Page 1

NUMMER 4, JUNI 2016

Versnellingsagenda

Groene melk Online veehandel

Strijd om koe Fosfaatrechten

‘Niet kopen nu’ Parabesmetting

Door diep dal

Zoeken na

s n a l a b e w ar een nieu


Verbeter de diergezondheid en dierprestaties met de producten van Speerstra Feed Ingredients! Gefermenteerde gist, ter verhoging van de voerefficiĂŤntie en diergezondheid Speerstra BypassFat

Pensbestendig gefractioneerd vet, voor verhoging van melkvet en melkproductie Pensbestendige choline, voor een soepele transistieperiode en betere vruchtbaarheid Langzaam vrijkomend ureum, voor een hogere productie microbieel eiwit Combinatie van etherische oliĂŤn, voor een betere eiwitbenutting en daarmee eiwitbesparing op rantsoen

speerstra.com Speerstra Feed Ingredients BV | Postbus 160 | 8530 AD Lemmer | T +31 (0)514 569 001 | F +31 (0)514 569 002 | E mail@speerstra.com


voorwoord

Melk van het Noorden Landschapspijn Landschapspijn is de titel van een wanhoopskreet van de gegoede burgerij in de Leeuwarder Courant van zaterdag 11 juni. Journalist Jantien de Boer tekent uit diverse bronnen op dat het plaatje van blauwe luchten, groene weiden met geurende bloemen, zoemende insecten, zingende weidevogels en vredig grazende melkkoeien – het plaatje dat de zuivel de Chinezen graag voorschotelt - een idylle is die niet meer bestaat. De werkelijkheid, zo concludeert ze, is monotoon ‘betongras’, waar megamachines dag en nacht doorbrullen, de vogels kapot maaien en waar het bodemleven door diepteontwatering en intensieve drijfmestinjectie zo goed als verdwenen is. Het Friesland uit haar jeugd is kapot gemaakt en dat maakt haar kwaad. En velen met haar, zo blijkt uit het verhaal. Jantien laat ook een grote melkveehouder aan het woord. Hij kan intens genieten van zijn nieuwe grote stal, omringd door nette biljartlakens zonder greppels en

Inhoud

dit landschap, vraagt Jantien aan wetenschappelijk directeur Cees Buisman van waterinstituut Wetsus. ‘Biologisch voedsel kopen’, zegt hij stellig. Of betalen voor andere initiatieven in die richting. Dan gaat het landschap er vanzelf weer uitzien als het beeld uit de idylle.’ Wij laten het dus zelf allemaal gebeuren, sluit de journalist het verhaal af. De spijker op z’n kop, Jantien.

Jelle Feenstra Landbouwjournalist

40 procent koeien heeft ketose 19

‘Koe moet melk geven als ze oud wil worden’ 31

‘Wij geloven in breedte in koeien’ 9

Capaciteit schudder moet leidend zijn 20/21

‘Wacht met kopen fosfaatrechten’ 32/33

‘2500 liter melk per tankbeurt meer’ 11

Kleine hooipakjes en het zomergevoel 23

Stroomkosten met € 10.000 naar beneden 34/35

Dynamiek van mesttransport in beeld 12/13

Vet voeren stuwt melkgeld 25

Matig saldo draaien kost nu echt te veel 36/37

‘Foliebassin is de goedkoopste oplossing’ 15

Scherp voeren door nieuw voerdoseersysteem 26/27

Gevecht om de handel in slachtvee 40/41

Meer melk met hoogwaardiger basisrantsoen 29

Schaalvergroting enige kans om te overleven 42

Vijf voor twaalf voor melkveehouderij 4/5/6/7

‘We gingen door een diep dal’ 16/17

Colofon

koeien. En snapt het onbegrip van de journalist daarover oprecht niet. ‘Waarom geniet je niet van de klaver? Die bloeit wit en paars en geeft stikstof af aan de bodem, waardoor we met minder kunstmest toekunnen.’ De discussie die zich ontspint, onderstreept de groeiende kloof tussen boer en burger. De melkveehouder groeit en ontwikkelt door, wapent zich tegen de grote melkprijsschommelingen van de wereldmarkt. Er is ook een categorie melkveehouders die met nieuwe initiatieven als plas en dras, agrarisch natuurbeheer of melk uit weidevogelland anticipeert op wensen uit de samenleving. Een coalitie van organisaties probeert dat proces in Noord-Nederland te versnellen. Zo zoeken boeren naar nieuwe balans, in een tijd waar de melkprijs hevig onder druk staat en een bovenlaag van de stedelijke samenleving mede-eigenaarschap claimt van boerenland. Hoe stoppen we het grote doodgaan van

Deze uitgave van Melk van het Noorden is gemaakt in samenwerking met elf bedrijven. Te weten: Agriland Assurantiën, Mechanisatiebedrijven De Blaauw BV, Ingenieursbureau Heemskerk, Hoekstra Suwâld, Hoogland BV, Landbouwstart.nl, Luimstra Loon- Grondverzeten transportbedrijf, Pas Mestopslagsystemen, Speerstra Feed Ingredients, W.H. van der Heide Voerdertransport en Opslagtechniek, en Accountantskantoor Van der Veen & Kromhout.

Uitgever: Persbureau Langs de Melkweg in Sneek. Adres uitgever: Persbureau Langs de Melkweg, Postbus 217, 8600 AE Sneek. Telefoon: 0515-429876. E-mail: redactie@langsdemelkweg.nl Redactie: Sjoerd Hofstee, Jelle Feenstra en Sandra Hoekstra Verder werkten mee: Wiebe Dijkstra, Bouke

Poelsma, Niels de Vries, Marcel van Kammen en Frans Mulder. Vormgeving: Himst-Design Sneek, Eric van der Himst Druk: Senefelder Misset Doetinchem Verspreiding: Dit magazine wordt door Sandd verspreid onder melkveehouders en agribusiness in Drenthe, Groningen, Friesland, de Noordoostpolder en de kop van Overijssel.

Overname van artikelen is alleen toegestaan na toestemming van de redactie. Hoewel aan de samenstelling van de inhoud de meeste zorg is besteed, kan de redactie geen aansprakelijkheid aanvaarden voor mogelijke onjuistheden of onvolledigheden. Alle auteursrechten en overige intellectuele eigendomsrechten ten aanzien van (de inhoud van) deze uitgave worden nadrukkelijk voorbehouden. Deze rechten behoren bij Persbureau Langs de Melkweg c.q de betreffende fotograaf. Artikelen uit deze uitgave mogen uitsluitend verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt na schriftelijke toestemming van Persbureau Langs de Melkweg.


imago

Vijf voor twaalf voor

4

MELK van het NOORDEN


melkveehouderij Een melkveehouderijsector neerzetten waar burgers met plezier naar kijken. Dat is wat de Versnellingsagenda duurzame Melkveehouderij Noord-Nederland in vier jaar tijd wil realiseren. De uitdaging is groot: de vrije markt stuurt de sector naar grote melkveebedrijven met de koeien op stal en monocultuur in de weilanden. TEKST

Jelle Feenstra

FOTO’S

Imagro, Dairy Campus en eigen foto’s

De waarschuwing van Gijs Kuneman dit najaar in Assen, op de startbijeenkomst van de Versnellingsagenda Melkveehouderij Noord-Nederland, was glashelder: ‘De Nederlandse zuivelsector staat op het punt om als intensief te worden bestempeld.’ Kuneman is directeur van het Centrum voor Landbouw en Milieu (CLM), zeg maar de burgerwaakhond voor een maatschappelijk geaccepteerde melkveehouderijsector. Hij riep melkveehouders op serieus na te denken over de toekomst van de sector. Een sector die volgens hem door Nederland wordt uitgekotst als niet snel meer invulling wordt gegeven aan de wensen van de maatschappij. Dirk Bruins, melkveehouder in het Drentse Dwingeloo en lid van de stuurgroep van de versnellingsagenda, kan Kuneman wel volgen. Bruins is een boerenbestuurder met een groot netwerk. Hij krijgt soortgelijke waarschuwingen van ondernemers uit de varkenshouderij- en pluimveehouderijsector, twee sectoren die welbeschouwd al min of meer zijn uitgekotst in Nederland. ‘Zij zeggen: wees trots op het beeld wat ze nu misschien nog net wel van je hebben, koester dat.’

Tweemaal 250 koeien

Dat beeld is, kort samengevat, het beeld van koeien in bloemrijke weiden met zingende weidevogels, op in harmonie met de natuur levende gezinsbedrijven. Bruins: ‘Elke melkveehouder moet zich in deze tijd bewust zijn van het maatschappelijk speelveld waarin hij acteert. Niemand is tegen groei op zich, maar de vorm die je kiest, is cruciaal geworden. Ga je op één locatie naar 500 koeien op stal of stuur je op twee locaties met elk 250 koeien in de wei? Als je die overweging niet serieus neemt, heb je straks gewoon geen ruimte meer om te ondernemen.’ De hoofdrolspelers in de melkveehouderijsector onderkennen het gevaar. Noord-Nederlandse melkveehouderijbestuurders van partijen als FrieslandCampina, LTO Noord, de collectieven voor

agrarisch natuurbeheer, de agribusiness en Agrarische Jongeren Kontakten treffen elkaar regelmatig. Zij constateren samen ook dat de maatschappelijke en daarmee politieke druk om te veranderen groter dan ooit is. Tegelijkertijd constateren ze - bijna verrast - dat de drie Noordelijke provinciebesturen zich sterk maken voor een sterke, grondgebonden landbouweco-

‘De Nederlandse zuivelsector staat op het punt om als intensief te worden bestempeld’ nomie. In de opmerkelijke eensgezinde opstelling van de drie gedeputeerden zien de grote acteurs van de melkveesector een uitgelezen kans om een duurzaamheidsagenda voor de Noord-Nederlandse melkveehouderijsector neer te zetten. Die eensgezinde opstelling van de drie Noordelijke provincies staat verwoord in de AgroAgenda Noord-Nederland 2013-2020. Daarin spreken Groningen, Drenthe en Fryslân de ambitie uit dat de Noordelijke agro- en foodsector in 2020 modern en winstgevend is, schoon en efficiënt produceert en in balans is met mens en omgeving. De Friese gedeputeerde Johannes Kramer zegt, ook namens zijn collega-gedeputeerden: ‘Noord-Nederland wil de absolute top worden in een grondgebonden melkveehouderij die zich in harmonie met haar leefomgeving ontwikkelt. Waarbij oog is voor relaties die de melkveehouderij heeft met onder andere wateropgaven, biodiversiteit en maatschappelijke acceptatie.’

Zo’n honderd vertegenwoordigers van spelers die zich bemoeien met melkveehouderij toasten begin juni in het weiland van Sjirk en Jelle Reijenga in Idzega op de geboorte van Weide Weelde: een nieuw zuivelmerk dat zich bekommert om weidevogels. Voorbeeld van natuurinclusieve melkveehouderij.

Keuze provincies trigger

Melkveehouder Dirk Bruins zegt daarover: ‘Die duidelijke keus van de provincies voor landbouw was voor mij een enorme trigger. De drie provincies kiezen voor een sterke landbouwsector, maar wel voor een landbouw die in balans is met mens en omgeving. Een voorzet voor open doel, daar moeten wij wat mee doen.’ Zodoende zochten de hoofdrolspelers in de Noordelijke melkveehouderijsector het contact met de natuur- en milieufederaties in Groningen, Friesland en Drenthe en andere partijen. En zo ontstond de Versnellingsagenda Melkveehouderij Noord-Nederland. Daarin staat helder benoemd wat de partijen willen bereiken (zie kader op pagina 6). Hoe? Niet door zelf nieuwe projecten te starten, maar in de melkveehouderij in Noord-Nederland al lopende activiteiten een impuls te geven. Het gaat dan om projecten op gebied van vruchtbare bodems, voerspoor, kringlooplandbouw, ruimtelijke structuurmaatregelen en initiatieven op gebied van biodiversiteit en landschap. Ook het stimuleren van regionale verbindingen tussen melkveehouderij en akkerbouw en nieuwe vormen van gebiedssamenwerking in de gebiedscollectieven staan prominent op de agenda. Dit jaar wil de Versnellingsagenda Melkveehouderij Noord-Nederland de eerste zichtbare stappen zetten op weg naar het ultieme doel: Noord‐Nederland wereldtop maken in een duurzame en grondgebonden melkveehouderij. Programmaleider van de agenda is Gerda van Eck. In de stuurgroep van de versnellingsagenda zitten agrarische bestuurlijke kopstukken als Jan van Weperen (namens de waterschappen en het onderwijs), Dirk Bruins (namens LTO), Alex Datema (namens de agrarische natuurcollectieven) en Frans Keurentjes (namens de zuivel), Verder bestaat de stuurgroep uit Tom van de Burg (Agrarische jongeren), Johannes Kramer (namens de provincies), Reinder Hoekstra (namens de natuur- en milieuferderaties) en Gerrit Schilstra van Agrifirm (namens de Agribusiness).

160 lopende projecten

Frans Keurentjes, commissaris bij en toekomstig voorzitter van Royal FrieslandCampina, is voorzitter van de stuurgroep. Hij zegt: ‘Er loopt al een aantal projecten op eigen kracht en er staan projecten op het punt van beginnen. Een eerste inventarisatie van ons leert dat er in totaal nu 160 projecten (zie pagina 7) zijn die iets MELK van het NOORDEN

5


imago

Frans Keurentjes: ‘Verantwoordelijkheid nemen nu’

Jan van Weperen: ‘Duurzaam opschalen kan, zeker hier’

doen in de richting van duurzaamheid en een maatschappelijk gewenste melkveehouderij. De taak van de Versnellingsagenda Melkveehouderij is deze projecten te verbinden, maar ook om nieuwe projecten te initiëren en te ondersteunen.’ Opnieuw de vraag: hoe dan? Keurentjes: ‘Dat doen we door partijen met elkaar in contact te brengen en te verbinden met kennisinstellingen of andere sectoren. Maar ook om waar nodig knelpunten weg te nemen, zoals elkaar tegenwerkende regelgeving bij agrarisch natuurbeheer. En: zoeken naar financiering, aanjagen, boeren stimuleren om aan de slag te gaan.’ Zo staan er voor dit najaar bijeenkomsten over gezonde bodem en een Noordelijke innovatiemarkt op het programma. ‘We willen nadrukkelijk regie nemen en de stroperigheid eruit gooien. Zie ons als de smeerolie om alle radertjes soepel te laten lopen.’

Gas geven nu

Dirk Bruins: ‘Schaalvergroting niet de enige weg’

Alex Datema: ‘We moeten echt meer ambitie tonen’

Keurentjes stelt dat het ook hoog tijd is om het gas nu echt stevig op duurzaamheid te gooien. ‘Dat maatschappelijke waakhonden als Klaas Sietse Spoelstra van de Kening fan de Greide en Gijs Kuneman van de CLM zich steeds actiever met de richting van de melkveehouderij bemoeien, is een teken aan de wand. Kijk ook naar de recente Tweede Kamer-discussie over het kalfje bij de koe en het onthoornen. De signalen zijn te talrijk om nog langer te negeren. Als we nu als sector geen regie nemen, dan wordt er over ons geregeerd en komen de provincies straks met regels waar je niet onderuit kunt.’ Zowel Keurentjes als Bruins noemen

Op de pas geopende Dairy Campus lopen diverse projecten in de richting van technologische natuurlandbouw: weiden met virtuele afrastering, auto’s die rijden op gas geproduceerd van koeienmest, met drones de grasgroei meten of met gps weidevogelnesten sparen. Kortom: een ‘living lab’ van efficiënte en duurzame landbouw, de richting waar Noord-Nederland graag naar toe wil.

6

MELK van het NOORDEN

onafhankelijk van elkaar Noord-Brabant als voorbeeld van ‘rottigheid’, van hoe het straks in Noord-Nederland zo maar ook kan zijn: ‘Daar staan de landbouw en de maatschappelijke organisaties inmiddels met de ruggen naar elkaar toe en worden de boeren overspoeld met keiharde provinciale regelgeving. Ze kunnen geen kant meer op’, zegt Keurentjes. Toch wil Keurentjes absoluut niet het beeld wekken dat de Versnellingsagenda een reactie is, in plaats van een actie. Hij bestrijdt ook fel het beeld dat het Noorden zich afzet tegen andere regio’s: ‘Absoluut niet. We pakken zelf de handschoen op, zien kansen in onze regio en door te versnellen willen we die kansen pakken.’ Ook programmaleider Gerda van Eck laat haar uit in die richting: ‘We acteren niet vanuit bedreiging, maar vanuit kansen. Het imago van de melkveehouderij is goed: er zijn veel kansen om dat nog te verbeteren. Weide Weelde is een van de vele voorbeelden van initiatieven die daar een poging toe doen.’

