{' '} {' '}
Limited time offer
SAVE % on your upgrade.

Page 1

Hortus Leiden Magazine van de hortus botanicus Leiden prijs â‚Ź6,95

groene oase sinds 1590

Thema

Plant & Eter Van vezel tot vanille Evelien Rozema

Een architect

salep

Herinrichting Wintertuin

traditie geholpen door onderzoek

in de Leidse Hortus


2 Hortus botanicus Leiden 2018


Hortus botanicus Leiden 2018 3


Voorwoord

Inhoudsopgave

Plant & eter Met gepaste trots mogen wij u de eerste editie van het nieuwe magazine ‘HORTUS LEIDEN’ presenteren. In een nauwe samenwerking tussen de Hortus botanicus Leiden en de Stichting Vrienden van de Leidse Hortus is het initiatief genomen om voor Vrienden, relaties en nieuwsgierige bezoekers tot een mooie jaarlijkse presentatie van Hortus activiteiten, projecten, tentoonstellingen en wetenswaardigheden te komen. Uitgevoerd in een fraai vormgegeven jasje met daarin heel veel uniek fotomateriaal. Uitstekend passend in deze tijd waarin we, meer nog dan in het verleden, visueel zijn ingesteld. De redactie en schrijvers hebben een knap stuk werk verricht! Wij hopen dat u dit jaarlijks in het voorjaar verschijnend magazine op prijs zult gaan stellen. Telkens voor de start van het nieuwe Hortusseizoen lichten wij u met dit kleurrijke blad in over de op handen zijnde speciale activiteiten, over onze agenda en we werken een aantal thema’s eens wat verder uit. De lezer treft daarnaast wat zakelijke informatie aan zoals een kort jaarverslag van de Hortus, praktische informatie met betrekking tot toegang en faciliteiten en financiële (jaar)gegevens van de Stichting. Daarbij is er naast ‘informatie uit ons eigen huis’ ook ruimte voor daaraan verwante onderwerpen die door Vrienden ingebracht kunnen worden. Een blad kortom dat prikkelt om de stap naar het Rapenburg te zetten. Telkens weer naar nieuwe mooie momenten in de oudste Hortus van Nederland. Dit eerste nummer is de eerste stap op weg naar een volwaardig magazine. Wij denken dat dit proces de komende jaren tot een blad gaat leiden waar niet alleen wij, maar ook u als Vriend of relatie trots op kunt zijn. Een blad dat een prachtig beeld schetst van de fascinerende wereld van planten, bloemen en vruchten. Een blad dat u hopelijk graag wilt bewaren en dat u op uw leestafel - ook voor uw gasten - wilt neerleggen. U heeft niet voor niets uw hart verpand aan onze unieke botanische tuin. In deze eerste editie staat het jaarthema 2018 van de Hortus centraal: Plant en Eter of te wel Big Picnic in de Hortus botanicus Leiden. U vindt verhalen rond een aantal bekende en minder bekende voedselgewassen. Waar komen ze vandaan, wat is er sindsdien met ze gebeurd? Waar worden ze nu verbouwd

4 Hortus botanicus Leiden 2018

en waar gebruiken we ze voor? In het kader van het internationale EU Horizon 2020 project ‘Big Picnic’ wordt gezocht naar ideeën om de voedselzekerheid in de wereld op een duurzame manier te verbeteren. Maar ook om gewoon meer te ontdekken over wat er allemaal aan eetbare planten is, wat daarin zit, wat het doet. U kunt hierover lezen in het verhaal over het nieuwe boek van Evelien Rozema; Norbert Peeters beschrijft de verrassende geschiedenis van het kweken van pepermunt; u komt van alles te weten over bijzondere soeprecepten; Hortusliefhebbers geven blijk van hun bijzondere band met een eetbare plant in de Hortus; Merel van Haren benadrukt het belang van bestuivers in de voedselproductie, terwijl kaschef Rogier van Vugt drinkbare orchideeën beschrijft. Daarnaast is er aandacht voor de nuttige en ook bijzonder fraaie verrichtingen van botanisch tekenares Esmée Winkel. Voor de Hortus is ook de voortgang in de ontwikkelingen rond de verbouwing van de sinds langere tijd te krappe entree van groot belang.

Met 21 recepten

Plant & eter

van vezels tot vanille

06

Evelien Rozema

KNNV Uitgeverij

De Vrienden waren en zijn hun drie keer per jaar verschijnende Vriendennieuws gewend. Wij weten dat de informatie in dit blad erg op prijs wordt gesteld. Tegelijk vonden wij ook dat de vorm van communiceren wel een opfrisbeurt kon gebruiken. Met het verschijnen van het magazine zetten wij nu ook een volgende stap om de manier waarop de Vrienden, ook onderling, contact onderhouden, aan te passen. Wij gaan proberen u nog beter op de hoogte te houden via de website van de Hortus (www. hortusleiden.nl) en het Vriendendeel daarvan, via de Hortusnieuwsbrief, die elke paar weken verschijnt, en via een periodieke agenda- en mededelingenkaart voor Vrienden en via mailberichten. Dit laatste wordt gemakkelijker naarmate wij over een groter aantal emailadressen van Vrienden, die daar prijs op stellen, kunnen gaan beschikken.

Wij wensen u veel lees- en kijkplezier met deze eerste editie van ‘HORTUS LEIDEN’. Stichting Vrienden van de Leidse Hortus, voorzitter John van Ruiten Hortus botanicus Leiden, prefect Prof. Dr. Paul Keßler

[Foto cover] Petra Sonius [Foto’s pag. 2/3 - 42/43] Cunie Sleijpen


28

34

THEMA Plant & eter: Het boek en zijn auteur [Hanneke Jelles] Pepermunt [Norbert Peeters en David Crauwels] Wilde bijen [Merel van Haren] ‘Soep verwarmt, soep droogt tranen’ [ Hanneke Jelles]  Drinkbare orchideeën [ Rogier van Vugt] Mijn favoriete eetbare plant [Margot Lodewijk]  Josephine over de bananenplant  Adri Mulder over saffraan Marijke Pilgram over mispels Hans Adema over de judasoor

06 18 28 32 34 11 17 23 27

En verder... Voorwoord [John van Ruiten en Paul Keßler] Een architect in de Leidse Hortus [ Kees Langeveld] Steun de Hortus Esmée Winkel, botanisch tekenares [ Adri Mulder] Agenda 2018

04 12 16 24 38 Hortus botanicus Leiden 2018 5


Het boek en zijn auteur

‘Het is leuk om meer te weten’ Tijdens een reis door Amerika en Mexico bezocht Evelien Rozema zeekraalplantages op verzilte grond in Baja California, één van de staten van Mexico. In dit woestijngebied werd haar verteld dat de indianen, die in woestijngebieden woonden, oorspronkelijk grotendeels plantaardig aten. Met de komst van nieuwe Amerikaanse voedselproducten deden diabetes en oogziektes, die daar een gevolg van zijn, hun intrede. Een verhaal dat veel indruk op haar maakte.

[tekst] Hanneke Jelles [foto’s] Hans Clauzing

Marion de Wal, educator bij de Botanische tuin De Kruidhof, met bladkool 6 Hortus botanicus Leiden 2018


Evelien Rozema Foto’s van de tuinen uit het boek

Duizendblad, Achillea millefolium

E

Evelien Rozema studeerde biofarmaceutische wetenschappen in Leiden, een tak van wetenschap die zich toelegt op medicijnontwikkeling. Het is een brede studie waarin inzichten en vaardigheden worden gebruikt uit de biologie, natuurkunde, scheikunde en wiskunde. Indertijd bestond de studie ook uit het vakgebied Farmacognosie onder leiding van Robert Verpoorte. Robert is inmiddels emeritus hoogleraar Farmacognosie, in het bijzonder de plantencelbiotechnologie. Eveliens specialiteit is fytochemie. Deze richting bestudeert de chemie en de biologische werking van plantaardige stoffen. Ze liep stage in Wenen, waar ze onderzoek deed naar duizendblad. Volgens de volksgeneeskunde is deze plant goed voor darmen en lever. Evelien analyseerde de flavonoïden (bepaalde organische verbindingen) die een gunstige werking hebben op de werking van de lever. Bij het Rijksinstituut voor Cultureel Erfgoed werkte ze vervolgens aan kleurstofanalyse van textiel en kunstobjecten. ‘Veel

kleurstoffen van voor 1850 zijn op natuurlijke basis gemaakt van de planten meekrap of saffloer. Onder andere Vincent van Gogh werkte in een overgangsperiode: hij gebruikte zowel natuurlijke als synthetische pigmenten’. Weer terug in Wenen ging Evelien aan de slag met promotieonderzoek. Daarbij keek ze naar natuurlijke stoffen die een ontstekingsremmend en anti-diabetisch effect hebben. In die periode verdiepte ze zich ook in de traditionele Chinese geneeskunde, een onderwerp dat in 2019 in de Hortus aan bod komt. Evelien vertelt: ‘De stoffen in planten - vetzuren, vetten, vezels, kleurstoffen, smaakstoffen - geven voedingsplanten textuur en smaak. Tijdens mijn onderzoek in Wenen werd me duidelijk dat mensen die aan type 2 diabetes lijden medicijnen nodig hebben, die op lange termijn echter bijwerkingen hebben. Onderzoek laat zien dat stoffen uit planten, zoals het omega-3-vetzuur uit walnoten of vezels uit haver, bèta-glucanen genaamd, ‘Een plantaardig dieet cholesterol en bloeddruk in combinatie met verlagen. Met een plantaardig dieet, wat nu weer een trend is beweging verkleint de in de V.S., in combinatie met beweging kunnen de gevolgen gevolgen van diabetes’ van diabetes sterk worden verkleind. In Wenen is hierdoor het idee voor mijn boek ontstaan. Hoe kun je met de normale plantaardige voeding, die je in de winkel koopt, je gezondheid positief beïnvloeden? En vooral: hoe komt dat? Welke stoffen zijn dan aan het werk?’

Smaken

Met haar gezin onderhoudt Evelien een moestuin en in het seizoen plukken ze zelf in een biologische tuinderij groente en fruit. Ze vindt de initiatieven van stadstuinen op dakterrassen tot ‘vertical farms’ in steden mooie ontwikkelingen.

Hortus botanicus Leiden 2018 7


Voor haar boek onderzocht Evelien de smaken van verschillende voedingsgewassen en ging ze na welke stoffen daarvoor verantwoordelijk waren. Vervolgens maakte ze daar smakelijke gerechten bij. Maar het bleef niet bij droge feiten: ze verdiepte zich niet alleen in wat er met de planten gebeurt, maar moedigt de lezer aan zelf ook aan de slag te gaan: ‘Zelf telen, zelf koken. Ik heb recepten ontwikkeld en tuinlieden uit allerlei botanische tuinen geven kweektips. Het is leuk en gezond om met groen bezig te zijn, je gaat meer beseffen hoe je voedsel tot stand komt en wat daarvoor nodig is’. Haar adviezen liggen vaak in het verlengde van die van het Voedingscentrum: bijvoorbeeld, een handje noten per dag is gezond, maar ze kijkt ook naar welke stoffen er precies verantwoordelijk zijn voor die werking. Over de voedingsgoeroes die soms wel erg sterke uitspraken doen over het verband tussen voeding en gezondheid, zegt Evelien: ‘Iedereen mag zich met het onderwerp bezighouden natuurlijk, maar door mijn achtergrond kan ik goed analyseren wat er in voedingsgewassen zit. Daarmee kan ik claims onderbouwen of ontkrachten. Bijvoorbeeld agavesiroop was even een hype als gezonde suikervervanger. Maar het bevat veel fructose, die is aantoonbaar niet goed voor je lever. Dus geen gezonde vervanger helaas’.

