Page 1


Kwintessens DESIGN

1 Voorwoord

Hoofdredacteur Editor in chief

2 Tafelgesprekken over lekkers en over moois

Johan Valcke Redactie Editorial team

Steven Cleeren Christian Oosterlinck Coördinatie Coordination

Mies Van Roy Werkten mee aan dit nummer Contributing editors

Natasja Admiraal An Bogaerts Eva Coudyzer Roel Jacobus Christian Oosterlinck Lut Pil Kurt Vanbelleghem Koen Van der Schaeghe Henk Van Nieuwenhove Lien Vanreusel Fotografie portfolio Photography portfolio

FoodPhoto

Redactieadres Editorial offices

Design Vlaanderen/Kwintessens Koloniënstraat 56 (7de verdieping) 1000 Brussel t +32 (0)2 227 60 60 f +32 (0)2 227 60 69 e info@designvlaanderen.be w www.designvlaanderen.be Grafisch ontwerp Graphic design

Pjotr (Pieter Willems) Druk Printing

New Goff Vertaling Translation

Data Translations ElaN Translations IGTV Abonnementen kunnen schriftelijk of telefonisch worden aangevraagd op het adres van Design Vlaanderen of door overschrijving van € 23,55 op het rekeningnummer be 16 0912 2120 3374. Subscriptions may be requested in writing or by telephone by contacting the Design Flanders editorial offices or by transferring EUR 23.55 to bank account number iban be 16 0912 2120 3374. Adreswijzigingen worden gemeld op het redactieadres. Changes of address may be sent to our editorial offices. Niets uit deze uitgave mag worden gebruikt zonder toestemming van de uitgever. © Design Vlaanderen Nothing contained in this publication may be used, whether in part or in whole, without the publisher’s consent. © Design Flanders Alle adressen van designers, kunstenaars, galeries e.a. kunnen bij Design Vlaanderen verkregen worden. The addresses of designers, artists, galleries and other information are available upon request from Design Flanders.

Foreword

Johan Valcke

Table talk about things delicious and beautiful Henk Van Nieuwenhove

8 Geen vast recept voor kookboeken

No standard recipe for cookbooks Kurt Vanbelleghem

16 Eindeloos combineren met geuren en kleuren

Endless combinations of aromas and colours Roel Jacobus

20 The Belly Rules the Mind TENTOONSTELLING Tafelgesprekken EXHIBITION Table talks Eva Coudyzer 24 Voor u geserveerd: zeven opvallende food trends

New on the menu: seven distinctive food trends An Bogaerts

30 Speels, kritisch en intensief

Playful, critical and intensive Lut Pil

36 Oude gewoontes en radicale vernieuwing

Old habits and radical innovation Lien Vanreusel

42 Het bord als schilderscanvas

The plate as canvas Koen Van der Schaeghe

46 Kleien met eten

Clay modelling – with food Natasja Admiraal

50 Verpakkingsdesign voor voedingsmiddelen

Food packaging design Christian Oosterlinck

55 Portfolio FoodPhoto 73 Agenda en nieuws

Agenda and news Christian Oosterlinck


Voorwoord Johan Valcke

“I

edereen die er werkt is gefascineerd door design en goed eten”, schrijft Christian Oosterlinck over het bureau Quatre Mains in zijn artikel over verpakkingsdesign. Deze korte zin vat zowat de essentie van dit nummer samen. Eerlijk gezegd heb ik het nooit anders meegemaakt dan dat een ontwerper graag goed eet. Ik heb met hen fascinerende restaurants en gerechten leren kennen, van een ‘Vechthaan in Pernod’ tot een puur en uitgebalanceerd veggiegerecht. Designers, ontwerpers en kunstenaars genieten blijkbaar ten volle van het leven, waarbij ook goed eten hoort, uiteraard wanneer ze het zich kunnen permitteren. De keuken en het koken en alles wat errond gebeurt, is voor hen blijkbaar een biotoop, een ‘natuurlijke’ markt, zeker voor de ambachtelijke ontwerpers zoals keramisten, edelsmeden, textieldesigners, glasblazers, meubelontwerpers enz., maar evenzeer voor de industriële vormgever. En hoewel hun werk ten dienste staat van de culinaire activiteit, voegt het een plastisch, visueel element toe dat de gerechten die erin geserveerd of gebruikt worden, extra ondersteunt. Hun recipiënten – om een geleerd woord voor gebruiksvoorwerp te gebruiken, wat dan weer een banaal woord is – voegen een verhaal toe aan het eten. Een culinair verhaal dat de klant, geruggensteund door bestek, servies, tafellinnen, verlichting en meubel, met genoegen consumeert. Je zou zo kunnen stellen dat de meesten van onze Vlaamse ontwerpers die in deze sector actief zijn, eigenlijk tot het onroerend kunstpatrimonium moeten behoren, maar niets is minder waar. Er zijn heel wat bekende ontwerpers die via hun ambachtelijke en eigenzinnige visie, bedrijven, restaurants, chefs hebben kunnen bekoren, om voor hen te ontwerpen. Heel recent nog liet Peter Goossens van het Hof van Cleve zijn restaurant opnieuw inrichten door louter Belgische ontwerpers, zoals André Verroken, Anna Torfs, Ann Van Hoey e.a. Ook de laureaten van de laatste Henry van de Velde Award voor Loopbaan, het duo Lachaert & d’Hanis, werkt heel intens samen met Sergio Herman (Oud Sluis) en de reeds vernoemde Peter Goossens. Met plezier verwijs ik ook naar het bedrijf Serax waar Roos Van de Velde, Hugo Meert en Bram Boo voor ontwerpen; of Nedda El-Asmar met een schitterend bestek voor Hermès, Siegfried De Buck voor Christofle en Piet Stockmans die voor Alain Ducasse een dessertservies ontwierp. Er zijn nog anderen, te veel om op te noemen. De meesten van deze ontwerpers bevinden zich dikwijls in een meer artistieke wereld en drukken hun stempel op de producten. Bij product­ ontwikkelaars ligt dat moeilijker, hoewel het ook daar speelt. Bob Daenen, die in de zestiger jaren van de vorige eeuw de Europese designafdeling van Tupperware in Aalst oprichtte, was daar een zeer duidelijk voorbeeld van. Hij schreef gedichten, maakte schilderijen en tekeningen, maar was bovenal een industrieel ontwerper. Zijn concepten maakten het kunststof keuken­alaam tot een wereldwijd icoon van design. In deze aflevering raken we het concept ‘food design’ aan. Dat gaat me echter een beetje te ver. Er is geen lifestyleblad in deze wereld dat zich respecteert dat niet over ‘food design’ schrijft. Koks, enfin ‘chefs’, sommeliers, interieurarchitecten, vullen via interviews hele pagina’s in de bladen. Food design is hot en de chefs zijn de sterren. Ze krijgen er soms ook sterren voor. Met food design kun je quasi alle kanten uit. Zo heeft het fenomeen ook zijn surrealistische kantjes. Zo werd ik enkele jaren geleden in Saint-Etienne, Capital du Design in Frankrijk, op het compleet verkeerde been gezet door allerlei gerechten die anders smaakten dan ze er uitzagen. De materiële omkadering was echter nauwelijks design. In Vlaanderen gaan we eerder voor een iets bescheidener, meer ondersteunende vorm van design. Goed gemaakte producten, die de creatieve hardware vormen voor het culinaire verhaal van de chef. ▪

Foreword

“E

veryone who works there loves design and good food,” writes Christian Oosterlinck about the Quatre Mains design agency in his article on packaging design. This brief sentence touches on the very essence of this edition. To be honest, I’ve never heard anything other than that designers like to eat well. I have been with them when we discovered brilliant restaurants and dishes, from a ‘Gamecock in Pernod’ to a balanced, purely veggie meal. It would appear that designers, craftsmen and artists enjoy life to the fullest, good food being a part of that, provided, of course, they can afford it. The kitchen, cooking, and everything associated with it, is one of their habitats, it seems – a ‘natural’ market, especially for craftsmen such as potters, precious metal workers, textile designers, glass blowers, furniture designers, and so on, but even industrial designers too. Though their work underpins all things culinary, it also adds an expressive, visual element that lends extra weight to any meal served up or presented in one of their pieces. Their vessels – to use a scholarly word for utensils, which is itself somewhat trite – add a narrative to experience of eating. A culinary story that the customer, supported by cutlery, crockery, table linen, lighting and furniture, devours with pleasure. You could say that most of our Flemish designers in this sector should actually be among our national treasures, but this is unfortunately not the case in reality. There are many renowned designers who have been able to seduce businesses, restaurants and chefs with their unique craft and vision, and so design for them. Very recently Peter Goossens from the Hof van Cleve had his restaurant refitted by none other than Belgian designers such as André Verroken, Anna Torfs, Ann Van Hoey and others. In fact, the winners of the last Henry van de Velde Award for Lifetime Achievement, the

duo Lachaert & d’Hanis, have worked very closely with Sergio Herman (Oud Sluis) and the aforementioned Peter Goossens. It is with pleasure that I mention the company Serax, for whom Roos Van de Velde, Hugo Meert and Bram Boo do design work; and Nedda ElAsmar’s brilliant cutlery set for Hermès, Siegfried De Buck for Christofle and Piet Stockmans, who designed a dessert service for Alain Ducasse. There are others, too numerous to mention. Most of these designers often find themselves in a more artistic world and make their stamp on a product. This is somewhat harder for product developers, but not unheard of. Bob Daenen, who set up the Tupperware European design department in Aalst in the 1960s, is clearly a fine example. He wrote poetry, did paintings and drawings, but, above all else, was an industrial designer. His concepts made the plastic kitchen utensil a worldwide icon of design. In this edition, we touch on the concept of ‘food design’. But maybe I’m overstepping the mark a bit. There is no self-respecting lifestyle magazine in the world that doesn’t write on the subject of ‘food design’. Cooks, that is ‘chefs’, sommeliers, interior architects, fill whole pages of these magazines with interviews. Food design is hot and the chefs are the stars. And sometimes they are awarded stars for their work. You can do just about anything with food design. The phenomenon has its surreal edges. A few years ago, for example, in SaintEtienne, the Design Capital of France, I was completely taken aback by a whole range of dishes that tasted nothing like how they looked. However, the material setting could barely be described as design. In Flanders, we give our design a slightly more modest, supporting role. Products with good taste – creative hardware for the culinary tales of the chef. ▪

1


Tafel­gesprekken over lekkers en over moois Hof van Cleve, waar ook design thuis is Henk Van Nieuwenhove

Foto’s: Jean-Pierre Gabriel

Geometry, Ann Van Hoey voor Serax


Tabouret, Jules Wabbes voor Bulo

Louise, Jules Wabbes voor Bulo Cathedral Table, André Verroken Parts Coupe Mandarine Sanded, Anna Torfs

Ik

ruik haar gebronsde leren huid, bewonder haar sierlijke elegantie in kleuren van kers en wengé. Wat een genoegen is het om op Louise te kunnen zitten. Volgend jaar wordt ze 50, maar dat is deze sensuele dame niet aan te zien. Dankzij Bulo heeft de schone van Jules Wabbes een nieuw leven gekregen. De sommelier raadt onze gedachten en schenkt parels van Bollinger. Hapjes van aardpeer, truffel en doyenné, van Duke of Berkshire, sojaboon en sanchopeper likken de papillen. De gesprekken gaan over lekkers en over moois, over leven en vergankelijkheid, over de ware aard van de dingen. Het Hof van Cleve: waar gastronomie en design elkaar raken. Door het raam zie ik de zompige weiden waar ’s zomers de koeien grazen, hier en daar een knoestige knotwilg, de akkers op de voorgrond, de industrie op de achtergrond: Vlaanderen op een zakdoek. In een bui van weemoed besloten Lieve en Peter Goossens een jaar geleden om de boel op te ruimen en hun gasten in een nieuw decor te ontvangen. Ze gingen daarvoor te rade bij André Verroken, die hen begeleid heeft bij hun verrassende zoektocht naar Belgisch design én “het poëtische bestaan van de dingen”, zoals André dat zo graag uitdrukt. Het resultaat verdient drie sterren. Tafelen in het Hof van Cleve krijgt een andere dimensie. “Woorden zijn er altijd te veel aan, in de wereld van de dingen. Het spreken van de dingen is zwijgen.” Laat ons toch een poging doen.

Smaak en harmonie We citeren Geert Bekaert over de dingen van André Verroken: “In het begin deden ze, een enkele keer, nog enige moeite om op te vallen en om de aandacht te vragen door een verrassende vorm, een opvallende kleur of een onverwachte combinatie van materialen. Nu hebben ze hun weg gevonden, een weg die helemaal geen weg meer is. Ze zijn er gewoon.” De dingen zijn er gewoon, alsof ze er altijd al geweest zijn. Dat is de kracht van een thuis. Dat gevoel heb je aan het eind van een avondje Hof van Cleve, een avond zeg

Table talk about things delicious and beautiful  Hof van Cleve, where design also feels at home

I

smell her tanned leather skin, admire her graceful elegance in the colours of cherry and wenge. What a pleasure to be able to sit on Louise. She will be 50 next year, but you would never know it to look at this sensual lady. Thanks to Bulo, Jules Wabbes’ beautiful chair has been given new life. The sommelier guesses our thoughts and pours some Bollinger. Hors d’oeuvres of Jerusalem artichoke, truffles and Doyenne, of Duke of

Berkshire, soybeans and sansho peppers tickle the taste buds. The conversation turns to what is delicious and beautiful, life and mortality, and the true value of things. The Hof van Cleve: where gastronomy and design meet. Through the window I see the muddy pastures where cows graze in the summer, here and there a gnarled pollard willow, the fields in the foreground and industry in the background: Flanders on a pocket handkerchief. In a fit of melancholy, Lieve and Peter Goossens decided a year ago to redo the place and welcome their guests in a new decor. For advice they turned to André Verroken, who helped them in their surprising quest for Belgian design and for “the poetic essence of things”, as André likes to put it. The result earned them three stars. Tables at the Hof van Cleve have been given a new dimension. “Words are always superfluous in the world of objects. The language of objects is silence.” Let us nevertheless give it a try.

Taste and harmony To quote Geert Bekaert about André Verroken’s objects: “In the beginning they took the trouble, just once, to be noticed and to draw attention through a surprising form, a striking colour or an unexpected combination of materials.

3


Bijzettafel, André Verroken

maar, nadat de strijd met de natuur is geleverd. Dat gelukzalige gevoel dat de dingen – of het nu om oesters of glaskunst van Anna Torfs gaat – slechts een voorwendsel zijn om mensen samen op gedachten te brengen. Daar zitten ze dan: André Verroken, Antoine Van Loocke, Francis Van Damme, Anna Torfs, Ann Van Hoey, Tim Oeyen & Sanny Winters én Peter Goossens. “Dit moet de eerste keer zijn dat ik hier kom eten”, lacht de chef. Ze zíjn er gewoon, net als de dingen die ze creëerden en “die zich ontpoppen tot objecten van meditatie en poëzie”, zoals Geert Bekaert het noemt. “Na tien jaar waren we toe aan een nieuw interieur”, bekent Peter Goossens die nipt van een Japanse Yuzo Komachi wijn. “We hebben resoluut gekozen voor Belgisch design. In mijn keuken werk ik ook niet met een rouget van de Méditerrannée, maar geef ik de voorkeur aan vis uit de Noordzee. We hebben ons laten inspireren maar we hebben ook onze eigen keuzes gemaakt. Au fond gaat het in de keuken, net als in design en kunst, om dezelfde zaken: het gaat om smaak en harmonie. Ik zie ook dat we op dezelfde manier te werk gaan: blijven proberen en zoeken tot we iets vinden. Toen we onlangs een schilderij van Giglioli uit zijn kader haalden, merkten we dat de achterkant eveneens beschilderd was, maar dat de kunstenaar er een groot kruis over had gemaakt. Als het niet lukt, dan moet je iets anders proberen tot het wel lukt. Dat is toch de essentie?”

Ernst en humor Het zware begrip is gevallen: Belgisch design. Bestaat er zoiets als Belgisch design? André Verroken schrikt even als ik de vraag stel en begint over de toenemende globalisering, en wijst erop dat in het Italiaanse design – net als in de gastronomie –talentvolle mensen uit Japan en China aan het werk zijn. Maar de vraag blijft in zijn gedachten cirkelen. Net zoals de Margaux Château Prieuré-Lichine 2000, uit de magnum geschonken, zijn geheimen pas blootgeeft onder het walsen. “En toch blijven Italiaans design en Italiaanse gastronomie synoniem voor frivoliteit, lichtheid, la luce, terwijl wij toch meer met structuur bezig zijn, een stevige onderbouw verlangen, sterke wortels die diep in de klei dringen. Maar de ernst doorprikken we ook met een gevoel van humor. Wij durven mensen op het verkeerde been zetten. Het is geen toeval dat het surrealisme in België geboren is!” De wijn is heerlijk en doet zijn werk, dat wil zeggen: hij diept de gedachten uit en tilt het gesprek naar een hoger niveau. De geometrische sierlijkheid van het servies van Ann Van Hoey krijgt net die artistieke meerwaarde door de kleine toets waarmee ze een opening in de cirkel creëert. De sintjakobsvrucht met citroentijm voelt zich erg goed in deze pure omgeving. Wanneer de duif uit Anjou komt aangevlogen, worden de messen geslepen. Het zijn messen van Antoine Van Loocke, met heften naar keuze uit oud ivoor, waterbuffelhoorn, muskusos, Karelische berk of Ambonees wortelhout. Het lemmet is van koolstofstaal en glijdt als boter door het arme duifje. Antoine Van Loocke werkt met recuperatiemateriaal en noemt zichzelf terecht een industrieel archeoloog. Grondwitloof, kastanje en komijn tillen dit gerecht naar hoge hoogte. Waar Ann Van Hoey zich wentelt in de lichtheid van het impressionisme, gaat Antoine Van Loocke op zoek naar de oerkrachten van de natuur. Zijn mes hoort thuis in een genreschilderij met wildtafereel en een streepje bloed. Tijd om even te mijmeren bij een schilderij van een kind van de streek, Roger Raveel, die het landschap van buiten naar binnen haalt. Raveel houdt de mens een spiegel van de ziel voor. Wie in het Hof van Cleve het kleine kamertje wil bezoeken kan daar tot contemplatie komen bij het artistieke werk van Panamarenko.

4

Now they have found their way, a way that in effect is not a way at all. They are just there.” The things are just there, as if they had always been. That is the power of a home. That is the feeling you have at the end of an evening at Hof van Cleve, an evening you might say after the struggle with nature has subsided. That blissful feeling that things – be they oysters or the art glass of Anna Torfs – are but a pretext to bring people together and inspire them to think. And there they are: André Verroken, Antoine Van Loocke, Francis Van Damme, Anna Torfs, Ann Van Hoey, Tim Oeyen & Sanny Winters and Peter Goossens. “This must be the first time I have come to eat here”, laughs the chef. They are simply there, like the things they created and “that turn into objects of meditation and poetry”, as Geert Bekaert puts it. “After ten years we were ready for a new interior,” admits Peter Goossens while sipping Japanese Yuzo Komachi wine. “We made a deliberate choice to use Belgian design. In my kitchen I don’t cook with Mediterranean mullet either, but prefer to use fish from the North Sea. We have sought inspiration but we have also made our own choices. Ultimately, in the kitchen as with design and art, we are talking about the same things: taste and harmony. I see that we also take the same approach to both: continuing to try and search until we find something.

Recently, when we brought a painting by Giglioli up from the cellar, we noticed that the back of the canvas had also been painted, but that the painter had crossed it out with a large X. If something doesn’t work out, you have to try something else until it does. That is after all what matters, is it not?”

Seriousness and humour And so the difficult concept was born: Belgian design. Is there such a thing as Belgian design? André Verroken is a bit taken aback when I put the question, and begins to talk about the growing globalisation, mentioning that in Italian design – as in gastronomy – talented people from Japan and China are hard at work. But the question continues to swirl around in his head. Just like the Margaux Château Prieuré-Lichine 2000, poured from a magnum, which reveals its secrets only when pressed. “And yet Italian design and gastronomy continue to be synonyms of frivolity, lightness, la luce, while we are much more concerned with structure, demand a sturdy substructure, strong roots that burrow deep down into the soil. Yet puncturing the serious is something we also do, with a sense of humour. We are not afraid to play the odd trick on people. It is no


Vaza Smoke Sanded, Anna Torfs Caja-Caja Smoke Sanded, Anna Torfs Tumbler Kaleido, Val Saint-Lambert

coincidence that surrealism was born in Belgium!� The wine is delicious and is having its desired effect; in other words, to deepen our thoughts and raise the conversation to a higher level. The geometric elegance of Ann Van Hoey’s tableware is crowned by the added artistic touch of the little stroke with which she creates an opening in the circle. The scallops with lemon thyme are very much at home in this pure environment. When the Anjou pigeon flies in, the knives are sharpened. The knives are by Antoine Van Loocke, with a choice of handles made of ivory, water buffalo or musk ox horn, Karelian birch or Amboina wood. The blade is of carbon steel and glides like butter through

the poor pigeon. Antoine Van Loocke works with recovered materials and rightly refers to himself as an industrial archaeologist. Belgian endive, chestnut and cumin raise the dish to exalted heights. Where Ann Van Hoey floats on the lightness of impressionism, Antoine Van Loocke goes in search of the primal forces of nature. His knife belongs in a genre painting featuring game and a trickle of blood. Time now to meditate on a painting by a local boy, Roger Raveel, who brings the landscape into the room. Raveel holds up a mirror to the human soul. Anyone wishing to visit the facilities in the Hof van Cleve can also contemplate the art work of Panamarenko on the way.

5


© Oeyen & Winters

Letters en lettrines Met zoveel creativiteit in huis, dringt een huisstijl zich op om de dingen met elkaar te verbinden. Daarvoor doen Lieve en Peter Goossens een beroep op het echtpaar Oeyen & Winters, die als geen ander feeling hebben voor de dingen en dat vlekkeloos kunnen vertalen in letters en lettrines. Voor de gelegenheid brachten zij een mooi cahier uit, een hebbeding waarin de ontwerpers zich letterlijk rond het Hof van Cleve schragen. Vele gesprekken zijn aan deze creatie voorafgegaan. Uit het relaas daarvan blijkt dat Peter Goossens een minzaam man is die erg verschilt van de figuur zoals we die kennen via de media. “Het interieur werd opgefrist, maar in wezen is aan de ziel van het huis niet getornd”, zeggen Oeyen & Winters. “Het gaat steeds om de oude boerderij waar de geschiedenis van de familie van Cleve als het ware in de muren zit. Lieve en Peter hebben op doordachte wijze design en kunst in het Hof geïntegreerd, laten binnensluipen als het ware. De objecten en de kunstwerken schreeuwen niet om aandacht. Ze zijn aanwezig en wie ze wil zien, die ziet ze. Onze taak bestaat erin te luisteren naar de verhalen en die om te zetten in een huisstijl en een publicatie. Het verhaal van het Hof van Cleve is niet een vluchtig iets, niet een blindelings volgen van de trends. Het Hof van Cleve blijft het Hof van Cleve. Mét toetsen van design.”

Design en kunst Wanneer de sommelier met de Monbazillac Château Montdoyen 2005 komt aanrukken is het tijd om thema’s aan te snijden als: Waar ligt de grens tussen design en kunst? Is gastronomie ook een vorm van design? André Verroken wikt en weegt: “Voor mij is de grens tussen design en kunst op zijn minst arbitrair, onbestaande zelfs. Design moet functioneel zijn, schreeuwt men. Belangrijk is echter dat design een eigen smoel heeft,

6

een identiteit die het functionele overstijgt. Wanneer ik een kaaskarretje ontwerp voor het Hof van Cleve, dan zit ik daar weken op te zwoegen en het resultaat is een pièce unique. Als ik de taboeretten zie van Jules Wabbes, hoe hij zich uitdrukt door het gebruik van verschillende houtsoorten, hoe hij streeft naar de perfecte lijn, dan noem ik dat kunst. Helaas legt niet iedereen de lat even hoog en moeten we in deze tijd heel wat nivellering vaststellen. Het komt erop aan het kaf van het koren te scheiden en dat gebeurt niet altijd in de wereld van het design.” “Wat brengt het Hof van Cleve op het bord? Een pleiade van schitterende gerechten, unieke smaakcombinaties, mooi gepresenteerd. En wat zijn de geheimen van deze culinaire hoogstandjes? Passie, creativiteit en kwaliteit. En dat zijn ook de etiketten die je kan kleven op al de ontwerpers die hier aan tafel zitten. In die zin verschilt gastronomie dus niet zoveel van design, noem het kunst. Kijk naar het cahier van Oeyen & Winters: dat onderscheidt zich van andere publicaties door zijn esprit. Kijk naar die vaas van Anna Torfs. Die is zo geladen met spiritualiteit en sensualiteit. Man toch, je zou ze willen uitkleden.” Wanneer de desserts worden aangereden op een karretje van André Verroken wordt de oude madeira uit de kelder bovengehaald. De goudgele godendrank laat het glas tranen en haalt de diepste gronden van de mens boven. “Weet je, vrouwen herkennen altijd iets erotisch in mijn werk”, zegt André Verroken nu op fluistertoon. “Ik heb me lang afgevraagd waar dat vandaan komt, want mijn werk is eerder rechtlijnig en strak. Ik ben dan gaan bestuderen waar dat erotische in mijn werk zou kunnen zitten. Zo heb ik ontdekt dat het in elkaar schuiven in mijn werk vaak aanwezig is. Misschien is het dat? Dat ik onbewust de perfecte coïtus wil uitbeelden.” Als het waar is dat goed design ook als afrodisiacum dienst kan doen, dan vormt de combinatie met gastronomie alvast een bijzonder geslaagd huwelijk, waarbij we met veel genoegen vaststellen dat een aantal chefs de jongste jaren heel wat inspanningen doen om design in hun interieur te integreren. ▪


Trapkast, André Verroken Parts High Platinium, Anna Torfs

Messen, Antoine Van Loocke

Letters and initials Design and art With so much creativity at hand, a house style must emerge to tie things together. To this end, Lieve and Peter Goossens called upon the services of the Oeyen & Winters couple, who have a feeling for things like no one else and who can translate that feeling flawlessly into letters and initials. They published a beautiful cahier for the occasion, a handy little object in which the designers literally prop themselves up around the Hof van Cleve. Many conversations preceded this creation. The way they tell it, it seems that Peter Goossens is an affable man who is not at all like the image of him projected by the media. “The interior was redecorated, but the soul of the house was essentially left intact”, say Oeyen & Winters. “This is still the old farmhouse where the history of the van Cleve family is, as it were, embedded in the walls. Lieve and Peter have integrated design and art in the Hof in a thoughtful manner, as if by stealth. The objects and art works do not scream for attention. They are present and those who have eyes to see will see them. Our task is to listen to the stories and translate them into a house style and a publication. The story of the Hof van Cleve is no fleeting tale, nor a blind imitation of trends. The Hof van Cleve remains the Hof van Cleve. Even with a few touches of design.”

When the sommelier brings in the Monbazillac Château Montdoyen 2005, it is time to approach topics such as: Where is the boundary between design and art? Is gastronomy also a form of design? André Verroken ponders the matter: “For me, the boundary between design and art is at the very least arbitrary, non-existent even. Design must be functional, you hear it said. What is important, however, is that design has an image of its own, an identity that transcends the functional. When I design a cheese trolley for the Hof van Cleve, then I will toil away for weeks on end, and the result is a pièce unique. When I look at the tabourets made by Jules Wabbes, how he expresses himself by using various types of wood, how he strives for the perfect line, that is what I call art. Alas, not everyone places the bar quite so high nowadays, and we are seeing a decline in quality. It comes down to separating the wheat from the chaff, and that does not always happen in the world of design.” “What is it that puts the Hof van Cleve on the map? A myriad of dazzling dishes, unique flavour combinations, beautifully presented. And what are the secrets of this culinary tour de force? Passion, creativity and quality. The same labels can also be attached to the

designers sitting around this table. In that sense, gastronomy is not so different from design, or if you will, art. Look at the booklet by Oeyen & Winters: what distinguishes it from other publications is its spirit. Look at that vase by Anna Torfs. It is so charged with spirituality and sensuality. My God, it makes you want to steal it.” When dessert is served on a trolley made by André Verroken, the vintage Madeira is also brought up from the cellar. The golden-yellow drink of the gods makes the glass weep and brings out a person’s deepest self. “You know, women always recognize the erotic in my work”, says André Verroken, now whispering. “I have long wondered why that was, since my work is rather square and austere. So I set out to discover where the erotic element of my work may lie. And I discovered that it often contains an element of gliding into each other. Could it be that? That unconsciously, I wanted to express the perfect act of coitus.” If it is true that good design can also serve as an aphrodisiac, then the combination with gastronomy is a particularly successful marriage, one where we note with delight that a number of chefs in recent years have made considerable efforts to incorporate design into their interiors. ▪

7


Geen vast recept voor kookboeken Kurt Vanbelleghem

Foto © quod. voor de vorm

K

ookboeken zijn hot. Op de laatste boekenbeurs hadden we zowaar de indruk dat de helft van de in Vlaanderen uitgebrachte boeken kookboeken waren. Dat is misschien overdreven gesteld, maar het is wel een feit dat de verkoop van kookboeken de belangrijkste factor is in de stijging van de omzetcijfers binnen de uitgeverssector. Ondanks het enorme aanbod en de nog imposantere omzetcijfers, drijven er weinig kookboeken boven die een originele en creatieve vormgeving hebben meegekregen. Het feit dat kookboeken de melkkoeien van de uitgeverijen geworden zijn, zal daar niet vreemd aan zijn. Daarnaast heb je de indruk dat er zoiets bestaat als een vast grafisch stramien waar een kookboek aan moet voldoen: een foto, liefst zo spectaculair mogelijk, afgewisseld met het recept en de beschrijving van de bereidingswijze. Tom Hautekiet is alvast een grafisch ontwerper die met zijn boek over de drie topchefs Sergio Herman, Peter Goossens en Roger Van Damme, er wél in geslaagd is om dit stramien origineel in te kleuren. Deel twee kwam dit najaar uit, is van de hand van een andere designer maar wel geïnspireerd op Hautekiet zijn ontwerp. Dat tweede deel is eerder een draak van een boek. Het kan verkeren. Waar gaat het in de praktijk om, bij het ontwerpen van een kookboek? Krijgen de ontwerpers genoeg ruimte of fnuiken de uitgevers en mediapartners te veel het creatieve proces? Kan een ontwerper wel altijd volledig achter zijn ontwerp staan, of moet hij of zij zich te veel conformeren? Een gesprek met twee ontwerpers, Leen Depooter en Inge Van Damme (beiden kunnen al een behoorlijke lijst van realisaties voorleggen), leert ons meer over hun rol en de mate van inspraak bij de realisatie van een kookboek. Daarnaast ook kort de presentatie van een uniek kookboek van de beloftevolle grafisch ontwerpster Annick Grieten, een project waarmee ze vorige zomer afstudeerde aan het KASK in Gent.

8

No standard recipe for cookbooks

C

ookbooks are hot. At the last book fair, we had the impression that half of the books published in Flanders were cookbooks. That may be a bit of an exaggeration, but it is certainly true that the sale of cookbooks is the most important factor in the rise in turnover in the publishing sector. Despite the enormous choice and the even more impressive sales figures, few cookery books have emerged that boast an original and creative layout. The fact that cookbooks are the publishers’ cash cows certainly has something to do with this. In addition, one gets the sense that there is some sort of fixed graphic pattern which cookbooks must follow: a photo, as spectacular as possible, alternating with the recipe and the instructions for preparation. Tom Hautekiet is without question one graphic designer who,

with his book about the three master chefs Sergio Herman, Peter Goossens and Roger Van Damme, succeeded in giving that pattern an original twist. Part Two, which came out at the end of the year, was the work of another designer, but one who followed in the footsteps of Hautekiet’s design. Things can take a strange turn… What is involved, in practice, in designing a cookbook? Are designers given enough freedom or do publishers and their media partners cramp their style a bit too much? Can designers always come up with their own ideas, or must they conform to the expectations of others? A conversation with two designers, Leen Depooter and Inge Van Damme (both have a sizeable list of projects to their name) reveals more about their role and how much say they have in the appearance of a cookbook. We follow this with a brief presentation of a unique cookbook by the promising graphic designer Annick Grieten, which was her graduating project last summer at the Royal Academy of Fine Arts (KASK) in Ghent.


Leen Depooter grafisch ontwerpster  quod. voor de vorm Echt veel inspirerende ontwerpen voor kookboeken ben ik op mijn zoektocht niet tegengekomen. Het lijkt allesbehalve voor de hand liggend. Jij hebt tot nu toe een tiental kookboeken ontworpen, maar is er één waar je een speciale relatie mee hebt? L e e n D e p o o t e r > Ik vertrek voor elk boek telkens vanuit het uitgangspunt dat ik voor zijn inhoud een zo goed mogelijke vorm wil ontwerpen, en dat is voor een kookboek niet anders. Maar je krijgt van de uitgever niet altijd evenveel ruimte. De vormgeving van (kook)boeken hoeft geen doorslagje te zijn van mijn persoonlijke smaak, maar ik wil uiteraard wel steeds achter mijn ontwerpen kunnen staan. En dat was zeker het geval met Een vree(md) Gents kookboek uit 2009. Wat maakt het dan zo moeilijk om een authentiek grafisch verhaal te ontwikkelen binnen een kookboek? LD > De stijl van fotografie en het soort uitgave is al zeer bepalend voor een boek. Ik ben een vormgever die houdt van harmonie en ik hanteer een vormgevingsstijl die daarbij aansluit. De fotograaf en de richting waarin het verhaal zich moet ontwikkelen, zijn echter meestal al bepaald voordat ik ‘in beeld’ kom. Behalve dan voor Een vree(md) Gents kookboek: daar was ik van bij het begin betrokken bij het project, waardoor je toch wel tot een ander resultaat komt. Ik durf van synergie te spreken: je kan dan als ontwerper mee de richting bepalen en ik heb het gevoel dat ik dat boek mee heb samengesteld. Voor de andere kookboeken kreeg ik het materiaal (foto’s,

recepten) kant-en-klaar aangereikt. Daarmee ga je dan aan de slag: je maakt een ontwerp, plaatst de foto’s, voert correcties door en je levert het boek af. Ze hebben me ook nog niet gevraagd om een boek te maken voor een grote chef. Ik veronderstel dat de uitgever wel meer rekening houdt met de wensen van dergelijke mensen. Het doet denken aan de manier waarop een kunstwerk het best geïntegreerd wordt in een gebouw, namelijk door de kunstenaar vanaf dag één bij de gesprekken met de architect te betrekken, en niet achteraf een locatie toe te wijzen. LD > Het Gentse kookboek is inderdaad een echte joint venture van bij het begin geweest. Ik heb goede banden met de initiatiefneemster van dit project, Kristel Deweerdt. Zo’n 15 jaar geleden verzorgde ik de vormgeving voor LOD, waar Kristel werkt. Vandaar. Zij heeft mij in een heel pril stadium van het boek gecontacteerd en ik heb hen dan onder meer geïntroduceerd bij een uitgever. Omdat het deels mijn eigen project was geworden, heb ik bij de uitgever dan ook hard gestreden om er bepaalde zaken door te krijgen. Deze keer moest het er echt uitzien zoals ik het wilde. Waarover ging de discussie dan voornamelijk? LD > Eén van mijn belangrijkste strijdpunten was het gebruik van een motief op de cover en doorheen het boek. Het boek is in feite een samenstelling van 12 reportages over evenveel families van verschillende nationaliteiten die in Gent wonen. Zij hebben een maaltijd voor familie en vrienden klaargemaakt en daarbij komen alle aspecten aan bod, van het doen van de boodschappen tot aan de gedekte tafel. De link met hun culturele herkomst komt daarbij sterk naar boven en dat wou ik op een grafische manier beklemtonen door het gebruik van verschillende motieven die de verschillende culturen zouden weerspiegelen. Daarbij komt ook dat het zeker geen traditioneel kookboek

9


is geworden, juist omdat een groot deel van de inhoud niet over koken gaat maar over een culturele achtergrond en over de beleving van die culturele erfenis in Gent. Het is voor mij eerder een ‘verhalenboek’, zij het een waarin recepten verwerkt zijn. Ik vreesde er eerst wel voor dat dit een minpunt had kunnen zijn, omdat mensen misschien niet zo veel inhoud verwachten in een kookboek, maar we hebben daar heel veel positieve reacties op gekregen. Een cliché is dat een kookboek staat of valt vaak met de kwaliteit van de afbeeldingen. Het resultaat is dat je in 90% van de kookboeken vaak even pronkende foto’s aantreft als in glossy modemagazines. In Een vree(md) Gents kookboek heb je kunnen aantonen dat het ook anders kan. LD > Het klopt wel dat het als vormgever gemakkelijker is om met goede foto’s een goed boek te maken. Het verschil is dat ik in Een vree(md) Gents kookboek mee het beeld heb kunnen sturen. Ik stond heel sterk achter deze vorm van fotografie: het was ‘levende’ fotografie, met mensen, bewegingen… Ik zat al rond de tafel met de initiatiefnemers nog vóór de foto’s gemaakt moesten worden. Dat is duidelijk de meest plezierige manier van werken: je kan dan meedenken met de opdrachtgevers om het geheel vanuit één visie vorm te geven. Dat zie ik als de enige echte uitdaging voor een vormgever. De fotograaf had in het geval van het Gents kookboek ook uitzonderlijk veel foto’s genomen en dus had ik een ruime keuze. Vaak is dit niet het geval en beperkt het zich tot één beeld per recept. Pas op, zo’n intensieve samenwerking is zeker niet altijd mogelijk. Je investeert er natuurlijk veel meer tijd en energie in, en op deze manier is het als ontwerper niet altijd even rendabel. Maar de kansen zijn écht en het resultaat veel bevredigender. Af en toe mag dat wel.

10


Leen Depooter graphic designer quod. voor de vorm My quest has not turned up many truly inspiring designs for cookbooks. It is far from straightforward. To date you have designed some ten cookbooks, but is there one with which you have a special relationship? L e e n D e p o o t e r > For each book, I take as my starting point that I need to create the best possible form to suit the contents, and that is no different when it comes to cookbooks. But the publisher does not always give you the space to do so. The design of (cook)books need not be an expression of my personal taste, but I would like of course to be able to stand behind my designs. And that was certainly the case with Een vree(md) Gents kookboek [An Exotic Ghent Cookbook] published in 2009. What makes it so difficult to develop an original visual form for a cookbook? LD > The photographic style and the type of publication set the tone for a book. I am the kind of designer that likes harmony, and I adopt a design style that fits in well with that. However, the photographer and the direction in which the story must unfold have generally been chosen before I come ‘into the picture’. With the exception of Een vree(md) Gents kookboek: in that case I was involved in the project right from the beginning, and that certainly led to a different result. I would go so far as to call it synergy: as a designer, you can help determine the direction, and I have the feeling that I have helped put that book together. For the other cookbooks, I was given the material (photos, recipes) ready-made. In that case, you just get down to work with what you have: you make up a design, add the photos, implement the corrections and deliver the book. I have never been asked to design a book for a renowned chef. I suppose that the publisher takes into account the wishes of such people. It reminds me of the way in which a work of art is best incorporated into a building, namely by involving the artist from day one in the discussions with the architect, rather than assigning it a spot afterwards. LD > The Ghent cookbook was indeed a true ‘joint venture’ from the outset. I have good contacts with the person who initiated the project, Kristel Deweerdt. Some 15 years ago, I took care of the design for LOD, where Kristel works. That is how it came about. They contacted me at a very early stage of the book, and among other things I then introduced them to a publisher. Because it had

partly become my own project, I fought hard to get the publisher to agree to a number of things. This time it really had to look the way I wanted it to. What was the main subject of discussion? LD > One of my main concepts was to use a motif on the cover and throughout the book. The book is in fact a collection of 12 reports on as many families of different nationalities who live in Ghent. They prepared a meal for family and friends, and the book follows all aspects of the preparation, from grocery shopping to the table setting. The link with their cultural origins plays a prominent role, and I wanted to emphasise that graphically, by using various motifs that reflect the different cultures. That also meant that this would certainly not be a traditional cookbook, precisely because much of the contents was not actually about cooking at all but about a cultural background and the experience of that heritage in Ghent. For me it is more of a ‘story book’, although one that includes recipes. I was worried at first that this could be a drawback, because people don’t expect so much content in a cookbook, but we have received a great many favourable reactions. It is a cliché that a cookbook stands or falls on the quality of the pictures. The result is that 90% of all cookbooks contain the same sort of showy photographs as in the glossy fashion magazines. Een vree(md) Gents kookboek is proof that it can be different. LD > It is certainly true that it is easier for a designer to produce a good book with good photos. The difference was that in Een vree(md) Gents kookboek I was able to help shape the images. I was very much in favour of this form of photography: it was ‘living’ photography, with people, movement… I sat around the table with those who initiated the project, even before the photos had been commissioned. That is undoubtedly the most agreeable way to work: you can work with the editors to shape the entire project according to a single vision. I see that as the only true challenge for a designer. The photographer for the Ghent cookbook took a particularly large number of photos and so I had a broad range to choose from. Often this is not the case, and the pictures are limited to one per recipe. But this kind of intensive collaboration is not always possible. You invest a lot more time and energy, of course, and so for a designer this is not always affordable. But there is every chance that the result will be much more satisfying. So now and then it can be done.

11


Just Cooking, Viki Geunes

Just Cooking, Viki Geunes

Inge Van Damme grafisch ontwerpster IngeDingen Jij kan eveneens al terugblikken op een aardige lijst van kookboeken die je hebt vormgegeven. Voel je dat je nog steeds de kans krijgt om die een persoonlijke identiteit mee te geven? I n g e Va n D a m m e > Ik maak een onderscheid tussen twee groepen kookboeken. Enerzijds heb je de kookboeken die voor een groot publiek bedoeld zijn. Die moeten er heel toegankelijk uitzien, die moeten mensen het gevoel geven dat ze thuis alles kunnen maken wat in dat boek staat. De recepten en de foto’s moeten dat gevoel van haalbaarheid uitstralen, maar ook de lay-out moet dat beeld versterken. Je ontwerp is gericht naar een breder publiek, moet iets populairder zijn. Je ziet nu trouwens ook een tendens van leuke kookboeken waar je bijna vrolijk van wordt. Anderzijds zijn er kookboeken die heel wat minder toegankelijk willen zijn, iets meer elitair, waar de visie van een kok of de uitstraling van een restaurant de centrale boodschap is. Als grafisch ontwerper ga je hier op een heel andere manier mee om: je krijgt sneller de kans om andere klemtonen te leggen, om accenten uit te vergroten. Dat doe ik dan bijvoorbeeld door een paar pagina’s te spenderen aan afbeeldingen van ingrediënten, of aan een foto van de vuile handdoeken van de chef, of aan beelden van het werk in de keuken, enz. Je krijgt ook de nodige plaats om te ‘spelen’: het gaat vaak om meer omvangrijke boeken, in een groter formaat. Ruimte creëert altijd rust in het boek. Wat is de invloed van uitgevers en sterrenchefs op de vorm die jij aan hun kookboeken geeft. I V D > Ik heb het gevoel dat uitgevers zich de laatste tijd minder met de lay-out bezighouden. Mijn klanten zijn nu eerder de chef-koks over wie het boek gaat, en het is dus vooral met hén dat je moet overleggen. Sommige chefs hebben een heel

12

duidelijk beeld van hoe hun boek er moet uitzien, anderen geven meer ruimte aan de designer. Het gebeurt vaak dat er aan een boek begonnen wordt zonder dat het duidelijk is waar het naartoe moet gaan. Dat heeft als nadeel dat je als ontwerper ook gedeeltelijk de rol van uitgever op je moet nemen. Het voordeel is dan weer dat je meer kan sturen, dat je mee een bepaalde visie kan uitwerken. Ik ben bijna altijd van bij het begin betrokken en dat maakt dat je ook mee aan de kar kan trekken. Heb je voorbeelden van die aanpak? I V D > Het boek dat ik ontworpen heb voor Viki Geunes van restaurant ’t Zilte was zo’n project dat aanvankelijk vrij ‘wazig’ was. De chef weet heel goed wat hij doet in zijn keuken, maar voor dit boek had hij geen duidelijke plannen. Daardoor gaf hij mij heel veel vrijheid. Ik kreeg beeldmateriaal aangeleverd en daarmee mocht ik aan de slag. Dit resulteerde onder meer in een soort van beeldenintroductie in het boek, een kleine fotoreportage over het harde werk in de keuken, in zwart-wit, op wat ruwer papier, zonder tekst. Dit deel diende sterk te contrasteren met het meer ‘gladde’ deel met daarin de foto’s van de gerechten en de recepten. Het boek van chef Bart De Pooter is heel anders tot stand gekomen. Hij

had van bij het begin sterke ideeën over hoe zijn boek er zou moeten uitzien en hij heeft daar heel veel in gestuurd. Bij de beelden staat er enkel een beschrijving van het gerecht en de recepten staan als een soort van index achteraan in het boek, een bijna wetenschappelijke benadering. Denk je dat het gedrukte boek het ideale formaat blijft of zijn digitale platformen zoals websites en apps niet beter geschikt om mensen aan te zetten tot koken en hen te instrueren? I V D > Ik denk wel dat het kookboek in zijn huidige vorm zal blijven voortbestaan. Volgens mij gaan beide kanalen naast elkaar functioneren. Ik merk bij mezelf dat ik voortdurend switch tussen boeken en digitale media om recepten op te zoeken. Soms gebeurt het dat ik ergens iets lekkers gegeten heb en dan zoek ik op het internet het recept op. Maar wat ik ook heel vaak zie, is dat mensen bepaalde kookboeken echt koesteren, als hun persoonlijke culinaire bijbel. Als ze op zoek zijn naar inspiratie, dan zullen ze altijd eerst naar dát grijpen. Mensen kopen kookboeken met de verwachting dat het leuk gaat zijn om de gerechten klaar te maken en dat er vele gezellige momenten uit gaan voortkomen, met vrienden, met familie. Je koopt een kookboek vanuit een goed gevoel.


