Page 1

NUMMER 4 | Juni 2018

AKKERBOUW OP ZOEK NAAR NIEUWE IDENTITEIT AKKER van het NOORDEN

1


2

AKKER van het NOORDEN


Proloog

Inhoud

GEMENE BUITENWERELD Boeren voelen zich het pispaaltje van Nederland. Dat blijkt uit de Staat van de Boer, het grootste opinieonderzoek ooit gehouden onder boeren. Bijna 2300 boeren en boerinnen vulden de vragenlijst in. 80 procent voelt zich niet gewaardeerd door de consument, 92 procent vind dat de politiek agrarische ondernemers links laat liggen en 90 procent zegt dat de media de boer keer op keer aanwijst als zondebok. 92 procent voelt zich achtervolgd door onjuiste aantijgingen van maatschappelijke organisaties. Veel duidelijker kunnen cijfers niet worden. Uit persoonlijke toelichtingen druipt frustratie, boeren voelen zich niet gehoord, er wordt vooral over hen gepraat. Nu bleef de akkerbouw lange tijd redelijk buiten schot, maar de sector moet er in de discussies over glyfosaat, insectensterfte en akkervogelbeheer inmiddels ook aan geloven. Wat moeten boeren doen om burgers weer met een goed gevoel naar hen te laten kijken? De spuit in het museum zetten? Anders omgaan met de bodem? Groene energie opwekken? Werken aan biodiversiteit? Natuurinclusief worden? Klimaatneutraal produceren? Dit blad staat bol met verhalen van akkerbouwers die stappen proberen te maken. Ze werken aan herwaardering van hun bedrijfsvoering. Of gaan op basis van feiten de confrontatie aan met de boze en vaak ook inderdaad best gemene buitenwereld. Sommige stellen hun bedrijf open, anderen werken aan Milieukeur en er zijn boeren die richting biologisch gaan. Dapper. De verhalen tonen aan dat boeren echt wel willen. De liefde moet echter wel van twee kanten komen. Dit betekent een markt en een maatschappij die betalen voor waarden die ze graag willen zien. En een politiek die afstapt van haar hapsnapbeleid en een stevig koers uitzet voor twintig jaar. Hoe ons voedselsysteem eruit moet zien en welke rol de Nederlandse landbouw daarin vervult. Daar kunnen boeren wat mee, op weg naar nieuwe waardering. Nu blijft het vooral zoeken. Jelle Feenstra, hoofdredacteur jfeenstra@langsdemelkweg.nl

Colofon Deze uitgave van Akker van het Noorden is gemaakt in partnerschap met zeven bedrijven. Te weten: Agrico, Agro-Vital, Countus, Hoogland BV, Homburg Holland, Niscoo en TTW. Uitgever: Persbureau Langs de Melkweg in Sneek. Adres uitgever: Persbureau Langs de Melkweg, Postbus 217, 8600 AE Sneek. Telefoon: 0515-429876. E-mail: redactie@langsdemelkweg.nl Redactie: Sjoerd Hofstee en Jelle Feenstra Verder werkten mee: Niels van der Boom, Wiebe Dijkstra, Egbert Jonkheer en Henk Kamps. Foto-cover: Henk Marks Vormgeving: Huossam Diab Druk: Senefelder Misset Doetinchem

Verspreiding: Dit magazine wordt door Sandd verspreid onder akkerbouwers en agribusiness in Drenthe, Groningen, Friesland, Flevoland, Overijssel en Noord-Holland. Wilt u dit magazine bij een volgende uitgave niet meer ontvangen dan kunt u dit aangeven bij de uitgever via redactie@langsdemelkweg.nl. Overname van artikelen is alleen toegestaan na toestemming van de redactie. Hoewel aan de samenstelling van de inhoud de meeste zorg is besteed, kan de redactie geen aansprakelijkheid aanvaarden voor mogelijke onjuistheden of onvolledigheden. Alle auteursrechten en overige intellectuele eigendomsrechten ten aanzien van (de inhoud van) deze uitgave worden nadrukkelijk voorbehouden. Deze rechten behoren bij Persbureau Langs de Melkweg c.q de betreffende fotograaf. Artikelen uit deze uitgave mogen uitsluitend verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt na schriftelijke toestemming van Persbureau Langs de Melkweg.

4/5/7

8-9

11

‘Rendement is meer dan cijfers alleen’ Hoogland: innovatieve verbinder van twee sectoren

’30 procent minder middel’

12/13

Akkerbouwers slaan nieuwe wegen in

15

‘we moeten vooruit bewegen’

16/17/18

‘Oogkleppen op en vrolijk door met slopen van de bodem’

19

Exact zaaien op snelheid

21

‘Sterk tegenwicht nodig’

22/23

‘Agriton en Agro-vital versterken elkaar in bodemgezondheid’

24-25

Staat de akkerbouw met 1-0 achter?

26

Opnieuw aan de bak na hoosbui

AKKER van het NOORDEN

3


Reportage

‘RENDEMENT IS MEER

Ruim twintig jaar boert akkerbouwer Joost van Strien nu biologischdynamisch op zijn bedrijf in Ens, in de Noordoostpolder. Teeltrotaties, mechanisatie en nieuwe ideeën en gewassen zijn een continu proces. ‘Je blind staren op gewassaldo’s is niet de weg.’ Tekst en Foto’s: Niels van der Boom

Joost van Strien nam in 1992 het gangbare akkerbouwbedrijf van zijn schoonmoeder over. Het pachtbedrijf telde 48 hectare en bezat geen machines. De buurman voerde alle werkzaamheden uit. Schoonvader overleed reeds op jonge leeftijd. In 1997 werd 12 hectare omgeschakeld. De rest volgde in etappes. Zonnegoed omvat nu 90 hectare biologischdynamische akkerbouwgrond. Bijzonder, voor iemand die niet de ambitie had om boer te worden. ‘In Wageningen heb ik plantenziektekunde gestudeerd. Je duikt dan op microniveau in de plant. Dat staat ver van de praktijk’, aldus Van Strien. ‘Tijdens de lessen voor het vak alternatieve landbouw werd ik enthousiast gemaakt door diverse sprekers. De holistische benadering sprak mij aan. Volledige afhankelijkheid van chemie heeft me altijd tegengestaan. Mede door overheidssteun

ontstond in 1997 en 1998 een omschakelgolf. Daar zat ik bij. Voor een subsidie werd ik uitgeloot maar een puur economische motivatie heb ik nooit gehad. In die jaren was er weinig ervaring. DLV heeft me goed ondersteund. Toch zijn er ook

Biologisch-dynamisch akkerbouwer Joost van Strien, gelukkig op zijn bedrijf.

4

AKKER van het NOORDEN

slechte jaren geweest. Tussen 2003 en 2005 waren de prijzen laag en waren er misoogsten. Een moment spijt heb ik nooit gehad.’ Rijpadensysteem Vanaf de start is Van Strien bezig geweest met de bodem. Ook in de gangbare jaren. In 2005 volgde een belangrijke stap, door fors te investeren in een rijpadensysteem. Samen met twee collega’s schafte hij trekkers op 3,15 meter spoorbreedte aan en werden alle werktuigen gemoderniseerd. ‘Eén van de collega’s ontwikkelde een systeem waarbij alle fijnzadige gewassen op ruggen worden afgedekt met een laagje compost. Dat onderdrukt het


DAN CIJFERS ALLEEN’ onkruid. Inmiddels is één bedrijf gestopt en zijn we met twee bedrijven verder gegaan. De seizoensrijpaden gebruiken we tot de oogst. Dat blijft een lastig punt waar hopelijk een vervolg aan wordt gegeven.’ Afgelopen seizoen gingen alle percelen groen de winter in. Een volgende stap in de bodemgedachte. ‘Sinds de omschakeling in 1997 werk ik met een ecoploeg en werd maximaal 16 centimeter diep geploegd. Nu ben ik gestopt met ploegen. Een klepelmaaier, snijcultivator en schijveneg zijn de belangrijkste machines. Dat vergt andere groenbemesters. Gras, bladrammenas en rogge zijn vervangen door vorstgevoelige mengsels. Grasklaver telen zonder ploegen is een uitdaging, maar wel mijn belangrijkste gewas. Het is de motor van mijn bouwplan, terwijl puur cijfermatig gezien de opbrengsten het laagste zijn.’ Rotatie acht jaar Het huidige bouwplan omvat een rotatie van acht jaar. Na twee jaar gras-klaver of luzerne volgen pompoenen, peen en pastinaak, erwten, rode bieten, suikermaïs of kool en aardappelen. ‘Ik maak een plan voor 16 jaar, maar het gewas wijzigt continue. Rode bieten zijn een nieuw gewas. Spinazie en uien verdwenen. Dit laatste gewas vergt veel wieduren. Dat past niet in de planning. Het seizoen start rustig

in april. In mei is het meeste gezaaid en gepoot. In juni volgt het wiedwerk. Met uien ben je in mei al volop met de onkruidbestrijding bezig. Wanneer het mogelijk is om te oogsten op vaste rijpaden moet ik misschien opnieuw veranderen. De oogst van peen is vaak laat. Dit is het enige gewas waarna geen groenbemester gezaaid kan worden. Afgelopen jaar ging dat goed. Het bouwplan verandert continue vanwege nieuwe ideeën en ervaringen. Ik heb een goede accountant, die vooral fiscaal en juridisch meedenkt. Bij het bouwplan kijk ik uiteraard naar saldo’s, maar behoud of verbeter liever de bodemvruchtbaarheid. Dat is altijd leidend.’ Van Strien heeft geen vee op zijn bedrijf. ‘Behalve dan de wormen’, lacht hij. ‘Ik heb een samenwerkingsverband met een biologische veehouder. Hij neemt gras-klaver af in ruil voor rundveedrijfmest en stalmest. Vanwege bodemgezondheid ben ik gestopt met drijfmest. Over de kwaliteit van de stalmest was ik niet tevreden. Die koop ik aan. Zelf vee houden zie ik niet zitten. Een samenwerking heeft de voorkeur. Naast de dierlijke mest werk ik met maaimeststoffen. De gras-klaver wordt gemaaid en op een ander perceel uitgereden. Het is een goed alternatief, maar financieel minder aantrekkelijk. Gras-klaver verkopen en mest aankopen levert meer op. Echter,

de mineralenkringloop is zo gesloten.’ Stabiele bodem Arbeid is bij Zonnegoed geen probleem. ‘Ik heb één vaste medewerker en een stagiair van de Warmonderhof’, schetst hij. ‘Daarnaast een vaste club van vijf Poolse wieders. In piekperiodes huur ik een ZZP’er en uitzendkrachten in. Mijn bouwplan heb ik ingericht op de arbeidsbehoefte. Na twintig jaar kan ik zeggen dat de onkruiddruk beduidend lager ligt. Probleemonkruiden uit mijn gangbare jaren zijn verdwenen. Melde, muur en akkermelkdistel kwamen terug. Hoefblad was een groot probleem op de thuiskavel. Na twee jaar grasklaver verdween die volledig. De wortelexudaten helpen het bestrijden. De bodem heeft rust gekregen. Toen ik begon bedroeg het gehalte organische stof op deze lichte zavel gemiddeld 2,2. Nu is dat 2,9. Dit scheelt enorm in verslemping van de bodem. De structuur is merkbaar verbeterd en de beschikbaarheid van stikstof verhoogd, waardoor een stabiel ecosysteem ontstaat. Alles is in evenwicht.’ Waardering De prijzen van biologische producten zijn de laatste jaren goed. Naast de financiële waardering haalt Van Strien voldoening uit de maatschappelijke waardering. ‘De biologische consumptie groeit jaarlijks zo’n 10 vervolg op pagina 7

AKKER van het NOORDEN

5


Melkweg_Bokashi-Lasagna-advertentie_188x132_2017.pdf 1 17-10-2017 10:13:57

Groeien naar precisie - risico-inventarisatie - bodemvruchtbaarheid

P

e erc

elana

lyse

Ra s

Increase your growth

TTW

eke

- rassenadvies op basis van historie perceel en teeltdoel - bemesting afgestemd naar behoefte = gezonde groei

sting beme

Bewaring, p r ep ara

ifi ec

t ie

sp

- sturen op temperatuur en RV - sorteren - bewerken

en

t gs Oo

rin g

akker- en tuinbouwcoach voor teelt en bewaring

on

ito

eindbepaling kwaliteit, aantal, maat, gewicht etc.

