Page 1

Ofwel enige wetenswaardigheden en microtypografische regels bij het zetten van tekst

Martin Majoor


Ofwel enige wetenswaardigheden en microtypografische regels bij het zetten van tekst

Martin Majoor

Rotterdam, 17 februari 2009 ‘Bij het zetten van tekst’ is de bijdrage van Martin Majoor aan het boek ‘Letters, een bloemlezing over typografie’, uitgegeven door [Z]OO producties en Veenman drukkers in december 2001. ‘Had de Franse koning schoenmaat 49?’ is de oorspronkelijke titel. Vormgeving: Lyske van der Brug Lettertype: Frutiger Condensed en Arno Pro


4


Inleiding De auteur schrijft een tekst, de redacteur maakt de tekst consistent en brengt hiërarchie aan, de ontwerper geeft vorm aan deze tekst, de zetter zet de tekst volgens de instructie van de ontwerper. Het is de klassieke manier om met tekst te werken, maar sinds de invoering van ‘DeskTop Publishing’ – zo’n 15 jaar geleden – is de relatie tussen de verschillende disciplines in hoog tempo vervaagd. Tegenwoordig zijn redacteur, ontwerper en zetter vaak in één persoon verenigd, maar waar een goede redacteur hiërarchie aanbrengt door middel van koppen en onderkoppen grijpt de redacteur/ontwerper maar al te snel naar vetten, cursieven, versmallingen, kleur, enzovoort. En op zich is er niets mis met een manier van werken waarbij de redacteur/ontwerper tegelijkertijd de zetter is, maar er worden vaak fouten gemaakt vanaf het moment dat in het opmaakprogramma en nieuw document wordt aangemaakt en ingesteld. Dat heeft niets te maken met de beperkingen van het opmaakprogramma, het gaat hierbij vooral om redactionele en typografische basisregels die elke gebruiker zou moeten kennen. Een ‘schoon’ aangeleverde tekst (kopij) en een consistente tekstredactie vormen de basis van een goed vormgegeven tekst. Functies zoals spellingcontrole, zoeken-en-vervangen, automatisch genereren van register en automatisch zetten van aanhalingstekens zijn prachtige hulpmiddelen voor redacteur en zetter, maar het blijven hulpmiddelen. Er wordt vaak te veel vertrouwen gesteld in de mogelijkheden van de opmaakprogrammatuur en te weinig gekeken naar een laatste correctieproef omdat ‘de computer geen fouten kan hebben gemaakt’. Hoe moeten aanhalingstekens worden gezet en hoe accenten? Wanneer worden ligaturen gebruikt? Waar zijn kleinkapitalen goed voor? Waarom bestaan er verschillende soorten lijntjes? Deze tekst licht een aantal van de meest elementaire regels toe die bij het zetten van tekst in acht genomen dienen te worden.

5


aanhalingstekens Aanhalingstekens worden gebruikt om een woord of zin aan te halen (aanhalingstekenopenen) en af te halen (aanhalingstekensluiten). Dat kan in een aantal gevallen voorkomen: – als een woord of zin letterlijk weergegeven moet worden: De jongen zei: ‘Misschien

kunnen we het op Internet vinden?’

– als een niet-letterlijke betekenis of een ongebruikelijk woord benadrukt moet worden: Deze

‘idioot’ had het steeds over ‘Internetgekte’.

– als een woord of begrip zélf bedoeld wordt en niet de betekenis ervan: Het woord ‘Internet’

wordt steeds vaker gebruikt.

Een aanhaling binnen een aanhaling kan als volgt gezet worden: Hij vroeg: ‘Heb je al van

de “Internetgekte” gehoord?’

6

‘Engels’ “Amerikaans” „Nederlands” „Duits“ «Frans» »Duits« ‹Zwitsers›

Er kunnen verschillende vormen van aanhalen worden gebruikt. Er zijn enkele en dubbele aanhalingstekens. In Nederland wordt de Engelse methode ‘Engels’ – ook wel de stijl van Oxford genoemd – steeds meer gebruikt, maar kranten als de Volkskrant en Algemeen Dagblad gebruiken de ouderwetse Nederlandse methode „Nederlands”. In Amerika is de dubbele Engelse aanhaling “Amerikaans” gebruikelijk. In de Franse, Italiaanse en Spaanse taal worden als aanhalingstekens dubbele guillemets gebruikt met de punt naar buiten gekeerd «Frans». In Duitsland zijn de volgende aanhalingstekens gebruikelijk „Duits“ of ‚Duits‘ (let daarbij vooral op het aanhalingsteken-sluiten), maar ook worden dubbele guillemets met naar binnen gekeerde punten gebruikt »Duits«. In Zwitserland wordt vaak de voorkeur gegeven aan enkele guillemets met de punt naar buiten gekeerd ‹Zwitsers›. Deze enkele guillemets mogen in geen geval worden verward met de tekens voor ‘kleiner dan’ < en ‘groter dan’ > die zich direct op het toetsenbord bevinden. Het is moeilijk te zeggen welk soort aanhalingsteken het beste is. De verschillende landen hebben een eigen traditie en zijn gewend aan ‘hun’ eigen aanhalingstekens, ook al zien veel aanhalingstekens er in onze ogen niet altijd even goed uit. Het zou te ver voeren aan iedereen het ideale aanhalingsteken op te leggen, maar er kan natuurlijk wel over gefilosofeerd worden.


Het aanhalingsteken-openen bij de Engelse methode komt voort uit het loodtijdperk: het loden letterstaafje met de komma werd gewoon omgedraaid! In dat opzicht zou het niet gek zijn om in plaats van de omgekeerde komma een gespiegelde apostrof te gebruiken, zoals Zuzana Licko dat bijvoorbeeld heeft ontworpen voor haar lettertype Filosofia. Ook het gebruik van ›enkele guillemets‹ met naar binnen gekeerde punten lijkt een goede oplossing, deze tekens zijn er in ieder geval speciaal voor ontworpen en ze zien er in tegenstelling tot de guillemets met naar buiten gekeerde punten niet uit als haakjes. Bij meertalige projecten doet men er verstandig aan de voor de taal meest gebruikelijke aanhalingstekens te gebruiken.