Just Cooking, Bart De Pooter

Just Cooking, Bart De Pooter

Inge Van Damme, graphic designer IngeDingen You can look back on a fine list of cookbooks that you have designed. Do you feel that you still have the chance to put your personal stamp on them? I n g e V a n D a m m e > I would make a distinction between two types of cookbooks. On the one hand, you have those that are for a wide audience. These must be very accessible in appearance, people must get the sense that they really can make all the recipes at home. The recipes and photos should exude that feasibility, and the layout must reinforce that image. Your design is aimed at a general readership, and so must be a bit more popular. Nowadays you see a trend, by the way, for cookbooks that convey cheerfulness. On the other hand, there are cookbooks that seek to be a bit less accessible, and a bit more elitist, where the vision of one chef or the atmosphere of one restaurant forms the core message. As a graphic designer, you approach this

kind of project very differently: and there you have much more scope for giving it a different emphasis, to highlight distinctive accents. That is something I can do, for instance, by devoting a few pages to pictures of the ingredients, or to a photo of the chef’s dirty dishtowels or shots of the preparations underway in the kitchen, etc. You also have the space needed to ‘play’: these are often somewhat larger books, in a bigger format. Space always gives a restful feel to a book. What influence do publishers and star chefs have on the design you create for your cookbooks? I V D > I have the feeling that lately publishers are less interested in the layout. My clients are now primarily the chefs whom the book about, and so it is first and foremost with them that I have to discuss the design. Some chefs have a clear image of how they want their book to look, while others give the designer more room. It often happens that when they start working on a book, they don’t yet know who will publish it. The disadvantage of that is that you as the designer have to some extent to play the role of the publisher. The advantage,

however, is precisely that you can take part in shaping the project, and can play a part in working out a specific vision. I have nearly always been involved right from the outset, and that means I can help see the entire project through. Do you have any examples of that approach? I V D > The book that I designed for Viki Geunes of the’t Zilte restaurant was the sort of project that was quite ‘hazy’ at the beginning. The chef always knew exactly what to do in his kitchen, but when it came to the book, he did not have any clear plans. That gave me a lot of freedom. I was given the visual material, and with those I could get down to work. This resulted, among other things, in a sort of visual introduction to the book – a brief photo report on the hard work done in the kitchen, shot in black-and-white, on slightly rougher paper, without any text. This part was to contrast starkly with the ‘glossy’ part containing the photos of the dishes and the recipes. The book by chef Bart De Pooter had a very different genesis. From the outset he had very definitive ideas about what his book should look like, and took a very active role in shaping it. The photos were

13


accompanied only by a description of the dish and the recipes were given in a sort of index at the back of the book, almost as in a scientific work. Do you think that the printed book remains the ideal format, or are digital platforms such as websites and apps not more suited to inspire people to cook and to teach them how? I V D > I think that the cookbook in its current form will continue to exist. In my view, the two channels can function alongside each other. I notice myself that I keep switching between books and digital media to look for recipes. Sometimes if I really liked something that I ate somewhere, I go online to find the recipe. But what I also see frequently is that people really treasure certain cookbooks, as their personal culinary bible. If they are in search of inspiration, they will always grab that book first. People buy cookbooks with the expectation that they will enjoy preparing the dishes and that in the process they will have some fun times with friends and family. You buy a cookbook out of a good feeling.

14

Annick Grieten grafisch ontwerpster BIGBIRD Voor het kookboek dat je vorig jaar ontworpen hebt als afstudeerproject ben je vanuit een heel verschillend standpunt vertrokken, namelijk herinneringen. Hoe ben je tot dit idee gekomen? A n n i c k G r i e t e n > Het idee is gegroeid vanuit onvrede met de rijen van kookboeken die je nu in zowat alle boekhandels kunt aantreffen. Ik vind dat er te veel vormelijke gelijkenissen zijn tussen de verschillende kookboeken. Als student krijg je juist de kans om daar tegenin te gaan en ik wilde een veel persoonlijker verhaal vertellen. Mijn boek gaat niet over het recept zelf, maar over de verhalen die erachter zitten, over de associaties die mensen maken met een specifiek gerecht. Vanwaar de interesse om vanuit die invalshoek aan de slag te gaan? AG > Zelf kook ik graag en alhoewel ik veel kookboeken heb, bemerk ik bij mezelf dat ik bijna altijd recepten maak die ik van vrienden of familie heb gekregen. Ik gebruik bijna alleen recepten waar een verhaal aan vastzit en daar wilde ik dan ook iets mee doen voor mijn masterproject. Ik ben gestart met de appeltaart van mijn opa. Hij was een lieve en trotse man, die altijd toevallig bij ons aanbelde als er juist een appeltaart werd gebakken. Hij moet daar een zesde zintuig voor gehad hebben. Appeltaarten en hun geur ben ik dan met zijn persoon gaan verbinden, en op die manier is het verhaal rond dat recept gegroeid. Toen hij een tiental jaar geleden overleed, hebben wij een lange tijd geen appeltaart meer gebakken, tot er enkele jaren geleden nog eens eentje uit de oven kwam. De herinneringen die volgden waren heel intens. Van daaruit ben ik beginnen spelen met de grafische weergave van de geur, de smaak, het gevoel: dingen die je in normale kookboeken niet zal terugvinden, maar die ik belangrijk vond om erin te verwerken.


Vandaar dat je gedroogde kruiden, de geur van kaneel of cacao, handgeschreven tekstjes en oude foto’s grafisch hebt verwerkt in je boek? AG > Ik ben begonnen met verhalen te gaan zoeken bij vrienden en familie, verhalen die gelinkt waren aan een bepaald recept of gerecht. De recepten zelf heb ik in het boek ietwat verstopt: je kan per hoofdstukje een pagina openflappen en daar zit dan het recept verborgen in de vorm van een mindmap, gevisualiseerd aan de hand van duidelijk herkenbare symbolen. Het gerecht zelf zit vervat in het verhaal, in het voelen, het ruiken en het lezen van de bijhorende ervaringen en gevoelens. Het boek is niet zozeer gemaakt om te koken, maar om in te lezen en om mensen op ideeën te brengen, om hen zelf aan te zetten om hun gerechten te koppelen aan herinneringen. ▪

Annick Grieten, graphic designer BIGBIRD For the cookbook that you designed last year as your graduation project, you started out from an entirely new perspective, namely, memories. How did you come up with that idea? A n n i c k G r i e t e n > The idea emerged from my dissatisfaction with the rows and rows of cookbooks that you see nowadays in just about every bookshop. I find that the various cookbooks are far too similar to each other in format. As a student, you are given the chance to move away from that, and I wanted to tell a very personal story. My book is not about the recipes themselves but about the stories behind them, the associations that people have with a particular dish.

How did you become interested in this way of working? AG > I myself enjoy cooking, and although I have many cookbooks, I noticed that I was almost always making recipes that I was given by friends or family. I tend to use only recipes that have a story attached to them, and so I wanted to do something with that for my Master’s project. I started with my grandfather’s apple pie. He was a lovely and proud man, who always happened to show up at our door just when an apple pie was in the oven. He must have had a sixth sense. Apple pies and their smell are always linked in my mind to my grandfather, and in this way the story developed around that recipe. When he passed away around ten years ago, we did not bake any apple pies for a long time, until a few years ago, one suddenly came out of the oven. The memories that followed were very intense. That inspired me to start playing around

with the graphic representation of the smell, the taste, the feeling: things that you won’t find in an ordinary cookbook but that were important for me to incorporate. Is that why you have worked dried herbs, the scent of cinnamon or cocoa, short handwritten texts and old photos graphically into your book? AG > I began by collecting stories from friends and family, stories that were linked to a given recipe or dish. The recipes themselves I sort of hid inside the book: in each chapter you can flip open a page and there is the recipe, hidden in the form of a “mind map’, visualised using clearly recognisable symbols. The dish itself is included in the story, with the feelings, the smells and the reading of the accompanying experiences and emotions. The book is not intended so much for cooking, but for reading and giving people ideas, inspiring them to link their own dishes to their memories. ▪

www.quod.be www.ingedingen.be bigbirdgo.tumblr.com

15


Eindeloos combineren met geuren en kleuren Foodpairing werpt nieuw licht op design van voedingsmiddelen Roel Jacobus

Bernard Lahousse


V

anuit de stad met de hoogste concentratie Michelin-sterren ter wereld – Brugge – verovert Sense for Taste de planeet met Foodpairing®. Een industrieel ontwerper, een bio-ingenieur en een chef-kok ontwikkelden een wetenschappelijke methode voor het combineren van voeding op basis van harmoniserende aroma’s. “Food is fashion geworden en dus een vorm van design op zich. We hebben ook alle designkracht ingezet voor het gebruiksvriendelijke, visuele ontsluiten van onze databank van 1000 ingrediënten”. Met succes, want onder meer Vlaams topchocolatier Dominique Persoone en internationale chefs als Sergio Herman passen Foodpairing al toe. Sense for Taste opereert vanuit een fraaie 19de-eeuwse verffabriek in de Brugse stadsrand. Het bureau werd in 2009 opgericht door industrieel ontwerper Johan Langenbick, bio-ingenieur Bernard Lahousse en voormalig chef met Michelin-ster Peter Coucquyt. Zij vonden in Brugge de ideale locatie voor wie innovatief omgaat met voeding: geen enkele stad ter wereld telt per capita meer Michelin-sterren. “Wij bedenken methodes voor voedselontwikkeling in de ruimste zin van het woord”, vertelt Johan Langenbick. “Ons doelpubliek zijn professionelen uit de voedingssector: chefs, chocolatiers, cocktailmakers, fabrikanten van dranken, voedingsproducenten, enzovoort. Wij verkopen voornamelijk software voor het matchen van ingrediënten op basis van aroma’s. Onder de merknaam Foodpairing maken we Foodpairing trees, boomdiagrammen die rond een centraal ingrediënt aangeven welke andere ingrediënten en dus aroma’s er het beste bij passen. Daarnaast hebben we een kleinere activiteit in consulting.” Nadat Bernard Lahousse al een pak onderzoekswerk had verricht, ging Sense for Taste in 2009 officieel van start. Intussen is het drietal uitgebreid tot vijf mensen die zich allen wijden aan onderzoek op lange termijn. “We hoefden nog geen enkele verkoopinspanning te leveren, en dat uitgerekend in volle crisisperiode. Via de lancering van de Foodpairing-methode op een gerenommeerd voedingscongres kregen we de eerste maand al 100 000 bezoekers op onze website, en wekten we al snel het enthousiasme bij chefs en in de wereldwijde voedingsindustrie. Nu hebben we klanten in meer dan 30 landen, inclusief enkele exotische zoals Jamaica. Foodpairing is voor vele producenten ook een innovatieve manier geworden om hun producten te promoten bij een wereldwijd publiek van chefs. Chocoladegroep Belcolade uit Erembodegem bijvoorbeeld, kent er een enorm succes mee in Japan. Dit opende de weg naar Singapore, Korea en de rest van het Verre Oosten. Maar ook slow food-organisaties uit Italië zijn sterk geïnteresseerd. We kregen al reacties van winnaars van cocktailwedstrijden en ook de Nederlandse theesommelier van het jaar gebruikt onze methode.”

Vijf smaken, 10 000 aroma’s Hoort dit soort laboratorium niet eerder thuis in de R&D-afdeling van elk groot bedrijf uit de voedingsmiddelenindustrie? “Neen, want onze database is uniek in de wereld. Praktisch alle grote voedingsconcerns komen bij ons langs. Zelfs de grote aromahuizen vragen om samenwerking. Vergelijk het met sommeliers: zij werken op hun buikgevoel, terwijl wij de eersten zijn die op puur wetenschappelijke basis ingrediënten inventariseren en de combinaties toegankelijk maken voor professionelen. We benaderen elk zintuig op zich. Wist je dat 80% van de smaakervaring bepaald wordt door aroma’s, vluchtige stoffen die de neus bereiken, en slechts 20% door de tong? In zijn neus kan een mens tot 10 000 verschillende aroma’s detecteren, terwijl je op de tong beperkt bent tot de vijf basissmaken – zoet, zout, bitter, zuur en het Japanse umami (hartig).” De sleutel waardoor sommige combinaties goed samengaan en als lekker worden ervaren, schuilt dus niet zozeer in de smaken maar in de aroma’s. “We vroegen ons af wat het geheim was van klassieke succescombinaties zoals

Endless combinations of aromas and colours  Foodpairing sheds new light on food design

F

rom the city with the highest concentration of Michelin stars in the world – Bruges – Sense for Taste is conquering the planet with Foodpairing®. An industrial designer, a bio-engineer and a chef have developed a scientific method for combining foods based on a harmonisation of aromas. “Food has become fashion and thus a form of design in itself. We have drawn on all our design skills to come up with a user-friendly, visual output from our database of 1000 ingredients”. A successful venture, for the Flemish top chocolatier Dominique Persoone and international chefs such as Sergio Herman, to name but a few, are now practising Foodpairing. Sense for Taste is based in a charming nineteenth-century paint factory on the outskirts of Bruges. The company was established in 2009 by industrial designer Johan Langenbick, bioengineer Bernard Lahousse and former Michelin-starred chef Peter Coucquyt. In Bruges they found the ideal location for anyone who takes an innovative approach to food: no other city in the world has more Michelin stars per capita! “We think up methods of food development in the broadest sense of the world”, explains Johan Langenbick. “Our target audience is professionals from the food sector: top chefs, chocolatiers, bartenders, drinks manufacturers, food producers, etc. We mainly sell software for matching ingredients on the basis of aromas. Under the Foodpairing brand name, we create ‘Foodpairing trees’, tree-shaped diagrams that display, arranged around one central ingredient, what other ingredients and hence aromas go best with it. Apart from that, we also have a sideline in consulting.” After Bernard Lahousse had already

carried out a fair bit of research, Sense for Taste had its formal launch in 2009. Since then it has expanded three times, now including five staff who are all engaged in long-term research. “We have not yet had to undertake any major sales initiatives, even in a period of crisis. Thanks to the launch of the Foodpairing method at a renowned food show, we had 100,000 visitors to our website in the first month of operation. We quickly elicited the enthusiasm of chefs and the global food industry. We now have clients in more than 30 countries, including some exotic ones such as Jamaica. Foodpairing has, for many culinary producers, become an innovative way of promoting their products to an international audience of chefs. The chocolate group Belcolade based in Erembodegem, for instance, has had great success with it in Japan. This in turn opened the door to Singapore, Korea and the rest of the Far East. ‘Slow food’ organisations in Italy are also very interested. We have already had some reactions from winners of cocktail competitions and the Dutch ‘tea sommelier’ of the year is also using our method.”

Five flavours, 10 000 aromas Is this sort of laboratory not more likely to be found in the R&D department of a major food manufacturer? “No, because our database is unique in the world. Practically all the big food concerns come to consult us. Even the great aroma houses are asking to work together. Think of sommeliers: they work with their gut feeling, while we are the first to classify ingredients on a purely scientific basis and make the combinations available to professionals. We approach each sense separately. Did you know that 80% of the sense of taste is determined by aromas, volatile particles that reach the nose, and only 20% through the tongue? A human nose can detect up to 10 000 different smells, while your tongue is limited to the five basic flavours – sweet, salty, bitter, sour and the Japanese umami (savoury).” The key to determining which combinations go well together and are considered tasty thus lies not so much in the taste as in the aroma. “We wondered about the secret of the traditionally successful combinations such as chocolate and strawberry, basil and tomato, cheese and grapes. Foodpairing is the scientific method of identifying foods and drinks that fit well together. We analysed 1000 ingredients in university laboratories. Our unique database is the result of five years of intensive research. The basic principle of

17


Elke smaak heeft zijn kleur Proeven doe je niet alleen met mond en neus, maar ook met de ogen. Voor elk zintuig zoekt Sense for Taste naar een gepaste wetenschappelijke omkadering. “Mensen blijken bepaalde kleuren met bepaalde smaken te associëren. Dat is zeer interessant voor ontwerpers van verpakkingen maar ook voor ontwikkelaars van voedingsproducten. In samenwerking met Boss Paints uit Waregem vroegen we aan chefs om gerechten te maken met veel aandacht voor het visuele, de beeldvorming. Kleuren geven immers belangrijke signalen over voeding. De aldus bekomen kleurendoos heeft Boss omgezet naar een gamma verven en zelfs een stijlboek.” Industrieel ontwerper Johan Langenbick kan zich helemaal uitleven: “We hechten veel belang aan het grafische aspect en het ontwerp van de interface. Ons product is voluit geënt op smaak, maar veel hangt af van de visuele communicatie. Smaak wordt fashion, en op die trend hebben we ingespeeld. Design was superbelangrijk omdat we over de hele wereld begrepen willen worden. Iedereen moet snel en duidelijk kunnen zien hoe een Foodpairing tree in elkaar zit. Daarnaast bedachten we speelse en duidelijke

18

Emmental

Dairy

Meat

Meat

Herbs & Spices

Herbs & Spices

Cheese

Country ham Pork cooked Country ham

Beijing roasted duck

ri

ng

ri

.c o

Cardamom

Beijing roasted duck

m

.c ng

Cardamom Parsley leaves

m oraw

Parsley leaves Peppermint

Cucumber raw

Cucumber

Peppermint Olive oil ModenaOlive oil vinegar Clementine peel oil

Condiments

Condiments

Modena vinegar

Clementine Pea peel oil

Toast

Rye sourdough Costa Rica dark chocolate Rye sourdough

Dairy

Pork cooked

Egg yolk Cheese heated

Emmental

dark chocolate trout

Amandelkoekjes met mozzarella Na het monnikenwerk van het analyseren van ingrediënten en het visualiseren van originele combinaties, werkt Sense for Taste aan verdere diepgang door het betrekken van ‘afgewerkte’ voedingsproducten in het onderzoek. “Dat gaat van wereldwijd bekende producten zoals Cointreau tot lokale specialiteiten. Hoeveel mensen zijn bijvoorbeeld niet geïnteresseerd in de combinatiemogelijkheden van speculaas? Onze databank groeit dagelijks met dergelijke uitbreidingen. Het moeten niet altijd internationale merken zijn: momenteel analyseren we voor een Colombiaanse landbouwcoöperatie de aroma’s van zeven originekoffies. Lokale producten zijn belangrijk voor ons. In principe komt bijna elk voedingsmiddel in aanmerking. Het mooie is dat het gaat om universele aroma’s die niet cultureel gebonden zijn. Dat schept internationale mogelijkheden. Zo wilde een Vlaamse koekjesfabrikant het verbruik van zijn amandelkoekjes verruimen van de zoete koffietafel naar hartig genot. Uit onze gegevens bleek dat de amandelkoekjes aroma’s bevatten die ook voorkomen in bijvoorbeeld ham, mozzarella en vijgen. Met die wetenschap kan de foodie vervolgens creatief aan de slag.”

Egg yolk heated

© by Foo dp © by Foo ai dp ai

Green tea chocolade en aardbei, basilicum en tomaat, kaas en druiven. Foodpairing is de wetenschappelijke methode om bij elkaar passende voedingsmiddelen Green tea en dranken te identificeren. In universitaire laboratoria analyseerden we Tea black 1 000 ingrediënten. Deze unieke databank is het resultaat van vijf jaar intens onderzoek. Het basisprincipe van onze methode is dat voedingsmiddelen Tea black Gin goed samengaan wanneer zij belangrijk aromamoleculen gemeen hebben. Komkommer bijvoorbeeld heeft aroma’s gemeen met aardbei, pekingeend Gin Fuji Apple en kaas. We plaatsen het ingrediënt komkommer in het centrum van een Foodpairing tree en omringen het door een selectie van goed combineerbare Fuji Apple ingrediënten. Hoe korter de tak, hoe beter de match met het gekozen ingrediënt. In 2009 analyseerden we vervolgens met de K.U.Leuven – en met Tamarind IWT-steun – 140 000 recepten, met de bedoeling om onze theorie te testen. Die bleek juist te zijn, wat trouwens onlangs door een andere studie werd Tamarind Dried fig bevestigd. We kregen wetenschappelijk uitsluitsel over waarom traditionele combinaties zo lekker zijn. De volgende stap is ermee aan de slag gaan, de Dried fig chefs te laten combineren op basis van de Foodpairing trees. Wij prikkelen Pollock hun creativiteit en inspiratie, door bijvoorbeeld te vertellen dat komkommer kan samengaan met pepermunt, of dat bij oesters niet alleen citroen past, Pollock Kelp maar ook ander zuur fruit als kiwi en passievrucht. Onze Foodpairing Explorer, waarvan op de website een gratis Lite-versie staat, biedt een overzicht van Kelp ingrediënten die goed samengaan. Evenwel zonder recepten, want daar Rainbow trout beginnen de vakkennis en de creativiteit van de chef. Wij geven enkel inspiratie.” Costa Rica Rainbow

Toast

Radish

Bean

Pea Radish

Bean

Vegetables

Vegetables

Pastry

Pastry

Sea Products

Sea Products

Fruits

Fruits

Drinks

Drinks

FOODPAIRING is a registered trademark from SENSE FOR TASTE. © 2011 SENSE FOR TASTE - Nijverheidsstraat 7, 8310 Brugge, Belgium. T+32-50-367500

presentatiemiddelen. Voor groepen maakten we een papieren masker dat refereert naar de pestmeesters uit het middeleeuwse Brugge. In de punt van de lange, smalle neus zit een propje watten gedrenkt in aromavloeistof, zoals vroeger tegen de ziekte gebruikt werd. In die neus blijft het aroma heel lang nazinderen. In New York maakte een volle zaal op die manier al kennis met de kracht van aroma’s.” Sense for Taste verwacht veel van zijn jongste ontwikkeling: gratis apps. In januari werd de versie voor de iPad gelanceerd in 14 landen. Halverwege maart volgt de versie voor iPhone en half juni die voor Androids. “We lieten er alle aspecten van goed design op los. Zo staken we onder meer veel tijd in het ontwikkelen van de gebruiksvriendelijkheid. Het leverde ons al een Innovation Award op van de Leaders Club, een internationale organisatie uit de horeca en voedingsindustrie.”

FOODPAIRING is a registered trademark from SENSE FOR TASTE. © 2011 SENSE FOR TASTE - Nijverheidsstraat 7, 8310 Brugge, Belgium. T+32-50-367500

Mystiek of wetenschap? Het verhaal van Foodpairing roept onwillekeurig het beeld op van de ongrijp­ bare geurenvirtuoos Grenouille uit de roman Het Parfum van Patrick Süskind. “Rond aroma’s hangt inderdaad een zweem van mystiek. Geur fascineert iedereen, misschien omdat je het niet kunt vastpakken. Chefs ruiken aan hun producten, alles heeft een geur”, verheldert Johan Langenbick. Hij beseft dat zijn methode van Foodpairing schitterend gereedschap is voor al wie met voeding ontwerpt. “Daarom zien wij Foodpairing niet als een hype. Het gaat om basisgegevens van voeding die we tot voor kort nog niet kenden. Het principe van samengaande aroma’s was er altijd en zal er altijd zijn. Wij hebben het enkel verduidelijkt. Dit is geen hype, geen trend, daarvoor zijn we veel te fundamenteel en te wetenschappelijk bezig.” ▪


our method is that foods go well together when they share important aroma molecules. Cucumber, for instance, has common aromas with strawberries, Peking duck and cheese. We place the cucumber as the central ingredient in a Foodpairing tree and surround it by a selection of ingredients with which it can be successfully combined. The shorter the branch, the better the match with the selected ingredient. In 2009, in collaboration with the Catholic University of Leuven – and with support from the IWT [Agency for Innovation by Science and Technology] – we analysed 140 000 recipes in order to test our theory. It appeared to be correct, and has in fact recently been confirmed by another study. We were given a scientific explanation of why traditional combinations are so tasty. The next step is to resume our research and get the chefs to create combinations based on the Foodpairing trees. We are thus stimulating their creativity and inspiration, for instance by suggesting that cucumber can go well with peppermint, or that oysters need not be served only with lemon, but with other sour fruit such as kiwi and passion-fruit. Our Foodpairing Explorer, of which a lite version is available on our website, provides an overview of ingredients that go well together. Recipes are not included, however, for that is where the chef’s professional know-how and creativity begins. We simply offer inspiration.”

Almond biscuits with mozzarella After beavering away at analysing ingredients and thinking up original combinations, Sense for Taste is now carrying out further in-depth study by including ‘finished’ culinary products in the research. “These range from

internationally renowned products such as Cointreau to local specialties. How many people may be interested, for instance, in potential combinations with speculaas (gingerbread)? Our database is growing daily with the addition of such products. It need not always be about international brands: at the moment we are analysing, on behalf of a Colombian farmers’ cooperative, the aromas of seven local coffee varieties. Local products are important to us. In theory, nearly every type of foodstuff can be put to our test. The nice thing is that these are universal aromas that are not culture-bound. That makes for international opportunities. For instance, a Flemish biscuit manufacturer wanted to expand the use of its almond biscuits beyond the sweet table to a savoury flavour. Our data showed that almond biscuits contain aromas that also appear in ham, mozzarella and figs, among others. With that knowledge, the ‘foodie’ can get to work using his or her creativity.”

Every flavour has its colour Tasting food is done not only with the mouth and nose, but also with the eyes. Sense and Taste tries to find an appropriate scientific framework for each sense. “People seem to associate certain colours with specific tastes. That is very useful to packaging designers but also for food developers. In collaboration with Boss Paints, based in Waregem, we asked chefs to prepare dishes with particular attention to the visual dimension. For colours send us important signals about food. Boss then transposed the resulting colour palette into a range of paints and even a style book.” Industrial designer Johan Langenbick can indulge himself to the full: “We

attach great importance to the graphic aspect and the design of the interface. Our product is oriented entirely to the sense of taste, but much depends on visual communication. Taste has become ‘fashion’, and we have taken advantage of this trend. Design was super important because we wanted to be understood the world over. Everyone has to be able to see quickly and clearly how a Foodpairing tree works. We have also come up with playful and clear presentation media. For groups, we designed a paper mask that alludes to the plague doctors of medieval Bruges. At the tip of the long, thin nose there is a cotton ball soaked in an aromatic liquid, such as was used in the past to protect against illness. The scent lingers for a very long time in the mask’s nose. In New York an entire room was able in this way to get acquainted with the power of aromas.” Sense for Taste has great hopes for its latest development: free apps. In January, the iPad version was launched in 14 countries. In mid March, the version for iPhone will follow and in mid June the one for Androids. “We have put all aspects of good design to work in these apps. Thus we have devoted a lot of time, for instance, to developing their user-friendliness. The effort has earned us an Innovation Award from the Leaders Club, an international organization of restaurateurs and the food industry.”

everything has a smell”, explains Johan Langenbick. He understands that his method of Foodpairing is a fabulous tool for everyone who uses food in design. “That is why we don’t consider Foodpairing to be mere hype. It is about the basic elements of food that we were not aware of until recently. The principle of aromas that go together was always there and always will be. All we have done is to clarify it. This is no hype or trend – we are far too scientific in our approach for that.” ▪

Mysticism or science? The story of Foodpairing instinctively summons up the image of the elusive scent virtuoso Grenouille from Patrick Süskind’s novel Perfume. “Scents do indeed evoke an air of mysticism. Everyone is fascinated by smells, perhaps because you cannot grasp hold of them. Chefs smell of their dishes,

www.foodpairing.com

19


The Belly Rules the Mind Eva Coudyzer

20


E

en vijftal jaar geleden kwam een bijzondere dialoog tot stand tussen ontwerpster Sofie Lachaert en chef-kok Sergio Herman. De driesterrenchef liet bij een bevriend verzamelaar zijn oog vallen op het zilveren frietvorkje van Lachaert. Hij zocht haar op, het klikte, en niet veel later voerden ze een poëtische dialoog over eten en design. Sofie Lachaert en kunstenaar-ontwerper Luc d’Hanis ontwerpen nu geregeld tafelservies en accessoires voor Sergio Hermans restaurant Oud Sluis. “Een echte samenwerking”, zo omschrijft Luc d’Hanis deze dialoog. “Soms komt Sergio naar ons toe met een idee en wij proberen dat idee vervolgens te vertalen naar een gebruiksvoorwerp. Soms doen wij hém een voorstel, waar hij vervolgens op ingaat of niet.” De opmerkelijke tentoonstelling Tafelgesprekken, die tot 8 januari 2012 te bezichtigen was in Galerie Sofie Lachaert in Tielrode, bracht een overzicht van eindproducten, prototypes en ideeën die uit deze samenwerking ontsproten. Een collage van proeven, briefjes, foto’s en inspiratiebeelden die de tentoonstelling inleidt, illustreert op treffende wijze de creativiteit die ontstaat wanneer de krachten van deze twee kunstenaars gebundeld worden. Tony Le Duc, huisfotograaf van Sergio Herman, legde de artistieke wisselwerking tussen beiden vast in prachtige beeldimpressies. Het eerste luik van de tentoonstelling bestaat uit meubelstukken ontworpen door Luc d’Hanis. Anonieme stoelen en tafels kregen een nieuw leven in een originele uitvoering. De stoelen en tafels, divers van stijl en materiaal, worden als het ware door elkaar gevlochten of verweven. De Pas de deux is ontstaan uit frustratie wegens plaatsgebrek bij restaurant- en cafébezoek: de handtas of de jas eindigt dan vaak op de grond. Het ontwerp ziet eruit alsof twee stoelen in elkaar geschoven zijn: het voorste gedeelte doet dienst als zitmeubel en op het achterste deel kan een handtas of jas

gelegd worden. Een pronktafel laat verscheidene tafels door elkaar groeien. Het meubel is daardoor niet alleen een functioneel voorwerp, maar krijgt ook de allure van een beeldhouwwerk. Een kapstok krijgt in de handen van Luc d’Hanis de vorm van een gestileerde nagel die als het ware in de muur is geslagen. Nog een ander ontwerp maakt gebruik van handgeschilderde Chinees porseleinen borden – zoals we ze kennen uit grootmoeders buffetkast – voorzien van een uitsparing, zodat ze gehanteerd kunnen worden als een schilderspalet. Sofie Lachaert gaf met haar ontwerpen voor het frietvorkje en het suikerkooitje al te kennen dat ze een zwak heeft voor eten en eetrituelen. Ontwerpen voor de collectie Sergio Herman was voor haar dus een erg boeiende opdracht. In dezelfde fijne, breekbare, vloeiende lijn en het sobere kleurenpalet die met de jaren haar handelsmerk zijn geworden, zijn nu zilveren lepeltjes, fijne vorkjes, presenteerschaaltjes in de vorm van scheermesschelpen en andere vormen toegevoegd. Een bijzonder ontwerp illustreert de symbiose tussen de gerechten van Sergio Herman en de transparante stijl van Sofie Lachaert: een zilveren takje dat als intrigerend en inspirerend accessoire op het bord wordt gepresenteerd. Voor deze collectie is de natuur een belangrijke inspiratiebron: zij levert als het ware het canvas waarop Sofie Lachaert haar penseelstreken trekt. Zonder afbreuk te doen aan de intrinsieke eigenschappen van het materiaal, slijpt, polijst en kneedt ze het materiaal tot unieke designstukken. Grote, dieprode tot helblauwe mineralen worden bijna in hun authentieke vorm gebruikt als bord of presenteerschaal. Hagelwitte, gepolijste speksteen, die de naam Winter landscape kreeg, is daar een treffend voorbeeld van. Het witte oppervlak van het mineraal staat in prachtig contrast met de kleurrijke gerechten die erop worden geserveerd. De zoektocht naar de perfecte steen is dus een belangrijk onderdeel van het ontwerp. “We zoeken naar een bepaalde dikte en kleur en soms gaan er duizenden stuks door onze handen vooraleer we de juiste steen gevonden hebben”, verduidelijkt Luc d’Hanis. “Doordat de materialen in hun quasi pure vorm gebruikt worden en het bovendien om toevallige vondsten gaat, is ook elk stuk uniek.” Een serveerschaaltje is vervaardigd uit obsidiaan, vulkanisch glas dat bekend staat om zijn weerspiegelende eigenschap. “Obsidiaan werd in de oudheid vaak als spiegel gebruikt”, aldus d’Hanis, “en ook kunstschilders gebruikten obsidiaan om landschappen op te schilderen. Die weerspiegeling geeft een heel originele invalshoek aan het eten dat erop wordt geserveerd. Het lijkt wel op een plas water te drijven, een lust voor het oog.” Het experiment is zowel voor Sergio Herman als voor Sofie Lachaert een belangrijk onderdeel van de zoektocht naar het perfecte gerecht en zijn perfecte vormgeving. De petrischaaltjes uit de collectie zijn een metafoor voor de keuken als laboratorium waar het experiment centraal staat. De schaaltjes zijn voorzien van de gravering The Belly Rules the Mind, een adagium dat regelmatig in de tentoonstelling wordt opgeworpen. Een prachtig voorbeeld van doorgedreven experiment is Frozen Lake: borden werden ingelegd met een doorschijnend hars waarin kruiden werden vermengd die de chef-kok regelmatig in zijn gerechten gebruikt. Het hars verhardt en vormt een laag op de bodem van het bord. Het effect is grandioos: het eten zweeft als het ware op een gekruide ijslaag. Sommige ontwerpen lijken eenvoudig maar zijn in werkelijkheid erg arbeidsintensief. Een soepbeen dat door Sergio Herman gebruikt wordt om een vleesgerecht in te serveren is daarvan een treffend voorbeeld. Vooraleer het been daadwerkelijk als ‘bord’ kan gebruikt worden, moet het een hele reeks bewerkingen ondergaan, zoals koken en polijsten. Het eindproduct ziet eruit alsof het uit precieus ivoor is gemaakt. “We proberen natuurlijk zoveel mogelijk rekening te houden met de gebruiksvriendelijkheid van onze producten”, legt Luc d’Hanis uit. “Mensen moeten ook weten hoe ze het servies moeten gebruiken en dat is op het eerste gezicht niet altijd duidelijk. We ontwerpen bijvoorbeeld schaaltjes waar mensen echt van kunnen likken. We hebben ook serviesgoed waarop de handdruk van Sergio is aangebracht, als een vetvlek. We willen op deze manier mensen aanmoedigen om het The Belly Rules the Mind, Sofie Lachaert voor Sergio Herman. Foto: Joris Luyten

21


Pas de deux, Lachaert & d’Hanis. Foto: Joris Luyten

Pedestal, Lachaert & d’Hanis, voor de tentoonstelling Le fabuleux destin du quotidien (MAC’s grand Hornu). Foto: Joris Luyten

Palette Plates, Lachaert & d’Hanis

servies met de handen vast te pakken, te voelen, te betasten. We verwijzen graag naar de Japanse theeceremonie, waar het drinken van thee tot een echte kunstvorm is verheven”. Eén van de meest succesvolle ontwerpen is de schervencollectie. De scherven zijn afkomstig van het afgeschreven servies van Oud Sluis, waarover Sofie kon beschikken. De borden en glazen werden stukgeslagen en vakkundig verdeeld. Vervolgens werden de randen van de scherven geslepen. Eén bord wordt ten slotte in twee passende helften aan tafel geserveerd en ‘gebroken’ verdeeld over de gasten. “Sofie had het voorstel van ontwerp aan Sergio Herman voorgelegd. Hij nam de prototypes onder de arm en liet zijn impressies borrelen en gisten. Vervolgens dook hij in zijn keuken en ging aan de slag. Midden in de nacht stuurde hij een berichtje met: “Ik heb het!” De scherven zouden gebruikt worden voor de presentatie van een vegetarisch gerecht dat verdeeld wordt over de verschillende stukken.” De dialoog tussen de ontwerpers die beiden met de handen werken, heeft dus veel weg van een zoektocht naar het perfecte evenwicht tussen verfijnde gerechten en design. En ook met de gasten van Oud Sluis moet een dialoog gevoerd worden. Lunchen of dineren bij Sergio Herman gebeurt immers niet elke dag, men kijkt er vaak maanden naar uit. Daarom moet de ervaring tijdens het restaurantbezoek compleet zijn, een belevenis voor alle zintuigen. Niet alleen de smaakpapillen moeten geprikkeld worden, ook het oog en de tastzin willen worden uitgedaagd. Eigenlijk wordt er in Oud Sluis elke dag een performance opgevoerd. Sofie Lachaert is er alvast in geslaagd om hierin met haar eigenzinnige ontwerpen een rol te spelen. De Henry van de Velde Award voor Loopbaan die ze in januari in ontvangst mocht nemen uit handen van Design Vlaanderen is alvast een mooie bekroning voor haar jarenlange creativiteit en inzet. ▪

22

Hit, Lachaert & d’Hanis. Foto: Joris Luyten

The Belly Rules the Mind 

S

ome five years ago, an unusual dialogue came about between the designer Sofie Lachaert and chef Sergio Herman. The three-star chef happened to spot, at the home of a collector friend, the silver French fry fork designed by Lachaert. He looked her up, things clicked, and soon they entered into a poetic dialogue about eating and design. Sofie Lachaert and artist-designer Luc d’Hanis now regularly design tableware and accessories for Sergio Herman’s restaurant Oud Sluis. “A true collaboration”, as Luc d’Hanis describes this dialogue. “Sometimes Sergio comes to us with an idea and we try to turn that into a utensil. Sometimes it is we who make a suggestion, which he then either takes up or not.” The remarkable exhibition entitled Tafelgesprekken [Table talk] that ran until 8 January 2012 in the Galerie Sofie Lachaert in Tielrode, gave an overview of the final products, prototypes and ideas that grew out of that collaboration.

A collage of samples, letters, photos and inspirational images that introduces the exhibit gives ample illustration of the creativity that comes about when the abilities of these two artists are combined. Tony Le Duc, Sergio Herman’s house photographer, captured beautiful visual impressions of the artistic interchange between them. The first part of the exhibition consists of furniture designed by Luc d’Hanis. Anonymous chairs and tables are given new life in original designs. The chairs and tables, of various styles and materials, appear to have been intertwined or woven together. The Pas de deux came about out of frustration due to lack of space in the restaurant and café: the handbag or jacket often ends up on the floor. The design looks as though two chairs had been pushed together: the front serves as a seat while the back can be used for a handbag or jacket. A display table has various tables growing through each other. The item is therefore not merely a functional piece of furniture, but takes on the allure of a sculpture. A hat stand in the hands of Luc d’Hanis takes on the appearance of a stylised nail hammered into the wall. Yet another object makes use of handpainted Chinese porcelain dishes – the ones we are familiar with from grandmother’s sideboard – fitted with


Sofie Lachaert voor Sergio Herman. Foto: Tony Le Duc/Minestrone Cookbooks

Winter landscape, Sofie Lachaert voor Sergio Herman. Foto: Joris Luyten

Frozen Lake, Sofie Lachaert voor Sergio Herman. Foto: Joris Luyten

a cut-away so they can be used as an artist’s palette. With her design for the French fry fork and the sugar cage, Sofie Lachaert had already revealed her weak spot for eating and food rituals. Designing for the Sergio Herman collection was therefore an exciting task for her. In the same fine, fragile, flowing line and sober colour palette that for years had become her trademark, there is now a new line of silver teaspoons, fine forks, serving platters in the form of razor shells and other shapes. An unusual design illustrates the symbiosis between the dishes prepared by Sergio Herman and the transparent style of Sofie Lachaert: a silver twig that is presented on the plate as an intriguing and inspiring accessory. Nature is an important source of

inspiration for this collection: it serves as a sort of canvas on which Sofie Lachaert traces her brushstrokes. Without detracting from the intrinsic qualities of the material, she sharpens, polishes and kneads the material into unique design works. Large, crimson red to light-blue minerals are used nearly unaltered from their original form as plates or serving platters. A snow-white, polished soapstone that was given the title Winter landscape is a remarkable example. The white surface of the mineral stands in striking contrast to the richly coloured dishes that are served on it. The quest for the perfect stone is thus an important part of the design. “We look for a particular thickness and colour, and sometimes handle thousands of pieces before we find just the right one”, explains Luc d’Hanis. “Because the materials are used almost in their natural form, and since we are dealing with accidental finds, each piece is truly unique.” One serving platter is made out of obsidian, a volcanic glass that is known for its reflective qualities. “Obsidian was often used as a mirror in former times”, observes d’Hanis, “and painters also used obsidian to paint landscapes. The reflection gives a highly original aspect to the food served on the platter.” It looks as though it were floating on a pool of water – a real treat for the eyes.” For both Sergio Herman and Sofie Lachaert, experiments are an important part of the quest for the perfect dish and its perfect design. The petri dishes from the collection are a metaphor for

the kitchen as a laboratory where the experiment has a central role. The dishes are engraved with the words The Belly Rules the Mind, an adage that recurs throughout the exhibit. A good example of pure experimentation is Frozen Lake: plates are inlaid with a translucent resin mixed with herbs that the chef regularly uses in his cuisine. The resin hardens and forms a layer at the bottom of the plate. The effect is magnificent: the food seems to hover on a spicy layer of ice. Some of the objects appear simple but in reality are very labour-intensive. A soup bone used by Sergio Herman for serving a meat dish is a good example. Before it can actually be used as a ‘plate’, it has to undergo a whole series of processes, such as cooking and polishing. The end product looks as if it were made of ivory. “We try of course as much as possible to bear in mind the user-friendliness of our products,” explains Luc d’Hanis. “but people should also know how to use the tableware, and that is not always obvious at first sight. We design bowls, for instance, which people are meant to lick. We also have crockery which bears Sergio’s handprint, like a grease mark. We hope in this way to encourage people to hold the tableware in their hands, to feel and handle them. We like to compare the experience to the Japanese tea ceremony, where drinking tea has been elevated to a veritable art form.” One of the most successful objects is the collection of potshards. The shards come from the depleted tableware from

Oud Sluis, which Sofie was able to use as she wished. The plates and glasses were smashed to bits and expertly divided up. The edges of the shard were then polished. In the end, one plate is served at table in two matching pieces and distributed ‘broken’ to the guests. “Sofie had put the idea of this object to Sergio Herman. He took the prototypes under his arms and let his impressions bubble and ferment. He then plunged back into his kitchen and got to work. In the middle of the night, he sent a message saying: “I’ve got it!” The shards could be used to serve a vegetarian dish that would be divided among the various pieces.” The dialogue between the designers, both of whom work with their hands, has thus come a long way in search of the perfect balance between refined dishes and design. And the dialogue must include the guests of Oud Sluis as well. Having lunch or dinner at Sergio Herman’s is not something you do every day – people often look forward to the event for months. Therefore the experience during the meal at the restaurant must be an experience for all the senses. Not only must the taste buds be stimulated, but the eyes and the sense of touch need to be challenged. In effect, the Oud Sluis is the scene of a performance every day. Sofie Lachaert has at any rate succeeded in playing a role therein with her unique designs. The Henry van de Velde career award, which she received in January from Design Vlaanderen, is certainly a worthy recognition of her many years of creativity and dedication. ▪

23


Voor u geserveerd 7 opvallende food trends An Bogaerts

C

uisson, barista, pop-up bar of cupcake: vijf jaar geleden nog vage termen, nu hippe stopwoordjes die tekenend zijn voor de huidige culinaire revolutie. Wát we eten is belangrijker geworden, maar ook hoe, waar en met wie. Hoog tijd dus om u zeven opmerkelijke food trends te serveren. Laat het smaken.

Next on the menu  seven distinctive food trends

C

uisson, barista, pop-up bar or cupcake: five years ago, these were only vague terms, now they are hip catchwords, symbols of today’s culinary revolution. It’s not just what we eat that has become more important, but also how, where and with whom. High time, therefore, to bring information on seven outstanding food trends to your table. Enjoy your meal!

24

Pop-up

E Pop-up

N

o Dutch word has been coined for this phenomenon yet, mainly owing to the origin of all this hype. ‘Pop-up’ initiatives in recent years have generally come to us from New York, via London and Berlin. Pop-up restaurants are temporary establishments that often spring up at locations in which much rebuilding is to take place. Examples are Lucy in the Sky, a restaurant constructed atop the Antwerp Alcatel-Lucent Bell tower during the months prior to the complete renovation of the building. The same happened in the Military Hospital in Berchem, before the start of construction work on the ’t Groen Kwartier residential project. Apart from such legal ‘squatting’ by trendy restaurants of various buildings, there are some special sites that almost beg for such initiatives. Gaston was the rooftop bar-restaurant

en Nederlandstalige benaming voor dit fenomeen bestaat er vooralsnog niet, en dat heeft veel te maken met de herkomst van deze hype. Pop-up initiatieven bereikten ons de laatste jaren immers vanuit New York via Londen en Berlijn. Pop-up restaurants zijn tijdelijke etablissementen die vaak worden opgezet op locaties die wachten op verbouwingen. Denk maar aan Lucy in the Sky, een restaurant dat op de bovenste verdieping van de Antwerpse Alcatel-Lucent Bell toren werd ingericht tijdens de maanden voorafgaand aan de grondige renovatie van het gebouw. Hetzelfde werd ondernomen in het Militair Hospitaal in Berchem, voor de werken zouden starten om er het residentieproject ’t Groen Kwartier op te trekken. Naast dit legaal kraken van panden om er hippe eettenten neer te planten, zijn er soms ook uitzonderlijke locaties die vragen om een dergelijk initiatief. Op het dak van het Gentse Galveston-gebouw streek zo afgelopen zomer Gaston neer, een by Eric de Wagenaere erected on the bar-restaurant van Eric de Wagenaere en Galveston building in Ghent last summer, de ploeg van Cœur d’Artichaut. Het werd with the Cœur d’Artichaut team. It was a een groot succes en de uitbaters van het great success and the managers of the pand zijn al op zoek naar een gelijkaardig property are already looking for similar pop-up initiatives for the next summer. pop-up initiatief voor komende zomer. Pop-up bars and restaurants can often Pop-up bars en restaurants kunnen vaak count on sponsorship from design labels, rekenen op sponsoring van designlabels, which use the temporary projects as die de tijdelijke projecten gebruiken als a showroom. A number of brands like showroom. Heel wat merken als Moooi, Moooi, Modular Lighting Instruments Modular Lighting Instruments en Hansgrohe and Hansgrohe put their designs on bieden hun ontwerpen aan zolang de pop-up offer as long as the pop-up is “popping”, in return for the visibility they require ‘popt’, in ruil voor de nodige zichtbaarheid amongst a hip and trend-conscious bij een hip en trendgevoelig publiek. De public. The great appeal of pop-ups? The grote aantrekkingskracht van pop-ups? Het ‘now or never’ feeling – an opportunity to gevoel van ‘nu of nooit’, de kans om ergens dine at a place where one would not or te dineren waar men anders niet mág of kán cannot go, with the knowledge that in a komen en de wetenschap dat over enkele few weeks, the whole place will be gone forever. weken heel de boel weer verdwenen is.


