Agrarisch Magazine 2022

Page 1

AGRARISCH MAGAZINE

2022 Nummer 2 | December 2021

TRENDS EN VERHALEN RICHTING 2022

MARIJKE EVERTS

‘ZO VERKEERD DOEN WE HET NIET'

DIRK DE LUGT

‘JONGE BOEREN, PAK HET OP!'

EKE FOLKERTS

‘IETS VAKER DE HAKKEN IN HET ZAND' AGRARISCH MAGAZINE

1


Studiereis naar (Oost-)Duitsland 9 t/m 11 maart 2022

Kosten: € 649/699 per persoon*. Melk van het Noorden organiseert een 3-daagse studiereis naar (Oost-)Duitsland. Deze reis per touringcar start vroeg op woensdagochtend 9 maart vanuit Heerenveen en eindigt vrijdagavond 11 maart 2022. Op deze reis bezoekt u verschillende melkveebedrijven en ondernemers met uiteenlopende visies en bedrijfsvoeringen. Bedrijven die onder andere op het programma staan: - Rudi Denissen in Wöbbelin; melkt ruim 800 koeien, heeft een akkerbouwtak en kassen met groenten. De kassen worden verwarmd met restwarmte uit de biogasinstallatie. - Koepon Farms in Brüel; melkt 1.000 biologische Jerseys. Op 4.000 hectare grond wordt al het eigen ruwvoer en krachtvoer geteeld en 3.500 ooien gehouden. - Jan Jelmer Dijkstra in Tempelfelde; melkt 600 koeien en bewerkt 1.400 hectare akkerbouwland in samenwerking met Vincent Overmars.

Opgave vóór 1 februari 2022 via het inschrijfformulier op www.melkvanhetnoorden.nl AGRARISCH

2

MAGAZINE

• De organisatie behoudt zich het recht voor de reis te annuleren. Onder andere als de dan geldende coronamaatregelen daar aanleiding toe geven. • Deze reis vindt plaats onder de op dat moment geldende coronamaatregelen in Nederland en Duitsland. *De kosten van € 699 per persoon zijn gebaseerd op het gebruik van een kamer als éénpersoonskamer. *De kosten van € 649 per persoon zijn gebaseerd op het gebruik van een tweepersoonskamer met twee personen.


Werken bij Agriton Als Agriton zetten wij onze kennis en ervaring in voor het verhogen van de natuurlijke immuniteit van bodem, water, planten, dieren en mensen. Dit alles is te realiseren door het verbeteren van de chemische, fysische en biologische aspecten in de kringloop bodem-plant-dier-mest. Zo zien wij een duurzame bodemvruchtbaarheid als de basis voor vitale en voedzame gewassen. Samen met een gebalanceerde leefomgeving draagt dit bij aan de gezondheid van mens, plant en dier. Door het ontwikkelen van verantwoordelijke concepten willen wij bijdragen aan het verbeteren van de kringloop en een vitale leefomgeving. Herken jij jezelf hierin? Wil jij ook meewerken aan het uitdragen en verder uitbouwen van deze concepten?

Er zijn op dit moment binnen Agriton 4 functies beschikbaar: •

Teamleider Planning & Logistiek (MBO+/HBO) Het aansturen en coördineren van de dagelijkse gang van zaken binnen productie.

Microbioloog (HBO/WO) Functie voor het kweken van nematoden en kwaliteitsverbetering bij de productie van microbiologie.

Verkoopleider Akkerbouw (HBO) Het adviseren en voorlichten van onze klanten en het begeleiden en ondersteunen van het verkoopteam met technische informatie.

Hoofd Productie & QA (HBO/WO) Aansturen productie, verbindende factor tussen afdelingen en optimaliseren bedrijfsstructuur.

Nieuwsgierig? Kijk dan op onze website: www.agriton.nl/werken-bij-agriton, scan de QR Code of neem contact op: 0561-433115 | info@agriton.nl

GROUP

NUTRIENTS & ADJUVANTS

AGRARISCH MAGAZINE

Agriton, alles voor een natuurlijk evenwicht

3


Voorwoord

RUIMTE EN RESPECT A

ls u dit magazine leest, bevinden we ons opnieuw in een lockdown. Waar vorig jaar alles nieuw was, denken en praten we inmiddels over ‘leven met het virus’. En lijken we ons voor te moeten bereiden op meerdere jaren met minder onderlinge ontmoetingen. 2021 was het jaar waarin opnieuw de meeste beurzen, bijeenkomsten en evenementen niet doorgingen. Het is een serieus gemis. Niets is zo inspirerend, zeker ook binnen de agrarische sector, om elkaar te ontmoeten en letterlijk en persoonlijk met elkaar in gesprek te gaan.

Sjoerd Hofstee, hoofd-uitgever shofstee@langsdemelkweg.nl

Voor ons een extra reden om na de primeur van vorig jaar deze nieuwjaarsglossy opnieuw uit te brengen. En dit jaar opnieuw de agribusiness het aanbod te doen: ‘Vertel uw verhaal in Agrarisch Magazine 2022’. Het is niet verwonderlijk dat velen aan deze oproep gehoor gaven. Ondanks de coronapandemie en onzekerheid in de sector, bruist ook de agribusiness van de dynamiek en innovatie. De uiteenlopende verhalen die dit bewijzen, leest u in dit magazine. Daarbij kijken we ook vooruit. Aan de hand van acht paginavullende foto’s, verspreid door het magazine, tonen we in willekeurige volgorde verschillende trends voor 2022. Hoge prijzen, energie als ‘big business’ en een biobasedeconomie die gestalte krijgt. Het is een greep uit de trends die het nieuwe jaar gaan kleuren en waar we u in dit magazine bewust in meenemen. Dat doen we ook aan de hand van interviews met Cosun-voorzitter Dirk de Lugt, Van Drie-directeur Marijke Everts en NAJK-bestuurder Eke Folkerts. Alle drie refereren aan het belang en de innovatiekracht van de agrarische sector. En dat dat ogenschijnlijk door de overheid onvoldoende wordt onderkend. Dezelfde overheid die ook aan alle kanten letterlijk aan de ruimte van en voor de landbouw knaagt. Die overheidshouding voelt soms als een vorm van respectloosheid richting een sector die zich, door de jaren heen, altijd aanpast en voor een dynamisch en economisch platteland zorgt. Een gebrek aan ruimte krijgen en houden, letterlijk of figuurlijk, voelt nooit goed. Net als een gebrek aan respect. Helaas is dit een fenomeen dat op meer plaatsen opspeelt in de maatschappij, ook in de agrarische sector. Afgelopen jaar hoorden wij meer dan eens dat bestuurders in de agrarische sector zich niet meer, of minder duidelijk, durven uit te spreken. Bang voor heftige reacties via email en telefoon of online lastercampagnes. Het getuigt van weinig respect als ‘eigen’ mensen, die zich meestal ook nog grotendeels vrijwillig inzetten, niet de ruimte wordt gegund om zonder schroom en vrees hun bestuurswerk te kunnen doen. Ik mag dan ook hopen dat dit niet een trend is die in 2022 doorzet. Veel leesplezier en, ondanks alle beperkingen, een inspirerend 2022 toegewenst.

4

AGRARISCH MAGAZINE


INHOUD 6-7 8-9 11 12-13 15 16-17 18-19 20-21 23 24-25 26-27 29 30-31 32-33 35 36-37 38 39 40-41 42-43 44-45 46-47 48-49 51 52-53 54-55 56-57 59 60-61 63 64-65 66-67 68-69 71 72-73 74-75 77 78-79 80-81-82

TREND 1 2022: HOGE VOEDSELPRIJZEN INTERVIEW DIRK DE LUGT: ‘JONGE BOEREN, PAK HET OP’ ‘DE DIERENARTS ONTZORGT MIJ, HEERLIJK’ ‘K-GETAL IS ACHTERHAALD GETAL IN ADVISERING’ ‘BEWUST VOOR EXTRA KOECOMFORT GEKOZEN’ ‘HERWAARDEREN 2.0 OM LANDBOUWVRIJSTELLING VEILIG TE STELLEN’ TREND 2 2022: PLANTAARDIG PAKT POSITIE RITNAALDEN: EEN LASTIG PROBLEEM ‘FINANCIERING LASTIG? NIET MET GOED PLAN’ INTERVIEW MARIJKE EVERS: ‘ZO VERKEERD DOEN WE HET NIET’ ‘VOORDEEL OPGEKNAPT DAK LASTIG IN GELD UIT TE DRUKKEN’ DUURZAME OPLOSSING VOOR LANDBOUWPLASTIC ‘KOE WENT SNELLER DAN DE BOER’ TREND 3 2022: DE ROBOT KOMT ‘VERZEKER OPRUIMINGSKOSTEN VOLDOENDE’ ‘MET TEGENWIND GAAT DE VLIEGER HET HOOGST’ ‘OP VAKBEURS KOMT VRAAG EN AANBOD BIJ ELKAAR’ ‘VREEMD OM OP GRONDANALYSES TE BESPAREN’ UDDERGOLD VIERT 30-JARIG JUBILEUM TREND 4 2022: MULTIFUNCTIONEEL ALS REDDINGSBOEI ‘DATA EN KENNIS LEREN JE: CIJFERS LIEGEN NIET’ TREND 5 2022: ENERGIE ‘BIG BUSINESS’ HELP! VIER KINDEREN WORDEN BOER…. ‘VLOT HANDELEN BELANGRIJK, GOED GEVOEL BELANGRIJKER’ INTERVIEW EKE FOLKERTS: IETS VAKER DE HOGE HAKKEN IN HET ZAND ZETTEN TREND 6 2022: MINDER IS MEER 80-STANDS CARROUSEL INGERICHT MET ‘NIEUWE MELKEN’ ‘VOORDELEN LASAGNEKUILEN GROOT’ 80% REDUCTIE MET INNOVATIEVE STIKSTOFKRAKER ‘BESPREEK JE KRITIEKE MELKPRIJS’ & TALENTVOLLE CHAUFFEURS GEZOCHT ‘LAGERE VOERKOSTEN EN BEHOUD VAN RESULTAAT’ TREND 7 2022: SUPERMARKTBOEREN AB VAKWERK RICHT EIGEN AB VAKSCHOOL AGRI OP ACHT TIPS VOOR EEN OPTIMALE VOEREFFICIENTIE ‘IEDERE MELKVEEHOUDER IS VOOR ONS EVEN BELANGRIJK’ SLIM EN DOELMATIG ROBOTMANAGEMENT KOE KRITISCH BEKIJKEN NA SIGNALERING TREND 8 2022: BIOBASED IS OVERAL REPORTAGE ELISA DE VEEN: ‘KALF BIJ DE KOE KAN PRIMA’

COLOFON Dit magazine is een uitgave van Persbureau Langs de Melkweg Adres uitgever: Persbureau Langs de Melkweg, Lorentzstraat 21-A, 8606 JP Sneek Telefoon: 0515-429876 E-mail: redactie@langsdemelkweg.nl Redactie: Sjoerd Hofstee en Jelle Feenstra Teksten: Bouke Poelsma, Sanne van Raalte, Rochus Kingmans, Berrie Klein Swormink, Jelle Feenstra en Sjoerd Hofstee Fotografie: Niels de Vries, Landpixel, Oane de Hoop, A3Impressies, Hoge Noorden/Jacob van Essen en Jaap Schaaf, Uwe Scheper, Evalien Weterings, Marcel van Kammen, Patrick Ruiter, Antsje Cnossen en eigen foto’s Vormgeving: Houssam Diab Druk: Senefelder Misset Doetinchem

Verspreiding: Dit magazine is door PostNL verspreid onder melkveehouders, akkerbouwers en agribusiness in Drenthe, Groningen, Friesland, Noordoostpolder, Kop van Noord-Holland en de Kop van Overijssel.

Overname van artikelen is alleen toegestaan na toestemming van de redactie. Hoewel aan de samenstelling van de inhoud de meeste zorg is besteed, kan de redactie geen aansprakelijkheid aanvaarden voor mogelijke onjuistheden of onvolledigheden. Alle auteursrechten en overige intellectuele eigendomsrechten ten aanzien van (de inhoud van) deze uitgave worden nadrukkelijk voorbehouden. Deze rechten behoren bij Persbureau Langs de Melkweg c.q de betreffende fotograaf. Artikelen uit deze uitgave mogen uitsluitend verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt na schriftelijke toestemming van Persbureau Langs de Melkweg.

AGRARISCH MAGAZINE

5


1

TREND

2022

HOGE VOEDSELPRIJZEN Is deze chauffeur van de melktankwagen goud aan het ophalen? De melkprijzen in het hoogste segment overstijgen inmiddels de 50 cent per liter, iets wat voorheen alleen voor biologische melk werd betaald. En het einde van de stijging lijkt met de op stapel staande krimp van de melkveesector in Nederland voorlopig niet in zicht. De Rabobank verwacht dat niet alleen de melk, maar eigenlijk alle voedselprijzen in 2022 wereldwijd hoog blijven. Dat komt door een scala aan factoren: weersinvloeden, kostenstijgingen in toeleveringsketens, capaciteitstekorten in de transportsector, inflatiedruk en energiekosten. De laatste keer dat prijzen van landbouwgrondstoffen zo hoog waren, was in 2012, tien jaar geleden. Agrarisch ondernemers proberen normaal gesproken de productie uit te breiden bij hoge opbrengstprijzen. Maar ook de productiekosten rijzen momenteel de pan uit. Die combinatie maakt dat de prijzen van voedsel in 2022 ongekend hoog zullen zijn. Foto: Niels de Vries

6

AGRARISCH MAGAZINE


AGRARISCH MAGAZINE

7


Interview

‘JONGE BOEREN, PAK HET OP!’

‘Onzekerheid is funest voor een boer, dat moet echt anders’, zegt akkerbouwtopman Dirk de Lugt (60). Hij hoopt dat het nieuwe kabinet doorpakt met een heldere visie op ruimtelijk gebruik. De akkerbouwer zat in de initiatiefgroep Regie op Ruimte die de regering aanbevelingen deed. Tekst:

Jelle Feenstra

Foto: Evalien Weterings

De lichten van de vuurtoren helpen schepen om te zien waar het land is. Zo hoopt Dirk de Lugt met de aanbevelingen in Regie op Ruimte boeren zicht op toekomst te geven.

8

AGRARISCH MAGAZINE


E

en brede initiatiefgroep van boeren, natuurorganisaties, wetenschappers en topmensen uit het bedrijfsleven deed het demissionaire kabinet dit voorjaar aanbevelingen om knelpunten op gebied van natuur, landbouw en economie op te lossen. Dirk de Lugt was een van de motors van de groep, onder leiding van voormalig landbouwminister Cees Veerman. De Lugt is akkerbouwer op Texel, voorzitter van de raad van beheer van coöperatie Cosun én de Brancheorganisatie Akkerbouw. Wat voor oplossing bepleiten jullie? ‘In 2008 is de Deltacommissie Water ingesteld. Een langjarige aanpak om de hoogwaterbescherming en zoetwatervoorziening in Nederland voor de komende honderd jaar goed te regelen. Zo’n soort Deltacommissie willen we ook voor de landbouw. Het gevecht om de schaarse ruimte tussen woningbouw, natuur, landbouw en duurzame energie wordt nu beslecht door provinciale willekeur en de dikste beurs. Dat schreeuwt om een duidelijk plan met strakke regie. De oproep is: regisseer de grote lijn vanuit Den Haag, maar vul de gedetailleerde inkleuring in met partijen in het gebied zelf.’ Wat betekent dat concreet voor boerenbedrijven? ‘Ieder gebied kent zijn eigen dynamiek en specifieke opgave. Een bedrijf kiest voor nevenactiviteiten, schaalvergroting of doorontwikkeling en anderen werken samen met natuurcontracten. Deze zaken moeten naast elkaar kunnen bestaan. Daarnaast komt in sommige gebieden agrarische bebouwing vrij; dat vraagt ook om oplossingen per gebied. Dit vraagt van de overheid stevige uitvoeringskracht waarin geïnvesteerd moet worden en waar bezuinigingen niet op hun plaats zijn. Aanbevelingen van ons zijn: een lange termijnaanpak per gebied, een stikstoffonds voor doelgerichte maatregelen nabij Natura 2000-gebieden, een grondfonds om bedrijven te extensiveren en een borgstellingsfonds om boeren te ondersteunen bij verduurzaming van hun bedrijf.’ Dat kost miljarden. Hoe en wie gaat dit financieren? ‘Net als voor de Deltawerken moet er een speciaal fonds komen waarin de staat jaarlijks geld stort. Met dit geld kunnen gebiedsgerichte plannen worden gemaakt om boeren warm te laten stoppen, uit te plaatsen naar gebieden waar landbouw als hoofdactiviteit is aangemerkt of te helpen om te schakelen naar een extensievere bedrijfsvoering of verbreding. Wij schatten in dat hier jaarlijks € 1,5 tot 2 miljard voor nodig is. Nuttige diensten aan de maatschappij, zoals behoud van natuur en biodiversiteit, moeten in de extensievere landbouwgebieden nieuwe verdienmodellen worden voor de boer.’ Betekent dit dat we de richting op gaan van minder vee en de hoogproductieve landbouw die zich vooral concentreert in de kustgebieden? ‘Onze oproep is dat het kabinet een plan maakt dat de basis legt voor een breed gedragen nationaal ruimte- en landbouwakkoord waarin gezonde bodems, een gevarieerd landschap en biodiversiteit voorop staan. Daarin is absoluut plaats voor een sterke en gezonde landbouwsector. Minder vee is uiteraard geen doel op zich. Dat de hoogproductieve landbouw zich meer concentreert op de beste gronden en boeren rond natuur- en veenweidegebieden extensiever worden, lijkt de logische richting.’ Niet iedereen zal u en andere betrokkenen deze oproep in dank afnemen. ‘Op onderdelen zal altijd discussie zijn. Het belangrijkste is dat

oplossingen worden aangereikt in de aanhoudende strijd om ruimte en dat het boeren duidelijkheid geeft. Nu verkeren ondernemers in onzekerheid, wachten ze met investeren, is er schaduwwerking, onrust. Duidelijkheid zal hier en daar hard zijn. Niet alles kan overal meer. Maar ondernemers weten dan waar ze aan toe zijn en kunnen daar keuzes op maken. Daarbij horen ruimschootse financiële middelen voor uitkoop, verandering of verplaatsing.’ Er zijn ook boeren die überhaupt niet begrijpen waarom er iets moet gebeuren. ‘Je kunt niet doen of er niks aan de hand is. Juist door het initiatief te nemen, proberen we zoveel mogelijk landbouwgrond te behouden en innovatie nadrukkelijker op de agenda te krijgen. Feit is dat er verschillende grote vraagstukken zijn die om een oplossing vragen. Willen we met onze landbouw top van de wereld blijven, dan moeten we de opgaves die erbij horen ook goed gaan managen. Dat betekent keihard werken aan maatschappelijke relevantie.’ Minister Schouten heeft het over een periode van tien jaar. ‘Zo snel krijg je dat niet voor elkaar. Wij denken dat je hiervoor een periode van zeker 20 jaar moet uittrekken. Ik vind wel dat we daarin ook echt wat van de overheid mogen verwachten.’ Hoe bedoelt u dat? ‘De uitdaging is gigantisch. De grondstofkosten nemen enorm toe, de omvang van de productie niet, laat staan het verdienvermogen. Maar wij boeren moeten wel even dealen met de Green Deal, met Farm to Fork, fors terug in chemische middelen en kunstmest. Deze grote uitdagingen vragen tijd en een stevige helpende hand. In financiële ondersteuning, maar ook in het geven van ruimte aan nieuwe veredelingstechnieken of aan het sneller toelaten van groene gewasbeschermingsmiddelen.’ Ondertussen gaat de innovatie in uw sector volop door. ‘Daar ben ik erg trots op. Bij de Cosun Beet Company in Dinteloord lanceerden we onlangs het eerste boek van bietenpapier. De suikerbiet vormt inmiddels de basis voor ruim 130 producten. Delen van de biet gaan inmiddels in bijna elk product dat je kunt Evalien Weterings bedenken: van bioplastics tot cosmetica en van invriesmiddel voor Covid-19-vaccins tot verfproducten. De ambitie is om daarin verder te groeien. We kunnen een grote bijdrage leveren aan de zo gewenste circulaire economie.’ Welke trends ziet u? En zitten daar ook gamechangers tussen die het speelveld blijvend gaan veranderen? ‘Gezondheid is een duidelijke trend, net als de opkomst van korte ketens. Ik zie steeds meer akkerbouwers die iets doen met lokale verkoop. Maar als grote gamechanger zie ik precisielandbouw, in combinatie met digitalisering. Daar worden echt wat stappen in gemaakt. Ik denk dat we met die ontwikkeling nog 60% in chemie kunnen reduceren, met behoud van een gezond gewas.’ Welke tip zou u de melkveehouders en akkerbouwers voor 2022 willen meegeven? ‘Probeer als boeren ondanks de soms grote individuele verschillen toch samen op te trekken. Dan kom je veel sneller ergens. Nu is het allemaal tegen elkaar. Is er onbegrip jegens elkaar, geen dialoog meer. Terwijl we in de basis toch allemaal hetzelfde belang hebben: een gezonde en bloeiende agrosector in Nederland. Maar ik ben ervan overtuigd dat de jonge boeren dit oppakken. Zoals onze generatie dat 35 jaar geleden deed. Het komt goed.’ AGRARISCH MAGAZINE

9


Bewezen betrouwbaar tegen Phytophthora De beste bescherming, door: • flexibele dosering voor lage, normale en hoge infectiedruk • optimale bladbescherming voor gezonde groei en maximale oogst • allerbeste knolbescherming Voor meer informatie over Infinito, bezoek agro.bayer.nl of vraag ernaar bij uw lokale distributeur en/of adviseur.

Gebruik gewasbeschermingsmiddelen veilig. Lees vóór gebruik eerst het etiket en de productinformatie.

10

AGRARISCH MAGAZINE

Tjepko chicks def v11.indd 1

21-10-2021 15:27:49


DE SPOTLIGHTS OP Gesponsord artikel

‘DE DIERENARTS ONTZORGT MIJ, HEERLIJK’ Goede communicatie en ontzorgen. Dat vindt Kees Boon belangrijk én prettig aan de samenwerking met zijn dierenarts.

K

ees (39) en zijn vader Rik Boon (63) houden in Delfstrahuizen 200 melkkoeien en 100 stuks jongvee op 130 hectare. Er ligt dus werk genoeg voor beide mannen, die zoveel mogelijk in eigen beheer doen. Communicatie was voor Kees de reden om over te stappen naar dierenkliniek Wolvega. ‘De communicatie is bij hen heel sterk, op alle vlakken. Als ik iemand bel, vragen ze bijvoorbeeld ook altijd hoe het met de koe is waarvoor een collega de vorige dag is geweest. Ze weten dat precies, dat vind ik zo sterk’, vertelt Kees, die daarnaast vindt dat ze een scherp tarief rekenen. ‘Ik betaal een vast bedrag per koe per jaar. Daarvoor komt mijn dierenarts elke zes weken langs voor bijvoorbeeld het onthoornen’, legt Boon uit. ‘Zij weten beter dan ik wat er onthoornd en geënt is. Het is fijn dat ik dat kan parkeren, ik heb daar vertrouwen in en het ontzorgt mij, net als het klantportaal waar alles in staat.´

Specialismes

Korte lijnen, snel schakelen in het team en samenwerken met andere erfbetreders. Dat zijn de kernpunten van het team Herkauwers van Dierenkliniek Wolvega. Een jong, fanatiek en

Foto: A3Impressies

Kees Boon (links) en dierenarts Folkert Postma in overleg.

enthousiast team van acht dierenartsen en vijf assistentes. ‘We hebben elk ons eigen specialisme’, legt dierenarts Folkert Postma uit. Iets wat ook Kees opvalt. ‘Niemand is te trots om te zeggen dat ze iets niet weten. Dan schakelen ze met een andere collega en komt die er op terug. Dat vind ik mooi’, aldus Kees. ‘En ik vind het belangrijk dat ze zelfstandig zijn. Ik wil geen speelbal zijn van een farmaceut of multinational. Ons bedrijf moet centraal staan.'

Samenwerken

Toen Kees te maken had met uitdagingen rond uiergezondheid heeft Folkert alle erfbetreders bij elkaar geroepen. Het probleem bleek na lang zoeken in de melkstal te zitten. ‘Folkert heeft echt alles uit de kast getrokken om het probleem op te lossen. Celgetalbepalingen, swabs nemen en bij het melken komen kijken. Voor ik er aan dacht om te bellen, belde Folkert mij zelf al om te horen hoe het ging. Ze zijn er echt voor mij’, blikt Kees terug. Elke drie weken komt de medicijnbus voorrijden en vult alle standaardmedicijnen bij Kees aan tot de besproken hoeveelheid. ‘Ik grijp nooit meer mis, dat zijn echt van die kleine dingen waarin dierenkliniek Wolvega mij enorm ontzorgt.'

‘Deze dierenartsen zijn niet te trots als ze iets niet weten. Dat vind ik mooi’

AGRARISCH MAGAZINE

11


DE SPOTLIGHTS OP Gesponsord artikel

Beeld: Eurofins Agro

‘K-GETAL IS ACHTERHAALD GETAL IN ADVISERING’ ‘Het K-getal is een sterk verouderd getal in de advisering van kalibemesting’, zegt Karst Brolsma van Eurofins Agro. ‘Boeren die vasthouden aan de traditionele methode van kalibemesting zijn een dief van hun eigen portemonnee’, stelt akkerbouwer Yme Meirink.

