Asset owners zijn steeds vaker op zoek naar aanbieders waaraan zij het totaalpakket van deze ingewikkelde onderhoudstaken kunnen uitbesteden, zodat zij zich kunnen focussen op de kernactiviteiten. Hierbij is het voor bedrijven belangrijk om te beslissen welke taken zij willen uitbesteden en welke taken zij binnen hun eigen organisatie laten. Zo kunnen alleen de operationele taken worden uitbesteed of kan ook het tactisch beheer aan een andere partij worden overgelaten. Daarnaast kan zelfs de strategie van de onderhoudswerkzaamheden in handen liggen van een bedrijf waaraan wordt uitbesteed. Het uitbesteden van onderhoudstaken kan verschillende voordelen voor bedrijven opleveren. Asset owners beschikken niet altijd over de juiste expertise of specialisten voor het onderhoud van meer complexe installaties die een andere manier van onderhoud verlangen. Om ook deze assets op een optimaal niveau te laten draaien en het onderhoud zo kosteneffectief mogelijk in te delen, kan het inschakelen van een specialistisch bedrijf dan sterk de kosten drukken. Het is hierbij wel verstandig om de Asset Management partij die de tactische beheerszaken uitvoert, te scheiden van

de uitvoerende partij die de operationele werkzaamheden doet10. De neiging tot meer uitbesteding leidt asset owners ertoe om te zoeken naar oplossingen, zoals een geïntegreerd DBFMO-contract (Design, Build, Finance, Maintain, Operate). Dit betekent dat één partij verantwoordelijk is voor het hele proces en dat de risico’s zijn belegd bij de partij die deze het beste kan beheersen en dragen. Dienstverleners bundelen hun kennis om een dergelijke dienst aan te kunnen bieden. Doordat één partij al deze fases in het proces op zich neemt, kan het meer creatief te werk gaan. Daarnaast blijkt dat deze totaaloplossingen zorgen voor lagere kosten en een hogere efficiëntie. Wanneer een partij verantwoordelijk is voor het gehele proces, kan dit namelijk voor betere stroomlijning zorgen. Om deze reden bundelen steeds meer bedrijven hun kennis en vaardigheden om gezamenlijk een totaaloplossing te kunnen aanbieden. De komst van DBFMO-contracten betekent dat bouwbedrijven in het vaarwater van onderhoudsbedrijven komen. Bouwbedrijven worden bijvoorbeeld steeds meer gevraagd om naast het ontwerp en de bouw ook zorg te dragen voor het onderhoud en de exploitatie. Een gevolg van het inkopen van totaaloplossingen is dat kennis van onderhoudsactiviteiten en het gevoel van “ownership” hierover mogelijk bij de asset owner afneemt. (6) Omgaan met grote hoeveelheden data De hoeveelheid data die bedrijven tot hun beschikking hebben, neemt in een sneltreinvaart toe. Dit omdat data steeds toegankelijker wordt en de opslag ervan steeds goedkoper wordt (door bijvoorbeeld de “cloud”). Bedrijven kunnen moeite hebben om met deze ontwikkeling mee te groeien, waardoor de mogelijkheden van het gebruik van data voor onderhoudsorganisaties onderbenut blijft. Dit terwijl data tegenwoordig wordt gezien als één van de meest waardevolle assets van een organisatie. Er is aangetoond dat de bedrijven die tot de top behoren van

Het Onderhoudskompas -  19


20

-

de industrie wat betreft data-gestuurde besluitvorming 5% productiever zijn en 6% meer winstgevend dan bedrijven die minder data gebruiken11. Door de data overzichtelijk te ordenen, kan een bedrijf gebruik maken van analytische methoden om informatie uit de data te halen. Hiermee kan bijvoorbeeld door het toepassen van LEAN-methodieken het productieproces worden geoptimaliseerd, wat de efficiëntie van de organisatie ten goede komt. Het proces van het verzamelen, ordenen en analyseren van data om patronen en andere nuttige informatie te ontdekken wordt Analytics genoemd. Zoals beschreven in het NVDO visiedocument van 2014 moeten bedrijven hun data behandelen als een supply chain: 1. De supply chain start wanneer data aangemaakt of geïmporteerd wordt; 2. Deze data wordt geanalyseerd waardoor informatie ontstaat; 3. Deze informatie kan gebruikt worden om inzicht te creëren; 4. En middels deze inzichten kunnen bedrijven betere beslissingen maken;

Het Onderhoudskompas

5. De beslissingen helpen meerwaarde voor de organisatie te realiseren. Die meerwaarde kan op verschillende vlakken worden gevonden: kosten, beschikbaarheid, kwaliteit, veiligheid en snelheid van werken. Voor predictief onderhoud zijn Big Data en Analytics essentieel. Door Analytics is het voor bedrijven mogelijk om beter de Life Cycle kosten van hun assets in kaart te brengen. Door gebruik te maken van de data-analyse kunnen processen in het bedrijf worden geoptimaliseerd (door bijvoorbeeld te kijken welke werkzaamheden de meeste tijd in beslag nemen). Ook kan de klanttevredenheid worden verhoogd, bijvoorbeeld door het verkorten van de responstijden. Er is dan meer aandacht voor compliance, waarvoor constant metingen kunnen worden uitgevoerd en data geanalyseerd kan worden over veiligheids-KPI’s van assets12.

(7) Aandacht voor duurzaamheid Opwarming van de aarde, schaarste aan grondstoffen en een groeiende bevolking zijn allemaal bedreigingen voor het leven op onze planeet. Door scherpere milieueisen,


toenemende aandacht voor het imago van bedrijven en een kritisch wordende burger is er meer aandacht voor duurzaamheid. Bedrijven willen een goed imago uitstralen door gebruik te maken van energiebesparende of energieneutrale technieken, maar minder energie- en materiaalverbruik leidt uiteraard ook tot verduurzaming. Sommige bedrijven voldoen reactief aan de duurzaamheidseisen door simpelweg te volgen wat de wet hen voordraagt, terwijl andere bedrijven voorlopers zijn. Deze toegenomen aandacht voor duurzaamheid betekent dat het onderhoudswerk verandert. De markt vraagt naast het uitvoeren van onderhoud aan haar assetbase om haar assets te verduurzamen én om machines te optimaliseren om zo min mogelijk energie te verbruiken. Tegelijkertijd moet de sector in haar eigen werkzaamheden met de juiste technieken en tools werken om haar eigen footprint (bijvoorbeeld materiaalverbruik en CO2-uitstoot) te verlagen. Het is mogelijk om van duurzaamheid een competitief voordeel te maken. Ten eerste kan het vooruitlopen op duurzaamheid ervoor zorgen dat er later minder grote investeringen hoeven te worden gedaan om aan veranderende wet- en regelgeving te voldoen. Daarnaast kan een focus op energiebesparing tot kostenbesparingen leiden. Ook is het voor bedrijven mogelijk zichzelf te profileren als voortrekker van de sector die op het gebied van duurzaamheid verder is dan zijn concurrenten. Dergelijke vormen van “issue-based marketing” komen steeds vaker voor en door een toegenomen bereik van (social) media landen dit soort concepten, mits juist uitgevoerd, vaak goed bij potentiële klanten. Denk hierbij bijvoorbeeld aan bedrijven die elektrische auto’s produceren. Zij maken gebruik van de duurzame eigenschappen van hun product of dienst om het beter te kunnen verkopen. Het Energieakkoord, het onderwerp van het visiedocument dit jaar, en de focus die het akkoord legt op de gebouwde omgeving, onderstreept de herkenbaarheid van deze

trend in de markt. Met het oog op compliance en maatschappelijk verantwoord ondernemen, maar ook de eisen van afnemers, wordt het voor onderhoudsbedrijven steeds crucialer om een actief duurzaamheidsbeleid te voeren en de ontwikkelingen op dit gebied in de sector nauwgezet te volgen.

(8) Juridisering van de maatschappij Met de toenemende juridisering van de Nederlandse maatschappij wordt het voor bedrijven steeds belangrijker hun assets goed te onderhouden en de juiste afwegingen te maken. De kosten van een juridische procedure kunnen immers zeer hoog zijn. Het is voor bedrijven dus belangrijk risico’s zoveel mogelijk in te perken. Hoewel het Nederlandse rechtssysteem geenszins een claimcultuur kent zoals die in Amerika, heerst er enige discussie in Nederland of de macht van consumenten niet moet worden vergroot door bijvoorbeeld het beter mogelijk maken van massaclaims13. In 2014 is er zelfs een wetsvoorstel ingediend om dit te faciliteren. Alhoewel bedrijven zich kunnen verzekeren tegen onverwachte schade, kunnen de kosten van een juridische claim hoog oplopen. Recent kwam een onderhoudsproject nog op de voorpagina’s, toen een brugdeel een kraan op een stel huizen deed omvallen in Alphen aan den Rijn. De juridische nasleep van dit incident om uit te vinden wie voor de kosten moet opdraaien zal jaren en vele euro’s in beslag nemen. Onderhoudsbedrijven moeten deze risico’s constant afwegen en in een verder juridiserende maatschappij wordt het belang van het inperken van deze risico’s steeds groter. (9) Focus op Life Cycle Costing (LCC) Het is belangrijk voor bedrijven de kosten van hun assets op een zo juist mogelijke manier in kaart te brengen. Life Cycle Costing is een methodiek die de financiële kosten en baten van een asset overzichtelijk maakt en neemt investeringskosten, beheeren onderhoudskosten en restwaarde in de

Het Onderhoudskompas -  21


berekening mee. Life Cycle Costing heeft als belangrijkste doel dat het onderhoudsbudget optimaal wordt benut. Bedrijven kunnen met Life Cycle Costing afwegen of een asset onderhouden moet worden of dat er een (her)investering moet worden gepleegd. Door gebruik te maken van LCC, kunnen investeringen en onderhoudskosten over de gehele levensduur van de asset beter worden geoptimaliseerd. Dit komt de planning van het onderhoud ten goede en draagt uiteindelijk bij aan een verhoogde Operational Excellence. Het is bij LCC belangrijk dat de levensduur van een asset zo nauwkeurig mogelijk wordt bepaald om fouten te voorkomen. Het is daarmee een wezenlijk onderdeel van Asset Management.

De laatste jaren stijgt de trend Focus op Life Cycle Costing gestaag. Die trend kan op meerdere manieren verklaard worden14: • Toenemende inflatie, waardoor het belangrijk is om kosten, die in de toekomst worden gemaakt, op de juiste manier terug te rekenen naar het heden (Net Present Value); • Budgetlimieten, die druk kunnen leggen op het onderhoud, waardoor het onderhoudsbudget over de gehele levensloop moet worden vastgesteld; • Hogere focus op kosteneffectiviteit, waarbij LCC kan helpen om onderhoud op een effectievere manier in te zetten; • Intensievere competitie, dat verdere druk legt op het kosteneffectief werken; • Dure assets, waarbij het bijvoorbeeld belangrijk is om de restwaarde in de markt na afschrijving mee te nemen in de berekeningen voor investeringen; • Verhoogde onderhoudskosten die organisaties met LCC onder controle willen brengen. LCC-technieken kunnen ook helpen bij het vergelijken van verschillende projecten, langetermijnplanning en budgettering, het selecteren van verschillende aanbieders, het monitoren van een lopend project, het

22 - Het Onderhoudskompas

vergelijken van logistieke concepten en de besluitvorming over de vervanging van verouderd materiaal.

(10) Behoefte aan uitbesteding Bedrijven eisen steeds meer specialistische kennis waar de asset owner niet zelf over beschikt. Door een toenemende complexiteit van assets worden de onderhoudstaken vaker uitbesteed. Uitbesteding is een manier om flexibiliteit te garanderen (bijvoorbeeld bij een toenemende groei in onderhoud verlangende assets) en vaste kosten en de bijbehorende risico’s hiervan verder te beperken. Bij het midden- en kleinbedrijf (mkb) is uitbesteding van de onderhoudstaken zeer belangrijk, maar ook voor grotere bedrijven kunnen de specialistische kennis, efficiency en flexibiliteit van andere organisaties van pas komen. Het resultaat hiervan is dat dienstverleners en onderaannemers vaker hun diensten kunnen aanbieden aan andere bedrijven. Asset owners krijgen te maken met een situatie waarin zij minder onderhoudspersoneel hebben. Echter, hierdoor neemt hun afhankelijkheid van derden wel toe. Recent heeft de gemeente Haarlem al haar werk boven- en ondergronds in de openbare ruimte uitbesteed aan slechts enkele bedrijven15. De gemeente heeft zelfs de audits op hun onderhoudstaken uitbesteed, wat ervoor zorgt dat zij geen directievoerders, toezichthouders en technisch beheerders meer in dienst heeft. Bij uitbesteding is het zeer belangrijk dat er afspraken worden gemaakt over het proces en daarnaast bepaalde KPI’s en prestaties worden vastgelegd in prestatiecontracten, zodat afspraken nagekomen worden en het vertrouwen aan beide kanten gewaarborgd blijft.


Referenties 1 McKinsey. 2010. This is the time to deliver on upstream operational excellence. http://www.mckinsey.com/insights/ energy_resources_materials/this_is_the_ time_to_deliver_on_upstream_operational_excellence 2 The Guardian. 2015. Moore’s law wins: new chips have circuits 10,000 times thinner than hairs. http://www.theguardian. com/technology/2015/jul/09/mooreslaw-new-chips-ibm-7nm 3 The Art of Management. 2015. Interne analyse ICT: Henderson en Venkatraman. http://123management.nl/0/010_strategie/a120_strategie_10_push_perspectief. html 4 Gallaugher, J. 2014. Information Systems: A Manager’s Guide to Harnessing Technology. 5 McKinsey. 2015. The Internet of Things: Mapping the Value Beyond the Hype. http://www.mckinsey.com/~/media/ mckinsey/dotcom/insights/business%20 technology/unlocking%20the%20potential%20of%20the%20internet%20of%20 things/unlocking_the_potential_of_the_internet_of_things_executive_summary.ashx 6 Gartner. 2014. Magic Quadrant for Energy and Utilities Enterprise Asset Management Software. 7 EUAbc. 2015. Number of laws. http:// en.euabc.com/word/2152 8 NRC. 2015. Timmermans: Onvoldoende onderzoek naar effect EU-wetgeving. http:// www.nrc.nl/nieuws/2015/05/19/timmermans-onvoldoende-onderzoek-naar-effect-van-eu-wetgeving/ 9  HSE. 2015.Managing ageing plant. http:// www.hse.gov.uk/offshore/ageing/ageingplant-summary-guide.pdf 10  Vadeo. 2015. Uitbesteden technisch beheer. http://www.vadeo.nl/uitbesteden%20 technisch%20beheer.pdf 11  HBR. 2012. Big data: the management revolution. https://hbr.org/2012/10/ big-data-the-management-revolution/ar 12  Cognizant. 2014. Using predictive analy-

tics to optimize asset maintenance in the http://www.cognizant.com/InsightsWhitepapers/using-predictive-analytics-to-optimize-asset-maintenance-in-the-utilities-industry-codex964.pdf 13  Financieel dagblad. 2014. Massaclaims zijn Amerka’s enige exportproduct dat jullie niet zouden moeten willen. http://fd.nl/ frontpage/economie-politiek/894720/ massaclaims-zijn-amerika-s-enige-exportproduct-dat-jullie-niet-zouden-moeten-willen 14  Dhillon, B.S. 2015. Life Cycle Costing. 15  Binnenlands Bestuur. 2015. Uitbesteden verandert werk voor ambtenaar. http:// www.binnenlandsbestuur.nl/ruimte-en-milieu/nieuws/uitbesteden-verandert-werk-voor-ambtenaar.9470027.lynkx

Het Onderhoudskompas -  23


TRENDS PER SECTOR Het NVDO Onderhoudskompas (en daarmee de verenigingsachterban), kent een aantal sectoren. De generieke Top Tien Trends laten per sector een eigen prioriteit zien. Infra (Weg, Water, Rail) De Infra sector wijkt met haar toptrends op een aantal punten af van de algemene toptrends. In de Infra sector staat Het gebruik van prestatiecontracten op nummer 1, gevolgd door Maatschappelijke behoefte aan een langetermijnvisie. Ook staat Focus op Life Cycle Costing binnen de top 5. Deze trends zijn met elkaar verbonden. Aangezien de downtime van infrastructurele assets een grote maatschappelijke en economische impact kan hebben, worden vaak prestatiecontracten gesloten in deze sector, bijvoorbeeld om wegen tijdens onderhoud zoveel mogelijk beschikbaar te houden. Rijkswaterstaat maakt bijvoorbeeld gebruik van prestatiecontracten, waarbij gesteld wordt dat dergelijke contracten de stabiliteit bevorderen1. Het gebruik van prestatiecontracten zorgt ervoor dat asset owners strenge eisen stellen aan de beschikbaarheid van hun assets en

24 - Het Onderhoudskompas

de kosten die gemaakt worden voor het onderhouden ervan. Dit roept de noodzaak op tot kosteneffectief onderhoud (Operational Excellence), maar ook zoveel mogelijk “uptime” van assets. Deze focus op de kosten en beschikbaarheid van assets over de gehele levensduur wordt versterkt door de behoefte die bedrijven hebben aan een langetermijnvisie op infra-assets. Life Cycle Costing en Het gebruik van grote hoeveelheden data voor predictief onderhoud (trend 4 en 5) kunnen hiervoor worden aangewend.

Manufacturing Op de eerste plek in manufacturing staat de Aanscherping van regelgeving en noodzaak tot compliance. Voor deze productiebedrijven is het van cruciaal belang dat de apparatuur voldoet aan strikte veiligheidseisen. Wanneer een asset niet voldoet aan veiligheidseisen, kunnen medewerkers bijvoorbeeld veel gevaar lopen. De meest afwijkende trend, ten


opzichte van de generieke trends - staat in de Manufacturing sector - is Focus op technologie en innovatie. In deze sector hebben nieuwe technologieën en innovaties meer impact op de kwaliteit of effectiviteit van het productieproces, zodat bedrijven genoodzaakt zijn om constant te innoveren om beter te zijn dan de concurrent. Voorbeelden hiervan zijn bedrijven als ASML en Philips die bij het produceren van hun technologieën constant innoveren. Manufacturingbedrijven verbeteren ook constant hun technologie op het gebied van robotica en sensoren, om het productieproces te optimaliseren. Manufacturing is dan ook de sector waar het meest verwacht wordt dat banen vervangen zullen worden door robots, zoals beschreven in het NVDO visiedocument van vorig jaar. Dit proces genereert op zijn beurt weer veel data. De sector is daarnaast sterk afhankelijk van conjuncturele ontwikkelingen, aangezien er soms grote investeringen moeten worden gedaan die in economisch slechtere tijden veelal uit worden gesteld.

Food, Beverage & Farma De opvallendste verschillen die Food, Beverage & Farma kent met andere sectoren zijn Schaarste aan technisch personeel en Juridisering van de maatschappij. Met name de juridisering van de maatschappij is zeer relevant voor deze sector, aangezien het gaat om levensmiddelen en medicijnen met de daarbij behorende gezondheidsrisico’s. Deze risico’s kunnen ontstaan door achterstallig of foutief onderhoud aan producerende assets.

Mede als gevolg hiervan kan de klant of consument overgaan tot juridische stappen. Deze bedrijven moeten dus constant rekening houden met de Aanscherping van regelgeving en noodzaak tot compliance (de trend op plaats 1). Daarnaast eisen consumenten meer en meer “traceability” van goederen, waarbij zij willen weten waar producten vandaan komen en hoe een levensmiddel tot stand is gekomen. De trend Schaarste aan technisch personeel heeft mogelijk te maken met de aankomende vergrijzingsgolf in de sector. Met een gemiddelde leeftijd van 45,42 ligt de leeftijd in deze sector het hoogst en het aantrekken van jonge werknemers kan dan ook een probleem zijn.

Procesindustrie De procesindustrie komt qua trends het meest overeen met de overall trends, met vier items in de top 5 die ook terug te vinden zijn in de algemene top 5. De enige trend die niet in de algemene top 5 is terug te vinden is Behoefte aan uitbesteding, op plaats 5. In de procesindustrie lijkt uitbesteding dus nog meer dan in andere sectoren gebruikelijk te zijn. De Aandacht voor Operational Excellence en compliance is goed

Het Onderhoudskompas

-

25


te verklaren bij bijvoorbeeld de olie- en gassector. De olieprijs is de laatste tijd erg laag en dit leidt tot hoge kostendruk binnen deze sector. Operational Excellence kan daarbij helpen. Compliance speelt in deze sector ook een grote rol. Ten eerste omdat bedrijven constant moeten afwegen of hun activiteiten voldoen aan wetgeving en strenge milieueisen, zoals Shell dat op de Noordpool wil gaan boren naar olie3. Daarnaast wordt regelgeving als gevolg van verschillende kleinere en grotere incidenten constant aangescherpt. Ook heeft deze sector te maken met verouderende assets, aangezien de grote investeringen om deze te vervangen zijn uitgesteld tijdens de economische crisis en er sprake was van life-time extension.

Onroerend Goed In de Onroerend Goed sector (woningbouw niet meegenomen) staan Behoefte bij afnemers aan totaaloplossingen en Het belang van onderscheidend vermogen voor afnemers respectievelijk op plaats 1 en 2. Afnemers van gebouwbeheeroplossingen zoeken dus meer dan in andere sectoren naar bedrijven die een totaalpakket aan diensten kunnen aanbieden voor hun assetmanagement en die een onderscheidend vermogen hebben van de competitie. Deze trends worden gedreven doordat asset managers steeds meer een focus hebben op het primaire proces. Alles wat met onderhoud te maken heeft wordt bijna als bijzaak gezien. Om niet met meerdere partij-

26

-

Het Onderhoudskompas

en om de tafel te hoeven zitten, wil men daarom naar één aanbieder die alle oplossingen in huis heeft. Het is daarom belangrijk dat deze partijen zich kunnen onderscheiden. In een tijd waarin de assets steeds complexer worden is dit steeds belangrijker. Een voorbeeld hiervan is de verdere groei van “smart buildings” die steeds meer over sensoren en data beschikken. Afnemers willen graag één partij hebben die deze data beheert en daarop kan inspelen om zo eventuele problemen snel en adequaat op te lossen. Referenties 1 Rijkswaterstaat. 2015. Prestatiecontracten. https://www.rijkswaterstaat.nl/ zakelijk/zakendoen-met-rijkswaterstaat/ werkwijzen/werkwijze-in-gww/contracten-gww/prestatiecontracten.aspx 2 NVDO. 2015. Onderhoudskompas 2015. 3 De Correspondent. 2015. Waarom wil Shell zo graag boren op de noordpool? https:// decorrespondent.nl/2863/Waarom-wilShell-zo-graag-boren-op-de-Noordpool/315528367-1cdd38ab


UW KOERS DOOR HET NVDO ONDERHOUDSKOMPAS 2015 In dit generieke deel van het NVDO Onderhoudskompas brengt Europa’s grootste onderhoudsvereniging uit Houten de belangrijkste feiten en cijfers van de Nederlandse onderhoudsmarkt in kaart. Om de concurrentiepositie te behouden, dan wel te vergroten, is het van belang om een duidelijk beeld te hebben hoe de onderhoudsmarkt opereert. Met het Onderhoudskompas geeft de NVDO een beeld over hoe de Nederlandse onderhoudssector ervoor staat.

I

n het Onderhoudskompas 2015 zijn de feiten en cijfers opgedeeld in drie categorieën: Markt, Personeel en Prestatie.

Markt De Nederlandse onderhoudsmarkt loopt horizontaal door de verschillende sectoren heen. Kengetallen over de breedte van de industrie zijn vrijwel niet beschikbaar. Door gegevens per sector te analyseren en samen te voegen, geeft het Onderhoudskompas wél een waardevol inzicht in de volledige onderhoudssector in Nederland. Personeel

Naast inzichten in de markt en haar prestaties, biedt het Onderhoudskompas ook zicht op de personele zaken van de onderhoudssector. Daarnaast wordt ingegaan op het functiehuis. Er is een generiek functiehuis voor de onderhoudssector opgesteld met daarin verschillende rollen, bijbehorende ervaring, opleidingsniveau en een gemiddeld salaris. Een waardevol overzicht waarmee de sector een eenvoudig en handig overzicht krijgt van de meest voorkomende functies binnen Asset Management, waarvan Beheer en Onderhoud zo’n wezenlijk onderdeel uitmaakt.

Prestatie Voor het derde jaar op rij is de NVDO-achterban gevraagd naar feiten en cijfers over de prestatie van hun onderhoudsorganisatie. Deze cijfers kunnen voor onderhoudsprofessionals dienen als een benchmark voor bijvoorbeeld de prestatie van hun assets en van hun onderhoud. In de Suto Benchmark “Prestatiemanagement” worden deze feiten en cijfers verder uitgediept in samenwerking met technische universiteiten. In “Het Kompas” wordt onderscheid gemaakt tussen vier rollen: de asset owner, de adviseur/inspecteur, de onderaannemer en de dienstverlener.


FEITEN EN CIJFERS VAN DE ONDERHOUDSMARKT Introductie Markt

In de Nederlandse onderhoudsmarkt gaat tussen de 29 en 34 miljard euro om, zo’n 4 procent van het Bruto Binnenlands Product (BBP). De totale sector biedt werkgelegenheid aan 265.000 tot 310.000 onderhoudsprofessionals. Daarmee is ongeveer 4 procent van de werkzame bevolking in Nederland actief in de onderhoudssector.

B

edrijven spenderen gemiddeld 5% van hun omzet aan onderhoud. Hierbij wordt er in de Manufacturing sector relatief het meeste uitgegeven aan onderhoud, terwijl de Procesindustrie relatief het minste uitgeeft. Het vertrouwen in de onderhoudssector is hoog. Alle sectoren geven een omzetgroei aan ten opzichte van vorig jaar, gemiddeld met 4%. Daarnaast denkt 81% van de respondenten dat de onderhoudssector in het komende jaar verder zal groeien. Dit is in lijn met recente cijfers van het CPB1, dat na de vertoonde positieve signalen van de Nederlandse economie in 2015 voor 2016 een positieve raming heeft gegeven wat betreft de groei van het BBP en andere economische factoren.

28 - Het Onderhoudskompas

Ratio Onderhoudsbudget t.o.v. omzet moederbedrijf (%)

Markt – Onderhoudsuitgaven • Bedrijven spenderen gemiddeld 5% van hun omzet aan onderhoud. • In de Manufacturing sector gaat t.o.v. de totale omzet het meeste budget naar onderhoud. Dit relatief hoge budget kan worden verklaard doordat de focus op technologie en innovatie een belangrijke trend is binnen Manufacturing. Dit betekent dat er steeds complexere onderhoudswerkzaamheden aan de assets plaats moet vinden.


• De Procesindustrie heeft met 2% het laagste onderhoudsbudget. Binnen deze sector is de focus op Operational Excellence de belangrijkste trend. Er is dus een zeer sterke focus op kostenefficiëncy. • *Voor de sectoren Fleet en Overig was te weinig betrouwbare data beschikbaar om een duidelijk beeld te geven.

Markt – Groei • In elke sector vindt er een groei in omzet plaats, gemiddeld met 4%. Met name Onroerend Goed groeit hard. Een mogelijke verklaring is het aantrekken van de woningmarkt en de stijging van huizenprijzen. Deze zijn afgelopen jaar met 4% gestegen2. • De investeringen in wegvervoer zijn ook toegenomen4. • Van dit onderhoudsbudget wordt circa 79% daadwerkelijk aan onderhoudswerkzaamheden besteed, de rest is bestemd voor overheadkosten. • Over alle sectoren denkt 81% van de respondenten dat de onderhoudsmarkt zal groeien, wat vergelijkbaar is met vorige jaren. • Het grootste vertrouwen in groei heerst in de Manufacturing sector (95%). Dit is een forse stijging met de voorgaande jaren waar de verwachting dat er groei plaats zou vinden zo’n 70-75% was.

Gerealiseerde groei 2014-2015 (% groei in omzet)

% respondenten dat denkt dat de onderhoudsmarkt zal groeien (% respondenten dat ‘ja’ antwoordt) • Na een flinke daling van het vertrouwen in groei in 2014, lijkt het vertrouwen in groei dit jaar in de Food, Beverage & Farma sector weer terug te zijn. Dit kan komen doordat de online verkoop in deze sector een gestaagde groei laat zien, waardoor er meer geproduceerd wordt4.

INTRODUCTIE PERSONEEL

Na een grote daling vorig jaar in het aantal flexibele arbeidskrachten (9%), is er dit jaar weer een stijging te zien naar 16%. Wellicht kan dit worden verklaard door de aantrekkende economie en onderhoudsmarkt, waardoor bedrijven snel en flexibel veel nieuwe arbeidskrachten nodig hebben. Flexwerken en parttime werken wordt ook populairder. Het gebruik van flexibele contractvormen stijgt in absolute aantallen. Als we kijken naar de relatieve verschuivingen, dan zien we dat het aantal uitzendkrachten (ten opzicht van ZZP’ers en tijdelijke contacten) iets daalt, het aandeel ZZP’ers gelijk blijft en de tijdelijke contracten stijgen. Opvallend is dat dit jaar het aantal HBO’ers dat bij onderhoudsorganisaties werkt sterk toeneemt, terwijl MBO 1+2 afneemt. Door een mogelijk verdringingseffect en minder vraag naar het middensegment van opleidingen en meer aanbod van afgestudeerde HBO’ers, vervullen HBO’ers taken die normaal door MBO

Het Onderhoudskompas -  29


Verdeling medewerkers o.b.v. opleidingsniveau

Het niveau waarop bedrijven problemen verwachten met het binden van personeel

3+4 worden gedaan, en MBO 3+4 vervult taken die normaal door MBO 1+2 worden gedaan. De verwachting is dat de vraag naar MBO’ers verder zal afnemen, terwijl de vraag naar hoger opgeleiden sterker zal worden. Deze hoogopgeleiden vervullen vaak banen waar veel analytische vaardigheden voor nodig zijn, zoals het omgaan met data of procesoptimalisatie. Deze vaardigheden worden steeds belangrijker in de sector. Personeel – Opleiding en binding personeel • In deze grafieken is een beeld te zien dat meer HBO’ers de markt op komen, die mogelijk banen van MBO’ers vervullen. Een groei in studenten HBO-techniek weerspiegelt dit beeld 5. Daarnaast is er bij sommige bedrijven sprake van een kwaliteitsupgrade van de Technische Dienst, wat gereflecteerd wordt in de toenemende vraag naar WO’ers en de toename in het aantal HBO’ers in het personeelsbestand. • De vraag naar MBO 3+4 studenten neemt af, hoogstwaarschijnlijk omdat HBO’ers deze functies overnemen. De analytische vaardigheden van WO studenten worden echter steeds belangrijker, dus ook deze vraag neemt toe6. 30 - Het Onderhoudskompas

• Asset owners hebben met name een MBO 3+4 of HBO opleiding. • Adviseurs en inspecteurs hebben hoofdzakelijk een HBO/WO opleiding genoten. • Bij dienstverleners is een verschuiving zichtbaar. Voorheen was het opleidingsniveau hoofdzakelijk MBO, nu is dat ook HBO Bij Onderaannemers zijn vooral werknemers met een MBO 3+4 opleiding werkzaam.

Gemiddeld opleidingsniveau per rol


Overzicht van behoefte aan kennis Personeel – Kennis • Zoals gebruikelijk in de voorgaande jaren, hebben organisaties de meeste behoefte aan technische kennis. Dit aantal groeit dit jaar weer licht tot 25%. • Kennis van innovatie en technologische ontwikkelingen neemt de 2de plaats in en groeit dit jaar licht. • Waar behoefte aan kennis van projectmanagement licht afneemt stijgt de behoefte aan strategische kennis juist, wat duidt op een verlangen naar strategische focus van de onderhoudsorganisatie.

Personeel – Samenwerking bij werving en scholing • De trends van meer samenwerking die te zien waren in vorige jaren zetten zich door. Elk bedrijf dat geconsulteerd is gaf zelfs aan open te staan voor samenwerking met onderwijsinstellingen en kenniscentra. Ook de overheid heeft de ambitie om opleidingen meer aan te laten sluiten op het bedrijfsleven in de techniek7. • Daarnaast willen steeds meer bedrijven samenwerken met collega-bedrijven bij de werving van nieuw personeel.

Bereidheid tot samenwerking (%)

Personeel – Verdeling medewerkers • Na een constant neerwaartse trend vanaf 2012, lijkt het aantal vrouwen in de onderhoudssector weer aan te trekken. In het algemeen gaan meer vrouwen de arbeidsmarkt op8 en kiezen meer vrouwen voor opleidingen in de techniek9. • Het aantal flexibele arbeidskrachten fluctueert over de jaren heen. Dit jaar zit dit aantal op een hoog punt. Landelijk blijft het aantal flexibele arbeidskrachten ook stijgen10. • Er vond een groei in het aantal werknemers van 2,4% t.o.v. vorig jaar plaats. Deze groei is groter dan landelijk waar de verwachte groei van 2014 tot 2015 0,5% extra banen is11. • De gemiddelde leeftijd van werknemers is 44 jaar, hetgeen elk jaar schommelt tussen de 40 en 45 jaar. Tevens in lijn met de landelijke gemiddelden. Qua leeftijd wijkt de onderhoudssector dus weinig af van andere sectoren.