Sociaal tafelen

M

et de groeiende belangstelling voor lekker en kwaliteitsvol eten, groeit gelukkig ook het besef dat drie maaltijden per dag niet voor iedereen vanzelfsprekend is. Terwijl enkele jaren geleden voedselbedelingen en sociale restaurants voor de gemiddelde Vlaming nog een ‘ver-van-mijn-bed-show’ waren, groeit nu de aandacht voor zulke daklozenacties. Dat komt onder meer dankzij inspanningen van Belgische topchefs, die intussen de BV-status hebben verworven. Zo ging Peter Goossens al enkele keren mee achter het fornuis staan bij het Brusselse Poverello, en schenkt hij in samenwerking met De Standaard de opbrengst van zijn dvd Feestelijk Koken met Peter Goossens integraal aan Poverello. En Goossens is zeker niet de enige bekende kop die zich inzet voor een deftig maal voor de minderbedeelden: Julien Vrebos trok voor TV Brussel met de chefs van Brusselse toprestaurants als La Marée, Resto Henri, Switch, Le Grain de Sel en La Cantina naar daklozenorganisaties om er een potje te koken, en ook Johan Verminnen he growing interest in tasty food stak de gasten van sociaal restaurant of good quality is fortunately Chambéry in Etterbeek een hart accompanied by growing awareness onder de riem, zij het als garçon. that not everyone takes ‘three meals Het creëren van een sociale mix a day’ for granted. While a few years is een belangrijk doel, zoals in de ago, the average Fleming maintained a safe distance from soup kitchens and Antwerpse Volxkeuken, waar ieder ‘social’ restaurants, there is now growing betaalt wat hij of zij kan missen voor attention for such actions for the benefit een maaltijd. En ook in MikstOrant of the homeless. This is partly due to the in Vilvoorde wil men zowel in de efforts of top Belgian chefs, who have keuken als aan tafel verschillende since acquired ‘celebrity’ status. Thus bevolkingslagen aantrekken. Helaas for example, Peter Goossens cooked is de vraag naar sociale restaurants at the Brussels Poverello a number of times, and in collaboration with De vaak groter dan het aanbod. In het Standaard, he has gifted Poverello the Lierse Kome Nete – niet te verwarren proceeds from his Festive Cooking with met dat andere culinaire fenomeen Peter Goossens DVD. And Goossens op televisie – komen vaak ruim 50 is certainly not the only well-known mensen méér opdagen dan dat de figure who is committed to providing infrastructuur aankan. Werk aan de a decent meal for the less fortunate: winkel dus. Julien Vrebos cooked for homeless

Social dining

T

Gaston. Foto © Bas Bogaerts

Volxkeuken

organisations along with the chefs of top Brussels’ restaurants such as La Marée, Resto Henri, Switch, Le Grain de Sel and La Cantina for TV Brussels, and Johan Verminnen went as a waiter to cheer up guests at the social restaurant Chambéry in Etterbeek. Creating a social mix is ​​an important objective, as in the Antwerp Volxkeuken, where everyone pays whatever they can spare, in exchange for a meal. And in MikstOrant in Vilvoorde as well, there is a move to attract various strata of society both to the kitchen as well as to the table. Unfortunately, the demand for social restaurants often exceeds supply. In the Kome Nete in Lier – not to be confused with that other culinary phenomenon on television – about 50 more people often turn up than the restaurant’s infrastructure can handle. In other words, plenty of work.

25


Wat groeit er in mijnen hof?

W

aarom druiven uit Egypte importeren wanneer er lekkere kastanjes groeien in het bos hiernaast? Dat is zo ongeveer de vraag die chef René Redzepi zichzelf stelde toen hij de kaart van zijn restaurant Noma opstelde. Intussen is zijn zaak in Kopenhagen door het toonaangevende magazine Restaurant voor het tweede jaar op rij verkozen tot beste restaurant ter wereld. Zijn filosofie om met lokale producten te werken, kent een grote aanhang. En ook in ons land is er almaar meer interesse in basisproducten van eigen bodem. Chef Kobe Desramault van restaurant In de Wulf in Dranouter hy import grapes from Egypt when trekt tussen de services het bos in om tasty chestnuts grow in the woods er op zoek te gaan naar interessante nearby? This is more or less the kruiden. Desramault is ook een fan question that chef René Redzepi asked van de ‘aardse’ smaken die we in himself while drawing up the menu of his restaurant Noma. Meanwhile, his eigen land produceren, zoals kolen, restaurant in Copenhagen was voted witlof, aardperen, schorseneren the best restaurant in the world for the enz., waarvan sommige tot de second year in a row by the leading zogenaamde ‘vergeten groenten’ magazine Restaurant. His philosophy of behoren. En is het toeval dat Bart de using local produce has a large following. Pooter van tweesterrenrestaurant There is increasing interest in homePastorale door Gault Millau wordt grown raw materials in our country. Chef Kobe Desramault of the restaurant In uitgeroepen tot chef van het jaar? de Wulf in Dranouter goes looking for De Pooter heeft in zijn eigen tuin interesting herbs in the forest between maar liefst tweehonderd planten en services. Desramault is also a fan of zeldzame kruiden staan, waarmee hij the ‘earthy’ tastes that we produce in naar hartenlust experimenteert, van our own country, such as cabbages, wilde basilicum over duizendblad tot chicory, Jerusalem artichokes, black salsify, etc., some of which are “forgotten Vietnamese koriander.

What do I grow in my garden?

W

vegetables”. And is it a coincidence that Bart de Pooter of two-starred restaurant Pastoral was named Chef of the Year by Gault Millau? De Pooter has no less than two hundred plants and rare herbs in his own garden, from wild basil to water milfoil to Vietnamese coriander, with which he experiments to his heart’s content.

Doe het zelf

D

e lawine aan kookboeken en culinaire tv-programma’s zijn het beste bewijs: we duiken met zijn allen regelmatig de keuken in om de Peter Goossens in onszelf naar boven te toveren. Met wisselend succes uiteraard. Feit is wel dat culinair design daardoor een enorme boost heeft gekregen. Keukens kunnen niet groot genoeg zijn, elektronische apparaten zijn liefst van een professioneel niveau en ook potten, pannen en servies moeten helpen om gasten te imponeren. Kookcursussen he avalanche of cookbooks and voor hobbyisten moeten studenten culinary programs on TV are the best weigeren terwijl Filiep Defraye, evidence of this: we regularly dive into the kitchen, fired with enthusiasm, directeur van hotelschool Spermalie in an attempt to bring out the Peter constateert dat hij “een stormloop Goossens in us. With varying success, of als afgelopen jaar nog nooit heeft course. The fact however is that culinary meegemaakt”. Net als bij heel wat design has received a huge boost as a andere hotelscholen in ons land result. Kitchens cannot be large enough, worden de jonge chefs in spe er electronic devices are preferably of verbannen naar de wachtlijsten. professional quality, and the pots,

Do It Yourself

T

26

pans and dishes must also impress guests. Cooking courses for hobbyists have had to refuse students, and Filiep Defraye, Director of the Spermalie hotel management institute commented that he had “never seen a rush like last year.” As with many other hotel management institutes in our country, young wouldbe chefs are queuing up by the dozen and some end up on the waiting list.


John Lewis Food Hall, Waitrose

5

De sexy (super-)markt

H

oewel wekelijkse versmarkten in ons land nog steeds veel volk trekken, lopen we op het gebied van markten toch behoorlijk achter op enkele andere Europese landen. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Londen, Barcelona, Parijs en Berlijn, hebben we geen permanente, overdekte markten met lokale, typisch Belgische producten. Nochtans kan zo’n markt een grote sociale impact hebben. Zo onderzocht het toonaangevende magazine Monocle de impact van Borough Market in Londen. Borough Market ontstond ooit als vroegmarkt voor handelaars en restaurants maar is intussen uitgegroeid tot fijnproeversparadijs voor Londenaars en toeristen. De markt is grotendeels overdekt, de eetwaren worden er bijzonder smaakvol gepresenteerd en wie wil, kan hier en daar proeven van plaatselijke delicatessen. Een schot in de roos, en dat liet zich ook voelen in de Boroughwijk net ten zuiden van de Thames: ooit een verloederd gebied vol krotten, nu een echte ‘culinaire’ buurt waar jonge gezinnen met plezier komen wonen. Wat eten al niet kan doen. En het Verenigd Koninkrijk stelt nog mooie voorbeelden, ook op het gebied van supermarkten. Waar bij ons heel wat grote supermarktketens worstelen met hun imago – zeker nu de consument meer op zoek gaat naar authentieke producten – spelen de supermarkten young families are happy to live in. All this as a result of ‘food’. And the UK has in het Verenigd Koninkrijk daar other excellent examples, even amongst net op in. Bij Waitrose staat een supermarkets. While many of our large sommelier je op te wachten in supermarket chains are struggling with de wijnafdeling. Proeven is geen their image – particularly now that probleem, daarvoor is er een wijnbar. consumers are looking for authentic Hetzelfde geldt voor de sandwichbar, products – the supermarkets in the UK voor wie een kleine honger krijgt van are taking advantage of this very trend. At Waitrose, a wine waiter will wait on al dat winkelen, en de espressobar. you in the wine department. Tasting is Brood koop je in een afzonderlijke no problem at all – just visit the wine afdeling met de allures van een bar. The same goes for the sandwich luxebakkerij en in alle afdelingen bar, if you work up a hunger from all that ligt de nadruk op lokale producten, shopping, and the espresso bar. You can met aantrekkelijke verpakkingen. buy bread in a separate section laid out In Denemarken hebben de like a luxury bakery, and the emphasis in all the departments is on attractively supermarkten het ook begrepen: packaged local products. Danish daar concentreert Irma zich op supermarkets have also caught on to lokale ingrediënten en organische this: Irma focuses on local ingredients producten. De keten mag 2011 haar and organic products in this context. The beste verkoopsjaar ooit noemen. chain may regard 2011 as its best sales Voor een winkel die al 125 jaar open year ever. A remarkable achievement for a shop that opened 125 years ago. is, is dat een opmerkelijke prestatie.

John Lewis Food Hall, Waitrose

The sexy (super-)market

A

lthough weekly fresh-produce markets still attract many visitors in our country, we are still a long way behind other European countries. In contrast to London, Barcelona, Paris and Berlin for example, we have no permanent, covered markets with local, typical Belgian products. However, such markets can have a major social impact. This is how the leading magazine Monocle views the impact of the Borough Market in London. The Borough Market started out as an early market for traders and restaurants, but has since grown into a gourmet paradise for Londoners and tourists. The market is largely covered, the foodstuffs are presented particularly tastefully and whoever so desires, can sample local delicacies at various places. It’s a great success, and its impact was also felt in the Borough area just south of the Thames: once full of dilapidated hovels, the area is now a real ‘culinary’ neighbourhood that

27


Eetavontuur. Foto: FoodPhoto

Maffidjoosi

Street food

V

oor één keer een trend die niet uit de Angelsaksische contreien is komen overwaaien, maar een typisch Aziatisch fenomeen is (al is street food wel eerst via New York en Londen gepasseerd om tot bij ons te geraken). Wat verstaan we onder street food? Rondrijdende voedselkarren, die liefst beroep doen op sociale media om hun komst aan te kondigen. Eetavontuur bijvoorbeeld, de kar waarmee Tom Vandenberghe in Gent Thaïse noodlegerechten verkoopt. Wie zin heeft in een Thaïs streetfoodgerecht, moet simpelweg Facebook en Twitter in de gaten houden en weet zo Eetavontuur wel te vinden. Gemakkelijker te spotten is Vlees op Wielen, een mobiele slagerij met vaste stopplaatsen in Lovendegem, Hansbeke en Gent. ’s Zomers zijn er ook een hele resem rondrijdende cocktailbars die het land doorkruisen en wie een feestje of receptie extra smaak wil geven, kan een beroep doen op Maffidjoosi, een mobiele pizzeria. In New York wordt één van de populairste voedselkarren or once, this is not a trend blown our way from the Anglo-Saxon world, trouwens uitgebaat door een Belg. but a typical Asian phenomenon Thomas De Geest verkoopt er (although street food first passed through onder de naam Wafels and Dinges New York and London before it came to Belgische wafels aan New Yorkse us). What do we mean by street food? zakenmannen die tijdens de middag Perambulatory food carts that prefer to niet veel tijd hebben om uitgebreid rely on social media to announce their arrival. An example is the Eetavontuur te gaan lunchen. Al meerdere keren (Food Adventure), the cart on which Tom won De Geest de Vendy Award, een Vandenberghe sells Thai noodle dishes prijs voor de beste straatverkoper in Ghent. Those who fancy a Thai street van New York. Waar zit de grote food dish, know where to find Eetavontuur aantrekkingskracht van de mobiele by simply tracking it via Facebook and eetkarren? Lage kosten, een groter Twitter. Vlees op Wielen (Meat on Wheels), afzetgebied en een onwaarschijnlijke a mobile butcher with fixed stops in Lovendegem, Hansbeke and Ghent, is flexibiliteit.

Street food

F

28

even easier to spot. In the summer, there is also a whole host of mobile cocktail bars criss-crossing the country, and you only need to call on Maffidjoosi, a mobile pizzeria, to add a little extra flavour to a party or reception. In New York, it is a Belgian who operates one of the most popular food carts. Thomas De Geest sells Belgian waffles to New York businessmen who have no time for extensive lunches during the afternoon, under the name Wafels and Dinges. He has won the Vendy Award, a prize for the best street vendor in New York, several times. What is the great attraction of mobile eating carts? Low cost, a larger market and incredible flexibility.


J.E.F eet laat. Foto © Piet De Kersgieter

Late night snack

N Late night snack

I Met dank aan Nicolas Block, hoofdredacteur van het hospitality-magazine Venuez. With thanks to Nicolas Block, chief editor of the hospitality magazine Venuez

n recent years, what has changed is not just what we eat and where, but when we eat as well. Particularly on weekends. The rise of breakfast houses (mainly the result of the success of Belgian Alain Coumont and his Le Pain Quotidien) and coffee bars now induces us to brunch extensively on Saturdays and Sundays. Result: breakfast and lunch overlap one another to some extent, due to which we feel hungry again in the afternoon after four hours. No worries, because there is always afternoon tea, which found its way here from London.

iet alleen wat en waar we eten is de laatste jaren geëvolueerd, ook het tijdstip waarop we eten verandert. Vooral dan tijdens het weekend. De opkomst van ontbijthuizen (onder meer de verdienste van de Belgische Alain Coumont en zijn Le Pain Quotidien) en koffiebars heeft ons overhaald om op zaterdag en zondag uitgebreid te brunchen. Gevolg: ontbijt en lunch lopen ietwat in mekaar over, waardoor we om vier uur in de namiddag opnieuw een hongertje hebben. Geen nood, want daarvoor is er de afternoon tea, die ons vanuit Londen heeft bereikt. In Gent, Brussel en Antwerpen openden het afgelopen jaar theehuisjes en taartencafés die erin gespecialiseerd zijn om de namiddag­ honger te stillen. En zoals het een Tea houses and cafes specialising in cakes echte vicieuze cirkel betaamt, steekt to satisfy afternoon hunger have opened de volgende honger pas laat in de in Ghent, Brussels and Antwerp last year. avond de kop op. Flemish Foodie And as may be expected from a true Jason Blanckaert speelt daarop in, vicious circle, the next bout of hunger door onder het motto J.E.F eet laat can be felt late in the evening. Flemish zoge­naamde ‘goestjes’ te serveren: Foodie Jason Blanckaert has responded to this demand by serving ‘little titbits’ 5 wekelijks wisselende hapjes aan under the motto J.E.F’s late snacks: 5 20 euro per persoon die nog gerust na appetizers that change every week, at 20 22 uur besteld kunnen worden. Het Euros per person, which can comfortably betekent een extra shift en bron van be ordered even after 10 pm. It means inkomsten voor restaurant J.E.F, én an extra shift and source of income for de ideale oplossing voor de ontregelde the J.E.F. restaurant, and offers the ideal solution to the casual weekend snacker. ▪ weekendsnoeper. ▪

29


Open Sauces, menuplan, FoAM

Open Sauces, FoAM. Foto: Dino Schreilechner

Speels, kritisch en intensief Lut Pil

“O

Open Sauces, FoAM. Foto: Alex Davies

ver de hele planeet brengen voedselrituelen mensen bijeen in sierlijke bewegingen van geven en ontvangen, van eenvoudige familiemaaltijden tot feestelijke banketten, van gol gappa’s die je in India als snack op straat koopt tot huisbereide wortelstoemp.” Het citaat is ontleend aan Open Sauces (2009), een uitgave van FoAM Brussel (http://fo.am). Dit kunstenaarscollectief, dat reeds tien jaar bestaat en bouwt op een breed internationaal netwerk, is op een kritischcreatieve manier bezig met voedsel. De experimenten en manifestaties rond dit thema vormen slechts één pijler binnen de activiteiten van het collectief, maar ze zijn wel essentieel en maken deel uit van een langetermijnvisie. Als onderzoeksgroep met interdisciplinair laboratorium brengt FoAM kunstenaars, wetenschappers, schrijvers en andere creatieve geesten uit uiteenlopende culturen en landen bij elkaar. De onderlinge verschillen maken samenwerking niet altijd even gemakkelijk. Tijd maken om samen te koken en te eten vormt dan een ideale gelegenheid voor teambuilding. Iedereen participeert op hetzelfde niveau, waardoor gesprekken vlotter op gang komen en akkoorden sneller worden bereikt. FoAM beschouwt de eettafel als “het beste voorbeeld van een goed ontworpen sociale interface”. FoAMs voorliefde voor de eetcultuur beperkt zich niet tot de interne werking. Ze werken ook projecten uit waarbij nieuwe tafelgasten opgezocht worden. Op vraag van organisaties verzorgt het collectief diners waarbij eten wordt geïntroduceerd om bepaalde discussiethema’s te ondersteunen. Mogelijke topics zijn dan bijvoorbeeld: waar komt ons voedsel vandaan, wie produceert het, welke nieuwe technologieën worden bij het koken

30

gebruikt? Het menu is opgevat als een visuele presentatie die de traditionele powerpointpresentatie vervangt. De dynamiek wordt dan bepaald door sprekers die een toast uitbrengen, waarop andere disgenoten antwoorden. Of het debat wordt open space gevoerd, wat concreet betekent dat gasten bij elke maaltijdgang van plaats en dus ook van gesprekspartner wisselen. Soms wordt zelfs de afvalemmer met verpakkingsmateriaal tijdens het diner getoond. Bij dit soort activiteiten wordt de klemtoon gelegd op voedselproductie (bij FoAM is die productie soms erg verwant aan laboratoriumonderzoek), koken (waarbij design en wetenschap onder meer samenkomen in moleculaire kookexperimenten), en voedselconsumptie en -distributie (als een sociaal gebeuren van participatie en kritische reflectie). Onderzoek en creatie gaan hier probleemloos samen met educatie en kennisverspreiding. Naar aanleiding van de tentoonstelling Toegepast: Fit to Boost (2010) in de Design Vlaanderen Galerie serveerde FoAM in de tentoonstellingsruimte een maaltijd voor acht genodigden uit het designmilieu. Er werd nagedacht over digitalisering en design, de toekomst van designonderwijs, designkritiek, DIYontwerpers en de ‘vernetwerking’ van de verschillende ontwerpdisciplines. In het najaar van 2011 bracht de Vlaamse overheid binnen het project Dagen van de duurzame ontwikkeling: voedsel 2.0 mensen met verschillende meningen bij elkaar voor een debatlunch rond een duurzame voeding. Open Sauces is een woordspeling op open sources. Als concept en praktijk is open sources erg actueel in een digitale context waar software kan worden gedeeld. Maar ook voor voedsel is open sources relevant. FoAM stelt terecht


Open Sauces, FoAM. Foto: Alex Davies

Playful, critical and intensive

“O

Dream Team Dinner, Toegepast: Fit to Boost. Foto: Kristof Vrancken

in Open Sauces “[…] het traditioneel gesloten wereldje van voedsel en voedselbereiding pikt al een graantje mee van het demystifiëren van de bron van de ingrediënten en van de bereiding ervan. Dit leidt tot nieuwe benaderingen van duurzame voedselproductie. Openheid kan ook de aanzet zijn tot een meer informele aanpak door hobbykoks, gezondere eetstijlen, betere technieken en meer inspirerende gerechten. Het delen van kennis kan de bereiding en consumptie van voedsel inspireren, en ongetwijfeld ook andere verbeteringen in de hand werken die we ons momenteel zelfs nog niet eens kunnen voorstellen. Door de toegankelijkheid en transparantie van voedselsystemen te verhogen, kunnen we hun veerkracht verbeteren, een essentiële eigenschap in het licht van de labiele klimatologische en economische omstandigheden.” Open Sauces deelt recepten, smaken, geuren, ideeën en experimenten, informatie die ook beschikbaar is op http:// opensauces.cc. FoAM krijgt geregeld de vraag of ze een restaurant zullen openen. Niettegenstaande het feit dat een aantal leden van FoAM goed kan koken en een restaurantformule succesvol zou zijn, wil FoAM zich eerder richten op meerdere evenementen per jaar, om zo nieuwe mensen samen te brengen en hen anders te doen kijken naar eten. Tijdens Cinédélices, een kortfilmfestival voor jongeren in Cinema Nova begin november 2011, organiseerde FoAM een speelse workshop rond eetbare dia’s. Volgens eigen smaak en creativiteit vullen deelnemers voorgebakken beeldkadertjes uit zoet, zout of kruidig deeg met kiwi, aardbei, wortel of andere gezonde ingrediënten. De dia’s werden vervolgens op groot scherm geprojecteerd en vormden verrassende visuele patronen. Nadien werd het

ver the entire planet, food rituals bring people together in gracious dances of giving and accepting, from simple family meals to festive banquets, from streetwise Gol Gappa balls served as snacks on the streets in India to home-made wortelstoemp [carrots and mashed potatoes].” The quotation comes from Open Sauces (2009), a publication by FoAM Brussels (http://fo.am). This artists’ collective, which has been in existence for ten years and builds on a wide international network, takes a critical-creative approach to food. Experiments and programmes relating to this topic constitute but one of the pillars of the collective’s activities, but they are crucial and form part of a longterm vision. As a research group with an interdisciplinary laboratory, FoAM brings together artists, scientists, writers and other creative spirits from diverse cultures and countries. The differences amongst them make cooperation a challenge at times. Making time to cook and eat together is therefore an ideal opportunity for team building. Everyone participates at the same level, so that conversations flow more smoothly and agreement can be reached more quickly. FoAM considers the dinner table as “the best example of a well designed social interface.” FoAM’s particular love for food culture is not limited to its internal operations. It also develops projects that seek out new dinner guests. At the request of organisations, the collective puts on dinners where eating serves as a basis for certain topics of discussion. Possible topics include, for instance: where does our food come from? Who produces it? Which new technologies are used in cooking? The menu is conceived as a visual presentation that replaces the traditional PowerPoint presentation. The dynamic is shaped by speakers who offer a toast, to which other table companions respond. Alternatively, the debate is carried out in an ‘open space’, which means in this case that guests change places, and thus conversation partners, with each course. Sometimes even the rubbish bin containing all the packaging is brought in for inspection during the meal. These sorts of activities emphasise the processes of food production (at FoAM, production sometimes closely resembles laboratory research), cooking (in which design and science,

among other things, come together in molecular cooking experiments), and food consumption and distribution (as a social event involving participation and critical reflection). Research and creation go hand in hand with education and the dissemination of knowledge. On the occasion of the exhibition Toegepast: Fit to Boost (2010) at the Design Flanders Gallery, FoAM served eight invited guests from the design field a meal in the exhibition space. Topics of discussion were digitisation and design, the future of design education, design criticism, DIY designers and networking among various design disciplines. In autumn 2011, as part of the “Sustainable development days: Food 2.0” project, the Flemish government brought together people with a variety of opinions for a debate lunch on the topic of sustainable food production. Open Sauces is a wordplay on ‘open sources’. As a concept and a practice, open source is widely used in a digital context where software can be shared. But in the case of food as well, the notion of ‘open source’ is highly relevant. FoAM states in Open Sauces: “[…] the traditionally secretive world of food and cooking has already begun to benefit from demystifying the source of its ingredients and processes. This is leading to new perspectives on sustainable food production. Furthermore, openness can stimulate more informal take-up by home-cooks, healthier diets, better science and more inspiring dishes. Sharing knowledge can invigorate food preparation and consumption, as well as undoubtedly evoke other improvements that we can’t yet conceive of. By increasing the accessibility and transparency of food systems we can enhance their resilience, an essential trait in the face of unstable climatological and economic conditions.” Open Sauces shares recipes, flavours, smells, ideas and experiments, information that is also available on http://opensauces.cc. FoAM is regularly asked whether it plans to open a restaurant. Although a number of FoAM’s members are excellent cooks and a restaurant would certainly be successful, FoAM wishes instead to focus on several events each year that bring new people together and get them to take a different view of eating. During Cinédélices, a short film festival for young people held at Cinema Nova in early November 2011, FoAM organised a playful workshop based on edible slides. Participants filled baked picture frames made of sweet, salty or spicy pastry with kiwi, strawberry, carrot or other healthy ingredients, according to taste. The slides were then projected onto a big screen to form surprising visual patterns. Thereafter, the visual

31


Edible Slides. Foto: Edible Slides Team

Edible Slides. Foto: Edible Slides Team

beeldmateriaal uiteraard ook opgegeten. Deze Edible Slides werden in 2011 al op de designbeurs in Milaan gepresenteerd, waar men ze kon bestellen via een Slide-o-mat: een reizende minikeuken, die er aan de buitenkant uitziet als een automaat maar eigenlijk door een kok wordt bemand. Die bereidde de eetbare dia’s met de vulling van voorkeur. Ook hier gelden de principes van open source: op de blog van Edible Slides (http://edibleslides.blogspot.com) zijn recepten gepost met verschillende soorten deeg, kruiden en vullingen: Sweet Sesame, Asian Style, Barbecue Delight en Fruit Power. Deze activiteit werd door FoAM geïntroduceerd, maar is een project van studenten van de ArtScience Interfaculty in Den Haag (www.interfaculty.nl). FoAM vertrekt overigens niet altijd vanuit een menselijk standpunt. Ook planten nemen voedsel op. Met sensoren in hun wortels zoeken ze naar nutriënten. Eén van de FoAM-onderzoekers stelt zich hierbij de vraag of planten smaakvoorkeuren hebben en onderzoekt waar de wortels naartoe groeien in een labyrint dat voorzien is van verschillende voedselbronnen. Het experiment wil nagaan of de plant ‘slim’ genoeg is, of de plant specifieke smaken heeft, en welke visuele patronen er op deze manier ontstaan in de groei van de wortels. Het lijkt een bizarre oefening, maar FoAM is een dynamische organisatie en zou zonder een gezonde dosis ‘creatieve chaos’ haar eigenheid verliezen. Fundamenteel wil ze al spelend dingen verduidelijken en gelooft ze dat alles een proces is dat voortdurend in beweging is. Ook Caro Van den Hole creëert intensieve ervaringen door speciale tools te introduceren bij het koken en dineren. Haar smeltende suikerlepels, cupcakes met injectiespuit vol vruchtencoulis, boodschappen in vermicelli of communicerende glazen: telkens gaat het om de interactie die ontstaat, een interactie tussen mensen en objecten en tussen mensen onderling. Dit geldt ook voor de recente toolbox die ze heeft ontworpen naar aanleiding van een workshop in samenwerking met Studio Pieter Stockmans. Tijdens de workshop besloot ze om geen nieuw object te maken, maar om de collectie te archiveren. Daaruit is een nieuw concept ontstaan: “Ik ben alles beginnen meten en fotograferen en ben dan tot de vaststelling gekomen dat eigenlijk

32

niets een afgeronde maat heeft. Ik heb de producten dan alleen ietsje vergroot of hun wanden dikker of dunner gemaakt door ze iets langer in de klei te laten, zonder de oorspronkelijke mal aan te passen. Zo werd hun maatinhoud wel een rond getal. Toen ontstond de idee dat je eigenlijk alles als maatbeker kan gebruiken. Ik heb dan gewoon een lege doos ontworpen waarin iedereen zijn eigen maatbekers kan verzamelen, objecten die misschien al jaren een plek in huis hebben maar die nu een nieuwe betekenis kunnen krijgen door die box.” De kartonnen doos is niet meer dan een fysieke container voor maatbekers, maar tegelijkertijd ook een ‘mentale’ container voor de hoogstpersoonlijke associaties die bij het individuele uitzoeken van geschikte objecten worden gemaakt. Wat kan je gebruiken om hoeveelheden af te meten? Een borrelglaasje dat verloren staat in de barkast? Een plastic lepel ingesloten bij een doos ontbijtgranen? Of wordt het eerder een luxueuze set, met misschien een likeurglas van geslepen kristal en een porseleinen kopje uit een antiek servies? De kartonnen doos is een discrete uitnodiging om het banale met een nieuwsgierige blik te benaderen. Het project speelt in op de poëzie van het gewone, op het onopvallende dat in de verbeelding bijzondere eigenschappen krijgt. Ook het ‘ritueel’ van het afmeten van ingrediënten krijgt er nieuwe dimensies door. Caro Van den Hole presenteert de doos als een voorstel naar een breed publiek, een voorstel zonder technische drempels. Bovendien moeten de objecten die volgens deze praktisch-poëtische blik tot maatbeker worden gepromoveerd niet daadwerkelijk in de kartonnen doos worden opgeborgen. Een andere doos is misschien even geschikt, of zelfs een zak of gewoonweg een lege plek in de kast. Wie iets exclusiever wil, koopt de set met porseleinen maatbekers, objecten die op slimme wijze refereren aan bestaand porselein van Pieter Stockmans. Het communiceren van dit soort ideeën en de uitnodiging om er creatief mee aan de slag te gaan, is een vorm van ‘open design’ zonder dat hierbij gebruik wordt gemaakt van dure software of hightech productietechnieken. In de context van open design wijst men er terecht op dat een vrije toegang niet beperkt mag zijn tot de digitale wereld. Cultuurproducten zoals muziek, films en boeken, wetenschappelijke kennis en technologie zouden


Slide-o-mat. Foto: Edible Slides Team

Slide-o-mat. Foto: Edible Slides Team

eveneens toegankelijk moeten zijn voor een zo groot mogelijk publiek.1 Wie geïnteresseerd is in het voorstel van Caro Van den Hole kan het zich toe-eigenen, het model eventueel aanpassen en zelf een doos maken. Democratischer kan niet. Daarnaast blijft het concept eigendom van de ontwerpster en behoudt het project een specifieke identiteit. Het is zoals met de conceptuele kunst van de Amerikaanse kunstenaar Lawrence Weiner: zijn statements bestaan uit woorden die activiteiten, materialen en contexten aangeven en die hij in de publieke ruimte op diverse dragers aanbrengt, of het nu een gebouw in de stad is, de tegels van een voetpad, de muren in een museum of de bladen van een boek. Het toegankelijke en open karakter van de propositie is essentieel. Hoe men het uitvoert, blijft ongedefinieerd. Bovendien heeft men de vrijheid om het voorstel ook niet uit te voeren. Deze vorm van conceptuele kunst of design beantwoordt op een eigen manier aan wat Michel Avital essentieel vindt voor de infrastructuur van open design: evocatief, boeiend, adaptief en open; en aan hoe Tommi Laitio de verschuiving in het designdenken samenvat: van ‘wow design’ naar ‘wij design’.2 Het recente werk van Mariken Dumon lijkt dan weer een zekere eenzaamheid op te zoeken. Wat normaal gebruiksvoorwerpen binnen handbereik zijn, wordt hier op afstand geplaatst. Wijnglas en karaf vormen een surreëel stilleven. Reeds in 1911 stelde Adolf Loos: “Tegenwoordig […] is het aan onze kunstenaars voorbehouden, om […] glazen te ontwerpen waaruit je niet kan drinken. Er zijn waterglazen waarbij het water je links en rechts langs de mondhoeken loopt. Er zijn likeurglazen die alleen maar voor de helft leeggedronken kunnen worden.”3 Een eeuw later kunnen daar vele voorbeelden aan worden toegevoegd, zoals wijnglazen die niet leeggedronken 1 Zie bv recent Jos de Mul, ‘Redesigning design’, in Bas van Abel, Lucas Evers, Roel Klaassen en Peter Troxler (eds), Open Design Now. Why Design Cannot Remain Exclusive, Amsterdam: BIS Publishers, 2011, p. 37. 2 Michel Avital, ‘The Generative Bedrock of Open Design’, in Bas van Abel e.a., O. c., p. 54; Tommy Laitio, ‘From Best Design to Just Design’, in Bas van Abel e.a., O.c., p. 193. 3 Adolf Loos, ‘Vom Gehen, Stehen, Sitzen, Liegen, Schlafen, Essen, Trinken’, in Der Sturm, 2, 87, november 1911, p.691-692; geciteerd door Thimo te Duits, ‘Voor alles bruikbaarheid, dan eerst volgt het schoone’, in Jan Brand, Catelijne de Muijnck en Brigitte van der Sande, Het drinkglas, Zwolle: Stichting Leerdam Glasmanifestatie en Waanders Uitgevers, 1997, p. 83.

material was, of course, eaten. These Edible Slides had already been presented earlier in the year at the Milan design fair, where people could order them via a Slide-o-mat: a mobile mini-kitchen that looks from the outside like an automat but is in fact staffed by a cook. The latter prepared the edible slides with the filling of choice. In this case as well, the open source principles prevailed: on the blog of Edible Slides (http://edibleslides. blogspot.com) recipes with various sorts of pastry, spices and fillings are posted: Sweet Sesame, Asian Style, Barbecue Delight and Fruit Power. This activity was introduced by FoAM, but it is a project mounted by students of the ArtScience Interfaculty at The Hague (www. interfaculty.nl). FoAM’s approach is not limited to the human point of view. Plants also absorb food. The sensors in their roots seek out nutrients. One of FoAM’s researchers raises the question here as to whether or not plants have taste preferences, and is investigating the way in which roots grow in a labyrinth which has various food sources. The experiment seeks to determine whether the plant is ‘smart’ enough, whether it has particular tastes, and what visual patterns will emerge from the growth of the roots in this setting. It seems like a strange exercise, but FoAM is a dynamic organisation and would lose its uniqueness without a strong dose of ‘creative chaos’.

Fundamentally, the collective seeks to clarify things in a playful manner, and believes that everything is a process in perpetual motion. Caro Van den Hole likewise creates intensive experiences by introducing special ‘tools’ in cooking and dining. Her dissolving sugar spoons, cupcakes with a syringe full of fruit coulis or messages written with vermicelli or communicative glasses: they are all about the resulting interaction between people and objects and among various people themselves. This is also true of the recent toolbox which she designed on the occasion of a workshop held in collaboration with Studio Pieter Stockmans. During the workshop, she decided not to create any new objects, but to create an archive for the collection. This gave rise to a new concept: “I first began with photography, and then came to the realisation that in fact nothing has fixed dimensions. So I simply enlarged the products slightly or made their sides thicker or thinner by leaving them a bit longer in the clay, without changing the original mould. This gives their dimensions a round number. This gave me the idea that you can use anything at all as a measuring cup. I simply designed an empty box in which everyone could collect their own measuring cups, objects that may for years have had a particular spot in the house but that now acquire a new meaning through that box.” The

33


Toolbox, Maison Caro (& Studio Pieter Stockmans)

kunnen worden. Mariken Dumon versmelt immers een door haar perfect geblazen wijnglas, dat in zijn niet gedecoreerde vorm modern en functioneel oogt, met een door haar even perfect geblazen karaf. De volumes vormen een vreemde stapeling van afgesloten ruimte en het weerbarstige hiervan wordt nog versterkt door de rode wijn die erin zit opgesloten. De onderlinge verhoudingen kloppen en toch is de samenhang verstoord. De glazen cilinder drukt zwaar en breed op het fragiele wijnglas. Meer dan boordevol, kan dit glas niet anders dan ‘overlopen’ in de glazen stolp erboven. In een ander werk wordt deze continuïteit opnieuw benadrukt maar ook als idee onderbroken door een tweede glazen volume dat minutieus boven het eerste zweeft. De nylondraden waaraan dit volume ophangt, vormen een beweging naar boven, en daarmee ook een beweging naar het ijle, immateriële en spirituele. Maar de opstelling blijft streng en breekbaar en heeft iets van een steriele in-vitro-opstelling in een laboratorium. Tegelijkertijd is het een architecturale constructie opgebouwd uit volumes en contouren en bepaald door een uitgepuurde tweedeling tussen kleur en transparantie. Of gaat het eerder om een landschap, waarin de wijn een scherpe horizon trekt die het onzichtbare en onbereikbare dat voorbij de einder ligt, in de diepte van de donkerrode wijn projecteert? Als een kostbare drank zit de wijn opgesloten in een glazen recipiënt, zoals in een vitrine. “Dankzij het glas is de vitrine een instrument dat de expositie van voorwerpen een louter visuele aanwezigheid garandeert. Het isoleert en creëert een kloof, meteen ook zijn belangrijkste functies, waardoor het de perfecte handlanger is van de nieuwsgierigheid.”4 Het wordt een beeld dat ingehouden én theatraal de blik intensifieert en in de verte de herinnering oproept aan het bouquet van een fantastische wijn. De drank staat stil, voor altijd verstild in de glazen capsule. En ook de tijd lijkt hierdoor weggeglipt uit het direct bereikbare. Deze ‘onhandelbare’ geblazen constructies suggereren de nabijheid van het ultieme, beloven – zonder het te kunnen bevestigen – de smaak van het sublieme. ▪

4 Denis Gielen, Atlas de l’art contemporain à l’usage de tous, Hornu: Musée des arts contemporains au Grand-Hornu, 2007, p. 77.

34

Maison Caro (& Studio Pieter Stockmans)


Zonder titel, Mariken Dumon. Foto: Lieven Herreman

cardboard box is no more than a physical container for measuring cups, but at the same time it is a ‘mental’ container for the highly personal associations that arise in the course of the individual’s quest for suitable objects. What can you use to measure out quantities? A shot glass lurking in the cocktail cabinet? A plastic spoon that came with a box of breakfast cereal? Or a luxurious set of cut crystal liquor glasses perhaps, and a china cup from an antique tea set? The cardboard box is a discreet invitation to take a fresh view of something ordinary. The project plays on the notion of the poetry of the ordinary, the unremarkable, that through the imagination acquires particular qualities. The ‘ritual’ of measuring ingredients is also given new dimensions in the process. Caro Van den Hole offers the box to a wide audience, an offer without technical barriers. Moreover, the objects that are promoted to the rank of a measuring cup by means of this practical-poetic vision need not actually be stored in the cardboard box. Another container may be just as suitable, or even a bag or just an empty

space in the cupboard. Anyone who would like something more exclusive can buy a set of porcelain measuring cups, objects that cleverly allude to the porcelain of Pieter Stockmans. Communicating these sorts of ideas and the invitation to take a creative approach is a form of ‘open design’ without having to use expensive software or high-tech production techniques. In the context of open design, the observation has rightly been made that free access should not be limited to the digital world. Cultural products such music, films and books, scientific knowledge and technology should be equally accessible to the widest possible audience.1 Anyone interested in the proposal of Caro Van den Hole can appropriate it or adapt the model and make their own box. Nothing could be more democratic. The concept of the designer’s ownership nevertheless remains, and the project retains its specific identity. It is similar to the conceptual art of the American artist Lawrence Weiner: his statements consist of words that denote activities, materials and contexts and that he brings into public space via a variety of different media, be that a building in the city, paving stones, the walls of a museum or the pages of a book. The accessible and open nature of the proposal is essential. How one carries these out is yet to be defined. People are also free not to implement the proposal. This form of conceptual art or design gives its own specific response to what Michel Avital finds essential to the infrastructure of 1 See for instance the recent work of Jos de Mul, ‘Redesigning design’, in Bas van Abel, Lucas Evers, Roel Klaassen and Peter Troxler (eds), Open Design Now. Why Design Cannot Remain Exclusive, Amsterdam: BIS Publishers, 2011, p. 37.

design: evocative, exciting, adaptive and open. It corresponds as well to the way in which Tommi Laitio sums up the shift in design thinking: from ‘wow design’ to ‘we design’.2 The recent work by Mariken Dumon seems in turn to be in quest of a certain solitude. Normal tools that are kept within easy reach are here placed at a distance. A wine glass and carafe make up a surrealistic still life. Already in 1911, Alfons Loos observed: “At present […] it is the privilege of our artists to […] design glasses from which you cannot drink. There are water glasses in which the water runs from left to right between the corners of your mouth. There are liquor glasses that can only be emptied halfway.”3 A century later, many other examples could be added, such as wine glasses that cannot be emptied. Mariken Dumon combines a wine glass that she has blown perfectly, that in its undecorated form strives to be modern and functional, with a similarly perfectly blown carafe. The volumes form an odd heap of closed spaces, and their unruliness is further reinforced by the red wine locked inside. The proportions between them are correct, and yet their connection is somehow not right. The glass cylinder bears down heavily and broadly on the fragile wineglass. Overfilled, the glass 2 Michel Avital, ‘The Generative Bedrock of Open Design’, in Bas van Abel et al., O. c., p. 54; Tommy Laitio, ‘From Best Design to Just Design’, in Bas van Abel et al., O.c., p. 193. 3 Adolf Loos, ‘Vom Gehen, Stehen, Sitzen, Liegen, Schlafen, Essen, Trinken’, in Der Sturm, 2, 87, November 1911, p.691-692; cited by Thimo te Duits, ‘Voor alles bruikbaarheid, dan eerst volgt het schoone’, in Jan Brand, Catelijne de Muijnck and Brigitte van der Sande, Het drinkglas, Zwolle: Stichting Leerdam Glasmanifestatie and Waanders Uitgevers, 1997, p. 83.

cannot but ‘overflow’ into the bell-jar above. In another work, this continuity is once again emphasised but the idea is similarly interrupted by a second glass container that swings carefully above the first. The nylon thread by which the container is suspended creates an upward movement, and thus also a movement towards the void, immaterial and spiritual. But the composition remains strong while fragile, and resembles a sterile in-vitro set-up in a laboratory. At the same time, it is an architectural construction made up of volumes and contours and defined by a purified dichotomy between colour and transparency. Is this a landscape in which the wine draws a sharp line between the invisible and unattainable which lies beyond the horizon, projected in the depths of the dark-red wine? The wine, as if it were a precious liquid, is enclosed in a glass container like in a display case. “Thanks to the glass, the display case becomes a device that confers on the objects exhibited a purely visual presence. Isolation and division, its principal modes of operation, make it the perfect accomplice to curiosity.”4 It is an image that, in a subdued and theatrical manner intensifies the gaze and evokes, in the distance, the memory of the bouquet of a fabulous wine. The drink stands still, forever becalmed in the glass capsule. And so time, too, seems thereby to have slipped away from what is directly accessible. These ‘intractable’ glass objects suggest the closeness of the ultimate, and promise – without being able to confirm – the taste of the sublime. ▪ 4 Denis Gielen, Atlas de l’art contemporain à l’usage de tous, Hornu: Musée des arts contemporains au Grand-Hornu, 2007, p. 77.

35


Oude gewoontes en radicale vernieuwing Over het bewaren en verpakking van voeding Lien Vanreusel

D

e manier waarop ons voedsel bewaard en verpakt wordt, bepaalt voor een groot deel het uitzicht van onze keuken. Plastic potjes, blik en brick, kant-en-klaar: over iedere verpakking werd lang nagedacht. Vandaag stellen ecologische en economische factoren nieuwe eisen aan designers. Verpakken moet immers in de juiste materialen, en zo compact mogelijk. Zelfs de mogelijkheid van een eetbare verpakking is al uitgebreid onderzocht. Maar misschien is de vraag: moet er wel zo veel verpakt worden? De laatste jaren worden weer meer groenten en kruiden gekweekt in eigen tuin, volkstuintjes zijn razend populair en zelfgemaakte kweepeerconfituur smaakt beter dan die uit de winkel. In Limburg wordt iedere zomer een vrachtwagen met de beste tomaten uit Calabrië ingevoerd, die dan gezamenlijk op de Italiaanse manier worden ingemaakt: een privé-initiatief, met dank aan de vele Belgische Italianen die nooit afstand hebben gedaan van deze schitterende traditie. Het resultaat: het hele jaar door heerlijke tomatenpuree in huis. Consumenten willen niet alleen producten uit eigen tuin, ze vragen ook om groenere, ‘ethische’ keukens met duurzame materialen, en om ingrediënten waarvan de herkomst niet alleen gekend is, maar ook zelf gecontroleerd kan worden. De klimatologische omstandigheden, in de hand gewerkt door onze consumptiepatronen, dwingen ons daar immers toe. En zo staan ook ontwerpers voor heel nieuwe uitdagingen. Enkele interessante projecten in binnen- en buitenland tonen aan dat er op radicaal nieuwe manieren wordt nagedacht over voedsel en het bewaren ervan. Ook water is een hot item, en dat zal het in de 21ste eeuw steeds vaker worden.

36

Old habits and radical innovation  About preserving and packaging food

T

he appearance of our kitchens is largely determined by the manner in which our food is packaged and stored. Plastic jars, cans and cartons, ready meals: much thought was given to each package. Today, environmental and economic factors are placing new demands on designers. Packaging must be of the right materials, and be as compact as possible. Even edible container options have been extensively studied. But perhaps the question should be: what is the need for so much packaging? In recent years, there has been an increase in the cultivation of vegetables and herbs in private gardens, allotments are enormously popular and homemade jams taste better than those from the store. In Limburg, a truckful of the best tomatoes is imported from Calabria each summer, before being preserved in the Italian

manner: a private initiative, thanks to the many Belgian Italians who never renounced this wonderful tradition. The result: tasty tomato puree at home throughout the year. Consumers not only want products from their own garden, they also call for greener, ‘ethical’ kitchens with sustainable materials and ingredients whose origins are not only known but can also be monitored. The climatic conditions, facilitated by our consumption patterns, are compelling us in that direction. And thus designers are also faced with many new challenges. Some interesting projects at home and abroad evidence radically new ways of thinking about food and food preservation. Water is another hot item – increasingly so as the 21st century progresses.