Yield ToDay - regelmatig opbrengstprognose (YTD) - grip op gewasgroei - grip op gezondheid

6

AKKER van het NOORDEN

m as w Ge

- bezoekinterval - gewas nutriënten - bodem nutriënten - groeimodellen - klimaatmeting - integratie

meten, wegen en tellen gewasonttrekking plantbeschikbare elementen sturen op de groeilijnen en parameters vocht, temperatuur, RV, straling GPS, remote- en nearsensing


Reportage

‘SALDO BIOLOGISCH BEDRIJF RUWWEG 50 PROCENT HOGER’ Het saldo van een biologisch akkerbouwbedrijf in Flevoland ligt circa 50 procent hoger dan dat van een gangbaar akkerbouwbedrijf. Dat blijkt uit een analyse van de bedrijfseconomische cijfers over de afgelopen vijf jaar. Akkerbouwcijferspecialist Jan Lucas Spijkman van Countus maakte de analyse. In vergelijking met een bedrijf met consumptieaardappelen bedraagt het saldoverschil 70 procent, bij pootaardappelbedrijven is het saldoverschil kleiner. Gemiddeld komt het uit op 50 procent. Saldo in deze is: de bruto-omzet min zaai- en pootgoedkosten,

bemestingskosten, gewasbeschermingskosten en overige kosten. Brandstof- en arbeidskosten zijn niet meegenomen. ‘Typerend voor biologische bedrijven zijn de hogere kosten voor arbeid, machines en werktuigen. Grofweg kun je stellen dat de bewerkingskosten per hectare dubbel zo hoog zijn als op een gangbaar bedrijf’, zegt Spijkman. Het verschil wordt veroorzaakt door de betaalde arbeid. Die liggen boven de € 1.000 per hectare. Ook hier is de spreiding groot, afhankelijk van het bouwplan.

procent. Het overgrote deel blijft export. Ik ben bewust bezig met de CO²-uitstoot op mijn bedrijf en kijk ook bewust naar het transport naar de consument, maar regionale afzet blijft lastig in Nederland. Het hogere gehalte OS betekent meer koolstof in de bodem. Onkruid branden gebeurt niet langer. Zo boer je klimaatneutraal of zelfs positief. Een financiële prikkel voor deze manier van boeren zou mooi zijn. Ik snap dat zoiets niet altijd haalbaar is.’ Langetermijnvisie De ondernemer merkt dat collega’s meer interesse tonen. ‘Ieder jaar lever ik een bijdrage aan de oriëntatiecursus. De bewustwording dat het anders moet stijgt. Kijk naar het gebruik van groenbemesters. Anderzijds komen in de biologische landbouw steeds meer middelen beschikbaar om ziektes en plagen te bestrijden. Gangbaar en biologisch groeien naar elkaar toe. Er wordt steeds meer naar de bodem gekeken. Ook op gangbare bedrijven. De langetermijnvisie ontbreekt echter vaak. Uiteraard zijn er bedrijven die dat wel duidelijk voor ogen hebben. Radicale wijzigingen zijn vereist. Extensivering van het bouwplan bijvoorbeeld. Voor Veldleeuwerik heb ik een rekenmodel gemaakt. Die toont aan dat extensivering geen geld hoeft te kosten. Op de lange termijn levert het rendement op. Dat kan al na twee tot vijf jaar. Je blindstaren op gewassaldo’s is geen oplossing. Naast het jaarrond groen houden van de percelen heb ik een houtwal met bomen aangelegd, kruidenstroken en akkerranden om insecten aan te trekken. Het past allemaal binnen het stabiele ecosysteem op mijn bedrijf. Bovendien ben ik ook nog eens veel gelukkiger wanneer ik over het bedrijf loop.’

Het bouwplan is ingericht om op arbeid te besparen. In juni wordt geschoffeld en gewied. Onkruid branden gebeurt niet langer om de CO² -voetafdruk te verlagen.

Op Zonnegoed wordt sinds dit seizoen niet meer geploegd. De nieuwste stap in de bodemfilosofie van Van Strien. Na 20 jaar is een stabiel ecosysteem ontstaan. AKKER van het NOORDEN

7


Interview

HOOGLAND BV: INNOVATIEVE

Hoogland BV in Leeuwarden groeide dankzij innovatieve concepten de afgelopen zes jaar stormachtig: de jaaromzet verdrievoudigde naar € 35 miljoen. Directeur Camiel Hoogland constateert dat de akkerbouw in Noord-Nederland op weg gaat naar beduidend minder chemie en meer plant- en bodemgezondheid. ‘En er komt ruimte voor regionale marktconcepten met een lage CO²-footprint.’ Tekst: Jelle Feenstra Foto’s: Marcel van Kammen

Een Groninger akkerbouwer stapt het kantoor van Frieling Granen in Westernieland binnen. Hij vraagt om een bladvoedingsproduct voor een van zijn aardappelpercelen. Directeur Camiel Hoogland kan een lach niet onderdrukken en zegt: ‘Ik vertel deze journalist net dat de akkerbouw in Noord-Nederland aan het veranderen is. Telers laten de spuit vaker staan, kijken kritischer naar het bodemgebruik en schuiven op naar teelten met minder chemie en meer natuurlijk hulpmiddelen, zoals mineralenmengsels, sporenelementen en bladvoedingsproducten. Jij onderstreept dat nu mooi even.’ Tegenover Camiel Hoogland zit Louw Hoekstra, teeltadviseur bij Hoogland BV. Het gesprek gaat over ontwikkelingen in de Noordelijke akkerbouw en dit is er zo een. Van veel spuiten om de plant te beschermen

tegen ziektes naar het toedienen van middelen op natuurlijke basis die de planten zo weerbaar maken. ‘Nog lang niet iedereen is zo ver, maar de groep die bewuster kijkt naar bodemen plantgezondheid wordt groter’, constateert Hoekstra. Hij merkt het aan de animo voor het door Hoogland BV opgezette project Mineralen in Balans. Hierin wordt gekeken naar wat je met goede behandeling en bemesting van de bodem in combinatie met mineralenmengsels en sporenelementen kunt doen om bodem en plant in optimale conditie te krijgen. Het project startte vorig jaar met vier telers, dit jaar zijn het er 22 en inmiddels is er een wachtlijst voor het vervolg. Enthousiast vertelt Louw Hoekstra over het project. Hoe telers met hulp van grond- en gewasmonsters de tekorten vaststellen en vervolgens

met bladbemesting en samengestelde mineralenmixen sturen op de minerale inhoud van de plant. Ook het verminderen van chemische bespuitingen is een doel. ‘Het eerste jaar 30 procent minder middel, het tweede jaar 60 procent en dan zien hoe ver je komt.’ De eerste twee telers zijn zo ver dat ze dit jaar chemievrij graan telen. ‘In andere gewassen proberen we die kant ook op te gaan’, vertelt Hoekstra. Hij benadrukt dat rassenkeuze en het gebruik van de juiste groenbemesters essentieel zijn, om deze weg überhaupt te kunnen gaan. ‘Het is een weg die niet zonder risico is.’ Stormachtige groei Hoogland BV is een in- en verkooporganisatie op gebied van diervoeders, meststoffen, gewasbescherming, zaaizaden en granen. Het is een echt familiebedrijf met inmiddels 33 medewerkers (circa 25 fte), verspreid over de vestigingen in Leeuwarden en Westernieland. Directeur is Camiel Hoogland, de vijfde generatie van de familie Hoogland. Het bedrijf groeide de afgelopen zes jaar stormachtig. De jaaromzet verdrievoudigde in deze periode naar € 35 miljoen. Ongeveer tweederde van de omzet wordt gemaakt in de

Directeur Camiel Hoogland (rechts) en adjunct-directeur Andries Sneep op de locatie Leeuwarden. Op zaterdag 30 juni is hier open dag.