Aandeel vrouwen en flexibele krachten (%) Het Onderhoudskompas -  31


Gebruik van flexibele arbeidskrachten (% van totaal personeel) Personeel – flexibele arbeidskrachten • Het gebruik van tijdelijke contracten is weer toegenomen in 2015 en ongeveer 5% van de flexibele arbeiders werkt via een tijdelijk contract (33% van het flexibele personeel). De helft van de ondervraagden verwacht een verdere groei van dit type contract. • Het aandeel ZZP’ers in flexibele werkvormen blijft nagenoeg constant, maar het absolute aantal stijgt. Ongeveer de helft (46%) van de ondervraagden geeft aan een groei te verwachten in ZZP’ers. Landelijk groeit het aantal ZZP’ers sinds 2003 constant12. • Het aandeel uitzendkrachten van de flexibele werknemers daalt na een stijging in 2014. Door de stijging in flexibel werk stijgt het gebruik van deze contracten wel in absolute zin. Slechts 22% van de ondervraagden verwacht voor komend jaar een groei in dit type contract. Personeel – eisen • 71% van de respondenten denkt dat de eisen aan technisch geschoold personeel zullen toenemen, slechts 4% denkt dat deze eisen niet gaan toenemen. • In Onroerend goed stellen meer respondenten dat de eisen met name zullen veranderen (38%). • 83% van de medewerkers in onderhoudsorganisaties is technisch geschoold. • 67% van de ondervraagden denkt voldoende technisch geschoold personeel te kunnen binden aan de organisatie.

32 - Het Onderhoudskompas

Veranderingen eisen aan technisch geschoold personeel

Personeel – Vacatures, stageplekken, uitstroom en ziekteverzuim • Per 100 medewerkers staan er in bedrijven gemiddeld 2 vacatures open en worden er 3 stageplekken aangeboden. • Het ziekteverzuim is in het afgelopen jaar gedaald naar 3,1%, na een piek van vorig jaar. Ook landelijk is dit percentage naar het laagste punt sinds 1996 gedaald: 3,8%13. De onderhoudssector zit daar ruim onder.


Flex- en part-time werken (%)

Ziekteverzuim (%)

Ziekteverzuim per sector*

Personeel – Flexibele arbeid • Er is een scherpe daling te zien van het aantal bedrijven dat geen enkel type van flexibele arbeid (flexwerken en parttime werken) aanbiedt. Deze bedrijven zijn bieden nu de mogelijkheid om parttime te werken of zelfs om zowel flex- als parttime te werken. • De trend van meer parttime werk zet zich dan ook door en ook het aantal bedrijven dat beide regelingen aanbiedt neemt toe. In bedrijven die alleen flexwerken aanbieden is slechts een lichte stijging te zien.

Personeel – verwachte schaarste • De functie waarbij de meeste schaarste wordt verwacht is reliability engineer. Dit is in lijn met de vraag die er heerst naar de grote vraag die nog steeds heerst naar HBO’ers en de toegenomen vraag van WO’ers, aangezien reliability engineers vaak een HBO/WO opleiding hebben gevolgd. Daarnaast verwachten bedrijven in de toekomst een probleem te hebben met het werven van monteurs/technici. Vaak zijn dit MBO’ers en hoewel de verwachte schaarste van MBO’ers licht afneemt, neemt MBO 3+4 nog steeds nog steeds de eerste plek in wat betreft verwachte schaarste. • Minder problemen worden verwacht wat betreft administratieve support, supervisors en management.

Verwachtte schaarste per functie Het Onderhoudskompas -  33


INTRODUCTIE PRESTATIE

Net zoals voorgaande jaren gaat het meeste budget in de onderhoudssector naar preventief onderhoud. Echter, daar waar predictief onderhoud vorig jaar in opkomst was, daalt het relatieve budget van deze vorm van onderhoud, net als bij correctief en preventief onderhoud. De relatieve groei van vervangend onderhoud is hiervoor verantwoordelijk. Ondernemers hebben weer vertrouwen in de economie gekregen en durven weer investeringen te doen om hun sterk verouderde asset base, één van de belangrijkste trends van dit jaar, te vervangen. De gemiddelde leeftijd van deze assets is 27 jaar. Organisaties geven gemiddeld 6% van hun budget uit aan innovaties. Uit de data valt te zien dat vooral in Fleet en Manufacturing veel gebruik wordt gemaakt van procesinnovaties. In Food, Beverage & Farma wordt ook veel geïnnoveerd. De meeste respondenten vinden dat de asset owner de primaire aanjager moet zijn van innovaties binnen de onderhoudsorganisatie. Echter, het is vaker dan verwacht de dienstverlener of adviseur die het aanjagen van innovaties op zich neemt. Als deze resultaten worden uitgesplitst op rol, is het opvallend om te zien dat dienstverleners vaker verwachten dat de asset owner de primaire aanjager van innovatie zou moeten zijn dan zijzelf (42% vs. 39%), maar dat zij het idee hebben dat zij veel vaker de daadwerkelijke aanjager zijn van innovatie (51% vs. 31 %). Ook bij adviseurs leeft dit beeld. Asset owners zelf verwachten minder van dienstverleners dat zij de aanjager zijn van innovatie (26%), maar vinden dat dienstverleners dit nog minder vaak doen dan van hen wordt verwacht (11%).

• Ten opzichte van 2014 zijn er geen grote veranderingen in de verdeling van het onderhoudsbudget.

Verdeling onderhoudsmedewerkers (%)*: • De stijgende lijn die de verdeling naar vervangend budget inzette in 2014 wordt doorgezet, vermoedelijk is dit een gevolg van de trend van een ouder wordende assetbase. • Landelijk stijgen de investeringen in onderhoud volgens het CBS. De investeringen met een motief van vervanging stijgen sterk en zijn ook de voornaamste reden van investering14. • Ook in het aantal FTE’s daalt het gebruik van predictief onderhoud licht. • Er werken dit jaar t.o.v. vorig jaar meer medewerkers aan correctief onderhoud, terwijl het aantal medewerkers op preventief onderhoud daalt.

Prestatie – Verdeling onderhoudsbudget en FTE

Verdeling onderhoudsbudget (%)

Verdeling onderhoudsbudget (%)*: 34 - Het Onderhoudskompas

• Qua onderhoudsbudget gaat het meeste budget op aan preventief onderhoud, behalve bij Food, beverage & farma, waar het meeste wordt gespendeerd aan correcties. • Onroerend goed heeft een relatief hoog percentage vervangend onderhoud in het


budget. Ook Infra maakt hier meer gebruik van, wat kan komen doordat Infra assets gemiddeld de kortste levensduur hebben (zie gemiddelde leeftijd assets).

Verdeling FTE (%)

Asset ongepland niet beschikbaar (%)*:

• De trend van FTE’s volgt die van het budget grotendeels. • Bij Fleet wordt er ongeveer evenveel man ingezet op correctief en preventief onderhoud, maar veel meer FTE’s ingezet voor correctief onderhoud. Prestatie – Beschikbaarheid assets

• Ook de tijd dat assets ongepland niet beschikbaar zijn ligt 1% hoger dan vorig jaar. • In Manufacturing komt ongeplande niet beschikbaarheid van assets het meest voor. * Voor Infra, Fleet en Onroerend Goed was te weinig betrouwbare data beschikbaar om een duidelijk beeld te geven.

Asset gepland niet beschikbaar (%)*:

Gemiddelde leeftijd van de assets (in jaren)*

• Assets zijn over het algemeen zo’n 5% van de tijd gepland niet beschikbaar. Dit percentage ligt 1% hoger dan het percentage van vorig jaar • Vooral in de Procesindustrie komt het vaker voor dat assets gepland niet beschikbaar zijn, terwijl bij Food, Beverage & Farma het minste percentage van de tijd gepland onderhoud wordt gepleegd

• De gemiddelde leeftijd van assets is het hoogst in de Food, Beverage & Farma en Manufacturing sectoren. Bij Infra hebben de assets over het algemeen de kortste looptijd. * Voor Fleet was te weinig betrouwbare data beschikbaar om een duidelijk beeld te geven.

Prestatie – Leeftijd assets

Het Onderhoudskompas -  35


Prestatie – Innovatie

wacht wordt. Dit is mogelijk omdat zij zich goed in de markt willen positioneren en een voortrekkersrol willen vervullen. • Onderaannemers hebben weinig te maken met het aanjagen van innovatie en dit wordt ook beperkt van hen verwacht. Prestatie – Contracten met onderaannemers

Uitgave innovatie als percentage van het onderhoudsbudget (%) • Bedrijven geven gemiddeld zo’n 6% van hun budget uit aan innovatie, wat 1% hoger ligt dan vorig jaar. Vooral Fleet, Manufacturing en Onroerend Goed hebben relatief een hoog innovatiebudget t.o.v. het gemiddelde. • Bij Fleet en Manufacturing zijn dit veelal procesinnovaties, terwijl bij Food, Beverage & Farma ongeveer evenveel productals procesinnovaties worden gedaan.

Gebruik van nieuwe product-/proces-innovaties in de onderhoudsorganisatie (#) • Er is een groot verschil te zien in de perceptie van wie de aanjager van innovatie zou moeten zijn en wie de innovaties daadwerkelijk aanjaagt. • Van asset owners wordt voornamelijk verwacht dat zij de aanjager zijn, maar zij doen dit in werkelijkheid minder dan verwacht. • Vooral dienstverleners en adviseurs pakken deze rol vaker op dan dat van hen ver-

36 - Het Onderhoudskompas

• Slechts 5%, wat nog minder is dan vorig jaar, geeft aan tevreden te zijn en ook te overwegen meer uitvoerend werk uit te besteden. Wel geven dit jaar meer respondenten (21%) aan te overwegen om meer regeltaken uit te besteden. Dit brengt het totaal aantal respondenten dat tevreden is op slechts 26%, tegenover in totaal 53% dat aangeeft niet tevreden te zijn over lopende contracten. • Veruit de meeste bedrijven van de ontevreden groep (42% van het totaal) geven aan dat zij niet tevreden zijn over de lopende contracten met (onder)aannemers, omdat de bewaking c.q. aansturing teveel tijd kost. 11% is ontevreden omdat targets niet worden behaald. • 47% van de bedrijven stelt dat de huidige contracten de bedrijfsstrategie niet ondersteunen. Dit is meer dan vorig jaar. Hiervan geeft het merendeel (42%) van de respondenten aan dat dit komt, omdat wederzijdse belangen niet altijd gelijk gestemd zijn. Bedrijven zijn dus vaak niet tevreden over de aansluiting van contracten met de strategie en weten niet hoe zij kunnen zorgen voor gelijkwaardige belangen. • Van de 53% die wel vindt dat de huidige contracten met onderaannemers de bedrijfsstrategie ondersteunen, stelt het merendeel (32%) dat de onderhoudstargets


Mate van sturing op Life Cycle kosten (%):

Drijfveer voor onderhoud (%):

bij worden gesteld aan de bedrijfsdoelen. 21% stelt dat de contracten van KPI’s worden voorzien.

Prestatie – Life Cycle kosten en drijfveer onderhoud • Het aantal bedrijven dat zegt niet bekend te zijn met de Life Cycle kosten methodiek is dit jaar hoger en komt uit op 19%. • Eén op de tien bedrijven zegt de methodiek volledig toe te passen. Twee op de tien bedrijven gebruikt de methodiek om financiële risico’s te beperken. Life Cycle kosten worden door drie op de tien gebruikt om de levensduur van assets te bepalen. • Net als in de voorgaande jaren blijft echter het verhogen van de beschikbaarheid van assets de voornaamste drijfveer voor onderhoud met 45%. Deze drijfveer groeit dit jaar zelfs licht. • De drijfveren voor onderhoud laten dit jaar een interessante ontwikkeling zien. De motieven in 2013 en 2014 veranderden nauwelijks, maar dit jaar is er wel een duidelijke verandering te zien. Aan de respondenten werd gevraagd of zij aan konden geven wat de belangrijkste drijfveer voor onderhoud is. Een verminderde investeringsruimte is nu, na het verhogen

van de beschikbaarheid van assets, de belangrijkste drijfveer. 24% geeft nu aan dat een verminderde investeringsruimte de belangrijkste drijfveer van onderhoud is, terwijl dit percentage voor kostenbesparing (20%) en het verhogen van veiligheid (11%) omlaag is gegaan.

Referenties 1  CPB. 2015. Kerngegevenstabel cMEV 20132016. http//www.cpb.nl/sites/default/files/ cijfer/kerngegevenstabel-plus-koopkrachttabel-concept-macro-economische-verkenning-2013-2016/uitgebreide-kerngegevenstabel-cmev-2013-2016.pdf 2  ABN Amro. 2015. Visie op makelaars in onroerend goed. https//insights.abnamro. nl/visie-op-sector/2015/makelaars-onroerend-goed/ 3  CBS. 2015. Investeringen groeien, vooral die in woningen en vrachtauto’s. http//www.cbs.nl/nl-NL/menu/themas/ bedrijven/publicaties/artikelen/archief/2015/2015-06-19-m17.htm Het Onderhoudskompas -  37


Rabobank. 2014. Groeien buiten de gebaande paden. https//www.rabobank. nl/images/augustus_thema_update_ food_29672663.pdf 5  Vereniging Hogescholen. 2015. Opnieuw kiezen meer studentes voor hbo techniek http//www.vereniginghogescholen. nl/persberichten/1585-opnieuw-kiezen-meer-studentes-voor-hbo-techniek 6  CPB. 2015. Baanpolarisatie in Nederland. http//www.cpb.nl/publicatie/baanpolarisatie-in-nederland 7  Rijksoverheid. 2015. Rijksoverheid verbindt onderwijs en bedrijfsleven. https// www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/ondernemen-en-innovatie/inhoud/rijksoverheid-verbindt-onderwijs-en-bedrijfsleven 8  CBS. 2015. Meer werkende vrouwen op de arbeidsmarkt. http//www.cbs.nl/nl-NL/ menu/themas/arbeid-sociale-zekerheid/ publicaties/artikelen/archief/2015/ meer-werkende-vrouwen-op-de-arbeidsmarkt.htm 9  Vereniging Hogescholen. 2015. Opnieuw kiezen meer studentes voor hbo techniek http//www.vereniginghogescholen. nl/persberichten/1585-opnieuw-kiezen-meer-studentes-voor-hbo-techniek 10  CBS. 2015. Sterke toename flexwerk. http//www.cbs.nl/nl-NL/menu/themas/ arbeid-sociale-zekerheid/publicaties/ artikelen/archief/2015/sterke-toename-flexwerk.htm 11  UWV. 2015. Herstel arbeidsmarkt zet door in 2015-2015. http//www.uwv.nl/overuwv/pers/persberichten/2015/herstel-arbeidsmarkt-zet-door-in-2015-2016.aspx 12 CBS. 2015. Sterke toename flexwerk. http//www.cbs.nl/nl-NL/menu/themas/ arbeid-sociale-zekerheid/publicaties/ artikelen/archief/2015/sterke-toename-flexwerk.htm 13 CBS. 2015. Ziekteverzuim op laagste punt sinds 1996. http//www.cbs.nl/nl-NL/ menu/themas/arbeid-sociale-zekerheid/ publicaties/artikelen/archief/2015/ziekteverzuim-op-laagste-punt-sinds-1996. htm 4 

38â&#x20AC;&#x192;-â&#x20AC;&#x192;Het Onderhoudskompas

14

CBS Statline. 2015. Investeringen door bedrijven in de industrie; verwachtingen en motieven http//statline.cbs.nl/StatWeb/ publication/?VW=T&DM=SLNL&PA=80728NED&LA=NL


CAN YOUR REPUTATION BECOME OUR RESPONSIBILITY? Vinçotte Nederland levert als onafhankelijke inspectieen keuringsinstelling diensten op het gebied van veiligheid, kwaliteit en milieu, zoals Niet-destructief onderzoek en inspecties. Onze expertise omvat onder meer de controle van de integriteit van constructies, installaties, machines, apparaten en gebouwen en diensten rond arbeidsomstandigheden. Projecten die wij o.a. uitvoeren zijn de inspecties tijdens de nieuwbouw van energiecentrales en LNG terminals, stops op chemische plants en raffinaderijen en diverse projecten als onderaannemer voor De Nederlandse Gasunie voor NDO bij aanleg en modificaties van het ondergrondse hoge druk leidingnetwerk. Bij Vinçotte Nederland werken meer dan 100 technische deskundigen. Naast de hoofdvestiging te Breda hebben we ook kantoren te Rotterdam, Terneuzen en Akersloot én logistieke steunpunten in het hele land. Vinçotte Nederland maakt deel uit van de internationale groep Vinçotte, die met zijn meer dan 2500 medewerkers een kenniscentrum vormt en wereldwijd in 17 landen vestigingen heeft. Vinçotte Nederland is uw partner gedurende elke fase van uw project en voor elk onderdeel van uw installatie. Onze diensten ondersteunen u vanaf het ontwerp tot de gebruiksfase. Samen voegen we waarde toe aan uw project, uw mensen en uw installaties.

U mag gerust zijn. Vinçotte vinkt het voor u af.

Veiligheid, kwaliteit en milieuvriendelijkheid Met onze inspecties, testing, certificatie en opleidingen bieden wij alle oplossingen onder één dak om u en uw omgeving veiligheid, duurzaamheid en kwaliteit te garanderen en te zorgen dat uw investeringen renderen.

vincotte.nl // follow us on

YOUR REPUTATION IS MINE.


MC2015-017

Stop energieverlies Verbeter uw concurrentievermogen op lange termijn door uw energieverbruik te monitoren en daar waar mogelijk besparingen te realiseren. Endress+Hauser helpt met alles betreffende energieverbruik. Als een toonaangevende, wereldwijde full-range leverancier, bieden wij alles wat u nodig heeft om volledig voordeel te halen uit uw potentiĂŤle energiebesparing: van nauwkeurige meetinstrumenten met datatransmissie tot softwarepakketten voor het analyseren en evalueren van de energiestromen. www.nl.endress.com/ems

Endress+Hauser BV Postbus 5102 1410 AC Naarden

Tel: (035) 695 86 11 info@nl.endress.com www.nl.endress.com


KENNIS MOET JE OOK ONDERHOUDEN. • Hoeveel onderhoud is juist genoeg? • Kunnen we met de onderhoudsfunctie geld verdienen? • Hoeveel kan onderhoud bijdragen aan het bedrijfsresultaat? • Wat is Excellent Onderhoud en hoe geef ik dit vorm?

DEZE OPLEIDIN ZIJN IN TE BR GEN IN DE NIEUWE ENGEN BA WERKTUIGBO CHELOR UWKUNDE DEELTIJD.

INFORMEER!

EXTRA START 2016 MEDIO APRIL OLOGIE H C TE N ONDERHOUDS EEN. G IN HOO EV

INFORMEER!

WAARDECREATIE DOOR GOED ONDERHOUD Een onderhoudsopleiding bij Hogeschool Utrecht helpt u in uw eigen bedrijf de antwoorden te vinden op deze vragen. In de afgelopen jaren zijn vele mooie resultaten en forse besparingen bereikt bij de deelnemende bedrijven. Door de brede scope op zowel Materiaalkunde, Engineering, Inspectie als Onderhoud bieden onze opleidingen op het gebied van Onderhoud precies die (integrale) kennis die nodig is om verder te kunnen kijken dan het eigen vakgebied, en daardoor aantoonbaar betere resultaten te boeken. • Post-MBO Onderhoudstechniek (OTK) • Post-HBO Onderhoudstechnologie (OT) • Post-HBO Onderhoud en Management (OM) • Master of Engineering in Maintenance & Asset Management

Start 5 oktober 2016 Start 6 oktober 2016 Start 6 oktober 2016 Start februari/september

Alle genoemde opleidingen kunnen naar wens in-company (op maat) verzorgd worden. Informeer naar de mogelijkheden. Meer weten? Bel 088 481 88 88, mail naar info@cvnt.nl of kijk op www.cvnt.nl.

ER VALT NOG GENOEG TE LEREN


Koerst u op uw kompas of intuĂŻtie?

Good Practice Asset Management info.dimensys.nl/goodpractice


FUNCTIEHUIS Met het functiehuis geeft de NVDO een representatief beeld van hoe een typische onderhoudsorganisatie eruitziet. Het is geenszins een aanzet van hoe een onderhoudsorganisatie eruit zou moeten zien; elke organisatie is anders en heeft een eigen optimale verdeling.

D

it generieke functiehuis, met daarbij een beschrijving van de functies, stelt ons echter wel in staat een overzicht te geven van een generieke onderhoudsorganisatie en daarbij enkele interessante cijfers te tonen; de gemiddelde procentuele verdeling, het gemiddelde salaris en het gemiddelde aantal ervaringsjaren per functie. Er zijn vier verschillende niveaus geïdentificeerd; uitvoerend, operationeel, tactisch en strategisch. Hierbinnen zijn tien rollen geplot; management, reliability engineer, maintenance planner, mechanical engineer, administrative support, supervisor, electrical engineer, proces en operations engineer, automatisation engineer en monteur/technicus. De rollen zijn niet strikt gescheiden tussen de niveaus. Zo heeft de maintenance planner, naast tactische, ook operationele taken en de mechanical-, electrical- en automatisation engineer, naast operationele, ook uitvoerende taken. Als toevoeging op het generieke functiehuis, treft u tevens een verdieping op een aantal specifieke functies die onder de tien uitgelichte rollen vallen.

44 - Het Onderhoudskompas

Strategische functies Management Managementfuncties zijn gericht op hiërarchisch leidinggeven aan medewerkers binnen het desbetreffende vakgebied. Asset manager De asset manager bepaalt de strategie van het onderhoud en het gewenste onderhoudsniveau en zorgt ervoor dat assets zo optimaal mogelijk presteren. De asset manager is verantwoordelijk voor de langetermijnplanning en budgettering wat betreft de assets en is belangrijk in het bepalen om al dan niet te investeren in nieuwe apparaten of life-time extension toe te passen. Hij zorgt er daarnaast voor dat assets up-to-date zijn met nieuwe technologieën en wet- en regelgeving via programmamanagement en stelt risicoprofielen op. Technisch manager Zoals veel leidinggevende en coördinerende functies is technisch manager een beroep dat bij verschillende organisaties op geheel verschillende manieren ingevuld wordt. Echter betreffen de werkzaamheden altijd technische aangelegenheden. De taken zullen voornamelijk bestaan uit het bepalen van


beleid en het controleren van de uitvoering daarvan. Er zijn weinig bedrijven die een technisch manager an sich in dienst hebben. In veel gevallen zal het gaan om vergelijkbare functies met andere titels, zoals technical sales manager, technologie- en innovatiemanager, manager techniek, manager technische dienst, technisch ontwikkelaar, etc. Plant manager De plant manager is er verantwoordelijk voor dat het productieproces zo goed mogelijk verloopt. De kerntaken van deze functie bestaan uit het regelen en coördineren van medewerkers, het overzien en plannen van verbeteringen en het opstellen en bewaken van financiële rapporten en budgetten.

46 - Het Onderhoudskompas

Manager duurzaamheid De manager duurzaamheid geeft leiding aan de afdeling die zorg draagt voor het duurzaam handelen van het bedrijf. Ze stellen veelal richtlijnen op om duurzaamheidsdoelstellingen te realiseren en evalueren of er aan deze richtlijnen voldaan wordt. Projectmanager IT De projectmanager IT geeft leiding aan een groep werknemers die werkzaam is in de IT-afdeling van een organisatie. Deze afdeling ondersteunt de organisatie met IT-oplossingen, en zorgt voor een betrouwbare infrastructuur.


Daarnaast richten zij zich op het op een nieuwe manier optimaliseren van processen, procedures en werkinstructies binnen de organisatie. De focus ligt vooral op de lange termijn. Constructeur De constructeur vertaalt het ontwerp van een architect of ontwerper in een werkbare oplossing. Een constructeur past technische en wiskundige kennis toe om apparaten of constructies daadwerkelijk te realiseren.

Contractmanager De contractmanager houdt zich bezig met de inkoop en het opstellen van alle contracten met aannemers en leveranciers van een opdrachtgever. De contractmanager ondersteunt hierbij de productmanagers en zoekt optimalisatie van de aspecten kwaliteit, kosten en wet- en regelgeving.

Projectmanager recruitment De projectmanager recruitment geeft leiding aan de recruitment-afdeling van een bedrijf. Deze houden zich veelal bezig met taken als harmonisatie van arbeidsvoorwaarden, ontwikkelen van een functiewaarderings- en beloningssysteem, ontwikkelen van een opleidingstraject, doorvoeren van een reorganisatie, opzetten van een wervingscampagne, etc. Tactische functies Reliability engineer Reliability (maintenance) engineers zijn gericht op het initiëren, ontwikkelen, implementeren, ondersteunen en controleren van projecten ter vernieuwing en verbetering.

Innovatietechnoloog Een innovatietechnoloog houdt zich bezig met innovatie op technisch vlak. Hij/zij doet daar onderzoek naar mogelijke technologische verbeteringen, geeft hierover een advies aan zijn leidinggevende(n) en helpt vaak ook mee met het implementeren van de gegeven adviezen. Het zijn veelal bedrijven in de chemische sector die innovatietechnologen in dienst hebben.

Manager engineer De manager engineering geeft leiding aan een groep werknemers die werkzaam zijn in de engineering. Deze mensen werken allemaal voor de afdeling van het bedrijf dat zorg draagt voor het technologische onderzoek en de planning van een bepaald product. De manager engineering zorgt ervoor dat de mensen die voor hem/haar werken goed begeleid en aangestuurd worden. Materiaal manager De materiaal manager is verantwoordelijk voor de materialen die gebruikt worden bij

Het Onderhoudskompas -  47


het maken en ontwikkelen van producten, spullen en constructies.

Operations manager De operations manager zorgt ervoor dat een bedrijf blijft draaien, door zich bezig te houden met de dagelijkse gang van zaken. Omdat de dagelijkse gang van zaken voor elk bedrijf verschillend kan zijn, is ook de functie van operations manager op diverse manieren in te vullen. In sommige functies is de operations manager met name bezig met het inhuren en regelen van personeel, terwijl in andere functies de nadruk op het bijhouden van voorraad en het regelen van de logistiek kan liggen. Processpecialist De processpecialist is, zoals de naam al aangeeft, specialist in een bepaald proces. Ten eerste kan hij/zij fungeren als een adviseur over hoe een proces te optimaliseren. Ten tweede heeft de processpecialist vaak de taak om een proces optimaal te managen. Projectplanner De projectplanner is verantwoordelijk voor een goede planning van verschillende projecten binnen een organisatie. Hij/ zij is bezig met het maken van planningen voor projecten, het analyseren van de planningsrisico's en het afstemmen van alle processen van een project. Requirements engineer Een requirements engineer houdt zich bezig met het identificeren en documenteren van de wensen van gebruikers van informatiesystemen. De requirements engineer bekijkt hierbij de wensen op het gebied van functionaliteit en kwaliteit.

Technical sales manager De technical sales manager houdt zich bezig met de verkoop van technische producten en het onderhouden van klantrelaties. De technical sales manager moet hiervoor specifieke technische kennis hebben maar ook kunnen verkopen.

48â&#x20AC;&#x192;-â&#x20AC;&#x192;Het Onderhoudskompas

Technisch adviseur Een technisch adviseur adviseert klanten (bedrijven) over systemen, standaarden en de aanschaf, installatie en toepassing daarvan. Het vakgebied van de technisch adviseur betreft meestal de IT, elektrotechniek, autotechniek of vergelijkbare branches. Hij/zij heeft als adviseur diepgaande kennis over bepaalde onderwerpen ĂŠn weet dit ook te presenteren aan klanten die minder deskundig zijn op de betreffende terreinen. Maintenance planner De functies van maintenance planners zijn met name gericht op het (technisch) aanleggen, het beheer en het onderhoud. Daarnaast richten zij zich op het in stand houden van de huidige assets en het ontwerpen en in uitvoering doen geven van activiteiten hiervoor. De focus ligt met name op de korte termijn.

Gebouwbeheerder Een gebouwbeheerder zorgt ervoor dat het pand en alle installaties goed worden onderhouden, zodat de veiligheid en gezondheid gewaarborgd blijven. Gebouwbeheer valt onder de discipline Facility Management.

Onderhoudsinspecteur Onderhoudsinspecteur stelt vast of er sprake is van afwijkingen in het onderhoudsplan en in de uitvoering van onderhoud bij een organisatie. Een Onderhoudsinspecteur kan de opdracht krijgen om algemeen naar het onderhoudsplan te kijken, maar vaak is een onderhoudsinspecteur in een bepaald deelgebied werkzaam.

Onderhoudsplanner De onderhoudsplanner houdt zich bezig met het opstellen en uitvoeren van een plan voor het onderhoud van assets.

Opzichter Als opzichter in de bouw vertegenwoordig je de opdrachtgever, waarbij hij/zij controleert en beoordeelt of er wordt voldaan aan de gemaakte afspraken.


Procesoperator De procesoperator draagt bij aan én overziet het goede verloop van een productieproces. Het is de taak van de procesoperator om het productieproces te allen tijde te bewaken. De procesoperator moet daarom veel kennis van het proces hebben. Productieplanner Een productieplanner werkt op de productieafdeling van een bedrijf en zorgt ervoor dat mensen en middelen zo efficiënt mogelijk in het productieproces worden ingezet. Projectleider De projectleider kan de rol aannemen van coördinator of van leider. Een coördineren-

de projectleider zorgt ervoor dat alles volgens plan en goed verloopt. De leidinggevende projectleider delegeert en verdeelt taken en heeft de leiding over een projectteam.

Teamleider productie De focus van een teamleider productie ligt voornamelijk op het plannen, organiseren en ontwikkelen van het productieteam. De teamleider productie voert zo efficiënt mogelijk de aangeboden productieorders uit en geeft leiding aan de medewerkers van de desbetreffende productieafdeling.

Het Onderhoudskompas -  49


Operationele functies Process en operations engineer De process en operations engineer voert taken uit met als doel het huidige proces optimaal werkend te krijgen. Ploegbaas Een ploegbaas is de leider van een groep arbeiders die werkzaam zijn in een werkplaats of een fabriek. In veel gevallen is de ploegbaas zelf ook betrokken bij de werkzaamheden hetzij met nog een extra coördinerende rol.

Process engineer De process engineer is verantwoordelijk voor de ontwikkeling en verbetering van nieuwe en bestaande machines en processen. De process engineer leidt of neemt deel aan het projectteam van concept tot implementatie. Hij volgt dus als het ware het gehele proces en probeert dit te optimaliseren. Supply chain engineer De term ‘supply chain engineer’ wordt meestal gebruikt voor iemand die binnen de productieketen een bepaald proces uitvoert. Meestal heeft dit te maken met inkoop, verkoop of logistiek. De ene supply chain engineer zal meerdere stappen van de productieketen controleren, terwijl de andere supply chain engineer zich op de inkoop van één bepaald onderdeel zal focussen. Mechanical engineer De mechanical engineer voert werk uit aan assets die werken met analoge bewegende delen.

Materiaaldeskundige De materiaaldeskundige onderzoekt de eigenschappen en samenstelling van allerlei materialen. Hij/zij test deze materialen in een laboratorium op bijvoorbeeld corrosie en brandwerendheid. Aan de hand van de resultaten van deze testen komt de materiaaldeskundige tot nieuwe mate-

50 - Het Onderhoudskompas

rialen of verbeteringen van de bestaande materialen.

Technical support engineer De technical support engineer is iemand die klanten van grote leveranciers van technische, elektronische en dergelijke producten ondersteunt in installatie en onderhoud. Dit kan gaan om besturingssystemen van computers, netwerken en databasesystemen, maar ook om fabrieksapparatuur, zoals tanks, machines en vaten. Electrical engineer De electrical engineer voert werk uit aan assets die elektrisch geladen zijn en waar dus elektrische spanning op staat.

Voorman technische dienst De voorman technische dienst is verantwoordelijk voor de planning van de afdeling, biedt hulp bij het verhelpen van technische mankementen en denkt mee aan aanpassingen, onderhoud en reparaties op werktuigbouwkundig gebied. Het is een functie waarvoor een brede technische kennis nodig is. Automatisation engineer De automatisation engineer voert werk uit aan assets die bestaan uit computersystemen dan wel daardoor ondersteund worden.

Meet- en regeltechnicus De meet- en regeltechnicus houdt zich bezig met het bestuderen van het dynamisch gedrag van een systeem over tijd. Door het bestuderen van een systeem en de bijbehorende gedragingen kunnen er voorspellingen gedaan worden over bijvoorbeeld het evenwicht van het systeem. Administrative support Administrative support bestaat uit functies gericht op het ondersteunen, bijhouden en randvoorwaarden optimaliseren van de overige kernwerkzaamheden.


