Issuu on Google+

KWINTESSENS — TIJDSCHRIFT OVER DESIGN EN MODE 4DE TRIMESTER — 2012 JAARGANG XXI ABONNEMENT € 23.55 LOS NUMMER € 6.25


INHOUD — CONTENT Colofon — Colophon nummer 4, jaargang 21 KWINTESSENS DESIGN Hoofdredacteur — Editor in chief Johan Valcke Redactie — Editorial team Steven Cleeren Christian Oosterlinck Coördinatie — Coordination Mies Van Roy Werkten mee aan dit nummer — Contributing editors Natasja Admiraal Eva Coudyzer Elien Haentjens Frank Huygens Roel Jacobus Christian Oosterlinck Lut Pil Koen Van der Schaeghe Inge Vranken Fotografie — Photography portfolio Julie Scheurweghs Coverfoto — Cover Photo Bart Van Leuven Redactieadres — Editorial offices Design Vlaanderen/Kwintessens Koloniënstraat 56 (7de verdieping) 1000 Brussel t +32 (0)2 227 60 60 f +32 (0)2 227 60 69 e info@designvlaanderen.be w www.designvlaanderen.be

1

Voorwoord — 2013 tegemoet Foreword — Towards 2013

Johan Valcke Als een missionaris in de brousse — De designkunst van Victor Hunt

4

Like a missionary in the bush — The design art of Victor Hunt

Elien Haentjens Driedimensionale keramische schilderijen — Over het eigenzinnige werk van Cathy Coëz

8

Three dimensional ceramic paintings — The individualistic work of Cathy Coëz

Eva Coudyzer Hedendaags design met een nostalgisch gevoel — Tales of Heroes

14

Contemporary design tinged with nostalgia — Tales of Heroes

Inge Vranken & Christian Oosterlinck G(H)aren — Een ‘tegendraads’ concept van textielontwerpster Veerle Tytgat

20

G(H)aren — An ‘alternative’ concept by textile designer Veerle Tytgat

Lut Pil Fotografie portfolio — Photography portfolio Julie Scheurweghs

26

Speelplaats voor ontwerpers — 25 jaar Het Labo

38

Playground for designers — 25 years of Het Labo

Natasja Admiraal Er is al te veel serieus design — James Van Vossel doet zijn eigenzinnige ding

46

There’s too much serious design — James Van Vossel does his own quirky thing

Frank Huygens Geen dertien in een design — Over de ontwerpen van Norayr Khachatryan en Stijn Ruys

52

No thirteen in a design — The design of Norayr Khachatryan and Stijn Ruys

Koen Van der Schaeghe Dit is leuk, dit gaan we maken — Het non-conformisme van productiebedrijven Sywawa en Dark

58

Grafisch ontwerp — Graphic design Wim Vandersleyen

That’s nice – let’s make it! — The nonconformity of production companies Sywawa and Dark

Druk — Printing New Goff

Agenda en nieuws — Agenda and news

65

Primeur Interieur 2012 — Een selectie van Christian Oosterlinck

73

Vertaling — Translation Data Translations IGTV

Abonnementen kunnen schriftelijk of telefonisch worden aangevraagd op het adres van Design Vlaanderen of door overschrijving van € 23,55 op het rekeningnummer IBAN BE68 3751 1109 9334 / BIC BBRU BEBB. Subscriptions may be requested in writing or by telephone by contacting the Design Flanders editorial offices or by transferring EUR 23.55 to bank account number IBAN BE68 3751 1109 9334 / BIC BBRU BEBB.

Roel Jacobus

Interieur 2012 Newsflash — A selection by Christian Oosterlinck

Adreswijzigingen worden gemeld op het redactieadres. Changes of address may be sent to our editorial offices.

Alle adressen van designers, kunstenaars, galeries e.a. kunnen bij Design Vlaanderen verkregen worden.

Niets uit deze uitgave mag worden gebruikt zonder toestemming van de uitgever. © Design Vlaanderen

The addresses of designers, artists, galleries and other information are available upon request from Design Flanders.

Nothing contained in this publication may be used, whether in part or in whole, without the publisher’s consent. © Design Flanders

Volg Kwintessens online op Follow Kwintessens on

www.facebook.com/kwintessens


VOORWOORD — 2013 TEGEMOET — Johan Valcke —

U krijgt met dit laatste nummer van 2012 ook de laatste keer Kwintessens in deze versie in handen. Vanaf 2013 pakken we het anders aan. We hebben er lang over nagedacht, onze partners uit de designgemeenschap bevraagd, en onze lezers verzocht mee te werken aan een tevredenheidsonderzoek. De algemene waardering van het tijdschrift blijkt groot te zijn. Geapprecieerd wordt de niet-commerciële aanpak, de steeds verrassende vormgeving en natuurlijk de inhoud van de artikels. Eigenlijk zou er niets moeten veranderen, maar toch besloten we te sleutelen aan de formule: in de eerste plaats verdwijnen de aparte covers voor design en mode. Beide disciplines worden voortaan geïntegreerd in het blad gepresenteerd. Ten tweede zullen de thema’s beknopter behandeld worden. We laten ook de Engelse vertaling varen, omdat ons buitenlandse lezerspubliek te gering bleek te zijn om de bijkomende kosten nog langer te rechtvaardigen. Kwintessens wordt derhalve vanaf 2013 eentalig Nederlands. Dit creëert echter ruimte voor meer inhoud, want we blijven met hetzelfde volume werken. Daarom vroegen we ook aan onze partners van het Designplatform Vlaanderen om suggesties, artikels of andere bijdragen te leveren aan het blad. Het kan de inhoud en de kwaliteit alleen maar ten goede komen. Die andere partner van het Designplatform Vlaanderen, Flanders Fashion Institute, zal in de toekomst gewoon de modebijdragen blijven verzorgen. Nog even over dat Designplatform Vlaanderen: we zijn ervan overtuigd dat onze design community er zijn voordeel mee zal doen. Tijdens de internationale beurs Interieur 2012 heeft het platform zich trouwens officieel voorgesteld. Enkele evenementen onderstreepten deze voorstelling: acht Vlaamse designers toonden hun werk in de Flanders Avenue en aan Muller Van Severen viel de eer te beurt om een volledige project room te vullen. Daarnaast was er de Design Summit, waar je twee dagen lang kon luisteren naar de betere internationale designers, maar er waren ook workshops en zelfs een party. Verder heeft het Designplatform Vlaanderen vanaf 2013 een opleidingscyclus design management op het programma, alsook workshops onder de titel Aspire. A Program for Growing Design Businesses. Design Vlaanderen had op Interieur 2012 trouwens ook een eigen stand, waar we onderzochten of de 3D-printer een instrument kan worden dat binnen x-tijd in elk atelier − en bij uitbreiding zelfs in elk huishouden − zijn nut zal kunnen bewijzen. Voor dit onderzoek werkten we samen met het FabLab van de industriële ingenieurs van de Hogeschool Gent en met vier juweelontwerpers. David Huycke, Jorge Manilla, Salima Thakker en Peter Vermandere ontwierpen een sieraad dat ter plekke geprint werd. Het voorbereidende traject was een boeiende ervaring voor alle deelnemende partijen.

1

VOORWOORD

Dit nummer gaat over design ‘met een hoek af’. Dat klinkt misschien negatief, maar het is absoluut niet zo bedoeld. Je hebt design dat volledig geënt is op een industriële productie, waarin de designer zichzelf zowat wegcijfert in functie van de wensen van het bedrijf, de marketing, de klant. Je hebt echter ook design waar de ontwerper net een heel nadrukkelijke handtekening plaats op zijn of haar creatie. De designer interpreteert in zo’n werk functie, ergonomie, esthetiek op zíjn manier. Hij introduceert een verhaal vertrekkend vanuit een persoonlijke inhoud. Daarmee komt hij relatief dicht bij de status van kunstenaar te staan. Dat is een boude bewering want in de gesprekken die ik in de loop der jaren met ontwerpers voerde, bleek altijd dat een designer zich bijzonder weinig met de kunstwereld identificeert, en eigenlijk niet als kunstenaar bekend wenst te staan. Maar daar is soms niet aan te ontkomen. Naast de opkomst van social design, user-centered design en human design is er een nieuwe piste ontstaan, die we galeriedesign of design art kunnen noemen. Enkele artikels in dit nummer gaan in op het fenomeen. Design en kunst zijn in mijn visie altijd heel intiem met elkaar verbonden, zeker in de beginfase van een ontwerpers­ loopbaan. Op dat ogenblik moet hij zijn creativiteit en zijn visie heel erg duidelijk maken en zoekt hij grenzen te verleggen. Het is het meest spectaculaire en boeiende stadium in zijn of haar loopbaan. Het is een basis voor vernieuwing vanuit een strikt persoonlijke visie, die hemzelf maar ook de gebruiker-koper een bijzonder gevoel geeft. Misschien mikken deze ontwerpen wel op een beperkte kring, maar ze zijn bijzonder belangrijk voor het openen van nieuwe inzichten en perspectieven. Bij dezen wenst de redactie van Kwintessens alle lezers een schitterend jaareinde en een uitstekend begin toe. •

FOREWORD


FOREWORD — TOWARDS 2013 — Johan Valcke —

This final edition of 2012 is also the final edition of Kwintessens in this format. From 2013, we’re making a few changes. For a long time, we’ve been thinking about conducting a satisfaction survey, and, to this end, we’ve contacted our partners from the design community and asked our readers to take part. It seems that most people really do appreciate the magazine. They value the non-commercial approach, the always surprising style, and, of course, the content of the articles. Actually, we don’t really need to change anything, but we have nonetheless decided to tinker with the formula. First of all, we are doing away with the separate covers for fashion and design. From now on, both disciplines will be integrated into the main magazine. Secondly, we will cover subjects more concisely. We’re also dispensing with the English translation because it appears we don’t have enough readers abroad to justify the extra cost. Therefore, as of 2013, Kwintessens will appear only in Dutch. However, this does create space for more content since we’re continuing to work with the same volume. This is why we have asked our partners from the Design Platform Flanders to provide suggestions, articles, or other contributions for the magazine. This can only be good for the magazine’s content and quality. Flanders Fashion Institute, our other partner from the Design Platform Flanders, will continue to provide fashion contributions in the future. Another brief word about Design Platform Flanders: we’re convinced that our design community will benefit from it. During the international show Interieur 2012, the platform was officially introduced. A few events highlighted this

introduction: eight Flemish designers exhibited their work in Flanders Avenue and Muller Van Severen was given the honour of filling an entire project room. Furthermore, there was the Design Summit, where visitors listened to the top international designers for two whole days, but there were also workshops and even a party. Furthermore, from 2013, the Design Platform Flanders is incorporating a training cycle in design management into the programme, as well as workshops under the title Aspire. A Programme for Growing Design Businesses. At Interieur 2012, Design for Flanders also had its own stand, where we investigated whether or not the 3D-printer could become an instrument which will prove its worth with so much time in every workshop and, by extension, even in every home. For this research we worked together with the Fab Lab of the industrial engineers of the University College of Ghent and four jewel designers. David Huycke, Jorge Manilla, Salima Thakker, and Peter Vermandere developed a piece of jewellery which was printed on site. The preparatory programme was an exciting experience for all parties involved. This edition is about design ‘with one corner missing’. That might sound negative, but it’s certainly not meant to be. You have design which is engrafted on an industrial production, in which designers sets themselves aside in line with the wishes of the company, the marketing, and the client. However, you also have design where designers impose an expressive style on their creations. In such work designers interpret function, ergonomics, and aesthetics in their own way. They introduce a story, starting with personal content. This brings them relatively close to the status of an artist. This is a bold claim since I can gleam from discussions which I’ve had with designers over the years that designers do not identify themselves with the world of art and do not really wish to be known as artists. Yet sometimes it’s inevitable. Apart from the emergence of social design, user-centered design, and human design there is now a new style, which we can call gallery design or design art. Some articles in this edition take up this phenomenon.

In my view, design and art are always intimately related, certainly in the early stages of a designer’s career. That’s the time when they have to make their creativity and vision extremely clear and endeavour to break new ground. It’s the most spectacular and exciting period of their careers. It provides a base for modernisation based on a strictly personal point of view, which gives them and also the user-buyer a real buzz. Maybe these designs are aimed at a limited circle, but they are particularly important for opening up new insights and perspectives. The editorial team of Kwintessens would like to wish all readers a happy festive season and a prosperous new year. •

2

KWINTESSENS

DESIGN


Victor Hunt Cathy Coëz Tales of Heroes Veerle Tytgat Julie Scheurweghs Het Labo James Van Vossel Sywawa Dark Norayr Khachatryan Stijn Ruys

3

DESIGN — MET EEN HOEK AF

DESIGN — WITH ONE CORNER MISSING


01.

01. Balloon Balls (edition 5), Maarten De Ceulaer © Victor Hunt 02. Block, Sylvain Willenz © Victor Hunt

ALS EEN MISSIONARIS IN DE BROUSSE DE DESIGNKUNST VAN VICTOR HUNT

02.

— Elien Haentjens —

LIKE A MISSIONARY IN THE BUSH THE DESIGN ART OF VICTOR HUNT 02.

4

KWINTESSENS

DESIGN


Met design art heeft de designwereld er een relatief nieuwe discipline bij. De ontwerpen houden het midden tussen design en kunst, en doen – om het geheel een beetje luchtig te houden – vaak beroep op humor. Een gesprek met Alexis Ryngaert van galerie Victor Hunt, die vol enthousiasme zijn geloof in design art verkondigt.

naar een groot publiek. De associaties die opgeroepen worden door een ontwerp als Catching the Wild van Johannes Hemann, moeten samengebracht worden in de titel en het object. “De gemaakte connecties hangen sterk af van persoon tot persoon, zowel bij de toeschouwers als bij de designers. Meestal bedenken we de titel in samenwerking met de designer, en dus moet het ook op dát vlak klikken. Een kapstok in de vorm van een cowboytouw kreeg als titel Met Shay Alkalay van Raw Edges lukt dat bijvoorbeeld Catching the Wild. Een luster opgebouwd uit veiligheidscamera’s prima. Hij is extreem grappig”, zegt Ryngaert. Naast een gedeeld gevoel voor humor zijn er nog tal van heet Surveillance Chandelier. Een stoeltje luistert naar de naam Spacesheep en een kast die ten dele in de grond verdwijnt, naar andere voorwaarden om met iemand in zee te gaan: “Eerst en de naam Hole in the Floor. Wie het universum van Victor Hunt vooral is er natuurlijk de esthetische kwaliteit van het werk, het innovatieve karakter, de mate waarin een ontwerper met binnentreedt, kan een glimlach niet onderdrukken. nieuwe materialen en technieken werkt. Maar daarnaast “Door de objecten een speelse titel te geven willen we spelen ook de commerciële opportuniteiten een niet te het geheel wat luchtiger maken. Humor is niet onontbeerlijk onderschatten rol: ook qua prijs moet het ontwerp bij onze in design, maar iedereen lacht graag en mensen houden van galerie passen. Het mag niet te duur, maar ook niet te goed­entertainment. Bovendien is het gemakkelijker om een grappige naam te onthouden dan eentje die koop. Omdat we de ontwerpen exclusief voor onze galerie willen houden, produceren we zelf erg veel. Maar dat heeft op een doktersvoorschrift lijkt, al mag de natuurlijk gevolgen op het vlak van budget en tijd, waardoor titel ook weer geen mop worden. We proberen er gewoon een zekere twist aan te we niet altijd op alle vragen kunnen ingaan.” geven. Humor is immers het ‘vet’ van het leven en het vereenvoudigt menselijke ARME WILDEN contacten”, stelt Ryngaert. In de eerste plaats moet een titel Design art houdt het midden tussen kunst en design en is natuurlijk de lading dekken; de titel moet dus een vrijere discipline, met ook meer ruimte voor humor: de eigenschappen van het object vertalen “We bevrijden design als het ware van zijn industriële juk, ���

“Humor is het ‘vet’ van het leven.”

Design art has given the design world a relatively new discipline. The designs steer a middle course between design and art and often add a touch of humour to maintain a certain light-heartedness. An interview with Alexis Ryngaert from the Victor Hunt gallery, who enthusiastically testifies to his faith in design art. A coat hanger in the shape of a cowboy rope was given the title Catching the Wild. A chandelier composed of surveillance cameras has the name Surveillance Chandelier. A chair answers to the name Spacesheep and a cupboard which disappears partially into the floor has the name Hole in the Floor. Anyone who enters the world of Victor Hunt cannot but smile. “By giving objects a playful title, we want to make everything a little more light-hearted. Humour is not essential to design, but everyone enjoys laughing and people like entertainment. Moreover, it is easier to remember a funny name than one which sounds like a doctor’s prescription, even though the title itself must never become a joke. We’ve simply tried to give everything a certain twist. After all, humour is the ‘oil’ of life and it simplifies human relations,” says Ryngaert. Firstly, of course, a title has to cover the feel; the title has to bring the features of the object over to a wide public. The associations evoked by a subject like Catching the Wild by Johannes Hemann must be encapsulated in the title and the object. “These associations vary strongly from person to person, amongst both spectators and

5

Design art steers a middle course between art and design and is therefore a looser discipline, but it also has more scope for humour: “We liberate design, as it were, from its industrial yoke, whilst the craft and the process grow in stature. We’re an extremely small discipline, which is to design what haute couture is to fashion. The industrial principle of form follows function passes into oblivion. The sensorial comes to the fore again, but there always has to be at least a hint of a consumer object. We focus on the original designs so that there is less interference and the bond between

creator and public is stronger. We, as a gallery, are the only intermediaries. We try to keep the design as pure and original as possible so that the personal touch, and therefore the humour, doesn’t get lost. Or, to put it in the words of Humans since 1982, we say: design art operates on the principle that form follows fascination.” During Design September, Victor Hunt presented work by Sylvain Willenz, a designer who fits the mould of industrial design to perfection. However, a residence at the reputable French centre for glasswork (CIRVA) pushed him in the direction of design art. Together with glassblowers and technicians, he tried to break new ground for glass. For example, he developed a table which, as it were, unites different shapes. Blowing that shape into one piece is an act of technical valour. Similarly, blowing the lamp Spot, a variant on the industrially produced Print lamp by Established & Sons, requires good technical blowing expertise with all its range of intricate colours. “Many designers are not attracted to the world of industrial design because it involves compromises in shape and the financial rewards are not so high. Very often, they only get 5% of the sales value; in design art they pick up half. And so, our discipline offers them more freedom both economically and artistically,” Ryngaert concludes. Maarten De Ceulaer, too, hovers on the border between artistic and industrial design: “Maarten’s work is not ‘standard’; it’s often somewhat more experimental. His rather liberal education at the Design Academy of Eindhoven probably accounts partly for that. He starts with the impulses of

ALS EEN MISSIONARIS IN DE BROUSSE

LIKE A MISSIONARY IN THE BUSH

designers. Usually, we create the title in collabo­ ration with the designer, so in that respect it has to click. With Shay Alkalay and Raw Edges, that worked perfectly, for example. He’s extremely witty,” says Ryngaert. Apart from a shared sense of humour, there are scores of other requirements for working together with someone: “First and foremost, of course, there’s the aesthetic quality of the work, its inno­vative character, and the extent to which a designer uses new materials and techniques. However, commercial opportunities also play a significant part: the design also has to suit our gallery as regards the price. It mustn’t be too dear, but not too cheap either. Since we want to keep the designs exclusively for our gallery, we produce a lot of items ourselves. Yet that has consequences, of course, for our budget and time limits, so we can’t always say yes.”

POOR SAVAGES


W W W.VIC T ORHUNT.COM

terwijl het ambachtelijke en het procesmatige aan belang winnen. We zijn een erg kleine discipline, die voor design is wat haute couture is voor mode. Het industriële principe van form follows function vervalt. Het sensorische treedt opnieuw op de voorgrond, maar op zijn minst moet de suggestie van een gebruiksobject altijd aanwezig zijn. We focussen op het originele ontwerpen, waardoor er minder tussenstappen zijn en de band tussen schepper en publiek sterker is. Enkel wij als galerie zitten ertussen. We proberen het ontwerp zo puur en origineel mogelijk te houden, zodat de persoonlijke inbreng – en dus ook de humor – niet verloren gaat. Of om het met de woorden van Humans since 1982 te zeggen: in design art geldt het principe van form follows fascination.” Tijdens Design September presenteerde Victor Hunt werk van Sylvain Willenz, een designer die bij uitstek in het plaatje van het industriële design past. Maar een residentie bij het gereputeerde Franse glascentrum CIRVA duwde hem in de richting van design art. Samen met de glasblazers en technici probeerde hij de grenzen van glas te verleggen. Zo ontwierp hij een tafeltje waarbij verschillende vormen als het ware in elkaar schuiven. Die vorm in één stuk blazen is een technisch huzarenstukje. Ook het blazen van de lamp Spot, een variant op de industrieel geproduceerde Print-lamp bij Established & Sons, vraagt met zijn ingelegde streepjes kleur een sterke technische glasblaaskennis. “Zowel omwille van de vormelijke compromissen als uit financieel oogpunt is de wereld van het industriële design voor vele ontwerpers niet zo aantrekkelijk. Vaak krijgen ze slechts 5% van de verkoopswaarde; in design art krijgen ze de helft. Onze discipline biedt hen dus zowel economisch als artistiek meer vrijheid”, stelt Ryngaert. Ook Maarten De Ceulaer balanceert op de grens tussen kunstzinnig en industrieel design: “Maartens werk is niet ‘standaard’, het is vaak wat experimenteler. Wellicht zit zijn erg vrije opleiding aan de Design Academy van Eindhoven daar voor iets tussen. Hij vertrekt vanuit de impulsen die het dagelijkse leven hem aanreikt. Hij wil verhalen vertellen en dat mondt dan vaak uit in een excentriek stuk. Zijn Balloon Bowls vertrekken bijvoorbeeld van een heel eenvoudig principe, namelijk het vullen van een ballon met gips.

Maar net die keuze voor zo’n broos materiaal en het kleuren van het pleister achteraf maken het ontwerp gedurfd. Ook de esthetiek van zijn Mutation Series ligt niet voor de hand, hoewel hij refereert aan de natuur en aan iconen zoals de chesterfield. De zetels zijn geen rariteit, maar wel opmerkelijk en vernieuwend qua vormentaal en materiaalgebruik. Bij het Italiaanse Cappellini maakte De Ceulaer een industriële editie, bij het Amerikaanse Industry Gallery een galerieversie. Als galerie proberen we om moeilijke ontwerpen zoals deze ingang te laten vinden bij het grote publiek. We trachten het publiek te laten inzien dat de ontwerpen de moeite waard zijn. Het is een beetje zoals een missionaris die de brousse intrekt: we willen de geesten ontwikkelen en proberen onze geloofsovertuiging te delen met de arme wilden”, lacht Ryngaert.

ZOALS IN DE SCHILDERKUNST Niet alleen de designers maar ook het publiek vindt zijn weg naar design art. “Dat Interieur Kortrijk voor het eerst een speciale ruimte inrichtte voor onze discipline, vormt een belangrijk signaal. In België zijn er een vijftal galerieën actief in onze branche, waaronder nog Valerie Traan voor design en Caroline Van Hoek voor juwelen. Op wereldschaal zijn dat er een vijftigtal. Zij vertegenwoordigen zo’n 125 relevante designers, ieder met een hoogsteigen stijl. Maar de discipline is nog volop in ontwikkeling en we moeten dus voorzichtig zijn met de terminologie. Design art is een voorlopige naam voor een discipline die ontstaan is door het toenemende belang van exclusiviteit en verzamelwaarde. De tendens sluit perfect aan bij de groeiende behoefte aan individuele stukken. Bovendien neemt de noodzaak van een productiehuis af door de opkomst van het internet. Een tussenschakel blijft wel nodig en als vertegenwoordigende galerie helpen we de designers achter de schermen met de realisatie van hun project. Net zoals de schilderkunst ooit van figuratief naar abstract evolueerde, zo kent nu ook design een gelijkaardige evolutie.” •

“We’re an extremely small discipline, which is to design what haute couture is to fashion.” 

everyday life. He aims to tell stories, and this often evolves into an eccentric piece. For example, his Balloon Bowls starts with a simple principle, namely filling a balloon with gypsum. Yet it is precisely this choice of such a fragile material and the colours of the plaster subsequently make the design quite daring. Similarly, the aesthetics of his Mutation Series are not immediately obvious, although it does refer to natural beauty and icons such as the chesterfield. The seats are not a rarity, but they are striking and renovating for their shape and use of material. At the Italian Cappellini De Ceulaer made an industrial edition, whilst he made a gallery version

for the American Industry Gallery. As a gallery, we try to introduce difficult designs like this to the general public. We endeavour to let the public see that our designs are worthwhile. It’s a little bit like a missionary who enters the bush: we aim to develop minds and try to share our convictions with the poor savages,” Ryngaert laughs.

6

KWINTESSENS

AS WITH PAINTING Not only designers, but also the public are making their way towards design art. “The fact that Interieur Kortrijk set aside a room specially for our

discipline was a significant step. In Belgium there are now five galleries operating in our sector, including Valerie Traan for design and Caroline Van Hoek for jewels. Worldwide, there are about fifty. They represent about 125 relevant designers, each with their own highly individualised style. Yet the discipline is progressing all the time, so we have to be careful with our terminology. Design art is a provisional name for a discipline which has been created through the increasing importance of exclusivity and collection value. This trend fits in perfectly with the growing need for individual pieces. Moreover, the need for a production house is decreasing as a result of the emergence of the Internet. There is still a need for a link and, as a representative gallery, we help designers behind the scenes to complete their projects. Just as painting once moved from the figurative to the abstract, so is design now moving in a similar direction.” •

DESIGN


03.

04.

06. 05.

03. Hole in the Floor, Raw Edges © Victor Hunt 04. Block, Sylvain Willenz © Victor Hunt 05. Catching the Wild, Johannes Heman & Cai Linke © Victor Hunt 06. Shift, Sylvain Willenz © Victor Hunt

7

ALS EEN MISSIONARIS IN DE BROUSSE

LIKE A MISSIONARY IN THE BUSH


01.

DRIEDIMENSIONALE KERAMISCHE SCHILDERIJEN OVER HET EIGEN­Z INNIGE WERK VAN CATHY COËZ

01. #57 Deserter (Figures), Cathy Coëz. Foto © Cathy Coëz 02. #8 Black (Bicephalous), Cathy Coëz. Foto © Cathy Coëz

— Eva Coudyzer —

THREE DIMENSIONAL CERAMIC PAINTINGS THE INDIVIDUALISTIC WORK OF CATHY COË Z 8

KWINTESSENS

02.

DESIGN


De uit Frankrijk af komstige kunstenares Cathy Coëz doorliep in 2010 met succes de selectieprocedure van Design Vlaanderen. Ze werd voorheen vooral geprezen voor haar werk als beeldend kunstenares maar ze kon de jury van Design Vlaanderen ook met haar fijn keramisch werk moeiteloos overtuigen. Cathy Coëz studeerde tekenen aan de Ecole Nationale des BeauxArts in Parijs en aan La Cambre in Brussel en verwierf in het verleden vooral naamsbekendheid met haar grafische werk. Sinds 2007 heeft ze zich echter toegelegd op keramiek, een medium dat ze benadert vanuit een volledig nieuwe invalshoek. Cathy Coëz legt de nadruk niet op het decoratieve, maar op het vormelijke en het ruimtelijke. Haar handelsmerk zijn monumentale werken als haar clay drawings: honderden unieke keramische stukken, één- of meerkleurig, worden op de muur of op de grond uitgelegd in een cirkel of rechthoek. Ze kunnen het best omschreven worden als driedimensionale keramische schilderijen. Daarnaast maakt ze indivi­duele beelden rond een bepaald thema, vaak met een humoristische ondertoon. We ontmoeten Cathy Coëz in een typisch Brusselse herenwoning in Sint-Gillis, waar ze haar atelier heeft ingericht. Vanop straat hoor je de pottenbakkersschijf draaien.

“Ik boots decoratieve stukken na en geef er een andere in­vulling aan, als een andere werkelijkheid eigenlijk.”

U heeft een opleiding genoten in de beeldende kunsten. Hoe bent u ertoe gekomen om te werken met keramiek? Cathy Coëz: Ik ben in 2007 eerder toevallig in contact gekomen met klei. De eindeloze mogelijkheden van dat materiaal hebben me meteen zin gegeven om er iets mee te gaan doen. In principe kan je alles met keramiek maken! Ik merk vooral dat de discipline vaak ondergewaardeerd wordt, een negatieve

The French-born artist Cathy Coëz raced through the selection process of Design Flanders in 2010. Prior to that, she had received praise mainly for her work as a visual artist, but she also won over the jury of Design Flanders easily with her excellent pottery. Cathy Coëz studied drawing at the National Academy of Fine Arts in Paris and at La Cambre in Brussels and has previously acquired a fine reputation for her graphic work. Since 2007, however, she has concentrated on ceramics, a medium which she approaches from a completely new perspective.

connotatie heeft. Maar het materiaal leent zich tot ontelbare vormen en kleuren. Keramiek wordt al te vaak geassocieerd met functionele voorwerpen. Daarom noem ik mezelf niet graag een ‘keramiste’. Ik benader het medium niet vanuit een functioneel of decoratief oogpunt, maar vanuit een artistiek oogpunt. Ik ben vooral geïnteresseerd in de manier waarop een werk ageert met de ruimte waarin het voorkomt, met de vormen en kleuren die tevoorschijn komen als ik aan het wiel zit. Ik zag de mogelijkheid om mijn ideeën op een nieuwe, originele manier te realiseren. Keramiek is momenteel dus het middel waarmee ik mijn kunst het best kan realiseren. U bent met uw keramisch werk vooral bekend geworden met de ‘clay drawings’ en de ‘porcelain drawings’. CC: Ja, dat zijn driedimensionale werken die zich over een muurvlakte verspreiden. De keramische objecten worden aan de muur opgehangen als een schilderij of een tekening. Ik maak op voorhand vectoriële tekeningen van de werken, vandaar ook dat ik ze drawings noem. Deze tekeningen worden dan minutieus uitgevoerd. Honderden kleine keramische voorwerpen worden gedraaid op het wiel en in een cirkel of in een andere geometrische vorm aan de muur opgehangen. Daarnaast maak ik ook beeldhouwwerken, zoals in Bicephalous en Wartime. Daarvoor ging ik op zoek naar originele vormen op de rommelmarkt. Ik voeg daar dan andere elementen aan toe en bedek deze daarna met een laag email of lak. Het werk ‘Clay drawing #20 Black 100’ strekt zich uit over een volledige ruimte. Het effect is grandioos. CC: Dat zijn allemaal stukken die uit een servieskast kunnen komen, met kandelaars, schalen en andere decoratieve stukken. Die heb ik in zwarte keramiek gedraaid en in scène geplaatst. Alle stukken zijn zelf gedraaid. Ik wilde het kitscherige van die dagelijkse objecten in de verf zetten. Ik boots decoratieve stukken na en geef er een andere in­v ulling aan, als een andere werkelijkheid eigenlijk.

certain theme, often with a humorous undertone. We spoke to Cathy Coëz in a typical Brussels city house in Sint-Gillis, where she has designed her atelier. From the street you can hear the potter’s wheel rotating.

with its surrounds, the shapes, and colours which appear as I sit at the wheel. I saw the opportunity to realise my ideas in a new and original manner. And so, at the moment, clay is the best way for me to realise my art.

Cathy Coëz does not stress the decorative elements, but the formal and spatial. Her trademarks are monumental works such as her clay drawings: hundreds of unique ceramic pieces, single or multi-coloured, are laid out on the wall or floor in a circle or rectangle. We can best describe them as three dimensional ceramic paintings. In addition, she also makes individual pictures on a

You were trained in the visual arts. How did you end up working with clay? Cathy Coëz: I came into contact with clay by accident in 2007. The endless possibilities of that material inspired me at once to delve into it more deeply. Basically, you can make anything with clay! I notice that the discipline usually doesn’t get the respect it deserves and even has a negative connotation. Yet the material lends itself to countless shapes and colours. Clay is all too often associated with functional objects. That’s why I don’t like to call myself a ‘clay artist’. I don’t approach the medium from a functional or decorative point of view, but from an artistic point of view. I’m mainly interested in the way in which a work interacts

You’ve become particularly well known for your ceramic work with your ‘clay drawings’ and ‘porcelain drawings’. CC: Yes, those are three dimensional works which spread out over a wall. The clay objects hang on the wall as paintings or drawings. I make vectorial drawings of the works in advance, hence I call them drawings. The drawings are highly meticulous. Hundreds of small clay objects are turned on the wheel and into a circle or hung on the wall in a different geometrical shape. Furthermore, I also do sculptures such as in Bicephalous and Wartime. To do that, I went in search of original shapes at a jumble sale. I add different elements and cover them with a coat of enamel or varnish.

9

DRIEDIMENSIONALE KERAMISCHE SCHILDERIJEN

THREE DIMENSIONAL CERAMIC PAINTINGS


Dat zwarte van de objecten geeft het ook iets griezeligs. Je moet het werk ook zien in de ruimte waarin het staat, hoe het vanuit elke hoek anders bekeken kan worden. Het werk staat in schril contrast met je project ‘A Hundred Tears’. CC: Dat is het werk waar ik momenteel aan bezig ben. Ik heb voor dit project een aantal mensen gevraagd naar de reden waarom ze voor het laatst gehuild hadden. Die mensen konden kennissen zijn, maar evengoed personen die ik daar­voor nog nooit had ontmoet. En op basis van hun antwoorden ga ik dan op zoek naar een vorm. Er waren mensen die antwoordden dat ze voor het laatst gehuild hadden van het lachen of toen ze ajuinen aan het snijden waren. Anderen antwoorden die ik hoorde: als ik naar de handen kijk van mijn vriendin, als ik kijk naar mijn drie kinderen, als ik het verschrikkelijke tekort aan liefde voel sinds mijn kindertijd. Met die antwoorden ga ik naar de draaischijf en laat ik dan een vorm tevoorschijn komen. Elke vorm heeft op basis van de antwoorden die ik op mijn vraag heb gekregen een individuele titel: ‘paniek’, ‘perversiteit’, ‘ouderdom’, ‘woede’, ‘herinnering’, ‘9/11’ enz. Soms kan je bepaalde vormen herkennen, maar niet altijd. CC: Inderdaad, elke vorm is uniek. De objecten kunnen schaaltjes, torentjes of slingers zijn of verschillende vormen door elkaar. Het is ook dit aspect dat me fascineert aan

The work ‘Clay drawing #20 Black 100’ stretches out over an entire room. The effect is magnificent. CC: All those items could come from a crockery cupboard, with candlesticks, plates, and other decorative items. I made them in black pottery and put them on show. They’re all my own work. I

“I’m mainly interested in the way in which a work interacts with its surrounds, the shapes, and colours which appear as I sit at the wheel.”

10

keramiek. Je kan de vormen abstract maken of je kan er de werkelijkheid mee nabootsen. Deze keer gebruik je wel veel kleur, na een periode waarin je vooral veel zwarte objecten maakte? CC: Inderdaad, na al dat zwarte had ik zin om weer wat kleur in mijn werk te brengen. Er worden telkens vijf objecten in dezelfde kleur gemaakt, zo wordt het werk geometrischer en harmonieuzer. Naast ‘A Hundred Tears’ ben je ook bezig aan een project dat je ‘A Hundred Traumas’ hebt genoemd. Wat houdt dit project precies in? CC: In A Hundred Traumas heb ik aan honderd mensen gevraagd wat hen het meest getraumatiseerd heeft in hun leven. Ook in dit project heb ik elk verhaal herleid tot een trefwoord dat tegelijkertijd als titel dient, bijvoorbeeld ‘brutaliteit’, ‘lijdensweg’, ‘afwezigheid’, ‘epidemie’, ‘chantage’, ‘paranoia’, ‘verslaving’, enz. Vervolgens heb ik deze titels in beelden omgezet. Ik ben ook voor dit project dus weer vertrokken vanuit de antwoorden van de mensen. Ben je erg geïnteresseerd in het psychologische, in het menselijke? CC: Niet per definitie. Wat me interesseert is de relatie tot de werkelijkheid, niet de werkelijkheid zelf. Hoe een werk ageert met de ruimte rondom zich, hoe een bepaalde vorm kan ontstaan, hoe kleuren gecombineerd kunnen worden.

wanted to stress the kitschy aspect of everyday objects. I copy decorative items and give them a new appearance, a new reality. The black shade of the objects also gives it something creepy. You also have to see the work in the room where it stands and how it can be viewed differently from each corner. That work is in complete contrast to your project ‘A Hundred Tears’. CC: That’s what I’m working on at the moment. For that project I asked some people about the last time they cried, and their reasons for doing so. They could be people whom I know or complete strangers. Then, I looked for a shape based on their replies. Some people replied that the last time they cried was from laughter or because they were slicing onions at the time. Other answers included: when looking at my girlfriend’s hands, when looking at my three children, or when thinking about the love which I’ve missed since my youth. I take those replies to the potter’s wheel and turn out some shape or other. Each shape has a title based on the replies to my question e.g. ‘panic’, ‘perversity’, ‘old age’, ‘anger’, ‘memory’, ‘9/11’, and so on. Sometimes you can recognise certain shapes, but not always. CC: Indeed, every shape is unique. The objects can be plates, towers, or streamers or various shapes mixed up. This aspect of pottery also fascinates me. You can make the shapes abstract or you can imitate reality.

KWINTESSENS

This time you’ve used lots of colour, after a period in which you made a lot of black objects? CC: Indeed, after all those shades of black I felt like giving my work a little more colour. In each case, I make five objects in the same colour always so that everything is more geometrical and harmonious. Apart from ‘A Hundred Tears’, you’re also working on a project which you call ‘A Hundred Traumas’. What exactly does that project involve? CC: In A Hundred Traumas I’ve asked a hundred people about their greatest traumas in life. In this project, too, I’ve given each story a key word which also serves as a title e.g. ‘impertinence’, ‘via dolo­rosa’, ‘absence’, ‘epidemic’, blackmail’, ‘paranoia’, ‘addiction’, etc. Then, I convert those titles into images. And so, once again, I’ve based this project on the replies which people have given me. Is the psychological and human aspect of life a big interest of yours? CC: Not as such. What does interest me is the connection with reality, not the reality itself. How a work interacts with its surrounds, how a particular shape is created, and how I can combine colours. The connection with words, too. For A Hundred Tears I’ll put people’s replies to the questions on the wall so that I can read them in relation to the pottery objects.

DESIGN


03.

03. Time for truth (Scenes), Cathy Coëz. Foto © Serge Gutwirth 04. Back from war (Scenes), Cathy Coëz. Foto © Cathy Coëz

04.

11

DRIEDIMENSIONALE KERAMISCHE SCHILDERIJEN

THREE DIMENSIONAL CERAMIC PAINTINGS


05.

05.

06.

05. A hundred tears (Scenes), Cathy Coëz. Foto © Cathy Coëz 06. Warrior (Scenes), Cathy Coëz. Foto © Cathy Coëz

12

KWINTESSENS

DESIGN


W W W.COE Z.BE

De relatie met woorden ook. Voor het werk A Hundred Tears zal ik de antwoorden van de mensen aan wie ik mijn vraag gesteld heb op de muur aanbrengen, zodat ze kunnen gelezen worden in samenhang met de keramische objecten. U werd geselecteerd door Design Vlaanderen, ondanks het feit dat u geen functionele objecten maakt. CC: Inderdaad, ik maak geen puur design. Maar ik vind dat de grenzen tussen de disciplines al tien jaar niet meer gelden. Kunstenaars gebruiken alle media door elkaar en dat maakt hun werk ook interessant. De meeste kunstenaars maken een mix van beeld, geluid en vorm. Maar ik was vooral enthousiast om geselecteerd te worden omdat er veel meer aandacht aan keramiek wordt geschonken dan aan beeldende kunst. In België heb je sowieso weinig tijdschriften die zich louter richten tot hedendaagse kunst. In vergelijking met kunst krijgt keramiek dan veel meer aandacht.

“Ik maak geen puur design, maar ik vind dat de grenzen tussen de disciplines al tien jaar niet meer gelden.”

Design Flanders selected you despite the fact that you don’t make functional objects. CC: That’s right. My work isn’t pure design. Yet I do find that the borders between the disciplines have eroded over the past ten years. Artists mix up all sorts of media and that makes their work attractive. Most artists use a mix of image, sound, and shape. I was particularly keen to be selected because people pay a lot more attention to pottery than visual art. In any case, Belgium has few magazines which concentrate purely on modern art. In comparison with art, pottery gets a lot more attention.

Bent u van plan om ook echte designstukken te maken? CC: Ik heb vrienden-kunstenaars die designstukken maken en deze dan verkopen langs de reguliere kanalen. Ik realiseer me dat het niet evident is voor vele mensen om een kunstwerk van een paar duizend euro te kopen. In dat opzicht is design is toch toegankelijker. Ik denk er bijvoorbeeld aan om een kandelaar te maken. Grote oplagen of gelimiteerde series interesseren me niet echt, maar ik vind het wel interessant om na te denken over de manier waarop ik een uniek stuk kan maken met een welbepaalde functie en met als uiteindelijke doel de verkoop van dat object. Nadenken over de winstgevendheid van een object is ook een gegeven waar ik normaal gezien geen rekening mee houd in mijn projecten. Het is kortom een uitdaging om een object met een functie en een specifiek doel te ontwikkelen dat tegelijkertijd financieel toegankelijk is. De idee om vanuit die optiek te werken ben ik alvast erg genegen. Waar kunnen we uw werk nog bewonderen? CC: Ik heb deelgenomen aan Interieur 2012 samen met Ampersand House & Gallery en met de Nederlandse Galerie Judy Straten. Daarnaast werd mijn werk tentoongesteld op Nuit Blanche in Brussel waar ik enkele beelden heb geïnstalleerd in de Knott Shop van modeontwerper Jean-Paul Knott. In diezelfde shop heb ik ook een performance gegeven gedurende de Fashion Days. En tenslotte komt er eind 2013 nog een heel interessante tentoonstelling aan, maar daarover mag ik voorlopig nog niets vertellen. •

or limited series don’t really interest me, but I do like to think about how I can make a unique item with a special function with a view to eventually selling it. In my projects, I don’t usually give a lot of thought to the issue of how much profit an object will yield. In short, it’s a challenge to develop an object with a function and a specific purpose, which, at the same time, is also financially accessible. I definitely like the idea of working from that perspective.

