De Boomklever December 2016

Page 12

Kuifduiker te OHN (22/10/2016) Foto: Maxime Fajgenblat

112

De boomklever I december 2016 I vogels

VOGELS

6 20 1

20 12

20 0

7

VOORKOMEN IN DE DIJLEVALLEI Met zijn status van schaarse wintergast die dan nog zelden in het binnenland wordt waargenomen, mag het niet verwonderen dat het aantal waarnemingen van Kuifduiker in de Dijlevallei vrij beperkt is, namelijk 14 waarnemingen van in totaal 17 exemplaren in de periode 1900-2016. Wortelaers maakt geen melding van de soort. Herroelen & De Fraine omschrijven de Kuifduiker in hun “Inventaris van Brabant 1900-1974”, als “Onregelmatige gast van november tot februari” en vermelden als de tot dan toe laatste datum in het voorjaar 24/2/1962 Bossut-Gottechain. Waarschijnlijk gaat het hier over een waarneming te Pécrot, dat net buiten de Vlaamse Dijlevallei ligt en dus buiten het bestek van dit artikel valt. Lippens vermeldt echter een uitzonderlijke zomerwaarneming op 7 augustus 1947 te Sint-Agatha-Rode. Deze twee waarnemingen zijn evenwel niet opgenomen in “Vogels in het Dijleland”, wel 9 andere waarnemingen in de periode 1900-2000

2

19 8 19 5 86

DETERMINATIE Zeker voor beginnende vogelkijkers kan in de winter het onderscheid tussen Kuifduiker en Geoorde Fuut moeilijkheden opleveren. Beide zijn zwart-witte futen die groter zijn dan Dodaars en kleiner dan Fuut. Het onderscheid is het gemakkelijkst te maken door te kijken naar de kopvorm en de zwart-wit verdeling op de kop. De Kuifduiker heeft een laag voorhoofd, een platte kruin (duidelijk zichtbaar als men hem langs achter ziet), en het hoogste punt achterop de kop (zoals bij Fuut). De Geoorde Fuut heeft een hoog, steil voorhoofd met het hoogste punt voorop de kruin. Dit wordt nog versterkt door de opgewipte snavel waardoor men de indruk heeft dat hij met de “neus in de lucht” rondzwemt. De Kuifduiker heeft een iets robuustere rechte snavel, waarop

19 79

VOORKOMEN EN VERSPREIDING Kuifduiker (of hoornfuut) Podiceps auritus is aanmerkelijk kleiner dan de Fuut (Podiceps cristatus) en Roodhalsfuut (Podiceps grisegena). Hij wordt vaak verward met de Geoorde Fuut (Podiceps nigricollis), een minder zeldzame vogel, waarvan hij vooral in de jeugd niet gemakkelijk te onderscheiden is. Hij broedt langs de moerassige oevers van de meren in het noorden van Europa, Azië en Amerika (ook in Schotland sinds 1908 en op de Faeröer eilanden). De Geoorde Fuut is een meer zuidelijke vogel waarvan het broedgebied zich uitstrekt van de Baltische staten tot Zuid-Afrika en over West- en Midden-Azië en Noord-Amerika. Hij slaat zijn winterkwartier op in West- en Zuid-Europa, de Azoren en Noord-Afrika. De Kuifduiker daarentegen overwintert in Cen-

traal en West-Europa, vooral langs de kusten. IJslandse vogels overwinteren in Schotland, West-Ierland en Noorwegen. Finse en Zweedse vogels trekken naar de westelijke Baltische zee en de Noordzee. Ringwerk heeft aangetoond dat de Noord-Europese en West-Siberische vogels in zuidwestelijke richting trekken. De ganse populatie migreert en dit in etappes over land in een breed front. De Kuifduiker is de zeldzaamste van de vijf in Europa voorkomende futen. De relatief kleine Europese populatie wordt op 9200 broedparen geschat, ongeveer 10 % van de totale wereldpopulatie. Het is een Rode Lijst soort wiens status als “kwetsbaar” wordt bestempeld. Globaal gaat hun aantal achteruit tegen een tempo van 30% in 21,3 jaar. In Noord-Amerika is de achteruitgang nog dramatischer: een afname tijdens de laatste 40 jaar met ongeveer 76%, wat overeenkomt met een daling van ongeveer 30 % per decade. De achteruitgang wordt vooral toegeschreven aan menselijke verstoring, bosbouw rond de meren waar ze broeden, schommelingen in het waterpeil en het uitzetten van de Regenboogforel Oncorhynchus mykiss, die net zoals de Kuifduiker van waterinsecten leeft.

19 70 19 72

Op 22 oktober 2016 pleisterde er op de noordelijke vijver van het Vlaams Natuurreservaat “De Vijvers van Oud-Heverlee” een eerste kalenderjaar Kuifduiker Podiceps auritus. Recente waarnemingen van deze noordelijk broedende fuut zijn op één hand te tellen. Tijd dachten we om eens dieper in te gaan in de kenmerken, verspreiding en voorkomen in de Dijlevallei van deze vogel.

De Kuifduiker is een zeer schaarse doortrekker en wintergast aan de kust. Binnenlandse waarnemingen zijn nog schaarser. In België overwinteren er elk jaar wel één of twee exemplaren in onze zeehavens (kust, Gent-Terneuzen en Antwerpen) of soms in Wallonië op één van de grote meren (Lacs de l’Eau d’Heure). In het watervogelrijke Nederland is het evenmin een talrijke gast met jaarlijks slechts een tiental overwinterende exemplaren vooral dan in het Deltagebied (Grevelingenmeer, Brouwersdam, Oosterschelde …) en minder op de Wadden.

19 63 19 65

Voorkomen van de Kuifduiker Podiceps auritus in de Dijlevallei (2001-2016)

20 0

Kuifduiker te OHN (22/10/2016) Foto: Maxime Fajgenblat

in goede omstandigheden en van kort bij een witte punt kan gezien worden. Een ander opvallend verschil is de zwart-wit verhouding op de kop. Bij de Kuifduiker is de zwarte kap (petje) scherp begrensd en de scheiding loopt in een rechte lijn van de snavel door het rode oog. Bij de Geoorde Fuut omvat het zwart volledig het oog. De Kuifduiker is in winterkleed een duidelijke zwart-witte vogel wat hem zeker ook onderscheidt van Dodaars die ook de indruk kunnen geven van een “petje” te hebben maar steeds wit-bruin getint zijn. Eenmaal men deze kenmerken onder de knie heeft en mits wat ervaring kan men zelfs op grote afstand (bv. op zee) en mits het gebruik van goede optiek alleen al op de “jizz” gemakkelijk het onderscheid tussen beide soorten maken.

Aantal waargenomen exemplaren van Kuifduiker per jaar sinds het midden van de 20e eeuw. De boomklever I december 2016 I vogels

113


Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.