Issuu on Google+

KWINTESSENS Design

Vlaams tijdschrift voor vormgeving en mode 3de trimester—jaargang XVIII 3rd trimester—volume XVIII Abonnement € 23,55 Los nummer € 6,25


KWINTESSENS Design

1 Voorwoord —Johan Valcke

1 Foreword —Johan Valcke

3 Kleur: een waaier van reflecties —Elke Peeters

3 Colour: a range of reflections —Elke Peeters

Authors Christophe De Schauvre Frank Huygens Roel Jacobus Elke Peeters

10 Het hoofd in de wolken —Lut Pil

10 In the clouds —Lut Pil

Fotografie portfolio

17 Een nieuw licht over kleur —Christophe De Schauvre

17 Shedding a new light on colour —Christophe De Schauvre

22 Puur wit —Frank Huygens

22 Pure white —Frank Huygens

31 Design September —Christian Oosterlinck

31 Design September —Christian Oosterlinck

33 Meerwaarde door maatwerk —Roel Jacobus

33 Added value through customisation —Roel Jacobus

Hoofdredacteur Editor in chief Johan Valcke

Redactie

Editorial team Steven Cleeren Christian Oosterlinck Lut Pil

Auteurs

Photography portfolio Claude Smekens

Redactieadres

Editorial offices Design Vlaanderen/Kwintessens Koloniënstraat 56 (6de verdieping) 1000 Brussel T +32 (0)2 227 60 60 F +32 (0)2 227 60 69 E info@designvlaanderen.be W www.designvlaanderen.be

Vormgeving

Design Sara De Bondt Chris Svensson

Druk

Printing Sint-Joris

Vertaling

Translation ElaN Translations DataTranslations

Abonnementen kunnen schriftelijk of telefonisch worden aangevraagd op het adres van Design Vlaanderen of door overschrijving van € 23,55 op het rekeningnummer BE 16 0912 2120 3374.

Subscriptions may be requested in writing or by telephone by contacting the Design Flanders editorial offices or by transferring € 2 3.55 to bank account number IBAN BE 16 0912 2120 3374.

Adreswijzigingen worden gemeld op het redactieadres.

38 Muranogla in artistieke handen —Lut Pil

38 Murano glass in artistic hands —Lut Pil

46 Portfolio

46 Portfolio

57 Kleurrijk verpakt —Christophe De Schauvre

57 Colourfully packaged —Christophe De Schauvre

61 Meer dan een likje verf —Christian Oosterlinck

61 More than just a coat of paint —Christian Oosterlinck

66 Nieuws

66 News

68 Agenda

68 Agenda

Changes of address may be sent to our editorial offices.

Niets uit deze uitgave mag worden gebruikt zonder toestemming van de uitgever. © Design Vlaanderen

Nothing contained in this publication may be used, whether in part or in whole, without the publisher’s consent. © Design Flanders

Alle adressen van designers, kunstenaars, galeries e.a. kunnen bij Design Vlaanderen verkregen worden. The addresses of designers, artists, galleries and other information are available upon request from Design Flanders.


—Johan Valcke

Voorwoord

Foreword

Kwintessens kleurt je dag. Deze lichte parodie op de bekende VTM-slogan is bijzonder toepasselijk op dit nieuwe nummer: je kan er een hele dag in lezen en het gaat voornamelijk over ‘kleuren’. Het was evenwel een aartsmoeilijk nummer om samen te stellen. Het onderwerp is gigantisch. Kleuren zijn belangrijk in het leven van een mens, alomtegenwoordig in zijn interieur, zijn kleren, de wereld waarin hij leeft. Kleuren waarnemen is een zuiver fysisch gegeven, kleuren interpreteren is een andere zaak. Daar spelen andere elementen dan enkel de breking van het licht op een object en de registratie ervan op ons netvlies. We worden er soms zelfs emotioneel van. Je voelt je goed bij een bepaalde kleur of minder goed, soms zelfs ronduit slecht. Bepaalde kleuren kunnen een commercieel effect hebben en stimuleren bijvoorbeeld de verkoop in een winkel, of de eetlust in een restaurant, kijken we maar naar de uitgekiende kleurenstrategie van fastfoodketens. Laten we ook de symboliek van kleuren niet uit het oog verliezen. Kleuren zijn rijk aan betekenis en kunnen religieus (bisschoppenpaars), politiek (partijkleuren), sportief (clubkleuren), sociaal (dokterswit en designerszwart), erotisch (roze), mystiek (druïdenwit) of nog anders geïnterpreteerd worden. Kleuren kunnen ook oproepen tot actie, ze kunnen verbieden of gebieden. Een prachtig voorbeeld is het verkeer, waar zonder kleuren alles in het honderd zou lopen. Rood is stoppen, groen is ‘go!’ en oranje roept op tot waakzaamheid. Elke professionele groep heeft zijn eigen dresscode, kleuren inbegrepen. Dokters gaan in het wit, zoals zowat alle medisch en verzorgend personeel. Arbeiders hebben vaak een blauwe overall aan. Bij de plantsoendienst is het zonder uitzondering groen en de marine steekt steevast in een wit-blauw uniform. Ambtenaren droegen vroeger liefst een grijze pantalon met een blauwe blazer, met daaronder een wit hemd en een banale das. Ik heb er zo ook nog bijgelopen, maar met een interessante das en een leuke paraplu. Er zijn duizenden voorbeelden te noemen. Ik nodig u uit om zelf deze leuke oefening te doen. Er zijn trouwens heel wat mensen die van kleureninterpretaties hun beroep hebben gemaakt, zoals kleuradviseurs en trendwatchers. De laatsten kunnen zelfs aanvoelen wat de favoriete kleur over pakweg vijf jaar zal zijn. Designers dragen zwart en hun huizen zijn wit, net zoals die van designliefhebbers. Dit is uiteraard een onwaar of minstens overdreven cliché, want kleur is opnieuw belangrijk geworden in design. In design is kleur vanzelfsprekend een bijzonder belangrijk gegeven, om al de redenen hierboven aangegeven en nog vele andere. In dit nummer geven we onze lezers enkele tips en ideeën over de belangrijke rol die kleur speelt.

Kwintessens colours your day. This slight parody on the well-known slogan of Flemish commercial TV channel, VTM is especially applicable to this new issue: you can read it throughout the day and it mainly deals with ‘colours’. And yet, this was a difficult issue to put together. The subject is gigantic. Colours are important in people’s lives; they are omni-present in interiors, clothes, the world that surrounds us. Perceiving colour is a pure physical experience, interpreting it is another matter. Other elements intervene at this level; there is more to colour than the mere breaking of the light on an object and its registration on our retina. Colour can even generate emotion. Either a colour makes you feel good, or it does not. At times, it may even make you feel bad. Some colours have a commercial effect, stimulating sales in a store, or appetite in a restaurant. Just think of the carefully elaborated colour strategy of fast-food chains. And let us not forget about the symbolism of colours. Colours have various meanings and can be religious (bishop’s purple), political (party colours), sports-related (club colours), social (a doctor’s whites and designer black), erotic (pink), mystical (druid’s white); they can be interpreted in many other ways. Colours can call to action; they can prohibit or order. A beautiful example of this is traffic, where everything would go all wrong without colours. Red means stop, green ‘go’ and orange summons you to be careful. Every occupational group has its own dress code, including colours. Doctors wear white, as do almost all medical and care-giving personnel. Blue-collar workers often wear blue overalls. The garden department is almost always decked out in green, while the navy tends to wear white and (navy) blue. In the past, functionaries preferred to wear grey trousers with a blue blazer jacket, with a white shirt and a rather boring tie underneath. Even I used to wear this, but I would choose an interesting tie and a nice umbrella. There are thousands of examples. I invite you to try this fun exercise yourself. What’s more, there are a lot of people who have chosen colour interpretation as their profession, such as colour advisers and trend watchers. The latter are even capable of sensing what will be the colour of choice in five years. Designers often like to wear black and their homes are white, like the homes of design aficionados. This is untrue or at least an exaggeration. In design, it goes without saying that colour is extremely important, for all the reasons given above, but also for many other reasons. In this issue, we will give our readers a number of tips and ideas about the important role that colour plays.

1 Voorwoord


—Elke Peeters

Kleur: een waaier van reflecties

Colour: a range of reflections

Wat is kleur? Het lijkt een eenvoudige vraag, maar niets is minder waar. Spontane antwoorden maken plaats voor twijfels en wedijveren met onderliggende gedachten en reflecties. Kleur is veel meer dan enkel een eigenschap van licht. Een precieze definitie opstellen is onbegonnen werk, een genuanceerde daarentegen, lukt aardig. Wij trokken vier designers aan de mouw en confronteerden hen met één van de lastigste vragen. De eerste die we aanspreken is Jean-Pol Piron van het succesvolle Aquamass, een man die badkamers heeft doen evolueren van plaatsen voor kuise hygiëne naar oorden van welzijn, ontplooiing en zelfexpressie. Sinds het einde van de jaren ’70 hebben spa’s, hamams en chromo- en muziektherapieën geen geheimen meer voor hem. Geboeid door architectuur en vormgeving, bemerkte hij ongeveer vijf jaar geleden een nieuwe, belangrijke evolutie in onze manier van leven; badkamers van nu staan steeds vaker in verbinding met slaapkamers en dressings. En dat schreeuwt om een nieuwe visie op baden. Inspiratie vindt Piron in de thermen van weleer. Aquamass’ losstaande eilandbadkuipen eisen onze aandacht op. Het zijn de bijzonder kleurrijke exemplaren uit het Dip gamma die de aanleiding vormen voor dit gesprek. We zien groene badkuipen, maar ook rode, roze, gele, oranje, zwarte, blauwe, tot zelfs goud- en zilverkleurige toe. Waarom Piron sinds enkele jaren een explosie van vorm, kleur en nieuwe materialen op de sanitaire wereld loslaat, legt hij graag aan ons uit. “Van de belangrijkste zaken in het leven zijn we ons niet altijd bewust. Kleur is daar ontegensprekelijk één van. Omdat het leven niet altijd rooskleurig is, kleuren we het zelf. Vooraleer ik kleur introduceerde in de collecties van Aquamass, sprak ik geregeld met aanhangers van feng shui. Zij leerden me dat iemands leefomgeving het welzijn en geluk van die persoon bepalen. ‘Als de natuur alles rood zou kleuren, zou de wereld veel agressiever zijn’, was een uitspraak die mij wakker schudde. De invloed van kleuren valt niet te onderschatten en is niet uit het leven weg te denken. Vaak zijn kleuren cultuurgebonden. Zwart als gedoodverfde rouwkleur, blauw voor pasgeboren jongetjes en roze voor meisjes zijn daar de beste voorbeelden van. Kleuren zijn ook afhankelijk van culturele evoluties. Iedereen kan zich moeiteloos het bruin, mosgroen en roze van de jaren ’70 voor de geest halen. Als tegenreactie op sombere kleuren als deze, raakte wit in zwang. Men voelde de nood aan zuiverheid, een tendens die nu pas—na meer dan twintig jaar—zijn dictatuur laat varen. Subtiele, zachte kleuren en chromotherapieën komen ervoor in de plaats. Daarnaast doen natuurtinten zoals beige en aarde het goed. Mensen gaan op zoek naar de essentie van het leven. Baden staat weer synoniem voor rust. Sanitair krijgt steeds vaker een gevoelig, sensueel imago toegedicht. Erg belangrijk in deze opmerkelijke evolutie zijn de materialen waaruit onze badkuipen gemaakt worden.