Management assistent De management assistent is de steun en toeverlaat van het management. Hij/zij regelt zijn afspraken, verzorgt zijn correspondentie en ondersteunt hem bij de planning van zijn werk. Uitvoerende functies Uitvoerende functies houden zich, zoals de naam al aangeeft, bezig met het daadwerkelijk uitvoeren van de onderhoudswerkzaamheden.

Machine-operator ‘Machine-operator’ verwijst hoofdzakelijk naar iemand die verantwoordelijk is voor de werking van een machine. Hij staat vaak onder leiding en toezicht van een procesoperator, wiens verantwoordelijkheden zich uitstrekken tot een groter productieproces.

Onderhoudsmonteur Een onderhoudsmonteur is een monteur die onderhoud aan assets uitvoert. De werkzaamheden van een onderhoudsmonteur hangen af van het bedrijf waarin hij werkzaam is. In grote lijnen komt het erop neer dat hij zich onder andere bezighoudt met het repareren, afstellen, inspecteren, testen en het oplossen van storingen aan de apparatuur.

de vraag die er heerst naar de grote vraag die nog steeds heerst naar HBO’ers en de toegenomen vraag van WO’ers, aangezien reliability engineers een HBO/WO-opleiding hebben gevolgd. Daarnaast verwachten bedrijven in de toekomst een probleem te hebben met het werven van monteurs/ technici. Dit zijn MBO’ers en hoewel de verwachte schaarste van MBO’ers licht afneemt, neemt MBO 3+4 nog steeds de eerste plek in wat betreft verwachte schaarste.

Minder problemen worden verwacht wat betreft administrative support, supervisors en management. Dit zijn functies waar geen technische achtergrond voor nodig is.

Storingsmonteur Een storingsmonteur is iemand die storingen verhelpt en soms ook machines installeert. De storingsmonteur is dus veelal bezig met controleren, onderhouden en repareren. Het repareren gebeurt zonder regelmaat, omdat vaak niet te voorzien is waar en wanneer defecten zich voordoen.

Functieschaarste Dit jaar is voor het eerst in het NVDO Onderhoudskompas ook de verwachte schaarste per functie uitgevraagd. De functie waarbij de meeste schaarste wordt verwacht is die van reliability engineer. Dit is in lijn met

Het Onderhoudskompas -  51


SAMENVATTING NVDO ONDERHOUDSKOMPAS 2015 Het NVDO Onderhoudskompas geeft een beeld van de trends en de huidige status van de Nederlandse onderhoudsmarkt. Het goede nieuws is dat het vertrouwen in de onderhoudssector hoog is.

52â&#x20AC;&#x192;-â&#x20AC;&#x192;Het Onderhoudskompas

A

lle sectoren geven een omzetgroei aan ten opzichte van vorig jaar, gemiddeld met 4%. Daarnaast denkt 81% van de respondenten dat de onderhoudssector in het komende jaar verder zal groeien. Daarnaast zien we dat de uitstroom groter is dan het aantal vacatures. De onderhoudssector geeft daarmee het signaal meer met minder te willen doen.


Op hoofdlijnen zien we vijf belangrijke, maar ook interessante ontwikkelingen voor de sector:

1. Verouderende assetbase: onderhoudsbedrijven hebben te maken met een verouderende assetbase. Dit komt veelal doordat de druk op kosten de afgelopen jaar groot was, waardoor bedrijven vervangingsinvesteringen hebben uitgesteld en is gekozen voor revisie. Deze beslissingen zijn op korte termijn aantrekkelijk, maar op de lange termijn is de business case voor vervanging juist positief. Daarnaast zijn oudere installaties minder energie-efficiënt. Een vervanging kan dan ook bijdragen aan het realiseren van energie- en klimaatdoelstellingen, zoals ook in het visiedocument te lezen is.

2. Operational Excellence: Aandacht voor Operational Excellence is de meest belangrijke trend in de Nederlandse Onderhoudssector dit jaar. Net als vorig jaar, heeft de economie een grote invloed op de Nederlandse onderhoudsmarkt, waardoor de druk op kosten hoog blijft. Operational Excellence is een belangrijke manier om hier op in te spelen. 3. Opleidingsniveau verandert: Opvallend is dat dit jaar het aantal HBO’ers dat bij onderhoudsorganisaties werkt sterk toeneemt, terwijl MBO 1+2 afneemt. Door een hoger aanbod van afgestudeerde HBO’ers, vervullen HBO’ers taken die normaal door MBO’ers worden gedaan. Daarnaast kunnen krapte op de arbeidsmarkt en veranderende taken van de onderhoudsprofessionals (meer data- en ICT-gericht werk) de reden van deze ontwikkeling zijn.

4. Uitbesteding van werk: Het totaal aantal respondenten dat tevreden is over de uitbesteding van het werk is slechts 26%, tegenover 53% dat aangeeft niet tevreden te zijn over lopende contracten (21% is neutraal). Bedrijven zijn niet tevreden over de aansluiting van contracten met de strategie en weten niet hoe zij kunnen zorgen voor gelijkwaardige belangen. In de Infra-sector zien we dat het gebruik hiervan een van de belangrijkste trends is. Sectoren zoals de Procesindustrie en Manufacturing, die al langer prestatiecontracten gebruiken, hebben inmiddels veel geleerde lessen opgedaan. Kennisdeling hierover kan bedrijven helpen bij het afsluiten van toekomstige contracten.

5. Behoefte aan data en ICT: Technologische innovaties kunnen de komende jaren voor grote veranderingen zorgen in onze sector. Het gebruik van technologieën als augmented reality, 3D printen, Analytics, Internet of Things en Robotica heeft de mogelijkheid de beschikbaarheid van de assets te verhogen, de kosten te verlagen en de sector veiliger te maken. ICT en data zijn nodig om deze kansen te realiseren. Al met al concluderen we dat het economisch klimaat een significante impact heeft op de Nederlandse onderhoudssector. Echter, er lijkt een lichte economische verbetering in zicht en het vertrouwen groeit. Dit, tezamen met de technologische innovaties die voor veranderingen in de sector zullen zorgen, duidt op positieve vooruitzichten. De NVDO zal haar leden hierin ondersteunen waar mogelijk door openheid en samenwerking te bevorderen.

Het Onderhoudskompas -  53


GAAT DE INDUSTRIE VAN 2016 EEN GOED JAAR MAKEN? Wat gaat 2016 voor de industriële ondernemer brengen? Wordt het een jaar met veel tegenwind of krijgen ze juist een duwtje in de rug? Aan de Nederlandse economie zal het in ieder geval niet liggen. Want die wint aan kracht. Export, consumptie en investeringen zullen positief bijdragen aan de groei en dat is goed nieuws voor deze zeer conjunctuur-gevoelige sector. Ook de verwachtingen voor de economie van Duitsland, waar veel Nederlandse industriële ondernemers zaken doen, zijn positief. En voor die bedrijven die weer veel klanten hebben buiten de eurozone biedt de lagere euro een goede uitgangspositie voor de groei in bedrijfsactiviteiten. Er lijken dus voldoende redenen te zijn voor industriële ondernemers om de toekomst met vertrouwen tegemoet te zien. Maar waar liggen de risico’s en uitdagingen voor 2016? We maken hier de balans op.

D

e groei van de Nederlandse economie zal in 2016 aanhouden, mede dankzij de economische ontwikkelingen in het buitenland: we gaan ervan uit dat het groeitempo in de VS en de eurozone verder aantrekt. Het negatieve sentiment rondom de staat van de Chinese economie vormt wel een risico. Want tegenvallende (economische) ontwikkelingen in China en andere opkomende economieën hebben een negatieve impact op de mondiale economie, handelsstromen en de bedrijvigheid. We verwachten overigens niet dat de Chinese economie een harde landing gaat maken, alhoewel de onzekerheid daarover wel is toegenomen.

54

-

(verwach)ngen 2015  en  2016  dd  oktober  2015)  

Het Onderhoudskompas

7% 0%   -­‐7%   -­‐14%   20 07 20   08 20   09 20   10 20   11 20   12 20   13 20   14 20   15 20   16  

BBP

14% %  groei  (op  jaarbasis)  

2,5%

2,3%

-­‐0,7%

0,9%

1,7% -­‐1,1%  

1,3% -­‐3,8%  

3,7%

20

07 20 08 20   09 20   10 20   11 20   12 20   13 20   14 20   15 20   16  

% groei  (op  jaarbasis)  

6% 4%   2%   0%   -­‐2%   -­‐4%   -­‐6%  

1,7%

De Nederlandse economie groeit met meer dan 2%

Bij een aantrekkende economie neemt de vraag naar industriële producten en investeringsgoederen verder toe, waardoor de bezettingsgraad van machines wordt opgevoerd en de gebruiksintensiteit van de machines stijgt. In dit stadium neemt ook de vraag naar onderhoudswerkzaamheden aan de machines toe. Op een zeker moment zullen bedrijven zich gaan realiseren dat, bij aanhoudende gunstige economisch omstandigheden en toenemende vraag, verdere uitbreiding van de capaciteit noodzakelijk zal worden. De noodzakelijke vervangings- en ook uitbreidingsinvesteringen worden vervolgens naar voren gehaald. In 2015 zijn de investeringen in vaste activa al flink toegenomen ten opzicht van 2014. En het goede nieuws is dat

Investeringen

Export

Consump>e


Bezettingsgraad versterkt verder 60

85 80   75  

40

%

index  

50

2013

70

2014 2015   PMI  -­‐  beze0ngsgraad   LT-­‐gemiddelde   neutraal  niveau  

2013

2014 2015   CBS  -­‐  beze1ngsgraad   LT-­‐gemiddelde  

NB: de PMI bezettingsgraad geeft de situatie weer bij grote Nederlandse industriële ondernemingen; de CBS bezettingsgraad is een weergave van alle industriële ondernemingen in Nederland met meer dan 5 werknemers.

de investeringsverwachtingen voor Nederland ook in 2016 gunstig blijven, alhoewel ABN AMRO wel een afvlakking van de investeringsgroei voorziet. De industrie is een conjunctuurgevoelige sector. Dat betekent dat de relatie tussen productie-ontwikkelingen en de macro-economische trends erg hecht is. Met de positieve verwachtingen over de Nederlandse economie voor komend jaar, zal naar alle verwachting de industriële productie de trend volgen en verder aantrekken komend jaar. Maar er zijn verschillen per branche. Zo heeft de chemische industrie het in 2015 zwaar en kon de branche niet ten volle profiteren van de goedkopere euro en lagere grondstofkosten (olie). Ook de machinebouw staat er nog relatief slecht voor. Deze branche leunt sterk op orders vanuit Duitsland en ook daar liepen de fabrieksorders terug door de afnemende vraag vanuit opkomend Azië (en

dan met name China). In 2015 gaan wij uit van een productiegroei van 3% en voor 2016 voorzien wij een productiegroei van 3,5%.

Het aantal faillissementen is in 2015 sterk afgenomen op jaarbasis. De daling van het aantal faillissementen in de industrie werd reeds in 2013 ingezet, toen de economie weer langzaam begon te herstellen van de recessie van 2011-2012. Dat de trend nu weer neergaand is, past in het beeld van de positieve trends en ontwikkelingen in de Nederlandse economie sinds dat moment. Voor 2016 gaan we uit van een verdere afname van het aantal faillissementen in de industrie. De arbeidsmarkt reageert vertraagd op economische ontwikkelingen. Want in een herstellende economie zullen werkgevers eerst hun bestaand personeel meer gaan belasten om aan de vraag van klanten te kunnen voldoen en daarmee zal de arbeidsproductiviteit een impuls krijgen. Als de

2016

2015

2014

Produc3egroei industrie  

2013

2012

2011

2010

2009

2008

2007

8 6   4   2   0   -­‐2   -­‐4   2006  

in %  (op  jaarbasis)  

Productiegroei industrie trekt verder aan

BBP-­‐groei Het Onderhoudskompas

-

55


Aantal faillissementen neemt af

Faillissementen industrie  

2015

2014

2013

2012

2011

2010

0 2005  

-­‐4% 2005   2006   2007   2008   2009   2010   2011   2012   2013   2014   2015  

-­‐50%

2009

0%

2008

0%

500

2007

4%

2006

50%

1000

aantal

8%

in %  (op  jaarbasis)  

100%

Natuurlijke personen  met  eenmanszaak   Bedrijven  en  instellingen  

BBP-­‐groei

0,8 0,6  

% j-­‐o-­‐j  

index (tussen  -­‐3  en  +3)  

Arbeidsmarkt staat er gunstig voor

0,4 0,2   0,0  

40%

0%

0%

-­‐20%

index >  0:  ondernemers  op/mis/sch  gestemd    

2014

20%

-­‐40% 2010   2011   2012   2013   2014   2015   Produc0viteit  (l.as)   Uitzenduren  industrie  (l.as)   Ontstane  banen  industrie  (r.as)  

2015 Vacature-­‐indicator  industrie  

maximaal toelaatbare belasting is bereikt, gaan werkgevers doorgaans over tot het aannemen van tijdelijke arbeiders (zoals uitzendkrachten). Dit vangt de piekvraag verder op en deze flexibele schil dient bovendien als eerste stootkussen bij eventueel nieuwe economische schokken. Maar naarmate de economie zich verder versterkt en het vertrouwen onder ondernemers ook groeit, zijn ondernemers meer geneigd om reguliere banen in de markt te zetten. Dit proces zien we ook terug in de arbeidsmarkt voor de industrie. Voor komend jaar gaan wij ervan uit dat de arbeidsmarkt voor de industrie gunstig blijft.

De afzetprijs voor industriële producten is gedurende 2015 verder gedaald, met name gedreven door de dalende trend in grondstofprijzen. De dalende trend is zowel waarneembaar in binnen- als buitenlandse afzetprijzen. De prijzen voor grondstoffen zoals olie, staal en basismetalen verloren aanzienlijk terrein het afgelopen jaar en dat vertaalde zich direct in de afzetprijzen voor industriële producten. De grondstoffen stonden met name onder druk van mondiale overcapaciteit (olie, staal, aluminium), de sterkere dollar en een afnemend vertrouwen in de toekomstige vraag naar metalen

Afzetprijs industrie met name onder druk van grondstofprijzen

100

56

-

Het Onderhoudskompas

Buitenland

2015

2014

2013

2011

2010

2009

2008

2007

2006

Binnenland

2012

(2015 =  gem.  t/m  augustus)  

80 2005  

afzetprijzen (index:   2010=100)  

120


De exportgroei sterk afhankelijk van valuta en mondiale economische trends 500000

79% 8%  

2%

Fabrikaten Diverse  goederen  

vanuit China. Deze thema’s zullen ook in 2016 nog een belangrijke rol blijven spelen. Maar aangezien productiebeperkingen en consolidatie in de grondstoffensector mondiaal meer vorm zal krijgen, zullen de meeste grondstofprijzen komend jaar licht herstellen. Gezien de nauwe relatie tussen grondstofprijzen en afzetprijzen, zal dit herstel zich ook doorvertalen in prijzen voor industriële producten. Export is een belangrijke ‘driver’ voor groei binnen de industriële sector. In de totale uitvoerwaarde van goederen heeft het industriële product (chemie, machines, vervoermaterieel, fabrikaten metaal, rubber, e.d.) een aandeel van ruim 60%. In 2015 heeft de industrie vooral geprofiteerd van de zwakkere euro, die de export naar Amerika en Azië aanjoeg. Maar nu de vraag vanuit met name China afzwakt, neemt de druk op de exportgroei toe en zwakt het sentiment af. Want ook indirect worden Nederlandse producenten geraakt door de afnemende vraag vanuit China, aangezien Duitsland (onze belangrijkste handelspartner) eveneens afhankelijk is van de vraag vanuit China. Ook valutaschommelingen blijven sterk van invloed op de exportgroei, want een zwakkere (of duurdere) euro zal de export naar gebieden buiten de eurozone aanjagen (of afremmen). Het monetaire beleid van de ECB en de Fed geven komend jaar richting aan de euro. Een verruimingsgezind beleid van de ECB zal de euro verder omlaag duwen. En op het moment dat de Fed haar eerste rentestap zet, ontstaat er meer ruimte voor een herstel van de dollar. Per saldo zal de EUR/USD waarschijnlijk pas in de loop van 2016, wanneer een renteverhoging door de Fed dichterbij komt, sterker terugvallen. Pariteit (oftewel 1 euro = 1 dollar) zal in

2014

2013

2012

2011

2010

2009

Chemie Machines   Overig  (niet  industrie)  

2008

2007

2006

0 2005  

eur  mln  

250000

10%

1%

dit scenario worden bereikt in K3 2016 en dat betekent dat de export naar gebieden buiten de eurozone een impuls zal krijgen. Al met al zijn wij positief over de industrie in 2016 en gaan wij uit van een productiegroei van 3,5%. Onze prognoses voor de Nederlandse economie bieden een solide fundament en een veelheid van andere (industriële) indicatoren tonen aan dat de industrie er nog steeds goed voor staat. Maar er zijn uiteraard wel uitdagingen en de zorgen onder ondernemers zijn toegenomen. Want bedenk dat een sterkere afkoeling van de Chinese economie dan verwacht grote gevolgen kan hebben voor de mondiale economie. En Nederland heeft hierdoor een verhoogd risico, want onze economie heeft juist een zeer open karakter. Een harde landing van de Chinese economie is zeker niet onze verwachting, maar de kans hiertoe is wel toegenomen. Wij zijn van mening dat de Chinese overheid bij machte is om de Chinese economie te stimuleren op het moment dat het nodig is, om grote economische schokken te voorkomen.

Gehanteerde bronnen bij de grafieken: CBS, NEVI, ABU, Thomson Reuters Datastream ABN AMRO Economisch Bureau Casper Burgering Senior Sector Econoom Industrie & Industriële Metalen E-mail: casper.burgering@nl.abnamro.com Telefoon: 020-383 26 93

Het Onderhoudskompas

-

57


58 - Het Onderhoudskompas


ONDERHOUDSSECTOR STAAT VOOR GROTE UITDAGINGEN Toekomstige ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid, de energietransitie en de circulaire economie gaan ingrijpende gevolgen hebben voor de verschillende onderhoudssectoren die in de NVDO zijn verenigd. Dit verwacht Jacqueline Cramer, professor duurzame innovatie aan de Universiteit Utrecht.

“I

n de onroerendgoedsector zie je steeds meer initiatieven opbloeien, waarbij het onderhoud niet alleen voor vandaag maar ook voor morgen wordt uitgevoerd”, begint Cramer te vertellen. “Er is sprake van langdurige contracten, die door grote consortia worden uitgevoerd. Deze zijn niet alleen verantwoordelijk voor het onderhoud, maar ook het energiezuiniger maken van gebouwen. Ik ben voorzitter van het ESCoNetwerk.nl - het platform op het gebied van energy service companies - dat is bedoeld om grote opgaven op het gebied van energie-innovatie te laten ontzorgen voor derde partijen in een consortiumvorm. Daarbij gaat het er niet alleen om dat de financiën door het consortium worden geregeld, maar ook dat deze partijen gezamenlijk zorgen voor de prestatie die wordt geleverd. Dat betekent dat gedurende deze periode voor het onderhoud wordt gezorgd. Daarmee ontzorg je de eigenaar, die daarvoor een fee betaalt.” “Dit heeft een enorme consequentie voor onderhoudsbedrijven”, denkt Cramer. “Want ook na een oplevering of renovatie blijf je er ver-

antwoordelijk voor en probeer je het onderhoud zo lean mogelijk, tegen zo laag mogelijke kosten, te verrichten. Je bent er dus kien op toekomstige mogelijke faalkosten te vermijden, omdat je hier verantwoordelijk voor blijft. Deze ontwikkeling gaat plaatsvinden wanneer we op grote schaal de energietransitie in gang gaan zetten. De hoeveelheden zijn nu nog beperkt, maar wanneer het doorzet, krijgen wij met grotere volumes te maken. In Utrecht zijn wij bijvoorbeeld bezig vijftigduizend ‘Nul op de meter’-woningen energieneutraal te maken. Dát zijn aantallen, die nodig zijn om de opgaven uit het Energieakkoord te halen. Je kan van corporaties of scholen niet verwachten dat het energieneutraal maken van gebouwen tot hun kerncompetentie behoort. Wij gaan een heel ander soort onderhoudscontracten krijgen, waarbij de relatie klant-opdrachtgever gelijkwaardiger wordt. Het consortium moet als geheel gaan functioneren. Dat is een van de belangrijkste toekomstige ontwikkelingen op het gebied van gebouwgebonden onderhoud.” Cramer verwacht daarnaast dat nieuwe tech-

Het Onderhoudskompas -  59


nieken zullen worden toegepast, waar een deel van de onderhoudsbranche nu nog geen ervaring mee heeft. “Dit zal nu in versneld tempo moeten worden opgebouwd. Warmtepompen, meet- en regeltechniek, al deze ontwikkelingen zal je toch echt moeten meenemen. Deze energietransitie gaat grote gevolgen hebben voor de onderhoudsbranche: hoe ze in het feitelijke proces van uitvoering zitten, hoe lang ze daar gecontracteerd zijn en ze zullen andere dingen moeten kunnen. Ook wordt het besef groter dat slecht onderhoud op termijn meer kost dan goed verricht onderhoud. Of het nu gaat om wegen, productiemiddelen of onroerend goed, wanneer je deze niet up-to-date houdt is de kans groot dat je er later de rekening voor betaalt. En als er iets kapot gaat ben je daar verantwoordelijk voor, want de aansprakelijkheid wordt ook steeds meer aangescherpt. Je moet dus echt uitkijken het niet te laten verslonzen. Anders krijg je de rekening gepresenteerd en loop je daarbij nog reputatieschade op. Dat lijkt mij in het kader van verantwoordelijkheid en risico mijden een belangrijk aspect. Dat geldt ook voor de procesindustrie, dat hier altijd al goed in is geweest. Als er daar iets aan de knikker is, waren zij degene die daar ernstige consequenties van ondervonden.” “In de infrastructuur worden allerlei nieuwe ontwikkelingen uitgeprobeerd, zoals wegen ‘Regelgeving is niet scherper geworden’ De huidige regelgeving is onvoldoende op nieuwe ontwikkelingen toegespitst, meent Jacqueline Cramer. “Daarom is het voortdurend nodig uitzonderingen te maken of partijen experimenteerruimte te gunnen. Dat neemt echter niet weg dat je je aan de regels moet houden. Bedrijven moeten bijvoorbeeld volgens de Wet Milieubeheer zelf maatregelen nemen in relatie tot hun energieverbruik, iets waar een heleboel bedrijven zich nog niet aan hebben gehouden. Dat wordt wel scherper gecontroleerd, maar mijn observatie is niet zozeer dat de regelgeving wordt aangescherpt. Den Haag is daar juist wars van. Maar we zijn wel bezig de regelgeving aan te passen ten aanzien van wat nu belangrijk is. Het gaat om de noodzaak tot compliance. Je kan niet achter elk bedrijf een stel politieagenten zetten.”

60 - Het Onderhoudskompas

waar zonnepanelen de basis van vormen of de aanleg van gerecyclede wegen in plaats van volledig nieuwe”, vervolgt Cramer. “De opkomst van de circulaire economie heeft gevolgen voor de materialen waarmee je onderhoud pleegt. Er wordt gepoogd grondstoffen zo hoogwaardig mogelijk weer in de kringloop in te brengen. Bouw- en sloopmateriaal verdwijnt nu nog vaak onder wegen. Maar wij bouwen nu niet alleen minder wegen, ook willen wij dit materiaal beter scheiden en zo op een meer hoogwaardiger wijze inzetten. Mogelijk gevolg is wel dat dit schaarste tot gevolg gaat hebben. Daar moet je mee leren omgaan en ook moet je de juiste wegen weten om toegang tot het juiste materiaal te verkrijgen.”

Het voorop stellen van het onderhoud en de kwaliteit van de processen is een aspect waar de procesindustrie traditioneel sterk op is gericht. Cramer: “Je ziet dat deze methodiek zich uitstrekt en dat de ervaringen hiermee nu ook in andere, minder risicovolle productieomgevingen worden toegepast. Het levert immers wat op wanneer je je spulletjes goed onderhoudt. Het loont gewoon te denken in termen van ‘total cost of ownership’, in plaats van alleen het onderdeeltje ‘onderhoud plegen’. Beter is een totale kostenberekening te maken en niet iedereen afzonderlijk binnen het bedrijf verantwoordelijk te maken voor de kosten. Dan pas zie je immers wat goed onderhoud je oplevert.” Tot slot aandacht voor de sector food, beverage & farma. Cramer zegt op het moment vooral veel met food bezig te zijn. “Je ziet dat in het productieproces steeds meer wordt gekeken naar de residustromen die over zijn. Hoe kan je die hoogwaardig verwerken, soms zelfs binnen het eigen productieproces? Hier zijn wij met deze circulaire economie-gedachte technisch zoveel verder gekomen. Ook in dat kader vormt het voor het brede onderhoud een nieuwe ontwikkeling.


LOGISTICON VERHUUR

Opslag en dosering

Zand- & koolfiltratie

EUROPA’S GROOTSTE VERHUURVLOOT VOOR WATERZUIVERINGEN

Ultrafiltratie

Flotatie

Chemicaliën

Omgekeerde osmose

Uitgebreide keuze Voor de levering van installaties voor zowel korte als lange termijn verhuur, met capaciteiten van 1 tot meer dan 2000 m3/h voor toepassingen als: - Capaciteitsuitbreiding en/of back-up - Proefneming - Kwaliteitsverbetering Informeer naar Europa’s grootste verhuurvloot voor waterzuiveringen.

Logisticon Verhuur b.v. +31 (0)184 608266 www.logisticon.com/nl/verhuur


Veiligheidsinstructie | Hydraulische cilinders

Meer weten? Neem contact op via service@holmatro.com of kijk op holmatro.com/nl/veilig-werken-met-hydrauliek


Samen kunnen we iedere markt versterken met een compleet programma in aandrijving en besturing Parker Hannifin is wereldwijd marktleider in de ontwikkeling, productie en verkoop van technologieĂŤn, systemen en componenten op het gebied van aandrijving, besturing en procesbeheersing. Parker levert producten in negen technologieĂŤn: hydrauliek, pneumatiek, slangen&koppelingen, afdichtingen, procesbeheersing, filtratie, klimaatbeheersing, electromechanica en luchtvaart. Naast producten levert Parker ook complete systemen, aggregaten en power-units.

www.parker.nl

follow us:


NVDO Visiedocument 2015

MAINTENANCE FOR ENERGY: ENERGIE-EFFICIENTIE IN HET ONDERHOUD Met een achterban van ruim 300.000 onderhoudsprofessionals die circa 4% van het BBP creëren, is de impact van de onderhoudssector op bijvoorbeeld energiebesparing en duurzaamheid groot. Dit wordt versterkt door de grote diversiteit aan sectoren waarin onderhoudsprofessionals opereren. Die pluriformiteit zien we in de NVDO-achterban terug.

I

n september 2013 hebben werkgevers, vakbonden en milieuorganisaties een akkoord gesloten over het reduceren van het energieverbruik, de opwekking van duurzame energie en werkgelegenheid, het zogeheten “Energieakkoord voor duurzame groei”. Door de omvang en aard van de werkzaamheden kan de onderhoudssector een significante bijdrage leveren aan het realiseren van de doelstellingen in dit Energieakkoord. Daar neemt de Nederlandse Vereniging voor Doelmatig Onderhoud sinds dit jaar van harte het voortouw in. 1. Gebruik van duurzame energie 1.1 Energie-efficiënte assets Door gebruik te maken van duurzame energie, onderhoud duurzaam uit te voeren en energie-efficiënte assets te gebruiken, kunnen onderhoudsbedrijven bijdragen aan de verduurzaming van Nederland. Daarnaast zijn er tal van nieuwe technologieën, technieken en innovaties die de verschillende branches kunnen toepassen om minder energie te verbruiken. Dit zijn slechts enkele voorbeelden van hoe de sector op een zeer brede manier bij kan dragen aan de doelstellingen van het Energieakkoord. De vraag die we in het

64 - Het Onderhoudskompas

voorliggende visiedocument behandelen is: Hoe kan de onderhoudssector bijdragen aan energiebesparing en (verdere) verduurzaming van Nederland? We starten met een overzicht van de huidige energiedoelstellingen die zijn opgelegd vanuit de Europese Unie en vervolgens zijn doorvertaald naar het Energieakkoord (hoofdstuk 2). Vervolgens stellen we vast welke kansen er liggen voor de onderhoudssector om bij te dragen aan deze doelstellingen en welke barrières dit momenteel voorkomen (hoofdstuk 3). We sluiten af met aanbevelingen en een toekomstvisie om de eerder genoemde barrières te doorbreken (hoofdstuk 4).

2. Het huidige beleid en de doelstellingen in de EU en Nederland 2.1 Europees beleid Om te kunnen doorgronden wat de impact van de onderhoudssector kan zijn op duurzaamheid en energieverbruik, starten we met het uiteenzetten van de doelstellingen op Europees en nationaal niveau. Om te voldoen aan de eisen van het Kyoto-protocol dat in 2005 in werking is getreden heeft de Europese Unie (EU) in 2010 een aantal doelstellingen met betrekking tot duurzaamheid voor 2020 vastgelegd:


• De uitstoot van broeikasgassen met minstens 20% verminderen ten opzichte van 1990; • 20% van alle energie opwekken op duurzame wijze; • De energie-efficiëntie met 20% verbeteren. In 2030 moet de uitstoot van broeikasgassen met 40% zijn verminderd, 27% van de energie duurzaam worden opgewekt en de energie-efficiëntie met 27-30% zijn verbeterd. In 2050 moet de broeikasgassenuitstoot 80-95% lager liggen dan het niveau in 1990. Uit een rapport uit 2014 van het EMA1 (Europees Milieuagentschap) blijkt dat Nederland op alle thema’s achterloopt. Voor het terugdringen van het energieverbruik heeft Nederland slechts een deel van haar doelstellingen behaald. De EU als geheel ligt wel op schema. De EMA verwacht dat Nederland zijn doelstellingen voor het terugdringen van broeikasgassen voor 2020 ook niet gaat halen. Op het gebied van hernieuwbare energie loopt Nederland eveneens sterk achter op de EU. De meest recente meting van het aandeel hernieuwbare energie is 5,6% in 2014, maar het aandeel lijkt sneller toe te nemen2. Echter, door de grote hoeveelheid aard- en schaliegas in Nederland en de centrale ligging in het gasnetwerk, is het vooralsnog lastig de grootschalige transitie te maken naar duurzame energie. Dat is een alternatief dat nu vaak nog duurder uitvalt3. 2.2 Het Energieakkoord Doordat Nederland volgens de EMA sterk achterloopt op alle doelstellingen, is concrete actie vereist. Met het Energieakkoord dat in september 2013 is gesloten tussen meer dan 40 organisaties en de overheid, toont Nederland haar commitment aan het verbeteren van de positie van duurzaamheid in de economie4. Daarnaast wordt de Energiesector in Nederland geïdentificeerd als één van de topsectoren waar innovatie en groei actief gestimuleerd worden5. In het Energieakkoord zijn de volgende afspraken vastgelegd:

De 10 pijlers van het Energieakkoord In het akkoord zijn de volgende 10 pijlers opgenomen, die de basis moeten vormen voor het behalen van de gestelde doelstellingen: - Pijler 1: Energiebesparing, bestaande uit energiebesparing in de gebouwde omgeving (1a) en energie-efficiëntie in de industrie en agro-sectoren (1b). Dit is het kernpunt van het Energieakkoord en vormt ook een belangrijke pijler voor de onderhoudssector. Zo kunnen in de gebouwde omgeving bestaande panden worden verduurzaamd en kunnen producerende bedrijven hun machinepark aanpassen om minder energie te verbruiken. - Pijler 2: Opschalen van hernieuwbare energieopwekking. Deze pijler dient ter stimulatie van het opwekken van bijvoorbeeld winden zonne-energie én het gebruik van biomassa. Het doel van 16% hernieuwbare energie is onderdeel hiervan. - Pijler 3: Het stimuleren van decentrale duurzame energie. Burgers moeten meer de mogelijkheid krijgen om hernieuwbare energie op te wekken. Lokale en regionale initiatieven worden waar mogelijk door gemeenten, provincies en het Rijk ondersteund. - Pijler 4: Gereed maken van het energietransportnetwerk. Het is belangrijk dat het energietransportnetwerk klaar is voor een duurzame toekomst, bijvoorbeeld het implementeren van smart grids die het vraagpatroon doen verschuiven. - Pijler 5: Een goed functionerend Europees systeem voor emissiehandel. Dit is een cruciale factor in de langetermijnontwikkeling richting een duurzame energievoorziening. Dit is een systeem dat bedrijven die minder CO2 uitstoten hun emissierechten laat verhandelen aan bedrijven die meer uitstoot genereren dan de emissienorm. - Pijler 6: Kolencentrales en opslag en afvang van CO2 (CCS). De inzet van gas- en kolencentrales blijft van belang voor een consistente energietoevoer. Deze centrales zullen geleidelijk worden afgebouwd. - Pijler 7: Mobiliteit en transport. Deze pijler gaat over het efficiënter maken van vervoer en een meer duurzame invulling van mobiliteit. Maatregelen hierbij zijn beleid op het gebied van de brandstoffenmix, publiek-private samenwerkingen bij marktvoorbereiding, het bronbeleid en afspraken over de publieke laadinfrastructuur voor elektrisch vervoer. - Pijler 8: Arbeidsmarktarrangementen rond werkgelegenheid en scholing. De werkgelegenheidskansen die het akkoord biedt vormen de achtste pijler. Hiervoor worden mensen voorbereid op de bouwen installatie sector en moeten tenminste 90.000 extra arbeidsjaren worden gerealiseerd. - Pijler 9: Stimulering van commercialisering voor groei en export. Deze pijler hangt samen met de doelstelling om in 2030 in de top 10 van de Cleantech Ranking te staan. Hiervoor moet een investeringsen groeiklimaat worden ontwikkeld om slimme innovaties op het gebied van duurzaamheid te stimuleren. - Pijler 10: Financiering van duurzame investeringen. De investeringen die nodig zijn voor de transitie naar verduurzaming worden volgens deze pijler door verschillende partijen gesteund. Het Onderhoudskompas -  65


• Rond 2050 is de Nederlandse energievoorziening volledig klimaatneutraal; • De Nederlandse economie gebruikt ieder jaar 1,5 procent minder energie; • In 2023 is het aandeel hernieuwbare energie 16 procent (in 2020 14 procent); • De totale Nederlandse CO -uitstoot is in 2050 80 tot 95 procent lager dan in 1990; • De gebouwde omgeving is in 2050 energieneutraal; • Het wordt voor burgers makkelijker en voordeliger om te investeren in energiebesparing en energieopwekking; • De Nederlandse economie krijgt een forse impuls door investeringsafspraken; • De maatregelen leveren minstens 15.000 extra voltijdsbanen op, met name in de bouwsector en voor een belangrijk deel in de komende jaren; • De Nederlandse energie-intensieve industrie blijft internationaal leidend in energie-efficiency; 2

66 - Het Onderhoudskompas

• Nederland staat in 2050 in de top 10 van de Cleantech Ranking, een internationale ranglijst van landen met slimme duurzaamheidsoplossingen.

