Page 1

Nieuwsbrief februari 2015

Overzicht van de voorbije activiteiten:

24 januari 2015: Filmavond “Dagvlinders in België “ Emiel Boeckx heeft zijn film nogmaals vertoont in het Natuurpunt Museum in Turnhout tijdens de algemene vergadering van de afdeling Turnhoutse kempen. De reacties achteraf waren erg positief. Bedankt Emiel!

30 januari 2015: Jaaroverzicht 2014 van de Vlinderwerkgroep Taxandria In het Natuurpunt Museum in Turnhout werd bij een drankje en een hapje het nieuwe jaar ingezet. Het zaaltje was goed gevuld. Het jaaroverzicht van de vlinderwerkgroep werd voorgesteld aan de hand van de vele foto’s die we maakten tijdens onze activiteiten in 2014. Er werden ook al een aantal activiteiten afgesproken voor het voorjaar van 2015. Het wordt weer een erg druk jaar. We ontvingen al heel wat voorstellen en zullen allicht een keuze moeten maken. Dit jaar zal vooral extra aandacht gaan naar het inventariseren van nachtvlinders in het militair domein Tielen Kamp. Maar ook nieuwe gebieden waar nog zelden gezocht is staan op het programma. De planning wordt op vrijdag 20 februari 2015 opgemaakt tijdens de vergadering in het Natuurpunt Museum in Turnhout.


Nieuwe werkgroep van Natuurpunt Slakkenwerkgroep Arianta De naam Arianta is afkomstig van een inheemse slakkensoort, de Heesterslak (Arianta arbustorum). De soort komt voor aan de oevers van onze grote rivieren. De slakkenwerkgroep heeft als doel mensen te informeren over onze inheemse landslakken. De werkgroep biedt excursies en info-avonden aan om onze leden wegwijs te maken in deze interessante soortgroep. Ook binnen het werkingsgebied van de Vlinderwerkgroep zullen regelmatig activiteiten worden georganiseerd. Slakkenwerkgroep Arianta Rerum Novarumlaan 26 2300 Turnhout Info: jelle_ronsmans@msn.com


Moth Catching Techniques (Hoe maak ik een nachtvlinderval ?)

Due to their largely nocturnal habits, we seldom come into contact with moths, except perhaps at the kitchen window or whilst gardening. The best way of learning more about these fascinating insects is through the use of a moth-trap. Such traps use a 125W MBF mercury vapour (MV) light bulb to attract insects from the immediate area. MV bulbs are particularly attractive to moths due to the ultraviolet light in their spectrum. The moths fall into the trap where they remain unharmed until the next morning. There are different types of trap, but the one that is best suited to DIY construction is the ‘Skinner’ trap, which is named after its designer. This type of trap is easy to carry about, and both easy and cheap to make. Above is an outline plan of a trap showing the standard measurements. As can be seen, it is basically a 45 cm square box with a bottom, which is 30cm high and made from 4mm plywood. The ‘lid’ is formed from two sloping sheets of 2mm Perspex with a gap between them at the bottom. The function of these Perspex sheets is to arrest the flight of the moth, funnelling it down into the trap. Referring to the plan, two measurements are particularly important. The gap between the bottom of the two sheets of Perspex (marked A) must be 25mm to allow the moths to enter, but not too many to escape. The height of the top of the mounting blocks for the Perspex at A should be 15cm from the bottom of the trap. Small pieces of wood (2.5cm square)


should be fixed to the centre of the top of the blocks (A) to keep the Perspex sheets 2.5cm apart. The Perspex must be cut (scored with a glass cutter or Stanley knife and then snapped off) to fit the particular trap. Lengthways the sheets must fit snugly between the sides of the trap (approximately 44cm) and the width of the sheets must equal the distance from the mounting block to the top edge of the trap, plus 3cm overhang (about 28cm). There are 2cm square wooden lengths inside the trap running up each corner and along the bottom of the sides to hold the trap together. These are nailed (and glued) to the sides and bottom with tacks. Note that the vertical bits do not come quite to the top of the corners to allow for the slope of the Perspex. The plywood bottom of the trap holds the whole thing rigid and 6mm holes should be drilled in each corner to allow rainwater to escape. The lamp mounting board (B) can be made from an odd bit of ply or other wood (7cm wide) and should be removable to facilitate emptying the trap. An MV lamp must be operated with a ballast, which moderates the power when it is first switched on, allowing the bulb to warm up gradually; the ballast must be of the same wattage rating as the bulb. The bulb holder has to be earthenware because of the heat (plastic holders melt). Wiring the system is fairly simple, the ballast interrupting the positive wire between the mains and the bulb. Normally it is at the mains end of the circuit to save carrying it about; if you are not very experienced at wiring electrical appliances it is advisable to seek the help of a professional electrician. It is advisable to cover the bulb in the field with a glass jar as a drop of rain falling on the naked hot bulb can crack it. A replacement Pyrex coffee pot of an appropriate size is very suitable and easily obtainable from kitchen shops. Should the outer shell of the bulb crack, do not use it as this could result in damage to the eyes. In any case it is not advisable to look at the bulb for long periods due to its extreme brightness.The electrics, ballast, bulb and earthenware bulb holder should not cost more than ÂŁ40 from an electrical wholesaler; a retailer will charge a lot more. Finally, one should obtain 3 or 4 square egg trays, usually available free from a corner shop, for the moths to sit on. These are normally about