Tuin

Bij zo’n verhaal over agavesiroop is het leuk om de agave in het echt te laten zien. Afgelopen voorjaar gaf Evelien de HOVO-cursus in de Leidse Hortus over voeding en gezondheid. Ze kent de tuin al sinds haar studententijd en kwam er later terug: ‘Op de periode in Wenen volgde een postdoc in het Natural Products Laboratory bij het Instituut Biologie Leiden bij dr. Young Hae Choi en prof. Verpoorte. Daarbij onderzochten we ook vleesetende planten, waarvan de Leidse Hortus een prachtige collectie bevat. We keken naar hoe stoffen in het sap van Nepenthes werden opgelost, naar welke chemische stoffen daarbij een rol spelen’. In die tijd was Evelien regelmatig in de kassen te vinden om er met hulp van kaschef Rogier van Vugt materiaal te verzamelen. Ook andere botanische tuinen spelen een rol in haar boek. Elf andere tuinen plus het Boomkwekerijmuseum werken samen om het oorspronkelijke Leidse thema ‘Plant & eter’ ook elders te laten zien. ‘In Leiden kijk ik graag in de tropische kassen, waar wilde bananen en lychees groeien. De meeste gewassen die we telen, worden al zeker 4000 jaar gecultiveerd. In de Chinese kruidentuin staat de Chinese braam, met blad

Winnefred van Dijk, hovenierster Trompenburg tuinen & arboretum te Rotterdam, met dadelpruim (Diospyros lotus)


Frank van Andel, vrijwilliger bij Arboretum Oudenbosch, met mispelvruchten Wouter Koopman, tuinman in de Hortus botanicus Leiden, met perilla (Perilla frutescens) Kiwi’s in de Hortus (boven)

dat heel zoet smaakt, er zit een stof in die met Stevia te vergelijken is. Andere tuinen die ik zou willen bezoeken? Allemaal, maar als ik moest kiezen, dan begon ik bij De Kruidhof in Buitenpost en Het Loo in Apeldoorn, vanwege de speciale collecties voedingsgewassen’.

de botanische tuinen wil ik met mijn boek enthousiasmeren. Het is leuk om meer te weten, maar vooral om zelf aan de slag te gaan!’

Voedselzekerheid

Eveliens boek kreeg dezelfde titel als de tentoonstelling in de tuinen: Plant & eter. Aanleiding was het Horizon 2020 project Big Picnic, waarin voedselzekerheid centraal staat. Maar de wereldvoedselsituatie is voor de meeste mensen ver weg. De eigen gezondheid ligt nader aan het ‘In Leiden kijk ik graag in hart. Evelien zegt hierover: ‘Botanische tuinen spelen een verbindende rol. de tropische kassen Mensen raken in planten geïnteresseerd, waar wilde bananen en gaan misschien zelf iets op hun balkon kweken, gaan bewuster kopen, koken en lychees groeien ’ eten. Ze kiezen misschien eerder voor noten uit Hongarije dan voor noten uit droge gebieden, waar het schaarse water voor de productie ervan gebruikt wordt. Ze gaan zich realiseren dat er verband is tussen fruit en seizoen, ze vragen zich af waar die paranoten eigenlijk vandaan komen. Je ziet overal de belangstelling ontstaan voor voedselbossen, voor zelf kweken, voor eten uit eigen streek, voor biologisch. Wie betrokken raakt gaat keuzes maken die bijdragen aan een grotere voedselzekerheid wereldwijd. Net als

Plant & eter van vezels tot vanille Evelien Rozema Met 21 recepten

Plant & eter

van vezels tot vanille

Evelien Rozema

KNNV Uitgeverij

fotografie Hans Clauzing 144 pagina’s, 170 x 210 mm, paperback ISBN 978 90 5011 646 6, prijs € 19,95

Verkrijgbaar vanaf 20 april 2018, onder meer in de Hortuswinkel.

Hortus botanicus Leiden 2018 9


10 Hortus botanicus Leiden 2018


Mijn favoriete eetbare plant

Josephine over de

Bananenplant ‘Mijn opa heeft vier jaar geleden deze bananenplant voor mij geadopteerd. Ik was toen vijf jaar. Opa mocht voor mij uit een aantal planten kiezen en koos voor mij de banaan, die vond ik zelf ook het leukst. Ik vind bananen lekker, gewoon om zo te eten, of in een smoothie, met aardbeien of meloen.’

‘Altijd als ik in de Hortus ben, laat ik mijn bananenplant zien. En ik kom best vaak, want mijn moeder werkt hier. Wat heel leuk was, was dat ik erbij mocht zijn toen koningin Máxima de nieuwe tropische kas kwam openen. Ik mocht haar het tropische kassenboekje geven. Er zijn nog twee andere bananenplanten in de Hortus, buiten is er eentje en één in de tropische kas. Maar de laatste is een wilde banaan, daar kun je de vruchten niet van eten, die zitten vol met keiharde pitten.

[tekst] Margot Lodewijk [foto’s] Petra en Wim Sonius

Drie jaar geleden heb ik bananen van mijn boom uitgedeeld op school. Het waren wel zestig bananen. We moesten ze snel opeten, want ze werden vlug beurs. Ik kan me niet meer zo goed herinneren wat de smaak was, want ik was nog klein, maar volgens mijn moeder waren ze zoeter dan gewone bananen uit de winkel. Ik ben ook graag in de Systeemtuin, daar kun je allemaal grappige weetjes over planten lezen. En ik ga in de kas altijd naar de Victoria amazonica toe. Dan

hoop ik dat Rogier er is, die kan zo leuk vertellen. Het kruidje-roer-me-niet vind ik de grappigste plant, omdat de blaadjes dichtklappen als je ze aanraakt. Mijn bananenplant heeft nu drie stammen. Zodra de bananen aan een stam rijp zijn, gaat die stam dood. Ondertussen groeien er weer nieuwe uitlopers aan de plant. Dat heb ik allemaal van Rogier gehoord. Over een aantal maanden is er trouwens weer een tros rijp, die ga ik opnieuw uitdelen op school. En deze keer ga ik heel goed proeven!’

Hortus botanicus Leiden 2018 11


De Wintertuin

(foto) Gerard Smit

12 Hortus botanicus Leiden 2018


Kaschef Rogier van Vugt is enthousiast over de werkwijze van Gerard Smit

Dwarsdoorsnede

Een architect in de Leidse Hortus Het is niet het eerste waar je aan denkt wanneer je de Hortus botanicus van Leiden bezoekt: het werk van een architect bekijken. Toch zal geen enkele bezoeker van de Hortus eraan ontkomen, zeker niet nu architect Gerard Smit de tekeningen voor zijn derde project in de Leidse Hortus heeft onthuld. Een goed moment om aandacht aan zijn werk te schenken.

D

De tropische kassen De renovatie van de tropische kassen Optie 1 was het eerste project in de Leidse

Hortus waar Gerard voor tekende. zomersituatie Het dak van de hoge kas werd vier meter omhoog gebracht, er kwam een voorportaal dat de kou buiten houdt en een lesbalkon waar scholieren ‘aanschouwelijk onderwijs’ krijgen. Maar het klapstuk is de loopbrug in de hoge kas, die de bezoekers langs de kruinen van de tropische bomen voert. ‘Het belangrijkste was dat die brug absoluut niet mocht wiebelen,’ legt Smit uit, ‘anders durven bezoekers de loopbrug niet te gebruiken.’ Daarom kwamen er grote staanders die de loopbrug stabiel houden.

[tekst] Kees Langeveld

Kaschef Rogier van Vugt is enthousiast over de werkwijze van Gerard Smit. ‘Hij begon niet meteen te tekenen. Het eerste wat hij deed was met de betrokkenen om de tafel gaan zitten en luisteren naar ieders verwachtingen. Aan de hand daarvan probeert hij een beeld te krijgen van hoe het moest worden.’ Het enthousiasme is wederzijds. ‘Toen we de staanders voor de loopbrug bespraken’, vertelt Smit, ‘kwam Rogier met het idee om die te vullen met turf. Daar konden dan weer allerlei tropische varens op groeien.’ Inmiddels zijn de turfblokken rijk begroeid en is een rondje over de loopbrug niet meer weg te denken uit een bezoek aan de Leidse Hortus botanicus.

Hortus botanicus Leiden 2018 13


De architect Het Bollenkasje

plexer dan de renovatie van de hoge kas. ‘De uitstraling van de Clusiustuin moet behouden blijven, dat legt beperkingen op aan veranderingen bij de huidige entree. Voor het Hortus Grand Café, de Hortuswinkel en de toiletten is meer ruimte nodig. Tegelijkertijd moet de Wintertuin beschikbaar blijven als winteropslag van vorstgevoelige kuipplanten en bomen. Bovendien moeten we rekening houden met de Singelparkroute: hoe geef je wandelaars de kans zo dicht mogelijk langs de Witte Singel te lopen?’

Tussen de rozentuin en het grote kassencomplex staat het tweede ontwerp dat Gerard Smit maakte voor de Hortus. Het is een kleine kas, gewoonlijk het Bollenkasje genoemd, al is deze kas niet exclusief voor bol- en knolgewassen bestemd. In de winter en het vroege voorjaar maken bolgewassen wel de hoofdmoot uit van de tentoongestelde planten. Zo stonden hier in januari al bijzondere sneeuwklokjes te bloeien naast de roze Lachenalia’s uit Zuid-Afrika. ‘Het is eigenlijk een alpiene kas’, legt kaschef Rogier van Vugt uit. ‘Het principe is dat de kas in de De oplossing winter verwarmd wordt door de zon en dat het in de zomer Voor de entree van de Wintertuin vond Smit de oplossing relatief koel blijft door ventilatie. Daardoor schep je een in een aanpassing van het binnenwerk. ‘Als je binnenkomt klimaat dat geschikt is voor het opkweken van alpiene moet die enorme kas indruk maken. Je moet als bezoeker planten, maar ook voor kwetsbare bolgewassen.’ meteen zien dat je in de Hortus staat. In de huidige situatie Met dit principe in gedachten ontwierp Smit, zelf zitten kassa, winkel en café in een soort betonnen doos. afkomstig uit de Bollenstreek, een elegante kas met Ik stel dus voor het dak van die doos boven de huidige ventilatiegaten in de onderbouw en vier glazen ‘schoorontvangstruimte weg te halen. Je krijgt dan vrij zicht naar steentjes’. De schuine bovenkant van de schoorsteentjes boven, tot aan het dak, en heel veel ruimte bij de entree.’ kan open wanneer de kas geIucht moet Maar kan het gebouw dat wel hebworden. Dankzij die schuine kant kan ben, zo’n plaat beton weghalen? het regenwater ook makkelijk weglopen. ‘Een locomotief met wagonWordt de kas niet instabiel? ‘Geen Een tip van Smit: kijk in het voorbijgaan probleem’, verzekert Smit. ‘Het netjes, wie had dat verwacht dak wordt gedragen door enorme eens goed naar de bovenkant van de schoorsteentjes. ‘Het ziet er saai uit als spanten, die geven de kas zijn stain de Leidse Hortus?’ alle schuine vlakken dezelfde kant op biliteit. De loopbrug met de vleesstaan. Daarom liet ik me bij dit detail etende planten rust op die spanten, inspireren door een ouderwetse trein. Een locomotief met maar niemand die dat ziet. Eigenlijk is dat jammer, want wagonnetjes, wie had dat verwacht in de Leidse Hortus?’ als je erop let is het een spectaculair gezicht, zeker vanaf de tweede verdieping.’ In het nieuwe ontwerp is de spiltrap naar de loopbrug verdwenen. Daarvoor in de plaats komen Herinrichting van de Wintertuin andere trappen en, als het hele ontwerp wordt uitgevoerd, Het derde project van Smit in de Hortus botanicus is de een nieuwe gaanderij langs de noordgevel van de Winterherinrichting van de entree en de Wintertuin, oorsprontuin. ‘Nog meer ruimte om planten tentoon te stellen!’ lacht kelijk ontworpen door Hubert-Jan Henket. Het Leidse een enthousiaste Rogier van Vugt. architectenbureau Veldman | Rietbroek | Smit kreeg deze opdracht na voorbereidend werk van het Expertisecentrum Vastgoed van Universiteit Leiden. Patricia VandecasteeToegang le, Hoofd Publiekszaken van de Leidse Hortus, legt uit De begane grond van de Wintertuin wordt na de waarom die herinrichting nodig is. ‘Het bezoekersaantal is herinrichting grotendeels vrij toegankelijk. Betalende de laatste jaren boven verwachting gegroeid. De huidige bezoekers zullen toegang krijgen tot de loopbrug in de entree is berekend op zo’n 70.000 bezoekers per jaar, Wintertuin, de Clusiustuin en de rest van de Hortus botamaar in 2017 ontvingen we meer dan 175.000 bezoekers. nicus via controlepoortjes, zoals het Stedelijk Museum in Regelmatig vormt zich een lange rij bij de kassa, en op Amsterdam die heeft. Wandelaars van de Singelparkroute hoogtijdagen schakelen we vrijwilligers in om bezoekers zullen vooralsnog om de Wintertuin heen moeten lopen. met een Museumkaart snel binnen te kunnen laten. Maar Tenzij ze natuurlijk een bezoek aan de Leidse Hortus ook de winkelruimte, de horecagelegenheid en de sanitaire brengen. Want eigenlijk is een wandeling langs de Leidse voorzieningen voldoen niet meer aan de eisen van deze singels niet compleet als je niet in de Hortus botanicus tijd.’Voor Gerard Smit is dit project zo mogelijk nóg combent geweest.

