__MAIN_TEXT__

Page 4

Deel 4: Verspreiding algemeen versus Dijleland. ALGEMENE BESPREKING In De Boomklever werd in 2007 reeds een goede vergelijking gemaakt tussen het Dijleland en de rest van België (Creemers et al. 2007) aan de hand van de gegevens toen beschikbaar. Ondertussen zijn er in de databank van Waarnemingen. be vele honderden waarnemingen bij gekomen. Deze gegevens worden niet gebruikt om het hele proces in het artikel van Creemers et al. uitgevoerd, up te daten. Aan de hand van eigen ervaringen en bevindingen wordt het artikel in een bredere context gezet en waar nodig becommentarieerd. De gegevens van Waarnemingen.be maken wel onderdeel uit van mijn parate kennis doordat ik administrator ben voor lieveheersbeestjes op Waarnemingen.be en Observado.org. In datzelfde artikel wordt ook de zeldzaamheidsklasse aangegeven. Ondertussen is er echter een nieuwe lijst gepubliceerd die gebruik maakt van de IUCN-regels hieromtrent (Adriaens et al 2015). Hierdoor en door de enorme toename van gegevens in Waarnemingen.be kan de zeldzaamheid verschillen tussen de twee publicaties. Zoeken naar de verschillen is inderdaad interessant maar die zijn voornamelijk ingegeven door de aanwezigheid van een specifiek biotoop. Maar er zijn nog heel wat andere redenen waardoor de zeldzaamheid kan variëren of er een verschil 64

De boomklever I september 2017 I ongewervelden

kan optreden tussen het Dijleland en de rest van Vlaanderen. De inschatting van de zeldzaamheid is moeilijk omdat er vaak (zeker wat betreft Waarnemingen.be) niet gericht gezocht wordt om de verschillende soorten te vinden. Bepaalde soorten worden daardoor bevoordeligd. Maar ook zijn bepaalde soorten vlotter zichtbaar of herkenbaar omwille van kleur of grootte. Het gebruik van verschillende vangsttechnieken kunnen ook andere soorten opleveren (Adriaens 2006). Verder zijn er jaar op jaar grote verschillen in het voorkomen van een soort. Weersomstandigheden of kleine veranderingen in een biotoop kunnen leiden tot een totale wijziging in de lieveheersbeestjesfauna. HET BREDER KADER Als je de verspreiding en het voorkomen van de verschillende soorten lieveheersbeestjes bekijkt is Vlaanderen op te delen in twee grote delen. Ten oosten heb je min of meer de zandige Kempen. De westgrens loopt van de Kalmthoutse Heide over de Schelde tot Antwerpen. Vervolgens min of meer neerwaarts tot Haacht en Aarschot, en vervolgens volgt de grens de Demer. Wat overblijft ligt westelijk of zuidelijk. Deze grens is verre van scherp. Soorten die in het ene gebied voorkomen zie je ook in het andere. Voor ons Dijlelanders is dit uiteraard een voordeel. Vermits we

Verder zie je in het westelijk deel van Vlaanderen bepaalde soorten algemeen voorkomen die hier zeldzaam zijn. Een voorbeeld hiervan is het Elfstippelig lieveheersbeestje (Coccinella undecimpunctata). OVERZICHT VAN DE VOORKOMENDE SOORTEN Het Heggenranklieveheersbeestje (Henosepilachna argus) wordt in het artikel van Creemers (2007) aangegeven als typisch voor onze streek. De grootste concentraties worden echter gevonden in de Duinengordel aan de kust met als hot spot de Westhoek. De verspreiding van heggerank leert ons echter meer over het voorkomen van deze soort dan de databank van de waarnemingen. Het heeft bijvoorbeeld lang geduurd voor er op de plateaus in Bertem enige exemplaren werden gevonden. Een specifieke zoekactie gericht op de typische vraatsporen op de heggerank leverde onmiddellijk resultaat op. Even daarvoor was de plant vruchteloos afgezocht op deze soort. Soms bots je ook onverwacht op aanzienlijke populaties van tientallen individuen die nog niet bekend zijn. Ten westen van Brussel werd een dergelijke populatie gevonden op de oevers van de Zenne. Ook het Bruin lieveheersbeestje (Aphidecta obliterata) volgt deze tendens. Er zijn wat meer waarnemingen van deze soort omdat toevallig een paar waarnemers op de juiste plaats zoeken. Dit

