__MAIN_TEXT__

Page 10

In de zomermaanden kan je ’s nachts met wat geluk dwaallichtjes waarnemen in je tuin of in het bos. Glimwormen zijn verantwoordelijk voor dit tot de verbeelding sprekende schouwspel. Het zijn kleine kevertjes die in staat zijn om licht te produceren, met als voornaamste doel het lokken van partners. Het gaat echter niet goed met de glimworm. Onder andere lichtvervuiling en habitatvernieling zijn verantwoordelijk voor de achteruitgang van deze intrigerende groep van organismen. Kennis over de verspreiding en de toestand van de glimwormen in Vlaanderen is nodig om deze achteruitgang beter te begrijpen en tegen te gaan. Raphaël De Cock van de Glimwormenwerkgroep van Natuurpunt roept daarom iedereen op om aandachtig te zijn voor glimwormen in zijn tuin en omgeving, en waarnemingen zeker door te geven. In het Dijleland komen drie soorten glimwormen voor. De Grote of Gewone glimworm (Lampyris noctiluca) is de meest algemene soort. Hij komt voor in uiteenlopende habitats, zolang het er maar vochtig genoeg is. Structuurrijke habitats zoals wegbermen, tuinen, bosranden e.d. genieten de voorkeur. Bij de Grote glimworm lokt het wijfje mannetjes met lichtsignalen. Het wijfje meet 10 à 20 mm, is larveachtig van uitzicht (larviform), bruinzwart tot donkergrijs en vleugelloos. Op de achterste segmenten zijn op de buikzijde achtereenvolgens twee lichtbanden en twee lichtvlekjes gelegen, die ze aan mannetjes presenteert door haar achterlijf spiraalvormig naar boven te draaien. Het mannetje is maximaal 15 mm groot, gevleugeld en bruinzwart tot donkergrijs. Hij heeft dekschilden en vleugels, zeer grote ogen en een klein lichtorgaan in het voorlaatste segment dat bestaat uit twee naast 38

De boomklever I juni 2015 I Ongewervelden

elkaar gelegen lichtpuntjes die hij enkel aansteekt wanneer hij wordt gestoord. De Kleine glimworm (Lamprohiza splendidula) staat ook wel bekend als het vuurvliegje. Het vrouwtje is 10 mm tot 15 mm groot. Ze heeft sterk verkorte dekschilden en vleugels, twee doorzichtige vlekken in het halsschild, is qua kleur ivoorgeel tot geelbruin en bezit meerdere lichtvlekken verspreid in het hele achterlijf waarvan een deel ook langs de rugzijde zichtbaar is. Het mannetje is kleiner en meet 8 tot 10 mm. Het is van de Grote glimworm te onderscheiden door zijn geringere afmetingen, de grote helder doorzichtige venstervlekken in het halsschild en het veel grotere lichtorgaan dat bestaat uit twee niervormige vlekken op de buikzijde van de laatste achterlijfssegmenten, dat aangestoken wordt tijdens het vliegen. Het zijn de mannetjes die voor een heus lichtschouwspel zorgen. Op de juiste plaats en het juiste moment (tussen 22u30 en 23u15) kan men ze in grote aantallen gloeiend zien rondvliegen. Deze soort stelt hogere eisen aan zijn leefomgeving dan de Grote glimworm en is te vinden in meer gesloten habitats. Vooral kleinschalige bosrijke mozaïeklandschappen met bosbeken, bosweiden, bosranden, open bosplekken en beboste holle wegen vormen zijn habitat. De aanwezigheid van een goed ontwikkelde strooisellaag is een belangrijke factor. De larve is meestal te vinden laag tussen de vegetatie of tussen bladstrooisel, mos en humus. Over de verspreiding van de Kleine glimworm in Vlaanderen is weinig gekend. Aan de rand van de Dijlevallei, in een aantal delen van het Zoniënwoud, komen deze glimwormen alleszins voor. Over de Kortschildglimworm (Phosphaenus hemipterus) is weinig geweten. Dit komt onder an-