Do you intend to make any real design items? CC: I have some artist friends, who make design items and sell them via the usual channels. I realise that’s it’s not so easy for many people to buy a work of art costing a few thousand euros. In that respect, design is more accessible. For example, I’m thinking of making a candlestick. Big volumes

Where else can we go to see your work? CC: I took part in Interieur 2012 together with Ampersand House & Gallery and with the Judy Straten Gallery in the Netherlands. Apart from that, my work has also been exhibited at the Nuit Blanche arts festival in Brussels where I installed some pictures in the Knott Shop of fashion designer Jean-Paul Knott. I also gave a performance in the same shop during the Fashion Days. Finally, there’s a very interesting exhibition in the pipeline for the end of 2013, but I can’t say anything about that just yet. •

13

DRIEDIMENSIONALE KERAMISCHE SCHILDERIJEN

THREE DIMENSIONAL CERAMIC PAINTINGS


HEDENDAAGS DESIGN MET EEN NOSTALGISCH GEVOEL TALES OF HEROES — Inge Vranken & Christian Oosterlinck —

CONTEMPORARY DESIGN TINGED WITH NOSTALGIA TALES OF HEROES

02.

01.

01. Tales of Heroes, Reciprocity, Luik 02. Tales of Heroes, Everyday Discoveries, Helsinki

14

KWINTESSENS

DESIGN


Toen Turijn in 2008 de eerste World Design Capital werd, een titel toebedeeld door de International Council of Societies of Industrial Design (ICSID), toonde Design Vlaanderen er Je Suis Dada, een visuele zoektocht naar het surrealistisch aspect in de Vlaamse vormgeving. Bedoeling was om deze tentoonstelling enkel in Turijn te tonen, maar ze was zo’n succes dat vanuit de hele wereld de vraag kwam om ze te laten rondreizen. Een internationale trip leidde Je Suis Dada naar Wenen, Praag, Madrid, Oslo, Milaan, … Vanuit het massale succes groeide al snel het idee om een nieuwe rondreizende expo op te zetten, opnieuw badend in een sfeer die misschien niet onmiddellijk te vatten is in een wereld van consumptiedesign. Na Seoel in 2010, werd dit jaar Helsinki tot World Design Capital verkozen. En opnieuw kwam de vraag België voor te stellen binnen het Everyday Discoveries-event. In de tot cultureel centrum omgevormde industriële site Suvilahti presenteerden zich 20 landen. Het algemene thema was het dagdagelijkse leven. Centraal stond een tentoonstelling rond bepaalde aspecten van het leven. De presentaties per land

De tentoonstelling is als een ‘Gesamtkunstwerk’ te lezen waar de hedendaagse objecten versmelten met elementen van vroeger. verschilden sterk, al viel bij veel deelnemers een teruggrijpen naar het verleden op. Zo viel vooral Oostenrijk op met Werkstatt Vienna, een project waarbij gekende internationale ontwerpers samengewerkt hadden met traditionele bedrijven en winkels. Ook Vlaanderen greep terug naar het verleden. Tales of Heroes brengt designobjecten die vanuit een hedendaagse visie maar met een nostalgisch gevoelen ontstaan zijn. Zijn nostalgie en innovatie dan niet onverenigbaar? Wanneer nostalgie geassocieerd wordt met de armoedige creativiteit

van het postmodernisme of symbool staat voor een escapis­ tische heimwee naar lang vervlogen tijden, is dit inderdaad zo. Maar ze vormen een prachtig duo wanneer innovatie ingezet wordt voor een betere welvaart, en er toch een halt wordt toegeroepen aan de snelheid en oppervlakkigheid van de maatschappij, aan de wetten van de economie, de wegwerpcultuur en het karige historisch bewustzijn. Reflectie dringt zich op. In een steeds complexer wordende samen­ leving waarop men enigszins de greep dreigt te verliezen, groeit het verlangen naar een meer humane en veilige, herkenbare omgeving. De behoefte groeit naar identificatie en authenticiteit, het hernieuwen van bestaande tradities, de drang naar ambachtelijkheid met een sterk verlangen naar iconen uit het verleden als houvast. Pas uit een reflectieve (geen restauratieve) benadering van het verleden kan de toekomst opgebouwd worden. Motor voor innovatie en vooruitgang is het creatief omgaan met het verleden. In tegenstelling tot innovatie is nostalgie vooral een psychologisch proces, een adempauze die een rustgevend – misschien zelfs geïdealiseerd – beeld biedt van vroeger, van de vertrouwde kindertijd toen dromen en fantaseren nog aan de orde waren. Zonder daarom naar die tijd terug te keren. Dit verklaart zeker het succes van de heruitgaven van vele klassiekers in de auto-, meubel- en interieursector. Ontwerpers van nu worden ingezet om op een creatieve manier aansluiting te zoeken bij het verleden. Ambachtelijkheid en materiaalbeleving krijgen opnieuw een plaats, naast de vele technologische innovaties. Archetypische vormen van alledaagse voorwerpen vinden hun iconische waarde terug in geherinterpreteerde of nieuwe ontwerpen. Designers weten de schoonheid en essentie van het origineel te bewaren maar gieten deze in een hedendaagse lijn en maken daarbij gebruik van de hedendaagse technologie of traditionele technieken of van een combinatie van beide. De producten behouden hun oorspronkelijke functie of krijgen een nieuwe, of worden ingezet in hedendaagse designprocessen. Soms vertrekt men van het oude voorwerp dat gerecycleerd wordt om het om te toveren tot een nieuw voorwerp, of om het aan te passen aan de hedendaagse functionele of esthetische normen. Interessant is dat deze producten het verlangen concretiseren naar een rustmoment in onze wereld waar alles snel moet gaan en ook op die manier een object-gehalte krijgen, of ze nu functioneel zijn of niet. Het object dringt zich op, vertelt zijn verhaal en wordt een zintuiglijke en emotionele belevenis, eerder dan een statisch of steriel gebruiksvoorwerp. Dromen en fantaseren is nooit veraf. Het kind in ons komt weer naar 

When Turin was named the first World Design Capital in 2008, a title designated by the International Council of Societies of Industrial Design (ICSID), Design Vlaanderen exhibited Je Suis Dada, a visual quest for surrealism in Flemish design. The original intention was to show this exhibition exclusively in Turin, but it was such a success that demands came in to show it around the world. A world tour took Je Suis Dada to Vienna, Prague, Madrid, Oslo, Milan, etc. And from this enormous success came the idea of setting up a new touring exhibition, enveloped yet again in an ambiance that is perhaps not what one automatically expects in a world of consumer design.

After Seoul in 2010, it is now Helsinki’s turn to be named World Design Capital. And for this occasion came another request to present Belgium in Everyday Discoveries. 20 different countries were showcased in the new cultural centre that was formerly the Suvilahti industrial site. The general theme was everyday life. At the core of this event was an exhibition about specific aspects of life. The presentations for the different countries varied widely and many of the participating countries turned their gaze to the past. This was particularly true of Austria with its Werkstatt Vienna, a project for which several well-known international designers cooperated together with traditional companies and stores.

Flanders also turned its gaze to the past. Tales of Heroes features design objects which were created based on a contemporary vision but combined with a sense of nostalgia. Aren’t nostalgia and innovation supposed to be irreconcilable? When nostalgia is associated with the post-modern poverty of creativity or when it symbolises an escapist yearning for times long past, this is indeed the case. But they can form an amazing duo when innovation is used to create more prosperity, while the speed and superficiality of our society, the economic laws, the disposable culture and the lack of historical awareness even so are eliminated. The time has come for some reflection. People increasingly want a more humane, safe and

15

HEDENDAAGS DESIGN MET EEN NOSTALGISCH GEVOEL

CONTEMPORARY DESIGN TINGED WITH NOSTALGIA


boven en we hechten ons aan een voorwerp dat we niet meer kwijt willen en dat zo een lang leven beschoren is. De tentoonstelling is als een ‘Gesamtkunstwerk’ te lezen waar de hedendaagse objecten versmelten met elementen van vroeger. Scenograaf Pieter Boons zocht vooral naar raakpunten met zijn en onze kindertijd, toen we met treintjes speelden, insecten vingen en opsloten in bokalen en we geboeid raakten door het ritmische getik van een oude klok. Pieter is dan ook een verzamelaar van alles wat hem fascineert. Hij bezoekt rommelmarkten en tweedehandszaken. Hij houdt ervan om oude zaken te herinterpreteren. Zo werkt hij aan een project voor een kringloopwinkel waarbij oude meubelen aangepast worden om de kantoren op een hedendaagse wijze in te richten. Ook bij Tales of Heroes recycleert hij een oude staande klok, een tafel, een vitrinekast, stoelen, een sofa. Het werkt grappig en bevreemdend tegelijk. Kasten komen door muren, worden afgezaagd, een contour nalatend op de buitenwand. De rustieke hoek staat in schril contrast met de rest van de tentoonstelling: vrij eenvoudige vitrines, in enkele basiskleuren geschilderd, een roze plaat waarin enkele objecten verzinken, en dus opnieuw een beetje vervreemden, of dompelen ze zich in het geheel? Meest opvallend is een opgezette vogel in zijn kooi, met ernaast de Double-spiegel van Diane Steverlynck, symbool voor het reflexieve karakter van de tentoonstelling.

IJdelheid komt ten val. Een schedel als vanitassymbool bij een boek ontworpen door Johan Vandebosch. Maar niet alles is even opvallend. Een speelgoedtreintje met de naam van de tentoonstelling op zijn wagonnetjes, spoort bijna anoniem op de hoge wand. Het is een aha-erlebnis die de bezoeker aanspoort op alle details te letten. Voor Tales of Heroes werd een selectie gemaakt van een 30-tal objecten van Vlaamse en Brusselse ontwerpers, heel specifiek gekozen binnen het thema om hun poëtische waarde, en die veelal in kleinere oplage zijn geproduceerd, ambachtelijk of industrieel. Ze krijgen binnen een bredere culturele context elk een heldenrol toebedeeld in verschillende verhaallijnen naast en boven elkaar. Elke kwajongen zocht in zijn jeugd de geschikte stok om om te vormen tot een zwaard of wandelstok, ook zo Philippe Allaeys. Misschien deed hij het wel met dezelfde ‘patattenschellers’ waaruit Antoine Van Loocke zijn inspiratie putte. Of waarom niet ten strijde trekken met en voor het kruis of hamer, een ironische kijk van Hugo Meert? Kaspar Hamacher groeide, als zoon van een boswachter, op in de bossen. Guéridon is een uitgebrande boomstronk als krukje of tafel. Het doet terugdenken aan kampspelen en het daarbij horende kampvuur. En wie kent er nog de gasflessen aan moeders kookvuur die regelmatig vervangen moesten

recognisable environment in a society that is becoming more complex, as a result of which we are at danger of losing our grip on it to some extent. The need is growing for identification and authenticity, the renewal of existing traditions, the urge towards craftsmanship with a strong desire for icons of the past as support. A future can only be contained in a reflective (not a restorative) approach to the past. Only the creative use of the past is driver of innovation and progress. In contrast with innovation, nostalgia is above all a psychological process, a pause which offers a soothing (maybe even idealised) image of the past, of one’s familiar childhood in which we still had the ability to dream and fantasise. Without actually going back to that era of our life. This certainly explains the success of the reissue of many classics in the car, furniture and design industries. But today’s designers are asked to creatively rekindle the past. In addition to the many technological innovations there is once again a place for craftsmanship and the material experience. The iconic value of the archetypal shapes of every­day objects is restored in reinterpreted or new objects. Designers manage to preserve the beauty and essence of the original object but incorporate it in a contemporary design, using contemporary technology or traditional techniques, or a combi­ nation of both. The objects retain their original function or are given a new one or are used in contemporary design processes. Sometimes designers also start from the old object, to recycle and transform it into another object, or to adapt to contemporary (functional and/or aesthetic) standards. Important is, moreover, that these objects materialise a desire for a moment of peace in our

world in which everything is excessively accelerated, and thus become an autonomous object, irrespective of whether they are functional. The object forces itself upon us, tells its story and thus becomes a sensory and emotional experience, rather than a static or sterile utensil. The dream or the fantasy is never far away. The child within us emerges once again and we get emotionally attached to the object, that we never want to lose and thus is granted a long life. The exhibition in that sense is similar to a ‘Gesamtkunstwerk’, in which the contemporary objects are fused with elements of the past. The scenographer Pieter Boons searched above all for similarities with our childhood, when everything was so obvious and clear-cut, when we used to play with train sets, catch insects and put them in jars and when we were fascinated by the rhythmic ticking of an old clock. Pieter also collects anything that draws his fascination. He visits flea markets and second-hand shops. He enjoys reinterpreting old objects. He is working on a project for instance for a recycling store where old furniture is modified to create contemporary interior designs for offices. For Tales of Heroes he also recycles an old grandfather clock, a table, a glass showcase, chairs and a sofa. It is amusing and slightly disorienting at the same time. Wardrobes penetrate walls, are sawn off, leaving a contour on the outside wall. The rustic corner contrasts starkly with the rest of the exhibition: rather simple showcases painted in a few basic colours, a pink plate into which several objects sink, so again a little disorienting, perhaps they actually immersing themselves? The most striking element is a stuffed bird in its cage, and next to it the Double mirror by Diane Steverlynck, a symbol of the reflective character of

the exhibition. Vanity takes a fall. A skull on a book designed by Johan Vandebosch serves as a symbol of vanity. But not everything is so immediately striking. A toy train with the name of the exhibition on the different carriages rides almost anonymously along a high wall. It is an eye-opening moment that urges visitors to focus on details. We selected 30 objects by Flemish and Brussels-based designers for Tales of Heroes. The objects were specifically chosen for their poetic value, in line with the theme, and were often produced in small runs, whether using traditional craftsmanship or industrial production. In Tales of Heroes the design objects are each attributed a hero’s role in various narratives above and alongside one another in a broader cultural context. In their youth, all boys search for the perfect stick that they can transform into a sword or a walking stick. And so did Philippe Allaeys. Perhaps he also did that with the same potato peelers from which Antoine Van Loocke took his inspiration. Or why not do battle with and for the cross or hammer, an ironic vision of Hugo Meert? Kaspar Hamacher, the son of a forester, grew up in the forests. Guéridon is a burned out trunk of a tree used as a stool or a table. We are immediately put in mind of playing camps and the camp fire that goes with this pastime. And does anyone remember the gas bottles used for kitchen stoves that had to be regularly replaced? Raphaël Charles uses a miniature form of this as a sweet tin: the Bonbonnière. If you are good, you will get a nice surprise! If not from your mother, then certainly from your hair-bunned grandmother. This is what the horn and lacquer comb by Michaël Verheyden remind us of.

16

KWINTESSENS

DESIGN


03.

04.

03. Tales of Heroes, Everyday Discoveries, Helsinki 04. Brecht Evens

17

HEDENDAAGS DESIGN MET EEN NOSTALGISCH GEVOEL

CONTEMPORARY DESIGN TINGED WITH NOSTALGIA


05.

05.

05. Tales of Heroes, Everyday Discoveries, Helsinki

05.

18

KWINTESSENS

DESIGN


worden? Raphaël Charles gebruikt de miniatuurvorm als snoepdoos: de Bonbonnière. Wie zoet is krijgt lekkers! Indien niet van moeder, dan zeker van oma met haar hoog opgestoken haar. Hier doen ons de kammen uit hoorn en lak van Michaël Verheyden aan denken. Maar het zijn niet allemaal ambachtelijke producten. Lungo, een gieter van Davy Grosemans voor Xala, herinnert vormelijk aan de oude metalen koffiepotten. Nu wordt meewarig gekeken naar kabouters die vroeger menig Vlaams voortuintje sierden, Maar wat als er 15 000 plastieken exemplaren verschijnen in onze steden als promotiestunt van een telefoon- en internetprovider? Dat laatste is een realisatie van GBO Design. De vitrinekast staat, net als de bordenkast van vroeger, centraal in de voorste kamer. Serviezen van Lachaert & Dhanis, ingrepen op oude Chinese borden van Roos Van de Velde voor Serax, of de Utanolog-theepot van Unfold voor Stockmans­porselein, vervangen het schoon servies dat vroeger als voor­naamste huwelijkscadeau kon gelden. Tien zwart-wit-bruine tekeningen vormen samen het poëtische verhaal van twee archetypische figuren in een denkbeeldige wereld vol herkenbare objecten. Deze tekeningen zijn van de hand van de jonge en intussen reeds internationaal gelauwerde stripmaker en illustrator Brecht Evens. De teken­ingen worden als dia’s herhalend geprojecteerd en vormen een extra laag in de presentatie. Waarom een diaprojector en geen beamer? Het ritmische geluid uit onze vergane jeugd doet denken aan vroeger: vakantiedia’s kijken bij vrienden, projecties tijdens de les enz. Het is een ouderwets alternatief voor het sharen op Facebook.

Tales of Heroes features design objects which were created based on a contemporary vision but combined with a sense of nostalgia.

19

Blikvanger is evenwel onze ‘held’: in een goudkleurig supermanpakje leidt hij ons vanachter zijn rollator doorheen de tentoonstelling. De man is vergane glorie, al koestert hij een duidelijke trots. Zijn ogen kijken ons aan en vertellen alles. Maar wie is onze held? We kleven er geen naam op. Hij kan ieders held zijn. Wie bezocht er in zijn jeugd geen Madame Tussauds? Maar de wassen helden van toen zijn intussen hersmolten of naar het archief verwezen. Ook onze held, een bijna levensecht beeld gemaakt door Paul Perdieus, heeft een naam, al verklappen we hem lekker niet. Tales of Heroes was al te zien in Helsinki en tijdens Reciprocity, de designbiënnale van Luik. Volgende stop is de Biënnale van Saint-Etienne in maart. In december zal de tentoonstelling te zien zijn op de Business of Design Week in Hong Kong, waar België in 2013 gastland is. En ongetwijfeld ook nog op andere internationale locaties in 2013 en 2014 … •

But the collection is not just made up of hand-made items. The design of Lungo, a watering can by Davy Grosemans for Xala, is based on the old metal coffee pot. People turn their noses up at the gnomes that used to adorn many a Flemish front garden. But what if 15,000 plastic examples of them suddenly appeared in our towns as a promotional stunt for a telephone or internet provider? That is the latest creation by GBO Design. Glass showcases today are given a place of honour in the front room just like the Welsh dresser in the past. Lachaert & Dhanis dinner sets, reinter­pretations of old Chinese-style rims by Roos Van de Velde for Serax, or the Utanolog teapot by Unfold for Stockmansporselein, replace the beautiful dinner services that often formed the main item on wedding lists. Ten black and white drawings together constitute the poetic tale of two archetypal figures in an imaginary world full of recognisable objects. The drawings are projected like slides, in a rhythmic and repetitive pattern and as such add another layer to the presentation. They were created by the young but already internationally praised cartoon strip designer and illustrator, Brecht Evens. Why a

slide projector and not a beamer? The rhythmic sounds from our lost youth bring up memories of the past: watching holiday slides with friends, slide presentations during classes, etc. Here is an old-fashioned alternative to sharing on Facebook. Our hero is also eye-catching: dressed in a gold superman outfit he leads us from behind his rollator through the exhibition. The man is a picture of faded glory, even though bursts with pride. His eyes meet ours and reveal all. But who is our hero? We have not identified him with a name. He can be everyone’s hero. Who of us did not visit Madame Tussaud’s when they were young? But the wax heroes of those days have now been melted down or confined to the archives. Our hero, who is an almost lifelike sculpture created by Paul Perdieus, has a name, although we’d rather not let it slip. Tales of Heroes appeared in Helsinki and during Reciprocity, the Liège Design Biennial. The next stop is the Saint-Etienne Biennial in March. In December the exhibition will be showing at the Business of Design Week in Hong Kong (Belgium will host this event in 2013), and undoubtedly at many other international locations in 2013 and 2014, etc. •

HEDENDAAGS DESIGN MET EEN NOSTALGISCH GEVOEL

CONTEMPORARY DESIGN TINGED WITH NOSTALGIA


01.

(G)(H)AREN EEN ‘TEGENDRAADS’ CONCEPT VAN TEXTIELONTWERPSTER VEERLE TYTGAT

02.

03.

— Lut Pil —

(G)(H)AREN AN ‘ALTERNATIVE’ CONCEPT BY TEXTILE DESIGNER VEERLE TYTGAT

01. The Bone Project, Andrew Ross 02. The Metabolic Factory, Thomas Vailly 03. (G)(H)aren, Veerle Tytgat

20

03.

KWINTESSENS

DESIGN


Op het eerste gezicht is er niets vreemds aan het rechthoekige tapijt van de Gentse textielontwerpster Veerle Tytgat. Het industrieel getufte vloerkleed in een onopvallende kleur lijkt vertrouwd en in zijn grote herkenbaarheid haast onzichtbaar. Tot je beseft dat het gemaakt is van garen waarin mensenhaar is verwerkt. Het (G)(H)aren-tapijt van Veerle Tytgat is niet meteen een object dat je verwacht op een cultuurfestival als Het (on) verdraaglijke (2011). Het festival was erop uit “om bij zowel deelnemers als publiek een intens denk- en verbeeldingsproces in gang te zetten, een intellectuele en artistieke oefening rond het ‘on’.” Toch sloot het tapijt van Veerle Tytgat aan bij meerdere van de facetten die het festival aanboorde. Op een paradoxale wijze refereerde de conventionele en mooie vorm aan het esthetisch en visueel on(ver)draaglijke. Op een meer directe wijze spon het zich vast aan het fysiek en mentaal on(ver)draaglijke. Een tapijt met weerhaken, dat in het najaar van 2012 te zien was op de tentoonstelling i love hair in Melle, waar zestien kunstenaars met heel diverse achtergronden werk toonden met haar als onderwerp, als materiaal, als passie. Maar even vanzelfsprekend lag het tapijt in 2012

“Willen de mensen wel een tapijt waarin mensenhaar is verwerkt?”

At first sight, there is nothing unusual about the rectangular carpet of the Ghent textile designer Veerle Tytgat. The industrially produced rug in an unobtrusive colour seems familiar enough and almost disappears off the radar due to its familiarity. Until you realise that it is made of threads interwoven with human hair.

onder de naam (G)(H)aren als een gebruiksproduct in een van de locaties van de Gentse mode- en textielbiënnale Stof-e-ring en leek het “maar een gewoon tapijt”. Tot de contouren inhoudelijk veranderen: dan is het “even wennen”. Het onconventionele van het tapijt zit verweven in het designconcept van de ontwerpster. De garens waarmee ze werkt bestaan uit een combinatie van wol en mensenhaar. “Mijn eerste intentie was te onderzoeken of haar tot een bruikbare draad kon worden gesponnen. Met de haren die ik ophaal bij de kapper werk ik zoals men met een dierlijke of plantaardige textielvezel werkt. Na een eerste experiment kon ik de haren, samen met wol, tot een bruikbaar garen spinnen. Zelf was ik zo verwonderd dat dit mogelijk was, dat het me stimuleerde om er dieper op in te gaan.” In een volgend stadium is het garen industrieel gesponnen (waarbij de spinnerij nu eens niet naar schapen maar naar een kapsalon rook) en vervolgens door Limited Edition tot een tapijt getuft. De verschillende kleuren mensenhaar in de draad – van donker tot blond en rood – samen met de witte wol mengen zich visueel tot een onop­vallende grijsbruine tint en massa. Het gebruik van mensenhaar in design geeft de objecten een geladenheid waaraan moeilijk te ontkomen valt. Sommige designers kiezen expliciet voor de betekenissen die met mensenhaar zijn verbonden. De Duitse ontwerpster Anna Schwamborn bijvoorbeeld, ontwierp in 2009 een reeks juwelen waarin mensenhaar van een overleden geliefde is 

The (G)(H)aren carpet designed by Veerle Tytgat is not the sort of object that you would immediately associate with a cultural festival like The (un)bearable (Het (on)verdraaglijke) (2011). That festival was designed ‘to ignite the fires of imagination and thought amongst both participants and spectators, an intellectual and artistic exercise around the word ‘un’. Yet Veerle Tytgat’s carpet answered to several of the facets which the festival opened up. The attractive and conventional shape referred paradoxically to the aesthetically and visually (un) bearable. More directly, it spun itself into the knot of the mentally and physically (un)bearable. A carpet with barbs, which was on show in the spring of 2012 at the I LOVE HAIR exhibition in Melle, where sixteen artists from all sorts of different backgrounds exhibited work with hair as its subject, material, and passion. Yet equally obviously, in 2012, the carpet has appeared under the name (G)(H)aren as a utility product in one of the venues of the Ghent fashion and textile biennale show Stof-e-ring and it looked like ‘an ordinary carpet’. Until the contours change in content: then, it’s time ‘to get used to it’. The unconventional aspect of the carpet is woven into the design concept of the designer. The threads which she uses consist of a combination of wool and human hair. “My original intention was to see if it was possible to spin hair into a useful

thread. I use the hair which I collect from the hairdresser in the same way as one might use animal or vegetable textile fibre. After an initial experiment, I was able to spin the hair together with wool to make a useful thread. I was so amazed that this was possible that I felt inspired to continue.” In the next phase, the thread is spun industrially (so that the spinning mill now smells like a hairdressing salon rather than sheep) and then fabricated into a carpet by Limited Edition. The different hair colours in the thread, from dark to blond and red, mix together visually with the white wool to form an unobtrusive universally grey-brown tint. The use of human hair in design gives the objects an explosiveness which is difficult to evade. Some designers opt explicitly for the meanings which are related to human hair. For example, in 2009, the German designer Anna Schwamborn developed a series of jewels into which the hair of a deceased loved one was processed. This perpetuates the memory of the person not only visually, but also tangibly. It becomes an object of mourning carried close to the body and stimulates physical contact with a relic of the deceased person. The Almost Usual Hair Objects (2010) of the Londonbased designer Emilie Voirin play on the antithesis of soft and hard. For her, a shaving brush or whip doesn’t have hard hairs or strands, but long sensual curls. The buyer can choose between human or synthetic hair. At the exhibition The Machine – Past, Present, Future in C-mine (Genk, 2012), the French designer Thomas Vailly presented The Metabolic Factory. His machine mixes human hair with glycerine and sodium sulphite, and this produces a form of bioplastic, with which he makes utility objects. Human hair is recycled and processed into a new

material, but continues to play an intrinsic part. “By crafting this controversial material into a modern still life including a cup, jug, mirror and lamp, Vailly invites us to reflect on the natural process of deterioration. Just as the body will decompose, so materials made from the body will also do so. His Vanitas acts as a modern mirror of our own mortality and imperfection.” A designer who integrates human hair into a design product is going against the grain. Anneke Smelik has good reasons for the following comments in her article The danger of hair (Het gevaar van haar): “It requires a certain courage to use cut hair for something other than the traditional wig and to process it as a material into accessories such as jewels, bags, or a headdress, or to use it in clothes. Due to its sometimes somewhat unpleasant associations, human hair is seldom used in accessories. Firstly, it has been necessary to break through a taboo on this improper use of hair. This happened in the surrealism of the 1920s and 30s.”1 Several artists and designers have followed the surrealists. Nevertheless, human hair is still not an innocent material. “Hair is still a hazardous material, which stirs on the border between the living and the dead, the human and the animal, the beautiful and the abject, and the physical and the sensual.”2 Veerle Tytgat approaches human hair firstly from a technical point of view, but she knows she also has to accept that it is a material with several levels of meaning. She’s unable to control the various interpretations and associations, even if she wanted to. Yet the struggle with this charged issue is a positive element: it strengthens her original resolve to examine human hair as a material. “Hair is

21

(G)(H)AREN

(G)(H)AREN


1 Anneke Smelik, ‘Het gevaar van haar’, in: Jan Brand en José Teunissen (red.), Mode & Accessoires. Arnhem: Terra/ArtEZ Press, 2007, p. 173 2 Smelik, idem, p. 174

verwerkt. De herinnering aan de persoon is er niet enkel visueel maar ook tactiel in vereeuwigd. Het wordt een rouw­ object dat dicht op het lichaam wordt gedragen en fysiek contact met een relict van de gestorvene stimuleert. De Almost Usual Hair Objects (2010) van de in Londen gevestigde ontwerpster Emilie Voirin spelen dan weer met de tegenstel­ ling tussen zacht en hard. Een scheerborsteltje of zweepje heeft bij haar geen harde haren of strengen maar lange sensuele lokken. De koper kan kiezen tussen menselijk of synthetisch haar. Op de tentoonstelling The Machine – Past, Present, Future in C-mine (Genk, 2012) presenteerde de Franse ontwerper Thomas Vailly The Metabolic Factory. Zijn machine vermengt mensenhaar met glycerine en natriumsulfiet, wat dan een vorm van bioplastic oplevert waarmee hij gebruiksobjecten maakt. Mensenhaar wordt er gerecupereerd en verwerkt tot een nieuw materiaal maar blijft ook inhoudelijk meespelen. “Door dit controversiële materiaal om te vormen tot een modern stilleven met een kop, kruik, spiegel en lamp nodigt Vailly ons uit na te denken over het natuurlijke slijtageproces. Net zoals het lichaam zal ontbinden, zullen ook materialen gemaakt van het lichaam dat doen. His Vanitas treedt op als een spiegel van onze eigen sterfelijkheid en imperfectie.” Een ontwerper die mensenhaar in een designproduct integreert, strijkt tegen de haren in. Niet zonder reden schrijft Anneke Smelik in haar artikel Het gevaar van haar: “Het vergt enige moed om met afgeknipt haar iets heel anders te maken dan de geijkte pruik en het als materiaal te verwerken in accessoires, zoals juwelen, tassen, een hoofd­ tooi, of in kleding. Door de soms wat onaangename associaties, is menselijk haar een nog weinig gebruikt materiaal in accessoires. In eerste instantie moest er een taboe op dat oneigenlijk gebruik van haar doorbroken worden. Dit gebeurde in het surrealisme in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw.”1 Meerdere kunstenaars en ontwerpers zijn de surrealisten gevolgd. Toch is menselijk haar nog steeds geen onschuldig materiaal. “Haar blijft nu eenmaal een gevaarlijk materiaal dat zich beweegt op de grens van het dode en het levende, het dierlijke en het menselijke, het schone en het abjecte, het lichamelijke en het zinnelijke.”2

Veerle Tytgat benadert mensenhaar in eerste instantie vanuit een technisch standpunt maar weet dat ze tegelijker­ tijd moet aanvaarden dat het materiaal vele betekenissen heeft. Ook al zou ze willen, ze kan de interpretaties en associaties niet controleren. Maar de worsteling met de beladenheid is een positief element: het sterkt haar om bij haar opzet te blijven en het mensenhaar in zijn materialiteit te onderzoeken. “Haar is over heel de wereld beschikbaar en gratis te recupereren. Het is duurzaam en sterk als vezel, maar door de korte stukjes haar verliest het garen iets aan kracht. In de gesponnen draad steken de haren een beetje uit. Dat is een punt waar nog verbetering mogelijk is. Daarnaast prikt het gesponnen garen, maar bij een tapijt of een wandbekleding wordt dit niet nadrukkelijk gevoeld. Natuurlijk blijft de vraag of er wel een publiek is voor een dergelijk product. Willen de mensen wel een tapijt waarin mensenhaar is verwerkt?” In haar onderzoek rond dit experiment tracht ze te begrijpen waarom verwerkt mensenhaar tegenstrijdige gevoelens oproept. “Een uitleg hiervoor probeer ik te vinden bij Michel Thys in zijn boek Fascinatie. Een fenomenologischpsychoanalytische verkenning van het onmenselijke (2006). De psychoanalyse zegt dat de tegenpolen van aantrekking en afstoting steeds naast elkaar blijven bestaan. Hoe dicht ze ook met elkaar zijn verstrengeld, ze zijn steeds van elkaar te onderscheiden. De twee laten zich niet tegelijkertijd voelen maar wisselen elkaar af. Het samengaan van twee verschil­ lende gevoelens tegenover eenzelfde object noemt Thys de affectieve ambivalentie. De geknipte haren roepen deze tweestrijd ook op. Ik denk dat de tegenstelling zit in de manier waarop ernaar gekeken wordt. Een tapijt van haar is afstotelijk indien men het haar beschouwt als deel van de mens; het is aantrekkelijk indien men kijkt naar het haar als materiaal, als textiele vezel. Deze tweeledigheid zal steeds aanwezig zijn. In negatieve zin wordt haar ook gelinkt aan de dood, maar haren bezitten ook positieve eigenschappen. Ze zijn een uiting van schoonheid, een deel van onze persoon­ lijkheid. Waar ik naar zoek is een manier om de negatieve ervaring om te zetten in een positief gevoel. Mijn betrachting

available all over the world and can be recovered free of charge. It is strong and durable as a fibre, but the thread loses a certain strength due to the short strands of hair. The hair protrudes slightly in the spun thread. This is a point for potential refinement. Furthermore, the spun thread pierces, but with a carpet or tapestry this goes largely unnoticed. Of course, the question remains as to whether or not there is a market for such a product. Do people really want a carpet with human hair in it?” In her research related to this experiment, she endeavours to understand why processed human hair evokes conflicting feelings. “I’m trying to find an explanation for this in Michel Thys’ book Fascinatie. Een fenomenologisch-psychoanalytische verkenning van het onmenselijke (2006). Psychoanalysis says that the opposites of attraction and rejection still exist alongside each other. However closely they are intertwined, they can always be separated from each other. They never express themselves simultaneously, but they

alternate with each other. Thys refers to the occurrence of two different feelings towards the same object as affective ambivalence. Cut hair also evokes this dilemma. My own view is that the discrepancy lies in the way in which people approach the matter. A carpet of hair is repulsive if we regard the hair as part of the person; however, it is attractive if we regard the hair as material, as textile fibre. This dualism will always be present. In a negative sense, hair is linked with death, but hair also includes positive features. It is an expression of beauty and a part of our personality. What I’m looking for is a way to convert the negative perception into a positive feeling. My desire is to cause a stir by convincing people of the positive features of the material.” Once we’ve broken through the taboo, this issue also takes on an ecological perspective. It challenges us to think about how we treat sources of energy and materials. We dismantle existing thought patterns and address the responsibility of designer and user.

Even though Veerle Tytgat knows some designers who use hair or animal fur and knows that primitive tribes such as the Naga or Miao, for instance, use human hair for decorative purposes or as textile fibre, she nevertheless uses other sorts of examples: “Aude Renon has used dead cattle residue, namely the entrails of slaughtered animals. She processed intestines into a sort of paper. The result is decorative material which does not

22

KWINTESSENS

DESIGN

“Do people really want a carpet with human hair in it?”


05. The Metabolic Factory, Thomas Vailly 06. The Bone Project, Andrew Ross 07. (G)(H)aren, Veerle Tytgat

05.

06.

07.

23

(G)(H)AREN

(G)(H)AREN


08.

09.

10.

08. Belicht, Veerle Tytgat. Foto: Matylda Krzykowski 09. Almost Usual Hair Objects, Emilie Voirin 10. The Bone Project, Andrew Ross

24

KWINTESSENS

DESIGN


is een verwondering teweeg te brengen en mensen te over­ tuigen van de positieve eigenschappen van het materiaal.” Eens het taboe is doorbroken, wordt dit ook een ecologisch verhaal. Het daagt ons uit om na te denken over hoe we omgaan met energiebronnen en materialen. Bestaande denkpatronen worden doorbroken en de verantwoordelijkheid van designer en gebruiker wordt aangesproken. Ook al kent Veerle Tytgat designers die met haar of dierenvacht werken en weet ze dat primitieve stammen zoals bijvoorbeeld de Naga of Miao mensenhaar als sierelement of textiele vezel gebruiken, toch zijn het vooral anderssoortige voorbeelden die ze ter sprake brengt: “Aude Renon gebruikte restmateriaal van veeslach­ ters, namelijk de ingewanden van geslachte dieren. Ze slaagde erin darmen te verwerken tot een soort papier. Het resultaat is decora­ tief materiaal dat zijn oorsprong niet verraadt en zelfs overstijgt. Aude Renon hoopt om dit halffabricaat bespreekbaar te maken. Andrew Ross zocht zijn afvalmateriaal ook in de slachthuizen van Engeland. Hij vroeg zich af of de beenderen gerecupereerd konden worden. Kan in onze samenleving het gebruik van been even goed aanvaard worden als het gebruik van leder? The Bone Project is een zoektocht naar het gebruik van dit afvalmateriaal. Elk jaar worden in Europa ongeveer 3 miljoen ton beenderen verbrand, waarvoor de slachters elke dag 1800 euro moeten betalen. Het verbranden is schadelijk voor het milieu en voor de economie. Ross onder­zocht of de beenderen bruikbare chemische eigenschappen bezitten. In dit onderzoek toont hij enkele mogelijkheden die uit been vervaardigd kunnen worden. Net als ivoor kan het gebruikt worden als decoratie. Bovendien heeft been de eigenschap om giftige stoffen op te nemen; zo zou het kunnen ingezet worden om vervuilde bodems te saneren. Verder kan het been ook verwerkt worden tot een composietmateriaal, zoals laminaat. Andrew Ross plaatste zijn ontwerpen op internetfora om te peilen in welke mate het publiek openstond voor

W W W.VEERLE T Y T G AT.BE

Eens het taboe is doorbroken, wordt dit ook een ecologisch verhaal.

dergelijke toepassingen. Ondanks de mogelijkheden en het milieuvriendelijke aspect, was de respons eerder negatief.” Dit geldt niet voor het tapijt van Veerle Tytgat. De reacties zijn minder terughoudend en soms zelfs aarzelend positief. In het kader van Toegepast 17 (2012) heeft Veerle Tytgat een nieuw project uitgewerkt. Ze gaat er op zoek naar de schoonheid van gebruikte en verweerde materialen. Stoffen worden geverfd met kleurstoffen die ze bereidt met planten uit de omgeving van haar atelier. Vervolgens plooit ze het textiel origamigewijs en legt het buiten, waar de weersom­ standigheden en het licht hun werk doen. De designattitude van de textielontwerpster is ook hier onderzoekend: telkens probeert ze verschillende methoden uit en experimenteert ze met wat ze kan doen zonder veel machines en extra productie. Opnieuw speelt handwerk een grote rol en het respect voor de traagheid der dingen. “Er worden op korte tijd veel nieuwe en innovatieve materialen ontwikkeld. Sommige ontwikkelingen vind ik zeker boeiend, zoals bijvoorbeeld technisch textiel dat gebruikt wordt voor medische doeleinden, of de ontwikkeling van meer ecologische en gerecycleerde garens. Maar zelf zoek ik de innovativiteit in de materialen die op nu overal beschik­ baar zijn, door bijvoorbeeld een materiaal te gebruiken voor iets waarvoor het op het eerste gezicht niet gemaakt is. Eigenlijk kunnen we verder met wat er al is. Daarom houd ik van handwerk en van projecten die de tijd krijgen om te groeien en die producten opleveren waar een verhaal achter zit.” Het is een spannend proces dat de textielontwerpster in de context van Toegepast 17 de naam ‘Textile Designer and Detective’ heeft opgeleverd. En die kwalificatie wil ze verder uitbouwen, ook bij de ontwikkeling van meer verkoopbare producten. •

Toegepast 17 is te bezoeken tot 17 februari 2013 in Z33, Hasselt.

betray, but even surpasses, its origin. Aude Renon hopes to open up this semi-finished product for discussion. Andrew Ross also went looking for waste material in the abattoirs of England. He wondered whether bones could be recovered. Can our society accept the use of bones in the same ways as it accepts the use of leather? The Bone Project is a quest for the use of this waste material. About three million tonnes of bones are incinerated in Europe every year, for which abattoirs pay €1,800 every day. Incineration is harmful to the environment and the economy. Ross has examined the question of whether or not bones contain practical chemical properties. In this research, he displays some possible end products which could be made from bones. Bones could be used as decoration, just like ivory. Moreover, bones also have the property of absorbing poisonous substances; and so, they could be deployed to purify polluted soils. Furthermore, bones could also be processed into a composite material such as laminate. Andrew Ross

has published his designs on Internet-fora to gain some idea of public opinion towards such applications. Despite the possibilities and the ecological aspects, most people were opposed to such uses.” However, the same cannot be said of Veerle Tytgat’s carpet. Reactions have been less reserved and sometimes quite favourable. In the framework of Toegepast 17 (2012), Veerle Tytgat has developed a new project. She goes in search of the beauty of used and disintegrated materials. Substances are painted with colourings which she prepares using plants in the vicinity of her atelier. Then she folds the textile in the manner of origami and puts it outdoors where the light and the weather do their work. The textile designer’s design attitude is once again one of investigation: she always tries out different methods and experiments with what she can do without a lot of machinery and extra production. Once again, handiwork plays a big part, as does respect for the sluggishness of life. “A lot of new and innovative

materials have been developed within a short space of time. I definitely find some developments exciting, such as technical textile, which is used for medical purposes, or the development of more ecological and recycled threads. But as for me, I look for the innovative spirit in the materials which are available everywhere, by, for instance, using a material for something for which it does not immediately appear suitable. Actually, we could make more use of what we already have. That’s why I love handiwork and projects which are given time to grow and result in products with a story behind them.” This is an exciting process which, within the context of Toegepast 17, has yielded the textile designer the name Textile Designer and Detective. Moreover, she wants to build on that qualification with the development of more commercial products. •

25

(G)(H)AREN

(G)(H)AREN

Toegepast 17 is open until 17 February 2013 in Z33, Hasselt.


