Issuu on Google+

JAARGANG 24 / 3DE TRIMESTER 2015

2050 1

LOS NUMMER 7 EURO / ABONNEMENT 25 EURO

TIJDSCHRIFT OVER DESIGN

KWINTESSENS

118

Het tijdschrift verschijnt in december, maart, juni en september.

Een standaardabonnement voor één jaar (4 nummers) kost 25 euro.

Surf naar www.kwintessenstijdschrift.be en bekijk onze promoties.

Neem nu een abonnement op Kwintessens en geef jezelf een cadeau!

KWINTESSENS 2015-3


05 Kort Shoot 11 Imminent objects Studio Fluit Thema 27 Samen sterk Een blauwdruk voor de toekomst van het werken? An Michiels 30 Een hypergeconnecteerde wereld Internet of Things Koen Van der Schaeghe 33 Van dronepizza’s tot yoghurtballen Hoe en wat we zullen eten in 2050 An Bogaerts 36 De designconsument in beweging Hoe (ver)kopen we in 2050? Natasja Admiraal 39 Meer mens door machines Een genuanceerd toekomstbeeld op robotica Tommy Thijs 42 Design fiction Proefballon voor de ongrijpbare toekomst Adrienne Peters 45 Back to the future? Kunst, design en wetenschap herenigd Kurt Vanbelleghem 50 Vlaanderen weeft aan zijn toekomst Textielinnovaties bij Materio, TIO3/TEC, Sioen Industries en 3D Weaving Roel Jacobus 55 Henry van de Velde Labels 2015

INHOUD

Cases 66 Creativiteit voor leesbaarheid Ann Bessemans 68 Deepak Mehta, initiatiefnemer van 3Dee en APE Elien Haentjens 70 Frederik De Wachter, Vlaams ontwerper in Milaan Christian Oosterlinck

74 David Huycke & students: Best of 10 years PXL-MAD Lut Pil 76 Design Derby: Nederland — België (1815-2015) Natasja Admiraal 78 Designing the Future Natasja Admiraal 80 Ways of Folding. Reconstructing the Printed Book Christophe De Schauvre Special 83 Klas van 2015

Meer dan andere wezens situeert de mens zich graag op de as verleden-hedentoekomst. We kijken graag nostalgisch naar wat voorbij is, maar even graag werken we allerlei toekomstficties uit voor onszelf en voor onze naasten. Dat die vaak niet bewaarheid worden, weerhoudt ons er niet van om te blijven dromen van een mooie toekomst. Soms kijken we in de toekomst voor ons amusement, zoals in sciencefiction, maar vaak ook uit noodzaak. Designers proberen bijvoorbeeld duurzame producten te ontwerpen die ook later nog relevant zijn, al is het maar als grondstof voor nieuwe producten. Maar hoe ver kúnnen en wíllen we in de toekomst kijken? Met hoeveel onzekerheid willen we rekening houden? De documentaire Into Eternity (2010) stelt die vraag vanuit een extreem perspectief. De film handelt over de Onkalosite, de plaats waar — diep in het graniet — al het huidige en toekomstige Finse nucleaire afval zal worden opgeslagen. Wanneer de opslagplaats in het begin van de 22ste eeuw haar volledige capaciteit zal bereiken, wordt de site definitief gesloten om daarna nooit meer geopend te worden. Althans, dat is de bedoeling, want hoe kun je dat garanderen? Het radioactieve afval betekent nog minstens 100 000 jaar een bedreiging voor het leven op aarde, maar het is onmogelijk om te voorspellen wat er in die periode nog zal gebeuren. De film geeft een mooi beeld van de aanzienlijke ontwerpuitdagingen waarmee de bouwers worden geconfronteerd. Hoe zorg je er bijvoorbeeld voor dat toekomstige beschavingen de site ongestoord laten? Moet je het gebied markeren, of is het net slimmer om er geen aandacht op te vestigen? Hoe ga je waarschuwingsborden vormgeven

2

02 Kijken naar de toekomst Steven Cleeren

Gespot

INTRO — KIJKEN NAAR DE TOEKOMST — Steven Cleeren

Intro


auto’s toen dat nog een naïeve droom leek. De eerste pogingen van Tesla werden nog weggelachen door de professionele pers, maar tegen het einde van dit jaar verwacht de autobouwer 100 000 exemplaren van zijn Model S te hebben verkocht. Ondertussen lacht niemand meer met Tesla, en al zeker niet de traditionele autofabrikanten. Bedrijven die even radicaal als Musk willen innoveren kunnen een ‘creatieve vrijplaats’ creëren binnen hun organisatie, een plaats waar een team relatief autonoom en toekomstgericht werkt, los van de dagelijkse routine. Zo’n skunkworks-afdeling kan een belangrijke motor van innovatie zijn. Vele bedrijven hanteren een verwaterde versie daarvan, zoals Google, waar werknemers worden aangespoord om een deel van hun tijd te spenderen aan eigen projecten. In ieder geval is het belangrijk dat meer bedrijven innovatie en creativiteit als een kernwaarde gaan beschouwen. Nu staren ze zich vaak blind op operationele efficiëntie, terwijl innovatie wordt gerelegeerd naar de universiteiten en de onderzoekscentra. Geen wonder dat innovatie vaak geen weg vindt naar de markt. Design kan daarin een belangrijke bijdrage leveren, zowel in de exploratie als de valorisatie van innovatie. Designmethodes kunnen zelf aanleiding geven tot nieuwe oplossingen, maar anderzijds zorgen ze er ook voor dat toekomstgerichte oplossingen geen kwestie van hit and miss worden. Design kan innovatie herformuleren tot een value proposition waaraan consumenten nauwelijks kunnen weerstaan. Daarom kijkt Kwintessens hoopvol naar de toekomst, altijd al, maar in dit nummer nog meer. Zo leren we dat ook in Vlaanderen visionairs rondlopen, dat de toekomst onverhoopte successen inhoudt, en dat die gevreesde wereldoverheersing door robots nog niet voor binnenkort is. Morgen is er ook weer een dag, waarop u bijvoorbeeld verder leest in deze Kwintessens.

3

opdat ze over 100 millennia nog worden begrepen? Zullen er überhaupt nog mensen leven, en zullen zij alfabeten zijn? Want eeuwigdurende maatschappelijke vooruitgang is evenmin een zekerheid … De film presenteert ons een van de meest extreme designvraagstukken. Want in de oorsprong betekent design niet meer dan ‘bezint eer ge begint’, de planning die de uitvoering voorafgaat en die ervoor moet zorgen dat zo weinig mogelijk aspecten aan het toeval worden overgelaten. Duurzaamheid is in die geen zin geen optie, maar een essentieel kenmerk van goed ontwerp. Maar hoe ruimer we het tijdskader nemen, hoe groter de onzekerheid, en dus hoe groter de ontwerpuitdaging. Laten we terugkeren naar de meer nabije toekomst. Van innovatieve producten wordt wel eens gezegd dat ze ‘hun tijd vooruit’ zijn. Innoveren zou je dan kunnen omschrijven als een optie nemen op de toekomst, en dat komt vaak neer op het overstijgen van de belemmeringen van het hier en nu. Jongensdromen kunnen daarbij helpen. Een goed voorbeeld is het hoverboard, het zwevende skateboard dat de film Back to the Future Part II in 1989 introduceerde en dat sindsdien tot de verbeelding is blijven spreken van mijn generatiegenoten. Enkelen van hen werken blijkbaar bij autofabrikant Lexus, dat onlangs zijn versie van het hoverboard voorstelde, als teaser voor een nieuw automodel. Soms gaan die gerealiseerde jongensdromen verder dan een marketinggimmick en houden ze heel wat zakelijk potentieel in. Wie zijn dromen kan vertalen in een succesvol businessmodel wordt vaak onthaald als een visionair genie, een game changer. De laatste die op die manier geidoliseerd wordt, is Elon Musk. Hij is de man die er ooit van droomde om Mars te koloniseren en daartoe SpaceX oprichtte, het ruimtevaartbedrijf dat ondertussen vette contracten binnenrijft van onder meer NASA. Musk was ook al bezig met elektrische

Dingen komen en gaan. Al sinds 2008 werkt Design Vlaanderen samen met Flanders Fashion Institute om u het beste van design én mode te brengen. Vanaf dit nummer treedt FFI spijtig genoeg terug als medeuitgever van Kwintessens, en dus kunnen we ook geen gespecialiseerde modeinhoud meer aanbieden. Uiteraard sluiten we een sporadisch uitstapje richting mode niet uit, maar wie ondertussen op de hoogte wil blijven van het laatste modenieuws, kan nog altijd terecht bij FFI, bijvoorbeeld op www. ffi.be/nl/blog. Maar geen erg! We hebben het designaanbod uitgebreid, zodat u ook in de toekomst kunt rekenen op uw normale, driemaandelijkse dosis Kwintessens.


KORT


6


Meer info op www.cid-grand-hornu.be.

Motion Plaid, Chevalier-Masson. Foto: Lise Duclaux

Reciprocity Op 1 oktober opent de Luikse designbiënnale Reciprocity. The Taste of Change is een project van Giovanna Massoni. Het Musée de la Vie wallonne toont een 60-tal producten, geselecteerd na een internationale oproep om oplossingen te vinden voor de productie, distributie, bereiding en consumptie van voeding in zijn culturele en biologische diversiteit. De andere 3 hoofdtentoonstellingen zijn: Welcome to, een tentoonstelling van Nik Baerten en Virginia Tassinari rond de positieve rol van design binnen lokale gemeenschappen; Deconstruction, het verhaal van Rotor en het hergebruik

Digestive food, Chloé Rutzerveld

van bouwmaterialen; en Printed Commons, een posterproject met een workshop en tentoonstelling waarbij grafische vormgeving als dynamische tool wordt gebruikt in de stad. Max Borka is directeur van Mapping the Design World, een Berlijns platform voor social design. Hij organiseert op 2 en 3 oktober het tweedaagse event Imagine Liège met films en debatten. Wallonie Design brengt Design on Track, een tentoonstelling van Waalse bedrijven en designers. A Touch of Steel en Möbel, twee tentoonstellingen die eerder al in de Design Vlaanderen Galerie liepen, worden hernomen. MAD in Situ, het lab voor sociale innovatie van MAD Brussels, verhuist tijdelijk naar Luik. Verder zijn er nog satelliettentoonstellingen verspreid in de stad, en workshops en seminars. In het extra muros deel zijn events uit de wijde Euregio opgenomen.

Tafel24 In het kader van de Week van de Smaak, een tiendaags publieksevenement rond smaak en eetcultuur dat plaatsvindt van 12 tot 22 november 2015, organiseren Design Vlaanderen en Vol-au-Vent Tafel24. Tafel24, een installatie rond eten en samen tafelen, reist tijdens de Week van de Smaak Vlaanderen en Brussel rond. Per shift kunnen 24 personen samen genieten van een unieke ervaring in aanwezigheid van designers en culinaire experts. Aan de grote, op hoogte verstelbare houten tafel delen en nuttigen deelnemers meegebrachte gerechten op speciaal hiervoor geselecteerd ambachtelijk serviesgoed, bestek en glaswerk. Ambachtelijke kwaliteit en handwerk zal hierbij in de kijker staan. Tafel24 doet in deze periode ook de Design Vlaanderen Galerie aan, en wordt daar vergezeld van een tentoonstelling van goed gedesignde, maar ter contrast op industriële schaal vervaardigde keukenproducten. Door zijn expertise en professionele ervaring rond design, ambachten en eetcultuur werd het ontwerp van de tafel en de uitwerking van het totaalconcept toevertrouwd aan Bart Lens. De tentoonstelling opent op donderdag 26 november 2015. Meer info op www.weekvandesmaak.be en www.designvlaanderen.be.

Meer info op www.reciprocityliege.be.

Advies over je archief Het Centrum Vlaamse Architectuurarchieven (CVAa) is een expertisecentrum voor erfgoed over architectuur en design. Als ontwerper of bedrijf kun je er terecht voor advies over de duurzame bewaring van je archief. Twijfel je over wat je het best bijhoudt en wat niet? Ben je bang dat je je digitale bestanden later niet meer zult kunnen lezen? Ben je op zoek naar een bewaarplaats voor je archief? Neem dan vrijblijvend contact op met CVAa via cvaa@vai.be. Meer info op www.cvaa.be.

Integrated Op 26 en 27 november 2015 vindt in deSingel alweer de vijfde editie van Integrated plaats. Integrated, georganiseerd door Sint Lucas Antwerpen, biedt een platform voor de relatie tussen design, kunst en maatschappij. Volgende internationale sprekers zijn al aangekondigd: Julien Vallée en Eve Duhamel, Joost Grootens, Uta Eisenreich, Studio Dumbar, Harry Pearce, Jordy van den Nieuwendijk, Norm, Cameron Sinclair, OMA, Pierre Bernard en Paul Cox. Meer info op www.integratedconf.org.

7

Des choses à faire Dit najaar exposeren ontwerpers Eric Chevalier en Anne Masson in het CID — Centre d’Innovation et de Design au Grand-Hornu. Chevalier en Masson werken sinds een tiental jaar samen. Ze gebruiken textiel en onderzoeken de opvattingen erover via een experimentele aanpak van de materie, zonder vooringenomen ideeën over de resultaten. De tentoonstelling wil de organische, beweeglijke en veranderlijke geest van hun werk belichten, want de gebruikte processen stoppen in feite nooit, maar zijn geschikt om op verschillende manieren te worden geactiveerd en ingekleurd, naargelang de omstandigheden. De expo toont ook interdisciplinaire samenwerkingen die Chevalier-Masson aangaat met architecten, designers en choreografen. De tentoonstelling Des choses à faire loopt van 4 oktober 2015 tot 10 januari 2016.


bijgestaan door grafici Mathieu Cieters en Pieter Nyssen — samen Studio Studio — in nauw overleg met Adriaan Tas die instaat voor de scenografie van de tentoonstelling. Inschrijven voor Toegepast 21 kan tot 22 november 2015. Meer info op http://design.cultuurplatform.be.

Portfoliodagen Op zaterdag 12 december 2015 vindt de derde portfoliodag van Design Vlaanderen plaats. Die dag kun je als ontwerper een gesprek aangaan met diverse experts. Zij bekijken je portfolio en luisteren naar jouw verhaal. Ze zeggen eerlijk wat ze goed vinden en wat eventueel beter kan. Ben jij een professionele ontwerper of ontwerpbureau? Kom langs en ontwikkel een frisse blik op je eigen werk! Ga naar huis met suggesties en tips die je verder op weg helpen. Meer info op www.designvlaanderen.be/portfoliodagen.

Waterfiltertoren, Henriëtte Waal. Foto: Jorn van Eck

Design September Design September viert dit jaar zijn tiende editie. Een maand lang wordt de stad omgetoverd

tot een platform voor ontmoetingen met tal van Belgische en internationale designers. Sinds januari is de artistieke leiding en organisatie in handen van Roel Rijssenbeek. Enkele van de belangrijkste tentoonstellingen in deze jubileumeditie zijn: Matali Crasset bij de Galerij van de Zenne, Xavier Lust in de Kruidtuin, Muller Van Severen in BOZAR, Alain Berteau in het BIP en Andrea Anastasio in The Gallery.  In de Design Vlaanderen Galerie loopt de tentoonstelling De Tien, met werk van de tien Designers van het Jaar. Ingrediënten van deze tentoonstelling zijn Confronting the Masters, de presentatie van Belgium is Design in Milaan in april, en The Power of Object(s), de tentoonstelling in ING Art Center waar ze afgelopen jaar exposeerden met hun bestsellers. Naast nieuw werk wordt de tentoonstelling omkaderd met beelden van hun meest typerende werk. Er zijn natuurlijk ook de bekende lezingen, met ontwerpers die dit jaar heel Belgisch gekleurd zijn. Naast Michael Young (21 september) komen in Flagey nog Xavier Lust (22 september) en Studio Job (23 september) een lezing geven. Op 19 september gaat Alain Berteau in het Atomium in debat met de Franse designsocioloog Yves Mirande. Nieuw in 2015 is een parcours dat het Brusselse erfgoed, de ambachten in Brussel en de knowhow van de verschillende actoren van de arts & crafts wil promoten. Op dit parcours ontdek je beroemde huizen en ateliers die meestal gesloten zijn voor het publiek: Vervloet (raam- en deurbeslag), Mertens (restaureren, verzilveren en vergulden van kostbare voorwerpen), Tamawa (atelier Hubert

8

20 jaar Toegepast — Beyond Food and Design Hoe geeft voedsel vorm aan ons leven en de stad? Beyond Food and Design verkent dit onderwerp in vier topics: Mining Water, Magic Mushrooms, Bee Building en Aqua Farming. Cultuurplatform Design en Stad Genk organiseren samen dit project naar aanleiding van de twintigste editie van Toegepast en de internationale designbiënnale in Luik. Ontwerpers — werkzaam in verschillende disciplines, van grafische vormgeving tot productontwerp — werken aan diverse toekomstscenario’s voor voedsel in de stad. Zij putten inspiratie uit de natuur, industrie, het stedelijke karakter en de bevolking rondom Genk en Hasselt. Van begin oktober 2015 tot eind januari 2016 zijn de resultaten te zien in C-mine in Genk. De resultaten van Toegepast 20 zullen dan weer te zien zijn in Z33 van 21 november 2015 tot 6 maart 2016. De laureaten zijn Charlotte Vandenborre (textiel), An Onghena (grafische vormgeving), Anne Ligtenberg (man & wellbeing), Anneleen Swillen (juwelen), Jan Geboers (meubelontwerp) en Ruben Castro (architecturaal ontwerp). Deze zes worden in het Toegepast-traject


Verstraeten), Studio Porcepolis (porselein), Sabine Herman (juwelen), Cruso (meubelen), ‌ Onder de noemer Brussels is Design zijn een aantal winkels, ateliers en pop-upstores in het programma opgenomen, met onder andere WCC-BF te gast bij Sabine Herman. De winkels die deelnamen aan Commerce Design vormen een eigen circuit. Meer info op www.designseptember.be.

heeft met het werk van Maarten Van Severen, twee lezingen en een masterclass geven. De Franse broers Ronan en Erwan Bouroullec nemen de eerste editie van de Leerstoel Maarten Van Severen voor hun rekening. Op 19 november 2015 brengen ze een lezing over hun werk. Op 1 december 2015 volgt een tweede lezing waarin ze dieper ingaan op de raakpunten met het werk van Van Severen, waarna de masterclass start. Meer info op www.maartenvanseveren.be.

Tavolino travertino, Xavier Lust

Textielfestival Ronse De dienst Toerisme van Ronse, CC De Ververij en TIO3 slaan de handen in elkaar en laten zien wat textiel in Ronse te bieden heeft tijdens het textielfestival dat eind september plaatsvindt. Van vrijdag 27 tot zondag 29 september 2015 worden er tal van activiteiten georganiseerd. Zo is er een textiel en -stoffenmarkt, zijn er demonstraties op de weefgetouwen in het MUST, kan je deelnemen aan allerhande workshops of een bezoekje brengen aan een repair cafĂŠ of gewoon je kleren ruilen tijdens een swishing event.

Design Derby

Meer info op www.textielfestival.be.

Studio Nedda

Vegetal Chair, Studio Bouroullec

Leerstoel Maarten Van Severen Op 21 februari 2015 was het tien jaar geleden dat Maarten Van Severen overleed. Naar aanleiding hiervan roepen The Maarten Van Severen Foundation en de vakgroep Design en Vormgeving van KASK / School of Arts Gent een leerstoel in het leven, waarmee ze de actuele betekenis van het werk van de ontwerper willen uitdragen. Jaarlijks zal een andere autoriteit uit de wereld van het design, die affiniteit

Geef jezelf een cadeau! Heb je nog geen abonnement op Kwintessens, of wil je je abonnement verlengen? Surf naar www.kwintessenstijdschrift.be en profiteer van onze uitzonderlijke acties. Voor 40 euro ontvang je 4 nummers van Kwintessens, samen met de elegante, metalen hoogglanzende memorystick van 16 GB (t.w.v. 49 euro), ontworpen door Studio Nedda! Voor 35 euro ontvang je 4 nummers van dit tijdschrift samen met het boek Design Derby (t.w.v. 29,95 euro), dat is uitgebracht naar aanleiding van de gelijknamige expo in Museum Boijmans van Beuningen en Design museum Gent (zie ook p. 76). Ga naar www.kwintessenstijdschrift.be.


SHOOT — IMMINENT OBJECTS FOTOGRAFIE: STUDIO FLUIT


Family set / Daily beginnings, servies, CathĂŠrine Lovatt voor Serax

13


Archipes, sjaal, Els Jacobs

15


Krakk, krukje, Giel Dedeurwaerder voor Bastalpe

17


Moon, schalen, Ilona Van den Bergh

19


National Scarf Three, Ilse Acke

21


Marguerite, stoel, Mathias De Ferm voor Joli

23


THEMA


26

2050 In dit dossier richten we onze blik op de toekomst. Hoe winkelen we in 2050? Wat is design fiction? Hoe zal ons voedsel en onze eetcultuur eruitzien? Hoe evolueert Internet of Things? Verder komen ook textielinnovaties, robotica, nieuwe samenwerkingsverbanden en de link tussen design, kunst en wetenschap aan bod.


een specifieke focus binnen de creatieve en technologische sector verenigen zich onder één paraplu. Geen gesloten clubjes, maar flexibele constellaties waar kennis delen centraal staat. Zullen we in de toekomst steeds meer over de muurtjes heen gaan kijken? Kwintessens

SAMEN STERK EEN BLAUWDRUK VOOR DE TOEKOMST VAN HET WERKEN? An Michiels

sprak met Hybrio Design, Hell Yeah en iMinds, die voor ‘samen sterk’ gaan. Het is de million dollar question. Vooruitblikken naar hoe we zullen werken in 2050 is onderhevig aan een flinke portie giswerk. De technologische sprongen en de wendingen in de evolutie van de werkplek an sich ontwikkelen zodanig snel dat de vraag rijst of zelfs tien jaar vooruitblikken je niet in je onderhemd zal zetten. Waarvan we kunnen uitgaan, is dat onze manier van werken in 2050 transparanter en efficiënter zal zijn, met een betere ontsluiting van gegevens, wat ons aardig wat tijd voor andere zaken zou moeten opleveren. Maar hoe zullen bedrijven zich onderling verhouden? We zien vandaag al een open-minded attitude, een van verticale structuren en vlotte samenwerkingsverbanden tussen bedrijven die misschien wel elkaars concurrent hadden kunnen zijn. Zullen we in de toekomst steeds meer over de muurtjes heen gaan kijken? Vorig jaar publiceerde Kwintessens over de zin en onzin van de netwerkeconomiehype. Nu kunnen we vaststellen dat we niet langer van een fenomeen praten, maar dat kennis uitwisselen

binnen specifieke ecosystemen eerder een vereiste wordt. “Samenwerking en digitale technologie zijn twee belangrijke aspecten die zullen bepalen of een bedrijf succesvol zal zijn in de toekomst of niet”, stelt Tru Lefevere, Director Communications bij iMinds. Samenwerken is van alle tijden, het lijkt oud nieuws. Toch brengen recent gelanceerde samenwerkingsverbanden zoals Hybrio Design en Hell Yeah een nieuwe twist. Ze formaliseren hun partnerships door er één naam op te plakken, om zo met verschillende complementaire specialisten een relevante onestopshop te bieden aan klanten. Dat zonder zware financiële verbintenissen of aandelenstructuren, elke partij staat onafhankelijk binnen de groep en evolueert met een eigen focus. Hybrio Design Complementair en connected Het is een vraag waar veel creatieve ondernemers van wakker liggen. Hoe blijf ik flexibel en ‘lean’ als bedrijf aan de ene kant en kan ik als kleine onderneming mijn mannetje staan aan de andere kant? Ongeveer een jaar geleden liet een gemeenschappelijke kennis van Hans Kan van Kan Design en Maxime Szyf van Maximal Design een ballonnetje op en zette hen aan om te praten over hun complementaire vaardigheden. Beiden groeiden vanuit de opleiding productontwikkeling naar bedrijven met specifieke competenties, waaronder het ontwikkelen van identiteiten, producten, services en interactie. Wat volgde was een aha-effect, samenwerken lag eigenlijk voor de hand. Het eerste zaadje was geplant en al snel sloten Namahn, expert in humancentered design en productontwerpbureau Fosfor zich aan bij het groepje. Wat deze ontwerpers in de eerste plaats samenbracht

Hybrio Design (Hans Kan, Kristel Van Ael, Roel Verbeeck, Johan Neyrinck en Maxime Szyf). Foto: Wouter Van Vaerenbergh

27

Steeds meer complementaire bedrijven met


Prodata, Hybrio Design voor De Lijn

Kennis delen Binnen relatief nieuwe, technologische domeinen van de creatieve sector is het cruciaal om kennis te delen, om een bewustzijn te creëren van de mogelijkheden, ook bij de klanten. Kristel Van Ael: “Namahn was gedurende een viertal jaar de enige in België die bezig was met service design. Dan vind je ook geen klanten. Maar zodra er meerdere spelers zijn wordt er een buzz gecreëerd en wordt de kennis en ook het vakgebied beter. Iedereen kijkt en leert van elkaar. Ook de klant wordt mee opgeleid, want die weet vaak niet hoe verregaand de mogelijkheden zijn. Kennis delen is dus cruciaal. Wij komen van een generatie die een voorsprong van weken of zelfs maanden kon opdoen door het lezen van het juiste boek. Dat is ondertussen compleet ridicuul in een tijd waarin informatie wordt gegoogeld en binnen

een seconde doorgegeven. Wat je met die kennis doet, je aanpak en mentaliteit, daar ligt het verschil. Hoe grondig ga je al die kennis toepassen?” In mei voegde Hybrio Design de daad bij het woord met een event rond het ‘Internet of Things’ in Brussel. Het doel was niet enkel om hun klanten en potentiële klanten te ontvangen om nieuwe jobs binnen te halen, maar net om ze de omvang van de mogelijkheden van het samenwerkingsverband en evoluties binnen het vakgebied te leren kennen. Hybrio Design haalt ook het belang van ruimte voor experiment aan en hoe het samenwerkingsverband toelaat om te focussen op ieders eigen niche. Kristel Van Ael: “Experiment is een onderdeel van de moderne manier van werken. De mate ervan hangt natuurlijk nauw samen met de risicobeheersing, de twee moeten in balans blijven. Het is een attitude die vroeger aan de kant van de klant ondenkbaar was. Je kon toen veel succes hebben met een vast stramien, door een recept steeds op dezelfde manier toe te passen. Nu kunnen we meer labo spelen en dat maakt het ook fijn.” — www.hybriodesign.be Hell Yeah Schaalbaarheid, of net niet? In Gent werd afgelopen juni Hell Yeah gelanceerd, een nieuw samenwerkingsplatform tussen vier creatieve bureaus, elk met hun eigen specialisme. Digital creatives Glue, context creatives DIFT, stylisten Studio Woot Woot en online advertising en usability optimizers Websaus bieden samen hun diensten aan. Bert Pieters van DIFT: “We werken al een paar jaar samen, maar zijn nu elkaars vaste partners geworden. Samen staan we sterker en zijn we een full service creative agency. We kunnen niet alleen focussen op dat waar we goed in zijn, maar bieden ook een antwoord op de typische vraag ‘Met hoeveel zijn jullie?’ Vijf of vijfendertig maakt een groot verschil in de perceptie bij klanten. Kleine creatieve bedrijven worden vaak afgerekend op schaal, dat is nochtans vreemd, want grote bedrijven werken zelf veel met kleine onderaannemers. De grootste kentering in die zin is er gekomen bij de doorbraak van de sociale media. Niemand was toen voorbereid, en iedereen moest freelancers en onderaannemers inschakelen. Het was een niche waarin specialisten ter zake werden ingeschakeld in grotere bedrijven. We zien nu dat er steeds meer niches zijn waarbinnen experts onafhankelijk bedrijfjes kunnen uitbouwen. Het Hell Yeahsamenwerkingsverband tracht een aantal niches te verenigen om zo als onestopshop naar de klant te stappen.” Ruimte voor experiment Bert Pieters: “Ons motto is om te focussen op datgene waarin je goed bent. Wij zijn geen eigen zaak gestart om dan zo groot te worden dat je niet alleen een peoplemanager moet zijn maar ook alle voeling met de basis dreigt te verliezen. In businessscholen wordt er ingehamerd dat een bedrijf scalable moet zijn, maar de bedrijven binnen de Hell Yeah-groep maken de bewuste keuze om een gelaagde managementstructuur of al te grote expansie net te vermijden. Wat bij ons centraal staat, is ruimte creëren om de marges

28

was het feit dat ze studiegenoten waren en doorheen de jaren al tal van projecten onder verschillende losse samenwerkingen realiseerden. Samen met een vijfde speler, softwareontwikkelaar Ixor, die het digitale aspect compleet maakte, werd besloten om de samenwerking te formaliseren en naar klanten toe te stappen onder de naam Hybrio Design. “Er zit een stukje geschiedenis in”, zegt Maxime Szyf. “Namahn en mijn bedrijf Maximal Design zijn samen met een tiental andere bedrijven de grondlegger van vVio, de Vereniging van Vlaamse Industriële Ontwerpbureaus, een overkoepelende organisatie om ons vak te verdedigen. We opperden binnen die groep al langer het idee om met zijn allen samen te werken, maar daar kwam niets van in huis.” Kristel Van Ael, Namahn: “Ik maakte de vergelijking dat we samen maar de schaal hadden van één klein bureau in Engeland, toch was er geen interesse en werd er vastgehouden aan de oude reflex van ‘ieder op zijn eigen eiland’. Maxime en ik deelden wel de ambitie om samen te werken. Dat had deels met vertrouwen te maken, maar ook met het feit dat we dezelfde methodiek van tijdens onze studie hanteren.” Van Ael, Szyf, Kan en Johan Neyrinck (Fosfor) studeerden eind jaren 80 productontwikkeling in Antwerpen, een opleiding die generalistisch van aanpak was, een methodiek die vandaag zeer relevant blijkt. “Veel bureaus gaan te snel naar oplossingen binnen hun eigen mogelijkheden. Wij zijn met de verschillende partners binnen Hybrio ervan overtuigd dat we eerst het probleem goed moeten begrijpen, alvorens je het gaat oplossen. Het zit in onze gezamenlijke aanpak”, zegt Van Ael.


op te zoeken, om in de periferie van dat waarin je goed bent te kunnen experimenteren.” — www.hellyeah.gent iMinds Triple helix-model Bij een vooruitblik op de toekomst van het samenwerken kan het triple helix-model niet ontbreken: het stimuleren van innovatie vanuit de overheid, industrie en universiteit. Wij spraken met Tru Lefevere, Director Communication bij iMinds, de Vlaamse instelling voor digitaal onderzoek en business-incubatie, opgestart in 2004. “Als onafhankelijk onderzoekscentrum brengt iMinds de expertise die bij verschillende partners verspreid zit, samen. De projecten vertrekken vaak vanuit een maatschappelijke nood of probleem, er wordt naar samenwerkingen gezocht over de universiteitsgrenzen heen en de beste onderzoekers in bepaalde domeinen worden samen gezet met relevante bedrijven. We concentreren ons op vijf kernmarkten die belangrijke maatschappelijke en economische uitdagingen aanpakken: ICT, Media, Health, Smart Cities en Manufacturing. In samenwerking met vijf Vlaamse universiteiten — Vrije Universiteit Brussel, Universiteit Gent, KU Leuven, Universiteit Hasselt en Universiteit Antwerpen — stimuleren we strategisch basisonderzoek en bewerkstelligen we een wisselwerking tussen onderzoek en ondernemingen, van groot tot klein, inclusief starters.”

