Page 18

Steenvliegen (Plecoptera) van het Dijleland

S

teenvliegen (Plecoptera) zijn een relatief kleine orde van

primitieve

gevleugelde

insecten.

staartdraden.

Haftelarven

staartdraden,

terwijl

bij

hebben meestal 3 libellenlarven

deze

staartdraden ontbreken. Volwassen steenvlie­ gen zijn veelal onopvallende bruin gekleurde

Ze zijn, net als haften en kokerjuf­

insecten die aan beekjes en rivieren in de ve­

fers, meer bekend als larve dan als

herkenbaar aan hun lange vleugels die in rust

volwassen insect (imago). Deze 3

plat over het achterlijf gevouwen liggen (Foto

getatie zitten of langzaam rondvliegen. Ze zijn

groepen, in het larvale stadium,

1). De vleugels staan dus nooit dakvormig zoals bij elzenvliegen (Megaloptera, zie Foto 2) en ko­

indica­

kerjuffers (Trichoptera). Sommige bladwespen

zijn

immers

gekend

als

tors van een hoge waterkwaliteit. Steenvliegen zijn de meest kriti­ sche van de drie en komen enkel

(Symphyta, Hymenoptera) houden hun vleu­ gels ook plat over het achterlijf, maar deze vleu­ gels zijn eerder glimmend en ook korter dan het achterlijf.

voor in de zuiverste beekjes en

De steenvliegen vormen een kleine orde: we­

ze

reldwijd zijn er ongeveer 2000 soorten gekend,

rivieren

voor. Daardoor

de laatste

150

zijn

jaar in West-Euro­

pa sterk achteruitgegaan. Recent verscheen er in

Nederland

een

uitstekend identificatiewerk over deze insectengroep (Kroese

2008).

Dit was de aanleiding om ook eens in onze regio naar deze bedreigde insecten op zoek te gaan .

waarvan er 400 in Europa voorkomen. In Vlaan­ deren kunnen we momenteel wellicht hoop en al een dozijn soorten aantreffen. Identificatie van de in Vlaanderen voorkomende soorten kan met Kroese 2008; voor Wallonië zijn er Duits- of Franstalige werken nodig die ook de meer con­ tinentale fauna beschrijven. De steenvliegen kunnen onderverdeeld worden in twee groepen: de roofsteenvliegen en de alg­ steenvliegen. De roofsteenvliegen zijn over het algemeen kleurrijker en groter dan de algsteen­ vliegen. Ze zijn carnivoor en vormen de meeste bedreigde groep. De algsteenvliegen zijn kleiner

Inleiding

en hebben geen opvallende kleurtekening. De

Steenvliegen behoren, net als haften (Ephemer­ optera) en libellen (Odonata), tot de gevleugelde in ecten met een gedeeltelijke gedaanteverwiseling waarvan het larvale stadium (nimf) in het water l

ft. Ze worden be chouwd als één van

de meer primitieve groepen van gevleugelde in ecten.

d n aan hel afgeplatte lichaam met twee lange De Booml<lever

volwassen dieren met korstmossen. Larven van steenvliegen leven in zuiver en stromend water, waar ze zich tussen stenen en bladafval ophouden. Ze hebben behoefte aan een hoog zuurstofgehalte. Daalt het zuurstof­ gehalte onder de 40% dan sterven vrijwel alle

In het larvale stadium kunnen ze herkend wor­

60

larven voeden zich met bladafval en algen; de

-

juni

2008

steenvlieglarven, met uitzondering van die van de algemeenste soort, Nemoura cinerea. Algsteen­ vliegen hebben over het algemeen een iets la-

De Boomklever Juni 2008  

Deze publicatie kadert binnen het digitalisatieproject van de Natuurstudiegroep Dijleland, waarbij zoveel mogelijk nummers van De Boomklever...

De Boomklever Juni 2008  

Deze publicatie kadert binnen het digitalisatieproject van de Natuurstudiegroep Dijleland, waarbij zoveel mogelijk nummers van De Boomklever...

Advertisement