8

AKKER van het NOORDEN


VERBINDER VAN TWEE SECTOREN melkveehouderij, eenderde van de omzet komt uit de akkerbouw. Voor alle gangbare akkerbouwgewassen biedt het bedrijf producten, advisering en begeleiding op gebied van rassenkeuze, teeltwijze, bemesting, gewasbescherming, oogst en opslag. In 2015 werd Hoogland BV medevennoot van Frieling Granen BV in Westernieland. Sindsdien heeft het bedrijf ook op het Groninger Hogeland nadrukkelijk voet aan de grond. Hoogland maakt naam met nieuwe producten als Alkagrain, Wheatbooster en toepassing van ethyleen in de pootgoedbewaring. Alkagrain is tarwe dat met een speciale ammoniakbewerking wordt ontsloten en zodoende geschikt wordt als vervanger van hoogwaardige eiwitproducten als soja en raap in het veevoerrantsoen. Wheatbooster is tarwe behandeld met natronloog waardoor het een bestendig zetmeelbron in veevoer wordt. De grootste groei komt echter uit een zelf ontwikkeld concept: premixen op maat. Geen brokjes meer als krachtvoer, maar losse grondstoffen gemixt met mineralen op een wijze die exact aansluit op de vraag en behoefte van de melkveehouder. Hiermee onderscheidt Hoogland BV zich van andere veevoerfabrieken. Het graan voor de premixen koopt Hoogland in bij akkerbouwers in Noord-Nederland. Open dag op 30 juni Het premixconcept nam snel een enorme vlucht. Daarop werd besloten een eigen fabriek te bouwen op de locatie in Leeuwarden. Die is nu helemaal klaar. Morgen, zaterdag 30 juni, houdt het bedrijf open dag op deze locatie. In de fabriek worden verschillende soorten graan en andere grondstoffen los gestort en opgeslagen in bunkers en silo’s. Dagelijks worden hiervan de premixen gedraaid. Voor elke melkveehouder is dat maatwerk. Dat geldt voor de keuze uit vele grondstoffen, maar ook voor de bewerking van die grondstoffen. Bij de productie wordt veel minder energie gebruikt dan in de gangbare mengvoerindustrie. De benodigde elektriciteit wordt bovendien opgewekt met zonnepanelen. Hoogland: ‘We kunnen walsen, pletten, kruimelen, melasse toevoegen,

Louw Hoekstra (rechts) in actie als teeltbegeleider bij akkerbouwer Jan Kloppenburg in Munnekezijl.

noem maar op. En dat is letterlijk per portie en grondstof in te stellen. Die flexibiliteit is een groot voordeel. In traditionele mengvoerfabrieken worden grondstoffen, na te zijn fijngemalen, verwerkt tot een brokje, liefst van dezelfde samenstelling. Ons maatwerk van traceerbare herkomst zorgt dat er steeds meer graan van akkerbouwers naar Leeuwarden gaat.’ Eigenlijk zijn we van toeleverancier van de traditionele mengvoerindustrie opgeschoven in de keten. We zijn nu zelf een gespecialiseerde mengvoerproducent geworden waarbij we steeds meer granen van onze akkerbouwers regionaal weten te gebruiken.’ Regionale marktconcepten Hoogland ziet in het verlengde hiervan kansen voor regionale marktconcepten. Hij schetst het volgende toekomstbeeld: ‘De akkerbouwers in Friesland en Groningen leveren gmo- en chemievrije tarwe met een lage CO²-foodprint. We zien binnen de melkveesector dat er steeds meer vraag komt naar zuivel die zo wordt geproduceerd. Met ons premixconceptkrachtvoer op maat van lokale herkomst met amper CO²-uitstootwordt aan die behoefte voldaan. In deze regionale keten verdienen zowel de akkerbouwer als de melkveehouder een plus op hun product. Camiel Hoogland weet dat er nog een weg te gaan is voor het bovenstaande werkelijkheid wordt.

Toch is hij ervan overtuigd dat dit soort kansen er meer gaan komen. Zowel voor graanproducten als diervoeding als voor de humane voedselketen. ‘Je ziet het nu al aan Alkagrain, dat de soja in het melkveerantsoen bij melkveehouders in Noord-Nederland vervangt. Een aantal melkveehouders dat FrieslandCampina van gmo-vrije melk voorziet, voert nu Alkagrain in plaats van soja. Daarvoor krijgen ze voor elke liter melk 1 cent extra.’ Hoogland is de enige veevoerleverancier in Nederland dat Alkagrain levert. Wie afwacht, mist de boot Zo is Hoogland op verschillende fronten actief om meerwaarde te realiseren voor de akkerbouwers en melkveehouders in Noord-Nederland. ‘Onze kracht is dat wij in twee sectoren opereren en goed thuis zijn in de regio. Daardoor kunnen we als regiospecialist een spilfunctie vervullen in het verbinden van twee sectoren, maar ook in het uitwisselen van kennis tussen akkerbouw en melkveehouderij.’ Hoogland en Hoekstra zien voor de akkerbouw een goede toekomst, maar waarschuwen ook dat er op bedrijven wel stappen moeten worden gezet. ‘Bedrijven die bij de tijd blijven, goed draaien en aandacht hebben voor bodem- en gewasgezondheid zijn de blijvers. Wie afwacht, mist de boot.’

AKKER van het NOORDEN

9


Oogst

TOT AUGUSTUS RAZEND DRUK MET SPINAZIEOOGST Foto: Niels van der Boom

Loonbedrijf Breure uit Swifterbant oogst de spinazie van biologisch landbouwbedrijf Van Woerden in Biddinghuizen. Het gewas wordt geteeld voor Green Organics. Dit is de biologische tak van conserven inkooporganisatie Green Acker uit Dronten. De spinazie van dit perceel gaat naar drie verschillende conservenfabrieken in Nederland, België en Duitsland. De opbrengst is zeer goed. Breure zet twee Ploegermachines in voor de oogst. Die draaien in piekperiodes 24 uur per dag. Chauffeur Marco van Dijke is om half 7 ‘s avonds net aan zijn avonddienst begonnen. ‘Drie weken werk ik ‘s nachts. Dan wissel ik met mijn collega die nu overdag werkt. Zo behoud je een ritme. Het is nu tot augustus erg druk. Dan schakelen we over op de twee snede en wordt het iets rustiger.’

10

AKKER van het NOORDEN


Reportage

`30 PROCENT MINDER MIDDEL`

Simon Schouten bij de nieuwe Hardi Commander veldspuit met Twin Force luchtondersteuning en het geïntegreerde WaterXTR-systeem.

Drift reduceren, het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen verminderen en de effectiviteit verhogen staan allemaal in de picture. Ook bij bloem- en bloembollenkwekerij Klaas Schouten in Andijk. Tekst: Niels van der Boom Foto: Niels van der Boom

Bloem- en bloembollenkwekerij Klaas Schouten BV uit Andijk teelt jaarlijks 60 hectare tulpen in Noord-Holland en Flevoland. In de eigen broeierij worden 25 miljoen stelen getrokken. Daarnaast verbouwt het bedrijf een klein areaal pioenrozen. Eigenaar Klaas Schouten runt het bedrijf met zijn neef Pieter-Jan en twee zoons; Simon en Klaas. De jonge generatie gelooft heilig in de techniek waar in is geïnvesteerd: een nieuwe Hardi Commander veldspuit, uitgerust met Twin Force luchtondersteuning en twee WaterXTR behandelingsinstallaties. Eén is door importeur Homburg uit Stiens geïntegreerd in de veldspuit. De tweede wordt in de eigen tulpenbroeierij gebruikt en toegepast bij het toedienen van de vloeibare meststoffen. Magnetiseren WaterXTR combineert twee technieken om de waterkwaliteit te verbeteren. De vloeistof wordt allereerst gemagnetiseerd. Dit voorkomt het ‘klonteren’ van de watermoleculen. Het middel, of de meststof, hecht zich hierdoor beter aan het water. De plant kan het beter opnemen en middelen zakken minder snel uit. Daarnaast

wordt CO² geïnjecteerd. ‘Magnetiseren verhoogt de natuurkundige kwaliteit van water’, zegt bedenker Piet Regnerus. ‘Door de toevoeging van CO² kan op een natuurlijke manier met de pH-waarde worden gestuurd en de halfwaardetijd van middelen fors worden verbeterd.’ Ideale zuurgraad Bij Schouten staat het systeem ingesteld op een streefwaarde van 6 tot 6,5. ‘Wanneer we glyfosaat spuiten is de ideale zuurgraad 4,5’, weet Klaas junior. Hij is vaste chauffeur op de nieuwe spuitcombinatie. ‘Het slootwater dat we gebruiken heeft een zuurgraad tussen de 7 en 8. Vooral bij warm weer loopt dat snel op. De effectiviteit van je middel halveert dan. Onze grootste uitdaging is nu om uit te vinden wat de ideale zuurgraad is per middel.’ ‘Dit verschilt enorm’, weet broer Simon inmiddels. ‘Je loopt tegen de grenzen van de advisering aan. Bovendien zijn sommige adviseurs, van commerciële bedrijven, ook ‘gekleurd’. Er wordt één advies opgesteld voor alle boeren, terwijl ons spuitsysteem niet gangbaar is. Gelukkig vinden twee van onze vaste

medewerkers het ook interessant. Zij denken mee over de toepassing.’ Het eerste seizoen zien de broers als leerjaar. Halverwege het seizoen is de WaterXTR-unit geïnstalleerd in de broeierij. Het bleek lastig om tests uit te voeren. ‘Het gewas werd na de waterbehandeling lichter, terwijl we een donkere kleur hadden verwacht’, zegt Simon. 20 jaar voor op wetgeving Ondanks het leerproces zijn de Schoutens overtuigd van hun keuze. Als sporter – Simon is professioneel marathonschaatser - weet hij dat de zuurgraad van het water belangrijk is. Klaas rekent voor: ‘De combinatie van WaterXTR en luchtondersteuning levert ons een middelenbesparing van 30 procent op. Dat is goed voor onze portemonnee, maar ook voor het milieu. Met deze investering lopen we 20 jaar voor op de wetgeving. Als glastuinbouwbedrijf zijn we verplicht onze CO²-uitstoot vast te leggen. Door het nu als nuttig middel in te zetten, verlagen we de CO²-voetafdruk. 500 hectare mee De gasfles staat op het bordes van de spuit. Dit wordt nog netjes weggewerkt. De rest van het systeem is geïntegreerd in de machine. Onderhoud vergt het niet. ‘Het spuitseizoen is bijna ten einde en de fles nog lang niet leeg. Hij gaat misschien wel 500 hectare mee’, denkt Klaas. AKKER van het NOORDEN

11


Reportage

AKKERBOUWERS SLAAN

De medewerkers van het Zuid-Hollandse teeltadviesbureau TTW komen bij diverse telers over de vloer. Het zijn vaak ondernemers die bewust bezig zijn met hun bedrijf. Akker van het Noorden zocht drie ondernemers op die nieuwe wegen inslaan om met het gezicht naar de maatschappij te kunnen blijven staan. Tekst en Foto’s: Egbert Jonkheer

‘Grond heeft een geheugen’ Toen Leendert Noordam van de weerbarstige klei verhuisde naar de zachte zavel van Uithuizen, kwam hij naar eigen zeggen ‘van de hel in de hemel’. De grond leende zich perfect voor de teelt van pootgoed en tulpen, zijn twee belangrijkste gewassen. Maar ook op het beloofde land groeiden de gewassen niet vanzelf. ‘Op sommige percelen bleven plassen staan en de opbrengsten waren wisselend.’ Via deelname aan precisielandbouwclubs ging hij op zoek naar de oorzaken. Opbrengstkaarten en scans lieten vaak precies zien hoe de perceelindelingen vroeger waren en hoe de grond in de loop der tijd is gebruikt: ‘Gedempte sloten, rotaties, het al dan niet gebruiken van mest. Als je goed kijkt, zie je heel veel terug. Grond heeft een geheugen.’

Leendert Noordam uit Uithuizen: ‘Ik geef aardappelen bijna geen stikstof meer.’