Tru Lefevere

29

‘Flipped’ model iMinds lanceerde in 2011 iStart, een incubatieprogramma voor geselecteerde starters met een digitale component. Ondertussen genoten al meer dan 70 start-ups ondersteuning. Een van de uitschieters is POSIOS-Lightspeed, de succesvolle Belgische start-up die in 2012 een innovatieve cloud-based betalingsoplossing (POS) lanceerde voor de horeca. POSIOS-Lightspeed kreeg ondersteuning bij de opstart en toegang tot vitaal onderzoek. Met het ‘flipped’ model voor kennistransfer, specifiek ontwikkeld voor starters, zet iMinds traditionele research op zijn kop. In plaats van onafhankelijk onderzoek te laten voeren binnen universiteitslabs, laat het model starters toe om met specifieke vragen naar onderzoekers te stappen om samen problemen te identificeren, te definiëren en tot oplossingen te komen. In het geval van POSIOSLightspeed werd er gewerkt aan een technische test met de iMinds-researchgroep in Gent. Tru Lefevere: “Belangrijk is dat het hier om een intensieve samenwerking gaat, waarbij starters toegang krijgen tot onderzoek dat ze zich normaal niet kunnen veroorloven. Ook de onderzoekers zelf kunnen hands-on ervaren wat er in de industrie gebeurt. Gedurende een periode van zes maanden werken starters structureel samen met onderzoekers. In het proces wordt ook een entrepreneur in residence betrokken, een autoriteit met veel ervaring in een specifiek domein die tijdelijk met de voeten middenin het project gaat staan. Het gaat niet over een vrijblijvende denkoefening, maar over een continue begeleiding en het opzetten van een ecosysteem dat uiteindelijk onderzoek kan valoriseren en vertalen naar effectieve innovaties. Het is een win-winsituatie voor alle betrokken partijen, een model waar zeker toekomst in zit.” — www.iminds.be


ted’ wereld. Het internet is overal en de enorme digitalisering van onze maatschappij biedt veel nieuwe kansen. We staan aan de vooravond van een grote revolutie, waarbij slimme, met het internet verbonden producten en diensten ingebed zullen raken in ons leven. Het zogenoemde Internet of Things (IoT) heeft het potentieel om nieuwe ecosystemen vorm te geven, en om heel onze samenleving te wijzigen door in alle aspecten van ons leven aanwezig te zijn. En de designwereld? Die zal een grote rol spelen in de vertaling

EEN HYPERGECONNECTEERDE WERELD INTERNET OF THINGS Koen Van der Schaeghe

naar het dagelijkse leven. IoT is een containerbegrip en klinkt sexyer dan de Nederlandstalige variant internet der dingen, maar dekt ook wel de lading. Want hoe kun je het nu het best omschrijven? Als een netwerk van slimme en communicerende objecten, die weet hebben van hun omgeving en via internet in contact staan met elkaar, maar ook met ons, de mens en bedrijven. Denk bijvoorbeeld aan de verbinding tussen voertuigen en de globale stadsinfrastructuur. Twee Vlaamse bedrijven maken het zonnige weer in de sector. Jorik Rombouts van Rombit en Laurence Claeys van Sensolus doen het woord. Spreken over the next big thing is achterhaald. Het dringt zelfs nu al ons (privé-)leven binnen. Internetloos zullen we nooit meer zijn, integendeel. Smart solutions Laurence Claeys is naast ondernemer ook docente communicatiewetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel, waar ze haar studenten de evolutie duidt. “Waar we tot voor kort het internet consulteerden, met speciaal daarvoor ontworpen toestellen, zoals een desktop, laptop of mobiele telefoon, worden dankzij het IoT alle objecten geconnecteerd met het internet. Dat houdt in dat wij er gemakkelijker mee kunnen communiceren, maar dat ook de objecten onderling connectie leggen. Zo kan een glas water of een schoenzool een IP-adres krijgen. En wat zouden deze objecten ons dan kunnen leren over ons dagelijks leven? Wat zijn de toepassingen? Applicaties die al meer bekendheid hebben, zijn de wearables oftewel draagbare sensoren. Polsbandjes en horloges kunnen veel voor de activering en verbetering van de gezondheid van burgers betekenen. Wat is de meerwaarde voor harten diabetespatiënten?” “Met het gebruik van zulke toepassingen krijg je informatie ter beschikking die

voorheen onzichtbaar was. Het zijn smart solutions die ons leven zullen beïnvloeden. We kunnen het ons vandaag nog maar moeilijk voorstellen. In 2050 zal onze wereld er anders uitzien. Kan een stoel slim zijn? Ja, en hij kan iets vertellen over ons zitgedrag en misschien onze zithouding verbeteren. In een researchomgeving is deze toekomst al een tijdje realiteit. Maar wat we er echt gaan van zien, hangt af van het spanningsveld tussen wat er technologisch kan en waar de samenleving haar grenzen stelt of de gebruiker waarde in ziet.” Eén interface De toekomstgerichte weg is geplaveid met durvers. Rombit is daar een mooi bewijs van. Het is wat men een early adopter noemt en zijn oprichter Jorik Rombouts is visionair. Hij maakte al intelligente websites tijdens zijn studies. “Ik vermoedde dat software op termijn niet meer zou worden geïnstalleerd op computers, maar steevast toegankelijk zou zijn via een browser.” Vandaag telt Rombit twintig medewerkers en legt het zich toe op de implementatie van IoT in ondernemingen. Het bedrijf trekt resoluut de innovatiekaart: “Ik was ervan overtuigd dat alles via het web zou kunnen en koppelbaar zou worden. Als wij bij bedrijven komen, zie je nog heel veel losse softwarecomponenten, hardware en data, die niet met elkaar praten. Wij gaan zoveel mogelijk connecteren en één interface maken en visualiseren.” Rombit zet in op de vertaling naar bedrijven. Rombouts: “De implementatie van IoT in een bedrijf zorgt voor meer efficiëntie en een procesoptimalisatie. Wij gaan data gebruiken om analyses sneller te tonen, vlugger in te grijpen in processen. Het is niet logisch dat grote bedrijven nog met Excel werken. Als we dat vervangen door een onlineplatform, dat rechtstreeks productiedata verwerkt en analyseert, dan maak je betere beslissingen en bespaar je. Zeker in business-to-businessmarkten vindt nu al een omwenteling plaats. Rombit vertaalt de IoT-kansen naar producten, diensten en businessmodellen.” Nood aan standaard Rombouts is opgetogen dat het internet eindelijk naar waarde wordt geschat en dat het slimmeriken aantrekt. Hij heeft, ondanks zijn jonge leeftijd, andere tijden gekend. “Het is voor doctors vandaag een eer om in een IT-bedrijf te werken. Het zegt iets over de sector, die heel erg volwassen is geworden. Het spreekt ook tot de verbeelding om bepaalde analoge producten en apparaten een informatiegedreven toegevoegde waarde te geven en die te koppelen aan het internet. Een belangrijke vraag is wie voor de standaard die alle apparaten met elkaar en met internet verbindt, zorgt. Het is een strijd die nog niet is gestreden. Zolang is het wachten op iets meer maturiteit en kijken

30

Bijna geruisloos evolueren we naar een ‘connec-


consumenten natuurlijk wat de kat uit de boom. Want apparatuur van verschillend pluimage moet gegevens kunnen uitwisselen, zonder menselijke interactie.” “Er komen twee soorten data voort uit IoT: persoonlijke klantendata, waarbij het privacyvraagstuk naar voren komt, maar ook data die inzichten verschaffen in functie van bedrijfsbeslissingen”, gaat Rombouts verder. “De mogelijkheid om fysieke voorwerpen te verbinden met het internet en zo toegang te verkrijgen, heeft statische gegevens omgetoverd tot dynamische info, die door de eindgebruiker kan worden aangewend. ‘Meten is weten’ en ‘kennis is macht’. Beide zijn van toepassing op IoT. En dat laatste baart ook zorgen. Het gevaar zit hem in het mogelijke onevenwicht. Sommigen zullen toegang hebben tot data, anderen niet en algoritmes gaan op onzichtbare manieren gedrag van mensen sturen. Data zijn het nieuwe goud, ze zijn een machtig wapen geworden. Denk ook aan hoe Facebook omgaat met privacyvoorwaarden. En dan zijn wij Belgen nog vrij kritisch.” Slimme melk in slimme koelkast Nu de technologie er klaar voor is, ziet Laurence Claeys een grote rol weggelegd voor de designers. “Ik verwacht veel van de sector qua implementatie in het dagelijkse leven. Hoe gaan we al deze connecties acceptabel maken, gebruiksvriendelijk, nuttig, esthetisch, …? Waarin zit de waardecreatie en hoe gieten we dat in ontwerpen? Daar bevindt zich nu de grootste uitdaging, zeker naar consumer products toe. Ook businessmodellen moeten worden aangepast, een markt verander je niet alleen. Neem het archetypische voorbeeld van de slimme koelkast waarbij de relatie tussen een koelkast en een doos melk belangrijk is. In realiteit zou de koelkast vandaag al de boodschap kunnen geven dat de melk niet langer drinkbaar is. Dat betekent dat niet enkel de koelkast maar ook de melk slim moet zijn. Dan moeten alle markten veranderd zijn en dat vraagt toch tijd.

Melkflessen hebben een heel ander businessmodel dan koelkasten. Technologisch is alles mogelijk, maar om er een business van te maken, moet je eerst de vraag van de kip of het ei oplossen, want zolang de melkfles niet slim is, waarom zou je dan de frigo slim maken?” Als alledaagse voorwerpen entiteiten worden op het internet, krijg je een branche die alle andere in de technologiesector overkoepelt. Een brede waaier van industrieën zal vruchten plukken, van de gezondheidszorg tot het transport. IoT creëert de grootste devicemarkt ter wereld, want het gaat niet enkel over smartphones, pc’s of tablets, maar ook om wasmachines en espressomachines. Bij het gebruiksfacet komen de practica kijken. Vele mensen willen nieuwigheden zeker gebruiken, maar worden afgeremd door allerhande configuraties. Deze zullen met IoT verleden tijd zijn. Wat we vandaag als plug and play omschrijven, krijgt met IoT een andere definitie. Het is een heel ander verhaal dan wat we momenteel als domotica omschrijven. Dat is eigenlijk al achterhaald. Sensoren en big data Dingen, vandaar ook internet of things, zijn al slim te maken. Dankzij sensoren krijgen producten zintuigen. Zo raken onze fysieke en virtuele wereld steeds meer met elkaar verbonden. Claeys: “Sensolus focust met zijn stickNtrack-serviceplatform op het tracken van objecten die zelf geen energiebron hebben. Hiervan tracken we onder andere beweging en locatie. Onze toepassingen zijn altijd zelf te installeren, dus de echte betekenis van plug and play. We ontwikkelden bijvoorbeeld de gps-tracker stickNtrack die zo klein is als een pakje sigaretten, maar wel vijf jaar kan meegaan zonder op te laden. Sensolus gelooft in het belang van energie-efficiëntie in IoT-toepassingen. Want je zult

31

BadgeControl, Rombit


de ronde. Claeys: “Maar misschien ontstaan deze net omdat privacy te vaak wordt weggewimpeld en niet au sérieux wordt genomen. Privacy is een mensenrecht, en geen of-ofverhaal, het moet zo worden opgevat dat het zowel voor het bedrijf als de gebruiker aanvaardbaar is. Wie zich op het terrein van de zelfcommunicerende ‘dingen’ beweegt, komt onvermijdelijk ook bij maatschappelijke discussies terecht. Er ontstaat sowieso een spanningsveld tussen datagebruik en privacy van de gebruikers.” De komende eeuw gaan we technologisch zulke grote stappen maken. We kunnen het ons amper voorstellen. Voorlopers Apple, Google, Tesla en Facebook investeren in de technologie van de toekomst. Ze worden vaak bestempeld als dromers en die hebben we nodig … of niet? Rombouts: “Dat is de vraag natuurlijk. Zij bepalen de toekomst. Misschien nog het meest wie zijn patenten opengooit. Er zijn bepaalde technieken die een bijzonder grote impact zullen hebben op ons leven, maar mensen beseffen dat nog niet. Drones bijvoorbeeld, daar lachten we twee jaar geleden mee, maar nu brengt men defibrillators naar de exacte plaats van een ongeval. Zodra ze voldoende geregulariseerd zijn, zal het vol drones vliegen boven onze hoofden, ze zullen pakketjes brengen en mensen volgen. De durvers van vandaag starten klein, maar denken wel groot. Misschien vormen drones wel de echte toekomst van IoT. En zullen ze sensoren vervangen, vanuit de hoogte. — www.rombit.be — www.sensolus.com 32

bijvoorbeeld ook in een stoel geen batterij inbouwen die je wekelijks moet opladen. Onze stickNtrack-diensten maken gebruik van het Sigfox-netwerk, met als voordeel dat er heel weinig energie nodig is voor dataverkeer. En dat is het grote verschil met traditionele gps-gebaseerde diensten. Energie-efficiëntie opent mogelijkheden voor het langdurig tracken van nietgepowerde objecten, denk aan verkeersinfrastructuur of materiaal op bouwwerven.” In combinatie met nieuwe data-analysemethoden ontstond de term big data. In de kern gaat het om het realiseren van toegevoegde waarde afkomstig van databewerking. Kenmerkend zijn de data uit diverse bronnen die haast in real time worden verwerkt. De wereld komt vol te hangen met sensoren — toegangspoorten, camera’s, telefoons, meetapparatuur — die continu registreren en data opslaan, én kunnen worden geanalyseerd. De digitale wereld en de fysieke wereld worden steeds meer één lichaam, en data zijn het bloed dat erdoor stroomt. Veelal worden twee componenten onderscheiden: de steeds geavanceerdere hard- en software die toelaten meer data te bewerken en de statistiek die het mogelijk maakt om in losse data betekenis te vinden. Deze krijgt men op een presenteerblaadje aangeboden om bewust keuzes te maken. Door de opkomst van IoT groeit de overvloed aan data, met zowel kansen als uitdagingen tot gevolg. Wie zal ze kunnen benutten? Hoe worden ze beveiligd? De eigendom ervan verdient de nodige attentie. Zo komen we naadloos bij de maatschappelijke aandachtspunten.

stickNtrack, Sensolus

Roep om privacy Onze machines worden slimmer en slimmer, en zullen op den duur dingen kunnen doen die ons eigen verstand te boven gaan. De mens van vlees en bloed versus de technologie. Mensen streven enerzijds naar meer technologie, maar zitten anderzijds te roepen dat ze geen privacy meer hebben. Er doen tal van doemscenario's


de plastic verpakkingen, kijk op restaurant de ober nog eens diep in de ogen en geniet in alle stilte van uw lunch. Over 35 jaar kan het misschien niet meer. Wat en hoe we eten, zal de komende jaren drastisch veranderen. Met dank aan de technische vooruitgang, onze obsessie met gezond eten en

VAN DRONEPIZZA’S TOT YOGHURTBALLEN HOE EN WAT WE ZULLEN ETEN IN 2050 An Bogaerts

de almaar toenemende druk op ons ecosysteem. Zullen we nog wel eten? Wij kunnen dat als bourgondische Belgen misschien moeilijk geloven, maar er zijn mensen die eten als een echte last beschouwen. Je moet er tijd voor maken, je moet erover nadenken en in deze overgeïnformeerde maatschappij is het vaak moeilijk om te beslissen wat nu echt gezond is en wat niet. Daar hebben enkele techneuten in Silicon Valley iets op gevonden: Soylent. Een papje waarin alle voedingsstoffen en vitamines zitten die je dagelijks nodig hebt. Eén pap per dag en je hoeft je geen zorgen meer te maken over wat, hoe en met wie je zult eten. Ideaal voor de workaholicsnerds van Silicon Valley. Volgens een van de bedenkers, Rob Rhinehart, zal Soylent ervoor zorgen dat we in de toekomst twee totaal verschillende eetrituelen zullen ontwikkelen. Enerzijds de ‘gezellige etentjes’, waarbij we écht eten nuttigen met vrienden en familie, maar anderzijds ook behoorlijk wat Soylent-momenten, waarbij eten van onderschikt belang is en totaal geen sociale waarde heeft. Het Amerikaanse magazine The New Yorker kopte al: ‘The end of food’. Voor velen niet echt een prettig vooruitzicht.

WikiPearls

Zero waste Dat een chocoladereep die in enkele seconden verorberd is een vervuilende verpakking achterlaat die weken en maanden op de aarde ronddwaalt, dat zal in 2050 echt niet meer door de beugel kunnen. Een eerste stap in de richting van een ‘zero waste’-

voedselcultuur zijn de verpakkingsvrije winkels die hier en daar de deuren openen. Ook in ons land kun je bij Robuust in Antwerpen verpakkingsvrij winkelen. Maar niet alles kan zonder verpakking worden verkocht, denk maar aan drankjes en zuivel. Voor zulke producten ontwikkelt het Britse WikiFoods handige, eetbare verpakkingen, zoals de WikiPearls, kleine vliesjes die roomijs, yoghurt of kaas samenhouden in een balletje. Eetbare verpakkingen worden nu al gebombardeerd als het ultieme ‘zero waste’-product, omdat ze de houdbaarheid van de producten verlengen zonder te vervuilen.

Table for Living, IKEA

De slimme keuken Tafeltje, tafeltje, wat eten we vanavond? Het is een vraag die volgens Ikea in de toekomst zal worden beantwoord door de zogenoemde Table for Living, een project dat Ikea presenteerde tijdens de Design Week en de wereldexpo in Milaan. De tafel is een schoolvoorbeeld van de intelligente keuken waarop we afstevenen. Leg een tomaat op de tafel en op het digitale blad verschijnen meteen mogelijke gerechten met tomaat. Plaats er een bol mozzarella bij, en de tafel zal je vertellen dat basilicum het duo compleet maakt. Het werkt ook andersom: leg een kookboek open op de pagina van je favoriete gerecht en de tafel zal je meteen vertellen hoeveel je van welke ingrediënten nodig hebt. De tafel is een variant op de intelligente ijskast, waarvan de eerste versies al in productie zijn. Zulke ijskasten vertellen ons welke items hun houdbaarheidsdatum naderen en stellen zo eigenhandig een lijstje op voor de supermarkt. Met dat lijstje hoef je trouwens niet eens naar de winkel. Met de juiste instellingen bestelt de ijskast meteen online bij de leverancier. Nieuw vlees De vleesindustrie is een enorm energievretende en vervuilende industrie, om nog maar te zwijgen over de ethische bezwaren tegen

33

Voel bij uw volgende maaltijd maar eens goed aan


het slachten van dieren voor hun vlees. Het staat vast: in 2050 zullen we sowieso minder vlees eten. Het vegetarisme en flexitarisme zijn nu al aan een enorme opmars bezig, en de zoektocht naar de beste vleesvervanger is ingezet. Die zoektocht volgt verschillende pistes: de insectenburgers liggen intussen in de supermarkt, en eiwitproducten als tofu en seitan zijn algemeen bekend. In 2050 zullen we ook kunnen genieten van een sappig stukje stamcelvlees. Dat mechanisme, waarbij vlees wordt gekweekt vanuit een paar cellen, werd oorspronkelijk door de NASA ontwikkeld voor zijn ruimtereizigers. Intussen heeft de universiteit van Oxford in een grootschalige studie bekendgemaakt dat er veel minder broeikasgassen vrijkomen, en er veel minder energie en water wordt verbruikt als we naar stamcelvlees zouden overstappen. Het enige vraagstuk dat we tegen die tijd nog moeten oplossen, luidt: hoe moet in-vitrovlees er gaan uitzien? En zullen we dat laboratoriumvlees zomaar in de winkelrekken en in ons bord dulden?

Dat klinkt zoet Dat ons eetgedrag wordt bepaald door het uitzicht en de geur van eten, dat is algemeen geweten. Maar dat ook geluid een invloed heeft op de smaak van ons eten, dat zal in de toekomst almaar duidelijker worden. De universiteit van Oxford publiceerde onlangs The Bittersweet Study waaruit onder andere blijkt dat lage muziektonen ons eten bitterder maken, en hoge tonen zorgen voor zoetigheid. De experimentele Britse chef Heston Blumenthal is er al langer van overtuigd dat geluid en smaak samenhangen. Bij zijn gerecht Sound of the Sea krijg je een iPod die het geluid van golven laat horen. Wat de Oxford-studie voor de toekomst zou kunnen betekenen? “We weten welke frequentie ervoor zorgt dat ons eten zoeter smaakt”, vertelt onderzoeker Russell Jones. “We zouden het suikergehalte in sommige voedingswaren kunnen reduceren, en dan compenseren met de juiste muziek op de achtergrond.” Dus schrik niet wanneer er in 2050 een playlist op elke verpakking staat aangeduid. “Maar de toepassing gaat nog verder”, aldus Jones. “Producenten van koelkasten bekijken nu al hoe het zoemende geluid van een ijskast ervoor zou kunnen zorgen dat de inhoud van die ijskast verser smaakt.”

Digitale bediening Onze manier van aan tafel gaan is sinds de middeleeuwen op zich niet zoveel veranderd. Dat zou tegen 2050 wel eens kunnen veranderen. Op restaurant gaan, kan dan als volgt: bij het binnenkomen herkent de robot je meteen via een intelligent horloge of een Google Glass. Die robot wijst je de weg naar de tafel die je bij het online reserveren zelf hebt uitgekozen. De tafel is uiteraard intelligent, en suggereert alvast een aantal gerechten die je lekker vindt. Je bestelt via het touchscreen en niet veel later komt een robot met je gerecht

Ultraviolet. Foto: Scott Wright / Limelight Studio

iTray, Yo! Sushi

Inamo

Stimulerend interieur Van een lelijke tafel kan men niet eten, zo wordt wel eens verteld. En dus doen restaurants de grootste moeite om er zo mooi, hip en smakelijk mogelijk uit te zien. Ook op dat gebied gebeurt er veel onderzoek zodat de interieurs van restaurants in 2050 er wel eens totaal anders zouden kunnen uitzien dan vandaag het geval is. Zo ontdekte drankenfabrikant Diageo vorig jaar dat rondingen — ronde tafels, afgeronde stoelen — en rood licht ervoor zorgen dat een whisky zoeter gaat smaken. Dus niet alleen muziek, maar zeker ook onze directe omgeving kan een impact hebben op de smaak van het eten. Mogelijk zullen koffie- en ontbijtbars dus eerder met ronde vormen gaan werken (omdat daar vooral zoet wordt verorberd) terwijl pizzarestaurants veeleer voor hoekig design zullen kiezen, om het zoutige aspect te benadrukken. Het restaurant Ultraviolet in Shanghai probeert zijn klanten al via het interieur te beïnvloeden. Elk gerecht van het twintiggangenmenu dat er wordt geserveerd, krijgt een eigen caleidoscopische projectie op de muren voor de ultieme smaakervaring. Al dreigt daar natuurlijk het gevaar dat je er simpelweg misselijk van wordt.

34

uit de keuken. Zelfs het obligate ‘Was het lekker?’ komt op tafel tevoorschijn wanneer die voelt dat je bord leeg is. De rekening opvragen is een kwestie van enkele vingerdrukken, en betalen gebeurt automatisch met je smartphone of -watch. Wie niet kan wachten op het restaurant van de toekomst, kan alvast eens van de technologie proeven bij Inamo in Londen.


Food printing Van 3D-printing kijken we al minder op, en dus is het tijd voor de volgende printrevolutie: voedsel printen. Tijdens de recente Inside 3D Printing-conferentie in New York werd al een aantal bestaande technieken van voedselprinting uit de doeken gedaan. Want vergis je niet, voedsel printen is een stuk ingewikkelder dan het 3D-printen, althans dat beweren de technici. Wat vandaag al prima werkt, is de 3D Systems ChefJet, een printer die dunne lagen kristalsuiker op elkaar print. Hetzelfde systeem dus als de 3D-printer, maar dan met suiker. Daarnaast wordt er geëxperimenteerd met chocoladeprinters, die via kleine chocoladesproeiers zowat elke 3D-tekening kunnen nabouwen. De Foodini ten slotte, kan in zijn recentste vorm vooral rauw deeg tot stand brengen,

waarmee dan elke vorm van pasta, pizza, quiche en zelfs brownies kan worden gebakken. Een rudimentaire vorm van de voedselprinter, de Smoothfoods, die uitsluitend met vloeibaar eten werkt, wordt vandaag al gebruikt in enkele Duitse rusthuizen. Omdat heel wat van de bewoners moeten overleven op een vloeibaar dieet, zorgt de Smoothfoods-printer ervoor dat hun ‘saaie’ pureetjes er appetijtelijk, gevarieerd en verrassend uitzien. Zo eten de oudjes meer en blijven ze in een betere gezondheid. Of de voedselprinter tegen 2050 al in elke keuken te vinden zal zijn, dat is nog zeer de vraag. Met de 3D-printer loopt het per slot van rekening ook niet zo’n vaart. Drone delivery Is het een vogel? Is het een vliegtuig? Nee hoor, het is een maaltijd die naar zijn bestellers vliegt. Want de razendsnelle brommertjes met pizzakoffer zullen tegen 2050 uiterst zeldzaam zijn. We bestellen en betalen ons favoriete eten via de smartphone en kunnen dan online de drone volgen die ons eten tot aan de deur brengt. Hier en daar zijn er al eettenten die met drones experimenteren. De keten Yo! Sushi gebruikt ze onder de noemer ‘iTray’ om sushibestellingen van in de keuken naar het terras te brengen. De Burrito Bomber ziet eruit als een klein vliegtuigje en dropt een parachute met Doritos. Dat systeem werkt nog niet helemaal zoals het moet, want parachutes zijn te afhankelijk van de windrichting. In San Francisco was er een tijdlang een grote buzz rond de zogenoemde Tacocopter, een dronehelikopter die taco’s verdeelde langs de kustlijn, maar al snel bleek het een verzonnen promotiestunt van een lokaal tacorestaurant te zijn. Kortom, de droneleveringen zijn nog niet doeltreffend, maar wees maar zeker dat ze dat tegen 2050 wel zullen zijn. Het perfecte eten Ook in de laboratoria gaat de zoektocht naar het perfecte eten verder. Nu al kunnen we genieten van lekvrije tomaten, van aardbeien die naar framboos smaken, van aardappelen die de resistentie tegen malaria verhogen en van perfect ronde appels. De kans is zeer groot dat ons eten in 2050 door genetische selectiemechanismen almaar perfecter zal ogen. Al merken we nu al een tegenreactie. De Duitse supermarktketen Edeka begon bijvoorbeeld met een opmerkelijke actie. Onder de toepasselijke naam Nobody is Perfect verkopen ze de wat misvormde appels, wortels en aardappels voor een goedkopere prijs. De Britse keten Sainsbury deed een jaar eerder al iets gelijkaardigs, door toch alle minder appetijtelijke groenten en fruit aan te kopen en ze te verwerken in hun aanbod bereide maaltijden. Dus naarmate de drang naar perfectie groeit, zal ook de promotie voor het imperfecte zijn weg naar de consument vinden.

iTray, Yo! Sushi

35

Eten met geweten Tegen het jaar 2050 zal de wereld nog maar eens 2 miljard monden meer te voeden hebben. De druk om duurzame eetkeuzes te maken zal almaar toenemen. Lokaal, kwalitatief eten zonder te veel afval zal sowieso the way to go zijn in 2050. Dat wil zeggen dat supermarkten open kaart zullen moeten spelen over waar hun producten vandaan komen, en hoe ze precies bewerkt zijn geweest. De consument zal worden gestimuleerd om niet langer voedingswaren blindelings in de winkelkar te gooien. Bovendien krijgen diezelfde supermarkten concurrentie van lokale initiatieven, zoals Het Spilvarken in Gent. Hun varkens leven in de stad en krijgen daar etensresten van gezinnen en restaurants uit de buurt. Wanneer de varkens volgroeid zijn, krijgen diezelfde buurtbewoners een heerlijk sappig stukje zelfgekweekt varkensvlees. Het is lokaal, kwalitatief én het werkt afval weg. Kortom, de comeback van het boerenleven.


brengen je in een ogenschijnlijk futuristische winkelomgeving. Maar alle technologische snufjes in deze proeftuinen kunnen op relatief korte termijn realiteit zijn. Kwintessens blikt met beide oprichters vooruit: welke innovaties worden

DE DESIGNCONSUMENT IN BEWEGING HOE (VER)KOPEN WE IN 2050? Natasja Admiraal

morgen de standaard? De sneaker met zelfstrikkende veters uit de cultfilm Back to the Future (1985) verschijnt volgens de hoofddesigner van Nike nog dit jaar op de markt. Chers virtuele kledingkast uit Clueless (1995) is nu werkelijkheid in de vorm van een app. “Als je ziet hoe het tempo van de technologische evolutie aan het versnellen is, bestaat er geen twijfel over dat wat nu een winkel van de toekomst lijkt te zijn, bijna letterlijk de winkel van morgen is”, stelt Jorg Snoeck van RetailDetail, de oprichter van The Loop in Antwerpen. “Kijk maar met welke ongelooflijke snelheid mobile devices voor een revolutie in de retail — maar ook in de volledig digitale wereld — hebben gezorgd. Vijf jaar geleden was er nog amper sprake van mobiel shoppen, vandaag is het voor generatie Z (de huidige adolescenten) meer vanzelfsprekend om een tablet of smartphone te gebruiken dan een laptop. We hebben het zelfs al over smartwatches en geconnecteerde brillen, iets wat tot voor kort ronduit futuristisch leek.”