Commissie Nijpels

De plannen voor de Versnellingsagenda van Noord-Nederland zijn deze maand ook gepresenteerd aan de Commissie Nijpels, die staatssecretaris Martijn van Dam binnenkort gaat adviseren over de toekomst van de veehouderij. Nijpels toonde zich onder de indruk van de brede coalitie in Noord-Nederland, die actief werkt maakt van een duurzame melkveehouderijsector. De grote vraag blijft of de inspanningen de trend van steeds groter wordende melkveebedrijven, met de koeien binnen,


kan keren. Zeker nu de melkprijs belabberd is, zijn melkveehouders vooral bezig met overleven en is een zo laag mogelijke kostprijs leidend in de strategische beslissingen. Maar ook toen de melkprijs nog hoog was, kon iedereen al zien dat de melkveehouderijsector in Noord-Nederland vooral onverdroten doorgaat met schaalvergroting en jaarrond opstallen. Hoe keer je dat om? Kun je dat überhaupt nog omkeren?

Meer ambitie tonen

Frans Keurentjes: ‘Schaalvergroting kan alleen samen gaan met verantwoordelijkheid nemen, bewust zijn van je positie in het geheel. Stroperigheid in vooruitgang in een duurzaam imago kunnen we ons niet meer permitteren. Het is vijf voor twaalf geweest.’ Dirk Bruins: ‘De diversiteit in melkveehouders wordt steeds groter. Schaalvergroting is zeker niet de enige weg om een toekomst op te bouwen in de melkveehouderijsector.’ Jan van Weperen: ‘Gezien de ruimte om te boeren in Noord-Nederland kunnen ook opschalende bedrijven hier tonen dat duurzaamheid met de 3p’s hand in hand kan gaan: continuïteit en zorg voor leefbaarheid van leefomgeving.’ Alex Datema, melkveehouder in Briltil, voorzitter van BoerenNatuur: ‘Ik hoop dat de versnellingsagenda melkveehouders laat beseffen dat we er niet zijn als we voldoen aan de wettelijke eisen. We moeten echt meer ambitie tonen. Groeien in bedrijfsomvang kan alleen als we van duurzaamheid een serieus onderdeel van de bedrijfsstrategie maken. Een moderne, gezonde melkveehouderij die zorgt

Doelen 2020 Noordelijke melkveehouderij De Versnellingsagenda Melkveehouderij Noord-Nederland sluit in grote lijnen aan bij de doelen die zijn geformuleerd door de zuivelketen. Voor Noord-Nederland zijn aanvullende doelen gesteld voor emissies naar lucht, water en bodem en biodiversiteit. Voor de emissies van fosfaat, stikstof en ammoniak zijn de doelen bepaald aan de hand van een benchmark. Het gemiddelde van de 25 procent beste bedrijven in 2013 is het doel voor alle melkveehouders in Noord-Nederland in 2020. Dat resulteert in de volgende doelen voor 2020: • Fosfaatbodemoverschot 0 kg fosfaat/ ha voor fosfaatoestand neutraal. • Stikstofbodemoverschot: voor klei- en zandregio 125 kg N/ha; voor veenregio 75 kg N/ha • Ammoniakemissie 25 kg/GVE op klei en veen, 20 kg/GVE op zand. • Aantal melkveehouders dat deelneemt aan agrarisch natuurbeheer stabiel ten opzichte van 2012

voor biodiversiteit en milieu en de sociale omgeving als vanzelfsprekend opneemt in de bedrijfsstrategie. En dat ook met cijfers kan onderbouwen.’ Gijs Kuneman van CLM heeft z’n twijfels of de melkveehouderijsector de omslag daadwerkelijk kan maken: ‘Een echt moderne boer gaat met zijn tijd mee en investeert niet in een grotere stal maar

• Organische stofbalans op bedrijfsniveau positief • In 2020 weidt 81,4 % van alle melkveebedrijven in Noord-Nederland de koeien • 20% reductie van broeikasgassen in 2020 ten opzichte van 1990 • 16% duurzame energie in 2020 • Energieneutrale zuivelketen in 2020 • 2% energiebesparing per jaar bij veehouders tussen 2005 en 2020 • Vermindering antibioticaresistentie door bewust antibioticagebruik • Verlengen gemiddelde levensduur koeien met zes maanden ten opzichte van 2011 • Bijdragen aan de werkgelegenheid door creëren van toegevoegde waarde in de melkveehouderij en zuivelketen • Minimaal 25% van de melkveehouders in Noord-Nederland neemt actief maatregelen om duurzaamheid te bevorderen (deelname aan projecten, praktijknetwerken)

in een weiland waar meer kruiden en grassoorten te vinden zijn dan alleen Engels raaigras en in een systeem dat koeien langdurig gezond en vitaal houdt. De intenties van de belangrijke organisaties in de sector zijn goed. Maar het is moeilijk om je doelen te halen als je afhankelijk bent van individuele ondernemers.’

Dairy Campus: technologische natuurlandbouw is de toekomst De beschikbare hoogwaardige technologische kennis gebruiken om melk met een duurzaam en natuurlijk imago te maken. ‘Dat is waar de Nederlandse melkveehouderijsector het de komende jaren in moet zoeken’, zei staatssecretaris Martijn van Dam bij de opening van de Dairy Campus in Leeuwarden. De staatssecretaris schetste hoe hij de Nederlandse melkveehouderijsector in de toekomst ziet: als een efficiënte, productieve en hoogwaardige kennissector, die zich tegelijkertijd ook nog kan profileren met een imago van kleinschalige gezinsbedrijven, betrouwbaar en duurzaam. ‘Bij zo’n rol moet het beeld van koeien in de wei dominant blijven. Dat is een ongelooflijk belangrijk plaatje om wereldwijd niet alleen veel melk te verkopen, maar ook innovatie, kennis en technologie uit onze melkveehouderijsector te exporteren over

de wereld.’ Van Dam ziet voor Nederland een specifieke rol weggelegd als ‘living lab’ van efficiënte en duurzame landbouw. Hij wil de relatieve kleinschaligheid van de Nederlandse gezinsbedrijven combineren met hoogwaardige technologie. Juist op de Dairy Campus lopen diverse projecten in die richting: weiden met virtuele afrastering, auto’s die rijden op gas geproduceerd van koeienmest, met drones de grasgroei meten of met gps weidevogelnesten sparen. Kortom: een ‘living lab’ van efficiënte en duurzame landbouw. Een richting, die ook de Versnellingsagenda Melkveehouderij Noord-Nederland graag op wil. Enkele voorbeelden van de in totaal 160 projecten die in Noord-Nederland lopen en de duurzaamheidsdoelen vorm moeten geven:

• Structurele bodemverbetering (bodem en kringloop)

• Amazing Grazing (beweiden) • Dairy Chain Friesland (goed opgeleid personeel)

• Bio LNG voor transport van melk en suiker (groen gas)

• Carbohydrate Competence Center (kennisontwikkeling)

• Regioleren (praktijkonderwijs) • Gebiedsontwikkeling Franeker-Harlingen (keuzes maken in grondgebruik)

• Gebiedscollectieven (agrarisch natuurbeheer implementeren)

• Natuurinclusieve landbouw (econo-

misch boeren inclusief natuurontwikkeling) • Smart Dairy Farming (data koppelen om beter te worden) • BoerenGilde (melk van land dat rijk is aan weidevogels) MELK van het NOORDEN

7


granen

HOOGLAND PREMIX

diervoeders meststoffen zaaizaden gewasbescherming advisering

k RE: U j op zoe T i w A C n j i A z V concept m ons

o ix ns Prem ialist. Heb jij zin atie op o n a v i groe form spec Wegens rvaren rundvee jk voor meer in e Ki naar een en versterken? andbv.nl ogl kom www.ho team te

Voor elke veehouder een eigen unieke samenstelling op maat geleverd. Kan zowel in de voermengwagen als in voercomputer of melkstal gevoerd worden. Samengesteld en aangepast in nauwe samenwerking met onze adviseurs.

Hegebeintumerdyk 33b postbus 8, 9172 ZS Ferwert

Eerlijke en transparante samenstelling bestaande uit enkelvoudige grondstoffen met veel regionale producten zoals onder meer granen van onze eigen akkerbouwers.

Resultaat: - Elke hap in balans - Hogere voerefficiëntie - Lagere kostprijs - Gezondere veestapel

Zowel los gestort als geblazen leverbaar in elke gewenste hoeveelheid vanaf 4 ton.

Hoger voersaldo

T:0518-411400 F:0518-412491

Méér melk per kilo fosfaat

post@hooglandbv.nl www.hooglandbv.nl facebook.com/hooglandbv


fokkerij

‘Wij geloven in breedte in de koeien’ Advies op de voergang: Jaco Smit (midden) praat Ronald en Nancy Vermeer bij over passende stieren voor hun veestapel.

Als boer moet je niet alles zelf willen weten en doen. Vooral niet als er specialisten zijn die daar alle kennis voor in huis hebben. Dan kun je je beter richten op de dingen waar je zelf goed in bent. Dat zeggen Ronald Vermeer en Nancy Vermeer-Hoeks, melkveehouders in Wapse. TEKST & FOTO

Wiebe Dijkstra

Ronald en Nancy kwamen zestien jaar geleden uit het Brabantse Goirle naar Noord-Nederland. De keuze voor het ruilverkavelingsbedrijf in Wapse was snel gemaakt, zegt Nancy. ‘We bekeken een paar bedrijven in het Noorden. We stopten hier en ik zei direct: kopen.’ In Brabant hadden ze een bedrijf van 19 hectare dat werd bestemd als waterberging. Hier kochten ze er 34 hectare met ongeveer dezelfde grondsoort voor terug. Nu is de omvang 60 hectare.

Stal verlengd

Ze kwamen met 45 koeien naar Wapse. In de stal was plaats voor 80 koeien. ‘Zal wel even duren voordat die vol is’, luidde de reactie. Intussen is de stal verlengd en is er plaats voor 120 koeien en 90 stuks jongvee. We voeren goed gras en beste mais, zegt Vermeer. ‘Dat wil hier goed.’ Dat Heemskerk de advisering bleef doen was geen wonder, zegt Vermeer. ‘Als je relatie met een bedrijf goed is, moet je je wel twee keer bedenken voor je naar een ander overstapt. ‘Ten eerste: we hebben goede ervaringen, ten tweede: als je elkaar

beter kent, wil de ander ook meer voor je doen.’ Voor de vruchtbaarheidsbegeleiding komt Jouke Dijkstra daarom iedere vijf weken op het bedrijf. Om de dieren te scannen, de resultaten te beoordelen en de strategie voor de komende tijd uit te zetten. Koeien die 35 dagen of langer drachtig zijn, worden gescand en de dieren die afkalfden en welke Vermeer niet vertrouwd. ‘We zijn vijftien jaar geleden bij Jouke uitgekomen omdat de dierenarts toen niet met een scanner werkte’, vertelt Ronald. ‘Ik wilde dat wel omdat je met scannen sneller de dracht kunt controleren en eerder kan ingrijpen als er iets mis is. De resultaten zijn al die jaren prima met een tussenkalftijd die al jaren rond de 390 dagen ligt. Dat vind ik acceptabel.’

Fokken op eiwit

Toen het echtpaar in Drenthe kwam, lag de melkopbrengst rond de 9200 kilo gemiddeld per koe over 305 dagen met 3,35 eiwit en 4,20 procent vet. Nu ligt de melkproductie op hetzelfde niveau maar de gehalten zijn met 3,60 eiwit en 4,50 vet

een stuk hoger. Gevolg van een bewuste strategie, zeggen Ronald en Nancy. ‘Wij gebruiken al jaren louter stieren die positief scoren voor percentage eiwit.’ Stieren die daarbij nu naar voren komen zijn Stonewall, Legend, Doberman en Pennymaker. De melk gaat naar de Cono in Beemster en wordt onder andere gebruikt voor de productie van Ben & Jerry-ijs. Dat levert een plus voor de melkprijs op. Bovendien betaalt Cono relatief goed voor melk met hoog eiwit.

Genetisch adviesprogramma

Voor paringsadvies komt Jaco Smit twee à drie keer per jaar de nieuwe vaarzen keuren. Daarnaast stelt hij de nieuwe stieren vast die meedraaien in het adviesprogramma. Vanuit Heemskerk werkt hij met GMS, het oudste paringsprogramma ter wereld. Uit dat advies komen ABS-stieren naar voren. Stieren van andere organisaties gebruiken ze niet. Nancy Vermeer-Hoeks: ‘De ABS-stieren passen ons het best. Voldoende groot, maar ook weer niet te groot en met veel inhoud. Daar moet het van komen.’ Haar man vult aan: ‘Heemskerk en ABS staan voor breedte in de koeien fokken. Dat is een filosofie waar wij in geloven. Bovendien gaat Jaco echt voor het beste resultaat.’ Smit zelf beaamt dat: ‘We zetten ons als rundveespecialist in alsof het ons eigen bedrijf is. Dat mogen Ronald en Nancy van ons verwachten.’ MELK van het NOORDEN

9


Koop nu super voordelig bij Amacoo.nl De agrarische webshop Keuze uit meer dan 50.000 artikelen

€ 119,95

vanaf Accu vetspuiten art. nr. 72724

€ 17,50

vanaf Borgveren assorti 150 PCS art. nr. 83855

€ 8,39

vanaf Afscheidingsband art. nr. 18974

€ 13,93

vanaf LED Werklamp 1600 LM art. nr. OFO1092

Kijk gerust even rond op www.amacoo.nl en doe daar je voordeel mee.

Amacoo_ADV_Melkweg_188x132.indd 1

Stierenkaart_MvhN_188x132.indd 1

Slim boeren, is goed boeren

13-06-16 06:22

31-05-16 13:51


ADDITIEVEN

‘2500 liter melk per tankbeurt meer’ Sommige boeren moeten niets hebben van diervoeradditieven, anderen zijn wild enthousiast. Koert Tromp in Houwerzijl is voorzichtig met zijn oordeel. Eerst zien en dan geloven, is de houding van de Groningse melkveehouder. TEKST & FOTO’S

Wiebe Dijkstra

Tromp heeft er geloof in. Maar het bewijs van de goede werking van de mineralenshots is moeilijk te leveren omdat je niet kunt vergelijken. ‘We melken 2500 liter melk per tankbeurt meer. Dat red je niet met alleen gras, mais en krachtvoer. Daar is meer voor nodig. Maar we kijken altijd kritisch naar de werking. Lijkt het goed, gaan we door. Lijkt het niet goed, dan stoppen we. Koert en zijn broer Arjen hebben een bedrijf van 180 hectare: 120 hectare gras en mais en 60 hectare pootaardappelen. In 2012 bouwden ze een nieuwe stal en groeide de melkveestapel van 60 naar 240 koeien. ‘Het heeft veel superheffing en melkquotum gekost om dat te bereiken. Tijd dat we wat terugverdienen.’ De broers kozen voor een experimentele stal waarin alles is geautomatiseerd. Er wordt gemolken met vier melkrobots en gevoerd met een Vector-robot. Het voerpad loopt langs de buitenwand, de koeien staan rondom aan het voerhek. De robot is de hele dag in actie om naar eigen inzicht vers voer rond te brengen en aan te schuiven. De gegevens voor het voermengsel komen van de melkrobots, de responders die de bewegingen van de dieren (en het herkauwen) signaleren en de voeranalyses. Uitgangspunt is dat 18 liter melk uit eigen

voer komt, de rest uit krachtvoer. Daarop wordt de mineralenbehoefte vastgesteld. Naast het benodigde krachtvoer via de voerleverancier, betrekken ze mineralen en bijbehorende advies van Speerstra Feed Ingredients BV uit Lemmer.

