{' '} {' '}
Limited time offer
SAVE % on your upgrade.

Page 1

driemaandelijks tijdschrift over industriële automatisering en aandrijftechniek

DECEMBER 2019 NR 218

DOSSIER

‘3D PRINTING’

p22 – Ingenieur Jean Pollefliet vormde generaties studenten p36 – Siemens opent Concept Center 4 Industries

Coverfoto © Wim Kempenaers

Driemaandelijks tijdschrift van InduMotion vzw – 49e jaargang December - januari - februari 2019/2020. Afgiftekantoor Turnhout – P309959

p11 – Kamp C bouwt aan 3D printer voor gebruik op werf


Roterende aandrijvingen Lineaire aandrijvingen Elektromagneten Koelen | verwarmen | ventileren Relais | schakelaars Sensoren Subassemblies Rotero Belgium | Wayenborgstraat 10 | 2800 Mechelen | +32 (0)15 45 18 40 | info@rotero.be | www.rotero.com

2


EDITO DOOR HUGUES MAES VOORZITTER INDUMOTION

Vervangt 3D printing de draai- en freesbank? Zal 3D printing op termijn de draai- en freesbank vervangen? Feit is dat we in dit nieuwe nummer van Automation Magazine kennismaken met een wereld die nog volop in ontwikkeling is en waar de mogelijkheden – met welke (nieuwe) materialen gaan we kunnen printen? – veelbelovend zijn. Voor de zesde editie van Automation Day werd als locatie het vernieuwde Museum voor Midden-Afrika in Tervuren uitgekozen. Heel wat InduMotion-leden woonden dit event bij en kregen van gastspreker en techondernemer Peter Hinssen te horen hoe de impact van digitalisatie alle economische sectoren grondig zal veranderen. Zijn analyse leest U eveneens in dit nummer.

‘Lieven Scheire draagt een steentje bij zodat onze jongeren geïnteresseerd raken door techniek en wetenschap.’ Tijdens Automation Day werd ook de Automation Magazine Award uitgereikt. Dit is een jaarlijkse onderscheiding toegekend door de redactieraad van Automation Magazine aan een persoon, bedrijf, kennisinstelling of organisatie die zich inzet voor techniek en wetenschap in het algemeen, en/ of zich verdienstelijk maakt in de sector van de aandrijftechnieken (hydraulisch, pneumatisch, mechanisch en elektrisch) en de industriële automatisering in het bijzonder. Lieven Scheire werd gekozen uit een groot aantal nominaties omdat hij volgens de leden van de redactieraad van Automation Magazine door zijn enthousiasme, humoristische invalshoeken en verstaanbare taal het grote publiek op een originele manier laat kennismaken met de wereld van techniek en wetenschap.

AUTOMATION MAGAZINE DECEMBER 2019

Lieven Scheire draagt een steentje bij zodat onze jongeren geïnteresseerd raken door techniek en wetenschap. Het staat immers vast dat alle grote wereldproblemen – van schone lucht en zuiver water, voldoende voedsel, de klimaatopwarming tot het gebruik van duurzame energie – zullen moeten worden opgelost door wetenschappers en ingenieurs. Daarom is het belangrijk om zoveel mogelijk jongeren enthousiast te maken voor een STEM-loopbaan. Wij wensen Lieven Scheire dan ook van harte proficiat als winnaar van de Automation Magazine Award. Dat onze industrie dringend jonge, technische mensen nodig heeft, is reeds lang een pijnpunt. Heel bijzonder is het initiatief van het technische servicebedrijf Geysen uit het Kempense Westerlo, gespecialiseerd in het onderhoud van machines, dat met zijn Geysen Academy zelf onderhoudstechnici gaat opleiden. Het bedrijf heeft momenteel 70 (!) technische vacatures. Geysen wil ook samenwerken met scholen om de aan het eigen opleidingscentrum verbonden mobiele ‘miniatuurfabriek’ te gebruiken. In die technische ruimte worden allerlei technieken (hydraulica, pneumatica, robotica) op schaal nagebootst. De Geysen Academy is in de eerste plaats bedoeld voor de eigen medewerkers, maar op termijn wil Geysen ook werknemers van andere bedrijven toelaten en via arbeidsbemiddelaar VDAB zouden ook werkzoekenden een opleiding/bijscholing kunnen volgen. Automation Magazine wenst U alvast een uitdagend 2020 en als er zeker één datum in het nieuwe jaar niet mag worden vergeten, dan is dat de vierde editie van het INDUMATION Netwerk Event (INE). INE vindt plaats op 5 maart 2020 in de Brabanthal in Leuven. Deze vierde editie is op weg naar 1.500 bezoekers, allemaal exclusief uitgenodigd op naam door de 135 organiserende technologiepartners. Automation Magazine verwelkomt U graag op INE2020! 3


Expertise – Passion – Automation

Maak het meetbaar met SMC druk- en flowschakelaars • Een uitgebreide reeks Breed portfolio voor talrijke vloeistoffen • Eenvoudige controle Drie schermen met twee kleuren om de instelwaarde te bepalen • Eenvoudig programmeren Instellen in drie eenvoudige stappen • Haal meer uit uw sensor Geavanceerde functies voor een betere en eenvoudiger bediening

DIENSTBAARHEID

RESPECT

DESKUNDIGHEID

AANDACHT

CONTINUÏTEIT

EERGEVOEL

www.smc.be

2019-05-AD japanese style fr.indd 1

28/05/19 10:50

THIS IS INCREASING PRODUCTIVITY Parker Automation Controller Parker Servo Drives

De PSD is zonder twijfel de start van een nieuwe generatie van aandrijvingslijnen. Het PSD assortiment is gericht op markten zoals, voedings- en verpakkingsindustrie, materiaal vormers, textiel-, papier- en kunststof machines. Naast de PSD heeft Parker een nieuwe Automation Controller (PAC) ontworpen voor de wereldwijde machinemarkt. De Parker Automation Controller (PAC) combineert machine logica, geavanceerde real-time motion control en visualisatie in een prestatiegerichte oplossing. parker.nl

PLC + HMI motion controller M2M-communicatie Dual LAN netwerken en opties voor Ethernet/IP

4 0331AutomationMag_PACPSD_NL.indd 1

29-11-19 09:53


COLOFON

INHOUD

INDUMOTION InduMotion vzw is de beroepsfederatie voor bedrijven gespecialiseerd in industriële automatisering en aandrijftechnieken (elektrisch, hydraulisch, mechanisch en pneumatisch), die als producent, officiële invoerder of verdeler op de Belgische markt actief zijn. Lid van het Europees comité CETOP. vzw InduMotion Provinciesteenweg 9 – 3150 Haacht BTW BE0431 258 733 Secretariaat: Gerda Van Keer, tel. +32 471 20 96 73 gerda.vankeer@indumotion.be info@indumotion.be RAAD VAN BESTUUR Hugues Maes (SMC): Voorzitter Bart Vanhaverbeke (Voith Turbo) : Ondervoorzitter Marcel De Winter (Service-Hydro): Secretaris-generaal Guy Mertens (Act in Time): Penningmeester Vincent De Cooman (WITTENSTEIN): Bestuurder Luc Roelandt (Stromag): Bestuurder Jo Verstraeten (Festo): Bestuurder TOEZICHTHOUDERS Adriaan De Potter (Protec) Maciej Szygowski (Doedijns Fluid Industry)

P3 EDITO Vervangt 3D printing de draai- en freesbank? P5 INHOUD P6 DOSSIER ‘3D PRINTING’

3D printen: tussen prototyping en massaproductie

P11 Kamp C bouwt aan 3D printer voor gebruik op werf

LEDEN 2019 ABB (Asea Brown Boveri) – ABFlex Group – Act in Time – Asco – ATB Automation – Atelier Du Nord – Atlas Copco Compressors – AVD Belgium – Aventics – Bauer Gear Motor – BCI Elektromotoren – Beckhoff – Boekholt Transmissions – Brammer – CC Jensen – Clippard Europe – Compair Geveke – CQS Technologies – Dana SAC Benelux – Doedijns Fluid Industry – EFC – Eriks – Euregio Hydraulics – Esco Drives – Festo Belgium – Focquet – Gearcraft – Habasit – HANSA-FLEX – Hupico – Hydac – Hydraulic Assistance – Hydraumec International – Hydrauvision – Hydro Tools – Hydroflex – igus – IPAR Industrial Partners – K-Flex – KTR Benelux – LDA – LM Systems/Linmotion – Luteijn Hydraulics – Manuli Fluiconnecto – Metal Work België – MGH – Motix – Motrac Hydraulics – NORD Drivesystems – Norgren/IMI-Precision – Optibelt – Pall Belgium – Parker Hannifin Benelux – Pirtek – Protec – REM-B – Renold PLC – Rexroth – Rittal – Rotero Belgium – Service Hydro – SEW-Eurodrive Belux – Siemens – SKF Belgium – SMC Belgium – Stäubli – Stromag – Sumitomo (Hansen Industrial Transmissions) – Tas L & Co – Testo – Vameco – Van de Calseyde – Van Houcke/MEZ Motoren – Vansichen – VB Parts Hydraulic – VDP Automation – Vialec – Voith Turbo – WEG Benelux – WITTENSTEIN – WTS Hydraulics – YASKAWA Benelux

p14 Gentse innovatie in 3D printing op zoek naar

commerciële doorbraak

P18 INTERVIEW Techondernemer Peter Hinssen P21 Pirtek: zekerheid voor uw installaties door

voorspellend onderhoud

P22 INTERVIEW Jean Pollefliet vormde generaties studenten P24 SMC demonstreert Industrie 4.0 tijdens

onderwijsevent T2-campus

P26 Nieuw lid InduMotion: Atelier du Nord AUTOMATION MAGAZINE Automation Magazine is een driemaandelijkse uitgave van de beroepsfederatie InduMotion vzw. Het verschijnt in maart, juni, september en december. REDACTIE redactie@automation-magazine.be www.automation-magazine.be ADVERTEREN Jean-Charles Verwaest, tel. +32 475 44 57 91 publiservice@automation-magazine.be VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Hugues Maes vzw InduMotion Provinciesteenweg 9 – 3150 Haacht info@indumotion.be www.indumotion.be REDACTIECOMITE Ing. René Decleer, Ludo De Groef, Marcel De Winter, Hugues Maes, Guy Mertens, Patrick Polspoel, Ing. Roger Stas, Maxime Vansichen. SECRETARIAAT Gerda Van Keer, tel. +32 471 20 96 73 gerda.vankeer@indumotion.be info@automation-magazine.be REALISATIE Magenta Uitgeverij Designcenter De Winkelhaak Lange Winkelhaakstraat 26 2060 Antwerpen info@magenta-uitgeverij.be

LAY-OUT Ruth Vanvelthoven / Caroline van Dam www.brontosaurus-graphics.be OPLAGE 8.300 ex. NL + 2.700 ex. FR De advertenties en artikelen in Automation Magazine worden ter goedkeuring voorgelegd aan het redactiecomité. Alle advertenties die betrekking hebben op technieken en producten voor industriële automatisering komen in aanmerking voor publicatie. De artikelen en nieuwsberichten zijn door de redactie geselecteerd. Zij verschijnen gratis en bevatten geen publiciteit. De auteurs zijn verantwoordelijk voor hun teksten. Automation Magazine wordt uitgegeven door InduMotion vzw. Een abonnement op dit vaktijdschrift is gratis en u kan dit aanvragen via het InduMotion secretariaat: gerda.vankeer@indumotion.be. Conform de Europese GDPR-wetgeving stellen wij u in kennis dat Automation Magazine hiervoor uw naam, bedrijf (optioneel) en adres bewaart. Deze informatie wordt nooit met derden gedeeld. U kan uw gegevens altijd via Gerda Van Keer opvragen en laten aanpassen of verwijderen. Automation Magazine paraît aussi en français. © InduMotion 2019 Image cover copyright Wim Kempenaers

AUTOMATION MAGAZINE DECEMBER 2019

P28 INTERVIEW Manager helpt neurochirurg

met commercialisatie van wereldprimeur

P31 Nieuwe webshop Fluiconnecto P33 Lieven Scheire wint de Automation Magazine Award P34 Nieuw lid InduMotion: Beckhoff P36 Siemens opent Concept Center 4 Industries P38 AGORIA Conjunctuurvertraging treft

technologische industrie

p39 Forse uitbreiding bij ABFlex+ P41 Cobotracks: een spin off van

Vansichen Linear Technology

P42 PRODUCTEN P45 TECHTELEX P46 AFSLUITER 5


3D printen zit in de lift, het aantal technieken en materialen is enorm.

3D PRINTEN: TUSSEN PROTOTYPING EN MASSAPRODUCTIE Weinig onderwerpen zijn zo moeilijk af te bakenen als 3D printen. Voor leken is het gewoon een printer met een extra dimensie, maar wie er dagelijks mee bezig weet wel beter! We spreken hier over toptechnologie die zich niet makkelijk laat vangen in één definitie. Er zijn niet alleen de meerdere technologische procédés, ook de ingezette materialen zijn enorm divers. In dit dossier het verhaal van een technologie op de rand van de doorbraak. Voor we starten eerst de officiële definitie van 3D printen: ‘Dit is de techniek waarbij materiaal (polymeren, metalen maar ook voeding) in poedervorm geprint wordt en laag per laag opgebouwd wordt tot een afgewerkt product.’ Dekt deze vlag de lading? Niet volledig, want niet elk procedé verloopt volgens dit eenvoudige stramien. 3D printen kunnen we onder brengen onder de ‘additieve manufacturing’ technieken. Die tak van de technologie maakt momenteel een zeer snelle ontwikkeling door, van een techniek die voornamelijk prototyping als einddoel had tot een nieuwe techniek die ook toepasbaar is in productieomgevingen voor grootschalige massaproductie. 6

3D printen van producten levert meerdere voordelen op ten opzichte van de gangbare technieken in termen van snelheid, kostprijs, complexiteit, designvrijheid en duurzaam gebruik van grondstoffen. Maar elke subtechniek heeft andere karakterisitieken wat betreft afwerking en toepassingsgebied, waardoor het niet altijd even makkelijk is om de afweging correct in te schatten. Daarom beginnen we met een overzicht over de gangbare technieken in deze boeiende tak van de technologie. En dat zijn er nogal wat: 7 hoofdgroepen kunnen er gedefinieerd worden, al dan niet met nog onderliggende varianten.


DOSSIER 3D PRINTING TECHNIEKEN BIJ THERMOPLASTEN Material extrusion (FFF/FDM) Beginnen doen we met een zeer courante techniek. Bij deze werkwijze wordt een draad met thermoplastisch materiaal door de opgewarmde printkop (de nozzle) geduwd, waarbij de draad tot smelten wordt gebracht. Na een tijd zal het thermoplast terug opstijven. De printer zal op basis van een CAD tekening en slicersoftware - die het stuk opdeelt in lagen - het eindproduct laag voor laag opbouwen. Deze werkwijze - die ook Fused Deposition Modeling of Fused Filament Fabrication wordt genoemd - heeft enkele mooie voordelen zoals de diversiteit aan thermoplasten die kan ingezet worden en de werksnelheid. Met FDM kunnen prototypes in een zeer korte tijd geproduceerd worden.

Afgewerkte vorm bij de FDM techniek.

Nadelen zijn het ruwe oppervlak en de lage precisie, waardoor afgewerkte prototypes niet altijd geschikt zijn voor presentatiedoeleinden. Wel geven ze de gebruiker al in een vroeg stadium een eerste indruk van het project en laten ze ook zien waar nog verbeteringen nodig zijn. Een ander nadeel van deze methode is dat stukken met overhangende delen moeilijk realiseerbaar zijn, tenzij met behulp van hulpstukken. Deze methode is verder vooral beperkt tot thermoplasten, al is het principe vandaag mits enige aanpassing ook toepasbaar voor metaalpoeders. Vat photopolymerization (SLA en DLP) Bij deze methode wordt gebruik gemaakt van lichtgevoelige fotopolymeren die in een hars in een bak opgenomen zijn. Dat hars wordt laag per laag blootgesteld aan licht, waardoor het selectief polymiseert op de plaatsen die door de software aangegeven zijn. Vervolgens komt de volgende laag aan bod, waardoor op het einde het afgewerkt stuk volledig opgebouwd is en uit het vat kan gehaald worden. Hier zijn 2 submethodes van toepassing, met het type licht als onderscheidende factor: ofwel via een gerichte UV-laser (SLA -Stereolithography) of via een lichtprojector met UV-lamp (DLP – Digital Light Processing). Laser werkt hierbij nauwkeurig van punt tot punt, DLP beschijnt meteen het complete oppervlak of grote delen van het oppervlak bij grotere stukken. De snelheid van de laatste methode is dus groter, maar daar staat tegenover dat de afwerkkwaliteit functie is van de resolutie van de projector. Algemeen is de nauwkeurigheid en afwerkkwaliteit van deze techniek zeer goed en kent ze weinig vervorming, maar de werkwijze kan wel duur uitvallen voor grotere stukken. Material jetting (Drop On Demand) In deze techniek wordt een lichtgevoelig vloeibaar polymeer op het werkvlak gedeponeerd, te vergelijken met hoe een papierprinter dat doet met klassieke inkt. De printkop in de machine kan de laag pixeliseren en het materiaal kiezen dat in elke pixel moet worden gedeponeerd. Omdat de printkop meerdere spuitmonden heeft kunnen meerdere materialen samen worden geprint. Elk voxel (een driedimensionale pixel) van AUTOMATION MAGAZINE DECEMBER 2019

Afgewerkte vorm bij de SLA techniek.

Afgewerkte vorm bij de SLS techniek.

het werkstuk kan dus uitgevoerd worden met een andere kleur, chemische samenstelling, mechanische eigenschappen en graad van transparantie. Omdat de polymeerdruppels zeer klein van omvang zijn wordt een ondersteunende structuur meegeprint, die na afloop van het printproces weer verwijderd moet worden. Deze 3D-printtechniek is voornamelijk populair in industriële 3D-printers, want de werkwijze laat toe om snel realistische en functionele prototypes met fijne details en precisie te creëren. De materiaaleigenschappen zijn dezelfde als die van de eerder beschreven harsen die in SLA en DLP toegepast worden. Multi Jet Fusion De Multi Jet Fusion technologie is vergelijkbaar met het 7


De integratie van 3D printers in een productielijn vormt een volgende stap in de ontwikkeling.