DOWNLOAD EP01, Honest by, Bruno Pieters

Wie binnenstapt bij The Loop wordt meegenomen op een customer journey — van de surfende consument in zijn huiskamer tot na het verlaten van de winkel — en ziet stap voor stap waar de vernieuwing in de toekomst zal plaatsvinden en al aan het gebeuren is. Door vooruitstrevende producten, diensten, concepten en ideeën een plaats te geven, fungeert The Loop als een continu ontdekkings- en inspiratieplatform. Een echte kennisomgeving als referentie om de retail beter te begrijpen. Enkele technologieën waarmee ontwerpers, bedrijven en consumenten kunnen kennismaken zijn beacons, scansoftware die

onder andere de leeftijd en het geslacht van elke passant vaststelt en toepassingen met augmented reality (een beeld van de werkelijkheid waaraan digitale elementen zijn toegevoegd). Het geheel is inzichtelijk en objectief opgebouwd. Om altijd actueel te blijven, verandert de inhoud regelmatig. Snoeck: “Onze partners zorgen altijd voor de laatste snufjes, zodat het platform in beweging blijft, en zelf zijn we uiteraard voortdurend op zoek naar relevante nieuwe content.” De Nederlandse equivalent van The Loop is The Store of The Future, dat afgelopen zomer voor één jaar zijn deuren opende in Den Haag. Ook hier maken consumenten en bedrijven kennis met de nieuwste technologieën, waarmee je de fysieke ruimte kunt gebruiken als ontmoetingsplek. Van technologische innovaties tot vernieuwende businessmodellen. “Dat doen we omdat wij denken dat de winkel in de toekomst langzaam zal veranderen van een puur transactiepunt naar een plek waar mensen producten kunnen zien, ervaren en uitproberen. Een plek waar je graag wilt zijn”, verklaart initiatiefnemer Frank Quix van Q&A Research & Consultancy. “Niet de transactie, maar de attractie zal de hoofdrol spelen.” Het innovatieve warenhuis van 350 vierkante meter kwam tot stand in samenwerking met de gemeente Den Haag en is het resultaat van een groot onderzoeksproject. Zeshonderd jongeren schetsten in een opstel hoe zij in de toekomst denken te winkelen. Verrassend genoeg gaf 69 % aan dat zij ook in de toekomst de voorkeur geven aan shoppen in een reële winkel. Verder schreven ze dat dit vooral een plek moet zijn waar je producten kunt uitproberen.

Story, New York

Winkel als magazine Daarmee bevestigen deze jongeren de visie van sommige experts: dat labs mogelijk de toekomst zijn van retail. In een lab is de testomgeving zelf het centrale idee. De winkel wordt zo een vorm van theater die altijd uniek is. “In een wereld waarin alle producten die je je kunt inbeelden maar een muisklik weg zijn, moet de winkel een plek zijn om te verrassen en te ontdekken”, meent Snoeck. “Dankzij de vele huidige mogelijkheden om data te verzamelen en te interpreteren is de winkel (zowel online als

36

Kenniscentra The Loop en The Store of The Future


Magic mirror, Rebecca Minkoff

Magische spiegels Om diezelfde reden introduceerde de Amerikaanse modeontwerper Rebecca Minkoff in haar boetiek een interactieve spiegel die bezoekers in staat stelt om door de laatste trends te bladeren, verlanglijstjes te maken, verschillende maten op te vragen of met een stylist te communiceren. Dichter bij huis bedacht Lincherie, onderdeel van de Belgische lingerieproducent Van de Velde, een oplossing voor het probleem dat 70 % van de vrouwen de verkeerde bh-maat draagt. Op het eerste gezicht lijkt het een doodnormale paskamerspiegel. Alleen is hierin een onzichtbare bodyscanner geïntegreerd. Die maakt in minder dan één minuut 140 metingen van het bovenlichaam, waarna een accurate bepaling van de bh-maat wordt gegeven. Bovendien geeft de 3D-spiegel aan hoe de maten van Marie Jo en PrimaDonna vallen, en welke modellen en maten op voorraad zijn in de winkel. Ook kun je foto’s maken met de spiegel om verschillende bh’s met elkaar te

The Store of The Future, Den Haag

vergelijken en kun je de Shape-ID opslaan voor toekomstige bezoeken. In The Store of The Future neemt een iPad de taak van de traditionele spiegel over. Omdat make-up testen onhygiënisch is, is het lastig om te bepalen welke kleur lippenstift bij je gezicht past. In de proefwinkel van Hema selecteer je via een app verschillende kleuren make-up, die vervolgens virtueel op het gezicht worden geprojecteerd. Zijn magische spiegels de nieuwe standaard? Snoeck: “De technologie erachter is nog niet altijd voldoende geoptimaliseerd om het niveau van een ‘leuke gadget’ te overstijgen, maar daar kan heel snel verandering in komen. Want het zijn dit soort mengvormen van het fysieke en het digitale die de retail voor de consument prikkelend en vernieuwend blijven maken.” Emoties meten Ook de technologie om in real time emoties en gemoedstoestanden van consumenten te meten, is geen sciencefiction. Pepper, de ‘gezellige robot’ die sinds juni verkrijgbaar is in Japan, herkent gezichtsuitdrukkingen en interpreteert lichaamshoudingen. De emoties waarmee ‘hij’ overweg kan, zijn blijdschap, boosheid, verdriet en zelfs twijfel. “Vanuit The Store of The Future gaan we, in samenwerking met de Universiteit van Maastricht, experimenteren met een toestel dat zowel de consument als de winkel-medewerker om krijgt, en waarmee de sociale interactie wordt gemeten”, vertelt Frank Quix. “Het registreert niet wát er wordt gezegd, maar hóé iets wordt gezegd. De vraag is: wat kunnen we leren van de tone of voice en wat vertellen die emoties over ons gedrag?” Of dat wenselijk is en of we daar klaar voor zijn, is de volgende vraag. Jorg Snoeck denkt van wel. Want het stelt ons in staat om de personalisatie van de beleving naar een ongekend niveau te tillen. “Is de klant vermoeid? Hoe prettig zou het zijn als de muziek dan vanzelf wat stiller en rustiger wordt, er niet te veel flitsende visuals maar juist verkwikkende natuurbeelden op de winkelschermen verschijnen en er meteen een kop koffie wordt aangeboden! Stapt er daarentegen iemand binnen die wel zin heeft in een feestje, dan zal die het juist waarderen als er opzwepende muziek uit de speakers schalt en de winkelverlichting wordt omgeschakeld in vrolijke kleurtjes. Uiteraard moeten we de privacy blijven waarborgen, maar het is voor de consument een meerwaarde als een merk precies aan zijn wensen tegemoetkomt.” Online producten aanraken Ondanks een stijging van de onlineverkoop zullen fysieke winkels dus niet helemaal verdwijnen. Alleen zal het moment van aanschaf zich steeds vaker verplaatsen naar thuis, op kantoor of onderweg. Met augmented reality is het al mogelijk om een product, bijvoorbeeld een zitbank, met een app op je telefoon of tablet te scannen. Dit bankstel neem je vervolgens virtueel mee naar huis. Thuis open je de app en wanneer je met de camera naar de woonkamer kijkt, zie je de bank op schaal

37

offline) een ideale testomgeving.” Een mooi voorbeeld is Story, een conceptstore in New York die elke maand zijn inhoud helemaal verandert. Maandelijks wordt er een nieuw ‘verhaal’ gebracht — of dat nu koken, wellness of 3D-printen is — waarbij merken producten in consignatie geven aan de shop, in ruil voor feedback en de buzz die Story rond die producten bezorgt. Oprichtster Rachel Shechtman vergelijkt haar winkel met een magazine: retail is in haar ogen een ideaal mediakanaal, waarmee je betekenisvolle dialogen op gang brengt tussen de klant en het merk.


Design on demand Ondertussen raakt de 3D-printer steeds meer ingeburgerd en is de allereerste 3D-geprinte auto een feit. In juni lanceerde Honest by ’s werelds eerste accessoirecollectie waarvan je de ontwerpen online aankoopt en ze daarna zelf fabriceert met een 3D-printer. Ontwerper Bruno Pieters werkte hiervoor samen met het Spaanse bedrijf Comme des Machines. “De afstand tussen ontwerper, producent en consument wordt veel kleiner door 3D-printen. We kunnen een gepersonaliseerde service aanbieden zonder een minimum aantal bestellingen. Deze technologie is efficiënt en creatief: de haute couture van de 21ste eeuw, maar betaalbaar voor iedereen.” Verkopen we in 2050 in plaats van producten enkel nog ontwerpen? “In de jaren 80 was het bijzonder dat je een fotorolletje naar de winkel kon brengen en anderhalf uur later de afdrukken kon ophalen”, zegt Frank Quix, wiens ouders fotozaken hadden. “Nu stuur je een gedownload ontwerp naar een 3D-printlab en anderhalf uur later ligt je broche klaar.” De kwaliteit van de printers voor thuisgebruik is nog niet om over naar

The Loop, Antwerpen

huis te schrijven. Toch is het een realistisch scenario dat we er op den duur allemaal een hebben. Uiteraard zullen we niet alles gaan 3D-printen. Jorg Snoeck: “Complexe producten met meerdere of dure materialen zullen op grotere schaal geproduceerd blijven worden om de productiekosten in de hand te houden. Schaalvoordeel zal uiteraard ook in 2050 nog een economisch basisprincipe zijn.” Menselijke Touch Voorlopig wordt er maar op kleine schaal geëxperimenteerd met deze innovaties en sommige staan nog in de kinderschoenen. Wel kunnen we al met zekerheid stellen dat het fysieke en het digitale in de toekomst zo nauw met elkaar verweven zullen zijn, dat we niet eens meer het onderscheid maken. Enerzijds betekent dat concreet dat er een nog verregaandere automatisering zal plaatsvinden. Denk aan robots als verkopers, en software die automatisch de klant herkent en al precies weet wat hij of zij wil kopen. Anderzijds blijft het emotionele aspect bij de aankoop van luxeproducten als design erg belangrijk en daarbij is een persoonlijke aanpak cruciaal. “Ergens in het (ver)koopproces zal er dus nog worden gezorgd voor een warme, menselijke touch, die de klant alsnog een gepersonaliseerde service bezorgt”, voorspelt Snoeck. We voelen ons tenslotte prettiger met veel mensen om ons heen dan helemaal alleen. Bovendien: een 3D-spiegel maakt de zoektocht naar de juiste maat kinderspel, maar kan een styliste niet vervangen. En met de opmars van de 3D-printer zullen designers nog belangrijker worden dan ze nu al zijn. — www.retaildetail.be/the-loop — www.storeofthefuture.nl

38

in je eigen interieur. Bevalt het wat je ziet, dan bestel je dat meubelstuk met één druk op de knop. Helemaal realistisch wordt het als deze 3D-visualisatie gepaard zou gaan met tastzin. Stel dat we producten op afstand zouden kunnen ‘aanraken’? Het Europese Haptexproject (HAPtic sensing of virtual TEXtiles) onderzoekt al langer de mogelijkheid om het tastzintuig te gebruiken bij onlineshopping, door middel van textuurtrillingen die gebruikers de illusie geven dat ze het echte oppervlak aanraken. Het Canadese ontwerpbureau CD&I Associates won een Red Dot Design Award voor Sense, een draadloos apparaat dat tast, geur en smaak kan afgeven. Deze uitvindingen zijn nog geen gemeengoed, maar de kans is groot dat onlineshoppen anno 2050 inhoudt dat alle zintuigen worden geprikkeld.


Hebben we in 2050 allemaal onze eigen robot in huis die voor ons alle lastige klusjes uitvoert en ons leven radicaal verandert? En natuurlijk liefst in de positieve zin? Bram Vanderborght, professor Robotica aan de Vrije Universiteit Brussel is overtuigd van wel. Meer zelfs, robots worden een absolute noodzaak als we de maat-

MEER MENS DOOR MACHINES EEN GENUANCEERD TOEKOMSTBEELD OP ROBOTICA Tommy Thijs

hoofd willen bieden. ‘Mario van het Marriott heet u mechanisch welkom’, zo kopten enkele Belgische kranten in juni. Het Gentse Marriott-hotel zette toen als een van de eerste ter wereld een robot in om zijn gasten te verwelkomen, in te checken en wegwijs te maken. Mario, een stevige halve meter groot, kan de hotelgasten hun sleutel overhandigen, op eenvoudige vragen antwoorden, presentaties geven of online een taxi bestellen. Mooi surplusje: de software in de robot is van Belgische makelij en werd ontwikkeld door het Oostendse QBMT.

Zora en Mario

Mario is trouwens het broertje van Zora (Zorg, Ouderen, Revalidatie, Animatie), de menselijke zorgrobot die al in meer dan honderd ziekenhuizen, rusthuizen, woonzorgcentra en scholen in België wordt ingezet. Zora communiceert met autistische kinderen die vaak moeite hebben met gewone menselijke communicatie en interactie, leest de krant voor en demonstreert revalidatieen bewegingsoefeningen aan een groep bejaarden, zodat de kinesist, die normaal die taak moet uitvoeren, de tijd krijgt om de rusthuisbewoners individueel te begeleiden. Mario en Zora zijn allebei versies van de bekende humanoïde Nao, een Franse robot waarvan al 7 000 exemplaren zijn verkocht. Ze vormen een mooi voorbeeld van wat humanoiden of ‘menselijke’ robots nu al kunnen. En hun mogelijkheden zullen tegen 2050 nog gigantisch

Zora

zijn toegenomen, denkt ook professor Bram Vanderborght, aan de Vrije Universiteit Brussel verbonden aan de onderzoeksgroep Robotica en een van de grootste Belgische autoriteiten op dat vlak. Zijn onderzoek richt zich vooral op de cognitieve en fysieke interactie tussen mens en robot, door robots geassisteerde therapie, humanoïden en revalidatierobots. Robots zullen in 2050 overal, in alle mogelijke toepassingen en in alle mogelijke vormen, aanwezig zijn, zegt Vanderborght. “Niet meer zoals vandaag enkel in de industrie, maar ook en vooral in ons dagelijkse leven, in onze vrije tijd en in ons werk. De toepassingen zijn eindeloos: huishoudrobots, assistentierobots voor ouderen, militaire robots, operatierobots in ziekenhuizen, exoskeletten en power augmentation devices, protheses, …” Al wil dat niet zeggen dat we volledig door robots zullen worden gedomineerd of afhankelijk van hen zijn, benadrukt Vanderborght meteen. Zover is het nog lang niet, en zover zal het volgens de professor ook in 2050 nog niet zijn. Want ondanks de steeds verbeterende technologie ziet hij robots over 35 jaar nog altijd niet tot dezelfde dingen in staat als de mens. “Er zijn mensen die beweren dat computers en robots slimmer zullen worden dan wij als mens, maar ik vind het moeilijk om dat te geloven en daar uitspraken over te doen. Een robot kan wel heel veel taken overnemen van de mens, zoals lasten tillen, maar wat hij nog altijd niet heeft en niet snel zal hebben, is onze capaciteit om creatief en handig te zijn. Een robot kan vandaag in een gecontroleerde omgeving heel veel dingen doen, maar haal hem uit die omgeving, en hij is in veel gevallen gewoon verloren.” Een bewering die Vanderborght staaft met het hilarische YouTube-compilatiefilmpje van de DARPA Robotics Challenge 2015. In die wedstrijd, gefinancierd door het Amerikaanse leger en met een prijzengeld van 2 miljoen dollar, moesten de beste robots van de meest gerenommeerde bedrijven en onderzoeksinstituten ter wereld allerhande taken uitvoeren in een testomgeving. In juni van dit jaar vond de finale plaats. Doel was om te kijken hoe robots kunnen

39

schappelijke uitdagingen van de toekomst het


worden ingezet in eventuele toekomstige ramp- of noodscenario’s. Maar bij veel van de voor een mens heel eenvoudige taken als een deur opendoen, aan een hendel draaien, een ladder beklimmen of puin ruimen, sloegen de robots tilt, verloren ze hun evenwicht en vielen ze omver. “Het toont aan dat we in de robotica nog een hele lange weg af te leggen hebben, die we ook tegen 2050 nog niet zullen hebben voltooid. De grote moeilijkheid bij robots is bijvoorbeeld dat wij als mens een lichaam hebben dat al honderdduizenden jaren lang mee evolueert met zijn omgeving. Dat is een aspect dat vaak wordt vergeten als mensen het over robots hebben, maar je kunt die evolutie die wij hebben doorgemaakt niet zomaar programmeren in de ‘hersenen’ van een robot. The body shapes the way we think, noemen onderzoekers die idee. Wanneer ik nu een stekker vastneem, kan ik dat op duizend verschillende manieren doen, maar ik als mens weet wat de enige juiste manier is om daadwerkelijk iets met dat voorwerp te kunnen doen. Het zijn mijn handen en mijn vingers die voor een interactie met die stekker zorgen en mij op die manier heel veel informatie geven die ik zonder lichaam niet zou hebben.” “Een robot kan wel naar een object kijken, maar ik neem het vast, voel eraan en ga er onmiddellijk een interactie mee aan. Voor een robot is dat veel moeilijker. Die heeft sensoren en kan wel alles zien — en misschien zelfs beter en gedetailleerder dan wij — maar het is niet omdat je iets ziet dat je weet wát je ziet. Om een kinderlijk eenvoudig voorbeeld te geven: het kleinste kind ziet een stoel en weet automatisch dat het daar op kan gaan zitten en hoe die stoel normaal moet staan om er op te kúnnen zitten. Maar hoe vertel je een robot wat een stoel is? Zelfs de simpelste stoel kun je op heel veel verschillende manieren plaatsen, maar voor een robot is dat telkens iets anders. Want wie zegt die robot dat een radiator geen stoel is? Er zijn tienduizenden verschillende soorten stoelen op de wereld, met het vreemdste design. Maar hoe maak je die robot duidelijk dat object A wel nog een stoel is en object B niet meer? Dus alleen al met het herkennen van een object, laat staan het vastnemen en er een actie mee uitvoeren, botsen robots van probleem op probleem.” Vanderborght ziet dus tegen 2050 ook niet meteen gevaar op een Terminator-scenario: dat de artificiële intelligentie van robots ooit de intelligentie van de mens overstijgt en de wereld door oncontroleerbare kwaadaardige robots wordt overgenomen. Onder andere

40

Darpa Robotics Challenge, Team MIT

Tesla-oprichter Elon Musk en astrofysicus Stephen Hawking waarschuwden daar al voor. Maar Vanderborght relativeert: “Kijk opnieuw naar de DARPA Challenge: de allerbeste robots ter wereld vallen om als ze een deur moeten openen die niet voorgeprogrammeerd is. Als mensen dan zeggen: robots gaan de wereld veroveren, dan is mijn suggestie heel eenvoudig: doe je deur dicht en je zit veilig.” (lacht) “Ik bekijk het liever realistisch en optimistisch. Robots zullen ons leven bepalen, maar niet zoals in sciencefictionfilms. En die optimistische kijk is nodig: tegen 2050 zullen er een heleboel maatschappelijke uitdagingen op tafel liggen waaraan we zonder robots maar heel moeilijk het hoofd zullen kunnen bieden. Robots worden niet alleen een economische, maar ook een maatschappelijke noodzaak. Neem nu de veroudering van de maatschappij: vandaag hebben we nog vier werkende personen per ouderling, in 2040 al zullen dat er nog maar twee zijn. Dus hoe kunnen we onze maatschappij zo organiseren dat we niet allemaal dubbel zo hard moeten werken om onze welvaart te behouden? Dat zal volgens mij enkel lukken als we onze productiviteit verhogen, en dat doen we het best via robots. Vroeger werkten we allemaal op het land, nu maakt landbouw nog maar enkele procenten uit van de economie. Daarna kwam de industrie, die nu ook een minderheid uitmaakt en nog later schakelden we massaal over op diensten. Maar die diensten moeten we veel productiever maken om voor elkaar te kunnen blijven zorgen.” “Dat is voor mij een van de mooiste en belangrijkste toekomstperspectieven in de robotica: dat we dankzij robots meer tijd krijgen als mens om te zorgen voor elkaar, voor onze ouderen, zieken, kinderen en naasten. In een rusthuis zul je in 2050 perfect de poetsdienst aan robots kunnen overlaten, waardoor er extra geld en ruimte vrijkomt om te investeren in persoonlijk contact met je rusthuisbewoners. Vandaag krijgen ouderlingen in Duitse rusthuizen nog 52 minuten zorg per dag, omdat die zorg


41

zoveel kost. Maar dankzij goedkope robots zullen we in de toekomst veel meer kunnen investeren in dat persoonlijke contact. Robots zullen ons als mens meer mens laten zijn.” Een mooie gedachte. Het betekent ook dat we dankzij robots tegen 2050 misschien wel meer vrije tijd krijgen en minder uren aan onze job zullen moeten of mogen besteden. “Ik denk wel dat dat kan”, zegt Vanderborght. “Robots zullen een hele grote welvaart genereren, al moeten we wel beginnen na te denken over hoe we die welvaart willen verdelen over de maatschappij. Kunnen robots zorgen voor een wereldwijd basisinkomen, waarbij je de economische winst die robots opleveren op een of andere manier herverdeelt? Maar over het algemeen zie ik er wel de voordelen van in. Veel jongeren voelen vandaag een heel grote sociale druk op hun schouders: je moet een fantastische relatie hebben, een fijne, drukke en goedbetaalde job, een mooi huis, kinderen, enzovoort. Robots zullen een deel van die druk kunnen verlichten.” “Een van de gevolgen is wel dat we bijvoorbeeld ons onderwijs daarop zullen moeten afstemmen en jongeren opleiden in die sectoren en jobs die nog een toekomst hebben. En die is volgens mij aan de creatievelingen, want net daar zullen robots in 2050 nog altijd de grootste moeite mee hebben: creatief zijn. Terwijl we bijvoorbeeld veel minder moeten inzetten op een job als boekhouder, aangezien die job gewoon overbodig wordt.” Tegen 2050 zal de band van de gewone mens met robots heel anders zijn dan vandaag, zegt Vanderborght. “Er zijn wetenschappers die voorspellen dat we op dat moment seks zullen hebben met robots en er mee zullen trouwen. Ik kan me wel vinden in de voorspelling dat we met robots een sociale band zullen aangaan, want we zien nu al heel vaak dat wie veel bezig is met een robot, daar gehecht aan raakt. Niet alleen de autistische kinderen Darpa Robotics Challenge, Team SNU die we laten spelen en communiceren met de Nao-robot, maar ook mensen van wie je het vrijmaken voor general purpose-robots. Google heeft bijmisschien niet verwacht. In de Verenigde Staten voorbeeld al heel wat robotbedrijven opgekocht. Niet om houden militairen afscheidsplechtigheden met eretekens een nicherobot te maken, maar wel een robot die allervoor gesneuvelde robots, terwijl dat eigenlijk gewoon hande taken kan uitvoeren. Ik verwacht dat er over een mechanische ‘dingen’ zijn. Dus trouwen met een aantal jaren al een soort Android-platform voor robotica robot die je altijd trouw blijft en je hele leven bij je blijft, zal bestaan, een besturingssysteem dat in verschillende waarom niet?” robottypes kan worden gebruikt en waar iedereen apps Klinkt mooi. Maar rest de vraag hoe betaalbaar dat voor kan ontwikkelen. En pas dan wordt het echt interesallemaal is. De ontwikkeling van de absolute toprobots sant, want de mogelijkheden zijn eindeloos. Zuid-Korea kost vandaag nog miljoenen. “Ja, maar de komende heeft vandaag zichzelf al de verplichting opgelegd dat jaren worden robots alleen maar goedkoper”, zegt elk gezin tegen 2020 een eigen robot moet hebben. Dus Vanderborght. “Daar ben ik van overtuigd. Net zoals dat tel daar nog eens dertig jaar bij, en robots zullen in alle bij computers en smartphones is gegaan. De toprobots mogelijke vormen in en rond de mens aanwezig zijn.” kosten vandaag inderdaad nog heel veel geld, maar tegelijkertijd koop je al een Pepper-robot (momenteel enkel verkrijgbaar in Japan) voor een basisprijs van 1 500 euro (en een maandprijs van 110 euro) en die verkoop loopt als een trein. De laatste jaren zijn de prijzen echt gekelderd, en die evolutie is niet meer tegen te houden. Kijk naar stofzuigerrobots: tien jaar geleden had niemand zoiets, vandaag worden er miljoenen van gekocht. En zulke nicheproducten zullen de weg


wereld er dan uit? Slapen we nog in een bed? Wat zien we als we uit het raam kijken? Hebben we nog wel een raam? Hoe gaan we naar ons werk? En wat is ons beroep? Voeren we dat nog wel zelf uit? Nederlander Koert van Mensvoort maakt met zijn design fiction de wereld van

DESIGN FICTION PROEFBALLON VOOR DE ONGRIJPBARE TOEKOMST Adrienne Peters

morgen tastbaar.

Chriet Titulaer

Het is 1985, we zien Chriet Titulaer nog de straat inrijden, met aan het stuur van zijn fiets een telefoon voorzien van een forse accu. Het is een prototype, licht hij in het Nederlandse tv-programma De wondere wereld toe, maar het is nog niet zeker of deze mobiele telefoon het daglicht echt zal zien. Hilarisch, als je er nu naar kijkt. En ontzettend gedateerd. Toch konden we ons toen niet voorstellen dat zo’n telefoon werkelijkheid zou worden. Sterker nog: dat we dat enorme, mobiele apparaat waar Titulaer slingerend mee op de fiets zat, nu in zakformaat met ons zouden meedragen. Dag in, dag uit. Dat we er niet alleen mee kunnen bellen, maar met een druk op de knop de hele wereld naar ons toe kunnen halen, waar we ook zijn. Op de bank in de huiskamer, in het hippe café tijdens onze stedentrip, zelfs op dat eenzame, verlaten strand aan de andere kant van de planeet. Titulaer zei het twintig jaar geleden al: “De wereld van morgen gaat er heel anders uitzien”. Ver van ons bed Een wondere wereld, inderdaad. Tegenwoordig leven we in een tijd waarin technologie alom aanwezig is. Zozeer dat we technologische snufjes als een tweede natuur ervaren: de smartphone als onmisbaar verlengstuk van onszelf. Hoe komt het dan toch dat we niet voorbereid zijn op de toekomst? Waarom kunnen wij ons zo slecht een beeld vormen van de toekomst, zelfs de nabije toekomst? Terwijl we zelf aan het roer staan, ons brein dingen bedenkt en onze handen de ideeën een tastbare vorm geven, al is het maar met een druk op de knop. “Vaak gaat denken over de toekomst via taal en theorie.