Bodemleven opwaarderen Het was voor Noordam de trigger om zich te gaan verdiepen in de bodem en verbeterpunten voor zichzelf op een rij te zetten. Een van de manieren om de grond in betere conditie te brengen, was regelmatige aanvoer van vaste mest. ‘Ik kon er toevallig goed aankomen, bij een stierenwachtstation in de buurt. Maar de eerste jaren ploegde ik de mest zo weer boven; er zat simpelweg te weinig bodemleven in de grond

‘Planet Proof is stok achter de deur’ Toen Willem Tijsseling werd gevraagd om zijn aardappelen te gaan telen volgens de eisen van Planet Proof - de opvolger van Milieukeur - hoefde hij daar niet lang over na te denken. ‘Het sluit aan bij de maatschappelijke wens en ik krijg er een meerprijs voor. Dan wil ik me daar wel voor inspannen’, zegt de akkerbouwer uit Biddinghuizen. ‘Bovendien haalt het een paar maatregelen naar voren die ik toch al van plan ben te nemen; nu heb ik een stok achter de deur.’ Zowel afnemer Schaap als Agrico betalen straks een meerprijs voor zijn tafelaardappelen. Hoe lang, dat weet niemand. Is hij niet bang dat het straks gewoon een verzwaring van de eisen wordt, zonder dat er wat tegenover staat? ‘Ik wil er ervaring mee opdoen. Nu staat er ieder geval een vergoeding tegenover. En dat moet ook, vind ik. Als het niet betaald wordt, dan stop ik ermee.’ Aan de eisen denkt Tijsseling wel te kunnen voldoen, al moet hij wat schuiven in zijn middelenkeuze. ‘Je moet binnen de 7,5 kilogram actieve stof per hectare blijven. Dat is wel een dingetje. Curatief spuiten tegen phytophthora moet ik in ieder geval zien te voorkomen. Ook bodemherbiciden tikken hard aan. Daarom wil ik kijken

12

AKKER van het NOORDEN

Willem Tijsseling uit Biddinghuizen: ‘Binnen de 7,5 kilogram actieve stof per hectare blijven is wel een dingetje.’


NIEUWE WEGEN IN ‘Mensen gaan met fijn gevoel weg’ om het af te breken. Pas na enkele jaren kon ik merken dat de grond langzaam beter werd.’ Als grondbewerking stapte hij aanvankelijk over op niet-kerend. Maar een van de nadelen daarvan vindt hij dat hij daardoor aan het gebruik van glyfosaat vast zit. ‘Dat is geen goed begin voor de aardappelteelt. Ik ploeg nu bovenover met een ekoploeg. Dat bevalt goed.’ Nu hij tevreden is over de grond, wil hij zijn gewas weerbaarder maken. ‘Een gezonde bodem kan veel zelf. Ik geef mijn aardappelen bijna geen stikstof meer en ik ben ook gestopt met fosfaat toedienen bij het poten. Nu kijk ik vooral naar de beschikbaarheid van sporenelementen.’ Op momenten dat het gewas snel groei, spuit hij een mix van sporenelementen mee. Dat maakt de planten minder gevoelig voor ziektes. Dat hij ver durft te gaan blijkt uit een proef met 5 hectare tulpen waar hij vorig jaar 80 procent terugging in fungicidegebruik. ‘We monitoren dat met bladanalyses. Alleen bij ongunstige omstandigheden grijpen we in met gewasbeschermingsmiddelen. Ook in mijn aardappelen ben ik hiermee bezig.’

wat ik in de toekomst kan doen met mechanische onkruidbestrijding. Als ik naar mijn biologische collega’s hier in de buurt kijk, dan is er best veel mogelijk.’ Tanks voor restvloeistof Tijsseling moet ook bonuspunten halen, bijvoorbeeld door het stimuleren van natuur op en om het erf, het plaatsten van bodemvochtsensoren, een aangepaste grondbewerking of het opwekken van energie. ‘Ik ploeg al bovenover en op een van onze locaties hebben we zonnepanelen op het dak. Daar komen we al een heel eind mee.’ De erfemissiescan haalt hij naar voren. ‘Die moet toch en ik wil het ook graag goed regelen. Ik laat nu na het spoelen van de spuit de restvloeistof in multiboxen lopen. Per gewas heb ik een box. De volgende keer dat ik ga spuiten, zuig ik dat als eerste even mee. Zo houd ik minimaal restvloeistof over. Nu zoek ik nog een praktische manier om aan het eind van het jaar de restanten op te ruimen.’

Jacco en Marbel de Graaf uit Wieringerwerf: ‘Defensief reageren heeft geen zin. Je moet de verbinding zoeken.’

Jacco en Marbel de Graaf ontvangen al jaren groepen op hun akkerbouwbedrijf. Dat begon met het tekst en uitleg geven bij hun windmolen, waar de naam nog altijd naar verwijst: ‘Leven van de wind’. Inmiddels is het een volwaardige tak geworden en ontvang Marbel zo’n drie groepen per week. ‘Mensen komen vergaderen, er komen bussen met toeristen, maar ook mensen uit de omgeving of studieclubs. Laatst hadden we een groep bakkers, wat al gauw mooie gesprekken opleverde. Je hebt best veel gemeen; opvolging, schaalvergroting en andere zaken die komen kijken bij een familiebedrijf.’ Ze vinden het daarnaast waardevol om mensen uit de directe omgeving te ontvangen. ‘Wieringerwerf ligt midden tussen de boerderijen en als boer ben je letterlijk beeldbepalend. Toch weten mensen nauwelijks wat er allemaal achter die grote deuren gebeurt. Daarom nodigen we schoolklassen uit, bakken we verse patat en doen we mee aan open dagen. Ook organiseren we sinds enkele jaren het NK stroladen. Dat slaat enorm aan. Er komen dit jaar 18 teams, met allemaal jongeren uit de buurt. Het is mooi om op die manier een steentje bij te kunnen dragen aan de leefbaarheid van het platteland. Mensen gaan met een fijn gevoel weg.’ Nieuwbouw Wat Jacco opvalt, is dat de bezoekers in de regel positief zijn over de landbouw. ‘Er is veel negativiteit in de media. Maar dat wordt uitvergroot en er wordt vanuit de landbouw vaak alleen maar defensief op gereageerd. Dat heeft geen zin. Je moet de verbinding opzoeken.’ Aan belangstelling hebben ze geen gebrek. De bezoekerstak groeit gestaag door en is inmiddels een serieuze poot onder het bedrijf geworden, waar ze verder in investeren. Zo hebben ze hebben plannen voor uitbreiding: ‘Er komt een nieuwe ruimte achterop het erf, met vrij uitzicht over de landerijen. Een mooiere plek is er niet. Prachtig dat straks nog meer mensen daar van kunnen meegenieten.’ AKKER van het NOORDEN

13


granen diervoeders

ND BV OOGLA i H g a d Open g 30 jun zaterda

meststoffen zaaizaden gewasbescherming advisering ethyleenbewaring

Neptunesweg 3 8938 AA Leeuwarden facebook.com/hooglandbv

Melkweg_Algemeen_Agro-vital_-advertentie_188x132_okt-2017.pdf 1 17-10-2017 15:39:32

14

AKKER van het NOORDEN

T: 0518- 411400

post@hooglandbv.nl www.hooglandbv.nl


Interview

‘WE MOETEN VOORUIT BEWEGEN’ In het kader van de Bildtse Aardappelweken betrekken Wietze en Gosse Schuiling de burger nadrukkelijk bij hun bedrijf. ‘Om het negativisme rond de agrarische sector te doorbreken, moeten wij als telers zelf de kracht en pracht van onze sector tonen.’ Tekst: Sjoerd Hofstee Foto: Langs de Melkweg

Op 30 juni en 1 juli organiseren de gebroeders Schuiling samen met Agrico en enkele andere partijen open dagen. Op één van hun vijf locaties, in Sint Annaparochie, zetten ze de deur letterlijk open voor het publiek. Bij één van de voorgaande edities van de Bildtse Aardappelweken plaatsten ze tachtig vlaggen, symbolen voor de landen waar de pootaardappelen heen worden geëxporteerd. Nu zijn het de open dagen waarin de pootaardappelteelt centraal staat, maar ook is er ruimte voor onder andere een imker, een jager en een kok die ganzenvlees bereid. Het is een serieuze knipoog naar de ganzenproblematiek die in de regio heerst. ‘Menig burger, ook die hier vlakbij woont, heeft geen idee wat er op een bedrijf als het onze gebeurt en dat de pootaardappelen letterlijk de hele wereld over gaan’, stelt Wietze Schuiling. ‘Dat is een mooi en belangrijk verhaal om te vertellen. Zeker in een tijd waarin het lijkt of iedereen meent een mening te moeten hebben over de agrarische sector. Wij merken dat ook. Mensen vanuit de Randstad kopen hier

huizen aan de waddenzeekust. Meestal ontbreekt bij hen de kennis over de agrarische sector, maar willen ze ons vrijwel meteen vertellen hoe we onze bedrijfsvoering aan moeten passen aan hun wensen. Dat vind ik niet terecht, maar daarom moet je dus in gesprek komen. Zo’n open dag helpt dan vaak wel bij het kweken van wat begrip.’ Kunst in tarweveld De maatschap Schuiling verbouwt in totaal 100 hectare pootaardappelen, 60 hectare suikerbieten, 120 hectare tarwe en 20 hectare zaaiuien verdeeld over vijf locaties. Naast de open dagen grijpen de broers de Bildtse Aardappelweken aan om de burger bij de akkerbouw te betrekken. Zo werkten ze mee aan het onderdeel ‘Ete bij de Boer XL’ waarbij in totaal duizend mensen op verschillende akkerbouwbedrijven aanschoven in de schuur. Ook werd in een van hun tarwevelden een kunstwerk als ode aan Escher gecreëerd. Deze kan vanuit een reuzenrad worden bekeken. ‘We hopen met de open dagen en de medewerking aan zo’n reuzenrad naast volwassenen ook veel kinderen te bereiken. Mijn voorbeeld is een hal op de Grüne Woche in Berlijn

waar de levensloop van een varken werd getoond, met op het einde een barbecue. Dat is het eerlijke verhaal, zonder opsmuk maar helder en logisch gebracht. Met dat echte verhaal is niets mis, dat geldt net zo goed voor gangbare akkerbouwteelt. Dat verhaal moeten jonge mensen veel meer meekrijgen en dat zullen wij hen als agrariërs toch vooral zelf moeten vertellen’, zegt Wietze Schuiling. Niet buigen Volgens de teler is het ook de standsorganisaties aan te rekenen dat de sector veel en vaak in het verdomhoekje zit. ‘Ik wil niet te veel afgeven op LTO, we hebben ook een sterke club nodig, maar ik zou willen dat ze wat minder buigen naar het kleine clubje mensen dat de landbouw stelselmatig negatief belicht en naar de almaar nieuwe wet- en regelgeving die de politiek over ons heen stort. Zet de auto eens in de vooruit, denk ik dan. In plaats van altijd maar achteruit te lopen en in de verdediging te kruipen.’ Op hun open dagen nemen zij dan ook geen verdedigende houding aan. ‘Wij trachten juist het belang van de sector voor de leefbaarheid op het platteland en de Nederlandse economie te benadrukken. Dat is er immers volop. Dat verhaal moeten we blijven uitdragen in plaats van de oren laten hangen naar een ieder die roept dat het kommer en kwel is met de landbouw en natuur.’