SLS-proces, maar er wordt geen laser gebruikt om het poeder te smelten, wel een warmtegeleidende vloeistof. Door het inbrengen van energie in de installatieruimte wordt alleen het gespoten poeder verhit, zodat het materiaal hard wordt. In tegenstelling tot alle andere processen waarbij polyamide12 wordt gebruikt, is het hierbij mogelijk om meerdere kleuren in één proces te drukken. Daarom wordt deze technologie vooral gebruikt wanneer het gaat om bijzonder kleurrijke modellen. De stabiliteit en veerkracht van de zeer homogeen uitgeharde polyamide zijn andere belangrijke voordelen van deze relatief nieuwe technologie. Vacuümgieten & stereolithografie (STL) Het vacuümgietproces is ideaal voor de productie van kwaliteitsvolle presentatiemonsters of kleine series. Hiervoor wordt vooraf een mastermodel geproduceerd met behulp van het stereolithografie-procedé STL. STL is het meest nauwkeurige prototypeproces en is absoluut waarheidsgetrouw. In het snelle productieproces wordt het werkstuk ook laag voor laag opgebouwd uit een kunsthars. De afzonderlijke geproduceerde onderdelen moeten echter nabewerkt worden door het wegslijpen van de steuncontouren en de aanspuitpunten. Bovendien is het proces duurder dan bijvoorbeeld het sinteren met een laser en kost het ook veel tijd. Voor de productie van een vacuüm gietmal wordt het STL-prototype ingekapseld met siliconen. Nadat de siliconenmal is uitgehard, wordt de mal opengesneden en het prototype uit de mal verwijderd. De siliconenmal wordt onder vacuüm gevuld met een vloeibare giethars, het afgewerkte gietwerk wordt na uitharding verwijderd en, indien nodig, afgewerkt. De mal kan gebruikt worden voor verdere gietstukken. Vacuümgieten is een beproefd proces voor het snel en kosteneffectief reproduceren van prototypes en wordt gebruikt voor kleine serieproductie van kunststof onderdelen. Het vacuüm procedé voorkomt luchtbellen in het werkstuk.

8

TECHNIEKEN METAAL Powder bed fusion (SLS/EBM/SLM) De powder bed fusion methode is de eerste in het rijtje die bedoeld is voor het 3D printen van metaalpoeder. Het populaire principe werkt op basis van de toevoer van thermische energie via een laser of elektronenbundel om de poederlaag selectief te smelten en zo een las te creëren. Zo wordt laag per laag terug een onderdeel opgebouwd. Eén van de gevolgde werkwijzes is het selectief lasersinteren, waarbij ruimtelijke structuren van poederachtige kunststof (eventueel gevuld met metaal of glasvezels voor sterkte en elasticiteit) laag voor laag gesmolten worden met een laser. Dat gebeurt getrapt: eerst wordt het polymeer opgewarmd tot net onder zijn smeltpunt. Vervolgens wordt met een zogenaamde wiper een zeer dunne laag (0,1 mm) van het polymeermateriaal op een platform aangebracht. Vervolgens zal een laser de oppervlakte aan een scan onderwerpen en daarbij selectief het aangebrachte poeder verder doen smelten. Na dat scanproces wordt de volgende laag aangepakt. Het voordeel van deze werkwijze is dat poeder dat niet gesintered werd door de laser op zijn plaats blijft, en zo als ondersteuning fungeert voor het stuk. Externe ondersteunende hulpstukken zijn dus niet nodig. Het relatief goedkope proces is bijzonder geschikt voor de productie van bijzonder gecompliceerde onderdelen. Nabewerking is niet nodig. Nadelen zijn echter de grote machine-inspanning en de productietijd, die afhankelijk is van het volume. Bovendien is het oppervlak zeer ruw door het proces. Indien het prototype als presentatiemonster wordt gebruikt, is een oppervlakteafwerking met hechtprimer nodig om de oneffenheden van het oppervlak, inclusief het verven, te compenseren. Een tweede methode die we onder deze noemer kunnen onderbrengen is EBM ofte Electronic Beam Melting. Hier wordt onder vacuüm een elektronenstraal gebruikt,


DOSSIER 3D PRINTING wat toch een aantal voordelen heeft ten opzichte van het werken met laser. Zo is de thermische spanning beperkter, waardoor er minder ondersteuning nodig is. Er kunnen dus ook grotere stukken mee geprint worden. Een nadeel ten opzichte van het lasersinteren is evenwel de minder goede afwerkingskwaliteit. De derde methode hier is het SLM of Selective Laser Melting. Ook hier wordt het poeder door middel van een laser aan elkaar gesmolten. Een voordeel van deze technologie is dat er ook ‘moeilijke’ stukken mee geprint kunnen worden, bijvoorbeeld met flinterdunne diktes en/ of complexe structuren. Het nadeel van deze methode is de interne opbouw van spanningen, waardoor veelal ondersteunende sturcturen nodig zijn om vervormingen te voorkomen. Vandaag zijn er meerdere stoffen die kunnen dienst doen als basismateriaal: aluminium, staal, titaniuw, kobalt-chroom en legeringen op basis van nikkel. Binder jetting Bij deze techniek wordt een adhesief - bindmiddel gespoten op metaalpoeder op het werkvlak. De printkop doet dit op een selectieve manier volgens het op te bouwen stuk. Na elke laag wordt het werkvlak een stuk naar beneden gehaald en wordt het proces herhaald: eerst wordt terug een laag poeder uitgespreid, vervolgens volgt het gericht spuiten van het adhesief. Deze techniek is snel, maar vereist wel enige nazorg om het bindmiddel te verwijderen middels een warmtebehandeling. Eventueel kan daarna de densiteit nog verbeterd worden met een HIP behandeling (warm isostatisch persen). Omdat er met 2 materialen gewerkt wordt - het bindmiddel en het poeder - kan er wat gevarieerd worden met de mechanische eigenschappen van het eindstuk. Bovendien kan de techniek ook toegepast worden met polymeren en zelfs met keramiek.

Afgewerkte vorm bij de vacuümgieten technieken.

AUTOMATION MAGAZINE DECEMBER 2019

Direct energy deposition Ook binnen deze groep beweegt recent één en ander. De techniek werkt op basis van een metaaldraad die onder een inert gas gesmolten wordt via laser, elektronenstraal of plasma. Veelal verloopt dat in een afgesloten ‘kamer’ omwille van het gas, maar we zien dat er ook systemen op de markt komen waarin dit in een open atmosfeer gebeurt. De moeilijkheid bij deze benadering is het onder controle houden van alle parameters (druk onder andere), al lijkt dat steeds beter te lukken door het gebruik van sensoren. De parameters worden voortdurend opgevolgd en zorgen voor terugkoppeling, zodat een gesloten regelsysteem gecreëerd wordt. Het stuk wordt laag per laag opgebouwd, eigenlijk net zoals de FDM techniek dat doet voor polymeren. Het grote verschil is natuurlijk de compleet andere smelteigenschappen van de materialen, maar eens dat proces onder controle is dit eveneens een veelbelovende techniek die de vergelijking met traditioneel laswerk kan doorstaan. Deze techniek hoeft ook niet -in tegenstelling tot de meeste andere technieken- te vertrekken vanaf een vlakke ondergrond. Dat heeft het bijkomende voordeel dat DOD ook ingezet kan worden om reparaties uit te voeren of toevoegingen aan te brengen aan bestaande stukken. Door de mogelijkheid om de printkop in verschillende richtingen te gebruiken en de mogelijke integratie in een robot of andere bewerkingsmachine, kunnen ook complexe taken aangepakt worden. Sheet lamination Is sheet lamination een 3D-printproces? Een twijfelgeval, want de techniek is wat een buitenbeetje in deze opsomming. De opbouw van het stuk verloopt getrapt: Laagjes plaatmateriaal (koper, aluminium, titanium zijn populair) worden eerst in de gewenste vorm gesneden, vervolgens op de vorige laag aangebracht en tot slot met

Printsnelheid, flexibiliteit, afwerkingsgraad: elke techniek heeft pro’s en contra’s. 9


elkaar verbonden met behulp van ultrasone lastechniek. Er wordt dus niet echt ‘geprint’, bovendien vereist het proces achteraf nog extra nabewerking nodig voor de verwijdering van het overtollig materiaal. Een voordeel van deze methode is dat er complexe geometriëen mee kunnen opgebouwd worden en dat er ook combinaties van meerdere materialen mogelijk zijn.

In de markt van 3D metaalprinten voert vooral poederbedfusie de boventoon.

GEVRAAGD: HOOGWAARDIGE POLYMEREN Om de doorbraak van additive manufacturing verder te faciliteren is er naast performante machines ook nood aan nieuwe printmaterialen. Momenteel wordt voornamelijk gewerkt met metaal en plastic, maar de traditionele polymeren die onder die laatste categorie vallen, zoals polyactide (PLA), polyamide (PA12) en acrylnitril-butadieen-styreen (ABS) hebben beperkingen. Om naast prototyping ook in de productie van wisselstukken voor de industrie - of zelfs serieproductie van nieuwe producten- ingezet te kunnen worden, zijn onder meer de eisen op het gebied van levensduur, slijtvastheid, weerstand tegen chemische invloeden en temperatuursgedrag van een andere orde. Producenten werken dan ook volop aan de optimalisatie van deze materialen en de resultaten zijn veelbelovend. Zo zijn er ondertussen materialen die tot 50 keer beter scoren qua slijtvastheid ten opzichte van standaard polymeren, waarmee ze de vergelijking met spuitgieten stilaan kunnen doorstaan. De toekomstige ontwikkeling lijkt in de richting van verdere diversificatie te gaan: een optimalisatie in functie van de specifieke noden van de applicatie. Eenzelfde evolutie zien we ook in die van de metaalpoeders. Of het nu om staal, aluminium, kobalt/chrome, inconel of titanium gaat: van elk type zien we steeds meer varianten opduiken met specifieke eigenschappen. Titanium 64 wordt dankzij de zeer goede gewicht/sterkte ratio vaak ingezet in de luchtvaart, terwijl staalfilamenten zoals A2, D2 en H13 -die eveneens sterk zijn, maar wel zwaarder wegen en minder duur zijn- dan weer populair zijn bij de productie van gereedschappen. Voor elk wat wils dus.

Het voordeel van additive manufacturing ten opzichte van formative & substractive is meteen duidelijk: veel minder materiaalverbruik.

Het gebruiksgemak van het 3D tekenprogramma en de bijhorende printsoftware wordt vaak over het hoofd gezien. 10

Met dank aan: www.igus.be www.pmk.be


DOSSIER 3D PRINTING

KAMP C BOUWT AAN 3D PRINTER VOOR GEBRUIK OP WERF Dat 3D printing meer applicaties heeft dan enkel het bekende metaal- en plastiekprinten maakt Kamp C duidelijk. Deze organisatie rond duurzaam bouwen voert momenteel baanbrekend onderzoek uit naar de toepassing van het procedé om beton te printen, zodat complete bouwelementen in één stuk gefabriceerd kunnen worden. Een verhaal van de zoektocht naar het optimale mengsel en de queeste naar een functionele oplossing.

De 3D betonprinter in actie. De maximum printsnelheid ligt momenteel op 400 mm/s. Het gieten van beton is voor aannemers een tijdrovend proces. Vooral het produceren van de nodige bekisting slorpt veel kostbare tijd op. Er zijn de afgelopen wel meer initiatieven genomen om dat proces te versnellen, maar in Kamp C benaderden ze de materie met hulp van de innovatie 3D printtechniek. Piet Wielemans is één van de drijvende krachten achter het project. Wij legden hem enkele prangende vragen voor: waarom geopteerd werd voor een gantrysysteem en niet voor een flexibelere robot, bijvoorbeeld. Piet Wielemans: ‘Toen we van start gingen zijn we eerst gaan kijken wat er beschikbaar was op de markt. Zo zagen we dat onder meer het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en vooral Nederland al sterk bezig zijn met 3D-printen in de bouw, maar België was nog een blinde vlek. Bij die technologiescan zagen we inderdaad ook de systemen met robotarmen, maar op dat moment kwam ook de gantryprinter sterk in beeld. We stelden bovendien vast dat de robots voornamelijk bedoeld waren om in ‘printfabrieken’ in te zetten, dus onder perfecte klimatologische omstandigheden. Zij zijn ook AUTOMATION MAGAZINE DECEMBER 2019

meer geschikt om kleinere stukken te printen en die vervolgens te assembleren. Onze benadering was anders: wij willen een oplossing uitwerken die op de werf -en met de bijhorende omstandigheden- kan toegepast worden. Bovendien wilden we ook complete gebouwen kunnen printen. De robuustheid van een gantrysysteem was uiteindelijk één van de doorslaggevende factoren.’ 3D PRINTER VAN DEENSE PRODUCENT ‘Onze keuze viel op de gantryprinter van een Deense firma. De procedure is te vergelijken met een ‘gewone’ 3D printer die zij aanbieden, maar dan met afmetingen die een veelvoud zijn. We kozen we voor een gantry met X-Y-Z opbouw. We kunnen daarmee verticaal printen, maar niet schuin. Al is dat in theorie wel mogelijk want we hebben tests uitgevoerd en raakten tot op 5 à 6°, maar dat bleek geen evidente opdracht. Zeker als de omstandigheden niet ideaal zijn, is schuin printen dus geen optie.’ De opbouw van de gantryprinter blijkt relatief eenvoudig te zijn. De aanvoer van het droge materiaal wordt 11


voorzien via een silo. Via een elektrische cavitatiepomp wordt vervolgens water toegevoegd en het mengsel naar de printkop gestuurd. In die printkop is een reservoir voorzien van 30 kilogram, wat toelaat om de aanvoer op een vloeiende manier te voorzien. Bij het pompen zetten de leidingen steeds wat uit, waardoor de aanvoer telkens wat stokt. Rechtstreekse aanvoer is met andere woorden niet wenselijk. Het gewicht van de reservoir wordt voortdurend gemeten en als de ingestelde ondergrens bereikt is wordt de pomp aangesproken om het reservoir bij te vullen. Het printproces zelf wordt uitgevoerd met een secundaire pomp, die preciezer afgestemd is op het printen zelf. Zo kan de snelheid vertraagd worden bij scherpe hoeken of net versneld bij lange, rechte stukken. Die maximumsnelheid ligt voorlopig op 400 mm/s, maar naar verwachting zal die in de toekomst nog toenemen. De printer beschikt over diverse printkoppen, waarmee diverse diktes kunnen uitgevoerd worden. Die nozzles kunnen eenvoudig ter plaatse vervangen worden. De nozzles zijn overigens zelf 3D-geprint uit PET-G plastiek. BELANG VAN HET MENGSEL Piet Wielemans: ‘We zijn nu al een aantal maanden bezig met het uittesten van het systeem, dit in samenwerking met de leverancier. Hun systeem en de bijhorende software staat op punt, maar zij zijn gewoon om met plastic te werken, niet met beton. Het mengsel goed krijgen, blijkt hier de moeilijkste uitdaging. Bij traditioneel beton krijgt het geheel een zekere tijd om uit te harden in de bekisting. In dit proces is dat niet mogelijk, want er komt te snel een nieuwe laag op, vaak is er een marge van nauwelijks 10 minuten.

Piet Wielemans: ‘Een 3D printer laat toe om sneller en milieuvriendelijker te bouwen.’

Het mengsel moet dus snel uitharden. Daar komt bovenop dat het mengsel voor het spuitproces wel altijd voldoende vloeibaar moet blijven. Bovendien willen we een systeem dat werkbaar is op de werf en de bijhorende weersomstandigheden. Printen bij vriestemperaturen vereist een andere samenstelling dan printen bij 30°C. Ook de luchtvochtigheidsgraad is een factor van belang, klassieke betonsamenstellingen zijn dus geen optie.’ ‘Ondertussen zijn Weber- de producent van beton - en de Technische Universiteit van Kopenhagen - voor de pompsystemen - aan de slag om die hinderpalen verder aan te pakken. Zij onderzoeken bijvoorbeeld of de wapening van het beton mee kan worden geprint. Beton is zeer goed om druksterktes op te vangen, maar veel minder om treksterktes te weerstaan. In ons materiaal worden de versterkende vezels momenteel mee geprint, een andere optie - die in Nederland momenteel getest wordt - is om metalen draadjes te mengen in de samenstelling. Daarnaast zijn er ook andere hinderpalen te overwinnen, zoals een constante flow garanderen en de robuustheid verzekeren van de materialen die in contact komen met het cement.’

12

Via de nozzle kunnen structuren van diverse diktes geprint worden. Door te werken met een tussenreservoir met aparte pomp kan gelijkmatig geprint worden.


RECHTSTREEKS VAN TEKENING NAAR GEBOUW ‘In vergelijking met de traditionele manier van werken, is ook de bouwtekening een belangrijk verschil. Architecten en aannemers zijn gewoon om in 2D te werken, maar voor een 3D-printer moet de software en installatie uiteraard in 3D aangestuurd worden. In populaire programma’s als AutoCAD en Revit kan wel een 3D tekening worden gecreëerd, maar voor de modelleerprogramma’s waarmee de printer werkt, is dat momenteel nog een omslachtige oplossing. Daarnaast is er ook de koppeling met het BIM (Building Information Model), waarbij de tekening moet ingevoerd kunnen worden in dit systeem. Het is dus voornamelijk een kwestie van integratie en comptabiliteit. Eens de 3D tekening ingezet kan worden, wordt die naar het printprogramma gestuurd. Die zal het geheel ‘slicen’ en vervolgens laag per laag omzetten in de vereiste printbeweging.’ MOBIEL INZETTEN OP ELKE WERF ‘Omdat de printer opgebouwd is uit modules, is hij eenvoudig te verplaatsen. Met 2 à 3 personen kan de printer met behulp van een vorkheftruck eenvoudig worden gedemonteerd in enkele module en met een kleine vrachtwagen worden verplaatst. De bedoeling is om er een echt makkelijk te verplaatsen installatie van te maken, waarbij enkel nog de betonsamenstelling moet afgestemd worden op het weer van die dag.

Veel aandacht gaat uit naar de juiste samenstelling van het mengsel. De weersomstandigheden hebben een bepalende invloed op de kwaliteit van het bouwwerk. Een bijkomend aandachtspunt is de pomp. Door het werken met een andere cementsamenstelling gaan de pompen sneller defect.