26

KWINTESSENS

DESIGN

Fosfor Katja Van Breedam Benoît Mintiens Johan Devrome Stijn Yperman John Dierickx Iris Rombouts Couvreur & Devos

— PORTFOLIO — FOTOGRAFIE — PHOTOGRAPHY — JULIE SCHEURWEGHS —


27

PORTFOLIO

JULIE SCHEURWEGHS

In 2006 richtten Bernhard De Paepe en Tom Suykerbuyk het ontwerpbureau Fosfor op, nadat ze elkaar leerden kennen bij het lichtreclamebedrijf Neorec. Terwijl Bernhard, die productontwikkeling studeerde, zich meer richt op ontwikkeling en prototyping, houdt Tom, die tuin- en landschaps­ architectuur en interieurvormgeving studeerde, zich bezig met design en visualisatie. Beiden zijn gebeten door de idee van duurzaam ontwerpen, wat dan ook het uitgangspunt van hun bureau is. Fosfor wil echte oplossingen bieden aan zijn klanten door ze doorheen het hele proces, inclusief productiebegeleiding en -bijsturing, te ondersteunen. Fosfor ontwierp een signalisatie voor dieren­ artsen op basis van LED-verlichting, die ook via een zonnepaneel kan functioneren. De signalisatie is eenvoudig te monteren en verbruikt weinig energie. — www.fosfor.be

In 2006 Bernhard De Paepe and Tom Suykerbuyk founded the design agency Fosfor, after they met at Neorec, the illuminated signage agency. While Bernhard, who studied product development, focuses more on developing and prototyping, Tom, who studied garden and landscape architecture and interior design, concentrates on design and visualisation. Both have been bitten by the sustain­ able design bug, which is also their agency’s founding principle. Fosfor wants to offer its customers genuine solutions by supporting them throughout the entire process, including production supervision and adaptation. Fosfor has designed a LED sign for vets, which can also run on a solar panel. The sign is easy to install and boasts low power consumption. — www.fosfor.be


28

KWINTESSENS

DESIGN


29

PORTFOLIO

JULIE SCHEURWEGHS

Voor keramiste Katja Van Breedam is beenderporselein een materiaal dat haar al jaren in de greep houdt. Omdat het materiaal zich niet zomaar laat dirigeren, geeft het in het bakproces aan elke vorm een eigen toets. Discipline en onderzoek zijn nodig om deze materie te beheersen. Geïnspireerd door strakke vormen van design en grillige ritmes uit de natuur kwam het servies m!ro tot stand. De koffietasjes van het servies dragen bewust geen oor, zodat ze letterlijk omarmd moeten worden, waardoor de gebruiker wordt ‘geraakt’ door het materiaal. Naast functionele keramiek als juwelen en lichtobjecten, creëert Katja ook sculpturen en installaties. Katja geeft ook workshops onder de naam Atelier-K! — www.katjavanbreedam.be

To ceramic artist Katja Van Breedam bone china is a fascinating material that has captivated her for years. The material is not easy to work with and as a result each piece takes on its own unique qualities during the firing process. Discipline and research are required to master this material. Inspired by sleek shapes and the whimsical rhythms of nature, she created the M!RO dinner service. The coffee cups that are part of the service purposely have no handles and must be literally cupped, so that the user is ‘touched’ by the material. In addition to functional ceramics such as jewellery and light objects, Katja also creates sculptures and installations. She also organises workshops under the name Atelier-K! —www.katjavanbreedam.be


30

KWINTESSENS

DESIGN

Benoît Mintiens studeerde productontwikkeling in Antwerpen, waarna hij als design consultant aan de slag ging bij Enthoven Associates Design Consultants. Naast zijn functie voor dit bedrijf, startte hij in 2010 het horlogemerk Ressence op. Kenmerkend voor een Ressence-horloge is zijn gepatenteerde tijdsaanduiding. In tegenstelling tot horloges met wijzers geeft een Ressence-horloge de tijd weer op de buitenschil. Slechts 0,2 mm onder het saffieren glas beweegt de vlakke wijzerplaat in een animatie die doet denken aan de beweging van planeten om de zon. Alle grafische elementen liggen in één vlak en draaien om elkaar heen. — www.ressence.eu

Benoît Mintiens studied product development in Antwerp and went on to work as a design consultant with Enthoven Associates Design Consultants. In addition to this role, in 2010 he founded the watch brand Ressence. A Ressence watch is characterised by its patented time display. Unlike watches with hands, a Ressence watch displays the time on its outer shell. Just 0.2 mm below the sapphire glass the level display plate moves in a way that reminds us of the planets moving around the sun. All its graphic elements are positioned on one plane and revolve around each other. — www.ressence.eu


31

PORTFOLIO

JULIE SCHEURWEGHS

Johan Devrome studeerde grafische vormgeving aan de Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen, waar hij sinds 2003 ook doceert. Hij illustreert kinderboeken, ontwerpt prentenboeken en maakt tekeningen voor onder andere uitgeverij De Eenhoorn, Het Davidsfonds, Pigmalion en het Vlaams Fonds voor de Letteren. Johan benadert illustratie vanuit een vormgeversstandpunt, steeds op basis van een analyse van inhoud en doelgroep. Boeken ontstaan vanuit een totaalconcept: tekst, beeld en boekarchitectuur krijgen organisch vorm, waarbij een constante dialoog tussen auteur, uitgever, drukker en ontwerper van cruciaal belang is. — users.telenet.be/hadejo

Johan Devrome studied graphic design at the Academy of Fine Arts in Antwerp, where he has also taught since 2003. He illustrates children’s books, designs picture books and produces drawings for establishments such as De Eenhoorn Publishers, The Davidsfonds, Pigmalion and the Flemish Literature Fund. Johan approaches illustration from a designer’s perspective, always analysing a work’s content and target group. Books are created from a total concept: text, image and book architecture are assigned an organic form in which a constant dialogue between author, publisher, printer and designer is vitally important. — users.telenet.be/hadejo


32

KWINTESSENS

DESIGN

Stijn Yperman volgde een opleiding driedimensionale vormgeving en keramiek aan Sint Lucas in Antwerpen. Stijn laat de ideeën voor zijn werk voortvloeien uit alledaagse ervaringen. Een ontmoeting, confrontatie of vrij onderzoek kunnen aan de grondslag liggen van nieuwe ideeën. Tradities en conventies vormen een subtiele rode draad doorheen Stijns werk. Kenmerkend zijn de herkenbare keramische vaasvormen. Hierdoor ontstaat de dualiteit eigen aan het onderzoek, met aan de ene kant respect voor tradities, en aan de andere kant drang naar vernieuwing. Elementen die een zekere eenvoud en herkenning bezitten worden ontdaan van hun oorspronkelijke functie en een nieuwe functie toegewezen. — yperman.wordpress.com

Stijn Yperman studied three-dimensional design and ceramics at St Lucas in Antwerp. Stijn takes inspiration for his work from everyday experiences. New ideas may be inspired by an encounter, confrontation or the spirit of free enquiry. Traditions and conventions form a subtle common theme that runs through Stijn’s work. His recognisable ceramic vase designs are characteristic pieces. This creates a duality that comes from his research that respects traditions on the one hand and that also involves an urge to innovate. Elements that possess a certain simplicity and identity are stripped of their original functions and assigned new ones. — yperman.wordpress.com


33

PORTFOLIO

JULIE SCHEURWEGHS

In 2002 richtte John Dierickx zijn glasatelier op onder de naam Artglas. John creëert glasramen op maat, die vaak bestaan uit rechte en gebogen lijnen, meestal vervaardigd volgens de glas-in-loodtechniek. Hij maakt gebruik van verschillende soorten glas met verschillende structuren, waardoor zo weinig mogelijk licht verloren gaat. Naast glascreaties bestemd voor meubels, deuren en ramen, maakt hij ook op zichzelf staande werken. Recent was hij verantwoordelijk voor de uitvoering van glasramen voor Studio Job in het Groninger Museum en nam hij deel aan een parallelevent van Manifesta 9, waarvoor hij – in samenwerking met Vittorio Simoni – een glasraam integreerde in een caravan, die dienst deed als overnachtingsruimte voor bezoekers van de biënnale voor hedendaagse kunst in Genk. — www.artglas.be

In 2002 John Dierickx founded his glass workshop under the name Artglas. John creates customised stained-glass windows, which often feature straight and curved lines and are usually produced using stained-glass window techniques. He uses different types of glass with different structures so that his pieces capture as much light as possible. Besides glass creations destined for furniture, doors and windows, he also makes freestanding pieces. Recently he was responsible for creating stained-glass windows for Studio Job in the Groninger Museum and participated in one of the Manifesta 9 parallel events, for which – in association with Vittorio Simoni – he integrated a stained-glass window in a caravan, which served as overnight accommodation for visitors to the European Biennial of Contemporary Art in Genk. — www.artglas.be


34

KWINTESSENS

DESIGN

Iris Rombouts studeerde grafische vormgeving aan het Stedelijk Instituut voor Sierkunsten en Ambachten in Antwerpen. Voor Iris is grafische vormgeving geen job maar een levensstijl. Ze is al jaren actief in de magazinesector als art director en maakt campagnes voor Belgische labels zoals Xandres en Hampton Bays. Gedurende negen jaar was Iris art director van het magazine Glam*it en sinds vijf jaar verzorgt ze, in samenwerking met Paul Boudens, de vormgeving van het Show Off-magazine van de modeafdeling van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten. Tijdens het afgelopen voorjaar was Iris ook verantwoordelijk voor de art direction van een kortfilm voor Tim Van Steenbergens nieuwe wintercollectie. — www.imageboulevard.com

Iris Rombouts studied graphic design at the Stedelijk Instituut voor Sierkunsten en Ambachten in Antwerp. To Iris graphic design is not a job, it’s a way of life. She has worked as art director in the magazine sector for years and has designed campaigns for Belgian labels such as Xandres and Hampton Bays. Iris was art director of the magazine Glam*it for nine years and for the past five years she has been responsible, together with Paul Boudens, for designing the Show Off magazine for the fashion department at the Royal Academy of Fine Arts. Last spring Iris was also the artistic director for a short film for Tim Van Steenbergen’s new winter collection. — www.imageboulevard.com


35

PORTFOLIO

JULIE SCHEURWEGHS

Bram Couvreur studied graphic sciences and Bjorn Devos followed a product development course and then went on to study at the Bauhaus Universität. In 2010 they set up a joint venture under the name Couvreur & Devos. The lighting element O’leaf, designed for Modular Lighting Instruments, is available as a floor, desk or wall lamp. The OLED is an organic LED, which unlike the everyday LED is not a point light source, but one that emits light from its entire surface. The lamp can be used individually or endless combinations can be created to form a ‘flower meadow’. Thanks to an ingenious plug-in system the stems can be quickly installed or changed. In addition to lighting elements the duo also designs stands, furniture and interiors. — www.couvreurdevos.be

Bram Couvreur studeerde af in de grafische wetenschappen en Bjorn Devos volgde een opleiding productontwikkeling en studeerde nadiennog aan de Bauhaus Universität. In 2010 zijn ze een samenwerking aangegaan onder de naam Couvreur & Devos. De ver­lichting Oleaf, ontwikkeld voor Modular Lighting Instruments, is beschikbaar als staan-, bureau- of wandlamp. De oled is een organic led, die in tegenstelling tot de alledaagse led geen puntlicht is, maar licht uitzendt over het volledige oppervlak. De lamp kan enkelvoudig gebruikt worden of eindeloos gecombineerd worden tot een ‘bloemenweide’. De stengels kunnen dankzij een ingenieus plug-insysteem snel geïnstalleerd of gewisseld worden. Naast verlichting ontwerpt het duo ook stands, meu­- bilair en inrichtingen. — www.couvreurdevos.be


Grote merci aan Inge en Hans voor de hulp met de hoekjes — Foto: Bart Van Leuven

wim vandersleyen grafische vormgeving & typografie

www.wimvandersleyen.com


SPEELPLAATS VOOR ONTWERPERS 25 JAAR HET LABO

01.

02.

— Natasja Admiraal —

PLAYGROUND FOR DESIGNERS 25 YEARS OF HET LABO 01. Met het klimmen der jaren, Anke Akerboom — 2002 02. Vertebres, Celia Nkala — 2012 03. Thanksgiving, Mar10 Geladi — 2012

38

03.

KWINTESSENS

DESIGN


Eind jaren tachtig ontstaat, in de schaduw van de schoorsteen van Hasselts voormalige gelatinefabriek, Het Labo. Het is een designerscollectief met een wisselende bezetting dat niet vies is van een kruis­ bestuiving tussen verschillende disciplines. Een club die eens in de zoveel tijd van zich laat horen en stee­vast grenzen aftast, verwondering oproept en op het verkeerde been zet. Design met niet één, maar wel vier hoeken af. Brussel, vijfentwintig jaar later. Iets voor de afgesproken tijd ontmoet ik Jo Klaps in de Design Vlaanderen Galerie, geen onbekend terrein voor de ontwerper. Het Labo organiseerde er meerdere tentoonstellingen. Het wachten is nog op Patrick Reuvis. “Kan niet missen, hij heeft wel wat weg van modeontwerper Walter Van Beirendonck”, zegt Jo. Even later

Thematentoonstellingen zijn het handelsmerk van Het Labo, dat zijn pijlen overwegend richt op gebruiksvoorwerpen.

zijn ze verenigd, twee sleutelfiguren van Het Labo die vanaf het eerste uur betrokken zijn. Maar ook: vrienden voor het leven die elkaar door en door kennen. In het dagelijkse leven zijn ze beiden ondernemer en docent. Als we in gesprek raken over de voorbije vijfentwintig jaar valt nog iets op: deze duizendpoten zijn niet alleen visueel ingesteld maar ook bijzonder taalgevoelig, als de treffende titels van hun projecten dat niet al duidelijk hadden gemaakt. Thema­tentoonstellingen zijn het handelsmerk van Het Labo, dat zijn pijlen overwegend richt op gebruiksvoorwerpen: de strijkplank (Labo Strikes Again, 1995), de ladder (Ladderszat, 2002), de strandstoel (Labo on the Beach, 2004), de bril (Take a Look, 2006/2007) en de wandelstok (Let’s Stick Together, 2010) passeerden al eens de revue. Het Labo omschrijft deze ordinaire gebruiksvoorwerpen als ‘de anonieme klassiekers van de vormgeving’. Laat x aantal ontwerpers en kunstenaars er hun creativiteit op botvieren en de uitkomst is al even divers: van concreet tot abstract, van functioneel tot conceptueel. Niets is wat het lijkt in de ietwat surrealistische wereld van Het Labo. Wat was in 1987 de aanleiding voor het vormen van een collectief? Patrick Reuvis: Het Labo is eigenlijk uit nood geboren. Jo en ik studeerden interieurarchitectuur aan de Provinciale Hogeschool Limburg en zochten een podium om ons werk te presenteren. Jo zat een paar klassen hoger dan ik en was initiatiefnemer van enkele events binnen de opleiding, samen met docent Huub Berger.

Het Labo was formed at the end of the 1980s in the shadow of Hasselt’s former gelatine factory. It is a designer collective with a changing line-up that is not scared of a cross-fertilisation between different disciplines. A club that makes itself heard every so often and invariably looks for the limits, evokes surprise, and shows the wrong end of the stick. It is design with not just one, but all four corners missing.

Look, 2006/2007) and the walking stick (Let’s Stick Together, 2010) have already had their turn. Het Labo describes these ordinary utensils as ‘the anonymous classics of design’. Let a certain number of designers and artists unleash their creativity on these, and the result will be equally diverse: from specific to abstract, from functional to conceptual. Nothing is what it seems in the somewhat surrealistic world of Het Labo.

Brussels, twenty-five years later. A little before the agreed time I meet Jo Klaps at the Design Flanders Gallery, familiar territory for the designer. Het Labo has organised several expositions there. We have to wait for Patrick Reuvis. “You can’t miss him; he looks a bit like fashion designer Walter Van Beirendonck”, Jo says. A little later, they are reunited; two key figures of Het Labo that were involved in it from the very beginning, but also friends for life who know each other through and through. In daily life, they are both businessmen and professors. When we start talking about the past twenty-five years, something else stands out: these jacks-of-all-trades not only have a visual focus, but they are also very language-sensitive as well, as you might have realised from the striking titles of their projects. Theme expositions are Het Labo’s trademark, which concentrates mainly on utensils: the ironing board (Labo Strikes Again, 1995), the ladder (Ladderszat, 2002), the beach chair (Labo on the Beach, 2004), glasses (Take a

What was the motivation for setting up a collective in 1987? Patrick Reuvis: Het Labo was actually born out of necessity. Jo and I studied interior architecture at Limburg Provincial University and we were looking for a stage to present our work. Jo was a few classes above me, and he was the initiator of a few events within our study, together with Professor Huub Berger. Jo Klaps: In those days, there was hardly anything in the field of design. It was a complete wasteland. With an exposition in the laboratory of the former gelatine factory, we presented some work outside the school walls for the first time under the appropriate name Het Labo. We worked together with the Il Ventuno art gallery, which was located a couple of kilometres away. This crossfertilisation was part of the package from the beginning, and I think it is a typical aspect of Flemish design.

39

SPEELPLAATS VOOR ONTWERPERS

Yet it didn’t all fall into place at once. JK: No. There was a door between our architecture school and the art department located next to it, and that door was locked. We thought that wasn’t right. However, Hasselt is a small place, and we had met artists in the pub and found it exciting to work together with them. Our network has grown considerably over time, but lots of people from those days are still involved now. PR: That first project was the only non-thematic exposition in the history of Het Labo. Everyone showed their most recent work. It was such a success that the same year we put our heads together in order to turn Het Labo into a non-profit organisation, a ‘platform for young designers and artists’. JK: Thankfully, Het Labo has been rejuvenated recently. Without new input, we probably wouldn’t exist anymore. There’s always a solid core group that takes the initiative. In addition, we have about fifteen members. The young generation also shows plenty of initiative. It is nice to know that someday we will be able to hand over Het Labo and know that it’s in good hands. The jubilee exhibition theme was ‘Bones’. JK: That’s a reference to the gelatine factory where, until the 1970s, bones and knuckles arrived only to leave again in the form of glue or gelatine. We exhibited in the CIAP room, the Centre for Contemporary Art.

PLAYGROUND FOR DESIGNERS


Jo Klaps: Er bestond toen vrijwel niets op het gebied van vormgeving. Het was een braakliggend terrein. Met een tentoonstelling in het laboratorium van de voormalige gelatinefabriek traden we voor het eerst buiten de schoolmuren, onder de toepasselijke naam Het Labo. We werkten samen met kunstgalerie Il Ventuno die een paar kilometer verderop lag. Die kruisbestuiving zat er dus al vroeg in en is – denk ik – typerend voor Vlaams design. Toch was dat niet gelijk een vanzelfsprekendheid. JK: Nee. Tussen onze architectuurschool en de ernaast gelegen kunstafdeling zat een deur. En die deur zat op slot. Dat vonden wij niet kunnen. Maar Hasselt is klein en we kenden kunstenaars van in het café en vonden het boeiend om met hen samen te werken. Ons netwerk is in de loop der tijd flink gegroeid, maar vele mensen van toen zijn nu nog altijd betrokken. PR: Dat eerste project was de enige niet-thematische tentoonstelling in de geschiedenis van Het Labo. Iedereen toonde er zijn meest recente werk. Het was een dusdanig succes dat we nog datzelfde kalenderjaar de koppen bij elkaar hebben gestoken om van Het Labo een vzw te maken, een ‘platform voor jonge vormgevers en kunstenaars.’ JK: Gelukkig is Het Labo recent verjongd. Zonder nieuwe aanwas zouden we waarschijnlijk niet meer bestaan. Er is altijd een vaste kern die de kar trekt. Daarnaast tellen we een vijftiental leden. Ook de jonge generatie toont veel initiatief. Het is fijn om te weten dat we het Labo ooit met een goed gevoel kunnen overdragen. Het thema van de jubileumtentoonstelling was ‘Bones’. JK: Dat is een verwijzing naar de gelatinefabriek waar tot in de jaren zeventig botten en knoken binnenkwamen om er in de vorm van lijm of gelatine weer buiten te gaan. We expo­seerden in de ruimte van het CIAP, centrum voor actuele kunst. PR: Vroeger was dat het kantoor van de voormalige eigenaren van de site, twee oud-industriëlen. Daar moesten

“A lot of our projects are collections, albeit of a temporary nature.”

40

wij altijd cash onze huur betalen. Het was niet veel. We hadden een lidmaatschapssysteem in het leven geroepen waarbij alle leden een bedrag – ik meen iets van vier euro per maand – in een potje moesten gooien. Daarnaast verkochten we lidkaarten aan vrienden en sympathisanten die het initiatief goedgezind waren en bij elk evenement openden we een kleine bar. Zo bleven we boven water. JK: We hebben vaak in de kou gezeten, weet je nog? Er was geen verwarming. Maar er hing altijd een fijne sfeer en in de weekends was er veel aanloop. Er terugkeren voelde als thuis­ komen. De titel doet denken aan de uitdrukking ‘tot op het bot’. Wilden jullie tot de kern komen? PR: Niet in de zin van een overzichtstentoonstelling. Alleen geografisch gezien keerden we terug naar onze roots. Aan de hand van een oproep hebben we zeventig deelnemers geselecteerd uit dubbel zoveel inzendingen. Het resultaat is gevarieerd. Van Bart Baccarnes assemblage bestaande uit een radio op een stok – een verwijzing naar de koppensnellers – tot Saidja Heynickx’ architecturale voorstel voor LABO’s knekelzone. JK: Een aantal ontwerpers zijn met gelatine aan de slag gegaan. Daar heb je letterlijk een hele kluif aan. Gelatine voelt aan als plastic maar heeft heel andere eigenschappen; bij verhitting gebeurt er niets, dus smelten is onmogelijk. In water krult het hooguit wat op. En het breekt vlug. Enkele ontwerpers die hun zinnen op gelatine hadden gezet moesten terugkrabbelen. Al hun experimenten waren mislukt. Is jullie werkwijze altijd dezelfde? PR: Nee. Soms zijn we zelf initiatiefnemer, soms worden we gevraagd om als curator op te treden. Kunstenaars werken doorgaans op vrijwillige basis mee. Afhankelijk van de ruimte en context doen we gericht een beroep op mensen uit ons netwerk, voor grotere projecten schrijven we een oproep uit. Soms is die heel vrij, maar veelal leggen we een beperking op in de vorm van een voorwerp of specifiek materiaal. 

PR: That was previously the office of the former site owners, two former industrialists. We always had to pay our rent in cash there. It wasn’t much. We had created a membership system in which each member had to throw a certain amount (about four euros a month, I think) into a jar. Apart from that, we sold membership cards to friends and supporters who liked the initiative, and at each event we opened a small bar. That’s how we survived. JK: We often spent time in the cold, remember? There was no heating. However, there always was a nice atmosphere and during the weekends there were lots of visitors. Returning there felt like going home.

The result varies. From Bart Baccarnes’ assemblage consisting of a radio on a stick (a reference to head­hunters) to Saidja Heynickx’s architectural proposal for LABO’s knuckle zone. JK: Some designers started working with gelatine. That is literally a stiff job. Gelatine feels like plastic, but it has very different properties; when you heat it up, nothing happens, so melting is impossible. In water, the most it will do is curl a bit. It also breaks very easily. Some designers, who had set their sights on gelatine, had to think again. All their experiments failed.

The title reminds us of the expression ‘to the bone’. Did you want to get to the core of the matter? PR: Not in the sense of an overview exhibition. We returned to our roots only from a geographical point of view. By means of a call, we selected seventy participants from twice as many entries.

Is your method always the same? PR: No. Sometimes we take the initiative, other times we are asked to act as curator. Artists usually co-operate on voluntary basis. Depending on the space and context, we call upon specific people from our network, whilst for bigger projects we launch a call. Sometimes this is very open, but most of the time we impose some restrictions in the form of an object or a specific material.

KWINTESSENS

DESIGN


04.

05.

06..

04. The Gladiator, Jo Klaps — 2012 05. Sergeant, Erwin Vaes — 2012 06. Lichte maaltijd, Nienke van der Reijden — 2012

41

SPEELPLAATS VOOR ONTWERPERS

PLAYGROUND FOR DESIGNERS


07.

07. Smakelijk bord, Hugo Duchateau — 2012 08. HD beenderen, Hugo Duchateau — 2012

08.

42

KWINTESSENS

DESIGN


“Design met niet één, maar wel vier hoeken af.”

JK: We werken vaak samen met studenten en plaatsen hen op gelijk niveau. Sterker nog: we dagen ze uit om ons te overtreffen! Toen Maarten Van Severen nog weinig bekendheid genoot, ontwierp hij voor Weerlicht (1996) een bureaulamp. Dat is nog steeds een designklassieker. Alle credits komen hem toe, maar het is natuurlijk mooi dat ons project hiervoor de aanleiding was.

Welke evolutie heeft Het Labo doorgemaakt? PR: In het begin organiseerden we drie à vijf projecten per jaar. Na vijf jaar zijn we vertrokken uit de fabriek, toen de kranten kopten dat het gebied met de grond gelijk gemaakt zou worden en er een shopping mall gebouwd ging worden. Uiteindelijk is die er nooit gekomen, hoewel de donderwolk er nu opnieuw hangt. JK: Sindsdien zijn we vliegende keeper. Daar hebben we nooit spijt van gehad: het geeft vrijheid, we voelen ons

JK: We often work together with students and put them at an equal level. We also go even further in challenging them to outperform us! When Maarten Van Severen was still relatively unknown, he designed a desk lamp for Weerlicht (1996). It is still a design classic. All credits go to him, but, of course, it’s nice to know that our project gave him the opportunity. What changes has Het Labo undergone? PR: In the beginning, we organized three to five projects each year. After five years, we left the factory, when the newspapers wrote in their headlines that the area would be levelled to the ground, and a shopping mall would be built in its place. In the end, this had never happened, even though the dark clouds are looming again. JK: Since then, we’ve been like a flying goalkeeper. We never regretted that: it gives you freedom; we no longer feel obliged to complete as many projects each year. Two is enough. And the quality has remained constant; ultimately, most of the work is always done at the end. The theme of this issue of Kwintessens is ‘design with a corner missing’. PR: It immediately reminds me of something singer Michael Franti once said: “All the freaky people make the beauty of the world.” JK: That describes Het Labo perfectly. Except that in our case, we have four corners missing!

43

niet meer verplicht om zoveel projecten per jaar te realiseren. Twee is genoeg. En de kwaliteit is constant gebleven, het meeste werk gebeurt toch altijd op het einde. Het thema van deze Kwintessens is ‘design met een hoek af’. PR: Het doet me direct denken aan een uitspraak van zanger Michael Franti: All the freaky people make the beauty of the world. JK: Dat is Het Labo op het lijf geschreven. Alleen zijn er bij ons wel vier hoeken af! In de jaren tachtig was vormgeving en architectuur heel serieus, maar wat ons bonte gezelschap van ‘laboranten’ met elkaar gemeen heeft, is gevoel voor humor. Zoals een eetbare expositie. JK: Ja, dat was in 1993. Antwerpen was uitgeroepen tot Culturele Hoofdstad en wij waren niet uitgenodigd. Niemand kende ons. Ondertussen had iedereen zijn mond vol over Antwerpen 93. En dus smeedden we het plan om op één of andere manier binnen te dringen in dat circuit. Toevallig kenden we Rudi Respeel en zijn galerie Het Pakhuis. Zo infiltreerden we in het evenement met De mond vol, een expositie van eetbare objecten, de uitnodiging incluis. 

During the 1980s, design and architecture was very serious stuff, but what our colourful community of ‘lab technicians’ has in common is a sense of humour. Such as an edible exposition. JK: Yes, that was in 1993. Antwerp had been chosen as Cultural Capital, and we weren’t invited. No one knew us. In the meantime, everyone was talking about Antwerp ’93. And so, we designed a plan to get into that circuit one way or another. Coincidentally, we knew Rudi Respeel and his gallery Het Pakhuis. In this way, we infiltrated the event with Mouthful (De mond vol), an exposition of edible objects, including the invitation. By 8.00 p.m., the visitors had eaten everything. PR: The party crashers came too late for dinner. Only the pictures stayed for two more weeks on the walls. I even remember there were lots of children there. Another rewarding project was Swing It (2010). Forty-two swings brightened up Hasselt’s green boulevard and young and old came to see them. We got lots of responses from foreign media. Unfortunately, vandals also knew where to find the swings. This was very annoying for the artists involved, but projects in public areas are always vulnerable to such risks. We just repair the damage and after three times they usually stop.

SPEELPLAATS VOOR ONTWERPERS

What is your ultimate dream for the future? PR: An international travelling exhibition. We’ve been to Istanbul with Let’s Stick Together. It’s quite a challenge to get all those walking sticks through customs! Together with Nienke van der Reijden, I gave a workshop on the theme to students at Marmara University in Istanbul. The result was included in the exposition, as well as work by established Turkish designers. During the preparation for this trip, we dreamed of visiting more world famous cities during the subsequent years, whereby the collection would keep growing with contributions of local designers. Sadly enough, the project stranded in Turkey. JK: In fact, we could still do it. The designers still have their walking sticks. For 2013, we are working on a project on ties, which could have enough potential to travel abroad as well. The scale of the subject means it can be transported in a fairly compact manner. During this project, which we’re doing in co-operation with the Fashion Museum in Hasselt, we present both new and historical ties. Just as with Let’s Stick Together, when we showed walking sticks from before World War II, brought together by avid collector Frans De Bondt. Are you also collectors in some form? JK: A lot of our projects are collections, albeit of a temporary nature. For Take a Look, we scoured flea markets and everyone received archetypal small glasses without glass in them, with the

PLAYGROUND FOR DESIGNERS


W W W.HE TL ABO.BE

Tegen acht uur ’s avonds hadden de bezoekers alles opgegeten. PR: De party crashers vonden de hond in de pot. Alleen de foto’s bleven nog twee weken hangen. Ik herinner me trouwens dat er veel kinderen waren. Nog zo’n dankbaar project was Swing It (2010). Tweeënveertig schommels fleurden de groene boulevard van Hasselt op en jong en oud kwam ze tegen. We hebben veel respons van buitenlandse pers gekregen. Helaas wisten ook vandalen de schommels te vinden. Voor de betrokken kunstenaars erg vervelend, maar het hoort nu eenmaal bij projecten in de publieke ruimte. We repareren het dan gewoon weer en na drie keer stoppen ze wel.

Zijn jullie ook een soort verzamelaars? JK: Vele van onze projecten zijn verzamelingen, weliswaar van voorbijgaande aard. Voor Take a Look struinden we vlooienmarkten af en kreeg iedereen een archetypisch brilletje zonder glazen, met de vraag deze te herinterpreteren. Het resultaat is driemaal geëxposeerd: eerst alleen de brillen, daarna de brillen vergezeld door een portretfoto van de designer met bril, en ten slotte de foto’s gebundeld in Take a Book. Blijvende herinnering aan iedere ‘verzameling’ is de catalogus, een begrip dat we nogal breed trekken. Bij Let’s Stick Together was dat bijvoorbeeld een wandelkaart.

Wat is jullie ultieme toekomstdroom? PR: Een internationaal reizende tentoonstelling. Met Let’s Stick Together zijn we naar Istanboel geweest. Een hele opgave om al die wandelstokken door de douane te krijgen! Samen met Nienke van der Reijden heb ik rond het thema een work­shop gegeven aan studenten van de Marmara Universiteit in Istanbul. Het resultaat is opgenomen in de expositie, alsook werk van gevestigde Turkse ontwerpers. In aanloop van deze reis droomden we ervan om in de jaren erna nog meer wereldsteden aan te doen, waarbij de collectie telkens zou groeien door bijdragen van lokale vormgevers. Jammer genoeg is het project in Turkije gestrand. JK: In feite zou het nog altijd kunnen. De ontwerpers hebben hun wandelstokken nog liggen. Voor 2013 werken we aan een project rond stropdassen dat mogelijk de potentie heeft om naar het buitenland te gaan. De schaal van het onderwerp laat toe dat het relatief compact kan worden getransporteerd. Tijdens dit project, een samenwerking met het Modemuseum Hasselt, presenteren we zowel nieuwe als historische dassen. Net als bij Let’s Stick Together, toen we wandelstokken van vóór de Tweede Wereldoorlog toonden, bij elkaar gebracht door de verwoede verzamelaar Frans de Bondt.

Wat waren de hoogtepunten? PR: Let’s Stick Together was een mijlpaal vanwege de internationale dimensie. Maar ik heb ook fijne herinneringen aan het kleinschalige buitenproject LivreLibre (1996) in Redu, het boekendorp in de Ardennen. We waren daar op uitnodiging en werden warm ontvangen. Langs een steil weggetje hebben we van enkele boeken een ellenlang boekenrek aangelegd. Een geheimzinnige constructie. JK: Ooit schreven we in ons bedrijfsplan dat we ook studiereisjes zouden organiseren. Dat was nog in de ‘gelatinetijd’. Er is weinig van gekomen, maar bij zulke buitenprojecten is het toch net of je met elkaar op kamp bent.

request to reinterpret them. The result has been exhibited three times: first, the glasses only, then the glasses accompanied by a portrait picture of the designer with glasses, and finally, the pictures bundled in Take a Book. The ongoing reminder of every ‘collection’ is the catalogue, a concept we apply rather broadly. For instance, with Let’s Stick Together this was a walking map. What were the highlights? PR: Let’s Stick Together was a milestone because of its international dimension. However, I also have fond memories of the small-sized outside project LivreLibre (1996) in Redu, the book village in the Ardennes. We were invited there and were received very heartily. Along a steep lane, we constructed a very long book shelf from a few books. A mysterious construction. JK: We once wrote in our business plan that we would also organise study trips. That was still

44

Wat drijft jullie om door te gaan? JK: Het Labo houdt ons jong. We zijn in feite grote kinderen. ‘Ga je nu alweer naar Hasselt?’ vraagt mijn familie soms. Ik heb al duizenden kilometers gereden voor Het Labo. Ik heb er een heleboel vrienden aan overgehouden. Alles wat ik doe is uit het collectief gegroeid. Zo was ik aanvankelijk geen grafisch vormgever. Mijn hele leven is ermee verbonden, ik zou niet meer zonder kunnen. PR: Daar sluit ik me bij aan. Het Labo is een beetje ons buitenechtelijke kind en ieder project is een nieuwe uitdaging. Zekerheden zijn er niet, behalve dan dat we altijd weer op ons netwerk kunnen rekenen. •

during the ‘gelatine era’. Not much came of that, but with those outside projects it does seem as if you are camping together. What drives you to carry on? JK: Het Labo keeps us young. In fact, we are big children. ‘Are you off to Hasselt again?’ my family sometimes asks. I have driven thousands of kilometres already for Het Labo. I’ve gained a lot of friends through it. Everything I do grew from the collective. I wasn’t a graphic designer originally. My whole life is connected to it; I couldn’t live without it anymore. PR: I agree with that. Het Labo is like our extramarital child, and every project is a new challenge. There are no certainties, except that, time and time again, we can count on our network. •

KWINTESSENS

DESIGN


09.

10.

09. S-eye, Simon Jones — 2006 Foto: Eddy Fliers 10. Le Voyeur 85C, Peter de Meyer — 2006 Foto: Wim Kempenaers 11. Mondif materiaal, Luc Vanlessen — 2012

11.

45

SPEELPLAATS VOOR ONTWERPERS

PLAYGROUND FOR DESIGNERS


01.

ER IS AL TE VEEL SERIEUS DESIGN JAMES VAN VOSSEL DOET ZIJN EIGENZINNIGE DING

02.

— Frank Huygens —

THERE ’S TOO MUCH SERIOUS DESIGN JAMES VAN VOSSEL DOES HIS OWN QUIRKY THING 01. Wiggy, James Van Vossel 02. Frou Frou, James Van Vossel 03. BILL, James Van Vossel. © JAMES

46

03.

KWINTESSENS

DESIGN


James Van Vossel werkt zich als designer sinds 2002 in de kijker met eigenzinnige en humoristische ontwerpen. Een resem prijzen en selecties bewijzen zijn talent. Diverse producenten aarzelen nog bij het zien van zijn oorspronkelijke visie. Vaak kijkt men niet verder dan de ‘gimmick’ van het designobject. Er is echter meer aan de hand met de ontwerpen van James Van Vossel, veel meer. James Van Vossel doorloopt diverse opleidingen voor hij zich in 2002 als zelfstandig designer vestigt. In Gent studeert hij interieurvormgeving, in Brugge voltooit hij zijn studies architectassistent, om ten slotte in Mechelen de opleiding meubelontwerp tot een goed einde te brengen. Zijn afstudeerproject aan de Mechelse hogeschool is de hoekig bewogen ligzetel Breakdancer (2002) die in essentie de typische James-aanpak toont: een ongewoon silhouet, een andere kijk op de zaak, ergonomisch comfort, én een kwinkslag. In 2007 maakt Van Vossel zijn eerste opgemerkte ver­ schijning in Vlaanderen met zijn deelname aan het populaire televisieprogramma De Bedenkers. In deze wedstrijd met een professionele jury treden diverse bedenkers voor het voetlicht. James haalt met zijn teenslippers Flips de halve finale. Bijzonder aan zijn ontwerp is dat de slippers door een beweeglijke beugel langs beide zijden gebruikt kunnen worden.

EEN EIGEN LABEL ‘JAMES’ James Van Vossel richt in 2006 zijn eigen label James op. Onder deze welluidende naam ontwerpt en produceert hij in zijn atelier diverse meubels, verlichtingsobjecten en accessoires. In de werkplaats die is ondergebracht in een boerderij in Melsele experimenteert hij langdurig met diverse vormen en materialen. James is een praktische kerel die graag zijn ontwerpen al zoekend en tastend gestalte geeft. Eens het ontwerp zijn definitieve vorm heeft verkregen, kan hij zich ertoe bewegen om het in een digitale 3D-tekening te gieten. Daar Van Vossel liever alles eigenhandig bedenkt, heeft hij

James Van Vossel has been in the spotlight working as a designer since 2002 with his quirky and humoristic designs. A series of awards and selections prove his talent. Several manufacturers still hesitate when viewing his original vision. Often people look no further than the ‘gimmick’ of the design object. However, there is more to the designs of James Van Vossel, much more.

zich diverse technieken eigen gemaakt. Zo beheerst hij de knepen van de houtbewerking na twee jaren als schrijnwerker in het interieurbedrijf Tony Vercauteren Interieur in Stekene gewerkt te hebben. Hiernaast trekt hij zich meer dan behoorlijk uit de slag in lassen, metaalbewerking, patroonontwerp, stikwerk, stofferen, lakwerk, thermoformeren, vacumeren en foamcoating. Hij beleeft aan deze noeste handenarbeid te veel plezier om het uit te besteden aan eventuele medewerkers. Van Vossel wil voeling houden met de materie die hij tijdens zovele ontwerpsessies tot prototypes kneedt. Na ontwerp en uitvoering van kleine series en unica staat de designer zelf in voor verpakking, verzending en administratieve verwerking. Vanuit zijn natuurlijk optimisme zoekt Van Vossel om design te creëren waar een hoek(je) af mag zijn. Volgens hem komt er te veel serieus design op de markt dat bovendien niets nieuws toevoegt. De zoveelste stoel in een ellenlange rij ontwerpen, is niet aan Van Vossel besteed. Zo komt hij in zijn zoektocht naar goed design met een geheel eigen signatuur, tot de creatie van objecten die onmiddellijk een glimlach ontlokken. Zelf omschrijft de ontwerper het als een ‘gimmick’. De zonnebril Frou Frou (2008) waar de getinte glazen vervangen zijn door een gordijntje van echt haar, is inderdaad een leuke vondst met hoog gimmick-gehalte. Sterker is dan de metalen dassenhanger Nestor die hij in 2008 ontwerpt voor het Nederlandse bedrijf Blitsdesign. Hij vervangt de horizontale staaf van de klassieke kapstok door een meanderende regel waardoor het voortaan mogelijk is dassen compact en netjes in de klerenkast op te hangen. Sterk in zijn eenvoud.

EEN KENTERING Vanaf 2008 raakt de carrière van James Van Vossel in een stroomversnelling. Hij krijgt diverse prijzen die hem de nodige naamsbekendheid en interessante contacten opleveren. In Keulen krijgt hij de Interior Innovation Award op de beurs IMM Cologne. Op de tweejaarlijkse designbeurs Interieur Kortrijk haalt Van Vossel met de kleurige zitbal

With his Flips flip-flops, James got to the semi-finals. An unusual feature in his design was that the slippers could be used on both sides due a movable bracket.

James Van Vossel took various courses before he set himself up as an independent designer draws in 2002. In Ghent, he studied interior design; in Bruges, he completed his studies as an architec­ tural assistant; and finally in Mechelen, he succes­ sfully completed training in furniture design. His graduation project at Mechelen University College was the angular movable couch Breakdancer (2002) that essentially displays a typical James approach: an unusual silhouette, a different view of the concept, ergonomic comfort, and, of course, a joke. In 2007, Van Vossel made his first notable appearance in Flanders when he took part in the popular television programme The Creators (De Bedenkers). In this competition with a professional jury, several inventors were put under the spotlight.

In 2006, James Van Vossel focused on his own label James. Under this harmonious name, he designs and produces various pieces of furniture, lighting objects and accessories in his atelier. He has his workshop in a farmhouse in Melsele. There, he constantly experiments with various shapes and materials. James is a practical chap who likes to give his designs a searching, sensory shape. Once the design has acquired its final form, he can convert it into a 3D digital drawing. Since Van Vossel prefers to consider everything himself, he has developed several of his own techniques. Consequently, he has mastered the tricks of the woodwork after working for two years as a carpenter with the interior design business Tony Vercauteren Interieur in Stekene. In addition, he is more than capable in welding, metalwork, pattern design, stitching, upholstery, paintwork, thermo-forming, vacuuming, and foam coating. He gets so much fun from this hard work

that he won’t outsource work to anyone else. Van Vossel wants to retain contact with the material that he has kneaded into prototypes through so many design sessions. After the design and implementation of small series and unique pieces, the designer is also responsible for the packing, shipping, and adminis­ trative side of the business. With his natural optimism, Van Vossel intends to create a design which can do without a corner. According to him, there are too many serious pieces of design on the market that add nothing new. Van Vossel has no desire to design yet another chair in a long line. And so, in his quest for good design with a unique signature, he has come up with the creation of objects that make you smile straightaway. He describes it as a ‘gimmick’. The Frou Frou sunglasses (2008), where the tinted glass is replaced by a curtain of real hair, is, of course, a great invention with a high gimmick level. Even more so is the metal tie hanger Nestor that he designed for the Dutch company Blitsdesign in 2008. He replaced the horizontal bar of the classic hat rack with a meandering line from which you can hang ties compactly and neatly in the cupboard. The essence of simplicity.

47

ER IS AL TE VEEL SERIEUS DESIGN

THERE’S TOO MUCH SERIOUS DESIGN

PRIVATE LABEL ‘JAMES’


Z-Ball (2008) de Award in de categorie ‘Working’ in huis. In 2009 voegt hij de Italiaanse Young Professional for Europe Award aan het rijtje toe. In 2009 trekt hij naar de designbeurs van Milaan waar hij deelneemt aan de Salone Satellite, een ontmoetingsplaats voor jongere, beloftevolle talenten. Op dit internationale forum verrast hij de professionele bezoekers en ontmoet hij diverse producenten die een oprechte belangstelling voor zijn ontwerpen tonen. Met de crisis worden de mogelijke projecten echter voor onbepaalde tijd on hold gezet. Met de fel roze opblaasbare pvc zitbal Z-Ball begeeft Van Vossel zich op het boeiende maar gladde terrein van het kindermeubel. Vaak wordt hier wat meewarig over gedaan, maar de guitige snaak die James Van Vossel nog steeds is, heeft er geen moeite mee. Hij neemt de zaak serieus en brengt in de zitbal zijn sterkste punten samen: een sculpturale vorm, zitcomfort, humor en kleur. Door de drie hendels op het zitvlak wordt het kind uitgenodigd om vooraan te zitten waardoor zijn rug in een gezonde S-lijn welft. De twee andere hendels ondersteunen de lenden. De jury op Interieur Kortrijk 2008 wist deze kwaliteiten te waarderen. Voor zijn neefje bedenkt James in 2010 de vrolijke kinder­schommelstoel Wiggy, in de vorm van een slak. Op een gebogen multiplex beukenhouten bodemplaat is een cilindervormig zitkussen gemonteerd. Houtbuigerij G. Desmet uit Menen

Van Vossel hoedt er zich voor om de zoveelste stoel af te leveren, zo eentje met vier poten netjes op de grond.