De doelstellingen die Nederland stelt in het Energieakkoord zijn minder ambitieus dan die van de EU. Ter illustratie; de in het Energieakkoord gestelde doelstelling van 14% hernieuwbare energie in 2020 is 6% lager dan de EU-doelstelling voor dat jaar6. Wel wordt er intensief gestuurd op stimulatie van de energiesector én innovaties in de energiesector. Dit wordt bijvoorbeeld gedaan door als doelstelling een plaats in de top 10 van de Cleantech Ranking op te nemen. Via verschillende plannen wordt het voor burgers makkelijker gemaakt om in duurzaamheid te investeren, bijvoorbeeld door subsidies of leningen te verstrekken voor energiebesparende maatregelen aan het huis. Een belangrijk onderdeel van het Energieakkoord is het doel


om minstens 15.000 extra banen te creëren, voornamelijk door financiële stimulatie van werk in de bouw.

2.2.1. Belangrijke pijlers van het Energieakkoord voor de Onderhoudssector In de volgende alinea’s lichten we de pijlers toe waar de onderhoudssector invloed op kan uitoefenen. In hoofdstuk 3 werken wij uit op welke manier de sector kan bijdragen aan deze pijlers.

Pijler 1a: Energiebesparing in de gebouwde omgeving Deze pijler heeft met name betrekking op de onroerendgoedsector, alsmede op asset managers in andere branches die zorg moeten dragen voor het vastgoed. Het is één van de belangrijkste pijlers vanwege de uitstoot en het verbruik die de sector creëert. De volgende afspraken over de gebouwde omgeving zijn opgenomen in het Energieakkoord7: De gebouwde omgeving is in 2050 energieneutraal; • Nieuwbouw is vanaf 2020 bijna energieneutraal; overheidsgebouwen zelfs al vanaf 2018; • In 2020 hebben sociale huurwoningen gemiddeld energielabel B. Woningcorporaties investeren daarvoor tussen 2014 en 2017 jaarlijks 100 miljoen euro; • In 2020 heeft 80 procent van de particuliere huurwoningen minstens label C; • Er komt een publieke voorlichtingscampagne over energiebesparing; • Netbeheerders gaan op grote schaal “slimme energiemeters” plaatsen bij consumenten; • Woningeigenaren en verhuurders die nog geen energielabel hebben, krijgen in 2014 en 2015 een indicatief label, om hen bewust te maken van de energieprestatie van hun woning; • Energiebesparende maatregelen kunnen vanaf 2014 worden betaald via de energierekening; • Brancheorganisaties en overheid maken afspraken over de ontzorging van particu-

liere woningeigenaren die energiebesparende maatregelen willen nemen; • Er komen ruimere hypotheekmogelijkheden voor woningrenovaties die leiden tot zeer energiezuinige woningen (“nota nul-renovaties”); • De belemmeringen die Verenigingen van Eigenaren ervaren rond verduurzaming, worden opgelost; een taskforce ontwikkelt voor medio 2014 een integrale aanpak.

De Nederlandse overheid onderschrijft, zoals te zien is in de doelstellingen voor de gebouwde omgeving, de impact die deze sector kan hebben op het behalen van de doelstellingen. De sector neemt circa 35% van het totale energieverbruik én 30% van de totale CO2-uitstoot8 voor haar rekening. Hierdoor moeten bedrijven in onroerend goed óf assetmanagers die gaan over vastgoed zorgen dat hun assets verduurzamen. Zij kunnen daartoe strategische afwegingen maken aangezien duurzame investeringen op lange termijn ook voor verminderd energieverbruik en dus lagere kosten kunnen zorgen. Energielabels zijn dan ook van groot belang voor het inschatten van de energiekosten van een gebouw en spelen mee in de verkoop of verhuur van een pand. Pijler 1b: Energiebesparing in de industrie en agrosectoren Voor de industriële branches (Procesindustrie, Manufacturing en Food, Beverage & Farma) is energie-efficiëntie van groot belang. De operationele kosten worden daarmee gedrukt, de kwetsbaarheid voor fluctuaties in de energieprijs wordt verminderd en er worden mogelijk nieuwe banen gecreëerd. Daarnaast wordt de positie op de internationale markt versterkt en worden klimaatdoelen effectief gerealiseerd. In 2009 hebben 110 grote, energie-intensieve bedrijven, die concurreren op de wereldmarkt van chemie, staal of papier de MEE (Meerjarenafspraak Energie Efficiëntie) gesloten. Deze bedrijven hebben al veel bespa-

Het Onderhoudskompas -  67


ringen doorgevoerd en zijn soms zelfs marktleider op dat gebied. De volgende afspraken zijn met deze bedrijven gemaakt: • De bestaande GO-regeling (Garantie Ondernemingsfinanciering) kan reeds gebruikt worden door banken voor investeringen in energie-efficiëntie in de industrie met een terugverdientijd tot maximaal acht jaar; • Voor de toepassing van innovaties en technologieën die nog niet marktrijp zijn is externe financiering nodig om dit mogelijk te maken; • De energie-investeringsaftrek (EIA) regeling zal zich zoveel mogelijk richten op energie-efficiëntie; • De overheid, MEE-bedrijven en eventueel uit te nodigen partners spannen zich maximaal in voor een raamwerk voor bedrijfsspecifieke afspraken gericht op verbetering van de energie-efficiëntie van de betrokken bedrijven. Ook zijn het behoud van onrendabele warmtekrachtkoppelingsinstallaties door middel van financiering en een betere benutting van de industriële warmtehuishouding speerpunten van deze pijler9.

Pijler 2 Opschalen hernieuwbare energieopwekking De pijler gericht op het opschalen van hernieuwbare energieopwekking biedt zekerheid aan investeerders en creëert additionele werkgelegenheid, hoogstwaarschijnlijk ook in de onderhoudssector. Op deze manier hoopt Nederland de doelstelling van 16% hernieuwbare energie in 2023 te behalen. Deze opschaling is voor ook alle secties binnen de onderhoudswereld relevant, aangezien zij bij kunnen dragen aan het opwekken van hernieuwbare energie of hier meer gebruik van kunnen maken. Belangrijk bij deze pijler is dat innovaties worden uitgelokt om kosten te verlagen en de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven in deze sector versterken. Hiervoor zijn uitrolstrategieën voor voornamelijk wind op zee en land én het gebruik van biomassa opgesteld. Het doel voor wind op zee is bijvoorbeeld een opscha-

68 - Het Onderhoudskompas

ling van circa 1.000 MW naar 4.450 MW in 2023. Om dit rendabel te maken is een kostenreductie van ongeveer 40% nodig in de komende jaren. Wind op land wordt opgeschaald naar 6.000 MW in 2020. Partijen werken ook mee aan de wetgevingsagenda “stroom”. Deze agenda is in gang gezet om wetgeving te realiseren die in de toekomst meer ruimte creëert voor een substantiële rol voor duurzame opwekking. Daarnaast is het van belang dat de toekomstige wetgeving rekening houdt met de gevolgen van onderbroken opwekking (denk aan zonne- en windenergie) voor het elektriciteitsnet en de uitrol van smart grids.

Pijler 4: Gereed maken van het energietransportnetwerk Het vernieuwen van het energietransportnetwerk kan een belangrijke ontwikkeling betekenen voor de sector Infra. Doordat grenzen tussen gebruiker en producent van energie beginnen te vervagen, door bijvoorbeeld decentrale opwekking of energie die gehaald wordt uit elektrische voertuigen, worden de elektriciteitsnetten klaargemaakt voor deze ontwikkelingen. Een voorbeeld hiervan is smart grids. Dit zijn elektriciteitsnetwerken die om kunnen gaan met het tweerichtingsverkeer op het elektriciteitsnet, dat ontstaat als gevolg van decentrale opwek. Het net moet daarom klaar zijn voor zowel centrale als decentrale opwekking en een veranderende energiemix. Daarnaast moet het net rekening houden met de dynamische wisselwerking van energievraag en -aanbod en voldoende voorzieningen voor opslag realiseren. Dit wordt verder toegelicht onder “smart grids en de opslag van energie” in paragraaf 3.4.1. De volgende maatregelen moeten hiervoor genomen worden: • Ontwikkeling en introductie van smart grids en de introductie van demand side-management om een verschuiving in het vraagpatroon tot stand te brengen; • De ontwikkeling van opslagcapaciteit, bijvoorbeeld door verdere stimulering van elektrisch vervoer en de laadinfrastructuur


die daarvoor nodig is. Een andere mogelijkheid is om elektriciteit om te zetten in gas en dit gas op te slaan; • Het is van belang dat er experimenten worden ingericht om beter zicht te krijgen op de effecten van innovaties op de energie-infrastructuur. Het voorstel hierbij is om zo veel mogelijk aan te sluiten bij het topsectorenbeleid. Pijler 7: Mobiliteit en transport De doelen die voor mobiliteit en transport zijn gesteld, zijn met name van belang voor de fleet sector maar ook voor fleet asset managers in andere branches. In mobiliteit en transport bestaat het doel om de CO2-uitstoot met 60% terug te brengen in 2050 ten opzichte van 1990 en met 17% in 2030.

Voor de lange termijn heeft de overheid de volgende doelen gesteld: • Duurzame brandstoffenmix gebaseerd op het CO2-reductiepotentieel; • Zero-emissie voor auto’s die vanaf 2035 verkocht worden; • “Betalen naar gebruik”, waarbij alle huidige belastingen m.b.t. personenvervoer komen te vervallen; • Ruimtelijk beleid om klimaatdoelen en verduurzaming te verwerken in lokaal ruimtelijk beleid. Op korte termijn zijn de volgende doelen gesteld: • Bronbeleid, waarbij partijen het akkoord met betrekking tot CO2-uitstoot van personenauto’s steunen en zich gezamenlijk inzetten om te zorgen dat Europese CO2-normen en beleid worden vastgesteld c.q. aangescherpt; • Publieke-private samenwerking die een kader biedt om business cases en producten te ontwikkelen voor de transitie naar duurzame mobiliteit; • Koploperschap op nieuwe technologieën, waarvan een voorbeeld het publiek-private project elektrisch rijden is; • Fiscale stimulering van ultrazuinige voertuigen;

• Mobiliteitsmanagement en brandstofbesparing, door bijvoorbeeld vrijwillige initiatieven van bedrijven die private pilots houden door forenzen te stimuleren duurzamer of buiten de spits te rijden; • Het stimuleren van openbaar vervoer en schone tweewielers; • Het maken van afspraken tussen publieke en private partijen over de stimulering van de totstandkoming van publieke laadinfra voor elektrische voertuigen.

2.3 Stimulans van duurzaamheid vanuit de overheid In deze paragraaf zetten we uiteen wat er vanuit de publieke sector aan beleid aanwezig is ter stimulatie van duurzaam energieverbruik en innovaties om deze doelstellingen te bereiken. Er zijn veel regelingen waarvan bedrijven in de onderhoudssector gebruik kunnen maken wanneer zij investeren in duurzame oplossingen en innovaties. Er is alleen al voor de gebouwde omgeving een investeringsimpuls van circa 600 miljoen euro voor duurzaamheid beschikbaar. Daarnaast wil de overheid door middel van Green Deals ruim baan geven aan duurzame investeringen en innovaties. Met deze Green Deals maakt de overheid afspraken met bedrijven om bijvoorbeeld wet- en regelgeving aan te passen om de regeldruk te verminderen. Daarnaast kan de overheid bemiddelen tussen partijen en innovaties/projecten helpen door financiering met subsidie of fiscale voordelen. Onder deze laatste noemer vallen regelingen zoals het innovatiefonds MKB+, de belastingaftrek voor onderzoeks- en ontwikkelingskosten, de energie-investeringsaftrek, de milieu-investeringsaftrek (MIA) en de Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (VAMIL). Het innovatiefonds MKB+ helpt het mkb door ideeën te financieren die zich in de fase bevinden waar kennis om wordt gezet in eindproducten. Er staat 500 miljoen euro aan budget open voor dit fonds10. Via de fiscale regelingen WBSO en RDA zorgt de overheid dat de financiële lasten van

Het Onderhoudskompas -  69


70 - Het Onderhoudskompas


R&D-projecten kunnen worden beperkt. De WBSO zorgt voor een verlaging van loonkosten en de RDA levert een extra aftrekpost op voor andere kosten en uitgaven voor het project. Voor de WBSO staat 794 miljoen euro beschikbaar in 2015 en voor RDA staat 238 miljoen euro beschikbaar in 2015. Via de energie-investeringsaftrek kunnen bedrijven fiscaal voordelig investeren in energiezuinige technieken en duurzame energie. Hierbij kunnen 41,5% van de kosten worden afgetrokken van de fiscale winst, bovenop de gebruikelijke afschrijving. Dit levert gemiddeld 10% belastingvoordeel op. Er is 106 miljoen euro uitgetrokken voor deze aftrek. Ondernemers kunnen kiezen uit een lijst van energiezuinige en milieuvriendelijke technieken die dit fiscale voordeel opleveren11. De MIA en VAMIL12 helpen ondernemers om fiscaal voordelig te investeren in milieuvriendelijke technieken die op dezelfde lijst te vinden zijn. Via de MIA kunnen ondernemers profiteren van een investeringsaftrek die kan oplopen tot 36% van het investeringsbedrag. De VAMIL biedt de mogelijkheid om 75% van de investeringskosten op een door de ondernemer bepaald tijdstip af te schrijven. Naast het stimuleren van duurzame initiatieven stelt de overheid ook eisen. Bedrijven zijn volgens de Wet Milieubeheer verplicht alle energiebesparende maatregelen te nemen die zich in vijf jaar of minder terugverdienen. Nog niet alle bedrijven doen dit, dus het is verstandig deze eis zo snel mogelijk te implementeren in de meerjarenonderhoudsplannen. Handhaving van deze wet zal ongetwijfeld in de komende jaren nadrukkelijk op de agenda van de overheid staan.

3. Energiebesparing in de onderhoudssector Het onderwerp duurzaamheid leeft steeds meer binnen Asset Management en neemt ook in belang toe voor specifiek het onderhoud. Dit is terug te zien in de trends van het Onderhoudskompas van dit jaar, waar het belang voor duurzaamheid een steeds prominentere plaats in de Top Tien Trends inneemt. Projecten met een sterke business case ter

bevordering van de verduurzaming worden steeds vaker geaccepteerd. Business cases voor duurzame oplossingen worden ook stérker door energiezuinigere technologieën en een langzaam hoger wordende energieprijs. Om dit inzichtelijk te maken, monitoren organisaties hun energieverbruik nauwlettender. In de sector onroerend goed is te zien dat nieuwbouw veelal energieneutraal wordt opgeleverd, zo gaat Dunea in Scheveningen dit jaar een van de grootste zonne-energieprojecten van Nederland starten door op alle daken van de filtergebouwen zonnepanelen aan te brengen. Bedrijven kiezen daarnaast voor een zuinigere fleet om daarmee op brandstofkosten en onderhoud te besparen. De door de overheid aanbestede infraprojecten worden al beoordeeld op duurzaamheid. In de industrie kijkt men al jarenlang naar welke technieken het energieverbruik zoveel mogelijk terugdringen en hoe apparaten zo optimaal mogelijk draaiende gehouden kunnen worden. Binnen de onderhoudssector lopen dus veel initiatieven, maar er zijn nog volop kansen om de doelstellingen die gesteld zijn in het Energieakkoord verder te helpen realiseren. In paragraaf 3.1 geeft de NVDO een aantal kansen die de gehele onderhoudssector zou kunnen aangrijpen om energie-efficiënter te werk te gaan. 3.1 Kansen voor de gehele onderhoudssector Voor de gehele onderhoudssector liggen kansen die nog niet (volledig) zijn omarmd of slechts door een aantal bedrijven reeds zijn geadopteerd. Door middel van het aangrijpen van deze kansen levert de sector haar bijdrage aan het Energieakkoord. We zien voor alle sectoren de volgende drie kansen: 1. Op tijd assets vervangen is goed voor het milieu én de portemonnee; 2. Energieverbruik in kaart brengen helpt om processen te optimaliseren, maar ook voor bewustwording bij de onderhoudsprofessional; 3. Goed uitvoeren van reguliere onderhoudstaken draagt óók bij aan energiebesparing. We lichten deze kansen hieronder verder toe.

Het Onderhoudskompas -  71


3.1.1. Op tijd assets vervangen is goed voor het milieu én de portemonnee In de onderhoudssector is een sterke focus op Operational Excellence. Dit komt voort uit de nog steeds bestaande kostendruk. Voor onderhoudsmanagers is het belangrijk om de processen zo optimaal mogelijk in te richten, met lage uitgaven en een minimaal risico. Het lijkt dan vaak aantrekkelijk om vervangingsinvesteringen uit te stellen en assets een langere levensduur te geven. Echter, de hogere investeringen aan de voorkant van een vervangende asset kunnen zich in veel gevallen al snel terugverdienen. Daarnaast zijn nieuwe assets vaak aanzienlijk efficiënter en duurzamer. De vervangingsinvestering kan zo impact hebben op zowel het milieu als op de portemonnee. Vaak wordt er voor levensduurverlenging gekozen vanwege te lange terugverdientijden, of omdat de business case niet voldoende positief is om op de investeringsagenda te komen. Daarnaast wordt bij dit soort keuzes de duurzaamheidsdimensie simpelweg niet meegenomen. Voor vrijwel elk bedrijf is het belangrijk om de totale kosten van het gebruik goed af te wegen wanneer er een besluit wordt gemaakt over levensduurverlenging of herinvesteren. Deze bedrijven doen zichzelf simpelweg tekort door te kiezen voor revisie, terwijl de vervangingsinvestering een positieve business case heeft en duurzamer is. Hiervoor is het wel belangrijk dat zij bewust worden van zowel de opties voor vermindering van energieverbruik als de bijbehorende kostenbesparingen die dit met zich meebrengt.

3.1.2. Energieverbruik in kaart brengen helpt om processen te optimaliseren, maar ook voor bewustwording bij de onderhoudsprofessional Een belangrijke manier om de zojuist besproken bewustwording te creëren, is het inzichtelijk maken van het energieverbruik. Het gebruikmaken van data die voornamelijk wordt verzameld door sensoren, kan twee positieve effecten hebben op het limiteren van het energieverbruik. Ten eerste creëert het verzame-

72 - Het Onderhoudskompas

len van data bewustwording op de werkvloer. Door inzichtelijk te maken hoe bepaald gedrag van invloed kan zijn op het energieverbruik (en dus de energiekosten), wordt het mogelijk om daadwerkelijk gedrag van beleidmakers tot uitvoerders te veranderen. Zo zag Tata Steel een enorme omslag in de verduurzaming toen bekend werd dat de staalindustrie in Nederland verantwoordelijk is voor zo’n 4% van de CO2-uitstoot. Bij drinkwaterbedrijf Dunea is men begonnen met het intensief monitoren van het persluchtverbruik en gerelateerde data. Sinds deze monitoring wordt uitgevoerd en daarop wordt geacteerd, gaat het energieverbruik constant omlaag. Dit zijn duidelijke voorbeelden van hoe alleen monitoring al kan helpen om energiezuinige initiatieven te identificeren en meer bezig te zijn met procesoptimalisatie. Het is hierbij cruciaal dat alle inzichten door de gehele organisatie, zowel aan de bovenkant als aan de werkvloer worden gecommuniceerd. Zo houden asset managers bij investerings- en onderhoudsbeslissingen meer rekening met de Total Costs of Ownership (TCO) van assets en zal de werkvloer in haar dagelijkse handelingen zuiniger te werk gaan. Kennis van de desbetreffende systemen is hierbij van cruciaal belang. Ten tweede kan deze schat aan data gebruikt worden voor het doen van procesoptimalisaties en optimaal onderhoud. Door het uitvoeren van meer predictief onderhoud kunnen kosten worden bespaard en worden installaties ook in hun optimale conditie behouden. Door constant bij te houden of assetcomponenten nog op hun maximale verbruik draaien, is het mogelijk om energie zo efficiënt mogelijk in te zetten. Als assets hun effectiviteit verliezen, wordt namelijk energie ingezet die niet naar de maximaal haalbare productiecapaciteit toegaat.

3.1.3. Goed uitvoeren van reguliere onderhoudstaken draagt ook bij aan energiebesparing Een aspect dat zeer belangrijk is voor de onderhoudssector, is dat zij haar eigen business case


vormt voor het verduurzamen van assets. Door middel van het uitvoeren van regulier preventief onderhoud (naast de zojuist genoemde predictieve component), kan het onderhoud ervoor zorgen dat assets zo efficiënt mogelijk draaien. Simpele handelingen zoals het schoonmaken van koel- vriesinstallaties, het nakijken van isolatie of het afstellen van installaties kan al tot een belangrijke kostenbesparing leiden. Door alles goed te inspecteren en assets te updaten waar nodig, levert onderhoud met zijn werkzaamheden al intrinsiek een grote bijdrage aan verduurzaming. Met andere woorden, het inzetten van meer onderhoud kan zich terugverdienen in verminderde energiekosten. Een mooi voorbeeld van hoe inzet van de onderhoudsprofessional kan bijdragen aan energie- en kostenvermindering is het makelaarsbedrijf Urban Innovations. Het bedrijf heeft een portfolio van voornamelijk B-labelgebouwen. In één van de gebouwen stond een honderd jaar oude stoomboiler, iets dat normaal al snel alarmbellen doet rinkelen bij managers van STAR-gecertificeerde gebouwen. De boiler stond echter nog niet op de lijst om vervangen te worden. Door een onderhoudsmedewerker te betrekken in het strategische asset management, wist het bedrijf de boiler zo te onderhouden dat het een energiebesparende in plaats van energieverslindende machine werd. Door nieuwe aanstekers, buizen, warmte-elementen en isolatie te plaatsen, werd de energie-efficiëntie van het gebouw sterk verbeterd. Door constant aandacht te geven aan onderhoud, wist het bedrijf met reparaties de efficiëntie van meer apparaten te verbeteren, zoals de koeltoren op het dak en de warmtepompen in de kamers. Door daarnaast relatief goedkope kleppen te installeren bij elke huurder, werd daarmee het energieverbruik, en dus de kosten, sterk verminderd13. 3.2 Barrières Het is niet altijd gemakkelijk om de kansen voor kostenbesparing te grijpen. Er is een aantal barrières dat van invloed is op de keuze voor het al dan niet investeren in duurza-

me energie. Wij identificeren kostendruk, onvoldoende focus en inzicht in Life Cycle Costs en de operationele aard van onderhoud als drie belangrijke barrières.

3.2.1 Kostendruk Onderhoudsbedrijven hebben last van kostendruk en concurreren nog steeds op prijs. Hierdoor zijn de marges lager en wordt het voor bedrijven moeilijker investeringsruimte te vinden voor proces- en productinnovaties of investeringen die de duurzaamheid ten goede komen. Daarnaast is de olie- en energieprijs op dit moment historisch laag. Duurzame energieprojecten zullen het hierdoor extra moeilijk krijgen, omdat ze moeten concurreren met lagere energieprijzen. Hierdoor duurt het dus langer voordat investeringen zijn terugverdiend.

3.2.2. Onvoldoende focus en inzicht in Life Cycle Costs Ook al zijn veel doorgerekende business cases uiteindelijk positief, toch wordt er helaas nauwelijks voor verduurzaming gekozen. Wanneer alle investeringsprojecten onder elkaar worden gezet en er een lijst wordt gemaakt op basis van de verwachte waarde (NPV), komt de vervangingsinvestering die tot duurzaamheid leidt nog niet hoog. Er wordt dan vaak gekozen voor het eerste “x”-aantal projecten met de hoogste NPV dat binnen het budget past. Door deze werkwijze worden duurzame projecten met een positieve business case weggedrukt door projecten met een hogere verwachte Return On Investment.

Verduurzamingsprojecten hebben een hogere investering aan de voorkant en verdienen zich pas na langere tijd terug. Omdat binnen bedrijven regelmatig een kortetermijnfocus aanwezig is, worden projecten met zulke terugverdientijden uitgesteld. Dit, terwijl een focus op de toekomst van enorm belang kan zijn vanwege aanscherpende wet- en regelgeving, veranderende eisen van de eindgebruiker, of simpelweg een veranderend moraalbesef. Het Onderhoudskompas -  73


3.2.3. De waan van de dag Onderhoudstaken worden vooral uitgevoerd vanuit operationeel en tactisch oogpunt. Kosten worden bespaard door middel van inzet van minder personeel en effectiever uitvoeren van onderhoud. Hierdoor kan het gebeuren dat het onderhoud in toenemende mate in de “waan van de dag” terecht komt. Men kijkt meer naar bovengenoemde manieren om kosten te besparen in plaats van kostenbesparing vanuit een strategisch perspectief. Hiermee wordt bijvoorbeeld structurele kostenbesparing door middel van het drukken van energiekosten bedoeld. Wanneer machines goed lijken te draaien, wordt er al gauw beoordeeld dat er geen vervangingsinvestering, onderhoud of revisies plaats hoeven te vinden. Denk bijvoorbeeld aan een groot industrieel complex waar alle persluchtproducerende installaties goed werken. Als men vanuit operationeel of tactisch oogpunt hiernaar kijkt lijkt alles perfect te werken, maar wellicht kan het hele systeem veel efficiënter worden ingericht om energieverbruik te verminderen. Ook kan er een nieuwe techniek worden toegepast om het lekken van een grote hoeveelheid perslucht te voorkomen. Kortom, door slechts te kijken naar assets als “werkend of kapot”, gaat een hoop besparingspotentieel verloren. Daarnaast gaat een TCO-benadering voor

74 - Het Onderhoudskompas

onderhoud uit van rationele besluitvorming, maar de praktijk is soms weerbarstig. Kennis en bekendheid met eerder geïnstalleerde systemen zijn belangrijke factoren waardoor zaken “bij het oude” worden gelaten.

3.3 Sectorspecifieke voorbeelden van kansen Naast een aantal generalistische kansen voor de onderhoudssector, is er tal van sectorspecifieke voorbeelden van kansen voor de verschillende sectoren. In het volgende onderdeel is een aantal van deze kansen uitgewerkt en wordt voor elke sector een best practice gegeven om de vermindering van energieverbruik concreet te maken. Vanwege de grote gelijkenis in technieken voor energiebesparing binnen Manufacturing, Procesindustrie en Food, Beverage & Farma zijn deze drie sectoren samengenomen onder de noemer Industrie. 3.3.1. Infra Voor de Infra sector zien we drie belangrijke kansen: 1. Smart grids en de opslag van energie 2. Innovaties voor de weg 3. Het belang van samenwerking


Figuur1: overzicht van energieaanbod en -vraag Smart grids en de opslag van energie Tegenwoordig is er in toenemende mate sprake van decentrale opwekking, iets dat verder wordt gestimuleerd in het Energieakkoord. Hier produceren bedrijven of particulieren zelf energie, waarbij op sommige momenten ook (decentraal) teveel energie wordt geproduceerd. De energie die te veel wordt opgewekt en niet wordt gebruikt, wordt op dit moment meestal niet door de decentrale opwekkers opgeslagen en gaat verloren, zie figuur 1. Om deze mismatch in balans te brengen, zijn er in de toekomst twee gerelateerde ontwikkelingen te zien. De eerste zijn intelligente netten of smart grids en de tweede is de opslag van energie.

Een deel van de infrasector bestaat uit de distributienetwerken voor energie. Smart grids, een belangrijk speerpunt van het Energie topsectorenbeleid14, zijn energienetten waarbij centrale en decentrale energieproducenten met elkaar worden verbonden, zodat energie beide kanten op kan. Op deze manier kunnen particulieren of bedrijven die zelf energie produceren dit terugbrengen op het netwerk wanneer zij dit niet gebruiken15. Dit wordt mede mogelijk gemaakt door het aanbrengen van sensoren in het netwerk om het net te

kunnen monitoren en sturen. Het gebruik van een smart grid heeft als doel de vraag en aanbod van energie meer in balans te brengen. De vraag naar energie is namelijk niet altijd gelijk en verschilt per tijdstip, dag en seizoen. Energieprijzen fluctueren hierdoor mee. Aangezien de energieproductie slechts beperkt aanpasbaar is, gaat er veel energie verloren. Deze wisselwerking tussen centrale en decentrale opwekking kan de mismatch en het bijbehorende verlies van energie verder doen verdwijnen wanneer er voldoende opslagcapaciteiten aanwezig zijn. Hiervoor moeten meer faciliteiten beschikbaar komen. Daarbij kunnen elektrische voertuigen een rol spelen. Zij kunnen als opslag aangesloten staan op het energienetwerk en energie aan het net teruggeven wanneer de vraag groot is. Wanneer de vraag lager is, laden de autoâ&#x20AC;&#x2122;s weer op, waardoor vraag en aanbod langzaam gelijk worden getrokken. Nadat accuâ&#x20AC;&#x2122;s niet meer bruikbaar zijn in een auto (vaak wanneer zij na vijf jaar slechts 70-90% van hun capaciteit hebben worden zij vervangen), kunnen batterijen dienen ter opslag van energie. Langzaam begint er zo een markt te komen voor tweedehands accuâ&#x20AC;&#x2122;s van elektrische voertuigen, waarvoor nieuwe bedrijven worden gestart. Deze be-

Het Onderhoudskompas

-

75


drijven kopen de accu’s op om energie op te slaan wanneer de prijs laag is en het aan het netwerk te leveren bij een hoge vraag16. Een ander voorbeeld van innovatie in de opslag van energie is het autobedrijf Tesla, dat met haar Powerwall en Powerpack de markt op gaat voor de opslag van energie door zowel consumenten als het bedrijfsleven. Door de kennis die het bedrijf heeft over batterijen voor EV’s (=elektrische voertuigen) te steken in opslagtoepassingen, hoopt het bedrijf een revolutie te ontketenen in duurzame decentrale opwekking en elektrische zelfvoorzienendheid van huishoudens. De discussie over het invoeren van smart grids is op dit moment gaande17 en is zeer belangrijk voor netbeheerders en organisaties die onderhoud plegen aan het net. Het uitrollen van smart grids kan zorgen voor een fundamentele verandering aan het onderhoud van deze netten. Uiteraard zal het fysieke onderhoud veranderen, maar een eigenschap van deze intelligente netten is ook dat de hoeveelheid data zal toenemen. Door het gebruik van deze data zal er meer predictief onderhoud gedaan kunnen worden, doordat gebruik gemaakt wordt van de data die door sensoren wordt geleverd.

