Issuu on Google+

‘Een rode loper voor gewone mensen’ Het stads­delen­ project van het Gemeente­museum Den Haag

1

‘Een rode loper voor gewone mensen’ Het stads­delen­project van het Gemeente­museum Den Haag

De stad naar het museum en het museum naar de stad...

voorwoord Wow, ja, het is gelukt. U bent gekomen, met uw vrienden, familie en uw buren. We mochten 70.000 Hagenaars en Hagenenzen ontvangen, uit de hele stad, van Duindorp tot Leidschenveen. We wilden de deuren voor iedereen openzetten. Voor alle Haagse buren, die ons te hoogdrempelig vonden, te ver, te saai of die ons simpelweg niet kenden. Inmiddels hebben wij met bijvoorbeeld 11.000 bezoekers uit Escamp en 7.000 uit Loosduinen gemiddeld zo’n 15-20 procent van de volwassenen in onze stad tot een bezoek kunnen verleiden. Wij zijn trots en blij, hebben genoten van uw enthousiasme en leergierigheid. En wij hebben veel geleerd, van uw vragen en opmerkingen. Velen van u ver­ dienen een lintje omdat u ons als echte ambassadeurs heeft gesteund in dit bijzondere project. Deze lintjes delen we in dit boekje letterlijk en figuurlijk uit. Wanneer worden mensen aangesproken door cultuur? Wat is er nodig om de vonk te laten overslaan? Vier jaar geleden schreef ik in de subsidieaanvraag: ‘Kunst draait om verbeelding, ontroert, geeft herkenning, verwondert. En confronteert, want het werk van de kunstenaar vraagt om een eigen mening. We geloven dat cultuur delen de levendigheid en de onderlinge verbondenheid vergroot in een stad, die steeds heterogener wordt.’ Ik kan inmiddels een beetje lachen om mijn eigen woorden. Misschien was ik wel te hoogdravend. We hebben vooral geleerd dat onze nieuwe bezoekers de wereld van de kunst op hun eigen manier beleven. Noemen een beroemd schilderij gewoon mooi. Of lelijk. Voor velen betekent de naam Berlage niets maar ze vinden ons gebouw wel ‘te gek’ als ze eenmaal binnen zijn. En ja, dat is goed zo. Want we leren ervan, voor onze rondleidingen, ons informatie­ materiaal en onze aanpak. Met dit boekje willen we iedereen bedanken. Onze sponsoren (Fonds 1818, het Mondriaan Fonds en het VSB Fonds), die met ons geloofden in de haalbaarheid van dit project. De tientallen spontane ambassadeurs, die hun buurtgenoten naar het museum hebben gebracht. Onze medewerkers, met name intern coördinator Jolanda van Zijl, die zo flexibel mogelijk en gastvrij onze nieuwe bezoekers hebben ontvangen. En onze projectleider Barbara Berger, die met tomeloze energie zowel in de stad als in het museum alle grenzen heeft opgerekt om zoveel mogelijk mensen tot een bezoek te stimuleren. We gaan door! Blijft u komen? Hans Buurman Adjunct-directeur, Gemeentemuseum Den Haag

inhoud

7 het project interview met barbara berger 8 lintjes: 8 Louise Roeleveld | 1 10 Titus EliĂŤns | 2 12 Achou Zhang | 3 14 Hans Janssen | 4 18 Jolanda Smolders | 5 20 Yassine Boukhari | 6 22 Elise Penning | 7 24 Jet van Overeem | 8 26 Monica Dijckmeester | 9 28 Trudi de Heer | 10 30 Jet Pijzel | 11 32 Wendy Fossen | 12 34 Wieke Terpstra | 13 36 Jolanda van Zijl | 14 37 stadsdelen den haag 38

vier jaren wat hebben we geleerd?

43 De toekomst blijven buurten bij berlage

6

het project interview met barbara berger “ Zoveel mogelijk Hagenaars hun museum laten bezoeken! Dat was mijn opdracht. Ik dacht: ik ga gewoon de wijk in en wacht op de dame met het hondje. Die kent iedereen en regelt alles.” – Barbara Berger, coördinator van het stadsdelenproject van het Gemeente­museum, over vier jaar kruisbestuiving tussen stad en museum. Het Gemeentemuseum hééft niet alleen een wereldvermaarde collectie moderne kunst, het gebouw zelf ís de mooiste verzameling baksteentjes van de wereld, een geometrisch wonder, Berlage’s laatste grote bouwwerk. Dat kent toch elke stadsbewoner, zo niet van binnen, dan zeker van buiten? Elke Hagenaar en elke Hagenees weet toch wel de weg te vinden naar dit stadsicoon, onze Eiffeltoren, onze Aya Sofia? Niet dus. Voor veel mensen in de stad is het niet meer dan een geel gebouw waar ze langs fietsen of rijden op weg naar het strand. En zelfs in Duindorp, bijna om de hoek, of in Laak weten velen echt niet waar het ligt, hoe het eruitziet, laat staan wat er achter de gevel te ontdekken valt. Hoe kan het ook anders? Een stel schilderijen tegen een witte muur, in een chique monument waar je stil moet zijn, met een slotgracht eromheen, in een rijkeluis­ buurt... Saai, elitair, te duur of totaal onbekend. Nee, ben je niet kunstminnend en hoogopgeleid, ben je geen expat of Japanse toerist, dan kom je niet zo gauw in het Gemeentemuseum. Jammer. Doodzonde, vond ook het Gemeente­ museum zelf. Want kunst is passie en passie raakt iedereen. Daarom gingen in 2009 ramen en deuren open voor een nieuw publiek: de eigen

7

1 Veel oudere mensen hebben hun hele gezin uitgenodigd voor een dagje uit in het Gemeente­museum. Daar heerst een soort rust, je kunt de tijd nemen om samen van de kunst maar ook van elkaar te genieten. Dat heb ik vaak gehoord, dat die rust zo heerlijk is in het museum. Veel mensen gingen wel met knikkende knieën naar binnen, hoor. Dat onderschatten jullie nog weleens, hoe zo’n museum overkomt als je er nog nooit bent geweest. Hoe moet je je gedragen, wat kun je doen? Jullie gastvrijheid was daarom zo ontzettend belangrijk. Vriendelijk ontvangen worden neemt meteen drempels weg. En het heeft ook iets chiques, om met de bus gehaald en gebracht te worden. Echt bijzonder voor veel buurtbewoners. In de bus terug waren mensen zó trots! Wat de kinderen hadden gemaakt in het Kinderatelier, het leek wel heilig. De buschauffeur mocht nauwelijks remmen uit angst dat het eigen kunstwerkje kapot ging. Ja, dat is het waarom ik mij voor jullie heb ingezet. Ik vind de overdracht belangrijk, kunst leren kijken, rustig genieten, dat is toch zo belangrijk in het leven.

Louise Roeleveld buurt­activiste Laak

8

buren, de inwoners van de stad. Allochtone moeders, worka­holics en tweeverdieners die nooit tijd hebben, bejaarde dames uit de Vogelwijk die verpieteren in eenzaamheid, hangjongeren in parkjes en speelpleinen die teveel tijd hebben, bijstands­gezinnen en nieuwe migranten uit Polen en Bulgarije, kortom iedereen die nooit in een museum komt, wilde het Gemeentemuseum graag over de mooie marmer- en parketvloer krijgen. Dat is gelukt. Stadsdeel na stadsdeel verwelkomde het museum de bewoners van Den Haag, met de gekste en verrassendste acties, bijeenkomsten en workshops. Ruim 70.000 nieuwe bezoekers leverden de acht stadsdelenprojecten op tussen 2009 en 2013. Veruit de meesten kwamen er voor het eerst. In Den Haag is het één van de meest geslaagde sociaal-culturele initia­ tieven van de laatste jaren. En dat in crisistijd. Projectleider en ‘makelaar’ die stad en museum koppelt, is Barbara Berger, journaliste, antropologe en communicatiedeskundige die al langer samenwerkt met het Gemeentemuseum. Barbara is een Duits-Haagse of Haags-Duitse wervelwind die al meer dan 30 jaar in de Hofstad woont en werkt. Ze solliciteerde voor de opdracht bij voormalig directeur Wim van Krimpen. Of ze wist waar ze aan begon in 2009? “Tuurlijk niet. Maar ik wist dat het draaide om passie. De mensen van dit museum zijn ongelooflijk geraakt en gedreven door het moois dat ze in beheer hebben. Dat wilden ze delen. En ik vind niets mooiers dan mensen bewegen en zelf bewogen worden. Bovendien ben ik verliefd op deze stad. Dus een prachtige klus! Ik heb iedereen helemaal gek gemaakt, in de stad en vooral in het museum. Maar ik heb mensen, geloof ik, ook aangestoken met mijn enthousiasme. Mijn belangrijkste les voor het museum? Kruip uit de ivoren toren van de kunstwereld. Met l’art pour l’art kom je nergens in Laak.