Dat is heel abstract en daardoor blijft het een ver-van-mijn-bedshow”, zegt Koert van Mensvoort, die kunstenaar, onderzoeker, filosoof en designer is. Een moderne uitvinder, zo zou je hem ook kunnen noemen. “Ik gebruik design om mogelijke toekomsten tastbaar te maken. Tastbaar voor een breed publiek, zodat we met zijn allen een discussie kunnen aangaan.” Kracht van verbeelding Want die discussie is hard nodig. Als we proberen ons voor te stellen hoe we leven in 2050, dan laat de kracht van de verbeelding ons in de steek. Omdat ons voorstellingsvermogen voornamelijk is gebaseerd op beelden en ervaringen uit het verleden en het heden. We denken te veel in een monocultuur. Hoe we beleid ontwikkelen, hoe we succes definiëren of hoe we de vergaderkamers van onze bedrijven inrichten: grosso modo hebben we daar allemaal dezelfde beelden bij. Terwijl diversiteit en nieuwe perspectieven nodig zijn om de toekomst tastbaar te maken, zeggen de kenners. Om die status quo waar we nu inzitten te doorbreken, moeten we beelden delen. Wie neemt daarin het voortouw, in dat zogenoemde collaborative future making? Wie waagt het om vastgeroeste systemen te doorbreken, de boel radicaal om te gooien, te experimenteren met het onmogelijke? Voorlopers zijn de ontwerpers, uitvinders en kunstenaars die hun gedachten in een nieuwe richting dwingen en zo bijzondere antwoorden geven op hedendaagse vragen. Met zijn speculatieve producten wil Koert van Mensvoort zo veel mogelijk mensen aanspreken. Zodat we met zijn allen kunnen nadenken wat voor soort toekomst we eigenlijk willen. “Wat ik doe is door middel van verhalen verbeelding oprekken, zodat we ermee kunnen spelen. Want de toekomst is te belangrijk om alleen maar aan kenners over te laten of ideeën binnen de vier muren van een ontwerpstudio te houden.”

NANO-supermarkt

42

Stel: we worden wakker in 2050, hoe ziet de


Energy belt

In de winkel vind je een jas die van kleur verandert als je erop tikt, een wijn die van smaakt verandert als je hem in de magnetron plaatst. Of medische chocolade, programmeerbare verf, en een Twitter-implantaat: wat je ook doet, door een chip in je lijf deel je het meteen met de hele wereld. Design fiction als grote speeltuin van leuke gadgets! Maar wat draagt het nu daadwerkelijk bij aan onze toekomst en de manier waarop wij ons daarop kunnen voorbereiden? “Het belangrijkste is dat mensen meer gaan nadenken en praten over nieuwe technologieën voordat ze er zijn. Dat is mijn doel. Vergelijk het met een luchtverkeersradar. Daarop zie je welke vliegtuigen aankomen. Dat is ook wat we doen met design fiction: je hebt een beeld van wat er op je afkomt. Ja, het is een spel, een simulatie, maar wel een spel dat ons meer grip geeft op wat er gaat gebeuren.” “In onze NANO-supermarkt hebben we een product, de energy belt, dat je buikvet gebruikt om je telefoon op te laden”, vervolgt hij. “In eerste instantie dacht ik zelf ook: kan dat wel? In een tijd dat obesitas een serieus maatschappelijk probleem is, bedenken wij een product waarbij mensen straks nog meer hamburgers gaan eten alleen maar om hun telefoon op te laden. Aan de andere kant is het wel een gegeven: we hebben overgewicht, we dragen een telefoon bij ons. Dus: waarom niet? De energy belt is zo’n voorbeeld van een product dat veel oplevert in de maatschappelijke discussie over de toekomst. De ene helft van de mensen is nieuwsgierig en staat ervoor open, de andere helft vindt het echt verwerpelijk en ethisch niet kunnen. Fantastisch, want dan levert zo’n discussie ook echt iets op.”

Hamburger uit potje Zoals van Mensvoorts eigen studies en werkzaamheden een grote cross-over zijn — hij is afgestudeerd als informaticus, heeft kunstacademie gevolgd, een paar jaar filosofie gestudeerd en is gepromoveerd in industrieel ontwerpen — is zijn andere missie om meer disciplines samen te brengen. “Alles wat ik doe zit op het snijvlak van design, kunst, onderzoek en technologie. Huidige ontwerpers zijn goed bezig met de toekomst, ze zijn innovatief, creatief en onderzoekend. Maar wanneer ik technologen spreek, dan weten die niet welke sociale impact hun denkbeelden hebben. Spreek ik ontwerpers, dan missen die weer technologisch inzicht.” En dus werpt van Mensvoort zich op als de verbindende schakel. Behalve directeur van een supermarkt is hij ook oprichter van Next Nature, een platform dat de veranderlijke relatie tussen de mens, natuur en technologie onderzoekt. Met designers Hendrik-Jan Grievink, Silvia Celiberti en Francesca Barchiesi heeft hij een kweekvleeskookboek uitgebracht. The In Vitro Meat Cookbook bevat 45 recepten die je nog niet kunt maken, maar vooral dienen als voedsel voor de geest. “We krijgen altijd de mooiste kookboeken cadeau, maar maken er bijna nooit iets uit”, licht van Mensvoort toe. “Het blijft bij inbeelden wat allemaal kan en dat is dit boek eigenlijk ook.” Een boek dat wellicht urgenter is dan we denken. Als de wereldbevolking groeit naar 9 miljard mensen in 2050, wordt het onhoudbaar vlees te blijven produceren en consumeren zoals we dat nu doen. We zouden een extra planeet nodig hebben om aan de vraag naar vlees te voldoen. Kweekvlees, of ook stamcelvlees genoemd, wordt in een laboratorium gekweekt uit stamcellen van dieren en is in allerlei opzichten efficiënt: met een paar stamcellen uit een simpel biefstukje kun je half Nederland en België voeren. Per jaar moeten 40 miljard minder dieren worden geslacht, we hebben 40 % minder landbouwgrond nodig, 30 % minder water en 30 % minder energie, zegt Mark Post, onderzoeker aan de Universiteit Maastricht die in 2013 de eerste kweekvleeshamburger publiekelijk maakte.

In Vitro Meat Cookbook

43

Supermarkt vol ideeën En dus bedacht hij de NANO-supermarkt. Geen museaal concept, maar een fysieke winkel die rondrijdt, met reclamefoldertjes die huis aan huis worden verspreid. Daar kun je dan wel in lezen dat de producten in de supermarkt niet echt te koop zijn, dat ze eigenlijk niet bestaan maar een verkenning zijn. De toekomst als minitheatervoorstelling verpakt in een rondreizende tijdmachine want je stapt als het ware in de toekomst. Van Mensvoort: “Het concept is heel laagdrempelig. Als we met de bus op een stadsplein staan, komen mensen letterlijk met hun tasje van De Bijenkorf of de H&M nog in de hand naar de NANO-supermarkt.”


Brokje Brad Pitt op je bord Alleen maar voordelen zou je denken. Toch zet ook dat alle discussies weer op scherp. Of vegetariërs gewoon weer aan de steak en de gehaktballen gaan nu we minder broeikasgassen en dierenleed hebben, is slechts één vraag die opdoemt aan de horizon. Wat als dat vlees wordt gekweekt van je eigen stamcellen? Hebben we straks een lekker blokje Brad Pitt op ons bord, op de nationale feestdag een cordon blue van Philip en Mathilde, en op Valentijnsdag een beetje van onszelf en een beetje van onze geliefde? Van Mensvoort laat ook hier weer proefballonnetjes op, zij het voor sommigen een paar bruggen te ver. Hebben we dan toch zo onderhand iets geleerd? Of staan we in 2050 net zo goed te grinniken bij filmpjes van Koert van Mensvoort als in 1985 bij die van Chriet Titulaer? “Er gaat nog ontzettend veel veranderen”, zegt van Mensvoort. “Ik heb niet de ambitie om de toekomst te voorspellen, maar er is een waaier aan mogelijke toekomsten die op ons afkomen. Door je daarin te verplaatsen, ruimte te geven aan je verbeelding en het er samen over te hebben, kunnen we dat toekomstbeeld mede vorm geven. Het is maar een kwestie van tijd voordat altijd dat ene moment komt: wanneer accepteer ik een nieuwe technologie en wanneer niet?” Dat dat moment komt, is ondanks alle veranderingen iets wat vaststaat. Delen is het nieuwe geven, dus hou je toekomstbeelden niet voor jezelf. Of je het nu ‘liket’ of niet: ‘share’. Want de toekomst, die moet vandaag nog worden gemaakt. — www.mensvoort.com

In Vitro Meat Cookbook

44

In Vitro Meat Cookbook


schap, kunst en design als tijdelijke, modieuze trend in onze tijdgeest of is er iets fundamenteler

Alle stichtingen zijn gebundeld in de Open University of Diversity, wat eigenlijk zijn studio is en waaraan een groot aantal mensen uit tal van disciplines gelinkt zijn.

aan de hand? Een paar eeuwen geleden zijn

In multidisciplinaire teams werken wordt vaak

deze drie disciplines, beïnvloed door de toen-

aangehaald als de werkmethode van de toe-

malige nieuwe technologieën, uit elkaar gegroeid

komst, maar op zich is het nog altijd niet vanzelf-

en hebben sindsdien een autonome weg afge-

sprekend om mensen bij elkaar te brengen die

legd met spectaculaire gevolgen. Recentelijk

normaal gezien niet met elkaar spreken. Wat is

voelt het aan dat de vraag naar een nieuwe con-

jullie ervaring daarmee?

vergentie sterk is toegenomen. Toekomstgerichte

Binnen de vooropgestelde bevruchting van de culturele en designsector met de wereld van de wetenschap zien we allemaal wel in dat we dat in nauwe samenwerking moeten bewerkstelligen, maar dat wil niet zeggen dat we nog een beetje in het duister tasten over hoe we dat moeten organiseren en, misschien nog wel belangrijker, orkestreren. Het is op zich niet zo moeilijk om mensen van een divers pluimage samen te brengen, maar het is geen sinecure om daadwerkelijk tot een goed gesprek en tot goede uitkomsten te komen. In de eerste plaats dien je een gezamenlijke taal te ontwikkelen, zodat je ook daadwerkelijk met elkaar kunt gaan samenwerken. Daarnaast gebruiken designers, kunstenaars en wetenschappers in hun respectieve veld ook diverse methodieken, die zich soms niet direct laten verenigen. Ontwerpers zijn geneigd om heel snel met prototypes te komen, ze willen inzichten zichtbaar maken, letterlijk een vorm geven. De wetenschappelijke agenda zit daarentegen aan protocollen vast, waarbij ze op een convergerende manier aan een heel duidelijke probleemstelling werken, in een afgebakende tijd en liefst in een afgebakende ruimte. Designers en kunstenaars gaan van nature meer divergerend aan de slag. Door die verschillende aanpak kunnen zeker goede resultaten tot stand komen, maar het is ook vaak de aanleiding tot complicaties binnen de samenwerking.

praktijken van designers en kunstenaars baseren zich op hybride onderzoekstechnieken en ze proberen de barrières tussen verschillende

je steeds meer verslagen over processen van kennisontwikkeling die gebaseerd zijn op samenwerkingen tussen kunstenaars en designers enerzijds en de academische en wetenschappelijke wereld anderzijds. Om meer inzicht te krijgen in de deontologische, methodologische, praktische, esthetische en ook ethische processen die aan bod komen binnen de vernieuwde structurele relaties tussen kunst, design en wetenschap, spreken we met twee bruggenbouwers die verrassende verbindingen tot stand brengen tussen deze verschillende disciplines. DANIELLE ARETS werkt parttime op de Design Academy Eindhoven als associate lector binnen het Lectoraat Strategische Creativiteit waar ze de afgelopen vier jaar actief was binnen CRISP (Creative Research Industry Scientific Program). Daarnaast werkt ze als journalist en designresearcher binnen het veld van de creatieve economie en kennisontwikkeling, waarbij ze zich richt op de rol van design in het maatschappelijk debat. KOEN VANMECHELEN is beeldend kunstenaar, bij het brede publiek vooral bekend van zijn Cosmopolitan Chicken Project. Misschien minder bekend is dat hij vanuit zijn reflectie op het concept van bioculturele diversiteit ook vier stichtingen heeft opgericht waarbij hij het ideeëngoed van het Cosmopolitan Chicken Project vertaalt in social planning. Daarvoor werkt hij wereldwijd samen met universiteiten en wetenschappers.

DANIELLE ARETS

BACK TO THE FUTURE? KUNST, DESIGN EN WETENSCHAP HERENIGD Kurt Vanbelleghem

disciplines te doorbreken. In de literatuur vind

Danielle Arets

45

Past het idee voor een hereniging van weten-


Zijn jullie vertrouwd met het concept structural intuition van de Engelse kunsthistoricus Martin Kemp? Hij heeft in zijn academische carrière veel onderzoek gevoerd naar

zowel kunstenaars als wetenschappers in hun samenwerking opereren vanuit gevoelsmatig gepercipieerde structurele verbanden. Volgens mij leunt dat sterk aan bij de manier waarop de ontwikkeling van die dynamische ruimte tot stand komt.

KOEN VANMECHELEN

de relatie tussen kunst en wetenschap. Hij wijst erop dat

Koen Vanmechelen. Foto: Florian Voggeneder

46

Op zich dien je dat een beetje filosofisch te benaderen: de wens tot samenwerking moet in jezelf en in de andere personen zitten. Mijn ervaring is dat elk terrein een specialisme is en dat je diegene moet respecteren die op dat specialisme zit. Ik geloof bijvoorbeeld sterk in een kosmopolitische renaissance waarbij, ondersteund door de hedendaagse communicatietechnieken, iedereen waar ook ter wereld bereikbaar is. Daardoor kun je, zeker nu, die mensen zoeken en vinden met wie je een duidelijke match kunt maken. Dat is ook de eerste voorwaarde, want je kunt niet iedereen dwingen tot samenwerking. Om mensen bij elkaar te krijgen, probeer ik in de eerste plaats een dynamische ruimte tussen twee mensen te scheppen, zonder kritiek te uiten op het andere veld. In het geleverde commentaar op en vanuit de onderzoeksvelden ontstaat er een ruimte tussen twee mensen, waardoor er eventueel een samenwerking tot stand kan komen. Dat is nu het idee van het kruisen, je laat iets toe zonder op voorhand de uitkomst te kennen. Dit proces omschrijf ik als mutatie. Als je de samenwerking gaat manipuleren, door bijvoorbeeld sterk te focussen op gewenste uitkomsten, krijg je een probleemsituatie die de verstandshoudingen vertroebelt; die manipulatie zal niet werken.

DANIELLE ARETS

KOEN VANMECHELEN

The Cosmopolitan Chicken Project Open University of Diversity, Meeuwen. Foto: Cary Markerink © Koen Vanmechelen

Het begrip structurele intuïtie is inderdaad een heel mooie omschrijving van het proces. Gebaseerd op mijn ervaringen zie ik die samenwerkingen op drie niveaus ontstaan. Het begint op een initieel niveau, waarbij er een goed basisbegrip van en interesse in elkaar moet zijn, om sowieso tot een geslaagde samenwerking te komen. Al te vaak gaat het al op dit niveau mis. Te vaak worden de multidisciplinaire teams van bovenaf opgelegd en dan ontbreekt dikwijls die intentionele wil en kun je kruisen wat je wilt, je komt niet tot voldoening gevende resultaten. Vervolgens moet je ook de juiste vragen stellen. Een wetenschappelijke vraag moet uiteindelijk een oplossing voortbrengen die ook wetenschappelijk moet worden gevalideerd, terwijl een ontwerp- of artistieke vraag vaak andere doelen moet gaan dienen. Voor ontwerpers en kunstenaars ligt de oplossing vaak besloten in het maken van nieuwe beelden, die dan opnieuw vragen oproepen. In het agenderen van de juiste vragen, die zowel door de wetenschapper als de kunstenaar of de ontwerper kunnen worden aangebracht, ligt een enorme kracht en daarbij is die structurele intuïtie van Kemp een ontzettend belangrijke raadgever. Men gaat er vaker ten onrechte van uit dat een wetenschapper niet van intuïtie gebruikmaakt en dat is natuurlijk verre van waar. Ook de meeste wetenschappers vertrekken vanuit de gut feeling; ze hebben een voorgevoel van waaruit ze hun onderzoek starten. Het derde niveau ontwikkelt zich wanneer er wordt nagedacht over de onderzoeksmethodes. Ontwerpmethodes kunnen hierbij heel erg katalyserend werken doordat ideeën letterlijk worden vormgegeven. Wetenschappers gaan dat slechts aarzelend doen en wachten eerder op het eindresultaat voordat de vormgeving wordt bepaald.


DANIELLE ARETS

KOEN VANMECHELEN

Vaak gaan er jaren werk vooraf voordat je erin slaagt om deze drie niveaus succesvol te ontwikkelen. Ik kan daar een mooi voorbeeld van geven. Ik ben erin geslaagd om voor de eerste keer ter wereld een beeld te creëren dat de immuniteit in 3D voorstelt. Zonder de wetenschap had ik dat beeld nooit kunnen scheppen, maar zonder het al twintig jaar kruisen van de kippen en al het genetische materiaal dat ik daarbij heb verzameld, hadden ze dat in de wetenschap ook niet kunnen realiseren. Dat vind ik de juiste manier waarop design, kunst en wetenschap elkaar kunnen stimuleren. Het vergt veel tijd en volharding, maar zou bijna een noodzakelijkheid moeten zijn. Het werk moet dat wel uitlokken, het moet vanzelf solliciteren naar een andere discipline. Daarnaast brengen het geloof en het ongeloof je tot ‘het doen’. Op een bepaald moment heb je als kunstenaar zowel een misschien, een ja en een nee. En dat is voor mij genoeg om een project op te starten. Daar zijn wetenschappers anders in. Wetenschappers gaan beginnen met vooronderstellingen en theoretisch onderzoek, terwijl kunstenaars en ontwerpers onmiddellijk in ‘het doen’ stappen. Dan valt ‘misschien’ en ‘nee’ weg. Op die manier bevrucht het een het ander, maar soms heb je twintig jaar nodig om die inzichten samen te brengen.

je deze paart met meer academische manieren van kennisproductie. Een wetenschapper is minder geneigd om zijn ideeën in vorm te gieten. Wanneer je dat stimuleert, door bijvoorbeeld te werken binnen multidisciplinaire teams, zien we dat ze plotseling wel voor een dergelijke aanpak durven gaan, of in elk geval heel erg de waarde ervan omarmen. Een mooi voorbeeld hiervan is een project waarbij een van onze designresearchers Karianne Rygh is gaan werken met een nieuwe 2.5D-printtechniek van het bedrijf Oce Canon. Deze techniek, waarmee op een plat oppervlak met reliëf kan worden geprint, is nog heel erg nieuw. Voor het bedrijf is het nog zoeken waar de markt zit voor deze techniek. Karianne Rygh heeft in haar onderzoekstraject heel veel architecten gesproken en hen gevraagd om iets naar hun smaak en stijl uit te printen. Op basis daarvan is een enorme database aan waardevolle toepassingen ontstaan. Vervolgens hebben we studenten gevraagd om in dit traject te participeren. Voor Oce was het heel waardevol om te zien hoe snel ontwerpers met het materiaal aan de slag gingen en op basis van thinking through making tot nieuwe toepassingsrichtingen kwamen.

Het werk van zowel kunstenaars en designers als wetenschappers wordt steeds vaker gedreven door maatschappelijke betrokken-

sociaal relevante karakter dat het bezit. Zou dit streven naar maatschappelijke relevantie ook een dynamiek kunnen zijn die voor meer verbinding zorgt tussen kunst, design en wetenschap?

2.5D printtechniek Oce Canon, Karianne Rygh

Kunstenaars wenden zich vaker tot de wetenschap op zoek naar analogieën en metaforen, maar voor jullie is het dus primordiaal dat wetenschappers ook hun eigen

de elementen die kunstenaars en designers aanreiken

DANIELLE ARETS

een win-winsituatie ontstaat? Binnen ons lectoraat omschrijven we het onderzoek door designers vaak als thinking through making, waarmee we bedoelen dat ontwerpers kennis ontwikkelen door te maken, waarbij ze tegelijk ook reflecteren. Deze onderzoeksmethodiek kan een sterk katalyserende werking hebben wanneer

KOEN VANMECHELEN

werk verder kunnen ontwikkelen? Zodat er op basis van

Ik denk dat het absoluut relevant is om die sociale drijfveer te duiden in dit proces. Heel veel grote kunstenaars doorheen de kunstgeschiedenis waren sociaal gedreven. Picasso is daar voor mij een mooi voorbeeld van. Hij leefde in een dictatuur en met zijn artistieke werk is hij een van de eersten die de verheerlijking van de realiteit doorbrak. Vanuit zijn eigen anarchistische houding geeft hij de boodschap mee dat de mens zichzelf moet construeren. In onze tijd leven we binnen andere structuren, hebben we andere manieren van denken, waardoor het niet altijd even voor de hand ligt om de sociale relevantie van het werk van Picasso op de juiste manier te duiden. Vanuit mijn eigen werk ben ik sterk bezig met de manier waarop mijn artistieke werk bevruchtend kan zijn op een maatschappelijk niveau. Mijn Cosmopolitan Chicken Project is de grondidee van mijn werk, wat ik ook voortdurend verder ontwikkel. Daaruit ontstaan dan de ideeën die maatschappelijk gericht zijn en een sociale functie hebben. Via mijn stichtingen werk ik die concepten ook op een sociaal vlak uit. Binnen de Walking Egg Foundation,

47

heid en daardoor ook geëvalueerd op het


48 DANIELLE ARETS

Ook binnen design zie je die maatschappelijke relevantie sterk opkomen, en daarin is de visie die Koen zojuist beschreef heel correct. Het gaat niet alleen om het creëren van alternatieve zienswijzen, maar ook om het schetsen van een wereld die je niet onmiddellijk met een ja of een nee kunt catalogiseren. Daarin ligt zeker een uitdaging in de samenwerking met wetenschap. In het aantonen van de sociale relevantie van alternatieven die de wetenschap aanbrengt, hebben designers en kunstenaars een belangrijke bijdrage te leveren. Zij kunnen de visies van de wetenschappers doorleven en doorvoelen, een soort van embodied wisdom creëren door de kracht van het beeld, het tastbare. Een breder publiek kan zich soms moeilijker

verhouden ten opzichte van een complexe wetenschappelijke problematiek, en kunstenaars en designers kunnen voor het publiek een weg openen om tot die inleving te komen. Veel wetenschappers ontwikkelen zich monodisciplinair en als buitenstaander heb je steeds meer voorkennis nodig om inzicht te krijgen in die ontwikkelingen. Het lijkt me ontzettend belangrijk dat kunstenaars en designers samenwerken aan die vertaalslag.

KOEN VANMECHELEN

KOEN VANMECHELEN

waarbij in directe samenwerking met wetenschappers wordt gewerkt rond fertiliteitsproblemen in ontwikkelingslanden, hebben we een zwangerschapstechniek ontwikkeld die in plaats van 4 000 euro nu nog maar 188 euro kost. Als kunstenaar moet je dan ook weer kunnen wegstappen van die maatschappelijke verhalen, en de inhoud ervan filteren en intellectueel verwerken in je eigen oeuvre. Dat noem ik perpetuele bevruchting. Als een artistieke visie te individueel is, kan dat snel verworden tot een vuilbak van individuele frustraties die maar een heel beperkte boodschap heeft. De authenticiteit van een artistieke visie moet zich kunnen linken aan een maatschappelijk veld, maar als het werk te maatschappelijk wordt, kun je als kunstenaar ook niet langer dat universele momentum blijven nastreven.

DANIELLE ARETS

Open University of Diversity, Studio Koen Vanmechelen, Hasselt. Foto: Cary Markerink © Koen Vanmechelen

Met het beeld voeg je inderdaad iets toe aan de communicatie, waardoor bepaalde mensen tot die inzichten komen. Er zijn mensen die het alleen maar via de kunst begrijpen. Maar we mogen het niet onder stoelen of banken steken dat we voor een stukje ingehaald zijn door de wetenschap, omdat kunst zich op bepaalde momenten in het recente verleden te eenzijdig heeft ontwikkeld. Kunst werd autonoom, ging losstaan van alles en iedereen, en werd daardoor elitair. Ik zal nooit zeggen dat kunst elitair is. Integendeel, het medium kunst lokt een soort respons uit waardoor mensen kunnen reflecteren en iets vertellen. Dat is wat we moeten doen als kunstenaar, de reactie op alle niveaus uitlokken. Een curator van de Tate Gallery kan opmerken hoe ongelofelijk het is hoe ik in één beeld het vraagstuk over het individu of over de identiteit blootleg, terwijl daarnaast de boer van het huis tegenover langskomt en die zegt: “Wat een ferm kieken, dat heb ik nog nooit gezien”. Daarin ligt volgens mij de intelligentie van de perceptie, op alle niveaus en die zijn allemaal even relevant.


2.5D printtechniek Oce Canon, Karianne Rygh

Worden er binnen de interdisciplinaire en hybride praktijken waarbij kunstenaars, designers en wetenschappers gaan samenwerken ook nieuwe visies ontwikkeld op het veld van de kunst en de wetenschap? En wordt er nagedacht over nieuwe gedeelde waarden?

Er worden van beide kanten veel ethische vragen geagendeerd die misschien nog niet tot een volwaardig discours ontwikkeld zijn, maar neem nu het voorbeeld van 3D-printen, een techniek die tot de verbinding tussen design en wetenschap heeft bijgedragen. Op zich is 3D-printen een fantastische uitvinding, maar waar liggen de grenzen? Denk aan consumenten die zelf een geweer gaan printen. Wie houdt de controle? De maatschappelijke waarden en grenzen die hiermee verbonden zijn, komen zeker ter sprake binnen de interdisciplinaire samenwerking. Om tot afdoende antwoorden te komen, moeten we dit soort vragen duidelijk formuleren en terugkoppelen naar een bredere maatschappelijke context. Hier ligt nogmaals een belangrijke opportuniteit om het maatschappelijke debat te voeden, volgens mij voorlopig een van de belangrijkste uitkomsten van deze interdisciplinaire samenwerking tussen kunst, design en wetenschap.

49

Men zegt dikwijls dat een kunstenaar niet ethisch moet zijn, dat hij daar boven moet staan, maar daar ga ik niet mee akkoord. Ethiek gaat niet langer over goed en kwaad, ethiek gaat nu over hoe we omgaan met alle resources die we hebben. Die discussie omtrent de waardenproblematiek is vaak een afgeleide van een artistieke praktijk, ook binnen mijn eigen activiteiten. Binnen de Walking Egg Foundation moeten we ons de vraag stellen of het wel te verdedigen valt dat we een goedkope zwangerschapstechniek zomaar zouden introduceren binnen de maatschappelijke en economische context van ontwikkelingslanden. Valt het wel te verdedigen dat we op die manier nog meer kinderen in volledige armoede laten opgroeien?

DANIELLE ARETS

KOEN VANMECHELEN

DANIELLE ARETS

Ontwerpers en kunstenaars kunnen op die manier het maatschappelijke debat gaan voeden, door in te werken op al die niveaus. Daarin ligt echt een mogelijkheid om design, kunst en wetenschap te verbinden. Zowel de ontwerpdiscipline als de wetenschap ligt momenteel enorm onder vuur als het aankomt op publieke verantwoording. In de designwereld hebben we lange tijd opgekeken naar de grote namen, naar de iconische beelden en het is nog altijd een moeilijk proces om daarvan los te komen. Hoe men zich dient te verhouden en te positioneren ten opzichte van het maatschappelijke, daar kunnen ontwerpers en wetenschappers zeker van elkaar leren, en er elkaar in versterken.


Het Vlaamse textiel kende goede en minder goede eeuwen, maar twee zekerheden stonden als een paal boven water: de textielnijver-

pasten hun producten telkens aan de noden van hun tijd aan. Wat mogen we tegen 2050 verwachten? Materialenbibliotheek Materio en het textielinnovatie- en incubatiecentrum Materialenbibliotheek Materio. Foto: Thomas Verfaille

sector op tafel liggen. Producenten Sioen Industries en 3D Weaving lichten een tip van de sluier over hun toekomststrategie.

Tapijtgarens die met de temperatuur van kleur veranderen, op maat gebreide sportschoenen (Nike Flykit), weefsels op basis van koffie … Het zijn maar enkele van de duizenden nieuwe en

de bibliotheek Materio. Wie een kijk wil op de meest recente en toekomstgerichte ontwikkelingen van over de hele wereld, kan terecht bij Materio. Deze materialenbibliotheek wordt gerund door Optimo, de innovatiecel van het Technisch Centrum der Houtnijverheid. Materio Belgium maakt deel uit van een Europees netwerk van

INSPIRATIEBIBLIOTHEEK MATERIO

toekomstig beschikbare materialen in

materialenbibliotheken en is gevestigd in Anderlecht, met een specifieke collectie rond textiel en mode in Ronse in TIO3. “Met onze 3 500 fysieke stalen en 6 000 onlinefiches van de nieuwste materialen, willen wij vooral mensen inspireren. De eigenschappen van materialen leren kennen tijdens de ontwerpfase zet aan tot innovatie. Kruisbestuiving met ontwikkelingen uit andere sectoren zal steeds meer tot nieuwe toepassingen leiden”, vertelt Karen Sprengers van Materio. Een selectie van het textiel uit de materialenbibliotheek leert dat de vernieuwingen zeer breed uiteenlopen. “Nieuwe materialen spelen enerzijds in op de zintuigen en bieden anderzijds oplossingen voor behoeften. Opmerkelijk is dat ze intelligent, waterafstotend en zelfreinigend zijn, dat ze reageren op temperatuurverschillen, en opblaasbaar, beschermend en duurzaam zijn. Doordat de eigenschappen enorm veranderen, worden volledig nieuwe toepassingen mogelijk. Bijvoorbeeld een stofzuiger in textiel die licht is en de muren niet beschadigt, of een stof met een coating die de pootjes van een gekko nabootst zodat hij op gladde oppervlakten blijft kleven.” De permanente bibliotheek in Ronse omvat een uiteenlopend aanbod van heel technische tot puur artistieke en decoratieve materialen. Er vinden geregeld sessies rond specifieke, nieuwe ontwikkelingen plaats. — www.materio.be

50

TIO3/TIC vertellen welke kaarten in de brede

INSPIRATIEBIBLIOTHEEK MATERIO

VLAANDEREN WEEFT AAN ZIJN TOEKOMST TEXTIELINNOVATIES BIJ MATERIO, TIO3/TEC, SIOEN INDUSTRIES EN 3D WEAVING Roel Jacobus

heid was er en bleef er, en de textielmakers

Materialenbibliotheek Materio. Foto: Thomas Verfaille © Materio

© Materio


technieken zoals weven, breien en drukken worden niet verlaten maar geherdefinieerd naar producten met meer toegevoegde waarde in kleine volumes”, zegt Pierre Van Trimpont van textielinnovatie- en incubatiecentrum TIO3/

TIO3/TIC HELPT DE TEXTIELSECTOR HERDEFINIËREN

TIC in Ronse.