Innovaties voor de weg De nieuwe technologieën voor wegen volgen elkaar in rap tempo op. Hierbij worden nieuwe ontwikkelingen toegepast op bestaande asfaltwegen, maar worden er ook meer radicale innovaties gedaan. Een voorbeeld van een nieuw type asfalt, dat al in pilots wordt getest, is asfalt van KWF infra dat 100% recyclebaar is18. Op haar TestingGrounds heeft Schiphol meerdere experimenten met dit type asfalt uitgevoerd. Bij het recyclen van normaal wegdek is directe verhitting van de grondstoffen nodig, terwijl bij dit vernieuwde type asfalt gebruik wordt gemaakt van indirecte verhitting. Het asfalt raakt hierdoor minder beschadigd. Daarnaast blijft energieverlies beperkt en zijn er minder grondstoffen nodig, hetgeen de duurzaamheid verder ten goede komt. Deze weg

76 - Het Onderhoudskompas

is niet de enige innovatie die KWF infra doet op het gebied van duurzaamheid. Niet lang geleden kwam het bedrijf in het nieuws met plastic wegen, gemaakt van gerecycled plastic en kunststof, die een reële optie lijken voor de meer verre toekomst. Deze duurzame wegen zijn vrijwel onderhoudsvrij, aangezien zij ongevoelig zijn voor corrosie en weersinvloeden19. De levensduur van wegen kan hierdoor worden verdrievoudigd. Dit soort duurzame innovaties hebben implicaties op de onderhoudswereld en kunnen ervoor zorgen dat de markt wordt verkleind, terwijl het onderhoud aan bijvoorbeeld riolering die in deze holle prefabdelen zit, wordt versimpeld. Een ander voorbeeld van een futuristische innovatie zijn de “smart highways” die in ontwikkeling zijn bij Heijmans, ontwikkeld door ontwerper Daan Roosegaarde. In dit project komen duurzaamheid, veiligheid en perceptie samen in een aantal concepten voor de weg van morgen. Allereerst werkt het bedrijf aan glow-in-the-dark lijnen, die ’s middags zon opvangen en in de avond oplichten. Daarnaast zou er een “electric priority lane” in het wegdek kunnen worden geïnstalleerd, die EV’s via inductie oplaadt terwijl zij rijden. Andere concepten zijn interactieve verlichting die alleen aangaat wanneer voertuigen in de buurt zijn, dynamische verf die oplicht als de weg bijvoorbeeld glad is en dynamische lijnen die aan de behoefte kunnen worden aangepast, bijvoorbeeld voor het veranderen van een doorgetrokken in een onderbroken streep. Dit alles betekent dat onderhoudsbedrijven rekening moeten houden met het onderhoud aan bijvoorbeeld sensoren of assets met steeds complexere technieken. Daar waar nu gebruik wordt gemaakt van asfalt en verf, kan een complex elektriciteitsnetwerk ontstaan waar rekening mee moet worden gehouden bij het uitvoeren van onderhoud. Het belang van samenwerking Een manier waarop binnen de infrasector een grote energiebesparingswinst is te boeken, is het samenwerken tussen verschillende orga-


Best practice: Duurzaamheid bij prestatiecontracten en aanbestedingen Rijkswaterstaat Als overheidsorganisatie wil Rijkswaterstaat actief bijdragen aan het Energieakkoord door duurzaamheid op te nemen in onderhoudscontracten. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van technieken als DuboCalc en de CO2-prestatieladder20 bij een aanbesteding van Economisch Meest Voordelige Inschrijving (EMVI). Zo is het onderhoud voor het veiliger maken van de N61 op basis van deze technieken gegund aan een partij die 25% duurzamer was dan het conventionele ontwerp21.Voor de werkzaamheden aan het project A12 LunettenVeenendaal heeft Rijkswaterstaat met EMVI en belangrijkste criterium duurzaamheid aanbesteed, vanwege de grootte en impact van het project. Het project is DBFMO gegund (dus inclusief onderhoud) waarbij Poort van Bunnik won met de meest duurzame inschrijving. Poort van Bunnik had in zijn aanbieding de focus gelegd op veiligheid en gezondheid, energieverbruik, CO2-emissie, duurzaam materiaalgebruik en afvalmanagement. Ook deze inschrijving was 25% duurzamer dan het conventionele ontwerp. Daarnaast gebruikt de overheid een omgevingswijzer, een instrument dat twaalf duurzaamheidsthema’s onderscheidt en helpt om duurzaamheid in projecten in kaart te brengen. Zo is er in een pilot met de bouw van de Merwedebrug gekozen voor een project waarbij de initiële investering hoger was, maar de kosten over de hele levensduur lager waren, hetgeen aangetoond werd met de omgevingswijzer 22.

nisaties bij het onderhoud aan hun assets, die vaak sterk met elkaar verbonden zijn. Door het simpelweg efficiënter uitvoeren van onderhoud en het optimaal laten draaien van de assets (Asset Management), wordt minder energie verbruikt. We zien dit bijvoorbeeld terug in samenwerkingen tussen de beheerders van netwerken van energie, riolering en drinkwater in de grote steden. Wanneer zij

het onderhoud met elkaar afstemmen hoeft een weg slechts één keer opengebroken te worden. Door deze procesoptimalisatie uit te voeren, wordt er over verschillende sectoren energie bespaard. Denk hierbij bijvoorbeeld aan extra energieverbruik voor het openbreken van de weg of het feit dat automobilisten bij elke omleiding meer CO2 uitstoten. Deze samenwerking zien we ook bij industrieparken, zoals Emmtec. Deze parken bieden productiebedrijven energie- en procesondersteunende producten, zoals stoom, water, gas, perslucht en koelsystemen. Ook dragen zij zorg voor de grond, de infrastructuur, de utilities en de afvalwaterzuivering. Dit zorgt ervoor dat de productiebedrijven zich volledig kunnen focussen op hun primaire proces. 3.3.2. Fleet Voor Fleet zien we twee belangrijke kansen: 1. Duurzame wagenparken 2. Over-the-air diagnostics

Duurzaam wagenpark Zelfs in economisch slechtere tijden blijken bedrijven de afgelopen jaren te kiezen voor een duurzaam wagenpark van bijvoorbeeld elektrische voertuigen23. De rvo heeft samen met TNO onderzoek gedaan naar de kosten van een elektrisch wagenpark. Uit dit onderzoek blijkt, dat de Total Cost of Ownership voor een elektrisch wagenpark lager ligt dan voor een conventioneel wagenpark, ook al is de initiële investering in dit type auto’s groter24. LeasePlan verwacht dat elektrische auto’s daarnaast zo’n 10 tot 20% minder onderhoud nodig hebben dan conventionele auto’s. Producenten schatten dit percentage zelfs op 40. Dit komt, doordat het enige bewegende onderdeel in de auto de assen zijn en de motor simpeler en volledig afgesloten is. Met een duurzaam wagenpark kan dus zowel op onderhoud als verbruikskosten worden bespaard.

Het Onderhoudskompas -  77


Best practice: FleetBoard Bij vervoersbedrijf Wielemaker is het sensorsysteem FleetBoard in vijf trucks geplaatst. Dit werd gedaan om duidelijkheid te krijgen over de slijtage van een aantal onderdelen. Gaandeweg bracht het systeem nog meer voordelen met zich mee. Het brandstofverbruik werd met 4 tot 6% teruggebracht door een inzet- en rijstijlanalyse die het bedrijf voorlichtte over de juiste configuratie, de route en het optimale gebruik van de truck. Wielemaker heeft het systeem vervolgens toegepast op al zijn trucks. Op opdrachtniveau staan nu tijd-, routes-, brandstofverbruik- en rijstijlgegevens in een digitaal systeem. Hier doet het bedrijf vele nacalculaties over. Zo kan zij het onderhoud van de trucks ruim van tevoren inplannen26.

Over-the-air diagnostics Er zijn steeds meer bedrijven die ook het wagenpark van bedrijven “smart” willen maken. Met over-the-air diagnostics kan een bedrijf zijn gehele wagenpark vanuit één plek monitoren en zo op een slimmere manier onderhoud plegen. Gebruikers hebben niet alleen inzicht in wat de status van voertuigen is en of er onderhoud moet worden gepleegd, ook krijgen zij informatie over hoe groen de auto is en hoe duurzaam die presteert. Zo kan een bedrijf onderhoud plegen als blijkt dat het wagenpark niet aan bepaalde eisen voor duurzaamheid voldoet. Dergelijke methoden voor het stimuleren van duurzaamheid kunnen ook in spelvorm worden toegepast. Zo ontwikkelde een bedrijf een “serious game”: vrachtwagens werden uitgerust met sensoren, waarbij gemeten werd hoe zuinig chauffeurs rijden. Op basis van een onderlinge competitie op score worden chauffeurs zo verleid om zowel zuiniger als onderhoudsvriendelijker te rijden25. 3.3.3. Industrie Voor de Industrie (Manufacturing, Procesindustrie en Food, Beverage & Farma) zien we drie kansen: 1. Het gebruik van duurzame technieken 2. Doen van vervangingsinvesteringen 3. Smart manufacturing en onderhoud

78 - Het Onderhoudskompas

Duurzame technieken in de industrie Binnen de industrie is een aantal methoden waarop onderhoud kan bijdragen aan de verduurzaming van assets. In de volgende paragrafen worden deze methoden één voor één uiteengezet. Perslucht Een belangrijke manier waarop eigenaren van producerende assets niet alleen het milieu kunnen helpen, maar ook kosten kunnen drukken, is het op een verstandige manier omgaan met perslucht. Veel assets zijn geïnstalleerd in een tijd waarin energie goedkoop was. Echter, in tijden waarin energie duurder is, moeten de juiste beslissingen worden gemaakt. Zo kunnen bedrijven compressoren uitschakelen buiten bedrijfsuren, lekkages op tijd verhelpen, de werkdruk verlagen, warmte terugwinnen en zuinige blaasmondjes en blaaspistolen installeren. Deze methoden verdienen zich vaak op korte termijn terug en kunnen zorgen voor een significante kostenbesparing, maar ook een verbeterde duurzaamheid van de asset27. Zo zet Yara, na hulp van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en een audit van een adviesbureau, in op een energiebesparing van 2% door op een juiste manier om te gaan met het gebruik van perslucht. In deze case was het advies dat de perslucht op een lagere werkdruk gebracht moest worden en dat drains niet continu open moesten staan28. De NVDO heeft over het gebruik van perslucht een flowchart gemaakt die vrij te benaderen is via de website.

Restwarmte Een grote bron van energiebesparing is het op een juiste manier inzetten van de restwarmte die door de industrie wordt gecreëerd. Warmtevoorziening is namelijk verantwoordelijk voor 60% van ons energiegebruik29. Wanneer het verloren gaan van ingezette warmte wordt tegengegaan, kan dit een belangrijke bijdrage leveren aan CO2-reductie, evenals een kostenbesparing voor bedrijven. Zo kunnen bedrijven door slimmer om te gaan met restwarmte 10 tot 30% energie besparen30. Restwarmte kan bijvoorbeeld ontstaan bij koelingsapparatuur, stoomontwikkeling, machines voor perslucht of vanuit een proces


zelf. Er bestaan vele technieken om restwarmte in kaart te brengen31. Vervolgens kan er op verschillende manieren slimmer mee omgegaan worden. Zo kan er al vaak goedkope besparing plaatsvinden door betere isolatie en eenvoudige vormen van warmteterugwinning. Ook kunnen warmtewisselaars worden geplaatst, waarvoor alle warmtevragende en -aanbiedende processen in kaart moeten worden gebracht. Voor een verdere verlaging moeten technieken zoals warmtepompen worden toegepast. Voor bedrijven is het belangrijk om deze technieken zoveel mogelijk toe te passen, omdat klanten hier steeds meer om vragen en omdat bedrijven op deze manier minder afhankelijk worden van de energieprijs en kosten zullen drukken. Restwarmte kan op verschillende manieren worden ingezet. Een voorbeeld is de ontwikkeling van een duurzame fietsovergang, waarbij van restwarmte gebruik wordt gemaakt zodat er in de winter niet hoeft te worden gestrooid. Dit komt de levensduur en TCO van de fietsovergang ten goede32. Isolatie Isolatie kan zowel toegepast worden bij gebouwen als machines. Bij gebouwisolatie verdient spouwmuur- of bedrijfsdeurisolatie zich niet altijd terug. Kierdichting, HR radiatorfolie en dakisolatie zijn voorbeelden van methoden die door Saxxion, een kenniscentrum voor design en technologie, wél als effectief worden aangemerkt. Hoewel de terugverdientijd lang kan zijn, kan er ook met HR++-glas isolatie een zeer significante besparing worden terugverdiend. Daarnaast kunnen machines, leidingen en installaties worden geïsoleerd. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van leidingisolatie, een investering die zich in twee jaar terug kan verdienen. Een significantere besparing kan echter worden bereikt door installaties met hoge temperaturen te ommantelen. Hierdoor daalt het geluidsniveau en de plaatselijke warmte van deze leidingen en installaties. Vervangingsinvesteringen In de Industrie speelt de afweging van investeren in vervanging of levensduurverlen-

ging van bestaande assets wellicht de meest belangrijke rol. Veel assets stammen nog uit vlak na de Tweede Wereldoorlog en zijn toe aan vervanging, maar worden vaak gereviseerd33. Door te investeren in nieuwe machines die duurzamer zijn dan de vorige, kan een bedrijf meer energie besparen dan met de meeste andere maatregelen. Hoewel veel bedrijven nog steeds kiezen voor revisie van hun machines, is het doen van investeringen belangrijk om met de competitie mee te gaan wat betreft technologie en energiekosten. Het CBS laat zien, dat in de afgelopen periode steeds meer een goed klimaat is ontstaan voor het doen van investeringen. Zij stelt elke maand een investeringsradar op voor de industrie met zes indicatoren: Export, Consumentenvertrouwen, Interbancaire rente, Orderpositie industrie, Bezettingsgraad industrie en Beurs- en koerswaarde. De investeringsradar laat zien dat over de afgelopen jaren vooral het consumentenvertrouwen, de export en de orderpositie van de industrie sterk zijn aangetrokken. Ook tonen maandelijkse schattingen aan, dat de omstandigheden voor investeringen weer een fractie gunstiger zijn geworden34.

Door deze aantrekkende omstandigheden voor investeringen wordt er meer geïnvesteerd in de Nederlandse industrie. In het afgelopen jaar waren er in elke maand meer investeringen dan in dezelfde maand in 2014, een unicum in de laatste drie jaar35. In juli werden er 10% meer investeringen gedaan dan het jaar ervoor en in juni was dit aantal zelfs 22,2% meer36. Om significant te verduurzamen, is het belangrijk dat er vervangingsinvesteringen worden gedaan. Op die manier kunnen bedrijven hun verouderde assets vervangen door assets die van de nieuwste technologieën gebruikmaken om zo energiezuinig mogelijk te zijn, in een tijd waar energie steeds duurder wordt. Uit cijfers van het CBS blijkt dat bedrijven in de industrie inderdaad meer besteden aan investeringen met een vervangend motief (t.o.v. uitbreiding, verhoging

Het Onderhoudskompas -  79


efficiency en overige motieven). Naast de absolute monetaire stijging in investeringen, stijgt ook al drie jaar lang het aandeel van dit budget dat toegaat naar vervangende investeringen. Waar vervangende investeringen in 2013 nog 37% van de totale investeringen uitmaakten, is dit percentage nu 44% van de totale investeringen van 2015. Daarentegen dalen de motieven uitbreiding (30%) en verhoging efficiency (18%) de afgelopen drie jaar licht37.

De industrie lijkt meer ruimte te krijgen voor het doen van vervangende investeringen. Het is belangrijk dat in deze beslissingen de TCO en duurzaamheid mee worden genomen in de berekening, om de asset-base op een commerciële manier te kunnen verduurzamen. Hierbij is met het oog op de toekomst ook compliance belangrijk. Dit, aangezien assets met een zeer lange looptijd moeten kunnen

Best practice: een gesloten kringloop De aandacht voor circulaire economieën, een concept waarbij bedrijven elkaars afval gebruiken als grondstof voor hun productieproces, neemt snel toe. Door op deze manier te werken willen bedrijven verduurzamen en tegelijkertijd hun afval benutten. Een goed voorbeeld van hoe een gesloten kringloop kan werken in de procesindustrie is synergiepark InnoFase, een samenwerking van Cofely, Alliander, AVR, gemeente Duiven en Waterschap Rijn en IJssel. Op het park bevinden zich uitsluitend energie- en milieugerelateerde bedrijven. Door een onderlinge uitwisseling van elektriciteit, warmte en andersoortige reststromen kunnen bedrijven er hun energie- en waterverbruik verduurzamen en waar mogelijk besparen op grondstoffen. De restwarmte van afvalverwerkingsbedrijf AVR wordt bijvoorbeeld gebruikt om kantoren te koelen. De beoogde energieinfrastructuur zorgt voor lagere energie(transport)tarieven. Dit maakt het park aantrekkelijker voor bedrijven die op zoek zijn naar een nieuwe vestigingsplaats. De lagere energietarieven verbeteren ook de concurrentiepositie van de bedrijven die zich op InnoFase hebben gevestigd. Juist de economische aspecten maken de lokale energie-infrastructuur kansrijk. Het park dient als proeftuin en experimenteert momenteel ook met zaken als smart grids en het opwekken van energie op het park39.

80 - Het Onderhoudskompas

voldoen aan de steeds scherpere eisen die regelgeving aan duurzaamheid stelt.

Smart manufacturing en onderhoud Door middel van smart manufacturing maken bedrijven gebruik van Informatie Technologie (IT) en integreren dit op elk niveau van het productieproces om nog meer controle en productiviteit af te dingen. Door apparaten constant te monitoren kan de onderhoudsfunctie er beter voor zorgen dat assets optimaal draaien en dus zo min mogelijk energie verbruiken. Soms kan onderhoud zelfs volledig worden geautomatiseerd. Een voorbeeld hiervan zijn producten die condities van de asset monitoren door middel van sensoren. Zo zijn er sensoren voor slijtage, viscositeit, olietemperatuur, water en de veroudering van smeermiddel. Al deze indicatoren kunnen met één systeem en bijbehorend grafisch dashboard worden uitgelezen door de onderhoudsorganisatie, waardoor tijdig onderhoud gepleegd kan worden van predicatieve aard. Zelfs zouden machines zo kunnen worden ingesteld, dat er op de juiste momenten extra gesmeerd wordt. Andere voorbeelden zijn smart parts (producerende eenheden die op maat gemaakte onderdelen kunnen maken), controlesystemen, communicatienetwerken, software en ERP-systemen, predictief onderhoud op basis van historische data, slim virtueel design én digitale in- en output devices.

Bedrijven die doen aan smart manufacturing, kunnen vaak tot wel 20% aan energie besparen door verhoogde productiviteit38. Zo kan energie bespaard worden door het efficiënter produceren van producten, alleen processen en assets aan te zetten als die nodig zijn. Daarnaast kan een bedrijf de instellingen op de meest optimale manier afstellen op basis van data en alle onderdelen niet afzonderlijk van elkaar te laten opereren, maar als één geheel dat op elkaar aansluit en zo de meeste energie besparen. Een efficiëntere en beter onderhouden machine betekent dus dat deze machine beter gebruik


maakt van energie, waardoor er minder van nodig is. Het is daarentegen vaak nog lastig bewijs te vinden voor de winstgevendheid van deze nieuwe technologieën. Het opzetten van een proeffabriek kan hiervoor een oplossing zijn. In een proeffabriek kunnen de nieuwste technologieën en innovaties gedemonstreerd worden. Hierbij komen de voor- en eventuele nadelen naar voren. Daarnaast kunnen in een proeffabriek de mensen worden opgeleid die de productie zullen gaan begeleiden in de fabriek van de toekomst. 3.3.4. Onroerend Goed Voor het Onroerend Goed zien we drie kansen: 1. Certificaten als BREEAM-NL 2. Smart buildings 3. Een positieve business case voor een groen gebouw Certificatie en duurzame technieken Tegenwoordig gebruiken kopers of exploitanten van gebouwen het BREEAM-NL certificaat om inzicht te krijgen in de duurzaamheid en het energieverbruik van gebouwen.

Niet alleen kan de waarde van een gebouw sterk omhoog gaan door duurzame certificering, ook kan een bedrijf zekerder zijn over de energiekosten. De Lely Campus, expert op het gebied van robotisering voor de melkveehouderij, was het eerste BREEAM-NL vijfsterrenkantoor. Alexander van der Lely, CEO, stelt: “Als producent van innovatieve oplossingen voor de agrarische sector hebben wij duurzaamheid hoog in het vaandel staan. Wij zien het als onze verantwoordelijkheid om de Lely-producten te maken met respect voor mensen, dieren en de aarde. Daarbij streven we voortdurend naar verbeteringen en innovaties voor deze en de toekomstige generatie.” Denk hierbij bijvoorbeeld aan: 1) warmte- en koudeopslag in de bodem, 2) bio-WKK voor de opwekking van elektriciteit, 3) windturbines, 4) intelligente terreinverlichting, 5) LED-verlichting met uitgebreid regelsysteem, 6) een gebouwbeheersysteem met interactieve energiespiegel, 7) helofyten hemelwaterafvoersysteem, 8) oplaadpunten voor elektrische auto’s, 9) energiezuinige liften, 10) waterbesparende kranen en toiletfaciliteiten

Het Onderhoudskompas -  81


met infrarood, 11) een volledig dak-irrigatiesysteem en 12) een dakpark en binnentuin. Een ander voorbeeld is Corio, een exploiteur van winkelcentra. Voor haar winkelcentra rapporteert Corio in het duurzaamheidsjaarverslag wat het energieverbruik en de CO2-uitstoot is en hoe die wordt verminderd. Dit door de energieprestaties van de gehele portfolio in kaart te brengen, asset managers in BREEAM te trainen en te bespreken met huurders hoe het elektriciteitsgebruik per vierkante meter vloeroppervlak kan dalen.

Smart buildings Het slim inzetten van IT in gebouwen, kan voor een enorme besparing van energie zorgen. Zo zag Microsoft in haar gebouwenportfolio investeringen van minder dan 10% van de jaarlijkse energiekosten zich na minder dan twee jaar al terugverdienen. Dit, door middel van het toevoegen van analytische technieken die potentieel energieverlies bij onderhoud snel kunnen detecteren en ook inzichtelijk maken, zodat de onderhoudsafdeling prioriteiten kan stellen aan het onderhoud. Door gebruik te maken van deze analyses, kan namelijk worden gerapporteerd welke alarmen het vaakst afgaan in correlatie met welke andere alarmen en wat de meest energieverspillende apparaten zijn. Daarnaast wil Microsoft de data via dashboards publiceren, om het gedrag van medewerkers te beïnvloeden. Analytische software kan, zoals in de zojuist beschreven case van Microsoft, met verschillende zaken helpen: • Signalering van HVAC (heating, ventilation, air conditioning)-systemen die tegelijkertijd een ruimte koelen en opwarmen, door middel van sensoren; • Techneuten die met lage prioriteitsopdrachten of valse alarmen werken terwijl het systeem niet de meer impactvolle projecten benadrukt; • Installaties en systemen die afgesteld staan op standaardinstellingen waardoor zij niet zo optimaal als mogelijk opereren;

82 - Het Onderhoudskompas

Gebrek aan zichtbaarheid van energieverspilling voor de bewoners van een pand; HVAC-systemen die op volle toeren draaien terwijl het pand nagenoeg leeg is. Er kan veel doelmatiger onderhoud worden gepleegd door gebruik te maken van de data van sensoren die in steeds meer gebouwen zit. Er dient daartoe een analytische laag in het gebouwbeheer toegevoegd te worden.

Deze analytische laag kan op de volgende manieren energieverspilling tegen gaan: • Foutdetectie en -diagnose. Door geavanceerde foutdetectiesystemen kunnen problemen met het gebouw in een vroeg stadium worden geïdentificeerd en geprioriteerd. Door continu onderhoud te plegen kan daarnaast verspilling worden voorkomen. Zo hoeven onderhoudsmedewerkers niet constant meer rond te lopen op zoek naar de problemen; • Alarmmanagement. Door het prioriteren en structureren van verschillende notificaties die door de gebouwbeheersystemen worden afgegeven, kunnen onderhoudsmedewerkers zich verder focussen op de meest impactvolle en belangrijke projecten; • Energiemanagement. Door het centraliseren en correleren van data van verschillende bronnen en het analyseren hiervan, kunnen abnormaliteiten worden ontdekt en kan energiemanagement holistisch worden aangepakt. Ook kunnen medewerkers worden aangemoedigd om energie te besparen door de data voor hen inzichtelijk te maken via dashboards40. Daarnaast kan door middel van Nonintrusive load monitoring (NILM) geanalyseerd worden welke apparaten verantwoordelijk zijn voor grote energieconsumptie.

Positieve business cases De rvo verwacht dat door steeds scherpere duurzaamheidseisen niet alleen de nieuwbouwomgeving, maar ook de reeds gebouwde assets steeds vaker moeten worden onderhouden om duurzamer te worden41. Een meerjarig onderhoudsplan kan hierbij die-


nen als een instrument om de gebouwkwaliteit te verbeteren, waarbij vaak een bredere, duurzamere afweging wordt gemaakt. Duurzaamheid is belangrijk, want het biedt ontwikkelaars en beleggers mogelijkheden zich te onderscheiden. Nog belangrijker kan verduurzaming zorgen voor toekomstbestendig vastgoed en grote kostenbesparingen. Zo kunnen de exploitatielasten worden verminderd en gaat de levensduur van de asset omhoog, waardoor de TCO kan worden gedrukt. Zelfs hogere initiële investeringen kunnen worden terugverdiend door deze lagere lasten. De rvo heeft samen met een instelling voor geestelijke gezondheidszorg, met een pand van ruim 4.000 vierkante meter, een pilot uitgevoerd. De ambitieniveaus vertaalden zich in twee niveaus. Het eerste niveau was het upgraden van het gebouw van energielabel F naar E. Het tweede ambitieniveau was het verder doorontwikkelen naar energielabel D. In alle gestelde scenario’s verdiende de verbetering in energiezuinigheid zich terug gedurende de levensloop van het project, en afhankelijk van de wijze van financiering werd er bij twee van de vier scenario’s al een winst geboekt binnen tien jaar. Daarnaast hebben gebouwen met een hoger energielabel gemiddeld een hoger huurniveau42. De U.S. Green Building Council identificeert ook een aantal voorbeelden van de kosteneffectiviteit van groene gebouwen43. Ten eerste dalen de operationele kosten. Een hotel zag de 184.000 dollar die het spendeerde aan investeringen voor de besparingen van energie al na 3,7 jaar terug. Gemiddeld dalen de kosten met 13,6% voor nieuwbouw en 8,5% voor bestaande bouw bij verduurzaming. Het energieverbruik kan met 25% dalen. Ten tweede kan er door verhuurders en verkopers een hogere prijs worden gevraagd. Zo is de huur van groene gebouwen gemiddeld hoger, blijkt uit een onderzoek van Costar. Huurders waren bereid ongeveer 2,16 dollar per vierkante voet te betalen aan traditionele gebouwen, terwijl zij 2,91 dol-

lar per vierkante voet wilden betalen voor gebouwen met een duurzame certificatie. Voor verkopers stijgt ook de prijs significant bij duurzame certificering van hun huizen. Zo was de vraagprijs voor niet groene gebouwen gemiddeld 220 dollar per vierkante voet en werden deze gebouwen voor gemiddeld 244 dollar per vierkante voet verkocht. Gecertificeerde gebouwen hadden gemiddeld een vraagprijs van 140 dollar per vierkante voet, maar werden gemiddeld verkocht voor een prijs van 392 dollar per vierkante voet, een enorm verschil met de vraagprijs. Daarnaast stelt de U.S. Green Building Council een bredere set voordelen aan groene gebouwen in hun business case, waaronder: • Gecertificeerde gebouwen zijn een marktdifferentiator; • Het aantrekken van huurders die de voordelen in comfort van duurzame bouw inzien; • Toenemende productiviteit en tevredenheid van werknemers. Zo is er aangetoond dat bedrijven die hogere milieustandaarden aanhouden over het algemeen 16% productiever zijn en de verhoogde productiviteit door een beter binnenklimaat van groene gebouwen wordt in 2030 geschat op 90 miljard dollar; • Een betere levensstandaard van huurders. Steeds meer bedrijven geven aan dat dit een reden is om duurzaam te bouwen en studies wijzen uit dat gecertificeerde gebouwen minder schadelijke stoffen bevatten. Zo heeft 27% van de medewerkers minder last van hoofdpijn in groene gebouwen en gaan ook andere gezondheidseffecten omlaag met 20 tot 50%. Dit kan een grote kostenbesparing op ziektekosten opleveren; • Een vergrote markt. Zo is de markt voor huizen met groene certificaten zo’n 10 tot 14% groter. Ook willen meer woningbouwprojecten groen bouwen; • Corporate social responsibility voor bedrijven. 75% van de bedrijven zien duurzaamheid als consistent met hun missie en 73%

Het Onderhoudskompas -  83


Best practice: succesverhalen De ING beschrijft een aantal simpele en complexere methoden om de energiezuinigheid van een gebouw te verhogen. Zo kan het gedrag van gebruikers gestimuleerd worden om te veranderen in meer duurzaam gedrag. In het gebouw zelf kunnen onder andere kieren worden afgedicht, verwarmingsinstallaties worden afgesteld, warmtepompen worden gebruikt, HR++ glas worden aangebracht, efficiëntere ketels en airconditioning worden geïnstalleerd, kan de verlichting en isolatie worden verduurzaamd én kan restwarmte worden gebruikt. Het ING beschrijft hierbij een aantal succesverhalen van bedrijven die hun investering snel terugverdiend zagen. Bij het distributiecentrum van Black & Decker kon met zuinige verlichting de energierekening voor de verlichting omlaag van 86.000 naar 28.000 euro per jaar. Dit was een investering die zich in twee jaar terugverdiende. Vastgoedbedrijf Unibail Rodamco realiseerde alleen al in 2011 een kostenbesparing van 2,5 miljoen euro als gevolg van het doorvoeren van simpele maatregelen die het energieverbruik lieten dalen. Daarbij werd de investering uit de cash-flow van het bedrijf betaald.

van de bedrijven denkt dat duurzaamheid een directe impact heeft op het aantrekken en behouden van klanten. Daarnaast kunnen bedrijven zeer positief in het nieuws komen met duurzame bouw, zoals Adobe. Dit bedrijf kreeg drie LEED platinum awards (Amerikaanse certificering) en kwam hiermee internationaal in het nieuws. Het bedrijf heeft daarna berekend dat zij returns verdienen van ongeveer 20 keer de initiële investering.

4. Conclusies en aanbevelingen voor de sector In dit visiedocument laten we zien dat er legio kansen zijn die de onderhoudssector kan aangrijpen om nog meer energie te besparen. Duurzaamheidsoverwegingen kunnen worden meegenomen in investeringsbeslissingen en bij positieve business cases moeten asset managers en onderhoudsmedewerkers goed bedenken of zij niet liever herinvesteren, in plaats van een revisie uit te voeren. In elke sector kan het energieverbruik van verschillende assets in kaart worden gebracht

84 - Het Onderhoudskompas

om processen te optimaliseren en bewustwording te creëren. Ook dit zorgt voor meer aandacht voor energiebesparing.

Daarnaast kan Beheer en Onderhoud door haar werkzaamheden uit te voeren een significante bijdrage leveren aan energiebesparing. Door machines optimaal draaiende te houden, gaat zo min mogelijk energie verloren. Verschillende sectoren kunnen op verschillende wijzen verder bijdragen aan energiebesparing. In de infrasector kan er meer gebruik worden gemaakt van duurzame wegen, fleet management kan men overgaan op een elektrisch wagenpark, perslucht kan worden verminderd door de industrie en onroerend goed kan zijn gebouwen tot “smart buildings” transformeren. Een aantal barrières zorgt er echter voor dat het uitvoeren van deze kansen niet altijd even makkelijk gaat. De enorme kostendruk zorgt ervoor dat bedrijven prioriteiten moeten stellen om zo kosteneffectief mogelijk te opereren. Het is dus aan de onderhoudssector om inzichtelijk te maken welke kostenbesparingen er met energiebesparing kunnen worden gerealiseerd. Daarnaast is het soms lastig om de Life Cycle Costs van een asset in kaart te brengen en zo de juiste afweging te maken.

Organisaties doen er verstandig aan om naast de kosten ook te kijken naar het toekomstperspectief van bijvoorbeeld energieprijzen, wet- en regelgeving, maar ook het imago van duurzaam opererende bedrijven. Een andere complicerende factor is dat onderhoud vaak met zijn belangrijke operationele taken bezig is, waardoor het verstrikt kan raken in de waan van de dag. Het is belangrijk om constant strategische afwegingen op basis van objectieve data te maken over de conditie van assets en investeringsbeslissingen niet alleen af te laten hangen van het al dan niet werken van een asset. Overigens voert de NVDO de regie over de website energieverenigd.nl, waar meer best practices worden gepubliceerd, handreikingen worden gedaan en actuele wet- en regelgeving wordt gedeeld.