Perpetua

Pertinent fout zijn de volgende aanhalingstekens: 'fout' en "fout". Op het toetsenbord zijn deze foute aanhalingstekens rechts van de ‘dubbele punt’-toets te vinden.Vooral mensen die weinig van typografie af weten gebruiken deze tekens als aanhalingstekens omdat ze gemakkelijk op het toetsenbord te vinden zijn, en omdat er geen onderscheid gemaakt hoeft te worden tussen openen en sluiten. Het teken ' echter betekent ‘foot’ of minuut, het teken " betekent ‘inch’ of seconde. Een goed opmaakprogramma beschikt over een functie die automatisch typografisch verantwoorde aanhalingstekens zet, ook al sla je de minuut- of secondetoets aan. Deze instelling heet in de verschillende opmaakprogramma’s ‘Use typographers quotes’, ‘Typogr. aanhalingstekens’, ‘SmartQuotes’ of ‘Gekrulde aanhalingstekens’. Dat is tot op zekere hoogte handig, maar het komt ook voor dat iemand júist deze minuut- en secondetekens wil gebruiken, bijvoorbeeld om de tijdsduur van een stuk muziek te zetten: 23'54". In dit geval moet deze instelling (tijdelijk) uitgezet worden. Ook bij het importeren van een tekst bestaan instellingen zoals ‘Convert quotes’ of ‘Aanhalingstekens’ die er voor zorgen dat de minuut- en secondetekens veranderen in typografisch verantwoorde aanhalingstekens.

'fout' "fout"

Gill Sans

Scala Sans

Aanhalingstekens

‘ = option ] ’ = option shift ] ‚ = option shift 0 (nul) ' = option [ " = option shift [ „ = option shift W « = option \ » = option shift \ ‹ = option shift 3 › = option shift 4

7


’ t apostrofprobleem

´s avonds fout

‘s avonds fout

‘s avonds fout

’s avonds goed

8

De apostrof is een hogergeplaatste komma die onder andere wordt gebruikt om aan te geven dat één of meer letters zijn weggelaten: Toen

ik ’s avonds keek vond ik ’m niet.

Vaak doet zich het probleem voor dat de apostrof in de opgemaakte tekst steeds op z’n kop staat, dus ‘s avonds in plaats van ’s avonds en ‘m in plaats van ’m. Dit heeft te maken met instellingen als ‘Convert quotes’ of ‘Aanhalingstekens’ die tijdens het importeren van tekst uit een tekstverwerkingsprogramma aan staan.Wanneer een auteur in de aangeleverde tekst het minutenteken (‘) of het accent naar rechts (´) als apostrof heeft gebruikt gaat het opmaakprogramma er bij het importeren vanuit dat bijvoorbeeld in het woord ‘s avonds de apostrof een aanhalingsteken-openen (‘) is. Er wordt dus geen rekening gehouden met de Nederlandse woordjes ’k (ik), ’m (hem), ’n (een), ’ns (eens), ’s (des), ’r (er) en ’t (het), en met jaartallen (’80). Een oplossing zou kunnen zijn om voor al deze gevallen met ‘zoek-en-vervang’ het juiste aanhalingsteken te zetten: zoek op ‘tspatie en vervang door ’tspatie. Een andere mogelijkheid is dat degene die de kopij aanlevert de juiste aanhalingstekens aanslaat, zodat bij het importeren van tekst de instelling ‘Aanhalingstekens’ niet aangezet hoeft te worden.

cijfers India is de bakermat van onze cijfers. Heel lang bestonden alleen de cijfers 1 tot en met 9, maar pas toen daar in de vijfde eeuw de nul bijkwam (een van de belangrijkste uitvindingen van de mens) verspreidde het gebruik van cijfers zich snel via Arabië naar Europa (algoritme, algebra en cijfer zijn oorspronkelijk Arabische woorden en in een optelsom ‘lezen’ we nog steeds van rechts naar links, een erfenis van de Arabieren). Er bestaan 2 soorten Arabische cijfers, onderkastcijfers en kapitaalcijfers:

1234567890 1234567890

onderkast KAPITAAL


Bij een klein aantal lettertypen (Bell, Palatino, Renard) bestaat een derde soort: cijfers van gelijke breedte, die qua hoogte tussen onderkast en kapitaal inzitten, een soort kleinkapitaalcijfers. 12 3 4 5 6 7 89 0

kleinkapitaal.

Onderkastcijfers (eigenlijk ‘mediaevalcijfers’ of ‘uithangende cijfers’ genoemd) zijn afgestemd op de onderkast. Net als bij de letters steken de onderkastcijfers 3, 4, 5, 7 en 9 onder de basislijn uit, de 6 en 8 steken boven uit en de 0, 1 en 2 hebben de x-hoogte. 34579 gjpqy

68 bdfhkl 012 aceimnorstuvwxz

Het cijfer 1 van de onderkastcijfers is smaller dan bijvoorbeeld het cijfer 8, dus net als bij letters hebben onderkastcijfers verschillende breedtes om een evenwichtig cijferbeeld te geven. Hierdoor zijn ze minder geschikt voor het gebruik in tabellen, waar alles gemakkelijk onder elkaar gezet moet kunnen worden. Kapitaalcijfers (eigenlijk ‘tabelcijfers’ of ‘rechte cijfers’ genoemd) hebben de hoogte van de kapitalen en kunnen dus goed gebruikt worden in combinatie met kapitalen. De naam ‘tabelcijfers’ komt voort uit het feit dat de tien cijfers even breed gesteld zijn, zodat ze gemakkelijk onder elkaar gezet kunnen worden in tabellen. Bij steeds meer lettertypen wordt ook van de onderkastcijfers een speciale tabelversie gemaakt waarbij, net als bij de kapitaalcijfers, de tien cijfers even breed lopen. Dit zijn dus net zo goed ‘tabelcijfers’, een reden om deze misleidende naam niet meer te gebruiken en de naam ‘kapitaalcijfers’ te introduceren. De introductie van de naam ‘onderkastcijfers’ is hiervan een logisch gevolg. Doordat kapitaalcijfers allemaal op dezelfde breedte staan heeft het cijfer 1 rondom meer wit dan bijvoorbeeld het cijfer 8, wat een onevenwichtig cijferbeeld geeft. Onderkastcijfers komen niet bij alle lettertypen voor. Bij schreeflozen komen ze zelfs bijna nooit voor. Er is in de typografie echter een trend om bij alle lettertypen onderkastcijfers te maken, dus ook bij de schreeflozen. Daarop aansluitend worden lettertypen steeds vaker geleverd in twee versies, de één standaard voorzien van onderkastcijfers, de ander standaard voorzien

9

1111111111111111111111111111 8888888888888888888888888888


Perpetua

Perpetua Perpetua Perpetua Perpetua Gill Sans Gill Sans Gill Sans

Gill Sans

Gill Sans Scala Sans Scala Sans Scala Sans

Scala Sans

Scala Sans

van kapitaalcijfers. Enige voorbeelden: Perpetua heeft zowel kapitaalcijfers en onderkastcijfers. Gill Sans heeft oorspronkelijk alleen kapitaalcijfers. Scala Sans heeft zowel onderkastcijfers als kapitaalcijfers. Bij sommige uitgebreide fonts zijn ook superieure en inferieure cijfers toegevoegd, onder andere bedoeld voor het samenstellen van breuken en als nootverwijzingsteken. Superieure en inferieure cijfers zijn kleiner en staan respectievelijk boven en iets onder de basislijn. Qua dikte zijn deze cijfers aangepast aan de gewone cijfers (het zijn dus niet zomaar gewone verkleinde cijfers, die zouden er te dun uitzien). Een alternatief voor het zetten van superieure cijfers kan bestaan uit het verkleinen (60%) en hoger plaatsen van halfvette of vette kapitaalcijfers.