30cm square and should be cut in half. They stand up, resting on the sides of the trap under the Perspex.

A Skinner Moth Trap (Photo: G.K.

A Typical Catch (Photo: G.K.

Smith)

Smith)

By attracting moths to a trap you are interfering with their natural life cycle and you are then responsible for their safety. After examination of the catch, the moths should be scattered in long vegetation, hidden from the eyes of hungry birds. Do not put them all in one place, as if a predator finds one it will find them all. Some people prefer to keep the moths safe in a cool place during the day, releasing them at dusk. Bird predation can be a problem, particularly if the moth-trap is operated regularly in the same place. It is probably fairer on the moths if you do not trap every night; alternatively, if your garden is big enough, vary the trapping location.


Vlinder van de maand: Grote voorjaarsspanner (Agriopis marginaria) Het mannetje van de grote voorjaarsspanner heeft een opvallende rij zwarte stippen langs de achterrand van de vleugels.

Grote voorjaarsspanner - Agriopis marginaria ( imago) 2014-03-14 Geel - Centrum Š Paul en Marianne

Kenmerken Voorvleugellengte: 16-20 mm. Het mannetje heeft een bruinachtige voorvleugel en is nogal variabel van kleur en tekening; is echter goed herkenbaar aan de opvallende rij zwarte stippen langs de achterrand van de voor- en achtervleugel. Bij afgevlogen exemplaren zijn de stippen minder duidelijk. Van de centrale dwarslijnen zit in de buitenste een dubbele knik terwijl de binnenste vrijwel recht loopt.

vrouwtje (wikipedia)


Het vleugelloze vrouwtje heeft duidelijk aanwezige vleugelstompjes met gewoonlijk donkere dwarslijnen of -banden en de kleur varieert van bruinwit tot donkerbruin. Voorkomen Zeer algemeen. Komt verspreid over het hele land voor. Habitat Vooral loofbossen; ook struwelen, heiden, ruige graslanden en tuinen. Waardplanten Diverse loofbomen. Vliegtijd en gedrag Begin februari-eind april in één generatie. De mannetjes komen soms in grote aantallen op licht, vooral wanneer de hele nacht lang met lichtvallen in het bos wordt gevangen; soms ook op stroop. De mannetjes kunnen ook in de middag al vliegend waargenomen. De vrouwtjes kunnen worden gevonden door ´s morgens boomstammen af te zoeken.

Levenscyclus Rups: april-juni. De rups lijkt sterk op de najaarsspanner (Agriopis aurantiaria) en is alleen van die soort te onderscheiden door de kortere haren. De soort overwintert als pop in de grond.

rups (wikipedia)


Vlindervrienden bedreigen monarchvlinder

Monarchvlinder is in de overwinteringsgebieden meer dan 90% achteruit gegaan (foto: Kars Veling) Het gaat, zeker de laatste jaren, erg slecht met de monarchvlinder in Noord-Amerika. Deze prachtige grote trekvlinder is onder andere slachtoffer van het gebruik van gifstoffen in de landbouw. Een andere bedreiging komt, paradoxaal genoeg, van vlinderliefhebbers die de monarchvlinder willen helpen. Dit blijkt uit een artikel van Dara Satterfield en anderen in het wetenschappelijke tijdschrift ‘Proceedings of the Royal Society B’. Om de vlinder te helpen zetten veel vlindervrienden onbespoten zijdeplanten in hun tuin, maar helaas is dat een ‘foute’ exotische soort! Door het aanplanten van deze zijdeplanten zorgen ze voor een extra stress voor de monarchvlinder en zorgen ze voor een grotere sterfte, onder andere omdat de vlinders daardoor hun trekneiging verliezen!