TIO3/TIC HELPT DE TEXTIEL-

Textielinnovatiecentrum TIO3 werd vier jaar geleden opgericht in Ronse, in de historische Vlaamse textielstreek. “In een voormalig hospitaal in Ronse vind je onder één dak de drie grote stappen in huis die je nodig hebt om een textielbusiness op te zetten: inspireren, experimenteren en ondernemen”, vertelt directeur dr. ir. Pierre Van Trimpont. De voormalige directeur van tapijtfabrikant Desso en van de confectieafdeling van Sioen kent als geen andere de sector en de behoeften van vernieuwers. “Op het vlak van informatie hebben we in samenwerking met Materio een materialenbibliotheek specifiek rond textiel en mode. Daarnaast hebben we een databestand van alle weefsels in de stalenboeken in het Must, het Stedelijk Museum voor Textiel, gekoppeld aan gelijkaardige databanken in Frankrijk en Groot-Brittannië. De stalen kunnen ook fysiek worden

TIO3/TIC HELPT DE TEXTIELSECTOR HERDEFINIËREN

Fab(ric) Lab TIO3/TIC

SECTOR HERDEFINIËREN

opgevraagd, want textiel is en zal altijd een tactiel, tastbaar product blijven. De tweede stap is experimenteren. Ongeacht hoe de technologie zal evolueren, in textiel en mode zijn stalen en prototypes onmisbaar. We zitten nu tussen de klassieke technieken — zoals stikmachines en overlocks — en nieuwe technieken zoals laser, geleidende inkten, thermochrome kleurstoffen, noem maar op. We herdefiniëren de oude technieken, bijvoorbeeld elektrische circuits die worden geborduurd. In ons Fab(ric) Lab staan professionele machines ter beschikking van studenten, zelfstandigen, bedrijven en leerkrachten. Voor machines die we zelf niet hebben, doen we een beroep op ons uitgebreide netwerk.” Voor de derde stap ‘ondernemen’ werd de nv Textiel IncubatieCentrum (TIC) opgericht. Na een bescheiden begin stak het Agentschap Ondernemen via het Share-programma zijn schouders onder deze incubator. Eind 2013 werd Pierre Van Trimpont aangetrokken om samen met Centexbel en Flanders’ PlasticVision starters te ondersteunen met raad, daad en werkmiddelen. Tot de aandeelhouders behoort onder meer de Universiteit Gent, nog de enige aanbieder van textielonderwijs- en onderzoek op het hoogste niveau in het land. Meer dan de helft van het kapitaal komt van grote textiel- en aanverwante bedrijven, die geloven in mensen die de blik vooruit richten. Van Trimpont ziet drie grote tendensen voor een herdefinitie van de textielsector. “Hét industriële materiaal voor de toekomst zijn de composieten, die als kern altijd een weefsel of breisel bevatten. Een typisch voorbeeld zijn de wieken van windturbines. Composietmaterialen zijn licht, sterk en taai. Er ontstaan ook al toepassingen voor motoronderdelen. De tweede tendens is de opkomst van de 3D-weefsels en -breisels. Deze zullen steeds meer worden toegepast, niet alleen in composieten maar bijvoorbeeld ook in de automobielsector. Ten derde zal het Vlaamse textiel zich op de wereldmarkt alsmaar meer tot niches richten. Het weven, breien en printen worden niet verlaten, maar geherdefinieerd naar producten met meer toegevoegde waarde in kleine volumes. We gaan naar nog meer user-centered design om economisch overeind te blijven tegen de prijsdruk van de massaproducten uit de lagelonenlanden.” Sinds 2012 voerde TIC twaalf complete coachingtrajecten uit. Dat resulteerde in de oprichting van onder meer de digitale drukkerij Basma die de Belgische modesector als klant kreeg, maar wegens groeipijnen helaas over de kop ging. “Andere vennootschappen zijn in oprichting. Onze open innovatie leidde ook tot een nieuwe productlijn voor het kunststof kledingetui Shirtcase bij — verrassend — de koffiegroep Miko. Die kwam bij ons aankloppen op zoek naar nieuwe toepassingen voor hun extrusielijn voor kunststof verpakkingen. Wegens geheimhoudingsovereenkomsten

51

“Textiel zal altijd een tactiel product blijven. De oude


kan ik over lopende projecten weinig details vertellen, maar er zitten leuke dingen tussen, zoals alternatieve reinigingstechnieken en een duurzaam alternatief voor de ‘bubbelplastic’ verpakking. Innovaties die wel al het stadium van openbaarheid bereikten, zijn een ‘slim volleybalnet’ van Sioen Industries en Projects BVBA dat lichtboodschappen geeft, en een volledig biologisch afbreekbaar meubelfineercomposiet op basis van vlas van Trilin.” — www.tio3.be — www.texincubator.com

voorbeeld is de recente oprichting van spin-off AT-SEA Technologies die sleutel-op-de-deur zeewierboerderijen gaat maken.

Sioen Industries wacht niet op de toekomst, maar maakt er zelf werk van. De wereldleider in technisch textiel kijkt vooruit naar de enorme uitdagingen op het vlak van bevolking, energie en klimaat. Sioen schakelt resoluut

AT-SEA, Sioen Industries. Foto: Guy Buyle

“Wij stemmen onze researchstrategie af op de grote uitdagingen voor de wereld binnen vijf tot twintig jaar. Denk aan de wijzigende wereldbevolking, de nood aan duurzame energie en de klimaatverandering in de komende decennia. Op zulke grootschalige uitdagingen ontwikkel je geen oplossingen in één of twee jaar. Het gaat om echt grote veranderingen die grote antwoorden vragen”, vertelt R&D-projectcoördinator Bert Groenendaal. iTex, Sioen Industries De kennis hiervoor haalt Sioen Industries uit zijn bijna 120-koppige R&D-departement, uit de verschillende businessunits van de groep, maar ook steeds meer van buitenaf. “Het wordt een trend om multidisciplinaire projecten op te zetten. Vlaanderen is relatief klein dus moet je de competenties op het nodige niveau ook uit het buitenland verzamelen. Het project AT-SEA dat de ontwikkeling van geavanceerde textieloplossingen voor de kweek van zeewier onderzocht, is daar een goed voorbeeld van. Zeewier wordt voor de wereld een belangrijke bron van voeding, biomaterialen en bio-energie. Sinds 2012 coördineren we dit Europese project met elf partners uit acht landen”, zegt Groenendaal. In juli leidde dit project tot de oprichting van spin-offbedrijf AT-SEA Technologies dat ‘sleutelop-de-deur’ zeewierboerderijen gaat leveren. In september wordt een eerste boerderij van 1 hectare operationeel voor de kust van Noorwegen. In dit bedrijf participeren zes bedrijven uit België, Spanje, Nederland, Ierland en Marokko, en twee onderzoeksinstellingen uit België en het Verenigd Koninkrijk. Niet toevallig heeft AT-SEA Technologies zijn maatschappelijke zetel in textielinnovatie- en incubatiecentrum TIO3 in Ronse. In mei liep het Europees project i-Tex af, waarin Sioen Industries samenwerkte met verlichtingsfabrikant Philips, de Duitse kennisinstelling Fraunhofer, de Technische Universiteit Eindhoven en het Franse instituut voor kleding en textiel IFTH. Hierin werd gezocht naar de haalbaarheid op grote schaal van intelligente verlichtingssystemen gebaseerd op gecoat textiel. “De integratie van lichtgevende elektronica in textiel gebeurde al op kleine schaal. We verwachten dat deze technologie vanwege het goedkope productieproces een revolutie in de verlichtingsindustrie wordt.

52

i-Tex, Sioen Industries

GROTE PROBLEMEN VRAGEN GROTE OPLOSSINGEN

een tandje bij met internationale samenwerkingen. Een


gebrachte verzameling weefsel, geleidende draden en printplaat zijn, wel een geïntegreerd product dat zelf de sensor is en de intelligentie bevat. Maar tegen 2500 denk ik niet dat er nog zal worden geweven”, zegt Pascal

SMART TEXTILE MOET NOG ECHT SMART WORDEN

Ghekiere van 3D Weaving. De familie Ghekiere uit Deerlijk startte in 1971 een loonweverij voor meubel- en gordijnstoffen voor grote textielbedrijven uit de regio Kortrijk. “Omdat de afgelopen 15 jaar meer dan 70 % van onze potentiële klanten verdween, leggen we ons sinds 7 jaar met groeiend succes toe op technisch textiel, dat nu al de helft van ons volume vormt”, vertelt Pascal Ghekiere. “Wij maken uitsluitend 3D-textiel met complexe structuren. Met de juiste types garen op de juiste plaatsen in de juiste richting, geef je een weefsel specifieke eigenschappen. Dat wordt voor de toekomst belangrijker. Wij waren bijvoorbeeld de tweede van Europa die 100 % 3D-glasvezelweefsels kon maken. Het gaat zeer breed: ontwikkelingen voor filtratie, bescherming, kogelwerende toepassingen, flexibele printplaten, vliegtuigpropellers, dubbelwandige tanks, versterking van marmeren bladen, betonwapening, bodems van treinstellen, …”. Het bedrijf werd in november 2014 zelfs herdoopt tot 3D Weaving. Zijn

SMART TEXTILE MOET NOG ECHT

53

3D Weaving

“Tegen 2050 kan intelligent textiel niet langer een bijeen-

bedrijf heeft ook een IWT-project rond composieten met een kern van meerlagige weefsels. Ghekiere gelooft enorm in de evolutie van intelligent textiel tegen 2050. “Het begrip smart textiles heeft veel potentieel, maar is nog vaak knip- en plakwerk. Het is niet omdat je printplaten integreert in een zakje op het weefsel en er geleidende garens op stikt, dat je een intelligent textiel hebt. Je kunt pas echt van smart textile spreken wanneer het textiel op zich ook smart is. Met name wanneer het textiel zelf de sensor wordt en de rekenmodule — de chips — volledig geïntegreerd is. Het textiel meet dan de temperatuur, luchtdoorlaatbaarheid, vocht, doorbuiging, enzovoort. Dan kan bijvoorbeeld textiel voor filtratie zelf voelen wanneer verstopping dreigt en de juiste actie in gang zetten. Of kan een zonwering toenemende windspanning voelen en tijdig het sein tot oprollen geven. Ziekenhuisbedlinnen dat vochtig wordt, zou aan de hand van de zone en geleidbaarheid kunnen detecteren of het om bloed of urine gaat. Ook de elektronica en andere technologie zal sterk vooruit blijven gaan. Bijvoorbeeld 3D-printing wordt een flinke concurrent voor alle materialen, dus ook voor textiel. Toch denk ik niet dat een printproduct binnen 35 jaar alle eigenschappen van een weefsel met diverse garens zal kunnen vervangen. Maar in 2500 zal er wellicht niet veel meer worden geweven. Tegen dan komt alles uit een printer of een chemisch bad.” “In laboratoria wordt al heel ver gegaan, ze maken bijvoorbeeld chips die je met het blote oog nog amper ziet”, gaat Ghekiere verder. “Wij staan vaak perplex waarvoor textiel vandaag al wordt gebruikt. Wist je dat de neus van een F16 bestaat uit een breisel dat in een composiethars is gedrenkt? Dat is wel een sterk nichegerichte en wereldwijde markt voor specifieke, complexe projecten. Wij schrikken welke internationale topbedrijven — genre Michelin, Nike, Apple, Geox — langskomen in onze kleine kmo met zes mensen. Ook de klantenrelatie voor zeer hoogwaardige toepassingen wordt anders. Voor de bodem van een treinstel primeren kwaliteit en traceerbaarheid, en neem je geen risico’s met een Chinese massaproducent.” — www.3dweaving.com SMART WORDEN

GROTE PROBLEMEN VRAGEN GROTE OPLOSSINGEN

Bovendien zal men hiermee verlichting kunnen produceren op formaten die vroeger onmogelijk waren. Dit onderzoek zit nu nog in de ontwikkelingsfase, maar ik garandeer dat de revolutie er komt”, vertelt Groenendaal. Ook op het humanitaire front kijkt Sioen Industries naar de toekomst. Een voorbeeld is het Europese project Speedkits waarin het bedrijf met Centexbel, het Internationale Rode Kruis en Artsen zonder Grenzen innovatieve en duurzame noodtenten ontwikkelt. — www.sioen.com — www.atsea-project.eu


HENRY VAN DE VELDE LABELS 2015


LABEL 1

LABEL 2

LABEL 3

Bringme Box, MADE voor Bringme De Bringme Box is een slimme brievenbus waar post- en pakjesdiensten een pakje in kunnen achterlaten als je er niet bent. Je kunt er ook zelf een pakje in leggen om terug te sturen. Je beheert de Bringme Box via je smartphone. De Bringme Box is op dit

Austere, Hans Verstuyft De Austere-bureaulamp met ledverlichting is een sober ontwerp dat doet denken aan een lampion of lantaarn, een eenvoudig object dat zich overal lijkt thuis te voelen. — www.hansverstuyft architecten.be

Albatros XL-supertram, Axel Enthoven voor De Lijn Deze tram van 43 meter biedt plaats aan meer dan 300 reizigers per tram. Hij heeft een lage instap en is tot 35 % zuiniger. De tram heeft een aangenaam ruim gevoel met korte gangen en grote ramen en voorziet reizigers van airco en informatie via schermen. Hij rijdt sinds deze zomer rond in Gent. — www.eadc.be — www.delijn.be

Bijna 70 producten dongen dit jaar mee naar de Henry van de Velde Labels 2015, het kwaliteitslabel voor ontwerpers en bedrijven, georganiseerd door Design Vlaanderen. Dat zijn er meer dan ooit tevoren. In een eerste ronde werden meer dan 200 producten en diensten geselecteerd. De jury was al in de eerste ronde opgetogen over het hoge niveau van de inzendingen. In de tweede ronde werden de inzendingen volop getest en gekeurd. De taak van de jury was dan ook niet eenvoudig. Uit de hele verzameling van producten en diensten, allen voorbeelden van goed design, zoeken naar net deze zaken die echt onderscheidend zijn en die beantwoorden aan de strengste criteria. Uiteindelijk beslisten ze om deze 19 producten het Henry van de Velde Label toe te kennen. In de jury zetelden Gijs Bakker, Eveline Borgermans, Katja Craeghs, Siegrid Demyttenaere, Veerle Helsen, Frank Huygens, Evelyn Lafond, Giovanna Massoni, Tom Suykerbuyk, Kurt Vanbelleghem, Ellen Van den Bulcke en Dieter Van den Storm. Tekst: Soetkin Bulcke LABEL 4 LABEL 5 LABEL 6

56

COPPER(II)CHLORIDE, Salvatore CaltaBellotta Salvatore CaltaBellotta creëerde een glasvezelpapier met daarop een koperchloride-­ oplossing. Als de luchtvochtigheid stijgt in huis verandert de kleur van de chloridelaag van bruin naar lichtblauw. Het papier van CaltaBellotta kan zo dienen als een natuurlijker en decoratiever alternatief om luchtvochtigheid in een ruimte te meten. Te hoge luchtvochtigheid in huis kan leiden tot vermoeidheid, een flauw gevoel, verminderde concentratie en een benauwd gevoel. Het materiaal kan voor verschillende doeleinden worden gebruikt: behangpapier is de meest voor de hand liggende maar het kan ook als abstract paneel of kamerscherm. — www.salvatorecaltabellotta.com

Carbon Black Line, Jan Mahieu voor LIGHTperMETER De Carbon Black Line is een ledlichtbron in zwart aluminium, bedoeld voor lichtontwerpers. Je kunt dit verlichtingselement zo lang maken als je maar wenst. De lichtbron is onder andere voorzien van cooLEDtechnologie. — www.lightpermeter.be — www.ledpermeter.be

B-and-Bee, Achilles Design Het tijdelijke hotel B-and-Bee is bedoeld voor verhuur aan festivals en tijdelijke happenings. Het speelt in op de stijgende behoefte aan luxe op festivalcampings. In elke module is opslagruimte voor bagage, een locker, licht en stroom voorzien. Het bed kan je tot zetel omvormen. In tegenstelling tot tenten kan de B-and-Bee op verharde ondergrond staan. Hierdoor blijft de oppervlakte beperkt en kan er gekampeerd worden in minder kwetsbare gebieden. De productie gebeurt in België, voornamelijk in sociale werkplaatsen. Er wordt gewerkt met duurzame materialen. — www.achilles.be — www.b-and-bee.com

ogenblik bedoeld voor kantoren en appartementsgebouwen, nog niet voor de particuliere markt. De dienst werkt al samen met alle grote post- en pakjesdiensten. — www.haveitmade.be — www.bringme.com LABEL 7 LABEL 8 LABEL 9

Manifest Stulens, Pablo Hannon / Hectica voor Stulens Het Manifest van Stulens ontstond tijdens brainstorms ter voorbereiding van de herinrichting van de conceptstore en het

In Vein, Ben Storms De tafel annex spiegel van Ben Storms kwam tot stand met een mix van oude en nieuwe technieken. Voor de leder- en natuursteenbewerking viel hij terug op traditionele ambachten maar voor het blazen van de inox spiegel gebruikte hij de techniek van hydroforming waarbij de spiegel wordt geblazen met waterdruk. De uiteindelijke vorm is daardoor altijd uniek. De spiegel is de truc om een lichtgewicht marmeren tafelblad van 35 kg te krijgen dat je op de schragen kunt leggen zonder het marmer te breken. — www.benstorms.be

Interpreter Desk, MADE voor Televic MADE ontwierp een tolkenpost waarbij gebruiksvriendelijkheid centraal staat door het ergonomische ontwerp met toetsenplaatsing tot in de hoek van het scherm, ondersteuning voor personen met een visuele beperking en een luidspreker aan de achterzijde omdat dat voor tolken gemakkelijker is. Bij het ontwerpproces werd uitvoerig rekening gehouden met de wensen van tolken zelf. Het resultaat is een toestel dat het proces van tolken en vertalen aangenamer en eenvoudiger maakt. — www.haveitmade.be — www.televic.com

Gent Xtra Bold, Sanny Winters voor Lannoo Sanny Winters brengt een posi­tief en kleurrijk boek met de Arteveldestad in de hoofdrol. In honderd typografische prenten zet ze de iconen van Gent in de verf. Op basis van het alfabet ontleedt ze in haar kenmerkende stijl de essentie van de stad en haar inwoners. Zaken waar Gentenaars trots op zijn, kantelmomenten in de geschiedenis, typische gebruiken, de boeiendste plekken en de markantste helden. Teksten van bekende Gentenaars als Herman Brusselmans of Kadir Balci prijzen de stad aan. — www.winterswonderland.be — www.lannoo.be


LABEL 10

LABEL 11

LABEL 12

Once Upon A Time Notebook, Sanny Winters en Tim Oeyen voor Igepa Dit boekje wordt gebruikt door Igepa om hun papier te promoten. Het uitgangspunt: in tijden van crisis is er nood aan eenvoud, schoonheid en dromen. Zo groeide het idee

Nuée Shadows, Liv Mathilde Méchin en Côme Touvay voor Verilin Beeldend kunstenaar Liv Mathilde Méchin en textielontwerper Côme Touvay ontwierpen de collectie Nuée voor het Vlaamse linnenhuis Verilin. Inspiratie haalden ze bij de lichtschakeringen aan de hemel bij de wisseling van de seizoenen. In de collectie zit Summer Sheet, een doek met satijn aan de buitenlaag en zacht katoen aan de binnenkant; Night Voile, een doek waarin linnen overgaat in kasjmier, en Winter Sheet, een deken van satijn met mohair. De techniek is jacquard geweven textiel. — www.nuee.be — www.verilin.be

MoMu Collection Wall, David Dos Santos Veel musea hebben plaatsgebrek en daardoor zit de collectie in het archief. Voor het Antwerpse MoMu bedacht Studio Dos Santos daarom een digitale oplossing: een interactieve videomuur die ook zichtbaar is van buitenaf als het museum dicht is. De muur bestaat uit 8.55 inch schermen die in totaal 10 vierkante meter innemen. De technische uitwerking ervan was in handen van Lab101. — www.dossantos.be — www.momu.be

herbekijken van de identiteit. Het verwoordt de nieuwe richting die Stulens wil uitgaan: die van doordachte duurzaamheid wat productie en logistiek betreft. Naast die waarden wil Stulens ook een baken en broeihaard zijn op het vlak van design, kunst en cultuur. Het boek is symbolisch voor de nieuwe weg en een tool om intern en extern mensen mee op sleeptouw te krijgen. Het boek heeft de titel in het midden, de essentie op de cover en de voorbeeldmerken omarmen de spreuken. Verschillende lettertypes zijn de gids doorheen het inspiratielandschap. — www.hectica.com — www.stulens.be LABEL 13 LABEL 14 LABEL 15 LABLEL 16

57

RON knife series, Pieter Roex voor BergHOFF De messen uit de RON-collectie van BergHOFF zien er sober en praktisch uit en vallen op door hun donkere lemmetten in combinatie met zacht hout. De magneetstrip om ze op te bergen is speels en handig. RON wil op zich niet revolutionair zijn maar

Structure Sofa, Alain Gilles voor Bonaldo Met de Structure Sofa wilde Alain Gilles een comfortabele en ergonomische sofa ontwerpen met een lichte belijning en dynamische, grafische looks, ook vanop de rugzijde. De collectie beantwoordt aan de noden van zowel particuliere klanten als interieurspecialisten. — www.alaingilles.com — www.bonaldo.it

Some thing; Some things; Some thinkings on dmvA, Ronny Duquenne voor dmvA Some thing… is een monografie over het architectuurbureau dmvA (door middel van architectuur). Omdat dmvA haar projecten neerzet als dragers van taferelen creëert het boekontwerp een podium voor het theater van het leven. Bij de beschrijvingen over architectuurprojecten duiken gedachten op die aanzetten tot een mentaliteitswijziging. Op geschakelde bladspiegels toont het boek citaten, inspiratiebeelden uit de kunst en informele reflecties van de medewerkers. Het boek heeft de look and feel van een echt collector’s item en overstijgt qua vorm en inhoud de traditionele architectuurmonografie. — www.ronnyenjohny.be — www.dmva-architecten.be

het boekje op te bouwen rond sprookjes. Die zijn universeel en zitten in ons collectief geheugen gegrift. Bij 10 sprookjes maakte Winters hedendaagse illustraties met behulp van het te promoten papier. Muziektekstfragmenten geven de sprookjes extra kracht. Op de blanco bladen is er ruimte voor eigen verhalen, ideeën en sprookjes. — www.winterswonderland.be — www.igepa.be LABEL 17 LABEL 18 LABEL 19

Vaeder, Gerd Couckhuyt voor Modular Lighting Instruments Modular vond dat het kantoor vandaag qua design een oppepper kon gebruiken. Gerd Couckhuyt ontwierp daarom de ledverlichting Vaeder, afgeleid van het Engelse ‘to evade’ (ontsnappen). Typisch voor kantoorverlichting zijn tl-lampen die gedempt worden met lamellen (BAP) of een diffuser (van polycarbonaat). Voor Vaeder zocht Gerd Couckhuyt een functioneel alternatief en kwam zo op een honingraatstructuur. Die zorgt voor een lage verblindingsgraad zonder aan performantie in te boeten. — www.interior-gc.be — www.supermodular.com

Tumble, Koen Devos / studiovosk Deuren kan men niet openen zonder greep, je moet ze naar je toe trekken. Doorgaans verstoppen ontwerpers de greep, of maken ze er iets stilistisch van. Koen Devos maakte een kastdeur waarbij de zwaartekracht zorgt voor de opening. Het enige wat u hoeft te doen is door middel van een simpele beweging de as van de deur mobiliseren. Er zijn geen scharnieren, bouten of vijzen aanwezig. De deur draait op eigen as door middel van een pivot. — www.studiovosk.com

RON teapot, Pieter Roex voor BergHOFF De theepot uit de RON-collectie is tegelijk moor en theepot en kan dus vanop het vuur op tafel worden gezet. Als de houder voor losse thee er uit is, kan het deksel goed worden vastgezet en dat is handig bij het schenken. — www.berghoffworldwide.com

wel bruikbaar, praktisch en duurzaam. Vandaar de sobere vormgeving met natuurlijke materialen. — www.berghoffworldwide.com


LABEL 2

58

LABEL 3

LABEL 1


LABEL 4

59

LABEL 5

LABEL 6


LABEL 9

60

LABEL 10

LABEL 8

LABEL 7


LABEL 12

Foto © Virginie Perochaux

LABEL 10 61

LABEL 11


LABEL 15

62

LABEL 13

LABEL 14

LABEL 13


LABEL 17

LABEL 16

63

LABEL 19

LABEL 18


CASES


66

Lezen gebeurt zonder letters bewust te herkennen. Nochtans vormen letters een belangrijk fundament voor het bepalen van leesbaarheid. Verschillen tussen lettertypes of details binnen lettervormen beïnvloeden de leesbaarheid. Dat uit zich binnen het bestaande leesbaarheidsonderzoek waar verschillende lettervormen en/of lettertypes verschillende resultaten opleveren. Deze resultaten weerleggen het feit dat de toegang tot de lexicale representatie van een woord afhankelijk is van een abstracte lettercode, en dus onafhankelijk van details binnen lettertypes of tussen verschillende lettertypes onderling. Het onderzoek dat het gedrukte leesmateriaal wil verbeteren is echter niet altijd van even goede kwaliteit. Vanuit de cognitieve wetenschappen werden verschillende pogingen ondernomen die methodologisch correct waren, maar waarbij het testmateriaal (de gebruikte lettertypes) elk verband met de realiteit had verloren. Vanuit de typografische wereld werden heel wat lettertypes naar voren geschoven die de leesbaarheid zouden verbeteren, maar de argumentatie werd niet altijd methodologisch goed onderbouwd. Lettervormen zijn na 1470 — dankzij het lettertype van Jenson, de eerste ‘echte’ romeinse letter, die de grondvormen en details van de leesletters heeft vastgelegd — weinig veranderd. Niet alleen werd vastgelegd hoe leesbare lettervormen er ongeveer moeten uitzien, maar ook de ergonomische toepassing van leesletters werd bepaald. Van letters kan worden gezegd dat ze massaproducten zijn, aangepast aan de menselijke fysiek. In dit geval zijn dat de ogen en de hersenen. De meeste lettervormen zijn niet uitgevonden, maar lagen tijdelijk inactief in onze hersenen en werden louter toevallig herontdekt toen onze voorvaderen het alfabet uitvonden. Over de verwerking van lettervormen in het lezende brein is veel geweten. Daarentegen is er maar weinig aandacht geschonken aan het visuele systeem en de visuele perceptie in relatie tot lezen en/of leesproblemen, zeker met betrekking tot de invloed van verschillende lettertypes hierop. Mijn doctoraatsonderzoek Letterontwerp voor kinderen met een visuele functiebeperking heeft inzicht geboden in wat leesbaarheid betekent in deze context. Voor het onderzoek werden 54 goedziende en 110 slechtziende kinderen van 5 tot en met 10 jaar getest om de leesprestatie en leesbaarheidservaringen van de visueel beperkte kinderen goed te kunnen bestuderen. De intrinsieke eigenschappen van lettertypes die de leesbaarheid beïnvloeden, kunnen worden omschreven en bestudeerd in termen van vorm- en ritmeheterogeniteit. Algemeen kunnen we stellen dat schreefletters een heterogene lettervorm en een homogeen ritme bezitten. Schreefloze letters hebben daarentegen een homogene lettervorm en een heterogeen ritme. Een heterogene lettervorm duidt op minder vormelijke gelijkenissen tussen onderling gerelateerde letters (zoals b, d, p, q) in een lettertype. Een heterogeen ritme duidt op een minder ritmisch streeppatroon tussen de opeenvolging van de verticale letterstroken — de afwisseling van zwarte (letters) en witte (binnenvormen en tussenruimtes) vormen — tussen letters onderling in een lettertype. De balans van homogeen-heterogeen vormt de basis doorheen mijn (praktisch) leesbaarheidsonderzoek. Mijn doctoraat gaf me verrassende resultaten. Ze tonen aan dat beginnende lezers snel geconditioneerd raken aan dagelijks leesmateriaal. Schreefloos verbinden ze met school en vinden ze ‘schrijfbaar’; schreefhebbend relateren ze aan literatuur en vinden ze moeilijk

CREATIVITEIT VOOR LEESBAARHEID Ann Bessemans


67

schrijfbaar. Opmerkelijk was dat goedziende kinderen beduidend beter lezen bij schreefletters dan bij het vertrouwd schreefloze lettertype. Voor slechtzienden is het verschil tussen beide lettertypes niet zo uitgesproken. ‘Normaalzienden’ lijken gedurende het lees(decodeer)proces niet te worden gehinderd door een homogeen ritme, wel door een homogene vormentaal. Slechtzienden lijken meer en vooral te worden gehinderd door een homogeen ritme. Gebaseerd op dit inzicht werd het lettertype Matilda ontwikkeld dat specifiek voor de doelgroep van slechtziende kinderen (en beginnende lezers) ondersteuning kan bieden bij het leesproces. Het resultaat van ritme-heterogeniteit vormt ook een fundament voor vervolgonderzoek en samenwerkingen. Nieuw ontwerpend onderzoek situeert zich binnen de ritmische aspecten in typografie die leesbaarheid/leescomfort beïnvloeden. Samen met Reading University (dr. Mary Dyson) werd een project uitgewerkt waarin zal worden onderzocht hoe de balans homogeen-heterogeen varieert volgens specifieke lezerskenmerken (dyslexie, slechtziendheid, minder vertrouwd met Latijns schrift, …). Het onderzoek is betrokken bij een European Concerted Research Action die de evolutie van het lezen in het digitale tijdperk bestudeert. Aangezien Europa op dat vlak slecht scoort ten opzichte van Azië en Oceanië is dringend actie nodig. Tot slot kende Microsoft USA (Advanced Reading Technologies) subsidies toe om een nieuw onderzoekstopic rond het creëren van extra betekenis in letters op te starten.

