Issuu on Google+

www . kwintessenstijdschrift . be LOS NUMMER € 7

tijdschrift over design ——— jaargang 24 ——— 4 de trimester ——— 2015

kwintessens 2015 ——— 4 ABONNEMENT € 25

kwintessens

(ON)


INHOUD

01

intro intro intro

03

kort kort kort

06

shoot shoot shoot

13

thema thema thema

64

gespot gespot gespot

65

cases cases cases

80

special special special

VERWACHT

www . lodewijkjoye . be


onverwacht maar doordacht tekst Inge Vranken

Zopas publiceerde Design Vlaanderen in het kader van het Europese SPIDER-project een gids voor het gebruik van service design in publieke organisaties. Het is een mooi vormgegeven boek geworden waarvan het glanzend groene mannetje op de witte cover je al meteen vriendelijk toelacht en je uitnodigt om het boek bij de hand te nemen, het open te slaan en te beginnen lezen. Dit ideogram is niet toevallig, maar geeft duidelijk aan waar service design voor staat: het bedenken of verbeteren van diensten die gebruiksvriendelijk en gewenst zijn, vanuit het perspectief van de gebruiker. Mooi. Zo komen we terecht bij het andere, meer onverwachte, minder grijpbare aspect van design. Een van de cases die als voorbeeld in het boekje wordt beschreven, is het gemeentehuis van Westerlo, een prachtig kasteel daterend van het begin van de vorige eeuw, maar door zijn structuur totaal verouderd, moeilijk toegankelijk en weinig vriendelijk voor de klanten en bezoekers. Het was een van de eerste concrete service design cases waarvoor Design Vlaanderen werd aangesproken. Ik herinner me nog goed ons eerste bezoek aan het gebouw, ondertussen al een paar jaar geleden. Er moest een receptiemeubel komen in de hal en in hun zoektocht naar de geschikte interieurvormgever kwam de gemeente terecht bij Design Vlaanderen. Het leek een op het eerste gezicht eenvoudige ingreep, maar de betrokken ambtenaar was zich goed bewust van de dieperliggende problemen van dit atypische gebouw en zag deze opdracht gelukkig in een ruimer kader. Bij ons bezoek werden we al meteen geconfronteerd met de ontoegankelijkheid van het gebouw. Om te beginnen moest je eerst een hoge steile trap beklimmen om de hal te bereiken. Er was wel een lift achter in het gebouw, maar die was moeilijk te vinden. Zodra je boven kwam, moest je eerst een zware deur openduwen om vervolgens in een hoogst ongezellige hal te belanden. Daar was net een tentoonstelling ingericht met onpersoonlijke standaardpanelen die kriskras waren opgesteld. Achteraan in een zijkamertje zat de receptioniste verscholen. “Vanwege de tocht”, luidde het. En ook de diensten, met de respectieve wachtplaatsen (vanwaar je alle gesprekken aan het loket kon meevolgen), zaten goed verstopt achter gesloten deuren. Onmogelijk om die op eigen houtje te vinden. Wat moet een eerste kennismaking met deze gemeentelijke diensten een hoogst onaangename ervaring zijn geweest voor iedere nieuwe bewoner die zich bij de gemeente diende aan te melden. Bij ons verdere bezoek aan het kasteel werd ons lijstje met

bedenkingen alleen maar langer. Veel ontevredenheid dus, ook bij het personeel. Dat was duidelijk een klus die een interieurarchitect of productdesigner niet alleen kon klaren. Het ging hier al lang niet meer om de vormgeving van een mooi en functioneel receptiemeubel. Het bureau Pars Pro Toto uit Gent kreeg de opdracht. Zij pasten de service design methode toe waarbij ‘de mens’ centraal staat. Ongeveer tien medewerkers van de verschillende afdelingen werden van bij de start betrokken, en samen met hen werden de pijnpunten ontleed en werd gezocht naar mogelijke oplossingen. Ondertussen werden ook de bezoekers en klanten bevraagd. Dat leidde tot een brief met ruimtelijke en operationele voorstellen, waarmee vervolgens in een eerste fase de interieurontwerper aan de slag kon. Ook bij de keuze wie dat zou worden, werden de werknemers nauw betrokken. Leo Aerts (Alinea) uit Geel ontwierp de centrale informatiebalie in de hal, waar alle korte bezoeken meteen konden worden afgehandeld, en richtte een gezellige wachtruimte in met nummersysteem. De bewegwijzering werd leesbaarder en de toegang tot het gebouw gemakkelijker. Met een relatief eenvoudige en kostenbesparende oplossing werd de gelijkvloerse verdieping van het kasteel optimaal aangepast aan haar huidige functies en ook voor het personeel verbeterden de werkomstandigheden. Door zowel het personeel als de klanten er rechtstreeks bij te betrekken, werd dit project door iedereen gedragen en krijgt het veel meer kansen tot blijvend succes. Van dit hele traject ziet de buitenstaander alleen de indrukwekkende balie. Dat ook de dienstverlening verbeterde en samenhangender werd, merk je pas op wanneer je er gebruik van maakt en je de situatie voordien kende. Voor de nieuwe bewoner lijkt het vlotte verloop evident. Die beseft niet dat hier een heel cocreatief proces aan voorafging. Of het nu gaat om de ontwikkeling van een product of van een dienst: hoe doordachter het is en hoe meer rekening er wordt gehouden met alle noden en wensen van de betrokken personen, hoe tevredener mensen zullen zijn, ook al zullen ze het minder opmerken. Het klinkt contradictorisch. We staan vaker stil bij negatieve ervaringen en uiten dan manifest ons ongenoegen. Als we te lang moeten wachten op een vergunning of een mooi meubel moeilijk te monteren valt, dan zal iedereen het weten. Maar wat met vlot lopende diensten en stevige of gemakkelijk hanteerbare producten? Vaak voelen die aan als evident en sta je er niet bij stil. Hoe beter vormgegeven hoe minder last je ondervindt. Het zijn deze producten (en diensten)

DESIGN

intro intro intro


COLOFON nummer 4 / jaargang 24

Redactie Steven Cleeren, Christian Oosterlinck, Annelies Thoelen, Mies Van Roy

Werkten mee aan dit nummer

die de kwaliteit van goed design uitdragen, en dan gaat het al lang niet meer over een esthetisch discours. Daarom is de uitspraak op bladzijde 5 van diezelfde gids voor service design ‘Vergeet hierbij even uw connotaties van design met dure Italiaanse meubels!’ nogal kort door de bocht. Natuurlijk zijn er ook de zeer dure en exclusieve interieurobjecten. Daar bestaat een markt voor. Maar design is veel meer dan dat! Ik zie de Tupperware-, Jori- en Samsonite-ontwerpers, en al diegenen die user-centered ideeën en producten ontwikkelen al steigeren als ze zoiets lezen: alsof productdesign alleen bestaat uit dat segment voor een exclusieve markt. Ook productdesigners volgen vaak gelijkaardige trajecten als bij service design. Hoe zou Bob Daenen bij Tupperware in de jaren 70 anders op het idee zijn gekomen om de succesvolle stapelbare bewaardozen te ontwerpen? Ook hun bekende ‘houseparty’s’ waren niet zonder reden … Zo lang bestaan gelijklopende user-centered processen vooraleer aan het eigenlijke ontwerpen ook maar wordt gestart. En laten we eerlijk zijn. Aan deze kwaliteitsvolle en duurzame producten hangt vaak een hoger, maar verantwoord prijskaartje vast. Maar goed, we vergeven de auteurs dit kleine schoonheidsfoutje. Het boekje is een handige handleiding voor alle ambtenaren die mee willen nadenken over de ontwikkeling van ‘relevante, effectieve en efficiënte diensten’ en voor dit proces externe begeleiding zoeken. Goed design is in zekere zin altijd onverwacht. Vooral de creativiteit en inventiviteit zorgen voor het verrassende element: het nieuwe, de voorheen ongekende oplossing. Jawel, in een ideale wereld waar alles is ontwikkeld voor en door de mens, en er out of the box wordt gedacht, is het aangenaam en comfortabel leven. En dat willen we allemaal. De beleving is van cruciaal belang geworden. Daarom wordt design tegenwoordig zo hoog ingezet in nichesectoren als gezondheidszorg, sport, muziek, enzovoort. Wie had gedacht dat Tomorrowland vooral een design- en minder een muziekverhaal is? Je leest er alles over in dit nummer, waarin je prachtige voorbeelden vindt die jong of oud, arm of rijk, geschoold of ongeschoold, gezond of ziek, zelfredzaam of behoeftig, doen beseffen hoe design alom aanwezig is in het eigen leven en hoe belangrijk de (co)creatieve aanpak wel is in een probleemoplossend proces. Hoe design niet alleen een economische meerwaarde biedt, maar vooral bijdraagt tot een menswaardiger bestaan. Dat op zich weer kostenbesparend werkt. En zo is de cirkel rond.

Natasja Admiraal, Hilde Brepoels, Louise De Brabandere, Christophe De Schauvre, Steven Graauwmans, Elien Haentjens, Roel Jacobus, Cathérine Ongenae, Lut Pil, Tommy Thijs, Goele Tielens, Kurt Vanbelleghem, Hannes Vandenbroucke, Inge Vranken

Shoot Filip Vanzieleghem

Tekstcorrectie Schrijf.be

Ontwerp Lodewijk Joye

Druk Stevens Print

Redactieadres Design Vlaanderen — Kwintessens Kanselarijstraat 19, 1000 Brussel, T +32 (0)2 227 60 60, info@designvlaanderen.be www.designvlaanderen.be www.designvlaanderen.be/kwintessens  www.facebook.com/kwintessens www.kwintessenstijdschrift.be

ISSN 07791534 Verantwoordelijke uitgever: Bernard De Potter, Koning Albert II-laan 35 bus 12, 1030 Brussel. Abonnementen kunnen besteld worden op www.kwintessenstijdschrift.be. Losse nummers kunnen besteld worden op www.kwintessenstijdschrift.be/los. Adreswijzigingen worden gemeld op het redactieadres. Niets uit deze uitgave mag worden gebruikt zonder toestemming van de uitgever. © Design Vlaanderen Alle adressen van designers, kunstenaars, galeries e.a. kunnen bij Design Vlaanderen verkregen worden.

02 intro intro intro


HENRY VAN DE VELDE AWARDS & LABELS 2015 Noteer alvast in uw agenda dat de uitreiking en de opening van de tentoonstelling van de Henry van de Velde Awards & Labels 2015 plaatsvindt op woensdag 13 januari 2016 in BOZAR Paleis voor Schone Kunsten in Brussel. Naast de uitreiking van de Henry van de Labels, die in september al werden bekendgemaakt, worden de laureaten van de Henry van de Velde Award voor Loopbaan, Bedrijf, Jong Talent, de Publieksprijs en de OVAM Ecodesign Awards bekendgemaakt. Het werk van alle winnaars wordt tentoongesteld in BOZAR tot 20 maart 2016. Inschrijven kan op www.henryvandevelde.be www.designvlaanderen.be

NIEUWE CAPPELLINI-SHOP Begin november opende in Asse de grootste Cappellini-winkel van België, die werd geopend door Giulio Cappellini zelf. Het Italiaanse designmerk Cappellini staat wereldwijd bekend om zijn hedendaags, avant-gardistisch design. Het werkt daarvoor samen met zo’n zeventig topdesigners wereldwijd. Fabio Novembre, Marcel Wanders, Ora ïto, Alessandro Mendini en Jean-Marie Massaud, Shiru Kuramata, Marc Newson, en onze Belgische Sylvain Willenz zijn maar enkelen uit de lijst. Vele stukken uit de collectie werden al snel designiconen die vandaag te zien zijn in musea overal ter wereld: het Victoria & Albert Museum in Londen, het MoMA in NY en het Centre Pompidou in Parijs.

Bramah Lamps, Michael Young voor EOQ. Foto © Michael Young LTD

AL(L) — PROJECTS IN ALUMINUM BY MICHAEL YOUNG

RADICAL DESIGN: CREATE MEANINGFUL STUFF

Voor Michael Young, Britse ontwerper met een studio in Brussel en Hongkong, is experimenteren een manier van werken, en onderzoek naar verschillende materialen en technieken is zijn grootste passie. In Azië heeft hij meer dan tien jaar de meest geavanceerde en gesofistikeerde processen uitgetest. Vooral zijn aluminiumprojecten vallen op door hun unieke karakter en gedurfde benadering. De tentoonstelling AL(L) — Projects in Aluminum by Michael Young in Grand-Hornu legt de nadruk op aluminium, waarbij naast Youngs werk, ook werk van andere designers wordt getoond die net als hij op een opmerkelijke manier met aluminium werken. De tentoonstelling AL(L) loopt van 31 januari tot 29 mei 2016 in CID in Grand-Hornu.

Eind vorig jaar werd Johan van Mol partner in de Studio Peter Van Riet. Vanuit hun verschillende achtergrond startten Van Riet en van Mol een discussie over hun visie op design en innovatie. Hoe creëren we betekenisvolle producten en diensten? In onze geconnecteerde wereld is het duidelijk dat we selectiever moeten zijn. We moeten kiezen voor producten en diensten, die een waarde betekenen in het leven, die onze planeet niet belasten, en die onze creativiteit en intelligentie stimuleren. Maar waarom is het zo moeilijk om echt iets betekenisvols te creëren? Veel van de creatieprocessen zijn achterhaald, omdat ze zijn ontstaan vanuit traditioneel industrieel denken. Om betekenisvolle producten en diensten af te leveren dient alles te worden herbekeken. Creativiteit moet de traditionele innovatieprocessen uitdagen. Maar alleen creativiteit volstaat niet. Het nieuwe ontwerpen bestaat uit het linken van creativiteit met een slim businessmodel. Het resultaat van deze discussie bundelen Van Riet en van Mol nu in een boek Radical Design: Create Meaningful Stuff. Verkrijgbaar vanaf midden januari.

www.cid-grand-hornu.be

www.studiopetervanriet.com

www.as44.be

Candy Shelves, Sylvain Willenz voor Cappellini. Foto: SWDO

KORT

03 kort kort kort


LPC, Maarten Van Severen. Foto © Art & Design Atomium Museum

ART & DESIGN ATOMIUM MUSEUM [ADAM] We hebben het al lang aangekondigd, maar nu is het zover. Op 11 december 2015 opent het ADAM zijn deuren. Het Atomium breidt zich uit buiten de bollen, naar het gebouw van de nabije Trade Mart, op een oppervlakte van maar liefst 5 000 m². Een centrale plaats in het museum heeft de uitzonderlijke Plasticarium-collectie. In het museum zal ook design en kunst uit de 20ste en 21ste eeuw worden tentoongesteld: 2 000 stuks van dagelijkse voorwerpen tot kunstwerken van internationale designers en plastische kunstenaars zoals César, Arman, Joe, Colombo, Verner Panton, Evelyne Axell en Maarten Van Severen. www.adamuseum.be

Many & Deliberated, Monika Patuszynska

UNE CERTAINE IDÉE DE LA CÉRAMIQUE BELGE In La Piscine in het Franse Roubaix loopt tot 31 januari 2016 de tentoonstelling Une certaine idée de la céramique belge. De kunstenaars in deze tentoonstelling bewandelen resoluut en vrij het pad van het surrealistische, extravagante … met een mystieke toets. Verhalen doordrongen van poëzie en vaak doorspekt met zwarte humor. Ook wanneer het werk zich op het eerste gezicht leent voor een klare sociale analyse, is een pirouette nooit ver weg, wordt de kijker op het verkeerde been gezet en uitgenodigd om over het werk na te denken. Anne Leclercq, directrice van World Crafts Council — Belgique Francophone, en Sylvette BotellaGaudichon van La Piscine maakten de selectie van de deelnemers: Caroline Andrin, Philippe Brodzki, Trees De Mits, Vincent Kempenaers en Catherine Delbruyère, Anne Lenaerts, Yves Malfliet, Peggy Wauters en Fabienne Withofs. De tentoonstelling kadert in het programma van Mons 2015, Culturele Hoofdstad van Europa.

TRIËNNALE VOOR TOEGEPASTE KUNST Tot 10 januari 2016 loopt in de Anciens Abattoirs van Mons de Europese Prijs voor Toegepaste Kunsten, een organisatie van World Crafts Council — Belgique Francophone. Het is de derde editie van deze triënnale. 78 ontwerpers uit 18 Europese landen werden geselecteerd. De tentoonstelling geeft een mooi overzicht van juweel- en textielkunst, keramiek-, glas-, meubel- en andere toegepaste kunst in Europa. Er werden prijzen uitgereikt aan Monika Patuszynska (Prix Maître d’Art), Patrícia Domingues (Prix Jeune Talent) en Tiphaine Lemonnier (Prix Mons 2015). Een extra reden voor een bezoek aan Mons is de tentoonstelling Omnia Vanitas. Op dezelfde site en in Galerie Koma actualiseren ontwerpers en kunstenaars dit klassieke thema naar een tijdperk van spitstechnologie en overconsumptie. www.wcc-bf.org

www.roubaix-lapiscine.com Skin Game Trophy, Caroline Andrin

KORT

kort kort kort

TEXTIELKUNST 2016 X9 TEGENDRAADS TEXTIEL Het Provinciaal Domein Dommelhof, cultuurcentrum Palethe en de Bibliotheek Neerpelt bundelen hun krachten om negen kunstenaars te presenteren aan het publiek: Naomi Kerkhove, Anita Evenepoel, Elif Korkmaz, Isabel Tesfazghi, Geertje Indeherberg, Walter Daems, Hélène De Ridder, An Lanckman en Kristien Laermans. De ‘negen’ geven een overzicht van wat textielkunst de dag van vandaag betekent. Ze schuwen geen van allen het experiment. Ze nemen het begrip textiel in zijn ruimste betekenis en dagen het materiaal zelf uit: ze snijden, branden, plooien, printen, filmen en beeldhouwen. Nieuwe technologieën worden met grote vanzelfsprekendheid aangewend. De tentoonstelling loopt van 6 december 2015 tot 21 februari 2016 op de 3 deelnemende locaties.


URBANLEAFS WINT OVAM ECODESIGN AWARD VOOR STUDENTEN Op 30 oktober 2015 maakte de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij de winnaars van de OVAM Ecodesign Award voor studenten 2015 bekend. Eva Florizoone van Universiteit Antwerpen gaat met de hoofdprijs naar huis voor haar ontwerp UrbanLeafs. Het uitsterven van de bij bedreigt onze samenleving, want 70 procent van onze landbouwgewassen hangt af van de bestuiving door bijen. UrbanLeafs zocht een oplossing en speelt in op de twee elementaire overlevingsfactoren van de bij: voedselvoorziening en nestgelegenheid. Het natuurdak bootst de natuurlijke habitat voor bijen in een stedelijke omgeving na. Daarnaast biedt de service een transfer van de stad naar het platteland. Zo kunnen gezonde, gekweekte bijen hun oorspronkelijke rol als bestuiver van onze landbouwgewassen opnieuw vervullen. De tweede winnaar in de categorie ‘eindwerken’ is Sebastian Bossuyt. In de categorie 'jaarwerken' gaat de eerste prijs naar Lisa Vromman en de tweede prijs naar Paulien Callewaert, Kristof De Hulsters, Jonas Beirnaert, Maarten Werbrouck en Adriaen D’hoedt. De publieksprijs gaat naar Zoë Vanderstraeten. www.ecodesignlink.be

Bookbox, Sofie De Leener

Alice, Kristel Peters

ADDITIVE DESIGN CHALLENGE

Turbulent, Geert Slachmuylders

De Additive Design Challenge, een wedstrijd die ecodesign en additive manufacturing met elkaar kruiste, maakte zijn vier laureaten bekend. Aan de hand van een coaching- en selectietraject werden de beste concepten gekozen, bijgeschaafd en versterkt. De jury koos vier laureaten die tonen hoe 3D-printing relevant kan zijn voor mens en planeet, en dat de technologie meer in zijn mars heeft dan gadgets. AbsorbLight van Bruno Vereecke is een akoestische verlichting met een dubbele functie: ze versterkt het geluid van de gesprekken eronder en absorbeert het geluid van de omgeving. De akoestische eigenschappen van AbsorbLight vereisen een complexe structuur, die via 3D-printing kan worden gerealiseerd. Alice van Kristel Peters is een modulaire high fashion schoen. De kern is op maat gemaakt en ge-3D-print voor het leven, de

bekleding is vervangbaar volgens de noden of smaak van het moment. De modulaire schoen is een statement tegen, en een mogelijk antwoord op de immense afvalberg die fast fashion creëert. Bookbox van Sofie De Leener biedt het antwoord op de vraag hoe blinde en slechtziende kinderen de magie van een illustratie kunnen beleven. De ge-3D-printe box bestaat uit een audioverhaal, een uitgeschreven versie van het verhaal en ge-3D-printe voelpanelen waardoor ze de verhalen in de volle diepte kunnen ontdekken. Turbulent van Geert Slachmuylders is een kleinschalige waterkrachtturbine. Ze gebruikt de stroom van een rivier om een draaikolk te creëren die een generator aandrijft, waardoor het waterkrachtstroom kan leveren aan afgelegen gemeenschappen, met minimale impact op het ecosysteem van rivieren. De complexe turbine wordt met algoritmes ontworpen en ge-3D-print voor een maximaal rendement. challenge.plan-c.eu

UrbanLeafs, Eva Florizoone

AbsorbLight, Bruno Vereecke

kort kort kort

KORT


fotografie Filip Vanzieleghem, met dank aan Steve Jakobs

Voor deze reeks liet fotograaf Filip Vanzieleghem zich inspireren door natuurlijke elementen. Hij haalde bij elk object visuele inspiratie uit de natuur, die staat voor het ‘non-design’ dat ons omringt.  06 shoot shoot shoot


(non ———) design

07 KEPIII, kapstok  Noro Khachatryan


08 Arc, stoel  Cas Moor voor De Zetel


09 Tbag EVE, handtas  Dominique Dufait


10 Connected, stoffencollectie  Lotte Martens


11 John Snow, lamp  Shapetown


12 Vloed, schaal  Studio Segers voor PER/USE


(ON) VERWACHT DESIGN In dit nummer belichten we design in domeinen waar u dat misschien niet onmiddellijk verwacht. U leest meer over het ontwerpen van sportartikelen, verpakkingen voor geneesmiddelen, muziekinstrumenten, industriële machines en luxeproducten. 13 thema thema thema 


Daarnaast wordt dieper ingegaan op design binnen wetenschap en op nieuwe begrippen als gamification, policy design en experience economy.

15

40

China importeert westerse designexpertise

instrumenten voor oog en oor

hoe Joeri De Vriesere van Belgisch ontwerper uitgroeide tot productconsultant in Azië

Gus Guitars, Fab Guitars, Deneys Violins, DK Drumworks en Exclusive Drums aan het woord

Elien Haentjens

Roel Jacobus

19

46

een nieuwe wind in het Vlaamse designlandschap

maatwerk, raffinement en pure luxe

user-centered ontwerpen van beleid door policy design

een gesprek met ontwerpers Frank Sveid, Benoît Mintiens en Arman Fissette

Annelies Thoelen

Natasja Admiraal

23

50

een overdosis minimalisme

scoren met design

over de vormgeving van verpakkingen voor geneesmiddelen

deze Belgen bewijzen dat sport en design wel matchen

Steven Cleeren

Goele Tielens

31

58

het leven is een spel

toegevoegde waarde van design binnen wetenschap

hoe gamification ons dagelijks leven binnensluipt

een interview met Ministry of Mass en Socialmatter

Tommy Thijs

Kurt Vanbelleghem

35 het summum van experience economy

14

Tomorrowland Cathérine Ongenae

thema thema thema 


Straatveger (concept), Adams International

China importeert westerse  designexpertise hoe Joeri De Vriesere van Belgisch ontwerper uitgroeide tot productconsultant in Azië tekst Elien Haentjens

15 thema thema thema 


Via zijn omgeving en zijn studie industrieel ontwerp kwam Joeri De Vriesere terecht in een heel aparte wereld, namelijk die van de zware industriële machines. De Vriesere voelde zich er als een vis in het water, en leidt intussen een bedrijf met meer dan tien werknemers. Niet in België, maar in China. En niet langer als ontwerper, maar als consultant en marketingspecialist. Een gesprek

Joeri De Vriesere

over deze onverwachte carrièrewendingen.

“Na mijn studies industrieel ontwerp aan de Hogeschool WestVlaanderen in Kortrijk, begon ik te werken bij Indumo. Dat bedrijf uit Meulebeke is gespecialiseerd in de productie van grote carrosserieonderdelen in kunststof voor onder meer tractoren en bulldozers. Toen ik er begon, was het hip om metaal meer en meer te vervangen door plastic. Zo ben ik in de wereld van de grote industriële machines gerold”, begint Joeri De Vriesere. “Al heeft de omgeving waarin ik opgroeide die keuze wellicht ook beïnvloed: mijn vader was verdeler van dat soort machines. Van jongs af aan kwam ik er dus mee in contact.” Terwijl De Vriesere bij Indumo werkte, zette hij ook zijn eigen bureau op. Als freelance-ontwerper werkte hij voor verschillende

westerse constructeurs. “Rond 2 000 zetten die bedrijven een voor een stappen op de Aziatische markt. Vervolgens verhuisden ze stilaan ook een deel van hun productie, en — vanwege de loonkosten — zelfs een stukje van de R&D. Zo heb ik mijn blik ook voorzichtig op het Oosten gericht, en ben ik langzaamaan begonnen met de uitbouw van een netwerk. In 2010 ben ik voor het eerst naar China geweest. Dat bleek een goede keuze, want toen de crisis rond 2011 en 2012 toesloeg in Europa, trok de hele sector naar daar. Aangezien ik altijd zeer internationaal heb gewerkt, had ik daar persoonlijk weinig problemen mee. Al moest ik me in het begin natuurlijk wel aanpassen aan de cultuur.”

16 thema thema thema 


CENTRAAL GESTUURDE ECONOMIE

Toch kent ook China intussen een terugval. Al relativeert De Vriesere dat meteen. “Twee jaar geleden was alles er mogelijk. The sky was letterlijk the limit. Nu is er inderdaad een dipje: de economische groeiverwachtingen zijn bijgesteld van 10 naar 6 procent. De overheid investeert iets minder in nieuwe infrastructuurprojecten, en de beurs heeft zich de laatste maanden gecorrigeerd. Maar 6 procent is nog altijd zeer veel, en tegen 2020 wordt een verdubbeling van de economie verwacht. Dus van een echte crisis is zeker nog geen sprake. Bovendien is alles dankzij de planeconomie steeds op voorhand gefinancierd. En heeft China goeie banden met Rusland en Afrika, waar er heel wat werk aan de winkel is.”

WESTERSE LEEST In het laatste vijfjarenplan van de Chinese overheid stond een bijzondere doelstelling. China wil niet langer de fabriek van de wereld zijn, maar zelf zijn R&D-kwaliteiten uitbouwen. “Met dat doel voor ogen worden scholen opgericht, en ben ik zelf bijvoorbeeld al meermaals gevraagd om les te geven. Want vaak

Motorkap voor wiellader (concept), Adams International

Intussen werkt De Vriesere 90 procent van zijn tijd voor Azië, en heeft hij in Shanghai een bedrijf, Adams International, met een twaalftal werknemers. Zowat de helft van de tijd werkt hij voor XCMG, de vijfde grootste producent van industriële machines ter wereld met hoofdzetel in Xuzhou, een stad tussen Shanghai en Peking. “Tot nu toe maakte het bedrijf vooral machines voor de lokale markt. Aan de ene kant omdat die markt nu eenmaal erg groot is. China is nog altijd de tweede economie ter wereld, en als Chinezen vandaag beslissen om 30 000 kilometer spoorweg aan te leggen, dan beginnen ze er bij wijze van spreken morgen aan. En dan liggen die sporen er een jaar later ook daadwerkelijk. Die snelle werkwijze is mogelijk dankzij de centraal gestuurde economie.” “Ook Xuzhou is daar een mooi voorbeeld van. Niet alleen XCMG, maar ook bedrijven als Caterpillar en Liebherr zijn er gevestigd, en de stad is echt rond en voor deze fabrieken gebouwd. Intussen wonen er zo’n zes miljoen mensen. Het is een beetje een vreemde stad, het lijkt wel een soort SimCity.”