E

lk jaar om deze tijd wordt Yme Meirink wel een paar keer gebeld door commerciële partijen die zeggen: ‘Het is tijd voor kalibemesting, we hebben een mooie aanbieding.’ Maar bij de pootgoedteler uit Oosternijkerk krijgen ze nul op rekest. Hij is met z’n kalibemesting een andere weg ingeslagen. Een weg die in zijn ogen nauwkeuriger is, hem een beter kwaliteit poters én meer tonnen per hectare oplevert. ‘En dan praat ik nog niet over de mogelijke besparing op aankoop van kalisulfaat.’

Geen winterbemesting meer

De meeste boeren maken een bemestingsplan op basis van het K-getal. ‘Dan gooien ze er in de winter een keer goed kali overheen

12

AGRARISCH MAGAZINE

Akkerbouwer Yme Meirink strooit kali in etappes tijdens het groeiseizoen in plaats van ervoor. Dat levert hem een betere kwaliteit poters én meer en vooral een egalere kiloopbrengst per hectare.

en dat is het dan. Doodzonde’, vindt Meirink. Hij verspreidt de kalibemesting tegenwoordig over het jaar en dan alleen tijdens het groeiseizoen. ‘In het verleden gaf ik in januari of februari een basisbemesting kali over de vorst. Na een check konden we de hele bemesting niet terugvinden, alles was uitgespoeld of gebonden aan het klei-humuscomplex. Sindsdien doe ik het anders.’ De basis wordt gelegd in het jaar voorafgaand aan de pootgoedteelt. In augustus komt er dan 40 kuub rundveedrijfmest met een groenbemester op de akker. Eens in de vier jaar laat Meirink Eurofins Agro in december op elk perceel monsters nemen. Dat gebeurt via het uitgebreide grondonderzoek Bemestingswijzer. Nu weet hij zowel de bodemvoorraad als de plantbeschikbare voorraad aan kali. ‘Deze cijfers zijn nauwkeuriger dan het K-getal, omdat je de nalevering beter in beeld hebt.’ Pas nadat de poters zijn gezet, zo rond 1 mei, strooit hij op basis van de beschikbare kali uit de bemestingswijzer een basisgift kali. ‘Dan is de kans op maximale opname maximaal, want je strooit de kali op het moment dat de plant er zin in heeft.’ De percelen waar de meest plantbeschikbare kali is gemeten, krijgen de minste kali bijgestrooid. Er zijn zelfs percelen bij waar de hoeveelheid


plantbeschikbaar zo groot is dat Meirink er tijdens de basisgift helemaal geen kali strooit. Begin juni neemt Meirink via de zogeheten Bodemcheck nogmaals monsters en strooit hij, op basis van de uitslagen, waar nodig opnieuw kali bij. ‘Dan geef je de kali op het moment dat de knol begin te groeien. Dus ook hier geldt: strooien als de plant zin heeft in kali.’ En zo heeft Meirink z’n kalibemesting rond. Het resultaat? ‘Ik zie nu dat percelen die voorheen van nature kalitekort hadden qua kilo-opbrengst helemaal zijn bijgetrokken. Slechte vruchten zie je daar niet meer.’ De kilo-opbrengsten vertonen een stijgende lijn en hij ziet een betere, egalere interne kwaliteit van de aardappelen. ‘Er zijn minder problemen met fusarium en blauwgevoeligheid.’ Meirink vertelt dat hij aan kalibemesting jaarlijks zo’n € 20.000 kwijt is. Hij gebruikt dan ook een dure meststof, niet de K60. ‘Die is chloorhoudend, dat staat haaks op kwaliteit.’

'Ik strooi alleen kali op momenten dat de plant er zin in heeft'

Driegangen diner

Karst Brolsma is productspecialist bij Eurofins Agro. Hij zegt: ‘Yme is met z’n kalivoorziening de richting van preciezer bemesten opgegaan. Hij kijkt wat er in de grond zit, wat direct en later beschikbaar is voor de plant en het verschil bemest hij bij. Moeilijker is het niet.’ Brolsma trekt vervolgens de vergelijking tussen planten en mensen. ‘Als je thuis zit te eten, ligt er voedsel op je bord. Als dit leeg is, kan je je bord aanvullen met eten dat nog op tafel staat. Dat voedsel is direct beschikbaar. Maar als de tafel leeg is, moet je er meer moeite voor doen en loop je naar de keuken en tot slot naar de kelder. Die vier verschillende fases van beschikbaarheid doen zich ook voor in de bodem, maar dan met nutriënten. Investeer je niet in bodemreparatie, het op peil houden van de bodemvruchtbaarheid, dan raken eerst de keuken en daarna ook de kelder langzaam leeg. Met andere woorden, de bodemvruchtbaarheid neemt af en het producerend vermogen van percelen daalt. Om de metafoor compleet te maken zegt hij: ‘Eén keer alle kali strooien in de winter

Verschillende grondonderzoeken mogelijk Eurofins Agro biedt boeren voor kalibemesting verschillende vormen van grondonderzoek aan. In het uitgebreide grondonderzoek BemestingsWijzer meet het bedrijf zowel de bodemvoorraad als de plantbeschikbare voorraad aan nutriënten. Ook wordt de grootte van het kleihumuscomplex en de pH in de bodem gemeten. Dat brengt nauwkeurig in beeld wat er beschikbaar is en wat wanneer vrij komt aan kalium. Met het grondonderzoek Teelt kunnen telers jaarlijks een update krijgen van de plantbeschikbare voorraad vlak voor de teelt. De onderzoeken BodemCheck en BijmestMonitor zijn te gebruiken tijdens de teelt. Ze geven de boer zicht op de direct opneembare nutriëntenvoorraad.

is als bij het ontbijt het voedsel voor de hele dag opeten. Beter is het om een deel bij het ontbijt, een deel bij de lunch en een deel bij het diner te nuttigen.’ Brolsma noemt het K-getal een inmiddels achterhaald getal in de advisering rondom kalibemesting. ‘Het is lang niet meer nauwkeurig genoeg. Boeren kunnen veel beter kijken naar het complete plaatje. De cijfers staan al meer dan tien jaar gewoon keurig vermeld op onze uitslagen.'

Handboek geactualiseerd

De vraag rijst waarom de meeste boeren en adviseurs dan toch het K-getal pakken bij hun bemestingsadviezen. Brolsma begrijpt daar niks van, maar heeft wel een vermoeden. ‘Zo deden we het nu eenmaal altijd. En zo staat het nu eenmaal in het Handboek Bodem en Bemesting, toch een beetje de bijbel van het bemestingsadvies.’ Maar dat laatste gaat veranderen, weet hij. Brolsma vertelt dat het kaliumgewasgerichte advies van het Handboek Bodem en Bemesting vanaf 2022 wordt uitgebreid met de bepaling van het gehalte plantbeschikbaar kalium, de bodemvoorraad kalium en de grootte van het klei-humus complex. ‘Dat is een doorbraak waar de boeren echt baat bij gaan hebben.’

Niet alle nutriënten in de bodem - zoals kali - zijn even makkelijk beschikbaar voor de plant. Karst Brolsma van Eurofins Agro gebruikt de metafoor met eten dat op het bord, op tafel, in de keuken óf in de kelder is. AGRARISCH MAGAZINE

13


van afval naar grondstoffen en energie

Scan en doe de gratis afvalscan

nnrd.nl Ook voor uw landbouw- en wikkelfolie!

SAMEN MAKEN WE DE CIRKELROND

Actief in de kringloop bodem-plant-dier-mest

Veevoeding Ruwvoeders Strooisels

Bemesting Zaaizaden Mineralen

Nu ook malen en baggen van kracht/ruwvoeders Foarwei 45 | 9298 JC | Kollumerzwaag | 0511-441298 info@mulderagro.nl | www.mulderagro.nl

14

AGRARISCH MAGAZINE

185401336_VdVK_Adv_Kritieke_melkprijs_210x297.indd 1

26-05-16 11:34


DE SPOTLIGHTS OP Gesponsord artikel

‘BEWUST VOOR EXTRA KOECOMFORT GEKOZEN’

Foto: Geissler installatietechniek

Tom en Cor de Groot. ‘De koeien voelden zich meteen thuis in de nieuwe stal.’

Maatschap De Groot-Klein Douwel nam medio oktober een nieuwe melkveestal in gebruik. Een stal met 128 ligboxen die uitgerust zijn met de B3130-flex flexibele boxafscheidingen en een Aquatopsoft waterbed. ‘Wij geloven dat het extra koecomfort zich terugbetaalt.’

D

e maatschap De Groot-Klein Douwel houdt in Oldeholtpade momenteel zo’n 95 melkkoeien. Die koppel groeide de afgelopen jaren reeds en groeit de komende jaren verder. De oude ligboxstal met 2x6 visgraat was daar niet op toegerust. Daarop werd het plan gesmeed voor nieuwbouw. Medio oktober kon het resultaat in gebruik worden genomen: een nieuwe stal met 128 boxen en twee melkrobots. ‘Binnen een week zaten we boven een gemiddelde van drie melkingen en stegen de koeien 3 liter in productie. Natuurlijk is de bezetting in de stal en op de robots nu nog relatief laag, maar het toont aan dat de dieren er op vooruit zijn gegaan en vlot gewend waren aan hun nieuwe omgeving’, stelt Tom de Groot die het bedrijf samen met zijn ouders Cor en José runt.

De jonge melkveehouder vertelt dat de maten bewust veel verschillende stallen en inrichtingen bij collega’s hebben bezocht en beoordeeld. ‘Om die reden is de keuze ook gevallen op B3130Flex ligboxafscheidingen in combinatie Aquatopsoft waterbedden van De Boer stalinrichting. Het is een matras van 4 centimeter dikte met daarbovenop een waterbed als toplaag. Natuurlijk geen goedkope optie, maar de koeien liggen er heel goed op. Dat hebben we gezien bij de collega’s waar we zijn gaan kijken. En dan in combinatie met dit type boxafscheidingen, omdat die een flexibele instelling van de schoftboom tot 30 centimeter hebben. Zo voorkom je schuurplekken en creëer je voor de koe veiligheid en optimaal comfort bij het liggen en opstaan.' De Groot zegt zeker ook de mogelijkheid van diepstrooiselboxen te hebben overwogen, maar acht dat te bewerkelijk.

‘Het kijken bij collega’s heeft ons veel inzichten opgeleverd’

Elke nacht mestmixen

Een ander punt is de aanschaf van twee automatisch instelbare dompelmixers. ‘Vanuit Royal de Boer werd dit geadviseerd, maar eerst twijfelden wij sterk. Vanuit een gewoonte dat zelf mixen erbij hoort en ook omdat het natuurlijk een extra uitgave betekent. Opnieuw was het een bezoekje aan een collega dat ons anders deed besluiten. Hij maakte ons duidelijk dat homogenere mest, doordat je elke nacht tien minuten mixt, betekent dat de mest altijd in goede conditie is om direct uit te kunnen rijden wanneer je wilt en dat je mixt op momenten dat niemand in de omgeving er last van heeft. Dat zijn belangrijke pluspunten die ons over de streep trokken.’ AGRARISCH MAGAZINE

15


DE SPOTLIGHTS OP Gesponsord artikel

‘HERWAARDEREN 2.0 OM LANDBOUWVRIJSTELLING VEILIG TE STELLEN' De Algemene Rekenkamer stelt de landbouwvrijstelling ter discussie. Bij Van Balen Boekhoudburo B.V. adviseren ze hun klanten grond tijdig te herwaarderen om zo de landbouwvrijstelling als het ware veilig te stellen.

W

eer wordt er gesoebat over de landbouwvrijstelling. De regeling staat al langere tijd ter discussie. Recent zette de Algemene Rekenkamer zijn vraagtekens bij het nut van de landbouwvrijstelling en stelt dat die geen doel meer dient. De Algemene Rekenkamer pleit voor het afschaffen of een herziening van de regeling. In afwachting van de formatie van een nieuw kabinet is het de vraag hoe de politici in Den Haag hier tegenaan kijken. Nu de Algemene Rekenkamer de discussie nieuw leven heeft ingeblazen, is het maar zeer de vraag of de in 1918 ingevoerde landbouwvrijstelling nog een lang leven beschoren is. ‘De discussie speelt al langer. Wij zouden er niet raar van opkijken als de landbouwvrijstelling er binnen nu en vier jaar afgaat’, zegt

16

AGRARISCH MAGAZINE

Van links naar rechts: Marjan van der Meij, Meinze Feenstra en Wies Brunner. ‘Wij zouden er niet raar van opkijken als de landbouwvrijstelling er binnen nu en vier jaar afgaat.’

Wies Brunner, agrarisch adviseur bij Van Balen Boekhoudburo in het Friese Jellum.

Giga belastingclaim voorkomen

Nu de toekomst van de landbouwvrijstelling opnieuw ongewis is, raadt Van Balen Boekhoudburo agrariërs aan om het herwaarderen van landbouwgrond opnieuw te overwegen. Bij herwaarderen wordt de boekwaarde van de grond op de balans verhoogd. Dat heeft als voordeel dat er bij een bedrijfsovername, -beëindiging of -verplaatsing aanzienlijk minder winst op landbouwgrond gerealiseerd wordt. ‘Herwaardering van grond is een soort van verzekering. Je stelt de landbouwvrijstelling veilig’, aldus Brunner. In de door haar opgestelde voorbeeldberekening (zie tabellen hiernaast) wordt duidelijk welk effect herwaardering heeft op een toekomstige bedrijfsverkoop. In het voorbeeld bedraagt de belastingbesparing wel € 500.000. ’Dit laten we zo zien om de impact duidelijk te maken’, licht Brunner toe. ‘Het kan echt om gigantische bedragen gaan.’ De verwachting is dat de overheid een overgangsregeling zal


hanteren. Brunner waarschuwt ervoor dat de ondernemer dan niet zelf het moment van herwaardering kan bepalen. Ze verwijst naar de grafiek van de ontwikkeling van de grondprijzen van 1965 tot 2017 (zie hiernaast). ‘In 2000 was de gemiddelde prijs circa € 50.000 per hectare. Vijf jaar later ‘slechts’ circa € 35.000 per hectare’, zegt Brunner. ‘Boeren denken vaak: de grond wordt alleen maar duurder. Gemiddeld klopt dat ook, maar de prijzen kunnen enorm fluctueren. De overheid heeft er belang bij om grond op het laagste moment te herwaarderen. De waardestijging daarna is immers belast en daarmee kan de overheid de kas spekken.’

Extra voordelen

Herwaarderen van grond brengt extra voordelen met zich mee. Ook de ondergrond van de gebouwen stijgt in waarde. Dat zorgt voor een hoger afschrijvingspotentieel op de gebouwen. Herwaarderen levert daarnaast een hoger eigen vermogen op in de jaarrekening. Dat kan bij banken rentevoordelen opleveren. ‘Herwaarderen van grond leidt tot een aanzienlijke stijging van het eigen vermogen van bedrijven. Bij banken worden deze gegevens automatisch ingelezen en verwerkt. Hoewel er voor de ondernemer in de praktijk misschien weinig verandert, wordt het eigen vermogen nu wel zichtbaar op papier’, zegt Brunner.

Samenwerkingsverband noodzakelijk

Veel grondeigenaren deden enkele jaren geleden al een eerste herwaarderingsronde. ‘Met de sterk gestegen grondprijzen van de afgelopen jaren, is het tijd voor herwaarderen 2.0, zeker nu de toekomst van de landbouwvrijstelling hoogst onzeker is’, zegt Marjan van der Meij, assistent-accountant bij Van Balen Boekhoudburo. Herwaarderen kan niet zomaar. Er moet sprake zijn van overdracht van een gedeelte van het bedrijf. Dit is mogelijk in een samenwerkingsverband, bijvoorbeeld met een partner of kind. Ondernemers kunnen ook kiezen voor een hybride structuur. In dat geval richten zij naast hun bedrijf een bv op. Deze ‘hybride structuren’ komen steeds vaker voor en hebben bovendien ook andere fiscale voordelen. ‘Voor melkvee- en akkerbouwbedrijven met hoge winsten kan het aantrekkelijk zijn om voor een bv te kiezen’, vult Meinze Feenstra aan, assistent-accountant bij Van Balen Boekhoudburo.

Waardebepaling grond

Herwaarderen van grond gebeurt in veel gevallen op basis van publicaties van regionale grondprijzen en recente grondtransacties in de regio. Ondernemers kunnen er ook voor kiezen om een taxateur in de arm te nemen. Dit is niet verplicht. ‘Met een taxatierapport sta je richting fiscus wel sterker’, zegt Brunner.

‘Gemiddeld wordt grond duurder, maar de prijzen kunnen enorm fluctueren’

Vruchtwisseling

De belastingdienst stelt zich ook kritisch op ten aanzien van het uit gebruik geven van grond. In principe valt de waardetoename van grond tijdens de verhuurde periode niet onder de landbouwvrijstelling. Een uitzondering hierop is als er sprake is van vruchtwisseling. ‘Doe je een beroep op de landbouwvrijstelling in de belastingaangifte? Dan vraagt de fiscus of de grond altijd in eigen gebruik is geweest’, aldus Brunner, die samen met haar partner en zwager een akkerbouwbedrijf runt. ‘Eén jaar uit gebruik geven is geen probleem, maar twee jaar is een risico.’

Voorbeeldberekening 'Herwaardering 2.0': Uitgangspunten voorbeeldberekening: - Akkerbouwbedrijf (man-vrouwmaatschap) heeft in 2015 de grond voor de eerste keer geherwaardeerd voor € 55.000 per ha - Bedrijf beschikt over 100 ha eigendomsgrond - Kind treedt toe tot maatschap - Stel: waarde grond in 2022 € 80.000 per ha - Stel: overheid hanteert een overgangsregeling ten behoeve van afschaffing landbouwvrijstelling en biedt agrariers de mogelijkheid om te herwaarderen op een door de overheid te bepalen moment. - Stel: verkoop bedrijf voor € 80.000 per ha in 2030

Situatie 1: grond herwaarderen op moment dat waarde grond hoog is

Situatie 2: herwaarderen op moment van overgangsregeling met risico op lagere waarde per ha (in belang van fiscus!)

Jaar

Waarde per ha*

2015

€ 55.000

Jaar

Waarde per ha

2015

€ 55.000

2022

€ 80.000

20??

€ 70.000

Waardetoename

€ 25.000

Waardetoename

€ 15.000

Landbouwvrijstelling claimen

€ 2.500.000

Landbouwvrijstelling claimen

€ 1.500.000

Belastingclaim bij verkoop in 2030

€-

Belastingclaim bij verkoop in 2030

€ 500.000

Belastingclaim bij verkoop in 2030: waarde verkoop in 2030 is € 10.000 per ha hoger dan de boekwaarde na herwaardering => op een bedrijf van 100 ha bedraagt de belaste winst €1.000.000. Dat betekent een claim van ca. €500.000. * Let op: de genoemde waarden dienen als voorbeeld voor de berekening.

AGRARISCH MAGAZINE

17


2

TREND

2022

PLANTAARDIG PAKT POSITIE Restaurants met een louter plantaardige keuken schieten als paddenstoelen uit de grond, vooral in de grotere steden. Studenten en jonge, vaak wat hoger opgeleide gezinnen, kiezen er vaker voor om vlees te laten staan. In het begin was dierenleed vaak het argument om te kiezen voor een vegetarisch of veganistisch dieet. Nu zie je daar een grote groep bijkomen die vanuit klimaatredenen minder vlees en meer lokaal en biologisch wil eten. Grote kans dat je een deel van die consumenten ook tegenkomt op klimaatdemonstraties, zoals hier op 6 november op de Dam in Amsterdam. Over de argumenten of plantaardig beter is voor het milieu dan dierlijk kun je vele uren discussiëren. Zeker is dat de trend in 2022 doorzet. Foto: Greenpeace

18

AGRARISCH MAGAZINE


AGRARISCH MAGAZINE

19


DE SPOTLIGHTS OP Gesponsord artikel

RITNAALDEN: EEN LASTIG PROBLEEM Ritnaalden vormen een toenemend probleem De bestrijding ervan is niet eenvoudig. André ten Heggeler geeft tips wat je er wel tegen kunt doen in aardappelen en mais.

S

chade door bodeminsecten is een groeiend probleem. Ritnaalden (larven van kniptor) veroorzaken de grootste schade. Schade in mais uit zich in wegval van planten en daardoor minder opbrengst. In aardappelen uit het zich vooral in kwaliteitsvermindering door vraatschade, gaatjes in de knollen. De problemen met ritnaalden nemen de laatste jaren toe, zeker nu een aantal middelen niet meer zijn toegelaten. ‘Vroeger hadden we nagenoeg geen last van ritnaalden. We moeten het nu doen zonder systemische werking van een aantal middelen. Dat geeft een mindere lange bescherming’, zegt André ten Heggeler, technisch adviseur bij Syngenta. Volgens Ten Heggeler is voorafgaand aan een teeltseizoen moeilijk te voorspellen waar ritnaalden toeslaan. ‘De afgelopen jaren hebben we schade gezien op percelen waar we dat niet verwachtten’, vertelt de teeltspecialist, die aangeeft dat hoge temperaturen voor extra schade hebben gezorgd. Want met het veranderende en warmer wordende klimaat, neemt de snelheid van de levenscyclus toe, wat ook tot meer problemen leidt.

Drie oplossingen in mais

Foto's: Syngenta

20

AGRARISCH MAGAZINE

Ten Heggeler raadt maistelers en loonwerkers aan tijdig na te denken over percelen waar komend seizoen ritnaalden voor problemen kunnen zorgen en deze te controleren. Dit kan door in het voorjaar vroeg een paar aardappelen te poten en die na enkele weken te controleren op aanwezigheid van ritnaalden. Indien nodig kan dan actie worden ondernomen. Syngenta adviseert drie verschillende oplossingen voor de aanpak van ritnaalden: het gebruik van met FORCE 20CS behandeld zaaizaad, het gebruik FORCE EVO (microgranulaat toegediend bij het zaaien)


of een combinatie van deze twee oplossingen. ‘Het combineren van een zaaizaadbehandeling met FORCE 20CS en het toedienen van FORCE EVO bij het zaaien, biedt de beste bescherming’, aldus Ten Heggeler, die deze werkwijze dan ook zeker aanraadt op percelen met een verhoogde ritnaaldendruk. Daarbij moet worden aangetekend dat derogatiebedrijven, vanwege de aanwezigheid van kunstmestfosfaat, geen gebruik van Force Evo mogen maken. De zaadbehandeling met FORCE 20CS bevat de werkzame stof tefluthrin. Bij kieming van het behandelde zaad gaat het product in de grond over in dampvorm. Daardoor ontstaat er 3 centimeter rondom het zaadje een omgeving gevuld met tefluthrin. Bij contact met deze stof worden de ritnaalden gedood. Met FORCE EVO, goed verdeeld rondom en boven het zaadje, wordt ook het groeiende maisplantje beschermd, zeker wanneer er dieper dan 3 centimeter is gezaaid. ‘Voor een optimaal resultaat van FORCE 20CS en FORCE EVO is het van cruciaal belang dat er rekening wordt gehouden met de zaaiomstandigheden. Die zijn namelijk medebepalend voor het succes’, stelt Ten Heggeler.

Goede toepassing noodzakelijk

Syngenta deed afgelopen jaren onderzoek naar de werking van FORCE 20CS en FORCE EVO. Op proefvelden kwamen meerdere zaken aan het licht, zo vertelt Ten Heggeler. ‘Een goede zaadbedbereiding, een goede verdeling van het middel en een goede aansluiting van de grond zijn voorwaarden voor een goede start.’ Daarbij is het ook van belang om niet te vroeg te zaaien. ‘De grond moet voldoende op temperatuur zijn. Mais groeit niet goed in koude grond. Ritnaalden hebben dan meer tijd om voor schade te zorgen.’ De teeltspecialist raadt loonwerkers en maistelers aan om bij een verdenking van ritnaalden altijd behandeld zaaizaad te gebruiken, met waar mogelijk aangevuld met 8 tot maximaal 12 kilo per hectare FORCE EVO. ‘Zonder zaaizaadbehandeling mag je maximaal 16 kilo per hectare FORCE EVO gebruiken. In combinatie met FORCE 20CS als zaaizaadbehandeling is het raadzaam om een halve dosering FORCE EVO (8 kg/ha) te gebruiken. Gebruik in de combinatie nooit meer dan 12 kilo om binnen de maximale hoeveelheid werkzame stof per hectare te blijven’, waarschuwt de adviseur.

'We zien schade op percelen waar we het niet verwachten'

Het linker deel op de foto is onbehandeld. Het rechter deel is behandeld met 16 kilo per hectare FORCE EVO.

Bij aardappelen nooit 100% resultaat

Gezien de brede werking op aaltjes en luis en de duurwerking is Nemathorin de voor de hand liggende keuze tegen ritnaalden in aardappelen. Alleen als het gaat om vroege aardappelen of eventueel pootgoed, waaruit de bovenmaat als consumptie wordt afgezet, is FORCE EVO het aangewezen middel. Omdat bij NEMATHORIN een wachttijd van minimaal 120 dagen tussen poten en loofdoding moet worden aangehouden. Ondanks de goede werking van beide middelen zal in aardappelen nooit een 100% resultaat worden bereikt. Aan het einde van het seizoen, als de nieuwe knollen er zijn en de middelen zijn uitgewerkt, krijgen overgebleven ritnaalden vrij spel.

Veilig gebruik

Tot slot benadrukt Ten Heggeler nog het veilig en goed gebruiken van FORCE 20CS en FORCE EVO. Als insecticiden kunnen deze producten bij aanraking voor huidirritatie zorgen. ‘Gebruik daarom altijd handschoenen, een masker en een veiligheidsbril en draag kleding met lange mouwen. Ga met je rug in de wind staan bij het vullen van de zaaimachine of de granulaatstrooier en haal zeker niet zomaar je handen door behandeld zaad.’