Wietze Schuiling: 'De sector moet niet buigen voor een klein clubje mensen dat ons stelselmatig negatief belicht.' AKKER van het NOORDEN

15


Reportage

‘OOGKLEPPEN OP EN VROLIJK DOOR

Akkerbouwer Detmer Wage (41) uit Wedde is uitgesproken kritisch op de huidige manier van boeren in Nederland. Hij is een andere weg ingeslagen: veel minder kunstmest en chemie en met anders werken en biologische hulpmiddelen bodem en gewas weer gezond en vol met mineralen te krijgen. Tekst: Jelle Feenstra Foto’s: Henk Marks

Hij benadrukt de wijsheid niet in pacht te hebben. ‘Maar ik weet wel dat we met de huidige manier van akkerbouw bedrijven op een doodlopende weg zitten. Nog maar even geleden spoten we een of twee keer tegen schimmels, nu is drie of zelfs vier keer al normaal. De ene na de andere nieuwe parasiet of fysio dient zich aan en zelfs met de zwaarste trekker en ploeg komen we amper meer door de klei. Waarom staan er na regen zo veel plassen op het land? Niet omdat er nu meer regen in korte tijd valt, maar omdat de bodem dood is. Drie dagen droog weer en we gaan massaal

16

AKKER van het NOORDEN

beregenen, ook niet normaal.’ De aanklacht is helder: de hedendaagse akkerbouw houdt met veel kunst en vliegwerk uiterlijk en opbrengst van de

gewassen in de benen. Met kwaliteit heeft het weinig meer te maken. ‘De bodem is door intensieve bouwplannen, zware machines en structurele overdoses aan kunstmest zo verarmd dat er amper meer mineralen en voedingsstoffen in het gewas zit. De Unilevers van deze wereld doen er nog een schepje bovenop, door zoveel rommel toe te voegen dat alle kracht uit producten is verdwenen. Hoe langer houdbaar, hoe slechter. We doen iets fundamenteels verkeerd. Ik ben op mijn eigen bedrijf een zoektocht begonnen om terug te gaan naar de basis, terug naar de natuurlijke processen.’

Precisie op laag pitje Detmer Wage heeft een gangbaar akkerbouwbedrijf van 170 hectare met zetmeelaardappelen, graan en suikerbieten. Jarenlang experimenteerde hij er volop met precisielandbouw. Geen sensortechniek of robot bleef onbeproefd op zijn bedrijf. Maar hij raakte door al het meten en analyseren zijn gevoel voor natuurlijke processen een beetje kwijt. Tijdens het meten stuitte hij op onverklaarbaar grote opbrengstverschillen tussen percelen: 30 ton fabrieksaardappelen van het ene, 70 ton van het andere perceel. ‘Terwijl de planten precies hetzelfde waren behandeld. Dan ga je toch eens kijken naar de bodem: wat is de uitgangssituatie, waar komen die grote verschillen vandaan?’ Ook bezocht


MET SLOPEN VAN DE BODEM’ 'KENNIS DELEN MET COLLEGA'S BIJ NISCOO' Het interview met Detmer Wage vloeit voort uit zijn benoeming als nieuwe bestuurder van kenniscoöperatie Niscoo. Dit is een onafhankelijk en zelfstandig kenniscoöperatie voor boeren in Noord-Nederland. Wage moet Niscoo op de kaart zetten bij akkerbouwers in Groningen en Drenthe. ‘Ik lees veel, maar had eerlijk gezegd nog nooit van Niscoo gehoord. Ik ben me erin gaan verdiepen en hun idee om opgedane kennis en ervaring te delen, spreekt me erg aan. Dat is voor boeren wezenlijk om verder te komen’, zegt Wage. Niscoo organiseert elk winterseizoen een aantal bijeenkomsten, doorgaans rond toekomstgerichte thema’s en onderwerpen in de akkerbouw- en veehouderijsector. Niscoo ontstond in 2011 uit de toen opgeheven CCLB. Deze organisatie had al geld beschikbaar voor kennisoverdracht. Toen de CCLB opging in wat nu Accon AVM heet, is gekozen om een budget voor kennisoverdracht apart veilig te stellen om zo nog jaren van te kunnen profiteren. Vanuit de opbrengst van dit vermogen worden de activiteiten gefinancierd, samen met de bescheiden opbrengst uit ledencontributie. Die contributie bedraagt € 25 per jaar, waarbij nieuwe leden eenmalig € 150 entreegeld betalen. Het ledenvoordeel zit financieel gezien in kortingen op deelname aan bijvoorbeeld studieclubs of bijeenkomsten. Jaarlijks stelt het bestuur vast welke thema’s in aanmerking komen voor een korting bij deelname aan een cursus of studiegroepdeelname. Bij goedkeuring wordt 50 procent van de kosten vergoed tot een maximum van € 250 per deelname. Ook is er een projectenfonds om bij te dragen aan een objectief beeld van de agrarische sector. Initiatiefnemers kunnen hier een bijdrage van maximaal € 5000 aanvragen. Verder heeft Niscoo een sprekersfonds, voor een tegemoetkoming in kosten van sprekers op agrarische bijeenkomsten. Niscoo telt momenteel circa 820 boeren die lid zijn. Met Wage komt er naast Andries Jensma uit Sint Annaparochie nu een tweede akkerbouwer in het bestuur. ‘Het leuke van Niscoo is dat ze ook vaak ruimte bieden aan onafhankelijke sprekers die geen commercieel belang hebben’, aldus Wage. hij een lezing van een bioloog. Die had het over natuurlijke processen. ‘Dan besef je weer hoe je geïndoctrineerd wordt door de chemische bedrijven.’ De precisielandbouw zwoer Wage niet af, wel zette hij het op een veel lager pitje. ‘Op mijn bedrijf kwam er te weinig uit.’ Hij nam de oude biologieboeken weer ter hand. ‘Ik ben om afzettechnische reden nog niet zo ver dat ik de omslag maak naar

biologisch, maar ben wel bezig om de biologie in de bodem terug te krijgen. Tussen biologisch en gangbaar ligt een gigantische wereld waar nog heel veel te halen is. Eerst kijken naar hoe de natuur het zelf zou oplossen in plaats van meteen naar de spuit grijpen.’ Financieel stap terug En dus is hij volop aan het experimenteren. De varkensmest

is vervangen door koeienmest, bij voorkeur vaste mest uit een potstal. Hij introduceerde vaste rijpaden en om de ‘lichtvoetige’ trekkers en machines zit veel rubber zodat de grond minimaal belast wordt. Wage experimenteert volop met groenbemesters en vlinderbloemigen en slaat steeds vaker een bespuiting over. Ondertussen probeert hij met minimale grondbewerking, ruimere bouwplannen en lagere bemestingsniveaus, in combinatie met mineralen, zuren en sporenelementen, de bodem- en gewasgezondheid stap voor stap weer op peil te krijgen. Onbekende bestemming Experimenteren met onbekende bestemming. Wage: ‘Financieel haal ik op korte termijn minder opbrengst. En ik zal een keer onderuit gaan in een teelt. Maar voor de lange termijn is dit wel de weg, daar ben ik van overtuigd. Hier zit voor mij ook veel meer uitdaging dan een generatie lang groeien en hetzelfde doen tot je bedrijf zo groot is dat je chauffeur bent geworden op je eigen boerderij.’ Vooralsnog zijn de hectareopbrengsten goed en constateert Wage dat zijn planten weerbaarder worden tegen ziektes. ‘Maar je moet al gauw tien jaar rekenen voordat de bodem weer een beetje op peil is. Bodemgezondheid opbouwen kost tijd.’ De fout die we in de gangbare landbouw maken, stelt Wage, is dat we menen dat planten stuurbaar zijn. ‘Meer N is meer biomassa, maar je hebt geen idee waarom dat dan is. En we worden dom gehouden door de chemie. Bijna alle onderzoek wordt gefinancierd door partijen die er belang bij hebben. Dus gaan we onderzoeken vervolg op pagina 18

AKKER van het NOORDEN

17


Reportage

Akkerbouwer Detmer Wage uit Wedde durft steeds vaker een bespuiting over te slaan.

opzetten waarbij wordt onderzocht of middel A 1,5 procent meer opbrengst geeft dan middel B. De fundamentele vraagstukken blijven liggen.’ Wat zijn dan die vraagstukken? Wage komt met een voorbeeld om aan te geven wat hij bedoelt. ‘Een aantal jaren geleden werd hier in de buurt 250 hectare Robiniabos gekapt. Boeren in de omgeving konden de grond kopen, wij kochten 80 hectare. We gaan er aardappels en graan op verbouwen en wat denk je? Van deze percelen halen we met stip de hoogste opbrengsten. Dan vraag je je toch af: hoe komt dat? Ik denk omdat de grond onaangeroerd was. Schimmels en bacteriën doen veel meer dan al die middelen die wij erop menen te moeten

gooien. Vochtvoorziening, ontwatering, sporenelementen, verhoudingen tussen voedingselementen, ozon, storende lagen, bodemverdichtingen, aaltjes, zuurtegraad, er zijn talloze factoren die invloed hebben op de opbrengst. Maar het is een groot grijs gebied waar we nog weinig van af weten. Daar zou het onderzoek zich veel meer op moeten richten, in plaats van het vergelijken van welke kunstgreep net iets beter werkt.’ Mijlenver voor ‘De biologische akkerbouw ligt in de complexe zoektocht naar de waarheid mijlenver op ons voor’, zegt Wage. ‘Maar vreemd genoeg neemt de gangbare akkerbouw de biologische sector nog steeds niet serieus.

‘Door precisielandbouw gevoel voor biologie een beetje kwijt geraakt.’

18

AKKER van het NOORDEN

Biologische boeren krijgen overal de schuld van, maar de gangbare hebben dan al acht keer gespoten. Wij doen aan gewasbescherming, zij doen aan bodembescherming- en verbetering’, zegt de akkerbouwer. ‘En als ik zie wat een biologische boer zonder middelen jaarlijks op de wal sleept... Ik ben ervan onder de indruk.’ Durf om te veranderen Hij is kritisch. ‘Een project als Boer Bewust? Ik heb er niks mee. Het is window-dressing, vertellen dat je heel bewust en duurzaam bezig bent, maar ondertussen je het lamlazerus moeten spuiten om de boel overeind te houden.’ Toch is hij optimistisch over de verandering. ‘Het besef bij steeds meer boeren is er wel, maar er naar handelen is een lastige stap.’ Hij vertelt dat boeren met vragen hem regelmatig even op de schouders tikken. ‘Er is nieuwsgierigheid, maar je moet ook durf hebben om te veranderen. Vaak is het toch nog steeds de oogkleppen op en we gaan vrolijk door met het slopen van de bodem.’ Hij hoopt dat er vanuit de markt van diervoeding of de humane voedingsmarkt stimulansen komen. Prijsprikkels voor producten, die rijk zijn aan mineralen en voedingsstoffen. ‘West-Europa barst van het geld en iedereen praat over gezond voedsel. Daar moet de komende jaren beweging komen, dat kan haast niet anders.’


