De Boomklever Juni 2010

Page 12

:i::ii=

" -::-. � ., ·,,, ."

;Ecoduct ·-"...

Krekels (Langsprieten): geen;

Doornsprinkhanen

woud is de soort talrijk op open plekken in het mi­ Gewoon

(Kortsprieten):

litair domein. Daar is een kalkminnende flora aan­

doorntje en Zeggendoorntje;

wezig dankzij grond die van uit Wallonië zou zijn

Veldsprinkhanen (Kortsprieten): Rosse sprink­

aangevoerd (uit de Famenne). Mogelijk zijn er met

haan, Krasser, Bruine sprinkhaan en Ratelaar.

de grond eieren of (jonge of volwassen) sprinkhanen

Uit Meerdaalwoud waren voor aanleg van het eco­ duct

2 brachyptere (kort gevleugelde) sprinkhaan­

meegevoerd. In 2005 tenslotte is een flinke populatie Rosse sprinkhaan gevonden in een wegberm in Ha­ len (Lambrechts,

2006).

Struik­

De Rosse sprinkhaan is geen typisch zuidelijke soort

sprinkhaan. Dat zijn soorten die gevoelig zijn voor

in uitbreiding. Ze komt in grote delen van Europa

soorten

bekend:

Bramensprinkhaan

en

versnippering en waarvoor het ecoduct een rol zou

algemeen voor in ruigere vegetaties op verstoorde en

2006 fre­

meer natuurlijke terreinen. Ze bewoont grote delen

quent waargenomen, dus wat betreft deze diergroep

van Zweden en Noorwegen en uit Duitsland wordt

kan het ecoduct als werkzaam beschouwd worden.

gemeld dat ze koude periodes kunnen overleven

kunnen spelen. Beide soorten zijn reeds in

(Pholidopteragriseoaptera) is

onder afgevallen bladeren en op die manier tot half

zeer algemeen in V laanderen, vooral op zwaardere

december als adult kunnen gevonden worden (Kleu­

bodemtypes. In Meerdaalwoud komt ze op open plekken voor en in bosranden. Ze verkiest dichte

et al., 1997). Op 9 september zijn 2 zangposten Rosse sprinkhaan

(gras)vegetaties, vooral braamstruwelen. Op het

vastgesteld aan de zuidzijde van de stobbenwal op

De Bramensprinkhaan

kers

ecoduct zijn vanaf eind mei 2006 al juvenielen waar­

het ecoduct De Warande. Eén dier kon gefotogra­

genomen en de typische roep van de adulte dieren

feerd worden.

was in de zomer van

2006 en 2008 volop hoorbaar

in de stobbenwal.

Dit betekent dus een nieuwe vindplaats op een aan­ zienlijke afstand

(1700 m in vogelvlucht) van het

(Leptophyes punctatissima) is

militair domein. Het wijst op een zekere mobiliteit

een lastig waarneembare soort omdat de adulten

van deze soort, vooral gezien het feit dat de bermen

geen voor de mens hoorbaar geluid maken. Er zijn

van de Naamsesteenweg weinig geschikt zijn voor

dan ook gerichte sleepvangsten nodig om de soort

deze soort. Wel is bekend dat ze vaak op kapvlakten

te inventariseren, zoniet berusten de waarnemingen

voorkomt.

De Struiksprinkhaan

op toeval. Op 3 mei 2006 al zijn piepkleine juvenielen van deze soort gevonden ! Op

5 juli 2006 zijn niet minder dan

In

2008 is door Vercruysse

& De Rycke

(2008) trou­

wens een nog zeldzamere sprinkhaansoort ontdekt

(Barbitistes

4 onvolwassen individuen waargenomen bij het lo­

in Meerdaalwoud, de Zaagsprinkhaan

pen van de monitoringsroute. Ze zaten alle 4 in de

serricauda). Deze Midden-Europese soort is in Bel­

stobbenwal.

gië vnl. beperkt tot de provincies Namen en Luxem­ burg. Aan de rand van het Zoniënwoud (in het Brus­

De Rosse sprinkhaan

(Gomphocerripus rufus) ver­

sels Gewest) is recent een kleine populatie ontdekt,

dient een aparte bespreking. De Rosse sprinkhaan

die vermoedelijk via plantgoed is geïntroduceerd.

was tot voor kort in V laanderen enkel bekend van

Het betreft dus een nieuwe soort voor V laanderen!

de Voerstreek en staat als 'met uitsterven bedreigd'

De zeer fraaie Zaagsprinkhaan blijkt in Meerdaal­

et al., 2000). De Voerense

woud talrijk voor te komen rond De Kluis en een

populatie sluit aan bij de enige Nederlandse, in

snelle survey door W.Vercruysse leerde dat ze ver­

Zuid-Limburg (grote populatie in spoorwegberm

spreid langs de Weertse dreef voorkomt, ook ten

in de Rode lijst (Decleer

in Schin-op-Geul). Dit zijn voorposten van de po­

oosten van de Naamsesteenweg! Onderzoek langs

pulaties in Wallonië. Daar is de soort plaatselijk al­

de Naamsesteenweg leverde slechts

gemeen (Viroinvallei, Fagne-Famenne, Lotharingen)

ten zuiden van het ecoduct! (zie kaartje in De Boom­

en ze lijkt zich er nog uit te breiden (Decleer

et al.,

2000). In 2002 is de soort op 2 plaatsen in V laams-Brabant

klever; Vercruysse & De Rycke

1 vindplaats op,

2008).

De Zaagsprinkhaan is een kenmerkende soort van bosranden en struwelen. Het is een brachyptere

ontdekt: in Meerdaalwoud (Oud-Heverlee) en aan

(kort gevleugelde) en dus weinig mobiele soort, en

de rand van de Eikelberg in Aarschot. In Meerdaal-

vermoedelijk komt ze dus al langere tijd in het ge-

42

De Boomklever

Juni

2010