Yakult voor koeien

Op het menu van de melkkoeien staat momenteel: gemalen tarwe met raapzaad, soja en bierbostel. Verder geven de broers de koeien Keyshure. Dit is een organisch gebonden sporenelement dat ervoor zorgt dat mineralen, met daaraan toegevoegd de additieven Diamond V en Reashure Pensbestendig Choline, beter worden opgenomen. Glimlachend: ‘Keyshure is Yakult voor koeien’. Het gaat met name om verhoging van de weerstand van de dieren, zegt Tromp. ‘We volgen de resultaten door continue overleg met de dierenarts en de voerleverancier.’ Bij een volledig geautomatiseerd bedrijf gaat het niet meer om de eigen waarneming, maar om het interpreteren van de informatiestroom, legt de veehouder uit. Gaat het niet goed, dan moet je direct ingrijpen. Bloedonderzoek, of wat ook. Het gaat bij deze manier van werken niet om de individuele koe, maar om de hele koppel.’ De broers stellen dat ze het vak door de

De additieven gaan vanuit de papieren zak in de voorraadboxen. ‘Eigenlijk ons enige handwerk.’

vergaande automatisering op het melkveebedrijf opnieuw hebben moeten leren. ‘Dit is een compleet andere manier van boeren. Je krijgt het gevoel dat je alleen maar bezig bent met koeien waar iets aan mankeert. In feite heb je altijd storingsdienst, dag en nacht. Wie daar niet tegen kan, moet er niet aan beginnen.’ Op een melkveebedrijf met veel automatisering en werken vanuit de data is secuur werken essentieel. ‘Maar het belangrijkste is dat het de koe hier aan niets ontbreekt. De kunst voor ons is om dat vast te houden.’

Koert (links) en Arjen Tromp, zorgen voor goed ruwvoer, het beste krachtvoer en voldoende additieven om de dieren gezond te houden.

MELK van het NOORDEN

11


mesttransport

Dynamiek van het mest Het voorjaar is een periode waarin mesttransporteurs overuren draaien. Wie denkt dat het een simpel klusje is, heeft het mis. Zoveel wordt wel duidelijk na een ritje met chauffeur Peter van Kammen van transporteur Luimstra. TEKST & FOTO’S

Sjoerd Hofstee

In het voorjaar is het een gekkenboel in het mesttransport bij Luimstra. Tijdens de eerste snede, die zo’n beetje gelijktijdig met het mais zaaien valt, wordt er enkele weken een 24-uurs schema gevolgd. De zes wagens rijden dan letterlijk dag en nacht af en aan. Dit jaar werd dat versterkt door het weer. Het voorjaar was nat en akkerbouwers hielden daarom de boot af. Nadat het droger werd in het land, is er eind mei en begin juni alsnog de nodige mest verreden. De echte druk is er nu wel af. Peter van

Kammen is daar niet rouwig om. En voor hem verandert er in die zin niet veel. Ook deze dag stapte de chauffeur om 5.00 op de truck om mest van melkveehouders te rijden naar een akkerbouwer in de buurt. Per keer kan hij 35 kuub meenemen. Het vullen duurt gemiddeld zo’n 10 minuten, maar dat is erg verschillend. ‘Hoe dik of dun de mest is, daar zit het verschil in’, zegt de jonge transporteur. ‘Ik zeg altijd maar zo: een glas bier drink je in een slok op terwijl je bij een beker yoghurt nog een keer moet slikken. Met mest laden is het

niet anders’, lacht hij. Aangekomen bij een nieuw adres om te laden, treft hij het wat dat betreft niet. De mest is vrij dik en het laden neemt bijna een kwartier. Het is vaak geen onwil van melkveehouders, weet Van Kammen. ‘Er wordt meestal wel goed gemixt. Probleem is echter dat een deel van de mest er uitgepompt wordt om land bij huis te bemesten. Hoe goed je ook mixt, de dunnere fractie gaat er daarmee uit en het dikkere deel blijft zitten. Vervelender is het als er rommel in de putten zit. Als dat bij ons voor de pomp komt, moet alles los en eraf, dat kost tijd. En aan de pompen ligt het niet, de 6-kuubs borgerpompen op onze auto’s zijn reuzesterk.’

Vervoersbewijs

Dat het pompen tijd neemt, betekent niet dat er veel loze tijd optreedt voor de chauffeurs. Elke rit dienen zij een ver-

Bij de foto’s 1. De slang wordt aangesloten om te vullen. 2. Het zakje voor het mestmonster hangt goed zo. 3. De machine, ook om het monster te nemen, wordt in werking gesteld. 4. Een vervoersformulier wordt gepakt en ingevuld. 5. Eén auto pompt mest op. 6. Gemixte mest laat zich altijd beter pompen, al maakt het de mest niet direct dunner. 7. Het zakje met mestmonster wordt geseald en losgekoppeld. 8. Peter van Kammen scant het monster, tijd en plaats liggen vast. 9. Het mestzakje heeft een dubbele sealing om lekken te voorkomen. 10. Het klepje vertelt, naast de weeginstallatie, wanneer de wagen vol zit. 11. De slang kan losgekoppeld. 12. Het vervoersbewijs wordt geprint. 13. Bij aankomst bij akkerland wordt slang aan de tank voor de sleepslang gekoppeld. 14. Via de slangen gaat de mest naar de trekker met bemester die het over de zomertarwe rijdt. 15. De slang kan los, tijd voor het halen van een volgende vracht.

12

MELK van het NOORDEN

1

4

2

5

3

6


transport in beeld voersbewijs in te vullen. Dit papier wordt gescand en via een gps-signaal bewaard en doorgestuurd. Hetzelfde gebeurt wanneer de mest bij het afleveradres arriveert. ‘Daarom is het van groot belang dat wij geen fouten maken bij het invullen van die formulieren’, vertelt Van Kammen. ‘Bijvoorbeeld een foutieve postcode. De hele administratie is dan in de war, wat later veel rompslomp geeft of zelfs problemen voor ons als transporteurs of voor de boeren.’ Als het mestpompen start, volgt eerst nog het aanbrengen van het monsterzakje. Van elke vracht wordt namelijk ook verplicht een monster genomen. Dit zakje vult zich met 700 tot 1000 gram mest gedurende het laadproces. Zeven maal wordt er een scheutje mest in het monsterzakje gepompt. Zo wordt een gelijkmatige monstername gecreëerd van de vracht. Als het zakje vol is, sealt Peter het en scant ook

dit in. De monsters worden opgestuurd waarna de transporteur, de leverancier van de mest en de ontvanger een week later de uitslag ontvangen van de gehalten.

Rusttijden plannen

Na het laden, het monster te hebben genomen, verzegeld en gescand, het vervoersbewijs te hebben invuld, gescand en geprint, vervolgt Van Kammen zijn rit naar de afnemer. Hij en zijn collega’s stemmen daarbij met elkaar af wanneer ze rusten. De wet schrijft immers voor dat ze tijdig hun rustmomenten inbouwen. Tijdens het rijden houden de chauffeurs en de planning onderling contact. Ze delen informatie over de snelheid van laden en lossen en hoe en waar ze het beste kunnen gaan staan te lossen. Maar ook of er eventueel een auto minder kan worden gebruikt. Die kan dan immers weer ergens anders ingezet worden. Zo is het mest-

transport een continu spel van rekenen en ruimtelijk inzicht. Deze dag vervoert Van Kammen samen met drie collega’s circa 1150 kuub mest in totaal naar een akkerbouwer. Die laat dit over zijn percelen zomertarwe rijden. In dit geval door een plaatselijke loonwerker via een sleepslangsysteem. De chauffeurs lossen hun mest dan ook direct op de pomp en tank die de mest richting de trekker met bemester pompt. Vaker komt het voor dat de mest eerst in containers wordt gepompt om daarna met een bemester over het land te worden gereden. Bijvoorbeeld met een van de twee 19-kuubs Vredo’s waar Luimstra zelf mee werkt. ‘Voor ons maakt het niet veel uit’, zegt Peter van Kammen. ‘Beide keren moet je goed de kop erbij hebben. Bij het lossen en laden, maar ook in het verkeer en bij de papierenwinkel. Dat maakt dit werk ook uitdagend.’

7

10

13

8

11

14

9

12

15 MELK van het NOORDEN

13


mestopslag

‘Foliebassin is de goedkoopste oplossing’ Tjeerd Zonneveld in Hoornsterzwaag koos uit financiële overwegingen voor een foliebassin als nieuwe mestopslag. ‘Ik zie zo’n investering als noodzakelijk kwaad, maar het moet wel goed.’ TEKST

Bouke Poelsma

FOTO

Marcel van Kammen

Tjeerd (28) en Grietje (29) Zonneveld hebben sinds begin januari een mestbassin in gebruik. In dit foliebassin is ruimte voor 1000 kuub mest. ‘Onze opslagcapaciteit was eigenlijk al jarenlang beperkt. Ik zocht daarom al een poosje naar een oplossing, vertelt Tjeerd Zonneveld. De ligboxenstal op het bedrijf dateert uit 1975 en is niet onderkelderd. Wel is er een afstortput, met ruimte voor 300 kuub. De stalen silo op het bedrijf heeft een capaciteit van 900 kuub. Op termijn moet die worden vervangen, vertelt Zonneveld. Hoewel hij al langer wist dat investeren in extra mestopslag nodig was, duurde het even voordat Zonneveld overging tot actie. Tot dusverre kon hij het altijd net redden met 1200 kuub opslagruimte. ‘We boeren hier op zandgrond. Het uitrijden van mest is hier geen enkel probleem. Het is eigenlijk nooit te nat. Sneeuw en vorst vormen de enige beperking’, stelt Zonneveld.

‘Noodzakelijk kwaad’

Na lang wikken en wegen besloot de melkveehouder begin dit jaar toch te investeren in extra opslagruimte. Na het opvragen van diverse offertes koos hij uiteindelijk voor de goedkoopste oplossing: het foliebassin van PAS Mestopslagsystemen. ‘Ik zie mestopslag als een noodzakelijk kwaad. Je verdient er niks mee, maar je

moet het hebben’, aldus Zonneveld. Het foliebassin is 29 meter lang en 29 meter breed en biedt ruimte aan 1000 kuub mest. Het bassin is afgezet met een degelijk hekwerk. Zonneveld investeerde in totaal zo’n € 20.000 (exclusief btw) in de extra mestopslagruimte. De kosten van het graafwerk en het hek zijn daarbij inbegrepen. ‘Ik vind het nog steeds een fikse investering, zeker nu de melkprijs te wensen overlaat’, zegt de melkveehouder.

Buiten bouwblok mag

Het aanleggen van een foliebassin is zo gepiept. Bij Zonneveld was de klus inclusief graafwerk binnen twee dagen geklaard. De melkveehouder kreeg daarbij hulp van zo’n twintig vrienden en bekenden, die het foliezeil door het bassin trokken. Bij Zonneveld is het foliebassin binnen het bouwblok geplaatst. Plaatsing buiten het bouwblok mag in veel gevallen ook, zo vertelt Jaap Veenstra van PAS Mestopslagsystemen. ‘Maar in dat geval heb je als boer wel een ontheffing nodig voor het plaatsen van het hekwerk.’ Het foliebassin is niet verplaatsbaar. Afgemeten per kuub opslagruimte is het foliebassin volgens Veenstra de goedkoopste oplossing voor mestopslag. ‘Hoe groter het bassin, hoe voordeliger het wordt’, zegt de vertegenwoordiger die spreekt van een degelijk systeem, waarmee melkveehou-

Tjeerd Zonneveld (rechts op de foto) kocht het foliebassin bij Jaap Veenstra van PAS Mestopslagsystemen. Veenstra hielp ook mee met de aanleg van het bassin.

ders jaren vooruit kunnen. Zonneveld kan zich daar in vinden. ‘Volgens mij kan hier niet veel mee gebeuren.’ Veenstra vult aan: ‘Na verloop van tijd kun je indien nodig het bovenkleed vervangen. Het bassin is dan weer als nieuw.’ Het foliebassin is voorzien van enkele ontluchtingsbuizen. Via deze buizen vinden mestgassen hun weg naar buiten. ‘Als boer moet je in de gaten houden dat er niet te veel water op het afdekzeil komt te staan. Mestgassen komen dan niet meer goed vrij. Al dat water is bovendien niet goed voor het folie’, aldus Veenstra. Met een simpele klokpomp maakt Zonneveld het afdekzeil watervrij. Volgens Veenstra kan dit ook met een dompelpomp of simpelweg door over te hevelen met een slang. Medio mei is het foliebassin voor driekwart gevuld, zo schat Zonneveld in. Hij heeft de mest vanuit de stalen silo in het bassin laten lopen. Daar had hij geen pomp bij nodig. Mest uitrijden doet Zonneveld straks vanuit het bassin. Voor het mixen huurt hij een extern bedrijf in.

Bedrijfsgegevens Op het bedrijf van Zonneveld lopen 60 melk- en kalfkoeien en 55 stuks jongvee. Bij het bedrijf hoort 30 hectare grond, waarvan 22 hectare eigendom. Op jaarbasis leveren de melkkoeien gemiddeld per stuk een kleine 9000 liter melk, met 4,45 procent vet en 3,59 procent eiwit. De koeien worden gemolken in een tweedehands 2x6 visgraat, met automatische melkafname en elektronische melkmeting. Tjeerd en Grietje doen aan weidegang. ‘s Zomers lopen de dieren dag en nacht buiten.

MELK van het NOORDEN

15


verzekeren

‘We gingen door

De veestapel van de familie Fikkert raakte zeven jaar geleden zwaar besmet met paratbc. De melkveehouder ruimde 40 procent van zijn veestapel. Een emotioneel zware ingreep, maar financieel dragelijk. Dankzij zijn rundveeverzekering. ‘We leerden dat die verzekering net zo belangrijk is als een brandverzekering.’ TEKST & FOTO

Sjoerd Hofstee

Bedrijfsgegevens De familie Fikkert runt in Bruntinge een melkveebedrijf met twee locaties die circa een kilometer uit elkaar liggen. In totaal worden zo’n 300 koeien gemolken, op de hoofdlocatie staan naast 200 melkkoeien ook al het jongvee tot 1 jaar en de droge koeien. Bij het bedrijf hoort 135 hectare grond, waarvan 102 grasland. Het bedrijf wordt gerund door Fikkert en vier parttime medewerkers. Naast de melkveetak heeft Fikkert een bedrijf in agrarisch vastgoed.

Gerben Fikkert (links) en Wilco de Boer bekijken de veestapel die inmiddels weer gezond is en goed presteert.

16

MELK van het NOORDEN


een heel diep dal’ De koeien van de familie Fikkert uit Bruntinge staan tevreden te vreten aan het voerhek. Ze ogen gezond. De Drentse melkveehouder is ook overtuigd dat zijn veestapel inmiddels weer volledig gezond is, maar hij weet dat schijn kan bedriegen. ‘In 2009 toonden de meeste koeien zich ook gezond. Toch bleken zij besmet met paratbc. Juist omdat de meeste koeien geen problemen toonden, geloofde wij dat eerst zelf beslist niet’, vertelt Fikkert. De problemen begonnen bij de Drentse melkveehouder al voor 2009. Vooral verse koeien toonden problemen bij de opstart. De dierenarts kwam veelvuldig, onderzoeken vonden plaats, maar een oorzaak werd niet vastgesteld. De problemen werden groter, verschillende koeien gingen dood of moesten worden afgemaakt. ‘Toen heb ik Wilco de Boer, mijn verzekeringsadviseur van Agriland, gebeld’, vertelt Fikkert. ‘Die liet direct een veterinair-expert bellen vanuit de maatschappij. In dit geval Delta Lloyd. Die man vroeg mij een paar dingen en stelde meteen de diagnose: paratbc’ Achteraf bleek dat de juiste analyse, maar die snelle diagnose zette kwaad bloed bij Fikkert. De expert moest eerst zijn vertrouwen winnen. ‘Ik ben emotioneel bij mijn veestapel betrokken. Bovendien zag ik bijna geen koeien die erg mager werden en aan de schijt waren. Dat is het beeld dat ik van paratbc had. Maar ik leerde dat lang niet alle koeien die besmet zijn en ziek worden van deze bacterie, die symptomen tonen. Bij 80 procent van de koeien zie je niet dat ze aan paratbc lijden als dat wel het geval is.’

Rigoureuze aanpak

Fikkert bleef twijfelen over de aard van de besmetting en hoe hij er mee om moest gaan. Hij won daarop onder andere raad in bij twee collega’s in de buurt die eerder ook met paratbc in de veestapel kampten. Beide zeiden overtuigd: ‘Kies voor een rigoureuze aanpak en ruim alles wat besmet is. Anders blijf je erin hangen.’ Naast die adviezen werd ook de Gezondheidsdienst voor Dieren ingeschakeld. Van alle koeien en jongvee werd mest bemonsterd. Toen uit die test ook naar voren kwam dat de veestapel zwaar besmet was, hakte Fikkert de knoop door. ‘Met pijn in het hart besloten we als gezin, samen met mijn vader die er toen nog bij was, om de rigoureuze aanpak door te voeren. Dat betekende vele koeien en pinken afvoeren. In totaal gedurende een jaar wel 40 procent van de veestapel.’ Een emotioneel zware tijd, zegt Fikkert. ‘Eerst al die ellende met zieke en dode koeien en daarna het dilemma van wel

of niet rigoureus afvoeren. We zijn door een heel diep dal gegaan, dat kan ik nu wel stellen. Ook al omdat na die afvoer de twijfel blijft; heb ik het wel goed gedaan? Dat vraag je jezelf meerdere keren af.’