OP ZOEK NAAR CREATIEVE 3D ONTWERPEN Kamp C, het Provinciaal Centrum voor Duurzaamheid en Innovatie in Westerlo, daagt architecten, ontwerpers en studenten uit om 3D betonprinten in de bouwsector te integreren. Kamp C gaat met een wedstrijd op zoek naar creatieve ontwerpen die 3D printbaar zijn. Projecten voor de 3D Print Award moeten ten laatste op 29 februari 2020 ingediend worden. In mei 2020 worden de winnende ontwerpen bekendgemaakt op het 3D Print Awards-evenement. Er kunnen projecten ingediend worden in twee verschillende categorieën: enerzijds ruwbouw- en buitentoepassingen en anderzijds interieurtoepassingen. Voor studenten is er een aparte categorie waaraan alleen studenten mogen deelnemen die in het academiejaar 2019–2020 zijn ingeschreven aan een universiteit of hogeschool in de richting bouw, architectuur, design of interieurwetenschappen. Per categorie duidt de vakjury één kandidaat aan die de prijs van de vakjury wint. Daarnaast is er ook een publieksprijs, waarvoor online gestemd kan worden. Het eindresultaat: bouwdelen die op enkele uren klaar zijn voor gebruik.

AUTOMATION MAGAZINE DECEMBER 2019

www.kampcdaagtuit.be

13


Het proces van ValCUN wordt een combinatie van twee 3D technieken. Hier één van beide technieken, het gangbare extrusieproces.

GENTSE INNOVATIE IN 3D PRINTING OP ZOEK NAAR COMMERCIËLE DOORBRAAK Bij Automation Magazine hebben we een boontje voor jonge ondernemers die hun nek durven uitsteken. Jonas Galle en Jan De Pauw van ValCUN beantwoorden perfect aan dat profiel. Hun bedrijf loopt voorop in de ontwikkeling van een innovatieve methode voor 3D printing, maar dat betekent vaak risico’s nemen en nieuwe zaken durven uitproberen. ‘We lanceerden net de de plannen voor tweede generatie van een 3D printer voor aluminiumstukken’, zegt Jonas Galle. Hij vertelt ons over de vorderingen en ambities van ValCUN. ‘De printmethode is volledig door onszelf ontwikkeld. Initieel hadden we een afgeschermde behuizing voor ogen, waarmee we een inert printproces zouden realiseren zoals dat gangbaar is in het 3D-printen. Maar we ontdekten dat we ook in de vrije lucht kunnen printen omdat we zeer dicht op het printbed zitten met de printkop. Het argongas wordt onmiddellijk bij de nozzle ingespoten, waardoor we daar quasi inert kunnen printen. De moeilijkheid bij deze werkwijze is om alle parameters onder controle te krijgen. Daar spitst onze zoektocht zich nu op toe.’ EEN COMBINATIE VAN 2 METHODES ‘Onze technologie is innovatief omdat het een kruising zal worden van 2 methodes. Aan de ene kant werken we met een eerder traditioneel 3D plasticprintproces waarbij materiaal geëxtrudeerd wordt, aan de andere kant willen we dat in de toekomst combineren met een lasprocedure waarbij we een plasmaproces gebruiken. Door het feit dat wij efficienter omgaan met de warmte input in het werkstuk kunnen we hogere nauwkeurigheiden aan dan bij een lasprocede en zijn de spanningen/vervormingen in het geprinte materiaal minder. Er wordt in de traditionele methode een draad 14

toegevoegd met diameter van 1 mm en zo krijg je een bead van pakweg 5 mm zijn we niet gelimiteerd tot de vorm van het toegevoerde materiaal en dit staat ook los van de printkwaliteit. In de huidige R&D fase maken we gebruik van typische lasdraad, maar in principe kunnen we uitbreiden naar granulaten, poeder, geselecteerde afvalstromen of eerder geprinte onderdelen. Hierbij onderscheiden we ons dan ook meteen van de methodes die dure en hoge kwaliteitspoeders vereisen. Omdat onze resolutie eerder afhangt van de diameter van de nozzle, bereiken we een printresolutie van 0,4 mm en zelfs minder.’ ‘Dat heeft grote gevolgen voor het materiaalverbruik en bijhorende kostprijs. Want 1 kilogram aluminiumpoeder kost 75 euro, de draad slechts 5 euro/kilo. Bij gebruik van `primaire’ afvalstromen, zoals overschotten van lasersnijof ponsprocessen liggen de kosten nog lager en kan dit `afval’ terug opgewaardeerd worden met ons proces. Als je minder aluminiumpoeder nodig hebt zoals in onze methode, dan is de kostenbesparing aanzienlijk. Daar komt bovenop dat we ook de resolutie kunnen aanpassen, waardoor we ook sneller kunnen beginnen werken. Voorts zullen ook de mogelijke grondstoffen die ingezet kunnen worden enorm divers zijn. Dat opent veel mogelijkheden naar recyclage van andere materialen toe.’


TSN

WAGO I/O SYSTEM ADVANCED #madeforTSN Connectiviteit en snelheid vormen de basis van moderne productiefaciliteiten. Met het WAGO I/O System Advanced ontwikkelt WAGO een nieuwe IP20-oplossing, die de meest geavanceerde technologieĂŤn zoals TSN en OPC UA integreert. Zo voldoet het nieuwe I/O System Advanced aan alle vereisten voor een toekomstbestendig automatiseringssysteem.

www.wago.com/be-nl/open-automatisering

AUTOMATION MAGAZINE DECEMBER 2019

15


Op maat gemaakte oplossingen

Controle kasten

Panelen

Van concept tot ondersteuning, u kunt profiteren van de expertise van Norgren in op maat gemaakte elektropneumatische of pneumatische besturingskasten. > Ontwerp samen met de klant > Eenvoudig inkoopproces > Apparatuur is afgeschermd > Volledig gemonteerd en getest > Klaar voor installatie op de werf > Hulp bij installatie/opstart op de werf Meer informatie? Ga naar www.imi-precision.com

Engineering GREAT Solutions

powerful motion

Drive and Motion Technologies

ÂŽ

Dana Service and Assembly Center (SAC) Benelux

Als totaalleverancier van custom-made aandrijfsystemen, ontwerpt en produceert Dana SAC Benelux een breed assortiment van zowel mechanische, hydraulische en elektrische componenten. Door de integratie van de diverse producenten en technologieĂŤn binnen de Dana organisatie zijn wij in staat om voor bijna elke aandrijfapplicatie een oplossing te bieden.

16

Dana SAC Benelux +31 172 42 80 80 | benelux@dana.com | www.dana-sac-benelux.com


DOSSIER 3D PRINTING TWEEDE EXPERIMENTELE OPSTELLING AFGEWERKT ‘Momenteel is onze tweede generatie afgewerkt en lonken we naar de volgende stap. Die bestaat erin dat we ons systeem willen inbouwen in een bestaande CNC-machine. Het wordt boeiend om te zien hoe we onze bevindingen uit de tweede generatie – en de resterende problemen – kunnen omzetten naar een echt geïntegreerd systeem. Die overblijvende hinderpalen zijn divers van aard. Zo zien we soms nog fenomenen opduiken waar we nog gissen naar de oorzaak. Er moet ook nog vrij veel geëngineerd worden aan het plasmaprocédé en het samenbouwen van beide werkwijzes. Daarnaast zijn ook de parameters van het extrusieproces zo divers dat het niet evident is om alle mogelijkheden te testen. Daarom schrijven we nu testplannen uit om die randcondities goed af te bakenen want we willen ook niet met de natte vinger zaken wijzigen. We doen het onderzoek naar de parameters deels via simulatie. Op zich is dat nooit 100 procent correct, maar het helpt wel om ons testgebied te vernauwen.’ ‘Tot slot zal ook de inbouw in die machine ongetwijfeld tot nieuwe uitdagingen leiden. We bouwden nu een stand-alone versie, maar de bedoeling is dus om tot een plug & play principe te komen, waarbij het principe naadloos kan geïntegreerd worden in productielijnen of CNC-machines.’ CASE MET ALUMINIUM BEHUIZING ‘Momenteel zijn we in bespreking met enkele potentiële klanten die componenten hebben die interessant kunnen zijn voor ons procedé. Zo is er het voorbeeld van een aluminium behuizing, die moet dienen om dure camera’s te beschermen. In de huidige situatie gaat liefst 96 procent van het materiaal verloren. En daar komt ons voornaamste voordeel naar voor: onze methode laat toe om het stuk al het ruwe frame te produceren, het bedrijf hoeft enkel nog na te frezen. Een gigantische materiaal- en tijdswinst. De applicaties die wij voor ogen hebben zijn componenten van freesbedrijven, bedrijven die lage stukreeksen hebben (tot 10.000 stuks) en tot slot ook prototyping.’

U-VALLEY STIMULEERT START-UPS ValCUN heeft zijn uitvalsbasis in U-Valley, een voormalig industrieel complex in Oostakker (Gent). Het is een bedrijvencentrum voor innovatieve tech start-ups en wordt in de media de Belgische variant van Silicon Valley genoemd. ‘De liefde voor het 3D printen is ontstaan tijdens mijn doctoraat. In mijn vrije tijd ontwikkelde ik een raketmotor, een uit de hand gelopen hobbyproject waarbij ik de onderdelen zelf ontwikkelde’, vertelt Jonas Galle. ‘Maar als je start vanaf een blok aluminium, dan stel je al snel vast dat er heel wat materiaal verloren gaat. ‘Dat moest beter’, vond ik en startte een zoektocht naar een efficiëntere werkwijze. Ik kwam uit bij metaalprinten maar dat vond ik te duur.’ ‘Verdere analyse leerde dat er nog een groot ontontgonnen gebied is in deze materie. Dus vatte ik zelf de koe bij de horens. Tijdens mijn eerste werkervaring zette een collega me op het spoor van Vlaio, waar ik een subsidie kon krijgen om mijn onderzoek deels te financieren. Ook mijn spaargeld moest er toen aan geloven. Iets later is ook medezaakvoerder Jan De Pauw in het bedrijf gestapt. Hij is burgerlijk ingenieur elektromechanica gespecialiseerd in mechanische structuren en metallurgie, terwijl ikzelf meer in motoren thuis ben.’

Samenwerken met technologiepartners ‘Als startende onderneming in deze AUTOMATION MAGAZINE DECEMBER 2019 sector is financiering niet

Het tweede proces is een plasmatechniek. Eén van de uitdagingen wordt het samenbouwen van beide technieken en vervolgens de inbouw van het geheel in een machine.

evident. We willen zo snel mogelijk vooruit, maar dat kan niet zonder investering. We kunnen groeien op twee manieren: ofwel een berg geld er tegenaan gooien, ofwel werken met technologiepartners die willen investeren in ons bedrijf op langere termijn. In het eerste geval ben je voortdurend de baan op om middelen binnen te halen en dreigt de ontwikkeling van je technologie vertraging op te lopen. Wij kozen voor een andere benadering. We gingen op zoek naar partners die zich willen verbinden aan ons.’ ‘In deze beginfase zullen ze daar wellicht weinig winst uit puren en dragen ze een zeker risico, maar eens we uit de startfase zijn kunnen we hen volop laten meegenieten van hun eerdere investering. Dat kan door een verbintenis aan te gaan om op langere termijn met hen te blijven werken, of om hun initiële investering terug te betalen eens onze technologie ook commercieel uitgebouwd is. SMC is bijvoorbeeld één van die partners, zij leveren ons onder meer de geleidingen.’ Hugues Maes – managing director van SMC België – beaamt volledig: ‘Onze grootste klanten van vandaag zijn ook ooit klein begonnen. Het is een bewuste keuze van SMC om dit soort innovatieve bedrijven volop te ondersteunen. We geloven volop in het groeipotentieel van ValCUN.’ www.smc.be www.valcun.be

17


DE DIGITALE TOEKOMST VAN ONZE INDUSTRIE Peter Hinssen, innovatieondernemer, oprichter van nexxworks en auteur stelt vast dat Europa de digitale trein compleet mist. Hij was gastspreker op de zesde editie van Automation Magazine Day in het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika (Tervuren) waar hij de aanwezige leden van InduMotion vertelde dat leergierigheid en de ‘goesting om te begrijpen’, cruciaal zullen zijn om in de toekomst mee te kunnen met de technologische disruptiegolven die op ons af komen. Peter Hinssen is burgerlijk ingenieur elektronica en raakte gefascineerd door de wereld van de technologie toen hij als kind in 1982 de sciencefictionfilm ‘Blade Runner’ van regisseur Ridley Scott zag. ‘Met acteur Harrison Ford in een futuristisch Los Angeles vol domotica, robots en vliegende auto’s. De film speelt zich af in 2019, maar kijk, we hebben geen huisrobots, noch wagens die rondvliegen, er is hoogstens een WiFi-verbinding in huis.’ Toch is Peter Hinssen een tech-believer, want volgens hem staan we nog maar aan het beginpunt, en dit voor alle sectoren. ‘Niet alleen de retailsector, met onze kinderen die alles online kopen. Dat is slechts een opwarmertje voor de nakende digitalisering.’ De consument zal ook ‘absolute power’ hebben. ‘There is only one boss: the customer.’ Wereldwijd zoeken, prijsvergelijking en recensies geven aan klanten een grote macht. In onze industrie maakt het van oorsprong Duitse marketingbegrip Industry 4.0 nu opmars. ‘Maar ook de technologische disrupties op het vlak van gezondheid, landbouw, voedsel of energie, zullen ingrijpend zijn en daar moet Europa zich op voorbereiden.’ Nochtans hebben we hier geen ‘Silicon Valley.’ De laatste mondiaal relevante technologiespeler die uit Europa kwam, was SAP en dat is al van voor de eeuwwisseling geleden. ‘Er is een techoorlog bezig tussen Oost en West (lees: USA). In de Top 20 van grote techspelers staan 11 bedrijven uit de Verenigde Staten en 9 uit China. Amerikanen kunnen het niet verkroppen dat ze na 70 jaar hegemonie niet meer het meest technologische land ter wereld zijn.’ 18

Voorts hinkt ons onderwijs achterop om de technici van de toekomst op te leiden. ‘Ons onderwijs is bijzonder traditioneel georiënteerd. We moeten dit herdenken en zien wat essentieel en relevant is voor onze toekomst.’ In China studeren er elk jaar meer dan vijf miljoen STEM-talenten af. ‘Soldaten voor de ‘tech-war’ zijn het volgens Hinssen, een leger van ingenieurs en software-ontwikkelaars dat de Aziatische voorsprong op technologie in de volgende jaren enkel nog zal versterken. ‘De hamvraag is hier: hoe gaan we de ingezamelde informatie omtoveren in toegevoegde waarde? Het capteren en vertalen van die info, dit om de klant beter van dienst te zijn. In China wordt in de steden van de minderheidsgroep Oeigoeren gezichtsherkenning door camera’s gebruikt om mensen een ‘social credit scorecard’ te geven om zo dissidente mensen te controleren. AI wordt hierbij ingezet. Hoe meer data, hoe beter uw resultaat. AI is dan het einde van het digitale tijdperk en het begin van het cognitieve tijdperk.’ En wat doen we in Europa? ‘De fusie van de treindivisies van Siemens en Alstom wordt geblokkeerd. Er is hier in Europa geen enkele technologisch-digitale unicorn.’ Innovatie is daarom cruciaal, benadrukt Peter Hinssen en hij illustreert dit met een oude advertentie uit de New York Times van 1911 van paardenhandelaar Ed Klein die zich opwindt over het feit dat er meer auto’s in het straatbeeld verschijnen. In de advertentie roemt Ed Klein de voordelen van paarden en koetsen. Inmiddels weten we beter.


TECHONDERNEMER PETER HINSSEN ‘Digitaal is het Nieuwe Normaal’, luidt de titel van een boek van Peter Hinssen, maar dat dringt bij velen nog niet door, vindt hij. Bedrijven moeten vernieuwers in hun rangen kansen geven innovatief te zijn. Er moet meer ‘entrepreneurial spirit’ zijn, dan het status quo van managers, want die nemen geen risico. Een ondernemer durft wél te experimenteren.

binnen tien à dertig jaar uitzien, wanneer AI zo ver gevorderd geraakt dat ze verstandig genoeg zal zijn om delen van ons werk over te nemen?’ De doorbraak van AI is nog niet voor morgen, maar het is toch dichterbij dan je misschien denkt: bij recente enquêtes onder computerwetenschappers wordt er op 2040 tot 2060 gemikt.

‘Maar wat als Elon Musk nu één van uw werknemers was? Laat u hem uw bedrijf heruitvinden?’ Hier zijn bedrijven heel behoudsgezind. Ze remmen vaak hun eigen markt af. ‘Positive troublemakers’, hebben het hard als werknemer. De capaciteit bij ondernemingen om experimentele dingen te doen neemt af. ‘I never fail, I either win or learn’, zei Nelson Mandela.

Er zijn studies die zeggen dat 50 procent van alle taken die alle werknemers op de wereld vandaag uitvoeren, kan worden geautomatiseerd door AI en robotica. Er zijn scenario’s berekend, zoals bijvoorbeeld door het studiebureau McKinsey, waarin tegen 2030 zo’n 30 procent van alle huidige jobs zal kunnen worden vervangen door machines. Mensen die in een sociaal secretariaat, boekhoudkantoor, een bank of een verzekeringsmaatschappij dossiers beheren, bijvoorbeeld: hun job zal de komende jaren ingrijpend veranderen. Mensen die met informatie werken, met gegevens, … in de komende jaren duikt er wel een algoritme op dat die job veel beter kan doen … Maar tegelijkertijd gloort er ook hoop: verscheidene studies zeggen dat tot 65 procent van alle toekomstige jobs nog moet worden uitgevonden, omdat de komst van AI nieuwe bekwaamheden van de mens vereist.

Wie zijn de 1 procent ‘vernieuwers’ in uw bedrijf? Als een bedrijf een veranderingstraject volgt, is het belangrijk om de balans met de dagdagelijkse werklast anders te krijgen en meer de focus te hebben op de dag nadien, op de toekomst. En centraal in dit veranderingsproject staat de vraag hoe uw dienst of uw product in de toekomst nog relevanter kan zijn voor de klant. Sommige ogenschijnlijk oubollige bedrijven – zoals de Amerikaanse supermarktgigant Walmart – blijken toch volop te digitaliseren. Walmart komt thuis uw lege koelkast vullen. Op het gebied van e-commerce doet Walmart het zelfs beter dan Amazon. Er werken 2,7 miljoen mensen voor Walmart. ‘Kijk, 10 tot 30 procent van de jobs zullen verdwijnen, maar alle 100 procent van de jobs zullen veranderen.’ Digitalisering is een cocktail van vier belangrijke ingrediënten, zegt Hinssen. ‘Een platform in de cloud, het inzamelen van informatie want data is de olie waarop alles draait, artificiële intelligentie om alles te verwerken, en tot slot automatisatie via robotics.’ Zo is Amazon momenteel de eigenaar van het grootste robot-’leger’ ter wereld, zo’n 500.000 stuks.’ Kennis heeft ook een houdbaarheidsdatum en die wordt volgens Hinssen korter en korter. Zelf vindt hij zijn diploma burgerlijk ingenieur elektronica – uit 1993 – ‘behoorlijk beschimmeld.’ Zijn stevige basis wiskunde geeft hem wel voldoende capaciteit tot logisch nadenken en een probleemoplossend vermogen. ‘Maar we hebben in onze samenleving en in ons bedrijfsleven helaas geen mechanismen ingebouwd om levenslang leren en het constant ‘reskillen’ in te bouwen en aan te moedigen. We moeten ons permanent nieuwsgierig opstellen naar verandering en ons een constant leergierige attitude aanmeten voor nieuwe skills.’