Reportage

EXACT ZAAIEN OP SNELHEID

De Väderstad Tempo precisiezaaimachine van bloemenkwekerij Daling in het Drentse Smilde is misschien wel de enige in Nederland die wordt ingezet om zonnebloemen te zaaien. Een nauwkeurige afleg is essentieel om tot een uniform en hoogwaardig eindproduct te komen. Tekst en Foto’s: Niels van der Boom

Voor het derde seizoen op rij nu wordt een Väderstad Tempo precisiezaaimachine gebruikt om de zonnebloemen te zaaien. ‘We zaaien steeds één hectare per keer. Dit doen we veertig keer achter elkaar’, legt Martijn Daling uit. Samen met vader Eduard en moeder Marjan runt hij het Drentse familiebedrijf. Op 157 hectare worden verschillende zomerbloemen geteeld: zonnebloemen, pioen, phlox, brassica en callistephus. De bloemen worden op het bedrijf zelf verwerkt en gedistribueerd. Daarnaast werkt het bedrijf samen met een bloemenkweker in het Spaanse Andalusië. Het zaaiseizoen start in de tweede week van maart en loopt door tot begin juli. ‘De zaaicombinatie moet altijd kunnen rijden.’ Uniforme bloemgrootte Vader en zoon Daling leerden de machine kennen via hun lokale dealer. ‘Voorheen zaaiden we alle snijbloemen met één machine. Omdat we met verschillende rijafstanden werken, moest deze machine steeds worden omgebouwd”, vervolgt Martijn. ‘Daarnaast nam het areaal toe. Na een vergelijking kozen we voor de Tempozaaimachine. Het zaaisysteem sprak ons erg aan. De zaden worden in de grond ‘geschoten’, direct vastgelegd en goed aangedrukt. Andere machines laten het zaad vallen, waardoor de nauwkeurigheid minder groot is. In een ideale wereld heb je honderd procent kieming en opkomst. De planten staan dan tegen elkaar,

Martijn Daling

waardoor de bloemgrootte uniform is. Dat is wat bij ons het meeste telt: zoveel mogelijk bloemen in de juiste maat.’ Het geheim van de Tempo is zijn PowerShoot-zaaitechniek. Het zaaihuis staat continue onder druk. Tot het zaad de grond bereikt wordt hij op zijn plaats gehouden door de overdruk. Een flexibel rubber aandrukwiel drukt het zaad in de vochtige ondergrond. Neemt de rijsnelheid toe, dan gaat dit niet ten koste van de nauwkeurigheid. Die wordt per zaadje elektronisch gecontroleerd via een speciale Gilstring-zaadsensor. De rijsnelheid kan oplopen tot een

indrukwekkende 18 kilometer per uur. Voor zwaardere grond met gewasresten is een hoge kouterdruk vereist. Die is instelbaar tot maximaal 325 kilo, wat een zeer egale zaaidiepte garandeert. De E-Control bediening gebruikt een iPad, waardoor je hem ook buiten de cabine kunt bedienen. De elementen zijn elektrisch aangedreven en voorzien van sectiecontrole. De machine van Daling is een Tempo T. Deze gedragen uitvoering heeft een telescopisch uitschuifbaar frame. Voor wegtransport schuift de machine in tot 3,32 meter. Daarnaast is er een gedragen hydraulisch opklapbaar en getrokken model. Väderstad levert de TPT met vier tot zeven elementen. Voor de zonnebloemen zijn dat vijf elementen op een rijafstand van 50 centimeter. Daling voegt voor het zaai-element stikstofhoudende korrelkunstmest toe. Na het zaad wordt Physiostart fosfaatgranulaat toegediend bovenop het zaadje. Zelf werd een rijenspuit opgebouwd om in de rij een bodemherbicide te spuiten. Geen onderhoud Onderhoud heeft Daling in drie seizoenen niet gehad. ‘Smeren hoef je de Tempo niet. We hebben er alleen een nieuwe accu op gezet dit jaar’, weet hij. ‘Wisselen tussen zaadsoorten gaat eenvoudig, maar hoeft in ons geval niet veel te gebeuren. De bediening is snel te doorgronden, zodat een werknemer er ook mee kan rijden.’

Bloemenkwekerij Daling zaait jaarlijks 40 hectare zonnebloemen met hun Väderstad Tempo precisiezaaimachine. Een zeer nauwkeurig zaaiwerk is vereist voor een egale bloemsortering. AKKER van het NOORDEN

19


nieuws

VOLOP ACTIVITEITEN RONDOM DE AARDAPPEL In Friesland staat de aardappel dit jaar volop in de belangstelling. Onder de naam Potatoes goes wild, onderdeel van Culturele Hoofdstad 2018, worden deze maanden diverse evenementen georganiseerd rondom aardappels en akkerbouw. Zo exposeren 44 kunstenaars tot en met 15 juli in zeven aardappelschuren langs de Oudebildtdijk. In Natuurmuseum Fryslân is eind 2018 de aardappelexpositie ‘Kûnstsinnige eerappels’ te zien: kunstenaars maken ter plekke kunstwerken van verse aardappels. Ook waren er de afgelopen weken al aardappelmaaltijden in verschillende boerenschuren en speelde er een muziektheatervoorstelling op een akker bij Zwarte Haan. Op een andere akker aan de Oudebildtdijk zijn tot en met september zo’n vijftig oude en nieuwe gewassen te bewonderen. Dit zijn alle gewassen die er in ruim vijf eeuwen zijn geteeld. Zo zijn er diverse activiteiten. Meer informatie over de projecten en bezoektijden is te vinden op www.bildtseaardappelweken.nl.

20

AKKER van het NOORDEN


reportage

`STERK TEGENWICHT NODIG`

Rob ter Haar uit Lelystad teelt zijn tafelaardappelen en uien sinds vorig jaar onder Milieukeur. Een bewuste keuze, maar wel ééntje die knaagt. ‘Supermarkten en politiek laten zich vooral leiden door emotie. Ik baal ervan dat de agrarische sector er niet in slaagt het eerlijke verhaal goed verkocht te krijgen.’ Tekst: Sjoerd Hofstee Foto’s: Langs de Melkweg

Rob ter Haar (35) runt in een vof met zijn schoonouders en vrouw een gangbaar akkerbouwbedrijf met 37,5 hectare tafelaardappelen, 37,5 hectare suikerbieten en 24 hectare gele en rode zaaiuien. Daarnaast worden 72.000 vleeskuikens gehouden in twee stallen. Ter Haar is niet van boerenafkomst, maar maakte het werk zichzelf de laatste tien jaar eigen. Vol energie ging hij daarbij aan de slag met het optimaliseren van het bedrijf. Zo worden de tafelaardappelen in kisten bewaard en mechanisch gekoeld, percelen werden waar nodig opnieuw gedraineerd, de ploeg gaat niet meer dieper dan 20 centimeter, groenbemesters worden standaard geplant, stro werd, tot ze recent een samenwerking met een melkveehouder aangingen, altijd verhakseld en kippenmest werd over de eigen akkers gereden. Het resulteerde in een verhoging van het organische stofgehalte (OS).

Begrijp hem niet verkeerd. Rob ter Haar wil zeker niet tegen de wensen van de afnemer aanschoppen. Wat hem stoort is dat de gangbare landbouw afgeschilderd wordt alsof het tot nu toe niet goed genoeg was. Onterecht, is zijn overtuiging. En het stoort hem dat het niet lukt om gezamenlijk als agrarische sector daartegen een vuist te maken. Hoewel hij het wel probeert. ‘Met de plannen voor uitbreiding van Lelystad Airport hebben wij de ‘Lelystadse Boer’ opgericht. Een collectief van zeventig agrariërs in deze regio. De uitbreiding van de Airport is onze gezamenlijke ‘vijand’, dat bindt ons. Met elkaar zetten we veel zaken op om het contact met omwonende burgers te intensiveren. Dat werkt omdat we niet gaan bakkeleien over de verschillen tussen elkaars bedrijven en belangen. Dat is exact de reden waarom het landelijk niet werkt. De verdeeldheid tussen boeren is te groot.’

Dubbel gevoel Het positief houden van het OS is één van de eisen die horen bij het traject waarbij hij zich aansloot: leveren onder Milieukeur. Met een dubbel gevoel, zo geeft hij meteen aan. ‘Vorig jaar vroeg Agrico mij om aan te sluiten. Als ondernemer zie ik een kans en antwoordde ik bewust positief. Al wist ik er weinig van af. Maar als de supermarkt besluit dat ze straks louter nog tafelaardappelen wil onder Milieukeurmerk, moet een partij als Agrico wel mee, dat juich ik zelfs toe van mijn coöperatie. Maar ik vind eigenlijk dat we op de huidige wijze ook al duurzaam produceerden. Door zo’n keurmerk te verplichten, wordt de huidige teeltwijze toch een beetje gediskwalificeerd. De supermarktdirectie besluit echter, net als de politiek, dat de op emotie gebaseerde wensen van de milieuorganisaties leidend moeten worden.’

Jeugd bereiken In het klein werkt het dus wel voor Ter Haar en zijn collega’s. En dat kan binnen de akkerbouwsector volgens hem relatief eenvoudig nog wel wat uitgebreid worden. ‘Als honderd telers veertig vrijdagmiddagen in de week een schoolklas rondleiden, bereik je jaarlijks 4.000 schoolklassen. We moeten bij de jeugd zijn om ons werk uit te dragen. Hopelijk lukt het ons om dergelijke initiatieven van de grond te krijgen. Een sterk tegenwicht

richting beleid en discussies op basis van emotie is hard nodig.’ 2 cent extra Terug naar het telen onder Milieukeur. Een uitdaging, zo stelt de ambitieuze teler. Vorig jaar was een testjaar en betaalde Agrico de extra kosten. Nu is er een opslag van € 1.000 per hectare afgesproken. ‘Dat komt overeen met circa 2 cent per kilo extra. Ik heb meteen gezegd dat dat ook minimaal nodig is’, stelt Ter Haar. ‘Vergis je niet, het houdt nogal wat in. We mogen tot maximaal 7,5 kilo actieve stof gebruiken bij de aardappelen. Je speelruimte in nagenoeg weg. Voorts moest ik zeker 80 pagina’s meer dan drie keer lezen om alle eisen echt goed te begrijpen. Nee, het is niet zomaar wat.’ Uitdagend dus, maar niet minder leuk. ‘Als ondernemer word ik hierdoor enorm opgescherpt. Dat vind ik mooi.’