Ann Bessemans studeerde grafisch ontwerp aan de Provinciale Hogeschool Limburg. Sinds 2005 doceert ze typografie en grafische vormgeving aan PXL-MAD — in associatie met UHasselt. Haar doctoraatsproefschrift Letterontwerp voor kinderen met een visuele functiebeperking, onder het promotorschap van prof. dr. Gerard Unger (Leiden Universiteit), leverde haar twee maal een beurs op van Microsoft ClearType & Advanced Reading Technologies USA. Aan de Universiteit van Reading en aan het Plantin Instituut voor Typografie volgde Ann Bessemans intensieve cursussen letterontwerp en behaalde ze de grootste onderscheiding. Sinds 2013 werkt ze ook als grafisch ontwerpster in bijberoep. Bessemans’ grafische (onderzoeks)interesses omvatten de onderlinge relatie tussen woord en beeld, boekontwerp, grid- en modulaire systemen, het lezen (leesbaarheid), typografie en letterontwerp. In 2014 ontving ze een Certificate of Typographic Excellence van de Type Directors Club.


3Dee

68

Hoewel hier en daar wordt gefluisterd dat de hype van 3D-printing voorbij is, stellen experts als curator Marta MaléAlemany (die de expo Making a difference / A difference in making in Bozar cureerde, zie Kwintessens 2015-2) dat dat allerminst het geval is. Ook Deepak Mehta, initiatiefnemer van het Antwerpse 3Dee treedt haar daarin bij. “Het idee dat iedereen thuis een printer zal hebben, en daarmee zijn eigen voorwerpen zal kunnen maken, behoort inderdaad tot het verleden. Die hype was sowieso onrealistisch, want afhankelijk Deepak en Ritik Mehta. Foto: Laima Penekaité van het materiaal zijn verschillende printers nodig. Het is dus realistischer om met je ontwerp naar een fablab of naar onze winkel te komen. We moeten 3D-printing eerder zien als een zeer breed fenomeen, dat als katalysator voor digitale fabricatie dienstdoet.” Zelf rolde Deepak Mehta nogal toevallig in de wereld van 3D-printing. “Vijftien jaar lang werkte ik in de juwelenwereld. Maar hetgeen me boeide aan die job, zoals de kleinschalige fabricatie, het creatieve en de BigRep-printer, de eerste printer in België persoonlijke relatie met waar je prints op kan maken van 1 kubieke meter de klant, moest steeds meer plaatsmaken voor een puur commerciële invulling. Toen een klant me in 1997 vroeg om een 3D-printer voor hem te kopen, werd ik verliefd op de technologie. Alleen het prijskaartje viel tegen: een toestel kostte zo’n 450 000 euro. Pas toen de technologie in 2009 opensource werd, daalde de prijs gevoelig. Toen mijn zoon in 2010 een workshop volgde, is mijn passie geëscaleerd”, lacht Mehta. Terwijl onze generatie moest leren om de analoge wereld in te ruilen voor een digitale, is dat bij de kinderen van vandaag net omgekeerd. “Steeds meer zaken, neem bijvoorbeeld Snapchat (een app waarmee je een foto of video kan doorsturen naar iemand die enkele seconden na ontvangst verdwijnt, red.) blijven beperkt tot de digitale wereld. Andere producten, zoals muziek op iTunes, worden pas analoog als de gebruiker daar expliciet voor kiest. Deze evolutie zal meer en meer ingang vinden. Wellicht zullen ze in 2025 erg lachen met onze manier van printen, waarbij de materialiteit nog altijd centraal staat. Later zal het bijvoorbeeld perfect mogelijk zijn om geprinte objecten weer af te breken en voor iets anders te gebruiken, of zelfs om de producten niet meer analoog te hebben maar te presenteren in een holocube. Daarin kan dan een schoen worden gevisualiseerd, en alleen wanneer je die schoen mooi vindt, of hem ter plaatse hebt aangepast tot jouw perfecte schoen, zal hij ook worden geprint.” Om met deze technologische revolutie te kunnen omgaan, moet de huidige generatie kinderen anders worden geschoold. “De meeste kinderen kunnen ideeën wel van hun hoofd naar de computer vertalen, maar weten niet hoe ze ze moeten fabriceren. Op school komen ze niet in aanraking met deze grote fundamentele verschuivingen. Bovendien volgen de nieuwe technologieën elkaar steeds sneller op: als je de snelheid van de adoptie van de radio vergelijkt met die van de smartphone, dan weet je genoeg. Dat kinderen in het huidige onderwijs nog worden opgeleid tot een welbepaalde carrière, is dan ook problematisch. Zo zou het perfect kunnen dat een app binnen enkele jaren huisartsen overbodig maakt. Daarom is het belangrijker om onze jongeren bepaalde competenties mee te geven, zodat ze op meerdere terreinen inzetbaar zijn.” Om de daad bij het woord te voegen is Mehta momenteel bezig met de oprichting van een eigen ‘school’, de Academy for Positive Entrepreneurship (APE).

DEEPAK MEHTA, INITIATIEFNEMER VAN 3DEE EN APE Elien Haentjens


Deepak Mehta, Mechelen Mini Maker Faire

3Dee

69

“Het hele onderwijssysteem veranderen is niet alleen erg moeilijk, de nood is ook erg hoog. Aangezien het probleem zich stelt voor de huidige generatie kinderen, hebben we besloten om zelf een school op te richten. Daar zullen we de kinderen leren om — net als designers — vanuit de probleemstelling te beginnen, en niet vanuit de technologie. Daarnaast willen we de jongeren screenen op hun goede en minder goede kanten, en hun passies. Zodat ze zichzelf perfect leren kennen. Tijdens de start-upweekends die ik mee help organiseren, blijkt zelfkennis vaak het grootste probleem. Veel bedrijven hebben het erg moeilijk om van een eenpersoonszaak te groeien naar een grotere structuur. Maar als je zelf niet over de kwaliteiten beschikt om CEO te zijn, dan moet je die functie gewoon uit handen durven geven. Aangezien kinderen nog gemakkelijker kunnen worden bijgestuurd, willen we hen dat ook leren. Zodat ze zich later gemakkelijker aanpassen aan een veranderende omgeving.” In dit proces speelt design volgens Mehta een cruciale rol. “Voor de meeste mensen hangt design nog altijd samen met de grootte van het prijskaartje. Terwijl de grootste uitdaging voor design zich net in het sociale karakter bevindt. Zo zorgt 3D-printing voor een democratisering van het fabricatieproces. Terwijl fabrikanten een oplossing vroeger altijd eerst en vooral gingen toetsen aan de economische haalbaarheid en een nieuw idee daarop vaak spaak liep, is het nu perfect mogelijk om één stuk te printen. Vroeger was er bijvoorbeeld geen prothesehand voor kinderen beschikbaar, omdat de productie ervan economisch niet rendabel was.” Door deze ontwikkeling kan onze hele wereld in vraag worden gesteld. Of een auto bijvoorbeeld echt vier wielen nodig heeft, kan dankzij deze nieuwe technologieën redelijk gemakkelijk worden uitgeprobeerd. Daarom moet design niet langer worden gezien als een softe opleiding, maar als een noodzakelijke tool voor ingenieurs, dokters en biologen. Een ideaal voorbeeld is de D.School in Stanford, waar een postgraduaat design geënt is op studenten uit harde opleidingen. Ingenieurs in spe leren er om niet langer vanuit de technologie te vertrekken, maar vanuit de probleemstelling. Want als ze zoals een designer zullen redeneren, zullen ze grotere problemen kunnen detecteren. En uiteindelijk tot een andere technologie komen. Er is dan ook geen nood aan een kant-en-klare opleiding voor 3D-printing, maar wel aan een hybride opleiding die in eerste instantie voorziet in de ontwikkeling van een methodologie.” — www.3dee.be


Dried Chat Room, Interieur 2014, DWA, Francesca Perani en Sandra Marchesi. Foto: Delfino Sisto Legnani

Dusk, A Stomaco Vuoto, DWA

70

In 1997, na zijn studies Interieur aan Sint-Lucas Gent, trok Frederik De Wachter naar Barcelona om er te werken. In 2000 besloot hij om naar Milaan te verhuizen, zonder contacten, concrete werkaanbiedingen of enige kennis van het Italiaans. Samen met zijn partner Alberto Artesani richtte hij DWA op, een multifunctioneel interieurarchitectuurbureau. DWA ontwerpt vooral tijdelijke installaties zoals tentoonstellingen, winkelvitrines of events. Sinds kort doen ze ook heel wat interieuropdrachten. De Wachter is afkomstig van Elversele, vlak bij Tielrode waar DWA in 2010 zijn Oltre Dove-project in Galerie Sofie Lachaert toonde. Een vriend had illustraties van Dürer in een hedendaagse versie uitgewerkt. Als een spel hebben zij van de voorwerpen die op de gravures te zien waren, een futuristische, meer abstracte versie gemaakt. Een ‘futur archaïque’: wat als we de objecten van de toekomst archeologisch zouden terugvinden? Het resultaat was een serie objecten en tapijten in een diep blauwe kleur. In België leerden we DWA vooral kennen door de Dried Chat Room op Interieur 2014. Deze met een Interieur Award bekroonde inrichting van een bar was een samenwerking met Francesca Perani en Sandra Marchesi van Spectacularch. Zoals bij veel van hun ontwerpen was het uitgangspunt het materiaal: tafels uit zwart piepschuim en een gouden hemel van thermische isolatiedekens. Visueel vormde dat een heel confronterend geheel. De inspiratiebron waren foto’s van een Noorse visrokerij met reflecties van de zon op de gouden schubben. Recent, in het kader van Mons 2015, bracht DWA Piccola Utensileria. Het was een blik op hun inspiratie: een serie banale objecten die ze jarenlang verzamelen en die in hun kantoor staan uitgesteld. Van toeristische souvenirs, over rommelmarktspullen tot niet-alledaagse gebruiksvoorwerpen. Geen eigen ontwerpen. Ze houden er zelf trouwens niet zo van om objecten te ontwerpen, al worden elementen van projecten soms opgenomen in collecties, zoals hun tapijt bij Nodus. DWA laat vooral materialen spreken. Soms realiseren ze zelf objecten, maar Italië biedt het voordeel dat er nog heel wat goede ambachtslui te vinden zijn, meer dan in andere landen. Vlaanderen is volgens De Wachter meer technologisch, al geeft hij toe niet echt meer te kunnen vergelijken omdat hij hier al te lang weg is. Is er een duidelijke lijn te vinden in de ontwerpen van DWA? Niet echt. De opdrachten zijn heel verschillend en de inspiraties heel divers. Dikwijls zijn er grafische elementen aanwezig. Ze houden ervan om, vooral in tijdelijke projecten, meerdere disciplines bij elkaar te brengen. De samenwerking met vrienden inspireert hen telkens opnieuw. Tijdens de jongste Design Week in Milaan cureerden De Wachter en Artesani de tentoonstelling A Stomaco Vuoto (On an Empty Stomach) in het pas geopende cultuurcentrum Il Lazzaretto. De Wachter zit trouwens mee in het team achter de Lazzaretto, op de plaats waar ooit een hospitaal voor pestlijders stond, en hij wordt op de website voorgesteld als Il Pestifero Fiammingo. Rond het vastenthema nodigden ze 21 designers en kunstenaars uit om deel te nemen aan een tentoonstelling met als hoofdthema voedsel, maar het vasten kon ook in de psychologische of filosofische betekenis

FREDERIK DE WACHTER, VLAAMS ONTWERPER IN MILAAN Christian Oosterlinck


Piccola Utensileria, Mons 2015, DWA

Oltre Dove, Galerie Sofie Lachaert, DWA

71

worden opgevat. Onder de deelnemers bevonden zich vooral Italianen, maar ook Sofie Lachaert & Luc d’Hanis en een bekende naam als Patricia Urquiola. Ontwerpen van DWA zijn gepubliceerd in tijdschriften als Domus, Abitare, Ottagono en Wallpaper. Al blijft hij in Vlaanderen vrij onbekend, De Wachter heeft stilaan zijn plaats veroverd in de Milanese, Italiaanse en Europese designwereld. — www.dw-a.it


GESPOT


David Huycke, gecombineerd met onderzoek van masterstudenten en docenten met wie

DAVID HUYCKE & STUDENTS: BEST OF 10 YEARS PXL-MAD — Lut Pil

hij de voorbije tien jaar heeft gewerkt aan de PXL-MAD in Hasselt: dat is de boeiende najaarstentoonstelling in het Duitse Goldschmiedehaus in Hanau.

Black Snow, David Huycke

Dat in Hanau een overzicht van het werk van David Huycke wordt getoond — een periode van twintig jaar — heeft zo zijn redenen. Het Goldschmiedehaus organiseert sinds 1965 de internationale zilvertriënnale. Vanaf 1995 heeft David Huycke er aan vijf op elkaar volgende triënnales deelgenomen. In 1996 organiseerde het Goldschmiedehaus ook de tentoonstelling en wedstrijd Granulation 1996, een manifestatie die achteraf gezien voor David Huycke heel belangrijk is geweest. Hij kwam er voor de eerste keer in aanraking met de granulatietechniek die hij op

onverwachte wijze gebruikte. Het zilvergranulaat werd niet als ornament binnen een traditie van goudsmeedkunst ingezet, wel als bouwstenen voor halfbolle, sculpturale objecten. Deze vernieuwing en interdisciplinaire benadering heeft hij nadien verder onderzocht in het kader van een doctoraat in de kunsten. In Hanau wordt ook recent werk getoond. Hierin neemt David Huycke meer afstand van de onderzoeksvraag van het doctoraat. Huycke: “De nieuwe objecten sluiten qua uitgangspunten weer meer aan bij wat ik vóór het doctoraat deed. Meer specifiek is er niet één duidelijk afgelijnd en overkoepelend thema, waardoor de vrijheid bij deze stukken en de variatie erin opnieuw wat groter is. Er zijn een aantal remakes, zoals van de Edge of Chaos, een gegranuleerd werk dat op het einde van het doctoraat ontstond, waar de rand tussen orde en chaos nu scherper is afgelijnd. Dat zijn details, maar geven het nieuwe stuk een grotere finesse; het verhaal wordt duidelijker”. Op de tentoonstelling in Hanau hangen ook twee zilveren spiegels die in de Design Vlaanderen Galerie werden getoond in de expo Reflections. De spiegels maken deel uit van de reeks Silent Objects. Over deze spiegels schreef David Huycke: “Quicksilver is een zilveren spiegel in de vorm van een liggende ronde druppel, door de zwaartekracht ingezakt. Zilver, het metaal met het grootste reflectievermogen, vervangt het water, het materiaal dat waarschijnlijk als eerste spiegel gebruikt werd. Het gespannen oppervlak van de spiegel gaat van bijna vlak in het midden naar zeer bol aan de zijkanten, waardoor de

weerspiegelde werkelijkheid, afhankelijk van de plaats van de reflectie, een ander weerspiegeld beeld vormt; anderzijds vergroot de bolle spiegel het gezichtsveld en neemt hij de volledige ruimte in zich op.” Daarnaast wordt ook Black Snow tentoongesteld, een relatief groot sculpturaal object dat is opgebouwd uit drie zilveren bollen waarin wordt gespeeld met het vreemde idee van zwarte sneeuw versus zwart zilver. Vormelijk heeft het object ook antropomorfe eigenschappen, iets wat in het doctoraat al aan bod kwam. Voor het tweede deel van de tentoonstelling heeft David Huycke een (subjectieve) selectie gemaakt uit het werk van alumni en collega’s die nog actief zijn als juweelontwerper of objectenmaker. De selectie reflecteert de visie van het atelier Object & Jewellery en van de onderzoeksgroep MANUFrACTURE (met een extra ‘r’ in ‘manufacture’ om ruimte te bieden aan frictie en fractuur). Het grootste deel zijn sieraden, vooral het hedendaagse sieraad als kunstobject. Daarnaast zijn er enkele meer seriële werken en enkele

Edge of Chaos, David Huycke

74

Een overzicht van het werk van


Quicksilver, David Huycke

meer traditionele zilveren objecten. Een aantal tendensen vallen op. Huycke: “Bij zowel de oudere als de meer recente werken is er een grote verscheidenheid aan materialen (metaal, hout, plastic, leder, perkament, …). De switch van vooral metaal naar alternatieve materialen gebeurde al meer dan tien jaar geleden. Wat we nu herkennen in het werk is de opkomst van de ‘nieuwe’ computergestuurde technieken zoals 3D-printing en lasercutting. Ik heb de indruk dat bij studenten deze nieuwe technieken ook leiden tot andere benaderingen. Opeens hebben zij toegang tot methodes waarbij sneller en in grotere oplagen kan worden gewerkt. Sommige studenten gebruiken deze mogelijkheden graag, en in combinatie met een goede zin voor ondernemen (waar we in het atelier ook heel wat aandacht aan besteden) hebben ze in vergelijking met vroeger een grotere kans op een geslaagde carrière binnen de creatieve economie. Enerzijds zien we zo meer studenten die ondernemend zijn en zelf iets uit de grond proberen te stampen,

De tentoonstelling David Huycke & students: Best of 10 years PXL-MAD loopt van 4 oktober 2015 tot 17 januari 2016 in het Goldschmiedehaus in Hanau. Deelnemers zijn Nyk Baeten, Céline Clossa, Sofie De Bakker, Roos De Krom, Tine De Ruysser, Mieke Dierckx, Dries Dockx, Eline Fransen, Noana Giambra, Denise Gielen, Hannes Groffy, Gésine Hackenberg, Marleen Henot, Claudia Hoppe, An Jonckers, Hannah Joris, Bram Kerckhofs, Machteld Lambeets, Lore Langendries, Els Louwette, Gwendolyn Neven, Audi Pauwels, Jill Ryckaert, Sangdeok Han, Anneleen Swillen, Zeno Vaes, Katrijn Van Damme en Karen Wuytens. — www.goldschmiedehaus.com

75

het internet gebruiken om publiek te bereiken en het idee van het seriële niet schuwen. Anderzijds zien we meer de onderzoekende kunstenaar, een student met academisch profiel, los van de stijl waarbinnen wordt gewerkt.”


Logo Nederlandse Spoorwegen, Tel Design (Gert Dumbar)

Foto: Lotte Stekelenburg

In de tentoonstelling Design Derby: Nederland — België (1815-2015) gaan Nederland en België een spannende confrontatie met elkaar aan. Een leerzame ontmoeting, want wat weten we nu eigenlijk van elkaars designgeschiedenis? Een gesprek met Mienke Simon Thomas, conservator bij Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam en Frank Huygens, onderzoeker bij Design museum Gent, de coaches van de twee landenploegen. Het duel Mienke Simon Thomas: Om onduidelijke redenen tonen de twee buurlanden zich maar in geringe mate in elkaar geïnteresseerd. Het lijkt soms wel of we met de ruggen naar elkaar toe staan! Toch is er van rivaliteit nooit echt sprake geweest in de designwereld. Het gaat hier dan ook om een vriendschappelijke battle die start in 1815 — het jaar waarin het Verenigd Koninkrijk

der Nederlanden werd gesticht, waarna Nederland en België voor korte tijd één land vormden — en de finish is 2015. De spelregels Thomas: We hebben het begrip design ruim opgevat. Het is geen tentoonstelling voor specialisten, geen verhaal van hoogtepunten en iconen. Ieder van ons heeft een lange lijst gemaakt met designobjecten uit eigen land. Deze lijsten hebben we voorgelegd aan twintig deskundigen. De twee eeuwen zijn opgedeeld in thema’s als industrialisatie, kolonialisme en massaproductie. Per thema zijn er twee hoofdobjecten die elk land representeren. Aoyama, Studio Wieke Somers. Foto © Fabrice Gousset, Galerie Kreo

Het speelveld Thomas: De museumzaal is vormgegeven als een voetbalstadion: bezoekers komen binnen via de spelerstunnel en het parcours slalomt tussen ruim vijfhonderd objecten. Luid applaus klinkt uit de speakers om de spanning op te drijven. Huygens: De Belgische ontwerpen zijn links tentoongesteld, de Nederlandse rechts. Onbewust word je gedwongen om heel goed te kijken en een keuze te maken.

76

DESIGN DERBY: NEDERLAND — BELGIË (1815-2015) — Natasja Admiraal

Frank Huygens: Bovendien hebben we elkaar gecorrigeerd. Zo vond ik dat er een bank van Jan des Bouvrie in moest en volgens Mienke mocht de Sabenastoel van Alfred Hendrickx niet ontbreken.

De teams Huygens: Om een zo breed mogelijk publiek te prikkelen, hebben we gekozen voor een grote diversiteit aan objecten: Installation S, Muller Van Severen. Foto: Fien Muller © Valerie Traan Gallery


ook heel herkenbare, alledaagse voorwerpen zoals het Senseokoffiezetapparaat verdienden een plekje. Het is bovendien een ontwerp dat een Dutch Design Award ontving. Thomas: Het is een tentoonstelling met meerdere lagen: enerzijds wordt het publiek uitgenodigd om op een luchtige, vergelijkende manier te kijken, Logo Metro Brussel, Jean-Paul Emonds-Alt

Thomas: Dutch Design is wereldberoemd maar Belgisch design doet er niet voor onder. Ik ben verrast door de verfijning en het vakmanschap. Het publiek mag bepalen wie er als winnaar uit de bus komt, maar wat ons betreft, eindigt deze derby in een gelijkspel. De tentoonstelling Design Derby: Nederland — België (1815-2015) was te zien in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Van 23 oktober 2015 tot 13 maart 2016 brengt Design museum Gent ze in een scenografie van Robbrecht en Daem architecten. — www.boijmans.nl — www.designmuseumgent.be

anderzijds plaatsen we de werken in een historische context. Af en toe word je als kijker op het verkeerde been gezet: er zitten Belgische objecten tussen die heel erg Nederlands ogen en andersom. Cosmolite, Erik Sijmons voor Samsonite

77

Senseo, WAACS (i.s.m. Douwe Egberts & Philips)

De eindstand Huygens: Waar Belgisch design te boek staat als fantasierijk en ambachtelijk, zou Nederlands design eerder nuchter en conceptueel zijn. Wij Belgen zijn vrij bescheiden van aard, de Hollanders wat mondiger. Dat zie je bijvoorbeeld terug in het fellere kleurgebruik of de sculpturale vormen, iets wat wij niet zo snel zouden durven.


Met creativiteit en optimisme gezamenlijk tot groene oplossingen komen, dat is de missie van de Strawberry Earth Academy, de eerste Nederlandse ‘groene academie’ voor de creatieve industrie. Professionals uit de mode- en designindustrie verzamelden zich op 21 mei 2015 in de Tolhuistuin in Amsterdam voor het seminar Designing the Future. Duurzame innovatie in

DESIGNING THE FUTURE — Natasja Admiraal

van ecosystemen stonden deze avond centraal. Hoe zou de toekomst van mode er moeten uitzien? Dat er iets moet veranderen op vlak van duurzaamheid, daar is vrijwel iedereen het over eens. Maar waarom duurt het dan zo lang voor dat op grote schaal doordringt in de modewereld? Het

Biolace, Carole Collet

Wearable solar, Pauline van Dongen

blijft veelal bij kleine initiatieven, de grootste moeilijkheid is om duurzaamheid mainstream te maken. “Mode is een complex systeem gebaseerd op volume, vernieuwing en snelheid”, legt modelector José Teunissen (ArtEZ, hogeschool voor de kunsten, Arnhem) uit. “De jonge generatie heeft een andere relatie met kleding dan wie is opgegroeid in de jaren 70. Zelfs de kwaliteit van luxemerken is achteruit gegaan.” Ze presenteert ook een aantal schokkende feiten over de mode-industrie: 1/3 wordt verkocht tegen de verkoopprijs, 1/3 met afprijzing en nog eens 1/3 eindigt als afval. Wat voor kansen zijn er? “Omarm technologie en neem je verantwoordelijkheid als ontwerper. De solarjurk van Pauline van Dongen met een dubbelfunctie als smartphoneoplader is een mooi voorbeeld van wearable technology.” Andere ontwerpers laten

78

beide industrieën en het behoud

OAT Shoes, Christiaan Maats

zich inspireren door de natuur: Carole Collet bedacht Biolace, aardbeien- en basilicumplantjes met wortels die kant vormen, en de dessins op de sjaals van Aliki van der Kruijs ontstaan door regendruppels. “We could and should resemble nature”, stelt ook William Myers, de tweede keynotespreker en auteur van het boek BioDesign (2012). Een begrip dat ver teruggaat in de tijd. Ongelofelijk zijn de natuurlijke bruggen in de Indiase staat Meghalaya, die zijn gegroeid uit de wortels van rubberbomen. Doordat deze levende bruggen nog altijd groeien, winnen ze door de


jaren heen aan kracht en kunnen honderden jaren meegaan. In het stedelijke landschap kun je denken aan verticale bossen (Stefano Boeri), een 3D-geprinte stoel gemaakt van schimmels (Eric Klarenbeek) of, heel simpel, het reinigen van de lucht met planten in plaats van ventilatiesystemen. Veel voorbeelden zijn nog toekomstmuziek: zo is het zelfgekweekte bioleer

Biocouture, Suzanne Lee

De resultaten van de Strawberry Earth Academy worden gepresenteerd tijdens de jaarlijkse Strawberry Earth Fair op 9 en 10 oktober 2015 in Amsterdam. — www.strawberryearth.com/fair

79

Myceliumchair, Eric Klarenbeek

(Biocouture) van Suzanne Lee nog niet klaar voor de markt, maar het potentieel is verbluffend. Tussen de presentaties door lichten de 18 duurzame pioniers die deelnemen aan de Strawberry Earth Academy een tipje van de sluier op. Christiaan Maats van het charmante concept OAT Shoes, dat de eerste 100 procent biologisch afbreekbare sneaker ontwierp, is een van de deelnemers aan de academie. Begraaf de sneakers in de grond nadat je ze hebt afgedragen en er groeien wildbloemen uit de zaadjes in de tong van de schoen.


Het boek is dood, lang leve het boek! De kroniek van de aangekondigde dood én diens verrijzenis krijgt met Ways of Folding.