Bedrijfsvoering aangepast

Inmiddels is de melkveehouder ervan overtuigd dat hij de goede keuze maakte. Elk jaar volgt een screening of er nog besmette dieren boven drijven. In 2013 en 2014 was de veestapel ‘schoon’. Het laatste jaar toonde uit 310 monsters één koe zich positief. ‘Die was in 2008 geboren en deze besmetting was dus verklaarbaar’, stelt Fikkert. ‘Het is vervelend, maar niet desastreus. Inmiddels hebben we erg goede hoop dat we geen nieuwe besmettingen hebben opgelopen de laatste jaren. Dat is het belangrijkste, want dit willen wij niet weer meemaken.’ Om dat te voorkomen werd de bedrijfsvoering aanpast. Er werden extra afkalfboxen gerealiseerd die van elkaar gescheiden zijn. De koeien kunnen elkaar niet aanraken. Na elke geboorte wordt de box compleet gereinigd. ‘Parabesmetting werkt als een vliegwiel’, vertelt de melkveehouder. ‘Het begint in de afkalfstal en komt zo door de hele veestapel te zitten. Omdat je dus vaak geen klinische verschijnselen ziet, treedt de ziekte als een sluipmoordenaar op.’ Het jongvee is in een aparte stal gehuisvest waar niemand anders dan de verzorgers toegelaten worden. Ook wordt daar altijd met apart schoeisel en kledij gewerkt. Kalveren krijgen louter nog kunstmelk en alle biest wordt bestraald. ‘We laten niets meer aan het toeval over. Bijkomend voordeel is dat je zo niet alleen de parabesmettingskans terugdringt, maar ook die van andere ziekten zoals BVD.’

Verzekering helpt

De uitgedunde veestapel vulde Fikkert aan met de aankoop van dieren van een jongveeopfokker in de buurt. ‘Het was een geluk dat hij in één keer een groep dieren wilde verkopen die compleet vrij waren van enige besmetting’, zegt de melkveehouder. Dat de familie Fikkert kon kiezen voor afvoer van de besmette dieren en nieuw vee aan kon kopen, danken ze volgens Gerben aan hun rundveeverzekering. ‘Laat er geen misverstand over bestaan: van zo’n ziekte in de veestapel word je financieel beslist niet beter. Een verzekering helpt echter wel enorm. Hadden we deze niet gehad, dan was de rigoureuze aanpak van opruiming geen optie geweest en zaten we nu nog steeds in de problemen.’

Fikkert benadrukt daarbij het belang van het goed inschalen van de veestapel op waarde. ‘Daar hebben wij onze verzekeringsadviseur Wilco voor, hij had de koeien gelukkig in de hoogste schaal ingedeeld (zie kader). De beste koeien brachten zo ook een fatsoenlijk bedrag op.’ Fikkert stelt daarbij, na een moeizame start, uiteindelijk zeer tevreden te zijn over de verzekeringsmaatschappij. ‘De expert bleek gelijk te hebben met zijn analyse dat para de boosdoener was. En ook daarna toonde de maatschappij betrokkenheid. Mensen van kantoor kwamen ook langs om met eigen ogen te kijken. Dat doet je goed. En ook de financiële afhandeling is prima geregeld.’ Dat soort zaken zijn volgens hem van cruciaal belang. ‘Je wordt er namelijk knap zenuwachtig van als de koeien ziek worden, dood gaan en de oorzaak niet gevonden wordt. Wij hadden het geluk dat onze bank, de Friesland Bank toentertijd, ons ook bleef steunen. Want laten we wel wezen, zonder koeien ben je boer af, zo simpel ligt het.’

Rundveeverzekering Onder een rundveeverzekering vallen de meeste aandoeningen die niet onder de veewet (onder andere mond- en klauwzeer en varkenspest) horen. Een melkveehouder kan zich zo verzekeren voor dood onder de dieren als gevolg van ziekte, ongevallen of acute vergiftiging. Ook botulisme, de ziekte die onlangs een hele veestapel het leven kostte, valt onder de dekking. Zoals bij elke verzekering hangt de hoogte van de premie onder ander af van het eigen risico dat iemand wil dragen en de voorgeschiedenis van het bedrijf. En verzekeringsmaatschappijen worden kritischer tijdens het acceptatietraject voorafgaande aan het afsluiten van een dergelijke verzekering. De waarde van een dier ligt maximaal op 2000 euro per koe. De waarde wordt mede vastgesteld op basis van de gegevens die de melkveehouder verstrekt. Wilco de Boer, eigenaar van en adviseur bij Agriland Assurantieadvies hierover: ‘Veel melkveehouders kiezen ervoor om de dieren laag in te schalen qua waarde omdat dat de premie drukt. Enerzijds begrijpelijk, maar wanneer je zoiets overkomt als Gerben Fikkert is het flink balen als de verzekering veel minder uitkeert dan de koeien waard zijn.’ MELK van het NOORDEN

17


voeding

40 procent koeien heeft ketose Slepende melkziekte of ketose is een groter probleem dan veehouders denken, ernstiger van omvang dan wordt vermoed en nadeliger dan alleen het verlies van melkgeld. Reden voor student Arjan van Houten om voor veevoerbedrijf Hoogland BV de ernst van het probleem te onderzoeken. TEKST & FOTO

Wiebe Dijkstra

Van Houten studeert aan het Van Hall Instituut en is boerenzoon uit Lekkum. Het probleem van slepende melkziekte (ketose) kent hij van het ouderlijk bedrijf. Voor het onderzoek volgde hij in negen weken tijd 165 koeien op veertien bedrijven en deed 1100 metingen. Conclusie: bijna 40 procent van alle dieren had last van subklinische of klinische ketose. De oorzaak van stofwisselingsziekte ketose is voor melkveehouders vaak wel bekend: onbalans tussen voeropname en voerbehoefte van melkkoeien. Waardoor het probleem ontstaat, hangt af van meerdere factoren. Van Houten startte zijn onderzoek drie weken voor het afkalven en volgde de koeien tot ze drie weken in lactatie waren. Het onderzoek is gedaan door de hoeveelheid bèta-hydroxyboterzuur (BHB, één van de ketonlichamen) in het bloed vast te stellen. De koeien zijn zes keer gemeten, drie keer voor en drie keer na afkalven.

Conditie

Van alle dieren is de conditie vastgesteld. Een derde was in een te ruime conditie, 20 procent te schraal en de rest zat rond de gewenste conditie. De conclusies zijn nog niet berekend, maar Van Houten weet al bijna zeker dat de meerderheid van de

koeien met ketose aan de zware kant is. Hoe groot is het probleem? Vrij groot, constateert Van Houten. Een kleine 40 procent van de onderzochte dieren krijgt in de eerste twee weken te maken met de subklinische (34 procent) of klinische (5 procent) vorm van ketose. Rond de tweede week in lactatie werden de meeste dieren met ketose geconstateerd, 26 procent van de dieren scoorde op dat moment ‘positief ’.

Tussenkalftijd

Wanneer een koe tegen de subklinische grens aanzit tijdens de droogstand, heeft zij gemiddeld gezien een verhoogde kans op subklinische of klinische ketose na het afkalven. Koeien met een lange tussenkalftijd hebben de neiging te vervetten. Van Houten constateert dat de tussenkalftijd significant is gekoppeld aan de ketonenwaarde en dat de kans op ketose toeneemt met een verhoogde tussenkalftijd. In het onderzoek is de klauwsituatie ook meegenomen, evenals het soort kalf, HF of BB (Belgische Blauwe) en de melkproductie. De conclusies over gezondheid, vruchtbaarheid en genetische aanleg voor melkproductie moeten nog worden getrokken. ‘Het gaat ons in eerste instantie

om de omvang van het ketoseprobleem vast te stellen en te kijken wat we daar aan kunnen doen’, zegt Henk Oud, rundveespecialist bij Hoogland BV en begeleider van Van Houten. Van Houten wil wel vast kwijt dat een zwaar kalf van een Belgische Blauwe een groter risico vormt voor ketose. Van de koeien met een BB-kalf had 60 procent te maken met subklinische ketose in de eerste week na het afkalven. Het grotere risico geldt ook voor een tweeling (80 procent). Een tweeling is niet te voorspellen en te voorkomen, maar het preventief ondersteunen van de koe kan problemen voorkomen.

Meten is weten

Wat kan worden gedaan om de risico’s van ketose te verkleinen? ‘Meten is weten’, zegt Oud in dit verband. ‘Probeer in beeld te krijgen hoe het er voor staat op het bedrijf door zelf te meten op ketonlichamen en houd de voeropname tijdens de droogstand en opstart scherp in de gaten om het verschil tussen behoefte en opname zo klein mogelijk te houden.’ Ook met anders voeren kan het risico worden verkleind. Bij een aantal van de veertien veehouders werden drie weken voor tot drie weken na het afkalven transitiekrachtvoeders gevoerd. Van Houten stelde lagere waarden van het bèta-hydroxyboterzuur vast bij het gebruik van deze specifieke voersoorten. Een dubbeltje uitgeven om een kwartje te verdienen, schetst Oud de kosten- en opbrengstverhouding.

Van Hall-student Arjan van Houten (links) en Henk Oud van Hoogland: Transitiebrok verlaagt de ketosewaarden.

MELK van het NOORDEN

19


MECHANISATIE

‘Capaciteit schudder Een melkveehouder die een nieuwe of andere schudder aan wil schaffen, doet er goed aan om te kijken naar de gewenste capaciteit van de machine. ‘Maar capaciteit is meer dan louter werkbreedte’, stelt Acronius Ettema van Lely. TEKST & FOTO’S

Sjoerd Hofstee

De Lotus schudder van Wiersma aan het werk met rechts op de achtergrond zijn bedrijf.

Ettema spreekt veel melkveehouders die overwegen een nieuwe of andere schudder te kopen. Volgens hem kijken boeren daarbij vaak in eerste instantie te eenzijdig naar de werkbreedte. ‘Dat boeren sneller willen werken en daardoor een grotere schudder zoeken, is begrijpelijk. Het werk dat de machine levert moet er echter niet op achteruit gaan en de machine moet aansluiten op de echte behoefte.’ Als Ettema de vraag krijgt van een melkveehouder om mee te kijken naar een vervangende schudder, is het wel de capaciteitsvraag die als eerste wordt gewogen.

‘Kijk ik naar onze Lely Lotus schudders, waarvan onlangs het honderdduizendste exemplaar werd afgeleverd, dan zijn die uitgerust met haaktanden in plaats van de rechte uitvoering die andere fabrikanten hanteren. Die haak ‘schept’ als het ware het gras waardoor je 15 tot 20 procent sneller kunt rijden en toch het gras goed los krijgt van de grond’, licht Ettema toe. ‘Zou je anders voor een 12 meter brede schudder kiezen, dan kun je eventueel ook uit de voeten met een 10 meter brede machine. Dat scheelt op de investering en past wellicht beter bij de trekker die je

Frans Wiersma: ‘Het gras wordt nu nog egaler weggelegd.’

gebruikt voor het schudden.’ Schudders met een werkbreedte van 10 meter en meer worden in het transport eigenlijk altijd getrokken. Voor ophanging in de hef worden ze te zwaar en onveilig qua grootte in het verkeer. Ettema adviseert daarbij een schudder te kiezen die tijdens het transport gedragen wordt in een frame. Een zogenoemde carrier. ‘Je ziet ze ook veel op wielbasis, maar dat slijt veel sneller en levert je in het land, bij het schudden, sneller afwijkingen op. En een schudder die niet gelijkmatig achter de trekker loopt en daarmee niet goed schudt, is erg vervelend.’ Een ander belangrijk aspect van de schudders noemt Ettema de rotors. En dan vooral het aantal rotors. ‘Meerdere rotors op een machine betekent gemiddeld gezien dat het gras beter opgepakt wordt.’ Nadelen van kleinere en daarmee meerdere rotors op een schudder noemt hij de doorvoersnelheid van het gras, die gaat omlaag. En meer rotors betekent ook meer draaipunten op de machine. Kwetsbare onderdelen dus.

Egaler gras verdelen

Frans Wiersma is melkveehouder in Hemelum en werkt met een 9 meter Lely Lotus. Hij is blij met de acht rotors op zijn schudder. ‘Onze vorige schudder voldeed ook goed, maar bezat minder en grotere rotors. Dit type met kleinere en meer

20

MELK van het NOORDEN


moet leidend zijn’

rotors schudt mooier. Het gras wordt nog egaler weggelegd.’ Wiersma (48) melkt zo’n 80 koeien en heeft 53 hectare grasland in gebruik. Zijn koeien weiden niet dus worden alle percelen vier of vijf keer gemaaid. Het maaien, schudden, harken en een deel van het inkuilen doet Wiersma zelf, waarbij hij hulp krijgt van zijn vader Tjeerd (76). De Friese melkveehouder wil om die reden per se capaciteit halen met z’n schudder, maar een hoge werkbreedte past hem niet. ‘Al onze percelen liggen nog op greppels. Om die reden kozen we zes jaar geleden, toen we de schudder omruilden, voor een 9 meter brede machine.’ De keuze viel opnieuw op een Lely, mede doordat Wiersma met zijn 2 x 3 meter voor- en achtertrommelmaaiers, niet kneust. De haaktanden bieden volgens hem dan extra voordeel omdat deze het gras beter van de grond afpakken en zo voor een beter resultaat zorgen. ‘Ik kocht de schudder via De Blaauw, die zitten hier om de hoek. Zij zorgen dat de schudder goed werkt. Ook dat is een reden om opnieuw te kiezen voor Lely. ‘De ervaringen zijn goed. Ik heb nooit een ander merk gehad, maar kijk wel om mij heen bij collega’s. Daarbij wil ik niets negatiefs zeggen over andere merken, maar volgens mij doet onze Lotus z’n werk bepaald niet minder dan schudders van anderen.’

Alle elementen kunnen worden versteld.

Het belang van een goede dealer, is ook wat Ettema benadrukt. ‘In de afstelling van de schudders gaat best nog wel eens iets mis. Dat is ook de reden waarom wij onze machines verkopen via dealers als De Blaauw. Zij worden opgeleid om echt goed met de machine te kunnen werken en om de melkveehouders hierover goed te instrueren. Voor een goed schudbeeld is een goede afstelling essentieel.’ Wiersma deelt die mening. ‘In het eerste seizoen na aankoop heb ik de tijd genomen voor het puzzelen richting de correcte instellingen. Die heb ik gevonden en dat werkt prima.’

Goed afstellen

Het goed afstellen van de schudder zorgt voor veel voordelen: het gras komt beter en egaler los van de grond en er worden minder grond- en mestresten van de bodem losgetrokken dat anders de kuil mee

ingaat. Ook scheelt het tanden. Ettema wijst erop dat de haaktanden ook hier een voordeel bieden. ‘Als de grond wel geraakt wordt, wordt de haaktand iets gelicht. Bij rechte tanden wordt er veel meer in de grond gewoeld. Dat komt meer op de machine aan en geeft meer rommel in de graskuil.’ Het sneuvelen van tanden, ook al zijn het haaktanden, komt ook bij Wiersma wel voor. ‘Wie heeft dat niet?’, stelt hij een retorische vraag. ‘Het minimaliseren van tandenverlies, is naar mijn overtuiging vooral een kwestie van goed afstellen en met verstand rijden. Net zoals ik op de snelweg makkelijk een bon kan krijgen voor te snel rijden, kan ik de schudder in een half uur wel stuk krijgen. Beide is een kwestie van discipline in de rechtervoet, het gaspedaal dus. Bij een bon of een kapotte schudder heb ik geen belang, dus rijd ik liever met beleid.’ MELK van het NOORDEN

21


hooiwinning

Kleine hooipakjes en het zomergevoel Officieel wordt de maand juli als hooimaand aangeduid. Juni lijkt die titel echter meer en meer te verdienen. Met de beheerspakketten op vogeltjesland voor 1, 8 en 15 juni wordt er in deze maand veel hooi geperst. Maar ook gras van ‘gewone’ percelen verdwijnt meer dan eens in de hooipers. Zo ook bij de gebroeders Alberts in Zevenhuizen. Jelte van der Velde van Loonbedrijf Lucas Stuut & Zn. perste voor hen in de zomerzon honderden kleine pakjes Melkveehouders kiezen de laatste jaren veelal voor grote balen, rond of vierkant. Minder werk en minder drukte. Een begrijpelijke afweging. Het is echter de bijkomende beleving die menigeen nostalgisch maakt. Het samen hooibalen stapelen in de brandende zon op een wrakke platte kar. Om de pakjes daarna meters hoog op te zetten in een dampende schuur. Waarna de hele groep na afloop een potje bier drinkt en de oogst beklonken wordt. De ultieme viering van de zomer.

