Akker van het Noorden, november 2021

Page 1

NUMMER 11 | november 2021

WATERSTOF

STAAT OP PUNT VAN DOORBREKEN AKKER van het NOORDEN

1


“Ik ben begonnen als boerenhulp en ben daarna via Werff talent doorg troomd in het chauffeursvak. Nu werk ik in de aardappelen en in de bieten.” Benjamin uit Leeuwarden

Durf jij het aan?

0513 - 610380 2

AKKER van het NOORDEN


COMMENTAAR

ALS HET OP PAPIER MAAR KLOPT

De hartenkreet van de Drentse akkerbouwer Jan Reinier de Jong aan Carola Schouten - lees www.dejongodoorn.nl/2021/10 - geeft zo perfect weer waar het in Nederland elke keer misgaat. Twee jaar geleden bezocht de landbouwminister zijn bedrijf en hij had écht sterk het idee dat zij de hedendaagse worstelingen van de boerenstand na dat bezoek begreep. In een talkshow kreeg De Jong zelfs een compliment van de minister, hoe goed het bedrijf bezig is met duurzaamheid. Je denkt dan: daar kan de minister wat mee en in haar beleid op voortborduren. Vraagstukken die je wilt veranderen niet verbieden, maar met stimuleren rustig ombuigen. Niet met de stok slaan, maar een worst voorhouden. Boeren een doel geven. Met vrijheid om daar naar toe te werken. Met pilots, innovatie of gewoon inderdaad met ruimer bouwplan. ‘Hoe’ is secundair, áls je het doel maar bereikt. Dan wordt najaar 2021 het concept 7e Actieprogramma Nitraatrichtlijn gepresenteerd. Hierin stelt de minister een serie maatregelen voor om de waterkwaliteitsdoelen in de Nitraatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water te halen. De Jong moet zich een hoedje zijn geschrokken. Niks geen vrijheid om doelen te halen, maar keiharde maatregelen die alleen maar kunnen zijn bedacht door iemand die werkelijk geen benul heeft van de seizoencyclus op een akkerbouwbedrijf. Dat in het overgrote deel van Nederland de grondwaterkwaliteitsdoelen al lang ruimschoots worden gehaald, doet er niet toe. Alle akkerbouwers moeten vanaf 2023 eens in de vier jaar en vanaf 2027 eens in de drie jaar een rustgewas telen. Op zandgronden moet vanaf 2023 60% van het areaal voor 1 oktober zijn ingezaaid met een vanggewas en vanaf 2027 zelfs het volledige bouwplan. Punt. Hoe bedenk je het? De oogst van zetmeelaardappel en suikerbieten vindt grotendeels plaats na 1 oktober. Die tijd is voorbij, want 1 oktober is 1 oktober. Het resultaat? Gedemotiveerde boeren, lagere opbrengsten, een kwalitatief minder goed product én een heuse aanslag op sterk draaiende coöperaties als Avebe en Cosun, visitekaartjes van duurzaam produceren in Nederland. De eis van teeltvrije zones van 2 meter langs watergangen en 5 meter langs ‘ecologisch kwetsbare waterlopen’ laat ik maar even buiten beschouwing. Om al die telers die fors investeerden in spuitapparatuur niet nog meer te frustreren. Schouten zal haar woorden aan De Jong ongetwijfeld hebben gemeend. Maar ze is, zoals op zo veel landbouwdossiers, ongetwijfeld weer ‘overrulled’ door het leger van ambtenaren en juristen. Die kijken niet naar praktijk of doel, maar sturen louter op theorie en middel. De uitkomst doet er niet toe, als het op papier maar klopt. Diezelfde starheid zien we terug in het stikstofdossier. Hoe het werkelijk gaat met de natuur en hoe dat komt, doet er niet toe. Als het op papier maar klopt. Daaraan gaat Nederland langzaam maar zeker kapot.

houd 4-5 ‘KOSTPRIJS STIJGT MET € 500 PER HECTARE IN 2022’ 7 ‘DURE OLIE IS MEER AFZET’ 8-9-11 ROBOT KOMT, AUTONOME AKKER KOST NOG 30 JAAR 12 ‘OPBRENGSTEN SUIKERBIETEN ERG WISSELEND’ 13 ‘DESASTREUS PLAN’ DREIGT 14-15 EIGEN LABORATORIUM STILT HONGER NAAR KENNIS 17 ‘OUDERWETSE GRAANPRIJZEN’ 18-19-20-21 WATERSTOF STAAT OP PUNT VAN DOORBREKEN 23 ‘DOE MIJ MAAR DROGER JAAR’ 24-25 ‘TUSSEN 70 EN 80 KNOLLEN PER METER IS HET DOEL’ 27 FOLIETEELT RUKT OP 28-29 ‘HOGE ENERGIEPRIJS ONDERMIJNT EXPORTPOSITIE’ 31 ‘PUZZELEN BIJ HET SPUITEN’ 32-33-34 ‘KRIJGEN WE VOLDOENDE TIJD OM TE ANTICIPEREN?’

4

7

8

12

13

14

17

18

23

27

28

31

32

Jelle Feenstra, jfeenstra@langsdemelkweg.nl COLOFON Deze uitgave van Akker van het Noorden is gemaakt in partnerschap met een aantal bedrijven. Te weten: Agrico, Agro-Vital, Countus, Hoogland BV, Niscoo en TTW. Uitgever: Persbureau Langs de Melkweg in Sneek Adres uitgever: Persbureau Langs de Melkweg, Lorentzstraat 21-A, 8606 JP Sneek Telefoon: 0515-429874 E-mail: redactie@langsdemelkweg.nl Redactie: Jelle Feenstra en Sjoerd Hofstee Verder werkten mee: Ida Hylkema, Rochus Kingmans, Peter van Houweling, Niels van der Boom, John Oud, Jan Pitt, Landpixel, Gert Meinardi, Niels de Vries, Hans Sas, Marcel van Kammen, Jacob van Essen, Vito Calandra, Evelien van Elk. Foto-cover: Evelien van Elk Vormgeving: Houssam Diab Druk: Senefelder Misset Doetinchem

Verspreiding: Dit magazine wordt door PostNL verspreid onder akkerbouwers en agribusiness in Drenthe, Groningen, Friesland, Flevoland, Overijssel en Noord-Holland. Wilt u dit magazine bij een volgende uitgave niet meer ontvangen dan kunt u dit aangeven bij de uitgever via redactie@langsdemelkweg.nl.

www.akkervanhetnoorden.nl Overname van artikelen is alleen toegestaan na toestemming van de redactie. Hoewel aan de samenstelling van de inhoud de meeste zorg is besteed, kan de redactie geen aansprakelijkheid aanvaarden voor mogelijke onjuistheden of onvolledigheden. Alle auteursrechten en overige intellectuele eigendomsrechten ten aanzien van (de inhoud van) deze uitgave worden nadrukkelijk voorbehouden. Deze rechten behoren bij Persbureau Langs de Melkweg c.q de betreffende fotograaf. Artikelen uit deze uitgave mogen uitsluitend verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt na schriftelijke toestemming van Persbureau Langs de Melkweg.

24

AKKER van het NOORDEN

3


ANALYSE

‘KOSTPRIJS STIJGT MET € 500

Pieter van Straten bekijkt de tafelaardappeloogst op het bedrijf van zijn vader in Slootdorp (zie ook pagina 23).

2021 was een raar teeltjaar. Nat, koud, weinig zonuren. En de ziektedruk was hoog in diverse gewassen, wat de kostprijs op de bedrijven geen goed deed. In 2022 stijgt de kostprijs verder. Countus accountants +adviseurs voorspelt voor een gemiddeld akkerbouwbedrijf een kostprijsverhoging van € 500 tot € 600 per hectare. Tekst: Jelle Feenstra Foto’s: John Oud en Jacob van Essen

Verspreid over dit nummer komen telers van respectievelijk pootaardappelen, tarwe, consumptieaardappelen en uien aan het woord over hun teelten oogstseizoen 2021. Daarbij laten ‘marktwatchers’ van Countus en Agrico hun licht schijnen over de prijsverwachtingen voor dit jaar. De Friese pootgoedteler Gert Boomsma (zie pagina 7) spreekt van ‘een zeer nat jaar met uiteindelijk toch redelijke opbrengsten’. Hij worstelt met de hoge energie- en brandstofprijzen, maar hoopt ook op een positief effect: ‘Dure diesel betekent vaak dat de olielanden meer pootgoed van ons

4

AKKER van het NOORDEN

kopen.’ De Groninger tarweteler Jan Bentema (zie pagina 17) is content met de exploderende tarweprijs. ‘In het guldentijdperk was 50 cent een goede prijs. Het lijkt erop dat we dat niveau

5% MINDER AARDAPPELEN, 20% MEER UIEN dit jaar eindelijk weer eens halen. Dat is mooi, maar ook nodig. Omdat de prijzen voor diesel en kunstmest ook fors stijgen.’

Consumptieaardappelteler Ane van Straten laat vanuit Noord-Holland weten dat hij abnormaal laat plantte en abnormaal veel slakkenvraat heeft dit jaar (pagina 23). ‘Doe mij maar een droger jaar.’ En uienteler Thea van Bavel (zie pagina 31) moest in Flevoland vol in de weer met de spuit om valse meeldauw onder controle te houden. Of die inspanning wordt gedekt door een hogere opbrengstprijs is maar zeer de vraag: er kwamen dit jaar in Nederland vooral door uitbreiding van het areaal 20% meer uien van het land. Minder aardappelen Bij pootaardappelen blijft de kilogramopbrengst van oogst 2021 duidelijk achter bij andere jaren. Dit komt vooral door de matige knolzetting van veel rassen. De opbrengsten komen gemiddeld uit op ruim 36 ton per hectare. Dat is lager dan het meerjarengemiddelde. De kwaliteit is over het algemeen wel goed. Het


PER HECTARE IN 2022’ pootgoedseizoen is gestart met hoge prijzen. De verwachte opbrengst aan consumptieaardappelen in Nederland ligt volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vrijwel op hetzelfde niveau als vorig jaar, zo’n 49 ton per hectare. Maar omdat er dit jaar 7% minder aardappelareaal staat, daalt het totale aanbod met 5 procent naar 3,5 miljoen ton. Ook doen zich door de koude en natte weersomstandigheden meer kwaliteitsproblemen voor, zoals rot, holle harten, groeischeuren en lage onderwatergewichten. De prijsverwachtingen zijn redelijk. Graanprijs naar record Het areaal uien breidde dit jaar met bijna 3.000 hectare uit tot in totaal 30.126 hectare. Ook de hectareopbrengst ligt met 52,2 ton ruim 3 ton hoger dan vorig jaar. Meer uien betekent lagere prijzen. Dat is bepaald niet het geval bij de granen. De graanprijzen blijven maar stijgen, tot genoegen van de telers. Dit komt onder andere door de moeizame teeltomstandigheden voor het gewas in belangrijke exportlanden, veroorzaakt door bijvoorbeeld droogte, vorst en hevige regenval. Ook de graanopbrengsten in Nederland blijven dit jaar achter bij die van voorgaande jaren, voor wintertarwe gemiddeld

bijna een ton minder dan het vijfjarig gemiddelde. De prijs maakt veel goed. Op de termijnmarkt in Chicago stegen de tarweprijzen tot bijna 29 cent, het hoogste niveau in negen jaar. Hogere kosten in 2022 De prijzen voor een aantal gewassen mogen dan goed lijken, de kosten stijgen ook. Dit seizoen liepen de teeltkosten, maar ook de vaste kosten

‘TEELTKOSTEN INTENSIEVE GEWASSEN MET MINSTENS € 1.000 PER HECTARE OMHOOG’ voor akkerbouwers al op, constateert Countus in zijn analyse. ‘Veel gewassen hadden door het vochtige jaar last van schimmels. In de teelt van bijvoorbeeld aardappelen, maar ook uien waren meerdere bespuitingen nodig. Ook de energie- en brandstofprijzen stegen behoorlijk. En dan was er het wegvallen van Chloorprofam, waardoor de kiemremmingskosten voor bewaaraardappelen met 1,5 tot 2 cent kilo stegen’, somt bedrijfsadviseur Rutgher Steenbeek van Countus een

aantal kostprijsverhogende factoren op. In 2022 stijgen de kosten verder, verwacht hij. ‘Er is schaarste aan kunstmest, waardoor de bemestingskosten per hectare omhoog gaan. Met het wegvallen van Mancozeb nemen de schimmelbestrijdingskosten voor de uienteelt toe. En door stijgende energielasten, worden de bewaar- en dieselkosten in 2022 hoger.’ Steenbeek waarschuwt ook voor oplopende rentekosten. ‘De rentes op kortlopende geldmiddelen zijn de laatste manden toch al met 0,5% omhoog gegaan.’ Kostprijs € 50.000 hoger Countus heeft 2022 een begroting gemaakt van de verwachte kostenstijging. Bij de teelt van aardappelen, zaaiuien en bewaarproducten als winterpeen verwacht de accountant een kostprijsverhoging van minimaal € 0,02 per kilogram product. Steenbeek: ‘Dat betekent voor intensieve gewassen een kostprijsverhoging van € 1.000 tot € 1.200 per hectare. Op een gemiddeld bedrijf van 100 hectare in NoordNederland, Flevoland en Noord-Holland betekent dit een kostprijsverhoging van € 50.000 tot € 60.000 per bedrijf. Sla je dat om over alle hectares, dan komt dat neer op een kostprijsverhoging van € 500 tot € 600 per ha.’