Vanzelfsprekend zijn er ook heel wat menselijke vaardigheden die niet zo gauw door een computer zullen worden overgenomen. In jobs in techniek waarbij mensen machines bouwen en onderhouden is fijn vakwerk en creativiteit cruciaal en dat zijn net elementen die ons mens-zijn uniek maakt. In een wereld waarin technologie normaal wordt, zal ook alles wat met menselijk contact te maken heeft een enorme meerwaarde krijgen. Dus moet je inzetten op het creatieve, op het vinden van toegevoegde waarde. We gaan in een situatie komen waar mens plus machine altijd beter is dan mens of machine alleen. AI verhoogt ook de kans dat robots massaal worden ingezet: thuis, in onze maatschappij en in onze industrie. Wij mensen kunnen ons in de toekomst dan de hele dag kunnen bezighouden met onze hobby’s en passies. Captains of industry als Mark Zuckerberg (Facebook), Richard Branson (Virgin) en Elon Musk (Tesla) stellen dat de groei van AI moet gepaard gaan met de invoering van een universeel basisinkomen voor iedereen. ‘We zullen meer producten en diensten produceren met minder arbeid. Ooit deden we allemaal aan landbouw. Nu hebben we betere zaden en meststoffen. En de meeste mensen op de planeet zijn geen landbouwers meer. AI brengt ons, op diezelfde manier, een immense nieuwe productiviteit’, aldus Microsoft-oprichter Bill Gates.

Zo zal artificiële intelligentie (AI) een almaar grotere impact op onze levens krijgen. ‘AI zal onze jobs niet af nemen’, denken technologievisionairs. ‘Ze zal sámen met ons werken.’ Maar hoe zal dat precies in zijn werk gaan? En hoe zorgen we ervoor dat we ons dan als mens niet nutteloos gaan voelen? Hoe zal onze werkplek er AUTOMATION MAGAZINE DECEMBER 2019

19


UIT VOORRAAD! MEMBRAANACCUMULATOREN, BALGACCUMULATOREN EN ACCESSOIRES

W

ATT DRIVE EG GEARS

WEG MOTOR SCAN Performance monitoring ready for Industry 4.0 www.weg.net/wegmotorscan

Meer info? Verdeler voor België Hagbenden 39 A - B-4731 EYNATTEN Tel. 32 (0) 87 858 858 - Fax 32 (0) 87 858 859 info@euregiohydraulics.be www.euregiohydraulics.be - www.eh-business.be

DISPONIBLE DE STOCK ! ACCUMULATEURS À VESSIE, À MEMBRANES ET ACCESSOIRES Exclusief dealer RADICON BENZLERS reduktoren Dealer DAVID BROWN reduktoren

WG20 Geared Motor Range up to 18,000 Nm in line with market requirements g g g g

Alle motoren - reduktoren - ventilatoren

g

OMRON Frequentiesturingen

g

Grote voorraad, snelle service

g

Speciale wijzigingen in eigen werkplaats

g

Alle wikkelingen - motoranalyse - uitbalanceren - uitlijnen

Experience WG20: www.weg.net/wg20

Plus d’informations ? Distributeur pour la Belgique :

Hagbenden 39 A - B-4731 EYNATTEN Tél. 32 (0) 87 858 858 - Fax 32 (0) 87 858 859 info@euregiohydraulics.be www.euregiohydraulics.be - www.eh-business.be Gentstraat 187 Tel: +32 (0) 51 30 49 73

20

B-8770 Ingelmunster +32 (0) 51 30 98 63

3 types of gear units Robust, efficient Standard mounting dimensions Less noise Certifications for international markets Worldwide use Different motor modules Frequency inverter operation (100 Hz)

www.bci.be info@bci.be

WEG Benelux SA Tel.: 067 89 02 65

E-Mail: info-be@weg.net

Transforming energy into solutions. www.weg.net


PIRTEK

ZEKERHEID VOOR UW INSTALLATIES DOOR VOORSPELLEND ONDERHOUD Hoe zorg je als servicebedrijf in hydraulica voor tevreden klanten? Door zélf alle mogelijke technologische innovaties op te volgen en in te zetten in functie van een feilloze werking van de installaties van de klant. Pirtek is een mooi voorbeeld van dat streven. Zij passen onder meer trendanalyse in om voorspellend onderhoud (predictive maintenance) te realiseren. Het is managing director Harald Overwater die ons meer uitleg verschaft over het systeem: ‘Onze specialiteit is het aanbieden van service voor hydraulische installaties, op een 24/7 basis. Tot voor kort was dat op basis van calamiteiten: klanten ervaren een probleem, vervolgens gaan we ter plaatse. Vandaag schakelen we over naar een proactieve en predictieve onderhoudsstrategie. Dat doen we door de inschakeling van trendanalyse via het Internet of Things. Zo kunnen we ongeplande stilstanden vermijden.’ OP BASIS VAN SENSOREN ‘Het systeem werkt op basis van drie types sensoren waarmee we onder meer druk, temperatuur, saturatie en het aantal metaalpartikels in de vloeistof meten. Een voorbeeld: aan de hand van gegevens van een drukssensor die bij een filter geplaatst wordt, kan je de drukopbouw exact voorspellen wanneer die vervangen moet worden. Zo kan je overschakelen van periodieke vervanging naar gerichte vervanging. Hetzelfde geldt voor het aantal metaalpartikels in de hydraulische vloeistof. Bij een toename van het aantal chroom- of koperdeeltjes kan je die waarde verbinden aan de actuele slijtage van je pomp of actuator. Dankzij deze en andere meetgegevens die de sensoren genereren kunnen we een trendanalyse uitvoeren en een uitspraak doen over de toestand van de installatie. Dat heeft twee belangrijke voordelen: we kunnen onderhoudsbeurten gerichter inplannen én er ongeplande stilstand mee voorkomen. De sensoren zijn inzetbaar voor alle gangbare toepassingen en werkdrukken.’

In de centrale van Pirtek volgen technici 24/7 de toestand van uw installatie op.

behandeld worden door ons. Het LoRa netwerk heeft ondertussen zijn robuustheid bewezen en wijzelf gaan uiterst omzichtig om met de informatie uit sensoren.’ ERVARING VAN KLANTEN SPREEKT BOEKDELEN Ondertussen wordt ons systeem ingezet bij enkele grote bedrijven in Nederland, maar ook in België wordt het vandaag al bij enkele kleppers in de industrie ingezet. Harald Overwater: ‘De besparing is voor deze bedrijven aanzienlijk. Die realiseren we op meerdere vlakken. Er is de betere optimalisatie van het onderhoudsmoment van de filters, de voorspelling van de kwaliteit van de hydrauliekolie leidt tot minder stilstand en defecten. Maar het systeem leert ook zelf bij: door het bijhouden van trendanalyses van elke machine, kunnen we het onderhoudsmodel steeds verder aanpassen zodat we van echt voorspellend onderhoud kunnen spreken.’ www.pirtek.be

DRAADLOOS MOGELIJK ‘De gegevens kunnen via een draadloos LoRa netwerk gecommuniceerd worden en vervolgens naar onze diensten in Rotterdam gestuurd worden. Daar monitoren en analyseren we voortdurend de binnenlopende gegevens, volgens een 24/7 regime. Oplopende druk of abnormaal veel metaaldeeltjes in het systeem hebben we meteen in het vizier. Zo kunnen we zéér snel actie ondernemen als er bij onze klanten iets fout dreigt te lopen. Zeker voor kritieke applicaties geeft dit systeem meer zekerheid over het correct functioneren. Het draadloos communiceren kan indien gewenst ook vervangen worden door een bekabelde uitvoering. Gebruikers hebben ook de zekerheid dat hun data veilig AUTOMATION MAGAZINE DECEMBER 2019

Door meetgegevens die de sensoren genereren wordt een trendanalyse uitgevoerd. De timing om in te grijpen is cruciaal 21


BESTSELLERAUTEUR SCHRIJFT OVER ELEKTRONICA EN AANDRIJVINGEN Ingenieur Jean Pollefliet (82) blikt terug op rijkgevulde werk- en schrijfcarrière. Hij is een voorbeeld van het gezegde ‘Wie schrijft, die blijft’, en publiceerde talrijke naslagwerken over elektronica en aandrijvingen. We durven niet te tellen hoeveel scholieren, studenten en ingenieurs door zijn boeken, lessen en voordrachten gevormd werden. Gebaseerd op het aantal verkochte boeken moet dat in de tienduizenden lopen.

Automation Magazine ging bij ingenieur Jean Pollefleit op de koffie, voor een gesprek over een rijkgevulde carrière die ook làng na zijn pensionering verder bleef lopen. ‘Ik was in Gent bij de eerste Belgische lichting technisch ingenieurs die in 1958 afstudeerde in de richting Automatisering’, steekt Jean Pollefliet van wal. ‘Automatisering was toen iets gloednieuws. We werkten bijvoorbeeld aan projecten om automatisch plastiekfolie op maat te snijden, anderen maakten een machine die de conservenblikken van Marie Thumas controleerde. We beschikten ook al over een computer. Dat was een analoge computer van het merk Donner, toen was dat nog een unicum in Vlaanderen.’

‘Na mijn afstuderen volgde onmiddellijk mijn legerdienst. Ik was hier in Oostende ingelijfd bij de Belgische Marine als reserve-officier (technieker). Daarvoor moest men technisch of burgerlijk ingenieur zijn. Na een bijkomende technische opleiding van acht maanden kon ik er werken aan projecten rond navigatieinstrumenten voor de mijnenvegers. Ik was er bezig met dieptemeters, gyrokompassen, snelheidsmeters, het ontmagnetiseren van schepen en magnetisch en akoestisch mijnenvegen.’ BANDOPNEMERS BIJ PHILIPS ‘Na de militaire dienstplicht kon ik aan de slag bij Philips in Hasselt. Er was toen weinig werkgelegenheid in Vlaanderen, de meeste bedrijvigheid situeerde zich op de as Charleroi-Brussel en rond de Antwerpse Haven. Ik was met andere woorden blij dat ik in die nieuwe fabriek aan de slag kon. In Hasselt werden onder meer draagbare bandopnemers ontwikkeld. Toen telde het personeel nog 5.000 zielen, vandaag is dat allemaal verdwenen. Dat was op zich wel een boeiende periode, want Philips-ingenieurs van over de hele wereld kwamen er een opleiding volgen. Maar voor mij persoonlijk was het product té mechanisch. Veel elektronica kwam daar nog niet aan te pas. Elektronica is altijd mijn favoriete technologie geweest.’ “Toen kon ik beginnen in Antwerpen bij AMRC, een firma die alle elektronica (radar, radiozenders, dieptemeters …) op zeeschepen verzorgde. Er waren op dat moment maar een tweetal firma’s die deze activiteiten uitvoerden en voor bepaalde merken zoals Raytheon hadden wij het monopolie. Als elektronicaspecialist was dat meer mijn ding. Ik herinner me dat we in die periode ook aan proefvaarten deelnamen om de door ons geïnstalleerde navigatieradar en zenderinstallatie op schepen, gebouwd bij Cockerill, te testen.’ OVERSTAP: 42 JAAR IN HET ONDERWIJS ‘Ondertussen waren we beland eind de jaren zestig. De Amerikanen investeerden toen enorm in ons land, dat was een periode van steile groei. Om die nieuwe fabrieken

Jean Pollefliet kan bogen op een groot oeuvre technische boeken en vormde generaties studenten. 22


INTERVIEW DOOR SAMMY SOETAERT

van geschoold technisch personeel te voorzien was er een grote nood aan opleiding. Toen stapte ik over naar het onderwijs, waar ik eerst 10 jaar les elektronica gaf in het hoger secundair. Daarna verzorgde ik nog eens tien jaar lang het zevende specialisatiejaar Automatisering en het zevende jaar Televisie en Telecommunicatie aan de Rijkshogere Technische & Handelsschool te Gent, het latere Hogent. Dat zevende jaar was toen uniek in Vlaanderen. Leerlingen kwamen tot uit Limburg en de Westhoek om die extra opleiding te volgen. Later werden zevende specialisatiejaren meer algemeen, maar toen de opleiding tot graduaat gecreëerd werd is dat weggedeemsterd.’

hoger dan voor ons eerste boek ‘Industriële Elektronica.’ De achtste druk werd daarenboven vertaald naar het Engels en in 2017 uitgegeven door Elsevier New York, zowat de grootste wetenschappelijke uitgever in de wereld.’

‘In 1978 bekwam ik het diploma van industrieel ingenieur elektronica. Dat was toen het eerste jaar dat die opleiding ingericht werd. In 1980 ben ik dan overgestapt naar de Hogeschool BME, het latere Hogent, en ik heb daar 22 jaar les gegeven aan industriele ingenieurs in de vakken automatisering en elektrische en elektronische aandrijftechnieken. In 1995 heb ik tenslotte mijn doctoraat gehaald, ik ben gepromoveerd op basis van mijn boek over vermogenselektronica.’

VISIE OP ONS ONDERWIJS Met 42 jaar in het onderwijs, tienduizenden verkochte exemplaren van zijn boeken en tientallen opleidingen en voordrachten: het aantal mensen dat ooit opgeleid werd door Pollefliet is niet te tellen. Hoe kijkt hij aan tegen de evoluties in het onderwijs? ‘Wat ik zie is dat het algemene kennisniveau daalt. Dat merk je aan alles. Ik zag laatst een ingenieursstudente op TV die niet kon antwoorden op de vraag hoeveel 55 gedeeld door 2 is. Een andere antwoordde ‘Limburg’ op de vraag welke Vlaamse provincie zowel grenst aan Frankrijk als Nederland. Ik vind dat gebrek aan algemene kennis schrijnend. Maar de achterliggende oorzaak is minder makkelijk te benoemen.’ ‘De kwaliteit van het Vlaams onderwijs daalt spijtig genoeg verder, dat is één oorzaak. In de jaren vijftig werd de allerbeste leerling van de klas veelal onderwijzer. Vandaag is het soms net omgekeerd. Maar er is ook een probleem met de veranderende mentaliteit in de maatschappij. Alles is zeer prestatie- en doelgericht, maar de wil om kennis echt diepgaand te ontginnen ontbreekt wel eens. Alles moet snel en met zo weinig mogelijk moeite gebeuren. Gewoon geslaagd zijn is al voldoende en dat heeft gevolgen op het niveau.’

TIENDUIZENDEN EXEMPLAREN VERKOCHT Die boeken zouden uiteindelijk de exponent worden van de carrière van Pollefliet. Meer nog: ze vormen zowat zijn levenswerk, waar duidelijk met hart en ziel aan gewerkt is. ‘De eersteling schreef ik begin jaren ’70 als coauteur, samen met 2 andere specialisten. Dit eerste boek (Industriële Elektronica) was meteen een succes, het boek werd gebruikt in het middelbaar én het hoger onderwijs. Tussen 1971 en 1986 hebben we 5 drukken gehad met een totale oplage van meer dan de 30.000 exemplaren, telkens met de nodige aanpassingen want elektronica was in die periode zeer snel aan het evolueren.’ ‘Maar mijn specialiteit lag eerder in de aandrijfelektronica en uiteindelijk ben ik gestopt met medewerking aan dit boek en ben op eigen houtje vanaf 1986 gestart met ‘Vermogenselektronica.’ Tegelijkertijd werd de klassieke uitgever opzij gezet en zijn we gestart bij de beschutte werkplaats Nevelland. De hoofdbezigheid van Nevelland was hun drukkerij en we hebben een zeer mooie samenwerking gehad van de eerste tot de zesde druk. Door een personeelsprobleem bij Nevelland keerden we noodgedwongen terug naar de klassieke uitgevers en vanaf de zevende druk werd dit boek uitgegeven bij Academia Press. Ondertussen kwam in 2018 de negende druk van de pers. De eerste druk bevatte ongeveer 250 bladzijden, vandaag telt druk negen er meer dan 900.’ BIJSTUDEREN OVER HALFGELEIDERS ‘Ook al ben ik al gepensioneerd sinds 2002, toch blijf ik nauwgezet alles opvolgen en aanpassen. Zo kwamen er recent stukken bij rond windmolens en e-mobility (elektrische treinen, auto’s …) en studeer ik nog volop bij rond siliciumcarbide als basismateriaal voor halfgeleiders. Voor dit boek liggen de verkoopcijfers zelfs een heel stuk AUTOMATION MAGAZINE DECEMBER 2019

‘Wat mij ook pleziert, is dat het boek buiten het onderwijs gebruikt worden. Bedrijven delen ze uit aan hun personeel, soms met tientallen tegelijk. Ik verwelkomde trouwens ook honderden ingenieurs tijdens opleidingsessies van de Vlaamse Ingenieurs Kamer. Bedrijven stuurden vaak nieuwe mensen eerst op opleiding bij mij, tijdens één van die opleidingssessies.’