Scan de QR-code voor meer informatie over ritnaalden. AGRARISCH MAGAZINE

21


22

AGRARISCH MAGAZINE


DE SPOTLIGHTS OP Gesponsord artikel

‘FINANCIERING LASTIG? NIET MET GOED PLAN’ Een alom gehoorde klacht: het is lastig om bij de bank financiering te krijgen. Vier agrarische ondernemers vertellen hoe het hun met hulp van een financieringsspecialist wel lukte: ‘Met een goed plan heb je gewoon meer kans.’

G

ardeners Pride BV is een glastuinbouwbedrijf met vestigingen in het Friese Beetgum en het Drentse Klazienaveen. Het familiebedrijf van Cock en Marja van Overbeek levert cherrytomaten aan Albert Heijn. Er ligt een plan van in totaal € 10 miljoen klaar voor het bouwen van 44.000 m2 glasopstand in Beetgum. Om de financiering rond te krijgen, schakelde Gardener’s Pride financieel adviseur Johannes Wassenaar van Ynsigt in. Wassenaar startte samen met collega Dick Bijlsma dit jaar in het Friese Grou Ynsigt op. Het bedrijf ontzorgt boeren en tuinders bij het aanvragen van financiering. ‘Bij de bank zit niemand meer die het even voor je regelt. Maar ondertussen eisen ze wel een goed plan. Daarvoor moet je gewoon een goede financieel specialist hebben, die ons bedrijf, maar ook de weg kent in de financiële wereld. Die hebben we met Johannes’, vertelt Cock van Overbeek.

Aankoop akkerbouwbedrijf

Ook verschillende akkerbouwers en melkveehouders deden een beroep op Ynsigt. Zo riepen Jan en Eddy Herrema in Slappeterp de hulp in van Dick Bijlsma. De broers hebben een melkveebedrijf, een akkerbouwtak en vleeskuikens. Eind vorig jaar kochten ze een akkerbouwbedrijf met 65 hectare erfpacht. ‘Dick maakte het

Foto: Ynsigt

Dick Bijlsma (links) en Johannes Wassenaar aan tafel bij de boer: ‘Die jongens zijn goed scherp.’

bedrijfsplan en heeft door zijn bankverleden goede connecties, dat scheelt’, vertelt Jan. Eddy is blij dat het plan zo is gemaakt dat de mannen niet 24/7 op het allerscherpst van de snede moeten boeren om hun aflossing te kunnen betalen. ‘Het is goed haalbaar voor ons.’

Herfinanciering melkveebedrijf

De Terschellinger melkveehouder Gerard Cupido liet Ynsigt al z’n financieringen en leaseconstructies onder de loep nemen. Ook nam hij nieuwe investeringsplannen mee. Het leidde tot een ingrijpende herfinanciering waarbij hij van bank wisselde. ‘Het kritisch toetsen van m’n financieringen, het doornemen van de jaarcijfers, het sparren over bedrijfsstrategie, die jongens zijn goed scherp. Ik ben er blij mee.’

Particuliere financiering

Melkveehouder Sipke Fokkema uit Harlingen investeerde ruim € 1 miljoen in een nieuwe melkveestal met 120 boxen. Johannes maakte een financiële scan, zette de persoonlijke wensen van de melkveehouder op papier en onderbouwde de haalbaarheid met financiële cijfers. Met het plan van Ynsigt stapte Fokkema naar de banken. ‘Toen was de financiering zo rond’, zegt hij. Opmerkelijk is dat Fokkema een deel van de financiering bij een particuliere investeerder onderbracht. Ynsigt koppelde hem aan een gestopte melkveehouder die graag wat rendement wil op zijn centen. ‘We richten ons niet alleen op banken, ook op vermogende particulieren en private investeerders. Als we die kunnen koppelen aan boeren met een financieringsaanvraag boor je nieuwe kansen aan’, verduidelijkt Dick. AGRARISCH MAGAZINE

23


Interview

‘ZO VERKEERD DOEN WE HET NIET’

De VanDrie Group en de kalversector moeten zichtbaarder worden, stelt directielid en woordvoerder Marijke Everts (32). ‘Want er mag dan veel kritiek zijn op ons, we hebben gewoon een goed verhaal.’ Tekst:

Jelle Feenstra

Foto: VanDrie Group

Marijke Everts: ‘Het kan toch niet zo zijn dat we rücksichtlos de landbouw wegjagen uit Nederland?’

24

AGRARISCH MAGAZINE


N

ou zeker wel!’ Bijna verontwaardigd weerlegt Marijke Everts de stelling dat Nederlanders en kalfsvlees eten een ongelukkige combinatie is. Ze wijst op een iconisch kookboek uit de Gouden Eeuw (17e eeuw) met de titel ‘De Verstandige kok’. Veel recepten bewijzen dat er in dit land toen heel wat kalfsvlees gebakken en gestoofd werd. ‘Lekker kalfsvlees eten was hier dus wel degelijk ooit cultuur’, stelt ze. Die tijden liggen ver achter ons. De gemiddelde Nederlander eet per jaar 76 kilo vlees op, waarvan slechts 1,3 kilo kalfsvlees. Ondanks dat we het amper eten, is Nederland met een marktaandeel van 31% Europa’s grootste kalfsvleesproducent. Belangrijke afnemers zijn Italië, Frankrijk en Duitsland, waar kalfsvlees een veel gevraagde delicatesse is. De wereldmarktleider op het gebied van kalfsvleesproductie is de VanDrie Group. Het bedrijf heeft een jaaromzet van € 2 miljard, zo’n 2.300 fte en sluit jaarlijks contracten met circa 1.100 kalverhouders. Everts is sinds drie jaar het jonge en frisse boegbeeld van de VanDrie Group. In een gespreid bedje kwam ze bepaald niet terecht; de sector ligt van alle kanten onder vuur. Denk je wel eens: waar ben ik aan begonnen? ‘Nee hoor. Ik wist wat me te wachten stond. Daar komt bij dat ik een nuchtere Noorderling ben, die houden de kop lang koel. We zien ontwikkelingen die ons als bedrijf en sector raken. Stikstof, milieuen klimaatopgaves, dierwelzijnsdiscussies, de kalfsvleessector ligt onder het vergrootglas. Deels hebben we dat aan onszelf te wijten.’ Hoezo? ‘We hebben ons de laatste tien jaar te weinig laten zien. Als je altijd op de achtergrond blijft, je hoofd onder het maaiveld houdt en niet opstaat, is dat een gevolg. Als VanDrie Group én kalversector willen we meer zichtbaar worden, onder andere in media. Kranten, ook de grote landelijke dagbladen, weten ons beter te vinden. En dat is fijn. Want we hebben een goed verhaal, dat willen we graag vertellen.’ Wat is dat goede verhaal? ‘In sommige landen worden ongeschikte kalfjes voor melkveehouderij na de geboorte meteen afgemaakt. Hier zorgen we ervoor dat we het 'restproduct' met reststromen uit de levensmiddelen- en zuivelindustrie op een diervriendelijke manier promoveren tot een hoogwaardig stukje kalfsvlees. We doen aan maximale verwaarding, alle delen van het kalf worden gebruikt. Dus vlees, organen, mest, bloed, vel en andere bijproducten, het krijgt allemaal een bestemming.' Discussiepunten zijn: hier wel de mest en milieubelasting, maar niet het eindproduct. Risico op ziekte-insleep, te lange transporten, een te hoog antibioticumgebruik. Kortom, hoe duurzaam is de kalverhouderijsector eigenlijk? ‘Je kunt op basis van wat ik net vertelde ook zeggen: wij doen precies datgene dat past bij de kringloopvisie van minister Schouten. Ondertussen werken we hard aan de kritiekpunten. Het beeld is dat we veel kalveren uit Oost-Europa en Ierland halen, feitelijk gaat het om hooguit 5%. Meer dan 60% komt uit Nederland en de rest uit buurlanden. We werken volgens de strengste hygiëneprotocollen om ziekte-insleep te voorkomen. Met de importen uit Oost-Europa en Ierland stoppen we helemaal. Op gebied van antibioticumreductie hebben we flinke stappen gezet. En in diergezondheid en milieu-impact investeren en verbeteren we voortdurend.’

Hoe bijvoorbeeld? ‘Net buiten Uddel hebben we dit jaar ons eigen onderzoekscentrum DrieVeld geopend. Daar kijken we samen met gerenommeerde onderzoeksinstellingen hoe voeding kan bijdragen tot betere diergezondheid of een hoger dierwelzijn. Hier zoeken we ook naar alternatieve grondstoffen voor soja en testen we supplementen om de methaanuitstoot te verlagen.' In maart lekte er in Den Haag een rapport dat het bestaansrecht van de kalversector in Nederland ter discussie stelt. ‘De plannen getuigen niet van kennis van de sector. De minister heeft gezegd dat de drie scenario’s geen blauwdruk, maar mogelijke ontwikkelrichtingen zijn. Kijk je inhoudelijk, dan wordt er alleen gefocust op dierwelzijn en diergezondheid, niet op milieutechnische en economische gevolgen. Als je iets wilt, moet het goed doortimmerd zijn. Anders kan het nooit een succes worden.’ Dierwelzijn blijft hoe dan ook een issue. ‘O ja, zeker. Nog kortere transportduren, luxere transporten, het verbieden van babyboxen, later naar de mester, het komt de komende jaren allemaal voorbij. Maar we zijn wel wat gewend, de stap naar groepshuisvesting hebben we succesvol gemaakt. Met ons ondernemerschap en de mentaliteit van ‘handen uit de mouwen’ kunnen we het meeste wel managen. Maar het moeten geen omwentelingen van 180 graden worden, zoals kalfjes drie maanden of langer bij een melkveehouder. Dat zijn niet te realiseren stappen.’ Is er veel contact met de minister? ‘Vrij weinig. En dat is jammer, want je hebt elkaar wel nodig. De kalversector presenteerde in 2019 een plan met verbeteringen op gebied van milieu, dierwelzijn en transport. Maar we konden het niet eens worden over de financiën. Het vertrouwen is er in de afgelopen periode niet geweest, van beide kanten niet. Laten we hopen dat we met een nieuwe minister weer vol goede moed kunnen werken aan een goede relatie.’ Hoe is 2021 verlopen? ‘Erg onrustig. De vleessector kwam slecht in het nieuws als Covidbrandhaard. Dat ondervonden we in april aan den lijve, waardoor we drie locaties tijdelijk moesten sluiten. Vervolgens bezetten in september tientallen activisten een van onze slachterijen. Ik vind het echt van God los als je zo je punt gaat maken. Het is maar een hele kleine groep, maar ze maken een hoop lawaai. Markttechnisch ging het gelukkig beter. Het sluiten van de ‘out-of-home markt’ heeft ons in 2020 zeker 30% afzet gekost. 2021 is beter verlopen' De bouw, natuur, energieproducenten, iedereen claimt ruimte. 'Het kan toch niet zo zijn dat we rücksichtlos de landbouw wegjagen uit Nederland? We hebben hier een prachtig vruchtbare delta, alle kennis, de beste boeren, de perfecte infrastructuur, daar moeten we trots op zijn. En volgens mij kun je al die belangen best een goed plekje geven. Dat is ook onze boodschap aan Den Haag: in plaats van uitkopen en het intrekken van milieuvergunningen inzetten op innovatie.' Wat wens je beroepsmatig voor 2022? ‘Veel van onze kalverhouders zitten dicht bij een natuurgebied en verkeren in grote onzekerheid. Daarom wens ik dat de regering zegt: er is tijd en ruimte om te blijven ondernemen en te innoveren. En ik hoop dat wij als landbouwsector het vertrouwen houden dat wat wij doen, goed is. Zo verkeerd doen we het niet.’ AGRARISCH MAGAZINE

25


DE SPOTLIGHTS OP Gesponsord artikel

‘VOORDEEL OPGEKNAPT DAK LASTIG IN GELD UIT TE DRUKKEN’ Melkveehouders Albert Noord en Ria de Vreeze zijn sinds 2015 volop bezig hun bedrijf te moderniseren. Recent zorgde Middendorp Montage voor een strakker aanzicht van de bedrijfsgebouwen.

I

n 2015 gaat een langgekoesterde droom in vervulling voor Albert Noord (49). Hij neemt afscheid van zijn vleesvee en kiest voor een bestaan als melkveehouder. ‘Ik heb melkkoeien altijd mooi gevonden’, zo vertelt Noord, die als jonge jongen bij een melkveehouder werkte en later veertien jaar bij een loonwerker op de loonlijst stond. In 2005 begint hij samen met Ria de Vreeze (44) een vleesveebedrijf in het Drentse Lieveren. Ze houden 110 stuks vleesvee en 180 rosékalveren. ‘We zijn begonnen met Montbéliardes, later hielden we Limousins’, aldus Noord, die in 2014 de knoop doorhakt en besluit om zijn droom na te jagen. ‘Het quotum ging eraf. Toen is het balletje gaan rollen.' Het rendement van het vleesveebedrijf stond ook onder druk. ‘Investeringen waren eigenlijk niet rond te rekenen.’

Moeilijke start

De ondernemers zitten niet lang zonder vee wanneer ze op 7 april 2015 beginnen met melken. ‘Onze Limousins zijn eigenlijk allemaal

26

AGRARISCH MAGAZINE

Ria en Albert: 'Wij zijn ervan overtuigd dat een geïsoleerd dak positief werkt voor de vruchtbaarheid en klauwgezondheid.'

voor het leven verkocht’, vertelt De Vreeze. In aanloop naar hun nieuwe bestaan koopt Albert Noord bij twee verschillende bedrijven koeien. ‘Een goede gezondheidsstatus was daarbij een belangrijk uitgangspunt’, zo vertelt Noord, die een Delaval-robot aanschaft en zich aansluit bij A-Ware. ‘We hebben veel familie op afstand wonen. Robotmelken was voor ons een must’, zegt De Vreeze. De melkveehouders beleven een moeilijke start. Ze hebben een vergunning voor tachtig melk- en kalfkoeien. Met vijftig stuks zitten ze aanvankelijk krap in het vee. ‘We kwamen niet uit met de referentiedatum en moesten tien pinken wegdoen voor de export. Dat hakte erin’, vertelt Noord. De Vreeze vult aan: ‘Het eerste jaar was spannend. Je verkeert in onzekerheid, waarbij anderen over je beslissen.’ Als startend bedrijf krijgen de melkveehouders


koude dagen massaal onder het geïsoleerde dak begeven. ‘Koeien voelen zich daar het prettigst. Dat was voor mij aanleiding om ook het andere dak met voorrang te vervangen, zeker na de warme zomers van de afgelopen jaren. Eigenlijk wilde ik eerst het dak van ons woonhuis aanpakken’, vertelt Noord.

Vruchtbaarheid en klauwgezondheid

Ze benaderen verschillende bedrijven voor het maken van een offerte. De keuze valt op Middendorp Montage in Kootwijkerbroek. ‘Dat bedrijf maakte op ons de beste indruk. Ons gevoel gaf daarbij de doorslag’, aldus De Vreeze. De melkveehouders laten 1.200 vierkante meter aan asbesthoudende golfplaten vervangen. Ze kiezen voor een brede lichtstraat in de nok en plaatsen 900 vierkante meter aan geïsoleerde sandwichpanelen. De kopgevels worden netjes afgewerkt met windveren, waarbij de stallen dezelfde ‘look and feel’ krijgen. ‘We willen er één geheel van maken, zodat het er allemaal netjes uitziet. Daarin zijn we behoorlijk precies. Het hele aanzicht van het bedrijf is ten goede veranderd. Maar het is natuurlijk niet een investering die je zomaar terugverdient. Wel ben ik ervan overtuigd dat een geïsoleerd dak een positieve uitwerking heeft op de vruchtbaarheid en klauwgezondheid. Al is dat lastig in geld uit te drukken.’ De 70-koppige veestapel presteert in ieder geval naar behoren met een rollend jaargemiddelde van 10.950 kilo, met 4,30% vet en 3,65% eiwit.

‘Droge luchtstromen onder geïsoleerd dak zie je terug aan de dieren’

Stap voorwaarts

uiteindelijk toch extra fosfaat toegewezen, waarna ze kunnen bouwen aan de toekomst. Inmiddels houden ze zeventig melk- en kalfkoeien en 32 stuks jongvee op 83 hectare.

Moderniseren en optimaliseren

De gedreven melkveehouders werken sinds de start stapsgewijs aan het moderniseren en optimaliseren van hun bedrijf. Ze laten onder meer een nieuwe toegangsweg naar hun erf aanleggen, vervangen muren van de stal en bouwen een kantine met kantoorruimte. Ook koppelen ze twee bestaande stallen aan elkaar. Het ene staldeel beschikt sinds 2015 over een geïsoleerd dak, terwijl het andere staldeel tot voor kort nog werd overdekt met asbesthoudende golfplaten. De melkveehouders zien dat de koeien zich op warme en

Met de nieuwe lichtstraat van 3,80 meter breed baadt de stal in het licht. De melkveehouders – die aan weidegang doen – verwachten zowel ’s zomers als ’s winters veel profijt te hebben van het geïsoleerde dak. ‘Onder een geïsoleerd dak wordt het niet vochtig en heb je te maken met droge luchtstromen. Dat zie je terug aan de dieren’, aldus Noord. Met de recente opknapbeurt van hun bedrijfsgebouwen zetten de melkveehouders een nieuwe stap voorwaarts, stellen ze. ‘We werken aan een up-to-date bedrijf met een nette uitstraling’, zegt Noord, die tevreden terugkijkt op de stappen die hij in zes jaar tijd als melkveehouder heeft gezet. ‘We mogen niet klagen. Het gaat mooi. Vroeger gingen wij bij anderen kijken hoe zij het deden. Nu zijn er collega-boeren die graag willen weten hoe wij zaken aanpakken.’ Met het plaatsen van een kleine 200 zonnepanelen wacht in 2022 het volgende project. Daarna willen de melkveehouders ook de daken van de woning, de schuur en de caravanstalling aanpakken.

AGRARISCH MAGAZINE

27


OOK IN 22022 022 ALLES IN BALANS speerstra.com

BENTACERA STAAT VOOR JE KLAAR! Ondernemers weten het als geen ander: de wereld om ons heen is continu in beweging. Een goed beeld van jouw organisatie is daarom goud waard.

BENTACERA.NL

LANDBOUW VAKBEURS 11E N O O R D E L I J K E E D ITIE

ZUIDBROEK

15, 16 & 17 FEBRUARI 2022

28

AGRARISCH MAGAZINE

W W W. L A N D B O U W VA K B E U R S . N L


DE SPOTLIGHTS OP Gesponsord artikel

DUURZAME OPLOSSING VOOR LANDBOUWPLASTIC Alweer sinds een jaartje of vijftien zamelt de NNRD in het Noorden landbouwplastic en wikkelfolie in op het boerenerf. Het plastic wordt gerecycled en verwerkt tot granulaat.

B

oeren kunnen bij de Noord Nederlandse Reinigingsdienst (NNRD) tegen relatief lage kosten af van hun landbouwplastic en wikkelfolie. De afvalverwerker komt met de autokraan het erf oprijden om het plastic en de folie mee te nemen. De kosten die NNRD daarvoor rekent, vallen veelal minstens een keer zo laag uit als het ophalen van restafval. ‘Wij zijn de enige afvalverwerker die deze dienst in Noord-Nederland aanbiedt’, vertelt commercieel manager Siebolt de Bruin van de NNRD. Hij geeft aan dat het al snel loont om landbouwplastic en wikkelfolie gescheiden in te zamelen. ‘Het materiaal weegt niet veel, maar neemt wel veel ruimte in beslag. Met plastic en folie zitten afvalcontainers zomaar vol.’

Met de autokraan wordt plastic en folie opgehaald.

gerecycled en verwerkt tot granulaat. Dit is een grondstof voor nieuwe producten, zoals vuilniszakken, zo geeft De Bruin aan. ‘Recyclen is een duurzame manier van afval verwerken. Door met ons in zee te gaan, kiezen boeren voor een circulaire oplossing. Als onderdeel van het reguliere restafval zou het landbouwplastic en de wikkelfolie anders worden verbrand.’ De meeste melkveehouders laten hun landbouwplastic en wikkelfolie een paar keer per jaar ophalen, geeft De Bruin aan. ‘Sommige boeren hechten veel waarde aan een schoon en opgeruimd erf. Deze bedrijven schakelen ons meerdere keren per jaar in, soms wel vier keer.’ Binnen tien dagen na een aanmelding kunnen boeren rekenen op een bezoekje van de NNRD. ‘We rijden verschillende routes in Friesland, Groningen en de kop van Drenthe. We zijn iedere week vier dagen op pad’, aldus De Bruin.

‘Wij voelen ons al jaren thuis op het boerenerf’

Nieuwe vuilniszakken

De NNRD verwacht van boeren dat het landbouwplastic en de wikkelfolie bezemschoon klaarligt. Het plastic en de folie wordt

2.000 ton opgehaald

In 2020 zamelde de NNRD zo’n 2.000 ton landbouwplastic en wikkelfolie in bij ongeveer 1.000 boeren. ‘De agrarische sector is voor ons een belangrijke doelgroep. Boeren vormen een mooie aanvulling op ons klantenbestand. Wij voelen ons al jaren thuis op het boerenerf’, aldus De Bruin, die ook nog altijd autobanden inzamelt op boerenerven. ‘Maar het aandeel autobanden op kuilbulten is de afgelopen jaren behoorlijk gedaald.’ AGRARISCH MAGAZINE

29


DE SPOTLIGHTS OP Gesponsord artikel

‘KOE WENT SNELLER DAN DE BOER’ Het is inmiddels de derde winter dat Herman en Sjoukje Flapper met drie melkrobots werken. ‘Het is een weloverwogen keuze geweest waar we zeker geen spijt van hebben. Ondanks dat je altijd ‘dienst’ hebt.’

H

erman en Sjoukje uit Wergea zijn melkveehouders met een grote ondernemersdrive. Naast het melkvee heeft Herman al jaren een loonwerktak en die wil hij ook niet missen. Daarnaast startten ze het laatste jaar, samen met een compagnon, een nieuwe melkveebedrijf op. Ook werd een paar maanden geleden het ondereind uit de veestapel geselecteerd en verkocht om plaats te maken voor 55 melkgevende jerseys uit Denemarken. ‘Ik geloof in jerseys als efficiënte dieren’, vertelt Herman. ‘Met dit idee liep ik al langer rond en deze stap paste nu goed.’

30

AGRARISCH MAGAZINE

Herman en Sjoukje in hun stal waar drie melkrobots hun koeien, verdeeld over twee groepen, melken.

Dat het goed past, heeft ook te maken met het feit dat de zaken op de hoofdlocatie goed lopen. Drie jaar geleden stapten ze daar namelijk over van driemaal daags melken van 180 koeien naar drie melkrobots. ‘Elke melkbeurt kostte minsten drie uren tijd en was eigenlijk te bewerkelijk voor één persoon. Om die reden liepen de personeelskosten op’, vertelt Herman over deze keuze. ‘Toen het quotum verdween in 2015 wilde ik geen melkrobots. Het zijn beperkende machines in je ondernemerschap, zei ik altijd. Maar met het fosfaatrechtstelstelsel zitten we weer in een quotumsysteem en vond ik de keuze wel de een passende.’

Vier in- en uitgangen

Het echtpaar oriënteerde zich op verschillende merken en koos bewust voor de M²erlin Fullwood Packo melkrobots. ‘Alle merken melken vast goed, maar wij wilden graag een directe dealer ertussen. Als er problemen zijn, moet die het met ons oplossen in


‘Koe staat centraal’ De bedrijven die Herman en Sjoukje benoemen zijn de Fullwood Packo-dealers Bosch HIT BV uit Bolsward en Melkveetechniek de Jong uit Gorredijk. Gezamenlijk bestrijkt hun werkgebied Friesland, Noord- Holland en Groningen. Tinus de Jong en Doede Hofman, eigenaren van de zelfstandige dealerbedrijven, staan voor een nuchtere aanpak: ‘De koe staat bij ons centraal’, stelt Hofman. ‘Bijzaken en mooie marketingconcepten vinden wij niet belangrijk, wij zorgen liever dat de koeien goed gemolken worden’, vult De Jong aan.

krijgt. De stelling dat meer kilo’s nodig zijn om de loop op de robot goed te houden, wat je in het veld nogal eens hoort, delen wij dan ook niet.’ Uiteindelijk ging de opstart redelijk vlot. ‘De boer moest langer wennen dan de koeien’, lacht Herman. De melkproductie lag voorheen op 10.500 kilo per koe gemiddeld per jaar en met het robotmelken bleef dat nagenoeg op hetzelfde niveau. ‘Het aantal melkingen is gemiddeld ook drie keer en wij molken voorheen natuurlijk ook driemaal daags.’ Met de switch naar 1/3 jerseys in de stal dalen de liters in de tank inmiddels wel, maar stijgen de gehalten. ‘Vooral het vet, dat is al vier tienden gestegen in drie maanden tijd.’