17 thema thema thema 


Cabine, Adams International voor XCMG

kopen Chinese bedrijven state-of-the-arttechnologie, maar kunnen ze er zelf niet mee werken. En dus hebben ze westerse consultants nodig. Daarnaast hebben ze ons ook nodig om hun producten te kunnen aanpassen aan de westerse normen en waarden. Zo heb ik voor XCMG een cabine ontworpen die kan worden gebruikt op een wiellader (een machine om bijvoorbeeld zand in een vrachtwagen te scheppen, red.). Hoewel de vernieuwing vanuit westers standpunt relatief beperkt is, betekende dit ontwerp voor het bedrijf een ware revolutie. Want om te kunnen voldoen aan de westerse normen, hebben ze heel hun motoren-afdeling moeten herstructureren. Vroeger voldeden hun motoren maximaal aan de Tier 2-norm, terwijl in de westerse wereld Tier 4 wordt gehanteerd. De machines mochten Europa dus gewoonweg niet binnen omdat ze te vervuilend waren. Bovendien voldoet dit toestel nu ook aan de westerse veiligheidsnormen door de integratie van een roll over protective structure (ROPS, of bescherming door middel van buizen of een overkapping voor de bestuurder van een industrieel voertuig mocht dat voertuig omvallen of over de kop gaan, red.) en hebben we sterk ingezet op de recyclage, door bijvoorbeeld geen plastic op staal te verlijmen en gebruik te maken van recyclaten. In totaal vroeg deze nieuwe manier van werken toch een investering van zo’n drie à vier miljoen euro, en hebben we een kleine twee jaar aan dit project gewerkt. Die totaalaanpak heeft meteen resultaat opgeleverd: in november 2014, tijdens Bauma China, de grootste beurs voor industriële machines in China, kreeg XCMG heel wat aandacht van nationale en — in dit geval belangrijker — internationale consumenten.”

MENTALITEITSWIJZIGING Langzaamaan ontstaat in China dus ook het besef dat productontwikkeling niet losstaat van het hele proces eromheen. “Chinezen weten perfect hoe ze moeten produceren, maar niet hoe ze een product moeten vermarkten. Voor hen is dat iets totaal nieuw. Lange tijd werd gedacht dat als een product er goed zou uitzien, het ook wel zou verkopen. Dat je bij wijze van spreken gewoon de kleur moest aanpassen om een nieuwe markt aan te boren. Maar dat is niet langer zo. Een product moet ook innovatief zijn, beantwoorden aan een vraag van de markt en passen binnen de algemene waarden van een bedrijf. De stijl moet die waarden reflecteren. Bovendien heeft elke markt zijn eigen noden en gebruiken, en moet je daar als bedrijf op inspelen.” “Dat er dringend nood is aan die mentaliteitswijziging, beseffen steeds meer Chinese firma’s. Al vinden ze het erg moeilijk om hun waarden te formuleren. Een briefing in Azië houdt daarom vaak maar enkele zinnen in, terwijl dat in Europa al gauw vijftig pagina’s zijn. Daarom noem ik mezelf tegenwoordig een ‘productconsultant’, en geef ik vooral advies over aspecten als de noden van de markt, de productie, vormgeving, duurzaamheid, marketing en communicatie. Het ontwerpen zelf besteed ik steeds meer uit aan ontwerpers uit heel Europa. Want een goed product ontwerpen, is veel meer dan de styling die door één individu kan worden gedaan, het is echt teamwerk. Nu de Chinezen dat meer en meer beseffen, ligt de weg open om hun ambitie om de westerse markt te bespelen ook te realiseren.” www.adams-international.com

18 thema thema thema 


een nieuwe wind in het Vlaamse designlandschap user-centered ontwerpen van beleid door policy design tekst Annelies Thoelen

Policy design, of het ontwerpen van beleid, is een relatief nieuwe en onbekende discipline in het designspectrum. De methode maakt gebruik van design thinking, en overlapt dus met vele technieken van service design. Staat er, net nu het Vlaamse service design landschap tot volwassenheid is gekomen, een nieuwe designgolf voor de deur? In hoeverre is policy design echt nieuw? En wat is dan precies het verschil met service design? Kwintessens zocht het voor u uit.

19 thema thema thema 


Policy design is een nieuwe immateriële designdiscipline. Zo nieuw, dat er tot het ter perse gaan van dit artikel geen Wikipedia-informatie over te vinden valt. En dat kan tegenwoordig al tellen. Nochtans is policy design in de huidige ‘mondige’ maatschappij onontbeerlijk, en kan het beleidsmakers helpen om het draagvlak van hun werk te versterken. Reculer pour mieux sauter: eerst is het belangrijk om te begrijpen wat een beleid eigenlijk inhoudt. Beleid is het resultaat van de inspanningen van een overheid om gedrag dusdanig te veranderen dat het een beoogd maatschappelijk resultaat zal opleveren. Op het eerste gezicht lijkt het misschien wat vergaand om het ontwikkelen van beleid ook te zien als design. Maar net zoals een product of een dienstverlening, kan ook een beleid doordacht worden ontworpen. Met ‘doordacht ontworpen’ wordt meestal een mix van een holistische en user-centered aanpak bedoeld, waarbij dus zowel een gehele context als de specifieke gebruiker aandacht krijgt.

MEER EFFICIËNTIE, EFFECTIVITEIT EN DEMOCRATIE DOOR POLICY DESIGN Policy design is daarbij vooral een kwalitatieve (in tegenstelling tot kwantitatieve) methode. Inzichten in drijfveren en motivaties van gebruikers verzamelen, is belangrijker dan statistisch relevante big data. Het creëren van een ideale mix van beleidsinstrumenten die vooral de eindgebruiker tevreden stelt, wordt bij policy design dan ook vooral bekomen door een doorgedreven gebruik van cocreatie. Dat maakt policy design tot een goede methode om zowel de doeltreffendheid en draagkracht voor bepaalde nieuw ontworpen beleidsbeslissingen te vergroten. De meest belangrijke voor- en tegenstanders zitten namelijk mee aan tafel, en zoeken samen naar een creatieve invulling van het voorliggende vraagstuk. Dat komt niet alleen de efficiëntie en effectiviteit (en dus de vooruitgang) van veel beleidswerk ten goede, maar ook de gehele democratische waarden die daaraan ten grondslag liggen. Overheidsbeleid wordt namelijk niet zelden op de korrel genomen. Kritieken als een gebrek aan democratie, geen credibiliteit, een druk op overheidsmiddelen, en het uitblijven van het aanpakken van wicked problems zijn daarbij vaak gehoord. Initiatieven zoals de G1000 en het Burgerkabinet van minister Sven Gatz spelen hier al op in door creatieve burgers met een mening in het beleidsproces te betrekken. Dit zijn helaas uitzonderingen, en vaak voelt de burger zich erg ver verwijderd van alles wat er in overheidskringen wordt beslist. Het idee leeft dat politici en ambtenaren hun eigen gang gaan en weinig rekening houden met de reële vragen van de burger. Het aanvechten van bepaalde beslissingen of maatregels via sociale media, lobby- en openbare actiegroepen lijkt dan ook meer regel dan uitzondering te worden. Dat komt omdat beleid in veel gevallen nog steeds top-down wordt ontworpen. Het is klassiek het domein van een clubje beroepspolitici, beleidsvoorbereiders in administraties, en van specialisten op verschillende politieke kabinetten. Het spreekt echter voor zich dat een bottom-up oplossing, die gecocreëerd werd met vele stakeholders, in theorie de meeste kans op slagen heeft. Die zal namelijk per definitie een meer diverse blik op de situatie

werpen, een blik die outside the box gaat. Bovendien zal deze oplossing redelijkerwijs ook meer gedragen worden door net die stakeholders die haar zelf hebben aangedragen, en zal het dus ook makkelijker zijn om ze uiteindelijk uit te voeren.

WORDT POLICY DESIGN AL IN DE PRAKTIJK GEBRACHT? Dat klinkt allemaal mooi. Maar policy design vindt helaas voorlopig vooral ingang in academische milieus waar wereldwijd slechts een handvol onderzoeksgroepen zich richten op het ontwerpen van beleid. Aan de Simon Fraser University in Vancouver (Canada) bijvoorbeeld, maar ook aan de Harvard Kennedy School of Government (VS) waar een twintigtal onderzoekers zich buigt over dit thema. Prof. Asim Khwaja van het departement Evidence for Policy Design vertelt: “Policy design is een cyclisch proces. Het begint meestal met het ontdekken en definiëren van een probleem, waarna er wordt gezocht naar de onderliggende factoren die een bepaald probleem creëren of beïnvloeden. Pas daarna wordt er overgegaan tot het ontwerpen, het testen en verfijnen van die oplossing.” Policy design volgt dus qua structuur ruwweg ook de Double Diamondmethode, gelijklopend aan de aanpak van product en service design. De kloof tussen de academische wereld, die de voordelen van policy design wetenschappelijk kan bewijzen, en beleidsmakers, die dat in de dagelijkse praktijk moeten brengen, is helaas vaak nog groot. Prof. Khwaja zegt hierover: “We weten dat academisch onderzoek vaak niet wordt gelezen door beleidsmakers. Het is niet altijd toegankelijk voor hen. Om policy design meer ingang te doen vinden, werken wij daarom nauw samen met de beleidsmakers zelf. Zij zitten bijvoorbeeld aan tafel met ons wanneer wij werken aan pakweg een dataverzameling. Zo kunnen zij praktisch zien wat policy design als een methode kan doen, zonder het bewijs te moeten gaan opzoeken in ons academische werk.”

POLICY DESIGN IN VLAANDEREN In Vlaanderen is Alain Denis, partner bij Yellow Window, een van de meest ervaren professionals op het vlak van policy design. Hij vertelt ons over zijn praktische ervaringen: “Policy design is redelijk nieuw. Ik denk dat het ongeveer tien jaar bestaat in deze vorm, en de ontwikkeling is nog altijd bezig. Het wordt vaak gekoppeld aan e-government en de digitalisering van dienstverleningen, maar dat hoeft zeker niet uitsluitend zo te zijn. De pioniersinitiatieven in Europa, MindLab in Denemarken en het werk van La 27e Région in Frankrijk, zijn beide niet vertrokken vanuit digitalisering, maar wel van de potentiële sociale impact en de toegevoegde waarde van creativiteit voor een innovatie van beleid.” Wanneer we Alain Denis vroegen naar het verschil tussen service design en policy design vertelt hij: “De grens tussen service design en policy design is moeilijk te definiëren, maar de methode is eigenlijk dezelfde. Het is in se design thinking toegepast op beleid, waardoor wat wordt ontworpen diepgaand rekening kan houden met de ervaringen van de gebruiker. Policy design gaat er ook van uit dat er bij stakeholders veel

20 thema thema thema 


kennis zit die je kunt gebruiken bij het ontwerpen van beleid. Dan gaat het ook over beleid op alle niveaus, van een eenvoudige maatregel tot een volledige wetgeving. Het werkelijk disruptief veranderen van een beleid, zoals er vaak met een dienstverlening wordt gedaan, is er niet dikwijls bij. Het gaat, omdat de problemen net complex zijn, toch meestal over een herwerking en optimalisering van wat er al bestaat. Bij policy design wordt ook wat vaker dan bij service design het proces ingekort. We zien bijvoorbeeld nu soms het gezamenlijk opstellen van een set persona’s voor het uitvoeren van verschillende taken binnen een administratie. Als designer zou ik zeggen: dat is spijtig, ze gebruiken de techniek niet volledig, het is maar één aspect. Maar aan de andere kant is dat een waardevol instrument, en het feit dat beleidsmakers daarvoor openstaan is op zich al heel goed.” Dat policy design een volledig nieuwe manier van doen is, die de oude top-down manier van beleid maken volledig kan vervangen, daar gelooft Denis niet in: “In Vlaanderen wordt nu al vaak naar een consensus gezocht, in dialoog met de stakeholders. Policy design biedt inderdaad een aantal technieken die de participatie kunnen verbeteren. Maar design draait toch vooral om cocreatie en het actief zoeken naar oplossingen. Dat betekent dat het nooit een echte politieke dialoog — waarin standpunten worden ingenomen en verdedigd — kan vervangen. Voor een policy design traject werk je namelijk met creatieve, niet noodzakelijk met representatieve mensen. Policy design is dus een complementaire techniek. Het gaat vaak op zoek naar hoe een beleid kan worden uitgevoerd, als bijvoorbeeld de bevoegde minister al een aantal fundamentele beslissingen heeft genomen.”

MOBILITEIT IN DE WESTHOEK: POLICY DESIGN IN DE PRAKTIJK Momenteel leidt Alain Denis een project rond het herdenken van de mobiliteit in een regio met vervoersarmoede, vergrijzing en een sterk verspreide bebouwing: de Westhoek. Samen met Westhoekoverleg, De Lijn, Fietsbereid Vlaanderen en VVSG wil Design Vlaanderen met dit project de waarde van policy design aantonen om wicked problems, zoals mobiliteit in een bepaalde context, aan te pakken. Deze case is een complex kluwen van verschillende in elkaar hakende (ruimtelijke, sociale, demografische, economische en ecologische) factoren, en kan dus onmogelijk met een enkele rechtlijnige oplossing worden aangepakt. Policy design is een goede methode om het geheel holistisch te bekijken en na grondige studie, cocreatie en oplossingsdesign een aantal mogelijke pistes voor te leggen aan beleidsmakers. De uiteindelijke bedoeling is dan ook om een coherente visie op mobiliteit in de Westhoek te ontwikkelen, waarbij openbaar vervoer maar één aspect van de oplossing is. Dit pilootproject rond policy design in Vlaanderen is eind 2014 van start gegaan, en verwacht concrete resultaten aan het einde van 2015. Het project zit momenteel in de test- en validatiefase. Alain Denis: “De manier waarop beleid in se wordt ontworpen, is dat je eigenlijk een aantal opties op tafel legt en dan vergelijkt. Dat is opnieuw een verschil met service design, waarbij je komt met een oplossing die je dan gaat testen. In het project rond landelijke mobiliteit zijn er verschillende scenario’s, elk met een aantal instrumenten, een kostprijs en impact. Die zullen we nu opnieuw voorleggen aan de beleidsmakers. Je zit dan automatisch in een onderhandelingspositie, want sommige scenario’s zijn provocatief, of politiek niet

Infografiek met potentiële beleidsopties

21 thema thema thema 


Een nieuw idee van dienst uitleggen aan de hand van gebruikersverhalen

gewenst. Die remmingen vanuit de beleidsmakers moeten eerst worden weggewerkt, voordat je verder kunt. De testfase is dus minder concreet bij policy design dan bij service design. Je kunt hier niet echt een rollenspel in doen, of prototypes voor bouwen. Het is op een ander niveau. Je zit met andere output, bijvoorbeeld alleen met een presentatie van materiaal waarmee de testfase wordt ingegaan. Dan volgen er weer workshops, waarin er kan worden gereageerd op bepaalde elementen. Het voordeel is wel dat het daarna relatief eenvoudig zal zijn om een politiek akkoord te krijgen voor het gekozen scenario. Door iedereen erbij te betrekken, is er meteen een draagvlak gecreëerd.” Yellow Window paste de volledige cyclus van policy design toe op deze case. Ze hielden hierbij vooral rekening met het feit dat in de Westhoek bijna iedereen is aangewezen op een eigen wagen voor de dagelijkse verplaatsingen, maar dat de West-Vlaming ook het meest fietsbereid is van alle inwoners van Vlaanderen. Denis: “Het scenario dat nu voorligt, is om een

dorpspunt te creëren waarbij diensten weer in de dorpskernen kunnen worden geclusterd. Ze kunnen niet alleen dienen als servicehub (postkantoor, bank, mutualiteit, gemeentehuis, OCMW, etc.), maar ook als sociale en economische kern (cafés, restaurants, supermarkt, winkels, fietsenmaker, etc.). Deze oplossing zal niet zozeer de mogelijkheden tot verplaatsing vergroten, maar zeker wel de behoefte aan verplaatsingen verminderen, omdat diensten dichter bij huis kunnen worden aangeboden. Deze dorpspunten kunnen dan weer op hun beurt een lokale hub worden voor alle vormen van mobiliteit. Ze kunnen bijvoorbeeld een opstapplaats voor snelle pendelbussen of veilige fietsenstallingen omvatten. We hebben ook meteen een businessplan gemaakt, want er zullen naast openbare dienstverleners het best ook ondernemers worden betrokken in de uitbouw van dit scenario. Als dat als beleidskeuze wordt goedgekeurd, zou er eigenlijk een echt service design traject moeten worden gestart met de bevolking van een pilootgemeente die via cocreatie een meer precieze invulling kan geven aan het dorpspunt.”

22 thema thema thema 


een overdosis minimalisme

thema thema thema 

23

Verpakking Acaralate 2E (1967), Markus Löw voor Geigy US. Foto: Museum für Gestaltung


over de vormgeving van verpakkingen voor geneesmiddelen tekst Steven Cleeren

De meeste Belgen hebben wel ergens een kastje of lade waarin ze allerlei pillen, zalfjes en oplossingen tot lang na hun houdbaarheidsdatum bewaren. Want je weet maar nooit. Iedereen kent dan ook de minimale vormgeving die verpakkingen van geneesmiddelen doorgaans hebben. Maar waar komt die typische 'farmaceutische esthetiek' vandaan?

Uit het werk van de Britse kunstenaar Damien Hirst spreekt een fascinatie voor de farmaceutische industrie. Al sinds zijn studententijd maakt hij Medicine Cabinets, groot uitgevallen medicijnkastjes gevuld met lege geneesmiddelenverpakkingen. In 1992 gaat hij een stapje verder met Pharmacy en recreëert hij een volledige apotheek met duizenden doosjes en flacons. Hirsts interesse voor farmaceutica hoeft niet te verwonderen. De golden boy van de hedendaagse kunst schoot naar sterrendom in de jaren 1990, een periode gekenmerkt door een ietwat perverse fascinatie voor illegale designerdrugs als xtc, maar ook voor meer salonfähige blockbuster drugs als Xanax, Prozac, Ritalin en Viagra. Het werk van Damien Hirst dat ons hier het meest interesseert, is een reeks van dertien zeefdrukken uit 1999, getiteld The Last Supper. De prints zijn onmiddellijk herkenbaar als exacte kopieën van doosjes van geneesmiddelen. Hirst fotokopieerde

bestaande verpakkingen en zond instructies omtrent tekstuele veranderingen door aan grafisch ontwerper Jonathan Barnbrook. Het uitzicht van de oorspronkelijke kartonnen doosjes werd volledig bewaard, maar de naam van het geneesmiddel werd vervangen door volkse gerechten die typisch worden geserveerd in Britse pubs of schoolkantines. De kritische boodschap die we moeten meenemen, is wellicht dat geneesmiddelen even dagelijkse kost zijn geworden als Cornish pasties. Hirst liet ook het logo van de fabrikanten veranderen om zijn eigen naam weer te geven, opdat voor iedereen duidelijk zou zijn dat zijn eigen kunstpraktijk evengoed een commerciële onderneming is als bijvoorbeeld Pfizer. Nooit vies van een flauwe grap, veranderde Hirst het logo van Boehringer Ingelheim op Chicken in een mannelijk lid. Nog een leuk detail: op Sausages herkennen we het oude logo van Janssen-Cilag.

24 thema thema thema 


Mushroom, Salad, Steak and Kidney, Cornish Pasty, Sausages, Chicken, (The Last Supper) (1999), Damien Hirst. Foto: Heritage Auctions

25 thema thema thema 


Pharmacy (1992), Damien Hirst. Foto: Prudence Cuming Associates

FARMACEUTISCHE ESTHETIEK De zeefdrukken van The Last Supper zijn voor iedereen onmiddellijk herkenbaar als pastiches van farmaceutische verpakkingen. Damien Hirst heeft zelf aangegeven te worden aangetrokken tot de “minimalist delicious colours” van zulke verpakkingen, en het valt inderdaad niet te ontkennen dat ze een zekere uitstraling hebben, op dezelfde manier als ook de verpakkingen van ‘witte’ producten uit de supermarkt best aantrekkelijk kunnen zijn. Volgens kunstcriticus Arthur C. Danto toont het werk van Hirst aan dat er zoiets bestaat als een “unmistakable pharmaceutical aesthetic”. Bedrijven zetten zo’n farmaceutische visuele retoriek trouwens bewust in wanneer ze voor hun producten aanspraak willen maken op gezondheidseffecten, zoals bij ‘cosmeceutica’ of zelfs frisdranken als Vitaminwater. Maar waar komt zo’n ‘farmaceutische esthetiek’ vandaan? Een eerste impuls zou zijn om te zeggen dat dit soort vormgeving een kwestie is van ‘non-design’, van het ontbreken van elke intentie om iets bewust en doelmatig te ontwerpen. Sommige verpakkingen zien er zo basaal uit, dat het wel lijkt alsof er geen professionele designer aan te pas is gekomen. Voor die eerste indruk van ‘non-design’ valt wat te zeggen, vooral wanneer we beseffen hoe moeilijk alle vormen van marketing liggen in de farmaceutische industrie. Zo is het bij wet verboden om rechtstreeks naar de consument reclame te voeren omtrent geneesmiddelen op voorschrift. Het gaat bovendien om producten die vaak worden geassocieerd met negatieve gevoelens rond pijn of ziekte. Ten slotte hebben merkproducten ook nog af te rekenen met hevige concurrentie van generische alternatieven. Producenten hebben dus weinig redenen om te investeren in de uitstraling van hun verpakkingen, vooral voor genees-

middelen op voorschrift. Misschien schuilt het nut van zulke verpakkingen inderdaad alleen maar in het informeren van dokters en apothekers over hun inhoud. Maar het zou verkeerd zijn om te concluderen dat zo’n zuiver utilitaire vorm van grafisch ontwerp automatisch leidt tot de minimalistische vormgeving die we allemaal kennen. Wellicht is het handiger om de farmaceutische esthetiek niet te beschouwen als een gebrek aan design, maar als een designerfenis. De oorsprong ervan ligt op het kruispunt van twee historische evoluties en dat kruispunt bevindt zich in Zwitserland, vlak na de Tweede Wereldoorlog. Daar ontstond de farmaceutische industrie zoals we die nu kennen. Zwitserse bedrijven als Ciba, Geigy, Sandoz en Hoffmann-La Roche hebben vaak een geschiedenis die ver teruggaat, maar pas na WO II groeiden zij uit tot een volwaardige industrie die dominant bleef tijdens alle decennia daarna. Als we vandaag de drie grootste farmaceutische bedrijven ter wereld beschouwen, dan zijn twee daarvan (Novartis, Roche) nog altijd Zwitsers. Tegelijkertijd en op dezelfde plaats voltrok zich een tweede evolutie. Aan de designscholen van Zürich en Basel ontstond vanaf de jaren 1950 een nieuwe stroming in grafische vormgeving die thans wordt aangeduid als de Internationale (Typografische) Stijl, of ook wel de Zwitserse Stijl. Designers als Josef Müller-Brockmann en Armin Hofmann schuwden ornament en illustratie, en gebruikten voortaan abstracte vormen en fotografie. Ze gaven de voorkeur aan stijlelementen als grote kleurvlakken, schreefloze lettertypes, linkslijnende tekstregels, asymmetrische composities, en dat alles uitgezet op een geometrische grid.

26 thema thema thema 


GEIGY-STIJL In de jaren 1950 komt een boomende farmaceutische industrie dus in contact met radicaal nieuwe benaderingen in grafisch ontwerp. In geen enkel ander bedrijf zien we dat zo exemplarisch geïllustreerd als in het chemische en farmaceutische bedrijf Geigy, ondertussen opgegaan in Novartis. Geigy was toonaangevend in zijn reclamevoering en grafische vormgeving, en speelde een hoofdrol in de ontwikkeling van de farmaceutische esthetiek. Het is dan ook geen toeval dat we het bedrijf terugvinden in een van Damien Hirsts meest recente installaties, Schizophrenogenesis. Te midden van snoepkleurige pillen, capsules en flacons, staat een 1,5 m hoge replica van een Geigy-verpakking. Deze keer veranderde Hirst helemaal niks aan de verpakkingen en dus mogen we de installatie — net als de Brillo Boxes van Warhol — gerust beschouwen als een ode aan de uitstraling van industriële producten. Alle reclame van J.R. Geigy AG werd intern uitgewerkt door een eigen ontwerpstudio. Geigy trok voortdurend jong designtalent aan en in de loop van 30 jaar zouden uiteindelijk meer dan 80 grafisch vormgevers voor Geigy werken. Cruciaal in dit verhaal was de goede relatie tussen het bedrijf en de vakschool in Basel, waar onder meer Armin Hofmann en Emil Ruder doceerden. Op die manier kregen de nieuwe grafische theorieën onmiddellijk een praktische invulling binnen Geigy. Max Schmid was 23 jaar lang artdirector bij Geigy en werd er geconfronteerd met een snel groeiend bedrijf dat voortdurend nieuwe producten in de markt zette, maar niet wist hoe daarover te communiceren. Schmid en zijn designteam kregen alle vrijheid om elke opdracht als een nieuwe ontwerpuitdaging te beschouwen. Dat resulteerde in een zeer diverse output, al is

er toch ook sprake van een typische ‘Geigy-stijl’. Die was niet gebaseerd op ontwerpdogma’s, maar eerder het resultaat van decennialang experimenteren onder gelijkgestemde zielen. Op spontane wijze groeide een arsenaal van visuele ‘bouwblokken’ die telkens opnieuw konden worden ingezet: schreefloze letters, korte tekstregels in verschillende kolommen, een regelmatige onderliggende structuur, duidelijke contouren, primaire kleuren en sterke contrasten. Belangrijk was dat inhoud, beeld en tekst een coherent geheel vormden, aan elkaar gebonden via een overheersend concept. De reclamecampagnes van Geigy waren behoorlijk experimenteel, maar in de vormgeving van verpakkingen paste het bedrijf wél voorgeschreven regels toe. Ook die regels werden gaandeweg en door trial-and-error ontwikkeld: vóór 1950 was willekeur troef in de vormgeving van doosjes en flesjes, maar vanaf 1953 werden de verpakkingen consequent in twee vlakken verdeeld. Op het witte vlak kwam de naam van het geneesmiddel te staan, terwijl een wisselende kleurband de producten van elkaar moest onderscheiden. Wat ontbrak, was een overkoepelende bedrijfsidentiteit en daarom elimineerde Geigy al snel de verschillende kleuren, ten voordele van de gele huiskleur. Maar nu konden producten alleen van elkaar worden onderscheiden op basis van de tekst. Daarom introduceerde Geigy in 1962 een systeem dat nu nog altijd wordt toegepast door allerlei farmaceutische bedrijven: een dominante kleur maakt de corporate identity van de producent zichtbaar, terwijl kleinere kleuraccenten de verschillende producten van elkaar onderscheiden. Een uitgebreid systeem van kleurcodes moet de geneesmiddelen dan differentiëren naar werkzame stof, concentratie en toedieningswijze.