9

2 Ik vind het echt het mooiste project van ons museum. Ik heb nooit eerder zoveel één-op-één contact gehad met bezoekers. Wijkbewoners leken wel sponzen, die alles wat we vertelden, gewoon naar binnen zogen. Dat maakt jezelf ook weer enthousiast. Een soort kinderlijke ontvankelijkheid, maar zó inspirerend. Laatst, bij een lezing over Delfts Blauw, waren veel gesluierde moeders met hun kinderen. Nou, we klagen altijd dat ze hun kinderen te laat naar bed sturen. Maar als je zag hoe die kinderen die avond straalden, hoe trots ze mij lieten zien wat ze gemaakt hadden. Het leek wel of we een wereld voor ze open hadden gemaakt. Met dat project hebben we echt nieuwe doelgroepen gevonden, mensen bij de kunst gebracht. Dat moeten we veel méér doen, dat beklijft. En ik kreeg ook veel onverwachte vragen. Bij de Berlage tentoonstelling zei iemand: meneer, ik ben meubelmaker, kunt u mij wat vertellen over de constructie van de meubels hier. Ik zei: als u meubelmaker bent, dan vertelt u het maar. Dan leer ik ook weer iets! En dan heb je ook nog andere interessante fenomenen, zoals dat veel mensen kunstvoorwerpen mee namen om te laten taxeren. Dan bleek soms dat het weinig waard was, misschien pas tien jaar oud, maar omdat het van oma was geweest hing er voor de bezoeker een hele mythe omheen. Dan zeg je dat toch wat voorzichtiger. Ik hoop echt vurig dat we met dit project doorgaan.

Titus Eliëns hoofd collecties Gemeente­museum

10

uit de mail

‘Ik moest aan je denken omdat ik nogmaals naar het GEM ben geweest met mijn moeder. Ik vind de actie zo ontzettend goed. In het museum kwam ik veel buurtgenoten tegen. Sommigen waren echt nog nooit in het museum geweest en waren blij verrast! Is het GEM ook een beetje tevreden?’

Luister naar wat er leeft onder de mensen, beweeg mee met de stad. Alleen zo verbind je buiten en binnen. Graffiti taggers zijn óók kunste­ naars en een braderie is niet iets vies. Als ik de grootste visboer van Scheveningen vraag om met een haringkar in het museum te gaan staan, brengt dat veel teweeg. Een full house; 1400 Duindorpers en Scheveningers die voor het eerst dat gekke gele gebouw in gingen om er te kijken naar Weissenbruch, Israels en andere meesters van zee en strand. Hún meesters! Ze zien hun eigen wereld, hun eigen geschiedenis en spijkeren en passant de museumdocenten bij over de schepen en de vissersmaterialen die ze op de doeken zien. Een geweldige actie! En samen met winkeliers en medewerkers die in Scheveningen wonen in vier dagen bedacht, geregeld en uitgevoerd.” Samen met Barbara blikken we terug op drie jaar kruisbestuiving tussen stad en museum, op tientallen knotsgekke en ontroerende ontmoetingen. Hoe kreeg ze de stad het museum in? Wat leverde het op? Hoe veranderde het museum, hoe veranderde de stad, hoe veranderde zij zelf? Wat blijft haar het meeste bij? En hoe begon het eigenlijk? “Het idee kwam van adjunct-directeur Hans Buurman. Raak de mensen in de stad met het moois dat we hebben en veranker ons museum meer in de Haagse samenleving. Maak ons minder hoogdrempelig en zorg dat er in elk huishouden minstens één keer wordt gediscussieerd over wel of niet gaan naar het Gemeentemuseum. Maak rumoer, heisa en haal de mensen hierheen. Dat was de opdracht. Ik kreeg carte blanche, op één ding na: aan de collectie en de tentoonstellingsprogrammering mocht geen jota veranderen.”

11

3 Cultuur een gemeengoed? Nee, dat is niet zo, de entreekosten zijn vaak veel te hoog. Maar met dit cadeau van het Gemeentemuseum was de drempel weg. Alle klanten leken blij verrast. Het cadeau van het museum pakte ook goed uit voor onze winkels hier in de buurt. De klanten kwamen nog gemakkelijker binnen, want ze konden immers ook nog sleutelhangers halen. De hangers waren in het begin niet aan te slepen. Dan heb je ook meteen een goed gespreksonderwerp aan de balie of bij de kassa. Het voegt iets toe aan je product. Ook goed dus voor ons ondernemers. Echter, ik merk dat je zo’n mooi initiatief wel een beetje warm moet houden, ook bij ondernemers. Na een tijdje zit zo’n actie niet meer op het netvlies. Dus je moet af en toe met iets nieuws komen. Ik vind het zelf jammer dat we als ondernemers geen gebruik hebben gemaakt van de aangeboden bus en rondleiding. Maar dat wil ik nog wel, zo’n cultureel uitje voor de ondernemersvereniging. Ik ben wel enthousiast geworden door de actie. Wij moeten als winkeliers wel lang van tevoren plannen, maar we gaan het wel doen.

Achou Zhang onderneemster Zeeheldenkwartier

12

Oma met kleindochter bij de gezins­workshop ‘Kop op!’ Het klein­dochtertje (6) schilderde zomaar een dubbelportret à la Frida Kahlo (en Rivera) van haar oma (de helft van een gezicht) en de buurman van oma als de andere helft van het gezicht. ‘Want oma kon met haar problemen en droevige verhalen steeds terecht bij de buurman die altijd voor haar klaarstond.’

Waarom moesten ze jou hebben? “Inspireren, bewegen, verbinden, dat zijn de sleutel­woorden van mijn communicatiebureau. En van mijn kijk op het leven. Precies de kernwaarden van dit project. Bovendien kenden ze mij al als iemand die onconventionele paden bewandelt om mensen te raken. Een berekend risico zullen we maar zeggen.” Hoe doe je dat, een stad naar het museum halen? “Door mee te gaan met wat er beweegt in de stad. Ik ben antropologe. Geen heerlijker stad om in onder te duiken en te verkennen dan Den Haag. Rijk en arm, burgerlijk en antiburgerlijk, kak­madammen, ruig volk en expats, alles vind je hier. Bovendien is het een dorp, iedereen kent elkaar. Zoek de actieve wijkbewoners, ga naar de trefpunten en verkoop je verhaal. Dan gaat de rest vanzelf.” Welk verhaal verkocht je dan? “Ik had een cadeautje weg te geven: mensen mochten gratis naar het mooiste museum van Nederland! Wie een groep op de been kreeg, kon een gratis rondleiding of een workshop boeken. Sleutelhangers die dienst deden als gratis museum­pas legde ik op plekken waar mensen nou eenmaal komen: supermarkten, cafés, kerken, scholen, sportclubs, zwem­baden, noem maar op. Voor het eerste stadsdeel, Segbroek, maakten we nog een heus krantje met gratis pasje. Alles hebben we daarvoor geregeld, van de interviews, de redactie, tot de deur-aan-deur verspreiding. Wat bleek? De pasjes ver­dwenen en de krantjes bleven ongelezen liggen. Dat was dus ‘eens en nooit weer.’ De crux zit ‘m erin dat je een fijnmazig netwerk opbouwt van mensen die enthousiast zijn en op hun beurt weer andere buurt­bewoners optrommelen. Dat zijn onze ambassadeurs. Sociaal actieve super­regelaars die bovendien gek zijn op kunst.