Let ook op de larven van glimwormen, zoals de hier afgebeelde larve van de Grote glimworm. Foto: Maxime Fajgenblat

dere omdat deze soort dagactief is en ’s avonds niet gloeit zoals de andere soorten. De Kortschildglimworm is vrij algemeen in het Dijleland en is te vinden in tuinen, parken, bossen (open plekken en bosranden), holle wegen en hagen. De mannetjes kan men dikwijls overdag in grote aantallen zien rondrennen over verharde paadjes, voetpaden, langs en op muren, tussen plantsoenen of aan de rand van struikgewas - vooral bij warm, vochtig weer zoals na een zomerse onweersbui. Overdag verstoppen de vrouwtjes zich meestal onder stenen, hout en bladafval. Het vrouwtje lijkt op het eerste zicht qua kleur en vorm sterk op een Grote glimworm, maar is veel kleiner (tot 10 mm) en slanker, heeft een veel sterker afgerond halsschild, dikkere, afgeknotte en lichtjes naar binnen gebogen voelsprieten en een veel kleiner lichtorgaan, gevormd door twee naast elkaar liggende bolletjes in haar voorlaatste achterlijfsring, dat ze dikwijls aansteekt bij verstoring net zoals de mannetjes. Zoals de soortnaam suggereert, lijken de mannetjes sterk op een kortschildkever (Staphilinidae). Dat kan aanvankelijk misschien zorgen voor verwarring. Het mannetje is donkerbruin tot zwart van kleur met twee lichtere vlekken in het voorlaatste Wijfje van de Grote glimworm. Foto: Gunther Groenez

(soms ook in de twee voorlaatste) segment(en) waarin de lichtorganen zitten. Het borststuk is roze tussen de poten. De dekschilden en vleugels zijn sterk verkort en de voelsprieten zijn opvallend (tot ca. 2 x de lengte van het halsschild). OPROEP Bent u ’s nachts op pad, kijk dan zeker uit voor deze fascinerende beestjes en vergeet zeker uw waarnemingen niet in te voeren op www. waarnemingen.be! Een meer gedetailleerde soortenbeschrijving met foto’s is te vinden op: http://www.natuurpunt.be/sites/default/files/documents/publication/soortenfiche_glimwormen.pdf Let in juni en begin juli tussen 22u30 en 23u30 in het bijzonder op de Kleine glimworm, het fameuze “vuurvliegje”, en vraag eventueel aan je omgeving (ook oudere mensen) rond of ze ooit “lichtgevende vliegjes” hebben zien rondvliegen. Vraag zeker naar de hoeveelheid (één, enkele, tientallen of meer), waar (locatie, habitatbeschrijving) en wanneer (jaartal, maand of exacte datum) de waarneming gebeurde. Deze info kan zeer waardevol zijn en mag doorgestuurd worden naar Raphaël De Cock (rdecock@hotmail.com). Kijk in juni en juli ook in tuinen uit voor de Gewone glimworm en wees overdag in tuin, park of natuurgebied ook zeker aandachtig voor de dagactieve kortschildglimworm.

ONGEWERVELDEN

Op zoek naar lichtjes in het Dijleland

Maxime Fajgenblat & Raphaël De Cock rdecock@hotmail.com - 0477/99 39 46

De boomklever I juni 2015 I Ongewervelden

39

Profile for Natuurstudiegroep Dijleland

De Boomklever Juni 2015  

Deze publicatie kadert binnen het digitalisatieproject van de Natuurstudiegroep Dijleland, waarbij zoveel mogelijk nummers van De Boomklever...

De Boomklever Juni 2015  

Deze publicatie kadert binnen het digitalisatieproject van de Natuurstudiegroep Dijleland, waarbij zoveel mogelijk nummers van De Boomklever...

Profile for nsgd
Advertisement