Uniforme verpakking met kleurcodes (1961-1962), Max Schmid voor Geigy. Foto: Museum für Gestaltung

27 thema thema thema 


Verpakking Diazinon 50W (1967), Markus Löw voor Geigy US.Foto: Museum für Gestaltung

ONONTKOOMBAAR DESIGN We hebben gewezen op de verwevenheid tussen de farmaceutische industrie en de Zwitserse Stijl, maar waarom is die stijl kunnen uitgroeien tot een farmaceutische esthetiek die tot op de dag van vandaag dominant is gebleven? In de eerste plaats omdat de Zwitserse Stijl adequate antwoorden bood op de marketingvraagstukken van een explosief groeiende farmaceutische industrie. Hoe communiceer je bijvoorbeeld over producten — zoals werkzame stoffen — die met het blote oog niet van elkaar te onderscheiden zijn? Hoe geef je vorm aan vage concepten als pijn, ziekte en remedie? De Zwitserse Stijl hanteerde blijkbaar de juiste tone of voice en visuele taal om die conceptuele boodschappen van de farmaceutische industrie te coderen. Bovendien lagen rationaliteit en systematiek aan de basis van de Zwitserse Stijl en die zorgden er dan weer voor dat op

een begrijpelijke manier vorm kon worden gegeven aan een almaar groeiend aanbod van producten. Visuele identiteiten werden voortaan uitgewerkt als modulaire programma’s die tegelijkertijd zorgden voor uniformiteit (m.b.t. de bedrijfsidentiteit) en diversiteit (m.b.t. tot het productgamma). Een derde reden voor de alomtegenwoordigheid van deze stijl ligt in het feit dat hij vanuit Zwitserland geëxporteerd werd naar de rest van de wereld. Niet alleen Geigy droeg zijn communicatiestijl uit naar dochterondernemingen over de hele wereld, maar ook andere Zwitserse bedrijven waren bijzonder gericht op het buitenland. Op die manier droeg de internationalisering van de Zwitserse industrie ook bij aan de internationalisering van de Zwitserse Stijl. Al snel werd de stijl vanwege zijn zakelijke uitstraling over de hele wereld opgepikt als dé vorm voor internationale business. Het is bijvoorbeeld geen toeval dat talloze multinationals Helvetica gebruiken als huisstijllettertype.

28 thema thema thema 


aan tekst om cruciale informatie te communiceren. Nochtans lijken heel wat namen van geneesmiddelen op elkaar en ook apothekers zijn niet onfeilbaar. De vraag is dan of een meer uitgesproken design geen betere indruk zou kunnen geven van de inhoud van verpakkingen, om zo verwarring te vermijden. Een tweede kanttekening betreft de huidige relevantie van een stijl die zijn oorsprong heeft in de jaren 1950. WO II had het gevaar van verleidelijke retoriek en opruiende propaganda aangetoond en als reactie wilde dit soort vormgeving vooral transparant, objectief en neutraal zijn. Maar andere tijden zijn aangebroken, en de vraag is of een dergelijke rationale benadering ondertussen niet wordt ervaren als steriel en klinisch. Het design van geneesmiddelenverpakkingen houdt conservatief vast aan een paradigma dat 60 jaar achter ons ligt en dat bijvoorbeeld uitgaat van een afstandelijke machtsverhouding tussen zorgverstrekker en patiënt. De Zwitserse Stijl is een visuele retoriek die gericht is op koele redelijkheid en nuchtere efficiëntie, terwijl een hedendaags zorgsysteem ook emotioneel wil appelleren aan patiënten, en hen actief betrekken in hun eigen genezingsproces.

Ode aan de farmaceutische esthetiek. Cd-verpakking Ladies and gentlemen we are floating in space (1997), Farrow Design voor Spiritualized

Ondertussen staat het lettertype voor velen zelfs symbool voor de machtswellust van grote ondernemingen. Vanwege zijn rationaliteit en neutraliteit bleek de Zwitserse Stijl ook de ideale vorm voor de toenemende regelgeving omtrent de vermarkting van geneesmiddelen. Het is gemakkelijk om vast te stellen dat veel van de Europese en andere richtlijnen omtrent verpakkingsdesign schatplichtig zijn aan de verworvenheden van de Zwitserse Stijl. Zo introduceerde de stijl een aantal grafische ideeën die ondertussen evident lijken, maar dat een halve eeuw geleden allerminst waren. De grid liet bijvoorbeeld toe om informatie hiërarchisch te ordenen volgens een vast stramien. Nochtans kun je kritische vragen stellen bij de onontkoombaarheid van de Zwitserse Stijl. Is die werkelijk de meest ideale vorm voor verpakkingen? Hebben we de officieuze norm niet al te gemakkelijk verheven tot officiële norm? In ieder geval staat vast dat wereldwijd enkele honderdduizenden mensen per jaar sterven omdat ze hun medicatie niet correct innemen. Alleen op basis van dit feit zou je de merites van de Zwitserse Stijl al in twijfel kunnen trekken. De stijl hecht bijvoorbeeld veel belang

29 thema thema thema 


30 thema thema thema 


Holle Bolle Gijs

het leven is een spel hoe gamification ons dagelijks leven binnensluipt tekst Tommy Thijs

Iedereen speelt wel eens een spelletje, of het nu online is, op de smartphone, of gewoon ouderwets offline met vrienden. Want games zijn gewoon leuk. Daarom wordt de funfactor uit spel-

Pianotrap, DDB voor Volkswagen

letjes tegenwoordig in heel veel sectoren als hét middel bij uitstek gezien om mensen iets te laten doen of hun gedrag aan te passen. Welkom in de wereld van de gamification.

31 thema thema thema 


Bijna 200 miljoen mensen gebruiken ze, en u bent er misschien een van: airmiles. Hoe meer je vliegt met een bepaalde luchtvaartmaatschappij, hoe meer airmiles je verzamelt en hoe groter de beloning die je krijgt in de vorm van extra korting, toegang tot de lounge op de luchthaven, prioriteit bij het instappen, gratis upgrades naar een hogere prijsklasse, … Frequent flyer-programma’s spelen in op je gevoel voor loyaliteit door je expliciet een beloning te beloven. ‘Vlieg met ons en je krijgt er iets voor in ruil.’ Tegelijkertijd bieden ze ook een antwoord op het menselijke verlangen om te presteren en een bepaalde status te behalen. Frequent flyer-programma’s bij luchtvaartmaatschappijen waren in de jaren zeventig dan ook de eerste echte voorbeelden van gamification, zonder dat dat woord zelfs nog maar bestond. Want al bij al is gamification een vrij nieuw concept, zegt Rob van Roy, onderzoeker aan het Centre for User Experience Research van de KU Leuven en iMinds. “Het is pas sinds 2010 dat het onderzoek naar wat gamification net is en wat de effecten ervan zijn, op gang is gekomen. Het is ook pas sinds die tijd dat er een definitie van gamification bestaat: het gebruik van elementen uit (video)spelletjes in een context die niets met games te maken heeft. Dat betekent dat je elementen die je vaak in een spelletje terugvindt, zoals een vorm van competitie, of beloningen als punten of medailles, in alledaagse situaties gebruikt.” Dat het om alledaagse situaties gaat, bewijst de veelheid aan apps en toepassingen waarin gamification vandaag de dag voorkomt. Vaak zelfs zonder dat we het zelf weten. Van Roy: “Neem nu Holle Bolle Gijs, de afvalbak uit de Efteling. Elke keer wanneer je je afval in de vuilnisbak gooit, stopt de sprookjesfiguur met roepen om eten en maakt hij een geluid, bijvoorbeeld in de vorm van een boer. Het is een instantbeloning voor juist gedrag.” Hetzelfde principe zit trouwens achter wat wellicht het meest bekende voorbeeld van gamification is: de pianotrap. Bij dat experiment door autobouwer Volkswagen werden de treden van een trap van een metro-uitgang in de Zweedse hoofdstad Stockholm ’s nachts omgebouwd tot pianotoetsen. Elke stap op de trap zorgde voor een ander geluid. En terwijl de meeste pendelaars de volgende ochtend nog meewarig keken terwijl ze zoals gewoonlijk de roltrap naast de gewone trap namen, lieten ze al heel snel die roltrap links liggen om te spelen met de pianotrap. Want dat was veel leuker dan die saaie roltrap.

Van Roy bestudeert als onderzoeker vooral het effect van gamification op onze motivatie om iets te doen. “Tot nu toe focuste het meeste onderzoek rond gamification op onze prestaties. Dat kan gaan van het aantal keer dat je naar de les komt, tot hoe vaak iets wordt gedownload. De resultaten van al die onderzoeken zijn dubbel. Soms is er wel een duidelijk effect, soms niet. Maar tussen gamification en je prestaties zit nog een heel belangrijk aspect: je motivatie. Want gamification toepassen leidt niet automatisch tot betere prestaties. Gamification kan wél je motivatie verbeteren, met als gevolg dat je mogelijk beter presteert. Een betere motivatie zorgt er bijvoorbeeld voor dat je in plaats van één keer per week, twee keer per week je lessen nakijkt. En doordat je vaker leert, ga je betere prestaties behalen.” Het is die tussenstap die het volgens van Roy moeilijk maakt om te beweren dat gamification altijd positieve effecten heeft. “Ze zijn er vaak wel, maar het is nog altijd niet duidelijk wanneer de effecten wel optreden en wanneer niet. De context is namelijk heel belangrijk: het is niet omdat gamification bijvoorbeeld thuis werkt, dat dezelfde toepassing ook effect heeft in de klas.” Het is volgens van Roy dan ook veel interessanter om te gaan kijken wat er met je motivatie gebeurt door gamification. “Er zijn twee vormen van motivatie: intrinsieke en extrinsieke. Intrinsieke motivatie komt uit jezelf. Extrinsieke motivatie komt van buitenaf: een beloning krijgen voor een bepaald gedrag. En het is bij gamification meestal die extrinsieke motivatie die wordt aangesproken, in de vorm van een beloning met een medaille of punten.” In extrinsieke motivatie schuilt dan ook gevaar, zegt van Roy: “Als je één keer een beloning hebt gekregen, is het psychologisch gezien heel normaal dat je die beloning de volgende keer ook verwacht. Terwijl je in het begin die taak misschien gewoon voor de fun of uit interesse deed. Daardoor gaat je extrinsieke motivatie je intrinsieke motivatie aantasten.” Het is beter om je intrinsieke motivatie aan te spreken en te stimuleren, want die heeft een sterkere en diepere invloed op je gedrag. “Iedere mens heeft drie psychologische noden: hij wil het gevoel hebben dat hij competent is, hij wil tot een groep behoren en hij wil tegelijkertijd autonoom kunnen handelen. Gamification kan die drie noden, die de basisbouwstenen van je intrinsieke motivatie zijn, vervullen. De drie noden zitten heel duidelijk in games en pas als je ze ook in een niet-gamecontext kunt inbrengen, kun je een echte gedragswijziging teweegbrengen.”

32 thema thema thema 


8 bekende gamification-voorbeelden FOURSQUARE

NIKE + RUNNING

HOPE SOAP

“Een van de eerste apps die echt doorhad hoe je spelelementen kunt inzetten om gebruikers terug te laten keren, was Foursquare”, zegt van Roy. Foursquare is een app waarmee je op zoek gaat naar cafés, restaurants, enzovoort, afhankelijk van je locatie en je voorkeuren. Om ervoor te zorgen dat je de app zoveel mogelijk gebruikte, kon je tot vorig jaar op elke plaats waar je kwam ‘inchecken’: de app — en je vrienden — laten weten dat je op die locatie was. Hoe meer je incheckte of reviews je schreef, hoe meer badges je kreeg. Wie vaak op een bepaalde plaats incheckte, kon bovendien de ‘burgemeester’ van die plaats worden. Het competitie-element en het heel gameachtige design van de app maakten Foursquare bijzonder populair. “Vorig jaar maakte Foursquare een kapitale fout door het incheckelement te verhuizen naar de app Swarm, en de badges en het burgemeesterschap volledig te laten vallen”, aldus van Roy. “Mensen zouden sowieso wel inchecken. Dat bleek een grote misvatting en de app daalde heel snel in de rankings. Want wat Foursquare aantrekkelijk maakte, was niet zozeer het inchecken zelf, maar wel de fun en de beloning die je ervoor kreeg in de vorm van badges en het burgemeesterschap. Het was op zich dus niet de app die gebruikers interessant vonden, maar wel de spelelementen ervan. Swarm is een goed voorbeeld van hoe extrinsieke motivatie werkt. Haal de beloning weg en de motivatie verdwijnt al heel snel.”

Sommige mensen vinden joggen intrinsiek een leuke activiteit. Velen vinden het maar niets en missen de motivatie om drie keer per week hun loopschoenen aan te trekken en die verplichte rondjes in het park af te draaien. Een loop-app als Nike + Running wil die motivatie verhogen — als het kan natuurlijk met Nike-schoenen — en maakt daarbij heel slim gebruik van game-elementen. Via de app krijg je direct feedback over je prestaties. Op voorhand kun je zelf je eigen doelen instellen, waarna de app er alles aan zal doen om je duidelijk te maken hoe ver je al staat in je queeste, bijvoorbeeld via de progress bar. En loop je 3 keer per week 5 kilometer? Hup, een medaille. Of voor het eerst de kaap van 10 kilometer overschreden? Nog eentje erbij. En kijk eens, je Facebook-vriend heeft net 15 kilometer gelopen in anderhalf uur. Ga je de uitdaging aan om het beter te doen?

Hoe zorg je ervoor dat kinderen in ontwikkelingslanden hun handen wassen zodat ze geen ziektes meer kunnen overbrengen? Simpel, door er een spel van te maken. In Kaapstad werd er bijvoorbeeld geëxperimenteerd met doorzichtige zeepjes met in het midden een speelgoedje. De enige manier om aan het speelgoedje te komen, was door de zeep te gebruiken en meteen ook de gewoonte aan te kweken om vaak je handen te wassen.

ZOMBIES, RUN! Zombies, Run! is een gelijkaardig concept als Nike + Running, alleen volgen je loopschema’s hier een uitgekiende verhaallijn waarbij je via je koptelefoon te horen krijgt hoe de wereld eraan toe is nu die is overgenomen door zombies. Loop jij maar rustig verder, maar als er een meute hersendode kannibalistische zombies achter je aankomt, kun je maar beter een sprintje trekken.

PAIN SQUAD Jonge kinderen met kanker hebben soms moeite om in woorden uit te drukken hoeveel pijn ze hebben. De app Pain Squad helpt hen daar op een laagdrempelige manier bij: ze houden nauwgezet hun ‘pijnscore’ tussen 0 en 10 bij, en krijgen in ruil badges en titels. In leuke filmpjes moedigen politieagenten de kinderen aan om de app te blijven gebruiken om zo de pijn te bestrijden.

NISSAN LEAF Hoe rij je zo economisch mogelijk? De elektrische Nissan Leaf laat bestuurders via spelelementen zo zuinig mogelijk rijden en geeft onmiddellijk feedback in de vorm van dennenboomsymbooltjes. Het dashboard is zo ontworpen dat het er heel erg uitziet zoals in een racespelletje. Natuurlijk is het doel om elke rit zo zuinig mogelijk af te leggen, en elke keer als je er een centilitertje weet af te knijpen, wil je het nog beter doen. Als je wilt, kun je er zelfs een competitie van maken door je profiel online te plaatsen en je eigen prestaties te vergelijken met die van andere bestuurders.

LINKEDIN, TWITTER EN FACEBOOK Wie een LinkedIn-profiel heeft, is er vast al tegenaan gelopen: de progress bar bovenaan die zegt hoeveel procent van je profiel al is ingevuld. Altijd kun je wel een extra detail op je profiel plaatsen, en altijd kun je wel iemand nieuw uit je netwerk toevoegen. En plaats je echt alleen foto’s en statusupdates op Facebook en Twitter omdat je ze wilt delen met je vrienden? Of hoop je stiekem toch zoveel mogelijk likes, favorites en retweets te halen?

DISNEY Dat gamification ook kan mislukken, bewees Disney, die in een van hun hotels in California de ‘score’ van iedere werknemer bijhielden op een elektronisch scorebord, zichtbaar voor alle collega’s. Bedoeling was de efficiëntie van de schoonmakers te verhogen door een competitie-element aan hun werk toe te voegen. Wie zijn of haar werk het snelste deed, eindigde bovenaan de lijst, wie trager werkte, bleef onderaan hangen. “Het hele idee faalde compleet”, zegt van Roy. “Werknemers deden alles om bovenaan de lijst te staan en begonnen hun werk te verwaarlozen, aangezien de taken enkel kwantitatief werden gemeten en niet kwalitatief. Heel veel mensen kregen stress en durfden zelfs geen plaspauze meer te nemen uit angst om ingehaald te worden door een collega. Het ging zelfs zo ver dat mensen ervan uitgingen dat ze zouden worden ontslagen als ze als laatste op de lijst stonden. Het systeem kreeg al snel de naam ‘elektronische zweep’ en is sindsdien beroemd geworden als een voorbeeld van hoe gamification niet moet.”

33 thema thema thema 


34 thema thema thema 


het summum van  experience  economy Tomorrowland tekst Cathérine Ongenae

Volgens experts in Event Studies is het Belgische dancefestival Tomorrowland het summum van experience economy. Wat is het geheim achter het wereldvermaarde festival? Wat maakt het tot een geslaagde belevenis, een verhaal dat blijft leven, ook lang nadat de decors weer zijn opgeborgen en nog voor de volgende editie eraan komt? Hoe ontwerp je met andere woorden een ervaring?

35 thema thema thema 


36

thema thema thema 

Garden of Wonders, Daniël Ost


Een avontuurlijke tocht, een geheime deur, een vreemd land: in de trailer van Tomorrowland 2015 ontdekken spelende kinderen een magische doorgang naar het verborgen koninkrijk Melodia, waar de muzieknoten als vogels in de lucht vliegen. Van over de hele wereld trekken mensen naar dat land om zich er onder te dompelen in een zintuiglijke wereld waar elfen, droomprinsen en andere mythische wezens leven, waar verwondering nog mag en liefde, respect en verbondenheid de belangrijkste waarden zijn. “Wat event design, en muziekfestivals als Tomorrowland in het bijzonder, zo aantrekkelijk maakt, is dat er een tijdelijke ruimte wordt opgetrokken”, zegt de Nederlandse onderzoekster Leonieke Bolderman, die onder meer muziektoerisme bestudeert. “Het idee van rituelen en de liminale ruimte, dat voor het eerst werd beschreven door het antropologenkoppel Turner en Turner, is bijzonder”, aldus Bolderman. “Je reist ergens naartoe waar andere dingen gebeuren, en waar je veranderd uitkomt. Een soort rite de passage, of een feest zoals carnaval.” Dat tijdelijke maakt design meteen tot een noodzaak.

WOWEFFECT Festivals zijn complexe gebeurtenissen waar verschillende aspecten samenkomen. De performances, de sociale rituelen, de rol van visuele effecten en de media, en niet te vergeten: de rol van architectuur in de ontmoetingsplaats die festivals zijn geworden. Design is dus essentieel. Voor Tomorrowland, maar bij

uitbreiding voor alle festivals. Ook events als Jazz Middelheim of het Happinez Festival maken bijvoorbeeld elk jaar meer werk van de opbouw en de sfeer. Tomorrowland speelt duidelijk in een aparte categorie. Zeepbellen die meedrijven op de golven van technodecibels. Woofers die beats van 35 Hz uitbraken voor een uitgelaten menigte die peace, love en happiness vieren. Een zonnewezen dat je overal warm aankijkt. De sprookjeselementen zorgen voor een ongekend en indrukwekkend woweffect: podia in pure steampunkstijl, regenbogen en bloemen, het verhaal van The Book of Wisdom, kabouters die de People of Tomorrow de weg wijzen, de door bloemenkunstenaar Daniël Ost ontworpen Garden of Madness. De wereld van Tomorrowland benadert de utopie. Wie bedenkt zoiets? Een klein team, zo blijkt, dat meer dan tien jaar geleden voor het eerst rond de tafel ging zitten om een dancefestival te organiseren en een paar ideeën liet uitvoeren door bedrijven gespecialiseerd in standen- en podiumbouw. Naarmate het theatrale aspect van Tomorrowland belangrijker werd, bleken die mannen aan de tafel natuurtalenten die storytelling en marketing op een vanzelfsprekende manier wisten te verweven. Tomorrowland wordt dan ook geheel terecht een van de waanzinnigste dancefestivals ter wereld genoemd. Het kreeg dit jaar voor de vierde keer op rij de International Dance Music Award voor het beste muziekfestival.

37 thema thema thema 


One Love, Arne Quinze

Dream Lodges

The Book of Wisdom

Easy Tents

Foto's © Tomorrowland

38 thema thema thema 


DANSEN BIJ DAGLICHT Electronic Dance Music (EDM) is het snelst groeiende muziekgenre van de voorbije decennia. Met ster-dj’s als Calvin Harris, David Guetta en Tiësto groeide EDM van cultgenre naar mainstream, en daarmee groeiden ook de locaties waar het te horen is. Waar men vroeger ravede in donkere clubs, verlaten fabriekspanden of een strand in Goa, doet men dat tegenwoordig op klaarlichte dag. Dat was ook de oorspronkelijke bedoeling van de broers Manu en Michiel Beers, de geestelijke vaders van het festival. Het duo hield van clubben, maar vond de cultuur rond clubbing donker en triest. Underground was te gloomy: ze wilden een festival waarin ze die sfeer konden omkeren. Overdag, in een kleurrijke omgeving, waar iedereen zich welkom voelde. Het verborgen leven van ‘s nachts werd opengetrokken naar iets menselijks, een soort Disneyland voor volwassenen, waar je ongegeneerd vrolijk kon zijn.

IMAGINEERING Events zijn als industrieel design: ze moeten efficiënt zijn en comfortabel voor het publiek, en bovendien een streling voor het oog. Het design zit dus zowel in de inplanting van zo’n tijdelijk dorp als in de omgeving en de atmosfeer. Van de zintuiglijke stimulansen tot het programma en de kledingvoorschriften: al deze componenten bepalen een ervaring. De ontwerpen moeten bovendien tegemoetkomen aan de behoeftes van de producers, de artiesten en het publiek. En sinds een paar jaar aan de visuele output: niet alleen wordt het gebeuren gelivestreamd, het publiek van Tomorrowland wordt ook gefilmd voor de aftermovie, die Tomorrowland toelaat om digitaal verder te leven bij het publiek. Die factoren spelen uiteraard mee bij het uitbouwen van de cinematografische kwaliteiten van het evenement. Want neem de decors weg, de grote videoschermen, de lasers en de holografische projecties: wat rest er dan nog? Veel volk en één dj. Het design is onontbeerlijk om de ervaring onvergetelijk en transcendent te maken. Creatieve verbeelding is dus cruciaal, ‘imagineering’ een goed gekozen woord om de praktijk achter het ontwerpen van een evenement te duiden. Een goed evenement zit vernuftig in elkaar. Gaat het aan de basis verkeerd, dan valt een evenement niet meer te redden. Tussen haakjes: imagineering is een concept dat niet werd bedacht, maar wel tot een nieuw niveau werd getild door Disney.

ZESTIEN PODIA De eerste edities waren anders dan wat we nu kennen als Tomorrowland, maar de sprookjessfeer en het idee van een andere wereld, een wonderland, waren er van in het begin. De reuzenpaddenstoelen, bijvoorbeeld, duiken al tien jaar op. Ook ander decormateriaal gaat verschillende jaren mee: de regenboog met zon van het hoofdpodium in 2010 was dit jaar bijvoorbeeld de ingang van Dreamville, de camping, en The Book of Wisdom reisden na België naar Tomorrowland Brazilië en TomorrowWorld in Atlanta.

Concreet hield de imagineering van Tomorrowland 2015 in dat er 16 podia werden gebouwd op een festivalterrein van 30 hectare, en een tentendorp op 45 hectare, Dreamville, waar 38 000 mensen konden logeren. De main stage, die dit jaar in het teken stond van Melodia, was 140 meter breed en 42 meter hoog. Tussen eerste schets en assemblage zit een klein jaar. Met de eerste tekeningen en ideeën start men in augustus. De technische uitwerking volgt in september, daarna gaan de decorstukken in productie. Elk stuk is modulair, zodat het gemakkelijk op te bergen en te verschepen is. Voor de opbouw van de main stage alleen al zijn 100 technici 4 weken lang dagelijks in de weer. Leg alle gebruikte buizen voor de podia achter elkaar en je hebt een lijn tot in Moskou.

MASSAMANAGEMENT Toch gaat de productie verder dan de visuele effecten. Tomorrowland in cijfers, dat is 3 dagen lang 60 000 bezoekers per dag, van wie 38 000 mensen blijven kamperen. In totaal worden de paden van het recreatiedomein De Schorre in Boom bewandeld door 180 000 paar voeten. Design is hier dus niet alleen een kwestie van indrukwekkende podia bouwen, van reuzenpaddenstoelen en waterlelies op de juiste plaats zetten, van lichtshows en vuurwerk, maar ook van duurzaamheid en veiligheid. Design moet de massa leiden en rampen voorkomen, maar de beveiliging moet zo goed als onzichtbaar zijn. Ook hierin slaagt men bij Tomorrowland glansrijk. De stewards dragen een net uniform, drugs zijn ten strengste verboden, net als provocerende opschriften op kledij en doeken met beledigende of seksistische slogans. Of het nu over eten, slapen of comfort gaat, over veiligheid, bewegwijzering of personeel: het maakt allemaal deel uit van het spel. Elk element, hoe functioneel ook, moet bijdragen aan het creëren van de ervaring. De permanente One Love-brug van designer Arne Quinze zie je nergens anders, noch het prachtige tentendorp met marktplein waar de bezoekers kunnen slapen, in eigen tenten, kant-en-klare Easy Tents of in luxueuze Dream Lodges. Het buitenmeubilair waar boodschappen van liefde en vriendschap in staan gegraveerd, de bakker met zijn verse croissants en de eettenten waar men recepten van bekende chefs en lokale restaurants serveert, de loungeruimtes: niets wordt aan het toeval overgelaten.

CINEMAGIE De ‘cinemagische’ sfeer en de happiness-cultuur, waarin alles gemakkelijk en licht is, maken dat Tomorrowland wordt ervaren als een hedonistische utopie. Het is als een vakantiedorp, een plek waar men heen gaat om te voelen dat het leven meer is dan eten, slapen en werken. Hoewel het een erg consumentgericht evenement is, en de industriële fantasie eerder aansluit bij de pretparkindustrie dan bij de alternatieve cultuur, is het fascinerend om te zien wat design en imagineering vermogen, en hoe het publiek opgaat in het peace, love, unity-verhaal dat hen wordt aangereikt.

39 thema thema thema 


instrumenten voor oog en oor Gus Guitars, Fab Guitars, Deneys Violins, DK Drumworks en Exclusive Drums aan het woord tekst Roel Jacobus

Vernieuwende muziekinstrumentenbouwers zijn schaars. De meeste merken tappen uit hetzelfde vaatje met getrouwe replica’s van klassieke orkestinstrumenten of kopieën van commerciële succesnummers. Maar onder de radar van de big business broeit een scene van creatieve wroeters. Hun instrumenten zijn vaak internationaal gegeerd door een publiek dat iets ‘anders’ lust, zowel op het vlak van materialen als looks. Centraal staan customizing en letterlijk op ergonomische maat ontwerpen.

40 thema thema thema 


Gus Guitars Terwijl de meeste gitaarbouwers op vintage thema’s voortborduren, koos Simon Farmer een andere weg. Tijdens zijn studies industrieel ontwerp verzamelde hij van buiten de typische muziekwereld invloeden voor vormgeving en materialen. “Ik had nooit de intentie om mainstream-instrumenten te bouwen. Het bestaande gamma van de grote fabrikanten is goed en relatief goedkoop. Ik wist dat ik iets unieks moest aanbieden voor de nichemarkt van mensen die iets ‘anders’ willen. Mijn gitaren moesten er anders uitzien, anders aanvoelen en anders klinken. Muziekinstrumenten zijn complexe objecten die de visuele, tactiele en auditieve zintuigen beroeren. Ik was altijd gek van de curven, kleuren en glans van auto’s. Het zijprofiel van de Jaguar XKSS, de motorkap van de Mercedes Gullwing, de technische elegantie van de Ferrari V12, … inspireerden me tot gitaren met carbonvezels en gechromeerde stalen buizen.” Na het behalen van zijn mastergraad trok Farmer op technisch onderzoek naar gitaarbouwers in Californië. Terug in England kocht hij met een beurs van de Crafts Council de nodige machines om te kunnen starten. Een jaar later presenteerde hij zijn eerste opvallende instrument op de jaarlijkse instrumentenbeurs in Wembley. Een van zijn eerste ontwerpen werd door zanger Seal in een videoclip gebruikt en meteen was Gus Guitars definitief gelanceerd. Toch blijft Simon Farmer bescheiden zweren bij kleinschalig maatwerk. In zijn atelier in Heathfield, nabij de Engelse zuidkust, maakt hij jaarlijks slechts tien tot twaalf elektrische gitaren en basgitaren.