Bijdragen aan de Wintertuin?

Het voornaamste is dat nu de vergunningen en de financiering voor de herinrichting van de Wintertuin in orde komen. Om alle plannen voor de herinrichting uit te kunnen voeren, is de Hortus botanicus nog op zoek naar aanvullende financiële ondersteuning. Wilt u daaraan bijdragen, neem dan contact op met Patricia Vandecasteele, tel. 071 527 3599 (p.g.m.vandecasteele@hortus.leidenuniv.nl).

14 Hortus botanicus Leiden 2018


Architect Gerard Smit Het bollenkasje (links) [foto] Kees Langeveld Illicium floridanum in de wintertuin (links onder) [foto] Adri Mulder

Langsdoorsnede

Dwarsdoorsnede

Plattegrond Optie 1 zomersituatie

Hortus botanicus Leiden 2018 15


Steun de Hortus Stichting Vrienden van de Leidse Hortus U heeft hart voor groen. U bent geïnteresseerd in tuinen en in historie. U houdt van oude bomen, tropische sferen, van planten in al hun verrassende vormen en kleuren. U vindt het heerlijk de eerste voorjaarbloeiers te ontdekken, op het gras te liggen lezen, even te genieten van de rust en de zon in hartje Leiden. Misschien vindt u het ook belangrijk dat deze schatkamer van botanisch materiaal onderhouden en uitgebreid wordt ten behoeve van onze kennis en onderzoek over het plantenrijk? Wat uw motieven ook zijn: u draagt de Hortus een warm hart toe. U komt in het goede gezelschap van ruim 2000 Hortusvrienden! Als Vriend van de Stichting ‘Vrienden van de Leidse Hortus’ steunt u de oudste botanische tuin van Nederland en kunt u deze het hele jaar door zo

vaak bezoeken als u wilt. Dankzij de Vrienden is het voor de Hortus mogelijk om belangrijke projecten te realiseren. Denk aan tentoonstellingen en programmering, informatieborden en -boekjes, herinrichtingen zoals de renovatie van de tropische kassen, de aanleg van de Chinese Kruidentuin, de Systeemtuin en nog veel meer!

Waarom Vriend worden?

• U steunt de Hortus botanicus en de vele projecten en activiteiten die voor het publiek worden georganiseerd • U wordt jaarlijks uitgenodigd voor de Vriendendag • Gratis toegang tot de Hortus botanicus Leiden • Gratis toegang tot De Hortus Amsterdam • Gratis toegang tot Arboretum Kalmthout (B)

Schenking aan de Hortus botanicus Leiden De Leidse Hortus is niet alleen maar een groene oase in de stad. De bijzondere plantencollectie, het onderzoek dat er gedaan wordt, het waarborgen van biodiversiteit, de schoonheid ervan, dit alles moet gekoesterd worden. Het moge duidelijk zijn dat de eeuwenoude botanische tuin midden in de historische binnenstad van Leiden nu en in de toekomst behouden moet blijven. Door schenkingen of door te geven via uw testament draagt u bij aan deze toekomst en blijft u voortleven in onze Hortus. Tot onze vreugde worden er al regelmatig schenkingen ontvangen. Vandaar dat we u de verschillende schenkingsmogelijkheden onder de aandacht brengen:

Schenking

• Een eenmalige of periodieke financiële schenking middels een overeenkomst of notariële akte.Bij een periodieke schenking is het belastingvoordeel het grootst. • Een eigen fonds oprichten. Vanaf een schenking van € 50.000 kunt u zowel de doelstelling als de naam van het fonds zelf bepalen. U wordt uiteraard persoonlijk betrokken bij de besteding van uw fonds.

Nalaten

U kunt de Hortus in uw testament opnemen. Bijvoorbeeld door: • Erfstelling: een deel van uw nalatenschap wordt toegekend aan de Hortus • Een legaat: een bepaald bedrag, een roerend of onroerend goed uit uw nalatenschap wordt toegekend aan de Hortus • Een fonds op naam: vanaf €50.000 kunt u ook een eigen fonds oprichten uit uw nalatenschap. •D  e Hortus als erfgenaam te benoemen en te bepalen dat de Hortus (een deel van) uw erfstelling toekent aan uw eigen opgerichte fonds. Hierbij kunt u de verplichting stellen dat de Hortus tevens uitkeert aan derden. Informatie: Patricia Vandecasteele, Tel: 071 -5273599 Email: p.g.m.vandecasteele@hortus.leidenuniv.nl 16 Hortus botanicus Leiden 2018

• 1 x per jaar de ;Hortus Glossy’ met informatie over de Hortus en zijn activiteiten én interessante artikelen • 10% korting op uw aankopen in de Hortus winkel (uitgez. boeken) • 5% korting in het Hortus Grand Café Vrienden van de Hortus betalen minimaal € 25,- per jaar. De Hortusjaarkaart is geldig per kalenderjaar. Vanaf 1 juli geldt een tarief van € 12,50 voor de rest van het lopende jaar.

Aanmelden:

www.hortusleiden.nl onder Steun de Hortus

U kunt ook een boom of plant adopteren bij de Hortus! Zo draagt u essentieel bij aan het onderhoud van de oudste botanische tuin van Nederland.

De Hortus botanicus Leiden beheert meer dan vijftig bomen die honderd jaar of ouder zijn. De oudste boom in de tuin is de goudenregen. Hij wordt al vanaf 1601 in boeken vermeld, maar liefst meer dan vier eeuwen oud! Deze oude bomen hebben vaak speciale zorg en aandacht nodig. De Hortus stelt u in de gelegenheid voor een bepaalde periode één of meer bomen en/of struiken te adopteren. Door uw adoptie helpt u mee deze eeuwenoude bomen in stand te houden. Uw hulp stelt de Hortus tevens in staat bijzondere en zeldzame bomen te verwerven. U kunt per jaar beslissen of u uw adoptie wilt voortzetten. Niet alleen particulieren, maar ook bedrijven en instellingen (stichtingen, verenigingen), die iets extra’s willen doen voor de Hortus of zich ermee verbonden voelen, kunnen een plant, boom of specifiek tuinonderdeel adopteren.

Kies uw favoriet

U heeft ruim keus: van een bescheiden klimmer met bijzondere bloemen tot een eeuwenoude kolos. Adoptant worden kan al vanaf € 100,- per jaar: een inspirerend cadeau voor een jubileum, of ter nagedachtenis van een dierbare, of een prettig idee dat u iets extra’s bijdraagt. Bij € 250,- of meer kunt u een bordje laten plaatsen bij de door u geadopteerde plant of boom. Als adoptant bent u automatisch ook Vriend en wordt u wordt iedere nazomer voor een speciale ontvangst in de Hortus uitgenodigd. Voor informatie over te adopteren planten en bomen kunt u contact opnemen met het kantoor van de Hortus: op werkdagen tussen 9.00 en 13.00 uur bereikbaar op T 071 5275 144 of via hortus@hortus.leidenuniv.nl.

Welke bomen kunt u adopteren?

Om een idee te krijgen van bomen die nog beschikbaar zijn voor adoptie kunt u kijken op www.hortusleiden.nl, zoek een plant, wandelingen, adoptantenroute.


Mijn favoriete eetbare plant

Adri Mulder over

Saffraan foto boven: Atherosklerotische plaque in de humane kransslagader. Saffraan kleurt collageenvezels geel, waardoor die goed te onderscheiden zijn. Foto: Dr. Jan Lindeman, LUMC

‘Vroeger heb ik op een laboratorium gewerkt, waar we saffraan gebruikten voor het kleuren van weefselcoupes. We hadden er in het lab maar heel weinig van nodig: met een oplossing van één gram fijngestampte saffraan in een liter alcohol deden we maanden. En dat is maar goed ook, want saffraan is een dure specerij.’ ‘Saffraan is zo kostbaar, omdat het handmatig wordt geoogst uit delen van de bloem van de Crocus sativus: de stempels en stijlen. En dat is een arbeidsintensief werk. Bovendien heb je voor één kilo gedroogde saffraan zo’n 150.000 bloemen nodig! De Saffraankrokus is een bijzondere soort: hij is triploïd. Dat wil zeggen dat de planten van deze soort extra genetisch materiaal hebben, namelijk drie chromosomen per ‘paar’ in plaats van twee. Daarom zijn de stijlen en stempels waarschijnlijk zo lang.

[Tekst] Margot Lodewijk [foto’s] Petra Sonius

Duizenden jaren geleden ontdekten Grieken op Kreta al dat je saffraan kon gebruiken als smaak- en kleurstof. Vandaaruit waaierde het gebruik van deze specerij over het Midden-Oosten uit. Op een kleitablet uit de bibliotheek van de Assyrische koning Assurbanipal uit de Iraakse stad Nineveh is bijvoorbeeld een recept gevonden uit 700 voor Christus met saffraan als ingrediënt. De smaak van saffraan is een beetje bitter, en de geur wat honingachtig. Saffraan wordt aan tal van gerechten toegevoegd. De bekendste toepassing vind je uiteraard

in de Spaanse paella en de Italiaanse risotto. Minder bekend is wellicht dat het ook een belangrijk bestanddeel is in een van oorsprong Italiaanse bittere, sterke drank Fernet. Dit drankje wordt momenteel veel gedronken in Argentinië. De meeste saffraan – zo’n negentig procent van de wereldproductie – komt tegenwoordig uit Iran. Op ons lab werkte een tijdje een Iraanse gastmedewerker, die van zijn vakanties saffraan voor ons meenam. Dat was de beste kwaliteit die we ooit hebben gehad. Daarmee kleurden bepaalde weefsels in de coupes prachtig geel.’

Hortus botanicus Leiden 2018 17


Norbert Peeters & David Crauwels over pepermunt

tuinieren in het atoomtijdperk Voor menig Nederlander ademt pepermunt pure nostalgie. Iedereen denkt bij dit woord direct aan dat halve rolletje in de handtas van oma of het handschoenenvak van de auto. Zo’n vergeten rol waarvan de zilveren wikkel al is losgescheurd en het bovenste snoepje iets van zijn hardheid heeft verloren. Maar de etherische oliÍn uit de gelijknamige pepermuntplant (Mentha piperita L.), zijn een smaakmaker voor talloze producten. Pepermuntolie (met o.a. menthol) tref je niet alleen aan in snoepgoed, kauwgom en tandpasta, maar ook in likeuren, luchtverfrissers, schoonmaakmiddelen en shampoos. [Tekst] Norbert Peeters en David Crauwels 18 Hortus botanicus Leiden 2018


D

De pepermuntplant is slechts één van de muntsoorten die wordt gekweekt vanwege haar aromatische eigenschap. Als je een Marokkaanse muntthee bestelt krijg je een bosje aarmunt (M. spicata), beter bekend onder de Engelse naam spearmint, en ook in Azië (met name Japan) kweekt men een andere muntsoort, M. canadensis. Maar van de meer dan twintig muntsoorten die wereldwijd worden gekweekt is de pepermuntplant, en met name de cultuurvariëteit ‘Todd’s Mitcham’, goed voor het overgrote deel van de wereldproductie aan muntolie. Wat weinig mensen weten is dat ‘Todd’s Mitcham’-cultivar Incredible Hulk is onder de kruidplan‘De pepermuntplant de ten. Evenals de groene superheld is ook werpt licht op één van de deze cultivar blootgesteld aan een hoge meest bijzondere episo- dosis gammastraling. Het verhaal van de pepermuntplant werpt licht op één van de des: de atoomtuin’ meest bijzondere en bizarre episodes in de tuingeschiedenis: de atoomtuin.