SPECIALISEREN IN EEN KLEIN DEELGEBIED ‘Ik zie ook dat de technische kennis van mensen meer en meer geconcentreerd wordt op één bepaald deelgebied. Zo creëer je eilanden, met mensen die enorm veel weten over één afgelijnd onderwerp maar daarbuiten weinig kennis opbouwen. Het is het fenomeen van de specialisatie: mensen die zeer veel weten over een beperkt domein met als toppunt van specialisatie mensen die alles weten over niets?’ ‘In de elektronica is het werken met blokken er van nature wat ingebakken - wij leerden veel aan de hand van blokschema’s - maar nu zie je dat ook opduiken in andere systemen. Er wordt gewerkt met grote blokken van schakelingen die een bepaalde functie uitoefenen, maar hoe dat exact gebeurt weet bijna niemand nog. De wil en tijd om ook die achterliggende technologie te begrijpen ontbreekt. Dat merk ik ook aan mijn boeken. Ondanks de brede verspreiding vind ik niemand die dit werk wil verderzetten. Ik heb hier en daar wel eens gepolst, maar er is momenteel niemand bereid dit op zich te nemen.’ 23


SMC DEMONSTREERT INDUSTRIE 4.0 TIJDENS ONDERWIJSEVENT T2-CAMPUS De T2-campus bij het bedrijvencentrum Thor Park op de oude mijnterreinen van Waterschei is het nieuwe epicentrum in Limburg waar werknemers gevormd worden voor een job in de ‘Factory of the Future.’ Persluchtspecialist SMC hield er een onderwijsevent met demo’s van de SIF-400 en Industrie 4.0-toepassingen in de Technology Trailer. De Genkse scholen, Syntra en de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB) hebben zwaar geïnvesteerd in de T2-campus, een stateof-the-art opleidingscentrum met 11 TECHlabs en 80 leslokalen. T2 staat voor Talent & Technologie. Er is een dagelijkse capaciteit van 1.300 ‘trainees’ en die term wordt opzettelijk gebruikt omdat de doelgroep zo breed mogelijk is opgevat en er zo geen onderscheid wordt gemaakt tussen leerlingen, werkzoekenden en werknemers. In totaal worden er meer dan 350 TECHopleidingen georganiseerd. De T2-campus opende in augustus 2018 en ook bedrijven ondersteunen het initiatief. De van oorsprong Japanse multinational SMC hield er in november een onderwijsevent en toonde de laatste nieuwe technieken in de sector. ‘Pneumatiek heeft een belangrijke rol in allerlei takken van de industrie en in veel applicaties is het aandeel van pneumatische componenten groot’, vertelt Hanne Vissers van SMC. ‘Om pneumatiek optimaal in te kunnen zetten is een goede basiskennis belangrijk. SMC verzorgt daarom meerdere trainingen en opleidingen. Wij hechten een groot belang aan die kennisoverdrecht en steunen alle initiatieven waarmee we jongeren of geïnteresseerden kunnen opleiden in de wereld van de perslucht.’ Voor de jongeren knutselde SMC onder meer een voetbalspel in elkaar waarbij de bewegende componenten 24

worden aangedreven met perslucht. Studenten van de STEM-richtingen (Science, Technology, Engineering & Mathematics) in onze technische scholen kunnen bij SMC ook een beroep doen op Engiproces om ze vertrouwd te maken met procestechnologie en automatisering. Het gaat om een zelfbouwpakket met draadloze aansturing en handleiding, voor het verplaatsen van vloeistoffen en met verschillende meetprincipes. Ook de Technology Trailer van SMC mocht tijdens het event niet ontbreken. De trailer, propvol techniek uit de automatiseringsindustrie, startte in 2016 met een bezoek aan de deelnemende technische scholen in Vlaams-Brabant en blijft dit doen tot in 2020. ‘Hiermee informeren we techniekleerlingen over de nieuwste ontwikkelingen inzake industriële automatisering, want deze onderdelen zijn te duur voor scholen om hierin te investeren en daarom beschikken ze niet over het nieuwste materiaal om te oefenen’, reageert Dirk Heylen van SMC. In de truck – gesponsord door FANUC, Sick, Siemens en SMC – staat een volledige productielijn opgesteld waarbij alle technologieën aan bod komen: RFID, robotica, I/Olink, elektrische assen, HMI, Profinet,


SMC ONDERWIJSEVENT webshop, afvullen van houder, opslag van producten, labelen en markeren van houders, inpakken en stockeren van houders, het afleveren van gewenste producten, recyclage en het beheer van de productie. De studenten leren ook de nieuwste sensortechnologie kennen waarbij producten continu worden gemonitord tijdens het productieproces.’ De trainingsmodule heeft een brede doelgroep zoals onderhoudselektriciens, onderhoudsmecaniciens, technische operatoren, studenten en leerlingen in technische richtingen en werknemers en werkgevers uit de industrie. Dat de SIF-400 kan gebruikt worden door verschillende mensen tegelijk is een pluspunt. Zelfs tot groepen van 20 personen kunnen deelnemen.’De nieuwe fabrieken zijn klantgericht, wat wil zeggen dat ze snel en efficiënt moeten zorgen voor massaproductie op maat, dit zonder onderbrekingen wegens insteltijden’, zegt Dario Clemente. safety, energy saving, sensortechnologie, vision control, frequentieregelaars, hydraulica en pneumatica. ‘Op school gaat het telkens over onderdelen, hier zie je het als één werkend geheel’, zegt Heylen nog. Het opleidingsinstrument bij uitstek voor Industrie 4.0 is de SIF-400 van SMC. Dario Clemente is instructeur van de SIF-400 op de T2-campus en doet dit in opdracht van de VDAB. SIF staat voor Smart Innovative Factory en 400 voor Industrie 4.0. SMC is wereldmarktleider op het gebied van pneumatica. Hun SIF-400 trainingssysteem omvat een slimme fabriek waar alle nieuwe technologieën aan bod komen: Industrial Internet of Things (IIoT), OPC UA, koppeling van webshop aan productie, robots, cobots en mobiele robots (AGV’s), cloud-toepassingen, MES & ERP beheerssysteem, RFID, preventief en predictief onderhoud, de koppeling van ICT naar industrie ... Dario Clemente: ‘In december 2018 ben ik hier gestart. Met de SMC SIF-400 wordt een volautomatische productielijn in een fabriek nagebootst en leren de studenten de nieuwste evoluties inzake automatisering kennen. Concreet kan met de SIF-400 een productielijn worden opgezet met een keuze van producten via

AUTOMATION MAGAZINE DECEMBER 2019

Vooral het gebruik van QR codes en machine vision technology is nieuw voor de studenten. In groepjes van 8 à maximaal 10 leerlingen volgen ze de opleiding, zodat er een persoonlijk aanpak is. ‘Cobots, machine vision, IO link … In de basisopleiding zijn ze daar op een theoretische manier mee in contact gekomen. Hier investeren de scholen, de VDAB en Syntra in labs om hen visueel de echte praktijk te tonen.’ Zijn collega Jani Chrissafakis beaamt. Hij geeft les over productietechnieken en lean manufacturing. ‘We bieden hier heel praktijkgerichte opleidingen in de nieuwste technologieën.’ Bert Bak, in Nederland SMC-verantwoordelijke voor opleiding, zegt dat SMC België een voortrekkersrol heeft als het gaat over samenwerking met scholen. ‘Er zijn mensen uit Nederland die vandaag 300 kilometer rijden om deze demonstraties hier te zien. In Nederland is er nog geen vraag vanuit de scholen, maar we werken daar aan, naar voorbeeld van wat er hier nu in België gebeurt.’

www.smc.be www.t2-campus.be

25


NIEUW LID INDUMOTION: ATELIER DU NORD

ATELIER DU NORD, THE POWER OF HYDRAULICS afgehaald en terug aangeleverd, u heeft dus geen logistieke zorgen.

Familiebedrijf Atelier du Nord uit Brugge werd opgericht in 1956 en is gespecialiseerd in hydraulica. Het bedrijf telt ondertussen 15 werknemers en wordt gerund door broer en zus, Bart en Mieke Pannier. Atelier du Nord is actief in onder meer de scheepvaart, baggerwerken, kraanindustrie, staalverwerking, automotive industry, wegenbouw en landbouw. Dankzij de interne afdeling Engineering, die een doorgedreven kennis en ervaring in huis heeft, kunnen zij oplossingen op maat van elke klant aanbieden in België, Nederland, Frankrijk en Duitsland. Naast het basisgamma kan Atelier du Nord ook op maat geproduceerde, kwalitatieve cilinders leveren. Geen enkele uitdaging is te groot of te klein. NIEUWBOUW EN HERSTELLINGEN VAN CILINDERS Atelier du Nord kon door de jaren heen heel wat knowhow opbouwen over de nieuwbouw en herstellingen van hydraulische en pneumatische cilinders. Atelier du Nord heeft de capaciteit om op korte termijn kleine en middelgrote series te produceren met een ongeëvenaarde kwaliteit en bijzonder hoge servicegraad. Met andere woorden, ze herstellen en produceren zowel grote als kleine cilinders, in serie of op maat. Na aankoop van uw cilinder kunt u op Atelier du Nord blijven rekenen voor technische ondersteuning. Materiaal kan door hun eigen transportdienst worden

Het familiebedrijf met een passie voor hydraulica heeft hiervoor een groot machinepark ter beschikking met verschillende conventionele en CNCgestuurde draaibanken tot 12 meter. Voor het freesen boorwerk heeft Atelier du Nord CNC-gestuurde bewerkingscenters en een bedfreesmachine. Ook uitwendig rondslijpen en honen is perfect mogelijk, net zoals nauwkeurig hardverchromen, vernikkelen of het aanbrengen van andere coatings op onderdelen om de slijtvastheid en corrosiebestendigheid ervan te garanderen. De familie Pannier investeert jaarlijks in het bedrijf en zijn machinepark. Zo werden er recent nog twee nieuwe CNCdraaibanken aangekocht, namelijk een Style 650 x 2900 en een Style 510 x 1350. Daarnaast is men volop bezig met de afwerking van de nieuw ontworpen testunit, om het testen verder te automatiseren. Blijven investeren en vooral innoveren is immers noodzakelijk voor de toekomst. Atelier du Nord heeft de ambitie om te groeien op een duurzame en kwalitatieve manier. 3.2-KEURING Atelier du Nord kan uw cilinder ook volledig onder keur produceren. Het materiaal wordt in dat geval met een 3.2-materiaalcertificaat aangekocht en alle onderdelen worden voorzien van een maatrapport. De cilinder wordt vervolgens getest waarbij de nodige testrapporten met foto’s worden opgesteld. Indien gewenst kan de klant of iemand van een keuringsinstantie, zoals onder andere Rina, Bureau Veritas of Lloyds Register, deze tests bijwonen. GEPASSIONEERD TEAM Ondertussen telt het team 15 gedreven werknemers, maar Atelier du Nord is steeds op zoek naar gemotiveerde mensen die mee willen bouwen aan de toekomst van het bedrijf en de sector. Kandidaten mogen zeker spontaan contact opnemen. Graag meer informatie of een vrijblijvende offerte? Neem gerust contact op met Atelier du Nord.

26

Atelier du Nord Dreef ter panne 8 8000 Brugge info@atelierdunord.be www.atelierdunord.be


COBOTRACKS

COBOTRACKS: EEN SPIN OFF VAN VANSICHEN LINEAR TECHNOLOGY Waar Vansichen Linear Technology focust op mechanische oplossingen voor lineaire bewegingen in de markt van machinebouwers en integratoren van industriële robots, zal Cobotracks lineaire systemen met een geïntegreerde software – om de cobot aan te sturen – verkopen. Cobotracks is een spin off van Vansichen Linear Technology. Een collaboratieve robot, of kortweg cobot, is een robot die samenwerkt met mensen zonder afscherming. Cobotracks biedt oplossingen aan bedrijven die het werkgebied van hun cobot willen vergroten. De tracks kunnen ingezet worden voor applicaties zoals het lassen van grote onderdelen, palletisering, enz …

marktleider voor cobots. Dit garandeert een eenvoudige plug-and-play voor Universal Robot klanten die de Linear Motion Kit integreren in hun applicatie. De almaar groeiende markt van cobots biedt opportuniteiten voor het inzetten van de Linear Motion Kit. Cobotracks is gevestigd in Genk bij de IncubaThor, steunpunt voor ondernemingen in slimme technologietoepassingen.

www.cobotracks.com

Zo ontwikkelde Cobotracks de ‘Linear Motion Kit.’ Hiermee kan de cobot bewegen over een lineaire track en tegelijkertijd aangestuurd worden vanuit de robot controller. Cobotracks richt zich op cobot intregatoren. De kit is ontworpen voor industrieel gebruik met als basis een stalen linaire module, een SEW-servomotor en cobot-specifieke software. De Linear Motion Kit is bovendien UR+ certified door Universal Robots, dé

Binnen 1 minuut online geconfigureerd ... geleverd binnen 1 tot 3 dagen ... met 40% langere levensduur*

Verminder tijd en kosten voor het ontwerp van tandwielen: configureer en bestel onmiddellijk online uw slijtageresistent tandwiel op maat - alles in minder dan 60 seconden. Geen werktuigkosten en daarom kosteneffectief door 3D printen, geen minimum afnamehoeveelheid. * in vergelijking met POM tandwielen. Testen van wormwielen met 5 Nm torsie en 12 rpm in het 2750m grote testlabo. 2

Bezoek ons: SEPEM, Rouen – Hal 1 Stand D 24

.be/tandwiel

igus B.V.B.A. Tel. 03-330 13 60 info@igus.be plastics for longer life ®

B(NL)-1194-Zahnrad 3D 190x60M.indd 1

®

31.10.19 11:11

27


Inge Bruynooghe, CEO van Ergotrics, gebruikt perslucht om patiënten beter te positioneren voor operaties

MANAGER HELPT NEUROCHIRURG MET COMMERCIALISATIE VAN WERELDPRIMEUR

28


INTERVIEW

‘Tijdens netwerkevents en vergaderingen ben ik vaak de enige vrouw, maar ik sta daar niet bij stil. Ik groeide op met vier broers en ben daardoor redelijk ongevoelig voor zo’n situaties.’ Inge Bruynooghe is volop bezig met de uitbouw van de start-up Ergotrics. Ze ziet een groot potentieel voor opblaasbare operatiekussens die patiënten in de juiste houding positioneren. ‘Er worden in Amerika en Europa jaarlijks 3,2 miljoen operaties uitgevoerd op patiënten in buikligging. Dat is een enorme markt voor Ergotrics.’ Inge Bruynooghe is voormalig plantmanager van Philips (Signify) in Turnhout en zet nu haar schouders onder de medische tech start-up Ergotrics. Ze studeerde voor handelsingenieur in Leuven en behaalde vervolgens een MBA aan de Cornell University (New York). ‘Ik zou een studie in buitenland aan iedereen aanraden. Dit was voor mij zeer complementair: veel praktische case study’s in kleine groepen, terwijl Leuven meer theoretisch was in een grotere groep studenten’, blikt Inge terug op haar studietijd. Inge groeide op in een ondernemersgezin want haar vader leidde Bruynooghe Koffie, een familiale koffiebranderij in Kortrijk. Het koffiemerk bestaat nog altijd en werd in 1999 overgenomen door het Turnhoutse Miko. De band met koffie is overigens gebleven want Inge Bruynooghe heeft een zitje in de raad van bestuur van Miko. Ergotrics uit het Kempense Turnhout is gespecialiseerd in het met perslucht positioneren en verplaatsen van patiënten bij een operatie. Het bedrijf is gevestigd op de Open Manufacturing Campus (OMC) op de oude Philipssite in Turnhout. En dat is geen toeval, want Inge Bruynooghe leidde deze Philipsvestiging. Ze werkte enkele jaren in Shanghai voor Philips. Haar man had een job bij een ander bedrijf en hun expat-contracten verliepen parallel. Later verhuisde Inge naar het Philipshoofdkwartier in Eindhoven en belandde ze in Turnhout. Na twintig jaar als manager in een multinational zocht ze een nieuwe uitdaging. ‘Vroeger was ik een kleine vis in een grote bokaal, en nu een grote vis in een kleine bokaal. Ik hou wel van die situatie.’ Dat OMC haar uitvalsbasis werd, is een logische keuze. ‘Een fijne omgeving, allemaal bedrijven die willen groeien en produceren. Je hebt hier veel kennis en kunde op amper één vierkante kilometer bij elkaar. Start-ups leren van elkaar, we inspireren elkaar, het is een goed ecosysteem. Mijn opdracht is structuur brengen bij Ergotrics en dit fantastische product naar de markt brengen.’

AUTOMATION MAGAZINE DECEMBER 2019

Ergotrics werd in 2014 opgericht door neurochirurg Paul Depauw. Dokter Depauw stelde in de operatiekamer vast dat het niet simpel is om een verdoofde patiënt te kantelen. ‘Vaak is hiervoor extra verpleegpersoneel nodig – soms tot zes man – om dit op een veilige manier te doen. Als dokter werd hij dagelijks met dit probleem geconfronteerd’, vertelt Inge. ‘Toen hij tijdens een nieuwsbulletin zag hoe een gekantelde truck door de brandweer werd rechtgezet door middel van stootkussens met perslucht, kreeg hij het idee om dit principe ook op de operatietafel te gebruiken.’ ‘Patiënten worden altijd eerst in rugligging onder narcose gebracht. Afhankelijk van het soort operatie moet je ze dan op hun buik en in de juiste positie krijgen. Vooral bij rugoperaties – door neurochirurgen – is dat het geval. Daarom dat dokter Depauw een oplossing zocht om het omdraaien zo efficiënt mogelijk te laten verlopen. Voorts is de positionering cruciaal om de druk op het lichaam te minimaliseren om zo complicaties en bloedingen te vermijden.’ Een Ergotrics Inflatable Board (IBO) heeft een inkeping langs één kant en kantelt de patiënt vanuit rugligging tot 70 à 80 graden, waarna deze op de buik op de operatietafel belandt. De mat bestaat uit foam omhuld met huidvriendelijk textiel dat ook gebruikt wordt in politievesten. Nog voor de kanteling worden Inflatable Prone Support (IPS) kussens op de patiënt aangebracht op borst en bekken en dan opgeblazen zodat de patiënt in de juiste operatiehouding ligt en alle lichaamsdelen drukvrij blijven tijdens de operatie. Sedert de benoeming in oktober 2018 van Inge Bruynooghe tot CEO kende het bedrijf een groeiversnelling. ‘In juni werd ons product gelanceerd. Het patent dateert van 2014 maar er waren enkele hindernissen. Ze bleek de kostprijs om het prototype te produceren veel duurder, het materiaal was niet huidvriendelijk, enz … Je moet uw product schaalbaar maken en dat vertalen naar een efficiënt productieproces’, aldus Inge. 29