13

4 Op de eerste avondopenstelling liep ik in het museum de kapper van de overkant tegen het lijf. Aardige man. Hij liep door de ingangshal alsof hij voor het eerst in het Louvre was. Of bij de koningin. Met een beetje schroom en ontzag, en nieuwsgierigheid ook. Ik heette hem van harte welkom in zijn ‘eigen museum’ -zo zei ik het- en hij toonde zich oprecht verbaasd. Want, zo zei hij, hij was veertig jaar elke dag op weg naar zijn werk langs gereden. Hij had jarenlang alle directeuren van het museum geknipt en die hadden hem mooie verhalen verteld over het museum en hun werkzaamheden. Maar hij had nooit het idee gehad dat dit museum van hem was. Wist eigenlijk nauwelijks dat het een museum was. Wist ook nauwelijks wat precies een museum was. Ik legde hem uit dat wij als taak hadden om de mooiste dingen uit onze cultuur te bewaren en te openbaren naar de gemeenschap toe. En dat wij het fijn vonden om nu ook stadsbewoners welkom te mogen heten die de instelling niet zo op hun netvlies hadden. Hij wandelde verder. Ik wenste hem veel plezier. Later op de avond, toen de meeste mensen al weg waren, kwam ik de man weer tegen in de gang. Hij was ontdaan. En ontroerd. Was dat allemaal werkelijk van ons allemaal? En dus ook van hem? Dat ging hij vertellen aan al zijn klanten. Ik heb hem aangemoedigd dat te doen.

Hans Janssen conservator Gemeentemuseum

14

We hebben er nu meer dan 100. Sommigen kan ik zelfs ‘s nachts uit hun bed bellen. Een fijnmazig sociaal netwerk in de hele stad onderhouden kost ontzettend veel tijd en energie. Maar door met ambassadeurs te werken maak je je projecten ook duurzamer en op termijn minder duur.” Hoe vind je die mensen? “Door kansen te zien en op mensen af te stappen. ‘Wachten op de dame met het hondje’, zo ben ik het ook gaan noemen als mooi beeld van een bijzondere ervaring die ik in Laak destijds had. In een lege en verlaten straat zag ik op verschillende plekken dezelfde soort Halloween-versiering hangen. Wie organiseert zoiets, vroeg ik me af? Ik wacht in de auto, tot ik een dame met een hondje zie lopen. Zij vertelt me dat de bewoonster van nummer 31 achter de Halloween-versiering zit. Ik bel er aan, blijkt het een supermens te zijn, type moeder-overste. We praten, ze wil sleutelhangers en flyers en krijgt zo een groep enthousiaste­lingen uit de straat op de been. Ik regel een bus en een week later krijgt het Gemeentemuseum vijftig mensen over de vloer die anders nooit waren gekomen. Of neem een buurtbewoonster, een dame van de oude stempel, vroeger notuliste in de politiek, maar ook gedreven in sociaal werk. Of de directeur van het Vadercentrum, die god en de wereld in Laak kent en mensen enthou­ siast maakte voor het Gemeentemuseum. Of de Marokkaanse sportleider, die honderden jongeren om zich heen heeft en altijd op zoek is naar iets nieuws voor ze. Of die dame in Leidschenveen. Je hebt daar een kinderboerderij, een restaurant en een winkelcentrum en dat is het zo’n beetje. Er is nauwelijks een sociale structuur. Zij is gek op kunst en cultuur, organiseert een kunstkijk-dag, en zorgt vervolgens dat niemand zonder sleutel­ hanger naar huis gaat. En belt ons net zolang, totdat ze mooie reproducties krijgt van museum­ kunst, voor haar volgende braderie. Win-win, dus,

15

16

uit de mail

‘Ik werd helemaal enthousiast van jullie uitnodiging in onze buurtkrant, maar ik weet niet of mijn idee in het geheel past. Onze internationale volksdansgroep Nipah danst in de Acaciastraat. Wij bestaan uit een voorstellings-, een recratie-, een kinder- en een (groot-)ouder en (klein-)kindgroep. Zelf ben ik een keer in het museum geweest (in de kelder?) en heb daar allerlei instrumenten uit verschillende landen van de wereld gezien. Zou het wat zijn om volksdansers die instrumenten te laten zien of, nog beter, te laten horen? En als het niet kan, dan vind ik het nog steeds erg leuk, dat jullie je als museum zo open stellen voor het publiek.’

vind ik. En zo komt er dan toch een bus uit Leidschenveen naar het museum! En natuurlijk hebben we ook samen gewerkt met de woningcorporaties, die met hun huurders bij ons een prachtige winteravond hebben georganiseerd. Het was spannend want het moest natuurlijk geen klaagavond worden over lekkende douches of zo. Maar dat is gelukt! En we werkten met de voedselbanken, die de sleutelhanger wekelijks in het mandje meegaven. Kerken, waar de pastor de parochianen opriep om naar het museum te gaan na de dienst. Dertig Dominicaanse vrouwen die de hele week hard werken en hun zondag doorbrachten bij ons in het museum. Ik vond gelukkig een vrijwilligster die Spaans sprak, en de groep kon ontvangen. Een slager die van kunst houdt, een echte buurtmoeder die vrijwillig het paasontbijt maakt voor het hele flatgebouw in Segbroek en natuurlijk alle bibliothecaressen die voor ons sleutel­hangers en flyers verspreidden. Een kapper in Klein Katowicze, de Poolse wijk in Laak, die museumpasjes uitdeelt en zijn klanten warm maakt voor een bezoek. Geen betere ambassadeur dan zo’n Poolse kapper. Kletst als brugman. En die Poolse dames, dat zijn echt de Parisiennes van het Noorden, zo vaak als die naar de kapper gaan... ga zo maar door. Ik heb jaren mijn boodschappen­ route en mijn wandel- en fietsroutes verlegd alleen al voor dit soort toevallige ontmoetingen met winkeliers en gedreven en inspirerende bewoners. En natuurlijk nooit mijn oude bak instappen zonder de voorraad flyers en sleutelhangers op de achterbank. Je weet maar nooit wie je onderweg in de stad tegenkomt.” De mensen die je noemt zijn vaak al wat ouder. Ook jongeren ‘in beweging’ gekregen? “En òf. Wat dacht je van onze graffiti acties, die hebben heel wat rumoer veroorzaakt. ‘Een moment van geluk in ons Gemeentemuseum’

17

5 Het is een uitje voor mensen om naar het Gemeentemuseum te gaan, zeker gezien de kleine portemonnees hier in de wijk. En dan komen ze in het Gemeentemuseum. Regelmatig hoor ik in de gangen ‘is dit nu kunst?’. En dat is nu net waar het omgaat. Zien van kunst doet praten en vaak blijkt dat mensen wel méér kunst hebben gezien zonder het te beseffen. Naar het museum gaan geeft een ruimere kijk op het leven. Je ziet wat nieuws, wat anders en soms voel je ook herkenning. En daarnaast kweekt het sociale samenhang. Samen komen, met elkaar over kunst praten bij de koffie is inspirerend. Met een groep van twintig lichtdementerende ouderen zat ik in de bus naar het Gemeentemuseum. De rollators en rolstoelen werden netjes door de chauffeur onderin de bagageruimte gelegd. Al snel begon iemand ‘Oh, oh Den Haag’ te zingen, een leuk sfeertje meteen. Nee, dus. In de vele gangen van het Gemeentemuseum moesten we af en toe achter de dementerenden aanrennen om ze terug te halen van ‘het alvast weg­ lopen’ naar een andere gang. Iedereen was ontzettend vrolijk. En toen kwamen we bij de kamer waar het Haagse poppenhuis staat. Een vrouw in de rolstoel sloeg een hand voor haar mond van blijdschap. Ze zag dit prachtige poppenhuis. En ja, ze wilde het van dichterbij zien. Met zijn vieren (twee aan elke zijde) hebben we haar uit de rolstoel getild en haar twee treden laten lopen (ze wilde nog hoger) op de trap ervoor. Zeker 10 minuten lang heeft ze met bewondering gekeken voordat ze terugging naar de rolstoel. Gelukkig heelhuids terug in de rolstoel, dacht ik. Zoveel dank ervoor!