Save food from the frigde, Jihyun Ryou

Uit de koelkast

D

e Nederlands-Koreaanse ontwerpster Jihyun Ryou wijdde het project Save food from the fridge (www.savefoodfromthefridge.com) aan het bewaren van voedsel. Ze onderzocht traditionele manieren om voedsel te bewaren, geïnspireerd door de herinneringen van haar Japanse grootouders. Vroeger waren die bewaartechnieken een evidentie, nu dienen ze (wetenschappelijk) onderzocht te worden. Met haar project wil Ryou mensen bewust maken van de energie- en voedselverspilling die het gevolg is van onze gebrekkige kennis. Hoe werden voedingswaren vóór de komst van de ijskast bewaard? Weinigen zijn nog vertrouwd met de technieken van drogen, pekelen en inmaken. Maar het kan nog eenvoudiger: vele etenswaren, vooral groenten, horen eigenlijk niet thuis in de ijskast. Ze behouden hun smaak beter en bewaren langer in een aangepaste omgeving. Wortelgewassen (prei, wortelen enz.) worden bijvoorbeeld best verticaal bewaard, in een kommetje met zand dat zorgt voor de juiste vochtigheidsgraad. Eieren nemen heel snel geurtjes op uit hun omgeving; een ijskast is daarom zeker niet de beste plaats. Appels verspreiden ethyleengas, dat het rijpingsproces versnelt van groenten en fruit die samen met de appels bewaard worden. Combineer je appels met aardappelen: dan gaan die weer minder snel kiemen. Jihyun Ryou ontwierp ook een geperforeerde fruitschotel met onderaan een reservoir voor water: opnieuw een techniek die de versheid van het fruit ten goede komt. De kracht van het project van Ryou schuilt in het feit dat ze de hedendaagse keuken heruitvindt en zich daarbij enkel baseert op beschikbare kennis. Er is geen enkele structurele ingreep vereist, integendeel. Eenvoud lijkt het sleutelwoord van haar keuken van de toekomst. Jihyun Ryou staat niet alleen met haar opvattingen over ‘keukenecologie’. Heel wat ontwerpers lijken de keuken opnieuw te willen uitvinden, gaande van recycleren en composteren in de keuken (www.ekokook.com), tot het hergebruik van afwaswater voor het begieten van planten, of nog: een terracotta container die kan dienen als ijskast (www.studiogorm.com) en organische resten die omgezet worden tot biogas (www.intrastructures.net).

Out of the refrigerator The Dutch-Korean designer Jihyun Ryou dedicated the Save Food from the Fridge Project (www.savefoodfromthefridge. com) to food preservation. She studies traditional food preservation methods, inspired by memories of her Japanese grandparents. Previously, everybody used preservation techniques, but now they have to be (scientifically) investigated. Through her p ​​ roject, Ryou wants to make people aware of energy and food waste caused by our imperfect knowledge. How was food preserved before the advent of the refrigerator? Few people are familiar with drying, curing and preservation techniques. But there is a much simpler way: many foods, especially vegetables, do not really belong in the refrigerator. They retain their flavour better and can be preserved for longer if placed in a suitable environment. Root crops (leeks, carrots, etc.) for example, are best stored vertically in a sand bowl, which provides them with the right amount of humidity. Eggs quickly absorb odours from their environment – a refrigerator is therefore certainly not the best place

to store them. Apples spread ethylene gas, which causes fruits and vegetables that may be stored along with the apples to ripen faster. Combine apples with potatoes: potatoes will then develop ‘shoots’ less quickly. Jihyun Ryou has also designed a perforated vegetable dish with a water reservoir at the bottom: another technique that helps preserve the freshness of the fruit. The strength of Ryou’s project lies in reinventing the contemporary kitchen while relying solely on existing knowledge. No structural intervention is required – on the contrary. Simplicity seems to be the watchword of her Kitchen of the Future. Jihyun Ryou is not alone in her views on ‘kitchen ecology’. Many designers seem keen on re-inventing the kitchen, from recycling and composting in the kitchen (www.ekokook.com), to the reuse of washing water for watering plants, or even: a terracotta container that can serve as a refrigerator (www. studiogorm.com) and organic residues that can be converted into biogas (www. intrastructures.net).

37


Local River, Mathieu Lehanneur. Foto: Gaetan Robillard

Een koelkast-aquarium

H

et bewaren van voedsel kan ook extremere vormen aannemen. Dat bewijst de Local River van de Franse ontwerper Mathieu Lehanneur (www.mathieulehanneur. fr). Met dit project speelt hij in op de Amerikaanse beweging van locavores, mensen die om ecologische redenen enkel voedsel willen eten dat lokaal geproduceerd werd. Lehanneur Food preservation can also assume introduceert in de huiskamer een more extreme forms. This is proved zoetwaterkweekbad voor vissen, by the Local River of the French designer Mathieu Lehanneur (www. een ‘koelkast-aquarium’ in plaats mathieulehanneur.fr). This project was van het ‘televisie-aquarium’, zo inspired by the American ‘locavores’ verwoordt hij het zelf. Soorten die movement – people who prefer locally door overbevissing met uitsterven produced food for ecological reasons. bedreigd zijn, krijgen zo een nieuwe Lehanneur introduced a ‘freshwater fish toekomst. Het systeem wordt in farm’ or ‘refrigerator-aquarium’ into the stand gehouden door planten die zich living room, instead of the ‘TV aquarium’ as he himself worded it. Species voeden met het water van de vissen, threatened with extinction due to overdie dienen als natuurlijke waterfilter fishing are now getting a new future. The en bovendien gebruikt worden system is maintained by plants that are als kruidentuin. En zo garandeert nourished by fish water, serve as natural Lehanneur ons vis die heel wat verser water filters, and can also be used as is dan die wij doorgaans op ons bord herbs. Lehanneur therefore guarantees us much fresher fish than we are used to. krijgen.

38

A refrigeratoraquarium

Local River, Mathieu Lehanneur. Foto: Mathieu Lehanneur


De vraag herformuleren

O

ok het merk Tupperware gaat prat op een groen imago, zij het dan vanuit een heel andere visie. Sinds zijn ontstaan zet Tupperware in op duurzaamheid. Het bedrijf is sinds jaar en dag een vaste waarde als het aankomt op het bewaren van voedsel. Met bewaaroplossingen die twintig tot dertig jaar meegaan, bedachten ze al een ecologisch product avant-la-lettre. Sinds de jaren 60 bewaart iedere goede huisvrouw haar groenten, spaghettisaus en overschotjes in plastic potjes van Tupperware. De producten van Tupperware zijn gemaakt van de plasticsoorten polyethyleen en polypropyleen, en dat van in de beginjaren. Vincent Jalet, lead designer van het ontwerpteam van Tupperware Europe: “Een product dat dertig, veertig jaar meegaat is een echt ecologisch product, zelfs al wordt het gemaakt van producten die niet ecologisch zijn. Wanneer polyethyleen en polypropyleen worden verbrand, produceren ze geen toxische stoffen in de atmosfeer.” In feite kan Tupperware na jarenlange ervaring nog steeds bogen op zijn basisbeginselen: een duurzaam product in een doordacht design, dat zijn plaats verdient in ieder huishouden. Wie het belang van een tijdloos karakter van een ontwerp goed begrepen heeft, is de Vlaamse ontwerper Bob Daenen. Van 1966 tot 2004 werkte hij voor Tupperware Europe, waar hij een reeks producten maakte die nu nog steeds tot de toppers van het bedrijf horen. Daenen genoot zijn opleiding aan de Academie voor Industriële Vormgeving in Eindhoven (nu Design Academy Eindhoven). Toen hij voor Tupperware ging werken, werd hem gevraagd om – als tegenhanger van het American Design Center in Orlando – het European Design Center op te richten, met zetel in Aalst. Zo maakte hij het Amerikaanse merk van de homeparty’s ook in Europa groot. Voor Daenen beperkte zijn opdracht zich niet tot het puur esthetische ontwerpen. Hij dacht na over het totaalplaatje van een product: functionaliteit, kostprijs, materiaal en vormgeving. In een interview met De Standaard van 8 november 2003 vertelde Daenen: “Aan het eind van The Tupperware brand also prides de jaren 70 werd me gevraagd om een nieuwe strooibus voor cornflakes itself on its green image, albeit from a very different angle. Tupperware has te ontwerpen. Dat beviel me niet. Je been emphasising sustainability since moet een goede opdracht hebben its inception. The company is a longom tot een goed ontwerp te komen. established name in food storage. With Als designer moet je daarom vaak storage solutions that last twenty to thirty eerst de vraag herformuleren. Uit alle years, they had devised an ecological researchrapporten kon je afleiden dat product even before the term existed. Since the 60s, every good housewife has Europese keukens met plaatsgebrek been preserving her vegetables, spaghetti kampten. Ik vond dat we helemaal sauce and leftovers in Tupperware plastic geen strooibus nodig hadden, maar containers. From the very beginning, wel een space management solution, Tupperware products have been made from polyethylene and polypropylene. een goed beheer van de ruimte. Zo Vincent Jalet, lead designer of the zijn rond 1980 de befaamde Space Tupperware Europe design team: “A Savers, ‘ruimtespaarders’, ontstaan, product that lasts for thirty or forty years waarvan er intussen miljoenen is a real ecological product, even though verkocht zijn.” Daenen ontving in it is made ​​from non-ecological materials. 2003 de Henry van de Velde Award Burning polyethylene and polypropylene voor zijn carrière bij Tupperware does not release any toxic substances into the atmosphere.” In fact, based on Europe.

Space Savers, Bob Daenen voor Tupperware

Reformulating the question its years of experience, Tupperware can still boast about its basic principles: a sustainable product in a well-thoughtout design, which has earned its place in every household. Someone who has understood the importance of timelessness in designing is the Flemish designer Bob Daenen. From 1966 to 2004, he worked for Tupperware Europe, where he designed ​​a series of products that are still amongst the top-sellers of the company. Daenen was educated at the Academy of Industrial Design in Eindhoven (now known as the Design Academy Eindhoven). When he started working for Tupperware, he was asked to set up the European Design Center in Aalst, as the counterpart of the American Design Center in Orlando. He therefore promoted the American home parties brand in Europe as well. For Daenen, his mission was not

limited to aesthetic design alone. He took an overall view of each product: functionality, cost, materials and design. In an interview with De Standaard on 8th November 2003, Daenen stated: “At the end of the 70s, I was asked to design a new container for cornflakes. I did not find that particularly appealing. You must have a good assignment before you can achieve a successful design. As a designer you often have to first reformulate the question. All the research reports were telling us that European kitchens were battling a lack of space. I thought what we needed was not a container, but a good space management solution. This was the concept behind the famous Space Savers around 1980, which are now sold in millions.” Daenen was awarded the Henry van de Velde Award for 2003, for his career with Tupperware Europe.

39


Eco Bottles, Tupperware

watertap, Jeroen Robberechts voor Retap

Wat met water?

U

iteraard denkt ook een bedrijf als Tupperware mee in functie van de evolutie van de maatschappij. Met de Eco Bottles wil Tupperware een alternatief bieden voor de vervuilende – want immers niet biologisch afbreekbare – petflessen voor eenmalig gebruik. In combinatie met waterfilters kunnen de Eco Bottles petflessen overbodig maken. Tupperware richt zich op de Westerse wegwerpmaatschappij, maar ook tot opkomende economieën zoals India, waar de waterproblematiek al veel meer voelbaar is dan bij ons. Zuiver water is immers een basisbehoefte waar vaak niet aan voldaan kan worden. Tupperware is uiteraard niet het enige bedrijf dat een systeem produceert voor het filteren en bewaren van water. Industrieel designer Jeroen Robberechts liep als student aan de Artesis Hogeschool Antwerpen stage bij het kleine Deense bedrijf Retap, dat hervulbare flessen maakt van borosilicaatglas (pyrex), met een schroefdop uit bioplastic. Anders dan bij Tupperware betreft het hier flessen voor gebruik op kantoor of in een restaurant, die bovendien mooi ogen. Het bedrijf biedt de flessen ook aan in tankstationshops, waar ze kunnen worden bijgevuld. Bijzonder aan de Retap watertap is dat het systeem dat het water bijvult meteen ook de flessen reinigt. Zo wordt de kwaliteit van flessenwater gegarandeerd. De fles was alleszins goed voor een Red Dot design award. Robberechts dacht mee aan de presentatie van de flessen, hij ontwierp een hoes voor de fles, en een systeem om de flessen gemakkelijk te reinigen in de afwasmachine.

40

What about water? Obviously, even a company like Tupperware participates in the thinking about this issue in step with developments in society. With Eco Bottles, Tupperware wishes to offer an alternative to disposable PET bottles that pollute, being non-biodegradable. In combination with water filters, Eco Bottles will render PET bottles redundant. Tupperware is focussing not only on Western throwaway societies, but also on emerging economies like India, where the water problems are much more palpable than they are for us. Pure water is a basic necessity that often remains unsatisfied. Tupperware is obviously not the only company that produces a system for filtering and storing water. While still a student at the Artesis Hogeschool in Antwerp,

industrial designer Jeroen Robberechts was apprenticed to a small Danish company Retap, which makes refillable borosilicate glass (Pyrex) bottles with a bioplastic screw cap. Unlike Tupperware, these are bottles for use in offices or in restaurants – and also look good. The company also offers bottles in petrol station shops, where they can be refilled. A special feature of the Retap water tap is that the system not only refills the water but also cleans the bottles. This guarantees the quality of the bottled water. The bottle won the Red Dot design award – with good reason. Robberechts participated in designing the presentation of the bottles, and designed a cover for the bottle, and a system to easily clean the bottles in the dishwasher.


M.E.A.L., Nicolas Faes

De vliegtuigmaaltijd herbekeken

N

og een student aan de Artesis Hogeschool, Nicolas Faes, bedacht een nieuwe concept voor vliegtuigmaaltijden en gaf het de naam M.E.A.L. (Move Eat And Live). Faes: “Move staat voor de reizende passagier, Eat staat voor de maaltijd zelf, And drukt de combinatie uit, en Live wijst op de gezonde voedingsmiddelen van de maaltijd.” Het verpakkingsconcept maakt gebruik van een plooitechniek als in origami om een oplossing te beiden voor de grote milieu-impact van vliegtuigmaaltijden, maar ook voor de onhandige manier waarop ze aan boord worden geserveerd. Nicolas Faes dacht na over het volledige scenario, van productie tot consumptie. Waarom zou een passagier moeten eten op een ogenblik waarop hij misschien geen honger heeft? Kan een vliegtuigmaaltijd verser en gezonder? Ook de weg die een maaltijd aflegt, van de keuken tot het vliegtuig, verandert in Faes’ project grondig. De passagier kiest immers vóór het inschepen zijn maaltijd uit, en neemt die ook zelf mee aan boord. De aard van de verpakking vereist dat ook de maaltijd zelf opnieuw bekeken wordt. M.E.A.L. illustreert hoe de antwoorden op de voedsel- en milieuproblema­ tiek gezocht moeten worden in variatie en inventiviteit. De oplossingen die ontwerpers vandaag bieden lijken eindeloos en gaan van extreme eenvoud (Save food from the fridge) tot technologische hoogstandjes (Local River en M.E.A.L.). Over enkele jaren ziet onze keuken er misschien wel helemaal anders uit, of neemt iedereen zijn Tupperware-doosjes mee naar de winkel, om ter plekke zijn voedingswaren te laten verpakken: ‘eco-shopping’ volgens Tupperware; goede, oude gewoontes volgens ons. ▪

Airline meals revisited Nicolas Faes, another Artesis Hogeschool student, invented M.E.A.L. (Move Eat And Live), a new concept in in-flight meals. Faes: “Move stands for the travelling passenger, Eat represents the meal itself, And reprsents the combination of the two, and Live refers to the healthy foods in the meal.” The packaging concept uses an origami-like folding technique to offer a solution not only for the major environmental impact of aircraft meals, but also the haphazard manner in which they are served on board. Nicolas Faes thought about the whole scenario, from production to consumption. Why should passengers eat when they might not be hungry? Can airline meals be made fresher and healthier? Faes’ project even revolutionised the path that a meal

travels, from the kitchen to the aircraft. Indeed, the passenger chooses his meal before going on board, and even carries it on board. The nature of the package requires rethinking about the meal itself. M.E.A.L. illustrates how responses to the food and environmental issues have to be found in variation and ingenuity. The solutions that designers today offer seem endless and range from extreme simplicity (Save food from the fridge) to technological fireworks (Local River and M.E.A.L.). In a few years, our kitchen might look completely different, or else, everyone will be taking along their Tupperware boxes to the store, to be packed with food on the spot: ‘ecoshopping’ according to Tupperware; good, old habits, according to us. ▪

41


Het bord als schilders­canvas Koen Van der Schaeghe

Foto’s: Tony Le Duc

H

edendaagse topchefs hebben het op esthetiek begrepen. Een bezoek aan een sterrenrestaurant staat gelijk aan een eetspektakel, een totaalbeleving. En toegegeven, zonder een aantrekkelijke bordschikking oogt zelfs het meest smakelijke gerecht als een allegaartje. Het getuigt net zomin van klasse als de beste wijn in een limonadeglas presenteren. Want niet alleen wat er op uw bord komt is belangrijk, maar ook hóe het er op komt. Vandaag worden we verrast met een wonderbaarlijk culinair penseel dat foodies en hobbykoks doet watertanden.

Bordschikking is esthetiek De verfijnde manier van dresseren wekt verwondering bij restaurantgasten. Het bord lijkt wel een schilderscanvas met lijnen, vlakken en kleuren. Het zijn haast schildertechnieken die worden getransponeerd naar het bord. Sereniteit blijkt de maatstaf. Eigentijdse keukenprinsen gebruiken het bordoppervlak spaarzaam om expressiekracht te creëren. Startend met een leeg canvas, wordt eerst het hoofdingrediënt gepositioneerd, waarna gespeeld wordt met kleuren en ingrediënten. Veel aandacht gaat naar het zwaartepunt op het denkbeeldige doek. Legt men een vrucht verkeerd, dan kantelt het totaalbeeld. Men moet voelen dat de opbouw klopt. Alle elementen van de compositie moeten goed zitten en een compacte bordschikking laat associaties optimaal renderen. Het opmaken van een bord heeft zowel een vormelijk als een technisch aspect. De elementen blijken divers, waaronder het porselein en de vorm van het bord. Met een vierkant bord zijn strakkere composities mogelijk dan met een klassiek rond bord. Esthetiek gaat echter vooral samen met respect voor het product. Eerlijke ingrediënten creëren onverwachte gelijkenissen en samenhang tussen smaken.

42

Toen de eerste Michelingidsen verschenen rond 1900, was de Europese keuken een emotionele gastronomie, zonder veel techniek. In Azië is het andersom, waar de keuken in de eerste plaats precisie en filosofie is. Daar wordt zó perfectionistisch omgesprongen met ingrediënten dat de gerechten een minimalistische presentatie vragen, zodat de klemtoon vanzelf op de smaak komt te liggen. Pas met Ferran Adrià en zijn gastronomische kathedraal El Bulli haalde Europa zijn technische achterstand in. Garnering is meer dan een bevallige illusie. Dat een doordachte, strakke en unieke signatuur uitnodigt tot eten, weten kenners maar al te goed. Tony Le Duc is in culinair Vlaanderen een halfgod. Hij wordt omschreven als ’s lands lekkerste beeldenmaker en daar valt wel wat voor te zeggen. De foodfotograaf werd het bekendst met zijn ‘zweeftechniek’, waarmee hij met een opstelling van glazen platen diepte creëert en waardoor het lijkt alsof ingrediënten gewichtloos in de ruimte zweven. De kennis die Lode Vanduynslager en Michiel Rabaey opdeden, delen ze met hun studenten annex toekomstige chefs. De docenten zijn respectievelijk verbonden aan de Hotel- en Toerismeschool Spermalie Brugge en de Hotelschool Koksijde.

Signatuur van de chef “De algemene aandacht voor bordschikking neemt toe. Het feit dat men in een designtijdschrift aandacht besteedt aan het onderwerp, onderstreept die opwaardering”, benadrukt Tony Le Duc. “Vlaanderen had trouwens zijn eigen Ferran Adrià, in de veel te vroeg overleden topchef Willy Slawinsky, eigenaar van het Gentse restaurant Apicius. Hij markeerde zijn tijd en veel van de huidige topchefs weven vandaag hun tapijt met de draad van deze Vlaamse meester.” In koksscholen blijkt het decoratieve aspect van de kookkunst geen


The plate as canvas

C

ontemporary chefs aim for aesthetics. A visit to a starred restaurant is equivalent to a food spectacle, a total experience. And admittedly, without attractive dish presentation, even the most delicious dish can look unappetising. It will have as little class as the best wine presented in a lemonade glass. Because it’s not just what’s on your plate that is important, but also how it is placed there. Today, we are surprised by the wonderful culinary presentation techniques that cause foodies and amateur cooks to salivate.

The aesthetics of dish presentation

kwestie van agendavulling, maar is het een ware uitdaging aan leerlingen om een gerecht zo persoonlijk mogelijk naar voren te brengen. “Aanvankelijk vormen de ingrediënten en het leren koken an sich de hoofdmoot, maar aan het einde van de schoolloopbaan weegt de bordschikking zwaar door. Als docent heb je een visie, maar leerlingen hebben steeds hun inbreng. Er gaat een studie aan vooraf: eerst worden schetsen gemaakt en daarna voert iedereen zijn visie uit”, duidt Michiel Rabaey. “Het is vaak een compromis en het is niet altijd zo dat de leraar het beste idee heeft. Voor mij is het een vorm van design. Smaak en temperatuur blijven echter primordiaal. Men moet de grondstoffen meester zijn. Hoe groeien ze, hoe veranderen ze op het bord? Als de gaartijd niet goed is, is het bord niet goed. De basis primeert, maar het dresseren groeit aan belang”, weet Lode Vanduynslager. De eerste kennismaking met een gerecht gebeurt met de ogen. Keukencreatievelingen zijn er dan ook maniakaal mee bezig. Bordspiegels worden haast beschilderd. Op chefniveau kenmerkt zich dit door een zeer persoonlijke benadering. De uitwerking van het menu en het design ervan is op het conto van één man of vrouw te schrijven. Het is zíjn of háár manier van ingrediënten schikken, qua compositie en kleurschakering. De chef is de creatieveling. Hij denkt en creëert. Vooraleer het bord naar de zaal gaat, geeft hij zijn signatuur, de finishing touch. Zo wordt het proces in de keuken ook opgebouwd: ook al heeft hij een souschef, de chef zal altijd aan het einde van de ketting staan. Hij is de ontwerper van het menu, eerst in het hoofd, qua smaak en structuur, en vervolgens qua compositie. Hij is de kunstenaar, en dat is in de eerste plaats ‘intellectueel’ werk: hij maakt potloodschetsen van de bordschikking en notities over smaakcombinaties, esthetiek, opbouw, de band met de seizoenen, de beste producten.

The refined art of dish presentation amazes restaurant guests. The plate is like a painting canvas with lines, fields and colours. It’s almost like transferring painting techniques to the plate. Serenity is evidently the benchmark. Contemporary kitchen kings sparingly use the dish surface in order to generate expressive power. Starting with a blank canvas, they first position the main ingredient after which they start experimenting with colours and ingredients. Much attention is paid to the focus of the imaginary canvas. If even a fruit is placed wrong, this will skew the overall picture. The feeling must be that the structure as a whole is appealing. All the elements of the composition should fit together well, while a compact dish arrangement permits the optimal presentation of associations. The preparation of a plate has a formal as well as technical aspect. There appear to be diverse elements, including the porcelain and the shape of the plate. A square plate allows narrower compositions than do traditional round plates. Aesthetics, however, derives mainly from respect for the product. Honest ingredients create unexpected semblances and associations between flavours. When the first Michelin Guides appeared in 1900, European cuisine was an emotion-laden gastronomy, without much technique. In Asia, it was the exact opposite, where the kitchen has precision and philosophy as a matter of principle. There, ingredients are handled with such perfectionism and precision that dishes require a minimalist presentation, thereby automatically placing emphasis on the flavour. It was only with Ferran Adrià and his gastronomic cathedral El Bulli that

Europe was able to bridge the technical gap. Garnishing is more than a pleasing illusion. However, as the cognoscenti are already well aware, a sophisticated, sleek and unique signature is itself an invitation to eat. Tony Le Duc is a culinary demigod in Flanders. He is described as the country’s most ‘tasteful’ visual artist – with good reason. The food photographer was best known for his ‘floating technique’, wherein he arranges glass plates to create depth, making it appear as though the ingredients were floating weightlessly in space. Lode Vanduynslager and Michiel Rabaey share the knowledge that they have acquired with their students-cum-future chefs. The teachers are affiliated with the Hotel and Tourism College Spermalie Brugge, and the Hotelschool Koksijde, respectively.

Signature of the Chef “The overall attention to plate arrangement is increasing. The fact that a design magazine is focussing on this subject underlines the appreciation”, stresses Tony Le Duc. “Flanders also had its own Ferran Adrià, in the all too early death of star chef Willy Slawinsky, owner of the Ghent restaurant Apicius. He left his imprint on his time, and many of today’s top chefs weave their tapestry with threads from this Flemish master.” In cookery schools, the decorative aspect of cooking does not appear to be a matter of filling the agenda, but offers students a real challenge of presenting a dish in the most personalised manner possible. “Initially, the ingredients and learning cooking techniques form the main part, but by the end of the college career, dish arrangement tends to dominate. As a teacher, you have a vision, but students always have their contribution to make. This is preceded by a process of study: first, sketches are made, after which, each one executes his/her vision”, suggests Michiel Rabaey. “It is often a compromise, and it is not always the teacher who has the best ideas. For me, it is a form of design. Taste and temperature however, remain paramount. One must master the materials. How do they grow, how are they transformed on the dish? If the cooking time is not right, it cannot be a good dish. The foundation takes precedence, but the presentation is becoming increasingly important,” says Lode Vanduynslager. A dish’s first impact is visual. Creative kitchen designers therefore focus on this aspect very closely. The dish surface is almost painted like a painting. Chefs tend to adopt a highly personalised approach. The effect of

43


Ambacht of kunst Of het ook een kunstvorm is, daarover zijn de meningen verdeeld. Fotograaf Tony Le Duc noemt het eerder een ambacht, zoals hij ook zijn eigen vak omschrijft. “Maar de grens is alleszins dun. Is het denkproces achter het dresseren een kunstvorm? Het koken an sich is alleszins een ambacht, maar het uiteindelijke afwerken, het resultaat op het bord schikken, dat brengt ons misschien net een trapje hoger en is wellicht een vorm van kunst. Ik denk alleszins dat klanten het zo ervaren, ook al omdat het zo’n groot verschil is met wat ze thuis zelf kunnen klaarmaken. Het is onbereikbaar en uitzonderlijk perfectionistisch. Een chef maakt zijn bord op voor een klant die er schuins voor zit. Dat is het oogpunt van waaruit het beeld en de ervaring moeten kloppen. Als fotograaf kan je met de lens vanuit andere standpunten totaal verschillende composities maken, in functie van het fotoframe.” Topchefs en fotografen beïnvloeden elkaar, maar de mogelijkheden van de laatsten zijn au fond uitgebreider. Bij een fotograaf moet de bordschikking niet à la minute gebeuren en kan het visuele aspect volledig uitgepuurd worden. “Wij kunnen verder gaan en een gerecht bijna mooier maken dan het is. Noem dat de beperktheid van een chef, wiens werk onmiddellijk gezien, geproefd en opgegeten wordt. Het ‘eeuwige’ resultaat van een foto zet aan om een dimensie verder te gaan”, bekent Tony Le Duc. Basisregels voor het dresseren zijn er amper. Het is ontzettend persoonlijk. Hoogstens kunnen aspecten uit de kleuren- en vormenleer of de wet van de oneven getallen aangewend worden. Dat laatste is psychologisch te verklaren: bij even aantallen worden steevast verbanden gelegd en die zijn te mijden. Werkt men met driehoekige vormen, dan wordt de punt van het driehoekje nooit naar de klant gericht. Dat komt onbewust bedreigend over. Hetzelfde met een stuk taart. Wijst de punt naar de klant, dan zal 80% van de mensen het bord draaien. Meestal wordt het hoofdingrediënt, vlees of vis, in het midden gelegd en groenten, rijst of saus errond. Eerder zo dan omgekeerd. Het blijft echter freewheelen en eenieder vertrekt vanuit een eigen interpretatie. Het is niet zo dat Escoffier in zijn guide culinaire vertelde hoe het moest. Niemand heeft het uitgevonden, de aandacht voor de bordschikking evolueerde intuïtief, samen met ons oog voor schoonheid. Weinigen zullen zich nog de tijd herinneren dat het vlees ín de zaal werd versneden. Eind jaren 60 groeide het verzet tegen de traditionele manier van koken, maar ook die van serveren én dresseren. Voorheen was het allemaal ontzettend druk: een bordspiegel vol saus evolueerde naar minimale hoeveelheden in de nouvelle cuisine. Nog later benadrukten streepjes saus de vorm. Vandaag wordt geschilderd met ingrediënten, kleur, textuur en vorm.

Topchef versus hobbykok De huidige tendens in dresseren is eerder strak en getuigt van een doordachte filosofie en van durf. Verschillende structuren van eenzelfde ingrediënt worden bij elkaar gebracht om een connectie te creëren. Schept men er met een vork of lepel doorheen, dan schept men doorheen de diverse structuren. Neem een bloemkool, die zowel in poedervorm, als gelei en als vloeistof bereid wordt. Door het drietal samen te proeven, krijgt men een smaakexplosie in de mond. Dat is een groot verschil met enkele jaren geleden, toen alle elementen naast elkaar werden gepositioneerd. Een drieluikje van zalmbereidingen met een strakke sauslijn ernaast is voorbijgestreefd, net zoals de torentjes en schuimpjes. Vandaag voeren verbindingen en smaaksamenhang de boventoon. Ideeën waaien snel over via internationale circuits. Het lijkt een sector waar ongegeneerd van elkaar gekopieerd wordt, al moet men uiteraard ook nog de juiste smaken kunnen creëren, en dat is nog wat anders natuurlijk. De recentste trend is dat men het gerecht in een curve of halve maan helemaal op de rand van het bord posteert, tot het er bijna afvalt. Bij een rond bord bevindt de compositie zich helemaal rechts boven en blijft al de rest wit.

44

Zoals men op restaurant eet, zo eet men natuurlijk thuis niet, maar er is wel degelijk beïnvloeding. Waar de huishoudkeuken zowat onveranderd blijft, wordt presentatie voor hobbykoks steeds belangrijker. Waar vroeger enkel vanuit schalen opgeschept werd, zien we nu dat ook thuis de borden eerst in de keuken gedresseerd worden voordat ze met trots op tafel gepresenteerd worden. Daarbij profileert de hobbykok zich met originele, dan wel kunstige presentaties. Kookwinkels doen gouden zaken met allerlei attributen, zoals aardappelringetjes, sausspuitjes en allerlei mandjes en kommetjes. Ook thuis wordt het bord minder vol en groeit de aandacht voor een verrassende, elegante presentatie. Magazines en vooral televisie als hoofdkatalysator brengen gastronomie dichter bij de mensen. Zelfs een doordeweekse varkenskotelet komt aantrekkelijk op het bord, in stukjes gesneden. De bijhorende puree krijgt zijn ronde vorm via een ringetje. Maar stoofpotjes bijvoorbeeld kan men dan weer moeilijk anders dan op een traditionele dresseerwijze presenteren. Koken, schikken, eten, het stopt nooit. Het is dagelijkse kost en een onuitputtelijke inspiratiebron. Een keuken is zoals het leven hoort te zijn: een feest voor de zinnen. ▪

the menu and its design can generally be ascribed to a single person. It is his or her way of arranging ingredients, in terms of composition and range of colouring. The chef is the creative artist. He thinks and creates. Before the dish goes to the dining hall, he places his signature, the finishing touch. This is also how the process in the kitchen is structured: even though he has a souschef, the chef shall always be at the end of the chain. He designs the menu firstly in his imagination, in terms of taste and texture, and then in terms of composition. He is the artist, which primarily involves “intellectual” work: He makes pencil sketches of the dish layout and prepares notes on flavour combinations, aesthetics, structure, the reflection of the seasons, the best products.

Craft or art Opinions are divided about whether or not it is an art form. Photographer Tony Le Duc calls it more of a craft, just as he would describe his own

profession. “But the border is quite thin. Is the thought process underlying the presentation an art form? The cooking itself is a craft, but the final touch, arranging the result on the dish, that elevates us a step higher and is probably equivalent to an art form. I however think that clients experience it as such, especially since there is a big difference to what they can themselves prepare at home. It is extremely inaccessible and perfectionistic. A chef prepares his dish for a customer who faces it at an angle. That is the perspective from which the image and the experience must match. As a photographer, you can use your lens to compose very different compositions from various points of view, depending on the function of the photo frame.” Top chefs and photographers influence each other, but the possibilities of the latter are essentially more extensive. For a photographer, dish arranging does not happen a la minute and the visual merits can be fully extracted. “We can even go further and almost make a dish better than it actually is. In this sense, the chef has limitations – his work is directly seen,


tasted and eaten. The ‘eternal’ result that photography offers incites an additional dimension,” admits Tony Le Duc. There are hardly any ground rules for dish presentation. It’s extremely personal. At the most, it may be possible to apply aspects of colour and form, or the law of odd numbers. The latter can be explained in psychological terms: correlations with even numbers are always possible, and must be avoided. Where triangular shapes are used, the tip of the triangle should never point toward the customer. Psychologically, that produces an unconscious threat. The same applies to cake. If the point is aimed at the client, 80% of the people will turn the dish. Usually, the main ingredient, meat or fish, is placed in the middle, while vegetables, rice and sauce are placed around it. Instead of the other way round. However, it always remains a freewheeling process, and everyone work on the basis of their own interpretation. Escoffier never stated exactly how it should be done in his Guide Culinaire. Nobody ‘invented’ it, and attention to dish arrangement

evolved intuitively, as a function of our eye for beauty. Few people will still remember the time when the meat used to be cut in the dining hall. In the late 60s, there was growing opposition to the traditional way of cooking, but also to serving and dish presentation methods. Previously, it was all incredibly highpressure: a dish full of sauce evolved to minimal quantities in the new cuisine. Still later, bands of sauce were used to emphasise form. Today, ingredients, colour, textures and shapes are used like paint.

Top chef versus amateur cook The current trend is characterised by a well-thought-out yet daring philosophy. Different structures of the same ingredient are brought together in order to create an association. A fork or spoon passing through it will pass through the various structures. For example, a cauliflower prepared in powder form, liquid form, and as a jelly. When you

place the three in your mouth together, there will be an explosion of taste. That is a big difference to a few years ago, when all the elements were simply positioned side by side. A triptych of salmon dishes with a straight line of sauce next to it is outdated, like towers and foams. What predominates today are a coherence of associations and flavours. Ideas travel quickly via international circuits. It seems like a sector where people shamelessly copy each other, although one must still be able to create the right flavours, which of course is something else altogether. The latest trend is to place the food in a curve or crescent moon entirely on the edge of the dish, until it is almost falling off. In a round dish, the composition is set to the far right, at the top, and all the rest remains white. One can of course not eat at home as one does at a restaurant, but there is definitely some influence. Although the household kitchen remains largely unchanged, hobby cooks are focusing increasing attention on dish presentation. Where previously,

presentation was limited to dishing the food from serving bowls onto plates, today, even at home, dish presentation is first completed in the kitchen before the dish is proudly presented at the table. It is in this context that the hobby cook can make his/her mark, with an original or artistic presentation. Cooking accessory shops do good business with all kinds of attributes, such as rings, sauce syringes and all kinds of baskets and bowls. Even at home, the dish is less crowded and there is increasing attention to surprising and elegant presentations. Magazines and especially television are the main catalysts that are bringing people closer to gastronomy. Even a weekday pork cutlet looks attractive on the plate, when cut into pieces. The accompanying mashed potatoes are given a round shape with a ring. But it is difficult to present stews, for example, in any manner other than the traditional one. Cooking, arranging, eating – it never stops. It’s everyday food, yet offers an inexhaustible source of inspiration. A kitchen is like life should be: a feast for the senses. ▪

45


Françoise Laskar. Foto: Jean-François de Witte © Françoise Laskar

Kleien met eten Food design opleidingen in beeld Natasja Admiraal

T

ot voor kort waren de meeste food designers in Vlaanderen en omstreken selfmade. Ga maar na: opleidingen op dat gebied liggen niet bepaald voor het grijpen. Gelukkig waait er een nieuwe wind door de wereld van food design en die toegenomen belangstelling vind je terug in de industrie, de vele tv-shows en ook in het studieaanbod. Nader onderzoek naar hoe je te bekwamen tot food designer voert me achtereenvolgens naar Den Bosch, waar aan de Hogeschool HAS Den Bosch de opleiding food design & innovation wordt aangeboden en naar Brussel, waar binnenkort een gloednieuwe masteropleiding food design van start gaat. Al snel wordt me duidelijk dat food design een breed begrip is dat geen eenduidige definitie kent. Dat blijkt wel wanneer ik de afdelingshoofden vraag om het vak in een paar zinnen te omschrijven, en wanneer je de opleidingen inhoudelijk naast elkaar zet.

Avontuurlijke foodies Bij de totstandkoming in 2003 van de vierjarige bacheloropleiding food design & innovation aan de HAS waren ruim veertig bedrijven betrokken. Studenten hebben daar profijt van en kunnen in alle studieblokken werken aan concrete opdrachten van bedrijven. Er staan drie specialisaties op het menu: food design, creative food marketing en food packaging, een keuze die studenten aan het einde van het eerste jaar moeten maken. Food design is met een kleine meerderheid het populairst, vertelt beleidsmedewerker Theo Clermonts. “In totaal starten er gemiddeld 95 studenten waarvan er in het tweede jaar nog 65 overblijven. We nemen geen toelatingsexamen af maar doen wel een intakegesprek waaruit een positief, twijfelachtig of negatief advies volgt. Hoewel dit niet bindend is, wordt een negatief advies vaak ook door de kandidaat-studenten opgevolgd. Soms geeft iemand als motivatie aan iets creatiefs te willen doen, maar dan blijkt dit ook nog wel mode of iets anders te kunnen worden. Geloof me, dan houd je het niet lang vol: het zijn allemaal echte foodies die hier rondlopen.” De afdeling beschikt over een proeffabriek (witte jas verplicht!) met sapcentrifuges en machines waarmee op grote schaal kaas, brood en vlees

46

verwerkt kunnen worden. Het is dus niet al design wat de klok slaat. Er wordt ook gehamerd op een goede warenkennis, op kennis van technologie, gronden hulpstoffen, scheikundige processen en hun invloed op de productie. Tijdens het tweede jaar worden logistieke randvoorwaarden onder de loep genomen, evenals juridische zaken en het kostenplaatje. Clermonts: “Food design is in mijn ogen de kunst van het bedenken en ontwerpen van een geheel nieuw, innovatief voedingsconcept (out of the box), dat uiteindelijk succesvol in de markt gezet kan worden (back in the box).” Dat grote spelers hebben bijgedragen aan de totstandkoming van de opleiding, betekent niet per se dat zij ook werkgelegenheid kunnen bieden. De eerste jaren viel dat volgens Theo Clermonts een beetje tegen en waren het vooral kleine en middelgrote bedrijven die studenten konden plaatsen. Inmiddels is dat bijgedraaid, worden er regelmatig opdrachten vervuld en vinden afgestudeerden werk bij bedrijven als de Efteling, FrieslandCampina Innovations en Unilever. Ook de Food Design Experience die de hogeschool al vier keer organiseerde in januari, trekt ruim vijfhonderd bezoekers vanuit het bedrijfsleven. Hier presenteren de afstudeerstudenten een individueel project, dat samen met een technologische groepsopdracht en een bedrijfsopdracht het eindexamen vormt. Daarnaast behoren twee verplichte stages ook nog tot de opleiding, waarvan eentje in het buitenland, wat vanzelfsprekend door de avontuurlijk ingestelde studenten als een grote uitdaging beschouwd wordt. Bijzonder is het feit dat elke student voor de gehele studie een coach-docent krijgt toegewezen. Food designer en docente Annelies Hermsen begeleidt de studenten eenmaal per week tijdens het laatste jaar. Haar eigen studio op de negende verdieping van de Lichttoren in Eindhoven biedt uitzicht op de Design Academy, waar zij in 2005 afstudeerde. Daar is geen specifieke afstudeerrichting omtrent eten en eetcultuur, al heeft het studieprofiel man and leisure aan de Design Academy volgens Hermsen wel enkele raakvlakken met voeding. De afstudeeropdracht die zij haar studenten geeft is al drie jaar dezelfde: geen opdracht. Die vrije aanpak past in eerste instantie niet helemaal


Françoise Laskar. Foto: Jean-François de Witte © Françoise Laskar

De Melkbus, Inge Meijs. Foto: Hugo Potharst © Inge Meijs

in het straatje van de HAS. Over straatje gesproken: ook het bezoeken van een autowasstraat tijdens de colleges heeft geen directe link met food design, ware het niet dat de ondernemer in kwestie de beste autowasserette wilde die er te vinden is, met een verbluffend eindresultaat. “Dit onalledaagse uitje is voor velen een eyeopener: inspiratie ligt letterlijk op straat en om welk soort product het dan gaat, doet er eigenlijk niet toe. Afgestudeerden aan deze opleiding hebben van veel verschillende dingen kennis genomen; ze zijn zowat de ‘huisartsen’ van de voedingsmiddelenindustrie. Via mijn lessen wil ik de studenten ook conceptueel leren denken en een soort ‘gretigheid’ bij ze losmaken naar voeding en vormgeving op een zo breed mogelijk vlak.” De jonge, ambitieuze oud-studente Inge Meijs studeerde in 2010 af met het project De Melkbus, een foodtruck met daarin streekmelk en bijzondere zuivelsnacks, waarmee ze het gevoel rondom zuivel weer hip wil maken. Het is niet overdreven te stellen dat de belangstelling voor voeding er bij haar letterlijk met de paplepel is ingegoten: haar familie heeft een melkveebedrijf in het Brabantse Waspik. “Ik woon nog steeds in de polder en kom uit een typisch bourgondisch gezin: we eten altijd goed en veel. Doordat ik ben opgegroeid op de boerderij, heb ik ook dat stukje van de voedselketen in zicht, hoewel ik nooit de ambitie heb gehad om in de agrarische sector te gaan werken. Voeding trok me wel aan en ik vond het als kind bijzonder leuk om te experimenteren met nieuwe smaakcombinaties, of te koken zonder receptuur maar enkel met wat de voorraadkast biedt.” Volgens Meijs is het tegenwoordig niet meer voldoende om zomaar een product te introduceren. De consument verwacht een totaalbeleving, anders kopen ze het simpelweg niet. Dat doe je met marketing en communicatie, maar niet minder belangrijk is het gevoel rondom een product: het mondgevoel, het geluid, de geur, de structuur. En het ritueel: hoe open je de verpakking, hoe eet je het product, met wie eet je het, waar eet je het? Alles moet kloppen, het product moet perfect en helder gepositioneerd worden. Chefs lopen daarin volgens haar iets voor, maar voor cateraars liggen op dit vlak nog een heleboel kansen.

Tussen eetbaar en esthetisch In Brussel werd het idee voor een eenjarige masteropleiding food design geboren in de zomer van 2011. De eerste lichting van circa tien studenten zal in september dit jaar starten, als de keukens annex laboratoria in het gebouw van de Académie des Beaux-Arts in Brussel geïnstalleerd zullen zijn. De academie viert in 2012 haar driehonderdjarige bestaan en de vraag dringt zich op waarom er nu pas een studierichting voor food design in België komt. Ik

Clay modelling – with food  A review of food design courses

U

ntil recently, most food designers in and around Flanders were self-taught. They had to be: there were hardly any training courses available in that field. Fortunately, a new wind is blowing through the world of food design, and the increase in interest is evident in the industry, the many TV shows and in the courses on offer. My further researches into how to qualify as a food designer then took me to the Hogeschool HAS Den Bosch (HAS Den Bosch College) in Den Bosch, which offers food design & innovation training, and then to Brussels, where a brand new Masters in Food Designing is soon to be launched. It soon becomes clear to me that food design is a wide concept that has no single definition. This became clear when I asked the department heads to describe the subject in a few words, and after I compared the content of the training courses.

Adventurous foodies More than forty companies were involved in putting together the four-year bachelor’s degree in Food Design and Innovation at the HAS in 2003. Students can avail of it, and can work on specific assignments from companies in all the study blocks. Three specialisations are available: students have to choose between Food Design, Creative Food Marketing, and Food Packaging at the end of the first year. Food design is the most popular by a small majority, says policy officer Theo Clermonts. “We start off with an average total of 95 students, of which 65 remain by the second year. Instead of entrance exams, we conduct admission interviews on the basis of which

we make a Positive, Doubtful or Negative recommendation. These recommendations are not binding, but prospective students often accept a negative recommendation. Sometimes candidates state their motivation for joining the course to be ‘the wish to do something creative’ ‒ but there is scope for that in fashion for example, or in some other field. Believe me, that wish won’t take you far: we have mainly hardcore foodies in this place.” The department has a pilot plant (lab coat compulsory!) with juicers and machines capable of processing large quantities of cheese, bread and meat. So it isn’t all designing to start and finish. They also insist on good product knowledge, knowledge of technology, raw and ancillary materials, chemical processes, and their effect on production. During the second year, basic logistical requirements are examined, as well as legal issues, and costing. Clermonts: “As I see it, food design is the art of creating and designing an entirely new, innovative food concept (out of the box), which can ultimately be successfully placed on the market (back in the box).” The fact that major players have contributed to the creation of the training course does not necessarily mean that they will also offer employment. Theo

47


Françoise Laskar. Foto: Jean-François de Witte © Françoise Laskar

leg deze vraag voor aan Françoise Laskar, coördinator van de master, terwijl haar bachelorstudenten die middag zoet zijn met een masterclass marsepein. “Niemand was eerder op het idee gekomen. Bijkomend aspect is de toegenomen belangstelling voor voeding. Eerder voltooide een studente aan de academie al een project rond suiker. Enige tijd later vroeg Jean-François Diord, hoofd van de afdeling beeldhouwkunst, mij om een module te doceren voor studenten van alle afdelingen over de relatie tussen eten en kunst. Wegens groot succes is deze module inmiddels uitgebreid. De populariteit van voeding in het algemeen heeft ook een keerzijde: men noemt zich tegenwoordig al snel food designer terwijl het niveau niet altijd goed is. Als academie willen we daarom een lacune opvullen met een professionele, prestigieuze masteropleiding.” Toelating tot de studie vereist passie en een overtuigend portfolio. Interessant is dat de studenten verschillende vooropleidingen hebben genoten: ze kunnen zowel uit de hoek van design komen, de kant van de keuken, of juist een meer wetenschappelijke studie over voeding hebben afgerond. Die mix leidt tot een boeiende wisselwerking. Vanuit het hart van Europa en dus met allerlei culturele invloeden wordt het onderwerp ‘eten’ met een open geest benaderd. Hoewel dit een Franstalige school is, zullen de lessen voor het grootste deel in het Engels worden gegeven. Het eerste semester zijn er masterclasses door regelrechte culinaire sterren: Pierre Wynants geeft gastronomie, Pierre Marcolini suikerwerk en chocola, Sang-Hoon Degeimbre behandelt wetenschap in relatie tot gastronomie (denk aan moleculair koken), en (food) design wordt gedoceerd door de Franse ontwerper Stéphane Bureaux. Het tweede semester staat in het teken van een stage en een persoonlijk afstudeerproject. Verder zijn er lessen in culinair schrijven, het maken van 3D-studies van uiteenlopende materialen en komt de geschiedenis, de waarneming alsook culturele aspecten van eten aan bod. Een ander punt is eetbaarheid, een evidentie die soms mogelijkheden, soms moeilijkheden schept voor de ontwerper. Twee producten kunnen samen prachtig kleuren, maar hoe verhouden de smaken zich tot elkaar? Een food stylist voor wie dit niet van belang is, richt zich daarentegen meer op de vraag hoe lang een product er mooi blijft uitzien, en kan desgevallend de producten verven of impregneren. Een opdracht van Françoise Laskar luidt bijvoorbeeld: maak een groentesoep die niet eetbaar maar louter esthetisch is. “Er is momenteel veel vraag naar food stylisten. Studenten kunnen na de master ook als blogger of ontwerper van verpakkingen aan de slag. Voor alles geldt: we eten almaar bewuster, waardoor er ook hogere eisen worden gesteld

48

aan de professionals. Al twee generaties lang gaan we op een slechte manier met voeding om, maar momenteel zitten we in een ethische revolutie. Daarom is dit het juiste moment voor een master waarin voeding in een nieuw daglicht wordt gesteld. We zullen nooit stoppen met eten, maar we zullen wellicht op een andere manier gaan moeten eten.” Op de vraag wat volgens haar de essentie is van food design, antwoordt Laskar: “In de eerste plaats design: het geven van een esthetisch, adequaat antwoord op een vraag of probleem, precies datgene waarop men zit te wachten. Vervolgens het materiaal: eten is niet anoniem maar juist intiem, je stopt het immers in je lichaam. Het kan goed voor je zijn of net gevaarlijk, is soms prachtig maar tegelijkertijd ook fragiel. Eetwaren vormen de ‘klei’ voor een food designer, maar zijn tegelijkertijd ook de taal waarmee hij of zij zich kan uitdrukken.”