Kussens met perslucht om patiënten op de operatietafel te positioneren zijn in feite een wereldprimeur. ‘De aanvoer van perslucht is sowieso voorzien in elke operatiekamer. Je hebt er verschillende aansluitingen voor de aanvoer van zuurstof, stikstof, lachgas en dus ook compressed air. Zo wordt perslucht ook gebruikt voor de aansturing van boren.’ ‘Ergonomisch is ons product een belangrijke verbetering. In de industrie en bouw zijn er regels dat indien er zakken moeten worden getild, deze niet meer dan 25 kilo mogen wegen. Een patiënt kan meer dan 100 kilo zwaar zijn, dus voor de belasting van het personeel in de operatiekamer maakt dit een enorm verschil uit. Er is ook meer bewustzijn inzake veilige en ergonomische manieren van heffen.’ De start-up heeft inmiddels drie verkopers in dienst en is in Europa volop bezig met het opbouwen van een netwerk van distributeurs. Het product van Ergotrics heeft inmiddels ook het Europees CE-keurmerk gekregen. Inge Bruynooghe: ‘We zijn volop bezig met onze kussens overal te demonstreren. Chirurgen zien meteen het nut en de voordelen er van in. Er is veel interesse, maar ziekenhuizen werken met budgetten en dus moeten ze voor deze investering een apart potje voorzien en zoiets kost tijd.’ Voor Inge Bruynooghe is de uitrol van deze kussens niet het eindpunt, want ze ziet heel wat andere toepassingen. Zo kan het gamma uitbreiden naar producten voor zwaardere patiënten want de markt van obese patiënten groeit, zeker in de Verenigde Staten. ‘Ook in ziekenhuizen en in de thuiszorg kunnen we bepaalde fysieke taken ergonomisch verbeteren. Bijvoorbeeld het wassen van patiënten, vooral als deze bedlegerig en zwaarder zijn. Door het opblazen van de mat, kan een patiënt eenvoudig in de gewenste houding worden gebracht. We denken aan co-creatie om met thuisverplegers een mobiel systeem met opblaasbare kussens te ontwerpen. Voorts onderzoekt Ergotrics

met de hulp van Universiteit Antwerpen potentiele toepassingen in de dierengeneeskunde Digitaal zijn er ook heel wat uitdagingen. ‘Momenteel hebben we in de kussens elektronica om te meten hoeveel keren ze worden gebruikt. In de toekomst kan bijvoorbeeld bij thuiszorg via sensoren in de kussens de houding van een patient gecontroleerd worden, om zo doorligwonden te vermijden. Onze administratie is digitaal, maar de productie handmatig. Later bij een grotere productie zullen we die processen ook automatiseren.’ Het scheelde destijds niet veel of Inge Bruynooghe studeerde voor burgerlijk ingenieur, maar ze vreesde dat die studie té technisch en minder breed georiënteerd zou zijn. ‘Ik heb een grote bewondering voor mensen die een idee kunnen omzetten in een technisch product.’ ‘Vrouw’ zijn heeft Inge in haar carrière nooit gehinderd. Ook niet in het mannenbastion dat Philips destijds was. ‘Je hoort wel de klassieke grapjes, maar zoiets heeft me nooit tegengehouden. Ik droeg als jong meisjes nooit rokjes, en tot grote frustratie van mijn dochter hou ik niet van shoppen.’ (lacht) Inge vindt het wel opvallend dat in Nederland de sociale druk op werkende moeders groter is dan in België en de kinderopvang is ook duurder. In Nederland zie je aan de top nog minder vrouwen die leidinggeven en ook moeder zijn. Haar raad aan ambitieuze meisjes: ‘Je steekt veel tijd in je carrière. Kies daarom werk dat je ontzettend graag doet, waar je elke dag van kan bijleren. Als je iets graag doet en je doet het veel, dan ga je daar na verloop van tijd ook goed in zijn.’ Voor Inge zou het Belgische onderwijssysteem reeds in de lagere school techniek bij onze kinderen moeten aanmoedigen door techniek als vak aan te bieden op punten, evenwaardig aan wiskunde of nederlands. ‘Scholen moeten zich onderling ook organiseren om per regio goed uitgeruste STEM-Campussen op te richten, met docenten uit de praktijk die zelf in de automatisering hebben gewerkt. Hier is ook de wisselwerking tussen die STEM-scholen en de industrie belangrijk. Bedrijven moeten onze technische scholen zo goed mogelijk ondersteunen, bijvoorbeeld door de uitwisseling van kennis over de laatste nieuwe automatiseringstechnieken’, besluit Inge Bruynooghe. www.ergotrics.com


NIEUWE WEBSHOP FLUICONNECTO

NIEUWE WEBSHOP EXPONENT VAN SERVICEBENADERING FLUICONNECTO Fluiconnecto -onderdeel van wereldspeler Manuliwordt meer en meer een bekend gezicht in onze sector. Het bedrijf wil die groei verder uitbouwen en het lanceren van een uitgebreide webshop past naadloos in die strategie.

componenten. De ervaren en vakbekwame SOS-technici assembleren en monteren hydraulicaslangen bij klanten in diverse sectoren zoals onder meer de maakindustrie, landbouw, olie&gas, material handing, recycling en de maritieme sector.’

Het is bedrijfsleider Tom Goossens die ons doorheen zijn bedrijf leidt: ‘Fluiconnecto by Manuli heten we voluit, want we zijn trots dat we onderdeel zijn van deze toonaangevende internationale service-organisatie. Wereldwijd beschikt de Manuli Group over 3500 medewerkers die actief zijn in 33 landen, we kunnen dus met recht en reden spreken van een wereldspeler. Het bedrijf kan ook bogen op een rijke geschiedenis, die teruggaat tot in 1935.’

‘Een derde punt is de kwaliteit van onze producten en het uitgebreide gamma. Het zou ons wat te ver leiden om àlles te beschrijven wat we in huis hebben, maar ik probeer toch een overzicht op te sommen. Bij de hogedruk-hydraulicaslangen bieden we onder meer rubber, teflon en thermoplastische hogedrukslangen aan, net zoals hydraulicaslang met gevlochten staalinlagen en spiraalgewonden uitvoeringen. Voorts hebben we alles in huis voor hydraulische snelkoppelingen en hun montage, zoals beschermingskap & pluggen, flenzen, adapters en snijringverbindingen van 24 graden.’ ‘Bij de industriële slangsystemen vinden we onder andere alle industriële koppelingen en slangen en de nodige componenten voor diagnostiek. Ook voor koeling, airconditioning en waterreiniging beschikken we over de gangbare oplossingen. Dankzij onze uitgebreide voorraad slangen, koppelingen en Manuli slangpersen zijn we ook in staat om slangassemblages te maken met diameters van DN 5 tot en met DN 120 (4”). We persen rubberen, metalen en thermoplastische slangen met kunststof koord, gevlochten staaldraad, gespiraliseerd staaldraad en multispiral versterking’, aldus Tom Goossens.

‘Fluiconnecto maakt een wezenlijk deel uit van de groep, met meer dan 1300 werknemers. In de Benelux beschikken we over 11 vestiingen, waarvan 2 in België: eentje in Antwerpen en eentje in Vilvoorde.’ FOCUS OP SLANGEN EN KOPPELINGEN ‘Onze focus ligt op slangen en koppelingen, zowel voor levering van componenten, het verzorgen van onderhoudsdiensten en het overdragen van kennis van producten en toepassingen aan alle marktsegmenten. We zijn daarbij gespecialiseerd in toepassingen voor hogedruk hydraulica. Ik hoef u niet te vertellen dat uptime belangrijk is in onze sector. Niemand ligt graag stil.’ ‘Het is als service-organisatie zaak om klanten zo snel mogelijk weer op weg te helpen. Dat doen wij via een meervoudige benadering. Vanuit onze gespecialiseerde servicepunten -ook wel bekend als Hydroshops- voeren we vooreerst onderhouds-, reparatie- en revisietaken uit. Ook kleinschalige nieuwbouw kunnen we daar snel voor onze rekening nemen.’ ‘Een tweede pijler in onze benadering vormt onze mobiele Service on-Site (SOS) dienst. Die verhelpt in een 24/7 regime stilstand op locatie van de klant door het uitvoeren van reparaties of vervanging van hydraulische

AUTOMATION MAGAZINE DECEMBER 2019

NIEUWE WEBSHOP MET HOGEDRUKTOEPASSINGEN ‘Sinds kort beschikken we over een nieuwe webshop die toegespitst is op de hogedruktoepassingen. Er zijn vandaag bijna 10.000 onderdelen en componenten op beschikbaar. De orders worden nog de dag zelf verzonden. Dat maakt onze slangen en montageonderdelen snel bereikbaar voor iedereen. Zo bieden wij de snelheid en wendbaarheid die past bij de service die wij klant of prospecten wensen te bieden. En er is meer goed nieuws, want we werken momenteel hard aan de Franstalige versie van de webshop.’ www.fluiconnecto.be

31


Lieven

Live in

DNA

SCHEIRE NERDLAND

ZON 12.01

ZAT 25.01 VRIJ 31.01 ZAT 1.02 DON 6.02 DON 13.02 VRIJ 28.02 WOE 4.03 ZAT 7.03 VRIJ 13.03 ZAT 21.03 DON 26.03 DIN 31.03 DON 16.04 VRIJ 17.04 DON 23.04 VRIJ 24.04 ZAT 25.04

Een entertainende theaterlezing over de menselijke genetica en hoe die heel binnenkort ook jouw leven gaat veranderen.

INFO & TICKETS

WWW.LIEVENSCHEIRE.BE 32

DENDERMONDE

BELGICA

ZAVENTEM

DE FACTORIJ

IEPER

HET PERRON

TERVUREN

DE WARANDEPOORT

WEMMEL

DE ZANDLOPER

IZEGEM

DE LEEST

GENK

C-MINE CULTUURCENTRUM

KORTRIJK

SCHOUWBURG

ZELE

DE WIEK

TESSENDERLO

HET LOO

KNOKKE-HEIST CULTUURCENTRUM

LANAKEN

CC LANAKEN

EEKLO

DE HERBAKKER

ANTWERPEN

ARENBERGSCHOUWBURG

TIELT

GILDHOF

KEERBERGEN

DEN BUSSEL

HOOGSTRATEN

GEMEENSCHAPSCENTRUM

MOORSLEDE

DE BUNDER

DON 14.05

BRUGGE

VRIJ 15.05

GENT

SCHOUWBURG CAPITOLE


AUTOMATION MAGAZINE DAY

LIEVEN SCHEIRE WINT DE AUTOMATION MAGAZINE AWARD In zijn nieuwe show brengt Lieven Scheire de thematiek rond DNA onder de aandacht. Je kan DNA immers aanpassen en daar is momenteel geen regelgeving rond, aldus Scheire. Op het moment dat u dit leest maakt hij zich klaar om in het voorjaar 2020 met zijn show doorheen Vlaanderen te touren, maar eerst nam hij tijdens de zesde editie van Automation Magazine Day de Automation Magazine Award in ontvangst. Televisiemaker Lieven Scheire vertelde tijdens de uitreiking hoe hij als kind met Veldeman-bouwpakketten mechanische constructies in elkaar knutselde. Automatisering heeft hem altijd gefascineerd en hij diende in het verleden eens een voorstel voor een televisieprogramma in waarbij hij in een volautomatisch huis zou wonen en de voordelen hiervan aan de kijker zou uitleggen. Momenteel is Scheire gefascineerd door het ‘knippen en plakken’ van DNA waarmee wetenschappers in de toekomst tot ‘enhanced humans’ kunnen komen. Lieven Scheire: ‘Het is nu reeds mogelijk om in Cyprus tegen fikse betaling het geslacht van een baby en de kleur van de ogen te bepalen. In de polosport klonen ze een ideaal paard waardoor ze er zes gelijke versies van hebben zodat de speler de hele wedstrijd op zijn lievelingspaard kan rijden.’ Bedoeling is om met de manipulatie van DNA zware ziektes uit de wereld te helpen, maar momenteel is er geen regelgeving op dit gebied.

ZESDE EDITIE AUTOMATION MAGAZINE DAY De zesde editie van Automation Magazine Day vond plaats in het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Tervuren. Het museum vond zijn oorsprong in het koloniale deel van de Wereldtentoonstelling van 1897 en was een initiatief van koning Leopold II die het als propaganda-instrument zag om zijn koloniale project – Congo was zijn privé-eigendom – in een positief daglicht te stellen. Hij toonde in de laatste zaal van het museum hoe rijk Afrika aan grondstoffen is, en overhaalde zakenmensen om te investeren in Congo. Tegenwoordig beschikt het gerenoveerde museum over een uitgebreide expertise in mens- en natuurwetenschappen en is het een wetenschappelijk referentiecentrum voor Afrika. De leden van InduMotion werden rondgeleid en maakten onder meer kennis met Moseka, een verkeersrobot die door elektrotechnisch ingenieur Thérèse Izay Kirongozi is ontworpen om de Congolezen bewust te maken van het hoge aantal verkeersdoden in de Afrikaanse steden. De volgende oproep voor de Automation Magazine Award 2020 verschijnt in het maartnummer van dit magazine. www.automation-magazine.be www.lievenscheire.be

De Automation Magazine Award is een jaarlijkse onderscheiding uitgereikt door de beroepsfederatie InduMotion en de redactieraad van het vakblad Automation Magazine aan een persoon, bedrijf, kennisinstelling of organisatie die zich inzet voor techniek en wetenschap in het algemeen, en/of zich verdienstelijk maakt in de sector van de aandrijftechnieken (hydraulisch, pneumatisch, mechanisch en elektrisch) en de industriële automatisering in het bijzonder. Lieven Scheire werd gekozen uit een groot aantal nominaties omdat hij volgens de leden van de redactieraad van Automation Magazine door zijn enthousiasme, humoristische invalshoeken en verstaanbare taal het grote publiek op een originele manier laat kennismaken met de wereld van techniek en wetenschap. Uit het juryrapport: ‘Lieven Scheire zet zich op een onnavolgbare wijze in om de wereld van techniek en wetenschap op een originele manier onder de aandacht te brengen van jongeren. Hij doet dat met zijn televisieoptredens en theatershow en zorgt door middel van humor dat het doorgaans saaie imago van wetenschappers en ingenieurs wordt doorbroken en dat ‘nerds’ voortaan toch ‘cool’ kunnen zijn.’

AUTOMATION MAGAZINE DECEMBER 2019

33


NIEUW LID INDUMOTION: BECKHOFF

XPlanar is uiterst flexibel en daardoor geschikt voor de allerlei transporttaken op de meest uiteenlopende toepassingsgebieden, inclusief de farmaceutische en levensmiddelenindustrie.

PLANAIR MOTORSYSTEEM BECKHOFF: ZWEVENDE MOVERS MET ZES VRIJHEIDSGRADEN Beckhoff is specialist in open automatiseringssystemen gebaseerd op PC besturingstechniek en heeft in België zijn uitvalsbasis in het Limburgse Lummen. Het productassortiment bij Beckhoff bestrijkt industrie-PC’s, I/O- en veldbuscomponenten, aandrijftechniek en automatiseringssoftware. Met XPlanar slaat Beckhoff nieuwe wegen in op het gebied van machinebouw. Dit wordt mogelijk gemaakt met planaire movers die vrij boven naar behoefte geplaatste planaire tegels zweven en waarmee een uiterst flexibele, nauwkeurige en zeer dynamische positionering wordt bereikt. Dit biedt machinebouwers maximale vrijheid en vereenvoudigt het ontwerpen van machines en installaties.

hoge bewegingsdynamiek, kunnen bijvoorbeeld productstromen heel eenvoudig en individueel worden verdeeld. Hierdoor kunnen voorheen noodzakelijke robots of andere niet-flexibele mechanische installaties efficiënt worden vervangen. Dankzij de contactloze beweging van de movers is er geen sprake van slijtage, emissies en het overdragen van verontreiniging.

Het XPlanar-systeem combineert een individuele plaatsing van planaire tegels met een multidimensionale positioneringsmogelijkheid van de erboven zwevende planaire movers. Daarbij kunnen de movers zonder schokken contactloos met een snelheid van maximaal 4 m/s, een versnelling van 2G en een plaatsingsnauwkeurigheid van 50 µm tweedimensionaal worden verplaatst, en dat alles geruisloos en zonder slijtage.

FLEXIBELE EN VEELZIJDIGE BEWEGINGSFUNCTIES De basis van het XPlanar-systeem wordt gevormd door 240 x 240 mm grote planaire tegels die in elke gewenste en daarmee precies op de toepassing afgestemde geometrieën kunnen worden geplaatst. Deze bevatten alle elektronica en de EtherCAT G-communicatie. Daarboven zweeft – dankzij geïntegreerde permanente magneten – een vrij te kiezen aantal planaire movers. De movers kunnen daarbij niet alleen horizontaal, maar ook verticaal en zelfs ondersteboven worden gebruikt. Er is keuze uit vier verschillende typen planaire movers: • de kleine mover van 95 x 95 mm voor lasten tot 0,4 kg • de standaardmover van 155 x 155 mm voor lasten tot 1,5 kg • de lange mover van 155 x 275 mm voor lasten tot 3 kg • de grote mover van 275 x 275 mm voor lasten tot 6 kg

Het schaalbare planaire motorsysteem kan op de behoefte worden afgestemd. Dit maakt het ontwerpen van machines en installaties veel eenvoudiger. Door de uiterst flexibele plaatsing van movers en de zeer

De tweedimensionale X/Y-positionering van de mover wordt aangevuld met andere bewegingsfuncties: • Tot 5 mm optillen en laten zakken, desgewenst inclusief weegfunctie

34


• Tot 5° kantelen voor transport en handling van vloeistoffen • Tot ±15° draaien of door middel van speciale planaire tegels tot 360°

Simplified Motion Series Eenvoudige beweging

De botsingsvrije en gesynchroniseerde verplaatsing van meerdere movers en een automatische routeoptimalisering zijn andere functies die door de automatiseringssoftware TwinCAT worden aangeboden. Op die manier kan door het bewegen van meerdere movers in combinatie met elkaar de maximale last worden vergroot. GESCHIKT VOOR DE MEEST UITEENLOPENDE TOEPASSINGEN XPlanar kan worden gebruikt als uiterst flexibel transportsysteem bij de algemene machinebouw, en hier in het bijzonder voor het automatiseren van processen zoals verpakken, monteren, sorteren en order picking. De vrije keuze van oppervlakken – makkelijk te reinigen glas, roestvrij staal in Hygienic Design of kunststof folie – ondersteunt daarnaast het gebruik in cleanrooms, in de farmaceutische en levensmiddelenindustrie en bij vacuümtoepassingen.

Slimme Connectiviteit

www.beckhoff.be/xplanar Beckhoff Automation bvba Klaverbladstraat 11.2/2, 3560 Lummen, Belgium Telefoon: +32 (0) 13 / 25 22 00, info@beckhoff.be www.beckhoff.be

Eenvoudige positionerings- en bewegingstaken kunnen nu ook elektrisch worden gerealiseerd. De Simplified Motion Series is ideaal voor bewegingen tussen mechanische eindposities met een klein aantal parameters.

