__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 10

Mannetje Meidoornspanner. Foto: Ralph Vandiest

Op jacht naar de Meidoornspanner … Ontdekking van een tweede populatie voor Vlaanderen Ondanks dat de winter nog maar net begonnen is, begint het toch alweer te kriebelen. De laatste vangstnachten van 2017 liggen al een tijdje achter de rug en bij het aanbreken van het nieuwe jaar kan ook de zoektocht naar de eerste ‘vroeg in het jaar vliegende’ nachtvlinders alweer beginnen. Normaal gebeurt het inventariseren van nachtvlinders met stationaire lichtvallen, maar in dit geval dienen mei- en sleedoornhagen afgezocht te worden met de zaklamp en dit tussen 18 en 24u. Ieder zijn meug zeker, maar een frisse neus krijg je er wel van in deze sombere wintermaanden. 10

De Boomklever I maart 2018 I ongewervelden

De Meidoornspanner (Theria primaria), met zijn vliegtijd van eind december tot begin maart, is zo’n typische wintersoort. Van deze soort zijn er sinds 2000 amper een paar waarnemingen in Vlaanderen gekend. Het ging echter telkens om toevalstreffers aangezien er altijd solitaire mannetjes werden waargenomen die op licht waren afgekomen. Daar deze soort niet direct bekend staat als een goede vlieger (de mannetjes vliegen enkel in de nabije omgeving van de waardplant op zoek naar een wijfje, dat op haar beurt niet kan vliegen), konden we wel vermoeden daar er hier en daar restpopulaties aanwezig zouden zijn.

Toen in januari 2015 een eerste Vlaamse populatie werd ontdekt in Lierde, besloot ik om ook gericht te beginnen zoeken naar deze soort in mijn regio, t.t.z. de regio Leuven-Brussel. Aangezien de waardplant van deze nachtvlinder mei- en sleedoorn is, ben ik begonnen met het afspeuren met de zaklamp van oude mei- en sleedoornhagen. Na drie winters tevergeefs zoeken in Bertem, Tervuren, Audergem en Ukkel was het op 12 januari eindelijk prijs in Tervuren. In het brongebied van de Voer werd een tweede populatie gevonden voor Vlaanderen (4 mannetjes en 1 vrouwtje), en dit uiteindelijk op nog geen kilometer afstand van één oude waarneming uit 2011.

ONGEWERVELDEN

Vrouwtje Meidoornspanner (6mm) waarvan de vleugels gereduceerd zijn tot stompjes. Foto: Ralph Vandiest

nauwelijks buiten hun leefgebied bewegen, is de Meidoornspanner slecht in staat nieuwe gebieden te koloniseren. De relictpopulaties die recent ontdekt zijn, zijn bijgevolg zeker te koesteren en te beschermen. Het aanplanten van hagen en eventueel gefaseerd hakhoutbeheer kunnen geschikte maatregelen zijn in functie van deze vlinder. Ralph Vandiest

Dat er pas na 3 winters een populatie wordt aangetroffen, illustreert hoe zeldzaam én moeilijk vindbaar deze soort is. Zonder gerichte zoektochten blijft deze soort zo goed als onder de radar. Wellicht was deze soort vroeger veel algemener maar door de teloorgang van kleine landschapselementen als hagen en houtkanten zijn veel populaties verdwenen. Aangezien vrouwtjes niet kunnen vliegen en mannetjes zich 11

Profile for Natuurstudiegroep Dijleland

De Boomklever Maart 2018  

Advertisement
Advertisement