Driemaal borstelen

Vooraf waren Herman en Sjoukje huiverig voor de invloed van de melkrobots op de melkkwaliteit. ‘We waren altijd al scherp op een laag cel- en kiemgetal. We wilden per se niet dat de robots dat niet konden waarborgen’, vertelt Sjoukje. ‘Gelukkig pakt ook dat goed uit. We zijn in het begin één keer naar 200 celgetal gegaan, maar zitten sindsdien altijd stabiel tussen de 100 en 120 cellen.’ Herman valt haar bij: ‘Wij laten bij het voorbehandelen ook de borstel drie keer alle spenen schoonmaken in plaats van één keer. Ik wil een schoon filter zien als ik die vervang.’ Samen met de melkrobots schaften ze M²erlin stappentellers aan. Die helpen hen extra in de stal. ‘Voorheen kwam ik vijf uur in de stal en zag ik alle 180 koeien één voor één. Nu maar een stuk of tien’, zegt Herman. ‘Dat werkt lekker vlot, maar we moeten tochtig en probleemkoeien wel altijd tijdig detecteren.’ Naast de stappentellers en de melkrobots krijgen Herman en Sjoukje, die naast de koeien ook nog bij de GGD werkt, elke middag drie uren hulp van een medewerker en helpt Hermans vader nog volop mee. ‘Het robotmelken biedt mij de kans om mijn loonwerktak voort te zetten en andere ondernemersstappen te zetten. Dat vind ik prachtig. Wij beiden hebben echter wel bijna altijd ‘dienst’. Er kan immers altijd een storing zijn. Dat komt bijna niet voor, maar je bent er wel altijd op verdacht. In die zin zou het mooi zijn als alle buren met dezelfde melkrobots werkten. Dat kan je elkaar aflossen’, lacht Herman. ‘Zonder gekheid: onze compagnon werkt sinds januari ook met twee M²erlin melkrobots die Bosch-Hit volledig heeft geïnstalleerd. Superhandig dat we elkaar daarin nu kunnen ondersteunen.’

‘Veel brok voeren in de robot is niet nodig’

Foto: Hoge Noorden/Jacob van Essen

plaats van een vreemde vanuit een fabriek ver weg. Tinus de Jong en zijn mannen konden die rol goed oppakken.’ Sjoukje vult aan: ‘De Fullwood-robot werkte toen al met een heel stille elektrische arm en de koeien kunnen zowel aan de zij- als achterkant de boxen binnengaan en verlaten. In onze bestaande stal is dat een groot voordeel. Bij de derde robotbox hebben we nu ruim vijftig jerseys aan de melk en kan vanuit de andere groep ook nog een deel Holsteiners probleemloos in dezelfde box gemolken worden.’ Herman en Sjoukje startten met twee robots en 110 koeien. Deze robotboxen zijn op het voerpad geplaatst, twee weken voordat ze het robotmelken opstartten. ‘Zo konden de dieren mooi wennen aan de robots omdat we die eerst als voerbox hebben benut’, vertelt Herman. ‘Dat betekent overigens beslist niet dat wij de robots nu zo benutten. Ik ben een man van losse grondstoffen en niet van brok. Vier kilo is het maximum dat een koe bij ons aan brok in de robot

AGRARISCH MAGAZINE

31


3

TREND

2022

DE ROBOT KOMT Deze robot komt uit Frankrijk. Hij heet Naïo Dino en schoffelt zonder chauffeur en met hulp van een camera het onkruid van de akkers. Uien, bieten en andere gewassen in Flevoland en omstreken maakten via importeur Abemec en Nijk agrarische dienstverlening in Dronten dit jaar al kennis met de robot. De trend naar robots en andere snufjes van hightech op akkerbouw- en melkveebedrijven zet in 2022 versneld door. De arbeid is duur en schaars en er mag steeds minder middel worden gebruikt. Preciesielandbouw kan daar een goed antwoord op zijn. Teelten en dierlijke productiesystemen specialiseren verder. In dat proces gaan intelligente machines de mens meer en meer vervangen. Hightechinnovaties gaan de land- en tuinbouw en de voedselproductie de komende jaren efficiënter, weerbaarder en duurzamer maken. Foto: Abemec

32

AGRARISCH MAGAZINE


AGRARISCH MAGAZINE

33


VERBETER DE EIWITBENUTTING IN DE PENS PMR+

Wilt u besparen op de aankoop van eiwit? Of melk produceren met meer melkeiwit? Dat kan met het innovatieve PMR+, een natuurlijke toevoeging aan het rantsoen van uw melkvee. PMR+ verbetert de microbiële eiwitefficiëntie in de pens. Met als resultaat lagere voerkosten bij dezelfde melkopbrengst. Of bij nagenoeg dezelfde voerkosten een hoger melkeiwit. Kortom: een hoger voersaldo per koe per dag. www.de-heus.nl/pmr

34

AGRARISCH MAGAZINE


DE SPOTLIGHTS OP Gesponsord artikel

‘VERZEKER OPRUIMINGSKOSTEN VOLDOENDE’ Agrarische ondernemers die asbestvrij zijn, onderschatten soms het verzekeren van de opruimingskosten waarmee ze na schade te maken kunnen krijgen. Dit ervaart Sietze Douma van Topteam Agrarische Verzekeringen.

D

at ook een asbestvrij bedrijf met hoge opruimingskosten te maken kan krijgen, komt onder meer door zonnepanelen. Die verschenen de afgelopen jaren bij een groot aantal agrarische bedrijven op het dak. ‘Niet iedereen die zonnepanelen op het dak legt, staat uitgebreid stil bij de consequenties die dit zou moeten hebben voor de verzekering’, constateert Douma. ‘Overigens is daar de laatste paar jaar wel wat verandering in gekomen. In het nieuws kwamen meerdere keren schadegevallen die ontstonden door branden waardoor deeltjes as, glas, metaal en andere reststoffen van verbrande zonnepanelen zich verspreidden over het erf en de landerijen van agrarische bedrijven. Dat hierdoor hoge opruimingskosten ontstaan, is duidelijk.’

Dat ook een asbestvrij bedrijf met hoge opruimingskosten te maken kan krijgen, komt onder meer door zonnepanelen.

Soms gaan ondernemers er van uit dat deze verzekering ook te gebruiken is voor het opruimen van restanten van zonnepanelen. Maar helaas is dat niet het geval. Verzekeraars beschouwen de rotzooi die achterblijft als zonnepanelen verbranden of stuk waaien, niet als milieuschade. De kosten van het opruimen vallen in de rubriek opruimingskosten van de brand-stormverzekering van een gebouw.’

Maatwerk

Douma adviseert om bij het doornemen van de verzekeringsportefeuille te checken of de opruimingskosten voor een voldoende hoog bedrag zijn opgenomen. ‘Niet alleen omdat opruimen van resten van zonnepanelen tegenwoordig vaker nodig is. Ook het opruimen van andere zaken als bewaarproducten brengt vaak hogere kosten met zich mee dan in het verleden.’ De verzekeringsadviseurs werken met een matrix op basis van de herbouwwaarde en aard en functie van een gebouw. ‘Neem als voorbeeld een aardappelbewaarloods die de helft van de tijd een bewaarfunctie heeft. Het standaard advies op een vast percentage van de herbouwwaarde op te nemen als opruimingskosten, is vaak niet passend. Maatwerk maakt ons werk belangrijk.’ Douma tekent aan dat het standaardadvies in sommige situaties hoger lijkt dan nodig. ‘Daarover gaan we uiteraard met de klant in gesprek. Als adviseur willen we een sparringpartner voor ondernemers zijn. Een praktisch advies vanuit Topteam is om tot 1.000 zonnepanelen het bedrag in de rubriek opruimingskosten met minimaal € 25.000 te verhogen. We zien in het veld dat de meeste klanten dit advies ter harte nemen.’

‘Het draait om maatwerk hoe je je goed verzekert’

Valt niet onder milieuschade

Goed verzekeren van opruimingskosten is volgens verzekeringsspecialist Douma toch een aandachtspunt voor veel agrarische ondernemers. ‘Uit het verleden weten agrariërs dat asbest een vervelend goedje is dat hoge opruimingskosten met zich mee kan brengen. De kosten van het opruimen van asbest zijn in de meeste gevallen ondergebracht in de milieuschadeverzekering.

AGRARISCH MAGAZINE

35


DE SPOTLIGHTS OP Gesponsord artikel

‘MET TEGENWIND GAAT DE VLIEGER HET HOOGST’ Overheid en maatschappij lijken de ruimte voor agrarische bedrijven in te willen dammen. Toch zijn er voor individuele bedrijven volop kansen, constateren de adviseurs van Flynth. Ze adviseren ondernemers om het gas niet los te laten en het bedrijf te blijven ontwikkelen.

E

r plezier in hebben om boer te zijn. Dat is hartstikke belangrijk voor jezelf, en ook nodig om succesvol te ondernemen. Maar we zien dat momenteel veel melkveehouders en akkerbouwers dat soms best lastig vinden’, vertelt Bart Geertsema, bedrijfskundig adviseur bij Flynth. ‘Dat heeft verschillende oorzaken. Onder meer de stikstofproblematiek en het krimpbeleid dat de overheid daaraan wil koppelen. Dat geeft onzekerheid over bedrijfsontwikkeling. Neem bijvoorbeeld de PAS-melders die niet weten waar ze qua vergunning aan toe zijn. Ook een gebrek aan waardering vanuit de samenleving speelt soms een rol. Ik ken akkerbouwers die er tegen opzien om met de spuit over de weg te rijden; ook al doen ze daarmee helemaal niets verkeerd’, zegt Geertsema. ‘Wat ook niet helpt is

BART GEERTSEMA

‘PLEZIER HOUDEN IS ONTZETTEND BELANGRIJK’ 36

AGRARISCH MAGAZINE

dat er veel bedrijven zijn waar inkomen en rentabiliteit de laatste jaren onder druk staan. De eerste reflex van ondernemers is vaak om dan nog harder te werken. Dat maakt het er niet leuker op en lost de problemen meestal niet op.’ Geertsema en zijn collega’s zien dat soms de negativiteit gaat overheersen. ‘En dan loop je vast in je chagrijn. We zien dat er ondernemers zijn die hierdoor het gas wat loslaten. En dat is jammer, want ontwikkelingen gaan heel snel. Voor je het weet raak je achterop. ‘Kijk naar akkerbouwers die de uienteelt hebben opgepakt, of de bloembollenteelt, of zonnepanelen op het dak. Je zult toch in ontwikkeling moeten blijven, want de wereld om ons heen verandert ook’, aldus Geertsema.

HENDRIK JAN BOS

‘KIJK WAT JE IN DE MARKT KUNT EN WILT ZETTEN’


Eigen plan trekken

‘Richt je als ondernemer op zaken waar je wel invloed op hebt en trek je eigen plan. Kijk wat je in de markt kunt en wilt zetten,' stelt Hendrik Jan Bos, relatiebeheerder en sectorleider akkerbouw bij Flynth. ‘Neem bijvoorbeeld het 7e actieprogramma Nitraat; daar doe je als ondernemer niet direct iets aan. Ontwikkel je bedrijf zoals je dat zelf voor ogen hebt en laat je niet belemmeren door de waan van de dag. Natuurlijk heb je te maken met regelgeving waarmee je rekening moet houden, maar als je als ondernemer de focus daarop richt, dan mis je de kern. Als adviseurs kunnen wij juist voor de ondernemer het verschil maken door de randzaken op te pakken en te plooien’ zegt Bos. ‘En daar ligt voor mij de uitdaging om de klant op weg helpen om de bijpassende expertise te vinden op gebied van subsidie, vergunning, strategie en coaching’.

Nog volop kansen

Galtjo Geertzema, subsidie adviseur bij Flynth, constateert dat ondanks alles wat op de agrarisch sector afkomt, er ook volop kansen zijn. ‘Redenen om je bedrijf niet te ontwikkelen zijn er altijd al geweest. Maar als je boer wilt blijven, kun je beter op zoek gaan naar de kansen. Investeren in duurzaamheid is bijvoorbeeld een thema dat mogelijkheden biedt. Juist omdat overheden hier waarde aan hechten, zijn er veel subsidiepotjes. Het is wel een zoektocht, want feitelijk ben je als ondernemer op zoek naar een verdienmodel dat er nog niet is.’

Complexiteit sterk toegenomen

Een lastig punt bij het maken en uitvoeren van plannen is de sterk toegenomen complexiteit. ‘Dat komt niet alleen door trage ambtelijke molens, maar ook door de ingewikkelde

samenhang tussen het maken van een plan, financiering en subsidiemogelijkheden’, zegt Bram Scheurwater. Hij werkt bij Rombou, het agrarisch ingenieursbureau van Flynth. Scheurwater merkt dagelijks dat de looptijd van plannen enorm toeneemt. ‘Je bent al gauw twee jaar bezig voor er een schop in de grond kan. Naast complexiteit speelt steeds veranderende regelgeving een rol. Dan krijg je te maken met provincies die zich moeten bezinnen en nieuwe uitspraken van rechters. Waar we ook vaak tegenaanlopen is dat plannen niet op het bestaande bouwvlak passen. Dan is een wijziging van het bestemmingsplan nodig. Ook dat duurt lang’, weet Scheurwater. ‘Als ondernemer moet je je echter niet laten tegenhouden door complexiteit. Gewoon beginnen met het uitwerken van je idee tot een plan. Hobbels en beren op de weg zijn er toch wel. Met onze ervaring in dit soort trajecten, zorgen we dat er altijd een slim plan uitkomt dat je ook echt kunt realiseren.

Bank maakt geen plannen meer

Voor het verwerven van de noodzakelijke financiering komt vaak de bank in beeld. Al is de laatste jaren de verhouding tussen banken en agrarische ondernemers wel veranderd. ‘Sterker nog: de relatie tussen boer en bank staat vaak onder druk. Ik hoor klanten soms verzuchten: ‘Ik bel de bank niet meer’’, zegt Geertsema. Banken zijn niet alleen terughoudender geworden, als het gaat om financiering van plannen, ze hebben zichzelf ook een andere rol toegedeeld. ‘Banken hebben zich geheel teruggetrokken uit het proces van plannen maken. Je moet dus als agrarisch ondernemer goed beslagen ten ijs komen als je naar de bank stapt. Onze ervaring dat er qua financiering nog best veel kan als je bij de bank een goed plan neerlegt dat bij jou als persoon past.’

GALTJO GEERTZEMA

BRAM SCHEURWATER

‘INVESTEREN IN DUURZAAMHEID BIEDT KANSEN’

‘WERK JE IDEE GEWOON UIT TOT EEN PLAN’ AGRARISCH MAGAZINE

37


DE SPOTLIGHTS OP Gesponsord artikel

'OP VAKBEURS KOMT VRAAG EN AANBOD BIJ ELKAAR' ‘Een vakbeurs is eigenlijk, net als vroeger een veemarkt was. Een plek waar vraag & aanbod bij elkaar komen’, zegt Gerard Stamsnijder. Hij is directeur van Ast Expo en organisator van de LandbouwVakbeurs die 15 tot en met 17 februari 2022 gepland staat in Zuidbroek.

H

et aanbod op veemarkten was overzichtelijk en de tot stand gekomen prijzen, na het bekende handjeklap, bepaalden de markt, redeneert Stamsnijder. ‘Veemarkten werden in het verleden onafhankelijk gefaciliteerd door de gemeente waar de markt plaats vond. Iedereen betaalde dezelfde marktprijs en het verhandelen van koeien, voordat de markt begon, was verboden. De gemaakte prijzen werden in diverse media bekend gemaakt en een ieder wist waar hij aan toe was. Alles helder en transparant.’ Stamsnijder organiseert sinds 1985 onder andere deze LandbouwVakbeurs en wil, met dezelfde kernwaarden als hierboven beschreven, zijn vakbeurzen organiseren. Onafhankelijk en met gelijke monniken en gelijke kappen, voor alle deelnemers. Dat alleen is het bewezen bestaansrecht van het 36 jaar oude beursconcept LandbouwVakbeurs. ‘Dat garandeert een eerlijke markt waar bedrijven elkaar beconcurreren en zich willen ontwikkelen. Wat uiteindelijk ook de verkooprijs bepaalt van hun product of aangeboden dienst. Zonder

38

AGRARISCH MAGAZINE

Het terrein met hallen van LandbouwVakbeurs Zuidbroek.

concurrentie betaalt de eindgebruiker, de boer, de hoofdprijs.’

Vele redenen

Op de vraag waarom agrariërs een beurs moeten bezoeken, somt Stamsnijder meerdere punten op: ‘Om zich te oriënteren op zaken welke nu of in de toekomst belangrijk worden. Om geïnformeerd te worden door standhouders. Om contacten te houden. En om producten en diensten letterlijk te zien of te kunnen voelen. Een beursbezoek is een zeer kleine investering voor de toekomst. Waarschijnlijk de best renderende investering van het hele jaar.’

‘Beursbezoek belangrijkste investering van het jaar’

Denk in kansen

Volgens Stamsnijder krijgen boeren tal van problemen op hun bordje. ‘Je leest enkel dat de boer het probleem is. Maar ik zeg altijd: 'In elke bedreiging zit ook een kans. Per slot van rekening is Noordwest-Europa geografisch de beste locatie ter wereld voor akkerbouw en veeteelt. Geen extreme droogtes, geen extreme winters, geen dichtgevroren havens, goede landbouwgronden, met goede infrastructuur, met veel vakkennis. En vooral heel veel monden om te blijven voeden. Mensen hebben voedsel nodig en zonder boeren geen voedsel. Houd dat in gedachten.'


DE SPOTLIGHTS OP Gesponsord artikel

‘VREEMD OM OP GRONDANALYSES TE BESPAREN’ Voor een paar tientjes extra heb je een schat aan extra bruikbare informatie vanuit een grondanalyse. ‘Dat mensen daarop besparen, snap ik eerlijk gezegd niet’, zegt Ruud van de Meerakker.

V

an de Meerakker is mede-eigenaar van Nutrilab Agro. Een laboratorium dat monsters van ruwvoer, water, mest en grond neemt en de analyses volledig in eigen huis uitvoert. Voor een goede en praktisch bruikbare grondanalyse ontwikkelde Nutrilab Agro mede de Bodemindex. Veehouders en akkerbouwers zien daarin in één oogopslag hoe een perceel scoort op vier essentiële onderdelen uit de analyses. Het eerste onderdeel is het vermogen om mineralen te binden, aan de hand van de percentages lutum en organische stof en de pH. Het tweede is het vermogen om stikstof te mineraliseren. De directe beschikbaarheid van basisnutriënten is het derde onderdeel. Het vierde is de structuur van de bodem. Het bodemrapport geeft bovendien adviezen hoe de bodemkwaliteit is te verbeteren.

Cijfer per perceel

De kunst van bodemverbetering zit hem daarbij in de juiste aanpak.

Het nemen van een monster verandert niet, maar de daarop volgende analyse kan meer of minder uitgebreid worden uitgevoerd.

Soms richten boeren zich op de korte termijn, soms op de lange termijn en vaak is beide nodig. Maar de belangrijkste vraag is: 'Wat moet ik aan mijn bodem doen?' De Bodemindex geeft per onderdeel een cijfer van 1 tot 10, waarbij 1 laag of slecht is en een 10 zeer hoog of uitmuntend. Uiteindelijk wordt per perceel één rapportcijfer gegeven: de bodemindex. Een voorbeeld: stel dat de Bodemindex aangeeft dat het vermogen om mineralen te binden vrij laag is (score 3,3) en de pH ligt onder het streeftraject. Dan is het voornaam om eerst te bekalken en dat geldt niet alleen voor zandgrond. Bekalken zorgt ook voor een hogere calciumbezetting van het CEC, waardoor ook de bodemstructuur verbetert.

‘Meerkosten maar € 1 per hectare per jaar’

Paar tientjes meer

Van de Meerakker ervaart dat veel boeren die een bodemmonster nodig hebben voor de derogatie, vaak nog kiezen voor een analyse van louter stikstof en fosfaat. ‘Voor een paar tientjes meer ontvang je veel meer nuttige informatie’, stelt hij. ‘Omgerekend praten we vaak over € 1 per hectare per jaar aan meerkosten ofzo. Dat is dus echt weinig. De houding is dan echter: 'De wet eist dit van mij en daarom doe ik hooguit het hoogst noodzakelijke’. Natuurlijk mag dat, maar ik snap het eigenlijk niet goed. Om de extra kosten hoef je het niet te laten en je doet als veehouder of akkerbouwer eigenlijk jezelf tekort door zo te handelen.’ AGRARISCH MAGAZINE

39


DE SPOTLIGHTS OP Gesponsord artikel

UDDERGOLD VIERT 30-JARIG JUBILEUM Uddergold. Elke melkveehouder heeft er sowieso wel eens van gehoord. Dit jaar viert het speendesinfectiemiddel het 30-jarig jubileum in de Nederlandse melkveehouderij.

In dertig jaar heeft de gele spenendip een grote bekendheid verworven in Nederland.

ngenieursbureau Heemskerk heeft zijn activiteiten en diensten onderverdeeld in vier verschillende concepten: Fokkerij, Verzorging, Voeding en Gewassen. ‘Maar van oudsher kennen veel mensen ons toch van “de dip”’, zegt Arnold Kuiper, Conceptmanager Cow Care bij Heemskerk. Speendesinfectiemiddel Uddergold is alweer dertig jaar verkrijgbaar op de Nederlandse markt. In 1991 werd het middel geïmporteerd vanuit de Verenigde Staten. ‘Het was destijds een innovatief product, dat direct verschil maakte’, stelt Kuiper. Het middel bleek dermate goed te werken dat in 2003 ook in Europa een productielocatie werd geopend. ‘Uddergold draagt bij aan een goede uiergezondheid en helpt het celgetal en het aantal gevallen van klinische mastitis te verlagen. Nog altijd verwelkomen we nieuwe klanten, die Uddergold naar volle tevredenheid inzetten’, aldus Kuiper.

middelen is chloordioxide. 4XLA heeft een meer verzorgende werking en draagt bij aan een goede speenconditie. 'Uddergold is een geregistreerd diergeneesmiddel* en het meest gebruikte dipmiddel op de Nederlandse markt. Dit middel is het meest effectief tegen omgevingsbacteriën als E.coli, Klebsiella en Streptococcus uberis, die klinische mastitis veroorzaken’, aldus Kuiper. Voor een goede uiergezondheid is enkel het gebruik van een goed werkend speendesinfectiemiddel niet toereikend. Meerdere factoren zijn van invloed op de uiergezondheid. ‘We kijken graag mee en geven melkveehouders advies op maat’, vertelt Kuiper, die aangeeft dat verschillende managementzaken van invloed zijn. ‘Zorg voor hygiënische ligboxen, zodat koeien en uiers gezond blijven. Dat kan bijvoorbeeld met het middel Boxclean. Het is zaak om continu te zorgen voor een goede weerstand en een lage infectiedruk. Wij kunnen melkveehouders daarbij begeleiden’, zegt Kuiper.

Schild tegen omgevingsbacteriën

Lager celgetal

I

Met het speendesinfectiemiddel Uddergold brengen melkveehouders een soort van schild aan tegen omgevingsbacteriën, legt Kuiper uit. ‘Het is een preventief middel, waarmee bacteriën snel worden gedood.’ Naast Uddergold biedt Heemskerk ook speendesinfectiemiddel 4XLA aan. De werkzame stof in beide

40

AGRARISCH MAGAZINE

‘Wij kijken graag mee met melkveehouders’

De mate van het succes van Uddergold hangt samen met de inspanningen van de gebruiker. Heemskerk ondervroeg in 2014 447 Nederlandse melkveehouders naar hun melkprocedure en het effect op de uiergezondheid. Daaruit bleek dat melkveehouders die Uddergold en 4XLA inzetten een lager celgetal hadden en minder


‘Stabiel en betrouwbaar middel’ Melkveehouder Lucas Westra in Oudemirdum is al sinds jaar en dag een tevreden gebruiker van Uddergold. ‘Het is een stabiel en betrouwbaar middel’, stelt de melkveehouder, die met een mestvergister, een windmolen en zonnepanelen volop inzet op een duurzame bedrijfsvoering. Westra vindt het belangrijk om aandacht te besteden aan een goede uiergezondheid. Het tankmelkcelgetal op Westra’s bedrijf is momenteel 195.000 cellen per milliliter. ‘We zijn zuinig op onze veestapel. Het vervangingspercentage ligt al jaren onder 20%. Bij een strengere selectie kan het tankmelkcelgetal zomaar 50.000 cellen lager uitvallen. Sinds 2014 werken we met biobedding als boxbedekking. Dat heeft een positieve uitwerking op ons celgetal’, zegt Westra, die 300 melk- en kalfkoeien heeft en werkt met een 2x14 zij-aan-zij-melkstal. klinische mastitisgevallen telden dan de gemiddelde melkveehouder in Nederland. ‘Het gemiddelde celgetal van Uddergold-gebruikers was destijds 149.000 cellen per milliliter tankmelk, 50.000 cellen per milliliter tankmelk minder dan de gemiddelde Nederlandse melkveehouder. Gebruikers van Uddergold hadden bovendien gemiddeld 12% minder klinische mastitisgevallen’, aldus Kuiper.

Onderscheidend

Volgens Kuiper gebruikt 85 tot 90% van alle Nederlandse melkveehouders een speendesinfectiemiddel. Uddergold onderscheidt zich volgens hem duidelijk van andere middelen. ‘De snelheid waarmee bacteriën door Uddergold worden gedood is echt doorslaggevend voor het verlagen van de Infectiedruk.' Het gebruik van Uddergold kost zo’n €15 per koe per jaar. Kuiper wijst op de kosten én het meerwerk van een mastitisgeval. ‘Het gebruik van een goed werkend speendesinfectiemiddel is uiteindelijk kostenbesparend’, aldus Kuiper.

Spraymiddel voor robotmelkers

Foto's: Heemskerk/Ronnie Kroondijk

Een bekertje 'uier-goud' vond z'n weg naar menig Nederlandse melkstal. * UDDERgold® Platinum (Reg. NL 6813) en 4XLA (Reg. NL 9490) zijn officieel geregistreerde diergeneesmiddelen. Meer informatie op www.heemskerk-dairy.com.