Pootgoedteler Jelmer Boomsma in Minnertsga rijdt de eerste lading pootaardappelen de vrachtwagen op (zie ook pagina 7). Deze partij wordt verscheept naar Malta. AKKER van het NOORDEN

5


Adviseurs voor teelt, bewaring en verwerking Consultants for cultivation, storage and processing TTW-Systeem B.V. | Capelleweg 1, 3255 LB Oude-Tonge, The Netherlands | 0187-648222 | info@ttw.nl | www.ttw.nl

FLEXIBEL DICHTBIJ BETROKKEN INNOVATIEF

RESTAIN ETHYLEEN

voor iedere pootgoedteler een succes! Meerwaarde toepassing Restrain ethyleen ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓

Bewaren bij een hogere temperatuur is mogelijk Knollen blijven na sorteren rustiger Eenvoudig en flexibel toe te passen De bewaarschuur hoeft niet aangepast te worden Geen mutanten In potentie 15% meer knollen per plant Hoger financieel rendement Rust in en om de bewaring

Maak nu een afspraak met een van onze adviseurs voor een advies op maat!

Hoogland BV Leeuwarden | Tel. : 0518411400 | www.hooglandbv.nl

6

AKKER van het NOORDEN


REPORTAGE

‘DURE OLIE IS MEER AFZET’

‘VOORZICHTIG POSITIEF’

Gert (links) en Jelmer Boomsma zijn blij met hun nieuwe 2-rijïge bunkerrooier, die hun ongeschonden door zware rooiweken heen loodste.

‘Een zeer nat jaar met uiteindelijk toch een redelijk normale opbrengst.’ Zo vat de Friese pootgoedteler Gert Boomsma (48) oogstjaar 2021 samen. De nieuwe bunkerrooier kwam door moeizame rooiomstandigheden als geroepen. Tekst: Jelle Feenstra Foto: Jacob van Essen

Akkerbouwer Gert Boomsma (48) heeft in het Friese Minnertsga een maatschap met zoon Jelmer (21) en een bouwplan van 79 hectare. Op het stammenteeltbedrijf wordt jaarlijks zo’n 50 hectare pootgoed geteeld. ‘Het was een gek jaar’, bevestigt Boomsma senior. ‘De start was heel goed. Er was een mooi wintertje geweest, de grond lag er prachtig bij en net voor de langdurige regenval vanaf eind april zaten alle aardappelen in de grond.’ De rest van de zomer bleef het nat. De verzadigde grond bemoeilijkte het werk, zoals het aanaarden van de rijen. Een voordeel van de natte en relatief koude omstandigheden was dat er minder luizendruk en dus ook minder virus was. Wel was er meer druk van bacterie en phytophthora. ‘Maar beiden bleven op ons bedrijf goed onder controle’, vertelt Boomsma. In september werd het zo droog dat er

wekenlang niet gerooid kon worden. Zo ook op de zeekleigrond in NoordwestFriesland. Bij de Boomsma’s lagen de rooiwerkzaamheden, waar ze begin september voorzichtig mee begonnen, uiteindelijk drie weken stil. Pas half oktober waren alle aardappelen de grond uit. Hogere bewaarkosten Boomsma: ‘Het was hier de eerste weken van oktober enorm druk op de akkers, iedereen haastte zich om de aardappelen de grond uit te krijgen. Gelukkig hadden we eerder dit jaar een nieuwe 2-rijïge Grimmebunkerrooier gekocht. Die kwam als geroepen want toen we eenmaal weer los konden, verliep de oogst voorspoedig.’ Hij vertelt dat de bovenlaag van de grond kurkdroog was, maar iets dieper juist zeer nat. ‘Het gevolg was dat de aardappelen

Coöperatief aardappelbedrijf Agrico is voorzichtig positief over de afzetvooruitzichten voor zowel de gangbare als de biologische pootaardappelen. ‘De wereld gaat weer open en dat zorgt voor positivisme en een groeiende vraag naar aardappelen’, zegt commercieel manager Wieger van der Werff van Agrico. ‘De fritesindustrie draait weer volle bak, terwijl er tussen de 3 en 5% minder aan consumptieaardappelen is uitgeplant. Dat biedt perspectief.’ Ook is er goede hoop dat Algerije het importquotum verhoogt naar 80.000 ton. Voor Agrico maakt dat op de overzeese markt meteen een wereld van verschil in afzet en prijs. Wel blijft de beschikbaarheid van containers een flinke uitdaging, net als de sterk verhoogde energie- en transportkosten en de verhoogde prijzen van jute en pallets. met erg veel modder en smerigheid de grond uitkwamen. Dat bemoeilijkt nu de sorteerwerkzaamheden. Ook maken we meer bewaarkosten, er moet vaker gestookt worden.’ De maatschap teelt zo’n tien verschillende aardappelrassen, voornamelijk voor Agrico. Fontane en Esmee zijn de twee grootste rassen. De gemiddelde opbrengst over alle aardappelpercelen ligt rond de 37,5 ton. Boomsma hoopt dat de hoge energie- en brandstofprijzen ook een positief effect hebben: ‘Dure diesel betekent vaak dat de olielanden meer poters van ons kopen.’ AKKER van het NOORDEN

7


ANALYSE

ROBOT KOMT, AUTONOME

Anno 2021 is het aanbod robots in de akkerbouw enorm. ‘Maar een volledig autonome akker is nog ver weg’, denken onderzoekers. Tekst en foto’s: Niels van der Boom

Al bijna zolang er trekkers zijn, is de mens gefascineerd door het werken zonder chauffeur. Twee themadagen in het Noord-Brabantse Zeeland en Lelystad toonden recent de laatste stand van zaken betreffende robotisering in de akkerbouw. Organisatoren Delphy en NPPL (Nationale Proeftuin Precisielandbouw) lieten zien waar de huidige techniek in de praktijk al toe in staat is. De meeste initiatieven bestaan nu nog uit prototypes of werken op een beperkte schaal. Daarbij wordt soms flink ‘out

8

AKKER van het NOORDEN

of the box’ gedacht. Het aanbod van robots is groot, de interesse ook, getuige het aantal bezoekers op beide dagen. De gehele landbouwsector heeft interesse in het werken met autonome machines. Als argumenten worden vooral de knelpunten arbeid en bodemverdichting gebruikt. Destijds, bij de komst van de traditionele trekkers, trad langzaam standaardisering op. Op het vlak van driepuntshefinrichting, aftakas, hydrauliek en elektra, maar ook spoorbreedte. Bijna

alle robotfabrikanten laten deze ongeschreven wetten nu los bij de ontwikkeling. Ze willen zich niet laten belemmeren in hun concept. Dat levert bijzondere creaties op. Grofweg kun je in ontwikkeling een scheiding maken tussen robottrekkers en autonome werktuigen. Robottrekkers Eerst de robottrekkers. Deze zijn bedoeld om traditionele machines te gebruiken. De meest succesvolle robottrekker is misschien wel de Robotti van het Deense Agrointelli. Het bedrijf was er in 2015 relatief vroeg bij en heeft inmiddels 24 exemplaren in de praktijk draaien, zo vertelt salesmanager Anna Sprinzl.


AKKER KOST NOG 30 JAAR

Een robottrekker, die hoge ogen gooide in zowel Zeeland als Lelystad, is de Agbot van AgXeed. Deze plant zelf de meest efficiënte route, afhankelijk van de voorkeuren van de boer.

In Nederland werken drie Robotti’s waarvan er twee in Lelystad aanwezig waren. Agrointelli werkt meestal met vaste rijpaden. Daarvoor zijn verschillende spoorbreedtes leverbaar, die niet variabel zijn. Omdat de twee 75 pk Kubota-motoren aan de zijkanten zijn geplaatst, wordt het werktuig ertussen gedragen. ‘We doen dit vanwege de wetgeving’, legt Sprinzl uit. ‘Het werktuig hoeft niet van extra sensoren te zijn voorzien. Keerzijde is dat een spoorbreedte van 3,50 meter tot 3,65 meter is vereist om de machine ertussen te laten passen.’ In de praktijk is dat lastig, omdat teeltbedden meestal met een spoorbreedte van 3 tot 3,20 meter werken. Sprinzl: ‘We werken samen

met machinefabrikanten. In Lelystad staan we samen met Dewulf. Die hebben een tweerijïge loofklapper gebouwd, speciaal voor de Robotti.’

werkt het bedrijf aan een elektrisch smalspoorexemplaar op drie wielen voor in de boomgaard. Die heeft een geïntegreerd spuitsysteem van H.S.S.

Agbot indrukwekkend Een andere robottrekker, die hoge ogen gooide in zowel Zeeland als Lelystad, is de Agbot van AgXeed. De NederlandsDuitse fabrikant, deels eigendom van Claas, heeft slechts twee exemplaren gebouwd, maar het concept steekt solide in elkaar. Ook AgXeed werkt samen met machinefabrikanten en focust zich op de ‘trekker’. ‘De machinefabrikanten moeten ons vertellen wat we moeten doen’, verklaart Philipp Kamps. Tijdens beide demonstraties tekende Kamps het perceel in via de tablet in het AGXeed-portaal. Met verschillende kleuren lijntjes zie je de werkwijze van de rupsrobot. Het systeem plant zelf de meest efficiënte route, afhankelijk van de voorkeuren van de boer. De viercilinder Deutz van 156 pk is opvallend stil. Dat komt omdat hij een elektrogenerator aandrijft. Een transmissie is overbodig. De machine weegt zes ton en de hefinrichting tilt acht ton. Genoeg voor drie of vier meter brede machines. Dat die buiten het 2,55 meter brede voertuig steken, is geen issue volgens Kamps. ‘De autonomie-regels zijn bedoeld voor auto’s en niet toepasbaar in de landbouw.’ Een 3D-lasersysteem (Lidar) en radar detecteren obstakels tot 50 meter ver. De Agbot stopt echter niet voor iedere haas of vogel. Volgend jaar staat een eerste serie op de planning. Inmiddels

Autonome werktuigen Dan de autonome werktuigen. Dit zijn zelfrijdende machines, met geïntegreerde concepten met slechts één of twee taken. Meestal is dat nu nog schoffelen. Het voordeel van deze laatste categorie is dat alles om het werktuig draait. Want, slimme werktuigen zijn vereist om robots verder te helpen. Een gebroken breekbout, verstopping of verkeerde afstelling wordt zonder intelligente machine niet herkend.

HET AANBOD AAN ROBOTS IS GROOT, DE INTERESSE OOK De Franse Naïo Dino valt in de categorie zelfrijdende machines. Het is een schoffelrobot waarvan importeur Abemec inmiddels één exemplaar heeft verkocht. Daarnaast verkoopt het de kleinere Oz, die vooral als autonoom transportvoertuig wordt ingezet. De Dino gebruikt een sideshiftsysteem met camera’s – afkomstig van Garford – om nauwkeurig te schoffelen. Het voertuig zelf rijdt op rtk-gps. Verschillende KULT-schoffelelementen zijn leverbaar. Volgens Luuk Banken, verantwoordelijk voor smartfarming binnen Abemec, blijft de fabrikant nauw betrokken bij de machine. ‘Zij tekenen voor jou de

WUR Open Teelten in Lelystad werkt sinds 2019 met de Robotti van Agrointelli in combinatie met vaste rijpaden. De spoorbreedte is lastig in combinatie met drie meter brede werktuigen. AKKER van het NOORDEN

9


Peter, hoe maak ik mijn bedrijf toekomstbestendig? Als akkerbouwer sta je voor een grote uitdaging.

bijvoorbeeld op het vlak van duurzaamheid, is het fijn

Je wil je grond namelijk maximaal benutten, maar

om iemand te hebben die jou bij deze keuzes ondersteunt.

je wil ‘m niet uitputten. Tegelijkertijd wil je zorgen

Countus is specialist in de agrosector en kan jou helpen

voor een gezonde onderneming.

om je onderneming toekomstbestendig te maken. Wil je hier een keer over sparren? Kom voor een kennismaking

Daarbij is het heel belangrijk dat je de juiste keuzes maakt.

gerust en vrijblijvend langs bij één van onze vestigingen.

En ondanks dat jij heel goed weet welke opties je hebt,

Een digitale kennismaking kan natuurlijk ook!