What is colour? It seems like a simple question, but nothing could be further from the truth. Spontaneous answers give cause for doubt and compete with underlying thoughts and reflections. Colour is much more than just a characteristic of light. Finding a precise definition is an impossible task. However, a nuanced definition works quite well. We confronted four designers with one of the most difficult questions. The first person we spoke to was Jean-Pol Piron of the successful Aquamass, a man who transformed bathrooms from places for clean hygiene to areas for well-being, selfdevelopment and self-expression. Since the end of the seventies, spas, hamams and chromo and music therapies have held no mystery for him. About five years ago, fascinated by architecture and design he noticed a new, important evolution in our way of life: bathrooms today are increasingly linked up to bedrooms and dressings. And that is crying out for a new approach to bathing. Piron found inspiration in the old thermal baths. Aquamass’s free-standing bathtubs drew our attention. They are the very colourful ones in the Dip range that formed the subject of this conversation. We see green bathtubs, red, pink, yellow, orange, black, blue, even gold and silver bathtubs. Piron was happy to explain to us why he started unleashing an explosion of design, colour and new materials onto the world of bathrooms a few years ago. “We are not always aware of the most important things in life. Colour is undoubtedly one of them. Because life isn’t always colourful, we colour it ourselves. Before I introduced colour into the Aquamass collections I had regular discussions with followers of Feng Shui. They taught me that a person’s living environment determines their well-being and happiness. A statement that rang bells for me was: ‘If nature coloured everything red, the world would be a lot more aggressive.’ One should not underestimate the influence of colours, and it is impossible to imagine life without them. Colours are often linked to cultures. Black is the colour of mourning, blue for newborn boys and pink for girls, these are the best examples. Colours are also dependent on cultural developments. We all remember the brown, moss green and pink of the seventies. As a reaction to these dark colours, white became fashionable. There was need for purity, a trend that is only now, after more than 20 years, relinquishing its pull on us. Subtle, soft colours and chromotherapies are taking its place. Natural shades such as beige and earth colours are also gaining in popularity. People are looking for the essence of life. Bathing is once more synonymous with tranquillity. Bathroom furniture is increasingly adopting a sensitive, sensual image. One important feature in this revolution are the materials that bathtubs are made of. Plasticryl feels soft like velvet, nice

3

Kleur: een waaier van reflecties


Plasticryl voelt fluweelzacht, aangenaam en warm aan. Heel wat anders dan de spekgladde, koele dingen die we gewend waren. Ook de mogelijkheid om een gepolijste binnenkant te combineren met een matte buitenkant, een tendens die volgens mij zeker zal aanslaan in de toekomst, maakt het een bijzonder interessant materiaal om mee te werken. Bovendien is plasticryl volledig recycleerbaar.” Uiterst magisch is het concept D-Lighting, een badkuip gevormd uit doorschijnend plasticryl en voorzien van microleds die zorgen voor een fascinerend, wisselend kleurenspel onder water. De Senseaurieel brengt eveneens een staaltje innovatie te berde. Het is een kingsize badkuip, uitgevoerd in mat wit met zachte rondingen, met een chromotherapeutische functie. Chromotherapie wendt de positieve energie van kleuren aan voor genezende doeleinden en vindt zijn oorsprong al in oude beschavingen, zoals die van het oude Griekenland en het China ten tijde van de mandarijnen. De combinatie van zacht stromend water, kleuren, parfums en muziek staat garant voor een beleving die de zinnen prikkelt en tegelijkertijd lichaam en geest volkomen ontspant. Wie zich in deze doorgedreven visie op welzijn herkent, is de veelzijdige Chris Mestdagh. Zijn samenwerking met BOSS paints leverde een kleurenpalet op dat gevoelens losweekt. Een coloriet ontwerpen vergelijkt hij graag met muziek componeren of een uitgelezen menu samenstellen. Zoals iedere kunstenaar streeft hij naar een tijdloos oeuvre en wil hij met zijn creaties verschillende generaties behagen. “Mijn werk gaat over behang noch verf, het gaat over kleur en emotie. Inspiratie is moeilijk definieerbaar, maar ik merk dat ik me laat leiden door mijn gevoel en de indrukken die ik onbewust aan elke reis overhoud. Die melange van verschillende culturen puur ik uit tot een tijdloos ontwerp dat tegelijkertijd mijn stempel draagt”, zo verklaart de ontwerper. “Voor de nieuwe behangcollectie Hamptons Story bijvoorbeeld, liet ik mij inspireren door het totaalplaatje van The Hamptons. Het gaat om alles wat ik ter plaatse beleef: de huizen in ceder, de zee met de eindeloze stranden. De kleuren zijn er nooit dezelfde. Soms is het er rustig en dan weer erg stormachtig. Het nieuwe behang straalt de sfeer en de eigenheid uit van de dorpjes die men in Long Island terugvindt en die doorleefd overkomen. Alle kleuren die ik terugvind in de natuur heb ik vertaald voor het interieur. Zoals ieder dorpje in The Hamptons zijn eigenheid behoudt, zo wil ik die eigenheid bewaren in de collectie. Soms is het resultaat trendy, soms tijdloos. De verf en het behang werden samen als een natuurlijk geheel ontworpen en zijn perfect op elkaar afgestemd, wat voor ontelbare combinatiemogelijkheden zorgt.” Naast de kleurenwaaier en het behangboek ontwikkelde Mestdagh handige inspiratieboekjes die behang en verf meesterlijk combineren. Ze tonen hoe de consument creatief aan de slag kan met kleur en verzekeren hem zo van een geslaagd eindresultaat. “Aan de hand van deze boekjes maak ik kleur toegankelijk voor het grote publiek. Ik kauw de mogelijkheden voor. Iedereen herkent zichzelf in bepaalde kleuren. Kleuren roepen emoties op en zijn even persoonlijk als je kledingstijl. Waarom verkiest iemand blauwe hemden boven rode of gele? Kleding en kleuren zijn een verlengde van je persoonlijkheid. Bij een eerste ontmoeting kan je al heel wat afleiden uit iemands kleding. Bij een interieur is dat net zo. In dit domein is oppervlakkigheid uit. Mensen gaan weer bewust op zoek naar nieuwe waarden, stellen zich open voor emoties en zijn meer dan

4

Kwintessens / 2009 – 03

and warm. Very different to the very slippery, cool things that we were used to. And the possibility of combining a polished inside with a matt exterior, a trend, which in my opinion will definitely become popular in the future—makes it a very interesting material to work with. What’s more, plasticryl is completely recyclable.” What is totally magical is the D-Lighting concept; a bathtub made out of transparent plasticryl and fitted with micro-LEDs that create a fascinating, alternating underwater play of colours. The Senseaurieel also provides an exciting piece of innovation. It is a king-size bathtub in matt white with soft lines and a chromotherapeutic function. Chromotherapy uses the positive energy of colours for healing purposes, and can be traced back to ancient civilisations, such as ancient Greece and China at the time of the Mandarins. The combination of soft flowing water, colours, perfumes and music guarantees an experience that stimulates the senses and at the same time relaxes body and mind. One person who relates to this extreme vision of wellbeing is the multifaceted Chris Mestdagh. His partnership with BOSS paints resulted in a range of colours that evoke emotions. He compares designing a colour with composing music or creating a special menu. Like any artist, he aims for pieces that are timeless and he looks to reach out to all different generations with his creations. “My work is not about wallpaper or paint, it is about colour and emotion. Inspiration is hard to define, but I notice that I am led by the feelings and the impressions that I unconsciously bring back from every trip. I reduce this mix of different cultures into a timeless concept that also bears my stamp,” explains the designer. “For the new Hamptons Story wallpaper collection for example, I was inspired by the total picture of The Hamptons and that means everything I experienced there: the houses in cedarwood, the sea with the endless beaches. The colours are never the same there. Sometimes the weather is calm and then it turns very stormy. The new wallpaper creates the atmosphere and the character of the villages that you find on Long Island, and which come over as ‘lived in’. I have translated all the colours I see in nature to fit into interiors. In the same way that every village in The Hamptons has its own unique character, I want to keep that sense of unique in the collection. Sometimes the result is trendy, sometimes timeless. The paint and the wallpaper were designed together as one natural ensemble, and are in perfect harmony with one another, which allows for endless combinations.” In addition to the colour range and the wallpaper book, Mestdagh created handy inspirational books that combine wallpaper and paint in a masterful way. They show how consumers can get started with colour and be assured of a successful outcome. “Through these books, I make colour accessible for the general public. I do all the background work into the different possibilities. Everyone relates to specific colours. Colours evoke emotions and are as personal as our style of dressing. Why does someone prefer blue shirts to red or yellow ones? Clothing and colours are an extension of our personality. You can tell a lot from someone’s clothing at a first meeting. The same goes for interiors. In this respect superficiality is out. People are consciously looking again


ooit begaan met welzijn. Mijn kleuren vertalen hun gevoelens, scheppen sfeer en brengen rust en harmonie in huis. Toch is er nog een lange weg te gaan. We staan pas aan het begin van deze ‘innerlijke’ evolutie.” Wat de kleuren van Chris Mestdagh zo bijzonder maakt, is het feit dat ze heel precies op elkaar afgestemd zijn. Bovendien laten ze toe om onbeperkt nieuwe lijnen te creëren. Stijlbreuken zijn uitgesloten. Mix and match is steeds het uitgangspunt. Sommige kleuren draaien al mee van in 2004, het jaar waarin Mestdagh, samen met BOSS paints, de collectie Colors with a View lanceerde. De oorspronkelijke collectie bestond uit 4 sferen en 40 kleuren: Natural Homes, Urban City, Casual Living en Flexible Fashion. Ieder thema heeft zijn eigen look en stijl en kan verschillende types van mensen met verschillende interieurs bekoren. Al snel volgde een vijfde sfeer: Virginity, gekenmerkt door veel witnuances en off-whites. Eind 2007 creëerde hij onder de naam Paper/Paint niet alleen veertig nieuwe kleuren, hij ontwikkelde ook een aantal behangsoorten. Het was een logische evolutie om verf met behang te combineren. Vandaag telt de Colors with a View-collectie 121 tijdloze kleuren en 25 aansluitende behangmotieven. Stuk voor stuk vertellen ze een episode uit Mestdaghs kleurrijke leven. Enkele jaren geleden ontdekten ontwerper Frederik Decoopman en Philippe Desart, directeur van ARTE, een gapend gat in de markt. Kwalitatief behangpapier sexy én

for new values, opening themselves up to more emotions and taking a greater interest in well-being than they ever have before. My colours translate these feelings and create atmosphere and harmony in homes. Still, there is a long way to go. We are only just on the threshold of this ‘inner’ change”. Chris Mestdagh’s colours are very special in that they harmonise beautifully. Which creates the possibility of designing endless new lines. Dividing lines between styles no longer exist. Mix and match is now the mainstay. Some colours have been around since 2004, when Mestdagh, together with BOSS paints, launched the Colours with a View collection. The original collection consisted of four atmospheres and 40 colours: Natural Homes, Urban City, Casual Living and Flexible Fashion. Each theme has its own look and style to fit in with the tastes of various groups of people and their different types of interiors. A fifth atmosphere followed close on the heels: Virginity that was characterised by a variety of shades of white and off-whites. At the end of 2007, under the name Paper/Paint, he created not only 40 new colours but he also designed a selection of different wallpapers. It was a logical step to combine paint with wallpaper. Today, the Colors with a View collection includes 121 timeless colours and 25 matching wallpaper prints. Each and every one of them recounts an episode from Mestdagh’s colourful life.

Aquamass, D-Lighting

Aquamass, Dip

5

Kleur: een waaier van reflecties


betaalbaar maken werd hun doel. Hooked on Walls was geboren. Zo’n anderhalf jaar geleden introduceerden ze hun geesteskind in de Belgische huiskamers. Ondertussen is het aanvankelijke concept geëvolueerd van een trendvolgend merk naar een brand met een ijzersterke identiteit. Hooked on Walls is op dit moment aan zijn zevende collectie toe. “Kleur is van grote betekenis voor ons”, licht Philippe Desart toe. “Hoe je het ook draait of keert, mensen die een nieuw behangpapier uitkiezen, gaan altijd eerst op de kleur af. Pas daarna letten ze op het motief.” Philippe en Frederik geloven niet in trends. “Mensen kopen wat ze graag zien”, zegt Frederik. “Het is het buikgevoel dat spreekt. Dat geldt ook voor mij. Wanneer ik ontwerp, houd ik mij in wezen niet bezig met kleuren die goed in de markt liggen. Voor de nieuwe collectie baseerde ik mij op het architecturale. Effen kleuren en structuren nemen het over van florale motieven. De tegenstelling mat-glans is ook een inspiratiebron. Ik werk heel gevoelsmatig. Als ik bijvoorbeeld een lederlook wil creëren, zal ik die automatisch met donkere tinten associëren. Ik pik ook vaak kleuren op uit het heersende modebeeld. Dan loop ik langs de etalages en geef mijn ogen de kost. Invloeden van zulke wandelingen duiken geregeld op in mijn collecties. Mode en interieur vinden steeds meer aansluiting bij elkaar. Mijn kleerkast puilt uit van de kleurtjes. Vroeger gaf ik de voorkeur aan zwart, nu draag ik met plezier een felblauwe broek. Het is een bewuste keuze. Daarmee maak ik de wereld duidelijk dat er een rebel in mij schuilt. Kleur is voor mij een statement. Noem het gerust een levensvisie.” De crisis is volgens Philippe een geschenk uit de hemel. “Mensen hebben behoefte aan een opkikker en dus nemen ze weer kleur in huis! Dat is de positieve kant van de hele recessie. Kleuren maken mensen vrolijk. Meer dan ooit durven wij naar buiten komen met één of twee vlammende blikvangers waaraan de andere collecties zich volledig kunnen optrekken. Misschien zullen die felle tinten niet zo snel verkopen, maar ze vestigen wél de aandacht op ons product. Dat is in elk opzicht positief. Kleur is ook een uitstekend middel om een verhaal de wereld in te sturen. Wit is daar een goed voorbeeld van. Of het nu wel of niet een kleur is, laat ik even buiten beschouwing, maar als symbool van hoop brengt het in donkere tijden een onmiskenbare boodschap over. Nooit eerder zag je zoveel witte auto’s rondrijden als nu. Bewust voor kleur kiezen is durven. Je weet dat je de aandacht zal trekken en dat er over je gepraat zal worden. Om welke andere reden zou een vrouw een kleurrijk kleedje aantrekken dan om gezien te worden en zich daarbij goed te voelen?” Kleuren mengen ze bij Hooked on Walls met de hand. “Twee maanden lang zijn onze mensen ononderbroken in potjes aan het roeren. Het is een emotioneel, arbeidsintensief proces. De grootste uitdaging zit hem in de selectie. Van de honderden tinten blijven er maar enkele overeind. Belangrijk is dat de kleuren hun schoonheid in alle weersomstandigheden en in eender welk interieur handhaven. De lichtinval op een regendag verschilt nu eenmaal grondig van die van stralende zonneschijn”, vertelt Frederik. Om af te sluiten toont hij ons de stalen van de nieuwste collectie, Modern Eccentrics. Zo kunnen we ons met eigen ogen verbazen over de betovering die ervan uitgaat. We zien behangpapier dat hoogdringend een nieuwe definitie afdwingt. Marie Laetitia Low van het Belgische interieurlabel Marie’s Corner bekijkt kleur vanuit een heel andere hoek. Jarenlang bekleedde zij haar sofa’s met de vrolijkste weefsels, nu vindt ze