MELK van het NOORDEN

23


Sinds 2014 de grootste onafhankelijke verkoper van VVO’s!

Is uw mestverwerking al geregeld? Kijk voor de beste prijs op www.mestverwerken.nu of bel 085 - 401 6809

Laagste prijs per kg fosfaat. Direct geregistreerd bij de RVO. Geen papierwerk. Gespreid en achteraf betalen. 100% zekerheid en gemak.

Nu ook actueel aanbod fosfaatrechten! www.fosfaatrecht.nu

Vul op de website collectief-code AAA in voor een extra scherp aanbod!


additieven

Vet voeren stuwt melkgeld

Bedrijfsgegevens

Bouke Caton: ‘Nu het quotum eraf is, moet je anders rekenen.

Vet bijvoeren aan het melkvee. Tot vorig jaar april, toen het melkquotum nog gold, was dit voor Bouke Caton geen optie. Nu het quotum passé is en extra liters ook geld opleveren, wilde hij het wel proberen. Het eiwitpercentage ging omlaag, maar de liters en het vetgehalte stegen. Dat resulteert in meer melkgeld. TEKST & FOTO’S

Sjoerd Hofstee

Melkveehouder Bouke Caton uit Starnmeer neemt eind mei de tijd om even te praten. Het is ochtend en hij wil z’n 200-koppige veestapel bewust wat langer laten wachten voor ze naar buiten gaan. ‘Gisteren zijn we weer begonnen met weiden, dat is altijd even wennen voor het vee en de veehouders’, zegt Bouke, die in maatschap boert met z’n broers Wietse en Jelle. ‘Er lag nog genoeg voer voor het voerhek, daar mogen ze eerst nog wat van opmaken. We hadden ze graag voor de eerste snee al willen weiden, ook om het minimum van 120 dagen weidegang, die onze melkfabriek Cono ons verplicht voor de weidepremie, makkelijk te halen. Dat lukte door het natte voorjaar niet.’ Ook nu de koeien overdag weiden, krijgen ze daarnaast een TMR-rantsoen. Wel verdringt het weidegras een deel van het kuilgras, in de winter is het volledig TMR dat de dieren krijgen. Dat bestaat dan uit 25 kilo kuilgras, 10 kilo snijmais, een mengsel maismeel/gerst, aardappelpersvezels, Duitse bietenpulp, mineralen, water en sinds december 2015 Speerstra BypassFat. Dat laatste is een product van echte vetzuren en dat voel je ook als je het vastpakt. BypassFat is een dubbel gefractioneerd pensbestendig product met een hoog aandeel C16:0 vetzuren, wat ervoor zorgt

dat het melkvetgehalte toeneemt. Naast het melkvetgehalte neemt ook de melkplas toe, wat het uiteindelijk rendabel moet maken.

Voeradviseur terughoudend

Bouke gooit elke dag twee zakjes van dit BypassFat in de mengwagen. Dat betekent 50 kilo in totaal en 250 gram per koe per dag. De melkveehouder betaalt € 1,10 per kilo wat neerkomt op € 55,- per dag. Elke dag opnieuw, kan dat wel uit? ‘Dat was voor ons ook de grote vraag’, vertelt Bouke. ‘Onze voerleverancier was eerst ook terughoudend. Wij voeren immers TMR en dan krijgen alle koeien alles wat je voert. Dus ook oudmelkte koeien die wellicht minder profiteren van dit product.’ Toch wilde Bouke het proberen. Een neef in Denemarken haalde er goede resultaten mee, dus nam hij de proef op de som. Hij bestelde het product bij Speersta Feed Ingredients BV en krijgt het geleverd via de lokale fouragehandel. De melkveehouder maakte zelf een overzicht van de kosten en de productieontwikkeling in Excel om te monitoren. Daarnaast rekende hij na zes weken voeren, samen met een medewerker van Speerstra, de resultaten uit. ‘Het eiwitgehalte begon na een paar weken

De broers Bouke (34), Wietse (24) en Jelle (28) melken zo’n 200 koeien in het Noord-Hollandse Starnmeer. Wietse en Jelle werken naast het melkveebedrijf ook elders. Het bedrijf telt 65 hectare. Het jongvee tot 1 jaar loopt thuis, het oudere jongvee op het bedrijf van Bouke z’n vrouw Daphne die dat bedrijf onlangs overnam van haar vader. Daphne en haar vader verzorgen samen de opfok van het oudere jongvee aldaar.

te zakken. De daling ging van 3,56 naar 3,36 procent. Dat was minder positief, maar niet echt schrikken’, vertelt Bouke. ‘Het vetpercentage steeg namelijk van 4,30 naar 4,47 en de liters van 27,2 naar 29,9 gemiddeld per koe per dag. Per saldo gingen we erop vooruit’ Op basis van de vet- en eiwitprijzen die Cono over december 2015 hanteerde, resulteerde dit namelijk in een voordeel van € 119,- per dag aan melkgeld. Ruim het dubbele van de kosten dus. ‘Ik moest zelf ook wel even wennen aan het lagere eiwitgehalte, maar nu het quotum eraf is moet je anders rekenen. De kilo’s vet en eiwit worden betaald en met meer liters compenseer je een lager percentage vlot’, zegt Bouke. Op het gebied van vruchtbaarheid en gezondheid waren afgelopen winter en voorjaar nog geen veranderingen waarneembaar. ‘Daar had ik wel een beetje op gehoopt’, vertelt Bouke. ‘Net zoals ik hoop dat het de koeien deze zomer helpt bij warme dagen omdat het toch een soort energieboost is die je voert.’

Opnieuw rekenen

Nu de weideperiode aangebroken is, wil Bouke eerst dezelfde hoeveelheid BypassFat voeren. ‘We proberen het eerst zo. Wellicht dat we binnenkort wel iets minderen. Ook wil ik de rekensom opnieuw maken nu de melkprijzen verder gezakt zijn. Maar zolang het een plus brengt in het melkgeld, blijven we het voeren.’ MELK van het NOORDEN

25


voersystemen

Scherp voeren door nieuw

Geitensector groeit

Frank Kramer tussen zijn geiten in de 2x40 zij-aan-zij melkstal.

De investering in het voerdoseersysteem moet leiden tot een gezonde en winstgevende veestapel, stelt melkgeitenhouder Frank Kramer. De veehouder voert zijn 550 melkgeiten hiermee naar behoefte. Daarnaast broedt Kramer op nog meer plannen: hij wil groeien naar duizend melkgeiten. TEKST

Sandra Hoekstra

FOTO’S

Marcel van Kammen en W.H. van der Heide

Met al bijna tien jaar ervaring weet de 37-jarige veehouder dat het houden van geiten een complex beroep is. ‘Als geitenhouder ben je constant met de verzorging van de dieren bezig. Geiten zijn hele gevoelige dieren’, vertelt Kramer. ‘Bij deze dieren komt de verzorging heel precies, nog preciezer dan bij koeien. Beschimmelde kuil kan al funest zijn en als een geit ziek is, is het enorm lastig om zo’n dier weer gezond te krijgen.’ Ondanks het arbeidsintensieve werk houdt Kramer samen met zijn vrouw Baukje al jaren met plezier melkgeiten. Inmiddels melkt Kramer 550 geiten en houdt hij 450 stuks jongvee. Voor Kramer en zijn vrouw was het echter niet vanzelfsprekend om een veehouderijbedrijf te beginnen. ‘Thuis hadden we geen agrarisch bedrijf ’, vertelt de veehouder. ‘Ik wilde wat voor mijzelf beginnen, maar had onvoldoende eigen vermogen

26

MELK van het NOORDEN

om een compleet bedrijf te kunnen kopen. Ik ben altijd al een ‘veeman’ geweest en door de ervaringen met geiten die ik op de praktijkschool in Oenkerk heb opgedaan, heb ik gekozen voor deze tak.’

Intensieve bestemming

In 2007 kocht Kramer een boerderij nabij het Friese Marrum, waar een bestemming voor intensieve veehouderij op zat. Voor die tijd had de ondernemer nog geen concrete keus gemaakt of hij daar vee wilde gaan houden. In 2008 kwamen dan toch de eerste nuchtere lammeren, maar liefst 350 stuks. Inmiddels is Kramer met zijn gezin en het bedrijf verhuisd naar de nieuwe locatie, ook nabij Marrum. ‘In samenwerking met de gemeente heb ik een intensieve bestemming kunnen krijgen op de nieuwe locatie. Gelukkig, want het was bijna

Uit cijfers van het CBS blijkt dat het aantal melkgeiten in Nederland in 2015 is toegenomen naar 327.652 stuks. De groei zit niet zozeer in de aantal bedrijven, maar in de veestapels. Nederland telt zo’n 540 professionele melkgeitenbedrijven. De oorzaak van deze groei ligt in verschillende factoren, waaronder de export naar zowel Europese als niet-Europese landen en daarnaast speelt de melkgeitensector bewust in op de toenemende vraag naar producten, zoals geitenkaas en yoghurt die in de hedendaagse levensstijl passen. Ondanks de groei in aanbod steeg de melkprijs de afgelopen jaren. In 2006 tot 2013 lag de gemiddelde melkprijs rond de 45,86. Van 2013 naar 2014 steeg de prijs met 16,4 procent naar 69,31 euro per 100 kilo melk. Na een kort dip in 2015 ligt de prijs nu rond 70 euro per 100 kilo melk.

onmogelijk om dat op een ander bestaand bedrijf in deze regio voor elkaar te krijgen. De gemeente wilde ons van de oude locatie afhebben, vooral omdat onze buren dicht op het bedrijf wonen en het bedrijf overlast veroorzaakte door onder andere de vliegen.’ De nieuwe locatie was voorheen een melkveehouderijbedrijf. Kramer beschikt over voldoende gebouwen om zijn geiten en jongvee te kunnen huisvesten en twee hectare grasland, waar hij de melkgeiten in het zomerseizoen wil weiden. Kramer heeft daarnaast een vergunning gekregen om maar liefst 1500 melkgeiten, 400 stuks jongvee tot drie maand en 400 stuks jong-


voerdoseersysteem vee tot één jaar te mogen houden. ‘Of ik naar dat aantal willen groeien, weet ik nog niet. De mogelijkheid is er in ieder geval.’

Verhuizing

De verhuizing van het bedrijf heeft wel wat voeten in de aarde gehad. ‘We wilden alle geiten in één dag verhuizen. Daarvoor begon ik ’s ochtends om half vier te melken en stond kort daarna de eerste veewagen klaar om de geiten in groepen van veertig tot vijftig stuks te verhuizen. Kort voor de verhuizing van de eerste geiten werd het nieuwe voerdoseersysteem van Kramer naar de nieuwe locatie gebracht door W.H. van der Heide Voedertransport en Opslagsystemen. ‘Het voerdoseersysteem heb ik in 2015 in de herfst gekocht, zodat de geiten konden wennen aan het nieuwe systeem en deze manier van voeren.’ Met het nieuwe voersysteem verwacht de veehouder de voerefficiëntie te verbeteren. ‘Ik wil naar behoefte voeren. Gedoseerd voeren is beter voor de gezondheid van de dieren en het voer is nu per dier afgestemd op het aantal liters melk wat zij geven.’ Voorheen voerde hij de geiten onbeperkt in verouderde voerboxen. De kostprijs van het krachtvoer dat Kramer verstrekt ligt rond de 28 cent. ‘Ik voer ongeveer 62 kilo brok per 100 kilo melk en dat moet omlaag. De melkprijs van 70 cent is nu goed, maar kan even zo goed weer zakken en daar moet je op inspelen. Dat kan door gedoseerd en scherp te voeren.’

Het voersysteem kan zeventig geiten tegelijk voeren.

zijn voerkosten kan besparen. ‘Momenteel betalen wij € 10.000 voor het krachtvoer in de maand.’ De aanschaf van het systeem lag rond de € 87.000, maar volgens Kramer verdient dit zich terug in de besparing op voerkosten en gezonde geiten. De geiten van de veehouder geven gemiddeld vier liter melk per dag per dier, welk hij levert aan melkfabriek Henri Willig. ‘Net als bij melkkoeien worden wij uitbetaald op het vet- en eiwitgehalte in de melk. Hier probeer ik met het voer op

W.H. van der Heide. ‘Onze geiten krijgen een kleine hoeveelheid krachtvoer in de melkstal, maar 100 gram per geit. Het krachtvoer in de melkstal dient als een lokbrok, zodat de geiten sneller doorlopen naar voren.’ Sinds mei melkt de veehouder in een GEA 2x40 zij-aan-zij melkstal. ‘Het melken in de nieuwe melkstal gaat goed. Ik kan in mijn eentje 500 geiten in een uur melken. Mijn vrouw neemt de verzorging van het jongvee op zich. Gelukkig, want in de

Kleine porties

De geiten van Kramer krijgen per dag gemiddeld 2,25 kilo brok in kleine porties van 300 gram. De dieren worden met een sensor in het oormerk herkent door het voersysteem en krijgen zo de porties toebedeeld. Het voersysteem kan in totaal zeventig geiten tegelijk voeren. De hoeveelheid voer wordt geregeld door het managementprogramma EGAM. ‘De melkcontrolegegevens voer ik in op de computer. EGAM stuurt de voermachine aan zodat de melkgeiten de juiste hoeveelheden krijgen.’ Naast het scherp voeren door de melkcontrolegegevens, zijn de vijzels van het voersysteem aangepast op de nieuwe situatie. ‘Ook hierdoor kunnen we scherper voeren’, vertelt Kramer. ‘Als de melkprijs echt drastisch zakt moeten we misschien overstappen op bijproducten, maar liever niet. Geiten kunnen wat dat betreft weinig hebben en in mais kan al gauw schimmel voorkomen.’ De geitenhouder hoopt dat hij met het nieuwe voersysteem zo’n tien procent op

W.H. van der Heide bracht het voersysteem naar de nieuwe locatie.

te sturen. Vorig jaar produceerden onze geiten melk met gemiddeld 4,09 vet en 3,53 eiwit. Sinds het nieuwe voersysteem geven de geiten bijna een halve liter meer melk dan voorheen.’

Nieuwe melkstal

Kramer voert zijn geiten niet alleen in de stal krachtvoer, maar doet dit ook in zijn nieuwe melkstal. Dit via een doseervijzelsysteem. Dit is geleverd en geplaatst door

lammerperiode in februari en maart kan het voorkomen dat circa 200 lammeren in één weekend worden geboren.’ Als alles zich op deze manier blijft ontwikkelen wil Kramer volgend jaar al groeien naar 900 melkgeiten. ‘Wat de toekomst daarna brengt, zien we wel. We moeten nu eerst alles goed op de rit krijgen, want we zijn nog druk bezig met het optimaliseren van het bedrijf en de bouw van zowel de geiten- als de jongveestal’, aldus Kramer.

Kramer voert zijn geiten met een doseervijzelsysteem in de melkstal.

MELK van het NOORDEN

27


www.agrilandassurantieadvies.nl Uw adviseurs: Wilco de Boer: René van der Meer: Feite Roelevink:

06 - 50 66 02 44 06 - 25 05 41 44 06 - 11 88 84 88

Balthasar Bekkerwei 70, Leeuwarden • 058 20 10 151

TeatLock_MvhN_188x132.indd 1

23-05-16 15:24


voeren

Meer melk met hoogwaardiger basisrantsoen een hele kluif aan, zodat ook de melkkoeien er een deel van krijgen voorgeschoteld. Het gevolg: selectieve voeropname aan het voerhek. ‘In november zijn we overgestapt op gemengd voeren. Van selectieve opname is geen sprake meer. Voorheen voerden we met een blokwagen’, vertelt Bos.

Premix en wheatbooster

Jan-Auke Bos bereidt elke ochtend rond 7.30 zelf een gemengd rantsoen voor de koeien.