romeinse cijfers

10

I (i of i) = 1 V (v of v) = 5 X (x of x) = 10 L (l of l) = 50 C (c of c) = 100 D (d of d) = 500 M(m of m) = 1000

De Romeinse cijfers I, V, X, L, C, D en M zijn oorspronkelijk een ‘vertaling’ van met handen en vingers gemaakte tekens (de I is een opgestoken vinger, de V is een v-vormige hand, enzovoort). Ze worden gebruikt om bijvoorbeeld een jaartal te zetten op titelpagina’s van boeken of bij de aftiteling van een televisieprogramma (de bbcgebruikt deze manier), maar ook als hoofdstuknummer of paginacijfer. Als een lager cijfer vóór een hoger cijfer staat wordt daarmee bedoeld dat dat lage cijfer afgetrokken wordt van het hoge cijfer: IX is dus 9. Deze regel geldt alleen met één laag en één hoog cijfer, dus IIX is geen 8 en IXX is geen 19. Het jaar 1998 wordt geschreven als MCMXCVIII, terwijl 1999 wordt geschreven als MIM, 2000 als MM,en het jaar 2001 als MMI. Het voorwerk van (wetenschappelijke) boeken wordt vaak Romeins genummerd: pagina I is de Franse titelpagina, pagina II is vaak blanco, pagina III is de titelpagina, pagina IV is vaak de copyrightpagina, op pagina V begint de inhoudsopgave, enzovoort. De hoofdtekst begint vervolgens op een Arabisch genummerde pagina 1, wat een groot praktisch voordeel heeft: er kan alvast een register worden gemaakt. Ook als een zetter/drukker nog niet


weet uit hoeveel pagina’s het voorwerk zal bestaan kan toch alvast worden begonnen met het drukken van de hoofdtekst. Met de huidige mogelijkheid automatisch het register te maken en te pagineren zou formeel gezien de Romeinse nummering van het voorwerk overbodig zijn geworden. Toch wordt hier nog vaak aan vastgehouden, omdat er bijvoorbeeld bij een herdruk gebruik wordt gemaakt van de oude films, terwijl het voorwerk wellicht veranderd is. Het komt ook voor dat tegelijkertijd twee of meer edities van bijvoorbeeld een dissertatie verschijnen, waarbij de omvang van het voorwerk verschilt. Romeinse cijfers worden over het algemeen in kapitaal gezet, maar uit esthetische overwegingen worden vaak kleinkapitalen gebruikt die in lopende tekst visueel minder storend zijn dan kapitalen: Lodewijk xiv, Hoofdstuk vii, Deel i–xii. Soms moeten Romeinse cijfers beslist in kapitaal worden gezet en niet in kleinkapitaal. De Romeinse i in kleinkapitaal (i) lijkt bij sommige lettertypen veel op het onderkastcijfer 1 en de Romeinse 2 (ii) ziet er dan verdacht veel uit als de gewone elf (ii), hetgeen tot grote verwarring kan leiden in een register of bibliografie:

vol.ii p.ii In de Middeleeuwen waren kapitalen van het Gotische schrift zó breed en versierd dat ze ongeschikt waren voor Romeinse getallen. Er werden uit estetische overwegingen onderkastletters gebruikt, en ook nu zijn er – vooral in Engeland en Amerika – nog typografen die een voorkeur hebben voor Romeinse paginacijfers of jaartallen in onderkast romein of cursief (xxviii of xxviii).

groeperen van cijfers De 10 cijfers zijn abstracte tekens die op een volledig andere manier zijn ontstaan dan ons alfabet. Een aantal letters achter elkaar vormt een relatief gemakkelijk te onthouden woord, maar een aantal cijfers achter elkaar vormt een getal dat door die abstractie veel moeilijker te onthouden is. Het kan handig zijn getallen in kleine groepjes te plaatsen om ze zo beter te kunnen onthouden.

11


Tel (010) 723 54 12 010 – 723 54 12 +31 10 723 54 12

Telefoon- en faxnummers worden van achteren af gezet in groepjes van twee: 723 54 12. De groepjes worden gescheiden, bij voorkeur door een halve spatie. Zes cijfers worden als 2 2 2 gegroepeerd, zeven cijfers als 3 2 2. Het netnummer staat tussen haakjes ervoor (010) 723 54 12 of zonder haakjes maar dan gevolgd door een halve kastlijn met aan weerszijden een halve spatie: 010 – 723 54 12. Er kan altijd van deze groeperingsregel worden afgeweken in het geval een nummer beter te onthouden is (7 333 444 is beter dan 733 34 44). Bij de juiste schrijfwijze van een internationaal nummer wordt vaak een + gebruikt, waarmee de internationale toegangscode wordt bedoeld (in de meeste landen, waaronder Nederland, is die code 00, maar in sommige landen kan die code anders zijn). Na die + volgt het landennummer (voor Nederland is dat 31), het netnummer (zonder de nul) en het telefoonnummer (dit keer zonder groepjes): + 31 10 7235412. In Nederland worden bij grote getallen de duizendtallen met een punt gescheiden (in Engeland met een komma) en cijfers ‘achter de komma’ (decimalen) met een komma (in Engeland met een punt) 23.276,59.

12

5 ƒ $ £ €

Geldbedragen hebben meestal een voorvoegsel dat de valuta aangeeft: ƒ, £, $, ¥, €. De breedte van deze tekens is vaak dezelfde als van de kapitaalcijfers (in veel lettertypen is dit de helft van de korpsgrootte) dat in tabellen alles goed onder elkaar kan staan. Een hele kastlijn (gebruikt in ronde bedragen) heeft de breedte van het hele korps, terwijl de spatie, punt en komma de breedte hebben van 1/4 van het korps. Dit kan in tabellen handig zijn om alles zonder tabs onder elkaar te zetten. In tabellen staat er een spatie tussen valutateken en geldbedrag, in lopende tekst is het beter daar een halve spatie van te maken. Een veel voorkomende fout is dat in plaats van het florijn-teken ƒ (het teken voor gulden) een gewone f wordt getypt, iets dat met het invoeren van de Euro zal verdwijnen. Valutatekens worden soms vervangen door een drieletterige valuta-afkorting die ná het bedrag komt (nlg = ƒ, gbp = £, usd = $, jpy = ¥, eur = €).