“Als soloambachtsman teken en bouw ik elk instrument helemaal zelf, met grote aandacht voor de materialen, ergonomie en klank. De kern blijft altijd een zeer duur toonblok in cederhout. Daarrond bouw ik een gitaar uit carbonvezel en verchroomd staal. Daarbij komen hoogwaardige materialen, elektronica, afwerkingstechnieken en diverse metaalbewerkingen (lassen, afwerken, polieren, verchromen) te pas. Elke gitaar doorloopt een proces van zes maanden. Ik werk alleen op bestelling en leg zelden een voorraad aan.” Kleinschalig handwerk, personalisering en dure materialen hebben uiteraard hun prijs. “Hoewel ik al een model vanaf 4 500 euro maak, starten de meeste gitaren aan een budget van ongeveer 6 500 euro. Vergelijk het met racefietsen: voor dat geld kun je een topseriemodel van een grote fabrikant kopen, maar bij mij krijg je iets unieks. Ik blijf voortdurend innoveren met nieuwe ontwerpen en technieken, in het besef dat innovatieve instrumenten altijd een nichemarkt zullen blijven. Mijn klanten mogen dan wel sterk aangetrokken zijn door het design, ze kopen hun gitaar niet om zomaar aan de muur te hangen. Ze willen er ook en vooral op spelen.” Sinds 1994 vonden tweehonderd gitaren van Gus Guitars hun weg naar Europa, Australië, de VS en Japan. Maar eentje werd aan een Belgische muzikant verkocht. “Klanten vinden me vooral online en bestellen een instrument zonder dat ze mij ontmoeten. Soms vliegt iemand uit de VS over om zijn wens te bespreken, maar meestal gebeurt dat per e-mail of telefoon.”

Gus Guitars

www.gusguitars.com

41 “Innovatieve instrumenten zullen altijd een niche blijven”


Fab Guitars geen winkel en mijn gitaren liggen niet bij handelaars. Ik werk alleen op bestelling met daarnaast enkele exclusieve reeksen. De laatste vijf jaar ben ik er intenser mee bezig. De groeiende trend naar customizing maakt het voor mij plezant omdat hierdoor elke gitaar een unieke creatie wordt. Mijn klanten zijn echte muziekliefhebbers die het vele handwerk appreciëren. Ze kiezen meestal voor een budget tussen 2 000 en 2 800 euro. Ik bouw en herstel alle tokkelinstrumenten, maar in de praktijk vooral elektrische gitaren.” Een opmerkelijke samenwerking heeft Fabian Schweiger met de Britse allroundkunstenaar, garagerocker en bovenal cultfiguur Billy Childish. “We werden vrienden na een optreden in 1996, waarna ik hem meermaals in Engeland bezocht. Hij vroeg me om een heel specifieke gitaar te bouwen: een Bo Diddleyachtig model, maar in plaats van gelakt, bekleed met vinyl zoals de oude Höfners. Ondertussen maakten we samen diverse reeksen: de Cadillac (genoemd naar het oorspronkelijke ontwerp van Bo Diddley), de Linkalac (genoemd naar invloedrijke rock-’n-rollpionier Link Wray) en de Dazzlelac (in dazzlecamouflage). Aan die laatste reeks is wekenlang werk om de stukjes vinyl bijeen te puzzelen. De vierde reeks is een type Linkalac, overtrokken met snakeskin-vinyl, maar met de typisch klinkende hardware van een Fender Telecaster.” Om de exclusiviteit te garanderen, verschenen van elke reeks maar 13 exemplaren. Momenteel werkt Fabian Schweiger aan een eigen ontwerp, gebaseerd op de Fender Jaguar, Gibson Firebird en Cadillac, maar vooral kort en licht. http://fabguitars.blogspot.be

Dazzlelac, Fab Guitars

In een kelderverdieping in Oostende maakt Fab Guitars tokkelinstrumenten die klinken als klokken. Fabian Schweiger ontwerpt en bouwt voornamelijk op bestelling. De klanten zijn voornamelijk buitenlanders hoewel ook Flip Kowlier en Isolde Lasoen er over de vloer komen. “Een solid body elektrische gitaar kun je in principe uit elk stabiel materiaal maken, want voor de klankkleur ben je bijna uitsluitend afhankelijk van de snaren, gitaarelementen en hoe solide de brug is waarover de snaren op het hout lopen. Ik werk graag met hout omdat het zo praktisch is: je kunt het gemakkelijk zagen en schaven, erin boren en vijzen, enzovoort. Ik gebruik ook graag recuperatiehout uit oude gebouwen of meubels, of soms zelfs een stuk hout dat voor de klant een bijzondere betekenis heeft. Ik kies graag voor een licht gewicht en dat maakt veel gitaristen blij.” De Fab Guitars ontstaan volledig in het atelier: van het verzagen van de plank, over het vormgeven van de body, verlijmen van de nek, frezen van de hals, afwerken met de beitel, tot het politoeren met schellak, enzovoort. Wanneer voor de gewenste klank niet de juiste elektrische gitaarelementen op de onderdelenmarkt te vinden zijn, windt Fabian Schweiger desnoods zelf koperdraad tot een spoel rond de magneten. Hij leerde het vak van gitaarbouwer aan de gerenommeerde afdeling van het Provinciaal Technisch Instituut in Boom, tegenwoordig Internationale Lutherie School Antwerpen (ILSA) genaamd. Hij studeerde er in 1993 af en is sindsdien gitaarbouwer in bijberoep. “Het is moeilijk om volledig van dit vak te leven, zeker als je artistiek-commercieel onafhankelijk wil blijven. Ik heb

42 “Elke gitaar wordt een unieke creatie”


Deneys Violins Luc Deneys runt sinds 1986 in Gent het oudste nog werkende instrumentenbouwatelier — sinds 1874 — in België. Van bij zijn opleiding combineerde hij muziek en plastische kunsten. Naast zijn vioolbouw werkte hij samen met kunstenaars als Joseph Beuys, Christo en Sol LeWitt. De voorbije 40 jaar bouwde hij 200 unieke instrumenten die over de hele wereld bij topmuzikanten gegeerd zijn. “Vlaanderen was in de 18de eeuw een internationaal centrum voor vioolbouw en die lijn probeer ik verder te zetten. Ik werk meestal op bestelling en het liefst wanneer componist, uitvoerder en instrumentenbouwer kunnen samenwerken aan instrumenten met specifieke eigenschappen voor de beoogde uitvoering. Meestal wordt teruggegrepen naar een klassieke vormentaal. Toch hou ik ervan om een nieuwe vormentaal te introduceren in muziekinstrumenten. Vanuit mijn achtergrond in de beeldhouwkunst snij ik bijvoorbeeld graag een modern kopje op een viool. Onlangs maakte ik koppen met het hoofd van Beethoven of een man met een zilveren bril.”

Toch mag het niet te gek worden. “Je kunt wel prachtige ideeën voor een nieuwe vormentaal hebben, maar je krijgt die in de klassieke wereld niet verkocht. Na jaren proberen, besef ik dat iedereen klassieke vormen vraagt. Gezien in een viool 300 tot 400 uren werk kruipen, kun je niet veel risico’s nemen. Als uithangbord voor wat mogelijk is, bouwde ik onlangs wel twee violen, een altviool en een cello, volgens het oud-Vlaamse systeem en eigen inzichten. Dit kwartet is bedoeld als een kunstwerk en zal een paar jaar met Belgische muzikanten de wereld rondreizen voor concerten.” Dat violen nog altijd van hetzelfde hout worden gemaakt, heeft volgens Luc Deneys zijn reden. “Er werd meermaals geëxperimenteerd met diverse andere houtsoorten en kunststoffen, maar die missen bepaalde klanken. Een viool in carbonvezels klinkt bijvoorbeeld luid en hard, maar biedt geen warmte. Toch evolueerden de technieken: er worden nu betere violen gemaakt dan Stradivariussen. Bij blinde tests winnen meestal de nieuwe violen.”

Viola d’Amore, Deneys Violins

www.deneys.com

43 “Er worden nu betere violen gemaakt dan Stradivariussen”


DK Drumworks knalrood wenste. Voor het bepalen van de klank bespreek ik met de klant zijn muzieksoort en speelstijl. Naargelang de materialen en de afwerking kan eenzelfde drumset bijvoorbeeld 2 000 of 3 000 euro kosten. Met de persmachine kan ik glitter en andere kunststofbekledingen perfect op de houten ketels hechten. Ook hoogglansafwerkingen — tot 13 laagjes vernis — met eigen samengestelde kleuren en herkenbare houtstructuur behoren tot de mogelijkheden.” Een belangrijke trend is de renovatie van oude drumstellen. “Momenteel bestaat meer dan de helft van mijn werk uit het in de oorspronkelijke staat herstellen van high-end drumstellen uit de jaren 50 en 60. Veel mensen beschikken nog over een Ludwig of Gretsch die te waardevol is om weg te gooien”, aldus Kris Demey. www.dk-drumworks.be

Vintage cocktaildrum, DK Drumworks

DK Drumworks uit Izegem en Lignum Drums uit Brasschaat, beide eenmanszaken, zijn de enige Vlaamse bouwers van volledige drumkits. “De meeste drummers blijven nuchter bij trends en modes. Ooit werd geëxperimenteerd met acryl- en doorzichtige trommels, maar de vraag naar houten ketels bleef overheersen. Als je vertrekt van een solide houtsoort gecombineerd met goede drumvellen dan heb je al de helft gewonnen”, zegt Kris Demey. Zeven jaar geleden startte hij in bijberoep DK Drumworks voor het ambachtelijk bouwen op maat. “De trend van customizing voltrekt zich in de drums evenzeer als bij auto’s, fietsen, moto’s, … In de afwerking kan ik zo ver gaan als de klant wil. Geen twee drumstellen zijn gelijk. Opmerkelijk: de jongste jaren is er een retrotrend naar ouderwetse sparkles en glitter. Het gekste was iemand die zijn ketels in groene glitters, de spanblokjes in zwart en de hoepels in

44 “Ouderwetse sparkles en glitter zijn weer in”


Exclusive Drums De snaredrum vormt het hart van het drumstel. Defauw is trots dat al een vijftal professionele drummers in België en GrootBrittannië op zijn creaties spelen en spontaan promotie voeren. Hij kiest altijd in overleg met de klant voor de maat, afwerking en houtsoort. “Eik, haagbeuk, kerselaar, notelaar, padoek, … Elke houtsoort heeft zijn eigen look en klank. Mijn snaredrums liggen niet in de winkel, maar drummers kunnen bij mij thuis ongestoord testen welk type het best past bij hun stijl en bij de rest van hun drumstel. Momenteel ontwikkel ik volledige drumsets waarmee ik volgend jaar naar buiten wil komen.” Begin dit jaar verwierf Exclusive Drums het Handmade in Belgium-label voor ambachtelijk vakmanschap. www.exclusivedrums.be

Exclusive Drums. Foto: Hein Cannie

Al meer dan 25 jaar maakt Dirk Defauw in zijn bedrijf in Tielt maatmeubilair. Dus het machinepark en de ervaring met kwaliteitszorg en afwerking had hij al. “Door de jaren heen was drummen een passionele hobby geworden. Drie jaar geleden begon ik te experimenteren met de duigentechniek voor het maken van een snaredrum. Snaredrums worden klassiek gemaakt met de ply-techniek waarbij dunne laagjes hout onder druk worden samengevouwen. Ik lijm duigen of staafjes hout — zoals een regenton — in een cirkel en frees die vervolgens aan de binnenen buitenkant rond. Daardoor staat de ketel niet onder druk, en is de toon lager en de klank veel rijker. Bij het bouwen van een trommel is de klankkeuze puur creatief. De afwerking en kwaliteit zijn het resultaat van een proces van jaren.”

45 “Elke houtsoort heeft zijn eigen look en klank”


maatwerk, raffinement  en pure luxe een gesprek met ontwerpers Frank Sveid, Benoît Mintiens en Arman Fissette tekst Natasja Admiraal

Design kan variëren van puur functioneel tot exorbitant luxueus. In veel gevallen worden producten beschouwd als luxe door de kwaliteit van hun ontwerp, de materialen en het vakmanschap. Maar luxe is een rekbaar begrip: tegenwoordig worden ook tijd en ruimte beschouwd als fundamentele vormen van luxe. Kwintessens sprak met Frank Sveid, Benoît Mintiens en Arman Fissette, ontwerpers van respectievelijk gebruiksvoorwerpen, horloges en jachten.

46 thema thema thema 


Frank Sveid Mooie voorwerpen en statussymbolen zijn twee uiteenlopende dingen. Een statussymbool slaat op faam, een merknaam of bekende financiële waarde. Elk afzonderlijk voldoende om hun eigenaar te charmeren. Een voorwerp mooi vinden daarentegen is een kwestie van smaak. “Historisch gezien is er een soort culturele waardeschaal gegroeid, gebaseerd op esthetisch vooringenomen stilistische regels, technische kwaliteiten, zeldzaamheid, authenticiteit, enzovoort. Dat wordt beïnvloed door de mening van kenners”, stelt Frank Sveid. “Niet iedereen hoeft zich in die gegroeide consensus te vinden.” Wat zijn gebruiksvoorwerpen waardevol maakt, vindt hij dan ook een lastige vraag. Wel zijn de meeste van zijn objecten absoluut origineel en dikwijls gepatenteerd. “Heeft dat een waarde?”, vraagt hij zich hardop af. “Het geeft ze wel een uniek karakter. Daarbij hebben mijn ontwerpen meestal een complexe structuur en vraagt het technische vaardigheden om ze te verwezenlijken. Over het algemeen worden ze gerealiseerd in zeldzame materialen.” Als peuter was Frank Sveid al verzot op het demonteren van speelgoed om te zien hoe iets werkte. Daar bleef het niet bij. Daarna voerde hij reparaties uit of maakte hij van twee dingen één voorwerp. Niet altijd met succes. Maar hij merkte wel dat wat hij in handen kreeg ook ánders kon worden gemaakt. Tegenwoordig zet hij zich in het bijzonder in voor duurzame ontwikkeling. “Een product is in mijn ogen duurzaam als het meerdere generaties meegaat. Ik beschouw sommige grondstoffen als edel. Niet alleen goud of zilver, maar ook natuurlijke materialen zoals hout, leer en bepaalde metalen die met de tijd mooier worden. Een kurkentrekker of tafelset maken die na een paar jaar wordt vervangen is voor mij geen optie. In mijn kopers

Tafelset, Frank Sveid

herken ik dezelfde veeleisendheid. Maar het zou pretentieus klinken om te zeggen dat ik niet voor alles opensta. Ik heb ooit een origineel frietzakje ontworpen. Met een apart zijvakje voor de mayonaise. Niet echt luxueus, maar toch.” Hoewel zijn producten wanneer ze succes hebben soms worden gecommercialiseerd, vraagt Frank Sveid zich bij het ontwerpproces nooit af hoeveel het object zal gaan kosten. Elk project is vrij van opgelegde verplichtingen zoals ‘er moeten duizenden exemplaren kunnen worden gemaakt in een bepaalde tijd’ of ‘hoe eenvoudiger, hoe beter’. Wel probeert hij zijn ontwerpen altijd iets vernuftigs mee te geven. De meeste producten die hij maakt, zijn unica. Zoals de kurkentrekker die uit 52 losse onderdelen bestaat en alleen op bestelling wordt gemaakt. Je kunt hem geheel naar eigen smaak laten maken: zo kun je kiezen uit 18-karaats goud of platina. De prijs begint bij 50 000 euro. Ook de dozen die hij maakte voor de Zwitserse firma Lyndner worden elk voor de koper geïndividualiseerd. Het type mechanisme is altijd hetzelfde, de uitvoering telkens verschillend. Er hangt dan ook een prijskaartje aan van rond de 100 000 euro. Voor het befaamde sieraden- en horlogehuis Harry Winston vervaardigde Frank Sveid de scharnieren voor luxe opbergdozen. “Voor mij betekent luxe maatwerk. Het krioelt van de mensen die massaproducten maken, ik voel geen enkele behoefte om die richting uit te gaan. Al bereik ik met een object maar één persoon, dan ben ik al gelukkig. Als onbekende ontwerper is de voldoening extra groot als iemand jouw product zo interessant vindt dat hij bereid is om daar een hoge prijs voor te betalen. Dan weet je dat het niet om het merk gaat, maar puur om het product.” www.sveid.com

Kurkentrekker, Frank Sveid

47 “In mijn kopers herken ik dezelfde veeleisendheid”


Benoît Mintiens Al sinds de uitvinding van het zakhorloge is het dragen van een mooi uurwerk een teken van status. Met de opkomst van het kwarts in de jaren 60 werden horloges bereikbaar voor een groter publiek. Vandaag heeft vrijwel iedereen een telefoon met tijdsweergave, waardoor een horloge eerder een accessoire is. Met uitzondering van haute horlogerie. Een Ressence is (nog) geen statussymbool. “Je maakt geen indruk met iets wat anderen niet kennen. Het is net als met maatschoenen: die draag je vooral voor jezelf en alleen de ingewijden kunnen het appreciëren”, aldus Benoît Mintiens, die meer industrieel ontwerper dan horlogemaker is. Het principe form follows function was zijn uitgangspunt voor Ressence: hoe lees je de tijd? Je werpt een blik op je horloge en het enige waar je hersenen naar op zoek gaan is de grootste wijzer en zijn hoek ten opzichte van de wijzerplaat. De minutenwijzer is daarom leidend op een Ressence. Hoe dat eruitziet, wordt duidelijk gemaakt door middel van een animatie op de website van het merk. Het horloge is eenvoudig vanbuiten, ingewikkeld aan de binnenkant, en heeft geen kroon. De tijdsexpressie staat centraal. Niet voor niets is de merknaam afgeleid van renaissance de l’essentiel. Type 3 bevat ongeveer 400 onderdelen en een reeks innovaties, zoals de unieke tijdsaanduiding en de oliegevulde wijzerplaat. Voor Type 1G werkt Ressence samen met Fabergé (van de kostbare eieren) om de guilloches (versiering van dooreengevlochten lijnen) aan te brengen. Omdat de wijzerplaat niet vlak is, kan geen enkel ander bedrijf dat realiseren. Benoît Mintiens heeft het geluk dat veel van zijn klanten overeenkomen met de beoogde positionering. “Er zitten echte

wereldsterren bij. Niet in de showbizz-zin van het woord, maar — om in marketingtermen te spreken — innovators. Mensen met een duidelijke opinie over het product dat ze dragen. Ressence is niet opzichtig. De vormgeving en kleuren zijn sober. Er staat zelfs geen merk op de voorzijde van het horloge. Het is echt een connaisseursproduct. Mijn doel is niet om te blinken met een ongeziene innovatie, het moet ook draagbaar en commercieel zijn. L’art pour l’art is niet wat van mij wordt verwacht als ontwerper.” Geen nichemerk dus, wel een nicheproduct door de prijs. Het lukt hem nog niet om het aantal onderdelen te reduceren of de productie te verhonderdvoudigen. “Ik heb Ressence opgezet met het idee dat iedere hooggeschoolde horlogeliefhebber er een moet kunnen kopen van zijn spaargeld. Ik merk dat de eerste modellen nu de tweedehandsmarkt binnendruppelen. Omdat dat er nog weinig zijn, blijven ze hoog geprijsd, tot frustratie van vele liefhebbers. Mijn doel is om een lagere drempel te halen, maar dat zal wat tijd kosten.” De ontwerper gelooft in een toekomst voor mechanische luxehorloges, de empathie voor tandwielen. “Lcd- en kwartshorloges hebben bijna de mechanische horlogemarkt vernield. Nu, bevrijd van de precisie omdat we allemaal smartphones hebben, zijn échte horloges weer helemaal en vogue. Het is een teken van raffinement en dus een vorm van status. Ik denk dat er ook een zekere duurzaamheidsdimensie aan is verbonden. Je smartwatch is over zes maanden ‘uit’, mechanische horloges verdienen een ecolabel. Je draagt ze decennialang als ze goed zijn ontworpen. Van welk product kun je dat nog zeggen vandaag?” www.ressence.eu

Type 1, Ressence

Type 3, Ressence

48 “Ressence is echt een connaisseursproduct”


Arman Fissette Een jacht is een vaartuig dat de eigenaar in staat stelt om zijn vrije tijd door te brengen op welke plek ook ter wereld. Volledig onttrokken aan de maatschappij. Arman Fissette, zelf zeiler en gelicentieerde kapitein, heeft zijn passie gekoppeld aan zijn creatieve talent. Een zeiljacht vindt hij het ideale voertuig om de wereld mee af te reizen. De grotere jachten van Arman Marine, zoals zijn bedrijf heet, zitten tjokvol kleinere voertuigen en toys om het actieve aspect van de reis verder uit te diepen. “Uit het ontwerpen van louter drijvende paleizen haal ik relatief weinig voldoening.” Zijn beeld van de actieve wereldreiziger komt dan ook niet altijd overeen met de kopers. Sinds de economische crisis is de balans meer naar de superrijken gekanteld, die het vooral doen om te pronken of feestjes te organiseren. Heel anders dan de avontuurlijke dokters, advocaten en directeurs van weleer die zich na een drukke carrière aan een wereldreis wagen in een zeil- of motorjacht van 15 meter. Mahoniehouten elementen of gepolijste stalen franjes zul je bij Arman Fissette niet snel tegenkomen. Het vakmanschap zit eerder in de ontwikkeling dan in de fabricage. Een goed uitgedachte basis van een ontwerp kan in zijn eenvoud veel krachtiger zijn dan een samenraapsel van ideeën dat veel oppervlakkige details en decoratie nodig heeft om die klik te maken met het publiek. Voor de Dune 75 en Dune 88 explorer — twee van zijn conceptuele superjachten — werkte hij samen met de glasfabrikant van Apple om een glazen constructie te ontwikkelen met een geïntegreerde led-matrix. Daardoor wordt het jacht ’s nachts een ware media-

façade die volledig naar de stemming van de eigenaar, het event of de locatie kan worden aangepast. Wat betreft de superjachten (24 tot 100 meter) en megajachten (100 meter en groter) verwacht hij dat die in de toekomst nog meer zullen evolueren tot drijvende paleizen. Wellicht wakkert het zelfs een nieuwe niche aan: drijvende eilanden! Minder gericht op exploratie zullen die eerder een vaste stek veroveren in kuststreken waar momenteel amper nog een bebouwbaar stukje grond te vinden is. De aspecten varen en reizen vallen daardoor volledig weg. Geen niche waar Arman Fissette zich met volle overgave op zal storten. Liever houdt hij zijn aandacht gericht op het segment klanten dat het dynamische aspect van een jacht ten volle weet te appreciëren en voor wie groter niet noodzakelijk beter is. Tijd en ruimte zijn elementaire onderdelen van de reisactiviteit en zonder enige twijfel de hoogste vormen van luxe. “De moderne westerling begint zich langzaamaan weer bewust te worden van het feit dat deze als twee communicerende vaten in verband staan met die andere vorm van luxe die ons door de media wordt opgedrongen: kostbare goederen en de consumptie ervan. Hoe meer geld we hieraan spenderen, hoe meer we zullen moeten werken. Vaak in drukke steden en met gebrek aan vrije tijd.” Zijn persoonlijke idee van ultieme luxe? “Langdurig reizen. Lang genoeg om in een ander tempo te gaan draaien. Zelf heb ik een jaar lang rond de wereld gebackpackt zonder enige vorm van luxe en als ervaring kan daar eigenlijk niets aan tippen.” www.armanmarine.co

Dune 75, Arman Marine

Dune 88 explorer, Arman Marine

49 “Langdurig reizen is voor mij ultieme luxe”


scoren met  design deze Belgen bewijzen dat sport en design wel matchen tekst Goele Tielens

België is een sportland. Voetbal, wielrennen of tennis zijn maar enkele van de sporten waar Belgen actief of passief zot van zijn. Dat heeft niets met design te maken? Think again. Een uitgemeten design kan sportprestaties verbeteren. Spiercompressie, aerodynamica, biomechanica, ... Sport is een wetenschap. Dat hebben de volgende Belgische bedrijven goed begrepen. Stuk voor stuk slagen ze erin om die wetenschap te combineren met een innovatieve vormgeving. En zo scoren deze Belgen met design, zowel in binnen- als buitenland.

50 thema thema thema 


LavitaSports

DE JUISTE OUTFIT Serena Williams, u kent haar wel. Waarschijnlijk niet alleen van haar fenomenale tenniscapaciteiten, maar ook om wat ze draagt tijdens wedstrijden. Ook voor de recreatieve sporter is een mooie en vooral degelijk aangepaste outfit een handig extraatje. Want zeg nou zelf: start to run is altijd leuker in een elegant looptenue dan in een versleten slobberbroek. En u weet ongetwijfeld dat de juiste outfit of schoen een wereld van verschil kan maken voor uw prestaties. Jartazi uit Denderhoutem is een bedrijf dat gespecialiseerd is in sportoutfits. U kunt kiezen uit verschillende lijnen — vernoemd naar Spaanse steden — en

bovendien extra’s toevoegen. Kies uw eigen kleurencombinatie en voeg een naam, sponsor en/of logo toe. Voor de juiste sokken doet u een beroep op LavitaSports uit Heist-Op-Den-Berg. Het bedrijf is al veertig jaar gespecialiseerd in sokken, speciaal ontwikkeld voor sporten. Zowel voor professionele als recreatieve sporters. Als u iets van hen aanschaft, draagt u ook nog een steentje bij voor het goede doel. Om de twee jaar kiezen zij twee partners die ze financieel steunen. Voor 2015-2016 zijn dat Parentee en Handisport, twee organisaties die zich inzetten voor sporten voor mindervaliden.

51 thema thema thema 


WIELEROUTFITS EN DESIGN Iedere wielrenner wil een goede outfit. Of het nu gaat om een professionele wedstrijdrijder of een fanatieke recreatieve renner. De juiste stof of een bepaald ergonomisch ontwerp kan net die cruciale seconde verschil betekenen. België heeft verschillende bedrijven die wieleroutfits ontwerpen. Met oog voor de look, maar vooral met oog voor detail, het juiste design, rekening houdend met seizoenen en andere factoren. Bioracer uit Tessenderlo bijvoorbeeld, is een van de bedrijven die wielersport combineren met innovatie, design en wetenschap. Wat begon als een hobby van CEO Raymond Vanstraelen groeide uit tot een innovatieve onderneming die het olympisch team kleedde. Het startte in 1986 toen hij voor het eerst het

Jartazi

fietsmeetsysteem op de markt bracht. Het systeem wordt nog altijd gebruikt in de wielerwereld. Daarnaast is Bioracer gespecialiseerd in outfits en zemen. Het bedrijf krijgt bijvoorbeeld veel lof voor zijn reflecterende Spitfire-outfits die de veiligheid van de fietser verhogen en het Speedmaster-pak, een outfit die 9 seconden winst oplevert bij een tijdrit van 4 kilometer op de piste. Het bedrijf investeert in innovatieve meetapparatuur, zodat kleine verschillen en details kunnen worden gemeten en op die manier worden verbeterd. Vermarc Sport, Kalas, Decca en Patrick zijn enkele andere grote Belgische namen, allemaal gespecialiseerd in optimale wieleroutfits.

Bioracer

52 thema thema thema 


Bioracer Select

GOOI EENS EEN BALLETJE OP In 1962 introduceert Select, het Belgische bedrijf dat ballen produceert, een eerste 32 panelenbal. De uitvinding wordt gezien als een van de grootste uitvindingen in de geschiedenis van het voetbal. De bal met veters maakt plaats voor dit knap staaltje innovatie. Maar de ronde, aerodynamische bal heeft bij natte weersomstandigheden een groot nadeel: hij wordt zwaar en bijna onbespeelbaar. Een laagje polyurethaan op het leder biedt de oplossing. Later slaagt Select er als eerste in om een volledige handgemaakte bal uit polyurethaan te vervaardigen. Na 50 jaar is het bedrijf nog altijd een grote naam in de voetbalwereld. Zowat iedere voetballer heeft een bal van Select in huis. Maar ook professionele spelers kiezen voor dit design. De Pro League, Pro Club en Club-series worden gespeeld met de ballen van Select. En ook in handbal zijn ze gespecialiseerd. Select is de officiële leverancier van de Internationale Handbalfederatie IHF. Alle wereldkampioenschappen en Olympische Spelen worden gespeeld met een handbal van het Belgische merk.

