wisselcolumn Sasja Verhoeff, huisarts in Waardenburg Vliegende kiep
‘ Maar dokter, dat is niet mijn potje’ Na het bijna acht minuten durende telefonisch consult met Henk, pak ik de eerste gele vloeistof. ‘Loop maar even mee.’ In een andere ruimte vraag ik wat de klachten zijn en steek ik een stick in de urine. ‘Maar dokter, da’s niet mijn potje.’ Als ik terugloop, hoor ik door het telefoongeluid heen een luid gebrul. Een zichtbaar ongeruste moeder met een kind op de arm: ‘Joep is net gevallen.’ Hulp aan dit kind gaat even voor. Ik neem de telefoon op en vraag of ze even geduld hebben. ‘Nou, ben anders al een hele poos aan het bellen.’
34
de Dokter 5/2024
De zin dringt niet goed door. ‘Fijn, ik kom zo bij u terug.’ Ik onderzoek het kind en plak zijn wond op zijn voorhoofd. Dan neem ik eindelijk de telefoon op: de voorgeschreven tabletten zijn echt niet weg te slikken. Dit probleem is snel opgelost: het zijn oplostabletten. Ik loop terug naar de patiënt met haar mictieklachten; ze is er inmiddels bij gaan zitten. ‘Eh sorry, maar u heeft nog steeds het verkeerde potje.’ Weer terug naar de balie, gaat de telefoon onafgebroken over. Ondertussen heeft zich een kleine menigte verzameld. ‘Ik ben maar even naar de praktijk gekomen, want ik kwam er met de telefoon niet doorheen.’ De zzp-er: ‘Waar kan ik de telbalans vinden?’. Trek alle laden maar open, adviseer ik haar. En tegen de voorste in de rij: kom zo bij u. Met hoogstwaarschijnlijk het juiste potje in mijn hand, bots ik tegen mijn collega. ‘Zou je bij mijnheer van Leusden “even” een crp-meting willen doen?’ ‘Wat?! Een crp-meting? Man, ik weet niet eens hoe dat apparaat werkt.’ Ondertussen heb ik dorst gekregen, maar moet ik eigenlijk ook hoognodig plassen. Ik neem een slok koude thee en besluit aan blaastraining te doen. Ik voel me net een “vliegende kiep”. Hoe doet doet Jolinde dit? Naarmate de tijd verstrijkt wordt het leger in de praktijk. De telefoon gaat niet meer. Koffiepauze!! Na het toiletbezoek wil ik doorlopen naar de koffiekamer. Tot mijn schrik zie ik nog een patiënt zitten. ‘Ik denk dat mijn bloeddruk ondertussen wel redelijk laag is, maar die van u...’ ¶
FOTO: ROB TER BEKKE
I
ets voor half acht ´s ochtends stap ik de praktijk binnen. Ik doe alle lampen aan en zet het koffieapparaat aan. Wat een oase van rust. Geleidelijk aan nemen de geluiden toe. Onze zzp-apothekersassistente, de POH-ggz en uiteindelijk mijn collega-huisarts arriveren. De klok gaat richting acht uur, mijn collega geeft me bij voorbaat al een flinke schouderklop. ‘Nou Sas, succes!’ Even later schuif ik de balie open. Tot mijn verbazing staan er al patiënten. Meteen wordt er een plastic colaflesje met troebele, gele vloeistof op de balie gezet. Er verschijnt nog een arm, met een groentepotje. Tegelijkertijd rinkelt de telefoon en zie ik vier rode lampjes oplichten. Ik neem op. ‘Hoi met Henk, ken ik effe een afspraak maken bij de dokter?’ ‘Henk wie?’ ‘Ah, verrek, ik spreek met de dokter? Is Jolinde er niet? Nou, nu ik u toch aan de lijn heb...’