Rob ter Haar met een paar tafelaardappelen in een veld uien. Op de achtergrond de andere takken van sport op het bedrijf: suikerbietenteelt en pluimveestallen. AKKER van het NOORDEN

21


Reportage

‘AGRITON EN AGRO-VITAL VERSTERKEN

Gjalt Jan Feersma Hoekstra: ‘Met minder chemie dezelfde of liever meer opbrengst voor het gewas en meer aandacht voor het milieu. Die overtuiging is alleen maar sterker geworden.’

Agriton en Agro-vital horen bij elkaar. Broer en zus in hetzelfde concern. De eerste is vooral bekend in de veehouderij, de tweede meer in de akkerbouw. ‘Beide bedrijven versterken elkaar in het verbeteren van de bodemvruchtbaarheid’, zegt Gjalt Jan Feersma Hoekstra. Tekst en foto’s: Wiebe Dijkstra

Gjalt Jan Feersma Hoekstra werkt sinds 2013 bij het bedrijf van zijn vader Jan. Hij doet de buitendienst in ZuidNederland, onderhoudt de contacten met dealers in dat gebied en komt veel bij akkerbouwers op het erf die bij Agro-vital aankloppen voor meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen. Sinds kort maakt hij ook deel uit van de directie van Agriton/Agro-vital, waarvan ook Albert de Puijsselaar mede-eigenaar is. ‘Toen mijn vader Jan in 2000 bij Agriton kwam, was het hem duidelijk dat het anders moest in de agrarisch sector. Met minder chemie dezelfde of liever meer opbrengst voor het gewas en meer aandacht voor het milieu. Die overtuiging is alleen maar sterker geworden.’ Agriton en Agro-vital werden in 2000 samengevoegd in één holding

22

AKKER van het NOORDEN

toen Jan Feersma Hoekstra, al z’n hele leven actief in meststoffen en gewasbescherming, binnenkwam bij Agriton. Hij had verschillende licenties voor de productie van kunstmest en hulpstoffen voor de Benelux-landen. Die konden zodoende worden behouden. ‘Agriton en Agro-vital versterken elkaar. De medewerkers maken al vanaf het begin gebruik van elkaars kennis, vullen elkaar aan en hebben regelmatig contact met onderzoek en met de praktijk. Ze leren van elkaar, zegt Feersma Hoekstra junior. De strategie van Agriton/Agro-vital is de optimale verbanden vinden tussen bodem, plant, dier en mest. Daarbij wordt gebruik gemaakt van natuurlijke hulpstoffen. Agriton en Agro-vital versterken elkaar in het verbeteren van

de bodemvruchtbaarheid. ‘Het gaat om de juiste afstemming van fysica, chemie en biologie waardoor de belasting van de omgeving zo minimaal mogelijk is. Met minder input meer produceren’, verduidelijkt Gjalt Jan Feersma Hoekstra. Flex Fertilizer Wat meststoffen betreft, ontwikkelde Agro-vital speciale vloeibare versies, bladmeststoffen en microgranulaten. Zo werd het bedrijf ook importeur van de Flex Fertilizer meststoffenlijn. ‘Het doel is met minder kilo’s meer opbrengst te halen. Die verwachting laten we waarheid worden’, zegt Feersma Hoekstra. Bladmeststoffen zijn er op basis van nitraten, die snel en kort werken, maar ook op basis van carbonaten die langzaam en lang werken en niet uitspoelen. Bladmeststoffen zijn er ook op basis van zouten, zuren en chelaten. ‘Wij kunnen het juiste gebruiksadvies geven’, zegt Feersma Hoekstra. Speciale vloeibare meststoffen van Agro-vital zijn onder andere Calcimax, om calcium in de vrucht van het gewas te krijgen om daardoor sterkere cellen


ELKAAR IN BODEMGEZONDHEID’ bij fruit en aardappelen te creëren.

Minder verliezen Dat er met bladbemesting minder zout in de bodem komt, is belangrijk, verduidelijkt de Agro-vital-man. ‘Het bodemleven houdt niet van zout en het verstoort de waterhuishouding. Wanneer een korrelmeststof als overbemesting wordt toegepast bij pootaardappelen, komt het grootste deel tussen de ruggen. Omdat zouten water door osmose aantrekken, mis je het water waar het nodig is: bij de knollen.’ Hij noemt nog een ander voorbeeld: ‘In plaats van een paar honderd kilo kali 60 drie keer vijf liter bladkali. ‘Dan heb je minder verlies en verbeter je bodem en

grondwaterkwaliteit.’ Vloeibare bemesting is goed voor het milieu en de portemonnee, zegt hij. ‘Je kunt het heel gericht op het juiste moment toepassen.’ Grondstoffen worden duurder en dat is een goede reden om efficiënter met bemesting en gewasbescherming om te gaan. Plantgericht werken is belangrijk voor de boer. Gjalt Jan Feersma Hoekstra noemt het gebruik van bladkali op het moment dat pootaardappelen in het loof schieten en de fotosynthese volop op gang komt. De vulfase noemt Gjalt Jan dat. ‘Dan fungeert kali als het vrachtwagentje dat de suiker van het blad naar de knollen vervoert.’ Ook levert Agro-vital diverse hechters en uitvloeiers. Om

gewasbeschermingsmiddel optimaal te gebruiken, heb je hulpstoffen of adjuvanten nodig. Een soort plakmiddel waarbij de werkzame stof niet zomaar van het blad afglijdt, maar volledig wordt ingezet. Anders gezegd: met hechters of uitvloeiers komt het middel beter tot z’n recht en vermindert de hoeveelheid die je nodig hebt. Daarbij is de kwaliteit van het spuitwater ook erg belangrijk. ‘Daaraan is in het verleden te weinig aandacht besteedt’, constateert Feersma Hoekstra. ‘Een voorbeeld is de pH van spuitwater. Goed spuitwater heeft een pH van 5,3 tot 5,5. Met het middel Intake kan aan de hand van de verkleuring van het water de pH worden vastgesteld. Makkelijker kan niet.’

’MINDER MIDDEL MET JUISTE PH SPUITWATER’

‘Met hechters en uitvloeiers als superuitvloeier werkt en een juiste pH van het volgens hem prima, net als spuitwater kun je 10 tot 20 Quantum, een hechter met procent aan spuitmiddel uitvloeier dat insecticiden besparen. Soms nog wel langer laat werken. meer’, zegt Arjen Bijlsma van Hoogland BV in Geld te verdienen Leeuwarden. Dit bedrijf Bijlsma benadrukt dat is een van de klanten akkerbouwers meer van Agro-vital. De pH aandacht voor hulpstoffen van spuitwater bepaalt en de pH van water voor een belangrijk deel moeten hebben. ‘Weten het rendement van het waar je mee bezig bent en spuitmiddel, ervaart Bijlsma. goed kijken wat er precies Hij geeft een voorbeeld. ‘De in de middelen zit. Daar Yme Meirink (voor) en Arjen Bijlsma bekijken de stand van de werkzame stof Fenmedifam is nog veel geld mee te pootaardappelen. ‘Spuiten met zo weinig mogelijk middelen en met is bij een pH van 5 50 verdienen.’ inzet van bladmeststoffen voor een zo hoog mogelijk rendement.’ dagen actief, maar bij een Akkerbouwer Yme Meirink ph van 7 slechts 14 uren en uit Oosternijkerk is zich bij een pH van 9 nog maar 10 uren. de kraan altijd hetzelfde zegt Bijlsma. daar maar al te goed van bewust. Hij Kun je nagaan hoe belangrijk het is Daarvan is de pH 6 en soms zelfs 7. constateert dat zijn cijfers aangeven om de pH van spuitwater goed in de Met hulpstoffen zoals Intake kun je dat 20 procent minder middel prima gaten te houden.’ die makkelijk verlagen en komt het mogelijk is. Meirink teelt onder andere De pH in het plantenblad is rond spuitmiddel beter tot z’n recht.’ pootaardappelen, graan, suikerbieten de 5,5. Met een gelijke pH in het Bijlsma denkt dat meer onderzoek en uien. Hij doet mee aan Planetproof, spuitmiddel is de opname optimaal nodig is om het middelengebruik te de opvolger van Milieukeur en en het rendement het hoogst. ‘Er verlagen. Alleen al door uitvloeiers met besteedt extra aandacht aan schone wordt op akkerbouwbedrijven te hechtereigenschappen te gebruiken is lucht, bodem- en waterkwaliteit. Het weinig aandacht aan de juiste pH bij Mancozeb 20 procent aan middel verbaast hem dat niet alle boeren besteed’, constateert Bijlsma. Dat te besparen. De noodzaak om drift te op deze materie springen om op die geldt volgens hem evenzeer voor de reduceren, soms wel 90 à 95 procent, manier wat extra geld in het laadje te hardheid van het water en voor de leidt normaal gesproken tot grovere krijgen. ‘De boeren hebben er nog geleidbaarheid. Water uit de sloot is bij druppels. ‘Om dat te compenseren te weinig interesse voor’, constateert pootaardappelen vanwege de regels moet je goed naar het rendement van Meirink. Bijlsma zegt: ‘De meesten al uitgesloten. Daarom wordt in de de middelen kijken. Zorgen dat er zo weten gewoon niet hoe het werkt en meeste gevallen kraanwater gebruikt. weinig mogelijk verloren gaat en het op daardoor komt de hele aanpak niet ‘Eigenlijk is de kwaliteit van water uit de plek komt waar het moet zijn.’ Rino van de grond.’ AKKER van het NOORDEN

23


Beschouwing

STAAT DE AKKERBOUW

Jarenlang was het de veehouderij waar de bedrijfsvoering werd beïnvloed door publieke opinie en het streven van NGO’s. Anno 2018 blijft ook de akkerbouw niet gespaard in discussies rondom glyfosaat, insectensterfte en weidevogelbeheer. Staat de akkerbouw met 1-0 achter? Tekst: Niels van der Boom Foto: KRO-NCRV/Linelle Deunk

Yvon Jaspers wordt door de sector op handen gedragen, maar een reëel en volledig beeld schetsen haar programma's niet.