A TURNING POINT From 2008 onwards, Van Vossel’s carrier gained momentum. He received several awards that produced the necessary recognition and interesting contacts. In Cologne, he received the Interior Innovation Award at the IMM Cologne fair. At the biannual design fair Interieur Kortrijk, Van Vossel received the Award in the category ‘Working’ at home with the colourful sitting ball Z-Ball (2008). In 2009, he added the Italian Young Professional for Europe Award to the list. In 2009, he went to the design fair in Milan, where he participated in the Salone Satellite, a meeting place for young, promising talents. At this international forum, he surprised the professional visitors and he met several manufacturers who showed a sincere interest in his designs. However in light of the economic crisis, these potential projects were put on hold for an indefinite period. With the bright pink inflatable PVC sitting ball Z-Ball, Van Vossel became involved in the fascinating but slippery terrain of children’s furniture. Often this sector is a little too saccharine. However the cheeky rogue that is James Van Vossel has no qualms. He takes the matter seriously and brings together his strongest points in the sitting ball: a sculptural shape, comfort, humour, and colour. Using the three levers on the seat, the child is encouraged to sit at the front so his or her back is positioned in a healthy S-line. The other two levers

48

lanceert in 2010 een eerste serie van de olijke slak. Het bedrijf dat behoort tot de Europese top van houtbuigerijen, produceert al meer dan vijftig jaren gebogen houten onderdelen in massief hout en multiplex. Het levert de houten onderdelen voor meubels, muziekinstrumenten, winkelinterieurs en zit­meubilair voor scholen, bioscopen en theaters. Het bedrijf dat steeds in het talent van James Van Vossel is blijven geloven, presenteerde vóór de productie van Wiggy al diverse modellen van de jonge ontwerper op de beurs Interzum in Keulen.

BRILLEN VOOR THEO Voor de Vlaamse brillenproducent Theo ontwerpt James in 2010 nog de fel gekleurde uniseks brillen James 1 en James 2. De vorm van het montuur is geïnspireerd op het spelletje OXO. Zelfs voor een klein object slaagt de designer erin een komische noot toe te voegen. Van Vossel voelt zich verwant aan de eigenwijze kijk van Theo die met zijn brillen een comfortabele pasvorm koppelt aan een markant silhouet en een gedurfde kleurenwaaier. De samenwerking met Theo verloopt zo aangenaam dat Van Vossel naar aanleiding van de presentatie van de brillen op een beurs in Parijs een aantal passende voorwerpen mag ontwerpen. James tekent hier voor ontwerp en uitvoering van krukjes, synthetisch vilten tassen voor de handelsvertegenwoordigers en displays voor de winkels. Vervolgens realiseert James Van Vossel ook de volledige stand van Theo op een beurs in Tokyo. Een jaar later tekent de designer voor Theo de brillen James 3 en James 4. Deze keer legt hij de lat wat hoger. Van Vossel stelt zichzelf de uitdaging om een brillenmontuur uit

supporting the small of the back. The jury at Interieur Kortrijk 2008 were able to appreciate these qualities. For his nephew, James created the cheerful children’s rocking chair Wiggy (2010), in the shape of a snail. A cylindrical seat cushion is mounted on a curved wooden plate of beech plywood. Houtbuigerij G. Desmet from Menen launched a first series of the roguish snail in 2010. They are one of Europe’s top wood bending companies and they have been producing curved wooden parts in solid wood and plywood for more than fifty years. They deliver the wooden parts for furniture, musical instruments, shop interiors as well as seating for schools, cinemas and theatres. They have consistently believed in James Van Vossel’s talent; and prior to the production of Wiggy, they had already presented several models from the young designer at the Interzum fair in Cologne.

GLASSES FOR THEO For the Flemish glasses manufacturer Theo, James designed the brightly coloured unisex glasses James 1 and James 2 in 2010. The shape of the frame is inspired by the OXO game. Even with a small object, the designer manages to add in a comic note. Van Vossel has an affinity with the cheeky look of Theo that combines a comfortable fit with a striking silhouette and a bold colour range in its glasses range.

KWINTESSENS

The collaboration with Theo has been going so well that Van Vossel has been allowed to design a number of suitable objects following the presentation of the glasses at an exhibition in Paris. For these, James drew the design and finish of the stools, synthetic felt bags for trade representatives as well as the retail store displays. Then, James Van Vossel also created the entire Theo stand for an exhibition in Tokyo. A year later, he drew the glasses James 3 and James 4 for Theo. This time, he set the bar a little higher. Van Vossel challenged himself to design a spectacle frame from metal wire. He succeeds wonderfully well. Theo refined the model and the glasses were successfully launched.

JAMES AND TOM MADE FF1 In October 2009, James Van Vossel and Tom De Vrieze (1968) set up Fox & Freeze. Both designers share a common interest in spatial awareness, affordable design, and furniture. The designers want to produce a special piece. It should be a cuddle­ some non-conceptual piece of furniture that can be sold via a web shop at an affordable price. After twenty consultation sessions, the synthetic felt chair FF1 appeared. The chair is made out of a sheet of polyester felt, which is cut and drilled with holes. It is then folded and packaged. The size of the chair is determined by the maximum dimensions of the cardboard box that can still be sent at

DESIGN


04. Granny, James Van Vossel FFI, James Van Vossel & Tom De Vrieze

49

04.

ER IS AL TE VEEL SERIEUS DESIGN

THERE’S TOO MUCH SERIOUS DESIGN


05.

05. Nestor, James Van Vossel © JAMES 06. Z-ball, James Van Vossel

06.

50

KWINTESSENS

DESIGN


één metalen draad te ontwerp. Hij slaagt er wonderwel in. Theo schaaft het model bij en de brillen worden met succes gelanceerd.

W W W.JAME SVANVOS SEL .BE

JAMES EN TOM MAKEN FF1

In oktober 2009 richten James Van Vossel en Tom De Vrieze (1968) het label Fox & Freeze op. Beide ontwerpers delen eenzelfde interesse in ruimtelijk denken, betaalbaar design en meubels. De ontwerpers willen met een bijzonder object voor de dag komen. Het moet een aaibaar niet-conceptueel meubel zijn dat via een webshop aan een betaalbare prijs verkocht kan worden. Na een twintigtal overlegmomenten komt de synthetisch vilten zetel FF1 te voorschijn. De zetel wordt gemaakt uit één vel polyestervilt dat wordt versneden en waarin gaatjes worden geboord, vervolgens geplooid en verpakt. De omvang van de zetel wordt bepaald door de maximale afmetingen van de kartonnen doos die met de Belgische post wereldwijd nog tegen een betaalbare prijs verzonden kan worden. In een ludiek Youtube-filmpje demonstreert James Van Vossel al springend hoe sterk de zetel wel is. Op geregelde momenten komen de twee ontwerpers samen om enkele exemplaren te fabriceren. Tot nu toe zijn er 107 exemplaren verkocht voor de aangename prijs van € 299 per stuk. De ‘zitring’ Hoopsa (2009) oogst niet het succes dat James verwacht. De gebogen multiplex beukenhouten ring is voor een argeloze bureauwerker inderdaad een merkwaardig meubel om te bestijgen. De ontwerper presenteerde de zitring in licht gewijzigde vorm opnieuw onder de naam Bill tijdens Ventura op Interieur 2012. Op de onderzijde van de ring is nu een antislip coating aangebracht die de gebruiker wat meer zekerheid biedt. Het ergonomische concept is onveranderd: dynamisch zitten met open heuphoek en ondersteunde lenden, optimale wendbaarheid en een goede bloeddoor­ stroming van heupen en knieën. Na jaren van tastend ontwerpen hoopt hij net als met de zetel FF1 nu de juiste snaar te raken met een ontwerp dat comfortabel en eigenzinnig is. Beide zitobjecten stralen eenzelfde sculpturale kracht uit en kunnen ongedwongen in de leefruimte staan.

Als vrolijk gestemd mens wijst James in diverse interviews op de gimmick in zijn ontwerpen. Een aantal van zijn creaties zijn inderdaad vooral een object met een sterke gimmickwaarde, zoals de zonnebril Frou Frou en het vogelhuisje Bird-Hotel (2009). Zijn beste ontwerpen zijn evenwel veel rijker door hun gelaagde dimensie. Bij Van Vossel dient een goed designobject in de eerste plaats functioneel te zijn. Dit betekent meteen dat een meubel ook ergonomisch verantwoord moet zijn. James, die al eens last heeft van zijn rug, is bijzonder gevoelig voor het zitcomfort van zijn stoelen en zetels. Als designer van een jonge generatie heeft hij vanzelfsprekend oog voor de ecologische kwaliteit van het voorwerp. De speelvogel in James vertoont een bijzondere affiniteit met het interactieve karakter van het designobject. De consument kan met een aantal van James’ bedenksels ook zijn eigen gangen gaan. Met de stoel Granny (2010) mag de gebruiker meteen met een bol wol aan de slag voor het maken van een patroon naar eigen kleur en smaak. De teenslippers Flips gaan twee kanten uit. En met de zetel FF1 van Fox and Freeze krijgt de klant een voorwerp in de bus waar hij zelf het laatste touwtje in handen moet nemen. Dit alles wordt voorzien van een esthetisch aangename vormgeving die voortvloeit uit de functie van het designobject. Maar wat een ontwerp van James Van Vossel tot een echte ‘James’ maakt, is wel de eigenzinnige twist die hij aan het voorwerp geeft. De verrassende ‘hoek af’ is echter geen goedkope noch gratuite truc die hij er op het einde van de bereiding aan toevoegt. De eigenzinnige benadering sluipt er al van bij de experimentele ontwerpfase in. Van Vossel hoedt er zich voor om de zoveelste stoel af te leveren, zo eentje met vier poten netjes op de grond. Design mag voor hem best leuk zijn. Bij dit alles hoort uiteraard een felle kleur die zorgt voor een vrolijke noot in het al te vaak grijze designlandschap. Zachte pasteltinten zijn niet aan James Van Vossel besteed. De ontwerper zelf hult zich graag in een sober zwart. Het handschrift van James Van Vossel is na jaren van tastend zoeken tot een volwaardige en hekenbare signatuur uitgegroeid. Het wordt tijd dat zijn ontwerpen door een gepassioneerde producent op de productieband worden gezet. •

an affordable price with the Belgian post office to anywhere in the world. In a playful You Tube video, James Van Vossel demonstrates how strong the chair is whilst jumping on it. At regular intervals, the two designers come together to make several copies. So far, 107 copies have been sold for the reasonable price of € 299 each. The Hoopsa ‘ring chair’ (2009) did not yield the success that James expected. The curved beech plywood ring is indeed a remarkable piece of furniture to climb into for an unsuspecting office worker. The designer presented the seat ring in a slightly modified form under the name Bill at the Ventura show during the Interieur Biennale in Kortrijk in October 2012. On the underside of the ring, a non-slip coating has now been applied to give users more reliability. The ergonomic concept is unchanged: dynamic seating with an open hip angle and supported lumbar region, maximum agility and good flow of blood to the hips and knees. After years of bold design, he hopes to sound the right note with a design that is comfortable and quirky. Just as with the FF1 chair. Both chairs

emanate the same sculptural force and can easily stand in the living room. As a cheerful individual, James points out the gimmick of his designs in several interviews. Some of his creations are indeed mainly objects with a strong gimmick value, such as the Frou Frou sunglasses and the Bird Hotel birdhouse (2009). However, his best designs are much richer thanks to their layered dimensions. In Van Vossel’s opinion, a good design object must primarily be functional. This also means that a piece of furniture should be ergonomic as well. James, who already has back problems, is particularly aware of the comfort factor of his chairs and seats. As a designer from a young generation, he is obviously aware of the ecological quality of the object. The playful child in James has a special affinity with the interactive nature of a design object. With a number of James’ creations, the consumer can also do his own thing. With the Granny chair (2010), the user can start straightaway with a ball of wool to create a pattern with its own colour and flavour. The Flips sandals can be worn both ways. Furthermore, with the FF1 chair from

Fox and Freeze, the customer receives the object in the post-box and will have to take charge of the final steps. All of this is provided with an aesthetically pleasing design resulting from the function of the design object. But what makes a design by James Van Vossel into a true ‘James’ is the quirky twist that he gives to each object. The surprising ‘off angle’ is neither cheap nor a gratuitous trick that he adds at the end of the process. This unique approach is even creeping into the experimental design stage. Van Vossel is careful in the delivery of the umpteenth chair checking that each of the four legs stands neatly on the floor. Design should be fun for him. Of course, a bright colour that creates a cheerful note in the all too often grey landscape of design is part of all this. Soft pastels are not for James Van Vossel. The designer happily envelops himself in sober black. James Van Vossel’s hand has, after years of groping around, developed into a mature and recognisable signature. It is high time for an enthusiastic producer to puts his designs on the production line. •

51

ER IS AL TE VEEL SERIEUS DESIGN

THERE’S TOO MUCH SERIOUS DESIGN


01.

GEEN DERTIEN IN EEN DESIGN OVER DE ONTWERP­E N VAN NORAYR KHACHATRYAN EN STIJN RUYS — Koen Van der Schaeghe —

NO THIRTEEN IN A DESIGN THE DESIGNS OF NORAYR KHACHATRYAN AND STIJN RUYS

02.

01. YZ, Norayr Khachatryan 02. 02, Stijn Ruys © Bert De Leenheer

52

KWINTESSENS

DESIGN


W W W.NOR AY R.NE T

Norayr Khachatryan en Stijn Ruys (alias Guilielmus) zijn twee ontwerpers die imperfecte perfectie nastreven. Sterke concepten presenteren ze, soms ‘met een hoek af’. Beiden tasten de grenzen af van productontwerp en beeldende kunst. Ze bieden hun werk in gelimiteerde oplages aan in galeries. Design wordt zo haast toegepaste kunst in plaats van industrieel ontwerp. En ook al zoeken ze de limiet, kunstenaars voelen ze zich niet. Ze blijven ontwerpers, in spreidstand tussen twee werelden. Norayr Khachatryan houdt ervan om voorbij het vertrouwde te kijken: met productontwikkeling bezig zijn maar tegelijkertijd lonken naar architectuur. Hij schakelt tussen disciplines en begeeft zich voortdurend op onbekend terrein. Thinking outside the box: Norayr doet het van jongs af. De geboren Armeniër emigreerde op 16-jarige leeftijd naar Mechelen. Na een taalbad combineerde hij vier jaar lang schoollopen met werken in een houtbewerkingsatelier. De bescheiden ontwerper kwam er voor het eerst in contact met de designwereld. Vandaag is Norayr 29 jaar en schrijft hij zijn eigen verhaal, tegelijk ingetogen en gewaagd. “Mijn moeder was kleermaakster en mijn vader bouw­ ingenieur. Geen van beide richtingen wilde ik uit, en dus ben ik tussen die twee stoelen gevallen. Mijn ouders zijn niet zozeer kunstzinnig, maar wel creatief. Er hing altijd een ‘ateliersfeer’ in huis. Tussen maken en dromen, tussen design en kunst: daar bevond zich mijn wereld. Ik was steeds aan het knutselen, zonder echt een doel te hebben. Uitvinder of ontwerper … als kind ben je ze allebei.”

BALANS “De opleiding interieurvormgeving aan Sint-Lukas in Brussel was een kantelmoment. In het eerste jaar werd mijn conceptuele denken aangescherpt. Vervolgens stond het architecturale karakter centraal. In het derde jaar koos ik resoluut voor productdesign. Bijzonder geboeid raakte ik tijdens mijn stage bij Danny Venlet. Toen werkte ik ook aan mijn afstudeerproject, de tafel N7.” Hoewel de poten een heel vreemde positie innemen – een geslaagde trompe-l’oeil – staat de tafel perfect in evenwicht. Het effect is magisch. Met deze tafel kreeg Norayr veel aandacht op internationale blogs en hij veroverde er het hart van de Italiaanse producent Casamania mee, tijdens de tentoonstelling Tables Talk in 2007. “Naast Danny Venlet speelde ook Giovanna Massoni, designcritica

Norayr Khachatryan and Stijn Ruys (alias Guilielmus) are two designers who strive for imperfect perfection. They present strong concepts, sometimes ‘with a corner missing’. They both grope for the limits of product design and visual art. They present their work in limited volumes in galleries. Design almost becomes applied art instead of industrial design. And even when searching for the limit, they don’t feel like artists. They’re still designers, floating between two worlds.

en drijvende kracht achter dit initiatief, een belangrijke rol in het begin van mijn loopbaan. Mijn grote pluspunt was dat ik een afgewerkt product had. Met een gewaagde schets krijg je immers gauw het etiket ‘onrealiseerbaar’, terwijl mijn ontwerp wél bijval oogstte. Wat mij aantrok, was het experiment met techniek en balans.” Norayr ontdekte dat productontwerp in het verlengde ligt van architectuur. Zijn ontwerpen steunen op originaliteit en een superieure vorm. Zijn groeiende oeuvre grossiert in door­dachte ontwerpen mét een knipoog. Als design moet prikkelen en nieuwe ervaringen aanbieden, dan raakt Norayr alvast de juiste snaar. “Ik wil zowel vormelijk als qua materiaal verantwoorde keuzes maken, zonder trends te volgen.” Opvallend is zijn collectie geometrische lampen, YZ genaamd: “Een samenstelling van drie of vijf houten modules geeft het concept gestalte. Alle modules hebben dezelfde hoeken, waardoor ze makkelijk te combineren en in elkaar te schuiven zijn, zoals taartstukken. Ook de Rhombus is bijzonder: een boekenplank met schuine lijnen die ruiten vormen. De kast lijkt wel een insect op vier lange poten. Dezelfde modules komen terug in zijn meest recente ontwerp, de T3/4, een tafel bestaande uit metalen boxen met een specifieke hoekige vorm. Ook hier wordt gejongleerd met hoeken en volumes, ook hier geeft Norayr de gebruiker de vrijheid om zelf keuzes te maken.

KIEMEN Een echt handschrift heeft hij naar eigen zeggen niet, al zijn er wel terugkerende elementen in Norayrs werk. Door de hoekige vormen hebben zijn ontwerpen iets kubistisch, maar dat blijkt geen bewuste referentie: “Ik denk niet in stijlen. Bij elk nieuw ontwerp onderzoek ik wat de ideale vorm is en welke productietechnieken ik het best hanteer. Het is een kick om dingen te doen die ik nooit eerder heb gedaan. Ik leef volgens het principe dat je al doende leert. Dat doe ik met elk nieuw product, met elke nieuwe richting in het labyrint der vormen, ook met elke ruimtelijke inkleding. Het interieur van het RITS-café was een echte tour de force. Op anderhalve maand hebben we dat klaargespeeld: van een synthese van de buurt, over het maken van een mood board, tot de effectieve realisatie van een bar met het patina van een oud Brussels café. Het was ook nieuw omdat je met het vormgeven van een volledig interieur antwoordt op een context, een functie en een omgeving. Alle factoren communiceren met elkaar en je moet de juiste taal vinden.” 

around without really having a sense of purpose. Inventor or designer? As a child, you’re a bit of both.”

Norayr Khachatryan loves to look beyond the familiar: being occupied with product development, but ogling architecture at the same time. He switches between disciplines and finds himself constantly

on unfamiliar territory. Thinking outside the box: Norayr has been doing it since childhood. The native Armenian emigrated to Mechelen at the age of 16. After immersing himself in the language, he spent four long years combining school with work in a woodworking workshop. The modest designer made contact with the world of design for the first time. Today, Norayr is 29 years old and is writing his own story, modest and daring at the same time. “My mother was a dressmaker and my father an engineer. I didn’t want to follow in either of their footsteps, so I fell between two stools. My parents are not really artistic, but they are creative. There was always a ‘workshop atmosphere’ at home. Between creating and dreaming, between design and art: that was my world. I was always tinkering

53

GEEN DERTIEN IN EEN DESIGN

NO THIRTEEN IN A DESIGN

BALANCE “Interior design at St Lukas in Brussels was a turning point. My conceptual thinking grew sharper as early as the first year. The architectural character then took centre stage. In the third year, I opted resolutely for product design. Full of excitement, I ended up at Danny Venlet for my work placement. At that time, I was also working on my final project, the table N7.” Although the legs adopt a very strange position (a successful trompe-l’oeil), the table is perfectly balanced. This has a magical effect. With this table, Norayr has attracted a lot of


Hij werkt onafhankelijk, maar flirt wel met de markt. “Met de jaren groeit het besef dat zowel ontwerper als producent op dezelfde wip zitten en elkaar nodig hebben. Ik denk liever niet in omzet- en oplagecijfers, al móét dat soms als je ervan wil leven. Ik verkies de vrijheid. Als een producent mijn ontwerp naar zijn hand wil zetten, dan haak ik af.” Norayr is een twijfelaar. Hij noemt zich een intuïtieve denker en een onrustige doener, iemand die geniet van het experimentele werk en te gemakkelijke ideeën uit de weg gaat. Hij laveert tussen controleren en loslaten. “Ik word vaak geïnspireerd door lelijke dingen, onaffe elementen, mankementen … Achteraf blijken dat soms kiemen te zijn van iets, want wat kan je beschouwen als het begin van een ontwerp? Het moment dat je een eerste aanzet geeft tot iets is vaak ongrijpbaar. Ik zit altijd met mijn hoofd bij mijn werk. Pragmatisch ontwerpen doe ik niet, maar in een tweede fase stel ik wél al mijn resultaten in vraag. Twijfelen is voor mij essentieel in het creatieproces.”

“Ik wil zowel vormelijk als qua materiaal verant­woorde keuzes maken, zonder trends te volgen.” 

attention on international blogs and won the heart of the Italian producer Casamania during the exhibition Tables Talk in 2007. “Apart from Danny Venlet, Giovanna Massoni, design critic and the driving force behind this initiative, also played an important part in the early days of my career. My biggest plus point was that I had a finished product. After all, a daring draft often gets labelled as ‘unrealistic’, whereas my design was gaining approval. What attracted me was experimenting with technique and balance.” Norayr discovered that product design was a continuation of architecture. His designs are based on originality and a superior shape. His growing work collects well thought out designs with a wink. If design has to stimulate and provide new experiences, then Norayr strikes the right cord. “I want to make responsible choices in shapes and materials without following trends.” His collec­ tion of geometrical lamps, which is called YZ is quite striking: “A composition of three or five wood mod­ ules gives the concept some shape. All modules have the same angles so that they are easy to combine and slide into each other, like pieces of cake. The Rhombus, too, is special: a Bookshelf with slanting lines, which form windows. The cup­board looks like an insect on four long legs. The same modules return in his latest design, the T3/4, a table consisting of metal boxes with a specific angular shape. Here, too, he juggles with angles and volumes and Norayr gives users the freedom to make their own choices.

BEDRIEGLIJK Als kunst wat mag wringen en meubelontwerp eerder functioneel moet zijn, dan weet Stijn Ruys beide mooi aan elkaar te koppelen. Hij breekt er een hoek af, of een poot. Letterlijk. In het schemergebied tussen kunst en design ontwerpt hij op een bedrieglijk simpele manier. Bij Stijn krijgen banale voorwerpen een upgrade, een tweede functie, een dubbele bodem. Vaak zijn het visuele hoogstandjes waarin het aanschouwelijke belangrijker is dan het puur functionele, al verliest Stijn de gebruiksfunctie nooit uit het oog. Stel: er zijn geen opdrachtgevers, noch commerciële eisen of consumentencriteria. Dan is de ontwerper eenzijdig overgeleverd aan zijn nieuwsgierige en onderzoekende geest. Beeld je daarenboven in dat de ontwerper zijn volwassen blik afwerpt en zijn werk door kinderogen bekijkt. In zo’n wereld vertoeft de 34-jarige Stijn Ruys. Hij kleurt graag buiten de lijntjes en ontwerpt tafels en stoelen met drie poten. Het helpt wellicht dat Stijn een jonge vader is: “Mijn werk gaat over hoe we dingen zien en interpreteren. De meest complexloze blik is deze van een kind. Ik ga met klassieke, iconische vormen aan de slag en zeg: uiteindelijk hoeft het zo niet te zijn. Dat is de dubbele bodem in mijn werk. Die herinterpretatie vind ik boeiend. Ik vertrek vanuit een doorgedreven analyse van de definitie en functie van meubelen. Het boeiende is om alles 

Norayr himself claims that he doesn’t really have a trademark, even though there are some

recurring elements in his work. The angular shapes give his designs something cubist, but it seems it’s not a deliberate credential: “I don’t think in styles. With each new design, I consider the ideal shape and the production techniques which I can best deploy. I get a kick out of doing things that I’ve never done before. I live by the principle of learning by doing. I do that with each new product, each new direction in the labyrinth of shapes, and also with each spatial presentation. The interior of the RITS café was a real tour de force. We managed that in just six weeks: from a synthesis of the neighbourhood and creating a mood board to the actual completion of a bar with the patina of an old Brussels café. It was also new because when you design a complete interior, you respond to a context, a function, and surrounds. All factors communicate with each other and you need to find the right language.” He works independently, but flirts with the market. “Over the years, I’ve realised more and more that both designers and producers are on the same line and need each other. I prefer not to think in terms of turnover and storage figures, although sometimes you have to in order to make a living. I’ve chosen for freedom. If a producer wants to take control of my design, I pull out.” Norayr is a doubter. He calls himself an intuitive thinker and a restless go-getter, someone who enjoys experimenting and gives ideas a wide berth all too easily. He shifts between control and release. “I’m often inspired by frightful things, unfinished elements, and defects. Sometimes, those things later prove to be germs of something, because what can you regard as the start of a design? It’s often difficult to pinpoint the moment that something first enters your head. I’m always

If art can cause some friction and furniture design has to be rather functional, then Stijn Ruys knows how to relate the two neatly. He literally breaks off a corner or a leg. In the twilight zone between art and design he makes designs in a deceptively simple manner. Stijn gives banal objects an upgrade, a second function, or even a hidden meaning. These are often a visual tour de force in which the outward appearance is more important than the purely functional, although Stijn never loses sight of the utility function. Imagine that there were no clients, commercial demands, or consumer criteria. That would hand a designer over completely to his or her spirit of curiosity and enquiry. Moreover, imagine that a designer discards his or her adult gaze and looks at the work through the eyes of a child. That is the world of the 34-year-old Stijn Ruys. He likes to think differently and designs chairs and tables with three legs. The fact that Stijn is a young father probably helps: “My work is about how we see and interpret things. The simplest gaze is that of a child. I start with classical, iconic shapes and say that really it doesn’t have to be like this. That’s the hidden meaning in my work. I find this reinterpreta­ tion exciting. I start with a driven analysis of the definition and function of furniture. The exciting thing is to leave behind everything you know.” Functional evidence is questioned. The startling  feature of a table designed by Guilielmus is that

54

KWINTESSENS

DESIGN

GERMS

thinking about my work. I don’t do pragmatic designs, but in the second phase I do question my results. For me, doubt is an essential part of the creative process.”

DECEPTIVE


04.

03.

03. Rhombus, Norayr Khachatryan 04. Norayr Khachatryan 05. T3/4, Norayr Khachatryan

05.

55

GEEN DERTIEN IN EEN DESIGN

NO THIRTEEN IN A DESIGN


06.

07.

08.

06. 03, Stijn Ruys © Bert De Leenheer 07. 05, Stijn Ruys © Bert De Leenheer 08. 07, Stijn Ruys © Bert De Leenheer

56

KWINTESSENS

DESIGN


W W W.GUILIELMUS.BE

wat je weet opnieuw te vergeten.” Functionele evidenties worden in vraag gesteld. Het verrassende aan een tafel van Guilielmus is dat hij telkens iets anders oproept: langs één zijde een perfect stabiel klassiek meubel, vanuit een ander oogpunt een sculptuur die lijkt om te gaan vallen. Je kan er twintig keer omheen lopen en je ziet telkens wat anders. Hij wil de evidentie doorbreken en een vormentaal creëren waarbij het zoeken naar een visuele spanning centraal staat. Elk verwachtingspatroon slaat hij aan diggelen. “Ik maak visueel interessante meubels die hun functie niet verliezen. Ik kan geen dingen maken die onbruikbaar zijn. Dat ligt niet in mijn natuur. En daar onderscheid ik mij van kunstenaars: een stoel met drie poten die niet kan blijven rechtstaan is geen gebruiksobject meer. Maar ik vertrek ook niet zoals een designer vanuit een behoefte om antwoorden of oplossingen te bieden.” Het tafeltje 05 is een mooi voorbeeld van hoe onwillekeurig en ingenieus zijn concepten in elkaar steken: een simpel zwart tafeltje met drie poten, gepositioneerd in een gelijkzijdige driehoek. Hij maakte van deze evenwichts­ oefening verschillende prototypes, tot het helemaal goed zat. De beweging heeft het effect van een elegante dame die door de ruimte stapt, het tafeltje zelf de simpele klasse van een little black dress. Afhankelijk van het gezichtspunt word je gecon­ fronteerd met totaal verschillende beelden van hetzelfde object. Door de wisselwerking tussen vorm, schaduw en perspectief zijn de objecten voortdurend onderhevig aan verandering.

GEOMETRIE Design wordt vaak gebruikt als een middel om complexiteit toe te voegen aan een banaal voorwerp. Stijn doet precies het omgekeerde: hij neemt een poot weg. De tafel 07 is nu reeds een icoon. Op het campagnebeeld staat hij bovenop de tafel,

“It’s all about the child in yourself. If you lose that, you lose your sense of amazement.” 

net waar de poot ontbreekt. Een beeld zegt meer dan duizend woorden. “Zowel vormelijk als qua stabiliteit was het een hele zoektocht. Maar toch kwam ik steeds op hetzelfde uit, met een parallellogram als grondvlak voor de poten. Wijzig je de hoekgrootte of het perspectief, dan klopt het niet meer. Wellicht is er wiskundig maar één oplossing. Het lijkt simpel.” Heel bijzonder is ook de 08, gebaseerd op het archetype van een stoel maar door de dunne pootjes en de twee materialen krijg je een abstracte vorm. Door het Dali-gehalte lijkt de stoel haast te zweven. “Mijn allereerste stuk was de tafel 01, mijn afstudeerproject. Ik noem het een eindfase van alle experimenten tijdens mijn studie. 03 bestaat uit een bank en tafel die een spiegeling van elkaar vormen. Het hierdoor verkregen perspectief is erg boeiend.” “Het gaat om het kind in jezelf. Als je dat kwijtraakt, verlies je de verwondering.” Aan het Lessius in Mechelen studeerde Stijn Ruys interieurvormgeving en meubelontwerp. “Van het eerste maakte ik mijn beroep. Het is de tegenpool van mijn vrij werk en dus wél functioneel, verkoopbaar en klantgericht. Het laat me toe om mijn vrij werk te doen. Als ik voor mezelf werk als Guilielmus, volg ik slechts mijn persoonlijke visie.” Hij maakt wel tien modellen van een ontwerp vooraleer hij tot de definitieve vorm komt: “Ik fabriceer zelf mijn prototypes. Eens een object af is, zijn toegevingen uit den boze. Objecten moeten mijn stempel dragen.” Zijn realisaties maken deel uit van hetzelfde verhaal, een verhaal waarin hij de gebruiker graag op het verkeerde been zet. Hij bezondigt zich niet aan ‘leuke’ meubels die na een jaar alweer passé zijn. Een twist geeft hij zijn meubels wel mee. Met gevoel voor humor leidt dit tot een tafel met drie poten of een schijnbaar zwevende stoel, tentoongesteld en te koop aangeboden in het circuit van de designgaleries. •

The table 05 is a good example of how instinctively and ingeniously his concepts fit together: a simple black table with three legs, positioned in an equilateral triangle. He made several prototypes of this balancing exercise until he got it right. The movement has the effect of a refined lady stepping elegantly through the room, whilst the table itself has the mere class of a little black dress. Depending on your perspective, you are confronted by totally different images of the same object. The interaction of shape, shadow, and perspective opens up the objects to constant change.

he always evokes something different: on the one hand, a perfectly stable, classical piece of furniture, but from a different perspective a sculpture which looks as if it’s going to fall over. You can walk around it twenty times and you always see something different. He wants to break through the evidence and create a language of shape which gives centre stage to the quest for visual excitement. He smashes all forms of expectation to smithereens. “I make visually attractive furniture, which doesn’t lose its function. I can’t make things which have no practical use. That’s not in my nature. And that’s the difference between me and artists: a chair with three legs which always falls over is no longer fit for use. Yet, as a designer, I don’t start with a need to provide answers or solutions.”

Design is often used as a means of adding complexity to a banal object. Stijn does exactly the opposite: he removes one of the legs. The table 07 is already an icon. In the publicity picture he stands on the table right above the missing leg. A picture says more than a thousand words. “It was a real quest for both shape and stability. Yet I always ended up with the same thing, with a parallelogram as the base for the legs. Change the angle size or the perspective and it doesn’t work any more. Mathematically, there’s probably only one solution. It looks simple.” Equally special, too, is the 08, which is based on the archetype of a chair, but the thin legs and the two materials give

57

GEEN DERTIEN IN EEN DESIGN

GEOMETRY

you an abstract shape. The Dali content makes the chair look as though it’s almost floating. “My very first piece was the table 01, my final study project. I call it the final phase of all the experiments of my student days. 03 consists of a bench and table which reflect each other. The created perspective is extremely exciting.” “It’s all about the child in yourself. If you lose that, you lose your sense of amazement.” Stijn Ruys studied interior design and furniture design at the Lessius College in Mechelen. “I made a career of the former. It’s completely different to my free work and therefore it is functional, commercial, and client-oriented. It enables me to do my free work. When I work for myself like Guilielmus, I merely follow my own personal point of view.” He made ten models of a design before arriving at a definitive shape: “I make my own prototypes. Once an object is finished, concessions are simply not on. Objects have to bear my mark.” His projects are part of the same story, a story in which he likes to set the user off on the wrong track. He’s not guilty of producing ‘nice’ furniture which is out of fashion within a year. However, he does give his furniture a twist. With a sense of humour, this leads to a table with three legs or a seemingly floating chair, exhibited, and put on sale on the design gallery circuit. •

NO THIRTEEN IN A DESIGN


01. Shadylace, Sywawa 02. Frou Frou, Sywawa 03. Chester, Bert & Dennis voor Dark 04. Shadylace, Sywawa

02.

01.

03.

DIT IS LEUK, DIT GAAN WE MAKEN HET NON-CONFORMISME VAN PRODUCTIE-­ BEDRIJVEN SYWAWA EN DARK — Roel Jacobus —

THAT’S NICE — LET’S MAKE IT! THE NONCONFORMITY OF PRODUCTION COMPANIES SYWAWA AND DARK 04.

58

KWINTESSENS

DESIGN


Creativiteit loont. Dat bewijst de collectie sun & fun parasols van Sywawa, het merk dat weer schwung verleende aan fabrikant Symo. Het vroeg van ondernemer Pierre Christiaens wel een aparte aanpak. Sywawa kwam niet zomaar uit de lucht vallen. Moeder­ bedrijf Symo werd al in 1932 in Brugge opgericht. In 1993 kwam Pierre Christiaens in dienst. Toen hij acht jaar geleden het bedrijf overnam, kwam hij op de tuinmeubelbeurs Spoga in Keulen tot een nieuw inzicht: “Ik vroeg me af waarom er zo weinig bezoekers waren. Toen viel me op dat de pakweg 200 aanbieders van parasols allemaal hetzelfde brachten. Een geoefend oog zag zelfs dat alles uit dezelfde vier of vijf grote Chinese fabrieken kwam. Dan is het niet te verwonderen dat mensen afhaken”, steekt Christiaens van wal. Hij haalt er ondertussen een oer-Brits boek bij: A History of the Umbrella door T.S. Crawford. “Sinds de parasol 3000 jaar geleden in Assyrië werd uitgevonden, veranderde het principe nauwe­ lijks. Je hebt nog steeds een mast, baleinen en een doek. Voor de hedendaagse markt is dat een afgezaagd verhaal. Maar het probleem op het spoor komen is één ding, een oplossing ervoor bedenken is nog iets anders. Hoe konden we iets doen om het product parasol weer aantrekkelijk te maken?” Pierre Christiaens zag wel iets in het verhaal van verlicht­ingsfabrikant Dark van streekgenoot Marnick Smessaert, die toen al een tijdje buiten de traditionele lijntjes kleurde. Hij zocht contact en samen spraken ze een externe designer aan. “We zagen het ontwerp Shadylace door Droog Design op een zeer beperkte schaal gerealiseerd, nauwelijks het stadium van prototype ontgroeid. Het klikte meteen toen zij reageerden met ‘aha, eindelijk iemand die dit kan maken’.”

“Hoe konden we iets doen om het product parasol weer aantrekkelijk te maken?”

Creativity pays off. The proof lies in the sun & fun collection of parasols from Sywawa, the mark which has once again given manufacturer Symo a touch of verve. This definitely required a different approach from owner Pierre Christiaens.

Christiaens begreep direct dat hij een aparte strategie moest hanteren. De Shadylace viel helemaal buiten het klassieke Symo-gamma van tuin- en reclameparasols. “De nieuwe ontwikkeling appelleerde aan zó’n andere leefwereld dat we er een tweede merknaam voor creëerden: Sywawa, met een knipoog naar het hondenras, met een vrolijk ritmische klank en toch ook refererend naar de beginletters van het moederbedrijf. In de loop der jaren groeide de productlijn met tal van ontwerpen.” U koos dus bewust een aparte plaats voor design ‘met een hoek af’? pierre christiaens: Ik ben niet zo tuk op het begrip ‘met een hoek af’. Dat klinkt negatief, alsof het product niet meer in orde is, terwijl dat wel het laatste is wat je kan zeggen over deze hoogkwalitatieve collectie. Niet voor niets won Sywawa al negen internationale designprijzen. Uitermate trots ben ik op de IF Gold Award 2009 voor onze Breezer. Hoe verloopt het proces? PC: Meestal komt een designer met tekeningen. Vervolgens begeleidt onze interne ingenieur productont­w ikkeling het volledige traject tot een produceerbaar en reproduceerbaar product. Het is belangrijk dat elk object een functioneel en goed product is. Na 80 jaar weten we perfect aan welke eisen een parasol moet voldoen. Deze collectie betekent meer dan zomaar een ‘zottigheid’, want ook deze parasols moeten duurzaam zijn, bestand tegen weer en wind, zon en regen. Ze moeten steeds bruikbaar blijven, anders spreek je over zuivere kunst. Produceren doen we deels in eigen huis, deels in onderaanneming. Die keuze hangt af van de optimale prijs-kwaliteitverhouding van elk onderdeel of het geheel. Hoe anders moet u de markt aanpakken voor Sywawa dan voor de traditionele Symo-producten? PC: De eindgebruiker is verschillend. De keuze voor een Symo-parasol berust op rationele elementen: duurzaamheid, degelijkheid, gebruiksgemak. Voor Sywawa komt daar emotie bovenop: schoonheid, verrassing, geestigheid. Zo is onze Frou Frou uit 2006 opgenomen in Forms with a Smile, uitgegeven door Stichting Kunstboek. De Frou Frou is typisch een

Sywawa did not simply appear from nowhere. Parent company Symo was formed in Bruges back in 1932. In 1993, Pierre Christiaens started working for the company. Eight years ago, when he took over the company, he gained a fresh insight at the Spoga garden furniture show in Cologne, Germany: “I wondered why there were so few visitors. Then I realised that about 200 parasol traders were all more or less selling the same thing. A trained eye even discerned that everything came from the same

four or five top Chinese factories. And so, it’s no wonder that people don’t show up,” Christiaens continues. In the meantime, he has picked up a primitive British book: A History of the Umbrella by T.S. Crawford. “Since the parasol was discovered in Assyria 3000 years ago, the principle has hardly changed at all. You still have a mast, stiffeners, and a cloth. Today’s market sees that as a hackneyed story. However, it’s one thing to trace the problem, but it’s another matter to come up with a solution. What could we do to make parasols more attractive?” Pierre Christiaens felt there was something in the story of lighting manufacturer Dark, owned by fellow local Marnick Smessaert, who had already been thinking along unconventional lines for some time. He contacted him and together they approached

an external designer. “We saw the Shadylace design by Droog Design completed on a very limited scale, hardly outgrowing the prototype phase. It clicked at once when they reacted with relief that someone was finally making that product.” Christiaens realised at once that he needed a different strategy. The Shadylace fell well outside the scope of the traditional Symo range of garden and advert parasols. “The newly developed product appealed to a different social class, so we created a new brand name for it: Sywawa, sounding like the breed of dog, with a joyful, rhythmic ring, and yet still retaining the first two letters of the parent company. Over the years, the product line has expanded to include scores of designs.”

59

DIT IS LEUK, DIT GAAN WE MAKEN

THAT’S NICE — LET’S MAKE IT!


parasol die mensen willen aanraken, horen, zien bewegen. In tegenstelling tot de klassieke parasols die zo statisch mogelijk moeten zijn, zochten wij specifiek het effect van wind, van beweging op. Mensen worden er happy van. Hoe evolueert Sywawa ten opzichte van Symo? PC: Sywawa groeide sneller dan Symo en opende internatio­naal deuren. Symo is goed voor de nabije markt, want dergelijke klassieke producten vinden Amerikanen bijvoorbeeld ook dichtbij huis. Sywawa daarentegen is uniek, voor evenementen of voor klanten die zich willen onderscheiden. Wij verkopen wereldwijd, en niet alleen in de echt zonnige landen. Vandaag wordt de stijl van de huisinrichting naar buiten doorgetrokken. De betere horecazaak heeft voor zijn terras niet meer genoeg aan een reclameparasol en wat plastic stoeltjes. De jongste jaren kende Symo wegens de economische crisis en slechte weersomstandigheden niet de verhoopte

So you deliberately chose a separate place for design ‘with a corner missing’? pierre christiaens: I’m not keen on the expression ‘with a corner missing’. It sounds so negative, as if the product is faulty, yet that’s the last thing you can say about this high-quality collection. Sywawa hasn’t won nine international design awards for nothing. I’m particularly proud of the IF Gold Award of 2009 for our Breezer. What is the procedure? pc: Usually, a designer supplies some drafts. Then, our internal product development engineer supervises the entire trajectory towards a product which can be produced and reproduced. It’s important that each object is a good and functional product. After 80 years, we are well aware of the requirements for a parasol. This collection represents more than just a ‘craze’, since these parasols also have to be durable to withstand sun, wind, and rain. They always have to be serviceable, or otherwise you’re talking about pure art. We do part of the production ourselves and we also outsource part of the work. This choice depends on the optimal price/quality ratio of each component or the whole product. What’s different about your approach to the market for Sywawa than for the traditional Symo products? pc: The end users are different. People choose a Symo parasol on perfectly rational grounds: durability, reliability, and user-friendliness. By contrast, Sywawa evokes an emotional element: beauty, surprise, and liveliness. For example, our Frou Frou from 2006 was included in Forms with a Smile,

60

groei, maar dankzij de unieke marktpositie van Sywawa staan we wel steviger. Toch blijft het een nichemarkt. Hoe gaat u om met concurrentie? PC: Een aantal spelers bieden schaduwoplossingen maar ik denk dat wij toch uniek zijn in producten en verfrissende ideeën. Voor onze sun & fun designparasols zie ik weinig concurrentie. We hebben een aantal sterke modellen die commercieel een hele tijd meekunnen. Het moeilijkste wordt het aanhouden van het bereikte niveau. Dus, creativiteit loont? PC: Daar ben ik van overtuigd. Creativiteit is de motor van hetgeen wij doen. België scoort hoog in domeinen als kunst, reclame, verlichting … Weet je dat de architect van Hotel Ushuaïa op Ibiza ons vond door ‘crazy parasols’ te googlen? Dat zegt genoeg.

published by Stichting Kunstboek. The Frou Frou is typically a parasol which people want to touch, hear, and see in motion. Traditional parasols have to be as static as possible, but we were looking specifically for the effect of wind, namely motion. That makes people happy.

is the motor of what we do. Belgium scores well in areas such as art, publicity, and lighting. Did you know that the architect of Hotel Ushuaïa on Ibiza found us by typing in ‘crazy parasols’ on Google? That says it all.