Jolanda Smolders consulente ouderenwerk Escamp 18

zo heette het project in het begin. Het Graffiti Steunpunt – dat bestaat dus – had van het stadsdelenproject gehoord en wist mij te vinden. Op 15 elektriciteitshuisjes in de stad hebben we met jonge graffitikunstenaars tags gemaakt van ons logo. Sommige tags waren geïnspireerd op schilderijen, zoals de Kaartspelers van Van Doesburg. Die tag schittert vier jaar later nog steeds op het Koningsplein. Later heb ik Haagse graffiti­ kunstenaars, tieners die al een paar keer waren opgepakt voor illegaal spuitwerk, overgehaald om in het museum workshops te geven voor jongeren. Eerst binnen kunst kijken van Sol Le Witt, en dan buiten in de fietsenstalling van het museum zelf aan het werk. Groot succes. Hoge kunst en straatkunst, dat botst soms. Maar dat soort contrasten zoek ik juist op. Veel burgers gruwelen bij de gedachte aan graffiti. Vandalisme, vinden zij. Het museum was ook erg huiverig om ermee geassocieerd te worden. Hoe los je dat op? Door de museum­directeur samen met de wethouder plechtig het eerste elektriciteitshuisje te laten bespuiten...” “Een andere grappige actie en een mooie cultuur­clash was de dating-avond voor singles in het museum. Indertijd liep de tentoonstelling Liefde! Kunst! Passie!, over kunstenaarsparen. Valentijnsdag zat eraan te komen, dus ik dacht: geen mooiere locatie om passie in de praktijk te brengen dan het museum. Toen hebben we een romantische dating-avond georganiseerd. Ik moet toegeven, dat ik na al die vrouwelijke aanmel­ dingen, een paar mannen zelf erbij heb geregeld. Met wijn, muziek, intieme tafeltjes en de inspiratie van de kunst. Nooit eerder gedaan in een museum.” “Ook zogeheten ‘hangmoeders’ hebben we naar het museum gehaald. Soms blijven vrouwen urenlang bij school op hun kinderen wachten om zo een buskaartje uit te sparen. Ze wilden wel naar

19

6 De jongeren hebben bij jullie geleerd dat elk kunstwerk wel een verhaal heeft. Dat vond ik mooi om te zien. Niet meteen een mening geven, eerst eens goed kijken wat je ziet en wat het kan betekenen. Dat is steeds weer gelukt met de jongeren, dat ze niet onmiddellijk een oordeel gingen roepen over een kunstwerk. Eerst wat leren. We hebben ook in het museum samen ontwerpen gemaakt voor de muur op ons sportveld die we mochten beschilderen van de woning­ corporatie. We hebben goed gekeken naar de molens van Mondriaan, en dan onze eigen molen geschilderd. Het was echt leerzaam. En ik vind het zelf leuk om jongeren méér te leren dan sport. Gezellig­heid is trouwens ook belangrijk, dat doen jullie goed. Wij willen echt graag vaker komen met de jongeren. Kunnen we nog wat workshops volgen? Portretten schilderen of graffiti, dat zou geweldig zijn. Echt hartstikke leuk!

Yassine Boukhari sport buurtcoach Ketelveld

20

het museum, dus we hebben een mooie workshop tulpenvazen beschilderen geregeld. Wist je dat de tulp eigenlijk uit Turkije komt? Dus dat kwam goed uit. Wel is het even zoeken wat we met de jonge peuters moeten doen, die nu eenmaal bij hun moeders zijn. Eigenlijk kan dat niet in het museum, ze zijn te jong. Maar het leuke is dan dat de afdeling educatie toch weer meewerkt en iets verzint voor de kleintjes. Zo konden de moeders voor het eerst in hun leven een uurtje rustig genieten van kunst. Ze kregen een eigen rondleiding. Wat een belevenis. Op een gegeven moment stonden ze voor de Victory Boogie Woogie. Dat doek gaat over de betovering van de grote stad, New York, het naoorlogse, de bevrijding. Het sloeg niet aan bij de Marokkaanse moeders. Maar toen ik hen vroeg om met toegeknepen ogen te kijken en te denken aan Marrakesch, de geuren, de muziek... ja, toen fleurden die gezichten op. Zelden een grotere aha-smile gezien. Een andere vrouw was diep ontroerd toen ze een oriëntaals schilderij zag van een jonge vrouw. Ze herkende zichzelf toen ze jong was. Zonder stadsdelenproject waren ze nooit naar het museum gekomen.” “Of neem een groepje jongeren dat ik tegenkwam in het park bij het Rode Kruis Ziekenhuis. Alleen hamburgers en ‘iets spannends’ zouden hen het Gemeentemuseum in krijgen, vertelden ze me. Of we daar dan ‘s verder over konden praten in het museum zelf, vroeg ik. Dat vonden ze goed. Kwam verdorie alleen de jongerenwerker die hen begeleidt opdagen op de afgesproken dag. Wat doe je dan? Ik dacht aan mijn eigen pubers. Whatsappen natuurlijk, ik had hun 06-nummers, die leven niet met agenda’s. En ja hoor, daar kwamen ze. Uiteindelijk opperden ze het idee van een speurtocht. Je kunt je afvragen wat daar zo spannend aan is. Maar besef dat voor veel jongeren toch geldt dat ze thuis nooit verder zijn geprikkeld dan door Sesamstraat. Die speurtocht is er gekomen en die

21

7 Het project is belangrijk voor wijkbewoners. Het wordt gezien als verwennerij. Het is prettig als het vervoer geregeld is, dan is het echt een uitstapje. En het was goed dat de sleutelhangers voor meerdere personen was. Dan kon je met je gezin terecht, dat is anders te duur, De rondleidingen vond iedereen ontzettend leuk, dan begrijp je toch beter waar je bent. Mensen zeiden: Goh, wat is het museum toch veelzijdig!’ Dat vind ik zelf ook. Je kunt er verdwalen, maar je kunt ook heel gericht bekijken wat jij leuk vindt. Nieuw en oud bij elkaar, een mooie combinatie. De verschillende collecties maken het levendig, want een museum zou toch saai zijn als het alleen maar platte afbeeldingen zou hebben? Iedere keer weer verbaas ik mij over de vele mooi ruimtes die soms traditioneel, soms super cool zijn ingericht. Je kunt er inspiratie opdoen en het Gemeentemuseum is hipper dan je denkt!

Elise Penning hoofd bibliotheken Haagse Hout en Scheveningen

22

25 jongens en meiden hebben hamburgers gegeten in het GEM. Had de keuken speciaal gemaakt.” “Bij elke actie of bijeenkomst die wij samen met de buurt verzonnen moest ik steeds afwegen tot hoever ik kon gaan, wat we in korte tijd nog konden regelen en ritselen en hoeveel potjes ik kon breken bij het museumpersoneel. Want alle wijk­projecten leveren extra werk op, voor de bewakers, de museumdocenten, de educatieve afdeling, de mensen van de garderobe.” Was ‘gratis’ uiteindelijk het toverwoord waarmee je mensen naar het museum kreeg? “Die gratis toegang was belangrijk. Je haalt een financiële drempel weg, die voor veel mensen te hoog is. Maar sociale, culturele of psychologische drempels blijven even hoog. Met alleen ‘gratis’ krijg je mensen niet in beweging. Gastvrijheid, daar draait het om. Nieuwe bezoekers met open armen ontvangen en op hun gemak stellen. Dat betekent vervoer regelen, maar het verblijf ook warm en gezellig maken. Ook dat moet je regelen. Door bijvoorbeeld bij de avondopenstelling een paar leuke jongens en meiden bij de entree neer te zetten die bezoekers welkom heten en hen wegwijs maken in dat voor hen vreemde gebouw. ‘Waar is de wc, waar kan ik m’n tas kwijt...’ Mensen die voor het eerst in een museum komen raken altijd een beetje in paniek. En je hebt geen idee wat een kopje koffie doet voor of na een rondleiding. Zonder koffie geen gesprek. Mensen praten na bij een drankje, reflecteren, delen, uiten hun dankbaarheid. Soms pasten we rondleidingen aan, we hebben ze vooral ook veel korter gemaakt! Bij een modetentoonstelling wilden bezoekers de stoffen aanraken. Mocht niet. Dus kwamen er staaltjes bij de jurken om de stof te kunnen voelen. We vertaalden steeds naar de leefwereld van ons publiek. Bij alles wat we deden dachten we van buiten naar binnen. Het vertrekpunt was steeds:

23

8 Een oudere, ongetwijfeld sterk gekrompen meneer met echtgenote aan de arm schuifelt het museum in. Ik heet hem welkom. Ze blijken nog nooit in het museum te zijn geweest. Meneer zegt: “Ik wil graag een schilderij zien.” Ontroerend. Niet een specifiek schil­derij van die of die kunstenaar, begrijp ik. Maar een schilderij, een echt schilderij, geen reproductie. Nou, dat treft, daar hebben we er hier in het Gemeente­ museum wel een paar van! Ik kon meneer en mevrouw stralend de weg wijzen naar ‘echte’ schilderijen! Dan komt een jongetje binnen. Met zijn vader. Hij kijkt gespannen verwachtingsvol om zich heen. Ik heet hem welkom en praat met hem.’Wat kun je hier allemaal zien?’, wil hij weten. Gespannen blik – nog steeds. Ik leg het zo beeldend en aantrekkelijk mogelijk uit. Schets hem de kindermuseumzaal, de ADO-kindertour, de beroemde Victory Boogie Woogie, het Museumatelier en wat al niet. Peinzend kijkt hij me aan en vraagt dan: ‘Hebben jullie ook een dinosaurus?