24

AKKER van het NOORDEN

‘Zand, zand en nog eens zand. Alle dagen hetzelfde doen, dat is toch ongelofelijk saai?’ Het zijn de woorden van presentatrice Yvon Jaspers wanneer ze van de trekker stapt bij boerin Bertie in Zeeland. In vier afleveringen tracht de KRO-NCRV in de televisieserie Onze Boerderij een romantisch en idyllisch plaatje van het boerenleven te schetsen. Serieuze en ingrijpende thema’s als het politiek speelveld en de wetgeving worden zo kort en luchtig mogelijk gebracht, gevolgd door nog meer biggetjes, lammetjes en kalfjes. Sinds 2004 wordt het (liefdes)leven van boeren massaal gevolgd op zondagavond. Het zijn vooral de bedrijven met melkkoeien, varkens, geiten en schapen die scoren. Het knuffelgehalte is hoog. Akkerbouwers zijn toch vooral boeren die heel veel tijd hebben om koffie te drinken en tussendoor wat in de schuur rommelen. Dat doet het programma je althans geloven. Praat je echter met een ambitieuze agrarisch ondernemer dan kom je er al snel achter dat zijn beeld totaal anders is. ‘We zijn bezig de wereld te voeden met hoogkwalitatief en betaalbaar voedsel.’ Met € 91,7 miljard omzet vinden aardappelen, uien, frites en peen vooral hun weg naar het buitenland. De relatie met de consument is daardoor ver te zoeken. Patriottistisch is een Nederlander ook al niet. Er wordt op prijs gekocht. Beïnvloeding Het hoge knuffelgehalte van dieren heeft ook een keerzijde. We kunnen ons er gemakkelijker mee identificeren dan een biet of aardappelen. Niet alleen de wet- en regelgeving,


MET 1-0 ACHTER? maar ook de publieke opinie vormt veehouderijbedrijven. Voor akkerbouwers is dit een relatief nieuw begrip. De discussie rondom genetische modificatie wordt vooral om ons heen uitgevochten in de wereld. Pas met het dossier glyfosaat werd echt merkbaar hoe groot de groene lobby is geworden. Je eindigt in een web van verstrengelde belangen. Net als bij chemiebedrijven gaat het ook de NGO’s (niet-gouvernementele organisatie) steeds vaker om geld. Zieltjes veroveren voor eigen gewin. Ieder wapen is geoorloofd in de strijd. Antireclame op radio en tv dwingt supermarktketens keuzes te maken, die vervolgens voor rekening van de producent zijn. Het aardappelras Bintje verging hetzelfde lot nadat hij als gifpieper werd bestempeld. Na de glyfosaat volgde de neonicotinoïden en daaraan gekoppelde insectensterfte. Met name de bij. Hier komt het knuffelgehalte weer om de hoek kijken. De laatste discussie is het zeker niet. Hoe kan een boer zich hier op voorbereiden? Opzettelijk op verkeerde been Glyfosaat en neonicotinoïden worden vaak tegelijk genoemd. Iedere akkerbouwer weet dat die twee niets met elkaar van doen hebben. Het toont echter feilloos hoe slecht geïnformeerd de consument vaak is. Deels opzettelijk op het verkeerde been gezet door belanghebbenden. In het tijdperk van ‘fake news’ ligt ook bij de landbouw een enorme taak om transparant te werken en te informeren. Een goed ingelichte consument toont vaak veel begrip voor de keuzes die worden gemaakt. Het is de vijf procent die stevig van zich laat horen, terwijl 95 procent tevreden is. Om te informeren en het imago van de sector op te poetsen zijn in de laatste vijf jaar verschillende initiatieven ontstaan. Sommige richten zich specifiek op één sector, zoals mmmEggies voor het Nederlandse ei, maar meer recent ook landelijk, met Team Agro NL. Opvallend is dat belangenbehartiger LTO nauwelijks van zich laat horen. Ook andere akkerbouwbehartigers treden weinig naar buiten. De burger raakt steeds verder

vervreemd van zijn voedsel. Een krimpende groep boeren voedt steeds meer mensen per bedrijf. Willen we het imago van de akkerbouw oppoetsen, en consumenten informeren over het echte verhaal achter hun eten, dan moeten we bij de wortel zijn. Dat begint op jonge leeftijd. Het was reden voor Boer Bewustinitiatiefnemer Peter van Damme, akkerbouwer in Biddinghuizen, om de populaire vlogger Enzo Knol uit te nodigen op zijn bedrijf. Ruim 300.000, overwegend jonge kijkers kregen zo te zien wat er gebeurt op een akkerbouwbedrijf. Het onderwijs staat welwillend tegenover educatie op bedrijven. De financiering blijft het grootste knelpunt. Stichting De Boer op Noord heeft inmiddels bijna 30 verschillende agrarische bedrijven verzameld waar schoolklassen terecht

'Akkerbouwers zijn toch vooral boeren die heel veel tijd hebben om koffie te drinken' kunnen. Deze boerderijeducatie is cruciaal om met de volgende generatie niet hetzelfde debat aan te hoeven gaan. Kritisch geluid Mag de akkerbouwer dan van iedereen een schouderklopje verwachten? Afgezien van een eerlijk verhaal communiceren ben je als ondernemer altijd verplicht om kritisch na te denken over je bedrijfsvoering. Blijf je innoveren, dan loop je vooruit op de massa. Glyfosaat is toegestaan maar, moet je het altijd gebruiken? Achteraf komen we er altijd achter dat het ook anders kan. In zes decennia heeft de akkerbouw altijd enorme veerkracht getoond. Daar hoort een kritische blik bij op de bodem en manier van produceren. In ons kleine landje wonen boer en burger dicht op elkaar. Dat is een groot voordeel, maar zorgt er ook voor dat snel een mening wordt gevormd over wat zich op het platteland afspeelt. De publiek opinie rondom doodgespoten

percelen groenbemester laaide dit jaar ongekend hoog op. Het is dan essentieel om open en eerlijk te communiceren. Daarnaast is het aan de boer om zich af te vragen of daadwerkelijk het doodspuiten nodig is. Wat win of verlies je ermee? Wie volledig laveert op afhankelijkheid van chemische gewasbeschermingsmiddelen komt vroeg of laat klem te zitten. Een kritisch geluid zet je aan het denken. Invloed van tv Terug naar Yvon Jaspers en Onze Boerderij. ’s Lands agrarische tvpersoonlijkheid wordt door de sector op handen gedragen. Ook de programma’s zijn onverminderd populair. Wat ze echter niet doen is het reële beeld schetsen van de sector. Bodembeheer, gewasbescherming, wet- en regelgeving en export. Allemaal thema’s die het bedrijf kunnen maken of breken. Waar de sector behoefte aan heeft, is een tvprogramma die dit op een informatieve wijze weet te brengen, zonder dat de kijker zich verdrinkt in details. Een goed voorbeeld van zo’n programma de Keuringsdienst van Waarde, die perfect de balans tussen vermaak en educatie weet te vinden. De akkerbouwsector kwam hierin al een paar keer voorbij. Akkerbouwers zijn koplopers als het gaat om innovatie. Daar hoort een innovatief programma bij dat laat zien hoe in ons land veilig en betaalbaar voedsel in overvloed kan worden geproduceerd. Winnen we nu de publieke opinie voor de akkerbouwsector, dan plukken toekomstige generaties hier de vruchten van. Wie pakt de handschoen op? Sociale media Tot die tijd is het geen kwestie van op je handen zitten en mopperen. Sociale media kan een vijand zijn, maar is ook het beste instrument om consumenten direct te raken. Er zijn ondernemers en bedrijven die dit zeer goed kunnen. Bij goed ondernemerschap hoort promotie van je bedrijf. Dat moet worden ingebakken bij de boer van de toekomst. Voor boer en burger is er in beide gevallen nog een weg te gaan. Niets doen is in geen optie meer. AKKER van het NOORDEN

25


Nieuws

OPNIEUW AAN DE BAK NA HOOSBUI Biologisch akkerbouwer Michiel Stehouwer is op zijn bedrijf in Swifterbant bezig om wortelruggen te schoffelen en opnieuw aan te aarden. Enerzijds om het onkruid aan te pakken, maar ook om lucht in de grond te brengen en de rug weer op te bouwen. In totaal viel eind mei 55 millimeter water in zeer korte tijd. De ruggen spoelden gedeeltelijk af. Vanwege de mooie structuur sloeg de grond bovendien snel dicht. ‘Ik heb iets aan planten verloren door de regen. Gelukkig is dit C/D-peen, dus een grover gewas is niet zo’n ramp. Voor mijn witlof is het erger. Die kon als verloren worden beschouwd. Daar hebben we de ruggen opnieuw getrokken en weer gezaaid. Ook in mijn andere gewassen zijn schadeplekken te vinden. Al met al geen goede start.’ Foto: Niels van der Boom

26

AKKER van het NOORDEN


Granen Zaaizaden Meststoffen Advisering

BV GLAND O O H g a Open d rdag 30 juni zate

Depot gewasbeschermingsmiddelen Hoogland BV Schaapweg 51 9969 TN Westernieland

T: 0595 – 528301 F: 0595 – 528324

administratie@frieling-granen.nl facebook.com/GranenFrielingBV

Het TTW-Systeem® wordt gebruikt voor: - het vastleggen van relevante perceels- en gewasgegevens - teelt-, koel- en verwerkingsadviezen - het vergelijken van uw gegevens met het gemiddelde van andere bedrijven - het vergelijken van uw gegevens met voorgaande jaren en/of andere gewassen op uw bedrijf - gewasontwikkelingsoverzichten, inclusief foto’s - beheer van plaatsspecifieke data (georeferentie)

Welke opbrengst is er op uw perceel mogelijk en welke opbrengst haalt u werkelijk? Dit verschil - de yield gap of het ‘opbrengstgat’ - pakken we samen bij de kop, met als doel om dit kleiner te maken. Een zo hoog mogelijke opbrengst, gecombineerd met een hoge kwaliteit en een efficiënt gebruik van hulpmiddelen. Daar streeft u toch ook naar? Increase your growth

TTW akker- en tuinbouwcoach voor teelt en bewaring

Wist u dat: TTW-klanten opbrengsten halen die 10 tot 20 procent boven het CBS-gemiddelde liggen? Samen maken we die groei mogelijk! AKKER van het NOORDEN

27


WANNEER U UW PASSIE MET ONS DEELT...

...ONTDEKKEN WIJ INSPIRERENDE MOGELIJKHEDEN

Countus Assen / Zendmastweg 11-B / T (0592) 20 00 07 / assen@countus.nl Countus Leeuwarden / Heliconweg 62 / T (058) 21 00 101 / leeuwarden@countus.nl Countus Joure / Mercatorweg 2 / T (0513) 65 79 90 / joure@countus.nl Countus Emmeloord / Daalder 1 / T (0527) 61 33 41 / emmeloord@countus.nl Countus Zeewolde / Landauer 2 / T (036) 522 14 37 / zeewolde@countus.nl Countus Steenwijk / Oostermeentherand 2C / T (0521) 53 47 00 / steenwijk@countus.nl van het NOORDEN 28 AKKER Countus Zwolle / Dokter Stolteweg 2 / T (038) 455 26 00 / zwolle@countus.nl

www.countus.nl

Akker van het Noorden 04  
Akker van het Noorden 04  
Advertisement