__MAIN_TEXT__

Page 21

Literatuur ANB (2014). Uitgebreid beheerplan boscomplex Zoniënwoud. Agentschap voor Natuur en Bos, Beheer van de Koninklijke Schenking, Beheer van bosdomein familie de Marnix, 660 p. + kaarten. Cornelis, J. Hermy, M., Roelandt, B., De Keersmaeker, L. & Vandekerkhove, K. (2009). Bosplantengemeenschappen in Vlaanderen, een typologie gebaseerd op de kruidlaag. INBO.M.2009.5. ANB en INBO, 316 p. Feytons, K. & Vervoort, L. (2015). Grote wolfsklauw herontdekt op de Wijngaardberg. Natuur en Landschap, 2015/1, p. 18. Heinemann, P. (1956). Les landes à Callune du district picardo-brabançon de Belgique. Vegetatio 7, 99-147. Lebrun, J., Noirfalise, A., Heinemann, P. & Vanden Berghen, C. (1949). Les associations végétales de Belgique. Bull. Soc. Roy. Belgique, 82, 105-207. Paelinckx, D. et alii (red.) (2009). Gewestelijke doelstellingen voor de habitats en soorten van de Europese Habitat- en Vogelrichtlijn voor Vlaanderen. Mededelingen van het INBO.M.2009.6. 669 p. Stortelder, A.H.F., de Smidt, J.T. & Swertz, C.A. (1996). In: Schaminée et alii. (red.)(1996). De vegetatie van Nederland, Opulus press, p. 287-316. Stuckens, J. & Vercoutere, B. (2002). Verspreidingsatlas van de Planten in het Dijleland, 1975-2002. Vrienden van Heverleebos en Meerdaalwoud, Natuurstudiewerkgroep Dijleland en Flo. Wer, 341 p. Van Landuyt, W., Hoste, I., Vanhecke, L., Van den Bremt, P., Vercruysse, W. & De Beer, D. (2006). Atlas van de Flora van Vlaanderen en het Brussels Gewest. INBO, Nationale Plantentuin van België & Flo.Wer, 1007p. Verbeke, W. (1990). Expériences de gestion dans un milieu naturel. Les pelouses calcaires de la partie belge de la Montagne Saint-Pierre. In Actes du colloque « Gérer la nature ? », Région wallonne, Trav. Cons. De la Nat., 15/1, p. 113-126. Zwaenepoel, A. & Stieperaere, H. (2002). Heischraal grasland (Nardo-Galion). In: Zwaenepoel, A. et alii (red.)(2002). Systematiek van natuurtypen voor het biotoop grasland. Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, p. 417-469.

48

De boomklever I juni 2015 I natuurbeheer

Verbeke Willy (Inverde) willy.verbeke@lne.vlaanderen.be co-auteurs: Huvenne Patrick (Agentschap voor Natuur en Bos) en Brichau Inge (Agentschap voor Natuur en Bos)

De Big Day VOLGENS… DE BAARDMANNEKES Ze moesten het eens weten, die slapende vogels, dat het vandaag de hele dag rond hen zal draaien, en dat ik voor hen op dit vroege uur per fiets richting Duisburg moet vertrekken. Zouden ze zich met een zweem van leedvermaak nog eens draaien in hun nest? De roepende Bosuil in Vossem tijdens mijn eenzame fietstocht (deze vogel doet dus niet mee voor de telling) heeft alvast geen medelijden. Om 6 uur tref ik mijn teamgenoten, Matthias Peetermans en Norbert Verbeke, voor de kerk van Duisburg. Beiden zijn nieuwe deelnemers van de Big Day, ikzelf heb er al een editie opzitten. We heten de Baardmannekes – toepasselijk, want tijd om ons te scheren hebben we vanochtend niet gehad. Stipt om 6 uur vertrekken we voor onze lange dag. Voor mezelf is het doel duidelijk: over mijn 86 soorten van vorig jaar gaan. Na een wirwar van holle wegen rijden we voorbij een onooglijk plasje vlakbij Tersaaitbos. “Toch maar even stoppen en kijken?”, spoed ik mijn teamgenoten aan. Alledrie zijn we verrast hier een eenzame Tureluur te zien, wat zowaar onze enige steltlopersoort van de dag zal blijken (op een vast koppeltje Kleine Plevier aan Egenhoven Zandvang en een paar Oeverlopers hier en daar na). Het is al half 8 wanneer we aankomen aan het Groot Broek in SAR, onderweg moesten we nog even een galopperend Ree teleurstellen – enkel vogels komen op ons lijstje vandaag. Begroet door een Koekoek en een Zwarte Specht bestijgen we de toren, en niet veel later volgt het eerste telefoontje van de immer goedgemutste Kris. “45 soorten? Niet slecht als eerste stand voor een fietsteam.” Ook tijdens de rest van de dag zullen we het, al zeg ik het zelf, niet slecht doen in de tussenstanden. Een passage aan het Meerdaalwoud levert ons een paar mezensoorten, Boompieper