Jet van Overeem conservator en hoofd educatie Gemeentemuseum

hoe is het voor iemand die nooit in een museum komt? Alleen zo haal je het elitaire weg dat kleeft aan kunst en maak je van een museum een leuke, gezellige plek.” “Dat de toegang gratis was, is voor mij ook een kwestie van principe. Het Gemeentemuseum staat ondermeer voor kwalitatief vermaak. Voor vermaak mag je best geld vragen. Maar het museum is ook nationaal en internationaal erfgoed. Het behoort tot de geschiedenis en de identiteit van eenieder. Al de buurtinitiatieven van de afgelopen vier jaar stonden precies in het teken van het delen en toegankelijk maken van dat erfgoed. Ik vind dat het beheren, het ontsluiten én het delen van dat publieke erfgoed een taak van de overheid is die dan ook publiek gefinancierd behoort te worden, met overheidsgeld dus. Dat musea daarnaast allerlei commerciële evenementen en activiteiten organiseren waar ze geld voor vragen, begrijp ik goed, zeker in deze bezuinigings­tijden. Maar publiek erfgoed zou gratis toegankelijk moeten zijn, vind ik. Crisis of geen crisis. Bovendien is er ook een marketingargument. Een slimme gratis-campagne kan netto goedkoper uitkomen dan een dure mediacampagne voor een tentoonstelling met entree. Dat vind ik dubbele winst.” Welk stadsdeel vond je het moeilijkste over te halen, welke het makkelijkste? “Ik denk Leidschenveen. Het is qua oppervlakte het grootste stadsdeel en ligt het verste weg van het museum. En er wonen voornamelijk jonge tweeverdieners met kinderen, die vooral druk zijn met werken en de hypotheek afbetalen. In alle andere stadsdelen kwam het rumoer gemakkelijk op gang. We begonnen in Segbroek, een groot succes. Daarna ging het als een vuurtje door de rest van de stad.”

25

9 Het bijzondere was dat mensen zich zo ontzettend welkom geheten voelden. Zij vroegen ons hoe dit alles zo goed bewaard is gebleven en wie ervoor zorgde. Dan kwam het gesprek al snel op echte museumonderwerpen zoals aankoop of legaat, conservator, depôt, handschoenenwerk, niets aanraken. Mensen uit andere culturen konden vaak heel mooi vertellen wat zij in een schilderij zagen. Zij lieten hun hart gemakkelijk spreken, beleefden een moment van geluk. En vroegen: wanneer mogen wij weer komen? Bezoekers moet je niet meteen overvoeren met kennis. Ik liet het museum altijd gewoon zien als ‘ons huis’. Dan durfden de bezoekers hun echte vragen te stellen. Het poppenhuis sprak vooral voor mensen uit andere culturen tot de verbeelding. Hier konden zij ongestoord zien hoe een voornaam Nederlands huis er vroeger uitzag. Veel bezoekers zeiden dat ze blij waren het gebouw van binnen te zien waar zij altijd langs waren gereden. De ontvangst met wat lekkers werkte goed om de verlegenheid te doorbreken. De Spaanstalige groep uit een kerk, die na de rondleiding nog koffie dronk, kreeg de complimenten van de jonge ober. Hij zei dat hij sinds lang niet zulk dankbare mensen had gehad. Volgens mij was enthousiasme het sleutelwoord in dit project. Door de stad in te gaan en gastvrij te zijn, hebben we bruggen kunnen bouwen voor wijk­ bewoners. En hebben we als museum de ivoren toren neergehaald. Dat is ongebruikelijk voor een culturele instelling.

Monica Dijckmeester informatrice Gemeentemuseum

26

uit de mail

‘Bij het spuiten van de graffiti, wat buiten achter het museum plaats vond, bleken kleine talenten tussen de deelnemers. De sfeer was goed en werd extra stoer door hip hop muziek op de achtergrond. Er was een aantal jongeren dat van zichzelf al wel eens tekent of schildert. Dit was te zien. Veel van de jongeren waren erg creatief en hebben originele pieces en characters bedacht. Er waren ook echte graffitikunstenaars die de jongeren hielpen bij het maken van een mooie piece. Zonder deze kunstenaars was de workshop toch anders geweest. Het daadwerkelijk aanbrengen van graffiti bleek moeilijker dan gedacht. Toch zijn er erg mooie resultaten uit gekomen.’

Hoe zat dat met buurtgemeenschappen, welke deden mee, welke niet? “Samenwerken met moskeeën, dat werkte niet echt gemakkelijk. Het bleven voor mij gesloten gemeenschappen. Allochtone groepen bereik je dan toch beter op het schoolplein, zo bleek. En sportclubs werkten ook niet zo goed mee als we hadden gehoopt. Die kloof tussen sport en cultuur is toch wel erg diep. Alhoewel, badmeesters in zwembaden zijn mijn helden. In het Zuiderpark, Overbosch en andere baden is er geen zwem­ diploma uitgereikt, geloof ik, zonder dat de moeders niet eerst naar het Gemeentemuseum waren geweest. Een zwembad is een ideaal trefpunt: iedereen komt er, arm, rijk, autochtoon, allochtoon. Ik kreeg de sleutelhangers er niet aangesleept. Het leek wel of ze ze in het water gooiden. Kappers en bibliothecaressen werkten ook goed mee. Elke kapperszaak is een buurt­centrum, elke bieb een wereld. En winkeliers natuurlijk. Middenstanders zijn geboren praters, dus het museum aanprijzen bij klanten ging ze goed af. Bovendien was het stadsdelenproject voor hen soms ook winst­ gevend: zij konden klanten iets gratis aanbieden en wij hadden er een netwerk bij. Zoals gezegd, krijg één grote visboer uit Scheveningen op je hand en je hebt zo duizend man op de been.” Is er ooit iets uit de hand gelopen in het museum? “Op een gegeven moment wilde een groepje moslims bidden. Dit was even schrikken voor de beveiliging. ‘Straks stonden, zaten of lagen er 80 man te bidden!’ Maar zo’n vaart liep het niet. En toen de hamburger etende jongeren door het museum liepen ging een beveiliger undercover, als fotograaf. Hij was behoorlijk gespannen. Was niet nodig... Eén keer hadden we de poppen aan het dansen. We hadden een Turkse rapper en een buikdanseres uitgenodigd voor een klein concert in de grote hal. Een geweldige avond. Alleen bleken er een paar blowers in de zaal te staan.

27

10 ‘Een paar weken geleden kwam zat ik in de tram tegenover een mevrouw. Zij begon uit zichzelf tegen me te praten en zei: ‘Mevrouw ik moet u even groeten’. Ik kende haar niet. Toen zei ze: ‘Ik was in het Gemeentemuseum bij zo’n avond en heb toen een rondleiding van u gekregen. Het was ontzettend leuk! Dat heeft zoveel indruk gemaakt. Dank u wel daarvoor. Daarom wilde ik u even groeten’. En dan moet ik ook aan die jonge moeder uit Irak terugdenken met haar twee kleine kinderen. Ik heb ze een deel van het museum laten zien en ze reageerden als ‘Alice in Wonderland’. Daarna heb ik ze naar het atelier gebracht en daar zijn ze tot het eind gebleven. Alles wat ze konden doen, hebben ze gedaan. Ze hebben met volle teugen genoten. Ik hoorde ook vaak ‘wat fijn dat we dit allemaal mogen zien. Onze leven is helemaal niet zo leuk maar het is zo fijn om zoveel moois en goeds te zien en zoveel aardige mensen tegen te komen. Bedankt!’ Toen ik een rondleiding mode gaf, liep ik met de groep naar de tentoonstelling en toen ik me omdraaide zag ik dat het minstens 40 mensen waren in plaats van de afgesproken 20. De vrouwen riepen: ‘Dat geeft niet hoor. We zijn wel heel stil dan kunnen we het toch goed horen’. Bij een ontwerp met een hoofddoek zei een Turkse mevrouw terwijl ze naar haar eigen hoofddoek wees en naar het mode­ontwerp: ‘Kijk, deze mode is ook voor mij. Zij heeft ook een hoofddoek.’