Muilmunt

Ook de pepermuntplant kent een opmerkelijke oorsprong. De hedendaagse soortnaam Mentha piperita L. verraadt iets van deze afkomst. De letter ‘L’ verwijst naar de Zweedse botanicus Carolus Linnaeus (1707-1778). In zijn werk Species Plantarum (1753) beschrijft hij een muntsoort die hij in Engeland in

het wild heeft verzameld. Ook vervangt hij de lange Latijnse wetenschappelijke naam: Mentha floribus capitatus, foliis lanceolatis serratis subpetiolatis (met bloemenhoofdjes, gezaagde lancetvormige bladeren met korte bladstelen) met de korte dubbelnaam Mentha piperita. Niettemin geeft de omslachtige oude naam van de pepermuntplant een aardige botanische beschrijving. De kruidplant vertoont lilakleurige bloemhoofdjes aan de top van de takken en enkele zijtrosjes en losse bloemkransen in de bladhoeken. Verder zijn de bladeren kort gesteeld met een fijn getande, eironde tot lancetvormige bladschijf. Maar er is iets vreemds met deze soort: in tegenstelling tot andere muntsoorten zijn pepermuntplanten steriel. Zij vermeerderen zich enkel vegetatief via uitlopers. Slechts een enkele keer vormen de planten vruchtjes met kiemkrachtige zaden, maar zaai je deze uit, dan komen er verschillende afwijkende vormen uit op. Linnaeus beseft niet dat de pepermuntplant het botanische equivalent is van een muilezel. Evenals de nakomeling van paard en ezel is de muntplant die Linnaeus verzamelt een hybride die is voortgekomen uit een natuurlijke kruising tussen watermunt (M. aquatica) en aarmunt (M. spicata). Zodoende luidt de soortnaam van deze muilmunt: Mentha x piperita.

Bloeien en verwelken

Ondanks de bastaardafkomst van de pepermuntplant, wordt deze hybride halverwege de achttiende eeuw herkend als economisch interessant gewas. Eerst centreert de pepermuntcultuur zich rondom Mitcham, een buitenstad van Londen (thans opgeslokt door deze stad). Maar binnen een aantal decennia breidt de cultuur zich uit naar andere landen. In Nederland wordt in 1771 de eerste vermelding gemaakt van pepermuntkweek en aan het begin van de negentiende eeuw steekt de cultuurplant de Atlantische Oceaan over. Pepermuntcultuur wordt in 1812 geïntroduceerd in Ashfield (Massachusetts) en later op grote schaal gekweekt in Wayne County (New York). Maar het echte commerciële succes begint als de pepermuntcultuur zich vestigt in Kalamazoo (Michigan). Begin van de twintigste eeuw wordt negentig percent van de pepermuntolie gefabriceerd in Michigan. Maar in de jaren veertig van de vorige eeuw doemt een nieuw gevaar op. Hoewel de vraag naar deze olie onverminderd toeneemt, beginnen muntoogsten massaal te mislukken. Een verwelkingsziekte teistert de pepermuntcultuur, veroorzaakt door de schimmelsoort Verticillium albo-atrum. De zwamdraden van deze schimmel dringen via de wortels de plant binnen en verstoppen de vaatbundels tot de stengels afsterven.

William Woodville 1793 Mentha piperita Hortus botanicus Leiden 2018 19


Norbert Peeters & David Crauwels over pepermunt De eerste symptomen van Verticillium-aantasting zijn verminderde groei, gevolgd door oranje-geel omrande vlekken op het blad. Om de Mitchammunt-monocultuur van de ondergang te redden, doen pepermuntkwekers een beroep op een omstreden experimentele methode: atoomtuinieren.

Atoomtijdperk

Op 16 juli 1945 ontploft de eerste plutoniumbom in de woestijn ten zuiden van Albuquerque (New Mexico). In een interview naar aanleiding van deze eerste kernproef citeert wetenschappelijk directeur van het Manhattanproject, Robert Oppenheimer (1904-1967), het hindoestaanse geschrift Bhagavad Gītā: “Nu ben ik de Dood, de vernietiger van werelden.” In de nevelpaddenstoel die opsteeg boven het woestijnzand zag Oppenheimer een scharnierpunt in de geschiedenis. Nog geen maand later leggen twee verwoestende atoombombardementen Hiroshima en Nagasaki in as. In het atoomtijdperk regeert de angst. Met de aanvang van de Koude Oorlog tussen de Verenigde Staten en de Sovjetunie leek een nieuwe nucleaire escalatie onafwendbaar. In 1953 probeert de Amerikaanse president Dwight Eisenhower (1890-1969) het tij te keren. In een toespraak voor de Verenigde Naties, getiteld Atoms for Peace, roept hij de lidstaten op om vreedzame toepassingen van atoomgebruik na te streven. Een opmerkelijke uitloper van dit nieuwe atoomprogramma is de toepassing van radioactiviteit in de horticultuur. Eeuwenlang beperkte plantenveredeling zich tot het selecteren en kruisen van bestaande voedsel- en siergewassen. Een kweker kon variabiliteit niet zelf veroorzaken maar was afhankelijk van de variatie die de natuur aanreikt. In het ‘kopieerproces’ dat tot nieuwe generaties planten leidt, sluipen altijd ‘foutjes’, mutaties in het erfelijk materiaal. Soms resulteren deze ‘Verreweg de meeste mutaties in een verandering mutaties zijn schadelijk in de eigenschappen van de Vervolgens kan een voor het organisme’ plant. kweker via kunstmatige selectie de veranderingen die voor hem nuttig zijn selecteren als nieuw kweekmateriaal. Pas in de eerste helft van de twintigste eeuw ontwikkelen natuurgeleerden methodes om mutaties op te wekken. Zo ontdekken zij dat blootstelling aan bijvoorbeeld röntgen- of gammastraling spontane mutaties induceert. Verreweg de meeste mutaties zijn schadelijk voor het organisme, maar evenals bij ‘natuurlijke’ mutaties doet zich zo nu en dan een gunstige verandering voor.

20 Hortus botanicus Leiden 2018

Atoomtuinen

In de jaren vijftig van de vorige eeuw verschijnen de eerste experimentele atoomtuinen, aangelegd op afgelegen onderzoekslaboratoria. Van bovenaf bezien lijkt een atoomtuin, ironisch genoeg, op het stralingsgevaarsymbool. In het midden van de tuin staat de stralingsbron, meestal een kolom met een stuk kobalt-60, die bèta- en gammastraling uitzendt. Om deze bestraler plant men in concentrische cirkels gewassen aan, waarbij elke gewassoort een eigen taartpunt krijgt toegewezen. De planten worden gedurende een etmaal gebombardeerd met straling. Daarna zakt de kobaltkolom ondergronds in een met lood beklede kamer. Hierna kunnen wetenschappers in speciale kledij de proeftuin betreden om de testplanten te bestuderen. De stralingsdosis die een plant ontvangt, varieert afhankelijk van hoe dicht hij bij de paal staat. De eerste rijen worden het zwaarst getroffen en kwijnen weg. De rijen daarbuiten vertonen na verloop van tijd tumoren en andere groeiabnormaliteiten. Nog iets verder weg zien de planten er vrij normaal uit. Deze rijen zijn vanuit horticultureel perspectief interessant. In eerste instantie dienen de atoomtuinen om de mutagene werking van radioactiviteit op plantleven te testen. Maar al snel wekken

Veld met Mentha x piperita


vertonen en tevens een acceptabele hoeveelheid muntolie bevatten. Uit dit kweekmateriaal verschijnt in 1971 de pepermuntmutant ‘Todd’s Mitcham’ op de markt, vernoemd naar Murrays werkgever A.M. Todd Inc. in Kalamazoo (Michigan). Een paar jaar later lanceert hij uit een vergelijkbaar stralingsexperiment de ‘Murray Mitcham’. Vrijwel alle pepermuntolie die vandaag de dag wordt geproduceerd is afkomstig uit deze twee cultivars.

Mens-etende koolrapen en bijtgraag suikermaïs

Bestraalde zaden te koop Rond kweekveld met stralingsbon in het midden in Japan Veld met Mentha x piperita

de experimenten ook de interesse van tuinders en telers. De zaden die worden geoogst uit de bestraalde planten, zouden wel eens commercieel interessante mutaties kunnen bevatten, die kwekers vervolgens kunnen inkruisen in bestaande plantenrassen.

In 1955 begint de Amerikaanse tuinbouwkundige Merrit J. Murray (1908-1989) in Brookhaven National Laboratory een grootschalig bestralingsexperiment met de pepermuntplant. In het laboratorium op Long Island (New York) stelt hij miljoenen stekjes bloot aan radioactief materiaal om ze vervolgens in te planten in een tuin, die geïnfecteerd is met Verticillium-schimmel. In totaal worden er in deze proeftuinen zo’n zes miljoen bestraalde muntloten ‘Al snel groeit atoom- geplant. Na vier jaar vindt Murray nog zestigduizend levende planten tetuinieren uit tot een hype’ maar rug. In deze populatie van overlevenden vindt men uiteindelijk twaalf planten die geen enkel spoor van schimmelinfectie

De bestralingsexperimenten met zaden, bollen en stekjes beperken zich niet tot geheime onderzoekslaboratoria. Sommige kwekers dachten ook een commercieel slaatje te kunnen slaan uit deze experimenten. In de jaren zestig verschijnen de eerste atoomtuinen op huis-en-tuinbeurzen in de Verenigde Staten. Hoewel in deze tuinen logischerwijs de radioactieve stralingsbron was vervangen door een neon-atoomsymbool, was alle beplanting bestraald. In het bijhorende kraampje konden toekomstige atoomtuiniers kiezen uit een groot assortiment van bestraalde zaden en bollen en zelfs potgrond. Consumenten hadden keuze uit een groot assortiment aan bloem- en groentezaden: van rozenstruiken en chrysanten tot tomaten en uien. En de zaadverpakkingen waren voorzien van pakkende spreuken zoals ‘atomically energized’ en ‘atomblasted’. Al snel groeit atoomtuinieren uit tot een hype. In Engeland wordt in 1958 zelfs de Atomic Garden Society opgericht. Iedereen met groene vingers en een nieuwsgierige geest wilde een voor de wetenschap nog onbekende mutant kweken. Atoomtuinieren is een van de eerste voorbeelden van publiekswetenschap. Verkopers leverden logboekjes waarin mensen opmerkelijke eigenschappen en andere abnormaliteiten konden bijhouden. Kweekbedrijven boden zelfs geldbedragen aan voor botanische noviteiten. Een rozenkweker stelde een geldprijs van vijftigduizend dollar beschikbaar voor de tuinier die een blauwe roos zou verkrijgen. Ook Oak Ridge Atom Industries bood hoge vergoedingen voor planten met commercieel interessante eigenschappen. Amateurtuiniers hoefden enkel hun plantenmonster op de gevoelige plaat te leggen en de foto in te sturen om hun prijsgeld op te strijken. De verwachtingen liepen soms hoog

Hortus botanicus Leiden 2018 21


Norbert Peeters & David Crauwels over pepermunt op. Een artikel in de Boston Globe uit 1961 voorspelde dat bloemen groter, kleurrijker en ongediertevrij zouden worden. Ook groentegewassen zouden meer en smakelijkere groentes voortbrengen in talloze nieuwe vormen. Maar niet iedereen was optimistisch over de nieuwe kweektechniek. In de Milwaukee Journal wordt een oproep geplaatst om elke vorm van atoomtuinieren direct aan banden te leggen, voordat er een mens-etende koolraap, bijtgrage suikermaïs of andere plantenmonsters worden gecreëerd. Helaas is het onbekend of amateur-atoomtuinieren daadwerkelijk vruchten heeft afgeworpen. Wel weten we dat de tuinhype snel overwaait.