Book een nieuw elan. In deze tentoonstelling in Z33 ontvouwt grafisch ontwerper Geoffrey Brusatto de mogelijkheden als een volleerd boekarchitect en vouwwijzer. Zowel ruimtelijk als tactiel exploreert de doctorandus vouwschema’s, boekstructuren én paginacombinaties. Een opensourcetool met veel marge. De tentoonstelling Ways of Folding toont het artistieke doctoraatsonderzoek van de Limburgse grafisch ontwerper Geoffrey Brusatto (PXL-MAD research — UHasselt, faculteit Architectuur en Kunst) waarin

Geoffrey Brusatto

A Busstop Called April, architecten de vylder vinck taillieu. Foto: Kristof Vrancken

hij het boekobject ontleedt tot zijn primaire status: een in plano bedrukt vel, 70 bij 100 centimeter. Deze afbakening was noodzakelijk om het artistieke onderzoek haalbaar te maken en leidde zelfs tot een heus manifest. Brusatto’s tien geboden omvatten onder meer stelregels als ‘de gevouwen katern bevat 4, 8, 16 of 32 pagina’s’ en ‘katernen worden gevouwen tot alle verschillende mogelijkheden zijn geëxploreerd’. En de mogelijkheden van het boek exploreren, dat doet Brusatto. Het boek als klassieke drager van informatie. Kan het ‘traditionele’ papieren boek niet beter worden aangepast aan de informatiestroom? En zou de manier waarop we daar doorheen navigeren niet anders kunnen? Want, heeft die digitalisering — die we allemaal toejuichen, ook Geoffrey Brusatto — ons als gebruiker niet veranderd? Veranderd in een ‘prosumer’, een combinatie van producer én consumer: een content maker, vormgever en gebruiker. Ja. Dat kan. Beter nog: het moet. De huidige vorm(geving) van het papieren boek gaat immers al meer dan 2 000 jaar mee. Er zit geen sleet op de

80

WAYS OF FOLDING. RECONSTRUCTING THE PRINTED BOOK — Christophe De Schauvre

Reconstructing the Printed

Geoffrey Brusatto

formule, maar vorm, vormgeving én hun bredere betekenis mogen in een nieuw grafisch daglicht worden geplaatst. Hoge verwachtingen, maar Geoffrey Brusatto lost ze in. De tentoonstelling beslaat de bovenste ruimtes van de Begijnhofhuisjes van Z33 en neemt de bezoeker stap voor stap mee in Brusatto’s praktijkonderzoek, te beginnen met het introductiefilmpje Ways of Folding van Liese Lattrez en Cynthia Vertessen. In de daaropvolgende ruimte toont de doctorandus een collage van onderzoeksmateriaal. Er zijn referenties aan werken zoals Sol LeWitts Isometric Drawings en Bruno Munari’s Libro illeggibile “mn 1”. Het is overigens aan deze grafische grootmeester dat Brusatto schatplichtig is, want voor het ‘nieuwe vouwen’ beoogde hij eenzelfde dynamiek als Munari’s Een onleesbaar Kwadraat Blad uit


met elkaar. Een interessant (be)schouwspel. Het werk MX XXX van Tom Lambeens en Jelle Martens maakt de ongebreidelde mogelijkheden van het planovouwen dan weer bevattelijk door gebruik te maken van een grote fotoprint van een sweater. Net zoals je een trui opvouwt, wordt de interactie met het materiaal begrijpelijk en roept het tegelijk vragen op. Geoffrey Brusatto geniet al jaren renommee als freelancevormgever met een uitgesproken maar vooral uitgepuurde en typografische esthetiek. Met dit doctoraatsonderzoek voegt hij niet alleen een nieuwe dimensie toe aan het analoge boek, maar ook aan zijn eigen carrière. Deze grafische opensourcetool heeft een gigantisch potentieel, maar tegelijk lijkt Brusatto de zuivere grafische vormgeving te ontgroeien. Na de theoretische en praktische krachttoer van zijn doctoraat Ways of Folding. Reconstructing the Printed Book

MX XXX, Tom Lambeens en Jelle Martens. Foto: Kristof Vrancken

Een opmerkelijke bijdrage is die van architecten de vylder vinck taillieu die vertrekken van een foto van een door hen ontworpen Oostenrijkse bushalte A Busstop Called April. Een plano met daarop de foto van deze bushalte én aan de andere kant een muurtekening van Sol LeWitt waarop deze bushalte is gebaseerd, wordt door de Gentse architecten opnieuw gevouwen. Daardoor ontstaan niet alleen nieuwe composities, het laat fragmenten in dialoog gaan en confronteert ‘inspiratie’ en ‘architecturale uitwerking’

en deze eerste publieke presentatie moet hij beslist opteren voor nog meer ruimtelijk experiment. Zijn talent mag en zal zich ook op andere domeinen moeten ontvouwen. Hij zit alvast op schema. Can you feel it? Tactility and / in print Zoals Ways of Folding de mogelijkheden van het analoge boek exploreert, legt de tentoonstelling Can you feel it? Tactility and / in print de vinger op de tastzin. Digitale media hebben, los van hun visuele en auditieve

Geoffrey Brusatto Foto: Kristof Vrancken

Geoffrey Brusatto

mogelijkheden, een beperkte tastzin en je zou zelfs kunnen spreken van een eendimensionaal karakter. Print daarentegen werkt zinnenprikkelend: zien, horen, proeven, ruiken en voelen. Tentoonstellingscurator Freek Lomme (Onomatopee) nodigde verschillende beeldende kunstenaars uit om te resideren in het Frans Masereel Centrum om daar de karakteristieken van de tastzin in de drukkunst te onderzoeken. De tentoonstelling toont de resultaten van onder meer Lieven De Boeck, Frederic Geurts, Nederlanders talenten Sema Bekirovic, Marieke Sonneveld en Esther Krop en de Duitse vormgevers Ulrike Mohr en Thomas Rentmeister. De tentoonstellingen Ways of Folding en Can you feel it? lopen nog tot 11 oktober 2015 in Z33 in Hasselt. — www.z33.be

81

1953. “Voor mij hét voorbeeld dat de taak van de grafisch boekvormgever meer kan zijn dan het enkelvoudig invullen van de pagina’s in een visuele of tekstuele beeldtaal”, laat Geoffrey Brusatto noteren. “De hedendaagse ontwerper kan het boek exploreren als een concept en vertalen naar een zowel visueel grafisch als tactiel object.” Het bijzondere van de tentoonstelling is dat de doctorandus erin slaagt om, in weerwil van de vele schemata en de abstracte output van zijn onderzoek, zowel de bezoekers als collega-vormgevers mee te nemen in een ontdekkingstocht naar wat al die nieuwe mogelijkheden kunnen zijn. Grafische vormgeving ontvouwt zich hier via nieuwe vouwwijzen en biedt prompt een nieuw spectrum aan mogelijkheden aan. Als een opensourcetool. De tentoonstelling bevat ook voorbeelden van hoe anderen met deze opensourcetool aan de slag zijn gegaan.


SPECIAL


Klas van 2015 50 afstudeerprojecten uit de opleidingen grafisch ontwerp, interieurvormgeving en -architectuur, juweelontwerp, keramiek en glaskunst, productdesign en textielontwerp

84


1 — ZOË KERCKHOF — GRAFISCH ONTWERP

Zoë Kerckhof Zoë Kerckhof studeerde als grafisch ontwerper af met Vlees, een experimenteel, beeldend onderzoek naar de (grafische) aspecten rond ‘vlees’. Haar onderzoek startte met een zoektocht naar tekst- en beeldconventies binnen grafisch ontwerp om vlees beeldend, commercieel, ethisch en esthetisch weer te geven. Ze onderzocht daarbij de mogelijkheden van registratie zoals fotografie en grafiek, kleuranalyse en materieweergave, gangbare typografie, en ‘vlees’ als thematiek binnen de beeldende kunsten en literatuur. Naarmate haar onderzoek vorderde, ontstond een focus op kleur en structuurweergave van vlees.

editors’ choice

85

1 — ZOË KERCKHOF — GRAFISCH ONTWERP

Gedurende het hele project heeft Zoë een grafisch dagboek bijgehouden over haar vleesconsumptie, en die grafisch vertaald en gelinkt aan het kleuronderzoek. Elk genuttigd stuk vlees legde ze beeldend vast, met een accent op de hoofdkleur. Zo creëerde ze een waaier kleurstalen. Doorheen haar onderzoek heeft ze nooit een standpunt ingenomen aangaande vleesconsumptie. Haar doel was om haar grafische beeldtaal te verrijken en het begrip ‘vlees’ op een authentieke wijze beeldend te brengen. Naast een bundeling van inspiratiebronnen en beeldende experimenten resulteerde dit onderzoek in een reeks van publicaties met verschillende invalshoeken. Zo is Nitriet een theoretische neerslag over de chemische behandeling om vleeskleur te behouden tijdens het bederfproces en Meat Display Lighting een informatieve tekst over de specifieke belichting in slagerijen om de versheid van vlees te imiteren. Zoë gaf ook een aantal dichtbundels rond het thema vlees vorm en maakte zelfs een aantal vleesgeurstalen.


Dries Depoorter Dries Depoorter liet zichzelf voor Anti-Privacy gedurende het academiejaar op verschillende manieren volgen via digitale applicaties, om onze privacy op het internet in vraag te stellen. Zo ontwikkelde hij een site waarop je kon zien waar hij zich op dat moment bevond. Zijn computer maakte ook elke dag op een willekeurig moment een screenshot van zijn scherm en stuurde dat door naar sociale media. Daarnaast werd alles wat hij copy-pastete automatisch naar zijn Twitter-account gestuurd. Hij creëerde ook verschillende andere internetexperimenten. In hoeverre stel jij je bloot?

86

3 — INNE GOOSSENS — GRAFISCH ONTWERP

2 — DRIES DEPOORTER — GRAFISCH ONTWERP

Inne Goossens Inne Goossens deed onderzoek naar de relevantie van de eigenschappen van verschillende types drukwerk, en de relatie tussen functionaliteit, vorm en inhoud. Exercises de Style is een typografisch en vormelijk experiment dat een alternatieve kijk op klassieke media wil bieden. Zo wisselde ze de typische vormgeving van een krant, bijsluiter, rekening, handleiding en landkaart om. Het project doet nadenken over de manier waarop bepaald drukwerk een diepgewortelde vormelijkheid vertoont, in een immer groter wordende, zeer veranderlijke digitale wereld.


4 — STEF MICHELET — GRAFISCH ONTWERP

Stef Michelet Other Ways Of (…) is een systeem dat identiteiten creëert aan de hand van parameters die moeten worden opgesteld door de ontwerper. Stef Michelet paste het systeem toe op een fictief kunstmuseum, waarbij een aantal (biografische) gegevens van de desbetreffende kunstenaar bepalend zijn voor de keuze van het grid, font, … om op die manier de vorm te bepalen. Na het instellen van de parameters kan de klant het systeem zelf gebruiken. De input bepaalt met andere woorden de uitkomst, waarbij de huisstijl een zelfonderhoudend karakter heeft. 4 — STEF MICHELET 87

5 — MIEKE HOOGHE — GRAFISCH ONTWERP

Mieke Hooghe Tells is het resultaat van een onderzoek naar de roman als middel om afwijkende narratieve structuren vorm te geven. Mieke Hooghe ontwierp een reeks van vijf boeken die elk een aspect belichten van de biografie van een onbetrouwbare verteller. Het project begon als een interviewreeks rond het opstellen van de memoires van een oud-strijder. Toen bleek dat hij details of misschien zelfs een volledig leven verzon, kreeg het project een andere wending. Door middel van typografische ingrepen en illustraties creëerde Mieke nieuwe verhaalstructuren.


5 — MIEKE HOOGHE

6 — WAFA BACCAERT EN BERT DECLERCQ — GRAFISCH ONTWERP

6 — WAFA BACCAERT EN BERT DECLERCQ 88

7 — JOLANDA FIERS — GRAFISCH ONTWERP

Jolanda Fiers Peatai Pet Toys is een fictief merk van dierenspeelgoed. Na onderzoek bij een dierenwinkel bleek dat bij het meeste speelgoed geen rekening is gehouden met het designaspect. Katten geven ook de voorkeur aan zo natuurlijk mogelijke materialen. Voor dit project realiseerde Jolanda Fiers, die voordien productontwerp studeerde, drie verpakkingen met drie kattenspeeltjes: een laser in een strak eivormpje, catnip-visjes in vilt en een speelbal met een belletje erin. Op een label voorzien van een icoontje is af te lezen voor welk huisdier het speelgoed geschikt is. Baasje blij, beestje blij!

Wafa Baccaert en Bert Declercq Wafa Baccaert en Bert Declercq bedachten een haverdrink, en creëerden hiervoor de naam, het logo en de verpakking. De huisstijl voor Ferm Haverdrink breekt met de traditionele codes van melkverpakkingen, waar vaak wordt gewerkt met een straal melk die in een glas terechtkomt. De grootste uitdaging was om een verpakking te maken met ‘stopping power’, waarbij het geloof van de potentiële klant in het product wordt gewonnen en de haverdrink in de winkelwagen belandt. Voor het ontwerp van de verpakking werkten Wafa en Bert met collagetechnieken en illustraties.


8 — ROBIN SCHIJFS — GRAFISCH ONTWERP

Robin Schijfs De vragen óf er grenzen zijn tussen grafisch ontwerp en ruimtelijk ontwerp, en wát die grenzen precies zijn, vormden de basis voor het afstudeerproject van Robin Schijfs. Door middel van autonome, vormelijke experimenten probeerde hij grafisch ontwerp in een ruimtelijke dimensie te gieten. Jesús Rafael Soto, Sol LeWitt, Anthony McCall en Frank Stella zijn belangrijke referenties in dit onderzoek. CELL is een zoektocht naar ruimte, naar de plaats en beleving van de toeschouwer. Een eerste versie resulteerde in een installatie — een volume van 6 x 6 x 3 m met transparante doeken — waarop wordt geprojecteerd. De grenzen aftasten tussen het fysieke en het digitale, het geometrische en het organische, en vooral tussen het grafische en het ruimtelijke zorgt voor interessante beelden en geeft Robin het gevoel dat hij als grafisch ontwerper vrij is om te experimenteren en zich niet beperkt hoeft te voelen in het creëren en vormgeven van ideeën. Naast deze grote doekenstructuur heeft Robin zich ook gericht op eenzelfde soort installaties op veel kleinere schaal. Met een ander materiaal — lagen plexiglas met daarop een gezeefdrukt puntraster — werd het mogelijk om door middel van reflectie de 3D-vervorming weer om te zetten naar een ‘plat’ beeld op de muur. Bovendien is het bij deze modellen voor de toeschouwer mogelijk om het totaalbeeld van de transformerende projecties te overzien, iets wat bij de installatie van doeken niet mogelijk was.

editors’ choice

89

8 — ROBIN SCHIJFS — GRAFISCH ONTWERP

Alle voorbereidende schetsen, constructietekeningen en studies, stills van de installatie en fotoreeksen van de perspexmodellen bundelde Robin in een boek. Deze publicatie van meer dan 400 pagina’s bevat ook een reeks digitaal ontworpen lijntekeningen over de transformerende projecties.


Oekie Segers Oekie Segers maakte een animatiefilmpje over de industriële vleesproductie. Oekie is zelf geen vegetariër, maar vindt dat we als individu verandering moeten eisen. Het filmpje Meat Parade is geen aanklacht tegen de vleesindustrie, het is niet de bedoeling om de kijker te choqueren. Oekie heeft de tekeningen vectorieel ontworpen en nadien geanimeerd. De muziek in het filmpje blijft nazinderen in je hoofd. De grootste uitdaging was om de verschillende scènes tot een geheel samen te brengen. Tijdens de conferentie Integrated (deSingel, Antwerpen, 26-27 november 2015) brengt Oekie een presentatie.

90

10 — LAURA BECK — GRAFISCH ONTWERP

9 — OEKIE SEGERS — GRAFISCH ONTWERP

Laura Beck Het behoud van nuance in datavisualisatie is de titel van het afstudeerproject van Laura Beck, die aan de hand van twaalf grafieken het geluk van de Belgen in 2014 in beeld brengt. Elke grafiek stelt eenzelfde gemiddeld cijfer voor. De inhoud van de cirkels zijn de gegevens — de resultaten uit een enquête — die tot die score hebben geleid. Van veraf kun je je een algemeen beeld van de resultaten vormen, van dichtbij zie je dat de kleur is ontstaan door verschillende factoren. Op die manier worden de nuances uit de gegevens behouden, en kan de kijker zich een correcter beeld van de resultaten vormen.


Hendrik Strobbe Vanuit een interesse voor art nouveau en architectuur, en voor klassiek geometrisch tekenen in combinatie met de visualisatie van muziek maakte Hendrik Strobbe Digital Ornaments, een animatiefilmpje waarin geometrische patronen de hoofdrol spelen. Tijdens zijn onderzoek raakte hij geïnspireerd door het werk van Oskar Fischinger, een pioneer in audiovisuele abstracte film en een artiest met een Bauhaus-esthetiek. Het stimuleerde hem om digitaal om te gaan met klassieke technieken. Hendrik wil zich verder specialiseren in music videos of live visuals.

91

12 — BISERA SAVOSKA — GRAFISCH ONTWERP

11 — HENDRIK STROBBE — GRAFISCH ONTWERP

Bisera Savoska Wereldwijd lijdt één op de tien personen aan dyslexie. Bisera Savoska creëerde met Smarter Than You Think een campagne om het bewustzijn rond dyslexie te verhogen. Ze organiseerde een fictieve auditie voor een rol in een film. De acteurs, die het script via een tablet lazen, werden onderbroken en gecorrigeerd. Dit experiment werd ontwikkeld via software die bepaalde woorden in de tekst aanpast, terwijl ze worden uitgesproken. Zo konden de deelnemers zich beter inleven in hoe dyslectische personen deze aandoening ervaren. Het project kwam tot stand met input van Dyslexia International.


Lien Guldolf Lien Guldolf verzorgde de vormgeving van het fictieve routefestival Mijn Fiesta in Genk, de stad die getroffen is door de sluiting van de mijnen en recent door de sluiting van Ford Genk. Allerhande events, zoals een ondergrondse expeditie, een videobooth voor sollicitanten, een indoormarkt, een installatiekunstwerk en een muziekfestival worden gecommuniceerd aan de hand van een frisse huisstijl, met specifiek kleurgebruik, patronen en sublogo’s. De deelnemers staan stil bij het verleden van Genk, maar worden ook getriggerd om de toekomst positief tegemoet te treden.

92

14 — ROBBERT LIEKENS — GRAFISCH ONTWERP

13 — LIEN GULDOLF — GRAFISCH ONTWERP

Robbert Liekens In Escaped Exposed plaatst Robbert Liekens zichzelf in de schijnwerpers door zich als een hedendaagse popster — zonder muzikaal talent — voor te doen. Zijn project resulteerde in het ontwerp van een vinylplaat, cd, albumcover, singles, posters, T-shirts en tote bags. Het grappige aan dit project is dat zal blijken, wanneer Robbert na zijn eerste liveshow zijn ware aard niet meer kan verbergen, de volgende concerten zullen worden afgelast. Hij speelt met zijn ontwerp dan ook in op deze mislukking. Voorlopig is er geen vervolg op het project, maar misschien heeft hij ooit de drang om een comeback te maken.


Kaatje Schreurs Kaatje Schreurs ontwierp Liminal, een gezinsspel waarbij het gebruik van een tablet wordt gecombineerd met een traditioneel spelbord. Het spelbord is een variant van het ganzenspel, met de bijbehorende pionnen. De tablet doet dienst als dobbelsteen (door te ‘swipen’), zorgt voor begeleiding bij het spel en integreert ook vier minigames, die cruciaal zijn om het spel te kunnen winnen. Het is een mooi voorbeeld van hoe het tactiele en interactieve elkaar perfect kunnen aanvullen. Het concept van de minigames werd in de goede richting gestuurd door Cartamundi Digital.

93

16 — ANNE VERLENT — GRAFISCH ONTWERP

15 — KAATJE SCHREURS — GRAFISCH ONTWERP

Anne Verlent Anne Verlent gaf de dichtbundel Mannennagellak van Niebe Niëi vorm. Door de gedichten te doorgronden en te zoeken naar semantiek startte ze een proces van experimenten met nagellak en typografie, waarbij de balans tussen tekst en beeld cruciaal was. Het resultaat is een eigen interpretatie van de gedichten, zonder de betekeniswaarde ervan te minimaliseren. Door de vormgeving trachtte Anne de inhoud zintuigelijk te illustreren. De katernen in dit boek zijn samengebonden door een Zwitserse binding, de cover en backcover zijn als rakels voor de schutbladen gebruikt.


Nico Verhaegen Als afstudeerproject maakte Nico Verhaegen Flesh, een kortfilm met als thema lichamelijkheid en hoe de mens vervreemdt van zichzelf en zijn lichaam. De maatschappij spiegelt zich aan bewerkte en dus onrealistische beelden van het lichaam, zoals we die in reclame en mode zien. Met zijn werk probeert Nico de toeschouwers bewust te laten stilstaan bij hun lichaam en hoe we in allerlei media worden beïnvloed door het zien van ‘valse lichamen’. Hij realiseerde de film met een spiegelreflexcamera, glidecam en green screen.

94

18 — MARGAUX VAN DEN BOSSCHE — GRAFISCH ONTWERP

17 — NICO VERHAEGEN — GRAFISCH ONTWERP

Margaux Van den Bossche Margaux Van den Bossche ging aan de slag met de verzameling van meer dan 7 000 kunstenaarsaffiches van haar grootvader. Hoe breng je zo’n verzameling in beeld? Hoe vertel je het verhaal erachter? Elke maandag sprak ze met haar grootvader af, die haar telkens een ander deel van zijn verzameling liet zien. Het project M&MD = Een verzameling omvat publicaties met een overzicht van de affiches, en beelden van de affiches die in scène werden gezet, waardoor een nieuwe dimensie aan de oorspronkelijke beelden werd gegeven. Daarnaast realiseerde ze ook een korte film die een blik achter de schermen van deze collectie en zijn eigenaar biedt.


Lisa Laperre Lisa Laperre liet zich voor haar afstudeerproject inspireren door de theorie van de holle aarde uit 1824. Symmes’ Hollow Earth Theory is een boek dat de logica van de theorie — die beweert dat onze planeet uit vijf concentrisch geschikte orbitalen bestaat — volgt en bovendien functioneert als een atlas. Het doel van het boek is om de lezer mee te nemen in dit alternatieve wereldbeeld, zowel op een informatieve als mysterieuze manier. Uit de op kalkpapier geprinte pagina’s zijn cirkels gesneden, de linnenkaft is gezeefdrukt en het boekblok wordt samengehouden met boekbindschroeven.

95

20 — DAPHNÉ PANNIER — GRAFISCH ONTWERP

19 — LISA LAPERRE— GRAFISCH ONTWERP

Daphné Pannier Daphné Pannier maakte een reeks zwart-witfoto’s op groot formaat die de werkelijkheid in vraag stellen. De beelden tonen een realiteit van iets wat in werkelijkheid fake is, want het zijn plastic bloemen. Hoe minder kleur er is, hoe meer realiteitsgetrouwheid er is. Waar kleur faalt in het ‘tot leven wekken’ kunnen grijswaarden een realiteit representeren, zelfs wanneer het gerepresenteerde allesbehalve reëel is. Het project Incarnatie bloemenserie werd aan de jury gepresenteerd in De Plantentuin in Meise, waar de beelden omgeven werden door reële kleuren.


Ella Castel Fold with me van Ella Castel is een collectie multifunctionele kindermeubels. Het ontwerp is geïnspireerd op de origamitechniek waardoor je van een plat stuk papier een cilinder kunt maken. Door deze techniek toe te passen krijg je een leuk interactief meubeltje voor kinderen. De opbergmanden groeien mee met de behoeftes van het kind. Daarnaast maakte ze ook een speelmeubel — met verschillende functies naargelang de ontplooiing — uit neopreen, een zachte, afwasbare stof met leuke subtiele kleuraccenten.

96

22 — NANE VAN DAMME — INTERIEURVORMGEVING EN -ARCHITECTUUR

21 — ELLA CASTEL — INTERIEURVORMGEVING EN -ARCHITECTUUR

Nane Van Damme Manuelle et Manu van Nane Van Damme is een herinterpretatie van de Emmanuelle Chair. Na onderzoek van het bestaande ontwerp naar vorm, materiaal, uitstraling en ergonomie abstraheerde Nane het volgens het idee: ‘Wie is Emmanuelle vandaag?’ Het gelaste metalen frame, in een elegante vrouwelijke en gezellige mannelijke versie, bekleedde ze met een zitting en rugleuning van kunstleer en wit nepbont. Deze kun je afritsen en je kunt switchen van materiaal. De kleur van de zittingen is bepaald door het gekozen materiaal.


23 — ESTER GEERDENS — INTERIEURVORMGEVING EN -ARCHITECTUUR

24 — LANDER ALLAERT — INTERIEURVORMGEVING EN -ARCHITECTUUR

Foto: Isabel Rottiers

Ester Geerdens ‘Ontwerp een ingreep op de braakliggende Josafat-terreinen (grens Schaarbeek — Evere) die de kwaliteit en de sociale cohesie versterkt’, luidde de opgelegde opdracht. Ester Geerdens koos met Eskaljee lié voor een tribunetrap, een dragende staalconstructie met treden uit gewassen beton, die aan beide zijden onder een flauwe hoek daalt. Ester verstopt de constructie niet. Je ziet de brug doorheen de treden en het patroon van de trap. Ontspannen of picknicken is op deze trap geen enkel probleem. Onder de trap kun je zitten als bescherming tegen zon of regen. Amberbomen compenseren de hardheid van beton en staal.

24 — LANDER ALLAERT 97

25 — PEPIJN HENDRICKX — INTERIEURVORMGEVING EN -ARCHITECTUUR Foto: Isabel Rottiers

Pepijn Hendrickx Kuona chair van Pepijn Hendrickx is een gelaserde stoel die je door zijn perforaties koud kunt buigen. De stoel bestaat uit een golvend zitvlak met aan de zijkanten een verfijnd frame. De zittingshoek en de limiet van het plooien van het hout zijn op elkaar afgestemd. Hij bestaat in twee versies: een houten model dat je door een eigenwijze pen-en-gatverbinding in elkaar zet en een stalen versie die gelast is, rekening houdend met de dikte van het materiaal. Ideaal als loungestoel op een terras of gewoon in huis.

Lander Allaert Vertrekkende vanuit een eigen verzameling zocht Lander Allaert naar een nieuwe vitrinekast, aanpasbaar en uitbreidbaar. VI.TRI.NE is een flexibel systeem uit transparante acrylaatplaten in verticale richting en horizontaal plaatmateriaal met groef dat gemakkelijk meegroeit met een collectie. Je kunt interessante composities maken, met overkragingen en uitsparingen, die in het midden van een ruimte functioneren. Door de groefverbinding zijn delen volledig afsluitbaar, waardoor er geen stof aan het tentoongestelde materiaal kan.


Janka Pas Janka Pas ontwierp een binnentuin voor een woonzorgcentrum. Ouderen missen het tuinieren en de natuur. ’T Binnenhofke maakt het mogelijk om er weer van te genieten, dankzij veel licht, speciaal geconcipieerd meubilair, toegankelijkheid voor rolstoelbewoners en openheid van ruimtes. Het doel was om de omgeving binnen het rusthuis te diversifiëren, de zintuigen te prikkelen, en sociaal contact en beweging te stimuleren. Een ‘tuinkit’ met basistools is voor de ouderen bruikbaar en draagbaar. Buurtbewoners kunnen hun planten ook binnenbrengen voor verzorging. Met de ‘oogst’ kunnen confituur, kruidenzakjes of verf worden gemaakt.

98

27 — RUBEN VOETS — INTERIEURVORMGEVING EN -ARCHITECTUUR

26 — JANKA PAS — INTERIEURVORMGEVING EN -ARCHITECTUUR

Ruben Voets Ten Bench en Ten Table van Ruben Voets zijn opgebouwd rond tien zelfopgelegde geboden: stevig, demonteerbaar, flat pack, praktisch, zo weinig mogelijk onderdelen, één materiaal, alleen noodzakelijke bewerkingen, eenvoudig, natuurlijk en ecologisch. Ze zijn het begin van een groeiende meubelserie die eenvoud en vakmanschap uitstraalt. Ten staat voor tien graden, elke schuine bewerking staat onder deze hoek. Ten staat ook voor de tien prototypes die voorafgingen aan de finale constructietechniek.

Foto: Isabel Rottiers


28 — ZENO AERTS — INTERIEURVORMGEVING EN -ARCHITECTUUR

Zeno Aerts KONKREET: is een dynamische zitsculptuur van Zeno Aerts. De vrije opdracht was om een prototype te ontwikkelen dat in de ruime zin van het woord als meubel kan worden beschouwd. Het object bezit vormelijke en technische aspecten van zowel een beeldhouwwerk als een loungestoel. De sculpturale vorm is een abstractie van de basisvorm ‘de bol’, terwijl de ergonomische verhoudingen tussen rug- en zitvlak de functionaliteit van het meubel waarborgen. Een bewegend element is net boven de voet verwerkt. Zeno ontwikkelde een cementcoating waarmee hij voor KONKREET: voor het eerst alle technische mogelijkheden benutte. Hoe is KONKREET: gemaakt? Eerst wordt een stalen skelet gelast waarrond twee polystyreen helften worden verlijmd. De helften zijn met de computer uitgetekend en daarna machinaal uitgefreesd. Deze vorm wordt op zijn beurt behandeld met de cementcoating, die qua hardheid kan dienen als een goedkoper en milieuvriendelijk alternatief voor polyester. De vorm wordt op een dynamisch element geplaatst dat normaal wordt gebruikt in bureaustoelen, waarna het geheel op een stalen voet komt te staan. De sculptuur lijkt statisch en zwaar, terwijl ze eigenlijk beweeglijk en licht is. De stoel, zonder stalen basis, valt gemakkelijk door één persoon op te heffen. KONKREET: wordt in een beperkte oplage van vijf stuks gemaakt voor de particuliere markt. Verder zoekt Zeno een stad of gemeente die geïnteresseerd zou zijn om een aantal van deze sculpturen in de publieke ruimte te plaatsen.

editors’ choice

99

28 — ZENO AERTS — INTERIEURVORMGEVING EN -ARCHITECTUUR

Foto: Isabel Rottiers


Febe Massez De Polie-stoel van Febe Massez is gemaakt uit dun plaatmateriaal dat met specifieke hoeken sterkte creëert, in combinatie met een zuivere vormgeving. Door geometrisch te denken was de basis snel gelegd. De poten vangen de meeste kracht op en zijn dus de belangrijkste elementen, met de scherpste hoeken. De vorm is doorgetrokken in de rug en de zijkanten van de zitting waardoor een essentiële verbinding ontstaat. Bij een verandering van 1° dient de stoel opnieuw te worden herdacht. De stalen stoel weegt 8,2 kg, daarom maakte Febe ook een aluminium versie van 2,7 kg. 29 — FEBE MASSEZ — INTERIEURVORMGEVING EN -ARCHITECTUUR 100

30 — MARTINE BARTELS

29 — FEBE MASSEZ — INTERIEURVORMGEVING EN -ARCHITECTUUR

Martine Bartels Korkie, ontworpen door Martine Bartels, is een meubeltje in kurk dat de fysieke en mentale ontwikkeling van het kind prikkelt. De onderkant is rond om te kunnen hobbelen; voor de veiligheid zijn twee voetjes voorzien. Het gat in het midden maakt het meubeltje lichter zodat kinderen het kunnen opheffen en draaien, om erop te zitten. Met de koppelingsblok kun je puzzelen en twee meubeltjes aan elkaar koppelen. Hij bestaat uit de plaatresten, CNC-gefreesd, verlijmd met natuurrubber. De verf is gemaakt uit poeders afkomstig van de voedingsindustrie. Kurk is bovendien een volledig natuurlijk recycleerbaar materiaal.


