__MAIN_TEXT__

Page 12

Voorkomen van de Waterrietzanger in de Dijlevallei  (Acrocephalus paludicola)

De Waterrietzanger heeft een weinig uitgestrekt verspreidingsgebied en broedt in een relatief klein broedareaal. De broedgebieden zijn beperkt tot het West-Palearctisch gebied, tussen 47° en 59° noorderbreedte. In 1997/98 werd de Europese populatie aan de hand van zingende mannetjes nog geschat op 13.500-21.000. Volgens cijfers uit 2012 gaat het evenwel nog maar om 12 tot 14.000 zangposten die zich bevinden in slechts 40 gebieden met jaarlijks meer dan 10 zingende mannetjes in acht landen. De enige bolwerken van Waterrietzanger bevinden zich nog in Wit-Rusland (4000 tot 6000 broedparen), Oost-Polen (2600 tot 3800 broedparen) en Oekraïne (2000 tot 4600 broedparen). De twee grote Wit-Russische populaties werden pas in 1995/96 ontdekt! In Duitsland zijn er nog minder dan 25 paren. De Siberische populatie die in 1997/98 nog op maximaal 11.000 zangposten werd geschat is nu waarschijnlijk zelfs uitgestorven. Hiermee is de Waterrietzanger wellicht een endemische Europese broedvogel geworden… 112

De boomklever I december 2017 I vogels

De Waterrietzanger komt alleen nog verspreid voor in het uiterste noordoosten van Duitsland nabij de Poolse grens, Polen, Litouwen, Letland, Wit-Rusland, Oekraïne en Rusland. De grootste deel van de populatie bevindt zich evenwel in Polen, Wit-Rusland en Oekraïne. De soort stierf gedurende de 20e eeuw uit in West-Europa. Het is een voormalige broedvogel in Frankrijk (1961), België (tot 1875), Nederland (tot 1941), voormalig West-Duitsland, voormalig Tsjecho-Slowakije, voormalig Joegoslavië, Oostenrijk en Italië. In 2011 verdween nog de ganse Hongaarse populatie (100 paar). De Waterrietzanger is een habitatspecialist die zeer hoge eisen stelt aan zijn broedgebied: vochtige zeggemoerassen en uitgestrekte steppeachtige grasvlakten die het liefst tot ongeveer 10 cm onder water staan. Zijn achteruitgang heeft dan ook te maken met het verdwijnen van deze geschikte moerasgebieden ten gevolge van drooglegging voor de landbouw, turfstekerij of verbossing. De najaarsmigratie start op zijn vroegst in juli en gaat eerst in westelijke richting (Duitsland, Benelux, Groot-Brittannië, Frankrijk, Spanje) waarbij waarschijnlijk de grootste aantallen de kustlijn volgen en stopplaatsen langs de kust verkiezen. De grootste aantallen op de stop-over plaatsen (België, Frankrijk, Spanje) verschijnen in midden augustus. De Waterrietzangers gaan dan langs de Zuidwest-Europese en Noordwest-Afrikaanse kustlijnen verder, waarbij ze vooral langs de kust

Juveniele Waterrietzanger Foto: Isidro Rendon (creative commons)

gelegen moerassen als stop-over gebruiken. De eerste vogels komen aan in Noord-Afrika (Marokko, Algerije en Tunesië) in september en in West-Afrika (Westelijke Sahara, Mauritanië) in oktober. De winterkwartieren bevinden zich in West-Afrika ten zuiden van de Sahara. Maar waar de vogels precies allemaal overwinteren is nog steeds niet goed bekend. De eerste gekende regelmatige overwinteringsplaats werd pas in 2007 ontdekt en bevindt zich in de Senegaldelta (Djoudj National Park). Hier overwintert 20 tot 60% van de wereldpopulatie. In 2011 werden dan nog enkele nieuwe kleinere overwinteringsgebieden ontdekt met lagere aantallen in Mauritanië en Mali. De lentetrek naar de broedgebieden verloopt meer langs het oosten via Noord-Italië, Zuidoost-Frankrijk en Zuidwest-Duitsland. Vandaar dat er in ons land maar een handvol waarnemingen uit het voorjaar zijn, vooral dan in april (vroegste 7/4/2001). In Nederland vooral in mei. De meeste Waterrietzangers die in het najaar in onze streken worden waargenomen zijn juveniele vogels. Wellicht verzamelen adulte efficiënter voedsel en slaan ze meer vet op zodat ze ineens een grotere afstand kunnen overbruggen en Ne-

derland en België tijdens de trek overslaan. De maand bij uitstek om in Nederland een Waterrietzanger te zien is augustus (78%) en in mindere mate september (15%). Dit stemt overeen met wat uit waarnemingen.be voor de periode 2005-2017 voor België kan afgeleid worden: augustus 76,5 % en september 16,6%. De laatste vogels worden in oktober gemeld. Voor België is de uiterste datum 14 oktober 1884. Waterrietzangers worden bij ons gezien in relatief lage vegetaties van zegge en in minder mate riet en ruigtes met riet, meestal dicht bij open water. De vogels zijn afkomstig uit Duitsland, Polen en wellicht (zuid)oostelijke gebieden. Pas recent is via met geolocators uitgeruste vogels ontdekt dat de Oekraïense vogels via de Balkan en Italië naar Afrika trekken en dus niet via de tot dan toe enige bekende route die langs het noordwesten van Europa loopt. Zijn kenmerkende streep over de kruin , en de lichte banen op de rug maken het tot een opvallende vogel die zich echter lastig laat zien. Vrijwel altijd is een ontdekte Waterrietzanger de volgende dag weer onvindbaar. Ze vallen niet op in de lage zegge/riet-begroeiing en zoeken meestal voedsel in pitruspollen of laag tegen de grond De boomklever I december 2017 I vogels

VOGELS

Deze nazomer werd er nog eens een Waterrietzanger waargenomen in het Vlaams Natuurreservaat “De Vijvers van Oud-Heverlee”. Lippens schreef over de Waterrietzanger al in 1972 dat “het hier wel best, op wereldvlak gezien, de meest zeldzaamste vogelsoort in ons land zou kunnen zijn”. Tijd om even stil te staan bij deze bijna mythische moerasbewoner.

113

Profile for Natuurstudiegroep Dijleland

De Boomklever December 2017  

Deze publicatie kadert binnen het digitalisatieproject van de Natuurstudiegroep Dijleland, waarbij zoveel mogelijk nummers van De Boomklever...

De Boomklever December 2017  

Deze publicatie kadert binnen het digitalisatieproject van de Natuurstudiegroep Dijleland, waarbij zoveel mogelijk nummers van De Boomklever...

Profile for nsgd
Advertisement