6

Kwintessens / 2009 – 03

A few years ago, designer Frederik Decoopman and Philippe Desart, director of ARTE, discovered a gaping hole in the market. They made it their mission to make quality wallpaper sexy and affordable. Hooked on Walls was born. About a year and a half ago they introduced their brainchild into Belgian living rooms. The original concept has since evolved from a trend-following label to a brand with a solid identity. Hooked on Walls is currently in its seventh collection. “Colour is very important for us,” explains Philippe Desart. “Whichever way you look at it, people who choose new wallpaper always decide on colour first. Then they look at patterns.“ Philippe and Frederik do not believe in trends. “People buy what they like to look at,” says Frederik. “They follow their gut feelings. The same goes for me. When I design, I don’t really bother about what colours sell well. For the latest collection, I based myself on the architectural aspect. Plain colour and structures replace floral patterns. The contrasting matt-glossy effect is also a source of inspiration. I work very much according to my feelings. For example, when I want to create a leather look, I will automatically use dark shades. I also pick up a lot of colours from the latest fashion trends. I will walk past shop windows and feast my eyes. Influences from these walks often turn up in my collections. Fashion and interiors are increasingly interlinked. My cupboard is a riot of colour. In the past, I preferred black, but now I will happily wear bright-blue trousers. It is a conscious choice. It’s how I make it clear to the world that there is a rebel in me. Colour is a statement to me. You could call it a vision of life.” According to Philippe, the current crisis is a gift from heaven. “People need a booster, so they bring colour into their homes again! That is the positive side of the recession. Colours make people happy. We now dare to introduce one or two flaming eye-catchers in a way we have never done before and the other collections are able to hang on to their coat tails. Perhaps those bright shades won’t sell as fast, but they do put our product in the spotlight. Whichever way you look at it—it can only be positive. Colour is also an excellent way of communicating a story to the world. White is a good example of this. I won’t go into whether white is a colour or not, but what I will say is that as a symbol of hope in dark times, it communicates an unmistakable message. Never before have we seen so many white cars on the road. Consciously opting for colour is daring. You know you will attract attention and that people will talk about you. Why else would a woman put on a bright dress than to be seen and to feel good as a result?” Colours at Hooked on Walls are mixed by hand. “Our people stir colours in pots for a full two months. It is an emotional, labour-intensive process. The biggest challenge is in the selection. Of the hundreds of shades, only a few are retained. It is important that the colours retain their beauty in all weather conditions and in any interior. The way light falls on a rainy day differs substantially from on a sunny day,” explains Frederik. To conclude, he shows us the samples from his latest collection, Modern Eccentrics. We are blown away by the magic it exudes. This is wallpaper in urgent need of a new definition. Marie Laetitia Low of the Belgian interior design label Marie’s Corner looks at colour from a different angle. For years, she covered her sofas with extremely cheerful fabrics.


Chris Mestdagh, Flexible Fashion voor/for BOSS Paints

de tijd rijp om een nieuwe kijk op kleur te ontwikkelen. “Een mens evolueert nu eenmaal”, antwoordt ze op de vraag naar het waarom. En geef haar maar eens ongelijk. “Toen iedereen druk was met wit, grijs en zwart, koos ik resoluut voor kleur. Rood, groen, roze, blauw, turkoois, paars en geel waren de kleuren waar ik me tot voor kort heel goed bij voelde. Eerlijk gezegd waren ze een tegenreactie op al die sombere grijstonen die het gros van de designers in hun collecties verwerkten. Ik wilde de wereld weer vrolijk maken. Nu ik merk dat uitgesproken kleuren weer aan een inhaalmanoeuvre bezig zijn, lijkt het me tijd voor verandering. Misschien zit de verhuizing van mijn kantoor er voor iets tussen. Al twee, drie jaar kijk ik uit op een groot bos. Iedere dag zie ik de rijke kleurschakeringen van de natuur voor me. Sindsdien duiken uitgesproken tinten van groen op in de nieuwe collecties. En ook veel wit, beige en zacht oranje. Wit voel ik aan als een beschermende kleur, het geeft me een gevoel van vrede. Blauw doet me denken aan water, aan de zee. Net zoals groen schenkt het me vooral rust. Khaki vind ik fantastisch. Heel tijdloos. Het is een kleur die ik eindeloos kan combineren met zowat alle andere kleuren, met oranje, grijs, rood of zwart … het werkt altijd. Khaki benadert volgens mij de perfectie.” Laetitia slaat liever een boek open over tuinen, bloemen en planten dan over interieurs. Daarin ziet ze meteen haar favoriete kleuren samengebracht. “De kleuren van de natuur zijn niet

7

Kleur: een waaier van reflecties

Chris Mestdagh, Urban City voor/for BOSS Paints

Now she believes the time has come to create a new way of seeing colour. “People change after all,” she replies when I ask her why. And who would disagree? “While everyone was totally focused on white, grey and black, I resolutely chose colour. Red, green, pink, blue, turquoise, purple and yellow were the colours I felt most happy with until recently. To tell you the truth, they were a reaction against all those sober grey shades that most designers were using in their collections. I wanted to make the world happy. Now that I notice that pronounced colours are taking over again the time seems right for change. Perhaps it also has to do with my moving office. For the past two to three years, I have been looking out at a large forest. Every day, I see the rich range of colours of nature in front of me. Since then, pronounced shades of green have been appearing in the new collections. As well as a lot of white, beige and soft orange. White feels like a protective colour, it gives me a sense of peace. Blue reminds me of water, of the sea. And like green, it leaves me feeling tranquil. I think khaki is fantastic. Very timeless. It is a colour that I can combine endlessly with just about any other colour—with orange, grey, red or black, etc. It always works. To me, khaki is close to perfection.” Laetitia prefers to look at books about gardens, flowers and plants rather than interiors. This is were she instantly sees


Hooked on Walls, Modern Eccentrics

8

Kwintessens / 2009 – 03


agressief. Je zal mij dan ook nooit een muur rood zien schilderen, of fuchsia. Daar word ik rusteloos van, zenuwachtig zelfs. Let op: een pittige kleur kan me bekoren, maar dan liefst als welgekozen accent. Dat doet een interieur alleen maar opleven. Hoofdzaak is dat het de harmonie in huis niet verstoort. Als ik ontwerp, ben ik steeds op zoek naar evenwicht. Vroeger gebruikte ik kant-enklare stoffen uit Italië om mijn zetels te overtrekken, nu bepaal ik zelf hoe mijn weefsels eruit zien. Heerlijk vind ik het om draden te combineren en te mixen. Uren kan ik zo doorgaan, tot mijn buikgevoel me zegt dat ik de juiste kleur gevonden heb. En dan begin ik met veel plezier aan de volgende.” Weinig mensen durven zich te wagen aan uitgesproken kleuren. “Als ik een frisse kleur gebruik in mijn interieurs,” vertelt Laetitia, “dan vinden mijn vrienden het resultaat altijd bijzonder geslaagd. Maar hen overhalen om het zelf ook eens te proberen, is een ander paar mouwen. Kleur in hun huis? Dat durven ze gewoonweg niet. Ze zijn bang dat ze het beu raken, zeggen ze. Heel vreemd vind ik die reactie. Als je op een kleur bent uitgekeken, dan gooi je er toch snel een nieuwe laag overheen? Niets zo makkelijk. Ach, er zijn nu eenmaal periodes in het leven waarin mensen zich openstellen voor kleur, of net niet. Per slot van rekening blijft het een erg persoonlijke zaak.”

her favourite colours all together. “The colours of nature are not aggressive. You would never see me paint a wall red, or fuchsia. They make me restless, nervous even. However, I do like some lively colours, but preferable to provide a carefully selected accent. That’s a great way to bring an interior to life. The main point is not to upset the harmony in a house. When I design, I am always looking for balance. In the past, I used ready-to-use fabrics from Italy to cover my couches, now I decide myself how I want the fabric. I love to combine and mix threads. I can sit doing it for hours, until my gut feeling says that I have found the right colour. And then I can move on happily to the next one.” Not many people dare to go for pronounced colours. “If I use a bright colour in my interior,” Laetitia explains, “the result always goes down well with my friends. But convincing them to try it themselves is a different story. Colour in their home? They simply don’t dare. They are scared that they will tire of it, they say. I find that reaction very strange. If you’ve had enough of a colour, you just put a new coat on top, don’t you? Nothing could be simpler. Oh well, there are just times in life when people are ready to open themselves up to colour, or not as the case may be. At the end of the day, it’s a very personal issue.”

Marie’s Corner, Colombus

9

Kleur: een waaier van reflecties


—Lut Pil

Het hoofd in de wolken

In the clouds “Colour, that’s what life is,” said Ettore Sottsass, “colour is every bit as complex as life itself,” added Ronan Bouroullec, the elder of the two French Bouroullec brothers.1 This hasn’t prevented the Bouroullecs from “making a mess” in their recent work, which is still to be seen of late in the Etapes exhibition in Grand Hornu Images, with big coloured areas of material. Abstract, coloured modules hang suspended from an aluminium framework (Paravent, 2008, limited edition). The construction seems to be specially made to create a colourful, spatial field. The colour combinations can be subtle in the recent work, but just as easily the colour contrasts can literally splash from the canvas. “Painting à la Serge Poliakoff” (not in paint but in coloured fabric modules), a “lyrical rhythm” of coloured layers, as a continuation of the “more pointillistic and vibrating touch” made possible using the fabric North Tiles they designed for Kvadrat in 2006.2 In the past, Paravent has been compared to the skins hanging out to dry in the saddler’s workshop. The variance with the red textile areas looks a lot like a structure containing lumps of meat cut open in an abattoir. However, the Bouroullecs’ world is not exactly gory or aggressive. Their designs are ideal for a normal

10

Kwintessens / 2009 – 03

“Kleur, dat is het leven”, zei Ettore Sottsass, “kleur is even ingewikkeld als het leven”, vervolledigt Ronan Bouroullec, de oudste van de twee Franse broers Bouroullec.¹ Dit weerhoudt de Bouroullecs er niet van om in hun recent werk, onlangs nog te zien in de tentoonstelling Etapes in Grand Hornu Images, te ‘morsen’ met grote, stoffen kleurvlakken. Abstracte, gekleurde modules hangen er aan een aluminium geraamte (Paravent, 2008, beperkte editie). De constructie lijkt speciaal gemaakt om een kleurrijk ruimtelijk veld te creëren. De kleurencombinaties kunnen in het recente werk zacht zijn, maar even gemakkelijk spatten de kleurcontrasten letterlijk van het doek. “Schilderkunst à la Serge Poliakoff” (niet met verf maar met gekleurde modules in stof), een “lyrisch ritme” van lagen kleur, als een vervolg op de “meer pointillistische en vibrerende toets” die mogelijk is met de stoffen tegels North Tiles die ze in 2006 voor Kvadrat ontwierpen.² Paravent wordt wel eens vergeleken met huiden die te drogen hangen in het atelier van een zadelmaker. De variant met rode textielvlakken lijkt ook wel een structuur met opengesneden vleesklompen in een slachthuis. De wereld van de Bouroullecs is echter niet meteen bloederig of agressief. Hun ontwerpen horen thuis in een gewone werk- of woonomgeving die tegelijkertijd surreëel mag zijn: wolken hangen binnenshuis en algen groeien ongebreideld uit tot vreemde scheidingswanden. Ook in hun tekeningen houden ze geen rekening met natuurlijke verhoudingen en worden dingen surreëel gestapeld. Kleur is in hun werk decoratief, maar kan ook een bepaalde herkenning ondersteunen. De modulaire basiselementen van Clouds (2008) bestaan in diverse kleuren en worden via een ingenieus kliksysteem aan elkaar bevestigd. Een combinatie van witte, blauwe en grijze modules wordt een plastisch volume tegen de wand of aan het plafond, een 21ste-eeuwse variant van de barokke illusie dat de binnenruimte opent op een beweeglijke en sensuele wolkenhemel. Of dit wolken zijn en hoe ze eruit zien, wordt volledig aan de gebruiker overgelaten die vrij uit de kleuren kiest en zelf bepaalt welke vorm de modules aannemen. De kleur versterkt de idee van een object dat meer is dan een volume stof (dat tevens multifunctioneel en akoestisch dempend is). De kleur versterkt de illusie van een herkenbare realiteit, alsof er werkelijk wolken door de kamer zweven. Een bonte schakeling van de kleurige elementen (sinaasappeloranje, bruin, licht en donker blauw, limoengroen en leigrijs) heeft iets van een gigantische bloemenruiker. Wanneer de donkere kleuren uit het gamma worden gebruikt (bordeauxrood, donker paars, donker grijs, zwart) lijkt het of de rots in het schilderij La voie active (1951) van René Magritte uit de tweedimensionaliteit van het geschilderde beeld is gestapt en in de kamer zweeft. De kleurmodules vormen zo niet enkel een flexibel, functioneel systeem, ze zijn even flexibel in hun mogelijkheden om op een poëtische wijze een fragment uit de realiteit te beschrijven.