kleinkapitalen Kleinkapitalen zijn kapitalen die qua grootte, breedte en dikte zijn aangepast aan de onderkast. Ze zijn dus kleiner dan gewone kapitalen, verhoudingsgewijs iets breder, en gek genoeg iets groter (dit is een optische aanpassing) dan de onderkast. De kleinkapitaal is van oudsher een essentiële toevoeging aan de klassieke tekstletter. Bij schreefloze lettertypen kwamen kleinkapitalen vrijwel nooit voor. De laatste jaren verschijnen echter steeds meer schreef-loze lettertypen met kleinkapitalen. KAPITAAL

onderkast kleinkapitaal Xxx

Kleinkapitalen zijn beslist niet gelijk aan verkleinde kapitalen. Een kapitaal die verkleind is naar de x-hoogte van de onderkast is in verhouding te dun en te smal. Dit is niet zo moeilijk te zien: VERKLEINDE KAPITAAL kleinkapitaal

onderkast

Er zijn verschillende situaties waarin kleinkapitalen kunnen worden gebruikt: – In een langer stuk tekst, waar een woord of een naam benadrukt moet worden, gebruikt men over het algemeen de cursief. Als tweede mogelijkheid kan een kleinkapitaal gebruikt worden, maar deze moet dan wel iets aangespatieerd zijn. – In kopjes kunnen kleinkapitalen zeer nuttig zijn, maar dan is het beter geen beginkapitaal te gebruiken. – Aan het begin van een hoofdstuk worden soms de eerste paar woorden in kleinkapitaal gezet, ditmaal mét beginkapitaal. – In afkortingen worden kleinkapitalen (zonder punten ertussen) gebruikt uit esthetische overweging: anwb, kpn, kro, pvda, nos. Tussenvoegsels zoals vd in pvda moeten in onderkast. – In de Nederlandse postcode worden kleinkapitalen gebruikt, echter alleen wanneer de cijfers in de postcode onderkastcijfers zijn: 6823 dt Arnhem. – Romeinse cijfers kunnen kleinkapitaal worden gezet. – Er zijn gevallen waarbij pertinent géén kleinkapitalen mogen worden gebruikt, zoals in chemische afkortingen (CO) of in muzieknotaties (A grote terts, en niet a grote terts). Wanneer een lettertype is voorzien van kleinkapitalen worden deze over het algemeen aan-

13


geduid met de toevoeging ‘Expert’ of ‘Caps’ of iets dergelijks. Het zetten van een woord in kleinkapitaal gebeurt als volgt: 1. typ het woord in onderkast 2. selecteer het woord 3. verander het font in de Expert of Caps versie 4. spatieer het woord eventueel iets aan (net als kapitalen dienen kleinkapitalen altijd licht aangespatieerd te worden). Verander de stijl van het woord nooit binnen het opmaakprogramma in ‘Verkleinde kapitaal’ of ‘Kleinkapitaal’ of ‘Small Caps’ of iets dergelijks. Hierdoor veranderen de kapitalen in verkleinde kapitalen en dit is typografisch gezien zeer lelijk.

iets over woord- en letter-spaties

14

Een woordspatie is de vaste hoeveelheid wit zoals gedefinieerd door de ontwerper van een lettertype, uitgedrukt in een gedeelte van de korpsgrootte. Deze voorgeprogrammeerde woordspatie bedraagt in verreweg de meeste lettertypen een kwart van de korpsgrootte, dus bij een 10 punts letter is de spatie 2,5 punt, en dat is voor een niet uitgevulde tekst te groot. Een woordspatie van één vijfde van de korpsgrootte is dan beter. Gelukkig kan in de meeste opmaakprogramma’s de breedte van de voorgeprogrammerde woordspatie standaard verkleind worden door een percentage in te stellen, dus wanneer de voorgeprogrammerde woordspatie op 80% wordt ingesteld dan levert dit een juiste woordspatie op van één vijfde deel van de korpsgrootte. Bij uitgevuld zetsel variëren de woordspaties zodat moet worden bedacht welke minimale breedte van de woordspatie nog toelaatbaar is. Ook moet de maximaal toelaatbare woordspatie worden ingesteld en bovendien de optimale (gewenste) breedte. Deze breedtes worden als percentage van de voorgeprogrammeerde woordspatie ingesteld (de optimale woordspatie kan meestal worden ingesteld op 80%, de minimale en maximale woordspaties op respectievelijk 60% en 100%).


Halve woordspaties komen in een goed getypografeerde tekst vaak voor. Ze zijn in veel gevallen nodig zoals in telefoonnummers of rondom gedachtestrepen. De meest eenvoudige manier om een halve spatie te zetten is door de spatie te selecteren en de korpsgrootte ervan te halveren. Halve woorspaties worden bijvoorbeeld gebruikt bij de initialen van een persoonsnaam. Zeker wanneer veel namen achter elkaar genoemd worden (zoals in een voorwoord of inleiding) vallen in de tekst grote gaten wanneer alleen hele woordspaties worden gebruikt. Naast halve woordspaties is het uiteraard mogelijk voor bepaalde doeleinden nog kleinere woordspaties toe te passen. Een andere waarde die veranderd kan worden is die van de letterspatie (de natuurlijke ruimte rondom de letters). Verkleinen van die ruimte heeft geen zin, vergroten van die ruimte is alleen gewenst bij kapitalen en kleinkapitalen. Bij onderkast levert het aanspatiëren van de letters – zeker in een platte tekst en vooral bij uitgevuld zetsel – meestal een onaanvaardbaar tekstbeeld op.

spatiëren en kerning Door een kapitaal of kleinkapitaal woord te spatiëren ziet het er vaak rustiger uit. De beste methode om een woord te spatiëren is om eerst tussen alle letters evenveel ruimte toe te voegen (aanspatiëren), en vervolgens tussen de te wijd uitziende lettercombinaties weer ruimte weg te halen (afspatiëren), net zolang tot het woord er evenwichtig en rustig uitziet. Spatiëren is niet hetzelfde als automatische ‘pair kerning’. De meeste lettertypen hebben standaard een aantal kerningparen ofwel voorgeprogrammerde lettercombinaties waartussen ruimte is weggehaald of toegevoegd. Bekende kerningparen zijn bijvoorbeeld Ta, Va en Wa, maar sommige lettertypen hebben meer dan 1000 van dergelijke combinaties. In de meeste opmaakprogramma’s kan worden gekozen om automatische kerning uit te zetten, vooral bedoeld om klein gezette tekst beter open te houden.

R.|A.|M.|Verhoef

½ ½

1

M.|v.|h. Groene

½ ½

M.|van het Groene

½

15


ligaturen Ligaturen zijn, zoals Van Dale vermeldt, ‘aaneengekoppelde geschreven letters’. Bij het schrijven van woorden worden inderdaad veel letters samengevoegd tot één teken. In de typografie gebeurt dit ook, maar op veel kleinere schaal. Terwijl Gutenberg in zijn 42-regelige bijbel uit 1455 nog rond de 60 ligaturen gebruikte om het handschrift zo goed mogelijk na te bootsen komen er tegenwoordig hoogstens 12 ligaturen voor.