Uddergold is een dipmiddel, dat zich niet leent voor automatische melksystemen. Voor melkveehouders met robots biedt Heemskerk de spraymiddelen HCP Nolvamint en HCP Spray aan. Melkveehouder Jan van Zalinge in Dronrijp stapte vijf jaar geleden over op robotmelken. Daarvoor gebruikte hij jarenlang naar volle tevredenheid het speendesinfectiemiddel Uddergold. ‘We hebben twintig jaar lang driemaal per dag gemolken. De spenen werden extra belast, waardoor we niet zonder een middel als Uddergold konden.’ Uddergold laat zich niet vernevelen of sprayen. ‘Nu we met twee robots werken, gebruik ik het spraymiddel HCP Nolvamint. Maar met sprayen is het toch lastiger om alle spenen volledig te behandelen’, aldus Van Zalinge, die 110 melk- en kalfkoeien heeft. De melkveehouder besteedt veel aandacht aan een goede uiergezondheid. Het tankmelkcelgetal is in december 80.000 cellen per milliliter. ‘Voor een goede uiergezondheid moet je meerdere zaken goed voor elkaar hebben. We houden de boxen goed schoon, onder meer met het boxstrooimiddel Boxclean.’ AGRARISCH MAGAZINE

41


TREND

4

2022

MULTIFUNCTIONEEL ALS REDDINGSBOEI Nederland staat voor een ingrijpende herinrichting van het landelijk gebied. Op bepaalde plekken blijft volop ruimte voor hoogproductieve landbouw, op een aantal plekken ook niet. Zoals in de veenweidegebieden. Of in landbouwgebieden dichtbij natuur. Hier wordt het boeren met de rem erop. Het accent van bedrijven die hier willen blijven ondernemen, komt meer te liggen op multifunctionele en regeneratieve vormen van landbouw. Melken of gewassen telen wordt hier gecombineerd met andere activiteiten, zoals agrotoerisme, productie van hoogwaardige streekproducten, het leveren van zorg, het aanbieden van waterberging. Of, zoals deze foto laat zien, kinderopvang op de boerderij. Dit kan in 2022 wel eens een flinke stimulans krijgen nu de nieuwe regering kinderopvang voor ouders bijna gratis maakt. Foto: Vereniging Agrarische Kinderopvang

42

AGRARISCH MAGAZINE


AGRARISCH MAGAZINE

43


DE SPOTLIGHTS OP Gesponsord artikel

‘DATA EN KENNIS LEREN JE: CIJFERS LIEGEN NIET' ‘Niet alleen onze medewerkers, maar ook onze klanten noemen zichzelf TTW'er.' Daarmee profileert TTW zich. Maar dit blijkt niet alleen te gelden voor de medewerkers en klanten van dit bedrijf.

M

et behulp van data helpt TTW akkerbouwers en telers van witlof, uien, aardappelen, granen en bloembollen anders te kijken naar hun percelen en gewassen. Data is de manier van TTW om de groei van hun klanten, die door heel Nederland zitten, te vergroten. Maar niet alleen medewerkers en klanten zijn zo enthousiast dat ze zichzelf TTW’er noemen, ook stagiairs noemen zichzelf met trots echte TTW’ers. Voor Agrarisch Magazine 2022 spraken wij drie van hen.

H

MARJAN TOREN

‘IEDEREEN WIL JE WAT LEREN’ Foto: Oane de Hoop

44

AGRARISCH MAGAZINE

et leek wel een buitenlandstage, want Marjan Toren (23) uit Oudeschip (Noord-Groningen) ging 300 kilometer verderop op stage. Op Goeree-Overflakkee voerde Marjan haar afstudeeronderzoek naar de ideale bewaartemperatuur van pootaardappelen uit voor TTW. Haar verblijf in Zuid-Nederland wisselde ze een jaar lang wekelijks af met haar studie Bedrijfskunde & Agrifoodbusiness aan Aeres Hogeschool Dronten, toen ze schooljaar 2018/2019 stage liep bij TTW. Marjan vertelt enthousiast over het jonge, gevarieerde team. ‘Ik heb het erg naar mijn zin gehad. Er heerst een open cultuur. Als stagiaire krijg je alles mee. Iedereen staat voor je klaar en wil je wat leren’, ervoer Marjan, die met elke adviseur een dag mee ging. Het kijkje in de keuken bij TTW, de meereisdagen, maar ook de akkerbouwer bij wie ze in huis woonde heeft haar veel geleerd. ‘Je neemt toch onbewust over hoe je nabije omgeving kijkt. Ik heb nu een netwerk in Zuid-Nederland opgebouwd en merk dat iedere agrarische ondernemer andere inzichten heeft.’ Inzichten en ervaringen die Marjan ook meeneemt in haar werk als onderzoeker bij WUR open teelten, in het team bodem en bedrijfssystemen vanuit de proefboerderij Valthermond. Ook het akkerbouwbedrijf thuis moest er aan geloven. ‘Ik heb heel wat keren de koelceltemperatuur gecheckt en op het land stengels geteld. En dan niet zoals mijn vader dat vaak doet, maar zoals ik bij TTW geleerd heb.’


R

ROBERT VERSCHUEREN

WEEK LANGER GEBLEVEN

obert Verschueren (20) had het zo naar zijn zin dat hij een week langer is gebleven. Het zegt genoeg over de leerzame, toegankelijke manier waarop TTW omgaat met stagiairs. Zoals Robert dat zelf zegt: ‘Fantastisch, ik heb echt heel veel geleerd.’ In de zomer van 2021 was Robert de eerste MBOstagiair die bij TTW stage liep. Hoe kan TTW ons akkerbouwbedrijf begeleiden? Met die vraag ging Robert aan de slag, terwijl hij letterlijk met elke TTW-adviseur de boer op ging. ‘Het niveau ligt hoog, ik heb veel geleerd over plantbiologie en bemesting’, vertelt de student van de opleiding Teelt, niveau 4 aan het Scalda Groen College. Daarna hoopt hij door te stromen naar de HAS. Sinds zijn stage kijkt Robert anders naar adviseurs die het akkerbouwbedrijf van zijn ouders in Kloosterzande aandoen. ‘Bij TTW werken ze op basis van data en kennis. Ze praten vanuit hun hart in plaats van hun portemonnee. Het is heel eerlijk, want cijfers liegen niet’, zegt Robert, die nu eerst kritisch kijkt naar de doelen van een adviseur. Van de uitkomst van zijn onderzoek is de student geschrokken. ‘Als je naar de cijfers kijkt, moet er nog een hoop gebeuren qua bemesting en plantverzorging. Dat heeft ons met de neus op de feiten gedrukt.’ Daar heeft Robert gelukkig ook handvatten voor gekregen, waar hij op het akkerbouwbedrijf mee verder kan.

M

DAVID DE WIT

‘HET EFFECT VAN DE TELER IS ENORM’ Foto: Oane de Hoop

ijn interesse om meer te weten te komen over de plant is bij TTW aangewakkerd’, vertelt David de Wit (23). Na zijn opleiding Tuin en Akkerbouw aan HAS Den Bosch studeert David daarom Plantwetenschappen aan de Universiteit in Wageningen. Inmiddels werkt hij als onderzoeker bij WUR Open Teelten in Westmaas. ‘We koppelden sensordata aan gemeten data, zodat je op basis van sensorgegevens de bemesting kunt sturen’, legt David uit over zijn stage-opdracht bij TTW in 2017. Naast het veldonderzoek en het verwerken van de data ging de op dat moment derdejaars student met de adviseurs mee. ‘Ik heb het erg naar mijn zin gehad en veel geleerd’, blikt David terug. ‘Er heerst bij TTW een fijne sfeer. Ik kwam er graag. Iedereen had vertrouwen in elkaar en is gelijkwaardig’, ervaart David, die vijftien weken stage liep. Hij is anders gaan kijken naar de invloed van de teler op de eindopbrengst. ‘Ik zag zulke grote verschillen in telers en hoe zij met het gewas omgaan. Het effect van de teler is enorm.’ Iets dat David nu in zijn werk, maar ook op het ouderlijk akkerbouwbedrijf in Lepelstraat (Brabant) meeneemt. ‘Ik heb het idee dat we nu preciezer telen en onze invloed vergroten. We gebruiken nu bijvoorbeeld andere aardappelrassen en kijken meer naar bodemkwaliteit’, besluit David die op termijn graag het akkerbouwbedrijf voortzet.

AGRARISCH MAGAZINE

45


TREND

5

2022

ENERGIE ‘BIG BUSINESS’ Je hebt zon. Je hebt wind. Je hebt water. Je hebt koeienstront. Je hebt groenafval. Je hebt het allemaal als boer. En dat biedt enorme kansen op de energiemarkt. Iedereen wil duurzame energie. En langzaam maar zeker begint de energiemarkt de enorme potentie op het boerenerf te ontdekken. Grote energiemaatschappijen proberen al die mogelijkheden vooral nog voor zichzelf te houden. Maar de rol van boeren in energielevering is niet meer tegen te houden. Al die groene energie vraagt wel om nog wat extra dikke kabeltjes graven. Maar daarna kan het ook echt goed los. De potentie van hernieuwbare energie op boerenbedrijven is enorm. Wat je op de foto ziet - 200 boeren, bewoners en moleneigenaren in het buitengebied van Zeewolde, die met hun megaturbines de grootste boeren-burgerwindcoöperatie van Europa vormen - is slechts een van de vele mogelijkheden. Zeker ook in combinatie met de opkomst van waterstof wordt energie 'big business' in 2022.

Foto: Windpark Zeewolde

46

AGRARISCH MAGAZINE


AGRARISCH MAGAZINE

47


DE SPOTLIGHTS OP Gesponsord artikel

HELP! VIER KINDEREN WORDEN BOER…. Help! Vier kinderen die allemaal boer worden. Of is het: Hoera! Reportage van een bijzonder familiebedrijf, dat houdt van scherpe advisering.

Foto's: Antsje Cnossen Gezinsbedrijf Pollema. Van links naar rechts: Thomas, Rinske, Marten, Pietie, Sybe en Jan.

ier kinderen hebben ze, Jan (64) en Pietie (63) Pollema in Alde Leie. Alle vier willen ze boer worden. Dus zitten ze ‘viermenssterk’ in het pootgoedbedrijf met 46.000 vleeskuikens. Thomas (31) en Marten (26) werken volledig thuis. Sybe (33) en Rinske (29) werken buitenshuis en springen bij waar nodig. Een op en top familiebedrijf, waarin én beide ouders én álle kinderen meedoen.

kansen zich aan. Een akkerbouwer wilde aardappelland verhuren, een boerderij kwam te koop én melkveehouders wilden land ruilen. Het pootgoedareaal groeide van 20 naar 60 hectare. Daarna volgden nieuwe investeringen. Het machinepark groeide, het areaal ook én ineens stond er een bewaarschuur. Van der Kooi: ‘De aardappelen klotsten in de oude schuur tegen de plinten op, de machines moesten naar buiten om alle pootgoed te kunnen bergen.’ Drie jaar geleden maakte hij met de familie het plan voor een bewaarschuur met natuurlijke ventilatie. ‘Bij een schaalsprong zie je nog wel eens scheefgroei. Dat is hier snel recht getrokken. De balans terug: omvang, machinepark én bewaring zijn nu in evenwicht.’

Schaalsprong was noodzaak

Fase van optimalisatie

V

‘Dat zie je niet zo vaak’, lacht bedrijfsadviseur Piet van der Kooi. ‘Het bedrijf was qua schaal te klein om alle kinderen te laten participeren’, concludeerde hij zes jaar geleden met hen. ‘Daarop besloten we de schouders eronder te zetten en de weg van schaalvergroting in te slaan. Iedereen heeft er zin in’, vertelt Thomas. Vlot na het besluit tot bedrijfsuitbreiding, dienden de

48

AGRARISCH MAGAZINE

Het akkerbouwbedrijf telt 155 gebruikshectares, waarvan 90 hectare in eigendom of vaste pacht en 65 hectare huur- en ruilland. Er wordt met acht verschillende melkveehouders grond geruild. Een deel van de vaste hectares is in gebruik als grasland. Het bouwplan bestaat uit ruim 95 hectare pootgoed, aangevuld met wintertarwe en wintergerst. In 2022 groeit het bedrijf naar 100 hectare


pootgoed. ‘We optimaliseren. In grond, in raskeuze, in kwaliteit. En we investeren in de bodem.’ Zo telen ze al zes jaar pootgoed met seizoenrijpaden. ‘We denken dat dit leidt tot een gezonder gewas met meer opbrengst. Nu al is de winst dat we minder wateroverlast hebben.’

Countus duikt Noordelijke akkerbouw in

Adviseur niet aan het stuur

Stormachtig groeide het bedrijf in een paar jaar tijd. Van der Kooi adviseert nu: meer eigen grond onder het bedrijf. Maar doet de familie altijd wat de adviseur zegt? ‘Zeker niet’, benadrukt Thomas. ‘We houden overal en altijd zelf het stuur in handen. En we willen meer te weten dan onze adviseur, zodat we hem kunnen ‘triggeren’ om dingen uit te zoeken. Vandaaruit kun je gaan sparren. Hij remt af of stimuleert, stuurt bij. En uiteindelijk rolt daar dan vanzelf een weloverwogen plan uit.’ Van der Kooi glimlacht: ‘Ik ga nooit op de stoel van de ondernemer zitten. Maar wil wel die scherpe sparringpartner zijn. Die toetst, die prikkelt, die reflecteert.’ Thomas: ‘Dat verwacht ik ook: eerlijk

Piet van der Kooi

Aad Hoekstra

Countus accountants + adviseurs is op gebied van akkerbouwadvisering marktleider in Flevoland. Dat wil het bedrijf ook in Noord-Nederland worden. Met de nieuwe senioradviseur Piet van der Kooi (54) en junioradviseur Aad Hoekstra (27), die in Feinsum met z’n familie, een akkerbouwbedrijf heeft, hoopt Countus een steviger positie in Friesland, Groningen en Noord-Holland te veroveren. Countus werkt in Flevoland veel met studiegroepen van akkerbouwers en wil dat in deze provincies ook opzetten. Dit heet Countus Signaal Analyse. ‘De CSA laat ondernemers zien hoe ze in een oogstjaar financieel presteren. De kosten en resultaten worden op gewasniveau met elkaar vergeleken. Cijfers zijn echter meer dan alleen getallen, ze vertalen een bepaalde visie en strategie. De uitdaging is om hier samen met de klanten over te sparren’, verduidelijkt Hoekstra. Countus gaat in Noord-Nederland ook akkerbouwavonden organiseren.

en onafhankelijk advies, denken in de geest van de ondernemer. Je moet vooral geen standaardbedrijfsadvies neerleggen. Kijk eerst eens wat voor ondernemer je voor je hebt. Houdt hij van vrije handel? Is het een Pietje precies of juist iemand van de grote lijnen? Daarna kun je zaken doen.’ Van der Kooi: ‘Ik kijk naar de intrinsieke motivatie van de ondernemer en sluit daar in mijn advisering op aan. Als een ondernemer niet blij wordt van schaalvergroting, moet hij er vooral niet aan beginnen.’

En nu, hoe verder

Thomas Pollema: 'Ik verwacht eerlijk advies en vooral geen standaardadviezen.'

Waar de Pollema’s over vijf jaar staan? Thomas lacht: ‘Heit en mem’ zijn niet van plan het rustiger aan te doen.’ En omdat alle vier kinderen toch al participeren, zit de bedrijfsovername de familie niet op de nek. ‘De erfenis blijft in het bedrijf’, zeggen we wel eens gekscherend tegen elkaar.’ Dat de bijzondere situatie vraagt om goede advisering en specialisten op diverse gebieden, is helder. Hoe dan ook is de koers een robuust bedrijf opbouwen. Met pootgoed. Met Beter Leven-vleeskuikens. En met voldoende grond eronder. De eis van 50% blijvend grasland in het 7e Actieplan Nitraat voor melkveehouders blijft een risicofactor. Dat kan zomaar betekenen dat er minder ruilland beschikbaar komt. Daarom kijken ze of ze meer eigen grond onder het bedrijf kunnen krijgen. Thomas: ‘Daar willen we de bodem- en aardappelkwaliteit goed voor elkaar hebben, zodat we dat met steeds minder hulpmiddelen kunnen werken. Welke kansen vervolgens weer voorbijkomen, zien we dan wel.’ AGRARISCH MAGAZINE

49


ALLROUND TOPSTIEREN BIJ GGI HOLLAND

VISOR PS Ki-code: 782169

Gretl (v. Visor PS)

Productie: +555 kg met +0,24 % vet en +0,06 % eiwit. Best exterieur Hoog voor levensduur, vruchtbaarheid en gezondheid

Luca Nolli

3 generaties excellente koeien

aAa 615243

Brown Swiss

#2 DOCHTERGETEST DUITSLAND, #1 IN ZWITSERLAND

Gesekst beschikbaar

EFFEKTIV-RED Topproducties, zeer persistente dochters Hoog voor gezondheid en levensduur Pinkenstier aAa 432561, A2A2 en BB

Alex Arkink

Viona 2e kalfs (v. Effektiv)

Ki-code: 769821

Gesekst beschikbaar

Red Holstein

#1 EXTERIEUR IN DUITSLAND, KRACHTIGE EN MOOIE KOEIEN

#2 DUITSE FLECKVIEHLIJST

Fleckvieh

HOKUSPOKUS Ki-code: 783213

Productie en gehalten ruim positief: +691 kg met +0,09 % vet en +0,04 % eiwit Hokuspokus dochter Talla

Hoog voor vruchtbaarheid, levensduur en gezondheid Pinkenstier Gesekst beschikbaar aAa 531462, A2A2

Luca Nolli

Beste uiers en benen

BONUM Echte melkstier (+1.558 kg) met super eiwit (+0,16%) Hoog voor levensduur (+826 LVD) en uiergezondheid (105 UGH) Pinkenstier & robotgeschikt A2A2 en BB aAa 432516 Gesekst beschikbaar

Nederland: GGI-Holland BV Bosjessteeg 2 • 8271 RK IJsselmuiden Tel. 038-3333 670 Internet: www.ggi.nl • E-mail: info@ggi.nl

50

AGRARISCH MAGAZINE /ggiholland

ggi_holland

Alger Meekma

Voorwijk 2395 (v. Bonum)

Ki-code: 769577

Holstein

ALLROUND EXTERIEUR


DE SPOTLIGHTS OP Gesponsord artikel

‘VLOT HANDELEN BELANGRIJK, GOED GEVOEL BELANGRIJKER’ Een toename in bedrijfsverplaatsingen, de vraag naar grond die hoog blijft, kritischere banken en nieuwe investeerders op de grondmarkt. Kortom: er is veel te doen op de markt van en voor agrarisch vastgoed. De vennoten van AgriVastgoed zijn er op voorbereid.

H

et team van AgriVastgoed Adviseurs in Grou is een paar maanden geleden versterkt met het toetreden van Eelke Turkstra. Samen met Reitze Sybesma en Sybren Zeldenrust vormt hij nu het team van vennoten. Drees Visser is nog als adviseur verbonden aan het team, maar bereikte een pensioengerechtigde leeftijd. En vierde vennoot Johannes Wassenaar benut zijn tijd vooral voor het nieuwe bedrijf Ynsigt (zie pagina 23) dat in hetzelfde gebouw gehuisvest is. ‘Ik werkte als éénpitter en ervaar nu de kans om te sparren en de krachten te bundelen’, verklaart Turkstra zijn stap. Sybesma is ook aangeschoven bij het gesprek en vult aan: ‘Mensen kennen Eelke. Hij past in ons team, neemt zelf ook werk mee en de vraag naar onze diensten is er ook volop.’ De adviseur doelt op het diverse aanbod waarvoor hij en zijn collega’s worden benaderd. Dat betekent onder andere meer begeleiding van bedrijfsverplaatsingen. ‘Door politieke keuzes, neemt dat aantal toe. In het Friese veenweidegebied zitten al meerdere ondernemers in dit traject. Deels omdat de provincie hen al een bod heeft gedaan, deels omdat zij daar niet op willen wachten. ‘Als we toch weg moeten, ben ik liever niet de laatste’, stellen sommige ondernemers. Veel melkveehouders in het veenweidegebied voelen zich ook gevangen zitten. De grondprijs in

Voorbeeld van een object waarvan AgriVastgoed afgelopen jaar succesvol de verkoop begeleidde.

veel van die regio’s is relatief laag, wat een verplaatsing naar een andere regio financieel gezien vaak bemoeilijkt.’

Veel interesse voor grond

Dat betekent overigens niet dat Turkstra en Sybesma verwachten dat de grondprijs over z’n hoogtepunt heen is. ‘We zien dat door extensivering en de inzet op duurzame marktconcepten, grond overal relatief vlot van eigenaar wisselt’, stelt Turkstra. ‘Ook komen er steeds vaker andere spelers op de markt met interesse voor grond. Om vezelhennep op te verbouwen of rijke beleggers benutten het als onderpand, om maar enkele voorbeelden te noemen.’ Het is daarbij beslist niet zo dat zij voor een hogere of lagere grondprijs pleiten, benadrukt Sybesma. ‘Dat verwijt krijgen wij wel eens toegespeeld. Dat het in ons belang zou zijn dat de grondprijs hoog is of blijft, maar dat is natuurlijk onzin. Vraag en aanbod bepalen de prijs.’ Hij vervolgt dat hij en zijn collega’s geen snelle makelaars zijn die louter snelle handel willen drijven. ‘Vlot handelen kunnen we wel en dat is ook belangrijk, maar een goed gevoel is belangrijker. Tegen ondernemers die ons benaderen zeg ik ook vaak: we hoeven geen vrienden te worden, maar moeten wel geruime tijd goed door één deur kunnen. Een aankoop, verkoop of verplaatsing van een bedrijf is een complex en emotioneel proces. Dat doe je niet zomaar even. Daarvoor heb je geen snelle jongens nodig, maar betrouwbare adviseurs. Die rol kunnen en willen wij vervullen.’

‘Onzin dat hoge grondprijs in ons belang zou zijn’

AGRARISCH MAGAZINE

51


Interview

IETS VAKER DE HOGE HAKKEN IN HET ZAND ZETTEN Eke Folkerts groeide uit tot het boegbeeld van de Agrarische Jongeren Friesland (AJF). Nu vertegenwoordigt ze de jonge boeren landelijk met de portefeuille bedrijfsovername. ‘Iedereen die boer wil worden in Nederland moet de kans krijgen. Dat is mijn missie. Tot op het bot ben ik daartoe gemotiveerd.' Tekst:

52

Sjoerd Hofstee

AGRARISCH MAGAZINE

Foto: Hoge Noorden/Jacob van Essen

Eke Folkerts: 'Het stoort mij als het NAJK het kleine broertje van LTO wordt genoemd.'


