__MAIN_TEXT__

Page 7

Wat bijzonder interessant zou zijn is om de locaties waar vroeger de bepaalde zeldzame of zelfs verdwenen soorten voorkwamen, af te lopen en na te gaan of ze er nog zitten. Heel in het bijzonder zouden de plaatsen waar soorten Hyperaspis gezien zijn, bezocht kunnen worden op verschillende tijdstippen van de dag en in verschillende maanden per jaar (als ze te lokaliseren zijn). In Wallonië werden Hyperaspis concolor terug gevonden op locaties waar ze meer dan 100 jaar terug ook zaten. Dit is zeker interessant omdat er in 1830 een soort gevonden werd die recent werd beschreven als een nieuwe soort (Bogaert et al., 2012). Ook andere soorten die verhoudingsgewijs meer kans maken om gevonden te worden zijn de moeite. Zo zitten het Zwart lieveheersbeestje (Exochomus nigromaculatus) en het Veertienvleklieveheersbeestje (Coccinula quatuordecimpustulata) in de Dijlevallei maar net buiten het gebied (respectievelijk Rixensart en Mechelen/Aarschot) (Waarnemingen.be, Mentens et al 2002) BESLUIT Door de ligging tussen Wallonië, de zandige Kempen en het Vlaamse laagland, en door de grote variatie aan biotopen is de soortenrijkdom van de lieveheersbeestjes in het Dijleland opvallend groot. Er zijn zelfs nog wat extra soorten 66

De boomklever I september 2017 I ongewervelden

te ontdekken. Vooral bij de kapoentjes (Hyeraspis) zal met wat gericht zoeken mogelijk nog interessante waarnemingen opleveren. Johan Bogaert DANKWOORD Deze artikelreeks zou niet mogelijk zijn zonder de vele waarnemingen van lieveheersbeestjes. Dus als eerste dank aan allen die, al is het maar één algemene soort, hun waarnemingen hebben doorgegeven. Verder wens ik ook de redactie te bedanken voor hun geduld bij het opstellen van deze reeks. Door mijn verhuis naar Zweden is het schrijven niet altijd zo vlot verlopen. Mijn taak als administrator bij Waarnemingen. be heeft mijn kennis van de soorten, zeker de algemenere, behoorlijk bijgewerkt. En verder zou ik mijn lieveheersbeestjesvrienden willen danken voor de onbaatzuchtige raadgevingen en kennisoverdracht zonder dewelke ik nooit mijn specialisatie in deze bijzondere groep zou kunnen hebben bereikt. Literatuur Adriaens T. (2006). Lieveheersbeestjes waarnemen op licht. Coccinula 13: 28-36. Adriaens T., San Martin y Gomez G., Bogaert J., Crevecoeur L., Beuckx J. P. & Maes D. (2015). Testing the applicability of regional IUCN Red List criteria on ladybirds (Coleoptera, Coccinellidae) in Flanders (north Belgium): Opportunities for conservation. Insect Berwaerts, K. (2012). Eerste waarneming van het Schitterend lieveheersbeestje voor het Dijleland. De Boomklever 40: 47-48. Bogaert J., Adriaens T., Constant J., Lock K. & Canepari C. (2012). Hyperaspis ladybirds in Belgium, with the description of H. magnopustulata sp. nov. and faunistic notes (Coleoptera, Coccinellidae). Bulletin de la Société royale Belge d’Entomologie/Bulletin van de Koninklijke Belgische Vereniging voor Entomologie 148: 34-41. Bogaert J. & Beuckx J.-P. (2003). Het ongevlekt lieveheersbeestje op Bolloheide. Brakona-jaarboek 2003: 2-4. Bogaert J. & Beuckx J.-P. 2004. Het Ongevlekt lieveheersbeestje Oenopia impustulata op Bolloheide. Coccinula 10: 42-46. Creemers B., Hens M. & Vercoutere B. (2007). Lieveheersbeestjes in het Dijleland. De Boomklever 35: 24-30. Mentens J., Adriaens T., Maes D. & Bogaert J. (2002). Lieveheersbeestjes in Oost-Brabant: een stand van zaken. Natuurpunt Oost-Brabant Jaarboek 2002, p 12-19. Waarnemingen.be (http://waarnemingen.be)

