De Boomklever September 2018

Page 10

Sierlijke witsnuitlibel Groenendaal Foto: Hilde Vandevoorde

vestigen in de Kempen. Deze witsnuit is bovendien heel divers in habitatkeuze en verkiest naast veengebieden bijvoorbeeld ook sloten en bosmeren. Dit is dan ook de enige van de drie soorten die de volgende jaren meer te verwachten is in onze regio, mogelijk zelfs voortplantend.

Op 19 mei 2018 ontdekte Johan Nysten iets na 15u een mannetje witsnuitlibel aan de educatieve plas in de Doode Bemde. Het mannetje zat eerst op een verdroogd stuk lisdodde en vloog later naar het houten staketsel waar hij zich verder liet bewonderen. Na controle van enkele kenmerken werd duidelijk dat het om de Noordse witsnuitlibel ging en niet om zijn dubbelganger de Venwitsnuitlibel. Meer bepaald had het dier een roodbruin pterostigma, een voorvleugelader die geel was over de ganse vleugellengte en grote rode vlekken op het achterlijf. Dankzij een bericht op de regionale WhatsAppgroep konden nog andere waarnemers de soort zien. Iets na 16u werd het dier helaas niet meer teruggevonden. Deze vrij kleine vijver met rijke begroeiing is dan ook geen geschikt habitat voor deze soort. Het is opvallend hoeveel zwervende libellen aan deze vijver al werden waargenomen de laatste jaren, zoals de Bandheidelibel, de Tengere pantserjuffer, de Zuidelijke oeverlibel en de Zwervende pantserjuffer. Naast de relatief grote aandacht die de vijver krijgt, is de nabijheid van de Dijle op enkele meters waarschijnlijk ook een belangrijke factor. Robby Stoks

82

De Boomklever I september 2018 I ongewervelden

De Noordse Witsnuitlibel is in België een zeldzame soort met zwaartepunt in de Kempen. De waarneming in Oud-Heverlee sluit aan bij een kleine influx in de Brusselse regio, waar de soort voorheen ook nog nooit was waargenomen. Het ging hierbij telkens ook om ééndags-waarnemingen van solitaire mannetjes eind mei – begin juni in Watermaal-Bosvoorde, Laken en in het park van Sint-Pieters-Woluwe. Hoewel de Noordse witsnuit een typische soort is van zure, oligotrofe meren en vennen kan je ze tijdens een influx overal aantreffen. Zo was er op 26 mei zelfs een

Op woensdag 20 juni 2018 liep ik samen met Arnold één van zijn vele libellenmonitoringsroutes. Die dag waren de Kasteelvijvers langs de Duboislaan in Groenendaal aan de beurt. Bij de Lindevijver, op een takje in het water, zaten drie libellen, bijna genoteerd als drie Gewone oeverlibellen, doch eentje zag er anders uit. Bij observatie door mijn verrekijker vielen me onmiddellijk de witte achterlijfaanhangselen en de witte pterostigma’s op. Dit kon maar één ding betekenen: een mannetje Sierlijke witsnuitlibel. Toch konden we onze ogen niet geloven. Amper twee weken geleden, tijdens een excursie met de Libellenvereniging Vlaanderen, uitvoerig kunnen bestuderen in Mol en vandaag zo dicht bij huis? In het Zoniënwoud?! Dit bracht de teller van waargenomen soorten in Groenendaal meteen op 30. De dagen na deze waarneming kon het dier door andere waarnemers en mezelf jammer genoeg niet meer teruggevonden worden. Laten we hopen dat deze soort zich toch kan vestigen in Vlaams-Brabant zodat we, van deze, en de vele andere, nog lang kunnen genieten. Hilde Vandevoorde

De Sierlijke witsnuitlibel is in België ongetwijfeld de meest zeldzame soort van de drie en heeft een speciale beschermingsstatus binnen Europa. In Vlaanderen stierf deze soort uit in het begin van de 20e eeuw en werd pas in 2013 herontdekt. De soort heeft momenteel een heel kleine populatie in de buurt van Mol en kent daarnaast jaarlijks enkele geïsoleerde waarnemingen verspreid over het land. Dit is de eerste waarneming sinds meer dan 100 jaar in Vlaams-Brabant. De soort verkiest matig voedselrijke, onbeschaduwde plassen en meren met een rijke oevervegetatie en met vis gelegen in bosgebieden. Dit komt mooi overeen met de waarnemingsplaats. Misschien al even opvallend als het opduiken van deze drie soorten in hetzelfde jaar is het ontbreken van waarnemingen in onze regio van de Venwitsnuitlibel (L. dubia). Deze in België minst zeldzame witsnuit kent verschillende grote populaties in de Kempen, de Ardennen en de Hoge Venen en kende in 2018 nochtans ook een topjaar. De soort werd eind mei – begin juni wel voor de eerste keer waargenomen in 3 aanpalende 5 km hokken in de Brusselse regio (Rood Klooster in Oudergem, park van Sint-Pieters-Woluwe en in Vorst). Deze soort verkiest meestal zure venen, vijvers en meren, maar zwervers kan je overal tegenkomen en dit is dus zeker een soort die we in de toekomst als zwerver kunnen verwachten.

ONGEWERVELDEN

waarneming van een vrouwtje op de begraafplaats Schoonselhof in Antwerpen.

Robby Stoks robby.stoks@bio.kuleuven.be

Noordse witsnuitlibel - de Doode Bemde Foto: Johan Nysten BRONNEN

De Knijf G (2015). Sierlijke witsnuitlibel na 100 jaar terug in Vlaanderen. Natuurbericht. www.natuurpunt.be/nieuws/sierlijke-witsnuitlibel-na100-jaar-terug-vlaanderen-20150602. De Knijf G, Anselin A, Goffart Ph & Tailly M (2006). De libellen van België – verspreiding, evolutie en habitats. Libellenwerkgroep Gomphus i.s.m. Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek. Brussel. Dijkstra K-D (2008). Libellen van Europa. Tirion Natuur.

De Boomklever I september 2018 I ongewervelden

83