M

et een mengeling van trots en gêne toont Eke Folkerts een kast met daarin zeker vijftig paar hoge hakken. Het is haar handelsmerk. Als goed geklede dame, praat ze de taal van de jonge boeren en durft ze te zeggen waar ze voor staat. En dat is nodig ook, want overname van agrarische bedrijven staat onverminderd onder druk. Sterker nog, de huidige druk vanuit de maatschappij en politiek lijkt steeds vaker de motivatie bij jongeren te breken. ‘Daar kan ik woest van worden. Meerdere jonge boeren haken af omdat de onzekerheid hen te machtig wordt.’ Het is toch een utopie dat iedereen in Nederland boer kan worden en blijven? ‘Klopt. En ook niet iedereen hoeft boer te worden of te blijven. Maar iedereen die het wil, moet de kans wel krijgen. Elke keer dat dat niet lukt, betekent een gemiste kans voor de sector. Het is mijn persoonlijke missie, tot op het bot, om hiervoor te strijden.’ Is dat ook de reden om in het NAJK-bestuur te stappen? ‘Ledenbinding is heel erg mijn ding. Toen ik binnen de AJF bestuurlijk actief was, zag ik dat het NAJK voor veel leden ver van hen af staat. Ik vind dat zonde en hoop een steentje bij te dragen aan een sterkere binding tussen de leden en de landelijke organisatie. Andere belangrijke drijfveren voor mij zijn dat ik buiten-familiare overname graag meer kansen zie krijgen én wil helpen aan het vaker laten slagen van familiare overnames. Nog te vaak loopt het vast op persoonlijke relaties; juist in de familiesfeer. Er kunnen veel redenen zijn waarom de overname van een agrarisch bedrijf moeizaam verloopt of zelfs niet slaagt, maar zeer waarschijnlijk vormen problemen rond persoonlijke verhoudingen de belangrijkste reden.’ Wat kan het NAJK daar aan doen? ‘Wij maken ons in Den Haag hard voor het voortbestaan van de BOR (Bedrijfsopvolgingsregeling). Dat lijkt vooreerst wel weer te lukken, maar als NAJK moeten we daar elke keer bij een kabinetsformatie enorm voor knokken. Dat gaat niet vanzelf, terwijl afschaffing een ramp zou zijn voor de agrarische sector. Dan praat ik over de fiscale kant. Voor de ‘zachte kant’ zijn we bezig de toegezegde € 75 miljoen te benutten vanuit het bedrijfsovernamefonds. Het overgrote deel daarvan gaat in vermogenversterkend krediet, maar € 11 miljoen is beschikbaar om overnameprocessen te begeleiden. Daarvan is € 4 miljoen toegezegd aan Hogescholen en die benutten het ook vooral voor programma’s gerelateerd aan de relationele kant van de bedrijfsovername. Met de overige miljoenen zijn wij heel hard bezig een soort ‘kenniscentrum bedrijfsovername’ op te zetten. Hier moet iedereen terecht kunnen met specifieke vragen over bedrijfsovername en voor het krijgen van begeleiding. Zo’n kenniscentrum moet er echt komen. Keer op keer merken wij dat mensen, zowel jongeren die willen overnemen als ouderen die willen overdragen, met veel vragen rondlopen waar ze geen goede begeleiding voor vinden. Veelal ook op het vlak van persoonlijke omgang en samenwerken.’ Hoe moet dit ‘kenniscentrum bedrijfsovername’ gaan werken? ‘Iedereen met een vraag gerelateerd aan bedrijfsovername kan er terecht. Ongeacht of je NAJK-lid bent of niet. Vanuit het kenniscentrum kan het proces van overname volledig worden begeleid. Bijvoorbeeld door te ondersteunen bij de eerste stappen

in het gesprek aangaan met de familie over overnameplannen. En ook het koppelen aan passende onafhankelijke coaches of begeleiders. Daarna, en dat is ook een hele belangrijke, monitort het kenniscentrum hoe het proces loopt en helpt de aanvragers steeds bij de volgende fase.’ Hoe moet het gefinancierd worden als de startsubsidie op is? ‘Die vraag stelt LNV ook en dat is logisch. Maar veel partners, zoals Rabobank, LTO en de groene opleidingscentra, staan er achter. Zij onderschrijven het belang en zien kansen om ook langdurig dit kenniscentrum te helpen voortbestaan.’ Je maakt je ook hard voor het project Boer-zoekt-Boer. Om jongeren met een wens boer te worden, te koppelen aan een boer zonder opvolger. Hoe loopt dat? ‘We hebben honderden aanmeldingen. Van zowel jongeren die geen familiebedrijf hebben en boer willen worden als van potentiële overdragers. Al is die laatste categorie duidelijk kleiner. Er is dus volop animo, maar ook hier missen we een tussenpersoon die het proces begeleidt. Daarom is het doel om ook dit project onder te brengen bij het nieuw te vormen kenniscentrum bedrijfsovername. Aan het succes van dit project kleeft nog een ander nadeel. Dat is dat het enorm veel media-aandacht krijgt, waarmee het beeld kan ontstaan dat het overnameprobleem wel getackeld kan worden met een initiatief als dit. Maar dat is natuurlijk onzin. Het kan hooguit een positieve bijdrage leveren voor een kleine groep. Ik wil ervoor waken dat bijvoorbeeld de overheid dit project gaat aanduiden als het ei van Columbus.’ Iets anders. In het veld wordt de NAJK wel eens het kleine broertje van LTO genoemd. Stoort jou dat? ‘Ja. Dat stoort mij wel. Omdat we dat niet zijn. We werken veel samen omdat LTO een constructieve partij is en beschikt over geld en mankracht. Als andere belangenbehartigers eerlijk zijn dan geven ze toe bij grote dossiers ook veel op LTO te leunen. Wij werken met verschillende partijen samen en stellen ons altijd de vraag: wat willen we bereiken en welke partijen passen daarbij? Of kunnen we het beter alleen doen? Voor die zuiverheid waken we echt en dat moet ook. Ik hecht er belang aan dat onze leden dat goed beseffen.’ Er zijn ook tijden geweest dat de NAJK zich iets meer een recalcitrante club toonde. Missen jullie die houding soms niet een beetje? ‘Binnen ons bestuur discussiëren we meer dan eens over hoe we ons profileren en welke actie daarbij hoort. Dat kan iets ludieks zijn zoals de aanpassing van de schijf van 5, het mee-organiseren van protesten in de provincies of een stevige lobby op Kamerleden. Persoonlijk vind ik dat het soms nog wel wat steviger kan. Iets vaker de hakken in het zand zetten en houden. Dat betekent niet dat ik de FDF-kant op wil ofzo. Daar gaat het ook helemaal niet om. We doen echter ontzettend veel en hebben onze eigen standpunten, maar dat is voor de leden en het grote publiek niet altijd even goed zichtbaar.’ Wanneer is 2022 voor jou als NAJK-bestuurder geslaagd? ‘Als het kenniscentrum bedrijfsovername echt van start is gegaan. En als het stikstofdossier eindelijk ten einde komt. Ik zou bijna zeggen: wat dat ‘einde’ dan ook is. Als er maar weer duidelijkheid komt en perspectief blijft voor jonge boeren.’

AGRARISCH MAGAZINE

53


TREND

6

2022

MINDER IS MEER Je hebt boeren die veel in het gewas of hun dieren stoppen om hoge producties te halen. Er is ook een categorie die de andere kant op gaat. Boeren die het zat zijn om als verdienmodel van de agribusiness te fungeren. Deze boeren gaan terug naar de basis, het ‘low-input-low-output-systeem. Op hun bedrijf wordt minder meer. Minder kosten, meer verdienen. Meer werkplezier, meer ruimte voor natuur en het pure boeren. Is er dan niets minder geworden? Ja, de uitstoot. Minder NH3, minder CO2. En minder stress. Jelle Hakvoort in Rutten was ooit een veehouder die met veel adviseurs en krachtvoer hoge melkproducties haalde. Nu laat hij z’n Jerseys lekker het gras zelf ophalen. ‘De nieuwe manier van werken heeft ons financiële ruimte en arbeidsplezier teruggebracht. Dat gun ik anderen ook.’

Foto: Niels de Vries

54

AGRARISCH MAGAZINE


AGRARISCH MAGAZINE

55


DE SPOTLIGHTS OP Gesponsord artikel

Service Bedrijf

JAN CASTELEIN B.V. Leverancier van “Het nieuwe melken”

80-STANDS CARROUSEL INGERICHT MET ‘NIEUWE MELKEN’ Atte Wiarda neemt begin januari 2022 een gloednieuwe 80-stands carrousel voor melkgeiten in gebruik. De melkstal is ingericht met het ‘Nieuwe Melken’. Zonder melkklauwen dus.

D

e ligboxenstal van Atte (49) en Hanny (47) Wiarda in Raerd ondergaat in de herfst van 2021 een ware metamorfose. De inrichting gaat flink op de schop. Dat gebeurt niet voor niks. De 120 melkkoeien maken namelijk plaats voor ruim 1.000 melkgeiten. De ligboxen zijn weggehaald. Aan weerszijden van de voergang worden potstallen ingericht. De geiten lopen en liggen er straks ruim in het stro. ‘We hebben op 13 oktober voor het laatst koeien gemolken’, zegt Atte Wiarda. De 28-stands binnenmelker (zij-aan-zij) is inmiddels

56

AGRARISCH MAGAZINE

Impressie van een geitenmelkstal van SAC. De melkstal van Wiarda was eind november nog niet klaar.

vervangen voor een 80-stands carrousel. ‘Deze capaciteit is toereikend voor het aantal geiten dat we gaan houden.'

Aanvoer geiten in etappes

In januari voert Wiarda in drie etappes 600 nieuwmelkte geiten aan. Eind januari komen er nog eens 430 geiten. Deze dieren moeten dan nog lammeren. 'We gaan gefaseerd opschalen. Zo hebben we even de tijd om te wennen en kunnen we relatief rustig opstarten’, aldus Wiarda, die 64 hectare in gebruik heeft en daarmee grondgebonden is. De nuchtere ondernemer kijkt uit naar de komst van de geiten. ‘Ja, we hebben er zin in, zeker nu de melkstal vorm krijgt.' Hoewel hij geen ervaring heeft met het houden van geiten is hij niet bevreesd voor de nieuwe uitdaging. ‘Ik maak me niet druk. Het komt zoals het komt. We gaan gewoon beginnen. De praktijk is de beste leerschool. Bovendien hebben we goede mensen om ons heen verzameld’, aldus de ondernemer, die daarbij refereert aan zijn voeradviseur, de veearts en de mannen van SAC, de leverancier van de melkstal.

Ergonomisch werken

De 80-stands carrousel is uitgerust met het zogenoemde ‘Nieuwe


op eenvoudige en gemakkelijke wijze’, aldus de nieuwbakken geitenhouder, die koos voor een beweegbare vloer. ‘Ergonomisch werken is ontzettend belangrijk.’ ‘Melken zonder melkklauwen heeft de toekomst’, zegt Jan Castelein, die als eigenaar van Servicebedrijf Castelein het ‘Nieuwe Melken’ ontwikkelde. De geitenstal bij Wiarda is inmiddels de 11e melkstal die met het ‘Nieuwe Melken’ is ingericht. SAC heeft de melktechniek passend gemaakt voor geiten, geeft Castelein aan. ‘Een geit is een heel ander beest dan een koe. Daar horen ook andere maatvoeringen bij.’ Castelein verwacht dat de 80-stands carrousel van Wiarda de belangstelling wekt van meer geitenhouders. ‘Ik ben er heel positief over. De melkstal ziet er echt goed uit.’ Atte Wiarda kan de melkbekers straks met één druk op de knop in de spoelstand zetten. Dat stukje automatisering bespaart behoorlijk wat arbeidstijd, aldus Castelein. ‘Ga maar uit van zeker 1 tot 1,5 uur per week. Op jaarbasis ga je dan al richting 80 uur.’

Vertrouwen in melktechniek

Wiarda heeft veel vertrouwen in zijn nieuwe melkstal. ‘Als het goed is, hoeven we tijdens het melken straks weinig te lopen. Om de paar seconden komt er een nieuwe geit. Dat is goed bij te houden.’ De geitenhouder is goed te spreken over de techniek van leverancier SAC. ‘We kunnen gemakkelijk geiten separeren. De software ziet er echt goed uit.’ Wiarda verwacht straks in z’n eentje in 2 uur tijd zo’n 1.000 geiten te kunnen melken. Er passen 600 geiten in de wachtruimte. De dieren worden met het bestaande opdrijfhek richting de carrousel gedirigeerd.

‘Ik heb geen enkele negatieve reactie gehad’

Melken’. Arbeidsgemak en -plezier waren voor Wiarda belangrijke uitgangspunten bij de keuze voor de 80-stands carrousel van SAC. ‘We gaan werken zonder melkklauwen. Het aansluiten gebeurt

‘Positieve reacties’

Terwijl Wiarda zich opmaakt voor een nieuwe uitdaging, ligt de Nederlandse geitenhouderij onder een vergrootglas. In acht provincies is het voor geitenhouders op dit moment niet toegestaan een nieuw bedrijf te beginnen of uit te breiden. Dat heeft alles te maken met een lopend onderzoek naar de relatie tussen geitenbedrijven en het aantal longontstekingen bij buurtbewoners. ‘De resultaten van het onderzoek laten al meer dan tien jaar op zich wachten’, aldus Wiarda. Het bedrijf van Wiarda bevindt zich op zo’n 400 meter van de bebouwde kom. De ondernemer merkt dat de dorpelingen veel interesse tonen in zijn plannen. ‘De dorpelingen zijn belangstellend en reageren positief. Ik heb geen enkele negatieve reactie gehad.’ De stal wordt ingericht met een automatisch instrooisysteem. Stro gaat via buizen naar de potstallen. Een deel van het stof wordt door de machine afgevangen. ‘In het kader van fijnstofreductie is dat echt een pluspunt’, geeft de veehouder aan.

Garantieprijs voor starters

Bij het 'Nieuwe Melken', zoals op dit voorbeeld voor koeien, ontbreken melkklauwen en komen de bekers vanuit de vloer omhoog.

Wiarda kan in de melkstal twee voersoorten aanbieden. De geiten worden individueel gevoerd. De potstallen worden ingericht met in totaal dertig krachtvoerboxen. Net als de aankoop van geiten was ook de afzet van melk zomaar geregeld. ‘We werken samen met Holland Goat Milk, waarbij we profiteren van een garantieprijs voor starters. De melk wordt verwerkt bij Ausnutria’, aldus de ondernemer, die in april 2022 op volle capaciteit verwacht te draaien.

AGRARISCH MAGAZINE

57


Ons robotmelken zorgt voor melk van constant excellente kwaliteit. Het volledig en goed uitmelken van een koe zorgt voor melk van uitstekende kwaliteit en meer comfortabele koeien. Onze unieke Streampulse melkfilosofie kan daarbij helpen. M²erlin gebruikt meerdere slimme sensoren die in harmonie samenwerken om ervoor te zorgen dat uw koeien gezond blijven terwijl er meer melk in de tank komt. Veehouders kiezen voor onze melkrobot omdat de M2erlin het leven eenvoudiger en flexibeler maakt. Hij melkt en bewaakt uw koeien op een betrouwbare manier en ondersteunt zo de best mogelijke resultaten.

Kies voor robotmelken dat zich bekommert om uw koeien. Neem contact op met Fullwood Packo op fullwoodpacko.com of stuur een e-mail naar contact@fullwoodpacko.com voor meer informatie.

Smart milking and cooling solutions 58

AGRARISCH MAGAZINE


DE SPOTLIGHTS OP Gesponsord artikel

afdekinnovatie

‘VOORDELEN LASAGNEKUILEN GROOT’ Melkveehouder Rob Sloots in het Drentse Annen nam in 2021 het 100ste portaalsysteem van Agridek in gebruik. ‘Dat was een mooie en belangrijke mijlpaal voor ons bedrijf’, zegt Jan Bosch.

Deze zomer werd het 100ste afdeksysteem in gebruik genomen.

heb je daardoor altijd een mooie kuil, ook als de eiwitopbrengst van de eerste snede tegenvalt. Dat wordt automatisch gecorrigeerd door latere grassneden, zonder dat dit ten koste gaat van je voersnelheid’, aldus Bosch.

Gerichter maaien

Met jaarrond een constante graskuil zonder wisselingen kun je als melkveehouder optimaliseren met je bijproducten. In de praktijk betekent dit dat er minder brok nodig is, stelt Bosch. ‘Dit is dé manier om ruwvoer tot waarde te brengen. Je haalt meer melk uit eigen ruwvoer en ans vader Hotze stond eind jaren ’90 van de vorige eeuw aan hebt minder eiwit uit de basis van de onderneming, die zich specialiseerde in het bijproducten nodig. ontwikkelen van (automatische) afdeksystemen. Daarbij komt ook nog Agridek biedt verschillende oplossingen aan, die aansluiten een serieuze besparing op landbouwplastic.’ op verschillende wensen en bedrijfsspecifieke situaties van Bosch stelt dat verschillende type melkveebedrijven profiteren van melkveehouders. ‘Ons assortiment bestaat uit afdekkleden, (duo)de afdeksystemen van Agridek. ‘Melkveehouders die aan weidegang portaalsystemen en railsystemen voor sleufsilo’s van 9 tot 25 doen, kunnen bijvoorbeeld nog gerichter maaien in dienst van hun meter breed’, vertelt Bosch. Met een railsysteem – bevestigd op de beweidingssysteem. Met een automatisch afdeksysteem haal je de silowanden – is het mogelijk om naastgelegen silo’s met maar één bult zo even open en ben je veel eerder geneigd om kleine hoekjes te tussenwand af te dekken. maaien’, aldus Bosch, die melkveehouders De machines en innovatieve oplossingen gericht adviseert om hen optimaal te dienen het totale ruwvoerconcept laten profiteren van het ruwvoerconcept. van Agridek. Voor Jan Bosch betekent ‘Op basis van de bedrijfsspecifieke dat totaalconcept: een automatisch situatie leggen we melkveehouders de afdeksysteem gecombineerd met mogelijkheden voor. Welk systeem past lasagnekuilen. ‘Door verschillende het beste, hoeveel sleufsilo’s zijn er nodig grassneden over elkaar heen in te kuilen, en welke silomaten horen erbij? We zijn er kun je jaarrond constant voeren. Je krijgt ooit op ons eigen bedrijf begonnen, hebben een mooie mix van eiwit, structuur en Agridek biedt ook snijvlakgordijnen aan, om openliggende kuilen te beschermen tegen ruim twintig jaar ervaring en zijn volledig energie. Je kan de eiwitten uit de latere weersinvloeden en vogelvraat. met dit concept bekend', aldus Bosch. grassneden goed benutten. Gemiddeld

J

‘Je maait makkelijker een paar kleine hoekjes’

AGRARISCH MAGAZINE

59


DE SPOTLIGHTS OP Gesponsord artikel

80% REDUCTIE MET INNOVATIEVE STIKSTOFKRAKER JOZ ontwikkelde een circulaire oplossing voor het stikstofprobleem. Met stikstofkraker Gazoo kunnen veehouders de stikstofuitstoot met 80% reduceren.

60

AGRARISCH MAGAZINE

Gertjan Roetert: ‘Afzet van mest kostte mij nu al € 30.000 per jaar. Ik zocht en vond een passende oplossing.’

M

et het halveren van de veestapel los je het stikstofprobleem niet op. Met onze stikstofkraker Gazoo kunnen we de uitstoot van ammoniakale stikstof op bedrijfsniveau met 80% terugdringen. Daarmee bieden we een circulaire oplossing.’ CEO Arend Kuperus van JOZ heeft hoge verwachtingen van de innovatieve stikstofkraker Gazoo. Het eerste exemplaar van de Gazoo werd in de zomer van 2021 in gebruik genomen bij familie Roetert in Wesepe (Ov.). De afgelopen maanden werd de installatie bij nog acht andere melkveehouders geplaatst. ‘We hebben voor 2022 zeker veertig aanvragen. Er is interesse uit


binnen- en buitenland’, vertelt Kuperus, die merkt dat vooral intensieve melkveebedrijven en bedrijven nabij natuurgebieden interesse tonen in de Gazoo. De stikstofkraker leent zich ook voor varkensdrijfmest.

Leasen mogelijk

De Gazoo kost een slordige € 200.000 Dat is inclusief mestscheider en opslagsilo’s. De precieze terugverdientijd verschilt per bedrijf. De negen melkveehouders die tot dusverre investeerden in de Gazoo profiteerden van de Europese subsidieregeling voor innovaties in de landbouw (40% van de investering). Kuperus: ‘De Gazoo is een totaaloplossing, waarmee melkveebedrijven in één klap emissiearm worden. De kostenposten voor mestafzet en kunstmestaankoop vervallen’, aldus Kuperus, die aangeeft dat veehouders bij JOZ ook voor een leasecontract van zestig maanden kunnen kiezen. Met onder meer mestschuiven en -robots was JOZ jarenlang gespecialiseerd in het verplaatsen van mest. Met de introductie van de stikstofkraker zet het bedrijf een belangrijke stap richting de toekomst. ‘Waar we voorheen het probleem verplaatsten, lossen we het nu ook daadwerkelijk op’, aldus Kuperus. Gunstig neveneffect van de Gazoo is volgens hem de fikse aardgasbesparing. ‘Voor de productie van kunstmest is heel veel aardgas nodig. Met de Gazoo produceren melkveehouders hun eigen kunstmestvervanger en dragen ze op die manier bij aan het verminderen van het aardgasgebruik. Alleen Roetert bespaart zo al 25.000 kuub aardgas.’

Ammoniakemissie opwekken

De stikstofkraker bevindt zich in een corrosievrije box, die in verband met transport dezelfde afmetingen heeft als een zeecontainer. Voorafgaand aan het bewerkingsproces worden de dikke en de dunne fractie van elkaar gescheiden. De dikke fractie – met organisch gebonden stikstof – kan worden gebruikt als boxbedekking. De dunne fractie gaat de Gazoo in. De stikstofkraker

‘We liepen vast op stikstof’ Gerjan Roetert (37) heeft in maatschap met zijn ouders Henk en Henny in Wesepe (Ov.) 220 melk- en kalfkoeien op 108 hectare. De melkveehouders produceren jaarlijks 2 miljoen kilo melk, een kleine 19.000 liter per hectare. Ze willen veel voer van eigen grond halen en doen niet mee aan de derogatieregeling. Gerjan Roetert: ‘We liepen vast op stikstof. Het afvoeren van 2.000 kuub mest met daarin waardevolle nutriënten was ons tegen het zere been. Dat kostte ruim € 30.000 per jaar. Ik zocht een passende oplossing. Met de stikstofkraker halen we stikstof uit de mest, hoeven we geen mest af te zetten en geen kunstmest aan te kopen. Het gaat bij ons om 12.500 kilo stikstof. Op kunstmestaankoop besparen we een kleine € 20.000. De Europese landbouwsubsidie was voor ons een mooie trigger om te investeren in de Gazoo’, aldus Roetert, die al een emissiearme vloer had in de stal. Roetert heeft geïnvesteerd in de stikstofkraker en nieuwe opslagsilo’s. Hij beschikte al over een mestscheider. Roetert verwacht de investering in de Gazoo binnen vier jaar terug te verdienen. De extra energiekosten bedragen zo’n € 4.000 op jaarbasis. ‘De installatie bevat weinig draaiende delen. Dat vind ik een groot voordeel’, zegt Roetert.

heeft een capaciteit van 20 kuub per dag en is daarmee geschikt voor bedrijven tot 350 koeien. In de stikstofkraker wordt natronloog toegevoegd aan de dunne fractie. Via een chemische reactie wordt het ammonium (vloeibaar) in de dunne fractie omgezet in ammoniak (gasvorm). ‘Binnen een gesloten systeem veroorzaken we zo de emissie van ammoninak’, legt productmanager Peter ten Hoeve van JOZ uit. Vervolgens wordt de ammoniak door middel van verdamping onttrokken. Na het verdampen wordt de vrijgekomen ammoniak opgevangen en bewerkt. Door het toevoegen van een zuur ontstaat een vloeibare kunstmestsoort. De stikstofarme dunne fractie (restwater) gaat terug de stal in en wordt uitgespoeld over de roosters. Dat vermindert de aanwezigheid van ammoniak in een stal met een traditionele roostervloer met 62%, stelt JOZ. Ook de methaanuitstoot in de stal wordt hierdoor met 60% fors teruggebracht.

‘We verplaatsen het probleem niet meer, we lossen het op’

Kunstmestvervanger

De Gazoo is uitgerust met een erkende luchtwasser. Het stikstofrijke spuiwater, dat overblijft na het kraken van de mest, is een erkende meststof. Door JOZ wordt de vloeibare kunststof aangeduid als BioGrow. Elke kuub BioGrow bevat 80 kilo stikstof. Een koe produceert op jaarbasis 120 kilo stikstof, waarvan 60 kilo in organische mest (die niet vervliegt en uitspoelt) en 60 kilo in ammonium (vloeibare ammoniak). Met de Gazoo wordt de aanwezige stikstof in de ammonium teruggebracht naar 12 kilo, een reductie van 80%. ‘Met de stikstofkraker verwijderen we aantoonbaar ammoniak uit de mest. Eigenlijk zou daar waarde aan toegekend moeten worden. Met een reductie van 80% komt er veel stikstofruimte vrij’, aldus Ten Hoeve.

AGRARISCH MAGAZINE

61


Lely wenst je een warme winter.

Op naar een mooi en gezond 2022! Wij bedanken onze klanten voor het gestelde vertrouwen. Daarnaast wensen wij iedereen een voorspoedig 2022! We hopen jou volgend jaar weer persoonlijk te kunnen ontmoeten.

Slim boeren is een keuze.

AGRARISCH Lely62 Center Heerenveen 0513 - 63 16 77, info@hee.lelycenter.com, www.lely.com/heerenveen MAGAZINE


DE SPOTLIGHTS OP

DE SPOTLIGHTS OP

Gesponsord artikel

Gesponsord artikel

‘BESPREEK JE KRITIEKE MELKPRIJS’

TALENTVOLLE CHAUFFEURS GEZOCHT

Foto: Landpixel

Gemiddeld gezien is de kritieke melkprijs voor het vierde jaar op rij gestegen.

De kritieke melkprijs stijgt opnieuw. Reden voor waakzaamheid, waarschuwt Jelle Zeilstra van administratie- en adviseurskantoor DeelstraJansen.

D

e kritieke melkprijs is de melkprijs die je als melkveehouder nodig hebt om je bedrijf draaiende te houden: de kostprijs inclusief aflossingen, privébestedingen en belastingen. 'Sinds 2018 is deze duidelijk gestegen. In 2020 lag de kritieke melkprijs gemiddeld rond de € 37,50 per 100 kilo melk. Dit jaar is dat zeker hoger’, vertelt adviseur Jelle Zeilstra van DeelstraJansen uit Leeuwarden. ‘Het is mooi en goed dat de melkprijs de laatste maanden stijgt, maar veel melkveehouders hebben dat ook echt nodig. Veel betalingen moeten nog worden weggewerkt.’

Vergelijk met collega’s

Zeilstra raadt aan om, naast de kritieke melkprijs goed inzichtelijk te krijgen, deze bespreekbaar te maken. ‘Met je mede-ondernemers en adviseurs, maar vergelijk je resultaten ook bewust met collega’s. Vanuit een kwartaalboekhouding kan dat bijvoorbeeld prima. Of overweeg deelname aan een studieclub. Lang niet elke melkveehouder benut deze opties, terwijl het erg nuttig is. Nu het nieuwe jaar begint, is het wellicht een goed moment om hier ook stappen in te zetten. Want de marges in de melkveehouderij zijn te krap om je kritieke melkprijs niet goed te kennen en op te kunnen sturen.’ Foto's: Theo Galama & Bouke Poelsma

Foto: Hoge Noorden/Jaap Schaaf

Marije van der Werff: ‘Waarom geen baan als chauffeur?’

‘Werken als chauffeur kan een mooie afwisseling zijn naast het boerenbedrijf’, stelt Marije Van der Werff, eigenaar van Werff Talent.

W

erff Talent is naarstig op zoek naar nieuwe chauffeurs. Het in Heerenveen gevestigde bedrijf is specialist in de flexibele arbeidsmarkt voor de agrarische sector. Directrice Marije van der Werff ziet volop kansen voor boeren om als chauffeur aan de slag te gaan. ‘Wij houden altijd rekening met je beschikbaarheid. Sommige chauffeurs werken bijvoorbeeld alleen op zaterdag. We zoeken chauffeurs voor in de aardappelen, op de RMO en in de bieten. Dat laatste is typisch seizoenswerk, wat wellicht goed past naast het werk op de boerderij. Ook voor stoppende boeren kan een nieuw bestaan als chauffeur interessant zijn.' Er is een tekort aan fulltime-chauffeurs maar met extra parttimers kunnen planningen toch passend worden gemaakt.