Moderne atoomtuinbouw

Rond de eeuwwisseling schrijft de Nederlandse botanicus Hugo de Vries (1848-1935) in zijn werk Die Mutationstheorie (1901): “De kennis van de wetten van mutatie zal vroeg of laat leiden tot het kunstmatig en willekeurig verwekken van mutaties teneinde zo geheel nieuwe eigenschappen bij planten en dieren te laten ontstaan.” Uiteindelijk geschiedt het eerder vroeger dan later. Na minder dan een halve eeuw neemt de Amerikaanse geneticus Hermann Muller (1890-1967) de Nobelprijs in ontvangst voor zijn onderzoek naar de effecten van röntgen- en radioactieve straling op fruitvliegjes. Via straling bleek het mogelijk om mutaties op te wekken. Het voorbeeld van de Todd Mitcham munt-mutant laat zien dat kwekers niet op hun handen bleven zitten. Al snel realiseren zij zich dat ze met radioactiviteit eenvoudig kunnen ingrijpen in het kweekproces. In het atoomtijdperk raakt plantenveredeling in een stroomversnelling. Hoewel de kans op het vinden van een gunstige mutatie tussen het bestraalde kweekmateriaal uiterst klein is, hoeven kwekers niet meer met monnikengeduld te wachten tot een spontane mutatie zich van nature voordoet. Zoals eerder gezegd ondergaan planten en dieren ‘in het wild’ piepkleine mutaties in hun erfelijke materiaal, bijvoorbeeld onder invloed van de schadelijke straling van de zon en door kopieerfouten bij celdeling. Maar hoe is dit anders dan wat de atoomtuinier doet? Zowel zon als kobaltkern stralen er op los, waardoor het genoom van een organisme minieme schade oploopt. En in beide gevallen zorgen dezelfde reparatiemechanismen voor dezelfde genetische mutaties – alleen loopt het in de atoomtuin wat meer vaart. Hoewel de hype rondom atomic gardening snel ten einde komt, blijft het bestralen van zaden voortbestaan. Met de opmars van de levenswetenschappen is de toepassing van straling als motor voor bruikbare mutaties doodnormaal geworden. In de nasleep van de atoomtuinen van weleer is er flinke technologische vooruitgang geboekt. Niet alleen wordt gammastraling aangewend om genetische

22 Hortus botanicus Leiden 2018

mutaties af te dwingen, maar ook via mutagene chemicaliën krijgen zaden een genetische trap. Hierbij is het achterliggende principe onveranderd gebleven: eerst wordt variatie opgewekt, daarna wordt op een bepaald criterium geselecteerd. Achteraf kan, in tegenstelling tot een halve eeuw geleden, met gemak de genetische verandering in het lab afgelezen worden, om zo te leren welk gen de gewenste verandering bewerkstelligd heeft. Denk daarom ook niet dat alleen de pepermuntplant, die zoals dat rolletje pepermunt toch al wat oubollig aandoet, uit deze radioactieve kweekvijver ontstaan is. Wie de brede impact van mutatieteelt wil zien, moet naar het oosten kijken. Tientallen miljoenen hectares aan Chinese landbouwgrond zijn beplant met rijst, veredeld op basis van door straling geïnduceerde mutaties, om resistentie en opbrengst te vergroten. Voor Japan geldt hetzelfde, waar de perenteelt tevens van de ondergang gered is door dezelfde technieken, in een ‘Todd’s Mitcham’-achtig succesverhaal. En katoencultivatie in Pakistan betreft voor meer dan tachtig procent met straling gemuteerde varianten. Tegelijkertijd heeft de ontwikkeling van kernenergie in de land‘Niet alleen de peperbouw zich grotendeels in stilte volmuntplant is uit deze trokken. Als je langs de schappen van de supermarkt loopt, vind je radioactieve kweekvijver geen verpakking waarop ‘atomiontstaan’ cally energized’ of ‘atom-blasted’ staat. Niettemin zijn veel van de biologische land- en tuinbouwproducten afkomstig uit de moderne atoomtuin. Naktuinbouw ziet in Nederland, op verzoek van het ministerie van Economische Zaken, er op toe van welke gewassen biologisch uitgangsmateriaal beschikbaar is en daarmee indirect welke rassen überhaupt een biologisch keurmerk kunnen krijgen. In hun online database (biodatabase. nl), staan tientallen plantenrassen die geschikt zijn voor biologische teelt. Daarvan hebben er genoeg bij de plantveredelaar het laboratorium wel gezien – daar kijkt niemand van op. Maar had je ook verwacht dat vele van hen, evenals de moderne pepermuntplant, het product zijn van bestraling, ondanks dat zij nog steeds ‘natuurlijk’ heten?


Mijn favoriete eetbare plant

Marijke Pilgram over

Mispels

“Mispels kwamen voor het eerst op mijn pad in de tuin van mijn dochter. Over de schutting hing een mooie tak met vruchten eraan. Navraag leerde dat het om een mispelboom ging en dat je van de vruchten, mispels, moes of gelei kon maken. Het waren er best veel, dus dat leek me een leuk idee.

Inmiddels maak ik al vijf jaar moes van mispels. Want al snel ontdekte ik ook een mispelboom in de Hortus. Medewerkers vertelden dat zij niets met de vruchten deden en dat ik ze mocht hebben. Jaarlijks verzamelen ze nu in november de vruchten voor mij. Als de mispels van de boom vallen zijn ze nog niet rijp. De gelige, harde vruchten moeten eerst nog doorrijpen totdat ze zacht en donkerbruin zijn. Dit is eigenlijk een rottingsproces dat enkele weken duurt. Al is het heel belangrijk dat ze niet vérrotten, dan kun je ze niet meer eten.

[Tekst] Margot Lodewijk [foto’s] Petra Sonius

Daar komt de uitdrukking ‘zo rot als een mispel’ vandaan. Eenmaal gerijpt, laat ik ze – na een grondige wasbeurt – langzaam met suiker pruttelen op een laag vuur. Daarna komt het zware werk, want ze moeten met de hand gezeefd worden om de pitten en schillen te verwijderen. Daarvoor gebruik ik een passe-vite, een speciale, heel stevige zeef. De smaak van mispels is appel-kaneelachtig, heel puur en fris. Elk jaar probeer ik wat minder suiker toe te voegen en

komend jaar wil ik gaan variëren met kruiden, zoals munt, nootmuskaat of fenegriek. Tot nu toe voeg ik wat oranjebloesem- of rozenwater toe om de smaak iets zachter te maken. Uiteindelijk maak ik jaarlijks zo’n veertig tot vijftig potjes, die ik onder andere uitdeel aan alle medewerkers van de Hortus. Het is een heerlijk winters bijgerecht dat ik vaak serveer tijdens het kerstdiner. Evengoed is het lekker bij een stamppot, door de Griekse yoghurt of op een blokje kaas of pannenkoek. Je krijgt er niet snel genoeg van!“

Hortus botanicus Leiden 2018 23


Esmée Winkel

Dadelpruim, Diospyros lotus

Een onontbeerlijk aspect in de botanie is heel goed weten hoe planten in elkaar zitten, wat hun onderscheidende kenmerken zijn. Daarbij is het vereist te kunnen beschikken over goede afbeeldingen, waarin alle kenmerken goed te zien zijn. Daarom is het werk van botanisch tekenaars zo belangrijk. [tekst] Adri Mulder [illustraties] Esmée Winkel

C

Curaçao

De liefde voor de natuur en planten is Esmée Winkel met de paplepel ingegoten. Haar moeder was een groot plantenliefhebster, zij wist haar er van alles over te vertellen. Ze woonde in haar jeugd op Curaçao met al z’n natuurpracht. Ook was ze regelmatig op familiebezoek in Suriname. Om in Leiden biologie te gaan studeren is Esmée naar Nederland gekomen. Ze wilde bioloog worden, maar in het derde jaar van haar studie kwam ze in contact met een tekenaar van Naturalis en deed ze een schilderworkshop in de Hortus. Dit heeft haar geïnspireerd na haar bachelordiploma biologie een master scientific illustration te doen aan de Academie Beeldende Kunsten Maastricht en de Universiteit van Maastricht. Hier ontmoette Esmée studenten met allerlei achtergronden. Zij had als biologe een voorsprong wat betreft anatomie en analytisch vermogen, maar ze heeft veel

24 Hortus botanicus Leiden 2018

moeten oefenen met het handwerk van het tekenen, waarin ze minder ervaren was. Tijdens de opleiding heeft ze zich met name bekwaamd in het tekenen van mens en dier. Het tekenen van planten en ook bijvoorbeeld archeologische artefacten werd echter niet onderwezen.

Wetenschap

Vlak voor de start van haar studie in Maastricht kreeg Esmée via Anita Walsmit Sachs een stage bij het Herbarium in Leiden. Daarna werd haar een baan aangeboden. Het Herbarium is intussen gefuseerd met Naturalis en daar werkt Esmée met veel plezier. Ze tekent planten voor wetenschappelijk artikelen. Bijvoorbeeld, als er een nieuwe soort is ontdekt, wordt die beschreven in een artikel. Daar hoort ook een gedetailleerde wetenschappelijke tekening bij. Of, zoals met het huidige DNA-onderzoek regelmatig voorkomt, wordt de indeling in plantengeslachten


Esmée Winkel [foto] Petra Sonius

veranderd en dan is er een nieuwe flora nodig. Je zou zeggen, waarom een tekening waar we tegenwoordig beschikken over geavanceerde fotocamera’s?’Maar’, legt Esmée uit: ‘Door middel van een tekening kun je een plant ‘repareren’. Vooral bij herbariumexemplaren, maar ook bij levende planten, komen vaak bruine blaadjes of blad voor, waarvan het topje ontbreekt, of zijn de bloemen niet heel. Bij een wetenschappelijke tekening pas je ook de kunst van het weglaten toe. Door alleen de essentiële onderdelen te tekenen vestig je de nadruk op wat belangrijk is. Ook kun je bloemen en vruchten, die normaal nooit gelijktijdig voorkomen, in één tekening weerge‘Door middel van een ven’. Esmée vindt het leuk planten goed te bestuderen en te ontleden, zodat zij tekening kun je een alle details goed in een tekening kan plant repareren’ verwerken. Een wetenschappelijke tekening moet dus aan allerlei voorwaarden voldoen, maar toch kan Esmée er ook een esthetische kant aan toevoegen. Zo is ze vrij in het bepalen van de compositie.

Prachtige aquarellen

Wetenschappelijke tekeningen worden uitgevoerd in zwart/wit met pen en inkt. In haar vrije tijd aquarelleert Esmée graag en met succes! Haar aquarel van de Tulpenboom (Liriodendron tulipifera) in de Hortus behoort niet alleen tot de uitverkoren werken door de jury van de American Society of Botanical Artists om tentoongesteld te worden tijdens een expositie in de botanische tuin van New York, men heeft hem ook op de omslag van de catalogus gezet! Esmée licht haar keuze voor de Tulpenboom toe: ‘Het is het een prachtige boom, en bovendien heeft uitvoerig onderzoek door Jan Hengstmengel uitgewezen, dat hij in 1716 door niemand anders dan Herman Boerhaave zelf is geplant in de Hortus. Boerhaave had zaad ervan gekregen van apotheker en botanicus Isaac Rand, die in Virginia woonde. Met deze aquarel breng ik de Tulpenboom weer terug naar waar hij vandaan komt, Amerika’. Ook haar aquarel van de Dadelpruim (Diospyros lotus), in de Hortus geplant in 1736, is ontzettend mooi! De vruchtjes van deze plant zijn eetbaar. De Dadelpruim is verwant aan de bekendere Kakiplant (Diospyros kaki), die veel grotere vruchten draagt. De aquarel laat goed de mogelijkheden van een botanische tekening zien, een tak van een mannelijk is naast die van een vrouwelijk exemplaar (met vruchtjes) afgebeeld. In de Hortus staat de man naast de grote Ginkgo en de vrouw in de varentuin, een heel eind van elkaar dus.

Niet alleen haar Tulpenboom is in de prijzen gevallen, Esmée ontving onder anderen de Jill Smythies Award van The Linnean Society of London, de 2e prijs Margaret Flockton Award in Australië, de ASBA Botanical Illustrator Award in Amerika, verscheidene gouden medailles van de Royal Horticultural Society in London en in Edinburgh waar de Jane Goodall orchidee onderdeel was van een serie tekeningen van nieuwe orchideeën.

Cursus

Esmée geeft maandelijks een dag les in botanisch tekenen in de Hortus, daarbij geassisteerd door Rinny Kooi. Ze heeft leerlingen van diverse pluimage, waaronder ook studenten van verschillende opleidingen uit heel Nederland. Er doen zowel ervaren als minder ervaren deelnemers mee. Per les wordt aan de hand van verschillende specimens aandacht aan diverse onderwerpen besteed. Denk hierbij aan verschillende technieken, het toepassen van schaduw, erg belangrijk om diepte in een botanisch tekening te krijgen, compositie, en voor gevorderden perspectief.