• Bediening zonder software gebaseerd op het plug-and-work-principe • Eenvoudige en snelle inbedrijfstelling zonder een computer, software of ander toebehoren • Aansluiting via IO-Link® voor verbeterde functionaliteit inclusief diagnostiek

Bij XPlanar zweven planaire movers vrij over naar keuze geplaatste planaire tegels.

• Kies voor digitale IO voor simpele functies of voor IO-Link® voor extra functies

www.festo.be/sms AUTOMATION MAGAZINE DECEMBER 2019

35


Op een indrukwekkend touchscreen van 35 vierkante meter groot, dat zowel de achter- als zijwanden van de ruimte bedekt, worden aan klanten gepersonaliseerde oplossingen getoond.

SIEMENS MAAKT MET VERNIEUWD CC4I DIGITALE TRANSFORMATIE ZICHTBAAR Digitalisering staat bij heel wat bedrijfsleiders in de Belgische maak- en procesindustrie bovenaan de agenda. Toch is een digitaal transformatietraject – om innovatiever, efficiënter en productiever te zijn – voor velen een stap in het onbekende. Daarom opende Siemens het vernieuwde Concept Center 4 Industries (CC4I) in zijn hoofdkantoor in Huizingen om aan de hand van tastbare prototypes te demonstreren wat de mogelijkheden zijn.   Siemens speelt met het Concept Center 4 Industries in op de toenemende marktvraag voor concreet implementeerbare oplossingen voor digitaliseringstrajecten. In 2015 opende Siemens in Huizingen voor het eerst de deuren van het CC4I om bedrijven te laten kennismaken met digitaliserings- en automatiseringsoplossingen van ‘Industrie 4.0’. Dit jaar werd het centrum volledig vernieuwd.  Wie binnenstapt in het vernieuwde Concept Center, waant zich meteen in een futuristisch controlecentrum: een lange witte tafel, een indrukwekkend touchscreen van 35 vierkante meter groot dat zowel de achter- als zijwanden van de ruimte bedekt, en verschillende prototypes van industriële toepassingen springen meteen in het oog. Op de touchscreen zijn visuele analyses te maken en je kan een beroep doen op een enorme kennisdatabase. In feite kan je het witte bord zien als de top van een enorme data-ijsberg. Zo haal je relevante voorbeelden aan en bekijk je een compleet product 36

en service portfolio. Voorts zullen op termijn talloze prototypes of ‘Proof Of Concepts’ aanwezig zijn waarmee men meteen aan de slag kan. ‘Het CC4I is een krachtig instrument om industriële spelers wegwijs te maken in de implementatiemogelijkheden van onze oplossingen’, vertelt  Eddy Nelis, Senior Vice President. ‘Onze huidige industriële bedrijven willen producten van goede kwaliteit snel op de markt kunnen brengen, en dit op een kost-efficiënte manier. Siemens levert hiervoor de antwoorden. Wij tonen aan dat we klaar zijn voor de industriële wereld van morgen. Bedrijven worden in het CC4I op weg geholpen om tot een gerichte oplossing voor hun uitdagingen te komen. We halen hiervoor data uit de reële wereld en gaan die data virtueel injecteren. Zo zijn we in staat om nog voor de productie start een product virtueel voor te stellen en te bepalen hoe dit op de meest kwaliteitsvolle en efficiënte manier kan worden geproduceerd.’ De sterkte van het Siemens Concept Center 4 Industries zit hem in de gepersonaliseerde ervaring. Omdat elk bedrijf anders is en andere uitdagingen heeft, zal ook elk bezoek verschillend zijn. ‘Wel hanteren we een geijkte methodologie om tot gerichte oplossingen te komen’, verduidelijkt Bart Demaegdt, Technology Manager Digitalization. ‘Omdat elk bedrijf anders is en andere uitdagingen heeft, is elk bezoek verschillend. Het is niet meer: One size fits all. De bezoeker doet altijd eerst zijn


SIEMENS SIEMENS CC4I verhaal: Waarmee worstelt de organisatie? Waar staan ze vandaag en waar willen ze staan over vijf of tien jaar? Op basis van dit verhaal onderzoeken we met behulp van onze brede waaier aan informatie, concrete oplossingen. Door in kleine groepjes te werken, zijn deze sessies zeer interactief.’ ‘Dit is geen presentatieruimte, maar een technologiecentrum waar we aan klanten onze volledige portfolio kunnen laten zien en uitleggen, en dit in alle dimensies. Wij willen hiermee de taal van de klant spreken. Het CC4I is een plaats waar ideeën uitgewisseld, uitdagingen besproken en reële oplossingen gezocht én gevonden worden’, aldus Thierry Van Eeckhout, Vice President Sales Digital Industries. Het CC4I is er niet enkel voor Siemens-klanten, maar alle bedrijven kunnen hier terecht. Bart Demaegdt: ‘Onze deuren staan open voor zowel klanten als niet-klanten, en afhankelijk van hun specifieke sector, uitdagingen, doelen en de technologie die ze vandaag al gebruiken krijgen ze een ander verhaal te horen.’ En wat als tijdens zo’n onderzoek blijkt dat de bezoeker bepaalde aspecten van de problematiek nog niet overwogen had? Denk maar aan een bedrijf dat geïnteresseerd is in betrouwbare stroomvoorziening voor een datacenter, maar dat tot nog toe geen rekening had gehouden met de impact op cybersecurity. ‘De interface van het CC4I is zo opgebouwd dat technologieën die buiten de oorspronkelijke scope van het verhaal vallen besproken worden, zonder dat we de focus verliezen. Zo krijgen we snel een overzicht van de beschikbare oplossingen voor bijvoorbeeld cybersecurity, terwijl het hoofdverhaal toch over die stroomvoeding blijft gaan. Aan het eind van de rit krijgt de bezoeker dan een helder overzicht van wat er allemaal bij komt kijken.’

En hoe toont Siemens aan dat de voorgestele oplossingen ook daadwerkelijk het gewenste resultaat zullen opleveren? Bart Demaegdt: ‘Het uiteindelijke doel van een bezoek is niet om de aanwezigen naar huis te sturen met nog meer mooie verhalen over de kracht van digitalisering. Daarom is het CC4I zo opgebouwd dat we naadloos de brug kunnen maken van de virtuele naar de reële wereld. Dat doen we aan de hand van een aantal tastbare bewijzen – Proof Of Concepts – voor onder meer machine tooling, machine building en processing.’ ‘We kunnen aan de hand van fictieve of echte data van de organisatie een ‘digital twin’ maken en die in het Concept Center aan het werk zetten. Bijvoorbeeld: hoe functioneert een balpenmachine met een procesinstallatie die inkt maakt en die de balpennen via drukwerk ook zal personaliseren. Dat kan virtueel helemaal worden uitgetekend en getest worden. De hele applicatie wordt in ons Concept Center zichtbaar gemaakt.’ De bezoeker ziet in het CC4I meteen hoe een bepaalde oplossing in de realiteit zal werken en wat de impact van bepaalde wijzigingen zal zijn. Digitale transformatie wordt op deze manier iets heel tastbaars, wat de drempel aanzienlijk verlaagt. ‘De grootste drempel bij bedrijven om vandaag van start te gaan met digitalisering, is te weinig kennis over waar je het best begint. Met het CC4I hebben we een krachtig instrument in handen om industriële spelers wegwijs te maken in de mogelijkheden en hoe ze die concreet kunnen inzetten’, besluit Bart Demaegdt.

www.siemens.be

(vlnr) Bart Demaegdt, Technology Manager Digitalization, Thierry Van Eeckhout, Vice President Sales Digital Industries, en Eddy Nelis, Senior Vice President.

AUTOMATION MAGAZINE DECEMBER 2019

37


AGORIA

CONJUNCTUURVERTRAGING TREFT TECHNOLOGISCHE INDUSTRIE In het tweede kwartaal van 2019 is de omzet van de technologische industrie nog gegroeid. Ten opzichte van een jaar eerder beliep de stijging 1,7%. Die toename verhult echter de impact van de vertraging van de economische activiteit op bepaalde verwerkende sectoren of deeltakken.

Wat de volgende maanden betreft, zouden de negatieve effecten als gevolg van de verslechtering van de conjunctuur groter worden. Gezien de nog steeds bijzonder positieve tendens in de IT-Solutions en het verdwijnen van enkele tijdelijke factoren die de activiteit in de tweede helft van 2018 hadden vertraagd, zou het omzetverschil op jaarbasis wel positief blijven.

OMZET VAN DE TECHNOLOGISCHE INDUSTRIE

Hoe digitaal zijn onze industriële kmo’s? Digitalisering creëert in alle sectoren nieuwe mogelijkheden. Maar hoe goed is dat besef doorgedrongen bij onze industriële kmo’s? Hoe pakken ze hun digitale projecten aan? Zien ze de kansen? Vinden ze gemakkelijk de weg naar de juiste technologiepartners? Deze en nog veel meer vragen worden beantwoord in een gloednieuwe studie van Agoria over de digitale maturiteit van de Belgische industriële kmo’s, waarin gepeild werd naar de digitalisering van bedrijfsprocessen, het digitale innovatievermogen en de digitale bedrijfscultuur. Download de resultaten op www.agoria.be/nl/DigiCoach-Download-de-studie.

38


UITBREIDING ABFLEX+

De servicewagens zijn uitgerust om het overgrote deel van mogelijke problemen meteen te verhelpen.

FORSE UITBREIDING ABFLEX+ BRENGT DIENSTVERLENING TOT BIJ DE KLANT Onlangs realiseerde het bedrijf ABFlex+ een mooie groei, wat geaccentueerd wordt door de stijging van het aantal servicepunten van 7 naar 10. Hoog tijd voor een kennismaking! ‘We hebben een enorm druk jaar achter de rug, dat kan je inderdaad wel stellen’, lacht sales manager Ronny Boerboom. ‘Wij zijn een technische dienstverlener gespecialiseerd in de vervanging en installatie van hydraulisch leidingwerk. In hoofdzaak gaat dat om flexibele verbindingen met diverse diameters, aansluitcomponenten, lengtes en werkdrukbereik. Daarnaast kunnen we ook vaste leidingen plaatsen en vervangen, bijvoorbeeld door breuk of roestvorming. We zijn actief in alle sectoren waar hydraulische toepassingen gebruikt worden. Dat gaat van wegenbouw tot scheepvaart en van logistieke machines tot machinebouw voor de industrie. Alle klanten hebben één gemeenschappelijke insteek: ze willen snel geholpen worden bij een onverwachte leidingbreuk. Vandaar ook de uitbreiding.’ VAN 7 NAAR 10 SERVICEPUNTEN ‘Alhoewel de groei voornamelijk in preventief onderhoud ligt betreft het overgrote deel van onze interventies ad hoc herstellingen. Daarbij willen klanten snel geholpen worden, want hun machine staat in panne, medewerkers kunnen niet verder en vaak is er ook olievervuiling waar ze weinig raad mee weten’, vertelt Ronny Boerboom. ‘Als servicebedrijf wil je dan zo snel mogelijk ter plaatse zijn. Dat is ook de reden waarom we onlangs geïnvesteerd hebben in ons netwerk van vestigingen. Dankzij de opening van de servicepunten in Roeselare, Geel en Luik bestrijken we nu het hele land. Samen met de bestaande vestigingen in Gent, Fleurus, Brussel, Vilvoorde, Genk, AUTOMATION MAGAZINE DECEMBER 2019

1

2

5 7

6

3

4 8

10 9

De geografische spreiding van ABFlex+ zorgt voor korte reactietijden bij pannes.

Antwerpen en Waasland zijn we optimaal verspreid om een efficiënte express service te bieden. We beschikken hiervoor over 32 optimaal uitgeruste servicewagens waarvan steeds 10 de 24/7 assistentie kunnen verlenen. Zo kunnen slangen met werkdrukken tot 420 bar en diameters tot 1.1/4” ter plaatse geassembleerd worden. Wat daarbuiten valt, kan probleemloos in onze depots aangepakt worden. De wagens beschikken ook over een olie assortiment van ruim 140 liter om bij te vullen volgens behoefte.’

39


ZEKERHEID DOOR MATERIAALKWALITEIT ‘We zijn ‘preferred supplier’ van Dunlop, één van de topmerken in hydraulische slangen. De koppeling, huls en slang zijn van hetzelfde merk, ‘Europees eenlijns fabricaat’ wat maakt dat de toleranties en krimpmaat onderling op elkaar zijn afgestemd. Dat is een belangrijke zekerheid om de duurzaamheid te garanderen, zeker voor toepassingen die zwaar belast worden. Elk servicepunt is uitgerust om als volwaardige werkplaats een oplossing op maat van de klant te kunnen uitvoeren. Wie langskomt met een slang aan de toonbank kan direct een exacte kopie meenemen. Daarnaast kunnen er ook aparte slangen, koppelingen, buizen, en aanverwante componenten aangekocht worden. Bovendien krijgt de klant altijd een digiaal rapport van de interventie. De aanleiding van de interventie, de ondernomen acties, de gebruikte wisselstukken en een fotoverslag worden erin weergegeven. Dat zorgt voor transparantie en duidelijkheid’, besluit Ronny Boerboom.

www.abflex.be In de servicepunten kunnen reparaties en onderhoudsbeurten uitgevoerd worden op machines en voertuigen.

series

16* assen aansturen met Fx 5 U Compact PLC dankzij de Ethernet communicatie CC-link IE Field Basic * : 32 assen met de module Fx5-ENET

Empowering Innovators

ontdek meer op : www.esco.be of bel naar : 02 717 64 60

40


PRODUCTEN

STAPPENMOTOREN IN INDUSTRIËLE UITVOERING IP 65 EN DRIVES MET ETHERCAT COMMUNICATIE

Esco Drives introduceert op de Belgische markt de stappenmotoren en drives van de firma RTA. Deze producten komen het aanbod van Esco in Motion control versterken. Ze zijn een mooie aanvulling aan de bestaande Mitsubishi en Jetter producten. RTA is sinds 1976 actief op de Europese markt en is gespecialiseerd in het ontwerpen en produceren van drives en stappenmotoren. Onlangs zijn er verschillende nieuwe producten ontworpen die het aanbod op het gebied van motion control uitbreiden. Naast traditionele aansturingen zoals step & direction, microstep, analoge en interne programmering bieden de RTA drives ook een geïntegreerde Ethercat-interface. Dit maakt de integratie in een Motion controller zorgenloos en een meerassige besturing mogelijk die eenvoudig in de machine kan worden geïntegreerd en in een handomdraai kan worden geprogrammeerd. De integratie van de aandrijving in de motor, inclusief standaard Ethercat-communicatie, is een nieuwe stap in de snelle en efficiënte integratie van het besturingssysteem door de bedrading te minimaliseren en zonder de schakelkast te belasten met vermogenselektronica. Stappenmotoren zijn ook verkrijgbaar met absolute encoder (werkend zonder batterij) of uitgerust met een mechanische rem. Onlangs heeft RTA ook een reeks motoren geïntroduceerd die geschikt zijn voor veeleisende omgevingen dankzij hun IP 65-bescherming. Kortom, Esco Drives biedt de markt nu een complete oplossing met een groot aantal opties voor machine- of procesaandrijving met stappenmotoren. www.esco.be

KLAAR VOOR MODERNE MACHINEBOUW: HET I/O SYSTEM ADVANCED VAN WAGO

UA en TSN“, verklaart Jürgen Gorka, I/O System Advanced product manager. Als toegangspoort tot WAGO’s universele 750 Series I/O System, combineert het nieuwe I/O System Advanced de bewezen voordelen en de functies van de 750 Serie met een fris en ergonomisch ontwerp, anti-foutmechanismen en uitstekende prestaties. Resultaat: korte reactietijden, hoge synchroniciteit van signaaloverdracht en de mogelijkheid om snelle ETHERNET-veldbussen te gebruiken (bijv., PROFINET, EtherCAT®, Ethernet/ IP) – maakt van het I/O System Advanced de nieuwe benchmark voor hoogwaardige industriële automatiseringssystemen. En er is meer: de inherente sterke punten van het I/O System Advanced betekenen dat er meer prestaties in de toekomst liggen door de integratie van communicatieprotocollen via TSN (TimeSensitive Networking). “We stemmen ons af op TSN omdat deze technologie cruciaal is voor consistent, flexibel, efficiënt en veilig netwerken“, legt Gorka uit. Met het debuut van I/O System Advanced lanceert WAGO ook de PFC200 controller die het externe ontwerp van het nieuw systeem combineert met de in de industrie bewezen PFC-technologie. De nieuwe controller is een brug naar verschillende technologieën via het Linux® besturingssysteem en Docker virtualisatie (IT), evenals het IEC 61131 runtime systeem (OT). Gegevens naar de cloud verzenden en het exploiteren van alle voordelen van de cloud computing zijn eenvoudig dankzij een groot aantal interfaces en de hoogste beveiligingsstandaarden. Gebruikers genieten van al deze voordelen zonder al te veel tijd of geld te spenderen omdat het I/O System Advanced de bekende PFC-functies en de programmatie op CODESYS gebaseerd via e!COCKPIT Engineering Software, ondersteunt. Bovendien maakt deze toegangspoort naar het universele 750 Series I/O System het mogelijk om alle 500+ modules rechtstreeks te verbinden, waardoor de systeeminvestering wordt geoptimaliseerd. www.wago.com

Connectiviteit en snelheid zijn de basis van moderne productiefaciliteiten. Met het I/O System Advanced heeft WAGO een oplossing ontwikkeld die eenvoudig voldoet aan alle eisen die aan een upgradebaar automatiseringssysteem worden gesteld. “Met dit nieuw en ongelooflijk snelle IP I/O systeem geven wij een gezicht aan technologieën zoals OPC-

AUTOMATION MAGAZINE DECEMBER 2019

41


PARKER LANCEERT HOOGWAARDIGE AUTOMATION CONTROLLER OP BASIS VAN IEC61131-3 Parker, wereldwijd marktleider in aandrijvings- en besturingstechnologieën heeft een nieuwe Parker Automation Controller (PAC) ontworpen voor de wereldwijde machinemarkt. De Parker Automation Controller (PAC) combineert machine logica, geavanceerde real-time motion control en visualisatie in een prestatiegerichte oplossing. Met de toonaangevende EtherCAT communicatie voor aandrijving en I/O en de Parker Automation Manager (IDE, Integrated Development Environment) voor de ontwikkeling van toepassingen, biedt de PAC OEM’s een oplossing voor de meest veeleisende toepassingen. Dit pakket biedt een enkelvoudige, intuïtieve omgeving voor de ontwikkeling met industrie gestandaardiseerde programmering, machine-machine communicatie en netwerkconnectiviteit om real-time informatie te bieden waar dat nodig is. 