Countus Assen

Countus Hardenberg

Countus Steenwijk

0592 20 00 07

0523 28 08 80

0521 53 47 00

Countus Dronten

Countus Joure

Countus Zeewolde

0321 38 28 45

0513 65 79 90

036 52 214 37

Countus Emmeloord

Countus Leeuwarden

Countus Zwolle

0527 61 33 41

058 21 001 01

038 45 526 00

10

AKKER van het NOORDEN


ANALYSE

perceelsgrenzen in en gebruiken ook hun eigen gps-systeem. Daar betaal je jaarlijks abonnementskosten voor. Bij de Robotti is dat bijvoorbeeld niet het geval, al heeft ook die machine zijn eigen gps.’ Schoffelspecialist HAK importeert de Deense Farmdroid. Dit jaar werkte in ons land een machine in uien en volgend jaar gaat cichoreiverwerker Sensus met een tweede exemplaar aan de slag. In heel Europa draaien naar eigen zeggen honderd machines. ‘Eerst zaait de Farmdroid het gewas. Dit kunnen bieten, cichorei of in clusters gezaaide uien zijn’, legt HAKeigenaar Koos Havelaar uit. ‘Vervolgens verwissel je de zaai-elementen voor schoffels. Deze schoffelen ook in de rij. Eén robot kan 20 hectare bewerken. De overbemeten zonnecollector laadt de accu constant bij zodat de machine lange dagen kan maken.’ Robot voedt biologie Het Brabantse Pixelfarming gooit het over een heel andere boeg. Hun Robotone gebruikt twee rijen met vijf robotarmen, waar uitwisselbaar gereedschap aan is te monteren: een cultivatortand, schoffel, grijper of maaimes. De Robotone is elektrisch aangedreven. Dankzij vier draaibare wielen draait hij om zijn as. ‘Aangesloten telers leren eerst werken met de machine’, legt bedenker Arend Koekoek uit. ‘Wij voorzien ze steeds van de nieuwste techniek, zodat hun robot niet verouderd. Maar het draait niet alleen om de techniek. De planten bodembiologie is cruciaal. In ons concept voorzien we een systeem van strokenteelt, met twee gewassen, die om en om worden gezaaid. De Robotone kan het ene gewas kort

In de categorie robotmachines valt de Dino van Naïo. Net als veel andere aanbieders werkt het bedrijf met een abonnementsstructuur. Daar moeten toekomstige gebruikers aan wennen.

houden, zodat het niet overwoekert. Ook onkruid kan zo worden afgemaaid in plaats van het weg te schoffelen. De grond blijft dan bedekt.’ Geen tussenstap De robotoplossingen zijn zeer divers. Het is dan ook een complex vraagstuk. Veel concepten – meestal startups – zijn nog in ontwikkeling. Grote

DE BEDRAGEN LOPEN UITEEN VAN € 70.000 VOOR EEN FARMDROID TOT € 250.000 VOOR DE AGBOT fabrikanten houden de markt goed in de gaten en investeren in interessante technieken. Een tussenoplossing, zoals een standaardtrekker uitgerust met extra sensoren, wordt opvallend weinig besproken. Idealisten zien met de komst van robots een kans om uit

De Robotone is elektrisch aangedreven. Dankzij vier draaibare wielen draait hij om zijn as.

de vicieuze cirkel van steeds zwaardere en grotere machines te stappen. Vooral de oogst blijft voor robots een enorme kluif, zoals ook de Boerderij van de Toekomst toont. Er worden wel stappen genomen, maar allemaal met aangepaste traditionele mechanisatie. Zelfs al is de eerste generatie robots niet perfect, onder auspiciën van een kundige operator kunnen meerdere exemplaren wellicht wel efficiënt werken en soms 24/7. Dat vraagt van koplopers wel fikse investeringen. De bedragen lopen uiteen van € 70.000 voor een Farmdroid tot € 250.000 voor de Agbot. Voor dat geld heb je ook een zeer luxe trekker op het erf staan. Die behoudt zijn restwaarde en heeft een gesloten dealernetwerk. Het is aan de koplopers om dit leergeld te betalen en de sector verder te helpen ontwikkelen. Verkenning van toekomst WUR-onderzoeker Pieter de Wolf is verantwoordelijk voor de Boerderij van de Toekomst in Lelystad, waar met de Robotti wordt gewerkt. ‘Dit perceel van 25 hectare is geen blauwdruk van hoe boeren straks moet. Het is een verkenning van de toekomst waarbij we onderzoeken wat mogelijk is. Dit toekomstbeeld is verder dan tien jaar weg. Deze manier van werken moet productief zijn qua opbrengst, zelf herstellend en veerkrachtig, om zo om te kunnen gaan met extremen. Rijpaden en robots kunnen helpen bij het vraagstuk bodemverdichting, dat alsmaar toeneemt. Robots zijn een middel om dat te bereiken, niet het doel. Ik denk dat het nog zeker dertig jaar duurt voor sprake is van een volledig autonome akker.’ AKKER van het NOORDEN

11


IN HET VELD

‘OPBRENGSTEN SUIKERBIETEN ERG WISSELEND’ Foto: Niels van der Boom

Onder goede omstandigheden rooide landbouw- en loonbedrijf Zuidema-Plagge uit het Groningse Onstwedde de eerste twee weken van november de laatste suikerbieten. De bieten op het eigen bedrijf had eigenaar Erik Zuidema toen al aan de hoop liggen. Over de opbrengst is hij tevreden, het is nog afwachten wat de uiteindelijke kwaliteitscijfers zeggen. ‘De opbrengsten bij klanten zijn erg wisselend dit seizoen’, zegt hij. ‘Dat heeft te maken met het voorjaar, toen waterschade optrad in sommige percelen. Die plekken haal je er nu zo uit met het rooien.’ Volgens cijfers van Cosun Beet Company lag het suikerpercentage landelijk begin november op 17,1%.

12

AKKER van het NOORDEN


NIEUWS

‘DESASTREUS PLAN’ DREIGT

FINANCIËLE SCHADE AANZIENLIJK Voor bedrijven met al relatief veel rustgewassen als tarwe, zoals het Oldambt, zal de achteruitgang van de saldo’s minder groot zijn.

De nieuwe nitraatrichtlijnvoorstellen van het demissionaire kabinet zorgen voor grote onrust onder akkerbouwers. LTO Nederland werkt samen met een consortium van belangenorganisaties en Rabobank aan een alternatief voor het zevende actieprogramma Nitraatrichtlijn. Tekst: Jelle Feenstra Foto: Landpixel

Ruim 3.700 boeren en organisaties hebben bij het landbouwministerie een reactie gegeven op het concept 7e Actieprogramma Nitraatrichtlijn. Het geeft aan hoe ingrijpend de voorgestelde maatregelen uit het actieprogramma zijn. Onder andere organisaties en bedrijven als LTO, NAV, Cosun, Avebe, Cumela en NAJK hebben stevige reacties afgegeven. De voorstellen liegen er dan ook niet om. In 2023 wordt het voor alle akkerbouwers in Nederland verplicht om elke vier jaar een rustgewas te telen in het bouwplan. Vanaf 2027 wordt dit zelfs elke drie jaar verplicht. Een tweede ingrijpende maatregel in het concept 7e Actieprogramma Nitraatrichtlijn staat, is dat op zandgronden vanaf 2023 60% van het areaal vóór 1 oktober is ingezaaid met een vanggewas. En de derde maatregel: bufferstroken, ook wel teeltvrije zones genoemd, van 2 meter langs watergangen tot 5 meter langs ‘ecologisch kwetsbare waterlopen en KRW-waterlichamen’.

Ontwrichtende plan ‘Onhaalbaar, ontwrichtend en onbetaalbaar’, vindt Tineke de Vries, Portefeuillehouder Bodem & Water bij LTO Nederland. ‘De voorgestelde mestregelgeving betekent dat boeren goede landbouwgrond verliezen, met kalenderlandbouw tegen de natuur in moeten werken en over de volle breedte beperkt worden in hun vakmanschap en verdienvermogen. Daarnaast zullen de maatregelen in negatieve zin bijdragen aan de verduurzaming van de bedrijven.’Uit een impactanalyse van Wageningen UR blijkt dat vooral het verdienvermogen van akkerbouwbedrijven met intensieve bouwplannen, zoals zetmeelaardappelbedrijven en pootgoedteelt, wordt geraakt. Alternatief voorstel Het landbouwministerie kondigde eerder al aan dat er ruimte is voor alternatieven, mits het effect op de waterkwaliteit hetzelfde is. LTO pakt

Een akkerbouwbedrijf van 100 hectare met 20% graanteelt en 80% intensieve teelt, zoals consumptieaardappelen, uien, suikerbieten of winterpeen, gaat er bij een rustgewas-verplichting van 1 op 4 € 16.000 en bij een 1 op 3 verplichting € 43.000 op achteruit. Voor een bedrijf met 60 hectare is dat respectievelijk € 10.000 en € 17.000. Dat blijkt uit berekeningen van Countus. ‘Als dezelfde berekening voor pootgoed en bollenbedrijven wordt gemaakt zal het saldoverlies ernstig hoger zijn dan nu is begroot met consumptieteelt bedrijven’, zegt bedrijfsadviseur Erik Arts. Voor bedrijven met al relatief veel rustgewassen als tarwe, zoals het Oldambt, zal de achteruitgang van de saldo’s minder groot zijn. ‘En voor bedrijven in het Veenkoloniale gebied zal de schade vooral groot zijn bij bedrijven met een 1 op 2 zetmeelteelt.’ Countus heeft een model ontwikkeld waarbij elke akkerbouwer kan berekenen wat de voorstellen voor hem of haar betekenen. deze uitdaging op in een consortium met NAJK, NAV, NZO, BO Akkerbouw, POV, Cumela en Rabobank. Bij het ter perse gaan van dit nummer stond het alternatieve plan op het punt te worden gepresenteerd. Zie voor actuele informatie daarover www.akkervanhetnoorden.nl. AKKER van het NOORDEN

13


REPORTAGE

EIGEN LABORATORIUM STILT

Jan Feersma Hoekstra: ‘Ik wil niet beweren dat onze methode beter is, maar wij meten andere dingen en interpreteren de uitslag anders. Het gaat erom hoe beschikbare mineralen door de plant kunnen worden opgenomen. Daarbij worden in onze ogen door grote laboratoria soms verkeerde aannames gedaan.’

Onderzoek en kwaliteitscontrole zijn van essentieel belang voor een bedrijf dat eigen producten ontwikkelt en op de markt brengt. Agriton in Noordwolde laat dit onderzoek niet aan externen over, maar heeft een eigen laboratorium. Tekst en foto’s: Ida Hylkema

Agriton is leverancier en producent van natuurlijke producten voor de agrarische sector. Deze producten zijn erop gericht om de chemische, fysische en biologische aspecten in de kringloop bodem-plant-dier-mest te verbeteren. Daarbij kan worden gedacht aan vloeibare bladmeststoffen van AgroVital en Microferm, effectieve microorganismen (EM) die worden gebruikt bij de productie van Bokashi. Deze EM wordt op het bedrijf zelf geproduceerd. Drijvende kracht achter het laboratorium van Agriton is directeur Jan Feersma Hoekstra. Op de Hogere Landbouwschool deed hij de

14

AKKER van het NOORDEN

studierichting onderzoek akkerbouw en werd hij gegrepen door de inzichten en passie voor onderzoek van het team leerkrachten dat er in de jaren tachtig werkzaam was. ‘Het was een goed team dat mijn hele denkwereld heeft veranderd.’ De inmiddels allang gepensioneerde Siem Simons – autoriteit op het gebied van aaltjes – is nog steeds met onderzoek voor Agriton bezig. Kennis cruciaal Feersma Hoekstra buigt zich onder andere over de vraag hoe de akkerbouw efficiënter met meststoffen

kan omgaan. Daarbij is kennis van de bodem en van de chemische en microbiële processen die zich hierin afspelen, cruciaal. Alleen een analyse van die bodem is voor hem niet voldoende. En dat maakt het belang van een eigen laboratorium duidelijk. ‘De schaalvergroting slaat overal toe, ook onder de laboratoria die grondmonsters analyseren. Deze laboratoria moeten steeds meer monsters verwerken en gebruiken hiervoor de modernste technieken. Deze nieuwe technieken zijn gebaseerd op algoritmes, oftewel voorspellingen en aannames. We proberen als mens alles in wiskundige modellen te leggen. We voorspellen steeds meer en meten steeds minder’, stelt de directeur. Niet dat de uitslagen van een grootschalig laboratorium als Eurofins Agro niet juist zijn, haast hij zich te zeggen. ‘Ik wil niet beweren dat onze


HONGER NAAR KENNIS methode beter is, maar wij meten andere dingen en interpreteren de uitslag anders.’ Dat heeft te maken met de visie van Agriton. ‘Wij kunnen de plant niet voeden, dat moet de microbiologie in de bodem doen. Het gaat erom hoe de beschikbare mineralen door de plant kunnen worden opgenomen. En daarbij worden in onze ogen soms verkeerde aannames gedaan. Neem bijvoorbeeld niet in water oplosbare elementen. De grote laboratoria gaan er van uit dat die in de bodem niet opneembaar zijn, maar die aanname klopt niet.’ Substantieel onderzoek Om zijn visie met feiten te kunnen ondersteunen, dook en duikt Feersma Hoekstra nog regelmatig het laboratorium in. ‘Ik wil weten of het waar is, daarvoor hebben we ons

‘ONTVLECHTING VAN AKKERBOUW EN VEEHOUDERIJ IS DOODSTEEK VAN AGRARISCHE SECTOR’ eigen laboratorium. Er wordt bijna geen substantieel onderzoek meer gedaan; heel veel onderzoek is tegenwoordig gebaseerd op ander onderzoek. We nemen maar aan en zijn niet kritisch genoeg. In het Engels spreekt men van ‘re-search’ oftewel ‘opnieuw zoeken’. Dat spreekt me aan.’ Niet dat in het laboratorium van Agriton alles onderzocht kan worden. De werking van microbiologie en microorganismen is (nog) niet te meten en kan daardoor niet wetenschappelijk worden verklaard. ‘Maar we kunnen wel kijken naar andere indicatoren zoals het organische stofgehalte, de kleideeltjesverhouding en slempgevoeligheid van de bodem. Door anders naar bodemanalyses te kijken, hebben wij ook een andere visie op bemesting. En daar zijn onze producten op gebaseerd. Onze bladmeststoffen Bladkali TS en EfficieNt28 bijvoorbeeld zijn in ons eigen laboratorium

‘HET IS HIER GEEN PRODUCTIELAB’

De laboranten van Agriton, van links naar rechts: Annelie Vuist, Fokelien de Wal en Ingrid Visser.