Innovatie als gemene deler Zoek de verschillen tussen de opleidingen in Den Bosch en Brussel en je vindt er nogal wat. Er zijn verschillen van praktische aard: de eerste is een bacheloropleiding van vier jaar aan een hogeschool, de andere een eenjarige master aan een kunstacademie. De eerste hanteert geen toelatingsexamen, de tweede wel. Er is ook een groot verschil in de omgeving: op de academie begeven aspirant-food designers zich in een eerder artistieke atmosfeer, te midden van grafisch ontwerpers, beeldende kunstenaars of fotografen. Bij de HAS is hun natuurlijke habitat meer de agrarische, groene hoek. Vanzelfsprekend heeft dit invloed op de eigenlijke inhoud van de opleidingen. Bij de master in Brussel is alles gestoeld op vrijheid en een individualistisch ontwerpproces, terwijl de onderwijsmethode aan de HAS in Den Bosch meer ‘gekaderd’ is, toegespitst op concrete vragen vanuit de industrie. Minder creatief zou de conclusie kunnen luiden, maar dat is niet helemaal juist. In Den Bosch ontstaat creativiteit juist door de beperking: het product moet daadwerkelijk eetbaar en op grote schaal te produceren zijn. De wat schoolsere aanpak maakt dat studenten gestructureerd kunnen werken en als creatieve conceptontwikkelaars hoge ogen gooien in teamverband. Of je nu unica of voor de grote massa ontwerpt: innovatie is de gemene deler. Concurrenten zijn de twee opleidingen niet, ze bewijzen hooguit dat met food design meerdere paden bewandeld kunnen worden. Waar de Nederlandse bachelor een gedegen beroepsopleiding is, kan de Belgische master een goede aanvulling zijn om nog een trapje hoger te komen op artistiek niveau. ▪


Clermonts remembers the minor disappointments that this caused during the initial years, with mainly small and medium-sized businesses offering student placements. But now, this has all changed, with assignments regularly being carried out, and graduates being employed by companies like Efteling, FrieslandCampina Innovations and Unilever. The Food Design Experience that the college organised in January, is now in its fourth year, and attracts more than five hundred visitors from industry. Here, graduating students present an individual project, which together with a group technological assignment and a corporate assignment, make up the final exam. In addition, the training also includes two mandatory courses, one of which is conducted abroad, which adventurous students of course regard as a major challenge. A special feature is that every student is assigned a teachercoach during the entire study. Food designer and teacher Annelies Hermsen guides the students once a week during their final year. Her own studio on the ninth floor of the lighthouse in Eindhoven overlooks the Design Academy, from which she graduated in 2005. There is no separate specialisation on food and food culture, though according to Hermsen, the Man and Leisure study profile at the Design Academy does share some common ground with food. The graduation project she assigns her students has been the same for three years: no assignment. HAS did not initially appreciate this somewhat liberal approach. And speaking of approaches: a visit to a car wash during class hours may not seem directly related to food design, except for the fact that the entrepreneur in question wanted to have ‘the best car wash available, anywhere’, with an amazing result as a consequence. “This unusual outing was an eye opener for many: inspiration is literally on the streets and it does not really matter what kind of product is involved. Graduates of this program learn many things ‒ they are like the “general practitioners” of the food industry. Through my classes, I also want to teach the students conceptual thinking and inspire them to a kind of ‘zest’ for food and design on the widest possible scale.” The young, ambitious former student Inge Meijs graduated in 2010 with the De Melkbus project, a food truck offering regional milk and special dairy snacks, all intended to make milk hip again. It would be no exaggeration to say that she literally acquired her interest in food with mother’s milk: her family actually runs a dairy farm in Brabant Waspik. “I still live in the polder and come from a typical Burgundian family: we always eat well and in plenty. Since

I grew up on the farm, I also have that part of the food chain in sight, although I never had any ambitions to work in the agricultural sector. Food did attract me, however, and as a child I particularly enjoyed experimenting with new taste combinations, or cooking without a recipe, only using whatever was available in the larder.” According to Meijs, it is now no longer enough to merely launch a product. Consumers expect a total experience, otherwise they will simply stay away. You achieve this with marketing and communications, but no less important is the feeling about a product: how it feels inside the mouth, the sound, smell, the texture. And the ritual: how you open the packaging, how you eat the product, with whom you eat it, where do you eat it? Everything must work, and the product must be positioned clearly and perfectly. According to her, chefs already have a head start in this regard, but caterers still have a lot of opportunities in this area.

Between edible and aesthetic The idea for ​​a one-year Masters course in Food Design was conceived in Brussels during the summer of 2011. The first batch of about ten students will start in September this year, as soon as the kitchen-cum-laboratory in the building of the Académie des BeauxArts (Academy of Fine Arts) in Brussels is ready. The Academy celebrates its tercentenary in 2012 and the question arises as to why there is only now a food design study specialisation in Belgium. I put this question to Françoise Laskar, coordinator of the Masters course, while her undergraduate students were busy with a marzipan master class one afternoon. “No one ever had the idea previously. An additional aspect has been the increased interest in nutrition. Previously a student at the academy completed his/her studies with a project concerning sugar. Some time later, Jean-François Diord, Head of Sculpture, asked me to teach a module for students of all departments about the relationship between food and art. This module has since been extended due to its great success. The popularity of food in general also has a downside: people quickly term themselves ‘Food Designers’ nowadays, although they are not always properly qualified. As an academy therefore, we aim to bridge a gap by providing a professional, prestigious Masters training course.” The qualifications for admission to the course are passion ‒ and a compelling portfolio. Interestingly, the students come from a variety of disciplines: they may be from design, cuisine, or may

even have completed a more scientific course of study in nutrition. This mix leads to a fascinating interaction. From the heart of Europe ‒ and thus from a mix of various cultural influences, there is an open-minded approach to the subject of “food”. Although this is a Frenchlanguage college, classes shall be conducted in English, for the most part. The first semester consists of master classes conducted by culinary stars: Pierre Wynants takes gastronomy, Pierre Marcolini chocolate and confectionery, Sang-Hoon Degeimbre takes science in relation to gastronomy (for example, molecular cooking), and (food) design is taught by the French designer Stéphane Bureaux. The second semester is devoted to an internship and a personal graduation project. There are also lessons in culinary writing, creating 3D studies of various materials, the history, perception and cultural aspects of food. Another point is edibleness, which sometimes offers possibilities, and sometimes difficulties, for the designer. The colour of two products may match each other beautifully, but how do the flavours relate to each other? A food stylist for whom this is not important, however, focuses more on how long a product continues to retain visual appeal, and if necessary, may even dye or impregnate the product. For example, one of Françoise Laskar’s assignments is: to create a vegetable soup that is not edible but merely aesthetically appealing. “There is a great demand for food stylists at present. After the Masters course, students can start working as bloggers, or as packaging designers. The following applies to all: we are constantly eating with greater awareness, so that greater demands are also being placed on professionals. For two generations, we have been handling food badly, but at present we are faced with an aesthetic revolution. For this reason, this is the right time for a Masters course that sheds new light on food. We will never stop eating, but we will probably have to eat in a different way.” When asked what she regards as the essence of food design, Laskar answers: “In the first place, design: providing an aesthetic, appropriate response to an issue or problem, precisely the one that one has been

waiting for. Next, the material: eating is not anonymous, but intimate, since you ingest it into your body. It may be good for you or even dangerous, it may sometimes be beautiful yet fragile at the same time. Foods form the ‘clay’ for a food designer, yet at the same time, the language in which he or she can express himself or herself.”

Innovation as a common denominator If you seek out the differences between the training courses offered at Den Bosch and in Brussels, you will find quite a few. There are differences of a practical nature: the first is a bachelors’ degree course of four years at a college, the other is a one-year Masters degree at an art school. The first has no entrance exam, the second does. There is also a big difference in the environment: the academy contains prospective food designers in a more artistic atmosphere, surrounded by graphic designers, visual artists and photographers. At the HAS, their natural habitat is more the greenery of agriculture. Obviously, this affects the actual content of the courses. For the Masters course in Brussels, everything is based on freedom and an individualistic design process, while the teaching method at the HAS in Den Bosch is more ‘structured’, and focuses on specific issues from industry. The conclusion may appear less creative, but that is not entirely correct. In Den Bosch, creativity arises precisely because of the restriction: the product must actually be edible and suitable for large-scale production. The somewhat academic approach allows students to work in a structured manner, and as creative concept developers, they stand an excellent chance within a team. Whether you design for one entity or for the masses: innovation is the common denominator. The two courses are not in competition, at the most, they prove that there are several ways of exploring food design. While the Dutch bachelor’s degree offers sound vocational training, the Belgian Masters course is a good supplement that takes you one step closer to achieving an artistic level. ▪

www.hasdenbosch.nl/nl/fooddesigninnovation food-design.arba-esa.be

49


Verpakkingsdesign voor voedings­middelen Christian Oosterlinck

V

orig jaar won voor de eerste keer een Vlaams ontwerpbureau een Golden Pentaward, de belangrijkste onderscheiding in de verpakkingsindustrie. Nochtans werden de jongste jaren nogal wat Belgische bureaus onderscheiden met een zilveren of bronzen plak. Aangezien de verpakking een belangrijk middel is in de voedingssector om zich te onderscheiden van de concurrentie, laten we enkele van de gespecialiseerde ontwerpbureaus aan het woord.

Magenta Brandboosters Magenta Brandboosters won de Golden Pentaward met de verpakking voor dierenvoeding Katz Menu. Magenta Brandboosters is een full service communicatiebureau dat bedrijven en organisaties bijstaat in de ontwikkeling van communicatiestrategie, mediaplanning en grafisch ontwerp. Magenta zet merken op de kaart, maakt ze sterk en geeft ze de vereiste boost om zich te onderscheiden van de concurrentie. Katz Menu is tekenend voor Magenta’s differentiërende en resultaatgerichte dienstverlening. De verpakking werd eerst opgepikt door dieline.com, een portaalsite voor alles wat met verpakking te maken heeft. Via via werd Magenta vervolgens genomineerd voor de Pentawards. Magenta werd in 1989 opgericht door Tom Desmet. Hij volgde de opleiding ‘publiphoto’ aan Sint-Lucas Gent, een reclamegerichte opleiding met een mix van grafische vormgeving en fotografie. Vervolgens werkte hij onder meer voor Jetair en Roularta, en verzamelde er veel ervaring. Met de jaren hebben de activiteiten van Magenta zich verlegd van het louter grafische naar het bredere veld van communicatie en reclame. Momenteel werken 9 personen in het bureau, bestaande uit grafische vormgevers, accountmanagers en marketeers. Met een Golden Pentaward op zak, wil Magenta zich nu ook verder focussen op de nichemarkt van de verpakking. Het winnende ontwerp voor Katz Menu is een realisatie voor Beduco Petfood, een Belgische producent van een breed assortiment aan diervoeders. Beduco koos voor Magenta Brandboosters om zijn bestaande verpakkingslijn Europremium Cats een facelift te geven. Uit een voorafgaande marktstudie bleek al snel dat er een zeer groot aanbod aan kattenvoeding bestond, met weinig onderscheid tussen de diverse spelers inzake marktbenadering en visuele identiteit. Magenta ontwikkelde een totaal nieuwe benadering voor deze productcategorie. Vertrekkend vanuit een cartoonachtige aanpak en leuke benamingen zoals Fitness, Housecat en Oldies, hebben ze zich voornamelijk gericht naar kinderen, die meer dan ooit mee beslissen in de aankoop van het eten voor de kat. Maar ook early adopters, mensen die uit zijn

50

op nieuwigheden, behoren tot de doelgroep die zich voornamelijk situeert onder de stedelijke bevolking. Een ander interessant project in de voedingssector was de opdracht van het Zweedse kruidenmerk Santa Maria waarmee ze supermarktketen Delhaize wilden veroveren. De kern van het project bestaat uit een touch­ screen verwerkt in het kruidenrek, als een instrument om de aankoop te stimuleren via interactieve informatie. Het is een primeur voor de Belgische supermarkten. Aan een uitbreiding met bluetooth wordt volop gewerkt. Via de Emté-supermarkten wil Santa Maria samen met Magenta nu ook Nederland inpalmen. Verpakkingsontwerp trekt Magenta enorm aan, en het bureau heeft een voorkeur voor de voedingssector. Voor de technische specificaties werkt Magenta nauw samen met verpakkingsfabrikanten. Uiteraard worden de trends gevolgd. Zo is illustratie weer terug van weggeweest (de verpakking van Katz Menu is daarvan het beste bewijs), ten nadele van fotografie. Toch blijft Tom Desmet, samen met het team creatieven van Magenta, vooral ontwerpen vanuit het buikgevoel, weliswaar in interactie met de klant. Hij tracht daarbij vooral om een boodschap, een verhaal te implementeren binnen het verpakkingsconcept.

Quatre Mains Op enkele kilometers van Brugge, in het landelijke Maldegem, vinden we in een gerenoveerd treinstation de kantoren van Quatre Mains. Het bureau werd opgericht door Els Goethals en Patrick De Grande. Els en Patrick hebben beiden een masteropleiding in de beeldende kunst. Aanvankelijk werkten ze als grafisch vormgevers maar gaandeweg groeiden hun activiteiten en de jongste jaren ligt de focus op branding en packaging design. Als deel van een brandingopdracht willen ze ook nog wel een display, brochure of website ontwerpen. Quatre Mains telt 15 personeelsleden, waaronder 8 vormgevers, een fotograaf, een food styliste en enkele account managers. Iedereen die er werkt is gefascineerd door design en goed eten. Recht tegenover het station heeft men recent het voormalige hotel La Sapinière gekocht. Hier huist de goed uitgeruste fotostudio Quatre Etoiles, met een professioneel kookatelier en een ruime studiovloer, een ideale omgeving voor professionele food photography. De gelagzaal werd intact gelaten en dient nu als ontmoetingsruimte. Wat is belangrijk bij een goede verpakking? Dick Lierman, account manager, en Jürgen Hûughe, creatief directeur, verklaren het nader. Een verpakking verandert men niet elk jaar en moet een aantal jaren meegaan. Vroeger was verpakking niet meer dan een bescherming van het product.


Food Packaging Design

L

ast year, for the first time ever, a Flemish design company won a Gold Pentaward, the packaging industry’s highest distinction. But quite a few Belgian agencies have taken silver or bronze in recent years. Since packaging is one of the main ways to stand out from the competition in the food industry, we devote these pages to a few of the specialised design agencies.

Magenta Brandboosters Magenta Brandboosters won the Gold Pentaward for its packaging for Katz Menu pet food. Magenta Brandboosters is a full-service communication agency that helps businesses and organisations develop their communication strategy, media planning and graphic design. Magenta puts brands on the map, makes them strong and gives them the boost they need to stand out from the competition. Katz Menu is typical of Magenta’s differentiating and resultoriented services. The packaging was first picked up by dieline.com, a portal site for everything to do with packaging. News travelled by word of mouth and Magenta was subsequently nominated for the Pentawards. Magenta was set up in 1989 by Tom Desmet. He studied ‘publiphoto’ at Saint-Lucas in Ghent, an advertising course that offers a mix of graphic design and photography. He went on to work for

the likes of Jetair and Roularta, where he gained much of his experience. Over the years, Magenta’s activities have shifted from the purely graphic to the broader field of communications and advertising. There are currently 9 people working in the office, including graphic designers, account managers and marketing staff. With a Gold Pentaward behind it, Magenta intends to keep its sights firmly fixed on the niche market of packaging. The winning Katz Menu design started out as a project for Beduco Petfood, a Belgian manufacturer of a broad range of pet foods. Beduco asked Magenta Brandboosters to give its existing packaging for Europremium Cats a facelift. A preliminary market study soon revealed that there was a pretty wide selection of cat food on the market, but little to distinguish the players in terms of market approach or visual identity. Magenta developed a totally new approach for this product category. Taking a cartoon-like approach and giving the foods fun names, such as Fitness, Housecat and Oldies, they focused primarily on children, who have a greater say than ever in the food bought for their cat. But the target group, which tends to centre on the urban population, also includes early adopters, or people who love buying into new things. Another interesting project in the food industry was one for the Swedish herb and spice brand Santa Maria, which was aiming to win over the Delhaize

supermarket chain. The project revolved around a touch screen built into the spice rack, as a way of stimulating sales through interactive information. This is a first for Belgian supermarkets. They are now in the process of incorporating Bluetooth. Santa Maria and Magenta are now looking to win over the Netherlands through the Emté supermarket chain. Magenta is strongly attracted to packaging design and the agency has a preference for the food industry. Magenta works closely with the packaging manufacturers on the technical specifications. Needless to say, they follow all the latest trends. Illustration is back with a vengeance (the Katz Menu packaging is the best example of this) and has pushed photography aside. But Tom Desmet and Magenta’s creative team tend to design from an instinctive feel, albeit in interaction with the customer. Essentially, what they are doing is weaving a message, a story, through the packaging concept.

Quatre Mains A few miles from Bruges in a renovated train station in rural Maldegem, we find the offices of Quatre Mains. The agency was set up by Els Goethals and Patrick De Grande. Els and Patrick each have a master’s degree in visual arts. They started out as graphic designers, but their activities gradually grew, and they have been focusing on branding and packaging design in recent years. They

like to design a display, brochure or website as part of the branding project. Quatre Mains employs 15 staff, of which 8 are designers, along with a photographer, a food stylist and a few account managers. Everyone who works there loves design and good food. The former La Sapinière hotel, directly opposite the station, is a recent acquisition. This is home to the wellequipped Quatre Etoiles photo studio, which includes a professional cooking studio and a large studio area – the ideal environment for professional food photography. The barroom was left unaltered and now serves as a meeting place. What are the important considerations for good packaging? Dick Lierman, account manager, and Jürgen Hûughe, creative director, explain. Packaging is not something you want to change every year, so it has to last. Packaging used to be nothing more than a protective holder for the product. Now it is an efficient alternative to expensive advertising. It is a means of communicating to the consumer. The packaging carries a message, stimulates the appetite. The whole must have a strong graphic communication and persuade the consumer to pick the product up and bring it home. All we have is a tiny surface area on which to achieve all of this. The ratio of text to image should be nicely balanced. There are often several layers of meaning and multiple messages.

51


Nu vormt het een efficiënt alternatief voor dure advertenties. Het is een communicatiemiddel met de consument. De verpakking brengt een boodschap, wekt de eetlust op. Het geheel moet grafisch sterk communiceren en de koper overtuigen om het product mee naar huis te nemen. Om dit alles te realiseren beschikt men slechts over een kleine oppervlakte. De verhouding tekst en beeld moet dan ook volledig uitgebalanceerd zijn. Er wordt vaak gewerkt met meerdere betekenislagen, met meerdere boodschappen. Als voorbeeld haalt het duo het restylen van het fairtradegamma van Delhaize aan, een supermarkt waar Quatre Mains geregeld voor werkt. Voordien plakte men archiefafbeeldingen van anonieme Afrikaanse of ZuidAmerikaanse boeren op de verpakking. Quatre Mains verkoos om kleine fotootjes te verwerken in een collage, waarbij de beelden vanop afstand een kleurrijk etnisch patroon vormen. De achtergrond van juteweefsel refereert aan de jutezakken van de boeren en geeft de verpakking ook een ambachtelijke look. De badges met de productnaam en de slagzin It’s better when it’s fair vormen een statement van engagement. Een soortgelijke opdracht voerde Quatre Mains eerder ook al uit bij de Belgische fairtradepionier Oxfam Fairtrade. Hier gebruikte men weliswaar een beeld van de boer, maar op een geheel eigen manier: niet zomaar een anoniem archiefbeeld. Er wordt een bestaande boer getoond die een naam krijgt en zijn of haar verhaal vertelt, een verhaal dat de consument daarna via een website kan volgen. De chocolade wordt verpakt en krijgt een label net zoals de koffie. De zogenaamde appetite appeal wordt opgewekt door de ingrediënten op een speelse en creatieve wijze af te beelden (bijvoorbeeld gemalen koffie in de vorm van een koffielepeltje). Een ander mooi voorbeeld is het verhaal van Auguste, waarmee ze in 2011 een bronzen Pentaward wonnen. Drie jonge koks met een passie voor de keuken van de Franse grootmeester Escoffier, wilden de goede elementen uit diens keuken op een hedendaagse wijze naar de klant brengen. De sausen van Auguste zijn bedoeld voor bistrochefs die dikwijls niet de tijd hebben om altijd weer verse sausen te maken. In deze sector, de voedingsgroothandel, heersen de grote, meer industriële verpakkingen. Daar wou Quatre Mains verandering in brengen. Het leuke snorretje van het logo werd zelfs doorgetrokken naar de barcode. Verpakking is immers een driedimensionaal gegeven en ook de ‘achterkant’ doet ertoe. Ook met de verpakkingen voor de miso-producten van Lima won Quatre Mains in 2009 al een bronzen Pentaward. Ook het vermelden waard: Cook2Celebrate, het culinaire doe-het-zelfpakket van Delhaize om de Peter Goossens, Sergio Herman, Roger Van Damme of Yves Mattagne in u naar boven te toveren.

52

Hoewel gelegenheidspartnerschappen met bijvoorbeeld trendbureaus niet uit te sluiten zijn, vertrekt Quatre Mains meestal vanuit eigen marktonderzoek, een eigen aanvoelen en creatieve brainstormsessies met moodboards. Ze denken graag out of the box. Wel worden de belangrijkste internationale beurzen in de sector bezocht, zoals Interpack in Düsseldorf en PackExpo in Chicago. Verder doen ze heel wat store checks in Londen, New York, Amsterdam, Berlijn en Parijs. Vooral de studiebezoeken aan Londen leren hen heel wat. Elk land heeft zijn typische ‘verpakkingsstijl’, maar Engeland is daarin altijd vooruitstrevend en een smeltkroes van intercontinentale invloeden. Quatre Mains werkt zowel voor Belgische als internationale klanten. Actieve prospectie gebeurt, maar het is vooral mond-tot-mondreclame die klanten naar hen brengt. De studio is ook lid van de European Packaging Design Association. Tijdens het jaarlijkse congres wordt vooruitgekeken naar de toekomst van de sector. Een nieuwe trend is virtuele realiteit, maar ook thermische inkten die oplichten bij temperatuurverschillen zijn een nieuwe trend. Via QR-codes kan de consument voortaan de herkomst van koffie nagaan tot bij de boer. Ecologie is eveneens een trend: oudere verpakkingen, met binnenin dikwijls een blister, worden stilaan vervangen door enkelvoudige verpakkingen in doosvorm of met afbreekbare folies.

Mona Lisa In Brussel ontmoeten we Catherine Faucheux, een Française met 28 jaar ervaring in de verpakkingssector. In 1996 richtte ze haar eigen bureau op in Brussel, Mona Lisa. 95% van de opdrachten situeren zich binnen de voedingssector, een klein deel is cosmetica. Haar bureau is één van de grote spelers op de markt en groeit nog steeds. Ook hier gaat men niet actief op zoek naar nieuwe klanten, maar komen deze vanzelf naar hen toe. De jongste vier jaar is het bureau gegroeid van 8 naar 18 medewerkers, voor het merendeel mensen met een grafische opleiding. Volgens Catherine is het gemakkelijker om grafici te leren communiceren dan omgekeerd. De verhouding Nederlands- en Franstaligen is fiftyfifty, een bewuste keuze. In Wallonië zijn er meerdere gespecialiseerde opleidingen rond packaging design, in Vlaanderen enkel één postgraduaat aan Sint-Lucas Gent. Franstaligen zijn ook emotioneler en impulsiever, terwijl Vlamingen dan weer heel grondig te werk gaan. Het team bestaat uit een mix van profielen, van iemand met meer dan 30 jaar ervaring in de sector, maar ook pas afgestudeerden. Deze diversiteit zorgt er net voor dat men niet in herhaling valt. Bij sommige brainstormsessies wordt


As an example, the two refer to the agency’s restyling of the fair trade range for Delhaize, a supermarket that often relies on the services of Quatre Mains. In the past, they would stick archive-style pictures of anonymous African or South American farmers on the packaging. Quatre Mains decided to group lots of little thumbnails together in a collage, giving the images a colourful ethnic pattern from a distance. The burlap background is a reference to the farmers’ sacks and gives the packaging a traditional look. Badges showing the product name and slogan ‘It’s better when it’s fair’ provide the statement of commitment. Quatre Mains did a similar project for the Belgian fair trade pioneer, Oxfam Fairtrade. Here, they did use a photo of a farmer, but in a completely different way – not just an anonymous picture from the archives. An existing farmer was shown and he or she was given a name. His or her story was told, a story that the consumer could follow on a website. Their chocolate is packaged and labelled in the same way as the coffee. ‘Appetite appeal’ is generated by showing the ingredients in a fun and creative way (e.g. ground coffee in the shape of a coffee spoon). Another nice example is the story of Auguste, for which they won a bronze Pentaward in 2011. Three young cooks, with a passion for the cuisine of French grandmaster Escoffier, sought to bring all the great elements of his cooking to the customer in a contemporary way. Auguste sauces were designed for bistro chefs who don’t always have the time to create a fresh sauce. In the wholesale foods sector, you tend to get big, more industrial packaging. Quatre Mains aimed to change this. They even carried the fun little moustache in the logo

through to the barcode. This is because packaging is a three dimensional affair and the ‘back’ matters too. Quatre Mains also won a bronze Pentaward for the packaging for the miso products sold by Lima. Also worth mentioning: Cook2Celebrate, Delhaize’s culinary do-it-yourself packet, to bring out the Peter Goossens, Sergio Herman, Roger Van Damme or Yves Mattagne in you. Although occasional partnerships with trend agencies, etc., can’t be ruled out, Quatre Mains usually relies on its own market research, its own feelings and creative brainstorming sessions with mood boards. They love to think outside the box. But they do attend the biggest fairs in the sector, such as Interpack in Dusseldorf and PackExpo in Chicago. They also do a lot of store checks in London, New York, Amsterdam, Berlin and Paris. They learn a great deal from study visits to London in particular. Every country has its own ‘packaging style’, but England has always been progressive and a melting pot of intercontinental influences. Quatre Mains works for Belgian and international customers. They do prospect, but it is usually word-of-mouth advertising that brings the customers to them. The agency is also a member of the European Packaging Design Association. The annual conference looks ahead to the future of the sector. One of the new trends is virtual reality, along with thermal ink, that lights up when there is a change of temperature. QR codes allow the customer to trace the origin of the coffee all the way to back to the farmer. Ecology is yet another trend: older packaging, frequently with a blister pack inside, is gradually being replaced by a simple box-form package or biodegradable films.

Mona Lisa In Brussels, we meet Catherine Faucheux, a French woman with 28 years of experience in the packaging sector. In 1996, she set up her own agency in Brussels, Mona Lisa. 95% of her work comes from the food sector, and a small percentage from cosmetics. Her agency is one of the big players in the market and is still growing. Here too, they don’t go actively in search of new customers, but customers come looking for them. In the last four years, the agency has grown from 8 to 18 employees, the majority of whom are people with graphic design. Catherine thinks it is easier to teach graphic designers to communicate than the other way round. The ratio of Dutch to French speakers is fifty-fifty, and deliberately so. In Wallonia, there are several specialist packaging design training courses; in Flanders only one, a postgraduate at Saint-Lucas, Ghent. French speakers are also more emotional and impulsive, whereas Flemings go about things systematically. The team is made up of a mix of profiles, from someone with more than 30 years’ experience in the sector, to new graduates. This diversity is what keeps the company fresh. At a few of the brainstorming sessions, they have even asked advice from the cleaning lady because she is every bit the consumer. Mona Lisa would rather raise a product to a higher level than launch a new one. The agency follows the entire process, from the starting point to rollout in the store. The market research is done externally. Mona Lisa has attracted a few big brands over the years: Alpro, J. Cortès, Delhaize, Guylian, Nestlé, Mars, LSG Sky Chefs, Omega Pharma, Soubry, Unilever, Vandemoortele, Novartis,

Galler Chocolatiers, etc. In recent years, Mona Lisa has been among the awards on a few occasions: a silver Pentaward for the Mallows for Delhaize, a bronze Pentaward for Tom & Co pet food and Inspirations coffee for Delhaize, and a Red Dot Award for Delhaize 365 washing powder. Why are these distinctions important? Catherine says it is mostly motivation for the team, recognition of their hard work. The prizes don’t really bring in new customers. What is important to the customer is price and the client/design agency relationship. It either clicks or it doesn’t. What do you have to bear in mind with the designs? Above all, packaging should say something about the product, and that’s why they like a photo. Two thirds of buyers wait until they are in the store before choosing. Store checks are used to study consumer behaviour. One of the things they have shown is that people have no time these days: consumer choices are becoming more emotional and consumers are quicker to buy new products. 80% of the packaging is used for advertising, as a sort of poster. These days, packaging lasts only about two years, whereas it used to last a lot longer. At one time, they used to have to complete a project in a week, now it usually takes three to four months. These days, there is a greater distinction between luxury products and the low budget range. One nice example of this is Vache Bleue’s Gratin. The old logo is fairly traditional, but it now has the shape of a cheese roll, and the blue-and-white logo is more visible against the red packaging. The packaging has a colour gradient, which is seen as ‘more tasteful’ and gives the consumer the impression that the product tastes better. There is also a

53


Voor

Na

reference to provenance: the transparent part of the packaging is in the shape of a cow’s head and the cheeses in the mix are listed and pictured. A spoonful is being lifted from the dish, which stimulates the buyer’s appetite. Finally, a few leaves of parsley give the effect of freshness. The Vandemoortele oils were also restyled. The shape of the bottle was changed to make it easier to hold. The logo was changed and is now easier to read. ‘The year 1899’ is a reference to tradition and inspires confidence. The different oils are easier to tell apart through the use of bright and fresh colours. They also contain consumer information on uses for the oils, so that consumers are more likely to buy across the range. What will be the trends of the future? Catherine Faucheux sees several; the call of nature, the yearning for tradition and emotion, a return to simplicity. On the other hand, there is still that desire to be provocative, by using street art, for example. Some products are seen as cool and relaxed, while others are funny or tell a story. In packaging design, there are so many elements to be taken into account, often to sell the most ordinary and everyday products. Catherine even goes as far as to say that “selling water is like creating abstract art”. ▪

54

zelfs het advies van de poetsvrouw gevraagd, want zij is dé consument bij uitstek. Mona Lisa verkiest om een product naar een hoger niveau te tillen dan om een nieuw product te lanceren. Het bureau volgt het ganse traject, van bij de opdracht tot in de winkel. Marktonderzoek wordt uitbesteed. Mona Lisa over de jaren al heel wat grote merken binnengehaald: Alpro, J. Cortès, Delhaize, Guylian, Nestlé, Mars, LSG Sky Chefs, Omega Pharma, Soubry, Unilever, Vandemoortele, Novartis, Galler Chocolatiers enz. De jongste jaren viel Mona Lisa enkele malen in de prijzen: een zilveren Pentaward voor de Mallows van Delhaize, een bronzen Pentaward voor Tom & Codierenvoeding en de Inspirations-koffie van Delhaize, en een Red Dot Award voor het Delhaize 365-waspoeder. Wat is het belang van dergelijke onderscheidingen? Volgens Catherine is het vooral een motivatie voor het team, een erkenning van het harde werk. De prijzen leveren nauwelijks nieuwe klanten op. Wat belangrijk is voor de klant, is het tarief en de relatie tussen opdrachtgever en designstudio. Het klikt of het klikt niet. Waar houdt men rekening mee bij het ontwerpen? De verpakking moet vooral het product verduidelijken en daarom maken ze graag gebruik van een foto. Twee derde van de kopers maakt zijn keuze pas in de winkel. Via store checks gaat men dan het gedrag van de consumenten bestuderen. Daaruit blijkt alvast dat mensen tegenwoordig geen tijd meer hebben: consument kiezen steeds emotioneler en kopen sneller nieuwe producten. 80% van de verpakking is dan ook bedoeld als publiciteit, als een soort van affiche. Tegenwoordig gaat een verpakking vaak slechts twee jaar mee, waar dit vroeger heel wat langer was. Ooit heeft men een volledig project moeten realiseren in één week, terwijl een normaal traject doorgaans drie tot vier maanden in beslag

neemt. Er wordt nu ook een groter verschil gemaakt tussen luxeproducten en het low budget-gamma. Een mooi voorbeeld is de Gratin van Vache Bleue. Het oude logo is vrij traditioneel, maar het wordt nu gebruikt in de vorm van een kaasbol en op een rode verpakking wordt het blauw-witte logo ook zichtbaarder. De verpakking heeft ook een kleurverloop, wat als ‘smaakvoller’ wordt ervaren en waardoor de consument ook de indruk heeft dat het product beter smaakt. Daarnaast wordt er verwezen naar de oorsprong: het transparante deel van de verpakking heeft de vorm van een koeienkop en de gebruikte kazen worden opgesomd en afgebeeld. Er wordt uit een schotel opgeschept, wat de eetlust in de koper opwekt. Een blaadje peterselie zorgt ten slotte voor een fris effect. Ook de oliën van Vandemoortele kregen een restyling. De vorm van de fles werd aangepast waardoor ze gemakkelijker vast te nemen is. Het logo werd aangepast en is nu leesbaarder. ‘Anno 1899’ verwijst naar traditie en geeft vertrouwen. De diverse oliën zijn nu ook beter te onderscheiden door het gebruik van verschillende heldere, frisse kleuren. De consument vindt ook informatie over de toepassingen van de oliën, waardoor consumenten sneller het ganse gamma zullen aankopen. Wat zijn de tendenzen voor de toekomst? Catherine Faucheux ziet enkele trends: de roep van de natuur, de hunkering naar traditie en emotie, de terugkeer naar eenvoud. Aan de andere kant wil men soms ook wel provoceren, door bijvoorbeeld gebruik te maken van street art. Sommige producten worden als cool en relaxed ervaren, andere zijn grappig of vertellen een verhaal. In verpakkingsontwerp zijn er ontzettend veel elementen waarmee men rekening dient te houden, vaak om de meest banale producten te doen verkopen. Catherine gaat zelfs zo ver om te zeggen dat “water verkopen vergelijkbaar is met abstracte kunst”. ▪


PORTFOLIO

O

p de volgende pagina’s 8 gerechten die eruit springen door hun kleur. Elke foto wordt gedomineerd door een kleur maar maakt tegelijkertijd ook een visueel sprongetje naar de volgende kleur. De ruwe ondergrond contrasteert met de verfijning van de gerechten en de objecten.

O

n the following pages we have 8 dishes that are simply bursting with colour. In each photo, one colour prevails while at the same time making a visual leap towards the following colour. The coarse background contrasts with the refinement of the dishes and the objects.

Fotografie/Photography: Luk Thys & Bram Debaenst (FoodPhoto) Foodstyling en receptuur/ Foodstyling and recipies: Mieke Goffin (miXst)

55


56


Jeannine Vrins

Als productdesigner en keramiste ontwerpt Jeannine Vrins voornamelijk functioneel en handgedraaid steengoed. Zij balanceert tussen de twee werelden van kunst en design. In de kunst vindt ze het verhaal, in design de alledaagse bruikbaarheid van de dingen. Waarom zou het poëtische of het symbolische niet ‘gebruikt’ mogen worden in het dagelijkse leven? Jeannine laat een ‘verhaal’ tot leven komen in bekers voor de ontbijttafel waar je je handen rond vouwt, of in de aanraking van een fruitschaal. ‘Gebruik mij’ roept haar werk, ‘raak mij aan’.

www.atelier-oker.com

As a product designer and ceramist, Jeannine Vrins primarily designs functional and hand turned stoneware. She balances between two worlds, that of art and that of design. In art, she finds the story, in design, the day-to-day utility of objects. Why should poetry or symbolism not be “used” in daily life? In the tea cups or coffee mugs you wrap your hands around at the breakfast table or the fruit bowl that you touch, Jeannine brings a “story” to life. Her work calls out to you: “Use me, touch me!”

‘Genesteld groen’

‘A nest of green’

Salade van tuinbonen met afwerking in fijne kruiden, cress, luzerne, salade met een basilicumvinaigrette

Salad of broad beans garnished with fresh herbs, cress, alfalfa and lettuce with a basil vinaigrette

Bereidingstijd 40 minuten

Preparation time 40 minutes

Voor de basilicumdressing mix je een half bosje basilicum met druivenpitolie. Breng op smaak met limoensap, versgemalen zwarte peper en zout. •• 400 g tuinbonen Blancheer de tuinbonen kort. Haal ze uit de schil. uit de diepvries Verhit de olie in een pan en voeg de fijngesneden •• 2 el arachideolie sjalotten en een groen pepertje toe. Voeg de •• 2 sjalotten tuinbonen, schil van limoen en 2 eetlepels water •• 1 groen pepertje toe. Laat sudderen tot alles goed warm en gaar is. •• sap en schil van Breng op smaak met limoensap, zout, versgemalen 1 limoen peper en munt. Was de fijne kruiden en meng •• versgemalen peper onder elkaar. Leg op de tuinbonen en serveer er de en zout basilicumdressing bij. •• 2 el gehakte munt •• 100 g mengeling van fijne kruiden •• cress •• sla •• luzerne

•• 400 g frozen broad beans •• 2 tbsp. peanut oil •• 2 shallots •• 1 green pepper •• juice and rind of 1 lime •• freshly ground pepper and salt •• 2 tbsp. chopped mint •• 100 g mixture of fresh herbs •• cress •• salad and alfalfa

For the basil vinaigrette, blend half a bunch of basil with grape seed oil. Season to taste with lime juice, freshly ground black pepper and salt. Blanch the broad beans briefly and remove the skins. Heat the oil in a pan and add the finely chopped shallots and green pepper. Add the broad beans, the lime rind and 2 tablespoons of water. Let it simmer until the mixture is hot and cooked through. Season to taste with lime juice, salt, freshly ground pepper and mint. Wash the finely chopped fresh herbs and mix. Sprinkle on the broad beans and serve with the basil vinaigrette.

57


58


Els Jacobs

Els Jacobs is gefascineerd door perceptie, hoe en waarom we bepaalde dingen (niet) zien. Door zich toe te leggen op zowel industriële als artisanale procedés, kan ze putten uit een brede waaier aan productiemethodes. Ze laat technieken in elkaar overlopen waardoor gebruiksobjecten ontstaan op de scheidingslijn van kunst en design. Ze ontwerpt zowel mode- als textielaccessoires voor het interieur – zoals deze tafellopers – onder haar eigen label Some-thing-els. Haar vitrine-atelier in Gent is de plaats waar ze creëert en waar ze haar stukken permanent voorstelt aan het publiek. Je kan er ook terecht om samen met Els persoonlijke kleurencombinaties uit te zoeken.

Els Jacobs is fascinated by perception, e.g. how and why we see (or do not see) certain things. By focusing on industrial and artisanal processes, she can draw inspiration from a wide range of production methods. She allows techniques to overlap with one another, resulting in functional objects balanced on the dividing line between art and design. She designs both fashion as well as textile accessories for interiors, e.g. table runners, under her label Some-thing-els. She creates her pieces and displays them to the public permanently at her showcase workshop in Ghent. You can also visit the workshop to select personal colour combi-nations with Els.

www.some-thing-els.be

‘Blanc de bleu’

‘Blanc de bleu’

Geblancheerde asperges met stukje witvis en geroosterde amandelschijfjes

Blanched asparagus with whitefish and roasted almond flakes

Bereidingstijd 20 minuten

Preparation time 20 minutes

Verwarm de oven voor op 200 °C. Dep de vis droog en kruid met peper en viskruiden. Leg de vis in een ovenschaal. Overgiet met de pastis en •• Ca. 480 g witvis besprenkel met olijfolie. Zet 10 minuten, afgedekt, •• 12 witte asperges of 24 in de voorverwarmde oven, afhankelijk van de kleine asperges dikte van de vis langer of korter. Snijd de asperges •• 600 g puree in schuine stukjes en blancheer in gezouten water. (eventueel) Breng op smaak met peper, zout en een snuifje •• 2 el pastis nootmuskaat. Schik de asperges en puree op het •• groentebouillon voorverwarmde bord. Leg de visfilet er bovenop. •• ½ tl viskruiden Besprenkel met amandelschilfers en het bakvocht. •• 25 g amandelschilfers Laat enkele blaadjes basilicum warmen in de •• 100 ml volle melk melk. Haal de blaadjes basilicum uit de melk. •• handvol Mix de melk zodat je een schuimlaagje bekomt. basilicumblaadjes Serveer onmiddellijk met schuim van basilicum. •• snuifje nootmuskaat •• versgemalen peper en zout

•• Ca. 480 g whitefish •• 12 white asparagus or 24 small asparagus •• 600 g mashed potatoes (optional) •• 2 tbsp. pastis •• vegetable bouillon •• ½ tsp. fish spices •• 25 g almond flakes •• 100 ml whole milk •• a handful of basil leaves •• a pinch of nutmeg •• freshly ground pepper and salt

Preheat the oven to 200° C. Pat the fish dry and season with pepper and fish spices. Place the fish in an oven dish. Pour the pastis over it and sprinkle with olive oil. Place uncovered in the preheated oven for 10 minutes, or more or less depending on the thickness of the fish. Cut the asparagus in diagonal pieces and blanch in salt water. Season to taste with pepper, salt and a pinch of nutmeg. Serve the asparagus and mashed potato on a warmed plate. Place the fish filet on top. Sprinkle with the almond flakes and pan juices. Warm a few leaves of basil in the milk. Remove the basil leaves and blend the milk until you get a layer of foam on top. Serve immediately with the basil foam.

59


60


Evelien De Winter

De elementaire onderdelen van een functio­neel keramisch object is het onder­ zoeksgebied van Evelien De Winter: zijn functie, de kromming van een lijn, de greep, het oppervlak, de relatie met de ruimte worden alle belicht. Ondanks de strakke en modern ogende vormgeving, refereert het werk toch nog op verschillende manieren naar de traditionele keramiek. Voor Evelien is wit de meest geschikte kleur omdat het een neutrale kleur is die de vorm accentueert zonder deze te vervormen. Ze springt zuinig om met kleuren. Waar ze vroeger werkte in gietklei die ze dik glazuurde, experimenteert ze recent met porselein, zoals in de Ice-schaal.

The basic components of a functional ceramic object are Evelien De Winter’s special field of research: the function of the object, the curvature of a line, the handle, its relationship with the space around it, all of these are dealt with. Despite its sleek and modern-looking design, the work still refers in various ways to traditional ceramics. For Evelyn, white is the most appropriate colour, because it is a neutral colour that accentuates the shape without distorting it. She is sparing in her use of colour. While she used to work earlier with casting slip which she glazed thickly, she has recently started experimenting with porcelain, as in the Ice bowl.

‘Blauwe diamant’

‘Blue diamond’

Ceviche van makreel (in vel) met blauwe bessen en crumble van ui

Ceviche of mackerel (skin on) with blueberries and onion crumble

Bereidingstijd 10 minuten + 4 uur marineren

Preparation time 10 minutes + 4 hours marinating time

Hak een pepertje fijn. Pers de limoenen uit. Snijd de vis in kleine stukjes, bestrooi met peper en zout en leg in sap van limoen en pepertje. Laat de vis 2 uur marineren in de koelkast. Breng voor het •• 400 g makreel met vel serveren op smaak met ketchup en worcestersaus. •• 120 g blauwe bessen Rooster intussen de fijn gesneden ui bruin in een •• 4 verse limoenen voorverwarmde oven van 100 °C. Mix fijn met ½ •• 1 rood pepertje sneetje geroosterd brood. Schik de ceviche van •• enkele druppels makreel op een bord, strooi er de blauwe bessen en worcestersaus uiencrumble overheen. •• 1 tl ketchup •• versgemalen peper en zout

•• 400 g mackerel with skin on •• 120 g blueberries •• 4 fresh limes •• 1 red pepper •• a few drops of Worcestershire sauce •• 1 tsp. ketchup •• freshly ground pepper and salt

Finely chop the red pepper. Squeeze the juice of the limes. Cut the fish into small pieces, sprinkle with pepper and salt and place in the lime juice and pepper pieces. Marinate the fish for 2 hours in the refrigerator. Serve with ketchup and Worcestershire sauce to taste. Meanwhile, roast the finely chopped onions in an oven preheated to 100° C. Blend with ½ a slice of toast. Place the mackerel ceviche on a plate, sprinkle with blueberries and onion crumble.

61


62


Jan Vander Elst

Al meer dan een kwarteeuw is Jan Vander Elst professioneel keramist. Dagelijks maakt en ontwerpt hij keramische voorwerpen in zijn atelier De Potpourri. Over de jaren creëerde hij al collecties vazen, schalen, serviesgoed, olielampen, wandpanelen en veel meer. Hij verkoopt ze in zijn winkel en in een aantal galerieën en winkels in binnenen buitenland. Nieuwe keramiekontwerpen blijven een continue uitdaging. Spontane ingevingen spelen hun rol, maar er is ook de onbewuste beïnvloeding en de interactie met klanten en galeriehouders. Hij ontwerpt en maakt regelmatig servies op vraag van klanten.