Liefdevolle verzorging

Esmée vindt veel inspiratie in de Hortus met zijn enorme rijkdom aan planten. Hoe meer zij ze bestudeert hoe meer ze ontdekt, ze raakt nooit uitgekeken. Maar niet alleen de planten zelf boeien haar, ze heeft ook veel bewondering voor de buitengewoon deskundige en vooral ook liefdevolle wijze waarop de medewerkers van de Hortus de planten kweken en verzorgen. Ze is heel blij met haar beroep dat ze nog lang hoopt uit te oefenen.

Tulpenboom, Liriodendron tulipifera


Mid zomer nacht

Plantenmarkt zaterdag 12 mei | 10 - 17 uur

donderdag 21 juni vanaf 19.30 

HBL flyer midzomernacht def.indd 2

20-02-18 HBL flyer 15:36 plantenmarkt def.indd 2

20-02-18 15:48

Kom eten en genieten tussen het historisch groen in de Hortus botanicus Leiden, de oudste botanische tuin van Nederland. Hortus Horeca heet u van harte welkom en biedt verschillende culinaire mogelijkheden zodat u kunt genieten van een eerlijk, duurzaam en lokaal aanbod.

Hortus Grand Café

Hortus Grand Café is het lunchcafé van de Hortus botanicus Leiden. Hier kunt u voor of na een wandeling door de tuin genieten van een kop koffie of een heerlijke lunch. Sinds kort heeft het Hortus Grand Café een nieuwe chefkok en... daar hoort natuurlijk een vernieuwde menukaart bij! De kaart staat in het teken van de aankomende tentoonstelling Plant & Eter in de Hortus, is veelal vegetarisch en de producten zijn afkomstig van lokale leveranciers. Kaas van Fromagerie Bon, vers brood van Ús Bertus, thee uit theewinkel Het Klaverblad en smakelijke taarten van Suzie’s. Bovendien beschikt het café met mooi weer over het Curatorenterras en kunnen de lunchgerechten ook als picknick in de tuin meegenomen worden. Vrienden van de Hortus ontvangen op vertoon van hun Vriendenpas een korting van 5% op al het lekkers uit het assortiment.

Zaalverhuur en events

Een receptie, borrel of feest? Hortus Horeca beschikt over vier karakteristieke verhuurlocaties; de monumentale 18de eeuwse Oranjerie, de Tuinkamer met het Cycasterras, het Tropisch terras en het Hortus Grand Café met Curatorenterras (120 zitplaatsen). Hortus Horeca staat gelijk aan catering op maat. Naar uw wens wordt er gezocht naar een passende locatie en een bijbehorend totaalpakket. U heeft hierbij de keuze uit diverse dranken, culinaire invullingen, materialen en extra diensten zoals entertainment, muziek en decoratie. Ons personeel staat in alle gevallen voor u klaar om uw evenement tot in de puntjes te verzorgen.

Zien, ruiken en proeven… boek een bloemendiner!

We doen er alles aan om u te blijven verassen en uw verwachtingen te overtreffen. Voor iedereen die van bloemen houdt is het boeken van een bloemendiner dan ook een unieke ervaring. Wat denkt u van een salade van eendenborst met limoen en eetbare violen, een hoofdgerecht van vis op een bedje van bloemen en bloeiende kruiden en dan afsluiten met een heerlijk bloempotje met peer, chocola en orchideeën? Kom proeven! Dit arrangement kunt u zowel bij een (trouw) partij als zakelijke bijeenkomst boeken.

Reserveringen voor in het grand café via planning@hortusgrandcafe.nl of 071-5275084.


Mijn favoriete eetbare ‘plant’

Hans Adema over

judasoor foto boven: Hans Adema

“Zowel professioneel als in mijn vrije tijd houd ik me graag bezig met paddenstoelen. Ik ben rondleider in de Hortus, ik beantwoord vragen van het Natuur Informatiecentrum en ben als mycoloog één van de tien Nederlanders die in noodgevallen gebeld kan worden door het gifcentrum van het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu).’ Tien jaar geleden heb ik alle paddenstoelen in de binnenstad van Leiden geïnventariseerd en daarover heb ik een boek geschreven: ‘Vliegenzwammen op het Rapenburg’. Hierin zijn 250 paddenstoelen verzameld. Veel van deze paddenstoelen komen ook in de Hortus voor.

Hans fotografeert de Judasoor, zie de grote foto

Veel mensen denken dat paddenstoelen alleen in de herfst groeien, maar dat is een misverstand. Ieder jaargetijde kent zijn eigen soorten. Het is wel afhankelijk van het weer of het een goed paddenstoelenjaar wordt. Om te beginnen is het belangrijk dat het voorjaar vochtig is, dan groeien er meer schimmelweefsels (mycelia). Vervolgens is het gewenst dat de zomer en de herfst niet te droog en te warm zijn en dat er geen echt strenge vorstperiode komt. Sommige soorten paddenstoelen zijn er - ongeacht het weer - het hele jaar door, zoals het judasoor. Het Bijbelse verhaal gaat dat Judas zich heeft opgehangen aan een vlier, die een favoriete gastheer van deze zwam is. Bovendien lijkt het judasoor een beetje op een oor, zeker onder gunstige vochtige omstandigheden. Vandaar de

[Tekst] Margot Lodewijk [foto’s] Petra Sonius

naam. Ik heb niet alleen belangstelling voor paddenstoelen, maar ook fotografie en koken zijn mijn hobby’s. Iedere vrijdag ga ik samen met de fotograaf van de Hortus op stap om paddenstoelen te fotograferen. Vandaag ga ik het judasoor vastleggen. Mijn top vijf paddenstoelen in de keuken? De morielje, oesterzwam, gewone champignon, cantharel en het judasoor. Ik pluk ze niet in het wild, maar koop ze bij de Paddestoelerie op de Leidse markt of in een Chinese toko. Ik maak er bijvoorbeeld een paddenstoelenragout mee, of een morieljesaus. Gedroogd judasoor voeg ik graag toe aan een bouillon of roerbakgerecht”. 

Hortus botanicus Leiden 2018 27


Nederland Zoemt in de Hortus

Wilde bijen Bij het woord ‘bijen’ ziet u waarschijnlijk een kast of ouderwetse bijenkorf voor u met een zoemende kolonie honingbijen en misschien zelfs met een beer die de honing uit de korf snoept? De nuttige honingbij is in Nederland verreweg de bekendste bij. Ze voorziet ons van honing en bestuift voedselplanten zodat we een grote opbrengst groente en fruit hebben – en dat al sinds mensenheugenis.

[Tekst] Merel van Haren [foto’s] Jan Meijvogel 28 Hortus botanicus Leiden 2018


Het creëren van een hoger voedselaanbod is essentieel

T

Toch is de honingbij slechts één van de 359 soorten bijen, die Nederland rijk is. U kent ongetwijfeld ook de hommel en misschien de metselbij, die door de populaire insectenhotels meer bekendheid kreeg. Maar er is meer: kegelbijen, pluimvoetbijen of de kleine groefbijtjes. Bij elkaar worden ze ‘wilde bijen’ genoemd. Ze dragen tot wel 80% bij aan de bestuiving van onze gewassen. En juist deze wilde bijen gaan nu hard achteruit in Nederland.

Red de wilde bij!

Anders dan de in het geval van een honingbij, wiens onderdak en voedsel wordt verzorgd door de imker (zoals onze Hortusimker Fred Weber), moeten deze wilde bijen het zelf rooien en dat valt niet mee. Sinds halverwege de vorige eeuw is het landschap

strakker en efficiënter ingedeeld, waardoor de variatie in voedselplanten is afgenomen. Ook zijn er minder ‘rommelhoekjes’ die nodig zijn om nesten te bouwen. De mens heeft dit veroorzaakt en is ook zelf de enige die het landschap weer kan herstellen. Daarom zijn Landschappen NL, Naturalis, IVN (Instituut voor natuureducatie en duurzaamheid) en Natuur & Milieu het project ‘Nederland Zoemt’ gestart, dat wordt gefinancierd door de Nationale Postcode Loterij. Doel van het project is het vergroten van het voedselaanbod en de nestgelegenheid voor wilde bijen in Nederland.

Gemeente

‘Nederland Zoemt’ zet zich in voor zowel het bewust worden van de aanwezigheid van wilde bijen, als het opzetten van initiatieven om de nestgelegenheid en het voedselaanbod te vergroten. Dit doet het zowel op gemeente- als burgerniveau. Op de website van Nederland Zoemt vindt u een kaart van Nederland, die zo is gemaakt dat u kunt zien welke bijensoort waar voorkomt. U kunt dus ook zien welke bijen er zijn waargenomen in úw gemeente. Ook is er met een model berekend - op basis van het type landschap welke soorten er voor zouden kúnnen komen die nu nog niet zijn waargenomen. Om deze bijensoorten toch binnen het landschap te krijgen, kan de gemeente en ook elke particulier een advies opvragen met instructies wat de potentiële soorten nodig hebben om zich voort te kunnen planten. Ben je nu goed bezig als gemeente en zijn alle bijensoorten waargenomen die er kunnen voorkomen, dan krijgt de gemeente de status ‘Bijenrijk’ waarmee ze zich kan profileren.

Hortus botanicus Leiden 2018 29


Burgers

Maar ook op kleinere schaal worden mensen individueel gemotiveerd zich in te zetten voor wilde bijen. Particulieren worden aangemoedigd de nestgelegenheid te vergroten in hun achtertuin of in hun buurt. Dit gebeurt op twee manieren: met het plaatsen van insectenhotels en door het Particulieren worden aan­ maken van ‘steilwandjes’ (een steile zandgemoedigd de nestgelehelling). Onder andere metselbijen zullen in genheid te vergroten in hun de houten strootjes van het insectenhotel een eitje leggen en een beetje stuifmeel erbij legachtertuin of in hun buurt. gen. Dit stuifmeel vormt de eerste maaltijd voor de larve, wanneer die uit het eitje kruipt. De metselbij doet haar naam eer aan, omdat zij tussen zo’n eitje met wat stuifmeel een muurtje metselt van modder. Zo is ieder eitje beschermd tegen de buitenwereld. Ook het aanleggen van steilwandjes helpt wilde bijen, met name zandbijen. Aan de zonkant gebruiken deze zandbijen de heuvel voor het graven van een nest om hun eitjes in af te zetten. Ook het creëren

30 Hortus botanicus Leiden 2018

van een hoger voedselaanbod is essentieel, want zonder eten zal het nageslacht niet kunnen overleven. Dit kan door het zaaien van bloemen en kruiden en door te zorgen voor de aanwezigheid van bloeiende bomen.

De Hortus

Een plek die sowieso volop in bloei staat in het voorjaar is de Hortus botanicus in Leiden. U zult het misschien op het eerste gezicht niet zeggen, maar de Clusiustuin leent zich uitstekend voor het vinden van wilde bijen. Naast enkele opvallende bloemen zijn ook de kleinere bloemetjes van kruiden zoals wilde tijm, salie en wilde marjolein zeer in trek bij wilde bijen gewoonweg omdat ze veel nectar en stuifmeel bevatten. Een grote bloem betekent niet automatisch dat hij meer eten kan bieden voor bijen. Tijdens de ‘Wilde-bijen safari’ van het Science Café Bestuivers vorig jaar vonden we in nog geen tien minuten al zes soorten wilde bijen tot verbazing van de deelnemers. Allereerst vallen de grotere en wat slomere bijen op,


Naast enkele opvallende bloemen zijn ook de kleinere bloemetjes van kruiden, zoals wilde tijm, salie en wilde marjolein, zeer in trek bij wilde bijen

zoals de hommels. Maar wie even zoekt zal ook de middelgrote, snelle vliegers opvallen, zoals de wolbij. En wie echt met z’n neus tussen de kruiden zit, ziet ook de kleine groefbijtjes. Er vliegt meer rond dan u denkt, dus neem eens een kijkje.

Wie zoemen er al rond?

