__MAIN_TEXT__

Page 35

Met de buik tegen de muur : Muurhagedissen in het Leuvense

ven opfrissen : de Tivolistraot

E D

gelsprinkhanen Oedipoda caerulescens huist wa reeds geweten, maar nu bleken er ook Muurha­

e Tivolistraat te Heverlee ver­ bindt

de

gedissen Podarcis muralis voor te komen (Mo­ reau, 2004). Tijdens de zomer van 2003 merkte

Geldenaaksebaan

Louis-Philippe Arnhem hier voor het eerst ha­

met de Tiensesteenweg, en loopt

gedissen op. Toen dat in 2004 weer gebeurde

over zijn gehele lengte langs de

dieren op naam gebracht. Aanvankelijk bestond

spoorlijn tussen Wavre/Ottignies en

Leuven, die vanuit het zuid­

westen

Heverlee doorsnijdt. Ter

hoogte van de Tivolistraat voegt zich hier vanuit het zuidoosten de spoorlijn uit Luik bij (zie Fig. 1 ) . Beide spoorlijnen liggen hier heel wat

lager

dan

het

omringende

landschap, en zijn aan weerszijden geflankeerd

door

metershoge,

zanderige en schaars begroeide bermen. Ook de bodem van dit spoorwegdal bestaat grotendeels uit kaal zand, en door zijn diepe ligging is het bovendien een wind­ luwe zone. Tijdens de zomer kun­ nen de temperaturen hier dan ook sterk oplopen, noem het een soort van microklimaat. In de zomer van 2004 zorgden de spoorweg­ bermen langs de Tivolistraat voor opwinding in het Leuvense natuurstudiewereldje, iets wat

deed hij navraag bij specialisten en werden de er enige reserve ten opzichte van dit gegeven, het zou hier immers om een nieuwe reptielen­ soort voor Vlaanderen gaan. Op de meest re­ cente Rode Lijst van amfibieën en reptielen in Vlaanderen komt de Muurhagedis niet voor, ook niet in de categorie Uitgestorven in Vlaan­ deren (Bauwens & Claus, 1996). Maar eens de determinatie van de Heverleese dieren definitief rond was (LPA leverde het ontegensprekelijke bewijs aan de hand van de eerste foto's) bezoch­ ten enkele waarnemers de site, op zoek naar hun eerste Muurhagedissen in eigen streek. Hierbij werden ook meermaals juvenielen waargeno­ men, meteen het eerste bewijs voor een Vlaam e reproductieve populatie (Moreau, 2004), en mis­ schien het begin van een nieuw succe verhaal. De plaatselijke habitat lijkt met zijn afwi van betonnen en stenen elementen en warmende zandgronden alle zin

eling

nel op­

alle

voor

deze soort in huis te hebben. aar de herkomst van deze was het aanvankelijk gi

uurhagedi sen

en, maar dat het niet

om een natuurlijke koloni atie vanuit naburige gebieden kon gaan

tond onmiddellijk va t. In

België is de ver preiding van de Muurhage­ dis immers nagenoeg volledig beperkt tot het stroomgebied van de Maas, met de mee te po­ pulatie ten zuiden van Samb r en Maa . Ook de enige de

ederland e populatie (op een re tant van n lang heen de

tad wallen van Maa tricht

elt-Maa tricht)

luit aan op

het Waalse ver preiding g bi d (d

noordelijk­

oude spoorlijn Ha

deze locatie anders erg weinig doet. Dat er hier

ste Waal e populati

een lokale en geïsoleerde populatie Blauwvleu-

vormt hiermee grofweg d

zit in

i

'

).

0

Maa vallei

natuurlijk

noord-

De Boomklever - maart 2008

33

Profile for Natuurstudiegroep Dijleland

De Boomklever Maart 2008  

Deze publicatie kadert binnen het digitalisatieproject van de Natuurstudiegroep Dijleland, waarbij zoveel mogelijk nummers van De Boomklever...

De Boomklever Maart 2008  

Deze publicatie kadert binnen het digitalisatieproject van de Natuurstudiegroep Dijleland, waarbij zoveel mogelijk nummers van De Boomklever...

Profile for nsgd
Advertisement