Ronan & Erwan Bouroullec, Clouds voor/for Kvadrat


work or home environment, but one which will allow for a little surrealism at the same time: clouds hang suspended indoors and algae grow unbridled into strange partition walls. Nor do they take account of natural proportions in their drawings, where things are stacked surrealistically. Colour is decorative in their work, but may also underlie a certain recognition. The modular elements of Clouds (2008) exist in a variety of colours and are connected together by means of an ingenious click system. A combination of white, blue and grey modules becomes a plastic volume against the wall or ceiling, a 21st-century variant of the baroque illusion that the inner space opens up to a changeable and sensual cloudy sky. Whether or not these are clouds, and what they look like, is left entirely to the user, who has a free choice of colours and decides for him or herself what form the modules will take. The colour reinforces the idea of an object which is more than a volume of material (both multifunctional and an acoustic damper). The colour reinforces the illusion of an identifiable reality, as though there really were clouds floating in the room. A multicoloured linkage of colourful elements (fruit orange, brown, light and dark blue, lime green and slate grey) is something like a gigantic bouquet of flowers. When the darker colours of the range are used (Bordeaux red, dark purple, dark grey, black) it is as if the rock in René Magritte’s painting La voie active (1951) has stepped out of the two dimensionality of the painted picture and is floating in the room. Thus the colour modules form not only a flexible, functional system, but are equally flexible in their ability to describe a fragment from reality in a poetic way. Alain Gilles, with his red table series Tectonic (2008), invites the user to intuitively make associations and use the occasional tables in a personal way. The red colour has a dual meaning: on the one hand, it is separate from the iconography. It is then coincidentally the colour of an object, one which does, it is true, amplify the highly graphic character of the angular tabletops, but which is arbitrary nonetheless. This arbitrariness is less coincidental, however,

Bram Boo, Sleepless

12

Kwintessens / 2009 – 03

Ook Alain Gilles nodigt met zijn rode tafelserie Tectonic (2008) de gebruiker uit om op een intuïtieve manier associaties te leggen en de bijzettafels op een persoonlijke manier te gebruiken. De rode kleur heeft er een dubbel statuut: enerzijds bestaat ze los van de iconografie. Ze is dan een toevallige kleur van een object, een kleur die weliswaar het sterk grafische karakter van de veelhoekige tafelbladen versterkt, maar niettemin arbitrair. Het arbitraire wordt echter minder toevallig wanneer vorm en kleur niet enkel rationeel worden benaderd. De rode metalen constructie werkt ook tot de verbeelding. Van bovenuit bekeken lijkt de opengewerkte tafel een groots landschap waarin aardschollen bewegen, tegen elkaar botsen en over elkaar schuiven. Alain Gilles noemt zijn tafels met reden ‘tektonisch’. Wanneer de blik inzoomt en de verbeelding zich naar een andere schaal verplaatst—zoals in de film Powers of 10 (1977) van Charles en Ray Eames—vormt de rode draadstructuur het grafische motief van een roos. “Cartesian and romantic thanks to the visual creation of a rose pattern”, aldus de ontwerper. Alain Gilles wil vorm en kleur dynamisch inzetten. De openingspagina van zijn website is een snelle opeenvolging van fotografische beelden; de kleurrijke wereld waarin we leven is de inspiratiebron voor zijn design. Zijn Rock Garden (2008) is op dezelfde wijze abstract-figuratief: functionele, niet-figuratieve plantenbakken veranderen door de inbreng van de gebruiker in een grillige rotstuin. Beweging en metamorfose kenmerken veel van zijn ontwerpen. Big Table (2008) voor Bonaldo heeft vier opvallende schuine poten die onderling verschillen in kleur en in de hoek die ze maken ten opzichte van het tafelblad. De ritmische schakeling zorgt voor beweging in de tafel, voor wisselende perspectieven wanneer rond de tafel wordt gegaan. Alain Gilles gebruikt de term ‘simplexity’ voor dit samengaan van eenvoud en complexiteit: een experimenteren met vorm- en kleurcombinaties die zowel grafisch, sculpturaal als narratief zijn. “Always in movement, always trying to put one foot in front of the other. As if it were walking, each foot stretches to reach further away.” De monochrome versie van de tafel oogt niet toevallig statischer en architecturaler. Het roze bed Sleepless (2009) van Bram Boo is zelfs met zijn enige kleur opvallend beweeglijk. De eigenzinnige meubelen van deze ontwerper zijn vaak wit gelakt. Het wit laat de vele schaduwen die de sculpturale volumes creëren volop tot hun recht komen. Soms gebruikt Bram Boo bewust kleur, bijvoorbeeld signaalrood om de meubelen niet te laten wegzinken in de overvloed van een designbeurs, of een combinatie van wit en zwart als verwijzing naar de begijnen in zijn werk voor het Hasseltse begijnhof (zie Kwintessens, 2009, 2). Sleepless is roze gelakt. Het bed is niet veel meer dan een getekend profiel, een ruimtelijke lijn in kleur gedacht. De lijn beschrijft niet echt een bed, maar suggereert veeleer. Ze verwijst naar rozige lichamen, naar een liefdesspel dat beleefd wordt als een concreet lichamelijk avontuur. Door de beweeglijkheid van de lijn oogt de kleur ook gevarieerd, alsof ze haar verschillende tinten te danken heeft aan een subtiel modelleren van het gekleurde frame. Waar Bram Boo meestal met strakke oppervlakken werkt, lijkt hij in de onregelmatige lijn van de gladde metalen structuur van Sleepless iets op te roepen van de directe toets van Rodin, de grote Franse beeldhouwer die wist dat hij via het modelleren de indruk kon opwekken dat zijn beelden echt leefden. Zelfs zonder kleur te gebruiken voelde Rodin zich een colorist, omdat


Ronan & Erwan Bouroullec, North Tiles voor/for Kvadrat

13

Het hoofd in de wolken


Alain Gilles, Tectonic voor/for Bonaldo

Ronan & Erwan Bouroullec, Clouds voor/for Kvadrat

14

Kwintessens / 2009 – 03


when shape and colour are considered not merely from the rational perspective. The red metal construction appeals to the imagination. From the top, the exploded view of the table appears to be a huge landscape of tectonic plates, colliding and sliding over each other. Alain Gilles has good reason to call his tables “tectonic”. When zooming in and adjusting the imagination to another scale—as in the film Powers of 10 (1977) by Charles and Ray Eames—the red thread structure takes on the graphic figure of a rose. “Cartesian and romantic thanks to the visual creation of a rose pattern,” according to the designer. Alain Gilles sets out to employ shape and colour dynamically. The homepage on his website shows a quick succession of photographic images; the colourful world in which we live is the source of inspiration for his design. His Rock Garden (2008) is abstract-figurative in the same way: functional, non-figurative flower boxes change by introducing the user to a craggy rock garden. Movement and metamorphosis typify many of his designs. Big Table (2008) for Bonaldo has four noticeably slanting legs, each differing in colour and in the angle they make with the tabletop. The rhythmic connections create movement in the table and differing perspectives as you move around it. Alain Gilles uses the term “simplexity” for this contraction of simplicity and complexity: an experimentation with shape and colour combinations, which are graphic, sculptural and narrative. “Always in movement, always trying to put one foot in front of the other. As if it were walking, each foot stretches to reach further away.” The monochrome version of the table, not coincidentally, looks more static and more architectural. Even in its single colour, Bram Boo’s pink bed Sleepless (2009) is exceptionally full of movement. This designer’s eccentric furniture is often coated in white. The white shows the many shadows which reveal the sculptural volumes at their best. At times, Bram Boo makes a deliberate choice of colour, such as signal red, so that the furniture doesn’t get lost in the profusion of objects at the design fair, or a combination of white and black in reference to the Beguines in his work for the Hasselt Beguinage (see Kwintessens, 2009, 2). Sleepless is lacquered in pink. The bed is not much more than a scribed profile, a spatial line conceived in colour. The line does not really describe a bed so much as suggest one. It refers to rosy bodies, to a game of love that is experienced as a real physical adventure. The movement of the line makes the colour look varied, as if it owes thanks for its different tones to the subtle modelling of the coloured frame. Whereas Bram Boo usually uses taut surfaces, it seems that in the irregular line of the smooth metal structure of Sleepless he is conjuring up something of the direct touch of Rodin, the great French sculptor, who knew that by sculpting he could create the impression that his pieces were actually alive. Even without using colour, Rodin thought of himself as a colourist, because he was able to exploit all the possibilities of an uneven surface. In Rodin’s vision, the interplay of light and shadow creates a huge symphony in black-and-white, a shape which “makes every masterpiece by the sculptor look like a living body”.3 Bram Boo’s bed does not appear to be still, and does not hold the promise of a restful sleep. The pink frame is like a succession of moments in time, a series of actions held together in space. In its minimalist

15

Het hoofd in de wolken

Ronan & Erwan Bouroullec, Algue voor/for Vitra

hij de mogelijkheden van een oneffen oppervlak meesterlijk wist uit te buiten. Het samengaan van licht en schaduw creëert in de visie van Rodin een grote symfonie in zwart en wit, een vorm die “elk meesterwerk van de beeldhouwer er doet uitzien als een lichaam dat leeft”.³ Het bed van Bram Boo lijkt niet stil te staan en belooft geen rustige slaap. Het roze frame lijkt een opeenvolging van tijdsmomenten, een reeks acties die ruimtelijk bijeengehouden worden. In zijn minimale vormaanduiding is Sleepless verrassend voluptueus en theatraal. Zijn frivole vorm is een overdrijving, een vormeloze sensualiteit, een hangrek voor erotische fantasieën. Sleepless bevestigt dat er naast een serieuze, uitgezuiverde vormgeving ook plaats is voor een speels, bijna kitscherig-uitdagend design dat gericht is op lichamelijk en geestelijk genot. Ook dit bed kan men een 21ste-eeuwse interpretatie noemen van oudere kunst, een actuele designversie van de rococoschilderkunst à la Boucher. Niet toevallig kent de


form, Sleepless is surprisingly voluptuous and theatrical. Its frivolous shape is an exaggeration, a formless sensuality, a hanger for erotic fantasies. Sleepless confirms that besides a serious, clarified design, there is room for a playful, almost kitsch and challenging design geared towards physical and mental pleasure. This bed too can be called a 21st-century interpretation of an older art, a present day design version of Rococo painting, à la Boucher. It is by no coincidence that the art of the 18th century French painter François Boucher, who gave the pink of the erotic female body a prominent place in his colour palette, is currently being revalued. The modernist aesthetic has long defended a “self-critical, pure, anti-theatrical, autonomous, and above all, ‘deep’ and seriousminded painting”; we had to wait for a more recent “emphasis on the ludic, the anti-hierarchical, the androgynous, on process, surface, and the performative” to find Boucher’s reveries interesting.4 In 1974, Robert Hughes described Boucher’s female nude as a compact, small “machine à plaisir”5. And the pink Sleepless is also an instrument of pleasure. And in its outlined shape, the bed has more (imaginary) “flesh” than Le Corbusier’s purified machine à dormir, a modernist and perfectly readable objet-type in a universal, standardised form. 1. www.galeriekreo.com/exhibitions/50-bouroullec 2. www.galeriekreo.com/exhibitions/50-bouroullec 3. Auguste Rodin, L’Art, entretiens réunis par Paul Gsell. Paris: Bernard Grasset, 1911. 4. Melissa Hyde and Mark Ledbury (eds.), Rethinking Boucher. Los Angeles, California: Getty Research Institute, 2006, p.2–3. 5. Robert Hughes, “Pink is for Girls”, in Time, 7 January 1974.

