De Boomklever Juni 2010

Page 11

s·.· �·

-:·��: �"

'"

Ecoduct

Bij het controleren van de slangenplaten is 6 keer een

Een Ree die het zandbed oversteekt van west naar oost op

woelmuis waargenomen en 6 keer een spitsmuis. De

12 september 2008

dieren maakten zich meestal razendsnel uit de voeten,

is het hoogste aantal sporen gevonden op het zandbed.

maar deze Rosse woelmuis kon nog net op foto vastgelegd

Foto (met 'Moultrie fotoval') door Sven Verkem.

('s

nachts om 00u08). Van deze soort

worden. 16 juli 2008. Foto forg Lambrechts.

Uit Figuur 2 blijkt dat de aantallen Hazelworm piek­

koloniseren. De directe omgeving is dan ook niet ge­

ten in juli en augustus 2008.

schikt (dicht bos). Opmerkelijk is dat ook op het ecoduct KIKBEEI in

De Hazelworm was in 2006 niet vastgesteld op het

Maasmechelen, dat wél via heidecorridors in verbin­

ecoduct, maar toen maakten we nog geen gebruik

ding staat met omliggende heidegebieden, de soort

van slangenplaten. Merk op dat in 2008 geen enkele

nog niet is aangetroffen na 2 jaar monitoring (2007

Hazelworm via losse zichtwaarnemingen is vastge­

en 2009), terwijl een kritische soort als Gladde slang

steld (dus enkel via slangenplaten), ondanks de vele

er wél al centraal op het ecoduct is gevonden (Lam­

uren onderzoek op het ecoduct!

brechts et al., 2008 & 2010 in voorbereiding).

Dit toont aan dat slangenplaten een zeer efficiënte methode zijn om Hazelwormen te monitoren en dat

Qua amfibieën waren de resultaten minder specta­

men de soort makkelijk over het hoofd ziet zonder

culair. De Bruine kikker en Gewone pad zijn welis­

deze methode toe te passen.

waar geregeld aangetroffen op het ecoduct, maar de

Mannetjes en vrouwtjes Hazelworm kunnen van elkaar onderscheiden worden door het kleurenpa­ troon: vrouwtjes hebben meestal een donkere leng­ testreep midden over de rug, zeer donkere flanken en buik en vaak een scherpe kleurgrens tussen rug en buik. Mannetjes zijn uniformer van kleur (Stumpel

2006). Er zijn in 2008 zowel adulte mannetjes, adulte wijf­

& Strijbosch,

meer kritische soorten als Vuursalamander of Vin­ pootsalamander gaven verstek. Deze komen noch­ tans voor in de nabijgelegen vallei van de Warande. Merk op dat ons intensieve onderzoek te laat in het jaar op gang komt (half mei) voor deze soorten (piekactiviteit maart-april) waarvan het vaststellen van hun aanwezigheid sowieso een toevalstreffer is.

Sprinkhanen

jes, subadulte als juveniele hazelwormen aangetrof­

5.

fen op het ecoduct.

We namen via losse waarnemingen en langs de mo­ nitoringsroutes 10 sprinkhaansoorten waar op het

De Levendbarende hagedis is NIET waargenomen

ecoduct (cumulatieve gegevens 2006 en 2008).

bij de monitoring van het ecoduct Warande in 2008,

deeld over de families zijn dit:

noch in 2006. Ons meest algemene inheemse rep­

er­

Sabelsprinkhanen (Langsprieten): Bramensprink­

tiel slaagt er blijkbaar niet in om het ecoduct, dat als

haan,

een geschikt leefgebiedje kan beschouwd worden, te

sprinkhaan en Zuidelijk spitskopje;

Struiksprinkhaan,

Grote

De Boomklever

groene

-

1un1 2010

sabel­

41