Opleidingskosten

Als chauffeur dien je in het bezit te zijn van een C- of CE-rijbewijs. Ook wordt de zogenoemde Code 95 (basiskwalificatie) verplicht gesteld. Werff Talent kan eventuele opleidingskosten voor haar rekening nemen, waarbij de afbetaling plaatsvindt op basis van het aantal gewerkte uren. Marije van der Werff: ‘Waarom geen baan als chauffeur? Het is leuk om eens wat anders te doen en in een andere omgeving te zijn. Wij denken graag met je mee.' AGRARISCH MAGAZINE

63


DE SPOTLIGHTS OP Gesponsord artikel

‘LAGERE VOERKOSTEN EN BEHOUD VAN RESULTAAT’ Melkveehouder Bram van Gijssel verlaagt zijn voerkosten terwijl hij het aandeel sojaraap in het rantsoen teruggeschroefde met 0,4 kilo per koe per dag. De productie blijft op niveau. Zijn geheim? PMR+ van De Heus.

O

p een waterkoude vrijdagochtend in december brengt voeradviseur Hendri Olthuis van De Heus een bezoek aan melkveehouder Bram van Gijssel in Oosterwolde (Fr.). Onder het genot van een kop koffie neemt het tweetal de laatste stand van zaken door op het bedrijf. Van Gijssel is goedgeluimd. Ondanks de mindere kwaliteit van de eerste snede gras weet hij de productie dit najaar toch goed op peil te houden. ‘We zitten op 32 liter per koe per dag’, vertelt de melkveehouder, die sinds 2011 een tweedehands melkrobot van DeLaval in gebruik heeft. ‘Van Gijssel besteedt veel tijd en aandacht aan zijn koeien. Hij kijkt ’s ochtends eerst in de computer of er attentiedieren zijn. Indien nodig onderneemt hij meteen actie’, vertelt Hendri Olthuis over de strikte werkwijze van Van Gijssel. Het bijmengen van de najaarskuil in het rantsoen werpt daarbij ook zijn vruchten af, stelt de melkveehouder. ‘We benutten het eiwit uit de latere sneden voor onze melkkoeien.’

64

AGRARISCH MAGAZINE

PMR+ sinds april

Van Gijssel laadt zijn voercomponenten dagelijks met een Duitse Ahlmannshovel in de mengwagen.

Naast het in de benen houden van de productie let de melkveehouder ook scherp op zijn voerkosten. ‘Dat vind ik heel belangrijk. Voer is onze grootste kostenpost. Als boer ben je uiteindelijk zelf verantwoordelijk voor je saldo.’ Van Gijssel is een van de eerste melkveehouders die in april 2021 ervaring opdoet met PMR+. Hij voegt dit natuurlijke energiemengsel van kruiden en etherische olie toe aan het rantsoen. Uit onderzoek blijkt dat PMR+ de microbiële eiwitproductie in de pens verhoogt. Dat geeft de mogelijkheid om het aanvullende eiwit in het rantsoen te verlagen en voerkosten te besparen. Van Gijssel heeft het aandeel sojaraap in het rantsoen met 0,4 kilo per koe per dag teruggeschroefd. De sojaraap is vervangen voor PMR+, in een meelmengsel van 0,4 kilo. De melkveehouder bespaart daarmee 16 cent per koe per dag, terwijl de productie en de gehalten op niveau blijven. ‘Dat is gemakkelijk verdiend. Ik hoef er niks extra’s voor te doen’, aldus Van Gijssel, die PMR+ toevoegt in de maanden dat de koeien op stal staan. PMR+ kost 4 cent per koe per dag. Op een bedrijf met 100 koeien zonder weidegang praat je over € 1.460 per jaar. Het gebruik van PMR+ is snel terugverdiend, berekent Olthuis. ‘Met PMR+ kan je tot 0,5 kilo sojaraap per koe per dag minder voeren. Afhankelijk van het rantsoen soms zelfs nog minder. Sojaraap kost nu € 0,40 per kilo. De besparing op het gebruik van sojaraap kan dus, bij 0,5 kilo sojaraap,


oplopen tot € 7.300 op jaarbasis. Doordat je minder stikstof voert, vallen eventuele mestafzetkosten ook lager uit.’

Stikstofvoordeel met BEX

Met het reduceren van het aandeel sojaraap verlaagt Van Gijssel het ruw eiwitgehalte in het rantsoen. Zo kan hij een stikstofvoordeel halen met de BEX. Volgens Olthuis is dat een groot voordeel, zeker met het oog op de toekomst. ‘Het wordt steeds belangrijker om efficiënter met eiwit om te gaan.’ Van Gijssel: ‘Ik zie het ureumgehalte in de melk daadwerkelijk lager uitvallen.’ De melkveehouder laadt zijn voercomponenten met een Duitse Ahlmann-shovel. Hij voert met een voermengwagen. Het rantsoen dat hij voorschotelt aan zijn koeien bestaat uit kuilgras, snijmais, sojaraap, rucom (meelmengsels van De Heus), mineralen en PMR+. Daarnaast krijgen de koeien nog brok gevoerd bij de robot en in de krachtvoerbox. Van Gijssel voert 13,9 kilo drogestof uit ruwvoer per koe per dag, aangevuld met 3 kilo drogestof uit krachtvoer. De totale krachtvoergift komt uit op 24,4 kilo per 100 kilo meetmelk. Het jongvee is daarbij meegerekend. ‘Van Gijssel haalt 54% van de meetmelk uit eigen ruwvoer’, aldus Olthuis. De krachtvoerkosten van Van Gijssel bedragen in 2021 9,42 cent per kilo melk. Voor een rendabele toepassing van PMR+ dient het rantsoen voldoende energie te bevatten. PMR+ is interessant voor melkveebedrijven met een aandeel van zo’n 30% snijmais in het rantsoen. Bij Van Gijssel is dat het geval. De Heus gaat idealiter uit van 185 gram zetmeel per kilo drogestof bij een lactatiestadium van 200 dagen. ‘Vanaf dit percentage zetmeel per kilo drogestof is het gebruik van PMR+ rond te rekenen’, aldus Olthuis.

‘Makkelijk verdiend als je niets extra’s hoeft te doen’

Nieuwbouwplannen

Bram van Gijssel (links) en Hendri Olthuis beoordelen het gemengde rantsoen.

Van Gijssel is continu op zoek naar het optimaliseren van zijn bedrijfsvoering. Hij investeert in twee nieuwe sleufsilo’s voor een betere opslag van ruwvoer. ‘De maissilo is klaar. Die is 40 meter lang, 8 meter breed en heeft muren van 1,5 meter hoog. De nieuwe sleufsilo voor kuilgras – die nog 2 meter breder wordt – moet nog worden gebouwd’, zo vertelt de melkveehouder, die nog meer nieuwbouwplannen heeft. Hij wil op termijn een nieuwe stal over de bestaande stal heen bouwen. Met meer licht en lucht in de stal kan hij de resultaten verder verbeteren, zo redeneert hij. ‘Met een nieuwe melkrobot en een paar koeien erbij willen we de productie verhogen’, aldus Van Gijssel, die op dit moment 650.000 kilo melk op jaarbasis produceert. Hij wil de komende jaren toewerken naar 800.000 kilo melk. AGRARISCH MAGAZINE

65


TREND

7

2022

SUPERMARKTBOEREN Boeren en supermarkten waren lange tijd niet de beste vrienden. Hoe vaak stonden boeren al niet voor distributiecentra om verhaal te halen over te lage opbrengstprijzen? Maar de laatste tijd gaat het steeds beter. Melkveehouders die meedoen aan het Beter voor Koe, Natuur en Boer-programma van Albert Heijn en A-Ware zijn erg blij met de plus van 5 cent op hun melkprijs. Ook in het vlees en de akkerbouw zie je dat supermarkten Nederlandse boeren aan zich probeert te binden. Ze kunnen dan pronken met etiketten als lokaal gekocht, weinig transportkilometers, lage CO₂-uitstoot en goed voor de Nederlandse boer. In ruil voor strengere productiemaatregelen krijgen boeren een meerprijs die ertoe doet. Niks mis mee als beide partijen elkaar weten te vinden in zo’n samenwerking. Het is een trend die absoluut doorzet in 2022. Foto: Marcel van Kammen

66

AGRARISCH MAGAZINE


AGRARISCH MAGAZINE

67


DE SPOTLIGHTS OP Gesponsord artikel

AB VAKWERK RICHT EIGEN AB VAKSCHOOL AGRI OP Wat doe je als een groot tekort aan medewerkers in de agrarische sector aanhoudt? AB Vakwerk richt eigen vakopleidingen op die direct aansluiten op de praktijk.

W

achten totdat nieuwe medewerkers zich als vanzelf aandienen, is er tegenwoordig niet meer bij. De grote schaarste op de arbeidsmarkt vraagt om een proactieve houding. AB Vakwerk – opleider en detacheerder in de agrarische sector – gaat nieuwe medewerkers daarom zelf opleiden. Binnen de AB Vakschool zijn verschillende opleidingen ingericht, die direct aansluiten op de dagelijkse praktijk. Vol enthousiasme vertellen Annemarie Sietzema-de Jong en Josina Rustenburg op het kantoor in Sneek over de mogelijkheden en voordelen die de AB Vakschool biedt. Vanuit hun expertise en vakkennis zijn Sietzema-de Jong en Rustenburg aangesteld als ambassadrices van de nieuwe vakopleidingen. ‘We bieden mooie

68

AGRARISCH MAGAZINE

Ambassadeurs van de AB Vakschool Josina Rustenburg (rechts) en Annemarie Sietzema-de Jong zijn op zoek naar potentiële medewerkers voor de agrarische sector.

banen aan in een aantrekkelijke sector’, stelt Sietzema-de Jong. AB Vakwerk heeft in 2020 de AB Vakschool GWW voor grondweg- en waterbouw (GWW) opgezet. Zowel in Friesland als in Noord-Holland zijn locaties ingericht waar mensen het vak van grondwerker kunnen leren. Na deze GWW-leerlijn volgden in 2021 de introductie van de Vakschool Agri met de richtingen Melkveehouderij (Leerlijn melken en allround medewerker) en ABT (akkerbouw, bloembollen en tuinbouw). ‘Mensen kunnen bij ons direct in de praktijk aan de slag. We bieden werken-/lerentrajecten, waarbij er ook meteen wordt betaald’, vertelt Rustenburg.

3-weekse melkersopleiding

Binnen de AB Vakschool is het mogelijk om verschillende opleidingstrajecten te volgen. Een mooi voorbeeld daarvan is de 3-weekse melkersopleiding met baangarantie. De basisbeginselen van het melken worden in twintig melkbeurten bijgebracht. Dit gebeurt op praktijkbedrijven, onder begeleiding van experts. AB Vakwerk werkt daarvoor met zogenoemde buddy’s, die de nieuwe


laten instromen en richten ons op jong en oud’, zegt Sietzema-de Jong. AB Vakwerk – dat onlangs de overname van ATO Bedrijfsopleidingen afrondde – wil zich met het optuigen van een eigen vakschool niet afzetten tegen bestaande scholen en opleidingen, zo legt zij uit. ‘We hebben juist contact met bestaande aanbieders van agrarische opleidingen. Ons doel is een nog betere aansluiting op de praktijk. Mensen die kiezen voor een omscholingstraject zitten vanwege praktische redenen ook niet altijd te wachten op een bestaande opleiding. Bij ons kunnen ze meteen aan de slag en krijgen direct loon.’

Passende functie en baan

Met de oprichting van een eigen vakschool kan AB Vakwerk goed beoordelen welke potentie nieuwe medewerkers hebben en wat hun wensen zijn. ‘Zo kunnen we voor iedere kandidaat een passende oplossing zoeken. We hebben fulltime en parttimebanen voor mannen en vrouwen, op verschillende type bedrijven. We willen mensen in hun kracht zetten en hun specialiteiten ontdekken’,

vertelt Sietzema-de Jong. Bij AB Vakwerk hebben zich de afgelopen maanden meerdere kandidaten aangemeld voor de nieuwe leerlijnen. De kandidaten hebben verschillende achtergronden, vertelt Rustenburg. ‘Van stoppende boeren met veel kennis en ervaring tot onervaren mensen met een achtergrond in het onderwijs of in de horeca.'

Doorgroeimogelijkheden

medewerkers helpen bij hun praktijkopleiding. Een buddy is een vakspecialist van AB Vakwerk die opgeleid is om cursussen en onderwijs te verzorgen. De melkersopleiding bestaat voor een deel uit E-Learning (online theorie en opdrachten). ‘Na het afronden van deze korte opleiding ontvang je een melkerscertificaat en kun je in de praktijk aan de slag en eventueel doorgaan voor allround medewerker’, licht Sietzema-de Jong toe.

Werken en leren in de praktijk

Nieuwe medewerkers hoeven op de AB Vakschool niet terug de schoolbanken in en krijgen geen studieboeken. AB Vakwerk zet bewust in op praktijkopleidingen, aangevuld met online cursussen. Het gaat om werken- en lerentrajecten, waarbij nieuwe medewerkers direct onder contract komen en betaald krijgen. De doelstelling is om mensen uiteindelijk op te leiden tot allround medewerkers op boerenbedrijven. ‘We zetten daarbij breed in, met verschillende modules. We willen juist ook mensen zonder ervaring

De leerlijn melken is alvast succesvol afgetrapt. Ruim tien kandidaten zijn geslaagd voor de 3-weekse opleiding. Het opleidingstraject voor allround medewerker Agri start begin 2022. Deze leerlijn bestaat uit drie modules en duurt in totaal zo’n 18 maanden. AB Vakwerk heeft zichzelf ten doel gesteld om in 20222023 zeker tien kandidaten op te leiden tot allround-medewerker. Gedurende die periode wordt beoordeeld wat het potentieel is van de nieuwe medewerkers en wat hun wensen zijn. Kunnen en willen ze vanuit een assisterende rol op het boerenbedrijf doorgroeien naar een uitvoerende functie met meer verantwoordelijkheid? Het opleidingstraject in de ABT-sectoren (akkerbouw, bloembollen en tuinbouw) is onderverdeeld in twee fases, die beide twaalf maanden duren. Rustenburg: ‘Voor boerenbedrijven is het ook zaak hun medewerkers te enthousiasmeren. Boeien en binden, daar draait het om. Neem de tijd om iets uit te leggen en zorg voor saamhorigheid en een goede sfeer. Het gaat personeelsleden echt niet alleen maar om de geldelijke beloning.’ AB Vakwerk gaat via verschillende wegen zoveel mogelijk nieuwe kandidaten werven voor een leuke en uitdagende baan in de agrarische sector. ‘We gaan letterlijk de boer op met de AB Vakschool en laten ons gezicht zien op scholen, evenementen en in de media’, besluit Sietzema-de Jong.

‘Boeien en binden, daar draait het om’

AGRARISCH MAGAZINE

69


NIEUW in aardappelen

// Zeer goede werking

De nieuwe oplossing tegen

Alternaria Gebruik gewasbeschermingsmiddelen veilig. Lees vóór gebruik eerst het etiket en de productinformatie.

Uw partner voor stalinrichting en mestverwerking!

// Voor hogere opbrengsten // Nevenwerking Sclerotinia // Ingebouwd resistentiemanagement

Voor meer informatie over Propulse, bezoek agro.bayer.nl of vraag ernaar bij uw lokale distributeur en/of adviseur.

Van Balen Boekhoudburo maakt het verschil

Een goede boekhouder kost u geen geld, maar levert u geld op! Dat is de filosofie van “Van Balen Boekhoudburo BV” te Jellum. Een full-service boekhoudkantoor, met een grote ervaring op het gebied van bedrijfsadministratie en belastingwetgeving. Van Balen Boekhoudburo BV maakt het verschil omdat wij garant staan voor: • Korte lijnen; • Persoonlijke- en klantvriendelijke benadering; • Steeds dezelfde contactpersoon; • Kort telefonisch advies behoort tot onze service en kost daarom niets. • Rapportbespreking behoort tot de standaard werkzaamheden en wordt niet extra in rekening gebracht. Kortom uw belang = ons belang! www.royaldeboer.com

70

AGRARISCH MAGAZINE

Onze diensten • Jaarcijfers • Loonadministratie • Belastingaangifte • Fiscale- en juridische adviezen • Mestboekhouding • Ondernemersplan • Bedrijfsoverdrachten • Studiegroepen • Cursussen

Van Balen Boekhoudburo BV Hegedyk 16, 9026 BB Jellum Tel. +31(0)58 251 9296 info@vanbalenboekhoudburo.nl

www.vanbalenboekhoudburo.nl


DE SPOTLIGHTS OP Gesponsord artikel

ACHT TIPS VOOR EEN OPTIMALE VOEREFFICIENTIE Benutten mijn koeien het rantsoen wel optimaal? Het is een vraag die menig melkveehouder bezighoudt. En terecht. Het is immers jammer als duur geteeld ruwvoer of aangekocht krachtvoer niet optimaal wordt omgezet in melk of vlees. Acht tips om tot een betere voerefficiëntie te komen. 1- Zorg voor een goede kwaliteit ruwvoer. Goed verteerbaar ruwvoer met een hoge voederwaarde scoort beter dan een slecht verteerbare kuil met een lage voederwaarde. Zetmeel in de pens geeft meer energie dan celwanden, dat werkt positief door op de voerefficiëntie. Voer moet smakelijk zijn en geen broei, schimmel of toxische stoffen bevatten. Broei in gras of maiskuil geeft verlies aan voederwaarde. Goed in- en uitkuilmanagement zijn hierbij belangrijk. 2- Voldoende aanbod van schoon en fris drinkwater is erg belangrijk voor een goede vertering. 3- Bij voorkeur hebben alle koeien een eigen vreetplaats, zodat er geen 'slug feeding' plaats vindt. Dit houdt in door te hoge opname van granen en krachtvoeders in korte tijd het risico op pensverzuring toeneemt. 4- Schuif het voer regelmatig aan. Voor een optimale penswerking dienen energie en eiwit synchroon vrij te komen in de pens. Voorwaarde hierbij is dat er geen selectie kan plaats vinden aan het voerhek. Te snelle doorstroming van het voer door de koe geeft een

lagere voerbenutting. Een te trage doorstroming geeft een te lage voeropname. 5- Laat de tussenkalftijd niet te veel oplopen. Een lange tussenkalftijd is nadelig voor de voerefficiëntie. Koeien stoppen dan te veel energie in groei en te weinig in melk (tenzij de koeien zeer persistent zijn). Vooral in de zomer bij hittestress kunnen bedrijven gemakkelijk uitlopen in de tussenkalftijd. Koeien vreten minder bij hitte en als de lagere voeropname niet wordt gecompenseerd, met een energierijk product zoals Bergafat F100, dan zie je na de hitte periode vaak dat koeien minder goed drachtig zijn geworden. 6- Houd de BCS goed in de gaten. Schrale koeien moeten energie gebruiken om het lichaamsgewicht weer op peil te krijgen. Een hoog productieve veestapel heeft in verhouding minder onderhoudsvoer nodig, wat gunstig is voor de voerefficiëntie. 7- Voorkom gezondheidsproblemen. Klauwproblemen, mastitis, IBR en BVD hebben bepaald geen positieve invloed op opname en benutting. De energie gaat dan naar het afweermechanisme van de koe. 8- Stimuleer de pensfermentatie. Een gezonde balans in de pens zorgt voor een betere vertering. Een gistproduct als Diamond V bevat metabolieten. Deze bestandsdelen ondersteunen de pensbacteriën die de ruwe celstof in de pens moeten afbreken. Hierdoor kan ruwvoer efficiënter worden omgezet in energie voor de koe. Dit is vaak al na twee weken zichtbaar door beter verteerde mest. AGRARISCH MAGAZINE

71


DE SPOTLIGHTS OP Gesponsord artikel

‘IEDERE MELKVEEHOUDER IS VOOR ONS EVEN R BELANGRIJK’

Het zuivelcomplex van Royal A-ware waar jaarlijks inmiddels 170.000 ton kaas wordt geproduceerd, waarvan 50.000 ton mozzarella.

In een roerig 2021 wist Royal A-ware zijn marktpositie verder te verbeteren. COO Klaas de Jong en Hoofd Melkzaken Koen Veldman zien de nabije toekomst positief tegemoet. Tegelijk baren kostprijsontwikkelingen op het boerenerf en wet- en regelgeving op het gebied van klimaat hen zorgen. ‘Melkveehouders verdienen meer waardering’, stellen ze.

72

AGRARISCH MAGAZINE

uim zes jaar geleden opende Royal A-ware aan de A7 in Heerenveen een gloednieuwe zuivelfabriek. In 2020 werd het imposante complex uitgebreid met een nieuwe mozzarellakaasmakerij en creamproductielocatie. ‘We maken hier nu jaarlijks 170.000 ton kaas, waarvan 50.000 ton mozzarella’, vertelt COO Klaas de Jong. Voor de productie van Goudse kazen werkt Royal A-ware met zestig verschillende recepturen. De kazen gaan de hele wereld over. Vooral natuurgerijpte soorten kaas zijn in trek, zo merken ze in Heerenveen. Voor mozzarella – dat wordt gemaakt van koemelk – heeft de zuivelverwerker vier recepturen.

‘Basis versterkt’

In roerige tijden wist Royal A-ware in 2021 zijn marktpositie te verbeteren. Het concern verwerkt inmiddels 13% van de Nederlandse melkplas. ‘Ondanks alle coronaperikelen hebben we onze basis in binnen- en buitenland versterkt’, zegt De Jong. Royal A-ware heeft ook zijn fabriek in Coevorden vernieuwd en verduurzaamd. Medio december 2021 is de renovatie zo goed als afgerond. ‘We hebben er onder meer een nieuwe productielijn in gebruik genomen.’ Het zuivelconcern timmert ook internationaal flink aan de


COO Klaas de Jong

Hoofd Melkzaken Koen Veldman

weg. Royal A-ware opende verkoopkantoren in de VS en Spanje. In het Belgische Aalter werd de overname van de melkpoederactiviteiten van FrieslandCampina afgerond. ‘Daarmee hebben we ons productportfolio uitgebreid’, aldus De Jong.

Toegenomen vraag naar melk

De melkprijzen zitten sinds het najaar behoorlijk in de lift. Dat heeft alles te maken met vraag en aanbod. Terwijl de vraag naar kaas, melkpoeder en boter stijgt, is er in Duitsland, Frankrijk en Nederland simpelweg minder melk beschikbaar. ‘Dat is voor ons geen verrassing. Het eiwitgehalte in het ruwvoer viel lager uit. Krachtvoerprijzen liepen flink op. Daardoor ontstonden tekorten en werd er getrokken aan melk’, zegt De Jong. Kijkend naar de wereldwijde zuivelmarkt ziet De Jong dat men in sommige regio’s in de VS niet aan de vraag naar melk voldoet. ‘Er worden geen voorraden opgebouwd, dat is gunstig voor de prijsontwikkeling op de langere termijn.’ De melkproductie in Australië en Nieuw-Zeeland stabiliseert. De grenzen van de groei lijken bereikt. Dichter bij huis is dat in Duitsland, Frankrijk en Nederland ook het geval. ‘Mede door de alsmaar toenemende druk van wet- en regelgeving verwachten we voor de lange termijn mogelijk een geringe daling van de productie.’ In landen als Ierland en Polen zit de groei er nog wel in, al heeft de melkveehouderij in deze landen een minder grote omvang.

van de melkprijzen zijn we positief. Daarbij hebben we wel te maken met meerdere onvoorspelbare factoren zoals corona, de olieprijs, het weer en de wisselkoers tussen de euro en de dollar.’

Geen herverdeling tussen melkstromen

Melkveehouders kunnen bij A-ware in Nederland kiezen uit vijf verschillende melkstromen. Melkveehouders kiezen bewust voor de melkstroom die het beste bij hen past en aansluit op de bedrijfsvoering. Dat is een vrijwillige keuze. ‘We herverdelen ook geen geld van de ene naar de andere melkstroom. De vraag moet uit de markt komen’, aldus De Jong, die aangeeft dat het concern op dit moment niet bezig is met nieuwe melkstromen. Voor alle melkstromen van Royal A-ware bestaat een wachtlijst. ‘De AH-melkstroom is daarbij het meest in trek’, aldus Veldman. De Jong vult aan: ‘Vanwege alle aandacht in de media voor het ‘Beter voor Koe, Natuur en Boer-programma’ kan mogelijk de indruk ontstaan dat wij deze melkstroom het meest belangrijk vinden. Maar dat is zeker niet het geval, bij ons zijn alle melkveehouders even belangrijk.’ Royal A-ware ziet het niet snel gebeuren dat de afzet van VLOG-melk in Nederland verder toeneemt. VLOG-melk is met name in Duitsland en Scandinavië in trek.