Alain Gilles, Big Table voor/for Bonaldo

16

Kwintessens / 2009 – 03

kunst van de 18de-eeuwse Franse schilder François Boucher, die het roze van erotische vrouwenlichamen een dominante plaats gaf in zijn kleurenpalet, een herwaardering. Een modernistische esthetica heeft lang een “self-critical, pure, anti-theatrical, autonomous, and above all, ‘deep’ and serious-minded painting” verdedigd; het was wachten op een meer recente “emphasis on the ludic, the anti-hierarchical, the androgynous, on process, surface, and the performative” om de rêveries van Boucher interessant te vinden.⁴ In 1974 omschreef Robert Hughes het vrouwelijk naakt bij Boucher als een compacte, kleine “machine à plaisir”⁵. Ook het roze Sleepless is een instrument voor genot. En in zijn uitgelijnde vorm heeft het bed meer (ingebeeld) ‘vlees’ dan de uitgezuiverde machine à dormir van Le Corbusier, een modernistisch en perfect leesbaar objet-type in een universele, gestandaardiseerde vorm. 1. www.galeriekreo.com/exhibitions/50-bouroullec 2. www.galeriekreo.com/exhibitions/50-bouroullec 3. Auguste Rodin, L’Art, entretiens réunis par Paul Gsell. Parijs: Bernard Grasset, 1911. 4. Melissa Hyde en Mark Ledbury (eds.), Rethinking Boucher. Los Angeles, California: Getty Research Institute, 2006, p.2–3. 5. Robert Hughes, ‘Pink is for Girls’, in Time, 7 januari 1974.


—Christophe De Schauvre

Een nieuw licht over kleur

Shedding a new light on colour

Interview met Malaika Brengman, Professor Marketing en Consumentengedrag aan de VUB

Interview with Malaika Brengman, Professor of Marketing and Consumer Behaviour at the VUB

“Je moet de kleuren beleven om begrip voor de grote waarde van hun krachten te ontwikkelen,” noteerde schrijver en natuurwetenschapper Goethe ooit. Kleuren hebben immers een specifieke invloed op de mens. Malaika Brengman, professor Marketing, Marktonderzoek en Consumentengedrag voerde onderzoek naar kleur als bepalende factor in klantengedrag en bewees dat er inderdaad een invloed bestaat. Ze pleit daarom voor meer bewustzijn rond kleurgebruik in winkelsettings, productdesign en communicatie-uitingen. “Kleur is niet zo maar een esthetisch gegeven, het heeft een invloed op de gevoelens van consumenten en hun hieruit voortvloeiende toenaderings- dan wel vermijdingsgedrag.”

“You have to experience colours in order to develop an appreciation for the great value of their strength,” writer and natural scientist Goethe once noted. Colours do indeed have a specific impact on people. Malaika Brengman, Professor of Marketing, Market Research and Consumer Behaviour carried out research into colour as a determining factor in consumer behaviour and proved that it does indeed have an influence. This is why she is pleading the case for a more conscious approach to using colour in shopping environments, product design and communications. Colour is not just a matter of aesthetics, it influences the emotions of consumers and impacts on their stay or flee behaviour.”

17

Een nieuw licht over kleur

In 2002 Malaika Brengman presented the thesis for her doctorate entitled An Environmental Psychology Approach about the impetus created by colour in shopping environments, a field for which barely any specialist literature existed. “I stumbled upon this phenomenon after a comparative study of second-hand shops. I wanted to check whether the existing theories about the effect of interior design in stores also applied to these types of stores. What I noted most was that the most successful second-hand shops had used more yellow in their interiors. Apparently one might conclude from this that using yellow in stores would produce better sales. I wanted to check whether this could be scientifically proven.” How did you research the effect of different colours used in interiors? Malaika Brengman: We created an environment using computer aided design. It was presented as a market study for an Italian design chain that planned to open a store in Belgium. A test panel was asked to choose the colour they believed was best for the interior. For the purposes of the experiment, we


De CAD-tekeningen gebruikt in het onderzoek/ The CAD renderings used in the research

18

Kwintessens / 2009 – 03


Onder de noemer An Environmental Psychology Approach presenteerde Malaika Brengman in 2002 haar doctoraal proefschrift over kleurimpulsen in winkelomgevingen, een domein waar in de vakliteratuur nauwelijks wat over te vinden was. Ik stuitte op dit fenomeen na een vergelijkende studie tussen kringloopwinkels. “Ik wilde nagaan of de bestaande theorieën over het effect van winkelinrichting ook voor dergelijke winkels gold. Wat opviel was dat de meest succesvolle kringloopwinkels meer geel in hun interieur hadden gebruikt. Opmerkelijk, want je zou daaruit kunnen concluderen dat geel in de winkel meer doet verkopen. Ik wilde nagaan of ik dit wetenschappelijk kon staven.” Hoe heb je onderzoek gedaan naar dit effect van verschillende interieurkleuren? Malaika Brengman: We hebben een setting uitgewerkt met behulp van computer aided design. Het werd voorgesteld als een marktonderzoek in opdracht van een Italiaanse winkelketen gespecialiseerd in design die zich in België wilde vestigen. Een ‘testpanel’ moest zich uitspreken over welke interieurkleur hen het beste leek. In een experimentele opzet hebben we 874 respondenten telkens dezelfde winkelfoto getoond, zij het telkens in verschillende kleuren. Iedere respondent kreeg hierbij slechts één foto te beoordelen. Dat we voor het opzet van een designwinkel hebben gekozen, is ons ingegeven door de ontvankelijkheid van dat publiek. Designliefhebbers staan open voor kleur. De participanten aan deze studie waren evenwel niet op de hoogte dat specifiek naar de invloed van kleur gepolst werd. Hoe argumenteerden de respondenten waarom ze een kleur mooier of lelijker vonden? We hebben gepeild naar emoties. Je moet daarbij denken aan een schema waarin we de graad van aangenaamheid, opwinding of stress kunnen uitzetten. Ook—en dat is net cruciaal voor marketingdoeleinden—op welke manier hun interesse gewekt werd door de winkel en of ze al dan niet koopintenties hadden. Wat we ‘kleur’ noemen, vergt enige toelichting, want het mag dan al refereren naar weerkaatsing van licht, er is meer mee gemoeid, toch?

19

Een nieuw licht over kleur

Precies, zonder al te ver te gaan in wetenschappelijke duiding, moet je een kleur kunnen definiëren aan de hand van haar dimensies. Pigment is daar één van; maar daarnaast heb je ook het saturatieniveau— dat is de geconcentreerdheid van het weerkaatste licht– en ook het waardeniveau is van belang. Met de waarde van het weerkaatste licht kan je aangeven of het om lichte of donkere kleuren gaan. Een hogere waarde betekent veel weerkaatsing en dat percipiëren we als lichte kleuren, terwijl weinig weerkaatsing een donkere kleur geeft. Is er een succeskleur? Of laat het resultaat zich niet zomaar samenvatten tot goede kleuren en slechte kleuren? De belangrijkste bevinding is dat consumenten die de interieurkleur in de winkel aangenaam vinden, meer geneigd zijn geld te gaan besteden. Een aangename kleur betekent een positief gevoel en werkt de toenadering in de hand. Het ligt voor de hand: een plek waar je je op je gemak voelt, is een plek waar je meer tijd wil doorbrengen. Voor marketeers is dat van tel, want dat vergroot de kans dat er geld wordt besteed. Hetzelfde geldt als de kleuren een positief gevoel van opwinding opwekken. Ook dat trekt klanten aan. Wanneer kleuren echter een negatief gevoel van spanning of stress teweeg brengen, dan zullen ze eerder geneigd zijn de winkel sneller te verlaten en er dus minder geld uit te geven. Maar welke kleur doet nu eigenlijk verkopen? [lacht] Wat ik kan zeggen is dat kleuren die bepaald worden door geelgroene of rode pigmenten het beduidend slechter doen. Donkere kleuren of erg felle kleuren zijn ook eerder te vermijden omdat ze negatieve impulsen geven. Consumenten spreken van stressgevoelens en—volgens dezelfde redenering– voelen ze zich minder op hun gemak in de winkel, spenderen ze minder tijd én minder centen. Welke conclusie zou je designers kunnen meegeven? Oh, dat kleurkeuze van elementair belang is als je consumenten wil overtuigen. Ook kon ik duidelijk vaststellen dat niet alle kleuren door iedereen op dezelfde manier gepercipieerd worden. Algemeen kan je stellen dat gele, oranje en ook blauwe tinten positieve impulsen

showed the same photo of the store to 874 respondents, but in different colours. Each respondent was asked to judge just one photo. Our decision to use a design store for the study came from the receptivity of this audience. Design lovers are very susceptible to colour. However, the respondents in this study were not told that we were specifically looking into the impact of colour. How did the respondents present their reasons for finding one colour more attractive or unattractive than another? We measured emotions. You have to imagine a table on which we were able to map out the degree of enjoyment, excitement or stress. We also wanted to map out—and this is especially crucial for marketing—how their interest in the store was aroused and whether they intended to actually buy anything there. What we call ‘colour’ has to be explained in detail because it is a bit more complex than most people think, right? That’s right. Without wanting to get too scientific, you have be able to define a colour based on its different dimensions. Pigment is one of them, but then you also have saturation levels (which is the concentration of reflected light) and value levels are also important. With the value of the reflected light, you can indicate whether it is a bright or a dark colour. A high value means a lot of reflection, which we perceive as light colours, whilst a low degree of reflection produces a dark colour. Is there a successful colour? Or is it not so simple to break down the results into simply good and bad colours? The most important finding is that consumers who like the colour in a shop interior are more tempted to spend money. A nice colour translates into a positive feeling and has a ‘magnet’ effect on consumers. It is logical: if you feel comfortable somewhere you are likely to spend more money there. This is important for marketeers because it increases the chance of money being spent. The same applies when colours arouse a positive sense of excitement. This also attracts customers. However, when colours create a negative feeling or cause stress, consumers will tend to leave the store more rapidly and spend less money therefore.


geven, maar sommige mensen reageren hier anders op. Wat voor de ene een positieve kleur is en aangenaam overkomt, kan bij de andere net stress opleveren. Voor designers die bezig zijn met interieurvormgeving of industriële vormgeving is het van belang te weten welke doelgroep je wil bereiken en welke kleur daarbij aansluit. Ik geef een voorbeeld: voor de enen is een rood salon een expressie van hun persoonlijkheid en een eyecatcher in hun interieur, terwijl anderen dat te extravagant vinden en liever opteren voor een neutrale kleur omdat ze dat rustgevend vinden. Het is dus eerder een persoonlijk aanvoelen en vooral nattevingerwerk? De waardering voor een kleur wordt grotendeels bepaald door de associaties die consumenten daar bij hebben. Enerzijds is het beter niet al te veel af te wijken van die herkenbaarheid, terwijl dat anderzijds natuurlijk net ook een strategische keuze kan zijn. Opvallen doe je door voor een afwijkende kleur te kiezen. Al dient gezegd dat je van een kale reis kan thuiskomen als je doelgroep daar niet in volgt. Euh, kan je hiervan een voorbeeld geven? Televisies waren tot voor kort altijd zwart, terwijl er plots producenten met zilveren televisies op de markt kwamen. En nu zijn er zelfs witte of rode, zij het dat die laatste specifiek voor tieners bedoeld zijn. Of neem computers: een decennium geleden waren die altijd grijs of beige. Tot Dell plots met zwarte computers kwam opzetten en Apple zelfs met verschillende felle kleuren uitpakte. Afwijken van wat gangbaar is, doet opvallen. Maar toen Spa haar pet-flessen voor het spuitwater helemaal rood kleurde, bleek dat voor de consument moeilijk omdat de herkenbaarheid in het schap wegviel. Bovendien kon men met het rood een frambozen- of aardbeiensmaak associëren, wat toch niet de bedoeling kon zijn. Die associaties zijn aangeleerd? Ze zijn vooral cultureel bepaald. Wit is bij ons bijvoorbeeld de kleur van de zuiverheid, de onschuld … een trouwjurk is wit en zwart is bij ons bijna het tegenovergestelde en te vinden op begrafenissen. In het Oosten is dat net omgekeerd.

20

Kwintessens / 2009 – 03

But which colour actually creates sales? [laughs] What I can say is that colours that are defined by yellow-green or red pigments achieve a considerably lower score. Dark colours or very bright colours should also be avoided because they give off negative impulses. Consumers talk of feeling stress and—by the same reasoning—they feel less at ease in the shop, so they spend less time there, and less money. What conclusion would you pass on to designers? Oh, that the choice of colour is of primary importance if you want to convince consumers. It was also very clear to me that not all colours are seen by everyone in the same way. In general, you could say that yellow, orange and blue create positive impulses, but some people react differently to this. A positive colour for one person can cause stress for someone else. It is important for interior or industrial designers to know who their target audience are and which colours fit them. Here’s an example: for some people a red settee expresses their personality and is an eye catcher in their interior, whilst others find it too extravagant and would rather opt for a more neutral colour, because they find it restful. So it is more a question of personal feeling and of which way the wind is blowing? People’s appreciation of a colour is largely determined by their associations with that colour. On the one hand, it is best not to depart too much from the familiar, and yet at the same time, it could also just be a strategic choice. You can make yourself noticed by opting for a colour that stands out from the crowd. Although it has to be said that you won’t achieve anything if your target audience disagrees. Erm, can you give an example of this? Until recently, televisions were always black, and yet suddenly manufacturers started coming onto the market with silver televisions. Today, there are even white or red ones, although the latter are targeted mainly at teenagers. Another example is computers: a decade ago, they were always grey or beige. Then Dell launched black computers and Apple

even came out with brightly-coloured ones. Departing from the norm makes one stand out. But when Spa made its sparkling PET water bottles completely red, consumers struggled because their familiar object had disappeared from the shelves. Red moreover, might be associated with raspberry and strawberry flavours, which was surely not the intention. Are those associations acquired? They are mainly determined by culture. White for instance is the colour of purity, of innocence… a wedding dress is white and black in our culture is almost the opposite and is seen at funerals. In Eastern cultures, it is the other way around. If some shock relating to colour were to take the world by storm the epicentre would always be located in the world of fashion. What discoveries have you made about trendsetters? Fashion colours do have a considerable effect. My research into shopping environments made it clear that bright, saturated colours arouse more excitement, and that yellow-green really didn’t score very well, even though it became a true fashion colour not long ago. It doesn’t often take long for colours that are in fashion to end up in other products, interior settings or communications. And what about the influence of trend watchers and (marketing) gurus who announce a new colour each season? A lot of that is a self-fulfilling prophecy. One time it’s black, next it’s white. Grey has been in fashion because it is experienced in the main as a quiet and calm colour, mainly because it lacks colour. Some associate this with the economic cycles; in times of crisis we see fewer bright colours and more traditional colours. White is always beautiful, but we get most pleasure out of cheerful colours. Yes, but all too often people take their point of departure from their own feelings and appreciation. Designers still have too much of a tendency to come up with creations based on colours they themselves like. Interior design or shop design that is determined by a personal choice of colours can be a big pitfall, because it might just not correspond with the colour that your target audience likes.