How is Sywawa getting on in comparison with Symo? pc: Sywawa has grown faster than Symo and has opened international doors. Symo is only really successful on the local market because, further afield, Americans, for example, can find similar traditional products nearer to home. By contrast, Sywawa is unique and for events or clients wanting to stand out from the rest. We sell all over the world, not only in really sunny countries. Today, the style of house design is being applied outdoors as well. Up-market catering establishments need more than just a publicity umbrella and a few plastic seats for their terraces. In recent years, due to the economic crisis and bad weather, Symo has not enjoyed the desired growth, but thanks to the unique market position of Sywawa we’re in a much better position. Yet it’s still a niche market.

W W W.SY WAWA .BE

How do you respond to competition? pc: Some players offer shadow solutions, but I think we’re unique in products and new ideas. I don’t see much competition for our sun & fun design parasols. We have several strong models, which can still sell for some time to come. The hardest thing is to maintain our existing levels. So creativity pays off? pc: Yes, I’m quite convinced of that. Creativity

KWINTESSENS

DESIGN


05.

05. Frou Frou, Sywawa 06. La Cage, Stefan Schöning voor Dark 07. Franje, Marcel Reulen voor Dark

06.

07.

61

DIT IS LEUK, DIT GAAN WE MAKEN

THAT’S NICE — LET’S MAKE IT!


08.

09.

08. Tsjoepy, Anthony Duffeleer voor Dark 09. Animal, Quentin Decoster voor Dark

62

KWINTESSENS

DESIGN


TUSSEN DE GRIJZE MUIZEN Je moet al een hoek af hebben om je verlichtingsbedrijf Dark te noemen. En om vervolgens kleurrijk te verschillen van de aluminium eenheidsworst. En om na een desastreuze versmelting in een grote groep, weer de touwtjes in handen te nemen en terug te keren naar passionele creativiteit. Typisch Dark, typisch Marnick Smessaert. “Wat is design met een hoek af?” Marnick Smessaert neemt in Maldegem meteen de vraag over en lanceert een monoloog: “Bij de keuze van de producten vraag ik me af: doet het ontwerp mij iets? Raakt het mij? Je ziet het graag of niet, er moet altijd iets van love it or hate it inzitten. Ik probeer geen non-dingen te maken. Ten tweede kan je je afvragen of hetzelfde moet gelden voor de designer? Daarbij is het vooral belangrijk dat ik met de persoon kan filosoferen, aangenaam discussiëren. Als je door succesverhalen bladert, dan zie je dat creatieve mensen non-conformistische dingen doen, zoals chefkok Kobe Dewulf of theatermaker Johan Heldenbergh. Dan ben je ook al automatisch een stuk anders. Ik werk trouwens altijd met anderen. Ik ben zelf geen designer. En dus laat ik dingen op mij afkomen. Pas bij het economische verhaal neem ik de zaak in handen.” Dark deelde de voorbije jaren in de neergang van de groep 2 B Delighted, waaraan Smessaert het bedrijf had overgelaten. Om zijn geest­ eskind van de ondergang te redden, kocht hij in november 2011 het handelsfonds terug en maakte een herstart: “Tussen Dark 1 en Dark 2 is de wereld veel veranderd. Economisch ziet het er voor de projectmarkt niet goed uit. Maar na al die jaren blijft bij

“Ik wil iets nieuws doen, terwijl conformisten geld willen verdienen.”

mij nog steeds de verwondering over waartoe creativiteit in staat is, de vraag hoe iemand het in zijn kop gekregen heeft om precies dát te maken, dát uit te vinden? Hoe creëer je zo’n idee? Waar zit die ene fractie van een seconde, dat ene bepalende moment? Dat blíjft mij verwonderen.” “Een goed object communiceert, spreekt. Ik kreeg onlangs per e-mail een tof productontwerp van een jonge gast, Quentin Decoster uit Luik. Ik heb hem gebeld en hij is hier geweest. Ik weet nu al dat we de komende tijd samen dingen gaan doen maar vraag me niet hoeveel dat zal kosten. Ik hou van zijn handengevoel en zijn handtekening in zijn ontwerpen. Zijn tafeltje Animal was te zien in de Dark-collectie op Interieur afgelopen oktober. Ik ben benieuwd wat hij de komende jaren uit zijn mouw gaat schudden.” Hoe ver ga je in het zoeken naar creativiteit? Marnick Smessaert: Kijk eens naar de evolutie van de verlichtingsproducten. Tien jaar geleden was het gros van de verlichting rond of vierkant en in aluminium. Vandaag is dat rond of vierkant en in zwart-wit. [roept] Wie heeft beslist – de Unesco, de Gatt … ? – dat verlichting in zwart en wit moet zijn? Stel je voor dat hetzelfde zou gelden voor auto’s, huizen, kleren? In handen van majors werd het verlichtingsaanbod op volle kracht uitgebouwd, alles volgens dezelfde spiraal van snelle commerce. Maar als alle muizen grijs zijn, dan kan je beter kleur hebben ... Men zegt ook dat van mij ‘een hoek af is’. Ik ben licentiaat aardrijkskunde en zat daarna in de verkoop van meubelen en verlichting, onder meer voor de ontwerpen van Maarten Van Severen. Maar origineel zijn, iets anders doen dan de rest, is toch makkelijker en vooral veel leuker? Ik wil iets nieuws doen, terwijl conformisten geld willen verdienen. Ben je dan als ondernemer niet verplicht om winst te maken? MS: Het gaat om prioriteiten. Je mag producten aanpassen, maar je mag er hun ziel niet uithalen. Dark 2 is minder ‘zot’ dan Dark 1. Toch wil ik geen voorzichtige dingen maken. Weet je dat het succes van Apple, het bedrijf met de grootste

“What is design with a corner missing?” Marnick Smessaert in Maldegem takes up the question at once and launches into a monologue: “With the choice of products, I ask myself if the design does anything for me. Does it appeal to me? You either like it or you don’t. There always has to be something of love it or hate it. I try not to make non-objects. Secondly, you might wonder if the

same applies to the designer? It’s important for me to philosophise with a person and have pleasant discussions. If you glance at success stories, you see that creative people do nonconformist exploits, such as top chef Kobe Dewulf or actor Johan Heldenbergh. That automatically sets you apart. For that matter, I always work with others. I’m not a designer myself, so I let things take their course in that respect. I only control financial matters.” In recent years, Dark has been associated with the decline of the 2 B Delighted group, to which Smessaert had entrusted the company. To save his brainchild from extinction, he repurchased the company in November 2011 and made a fresh start: “Between Dark 1 and Dark 2 the world became a different place. Economically, the situation looks quite bleak for the project market. Yet after all

these years I’m still amazed by creative capacity, the question of how on earth anyone has ever made THAT or invented THAT? How do you create such an idea? Where is that fraction of a second, that one defining moment? That always amazes me.” “A good object communicates; it speaks. Recently, I had an e-mail from a young lad, Quentin Decoster from Liege, with a super product design. I telephoned him and he came here. I already know we can work together in the coming days, but don’t ask me what it’s going to cost. I love his handiness and the style in his designs. His Animal tablet was on show in the Dark collection at Interieur last October. I’m interested to see what he’ll come up  with in the next few years.”

63

DIT IS LEUK, DIT GAAN WE MAKEN

THAT’S NICE — LET’S MAKE IT!

BETWEEN THE GREY MICE You must be a screw loose somewhere to call your lighting company Dark. And then to differ colourfully from the aluminium sameness. And, after a disastrous fusion into a big group, to take control again and return to fervent creativity. Typical of Dark, typical of Marnick Smessaert.


W W W.DARK .BE

marktwaarde ter wereld, gebaseerd is op het werk van één ontwerper, Jonathan Ive? Zij waren de eersten die een niet-grijze computer op de markt brachten. Ik kocht mijn eerste Apple precies omdat hij blauw was. Zo sterk is de scheppende kracht van één man. In de periode dat Dark deel uitmaakte van 2 B Delighted werd over een idee ieders mening gevraagd, tot het idee ‘doodgepraat’ was. De succesfactor bij het huidige Dark is dat ík beslis. Pas op, ik heb ook kemels geschoten! Maar no balls, no glory. Ik heb er geen spijt van. Je moet durven iets in de markt te smijten, anders ben je veroordeeld om een volger te blijven. Ik moet maar twee dingen echt goed kunnen: elke dag creatief zijn en verkopen. Dark geeft vandaag rechtstreeks werk aan 14 mensen en een 35-tal indirect. Zij staan in voor verkoop, productontwikkeling en assemblage. Die assemblage is voor ons de laatste kwaliteitscontrole. Want als de techniek faalt, dan crasht alles. Word je soms niet zwetend wakker met het idee dat er geen ontwerpen meer zullen komen? MS: Neen, de laagdrempeligheid van het internet speelt in mijn voordeel. Hoewel Dark al heel wat ontwerpers op de wereldkaart zette, geraken ook kleine jongens hier nog binnen. Wie creativiteit in zich heeft, moet iemand tegenkomen die erop kickt en de kunst verstaat om het in de markt te zetten. Iemand die zegt ‘ja, dit is leuk, dit gaan we maken’.

“You have to dare to throw something onto the market.” 

How far do you go in the search for creativity? marnick smessaert: Look at how lighting products have moved on. Ten years ago, most lights were round or square and in aluminium. Today, that’s round or square and in black-white. [shouts] Who decided that lights have to be in black and white? Unesco? The Gatt? Imagine that the same applied to cars, houses, or clothes? In the hands of seniors the range of lights expanded at full speed, everything geared towards quick commerce. But if all the mice are grey, it’s best to have some colour. They say that ‘one of my corners is missing’. I’ve got a degree in geography, and then I sold furniture and lighting, including for designs by Maarten Van Severen. Yet being original and doing something different is easier and surely it’s much more fun? I want to do something new, but conformists only want to earn some money.

Het moet natuurlijk nog licht blijven geven, maar qua vormgeving is alles mogelijk. Hier komt niemand een ‘job’ uitoefenen. We beseffen dat we samen iets tofs doen. De erkenning van 52 design awards straalt ook af op het hele team. De enige beperking waar we niets aan kunnen doen, is de productiekost. In onze projectmarkt is het prijsbesef zeer groot, zeker nu de banken kritisch omspringen met financiering. Daarom hangt budgettaire voorzichtigheid in de lucht. Hier dus geen luxueus paleis: al ons geld gaat naar de verkoop, de promotie en de producten. Voert het internationale succes opnieuw de druk op om te groeien? MS: Precies door te grote ambities is Dark 1 helemaal mislukt. Groei is geen aandachtspunt op zich. Dark 2 staat nu pas op poten, de komende jaren wil ik eerst op kruissnelheid komen en pas daarna kunnen we groeien. Intussen proberen we steeds nieuwe dingen, zoals een eerste meubelstuk. In samen­ werking met architect-designer Anthony Duffeleer maakten we voor BMW Wijnegem de zetels No Car. De vorm is een knipoog naar de typische ‘Hofmeister-knik’ in de BMW-neus. Wilhelm Hofmeister was in de jaren 50 en 60 hoofd van de BMW-ontwerpafdeling. Inderdaad, ook weer het verhaal van één man die zijn creatieve stempel drukte op een heel bedrijf. •

Dark 2 is less ‘crazy’ than Dark 1. Yet I don’t want to create things in a spirit of caution. Did you know that the success of Apple, the company with the highest market value in the world, was based on the work of just one designer, Jonathan Ive? They were the first ones to launch a non-grey computer on the market. I bought my first Apple precisely because it was blue. The creative power of one man can be that strong. In the period that Dark was part of 2 B Delighted, everyone was asked their opinion on an idea until they had ‘talked the idea to death’. The success factor at Dark today is that I make the decisions. Mind you, I’ve put my foot in it too! But, no guts, no glory. I don’t regret it. You have to dare to throw something onto the market. Otherwise, you’re condemned to a life of conformity. I only have to do two things really well: be creative every day and sell products. Today, Dark employs 14 people directly and provides work indirectly for about 35. They’re responsible for sales, product development, and assembly. That assembly is our final quality control. If technology fails, then everything crashes.

Aren’t you obliged as an entrepreneur to make a profit? ms: It’s all about priorities. You can adapt products, but you musn’t take away their soul.

Do you ever lose sleep over the fear that no more designers will turn up? ms: No! The Internet has a low threshold and that plays into my hands. Although Dark has already put several designers on the world map, we also give new and young talent a chance. Anyone with any creativity has to meet someone who can give them a kick start and understands art to put it on the market. Someone who says, ‘Yes,

64

KWINTESSENS

that’s nice! Let’s make it!’ Of course, it still has to provide light, but as regards design all things are possible. Here, no one just ‘comes to work’. We realise that we’re doing something enjoyable together. The recognition of 52 design awards is a reflection on the entire team. The only limitation outside our control is the cost of production. In our project market people are exceptionally price-conscious, certainly now that the banks are handling financing in a critical manner. That’s why there an air of budgetary caution on the horizon. There’s no luxury palace here: all our money goes on sales, promotion, and the products. Does your international success put you under more pressure to grow? ms: It was precisely because of too much ambition that Dark 1 failed completely. Growth is not a focal point in and of itself. Dark 2 has just got to its feet, so in the next few years I’d like to get up to cruising speed and then we can grow. In the meantime, we’re always trying new things, such as an initial piece of furniture. In partnership with architect-designer Anthony Duffeleer, we made the No Car seats for BMW Wijnegem. The shape is a reflection of the typical ‘Hofmeister-kink’ in the BMW nose. In the 1950s and 60s, Wilhelm Hofmeister was head of the BMW design division. Indeed, yet again, the story of one man who made a creative impression on an entire company. •

DESIGN


NIEUWS & AGENDA


NIEUWS DESIGN VLAANDEREN NIEUWS

Op donderdag 15 november opende de Jules Wabbes Editions 2010-tentoonstelling in de Design Vlaanderen Galerie. De tentoonstelling, die aansluit bij de tentoonstelling Jules Wabbes Furniture Designer in Bozar, legt niet alleen de nadruk op Wabbes’ modernisme, maar doet ook nadenken over de rol die designbedrijven spelen in het behoud van het designerfgoed. Art director van de Jules Wabbes Editions 2010 is Luc Vincent. Er zijn edities te zien geproduceerd door Angelo Rugs, Bulo, Serax, Souveraine, Vervloet en Wever & Ducré. Curator van de tentoonstelling is Giovanna Massoni. De tentoonstelling is te bezoeken in de Design Vlaanderen Galerie tot 13 januari 2013. Na de tentoonstelling over Jules Wabbes opent op 24 januari 2013 Paradigm, waarbij toegepaste kunst uit Noorwegen en Vlaanderen in dialoog gaan. Op 15 januari 2013 worden de Henry van de Velde Awards & Labels uitgereikt. Over de Awards mogen we nog niets zeggen. De producten die een Label ontvangen geven we wel al mee: Beams, aluminium radiatoren met accessoires, ontworpen door Wim Segers en Bob Segers (Studio Segers) voor Vasco; Hybrid, een vouwmes ontworpen en gerealiseerd door Filip De Coene; Marina, een picknickbank, tafel en kuipstoeltje ontworpen door Bruno Fattorini & Partner voor Extremis; MIOS (Museum In Onze Straat), sociale cohesie op straatniveau in stedelijke gebieden, ontworpen door Concrete in samenwerking met Pantopicon; Nomad, een herlaadbare en draagbare zonnelamp ontworpen door Alain Gilles (The Studio) voor O’Sun; Subjective Atlas of Hungary en Subjective Atlas of Mexico, ontworpen door Annelys de Vet; Tuinhaspel, tuinslang met automatische haspel ontworpen door Concrete voor ZEE. De

66

tentoonstelling Henry van de Velde Awards & Labels 2012 is te bezoeken van 16 januari tot 2 maart 2013 in de Loketten van het Vlaams Parlement. In december 2013 wordt België gastland op de Business of Design Week in Hong Kong. Dit is een gezamenlijke actie van Vlaanderen, Brussel en Wallonië, en dit zowel voor design, architectuur als mode. Ook dit jaar wordt een actie ondernomen. Er wordt aan 20 topmensen uit de designwereld in Hong Kong op 4 december een diner aangeboden op de residentie van de Consul-generaal. Dit wordt een echte designervaring georganiseerd door Maison Caro. Er worden tafels gedekt met werk van Linde Hermans, Marie Mees en Cathérine Biasino, Ann Van Hoey, Bram Boo, Dik Scheepers, Nedda El-Asmar, Roos Van de Velde, Piet Stockmans, Michaël Verheyden, Unfold, Studio Andersom, Veerle Van Overloop, Christiane Hoegner, Elisabeth Leenknegt, Hugo Meert, Cathérine Lovatt, Karen Wuytens, Lore Langendries, Jan Marechal, Davy Grosemans, Roel Vandebeek, Caroline Dobbs en Raphaël Charles. Deze totaalervaring wordt aangevuld met dans van Valerie Mertens en eten van Filip Fransen en Philippe Moriau. Aansluitend bij het diner wordt ook een receptie georganiseerd voor de deelnemers aan de economische missie. Design Vlaanderen organiseert binnen het kader van het Designplatform Vlaanderen ASPIRE, een Executive Design Leadership Programme voor designbureaus, een kort en krachtig programma om de groei bij designbureaus te stimuleren. Voor de praktische en inhoudelijke input werkt Design Vlaanderen samen met de Antwerp Management School en met Michael Thompson en Emma Collins (Design Connect). Het is een intens vierdaags programma op hoog niveau, speciaal gecreëerd voor 15 geselecteerde design­

KWINTESSENS

bureaus, uitgerold over drie à vier maanden. De start vond plaats op 23 november 2012. Op 14 december organiseert CultuurInvest, het investeringsfonds voor de culturele en creatieve industrie van PMV, een infosessie voor onder­ nemers in de designsector. In samenwerking met Design Vlaanderen komt u tijdens deze namiddag alles te weten over de werking van CultuurInvest. Designer Michaël Verheyden komt vertellen op welke manier CultuurInvest iets heeft kunnen betekenen voor de groei van zijn bedrijf. Wie een bedrijf wilt oprichten in de designsector en financiering zoekt, wie als designondernemer de volgende stap wilt zetten met zijn bedrijf of wie gewoon wil weten wat CultuurInvest kan bieden, is van harte welkom in de Design Vlaanderen Galerie, Kanselarij­ straat 19, 1000 Brussel, van 14u tot 16u. Inschrijven kan via cultuurinvest@pmv.eu met vermelding van naam, voornaam, bedrijf/organisatie en het aantal personen waarmee u wil deel­ nemen. PRIJZEN

Vlaams minister van Cultuur Joke Schauvliege heeft tijdens Interieur 2012 in Kortrijk de Vlaamse Cultuurprijs voor Vormgeving uitgereikt aan vormgeefster Anita Evenepoel. De jury prees de veelzijdige Anita Evenepoel voor haar rol als vaandeldrager voor het experiment, een voorbeeld van hoe passie een drijfveer kan vormen. Anita Evenepoel is textielontwerpster, materiaalspecialiste, experimenteel modeontwerpster. Packaging designbureau Quatre Mains krijgt opnieuw internationale erkenning. Dit jaar was het werk van Quatre Mains goed voor maar liefst twee zilveren en één bronzen Pentawards in de categorie Beverages en Food met nieuwe verpakkingen voor supermarktketen Delhaize,

DESIGN

diepvrieswinkel O’Cool en Lima, producent van biologische en vegetarische voeding. Andere Belgische laureaten zijn Mona Lisa, dat een zilveren Pentaward voor Only Soup ontving; Coca-Cola Belgium kreeg een bronzen award. Tuur Van Balen kreeg een Special Jury Award op Bio 23, de Biënnale voor Industrieel Design in Ljubljana voor zijn project DNA Hacking Yoghurt. De Belgische jury van de James Dyson Award koos voor het project van Arne Pauwels. Arne Pauwels – die dit jaar afstudeert als productontwikkelaar aan de Artesis Hogeschool – ontwierp de Baridi, een transporteerbare klimaatkamer voor landbouwers in Subsahara Afrika. 40% van het geproduceerde fruit en groenten gaat verloren door slecht transport en het gebrek aan koeling. Baridi – wat ‘koud’ betekent in het Swahili – creëert condities die voor de gewassen zo geschikt mogelijk zijn, zonder dure en energieverslindende koelinstallaties. Het enige wat je nodig hebt, is de zon en een klein beetje water. De installatie verlengt de houdbaarheid van één tot twee dagen tot meer dan een week en verlaagt de verliezen tot slechts 5%. Koen Geurts won de Red Dot Award Best of the Best 2012 voor het jaarverslag van theater Zeebelt. Eerder dit jaar ontving hij al een bronzen European Design Award voor dit jaarverslag. Het bureau Choco won een Red Dot Award voor haar eigen huisstijl. De Nomad-lamp, een ontwerp van Alain Gilles voor O’Sun, kreeg een Design For Asia Gold Award. Het ontwerp kreeg ook al een Henry van de Velde Label. Hélène De Ridder werd geselecteerd voor de tentoonstelling Banality and Grace te Bratislava, met de werken A Symphony of Grace en A Symphony of Banality.


NEWS DESIGN FLANDERS NEWS On Thursday 15 November, the Jules Wabbes Editions 2010 exhibition opened its doors in the Design Flanders Gallery. The exhibition, which is held in conjunction with the Jules Wabbes Furniture Designer exhibition in Bozar, does not just focus on Wabbes’ modernism, but it also evokes the role of design agencies in safeguarding our design heritage. The art director of Jules Wabbes Editions 2010 is Luc Vincent. Visitors will be able to see pieces produced by Angelo Rugs, Bulo, Serax, Souveraine, Vervloet and Wever & Ducré. The curator of the exhibition is Giovanna Massoni. The exhibition can be seen in the Design Flanders Gallery until 13 January 2013. On 24 January 2013, after the end of the Jules Wabbes exhibition, the Paradigm exhibition will open. This will be a dialogue between applied art from Norway and Flanders. On 15 January 2013 we will see the unveiling of the Henry van de Velde Awards & Labels. We are sworn to silence for the time being about these awards. However we are allowed to mention the products that have been awarded a label: Beams, aluminium radiators with accessories designed by Wim and Bob Segers (Studio Segers) for Vasco; Hybrid, a folding knife designed and produced by Filip De Coene; Marina, a picnic bench, table and bucket seat designed by Bruno Fattorini & Partner for Extremis; MIOS (Museum In Our Street), social cohesion in the street in urban districts, conceived by Concrete in partnership with Pantopicon; Nomad, a rechargeable and portable solar lamp designed by Alain Gilles (The Studio) for O’Sun; Subjective Atlas of Hungary and Subjective Atlas of Mexico, designed by Annelys de Vet; Tuinhaspel, garden hose with automatic reel designed by Concrete for ZEE. The Henry van de Velde Awards & Labels 2012 exhibition will run from 16 January to 2 March in De Loketten in the Flemish Parliament. In December 2013 Belgium will host the Business of Design Week in Hong Kong. This is a joint venture of

67

Flanders, Brussels and Wallonia and covers design, architecture and fashion. A special event will be held again this year. 20 leading personali­ ties from the world of design will be invited to attend a dinner in Hong Kong on 4 December at the residence of the Consulate General. This will be a real design experience organised by Maison Caro. Tables will be covered with work by Linde Hermans, Marie Mees en Cathérine Biasino, Ann Van Hoey, Bram Boo, Dik Scheepers, Nedda El-Asmar, Roos Van de Velde, Piet Stockmans, Michaël Verheyden, Unfold, Studio Andersom, Veerle Van Overloop, Christiane Hoegner, Elisabeth Leenknegt, Hugo Meert, Cathérine Lovatt, Karen Wuytens, Lore Langendries, Jan Marechal, Davy Grosemans, Roel Vandebeek, Caroline Dobbs and Raphaël Charles. This total experience will be further enhanced by dance by Valerie Mertens and food by Filip Fransen and Philippe Moriau. After the dinner, a reception will be held for members of the economic mission.

design sector and is looking for financing; design entrepreneurs who want to take their company one step further or simply anyone who is interested in what CultuurInvest has to offer, is welcome in the Design Flanders Gallery, Kanselarijstraat 19, 1000 Brussels, between 2 p.m. and 4 p.m. You may register via cultuurinvest@pmv.eu quoting your first name, surname, name of company/organisation and the number of people wishing to attend.

As part of the Design Platform Flanders, Design Flanders will be organising ASPIRE, an Executive Design Leadership Programme for design agencies. This is a short and powerful programme to encourage growth among design agencies. Design Flanders worked on the practical and content aspects with the Antwerp Management School and with Michael Thompson and Emma Collins (Design Connect). This is an intensive 4-day high-level programme, created especially for 15 selected design agencies and it will roll out over three to four months. It will start on 23 November 2012.

The packaging design agency Quatre Mains received another international recognition. This year the work of Quatre Mains earned it no less than two silver and one bronze Pentawards in the category Beverages and Food with new packaging for the supermarket chain Delhaize, the frozen food store O’Cool and Lima, manufacturer of organic and vegetarian food. Other Belgian winners were Mona Lisa that won a silver Pentaward for Only Soup and Coca-Cola Belgium that won a bronze award.

On 14 December CultuurInvest, the PMV investment fund for the cultural and creative industry, will hold an info session for entrepreneurs in the design sector in cooperation with Design Flanders. This is an afternoon during which you will be able to discover all about how Cul­tuurInvest works. Designer Michaël Verheyden will talk about how CultuurInvest contributed to the growth of his company. Anyone who is looking to set up a company in the

NIEUWS

PRIZES Joke Schauvliege, the Flemish Minister for Culture awarded the Flemish Culture Prize for Design to the designer Anita Evenepoel during Interieur 2012 in Kortrijk. The jury praised the multi-talented Anita Evenepoel for her role as standard bearer for experimentation, an example of how passion can act as motivation. Anita Evenepoel is a textile designer, specialist in materials and experimental fashion designer.

Tuur Van Balen won a Special Jury Award at Bio 23, the Biennial for Industrial Design in Ljubljana for his project DNA Hacking Yoghurt. The Belgian jury for the James Dyson Award chose the project by Arne Pauwels. Arne Pauwels, who graduated this year in product design from the Artesis College, designed Baridi, a mobile cold room for farmers in Sub-Saharan Africa. 40% of the fruit and vegetables grown there are lost through poor transport and lack of refrigeration. Baridi,

NEWS

which means ‘cold’ in Swahili, creates optimal conditions for crops without expensive and energy-con­ suming refrigeration installations. All that is needed are sunshine and little bit of water. The installation extends the shelf life by anything from one to two days to more than a week, and reduces waste to just 5%. Koen Geurts won the Red Dot Award Best of the Best 2012 for the annual report for the Zeebelt Theatre. Earlier this year, he had already received a bronze European Design Award for the same annual report. The design agency Choco won a Red Dot Award for its own corporate style. The Nomad lamp, designed by Alain Gilles for O’Sun, won the Design for Asia Gold Award. The design also won a Henry van de Velde Label. Hélène De Ridder was selected for the exhibition Banality and Grace in Bratislava that featured A Symphony of Grace and A Symphony of Banality.


Jules Wabbes editions 2010

Design vlaanDeren galerie Kanselarijstraat 19, 1000 Brussel {vlakbij de Sint-Michielskathedraal} Open op: dinsdag tot vrijdag van 12 tot 17 uur; zaterdag en zondag van 13 tot 17 uur, en op afspraak. Gesloten op maandag en op 25 december 2012, 1 en 2 januari 2013.

www.designvlaanderen.be


AGENDA TENTOONSTELLINGEN BELGIË ANTWERPEN

Jonge Makers Denkers Dromers: Gijs Van Vaerenbergh AWJGGRAUaDVVTAT. The ambition of the Territory. Vlaanderen als ontwerp tot 06.01.2013 De Singel Desguinlei 25 03 248 28 00 www.desingel.be Madame Grès: Sculpturale Mode tot 10.02.2013 Modemuseum Nationalestraat 28/1 03 470 27 70 www.momu.be Kris Campo Track & Traces #1 – Me, My Family & I tot 16.12.2012 Pop Up Gallery Pourbusstraat 15 Gerrit Thomas Rietveld tot 11.01.2013 Studio Job Begijnenvest 8 03 232 25 15 www.studiojob.be Vic Janssens: Uitgelezen tot 05.05.2013 Umicore Zilverpaviljoen Hanzestedenplaats 15 Bela Silva & Benoît Van Innis: A Mesa tot 27.01.2013 Valerie Traan Reyndersstraat 12 0475 75 94 59 www.valerietraan.be BRUGGE

Menno Jonker, Richard Meitner, Pia Raeymaekers, Mariken Dumon van 01.12.2012 tot 20.01.2013 Art-O-Nivo Wollestraat 25 050 33 50 61 www.artonivo.be

69

BRUSSEL Intersections#2: Achilles, Lucile Soufflet, Diane Steverlynck tot 06.01.2013 Atomium Eeuwfeestlaan www.atomium.be Jules Wabbes (1919-1974) tot 13.01.2013 North-South Rail Connection van 07.12.2012 tot 27.01.2013 Bozar – Paleis voor Schone Kunsten Ravensteinstraat 23 02 507 84 30 www.bozar.be Potlac by Beatrice Brovia tot 29.12.2012 Caroline Van Hoek Contemporary Art Jewellery Van Eyckstraat 57 www.carolinevanhoek.be Jules Wabbes Editions 2010 tot 13.01.2013 Paradigm: Toegepaste kunst uit Noorwegen en Vlaanderen in dialoog van 24.01.2013 tot 17.03.2013 Design Vlaanderen Galerie Kanselarijstraat 19 02 227 60 68 www.designvlaanderen.be Ex-Side: Hugo Meert – A.T. Biltereyst tot 11.01.2013 Galerie Dupuis Sylvain Dupuislaan 251 www.landbouwkrediet.be Lise Duclaux: et le monde est plongé dans la pénombre tot 15.12.2012 ISELP Waterloolaan 31 02 504 80 70 www.iselp.be Handmade Pruiken, korsetten en kniebroeken tot 31.12.2012 Museum voor het Kostuum en de Kant – Internationale Kantbiënnale Violetstraat 12 02 213 44 50 musea.brussel.be

AGENDA

Happy Christmas Clay tot 22.12.2012 Puls Contemporary Ceramics Kasteleinsplein 4 02 640 26 55 www.pulsceramics.com Lore Van Keer – Geneviève Deleu tot 20.12.2012 Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie Lombardstraat 67 Henry van de Velde Awards & Labels 2012 van 16.01.2013 tot 02.03.2013 Vlaams Parlement IJzerenkruisstraat 99 02 552 46 46 www.vlaamsparlement.be DEINZE

Ann Van Hoey tot 20.01.2013 Museum van Deinze en de Leiestreek Lucien Matthyslaan 3/5 09 381 96 70 www.museumdeinze.be

Ran Zhang: The Phoenix Statement tot 26.01.2013 Galerie Pont&Plas Hooiaard 6 (hoek Graslei) 09 225 07 69 www.pontenplas.be De Belgische tegelindustrie gevloerd en betegeld, van Art Nouveau tot Seventies tot 10.03.2013 MIAT – Museum voor Industriële Archeologie en Textiel Minnemeers 9 09 269 42 00 www.miat.gent.be HAACHT

Glastentoonstelling Kunststichting Perspektief van 14.12.2012 tot 16.12.2012 GC Den Breughel Wespelaarsesteenweg 85 www.haacht.be HASSELT

DEURNE

Uitgelezen Zilver tot 03.03.2013 Zilvermuseum Sterckshof Hooftvunderlei 160 03 360 52 52 www.zilvermuseum.be ERPE

Vladimir Groh & Yasuyo Nishida, Horst Göbbels, Willy Van Bussel, Anima Roos, Jan vander Elst e.a. tot 23.12.2012 Galerij Pi kwadraat2 Dorpsstraat 75 053 80 14 12 users.telenet.be/paul.yperman/ paulpikwadraat.html GENT

Schoonhoven Silver Award 2012 Shiro Kuramata (1934-1991) tot 24.02.2013 Design museum Gent Jan Breydelstraat 5 09 267 99 99 www.design.museum.gent.be

AGENDA

Dressing the 20th Century. De 20ste Eeuw Aangekleed tot 06.01.2013 Modemuseum Hasselt Gasthuisstraat 11 011 23 96 21 www.modemuseumhasselt.be Abäke: All The Knives (Any printed story on request) tot 16.02.2013 Toegepast 17 tot 17.02.2013 Z33 Zuivelmarkt 33 011 29 59 60 www.z33.be HEUSDEN-ZOLDER

Koen Vanmechelen: Combat Combat: Battle of the Rings tot 16.12.2012 De Mijlpaal Brugstraat 45A 011 43 52 02 www.demijlpaal.com


AGENDA TENTOONSTELLINGEN HORNU

SENEFFE

MÜNCHEN

C. Aiello et les Designers tot 16.12.2012 Space Oddity: Design / Fiction tot 10.03.2013 Grand-Hornu Images 82, rue Sainte Louise 065 65 21 21 www.grand-hornu-images.be

Le XVIIIe, Le Bijou, La Femme tot 17.02.2013 Domaine du Château de Seneffe – Musée de l’Orfèvrerie 6, rue Lucien Plasman 064 55 89 92 www.chateaudeseneffe.be

Stefan Wewerka: Across the board. tot 03.02.2013 Die Neue Sammlung, Museum für Angewandte Kunst Türkenstrasse 15 +49 89 27 27 250 www.die-neue-sammlung.de

KORTRIJK

TIELRODE

Portfolio 2012 tot 16.12.2012 Broelmuseum Broelkaai 6 056 27 77 80 www.broelmuseum.be

Feesttafel te koop tot 06.01.2013 Galerie Sofie Lachaert St. Jozefstraat 30 03 711 19 63 www.lachaert.com

Künstlerisches Spielzeug – Spielerische Kunst tot 22.12.2012 Galerie Handwerk Max-Joseph-Strasse 4 +49 89 595584 www.hwk-muenchen.de.galerie

LEUVEN

DUITSLAND

Roeland Kotsch tot 05.01.2013 ‘t Rood Huys Parijsstraat 62 016 20 62 41 www.troodhuys.be LIÈGE

Une vie de chapeau tot 31.12.2012 Musée de la Vie Wallonne Cours des Mineurs www.viewallonne.be LOMMEL

De Schenking. Donatie van de private glascollectie Embrechts-Ryckaert tot 10.03.2013 Glazen Huis. Vlaams Centrum voor Hedendaagse Glaskunst Dorp 14b 011 540 221 www.hetglazenhuis.be MORLANWELZ

Henry Bauchau tot 24.02.2013 Musée royal de Mariemont 100, ch. De Mariemont 064 21 21 93 www.musee-mariemont.be RONSE

Pretty Smart Textiles tot 16.12.2012 TIO3 Oscar Delghuststraat 60 055 21 80 07 www.tio3.be

70

FRECHEN

Keramikpreis 2012 der Frechener Kulturstiftung tot 13.01.2013 Keramion Bonnstrasse 12 +49 2234 228 91 www.keramion.de HANAU

Das Tertiär in der Umgebung von Hanau Total Stahl – Stahlpreis 2011 tot 10.01.2013 Gesellschaft für Goldschmiedekunst – Deutschen Goldschmiede­haus Altstädter Markt 6 +49 61 81 25 65 56 www.gfg-hanau.de HÖHR-GRENZHAUSEN

JustCeramics: Ann Van Hoey e.a. tot 31.01.2013 Keramikmuseum Westerwald Lindenstrasse 13 +49 262 494 60 10 www.keramikmuseum.de IDAR OBERSTEIN

Alaxandra Bahlmann van 16.01.2013 tot 08.03.2013 Villa Bengel Wilhelmstrasse 44 +49 67 81 27 030 www.jacob-bengel.de

KWINTESSENS

Stefan Wewerka: Across the Board tot 03.02.2013 Pinakothek der Moderne Barer Strasse 40 +49 23805 118 www.pinakothek.de PFORZHEIM

Schaumgeboren und sagenumwoben – Schmuck aus Perlen tot 27.01.2013 Schmuckmuseum Pforzheim im Reuchlinhaus Jahnstrasse 42 (Reuchlinhaus) +49 7231 392126 www.schmuckmuseum-pforzheim.de STUTTGART

Design – Made in Bawü tot 15.12.2012 Haus der Wirtschaft Willi-Bleicher-Strasse 19 +49 7111 230 www.hausderwirtschaft.de

ESTLAND TALLINN

Tallinn 6th Applied Art Triennial 2012: The Art of Collecting tot 03.02.2013 Estonian Museum of Applied Art and Design Lai 17 www.etdm.ee

DESIGN

FINLAND HELSINKI

The Home – A Space and State of Mind tot 13.01.2013 Designmuseo Korkeavuorenkatu 23 +358 96 22 05 40 www.designmuseum.fi

FRANKRIJK HENRICHEMONT

Art Table! tot 06.01.2013 La Borne – Centre céramique contemporaine La Borne +33 48 26 73 76 www.laborne.org LE FEL

Quel Cirque!: Dany Jung, Marie-Pierre Méheust, Roberte Alcaras, Cherryl Taylor, Joëlle Gervais van 02.12.2012 tot 01.01.2013 Le Don du Fel Le Don du Fel +33 5 65 54 15 15 www.galeriedudon.com LYON

Grands Ensembles, 1960-2010. Regards Photographiques tot 30.12.2012 Archipel Centre De Culture Urbaine 21, place des Terreaux +33 4 78 30 61 04 www.archipel-cdcu.fr METZ

Guilielmus: collection & models tot 31.12.2012 Galerie La Montée des Marches 3, rue Gambetta PARIS

Les Fréres Campana: Barroco Rococo tot 03.02.2013 Van Cleef & Arpels: l’Art de la haute joaillerie tot 10.02.2013 Les Jouets Star Wars tot 17.03.2013


AGENDA TENTOONSTELLINGEN French Touch. Graphisme / vidéo / électro tot 31.03.2013 Fashioning fashion: deux siècles de mode européenne, 1700-1915 van 13.12.2012 tot 14.04.2013 Les Arts Décoratifs 107, rue de Rivoli www.lesartsdecoratifs.fr

GROOT-BRITTANNIË

ROUBAIX

Ballgowns tot 06.01.2013 Victoria and Albert Museum, South Kensington +44 20 7942 2687 www.vam.ac.uk

Laurent Dufour tot 16.12.2012 Benjamin Otoz: L’Arbre de Noël van 08.12.2012 tot 06.01.2013 Martine Damas: Le Volume en Couleur Priscilla Vernier-Motte Accrochages: Collections textiles Annie Meurin: Cabinet de Curiosités intimes tot 13.01.2013 Marc Alberghina van 25.01.2013 tot 03.03.2013 Christian Astuguevieille Catgherine Laridan: Les Robes d’une exposition van 16.02.2013 tot 19.05.2013 La Piscine – Musée d’Art et d’Industrie 23, rue de l’Espérance +33 3 20 69 23 60 www.roubaix-lapiscine.com SAINT-ETIENNE

Politique-fiction tot 06.01.2013 Cité du Design – Biennale du Design 3, rue Javelin Pagnon +33 4 77 33 85 13 www.citedudesign.com SARS-POTERIES

Anne-Claude Jeitz et Alain Calliste: Journal Intime tot 10.02.2013 Musée-Atelier du Verre 1, rue du Général de Gaulle - BP2 +33 327 61 61 44

LONDON

Atelier Van Lieshout’s Blast Furnace tot 21.12.2012 Carpenters Workshop Gallery 3 Albemerle Street +44 20 3051 5939 www.cwgdesign.com

Beneath the Skin Donna Brennan, Märta Mattsson, Tabea Reulecke, Christopher Thompson Royds, Graziano Visintin tot 12.12.2012 Galerie Marzee Lage Markt 1-3 / Waalkade 4 +31 24 322 9670 www.marzee.nl ROTTERDAM

ITALIË

Pastoe 100 Jaar van 23.02.2013 tot 02.06.2013 Kunsthal Rotterdam Museumpark – Westzeedijk 341 +31 10 44 00 300 www.kunsthal.nl

MILANO

TEGELEN

L’Architettura del Mondo. Infrastrutture, mobilita, nuovi paesaggi tot 10.02.2013 TDM5: grafica Italiana tot 24.02.2013 KAMA. Seks & Design van 05.12.2012 tot 10.03.2013 Triennale di Milano Viale Alemagna 6 +39 02 724 341 www.triennale.it

Klinkende Klei: keramische muziekinstrumenten tot 13.01.2013 Keramiekcentrum Tiendschuur Tegelen Kasteelleen 8 +31 77 3260213 www.tiendschuur.net

NEDERLAND DELFT

Catrin Howell van 01.12.2012 tot 29.12.2012 Galerie Terra Delft Nieuwstraat 7 +31 15 214 70 72 www.terra-delft.nl MAASTRICHT

Playboy Architecture, 1953-1979 tot 13.01.2013 Nai Maastricht – Bureau Europa Avenue Céramiquet 226 www.bureau-europe.nl

TILBURG

Het ambacht van Jantaminiau tot 27.01.2013 Audax Textielmuseum Goirkestraat 96 +31 13 53 67 475 www.textielmuseum.nl UTRECHT