Opmerkelijke vogelwaarneminge in de Dijlevallei en omgeving maart – mei 2017 Dit overzicht van opmerkelijke en interessante vogelwaarnemingen in het Dijleland beslaat voornamelijk de periode maart – mei 2017. De bestreken regio omvat de gemeenten Kortenberg, Herent, Bertem, Leuven, Oud-Heverlee, Huldenberg, Tervuren, Overijse, Hoeilaart en de aangrenzende gebieden. De volgende rubriek zal de periode juni – augustus 2017 omvatten. Voor opname worden waarnemingen bij voorkeur ingevoerd op www. waarnemingen.be, of bezorgd aan Kelle Moreau, Meibloempjeslaan 2, bus 3, 8400 Oostende, 0486/12.58.77, kelle.moreau@gmail.com. Waarnemingen van soorten die niet in dit verslag werden opgenomen (incl. alle exoten), maar wel werden ingevoerd in www.waarnemingen.be, kunnen daar geraadpleegd worden. Waarnemingen die als onzeker werden gelabeld of waar niet tot exacte soortdeterminatie kon worden overgegaan, werden voor dit overzicht niet weerhouden. In vele soortteksten wordt verwezen naar het aantal waarnemingen, waarbij waarnemingen worden gedefinieerd als ‘records’ in de database (een record is de combinatie van soort, datum, waarnemer, gebied en tijdstip). Omwille van de variatie in invoergedrag van verschillende waarnemers moet men wel oppassen met het interpreteren en vergelijken van deze cijfers. In het fenologisch overzicht werden voor elke soort de twee eerste waarnemingsdata op verschillende plaatsen opgenomen (tenzij het bij de eerste waarneming om (een) doortrekker(s) ging). Bovendien werden hiervoor ook enkel waarnemingen uit het Dijleland

sensu stricto (dus niet uit aangrenzende gebieden) geselecteerd. Waarnemingen die door het Belgian Rare Bird Committee (BRBC) beoordeeld dienen te worden, worden onder voorbehoud gepubliceerd vooraleer ze definitief op de Dijlelandse lijst kunnen bijgeschreven worden. Wat de soortvolgorde betreft, volgen we vanaf heden de lijst van het International Ornithological Committee (IOC). WLS = Wilsele/Vijvers Bellefroid, LP = Kessel-Lo/Leopoldspark, AVP = Heverlee/Abdij van Park, ZW = Oud-Heverlee/Zoete Waters, OHN = Oud-Heverlee/N, OHZ = Oud-Heverlee/Z, Oppem = weilanden tussen Bogaardenstraat (Oud-Heverlee – Korbeek-Dijle) en NGB, NGB = Neerijse/Grote Bron (deel Doode Bemde), NKV = Neerijse/Kliniekvijvers (deel Doode Bemde), SAR = Sint-Agatha-Rode/ Grootbroek en Tervuren/KMMA = Koninklijk Museum voor Midden-Afrika.

VOGELS

magnifica; Berwaerts 2012) en het Dertienstippelig lieveheersbeestje (Hippodamia tredecimpunctata; o.a. eigen waarnemingen) ondertussen waargenomen. Zeker het Dertienstippelig lieveheersbeestje is een soort die algemener in de vallei moet voorkomen. Het is een soort die gebonden is aan natte gebieden. Vooral tijdens het zomerwerkkamp in de Doode Bemde werd de soort tijdens het hooien vaker waargenomen. Mogelijk werd er in het verleden overheen gekeken of mogelijk is de soort aan een opmars bezig. Ze wordt de laatste jaren wel vaker gezien op verschillende plaatsen in Vlaanderen.

Klapekster - Paardenrenbaan Groenendaal Foto: Hilde Vandevoorde

67

Profile for Natuurstudiegroep Dijleland

De Boomklever September 2017  

Deze publicatie kadert binnen het digitalisatieproject van de Natuurstudiegroep Dijleland, waarbij zoveel mogelijk nummers van De Boomklever...

De Boomklever September 2017  

Deze publicatie kadert binnen het digitalisatieproject van de Natuurstudiegroep Dijleland, waarbij zoveel mogelijk nummers van De Boomklever...

Profile for nsgd
Advertisement