Een hoger aandeel krachtvoer in de mengwagen en minder brok voor de individuele koe. Na overleg met zijn fouragebedrijf Hoogland voegt de maatschap Bos premix en wheatbooster toe aan het basisrantsoen. TEKST

Bouke Poelsma

FOTO

Marcel van Kammen

Op de mooie voorjaarsdag wanneer het interview plaatsvindt, had de goedlachse melkveehouder Jan-Auke Bos (24) zijn koeien maar wat graag de wei in gestuurd. Tegen zijn wil staan de dieren nu alweer voor het derde jaar op rij op stal. De reden: leverbot. In 2013 zorgde de parasiet voor 40 procent uitval op het bedrijf. Voordat hij weer gaat weiden, wil Bos herhaling van een dergelijke strop koste wat kost voorkomen. ‘Toen kon ik nog een

Melkveehouders te spreken over Premix In opdracht van Hoogland BV deed veehouderijstudente Marieke Lombaard onderzoek naar de bevindingen van veehouders met Premix. Ze ondervraagde 35 melkveehouders die de krachtvoermengsel voeren. Die zijn stuk voor stuk goed te spreken over het mengsel van losse grondstoffen. ‘De premix is goedkoper dan brok. Dat is het belangrijkste argument’, zo vertelt Lombaard. Arbeidsgemak, het voeren van zuivere grondstoffen en inspraak in de samenstelling zijn volgens haar eveneens voordelen die door veehouders werden genoemd.

deel van mijn quotum verleasen. Dat zit er nu niet meer in’, aldus de melkveehouder, die de geleden schade raamt op € 200.000. Voorzichtig hoopt de Fries volgend jaar weer een begin te kunnen maken met het weiden. In 2018 wil hij zijn volledige melkveestapel weer naar buiten sturen. De huiskavel van 75 hectare, van de totaal 110 hectare grond, is er uitermate geschikt voor.

Flinke groei

De overstap op gemengd voeren is een direct gevolg van de keuze voor Hoogland BV als nieuwe voeradviseur. Bos wil graag richting 9000 liter per koe per jaar. Over de wijze waarop dit moet gebeuren verschilt hij van mening met Hooglands voorganger. ‘Die zag meer in het verhogen van de individuele krachtvoergift. Ik vind gemengd voeren beter bij onze nieuwe, intensievere bedrijfssituatie passen’, aldus Bos. Op advies van de voervertegenwoordiger voeren de melkveehouders in De Falom sinds dit najaar een hoogwaardig basisrantsoen. Dat bestaat uit graskuil (32 kilo), premix (4 kilo), wheatbooster (4 kilo) graszaadhooi (0,8 kilo), stro (0,3 kilo) en water (6 kilo). Daarnaast krijgen de koeien op individuele basis krachtvoer toegediend. Bos’ ervaringen met het voeren van premix (krachtvoermengsel van losse grondstoffen) en wheatbooster (ontsloten tarwe) zijn tot dusverre goed. ‘Vorig jaar molken we 25 liter per koe. Nu zitten we op 28. De koeien zijn in goede conditie. Doordat we minder witvuilers hebben, is de vruchtbaarheid ook verbeterd. Voorlopig blijf ik dit rantsoen wel voeren.’ Omdat de algehele bedrijfssituatie is veranderd, vindt Bos het niet reëel om de stijging van de melkgift volledig toe te schrijven aan Hoogland BV. ‘We werken nog geen jaar met deze voeradviseur. Bovendien hadden we vorig jaar ook enkele kuilen van mindere kwaliteit.’

‘Ik vind gemengd voeren beter bij onze nieuwe, intensievere bedrijfssituatie passen.’

Net als veel andere melkveebedrijven is ook maatschap Bos, die naast Jan-Auke bestaat uit zijn ouders Johannes (53) en Gerda (51), de afgelopen jaren flink gegroeid. Ten opzichte van vier jaar geleden is het aantal melkkoeien verdubbeld naar 245 stuks. Dat was ook gebeurd als het melkquotum erop was gebleven, vertelt Bos. ‘Met 9000 liter per hectare was dit een extensief bedrijf. Nu melken we zo’n 17.000 liter per hectare.’ De snelle groei heeft nogal wat impact op het bedrijf. Het aandeel melkkoeien is flink gestegen, terwijl er minder jongvee rondloopt dan voorheen. De vierde en vijfde snede gras waren tot dusverre altijd bestemd voor het jongvee. Die hebben er

Toekomst

Of er in de toekomst ook nog zoveel ruimte is voor wheatbooster in het rantsoen, valt te bezien. Voor het eerst heeft Bos dit jaar 14 hectare mais ingezaaid. Afhankelijk van de precieze maisopbrengst denkt Bos wheatbooster grotendeels te kunnen vervangen. ‘Het product bevalt me nu goed, maar we bekijken komend seizoen opnieuw hoe goed het past.’ MELK van het NOORDEN

29


Meer grip op het gewas SNELLER NAAR HET IDEALE DROGESTOFGEHALTE De Lely Lotus schudder is door zijn capaciteit bepalend als het gaat om uw beslissing om op het juiste tijdstip snel en goed voer te winnen. De unieke grip en verwerkingscapaciteit van de haaktanden gekoppeld aan de stabiliteit van de schudders vormt een ongekende slagkracht waar elke gebruiker op kan vertrouwen. Voor meer informatie, neem contact op met uw Lely Dealer of mail naar nederland@lely.com.

HARVEST RESULTS.

www.lely.com

NL14059-FS-Lotus Meer grip op het gewas-210x148,5.indd 1

innovators in agriculture

26-05-16 15:01


fokkerij

‘Koe moet melk geven als ze oud wil worden’ Een fokbedrijf waar Boogaard en Van Rein voorbeelden van deze filosofie zagen, is het Amerikaanse Larcrest. ‘Koeien als Cosmopolitan (v. Shottle) en haar dochter Crimson (v. Ramos) toonden wat wij zoeken in een koe.’ Geen wonder dus dat Heemskerk via ABS de laatste jaren ook veel stieren inzet uit de Larcrest-stallen. En niet zonder resultaat. Stieren als Cancun, Conquest en Commander vinden goed hun weg naar veel melkveebedrijven in Nederland. ‘Begrijpelijk, want met deze foklijnen breng je extra kracht in de koeien’, stelt Van Rein. ‘Dat is een belangrijke eigenschap voor een koe die veel melk moet produceren én lang mee moet gaan. Veel melkveehouders streven naar maximaal 20 procent vervanging. Dat lukt alleen als je voldoende krachtige koeien fokt, anders moet je geheid meer selecteren dan je wenst.’

Optimalisatie

De koe Larcrest Cosmopolitan voldoet aan het ideaalbeeld van Heemskerk: veel capaciteit, breedte en inhoud gecombineerd met veel productiedrang.

Wat de Nederlandse melkveehouder nodig heeft, is een uniforme veestapel, krachtig gebouwd met veel productiecapaciteit. ‘Want een koe moet veel melk geven, wil zij oud worden’, is de overtuiging van Edwin Boogaard en Henk van Rein van Ingenieursbureau Heemskerk. TEKST

Sjoerd Hofstee

FOTO’S

Heemskerk

Heemskerk is importeur van het Amerikaanse ABS dat vooral stieren fokt met kracht en een hoge melkaanleg. ‘Dat is ook de lijn die past binnen de hedendaagse melkveehouderij’, zegt Edwin Boogaard. ‘In een tijdperk waar het quotum passé is, moet een koe voldoende melk produceren. Doet zij dat niet, dan blijft ze niet op het bedrijf.’ De verkoopleider van team-Noord benadrukt dat dat geen mening is van hem, maar een constatering op basis van cijfers. ‘Van een koe die ondergemiddeld produceert, wordt eerder afscheid genomen. Je moet dus melk onder je koeien houden.’ Hoe je dat doet? ‘Door te fokken op balans in de koeien en op kilo’s vet en eiwit. Melkfabrieken betalen namelijk niet uit op percentages maar op het aantal kilo’s dat je levert.’ Daarom hameren de mannen van Heemskerk op productiedrang en levensproductie. Wie de cijfers analyseert, ziet dat er weinig ‘eiwitstieren’, zijn die ook hoog

scoren op levensproductie. Dat is voor Boogaard en Van Rein het belangrijkste signaal om uit te dragen dat fokken op percentage eiwit een te eenzijdige benadering is.

Vat Uddergold

Veel melk en kilo’s eiwit dus. Maar wel geproduceerd op basis van ruwvoer. Zeker in Noord-Nederland, met veel gras in de rantsoenen, is dat van belang. Dat betekent niet per se meer hoogtemaat, weet Henk van Rein. Als rundveespecialist in Drenthe en een deel van Groningen en hoort hij dagelijks van melkveehouders dat ze niet zitten te wachten op grotere koeien. ‘Een koe moet in balans zijn. Dat is het allerbelangrijkste. En om echt veel ruwvoer te kunnen omzetten in melk, is veel capaciteit van belang. Dat betekent ruimte en breedte in het skelet. Bij een koe met voldoende capaciteit kun je een vat Uddergold in de breedte overdwars tussen de voorbenen zetten’, grapt Van Rein.

Bij fokkerij wordt vaak gesproken over compensatie. Boogaard vindt dat een rotwoord. ‘Je moet streven naar het verbeteren van aandachtspunten en behouden wat goed is, dat heet optimaliseren. Daar draait het om in de fokkerij. Daarbij raad ik veehouders aan, eventueel samen met ons, vooral naar de onderbalkkenmerken van een stier te kijken. Die zijn objectief en wereldwijd goed vergelijkbaar. En vergeet vooral niet naar de koe te kijken. Zij heeft net zoveel invloed op de volgende generatie als de stier.’ Werken aan optimalisatie betekent voor Boogaard en Van Rein ook werken aan uniformiteit. ‘Uniformiteit in de veestapel werkt zoveel makkelijker en beter’, licht Van Rein toe. ‘Als melkveehouder doe je er daarbij goed aan om je te realiseren dat fokkerij een kwestie van lange adem is. Gemiddeld melk je ‘maar’ zeven generaties koeien gedurende je carrière als melkveehouder. Maak je een verkeerde afslag qua fokkerij, dan heeft dat dus nogal wat impact.’

Om de dieren op Larcrest zelf te bekijken, bezocht een team van Heemskerk het fokbedrijf. Met van links naar rechts: Edwin Boogaard, Bart Luyckx, Henk van Rein, Joost van Dal en André Sonderen. MELK van het NOORDEN

31


fosfaatrechten

‘Wacht met kopen ‘Ik denk dat melkveehouders er verstandig aan doen om voorlopig even geen handel te doen in fosfaatrechten. Er is gewoon nog te veel onduidelijkheid.’ Dat zegt Ids Schaap van Fosfaatrecht.nu, zelf een handelaar in fosfaatrechten. TEKST

Jelle Feenstra

FOTO

landpixel

Fosfaatrecht.nu is een onderdeel van Mestverwerken.nu. Dit is een jong bedrijf dat begin 2014 is opgericht door melkveehouder en biogasproducent Ids Schaap (31) uit Tirns. De insteek van Fosfaatrecht. nu is het opzetten van een transparante online handel. Schaap brengt tegen een bemiddelingsvergoeding van 1 procent biedende en vragende partijen in fosfaatrechten bij elkaar. ‘Mijn ambitie is dat zo’n 20 procent van alle handel in fosfaatrechten via Fosfaatrecht.nu gaat lopen. En waarom niet? Bijna 20 procent van alle VVO contracten liep afgelopen jaar ook via ons’, zegt Schaap. In augustus 2015 sloot Ids Schaap met Fosfaatrecht.nu de optiecontracten voor fosfaatrechten af voor € 125 per kilo fosfaat. Eén kilo fosfaat staat voor één fosfaatrecht. Voor een melkkoe met gemiddeld 8000 liter melk per jaar, die 40,6 kilo fosfaat per jaar produceert, komt dat neer

op een prijs van € 5075. In het najaar van 2015 viel de handel stil, tot er begin maart van dit jaar met de brief van staatssecretaris Martijn van Dam meer duidelijkheid kwam rondom het verdere traject van fosfaatrechten en de plannen voor afroming en generieke korting. Dit voorjaar sloot Schaap opnieuw enkele optiecontracten af. De prijs lag toen rond de € 120 per kilo fosfaat. Daarna werd het opnieuw rustig. Zo rustig, dat de prijzen die de enkele koper wil betalen inmiddels is gezakt naar € 90 per kilo fosfaat. Dat komt voor de net genoemde melkkoe neer op een prijs van € 3654. De vraagprijs is ook gezakt, maar ligt hoger, momenteel op zo’n € 110 per kilo fosfaat. Dat komt neer op € 4466 per koe met 8000 liter melk.

Te veel onduidelijkheid

Schaap constateert dat de handel momenteel volledig ‘op zijn gat’ ligt. Hij

Eind dit jaar duidelijkheid over fosfaatverdeling Staatssecretaris Martijn van Dam heeft het wetsvoorstel voor de fosfaatrechten klaar. Maar wanneer weten melkveehouders hoeveel fosfaatrechten ze krijgen? Fosfaatspecialist Wiebren van Stralen van LTO verduidelijkt: ‘RVO stuurt waarschijnlijk in oktober naar alle melkveehouders een overzicht met het aantal fosfaatrechten dat een bedrijf heeft. Dit gebeurt op dezelfde manier als met de melkveefosfaatreferentie 2013. Eerst een overzicht, waarop je kunt reageren, zodat RVO bij het maken van de formele beschikking zoveel mogelijk de juiste gegevens gebruikt.’ Die formele beschikking kan er pas komen nadat de wet door Eerste en Tweede Kamer is aangenomen en is gepubliceerd in de Staatscourant. Tegen die beschikking kun je dan bezwaar en beroep instellen. ‘Ik verwacht dat de meeste melkveehouders in november of december de beschikking krijgen. Dan weten ze waar ze aan toe zijn. Er is dan nog mogelijkheid om bezwaar te maken. Van Stralen acht de kans realistisch dat er tot de zomer van 2017 niet veel handel wordt gedaan in fosfaatrechten. ‘Daarna kan het wel eens heel druk worden’

32

MELK van het NOORDEN

bestempelt het ook als ‘verstandig’ om als potentiële koper voorlopig even pas op de plaats te maken. ‘Wacht nog maar even met fosfaatrechten kopen. Er is nog zo veel onduidelijkheid. Ten eerste moet het aantal knelgevallen worden bekeken. Hoe hoger dat aantal knelgevallen, hoe hoger de aangekondigde generieke korting per 2018 van tussen de 4 en 8 procent uitpakt.’ Vervolgens, zo stelt Schaap, moet de generieke korting worden verdeeld tussen intensieve en extensieve bedrijven. Een melkveebedrijf is extensief als de fosfaatproductie per 2 juli 2015 lager was dan de plaatsingsruimte op de grond. ‘Intensieve bedrijven krijgen een hogere korting dan extensieve bedrijven, maar precieze cijfers of verhoudingen worden pas dit najaar bij de behandeling in de Tweede Kamer bekend.’ Verder is het nog steeds niet ondenkbaar dat varkensrechten en koeienrechten uitwisselbaar worden, stelt Schaap. ‘De staatssecretaris heeft gezegd dat hij bereid is te kijken naar een gedragen voorstel in die richting. Mocht dat er komen, dan heeft dat ook behoorlijk invloed op de prijs.’

Explosie denkbaar

Een andere factor die volgens Schaap een rol speelt bij de geringe belangstelling voor fosfaatrechten is de lage melkprijs. ‘Er is bij velen even geen geld om te kopen.’ Daar komt nog bij dat melkveehouders pas eind 2017 hun fosfaatrechten geregeld moeten hebben. ‘Tot december 2017 kun je zoveel koeien melken als je wilt, als je op 31 december 2017 maar voldoende fosfaatrechten hebt geregeld.’ Voldoende in deze is zoveel fosfaatrechten


van fosfaatrechten’ hebben als het gemiddeld aantal stuks vee in 2017. ‘Ik verwacht dan ook dat het in het najaar van 2017 een gekkenboel wordt in de handel, ook omdat boeren dan de generieke korting, die per 1 januari 2018 van kracht wordt’, willen aanvullen.’ Voor melkveehouders met groeiplannen kan een mogelijke explosie in de handel van fosfaatrechten juist reden zijn om nu wél optiecontracten af te sluiten. ‘Als je er écht van overtuigd bent dat de prijs alleen maar hoger wordt en je hebt het geld liggen, dan kan dat een overweging zijn.

Aanbetaling 25 procent

Wanneer een melkveehouder toch interesse heeft om fosfaatrechten te kopen of te verkopen, kan hij contact opnemen met een bemiddelaar. Deze stelt een optiecontract op. In dat contract wordt een prijs afgesproken én hoeveel fosfaat er in januari 2017 wordt overgedragen. Fosfaatrecht.nu hanteert een aanbetaling van 25 procent. Het restantbedrag moet worden betaald in januari 2017, gelijk met de overdracht bij RVO. De overheid heeft bepaald dat er bij elke transactie tien procent aan fosfaatrechten wordt afgeroomd. Dit percentage komt terecht in een landelijke fosfaatbank. De verkopende melkveehouder is degene die 10 procent van zijn fosfaatrechten moet inleveren. Als hij honderd fosfaatrechten heeft te verkopen, krijgt voor maximaal 90 rechten betaald. De overige tien gaan naar de fosfaatbank.