For over a quarter of a century, Jan Vander Elst has been a professional ceramist. Every day, he designs and creates ceramic objects at his workshop De Potpourri. Over the years, he has created collections of vases, bowls, crockery, oil lamps, wall panels and much more. He sells them through his shop and in a number of galleries and shops in Belgium and abroad. Finding new ceramic designs remains a constant challenge. Spontaneous inspiration plays a role here, as does the unconscious influence and interaction with clients and gallery owners. He regularly designs and creates service sets at the request of his clients.

users.telenet.be/keramiek.janvanderelst/

‘Aards bruin’

‘Earthy brown’

Gebakken rood vlees met boschampignons en geroosterde aardpeer in vel

Baked red meat with wild mushrooms and roasted Jerusalem artichoke in its skin

Bereidingstijd 40 minuten

Preparation time 40 minutes

•• Ca. 500 g everzwijnof struisvogelfilet •• 350 g verse bospaddenstoelen •• 1 teentje knoflook (fijngehakt) •• 3 el peterselie (fijngehakt) •• 3 el citroensap •• 3 el olijfolie •• 100 ml sherry •• versgemalen peper en zout •• 8 aardperen (ca. 75 g elk)

Bereid de geroosterde aardperen. Verwarm de oven voor op 200 °C. Was de aardperen, laat ze in de schil en snij in twee. Dep ze droog. Wrijf ze in met olie, versgemalen peper en zout. Leg de aardperen in één laag in een bakblik. Bak 30 tot 35 minuten, of tot ze net zacht zijn. Was de paddenstoelen, dep ze droog en snijd in stukjes. Bak de knoflook op halfhoog vuur in een braadpan tot ze goudbruin is. Voeg de peterselie bij. Roer een paar keer om en voeg dan de bospaddenstoelen erbij. Schep een paar keer goed om, strooi er peper, zout en citroensap over en zet het vuur zeer laag, met het deksel op de pan. De paddenstoelen zullen heel wat vocht afgeven. Laat pruttelen terwijl u af en toe omschept. Bak het vlees 2 à 3 minuten aan beide zijden of naar believen. Blus het braadvocht met sherry en laat even inkoken. Voeg koude blokjes boter toe. Serveer het vlees met de bospaddenstoelen, de geroosterde aardperen en de saus.

•• Approx. 500 g boar or ostrich filet •• 350 g fresh wild mushrooms •• 1 clove garlic (finely chopped) •• 3 tbsp. parsley (finely chopped) •• 3 tbsp. lemon juice •• 3 tbsp. olive oil •• 100 ml sherry •• freshly ground pepper and salt •• 8 Jerusalem artichokes (c. 75 g each)

Prepare the roasted Jerusalem artichokes. Preheat the oven to 200° C. Wash the Jerusalem artichokes, leave their skins on and cut in two. Pat dry. Rub with oil, freshly ground pepper and salt. Place the Jerusalem artichokes in one layer in a baking pan. Bake 30 to 35 minutes, or until they are just soft. Wash the mushrooms, pat dry and chop. Fry the garlic at medium heat in a roasting pan until it is golden brown. Add the parsley. Stir a few times and add the mushrooms. Stir well a few times, sprinkle with pepper, salt and lemon juice and turn the heat down very low and cover. The mushrooms should give off a fair amount of moisture. Let it simmer and stir occasionally. Brown the meat for 2 to 3 minutes on both sides or to taste. Douse the cooking liquid with sherry and simmer till blended. Add cold cubes of butter. Serve the meat with the wild mushrooms, roasted Jerusalem artichokes and the sauce.

63


64


Frederik Aerts

Frederik Aerts is hoofd van de designafdeling van BergHOFF. De nieuwe kookpottenlijn Neo 5-ply van BergHOFF volgt op de Neo, die al meermaals in de prijzen is gevallen. In deze reeks van 5 kookpotten, 3 pannen en een wok, zijn dezelfde ontwerpkenmerken te herkennen als in het prijswinnende ontwerp van de oorspronkelijke Neo. Zoals de naam reeds laat vermoeden, zijn deze kookpotten vervaardigd uit vijf lagen hoogwaardig materiaal die samen zorgen voor een snelle en optimale warmtespreiding. Dankzij de combinatie van een pot met optimale warmtespreiding, een deksel dat de pot perfect afsluit en een stoomventiel, is dit de ideale pot voor gezondheidsbewuste koks.

Frederik Aerts is Head of the Design Department at BergHOFF. The new collection of cooking pots Neo 5-ply from BergHOFF follows on the heels of the Neo collection, which has already received several awards. In this series of five cooking pots, three pans and a wok, the same design features can be seen as in the award-winning design of the original Neo. As the name implies, these cooking pots are made of five layers of high-quality materials, which together ensure quick and optimal heat distribution. The combination of a pot with optimal heat distribution, a lid that tightly closes the pot and a steam valve makes this is the ideal pot for healthconscious cooks.

www.frederik-aerts.be

‘Blink rood’

‘Shiny red’

Soepje van rode biet en appel

Red beet and apple soup

Bereidingstijd 30 minuten •• 15 g boter •• 1 el olijfolie •• 500 g gekookte rode bieten (geschild en klein gesneden) •• 2 appelen (geschild en in kleine stukjes) •• 1 rode ui (in kleine stukjes) •• 1 el kerriepoeder •• 700 ml groentebouillon •• versgemalen peper en zout

Boter en olie in een grote pan verhitten en de stukjes rode biet, appel en ui toevoegen. Goed vermengen en 10 minuten laten pruttelen met het deksel erop. Houd het vuur redelijk laag en schud de inhoud van de pan zo nu en dan door elkaar om aanbranden te voorkomen. Voeg na 10 minuten de bouillon en kerriepoeder toe. Laat doorkoken tot alle groenten gaar zijn. Mix de soep fijn en haal door de zeef. Voeg eventueel nog wat bouillon toe indien de soep te vast is. Haal nog eens door de zeef. Snijd blokjes appel en rode biet fijn en serveer in de soep.

Heat the butter and oil in a large pan and add the chopped red beets, Preparation time apples and onion. Mix well and simmer for 10 30 minutes minutes covered. Keep the heat quite low and shake the pan from time to time to prevent •• 15 g butter burning. After 10 minutes, add the bouillon and •• 1 tbsp. olive oil curry powder. Cook until all the vegetables are •• 500 g cooked red done. Blend the soup until smooth and strain. beets (peeled and Add more bouillon as needed if the soup is too finely chopped) thick. Strain once more. Finely cut cubes of apple •• 2 apples (peeled and red beets and serve in the soup. and chopped) •• 1 red onion (finely chopped) •• 1 tbsp. curry powder •• 700 ml vegetable bouillon •• freshly ground pepper and salt

65


66


Marie Mees & Cathérine Biasino

Met het op de markt brengen van een textielcollectie voor huishoudlinnen onder het label The Alfred Collection willen Marie Mees en Cathérine Biasino bewust verwijzen naar een tijdloze ambitie en passie voor textiel. Het gaat om een volledige beheersing, vanaf de originaliteit van de tekening tot aan de zeer hoogwaardige uitvoering van het eindproduct. Elke schakel is van cruciaal belang en wordt met dezelfde energie en zorg opgevolgd om tot een verfijnd en duurzaam product te komen. Het is een collectie die op zoek gaat naar de schoonheid van de essentie, een bijna onzichtbare perfectie tussen orde, proportie en ritme. Met deze collectie willen de ontwerpers zowel mikken op de markt van de gevoelige consument als op de projectmarkt.

Xavier De Clippeleir

Xavier De Clippeleir is gefascineerd door de geometrie van de elliptische cilinder. Hij ontwerpt kinetische sculpturen die hun toepassing kunnen hebben als speelgoed, verlichting, enz. Hij ontwierp ook een bestek gebaseerd op een elliptische doorsnede die eindigt op een cirkel, dat vervolgens verkocht werd aan Villeroy & Boch. Hij heeft ook gewerkt voor Queensberry Hunt in Londen, een gerenommeerd bureau gespecialiseerd in tableware. Ze hadden een opdracht voor Xavier voor een bestek voor Rosenthal. Een proefmodel van een mes met lange ribbels op de steel bestond al. Het was Xaviers opdracht om alle 17 delen van het bestek te ontwerpen op basis van dit ribbelidee. Het bestek is ondertussen in productie gegaan.

www.thealfredcollection.be

With the launching of a textile collection for household linen in the marketunder The Alfred Collection label, Marie Mees and Cathérine Biasino give conscious expression to a timeless ambition and passion for textiles. Their work involves a complete mastery of the process, from the originality of the design to the extremely high-quality execution of the end product. Each link in the chain is crucial and is followed up with the same energy and care, resulting in a sophisticated and durable product. It is a collection which seeks out the beauty of the essence, an almost imperceptible perfection between order, proportion and rhythm. With this collection, the designers are targeting the market of the consumer as well as the project market.

Xavier De Clippeleir is fascinated by the geometry of the elliptical cylinder. He designs kinetic sculptures which can be used as toys, lighting, etc. He has also designed a set of cutlery based on an elliptical cross-section that ends in a circle, which was then sold to Villeroy & Boch. He has also worked for Queensberry Hunt in London, a reputed firm specialising in tableware. Their assignment for Xavier was to design a set of cutlery for Rosenthal. A prototype of a knife with a long-ribbed handle already existed. Xavier was assigned the task of designing all 17 items of the cutlery based on this ribbed design concept. The cutlery has meanwhile gone into production.

‘Geel gezind’

‘Mellow yellow’

Eierpasta met boterrapen, gele wortelen met saffraan-botersaus en zwart sesamzaad

Egg pasta with yellow turnips, carrots with saffron butter sauce and black sesame seeds

Bereidingstijd 30 minuten

Preparation time 30 minutes

•• 350 g verse eierpasta •• 4 boterbieten •• 4 gele wortelen •• 2 teentjes knoflook •• 2 el olijfolie •• 2 el zwarte sesamzaadjes •• versgemalen peper en zout

Was de bieten en wortelen en snijd in schijfjes. Blancheer in gezouten water. Haal uit het water en stoof de groenten met de fijngesneden look in weinig olijfolie. Kook intussen de pasta al dente in gezouten water. Spaar een klein beetje van het kookvocht. Hutsel de pasta met de groenten. Voeg boter en enkele draadjes saffraan bij het kookvocht en breng op smaak met versgemalen peper en zout. Giet het vocht over de pasta. Serveer met zwarte sesamzaadjes.

•• 350 g fresh egg pasta •• 4 yellow turnips •• 4 carrots •• 2 cloves garlic •• 2 tbsp. olive oil •• 2 tbsp. black sesame seeds •• freshly ground pepper and salt

Wash the beets and carrots and slice. Blanch in salt water. Drain and braise the vegetables with the finely chopped garlic in a bit of olive oil. Meanwhile, cook the pasta al dente in salt water. Save a little of the cooking liquid. Mix the pasta with the vegetables. Add butter and a few strands of saffron to the cooking liquid and season to taste with freshly ground pepper and salt. Pour the liquid over the pasta. Serve with the black sesame seeds.

67


68


Linde Hermans

Linde Hermans houdt van materialen en het experimenteren op eigentijdse wijze met vooral traditionele technieken. Haar sterkte ligt in het koppelen van een opmerkelijke affiniteit met het ambachtelijke aan een industriële manier van denken. Ze gaat op zoek naar vormen die uitdrukking geven aan de waarden die ze belangrijk acht: schoonheid, evenwicht, respect, creativiteit, plezier enz. Haar producten zijn poëtisch en verrassend. Tilting is het resultaat van een samenwerking met Piet Stockmans. De bedoeling was om een herkenbaar servies te ontwerpen met een artisanale look. Het resultaat is een serie borden en kopjes, alle langs één kant een beetje opgetild. Alles blijft functioneel, is omgekeerd stapelbaar en heel gemakkelijk op te ruimen.

www.lindehermans.be

Linde Hermans loves materials and experimenting in a contemporary way with primarily traditional techniques. Her strength lies in linking a remarkable affinity with craftsmanship to an industrial way of thinking. She looks for shapes that express values that are important for her: beauty, balance, respect, creativity, pleasure, etc. Her products are poetic and surprising. Tilting is the result of a collaboration with Piet Stockmans. The intent was to design a recognisable service with an artisanal look. The result is a series of plates and cups, all of them slightly tilted on one side. All the pieces remain functional, are stackable upside down and are easy to clear away.

‘Bloedzwart’

‘Black as blood’

Wilde rijst met bloedworst en gebakken zeewier in sojasaus met granaatappelpitjes

Wild rice with blood sausage and fried seaweed in soya sauce with pomegranate seeds

Bereidingstijd 1 uur en 10 minuten •• 150 g wilde rijst •• 400 ml water •• 1 ui •• takjes tijm •• 2 blaadjes laurier •• 2 tl olie •• 1 tl kaneelpoeder •• 25 g gedroogd zeewier (hiziki en wakame) •• 1 el sesamolie •• 2 el sojasaus •• 1 el mirin (zoete Japanse rijstwijn) •• 2 el granaat­ appelpitjes •• versgemalen peper en zout

Week de hiziki en wakame in water. Hak de ui fijn. Neem een kookpot met dikke bodem en verdeel hierin de ui, enkele takjes tijm en de blaadjes laurier. Laat de ui fruiten. Voeg de wilde rijst toe. Laat even meestoven met de ui. Laat de wilde rijst gaarkoken in 400 ml gezouten water, voor ongeveer 1 uur. Bak het geweekte en fijngesneden zeewier in de sesamolie met sojasaus en mirin. Giet de rijst af en meng er het gebakken zeewier onder. Breng op smaak met kaneelpoeder, versgemalen peper en zout. Snijd de bloedworst in schijfjes. Kruid met peper en zout. Bak gaar. Serveer de wilde rijst met bloedworst, zeewier en granaatappelpitjes.

Soak the hiziki and wakame in water. Finely chop the onion. Take a thick cooking pot and add the onion, a few sprigs of thyme and the bay leaves. Sauté the onion. Add the wild rice. Leave to simmer •• 150 g wild rice with the onion. Cook the wild rice in 400 ml water •• 400 ml water till done, about 1 hour. Fry the soaked and finely •• 1 onion chopped seaweed in the sesame oil with the soya •• sprigs of thyme sauce and mirin. Drain the rice and stir in the fried •• 2 bay leaves seaweed. Season to taste with cinnamon, freshly •• 2 tsp. oil ground pepper and salt. Slice the blood sausage. •• 1 tsp. cinnamon Season with pepper and salt. Fry until done. Serve •• 25 g dried seaweed the wild rice with the blood sausage, seaweed and (hiziki and wakame) pomegranate seeds. Preparation time 1 hour and 10 minutes

•• 1 tbsp. sesame oil •• 2 tbsp. soya sauce •• 1 tbsp. mirin (sweet Japanese rice wine) •• 2 tbsp. pomegranate seeds •• freshly ground pepper and salt

69


70


Hugo Meert

Zijn reflectie rond functie, schoonheid en design bracht Hugo Meert ertoe om een heel persoonlijke visie te ontwikkelen, balancerend tussen kunst en design, ambacht en industrie. Zijn passie voor aardewerk en porselein mondt uit in een permanent experimenteren met keramiek. Vanuit een formeel oogpunt speelt hij als een koorddanser op de grens van zin en onzin. Hij zet een oeroude techniek voort die hij opmerkelijk beheerst, maar beperkt zich evenwel niet tot technische hoogstandjes. De laatste twintig jaar ontwikkelde deze meester in ‘vorm en ironie’ een intrigerende collectie keramiek. Bless is More is een nieuw servies voor Serax en heeft als ondertitel Tableware with a Bump.

His reflections on functionality, beauty and design led Hugo Meert to develop a very personal vision, one that balances between art and design, craft and industry. His passion for pottery and porcelain expresses itself in a continuous experimentation with ceramics. From a formal point of view, he walks the tightrope between sense and nonsense. Though he carries forward an ancient technique over which he has remarkable mastery, his skill is not limited to technical virtuosity. In the last twenty years, this master of “form and irony” has developed an intriguing collection of ceramics. Bless is More is a new service for Serax with the caption Tableware with a Bump.

www.hugomeert.be

‘Doorrookt roze’

‘Smoky pink’

Gewokte rabarber met gerookte zalm en venkel

Wokked rhubarb with smoked salmon and fennel

Bereidingstijd 30 minuten

Preparation time 30 minutes

Stamp in een vijzel alle ingrediënten voor de kruidenmengeling fijn. Verwijder met een pincet de laatste graatjes die mogelijk in de zalmfilets •• 500 g zalmfilet zijn blijven zitten. Dep vrijgekomen vocht weg met vel met keukenpapier: hoe droger hoe beter. Wrijf de •• 150 g rabarberstengels zalm in met het kruidenmengsel. Dek af en laat •• 10 gedroogde rusten. veenbessen Maak zelf uw rookbak. Neem een inox •• 1 rode ui bakvorm waarin je een rooster kan plaatsen en •• 2 el houtzaagsel hermetisch afdekken. Schep wat houtzaagsel (bij voorkeur van in een hoopje op de bodem van de bakplaat en onbehandelde beuk) plaats het rooster erop. Leg een strook ingevette •• 1 citroen aluminiumfolie op de rooster en leg daarop de •• enkele takjes zalmfilet, met het vel aan de onderkant. Zet venkelgroen de rookbak op het vuur, zodat het houtzaagsel •• versgemalen gaat smeulen. Sluit hermetisch af met deksel peper en zout of aluminiumfolie. Rook 8 á 10 minuten op een middelmatig vuurtje. De zalm kleurt wat bruin. Kruidenmengsel Haal de zalm uit het rookoventje, leg op een •• 1 el korianderzaadjes schaal, dek af met aluminiumfolie en laat nog •• 1 tl venkelzaad 15 minuten nagaren. Check na 8 minuten of hij •• 1 tl versgemalen zwarte goed is. Het zalmvlees moet nog glanzend oranje peper zijn, maar wel uiteenvallen. Maak de salsa van •• 1 tl cayennepeper rabarber. Snijd de rabarber in fijne reepjes. Verhit •• 1 teentje knoflook wat olie in een pan en fruit hierin de fijngesneden (gekneusd) rode ui en rabarber. Voeg er de gehakte •• 1 el esdoornsiroop veenbessen aan toe en kruid met versgemalen peper en zout. Verwijder de aluminiumfolie en bedruppel de zalm met citroensap. Serveer met rabarbersalsa en groen van venkel.

•• 500 g salmon filet with skin •• 150 g rhubarb stalks •• 10 dried cranberries •• 1 red onion •• 2 tbsp. coarse sawdust (preferably of untreated birch) •• 1 lemon •• a few sprigs of fennel greens •• freshly ground pepper and salt Spice mixture •• 1 tbsp. coriander seeds •• 1 tsp. fennel seeds •• 1 tsp. freshly ground black pepper •• 1 tsp. cayenne pepper •• 1 clove garlic (crushed) •• 1 tbsp. maple syrup

Pound all the ingredients for the spice mixture finely with a mortar and pestle. Using tweezers, remove any bones that may still be in the salmon filets. Soak up any excess moisture with paper towels; the dryer, the better. Rub the salmon with the spice mixture. Cover and let stand. Create your own smoke oven. Take a stainless steel baking pan which can hold a grill and be covered hermetically. Sprinkle some sawdust in a heap at the bottom of the baking pan and place the grill on top. Place a sheet of greased aluminium foil on the grill and place the salmon filet on top, skin side facing down. Place the smoking pan on the stove until the sawdust begins to smoulder. Cover hermetically with the lid or aluminium foil. Smoke 8 to 10 minutes on medium heat. The salmon will turn slightly brown. Remove the salmon from the smoke oven, place on a platter, cover with aluminium foil and let it cook another 15 minutes. After 8 minutes, check if done. The salmon should still be shiny orange but should flake. Prepare the rhubarb salsa. Chop the rhubarb into fine slivers. Heat some oil in a pan and sauté the finely chopped red onion and rhubarb. Add the chopped cranberries and season with freshly chopped pepper and salt. Remove the aluminium foil and drizzle the salmon with lemon juice. Serve with the rhubarb salsa and the fennel greens.

71


AGENDA

TENTOONSTELLINGEN

België Antwerpen Andrea Branzi tot 26.05.2012 De Singel Desguinlei 25 03 248 28 00 www.desingel.be

Atelier Belge tot 07.04.2012 Designcenter De Winkelhaak Lange Winkelhaakstraat 26 03 727 10 30 www.winkelhaak.be

Een Leven in Mode. Vrouwenkleding 1750-1950. Uit de collectie Jacoba de Jonge van 21.03.2012 tot 12.08.2012 ModeMuseum Nationalestraat 28/1 03 470 27 70 www.momu.be

Diane Steverlynck & Workmates: Rope Drawings tot 10.03.2012 Valerie_traan Reyndersstraat 12 0475 75 94 59 www.valerietraan.be

Jules Wabbes (1919-1974)

Gésine Hackenberg

tot 06.01.2013

van 04.03.2012 tot 28.04.2012 Galerie Pont&Plas Hooiaard 6 (hoek Graslei) 09 225 07 69 www.pontenplas.be

Copenhagen X, The Making Of tot 15.04.2012 Bozar Paleis voor Schone Kunsten Ravensteinstraat 23 02 507 84 30 www.bozar.be

21 van 02.03.2012 tot 15.04.2012 Design Vlaanderen Galerie Kanselarijstraat 19 02 227 60 68 www.designvlaanderen.be

Love Your Figure 2: Kim Simonsson, Gitte Jungersen, Louise Hindsgavl, Cathy Coëz e.a. van 03.03.2012 tot 07.04.2012 Puls Contemporary Ceramics Kasteleinsplein 4 02 640 26 55 www.pulsceramics.com

Deurne Esthétique Moderne tot 09.04.2012

Georges Cuyvers: Van nature verwonderd en ontroerd

Brugge

tot 01.05.2012 Zilvermuseum Sterckshof Hooftvunderlei 160 03 360 52 52 www.zilvermuseum.be

Vereniging Vrienden Modern Glas

Genk

tot 10.03.2012

Winnie Teschmacher, Simone van Bakel, Isabel Almeida, Bavo Tiebos van 24.03.2012 tot 26.05.2012 Art-O-Nivo Wollestraat 25 050 33 50 61 www.artonivo.be

Brussel Architectonics, betongevels (1958-1980) tot 15.04.2012 Atomium Eeuwfeestlaan www.atomium.be

Hoezo, design?

Futiel Textiel? tot 15.03.2012 MIAT Minnemeers 9 09 269 42 00 www.miat.gent.be

Halle For FOUR: Davy Grosemans, Raphael Charles, A.T. Biltereyst, Bénédicte Lobelle van 02.03.2012 tot 29.04.2012 De Oude Post Kardinaal Cardijnstraat www.vondel.be

Hasselt SuperBodies, de 3de triënnale voor beeldende kunst, mode & design tot 27.05.2012 CIAP, Modemuseum Hasselt, Z33, Stadsmus, Cultuurcentrum www.superbodies.be

Hornu Migrants flamands en Wallonie van 18.03.2012 tot 27.05.2012

.03 M. Van Severen

van 18.03.2012 tot 17.06.2012

La Hulpe Afficheprijs Folon 2012 van 28.04.2012 tot 27.05.2012 Fondation Folon Drève de la Ramée 02 653 34 56 www.fondationfolon.be

Leuven Charles Burns tot 11.03.2012

Patrick Van Caeckenbergh tot 21.04.2012 M-Museum Leuven Vanderkelenstraat 30 www.mleuven.be

Lommel Glasinterland: België-Nederland tot 20.05.2012 Glazen Huis. Vlaams Centrum voor Hedendaagse Glaskunst Dorp 14b 011 540 221 www.hetglazenhuis.be

Mechelen Dick Bruna tot 30.06.2012 Cultuurcentrum Mechelen Minderbroedersgang 5 015 29 40 14 www.cultuurcentrummechelen.be

Tielrode

Guillaume Bardet: L’Usage des Jours

Mirrors and Candles

tot 13.05.2012 C-mine Evence Coppéelaan 91 089 65 59 01 www.c-mine.be

van 29.04.2012 tot 16.09.2012 Grand-Hornu Images Rue Sainte-Louise 82 065 65 21 21 www.grand-hornu-images.be

tot 08.04.2012 Galerie Sofie Lachaert St. Jozefstraat 30 03 711 19 63 www.lachaert.com

Gent

Knokke-Heist

Zwijndrecht

Barbara Nanning: Eeuwige Lente Dirk Wynants: Design Works

Internationaal Fotofestival Knokke-Heist

Bavo Tiebos en Kristina Smidts

van 31.03.2012 tot 03.06.2012 Design museum Gent Jan Breydelstraat 5 09 267 99 99 www.design.museum.gent.be

van 25.03.2012 tot 17.06.2012 Cultuurcentrum Scharpoord Meerlaan 30 A 050 63 04 30 www.ccknokke-heist.be

van 03.03.2012 tot 25.03.2012 OC ’t Waaigat Kerkplein 1 03 250 49 99

Anne Mercedes: Master of Matter – Laure Sulger-Libessart: Memoires van 03.03.2012 tot 01.04.2012 Galerie Frank Steyaert Tinnenpotstraat 16 052 41 40 69 www.franksteyaert.net

73


Duitsland

Le Fel

Groot-Brittannië

Delft

Dessau

La Boutique fantasque: Laurance Simon, Jenny Southam, Anna Lambert

London

Hanneke Giezen

Kibbutz and Bauhaus – Pioneers of the Collective tot 09.04.2012 Stiftung Bauhaus Dessau Gropiusallee 38 +49 340 65 08 251 www.bauhaus-dessau.de

Idar Oberstein Barcelona, Barcelona tot 13.03.2012 Villa Bengel Wilhelmstrasse 44 +49 67 81 27 030 www.jacob-bengel.de

tot 29.03.2012

Ashraf Hanna: Métamorphoses van 01.04.2012 tot 10.05.2012

Teresa Girones: Ygual y differente van 13.05.2012 tot 5.07.2012 Galerie Du Don Le Don du Fel +33 5 65 54 15 15 www.galeriedudon.com

Paris L’Observateur du Design 12

Finland

tot 11.03.2012 Cité des Sciences et de l’Industrie 30 av. Corentin-Cariou www.cite-sciences.fr

Helsinki

Boîtes céramique: Lut Laleman e.a.

Designworld / Designing the World tot 06.05.2012 Designmuseo Korkeavuorenkatu 23 +358 96 22 05 40 www.designmuseum.fi

Frankrijk Henrichemont Un peintre et un céramiste se rencontrent opus 2 tot 13.03.2012

Bernard Dejonghe: Terres noires, terres rouges, verres clairs

tot 03.03.2012 Galerie Hélène Porée 1 Rue de L’Odéon +33 1 43 54 17 00 www.galerie-helene-poree.fr

Wall Paper Lab tot 06.05.2012

Trompe-l’oeil: imitations, pastiches et autres illusions tot 01.11.2012 Les Arts Décoratifs 107 rue de Rivoli www.lesartsdecoratifs.fr

Roubaix

van 17.03.2012 tot 24.04.2012

Paquebot France

van 28.04.2012 tot 05.06.2012 La Borne – Centre céramique contemporaine +33 48 26 73 76 www.laborne.org

Gauthier Leroy tot 20.05.2012 La Piscine-Musée d’Art et d’Industrie 23 rue de l’Espérance +33 3 20 69 23 60 www.roubaix-lapiscine.com

Françoise Quiney: Figures

Sars-Poteries Michèle Perozeni: Inlandsis tot 04.03.2012 Musée-Atelier du Verre 1 rue du Général de Gaulle - BP2 +33 327 61 61 44

74

Ai Weiwei: Dropping the Urn (Ceramic Works, 5000 BC – AD 2010)

tot 10.03.2012

Figuratief ’12: Tim Breukers, Peter Keizer, Louise Hindsgavl

tot 18.03.2012

van 17.03.2012 tot 14.04.2012

tot 25.03.2012 Victoria and Albert Museum South Kensington +44 20 79 42 26 87 www.vam.ac.uk

van 21.04.2012 tot 19.05.2012

Porcelain City: Jingdezhen

Italië Milano 0 to 100. The new ages of life tot 01.04.2012 Triennale di Milano Viale Alemagna 6 +39 02 72 43 41 www.triennale.it

Luxemburg Luxembourg Fabrika: Next Cabane/Riot Act tot 06.06.2012 Mudam Luxembourg 3 Park Dräi Eechelen +352 45 37 85 535 www.mudam.lu

Beatrijs Van Rheeden

Swinging Ceramics: Ross Emerson, Ivan Jelinek

van 26.05.2012 tot 23.06.2012 Galerie Terra Delft Nieuwstraat 7 +31 15 214 70 72 www.terra-delft.nl

Den Haag Food Forward tot 01.04.2012 Stroom Den Haag Hogewal 1-9 +31 70 365 89 85 www.stroom.nl

Deventer Yuk Kan Yeun, Martha Pachon, Maria ten Kortenaar van 04.03.2012 tot 31.03.2012

Christine Fabre, André le Mauff

Nederland

van 22.04.2012 tot 19.05.2012 Loes & Reinier Korte Assenstraat 15 +31 570 01 30 04 www.loes-reinier.com

Amsterdam

Groningen

Karin Herwegh, Lam de Wolf

Studio Job & the Groninger Museum

tot 24.03.2012

tot 04.03.2012

van 26.05.2012 tot 27.07.2012 Galerie Ra Vijzelstraat 80 +31 20 626 51 00 www.galerie-ra.nl

tot 06.05.2012

Ela Bauer, Kai Chan

Azzedine Alaïa

Famille Verte. Chinese Porcelain in Green Enamels tot 20.05.2012

Iris Van Erpen

van 25.03.2012 tot 03.09.2012 Groninger Museum Museumeiland 1 / Postbus 90 +31 503 66 65 55 www.groninger-museum.nl


tot 04.03.2012

Groen geluk, van volkstuin tot lusthof van 25.03.2012 tot 28.10.2012 Keramiekmuseum Princessehof Grote Kerkstraat 11 +31 582 94 89 58 www.princessehof.nl

Rotterdam Sheila Hicks: Cent Minimes Frans Dijkmeijer: Een leven weven tot 04.03.2012 Museum Boijmans Van Beuningen 18-20 Museumpark PB 2277 +31 104 41 94 00 www.boijmans.nl

Hans van der Meer: Nederland – Uit voorraad leverbaar tot 01.04.2012 Nederlands Architectuurinstituut (Nai) +31 104 40 12 00 www.nai.nl

Tilburg Christien Meindertsma Solo tot 23.09.2012

Timetables

tot 04.11.2012 Audax Textielmuseum +31 13 42 22 41 www.textielmuseum.nl

Oostenrijk Wien Fremde Federn tot 10.03.2012 Galerie V&V Bauernmarkt 19 +43 1 53 56 334 www.galerievundv.at

Los Angeles Antonio Pio Saracino: Nature and design

AGENDA

Scharm. Keramische kevers van Beate Reinheimer en Ulrike Rehm

Verenigde Staten

tot 09.03.2012 Industry Gallery LA (Gallery B-270) 8687 Melrose Avenue at Pacific Design Center www.industrygallerydc.com

Zwitserland Lausanne Ettore Sottsass et Pierre Charpin: en verre et contre tout tot 02.09.2012 Mu.dac Place de la Cathédrale 6 +41 21 315 25 30 www.mudac.ch

BEURZEN

Leeuwarden

Handwerk & Design

100% Design Singapore

van 14.03.2012 tot 20.03.2012 Info: GHM (Gesellschaft für Handwerksmessen), WillyBrandt-Allee, München +49 89 94 95 50 www.ghm.de

van 10.10.2012 tot 12.10.2012 Plaats: Sands Expo & Convention Centre @ Marina Bay Sands Singapore Info: Reed Exhibitions Singapore, 1 Changi Business Park Crescent, Plaza 8, CBP Tower A, 486025 Singapore +65 67 89 45 38 www.reedexpo.com.sg

Sfeer 2012 van 17.03.2012 tot 25.03.2012 Plaats: Flanders Expo, Gent Info: FISA, Lenniksebaan 451, 1070 Brussel www.sfeer.be

Salone del Mobile Milano van 17.04.2012 tot 22.04.2012 www.cosmit.it

Interieur 2012 van 20.10.2012 tot 28.10.2012 Info: Stichting Interieur, Groeningestraat 37, 8500 Kortrijk 056 22 95 22 www.interieur.be

Eunique 2012 van 04.05.2012 tot 06.05.2012 Info: Karlsruher Messe- und Kongress, Postfach 12 08, 76002 Karlsruhe +49 721 37 20 51 26 www.eu-nique.de

The Ceramic Event Edition IV van 26.05.2012 tot 27.05.2012 Info: Les Ateliers Galerie de l’Ô, Waterstraat 56 a, 1190 Brussel 0495 28 71 74 www.galeriedelo.be

DMY International Design Festival Berlin 2012 van 06.06.2012 tot 10.06.2012 Plaats: Tempelhof, Berlijn Info: DMY Berlin GmbH & Co. KG, Am Flutgraben 3, 12435 Berlin +49 30 53 21 31 28 www.dmy-berlin.com

ContRact van 13.06.2012 tot 14.06.2012 Plaats: Tour & Taxis, Brussel Info: Internationale Meubelbeurs, Hof Ter Vleestdreef 5b7, 1070 Brussel www.contract-contract.be

75


AGENDA

WEDSTRIJDEN

Algemeen

Industriële vormgeving

Tallinn 6th Applied Art Triennial 2012: The Art of Collecting

Braun Prize 2012: Genius Design for a Better Everyday

van 23.11.2012 tot 03.01.2013 inschrijven tot 05.03.2012 Info: Estonian Museum of Applied Art and Design, Lai 17, 10133 Tallinn

Rechtstreeks – Toegang tot onze vitrines van 06.05.2012 tot 02.09.2012 inschrijven tot 09.03.2012 Info: Domaine du Château de Seneffe – Musée de l’Orfèvrerie, rue Lucien Plasman 6, 7180 Seneffe 064 55 89 92 www.chateaudeseneffe.be

Reciprocity: Memorabilia – Designing Souvenirs van 05.10.2012 tot 28.10.2012 inschrijven tot 15.03.2012 Info: Service Culture Province de Liège, Rue des Croisiers 15, 4000 Liège 04 232 86 03 www.designliege.be

Focus Open 2012 - BadenWürttemberg International Design Award inschrijven tot 23.03.2012 Info: Design Center Stuttgart +49 71 11 23 27 81 www.design-center.de

Juwelen & zilversmeden New Traditional Jewellery 2012: New Nomads inschrijven tot 08.07.2012 Info: New Traditional Jewellery, Leersumseberg 28, 3825 EC Amersfoort +31 33 43 37 009 www.newtraditionaljewellery.com

Meubel

Interieur Design Awards

Stadsmeubel 2012

van 20.10.2012 tot 28.10.2012 inschrijven tot 30.04.2012 Info: Stichting Interieur, Groeningestraat 37, 8500 Kortrijk 056 22 95 22 www.interieur.be

van 11.11.2012 tot 30.01.2013 inschrijven tot 01.04.2012 Info: Master Meubel, Steenweg op Diest 111, 2300 Turnhout 014 41 61 13 www.stadsmeubel2012.be

Grafische Vormgeving

Textiel en papier

Young Package 2012

3rd Textile Triennial: Without Borders

inschrijven tot 15.03.2012 Info: Czechdesign.cz, Vojtěšská 3, 110 00 Praha 1 +420 777 61 14 26 www.young-package.com

Dieline Package Design Awards inschrijven tot 02.04.2012 www.thedieline.com

Pentawards 2012 inschrijven tot 11.05.2012 www.pentawards.org

76

inschrijven tot 31.03.2012 Info: Braun GmbH, Frankfurter Str. 145, Postfach 1120, D-61476 Kronberg/Taunus +49 61 73 30 23 14 www.braunprize.com

van 29.06.2012 tot 02.09.2012 inschrijven tot 12.03.2012 Info: KTV Arttex, Karloveska 61, 84104 Bratislava www.triennialtextile.com

14th Miniature Textiles Exhibition van 16.05.2012 tot 10.06.2012 inschrijven tot 30.03.2012 Info: Slovak Textile Artist Association, Dostojevského rad 2, 81109 Bratislava www.svu.sk

Hand & Lock Embroidery Prize 2012 inschrijven tot 31.03.2012 Info: Hand & Lock, 86 Margaret Street, W1W 8TE London +44 20 75 80 74 88 www.handembroidery.com

ITAB: Intl. Techstyle Art inschrijven tot 02.04.2012 Info: San Jose Museum of Quilts & Textiles, 520 South First Street, 95113 San Jose +1 40 89 71 03 23 www.sjquiltmuseum.org

Futuro Textiles Award 2012 inschrijven tot 06.04.2012 Info: Centre Européen des Textiles Innovants www.ceti.com

XV Int. Lace Biennial Sansepolcro 2012 van 08.09.2012 tot 28.10.2012 inschrijven tot 19.05.2012 Info: Centro Culturale Sansepolcro, Via XX Settembre 99, 52037 Sansepolcro +39 575 733 412 www.merlettoitaliano.it

7. Internationaler Quiltwettbewerb: Das unendliche Blau van 14.09.2012 tot 16.09.2012 inschrijven tot 01.6.2012 Info: Stadthalle Osnabruck, Schlosswall 1, 49074 Osnabrück +49 541 34 90 32 e.moschitz-finger@stadthalleosnabrueck.de

European Art Quilt VII

10th Triennial of Miniature Textiles: Trop de toile ou pas

inschrijven tot 15.03.2012 Info: European Art Quilt Foundation, Bredase Dijk 65, NL-5124 PT Molenschot www.europeanartquilt.com

inschrijven tot 30.06.2012 Info: Musée Jean Lurçat et de la Tapisserie contemporain, 4, bd. Arago, F-49100 Angers www.musees.angers.fr


AGENDA

Cursussen, Workshops, conferenties en lezingen

Algemeen

Glas

Grafische Vormgeving

Juwelen & zilversmeden

Human Cities International Symposium: Reclaiming Public Space

A. Londez: Perles de verre au chalumeau

Boekdesign o.l.v. Antoon De Vylder en Piet Gerards

Parels knopen

van 26.03.2012 tot 31.03.2012

van 16.04.2012 tot 21.04.2012

van 14.03.2012 tot 07.11.2012 inschrijven tot 01.03.2012 Info: Plantin Instituut voor Typografie, Vrijdagmarkt 22, 2000 Antwerpen 03 221 14 50 www.plantingenootschap.be

van 11.06.2012 tot 16.06.2012

Shapeshifters: Andrew Vande Moere & Morag Myerscough

van 15.03.2012 tot 16.03.2012 Plaats: Koninklijke Bibliotheek, Brussel Info: Pro Materia, OnzeLieve-Vrouw van Vaakstraat 2, 1000 Brussel 02 768 25 10 www.promateria.be

A-Z Lezingen Koen Deprez 06.03.2012 Lisa Walker 20.03.2012 Paul Atkinson 08.05.2012 Thonik & Boekraad 15.05.2012 Info: Z33, Zuivelmarkt 33, 3500 Hasselt 011 29 59 60 www.a-zlezingen.be

Architectuur Lhoas & Lhoas 08.03.2012

Anouk Vogel 22.03.2012

Bogdan & Van Broeck Architects 19.04.2012

Sou Fujimoto 10.05.2012 Info: STUK Kunstencentrum, Naamsestraat 96, 3000 Leuven 016 32 03 00 www.stuk.be

T. Gilhodez: Fusing tot 05.04.2012

P. Beveridge: Fusing, techniques contemporaines pour le verre architectural A-C Jeitz & A. Calliste: Verre au chalumeau O. Juteau: Réalisation de pressepapiers van 20.06.2012 tot 21.06.2012

Giampaolo. Amoruso: Soufflage van 25.06.2012 tot 30.06.2012

Perrin & Perrin: Fusing

van 20.08.2012 tot 25.08.2012

N. Ficheux: Perles de verre au chalumeau

van 28.08.2012 tot 29.08.2012

O. Juteau: Réalisation de pressepapiers van 28.11.2012 tot 29.11.2012

Y. Oulevay: Soufflage

van 03.12.2012 tot 08.12.2012 Info: Musée-Atelier du Verre, 1, rue du Général de Gaulle – BP2, 59216 Sars-Poteries +33 327 61 61 44 museeduverre@cg59.fr

Education in Glass van 13.09.2012 tot 14.09.2012

European Glass Context 2012

van 16.09.2012 tot 17.09.2012 Info: The Royal Danish Academy, School of Design Bornholm, Stenbrudsvej 43, 3730 Nexo +45 56 49 10 03 www.europeanglasscontext.com

07.03.2012

Shapeshifters: Joost Grootens & Tim Fendley

08.03.2012

Haken in metaal van 09.03.2012 tot 16.03.2012

Creatieve zettingen: Parel (rond), klauw en kastzetting van 23.03.2012 tot 24.03.2012

Technische vaardigheden

van 06.04.2012 tot 07.04.2012

Solderen in zilver: Combinatie van plaat en draad van 10.04.2012 tot 24.04.2012

Verloren was techniek 2: Mallen en zettingen van 12.04.2012 tot 13.04.2012

27.04.2012 Info: Beursschouwburg, A. Ortsstraat 20-28, 1000 Brussel 02 550 03 50 www.shapeshifters.be

Vrij atelier: Metaal

TYPO Berlin 2012: Sustain

11.05.2012

van 17.05.2012 tot 19.05.2012 Plaats: Haus der Kulturen der Welt, Berlijn Info: FontShop AG, Bergmannstraße 102, 10961 Berlin www.typoberlin.de

Industriële vormgeving Collective Design: Consumer + Citizen + Community + Society

20.04.2012

Versieringstechnieken voor zilver: Fuseren en reticulatie van 10.05.2012 tot 17.05.2012

Zilverklei: Holle vormen Haken in metaal

van 08.06.2012 tot 09.06.2012

Solderen in zilver: Zilverdraad

van 12.06.2012 tot 26.06.2012

Vrij atelier: Verloren was 23.06.2012

Zilverklei: Zettingen o.l.v Nathalie Perneel 06.07.2012

Juweeltechnieken in polymeerklei van 10.07.2012 tot 24.07.2012

van 25.04.2012 tot 26.04.2012 Plaats: Wanha Satama, Helsinki Info: Design Management Institute, 101 Tremont Street, Suite 300, MA 02108 Boston +1 61 73 38 63 80 www.dmi.org

Solderen in zilver: Combinatie van plaat en draad

Cecilia’s Keuze: workshop Human Centred Design

17.08.2012

Leuven 08.05.2012 en 22.05.2012 Antwerpen 12.06.2012 en 26.06.2012 Zwijnaarde 11.09.2012 en 25.09.2012 Genk 13.11.2012 en 27.11.2012 Info: Flanders InShape, Etienne Sabbelaan 51, 8500 Kortrijk 056 28 28 40 www.flandersinshape.be

van 19.07.2012 tot 20.07.2012

Fototechnieken in polymeer klei van 02.08.2012 tot 03.08.2012

Parels knopen 10.08.2012

Vrij atelier: Metaal Ciseleren

van 24.08.2012 tot 25.08.2012 Info: Atelier Lotte De Mey, Schijfstraat 3, 2020 Antwerpen 0476 75 42 30 www.lottedemey.com

Annual meeting 2012 van 20.04.2012 tot 21.04.2012 Plaats: Solingen Info: Gesellschaft für Goldschmiedekunst, Altstädter Markt 6, D-63450 Hanau +49 61 81 25 65 56 www.gfg-hanau.de

77


Nieuws Prijzen

Witte rook voor Toegepast 17. De laureaten zijn: Makiko Shinoda (Design Academy Eindhoven), Eline Cautreels en Maarten De Beukelaer (MAD-faculty, beeldende kunst), Veerle Tytgat (Sint-Lucas Gent, textielontwerp), Jenny Stieglitz (MADfaculty, grafisch ontwerp), Noortje De la haye (MAD-faculty, grafisch ontwerp). De laureaten worden gedurende één jaar begeleid door ervaren ontwerpers. Het traject wordt afgesloten met een tentoonstelling in Z33. Het Zeebelt-jaarverslag 2010, ontworpen door Koen Geurts in samenwerking met Timothy Maurer, is onderscheiden met het certificaat Best Dutch Annual Report 2010. Van de 80 ingezonden jaarverslagen kregen slechts 5 de titel ‘Best’. Het juryrapport klinkt als volgt: “Op bescheiden wijze, eenvoudig doch duurzaam papier met twee nietjes, is het jaarverslag van Zeebelt toch een soort theaterervaring. Door het kranten-/affiche formaat, de mooie en bijzondere typografie, het heldere kleurgebruik (huisstijlelement) en een perfecte beeldredactie. Helemaal raak dus.” Pia Raeymaekers, een Vlaamse glaskunstenares die in Ierland werkt en woont, werd geselecteerd voor Talente 2012 tijdens de Handwerksmesse in Munchen van 14 maart tot 20 maart 2012. Nathalie Perneel werd geselecteerd voor Talents 2012 en toonde haar werk tijdens Ambiente Frankfurt van 10 februari tot 14 februari 2012. Op 8 december 2011 werden in het Letterenhuis in Antwerpen de winnaars van de wedstrijd Cobra Power of Print bekendgemaakt. De winnaars zijn: Montyplan van Kultuurfaktorij Monty, ontworpen door Ann Schoeter (juryprijs folders), Nero van NTGent, ontworpen door Gert Dooreman (juryprijs affiches), maandbrochures Beursschouwburg, ontworpen door Joris Kritis & Julie Peeters (publieksprijs folders), Klopterop van BRONKS jeugdtheater en Braakland/ ZheBilding, ontworpen door Françoise Beck (publieksprijs affiches), Lucifer van Theater Zuidpool, ontworpen door Jef Cuypers en de seizoensbrochure van de Warande, ontworpen door Ties Goos (prijzen jongerenjury folders), Oresteia van de Roovers, ontworpen door Tom Hautekiet (prijs jongerenjury affiches).

78

De Fernand Baudin Prijs wordt georganiseerd door Brussels Invest & Export, WBI en AWEX, en beloont de mooiste boeken in Brussel en Wallonië. De winnende drukwerken zijn: Growth, ontworpen door Boy Vereecken, Moments of Space, ontworpen door Thomas Desmet en Joëlle Tuerlinckx, Spectres, ontworpen door Studio Luc Derycke, L.J. Baucher, J.P. Blondel, O. Filippone, ontworpen door Manuela Dechamps Otamendi, Molla Nasreddin, ontworpen door Slavs and Tatars en Boy Vereecken, Louie Louie, ontworpen door Coline Sunier en Charles Mazé, Carrara Aglaia Konrad, ontworpen door Roger Willems en Aglaia Konrad.