De eerste soorten zijn al uitgevlogen rond februari. De enorme hommelkoninginnen bijvoorbeeld kropen uit hun overwinterplaats en gingen op zoek naar een plek om te nestelen. U heeft ze vooral in en rondom de Varentuin kunnen zien, waar genoeg verstopplekjes en lege muizenholen zitten om een nest in te bouwen. De wilgenbloei liet toen nog even op zich wachten, dus haalden de koninginnen hun eten uit de vroege winterbloeiers zoals krokussen, sneeuwklokjes, en de vele duizenden narcissen waarvan er heel wat door Carla Teune zijn geplant, onder andere aan de waterkant bij de Sterrewacht. Op dit moment zijn de kleinere werksters te zien die af en aan vliegen om de voorraden aan te vullen waarvan de larven en ook de koningin eten. Nu is het ook de tijd om het insectenhotel in de Rozentuin af te speuren op de rosse metselbij - een veel geziene gast van het insectenhotel.

Dus sinds enkele weken vliegen de wilde bijen alweer rond. Om te zorgen dat dit nog vele generaties mogelijk blijft, moeten we zorgen voor meer variatie in bloemen en meer mogelijkheden voor wilde bijen om een nest te maken. En ieder beetje helpt, op ieder niveau. Niet alleen in de Hortus, uw eigen achtertuin, uw buurt, maar in heel Nederland!  

Informatie

Op de foto’s bijen en vliegen - Tijdens het themaweekend Nachtschade op 21 en 22 april kunt u in de Hortus op zoek naar hommels in het kader van Nederland Zoemt. - In de eind vorig jaar vernieuwde Systeemtuin van de Hortus is op de informatieborden veel over bestuivers opgenomen. Niet alleen over bijen, maar ook over vliegen, kevers en andere bestuivers vindt u veel terug op de draaiborden. - Deze zomer is de Vriendenfiets met informatie over bestuivers in de buurt van de Systeemtuin te vinden. Zie www.hortusleiden.nl voor details.

Hortus botanicus Leiden 2018 31


Soepen

Nieuw Hortus-receptenboekje Onno Kleyn

‘Soep verwarmt, soep droogt tranen’

Stiense boon (Phaseolus coccineus)

Tegelijk met dit blad verschijnt het tweede Hortus-kookboekje met recepten van Onno Kleyn. Het eerste deeltje, over specerijen, staat inmiddels bij meer dan 20.000 mensen in de kast. Van die mensen zullen er heel wat één of meer gerechten geprobeerd hebben. De recepten zijn kort, duidelijk en maken nieuwsgierig. [Tekst] Hanneke Jelles [foto Onno] Jurjen Drenth [pentekeningen] Esmée Winkel

Veldzuring (Rumex acetosa)

32 Hortus botanicus Leiden 2018


I

In hetzelfde jaar als ons Specerijen-receptenboekje verscheen bij uitgeverij Nijgh & Van Ditmar Onno’s meesterwerk: ‘De grote Kleyn, culinair compendium’. Met 340.000 woorden, ruim 1000 pagina’s. Geen kookboek maar een naslagwerk over voedsel. Toch is het ook geen encyclopedie: ‘De grote Kleyn’ is een verzameling thematisch gerangschikte brokken informatie, te ontdekken via het register. Een boek om in te ‘grazen, snoepen en snuffelen’, zoals hij zelf zegt. Onno’s kennis over producten en hun historie is immens. Dankzij zijn humor en luchtige, directe schrijfstijl is het een genoegen die kennis tot je te nemen. Het zal duidelijk zijn dat deze receptenmaker een enorme kennis van zaken en een vlotte pen combineert. Dat is voor onze Hortus botanicus ideaal. We waren dan ook erg blij dat Onno opnieuw voor ons aan de slag wilde.

Stiense bonen, gerst…

Het tweede receptenboekje heeft een op het eerste gezicht misschien verrassend onderwerp: soepen. En dan ook nog een wonderlijke invulling daarvan: soep van Stiense bonen met citroen, Gerstesoep met bresaola, Bataat-hazelnootsoep met zwarte peper, hoe kom je erop? Indertijd lag de keuze voor een specerijenboek meer voor de hand. Ons winterprogramma 2016/2017 ging over specerijen, de wintertijd is het seizoen voor specerijen en in onze tropische kassen zijn de ‘Een boek om te grazen, planten, die veel bekende snoepen en snuffelen’ specerijen leveren, te vinden. Voor het tweede boekje wilden we naar buiten, de tuin in. Daar loopt nog tot 7 oktober de tentoonstelling ‘Plant en eter’. De informatie op deze tentoonstelling is gerangschikt rond plantengroepen. Bij acht van die groepen voedselgewassen maakte Onno een recept. Elders in dit blad leest u een interview met Evelien Rozema, die een boek schreef over de stoffen in voedselgewassen. In dat boek komt u dezelfde plantengroepen weer tegen.

Zinderende soep

In ‘De grote Kleyn’ is geen lemma ‘soep’ opgenomen, maar hij is er zeker een liefhebber van getuige een blog uit 2011, waar ik hier een flink stuk uit citeer: “Soep verwarmt, soep droogt tranen, soep lijkt je weerstand te geven tegen alle soorten bedreigingen, tegen ziekte, slechtheid van de mensen en van de wereld, tegen het noodlot zelf. Soep doordesemt het lichaam met warme behaaglijkheid, zindert zilt tot in de ziel. Heb ik het niet over cup-a-soup. Die deelt met echte soep misschien het fysieke effect van iets heets dat je naar beneden voelt glijden, zo’n gloeiend spoor van strot naar buik, maar hij is te kaal, te schraal. Soep maak je namelijk zelf. En o zegen, van alle culinaire toeren is dit nu wel één van de makkelijkste. Het komt toch voornamelijk neer op het in een pan mikken van gevarieerde ingrediënten en water, en die middels toegevoegde hitte eetbaar maken. Wie niet in het begin al de zaak vergiftigt met een teveel aan zout, – onherstelbaar – komt bijna altijd uit op iets fatsoenlijks en vaak zelfs iets heerlijks. Meteen te veel water gebruiken werkt evenmin natuurlijk. Dus voorzichtig met water en zout: die kunnen op het eind van de rit afgesteld worden”. Kortom, het Hortus receptenboekje over soepen belooft een heerlijk boekje te worden. Als u dit leest, is het beschikbaar.

Voedselzekerheid

Aanleiding om de receptenboekjes uit te geven is het Horizon 2020-project Big Picnic. Voedselzekerheid staat hierbij centraal. De afgelopen twee jaar heeft de Hortus heel veel mensen gesproken over planten en eten. Wij zijn ervan overtuigd geraakt dat wie bewuster eet, zowel voor zichzelf als voor de wereld meer duurzame keuzes maakt. Als u meer weet over voedselplanten heeft dat als gevolg dat u anders kiest, koopt en kookt en dat maakt verschil. Weggooien van voedsel is één van de grote problemen en wat is er nu mooier om van de restanten van gisteren nog zo iets heerlijks als soep te maken? Op ons verzoek noemt Onno bij zijn recepten het meest geschikte seizoen, zodat u daar rekening mee kunt houden.Wij zetten de receptenboekjes ook in om ons buiten de Hortus te presenteren. Met de receptenboekjes is de Hortus een welkome gast op allerlei evenementen, waar we mensen ontmoeten die misschien niet regelmatig in de tuin komen en die we op deze manier toch spreken en bereiken. Bovendien kan elke Hortusbezoeker zo’n receptenboekje mee naar huis nemen en een klein stukje kennis over planten en eten tot zich nemen. Neem die kans en bewaar het receptenboekje! Eens zijn ze op en worden het beslist collector’s items. Het bevat goed uitvoerbare, verrassende recepten, het boekje nodigt uit om door de Hortus te wandelen en de planten in het echt te ontmoeten. 

Informatie

• Receptenboekje Specerijen, met illustraties van Esmée Winkel; 2016. Informeert u bij de entree als u nog geen exemplaar heeft. Vrij verkrijgbaar voor Hortusbezoekers zolang de voorraad strekt. • Receptenboekje Soepen, met illustraties van Esmée Winkel; april 2018. Vrij verkrijgbaar voor Hortusbezoekers zolang de voorraad strekt. • De Grote Kleyn, ISBN 978 90 38 80 34 70, € 45,-. Verkrijgbaar via de boekhandel, of een gesigneerd exemplaar via de site van de auteur: www.onnokleyn.nl.

Hortus botanicus Leiden 2018 33


Drinkbare Orchideën Ophrys isaura

Ophrys reinholdii subsp. straussii

Salep, Drinkbare orchideeën

traditie geholpen door onderzoek

De Hortus botanicus Leiden is wereldwijd bekend om zijn orchideeëncollectie. Met een collectie van zo’n 4000 soorten van hoge wetenschappelijke waarde is dat ook niet vreemd. Op talloze manieren wordt onderzoek gedaan naar de taxonomie, toepassingen en bedreigingen van deze planten. [Tekst en Foto’s] Rogier van Vugt

34 Hortus botanicus Leiden 2018


dit onbekende stukje van de collectie eens aan u voor te stellen, want wat men niet kent, ziet men vaak ook niet staan. Deze soorten staan in de bollencollectie omdat ze net als bijvoorbeeld de krokus ondergrondse knollen hebben en zich daarmee in de zomer terugtrekken onder de grond. Elke plant loopt in het najaar uit vanuit een enkele knol. De plant maakt wortels, bladeren en vaak een bloemtak in het voorjaar en de zomer. In de loop van de herfst en winter wordt er een nieuwe knol gemaakt. Dit is de vervangende knol en feitelijk de plant voor het volgende jaar. De oude knol gaat dood en zo is de cyclus weer rond.

O

Omdat het overgrote deel van onze orchideeëncollectie uit Zuidoost-Azië komt, ligt de focus van onderzoek op tropische soorten. Maar buiten in de platte bakken en het bollenkasje tussen de wilde krokussen, uitjes en andere mediterrane bolgewassen bevindt zich een ander deel van de orchideeëncollectie. Dit zijn de mediterraan-Europese orchideeën. Zij behoren momenteel tot onze meest onderzochte groepen planten. Daarom wordt het tijd

De soorten waar het hier om gaat, komen met name uit ‘Sinds lange tijd is het een de geslachten Anacamptis, Orchis, Ophrys, Serapias en traditie om planten op te Himantoglossum die vooral gevonden worden in mediterraan Europa en Klein-Azië. In Nederland hebben we graven en de jongste knol ook een aantal soorten zoals de bokken-, mannetjes- en te verzamelen’ bijenorchis, maar het onderzoek focust zich vooral op Turkije. Hier is het namelijk sinds lange tijd een traditie om planten op te graven en de jongste knol te verzamelen. Deze knollen worden schoongemaakt, gedroogd en de inhoud van de knol vermalen tot een soort poeder. Dit poeder oftewel salep bevat glucomannan, een stofje dat waterige vloeistoffen heel dik en stroperig maakt. Met melk, suiker en vaak een beetje kaneel wordt er zo een winters drankje mee bereid. Het is ook één van de ingrediënten van het beroemde langzaam smeltende Dondurma-ijs.

Hortus botanicus Leiden 2018 35


Drinkbare Orchideën

Himantoglossum montis-taurii

Dit is een bijzondere traditie, want orchideeën staan - op vanille na - niet echt bekend als een plantenfamilie die voor menselijke consumptie van grote betekenis is. Toen ik zelf in Turkije voor de eerste keer in aanraking kwam met salep-verzamelaars, gaf mij dat dan ook gemengde gevoelens. Aan de ene kant was daar het zorgwekkende beeld van mensen die met zakken vol wild verzamelde knolletjes het bos uit kwamen, maar aan de andere kant kon ik zo ook een bijzonder ethnobotanische traditie eens in het echt meemaken.