16

ff ff fi fi fl fl ffi ffi ffl ffl fj fj ſs ß

Wanneer een f gevolgd wordt door een i raken zij elkaar, en dat kan lelijk zijn. Door deze f en i zó te tekenen dat ze op een natuurlijke manier met elkaar versmelten ontstaat één teken dat ligatuur wordt genoemd. De bekendste ligaturen zijn die waar de f gevolgd wordt door een letter die met de ‘overhang’ van de f versmolten is. De ligaturen fi en fl komen standaard in alle fonts voor, andere ligaturen zijn meestal in de ‘Expert’- of ‘Caps’-versie geplaatst, maar de plaats verschilt vaak per font. In het voorbeeld hiernaast wordt een gewone losse combinatie steeds gevolgd door de ligatuur, eerst bij de romein, dan bij de cursief. Als een woord waarin een ligatuur voorkomt kapitaal gezet wordt moet erop gelet worden dat de ligatuur niet per ongeluk blijft staan: WEGfiETSEN. Het en-teken & is een ligatuur van de e en de t (et is het Latijnse woord voor en). Het teken kent vele verschijningsvormen, waardoor het niet altijd even duidelijk is dat de & oorspronkelijk uit de e (of E) en de t is opgebouwd. De meest gebruikte toepassing is in firmanamen Vroom & Dreesmann, C&A, Procter & Gamble, maar in Engeland gebruikt men de ‘ampersand’ ook in lopende tekst in plaats van het woordje ‘and’. Het woord ‘etcetera’ wordt daar vaak als &c. afgekort. Alleen in het Duits komt de ligatuur ß (scharfes s) voor die in het Nederlands ringel-s wordt genoemd. De ß is een ligatuur van een lange s (een teken dat op een f lijkt, maar niet meer in gebruik is) en een gewone (korte) s. In een woord met kapitalen mag geen ß worden gebruikt, het wordt dan gewoon geschreven met dubbel S, dus STRASSE en niet STRAßE.


De typisch Nederlandse ligaturen fb, fh en fk komen tegenwoordig in de meeste lettertypen niet meer voor, maar bij het los achter elkaar zetten versmelten deze combinaties meestal op een acceptabele manier. De enige ligatuur die aan alle lettertypen zou moeten worden toegevoegd is de fj: De lafbek kwam kort na het

verbod op de drijfjacht in de zelfhulpgroep van de afkickboerderij terecht.

diftongen

æ Æ oe CE

Afgezien van het feit dat de tekens æ, Æ, oe en CE steeds een versmelting van twee letters zijn worden ze niet tot de ligaturen gerekend. Deze tekens hebben (net als de au, ei, eu, oe, ou, ui en ij) een aparte uitspraak en worden diftong of tweeklank genoemd. De æ komt alleen voor in het Deens, Noors en IJslands, de oe wordt alleen in het Frans gebruikt (manoeuvre). In het Latijn mag in woorden als ‘aestetica’ geen diftong worden gebruikt, dus de schrijfwijze æstetica is onjuist. De typisch Nederlandse diftong ij wordt in alfabetische lijsten (telefoongids, sommige woordenboeken, registers) op grond van haar klank vaak tussen de y geplaatst. Dat is net zo onjuist als dat men bijvoorbeeld de letter c op grond van haar klank tussen de k of s rangschikt. En ook de andere diftongen (au, eu etc.) staan gewoon in alfabetische volgorde. Het gebruik om bij een beginhoofdletter de beide tekens van de ij in kapitaal te zetten – zoals in IJmuiden – is formeel gezien niet juist (men maakt er ook geen AUsterlitz van of OUde Pekela). De oorspronkelijke schrijfwijze Ymuiden ligt waarschijnlijk ten grondslag aan dit ingeburgerde gebruik. Bij het spatiëren van een kapitaal woord met een lange IJ moeten dus ook de I en de J gespatieerd worden. I J M U I D E N en niet IJ M UI D E N. Maar er zijn typografen die met verve verdedigen dat I en J altijd min of meer bij elkaar horen omdat de Y eraan ten grondslag ligt.

Ligaturen en diftongen

fi = option shift 5 fl = option shift 6 ß = option s æ = option ‘ Æ = option shift ‘ oe = option q Œ = option shift q

17


accenten

Accenttekens Deze toetscombinatie moet worden gevolgd door de letter waar het accent op moet komen (behalve bij å, ç en ø) 18

´ = option e ` = option ` ^ = option i ¨ = option u ~ = option n å = option a Å = option shift a ç = option c Ç = option shift c ø = option o Ø = option shift o

Accenttekens of diakritische tekens zijn – hoe klein ze ook zijn – zeer belangrijk in de taal: er bestaat vrijwel geen taal waar géén accenten gebruikt worden. Accenttekens worden in Nederland in twee gevallen gebruikt: – Om ergens de nadruk op te leggen (bijvoorbeeld in hét). Bij een dubbele klinker staat op beide klinkers een accent (één). Wanneer met een hoofdletter wordt begonnen moet het accent óók op de kapitaal (Één) worden geplaatst. – In Franse woorden die de accenttekens ç, é, è en ê bevatten: reçu, comité, scène, crêpe (de andere Franse accenten worden in het Nederlands over het algemeen weggelaten). Onder ‘standaard-accenten’ worden díe accenten verstaan die in een normaal lettertype aanwezig zijn: á à â ä ã å ç é è ê ë í ì î ï ñ ó ò ô ö õ ø

úùûü

´ accent aigu [dát, géén, vóór, búíten] ` accent grave [à propos, blèren] ^ accent circonflexe [bâbord, gêne, maître, hôtel, flûte] ¨ umlaut [ärgern, Föhn, frühstücken] ~ tilde [São Paulo, mañana] å corona (alleen op de a) [Ångström] ç cedille (alleen onder de c) [façade] ø schuine streep (alleen door de o) [øre] Het accent circonflexe wordt in het Nederlands ook als samentrekkingsteken gebruikt: Neêrlands Hoop. De umlaut is een Duits accentteken dat voorkomt op de a, o en u. Hetzelfde teken is in het Nederlands géén accent, maar een deelteken (ook trema of diaeresis genoemd), gebruikt om de uitspraak van twee op elkaar volgende klinkers te verduidelijken: Kanaän, ideeën, egoïst, coöperatie, vacuüm. In andere Europese talen en in de Slavische talen komen onder andere de volgende accenttekens voor: ¯ (macron), ˘ (breve), ˙ (punt),

˝ (dubbele aigu of ungarumlaut), ˇ (hácek), ˛ (haakje of ogonek).