Daartoe hebben we een aantal aanbevelingen opgesteld voor de sector, om de barrières te doorbreken en (sectie specifieke) kansen aan te grijpen: 1. Betrek de onderhoudsmanager (en/of asset manager) bij strategische beslissingen als businesspartner. De onderhoudsmanager kan waardevolle inzichten toevoegen wat betreft de onderhoudsvraag van huidige en nieuwe assets en of deze nog optimaal draaien. Het is belangrijk dat onderhouds- en asset management samen met financiën plannen maken, zodat niemand verrast is door investeringsbeslissingen; 2. Neem investeringsbeslissingen niet slechts op basis van financiën, maar betrek ook duurzaamheid in de beoordeling. Door van duurzaamheid één van de KPI’s te maken kan een organisatie ook bezig zijn met strategische energiebesparing en zo minder afhankelijk worden van de energieprijs. Daarnaast vinden klanten duurzaamheid steeds belangrijker en wordt regelgeving steeds verder aangescherpt. Om toekomstbestendig te blijven is het dus belangrijk dat duurzaamheid in acht wordt genomen bij beslissingen; 3. Maak duurzaamheid een integraal onderdeel van de onderhoudsagenda. Assets moeten constant onderhouden worden, niet alleen om ze draaiend te houden, maar ook om ze optimaal te laten draaien; 4. Maak gebruik van sensoren om data te verzamelen en voeg een analytische laag toe om deze data te interpreteren. Door het gebruik van data kunnen onderhoudswerkzaamheden worden geprioriteerd en kan inzichtelijk worden gemaakt hoe energiebesparing significante financiële besparingen op kan leveren. Dit helpt mee om de onderhoudsfunctie een goede businesspartner te laten zijn en om duurzaamheid een integraal onderdeel te maken van de onderhoud- en investeringsagenda en van Asset Management in zijn algemeenheid; 5. Maak deze data voor zowel asset managers als operationele werknemers inzichtelijk om zo bewustwording te creëren over alle lagen. Dit kan bijvoorbeeld met dashboards en grafieken over het energieverbruik van de assets en door incentives te koppelen aan energiebesparing; 6. Start pilots op om te onderzoeken hoe optimaal onderhoud eruit zou moeten zien en wat de waarde is van energiebesparende maatregelen (als bewijslast). De Nederlandse onderhoudssector opereert in een breed palet van sectoren. Als wij ons actief inzetten voor verduurzaming en energie efficiënter werken, kunnen we significant bijdragen aan de doelstellingen die gesteld zijn in het Energieakkoord. Door middel van samenwerking kunnen de sectoren met elkaar ervaringen uitwisselen over hoe er op een energie-efficiëntere manier gewerkt kan worden. De NVDO neemt hierin een belangrijke faciliterende rol op zich met het thema Maintenance for Energy. De NVDO zal haar achterban ondersteunen in deze vervolgstappen en waar mogelijk de samenwerking, binnen en buiten de sector, bevorderen.

Referenties 1  European Environment Agency. 2014. Country profile – The Netherlands. http://www.eea.europa.eu/themes/ climate/ghg-country-profiles/climate-and-energy-profiles-2014/climate-and-energy-profile-2014-15 2  CBS. 2015. Sterke groei aandeel hernieuwbare energie. http://www. cbs.nl/nl-NL/menu/themas/industrie-energie/publicaties/artikelen/archief/2015/sterke-groei-aandeel-hernieuwbare-energie.htm 3  SEO. 2013. Duurzame energie naar 16 procent. http://www.seo.nl/uploads/ media/2013-25_Duurzame_energie_ naar_16_procent.pdf 4  SER. 2013. Energieakkoord voor duurzame groei. https://www.ser.nl/~/ media/files/internet/publicaties/ overige/2010_2019/2013/Energieakkoord-duurzame-groei/Energieakkoord-duurzame-groei.ashx 5  Topsector Energie. 2015. http://topsectorenergie.nl/ 6  CBS. 2015. EU 2020-doelen: beperkte voortgang, toch beter dan Europa. http://www.cbs.nl/nl-NL/menu/ themas/arbeid-sociale-zekerheid/ publicaties/artikelen/archief/2015/ eu2020-doelen-beperkte-voortgang-toch-beter-dan-europa.htm 7  SER. 2013. SER Magazine: Themanummer Energieakkoord. https://www.ser. nl/nl/~/media/files/internet/publicaties/sermagazine/2013/themanummer-Energieakkoord.ashx 8  Topsector Energie. 2015. Innovatiethema Energiebesparing in de Gebouwde Omgveving. http://topsectorenergie. nl/wp-content/uploads/2015/05/ Innovatiethema-Energiebesparing-in-de-Gebouwde-Omgeving.pdf 9  Topsector Energie. 2015. Innovatiethema energiebesparing in de industrie. http://topsectorenergie.nl/wp-content/uploads/2013/10/Innovatieprogramma-Energiebesparing-in-de-Industrie.pdf Het Onderhoudskompas -  85


RVO. 2015. Innovatiefonds MKB+. http:// www.rvo.nl/onderwerpen/innovatief-ondernemen/innovatiefinanciering/innovatiefonds-mkb 11 RVO. 2015. Energie Investeringsaftrek (EIA). http://www.rvo.nl/subsidies-regelingen/energie-investeringsaftrek-eia 12 RVO. 2015. MIA en Vamil. http://www.rvo. nl/subsidies-regelingen/mia-en-vamil 13 EDF. 2014. Urban Innovations: Breaking down barriers for energy efficiency. http://edfclimatecorps.org/sites/edfclimatecorps.org/files/content/chicago_urbaninnovations.pdf 14 Topsector Energie. 2015. Innovatiethema Smart grids. http://topsectorenergie.nl/ wp-content/uploads/2013/10/TSE_Programma-Smart-Grids-2015.pdf 15 RVO. 2015 Intelligente netten. http:// www.rvo.nl/subsidies-regelingen/factsheets-2015-intelligente-netten 16 Lombardo, T. 2015. EV batteries get second life with energy storage. http://www. engineering.com/ElectronicsDesign/ElectronicsDesignArticles/ArticleID/10289/ EV-Batteries-Get-Second-Life-with-EnergyStorage.aspx 17 TU Delft. 2015. Smart grids, nieuw licht op het energienet van de toekomst. http:// www.tbm.tudelft.nl/smartgrids 10

The Grounds. 2015. HERA-asfalt: 100% gerecycled asfalt op de testingGROUNDS. http://www.thegrounds.nl/nl/projecten/ asfalt 19 NU.nl. 2015. Volkerwessels wil plastic wegen maken. http://www.nu.nl/ondernemen/4085515/volkerwessels-wil-plastic-wegen-maken.html 20 Rijkswaterstaat. 2015. Ervaringen duurzaam inkopen. https://www. rijkswaterstaat.nl/zakelijk/zakendoen-met-rijkswaterstaat/inkoopbeleid/duurzaam-inkopen/duurzaamheid-bij-contracten-en-aanbestedingen/ ervaringen-met-duurzaam-inkopen.aspx 18

86â&#x20AC;&#x192;-â&#x20AC;&#x192;Het Onderhoudskompas

Rijkswaterstaat. 2015. Duurzaam inkopen met DuboCalc en de CO2-prestatieladder. https://www.rijkswaterstaat.nl/zakelijk/ zakendoen-met-rijkswaterstaat/inkoopbeleid/duurzaam-inkopen/duurzaamheid-bij-contracten-en-aanbestedingen/ dubocalc/index.aspx 22 Rijkswaterstaat. 2015. Positieve ervaringen Omgevingswijzer. https://staticresources.rijkswaterstaat.nl/binaries/Factsheet%20A27%20Houten-Hooipolder,%20 positieve%20ervaringen%20Omgevingswijzer_tcm174-362294_tcm21-15521.pdf 23 Brauer, C. 2010. Mapping a sustainable fleet strategy. http://www.automotive-fleet.com/article/story/2010/07/ green-fleet-mapping-a-sustainable-fleet-strategy.aspx 24 RVO. 2012. Electric vehicles: sustainable and feasible in practice. http://www.rvo. nl/sites/default/files/Elektrisch%20rijden%20A5L%20-Engels.pdf 25 Logistiek.nl. 2013. Serious gaming en gamification: wat kan de logistiek ermee? http://www.logistiek.nl/logistieke-dienstverlening/blog/2013/8/serious-gaming-en-gamification-wat-kan-de-logistiek-ermee-101132833 26 Fleetboard. 2015. Wielemaker. https:// www.fleetboard.nl/fileadmin/content/ netherlands/Best_Practice/Wielemaker. pdf 27 Saxion. 2012. Energiebesparing in de industrie. https://www.saxion.nl/wps/ wcm/connect/89bd16e2-8eb7-41ea-888212ef15b09873/Boekje+Energiebesparing. pdf?MOD=AJPERES&CACHEID=89bd16e28eb7-41ea-8882-12ef15b09873 28 Agentschap NL. 2012. Besparen op perslucht. https://www.youtube.com/watch?v=iITl_KklXFo 29 RVO. 2015. Best practice restwarmtebenutting. http://www.rvo.nl/sites/default/ files/2015/07/Best%20Practice%20Restwarmtebenutting.pdf 30 FEDEC. 2015. Procesindustrie kan tot 30 21


procent energie besparen. http://www. fedec.nl/nieuws-archief_630.php 31 Energy Matters. 2011. Warmtetools industrie. http://www.energymatters.nl/ Actueel/Publicaties/tabid/80/articleType/ArticleView/articleId/30/Brochure-Warmtetools-Industrie.aspx 32 Duurzaam GWW. 2015. Energietransitie “De snelbinder”. http://duurzaamgww.nl/ wp-content/uploads/2013/02/PrVbEnergietransitie-Fietsverbinding-Vlietpolderplein_def.pdf 33 iMaintain. 2014. Asset Management moet meegroeien met marktomstandigheden. http://www.imaintain.info/Uploads/2014/3/RT-iMaintain-LCC.pdf 34 CBS. 2015. Investeringsradar september 2015. http://www.cbs.nl/nl-NL/menu/ themas/dossiers/conjunctuur/cijfers/radars/investeringsradar.htm 35 CBS. 2015. Forse stijging investeringen. http://www.cbs.nl/nl-NL/menu/themas/ bedrijven/publicaties/artikelen/archief/2015/2015-08-21-m17.htm?RefererType=RSSItem 36 Nu.nl. 2015. Investeringen in Nederland opnieuw gestegen. http://www.nu.nl/ economie/4129868/investeringen-in-nederland-opnieuw-gestegen.html 37 CBS Statline. 2015. Investeringen door bedrijven en industrie; verwachtingen en motieven. http://statline.cbs.nl/Statweb/ publication/?DM=SLNL&PA=80728ned&D 1=a&D2=0-1,5,9,12,15,22-23,26,30,34,l&D 3=a&HDR=T&STB=G1,G2&VW=T 38 Rogers, E.A. 2014. The Energy savings potential of Smart Manufacturing. http:// aceee.org/research-report/ie1403 39 InnoFase. 2015. Over InnoFase. http:// www.innofase.nl/over-innofase/over-innofase/ 40 Accenture. 2011. Energy-smart buildings. http://nstore.accenture.com/corporate-marketing/ccr/2010-2011/Accenture-Energy-Smart-Buildings.pdf 41 RVO. 2010. Verdienen met duurzaam

onderhoud! http://www.rvo.nl/sites/ default/files/bijlagen/Verdienen%20 met%20duurzaam%20onderhoud.pdf 42 ING. 2014. Energiebesparing in bestaand vastgoed. https://www.ing.nl/media/ ING_energiebesparing-in-bestaand-vastgoed-maart-2014_tcm162-69787.pdf 43 U.S. Green Building Council. 2015. The business case for the green building. http://www.usgbc.org/articles/businesscase-green-building

Het Onderhoudskompas -  87


Review Visiedocument ONROEREND GOED SECTOR 2017 In 2010, een tumultueuze periode voor de onroerendgoedsector, verkende het visiedocument van het NVDO Onderhoudskompas vier mogelijke scenario’s voor het toekomstbeeld van onderhoud in de onroerendgoedsector in 2017. Nu, vijf jaar later, is het tijd om terug te blikken op deze scenario’s en een eerste beeld te schetsen van waar de sector zich naartoe beweegt. In deze review van het visiedocument geven we een korte samenvatting van de visie in 2010 en beschrijven we de twee geïdentificeerde assen en vier bijbehorende scenario’s.

V

ervolgens richten wij onze blik op de huidige stand van zaken van de onderhoudsmarkt binnen onroerend goed. We sluiten af met hernieuwde aanbevelingen richting 2017. Samenvatting visiedocument van 2010 In het visiedocument van 2010 stond beschreven dat de economische crisis, die plaatsvond in 2008, in de bouw- en onroerendgoedsector een langere nasleep kent dan in andere sectoren. Zo lag het aantal nieuwe woningen ruim 33% lager dan in dezelfde periode in 2009, gingen de bedrijfsinvesteringen omlaag, stond ongeveer 4 miljoen vierkante meter aan kantoorruimte leeg en was het algehele vertrouwen in de markt laag. Het onderhoud binnen de onroerendgoedsector is sterk afhankelijk van de economische situatie van de gehele sector. De primaire taak is het in stand houden van de waarde van gebouwen. Bij een mindere economische situatie in de sector, zoals in 2010, wordt de onderhoudsfunctie vaak als kostenpost gezien waarop bezuinigd moet worden. Hierdoor komt de onderhoudsmarkt steeds verder af te staan van de onderhoudsbehoefte. Dit zet

88 - Het Onderhoudskompas

druk op de onderhoudsbedrijven. Stimuleringsmaatregelen van de overheid zorgden er rond deze tijd voor dat de onderhoudsmarkt in onroerend goed niet geheel instortte. De verwachting voor de groei in de jaren erna werd geschat op ongeveer 2 tot 2,5%, meebewegend met de verwachte groei in het BBP en de conjunctuur. Daarnaast werd er tussen de jaren 2015 en 2017 een extra inhaalslag voorspeld in het achterstallig onderhoud, een gevolg van de nasleep van de crisis. Verder was de verwachting dat op lange termijn een trend van meer uitbesteding door asset owners aan dienstverleners zou plaatsvinden. Deze ontwikkelingen verbond het visiedocument aan twee assen met kernonzekerheden die bepaalden hoe de toekomst eruit zou kunnen zien, namelijk: 1) de (politieke) aandacht voor de energie-efficiency van gebouwen en 2) de toekomstfocus van asset owners binnen de onroerendgoedsector. 1. D  e (politieke) aandacht voor de energie-efficiency van gebouwen In 2010 vond er een vernieuwing plaats van de in 2008 ingestelde energielabels voor woningen. Het gebruik hiervan was nog niet


Scenario voor 2017: Economische waarde

wijdverspreid. De vraag was of de Nederlandse overheid in de jaren 2010-2017 zou sturen op een actieve voorlopersrol in het behalen van de Europese richtlijn. Dit zou bijvoorbeeld het geval zijn wanneer Nederland al in 2017 zou streven naar een energieprestatienorm van 0,0. De Nederlandse politiek zou er ook voor kunnen kiezen de EU-voorschriften slechts te volgen door te streven naar een energieneutrale nieuwbouw voor woningen en utiliteitspanden in 2020.

2. De toekomstfocus van de asset owner/investeerder De mate waarin asset owners de lange termijn meenemen in hun investeringsbeslissingen is de tweede as waarop de scenario’s bepaald werden in het visiedocument. Asset owners met een kortetermijnfocus zullen alleen investeren in verbeteringen die op korte termijn renderen. Dit betekent dat asset owners met een kortetermijnfocus meer transactiegedreven zijn, terwijl asset owners met een langetermijnfocus meer gaan voor fundamentele investeringen die de duurzame exploitatie van het vastgoed en het exploitatieresultaat verbeteren. Beleggers en inves-

teerders zijn hierbij typisch meer gefocust op de korte termijn, terwijl (semi-) publieke instellingen meer lange termijn gefocust zijn. De afweging die bedrijven hierin vaak maken is de druk van kosten in het lopende of komende boekjaar versus de total costs of ownership (lange termijn) van de asset. Uit deze twee assen zijn vier economische scenario’s voor 2017 opgesteld. Per scenario schetst het visiedocument een beeld aan de hand van drie thema’s: 1) de macro-omgeving, 2) de bedrijfsomgeving en 3) de vraag uit de markt. De scenario’s zijn geschetst als extreme toekomstbeelden.

Scenario voor 2017: Economische waarde De macro-omgeving In dit scenario wordt het belang van een sterke bouw- en onderhoudssector nauwelijks erkend. Nederland heeft gekozen voor meer kernenergie en de reductiedoelen van CO2 gaan niet verder dan de Europese minimumnorm. De energieprijzen zijn slechts zeer beperkt gestegen, zodat het verbruik van energie betaalbaar blijft. Subsidieregelingen zijn door de enorme bezuinigingsopgaaf grotendeels stopgezet. Met andere woorden, er zijn weinig incentives om

Het Onderhoudskompas

-

89


te sturen op een energie-efficiënte manier van asset management. Dit leidt tot minder investeringen in renovatie, herontwikkeling en uitbreiding van panden. De politieke betrokkenheid bij de sector is laag. In plaats van kortetermijn-transactiewinsten is de nadruk komen te liggen op de lange termijn verhuurbaarheid van panden, wat betekent dat flexibiliteit van deze panden belangrijk is. De bedrijfsomgeving Vooral private asset owners voldoen veelal slechts aan de gestelde normen. Duurzaamheid is geen deel van hun agenda en is voornamelijk een nichemarkt. Het gebruik van energielabels is dan ook beperkt en is voornamelijk toegeschreven aan de publieke sector. De vraag uit de markt De onderhoudswerkzaamheden nemen niet veel toe in complexiteit aangezien er weinig aandacht is voor innovatie, waardoor de concurrentie op prijs sterk toeneemt. Het is dan ook belangrijk dat gebouwen al bij de bouw onderhoudsvriendelijk worden gemaakt om de total costs of ownership terug te dringen.

Scenario voor 2017: Ecologische waarde De macro-omgeving Er is sprake van een stabiele economie met aandacht voor duurzaamheid. De Nederlandse regering beseft dat in de gebouwde omgeving ongeveer 30% van de fossiele energie in Nederland wordt verbruikt. Door middel van stimuleringsmaatregelen wil de overheid “vergroenen”, bijvoorbeeld met een Energie-investeringsaftrek en een versimpeling van de Groenregeling. De bedrijfsomgeving Het bedrijfsleven stuurt actief om de energieprestatie van gebouwen te verbeteren, door bijvoorbeeld het geven van rentekortingen op groene gebouwen. Daarnaast vindt een shift naar een langetermijnfocus plaats, aangezien er meer duurzame investeringen plaatsvinden, die inherent langere terugbetaaltijden hebben. De energieprestatienormen voor gebouwen worden aangescherpt, tot een energieneutrale woning- en utiliteitsbouw in 2017 en er

90 - Het Onderhoudskompas

zijn panden die een positief energiesaldo opleveren door het gebruik van groene energie. Nederland wordt beschouwd als voorloper op het gebied van het beperken van energieverbruik. De vraag uit de markt Door de strengere eisen aan energieverbruik worden onderhoudsbedrijven en asset owners gedwongen te zoeken naar meer innovatieve oplossingen. Ook eindgebruikers stellen strengere eisen aan kwaliteit, duurzaamheid en flexibiliteit, waardoor er veel renovatie en groot onderhoud aan panden wordt gepleegd. Dit zorgt ervoor dat bedrijven om moeten kunnen gaan met meer complexe en specialistische onderhoudstechnieken. Innovatie is om deze reden van groot belang. Kennisintensieve bedrijven met een totaaloplossing gedijen in deze situatie beter dan capaciteitsbedrijven. Duurzaamheid is een belangrijke KPI geworden en wordt als belangrijke driver van kostenreductie gezien binnen het principe van total cost of ownership. Ook bieden monitoringssystemen de gelegenheid om een gebouw te analyseren en te beoordelen. Scenario voor 2017: Economische winst De macro-omgeving In dit scenario gaat het goed met de Nederlandse economie en wordt ondernemerschap sterk gestimuleerd. In een sterk oplevende onroerendgoedmarkt ligt de focus van private asset owners voornamelijk op het behalen van kortetermijnrendement ten behoeve van de aandeelhouderswaarde en beleggingswinsten. Het aantal vastgoedtransacties ligt hierbij zeer hoog. De politiek is buiten het stimuleren van ondernemerschap en het vestigingsklimaat niet zeer actief betrokken bij de sector. De bedrijfsomgeving Bedrijven voldoen vaak slechts aan de norm en richten zich niet specifiek op duurzaamheid. Onderhoud wordt in dit geval vaak als kostenpost gezien. Dit betekent dat onderhoud vaak wordt gebundeld en dat er op prijs wordt geselecteerd bij aanbestedingen. Aangezien er weinig aandacht is voor energie-efficiency en men slechts wil


voldoen aan de norm, staat innovatie niet hoog op de agenda. Goedkope en individuele oplossingen dragen bij aan het optimaliseren van het kortetermijn-winstrendement van investeerders. De vraag uit de markt De markt is de afgelopen jaren gegroeid door een toename in het wegwerken van achterstallig onderhoud. Hierbij is het vooral van belang dat aanbieders een zo laag mogelijke prijs hanteren. Schaalvoordelen en efficiency zijn hierbij zeer belangrijk. De opkomst van flexwerken vraagt om een flexibele inrichting van panden. Het aanbieden van onderhoudswerkzaamheden voor een vast tarief is vaak de meest interessante optie voor investeerders en beleggers. De concurrentie op prijs is in dit geval moordend vanwege lage toetredingskosten en hoge schaalvoordelen. Ook facilitymanagement bedrijven kunnen door een lage toetredingsdrempel en hun grote schaal belangrijke concurrenten worden.

Scenario voor 2017: Ecologische winst De macro-omgeving Als gevolg van een tweede economische dip is de Nederlandse economie per saldo niet gegroeid. Ondanks het gebrekkige economische draagvlak, doet de overheid er alles aan om duurzaamheid te stimuleren en richt zij zich hierbij sterk op de onderhoudssector. Dit vanwege het grote besparingspotentieel van de gebouwde omgeving. Het vertrouwen in de sector keert langzaam terug en er vindt veel achterstallig onderhoud aan gebouwen plaats tussen 2015 en 2017. Nederland wil voorloper zijn op het gebied van energieverbruik en richt zich op het volledig energieneutraal zijn in 2017. Eindgebruikers stellen sterke eisen aan flexibiliteit, kwaliteit en comfort, maar een significant deel ziet in duurzaamheid ook een belangrijke nichestrategie. De overheid loopt voor op het gebied van duurzaamheid, besteedt slechts nog groen aan en stelt het total cost of ownership principe centraal. De bedrijfsomgeving End-of-pipe solutions

voldoen in dit scenario niet meer en intelligentere en complexere installaties en systemen beheersen de markt. Onderhoud wordt echter beschouwd als een noodzakelijke kostenpost. Hierdoor worden deze kosten zoveel mogelijk geminimaliseerd bij onderhoud zelf, maar ook bij initiële investeringen. Uitbesteding voor een vast jaarlijks bedrag geniet hierbij de voorkeur om risico’s te beperken voor een vast bedrag. De vraag uit de markt De onderhoudswerkzaamheden zijn toegenomen in complexiteit, waardoor capaciteitsbedrijven (bedrijven met focus op prijs) het hoofd moeilijk boven water kunnen houden ten opzichte van meer kennisintensieve bedrijven die totaaloplossingen aanbieden. Beoordelingssystemen op het gebied van duurzaamheid worden actief door organisaties als Rijkswaterstaat, maar óók door de nichesegmenten, toegepast. Door de stijgende complexiteit van technieken en integratie van systemen is de barrière voor toetreding tot de markt tamelijk hoog,

Het Onderhoudskompas

-

91


waardoor facility management bedrijven moeilijk de markt op kunnen komen.

Ontwikkelingen in de afgelopen vijf jaar Inmiddels zijn we vijf jaar verder na het verschijnen van het visiedocument. Langs dezelfde drie thema’s bespreken we de huidige ontwikkelingen om zo vast te stellen richting welk scenario de onroerendgoedsector zich beweegt en wat de (hernieuwde) aanbevelingen richting 2017 zijn.

De macro-omgeving Na de economische crisis is het Bruto Binnenlands Product (BBP) de afgelopen jaren gestabiliseerd en is er zelfs een lichte groei zichtbaar. In de komende twee jaar wordt er door een aantrekkende economie zelfs een sterke groei verwacht1. De aandacht voor duurzaamheid is bij de overheid in toenemende mate aanwezig. Doordat Nederland momenteel op de Europese doelstellingen van 2020 voor CO2-uitstoot, hernieuwbare energie en energieverbruik achterloopt, ziet de overheid de noodzaak van een voorlopersrol en koopt zij veelal duurzaam in. Door het sluiten van het Energieakkoord, het verhogen van de drempel voor de Energie-investeringsaftrek en de Milieu investeringsaftrek/VAMIL stuurt de overheid steeds duidelijker aan op duurzaamheid. Er worden bijvoorbeeld rentekortingen gegeven op duurzame investeringen en energielabels verplicht gesteld bij de verhuur en verkoop van woningen. De overheid lijkt daarmee, door de aantrekkende economie, bedrijven te stimuleren om duurzame investeringen te doen. Kijkend naar de EU loopt Nederland echter achter op zowel de doelstellingen als op andere landen, maar de overheid lijkt zich langzaam naar het Ecologische waarde-scenario toe te bewegen.

De bedrijfsomgeving In de onderhoudssector worden complexere methoden van onderhoud steeds belangrijker. Er wordt steeds meer van technologie, zoals monitoringssystemen en sensoren gebruikt gemaakt. Door

92 - Het Onderhoudskompas

de toenemende complexiteit van assets wordt het noodzakelijk om up-to-date te blijven over wat het onderhoud aan deze assets vergt, waardoor kennisintensievere bedrijven een belangrijke rol spelen. Prijs blijft echter nog de belangrijkste KPI in onderhoudscontracten. Duurzaamheid wordt in de langetermijnvisie op onderhoud en verbouw van bestaande bouw vaak beperkt meegenomen. Bedrijven kiezen nog regelmatig voor lagere investeringen aan de voorkant, die hogere energiekosten gedurende de life cycle met zich meebrengen. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland onderkent dit en stelt dat duurzame verbetermaatregelen op dit moment nog nauwelijks aan het meerjaren onderhoudsplan worden gekoppeld2. Als duurzame investeringen worden gedaan dan is dit meestal niet structureel het geval, maar slechts bij grote renovaties. Deze ad hoc benadering van duurzame investeringen lijkt vooral op het Ecologische winst-scenario, waarbij duurzaamheid meer een nichestrategie is. De vraag uit de markt Duurzaamheid wordt steeds belangrijker. Dit blijkt uit de hogere notering van aandacht voor duurzaamheid in de top 10 trends van het NVDO Onderhoudskompas van dit jaar. Steeds meer onderhoudsbedrijven willen vooruitstrevend denken. Echter, wanneer er extra leningen afgesloten dienen te worden om duurzame investeringen te bekostigen, wordt het een lastig verhaal. De sector lijkt dus wel bereid te zijn om meer duurzame investeringen te doen, maar daadwerkelijk duurzaam beleggen blijkt vaak duurder te zijn of meer tijd te kosten, blijkt uit een analyse van banken die duurzaam investeren3. Asset owners binnen de sector worden geconfronteerd met een aantal belangrijke uitdagingen. Ten eerste is de focus op kosten nog steeds één van de belangrijkste KPI’s. Daarnaast moet er steeds meer tegemoet gekomen worden aan de toenemende noodzaak tot energiebesparing die vanuit de overheid wordt opgelegd en de toenemende eisen en


wensen van de opdrachtgevers. Tegelijkertijd komt uit het Onderhoudskompas duidelijk naar voren dat binnen de onroerendgoedsector de behoefte tot uitbesteden van onderhoud toeneemt, waarbij veel asset owners de voorkeur geven aan het werken met vaste partijen. Duurzaamheid is niet altijd een belangrijke KPI hierin, maar wordt steeds belangrijker. De vraag uit de markt lijkt zich nog grotendeels in het Economische waarde-scenario te begeven, waarbij er veelal nog op prijs wordt geconcurreerd, maar beweegt zich langzaam richting het Ecologische waarde-scenario.

Conclusie en aanbevelingen De onderhoudssector binnen de sector Onroerend Goed zit nog deels in het Economische waarde-scenario, Echter, het lijkt erop dat de onderhoudssector, mede door een aantrekkende economie, het Energieakkoord en de beoogde voorlopers rol van de overheid, zich meer en meer de kant van de Ecologische waarde op te bewegen. In de nieuwbouw is duurzaamheid al veelal de standaard, maar bij bestaande bouw blijft dit nog achter. Met een aantrekkende economie kan het zijn dat de randvoorwaarden voor duurzaam investeren en langere terugverdientijden verbeteren, waardoor duurzaamheid een nieuwe impuls krijgt. Of de sector zich binnen twee jaar al volledig in het Ecologische waarde-scenario bevindt zal nog moeten blijken, maar het lijkt wel die richting op te bewegen. In het visiedocument van 2010 werd er ingegaan op strategische opties die onderhoudsbedrijven en onderhoudsafdelingen ter beschikking hadden om het potentieel van de onroerendgoedsector zo goed mogelijk te realiseren. Met de huidige kennis doen wij vijf belangrijke aanbevelingen: Het aanbieden van onderhoudscontracten In het visiedocument van 2010 werd aangegeven dat de verkoop van onderhoudscontracten aan asset owners en investeerders een waardevolle strategische optie is voor

vrijwel alle bedrijven in de onroerendgoedsector. Dit is vandaag de dag nog steeds zeer relevant. Uit het Onderhoudskompas van dit jaar staat behoefte bij afnemers aan totaaloplossingen en het belang van onderscheidend vermogen voor afnemers respectievelijk op plaats 1 en 2 in de trends voor de onroerendgoedsector. Doordat onderhoud bij veel bedrijven in de onroerendgoedsector geen onderdeel is van het primaire proces, wordt er, wanneer de belangrijke onderhoudsKPI’s op “groen” staan, slechts beperkt naar verbetering gezocht. Door het werk uit te besteden leg je deze taken bij een partij die onderhoud wel als primair proces heeft. Deze partner heeft een duidelijke incentive om zo efficiënt en effectief mogelijk onderhoud uit te voeren. Hierdoor kan de asset manager zich focussen op het primaire proces en blijft het onderhoud op orde. De NVDO kan haar achterban actief informeren over de verschillende type onderhoudscontracten.

Het Onderhoudskompas -  93


toeleveranciers, dienstverlening te ontwikkelen voor grotere asset owners en (institutionele) investeerders. Een vast verband kan proactief meedenken over zaken als het optimaliseren van het onderhoud, het modificeren van panden en het verbeteren van energie-efficiency. De NVDO kan hier de rol van “promotor van samenwerking” blijven faciliteren.

Partnering en Samenwerking Om innovatie binnen de sector te stimuleren is het samenwerken tussen onderhoudsbedrijven en -afdelingen enerzijds en toeleveranciers, adviesbureaus en opdrachtgevers anderzijds, van groot belang. De primaire focus op kosten, in combinatie met de toenemende noodzaak tot energiebesparing die vanuit de overheid wordt opgelegd én de toenemende wensen van de opdrachtgevers, zorgt ervoor dat de asset owner zich met extreem veel zaken dient bezig te houden Binnen de onroerendgoedsector neemt de behoefte tot uitbesteden van onderhoud toe, waardoor de asset owner zich puur met haar primaire proces kan bezighouden. Meestal wordt bij uitbesteding de voorkeur gegeven aan het werken met vaste partijen. Er liggen dan ook veel mogelijkheden voor onderhoudsbedrijven om in vaste verbanden, bijvoorbeeld samen met beheerders en

94 - Het Onderhoudskompas

Participatie in Energy Service Companies (ESCO’s) De verwachting van Energy Service Companies, afgekort als ESCO’s, waren vijf jaar geleden hooggespannen. Een ESCO levert diensten op het gebied van energiebesparing, verzorgt de financiering, het beheer en exploitatie van deze diensten, rekent een vergoeding gekoppeld aan de behaalde energiebesparing vastgelegd in een prestatieovereenkomst en monitort de besparing door bemetering en controle. Echter, de afgelopen jaren is hier in Nederland nog weinig mee gedaan. ESCO’s kunnen een belangrijke rol vervullen bij het realiseren van energiebesparing en de levering van duurzame energie aan asset owners en beheerders van onroerend goed. Aangezien veel partijen in de sector in het algemeen weinig ervaring hebben met de inpassing van een efficiënte en duurzame energievoorziening kan de hulp van externe partijen en methodes vaak goed gebruik worden. De NVDO kan de rol pakken om haar achterban over ESCO voor te lichten en is er dan ook trots op dat het boegbeeld van ESCO Nederland, mevrouw Jacqueline Cramer, in deze editie van het NVDO Onderhoudskompas haar visie geeft. Transfer van specifieke kennis op het gebied van onderhoud Zoals in 2010 al werd aangegeven, neemt de complexiteit van gebouwgebonden systemen, installaties en technieken de komende jaren sterk toe. Daarnaast blijft het verbeteren en waarborgen van zaken als kwaliteit, veiligheid en comfort een belangrijk issue binnen de Nederlandse onroerendgoedsector. Onderhoudsbedrijven met een duidelijke focus op kennis en innovatie zullen zich de komende jaren extra moeten specialiseren (o.a. door


middel van opleidingen) om hun kennis van nieuwe ontwikkelingen en innovatieve technieken op peil te houden. Kennis op het gebied van bijvoorbeeld IT, energie-efficiency en robotica zijn noodzakelijk om de komende jaren aan de marktvraag te voldoen. De uitwisseling van deze specifieke onderhoudskennis wordt daarom steeds relevanter. De NVDO kan een belangrijke rol vervullen in het verschaffen van voorlichting binnen de onroerendgoedsector over nieuwe ontwikkelingen en innovaties op het gebied van onderhoud. In de tussentijd is het Platform Duurzame Huisvesting (.nl) tot wasdom gekomen. De NVDO is een van de medeoprichters en participeert in werkgroepen. Eén van de waardevolle resultaten is de Prestatieleidraad.