Het laboratorium van Agriton richt zich op microbieel onderzoek en op chemisch onderzoek. Na een reorganisatie van de bedrijfsgebouwen hebben beide activiteiten een eigen bedrijfsruimte. Er zijn drie medewerkers (2 fte) werkzaam op het laboratorium. Op de afdeling microbiologie vindt vooral kwaliteitscontrole plaats van de EM die op het bedrijf wordt geproduceerd. Met behulp van een DNA-techniek kan worden bepaald welke en hoeveel microbiologie er in het product zit. Op de afdeling chemie vinden verschillende onderzoeken plaats. Zo worden de aangeleverde meststoffen gecontroleerd op de juiste samenstelling en ideeën voor nieuwe producten uitgewerkt. Momenteel wordt onder andere gewerkt aan een product dat het eiwitgehalte van tarwe verhoogt en een onderzoek naar een betere kiemkracht door fosfaatopname van aardappelknollen. Voor het laboratorium van Agriton koopt directeur Feersma Hoekstra apparatuur op dat door grote laboratoria is afgeschreven, maar nog in goede staat is. ‘De grote laboratoria werken met steeds grotere apparatuur waarbij minder arbeid nodig is. Wij kunnen nog prima uit de voeten met de arbeidsintensievere technieken. Daarmee kunnen we juist gerichter onderzoek doen’, legt de directeur uit. De nieuwste aankoop is een gaschromatograaf die binnenkort wordt geleverd. ‘Het is hier geen productielab. We sparren regelmatig met elkaar en bedenken bijvoorbeeld welke apparatuur het beste voor een bepaald onderzoek kan worden gebruikt’, vertelt Ingrid Visser die werkzaam is op het chemische laboratorium. ‘Geen dag is hetzelfde’, beamen Annelie Vuist en Fokelien de Wal die verantwoordelijk zijn voor het microbiële deel. doorontwikkeld en EM Silage is hier helemaal ontstaan.’ Diversiteit Behalve onderzoek en productontwikkeling is ook het doorgeven van kennis een belangrijke drijfveer van Agriton. En aan de basis van die kennis staat het eigen onderzoek. Feersma Hoekstra wil de kennis die met het onderzoek wordt vergaard, inzetten voor een volhoudbare

landbouw. Diversiteit is daarbij het kernwoord. ‘We moeten anders gaan denken. De genetische basis waarmee nu in de plantenveredeling en fokkerij wordt gewerkt, is veel te smal. En de ontvlechting van de akkerbouw en veehouderij is de doodsteek van de agrarische sector. Er is veel te veel specialisatie; als het dan ergens mis gaat, gaat het ook echt goed mis. De kringloop en de bodem moeten terug als basis voor een gezonde landbouw.’ AKKER van het NOORDEN

15


Tjepko chicks def v10.indd 1

30-6-2021 09:08:26

Het TTW-Systeem® wordt gebruikt voor: - het vastleggen van relevante perceels- en gewasgegevens - teelt-, koel- en verwerkingsadviezen - het vergelijken van uw gegevens met het gemiddelde van andere bedrijven - het vergelijken van uw gegevens met voorgaande jaren en/of andere gewassen op uw bedrijf - gewasontwikkelingsoverzichten, inclusief foto’s - beheer van plaatsspecifieke data (georeferentie)

Welke opbrengst is er op uw perceel mogelijk en welke opbrengst haalt u werkelijk? Dit verschil - de yield gap of het ‘opbrengstgat’ - pakken we samen bij de kop, met als doel om dit kleiner te maken. Een zo hoog mogelijke opbrengst, gecombineerd met een hoge kwaliteit en een efficiënt gebruik van hulpmiddelen. Daar streeft u toch ook naar?

Wist u dat: 16

akker- en tuinbouwcoach voor teelt en bewaring

AKKER van het NOORDEN

TTW-klanten opbrengsten halen die 10 tot 20 procent boven het CBS-gemiddelde liggen? Samen maken we die groei mogelijk!


REPORTAGE

‘OUDERWETSE GRAANPRIJZEN’

‘SALDO € 650 PER HECTARE HOGER’

Het vochtgehalte in de korrels ligt dit jaar gemiddeld genomen iets hoger, constateert akkerbouwer Jan Bentema.

Er mag dan wat minder graan in de schuur liggen, de prijs maakt veel goed. ‘Ik heb net een partij voor 26,4 cent verkocht aan Hoogland BV in Leeuwarden. Dat zijn ouderwets hoge prijzen’, zegt graanteler Jan Bentema (63) uit Warffum. Tekst: Jelle Feenstra Foto: Jan Pitt

Het interview met Bentema vond plaats op 20 oktober. Bij het ter perse gaan van dit nummer zat de graanprijs op een niveau van rond de € 27,50 per 100 kilo. De akkerbouwer uit Groningen teelde in 2021 60 hectare wintertarwe en 10 hectare wintergerst. 20 hectare suikerbieten maken zijn bouwplan compleet. Daarnaast verhuurt hij aardappelland en verzorgt hij met vier combines dorswerkzaamheden voor collega-akkerbouwers, jaarlijks zo’n 300 hectare in totaal. Hij heeft dan ook al geconstateerd dat door het gebrek aan zonuren in de zomermaanden de graanopbrengsten dit jaar wat lager uitvallen. ‘De 10 ton is op de meeste plaatsen niet gehaald, dat was de afgelopen twee jaar wel anders.’ Zomer 2021: weinig zonuren Teeltjaar 2021 kenmerkte zich dus

door een gebrek aan zonuren in de zomermaanden. Daardoor was de oogst op sommige plaatsen wat later. In Groningen oogstte Bentema zijn wintergerst op 12 juli. De hectareopbrengst komt uit op 9,2 ton. Toen het in augustus tijd was voor de wintertarweoogst, vertraagden langdurige en extreme regenval de werkzaamheden. ‘Het was echt oogst stelen tussen de buien door’, bevestigt de akkerbouwer annex loonwerker. Hij dorstte het graan op zijn eigen land van 5 tot en met 15 augustus. De laatste tarwe voor collega-akkerbouwers haalde Bentema op 24 augustus binnen. Graanspecialist Jan Klaas de Graaf van Hoogland BV stelt dat de kwaliteit van de geoogste granen dit jaar over het algemeen ook iets lager is dan normaal. ‘We zien niet overal, maar wel wat vaker dan voorgaande jaren

De laatste jaren zat het gemiddelde graansaldo in Nederland op ongeveer € 1.100 per hectare. ‘Dit jaar is op kleigronden een saldo van € 1.750 per hectare haalbaar’, denkt akkerbouwadviseur Rutgher Steenbeek van Countus. Hij rekent met een graanprijs van gemiddeld 24 cent, een opbrengst van 10.000 kilogram per hectare x 24 cent en gemiddeld € 650 per hectare aan toegerekende kosten. ‘Dat maakt een saldo dat € 650 per hectare hoger ligt en dan zijn de stro-opbrengsten nog niet meegerekend.’ Het saldo voor telers op zandgronden zal door lagere hectareopbrengsten enkele honderden euro’s per hectare lager uitkomen.’ lagere hectolitergewichten en hogere vochtgehaltes. Samengevat zou je kunnen zeggen in de graanteelt zowel de opbrengst als de kwaliteit dit jaar iets achterblijft bij de afgelopen twee jaar.’ Diesel en kunstmest ook duur Bentema is vooral content met de prijsontwikkeling. ‘In het guldentijdperk was 50 cent een goede prijs. Het lijkt erop dat we dat niveau dit jaar eindelijk weer eens halen. Dat is mooi, maar ook nodig. Omdat de prijzen voor diesel en kunstmest ook fors omhoog gaan. Gelukkig heb ik in de voorverkoop al wat voorraad ingeslagen.’ AKKER van het NOORDEN

17


ACHTERGROND

WATERSTOF STAAT OP Waterstof. Af en toe duikt het woord op, in het kader van energietransitie. Maar nog niet zoveel. De focus ligt op groene elektriciteit afkomstig van windmolens en zonnepanelen. Maar de groei van het aantal windmolens en zonnepanelen legt een pijnlijk manco bloot: het huidige elektriciteitsnet in Nederland kan al die groene stroom op piekmomenten niet aan. ‘In Noord- en Oost-Nederland zit het net al helemaal vol. Net zoals in Brabant en Limburg’, zegt Rob van Leeuwen, directeur van het bedrijf Petawatts. Zijn bedrijf is partner in het PPS-project Landbouw en Energie, onder leiding van Andries Visser van Wageningen Plant Research. Het project onderzoekt de rol die boeren kunnen spelen in de energietransitie. Van Leeuwen is enthousiast: ‘Met alle boeren zou je meer dan genoeg waterstof kunnen maken om alle diesel in de landbouw te vervangen.’ Opslaan in een batterij Mooi, die fraaie vergezichten. Maar blijkbaar gooit het zwakke elektriciteitsnet nu al roet in het eten. Toch zijn er mogelijkheden genoeg als boer om die piekstroom op een andere manier in te zetten. PPS-projectleider Andries Visser: ‘Kijk eerst of je je bedrijf zo kan inrichten dat je zelf die extra piekproductie kunt inzetten.’ Als akkerbouwer kun je de koeling bijvoorbeeld een tandje harder laten draaien tijdens piekmomenten. Of je gebruikt een elektrische heftruck in

Het onttrekt zich een beetje aan het zicht, maar achter de schermen wemelt het van de plannen. Haalbaarheidsstudies en initiatieven rondom productie en gebruik van waterstof op boerenbedrijven vechten om voorrang. Het speelveld op de energiemarkt gaat zó veranderen dat er voor boeren flinke kansen liggen in waterstof. Tekst: Rochus Kingmans Foto’s: Evelien van Elk

18

AKKER van het NOORDEN

‘MET ALLE BOEREN ZOU JE MEER DAN GENOEG WATERSTOF KUNNEN MAKEN OM ALLE DIESEL IN DE LANDBOUW WEG TE WERKEN’ plaats van eentje op diesel.’ Je kunt er ook voor kiezen om de piekstroom op te slaan in een grote batterij. Jan Reinier de Jong, akkerbouwer in het Drentse Odoorn, was zes jaar geleden de eerste boer in Nederland die daartoe besloot.


PUNT VAN DOORBREKEN Hij produceerde met zijn duizend zonnepanelen veel meer stroom dan hij zelf kon inzetten, ondanks de overstap op bijvoorbeeld elektrisch beregenen, een elektrische heftruck en de stroom die hij inzet in het verwerken en koelen van zijn aardappels. ‘Toen ik de batterij kocht, kostte die € 850 per kWh. Inmiddels is dat al gedaald tot € 550.’ De Jong gebruikt zijn batterij om op de elektriciteitsmarkt stroom te verkopen, maar ook te kopen. Dat heet de onbalansmarkt. Dat is een markt om in elektriciteit te handelen. De prijzen op deze markt kunnen variëren tussen bijvoorbeeld min 50 cent tot plus 80 cent per kWh. ‘Bij een negatieve prijs koop ik graag in. Bij een hoge prijs verkoop ik graag en dan daalt onze consumptie door afschakeling van de ventilatie, de koeling of de aardappelbewaring en leveren we maximaal van het zonnedak en uit de accu.’ Waterstof als energiedrager Er is een in de ogen van velen nóg perspectiefvollere manier om het teveel aan geproduceerde groene stroom te benutten: er waterstof van maken. De methode is vrij eenvoudig: via elektrolyse maak je van water (H2O), waterstof (H2) en zuurstof (O2). Simpel gezegd: in een elektrolyzer stuur je door twee elektroden groene stroom door water, waarna er H2 en O2 overblijft. Nu is dat procedé nog een dure aangelegenheid. Maar bijvoorbeeld het Groningse bedrijf Tieluk werkt hard om elektrolyzers beter, kleiner en goedkoper te maken. Richard Meester heeft met zijn investeringsmaatschappij BNR-Capital een belangrijk aandeel in Tieluk. De kosten variëren van € 20.000 tot € 80.000. Meester: ‘Elke boer zou zijn eigen producent van energie moeten worden. Hij heeft de mogelijkheden en de ruimte. Als je als boer zelf waterstof produceert, ben je kijkend naar de toekomst echt spekkoper.’ Een andere manier om waterstof te maken is uit biogas. Professor Ad van Wijk, hoogleraar toekomstige energiesystemen aan de TU Delft, is hier enthousiast over. Zonder de potentie van waterstof uit elektrolyse

‘WATERSTOF PRODUCEREN BIJ BOEREN WORDT GEWOON’

Het project WaterstofWijk Wagenborgen is een mooi voorbeeld van waterstofproductie en - gebruik.

Noord-Nederland kijkt samen met boeren nadrukkelijk naar de mogelijkheden van waterstofproductie en -gebruik. Een mooi voorbeeld is het project WaterstofWijk Wagenborgen, een woonwijk in de provincie Groningen. Op bijgaande afbeelding is goed te zien wat het plan in houdt. Het melkveebedrijf met 125 koeien van Wim en Marjolein van Tilburg uit het Groningse Siddeburen gaat de waterstof produceren. De waterstof wordt opgeslagen in een buffer, waarna het door een aparte waterstofleiding naar de jaren ’70-woningen wordt getransporteerd. De maximaal 40 woningen worden agoed geïsoleerd en voorzien van een hybride warmtepomp en zonnepanelen. Het project is een samenwerking van woonstichting Groninger Huis, Enexis Netbeheer, Energiewacht en Intergas. Op het melkveebedrijf van Van Tilburg zijn er nu 84 zonnepanelen en een kleine windmolen van het bedrijf EAZ uit Hoogezand aanwezig, samen goed voor 55.000 kW. Marjolein is enthousiast over het project dat vooralsnog alleen op papier bestaat. ‘Als we als boeren iets kunnen bijdragen aan de uitdagingen met betrekking tot klimaat, natuur en energie dan is het wel dit. Wij hebben de ruimte en mogelijkheid om waterstof te produceren waarmee huizen duurzaam verwarmd kunnen worden.’ Marjolein is vastbesloten om er een succes van te maken, maar veel zal afhangen van de businesscase en de daaruit voortvloeiende financiering. ‘Zonder subsidie gaat dit niet lukken’, weet ze. Toch is ze razend enthousiast over de mogelijkheden om lokaal groen waterstofgas te produceren. ‘De trein rijdt en we zijn allemaal vastbesloten om er een succes van te maken. De huidige situatie rondom gas laat wel zien hoe afhankelijk we zijn van het buitenland. Wim en ik willen voor andere boeren de weg vrij maken zodat het voor iedereen gewoon wordt.’ tekort te willen doen. De professor gaf afgelopen maandag een lezing voor Niscoo, de kenniscoöperatie voor akkerbouwers en melkveehouders in Noord-Nederland. ‘Ik zie veel perspectief om biogas, dat vooral methaan (CH4) bevat, om te zetten in waterstof en CO₂ of andere koolstofverbindingen.’