De prachtige rups van monarchvlinder op Asclepias (foto: Chris van Swaay) Jaarlijks trekken miljoenen monarchvlinders van hun voortplantingsgebieden in Canada en de Verenigde Staten naar het zuiden om in centraal Mexico de winter door te brengen. Maar vanaf 1990 zijn de aantallen overwinterende vlinders met maar liefst 90% gedaald. De redenen hiervoor zijn divers, maar hebben allemaal betrekking op het intensieve landgebruik. Verlies aan geschikt leefgebied door de ontwikkeling van steden, wegen en nieuwe landbouwgebieden en de intensivering van die landbouw, met name het grootschalige gebruik van gifstoffen. Doordat de gemodificeerde gewassen resistent zijn gemaakt voor onkruidbestrijdingsmiddelen kunnen de boeren met meer en sterkere gifstoffen werken. De zijdeplant (Asclepias incarnata), een ‘onkruid’ in Noord-Amerika, verdwijnt steeds meer en daarmee de mogelijkheid voor monarchvlinder om zich voort te planten. Om hier wat aan te doen worden er door natuurliefhebbers zijdeplanten in hun tuin gezet. Daar kunnen de monarchvrouwtjes hun eitjes op afzetten en daarop kunnen de rupsen overleven. Het lijkt een prima maatregel. Maar helaas wordt in de tuinen vaak een exotische zijdeplant gezet (Asclepias curassavica). Deze exoot sterft niet af in het najaar, zoals de inheemse soort wel doet. Dit betekent dat monarchvlinders niet meer wegtrekken, maar zich jaarrond voortplanten.


Monarchvlinders overwinteren met tientallen tot vele duizenden bij elkaar (foto: Chris van Swaay) Dit op zich hoeft niet erg te zijn, want de temperatuur in het zuiden van de VS is ’s winters hoog genoeg om te kunnen overleven, maar er speelt een ander probleem. Er is een specifieke eencellige parasiet, Ophryocytis elektroscirrha (OE), die de monarchvlinder infecteert en zorgt voor misvormde vleugels en een veel korter leven. De geïnfecteerde vlinders verspreiden de sporen naar hun soortgenoten. Deze parasiet is er al eeuwen, maar vormde nooit een groot probleem. De geïnfecteerde monarchvlinders haalden de overwinteringsplek in Mexico niet en de zijdeplant waarop de parasiet zich bevond stierf af in de winter. Uit een combinatie van veldonderzoek en een publieksactie hebben onderzoekers nu ontdekt dat monarchvlinders die in de VS overwinteren 5 tot 9 keer vaker besmet blijken te zijn met OE dan hun soortgenoten die wel naar Mexico vertrokken. Vanaf nu worden er in de VS meer inheemse zijdeplanten gekweekt en worden de exoten uit de tuinen van de vlinderliefhebbers geweerd. Hopelijk is het nog niet te laat voor de schitterende monarchvlinder. Bron: Discover


Lezing : Bijen in de (moes)tuin : Wat kan ik voor u doen? Het nut van bijen kan moeilijk overschat worden. Wereldwijd staan ze bekend als ijverige bestuivers van wilde planten en landbouwgewassen. Ook in de moestuin leveren zij bijzonder nuttig werk, gratis en voor niks. In tegenstelling tot wat vaak wordt aangenomen is de hoofdrol niet weggelegd voor de honingbij. Zij wordt bijgestaan door tientallen verschillende soorten hommels en solitaire bijen, die het werk verdelen naargelang hun eigen ecologische voorkeuren. Met de juiste kennis over deze prachtige insecten is het mogelijk om de bestuiving van groenten en fruit de optimaliseren. Wanneer: dinsdag 03 februari 2015 van 20:00 tot 22:00 Locatie: Gemeentehuis Geel -Werft 20, 2440 Geel

Organisator:

Contact:

Begeleider(s): Prijs:

TuinHier Geel, Thomas More Kempen, Biegilde Sint-Ambrosius Mol, Gemeente Geel, Natuurpunt Educatie Joeri Cortens Tel: 014-47 29 50 Mail: joeri.cortens@natuurpunt.be Joeri Cortens Gratis

Voor deze activiteit is het niet vereist op voorhand in te schrijven. Overige: De lezing vindt plaats in zaal 1.14.


Activiteiten in februari Vrijdag 20 februari 2015 Plaats: Natuurpunt Museum Turnhout 20.00 – 21.00 uur: planning activiteiten 2015 21.00 – 22.30 uur: nachtvlinders leren determineren Het nachtvlinderseizoen gaat weer van start! De eerste soorten zijn weer actief en daarom willen we alle geïnteresseerden laten kennismaken met deze boeiende soortengroep. Na een korte voorstelling van de verschillende soorten krijgt iedereen de kans om te oefenen met het determineren van nachtvlinders (foto’s). We concentreren ons vooral op de voorjaarssoorten. Daarna presenteert Ronny Jansen een deel van zijn fotocollectie van nachtvlinders die bij ons in de regio voorkomen. Wie in het bezit is van een nachtvlindergids mag die meebrengen.

Inschrijven vooraf is niet nodig en de activiteit is gratis.

2015 2  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you