Ook voor de perfecte ondergrond zit u in België goed. Domo uit Sint-Niklaas is gespecialiseerd in kunstgras voor hockey, golf, voetbal of andere sporten. Een van de nieuwste uitvindingen is Hydrograss, een gepatenteerd slidingvriendelijk kunstgrassysteem met ingebouwde afkoeleigenschappen. Spelers kunnen hierdoor sliden zonder risico op brand- of schaafwonden. Hoe dat kan? Dankzij een combinatie van capillaire technologie en een waterhoudende laag. Bovendien zijn de velden uitgerust met een extra schokabsorberende laag. Verschillende erkende laboratoria raden aan om die extra laag te voorzien. Designers van Domo zijn telkens in de weer om nieuwe ideeën te bedenken en bestaande concepten te verbeteren om zo het speelveld nog beter te maken. Wanneer u naar een match gaat kijken, is de kans heel groot dat de goal uit de Kempen komt. Het bedrijf Calzio uit Grobbendonk is namelijk specialist in voetbaldoelen.

53 thema thema thema 


ALTIJD RAAK

is al 300 jaar gespecialiseerd in het maken van lakens. Ze worden geweven in maar liefst 13 fases, bestaan voor 100 procent uit wol en de keuze aan kleuren is bijna eindeloos. Voor de perfecte ballen kunt u dan weer terecht bij Aramith. Het bedrijf ligt eveneens in Verviers en zo’n 80 procent van de spelers wereldwijd kiest voor dit design. De reden: een reputatie van uitstekende kwaliteit. Spelers kunnen rekenen op haarscherpe precisie. Bovendien belooft het bedrijf de laagste kosten aan ballenonderhoud op jaarbasis.

Fusion Table, Saluc

Een potje biljarten of poolen met vrienden? Heerlijk vertier. Een biljarttafel in huis is tof. Een simpele tafel met een groen laken en enkele gaten is al lang verleden tijd. Tegenwoordig hebben tafels een prachtig design en vormen ze net als meubelstukken een pareltje voor het interieur. Saluc ontwerpt en fabriceert biljart- en pooltafels. Geen ruimte voor een pooltafel? Nonsens. Deze Fusion Table transformeer je in enkele tellen in een biljarttafel. En daar hoort uiteraard een perfect laken bij. Liefst in een mooie kleur die past bij uw interieur. Simonis Cloth uit Verviers

innoveren en bewegen

54

“It’s often easier to make something 10 times better than it is to make it 10 percent better.” Met dat idee werd op 15 oktober 2015 voor het eerst het ‘Sportinnovatiecongres’ georganiseerd door BLOSO. Het doel is simpel: meer mensen aan het sporten krijgen. “We zoeken telkens naar manieren om mensen, zowel kinderen, jongeren als volwassenen, te motiveren om te bewegen, of om actief te blíjven als ze dat al zijn”, vertelt Tanja Vanhoecke, communicatieverantwoordelijke van BLOSO. “De bedoeling van deze dag is dus praten over innovatie en samen ideeën bedenken om dit doel te verwezenlijken. Daarom hebben we verschillende mensen, personen uit de sportwereld, maar net zo goed mensen die in een andere sector innovatief werken, samengebracht. Er werden lezingen gehouden en er werd gebrainstormd over sport en innovatie.” Innovatie is een belangrijk begrip in de sportwereld. Denk maar aan de veranderingen in de wielerwereld. Dankzij het fietsmeetsysteem zijn fietsen beter afgestemd op de persoon die erop rijdt. Bovendien kan een wieleroutfit in de juiste materialen net een seconde verschil betekenen. Of denk aan de evolutie van de bal. Van een lederen bal met veters naar een kunstlederen bal die niet verzwaart als hij nat is. “Maar innovatie kan ook een manier zijn om mensen te motiveren om te sporten. Bijvoorbeeld hippe sporten te bedenken die jongeren moeten overtuigen om een sport uit te oefenen. Of sportploegen de voordelen van werken met sociale media te leren kennen. Ook kijken in andere sectoren is een goed idee. Want problemen zijn vaak niet sectorafhankelijk. Als er een goede oplossing wordt bedacht in een andere sector, is die met de juiste invulling ook goed voor de sportsector. Daarnaast willen we kleinere sportploegen aanzetten om samen te werken, want kennis delen is belangrijk.” “De volgende stap na het congres is opvolging”, legt Vanhoecke uit. “Dat kan gaan van opleidingen organiseren tot ideeën uitwerken of samenwerken. Het uiteindelijke doel is om samen een oplossing te vinden voor de problemen waarmee we in de 21ste eeuw te maken krijgen.”

thema thema thema 


DESIGN OP HET STRAND Grafisch vormgever Toon Stockman uit Roeselare maakt naast advertenties, campagnes en ontwerpen voor kiteboards. Zijn bedrijf Gazeuse maakte verschillende designs voor Shinn. Onze absolute favoriet: Monk the one (illustratie door Gaston de Lapoyade). Bijzonder, kleurrijk en een met een vleugje humor.

Gazeuse

55 thema thema thema 


STIJLVOL RONDTREKKEN Het is erg populair. Avontuurlijk rondtrekken in de bergen, nieuwe plaatsen verkennen, gepakt met een tentje. De gepaste schoenen en tent, en het juiste toebehoren zijn daarvoor essentieel. Het Antwerpse designbureau MAXIMALdesign ontwikkelde voor Nomad twee tenten. De Lodgde is een tent gericht op de sedentaire campingervaring. Groter en stabieler om langer op één plaats te kunnen blijven. Dogon werd ontwikkeld voor actieve families die graag kamperen. Flexibel, gemakkelijker om op te zetten en weer af te breken, perfect voor mensen die niet lang op een plek willen blijven. Ze zijn beide functioneel en comfortabel. Maar wandelen zonder aangepast schoeisel is geen optie. Lelijke klassieke bergschoenen dus? Niet nodig. Ook voor de schoenen deed het Nederlandse Nomad een beroep op MAXIMALdesign. U hebt de keuze uit vier verschillende modellen. Dankzij vloeiende lijnen, verlengde oppervlakken en contrasterende kleuren kunt u volledig afstappen van de typische outdoorlook.

PARKEER DE BASKET Het Nederlandse Schelde Sports combineert al jaren design met sport. Ze zijn de wereldleider in basketbalsystemen. Samen met het Mechelse Achilles ontwikkelden ze de 3x3 Street Slammer, een compacte, transporteerbare basketbalring. Het doel: organiseer wedstrijdjes op leuke plekken, parkings van supermarkten bijvoorbeeld.

Lodge, MAXIMALdesign voor Nomad

3x3 Street Slammer, Achilles voor Schelde Sports

MAXIMALdesign voor Nomad

56 thema thema thema 


Snauwaert

Dogon, MAXIMALdesign voor Nomad

TENNISSEN OP TOPNIVEAU Goed nieuws voor Belgische tennisfanaten. Snauwaert, het legendarische Belgische tennismerk, komt begin 2016 weer op de markt. Het merk kent een rijke en soms woelige geschiedenis die is opgebouwd rond vakmanschap en innovatie. Dankzij hun innovatieve rackets raakten ze bekend in binnen- en buitenland. De Snauwaert-rackets kenden veel succes bij topspelers zoals Brian Gottfried, Mikael Pernfors, Vitas Gerulaitis, Miloslav Mecír en John McEnroe. Snauwaert werd in 1928 in Roeselare-Beveren opgericht door Valeer Snauwaert en Eugeen Depla. Het startte met een houtatelier waarin hockeysticks, sleeën, kano’s en tennisrackets werden gemaakt. Door de combinatie van groot vakmanschap en

een eerlijke prijs groeiden ze in de jaren 70 uit tot een van de wereldleiders in de tennisindustrie. Met de komst van goedkope composietrackets uit Azië ging het in de jaren 80 snel bergaf, met overnames en faillissementen tot gevolg. Begin 2013 kwam het merk opnieuw in Belgische handen. De afgelopen twee jaar heeft Snauwaert zijn geschiedenis vertaald in de creatie van nieuwe technologisch performante én stijlvol vormgegeven tennisproducten. De verkoop zal verlopen via een brand-dedicated e-commerce-platform in combinatie met een onsite ondersteuning voor tennisclubs én spelers door een uniek partnerprogramma. Snauwaert wil zo uitgroeien tot een bijzondere crowd-brand die zowel spelers, clubs als ook tennis in zijn geheel, laat groeien.

57 thema thema thema 


Farming Pollution, Giacomo Piovan

toegevoegde waarde van design binnen wetenschap een interview met Ministry of Mass en Socialmatter tekst Kurt Vanbelleghem

58 thema thema thema 


Vanuit hun opleidingen worden jonge designers sterk aangemoedigd om een wetenschappelijke blik in hun ontwerp te integreren. Maar het is allesbehalve evident voor een afgestudeerde ontwerper om dat pad verder te bewandelen. Ze zijn in staat om interessante producten en maatschappelijke projecten te ontwerpen. Maar om daarmee een nieuw ontwerpbureau uit de grond te stampen en te laten groeien, is duidelijk nog een ander verhaal. De getuigenissen van David Braeckman (Ministry of Mass) en Giacomo Piovan (Socialmatter) tonen aan dat samenwerkingen met wetenschappers over een bumpy road lopen en dat je als beginnende ontwerper beter een plan B klaar hebt.

Designers kijken al enkele jaren 360° breed naar de maatschappij, en ontwerpen processen en trajecten waarvan wetenschappelijk onderzoek de fundamentele basis vormt, zeker binnen disciplines zoals design voor maatschappelijke innovatie. Dat designers en wetenschappers samenwerken is dan ook niet nieuw, maar de oproep om elkaar in de armen te sluiten klinkt de laatste tijd heel luid. En dat hoeft niet te verrassen. Wetenschappers kijken vanuit hun laboratoria of vanachter

hun computer naar buiten om hun onderzoek maatschappelijk of zakelijk gestalte te geven. Bij die zoektocht kunnen ze zeker ontwerpers gebruiken, al was het maar om hun resultaten in begrijpelijke vormen te gieten. Gelukkig stopt het daar niet en vaak zetten die wetenschappers echte samenwerkingen op waarbinnen designers een toegevoegde meerwaarde kunnen aanbrengen.

59 thema thema thema 


luchtzuiverend beton David Braeckman studeerde in 2010 als productontwikkelaar af aan de Universiteit Antwerpen. Twee jaar later heeft hij zijn eigen designstudio Ministry of Mass opgericht. Zijn studio dient in de eerste plaats als vehikel om zijn waardengerelateerde visie op design verder te kunnen ontwikkelen. Hij is sterk geïnteresseerd in de manier waarop het maakproces een inherent ecologische en duurzame meerwaarde kan bewerkstelligen. We leerden Ministry of Mass kennen op Interieur 2012, met een heel opmerkelijke deelname. Je presenteerde daar een reeks betonnen buitenmeubelen die ook C0 2 konden filteren, net zoals bomen doen. Een heel experimenteel ontwerp. Hoe is het je sindsdien vergaan? David Braeckman: Ministry of Mass heeft zich gedurende de voorbije jaren verder gediversifieerd en naast het maatwerk dat we voor diverse klanten produceren, ben ik verschillende ontwerpreeksen gaan ontwikkelen. Dat is een van de voornaamste kenmerken van de studio. Ik ontwikkel weinig objecten die op zich staan, ik ga telkens een reeks objecten ontwerpen die inhoudelijk en visueel met elkaar in verband blijven staan. Onze eerste reeks, waar we inderdaad een aantal jaar geleden mee zijn begonnen, was de Reintroduction of Nature in Life of Man, de betonnen buitenmeubelen waarin titaniumdioxide is verwerkt. Deze reeks is niet afgesloten, ik werk daaraan nog verder, maar het blijkt niet evident te zijn om dergelijke producten in de markt te zetten. Redelijk snel is er een tweede serie objecten gekomen, Modern Utility. Intussen zit ik nu binnen deze reeks aan vier objecten en er zitten er nog een aantal in de conceptfase. Deze tweede reeks focust meer op het ambachtelijke en op het maakproces, en minder op het experimentele, aan wetenschappelijk onderzoek gerelateerde processen. Met de betonnen objecten van de Reintroduction of Naturereeks ben je onmiddellijk op heel radicale manier naar buiten gekomen. Een bewuste keuze? DB: Mijn affiniteit voor beton als productiemateriaal stamt al uit mijn studententijd. Samen met Sander Michiels, een toenmalige medestudent, ben ik in mijn vrije tijd met beton beginnen te experimenteren. We deelden de passie voor de look-and-feel van dit materiaal. Op die manier kwamen we tot een reeks objecten, maar we wilden die iets meer laten betekenen. Hoe kun je beton nog inzetten naast het puur gieten van vormen? Wat kan dat materiaal teweegbrengen? In de ogen van de meeste mensen is beton een ruw bouwmateriaal met een eerder lompe uitstraling. Daarbij wordt het meestal natuuronvriendelijk geassocieerd. Ons doel was om met dit materiaal aan te tonen dat het ook anders kan. Vanuit ons onderzoek naar mogelijke toepassingen van beton zijn we op een procedé gestoten waarmee

toen in Nederland werd geëxperimenteerd. Daar werden proefprojecten opgezet met luchtzuiverend beton. Dat werd op een heel utilitaire manier toegepast, zoals bij de aanleg van straten, om na te gaan of het daadwerkelijk de vervuiling door verkeer doet afnemen. Gelijkaardige projecten vonden ook plaats in België en Zwitserland, waar wanden van tunnels uit dergelijke luchtzuiverende beton werden vervaardigd. Hoe heb je inzicht gekregen in dat wetenschappelijke proces? En ben je tot relevante toepassingen gekomen? DB: We zijn echt gaan uitzoeken hoe dat luchtzuiverende proces tot stand komt, vanuit een wetenschappelijk standpunt. De kleurstof die wordt gebruikt in beton bevat titaniumdioxide en dit bestanddeel gaat onder invloed van ultraviolet licht de stikstof in de lucht omzetten in nitraten. Dit proces bewerkstelligt het luchtzuiverende resultaat. De regen spoelt telkens een flinterdunne bovenste laag weg en de daarbij vrijkomende titaniumdioxide zet het proces voort. Dat lijkt me de gouden graal op het vlak van luchtverontreiniging. Waarom ligt de wereld nog niet vol met dergelijk beton? DB: Er zijn een aantal beperkingen en die hebben ook een sterke invloed op de relevantie van onze meubelobjecten. Ten eerste is het geen meetbaar proces. Tot nu toe heeft geen enkel onderzoek kunnen aantonen hoeveel C0 2 er wordt omgezet. Ten tweede is het een eindig proces. Na verloop van tijd is al de titaniumdioxide in het beton opgelost en stopt het luchtzuiverende effect. Er zijn geen exacte data voorhanden over hoe luchtzuiverend het nu echt is en over hoeveel materiaal je nodig hebt om tot aantoonbare resultaten te komen. Op zich zijn dat niet de beste verkoopargumenten om het straat- en tuinmeubilair te gaan promoten? DB: We hebben dit wetenschappelijke procedé vooral als boodschap willen gebruiken. In de eerste plaats om mensen te doen stilstaan bij het belang van onderzoek naar luchtzuiverende toepassingen en daarnaast wilden we beton met een meerwaarde presenteren, ingaand tegen de heersende opinies over dit materiaal. Als ontwerper stel je jezelf kwetsbaar op, omdat je inderdaad volledig afhankelijk blijft van de wetenschappelijke resultaten. Omdat de data (nog) niet doorslaggevend zijn op het vlak van luchtzuiverende kwaliteiten, is het voor ons moeilijk gebleken om commercieel met onze betonmeubelen uit te pakken. Dat was nu ook niet onmiddellijk de ambitie. In mijn ontwerpen wil ik in de eerste plaats ruimte maken voor waarden en een boodschap meegeven. Ik hou zeker de vinger aan de pols en ik volg de verdere wetenschappelijke ontwikkelingen. Maar als visitekaartje over waarvoor Ministry of Mass staat, kan het wel tellen. www.ministryofmass.com

60 thema thema thema 


Diamond (The Reintroduction of Nature in Life of Man), Ministry of Mass. Foto © Kristof Vrancken

Lamp (The Reintroduction of Nature in Life of Man), Ministry of Mass

Swing (The Reintroduction of Nature in Life of Man), Ministry of Mass

Barrel Lamp (Modern Utility), Ministry of Mass

Pillow Seat, Pillow Table, Bending Lamp (Modern Utility),

61

Ministry of Mass

thema thema thema 


62 thema thema thema 


aanpak met risico’s Giacomo Piovan studeerde eerst industrieel design aan de Politecnico di Milano (IT) en volgde daarna de masteropleiding social design aan de Design Academy in Eindhoven (NL). In 2012 verhuisde hij naar Hasselt en richtte hij zijn designbureau Socialmatter op. Intussen woont en werkt hij in Luxemburg, waar hij een van de pioniers is om design voor sociale innovatie ook in dat land een gestalte te geven. Al tijdens je studies in Eindhoven heb je de samenwerking met wetenschappers opgezocht en zodra je was afgestudeerd ben je blijven samenwerken met onder anderen onderzoekers en ingenieurs uit Limburg. Het resultaat is het Farming Pollutionproject rond bodemvervuiling. Waarom ben je als designer geïnteresseerd in die problematiek? Giacomo Piovan: Als designer kijk ik naar de samenleving, en vanuit een ecologisch en sociaal bewustzijn wil ik projecten opstarten waarbij ik een verbeteringstraject binnen die samenleving kan vormgeven. Op een congres rond bodemvervuiling kwam ik in contact met een specialist in bodemreiniging. Hij voerde onderzoek naar alternatieve methoden voor de zuivering van vervuilde grond op privéterreinen, en met name vervuiling als gevolg van lekkende olietanks. Als designer beschouw ik het als mijn rol om via een dergelijk project meer bewustzijn te creëren omtrent deze problematiek. We hebben geen kennis over de gezondheidsgevolgen van bodemverontreiniging, noch over de invloed ervan op de waarde van onze eigendommen en de desastreuze effecten ervan op het ecosysteem. Het is absoluut noodzakelijk dat het bewustzijn voor de gevolgen van die vervuiling wordt versterkt, maar is het niet bijzonder moeilijk om op basis daarvan ook een zakelijk plan te ontwikkelen voor je eigen designstudio? GP: Ik heb met eigen middelen mijn bureau opgericht en ben op zoek gegaan naar bedrijven die eventueel geïnteresseerd waren in de verdere ontwikkeling van deze alternatieve bodemzuiveringstechnieken. Ik heb in Hasselt een bedrijf gevonden, maar we zijn er niet toe gekomen om dat op een brede schaal te ontwikkelen. Op welke manier kon jij je stempel drukken als designer binnen

dat wetenschappelijk onderzoek naar bodemvervuiling? GP: Ik stelde vast der er in feite niemand vragen stelt aan die wetenschappers, zij gaan verder met vragen te onderzoeken die ze zelf creëren. Designers kunnen een interface ontwerpen tussen enerzijds de wetenschappers en anderzijds de reële samenleving die met concrete vragen zit. Mijn taak bestond erin om te tonen hoe de samenleving met dat onderzoek aan de slag kan gaan, om aan te geven wat de concrete resultaten kunnen zijn. Hoe reageerden die onderzoekers daarop? GP: Als ik de vraag naar de inzetbaarheid van hun onderzoek zo expliciet stelde, botste ik redelijk snel op een aantal fundamentele problemen. Onderzoekers houden er ten eerste niet van om risico’s te nemen. Ze gaan daarnaast ook niet op zoek naar de noodzakelijke fondsen om hun onderzoek te vertalen naar een maatschappelijk toepasbaar project. Maar er was vooral een gebrek aan vertrouwen. Ik had altijd het gevoel dat ze bang waren dat ik te dicht bij hen kwam en dat ik met de vruchten van hun onderzoek aan de haal zou gaan. Ze waren op zich wel geïnteresseerd, maar ze vonden dat mijn aanpak als designer te veel risico’s inhield. Hun focus lag op het voortzetten van hun onderzoek, in hun laboratoria. Mijn focus lag in het veruitwendigen en inzetten van hun onderzoek. Kreeg je dan de mogelijkheid om dat onderzoek zelf te verzelfstandigen als een designproject? GP: Zonder hen bleek het niet mogelijk om daar een financieel gedragen project van te maken. Als je met geldschieters gaat praten, willen ze die wetenschappers zien en spreken, en niet alleen iemand van wie die geldschieter denkt dat hij alleen als een ambassadeur functioneert. Je rol als designer in die processen duidelijk stellen en anderen daarvan overtuigen, blijft de grootste uitdaging. Het is mij duidelijk geworden dat als je een complex probleem wilt aanpakken, je oplossingen dient te gebruiken die je zelf kunt dragen, vanuit je specifieke designbenadering. In dit specifieke geval ben ik me op de woonbuurten rond de vervuilde sites gaan richten, en ben ik onderzoeksen ontwerptrajecten met de bewoners in plaats van met de wetenschappers gaan uitwerken. www.socialmatter.eu

Farming Pollution, Giacomo Piovan

63 thema thema thema 


GESPOT 66

Dutch Design Week 70

Crypto Design Challenge 74

FOCUS 78

Beyond food and design 64 gespot gespot gespot 


CASES 68

Panache: office for art and design 72

De Canvas-kwestie 76

Ernest in New York

65 cases cases cases 


Dutch Design Week tekst Christian Oosterlinck  +  Mies Van Roy

In 2002 werd de Dutch Design Day omgedoopt tot de Dutch Design Week en het event in Eindhoven is altijd blijven groeien. We dachten alles wel in één dag te zien, maar dat bleek niet haalbaar. Met zijn 275 000 bezoekers,

Gravity, Jólan van der Wiel

2 400 ontwerpers en bijna 100 locaties is het inderdaad een van de grootste designevents in Europa. Naast de talrijke tentoonstellingen zijn er ook lezingen, debatten en workshops. Het thema van de editie van dit jaar was ‘What if…’.

Bottom Ash Observatory, Christien Meindertsma voor Thomas Eyck

Wij hebben ons beperkt tot het stadsdeel Strijp-S, met locaties als het Klokgebouw, het Ketelhuisplein en het Veemgebouw.

Every Torus, Arnout Meijer

Waterland-huisje, Tiny House Movement

66 gespot gespot gespot


weerkaatst door het materiaal en in relatie tot je oog gerenderd. Je ziet het object niet als een ruimtelijke aanwezigheid, maar als een voorwaarde in de tijd. Playing Life, een expo rond het vormgeven met levende materie samengesteld door Transnatural, bracht recente biotechnologische mogelijkheden die zorgen voor nieuwe manieren van werken met levend materiaal of de creatie ervan. Het Next Nature Institute presenteerde er Bistro in Vitro, een speculatief restaurant van de toekomst waar kweekvlees onderdeel is van het menu. De Dutch Design Awards omvatten zowel fashion, communication, product, habitat, service & systems, Best Client Award als design research. In deze laatste categorie zagen we onder andere Medicijnfabriek van Circus Engelbregt, een project waarin gezondheid, verantwoordelijkheid, sociale cohesie, en de zorg om natuur en milieu elkaar aan de

werktafel ontmoeten. In het speciaal ontwikkelde laboratorium verwerken de deelnemers hun plant tot medicijn. Met behulp van een rolkoffer is de ambulante Medicijnfabriek ontwikkeld, waarbij op elke locatie workshops kunnen worden gegeven. Bij de Young Design Award waren Teresa van Dongen en David Derksen de winnaars. Paul Mijksenaar is winnaar van de BNO Piet Zwart Prijs voor zijn bewegwijzering op luchthavens. In het Klokgebouw was het thema ‘It’s your world’ met vier minitentoonstellingen die gaan over ons dagelijkse afval, de productie van mobiele telefoons, de bacteriën op onze huid of uitgewezen asielzoekers. We stonden met open ogen te kijken naar allerlei projecten van de TU Delft: van technisch textiel over racewagens, ergonomie en zoveel meer. Volvo toonde ons nieuwe designconcepten. Bij ‘It’s your trash’ kwamen we onder meer een nieuwe publicatie van Christien Meindertsma tegen.

Zij maakte in samenwerking met fotograaf Mathijs Labadie voor Thomas Eyck het boek Bottom Ash Observatory, een encyclopedisch verhaal waarbij Meindertsma meerwaarde aan bodemas geeft. We ontmoetten er ook Kristel Peters van het KASK Gent die onderzoek doet naar cradle to cradle in fashion shoes. Op het Ketelhuisplein stond zowel de eerste 100 procent zelfvoorzienende mobiele woning van Sustainer Homes als het schattige Waterland-huisje van de Tiny House Movement. Wie Eindhoven kent, weet dat men er niet in de eerste plaats met de schoonheid van design bezig is, maar met inhoud. Thema’s zoals duurzaamheid, klein wonen, biowetenschappen en circulaire economie dragen het onderzoek naar design, en dienen de wereld en onze toekomst. De Dutch Design Week vond plaats van 17 tot 25 oktober 2015 in Eindhoven. www.ddw.nl

Alice, Kristel Peters

Alleen al de tentoonstellingen in het Veemgebouw waren de verplaatsing waard. Hands Off, een tentoonstelling gecureerd door Zahid Sardar voor het Museum of Art and Design in San Francisco, toonde Nederlands design tussen technologie en ambacht. De Gravity-stoel en bijzettafels van Jólan van der Wiel ontstaan door met magnetische kracht een wasen metaalsubstantie tussen twee metalen platen uit te rekken. Zo liepen we verder naar In No Particular Order. Die tentoonstelling toonde de werkwijze van 36 veelbelovende ontwerpers, kunstenaars, makers en architecten. Zij ontvingen het afgelopen jaar een werkbeurs van het Stimuleringsfonds om hun carrière verder te ontwikkelen. De tentoonstelling toonde hun inspiratiebronnen, motivaties en ambities. Zo was er de verlichting van Arnout Meijer. Elke lamp omvat een lichtvorm die verandert naar gelang je positie in de ruimte. De lichtvectoren worden

GESPOT

gespot gespot gespot


Panache: office for art and design

Huisstijl Studio Reset

tekst Steven Graauwmans

Kathleen Weyts wandelde de afgelopen twintig jaar in de marketing- en communicatiegangen van de culturele sector — van het M HKA en de Biënnale van Moskou, over Mu.ZEE en het Internationale Filmfestival van Gent tot Europe for Festivals, Festivals for Europe. Momenteel coördineert ze enkele tentoonstellingsprojecten voor BOZAR. Philip Marnef behaalde zijn strepen in een grafisch bureau. Van opleiding is de man germanist en illustrator. Bij Panache is hij de allrounder van dienst die zowel de pen vasthoudt als de knoppen bedient om websites te ontwerpen en te ontwikkelen.

TRUMP TOWER Philip Marnef: “Wat wij doen? Het is een complex verhaal omdat we heel breed gaan. Om die reden hebben we het opgesplitst in drie luiken. De ‘Panache Towers’ — een knipoog naar de Trump Tower — verwijzen naar ons kantoor waar we ook de tentoonstellingen van onze kunstenaars organiseren. Onder ‘The studio’ brengen we alles onder wat te maken heeft met grafisch ontwerp, webdesign en -development. Zo hebben we de huisstijl gemaakt voor Studio Reset en het dansgezelschap Kobalt Works. De website van fotograaf Bob Van Mol is van onze hand, net als de website en app Fulltopia voor de kunstenaar

CASES

Francisco Camacho Herrera. De derde pijler, ‘The agency’ ligt ons heel nauw aan het hart: de ondersteuning voor kunstenaars en kunstmanagement.” Kathleen Weyts: “Dat gaat verder dan louter de productie, wij ondersteunen kunstenaars zowel op zakelijk als op inhoudelijk vlak en we brengen hun werk onder de aandacht. Daarnaast willen we ‘The studio’ ook verder uitwerken tot een publicatieplatform voor het artistieke luik, zowel print als online, want een mooie catalogus, een ‘boek’ om zich te profileren is nog altijd hét visitekaartje van een kunstenaar.” Websites ontwikkelen voor advocaten en kunstenaars, films en tentoonstellingen produceren en artiestencarrières begeleiden ... Panache is geen klassiek communicatiebureau, noch een pr-bureau. En ze hebben veel plannen voor de toekomst, maar wat is de overkoepelende visie binnen dit alles? Philip: “De visie is dat we in de eerste plaats goed werk willen afleveren. Panache wordt niet gerund vanuit een economische missie. We moeten natuurlijk wel rondkomen, maar geld is niet de bestaansreden van Panache.” Kathleen: “Het gaat over inhoud en de omkadering ervan. Wij werken goed en graag samen met kunstenaars en kunstinstellingen, omdat we begrijpen waarmee ze bezig zijn en waarover het gaat, wij kennen de gevoeligheden en de moeilijkheden. En dat wordt geapprecieerd.”

cases cases cases 


Bureau voor kunst en design, zo noemt Panache zich. Het maakt ons benieuwd naar wat ze concreet doen om hun boterham mee te verdienen. Kwintessens sprak met Kathleen Weyts en Philip Marnef over hun geesteskind Panache. Op de tweede verdieping van een kantoorgebouw uit de jaren 70 stripten ze de boel tot op het beton, verfden alles wit en lieten Studio Reset in ruil voor een huisstijl enkele tafels ontwerpen. In diezelfde ruimte organiseren ze ook exposities.

