__MAIN_TEXT__

Page 27

Bever ( Castor fiber)

Aantalsontwikkeling van een geherintroduceerde Bijlage Il-soort De Bever verdween omstreeks het midden van de 19e eeuw uit de Dijlevallei {en uit Vlaanderen) door overbejaging. De laatste melding van een gedode Bever dateert van 1848. Toen uit een herintroductie-haalbaarheidsstudie bleek dat het biotoop in de Dijle- en Laanvallei nog voldoende geschikt was voor de soort, werden in april 2003 22 bevers gelost in de ruime Dijlevallei: acht op de Laan, twaalf op de Dijle stroomopwaarts Leuven en twee in de Wingevallei te Holsbeek {De Bock, 2004; Niewold, 2004). De afdeling Natuur (Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap) werkte daarop een voorlichtingscampagne uit en richtte in 2004 een netwerk van vrijwilligers op die drie keer per jaar de verspreiding van bevers ten zuiden van Leuven in kaart brengen. In april wordt gezocht naar territorium-indicerende sporen, in augustus ligt de klemtoon op zichtwaarnemingen van jonge bevers en in november worden burchten, holen en andere sporen op kaart gezet. Tussentijdse waarnemingen worden eveneens verzameld en op kaart ingetekend. In een vorig artikel werd gerapporteerd over de resultaten van 2004 (De Bock, 2004). Deze bijdrage schetst de verdere evolutie van de Beverpopulatie in het Dijleland aan de hand van de monitoringresultaten van 2005. In het kader van dit thema-nummer, kunnen we hier nog vermelden dat de afdeling Natuur zijn opdracht om deze beschermde diersoort op te volgen ter harte neemt, maar dat het creëren van een geschikt habitat geen eerste bezorgdheid is bij het opstellen van beheerplannen voor de Vlaamse natuurreservaten die de afdeling beheert. Dit schijnt de Bever evenwel niet te deren: zijn reputatie in ere houdend legt hij zelf zijn gegeerde landschap aan.

Globale evolutie Tijdens het eerste jaar (2003) werd duidelijk dat de dieren zich in de omgeving van hun uitzetlocatie vestigden, met een neiging wat stroomafwaarts te settelen. Slechts drie bevers zwierven uit, twee zelfs tot voorbij Leuven. Opvallend is dat er veel meer sporen gevonden werden op de Dijle, zeker waar verschillende waterpartijen in elkaars omgeving voorkomen, dan op de Laan. Er volgden berichten over dode dieren. Elk gevonden kreng werd voor autopsie afgevoerd naar het Instituut voor Bosbouw en Wildbeheer, dat de doodsoorzaak naging. Eén dier werd met een diepe nekwond gevonden ter hoogte van Tombeek. Het werd als verdacht overlijden behandeld, maar de vrees dat het om een schotwonde ging was ongegrond. Dit maakt dat van slechts één bever geweten is dat het doodgeschoten is. In 2004 werden tijdens de simultaantelling eind juli negen jongen geregistreerd. Dit aantal werd niet geëvenaard in augustus 2005. Tevens werden er tijdens de augustusronde beduidend minder verse sporen opgetekend. Wel werd begin augustus 2005 een dier, dat gevonden werd in het Albertkanaal, bijgeplaatst in de Laan ter hoogte van Bilande.

153

Profile for Natuurstudiegroep Dijleland

De Boomklever December 2005  

De Boomklever December 2005  

Profile for nsgd
Advertisement