__MAIN_TEXT__

Page 30

'j

Vogels

.

�-:'.�� '

Bijzondere broedvogels in het Dijleland, broedseizoenen 2008-2012, deel ll. Wat kunnen we afleiden uit www.dijleland.waarnemingen.be? Dit artikel beschrijft de aantallen en evolutie van 20 bijzondere broed vogelsoorten in het Dijleland tijdens de jaren 2008-2012, zoals deze konden worden afgeleid door het toepassen van de interpretatiecriteria voor broedvogels (van Dijk & Boele, 2011) op de verzamelde waarnemingen in www.dijleland.waarne­

mingen.be, en vormt aldus het tweede deel van het drieluik. Helaas konden via deze methode niet voor alle ge electeerde soorten cijfers worden bekomen die representatief worden geacht voor de werkelijke situatie in het veld, met name voor soorten uit minder of onvolledig bezochte habitattypes (voorname­ lijk akkervogels en bosvogels), of waarvoor we uit bepaalde gebieden meer ruimtelijke resolutie in de gegevens nodig hebben om deze aan de fusieafstanden te kunnen toetsen (soorten waarvoor doorgaans totaaltellingen per gebied werden ingevoerd). Voor een algemene inleiding, historiek van het broedvo­ gelonderzoek in het Dijleland, criteria voor de soortenselectie, verklaringen voor de interpretatiecrite­ ria-codes, algemene uitleg over het toepassen van deze interpretatiecriteria, en kritische opmerkingen bij de gebruikte methodiek, verwijzen we naar het eerste deel (Moreau 2013). Hierin werden tevens de resultaten voor de bijzondere in het Dijleland broedende hoenders, zwanen, ganzen, eenden, aalscholver, reigers en dagroofvogels besproken. Voor dit deel gaan we onmiddellijk van start met de overige geselec­

teerde soorten, waarbij we er specifiek op wensen te wijzen dat de vermelde aantallen enkel betrekking hebben op het Dijleland sensu stricto (zie Moreau 2013).

BBV,

De kans op duo's Grauwe Gans binnen de datum­

DG = 1 maart - 15 april; # obs DG = 1; FA= 2500; GW = paar, terr. & nestind. gedrag, nesttelling

grenzen bestaat tegenwoordig immers overal in de regio, waarbij we zeker weten dat het in bij­

In hoeverre de Grauwe Gans op V laamse schaal nog een zeldzame broedvogel is kan onderwerp

Toepassen van de regels zou voor deze soort dus

Grauwe Gans Anser anser

na alle gevallen om niet-territoriale dieren gaat. tot sterke overschattingen leiden. We houden

van discussie zijn. Vooral in de West-V laamse pol­

daarom enkel rekening met die gevallen waar

der , het aangrenzende Noord-Oost-V laanderen en de Limburgse Maasvallei is het tegenwoordig

of niet-vliegvlugge jongen in het spel waren, en

een nestvondst of waarnemingen van pulli en/

alvast een sterk ingeburgerde broedvogel, met po­

maken ons sterk dat deze benadering voor een

pulatieschattingen van 1000 à 1300 broedparen in 2000-2002 (Devos 2004a), 1200 broedparen in 2006 en 950 broedparen in 2007 (Vermeersch & Anse­ lin 2009). Ook een eventuele status als exoot is

oplevert. Zulke waarnemingen werden voor het eerst gemeld in 2012 (hoewel we de optie willen

di cutabel. In het BBV-project heeft de soort deze statu alvast niet (Anselin et al. 2007), maar in de Dijlelandse waarnemingenoverzichten worden de meeste Grauwe Ganzen wel als exoten afgedaan, met uitzondering van overtrekkende groepen en grote groepen winterse pleisteraars. Wat er ook van zij, in het Dijleland verdient de Grauwe Gans zijn plaats in de lijst van de bijzondere broedvo­ gels zonder twijfel. Voor deze soort - die in het eerste deel van dit broedvogelartikel (Moreau 2013) door de mazen van het net glipte - maken we net zoals voor de Knobbelzwaan en enkele uit­ heem e ganzen geen gebruik van de interpretatie­ criteria om tot broedterritoria te besluiten.

76

De Boomklever

-

juni

2013

sterk zichtbare soort als de Grauwe Gans (toch zeker als er jongen zijn) betrouwbare resultaten

openhouden dat er toch al eerder incidentele ge­ vallen zijn geweest): een bezet nest met eieren in de Abdij van Park te Heverlee (dat later verlaten werd aangetroffen), en een koppel met één jong te Oud-Heverlee/Z op 26 april en 15 mei. We ver­ melden hierbij expliciet dat er voor deze analyse geen rekening werd gehouden met soepganzen en Grauwe Ganzen die op www.dijleland.waar­ nemingen.be werden ingevoerd als 'forma do­ mestica', maar evenmin kunnen uitsluiten dat de hoger vermelde gevallen geen betrekking hebben op ganzen met domesticatie-invloeden.

Profile for Natuurstudiegroep Dijleland

De Boomklever Juni 2013  

Deze publicatie kadert binnen het digitalisatieproject van de Natuurstudiegroep Dijleland, waarbij zoveel mogelijk nummers van De Boomklever...

De Boomklever Juni 2013  

Deze publicatie kadert binnen het digitalisatieproject van de Natuurstudiegroep Dijleland, waarbij zoveel mogelijk nummers van De Boomklever...

Profile for nsgd
Advertisement