Panache Towers

KLANKBORD Ze kunnen het niet laten, Kathleen en Philip komen altijd terug op hun teerbeminde agency. Dat artistieke deel laat hen niet los, ook omdat er in de beeldende kunsten nog werk aan de winkel is. Kathleen: “De beeldende kunsten zitten op een totaal andere manier in elkaar dan de podiumkunsten, die veel beter georganiseerd zijn. Acteurs, dansers en choreografen groeperen zich in gezelschappen, meestal met een zakelijk leider, productieverantwoordelijke en iemand die instaat voor de verkoop en de communicatie van de producties. Beeldende kunstenaars werken individueel, ze concentreren zich op de inhoud van hun werk en kunnen — op enkele uitzonderingen na die zich organiseren in studio’s — niet terugvallen op een ondersteunende structuur. Waardoor ze slecht onderhandelen met musea en galerieën, of hun subsidiedossiers niet goed onderbouwen. Daar willen wij in meehelpen.” Kathleen: “Het is maatwerk: met iedere kunstenaar leggen we een ander parcours af. De samenwerkingen zijn gebaseerd op wederzijds vertrouwen en respect. Bovendien moet ik het werk kunnen voelen. En dat heb ik met Els Dietvorst, Maryam Najd, AMVK, Younes Baba-Ali en kunstenaar Ives Maes.” Philip: “Omdat we onafhankelijk zijn van de rest van de kunst-

wereld, zijn wij ook het klankbord van de kunstenaars. Zij spreken ons aan over zowel strategische beslommeringen als voor creatieve feedback over de inhoud of het artistieke project. In tegenstelling tot veel galerieën, die zich vooral toeleggen op verkoop, ondersteunen wij hen ook in het schrijven van dossiers, de te nemen stappen in hun carrière, het negotiëren van contracten, het verzorgen van hun pr, ...”

TEAMSPIRIT Vandaag bestaat Panache uit Kathleen en Philip. Maar wanneer dat nodig is, kunnen ze de hulp inroepen van grafisch ontwerper Pieter Boels, van cameraman en regisseur Mario De Munck of van fotostudio Lucid. Kathleen is er lyrisch over: “Ik geloof in de samenwerking van verschillende creatieve mensen. We moeten weer meer vanuit collectieven werken waarbinnen iedereen elkaar aanvult. Als ik naar de toekomst kijk, zie ik een groep gelijkgestemde zielen, freelancers die samenwerken. En dan denk ik dat je die grote bedrijven het vuur aan de schenen kunt leggen. Net omdat wij dicht bij de basis blijven en zien wat er echt leeft. En we kunnen snel en flexibel de nodige experts bij elkaar zetten. Dat is mijn droom.” www.panache.works

69 cases cases cases 


Crypto Design Web Training Collar, Jasper van Loenen

Challenge

Discrete Cosine Transform, Rosa Menkman

tekst Natasja Admiraal

Hoewel computerbeveiliging en onlineprivacy zeer actuele thema’s zijn, houden ontwerpers zich er niet tot nauwelijks mee bezig. Met de Crypto Design Challenge wil MOTI, Museum of the Image in Breda, daar verandering in brengen. Want design kan complexe situaties toegankelijk maken. OneUp, Naomi Naus

70 gespot gespot gespot


deelnemers frisse ideeën en zoomden ze soms in op een specifiek privacyvraagstuk. Een opmerkelijke inzending was bijvoorbeeld een nieuwe variant op het bekende mikadospel, met op elk stokje een letter of cijfer. Hiermee kun je snel en op eenvoudige wijze een random wachtwoord genereren. Andere ontwerpers exploreerden de mogelijkheden van bijvoorbeeld digitale camouflage en bogen zich over de vraag welke rol onzichtbaarheid kan spelen in de virtuele wereld. De jury sprak lovende woorden over alle inzendingen en had uiteindelijk meer dan 3 uur nodig om uit de 14 genomineerden 2 winnaars te kiezen. Jasper van Loenen ontwikkelde Web Training Collar, een apparaatje dat een elektrisch schokje geeft bij een bezoek aan een onbeveiligde website. Daarbij maakt hij gebruik van software die het internetverkeer op de computer van de gebruiker monitort. De intensiteit van de schok wordt heviger als iemand herhaaldelijk onbeschermde websites bezoekt. De jury was erg verdeeld over het werk: “Deze inzending was vrij grof. Sommigen vonden het eigenlijk niet kunnen. Maar de jury besliste dat het product veel duidelijk kan maken over hoe je mensen tegen zichzelf in bescherming kunt nemen als het gaat om hun aanwezigheid op het wereldwijde web.” De tweede winnaar was Rosa Menkman. Haar project Discrete

Cosine Transform gaat over het visueel verbergen van boodschappen in een niet-communicatief beeld. Ze geeft daarmee een artistieke draai aan de klassieke steganografie: het verbergen van informatie in onschuldig ogende objecten. “Het is een oeroud idee dat op een nieuwe manier is vormgegeven en daarom is het een briljante vondst”, aldus de jury. Alle genomineerde werken maken deel uit van de tentoonstelling Design my Privacy, naast werk uit de huidige design- en kunstwereld om het verhaal rond privacy compleet te maken. Bijvoorbeeld de spionagepuzzels over de ‘NSA leaks’ die ontwerper Ruben Pater wekelijks maakt voor de Nederlandse krant NRC next. In samenwerking met het Crypto Museum in Eindhoven wordt er ook een blik geworpen op de geschiedenis van cryptografie. Zo kunnen bezoekers een kleine enigmamachine bewonderen en meer te weten komen over het werk van Edward Snowden. Illustraties nemen je mee naar het prille begin van informatiebeveiliging. De Griekse historicus Herodotus beschreef hoe rond 440 voor Christus een vorst het hoofd van een slaaf liet kaalscheren en daarna een boodschap op zijn hoofd tatoeëerde. Zodra het haar was aangegroeid, en de boodschap aan het oog onttrokken, kon de slaaf op pad. Later kon de informatie weer zichtbaar worden gemaakt,

simpelweg door het hoofdhaar af te scheren. Een andere historische methode is de scytale: een riem met daarop willekeurig aangebrachte tekens. Als deze riem om een stok met de juiste dikte wordt gewikkeld, kun je de werkelijke tekst lezen. Het overkoepelende onderzoek rond de Crypto Design Challenge heeft geresulteerd in een publicatie, een soort privacyhandboek voor ontwerpers, dat eind 2015 verschijnt. “Wat dit project zo interessant maakt, is dat er verschillende werelden samenkomen”, besluit Ward Janssen. “Voorafgaand aan de wedstrijd organiseerden we een kleine conferentie waarbij dertig specialisten — ontwerpers, hackers, felle activisten, maar ook kenners uit de klokkenluidershoek — bij elkaar kwamen om actuele vraagstukken te bespreken. De bedoeling is om de Challenge jaarlijks te organiseren, omdat het museum privacy-issues hoog op de agenda zet als het gaat om uitdagingen in design.” De tentoonstelling Design my Privacy loopt nog tot 13 maart 2016 in MOTI, Museum of the Image in Breda en verhuist daarna naar Z33 in Hasselt. De tentoonstelling toont werk van onder anderen Willem Popelier, Mark Shepard, Ruben Pater, FRONT404, Rosa Menkman, Maddy Varner for F.A.T., Heath Bunting, Joyce Overheul, Owen Mundy, Jeroen van Loon en Sander Veenhof. www.cryptodesign.org

Snowden puzzel, Ruben Pater

“Cryptografie en dataproblematiek zijn begrippen waar niet iedereen direct een gevoel bij heeft”, stelt Ward Janssen, projectleider bij MOTI. “We kunnen allemaal zien, horen, voelen en ruiken, maar het aanvoelen van een onbeveiligde website blijkt bijzonder lastig, omdat het nog niet in ons systeem zit.” Op kunstacademies gaat de meeste aandacht uit naar de ontwikkeling van een artistieke visie en visuele stijl, en is technologie nauwelijks een issue, terwijl aan de technische universiteiten het creatieve aspect vaak onderbelicht blijft. De moeilijkheidsfactor schuilt ook in het feit dat informatietechnologie continu verandert. Een belangrijk criterium bij het juryberaad van de Crypto Design Challenge was dan ook: zijn de concepten duurzaam, hoelang kunnen ze mee? Maar ook: is het idee haalbaar, wenselijk en laagdrempelig, communiceert het duidelijk? Janssen: “De vorm was vrij: het kon gaan om een nieuwe oplossing, een systeem, een concept voor een systeem, een prototype of design fiction.” Talloze techneuten, vormgevers, kunstenaars, en studenten van kunstacademies uit Nederland en België gingen de uitdaging aan. Uiteindelijk hebben 55 ontwerpers daadwerkelijk een voorstel ingezonden. Een gerenommeerde jury selecteerde 14 finalisten. Hoewel tekst en beeld beveiligen uiterst ingewikkeld is, toonden de

GESPOT

gespot gespot gespot

71


De Canvas-kwestie tekst Christophe De Schrauvre

Ook al bond designplatform Antwerp. Powerd By Creatives (APBC) — dat regelmatig discussies in de creatieve sector opwerpt — de kat de bel aan, wanneer een overheidsinstelling een nieuwe huisstijl presenteert, borrelt er steevast kritiek op uit de sector. Waarom dit logo? Dit bureau? Een buitenlandse studio? Waarom zoveel geld? Terechte vragen. Stuk voor stuk. Bij de VRT gaat het om publieke middelen en is het onze plicht om het allemaal ernstig te nemen. Zeker de meerwaardezoekers. Maar voor het foeteren en chargeren, eerst wat context.

gebruikelijk is voor een breed omvattende opdracht als deze.” Deze marktbevraging werd niet via een gespecialiseerd consultancybureau uitgevoerd, maar kwam tot stand na een longlist die interne en externe VRT-medewerkers hadden opgesteld. “Medewerkers met uiteenlopende expertise in het domein van audiovisuele producties, digitale media, marketing en grafische vormgeving hebben een goed zicht op de markt en baseren zich daarbij op eerdere restylingsopdrachten van de bureaus binnen de mediasector.”

BESTE BUREAU

VAGE PROCEDURE

Vooreerst selecteert de VRT volledig autonoom zijn leveranciers, althans volgens zijn operationele autonomie zoals die in het Mediadecreet met de Vlaamse overheid is overeengekomen. “De VRT kán bij de keuze van zijn partners niet discrimineren op basis van nationaliteit”, laat het kabinet van minister van Cultuur Sven Gatz ons weten — deze reactie hebben ze overigens ook meteen in een reactie op de APBC-website geschreven. Er gelden Europese regels en daarom kiest Canvas niet voor een Belgisch dan wel een buitenlands bureau, maar gewoonweg voor het ‘beste bureau’. Einde discussie. Niet helemaal, want hoe zit het besluitvormingsproces om tot het ‘beste bureau’ te komen in elkaar? “Volgens de regels van goed bestuur hebben we meer dan tien bureaus aangeschreven”, zegt VRT-woordvoerder Hans Van Goethem, “en daar is een vrijwillige marktbevraging aan voorafgegaan, zoals

“Dat Canvas verder gaat met Why Not Associates vind ik niet het punt, het is een supergoed bureau. Moeilijker heb ik het met de onnodig vage procedure”, stelt Hugo Puttaert, grafisch ontwerper, drijvende kracht van visionandfactory en hoofd van de afstudeerrichting grafisch ontwerp Sint Lucas Antwerpen. “De VRT mag dan al een marktbevraging hebben gedaan, maar op welke manier is de briefing verlopen? Welke criteria zijn er vooropgesteld, op basis van welke parameters is er gekozen én door wie? En volgt er nog communicatie naar alle studio’s die hebben deelgenomen?” De VRT geeft meer toelichting over de procedure: “Alle bureaus werden gelijktijdig uitgenodigd voor een gezamenlijke briefing waarbij we de visie en strategie op het vernieuwde Eén en Canvas hebben voorgesteld. Dezelfde dag volgde een gesprek met elk bureau afzonderlijk, waarbij we verdere

72 cases cases cases 


Bij de voorstelling van het nieuwe televisieseizoen stelde Canvas een nieuwe huisstijl voor. Het bekende vierkante logo werd vervangen door twee horizontale balkjes. Deze update werd uitgetekend door het Engelse bureau Why Not Associates waarmee de VRT al sinds 2007 samenwerkt. Dat de VRT voor de nieuwe huisstijl van Canvas in zee is gegaan met het Britse bureau Why Not Associates zorgt voor wrevel in de creatieve sector. Niet zozeer door de keuze, wel hoe die keuze tot stand is gekomen. “De procedure lijkt onnodig vaag”, stelt grafisch ontwerper Hugo Puttaert.

toelichting hebben gevraagd bij eigen werk en één specifieke case die van toepassing zou kunnen zijn op Eén en Canvas. Vervolgens selecteerde de jury uit de longlist van meer dan tien een shortlist: voor Canvas vier en voor Eén vijf bureaus.” Ook nadien werd er effectief gecommuniceerd met de bureaus die de shortlist niet haalden.

MODUS OPERANDI De bureaus uit deze shortlists dienden gelijktijdig een voorstel in en werden op dezelfde dag bij de VRT uitgenodigd om hun voorstel mondeling toe te lichten. We kennen alleen de naam van de winnaar, Why Not Associates, dat in 2007 al het ‘open frame’ van Canvas transformeerde in een wit vierkant. Naar de andere laureaten blijft het gissen. “Er is deze keer afgesproken dat we alleen de naam van de winnaar bekendmaken. We kunnen wel meegeven dat er verschillende Belgische bureaus betrokken waren. Als bij een volgend project wordt afgesproken dat alle deelnemers worden bekendgemaakt, dan zullen wij dat ook doen.” Of de andere laureaten een verantwoording hebben gekregen waarom zij niet werden weerhouden, dat is de vraag. “Zelf heb ik met visionandfactory samen met het Nederlandse bureau Studio Dumbar destijds meegedongen naar de VRTrestylingsopdracht in 2004. Nooit hebben we ook maar enige uitleg gekregen over ons dossier”, betreurt Hugo Puttaert. Hij pleit voor een correcte modus operandi van start tot conclusie

met duidelijke argumentatie, want hierin kan de Vlaamse overheid of een instelling als de VRT het voortouw nemen.

EMOTIONEEL PLEIDOOI “De manier waarop pitches worden uitgeschreven, blijft een oud zeer in onze sector”, kaart Hugo Puttaert tot slot nog aan. “Openbare aanbestedingen zijn niet de meest optimale weg, want dergelijke dossiers zijn vaak zo complex dat er eerder administratieve parameters meespelen dan artistiek-creatieve capaciteiten. Dan liever het systeem van besloten wedstrijden zoals dat in de architectuur zijn nut bewijst.” Had Canvas moeten kiezen voor een Belgische studio? Nee. Het is niet de uitkomst noch de keuze voor Why Not Associates waar we vragen bij moeten stellen, wel de manier waarop men tot deze keuze komt. De ontsteltenis van de creatieve voorhoede lijkt eerder ingegeven door emotionele betrokkenheid dan op basis van rationele elementen. Canvas en de grafische studio’s zijn nu eenmaal lotsverwanten. Zou het daarom niet geweldig zijn als de VRT de volgende keer dat ze hun corporate identity of netstijl willen herbekijken, een besloten wedstrijd uitschrijven net zoals ze dat voor hun omroepgebouw hebben gedaan? Het zou het best denkbare signaal zijn, mocht dit een goed georganiseerde, correct betaalde, professionele pitch zijn die duidelijk wordt gedocumenteerd en transparant gecommuniceerd.

CASES

cases cases cases 


FOCUS tekst Lut Pil

Op dit ogenblik loopt in het Modemuseum Hasselt FOCUS, een tentoonstelling met werk van (juweel)ontwerpster Lore Langendries. De presentatie is het sluitstuk van een doctoraat in de kunsten waarin een duidelijke onderzoeksvraag werd gesteld: kunnen er binnen een industriële context onconventionele werkwijzen worden geïntroduceerd om artefacten een tactieler en menselijker karakter te geven?

GESPOT

gespot gespot gespot


In het onderzoek ‘Hunacturing Wearable Objects’ combineert Lore Langendries de reproduceerbaarheid van machinale bewerking met een grote betrokkenheid van de maker en met natuurlijk materiaal. Het neologisme hunacturing vat dat samen: human (menselijke ingrepen, menselijke toets), nature (natuurlijke/dierlijke materialen) en manufacturing (machinaal proces: lasersnijtechniek). Het onderzoek sluit aan bij een aantal tendensen in het hedendaagse ontwerp, onder meer bij de thematiek van de tentoonstelling die Lidewij Edelkoort in 2014 voor het Design Museum Holon in Israël uitwerkte en die dit jaar ook te zien was tijdens de Design Week in Milaan onder de titel GATHERING: From Domestic Craft to Contemporary Process. Dit samenbrengen van aspecten uit verschillende contexten of domeinen, zoals onder meer ambachtelijke materialen en artistieke benaderingen in combinatie met hoogtechnologische innovatie, verleent de cultuur van de makers een grote relevantie. Bovendien creëert het onverwachte ontmoetingen die boeiende perspectieven openen voor de toekomst. De tendens loopt deels parallel met bijvoorbeeld het thema van de tentoonstelling Future Archaïque (2013/2015) waar dit samenbrengen expliciet in uitersten werd

gedacht (zie Kwintessens 2015-1) of met het uitgangspunt van de tentoonstelling Adhocracy (2012) door Joseph Grima, waar de nieuwe samenwerkingen ook politieke betekenissen krijgen. Bovendien is het interessant om te zien hoe op deze tendens wordt ingespeeld vanuit juweelontwerp, een discipline die traditioneel gezien toch verder afstaat van een machinale en industriële context. Het hunacturing-proces leidt tot intrigerende objecten. De broches ogen verrassend mooi en zijn visueel en tactiel erg verleidelijk. Lore Langendries selecteert fragmenten uit dierenhuiden waar de structuur en/of kleur expressief werken, en snijdt er met de lasersnijmachine aan de huidzijde of haarzijde cirkels uit van maximaal 80 mm diameter. Dierenhuiden met een iets stijvere haarstructuur leveren de boeiendste resultaten op. Het zijn de huiden van koeien, reeën, geiten, kalveren en springbokken, telkens bijproducten van de vleesindustrie. De instelling van de laser wordt aangepast aan het karakter van het te bewerken materiaal. De selectie focust op de tekening in de huid, op de natuurlijke haarrichting en op specifieke details, zoals manen die een langere haargroei hebben. De lasersnijder snijdt nu eens alleen de huid en laat dan weer de langere haren staan. De sieraden lijken soms

sensuele vrouwenlokken of borstelige mannenbaarden. Andere fragmenten tonen verwantschap met grafische tekeningen of monochrome schilderijen. De variatie wordt nog groter wanneer verschillende huidfragmenten worden gecombineerd of de cirkelvorm wordt vervangen door een vierkant dat verwijst naar een schilderdoek. Lore Langendries hanteert de lasersnijder ook als een bijtel om in de huid te graveren. Zo ontstaan er decoratieve patronen en dieptewerking, een reliëf dat iets heeft van een bas-reliëf. Wanneer fragmenten worden gevouwen, gaat de ruimtelijke illusie of het driedimensionale karakter van sommige sieraden over in beeldhouwkunst. De associaties zijn uiteenlopend. Lore Langendries citeert bijvoorbeeld een passage in verband met de fotografische en filmische close-up uit Het kunstwerk in het tijdperk van zijn technische reproduceerbaarheid (1936) van Walter Benjamin: “In de close-up zet de ruimte uit, in de vertraagde opname gebeurt dat met de beweging. De vergroting maakt niet zozeer scherper zichtbaar wat je vaag ‘toch al’ ziet, maar brengt veeleer volledig nieuwe structuren van de materie tevoorschijn.” Inspirerend is ook de verwijzing naar de Claudespiegel, een draagbare, lichtjes bolle spiegel met donkere ondergrond. Die werd

in de achttiende-eeuwse cultuur van het pittoreske gebruikt om via de spiegel, en dus met de rug naar het landschap, een schilderachtig fragment te selecteren. De natuur werd er vanuit een dominantie van het kijken herleid tot een esthetische compositie, tot een visuele ontmoeting op afstand. Ook voor het werk van Lore Langendries roept de associatie met een Claudespiegel vragen op over de natuur gemanipuleerd tot beeld, over de verhouding tussen fragment en groter geheel, en over de dynamiek tussen afstand en nabijheid. Want al zijn de huidfragmenten geabstraheerd en in zekere zin vergelijkbaar met een schilder- of tekengebaar, de fragmenten nodigen uit tot aanraken, of op zijn minst tot een zintuiglijk kijken, tot een blik die over de haren glijdt. In objecten met een groter haaroppervlak, zoals in een aantal halssieraden, beroert de vacht tijdens het dragen ook letterlijk de huid en is het dier in zekere zin opnieuw aanwezig. Met enkele ‘zijpaden’ naar accessoires en kledij, en naar de fotografische reproductie van dierenhuiden op andere dragers biedt dit hunacturing-proces alle ruimte voor verder artistiek onderzoek. De tentoonstelling FOCUS loopt nog tot 10 januari 2016 in het Modemuseum Hasselt. www.modemuseumhasselt.be

75 gespot gespot gespot


Ernest in New York tekst Christian Oosterlinck

D’Apostrophe is sinds enige tijd opgesplitst in twee verschillende bedrijven. D’Apostrophe Design bundelt de architectuuractiviteiten van Francis D’Haene; Thierry Herbert en zijn team werken daarnaast verder aan de ontwikkeling van D’Apostrophe LLC als importeur en verdeler van Belgisch en Europees design. Om de verwarring tussen beide te vermijden zal daarom vooral de naam Ernest in de communicatie worden gebruikt (een collectief gestart door D’Apostrophe met Royal Botania, Delta Light en Renson als partners). We vinden Ernest op de 6de verdieping van 255 5th Avenue, in de designbuurt rond Madison Park. Na meer dan een jaar van onderhandelingen en renovaties zal de showroom er op 11 december zijn deuren openen. In een tweede fase, gepland tegen mei 2016, wordt ook de rooftop geopend. Deze opening zal samenvallen met ICFF, de International Contemporary Furniture Fair, het belangrijkste designevent in Noord-Amerika.

De rooftop moet bezoekers een unieke ervaring bieden, ze worden er omringd door de verschillende buitenmerken van Ernest. Het leuke aan deze showroom is dat er niet alleen designmerken te vinden zullen zijn, maar ook allerlei sterke Belgische producten. Denken we daarbij alleen aan bier? Natuurlijk niet. Voor de aankondiging van Ernest werd er bijvoorbeeld al samengewerkt met Jules Destrooper, die Ernest koekjesdozen leverden voor het niet te missen ‘Hall of Fame’-event van Interior Design Magazine. Ernest heeft dus de ambitie om meer te zijn dan een traditionele showroom voor architectuur en design, het is eveneens een polyvalente ruimte (465 m²) voor multidisciplinaire culturele en sociale events. In de eerste plaats zal Ernest de commerciële hub in NY zijn voor alle verdeelde merken. Daarnaast fungeert het ook als internationale flagship voor de Belgische partners Royal Botania,

76 cases cases cases 


Eind vorig jaar liet Kwintessens in het artikel ‘Design over de grenzen heen’ (zie Kwintessens 2014-4) Thierry Herbert aan het woord. Herbert trok in 2007 naar New York om er onder de naam D’Apostrophe, een bedrijf dat hij samen met Francis D’Haene leidde, de Bulo-showroom te leiden. Nadat Bulo hun activiteiten in de Verenigde Staten hadden beperkt, is hij sinds enkele jaren verdeler en ambassadeur van overwegend Belgisch designmerken. Begin december opent D’Apostrophe een nieuwe Belgische showroom: Ernest.

Delta Light en Renson. Andere merken die D’Apostrophe vertegenwoordigt, zoals Limited Edition, 2tec2, Bulo, Wildspirit alsook een paar niet-Belgische merken zoals Pedrali en PLH zullen zichtbaar aanwezig zijn in de showroom. Daarnaast komt er een volledig uitgerust Lightning Experience Center van Delta Light om architecten en designers volwaardig hun producten te kunnen laten ervaren. Elke maand zullen er verschillende evenementen worden georganiseerd. Elke partner neemt er al zeker één voor zijn rekening. Ernest houdt van muziek, film, kunst, mode, food(-pairing), degustaties en vanzelfsprekend design en architectuur. Zolang het inspirerend mag zijn. De ruimte kan ook ter beschikking worden gesteld van allerlei organisaties. Bedoeling is om zo bepaalde doelgroepen, en dat moeten niet alleen mensen uit de designwereld zijn, via een alternatieve weg kennis te laten maken met Ernest. De kans

CASES

zal ook worden geboden aan bedrijven om een deel van de showroom af te huren voor kortlopende presentaties of events. In New York is er heel wat vraag naar dergelijke ruimtes. En de rooftop is natuurlijk een extra troef. Heel wat plannen dus. Op de langere termijn heeft Herbert nog meer wilde dromen. Laat dat een nieuwe stap zijn naar de ultieme verwezenlijking: een vaste plek, een Belgisch pand in New York, gebouwd en gerenoveerd door Belgische bedrijven met Belgisch kapitaal. Er blijkt uit verschillende hoeken interesse te bestaan ... “Dromen moet kunnen, maar dit is haalbaar volgens mij”, aldus Thierry Herbert. Wie voelt zich geroepen? www.ernest-ny.com

77 cases cases cases 


Beyond food Totebag, Rachelle Dufour, Charlotte

and design

Vandenborre en An Onghena. Foto © Kristof Vrancken

tekst Elien Haentjens

Voor de tentoonstelling Beyond food and design, die momenteel in C-mine loopt, verkent een dertigtal ontwerpers hoe voedsel de vorm van ons landschap kan beïnvloeden. Lokale thema’s die een universele weerklank hebben, werden vooropgesteld, en resulteerden

Plukbank, Maarten De Ceulaer, Hanne Put en Wim Buts. Foto © Kristof Vrancken

in enkele boeiende, poëtische en grappige objecten en installaties.