Op de computer moet meestal eerst het accent getypt worden gevolgd door de letter waarop het accent komt te staan. Ook in kapitale woorden moeten accenten worden gebruikt.


streepjes en lijntjes in tekst In de typografie worden streepjes en lijntjes gebruikt voor verschillende doeleinden, maar over het algemeen worden ze ingezet om iets te koppelen of te scheiden. De functie van lijntjes kan zijn: afbreken van woorden, gedachte in een tekst afbakenen, twee losse woorden aan elkaar koppelen, twee losse woorden scheiden. De vorm van de lijntjes hangt af van de functie. Afbreken Het bekendste voorbeeld van het gebruik van een streepje is het afbreken van woorden aan het einde van de regel. Dit gebeurt met een afbreekstreepje, een kort, dik streepje -,de zogenaamde divisie (‘hyphen’ in het Engels). Op het eerste gezicht lijkt het erop dat een afbreekstreepje wordt gebruikt om iets te scheiden, maar in feite koppelt men er twee delen van één woord mee. Koppelen Een tweede functie waarvoor de divisie wordt gebruikt is als koppelteken. Nu worden twee woorden ergens midden in de regel gekoppeld. Het is niet altijd uit te leggen wanneer twee woorden gekoppeld dienen te worden: confectie-industrie is mét koppelteken omdat er ‘botsende’ klinkers in voorkomen, confectieatelier wordt aan elkaar geschreven, hoewel hier visueel gezien een koppelteken niet zou misstaan: confectie-atelier. Gedachte Om in een tekst een gedachte te laten zien kan men deze aan weerszijden met een streep (de zogenaamde gedachtestreep) afbakenen. Dat kan – zoals hier gedemonstreerd – door middel van halve kastlijnen, of—zoals hier gedemonstreerd— met hele kastlijnen. Het is beslist fout om de divisie - zoals hier gedemonstreerd - te gebruiken als gedachtestreepje. De term halve en hele kastlijn stammen nog uit het loodtijdperk: de halve kastlijn is in lengte de helft van de korpsgrootte, de hele kastlijn is in lengte gelijk aan het korps, beide kastlijnen zijn dunner dan de divisie. Het ziet ernaar uit dat tegenwoordig de voorkeur uitgaat naar een halve kastlijn met aan weerszijden een halve spatie. Maar er is ook iets te zeggen voor een hele kastlijn zonder spaties, een Engelse tra-

19


ditie die vooral in literaire teksten goed kan werken als er echt even omgeschakeld moet worden naar een gedachte. In een woordenboek waar de kolommen niet zo breed zijn zou een hele kastlijn daarentegen te veel ruimte in beslag nemen.

man/vrouw en|of

20

3/4, 8 1/2 ¾, 8 ½

Scheiden Een manier om woorden te scheiden is door gebruik te maken van een schuine streep, de zogenaamde Duitse komma of ‘slash’ (/). De Duitse komma kan de betekenis aannemen van het woordje ‘of ’ (en/of, man/vrouw), het woordje ‘en’ (t/m), het woordje per (km/u, g/ m2), en soms als punt (a/d [aan de], p/a [per adres]). Er kan ook een verticale streep worden gebruikt (en|of, t|m), maar vooral in schreefloze tekst kan dit laatste teken verward worden met de onderkast l of met de kapitaal I. Overigens is het gebruik van een Duitse komma in de meeste gevallen af te raden: beter is om bijvoorbeeld afkortingen die een Duitse komma bevatten voluit te schrijven (tot en met, kilometer per uur, aan de, per adres). In eigennamen met tussenvoegsels mag de Duitse komma nooit worden gebruikt (v/d) omdat men dan niet weet of daarmee ‘van de’, ‘van der’of ‘van den’ wordt bedoeld. De Duitse komma wordt bij gebrek aan superieure en inferieure cijfers gebruikt in breuken: 3/4, 8 1/2. Wanneer de speciale cijfers wel aanwezig zijn wordt niet de Duitse komma gebruikt als scheidingsteken, maar de breukstreep (‘fraction’ in het Engels): ⁄. Een bijzonder scheidingsteken is de ‘Van Krimpen-komma’. De Romeinen gebruikten in plaats van een spatie tussen de woorden een wigvormig teken om woorden te scheiden, een teken dat Jan van Krimpen inspireerde tot het bedenken van wat we nu kennen als de ‘Van Krimpenkomma’, en te gebruiken als scheidingsteken in kapitale of kleinkapitale woorden. Dit teken komt in enkele nieuwe Nederlandse lettertypen (Trinité, Scala) voor, maar met een iets vergroot en verlaagd accent aigu (´) kan de ‘Van Krimpenkomma’ goed worden nagebootst. N E W Y O R K ´ H A A R L E M In plaats van de Van Krimpen-komma kan in dit geval ook de iets minder sierlijke verhoogde punt · (‘centered dot’) worden geplaatst.


Underscore De ‘underscore’ is een lijntje dat iets onder de basislijn staat en qua breedte gelijk is aan een halve kastlijn. Het wordt soms gebruikt in e-mailadressen of in namen van ‘websites’: www.fake_site.nl De ‘underscore’ is ook geschikt om op formulieren en invulbonnen een lijn te creëren waarop iets ingevuld moet worden:

Postcode en plaats : ____ __________

ander gebruik van kastlijnen en divisies – Zowel een halve als een hele kastlijn kan worden gebruikt als hulpmiddel bij een opsomming, zoals hier gedemonstreerd. Er volgt dan een spatie of tab na het lijntje. Een ander teken dat hiervoor gebruikt wordt is de vette punt • (‘bullet’). – In romans wordt bij het weergeven van een gesprek soms een kastlijntje gebruikt in plaats van aanhalingstekens, zeker als er veel korte zinnen onder elkaar staan: – Nu, en wat doe je? – Ik ga niet. – Waarom niet? – Grote hemel! Je moet eens horen, wat hij zei: ‘Blijf een tijd in de bergen en ga dan naar Egypte of naar Amerika…’ – De halve kastlijn wordt vaak gebruikt om ‘tot’ te vervangen: 1940 – 1945, 3 – 14 oktober, 18.30 – 21.00 uur, Arnhem – Berlijn. Het beste is om een halve spatie aan weerszijden te zetten. – In data wordt juist de divisie zonder spaties gebruikt om dag, maand en jaar van elkaar te scheiden: 16-12-2001. – Voor ‘minus’ wordt een halve kastlijn gebruikt: –18 ° C. – In geldbedragen wordt vaak een halve kastlijn gebruikt om aan te geven dat het om een rond bedrag gaat: €120,–. In tabellen wordt hiervoor soms een hele kastlijn gebruikt: €120,— maar een halve kastlijn voorafgegaan door een spatie is ook in dit geval minder storend €120,–. – Bij een normaal lettertype staan divisie en kastlijntjes op de helft van de x-hoogte, dus voor het gebruik ervan in kapitale woorden