Voorlichting omtrent de rol van onderhoud binnen de onroerendgoedsector Het belang van onderhoud wordt langzamerhand steeds duidelijker voor organisaties. Met name op het gebied van duurzaamheid en energie-efficiency (het onderwerp van het NVDO visiedocument 2015) kan de onderhoudsbranche een belangrijke bijdrage leveren aan het realiseren van de doelstellingen en ambities van de Nederlandse onroerendgoedsector. Echter zijn hier nog veel stappen in te maken. Waar de NVDO een belangrijke rol kan vervullen is het verschaffen van voorlichting aan asset owners, investeerders, maar ook dienstverleners binnen de onroerendgoedsector over nieuwe ontwikkelingen en innovaties op het gebied van onderhoud. Daarnaast zou de onderhoudssector vaker aan tafel moeten komen bij managementbeslissingen, om zo als strategisch partner mee te denken in lange termijnoplossingen en -investeringen. Hoewel de focus binnen de sector vaak nog wel op kortetermijnwinst ligt, krijgt duurzaamheid, en daarmee ook de langetermijnfocus, een steeds belangrijkere plaats op de onroerendgoed-agenda. Als we kijken naar de huidige doelstellingen dan zien we dat die minder ambitieus zijn dan in 2010. De doelstelling die gesteld is in het Energieakkoord is dat de nieuwbouw in Nederland in 2020 slechts bijna-energieneutraal moet zijn. Dit is minder dan

de niet-duurzame doelstelling die in 2010 werd verwacht. Doordat Nederland niet sterk genoeg heeft ingezet op duurzaamheid sinds 2010, zijn de doelstellingen van het visiedocument 2010 hedendaags nagenoeg onhaalbaar. Momenteel loopt Nederland namelijk op alle drie de velden van de trias energetica-doelstellingen van de EU voor 2020 achter. Echter, deze ontwikkelingen zeggen wellicht meer over het optimisme over duurzaamheid in 2010 dan over de huidige focus op duurzaamheid en prestaties van de overheid en markt. Het Energieakkoord, dat is gesloten in 2013, is een grote stap in de goede richting. Qua duurzame energie probeert Nederland momenteel een inhaalslag te maken met beleid gericht op verduurzaming. Er wordt steeds meer gesproken over de mogelijke sluiting van kolencentrales, wat weer een enorme impact op CO2-uitstoot kan hebben. Daarnaast laat de Nederlandse overheid momenteel zien dat zij een voorlopersrol wil bekleden door zich te richten op energieneutrale nieuwbouw vanaf 2018 en duurzaam aanbesteden en inkopen, zaken die passen bij de duurzame scenario’s. We bewegen dus steeds verder naar een scenario toe waarbij duurzaamheid bij zowel het bedrijfsleven als de overheid hoog op de agenda staat. Referenties 1  Rabobank. 2015. Consument draagt weer bij aan economische groei. https://economie.rabobank.com/ publicaties/2015/maart/nederland-consument-draagt-weer-bij-aan-economische-groei/ 2  RVO. 2010. Verdienen met duurzaam onderhoud. http://www.rvo.nl/sites/default/ files/bijlagen/Verdienen%20met%20 duurzaam%20onderhoud.pdf 3  FD. 2015. Markt worstelt met nieuwste trend in duurzaam beleggen. http://fd.nl/ beurs/1106014/markt-worstelt-metnieuwste-trend-in-duurzaam-beleggen Het Onderhoudskompas -  95


Review Visiedocument TECHNISCHE ARBEIDSMARKT 2020 In het NVDO Onderhoudskompas 2010 werd in het visiedocument over de technische arbeidsmarkt de potentiële mismatch in kaart gebracht tussen vraag en aanbod van technisch personeel, hetgeen door 34% van de onderhoudsbedrijven herkend werd als een trend. In de afgelopen jaren is dit aandachtsgebied uit de Top 10 geraakt van trends die onderhoudsbedrijven het meest bezighouden.

V

ijf jaar na het formuleren van de visie, maken we de balans op ten aanzien van de destijds afgegeven prognoses. In deze review geven we een samenvatting van de visie uit 2010 langs de twee geïdentificeerde assen en vier beschreven scenario’s. Vervolgens richten wij onze blik op de ontwikkelingen van de afgelopen vijf jaar in de technische arbeidsmarkt en kijken we vooruit naar de verwachting voor 2020.

De visie uit 2010 op de technische arbeidsmarkt In 2010 daalde de werkloosheid licht tot 5,5 procent. Het aantal openstaande vacatures was stabiel. Binnen de technische arbeidsmarkt was er sprake van krapte met een vacaturegraad van 13 op elke 1.000 banen, waarbij 16 per 1.000 het landelijk gemiddelde was. De vergrijzing die te zien was op de arbeidsmarkt zorgde voor een verwachting van een afname van het aanbod van technische arbeidskrachten, een sector waar het aandeel van personeel onder de 35 jaar al erg laag was. Daarnaast was er een toename te zien in flex- en parttime werken. Dit alles zorgde voor een aankomend tekort, zowel in kwantiteit als kwaliteit, aan werknemers. Het aantal technische studenten daalde ge-

96 - Het Onderhoudskompas

staag en de sector kampte met een imagoprobleem. Hierdoor was een oplossing voor het vergrijzingsprobleem voorlopig niet voorhanden.

De technische sector concurreerde rond 2010 sterk om technisch personeel met sectoren als zorg en onderwijs. De concurrentie moest worden aangegaan door te investeren in talent. Daarnaast was het ook noodzakelijk te investeren in innovatie om de productiviteit van medewerkers te verhogen en zodoende de (inter) nationale concurrentie voor te blijven. Wanneer Nederland niet voldoende arbeidskrachten zou kunnen bieden aan internationale bedrijven, zou dit een slechte impact hebben op het vestigingsklimaat. Er werd daarom gevraagd naar een meer gefocuste industriepolitiek. Dit betekende dat de overheid een aantal specifieke sectoren zou moeten identificeren waar sterk in wordt geïnvesteerd. Wanneer dit beleid zou worden gewaarborgd, was de verwachting dat Nederland wereldwijd mee zou kunnen blijven doen in een aantal topsectoren. Echter, wanneer de overheid geen focus zou aanbrengen, zou Nederland het moeilijk krijgen om de internationale competitie aan te gaan.


De scenario’s in het visiedocument zijn langs twee assen beschreven. De onzekerheid van de mate van specialisatie in de investeringsoriëntatie is de eerste as van de scenarioschets. De tweede as is gedefinieerd door de mate van flexibilisering van de arbeidsmarkt. In 2010 kende Nederland een statische arbeidsmarkt, met wet- en regelgeving die weinig ruimte toeliet voor dynamiek en flexibiliteit. Om tegemoet te komen aan wensen van flexibiliteit van potentiële technische werknemers, was het belangrijk dat de Nederlandse overheid dit beleid herzag en meer flexibiliteit toeliet. De onzekerheden van de technische arbeidsmarkt in 2010 zijn te vatten in deze twee kerndimensies, waar vier verschillende scenario’s voor 2020 uit ontstaan. Per scenario is een beeld geschetst van de Nederlandse onderhoudssector in 2020 aan de hand van vier thema’s: 1) De marco-omgeving, 2) de arbeidsmarkt, 3) vraag en aanbod in de technische sector en 4) de onderhoudsmarkt. Let wel, de scenario’s waren geschetst als extreme toekomstbeelden. Scenario voor 2020: Global exchange De macro-omgeving In dit scenario heeft de Nederlandse economie, na de recessie waarin Nederland zich rond 2010 nog steeds in bevond, een nieuwe impuls. De overheid heeft hierbij gekozen voor een aantal industriële niches waar Nederland meedoet met de wereldtop. De concurrentie is moordend en internationale barrières zijn praktisch verdwenen. Overheidsbeleid heeft het stimuleren van innovatie en productiviteitsgroei tot doel en richt zich met publiek-private investeringen op onder meer de (petro) chemie-, telecom-, biotechnologie- en energiesector. Hernieuwbare grondstoffen en het terugdringen van de milieubelasting zijn hierbij van groot belang. Sectoren waar geen nadruk op wordt gelegd, zoals Manufacturing en Food & Beverage, ondervinden de tucht van de markt en trekken soms zelfs weg. Nederland heeft hierdoor een sterk gespecialiseerd karakter.

De arbeidsmarkt Intussen is de krapte op de arbeidsmarkt de afgelopen jaren toegenomen, wat de groeipotentie belemmert. De politiek weet dat het creëren van een dynamische arbeidsmarkt door een groeiende flexibiliteit en aanpassingsvermogen in de arbeidsmarkt belangrijk is om de markt te ondersteunen. Hiervoor worden expats binnen gehaald met een versoepelde migrantenregeling en is de ontslagvergoeding vervangen door een flexibel inzetbare studiebeurs. Ook de wet- en regelgeving voor ZZP’ers is versoepeld en een pensioenregeling en verzekeringen voor ZZP’ers zijn gegarandeerd. Vraag en aanbod in de technische sector De industrie vraagt in dit toekomstbeeld naar specialistische kennis voor gerichte innovatie en hoogwaardige technologieën. Dit maakt de technische sector aantrekkelijk voor jongeren. Universiteiten stemmen hun aanbod af op de behoeften in deze sectoren. De kwalificatie-eisen van technisch geschoold personeel zijn daardoor veel specialistischer en communicatieve vaardigheden en IT-kennis staan centraal. Veel processen worden gestuurd vanuit IT en minder processen zijn mechanisch. Dit betekent ook dat meer zaken worden gemeten en er meer gepland onderhoud plaatsvindt, wat de efficiency ten goede komt. Het bedrijfsleven en kennisinstellingen werken nauw samen in “centers of excellence” om aan de gestelde kenniseisen te voldoen. De schaarste onder lager opgeleiden neemt hierdoor af, want minder complexe, arbeidsintensieve werkzaamheden zijn afgenomen. De onderhoudsmarkt Via strategische partnerships zijn onderhoudsbedrijven vaak al in een vroeg stadium betrokken bij het proces, zodat de onderhoudskosten worden geoptimaliseerd. Mede doordat de competentieprofielen snel veranderen, blijft er echter een mis-

Het Onderhoudskompas -  97


match bestaan tussen vraag en aanbod bij hoger opgeleiden.

Scenario voor 2020: Local exchange De macro-omgeving In dit scenario zorgen de “val” van China en nieuwe recessies in Amerika voor het inzakken van de Nederlandse economie en export. Om de eigen economieën te beschermen, worden door landen handelsbelemmeringen opgeworpen en is zelfvoorzienendheid belangrijk. Er heerst aarzeling in de Nederlandse politiek die leidt tot een gebrek aan focus in de Nederlandse economie.

98

-

De arbeidsmarkt De overheid stimuleert actief een flexibelere arbeidsmarkt, omdat zij denkt dat dit belangrijk is om de economie uit het slop te trekken. Een voorbeeld is de afschaffing van de wettelijke ontslagheffing. Via strafkortingen worden werklozen die onvoldoende werk zoeken gestimuleerd dit wel te doen, wat meer werkzoekenden aan de onderkant van de arbeidsmarkt creëert.

Het Onderhoudskompas

Ook wordt de migrantenregeling versoepelt, omdat de overheid zich realiseert dat buitenlands aanbod in de technische arbeidsmarkt nodig is.

Vraag en aanbod in de technische sector De technische sector in Nederland concurreert hevig met bijvoorbeeld de ICT- en financiële sector voor personeel. Deze sectoren bieden meer flexibiliteit aan, waardoor de technische sector vaak het onderspit delft. De thuismarkt bezit niet voldoende schaal en een scherp profiel om bij de top te horen. Een gebrek aan overheidsinvesteringen en gespecialiseerde hoogwaardige technologische bedrijvigheid heeft daarnaast een dempend effect op het onderwijs. De dynamiek van de arbeidsmarkt wordt gedeeltelijk gecompenseerd door dit sombere beeld. Technische bedrijven bieden hun werknemers interne opleidingsprogramma’s aan en geven baangaranties af. Bedrijven begeven zich ook steeds vaker in sterke netwerken met ZZP’ers. Echter krijgen zij het slechts gedeeltelijk voor elkaar


de benodigde technische expertise aan zich te binden. Er heerst in dit scenario zowel een kwalitatieve als kwantitatieve krapte op de arbeidsmarkt.

De onderhoudsmarkt Onderhoud speelt vooral een generalistische rol en wordt voornamelijk reactief uitgevoerd. “Hands on Tool Time” en productiviteit van medewerkers staan centraal, omdat er nog steeds veel fysieke arbeidskracht nodig is. Bedrijven krijgen hierdoor te maken met personeelsschaarste en proberen op slimme wijze ZZP’ers in te zetten. Scenario voor 2020: Global competition De macro-omgeving De Nederlandse economie heeft de afgelopen jaren een bescheiden groei gekend. De vrijemarkteconomie is krachtiger dan ooit tevoren en bepaalt de verhoudingen in de wereld. De economische groei in Nederland is echter grilliger, vanwege de nauwe vervlechting met de mondiale economie. De tucht van de markt doet zijn werk en alleen zeer efficiënt opererende bedrijven houden hun hoofd boven water. Na het verliezen van enkele topsectoren in Nederland komt de regering in actie en voert een beleid met langetermijnfocus en de stimulatie van een aantal sterke technische kernsectoren. Er wordt gericht geïnvesteerd in fundamenteel onderzoek, collegegeld voor bepaalde technische opleidingen geniet een vrijstelling en er zijn subsidies op R&D-centra. Nederland doet mee met de wereldtop op het gebied van (petro)chemie, biotechnologie, dredging, offshore en duurzame energie. Ondersteunende sectoren als Infra, Bouw en delen van Fleet kunnen hiervan profiteren. De arbeidsmarkt Met de overheid wordt overeengekomen dat arbeidsmigratie relevant is bij extreme schaarste in bepaalde sectoren en de Nederlandse arbeidsmarkt moet worden

beschermd. Het ontslagrecht wordt aangescherpt en ondernemingsraden hebben verregaande bevoegdheden gekregen. Veel bedrijven bieden weer een baan voor het leven aan, met na veertig jaar werken een ruim pensioen. Deze verscherpte regels zijn een doorn in het oog van veel bedrijven. De sterke focus op het collectief en starre regelgeving leiden tot te weinig prikkels om te investeren in eigen vaardigheden en excellente prestaties worden te weinig beloond. Hierdoor stijgt de onvrede en zoeken velen een carrière in het buitenland. Er ontstaat hierdoor een schaarste waarvoor bedrijven oplossingen moeten zoeken.

Vraag en aanbod in de technische sector In dit scenario is er sprake van gerichte innovatie en inzet van hoogwaardige technologie, waarbij het onderwijs is afgestemd op de technische kernsectoren binnen “centers of excellence” waar studenten worden opgeleid. De overheid heeft weinig contact met het bedrijfsleven om het curriculum aan te sluiten op de sectoren. De kernsectoren hebben vanwege de schaarste een sterke competitie met elkaar, naast de aanwezige competitie om talent met andere landen. Waar andere landen sterk staan met flexibele arbeidsregelingen probeert de Nederlandse sector jongeren te interesseren voor een baan in de techniek. Echter, bedrijven richten zich nog het meest op het onbenutte potentieel van vrouwen en allochtonen op de arbeidsmarkt. Er wordt hiervoor geïnvesteerd in bedrijfsscholen, het nieuwe werken, traineeships, uitwisselingsprogramma’s en studiebeurzen om potentiële medewerkers aan te trekken. Het gebruik van ZZP’ers is relatief laag, terwijl er juist veel uitzendkrachten worden gebruikt. De onderhoudsmarkt De preventieve component is zeer belangrijk binnen de onderhoudssector en er is veel aandacht voor de ratio onderhouds-

Het Onderhoudskompas -  99


kosten per beschikbaar uur voor productie. Veel massaproductie is verplaatst naar lagelonenlanden, waardoor er weinig schaarste is in MBO 3- en 4-personeel. Echter, in HBO- en WO-personeel heerst een enorme schaarste, vanwege de vraag naar onderhoudsmanagers die de productiviteit en primaire processen verbeteren.

Scenario voor 2020: Local competition De macro-omgeving Dit scenario beschrijft dat de economische crisis veel impact heeft gehad, waardoor de mondiale economie maar moeilijk op gang komt. De overheidsfinanciën leggen druk op de economische stabiliteit en binnen de EU zijn de eerste lidstaten gedwongen de EU te verlaten wegens een gebrek aan begrotingsdiscipline. Er is sprake van protectionisme en soevereiniteit bij de lidstaten. Het beleid van de overheid differentieert niet per sector en is voornamelijk gericht op het behoud van zoveel mogelijk industrie en werkgelegenheid in Nederland. De arbeidsmarkt De arbeidsmarkt wordt bepaald door regels die weinig flexibiliteit toelaten. Waar mogelijk wordt gebruik gemaakt van dit soort regelingen (zoals flexwerken), maar sectoren waarbij het moeilijk is dit soort flexibele werkvormen aan te bieden hebben moeite met het binnenhalen van jong en kundig personeel. Veel technisch opgeleiden kiezen hierbij voor snijvlakberoepen. Door deze ontwikkelingen neemt de kwantitatieve en kwalitatieve schaarste in technisch geschoold personeel toe. Het is lastig om deze schaarste tegen te gaan, aangezien het moeilijk wordt gemaakt kennismigranten binnen te halen door de regelgeving. Daarnaast is ook de groei in het aantal ZZP’ers afgevlakt, omdat velen toch liever kiezen voor het comfort van een vast arbeidscontract met pensioenregeling. De arbeidsmarkt biedt werk aan een zeer brede groep technisch geschoolden, maar de sectoren hebben hun glans verloren van-

100 - Het Onderhoudskompas

wege een gebrek aan onderscheidend vermogen en de statische arbeidsmarkt.

Vraag en aanbod in de technische sector Er is kwantitatieve krapte onder de MBO 3- en 4-medewerkers en een kwalitatieve schaarste onder hoger opgeleiden (HBO+). Daarbij kiezen minder studenten voor een technische opleiding. In dit scenario zijn bedrijven bijna genoodzaakt zelf personeel op te leiden. Studenten worden hierbij breed opgeleid. Door een beperkte specialisatie en ontwikkeling van de onderhoudssector zijn de toetredingsdrempels tot de onderhoudsmarkt laag. De concurrentie is hevig en gaat veelal op prijs. De onderhoudsmarkt Onderhoud is vooral reactief van aard en gaat voornamelijk om het inperken van risico’s en het verlengen van de levensduur. Dienstverleners en adviseurs worden maar zeer beperkt betrokken bij het ontwerp van nieuwe gebouwen en er zijn weinig bedrijven met onderscheidend vermogen. De bedrijven die wel onderscheidend vermogen bezitten hebben vaak moeite met het binden van technisch personeel. IT is erg belangrijk voor het terugdringen van kosten, bijvoorbeeld voor het beter timen en plannen voor een hogere “Hands on Tool Time”. Het onderhoud blijft ook in dit scenario echter plaatsgebonden.


Het Onderhoudskompas -  101


 ntwikkelingen in de afgelopen vijf jaar O Om richting te geven aan waar de sector zich naartoe lijkt te bewegen schetsen we de ontwikkelingen van de afgelopen vijf jaar. Om de vergelijkbaarheid met het visiedocument 2010 te schetsen, wordt dit gedaan aan de hand van dezelfde vier thema’s: 1) De marco-omgeving, 2) de arbeidsmarkt, 3) vraag en aanbod in de technische sector en 4) de onderhoudsmarkt.

De macro-omgeving De economie heeft de afgelopen jaren in zwaar weer gezeten, maar lijkt voorzichtig een nieuwe impuls te krijgen. Er wordt verwacht dat deze groei zich de komende jaren doorzet. Ook de export van goederen stijgt sinds 2014 constant1 en het aantal investeringen neemt toe2. Er wordt met name geïnvesteerd in een aantal sectoren waarop Nederland vooruit moet lopen, de zogenaamde Topsectoren. De in 2010 genoemde sectoren, chemie, biotechnologie en energie, komen sterk overeen met de in het Top-

102 - Het Onderhoudskompas

sectorenbeleid gekozen sectoren. Startup incubator StartUpDelta, een initiatief van de overheid, identificeert zelfs topsectoren per stad3. Zo heeft Eindhoven tegenwoordig met zijn High Tech Campus een eigen “Silicon Valley”, waar veel innovaties worden gedaan op het gebied van gezondheid, energie en slimme omgevingen4. De strijd om kennis binnen te halen krijgt een steeds sterker mondiaal karakter5. Bedrijven lijken steeds meer arbeidskrachten en kennis uit andere landen nodig te hebben. Zo wil de NS werkervaringsplaatsen aanbieden aan (technisch geschoolde) vluchtelingen om zo meer IT- en technisch talent aan te trekken6. Het lijkt erop dat we op het gebied van de Macro-omgeving terecht komen in het Global exchange-scenario, waarbij de economie langzaam versterkt en er een (duidelijke) focus is van de overheid.


De arbeidsmarkt De overheid lijkt echter (nog) niet erg te sturen op een dynamische arbeidsmarkt. Zo wordt het ontslagrecht niet versoepeld7 en is de migrantenregeling verder aangescherpt. Hierdoor wordt het juist lastiger kennismigranten binnen te halen8. Ook is er voor de inrichting van het ZZP-beleid nog geen ideale invulling gevonden en het lijkt erop dat het gebruik van ZZP’ers wellicht de komende jaren ingeperkt wordt, aangezien zij momenteel te veel belastingvoordeel genieten en de maatschappij door gebrek aan een pensioenregeling en ziektekostenverzekeringen met hoge kosten opzadelen9. Hier wordt door de overheid het belang van het collectief aangehaald. De overheid focust zich dus op sectoren, maar met een relatief stugge regelgeving. Dit komt overeen met het Global competition-scenario, waarbij de sectorpolitiek gefocust is, maar de arbeidsmarkt statisch door het niet versoepelen van ontslagrecht, en een focus op het collectief. Vraag en aanbod in de technische sector Op de technische arbeidsmarkt is momenteel sprake van krapte, waarbij het groeiende aantal vacatures vaak moeilijk kan worden ingevuld. Dit is met name het geval op hogere niveaus en in sommige uitvoerende functies op het gebied van bijvoorbeeld metaal en elektrotechniek10 . Dit beeld is ook duidelijk te zien in het NVDO Onderhoudskompas, dat laat zien dat de vraag naar hoog opgeleid technisch personeel steeds hoger wordt. Om dit tegen te gaan is door de overheid een aantal projecten gestart, dat valt onder het Techniekpact. Techniekpact is een initiatief ter bevordering van het begeleiden van werkloze jongeren in techniek naar de beschikbare vacatures. Uit het Onderhoudskompas komt naar voren dat bedrijven meer gebruik maken van flexibele arbeid, maar dat vooral tijdelijke contracten en ZZP’ers stijgen en dat relatief minder van uitzendkrachten gebruik wordt gemaakt. Dit kan komen door de krapte die zij ervaren.

In 2011 is een aantal “Centres of Expertise” voor HBO’ers en “Centra voor innovatief vakmanschap” voor MBO’ers gestart om techneuten klaar te maken voor de doorstroom naar een baan11. In deze centra wordt sterk samengewerkt met het bedrijfsleven. Het beleid van deze centra sluit aan bij het Topsectorenbeleid. Daarnaast wordt er bij verschillende technische bedrijven het tekort aan techneuten opgelost door de oprichting van bedrijfsscholen12.

Doordat er zeer snel innovatie plaatsvindt wordt de technische arbeidsmarkt specialistischer en aantrekkelijker voor jongeren13. Deze innovatie brengt echter wel implicaties mee. De kwalificatie-eisen zijn veelal specialistischer en daarnaast is er vaak een mismatch tussen vraag en aanbod van hoger opgeleiden. Zo is de vraag naar hoger opgeleiden en lager opgeleiden hoog, maar worden werknemers in het middensegment vooral verdrongen door de automatisering14. We zien hier dus zowel componenten uit het Global exchangeals het Global competition-scenario.

De Onderhoudsmarkt Binnen het onderhoud krijgen de preventieve en predictieve componenten een steeds belangrijkere rol. Technische innovaties zorgt voor een verandering in de onderhoudswerkzaamheden. Hoewel het fysieke onderhoudswerk nog steeds erg belangrijk is, zien we dat de werkzaamheden langzaam door IT worden overgenomen. Personeel met kennis van zowel onderhoud als IT worden daarom steeds belangrijker. De vraag naar met name HBOen WO-personeel neemt hierdoor toe. Dit is een beeld dat dit jaar duidelijk in het NVDO onderhoudskompas naar voren komt. Door methodes als Life Cycle Costing wordt het langzaam duidelijk dat onderhoud niet meer alleen een kostenpost, maar een strategische bijdrage aan een organisatie dient te hebben. Echter, de onderhoudsprofes-

Het Onderhoudskompas -  103


sionals missen vaak de vaardigheden om hun plannen en ideeën te vertalen naar de taal van het management. Hierdoor gaat de ontwikkeling om de onderhoudsafdeling als strategisch partner te positioneren langzaam. Dit alles komt het meeste overeen met de in 2010 geschetste Global exhange-scenario, waarbij IT een steeds prominentere rol krijgt en onderhoud (langzaam) als strategisch partner gezien gaat worden. De ontwikkelingen dragen ook bij aan goed Asset Management, waaraan de NVDO als branchevereniging de voorbije vijf jaar zoveel aandacht gaf en de komende jaren zoveel zal bijdragen aan de doorontwikkeling ervan.

Stromen binnen de technische arbeidsmarkt In de technische arbeidsmarkt zien we een aantal stromen (Monitor Technische Arbeidsmarkt 2013): • Elk jaar verandert zes tot tien procent van alle arbeidskrachten van werkgever; • Meer dan de helft (61%) van alle vrijwillige baanwisselaars in de technische sector blijft hierin werkzaam. Dat betekent dat 39% van de vrijwillige baanwisselaars elk jaar overstapt naar een baan in niet-technische sector. Tegelijkertijd is er substantiële instroom uit niet-technische sector. Het saldo van in- en uitstroom hangt af van de conjunctuur; • Een grote lek aan technici zit helemaal aan het begin van de arbeidsmarkt bij schoolverlaters. Maar liefst 38% van alle technische opgeleide schoolverlaters vindt een niet-technische baan in een niet-technische sector. Gevolg hiervan is dat werkgevers in de technische sectoren zich in de komende jaren nog meer moeten gaan inspannen om personeel te vinden, dat vacatures langer open staan en dat dit impact heeft op de kwaliteit van het personeel. Een krappe arbeidsmarkt kan zo ook de groei van de productie in technische bedrij-

104 - Het Onderhoudskompas

ven remmen. Dergelijke ontwikkelingen gaan ten koste van de arbeidsproductiviteit en de winstgevendheid van technische bedrijven. Conclusie en Aanbevelingen In dit reviewdocument laten we zien dat de technologische arbeidsmarkt sterk aan het veranderen is. De economie kent weer een opwaartse trend en de investeringsruimte neemt toe. Daarnaast zien we dat de gevraagde vaardigheden van de onderhoudsprofessional langzaam veranderen. Door de data-intensivering van het onderhoud zal de vraag naar hoger opgeleid technisch personeel, met verstand van zowel IT als onderhoud en Asset Management, verder toenemen. Dit beeld wordt bevestigd door de resultaten uit het NVDO Onderhoudskompas 2015, waarin de trend Aandacht voor IT-systemen, als steeds belangrijker wordt gezien. De vraag naar lager geschoold personeel zal minder worden, aangezien relatief simpele taken, als basale inspecties en metingen, in de toekomst door IT kunnen worden overgenomen.

45% van de NVDO-achterban geeft aan dat de arbeidsmarkt de afgelopen vijf jaar alleen maar statischer is geworden, terwijl 20% aangeeft geen grote verandering te hebben waargenomen. Het is aan de overheid om een dynamische arbeidsmarkt te creëren, zodat er een nieuwe balans op de arbeidsmarkt gecreëerd wordt. Daarnaast laat het Onderhoudskompas 2015 zien dat de focus op regelgeving en compliance alleen maar toeneemt. De trend Aanscherping van regelgeving en noodzaak tot compliance kent namelijk de afgelopen drie jaar een top 3-notering in de meest herkenbare trends in de onderhoudssector.

In het visiedocument van 2010 werd ingegaan op strategische opties die zowel de NVDO als haar leden ter beschikking hadden om de kwantitatieve en kwalitatieve schaarste aan technisch personeel zo goed


mogelijk binnen de perken te houden. Met de huidige kennis doen wij graag de volgende vijf aanbevelingen.

1. Ontwikkelen van specifieke kennis en vaardigheden Het overdragen van kennis omtrent onderhoud werd in het visiedocument van 2010 als één van NVDO’s belangrijkste doelstellingen geformuleerd. Uit het huidige reviewdocument kunnen we concluderen dat deze veranderde eisen alleen maar zullen doorzetten. Om in

de toekomst de kwalitatieve mismatch op de technische arbeidsmarkt te verkleinen, blijft het zaak dat de onderhoudsprofessional zich blijft ontwikkelen. De NVDO kan dit deels faciliteren door op een groot aantal gebieden trainingen en opleidingen aan te bieden of informatie over trainingsmogelijkheden te delen.

2. Samenwerking met kennis- en onderwijsinstellingen optimaliseren Om de krapte op de technische arbeidsmarkt tegen

Het Onderhoudskompas -  105


te gaan, zal de samenwerking met kennis- en onderwijsinstellingen belangrijker worden. Uit het onderhoudskompas is een duidelijk stijgende trend te zien in de bereidheid tot samenwerking met kennis- en onderwijsinstellingen. Sterker nog, honderd procent van de respondenten uit het Onderhoudskompas 2015 geeft aan hiervoor open te staan. Door een constructieve samenwerking met onderwijs- en kennisinstellingen kan een betere match tussen vraag en aanbod van kwalificatie-eisen bewerkstelligd worden. De NVDO kan hier fungeren als een schakel tussen de vraag vanuit het bedrijfsleven en het aanbod vanuit het onderwijs.

3. Internationaliseren Door met het Topsectorenbeleid voor een meer gefocuste economie te zorgen, zal er op verschillende sectoren internationaal naar talent gezocht moeten worden. Echter, zullen andere productieprocessen veelal niet meer in Nederland plaatsvinden, waardoor ook de onderhoudswerkzaamheden mee verplaatsen naar het buitenland. Om hun diensten globaal aan te kunnen bieden, zullen veel dienstverlenende bedrijven moeten internationaliseren en zich moeten oriënteren op een globaal werkveld. Terwijl onderhoudsbedrijven in Nederland juist voor internationale werknemers toegankelijk moeten worden. Handleidingen en bedrijfscommunicatie zullen in meerdere talen aanwezig moeten zijn en bedrijven moeten investeren in het opbouwen van hun internationale netwerk. Daarnaast kan toegevoegde waarde geboden worden door het exporteren van specifieke kennis op het gebied van onderhoudssystemen vanuit Nederland. Hierbij is het noodzakelijk dat er wordt geïnvesteerd in kennisontwikkeling en -borging binnen onze eigen landsgrenzen. 106 - Het Onderhoudskompas

4. Voorlichting over onderhoud en onderhoudstechniek Het tegengaan van schaarste op de technische arbeidsmarkt is op te lossen door de instroom te vergroten. De technische opleidingen beginnen (langzaam) in populariteit te groeien. Het is zaak dat deze groei doorzet. Het is daarom van belang de aandacht voor techniek in de maatschappij te vergroten. De NVDO kan, in samenwerking met bedrijven, voorlichting op basisscholen verzorgen om “de techniek” positief te positioneren. Dit, zodat scholieren en studenten op het middelbaar en hoger beroepsonderwijs daadwerkelijk warm worden gemaakt om een functie in de onderhoudsbranche te gaan bekleden. Samenwerking met andere brancheverenigingen kan hierbij leiden tot betere resultaten.