DepARTmentSTORE-5 by GUMBS i.s.m. ZAND tot 06.01.2013 Nijntje, het Huis: Atelier Remy & Veenhuizen tot 03.02.2013 Centraal Museum Agnietenstraat 1 - PB 2106 +31 30 36 23 62 www.centraalmuseum.nl VENLO

Flower Power: Babyboomers worden Bloemenkinderen tot 06.01.2013 Limburgs Museum Postbus 1203 +31 77 352 21 12 www.limburgsmuseum.nl

TOURCOING

Futurotextiles 3 tot 31.12.2012 CETI – European Centre for innovative textiles 1, rue des Métissages www.ceti.com

71

NIJMEGEN

AGENDA

AGENDA

OOSTENRIJK WIEN

Werkstadt Vienna. Design Engaging the City van 12.12.2012 tot 17.03.2013 MAK – Museum für Angewandte Kunst Stubenring 5 +43 1 711 36 233 www.mak.at

VERENIGDE STATEN LOS ANGELES

Erin Lareau: Bling Things – Borek Sipek: facelift Chairs tot 23.12.2012 Industry Gallery LA (Gallery B-270) 8687 Melrose Avenue at Pacific Design Center www.industrygallerydc.com NEW YORK

Erwin Eisch tot 03.02.2013 The corning museum of glass – Rakow research library 5 Museum way corning NY www.cmog.org

ZWITSERLAND LAUSANNE

Touch. Le Monde au bout des doigts tot 13.01.2013 De l’Outil à l’Etabli: Hot Tools. ECAL, Ecole cantonale d’art de Lausanne tot 17.02.2013 De l’Outil à l’Etabli: All’ambic. Patrice Urquiola, sur l’invitation d’Adriano Berengo tot 15.09.2013 Mu.dac – Musée de Design et d’Arts Appliqués Contemporains Place de la Cathédrale 6 +41 21 315 25 30 www.mudac.ch


AGENDA BEURZEN

WEDSTRIJDEN

CURSUSSEN, WORKHOPS, CONFERENTIES EN LEZINGEN

Jong Bloed 9: Elisa Lee, Fil & baukis e.a. van 12.02.2012 tot 12.16.2012 plaats: Oude Zeepfabriek, Fostierlaan 10, 9600 Ronse

GRAFISCHE VORMGEVING

ALGEMEEN

ADC 92nd Annual Awards inschrijven tot 01.11.2013 info: Art Directors Club +1 212 643 1440 www.adcglobal.org

Munich Creative Business Week van 16.02.2013 tot 24.02.2013 www.mcbw.de info: Bayern Design GmbH, Luitpoldstrasse 3, D-90402 Nurnberg +49 911 240 22 30 www.bayern-design.de

A. Citylife van 09.02.2013 tot 17.02.2013 info: FISA, Lenniksebaan 451, 1070 Brussel 02 663 14 00 www.acitylife.be Biennale Internationale du Design Saint-Étienne 2013 van 14.03.2013 tot 30.03.2013 info: Cité du Design – Biennale du Design, 3, rue Javelin Pagnon, F-42000 Saint-Etienne +33 4 77 33 85 13 www.citedudesign.com Sfeer 2013 van 16.03.2013 tot 24.03.2013 info: FISA, Lenniksebaan 451, 1070 Brussel 02 663 14 00 www.sfeer.be ContRact. B2B event for contract pro’s van 05.06.2013 tot 06.06.2013 80 doelgerichte internationale exposanten in meubel, interieurtextiel en decoratie, verlichting en vloer- en wandbekleding. plaats: Tour & Taxis, Brussel info: Internationale Meubelbeurs, Hof Ter Vleestdreef 5b7, 1070 Brussel www.contract-contact.be

INDUSTRIËLE VORMGEVING

Cristalplant Design Contest 2013 inschrijven tot 08.02.2013 voor ontwerpers geboren na 01.01.1973. gebruik van het materiaal Cristalplant, voor toepassing in de badkamer. georganiseerd i.s.m. Falper. info: Cristalplant Design Contest www.cristalplant.it JUWELEN & ZILVERSMEDEN

17. Silbertriennale 2013 inschrijven tot 10.01.2013 deelnamekosten: 45 €, jongeren: 25 € info: Gesellschaft für Goldschmiedekunst. Deutschen Goldschmiedehaus +49 61 81 25 65 56 www.gfg-hanau.de TEXTIEL EN PAPIER

2ème Concours – Exposition art textile par Textile-Résonance inschrijven tot 01.06.2013 thema: Contenant info: Musée de la Chemiserie et de l’Elégance Masculine +33 2 54 24 34 69 9. Internationale Baltische Minitextil-Triennale inschrijven tot 21.01.2013 max. 3 werken van 20 x 20 x 20 cm. Rondreizende tentoonstelling naar Lodz, Duitsland en Frankrijk. info: Muzeum Miasta Gdyni, www.muzeumgdynia.pl

A-Z Lezingen: Julie Peeters 11.12.2012 Abäke 18.12.2013 Aldo bakker 29.01.2013 6A Architects 05.02.2013 Bovenbouw 19.02.2013 Nicola Triscott 26.02.2013 De Gouden Lineaal 05.03.2013 Justin McGuirk 12.03.2013 Monadnock 19.03.2013 Sarah & Charles 16.04.2013 Christien Meinderstma 23.04.2013 info: Z33, Zuivelmarkt 33, 3500 Hasselt 011 29 59 60 www.a-zlezingen.be DESIGN MANAGEMENT

Business Model Design. Learn from best practices of 10 successful business model strategies! 18.12.2012 deelnamekosten: 600 € info: Verhaert Design & Development, Hogenakkerhoekstraat 21, 9150 Kruibeke 03 250 19 00 www.verhaert.com GLAS

Olivier Juteau: Première approche des techniques verrières van 08.04.2013 tot 13.04.2013 Ana Thiel: Sandcasting avec inclusions van 22.04.2013 tot 27.04.2013

72

KWINTESSENS

DESIGN

Kristina Logan: Perles de verre au chalumeau van 22.05.2013 tot 23.05.2013 Jeitz & Calliste: Verre au chalumeau van 27.05.2013 tot 01.06.2013 Virginie HOT: Fusing van 05.06.2013 tot 06.06.2013 Stephen Paul Day: Sculpture de verre van 24.06.2013 tot 29.06.2012 Perrin & Perrin: Fusing van 01.07.2013 tot 06.07.2013 Angela Jarman: Pâte de verre van 21.08.2013 tot 30.08.2013 Stéphane RIVOAL: Soufflage et verre à chaud van 02.12.2013 tot 07.12.2013 info: Musée-Atelier du Verre, 1 rue du Général de Gaulle - BP2, 59216 Sars-Poteries +33 327 61 61 44 museeduverre@cg59.fr Biennale internationale du verre 2013: Réflexions – Réflections van 17.10.2013 tot 13.11.2013 inschrijven tot 31.12.2012 Info: European Studio Glass Art Association www.esgaa.org INDUSTRIËLE VORMGEVING

Composites Week @ Leuven van 16.09.2013 tot 20.09.2013 35 sprekers info: KU Leuven, Faculteit Toegepaste wetenschappen Departement MTM., Kasteelpark Arenberg 44, 3001 Leuven 016 32 13 00 ignaas.verpoest@mtm.kuleuven.be www.mtm.kuleuven.be.English. Research.CompositesWeek. CompositesWeek


PRIMEUR INTERIEUR — 2012 — EEN SELECTIE VAN CHRISTIAN OOSTERLINCK — Interieur zette in 2012 een belangrijke stap voor de toekomst. De komst van Lowie Vermeersch deed heel wat stof opwaaien. Er was niet langer één centrale gast, maar zeven project rooms van gekende ontwerpers. Het gekende gangensysteem werd doorbroken door een diagonale tentoonstellingslijn: Corso Blu, een persoonlijke designkeuze van Lowie Vermeersch, Rue déjà-vu, waar Chris Meplon de grenzen van inspiratie en innovatie aftast en de Flanders Avenue. Er werd ruimte gemaakt voor de designgaleries, om Interieur meer inhoud te geven, om er meer dan een puur commercieel gegeven van te maken. Maar vooral werd een zoveelste poging ondernomen om Interieur ook in de stad aanwezig te laten zijn. Centrum werd het Buda-eiland, met zijn Buda-toren, -galerie en -fabriek. Om dit te laten slagen werkte Interieur samen met de Nederlandse Organisation in Design, gekend van Ventura Lambrate en Ventura Berlijn. Tevens werd gepoogd om ook internationale labels naar Buda te trekken. De Interieur Bistro was ’s avonds een aantrekkingspool om het publiek naar Buda te lokken. Op Buda werden ca. 25 000 bezoekers geteld, zeker een succes.

73

PRIMEUR INTERIEUR 2012

INTERIEUR 2012 — NEWSFLASH — A SELECTION BY CHRISTIAN OOSTERLINCK — In 2012, Interieur took an important step towards the future, with the arrival of Lowie Vermeersch stirring things up considerably. There was no longer a single central guest, but seven project rooms with famous designers. The familiar system of corridors was broken up by a diagonal exhibition line: Corso Blu, a personal design choice of Lowie Vermeersch, Rue déjà-vu, in which Chris Meplon pushed out the boundaries of inspiration and innovation and the Flanders Avenue. Space was freed up for design galleries so that Interieurr could expand its content and so that it could create an event that revolved around more than commerce alone. But above all, an attempt was made, yet again, to create visibility for Interieur within the town. The heart of the event became the Buda Island with its Buda tower, gallery and factory. In order to guarantee the success of this move, Interieur worked together with the Dutch Organisation in Design, regulars at Ventura Lambrate and Ventura Berlin. One of the missions was also to draw international names to Buda. The Interieur Bistro formed the centre of attraction in the evenings, drawing the public to Buda. Around 25,000 visitors turned up at Buda; a definite success.

INTERIEUR 2012 NEWSFLASH


INTERIEUR — 2012 — — — NEWSFLASH FOTO: WOUTER VAN VAERENBERGH

— DESIGNPLATFORM VLAANDEREN OP INTERIEUR

DIRK WYNANTS — DESIGN SUMMIT Designplatform Vlaanderen organiseerde op maandag 22 oktober in Kortrijk Xpo (Meeting Center XXL) samen met Design Boost (SE) de tweede Vlaamse Design Summit tijdens de Design Fusion. Het event liet je toe kennis over design op te bouwen en uit te wisselen via inspirerende lezingen van o.a. Arik Levy, Ineke Hans, Jaime Hayon en Dirk Wynants. On Monday, 22 October, in Kortrijk Xpo (Meeting Center XXL) during Design Fusion, Design Platform Flanders, together with Design Boost (SE) organised the second Flemish Design Summit. The event unveiled the mysteries about building up and exchang­ ing knowledge about design during inspirational speeches by Arik Levy, Ineke Hans, Jaime Hayon and Dirk Wynants, among others.

74

STAND DESIGN VLAANDEREN

FLANDERS AVENUE Flanders Avenue werd bevolkt door vier designduo’s (een gevestigde waarde en een beloftevolle ontwerper): Geoffrey Brusatto en Tom Lambeens, Maarten De Ceulaer en Charlotte Dumoncel d’Argence, Nedda El-Asmar en Celina Gram en Michaël Verheyden en Jill Ryckaert. Caroline Voet nam de indeling van de straat onder handen en liet zich daarbij inspireren door de eigenheid van de acht geselecteerde ontwerpers, die geworteld is in een ‘Vlaamse traditie’. Flanders Avenue was flanked by four design studios (including one household name and one promising designer): Geoffrey Brusatto and Tom Lambeens, Maarten De Ceulaer and Charlotte Dumoncel d’Argence, Nedda El-Asmar and Celina Gram and Michaël Verheyden and Jill Ryckaert. Caroline Voet was responsible for the layout of the street and she took her inspiration from the unique characteristic of the eight selected designers that is rooted in Flemish tradition.

KWINTESSENS

Design Vlaanderen publiceerde een gebruikersgids die op een gebruiksvriendelijke manier 3D-printing uiteenzet: welke printer te kiezen, met wat voor materiaal kan gewerkt worden, welke vormen mogelijk zijn enz. Tijdens de beurs werden op onze stand 3D-sieraden geprint. We kozen voor sieraden omdat de tijdsduur voor het printen niet te lang mocht duren. Vier juweelontwerpers waren enthousiast en stelden een project voor: Peter Vermandere, Salima Thakker, Jorge Manilla en Dr. David Huycke. Design Flanders published a user guide that provides a user-friendly explanation about 3D printing: which printer to choose, what materials can be used, which shapes are possible, etc. During the fair, we printed 3D jewellery at our stand. We opted for jewellery because we were limited in the amount of time available for printing. Four jewellery designers were enthusiastic and proposed a project: Peter Vermandere, Salima Thakker, Jorge Manilla and Dr David Huycke.

DESIGN


FOTO: FREDERIK VERCRUYSSE

INTERIEUR — — 2012 — — PRIMEUR

PROJECT ROOM — MULLER VAN SEVEREN

COLLECTIONAIRE — MOUPILA Zestien ontwerpers toonden hun objecten op Ventura Interieur. Designplatform Vlaanderen selecteerde hen uit een open oproep en financierde hun stand tussen andere nationale en interna­ tionale deelnemers van Ventura Interieur op het Buda-eiland en in Kortrijk Xpo. Sixteen designers exhibited their objects at Ventura Interieur. Design Platform Flanders selected them from a call for tender and financed their stand among other national and international participants at Ventura Interieur on Buda Island and Kortrijk Xpo.

75

Muller Van Severen creëren objecten volgens de meest een­- voudige technologische oplossing en tegelijk zeer rijk in versiering. Designplatform Vlaanderen promoot Vlaams design en talent in een internationale context en schoof dan ook dit Vlaamse topontwerpersduo naar voor om één van de zeven project rooms op de Biënnale in te vullen. Muller Van Severen creates objects using the simplest technological solutions. They are also extremely richly decorated. Design Platform Flanders promotes Flemish design and talent in the international arena and it put the spotlight on this top design duo, inviting them to fill one of the seven project rooms at the Biennial.

5X5 — GBO VOOR BMINUS

UNIFORM INTERIEUR 2012 — DAMIEN FREDRIKSEN RAVN De hosts en hostessen op deze editie van de Biënnale werden gekleed door Damien Fredriksen Ravn, die de wedstrijd Dress a Host(ess)! – een gezamenlijk initiatief van Designplatform Vlaanderen en Interieur – won. The hosts and hostesses at this edition of the Biennial were clothed by Damien Fredriksen Ravn, who won the Dress a Host(ess)! competition – a joint initiative of Design Platform Flanders and Interieur.

PRIMEUR INTERIEUR 2012

Het project 5X5 van Designregio Kortrijk koppelde gedurende één jaar vijf topdesigners aan evenveel regionale bedrijven met als bedoeling een nieuw product of dienst te ontwerpen én vermarkten vanuit een creatief economische kruisbestuiving. Bminus werd opgericht in 2000 en is gespecialiseerd in het maken van deuren op maat. Gaande van plafondhoge deuren tot de heel brede exem­plaren. Binnen 5X5 werkten ze samen met Eric Dumortier van GBO. The 5X5 project by Designregio Kortrijk put together five top designers with the same number of regional companies over a period of one year, with the mission of designing a new product or service and marketing it via a creative and economic cross-fertilisation. Bminus was founded in 2000 and specialises in making customised doors, from ceiling height doors to very wide doors. The designers worked within 5x5 together with Eric Dumortier from GBO.

INTERIEUR 2012 NEWSFLASH


INTERIEUR — 2012 — — — NEWSFLASH — KORTRIJK XPO

BONNET BRIGHT — ACCU VOOR CASALIS 2.CONNECT — HEGGE ID VOOR PAMI Voor haar nieuwste bureauconcept werkte Pami opnieuw samen met Hegge ID. 2.connect koppelt pure eenvoud aan doorgedreven flexibiliteit en modulariteit. 2.connect bestaat uit een topblad en twee volle zijwanden als poten, wat zorgt voor een strakke look en een prachtig lijnenspel. Pami introduceerde op Interieur tevens een collectie bureauaccessoires ontworpen door Piet Stockmans.

NEWPORT — ALAIN MONNENS VOOR DURLET Alain Monnens ontwierp voor Durlet de salontafelcollectie Oliver en de sofa Newport. De briefing was een nieuwe sofa te ontwerpen met een lichte, zwevende vorm met horizontale belijning, tegelijk ook comfortabel en zeker en vast niet stijf. Het frame is uit kunststof vervaardigd om zo dun mogelijk te blijven en lichtjes mee te veren.

Na tapijten, poefs, plaids en wandtextiel brengt Casalis nu ook een lamp op de markt, een samenwerking met het Nederlandse ontwerpbureau Accu. Met zijn 24 flexibele baleinen kan de lamp helemaal bol of helemaal recht staan, én alle mogelijke welvingen tussenin. Dit model plooit zich letterlijk in alle mogelijke bochten. Bovendien is de Bonnet Bright verkrijgbaar in een staande of hangende versie.

For its latest office concept, Pami renewed its ties with Hegge ID. 2.connect combines pure simplicity with total flexibility and modularity. 2.connect is made up of a surface and two full side walls that act as legs, which gives it a minimalist look and stunning play of lines. Pami also launched a collection of office accessories at Interieur, which were designed by Piet Stockmans.

Alain Monnens designed the Oliver dining table collection and the Newport sofa for Durlet. The briefing was to design a new sofa with a light, wavy form with horizontal lines, which was both comfortable and certainly not rigid. The frame is made of plastic so that it can be kept as thin as possible and so that it gives a bit when you sit on it.

After carpets, pouffes, plaids and wall coverings, Casalis has now brought a lamp onto the market; a joint venture with Accu, the Dutch design agency. Thanks to the 24 flexible “ribs”, the lamp can be used as a complete globe, or completely upright and all the different configurations in-between. This model can literally be bent into any shape you like. Bonnet Bright is also available as an upright or hanging version.

76

KWINTESSENS

DESIGN


INTERIEUR — — 2012 — — PRIMEUR

THESE BOOTS ARE MADE FOR SITTING — BART LENS VOOR JONGFORM Bart Lens ontwierp voor Jongform de Roll-Over en These Boots are Made for Sitting. Deze laatste clubjes zijn de resultante van het uitproberen van veel geziene onconventionele zitvormen: een combinatie van sta-zit, zit, amazonezit, maar ook omgekeerde vooroverzit waarbij niet de rug, maar de buik leunt. Lens vindt deze zoektocht zeker nog niet beëindigd. Deze eerste try-outs, sterk lijkend op verschaalde kinderbotjes, zijn niet gemaakt om te wandelen. Bart Lens designed the Roll-Over and These Boots are Made for Sitting for Jongform. These latest creations are the result of experimenting with a wide range of unconventional seating designs: a combination of standing and sitting, sitting, sitting horseback style, but also back-to-front seating where you don’t lean on your back, but on your front. Lens is by no means convinced that his search ends here. These first experimenta­ tions, which bear a strong resemblance to small children’s boots, are not made for walking.

77

MÖKKI — GERD COUCKHUYT VOOR FOREST AVENUE Forest Avenue produceert panelen voor tuinomhein­ ingen en afschermwanden met natuurlijk vlechtwerk van hazelaar- of wilgtakken. Het bedrijf verricht onderzoek naar langere levensduur van de natuurlijke materialen en het synthetisch vervangproduct Fiber, een perfect natuurlijk uitziende ‘imitatietak’. Om dit product kenbaar te maken aan het grote publiek ging het in zee met Gerd Couckhuyt. Mökki, het Finse woord voor hutje, is het resultaat. Forest Avenue produces natural woven hazel and willow panels that serve as garden fences and screen walls. The company studies extending the lifespan of natural materials and the synthetic substitute called Fiber, an imitation branch that looks perfectly natural. In order to generate awareness about this product among the public, the company brought in Gerd Couckhuyt. The result is Mökki, the Finnish word for hut.

EDVARD — JEAN-FRANÇOIS D’OR VOOR DEKNUDT MIRRORS Met zijn ronde boven- en onderkant en zijn conische vorm heeft Edvard iets weg van een toeter. Zeker als de spiegel op de muur is bevestigd, lijkt hij wel een megafoon, waarmee de muur om aandacht schreeuwt. Vandaar ook de naam Edvard, naar Munch, de man achter het beroemde schilderij De Schreeuw. Edvard is verkrijgbaar in twee formaten en in meerdere kleuren: sober zwart, wit of blauw. Beide formaten passen perfect op een muur, maar je kunt ze net zo goed op hun zijkant zetten of laten rusten op hun onderkant. With its rounded upper and lower edges and its conical shape, Edvard looks a bit like the bell of a trumpet. And when the mirror is mounted on the wall, it looks like a megaphone, so that the wall is literally calling out for attention. Hence the name Edvard, after Edvard Munch, the man who created the famous painting The Scream. Edvard is available in two sizes and in multiple colours: black, white or blue. Both sizes fit perfectly on any wall, but you can also place them on their side or stand them upright.

PRIMEUR INTERIEUR 2012

CROSSED LEGS — FABIAAN VAN SEVEREN Fabiaan Van Severen startte zijn Crossed Legs-collectie zeventien jaar geleden met een stoel en een zetel. Nu krijgt de structuur een nieuwe kleur en ook het leder is in vier kleuren beschikbaar. Aanvullend zijn de bijzettafeltjes, met een in leder bekleed blad in de nieuwe kleuren. Een ronde salontafel vervolledigt de collectie. Fabiaan Van Severen started his Crossed Legs collection 17 years ago with a stool and an armchair. A new colour has been added to the structure and the leather is also available in four colours. It has been joined by side tables, with leather-covered tops in the new colours. The collection is rounded off with a round dining table.

INTERIEUR 2012 NEWSFLASH


INTERIEUR — 2012 — — — NEWSFLASH — KORTRIJK XPO

CANEVAS COLLECTION — CHARLOTTE LANCELOT VOOR GANRUGS

HILDE — JOS DEVRIENDT VOOR BULO Jos Devriendt ontwierp voor de Carte Blanche-serie van Bulo Hilde, een tafel die functioneert als bureau of een bureau die tafel kan zijn. Het bovenblad van de tafel is een hol ‘sandwichpaneel’ dat dienst doet als overgedimensioneerde kabelgoot. Optioneel wordt een stekkerblok, postvak of pennenbakje in de kabelgoot geclipst. Onder de tafel kan een transportabele ladenblok de tafelfunctie omvormen tot bureau. En waarom geen bestek of glazen in het ladenblok?

Charlotte Lancelot ontwierp voor Gan de collectie Canevas, en blaast zo groot­- moeders handwerk nieuw leven in. Met materialen van nu past ze de kruissteek toe op poefs, kleden en kussens. De collectie is gemaakt van dik rijgsnoer geweven door geponst vilt wat het een heel eigentijds effect geeft. Van op een afstand doet het je denken aan pixels.

Jos Devriendt designed a table for the Bulo Carte Blanche series that serves as a desk or a desk that could serve as a table. The top of the table is a hollow sandwich panel that serves as an oversized duct for wiring. A block of electrical sockets, mail tray or pen holder can be clipped into the cable duct. You can also slide a mobile set of drawers under the table so that it becomes a desk. And why not put some cutlery or glasses in the set of drawers?

Charlotte Lancelot designed the Canevas collection for Gan and breathed new life into traditional handiwork. She uses a cross-stitch to embroider modern materials onto pouffes, clothes and cushions. The collection is made in thick lace woven through with punched felt that gives it a completely contemporary allure. From a dis­tance, it looks rather like pixels.

78

KWINTESSENS

B-LEAF — BRUNO VERMEERSCH VOOR COLECT STRUCTURE — MICHAEL BIHAIN VOOR MAD MAD Brussels toonde Brusselse designers die rond eenzelfde stijloefening hebben gewerkt, nl. de stoel. mad about Chairs toont dan ook de verschillende tendensen aan binnen dit domein: van onderzoek en productie tot analyse en experiment. Dit wordt het best geïllustreerd met Structure van Michaël Bihain. MAD Brussels exhibited Brussels designers who worked on one single style exercise based on the chair. MAD about Chairs reveals the different trends within this field: from original research and production to analysis and experiment. The best illustration of this is Structure by Michaël Bihain.

DESIGN

Bruno Vermeersch is sinds zijn afstuderen in 2005 werkzaam bij Studio Makkink & Bey als senior architect en designer. Nieuw in de collectie van Colect is B-leaf en B-two. B-leaf is een ronde terrastafel, als een assemblage van meerdere kant en klare onderdelen is het in één hoofdkleur maar ook als combinatie van deze kleuren beschikbaar. Since graduating in 2005, Bruno Vermeersch has worked for Studio Makkink & Bey as senior architect and designer. The latest addition to the Colect collection is B-leaf and B-two. B-leaf is a round garden table, the combina­ tion of several ready-to-use parts come in one main colour, but are also available in a combination of the different colours.


INTERIEUR — — 2012 ��� — PRIMEUR

VOLUPTÉ — XAVIER LUST VOOR CORIAN

CONTOUR — ROEL VANDEBEEK VOOR CHAIR ME! Chair Me! is een jong bedrijf dat de gebruiker centraal stelt. Eerste telg in wat een uitgebreide familie zal worden: Contour van Roel Vandebeek. De projectstoel biedt een ongekend zitcomfort, onder meer te danken aan de zitschelp: die volgt de contouren van het onderstel. Naturel gevernist beukenhout, fineer, laminaat of toch liever een afwerking met beits of lak? Volledig of gedeeltelijk gestoffeerd? Met of zonder armsteunen, al dan niet stapelbaar, als kruk, de keuze ligt helemaal bij jou. Een stoel om stapel op te zijn! Chair Me! is a young company that puts consumers centre stage. The first member of what will become a big family: Contour by Roel Vandebeek. This chair offers hitherto unknown seating comfort thanks, among other things, to the seating shell, which follows the contours of the under-frame. Beech varnished for a natural look, veneer, laminate or would you prefer a finish in wood stain or lacquer? Partly or entirely upholstered? With or without armrests, stackable or not, in the form of a stool? The choice is yours. A chair with features that stack up!

79

Corian werkte voor zijn stand samen met Xavier Lust. Het centrale element in de stand is Volupté, een zitbank van 3,60 meter die vanuit één enkel oppervlak vertrekt en die uitvouwt als een waaier. Het zitgedeelte in draaiing genereert verschillende nauwkeurige, ergonomische vormen die de gebruiker toelaat om te zitten of de zitbank op een eerder nonchalante manier te gebruiken. Corian joined forces with Xavier Lust to create its stand. The central element in the stand is Volupté, a 3.6-metre long sofa in one single piece that folds out like a fan. The curving seating element generates several different precise ergonomic forms that enable the user to sit on the sofa or to drape over it more nonchalantly.

PRIMEUR INTERIEUR 2012

BUZZIGRID — ALAIN GILLES VOOR BUZZISPACE De romance tussen Alain Gilles, Ontwerper van het Jaar, en BuzziSpace blijft duren. De Belgische ontwerper levert nu ook de BuzziGrid af. Net als bij de BuzziZone is het do it yourself-aspect hier belangrijk: je kunt de panelen moeiteloos in mekaar schuiven om zo een uniek grid te creëren. Het raster dient natuurlijk niet louter als decoratie-element, maar werkt bovenal als geluidsbuffer boven elke (vergader)tafel. The romance between Alain Gilles, Designer of the Year, and BuzziSpace endures. The Belgian designer has now produced the BuzziGrid too. As with BuzziZone, the DIY aspect is very important in this concept: you can slide the panels into each other with ease and thus create a unique grid. The screen is not just a decorative element, of course, but serves as a sound buffer above each (meeting) table.

INTERIEUR 2012 NEWSFLASH


INTERIEUR — 2012 — — — NEWSFLASH — KORTRIJK XPO

FOLD — STUDIO SEGERS VOOR MOOKUM

LATI & PLAY — ALAIN BERTEAU VOOR WILDSPIRIT Alain Berteau ontwierp voor Wildspirit al een tijdje de stoel Play. Aanvullend hierbij ging Lati in première. Lati is een moderne, tijdloze tafel met een strakke en zuivere lijn. In een hedendaagse werk­ omgeving past Lati ideaal als doeltreffende werktafel, vergadertafel of conferentie­ tafel of eettafel. A little while ago, Alain Berteau designed the Play chair for Wildspirit. Then came the launch of Lati. Lati is a modern, timeless table with a minimalist and pure line. Lati fits perfectly into contemporary working environ­ ments as an effective desk, meeting or conference table or a dining table.

80

Mookum is een jong, creatief platform. Als consument kun je er ideeën of behoeftes lanceren en designers uitdagen een nieuw product te ontwikkelen. Dat proces wordt crowd sourcing genoemd. Designers kunnen hun voorstel online doorsturen. Bij voldoende vraag zet Mookum de stap naar geïnteresseerde fabrikanten en wordt het product te koop aangeboden via de website. Studio Segers ontwierp vijf producten voor Mookum. Fold is een plooibaar kamerscherm uit synthetisch gerecycleerd vilt waarmee in je in één beweging een ruimte zowel akoestisch als visueel indeelt. Mookum is a young, creative platform. Consumers are given the opportunity to submit their ideas or needs and challenge designers to create new products. That process is called crowd sourcing. Designers can then put their proposals online. If there is sufficient demand, Mookum contacts interested manufacturers and the product is made available for sale via the website. Studio Segers designed five products for Mookum. Fold is a foldable screen made from recycled felt. One single movement is all that is needed to divide a room both acoustically and visually.

KWINTESSENS

U-LIGHT — ALAIN MONNENS VOOR TOSSB Alain Monnens is zowat de huisontwerper van TossB. De collectie met de Crane, 25 Degrees, Head, Stretch en Cone worden aangevuld met twee nieuwe ontwerpen. U-Light is een strakke minimale lamp, geschikt voor elke omgeving. De Bullet ademt een lichte retro-sfeer uit. Alain Monnens is practically TossB’s in-house designer. Two new designs have been added to the collection that includes the Crane, 25 Degrees, Head, Stretch and Cone. U-Light is an extremely minimalist lamp that will fit in any setting. The Bullet exudes a slight retro ambiance.

DESIGN

KWAI — PETER VAN OOTEGHEM VOOR DARK Peter Van Ooteghem was één van de eerste ontwerpers in de collectie van Dark. Een tijdje zagen we wat minder nieuwe producten van hem. Na de Kasbah is op korte tijd een nieuwe lamp bij Dark in productie genomen: de Kwai. Volledig in bamboe uitgevoerd. Peter Van Ooteghem was one of the first designers to contribute to the Dark collection. A little while ago, we started seeing fewer new products by him. Not long after the Kasbah, Dark produced a new lamp, the Kwai, made completely in bamboo.


INTERIEUR — — 2012 — — PRIMEUR

BETWEEN TWO — ROEL VANDEBEEK VOOR Z BY DE ZETEL De Zetel nv lanceerde voor twee jaar Z-byDeZetel, een collectie massief houten personaliseerbare stoelen, die industrieel kunnen worden geproduceerd op maat van de horecamarkt. Nieuw is Between Two van Roel Vandebeek. Door de ontdubbeling van de achterpoten ontstaat een visuele gelaagdheid en een constructief slim concept. Dit geeft deze stoel frisheid, transparantie en een unieke beeldwaarde. Bovendien is deze stoel stapelbaar. De basiskleuren zijn wit en zwart en het is mogelijk om zit en rug te stofferen. Two years ago, De Zetel nv launched Z-byDeZetel, a collection of solid wood, personalised chairs, which can be mass produced specifically for the hotel and catering sector. Between Two by Roel Vandebeek is the latest arrival. By splitting the back legs in half, you obtain a visually layered effect and a very smart constructive concept. The chair thus acquires an air of freshness, of transparency and unique visual value. This chair is also stackable. The basic colours are white and black and it is possible to upholster the seat and the back rest.

81

NESTOR — PINKEYE VOOR DARK NOMAD CHAIR — JAN & LARA VOOR SERAX Dark staat voor verlichting, en dat zal zo steeds blijven. Dark heeft met Nestor evenwel een eerste meubel in productie genomen. Het is een ontwerp van de cross-over designstudio Pinkeye. Normaal werken zij totaalconcepten uit: branding, packaging, hospitality. Met hun productontwerp gaan zij op zoek naar de roots van het object. En een experiment was nooit vreemd aan Dark.

Nieuw in de najaarscollectie van Serax zijn een aantal zitmeubelen van nationale en internationale designers. De Nomad Chair van het duo Jan & Lara, ontworpen in samenwerking met Paul Delaisse, is een ligzetel gekenmerkt door een vloeiende lijn, geschikt voor binnen en buiten en verkrijgbaar in zes verschillende kleuren. De stof kan gemakkelijk verwisseld worden.

Dark stands for lighting and that will never change. Nestor is also the first piece of furniture that Dark has had manufactured. It was designed by the cross-over design studio Pinkeye. They normally create total concepts: branding, packaging, hospitality. This venture into product design takes them on a quest to the roots of the object. And an experiment that was never alien to Dark.

The latest newcomers to the Serax autumn collection are a number of chairs and sofas by national and international designers. The Nomad Chair by the duo Jan & Lara, designed in cooperation with Paul Delaisse, is a lounger with a particularly flowing line, ideal for indoors or outdoors and available in six different colours. It is easy to change the fabric.

PRIMEUR INTERIEUR 2012

INTERIEUR 2012 NEWSFLASH


INTERIEUR — 2012 — — — NEWSFLASH — KORTRIJK XPO

INDERA MEETS INDI — JOLIJN FIDDELAERS VOOR INDERA Voor de nieuwe textielcollectie Indera meets India ging Indera in zee met de Nederlandse ontwerpster Jolijn Fiddelaers. Indera kiest voor eerlijke handel. De lijn bestaat uit volledig handgemaakte kussens en plaids duurzaam geproduceerd door kleinschalige Indiase organisaties die zijn opgezet om arbeidsomstandigheden en lonen van handwerkers te verbeteren.

STRUKTURA — ENTHOVEN ASSOCIATES VOOR SICAME OFFICE Struktura is de jongste telg van Sicame Office en is ontworpen door Axel Enthoven. Het is een strak en tijdloos programma dat erg breed inzetbaar is: van het individuele kantoor tot de multifunctionele werkplaats. De collectie is beschikbaar in 44 verschillende kleurcombinaties. Struktura siert door de sterk afgelijnde en uitgepuurde lijnen, blinkt uit in eenvoud, maar let vooral op de sterke afwerking tot in de kleinste details.

HEX — STUDIO SEGERS VOOR SIXINCH & JACOBS INTERIEUR Hex, een zeshoekig krukje, is ontstaan uit de samenwerking van SixInch, Jacobs Interieur en Studio Segers. Jarenlange kennis en expertise van verschillende domeinen werden gebundeld en het resultaat mag er wezen. Hex is gebaseerd op een oeroude melkkruk, waardoor het artisanale wordt gecombineerd met de hedendaagse materie van foam coating.

For the latest textile collection, Indera meets India, Indera joined forces with the Dutch designer Jolijn Fiddelaers. Indera also supports fair trade. The line is made up entirely of hand-made cushions and plaids that are produced sustainably by small-scale Indian organisations that have been set up in order to improve employment opportunities for and the salary of craftspeople.

Struktura is the latest arrival at Sicame Office and was designed by Axel Enthoven. It is a minimalist and timeless programme with boundless possibilities. It can be used as an individual office or a multipurpose workspace. The collection is available in 44 different colour combinations. The strong design and pure lines of Struktura are highly decorative and exude all the beauty of simplicity, but you will note that no detail has been spared when it comes to the finish.

Hex, a hexagonal stool is the result of a joint venture between SixInch, Jacobs Interieur and Studio Segers. Years of knowledge and expertise in different domains was combined to produce this magnificent result. The design for Hex is based on the old milking stool, where craftsmanship is combined with modern material in the form of a foam coating.

82

KWINTESSENS

DESIGN


INTERIEUR — — 2012 — — PRIMEUR — BUDA ISLAND

TWEETER — DELTA LIGHT Tweeter is één van de meest opvallende nieuwkomers in het Delta Light-assortiment, verkrijgbaar als inbouw- en opbouwarmatuur voor het plafond. Het ERS of Excentric Rotation System is een asymmetrisch scharniergewricht om het armatuur in een vloeiende beweging te draaien en kantelen. En dat onder de meest extreme hoeken. Als inbouwarmatuur gaat Tweeter naadloos op in zijn omgeving. De voorkant van de spot is identiek aan die van het opbouwarmatuur. Rond de centrale led zit een aureool: een cirkelvormig licht, gebaseerd op Delta Lights gloednieuwe Oreo-principe. Tweeter is zuinig zonder aan kwaliteit in te boeten. Tweeter is one of the most striking newcomers to the Delta Light assortment. It is available as an inset light fitting or ceiling-mounted fitting. The Excentric Rotation System is an asymmetric hinge joint so that you can move and turn the fitting very easily, even in the tightest corners. Tweeter fits into its environment beautifully when used as an inset light fitting. The front of the spotlight is identical to the front of the fitting. There is an aureole around the centre LED bulb: a round light, based on Delta Light’s brand new Oreo principle. Tweeter has a low energy consumption without sacrificing quality.

83

BLEY — STEFAN SCHÖNING VOOR SUR & PLUS De fundamentele basis van Sur & Plus, dat tot dezelfde groep als Jongform behoort, is nieuw designtalent de ruimte te geven zijn persoonlijke visie en ideeën om te zetten in nieuwe producten met een eigen verhaal. Nieuw in de collectie is het strakke en toch organische zitmeubel Bley, een ontwerp van Stefan Schöning.

CIRCLEN — GILBERTE CLAES VOOR MARKED

The main mission of Sur & Plus, which is part of the same group as Jongform, is to give new design talent an opportunity to translate their personal vision and ideas into new products that tell their own story. The newcomer to the collection is the minimalist and organic Bley chair designed by Stefan Schöning.

Marked, a new label and above all a brand-new concept for providing assistance created by the Genk C-mine pop-up shop, launched its ten designers at Ventura with striking, market-ready products. These include furniture, objects and fashion items. Gilberte Claes’s intention with Circlen is to market an object (a pad or a sharpening stone) that combines the aspects of both craft and industry. The material is a leader in terms of design and construction.

PRIMEUR INTERIEUR 2012

INTERIEUR 2012 NEWSFLASH

Marked, een nieuw label en vooral een gloednieuw begeleidingsconcept van de Genkse C-mine pop-up shop, lanceerde op Ventura haar tien ontwerpers met opgemerkte, marktklare producten. Het gaat zowel om meubels, objecten als mode-items. Gilberte Claes wil met Circlen een object (onderlegger of wetsteen) commercialiseren waarbij ze ambacht en industrie verenigt. Het materiaal is sturend voor de vorm en de constructie.


INTERIEUR — 2012 — — — NEWSFLASH

EXCHANGE — MEL ROOSE & EVA MENGA

KAMELEON — MELISSA PULINX EN YANNICK MOONEN VOOR AW AW, een producent van kamerbreed tapijt, organiseerde in 2012 voor de derde maal de Awareness Award, een ontwerpwedstrijd waarbij oude tapijtstalen en -resten worden herbruikt om nieuwe producten mee te maken. Op Ventura werden de resultaten van de tweede editie getoond. Kameleon van Melissa Pulinx en Yannick Moonen viel op door de felle kleurencombinaties. In 2012, AW, a manufacturer of wall-to-wall carpets, held its third Awareness Award, a design competition where old carpet samples and oddments are re-used in new products. The results of the second competition were shown at Ventura. The bright colour combinations of Kameleon by Melissa Pulinx and Yannick Moonen were very popular.

84

SPLIT — MODULAR

Omdat de werken die Mel Roose maakt geïnspireerd zijn op voorwerpen die verband houden met een slaapplaats wou ze een platform bedenken om ze op een geschikte manier voor te stellen. Partner in het project is Eva Menga. Doordat de basismaat van de textiel­ ontwerpen 40 op 40 cm is, moet die maat ook telkens terugkeren als basis voor het meubel. Elke module, elk meubelstukje apart vormt ook een geheel met het specifiek textielontwerp dat er toe behoort.

Op de King George Shelter lanceerde Modular opnieuw een hele reeks LED-verlichting. Split is een wandarmatuur die bestaat uit één geplooide plaat met een fijne sleuf van waaruit het licht naar buiten straalt. De symmetrische vormgeving van Split, ideaal voor ruimtes die baat hebben bij sfeervolle verlichting zoals zithoek, slaapkamer of gang, benadrukt de architectuur van de woning. Because the creations of Mel Modular relaunched a whole series of LED lighting at the King George Shelter. Split is a wall light fitting that is made of a single folded sheet with a thin split from which the light radiates. The symmetrical design of Split, which is ideal for rooms that need atmospheric lighting such as a cosy seating corner, bedroom or corridor, highlights the architec­ tural design of your home.

KWINTESSENS

Roose are inspired by objects relating to sleeping, she wanted to make a suitable platform for presenting them. Her partner in the project is Eva Menga. Because the basic size of the textile objects is 40 x 40 cm, this size has to also be used as the basis for whatever the piece of furniture. Each module, each separate piece of furniture forms a whole together with the specific textile object that goes with it.

CASALTO Casalto is een nieuw Belgisch label, dat ook te zien was op Ventura. Bedoeling is dat ieder online zijn eigen objecten samenstelt met de beschikbare bouwelementen, een soort lego-systeem. Met de 70 beschikbare bouw­ elementen zijn er miljoenen mogelijkheden: verlichting, tafels, rekken enz. Een tafel monteren binnen de minuut, of achteraf een stoel omvormen tot een rek, alles kan. En binnenkort leverbaar binnen de 48 uur. Casalto is a new Belgian label that was also exhibited at Ventura. The objective is to invite everyone to combine their objects online with different building elements, a bit like a Lego system. The 70 building elements offer millions of possibi­ lities: lighting, tables, shelves, etc. You can put together a table in just a minute, or transform a chair into a shelf. Everything’s possible, and will soon be available for delivery within 48 hours.