Als er iets wereldschokkend plaatsvindt op het vlak van kleur moet het epicentrum altijd gezocht worden in de modewereld. Wat is jouw bevinding inzake trendsetters? Modekleuren hebben wel degelijk een effect. Mijn onderzoek naar de winkelsetting maakte duidelijk dat fellere, verzadigde kleuren meer spanning opwekten en dat geelgroen er absoluut niet goed uitkwam terwijl het even later een echte modekleur geworden is. Kleuren die in de mode zijn, vinden snel hun weg in andere producten, interieursettings of communicatie. En wat te denken van de invloed van trendwatchers en (marketing-) goeroes die elk seizoen een nieuwe kleur aankondigen? Veel van dat is self-fulfilling prophecy. De ene keer is het zwart, dan weer wit. Grijs is in de mode geweest omdat het als kleur vooral als rustig en kalm ervaren wordt, vooral door het gebrek aan kleur. Er zijn er die daar economische cycli mee associëren; dat er in tijden van crisis minder felle kleuren worden gebruikt en er vooral gekozen wordt voor klassieke kleuren. Wit is altijd schoon, maar plezier komt vooral van vrolijke kleuren. Ja, maar vaak wordt te veel vanuit eigen gevoel en appreciatie gedacht. Ontwerpers creëren nog te vaak op basis van kleuren die ze zelf mooi vinden. Interieurvormgeving of winkelinrichting die bepaald wordt door kleuren die men zelf mooi vindt, vormt een grote valstrik, want misschien komt het niet overeen met de kleurenappreciatie van je doelpubliek. Ontwerpen à la tête du client of het mogelijk maken van personalisering is dus het best denkbare. Elke consument kan dan individueel een kleurkeuze maken … … wat je ook almaar meer ziet in de markt. Wetende dat het automodel van de Ford T destijds in één kleur verkrijgbaar was, is het nu vanzelfsprekend dat we elke auto in een kleur naar onze keuze kunnen krijgen. Ik ben er van overtuigd dat succes steeds meer geboekt gaat worden met producten die de vrije kleurkeuze mogelijk maken. Nu al kan je keukentoestellen zoals een broodrooster of een koffiemachine in verschillende kleuren

21

Een nieuw licht over kleur

verkrijgen. Kleur wordt op winkelniveau almaar belangrijker. Het is één van de laatste mechanismen om de consument te overtuigen. Als er toch kleur gegeven moet worden, doet men dat beter welbewust. Welke instrumenten zijn hiervoor dan beschikbaar? Voor ontwerpers is het aangewezen om met prototypes te werken, of voorproeven te maken, simulaties op computer om dan te kijken wat werkt. Eventueel kan je met een testpanel werken, want opnieuw: persoonlijke voorkeur is niet altijd een goed leitmotiv. Vaak wordt er een marktonderzoek gedaan of worden externe studiebureaus ingeschakeld. Al kom je met mijn aanbevelingen ook al een heel eind. [lacht]

Creating designs to fit the client or enable personalisation is the best option then. That way, each consumer can make their individual choice of colour… …which is what we are also seeing a lot more of in the market. When you think that the Ford T car model was only available in one colour in its day and that we don’t have to think twice today about being able to have any car in the colour of our choice. I am convinced that success will be achieved increasingly with products that offer a free choice of colour. It is already possible to buy kitchen equipment like toasters or coffee machines in different colours. Colour in stores is becoming increasingly important. It is just one of the latest mechanisms to convince consumers. If one does have to add colour, it should be done consciously. Which tools are available for this? It is recommended that designers work with prototypes, or that they carry out tests beforehand—computer simulations to see what works. You could use a test panel if necessary because again: personal preference is not always a good indication. In many cases research is carried out or external research agencies are brought in. Although you could already get quite some way with my recommendations. [laughs]

LENS°ASS Architects, Offices. Foto: Philippe Van Gelooven


—Frank Huygens

Puur wit

Pure white

Wit is wit

White is white

Wit is geen echte kleur meer, toch niet sinds Isaac Newton er zich in 1670 mee bemoeide. Hoewel Newton gelijk heeft, ervaren velen wit toch als een kleur, maar dan als de meest ‘minimale’ van alle. Het lijkt wel alsof wit nog niet is ingekleurd, als een onbeschreven blad dat wacht op een ingreep die alles zal veranderen. Gemakshalve beschouw ik wit hier als een volwaardige kleur, een zeer bijzondere overigens. Net als andere kleuren, bestaat wit in vele tinten. Elke schakering van hagelwit, sneeuwwit, melkwit tot crèmewit en gebroken wit kent een eigen gebruik en gevoelswaarde.

White is no longer a real colour, well not since Isaac Newton got himself involved in the issue in 1670. Though Newton is right, many people think of white as a colour, but the most “minimal” colour of all. It is as if white has not yet been coloured in, like a blank page waiting for something to happen that will change everything. For the sake of simplicity, I will consider white as a true colour here, and a very special one at that. Like all other colours, white exists in many shades. Each gradation from pearly white, snow white, milk white to cream and off-white has its own use and emotive value.

22

Kwintessens / 2009 – 03


Wit is in de West-Europese cultuur al eeuwen beladen met een edele inhoud. In de christelijke beeldtaal staat wit voor zuiverheid en maagdelijkheid, bij uitbreiding ook voor vrede en vrijheid. In de alledaagse ervaring wordt wit vaak geassocieerd met hygiëne en netheid. Wit blijft de aangewezen kleur voor badkuip, wasbak en toiletpot. Bij de aankoop van vaatwasser en wasmachine is wit eveneens de standaardkleur en ook de propere witte onderbroek blijft een klassieker. In de wereld van 20ste-eeuws design heeft wit slechts moeizaam een plaats weten te veroveren. Huishoudelijk textiel, serviezen en het zogenaamde hotelporselein hebben het altijd goed gedaan in wit, niet zelden opgeluisterd door een kleurig biesje of motiefje. Maar het is wachten tot ongeveer 1900, wanneer de Wiener Werkstätte wit combineert met zwart om interieurs, meubels en serviesgoed een strakke, tweekleurige moderniteit mee te geven. De modernistische architecten uit het interbellum bouwen hierop verder. Wit deemstert echter weer weg in de kleurige overdaad na de Tweede Wereldoorlog. In Vlaanderen is het de keramist Piet Stockmans die het zuivere wit opnieuw introduceert in de wereld van het design. In samenspel met een al even helder en krachtig blauw creëert hij serviezen die als geometrische composities op tafel verschijnen. Wit is terug van weg geweest. De suggestie van netheid is bij Stockmans vervangen door puurheid van vorm en kleur.

Ann Demeulemeester, Table Blanche voor/for Bulo (Carte Blanche) Foto: Patrick Robyn

23

Puur wit

In West European culture, white has for centuries been associated with nobleness. In Christian imagery, white stands for purity and virginity and by extension peace and freedom too. In our everyday experience, white is often associated with hygiene and respectability. White is still the ideal colour for bathtubs, sinks and toilet bowls. White is also the standard colour when buying a dishwasher or washing machine, and clean white underwear remains a classic to this day. In the world of 20th century design, white has only gradually gained a place for itself. Domestic textiles, service sets and so-called hotel crockery have always been popular in white, not infrequently adorned by a colourful border or motif. But we had to wait until about 1900, when Wiener Werkstätte combined white with black to give interiors, furniture and service sets a bold, two-tone modernity. The modernist architects developed this further in the intervening years between the Wars. However, white gets shaded out in the colourful excesses after the Second World War. In Flanders, it is the potter Piet Stockmans who reintroduces pure white to the world of design. He uses this, in interplay with an equally clear and powerful blue, to create service sets which appear as geometric compositions on the table. White is back after a long absence. Stockmans replaces the suggestion of neatness with purity of form and colour.


One of the white icons in recent Flemish design is the Table blanche designed by Ann Demeulemeester in 1996 for the office furniture manufacturer Bulo. The wooden structure—legs included—is covered in white canvas, which is nailed to the frame. The table reveals its preference for simplicity, as in its simple silhouettes. On the subject of the table, she says the following: “This table has the purity of an unpainted canvas. I wanted to get back to the essential shape of a table, in the way a child would draw it. Obviously, this object can only be made in pure white. The virgin canvas offers a clean and equally open work surface for its inspired user. If using a coloured and therefore painted canvas, the user is no longer able to start from this slim table with a clean slate. A colour other than white pushes him in a particular direction, whether consciously or not.” In this article, I go in search of Flemish designers who preferred to work in monochromic white. Some of them work towards creating an almost completely white piece. Are there enough reasons to confine themselves to white? Or is there no other way of doing it?

Restful simplicity

Anja Meeusen/ PTZE Porselein Atelier

24

Kwintessens / 2009 – 03

In her workshop in Westmalle, potter Anja Meeusen makes simple service sets, vases and washbasins. Almost all of the objects are made in white porcelain with a transparent glaze. She turns all of her pots herself. Under the name PTZE, she custom-makes services for restaurants and hotels. This year, she is designing her first industrially produced service for the Flemish decoration wholesaler D&M depot. She is making moulds for this thirty-piece collection and the objects will be cast in porcelain in a little factory in China. This enables her to devise more complex shapes than would be possible using the labour-intensive turntable. Also new is the combination of porcelain with bamboo and cork, and yet, in this Orientalinspired collection she remains faithful to her own style of sober simplicity: “I love natural shapes.” It was not by coincidence that her service set was taken up by the Hotel Julien in Antwerp’s city centre. This intimate city hotel made a conscious decision to retain its original 19th century interiors, with marble fireplaces and wooden floors. Owner, Mouche Van Hool, is fed up with loudness and obtrusiveness: “I was looking for a restful simplicity. The bedrooms are dominated by white and light grey on the walls, and on limed oak furniture, softly contrasting with a white wooden floor. Anja Meeusen’s service set fits in wonderfully well with this mix of old and new. The sober design, softly rounded form and clear white colour of the porcelain make her plates, cups and beakers timeless objects. The clearly visible turning rings give each object the extra cachet of genuinely handmade work.” As a potter, Anja finds that the material determines the colour. It seems obvious to her that if you choose deliberately for porcelain, the “transparency” of the material is protected from the decorative patterns or colourful additions. As a lover of fine eating, she can do nothing else than choose pure white. For the designer, white is the only possible colour for service sets, because the meal is best presented against white, in all its shades of colour.


Eén van de witte iconen van het recente design in Vlaanderen is wel de Table blanche die Ann Demeulemeester in 1996 ontwerpt voor de kantoormeubelfabrikant Bulo. De houten structuur— poten inbegrepen—is bekleed met wit canvasdoek, genageld op het frame. De tafel verraadt haar voorkeur voor eenvoud, zoals bij haar simpele silhouetten. Over de tafel zegt ze het volgende: “Deze tafel heeft het pure van onbeschilderd schilderdoek. Ik wou teruggaan naar de essentiële vorm van een tafel, zoals een kind die zou tekenen. Uiteraard kan dit object enkel maar in zuiver wit worden uitgevoerd. De maagdelijke schildersdoek biedt een zuiver en al even onbevangen werkoppervlak voor zijn geïnspireerde gebruiker. Met een gekleurd en dus beschilderd doek start de gebruiker van de slanke tafel niet langer met een propere lei. Een andere kleur dan wit duwt hem in een bepaalde richting, al of niet bewust.” In dit artikel ga ik op zoek naar Vlaamse designers die bij voorkeur in monochroom wit werken. Enkele van hen werken naar een bijna volledig wit oeuvre. Zijn er afdoende redenen om zich te beperken tot wit? Of kunnen ze niet anders?