Van Wijk realiseert zich dat het misschien raar klinkt om naast waterstof ook CO₂ te produceren. ‘Omdat iedereen het heeft over CO₂vermindering. Maar CO₂ of andere koolstofverbindingen zijn onmisbaar voor bijvoorbeeld de plasticindustrie, maar ook voor de tuinbouw. Waar komt CO₂ vandaan als we stoppen AKKER van het NOORDEN

19


ACHTERGROND

Het plan is dat er op elk bedrijf een monomestvergister komt om vervolgens het geproduceerde biogas centraal te verwerken. Een van de opties waar nu in een haalbaarheidsstudie naar wordt gekeken is om dat groene methaan via een proces dat plasmalyse heet om te zetten in waterstof en vaste koolstof. Het initiatief voor een biogashub vloeit voort uit ‘Aardgasvrij Laren’, een projectgroep van inwoners die Laren aardgasvrij wil maken.

Een trekker vullen met waterstof. Nu nog toekomstmuziek, maar dichterbij dan gedacht.

met fossiele brandstoffen? Die vraag wordt steeds manifester. Dat biedt mogelijkheden voor boeren om achter hun biogasinstallatie een methaanomvormer te zetten die CO₂ en H2 maakt.’ Decentrale productie waterstof Van Wijk krijgt bijval van Richard van de Sanden van het bedrijf DIFFER in Eindhoven, dat fundamenteel onderzoek doet naar nieuwe vormen van energieproductie. Via betrekkelijk eenvoudige processen kun je volgens hem uit biogas, dat voor de helft uit methaan bestaat, naast waterstof ook basismoleculen als ammonia,

ethyleen of methanol produceren en verkopen. ‘Volgens mij zouden veel boeren op kleine schaal bijvoorbeeld methanol of ethyleen kunnen gaan produceren. Zodat naast de tankwagen die melk ophaalt er ook een tankwagen komt die waterstof en methanol ophaalt. Methanolproductie gebeurt nu in enorme fabrieken bij Chemlot in Zuid Limburg of in de Botlek bij Rotterdam. Ik ben ervan overtuigd dat dit in de toekomst veel decentraler geproduceerd gaat worden. Daar liggen echt grote kansen voor boeren.’ Een groep van 12 melkveehouders in het Gelderse Laren wil de kansen grijpen die Van de Sanden schetst.

Nog niet rendabel Professor Van Wijk is helder als hem de vraag wordt voorgelegd of waterstof produceren en gebruiken als boer rendabel is. ‘Als je er nu aan rekent kan het nog niet uit. Maar we staan aan de vooravond van grote veranderingen. Ondertussen wordt de techniek steeds beter en goedkoper.’ Een van de veranderingen waar Van Wijk op doelt is het beprijzen van fossiel geproduceerde CO₂. De industrie en elektriciteitsbedrijven hebben daar al mee te maken en dat zal alleen maar toenemen. ‘De huidige CO₂-prijs op de EU Emissions Trading System markt de EU verplicht grote bedrijven tot het kopen van emissierechten voor elke ton fossiel geproduceerde CO₂ die ze uitstoten - is € 50 tot € 60 per ton CO₂. Maar we gaan naar € 100 of zelfs € 150

EERSTE BOER MET WATERSTOFTREKKER Tom Saat wordt in mei de eerste boer in Nederland die met de waterstoftrekker EOX175 van het Arnhemse bedrijf H2-trac gaat rijden. Een trekker op waterstof dat door hem zelf wordt geproduceerd en afkomstig is van een zonnepark van 10 hectare. Dit zonnepark realiseert hij op de voormalige vuilstortplaats Braambergen. Saat doet dit samen met de eigenaar van Braambergen, het

Tom Saat en Tineke van den Berg

20

AKKER van het NOORDEN

bedrijf Afvalzorg. En volgend jaar verrijst er ook een pompstation voor waterstof. Saat runt met zijn vrouw Tineke van den Berg Stadsboerderij Almere. Een gemengd biologischdynamisch (BD) bedrijf met 220 hectare. Hij is er rotsvast van overtuigd dat waterstof de diesel gaat vervangen. ‘Het móet gewoon gebeuren. Toen ik op de middelbare school zat, schreef ik al een opstel over waterstof, dat was in de tijd van de oliecrisis. Waterstof is de enige logische manier om van de olie af te komen.’ Hij verstookt per jaar 70.000 liter diesel op zijn bedrijf en dat is hem al heel lang een doorn in het oog. ‘Op ons BD-bedrijf draait alles op de interne motor; we zijn volledig circulair. Maar er is nog een groot, gigantisch zwart gat en dat is die diesel. Waarvan ik, al sinds de waarschuwingen van de club van Rome in 1972, weet dat het een aflopende zaak is. Als sinds dat ik boer ben, houdt me dat bezig.’ Drie keer zo duur Saat is de eerste om te erkennen dat waterstofproductie zonder subsidie economisch niet rendabel is. Dat begint al bij de aanschaf van een waterstoftrekker,


toe is mijn inschatting. Als je uit biogas H2 en CO₂ maakt, kun je verdienen aan de verkoop van groene CO₂certificaten, waardoor het verdienmodel aantrekkelijker wordt.’ Een andere belangrijke ontwikkeling volgens Van Wijk is wat heet de Hernieuwbare Brandstof Eenheden (HBE). ‘De Shell’s en Total’s van deze wereld hebben al een bijmengverplichting van 5 tot 10% CO₂vrij geproduceerde biobrandstoffen. Waarschijnlijk nog dit jaar zal Nederland besluiten dat waterstof ook op de HBElijst komt. Concreet betekent dit dat je op die HBE-markt € 3 á € 4 per kilo voor de waterstof kunt beuren. Tegen productiekosten van € 7 á € 8 per kilo, betekent dit al een forse stap richting een rendabel verdienmodel voor de productie van waterstof.’ H2-trekker nog te duur Een waterstoftrekker met brandstofcel is nu nog erg duur, erkent ook Peter Jan van Ham van het Arnhemse bedrijf H2trac. H2trac levert begin volgend jaar de eerste 100% waterstoftrekker aan Stadsboerderij Almere (zie kader): de EOX175. Een 175 pk trekker, elektronisch gestuurd en via een brandstofcel volledig elektrisch aangedreven. Van Ham: ’De eerste trekker die we maken, is zonder subsidie voor een boer nu nog te

duur. Maar als wij er twintig kunnen bouwen, dan gaat er € 150.000 van de prijs af en wordt het wel interessant.’ Van Ham praat met infragiganten als BAM en Heijmans. Die zoeken naar mogelijkheden hun emissies te verlagen. Omdat dit bij aanbestedingen in de weg- en waterbouw steeds meer wordt geëist. Robert Scholman ondervindt dat ook. Hij heeft samen met zijn broer Jos Scholman een groot aannemingsbedrijf in Nieuwegein met een jaaromzet tussen de € 45 en € 50 miljoen en 200

‘ELKE BOER MOET ZICH IN WATERSTOF VERDIEPEN’ mensen in vaste dienst. Scholman zet in zijn bedrijfsvoering vol in op waterstof. Onlangs opende het bedrijf een eigen openbaar tankstation voor waterstof. Eind volgend jaar gaan ze hun eigen waterstof opwekken met een elektrolyzer met een capaciteit van 2 megawatt. Deze wordt gekoppeld aan 10 hectare zonnepanelen die de elektrolyzer gaan voeden. Van de tachtig New Holland-trekkers die ze hebben, lopen er inmiddels zes op waterstof en diesel: hybride tractoren dus.

die nu nog drie keer zo duur is als een dieseltrekker. Verder is het afhankelijk van de dieselprijs. Saat: ‘Wij kunnen straks voor € 10 per kilo waterstof leveren. De verhouding tussen waterstof en diesel is 1:6. Dus bij een dieselprijs van € 1,66 per liter kan het al uit.’ Verder worden elektrolyzers steeds goedkoper en ligt er nog veel technologische verbetering in het verschiet wat betreft ‘WATERSTOF IS DE de efficiëntie van zonnepanelen. En ook ENIGE LOGISCHE onbelangrijk: de MANIER OM VAN DE niet kosten voor opslag en OLIE AF TE KOMEN’ tanken van waterstof kunnen omlaag, weet Saat. Hij realiseert het tankstation samen met het Groningse bedrijf Holthausen Clean Technology in Hoogezand. Dit is een familiebedrijf met vader Carl en zoon Max Holthausen. Holthausen wil samen met Hyzon, een producent van brandstofcellen en waterstoftrucks, een Europese bouwer van trucks en bussen op waterstof worden. Het waterstoftankstation van Saat gaat een nieuwe opslag- en tanktechniek

Scholman: ‘Bij de overheid zal het roer echt radicaal omgaan richting 2030, 2035. Pak de structuurvisie van Rijkswaterstaat er maar bij: daar staat duidelijk dat we in 2030 met 0 emissie moeten gaan werken. De emissie wordt een steeds belangrijkere factor in de aanbestedingen voor weg- en waterbouwprojecten. Daarom moet je als aannemingsbedrijf je bedrijf nu omkatten naar een duurzame toekomst.’ Van Wijk is dezelfde mening toegedaan als Scholman. ‘Als je kijkt wat we als Nederland binnen Europa hebben afgesproken over het terugdringen van CO₂, methaan en NOx (stikstofoxiden) dan hebben we over drie tot vier jaar een compleet ander speelveld.’ Hij heeft dan ook een duidelijke oproep naar boeren: ‘Als je een beetje op de toekomst wilt zijn voorbereid, dan moet je serieus naar waterstof kijken. De vraag is niet óf er waterstof komt, maar wanneer. Waterstof wordt dé vervanger van fossiele brandstof om duurzame energie over de wereld te kunnen transporteren. Er zijn veel lokale initiatieven in de maak en dat is goed. Maar waterstof als groene energiedrager, dát is het grote potentieel van waterstof. We kunnen niet alles elektrificeren: zware machines, ook trekkers kun je niet met batterijen voortbewegen.’

gebruiken, waardoor de hoge kosten om van 350 bar naar 750 á 800 bar te gaan vermeden kunnen worden. Saat zou het liefst zien dat om te beginnen zoveel mogelijk biologische boeren in Nederland gaan overstappen op waterstof. En ondertussen maalt zijn hoofd door. Er ligt een subsidie-aanvraag om samen met Holthausen mobiele waterstofstations te realiseren, waardoor de mogelijkheden over te stappen op waterstof nog meer binnen handbereik komen. AKKER van het NOORDEN

21


FLEXIBEL DICHTBIJ BETROKKEN INNOVATIEF

Granen

Diervoeders Meststoffen Zaaizaden Gewasbescherming Advisering

Maak nu een afspraak met een van onze adviseurs voor een advies op maat! Hoogland BV Leeuwarden | Tel. : 0518411400 | www.hooglandbv.nl

Startmeststoffen

HumoStart Vloeibare startmeststof goed mengbaar met fungiciden en insecticiden

NUTRIENTS & ADJUVANTS

Granulaat startmeststof met zeer goed opneembare fosfaat en stikstof

Bladmeststoffen

E fficie-N -t

28

Speciale bladmeststof voor extra Kalium en Zwavel

Speciale stikstofbladmeststof met een hoog rendement

Adjuvanten

Guard Een unieke hechter / uitvloeier

www.agro-vital.eu

22

AKKER van het NOORDEN

Intake Verbetert spuitwaterkwaliteit

Agro-Vital, met minder input een goed resultaat

0561-433115


REPORTAGE

‘DOE MIJ MAAR DROGER JAAR’

Zo ziet slakkenvraat er uit.

‘PRIJS STIJGT WAARSCHIJNLIJK’

‘Een beetje moeizaam’, karakteriseert tafelaardappelteler Ane van Straten uit Slootdorp teeltseizoen 2021.

‘Teelt, ziektedruk, opbrengst, prijs, het loopt dit jaar allemaal ietwat stroever dan vorig jaar’, vat de Noord-Hollandse tafelaardappelteler Ane van Straten (47) teelt- en oogstseizoen 2021 samen. Tekst: Jelle Feenstra Foto’s: John Oud

Van Straten heeft een akkerbouwbedrijf in de Wieringermeerpolder met een bouwplan van ruim 100 hectare. In Slootdorp teelt hij tafelaardappelen voor Agrico, 35 hectare in totaal dit jaar. ‘De start was moeizaam, het was lang te nat. Pas half mei konden we planten. Normaal is dat half april.’ De teler vertelt dat het bedrijf al een aantal jaren nietkerende grondbewerking toepast. ‘Dat zorgt voor een betere capillaire werking van de grond. In droge jaren geeft dat voordelen, maar in natte jaren blijft de grond langer nat. Daar had ik dit jaar last van.’ Druk van phytophthora De groei verliep vanaf half mei redelijk voorspoedig. Maar door het koude en natte weer was er veel druk van phytophthora. ‘Ik heb dit jaar duidelijk meer middel moeten gebruiken om controle te houden.’