DESIGN


KWINTESSENS — TIJDSCHRIFT OVER DESIGN EN MODE 4DE TRIMESTER — 2012 JAARGANG XXI ABONNEMENT € 23.55 LOS NUMMER € 6.25


INHOUD — CONTENT Colofon — Colophon nummer 4, jaargang 21 KWINTESSENS MODE Hoofdredacteur — Editor in chief Trui Moerkerke Redactie — Editorial team Stephanie Duval Jolien Vanhoof Jasmijn Verlinden Agnes Wené Veerle Windels Coördinatie — Coordination Trui Moerkerke Werkten mee aan dit nummer — Contributing editors Stephanie Duval David Flamée Siska Lyssens Jolien Vanhoof Jasmijn Verlinden Fotografie portfolio — Photography portfolio Martin Bing Coverfoto — Cover Photo Martin Bing Redactieadres — Editorial offices Flanders Fashion Institute Nationalestraat 28/2 2000 Antwerpen t +32 (0)3 226 14 47 f +32 (0)3 232 63 96 e ffi@modenatie.com w www.ffi.be

1

Voorwoord — 2012 uitgewuifd Foreword — Goodbye 2012

Trui Moerkerke Belgische mode in Hong Kong — Business of Design Week 2012 Jasmijn Verlinden 6

Belgians in Paris — Showroom Belgium Belgians in Paris — Showroom Belgium

Trui Moerkerke 12

Belgians in Paris — Glenn Martens: Beauty Will Remain Belgians in Paris — Glenn Martens: Beauty Will Remain

Siska Lyssens Sororia — Sororia Martin Bing

14

Dressing up? — Belgen en feestkleding

19

Dressing up? — Belgians and party attire

Stephanie Duval Draagbaar is niet hetzelfde als simpel — Interview Damien Fredriksen Ravn Jolien Vanhoof In een andere economische context was het wel gelukt — Interview Luc Duchêne It would have worked in a different economic context — Interview Luc Duchêne

Jolien Vanhoof

Druk — Printing New Goff Vertaling — Translation Data Translations ElaN languages

Subscriptions may be requested in writing or by telephone by contacting the Design Flanders editorial offices or by transferring EUR 23.55 to bank account number IBAN BE68 3751 1109 9334 / BIC BBRU BEBB.

23

Wearable definitely does not mean simple — Interview Damien Fredriksen Ravn

Grafisch ontwerp — Graphic design Wim Vandersleyen

Abonnementen kunnen schriftelijk of telefonisch worden aangevraagd op het adres van Design Vlaanderen of door overschrijving van € 23,55 op het rekeningnummer IBAN BE68 3751 1109 9334 / BIC BBRU BEBB.

2

Belgian fashion in Hong Kong — Business of Design Week 2012

Adreswijzigingen worden gemeld op het redactieadres. Changes of address may be sent to our editorial offices.

Alle adressen van designers, kunstenaars, galeries e.a. kunnen bij Design Vlaanderen verkregen worden.

Niets uit deze uitgave mag worden gebruikt zonder toestemming van de uitgever. © Design Vlaanderen

The addresses of designers, artists, galleries and other information are available upon request from Design Flanders.

Nothing contained in this publication may be used, whether in part or in whole, without the publisher’s consent. © Design Flanders

Volg Kwintessens online op Follow Kwintessens on

www.facebook.com/kwintessens

25


VOORWOORD FOREWORD — 2012 — GOODBYE UITGEWUIFD 2012 — Trui Moerkerke —

“Tussen droom en daad: crisis in de modewereld” was het thema van een debat dat deBuren eind oktober organiseerde in Antwerpen. Modejournaliste Veerle Windels praatte er met experts uit de sector. Of het in deze crisistijden nu echt zo moeilijk is, werken in de modesector? Zoals te verwachten, volgde geen eenduidig antwoord, maar wel een boeiend debat. Juweelontwerpster Anne Zellien getuigde dat het voor haar bedrijf (met 4 mensen) nog nooit zo moeilijk was. Sinds haar start in 1996 zijn de grondstoffen 30 procent duurder geworden terwijl het bestedingspatroon van klanten gehalveerd is. Raïssa Verhaeghe, voormalig zakelijk leider bij Raf Simons en nu in de sector aan het werk als consultant, stelde vast dat het middensegment in de luxesector kwakkelt, maar dat er wel steeds meer vraag is naar extreme luxe. Een veranderende markt dus, die volgens Liesbeth in ’t Hout van de Dutch Fashion Council ook nog eens complex is: met ongelooflijk veel labels, ontwerpers en modestudenten. Pasklare antwoorden zijn er niet, maar alle panelleden (met ook nog fashion producer Rachid Naas) waren het erover eens dat samenwerken en het delen van kennis centrale begrippen zijn voor de toekomst. Denk aan modescholen die samenwerken met opleidingen in business of communicatie (waarbij tegelijk duidelijk wordt dat de modesector naast het ontwerpen nog andere boeiende jobs te bieden heeft) aan een database met info over internationale buyers, of aan een prototype-atelier voor jonge ontwerpers. Allemaal pistes waar ook het Flanders Fashion Institute aan werkt. In oktober startte Bridging The Gap, een workshopserie rond creatief ondernemerschap. En in deze Kwintessens vindt u het verslag van Showroom Belgium by FFI (pagina 6), het initiatief waarmee FFI nu al vijf jaar naar de modeweek in Parijs trekt met een gemeenschappelijke showroom voor opkomend modetalent. Recent ging FFI met verschillende spelers in de modeketen (zoals Creamoda en Mode Unie) op bezoek bij minister-president Kris Peeters met een plan dat de modesector extra brandstof kan geven. Dat plan omvat naast meer zakelijke begeleiding en promotie voor Belgische mode, ook het voorstel om – naar analogie met het fonds in de film- en gamingwereld – een modefonds op te richten. Daarnaast is er het idee voor een Vlaams Huis van de Mode, met atelierruimte voor jonge ontwerpers, met een young designer shop, met een opleidingsatelier en een ontmoetingsplek voor modeprofessionals. Belgische mode is internationaal een begrip. Het is een sector waarmee we kunnen uitpakken, een sector die 27 000 werknemers telt en een omzet van zeven miljard euro. Maar ook een sector die een extra duw in de rug kan gebruiken om er in 2013 met een vernieuwd elan tegenaan te gaan. •

1

VOORWOORD

“Tussen droom en daad: crisis in de modewereld” (Between dream and reality: a crisis in the fashion world) was the theme of a debate organised by deBuren in Antwerp at the end of October. The fashion journalist Veerle Windels discussed this issue with various fashion experts. Is working in fashion really that difficult in times of crisis? As expected the debate did not provide a clear answer but it made for an interesting discussion. Jewellery designer Anne Zellien explained that the market is exceptionally difficult for her company of 4 employees. Since its inception in 1996, raw materials have become 30 percent more expensive while customers’ spending habits had dropped by half. Raïssa Verhaeghe, the former financial director at Raf Simons who is now working as a consultant for fashion companies, concluded that the middle segment in the luxury goods business is suffering but that the demand for extreme luxury is continuously growing. A changing market, in other words, which, according to Liesbeth in ’t Hout of the Dutch Fashion Council, is also quite complex: with an astonishing number of labels, designers and fashion students. There are no easy answers, but all the panel members (including fashion producer, Rachid Naas) agreed that working together and sharing knowledge are the keys to weathering this storm. Just think of fashion schools that work together, providing business or communication training (while also showing that the fashion business has other interesting jobs to offer), or a database with information about international buyers, or even a prototype workshop for young designers.

FOREWORD

These are all ideas which the Flanders Fashion Institute is also developing. In October it launched Bridging The Gap, a series of workshops focussing on creative entrepreneurship. And in this Kwintessens you will also find a report about Showroom Belgium by FFI (page 6), a joint showroom for up and coming designers, which the FFI has organised for five years now during Paris Fashion Week. Recently the FFI, along with various other bodies in the fashion chain (such as Creamoda and Mode Unie) visited Flemish MinisterPresident Kris Peeters to present a plan that many hope will give the fashion business an additional boost. In addition to more business guidance and promotion for Belgian fashion the plan also suggested establishing a fashion fund – in line with the fund in the film and gaming world. Another idea was that of a Flemish House of Fashion (Vlaams Huis van de Mode) with workshop spaces for young designers, a young designer shop, a training workshop and a meeting place for fashion professionals. Belgian fashion is known the world over. It is an industry which has put us on the map, which employs 27,000 employees with a turnover of seven billion euros. But it is also an industry which can use an additional boost to tackle 2013 head on. •


— BELGISCHE MODE IN HONG KONG — 01.

— Jasmijn Verlinden —

01. I.T Hysan One 02. I.T Harbour City

02.

02.

2

KWINTESSENS

MODE


— BUSINESS OF DESIGN WEEK — 2012 — Vorig jaar trokken verschillende Belgische organisaties naar de Business of Design Week (BoDW) in Hong Kong. Met Belgian Spirit brachten ze een gezamelijke mode-, design- en architectuurvoorstelling. Dit jaar werken het Flanders Fashion Institute, Wallonie-Bruxelles Design/Mode en Modo Brussels samen om Belgische mode in de kijker te zetten bij de lokale buyers en pers. Dat vergt een goede voorbereiding, want de Aziatische modeconsument verschilt van de Europese. Het is geen geheim dat China een steeds belangrijkere rol speelt in het internationale modelandschap. Het correct inschatten van het reusachtige land is echter niet evident. Voortbouwend op Belgian Spirit trekken het Flanders Fashion Institute, Wallonie-Bruxelles Design/Mode en Modo Brussels in december opnieuw naar Hong Kong met een actie rond Belgische mode. De drie instellingen hebben ervaring met de organisatie van showrooms in Europese modesteden, maar China is onbekend terrein. Daarom werd Christophe Billet, modeconsulent en voormalig manager van de buying offices van een reeks befaamde Aziatische luxeretailers, gevraagd een profielschets te maken van de Hong Kongse en Chinese modeconsument. Een samenvatting van zijn belangrijkste inzichten:

HUB HONG KONG — Westerlingen beschouwen consumenten uit mainland China, uit Hong Kong en uit de aangrenzende landen vaak als één homogene groep, maar de realiteit is genuanceerder. Hong kong speelt een cruciale rol, gezien de stad de draaischijf is van het continent en tevens de toegangspoort tot twee verschillende regio’s met verschillende types consumenten. Enerzijds bedient Hong Kong de HK-regio en rijke Aziaten in Singapore, Taiwan en Korea. Daarnaast vormt Hong Kong de toegang tot het Chinese vasteland, dat sinds een tiental jaar aan een enorme opmars bezig is. De eerste groep consumenten, vaak gelabeld als fashion victims, wordt gedreven door de concepten new en different. Ecologie en tijdloosheid komen niet voor op het prioriteitenlijstje van deze fashionista’s. Al wat nieuw en spectaculair is doet hun hart (tijdelijk) sneller slaan, ongeacht de prijs. Stukken die evenzeer in China geproduceerd hadden kunnen worden, kunnen logischerwijs niet op de gratie van deze groep rekenen. Het tweede type consument, afkomstig uit China, heeft nog maar net kunnen proeven van de consumeermarathon zoals we die in het Westen al langer kennen. Deze consumenten zijn minder geïnteresseerd in avant-garde stukken, maar laten zich leiden door het imago van een merk. Labels met een lange geschiedenis en een zekere degelijkheid doen het goed bij Chinezen op het vasteland. Namaak is bijgevolg uit den boze. FENG SHUI — Uiteraard zijn er ook een aantal elementen die beide consumentengroepen typeren. Zo zijn klanten uit China en de buurlanden op modegebied erg volgzaam en celebrity-georiënteerd, in de lijn van de feng shui-filosofie. Waar in het Westen geld een uiting is van succes, wordt dit in China en omstreken beschouwd als een teken van (overdraagbaar) geluk. Men gelooft dat als je een kledingstuk van een grote ontwerper koopt en draagt, dat daarmee diens geluk op je afstraalt. Dit concept werkt ook in de andere richting en het verklaart waarom vintage niet werkt in deze regio: Chinezen nemen het risico niet om eventueel bad luck van een vorige drager over te nemen. â

3

BELGISCHE MODE IN HONG KONG

Last year a number of Belgian organisations attended the Business of Design Week (BoDW) in Hong Kong. They joined forces to mount Belgian Spirit, a combined fashion, design and architectural display. This year, the Flanders Fashion Institute, WallonieBruxelles Design/Mode and Modo Brussels are collaborating to showcase Belgian fashion for local buyers and the press. The project demands good preparation, for the Asian fashion consumer is very different from the European one. It is no secret that China plays an increasingly important role in the international fashion world. Gaining an accurate sense of that enormous country is no easy matter. Building further on the Belgian Spirit exhibit, the Flanders Fashion Institute, Wallonie-Bruxelles Design/Mode and Modo Brussels are once again going to Hong Kong with a programme centred on Belgian fashion. The three institutions have experience in organ­ising show­- rooms in European fashion capitals, but China is unfamiliar territory. Therefore they asked Christophe Billet, fashion consultant and former manager of the buying offices of a series of renowned Asian luxury retailers to draw up a profile of the Hong Kong and mainland Chinese fashion consumer. A summary of his principal insights follows:

Kong is the access point to the Chinese mainland, which has undergone very rapid development over the last decade. The first group of consumers, often labelled ‘fashion victims’, are motivated by all that is ‘new’ and ‘different’. The environment and sustainability are not on the priority list of these fashionistas. Anything new and spectacular raises their pulse (temporarily), regardless of the price. Items that could just as easily have been produced in China will, by this logic, find no favour with this group. The second type of consumer, from mainland China, has only recently been able to join the consumer marathon that we in the West have long been familiar with. These con­sumers are less interested in avantgarde items, but are seduced by the image of a brand. Labels with a long pedigree and a certain prestige do well with the mainland Chinese. Imitations are therefore taboo.

HONG KONG HUB — Westererners tend to regard consumers from mainland China, Hong Kong and the neighbouring countries as a homogeneous group, but the reality is far more nuanced. Hong Kong plays a crucial role, given that the city is the continent’s tho­roughfare and at the same time the gateway to two different regions with different types of consumers. On the one hand, Hong Kong and the HK region serves rich Asians in Singapore, Taiwan and Korea. On the other, Hong

BELGIAN FASHION IN HONG KONG

â


— BELGIAN FASHION IN HONG KONG — â

â

SEIZOENEN EN VOORKEUREN — De Hong Kongse winter is even warm als onze zomer en het is er het hele jaar door erg vochtig. Het klimaat verklaart dus enkele logische en ook minder logische vestimentaire voorkeuren. Bont is absoluut geen nood­zakelijk goed in Hong Kong en omstreken, maar gezien het luxe uitstraalt, wordt het toch gekocht (meestal in de vorm van details op jassen of schoenen of voor op reis). Daim krijgt daarentegen een resolute no-go, omdat het materiaal in een vochtig, subtropisch klimaat snel beschimmelt. Ook linnen werkt niet, aangezien het snel kreukt. Men zou anders verwachten, maar luchtige, oversized stukken zijn moeilijk verkoopbaar. Wel zijn de Chinezen en hun buren dol op cute pieces, en wat zij omschrijven als ‘de Dries Van Noten-handtekening’, als in: kleurrijk met prints en borduurwerk. Ook technologische hoogstandjes doen het goed. Omdat de lokale klant zodanig gefocust is op alles wat maar nieuw is, worden van ontwerpers ook meer dan de reguliere twee leveringen per jaar verwacht. Dat jonge labels niet in staat zijn extra capsule- of cruisecollecties uit te brengen, begrijpen de lokale buyers gelukkig ook wel. Oplossing: elke collectie opdelen in (sterk verschillende!) storylines die op vier momenten geleverd worden. LOKALE KOPERS — Ontwerpers die hun collecties graag in de rekken in Hong Kong zouden zien hangen, houden best rekening met een aantal elementen. Exclusiviteit staat centraal. Een contract afsluiten met een luxeretailer als Lane Crawford, I.T of Joyce, betekent automa­tisch dat alle anderen voor dat seizoen afhaken. Het is bijgevolg geen overbodige luxe om het cliënteel en de stijl van de verschillende retailers op voorhand onder de loep te nemen om de juiste match te bepalen. De moordende concurrentie ter plaatse maakt het bovendien onmogelijk om de lokale aankopers samen uit te nodigen voor een intieme showcase. In dit exclusiviteitsverhaal past ook het advies om bij gebrek aan budget niet noodzakelijkerwijs een showroom in Azië te openen, maar de buyers en pers in Parijs uit te nodigen. Waar buyers in Europa vaak enkele seizoenen willen afwachten om te zien of een ontwerper aanslaat, heeft men in Hong Kong maar twee seizoenen geduld. Daarna wordt enkel opnieuw gekocht van ontwerpers die óf echt goed verkopen óf een zeer sterke uitstraling hebben. In de Verenigde Staten is het septembernummer van Vogue – waarover de documentaire The September Issue gaat – voor driekwart gevuld met advertenties. Vogue China kan élke maand op eenzelfde aandacht van potentiële adverteerders rekenen en is daarmee wellicht het enige magazine ter wereld dat advertenties moet weigeren. Concreet voorspelt Investment group CLSA Asia-Pacific dat Chinese consumenten tegen 2020 meer dan 44% van ’s werelds luxeproducten zullen kopen. Conclusie: de Chinese high-end fashion industry explodeert. Voor Belgische mode is het dus belangrijk om op deze markt aanwezig te zijn. • Business of Design Week, van 3 tot 8 december, Hong Kong, www.bodw.com

4

KWINTESSENS

FENG SHUI — There are, of course, a number of elements that characterise both groups of consumers. Clients from China and the neighbouring countries are very docile and celebrity-oriented as far as fashion is concerned, along the lines of the philosophy of feng shui. Whereas in the West, money is a sign of success, in China and surroundings it is regarded as a form of (transferable) luck. People believe that if you buy and wear an item of clothing from a major designer, his or her luck will rub off on you. This concept also works the other way around, and explains why vintage clothing does not work in this region: Chinese people will not take the risk of catching ‘bad luck’ from a previous wearer. SEASONS AND PREFERENCES — The Hong Kong winter is as warm as our summer, and the air is very humid all year round. The climate thus explains some of the logical as well as some less logical fashion preferences. Fur is thus far from an essential item in Hong Kong and area, but since it exudes luxury, it is never­theless sought after (mainly in the form of details on jackets or shoes or for travelling). Suede, on the other hand, is a complete non-starter, since the material soon grows mouldy in a damp, subtropical climate. Linen does not work either, since it creases easily. One would think otherwise, but lightweight, oversized items are hard to sell. The Chinese and their neighbours are, by contrast, mad about ‘cute pieces’, and what they refer to as ‘the Dries Van Noten look’, namely, colourful apparel with prints and embroidery. Technolo­ gical wizardry also appeals. Since local customers are so intensely focused on novelty, designers are expected to produce more than the usual two collections per year. Fortunately, local buyers understand that young brands are unable to bring out extra ‘capsule’ or ‘cruise’ collections. The solution? Dividing up each collection into (highly diverse!) ‘story-lines’ that are delivered at four different times.

MODE

LOCAL BUYERS — Designers who would like to see their collections on the racks in Hong Kong need to take account of a number of elements. Exclusivity is the key. Signing a contract with a luxury retailer such as Lane Crawford, I.T or Joyce automatically means that all others will abstain for that season. Therefore it is essential to take a close look at one’s clientele and the style of the various retailers beforehand, in order to come up with just the right match. The stiff local rivalry makes it impossible, in any case, to invite local buyers as a group to an intimate showcase. In light of this quest for exclusivity, the advice is that if one’s budget does not permit it, then it is better not to open a show­room in Asia but rather to invite the buyers and the press to Paris. While buyers in Europe often want to wait for certain seasons to see whether a designer will catch on, in Hong Kong their patience lasts no more than two seasons. After that, they will only buy again from designers who either have sold really well or have a very solid reputation. In the United States, three-quarters of the September issue of Vogue – featured in the documentary entitled The September Issue – is given over to advertisements. Vogue China can count on a similar level of interest among advertisers every month, and is perhaps the only magazine in the world that has to turn down adverts. The investment group CLSA Asia-Pacific predicts that by 2020, Chinese consumers will buy more than 44% of the world’s luxury goods. The conclusion: the Chinese high-end fashion industry is exploding. It is important, therefore, that the Belgian fashion sector be present on that market. • Business of Design Week, from 3 to 8 December, Hong Kong, www.bodw.com


— BUSINESS OF DESIGN WEEK — 2012 — 01. Joyce 02. I.T Hysan One

01.

01.

02.

5

BELGISCHE MODE IN HONG KONG

BELGIAN FASHION IN HONG KONG


BELGIANS IN PARIS —— —— SHOWROOM BELGIUM — Trui Moerkerke — Foto’s: Boy Kortekaas — De voorbije modeweek in Parijs (eind september, begin oktober) maakte weerom duidelijk dat Belgische mode internationaal meespeelt. Ook het Flanders Fashion Institute trok naar de lichtstad. Met acht catwalkshows op de officiële kalender en de eerste prêt-à-portercollectie van Raf Simons bij Dior, vulden de Belgen in Parijs heel wat krantenkolommen, ook internationaal. Maar tijdens de Parijse modeweek is er eveneens veel leven náást de catwalk: de fashion buzz is voelbaar in de hele stad. Het opvallende modevolk van buyers, journalisten en modellen haast zich van vernissages naar kleine collectiepresentaties en showrooms. Sinds 2007 geeft het Flanders Fashion Institute jong modetalent een forum in Showroom Belgium. Plaats van de afspraak was dit keer een achterin gelegen pand in de stemmige wijk Le Marais. Achter een grote houten poort leidde een kasseiweggetje naar Showroom Belgium by FFI. Vijf ont­werpers kregen hier de kans om zich voor te stellen aan een internationaal modepubliek: Tom Van der Borght, PierreAntoine Vettorello, Harvey Bouterse (HrVi), Izumi Hongo (Van Hongo) en Sofie Claes (WOLF.By Sofie Claes).

With eight catwalk shows on the official schedule and Raf Simons’s first prêt-à-porter collection at Dior the Belgians in Paris made national and international news. But there’s a lot more going on off the catwalk during Paris Fashion Week: you can feel that fashion buzz throughout the city. Buyers, journalists and models in striking outfits hurry from various openings to small collection presentations and showrooms. Since 2007 the Flanders Fashion Institute has provided a platform for young fashion talents with Showroom Belgium. This year the showroom was located in a house, at the end of a courtyard, in the cosy Marais neighbourhood. Hidden behind a large wooden gate a cobblestone road led visitors to Showroom Belgium by FFI. Five designers were given the opportunity to introduce themselves to an international fashion audience: Tom Van der Borght, Pierre-Antoine Vettorello, Harvey Bouterse (HrVi), Izumi Hongo (Van Hongo) and Sofie Claes (WOLF.By Sofie Claes).

TIJDENS HUN VERBLIJF IN PARIJS KREGEN ZE ALLEMAAL DEZELFDE 10 VRAGEN VOORGELEGD: 1. De hoeveelste keer is het dat je in Parijs een showroom hebt? 2. Wat waren de verwachtingen voor je vertrek? 3. Heb je hier al iets geleerd tijdens deze showroom-week? 4. Wat was de meest verrassende ontmoeting die je in Parijs had? 5. Waar wil je over vijf jaar staan? 6. Waar haal je als jonge ontwerper de motivatie in deze moeilijke tijden? 7. Heb je tijd gehad om het werk van collega-ontwerpers te gaan bekijken? 8. Hoe zou je jouw collectie lente-zomer 2013 omschrijven? 9. Is Parijs voor jou een inspirerende stad? 10. Zou je iets anders kunnen doen dan mode?

6

The past Paris Fashion Week (at the end of September, early October) demonstrated once again that Belgian fashion has an international presence. The Flanders Fashion Institute also travelled to the City of Light.

DURING THEIR STAY IN PARIS THEY WERE ALL ASKED TO ANSWER THE SAME TEN QUESTIONS: 1. How many times have you had a showroom in Paris? 2. What were your expectations prior to your departure? 3. Have you already learnt something during this showroom week? 4. What was the most surprising encounter you’ve had in Paris? 5. Where do you want to be in five years? 6. What motivates you, as a young designer, during these trying times? 7. Have you had the time to check out the work of other designers, of your peers? 8. How would you describe your S/S 2013 collection? 9. Does Paris inspire you as a city? 10. Could you imagine doing something else than being a fashion designer?

KWINTESSENS

MODE

BEL ——


LGIANS IN PARIS —— — SHOWROOM BELGIUM PIERRE-ANTOINE VETTORELLO

1. Voor het eerst. 2. Ik verwachtte interessante mensen te ontmoeten en betrouwbare contacten te kunnen leggen. 3. Het was een wonderlijke ervaring. Contacten leggen met aankopers is een leerproces. En deze buyers vormen de link tussen onze creativiteit en de mensen die de kleren zullen dragen. 4. Ik ontmoette bijzondere kunstenaars. En verder mensen die echt geïntrigeerd waren door mijn materialengebruik. Sommigen waren in de war, maar dan heb ik het allemaal uitgelegd. 5. Over vijf jaar wil ik mijn eigen label runnen en tegelijk freelance werken. Veel reizen ook, om nieuwe materialen en inspiratie te vinden. 6. Het is voor jonge ontwerpers nooit gemakkelijk geweest. We moeten onze ontwerpen proberen afstemmen op de wereld van vandaag. Ook een goede band opbouwen met klanten is belangrijk, want ze zijn veeleisend: ze willen een betaalbaar product, maar ze willen ook van hun sokken geblazen worden. 7. Mijn motivatie haal ik uit de studie van materialen en uit zelfexpressie. Het niveau van de groep in Showroom Belgium vond ik zeer goed. We zijn allemaal zo verschillend, maar ook zo gemotiveerd. We willen er tegenaan gaan en innoveren. Ik vond het echt een groep met veel talent: Van Hongo’s werk ken ik sinds onze studies, Tom is briljant, Harvey verrassend en Sofie zo getalenteerd. 8. Mijn collectie voor de zomer is een mix van Keltische en Afrikaanse sferen. Ik gebruikte onconventionele materialen als pvc, paardenhaar en zalmhuid, gemengd met zijde, wol en lycra. 9. Parijs is één van mijn favoriete steden. Cultuur hangt hier in de lucht en je kan jezelf erin verliezen. 10. I k denk niet dat ik iets anders zou kunnen doen dan mode.

7

BELGIANS IN PARIS

BELGIA —— SH

PIERRE-ANTOINE VETTORELLO 1. For the first time. 2. I expected to meet interesting people and establish reliable contacts. 3. It was a wonderful experience. Establishing contacts with buyers is a learning process. And these buyers are the link between our creativity and the people who will wear the clothes. 4. I met some amazing artists. And also people who were really intrigued by the materials that I use. Some were confused but then I explained my modus operandi. 5. In five years from now I want to run my own label while working as a free-lancer. I also want to travel a lot, to discover new materials and find new sources of inspiration. 6. Things have never been easy for young designers. We need to harmonise our designs with the world today. Building a good relationship with customers is important because they are demanding: they want an affordable product but they also want to be blown off their socks. 7. I am motivated by the study of materials and by the power of self-expression. I thought the level of Showroom Belgium was very high. We are all quite different, but we are also very motivated. We are prepared to work and innovate. I thought it was a very talented group: I’ve been aware of Van Hongo’s work because we studied together, Tom is brilliant, Harvey surprising and Sofie very talented. 8. My S/S collection blends Celtic and African atmospheres. I have used unconventional materials such as PVC, horse hair and salmon skin, combined with silk, wool and lycra. 9. Paris is one of my favourite cities. Culture is everywhere here and you can lose yourself in it. 10. I can’t imagine doing anything else but fashion.

SHOWROOM BELGIUM


BELGIANS IN PARIS —— —— SHOWROOM BELGIUM HARVEY BOUTERSE (HRVI)

1. We stelden voor het eerst een collectie voor in Parijs. 2. Onze verwachtingen zijn altijd positief en realistisch. 3. We leren uit elke ervaring, nu ook bij deze showroom. 4. Het meest verrassende was onze ontmoeting met klanten, vrienden en collega’s die we al lang niet meer gezien hadden. Iedereen is er tijdens de modeweek in Parijs. Het was fijn om ze allemaal terug te zien en hen onze collectie voor te stellen. 5. Over vijf jaar wil ik op een plek zijn waar ik professioneel, creatief en gepassioneerd kan werken. 6. Ik haal motivatie uit de mensen die mij omringen. Het zijn stuk voor stuk getalenteerde harde werkers. En ze hebben plezier in wat ze ondernemen. Dat werkt aanstekelijk, het is motiverend en inspirerend. 7. Natuurlijk ben ik naar het defilé van Veronique Branquinho gaan kijken (voor wie Harvey nog gewerkt heeft, red.) en naar dat van Jean Paul Gaultier (waar Harvey nu werkt als senior designer womenswear pre-collection, red.). Deze ontwerpers zijn van een totaal andere generatie. Dat verschil boeit mij. Niet alleen hun collectie en defilé, maar ook hun verhaal en de weg die ze hebben afgelegd in de mode is inspirerend. Daarnaast is het bij de nieuwe Jonge Garde fantastisch om te zien hoe mode non-stop doorgaat. 8. Zomer 2013? Ik werk normaal nooit rond een specifiek thema. De collectie komt voort uit het moment waar ik me bevind. Met Wouter (Hoste, ontwerper van mannencollecties en gespecialiseerd in grafische prints, red.) zijn we al een tijd zeer gepassioneerd bezig met het verzamelen en maken van Vlaamse keramiek. Het was als vanzelfsprekend om de collectie daarrond op te bouwen (de prints in de collectie zijn van de hand van Wouter Hoste, red.). Verder wilde ik de collectie volwassen houden, met een fris en positief kleurenpalet. 9. Parijs heeft een sterke energie die moeilijk te omschrijven valt. Parijs is meer dan inspirerend alleen. 10. I n mode heb je zoveel facetten en je hebt er uiteenlopende jobs. Iets anders dan ontwerpen kan ik zeker, maar mijn job zal altijd iets met mode te maken hebben.

HARVEY BOUTERSE (HRVI) 1. 2. 3. 4.

It was our first collection presentation in Paris. Our expectations are always positive and realistic. We learn from every experience, also from this showroom. The most surprising thing was our meetings with customers, friends and colleagues whom we hadn’t seen for quite some time. Everyone is in attendance during Paris Fashion Week. It was nice to see them all again and to present our collection to them. 5. In five years from now I want to be in a place where I can work in a professional, creative and passionate manner. 6. I am motivated by the people around me. They are all talented hard workers. And they like what they do. It rubs off, it motivates and inspires you. 7. Naturally I went to see Veronique Branquinho’s catwalk show (Harvey worked for her in the past, ed.) and that of Jean Paul Gaultier (where Harvey is now employed as Senior Designer, Womenswear pre-collection, ed.). These designers are of a completely different generation. I am fascinated by this difference. Their collection, their catwalk show, their story and their career in fashion inspires me. At the same time it is also amazing to see how fashion continues non-stop with the new young guard. 8. Summer 2013? I usually never work with a specific theme. The collection is the output of the time frame that I am living in. Wouter (Hoste, designer of menswear collections, who specialises in graphic prints, ed.) and I have been making and collecting Flemish ceramics for quite some time now. It seemed logical to develop a collection based on this (the prints in the collection were created by Wouter Hoste, ed.). I also wanted to have a mature collection, using fresh and upbeat colours. 9. Paris has a strong energy, which is impossible to describe. Paris is more than an inspiration. 10. There are so many aspects to fashion and the range of jobs is quite diverse. I can certainly imagine not being a designer, but my job will always relate to fashion.

8

KWINTESSENS

MODE

BEL ——


LGIANS IN PARIS —— — SHOWROOM BELGIUM TOM VAN DER BORGHT

1. Ik had nu voor het eerst een showroom in Parijs. 2. Ik ben pas afgestudeerd, en dus had ik niet zo veel verwachtingen. Ik vond het al een unieke kans om zo kort na mijn studie mijn collectie te mogen tonen aan een internationaal publiek van pers en buyers en hun reacties af te tasten. 3. Ik leerde vooral: ‘Expect the unexpected!’ 4. Alle reacties, contacten, gesprekken waren eigenlijk verrassingen en ervaringen op zicht. 5. Over vijf jaar zou ik er internationaal echt graag stáán. Zou het niet super zijn dat Tom Van der Borght dan synoniem is voor een speelse, nieuwe visie op couture? 6. Donkere en moeilijke tijden inspireren mij net om met een positief verhaal naar buiten te komen, een alternatief te bieden. Ik geloof in positivisme, daar haal ik inspiratie en motivatie uit. 7. Het was een superdrukke week, met weinig tijd om andere shows of showrooms te bezoeken. Ik heb wel het werk gezien van enkele jonge collega-ontwerpers uit België. Interessant om te zien hoe elk van ons een eigen verhaal en stijl zoekt. 8. Enlightenment, fun, power, playfulness, manipulation, glow-in-the-dark. 9. Londen en Berlijn zijn mijn favoriete steden, maar het leuke aan Parijs is dat álles er mode ademt. 10. Ja hoor!

BELGIA —— SH

TOM VAN DER BORGHT 1. This was my first showroom in Paris. 2. I only recently graduated, so I did not have high expectations. I considered this a unique opportunity to be able to show my collection to an international audience of journalists and buyers and to test the waters so soon after my studies. 3. I mainly learnt to ‘Expect the unexpected!’ 4. All the responses, contacts, discussions in fact were surprises and experiences as such. 5. In five years from now I really want to be an international success. Wouldn’t it be great if Tom Van der Borght has become synonymous of a playful, new approach to couture? 6. Dark and difficult times tend to inspire me to present a positive story, to offer an alternative. I believe in positivism. It inspires and motivates me. 7. It was a very busy week with little time to visit other shows or showrooms. I did see the work of some young Belgian designers, of some of my colleagues. It is interesting to see how each one of us is searching for his own story and style. 8. Enlightenment, fun, power, playfulness, manipulation, glow-in-the-dark. 9. London and Berlin are my favourite cities but what I like about Paris is that everything exudes fashion here. 10. Yes of course!

9

BELGIANS IN PARIS

SHOWROOM BELGIUM


BELGIANS IN PARIS —— —— SHOWROOM BELGIUM SOFIE CLAES (WOLF.BY SOFIE CLAES)

1. Het was de vierde keer dat ik in Parijs was met een showroom. 2. Mijn verwachtingen? Enkele nieuwe verkooppunten en persaandacht. 3. Voor mij was het niet nieuw, dus niets nieuws geleerd. 4. De meest verrassende ontmoeting was een Chinees buying office dat erg veel interesse vertoonde in de collectie. 5. Over vijf jaar zou ik wereldwijd willen verkopen. 6. Een opstart in de mode is altijd moeilijk, crisis of niet. Op dit moment worden we natuurlijk extreem in de diepte gegooid, maar ik blijf het gevoel hebben dat het alleen maar beter kan worden. Het is een harde tijd om nu je dromen waar te maken, maar als je nu rechtop blijft staan, zal je later minder hard vallen. 7. Ik heb in Parijs een mooie mix van collecties gezien die heel erg divers waren van elkaar. 8. Mijn zomercollectie is geïnspireerd op raw materials from nature. Structuren van stenen en marmerprints vormden de leidraad die contrasteert met de fragiele, gewassen zijdes. In elke collectie streef ik ernaar een zo sterk mogelijk beeld neer te zetten met een zo minimaal mogelijke benadering. De collectie heeft een androgyn karakter met klassieke sportswear details. 9. Elke stad kan inspirerend werken voor mij, maar in Parijs snuif je echt de mode op en dat heeft voordelen. 10. I k zou iets anders kunnen doen dan mode. Een koffiebar openen bijvoorbeeld, en er een creatieve ontmoetingsplaats van maken.

SOFIE CLAES (WOLF.BY SOFIE CLAES) 1. 2. 3. 4.

This was my fourth time in Paris with a showroom. My expectations? A few new points of sale and media attention. I had done it before, so I didn’t learn anything new. The most surprising encounter was with a Chinese buying office that was really interested in the collection. 5. In five years from now I would like to sell my collection all over the world. 6. Starting out in fashion is always difficult, whether there is an economic crisis or not. At the moment of course we are experiencing extreme depths, but I keep thinking that things can only get better. These are difficult times to make your dreams come true, but if you can ride this out, you will fare better in the long run. 7. I saw a nice mix of collections in Paris, which were quite different from one another. 8. My S/S collection is inspired by raw materials from nature. The main theme consists of the structures of stones and marble prints, which contrast with the fragile, washed silks. In every collection my aim is to present the strongest possible image with the most minimal approach possible. The collection is androgynous, with classic sportswear details. 9. Every city can inspire me, but in Paris you can really feel fashion, which has its advantages. 10. I could imagine doing something else than being a fashion designer. I could open a coffee bar for example and turn it into a creative meeting place.

10

KWINTESSENS

MODE

BEL ——


LGIANS IN PARIS —— — SHOWROOM BELGIUM

IZUMI HONGO (VAN HONGO)

1. This was my fifth showroom in Paris. 2. I mainly wanted to meet Belgian journalists and stylists here. 3. I learnt that showrooms only really work for big names in fashion. We sell by visiting the stores ourselves and by organising a drive-by-showroom. 4. No surprising encounters! 5. In five years I hope that a few stylish boutiques will buy my collec­tion, season after season. And I also hope to have my own store in Antwerp, and one day in Tokyo (designer Izumi Hongo was born in Tokyo and studied architecture in Japan. She subsequently moved to Antwerp to study at the Fashion Academy there, ed.). 6. I am motivated by the reactions and purchases of customers in our Salon Van Hongo. 7. I didn’t have any time to see any other collections. 8. I was inspired by the artist in his workshop, and I wanted to evoke the pure atmosphere of elegance and craftsmanship. I emphasised the fragile texture of ceramics in the selection of the fabrics and prints, and also thought long and hard about the colour combinations. The designs are a combination of the comfortable work wear which the artist wears in his workshop and of the typical ‘couture’ shapes which I have increasingly incorporated in my collections during the past few seasons. 9. I don’t think Paris is such an inspiring city. 10. I could probably do something else, but I prefer not to.

IZUMI HONGO (VAN HONGO) 1. Ik had voor de vijfde keer een showroom in Parijs. 2. Ik wilde daar vooral Belgische pers en stilisten zien. 3. Ik heb geleerd dat showrooms vooral werken bij gevestigde waarden in de mode. Echte verkoop realiseren wij door de winkels zelf te bezoeken en dus een drive-by-showroom te organiseren. 4. Geen verrassende ontmoetingen! 5. Over vijf jaar wil ik dat enkele vaste, stijlvolle boetieks seizoen na seizoen aankopen. En voorts een eigen winkel in Antwerpen en uiteindelijk ook één in Tokyo (ontwerpster Izumi Hongo is geboren in Tokyo en studeerde in Japan architectuur vooraleer ze naar de Modeacademie in Antwerpen trok, red.). 6. Mijn motivatie haal ik uit de reacties en aankopen van de klanten in ons Salon Van Hongo. 7. Er blijft geen tijd over om nog andere collecties te gaan bekijken. 8. Geïnspireerd door de kunstenaar in zijn atelier, wilde ik de pure atmosfeer van elegantie en ambacht oproepen. In de keuze van de stoffen en prints ligt de na­druk op de fragiele textuur van keramiek en een weloverwogen keuze in de kleurencombinaties. De ontwerpen vormen een combinatie van comfortabele werkkleding die de kunstenaar in zijn atelier draagt en van typische ‘couture’ belijningen die ik de laatste seizoenen steeds meer gebruik in de collectie. 9. Parijs vind ik niet echt een inspirerende stad. 10. I k zou wel iets anders kunnen doen, maar liever niet.

11

BELGIA —— SH

BELGIANS IN PARIS

SHOWROOM BELGIUM


— Siska Lyssens —

— spring summer 2013 —

Hij is nog maar aan zijn tweede collectie toe, maar nationale en internationale modecritici omschrijven Glenn Martens nu al als one to watch. Glenn Martens, de Bruggeling die via Antwerpen in Parijs belandde, slaagde er voor het zomerseizoen van 2013 opnieuw in te overtuigen met een stemmige presentatie in de cryptes en binnenkoertjes van de Chapelle Expiatoire, een kapel opgedragen aan Louis XVI en Marie-Antoinette. Ondanks zijn drukke schema tijdens de afgelopen Fashion Week in Parijs, maakte Glenn tijd om Kwintessens een kijkje te laten nemen in zijn hoek van de Creative Door showroom. Daar deed hij met volle overgave de vele facetten van zijn collec­t ie Beauty Will Remain uit de doeken:

12

KWINTESSENS

Although he has only just showed his second collection Belgian and international fashion critics have already described Glenn Martens as the one to watch. Glenn Martens, who hails from Bruges but who ended up in Paris via Antwerp, managed to convince fashion journalists and buyers yet again with his collection for S/S 2013 during a demure presentation in the crypts and courtyards of the Chapelle Expiatoire, a chapel dedicated to Louis XVI and Marie-Antoinette. In spite of his busy schedule during the most recent Fashion Week in Paris Glenn took some time to show Kwintessens his corner of the Creative Door showroom. There he enthusiastically revealed the many aspects of his collection, Beauty Will Remain:

MODE


CONCEPT — Glenn’s second collection essentially continues to embroider on the themes of his first. A constant is the architectural value and construction of each item. I think it is important that each item has a concept, an innovative element which can be interpreted in another way, like the shirts with their elongated front and back panels. There is always a detail that adds something to the design. Or a dress, which is long in the front, with straight tailoring, but with a fold at the bottom which adds volume, so that it is more than it seems. I work hard on this inventive aspect. My small team of trainees and I design all the patterns. We are continuously trying to figure out how we can create something innovative. I try to interpret things differently. Take the example of this recycled plastic jeans jacket, based on the iconic Levi’s jacket. I have retained the line of the old jacket but we have added a lot of graphic detailing to the front panels, in which we have hidden all the pockets. The rest of the jacket is straight. We also used this construction for other designs. A dress becomes an oversized dress as a result and feels ample and comfortable, when you wear it as is.

13

de vrijheid van beweging en de styling. Het beeld is sterk op zichzelf, maar als je het stuk apart ziet, is het ook gemakkelijk te dragen en aan te passen aan je eigen stijl. HERINTERPRETATIE — Het tweede concept waarrond de collectie is opgebouwd, is een theorie die stelt dat alles wat mooi wordt bevonden en geapprecieerd, eigenlijk iets fictiefs is. Om schoonheid te vinden moet je alleen de manier waarop je iets bekijkt veranderen. Neem bijvoorbeeld een industriële stad als Charleroi: als je het herbekijkt vind je er een zekere nostalgie en melancholie die uiteindelijk heel mooi kan worden. En op alle vlakken is dat zo. Overal en in alles kan je schoonheid vinden. Dat idee heb ik in de collectie vertaald naar het gebruik van ‘moeilijke’ stoffen: zo was glanzend satin duchesse geleend uit sportswear een nieuwe manier om bepaalde materialen te her-appreciëren. Ook de frappante prints passen in dat idee. Ze zijn een samenwerking met de Engelse fotograaf Toby de Silva, die in China woont. Hij maakte de fotoserie Immortal over Romeinse heiligen en martelaren, wiens graven werden verfraaid door juwelen. Die relikwieën documenteerde en fotografeerde hij en wij hebben die foto’s gebruikt om onze prints op te

But we have added a belt, and when you wear this around the waist the flow of the design is not affected. But you can create a much more feminine shape with it. Another thing that is important: the freedom of movement and the styling. The image in itself is strong but when you look at the individual piece it is also easy to wear and can be adapted to your own style.