5. Inspelen op toenemende behoefte aan flexibiliteit We zien dat de generatie Y, de generatie waar in 2020 meer dan 50% van de beroepsbevolking uit bestaat, flexibiliteit in haar werk verwacht. Deze generatie is opgegroeid in een digitale wereld, is op zoek naar een werk/privé-balans, en is het niet meer gewend op hun gehele carrière bij één werkgever door te brengen. In vergelijking met andere sectoren, loopt de technische sector niet voorop in het aanbieden van flexibele arbeidsvoorwaarden. Echter, het Onderhoudskompas 2015 laat hier wel een groeiende trend in zien. Ook is een toename in het aanbieden van parttime werk en flexibelere arbeidstijden te zien. De sector dient hier evenwel op te blijven focussen. De NVDO zal de mogelijkheden tot flexibiliteit met haar achterban blijven delen. Er is een lichte verbetering te zien op de technische arbeidsmarkt. We zijn er echter nog lang niet. Door actief in te zetten op het bevorderen van de instroom van technisch personeel én het bijscholen van de huidi-


ge beroepsbevolking, zal de NVDO zal haar achterban blijven faciliteren bij het creëren van een sterke talent pool.

Door middel van deze vijf stappen kan de Nederlandse onderhoudssector zich goed blijven ontwikkelen en toonaangevend blijven in Europa. Referenties 1  CBS. 2015. http://www.cbs.nl/nl-NL/ menu/themas/internationale-handel/ publicaties/artikelen/archief/2015/201509-11-m02.htm 2  Nu.nl. 2015. Investeringen in Nederland Opnieuw Gestegen. http://www.nu.nl/ economie/4129868/investeringen-in-nederland-opnieuw-gestegen.html 3  DutchIncubator.nl. 2015. StartupDelta begint promotie voor Nederland startupklimaat.http://dutchincubator.nl/ startupdelta-begint-promotie-voor-nederlands-startupklimaat/ 4  High Tech Campus Eindhoven. 2015. About the Campus. http://www.hightechcampus. com/about_the_campus/ 5  Z24.nl. 2015. Hoe lok je kennismigranten Nederlandse methode minder effectief .http://www.z24.nl/ondernemen/ hoe-lok-je-kennismigranten-nederlandse-methode-minder-effectief-566179 6  NS. 2014. Jaarverslag. http://nsjaarverslag.nl/jaarverslag-2014/s1316_verslagvanactiviteiten/s1364_overigeactiviteiten/s1366_nsalswerkgever/a1416_default 7  Rijksoverheid. 2015. Aanpassingen Wet werk en zekerheid. https://www. rijksoverheid.nl/onderwerpen/wetwerk-en-zekerheid/inhoud/aanpassingen-wet-werk-en-zekerheid 8  Financieel Dagblad. 2014. Pijbes: migrantenregeling kost ons kapitalen. http://fd.nl/frontpage/economie-politiek/1084929/pijbes-migrantenregeling-kost-ons-kapitalen 9  Financieel Dagblad. 2015. Kabinet heeft zware dobber aan zzp-beleid. http:// fd.nl/economie-politiek/1103527/kabi-

net-heeft-zware-dobber-aan-zzp-beleid MidWeek.nl. 2015. UWV: arbeidsmarkt techniek en ICT trekt verder aan. http:// www.de-midweek.nl/nieuws/31045/uwvarbeidsmarkt-techniek-en-ict-trekt-verder-aan/ 11 Toptechniek in bedrijf. 2015. http://www. toptechniekinbedrijf.nl/over-coe.html. 12 CoBouw. 2013. Eigen bedrijfsschool effectief in aanpak schaarste technici. Burgemeester Aboutaleb bezoekt leerlingen van de Joulz bedrijfsschool. http://www. cobouw.nl/nieuws/algemeen/2013/partnernieuws/joulz/eigen-bedrijfsschool 13 NVDO. 2014. Visiedocument 2014 14 Rijksoverheid. 2014. Betreft Effect van technologische ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2014/12/19/ kamerbrief-over-effect-van-technologische-ontwikkelingen-op-de-arbeidsmarkt/ kamerbrief-over-effect-van-technologische-ontwikkelingen-op-de-arbeidsmarkt. pdf 10

Het Onderhoudskompas -  107


OPTIES VOOR DE NVDO ALS BRANCHEVERENIGING De NVDO richt zich voortdurend op hoe zij op de beste manier haar achterban kan ondersteunen in het realiseren van hun doelstellingen. Mede gezien de brede scope van de branchevereniging uit Houten, is het nuttig om regelmatig de focus vast te stellen en een aantal opties te formuleren voor de NVDO als grootste onderhoudsplatform van Europa.

E

en branchevereniging in het algemeen, maar in het bijzonder die van de Nederlandse onderhoudsmarkt, leent zich perfect als platform voor kennisdeling. Er is binnen de Nederlandse onderhoudsmarkt steeds meer een open houding zichtbaar. Organisaties en bedrijven zien in dat het delen van informatie en kennis op veel vlakken voordelig kan zijn. Gezamenlijk als Nederlandse onderhoudssector kunnen we zo toonaangevend blijven in de wereld. Er is een aantal specifieke gebieden waar kennisdeling van groot belang kan zijn voor de NVDO-achterban. Kennis delen over contracten met onderaannemers tussen sectoren Uit de cijfers van het Onderhoudskompas blijkt dat er ontevredenheid heerst over de contracten met onderaannemers. Een oorzaak is het feit dat de belangen niet gelijkgestemd zijn. In de Infra sector zien we dat dit als een van de belangrijkste trends gezien wordt. Sectoren zoals de Procesindustrie en Manufacturing, die al langer prestatiecontracten gebruiken, hebben inmiddels veel geleerde lessen opgedaan die interessant zijn voor andere sectoren. De NVDO zou kunnen zorgen voor het identificeren en verzamelen van de best practices en do’s and don’ts rond prestatiecontracten. Daarnaast kan, middels bijvoorbeeld kennismiddagen, van elkaar geleerd worden.

108 - Het Onderhoudskompas

Vergroten kennis over life cycle costing De NVDO kan bijdragen aan het dissemineren van kennis over Life Cycle Costing (LCC). Het aantal organisaties dat aangeeft niet bekend te zijn met deze methodiek stijgt dit jaar naar zo’n 20%, terwijl 10% aangeeft de LCC-methodiek volledig toe te passen. Sommige organisaties verzamelen wel (veel) data, maar weten niet hoe ze dit moeten verwerken en tot hun voordeel gebruiken. Het is dus belangrijk voor organisaties dat zij de mogelijkheid krijgen om kennis te vergaren en seminars en trainingen op het gebied van LCC te volgen, om deze methodiek effectief toe te kunnen passen. Het NVDO als brancheorganisatie kan zich hiervoor actief inzetten en zo LCC meer op de radar van organisaties krijgen als onderdeel van goed Asset Management. Uitbreiden maatschappelijke functie vanuit onderhoud Nieuw in de Top Tien dit jaar is dat onderhoudsorganisaties aangeven dat zij steeds meer te maken hebben met een verouderende asset base. Een groot deel van de Nederlandse industriële installaties en infrastructuur zit aan het einde van de levensduur. Hoewel deze assets geen economische waarde meer hebben, zouden ze, in een beperkt aantal gevallen, toch een maatschappelijk voorbeeld kunnen krijgen, bijvoorbeeld onder de vlag van het Industrieel erfgoed. De NVDO, als maatschappelijk gerichte organi-


satie, zou hier het voortouw in kunnen nemen en bedrijven hierin kunnen stimuleren.

Vergroten van kennis over Operational Excellence Dit jaar is de aandacht voor Operational Excellence de belangrijkste trend. Dit wordt mede ingegeven door de invloed van aandeelhouders en financiers en focus op kostenreductie. Lean Six Sigma trainingen, gefaciliteerd door de NVDO, zouden kunnen bijdragen aan een versnelde efficiëntieverbetering binnen de onderhoudssector.

Vergroten bewustzijn op het gebied van duurzaamheid Duurzaamheid wordt op dit moment nog beperkt meegenomen bij onderhouds- en investeringsbeslissingen. Echter, het klimaatprobleem is iets dat ons allen aangaat. De onderhoudssector, van nature een sector met een maatschappelijk karakter, kan hier een lichtend voorbeeld in worden. Een van de uitdagingen is het vergoten van het bewustzijn bij management en medewerkers over de kansen die er liggen. De NVDO kan helpen door actief goede voorbeelden te delen en wellicht een seminar organiseren over energiebewuste onderhoudsoplossingen. Vergroten van kennis en ondersteunen bij het opstellen van langetermijnbusinessbeslissingen De onderhoudsorganisatie moet de vaardigheden krijgen om binnen haar organisatie en/of in synergie met derden, op een gelijkwaardig niveau te kunnen acteren en zo een nog grotere strategische partner te zijn. Dat is wat Asset Management beoogt; maintenance als essentieel, gelijkwaardig en belangrijk onderdeel in de keten. Bijvoorbeeld door het genereren van gedegen business cases die ter onderbouwing van investeringen dienen. Omdat de onderhoudsorganisatie gezien wordt als kostenpost en steeds kleiner van omvang is, kan de NVDO die onderhoudsorganisaties verder samenbrengen in bijeenkomsten, publicaties of op professional-niveau. Daarnaast

zou de NVDO meer contacten kunnen leggen met (branche) organisaties die zich actief bezighouden met het ontwerpen van assets; immers bij het ontwerp worden essentiële onderhoud- en energiekeuzes vastgelegd.

Begeleiden bij het verwerken van data over onderhoudsproces Bedrijven creëren steeds meer data. Deze data kan zeer waardevol zijn, wanneer bedrijven deze data daadwerkelijk kunnen omzetten in informatie. Met behulp van informatie kunnen organisaties betere beslissingen maken; dat helpt waarde te realiseren voor bedrijven. Het is echter voor (onderhouds) bedrijven een uitdaging om de kwaliteit van data op het juiste niveau te brengen zodat ze kunnen vertrouwen op de inzichten die uit de data komen. Door het geven van workshops en het organiseren van rondetafelbijeenkomsten kan de NVDO haar leden faciliteren in het verbeteren van de kwaliteit van de data. Wellicht hoort het ontwikkelen van een eenvoudige leidraad over bijvoorbeeld Data Integrity tot de opties. Uitbreiding naar Asset Management De Asset Management functie is dit jaar nieuw toegevoegd in het functiehuis. Deze functie neemt dan ook een prominente plek in bij het strategisch managen van onderhoud. Als onderhoud meer een business partner wil zijn om doelstellingen op het gebied van bijvoorbeeld Operational Excellence en duurzaamheid te behalen, moet zij nauw samenwerken met de asset manager. De NVDO kan haar aandachtsgebied uitbreiden om ook met Asset Management te werken en op dit gebied publicaties uitbrengen, samenwerkingen aangaan en evenementen organiseren. Zo wordt er een brug geslagen tussen het onderhoud en Asset Management, voor een toekomstbestendige sector met een focus op de lange termijn.

Het Onderhoudskompas -  109


LOGSYSTEMEN, BIG DATA EN ONDERHOUD Big Data is geenszins nieuw. Ook het uitvoeren van continue inspectie door middel van sensoren is niet nieuw. Wel worden de mogelijkheden steeds groter, en daarmee dreigt onoverzichtelijkheid.

H

eel erg dure apparaten kosten veel geld als ze stil staan. Veel fabrikanten van zulke dure apparaten beseften dat, en bouwden logsystemen in, die gegevens leverden op basis waarvan tot preventief onderhoud kon worden besloten. “De MRI-apparaten van Philips zijn er een voorbeeld van”, zegt lector Gerard Schouten, bij de Fontys Hogeschool te Eindhoven werkzaam bij het expertisecentrum Big Data. “Ze werden ontwikkeld toen de term Big Data nog niet of nauwelijks in gebruik was.”

Big Data zijn grote hoeveelheden gegevens die worden gegenereerd door bedrijfsprocessen. Dat kunnen de kassabonnen van de supermarkt zijn, maar ook grote tekst- of beeldbestanden kunnen worden beschouwd als datasets, die met bepaalde technieken ontsloten kunnen worden. Analyse van beelden blijft daarbij nog steeds een erg lastige opgave voor de softwarebouwers. In zijn algemeen kan men zeggen dat wat door de natuur wordt voortgebracht (taal, een dier, gras) moeilijk is om machinaal te analyseren. In de wereld van het onderhoud worden de datasets bijna uitsluitend geleverd door sensoren en andere systemen die processen vastleggen in een logboek. Schouten: “Het is ook eerder de ontwikkeling van sensoren geweest die van belang is voor het preventief onderhoud.” De prijsontwikkeling van sensoren was een sterke driver voor Big Data-stromen in de in-

110 - Het Onderhoudskompas

dustrie. Doordat ze steeds goedkoper werden, konden allerlei deelprocessen zonder veel kosten gemonitord worden. De vertaalslag van de datasets naar een praktische leidraad voor onderhoud is vaak niet zo erg ingewikkeld. Schouten: “Als je de gegevens van bijvoorbeeld trillingen in een pomp vastlegt en daar setpoints aan meegeeft, waarbij je een waarschuwingssignaal wil laten horen naar de onderhoudsafdeling, dan is daar geen heel moeilijk maatwerk voor nodig.”

Vanzelfsprekend zijn de softwaresystemen om deze informatiestromen te beheren en te vertalen ruim voorhanden. Maar van een geïntegreerde aanpak is nog zelden sprake. In een van de vele technisch-wetenschappelijke onderzoeken betogen de auteurs dat het heel goed te doen is om met behulp van standaard signaalverwerkingssoftware een specifiek op de eigen industriële configuratie gerichte tool te maken. Dit (Engelse) onderzoek beperkt zich tot de monitoring van actoren met trillende en roterende onderdelen. Ook in China is voor de offshore windsector een draadloos conditiemonitoringsysteem ontwikkeld, dat via de trillingen in de turbine rapporteert over de conditie. Het systeem maakt gebruik van eenvoudige, niet specifieke bouwstenen, en de software zou voor veel algemenere toepassingen gebruikt kunnen worden. De praktische toepasbaarheid van conditiemonitoring schuilt in de coördinatie van


onderdelen en deelprocessen. Zhu, Peng en Van Houtum publiceerden vorig jaar een onderzoek. In hun paper beschrijven ze onderhoudssystemen voor assets waarbij de downtijd erg duur is, en waarbij men te maken heeft met verschillende componenten, die elk hun eigen monitorgegevens leveren. Dit maakt het noodzakelijk dat de maintenance van al die onderdelen onderling gecoördineerd wordt, waarbij sommige op basis van hun conditiegegevens zullen worden behandeld, en sommige misschien wel op basis van levensduur. De auteurs proberen om een geïntegreerd systeem te beschrijven dat, gegeven een onderhoudspolitiek voor de verschillende componenten, een optimalisatie voor het gehele onderhoudsproces geeft. De belangrijkste conclusie is dat onderhoud mensenwerk blijft en dat juist grote Big Da-

ta-stromen de menselijke ervaring en gezond verstand nodig hebben om te komen tot een werkelijk nuttige en kostenefficiënte aanpak. Maar de geautomatiseerde analyse kan wel degelijk wat opleveren, zegt Gerard Schouten: “Ik herinner me een aantal studenten die voor ASML een proef deden. Ze kregen historische machinedata voorgeschoteld, met de opdracht: zeg maar op grond van deze data wanneer de machine, of het onderdeel kapot gaat. Ze deden het beter dan de technici het in de werkelijkheid hadden gedaan.” Zhu, Peng, Van Houtum: A condition-based maintenance policy for multi-component systems with a high maintenance setup cost. IN: OR Spectrum, 37(4), 1007-1035. Het Onderhoudskompas -  111


BIJLAGE 1:

De zes NVDO Onderhoudssectoren Onderhoud is een wezenlijk onderdeel van alle sectoren in Nederland en vormt een dwarsdoorsnede van alle bedrijfskolommen. De NVDO heeft de Nederlandse onderhoudsmarkt onderverdeeld in zes sectoren, die hieronder nader worden toegelicht:

Onroerend Goed Al het gebouwgebonden onderhoud aan seriematige woningbouw, utiliteitsbouw en industrieel onroerend goed (zoals bedrijfs- en fabriekshallen). Infra Onderhoud aan weg, water, rail en andere infrastructurele werken, zoals havens en luchthavens. Maar ook aan infrastructuur zoals (elektriciteits)kabels en buizennetwerken.

Fleet Onderhoud aan rij- (exclusief personenauto’s), vaar- en vliegtuigen actief in het professionele vervoer over land (inclusief spoor), water en door de lucht.

Procesindustrie Onderhoud aan en rond (continue) productieprocessen van vaste stoffen, vloeistoffen en gassen (bijvoorbeeld: chemie, olieraffinage, hoogovens en papierfabricage). Energieproducerende bedrijven worden hier ook toe gerekend. Manufacturing Onderhoud rondom de fabricageomgeving van (discrete) stukproductie van goederen en producteenheden (met uitzondering van het segment voedingsmiddelen (inclusief drankenindustrie) en farma).

Food, Beverage & Farma Onderhoud rondom de fabricageomgeving van stukproductie van goederen en producteenheden binnen het segment voedingsmiddelen (inclusief drankenindustrie), tabak en farma.

112 - Het Onderhoudskompas


BIJLAGE 2:

Verklarende woordenlijst Asset Management Asset Management omvat de organisatie en alle taken die nodig zijn om de fysieke bedrijfsmiddelen gedurende hun levensduur op kostenefficiënte wijze te beheren en te onderhouden en zo in te kunnen zetten ter ondersteuning van het realiseren van de bedrijfsdoelstellingen. Bronbeleid Beleid dat ten doel heeft de uitstoot van schadelijke stoffen direct aan te pakken. Capaciteitsbedrijven Wanneer bedrijven zich nadrukkelijk richten op het zo efficiënt mogelijk leveren van onderhoudscapaciteit spreken we ook wel van capaciteitsbedrijven.

Cleantech Ranking Cleantech is een verzamelnaam voor technologieën die bijdragen aan een schoner milieu en/of zorgen voor energiebesparing. De ranking plaatst landen op een lijst gesorteerd op aandeel van de verkoop van schone technologieën van de totale verkoop.

Compliance Compliance is het begrip waarmee wordt aangeduid dat een persoon of organisatie werkt in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving. Het gaat over het nakomen van normen of het zich er naar schikken.

Customer Relationship Management (CRM) De implementatie van een strategie waarmee een bedrijf of instelling beoogt (klant)relaties te optimaliseren in termen van klantrendement en klanttevredenheid. CRM wordt daarbij gezien als een continue en systematische, organisatieomvattende activiteit.

DBFMO DBFMO (Design, Build, Finance, Maintain & Operate) is een vergaande vorm van integrale aanbesteding, waarbij de opdrachtnemer ook de financiering voor zijn rekening neemt. De bekostiging van een project ligt bij de opdrachtgever (de gebruiker van het vastgoed) en gebeurt periodiek op basis van vooraf overeengekomen prestaties.

EIA De fiscale aftrek voor energiezuinige investeringen die opgenomen zijn in de Energie- en Milieulijst. De investeringskosten kunnen worden afgetrokken van de totale winst. Het beleid heeft een totaal budget van 106 miljoen euro. Flexibele arbeidskrachten De term “flexibele arbeidskrachten” wordt binnen dit NVDO Onderhoudskompas gebruikt als verzamelnaam voor arbeidskrachten met een tijdelijk dienstverband, zoals uitzendkrachten en andere flexwerkers, waaronder zelfstandigen. Garantie Ondernemingsfinanciering Met deze regeling helpt het ministerie van Economische Zaken (middel)grote ondernemingen bij het aantrekken van bankleningen en bankgaranties. De Garantie Ondernemingsfinanciering houdt kredietstromen op gang opdat ondernemers kunnen blijven ondernemen. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland is verantwoordelijk voor de uitvoering.

Het Onderhoudskompas -  113


Green Deals Green Deals zijn afspraken tussen de Rijksoverheid en andere partijen, zoals bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere overheden. De Green Deal helpt om duurzame plannen uit te voeren. Dit kan voor energie, klimaat, water, grondstoffen, biodiversiteit, mobiliteit, biobased economy, bouw en voedsel. Hands on Tool Time (HoTT) HoTT staat voor “Hands on Tool Time” en betreft een indicator voor de tijd dat een medewerker met een bepaald gereedschap/ bepaalde installatie bezig is. HoTT is daarmee een indicator voor de tijd dat een onderhoudsmedewerker daadwerkelijk productief is. Hierbij gelden activiteiten als wachten op vergunningen of het halen van materialen als indirect productief en worden deze niet meegeteld in de directe productiviteit. HoTT speelt een belangrijke rol in de verhouding tussen opdrachtgever en opdrachtnemer, met name binnen de context van prestatiecontracten. Daarnaast heeft het verhogen van de HoTT ook een maatschappelijk belang, aangezien een betere HoTT een (beperkende) dempende werking heeft op het verwachte tekort aan goed opgeleide onderhoudsprofessionals dat de komende jaren zal ontstaan.

Kyoto-protocol Een klimaatverdrag tussen 187 landen dat in 1997 werd opgesteld in de Japanse stad Kyoto en in werking trad in 2005. Het protocol stelt een aantal doelen voor de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen.

Lean Six Sigma Six Sigma (zes sigma in het Nederlands) is een managementstrategie die oorspronkelijk door Motorola in 1986 in de VS ontwikkeld is. Het wordt in vele sectoren van het bedrijfsleven toegepast. Six Sigma poogt de kwaliteit van de resultaten van bedrijfskundige processen te verbeteren door de oorzaken van defecten of fouten te ontdekken en te verwijderen, om zo de variatie in de processen te reduceren. Het bestaat uit een verzameling van kwaliteitsmanagementmethodes, inclusief statistische methodes, en ontwikkelt een speciale infrastructuur van mensen binnen de organisatie (“Black Belts”, “Green Belts”, etc.) die experts in deze methodes zijn. Elk Six Sigma project binnen een organisatie volgt een vooraf gedefinieerde volgorde van stappen en heeft kwantificeerbare financiële doelstellingen (kostenverlaging en/of winstverbetering).

Life cycle costing Een berekening van de opbrengsten en kosten over de verwachte volledige levensduur van een product. Men kan uitgaan van Present worth (PW), waarbij de kosten berekend worden ten opzichte van t=0 (het moment van “aanschaf”) of Annual worth (AW), waarbij de kosten per jaar worden bepaald.

MEE (Meerjarenafspraak Energie Efficiëntie) 110 grote, energie-intensieve bedrijven, die concurreren op de wereldmarkt van chemie, staal of papier hebben in 2009 de MEE (Meerjarenafspraak Energie Efficiëntie) gesloten. In het convenant is afgesproken dat de deelnemende sectoren een energie-efficiëntieverbetering van 2% per jaar tot 2020 zullen realiseren. MIA (Milieu Investeringsaftrek) Fiscale maatregel die kan oplopen tot 36% van het investeringsbedrag. Dit komt bovenop de gebruikelijke investeringsaftrek.

114 - Het Onderhoudskompas


NPV Net Present Value. De netto contante waarde van toekomstige kasstromen. Om de NPV te berekenen wordt iedere toekomstige kasstroom verdisconteerd met de over die periode geldende bijbehorende vermogenskostenvoet (WACC). Deze initiële waarden opgeteld leveren samen de NPV van de investering op. Een positieve NPV geeft waarde creatie aan. Een negatieve NPV toont waardeverlies aan. Een investering is dus aanvaardbaar als de NPV positief is.

Onderhoud Onderhoud is overal. Het speelt een rol in elke sector, op elke werkplek, van iedere werknemer. In de Europese standaard EN 13306 is onderhoud gedefinieerd als ‘(the) combination of all technical, administrative, and managerial action during the life cycle of an item intended to retain it in, or restore it to, a state in which it can perform the required function’. (Vrije vertaling: alle werkzaamheden die nodig zijn om een object veilig en zonder falen te gebruiken voor het uitvoeren van de vereiste functie.) Het kan hierbij gaan om kantoorgebouwen en installaties maar ook om transportmiddelen of petrochemische installaties. Operational Equipment Effectiveness De Overall Equipment Effectiveness (OEE) is de verhouding tussen de hoeveelheid goede producten die een productiemiddel aflevert en het maximaal haalbare. De Overall Equipment Effectiveness (OEE) is een vermenigvuldiging van een aantal factoren, die allemaal tussen 0 en 1 liggen. Meestal omvat de OEE tenminste: • De machine-beschikbaarheid = (feitelijke productietijd)/(geplande productietijd); • De relatieve prestatie = (gemiddelde bewerkingstijd)/(snelst mogelijke bewerkingstijd); • De kwaliteitsefficiëntie = fractie goedgekeurde producten.

Operational Excellence Focus bij Operational Excellence is het dusdanig inrichten van de processen dat de producten en diensten voor een zo laag mogelijke prijs geleverd kunnen worden maar waarbij wél voldaan wordt aan de eisen van de klant.

Over-the-air diagnostics Een technologische oplossing die de gebruiker toelaat om vanuit één plek een overzicht te krijgen over meerdere assets op meerdere plaatsen. Dit gebeurt door middel van sensoren en een beheer systeem. In over-the-air diagnostics wordt gebruik gemaakt van analysesystemen om waarschuwingen uit te zenden en abnormaliteiten te ontdekken.

RDA Research & Development aftrek. Dit is een extra aftrekpost voor kosten en investeringen voor de ontwikkeling van innovatieve producten en diensten. De aftrek is een percentage van de kosten en uitgaven die zijn toe te rekenen aan research en development. Het gaat bijvoorbeeld om investeringen in apparatuur en materialen. Loonkosten tellen voor deze aftrek niet mee.

ROI Return on Investment. De ROI geeft het rendement op de investering aan. Indien de investering een verlies oplevert dan is de return on investment een negatief getal. De ROI van een project is te berekenen door de opbrengst voor een project te delen door de specifieke investering. De ROI van een bedrijf is te berekenen door de nettowinst te delen door de boekwaarde van de totale activa. Smart grids Energienetten waarbij centrale en decentrale energieproducenten met elkaar worden verbonden, zodat energie beide kanten op kan. Op deze manier kunnen particulieren of bedrijven die zelf energie produceren dit terugbrengen op het netwerk wanneer zij dit niet gebruiken.

Het Onderhoudskompas -  115


Smart manufacturing Bedrijven maken bij smart manufacturing gebruik van Informatie Technologie (IT) en integreren dit op elk niveau van het productieproces om nog meer controle en productiviteit af te dingen. Door apparaten constant te monitoren kunnen assets optimaal draaien. Soms kan onderhoud zelfs volledig worden geautomatiseerd.

Total Cost of Ownership (TCO) TCO staat voor Total Cost of Ownership en omvat de totale eigendomskosten van een kapitaalgoed, bijvoorbeeld een kantoorgebouw. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar de acquisitiekosten zoals initiële aanschafprijs, maar ook naar kosten als rente, afschrijving, onderhoud, beheer en dergelijke. Daarmee is TCO een zuivere manier om “zelf doen” te vergelijken met “uitbesteden”.

116 - Het Onderhoudskompas

VAMIL De VAMIL, een willekeurige afschrijving van milieu-investeringen, biedt bedrijven de mogelijkheid om 75% van de investeringskosten op een door een bedrijf te bepalen tijdstip af te schrijven.

WBSO Fiscale maatregel voor de verlaging van loonkosten en andere kosten en uitgaven voor R&D (Research & Development) projecten. Bedrijven dragen hierbij minder loonheffing af en zelfstandigen krijgen een vaste aftrek.


BIJLAGE 3:

Overzicht stuurgroep- en klankbordgroepleden De stuurgroep van het NVDO onderhoudskompas bestaat uit: • Bas Kimpel, Voorzitter • Lex Daan, Vice Voorzitter • Piet van der Linden, Voorzitter NVDO Sectie Suto • Gert van Amersfoort, Secretaris • Ellen den Broeder-Ooijevaar, Verenigings Manager

Voor de totstandkoming van het visiedocument is gesproken met de volgende klankbordgroepleden: • Gerard Jagers - Tata Steel • Hans Peters - Dunea • Jac van Trijp - Rijksdienst voor Ondernemend Nederland • Ype Wijnia - Asset Resolutions • Nigel Stift - Sodexo • Sander van Ginkel - Accenture

Het Onderhoudskompas -  117


Foto: Danny Cornelissen

NU OOK ONLINE:

WWW.COMPANY-GUIDE.NL


Praktijkcase

VAN REACTIEF NAAR PROACTIEF ONDERHOUD UITDAGINGEN IN DE INDUSTRIE MET BETREKKING TOT ONDERHOUD VEREISEN BEWEZEN OPLOSSINGEN EN BEST PRACTICES DIE OOK ECHT WERKEN. MET STORK PERFORMANCE MAINTENANCE BIEDT STORK EEN AANPAK WAARMEE ONZE ONDERHOUDSKENNIS EN PRAKTIJKERVARING WORDEN GEKOPPELD AAN DE DOELSTELLINGEN VAN ONZE KLANTEN.


Spend (k€) maintenance per quarter

UITDAGING

In 2012 neemt Stork het totale onderhoud, management én uitvoering, over bij een middelgrote oudere olieterminal. Dit inclusief de aansturing van circa 150 subcontractors: van steigers tot schoonmaak. Het onderhoud is op dat moment reactief en ongestructureerd. Het wordt getypeerd als “brandjes blussen”. Dit uit zich in onvoorspelbaarheid van werkzaamheden, grote hectiek, oplopende kosten en een hoog personeelsverloop en ziekteverzuim. De uitdaging is om het onderhoud een bijdrage te laten leveren aan de doelstellingen van de terminal: veilige en compliant operatie met een optimale beschikbaarheid van de terminal tegen voorspelbare kosten.

OPLOSSING

Na een grondige analyse van de werkprocessen én de cultuur op de terminal heeft Stork stapsgewijs wijzigingen doorgevoerd. Uitgangspunt was om de onderhoudsorganisatie te wijzigen van ‘reactief’ naar ‘planmatig’. Hiervoor is een maintenanceplan opgesteld en zijn heldere ‘workflows’ ingericht, waarop de organisatie is aangepast. Zo is er een strikte scheiding van taken ingevoerd tussen werkvoorbereiding en uitvoering, en zijn de werkstromen voor storingen en planmatig werk gescheiden, waardoor het planmatig werken niet verstoord kan worden door de binnenkomende “brandjes”. De planning van het onderhoud wordt afgestemd op de planning en bezetting van de steigers en

Thousands

Een praktijkvoorbeeld: 2000 1800 1600 1400 1200 1000 800 600 400 200 0

Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 2012 2012 2013 2013 2013 2013 2014 2014 2014 2014 2015 Actual spend

tanks. Omdat Stork niet alleen de aansturing verzorgt, maar ook een groot deel van de techniek uitvoert, is er voldoende kritische massa voor een volledige cultuuromslag. Dit proces wordt gestuurd en gerapporteerd naar de klant aan de hand van eenduidige KPI’s, die worden gevolgd in een dashboard, met criteria over techniek, kosten, HSSEQ, medewerkers en klanttevredenheid.

RESULTAAT

Na drie jaar is een enorme vooruitgang geboekt. Er heerst rust; er is een stabiele organisatie met grote voorspelbaarheid en voornamelijk gepland onderhoud. Enkele KPI’s: • Stijging van de Hands on ToolTime met 11% • Daling van de backlog met 32% • Daling van het aantal storingen met 27% • Kostenreductie van >20% Het onderhoud heeft een nieuw ‘level’ bereikt. Terminaldirectie en Stork zijn nu in gesprek over ‘the next level’ in Stork Performance Maintenance: proactief onderhoud, leidend tot hogere prestaties van de installaties, met een bijbehorend prestatiecontract voor het onderhoud. Meer weten over Stork Performance Maintenance?

Focus Asset performance  Focus effectiveness  Excellence Focus efficiency  Proactive

Level

Planned Reactive Degradation

Repair before defect occurs

Repair after defect

No Repair

Growth direction

Linear (Actual spend)

Not just repair but improve

Not just repair but improve

Van Deventerlaan 121 3528 AG UTRECHT 088 - 08 91 000 www.stork.com Maries.vanAert@stork.com


Ken de risico’s. Dan is alles beheersbaar.

AMprover® biedt inzicht, overzicht en controle. Zo beheerst u risico’s én bespaart u kosten. Wilt u grip op uw bedrijfsprocessen? Kosteneffectief beheer en onderhoud van uw bedrijfsmiddelen? Uw kostenstructuur verbeteren door verantwoorde risicobeheersing? Dat kan met het overzichtelijke softwarepakket AMprover®. AMprover® helpt u uw risico’s in beeld te brengen en te beheersen. Daarmee voldoet u aan de wet- en regelgeving. Bovendien bent u in staat de juiste afwegingen en beslissingen te maken in al uw processen. En dat niet alleen nu, maar over de gehele levensduur van uw bedrijfsmiddelen. AMprover® is ontwikkeld door Traduco, professionals op het gebied van Asset Management. Nieuwsgierig naar onze oplossingen? Ga naar www.traduco.nl of bel 072 5726525

ACEC

AMERICAN COUNCIL OF ENGENEERING COMPANIES

100 Years of Excellence

a wider perspective, focused on you

Profile for NVDO

Nvdo onderhoudskompas 2015  

Nvdo onderhoudskompas 2015  

Profile for nvdo7
Advertisement