Tot zijn ongenoegen, want Van Straten investeert al een aantal jaren in opbouw van een weerbaardere bodem en afbouw van kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Zo gebruikt hij geen insecticiden meer. ‘Ik heb inmiddels de nodige hectares aan wintervoedselakkers, vogelakkers en akkerranden staan. Van het maaisel maak ik bokashi, dat ik gebruik, naast compost en vaste mest.’ Meer slakkenvraat De oogst verliep voorspoedig. Vanaf half september werden de tafelaardappelen in twee weken gerooid. ‘Toen was het heel droog en had ik juist weer voordeel van nietkerende grondbewerking. Ik hoefde eigenlijk niet te beregenen vanwege het betere vochtleverende vermogen van de bodem.’ Met meer dan 60 ton per hectare aan Milva’s viel de oogst op

‘De bodem is stevig en de prijs voor consumptieaardappelen kan eigenlijk alleen maar stijgen’, antwoordt bedrijfsadviseur Rutgher Steenbeek van Countus op de vraag of het een goed prijsjaar wordt. De export- en fritesindustrie in Noordwest-Europa kreeg vorig jaar een flinke tik van Covid-19. Dat werkte door in de uitbetalingsprijs voor tafelaardappelen: de retail kreeg namelijk ook ladingen fritesaardappelen aangeboden. Dit jaar zijn de prijsverwachtingen beter. Steenbeek: ‘Het areaal consumptieaardappelen in Europa is door Covid-19 wat gekrompen, terwijl de afzet van frites inmiddels weer vergelijkbaar is met het niveau van voor corona. Dus wij zijn positief gestemd.’ de lichtere gronden mee. Met Agria’s die de 50 ton niet haalden, viel de opbrengst op de zwaardere gronden echter tegen. ‘Het jaar 2021 kenmerkte zich door relatief koud weer, veel regen en minder zonuren en dat zie je terug op veel fronten. In 2020 was het veel droger en ging alles makkelijker. Zo heb ik ook beduidend meer slakkenvraat in de aardappelen. Doe mij in 2022 maar weer een droger jaar.’ AKKER van het NOORDEN

23


REPORTAGE

‘TUSSEN 70 EN 80 KNOLLEN Eind november wordt het eerste gesorteerde pootgoed van zo’n veertig collega-pootgoedtelers uit Noord-Friesland geleverd. Het gaat om zo’n zestig verschillende rassen, verdeeld over ruim 200 verschillende partijen. Het geleverde pootgoed is vooral prebasis- en basismateriaal, materiaal dus dat telers voor eigen vermeerdering gebruiken. De partijen variëren in omvang van één kist met miniknollen tot zestig kisten met S- of SE-pootgoed. De Friese bewaarspecialist, die zelf ook een klein akkerbouwbedrijf met 15 hectare pootgoed heeft en tijdens het teeltseizoen met selectiekarren op 450 hectare selectiewerk doet voor andere pootgoedtelers, werkt al vanaf de start met kiemremmer Talent. Hij biedt aardappelbewaring tegenwoordig uitsluitend nog aan in combinatie met Talent of ethyleen. ‘Omdat het zonde is om het niet te doen. Zeker in dit gebied, waar veel hoogwaardig plantmateriaal wordt afgeleverd. De potentie om meer knollen per meter te halen, wordt groter door poters te behandelen met Talent of ethyleen. Terwijl het ook meer knollen in afleverbare maat en meer knollen per meter oplevert.’

Dertien jaar geleden begon Johan Dijck in Nes, een dorpje boven Dokkum, heel voorzichtig met het aanbieden van kistenbewaring voor pootgoedtelers. Nu staat er een groot bewaarcomplex met een totale opslagcapaciteit voor 2.700 kisten. In zeven cellen wordt op verschillende temperaturen hoogwaardig stammateriaal bewaard en behandeld met Talent of ethyleen. Tekst: Jelle Feenstra Foto’s: Marcel van Kammen

24

AKKER van het NOORDEN

Drie temperatuurkeuzes In zes van de zeven cellen vindt Talent-bewaring plaats, de zevende cel is gereserveerd voor bewaring met ethyleen. Kiemlustige rassen, zoals de Innovator, worden bewaard in de koudste cellen, met een temperatuur van 6 tot 6,5 graad. Rassen met een lange kiemrust, zoals Fabula, Rudolph of Sylvana, gaan naar de warme cel van 8 tof 9 graden, zodat ze bij de start van het pootseizoen snel gaan kiemen. Het bewaren met Talent moet er vervolgens voor zorgen dat de poters ook meer stengels produceren. ‘Het principe is: Talent brandt de topspruit af en dan komen de andere spruiten los. Dat levert meer stengels. Hoe meer stengels, hoe meer knollen.’ Er is CO₂-afzuiging in de ethyleencel. In de Talentcellen vindt luchtverversing plaats via de luiken. Sinds vorig jaar biedt Dijck ook een cel aan met een bewaartemperatuur van 7 graden.


PER METER IS HET DOEL’ ‘Omdat er rassen zijn waarvoor 6,5 graden net te koud is en 8 graden net wat te warm. We zijn nog steeds aan het finetunen welk ras hoe het beste bewaard kan worden. Het is een zoektocht, waarvan het einde nog niet in zicht is’, zegt Dijck. Als voorbeeld noemt hij de Fontane. ‘Tot nu toe bewaarden we die in de koude cel. Maar we hadden toch het idee dat het ras daar iets te rustig bleef in kieming. Mede daarom bieden we telers nu de tussencel van 7 graden aan. Die iets hogere temperatuur zorgt ervoor dat Talent z’n werk ook beter kan doen.’ In de ethyleenbewaring – een bewaarregiem gebaseerd op celdeling - komen rassen die minder goed reageren op Talent, zoals Ivory Russet of Taurus. Het liefst zou Dijck ethyleenbewaring op twee verschillende temperaturen aanbieden, maar daarvoor is eerst meer massa nodig. In de cel wordt nu een temperatuur van 6 graden gehanteerd. Samenwerking met adviseurs Bij het bewaren werkt Dijck samen met bedrijven als TTW en Hoogland BV. Laatstgenoemd bedrijf levert ook de Talent en ethyleen. ‘In samenspraak met deze bedrijven probeer ik een goede selectie van de rassen per cel te krijgen. Hoogland bemiddelt met telers en doet de algemene advisering. Met TTW kijk ik nog wat ras-specifieker naar de beste bewaarstrategie en monitoren

‘FINANCIEEL RENDEMENT 10 TOT 15% HOGER’ Teeltspecialist Arjen Bijlsma van Hoogland BV ziet in de praktijk dat telers die bewaren met een natuurlijke kiemregulator 10 tot 15 procent meer financieel rendement halen ten opzichte van mechanisch koelen. Bijlsma zegt dat het gebruik van ethyleen en Talent een van de redenen is dat aardappelbewaring steeds vaker wordt uitbesteed. ‘Het werken met kiemregulatoren vraagt specifieke kennis. Bovendien hebben akkerbouwers vaak maar één cel met verschillende rassen, waarvan het ene ras misschien beter met ethyleen en het andere ras juist beter met Talent kan worden behandeld. Dan heb je dus meerdere cellen nodig. Dat geldt ook voor het bewaren onder verschillende temperaturen.’ Bijlsma constateert op basis van diverse onderzoeken dat iets doen altijd beter is dan niets doen. ‘Je moet alleen goed kijken naar het ras en bij welke behandeling deze het beste resultaat behaalt. Uiteindelijk heb je 1.000 tot 1.500 kilo extra opbrengst nodig om de extra bewaarkosten eruit te krijgen. Dat is vrijwel altijd haalbaar.’

Meer stengels is meer knollen

we gedurende de winter zaken als temperatuur, hoeveelheid middel, hoeveelheid CO₂ en luchtvochtigheid. Daar sturen we nauwkeurig op.’ Dijck laat niets aan het toeval over en

‘1 OF 2 KNOLLEN PER PLANT ERBIJ’ Pootgoedteler Tjeerd Jan Boomsma in Morra heeft jaarlijks zo’n honderd kisten eigen pootgoed in de bewaring staan bij Johan Dijck. Dit jaar gaat het om Talent-bewaring voor de rassen Innovator en Fabula en om etyhleenbewaring voor het ras Ivory Russet. ‘Mijn doel is om 1 of 2 knollen per plant meer te halen, waardoor ik meer pootgoed in de goede maten krijg.’ Ervaringen van zijn handelshuis HZPC, van collega-telers én van hemzelf sterken hem dat het uitbesteden van stammateriaalbewaring aan een specialist resultaat oplevert. ‘Ook omdat Johan erg secuur werkt.’ Boomsma ervaart wel dat de resultaten het ene jaar beter zijn dan het andere. Hij benadrukt dat dit niet met de bewaring te maken heeft. ‘Weersomstandigheden, verschillen per groeiseizoen en ook rassenkeuze spelen daarin een grote rol. Een ras als Spunta hoef je er niet heen te brengen, die zal niet reageren. Maar andere rassen juist des te meer. Het voordeel van uitbesteden aan een specialist is dat je een keus hebt in zowel middel als in temperatuur. Ik ben ervan overtuigd dat dat gemiddeld over de jaren voor betere resultaten zorgt.’

registreert met hulp van computers dagelijks zoveel mogelijk kengetallen. ‘Meten is weten. Hoe meer ik registreer, hoe meer kennis ik over bewaren vergaar. Het doel is meer leverbaar pootgoed. Volgens Dijck is bij sommige rassen een resultaat van 20% meer knollen haalbaar. ‘Ik streef ernaar pootgoed af te leveren dat in de betere rassen tussen de 70 en 80 knollen per meter produceert. Dan weet ik zeker dat telers een goede opbrengst in de maat halen.’ Amper mutanten meer Ook Dijck beweegt volop mee met veranderingen. Zo experimenteert hij in het behandelen van pootgoed tegen ziekten als zilverschurft en fusarium momenteel met vervangers voor Emesto, een toelating die binnenkort helemaal komt te vervallen. ‘Tot vorig jaar behandelden we alle plantgoed met Emesto, nu alleen nog de rassen die zilverschurftgevoelig zijn, de rest doen we met Diabolo Of Monarch. Dat gaat heel goed en bewijst dat niet elke verandering slecht is.’ Opmerkelijk is ook de constatering van Dijck dat er de laatste twee jaar nauwelijks nog mutanten uit de bewaring komen. Vaak wordt een relatie gelegd tussen een te hoog te CO₂-gehalte en mutanten. Dijck legt een link met het verbod op loofdodingsmiddel Finale. ‘Toeval of niet, sindsdien hebben we amper mutanten meer.’ AKKER van het NOORDEN

25


Krachtig tegen onkruiden in wintergranen in het najaar! • De sterkste tegen duist • Prima werking tegen andere grassen en breedbladige onkruiden • Toegelaten in voor- en na-opkomst

Voor meer informatie over Herold, bezoek agro.bayer.nl of vraag ernaar bij uw lokale distributeur en/of adviseur.

• Voorkomt onkruidconcurrentie vanaf het begin • Vergemakkelijkt de bestrijding van wortelonkruiden in het voorjaar • Mag ook in grondwaterbeschermingsgebieden

Gebruik gewasbeschermingsmiddelen veilig. Lees vóór gebruik het etiket en de productinformatie. AKKER van heteerst NOORDEN

26

• Past uitstekend binnen goed resistentiemanagement


NIEUWS

FOLIETEELT RUKT OP

KRIELTEELT OP 15 HECTARE

Dankzij folieteelt liggen er steeds vroeger Nederlandse aardappelen in de supermarkt.

Nederlandse supermarkten geven steeds vaker voorrang aan voedsel van eigen bodem. Agrico is als gevolg hiervan volop bezig met tafelaardappeltelers om het seizoen te vervroegen met de teelt van vroege rassen onder folie, maar ook met late rassen en rassen die langer bewaard kunnen worden. Tekst: Jelle Feenstra Foto: Gert Meinardi

Leo de Kock in Purmerend voorziet Albert Heijn van vers verpakte aardappelen. Deze worden voornamelijk geleverd door telers van Agrico. Albert Heijn streeft er naar om de klanten jaarrond aardappelen uit Nederland aan te kunnen bieden. Zo wil de supermarktketen de footprint verlagen en lokale productie stimuleren. ‘Een paar jaar geleden kwam zo’n 60% van de aardappelen uit Nederland, nu is dat ruim 80% en het doel is om zo snel mogelijk naar 100% te gaan’, vertelt Leo de Kock’s directeur Jan Bijleveld. Teelt onder folie Een van de manieren om de eerste Nederlandse aardappelen een aantal weken eerder in de schappen te krijgen, is de teelt onder folie. ‘We zijn dit jaar met acht telers met in totaal 35 hectare gestart met het telen van aardappelen onder folie’, vertelt operationeel manager bij Agrico Mark Zuidhof. Het doel was om in week 25 de eerste aardappelen te leveren.