REINTERPRETATION — The second concept on which the collection is founded is a theory which states that everything that is considered beautiful and appreciated is in fact fictional. You only have to change the way you look at something to find beauty. Take, for example, an industrial city like Charleroi: on second glance you might discover a certain sense of nostalgia, of melancholia, which can in fact be quite beautiful. And this applies to everything. You can find beauty everywhere and in everything. I interpreted this idea in the collection with the use of ‘difficult’ fabrics: shimmering duchesse satin, which I borrowed from sportswear, was a new way of re-appreciating certain fabrics. The striking prints also tie in with this idea. They are the outcome of a collaboration with the British photo­-

BELGIANS IN PARIS

bouwen. Vooral bij de skulls hebben we ge­probeerd om het rock-’n-rolleffect te vermijden door bijvoorbeeld twee doods­hoofden samen te voegen en het beeld te vervormen. In onze campagnebeelden zie je hoe we iets moois veranderd hebben, of iets lelijks herbekeken, of iets ouds veranderd hebben in iets nieuws. VLAAMSE PRIMITIEVEN — Andere prints zijn dan weer gebaseerd op de Vlaamse Primitieven, op schilderijen van Memling en Van Eyck, vooral op de draperingen. Wij hebben veel doorzichtige materialen gebruikt: mousseline en dunne satijn. Net als bij de Vlaamse Primitieven wilden we onze fluïde materialen heel rechtlijnig gebruiken. Bij een avondjurk hebben we stoffen die normaal gezien voor drapage worden gebruikt net opgeplooid en in rechte panden gebruikt. Het is altijd een combinatie: je probeert een concept te vinden maar je denkt ook na over hoe het eruit moet zien. Zo kan een harembroek enorm onflatterend zijn als je die vanop de rug bekijkt. Maar wij hebben aan de voorkant een plooi geplaatst en dat zorgt voor een mooi silhouet. Dat heb ik geleerd toen ik werkte voor Honest by van Bruno Pieters: je moet iets kunnen verkopen puur op het beeld. Ik ben getraind om mij af te vragen: “Hoe denkt een man of een vrouw? •

grapher, Toby de Silva, who lives in China. He created the photo series, Immortal about Roman saints and martyrs whose graves were ornamented with jewellery. He documented and photographed these relics and we used his photos to develop our prints. With the skulls especially, we tried to avoid the rock ‘n roll effect by, for example, combining two skulls and distorting the image. In our campaign photos you can see how we have transformed something beautiful, or re-examined something ugly or turned something old into something new.

most flattering look when seen from the back. But we have added a fold in the front, which has created a nice shape. I learnt that when I worked for Honest by, by Bruno Pieters: you need to be able to sell something purely based on the image. I have been trained to ask myself: How does a man or a woman think? •

FLEMISH PRIMITIVES — Glenn was inspired by the draped fabrics in the paintings of Flemish Primitives, like Memling and Van Eyck, for some of the other prints. We used a lot of transparent fabrics: muslin and thin satin. Like the Flemish Primitives, we wanted to use our fluid fabrics in a very straightforward manner. In this evening dress we chose to fold fabrics that are usually used to create a draped effect, reserving them for straight panels. The result is always a combination: you try to develop a concept but you also think about what it should look like. Harem pants may not be the

GLENN MARTENS: BEAUTY WILL REMAIN

W W W.GLENNM AR TENS.COM

CONCEPT — Deze tweede collectie is een voortzetting van de vorige collectie. Wat blijft is de architecturale waarde en de constructie van ieder kledingstuk. Ik vind het belangrijk voor elk kledingstuk een concept te hebben, een vernieuwend element dat op een andere manier interpreteerbaar is, zoals de hemden met een doorlopend voor- en achterpand. Er is steeds een detail dat iets toevoegt. Of een jurk, lang vooraan en recht geknipt, maar die dan eindigt in een plooi die volume geeft, zodat het méér is dan het lijkt. Met dat inventieve ben ik veel bezig. Alle patronen worden door mijn kleine team van stagiairs en mezelf gemaakt. Het is telkens uitdokteren hoe we iets vernieuwends gaan creëren. Ik probeer dingen op een andere manier te interpreteren. Neem dit gerecycleerde plastic jeansjasje, gebaseerd op een typisch stuk van Levi’s. De lijn van het oude stuk is gebleven maar heel het grafische werk hebben we op de voorpanden gezet, waarin nu alle zakken verstopt zitten. Voor de rest is het recht. Die constructie hebben we herbruikt voor andere stukken. Een jurk wordt zo oversized en voelt ruim en gemakkelijk aan als je die gewoon los draagt. Er zit echter een riem bij en als je die in de taille plaatst blijft de constructie onaan­getast, maar je creëert er een veel vrouwe­ lijker silhouet mee. Wat ook belangrijk is:


14

SORORIA *

Lederen vest HrVi - Harvey Bouterse — Leather jacket by HrVi - Harvey Bouterse

Fotografie / Photography: Martin Bing — Productie / Production: David Flamée – Sketch — Styling: Dofi Espinosa & Pablo Piatti — Set en schilderijen /Set and paintings: Pablo Piatti — Haar en make-up /Hair and make-up: Sanne De Wolf, Kathleen Demulder voor M.A.C — Modellen /Models: Amélie Lens (Soren) & Sam Deliaert (Dominique Models), Rosalie De Meyer (Soren) — Met bijzondere dank aan / Special thanks to Ronald van der Hilst & Marcel A.M. Vissers voor de locatie / for the location.

*viola sororia ‘Albiflora’ is a violet with beautiful green leaves.

*Viola Sororia ‘Albiflora’ is een viooltje met een mooi groen blad.

Bijschriften mode

A1. Jasmijn Verlinden – Business of Design Week

I.T Harbour City I.T House Street I.T Hysan One Joyce

A2. Trui Moerkerke – Showroom Belgium

Foto’s: Boy Kortekaas (ergens bovenaan artikel plaatsen)

A3. Siska Lyssens – Glenn Martens

SS13 Glenn Martens

A4. Stephanie Duval – Dressing up

naam van label (naam van mapje)

KWINTESSENS

A5. Jolien Vanhoof – Interview Ravn

© Koen Vernimmen (mapje wetransfer)

A6. Jolien Vanhoof – Interview Duchene

AW12 Luc.Duchene AW12 Mer du Nord Luc Duchêne

MODE


15

SHOOT

SORORIA


Jurk, Narelle Doré — Dress by Narelle Doré

Spelen met de seizoenen, dat is wat mode doet. Winter laten zien in de zomer en omgekeerd. Kwintessens kijkt vooruit naar een bijzondere zomer.

16

KWINTESSENS

MODE


Jurk, Narelle Doré — Dress by Narelle Doré

Fashion likes to reverse the seasons. Showing winter fashions in summer and vice versa. Kwintessens looks ahead to a very special summer. 17

SHOOT

SORORIA


18

KWINTESSENS

MODE

VAN LINKS NAAR RECHTS: Amélie: top van Felix Boehm, pantalon van HrVi - Harvey Bouterse en schoenen van Narelle Doré — Sam: lederen vest van HrVi - Harvey Bouterse, pantalon en sandalen van Pelican Avenue — Rosalie: jurk van Felix Boehm, vest HrVi - Harvey Bouterse en schoenen van Narelle Doré

LEFT TO RIGHT: Amélie: top by Felix Boehm, trousers by HrVi - Harvey Bouterse and shoes by Narelle Doré — Sam: leather jacket by HrVi - Harvey Bouterse, trousers and sandals by Pelican Avenue — Rosalie: dress by Felix Boehm, jacket by HrVi - Harvey Bouterse and shoes by Narelle Doré.


— DRESSING UP? BELGEN EN FEESTKLEDING — — Stephanie Duval —

Nu de feestdagen er weer aankomen, denkt de gemiddelde Belg misschien iets vaker aan mode. Want hoewel de algemene trend de afgelopen jaren er één was die casual tot de norm verhief, mag het bij kerst en nieuw toch wel wat meer zijn. Of niet? De grens tussen ‘zondagse’ en vrijetijdskleding lijkt steeds vager te worden. De opmars van de jeansbroek voor zowel professionele afspraken als een avondje uit op restaurant, lijkt op het eerste gezicht te voorspellen dat de vraag naar feestelijke kleding afneemt. Maar zo eenvoudig is het niet. Wat wel duidelijk blijkt na een kleine rondvraag bij Belgische retailers en modemerken is dat speciale feestcollecties met uitsterven bedreigd zijn. De meeste labels houden wel rekening met een meer casual en een meer gekleed segment binnen één en dezelfde collectie, maar zo ver gaan als aparte capsulecollecties ont­werpen, dát doen ze niet. Is er überhaupt nog wel vraag naar feestkleding? Dat wel, zo stellen persbureaus, magazines en stilisten. “Onze klanten spelen zeker in op het thema: als ze geen aparte feestcollectie hebben, kiezen we stuks uit de collecties die we aan stilisten voorstellen. Ook via digitale e-mailers doen we proactief voorstellen, maar dat doen we al een hele tijd,” stelt Wendy Jaspers van persbureau Unlimited PR. “Voor magazines is het zeer belangrijk om feestedities te brengen, omdat veel mensen toch vasthouden aan hun lange avondjurken of glitter cocktailjurkjes,” legt stiliste Lieve Gerrits uit. “Maar soms heeft een bestaande jurk uit je garderobe gewoon een ander accessoire nodig om er feestelijk uit te zien.”

Smets Premium Store

— DRESSING UP? BELGIANS AND PARTY ATTIRE —

GEEN APARTE COLLECTIES Als het van de media afhangt, doen de Belgen dus nog wel graag hun best voor de feestdagen. Maar volgens de modemerken kiezen ze daarvoor liefst een outfit uit bij de hen vertrouwde merken in hun favoriete winkels, eerder dan naar gespecialiseerde zaken te stappen of te kiezen voor speciale feestlabels. Tom Depoortere, ontwerper bij Essentiel, merkt dat er in grote steden iets meer vraag is naar specialere stukken. “Dat is vooral zo in onze winkels in de grotere steden, met Brussel als voorloper. Maar blijkbaar beschouwen veel mensen Essentiel nog altijd als kleding voor een speciale gelegenheid, want klanten vinden dit aspect in onze gewone collecties voldoende terug. We zorgen er altijd voor dat we wat meer feestelijke items hebben in onze Flash-collectie in de winter, maar we zijn niet echt een merk dat avondjurkjes brengt. We houden graag de grens tussen casual en feeste­lijk wat vaag.” Ook merken als Bellerose en Rue Blanche brengen geen speciale feestcollecties uit: “Onze collectie richt zicht tot de dagelijkse garderobe. Daarin zitten soms stukken die kunnen doorgaan voor avondkleding, maar die net zo goed overdag gedragen kunnen â

19

DRESSING UP  ?

Now that the holidays are looming the average Belgian tends to think about fashion more frequently. Because although the general trend in recent years was all about casual clothes Belgians like to dress up for Christmas and the New Year. Or don’t they? The boundary between clothes for ‘special occasions’ and leisure clothing is becoming increasingly vague. The emergence of jeans as appropriate attire for meetings in the workplace or a dinner in a restaurant seems to indicate that the demand for party attire is waning. But things are not quite that clear-cut. What is clear, however, after a brief survey among Belgian retailers and fashion brands, is that special party collections are threatened with extinction. Most labels do however provide a more casual and a more dressy segment in one

DRESSING UP  ?

and the same collection but they no longer design separate capsule collections. Do people still buy party attire? They do, according to the press agen­cies, the magazines and the stylists. “Our customers are definitely aware of the theme: if they don’t have a separate party collection then we will choose some items from the collections and present them to stylists. We also proactively suggest clothes in digital e-mailers but we have been doing this for quite some time”, says Wendy Jaspers at Unlimited PR, a Belgian press agency. Lieve Gerrits, a stylist, explains that “it is very important for magazines to produce party issues because people do like long evening dresses or sparkly cocktail dresses. But sometimes an existing dress in your wardrobe just requires another â accessory to look festive.”


— DRESSING UP? BELGIANS AND PARTY ATTIRE — 01.

01. 01.

01. Essentiel 02. Bellerose 03. Rue Blanche

02.

03.

02.

01.

01.

20

KWINTESSENS

MODE


— DRESSING UP? BELGEN EN FEESTKLEDING — â

NO SEPARATE COLLECTIONS

Essentiel Accessory Store

â

worden,” klinkt het bij Bellerose. “Als we zo’n specialere kledingstukken ontwerpen, houden we nog altijd rekening met de coherentie van de gehele collectie. Dit seizoen brengen we bijvoorbeeld een smoking voor vrouwen in gewassen fluweel, of een casual topje met pailletten.” Bij Rue Blanche horen we eenzelfde geluid: “We ontwerpen graag kleding die ook gedragen kan worden tijdens de feestdagen, maar willen kledingstukken niet limiteren tot één enkele gelegenheid.”

ONDERTUSSEN IN DE WINKEL De meeste winkeliers lijken dezelfde nuchtere blik te hebben op feestkleding. “We hebben er nooit veel vraag naar gehad, maar we merken dat meer en meer klanten hier iets vinden voor een speciale gelegenheid,” vertelt Julie Marynen van Step by Step. “Dat komt omdat Belgische vrouwen toch graag willen dat ze hun feestelijke outfit ook na het feest nog kunnen dragen. Ze kopen geen jurk om maar één of twee keer te dragen. Dan kopen ze liever iets dat ze kunnen opsmukken met accessoires of met schoenen met een hogere hak.” Ook Patricia Goijens van multibrand webshop Lily and the Lady deelt deze mening: “Onze klanten appreciëren het feit dat ze onze selectie of opgekleed of juist casual kunnen dragen. Ik denk dat we items verkopen die gemakkelijk van dag- naar avondkleding getransformeerd kunnen worden met de juiste styling. Ik denk dat dát is wat onze klanten willen. Als ze echt iets extravagants zoeken dat ze maar één keer kunnen dragen, dan zullen ze dat misschien ergens goedkoper gaan zoeken. Maar als wij hen tonen dat je een zijden jurk op ver­schillende manier kan dragen, dan zien ze dat als een investering.” Naar gespecialiseerde zaken of feestmerken zal de Belgische consument dus niet snel vragen. En dat komt volgens Julie Marynen vooral door onze nuchtere natuur: “In België doen we niet echt aan ‘opkleden’. Hooguit voor een trouwfeest en dan nog. De Belg is te bescheiden, durft weinig en is bang om op te vallen.” Tom Depoortere betreurt dat: “Ik denk inderdaad dat de hedendaagse Belgische klant liever iets koopt dat ze voor verschillende gelegenheden kan dragen. Maar toch blijf ik het spijtig vinden dat mensen zich minder optutten bij speciale gelegenheden.” Volgens Patricia Goijens is de tijdsgeest veranderd. “We hebben een andere houding tegenover kleding. Er zijn geen regels meer, dus hangt het van je persoonlijkheid af hoe je je kleedt. Vroeger was dat allemaal duidelijker. Het kon bijvoorbeeld echt niet dat je geen â

21

DRESSING UP  ?

According to the press Belgians still make an effort for the holidays. But the fashion brands think that they prefer to shop for an outfit from brands they know, in their favourite stores, instead of going to a specialised store or choosing a brand that specialises in clothes for special occasions. Tom Depoortere, a designer at Essentiel, has noticed that demand for special items is slightly higher in the big cities. “We have noticed this in our shops in the bigger cities, in Brussels especially. But apparently most people still think of Essential as attire for a special occasion because customers tend to find out what they are looking for in our usual collections. We always make sure that we have more festive items in our Flash collection in winter­time but we are not the kind of brand that designs evening dresses. We prefer to keep the boundary between casual and festive a little vague.” Brands such as Bellerose and Rue Blanche do not design special party collections either: “Our collection is all about daywear. Some pieces can be used as party attire, but you can also wear them during daytime”, says a Bellerose representative. “When we design items that are a little more party-oriented we still always take into account the coherence of the entire collection. This season, for example, we have designed a smoking for women in washed velvet, or a casual sequin top.” Rue Blanche works along the same lines: “We like to design clothes that can also be worn for festive occasions but we do not want to limit our designs to one single occasion.”

MEANWHILE, IN THE SHOPS Most shopkeepers tend to share this simple approach to party attire: “We have never had much demand for

DRESSING UP  ?

it, but we have noticed that customers are increasingly coming to us for a dress for a special occasion”, says Julie Marynen at Step by Step. “Probably because Belgian women like to be able to wear their festive outfit after the party. They don’t buy a dress to only wear it once or twice. They prefer something that they can dress up with accessories or with a shoe with a higher heel.” Patricia Goijens of the multibrand online store, Lily and the Lady, shares this opinion: “Our customers appre­ciate the fact that they can wear our selection in a casual or more dressy style. I think that we sell items that can easily be taken from day to night, with the right styling. I think that that is what our customers are after. If they are really looking for something extra­vagant, which they will only be able to wear once, then they may buy it cheaper elsewhere. But if we show them that you can wear a silk dress in various ways, then they think of it as an investment.” It seems that Belgian consumers are not inclined to shop in specialised shops or buy specialised labels. Julie Marynen attributes this to our downto-earth nature: “Belgians don’t really ‘dress up’. At the most we may dress up for a wedding and even then. Belgians are too timid, they are not that bold and they are afraid of standing out. Tom Depoortere regrets this: “I do think that Belgian consumers today prefer to buy something that they can wear for several occasions. But I do regret that people have stopped dressing up for special occasions.” Patricia Goijens thinks that the zeitgeist has changed. “Our attitude to clothes has changed. There are no rules anymore. Your personality deter­mines how you dress. In the past things were more clear-cut. For example, you couldn’t imagine not buying a new dress to go to a wedding. These days you can go to a New Year’s Eve party in jeans but you can also wear a â silk dress and 4-inch heels.


— DRESSING UP? BELGIANS AND PARTY ATTIRE — â

nieuwe jurk kocht om naar een trouwfeest te gaan. Als je nu in jeans naar een nieuwjaarsfeestje wil, dan kan dat, maar je kan net zo goed kiezen voor een zijden jurk en torenhoge hakken.” Ook speciale gelegenheden zijn volgens haar niet meer zo speciaal: “Zo is kerstmis vestimentair minder feestelijk geworden. Verjaardagen scoren vandaag dan weer wel. Ik denk dat het moeilijk is om je als retailer op die ‘feeste­lijke gelegenheden’ vast te pinnen en erop in te spelen.”

RODE LOPER Maar niet iedereen is het daarmee eens. Zeker Karine Smets niet, de zaakvoerder van de luxe concept stores Smets in Brussel en Luxemburg: “Onze klanten kleden zich de laatste tijd steeds vaker op en top vrouwelijk. Er zijn ook talrijke avonden uit en feestjes waarvoor ze echt hun best willen doen,” stelt Karine Smets. “Dankzij sociale netwerken en het internet in het algemeen speelt ons leven zich steeds meer af voor het computerscherm. Maar zo blijft er van een echt sociaal leven nog maar weinig over. Ik denk dat we nu in een tegenbeweging terecht­komen. Winkels, galerieën en zelfs autogarages beginnen evenementen te organiseren om hun klanten uit te nodigen en te ontmoeten, want anders kopen die straks alles via internet. En mensen gaan er graag naartoe, net om weer eens búíten te komen. Het rode loper-aspect hoort er ook bij. Draait het in onze cultuur niet allemaal rond gezien worden en het creëren van een opgemerkt personage? Maar als je dan niet opgedirkt bent of er speciaal uitziet, kijkt geen fotograaf naar jou.” Ook Tamara Demey, ontwerpster en mede-oprichtster van Alice Gazouille merkt dat er meer gelegenheden zijn waarvoor een speciale outfit aangewezen is: “Ik heb het gevoel dat er de laatste jaren meer feestjes worden georganiseerd – zowel in nachtclubs als bij mensen thuis – met een specifieke dresscode of een thema. Die oogsten veel succes, want de aanwezigen zijn telkens tot in de puntjes uitgedost. Maar je ziet dat die feestlooks een alledaagse knipoog hebben, een zekere nuchterheid. Wij merken dat zowel vrouwen als mannen zich veel makkelijker en liever opdirken als het maar niet te stijf wordt. Kijk naar de comeback van de blazer, maar dan wel casual of speels gecombineerd. Alledaagse of grappige accenten lijken in dezen onmis­­baar. En comfort primeert.” Waarschijnlijk is het Belgische profiel daar ergens te zoeken: we vinden het leuk om ons af en toe op te tutten, maar we willen ons er wel nog steeds goed bij voelen. Stiliste Lieve Gerrits wil de term ‘feestkleding’ dan ook niet te nauw definiëren: “Het is een breed begrip. Het komt erop neer dat je toch even de moeite hebt genomen om over je outfit na te denken. Voor de ene persoon betekent dat een outfit om een avondje te gaan stappen, voor een ander is dat een mooie outfit voor een romantisch diner. Er is wel één voorwaarde: het mag een tikkeltje méér zijn.” •

22

KWINTESSENS

Smets Premium Store

â

She also thinks that special occasions are no longer that special: “In terms of attire, Christmas has become less festive. Birthdays tend to be more about dressing up these days. I think it is difficult to focus on these ‘festive occasions’ and to design in function of them as a retailer.

ON THE RED CARPET But not everybody agrees with this. Especially Karine Smets, who owns the Smets luxury concept stores in Brussels and Luxembourg: “Recently our customers have started to adopt an increasingly feminine style. There are also several evening events and parties for which they really want to make an effort”, she says. “Thanks to social networks and the Internet in general our life increasingly is unfolding in front of a computer screen. But this has also undermined people’s social life. I think that we are seeing a counter­movement at the moment. Stores, galleries and even car brands are starting to organise events where they can meet their customers, because otherwise they will end up buying everything online. And people like to go to these events, precisely because it gives them the opportunity to get out. The red carpet aspect is also part of this. Isn’t our culture all about being seen and creating a look that makes you stand out from the

MODE

crowd? But photographers won’t look at you if you aren‘t dressed up or have a special look.” Tamara Demey, the designer and co-founder of Alice Gazouille has noticed that the number of occasions for which you require a special outfit is on the increase: “I feel as if people are organising more parties these days – in night clubs and at home – with a specific dress code or theme. They are quite successful because people are always dressed to a tee. But if you look carefully you will notice that these outfits are also quite down to earth, quite simple. We have noticed that men and women don’t mind dressing up as long as things don’t become too formal. Just look at the comeback of the blazer, which is styled in a more casual or playful way. Everyday or fun accents seems to be indispensable. And it’s all about comfort.” Probably this is where you can situate the Belgian profile: we like to dress up now and then but we always want to feel comfortable. Lieve Gerrits prefers a wider definition of ‘party attire’ as a result: “It is a broad concept. It means that you did make the effort to think about your outfit. Some people will buy an outfit for an evening out on the town, while others will buy a pretty outfit for a romantic dinner. There is one condition, however: you can amp it up a bit. •


— DRAAGBAAR IS NIET HETZELFDE ALS SIMPEL — INTERVIEW DAMIEN FREDRIKSEN RAVN

Wie in oktober een bezoek bracht aan de 23ste editie van de Biënnale Interieur 2012 in Kortrijk zal zeker de uniformen van de hosts en hostesses gezien hebben. Die waren van de hand van de Noor Damien Fredriksen Ravn, oud-student van de Antwerpse modeacademie, docent aan die van Warschau en winnaar van de FFIwedstrijd Dress a Host(ess)!. Kwintessens liet hem zijn zegje doen over vier op maat gesneden thema’s. à — Jolien Vanhoof —

WEARABLE DEFINITELY DOES NOT MEAN SIMPLE INTERVIEW DAMIEN FREDRIKSEN RAVN

Anyone visiting the 23rd interior design biennial, Interieur 2012 in Kortrijk, can hardly have failed to notice the uniforms of the hosts and hostesses. These were designed by the Norwegian Damien Fredriksen Ravn, a former student of the Antwerp Fashion Academy, who teaches at the Warsaw Fashion Academy and won the FFI competition, Dress a Host(ess)!. Kwintessens asked his à opinion about four tailor-made themes.

23

INTERVIEW DAMIEN FREDRIKSEN RAVN

INTERVIEW DAMIEN FREDRIKSEN RAVN


â

DAMIENR AVN.T UMBLR.COM

STIJL EN FILOSOFIE — Tijdens de eerste twee jaren aan de academie was ik op zoek naar een stijl die ik mezelf eigen kon maken. Met Walter [Van Beirendonck, red.] als leraar ging het plots vanzelf. Eindelijk voelde ik me op mijn gemak en liet ik me minder snel afleiden door wat andere studenten deden. Je wordt er dagelijks omringd door expressieve creaties, wat natuurlijk inspirerend werkt, maar voor mij draaide het toen al veel meer om de details. Het is belangrijk om als ontwerper te weten waar je een verschil kan maken en wat jou onderscheidt van de rest. Alles is al ooit gedaan, maar je moet er gewoon een nieuwe twist aan geven. Al bij de eerste schetsen stel ik mezelf de vraag: wat maakt dit ontwerp nu anders?

LESGEVEN IN WARSCHAU — Modestudenten moeten weten dat er vele manieren zijn om hun

UNIFORM INTERIEUR 2012 — FOTO © KOEN VERNIMMEN

doel te bereiken. Het vak is niet zo eendimensionaal als het soms lijkt. Nog een waardevolle les die docent Patrick de Muynck me ooit heeft geleerd en die ik graag doorgeef: Fashion is about millimeters. Het juiste patroon is het alfa en omega voor mij.

WISKUNDE — Mode moet in de eerste plaats draagbaar zijn. Wat heb je eraan als niemand je collectie koopt? Anderzijds geloof ik ook sterk in creativiteit, in een soort van blindelings vertrouwen in je intuïtie. Draagbaar is voor mij trouwens niet hetzelfde als simpel. Integendeel, het is een uitdaging om je kleding zowel comfortabel als boeiend te maken. Ik hou vooral van geometrische prints en een scherpe snit. Mijn vader doceert wiskunde. Vandaar [lacht]. In mijn visie is elke lijn verbonden met de hoek van een andere lijn. Om die rechte vorm te doorbreken, speel ik graag met extremen, zoals een diepe golvende cut op de rug in plaats van het typische decolleté vooraan.

ORGANISCHE GROEI — Voor de lente- en zomercollectie heb ik me laten inspireren door Masterpieces of European Arms and Armour, een kunstboek dat ik in Wenen op de kop tikte. Ik werk met leder, neopreen, latex en zijdefluweel, maar steek tegelijk veel energie in het ontwikkelen van mijn eigen stoffen. Ik neem er ook de tijd voor. Geen bandwerk voor mij, wel handwerk. Een top met de hand naaien neemt algauw een volledige week in beslag, but so what? Ik geloof in organische groei, ook wat mijn label en mijn identiteit als ontwerper betreft. Ik wil de juiste stappen nemen, niets overhaasten als de tijd er niet rijp voor is.” •

TEACHING IN WARSAW — Fashion students should know that there are many ways of achieving their objective. The profession is not as one-dimensional as it often seems. Another valuable lesson, which my teacher Patrick de Muynck, once taught me and which I like to pass on to my students is: Fashion is about millimeters. The right pattern is the be-all and end-all for me.

â

STYLE AND PHILOSOPHY — During the first two years at the academy I was looking for a style that I could appropriate, that I could make my own. With Walter [Van Beirendonck, ed.] as a teacher, it happened just like that. I finally felt at ease and I was less easily distracted by the work of the other students. Every day you are surrounded by expressive creations, which naturally is a huge source of inspiration, but at the time I was already more interested in the details. It is important to know, as a designer, how you can make a difference and what sets you apart from the others. Everything has already been done at one time or another but you just need to give it a new twist. As soon as I start sketching I ask myself: what is so different about this design?

24

KWINTESSENS

MATHS — Fashion first and foremost should be wearable. What’s the point if nobody buys your collection? On the other hand I also strongly believe in creativity, in blindly trusting your intuition. What’s more, I don’t believe wearable should mean simple. On the contrary, it is a challenge to make your clothes comfortable and fascinating. I especially love geometric prints and sharp tailoring. My father teaches maths. That explains a lot [laughs]. In my vision every line connects to the angle of another line. I like to toy with extremes, to break through this straight line, by for example using a deep, undulating cut on the back instead of the typical neckline in the front. ORGANIC GROWTH — For my Spring/Summer collection I was inspired by Masterpieces of European Arms and Armour, an art book which I bought in Vienna. I work with leather, neoprene, latex and silk velvet but at the same time I also invest a lot of energy in developing my own fabrics. I also take the time for this. No serialisation for me, everything is done by hand. Yes, manually sewing a top can sometimes take a whole week, but so what? I believe in organic growth, also when it comes to my label and my identity as a designer. I want to take the right steps, I don’t like rushing things when the time isn’t right.” •

MODE


— Jolien Vanhoof —

IN EEN ANDERE ECONOMISCHE CONTEXT WAS HET WEL GELUKT — INTERVIEW LUC DUCHÊNE Een selfmade man als Luc Duchêne, die krijg je niet klein. Daar was zowat de hele Belgische modewereld van overtuigd. Maar begin september kwam het persbericht waarin de 63-jarige Brusselaar het einde aan van zijn label Luc.Duchene aankondigde.

IT WOULD HAVE WORKED IN A DIFFERENT ECONOMIC CONTEXT — INTERVIEW LUC DUCHÊNE It’s impossible to sink a self-made man, like Luc Duchêne. The entire Belgian fashion world was convinced of this. But in early September a press release was sent out in which the 63-year old Brussels-based designer announced the end of his label, Luc.Duchene.

De modesector staat op een kruispunt. Het zijn niet alleen harde tijden voor jonge wolven. Ook grote ronkende namen zijn niet immuun voor de economische crisis. Onlangs nog maakte het Britse high-end modehuis Burberry bekend dat zijn jaarwinst zal tegenvallen door de ‘uitdagende’ context. En ook het Italiaanse Dolce & Gabbana ziet donkere wolken naderen. Hetzelfde merken we binnen onze eigen landsgrenzen. Belgische gevestigde waarden gingen aan het wankelen. Zo was er dit jaar het faillissement van Olivier Strelli en Christophe Coppens en moest de beroemde en geroemde concept store WALTER van Walter Van Beirendonck de deuren sluiten. Het overkwam ook Luc Duchêne, de man achter Mer du Nord en het onlangs opgedoekte Luc.Duchene, het label dat tot 2010 de naam Chine droeg. Duchêne staat bekend als een perfectionist, een expert in zijn vak. Voor hij zijn eerste label Mer du Nord oprichtte in 1988, was Duchêne al importeur van jeansmerken als Diesel, Chipie en Chevignon. Daarna deed hij gewoon waar hij goed in was: de Belgische commerciële mode op de kaart zetten. De beslissing om zijn jongste telg Chine in 2009 – in volle crisistijd – een andere naam en richting te geven, was niet geheel onlogisch: het label werd al te vaak geassocieerd met bedrukte zijde en bohémien chic. Ook de naam zelf was een handicap: anno 2010 dacht men over China vooral in termen van goedkope spullen en slechte kwaliteit. Het nieuwe label Luc.Duchene moest

The fashion industry is at a crossroads. These are difficult times for young up-and-coming designers. But neither have big, well-known names remained immune to the impact of the economic crisis. Recently the British high-end fashion house Burberry announced that its annual profits would be around the lower end of market expectations because of the ‘challenging’ climate. The Italian designer duo, Dolce & Gabbana also see dark clouds on the horizon. The same trend is obvious in Belgium. A number of Belgian established brands also toppled. This year saw the bankruptcy of Olivier Strelli and Christophe Coppens and the internationally praised concept store, WALTER by Walter Van Beirendonck was also forced to close. The same happened to Luc Duchêne, the man behind the label, Mer du Nord and the recently dissolved Luc.Duchene, the label known as Chine until 2010. Duchêne is widely known as a perfectionist, an expert. Before establishing his first label, Mer du Nord in 1988 Duchêne already imported jeans

â

â

25

INTERVIEW LUC DUCHÊNE

INTERVIEW LUC DUCHÊNE


01.

01.

01. Mer du Nord — Autumn Winter 2012 02. Luc.Duchene — Autumn Winter 2012

02.

26

KWINTESSENS

MODE


â

â

onder leiding van ontwerper Tim Van Steenbergen – die ook de jongste twee jaar van Chine meemaakte – vooral meer bourgeois, sexy en rock-’n-roll ogen. Alleen was de vraag of de eindconsument in tijden van crisis bereid is om net zoveel risico te nemen. luc duchêne: Het bleek inderdaad moeilijk om een nieuw luxemerk internationaal te lanceren. In tijden van crisis spelen de mensen nu eenmaal op veilig en kiezen ze voor de merken die ze goed kennen. Ook distributeurs en inkopers van winkels zijn minder snel geneigd om er een relatief nieuwe naam bij te nemen. Ze zijn voorzichtig en stellen zich afwachtend op. Het gevolg is dat Luc.Duchene geen faire kans heeft gekregen.

brands like Diesel, Chipie and Chevignon. Then he simply started doing what he was good at: putting Belgian commercial fashion on the map. The decision to rename his youngest brand, Chine, in 2009, in times of economic crisis, and to rethink the strategy was not entirely illogical: all too often the brand was associated with printed silk and bohemian chic. The name itself also proved to be a problem: in 2010 China was mainly associated with cheap goods and bad quality. The new label, Luc.Duchene, with the collaboration of designer Tim Van Steenbergen – who also worked for Chine during the first two years – had to look more bourgeois, more sexy and more rock ’n roll. The question, however, remained whether consumers were prepared to take the same risk in such deeply troubled times as this. luc duchêne : It proved to be quite hard to launch a new luxury brand internationally. In times of crisis people prefer safety and they tend to choose brands they know well. Distributors and buyers are also less inclined to add a relatively new name. They are cautious, and they adopt an expectant attitude. As a result Luc.Duchene did not get a fair chance.

Frustreert u dat? Zeker. Ik heb oprecht geloofd dat het samenbrengen van mijn ervaring, mijn visie op mode en het talent van Tim Van Steenbergen een garantie tot succes zou zijn. Daarom ben ik de uitdaging ook aangegaan. Een gril van het ego? Misschien, maar gezien mijn traject in de sector moest ik het gewoon proberen. De huidige afloop heeft me zwaar teleurgesteld, dat geef ik toe, maar ik blijf er tegelijk van overtuigd dat het in een andere economische context wél had kunnen lukken. Luc.Duchene is niet het eerste label dat uit het modebeeld verdwijnt. Ook Christophe Coppens en Olivier Strelli gaven er dit jaar nog de brui aan. Staat de mode onder druk? Dat hangt af van het segment. De high-end collecties draaien op volle toeren, vooral die van namen met veel zichtbaarheid. Luxe overtuigt als ze gelauwerd, gevestigd en erkend is. Langs het andere uiterste van het spectrum doet ook fast fashion het goed, de hapklare mode van grote ketens die je op elke straathoek vindt. Slecht nieuws dus voor de merken en ontwerpers die ergens tussenin mikken. Dat was ook het probleem bij Luc.Duchene: ik wilde in de eerste plaats kwaliteit maken, niet het soort kleren dat je enkele keren draagt en dan vormeloos wordt. Maar als je werkt met de mooiste materialen, de perfecte snit nastreeft en de voorkeur geeft aan kleine confectieateliers in Europa, tja ... dan uit zich dat in de prijs van het kledingstuk. En niet iedereen is bereid die te betalen. In deze situatie schuilt toch een paradox? Dat klopt. Modehuizen willen wel meer verkopen, maar tegelijk hun aura van exclusiviteit niet verliezen. Volgens mij is dat vandaag een ambitieuze maar bijna onmogelijke combinatie. Hoe heeft u het modelandschap de voorbije 30 jaar zien evolueren? Je hoeft zelfs niet zover in de tijd terug te denken. De mode ziet er nu al heel anders uit dan pakweg enkele jaren geleden. Toen deelden de Franse luxegroepen nog de lakens uit, nu zijn het de goedkopere merken die terrein winnen dankzij hun hoge cool factor. Waarom denk je dat er tegenwoordig zoveel samenwerkingen ontstaan tussen luxemerken en grote ketens? Flexibiliteit is het nieuwe codewoord. Fast fashion zal ons misschien niet van onze fundamentele waarden doen afzien, maar ze verplicht ons wel om ons aan te passen aan het nieuwe koopgedrag. Kleine merken en ontwerpers moeten zich nu meer dan ooit bewijzen, zich onderscheiden en de consument ook gewoon méér bieden. Wat met startende ontwerpers? Maken zij nog een kans? Er zijn van die momenten waarop ik de toekomst vrees. Toegegeven, er is van alles méér: meer consumenten, meer winkels. Maar dat maakt het er zeker niet gemakkelijker op voor startende ontwerpers met een visie. Integendeel, het opzetten van een eigen merk vergt enorme investeringen en bovendien wordt de mode stilaan uniform door de toenemende massaproductie. Soms stel ik mezelf de vraag: als er later geen sterke onafhankelijke ontwerpers meer zijn, wie zullen de grote ketens dan gaan kopiëren?

Do you find this frustrating? Most certainly. I really believed that the combination of my experience, my vision of fashion and the talent of Tim Van Steenbergen would guarantee success. Which is why I rose to the challenge. Was it about ego? Maybe, but in view of my career in this industry I simply had to give it a try. I admit that I am very disappointed about how things panned out but at the same time I am convinced that it could have worked in a different economic context. Luc.Duchene is not the first fashion label to fold. Christophe Coppens and Olivier Strelli also declared bankruptcy earlier this year. Is fashion under pressure? It depends on the segment. The high-end collections are doing really well, especially the labels with a lot of visibility. Luxury is only convincing when it has been praised, recognised and is established. At the other end of the spectrum fast fashion is also doing really well, the bite-size fashion of the big chains which you can find on every street corner. But this is bad news for designers and brands that are aiming for the middle segment. This was also the problem faced by Luc.Duchene: I wanted to first and foremost create quality, not the type of clothes which become shapeless after wearing them a few times. But when you only work with the best fabrics, focussing on perfect tailoring and working with small clothes confection workshops in Europe, well ... then this is reflected in the price of an item. And not everyone is prepared to pay this price. But surely this is a paradox? That’s right. Fashion houses want to sell more but at the same time they don’t want to lose their aura of exclusivity. I think that in today’s context that is an ambitious but almost impossible combination. What is your take on the development of the fashion landscape in the past thirty years? You don’t even have to go back that far. Fashion today already looks quite different than it did a few years ago. At the time the French luxury groups were still calling the shots. These days the cheaper brands are growing fast because of their high cool factor. Why do you think that there are so many partnerships between luxury brands and big chains these days? Flexibility is the new hot code word. Although fast fashion will not make us abandon our core values it forces us to adapt ourselves to the new purchasing behaviour. Now more

â

27

INTERVIEW LUC DUCHÊNE

â

INTERVIEW LUC DUCHÊNE


â

â

Zal het zo’n vaart lopen? Misschien niet. We hoeven zeker niet te panikeren. Bijzonder talent komt altijd bovendrijven, maar het is echt zwoegen om een naam voor jezelf te maken. Grote ketens kunnen kleine ontwerpers gemakkelijk uit hun lood slaan. Het komt erop neer voet bij stuk te houden en zo veel mogelijk op te pikken van de commerciële aspecten van het vak. Mooie kleren maken is al lang niet meer voldoende.

than ever small brands and designers have to prove themselves, have to differentiate themselves and also offer consumers more.

Met Mer du Nord lukt het wel. Waar ligt volgens u de sterkte van uw oudste merk? Mer du Nord is tijdloos, een tikkeltje bourgeois en vooral: de kwaliteit van de kleren is heel goed. Onze klanten weten dat en appreciëren dat. Ze komen hier niet over de vloer voor de meest trendy stukken van het seizoen, maar kunnen zich wel vinden in het kleurenpalet en de minimalistische snit. Mer du Nord is een sterk merk, daar ben ik me van bewust. En toch verwonder ik me soms over het grote succes dat we na 25 jaar in de business nog boeken. Zeker als je bedenkt hoe vluchtig alles in de mode is. Soit, ik bekijk het als een extra motivatie om hard te blijven investeren in het merk.

W W W.LUCDUCHENE.COM

Hoe kijkt u aan tegen webshops en het hele online verhaal in de mode? De modesector is steeds meer aan het evolueren richting internet, online shoppen en digitaal adverteren. Als goeddraaiend label kan je die ontwikkeling niet negeren. Mer du Nord heeft al een e-shop, een blog en een Facebook­ pagina, maar er zijn hier en daar nog zaken die we kunnen verbeteren. Zolang het allemaal maar in lijn blijft met de waarden die we als merk willen uitstralen. De grootste uitdaging? Een evenwicht vinden tussen meedraaien met al de rest enerzijds, en vasthouden aan onze identiteit anderzijds. Maar weet dit: fast fashion is geen doel voor ons. Kwaliteit is dat wel. •

What about emerging designers? Do they still stand a chance? There are times when I fear what’s yet to come. Admittedly, there is more of everything: more consumers, more stores. But it certainly doesn’t make things easier for emerging designers with a vision. On the contrary even. Setting up your own brand requires a huge investment and what’s more, fashion is gradually becoming more uniform because of the growth of serialised production. Sometimes I find myself wondering: if there no longer will be strong, independent designers, who will the big chains copy? Do you think it will come this? Maybe not. We certainly shouldn’t panic. Exceptional talent always stands out, but you really have to work hard to make a name for yourself. Big chains can easily be quite bewildering for small designers. So you need to stick to your guns and learn as much as you can from the commercial aspects of our profession. These days simply making nice clothes is not sufficient. But Mer du Nord is a success. What do you think is the strength of your oldest brand? Mer du Nord is timeless, a little bit bourgeois and above all: the quality of our clothes is really good. Our customers know this and they appreciate it. They don’t come to us for the hottest items of the season, but they do like the colours and the minimalist tailoring. Mer du Nord is a strong brand, I’m aware of that. And yet, sometimes I am surprised about the great success of it, even after 25 years in the business. Especially when you think about how fleeting fashion can be. In any event, I look at it as an additional motivation to continue to invest in the brand. What about online stores and the whole online story in fashion? The fashion industry is increasingly evolving towards the Internet, online shopping and digital advertising. You cannot ignore this development as a successful label. Mer du Nord already has an e-shop, a blog and a Facebook page, but there are some things here and there which can be improved. As long as everything continues to be in line with the values which we wish to embody as a brand. The biggest challenge is striking a balance between going along with all the others on the one hand and preserving our identity on the other hand. But always remember: our objective is not fast fashion. We believe in quality. •

Mer du Nord — Autumn Winter 2012

28

KWINTESSENS

MODE


Kwintessens 2012-4