B’hold, Linde Hermans. Foto © Kristof Vrancken

Waterijsjes zijn altijd een goed idee, Jenny Stieglitz. Foto © Kristof Vrancken

Honing voor bijen, Liesbeth Bussche

78 gespot gespot gespot


Toegepast, het begeleidingstraject voor jong designtalent in Limburg, bestaat twintig jaar en dat moest worden gevierd. En dus nodigden initiatiefnemers cultuurplatform design, C-mine en Z33 een dertigtal laureaten van de voorbije edities uit om onder het toeziende oog van een internationale mentor nieuw werk te creëren rond verschillende lokaal verankerde thema’s. Uitgangspunt is de manier waarop voedsel of de distributie ervan ons landschap vormgeeft. Zo is het dorpje Eisden sterk getekend door de mijnindustrie, en de daaraan gerelateerde problematiek van het grondwater. Want door de verzakking en verzadiging van de bodem zakte het dorp al 12 meter. Hoewel het waterzuiveringsstation meer dan de helft van Limburg van drinkbaar water voorziet, wordt dagelijks maar liefst een hoeveelheid water evenredig met 12 olympische zwembaden geloosd in het Albertkanaal. En dan

te bedenken dat water wereldwijd zo’n kostbaar goed is geworden. Op zoek naar een oplossing reikt illustratrice Jenny Stieglitz in haar tekeningen creatieve en soms knotsgekke oplossingen aan. Zo kan het teveel aan water volgens haar worden gecompenseerd door iedereen in Eisden van een waterbed te voorzien, of door er simpelweg waterijsjes mee te maken. Ook Jan Geboers maakte een poëtische installatie. Deze wolkenmaker laat toe om onderzoek te doen naar wolken als ‘materiaal’ en nieuwe toepassingen of mogelijkheden te exploreren. Ook het thema 'Magic Mushrooms' is gerelateerd aan het Limburgse mijnverleden. Want paddenstoelen schieten graag wortel in de kalksteen- en mergelgroeven. Tot de Roosburgramp in 1958 een einde maakte aan de ondergrondse champignonteelt, opereerde de grootste kwekerij van West-Europa zelfs vanuit Limburg. Bovendien

Microwolk/Micro cloud, Jan Geboers. Foto © Kristof Vrancken

floreerde de wildpluk onder impuls van Poolse en Italiaanse gastarbeiders. Daarom gingen de ontwerpers aan de slag met substraat als materiaal, en stimuleren ze met hun ontwerpen de groei van de paddenstoelen. Zo legde het team in de kelder van C-mine een tapijt aan dat door de groei van de paddenstoelen gedurende de tentoonstelling constant van vorm en kleur zal veranderen. Het trio Maarten De Ceulaer, Hanne Put en Wim Buts toont hoe een publieke bank als kweekbank voor paddenstoelen kan fungeren, en om die in de openbare ruimte te kunnen plukken ontwierpen Rachelle Dufour, Charlotte Vandenborre en An Onghena een totebag. De textuur van die tas laat toe dat de sporen van de vers geplukte zwammen zich kunnen verspreiden, en er weer nieuwe kunnen groeien. Onder deskundige leiding van Tomáš Libertíny ging een andere groep aan de slag met bijen.

Zo creëerde Linde Hermans met afvalmateriaal van een Limburgs trappenbedrijf een pakketje waarmee iedereen in principe snel een broedplaats voor solitaire bijen kan maken. Of ontwikkelde Liesbeth Bussche een affiche met daarop een bloem die is geprint met natuurlijke honing, zodat bijen er hun voedsel kunnen aflikken. Want die natuurlijke honing is cruciaal voor hun overleven. Recentelijk is namelijk gebleken dat de massale bijensterfte onder meer te wijten is aan het feit dat imkers al de honing van de bijen wegnemen, en hen in de winter voeden met suikerwater. En zo biedt de tentoonstelling op verschillende vlakken voer tot reflectie. De tentoonstelling Beyond food and design — hoe voedsel vorm geeft aan ons landschap loopt nog tot 31 januari 2016 in C-mine in Genk. www.beyondfood.be

GESPOT

gespot gespot gespot


SPECIAL  ——— konijn met pruimen: Foodies en design lovers allerhande, november 2015 werd in Vlaanderen een bijzonder creatieve en culinaire maand. Niet alleen reisde de door Bart Lens ontworpen Tafel24 in het kader 80 special special special


van de Week van de Smaak het land rond, ook in de Design Vlaanderen Galerie is er van alles gaande op het vlak van koken en tafelen! tekst Hilde Brepoels / coördinator Vol-au-vent  +  Annelies Thoelen / medewerker Design Vlaanderen

Tafel24 werd de centrale actie van de Week van de Smaak, die met het thema ‘VergETEN?’ een duik nam in het verleden. Tafel24 gaat terug naar de essentie van samen eten. Het is een totaalconcept dat geleidelijk aan vorm kreeg, regelmatig van koers veranderde en organisch groeide. De tafel is het resultaat van een gezamenlijk denkproces en een intensieve inhoudelijke coworking tussen verschillende partners: Vol-au-vent vzw, Design Vlaanderen, architect en ontwerper Bart Lens, foodblogster Louise De Brabandere, de afdeling productontwikkeling van de Howest-hogeschool in Kortrijk, de afdeling houtbewerking van het VTI in Kortrijk en de Hotel- en Toerismeschool Spermalie in Brugge. Eén ding was duidelijk van bij het begin: met dit initiatief wilden we de innovatie en creativiteit van ambachtelijkheid in het licht stellen. Zowel boegbeeld Louise De Brabandere als curator Bart Lens delen namelijk de passie voor koken en tafelen, én een grote bewondering voor ambachtsmensen. Tafel24 bewijst dan ook eer aan ambachtsmensen allerhanden: kaasmakers, slagers, bakkers, brouwers, koffiebranders, chef-koks, keramisten, textielontwerpers, bestekmakers, houtbewerkers en meubelmakers.

Bart Lens en Louise De Brabandere denken na over hoe een meubel nieuwe vormen van samen eten kan realiseren. De te ontwerpen tafel voor dit project moet mensen uit hun comfortzone halen, en jong en oud aanspreken. Samen met alle partners ‘bedenken’ ze de installatie: wat betekent een tafel voor ons? Welke ervaringen, interacties en emoties brengt ze teweeg? Verderop in deze Special leest u een interview met hen (p. 83-84). Tafel24 bood plek aan 24 gasten tijdens de Week van de Smaak en op elke halte in Vlaanderen gaf ze aanleiding tot een maaltijd. Maar zonder voorgeschotelde kost. Iedereen bracht een gerecht voor vier personen mee. Het eten werd gedeeld, er was geen menu. Telkens schoven de aanwezige chef en de ambachtsmensen mee aan tafel voor een gesprek. Over ambachtelijkheid, over het eten ongetwijfeld, en over samen tafelen tout court. Tafel24 hield halt in het Vlaams Huis van de Voeding in Roeselare, in de Bogardenkapel in Brugge, in de Erehal van het Design museum in Gent en in C-mine in Genk. Als laatste halte deed Tafel24 de Design Vlaanderen Galerie in Brussel aan. Daar blijft ze voor een periode van ongeveer twee maanden

81 special special special


workshop juni 2015, VTI Kortrijk

Bart Lens en Louise De Brabandere

Foto's: Hannes Vandenbroucke

tentoongesteld. Ze is er deel van de tentoonstelling Konijn met pruimen: over koken en tafelen. Om te laten zien dat esthetiek, functionaliteit, authenticiteit en goed design niet het alleenrecht zijn van ambachtelijk ontwerp, spraken we voor deze tentoonstelling vijf succesvolle bedrijven van keukenproducten en kookgerei aan: Demeyere, Tupperware, Novy, Verilin en BergHOFF. Ze produceren potten, pannen, opbergdozen, keukenhulpjes, textiel en fornuizen. Zij kennen allemaal de grote meerwaarde van goed design, en hun industrieel geproduceerde producten draaien dan ook mee aan de internationale top. We laten met deze tentoonstelling zien dat de Vlaamse bedrijfswereld qua kookdesign heel wat in haar mars heeft. We kozen vijf designers uit die voor deze bedrijven ontwerpen én een hart voor koken hebben: Stefan Schöning, Michiel Vanneste, Johan Allemeersch, Frederic Kielemoes en Pieter Roex. Zij ontvingen Louise De Brabandere en fotograaf Hannes Vandenbroucke — samen Kitchenet — bij hen thuis, tijdens het bereiden van hun lievelingsgerecht. Al kokend en pratend over design en eten werden prachtige reportages gemaakt. In de tentoonstelling worden de voorwerpen die nodig zijn om de gerechten te koken verzameld, samen met de fotoreportages en

de recepten. Als u altijd al wilde weten wat u écht nodig hebt om konijn met pruimen klaar te maken, dan kunt u dat dus — in een scenografie van Bart Lens, met illustraties van Inge Rylant — komen ontdekken in de Design Vlaanderen Galerie. In deze Special in Kwintessens lichten we al een tipje van de sluier op. Op de volgende pagina’s geniet u van prachtige foto’s met interviews van enkele deelnemende ambachters aan Tafel24 (p. 85-95) en van de reportages gemaakt voor Konijn met pruimen (p. 96-111). U leest over de passie voor koken en voor mooie dingen, de inspirerende traagheid en creatieve vrijheid binnen de ambachten, en het belang van design voor een succesvol product en bedrijf. Tafel24 en Konijn met pruimen zijn beide een ode aan vakwerk, degelijk design, en aan alles wat met zorg en passie wordt gemaakt. Ambachtelijkheid en industriële productie kunnen niet alleen elkaars verlengde zijn, maar ook elkaar diepgaand inspireren, en daar waar mogelijk zelfs in elkaar overvloeien. Met deze Special bieden we u alvast een amuse-bouche van ons warme culinaire najaar. Schenk uzelf iets lekkers in, en neem plaats aan onze tafel!

82 special special special


een tafel is … Louise De Brabandere & Bart Lens in gesprek tekst Kurt Vanbelleghem Louise De Brabandere was het boegbeeld van de recentste editie van de Week van de Smaak. Zij studeerde acht jaar geleden af als handelswetenschapper en na vijf jaar in de wereld van de public relations, koos ze resoluut om meer bewust in het leven te staan, het tempo te verlagen en tijd te maken om nieuwe mensen te leren kennen. Door die levensvisie te koppelen aan haar passie voor eetcultuur heeft ze al heel wat spraakmakende projecten opgezet. Misschien is ze nog het best bekend voor haar blog Thursday Dinners die ze drie jaar geleden samen met haar vriend en fotograaf Hannes Vandenbroucke opstartte. Daarin brengen ze op een zeer gevarieerde en geanimeerde manier verslag uit van de donderdagse kookpartijen die ze bij mensen thuis organiseren. Naast haar originele, praktische benadering is het vooral haar aandacht voor het ambachtelijke binnen de kookcultuur die haar onderscheidt van de vele anderen die met dit onderwerp bezig zijn. Het respect voor ambachtelijke kwaliteit heeft ze ook volledig door haar aanpak van de Week van de Smaak vervlochten. Dat komt niet alleen tot uiting in het koken zelf, maar ook in alle andere aspecten van het tafelen. Wie respect voor ambacht en tafel in één zin gebruikt, komt al snel uit bij Bart Lens: architect, designer, productontwikkelaar en sinds een goed jaar ook als curator verantwoordelijk voor de nieuwe dynamiek van het Bokrijk Museum. Alhoewel hij in zijn carrière al heel diverse zaken heeft geconcipieerd en gerealiseerd, heeft hij zijn onvoorwaardelijke liefde voor het materiaal en zijn geloof in het ambachtelijk maken altijd centraal gesteld. Zelfs in zijn bijzondere voorliefde voor eten vertrekt hij vanuit die twee organiserende principes. Een lekkere maaltijd kan alleen tot stand komen als er bijzondere aandacht wordt besteed aan de kwaliteit van de ingrediënten en als ze met de juiste kennis en techniek worden behandeld en verwerkt. Het is dan ook niet te verwonderen dat wanneer Design Vlaanderen hen bij elkaar bracht, Lens en De Brabandere elkaar behoorlijk hebben kunnen inspireren. Het resultaat is Tafel24. Het is zowel een proces, een project als een product waarmee ze gezamenlijk hun grote liefde voor ambachten onder de aandacht wilden brengen van iedereen die tijdens de Week van de Smaak aan hun tafel zou gaan zitten. Met hen aan tafel hoef je ook geen vragen te stellen, ze zijn zo gepassioneerd dat ze gewoon blijven vertellen.

Louise De Brabandere: De Week van de Smaak beleef je het best gewoon aan tafel. Met een huisbereide maaltijd en lekkere wijnen. Meer moet dat niet dat zijn om banden aan te halen en de tijd te nemen om te genieten van het moment. Dag in, dag uit lopen we onszelf voorbij. Drukke agenda’s, telefoons die nooit stoppen met piepen, afspraken, deadlines. Hoe kom je ertoe om een pauze in te lassen en om echt bewust gewoon tijd te maken? Niet voor een vluchtig gesprek, maar voor een echt gesprek. Dat is voor mij aan tafel. Dat is de plaats waar herinneringen worden gemaakt, waar er wordt gelachen en gehuild en waar je banden schept. Bart Lens: Als ik Louise enthousiast hoorde vertellen hoe ze eten en tafelen ziet, dan werd voor mij een tafel een concept in plaats van een object. We zijn met een hoop vragen verschillende workshops gaan organiseren, waarbij we met veel jongeren hebben samengewerkt, onder anderen van de onderwijsinstellingen Howest, Hotel- en Toerismeschool Spermalie en het VTI Kortrijk. Van hen kregen we veel verhalen en voorstellen. Een van de meest terugkerende thema’s ging over eten delen. De beste culinaire herinneringen komen duidelijk tot stand wanneer er samen wordt gekookt en eten wordt gedeeld. LDB: En wanneer mensen met hun handen mogen eten. Ik kan het niet laten om altijd iets met mijn handen te pakken, het is gewoonweg een manier om dichter bij je eten te staan. Eten met je handen is een natuurlijke reflex, maar mensen zijn dat verleerd. Een ander mooi verhaal ging over de traditionele Marokkaanse manier van eten, waarbij men op de grond zit. Omdat er geen stoelen zijn, neem je een relaxte houding aan waardoor je, denk ik, weer veel meer openstaat voor nieuwe contacten. Wat we eveneens uit al die verhalen hebben meegenomen, is dat tijdens een diner mensen op verschillende hoogtes met elkaar communiceren. Rechtopstaand tijdens de voorbereiding, zittend tijdens het eten en in de zetel liggend voor koffie en desserts. BL: Vooral dat heeft ons geïnspireerd in het vormgeven van de tafel voor de Week van de Smaak. We hebben die verschillende hoogtefases in het ontwerp geïntegreerd en een tafel ontwikkeld die gedurende de avond zakt. We starten op 120 cm, waardoor we aan de tafel kunnen rechtstaan om kennis te maken en te aperitieven. Dan komt de tweede fase van de tafel.

83 special special special


Dan is ze 75 cm hoog, en kunnen we op stoelen zitten om te dineren. Daarna zakken we af tot op zetel- of grondniveau, de echte huiselijkheid. Je kunt dan zelfs op de tafel gaan zitten of gaan staan, dat hangt een beetje af van wat en hoeveel er is gedronken. LDB: Het is de bedoeling dat we het laagste niveau halen als men aan het dessert toe is. Iedereen kent elkaar dan wat beter, heeft al eten gedeeld. Daardoor is er een band ontstaan. De tafel dient te functioneren als een ijsbreker. Dat opzoeken van een zekere intimiteit hebben we ook als argument uitgespeeld om een kleine tafel te mogen maken. Nou ja, klein, er kunnen 24 personen aanschuiven. We wilden het vooral huiselijk houden, want het was niet de bedoeling om een restaurantconcept neer te zetten, verre van. Dat huiselijke hebben we ook helemaal naar het eetconcept vertaald. Mensen dienden zich in te schrijven met een gerecht gebaseerd op een speciaal recept, zoals een oud familierecept, iets wat al generaties meegaat. Of een nieuw familierecept, een nieuwe gewoonte. BL: Al die gerechten dienden in het midden van de tafel terecht te komen, eigenlijk één grote en authentieke proeverij bij manier van spreken. Iedereen heeft zijn eigen serveerschalen meegebracht, en iedereen maakte gebruikt van het servies van ambachtelijke ontwerpers. Echt een mooie kakofonie. LDB: Inderdaad, een heel mooie kakofonie op en rond de tafel. Al die mensen komen alleen, ze kennen ook niemand aan die tafel, je bedient elkaar, het moet allemaal heel menselijk zijn. Niet dat koele, afstandelijke van een restaurant, ‘voetjes onder tafel, obertje komt u een bordje brengen’. Dat is echt niet wat we wilden. Als iedereen zijn eigen beste gerecht zou meebrengen, dan zijn we in zekere zin ook al met ambacht bezig. Met overgeleverde kennis en tradities die steeds opnieuw dienen te worden verspreid. Ik ben er zeker van dat veel van die recepten werden gedeeld. Je mocht alles proeven en dan wil je die smaak ook mee naar huis nemen, in de vorm van een recept. De mensen die maar één keer samen aan tafel hebben gezeten, die konden nog iets van elkaar leren ook. BL: Louises ideeën over samen maken en kennis delen zijn ook toegepast bij de productie van de tafel. Daarvoor zijn we gaan samenwerken met de leerlingen van de schrijnwerkersafdeling van het VTI van Kortrijk. Hen betrekken in het maakproces vertrok vanuit een open vraag, en niet vanuit een tekening, schets of plan. Wij hadden al ideeën omtrent het foodconcept, maar we zijn met hen toch vanuit de open vragen en verhalen vertrokken. Het project werd op die manier door al de leerlingen mee gecreëerd en gedragen. LDB: Echt samen, letterlijk. Alles is de revue gepasseerd. Hoe moet die tafel functioneren, met hoeveel mensen moeten we tafelen of hoe moeten we tafelen om interactie en gezelligheid te bewerkstelligen? Bart is echt wel een krak in het stellen van de juiste vragen, zodat het project weer in de optimale richting evolueert. BL: Nou ja, er was veel trial-and-error, hoor. We hebben niet de normale gang van zaken gerespecteerd en zo hebben we

iedereen, inclusief onszelf, uit zijn comfortzone getrokken. Een school heeft een systeem, een eigen manier van functioneren en je moet daar natuurlijk rekening mee houden. We konden ons ook niet beroepen op een voorbeeld van een tafel die vlotjes van de ene hoogte naar de andere kon worden gebracht, zonder dat je alles van tafel diende te verwijderen. Eerst hebben we met twee tandwielen geëxperimenteerd, dan met drie en dan waren er het vier, enzoverder. Het werkte niet onmiddellijk, maar de studenten zijn gevolgd, ondanks het vele zoekwerk. LDB: Dat had volgens mij heel veel te maken met de aanpak van bij het begin. De leerlingen konden hun eigen ideeën genereren. Vooral het feit dat ze er hun eigen verhalen en herinneringen in kwijt konden, heeft ervoor gezorgd dat het ook hun droom werd en dan gaan ze niet vluchten bij tegenslagen. BL: Die tafel is eigenlijk een groot kader. Daarin wilden we heel veel dingen kwijt. Zowel Louise haar ideeën over tafelen en samen zijn, over de tijd die we trager moeten laten gaan. Mijn ideeën over cocreatie en over het verhalende van ontwerpen hebben er ook hun plaats gekregen. Die tafel is een brug, letterlijk en figuurlijk. Je kunt de tafel telkens lager draaien en hoe lager je bij de grond komt, hoe dichter de mensen bij elkaar komen. De tafel is het kader voor de toenadering tijdens het diner. LDB: Dat kader diende ook om er het gerief van de ambachtsmensen op te presenteren. Wat mij het meest opvalt bij al die ambachtslui is de traagheid. Ze zijn echt dag in dag uit met hun vak bezig, met één ding. Puren dat volledig uit. Wijden hun leven aan dat ene ding, aan die messen, aan die keramiek en dat textiel. Dat is zo fascinerend. Om dat ten goede te presenteren, moet je een kader hebben dat die traagheid, die ontmoeting en die fascinatie centraal stelt. Het mooie van dat alles is dat het zo organisch tot stand is gekomen en dat onze individuele praktijken elkaar hierin hebben gevonden en versterkt. Onze ideeën ontstaan door vragen te stellen, niet door ze zelf te bedenken. De tafel is daar vooral een krachtig symbool van. BL: Die samenhang, dat leggen van verbindingen waar Louise het over heeft, is als een rode draad doorheen het hele project blijven lopen. Van de samenwerking met de scholen tot en met onze tentoonstelling Konijn met pruimen in de Design Vlaanderen Galerie. Daar wordt niet alleen de tafel, het ambachtelijke en de eetervaring in scène gezet, we zijn ook linken gaan leggen met de wereld van het industriële design. Koken en eten is een totaalervaring en daarbij hoort ook mooi en goed vormgegeven kookgerei. LDB: Dat was een heerlijke ervaring. Samen met mijn vriend en fotograaf Hannes zijn we bij vijf industriële ontwerpers van kookgerei thuis gaan eten en zij hebben hun lievelingsgerecht met behulp van de door hen ontworpen voorwerpen voor ons klaargemaakt. We kregen daardoor een heel persoonlijk inzicht in de visie van de ontwerpers en daar was het ons in de eerste plaats ook om te doen. Tijd maken voor elkaar, elkaar leren kennen en samen genieten van een lekkere maaltijd.

84 special special special


Deze vijf ambachtelijke designers, en hun talloze andere collega’s, creëren objecten die een bijzondere bron van inspiratie vormen voor ontwerpers en bedrijven die bezig zijn met zowel de meerwaarde van esthetische vormen als oermaterialen zoals hout, metaal, keramiek, glas of textiel. tekst Louise De Brabandere fotografie Hannes Vandenbroucke

special special special

85


Ilse Acke

In het kleurrijke atelier van Ilse Acke staan drie authentieke weefgetouwen. Met een brede glimlach kijkt ze naar de strak gespannen draden op de machine, terwijl ze vertelt hoe ze weefster werd. “In een vorig leven was ik grafisch vormgever, ik zat dagenlang achter de computer aan opdrachten te werken waarbij er nooit tijd noch geld was om écht creatief te zijn.” Haar computergestuurde leven staat in schril contrast met wat de ontwerpster vandaag doet. Ilse Acke zei haar job vaarwel, ging aan het KASK in Gent mode en textiel studeren, en

ontdekte daar het weefgetouw. “De mogelijkheden met weven zijn eindeloos. Er bestaan honderden verschillende bindingen die elk een ander motief maken.” Ilse blijft daarbij zichzelf voortdurend heruitvinden en zoekt naar vernieuwing, niet enkel aan het weefgetouw maar ook in de materialen waarmee ze werkt. “Momenteel ben ik helemaal in de ban van het kleuren van wol, wat weer tot een heel ander eindproduct zal leiden. Zo probeer ik telkens het verschil te maken.” Ilse Acke werkt uitsluitend op maat. “Ik krijg eigenlijk niet

86 special special special


“Het liefst werk ik binnen een beperkt kader”

graag carte blanche. Het liefst werk ik binnen een beperkt kader zodat ik alle uithoeken ervan kan gaan ontdekken, dan ben ik op mijn creatiefst.” In een handgeweven sjaal van Ilse kruipen gemakkelijk veertig tot vijftig werkuren. Beginnen doet ze met het bepalen van een kleurencombinatie en een basispatroon, de creatieve invulling gebeurt dan aan de machine. Met het project rond wegwerpplacemats wil Ilse de mensen laten nadenken over de wegwerpcultuur. Met gerecycleerd materiaal maakte de ontwerpster placemats die volledig

afbreekbaar zijn. Door de handgeweven structuur van wit linnen trok ze banden versnipperd krantenpapier. “Bijna alle verkochte placemats hangen nu gewoon op in het interieur. Mensen kregen het blijkbaar toch niet over hun hart om ze weg te gooien”, lacht Ilse. ilseacke.blogspot.com

87 special special special


Gilberte Claes

Gilberte Claes heeft naar eigen zeggen Scandinavisch bloed door haar aderen stromen. Haar onmetelijke passie voor de cultuur en het leven van het Hoge Noorden beïnvloedt in grote mate haar werk als interieurarchitecte en meubelontwerpster. Een fascinatie die zijn oorsprong vindt in de creaties van Poul Kjærholm. Gilberte analyseerde het oeuvre van de Deense architect en ontdekte een grote liefde voor de Scandinavische cultuur.

Het is Gilberte Claes niet om design te doen, dat vindt ze trouwens geen mooi woord. “Als een gebruiksvoorwerp een bepaalde kwaliteit en tactiliteit heeft, dan geniet je daarvan door het gebruik. Dat is de essentie van ontwerpen”, vertelt de architecte. Ook het zoeken naar eenvoud in vormgeving is een gegeven dat Gilberte van de Scandinaviërs leerde. Beginnen vanuit het praktische en tot de essentie teruggaan: een stoel is om op te zitten. Hoe zit je op die stoel? Hoe zit je ten opzichte van

88 special special special


“Een meubel mag niet echt aanwezig zijn in de ruimte”

de tafel? Hoe staat het meubilair in de kamer? De ontwerpster stelt dat een meubel niet echt aanwezig mag zijn in de ruimte. “Iets wat we ook in de Japanse visie, die veel gelijkenissen vertoont met de Scandinavische, terugvinden. In se gaat het niet over het meubel”, aldus de ontwerpster. Elk jaar werkt Gilberte naar één grote tentoonstelling toe. De expo Ons Dagelijks Brood waarmee ze destijds Galleriet — Deens voor galerie — opende, had als thema ‘brood’, iets wat

iedereen kan vatten. De broodcultuur van de verschillende nationaliteiten waartussen Gilberte Claes in Genk woont en werkt, fungeerde als vertrekpunt. Van daaruit ontwikkelde ze, in samenwerking met bevriende designers uit Denemarken, Finland en Rusland, dertien verschillende broodplanken met elk hun specifieke vorm, materiaal en bijbehorend brood. www.galleriet.be

89 special special special


Anja Meeusen

Utilitair draaien, zelf glazuren maken en bakken, dat is wat keramiste Anja Meeusen als levensdoel vooropstelde na haar allereerste uur achter een draaischijf. Ze is wat men noemt een echte ambachtsmens. De pottenbakster staat op, gaat aan haar draaitafel zitten en komt er pas weer achter uit wanneer de zon al lang onder is. Elk potje, elk bord en elk kopje dat je in het langgerekte atelier ziet staan, ging door haar handen. “Ik ben geen designer, ik ben een ambachtsvrouw pur sang”, aldus Anja. Tijdens haar zeventien jaar lange carrière perfectioneerde ze

haar signatuurstijl: puur, eenvoudig porselein met herkenbare draailijnen. Industriële productie is uit den boze. “Ik draai veel te graag om alleen nog prototypes te maken en ook mijn persoonlijke vormgeving laat het niet toe om mijn productie uit te besteden”, zegt Anja beslist. Het unieke lijnenspel en de nuance in vorm blijken machinaal onmogelijk te verkrijgen. Daarenboven verliest het porselein zo zijn transparante karakter waar Anja zo van houdt.