‘Vanwege het koude voorjaar lukte dat niet helemaal. aardappelen lagen in week 26 in de supermarkt, nog altijd zo’n twee weken eerder dan normaal’, zegt Zuidhof. Het gaat dan om rassen als Doré, Frieslander, maar ook Erika en Artemis. Een andere manier is om het seizoen aan de achterkant te verlengen, door latere rassen of rassen te telen die langer bewaard kunnen blijven. ‘De Milva’s, Venezia’s en Levante’s gingen drie weken langer naar de kleinverpakkers toe. We zijn er dit jaar in geslaagd om het seizoen met in totaal vijf weken te verlengen, zodat er bij Albert Heijn minder importaardappelen in de schappen komen. Het doel is om daar het komende jaar zowel aan de voor- als de achterkant een paar weken bij te krijgen.’ Thoolse primeuraardappelen Een van de telers die dit jaar de vroege teelt voor Agrico verzorgde, is Rens de Wilde uit het Zeeuwse

Ook op andere fronten investeren Leo de Kock en Agrico in meer producten van Nederlandse bodem. Zo wordt er op proefvelden volop geëxperimenteerd met krielaardappelen. ‘Dit jaar teelden we drie rassen op drie verschillende locaties. Ook hier is het doel om een serieuze teelt in Nederland op te zetten en daarmee de import uit krielaardappellanden als Israël, Engeland en Frankrijk te verminderen’, vertelt Mark Zuidhof. Tholen. Het familiebedrijf doet al jaren de vroege teelt voor Agrico. De streek rondom Tholen staat bekend om z’n vroege aardappelen. Door de goede bodemstructuur kunnen de aardappelen in februari al gepoot worden. Vervolgens worden de aardappelen met speciale folie toegedekt om de groei te versnellen. Eind april zijn de aardappelplanten normaal gesproken voldoende ontwikkeld en wordt de folie verwijderd. Bij De Wilde, die dit jaar op 7 hectare Erika en Artemis teelde voor Agrico, ging de folie er eind mei pas af. ‘Door het koude voorjaar waren we aan de late kant. In week 25 waren de knollen groot genoeg en konden de aardappelen worden gerooid.’ De extra arbeid door voorkiemen, folie leggen, het rooien in 20-kilo kisten en een lagere hectareopbrengst, maken dat de kostprijs van vroege aardappelen voor de boer hoger liggen dan bij de late aardappelen. Daar staat ook een hogere opbrengst tegenover. ‘Dit jaar viel de opbrengst door het gering aantal zonuren niet mee’, zegt De Wilde. AKKER van het NOORDEN

27


REPORTAGE

‘HOGE ENERGIEPRIJS ONDER

Johan de Groene aan het werk aan de sorteerlijn in Rutten, waar de witlofpennen worden gesorteerd voordat ze de bewaring in gaan.

‘Het kan bijna niet uitblijven dat we binnen afzienbare tijd in een stevige recessie zitten’, waarschuwt Johan de Groene. De directeureigenaar van bewaarspecialist De Groene Agri BV in Rutten vreest dat sterk oplopende energieprijzen leiden tot wegvallende exportmarkten en een recessie. Tekst: Jelle Feenstra Foto’s: De Groene Agri BV en Niels de Vries

Het is druk aan de Gemaalweg 3 in Rutten. Transporteurs rijden af en aan met akkerbouw- en groenteproducten. Hier is een van de grootste koel- en vrieshuizen voor opslag en bewaring van landbouwproducten in Nederland gevestigd: De Groene Agri BV. De onderneming bewaart met behulp van beluchting, koeling of diepvries producten zoals pootaardappelen, wortelen, zaai- en plantuien, witlofpennen, kruiden en fruitbomen. Sommige producten worden ook gesorteerd en verpakt. De opslag vindt plaats in koel- en vriescellen, waar nodig met bevochtiging en ozon, op

28

AKKER van het NOORDEN

temperaturen variërend van -2 tot + 5 graden Celsius. 85% van de producten komt van telers uit Flevoland. Peen en witlof het grootst Winterpeen is qua volume het grootste bewaarproduct van De Groene Agri. Witlofpennen zijn qua omzet het grootste product. ‘Witlof is onze specialisatie. Hier staan vier lijnen, waar we witlof op maat sorteren voordat ze de bewaring in gaan. Alle witlofcellen hebben ozonbewaring om de schimmels goed te doden’, vertelt Johan de Groene (51), directeur-eigenaar van het bedrijf. Bij

de technische kant van het bewaren, werkt De Groene veel samen met teeltadviesbureau TTW uit OudeTonge. Zo adviseert dit bedrijf in de pootaardappelbewaring, waar volop wordt gewerkt met Talent en ethyleen. Bij witlof verzorgt TTW temperatuuren vochtmetingen en wordt samen met de betrokken bedrijven de beste bewaarstrategie bepaald. De Groene vertelt dat witlofbewaring specifieke kennis vraagt. ‘Witlof bewaren kost drie keer zoveel energie dan wortelen. Het is een product dat meer leeft en ademt. De bewaring komt heel precies. Koel je iets te koud, dan bevriest het. Is het iets te warm dan loopt het product uit. Het vocht dat je afvoert, moet je ook weer toedienen. Soms zit er ziek zit in een partij. Dan kun je bewaren wat je wilt, maar weet je: zo’n partij haalt het einde niet. Dan adviseren wij de witloftrekker om zo’n partij eerder te trekken. Het is dan goed om een onafhankelijke partij


MIJNT EXPORTPOSITIE’ als TTW erbij te hebben, die daarin kan adviseren.’ Volgens De Groene is bewaren vooral een kwestie van kennis opbouwen door eigen ervaring. Vijftig jaar De Groene De Groene Agri BV bestaat in 2022 vijftig jaar. Joop de Groene, de vader van Johan, begon in 1972 een akkerbouwbedrijf in de Noordoostpolder. Hij was een van de eerste polderboeren met witlof. Ook winterpeen zat vrijwel vanaf de start in het bouwplan. De bewaaractiviteiten begonnen toen hij een iets te grote bewaarschuur voor z’n eigen producten bouwde. De overtollige ruimte met ondergrondse koeling begon hij te verhuren aan collega-boeren met te weinig bewaarruimte. In de droge zomer van 1976 waren de uien en wortelen duur en was er veel vraag naar bewaring. In drie jaar tijd bouwde hij er drie gekoelde bewaarschuren bij. De opslag van akkerbouw- en groenteproducten in kisten voor derden groeide hard. In 1978 kwam daar onverwacht een tak bij. Een zuiveldirecteur reed toevallig langs het bedrijf. Hij stopte en vroeg of De Groene naast akkerbouwproducten ook boter en kaas wilde opslaan. Het betekende de start van Groenvries BV. FrieslandCampina is tegenwoordig de grootste klant van deze BV. Twee

veeziekten gaven het familiebedrijf een verdere boost. Bij de varkenspest in 1998 en de mkz-crisis in 2001 werd het bedrijf volop ingeschakeld voor het invriezen van kadavers. ‘Destructiebedrijven konden de aanvoer niet aan en beesten werden massaal ingevroren en onder andere bij ons bewaard’, vertelt Johan de Groene. Dit leidde tot verdere schaalvergroting. Zo groeide het kleine akkerbouwbedrijfje in vijf decennia

‘IK VIND DAT NEDERLAND HET GROTE BELANG VAN VOEDSELPRODUCTIE ZWAAR ONDERSCHAT.’ uit tot een groot familiebedrijf met drie takken: een akkerbouwbedrijf met nu ruim 180 hectare (De Groene Landbouwbedrijf Bant BV) , een koelen vrieshuis voor de opslag van boter, kaas en diepvriesproducten (Groenvries BV) én een koel- en vriesvrieshuis voor opslag en bewaring van akkerbouwen vollegrondsgroentegewassen (De Groene Agri BV). De broers Johan en Sander (49) voeren de directie van de drie bedrijven, terwijl ook Johan’s vrouw Arianne volop meedraait.

Groenvries BV en De Groene Agri vormen één bewaarcomplex, met 85.000 vierkante meter aan bewaring en 54 koelcellen. Voor klanten van De Groene Agri BV zijn er 75.000 kuubskisten beschikbaar. Op de daken liggen 30.000 zonnepanelen.

De drie bedrijven tellen samen 45 medewerkers, exclusief zzp’érs en uitzendkrachten. Zorgen over energiekosten Johan de Groene is blij met de ontwikkeling van het bedrijf. Toch kijkt hij ietwat onrustig naar de toekomst. ‘De stroomprijzen lagen altijd tussen de 4 en de 5 cent per kilowatt, nu betalen we tegen de 20 cent. Wij zien ons genoodzaakt 1 tot 2 cent per kilo product prijsverhoging te rekenen voor de bewaring. Maar ook de transportondernemer en andere partijen in de keten gaan meer rekenen. Dat vind ik een groot zorgpunt voor onze exportpositie. 80% van onze gewassen gaat de grens over. Het gevaar dat landen zelf meer gaan telen en eerst gaan voor het eigen product wordt een stuk groter.’ De Groene stelt dat alles waar veel energie in zit, duur wordt. ‘Afnemers betalen straks ineens 25 tot 50% meer voor hun eindproducten. Het is de vraag of de markt dat aan kan. De inflatie zorgt voor hogere personeelskosten. Een hoop bedrijven zullen aan de rem trekken, veel fabrieken zullen minder gaan draaien of helemaal stoppen. En zo krijg je een domino-effect van omvallende bedrijven en oplopende werkloosheidscijfers. Ik wil niet somber klinken, maar wel realistisch. Het kan bijna niet uitblijven dat we binnen afzienbare tijd in een recessie terecht komen.’ Meer natuur, minder akker Daarnaast baart de discussie over meer natuur, minder veeteelt en minder akkerbouw in Nederland hem zorgen. ‘De Brusselse vergroeningseisen koersen op 25 en misschien wel ruim 30% minder productie. Ik vind dat Nederland het grote belang van voedselproductie zwaar onderschat.’ Voor het bedrijf zijn deze ontwikkelingen reden om zich te oriënteren op het koelen van andere gewassen of producten. De Groene zal zich ongetwijfeld weten te redden. ‘Nee zeggen kennen we niet. Soms zeggen we ja, maar dan moeten nog uitvinden hoe we het gaan doen. Wij redeneren altijd: waar een wil is, is een weg.’ AKKER van het NOORDEN

29


Agrico de krachtige coöperatie die wereldwijd sterke innovatieve aardappelrassen levert die aansluiten bij de behoeftes van de lokale markt. Door innovatie legt Agrico de kiem voor kwaliteit. Daarnaast investeert Agrico continu in het vergroten van kennis en het delen ervan. Ketenbreed van kweker tot teler en van productmanager tot de klant van onze klanten. Op deze manier adviseren wij u hoe het beste uit de aardappel te halen is. Samen werken aan goede groei.

30 AKKER van het NOORDEN www.agrico.nl


REPORTAGE

‘PUZZELEN BIJ HET SPUITEN’

‘2E HELFT MOET HET DOEN’

De Hysky-uien van akkerbouwer Thea van Bavel startten traag, maar eindigden goed. Nu nog een goede prijs.

De gele zaaiuien op het akkerbouwbedrijf van Thea van Bavel (43) in Zeewolde groeiden mooi door dit jaar. Wel moest ze vaker met de spuit het land. Tekst: Jelle Feenstra Foto: Vito Calandra

Op basis van de voorlopige oogstraming gaat het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dit jaar uit van een totale bruto-uienoogst van 1,6 miljoen ton. Dat is bijna 20% meer dan in 2020. De groei komt door uitbreiding van het areaal met bijna 3.000 hectare tot in totaal 30.126 hectare. Ook wordt de hectare-opbrengst met gemiddeld 52,2 ton ruim 3 ton hoger ingeschat dan vorig jaar. Aan het begin van de herfst waren de prijzen nog zo slecht dat sommige telers zonder bewaring de uien lieten zitten. Inmiddels zijn de prijzen aangetrokken en hoopt Thea van Bavel dat aan het eind van de winter, als de uien weggaan, de prijs in de pool van Flevo Union toch minimaal 15 cent aantikt. Vorig jaar viel de prijs met 12 cent ietwat tegen, vooral door externe factoren als voldoende beschikbare transportcontainers. Pas eind mei de groei Van Bavel, ambassadeur van Team Agro NL, runt een akkerbouwbedrijf

met 60 hectare pacht. Jaarlijks teelt ze 10 hectare gele zaaiuien in een bouwplan dat dit jaar verder bestaat uit fritesaardappelen, wintertarwe, mais en tulpenverhuur. Op 31 maart werden de uien gezaaid. Net toen ze de beregeningshaspel uit de schuur wilde halen - zo droog was het de eerste weken - begon het eind april te regenen. ‘Ook daarna duurde het lang voordat het gewas de gang kreeg. Het was koud en op de schelpachtige grond bij ons werkt dat dubbelop. Pas vanaf eind mei kregen de uien echt de groei’, zo vertelt Van Bavel. Daarna groeiden de uien mooi door. Wel was extra waakzaamheid geboden: door warm weer en regelmatig regen groeide er veel loof. Dat zorgde voor extra ziektedruk, met name valse meeldauw. ‘Normaal spuiten we eens in de acht dagen, nu moesten we een paar keer om de vijf of zes dagen al weer. Daardoor werd het ook puzzelen bij het spuiten, omdat je vanwege de toelatingseisen sommige middelen