De PAC is ontworpen om gemakkelijk te integreren in bestaande fabrieksnetwerken en te zorgen voor verbinding met externe apparaten. De PAC wordt standaard geleverd met een verscheidenheid van communicatie protocollen, inclusief een OPC-server, Modbus TCP, EtherCAT, dual LAN netwerken en opties voor Ethernet/IP, Profinet en Profibus.   Kortom, deze nieuwe, intelligente multi-axis controller biedt hulpmiddelen voor het sneller genereren van codes en vermindert de ingebruiknametijd en -kosten. Engineers kunnen nu ook aandrijvingen maken voor de complexe en veeleisende machines van de toekomst. www.hydro.be/parker/

Parker Automation manager biedt engineers aan om gebruik te maken van hun bestaande kennis, om slimmer, efficiënter en effectiever te werken met het volledige pakket van de IEC61131-3 programmeer talen en PLCopen aandrijving controle functieblokken.

SYSTEM INTEGRATION LIFE SCIENCES

Hydraulics System integration Power units Repairs/Overhaul Maintenance contracts Oil management Accumulators Pneumatics

MOBILE OFF ROAD

42

OIL & GAS

CHEMICALS & PETROCHEMICALS FILTRATION

TRANSPORTATION

Boterhamvaartweg 2 2030 Antwerpen service.hydro@hydro.be T. +32 3 546 40 80 www.hydro.be

Ontdek ons breed gamma producten en systeemoplossingen: 9 technologiëen vanuit één leverancier!

www.parker.com/be

The added value to Hydraulics/Pneumatics INDUSTRIAL

MARITIME RENEWABLE ENERGY

DISTRIBUTION


PRODUCTEN

STAPPENMOTOR OM TE GRIJPEN, TE METEN EN UIT TE LIJNEN

twee jaar geleden voor eerst werden geïntroduceerd. De nieuwste WG20 motorreductoren kenmerken zich door een efficiënte krachtoverdracht en zijn te combineren met WEG modulaire motoren die zich kenmerken door nominale vermogens tot 75 kW en energie-efficiëntieklasse tot en met IE4, om motorreductoren te verkrijgen met een hoge energie-efficiency. Door de geboden robuustheid en de hoogwaardige afwerking, zijn deze hoogperformante eenheden ideaal voor veeleisende toepassingen zoals in de staalindustrie, de energiesector en de mijnindustrie.

De actuator kan ingesteld worden op absolute positie of op kracht (tot 25N) met een gebruiksvriendelijke software, een puls/richting signaal of d.m.v. bus communicatie naar de PLC. Het is bovendien mogelijk om real-time de grijpkracht geleidelijk te verhogen tot een ingestelde kracht bereikt wordt. Door de hoge nauwkeurigheid (0.02mm) is deze actuator uitermate geschikt om kleine componenten te hanteren.

Hoge operationele betrouwbaarheid en weinig onderhoud zorgen voor een doorslaggevende bijdrage aan het verhogen van de beschikbaarheid van machines en het systeem. De nieuwste motorreductoren hebben gestandaardiseerde montageafmetingen hetgeen zorgt voor een wereldwijde uitwisselbaarheid, zonder dat daarvoor wijzigingen aan de bestaande machines nodig zijn. Gecombineerd met de modulaire EUSAS motoren van WEG, kunnen nominale vermogens van 0,12 W tot 75 kW worden gerealiseerd. De motorreductoren zijn verkrijgbaar tot en met energie-efficiëntieklasse IE4 en kunnen direct op de netspanning worden aangesloten.

De nieuwe EH-serie van Orientalmotor is een uiterst compacte actuator met closed-loop stappenmotor, specifiek voor grijpertoepassing. Door de positie informatie van de absolute encoder in te lezen in de PLC kan van elke component de afmeting bepaald worden. Zo is het mogelijk om verschillende componenten van elkaar te onderscheiden, sorteren en uit te lijnen.

Het compacte formaat, de eenvoudige instelling en de vele montagemogelijkheden maken de actuator ideaal voor installatie op robotarmen en andere actuatoren. Contacteer sales@actintime.be voor meer informatie of een vrijblijvende offerte.

WEG INTRODUCEERT NIEUWE FLEXIBELE EN EFFICIËNTE MOTORREDUCTOREN TOT 18.000 NM

www.weg.net

WEG introduceerde recent motorreductoren met rechte, parallelle- en kegeltandwielkasten met nominale koppels tot 18.000 Nm. Met de drie nieuwe framegroottes, wordt het assortiment van de WG20 motorreductoren uitgebreid, welke

AUTOMATION MAGAZINE DECEMBER 2019

43


PRODUCTEN

EWELLIX MINIATUUR PROFIELGELEIDERS

Ewellix lanceert de volgende generatie miniatuur profielrailgeleiders voor industriële en medische automatisering. Ewellix, voorheen SKF Motion Technologies, heeft een serie compacte precisierailgeleidingen op de markt gebracht die geluidsarm, nauwkeurig en onderhoudsarm zijn dankzij de zelf-smerende eigenschappen voor industriële en laboratoriumtoepassingen. De volledig roestvrijstalen LLS-serie omvat een unieke borgplaat aan de onderkant van de loopwagen die voor extra stevigheid zorgt, als ook een kogelrecirculatiesysteem dat een eenvoudige en goed vergrendelde montage van de loopwagen vergemakkelijkt door de geleidingskogels tijdens montage en opslag op hun plaats te houden. De loopwagen is in de fabriek voorgesmeerd en een reservoir zorgt voor een langdurige smering van de geleiderails, voor een soepele werking. Ook zijn de eindafdichtingen van de loopwagen speciaal ontworpen om ervoor te zorgen dat het smeermiddel in de loopwagen blijft en verontreinigingen uit het kogel-omloopsysteem worden geweerd. De railgeleiders hebben weinig tot bijna geen onderhoud nodig, wat essentieel is voor onderdelen die bestemd zijn voor repeterende processen zoals het nemen van gerobotiseerde monsterneming, 3D-printen of het gebruik van kritische medische toepassingen. Bovendien zijn de loopwagens en geleidingsrails uitwisselbaar binnen dezelfde voorspanningsen nauwkeurigheidsklassen, dankzij het Ewellix ‘Zero Rail’-ontwerpconcept. Daardoor worden de ontwerp- en de assemblage-vrijheid gemaximaliseerd en kunnen voorraden voor machinebouwers aanzienlijk beperkt blijven. De LLS-serie is afgestemd op de eisen van de markt, met loopwagenmaten 7, 9 en 12, in standaard of verlengde afmetingen. Afhankelijk van de toepassing is er een lage frictieafdichting of een voorzetafdichting beschikbaar voor veeleisende omgevingen. De geleidingsrails worden standaard geleverd in lengtes tot 1.000 mm, grotere lengtes zijn op bestelling leverbaar.

www.ewellix.com

SMC INTRODUCEERT COMPACT ‘ONE TOUCH’ SNELHEIDSREGELVENTIEL Het JAS compacte snelheidsregelventiel van SMC sluit aan op de vraag naar kleinere componenten. Met de introductie van dit product biedt SMC nu een volledige reeks compacte oplossingen aan, inclusief cilinders en kleine geïntegreerde naderingsschakelaars. De JAS-serie behoort tot de kleinste snelheidsregelventielen op de markt. SMC speelt daarmee in op de groeiende behoefte aan grijpertools voor industriële robots, op plaatsen waar beperkte ruimte is en controle van de cilindersnelheid essentieel is voor precieze bewegingen en herhaalbaarheid. De snelheidsregelventielen zijn slechts 12,7 mm hoog, ongeveer de helft van een gemiddeld snelheidsregelventiel. Ze zijn voorzien van een indruk-vergrendelknop, waarmee de cilindersnelheid handmatig of met een schroevendraaier kan worden aangepast, bijvoorbeeld in krappe ruimten. Bovendien is de installatietijd korter en zijn er meer montageopties met behulp van een inbussleutel. Het JAS ventiel heeft een minimum werkdruk van 0,05 Mpa en kan worden toegepast met alle SMC luchtcilinders. Dankzij de gekleurde ‘meter-out’ en ‘meter-in’ knoppen kan de gebruiker snel de functie van het snelheidsregelventiel herkennen. Ook het verschil tussen inch en metrisch is zichtbaar gemaakt door middel van gekleurde vergrendelknoppen.

www.smc.be

44


TECHTELEX Hitma Instrumentatie heeft de Nederlandse fabrikant van meetapparatuur Leiderdorp Instruments overgenomen. Het instrumentatiebedrijf van de voormalige eigenaars Hans en Jaap Liefting blijft zelfstandig, onder de eigen bedrijfsnaam en vanuit de huidige locatie in Leiderdorp opereren. Door de overname is Leiderdorp Instruments nu ook, net als Hitma, onderdeel van de technische handelsgroep Indutrade Benelux. (www.hitma.nl) Apex Dynamics, producent van spelingsarme tandwielkasten, tandheugels en rondsels, bouwt in het Taiwanese Taichung een nieuwe fabriek. Op een grondstuk van 18.000 m2 komt een gebouw te staan van 6 verdiepingen met een totaal vloeroppervlak van 47.400 m2. In de 2e helft van 2020 is het gebouw - na een bouwperiode van bijna 2 jaar - klaar voor productie en voor leveringen van nieuwe producten. (www.apexdyna.be) Begin september 2019 opende AnMa-TECH Nederland een Belgisch verkoopkantoor in Schilde. Het kantoor wordt geleid door Frank Fransen. Het bedrijf is gespecialiseerd in de verkoop en verhuur van TorsionX torquegereedschappen voor (de-)montage van boutverbindingen. ‘Het reduceren van de doorlooptijd van stops en turnarounds en het verlagen van de kosten zonder dat dit nadelig is voor de veiligheid en kwaliteit van de onderhoudsprojecten in de olie- en gassector, de windindustrie en de offshore, dat is ons doel’, reageert Frank Fransen. Het Belgische filiaal heeft een ruim magazijn met een complete voorraad voor koop en verhuur. De voorraad voor de verhuur variërt van hydraulisch aangedreven momentsleutels van TorsionX, met krachten uiteenlopend van 170 tot 75.000 Nm, tot pneumatisch en elektrisch aangedreven torque-pompen voor de aansturing van de momentsleutels en alle bijbehorende accessoires zoals doppen, slangen en tegenhoudsleutels van Lokrite Safety Backup Systems. (www.anmatech.com) SKF Motion Technologies, voorheen onderdeel van de SKF Groep, lanceert de nieuwe naam en branding ‘Ewellix: Makers in Motion.’ Dit gebeurt om de veranderingen weer te geven die het bedrijf heeft ondergaan sinds de overname door Triton Partners in december 2018. De nieuwe bedrijfsnaam wordt uitgesproken als ‘Evellix’. De nieuwe onderneming bouwt voort op de reputatie als toonaangevende ontwikkelings-partner en producent van geavanceerde producten en oplossingen op het gebied van lineaire geleiding en actuatie. Daniel Westberg, de CEO van Ewellix, legt uit: ‘In de 50 jaar dat we onderdeel van de SKF Groep zijn geweest, hebben we een uitstekende reputatie opgebouwd. Vandaag de dag bieden we met een nieuwe naam en de steun van Triton Partners een unieke combinatie van technische vaardigheden, kennis van toepassingen en producttechnologieën, ondersteund door aanzienlijke investeringen. We hebben daarbij één gemeenschappelijk doel: de ontwikkeling van lineaire geleidingsoplossingen die klanten in de hele industrie in staat stellen om nieuwe mijlpalen te bereiken op het gebied van productiviteit, prestaties, energie-efficiëntie en winstgevendheid.’ (www.ewellix.com) WEG heeft zijn tot op heden grootste contract in de gas- en oliesector gesloten voor projecten bij de Duqm-raffinaderij in Oman. Het contract omvat zowel midden- als laagspanningsuitrusting. Daarbij zal WEG dicht in de buurt van het terrein een exclusief servicecentrum vestigen voor de raffinaderij. De raffinaderij, met oplevering in 2022, beslaat een gebied van 900 hectare en bevindt zich 600 km ten zuiden van Masqat aan de westkust van Oman, langs de Arabische Zee. De contracten werden aan WEG toegekend door EPC-partners Técnicas Reunidas (Spanje) en Daewoo Engineering and Construction (Zuid-Korea), en omvat de levering van alle motoren en VSD’s (variable speed drives) voor het project. (www.weg.net) Het technische servicebedrijf Geysen uit het Kempense Westerlo is gespecialiseerd in het onderhoud van machines. Omdat het bedrijf momenteel 70 technische vacatures heeft, gaat met zijn Geysen Academy zelf onderhoudstechnici opleiden. Het bedrijf wil ook samenwerken met scholen om de aan het opleidingscentrum verbonden mobiele ‘miniatuurfabriek’ te gebruiken. In deze opleidingsruimte worden allerlei technieken (hydraulica, pneumatica, elektrische sensoren, robotica) op schaal nagebootst. De Geysen Academy is bedoeld voor de eigen medewerkers, maar op termijn wil Geysen ook werknemers van andere bedrijven toelaten en ook met de VDAB een regeling afspreken om werkzoekenden op te leiden. Het bedrijf wil ook samenwerken met scholen om de aan het opleidingscentrum verbonden mobiele ‘miniatuurfabriek’ – met een FMS-200 van SMC – te gebruiken. (www.geysen.be) INE 2020 (Indumation Network Event) op 5 maart 2020 is inmiddels de 4e editie van dit VIP-netwerkevent omtrent automatiseren, optimaliseren, innoveren en digitaliseren. Tijdens deze exclusieve bijeenkomst van slechts één namiddag en avond verwelkomen zo’n 135 technologiepartners meer dan 1.500 strategische beslissingsnemers in de Leuvense Brabanthal op een techno-innovation tour van formaat. De uitnodigingen worden uitgestuurd door de directie van de technologiepartners zelf. De partners nemen de tijd om met het management van industriebedrijven te brainstormen over de uitdagingen, benchmarks, opportuniteiten en kosten die een innovatie- of automatiseringsproject met zich meebrengen. (www.networkevent.be) AUTOMATION MAGAZINE DECEMBER 2019

45


AFSLUITER Speakers’ Corner voor experts uit de techniek.

PRODUCTIE-INNOVATIE & ACTIEGERICHTE DATA, SLEUTELS TOT MEER SUCCES VOOR DE MAAKINDUSTRIE Klanten willen op maat gemaakte, slimme producten met een korte levertermijn. Om op die marktvraag te antwoorden, dienen bedrijven hun productie echt grondig te innoveren. Het kostenefficiënt inbouwen van productvariatie in het productieproces is de sleutel tot succes. Variabiliteit zorgt ervoor dat productie in Vlaanderen blijft én zelfs terugkomt. De digitale transformatie voltrekt zich op verschillende niveaus. Efficiënte innovatie is echter alleen mogelijk indien op alle gebieden tegelijk ingezet wordt. Innoveren tot een modelfabriek Product- en productie-innovatie zijn intrinsiek met elkaar verbonden. Om een commercieel succesvol product te maken, is een kosten-geoptimaliseerde productie nodig. De laagste productiekosten realiseert men in zeer innovatieve productieomgevingen, zogenaamde modelfabrieken. De bedrijfsleiders evalueren er permanent de prestaties door data te verzamelen over hun producten en productieprocessen. Deze data worden met artificiële intelligentie-algoritmes omgezet naar actiegerichte data en intelligentie. Dat maakt de productie inzichtelijk en laat verbeteringen toe. Big data en AI worden niet voor niets door de bedrijfswereld zelf geïdentificeerd als dé technologieën voor morgen. Complexe producten vinden hun weg naar deze uiterst performante productieomgevingen. Daardoor renderen de technologische investeringen. Zo blijven de productiekosten in modelfabrieken aanvaardbaar, zelfs in landen met hoge arbeidskosten. Technologie ten dienste van de mens Gepersonaliseerde productie vraagt om een flexibel productieapparaat. Digitale technologie speelt een cruciale rol. Ten eerste connecteren operatoren met het centrale beheersysteem. Zo krijgen ze op het juiste 46

moment de juiste informatie. Dat laat hen toe de productie in real-time bij te sturen. Ten tweede zijn nieuwe manieren van productontwikkeling mogelijk, gebaseerd op de (digitale) analyse en validatie van varianten. De kost voor productontwerp verlaagt en de marktintroductie versnelt. Ten derde produceert men met multifunctionele robots, cobots en tools in modulaire werkcellen. Omsteltijden zijn hierdoor minimaal en in functie van de takttijd. De horde van de digitale bedrijfscultuur Het is duidelijk dat de digitale productievloer disruptief is en aan de basis ligt van nieuwe verdienmodellen. Om ‘future-proof’ te zijn, is een aangepaste bedrijfscultuur echter minstens even belangrijk. Een flexibele organisatiestructuur, open communicatie en brede samenwerking zijn immers beslissende keuzefactoren voor het jong, technisch talent dat onze bedrijfswereld nodig heeft. De inzichten uit deze column zijn het resultaat van een uitgebreide Industrie 4.0-bevraging die Flanders Make liet uitvoeren bij Vlaamse bedrijven. Deze werd in detail voorgesteld tijdens het Symposium op 26 november in Antwerp Expo. Als u dit gemist heeft, de volgende editie gaat door op 24 november 2020. Check de website www.flandersmake.be vanaf juni 2020.

Dr.ir. Dirk Torfs is sinds 2014 CEO van Flanders Make. Hij is een Burgerlijk Werktuigkundig-Elektrotechnisch Ingenieur, Doctor in de Toegepaste Wetenschappen (KU Leuven) en behaalde een MBA aan de Flanders Business School. Hij heeft meer dan 25 jaar ervaring in managementfuncties in de Vlaamse industrie en is Professor Quantitative Decision Making voor het Executive MBA programma van de Flanders Business School.


ATB Automation Mechanics Motion Control


Digital Enterprise – Implement now! Make the most of your journey towards digitalization and Industrie 4.0 today to ensure your competitive edge, with scalable solutions from Siemens. Now is the right time! Become a digital enterprise and stay ahead of your competition.

www.siemens.be

Profile for Magenta Uitgeverij

Automation Magazine nr 218 (NL)  

Automation Magazine is in België de marktleider voor informatie over industriële automatisering en aandrijftechniek.

Automation Magazine nr 218 (NL)  

Automation Magazine is in België de marktleider voor informatie over industriële automatisering en aandrijftechniek.