Rustgevende eenvoud Keramiste Anja Meeusen maakt in haar atelier in Westmalle eenvoudige serviezen, vaasjes en waskommen. Vrijwel alle voorwerpen zijn uitgevoerd in wit porselein voorzien van een transparante glazuur. Ze draait alle keramiek eigenhandig. Onder de naam PTZE maakt ze serviesgoed op maat voor restaurants en hotels. Dit jaar ontwerpt zij haar eerste industrieel geproduceerde servies voor de Vlaamse decoratiegroothandel D&M depot. Voor deze collectie van dertig stuks maakt zij mallen waarmee in een Chinees fabriekje de voorwerpen in porselein worden gegoten. Dit laat haar toe complexere vormen te bedenken die met het arbeidsintensieve draaiwerk slechts moeilijk te realiseren zijn. Ook nieuw is de combinatie van porselein met bamboehout en kurk. Toch blijft ze in deze Oosters geïnspireerde collectie dicht bij haar eigen stijl van sobere eenvoud: “Ik houd van natuurlijke vormen.” Niet toevallig komt haar servies terecht in het Hotel Julien in het centrum van Antwerpen. Dit intimistische stadshotel koos bewust voor het behoud van de oorspronkelijke 19e-eeuwse interieurs met marmeren schouwen en houten vloeren. Eigenares Mouche Van Hool baalt van schreeuwerigheid en opdringerigheid: “Ik beoogde een rustgevende eenvoud. In de slaapkamers overheersen de tinten wit en lichtgrijs in muren, bedlinnen en in de geceruseerde [behandeld met (namaak)loodwit, nvdr] eikenhouten meubels, zacht contrasterend met een blanke houten plankenvloer. Het servies van Anja Meeusen past hier wonderwel in de mix van oud en nieuw. De sobere vormgeving met zachte rondingen en de helder witte kleur van het porselein maken haar borden, kommen en bekers tot tijdloze objecten. De duidelijk zichtbare draairingen verlenen ieder voorwerp een extra cachet van oprechte handenarbeid.” Als keramiste vindt Anja dat het materiaal de kleur bepaalt. Als je bewust kiest voor porselein, lijkt het haar evident dat de ‘transparantie’ van het materiaal wordt gevrijwaard van decoratieve patronen of kleurige ingrepen. Als liefhebster van fijn eten kan ze ook al niet anders dan voor het zuivere wit kiezen. Wit is voor de ontwerpster de enige mogelijke kleur voor serviezen, omdat het gerecht er het best in presenteert, in al zijn kleurschakeringen.

25

Puur wit

Evelien De Winter, In & Out Foto: Sven Balboa


Neutral white

Ann Van Hoey, Folded Foto: Dries Van den brande

Since her student days, the young potter Evelien De Winter has been using colour sparingly. For her final project (2000), she revealed two-tone ceramic objects in grey, matte white and matte black. The tone is set. During her conscious search for a pure design, she quickly confined herself to white. The service sets, dishes and vases were cast in soft stoneware (fired at 1150°) with a semi-transparent, high-gloss white glaze. Evelien deliberately gives the clay a firm white glaze to mask the beigeness of the fired clay. This pale beige reminds her too much of the rather passé art of pot firing. This is because Evelien strives for contemporary design in which white lends perfect form to the shape. The high-gloss glaze reflects the surroundings in the object, which immediately reveals the relationship between the object and the space. And that is precisely what the designer is after. By giving the double-walled dish and bowl a precisely cut profile with a protruding edge, this shape takes on its cultural value. The object manifests itself in space, the elevated edge is the boundary at which form and environment meet. The thickly applied glaze lifts that sharp cut a little more, like a white accent. Evelien finds white the most suitable colour because it is a neutral colour which accentuates shape without distorting it. Her sculptural objects retain their identity, and beyond that, they have presence. She has recently begun experimenting with porcelain, and she is able to recreate her clever designs in this radiant white material.

Neutraal wit Sinds haar studiejaren springt de jonge keramiste Evelien De Winter zuinig om met kleuren. In haar afstudeerproject (2000) toont ze tweekleurige keramische objecten in grijs, mat wit en mat zwart. De toon is gezet. Tijdens haar weloverwogen zoektocht naar een pure vormgeving beperkt ze zich al snel tot wit. De serviezen, schalen en vazen worden gegoten in zacht steengoed (gebakken op 1150°) met een semi-transparante, hoogglanzende witte glazuur. Bewust voorziet Evelien de klei van een stevige witte glazuur om de beige bakkende klei te maskeren. Dit vale beige herinnert haar te veel aan een wat oudbollige pottenbakkerskunst. Evelien streeft immers naar eigentijds design waarbij wit perfect gestalte geeft aan de vorm. Door het hoogglansglazuur wordt de omgeving weerspiegeld in het object, wat meteen een relatie tussen voorwerp en ruimte tot stand brengt. En daar is het de ontwerpster precies om te doen. Door de dubbelwandige schaal en kom te voorzien van een precies gesneden profiel met uitspringende rand, krijgt deze vorm een sculpturale waarde. Het object situeert zich manifest in de ruimte, de opwaartse rand is de grens waar vorm en omgeving elkaar ontmoeten. De dik aangebrachte glazuur zorgt ervoor dat die scherpe snede nog eens extra oplicht, als een wit accent. Voor Evelien is wit de meest geschikte kleur omdat het een neutrale kleur is die de vorm accentueert zonder deze te vervormen. Haar sculpturale objecten behouden hun identiteit, meer nog, ze stáán er. Recent experimenteert ze met porselein, waarbij ze haar uitgekiende ontwerpen vormt in dit stralend witte materiaal.

26

Kwintessens / 2009 – 03

Ann Van Hoey, Thé dansant Foto: Dries Van den brande


Of white and brown

Hugo Meert, Terrarist Vase voor/for Attese Edizioni, Albisola

Since she took her first steps into the world of pottery in the early 1980s, Ann Van Hoey has been fascinated by the simplicity of geometric shapes. She employs the pure figures of cone, sphere and cube. A few years ago, she learned the Japanese technique of folding leaves of clay. In 2006 and 2007, armed with this knowledge, she designed objects for everyday use which combine two spatial figures. Thus, the silhouettes of cups and milk jugs have the cube and the sphere as intrinsic elements. Having had these early successes, Ann Van Hoey took her quest further. In 2008, this resulted in the Etude géométrique series of bowls. Here, cube and sphere meld together in slightly undulating bowls, in which the angles of the cube still shine through the pivotal points of the folding. For this new creation, Ann left the white glazed porcelain to the side in favour of a chocolate brown clay (Ceradel CF441N, faience noire), deliberately left unglazed. However, this colour does not constitute a break from the fragile white service sets. Here too, the potter has opted for monochrome so as not to divert attention from the interplay of geometric lines. The glaze too has been left to the side, because this gives greater emphasis to the sharp folds of the profile. A transparent glaze would give the subdued brown a shine and make it look something like hot chocolate sauce. The bowl would no longer be a bowl, but a piece of virtuoso chocolate work. For Ann Van Hoey, the clay determines the object’s final colour. She finds that in the realm of coloured clay, coloured glazes or engobes would be superfluous. Simplicity in material and technique sets the tone. The shape follows, as it were, of its own accord. Ann chooses not to glaze the objects, preferring to allow the material to keep its own character. The object becomes more tactile as a result. The mild resistance of unglazed pottery gets lost in the smoothness of a glazed surface: “I like to see the material itself, the unprocessed clay, preferably in its leather-hard state, but of course this is not technically feasible.”

Stripped of all ornament, but not minimal

Van wit en bruin Van bij haar eerste stappen in de wereld van keramiek aan het begin van de jaren ’80 wordt Ann Van Hoey gefascineerd door de eenvoud van geometrische vormen. Ze werkt met de zuivere figuren van kegel, bol en kubus. Enkele jaren geleden leert ze de Japanse techniek van het plooien van vellen klei kennen. Gewapend met deze kennis ontwerpt ze in 2006 en 2007 gebruiksvoorwerpen die twee ruimtelijke figuren combineren. In het silhouet van tassen en melkkannetjes tekenen zich de kubus en de bol af. Op basis van deze eerste geslaagde resultaten zet Ann Van Hoey haar zoektocht verder. Dit levert in 2008 de reeks kommen Etude géométrique op. Kubus en bol smelten hier samen in lichtjes uitdeinende kommen waarbij in de scharnierpunten van het vouwwerk nog de hoeken van een kubus doorschemeren.

27

Puur wit

Industrial designer Alain Monnens shares with Ann Van Hoey the same preference for spatial, basic, geometric shapes. Since his student days at the Media & Design Academy in Genk, he has confined his designs to the strictly necessary. In all his professional designs since 1995, he has worked on the basis of a well-conceived concept in which material and colour emerge through logic. One of the most striking examples of this conceptual methodology is the Cone lamp (2006), designed for the Belgian lighting manufacturer TossB. For the initial design of the lamp, Monnens started out with the image of the cone-shaped shaft of light which the object emits. This cone then becomes the shape of the object’s “mantle”. The designer sees Cone ideally as a completely white lamp mounted directly against the ceiling, without wires or other fixtures. However, once finally produced, the polyester lamp was available in all RAL colours, even with a variety of colours for the inside and outside of the shade. Needless


Met deze nieuwe creatie verlaat Ann het witte geglazuurde porselein ten voordele van een chocoladebruine klei (Ceradel CF441N, faience noire), bewust ongeglazuurd gelaten. Deze kleur vormt echter geen breuk met het fragiele witte serviesgoed. Ook deze keer kiest de keramiste voor een monochromie die de aandacht niet afleidt van het geometrische lijnenspel. Ook het glazuur wordt achterwege gelaten omdat daardoor de scherpe vouwen des te sterker geprofileerd zijn. Een transparante glazuur zou het gedempte bruin trouwens laten glanzen als warme chocoladesaus. De kom zou geen kom meer zijn, maar virtuoos chocolatierwerk. Voor Ann Van Hoey bepaalt de klei de definitieve kleur van het object. In de materie gekleurde klei, gekleurde glazuren of engobes zijn voor haar overbodig. Eenvoud in materiaal en techniek zetten de toon. De vorm volgt als het ware vanzelf. Ann wil de objecten niet glazuren om het materiaal zijn eigenheid te laten behouden. De tactiliteit van het voorwerp wordt er groter door. De zachte weerstand van ongeglazuurde keramiek gaat verloren in het gladde van een geglazuurd oppervlak: “Ik zie graag de materie zelf, de klei zonder behandeling, en zo mogelijk zelfs in leerharde toestand, wat technisch natuurlijk niet haalbaar is.”

Uitgepuurd, maar niet minimaal Industrieel ontwerper Alain Monnens deelt met Ann Van Hoey eenzelfde voorliefde voor ruimtelijke, geometrische basisvormen. Sinds zijn studiejaren aan de Media & Design Academie in Genk beperkt hij zijn ontwerpen tot het strikt noodzakelijke. In zijn professionele ontwerpen sinds 1995 vertrekt hij steevast van een doordacht concept waaruit materiaal en kleur vervolgens logisch voortvloeien. Eén van de meest sprekende voorbeelden van deze conceptuele methodiek is wel de lamp Cone (2006), voor de Belgische verlichtingsfabrikant TossB. Bij het initiële ontwerp van de lamp gaat Monnens aan de slag met het beeld van de kegelvormige lichtbundel die het voorwerp uitstraalt. Deze kegel of conus wordt vervolgens ook de vorm voor de ‘mantel’ van het object. De ontwerper ziet Cone idealiter als een volledig witte lamp die meteen tegen het plafond wordt gemonteerd, zonder draad of ander bevestigingselement. Bij de uiteindelijke productie is de polyester lamp echter verkrijgbaar in alle RAL-kleuren en zelfs met een verschillende kleur voor de binnen- en buitenzijde van de kap. De brede kleurenwaaier en de verschillende versies komen uiteraard tegemoet aan commerciële overwegingen. Dit toont meteen de spanning tussen het originele ontwerp op de tekentafel en het definitieve product op de markt. Net als de andere designers beschouwt Alain het zwart als een tweede voorbeeldige kleur waarin hij zijn ontwerpen het best gestalte kan geven. Met deze twee kleuren, al dan niet gecombineerd, verschijnen zijn uitgepuurde ontwerpen op hun best. ‘Grafisch’ komen de voorwerpen veel mooier uit, het ziet er veel strakker uit in wit en zwart. Bij alle andere kleuren gaat de kleur al snel overheersen, meent de ontwerper. Rood ziet hij als de meest geschikte accentkleur om zijn wit-zwarte objecten in een interieur te ondersteunen. Een zeer geslaagde realisatie van die wit-zwarte stilering van Monnens is zijn meest recente ontwerp, de stoere fauteuil Bertus (2009) voor Durlet. De ontwerper besteedde veel zorg aan een precieze belijning van de zetel, zowel in profiel als van

28

Kwintessens / 2009 – 03

Hugo Meert, Triple Lait

to say, the broad range of colours and various versions are there to satisfy commercial considerations. This makes readily apparent the tension between the original design on the draft table and the final product on the market. Like the other designers, Alain sees black as a second exemplary colour in which he is best able to lend form to his designs. In these two colours, possibly combined, his strippeddown designs appear at their best. Graphically, they come out in much more beauty, and look bolder in black-and-white. In all other colours, the colour quickly dominates, so the designer believes. He sees red as the most suitable colour for accents to help integrate his white-black objects in an interior. One extremely successful realisation of this white-black styling of Monnens is his most recent design, the sturdy Bertus (2009) armchair for Durlet. The designer took great care in getting the lines of this chair exactly right, both in profile or viewed from the front and back. What is striking is the supple lines of the metal support structure which encompasses the armchair in a single movement, from the front leg, over the armrest, to the back rest and rear leg, and then back to the second front leg. This structure is—as is always the case with Monnens’ designs—a functional element which also describes the graphic structure and illustrates the way in which the


voor of achter bekeken. Treffend is de soepel lopende metalen draagstructuur die de fauteuil in één beweging omvat, van voorpoot over armleuning tot ruggensteun naar achterpoot, en vervolgens terug naar de tweede voorpoot. Die structuur is— zoals steeds in Monnens’ ontwerpen—een functioneel element dat meteen ook een grafische structuur tekent en de ‘werking’ van het voorwerp verbeeldt. Hier is het subtiele samenspel van wit en zwart, van lijn en ondergrond, in volmaakt evenwicht. Beide kleuren hebben een eigen functie en vullen elkaar mooi aan.