90 special special special


“Ik ben geen designer, ik ben een ambachtsvrouw pur sang”

Draaien is een heel fysieke en arbeidsintensieve job. “Het is een vak dat je leven beheerst.” De gasovens, waar vroeger het porselein in gebakken werd, zijn ondertussen vervangen door elektrische varianten. “Jarenlang leefde ik op het ritme van de ovens”, vertelt ze. Bakken in gasovens betekent twaalf tot veertien uur per dag alert en dicht bij een oven werken. Zaken die triviaal lijken, zoals de richting van de wind, beïnvloeden het vuur en dus ook het bakproces. “Op geen enkel moment kun je het vuur alleen laten. Brood vergeten halen, betekent

onverbiddelijk geen lunch die dag. Met een tempo van drie à vier gevulde ovens per week spreek je dan toch wel van een extreem arbeidsintensief beroep.” Maar Anja Meeusen kan niet zonder. Draaien is voor haar een mantra die haar rustig en gelukkig maakt, een handeling die als een tweede natuur aanvoelt. www.ptzeporselein.be

91 special special special


Roos Van de Velde

Stap de leef- en werkruimte van Roos Van de Velde binnen en een serene rust daalt over je neer. De ontwerpster creëerde op een boogscheut van Mechelen haar eigen unieke universum waarin natuurlijke en doorleefde materialen met een ziel, die als een rode draad doorheen haar werk en leven lopen, centraal staan. Een collectie Japanse verfborstels, een oude tekentafel, werkbanken in robuust hout en de objecten in keramiek

van Roos fungeren als verlengstuk van haar persoonlijkheid en geven de ruimte haar eigen unieke karakter. Van jongs af aan schept Roos Van de Velde haar eigen wereld en werkt ze naar haar grote droom toe: in een huis wonen waarin ze werkelijk alles zelf gemaakt heeft. Vandaag ontwerpt Roos gebruiksvoorwerpen waarmee ze een ode aan het alledaagse brengt. “Wanneer je bewuster en sensitiever wordt voor

92 special special special


“Ik probeer het onzichtbare zichtbaar te maken”

de dingen die je omringen, ga je anders leven. Je gaat op een andere manier aan tafel of op een andere, meer sensibele manier thee drinken”, vertelt de ontwerpster. Roos Van de Velde alleen als keramiste typeren zou echter afbreuk doen aan haar spirituele en artistieke ziel. Ze hanteert een intuïtieve manier van werken en volgt een bijzonder ontwerpproces. Zo leidt gevoelsmatig tekenen of schilderen, waarbij ze

op dat moment niet bewust met vormen bezig is achteraf, soms pas jaren later, tot een concreet ontwerp. Heel organisch ontstaat zo een bord, schaal of theepot, maar ook verlichting en andere gebruiksvoorwerpen. “Het is gewoon naar buiten brengen wat binnenin zit, het onzichtbare zichtbaar maken.” www.roosvandevelde.be

93 special special special


Antoine Van Loocke

Antoine Van Loocke is van kindsbeen af gefascineerd door messen. “Ik was een échte jongen”, grinnikt de vakman die voor de grootste chefs van het land unieke messen creëert uit wat hij zelf afval noemt. In zijn beginjaren werkte hij met damaststaal, een zeer milieubelastend materiaal, maar tien jaar geleden gooide hij het roer om en werd recyclage zijn stokpaardje. Zo worden verroeste lemmeten die hij op de rommelmarkt vindt in ere hersteld en voorzien van een natuurlijk heft. Voor dat laatste

gebruikt Antoine vaak zeldzaam recuperatiemateriaal, zoals schuimkoraal of muskusoshoorn, dat hij vindt of krijgt. Antoine houdt van imperfectie, de grondstofkeuze voor zijn laatste project hoeft dan ook niet te verbazen: ‘vurt hout’. Het behelst een procedé van tien jaar, waarbij hij acht jaar lang wortelhout ongecontroleerd liet rotten, om het vervolgens twee jaar lang te laten drogen en het uiteindelijk via een hoogtechnologisch proces te stabiliseren en zo ‘keukenproof’ te maken. Door

94 special special special


“Ik combineer ambacht met hightech”

ambachtelijke vaardigheden te combineren met hightech processen zet Antoine een uniek product in de markt waarvoor men van ver naar zijn atelier afzakt. Als autodidact deed hij er vijftien jaar over om zijn techniek te perfectioneren, vandaag haalt hij vooral veel voldoening uit het overdragen van zijn kennis aan de nieuwe generatie. “Ik zet hen op weg met de basistechnieken, de bedoeling is niet dat ze mij kopiëren, maar dat ze met hetgeen ze leren hun eigen ding

doen. Zo had ik een stagiaire die oor-stretchers maakt en een andere die zich in deurknoppen specialiseerde.” Voor de Week van de Smaak betrok de ambachtsman er juweelontwerpster en edelsmid Margot Declerck bij. Zij zorgt voor het zilverwerk van het bestek dat speciaal voor de gelegenheid op tafel verschijnt.

95 special special special


Kitchenet bezocht de vijf designers die met het bedrijf waarvoor ze kookmateriaal ontwerpen, aan bod komen in de tentoonstelling Konijn met pruimen. Zij maakten hun favoriet gerecht klaar en praatten over koken en design. tekst Louise De Brabandere fotografie Hannes Vandenbroucke

96 special special special


Demeyere ——— Stefan Schöning 97 special special special


Het is tien uur in de ochtend wanneer we bij industrieel designer Stefan Schöning in de keuken staan. “Het is nog wat vroeg voor wijn, maar eigenlijk drink ik altijd een glas wanneer ik kook. Dat hoort erbij.” Een andere gewoonte is dat zoonlief mee op het aanrecht zit en met grote ogen elke beweging volgt. Op het vuur staan bouillon en risotto zachtjes te pruttelen in de nieuwste kookpotten van Demeyere, een zoveelste geslaagde samenwerking tussen Schöning en een vaste waarde in kookpottenland.

Is er een reden waarom je voor dit gerecht hebt gekozen? Stefan Schöning: Ik hou enorm van slowfood. Koken betekent tijd. Tijd om tot rust te komen en de dag te overschouwen. Deze risotto met gegrilde pompoen is echt comfortfood, ideaal voor een druilerige regendag. Wat ik zo fantastisch vind aan risotto is dat je het, zoals vandaag, als bijgerecht kunt eten, maar het evengoed dienstdoet als volwaardige vegetarische maaltijd. Is het een toeval dat je vaak gebruiksvoorwerpen voor de keuken en de tafel ontwerpt? SS: Ik kook en eet zelf heel graag. Een logisch gevolg is, inderdaad, ontwerpen voor die branche. Er zijn binnen dat segment trouwens veel Belgische bedrijven die produceren voor de wereldmarkt.

Demeyere bijvoorbeeld staat voor topkwaliteit en is marktleider in zijn sector. Ondertussen werk ik ook voor de horeca. Welke filosofie gaat achter deze kookpotten schuil? SS: Deze gloednieuwe reeks is een voortzetting van de technologie waarmee Demeyere al een tijdje bezig is: vijf verschillende lagen in combinatie met een hendel die niet warm wordt tijdens het koken. Ik ontwierp doorheen de jaren al verscheidene reeksen voor Demeyere en elke keer leert de technologie ons iets bij. Door nieuwe lastechnieken, bijvoorbeeld, kunnen we nu veel eleganter werken qua vorm. Technologie daagt me uit om opnieuw na te denken over zaken die er al eeuwenlang hetzelfde uitzien.

98 special special special


Risotto met gekaramelliseerde pompoen en patrijzen of ander vliegwild

Ingrediënten voor 4 personen

570 ml kippenbouillon (bouillon getrokken van het karkas van een slowkip) 4 patrijzen 1 sjalot 1 teen look (Chinese eentenige soort) 4 stevige handperen (doyenné du comice) 12 verse salieblaadjes 2 el olijfolie (liefst uit Ligurië) 170 g arborio-rijst (risotto) 250 g hokkaido- of kabocha-pompoen (Japanse pompoensoorten met een nootachtige smaak) 50 g boter witte wijn zeste van citroen snuifje nootmuskaat zout en versgemalen zwarte peper 12-16 verse salieblaadjes 2 el zonnebloemolie stuk verse Parmezaanse kaas Demeyere-producten

5-Plus-kookpot lage 5-Plus-sauteuse conische 5-Plus-sauteuse met deksel

Verwarm de bouillon in een afgesloten kookpot tot hij bijna kookt en laat op een zeer laag vuur verder sudderen. De pompoen gaat in stukken de oven in, met de look en een scheut olie zodat ze lekker karamelliseren. Schil ondertussen de peren en laat ze stoven in de boter op een zacht vuurtje in een afgesloten kookpot. In een aparte dikke pan laat je, op een laag vuur, de versnipperde sjalot fruiten in olijfolie tot die zacht maar niet bruin wordt. Voeg de gehakte salie erbij en laat alles voor een paar minuten doorkoken. Roer goed om het aanbakken te voorkomen. Voeg de risotto toe en meng goed voor een paar seconden, zodanig dat de korrels bedekt zijn met olie. Voeg daar gerust een glas witte wijn aan toe. Giet één derde van de bouillon erbij zodra de wijn is verdampt en laat het geheel zacht sudderen tot alle bouillon bijna is opgenomen. Voeg de pompoen er beetje bij beetje aan toe. Laat zachtjes sudderen tot alles is geabsorbeerd. Voeg vanaf nu beetje bij beetje bouillon toe tot de pompoen zacht is en de risotto al dente. De structuur moet los en romig zijn. Verhit als de risotto klaar is de zonnebloemolie in een kleine pan en bak snel — een kwestie van seconden — de salieblaadjes krokant. Roer het klontje boter in de risotto, kruid af met zout, peper en een snuifje nootmuskaat. Verdeel alles in vier kommen en strooi een paar krokante salieblaadjes over elke portie. Breng de kaas en rasp op tafel. Deze maaltijd kan worden aangevuld met patrijzen, bosduiven of ander klein wild. Laat die in een lage sauteuse langs alle kanten goed aanbakken in boter, dek af en laat garen. Zodra ze gaar zijn samen op te dienen met de risotto.

99 special special special


Tupperware ———  Michiel Vanneste 100 special special special


Tupperware zette in de naoorlogse periode de Amerikaanse, en later ook de Europese huishoudens op zijn kop. Een innoverend product aan de man brengen op een onconventionele manier, bleek een schot in de roos. “Vernieuwing en gebruiksgemak vormen ook vandaag nog altijd het leidmotief van de collectie”, vertelt Michiel Vanneste die in Aalst, waar het Europese dochterbedrijf zijn wortels heeft, als designer aan de slag is.

Is het belangrijk om als Tupperware-designer een grote affiniteit met koken en eten te hebben? Michiel Vanneste: Zeer belangrijk! Ik haal veel inspiratie uit de praktijk. Vanuit bepaalde ergernissen die ik tijdens het koken ervaar, komen automatisch verbeteringen of nieuwe tools voort. Koken gebeurt thuis dan ook vaak met Tupperware-prototypes om zo de efficiëntie en het gebruiksgemak uit te proberen. Door producten op deze manier en niet enkel in een lab te testen, bekom je een uiterst ergonomisch en functioneel eindproduct. Een steamer mag nog zo mooi zijn vormgegeven, als hij niet doet wat hij moet doen, is het een waardeloos product. Jouw keukenkasten zijn gevuld met alle mogelijke Tupperwareproducten. Als je maar één item mocht behouden, wat zou dat dan zijn? MV: Ik heb vandaag specifiek voor dit gerecht gekozen omdat

ik bijzonder graag met de MicroGourmet kook. Door het handige stapelsysteem maak je in een mum van tijd een volledige maaltijd in de stoompot klaar. Perfect voor drukke weekavonden wanneer je toch iets lekkers en gezonds wilt eten. Er is een algemene trend naar meer natuurlijke materialen. Experimenteert Tupperware daar ook mee? MV: Zeker. Maar er zijn wel wat restricties verbonden aan die materialen. Een daarvan is de in de tijd onbeperkte garantie die we bieden op materiaal- en productiefouten. Natuurlijke materialen leven en veranderen door gebruik. Hout is bijvoorbeeld ook niet vaatwasbestendig, een andere kwaliteit die we het liefst aan onze producten meegeven. Er wordt veel research gedaan naar hoe we kunststof kunnen vermengen met hout om het zo een natuurlijke look te geven, maar die techniek is nog niet verfijnd genoeg om te voldoen aan onze strenge kwaliteitsnormen.

101 special special special


Gamba’s met broccoli en pesto

Ingrediënten voor 4 personen

De gamba’s: 1 teen look 15-20 blaadjes peterselie 1 kleine sjalot (+/- 25 g) 12 rauwe gamba’s (grote garnalen, geschild) 30 ml olijfolie 350 g broccoli in roosjes De rucolapesto: 1 teen look 25 g rucola 30 ml geraspte Parmezaanse kaas 75 ml olijfolie zout en peper

Schil en snij de lookteen in twee delen en haal er de groene kern uit. Schil de sjalot en snij ze in 4 stukken. Hak de peterselie, de look en de sjalot fijn in de TurboChef (ongeveer 10 keer trekken). Giet in de deegkom met de spatel. Verwijder de ingewanden van de garnalen met het keukenmes. Voeg de garnalen en 30 ml olijfolie toe in de kom en roer voorzichtig. Vul het reservoir van de 101° MicroGourmet met 400 ml water. Leg 350 g broccoli in het grote vergiet van de 101° MicroMinute en de garnalen in het bovenste vergiet. Dek af en laat 15 minuten in de magnetron garen op 600 watt. Bereid dan de rucolapesto. Schil en snij de lookteen in twee delen en haal er de groene kern uit. Hak de look, de rucola en de geraspte parmezaan in de TurboChef (ongeveer 15 keer trekken). Voeg zout, peper en 75 ml olijfolie toe en hak opnieuw. Wanneer de gaartijd van de broccoli en garnalen voorbij is, laat nog 5 minuten rusten. Meng de broccoli, de garnalen en de pesto.

Tupperware-producten

deegkom 101° MicroGourmet

102 special special special


Novy ——— Johan Allemeersch

103 special special special


Johan Allemeersch verdiende zijn strepen in de elektronicasector bij Philips. Hij combineert vandaag bij Novy zijn ervaring in technologie met zijn tweede grote passie: koken. “Het zijn interessante tijden voor de keukensector, er zijn zoveel boeiende ontwikkelingen aan de gang. Zo evolueren we naar een dampkap die een veel ruimere functie inneemt dan alleen kooklucht afzuigen.”

Weke trends domineren de sector? Johan Allemeersch: Recirculatie is momenteel de overheersende trend. In plaats van te werken met kleppen en buizen die naar buiten lopen, zoals we sinds de uitvinding van de dampkap doen, gaan we nu de lucht recirculeren. Met andere woorden: lucht zuiveren van geuren, bacteriën en virussen, en weer in de ruimte brengen. We gaan steeds kleiner wonen in ruimtes die door elkaar lopen, het is dus belangrijk om maximaal gebruik te maken van de aanwezige, schaarse lucht. Een goede circulatie zorgt bovendien voor een gezonder leven, zeker in de stad. In de toekomst gaan we ervoor zorgen dat de gezuiverde lucht in huis schoner is dan de lucht die je buiten inademt. Je bent een fervente hobbykok. Wat komt er zoal bij jou op tafel? JA: Ik kook heel divers. Van stoofschotels met wild tot meer exotische gerechten zoals curry en bakkeljauw. Ik woonde met mijn gezin zeventien jaar in het buitenland waar we altijd bij de locals aten. Op die manier leer je veel nieuwe smaken kennen.

Ik improviseer ook graag. De koelkast opentrekken en koken met wat er voorhanden is, dat vind ik fantastisch. Welk ingrediënt is onmisbaar in jouw keuken? JA: Peper! Ik gebruik zeer weinig zout, maar heb veel verschillende pepers. Zwarte, witte, szechuanpeper, … Die laatste is een Chinese peper met een licht bloemenaroma dat heel goed samengaat met wild of gevogelte. Citroenpeper past dan weer fantastisch goed bij vis. Je woonde op verschillende plaatsen. Merk je een groot verschil als het op keukens aankomt? JA: Er zijn toch wel verschillen. Zo neemt men in Oostenrijk de volledige keuken mee bij een verhuizing. De keuken wordt letterlijk helemaal uitgebroken, alleen de tegels blijven hangen. In Italië willen ze dan weer een grote dampkap die veel lawaai maakt. Lawaai staat er gelijk aan sterke afzuiging, wat uiteraard niet altijd waar is.

104 special special special


Stoofpotje van ree met breydelspek en szechuanpeper

Ingrediënten voor 4 personen

1 kg stoofvlees van ree, in stukken 125 g boter en 50 g koude boter 150 g breydelspek, in reepjes 150 g zilveruitjes 1 teentje look, uit de pers 1 el bloem 250 g champignons 7 dl rode wijn 2 dl wildfond bouquet garni (tijm, laurier, peterseliestengels, 1 takje groene selder) peper en zout szechuanpeper gehakte peterselie

Kruid het vlees met peper en zout. Verhit 100 g boter in een gietijzeren pan en bak er de stukken vlees en de breydelspekreepjes in aan. Doe er de schoongemaakte zilveruitjes bij en laat ze, samen met de look, even meebakken. Roer er de bloem door en doe er het bouquet garni bij. Giet er de wijn en de wildfond in scheutjes bij. Laat het vlees in de oven op 150 °C in 2,5 uur zachtjes gaar worden. Of op een zacht vuurtje in de gietijzeren pot. Bak de schoongemaakte champignons in een klontje boter en kruid ze met peper en zout. Doe de szechuanpeper in een vijzel (of in de pepermolen) en maal de korrels grof. Verwijder het bouquet garni, schep het vlees uit de pan en hou warm. Zeef de saus en werk ze af met de szechuanpeper. Monteer met de koude boter. Doe het vlees met de champignons weer in de saus en werk het gerecht af met peterselie. Serveer met gekookte aardappelen en een witloofslaatje of gebakken peertjes.

Novy-producten

combi-oven heteluchtoven kookvuur

105 special special special


Verilin ——— Frederic Kielemoes 106 special special special


Binnenhuisarchitect Frederic Kielemoes woont en werkt in een oude vlasschuur. Het pand vormt een toepasselijk decor voor de gloednieuwe linnencollectie die hij in samenwerking met linnenweverij Verilin speciaal voor dit project ontwierp. De reeks, bestaande uit een tafellaken, servetten, keukenschorten en broodlinnen, kreeg de naam E.A.T., Euclides Aan Tafel. Die naamgeving is een knipoog naar de gulden snede die, onder de vorm van een split, in elk item werd verwerkt. “De split is meer dan alleen een esthetisch detail, het heeft ook een nuttige functie. Zo hadden tafelkleden in de middeleeuwen vaak splitten om het zitten te vergemakkelijken”, verduidelijkt Kielemoes.

In jouw woonst staat de natuur centraal. Een linnencollectie komt dus niet uit de lucht gevallen. Frederic Kielemoes: Mijn vrouw was bang voor nieuwbouw. We woonden vroeger in een oud herenhuis en ze vreesde dat onze nieuwe woonst geen ziel zou hebben. Door met geleefde materialen zoals hout en marmer te werken, heb je totaal niet dat minimalistische nieuwbouwgevoel. Ook linnen is al lang vóór de samenwerking met Verilin een materiaal dat ik graag in huis heb, het is een levende stof met aangename kwaliteiten. Daarenboven is dit een volledig Belgisch verhaal en dat sprak me ook aan. De regio Kortrijk is een echte vlasstreek; 85 procent van alle vlas wereldwijd komt uit Kortrijk, alleen in ons klimaat gedijt de plant optimaal. Van grondstof tot eindproduct is Verilin een op en top Belgisch gegeven.

Met een Italiaanse mama staat er natuurlijk een Italiaans gerecht op het menu. FK: Uiteraard. Ik kan mij geen leven zonder tomaten, pasta of parmezaan inbeelden. Mijn Italiaanse roots zijn heel sterk aanwezig. Je moet weten, mijn grootouders behoren tot de eerste generatie Italianen die na de oorlog naar België kwamen. Aan één ding was er nooit gebrek: eten. Mijn nonna (grootmoeder) was een echte mater familias die op zondag de familie rond de tafel bijeenbracht. Haar leven stond in teken van eten. Ze stond op, begon te koken en draaide haar gasfornuis pas uit wanneer ze weer ging slapen. Zo erg is het bij mij niet, maar koken en eten speelt toch een belangrijke rol in ons leven.

107 special special special


Carciofi ripieni — gevulde artisjokken gegaard in tomatensaus

Meng alle ingrediënten voor de vulling in een kom. Maak de artisjokken schoon door de harde bladen alsook de hooierige kern te verwijderen. Vul ze nadien op met de vulling. Fruit de ajuin, look, salie, rozemarijn, wortel en bleekselder in olijfolie samen met de schapenragout die lichtjes bruin kleurt. Blus met een glas rode wijn. Voeg de passata toe en laat 2 uur pruttelen op een zacht vuur. Verwijder nadien de ajuin, look, salie, rozemarijn, wortel en bleekselder. Laat vervolgens de artisjokken 30 à 45 minuten garen in de tomatensaus. Dien op met rucola, olie en azijn, Parmezaanse kaasschilfers en geroosterde pijnboompitten.

Ingrediënten voor 4 personen

10 violette artisjokken De vulling: 500 g kalfsgehakt 2 eieren 50 g Parmezaanse kaas, fijn geraspt 100 g broodkruim 2 takken fijn gehakte rozemarijn 2 takken fijn gehakte munt 1 à 2 teentjes look handvol gehakte platte peterselie peper zout De tomatensaus: 1 l passata 1 rode ajuin (in 2 helften) 2 teentjes look 1 wortel in zijn geheel 2 stengels bleekselder 4 blaadjes salie 1 tak rozemarijn klein stukje schapenragout als extra smaakmaker (facultatief) glas rode wijn Verilin-producten

schort keukenhanddoeken servetten tafellaken

108 special special special


BergHOFF ———  Pieter Roex

109 special special special


Met de allereerste collectie die Pieter Roex enkele weken geleden voor BergHOFF op de markt bracht, drukt de jonge ontwerper zijn stempel op de nieuwe richting die het merk uitgaat. Roex brak uit het strakke keurslijf van kookpottensets en messenblokken, en ontwikkelde een gevoelsmatige collectie. “De producten lijken op het eerste gezicht heel willekeurig samengesteld, maar vormen een speels geheel waardoor ze gemakkelijk in verschillende interieurstijlen passen.”

Je kreeg net twee Henry van de Velde Labels. Had je die zo snel verwacht? Pieter Roex: Neen! Je hoopt er natuurlijk wel stiekem op, maar ik verwachtte het niet omdat onze producten heel toegankelijk zijn, zowel in prijs als ontwerp. Het geeft dus extra voldoening om met een bereikbaar product twee labels te behalen. Waarom koos je specifiek voor deze combinatie van gerechten? PR: Ik hou van eenvoudige gerechten, maar werk die af tot in de puntjes. Het hoeft voor mij vooral niet te traditioneel te zijn. Het food sharing-concept waarbij verschillende bereidingen in het midden van de tafel staan om te delen, vind ik fantastisch. Veel kommetjes, schalen, potten en pannen op tafel, en iedereen neemt naar hartenlust. Je bent een designer met oog voor detail. Hoe uit zich dat in jouw ontwerpen?

PR: Het is van essentieel belang dat het totaalpakket klopt. Daarin ben ik echt een pietje-precies. Het heeft geen zin om een mooi product te ontwerpen en het daarna in een lelijke verpakking aan de man te brengen. Ook de catalogus, bijvoorbeeld, moet de sfeer van de collectie uitademen. Wat is de rode draad doorheen jouw materiaalkeuze? PR: Ik heb een voorliefde voor materialen die leven, zoals hout. Het liefst blijf ik ver weg van glanzende objecten, die de ruimte weerspiegelen en een heel drukke sfeer creëren. Zo bevat de collectie volledig zwarte keukenmessen met matte afwerking. Door ze te gebruiken krijgen de messen na enkele jaren een prachtige patina. Eigenlijk zou ik in de catalogus liever messen zien die al een tijdje in gebruik zijn. Nu zien ze er nog wat te nieuw uit. (lacht)

110 special special special


Salade met gemarineerde rode biet, vijg en burrata Lamskroon met persillade

Verwarm de oven voor op 180 °C. Rooster de pijnboompitten kort in een droge pan en hou aan de kant. Was de bietjes, droog ze en wikkel ze een voor een samen met wat olijfolie, peper en zout in aluminiumfolie. Laat de pakketjes een half uurtje garen in de oven. Schil de bietjes als ze nog warm zijn, snij ze in dunne schijfjes en leg ze in een marinade van olijfolie en balsamicoazijn tot ze zijn afgekoeld. Snij nu ook de vijgen in dunne plakjes. Schakeer de plakjes afwisselend in de kom. Maak de rucola aan met olijfolie en schik in het midden van het bord met daarop de burrata. Werk af met de geroosterde pijnboompitjes, peper en fleur de sel.

Ingrediënten voor 4 personen

6 jonge rode bietjes extra vergine olijfolie peper en fleur de sel 6 handjes rucola 4 verse vijgen 1 bol burrata pijnboompitten

Maak eerst de persillade: vermeng panko, geperste look, gehakte kruiden, een stevige scheut olijfolie en de mosterd tot een dikke pasta. Verwarm de oven voor op 220 °C. Laat een scheut olijfolie warm worden in de braadpan waarin de gepeperde en gezouten lamskronen naast elkaar passen. Laat het vlees langs alle kanten aankleuren in de olie. Leg op de vleeskant van het vlees een dikke laag persillade. Zet de lamskronen gedurende 8 minuten in de voorverwarmde oven. Haal het vlees uit de oven. Wikkel de kronen voorzichtig, om de persillade niet te beschadigen, in aluminiumfolie en laat 15 minuten rusten. Versnijd de kroontjes en schik op de houten plank.

Ingrediënten voor 4 personen

2 lamskronen 6 el panko (Japans broodkruim) 3 el fijngehakte jonge tijm 3 el fijngehakte platte peterselie 2 el fijngehakte munt 2 teentjes geperste look zeste van 1 citroen een scheut olijfolie 1 el mosterd BergHOFF-producten

gietijzeren kookpot met deksel houten onderzetter Santokumes gietijzeren conische steelpan met eikenhouten steel gietijzeren braadpan met eikenhouten steel kom met deksel in keramiek vleesvork

special special special

111


De tentoonstelling Konijn met pruimen: over koken en tafelen loopt tot 30 januari 2016 in de Design Vlaanderen Galerie in Brussel. De galerie is open van dinsdag tot zaterdag van 12u tot 17u (gesloten op 12 december 2015 en van 24 december 2015 tot 4 januari 2016). www.designvlaanderen.be

Tafel24 / Bedrijven en ontwerpers Z-editions — bOb Van Reeth — Studio Segers — Karlien Imants — Luc Vincent — Cas Moor • wildspirit — Michaël Bihain — Sylvain Willenz — Alain Berteau — Eric Jansen • objekten systems — Sylvain Willenz • Viteo — Danny Venlet • Serax — Antonino Sciortino — Nico Van Dijck — Niels Datema • bastalpe — Giel Dedeurwaerder • Cheb Fusion — Gilles Wynant & Mina Chhaib• Bulo — Vincent Van Duysen • Wiked • Yves Obyn • Roel Vandebeek • ZAAG. • Hannemans • Corina Herrle • André Verroken • Nicole Brock • Stijn Guilielmus Ruys • Linde Hermans • Fragmenture • Valerie Tjantele • La Femme Garniture • Ilse Acke • Hannelore Vandendriessche • Verilin — Côme Touvay & Liv Mathilde Méchin • Jeannine Vrins • Katja Van Breedam • Patty Wouters • Eternum — Nedda El-Asmar — Stefan Schöning — Louis de Limburg Stirum — Louise Charlier • Françoise De Smet • Antoine Van Loocke • Margot Declerck & Antoine Van Loocke • Roos Van de Velde • PTZE porcelain • Margot Thyssen • STUDIO PIETER STOCKMANS — Piet Stockmans — Linde Hermans • Reinhilde Van Grieken • Bram Kerkhofs • Gilberte Claes Galleriet • kuppers&wuytens • DERI3 • MdSt

Konijn met pruimen / Bedrijven en ontwerpers Demeyere — Stefan Schöning Tupperware — Michiel Vanneste Novy — Johan Allemeersch Verilin — Frederic Kielemoes BergHOFF — Pieter Roex

BoeckHerBerg Achter elke creatieve geest schuilt wel een karakteristieke boekencollectie. BoeckHerBerg, een initiatief van grafisch ontwerpers Anne De Boeck en Laura Bergans, brengt regelmatig een aantal inspirerende gasten rond de tafel die hun favoriete boeken en ander drukwerk willen delen. Bezoekers schuiven bij aan, zijn vrij om het werk te bewonderen en er bovenal een gesprek rond aan te gaan. Op zondag 24 januari brengen ze in de Design Vlaanderen Galerie een speciale editie. De deelnemers van de tentoonstelling Konijn met pruimen: over koken en tafelen schuiven aan Tafel24 aan. Maak die middag kennis met hen, hun werk en hun inspiratiebronnen. Welkom in de Design Vlaanderen Galerie op 24 januari 2016 tussen 15 tot 17 uur.

special special special


INHOUD

01

intro intro intro

03

kort kort kort

06

shoot shoot shoot

13

thema thema thema

64

gespot gespot gespot

65

cases cases cases

80

special special special

VERWACHT

www . lodewijkjoye . be


www . kwintessenstijdschrift . be LOS NUMMER € 7

tijdschrift over design ——— jaargang 24 ——— 4 de trimester ——— 2015

kwintessens 2015 ——— 4 ABONNEMENT € 25

kwintessens

(ON)


Kwintessens 2015-4