101

31 — ANN BOSSEREZ, LIESL DE VOS EN RUTH DILLEN — INTERIEURVORMGEVING EN -ARCHITECTUUR

30 — MARTINE BARTELS — INTERIEURVORMGEVING EN -ARCHITECTUUR

Ann Bosserez, Liesl De Vos en Ruth Dillen Roku is een ecologische, multifunctionele box vol potentieel. In een handomdraai worden zes zitplaatsen of tafels voorzien voor gasten. Graveringen vergemakkelijken het uit elkaar halen en in elkaar steken. Je kunt zelf kiezen welk aantal je wilt gebruiken. De overige krukjes blijven gewoon in elkaar zitten. Roku bestaat uit ecologische multiplex. De productietechniek van de box is eenvoudig: een houten plaat, geassembleerd via eenvoudige pen-en-gatverbindingen. Roku is een ingewikkelde puzzel, maar uiteindelijk een eenvoudig product van Ann Bosserez, Liesl De Vos en Ruth Dillen.

Foto: Arnika Van Assche


Sarah Walravens DW.01 is Sarah Walravens’ interpretatie van een stapelbare stoel. ‘DW’ staat voor Dirk Walravens, een eerbetoon aan haar overleden vader / meubelmaker. Het basisidee was om met gestoomd en in een mal geperst plaatmateriaal een ergonomische, minimalistische stoel te ontwerpen. Acht maanden experimenteerde ze om optimale vormstijfheid te creëren in het onderstel en ze koos voor een hol-boleffect. Hierdoor blijft de materiaaldikte beperkt tot 10 mm. De stoel is samengesteld uit een zitkuip, 2 poten, 2 korte steunen geïntegreerd in de lange poten om de kracht te verdelen, en de verbindingsbrug. Wegens het kostenplaatje besloot Sarah zelf een houten mal te maken voor de poten. Door het fineer op maat te snijden, te stomen en te persen kwam ze tot dit resultaat.

102

33 — ZOË VANDERSTRAETEN — INTERIEURVORMGEVING EN -ARCHITECTUUR

32 — SARAH WALRAVENS — INTERIEURVORMGEVING EN -ARCHITECTUUR

Zoë Vanderstraeten Zoë Vanderstraeten, die een achtergrond heeft als architect, besloot om een tafel te ontwerpen. VIE is als het ware de drager van gebeurtenissen die zich rond een tafel afspelen, net als architectuur die mensen samenbrengt en confronteert. Je eet, werkt en ontspant aan een tafel, ontvangt er bezoek aan. Zoë ontwierp een centraal element gekoppeld aan het structurele verhaal. De tafel werd vervaardigd in drie delen: de poten, het stalen profiel en het blad. Het gebruik van de goot is vrij: handig voor kabels, als bergplaats, voor plantjes of andere decoratie, of om potten en pannen op te zetten. De poten komen door het tafelblad om het op zijn plek te houden.

Foto: Isabel Rottiers


Agnieszka Sendecka De collectie Until the Colours Come van Agnieszka Sendecka bestaat uit een aantal 2D-patronen die kunnen worden uitgerekt tot complexe en onverwachte 3D-vormen. Agnieszka was altijd geïnteresseerd in nieuwe technieken, zoals lasercutting. De motieven — architecturale lijnen of repetitieve muzikale thema’s, renaissance-elementen of digital art — leidden op een persoonlijke wijze tot het eindresultaat. De stukken kunnen worden gedragen als juweel of thuis opgesteld als kunstwerk. Het private en publieke karakter wekt gevoelens op bij drager en toeschouwer. 34 — AGNIESZKA SENDECKA — JUWEELONTWERP EN EDELSMEEDKUNST 103

35 — SANGJI YUN

34 — AGNIESZKA SENDECKA — JUWEELONTWERP EN EDELSMEEDKUNST

Sangji Yun In Korea, het geboorteland van Sangji Yun, wordt tijd uitgedrukt in Shi-gak en Shi-gan. Shi-gan bestaat uit twee elementen: Shi (het moment) en gan (de tijd tussen twee momenten). Tijd vliegt, is onaantastbaar, moeilijk fysiek weer te geven. Toch vinden we sporen van tijd: oude foto’s, of opa’s hamer die sporen draagt van elke slag. Hij bouwde huizen met deuren en wanden in papier. Als eerbetoon legt Sangji het ene vel dun papier op het andere, waarbij tijd aangenaam, repetitief passeert. De objecten worden gedragen op de meest emotionele en gevoelige plaatsen: handen, schouder, borst. Wie ze aanraakt voelt de tijd en het vakmanschap. De vormen vergaan na een tijd, ze sterven, maar fragmenten blijven als herinnering.


Margot Declerck Margot Declerck vertrok bij De lepel als passe-partout vanuit een vormelijk onderzoek. Ze bekijkt de lepel als een sieraad en niet als een gebruiksvoorwerp. De eetfunctie is het hoofddoel, maar de draagbaarheid is een ander aspect. De lepel bestaat uit een steel en een bak om vloeistof of eten te verplaatsen. In het maakproces komen industriële en ambachtelijke technieken aan bod. De sieraden zijn gemaakt uit glas en kunststof, waarbij de nadruk ligt op vormelijke en esthetische aspecten. Eenheid, soberheid en het strakke van de vorm wilde Margot niet kwijt door toevoeging van een brochering. Daarom werd deze verwekt in PU-rubber, met behulp van magneten.

104

36 — MARGOT DECLERCK — JUWEELONTWERP EN EDELSMEEDKUNST

35 — SANGJI YUN — JUWEELONTWERP EN EDELSMEEDKUNST

36 — MARGOT DECLERCK — JUWEELONTWERP EN EDELSMEEDKUNST


105

37 — BILLIE VAN NIEUWENHUYZEN — JUWEELONTWERP EN EDELSMEEDKUNST

37 — BILLIE VAN NIEUWENHUYZEN — JUWEELONTWERP EN EDELSMEEDKUNST

Billie Van Nieuwenhuyzen Billie Van Nieuwenhuyzen onderzocht in EDELPLAST de mogelijkheid om van afgedankte kabels sieraden te maken. De eerste stap is de kabels proper maken en strippen. Ze verweeft ze met een zelfgemaakt weefgetouw. Billie verwarmt de lappen tot 180 °C en perst ze zodat de kabels aan elkaar smelten. Deze lappen versnijdt en herschikt ze, en smelt ze weer aan elkaar. Dit proces herhaalt ze meerdere malen. Billie creëert nieuwe patronen, anders dan het weefpatroon, afhankelijk van de richting van het snijden en schikken. Alle delen van de kabels worden gebruikt, het koper binnenin dient als ketting.


Merel Verschaeren Met Door de huid heen voerde Merel Verschaeren een onderzoek naar de symbolische en fysieke weergavemogelijkheden van de menselijke huid. Via een conceptuele analyse bekeek ze de mogelijkheden om de huid weer te geven in keramiek. Een van de grote moeilijkheden in het proces zit in de fundamentele tegenstellingen in de materialen: de huid is zacht en soepel, terwijl klei en was hard en ruw zijn. Daarom is ingezoomd op de symbolische gelijkenis: de fragiliteit als beschermlaag. De huid beschermt het lichaam, maar is zelf bijzonder broos. Ook bij was en klei is dat het geval. Beide doen dienst als beschermlaag, maar zijn uiterst gevoelig.

106

39 — AN-VALERIE VANDROMME — KERAMIEK EN GLASKUNST

38 — MEREL VERSCHAEREN — KERAMIEK EN GLASKUNST

An-Valerie Vandromme Energie is het thema in Out of Breath van An-Valerie Vandromme. Welke energieën zijn ter beschikking? Zwaartekracht, hitte, beweging en teamwork. Tijdens het glasblazen ontstaat harmonie tussen de energie van het glas en het eigen lichaam. Glas houdt energie vast, maar eist het ook op. Glas zet ander materiaal om. Twee extremen, ijs en warm glas, werken op elkaar in en verkrijgen elkaars kwaliteiten. Dat levert reacties op zoals blazen, sissen, stomen en kraken, om dan stil te vallen in gestolde toestand. De energie van de materie, ademhaling en fysieke krachten zijn de elementen waarrond ze haar performances, videoprojecties of sculpturaal werk opbouwt.


Leon Van der Veken Leon Van der Veken geeft met Shiro aan het woord ‘paddenstoel’ een volledig nieuwe invulling. Dit krukje is ontworpen rond het innovatieve mushroom-materiaal. Wanneer mycelium (stof waaruit schimmels zijn opgebouwd) en plantenafval in een mal worden gebracht, groeit een netwerk van haarfijne draden. Na vier dagen wordt het stuk uit de mal gehaald en gedroogd. Dit stopt het groeiproces en maakt het materiaal steviger. Het resultaat is een krukje met een solide houten structuur en een zachte zitting.

107

41 — KRISTOF DE HULSTERS — PRODUCTDESIGN

40 — LEON VAN DER VEKEN — PRODUCTDESIGN

Kristof De Hulsters Via een stageaanvraag leerde Kristof De Hulsters Solar Zonder Grenzen kennen, een project dat in Afrika oplaadbare ledlampen verhuurt via zogenoemde zonnekiosken. Nu worden kalebassen gebruikt als lamp, maar die zijn te fragiel. Kristof ontwikkelde een spuitgietbare behuizing als zak-, lees-, hang- en klemlamp met een ideale lichthoek: Rinoo. Ze kan worden geproduceerd tegen een lage prijs. Dit duurzame alternatief biedt meer opties en brengt een hogere sociale status met zich mee. De gebruikers worden behandeld als klanten en niet als hulpbehoevenden.


42 — JONAS CALLEWAERT — PRODUCTDESIGN

Jonas Callewaert Van Barco kreeg Jonas Callewaert de opdracht: design a tool for the meeting room of tomorrow. Meetings nemen een grote hap uit onze professionele tijdsbesteding, maar de efficiëntie ervan daalt zienderogen. De tools die we gebruiken (pointers, remote controls, whiteboards, …) geven één persoon controle. Maar een goeie meeting is een wisselwerking tussen de verschillende aanwezigen en vergt dus input van alle stakeholders. Er is behoefte aan een tool waarmee interactie kan worden gestimuleerd. Same Page is een digitaal pennensysteem dat toelaat, live of uitgesteld, schetsen en annotaties te maken op (powerpoint)presentaties. Zo krijgt elke aanwezige de controle om te navigeren doorheen de slides en aanpassingen, en om schetsen en notities te maken die ze met iedereen kunnen delen. Resultaat: een heel concrete en interactieve communicatie, zodat niemand de focus verliest. Same Page, stay on it! De pennen worden gebruikt in combinatie met notitieboekjes voorzien van digitaal papier. De technologie achter het digitale papier is erg complex en moeilijk te hacken. Geen enkel product dat deze technologie gebruikt, laat externe applicaties toe. Daarom gebruikte Jonas voor Same Page een Wacom Inkling. Dit digitale papier is standaardprintpapier voorzien van een uniek samengesteld micropuntenpatroon. Een camera in de pen kan deze punten waarnemen en koppelt elke combinatie van punten aan zijn bijbehorende coördinaat. Een centraal docking station combineert de data met de eigenlijke presentatie en stuurt ze als visueel signaal naar de projector of het lcd-scherm.

editors’ choice

108

42 — JONAS CALLEWAERT — PRODUCTDESIGN


Dimitry Peeters Dimitry Peeters startte dit project vanuit zijn persoonlijke interesse voor het wegwerpgedrag en het lineaire consumptiepatroon. In de race naar ‘nieuwer, groter, mooier en sneller’ zijn we de band met onze objecten verloren. KASVANI, het Finse woord voor ‘groeien’, bevat ontwerprichtlijnen om producten transparanter op te bouwen en te herleiden tot de essentie. Hierdoor kunnen individuele onderdelen worden vervangen en kan het product meegroeien met de veranderende behoefte van de consument. Deze strategie wordt getoetst door middel van een casestudy, een koffiezetapparaat. KASVANI tracht ook de productie naar de essentie te brengen.

109

45 — BERT JACOBS — PRODUCTDESIGN

43 — DIMITRY PEETERS — PRODUCTDESIGN

44 — JONATHAN DE CLERCQ — PRODUCTDESIGN

Jonathan De Clercq Navu is een intelligent fietsstuur, ontwikkeld door Jonathan De Clercq, voor de wielertoerist die graag nieuwe routes en gebieden ontdekt. Het stuur is voorzien van een geïntegreerd navigatiesysteem waarmee op een intuïtieve en tastbare manier de weg wordt gewezen. Dankzij het harmonische samenspel tussen abstracte, maar duidelijke lichtpatronen en richtinggevende trilsensaties in de handen, krijgt de fietser de informatie. Deze nieuwe navigatietaal zorgt ervoor dat de informatie fysiek tastbaar is en de fietser zijn aandacht volledig op de omgeving en op het fietsen zelf kan houden.

Bert Jacobs Bert Jacobs onderzocht in Rapid Orthopedics wat technieken zoals 3D-printen kunnen betekenen binnen de orthopedische schoenwereld. Orthopedische schoenen maken is ouderwets en arbeidsintensief, waardoor ze steeds vaker worden gefabriceerd waar arbeid goedkoper is. De introductie van een modulaire leest en een herbruikbare passchoen maakt lokale productie mogelijk. Een FDM-printer bouwt de onderdelen van de schoenleest op uit ABS, zonder veel manuele nabewerking. Deze worden met bouten en moeren verbonden. Dankzij de modulaire opbouw moet, wanneer de klant een ander model kiest, geen volledig nieuwe leest worden geprint. De nieuwe passchoen is herbruikbaar dankzij het thermisch vervormbare en herbruikbare materiaal Varaform.

44 — JONATHAN DE CLERCQ


Lotte Boury Voor Bednet ontwierp Lotte Boury een nieuw toestel. Bednet is een dienst voor zieke kinderen om via een webcam de lessen te volgen. Het bestaande toestel is te complex en niet transporteerbaar tussen verschillende klaslokalen. Dit toestel is veel gebruiksvriendelijker. Het werd opgesplitst in twee delen met een gewicht en afmetingen die draagbaar zijn voor de leerlingen. Een geplooid aluminium frame zorgt voor stevigheid en de computercomponenten kunnen gemakkelijk worden gemonteerd. Een geëxpandeerde polypropyleen schelp vangt de schokken op, geeft een grote vormvrijheid, met een betere stapelbaarheid, esthetiek en aangenamer gevoel. De kleine oplage beïnvloedde het ontwerpproces en de keuze van materialen en productietechnieken.

110

47 — LARA VAN BEL — PRODUCTDESIGN

46 — LOTTE BOURY — PRODUCTDESIGN

Lara Van Bel Lara Van Bel ontwikkelde een interactief spelplatform waarbij digitale spelletjes op een fysieke en interactieve manier kunnen worden gespeeld. Het spel bestaat uit drie onderdelen: decoratieve elementen, spelvarianten en een interactief monstertje Zoky. In de decoratieve elementen zijn RFID-tags verwerkt. Deze worden verspreid over de ruimte en bepalen de grootte van het speelveld. In de spelvarianten zit telkens één RFID-tag verwerkt die bepalend is voor het soort spel dat wordt gespeeld. Zoky kan deze tags scannen en zo wordt het spel geactiveerd. Hierdoor wordt er tactiele, visuele en auditieve feedforward en feedback geproduceerd in het thema van het gekozen spel, waardoor de gebruiker wordt gestimuleerd om bepaalde bewegingen uit te voeren.


48 — MATHILDE VANDENBUSSCHE — TEXTIELONTWERP

Foto: Laure Van Hijfte

Mathilde Vandenbussche Met haar project On the hinges of the body is Mathilde Vandenbussche vertrokken van het bewegende menselijke lichaam als inspiratiebron. Met flexibiliteit, elasticiteit, rekken, trekken, strekken, buigen, plooien, stretchen, vervormen en spannen als belangrijkste elementen ontstond een diepgaand onderzoek in breien. De breitechniek onderzoeken verliep zowel handmatig als industrieel. Zo onderzocht ze de verschillen tussen hand en machine, en manipuleerde ze het industriële proces. Uiteindelijk is alles zelfgemaakt met een handbreimachine en industriële breimachines.

111

48 — MATHILDE VANDENBUSSCHE — TEXTIELONTWERP

Foto: Laure Van Hijfte


49 — JENTE HENDRICKX — TEXTIELONTWERP

Jente Hendrickx Jente Hendrickx’ fascinatie voor de lijn heeft geleid tot de keuze van weven als primaire techniek. In Lines bouwt ze bewust een weefsel lijn per lijn op en experimenteert ze met bindingen. Ze vergroot de zichtbaarheid van de horizontale en verticale lijnen, en de positie van de kruisingen. Inspiratie voor de bindingspatronen haalt ze uit haar handmatige weefexperimenten. Mensen laten stilstaan bij de schoonheid van iets dat verborgen zit, is haar bedoeling. Ze ziet de lijnen niet in functie van het textiel, maar textiel in functie van de lijn. Naast zelfontworpen bindingen zijn tegenstrijdigheden in materiaal en strakheid haar grootste werktuigen om de lijn te benadrukken: soepel- en stugheid, zacht- en ruwheid, transparantie en dichtheid. Uit het samenspel van deze elementen ontstaat een interessante communicatie tussen twee afzonderlijke lagen gecreëerd door inslag- en kettingdraad. Jente zet het handmatig weven en de traagheid die hiermee gepaard gaat in contrast met de snelle machinale weeftechniek. Ze is erin geslaagd om een handmatig weefsel om te zetten in een equivalent maar inherent verschillend machinaal weefsel, waarbij de fragiliteit en het belang van lijnvoering behouden blijft. Bij massaproductie moet de unieke imperfectie van het handmatige en de materiaalgevoeligheid vaak plaatsmaken voor uniformiteit. Maar het industriële weven kan helpen om te concurreren in een markt beheerst door massaproductie. Elk afzonderlijk werk is zowel een tactiel als een visueel lijnenspel, waarbij over elke lijn is nagedacht. Uit die dynamiek ontstaat een individueel poëtisch handschrift dat typerend is voor haar werk.

editors’ choice

112

49 — JENTE HENDRICKX — TEXTIELONTWERP


Foto: Liz Dvorkina

113

50 — IRINA MITYAYEVA — TEXTIELONTWERP

50 — IRINA MITYAYEVA — TEXTIELONTWERP

Irina Mityayeva Het project #RGB #Vorm #Tactiliteit van Irina Mityayeva bestaat uit een kleurrijke stoffencollectie (gezeefdrukte doeken, digitale prints, weefsels, breisels en borduursels) waarbij de nadruk ligt op kleur, beeld, vorm en tactiliteit. Het is een reactie op het gebrek aan kleur in kledij en in het straatbeeld. De stoffen zijn een representatie van haar beeldtaal, een samenstelling van grafische en architectonische vormen, ontstaan uit patronen door te schilderen, collages te maken of digitale technieken toe te passen. Technieken zoals digitaal printen, breien en weven bieden veel mogelijkheden. Naast natuurlijke materialen zoals mohair, wol, zijde, linnen en katoen gebruikte Irina ook onconventionele materialen zoals plastic garen.


GRAFISCH ONTWERP

INTERIEURVORMGEVING EN -ARCHITECTUUR

Thomas More Mechelen Bachelor na bachelor meubelontwerp nrs. 27, 28, 33 Professionele bachelor interieurvormgeving nrs. 24, 25, 26

LUCA / School of Arts / Sint-Lukas Brussel Professionele bachelor interieurvormgeving nr. 23

Hogeschool Gent / School of Arts / Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Gent Professionele bachelor interieurvormgeving nrs. 21, 22

PXL / Media, Arts & Design faculty Hasselt Academische master grafisch ontwerp nrs. 15, 16, 17

LUCA / School of Arts / Sint-Lucas Gent Academische master grafisch ontwerp nrs. 18, 19, 20 Postgraduaat brand & packaging design nrs. 6, 7 Professionele bachelor beeldende vormgeving nrs. 11, 13, 14

LUCA / School of Arts / Sint-Lukas Brussel Academische master media & information design nrs. 10, 12

Karel de Grote-Hogeschool / Sint Lucas Antwerpen Academische master grafisch ontwerp nrs. 5, 8, 9

Hogeschool Gent / School of Arts / Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Gent Academische master grafisch ontwerp nrs. 2, 3, 4

Artesis Plantijn Hogeschool / School of Arts / Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen Academische master grafisch ontwerp nr. 1

Index

114

JUWEELONTWERP EN EDELSMEEDKUNST KERAMIEK EN GLASKUNST PRODUCTDESIGN

Universiteit Antwerpen Academische master productontwikkeling nrs. 44, 45, 47

LUCA / School of Arts / Media, Arts & Design faculty Genk Academische master productdesign nr. 43

Industrial Design Center / Universiteit Gent Academische master industrieel ontwerpen nrs. 42, 46

Industrial Design Center / Howest Kortrijk Professionele bachelor industrieel productontwerpen nrs. 40, 41

PXL / Media, Arts & Design faculty Hasselt Academische master keramiek nr. 38

LUCA / School of Arts / Sint-Lucas Gent Academische master keramiek en glaskunst nr. 39

PXL / Media, Arts & Design faculty Hasselt Academische master object & jewellery nrs. 36, 37

Karel de Grote-Hogeschool / Sint Lucas Antwerpen Academische master juweelontwerp en edelsmeedkunst nr. 35

Artesis Plantijn Hogeschool / School of Arts / Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen Academische master juweelontwerp en edelsmeedkunst nr. 34

Universiteit Hasselt Academische master interieurarchitectuur nr. 30

Universiteit Antwerpen Academische master interieurarchitectuur nrs. 29, 31, 32


TEXTIELONTWERP

115

We are the next generation Designregio Kortrijk organiseert eind oktober haar Week van het Ontwerpen, met de jaarlijkse expositie We are the next generation die een selectie van afstudeerprojecten uit het creatieve Vlaamse ontwerponderwijs toont. De tentoonstelling loopt van 28 tot 31 oktober 2015 in de Budafabriek in Kortrijk. Er zijn nog tal van andere activiteiten zoals lezingen en workshops die dan plaatsvinden.

U-turn Wie het werk van de nieuwe lichting pas-afgestudeerde ontwerpers van de opleidingen uit de regio Antwerpen wil zien, kan hiervoor terecht in Designcenter De Winkelhaak in Antwerpen. Daar loopt in het kader van Buzzkruit, een initiatief van Antwerp. Powered by Creatives, de expo U-turn: designtendensen van de toekomst, die nog te bezoeken is tot 30 september 2015.

EXPO’S MET AFSTUDEERPROJECTEN

Met dank aan alle docenten van bovenstaande opleidingen voor hun medewerking.

LUCA / School of Arts / Sint-Lucas Gent Academische master textielontwerp nrs. 49, 50

Hogeschool Gent / School of Arts / Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Gent Academische master textielontwerp nr. 48


COLOFON Redactie Steven Cleeren Christian Oosterlinck Mies Van Roy

Niets uit deze uitgave mag worden gebruikt zonder toestemming van de uitgever. Š Design Vlaanderen

Werkten mee aan dit nummer Natasja Admiraal Ann Bessemans An Bogaerts Soetkin Bulcke Christophe De Schauvre Elien Haentjens Roel Jacobus An Michiels Adrienne Peters Lut Pil Tommy Thijs Kurt Vanbelleghem Koen Van der Schaeghe

Alle adressen van designers, kunstenaars, galeries e.a. kunnen bij Design Vlaanderen verkregen worden. Verantwoordelijke uitgever: Bernard De Potter, Koning Albert II-laan 35 bus 12, 1030 Brussel

Shoot Studio Fluit Tekstcorrectie Schrijf.be

Druk Stevens Print Redactieadres Design Vlaanderen Kwintessens KoloniĂŤnstraat 56 (7de verdieping) 1000 Brussel T +32 (0)2 227 60 60 F +32 (0)2 227 60 69 info@designvlaanderen.be www.designvlaanderen.be www.designvlaanderen.be /kwintessens www.facebook.com /kwintessens www.kwintessenstijdschrift.be ISSN 07791534 Abonnementen kunnen besteld worden op www.kwintessens tijdschrift.be. Losse nummers kunnen besteld worden op www.kwintessenstijdschrift.be/los. Adreswijzigingen worden gemeld op het redactieadres.

118

Ontwerp Ine Meganck


05 Kort Shoot 11 Imminent objects Studio Fluit Thema 27 Samen sterk Een blauwdruk voor de toekomst van het werken? An Michiels 30 Een hypergeconnecteerde wereld Internet of Things Koen Van der Schaeghe 33 Van dronepizza’s tot yoghurtballen Hoe en wat we zullen eten in 2050 An Bogaerts 36 De designconsument in beweging Hoe (ver)kopen we in 2050? Natasja Admiraal 39 Meer mens door machines Een genuanceerd toekomstbeeld op robotica Tommy Thijs 42 Design fiction Proefballon voor de ongrijpbare toekomst Adrienne Peters 45 Back to the future? Kunst, design en wetenschap herenigd Kurt Vanbelleghem 50 Vlaanderen weeft aan zijn toekomst Textielinnovaties bij Materio, TIO3/TEC, Sioen Industries en 3D Weaving Roel Jacobus 55 Henry van de Velde Labels 2015

INHOUD

Cases 66 Creativiteit voor leesbaarheid Ann Bessemans 68 Deepak Mehta, initiatiefnemer van 3Dee en APE Elien Haentjens 70 Frederik De Wachter, Vlaams ontwerper in Milaan Christian Oosterlinck

74 David Huycke & students: Best of 10 years PXL-MAD Lut Pil 76 Design Derby: Nederland — België (1815-2015) Natasja Admiraal 78 Designing the Future Natasja Admiraal 80 Ways of Folding. Reconstructing the Printed Book Christophe De Schauvre Special 83 Klas van 2015

Meer dan andere wezens situeert de mens zich graag op de as verleden-hedentoekomst. We kijken graag nostalgisch naar wat voorbij is, maar even graag werken we allerlei toekomstficties uit voor onszelf en voor onze naasten. Dat die vaak niet bewaarheid worden, weerhoudt ons er niet van om te blijven dromen van een mooie toekomst. Soms kijken we in de toekomst voor ons amusement, zoals in sciencefiction, maar vaak ook uit noodzaak. Designers proberen bijvoorbeeld duurzame producten te ontwerpen die ook later nog relevant zijn, al is het maar als grondstof voor nieuwe producten. Maar hoe ver kúnnen en wíllen we in de toekomst kijken? Met hoeveel onzekerheid willen we rekening houden? De documentaire Into Eternity (2010) stelt die vraag vanuit een extreem perspectief. De film handelt over de Onkalosite, de plaats waar — diep in het graniet — al het huidige en toekomstige Finse nucleaire afval zal worden opgeslagen. Wanneer de opslagplaats in het begin van de 22ste eeuw haar volledige capaciteit zal bereiken, wordt de site definitief gesloten om daarna nooit meer geopend te worden. Althans, dat is de bedoeling, want hoe kun je dat garanderen? Het radioactieve afval betekent nog minstens 100 000 jaar een bedreiging voor het leven op aarde, maar het is onmogelijk om te voorspellen wat er in die periode nog zal gebeuren. De film geeft een mooi beeld van de aanzienlijke ontwerpuitdagingen waarmee de bouwers worden geconfronteerd. Hoe zorg je er bijvoorbeeld voor dat toekomstige beschavingen de site ongestoord laten? Moet je het gebied markeren, of is het net slimmer om er geen aandacht op te vestigen? Hoe ga je waarschuwingsborden vormgeven

2

02 Kijken naar de toekomst Steven Cleeren

Gespot

INTRO — KIJKEN NAAR DE TOEKOMST — Steven Cleeren

Intro


JAARGANG 24 / 3DE TRIMESTER 2015

2050 1

LOS NUMMER 7 EURO / ABONNEMENT 25 EURO

TIJDSCHRIFT OVER DESIGN

KWINTESSENS

118

Het tijdschrift verschijnt in december, maart, juni en september.

Een standaardabonnement voor één jaar (4 nummers) kost 25 euro.

Surf naar www.kwintessenstijdschrift.be en bekijk onze promoties.

Neem nu een abonnement op Kwintessens en geef jezelf een cadeau!

KWINTESSENS 2015-3


Kwintessens 2015-3