21

1940 – 1945 3 – 14 oktober 18.30 – 21.00 uur Arnhem – Berlijn 16-12-2001 –18 °C


Streepjes en lijntjes - (divisie) = toets – (halve kastlijn) = option —(hele kastlijn) = option shift _ (underscore) = shift / (Duitse komma) = toets / ⁄ (fractie) = option shift 1 | (verticale streep) = shift \ ´ (Van Krimpen komma) = option e + spatie + basis lijn verschuiven · (verhoogde punt) = option shift 9 • (vette punt) = option 8

of met kapitaalcijfers is het beter deze lijntjes zóver omhoog te schuiven dat ze op de helft van de kapitaalhoogte komen te staan.

vreemde en minder vreemde tekens Parenthesen ( ) Ook wel ronde haakjes genoemd. Iets tussen haakjes zetten betekent dat iets nader wordt verklaard of dat naar iets wordt verwezen. Teksthaken [ ] Ook wel vierkante of rechte haken (in het Engels ‘brackets’) genoemd. In een bestaande tekst worden toevoegingen van redacteur of vertaler tussen teksthaken gezet. Accolades { } De accolade wordt gebruikt om twee of meer tekstregels bij elkaar te laten horen. Vooral in formules wordt dit teken daarom veelvuldig gebruikt.

22

Beletselteken … Wanneer in een zin een pauze valt of iets onuitgesproken blijft kan men daarvoor het beletselteken gebruiken. In een citaat kan een eventueel weggelaten gedeelte vervangen worden door een beletselteken tussen vierkante haken. ‘[…] dan scheldt hij

me uit voor kale… nou, laat ik het maar niet verder zeggen.’

De drie punten van het beletselteken staan verder uit elkaar dan drie gewoon getypte punten. Het teken mag niet uit twee punten bestaan (te weinig) en ook niet uit vier of meer (dat is overbodig). Het is ook onjuist zélf drie punten achter elkaar te typen, het gehele beletselteken zit onder één toets en is over het algemeen net zo breed als een hele kastlijn. Vraagteken ? Een vraagteken komt aan het eind van een vraag: Is dat niet raar? Tussen het einde van de zin en het vraagteken komt geen spatie, maar bij sommige lettertypen is een kwart spa-tie noodzakelijk. In het Spaans begint een vragende zin met een omgekeerd vraagteken ¿ en eindigt met een normaal vraagteken ¿Por què? In de vorm van het vraagteken kan men soms nog de letter Q herkennen van het Latijnse woord ‘Questio’ (vraag), waarbij onder de Q een punt is gezet.


Uitroepteken ! Een uitroepteken wordt gebruikt om iets van verbazing uit te drukken Het is gewoon belachelijk! of bij een uitroep Kijk uit! Tussen het einde van de zin en het uitroepteken komt geen spatie, maar bij sommige lettertypen is een kwart spatie noodzakelijk. In het Spaans begint een uitroepende zin met een omgekeerd uitroepteken ¡ en eindigt met een normaal uitroepteken. ¡Viva España!

¿Por què? ¡Viva España!

Het uitroepteken werd ooit geschreven als ‘Io’, wat in het Latijn een uitroep van vreugde was. Dat is in de huidige vorm nog te herkennen, waarbij de o een punt is geworden onder de I. Asterisk * Een asterisk of sterretje is een verwijzingsteken naar een voetnoot elders op de pagina. De asterisk staat direct achter de tekst, zonder spatie. In de noot zelf wordt eerst de asterisk gezet, gevolgd door een halve spatie en de noottekst. Bij meer noten op één pagina kan de asterisk tweemaal** of (maximaal) driemaal*** achter elkaar gezet worden. De Engelsen gebruiken in het geval van meer noten op een pagina allerlei oneigenlijke tekens: *† ‡ § ¶. Kruis † In Nederland in gebruik als overlijdensteken, in Angelsaksische landen is de ‘dagger’ een nootverwijzingsteken. De asterisk overigens wordt wel gebruikt als teken voor geboorte.

*1901 †1978 Dubbel kruis ‡ In Nederland niet gebruikt, in Angelsaksische landen is de ‘double dagger’ een nootverwijzingsteken. Alinea ¶ Het alineateken (¶) heeft dezelfde oorsprong als het teken voor paragraaf (§). De Grieken gebruikten het al in de vierde eeuw voor Christus in de vorm van een liggend streepje met als betekenis einde alinea. De vorm zoals we het alineateken nu kennen komt vooral voor in oude middeleeuwse boeken om aan te geven dat er, ergens midden in de regel, een nieuwe alinea begint. Tegenwoordig wordt het teken vrijwel niet meer gebruikt, maar begint men elke alinea op een nieuwe regel, waarbij de tekst bijvoorbeeld een stukje wordt ingesprongen of waarbij een hele regel wordt overgeslagen.

*** *†‡§ *1901 †1978 ¶ §

23


Vreemde tekens

( = shift 9 ) = shift 0 [ = toets [ ] = toets ] { = shift [ } = shift ] ? = shift / ¿ = option shift / ! = shift 1 ¡ = option 1 … = option ; * = shift 8

24

† = option t ‡ = option shift 7 ¶ = option 7 § = option 6 @ = shift 2 # = shift 3 ° = option shift 8 ª = option 9 º = option 0

Het alineateken wordt door sommige opmaakprogramma’s gebruikt als ‘onzichtbaar’ teken aan het eind van een alinea. Het betekent in dit geval dat er een ‘return’ is gegeven. Paragraaf § Dit teken wordt gebruikt in vooral schoolboeken en wetenschappelijke boeken om een nieuwe paragraaf aan te geven. Het paragraafteken wordt bij voorkeur gevolgd door een halve spatie: §16.2.3.1. Apenstaart @ In Amerika heet dit teken ‘Commercial at’. Het wordt gebruikt in de betekenis van stuksprijs (30 pieces @ $12,50) en wordt dan uitgesproken als ‘at’. In Nederland gebruikt men in dit geval het Franse woord à (30 stuks à ƒ12,50). Op Europese schrijfmachines en toetsenborden kwam het oeroude, door de Amerikanen geadopteerde, teken niet voor, maar sinds 1971, toen de eerste vorm van het internet werd bedacht, is het apenstaartje bekend als scheidingsteken in ‘e-mail’adressen. wim@fake.nl. Nummerteken # Een typisch Amerikaans teken dat ‘nummer’ betekent, bijvoorbeeld in adressen (39 The Fenway #4, Boston). Bij ons wordt soms nr. of no. gebruikt. Gradenteken ° Het gradenteken wordt gebruikt in temperatuursaanduidingen 25 ° C of 77 ° F, waarbij aan weerszijden van het gradenteken een halve spatie staat. In geografische maten wordt het gradenteken zonder spatie gebruikt in lengte- en breedtegraden: 52°21’30” (‘ en “ zijn hier respectievelijk minuten en seconden). Vrouwelijk en mannelijk rangteken ª º Het gradenteken moet niet verward worden met º (mannelijk rangteken) dat vroeger ook in Nederland kon worden gebruikt in 1º (primo of ten eerste), 2º (secundo of ten tweede). De superieure letter wordt in het buitenland gebruikt voor afkortingen als Nº (nummero) en Aº (Anno). Het vrouwelijk rangteken ª wordt gebruikt in Spaanse afkortingen, zoals in Sª (señorita).