Trudi de Heer museumdocente Gemeentemuseum

28

uit de mail

‘Hoi, wat mij betreft was de dating­avond een groot succes! Bij de rondleiding waren de singels eerst wat schut­terig (mannen natuurlijk zwaar in de minder­heid) maar gaande­weg kwamen de tongen los, ogen begonnen te schitteren en er verscheen kleur op de wangen. Echt! Het was zo leuk, we hebben gelachen en grapjes gemaakt en de mensen hebben me uitvoerig bedankt! Druk pratend gingen ze naar de borrel: die hadden gespreksstof te over! Bij sommigen leek er iets moois uit voort te komen.’

Die zijn er direct uit gezet. En terecht. Maar eigenlijk is alles heel erg mee gevallen, ook dankzij de fantastische suppoosten. Die dachten altijd meteen mee bij een probleempje. Het allerbelangrijkste is dat de collectie geen enkel spatje schade heeft ondervonden van de tientallen extra evenementen die uit de wijkprojecten zijn voortgekomen.” Is er iets dat je niét geregeld kreeg, maar wel wilde doen? “Wijkkunstenaars wilden graag langere tijd exposeren in het museum. Dat kon niet want het betekende een wijziging van de collectie. Als tussen­oplossing kwamen we met kunstenaars­ routes in de stad. Zo heeft het museum lokale kunstenaars gepromoot. En na een tijdje mocht op een avondopenstelling een beperkt aantal kunstenaars uit de wijk exposeren, soms op zelf meegebrachte schilderezels. De trots spat van hun gezicht af op zo’n avond, als vrienden, kennis­sen maar ook honderden onbekende museum­ bezoekers hun werk zien. Ik heb, denk ik, mijn beloftes aan die honderden groepen en individuen waargemaakt in die vier jaar. Samen met alle medewerkers van het museum. Soms met bloed, zweet, tranen, maar ook met heel veel lachen, af en toe kwaad worden en wat flessen wijn.” Wijken in beweging, museum in beweging, tien­duizenden nieuwe bezoekers... Is het museum veranderd, is de stad veranderd? Ben je zelf veranderd? “Er is veel veranderd. Het Gemeentemuseum staat op het netvlies van Hagenaars en Hagenezen als een leuke, gezellige, levendige en eigentijdse plek. Ruim 70.000 mensen hebben zich verbaasd over de gastvrije en onbureaucratische houding van alle medewerkers die bij dit initiatief betrokken waren. Driekwart van hen kwam voor het eerst naar het museum. Dan verander je toch wel iets in de stad, hoop ik.”

29

11 Het belooft een drukke avond te worden, de bezoekers stromen binnen. Bezoekers die we niet dagelijks in ons museum ontmoeten. We hebben een heel laag­drempelige tentoonstelling over poppenhuizen, poppen en mini­a­ turen (XXSmall) en daar is meteen veel belangstelling voor. Ik heb verschillende groepen rondgeleid en zag hoe echt iedereen genoot. En hoe iedereen ook eigen favorieten uitkoos. Ik zag dochters met hun Marokkaanse moeders en grootmoeders, ik zag stoere kerels met kolenscheppen van handen. De mannen bestudeerden de verlichting van de huizen en de constructie van de kleine meubeltjes. En de vrouwen droomden weg bij de interieurs en de poppen. Was de grote reeks van Barbies uit de jaren zestig voor de Westerse vrouwen één feest van herkenning, de Marokkaanse vrouwen gaven geen krimp. Maar als zij íets mooi vonden, dan was dat de kleine Prinses Daisy, een babypopje met haar wieg en uitgebreide uitzet van kleertjes overvloedig afgezet met kant.

Jet Pijzel conservator Gemeentemuseum

“Een ander nieuw besef bij de stad en bij het museum is dat je met gratis-campagnes zovéél kan doen, zoveel nieuwe doelgroepen kan bereiken en innovatiever kunt werken dan veel mensen dachten.” “Is onze tentoonstelling, rondleiding, uitleg of workshop eigenlijk niet te moeilijk, te saai of te elitair?’ Die vraag leeft nu veel sterker in het museum. Daarmee is het in drie jaar opener geworden, gastvrijer en minder bang voor nieuwe bezoekers en onconventionele bijeenkomsten. Graffiti-artiesten zijn niet gevaarlijk en biddende moslims zijn geen reden tot paniek... De tweede Ladies Night die eraan komt, het idee om met Stichting Bewegen Tegen Kanker patiënten­ bezoeken te organiseren, dat zijn toch wel spin-offs van het project. De nieuwe acties ver­ binden het museum verder en dieper met het weefsel van de stad en borduren voort op wat wij hebben gedaan.” “En of ik zelf ben veranderd? Ik woon al 30 jaar in Den Haag en ben nog meer van deze stad gaan houden. Die contrasten tussen burgerlijk, underground en van alles ertussen vind ik geweldig. Ik weet nu nog beter waar de bewegers zitten, de gedreven en inspirerende stadsgenoten, waar de trefpunten zijn en waar de trends ontstaan, wat de leukste maar ook de meest suffe cafés zijn. Én waar ze de lekkerste broodjes hebben. En ik ben zo’n beetje de beste ritselaar van de stad geworden, hoor ik altijd. De vriendschappen die deze jaren hebben opgeleverd, in de stad en in het museum, is een groot cadeau voor mezelf geweest.”

31

12 Mijn allerleukste ontmoeting in het stadsdelenproject was het bezoek van een groep verstandelijk gehandicapten, die voor een rondleiding Delfts Blauw kwamen. Ik zag er een beetje tegenop, want het is soms best moeilijk om een leuk verhaal te maken wat voor iedereen begrijpelijk is. Ik had me geen zorgen hoeven maken. Want de groep was zelf al bezig met keramiek. Ze vonden het super leuk, waren heel erg onbevangen en ook heel leergierig. Geef mij maar tien van zulke groepen in plaats van veel scholieren, die vaak verplicht moeten komen en dan een beetje apathisch rondhangen! We hadden het heel gezellig en als klap op de vuurpijl hadden ze een cadeau voor mij meegenomen: een prachtige schaal die door een van hen was gemaakt. Toevallig helemaal mijn kleuren en hij prijkt nu thuis op de schouw.

Wendy Fossen museumdocente Gemeentemuseum

Het hele vierjarige project heeft 850.000 euro gekost. Financiers waren onder andere Fonds 1818, VSB, de Mondriaan Stichting en het Gemeentemuseum zelf. Een criticaster zou zeggen: 850.000 euro voor gratis kaartjes, gratis gebak, gratis bussen en gratis workshops voor lui die wellicht nooit meer terugkomen naar het museum. Weggegooid geld. Jouw reactie? “Onzin. We hebben meer dan 70.000 mensen geraakt met ons eigen cultureel erfgoed met een relatief kleine investering. We hebben toch wel bijgedragen aan sociale cohesie en integratie. Al moet je dat natuurlijk nooit te hard roepen over jezelf. We hebben tussen de 15-20 procent van de volwassenen van Den Haag het museum in gekregen. En ze vonden het prachtig. Hele straten zijn op ontdekkingstocht gegaan. Bewoners hebben niet alleen het museum leren kennen, maar ook elkaar. Als iets niet voor niets is geweest, dan wel het stadsdelenproject.” Welke lessen trek je uit al die evenementen en ontmoetingen, voor het museum, voor de stad, voor jezelf? “Ik ben niet zo van de lessen, maar vooruit. Voor het museum: heb lol in ontmoetingen, wees niet te bureaucratisch en wees niet te bang om uit de band te springen. Voor de stad en de wijk­ organisaties: laat van je horen, durf het gesprek aan te gaan, stap af op instellingen en vraag om steun of medewerking als je nieuwe en spannende dingen wilt organiseren. Meestal valt er iets te regelen. En voor mezelf: ik moet oppassen dat ik niet over anderen heen dender met mijn enthousiasme.”