Portfolio 2011 is een wedstrijd voor afstudeer­ projecten van Vlaamse designscholen. De hoofdprijs ter waarde van € 1 500 ging naar Evelien Matthys (Artesis Antwerpen, integrale productontwikkeling) voor haar Be-trike ontwerp. Vier laureaten ontvingen een award en € 750: Valérie Sleurs, Prêt-à-s’asseoir (Artesis Antwerpen, interieurarchitectuur), Veerle Tytgat, Haargarens (Sint-Lucas Gent, textielontwerp), Mieke Keukelier, De Collectionair (Lessius Mechelen, voortgezette opleiding meubelontwerp), Anouk Meijer, Zwaluwtje tik (Lessius Mechelen, interieurvormgeving).

Design Vlaanderen Nieuws Tijdens de ceremonie van de Henry van de Velde Awards & Labels 2011 op 17 januari 2012 in het Vlaams Parlement werden de volgende awards uitgereikt: de Henry van de Velde Award Loopbaan aan Sofie Lachaert, de Henry van de Velde Award Jong Talent aan Sara De Bondt, de Henry van de Velde Award Bedrijf aan BuzziSpace, de Henry van de Velde Award Publiek aan Das Brett van Kaspar Hamacher, de OVAM Ecodesign Award PRO (product op de markt) aan LWD van Hegge ID, en de OVAM Ecodesign Award PRO (product in ontwikkeling) aan Solarwind van Raf Van Hulle. De catalogus is gratis verkrijgbaar bij Design Vlaanderen. Er komt dit jaar, van 17 tot 22 april 2012, opnieuw een gezamenlijke Belgische presentatie tijdens de meubelbeurs in Milaan, onder de naam Belgium is Design. Design Vlaanderen en Flanders Investment & Trade, WallonieBruxelles Design/Mode, Designed in

Brussels en Bruxelles Export zijn te vinden in de Triennale di Milano, één van de meest prestigieuze designmusea ter wereld. Thema van onze presentatie dit jaar is Perspectives. Deelnemers zijn: Leo Aerts, Aller-Retour (Susanna Campogrande & Lise Casalegno), Michaël Bihain, Danny Venlet, Bram Boo, Jean François d’Or, Nathalie Dewez, Jules Wabbes voor Declercq, Limited Edition, Xavier Lust, Nedda El-Asmar, Objekten, Prado Rugs, Sylvain Willenz, Chevalier-Masson + 51N4E, Linde Hermans, Maarten De Ceulaer, Kaspar Hamacher, Lachaert & d’Hanis, Alain Gilles, Jegou-Strategic Design Scenarios, Alok Nandi, Stefan Schöning, Thomas Lommee en Unfold. Op donderdag 1 maart 2012 bent u van harte welkom in de Design Vlaanderen Galerie op de vernissage van de tentoonstelling 21, naar aanleiding van het twintigjarige bestaan van Kwintessens. De tentoonstelling zal een selectie affiches uit de culturele sector tonen van de voorbije 20 jaar, en daarnaast ook 21 affiches speciaal ontworpen voor deze gelegenheid. De tentoonstelling loopt tot 15 april 2012. Op 27 april 2012 opent een tentoonstelling over Kroatisch design. Flanders Investment & Trade organiseert met medewerking van Design Vlaanderen een

groepszakenreis met een focus op design en interieur naar de Verenigde Staten,

van 13 mei tot 22 mei 2012. L.A. en New York worden als voornaamste hot spots bezocht, met een tussenstop in Las Vegas. De missie is een combinatie van B2B’s, afspraken, seminaries, netwerkevents, enz. De VS is nog steeds de belangrijkste consumentenmarkt ter wereld. Inschrijven kan tot 27 maart 2012 via www.flanderstrade.be/acties/2012/05/13/ Groepszakenreis-Design-InterieurVSA?opendocument. Design Vlaanderen werkt mee aan de Trefdag

van de Vlaamse Vereniging voor Steden en Gemeenten (VVSG) op 29 maart 2012 in het

ICC te Gent. De Lenteselecties 2012 vinden plaats op 15 en 22 maart 2012. Ontwerpers die wensen gepromoot te worden door Design Vlaanderen kunnen een dossier insturen. Deelnemingsformulieren vind je op onze website: www.designvlaanderen.be/ nl/selecties-erkenningen.


News Prizes

White smoke from ‘Toegepast 17’! The winners are: Makiko Shinoda (Design Academy Eindhoven), Eline Cautreels and Maarten De Beukelaer (MAD-faculty, fine arts), Veerle Tytgat (Sint-Lucas Ghent, textile design), Jenny Stieglitz (MAD-faculty, graphic design), Noortje De la haye (MA-faculty, graphic design). The laureates will receive guidance by experienced designers for a year. The programme will be closed with an exhibition in Z33. The Zeebelt theatre’s annual report for 2010, designed by Koen Geurts in collaboration with Timothy Maurer, was honoured with the certificate for Best Dutch Annual Report 2010. Of the 80 annual reports submitted, only 5 were given the title ‘Best’. The jury’s report reads as follows: “In a modest way, simply by using durable paper and two staples, Zeebelt’s annual report is something of a theatrical performance, with its newspaper/poster format, unusual and beautiful typography, the use of light colours (house style element) and perfect picture editing. In other words, a complete success.” Pia Raeymaekers, a Flemish glass artist who lives and works in Ireland, was selected for Talent 2012, to be held at the Handwerksmesse in Munich between 14 and 20 March 2012. Nathalie Perneel was selected for Talents 2012 and exhibited her work during the Ambiente Frankfurt fair between 10 and 14 February 2012. On 8 December 2011 the winners of the Cobra Power of Print competition were announced at the House of Literature in Antwerp. They are: Montyplan by Kultuurfaktorij Monty, designed by Ann Schoeter (jury prize for brochures), Nero by NTGent, designed by Gert Dooreman (jury prize for posters), monthly brochures for the Beursschouwburg, designed by Joris Kritis & Julie Peeters (public’s prize for brochures), Klopterop by the BRONKS youth theatre and Braakland/ZheBilding, designed by Françoise Beck (public’s prize for posters), Lucifer by Theater Zuidpool, designed by Jef Cuypers and the season brochure for De Warande, designed by Ties Goos (youth jury prizes for brochures), and Oresteia by De Roovers, designed by Tom Hautekiet (youth jury prize for posters).

The Fernand Baudin Prize is offered by Brussels Invest & Export, WBI and AWEX, and rewards the most beautiful books in Brussels and Wallonia. The winning publications are: Growth, designed by Boy Vereecken, Moments of Space, designed by Thomas Desmet and Joëlle Tuerlinckx, Spectres, designed by Studio Luc Derycke, L.J. Baucher, J.P. Blondel, O. Filippone, designed by Manuela Dechamps Otamendi, Molla Nasreddin, designed by Slavs and Tatars/Boy Vereecken, Louie Louie, designed by Coline Sunier and Charles Mazé, Carrara Aglaia Konrad, designed by Roger Willems and Aglaia Konrad.

Portfolio 2011 is a competition for graduation projects from Flemish design schools. First prize, with a value of €1,500, went to Evelien Matthys (Artesis Antwerp, complete product development) for her Be-trike design. Four prize-winners received an award of €750: Valérie Sleurs, Prêt-à-s’asseoir (Artesis Antwerp, interior architecture), Veerle Tytgat, Haargarens (Sint-Lucas Ghent, textile design), Mieke Keukelier, De Collectionair (Lessius Mechelen, advanced training in furniture design), Anouk Meijer, Zwaluwtje tik (Lessius Mechelen, interior design).

Design Flanders News During the Henry van de Velde Awards & Labels 2011 ceremony held on 17 January 2012 in the Flemish Parliament, the following awards were distributed: the Henry van de Velde Career Award to Sofie Lachaert, the Henry van de Velde Award for Young Talent to Sara De Bondt, the Henry van de Velde Award for a Company to BuzziSpace, the Henry van de Velde Award for the public’s choice to Das Brett by Kaspar Hamacher, the OVAM Ecodesign Award PRO (product on the market) to LWD by Hegge ID, and the OVAM Ecodesign Award PRO (product under development) to Solarwind by Raf Van Hulle. The catalogue is available free of charge from Design Flanders. From 17 to 22 April this year, there will once again be a joint Belgian presentation, entitled Belgium is Design, during the Milan furniture show. Design Flanders and Flanders Investment & Trade, WalloniaBrussels Design/Mode, Designed in Brussels,

and Brussels Export will be represented at the Triennale di Milano, one of the most prestigious design museums in the world. The theme of our presentation this year is Perspectives. Participants in the event are: Leo Aerts, Allers-retours (Susanna Campogrande & Lise Casalegno Marro), Michaël Bihain, Danny Venlet, Bram Boo, Jean François d’Or, Nathalie Dewez, Jules Wabbes for Declercq, Limited Edition, Xavier Lust, Nedda El-Asmar, Objekten, Prado Rugs, Sylvain Willenz, Chevalier-Masson + 51N4E, Linde Hermans, Maarten De Ceulaer, Kaspar Hamacher, Lachaert & d’Hanis, Alain Gilles, JegouStrategic Design Scenarios, Alok Nandi, Stefan Schöning, Thomas Lommee and Unfold. On Thursday, 1 March 2012 you are most welcome to the Design Flanders Gallery for the opening of the exhibition entitled 21, on the occasion of the twentieth anniversary of Kwintessens. The exhibition will display a selection of posters from the cultural sector from the past 20 years, as well as 21 posters specially designed for the event. The exhibition runs until 15 April 2012. On 27 April 2012 an exhibition will open on Croatian design. Flanders Investment & Trade, together with Design Flanders, is organizing a group business

trip to the United States with a special focus on design and interiors, from 13 to

22 May 2012. L.A. and New York are the main hot spots on the itinerary, with a stop-off in Las Vegas. The purpose is a combination of B2B contacts, meetings, seminars, networking events, etc. The U.S. continues to be the most important consumer market in the world. Registration is open until 27 March 2012 via www.flanderstrade.be/acties/2012/05/13/ Groepszakenreis-Design-InterieurVSA?opendocument. Design Flanders collaborates with the Trefdag

van de Vlaamse Vereniging voor Steden en Gemeenten (VVSG, Meeting of the Flemish

Association for Cities and Towns) to be held on 29 March 2012 at the ICC in Ghent. The Lenteselecties 2012 (2012 Spring selections) will take place on 15 and 22 March 2012. Designers who wish to be promoted by Design Flanders are invited to submit a dossier. Participation forms are available on our website: www.designvlaanderen.be/nl/ selecties-erkenningen.

79


PIETER WILLEMS WWW.PJOTR.BE


vlaams tijdschrift over design & mode


Kwintessens Mode

1 Tussen ideaal en dagelijksheid TENTOONSTELLING Een Leven in Mode: Vrouwenkleding 1750-1950. Uit de collectie Jacoba de Jonge

Hoofdredacteur Editor in chief

EXHIBTION Living Fashion: Women’s Daily Wear 1750-1950. From the Jacoba de Jonge collection Mieke De Lombaerde & Frank de Roover

Agnes Wené Redactie Editorial team

Between ideals and daily reality

Stephanie Duval Jolien Vanhoof Jasmijn Verlinden Veerle Windels

4 Luxe vandaag Luxury today

Coördinatie Coordination

Agnes Wené

8 Het lichaam in gedachte TENTOONSTELLING SuperBodies. 3de Triënnale voor beeldende kunst, mode en design

Werkten mee aan dit nummer Contributing editors

The body in mind

Mieke De Lombaerde Frank de Roover Illustraties Illustrations

Brecht Vandenbroucke Redactieadres Editorial offices

Flanders Fashion Institute Nationalestraat 28/2 2000 Antwerpen t +32 (0)3 226 14 47 f +32 (0)3 232 63 96 e ffi@modenatie.com w www.ffi.be Grafisch ontwerp Graphic design

Pjotr (Pieter Willems) Druk Printing

New Goff Vertaling Translation

IGTV

Abonnementen kunnen schriftelijk of telefonisch worden aangevraagd op het adres van Design Vlaanderen of door overschrijving van € 23,55 op het rekeningnummer BE 16 0912 2120 3374. Subscriptions may be requested in writing or by telephone by contacting the Design Flanders editorial offices or by transferring EUR 23.55 to bank account number IBAN BE 16 0912 2120 3374. Adreswijzigingen worden gemeld op het redactieadres. Changes of address may be sent to our editorial offices. Niets uit deze uitgave mag worden gebruikt zonder toestemming van de uitgever. © Design Vlaanderen Nothing contained in this publication may be used, whether in part or in whole, without the publisher’s consent. © Design Flanders Alle adressen van designers, kunstenaars, galeries e.a. kunnen bij Design Vlaanderen verkregen worden. The addresses of designers, artists, galleries and other information are available upon request from Design Flanders.

Volg Kwintessens online op http://www.facebook.com/kwintessens

Stephanie Duval

EXHIBITION SuperBodies. 3rd Triennale for contemporary art, fashion and design Mieke De Lombaerde 12 Illustraties Illustrations

New Visions Brecht Vandenbroucke

18 Investeren in de toekomst Investing in the future Stephanie Duval

22 De leermomenten van Essentiel Learning moments at Essentiel Stephanie Duval


Twee namiddagjaponnen in bedrukt katoen, ca. 1875, collectie Jacoba de Jonge

Japon, robe à la française, in gestreept zijdedamast, ca. 1770, collectie Jacoba de Jonge

Tussen ideaal en dagelijksheid Een Leven in Mode: Vrouwenkleding 1750-1950. Uit de collectie Jacoba de Jonge Mieke De Lombaerde en Frank de Roover

H

et MoMu in Antwerpen pakt uit met een tentoonstelling over de collectie Jacoba de Jonge. Hiermee zou het museum gemakkelijk de Europese kostuumgeschiedenis van halfweg de 18de tot en met de eerste helft van de 20ste eeuw kunnen illustreren, maar de curator koos niet voor een chronologisch geordend stuk geschiedenis. De tentoonstelling wil het publiek onderdompelen in “een dag uit het leven van een burgervrouw”: een boeiende maar weinig evidente keuze, want wie is die burgervrouw? Wat wil ze? Wat doet ze? Van het ontwaken tot het slapengaan rijgen haar uren zich aaneen met aankleden, uitkleden en weer wat anders aantrekken in overeenstemming met de plichtplegingen van de dag. Er zit dus wel enige chronologie in het concept, maar dan eentje die door het ritme van de dag en niet door jaartallen wordt afgedwongen. Redingotes, tournures, japonnen, kleren met taille net onder de boezem en kleren met taille in de taille: ze illustreren allemaal een steeds weer veranderend mode-ideaal. De kleren uit verschillende tijdperken delen in het MoMu zusterlijk dezelfde ochtend, middag en avond. Ze worden verwacht op hetzelfde diner en hetzelfde galabal.

1

Zwangerschapsjapon in tafzijde, ca. 1865, collectie Jacoba de Jonge


Koppel te fiets, ca.1895-1900, collectie Jacoba de Jonge

Drie dames op een terras, ca. 1886, collectie Jacoba de Jonge

Dame op zeedijk, ca. 1900. © collectie FoMu Antwerpen

Collectie met een hoge realiteitswaarde Zo’n jaar of vijftig geleden, toen Jacoba de Jonge haar eerste familiestuk in ontvangst nam, koesterde zij nog niet de ambitie om de gepassioneerde verzamelaarster, docente en autoriteit op het vlak van kostuumgeschiedenis te worden die zij thans is. Maar zodra geweten was dat het meisje – ze was toen twintig – zich over de historische kleren ontfermde, deponeerden vervolgens tantes en kennissen allerlei oudmodische kleren bij Jacoba. Vaak ging het om japonnen en kostuums waarvan de intieme herinnering nog te dicht op de huid zat om ze roemloos in de verkleedkoffer te laten verdwijnen. De Jonges verzameling bestaat niet uit high fashion, niet uit extreem gestylede prototypes voor een maatje 38, maar uit de garderobe van reële vrouwen: vaak op maat van een specifiek lichaam gemaakt en door bestaande vrouwen gedragen japonnen, mantels, negligés enz. In de tentoonstelling wordt stilgestaan bij zowel de constructie van de kleding (en de gevolgen daarvan op houding en gedrag), als bij het vermaken of aanpassen van de kledingstukken aan nieuwe trends. En het mankeert niet aan kunde en vindingrijkheid. Zoveel blijkt uit een japon van 1865, gerecupereerd uit de stof van een japon uit 1785, zoals een specialist dat uit typische kenmerken heeft kunnen afleiden. Het pastelroze stofje met bloemmotiefjes blijkt na 80 jaar weer helemaal hot!

De klok rond Een man uit de 18de eeuw vond een vrouwenfiguur heel verleidelijk wanneer hij haar taille met beide handen kon omvatten en zijn vingertoppen elkaar konden raken. Om aan dat ideaal te beantwoorden, lieten de dames zich ‘in vorm’ snoeren en rijgen. Dit leverde uiteraard snerende karikaturen op over schoonheden in ademnood, gekooid in korsetten en keurslijven. Tegen die ongezonde praktijken rees verzet dat aangevoerd werd door vrouwelijke artsen. Zij promootten soepele, ruime kleren. We spreken nu over de laatste helft van de 19de eeuw, toen de burgerij boomde en de dames van zich lieten horen in het openbare leven. In die tijd bestond er een wederzijdse relatie tussen de dagdelen en de daarbij horende mode: ochtenden en voormiddagen werden doorgebracht in huis, gekleed in kamerjassen, in negligés die ruisten van ruches, of in gemakkelijke japonnen. Naarmate de dag vorderde werden de dames geacht naar buiten te treden. En zo zien we dat niet alleen de kleding maar de hele eigenlijke dagindeling de modetrends volgde. Een favoriete bezigheid was shoppen – ook omwille van het mondaine aspect ervan – in boetieks of in winkels als La Samaritaine en Le Printemps, of in één van de andere warenhuizen die in de 19de eeuw verrezen. Shoppen,

2

Between ideals and daily reality  Living Fashion: Women’s Daily Wear 1750-1950. From the Jacoba de Jonge collection

T

he MoMu in Antwerp is putting on an exhibition of items from the Jacoba de Jonge collection. This exhibit could have served as an opportunity for the museum to illustrate the history of European costumes from the mid 18th century until the first half of the 20th century, but the curator did not opt for a chronological approach to history. The exhibition seeks to immerse visitors in “a day in the life of a middle-class woman”: an exciting but far from obvious choice, for who exactly is the middleclass woman? What does she want? What does she do? From the moment she wakes up until she goes to sleep, the hours of her day are marked by dressing and undressing and putting something else on, depending on the daily duties that await her. There is thus inevitably a chronological element to the concept, but one that is dictated by the rhythm of the day and not by the passage of the years. Fitted coats, bustles, dresses, princess waists and regular waists: each illustrates an ever-changing fashion ideal. Clothing from a variety of periods happily coexist, arranged by the MoMu according to the time of the day – morning, afternoon and evening – they are worn. Fashions from different eras are thus invited to the same dinner or gala ball.

A collection with a good dose of realism Some fifty years ago, when Jacoba de Jonge received her first family heirloom, she was not yet gripped by the ambition

to be the passionate collector, university lecturer and authority in the field of costume history that she has since become. But as soon as it became known that the young woman – she was twenty at the time – was working with historical clothing, aunts and acquaintances began to leave all sorts of old-fashioned clothing articles with Jacoba. These were often long coats and suits associated with memories that were too close to home to simply let them disappear into the dressing-up box. De Jonge’s collection does not consist of ‘high fashion’, or of extremely stylised prototypes for a size 38, but of the wardrobe of real women: dresses, coats, negligées, etc., often custom-made for a particular physique and worn by actual women. The exhibit focuses both on the construction of the clothes (and the consequences this had for posture and behaviour) and to the remodelling or adaptation of articles of clothing to suit new trends. There is no lack of skill or ingenuity in this regard. We can see this from a dress made in 1865 out of fabric recovered from a dress from 1785, as a specialist was able to deduce from a number of characteristic features. The pastel pink fabric with little floral motifs was evidently ‘in’ again 80 years later!

Round the clock An eighteenth-century man found a female figure very seductive if he could close his hands around her waist so that his fingertips touched. In order to attain that ideal, women had themselves laced and tied ‘into shape’. This of course gave rise to sneering caricatures about beauties unable to breathe, caged in


Amazone te paard, ca. 1910-1915, collectie Jacoba de Jonge

schaatsen, flaneren, fietsen, tennissen, roeien, paardrijden: voor elke bezigheid werd een specifiek tenue voorzien. Zat ze op haar paard, dan deed ze dat in amazonezit, want dat mevrouw de broek droeg was voorlopig ondenkbaar. De amazone droeg een lange rok, een passend vestje, een hoge hoed met voile. Elke activiteit veronderstelde een specifieke outfit. Voor het autoracen droeg mevrouw een zeer lange jas met een eindeloze rij knoopjes tot aan de enkels. Het MoMu toont een cape uit 1840 voor op de koets en een huisjapon met bijpassend jasje dat uit kasjmiersjaals is samengesteld. Het witgoed van kraag en mouwen kon losgemaakt worden zodat het op tijd en stond in een lauw badje gewassen kon worden. In scherp contrast met de mentaliteit van het ancien régime, toen mannen elkaar als haantjes in kleuren en frivoliteiten trachtten te overtreffen, zien we stilaan dat de ‘man in pak’ bescheidener worden. Om te laten zien hoe geslaagd hij wel is, investeert hij nu vooral in de outfit van zijn echtgenote.

Maskerade Ook de bals masqués komen aan bod. Hoewel niet alledaags, waren verkleedpartijen ook uit het leven gegrepen. Heel geliefd waren de tableaux vivants waarbij iemand bijvoorbeeld een nimf uit een romantisch schilderij tot leven wekte. Dergelijke performances waren belangrijk genoeg om speciaal daarvoor Carmen- of Pierrotkostuums te laten maken. Alle gepresenteerde kleren zijn afdankertjes van de hogere middenklasse en van de middenklasse die hogerop wilde. Ze evenaren zo goed als mogelijk de mode die in het ancien régime door de stijladviseurs van koningshuizen en entourage werd gelanceerd, of later door grote modeontwerpers. Bij de mantelpakken, tea gowns, redingotes, merveilleuses, crinolines en klokrokken uit Jacoba de Jonges verzameling zien we zowel de dure uitvoering voor de happy few als de daarop geïnspireerde, meer betaalbare nabootsing. Ze worden trouwens ook in duo gepresenteerd, zodat je zelf kan oordelen over elegantie en kunde. Dit is een charmant onderdeel van de tentoonstelling. U zal zien dat de japonnen – ondanks het prijsverschil van de grondstoffen of het zuiniger gebruik van kant – in verfijning en vindingrijkheid aan elkaar gewaagd zijn. Jacoba’s collectie is van oorsprong Nederlands, maar de stijl waarvan de kleren gewagen is Europees, een Hollands detail uit streekdracht hier en daar buiten beschouwing gelaten. Deze tentoonstelling is méér dan een tentoonstelling over kledij. Ze brengt ook een portie sociale geschiedenis in beeld. Er zal bij sommige bezoekers zeker een déjà vu-gevoel opduiken want velen zijn eigenlijk opgegroeid met dit beeldmateriaal. Wie herinnert zich niet de schilderijen van Monet, Manet, Morisot, Khnopff, de tekeningen van George Barbier of Léon Bakst in La Gazette du bon ton of andere moderevues, of gewoonweg de snoeptrommels van Mackintosh’s Quality Street? ▪

corsets and trammels. A movement protesting these unhealthy practices began under the leadership of women doctors. They called for more flexible, loose clothing. We are now talking about the second half of the nineteenth century, when the bourgeoisie was experiencing a boom and ladies began to make their voices heard in public life. At the time there was a close relationship between the time of day and the appropriate fashion: the mornings were spent at home, wearing dressing gowns, negligées that rustled with frills, or simple dresses. Later in the day, ladies were advised to go outside. And so we see that not only their clothes but the entire daily schedule followed the fashion trends. A favourite occupation was shopping – because of its worldliness, among other things – in boutiques or shops such as La Samaritaine and Le Printemps, or in one of the other department stores that opened in the nineteenth century. Shopping, skating, walking around, cycling, playing tennis, rowing, horse riding: for each activity there was a specific form of attire. If a woman rode a horse, she sat side-saddle, since for a woman to wear trousers was still unthinkable. The female rider wore a long skirt, a matching jacket, and a tall hat with a veil. Every activity required a special outfit. For automobile racing, women wore a very long coat with a neverending row of buttons down to the ankles. The MoMu has on display a cape from 1840 to be worn in a coach, and a housedress with matching jacket made out of cashmere shawls. The white collar and sleeves could be detached so that they could be washed as needed in a basin of lukewarm water. In sharp contrast with the mentality of the ancien régime, when men sought like roosters to surpass each other with their bright colours and frivolities, we see the ‘man in a suit’ gradually becoming more modest. To demonstrate just how successful he really is, he now invested in his wife’s outfits.

Masquerade Masked balls are also featured in the exhibit. Although fancy dress parties were not everyday affairs, the costumes for these events are also taken from real life. Tableaux vivants were especially popular, in which one might dress up as a nymph, for example, to bring to life one or other Romantic painting. Such performances were important enough to have Carmen or Harlequin costumes made especially for the occasion. All the clothes presented in the exhibit are hand-me-downs from the upper-middle class and the middle class that sought to climb higher up the social ladder. They rival the fashions that in the ancien régime were launched by style advisers to royal houses and their entourage, or later by renowned fashion designers. In the suits, tea gowns, fitted jackets, empire dresses, crinolines and flared skirts from Jacoba de Jonge’s collection, we can see both the expensive workmanship for the happy few and their more affordable imitations. These are in fact displayed in pairs, so that you can make your own judgment about elegance and skill. This is a charming section of the exhibition. You will see that the dresses – despite the difference in the price of the fabric or the more sparing use of lace – are equal in refinement and ingenuity. Jacoba’s collection is from the Netherlands, but the style of the clothes is European, apart from the occasional regional Dutch detail. This exhibition is more than a show about clothing. It offers a glimpse into social history as well. Some visitors will undoubtedly experience a certain sense of déjà-vu, for many probably grew up with these sorts of images. Who can forget the paintings of Monet, Manet, Morisot, Khnopff, the drawings of George Barbier or Léon Bakst in La Gazette du bon ton or other fashion magazines, or simply Mackintosh’s Quality Street candy boxes? ▪ Living Fashion: Women’s Daily Wear 1750-1950. From the Jacoba de Jonge collection, from 21 March until 12 August, Fashion Museum (ModeMuseum) of Antwerp Province. More info available on www.momu.be

Een Leven in Mode: Vrouwenkleding 1750-1950. Uit de collectie Jacoba de Jonge, van 21 maart tot 12 augustus, ModeMuseum Provincie Antwerpen. Meer info op www.momu.be © Paul Boudens en Sebastiaan Van Doninck

3


Molami

Luxe vandaag Nieuwe kijk op oud begrip Stephanie Duval

O

orspronkelijk verwijst het woord ‘luxe’ naar overdaad of weelderig­ heid. Maar waar denkt u aan als u het woord luxe hoort? Aan privé­ salons bij internationale modehuizen, of net aan online shoppen vanuit uw comfortabele sofa? Aan een overvloed aan financiële middelen, of misschien aan een overvloed aan tijd? Een kleine rondvraag doet snel vermoeden dat luxe een breed begrip is dat door iedereen anders ingevuld wordt, en dat is waarschijnlijk altijd al zo geweest. Maar net zoals individuen niet meer dezelfden zijn als tien jaar geleden, zo zijn ook hun invullingen van het begrip ‘luxe’ aan de tijdsgeest onderhevig. Een onderzoek naar wat luxe vandaag én morgen betekent.

Van blingbling naar cache-cache Wie in de jaren 80 het concept ‘luxe’ omschreef, deed dat waarschijnlijk in termen die evengoed op een aflevering van Dynasty hadden kunnen slaan: extravagant, in-your-face en op het randje van de goede smaak. De slagzin die het tijdperk het best schetst, komt uit de film Wall Street: greed is good. Exclusiviteit – met nadruk op het uitsluiten van hen die het zich niet konden veroorloven – was het hoogste goed, en het streven naar status bijgevolg van levensbelang. Op den duur was werkelijk iedereen in de ban van luxe. En zoals dat gaat wanneer de grote massa zich ergens mee bemoeit, verloor luxe precies om die reden zijn exclusiviteit in de daaropvolgende decennia. Men sprak over de democratisering van luxe, en het boek van Dana Thomas, Deluxe: How Luxury Lost its Lustre, vat waarschijnlijk het best samen welke richting de luxesector uitging in die tijd. Modehuizen als Louis Vuitton en Gucci waren Thomas’ voorbeelden wanneer ze aantoonde dat labels veel van hun exclusiviteit verloren door de massa te willen bedienen op een industriële schaal. Christian Salez, CEO van Delvaux, valt Thomas’ mening bij: “Luxe heeft veel van zijn betekenis verloren omdat het werd vervormd door industriële en marketinggerichte bedrijven en industrieën.”

4

Volgens Thomas was de greed van deze merken hen naar het hoofd gestegen en scheen de blingbling van hun vergulde logo’s hen in de ogen. Ze verkochten hun ziel aan stijgende verkoopscijfers, maar kwamen zo gevaarlijk dicht op de rand van de afgrond te balanceren. Want wat gebeurt er met een luxemerk zodra de traditionele eigenschappen van ‘luxe’ niet meer van toepassing zijn? Exclusiviteit maakte immers plaats voor masstige (een samentrekking van mass en prestige), en kwaliteit moest steeds vaker inboeten bij kwantiteit. Slecht nieuws dus voor de reputatie van luxe in het algemeen, maar het betekende niet de ondergang voor de sector. Integendeel: het is er een die zich in tijden van crisis heeft heruitgevonden. Omdat het zinloos werd zich te richten naar de massa aspirationele consumenten – geïnteresseerd in tradingup – die zich dat niet langer konden veroorloven, gingen luxebedrijven weer achter de échte rijken aan, zij het op een discretere manier dan voorheen. Was het immers al langer not done om met logo’s te pronken, dan voelt het nu – zelfs voor de rijksten – helemaal niet meer juist aan om met branded winkeltassen rond te lopen op straat, of uit te pakken met een nieuwe wagen. Luxe moest met andere woorden onzichtbaar worden: enkel herkenbaar voor echte connaisseurs.

Iedereen limited edition Inhoudelijk evolueerde luxe daardoor naar ‘Ur-luxe’: een term die werd gelanceerd door Michael Burke, CEO van het Italiaanse Fendi. Hij was de eerste die uitdrukkelijk verwees naar een vorm van luxe die teruggrijpt naar de roots van het concept, dat toen nog niets te maken had met industrieel geproduceerde goederen, maar alles met handwerk, geduld en uniciteit. Anderen noemen dit fenomeen dan weer ‘hyper-luxe’: de hang naar extreem zeldzame, unieke en kwalitatieve producten en diensten, als reactie tegen datgene dat aangeboden wordt op grote schaal. Burke illustreerde zijn visie het duidelijkst toen hij de gepersonaliseerde Peekaboo-dienst introduceerde:


een service die het bekende model op maat van de klant aanbiedt, tegen een veelvoud van de prijs van een ‘normale’ Peekaboo-handtas. De dienst werd een hit, en aan Burke wordt vandaag toegeschreven dat hij het Fendi-label omvormde tot een strak gerund en gezond luxebedrijf. Binnen LVMH ging dat niet onopgemerkt voorbij: zopas kondigde het huis aan dat Burke wordt overgeplaatst naar Bulgari, om onder zijn management ook dat label van een mooie toekomst te voorzien. Het fenomeen van de limited edition, dat in werkelijkheid almaar minder gelimiteerd blijkt te zijn en steeds vaker op een marketingtruc lijkt, moet aan populariteit inboeten. Vandaag wil de consument die op zoek is naar luxe nog steeds een uniek product, maar zonder de toeters en bellen van een designer collaboration of van een versie bezet met Swarovski-steentjes. Ontwerpster Irina Shaposhnikova, die in 2009 afstudeerde aan de Antwerpse Modeacademie en sindsdien haar eigen label uitbouwt, meent dat de globalisatie van luxe ervoor zorgt dat gelimiteerde oplages de norm worden, in plaats van een uitzondering: “Consumenten die het kunnen betalen, willen iets dat enkel voor hen gemaakt werd. Echte luxe vind je dus dáár waar de volumes klein zijn, de producten met de hand gemaakt worden, de materialen van superieure kwaliteit zijn, en pas gemaakt worden wanneer ze door iemand besteld werden. Ik denk dat de toekomst is aan de merken die klein willen blijven en exclusieve producten willen produceren in gelimiteerde hoeveelheden.” Maar ook minder kleine bedrijven zijn het eens met deze gedachtengang, want Christian Salez beaamt dat deze gedachtengang ook Delvaux karakteriseert. De overname van het huis door het Chinese Fung Brands zal dan ook geen invloed hebben op dit aspect van het bedrijf: “Het is zeker niet onze bedoeling om nu plots veel meer te gaan produceren”, verzekert Salez. De investeringen door de Hongkongse aandeelhouder zullen worden aangewend om het merk internationaal neer te kunnen zetten via gespecialiseerde distributiekanalen, maar aan het DNA wordt niet geraakt. Salez benadrukt het feit dat het Belgische lederhuis nooit toegevingen heeft gemaakt op gebied van kwaliteit, zelfs niet wanneer de prijzen van de tassen aanzienlijk stegen door de dure Europese productie. De klant van Delvaux begrijpt immers waarop die prijskaartjes gebaseerd zijn.

De kracht van het verhaal De veranderende rol van de consument is een belangrijke factor in de verschuiving van het concept luxe. Door de gemakkelijke toegang tot online informatie was de klant immers nooit eerder zo geïnformeerd, en dankzij de crisis ook nooit zo kritisch tegenover de producten waaraan hij zijn geld spendeert. Merken worden gedwongen om uit te leggen waarom ze zo duur zijn, want de consument eist meer uitleg over de manier waarop iets gemaakt wordt. Er ontstaat terug een band tussen de welstellende consument en de wereld waarin hij leeft: oppervlakkige overconsumptie zonder enige vorm van reflectie lijkt plaats te maken voor een meer overwogen en geëngageerd koopgedrag. Luxebedrijven verkopen dus niet enkel meer een product: ze verkopen ook hun verhaal. Zo stelt Maria von Euler, bedenker en ontwerpster van de Molami-designhoofdtelefoons: “Luxe slaat op dingen die extra waarde hebben: een verhaal of een emotie. Maar ook: dingen die het je gemakkelijker maken om verantwoord om te gaan met het milieu, en die waarde opbouwen op lange termijn voor toekomstige generaties.” De tegenstelling met de wegwerpcultuur is duidelijk, en de bekende slogan van een Zwitsers horlogemerk dekt de lading: “Je bezit nooit een Patek Philippe. Je bewaart hem slechts voor de volgende generatie.” Volgens deze gedachtegang gaat ‘nieuwe luxe’ dus hand in hand met duurzaamheid, en dat heeft niet enkel te maken met onze groeiende bezorgdheid om het milieu of onze afkeer van overconsumptie. Het is ook de slimme aanpak in de onzekere economie van vandaag, volgens Daniel Nissanoff, auteur van Future Shop: How to Trade Up to a Luxury Lifestyle Today.

Luxury today  A fresh look at an ancient concept

O

riginally, the word “luxury” designated excess or sumptuousness. But what do you think of when you hear the word luxury? Private salons at international fashion houses, or the chance to shop online from the comfort of your sofa? Too much money, or perhaps too much time on one’s hands? A brief survey quickly leads to the suspicion that luxury is a broad concept that means different things to different people, and perhaps that has always been so. But just as individuals are no longer the same as they were ten years ago, so their understanding of the concept of ‘luxury’ is changing with the times. An investigation into the meaning of luxury today and tomorrow.

From bling bling to cache-cache Someone describing the concept of ‘luxury’ in the 1980s probably did so in terms that could just as well have served to describe an episode of Dynasty: extravagant, in-your-face and at the margins of good taste. The slogan that best describes that era comes from the film Wall Street: ‘greed is good’. Exclusivity – with the emphasis on excluding those who could not afford it – was the highest aim, and striving for status was therefore of crucial importance. Ultimately, everyone was in the thrall of luxury. As often happens when the masses become interested in something, luxury for that very reason lost its exclusivity in the subsequent decades. People spoke of the democratisation of luxury, and the book by Dana Thomas, Deluxe: How Luxury Lost its Lustre, perhaps best sums up the changes in the luxury sector at that time. Fashion houses such as Louis Vuitton and Gucci were the examples cited by Thomas to show that labels lost much of their exclusivity by trying to sell to the masses on an industrial scale. Christian Salez, CEO of Delvaux, shares Thomas’ view: “Luxury has lost much of its meaning because it was transformed by industrial and market-oriented companies and manufacturers.” According to Thomas, the greed of these brands went to their heads and the bling bling of their gilded logos

dazzled their eyes. They sold their soul to rising sales figures, but as a result came dangerously close to the edge of the abyss. For what happens with a luxury brand once the traditional features of ‘luxury’ no longer apply? Exclusivity gave way to masstige (a combination of ‘mass’ and ‘prestige’), and quality had increasingly to be sacrificed to quantity. Bad news, in other words, for the reputation of luxury in general, but this did not mean the decline of the sector. On the contrary: there is one aspect that has reinvented itself in times of crisis. Since it became meaningless to target the average aspirational consumer – interested in trading up – who could no longer afford to do so, luxury brands decided to focus once again on the really wealthy, albeit more discretely than in the past. Although flaunting logos was in any case already long not done, it now seems completely inappropriate – even for the wealthiest – to walk the streets with branded shopping bags or to show up with a new car. Luxury must become invisible, in other words: recognisable only by true connoisseurs.

Everyone wants a limited edition The substance of luxury thus evolved towards ‘Ur-luxury’: a term coined by Michael Burke, CEO of the Italian fashion brand Fendi. He was the first to refer explicitly to a form of luxury that harks back to the roots of the concept, one that did not yet have anything to do with industrially manufactured goods, but everything to do with handiwork, patience and uniqueness. Others call this phenomenon ‘hyper-luxury’: the quest for extremely unusual, unique and high-quality products and services, as a reaction against what is offered on a large scale. Burke illustrated his vision most clearly when he introduced the personalised Peekaboo service: a service that offered the renowned model customised for the customer, for a price many times higher than a ‘normal’ Peekaboo handbag. The service became a hit, and today Burke is credited with having turned the Fendi label into a streamlined and healthy luxury brand. That did not go unnoticed at LVMH: the fashion house has just announced that Burke would be transferred to Bulgari, so that under his management that label too may look forward to a brighter future. The phenomenon of the ‘limited edition’, which in reality is less and less limited and more often just a marketing trick, is losing its cachet. Consumers who are looking for luxury these days still want a unique product, but without all the bells and whistles of a designer collaboration or of a version studded

5


Coco Chanel zei ooit: “Luxe ligt niet in de rijkdom of de overdaad, maar in het ontbreken van vulgariteit.” Ik ga daar volmondig mee akkoord.

In zijn boek stelt hij vast dat luxe niet meer echt gedefinieerd moet worden in termen van ‘bezittingen’: enerzijds omdat er genoeg online en offline platformen zijn om luxegoederen na een korte periode weer door te verkopen, Irina Shaposhnikova en anderzijds omdat de vraag op deze ‘tweedehandsmarkt’ ontzettend sterk gestegen is. De middenklasse, de aspirationals van enkele paragrafen geleden, kunnen of willen niet meer rechtstreeks bij de luxemerken kopen. De rijkste laag van de bevolking gaat ook voorzichtiger om met aankopen, en gooit dus niet meer zomaar weg wat hij vervangt. In plaats daarvan verkoopt hij het, om met de opbrengst zijn geweten te sussen. Op deze bevindingen is dan ook de opkomst van verhuurbedrijven in de luxesector gestoeld. De ene na de andere service biedt dure merkkleding en -accessoires aan op basis van een huurcontract, hoewel de hype daarrond al weer even is gaan liggen en vele van deze startups uiteindelijk toch niet zo’n geweldig succesverhaal bleken te zijn. En toch droegen ze bij aan een mentaliteitsverandering.

Beleving boven object Luxe is minder tastbaar geworden, minder gelinkt aan een specifiek object en het bezit ervan, dan wel aan de ervaring rond het object, of zelfs louter aan de ervaring op zich. Tom Palmaerts van Trendwolves, een bureau dat zich specialiseert in jongerentrends, is goed geplaatst om de richting aan te geven waarin de jeugd de rest van de maatschappij zal gaan bewegen: “Klassieke symbolen van luxe worden vervangen door een eigen invulling van wat status is, en dat heeft meer te maken met de creativiteit en de skills van de persoon.” Palmaerts haalt aan dat de jeugd vandaag op verschillende manieren ervaart dat het kapitalistische systeem niet werkt, en daardoor op zoek gaat naar nieuwe invullingen. Die krijgen opnieuw een ‘menselijkere’ aard: “Een belangrijke vorm van luxe is voldoende aandacht kunnen besteden aan kinderen, vrienden en familie. We willen niet meer jarenlang keihard werken om dan met pensioen te gaan. We denken anders over tijd, als de ultieme vorm van luxe.” Ook Tom Palmaerts heeft het over de prioriteit die gegeven wordt aan het ‘gebruik’ van objecten over het ‘bezitten’ ervan. “Vroeger was een auto bezitten een belangrijk statussymbool, nu gebruiken we liever een systeem zoals Zipcar. En ook muziek wordt niet meer gekocht, al wordt er wel betaald voor het gebruik ervan, via Spotify bijvoorbeeld.” De muziekindustrie is misschien wel het beste voorbeeld van deze mentaliteitsshift. Met de komst van mp3’s werd de ondergang van de sector voorspeld, maar zelfs met alle illegale manieren om beschermde muziekbestanden te verspreiden, kan de industrie rekenen op groeiende winst. De reden daarvoor is een ongekende stijging in de vraag naar concerten: de consument is wel bereid om hoge prijzen te betalen voor een uitzonderlijke ervaring, maar niet voor het luttele bezit van muziek. In de mode-industrie is zo’n inzicht vooral belangrijk met het oog op retail. “Door de stijgende concurrentie met online shoppen moeten echte winkels gaan kijken naar de manier waarop ze het verschil kunnen maken”, zegt Palmaerts. En wat maakt het verschil? Juist ja: de ervaring. “Door advies te geven, service op maat te voorzien en voor een unieke beleving te zorgen, kan je mensen overtuigen om in je te investeren. Mensen willen betalen voor assistentie en die persoonlijke dimensie.” Het komt dan ook niet als een verrassing dat Louis Vuitton de afgelopen maanden maar liefst twee prestigieuze ‘Maisons’ opende: concept stores op meer dan 2000 vierkante meters oppervlakte die zich echter niet enkel in formaat onderscheiden van de gewone Louis Vuitton boetieks, maar ook in de extra dienstverlening en beleving. Zo heeft het Maison in het Australische Sydney een vipafdeling

6

Signature Autruche Rubis, Delvaux © Delvaux

Givry Santiag Rubis, Delvaux © Delvaux

voor ‘haute maroquinerie’, waar klanten custom tassen kunnen bestellen, en herbergt de Maison in Rome ook een bioscoopzaal exclusief voorbehouden voor het clienteel van Louis Vuitton.

Luxe als state of mind De Nederlander Aron Lewis, mede-oprichter van het online platform www. selectionneurs.com, specialiseerde zich in mannenmode en cultiveerde een geoefend oog om enkel het kruim van het overweldigende aanbod te selecteren voor zijn lezers. Ook volgens hem moet het begrip luxe opgerekt worden om die belevings- en tijdsdimensie in zich op te nemen: “Het ervaren van ware luxe vraagt tegenwoordig meer dan geld alleen. Ware luxe in onze huidige manier van leven zit hem in de combinatie van financiële middelen, tijd en het bewustzijn.” Volgens hem is luxe dus een state of mind: “Je beseft op een bepaald moment dat je jezelf gelukkig mag prijzen in de gelegenheid te zijn een bepaalde luxe te mogen ervaren. Om te beseffen dat je jezelf gelukkig mag prijzen, moet je jezelf echter weer bewust maken van wat nodig is geweest om ervoor te zorgen dat jij die luxe kunt genieten.” Zo benadrukt Lewis nogmaals het belang van context en verhaal bij elk luxeproduct, waarbij in de kijker wordt gezet hoe het tot stand kwam. Maar ook op andere manieren is het beroep doen op persoonlijke services en merken met een geschiedenis en met een gepersonaliseerde aanpak een luxe: het kost je – buiten geld – ook tijd. “Om te komen tot een bespoke suit (maatwerk in zijn puurste vorm) zijn vaak 3, 4 of zelfs 5 passessies nodig, in tegenstelling tot de goedkopere alternatieven (made-to-measure) die slechts een enkele passessie vergen, of zelfs de ready-to-wear alternatieven”, stelt Lewis. Zo kan het lijken alsof je dubbel betaalt: met tijd én met geld. “Luxe lijkt in eerste instantie duurder maar met het verstrijken van de tijd blijkt het tegendeel vaak waar: het product biedt een grotere genoegdoening voor een langere periode.” Het is dus aan de luxe-industrie om op deze bewustwording in te spelen. Want dat het niet het einde van luxeproducten hoeft te betekenen, weet ook Stephanie Rosseel, persattaché voor Fashion Club 70, de grootste verdeler van luxemodemerken in de Benelux: “Ik denk dat het hoogste segment in de mode het niet al te hard te verduren heeft, omdat mensen kiezen voor kwaliteit en duurzaamheid als investering. Volgens mij zal dat als gevolg hebben dat men meer zal investeren in een ‘tijdloze’ garderobe en minder in de uitgesproken seizoensgebonden stuks.” Of het nu is door gigantische belevingspaleizen te bouwen, het verhaal achter het merk extra in de schijnwerpers te zetten, of een persoonlijke service aan te bieden, het wordt duidelijk dat van de luxesector steeds meer inspanningen geëist worden om relevant en rendabel te blijven in de wereld van vandaag. Dat het product van superieure kwaliteit moet zijn, is weer een evidentie, maar het verhaal stopt daar niet. ▪


with Swarovski crystals. Designer Irina Shaposhnikova, who graduated in 2009 from the Antwerp Fashion Academy and has since developed her own label, considers that the globalisation of luxury means that limited editions are now the norm rather than the exception: “Consumers who can afford it want something that is made for them alone. True luxury thus lies where the volumes are small, the products handmade, the materials of superior quality, and are made only upon order. I think the future belongs to labels that want to stay small and offer exclusive products in limited quantities.” Companies that are not quite so small also agree with this line of thought, for Christian Salez agrees that this approach also characterises Delvaux. The takeover of the fashion house by the Chinese Fung Brands will therefore have no effect on this aspect of the company: “It is certainly not our intention to suddenly start producing more”, assures Salez. The investments by the Hong Kong shareholder will be used to establish the firm internationally via specialised distribution channels, but the DNA will not change. Salez emphasizes the fact that the Belgian leather goods house has never made any concessions as regards quality, not even when the prices of the handbags rose considerably due to the high cost of European production. The Delvaux customer understands, in any case, what the price is based on.