Huiver om te stoppen

Schaap concludeert al met al dat er op dit moment geen goed beeld van de markt is. ‘De vraag is laag, terwijl het aanbod niet volledig is. Veel potentiële stoppers

BEREKENING HOEVEELHEID FOSFAATRECHTEN

Hoeveelheid melkkoeien:

Fosfaatexcretie:

X

! Per 2 juli 2015

! Afhankelijk gemiddelde melkproductie 2015 ! Zie onderstaande tabel

Hoeveelheid jongvee

Fosfaatexcretie:

X

! Per 2 juli 2015 ! Code 101 (< 1 jr)

! 9,6kg voor code 101 ! 21,6kg voor code 102

! Code 102 (> 1 jr)

Fosfaatexcretie melkkoeien o.b.v. melkproductie (tabel 6 RVO) Vanaf

Tot

Excretie

7125

7374

38.4

7375

7625

39.1

7625

7874

39.8

7875

8124

40.6

8125

8374

41.3

8375

8624

42.0

8625

8874

42.7

8875

9124

43.5

9125

9374

44.2

9375

9624

44.9

9625

9874

45.6

9875

10124

46.4

=

Fosfaatrechten per 2017 uit melkvee

+ =

Fosfaatrechten per 2017 uit jongvee

= Totale fosfaatrechten per 2017

Generieke korting 4-8%

= Totale fosfaatrechten per 2018

willen pas verkopen als de definitieve beschikking er is. Dit alles zorgt ervoor dat er geen goed beeld is van de markt en daarom mag je twijfels stellen bij de prijsstelling. Handel in zo’n vroeg stadium zorgt toch vaak dat er één van de beide partijen achteraf met een slecht gevoel blijft zitten. Daar hebben we uiteindelijk allemaal niks aan.’

MELK van het NOORDEN

33


energiewinning

Stroomkosten met € 10.000

Jappie en Geesje Hanje investeerden onlangs in 504 zonnepanelen en een koppeling met de windturbine.

Een investering van € 130.000 in zonnepanelen leidt op het bedrijf van Jappie en Geeske Hanje in Joure tot een fors lagere energierekening. ‘Een investering die zich loont’, noemt de boer het. Door de aanschaf van zonnepanelen en de koppeling met de verouderde windturbine, is het bedrijf nu voor 90 procent energieneutraal. TEKST

Sandra Hoekstra

FOTO’S

Niels de Vries

Samen met zijn vrouw Geeske houdt Jappie Hanje in Joure 130 melkkoeien en 70 stuks jongvee op circa 90 hectare grasland. Het bedrijf investeerde onlangs in 504 stuks zonnepanelen en een koppeling, waardoor zij met de zonnepanelen en de windturbine via één aansluiting stroom produceren voor het bedrijf. De investering in zonnepanelen speelde al jaren door het hoofd van de melkveehouder, maar werd pas realiteit na een verduidelijkend gesprek met Dirk Johan Annema van Hoekstra Suwâld. ‘Onze windturbine staat inmiddels 22 jaar’, vertelt de melkveehouder. ‘De MEP-subsidie, die ruim 20 jaar van kracht was, is

34

MELK van het NOORDEN

er inmiddels af. Hier moesten wij actie op ondernemen, want zonder subsidie draait de windturbine niet kostendekkend.’ Coöperatie Windunie stelt dat windturbines hedendaags verlies draaien door de huidige stroomprijs van € 26 per megawattuur. De onderhoudskosten zijn hoger dan de hoeveelheid energie die windturbines opwekken. De noodzaak om een nieuwe vergunning aan te vragen of de windturbine af te breken nam dus toe. Hanje kreeg echter geen nieuwe vergunning voor het plaatsen van een nieuwe windturbine en kwam met de oude turbine dus ook niet meer in aanmerking voor een subsidieregeling

voor windenergie. Dirk Johan Annema adviseerde de melkveehouder om de investering in zonnepanelen te combineren met een koppeling aan de windturbine. Met zo’n koppeling kunnen beide energiebronnen via één aansluiting stroom produceren, met als bijkomend voordeel dat de windturbine kostendekkend kan blijven draaien.

Kostendekkend

De melkveehouder investeerde in 504 zonnepanelen aan de zuidwest kant van de bestaande stal, waarmee het dak aan deze kant volledig bedekt is. ‘De zonnepanelen pakken op deze manier de hele dag zon mee. Van ’s ochtends half vijf tot ’s avonds half 10 wekken zij stroom op’, vertelt Hanje. De zonnepanelen en de windturbine zijn gekoppeld op één aansluiting en leveren door middel van een omvormer direct stroom. De omvormer zet geproduceerde stroom van de zonnepanelen en windturbine gelijk om tot stroom voor het bedrijf. ‘De zonnepanelen hebben wij met de


naar beneden actie ‘asbest eraf, zonnepanelen erop aangeschaft’, vertelt de melkveehouder. De subsidie hiervoor bedroeg € 4,50 per vierkante meter asbestdak. ‘Dit is ongeveer 45 procent van de kosten voor het verwijderen en het afvoeren van asbest’, weet Annema. ‘Voor dit bedrijf kwam het op een subsidiebedrag van circa € 8000 uit voor het verwijderen van asbest.’ Door de constructie met de zonnepanelen en de verkregen SDE+ subsidie hiervoor, kan de windturbine kostendekkend draaien. Met de constructie kan de veehouder 250.000 kilowatturen aan energie produceren en dat terwijl ze maar 70.000 tot 80.000 kilowattuur nodig hebben voor het bedrijf. ‘De zonnepanelen leveren zo’n 112.000 kilowattuur per jaar. In euro’s is dat, zonder eigen verbruik ongeveer € 18.000’, licht Annema toe. ‘De windturbine levert ongeveer € 3375 op bij een opbrengst van zo’n 130.000 kilowattuur per jaar. Hanje bespaart € 4200 aan energiekosten en € 1800 op het vastrecht, omdat hij één nutsaansluiting gebruikt voor zon, wind en het eigen gebruik. In totaal is dit een voordeel van € 6000. In principe zou het totale voordeel op € 25.375 kunnen uitkomen, waar de kosten van onderhoud en verzekering dan nog vanaf gaan. Hanje mag de overproductie echter niet

salderen. ‘Grootverbruikers mogen niet salderen en komen daardoor in aanmerking voor de SDE+ subsidieregeling’, vertelt Annema. Alleen kleinverbruikers tot 3x80 Ampère kunnen volledig salderen. Met salderen leveren zij de geproduceerde stroom die zij zelf niet gebruiken terug aan het net. De teruggeleverde stroom wordt dan verrekend in de jaarnota. Met de subsidieregeling ontvangt Hanje 14,7 cent per kilowattuur.

Dalende energierekening

Dat de constructie rendabel is, ziet Hanje terug in zijn energierekening. ‘Voorheen betaalden wij zo’n € 10.000 voor stroom en nu betalen wij nog maar circa € 500, dit zijn de kosten voor het vastrecht. De investering in het systeem, de zonnepanelen en de koppeling tussen het bedrijf en de woning kostte de melkveehouder € 130.000. Hanje: ‘Maar dat verdient zich terug.’ Hanje probeert op alle mogelijke manieren deze investering zo goed mogelijk te benutten, dat blijkt ook uit de investering in de mestmixers die inmiddels ook op wind- en zonne-energie draaien. ‘Voor ons is dit nu de goedkoopste oplossing, want we besparen daarmee ook nogal wat diesel. Energie wekken wij de hele dag op en daar moeten wij maximaal gebruik van maken. Als de zon schijnt doen de zonnepanelen hun werk en als de wind waait, dan draait de windturbine volop. Op deze manier zijn wij altijd van stroom voorzien’, vertelt de melkveehouder. ‘Door over te gaan op zoveel mogelijk all-electric, bijvoorbeeld elektrisch verwarmen en warm water maken, wordt het voordeel alleen maar groter’, voegt Annema eraan toe. Door de noodstroomvoorziening, waarvoor

SDE+ 2016: nog € 4 miljard beschikbaar In 2024 moeten alle daken vrij zijn van asbest. Agrariërs kunnen gebruikmaken van de subsidieregeling ‘asbest eraf, zonnepanelen erop’. De subsidie voor het verwijderen van asbest en het plaatsen van zonnepanelen bedraagt € 4,50 per vierkante meter asbestdak. Staatssecretaris Sharon Dijksma van Infrastructuur en Milieu kondigde onlangs aan dat een breed samenwerkingsverband initiatieven moet ontwikkelen om de sanering te versnellen, omdat eigenaren van asbestdaken volgens haar een afwachtende houding aannemen. Met de investering in zonnepanelen kunnen bedrijven ook in aanmerking komen voor de SDE+ subsidieregeling, mits zij een grootverbruiker zijn. Voor de SDE+ 2016 zijn twee indieningsronden, waarvan de eerste gesloten is en de tweede in oktober open gaat. Bij beide rondes is een bedrag van € 4 miljard euro beschikbaar.

Hoekstra Suwâld een aansluiting maakte in de ligboxenstal, is het bedrijf verzekerd voor het geval de stroom wegvalt. ‘Met behulp van een generator gaat niets verloren. Gelukkig hebben wij dit nog nooit hoeven te gebruiken’, vertelt de melkveehouder lachend. ‘De noodstroomvoorziening dient puur als verzekering. Dit vinden wij vooral noodzakelijk omdat wij melken met twee Lely melkrobots. Als er een grote stroomstoring is, zouden de koeien anders niet gemolken worden, waardoor we productie verliezen. Dat willen wij hiermee voorkomen’.

De combinatie met zonnepanelen en windturbine levert 250.000 kilowatturen aan energie op. MELK van het NOORDEN

35


accountancy

Matig saldo draaien De verschillen in saldo’s tussen melkveehouders zijn groot. Dat is al jaren zo, maar in tijden van matige melkprijzen extra actueel. ‘Zij die hun technische resultaten niet op orde hebben, moeten daar echt werk van maken. Het uur van de waarheid breekt aan op veel bedrijven’, waarschuwt Arend Hoekstra. TEKST

Sjoerd Hofstee

FOTO’S

Langs de Melkweg en Frans Mulder

Hoekstra, adviseur bij Van der Veen en Kromhout in Gorredijk, ziet de voorbeelden meer dan eens voorbij komen. Voorbeelden van melkveehouders die net boven Jan waren na de melkprijscrisis van 2009. De afgelopen jaren met hoge melkprijzen waren nodig om alles weer wat recht te breien, maar echt sprake van bufferen is er niet geweest. Hoge investeringslasten worden nogal eens als schuldige aangewezen, maar veelal zijn het de

Arend Hoekstra: ‘5 stuks jongvee per 10 melkkoeien moet genoeg zijn.’

Overzicht saldo’s klanten vd Veen&Kromhout 2015/2016 Prognose

2014/2015 Gemiddeld

2014/2015 25% beste bedrijven

Melk

33,6

39,3

39,7

Omzet

2,5

2,4

2,5

Aanwas

0,5

0,8

1,3

Overig

3,8

3,6

3,8

40,4

46,2

47,3

Opbrengsten

Totaal opbrengsten Toegerekende kosten

10,3

10,4

8,9

Meststoffen

Veevoer

1,1

1,2

1,2

Ziektebestrijding

1,2

1,1

0,9

Fokkerij en melkcontrole

0,9

0,9

0,8

Stro en strooisel

0,5

0,6

0,5

Overig

0,4

0,4

0,3

Totaal toegerekend

14,4

14,7

12,6

Bedrijfssaldo

26,0

31,5

34,7

Tabel 1

36

MELK van het NOORDEN

technische resultaten waar het hapert. In de huidige situatie, met een lage melkprijs, zijn het deze bedrijven die in zwaar weer verkeren.

Keuzes maken

Elke bedrijfssituatie is anders en geen melkveehouder is gelijk, maar dat betekent niet dat er geen gemeenschappelijke delers zijn bij boeren die bovengemiddelde saldo’s draaien. ‘De saldoboeren werken als ondernemers. Zij kennen hun kostenopbouw en hun sterke en zwakkere punten’, stelt Hoekstra. ‘Op basis daarvan maken ze ook keuzes. Vaak zijn dat goede keuzes, maar sowieso maken ze keuzes. Geen keuze maken is bijna altijd nog duurder dan een keuze maken die niet goed uitvalt.’ Een goed saldo zit volgens Hoekstra niet vast op melkproductie per koe. ‘In de categorie boeren met 10.000 kilo per koe vind je voorbeelden met goede en een slechte saldo’s, net zoals bij bedrijven met 7000 kilo melk per koe gemiddeld.’ Wel heeft een goed saldo volgens hem een directe relatie met aandacht voor de koeien. ‘Tijd en energie besteden aan de koeien, loont altijd. Preventief werken en tijdige verzorging bij problemen. Het klinkt simpel, maar gebeurt op het ene bedrijf veel beter dan op het andere.’

Kostenkant bepaalt

Een saldo wordt opgebouwd uit opbrengsten en kosten (zie tabel 1). Met toenemende verschillende tussen melkfabrieken in hun uitbetalingen, nemen ook de verschillen in opbrengen toe. Toch veroorzaken die volgens Hoekstra nog altijd niet de grootste verschillen tussen melkveebedrijven. ‘Gemiddeld gezien houden DOC-boeren hun kosten lager dan FrieslandCampina-boeren. Het verschil strijken ze niet helemaal glad, maar toch blijft het de kostenkant waar veelal


kost nu echt te veel het verschil wordt gemaakt.’ De grootste verschillen daarbij zijn de posten voer- en bewerkingskosten. De voerkosten tussen de 25 procent best scorende bedrijven en het gemiddelde bedragen 1,5 cent per 100 kilo melk. ‘Dat is gemiddeld. Deze kostenpost varieert zeker van 7 tot 13 cent over alle bedrijven heen’, zegt Hoekstra. Natuurlijk accepteer je bij een intensiever bedrijf eerder wat hogere voerkosten, maar ook bij vergelijkbare intensiteit zie ik verschillen tot 5 cent per 100 kilo melk.’ Wat volgens de adviseur een grote impact heeft, is de kwaliteit van het ruwvoer. ‘Matig ruwvoer, melkt matig. De boeren met een hoger saldo hebben het land op orde, zorgen voor een goede kwantiteit en kwaliteit aan gras- en eventueel maisopbrengst en hebben relatief weinig verliezen bij in- en uitkuilen.’

Risico van robot

Een ander facet dat Hoekstra aansnijdt, is de opkomst van de melkrobot. Niet alleen verschijnen die op bedrijven bij boeren die graag en veel tussen de koeien komen, maar ook bij ‘machineboeren’. ‘Als je als boer meer van de machines bent dan van het vee, moet je twee keer extra nadenken voor je een melkrobot aanschaft. Vaker dan eens blijkt dat de koeien op deze bedrijven minder aandacht krijgen doordat het ritme van melken wegvalt. Als de discipline er niet is om net zoveel tijd aan de koeien te blijven besteden, gaat het saldo onderuit.’ Wat verder helpt bij het halen van een goed saldo is de aantallen jongvee laag te houden. ‘Meer jongvee betekent bijna altijd meer vervanging en hogere kosten. Een bedrijf moet met minder dan 5 stuks jongvee per 10 melkkoeien echt uit de voeten kunnen.’

Eerlijk analyseren

Bruikbare tips, maar veel melkveehouders weten dat vanzelfsprekend wel. De praktijk blijkt soms echter weerbarstig en verbeteringen realiseer je niet in een paar dagen. ‘Dat klopt helemaal, maar het begint bij echt eerlijk analyseren hoe jij en je bedrijf er voorstaan. Wat zijn de sterke en zwakke kanten. Als je echt openstaat voor verbetering en durft toe te geven dat

Hoeveel kost een koe meer melken Nu het quotum al ruim een jaar niet meer geldt, zijn veel bedrijven uitgebreid in het aantal melkkoeien. Met de huidige melkprijs wordt logischerwijs veelvuldig de vraag gesteld of dat wel of niet uit kan. Arend Hoekstra berekende de kosten voor het melken van een koe extra. Op basis van middelde kosten die hij meeneemt in de berekening, kost een extra koe melken 26,8 cent wanneer voer aangekocht moet worden en mest afgezet. Op korte termijn, met de huidige melkprijs, levert die koe dus niet tot nauwelijks iets op. Indicatie kosten voor het melken van één extra koe met productie van 9.000 kg melk per jaar in het geval dat ruwvoer moeten worden aangekocht en mest moet worden afgevoerd. per koe

Per 100kg

per jaar (€)

melk (€)

benodigd Ruwvoer (kg ds, incl 5% verlies)

4.600

Aankoop ruwvoer (€17/100kg ds)

782

Benodigd krachtvoer (kg)

2.500

Aankoop krachtvoer (€24/100kg)

600

Mestafvoer (m³)

8,7 6.7

31

Afvoerkosten/ VVO (€18/m³)

558

6.2

Overige directe kosten (veterinair, inseminatie, energie, e.d.)