33

13 Veel stadsdeelavonden bracht ik in de Dijsselhofkamer door. Die kamer is op de wandeling door het museum voor nieuwe bezoekers altijd een blije verrassing. Vooral als ze zich voorstellen hoe de oorspronkelijke kleuren zijn geweest van de batiks aan de wanden. Een bijzondere museale ervaring, de confrontatie met de vergankelijkheid. Als ze over 25 jaar weer komen is er nog minder kleur over, dat proces is niet te stoppen. Grote groepen met Marokkaanse en Turkse bezoekers hebben we blij gemaakt met Delfts Blauw. En ze waren ook onder de indruk van de rijkdom en de gastvrijheid van het museum. En de Marokkaanse vrouwen, die al ervaring hadden met Henna-tekeningen op hun handen, kwamen na de workshop Delfts Blauw met de mooiste bordjes thuis!

Wieke Terpstra museumdocente Gemeentemuseum

34

Alles draaide de afgelopen vier jaar om het delen van passie en ontroering. Door wie of wat ben je zelf het meest geraakt in al die jaren? “Als er tien bussen aan komen rijden met mensen die nooit eerder in een museum zijn geweest, dan krijg ik kippenvel. De verwachting op die gezichten bij het binnenkomen! Dat roert me. Het zijn grote maar ook heel intieme en kwetsbare bijeenkomsten. Weten dat al die mensen zullen worden opgevangen en verwelkomd door het voltallige museumpersoneel, dat initiatieven die ik heb geregeld ook door hen gedragen worden, dat raakt me diep. Het zijn voor mij avonden van stress, paniek en van brandjes blussen, maar de passie en de professionaliteit van collega’s maken alles goed. Soms zijn het individuele ontmoetingen die ontroeren. Een keer kwam er een vrouw met twee kinderen, veel te vroeg, een uur voor de opening was ze er al. Ze kwam uit Irak, was vluchteling en sprak een beetje Engels. Ik heb de museum­ docente gevraagd om een privé­rondleiding te geven. Was geen probleem. Ontroerend. Of een beveiliger van het museum, die op zijn vrije maandag door weer en wind van deur tot deur ging in zijn wijk, met sleutelhangers en een gepassio­neerd verhaal. Die warmte en die energie, daar krijg ik het zelf warm van.” En welke tentoonstelling heeft je in die vier jaar het meest getroffen? “De kunstenaarsparen vond ik interessant, die gaat toch echt over mensen en relaties, daar heb ik dus wat mee. Maar één springt eruit. Die van Alexander Calder. De man maakte de meest fasci­ nerende mobiles en bewegingsbeelden. Ik vond dat zo mooi! Beweging, passie, vervoering, dat is waar het in het leven voor mij om draait. En dat mag ik met het stadsdelenproject doen.” Frank van Lierde

35

14 “Hallo, spreek ik met Jolanda van het museum? Ik bel voor familie, die durft namelijk niet te bellen maar ze willen graag meer weten over de flyer die verspreid is ‘Hallo Escamp’.” Zo begint één van mijn eerste telefoongesprekken toen ik aan het project drie jaar geleden begon, en het bleek zeker niet het laatste gesprek te zijn. Tijdens deze gesprekken waren mensen verbaasd dat de toegang gratis is en ze gratis workshops kunnen volgen. Gratis vervoer en een kop koffie of thee om het bezoek gezellig af te sluiten en na te kletsen was helemaal verbazingwekkend. “Maar ik zie mezelf helemaal niet rondlopen in zo’n groot museum. Dat is toch niks voor ons?” Alle mensen die ik bij hun bezoek heb begeleid waren altijd zeer enthousiast bij het naar huis gaan. Ze vinden het super dat we dit aanbieden om op deze manier kennis te maken met het museum. Het is dan helemaal niet zo eng en spannend als ze dachten en er is zoveel meer te zien. De meeste mensen komen zeker nog een keer terug met de sleutelhanger om de rest te bekijken. “Kunnen we dan weer een workshop of een rondleiding boeken?” Ze kijken nu met andere ogen naar het museum.

Jolanda van Zijl intern coördinator stadsdelenproject Gemeentemuseum

36

stadsdelen Den Haag 1 Segbroek 2 loosduinen 3 Escamp 4 Leidschenveen-ypenburg 5 Laak 6 haagse hout 7 scheveningen 8 centrum

7

1 2 8

6

3 5

4

37

vier jaren Wat hebben we geleerd? Het Gemeentemuseum is niet de enige organisatie, die op zoek is naar de (wijk)bewoner. Gemeenteambtenaren, politici, welzijnswerkers struikelen over elkaar heen op bijeenkomsten van de formele wijkstructuren, zoals de bewonersorganisaties, buurthuizen, jeugd- en welzijnswerk, moskeeen kerkbesturen of winkeliersverenigingen. Toch bereik je daar (nog) niet gemakkelijk de ‘echte doelgroep’, de individuele gezinnen en informele verbanden: straatbewoners, (hang)jongeren, (drukke) twee-verdieners. Die komen niet op vergaderingen. Toch kent elke formele wijkorganisatie een paar infomele denkers en doeners, altijd in voor iets nieuws. Vaak werd ik na zo’n bezoek aan een wijkvergadering door individuen gebeld met een bijzonder idee. Dat waren vaak mensen die ‘iets’ met cultuur hebben en graag iets wilden doen met het project in de wijk, op maat. In het Google-tijdsperk weten we dat relatieopbouw vaak effectiever en goedkoper is dan een dure voorlichtingscampagne. Kernwoorden van nu zijn connecties, openheid, luisteren, vertrouwen, wijsheid, niches, netwerken. In een goede relatie telt luisteren, gastvrijheid en vrijgevigheid: dus goede service en contact met de ‘klant’ is je beste marketingstrategie. Dat leerde ik van de Amerikaanse mediadeskundige Jeff Harvis. Dus ben ik gaan lopen en ‘hangen’ op pleinen in de wijk en drukke winkels. Elke buurt en kleine gemeenschap kent haar eigen moeder of vader ’overste’: iemand die veel mensen kent en in actie komt. Denk aan b.v. de informele flatcoördinator van de Loosduinse Weg, de werkgroep sociale leefbaarheid, de nachtpreventie, de kerkvrijwilliger, actieve winkeliers, redacteuren van wijkkranten die er zelf ook wonen, een Poolse tolk. In deze contacten is het geven en nemen. Zij nodigen mensen uit voor een bijeenkomst in het museum en ik help – soms – informeel met mijn communicatie-ervaringen, voor iets waar zij net mee bezig waren. Samen brainstormen over nieuwe maatschappelijke ideeën – niet alleen rondom het Gemeentemuseum – geeft in zo’n relatie energie. Ik ben vaak (soms vijf keer en meer) langs geweest, en heb zowel een aanbod gedaan als ook ideeën en contacten gevraagd. Het moeilijkst – voor mij – was het om mensen met een Marokkaans, Surinaams of Turks achtergrond te bereiken. Het idee dat zo’n contact het best via een moskeebestuur

38

gelegd kan worden, is achterhaald. Ik trof juist in sommige moskeebesturen veel vooroordelen aan over ‘Westerse’ kunst. Schoolpleinen, winkels en het welzijnswerk zijn veel betere ingangen. Uitnodigingen aan bijzondere ambassadeurs werkten goed zoals de nieuwjaarsborrel speciaal voor actieve winkeliers. Ook het intensieve contact met een jongerenwerker die hang­ jongeren begeleidt, was leerzaam. Zijn ideeën over een speurtocht vielen in eerste instantie goed in het museum maar bij de uitwerking bleek dat de kloof tussen museum en streetcornerwork best groot is. Dat werd na enige irritatie van beide kanten goed opgepakt. We constateren nu dat de relatieopbouw aardig is gelukt. Onze ambassadeurs blijven ons helpen. Bij de verspreiding van posters, op braderieën. Of vragen onze inbreng bij andere wijkevenementen en dragen ideeën aan. Inmiddels hebben enkele winkeliersverenigingen om vervolgactiviteiten (buiten het project om) gevraagd. Ook het jongerenwerk wil graag een meer structurele relatie tussen het museum en hun doelgroepen. De wijkmedia bellen vaak voor kopij.

