Issuu on Google+

Werken in de uitvaart

MERLIJN ENSING

Roelof van Wijngaarden is rouwclown

‘Ik vertolk wat ze bij leven niet hebben gehad’ namelijk van binnenuit – mede vormgegeven door de overledene.  Het is mijn wens om een liefdevolle verbinding te creëren bij men­ sen. Vaak alleen maar door er te zijn, te erkennen dat het fijn is dat al die mensen op de uitvaart komen.” Puzzelstukje “Mensen benaderen mij vanaf hun sterfbed. ‘Waarom wil je een rouwclown?’, vraag ik altijd als eerst. Vaak zien ze mij als een vertolker van iets wat ze in het leven niet hebben gehad. Zoals de belastinginspecteur die eigenlijk liever clown wilde zijn. De mensen op zijn begrafenis keken me haast beledigd aan; ‘Wat doet hij hier? Belachelijk!’ Aan het eind van de uitvaart deelde ik de bidprentjes uit met een foto van hun dierbare, verkleed als clown. Dan zie je ze langzamer lopen, stilstaan, glimlachen. ‘Aah, dáárom was die clown hier!’ Ik zie het als de ontlading van het oordeel. Het laatste puz­ zelstukje valt ook voor hen op de plek.”

‘Wat doet hij hier? Belachelijk!’

De vraag kwam uit het niets: “Roelof, zou je op mijn uitvaart willen spelen?” Op dat moment droeg Roelof van Wijngaarden (55) zijn rode clownsneus. “En een clown met een neus op, zegt overal ja tegen. Pas later besefte ik de consequenties van mijn antwoord.”

“I

k word op een uitvaart als zogenoemde ‘funeraire clown’ uitgenodigd door de persoon die in de blessuretijd van zijn of haar leven is. We creëren samen een ritueel door middel van de stijlfiguur van de clown. Ik doe geen kunstjes, weet niet eens hoe dat moet. Ik ben niet op een uitvaart om een feestje te scheppen. Ik heet de gasten welkom, ga tussen ze zitten of sta naast de kist. Vaak met een klein rood neusje op en een donker pak aan, maar nooit met schmink. Alles wat ik doe op zo’n uitvaart, komt

14

| Vakblad Uitvaart | februari 2014

Kwetsbaarheid “Iedere keer moet je het oordeel aanvechten. De kracht van de rouwclown zit ‘m dan juist in de kwetsbaarheid. Je staat er ietwat onhandig, je weet niet waar je je handen moet laten of waar je moet kijken. En in die kwetsbaarheid zien mensen herkenning. Want iederéén vindt het ongemakkelijk op zo’n begrafenis. Op de eerste uitvaart die ik veertien jaar geleden deed dacht ik zelf dat ik doodging. Ik stond op het punt om de kerkruimte te betreden en het zweet brak me uit. Mijn neus hing rond m’n kin, ik had de deurklink al in m’n hand. De neus ging op, af, op, af. Een moment later stond ik in die grote kerk, keek iedereen me aan en ik dacht alleen maar: shiiiit. Er was wat gemopper, tot het moment dat alle kinderen naar mij toe kwamen. Ik merkte: dit zit wel snor. Iedereen vindt het wel prettig dat de kinderen bezig worden gehouden.” Levensdans “In het voorgesprek maak ik een choreografie, een levensdans. Van tevoren is mijn rol duidelijk van wat ik doe. Ik maak afspraken met de uitvaartondernemer, de priester. Soms neem ik het uit handen van de uitvaartondernemer en spreek ik de menigte toe. Je kunt er niet een vast stramien op nahouden. En ja, er is natuurlijk ruimte voor de lach. Laats overleed een man van 58. Het was een zeer ijdele sportinstructeur met een grote auto, mooi haar. Hij had een tic: overal waar hij kwam, checkte hij of zijn haar goed zat. Even snel in de spiegel kijken, dat idee. Dus ik streek mijn haar glad, rende naar de kist, boende doffe plekjes weg. En ja, de mensen lachten, applaudisseerden. ‘Zo was-ie’, hoorde je ze zeg­ gen. Het applaus was voor hem.” Kijk voor meer informatie over de uitvaartsector, vacatures en opleidingen op www.werkenindeuitvaart.nl www.uitvaartmedia.com


Rouwclown