en Holenduif op. De opvliegende Roerdomp die enkel Norbert ziet aan de Kliniekvijvers mag geen “domper” op deze heuglijke dag betekenen en het mannetje Zomertaling denkt er hetzelfde over. De eendensoort die ons vandaag uit het zicht blijft, is de Wintertaling. Met enige opluchting horen we later dat de andere groepen hetzelfde lot beschoren waren: gedeelde schaam­soort is halve schaamsoort… Zonder Matthias, die ons wegens andere activiteiten jammer genoeg niet verder kan vergezellen, fietsen we rond 15 uur Leefdaalplateau op. Hier volgt de eerste ontmoeting met de Buidelmezen, niet de vogels natuurlijk, wel Bruno & Roos. Ze wijzen ons met succes naar een naburig Paapje; eeuwige dank hiervoor! Samen met Gele Kwikstaart, Tapuit, Roek en Patrijs wordt het lijstje van verwachte “plateau-gasten” vervolledigd. Nieuwe omzwervingen via Leuven Centrum, Abdij van Park en Haasrode Industrie brengen Norbert en mezelf uiteindelijk ter hoogte van Haasrode Zandgroeve. Na een dag van kriskras het Dijleland doorkruisen, raakt het navigatievermogen al eens uitgeput, en zoekend naar Roodborsttapuit komen we op het verkeerde perceel terecht. Voor onze neus vliegen twee vogels op die allerminst Roodborsttapuit blijken te zijn: de kleine leeuweriken met spechtachtige vlucht laten ons als enige groep toe Boomleeuwerik aan te kruisen! Uiteindelijk kunnen we toch nog, net voor Kris’ laatste telefoontje, de gezochte soort vinden. Bij de vallende duisternis doen we een poging om Bosuil te horen aan de rand van Heverleebos. Uilen horen we niet, wel zien en horen we een koppel Boomvalk dat hier waarschijnlijk een nest bouwt. Kerkuilen blijken evenmin actief te zijn aan Abdij van Park, en uiteindelijk blijven we steken op… 86 soorten. Het nachtelijk gekwetter van Torenvalkkuikens kan ons enigszins wakker houden. De boomklever I juni 2015 I vogels

VOGELS

Liggend hertshooi opgekomen uit de zaadbank (Ketelheide, 20 september 2014) Foto: Willy Verbeke

Tandjesgras terugbracht. Op deze wijze wordt ook de zaadbank geactiveerd, een truc die men maar één keer kan uithalen, maar wel goed resultaat geeft. We zijn trouwens niet echt afhankelijk van de zaadbank omdat verschillende typische soorten er ook nu nog telkenjare voldoende zaden produceren. Het beheerplan (ANB, 2014) voorziet in 2 grote heidekernen (op de locaties Keienberg en Flossendelle) voor de ontwikkeling van Brabantse heide en overgang naar zuur Eiken-Berkenbos (habitats 4030, 6230 en 9120). Vooral voor fauna is het belangrijk voldoende grote heide-oppervlakte te voorzien. Daarnaast zullen verspreid in het bos kleinere heidevlekken tot ontwikkeling kunnen komen. De eindkappen en het plagbeheer zullen gefaseerd uitgevoerd worden: 4 à 5 ha/keer en over minstens 6 jaar, waarbij de meest potentievolle locaties (met de meeste relictvegetaties) het eerst worden aangevat. Daarna zal er moeten gemaaid worden tegen de Adelaarsvaren om uiteindelijk tot een begrazing te komen, waarbij zowel runderen, schapen als paarden in het beheerplan genoemd worden (ANB, 2014). Bij dit alles kan er terugkoppeling omtrent de beheeractiviteiten gebeuren op basis van de monitoring, waarbij ook de fauna zal in rekening gebracht worden.

uur Tijdstip: 4.45 n Plaats: Leuve ag 2 mei Datum: zaterd Y 2015 alias BIG DA

49

Profile for Natuurstudiegroep Dijleland

De Boomklever Juni 2015  

Deze publicatie kadert binnen het digitalisatieproject van de Natuurstudiegroep Dijleland, waarbij zoveel mogelijk nummers van De Boomklever...

De Boomklever Juni 2015  

Deze publicatie kadert binnen het digitalisatieproject van de Natuurstudiegroep Dijleland, waarbij zoveel mogelijk nummers van De Boomklever...

Profile for nsgd
Advertisement