342

3.8

opfokkosten / kosten aankoop (€1.400 x 25% vervanging)

350

3.9

Af: extra omzet en aanwas

-225

-2.5

2.407

26.8

Totaal Tabel 2

dat ook nodig is, dan is er vaak veel te bereiken’, zegt Hoekstra. Hij adviseert om partners om je heen te zoeken als melkveehouder. ‘Goede, kundige personen. Niet heel veel verschillende, maar enkele waar je echt mee vooruit kunt en die op een bepaald terrein ook echt kennis meebrengen. Deze personen houden je scherp en helpen je zwakke punten te verbeteren. We hoeven er niet om heen te draaien, het

is momenteel erg krap. Wie nu geen goed saldo draait, heeft het zwaar. We weten niet hoelang deze marktsituatie aanhoudt, maar ook na een betere tijd komt opnieuw wel weer een keer zo’n periode. Stel jezelf daarom ook de vraag: als ik nu accepteer dat ik privé amper inkomen uit het bedrijf haal, accepteer ik dat over 10 jaar nog steeds? Zo niet, dan is het tijd om in actie te komen.’ MELK van het NOORDEN

37


AgriMestMix® is een product van:

Rinagro Smart Farming

Tel. 0515-232724 www.rinagro.nl

OP DE HOOGTE BLIJVEN MET BETREKKING TOT FOSFAATRECHTEN? SCHRIJF JE DIRECT IN!

! Alle informatie over fosfaatrechten ! Actuele prijzen ! Vraag/aanbod optiecontracten ! Vanaf 2017 zelf via de website uw fosfaatrechten kopen/verkopen

www.fosfaatrecht.nu


veehandel

Gevecht om de Het online handelsplatform Cowlinq is nog maar een jaar in de lucht, maar verhalen uit het veld laten blijken dat het bedrijf inmiddels alweer gestopt is en zelfs failliet zou zijn. ‘Ha, die verhalen hoorden we direct na de start al, spreekt Ynze Heeringa, vertegenwoordiger van Cowlinq, tegen. ‘De traditionele veehandelaren zijn bang om klanten te verliezen en brengen daarom geruchten de wereld in.’

TEKST

Sandra Hoekstra

FOTO

Langs de Melkweg

Cowlinq maakte op 1 mei 2015 haar officiële debuut in de agrarische sector. Oprichter Chris van den Berg, zoon van een melkveehouder, startte het idee in 2013, omdat hij het online zakendoen bij de aankoop en verkoop van rundvee een gemis vond. Het online handelsplatform levert voordelen aan alle partijen in de keten, omschrijft hij. Informatie gaat niet meer verloren door de koppeling met RVO, CRV en de GD. Bovendien wordt het handelen in dieren volgens Cowlinq voor boeren een stuk makkelijker. Het bedrijf maakte na de lancering een vliegende start: het klantenbestand steeg binnen één jaar naar zo’n 700 veehouders die hun slachtvee, gebruiksvee en nuchtere kalveren via het platform verkopen. ‘De online veeservice werkt simpel’, vertelt Ynze Heeringa, vertegenwoordiger bij Cowlinq. ‘Wij werken volledig transparant. De traditionele praktijk werkt vaak anders. Veel handelaren maken misbruik van de onwetendheid van hun klanten. De hedendaagse veehandel in slachtkoeien en nuchtere kalveren is niet meer dan het transporteren van boer naar slachthuis of kalveropvangcentrum.’ Afvoer via app ‘Nieuwe klanten registreren zich met hun naam, e-mailadres en telefoonnummer op de website van Cowlinq’, vervolgt Heeringa. ‘Vervolgens kun je de stallijst inladen, zodat alle gegevens van de dieren voor verkoop en afvoer in het systeem staan. Denk hierbij aan de I&R-gegevens, stamboekgegevens en de gezondheidsstatus van een dier.’ Gebruikers van Cowlinq hoeven het handelsplatform niet alleen via de computer te raadplegen. ‘We hebben een Cowlinq-app ontwikkeld, waarmee veehouders ook vanaf hun smartphone slachtvee kunnen afvoeren, kalveren kunnen verkopen en met collega veehouders kunnen onderhandelen in gebruiksvee.’ Met dit initiatief speelt het bedrijf in op het vergemakkelijken van de administratieve werkzaamheden. ‘De verkoop van nuchtere kalveren en de afvoer van slachtvee regelen wij. Bij het afvoeren van slachtvee hoeft een veehouder het dier alleen maar via Cowlinq aan te melden. De VKI-melding en het afmelden van de koe doen wij, evenals het transport naar de slachterij.’ Het slachtvee gaat rechtstreeks naar de

40

MELK van het NOORDEN


handel in slachtvee slachterij en komt dus niet meer bij een verzamelpunt terecht. ‘Alle kalveren worden bij ons standaard gewogen en per kleur, luxe en gewicht op prijs gezet. De koeien worden op het slachthuis per kwalificatie en gewicht per kilo op prijs gezet.’ Het bedrijf rekent voor haar diensten twee procent bemiddelingskosten, € 7,50 transportkosten voor kalveren en € 25 transportkosten voor slachtvee. ‘Tot slot ontvangt de boer de inkoopnota via de e-mail, wat zorgt voor volledige transparantie en direct geld op de rekening.’

Concurrentie

Cowlinq levert slachtvee aan Vion. Volgens Heeringa gaan de koeien ook nog naar enkele andere slachthuizen in Nederland, maar welke dat dan zijn, wil hij niet zeggen. ‘Natuurlijk zijn we met ons idee naar meerdere slachterijen gestapt, maar niet iedereen wil meewerken aan dit initiatief.’ Zo wilde het bedrijf zakendoen met Gosschalk in Epe. De grote exportslachterij zag hier echter niets in. Heeringa: ‘Gosschalk vindt dat wij de traditionele veehandel kapotmaken. Het bedrijf wil hun eigen veehandelaren behouden en doordat veel van hen tegen deze manier van handelen zijn, heeft de slachterij besloten niet met ons samen te werken. Wij zien het niet als een probleem, eerder andersom: ons bedrijf groeit en dat is een bedreiging voor Gosschalk. Als zij de boeren meer willen geven om ons eruit te concurreren, is dat prima. Ze kunnen niet meer betalen dan de concurrentie, maar lossen dat op door wat van de magere koeien in te houden en dat doen ze bij de dikke koeien weer op. Dan lijkt het net of ze meer voor de dikken uitbetalen, maar per saldo word je er niks wijzer van: op de magere straffen ze je af. Zo werkt de hele ontransparante traditionele veehandel.’ Slachterij Gosschalk wil niet reageren op de uitspraken.

Prijsverschillen

De geruchten hebben ook het erf van melkveehouder Sjors Witteveen in Tjerkwerd bereikt. ‘Een veehandelaar vertelde mij dat Cowlinq failliet was’, vertelt hij. ‘Vreemd, want het systeem op zich is prima en ik heb er goede ervaringen mee. Ik heb zowel slachtvee als nuchtere kalveren via Cowlinq weggedaan.’ Ondanks dat Witteveen goede ervaringen

heeft met het online handelsplatform, is de melkveehouder toch gestopt met het handelen via Cowlinq. ‘Het bedrijf levert volgens mij maar aan één slachthuis. Vion betaalt een lagere prijs dan andere slachthuizen. Wat magere koeien betreft is het prima, maar bij een koe van 300 tot 350 kilo merk je wel verschil als Vion een paar dubbeltjes minder uitbetaalt. Dan kun je een koe beter afvoeren naar Gosschalk. Zij betalen meer.’ Daar waar Witteveen minder enthousiast is over het afvoeren van slachtvee via Cowlinq, is hij wel goed te spreken over de verkoop van nuchtere kalveren. ‘De prijzen van de kalveren zijn goed. Cowlinq rekent 2 procent bemiddelingskosten en de transportkosten van de kalveren zijn € 7,50. Als je een kalf van € 100 hebt, dan kost het via Cowlinq in totaal € 9,50 om het kalf weg te doen. Via een handelaar ben je al gauw € 20 tot € 25 kwijt aan bemiddelings- en transportkosten. In dat geval houd je er dus minder aan over. Het contact met de veehandelaren en de nieuwtjes via hen wordt wel minder, maar aan de andere kant heb ik nu geen vijf koopmannen meer op het erf waar ik elke dag een bak koffie mee moet doen’, vertelt hij lachend. Witteveen gaat mogelijk in de toekomst wel weer onderhandelen via Cowlinq. ‘Doordat ik ook dit jaar mijn koeien weer ga weiden, kan ik mijn slachtvee verkopen als weide- of waddenrundvlees aan Vion. Hier betalen zij weer een paar dubbeltjes per kilo meer voor.’ In mei 2016 liet Vion weten verder te willen werken aan duurzame vleesconcepten als weiderundvlees, waddenrundvlees en biologisch rundvlees.

Logische ontwikkeling

Andries Kingma, vicevoorzitter van Vee en Logistiek Nederland, volgde de ontwikkeling op de voet. ‘In het begin dachten we: waar gaat dit naar toe? Maar gelukkig merken onze leden nog niets in de handel, zo bleek op onze ledenvergadering. Het is een logische ontwikkeling en Cowlinq zal het vast goed doen, maar wij zijn beter’, stelt de vicevoorzitter en veehandelaar. ‘Veehandelaar zijn is meer dan alleen maar handel bedrijven. Veehandelaren komen op bezoek, houden contact met de boeren en adviseren op basis van de handel, zoals wanneer de verkoop op welke dag en tijdstip het meest geschikt is. Daarnaast heeft Cowlinq maar één afnemer

en één afnemer zorgt niet voor genoeg concurrentie in de markt. Veehandelaren daarentegen zijn dag en nacht bezig met het contact met boeren. Een boer moet de keuze hebben voor een goede prijs en daar zorgen wij voor.’ Daar waar Vee en Logistiek nog sceptisch klinkt over de ontwikkelingen van Cowlinq, spelen zij zelf ook in op het digitale tijdperk. ‘Wij zijn bezig met de ontwikkeling van een digitaal platform voor handelaren en boeren. Het platform dient als ondersteuning, niet als middel. Het ondersteunt de relatie tussen de boer en de handelaar, waarbij de communicatie via een app gaat.’ Hoe het platform er precies uit gaat zien, is nog niet bekend. ‘We denken erover het platform te koppelen aan RVO, CRV en de GD, zodat ook hier alle informatie van de veestapel beschikbaar is. Naast dat de boer informatie over zijn veestapel kan uitwisselen met de handelaar, kan de boer ook informatie inwinnen via de handelaar. Denk hierbij aan algemene prijsontwikkelingen en vraag en aanbod. Daarnaast kan een boer tijdig aangeven, bijvoorbeeld tien dagen van te voren, wanneer hij zijn kalveren kan en wil wegdoen. Hij kan dit via de app aangeven, zodat de veehandelaar weet dat hij op dag tien de kalveren kan ophalen en dus niet voor niets rijdt. Handelaren, boeren en slachterijen hebben hier allen baat bij’, verwacht Kingma.

NOM sponsort Cowlinq De Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij (NOM) ziet kansen in het online handelsplatform Cowlinq. Zij stak daarop geld in het initiatief en participeert volgens haar eigen website ook in het bedrijf. Om hoeveel geld het gaat, is niet bekend. Op diezelfde website schrijft de NOM dat zij voorafgaand onderzoek deed naar de reacties vanuit de traditionele markt naar een online handelsplatform. De uitkomsten daarvan maakten dat de NOM tot investeren overging.  De NOM is om een reactie gevraagd, maar wilde geen enkel commentaar geven op het verhaal.

MELK van het NOORDEN

41


column

Schaalvergroting enige kans om te overleven

D

e melkveehouderij verkeert in zwaar weer. De zuivelmarkt snakt naar minder melk, maar de aanvoercijfers tonen het omgekeerde. De melkveehouder zit in de overlevingsmodus en hoge melkproducties zijn schijnbaar onlosmakelijk verbonden aan die modus. De onbalans op de zuivelmarkt maakt het er niet makkelijker op. De sector wordt op de proef gesteld om ook onder deze marktomstandigheden een rendabele bedrijfsvoering te realiseren. De productie van bulkgoederen is nou eenmaal gevoelig voor prijsfluctuaties. Stabiliteit op mondiaal niveau en helder beleid op nationaal niveau zijn aspecten waar de sector naar snakt. De sector heeft behoefte aan duidelijke kaders waarbinnen geproduceerd kan worden. De uitspraken van staatssecretaris Van Dam, om op kennis in te zetten in plaats van op productie, versterken het vertrouwen daarbij niet. Belangenbehartigingsorganisaties zetten maximaal in op ‘de kracht van familieveehouderij’. Het is niet te hopen dat het toekomstperspectief van deze bedrijven gestoeld is op goedkope familiearbeid, daar waar het soms wel op lijkt. Ondanks die aanhoudende onduidelijkheid, is het goed om eerst met de vinger naar je eigen onderneming te wijzen, alvorens externe factoren de schuld te geven. De weg naar schaalvergroting brengt de nodige risico’s met zich mee. Dat geldt voor zowel producent als financier. Er is afgelopen jaren enorm veel geïnvesteerd in onroerende goederen. De aangekochte grond heeft een marktconforme waardering gekregen waardoor de boekhoudkundige balansen omhoog zijn geschoten. Nu de sector de tering naar de nering moet zetten, wordt door bancaire instellingen kritisch gekeken naar de mogelijk onbalans in de activa op deze balansen. De term ‘bijzonder beheer’ komt voort uit bedrijven die in financieel zwaar weer verkeren, maar wordt versterkt door de herwaardering van vaste materiële activa. In de sector is namelijk veel emotie op geld gewaardeerd. Voor grond is immers veel meer betaald dan het aan rendement levert, met de hoop dat het een waardevaste investering is. Hierdoor zijn ongewenste luchtbellen ontstaan die vroeg of laat geïncasseerd moeten worden. De gevolgen hiervan kennen we allemaal wel uit Denemarken. Toch denk ik dat de koers van een groot aantal melkveehouders de afgelopen jaren al uitgezet is. De nieuw gebouwde stallen laten zien dat een groot aantal bedrijven al lang voorgesorteerd heeft op schaalvergroting. En zolang de vaste kosten steeds maar verder blijven toenemen, is dit mijn inziens de enige mogelijkheid om te overleven.

Jorrit Postma, juni 2016, Longerhouw

42

MELK van het NOORDEN


Agrarisch Ondernemer?

Agriland Assurantieadvies Balthasar Bekkerwei 70, Leeuwarden • 058 20 10 151

Diamond V

®

is a cow’s best friend

Economisch-wetenschappelijk onderzoek toont aan:

Dìt is uw beste investering in vertering ◆ ◆

Hogere voerefficiëntie (met name ruwvoervertering) Gezondere koeien (met name pensgezondheid)

Uw saldo: hogere netto opbrengst per koe Bijkomende voordelen: ◆ Gunstig effect op kringloopwijzer ◆ Minder verlies als gevolg van hittestress Informeer bij uw voerleverancier naar de voordelen van Diamond V of bezoek onze website www.speerstra.com T +31 (0)514 569 001 | E mail@speerstra.com | I www.speerstra.com


een slimme boer kiest voor gemak!

www.silobags.nl of bel 085-4011220

Gevulde zand- en grindslurven van 20 kilo met onverwoestbare stalen sluitring!

voor gemak! Bent ukiest een slimme boer?

Melk van het Noorden, juni 2016  

Landschapspijn is de titel van een wanhoopskreet van de gegoede burgerij in de Leeuwarder Courant van zaterdag 11 juni. Journalist Jantien d...

Melk van het Noorden, juni 2016  

Landschapspijn is de titel van een wanhoopskreet van de gegoede burgerij in de Leeuwarder Courant van zaterdag 11 juni. Journalist Jantien d...

Advertisement