‘Melkveehouders verdienen veel meer waardering’

Ontwikkeling melkprijzen

Royal A-ware publiceert maandelijks de zogenoemde WP, de gewogen werkelijke melkprijs. ‘Met dit gewogen gemiddelde krijg je een helder beeld van onze prestaties. Voor individuele melkveehouders is hun eigen melkgeld uiteraard belangrijker’, zegt Hoofd Melkzaken Koen Veldman. Royal A-ware verwacht dat de melkprijzen in het eerste kwartaal en mogelijk ook in het tweede kwartaal op niveau blijven. ‘De hoogte van de melkprijs geeft een vertekend beeld. Melkveehouders profiteren minder van de gestegen prijzen, omdat de kosten op het boerenerf ook flink zijn gestegen. Dat baart zorgen’, aldus Veldman. De Jong: ‘Over de ontwikkeling

‘Innovaties stimuleren’

In de afgelopen jaren hebben melkveehouders in Nederland een sterke daling van de uitstoot van stikstof en CO₂ gerealiseerd. Ondanks alle inspanningen is de melkveehouderij niet goed gepositioneerd in de klimaatdiscussie, ziet A-ware. Dat steekt. ‘Melkveehouders verdienen veel meer waardering. Met innovaties in de stal en op het erf hebben we voor een enorme verlaging van de stikstof- en CO₂-uitstoot gezorgd. We hebben veel meer inspanning geleverd dan vele andere branches en met succes’, zegt De Jong, die ook wijst op de enorme rol van grasland bij het vastleggen van stikstof en het opnemen van CO₂. ‘Daar wordt te weinig bekendheid aan gegeven en dat raakt ons.’ Royal A-ware is van mening dat de melkveehouderij met innovaties gaat bijdragen aan oplossingen. ‘Met ons duurzaamheidsprogramma maken we ons daar ook sterk voor. Het is zaak dat de overheid innovaties in de sector verder stimuleert.’ AGRARISCH MAGAZINE

73


DE SPOTLIGHTS OP Gesponsord artikel

SLIM EN DOELMATIG ROBOTMANAGEMENT Dankzij een slimme stalindeling en een vernieuwd managementprogramma kunnen vader en zoon Kuipers gestructureerd en efficiënt werken met hun melkrobots.

A

lsof ze al jaren robotmelken. Zo lijkt het tenminste als je de stal binnenkomt. Toch werken Julius (58) en zoon Julius (28) nog maar een half jaar met de twee GEA DairyRobots R9500 voor hun 109 melkkoeien. Al had het ook al jaren eerder kunnen zijn, want in 2015 begon de familie uit het Friese It Heidenskip met het vergunningstraject. Het plan was om de bestaande 2+2-ligboxenstal te spiegelen, een 36-stands buitenmelker te plaatsen en 160 koeien te gaan melken. Fosfaatrechten, vader Julius die een nieuwe heup kreeg en heel veel gedoe rond de PASvergunning gooiden roet in het eten. Opa Kuipers was de eerste die melkrobots opperde. ‘Ik hoorde van veel robotmelkers dat zorgkoeien met bijvoorbeeld uierontsteking heel veel tijd kosten. Dus aan het voerhek de koe controleren en vervolgens weer in de robot zetten. De put bij een GEA Robot voorkomt dat en vind

74

AGRARISCH MAGAZINE

Julius Kuipers: ‘De put bij deze robot vind ik ideaal.’

ik daarom ideaal’, legt Julius junior zijn keuze uit om voor GEA te kiezen. ‘Ook de mogelijkheid om melk per kwartier te separeren, vind ik een groot voordeel.’ Daarnaast is de jonge ondernemer onder de indruk van de kennis van zijn plaatselijke GEA-dealer Henk de Boer melktechniek over de stalindeling. Zo onder de indruk zelfs dat hij bij hen aan de slag is gegaan als adviseur melkwinning.

Nieuw dak en nieuwe ligboxen

De stal uit 1985 is breed, hoog en nog in prima staat. Daarom besloten vader en zoon hierin verder te gaan en het asbestdak te vervangen. De oude ligboxen zijn vervangen door nieuwe, flexibele ligboxen op 1.15 en 1.20 meter breed, met extra kopruimte. In de zomer van 2021 komen dan eindelijk de melkrobots. De stalindeling is ingenieus. Op de kopse kant van de stal staan twee GEA Dairyrobots R9500 in tandemopstelling. Vanuit de robot zijn er vijf separatiemogelijkheden: Naar de koppel, separatieruimte met boxen en voerhek, strohok, ruimte met klauwbekapbox of via een gang langs de robot richting de wei. In het weideseizoen kunnen de koeien alleen via de robot de wei in, waar Kuipers gaat werken met roterend standweiden. Deze opstelling laat ruimte om een derde


Heidenskipster Holsteins Familie Kuipers, It Heidenskip (FR) 109 melkkoeien, 84 stuks jongvee 32 kg melk per koe per dag 4,10% vet en 3,46% eiwit 72 hectare, waarvan 7 hectare mais, 6 hectare tulpen en 58 hectare gras voor meer foto´s en video’s : www.facebook.com/heidenskipsterholstein

Brok voeren voor het inmelken

De opstart hebben de ondernemers slim gedaan. ‘We hadden alvast de brokgift ingesteld en alle koeien in de melkrobot gezet’, legt Julius junior uit. Dat eerste weekend kwamen 60 van de 85 melkgevende dieren al zelf de robot in. Het inmelken ging dan ook soepel. ‘We hebben de koeien in drie groepen gedaan, dat liep zo vlot dat de koeien al na 4,5 uur weer aan de beurt waren’, blikt Julius senior terug. ‘Het ging heel best. We hebben geen koeien opgeruimd. Wel hebben we twee koeien wat eerder drooggezet en sluiten we twee dieren handmatig aan. Ze hebben een smalle achterspeenplaatsing, maar als ze wat verder in lactatie zijn, melken ze prima.’ De siliconen tepelvoeringen zijn na de opstart vervangen door rubberen tepelvoeringen met een smallere kop. Zo kan de robot kortere spenen en bij een smalle achterspeenplaatsing nog beter aansluiten.

Managementprogramma op maat

Foto's: Niels de Vries

melkrobot in de rij te plaatsen. ‘Op termijn willen we een jongveeen droge koeienstal bouwen, zodat we door kunnen groeien naar 160 melkkoeien’, vertelt Julius.

Van achter de computer en op de touchscreen bediend Julius Kuipers het nieuwe DairyNet managementprogramma.

De cijfers die Kuipers nu al neerzet zijn indrukwekkend. De productie is gestegen van 30 naar 33 kilo melk per koe per dag. De robots hebben 20% vrije tijd. De koeien halen acht robotbezoeken en 3,1 melkingen per koe per dag. Het tankcelgetal is van 160 gedaald naar 100, het kiemgetal is 10 en de zuurtegraad vet ligt op 0,3. Julius junior is inmiddels achter de computer gekropen, waar hij DairyNet laat zien. Kuipers is een pilotbedrijf van dit nieuwe managementsysteem dat het huidige DairyPlan van GEA gaat vervangen. Het programma is compleet, overzichtelijk en volledig naar eigen wens in te stellen. Zowel het dashboard als specifieke lijsten. ‘Ik heb bijvoorbeeld een automatische dierselectie gemaakt voor het klauwbekappen, met dieren die een verhoogd inactiviteit en verminderde stappen hebben’, legt Julius uit, die verrassend eenvoudig door het programma manoeuvreert. Alle gegevens van CowScout komen in DairyNet, waardoor Julius ook de herkauwactiviteit, tochtigheid en algemene activiteit kan gebruiken. Het levert een schat aan informatie op. Julius maakt veel gebruik van de complete koekaart, waar alle informatie van melkproductie tot aan celgetal per kwartier, overzichtelijk in beeld komt. Hij is daarnaast erg enthousiast over de dieractiekalender. ‘Bij het bekappen, voer ik bijvoorbeeld eenvoudig een behandeling in DairyNet op mijn telefoon in. Als ik een verband om doe, zie ik na drie dagen in de dieractiekalender dat ik die er af moet halen’, legt Julius uit. Elke dag ziet hij op deze manier heel overzichtelijk welke eventuele dieractie, behandeling of baarmoedercontrole nodig is. Een mooie manier van gestructureerd, planmatig werken die past bij de gedreven ondernemers.

‘Melk per kwartier kunnen separeren vind ik ideaal’

AGRARISCH MAGAZINE

75


[DRUK] Nutrilab - 2021 - Drukwerk - Advertentie 212x135mm - Monstername en Analyse - v1.pdf 1 9-12-2021 15:01:51

Monstername en analyses van: Ruwvoer

Mest

Grondmonsters

Veedrinkwater

(ook voor Bex, kringloopwijzer)

(ook voor wetgeving)

C

Mest (AP05 en AP06)

M

Y

CM

MY

CY

CMY

K

Uw contactpersoon in het Noorden:

Sipke Talsma: 06 - 12 96 52 24 Uw contactpersoon in het Zuiden:

Ruud van de Meerakker: 0413 - 28 95 48

Veldstraat 25a 5473 AH Heeswijk Dinther Telefoon: 0413 - 28 95 48

info@nutrilabagro.nl www.nutrilabagro.nl

Administratie- en belastingadviseurs

Uw specialisten bij: aan- en verkoop - boerderijen - los land

taxaties - fiscaal - financiering (REV) - bedrijfsovername

overheidsingrijpen/onteigeningszaken pacht en erfpacht bedrijfsverplaatsing fosfaatrechten

 Financiële administraties en belastingaangiften  Maandoverzichten en liquiditeitsprognoses  Loonadministraties  Mestbeleid en gecombineerde opgave

erkend lid van

Allingawier 37 | 9001 LP Grou tel. (058) 284 91 71 info@agrivastgoed.nl | www.agrivastgoed.nl

76

AGRARISCH MAGAZINE

 Fiscale adviezen & Subsidieaanvragen  Advies bij bedrijfsoverdrachten en ontwikkelingen

CONTACT

 info@vanderwoudeadviesbureau.nl  0513 - 541 930

Adres: Schoterlandseweg 26, 8414 LW te Nieuwehorne


DE SPOTLIGHTS OP Gesponsord artikel

KOE KRITISCH BEKIJKEN NA SIGNALERING ‘Ik sta nu veel meer tussen de koeien en kijk veel gerichter naar attentiekoeien’, ervaart Richard Oudshoorn, die sinds twee jaar met melkrobots werkt. Lely Horizon helpt hem daarbij.

I

n Niehove houdt Richard (33) samen met zijn ouders Cor (64), Jozien (63) en zijn vrouw Eveline (35) 120 melkkoeien en 55 stuks jongvee. De productie ligt op 9.500 kilo melk, 4,60% vet en 3,60% eiwit. In het stalseizoen zit Oudshoorn op 3 melkingen en 6,5 melkweigering per koe per dag. ‘Als de loop op de melkrobot maar goed is, gaat de rest ook vanzelf.’ Die ervaring heeft de ondernemer inmiddels met robotmelken, wat hem goed bevalt. ‘Normaal stond ik vijf uren per dag in de melkput, nu ben ik veel meer tussen de koeien en ga ik gericht op zoek naar koeien’, ervaart Oudshoorn. Ook Lely Horizon, het nieuwe managementprogramma van zijn twee Lely A5-melkrobots, stuurt Richard regelmatig op pad naar een koe. Het geeft bijvoorbeeld een signalering en behandeladvies bij ketose. ‘Pas had ik een koe met deze melding. Dan zoek ik die op, kijk kritisch naar de koe en denk: het programma heeft wel gelijk’, vertelt Richard. De koe werd succesvol behandeld met propyleenglycol. ‘Zelf zie je al veel dingen, maar het is een extra hulpmiddel’, ervaart Oudshoorn, die sinds begin november met Lely Horizon werkt.

Foto: Marcel van Kammen

Richard Oudshoorn: ‘Normaal stond ik vijf uren per dag in de melkput, nu ben ik veel meer tussen de koeien en ga ik gericht op zoek naar koeien.'

Meer mogelijkheden op mobiel

De diergezondheidsrapporten binnen Lely Horizon vindt de ondernemer waardevol. ‘Maar het blijft een hulpmiddel en geen werklijst’, aldus Richard, die niet alle adviezen opvolgt, maar wel extra goed op de betreffende koe let. ‘Het grote voordeel is dat ik nu veel meer mogelijkheden op mijn telefoon heb. Ik kan makkelijker een taak aan een koe geven, zoals een inseminatie of het aantal melkingen aanpassen.’ Aan- en afvoerafmeldingen via de telefoon doen, ervaart hij als een groot voordeel van Lely Horizon. Marge per koe en de koe-index zijn nieuwe toepassingen waar Oudshoorn enthousiast over is. ‘Ik moet er nog induiken, maar dat lijken mooie indexen om te zien hoe de koe scoort en te bepalen welke koeien je insemineert of af gaat melken.’ Wensen heeft hij ook nog. ‘Het liefst wil ik Lely Meteor nog via Lely Horizon per koe kunnen instellen. ‘Want dat is een goede hulp om in de robot de klauwen schoon te houden’, besluit de melkveehouder.

‘Het blijft een hulpmiddel en geen werklijst’

AGRARISCH MAGAZINE

77


TREND

8

2022

BIOBASED IS OVERAL Ga je op visite, zit je op de bank, kijk je eens naar de lampen die er hangen. Best wel apart. Dan vertelt de gastvrouw dat het Tovvel-lampen zijn. Tovvel wat…? Ja, zegt ze, ze zijn gemaakt van resten van aardappels uit de patatindustrie. Daarom heet het Tovvel, een Gronings woord voor aardappel. 'Zit dicht bij het Duitse kartoffel, he?' De bedenker en maker van deze lampen zit hier op de stoel, Evelien Kamphuis van Springtdesign uit Wedde. Ze is freelance-journalist en communicatieadviseur. En bedacht tussendoor deze stoere, biologisch afbreekbare 'aardappellampen', die punten scoren. Zo zie je maar: biobased, de economie die gewassen en reststromen uit de landbouw en voedingsmiddelenindustrie inzet voor niet-voedseltoepassingen, kom je op de meest onverwachte plaatsen tegen. Foto: Springtdesign.com, Patrick Ruiter

78

AGRARISCH MAGAZINE


AGRARISCH MAGAZINE

79


Reportage

‘KALF BIJ DE KOE KAN PRIMA’ Er is een groeiende beweging die wil dat kalveren na de geboorte bij de koe blijven. ‘Kan niet'. zeggen veel melkveehouders. ‘Kan wel, als je maar wilt’ zegt de Nederlandse Elisa de Veen die dat al drie jaar doet op haar biologischdynamische melkveebedrijf in Noord-Duitsland. Ze levert haar melk aan een kleine zuivelaar voor 47 cent per kilo. Tekst:

80

Rochus Kingmans

AGRARISCH MAGAZINE

Elisa van Veen: ‘Ik zeg niet dat dit systeem heilig is, maar het past bij mij.’ Foto's: Uwe Scheper & Öke Melkburen Foto: Rabobank

W

ie goed naar het biologisch-dynamische melkveebedrijf van Elisa de Veen in het Noord-Duitse Sterup wil kijken, moet de gangbare bril even afzetten. Het bedrijf en het verhaal van Elisa vraagt om een neutrale blik. Het verhaal hoe ze uiteindelijk in Noord-Duitsland terecht is gekomen, is verre van gangbaar. Net zoals het bedrijf zelf, waar de kalveren tot een leeftijd van minimaal 3 maanden bij de koe blijven lopen.

Familietragedie

Elisa heeft boerenroots, maar is niet afkomstig van een agrarisch bedrijf. ‘Mijn grootouders hadden een traditioneel melkveebedrijf bij Oudewater in het Groene Hart. Door omstandigheden is het


bedrijf niet voortgezet.’ Maar het boeren- en biologische bloed stroomde door haar aderen. Waardoor Elisa bos- en natuurbeheer aan de Landbouw Universiteit Wageningen ging studeren. Ze studeerde af in 2013, had baantjes bij de post en Ikea. ‘Maar ik wilde, móest gewoon buiten zijn.’ In die tijd begon haar jongere zus Suzanne een MBO-opleiding biodynamische-landbouw aan de Warmonderhof. Elisa besloot in deeltijd hetzelfde te doen en liep tegelijkertijd stage bij een melkveebedrijf. Het bleek de opmaat naar het echte boerenwerk. Reagerend op advertenties togen beide zussen naar Noorwegen. Elisa kwam terecht op een traditioneel familiebedrijf in Lom, 170 kilometer ten noordwesten van Lillehammer. Het werd gerund door een Duitse vrouw wier Noorse man ernstig ziek was. Haar zus belandde op een ander nabij gelegen bedrijf. Op een gegeven moment attendeerde de moeder van de Duitse vrouw, zij woont in Duitsland, de zussen op een vacature voor bedrijfsleider bij de Stichting Aktion Kulturland. De stichting beheert negen relatief kleine bedrijven in heel Duitsland, waar ze de verbinding wil maken tussen landbouw en ecologie. Waarna de zussen opnieuw de sprong waagden en op 1 februari 2019 verkasten naar Hof Bremholm in Sterup. ‘Hier maken we echt onze droom waar’, zegt Elisa.

kennen. Bijvoorbeeld het werken met een in het voorjaar afkalvende veestapel van vijftig koeien bestaande uit een ratjetoe aan kruislingen met HF-, Angler-, Black Angus-, Jersey- en RDN-bloed bijvoorbeeld. Op een gegeven moment kalfde een koe met de fraaie naam Sieben (zeven) zwaar af. ‘Ze kon nauwelijks op haar benen staan’, herinnert Elisa zich nog. Ze besloot de koe met haar kalf in de jongveestal te houden. Om Sieben gezelschap te houden, kwam er al snel een vaars met een kalf bij en later nog een koe met haar kalf. Maar omdat de melkstal relatief ver van de jongveestal is verwijderd, was het melken erg onhandig. ‘Na een paar weken besloten we de drie koeien met hun kalveren bij de kudde te doen’, zegt Elisa. Rond die tijd belde Hans Möller (zie kader op pagina 82). Hans heeft al vijftien jaar het zuivelbedrijfje ‘De Öko Melkburen’ waarbij hij naast zijn eigen melk inmiddels ook van vijf andere bedrijven melk verwerkt en vermarkt onder de merknaam Jahreszeiten Milch, Yoghurt en Kwark. Belangrijk onderdeel van die melkstroom is dat ze afkomstig is van koeien waarbij de kalveren tot drie maanden bij de koe blijven. ‘Hans vroeg ons: wil je niet meedoen?’ Er was niet meteen een ja, want álle kalveren bij de koeien….? ‘Maar Hans zei: alles is mogelijk als je maar een knop omzet in je hoofd. Dat was het laatste zetje dat we nodig hadden.’

‘Wees niet bang om het anders te doen’

Drie maanden bij de koe

Toen de zussen op Hof Bremholm terecht kwamen, was het al een biologisch bedrijf met zo’n vijftig koeien. ‘We besloten eerst te boeren zoals de voorganger het deed’, aldus Elisa. Zo moesten volgens de Duitse BD-normen kalveren drie dagen bij de koe blijven. De zussen wilden het bedrijf eerst van binnen goed leren

Rust en respect

‘Hoe dat ging, alle kalveren in de kudde? Nou, de eerste twee weken was het een heel gebrul en gedoe tijdens het melken’, weet Elisa nog. Maar daarna zag en ziet ze dat de koeien veel rustiger werden en respectvoller met elkaar en met de kalveren omgingen.

Vaarskalveren die bij de moeder blijven lopen tonen zich volgens Elisa vaak binnen 3 à 4 maanden al tochtig. AGRARISCH MAGAZINE

81


Reportage Een groot voordeel is dat kalveren zichzelf redden. ‘Je hoeft ze niet meer apart te voeren en hebt geen stal meer nodig.’ Maar Lisa ziet nog veel meer voordelen. Zo is er eigenlijk nooit meer kalversterfte, is kalverdiarree op een enkele uitzondering na ook verleden tijd en komt melkziekte bij de koeien amper meer voor. Bovendien is haar ervaring dat de kalveren veel beter en harder groeien dan op bedrijven waar kalveren apart opgroeien. ‘De eerste vaarskalfjes worden al bij 3 á 4 maanden tochtig. En de stierkalveren blijven tot zelfs 4 maanden bij de moeder en hebben dan al een slachtgewicht van minimaal 120 kilo.'

Kalf drinkt 2.000 kilo melk

Allemaal goed en wel die voordelen, maar hoeveel melk drinken de kalveren wat ten koste gaat van de jaarleverantie van de koeien? ‘Dat is gemiddeld 2.000 kilo melk per koe per jaar’, weet Elisa. De gemiddelde jaargift per koe is 6.500 tot 7.000 kilo op alleen gras en een beetje graan, dus belandt er per koe jaarlijks maximaal 5.000 kilo in de tank. Met de gangbare bril op is dat weinig, maar Elisa houdt koeien om met respect voor de natuur melk, vlees en mest, voor de akkerbouwtak op het bedrijf, te produceren. Natuurlijk moet dat economisch wel rendabel zijn, maar met in 2021 een gemiddelde melkprijs van 47 cent van ‘De Öko Melkburen’ kan het net uit, weet Elisa. De kostprijs is laag omdat de koeien melk maken uit alleen gras. Verder zijn de opfokkosten nihil, net zoals de gezondheidskosten. En een voordeel is dat ze het vlees van de razendsnel groeiende stierkalveren zelf verkopen. Al is Elisa de eerste om te erkennen dat die 47 cent aan de krappe kant is. ‘Maar het kan alleen maar beter worden’, zegt ze wijzend op het feit dat de Duitse supermarktketen Edeka in Noord Duitsland 60 cent voor Demeter-melk (BD-keurmerk) wil betalen. En een andere kleine melkverwerker, Hamfelder Hof in Mühlenrade vlakbij Hamburg, besloot onlangs de melkprijs met maar liefst 20 cent te verhogen tot 70 cent per kilo.

‘Het moet bij je passen’

Elisa kent de praktische vraagtekens die veel van haar gangbare collega’s hebben. ‘Ik zeg ook niet dat dit systeem heilig is. Het moet bij je passen en het past bij mij!’ Ze kent de discussie in Nederland, recent aangewakkerd door de gewraakte posteractie van Dier & Recht in diverse steden. Als het gaat om het welzijn van de kalveren is ze echter heel stellig: ‘Of je haalt het kalf meteen na de geboorte weg bij de koe, óf je laat het minimaal drie maanden bij de koe lopen.’ Wat ze collega’s vooral mee wil geven is: ‘Wees niet bang om het anders te doen. Begin klein. Laat eerst de kalveren die je wilt aanhouden bij de koeien lopen.’ Waar ze zich enorm aan stoort is de polarisatie in de discussie rondom het houden van de kalveren bij de koeien. ‘Het zijn twee fronten aan het worden die geen oog voor elkaar lijken te hebben, daar kan ik heel slecht tegen.’

82

AGRARISCH MAGAZINE

‘De consument wíl dat kalf bij koe blijft’ Samen met twee andere melkveehouders besloot Hans Möller uit het Noord-Duitse Lentföhrden tien jaar geleden dat ze hun eigen melk gingen verwerken. ‘Na de zoveelste fusie van onze melkverwerker besloten we: dat willen we niet nog een keer meemaken. We willen zelf bepalen wat er met onze melk gebeurt, hoe het wordt vermarkt. En zo halen we een deel van de marge uit de tussenhandel, want die hebben Hans Möller we nodig op onze bedrijven.’ De Öko Melkburen werd opgericht en de kleine melkfabriek in Horst (iets ten noorden van Hamburg) werd aangeschaft. Inmiddels is dat een coöperatie met 300 burgerleden en dertien melkveehouders. Er werken achttien medewerkers in de fabriek. Van hoeveel bedrijven verwerken jullie de melk? ‘Van totaal dertien bedrijven. Zes daarvan, waaronder het bedrijf van Elisa de Veen, houden de kalveren minimaal drie maanden bij de koe. De andere zeven zijn meer conventionele melkveebedrijven, maar wel met verplichte weidegang en bijvoorbeeld maximaal 30% mais in het rantsoen.’ Wat voor melkveebedrijf heb je zelf? ‘Ik heb dertig dubbeldoelkoeien van het ras Schwarzbunte Niederungsrind. Ze krijgen onbeperkt weidegang en ik voer ze alleen gras, graskuil of hooi. We melken een keer per dag; alleen ’s morgens. De koeien geven gemiddeld 4.000 – 4.500 kilo melk per jaar. Ik reken dat 2.000 kilo per jaar naar het kalf gaat, dus 2.000 á 2.500 kilo komt in de tank.’ Waarom laat je de kalveren bij de koe? ‘Omdat onze afnemers dat willen. Toen we onze eigen melk gingen verwerken, haalden we net zoals iedereen de kalveren meteen na de geboorte weg. Maar we staan in nauw contact met onze afnemers en die vroegen steeds vaker en nadrukkelijker hoe we met onze kalveren omgingen. De consument wíl gewoon dat het kalf bij de koe blijft. Op een gegeven moment dacht ik, laat ik het gewoon eens proberen. En dat ging eigenlijk heel goed. Er heerste gauw een andere sfeer op het bedrijf. Veel meer ontspannen. Ik voelde meteen: dit is goed voor het kalf, de koe én de mens.’ Maar is het ook goed voor de portemonnee? ‘Zeker, voor ons merk Jahreszeiten Milch betalen consumenten € 1,80 tot € 2,20 per kilo. Ik schoot vroeger ook in de verdediging als mensen kritische vragen stelden over de manier waarop wij met onze kalveren om gaan. Maar ik heb inmiddels geleerd gewoon te luisteren. En mezelf af te vragen: waarom doen we de dingen zoals we doen? En kunnen we het niet anders doen? De € 47 per 100 kilo melk die je uitbetaalt aan de deelnemende boeren is toch te laag? ‘Ze hebben eigenlijk 60 cent per kilo melk nodig. Over 2 á 3 jaar, als we de banklening die nodig was om de melkfabriek in Horst geschikt te maken, hebben afgelost, dan kan ik die 60 cent betalen. Ook omdat de marktvraag stijgt. Ik denk dat de marktpotentie wel 10% van het geheel is.'


AGRARISCH MAGAZINE

83


“Ik ben begonnen als boerenhulp en ben daarna via Werff talent doorgestroomd in het chauffeursvak. Nu werk ik in de aardappelen en in de bieten”

Benjamin uit Leeuwarden

Durf jij het ook aan? 0513 - 61 03 80 | info@werfftalent.nl | www.werfftalent.nl 84

AGRARISCH MAGAZINE