‘Het huidige prijsniveau voor uien is voorlopig het maximaal haalbare. Er moeten extra markten bijkomen om de prijs in de 2e helft van het afzetseizoen niet te laten zakken.’ Dat zegt bedrijfsadviseur Erik Arts van Countus. De uienopbrengst in Nederland is behoorlijk hoger dan vorig jaar. ‘Op dit moment is er ook wat meer export, maar nog niet voldoende om de extra opbrengst weg te krijgen. De 2e helft van het afzetseizoen moet het doen. Vorig jaar was de export in die periode matig, er zijn nog geen signalen dat het dit jaar meer zal zijn.’ niet onbeperkt mag gebruiken.’ Het lukte Van Bavel de Hysky-uien zonder kleerscheuren naar de finish te loodsen. Netto 60 ton per hectare Op 4 en 5 september werden de uien onder droge en zonnige omstandigheden gerooid. ‘Het is dan altijd even zoeken naar het perfecte tijdstip. Iets groener rooien kost kilo’s, maar helpt wel om de uien mooier uit de bewaring te krijgen. Ik denk dat we die balans wel aardig gevonden hebben.’ Netto kwam de opbrengst per hectare uit op 60 ton uien. ‘Dat is vergelijkbaar met vorig jaar. Ik ben daar tevreden over.’ AKKER van het NOORDEN

31


REPORTAGE

‘KRIJGEN WE VOLDOENDE

Niet meer ploegen, strorijke mest volledig benutten en grasland weren als rustgewas. Het zijn de uitdagingen die Kees en Anco van der Bos in Holwerd aangaan. ‘Anticiperen op nieuwe wetgeving en maatschappelijke wensen is een must. De vraag is alleen hoeveel tijd we krijgen om daar goed invulling aan te geven.’ Tekst: Sjoerd Hofstee Foto’s: Hans Sas en Marcel van Kammen

Ruim 40 ton bruto opbrengst aan pootaardappelen per hectare. Dat is de inschatting van Anco van der Bos over het afgelopen groeiseizoen. Hij en zijn vader Kees zijn er, gezien de lastige weersomstandigheden, tevreden mee. Zeker in het jaar dat ze voor het eerst de ploeg bijna volledig in de schuur lieten staan en voor het hele areaal van circa 100 hectare overstapten op niet-

32

AKKER van het NOORDEN

kerende grondbewerking (NKG). Pootaardappelen, hoofdzakelijk stammenteelt, is de belangrijkste teelt voor de maatschap en jaarlijks benutten ze nu zo’n 40 hectare daarvoor. Suikerbieten gingen op 20 hectare de grond in. Daarnaast telen ze 25 hectare brouwgerst en 4 hectare uien. ‘De bieten leverden anders gemiddeld 80 ton per hectare op, nu 70 ton. Ook

de zomergerst viel met 6.700 kilo ruim 2 ton lager uit dan de meeste andere jaren’, vertelt Anco. ‘Maar dat ligt niet aan de andere bewerkingsmethode. Sowieso ploegden we al niet voor het zaaien van granen en we weten allemaal dat dit qua weer een uitdagend jaar was.’ Extensiever bouwplan Ondanks het zeer uitdagende groeiseizoen zijn de maten tevreden: ‘De opbrengstprijzen zijn meest prima tot goed.’ Dat vertrouwen en goede prijzen kunnen ze ook goed gebruiken, nu er dus actief nieuwe stappen worden gezet in het verduurzamen van hun teelt. Ze werken toe naar een extensivering van het bouwplan, waarbij


TIJD OM TE ANTICIPEREN?’ ECOLANA OVER OP NIEUWE GENERATIE De akkerbouwers Kees van der Bos en Jan Idsardi, melkveehouder Frans Antonides en schapenhouder Johannes van Sinderen startten in 2001 met hun samenwerkingstraject Ecolana. Doel was, naast gronduitruil, om met elkaar beter op groene en blauwe diensten in te kunnen zetten en de potentiële kansen op dat terrein beter te kunnen benutten. Gezamenlijk hebben de vier bedrijven 360 hectare teeltbare grond rond Holwerd en Ternaard in gebruik en 50 hectare buitendijks waar vleesvee wordt gehouden. Na twintig jaar heeft Kees van der Bos de voorzittershamer recent overgedragen aan Klaaske van Sinderen. Met Anco van der Bos en de broers Sake en Gerardus Antonides vormt zij de nieuwe generatie die de bedrijven overneemt en daarmee ook de leiding over Ecolana. De jonge generatie zet de samenwerking bewust voort vanuit economisch oogpunt, maar zeker ook voor hun imago als duurzame vooruitstrevende agrariërs. ‘Samen krijg je meer voor elkaar en kun je je boodschap vaak ook beter uitdragen’, stelt Anco van der Bos. Op economisch vlak wordt naast de grondruil momenteel ingezet op onder andere plas/dras-gebieden, amfibiepoelen, rietkragenbeheer en wordt er gewerkt aan de opzet van een voedselbos. ‘Aan akkerrandenbeheer doen we nog wel mee op eigen initiatief, maar niet meer voor een vergoeding’, vertelt Kees van der Bos. ‘Elke foutje of tekortkoming wordt meteen als economisch delict aangemerkt. Dat overkwam ons meer dan eens de afgelopen twintig jaar en kostte meerdere keren duizenden euro’s. Dat geld en de irritatie is het ons niet waard.’

Anco van der Bos: ‘Optimale resultaten van NKG worden pas na 6 tot 7 jaar verwacht. Het is nu nog een zoektocht. Dat geldt net zo goed voor de keuze van groenbemesters.’

ze bij de poters een regime van 1:4 willen hanteren. Daarnaast is afgelopen jaar circa € 100.000 geïnvesteerd in opslag van strorijke mest en machines om dit goed te kunnen benutten. ‘De keuze om met strorijke mest te gaan werken, komt onder andere voort uit onze samenwerking met een buurman-melkveehouder onder de noemer Ecolana (zie kader). Sinds 2011 heeft hij een co-vergister in gebruik en wij hebben de jaren erna zijn digestaat op onze percelen ingezet. Naar ons idee werkt dit echter niet goed’, vertelt Anco. ‘Bij frequent gebruik tast het de biologie in de bodem te veel aan.’ Toen de melkveehouder een aantal jaren geleden aangaf te willen uitbreiden en een nieuwe stal te gaan

bouwen, kwamen vader en zoon Van helaas slechts op twee percelen’, der Bos dan ook met hem overeen dat vertelt Anco. het een stal met strostalmest moest In het voorjaar wordt dan circa twee worden. weken voor het zaaien van uien en De vergunning voor de nieuwe suikerbieten ook vaste mest over die melkveestal is echter nog niet rond percelen gereden en het areaal voor de terwijl vader en zoon Van der Bos poters gemulched met een Geohobelhiermee wel verder wilden. ‘Vanuit de machine die de toplaag tot 8 centimeter regiodeal Noordomwoelt. ‘Voed Nederland kregen de bodem steeds we de kans mee met kleine porties; ‘DIGESTAAT TAST DE dat is de gedachte te doen met een vierjarige proef om BODEMBIOLOGIE TE hierbij’, licht Anco strorijke vaste mest toe. ‘Met deze VEEL AAN’ op het veld te mogen nieuwe manier van brengen, zonder werken hopen we de verplichting dit het waterbufferend onder te moeten werken. Nu kopen vermogen van de bodem te verhogen. we de mest eerst op de markt aan Daarnaast verwachten we dat de totdat we de stromest van de buurman draagkracht verder verbetert en spelen kunnen gebruiken’, vertelt Kees van der we reeds in op de mogelijkheid om Bos. Daarbij is de overstap gemaakt voor CO₂-opslag betaald te krijgen.’ naar NKG. Op graanpercelen wordt direct na de oogst een groenbemester Maatschappelijke bemoeienis gezaaid en daar komt 7 tot 7,5 ton Zijn vader vult aan dat ze door deze stromest per hectare bij. De percelen inzet ook beter klaar zijn op het waar pootaardappelen werden gerooid, toekomstige GLB. ‘Wij telen elke vier krijgen ook een groenbemester en jaar al een rustgewas en doen nu extra stromest toegediend, tenminste als het stappen door niet meer te ploegen weer het toelaat. ‘Dat lukte dit najaar en meer organische stof in de bodem AKKER van het NOORDEN

33


REPORTAGE

weet Anco. ‘Optimale resultaten van NKG worden pas na 6 tot 7 jaar verwacht. Dat vergt geduld. En het is nu nog een zoektocht. Dat geldt net zo goed voor de keuze van groenbemesters. Je wilt een snelle en diepe beworteling, maar na de winter zo weinig mogelijk groen aan de oppervlakte overhouden. Terwijl niemand weet wat het weer doet. Onze ervaring is dat een gemengde groenbemester met vlas, phacelia en haver het beste uitpakt.’

Kees van der Bos: ‘Het scheelt dat wij het financieel kunnen dragen om de weg van verduurzaming in te slaan. Dat is essentieel, want het houdt nogal wat in.’

te brengen. Daarvoor gebruiken we dus stromest en brengen we het kunstmestgebruik jaar op jaar verder terug; op de pootaardappelen zitten we inmiddels op een niveau onder de 50 kilo N basisgift uit kunstmest. Al deze inzet wordt in de toekomst vast vereist en hopelijk ook beloond. Sowieso zijn wij ervan overtuigd dat de bemoeienis vanuit de maatschappij, en daarmee de druk op het gebruik van veel middelen, alleen maar verder toeneemt. Bijvoorbeeld de discussie rond gebruik van chemie en een relatie met chronische ziektes, gaat ons als telers verder raken. Daar moeten wij wel op anticiperen. Mijn grootste zorg daarbij is: krijgen we voldoende tijd van politiek en maatschappij om te kunnen anticiperen?’ Extra kosten Hij vult aan dat het scheelt dat zij het financieel kunnen dragen om deze weg in te slaan. ‘Dat is essentieel, want het houdt nog wel wat in. De investering van circa € 100.000 in mestopslag

34

AKKER van het NOORDEN

en NKG-machines is één ding, maar daaroverheen komen nogal wat variabele kosten. Denk aan gemiddeld € 90 per hectare zaaizaad voor de groenbemesters; een uur per hectare werk aan het inzaaien daarvan; € 4 à 5 per ton stromest; een uur werk per

‘OP DISCUSSIES ROND CHEMIE IN RELATIE TOT CHRONISCHE ZIEKTEN MOETEN WIJ WEL ANTICIPEREN’ hectare aan stromest uitrijden en extra dieselkosten. Tegenover die laatste post staat dat we niet meer ploegen, maar het telt snel op. Daar komt nog bij dat wij ons wat hebben verkeken op het extra werk dat je hebt, precies in de periode dat we ook druk zijn met de oogst.’ Het hele proces is ook even wennen,

Gras geen rustgewas De NKG en strorijke mest zijn ingrijpende veranderingen, maar dat geldt ook voor een ingreep in hun bouwplan. Na jarenlang gras van de buurman als rustgewas te hebben benut, hebben Kees en Anco besloten dat niet langer te willen. ‘Wij zijn tot de conclusie gekomen dat grasland, benut voor de melkveehouderij, een te intensieve teelt is om als rustgewas in ons bouwplan toe te passen. Het gras wordt per groeiseizoen meerdere keren gemaaid en bemest. Verdichting van de grond ligt vaker op de loer en de mineralenstroom is dermate hoog dat je ook moeilijk van een rustgewas kunt spreken. Voor onze collegamelkveehouder is gras vanzelfsprekend een essentieel onderdeel in zijn bouwplan dus de discussies hierover zijn best lastig en pittig. De uitruil van grond is voor beide partijen dermate interessant dat we hier ook zeker mee door willen, alleen wel op een andere wijze.’ In samenwerking met Wageningen UR is een project opgezet om te onderzoeken wat het best passende bouwplan is in een samenwerking tussen melkveehouder en akkerbouwer. ‘We kijken samen naar de mogelijkheden van vlinderbloemige eiwitgewassen’, vertelt Anco. ‘Je kunt denken aan lupinen, veldbonen of erwten. Potentieel zijn dat gewassen die de melkveehouder ook kan benutten voor zijn koeien. Maar eerlijk gezegd zijn we nog niet overtuigd of dergelijke gewassen qua opbrengst en prijs voldoende kunnen concurreren tegenover een graangewas. Ook om die reden is het goed dat wij hierbij ondersteuning vanuit de WUR krijgen, want ook dit is echt nog een zoektocht die de komende jaren de nodige uitdagingen met zich meebrengt.’


GROUP

Agriton, alles voor een natuurlijk evenwicht. Daar zijn wij voor onze klanten constant naar op zoek. Wij ontwikkelen en sourcen producten die helpen om de natuurlijke balans te behouden of zelfs te verbeteren in de kringloop tussen bodem, plant, dier en mest. Voor de professionele gebruiker en voor de consument. Samen met jullie blijven we werken aan een steeds verdere verduurzaming van de agrarische sector en onze leefomgeving. Kennisoverdracht, onderzoek en ontwikkeling zijn de pilaren waar Agriton al jaren op bouwt.

www.agriton.nl

0561-433115

www.agriton.eu

Agriton, alles voor een natuurlijk evenwicht

AKKER van het NOORDEN

35


Is uw (asbest)dak aan vervanging toe? Vraag eenvoudig een vrijblijvende offerte op. Specialist in daken gevelsystemen Renovatie Nieuwbouw Sandwichpanelen Golfplaten Asbestsanering Zonnepanelen

Met nieuwe sandwichpanelen of golfplaten kan uw dak weer jaren vooruit. Wij

ontzorgen u graag van A tot Z in het hele proces. Nieuwe beplating biedt daarnaast ook kansen voor de toekomst, door bijvoorbeeld het plaatsen van zonnepanelen. Wij advise-

ren u graag over de beste dak -en/of wandoplossing voor uw persoonlijke situatie. Vraag op onze website in 2 minuten een offerte op.

WWW.MIDDENDORPMONTAGE.NL/OFFERTE 36

AKKER van het NOORDEN

MIDDENDORP MONTAGE

Krollerweg 11

3774 RG Kootwijkerbroek

T 0342 - 442 008