The power of the story The changing role of the consumer is an important factor in the shifts in the concept of ‘luxury’. Thanks to easy access to online information, the customer is now better informed than ever, and thanks to the crisis, never as critical of the products on which he spends his money. Brands are obliged to explain why they are so expensive, as the consumer demands more information about the way in which something is made. A link is once again appearing between the well-to-do customer and the world in which he or she lives: superficial overconsumption without any kind of reflection seems to be giving way to a more considered and committed purchasing behaviour. Luxury brands are thus no longer selling simply a product: they are selling their story. This is how Maria von Euler puts it, the inventor and designer of the Molami design headphones: “Luxury has to do with things that have added value: a story or an emotion. But also: things that make it easier to be more responsible towards the environment, and that increase in value over the long

run for successive generations.” The contrast with a disposable culture is obvious, and the well-known slogan of a Swiss watchmaker puts it well: “You never actually own a Patek Philippe. You merely look after it for the next generation.” In line with this thinking, the ‘new luxury’ thus goes hand in hand with sustainability, and not only because of our growing concern for the environment or our distaste for overconsumption. It is also the smart approach in today’s uncertain economy, according to Daniel Nissanoff, author of Future Shop: How to Trade Up to a Luxury Lifestyle Today. In his book, he notes that luxury should no longer be defined in terms of ‘possessions’: on the one hand because there are enough online and offline platforms to resell luxury goods after a short period, and on the other hand, because demand for this “secondhand market” has risen enormously. The middle class, the ‘aspirationals’ mentioned a few paragraphs back, cannot or will not buy luxury goods directly from their manufacturers. The wealthiest layer of the population is also more careful with their spending. They do not simply throw away the item being replaced. Instead, they sell it and use the proceeds to assuage their consciences. The rise of leasing companies is based on this observation. One service after the other started offering expensive name brand clothing and accessories on the basis of a lease agreement, although the hype around this practice has settled down somewhat, and many of these start-ups ultimately did not turn out to be such success stories. And yet they have contributed to a change in mentality.

Experience more important than the object Luxury has become less tangible, less linked to a specific object and its possession but more to the experience surrounding the object, or even just the experience in itself. Tom Palmaerts of Trendwolves, a market research firm specialising in youth trends, is well placed to point out the direction in which young people will move the rest of society: “Classic symbols of luxury are being replaced by a person’s own understanding of status, and that has more to do with the creativity and skills of the person.” Palmaerts argues that today’s young people are aware from various sources that the capitalist system does not work, and therefore go in search of new understandings. These once again have a more ‘human’

dimension: “An important form of luxury is to be able to devote sufficient time to one’s children, friends and family. We no longer want to work like slaves all year in order to be able to retire after that.” We have a different view of time, as the ultimate form of luxury.” Tom Palmaerts is also interested in the priority given to the ‘use’ of objects rather than their ‘possession’. “In the past, owning a car was an important status symbol, and now we prefer to use systems such as Zipcar. And music is also no longer being purchased, although a lot of money is spent on using it via Spotify, for instance.” The music industry may be the best example of this shift in mentality. With the advent of MP3s, we saw prophecies of the decline of the sector but even with all the illegal means of distributing protected music files, the industry can expect increasing profits. The reason for this is an unprecedented increase in demand for concerts: the consumer is prepared to pay high prices for an exceptional experience, but not for the mere ownership of music. In the fashion industry, such an insight is primarily important when it comes to retail. “Because of the growing competition with online shopping, real shops will have to look at ways in which they can make a difference”, says Palmaerts. And what makes the difference? Just that – the experience. “By offering advice, providing customised service and creating a unique experience, you can persuade people to invest in you. People want to pay for assistance and the personalised dimension.” It should come as no surprise, then, that Louis Vuitton has opened no fewer than two prestigious ‘Maisons’: concept stores more than 2000 square metres in surface area that differ from ordinary Louis Vuitton boutiques not only in format but by offering extra services and experiences. In Sydney, Australia, there is a VIP department for ‘high end leather goods’, where customers can order customised bags, while the Maison in Rome also hosts a screening room reserved exclusively for Louis Vuitton’s clientele.

Luxury as a state of mind The Dutch fashion expert Aron Lewis, co-founder of the online platform www. selectionneurs.com, specialises in men’s fashions and has developed a practised eye in order to select only the cream of the overwhelming range of products for his readers. In his view, the concept of luxury must be stretched to include the perceptual and the time dimension: “The experience of true luxury calls for more than money nowadays. True luxury in

Coco Chanel once said: “Luxury lies not in richness and ornateness but in the absence of vulgarity”. I agree entirely. Irina Shaposhnikova

our current way of life lies, for him, in the combination of financial means, time and awareness.” In his view, luxury is a state of mind: “At a certain point you realise that you can consider yourself lucky to have the opportunity to experience a certain form of luxury. In order to understand that you can consider yourself lucky, you must become aware again of what it takes to make sure you can enjoy luxury.” Lewis thus emphasises the importance of the context and story behind every luxury product, which tells the tale of how the item came to be. There are also other ways in which availing oneself of personal services and brands with a history and with a personalised approach constitutes a luxury: it costs not only money, but time. To acquire a bespoke suit (the purest form of customisation) often takes 3, 4 or even 5 fittings, as opposed to the cheaper alternatives (made-tomeasure), which requires just one fitting, or even ready-to-wear alternatives”, says Lewis. Thus it can seem as if you are paying twice: with time and with money. “Luxury seems more expensive at first glance, but then, with the passage of time, the opposite seems often to be the case: the product offers greater satisfaction for a longer period.” It is thus up to the luxury industry to foster this awareness. That this need not mean the end of luxury products is also emphasised by Stephanie Rosseel, press attaché for Fashion Club 70, the largest distributor of luxury fashion brands in the Benelux: “I think that the top segment in fashion is not having a hard time, because people choose quality and durability as an investment. In my view, this means that people will invest more in a ‘timeless’ wardrobe and less in the most seasonal items.” Whether by building gigantic experiential palaces, drawing more attention to the story behind the brand, or offering a personalised service, the luxury sector will clearly have to make ever greater efforts to remain relevant and profitable in today’s world. That the product must be of superior quality goes without saying, but that is not the end of the story. ▪

7


Verkenning van de vrouwelijke vorm, installatie, Liesje Reyskens. Š Liesje Reyskens

Het lichaam in gedachte de SuperBodies. 3 TriĂŤnnale voor beeldende kunst, mode en design Mieke De Lombaerde

8


Vermelha, Campana Brothers. © Campana + Edra Italy

N

a een succesvol Super (2005) en een nog succesvoller SuperStories (2009), focust deze editie op het lichaam in hedendaagse beeldende kunst, mode, design en – dit keer opvallend aanwezig – dans en choreografie. Artiesten worden uitgedaagd om over de grenzen van hun discipline een dialoog met elkaar te voeren over het thema. Heel Hasselt vormt het podium voor dit gebeuren. Kunstencentrum Z33, Modemuseum Hasselt, CIAP, Het Stadsmus en het Cultuurcentrum Hasselt doen alle mee. In de ramen van het CC laat fotografe Liesje Reyskens portretten van vrouwelijke Hasselaars oplichten, elders in het CC toont Vincen Beeckman Hasselaars op plekken die er voor hen toe doen. De triënnale hoopt ook kunstscholen, galerieën en aanverwanten, te prikkelen, te inspireren of tot een eigen bijdrage te verleiden.

In voeling met Wat heeft SuperBodies om het lijf? De misleidende titel ten spijt: geen Chippendales of Miss Universe beauty’s. Niets van dat. Het evenement focust niet op de schoonheid van de verschijning maar graaft onderhuids. SuperBodies gaat over “de woelige en intieme sensaties van het lichaam, over body-mind verbindingen en gender”. Curator Pieter T’Jonck koos een vijftigtal kunstenaars die met deze thematiek bezig zijn. We vermelden hier enkelen die in het oog springen vanwege hun specifieke, typerende aanpak. Louise Bourgeois (1911-2010) vermelden wij omdat ze Louise Bourgeois is. Zonder een wegbereidster als zij is wat SuperBodies vandaag te zien geeft, quasi ondenkbaar. Wij kennen haar van Maman, een gigantische spin, of van Fillette, een reusachtige penis. SuperBodies toont de laatste werken die zij maakte voor haar dood: werken gestikt uit kleren van vrienden en tekeningen op zijde van een moeder met kind.

Als een van de voornaamste vertegenwoordigers van het primitivisme in de moderne kunst en baanbrekend feministe (door haar expliciete verwijzing naar gender), bekleedt zij een pioniersrol in het gebruik van prozaïsch materiaal. Het materiaal vertelt een autobiografisch verhaal en haar kunst heelt de wonden van haar jeugd. Dat biografische aspect van het gebruikte materiaal ligt er – zeker als het tapijtvezel betreft – vingerdik op. Als dochter van tapijthandelaars had de kleine Louise talloze patronen van beschadigde tapijten gerestaureerd.

Lichaam en geest “Het lichaam is een plek waar kennis, overtuigingen en verhalen bewaard worden.” Kiki Smith is zeer expliciet bezig met het blootleggen van het verborgene. Zij keerde de figuratieve traditie in de beeldhouwkunst binnenstebuiten. Andere artiesten – denk aan Ann Veronica Janssens – manipuleren of moduleren de gevoelens van de toeschouwers. Smith sculpteert de ervaring op zich en stelt deze transformatie daarna tentoon. Een aantal kunstwerken op deze triënnale heeft een uitgesproken interactief karakter. De toeschouwer wordt verzocht om het werk mentaal en fysiek te voltooien. De Amerikaanse choreograaf William Forsythe installeert bijvoorbeeld verschillende spiegels waar je op bijzondere wijze doorheen moet bewegen om de boodschap te kunnen lezen die geschreven staat op de rug van een jasje dat je moet aantrekken. De verkenning van het lichaam kan met alle denkbare middelen. Zhang Huan schrijft op het menselijke gelaat, de drager van zijn levendige kalligrafie. Een eerste foto toont een gezicht met enkele Chinese karakters bij ogen en lippen. De laatste in de reeks van 9 foto’s toont hetzelfde gelaat dat dan ‘letterlijk’ verborgen ligt onder tekst en boodschap.

9


Lichaam en mode Mode zit ons – dichter dan wat ook – op het vel. Martin Margiela, Rei Kawa­ kubo, Junya Watanabe, Angelo Figus, Ginna Lee en Naomi Filmer tonen objecten en kledingstukken die stijlvol overlopen van de mode naar de kunst en weer terug, toch als het gaat over kleding en de tactiele sensatie daarvan. Rei Kawakubo’s kleren (Comme des garçons) hebben, vanwege een complexe verweving van laagjes stof en opbollende volumes, een drastische impact op de beweging van het lichaam en op het zelfbeeld. De Nederlandse Janneke Raaphorst tast tot in het schijnbaar absurde de grenzen af van draagbare kleding. Performer Grace Ellen Barkey en ontwerper Lot Lemm zijn samenwerkende kunstenaars: hun porseleinen kostuums evoceren vooral kwetsbaarheid en breekbaarheid. Childhood Storage van de Duitse ontwerpster en kunstenares Anna-Nicola Ziesche wekt vergeten gevoelens uit onze kindertijd op, via kluwens van flanellen lakens en lichtvoetige voetjes.

Casting, Vincen Beeckman. © Vincen Beeckman

Lichaam en design SuperBodies toont ontwerpen die op een bijzondere manier het menselijke lichaam in beeld brengen of eraan refereren. Leuk zijn een aantal recente objecten zoals de indrukwekkende Cabana van de Campana brothers. Niet minder intrigerend is inclusive design, de discipline die gebruiksvoorwerpen ontwikkelt met een functie en een schoonheid die toegankelijk zijn voor andersvaliden, blinden en slechtzienden.

Wie is mijn lichaam? Ons lichaam houdt ons gezelschap. Dat spreekt vanzelf. Het is een onafscheidelijk instrument dat – zolang het gedwee en gezond is – ons niet ontstemt. Het lichaam dat, als ‘ik’ honger heb, alleen maar aan eten denkt. Het zieke lichaam als zetel van pijn. De Finse Kaisu Koski ziet het lichaam als een blok aan het been, zoals in het lichaam dat de puber doet panikeren voor de ochtendspiegel. Yang Zhenzhong toont portretten van geluk en verdriet in serie, als ware deze emoties gewoon de producten van lopendebandwerk. De Frans-Oostenrijkse groep Superamas laat zich fascineren door lust als een gids naar het lichaam, over hoe de tweestrijd tussen rede en wellust vaak resulteert in het welbehagen van … de verliezer. Meg Stuart exploreert het concept ‘lichamelijkheid’ choreografisch en pixel per pixel. Het levert een contrast op tussen het fysieke lichaam tegen de achtergrond van een wereld waarin het virtuele steeds meer veld wint. Een doordenkertje uit de perstekst: “Het is maar omdat we een lichaam hebben dat we de idee kunnen ontwikkelen dat aan al die gevoelens ook werkelijk een ‘ik’ beantwoordt.” Met niets of niemand ter wereld zijn we zo wonderbaar intiem als met ons lichaam. Toch is het net het ‘vreemde’ dat kunstenaars intrigeert. Hoe feestelijk is het besef dat voor elke aanvaardbare definitie van het lichaam, het tegenovergestelde net zo toepasselijk is? Deze triënnale gaat over lichamelijkheid: per definitie individueel en uniek, maar altijd wonderlijk. Super zelfs. ▪

10

SuperBodies, tot 27 mei 2012 op verschillende plaatsen in Hasselt. Meer info op www.superbodies.be

Family Tree, Zhang Huan. courtesy Sigg Collection, Switserland


The body in mind  SuperBodies. 3rd Triennale for contemporary art, fashion and design

A

fter a successful Super! (2005) and an even more successful SuperStories (2009), this edition focuses on the human body in contemporary art, fashion, design and – this time noticeably present – dance and choreography. Artists were presented with the challenge of carrying on a dialogue with each other on this topic across the boundaries of their discipline. The whole city of Hasselt will serve as a stage for this event. The house of contemporary art Z33, the Fashion Museum of Hasselt, CIAP, the city museum ‘Het Stadsmus’ and the Hasselt Cultural Centre are all taking part. In the windows of the Cultural Centre, photographer Liesje Reyskens illuminates her portraits of female Hasselt residents, and elsewhere in the building Vincen Beeckman depicts Hasselaars in places with significance for them. The triennale also hopes to inspire art schools, galleries, and similar institutions and to motivate them or incite them make their own contribution.

In touch What is SuperBodies all about? In spite of its name, these are no Chippendales or Miss Universe beauties. Nothing like that. The event does not focus on the beauty of outward appearance but gets under the skin. SuperBodies is about “the restless and intimate sensations of the body, body-mind connections and gender”. Curator Pieter T’Jonck has chosen some fifty artists who work on this theme. This article will mention only a few of these who have caught our attention because of their very individual, characteristic approach. I mention Louise Bourgeois (19112010) because she is Louise Bourgeois. Without a trail-blazer like her, the works on view at SuperBodies today would have been unthinkable. We may be

most familiar with her Maman, a giant spider, or Fillette, an enormous phallus. SuperBodies exhibits some of the last works she created before her death: objects stitched together from the clothing of friends and drawings on silk of a mother and child. As one of the most distinguished representatives of primitivism in modern art and a leading early feminist (through her explicit references to gender), she played a pioneering role in the use of ordinary materials. Her fabrics tell an autobiographical story, and her art bears the wounds of her young years. The biographical aspect of her materials is certainly in evidence – certainly when it comes to tapestry fibres. As the daughter of tapestry restorers, the young Louise restored countless patterns for damaged tapestries.

Body and soul “The body is a place where knowledge, convictions and stories are stored.” Kiki Smith is very explicitly intent on unveiling what is hidden. She has turned the figurative tradition in sculpture inside out. Other artists, such as Ann Veronica Janssens, for example, manipulate or modulate the feelings of their viewers. Smith sculpts the experience in itself, and then exhibits the resulting transformation. A number of artworks at this triennale have a markedly interactive character. The visitor is asked to complete the work both mentally and physically. For example, the American choreographer William Forsythe has installed various mirrors among which you have to move in an unusual way in order to read the message written on the back of a jacket that you put on. The discovery of the body can happen by every possible means. Zhang Huan writes on the human face, the bearer

of his living calligraphy. An initial photo shows a face with a few Chinese characters on the eyes and lips. The last in the series of 9 photos shows the same face, now ‘literally’ hidden under the text and the message.

Body and fashion Fashion is – more than ever – under our skin. Martin Margiela, Rei Kawakubo, Junya Watanabe, Angelo Figus, Ginna Lee and Naomi Filmer exhibit objects and items of clothing that move stylishly back and forth between fashion and art, even though they focus on clothes and their tactile sensations. Rei Kawakubo’s clothing (Comme des garçons), with its complex interweaving of layers of fabric and its flouncy volumes, have a drastic impact on the body’s movement and on one’s self-image. The Dutch artist Janneke Raaphorst pushes the boundaries of wearable clothing to seeming absurdity. The performance artist Grace Ellen Barkey and designer Lot Lemm are collaborative artists: their porcelain costumes evoke vulnerability and fragility above all. Childhood Storage by the Germany designer and artist Anna-Nicola Ziesche arouses forgotten emotions from our childhood, via jumbles of flannel sheets and nimble little feet.

Body and design SuperBodies exhibits designs that illustrate or refer to the human body in an unusual way. It features a number of delightful recent objects, such as the impressive Cabana by the Campana brothers. No less intriguing is inclusive design, the discipline that develops utensils with a function and a beauty that are accessible to the differently abled, the blind and the visually impaired.

Who is my body? Our body keeps us company. That goes without saying. It is an inseparable instrument that – as long as it is relaxed and healthy – does not trouble us. The body which, when ‘I’ am hungry, can think only of eating and drinking. The sick body as the seat of pain. The Finnish artist Kaisu Koski sees the body as a millstone, just like the body that makes the adolescent panic before the mirror. Yang Zhenzhong exhibits portraits of joy and sorrow in series, as though these emotions were simply the products of an assembly line. The French-Austrian group Superamas has developed a fascination for lust as a guide to the body, on how the struggle between reason and passion is often resolved in favour of … the loser. Meg Stuart explores the concept of ‘bodiliness’ through choreography and pixel by pixel. This produces a contrast between the physical body and its backdrop, a world in which the virtual is gaining increasing ground. A quote to ponder from the press text: “It is only because we have a body that we can come up with the idea that there is truly an ‘I’ that corresponds to all our sensations.” There is nothing and no one in the world that we are as intimately familiar with as our body. And yet it is precisely the ‘strangeness’ of that intrigues artists. How wonderful to think that for every acceptable definition of the body, the opposite is just as apt! This triennale is about bodiliness: by definition individual and unique, but always wonderful. Super, even. ▪ SuperBodies until 27 May 2012 in various places in Hasselt. More information available on www.superbodies.be

11


New Visions

12 Peter Pilotto

Kwintessens vroeg illustrator Brecht Vandenbroucke een visuele interpretatie te geven van de meest frappante Lente/Zomer 2012 collecties.

Kwintessens asked illustrator Brecht Vandenbroucke to give a visual interpretation of some of the highlights of the Spring/Summer 2012 collections.


Illustraties & concept: Brecht Vandenbroucke http://brechtvandenbroucke.blogspot.com/ Productie: David FlamĂŠe - Sketch

Raf Simons 13


14 Dries Van Noten


Jil Sander by Raf Simons 15


16 Haider Ackermann


Ann Demeulemeester 17


SS12, Tim Van Steenbergen. Foto: Tomas Vandecasteele

Investeren in de toekomst Jonge ontwerpers en zakendoen Stephanie Duval

18


SS12, Tim Van Steenbergen. Foto: Tomas Vandecasteele

I

nvesteren in de mode: het is en blijft een moeilijk onderwerp. Het maakt niet uit of het op kleine of grote schaal is, of het gaat om Delvaux of een startende ontwerper: het gevoel dat creativiteit haar ziel verkoopt aan de business, blijkt moeilijk af te schudden. Nochtans is een investeerder vaak het enige dat een modebedrijf of -label levensvatbaar kan maken of overeind kan houden. Kwintessens presenteert drie inzichten vanuit verschillende invalshoeken: stof tot nadenken.

De investeringsspecialist Reginald Vossen

algemeen directeur Business Angels Netwerk Vlaanderen (BAN) “Onze organisatie is vooral gericht op het start- en jonge groeisegment. Af en toe krijgen we wel eens een dossier uit de modesector binnen – Noor d’Izar is een mooi voorbeeld – maar het is niet de gemakkelijkste branche voor ons. Mode beweegt zich op het kruispunt tussen organisatie en creativiteit en dat is niet evident, maar tegelijkertijd toch aantrekkelijk voor sommigen. Er worden dus zeker wel deals gemaakt tussen mode-ondernemers en business angels. Er wordt vanuit de creatieve industrieën vaak gevreesd dat het betrekken van een investeerder leidt tot het beknotten van de creativiteit, maar een business angel wil dat niet. Creativiteit op zich is immers mooi, maar ze moet in een commercieel rendabele omgeving terechtkomen om te blijven bestaan. Dus is het de taak van een business angel om de creativiteit te kanaliseren naar een markt die ontvankelijk staat tegenover het product. Bij BAN worden projecten nooit toegewezen aan business angels. Elk project wordt aan elk lid voorgesteld, en in hun reactie daarop vindt een ‘natuurlijke selectie’ plaats. Modeprojecten moeten gekoppeld worden aan een investeerder die er begrip voor heeft, iemand die wel de zijlijnen kan aangeven maar die niet wil remmen in de creativiteit. Een business angel moet helpen, niet vervangen; financieren, maar niet zelf doen. Het gaat om een minderheidsparticipatie, geen overname. Het is uiteindelijk de ondernemer die het initiatief moet nemen en het bedrijf moet uitbouwen, maar dan in tandem met de business angel. We hebben in het verleden een goede samenwerking gehad met het Flanders Fashion Institute, maar we zien toch dat mode-ondernemers zelden zelf de stap zetten naar ons netwerk. Dat is misschien typisch aan

de ingesteldheid in Vlaanderen: als je als ondernemer financiering zoekt, dan stap je naar de bank. De alternatieve financieringsvormen zijn vaak niet bekend. Het kan bijvoorbeeld interessant zijn om af te stappen op CultuurInvest, en daarna je dossier rond te krijgen met meerdere partners.”

De modesector insider Marie Delbeke

project manager Flanders Fashion Institute (FFI) “Een startende ontwerper wordt geconfronteerd met een enorm hoge voorfinanciering. Buyers kopen pas in vanaf een tweede of derde collectie. Ze willen eerst meer gezien hebben en wanneer ze voor de eerste keer inkopen, dan is dat meestal maar een paar stuks. Ontwerpers moeten ondertussen wel aanwezig blijven op beurzen, presentaties, showrooms enz., en ze moeten tegelijkertijd prototypes maken en de productie opstarten. Zelfs wanneer ze beginnen te verkopen, zien ze pas na een jaar enige return. Daarom moeten velen echt in het rood gaan en eventueel een extra job als freelancer aannemen om te kunnen overleven. De meesten zijn pas afgestudeerd en dus hebben ze vaak geen eigen middelen. Banken vragen garanties die beginnende ondernemers vaak niet op tafel kunnen leggen, en investeerders knappen af op het feit dat hun return on investment zo traag op gang komt. Ze willen zo snel mogelijk een zo hoog

19


mogelijke return zien, terwijl de meeste modebedrijven pas na vijf jaar breakeven draaien. Het businessmodel is investeerders vaak niet winstgevend genoeg. Investeerders spreken ook een andere taal. Vaak staan ze wel open voor gesprek en willen ze luisteren, maar ze begrijpen vaak niet dat de modewereld anders in elkaar zit en andere prioriteiten stelt. Maar omgekeerd begrijpen ontwerpers ook de taal van investeerders niet. Ze zijn bang om iemand toegang te verlenen tot hun bedrijf en om aan financiële voorwaarden te moeten voldoen die ze niet kunnen halen. Noor d’Izar is geen traditioneel modebedrijf met collecties: het is een innovatief product en dus meer logisch dat BAN er wil op inspelen. De ondernemers hebben bovendien het voordeel dat ze met twee zijn: samen vormen ze een sterke tandem waarvan de ene partner de ‘creatieveling’ is, terwijl de andere heel wat ervaring heeft in de verkoop en organisatie in de modesector. Ontwerpers die van nature al zakelijk of organisatorisch talent hebben, hebben het makkelijker om met investeerders te praten. Je moet een goede synergie hebben tussen de creatieve en de zakelijke wereld, en dus is het ideaal voor een ontwerper om een business partner te hebben. Ik ijver daarom al heel lang voor een opleiding fashion management. Als het op een goede manier gebeurt, is daar bijvoorbeeld een matchmaking mogelijk tussen afgestudeerde talenten. Andere ontwerpers hebben een zekere mate van goodwill nodig: een investeerder die niet onmiddellijk uit is op geld, maar die deel wil uitmaken van de creatieve wereld. Dat is een ander soort profiel dan de traditionele investeerder. De meeste grote namen in de Belgische modewereld hebben investeerders achter zich die dat niet in de eerste plaats doen om het geld.”

De investeerder in de mode Bart Van den Eynde

business angel achter Tim Van Steenbergen “Ik heb het ondernemen in mijn bloed, kreeg het mee van mijn familie. Ik heb zelf het hele proces doorgemaakt van een zaak op te bouwen, en ik ben erdoor gepassioneerd. Die passie bepaalt de blik waarmee ik naar dingen kijk en maakt ook dat ik een typisch investeerderprofiel heb. Creatieve mensen zijn moeilijke mensen voor investeerders. Goede ontwerpers zijn als kunstenaars in hun manier van werken. Ze zijn met emotie bezig, en daar moet je abstractie van kunnen maken. Als investeerder kan je ervoor zorgen dat jonge mensen zich niet in de vernieling rijden door hen toe te laten zich op het creatieve aspect te concentreren. Iemand die creëert, mag geen ‘zever’ aan zijn hoofd hebben. Restricties zijn er pas voor achteraf. Ontwerpers die iets willen uitbouwen dat groots en mooi is, vergelijk ik graag met acteurs die filmster willen worden in Hollywood. Jonge gasten willen dat liefst overmorgen al, maar je hebt tijd nodig om te groeien. Je hebt ook geduld nodig om niet ‘kapot te groeien’ op korte termijn. Ontwerpers moeten voor zichzelf uitmaken wat hun droom is. Als het hun ambitie is om snel bekend te worden, dan kan je daar als investeerder niet zoveel mee doen. Maar als iemand zegt: ‘Ik wil kleren maken, ik kan niet anders’, dan heb je ’t over iets anders. Dan heb je een bijzonder type investeerder nodig, iemand die de weg ernaartoe even fijn vindt als het bereikte doel. Voor mij persoonlijk heb ik uitgemaakt dat ik niet noodzakelijk een yacht wil kunnen kopen. Als ik het ergens onderweg kan verdienen, dan is dat prima, maar het is niet mijn motivatie. Als het niet lukt, dan heb je er wel plezier aan gehad. Je zit in een creatieve sector, dus je hebt het sowieso over risicokapitaal. Investeerders die op zoek zijn naar een ijzersterk businessmodel moeten niet in een sector stappen die draait op emotie. In de mode heb je het in ieder geval niet. De behoefte van de mens verandert immers niet ten aanzien van kunst of design, je maakt geen product dat aan een nieuwe behoefte voldoet.” ▪

20

Investing in the future  Young designers and doing business

I

nvesting in fashion: this is always a difficult subject. It makes no difference whether it is on a small or a large scale, or whether it involves Delvaux or a beginning designer: the sense that creativity is selling its soul to business is hard to shake off. And yet an investor is often the only one that can make a fashion house or label profitable or keep it going. Kwintessens presents three insights from various perspectives on the matter: the material evidence.

The investment specialist Reginald Vossen

managing director of Business Angels Netwerk Vlaanderen (BAN) “Our organisation focuses primarily on the starter and young growth segment. Once in a while we do get a client from the fashion industry – Noor d’Izar is a good example – but it is not the easiest sector for us. Fashion works at the crossroads of organisation and creativity and that is no easy task, but at the same time it can be attractive to certain people. There are certainly deals made between fashion entrepreneurs and ‘business angels’. People in the creative industries are often afraid that bringing in an investor

will curtail their creativity, but a business angel does not want to do that. Creativity itself is a good thing, but it has to find its way into a commercially viable environment in order to survive. It is therefore the task of a business angel to channel creativity towards a market that is receptive to the product. At BAN, projects are never assigned to business angels. Each venture is presented to every member, and their reaction to the idea leads to a sort of ‘natural selection’. Fashion projects must be matched with an investor who understands the industry, someone who can work on the sidelines but does not want to rein in the creativity. A business angel should help, not replace; provide financing but not do the job. It is a minority share, not a takeover. Ultimately, it is up to the entrepreneur to take the initiative to expand a business, but in tandem with the business angel. We have in the past had a good working relationship with the Flanders Fashion Institute, but we can see that fashion entrepreneurs themselves rarely turn to our network. This may be typical of the attitude in Flanders: if an entrepreneur is looking for financing, he or she goes to the bank. Often they are unaware of alternative forms of financing. It may be useful, for instance, to have a look at CultuurInvest, and then to have your business plan sent round to several partners.”


SS12, Tim Van Steenbergen. Foto: Tomas Vandecasteele

The fashion Industry insider Marie Delbeke

project manager with Flanders Fashion Institute (FFI) “A beginning designer needs enormous start-up financing. Buyers will only really start buying with the second or third collection. First they want to see more, and when they do buy for the first time, then it is mainly a few items only. Designers have in the meantime to keep attending trade shows, presentations, showrooms, etc., and they need to make prototypes and start production. Even when they begin selling, they will only start turning a profit after a year. Therefore they have to go deeply into the red at first, and perhaps take on an extra job as a freelancer in order to survive. The majority have just finished their studies and thus for the most part have no resources of their own. Banks want guarantees that beginning entrepreneurs usually cannot provide, and investors may be discouraged because their ‘return on investment’ takes so long to start rolling in. They want to have as quick and high a return as possible, whereas most fashion houses only reach break-even after five years. The business model is often not profitable enough for them. Investors speak a different language. They are usually open to discussions and want to listen, but often they do not understand

that the fashion world is different and has other priorities. But the reverse is also true: designers also fail to understand the language of the investor. They are afraid of giving someone access to their company and of financial conditions that they may not be able to fulfil. Noor d’Izar is not a traditional fashion house with collections: it is an innovative product and so it is more logical that BAN was interested in becoming involved. The entrepreneurs have, moreover, the advantage that there are two of them: together they form a strong duo of whom one partner is the ‘creative one’, while the other has considerable experience in sales and organisation within the fashion industry. Designers who have a natural business or organisational talent have an easier time talking to investors. You need a good synergy between the creative world and the business world, and so it is ideal for a designer to have a business plan. I have therefore long been an advocate of a training programme in fashion management. If done right, there is good potential for matchmaking between talented graduates. Other designers need a certain amount of goodwill: to find an investor who is not doing it only for the money, but who wants to be part of the creative world. That is a different type of profile than the traditional investor. The biggest names in the Belgian fashion world have investors behind them who are not in it first and foremost for the money.”

The fashion investor Bart Van den Eynde business angel behind Tim Van Steenbergen

“I have entrepreneurship in my blood, I inherited it from my family. I have personally been through the whole process of building a company, and I am passionate about it. This passion shapes the view I have of things, and means that I have a typical investor profile. Creative people are difficult people for investors to handle. Good designers are like artists in the way they work. They are involved with emotions, and you need to be able to recognise and move beyond that. As an investor, you can make sure that young people do not fall apart by allowing them to focus on the creative aspect. Someone who creates must not be subjected to ‘nagging’. Restrictions are for a later stage. I like to compare designers who want to build something that is grand and beautiful with actors who want to be movie stars in Hollywood. Young people would like that to happen overnight, but you need time to grow. You need patience, too, in order not to outgrow yourself in a short time. Designers must decide for themselves what their dream is. If their ambition is to become known quickly, then there is not much you as an investor can do about it. But if someone says: ‘I want to make clothes, I can’t help

it’, then you are talking about something else. In that case, you need a special type of investor, someone who will enjoy the journey as much as the destination. For me, personally, I have realised that I don’t necessarily want to buy a yacht. If I can earn it somehow along the way, that’s great, but it is not my motivation. If you don’t succeed, then at least you have had fun along the way. You are in a creative sector, and so you are talking in any case about risk capital. Investors who are looking for a cast-iron business model should not get into an industry that turns on emotion. In any case, you don’t have that in fashion. Humanity’s need does not change when it comes to art or design; you are not making a product that fulfils a new need.” ▪

21


De leer­momenten van Essentiel Het groeiproces van een Belgisch modebedrijf Stephanie Duval

H

et feest waarmee Essentiel twee jaar geleden zijn tienjarige bestaan vierde, zal voor lange tijd in het geheugen gegrift zijn van de aanwezigen. En hoewel dat soort evenementen inderdaad leuk zijn om een label in de spotlight te plaatsen en de medewerkers in de bloemetjes te zetten, zijn het niet deze die de geschiedenis ingaan als kantelmomenten in het verhaal van een merk. Kwintessens sprak met oprichtster Inge Onsea en haar collega-ontwerper Tom De Poortere over de echte leermomenten, de verrassende highs en de overwonnen lows, en schetst zo het groeiproces van een uniek Belgisch modebedrijf.

Groter is niet altijd beter I n g e > Toen Esfan Eghtessadi en ik met Essentiel begonnen, waren we

eigenlijk nog ‘toeristen’. We wisten niets over het runnen van een bedrijf. Maar op twee of drie seizoenen tijd was ons merk wel sterk van de grond gekomen. Het hield niet op, en we moesten roeien met de riemen die we hadden. Achteraf bekeken was het merk te snel verspreid over te veel winkels. Maar we hadden toen wel die verkoop nodig om de minimale productieaantallen te halen, en we dachten gewoonweg aan niets anders dan collecties maken, produceren, verkopen. Plots kom je dan op een moment van verzadiging van de markt. Je kwam binnen op een feest en vier of vijf vrouwen hadden hetzelfde aan: dat vonden de mensen echt niet leuk. Maar wat moet je dan doen? Niet meer verkopen is ook geen optie … T o m > Essentiel was toen als merk ook enig in zijn soort. Elf jaar geleden was er niets vergelijkbaars op de Belgische markt. Maar na vijf jaar waren er veel merken die in onze richting zaten. I n g e > Dat heb ik goed gemerkt op de beurs: met onze ludieke presentatie en onze kleuren sprongen we eruit, maar na een aantal jaren begonnen meer merken dat te doen. Dus zijn we beginnen zoeken naar een nieuwe richting. Je zit er zo middenin, dat je op den duur niets meer ziet. Dus we zijn naar iedereen beginnen luisteren.

Te veel luisteren naar anderen is niet goed I n g e > We hebben in de Parijse Marais een winkel geopend en we hebben

daarvoor een merchandiser aangenomen die Parisien is. Maar die man wil ons concept aanpassen aan de lokale markt, en dat is verkeerd. Plots verdwijnt dan ons verhaal, dat wat ons zo sterk maakt. T o m > Ons uitgangspunt met deze collectie was om klassieke, sobere stukken te brengen, maar dan in felle kleuren en in combinaties die het geheel weer nieuw maken. Maar als ze dan in Parijs willen dat alles in zwart en beige uitgevoerd wordt, dan wordt dat een heel ander, opnieuw klassiek beeld. I n g e > Dat verhaal is zo belangrijk. Dries (Van Noten, nvdr.) gaat nooit zijn etalage in Hong Kong veranderen tegenover die van Parijs, en dat is zijn succes. T o m > We hebben een tijd te veel naar anderen geluisterd: agenten,

22

klanten, verkopers. En als je goed wil doen voor iedereen, verlies je jezelf. Sinds anderhalf jaar doen we ons ding weer. We luisteren nog wel, maar we zijn strenger als het erop aankomt naar wie we luisteren. I n g e > Wij ontwerpen graag collecties met veel ‘kersen op de taart’. De eindconsument snapt dat, die staat daar voor open. Ze zien immers al zo veel via de pers en het internet. T o m > Mode is als entertainment geworden. Er zijn zo veel tv-programma’s, en kijk naar wat H&M of Lady Gaga doen. Mensen komen veel meer in contact met high fashion en durven daardoor ook veel meer. I n g e > Maar de retailer begrijpt het soms niet, of te laat. Lange tijd hoorden we van verkopers dat de vrouwen in hun winkel 50 of 60 jaar zijn, en we pasten onze ontwerpen aan: langere rokjes, een mooie decolleté toevoegen … Maar dat was fout. We moeten jong zijn en blijven, want het zijn tegenwoordig de jonge generaties die aangeven hoe de oudere zich zullen kleden. T o m > In onze zoektocht naar een nieuwe richting hebben we te vaak compromissen gesloten, en dat werkt niet. In de onzekerheid is onze collectie ook heel groot geworden, tot een hoogtepunt van zo’n 500 stuks. We probeerden iedereen tevreden te stellen, maar in plaats daarvan verloor iedereen zich erin. I n g e > Dus zijn we uiteindelijk duidelijke keuzes beginnen maken. We brengen nu kleinere collecties met een duidelijkere boodschap, en hebben ook in de wholesale keuzes gemaakt. Dat is niet uit pretentie of snobisme, maar dat is gewoon slimmer aan je imago werken. Essentiel werd verkocht op alle mogelijke plekken: sportief, modisch, klassiek enz. Bij sommige winkels past het merk gewoon niet. Op een gegeven moment hadden we 19 verschillende agenten. Dat werkte niet meer. We brachten dat aantal terug tot 10. Nu kunnen we echt tijd en energie besteden aan deze agenten. Onze collectie voor SS12 mag dan kleiner zijn, we hebben 7% meer verkocht dan de zomer ervoor. Alles is scherper gesteld en dat maakt het voor iedereen veel gemakkelijker. Het is moeilijk om te knippen, maar aan het einde van de rit kom je daar veel sterker uit.

Een bedrijf heeft structuur nodig I n g e > Terwijl ons team maar groeide, ontbrak eigenlijk elke vorm van

structuur. Het was Inge en Esfan bovenaan, en al de rest eronder: niet efficiënt. Een HR manager, een COO, we hebben er nooit bij stilgestaan dat we die mensen nodig zouden hebben. Het is ongelofelijk dat we na 11 jaar zo ver zijn geraakt zonder die structuur. Het is bijna een mirakel, maar dat komt omdat we altijd zo hard gewerkt hebben en alles in vraag zijn blijven stellen. We hebben nu een COO aangenomen, iets waarvoor ik eerder nooit openstond. Ik heb nu een rechterhand, waardoor ik niet meer tot elf uur ’s nachts zit te werken, maar naar huis kan om zes of zeven uur. We hebben weer tijd voor andere dingen nu: zoals uitgebreid praten over nieuwe winkelinrichtingen. Maar pas op, soms botst het nog wel eens tussen die structuur en mijn intuïtie, hoor. Het is heel belangrijk dat wij als bedrijf, dat zo ver is gekomen op die manier, af en toe nog eens uit de band moeten kunnen springen. ▪


Learning moments at Essentiel  The growth trajectory of a Belgian fashion company

T

he party Essentiel threw two years ago to celebrate its tenth anniversary will long echo in the memories of those who were present.

© Essentiel

And although such events can indeed be fun ways to shine the spotlight on a label and reward the staff, these are not the events that will go down in history as turning points in the history of a brand. Kwintessens spoke with foundress Inge Onsea and her fellow designer Tom De Poortere about the true learning moments, the surprising highs and the conquered lows, and thereby sketches out the growth trajectory of a unique Belgian fashion house.

Bigger is not always better I n g e > When Esfan Eghtessadi and I began Essentiel, we were in fact still ‘tourists’. We knew nothing about how to run a company. But after two or three seasons, our brand had begun to come up in the world. And it did not stop, so that we had to do our best with what we had. In retrospect, the brand spread too

fast across too many shops. But at the time we needed all the sales in order to achieve the minimum production figures, and we thought of nothing else than making collections, producing and selling. And suddenly, you reach a point where the market is saturated. You walked into a party and four or five women were wearing the same thing: people did not like that very much. But what can you do? Not to sell any more is no solution either … T o m > Even back then, Essentiel as a brand was unique in its class. Eleven years ago there was nothing like it on the Belgian market. But five years later, there were several brands that were similar to our approach. I n g e > That is something I really noticed at the trade show: we stood out with our playful presentation and our lively colours, but after a few years, other labels began to do that as well. And so we began to look for a new direction. You are so immersed in it all that at some

point you no longer see anything. And so we began to listen to everyone.

Listening too much to others is not a good thing I n g e > We opened a shop in the Marais district of Paris, and we hired a merchandiser who is a Parisian. But the fellow wanted to adapt our concept to the local market, and that did not work. Suddenly, our own story, what made our brand so strong, disappeared. T o m > Our starting point with this collection was to create classic, sober items but in vivid colours and in combinations that made them completely different. But if the people in Paris want everything to be in black and beige, then it is a completely different image, back to the classical. I n g e > That is a very important story.

23


© Essentiel

De absolute highlights Beseffen dat je een serieus bedrijf uit de grond aan het stampen bent

Beseffen dat je product om de juiste redenen in de smaak valt

I n g e > Toen we de

I n g e > De eerste keer

Trends Gazellen- prijs wonnen, zaten we daar als enige modebedrijf tussen al die grote spelers. Het was voor ons allemaal vreemd toen. Je beseft op dat moment niet dat je zo snel aan ’t groeien bent, maar dan realiseer je je plots dat je financieel eigenlijk goed bezig bent. Heel confronterend, maar op een positieve manier.

deelnemen aan de beurs in Parijs was voor mij een echt hoogtepunt. Vanuit vorige jobs kenden Esfan en ik heel wat mensen in de Belgische modesector, maar in Parijs kwamen plots klanten kopen waarvan we zeker wisten dat ze het deden omdat ze het product mooi vonden, niet omdat ze ons kenden.

Een thuis vinden I n g e > Verhuizen naar

onze nieuwe showroom en kantoren is mijn derde hoogtepunt. We hebben na al die jaren een huis gevonden dat er stáát. Na de worstelingen, na de rollercoaster van hoogte- en laagtepunten, zijn we hier cruciale keuzes beginnen maken. Het beeld is nu duidelijk, letterlijk en figuurlijk.

The absolute highlights Understanding that you are creating a serious company from the ground up

Understanding that your product appeals for the right reasons

I n g e > When we won the Trends Gazellen prize, we were the only fashion house there among all the major players. It was a very strange experience for us all at the time. At that point you don’t really understand that you are growing so fast, but then you suddenly realise that you are doing quite well financially. Very challenging, but in a positive way.

I n g e > The first time I took part in the Paris show was a real high point for me. From earlier jobs, Esfan and I knew quite a few people in the Belgian fashion industry, but in Paris we suddenly met customers who were buying our products because they found them beautiful, and not because they knew us.

24

Finding a home I n g e > Moving to our new showroom and offices was my third highlight. After three years or searching, we finally found a house that is perfect! After all the struggles, the rollercoaster of highs and lows, we are starting to make some crucial choices. The image is now clear, literally as well as figuratively.

Dries (Van Noten, ed.) will never make his display window in Hong Kong different from the one in Paris, and that is the reason for his success. T o m > For a while we listened too much to others: agents, customers, salespeople. And if you want to please everyone, you lose yourself. For the past year and a half we have been doing our own thing again. We do listen, but we are stricter when it comes to who we listen to. I n g e > We like to design collections with a lot of ‘icing on the cake’. The end consumer understands that, and is open to it. They can already see so much via the press and the internet. T o m > Fashion has become like entertainment. There are so many TV programmes, and look at what H&M or Lady Gaga are doing. People are more exposed to high fashion and therefore dare to do more. I n g e > But the retailer sometimes does not get it, or does so too late. Salespeople were telling us for a long time that women who shop in their stores are 50 or 60 years old, and we adapted our designs to that age group: longer skirts, adding a nice décolletage, etc. But that was wrong. We have to be young and stay young, for it is the younger generations that now set the tone for how older people will dress. T o m > In our quest for a new direction, we made too many compromises, and that doesn’t work. It was at a time of great uncertainty that our collection grew very large, until it reached a peak of around 500 items. We tried to please everyone, but instead, everyone got lost in the process. I n g e > So in the end we began to make clear choices. We now bring out smaller collections with a clear message, and we have also made choices in the area of wholesale. It is not a question of pretentiousness or snobbery, just a

smarter way to work on your image. Essentiel is sold in all manner of outlets: sporty, fashionable, classic, etc. In some shops, the brand simply does not fit in. As far as agents are concerned, at one point we had something like 19 different people. That didn’t work. We reduced the number to 10 and now work only with those agents to whom we can really devote time and energy. We serve as a ‘funnel’ at all levels, and that works: our collection for the 2012 season is much smaller, and yet it has sold 7% more than the previous summer. It is now much easier for everyone, and everything is much more streamlined. It is hard to cut down, but you come out much stronger in the end.

A company needs structure I n g e > While our team was still growing, we had no structure of any kind. Inge and Esfan were at the top, and everyone else below: not very efficient. An HR manager, a COO – we never stopped to think we might need such people. It is unbelievable that after 11 years we have got so far without that kind of structure. It is almost a miracle, but the reason for that is that we have always worked so hard and continue to call everything into question. We have now hired a COO, something that I never wanted to do before. I now have a right-hand person, which means I don’t have to stay up working until 11 at night, but can get home around six or seven. We have time once again for other things: such as talking at length about new shop designs. But I must say, sometimes there is still a conflict between that structure and my intuition. It is very important that a company that has come so far in this way, should be able to go crazy from time to time. ▪

Kwintessens 2012-1  

Dit nummer is gewijd aan food (en) design. Je leest meer over food trends, het grafisch design van kookboeken, foodpairing, verpakkingsdesig...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you