typografische maatsystemen Het maatstelsel dat tot op heden in de typografie wordt gebruikt is twaalfdelig, net als bijvoorbeeld onze klok, de maandtelling en de Angelsaksische inhoudsmaten – erfenissen van een prachtig maatsysteem. Het nu bij ons bekende tiendelige (decimale) stelsel heeft ervoor gezorgd dat het twaalfdelige stelsel vrijwel overal verdwenen is (niet zo lang geleden kon in Groot-Brittannië nog met een ‘sixpence’ worden betaald). Twaalfdelige stelsels zijn flexibeler dan tiendelige stelsels: het getal 12 kan gedeeld worden door 6 getallen (1, 2, 3, 4, 6 en door zichzelf), het getal 10 door slechts 4 getallen (1, 2, 5 en door zichzelf). Officieel moet, ook in de typografie, sinds 1978 het decimale stelsel worden gebruikt, maar het is niet eenvoudig gebleken een eeuwenoud stelsel omver te werpen. De Fournier-punt De grootte van letters werd vroeger niet uitgemaatsystemen drukt in cijfers maar in namen als ‘Paragon’ en ‘Kleyne Canon’. Elk land had andere namen waardoor dezelfde 10-punts letter in Nederland ‘Dessendiaan’ heette en in andere landen ‘Small Pica’, ‘Philosophie’ of ‘Corpus’. De Parijse lettergieter Pierre-Simon Fournier le Jeune (1712 – 1768) probeerde uit frustatie in 1737 een eind te maken aan deze chaos door een maatsysteem te bedenken dat hij baseerde op de toen in gebruik zijnde ‘pied’ (voet) – het was in die tijd gebruikelijk in ledematen te rekenen. Om beter uit te komen sjoemelde hij daarbij iets met de grootte van die voet en verdeelde hij deze in 12 ‘pouces’ (duimen), die op hun beurt waren onderverdeeld in 12 ‘lignes’ (lijnen). Een lijn bevatte 6 ‘points typographique’ (typografische punten), en daarmee had Fournier het typografische maatsysteem uitgevonden. Omgerekend is één Fournier-punt gelijk aan 0,3493145 mm. De didotpunt In opdracht van koning Lodewijk xvinam een andere Franse lettergieter, François Ambroise Didot (1730 – 1804), rond 1785 de iets grotere ‘pied de roi’ (koningsvoet) als uitgangspunt. Hij verdeelde deze koningsvoet (32,49 cm ofwel schoenmaat 49!) op dezelfde manier als Fournier en noemde de punt een didotpunt, waarmee hij tegelijkertijd zijn eigen naam aan deze nieuwe typografische punt gaf.

25


Honderd jaar later, in 1878, was het Hermann Berthold in Berlijn die de didotpunt aan de meter relateerde (‘1000 mm ist 2660 Punkt bei 0 Grad Celcius’), en dat is, op een kleine temperatuurcorrectie na, zo gebleven. Twaalf didotpunten vormen één augustijn (ook wel cicero genoemd).

26

De oude picapunt Omdat de Britten zich altijd al hebben willen afzetten tegen de Fransen, en omdat de oude Engelse ‘foot’ iets kleiner was dan de Franse koningsvoet (het scheelt 2 cm), bestond er een Angelsaksische tegenhanger van de didotpunt, de iets kleinere picapunt. Twaalf picapunten vormen één pica. Omdat er verschillende versies van de Engelse voet in omloop waren werd in 1886 in Amerika afgesproken dat 83 pica’s gelijk waren aan 350 mm. Ook in Engeland werd deze picapunt tot standaard verheven. Later werd ook deze waarde iets aangepast. In de wereld van de 1 oude pica (12 oude picapunten) dtp heeft intussen een nieuwe picapunt zijn intrede gedaan. De dtp-picapunt Onder invloed van de (voornamelijk Amerikaanse) computer- en softwarefabrikanten ontstond in de dtp-wereld een nieuwe picapunt die afgerond is op precies 1/72 deel van de laatst afgesproken inch. De inch is een typisch Angelsaksische maat die is gebaseerd op het twaalfdelig stelsel waarbij één foot (‘) is onderverdeeld in 12 inch (“). De afwijking van deze dtppicapunt van de oorspronkelijke picapunt is minimaal en om te begrijpen waarom de dtp-picapunt ontstond, moet worden teruggegaan naar de glorietijd van de Amerikaanse typemachine. De ‘bolletjes’-typemachine van ibm werkte met hele, anderhalve of dubbele regelafstanden, en die afstanden waren gerelateerd aan de inch (een hele regelafstand is 1/6 inch). Ook waren er letterbolletjes met een verschillende ‘pitch’ waarbij 10 pitch overeenkomt met 10 tekens per inch en 12 pitch met 12 tekens per inch. Alles wat na de ‘bolletjes’-typemachine kwam nam deze inch als uitgangspunt, zo ook de computersoftware. Dat heeft tot gevolg gehad dat op dit moment de dtp-picapunt (precies 1/72 deel van de inch) standaard is geworden


in de dtp-wereld. Er wordt vrijwel niet meer gerekend in didotpunten of oude picapunten dus wanneer men tegenwoordig over een picapunt spreekt dan bedoelt men daarmee de nieuwe dtp-picapunt.

de 9 meest gemaakte fouten Fout 1 Bij woorden als ‘t en ‘s avonds staat de apostrof op z’n kop. Fout 2 Bij het zetten van gedachten worden afbreekstreepjes als gedachtestreepjes gebruikt. Fout 3 Het minuut- (‘) of secondeteken (“) wordt gebruikt als aanhalingsteken Fout 4 Kleinkapitalen zijn gezet als ‘Verkleinde kapitaal’. Fout 5 Kapitalen en kleinkapitalen worden niet aangespatieerd. Fout 6 Voor de lettercombinaties f met i en f met l worden geen ligaturen gebruikt. Fout 7 In een gewone tekst worden geen onderkastcijfers gebruikt. Fout 8 In de postcode worden geen kleinkapitalen en onderkastcijfers gebruikt. Fout 9 In plaats van het beletselteken worden drie losse punten getypt of zelfs vier of vijf.

27


NOTITIES


Had de Franse koning schoenmaat 49?  

Ofwel enige wetenswaardigheden en microtypografische regels bij het zetten van tekst (Martin Majoor)

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you