Het uitsterven van de planten zal uiteindelijk ook het einde zijn van de bijzondere saleptraditie

Eenmaal aan de praat met deze verzamelaars werd vrij snel duidelijk dat deze mensen al decennia in hetzelfde gebied knollen verzamelden en dus allerminst gebaat waren bij het uitsterven van een soort. Ze verzamelden elke keer slechts een deel van de planten en lieten zelfs de plant, waarvan ze de knol meenamen, zoveel mogelijk in tact. De plant maakte daarom in hetzelfde seizoen toch weer een klein nieuw knolletje aan en de overgebleven planten konden zich juist in de omgewoelde grond goed uitzaaien. Hierdoor leefden de orchideeën bijna in een soort symbiose met traditionele verzamelaars. De nieuwe

36 Hortus botanicus Leiden 2018

generatie verzamelaars is helaas anders. Deze mensen zijn meer gefocust op snelle winst en schromen niet een hele populatie planten uit te roeien. Zelfs begraafplaatsen, die uit respect voor de doden vroeger niet de plekken waren waar je planten ging uitgraven, waren ineens niet meer veilig. Onderzoek heeft aangetoond dat de toenemende schaarste van salep er nu voor heeft gezorgd dat er bedrijfjes zijn opgericht, die buiten de landgrenzen van Turkije - zoals in Griekenland, Iran en zelfs in Italië orchideeën verzamelen. Als dit zo door blijft gaan, zouden sommige soorten kunnen uitsterven omdat een aantal orchideeën alleen maar voorkomt in de regio waar salep wordt verzameld. Enkele daarvan, zoals de bokkenorchis en de isaura bijenorchis in het Taurusgebergte, zijn al erg zeldzaam geworden. De totale populatie van de Isaura bijenorchis wordt nog maar op 150 individuen geschat. Het uitsterven van de planten zal uiteindelijk ook het einde betekenen van de bijzondere salep traditie. Kortom, het is belangrijk, dat er actie ondernomen wordt om planten en traditie te behouden.


Anacamptis morio subsp. syriaca

Ophrys reinholdii subsp. straussii

Dit is de reden dat er diverse onderzoeken plaatsvinden om allereerst deze orchideeën en de salep cultuur goed te begrijpen, maar bovenal te werken aan een oplossing waar iedereen wat aan heeft. De belangrijkste wetenschappelijke spillen in dit onderzoek zijn voor ons Barbara Gravendeel en Filip van Noort, onder wiens coördinatie diverse studenten en wetenschappers van buitenaf onze collectie gebruiken voor hun onderzoek. Tot nog toe hebben de volgende mensen met behulp van de Hortus botanicus in Leiden onderzoek kunnen doen: • Hugo de Boer, plantensystematicus bij de universiteit van Oslo. • Baset Ghorbani, ethnobotanicus bij de universiteit van Uppsala. • Susanne Masters, ethnobotanicus bij Naturalis Biodiversity Center en Universiteit Leiden. • Sedef Terzioglu, student Forensic science aan de Hogeschool van Amsterdam. • Selay Kucukaladag, student Forensic science aan de Hogeschool van Amsterdam. • Rick Verdoes, student forensische ICT aan de Hogeschool Leiden.

Vanilla planifolia

Het belangrijkste doel van het onderzoek is een oplossing te vinden die kan voorkomen dat soorten gaan uitsterven door deze traditie. Eén van de methoden zou bijvoorbeeld kunnen zijn dat we een kruising maken tussen een populaire Turkse soort zoals Anacamptis morio ssp. syriaca, die vaak maar één nieuwe knol per seizoen maakt en de westelijk mediterrane Anacamptis morio ssp. longicorn, die soms wel drie nieuwe knollen maakt. Op deze manier kan een plant worden gekweekt voor lokale boeren. Zij kunnen dan telkens een deel van de knollen gebruiken voor het volgende jaar. Bovendien kan, als in het wild verzamelde salep ooit verboden wordt, door een DNAtest worden nagegaan of een partij knollen uit het wild komt of gekweekt is. Op deze manier kunnen zowel de planten als deze bijzondere traditie overleven.

• Kimberley Dekker, student Biologie en Medisch laboratoriumonderzoek aan de Hogeschool Leiden. • Danielle van Hout, student Biologie en Medisch laboratoriumonderzoek aan de Hogeschool Leiden. • Hugo de Best, student Biologie en Medisch laboratoriumonderzoek aan de Hogeschool Leiden. • Esmee de Graaf, student Biologie en Medisch laboratoriumonderzoek aan de Hogeschool Leiden.

Hortus botanicus Leiden 2018 37


Agenda

[foto’s] Hans Clauzing

APRIL

MEI

JUNI

Agenda 2018 Voor tijden, meer informatie, aanmelden en het actuele programma zie www.hortusleiden.nl 20 april-7 oktober Zomertentoonstelling Plant & eter

10 mei

2 juni

20 april

12 mei

Science café Aardappels

Plantenmarkt en Vriendendag

9 juni

21 april

13 mei

Inspiratiedag Kiem/ Wieteke Opmeer

21, 22 april Themaweekeind Nachtschade en Bestuivers 23 april

Wetenschappelijk tekenen Bloeiende heesters, door Esmée Winkel

27 april

Koningsdag, Hortus geopend

Polderdag

Zondagwandeling De Hortus in kleuren en geuren, door Leo van der Sluijs

14 mei

Wetenschappelijk tekenen Bomen in het voorjaar, door Esmée Winkel

19 mei

Inspiratiedag Groei, door Wieteke Opmeer

Museumnacht Inspiratiedag Bloei, door Wieteke Opmeer

10 juni

JULI

Juli en augustus, Hortus open op woensdagavonden; woensdagmiddag kinderworkshops. Donderdag inlooprondleidingen Nederlands en Engels.

4 juli

Zomeravondlezing Schoonheid op microscopisch niveau, door Rob van Es

8 juli

Zondagwandeling Eetbare Systeemtuin, door Gerda van Uffelen

Zondagwandeling Verrukkelijke varens door Harry Roskam

11 juli

21 juni

Open Imkerijdagen

Midzomernacht

25 juni

Wetenschappelijk tekenen Bloemen en bestuiving, door Esmée Winkel

30 juni

Inspiratiedag Zaden, door Wieteke Opmeer

Zomeravondlezing Fruit, Norbert Peeters

14-15 juli

18 juli

Zomeravondrondleiding Tropische smaken uit de Hortus, door Astrid Roquas

23-27 juli

Zomercursus botanisch tekenen, door Anita Walsmit Sachs

25 juli

Start evolutiecursus Van Alg tot Orchidee, door Arend Wakker

27 juli

Science café Granen

28-29 juli

Themaweekeind Granen

38 Hortus botanicus Leiden 2018


AUGUSTUS

SEPTEMBER

OKTOBER

NOVEMBER

DECEMBER

In oktober start het Winterprogramma 2018/2019. Vraag t.z.t. de folder of kijk op www.hortusleiden.nl.

8 aug

Woensdagavondrondleiding Chinese kruidentuin door Marisa Bantjes

12 aug

Zondagwandeling De Boom als biotoop, door Arend Wakker

15 aug Zomeravondrondleiding Tropische smaken uit de Hortus, door Astrid Roquas 29 aug

1-2 sept

Themaweekeind peulvruchten

2 sept

Botanische Tuinen Big Picnic

8-9 sept

Open Monumentendagen en kleine bollenmarkt 9 sept Zondagwandeling De planten van 3 oktober 9 sept Start najaarsserie Museum Jeugd Universiteit

6-9 nov Wintercursus botanisch tekenen, door Anita Walsmit Sachs

3 okt

Hortus gesloten

5 okt

Science café Oogst

9 dec

Zondagwandeling

11 nov

6-7 okt

Themaweekeind Oogst Weekeind van de Wetenschap

7 okt Lezing Oogst van marmer, door Alette Fleischer

Zondagwandeling

24 nov

Wetenschappelijk tekenen Bomen in het najaar, door Esmée Winkel

14 okt Zondagwandeling

Woensdagavondworkshop Kunst met de 27 okt 25-26 juli / 1 - 2 - 8 - 9 augustus 2018 microscoop, door Wetenschappelijk 15 sept Rob van Es tekenen Paddenstoelen, Nacht van Kunst &   door Esmée Winkel Kennis  31 aug  Science café 22-23 sept  peulvruchten Kunstroute Leiden, Bota nische kunst in de Hortus

  24 sept Wetenschappelijk    tekenen Grassen                   

       

      

        zie www.hortusfestival.nl   Voor de programmering              Hortus botanicus Leiden 2018        

39


DJOSER De andere manier van reizen

AZIË AFRIKA MIDDEN-OOSTEN LATIJNS-AMERIKA OCEANIË

DJOSER.NL


Colofon Magazine van de Hortus botanicus Leiden 2018 ‘Hortus Leiden’ is een jaarlijkse uitgave van de Stichting Vrienden van de Leidse Hortus en de Hortus botanicus Leiden. Het magazine wordt kosteloos verspreid onder de Vrienden van de Leidse Hortus. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door printouts, kopieën, of op welke andere manier dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Wij hebben ons best gedaan alle rechthebbenden met betrekking tot beeldmateriaal in deze uitgave te achterhalen. Een ieder die meent dat zijn/haar materiaal zonder voorafgaande toestemming hierin is gebruikt, verzoeken wij vriendelijk om contact op te nemen met de afdeling communicatie van de Hortus botanicus Leiden. Redactie: Annemarie Broersma, Hanneke Jelles, Kees Langeveld, Adri Mulder (hoofdredacteur), Jack Sluijs, Rogier van Vugt Met bijdragen van: David Crauwels, Merel van Haren, Paul Keßler, Margot Lodewijk, Norbert Peeters, John van Ruiten Fotografie: Hans Adema, Hans Clauzing, Jurjen Drenth, Jan Meijvogel, Adri Mulder, Cunie Sleijpen, Petra Sonius, Wim Sonius Illustraties: Esmée Winkel Met medewerking van: Erik Eckhardt, Mia Hopperus Buma, Saskia Jacobs, Dirk Ligtenberg, Gerda van Uffelen, Patricia Vandecasteele Vormgeving: Lagrouw Communicatie, Werkendam, www.lagrouwsc.nl Stichting Vrienden van de Leidse Hortus Bestuur John van Ruiten Voorzitter Mia Hopperus Buma 1ste Secretaris Adri Mulder 2de Secretaris Ton van Zijp Penningmeester Dirk Ligtenberg Public relations en projecten Contact Vrienden en redactie Postbus 9500, 2300 RA Leiden hortusvrienden@hortus.leidenuniv.nl www.hortusleiden.nl onder ‘Steun de Hortus’ Banknummer Vrienden NL68 INGB 0003 9138 13 KvK 41169121

Jadebloem, Strongylodon macrobotrys

Hoe zijn de donaties van de Vrienden van de Leidse Hortus in 2017 besteed? In 2017 heeft de Stichting ruim € 76.000,-- ontvangen aan reguliere bijdragen van vrienden en adoptanten. Ten opzichte van 2016 was dat een toename van ruim € 1.300,--. Daarnaast ontving de stichting privégiften met een bestemmingsdoel. Door deze ontvangsten was het mogelijk een financiële bijdrage te geven voor de organisatie van het midzomernacht feest en de vleesetershow, voor de inrichting van de wintertuin, voor het produceren van een receptenboekje en voor de organisatie van de jaarlijkse Hortus plantenmarkt. Daarnaast is een bedrag ter beschikking gesteld voor het jaarlijkse bomenonderhoud. Tenslotte is een bedrag vrijgemaakt voor de administratieve ondersteuning die de Vrienden krijgen van het Hortusbureau. Ook heeft het bestuur in 2017 besloten een tweetal bedragen te onttrekken uit de reserves die beschikbaar werden gesteld voor de renovatie van de bestrating in de Hortustuin en voor het maken van de nieuwe, fraaie informatieborden in de systeemtuin. Op de website treft u het volledige exploitatie-overzicht 2017 en de balans per 31 december 2017 aan.

Ton van Zijp, penningmeester

Vriend worden? www.hortusleiden.nl onder Steun de Hortus

Hortus botanicus Leiden Rapenburg 73, 2311 GJ Leiden 071-527 51 44 hortus@hortus.leidenuniv.nl www.hortusleiden.nl Voor openingstijden en programmering verwijzen wij u graag naar de website

Ook Plant & eter: de rupsen van de uilvlinder (Caligo memnon) doen zich tegoed aan een bananenblad. [Foto cover achter: Jan Meijvogel] Hortus botanicus Leiden 2018 41


42 Hortus botanicus Leiden 2018


Hortus botanicus Leiden 2018 43


Profile for Govert Lagrouw

Hortus Leiden  

Hortus Leiden  

Profile for lagrouwsc
Advertisement