is een soort gebonden aan sparren. Als je dus niet op de sparren gaat zoeken kom je ze niet tegen. Maar ook omgekeerd is geldig. De soort is algemener dan wordt aangenomen op basis van de waarnemingen. Het Vijfstippelig lieveheersbeestje (Coccinella quinquepunctata) zou ik dan eerder een Kempense soort noemen. Het is aanwezig in warme kale gebieden. Akkers vormen dus naast heide- en duinrelicten een aantrekkelijk biotoop voor deze soort. De grootste hoeveelheid waarnemingen vinden we dan ook daar. Idem dito voor het Ruigtelieveheersbeestje (Hippodamia variegata). Zoek op de juiste plaatsen, de plateaus, en het Dijleland zal onmiddellijk een belangrijke vindplaats van de soort worden. Het Harlekijnlieveheersbeestje (Harmonia quadripunctata) is samen met het Achttienstippelig lieveheersbeestje (Myrrha octodecimguttata) en zeker het het Gestreept lieveheersbeestje (Myzia oblongoguttata), een soort van grove den en is dus ook daarop te vinden. Concentraties van grove den vinden we bijvoorbeeld rond De Kluis in Sint-Joris-Weert en de Kesselberg. Uiteraard dat de leemplateaus van Bertem en de vallei waar er amper dennen te vinden zijn, niet aantrekkelijk zijn en daar zullen we deze soorten amper vinden. Bijkomend is Gestreept lieveheersbeestje zeker een bewoner van grote, oudere dennenbossen. Op een individuele boom zal je ze zo goed als niet vinden. De bossen van grove den zijn bij ons nu eerder zeldzaam. Het omgekeerde vinden we terug voor soorten zoals het Meeldauwlieveheersbeestje (Halyzia sedecimguttata) en het Roomvleklieveheersbeestje (Calvia quatuordecimguttata). Die soorten zijn typische loofhoutsoorten. In het voorjaar vind je ze op onder andere bloeiende meidoorn. Vermits de vallei, maar niet alleen daar, goed voorzien is van dergelijke biotopen lijkt de soort algemener dan in de andere regio’s.

ONGEWERVELDEN

Dertienstippelig lieveheersbeestje (Hippodamia tredecimpunctata) - Doode Bemde Foto: Johan Bogaert

Lieveheersbeestjes in het Dijleland

tegen de grens aanschurken en de meeste lieveheersbeestjes vrij mobiel zijn, vinden we in de geschikte biotopen vaak soorten die algemeen zijn in het Kempense deel van Vlaanderen of soms worden bijzonder zeldzame soorten die enkel in die regio gezien worden ook bij ons waargenomen. De waarnemingen op de Kesselberg, het heideveld in het Rodebos of andere droge heiderijke plaatsen zoals de Bolloheide (Bogaert et al., 2003; Bogaert et al.. 2004) ondersteunen dit.

Sedert de publicatie van het artikel van Creemers et al (2007) zijn echter de twee aandachtssoorten, het Bosmierlieveheersbeestje (Coccinella 65

Profile for Natuurstudiegroep Dijleland

De Boomklever September 2017  

Deze publicatie kadert binnen het digitalisatieproject van de Natuurstudiegroep Dijleland, waarbij zoveel mogelijk nummers van De Boomklever...

De Boomklever September 2017  

Deze publicatie kadert binnen het digitalisatieproject van de Natuurstudiegroep Dijleland, waarbij zoveel mogelijk nummers van De Boomklever...

Profile for nsgd
Advertisement