39

En natuurlijk is er soms ook kritiek. Sommige wijkkunstenaars vinden dat er veel meer wijkkunst in het museum moest komen en het museum anders niet ‘het recht’ heeft de buurt in te gaan. De buurt is van ‘hen’. En sommige museum­bezoekers zijn bang voor de ‘ontheiliging van de kunst’ en overlast binnen en buiten het museum door wijkbewoners. Ik vond het opvallend dat het museum minder leeft onder wijkbewoners dan het zelf denkt. Om enthousiasme te kweken, zijn verhaaltjes nodig over wat de bezoeker te wachten staat, liefst met iets bijzonders erbij zoals wat gezellig­heid, koffie of een doe-activiteit Bruggenbouwen, echt uitnodigen is nodig ook al is de toegang gratis. Museum+… méér dan een museum! Bijna alle activiteiten met een bijzondere ‘museum-plus’ ervaring komen voort uit vragen uit de wijk. Zoals bijvoorbeeld gezellig met je straat of organisatie op stap, een dating avond n.a.v. een romantische tentoonstelling, een bijzonder paasontbijt met rondleiding toe, de uitleg van historische muziekinstrumenten voor volksdansers, een Spaanstalige rondleiding voor parochianen of een bedrijfs­uitje met (bijna) gratis borrelhapje trokken wel veel wijk­bewoners. Ook de rondleiders van het museum genoten van de ‘nieuwe’ vragen en andere invalshoeken van deze bijzondere bezoekers. Veel vraag was er ook naar workshops voor volwassenen op het terrein van kunst en cultuur, doe-activiteiten dus. Een groot succes zijn de regelmatige avondopenstellingen voor één buurt, met gratis busvervoer, muziek en korte rondleidingen. Deze leveren elke keer tussen de 400–1000 bezoekers op en dragen zeker bij aan de cohesie in de wijk, zo werd ons steeds verzekerd. Het museum dus als ‘event’ en ‘entertainment’, en als bijzondere ontmoetings­plek met en voor je omgeving, met een bruggenbouwer er­tussen. Dan is het Museum+ voor de wijk! (PR) activiteiten in de wijk Zichtbaarheid en aan de buurt aangepaste, laagdrempelige communicatie op billboards en wijkkranten werkt goed in de wijk. Uit steekproeven blijkt dat bijna alle buurtbewoners ‘ergens’ van het project hadden gehoord. Wijkmeda blijken goed te worden gelezen, en staan open voor regelmatige berichten. Plaatselijke media als de Haagse Courant, Posthoorn, radio West en lokale zenders zijn geïnteresseerd maar hebben regelmatig nieuws­voorziening/ contact nodig. Bijna elke buurt (of haar winkeliers) heeft daarnaast een eigen site. ‘Omstreden’ communicatie zoals de graffitihuisjes die (ondermeer)

40

gelinkt werden aan het museum, zorgt voor free publicity en ‘tam tam’. Winkeliers zijn belangrijke ambassadeurs: ze hebben wel eigen – commerciële – agenda’s die je moet respecteren. Deur aan deur verspreiding van pasjes, flyers of sleutelhangers is omslachtig en duur. Centrale plekken in de wijk werken veel beter als verspreidingspunt zoals bibliotheken, stadsdeelkantoren, zwembaden, en natuurlijk winkels. Beweging in het museum Het stadsdelenproject is ook intern voor het museum een uitdaging. De fijnmazige aanpak van doelgroepen met verschillende interesses en achtergronden is niet gemakkelijk voor een grote instelling die ingericht is op de verwerking van grote, min of meer gelijksoortige bezoekers. Met name het bedenken en ontwikkelen van bijzondere activiteiten, die dienen als brug­ getjes van de tentoonstellingen naar verschillende nieuwe doelgroepen kost veel tijd. Het komt als extra werk bovenop bestaande zaken en dat vraagt enthousiasme. Sommigen willen dit niet. Dan gaat de kracht- hart en ziel- van het project verloren. Het is beter om te investeren in ‘the willing’, vaak medewerkers die de maatschappelijke en educatieve functie van het museum belangrijk vinden of omdat ze zich zelf herkennen in buurt­bewoners. Ook biedt het project mogelijkheden om nieuwe activiteiten te proberen in het museum en dat vinden sommige medewerkers een mooie kans.

41

42

DE TOEKOMST Blijven buurten bij berlage We zijn de stad rondgeweest, maar klaar zijn we nooit. Het Gemeente­ museum wil de banden met wijkbewoners behouden. Hoe nu verder? Samen met zo’n 35 ‘wijkambassadeurs’ hebben we nagedacht over de toekomst van het stadsdelenproject, met een groep winkeliers, welzijnswerkers, moeder oversten en buurtvaders uit mijn uitdijende adressenlijst. Mensen met wie ik een band heb opgebouwd omdat zij belangeloos en vaak heel creatief hielpen om nieuwe bezoekers voor het museum te werven ‘Ja, we willen door! Jullie project was een rode loper voor gewone mensen, een feest in de wijk. Het museum is óók van ons!’ Dat was hun boodschap. Alle begrip voor het feit dat het project is afgelopen, de gastvrijheid en het gratis vervoer niet meer zo ruimhartig kan zijn in de toekomst. De ambassadeurs vonden wel dat de avondopenstellingen doorgang moeten blijven vinden. Die bijeenkomst dragen sterk bij aan het culturele buurtgevoel en houden het museum levend in de wijk. En onze ambassadeurs wezen ons op alle mogelijke partnerschappen waardoor de toekomst hopelijk betaalbaar kan blijven.

Onze plannen Avondopenstellingen We organiseren per jaar 6-8 avondopenstellingen, waarbij soms stadsdelen gecombineerd worden. Er is van tevoren overleg met betreffende wijk­ ambassadeurs over de aanpak en het programma. De ambassadeurs helpen ons dan om buurtbewoners uit te nodigen en geven aan waar museum­ bussen nodig zijn. Ook letten we er met name op hoe we gezinnen bij de avond kunnen betrekken. We geven kortingsbonnen mee (half jaar geldig) om bewoners nog een keer terug te laten komen en betrekken het GEM en Fotomuseum bij de avond­ openstellingen.

43

44

Initiatief vanuit ambassadeurs We nodigen onze ambassadeurs maar ook anderen uit met concrete voorstellen te komen. Daarbij zoeken we aansluiting bij acties van winkeliers, evenementen in de wijk of initiatieven van bijvoorbeeld woningcorporaties, buurthuizen, sportclubs e.a. Ook werken we ruimhartig mee aan verzoeken vanuit de wijk om groepen, die nog niet eerder zijn geweest, gastvrij te ontvangen. Ook ontwerpen we gemakkelijk te gebruiken communicatie-materiaal (meer replica’s/vitrines/billborden/spandoeken), in overleg met de wijk. Daarnaast wordt de communicatie met wijkmedia verstevigd. Kleinschalig initiatief vanuit wijk in het museum We bieden aan iedereen, van wie we in het kader van ons project email­­adre­ssen hebben verzameld, aan om de komende tijd nog eens met een kleine groep voor een standaardrondleiding of standaardworkshop terug te komen. We vragen ook toestemming om deze bezoekers over het stads­ delenproject op de hoogte te mogen houden. Per wijk stellen we dan – afhankelijk van aanvragen, budget en mogelijke partnerschappen – vast hoeveel gratis activi­teiten wij kunnen aanbieden. Ook vragen we hoeveel van onze bezoekers bereid zijn voor ons als een soort wijksteunpunt te fungeren. Dit kan eventueel in samenwerking met vrijwilligersbanken. Uw ideeën blijven welkom. Wordt zeker vervolgd! Barbara Berger Coördinator van het stadsdelenproject

45

Stadhouderslaan 41, Den Haag 070 338 11 85 / educatie@gemeentemuseum.nl www.gemeentemuseum.nl

47

Colofon

Het stads­delen­project van het Gemeente­museum Den Haag | 2009-2013

Interview Frank van Lierde Redactie Barbara Berger Bijdragen Ambassadeurs: Yassine Boukhari, Elise Penning, Louise Roeleveld, Jolanda Smolders, Achou Zhang Gemeentemuseum: Monica Dijckmeester, Titus Eliëns, Wendy Fossen, Trudi de Heer, Hans Janssen, Jet van Overeem, Jet Pijzel, Wieke Terpstra, Jolanda van Zijl Ontwerp Lyske van der Brug, Gemeentemuseum Foto’s Gemeentemuseum Uitgave Gemeentemuseum Den Haag 2013 Sponsoren

Het stads足d elen 足p roject van het Gemeente足m useum Den Haag 2009-2013


Stadsdelenproject