Alain Monnens, Cone voor/for TossB

Wit is de enig mogelijke kleur Een andere witte raaf die ook flink nadenkt voor hij een object op de wereld loslaat, is keramist Hugo Meert. In de beginjaren maakte hij organische vormen in monochroom gepolijst roodbakkend aardewerk. Glazuur is hier niet nodig. Het polijsten geeft het voorwerp een natuurlijke en zachte glans waarbij het aardewerk zichtbaar blijft. Sinds een tiental jaren kiest Hugo echter resoluut voor wit. Wit is voor de keramist de meest geschikte kleur omdat ze blijvend mooi is en het voorwerp neutraal laat zijn: “Als je kleur toont, beken je kleur”, zo stelt hij onomwonden. Na enig aandringen ziet Hugo ook zwart als een kleur waarmee hij zou kunnen werken, om dezelfde reden als het wit. Andere kleuren gaan de omgang met het keramische object inkleuren en uiteindelijk verkleuren. Op mijn vraag ‘Waarom wit?’ antwoordt hij het volgende: “Er bestaat gewoonweg geen andere kleur die me blijft boeien. Als ik, vooral vroeger, kleur gebruikte, was dit steeds de natuurlijke kleur van het materiaal zelf, zoals terracottarood aardewerk, ofwel een zuivere en harde basiskleur, erg gepigmenteerd. Ik kan nochtans erg genieten van kleuren, vooral zoals ze in de natuur voorkomen. Menselijk kleurgebruik lijkt me echter steeds onnodig … een soort ‘imitatie van’. Wit staat volgens mij een beetje boven alle kleuren. Als ik met kleur werk, heb ik het gevoel ‘kleur te bekennen’ en een soort ‘smaak’ te tonen. Het gebruik van wit ontwijkt dit. Wit toont zich zeer open en is open voor invulling. Keramiek leent zich erg tot ‘wit-exploratie’.

Goed gevormd en een gave huid Wit is blijkbaar dé kleur voor ontwerpen met een sobere vorm, een grafische belijning en scherpe contouren. Wit wordt dan weer minder geschikt bevonden voor grillig bewegend design. De voornoemde ontwerpers tekenen gebruiksvoorwerpen in een scherp afgelijnd silhouet met precies beschreven onderdelen. Details doen ertoe en worden minutieus in beeld gebracht. Strakke silhouetten maken dat de objecten zich loepzuiver profileren in een interieur. Monochroom wit of zwart of een combinatie van beide visualiseren dergelijk gestileerd design het best. Al even opvallend in de ontwerpen is de uitgesproken liefde voor gladde oppervlakken met een fijne textuur. Hier is geen plaats voor bobbels en bulten, scheuren of rafelige randen. Geheel onverwacht krijgt het klinische wit of het strenge zwart een aaibare sensualiteit. Ann Van Hoey ziet het zo: “Wit laat geen fouten toe.” Ook Hugo Meert houdt bewust rekening met de touch van zijn objecten: “Wit kan men erg verschillend aanvoelen, bijvoorbeeld via de afwerking (mat of gepolijst glanzend) of via de tint en het timbre (melkwit, hagelwit, enz.).”

29

Puur wit

object “works”. Here, the subtle interplay of black and white, line and background, are in total balance. Each colour has its own function and complements the other beautifully.

White is the only possible colour Another white raven (odd man out) who also thinks twice before unleashing an object on the world is potter Hugo Meert. In the early years, he made organic shapes in monochromic, polished, red-baked earthenware. Here, there is no need for glazing. The object takes on a natural and soft sheen when polished, so that the earthenware remains visible. For ten years or so, though, Hugo has switched resolutely to white. White is the most suitable colour for the potter because it is forever beautiful and shows the object off in a neutral way: “If you show colour, you admit colour,” he says straightforwardly. When pressed, Hugo also sees black as a colour he could work with, for the same reasons as white. Other hues colour the interaction with a ceramic object, and ultimately discolour it. To my question “Why white?” he answers as follows: “There is simply no other colour that holds my attention. When, in the past in particular, I used colour, it was always the natural colour of the material itself, such as terracotta red earthenware, or a pure and solid basic colour, highly pigmented. I can really enjoy colours actually, especially if they occur in nature. It seems to me that the human use of colour is always unnecessary… a sort of ‘imitation of‘. To my mind, white stands just a little above other colours. When I work with colour, I have the feeling of ‘confessing colour’, revealing a sort of ‘personal taste’. Using white gets me around this. White shows itself as extremely open and is open to interpretation. Pottery is extremely well-suited to this ‘exploration of white’.”


Is wit puur?

Well formed and clear skinned

Vertoont deze bende ‘monochrome’ designers een gelijkgestemdheid in hun liefde voor wit? Ieder van hen ervaart wit alvast als een ‘pure’ kleur die zeer geschikt is voor hun uitgepuurde ontwerpen. De term ‘minimalisme’ is misplaatst, want die doet afbreuk aan de slechts schijnbare eenvoud van hun ontwerpen. “Voor mij is design de kunst van het weglaten”, stelt Alain Monnens. Zuivere ontwerpen vragen om een natuurlijke kleur, een kleur die zich niet opdringt aan de toeschouwer. Wit tast de vorm niet aan maar versterkt hem net. Keramisten geven rechtstreeks vorm met de handen, zijn tastbaar betrokken bij de creatie. Misschien ziet men daarom het liefst dat het materiaal na het bakken zijn oorspronkelijkheid behoudt. Voor Evelien De Winter versterkt het glazuur het witte oppervlak; Ann Van Hoey zou het liefst de keramiek ongeglazuurd laten. Naast esthetische spelen ook functionele overwegingen een rol; voor Anja Meeusen vormt wit de meest geschikte achtergrond om een gerecht smakelijk te presenteren. Een industrieel ontwerper als Alain Monnens kiest misschien nog bewuster voor een monochrome tint. Hij produceert zijn ontwerpen niet eigenhandig en staat onafhankelijker tegenover materialen als kunststof of metaal. Bij industriële toepassingen is het evidenter om de kleurenwaaier open te trekken: voor elk wat wils. Toch kiest hij bewust voor een monochrome uitvoering. Maar ook zwart wordt best gewaardeerd. Ook zwart werkt niet ‘verkleurend’; het laat toe om het voorwerp als een loepzuiver gestileerd ontwerp te presenteren. De combinatie van wit en zwart is het meest contrastrijke kleurenpalet en laat toe om vormen, lijnen en delen tegen elkaar uit te spelen. Ergens schemert ook rood door in dit wit-zwarte huwelijk. Zo beginnen enkele keramisten hun carrière met monochroom rood aardewerk. De onbehandelde materie primeert hier. Een onvoorwaardelijke liefde voor wit of zwart was de volgende stap. En alhoewel rood een dominante kleur is en blijft, laat het zich wel goed harmoniëren met het onafscheidelijke duo zwart én wit. Moet er nog kleur zijn?

White, it seems then, is the colour of choice for designs with a sober form, graphic lines and sharp contours. But then again, white is not seen as particularly suited to fanciful designs which conjure up movement. The aforementioned designers design objects for everyday use with sharp-lined silhouettes and precisely described parts. Details add to the whole and are meticulously drawn out. Tight-lined silhouettes give the objects a flawless profile in an interior. Monochromic white or black, or a combination of both, visualise these stylised designs best. Just as noticeable in the designs is the marked love of smooth surfaces and fine textures. There is no place here for lumps and bumps, cracks, or frayed edges. Completely unexpectedly, clinical white and stark black take on a touchable sensuality. Ann Van Hoey sees it like this: “White allows for no imperfections.” Hugo Meert is also conscious of the touch of his objects: “White can be perceived in very different ways, through the finish, for example, (matte or polished shine), or via hue and timbre (milk white, snow white, etc.).”

Alain Monnens, Bertus voor/for Durlet

30

Kwintessens / 2009 – 03

Is white pure? Is this band of “monochromic” designers in agreement over the love of white? Each sees white as a “pure” colour which is extremely well suited to their stripped-down designs. The term “minimalism” is misplaced because it detracts from the merely apparent simplicity of their designs. “For me, design is the art of omission,” says Alain Monnens. Pure designs call for natural colour, a colour which does not press itself on the observer. White does not hurt shape, but actually accents it. Potters create shape directly in their hands, are physically involved in its creation. Perhaps this is why they prefer the material to retain its originality after firing. For Evelien De Winter the glaze accentuates the white surface; Ann Van Hoey prefers to leave the pots unglazed. Besides aesthetic considerations, considerations of functionality play a role; for Anja Meeusen, white presents the ideal background to present food in a tasteful way. An industrial designer such as Alain Monnens chooses perhaps more deliberately for a monochromic hue. He does not produce his designs by his own hand and is farther removed from his materials of plastic or metal. It makes more sense to open up the full range of colours in industrial applications: there is something for everyone. But he does make a conscious choice for a monochromic finish. Black too, it seems, is valued. Black does not have a “discolouring” effect either; it enables an object to be presented as a flawless, stylised design. The combination of white and black is the most contrasting colour palette, allowing shapes, lines and sections to play against each other. Somewhere too, red gleams in this marriage of white and black. Some potters start their careers in this way, with monochromic red earthenware. The untreated material takes precedence here. An unconditional love of white, or black, is the next step. And though red is and will always be a dominant colour, it does harmonise well with the inseparable duo of black and white. Is there really any need for colour?


—Christian Oosterlinck

Design September

Design September

Sinds een aantal jaren staat in de maand september design centraal in Brussel. Designers Week-end is naar belang voorbij gestoken door Design September, een initiatief in 2006 opgericht door Marie Pok. Op het programma staan een 25-tal tentoonstellingen, enkele lezingen en conferenties en diverse andere initiatieven. We kunnen gerust stellen dat Design September met zijn interessante aanbod best zijn mannetje kan staan in de overvloed van ‘designweken’ die in Europa en daarbuiten georganiseerd worden. In de Design Vlaanderen Galerie wordt de Zweedse tentoonstelling Visual Voltage getoond. Energie vormt de kern van de maatschappij en ons dagelijkse leven, maar de expositie zet energie in een ander daglicht. Een lamp die opengaat als een bloem wanneer het energieverbruik een tijdje laag is geweest, of een klok die de energieconsumptie van een volledig gezin in real time weergeeft: het zijn slechts twee voorbeelden van prototypes die te zien zullen zijn. De tentoonstelling stelt werken voor van Steven Dixon, Nils Edvardsson, Tina Finnäs, Front Design en Tore Nilsson. Niet toevallig toont Design Vlaanderen Zweeds design. Zweden is immers voorzitter van de Europese gemeenschap en om dezelfde reden zijn de dames van Front Design uitgenodigd om een lezing te geven op 25 september. Er komt wel nog meer schoon volk naar de lezingenreeks in het Flagey afgezakt: op 17 september is Tom Dixon te gast, op 24 september is het de beurt aan Edward Barber en Jay Osgerby en Karim Rashid sluit af op 2 oktober. Het internationale gebeuren van Design September wordt aangevuld en benadrukt met tentoonstellingen zoals Les designers ’08 (6 Finse designers te gast in Wiels) en English Design, isn’t it? (een selectie uit de Established & Sons-collectie bij Daniel Perahia). Pierre Bergé brengt dan weer jonge Poolse designers in Un-polished en bij Diito zijn prototypes en nieuwigheden te zien van Tom Dixon, naast werk van de Belgen Damien Gernay en Olivier Pitot. Voor jong Belgisch ontwerptalent kan men ook terecht in het Architectuurmuseum De Loge met de Dynamo Belgian Young Design Award, of bij Septante Sept (Mathias Van de Walle, Gauthier Poulain). De Creative Space Kreon-Pro Materia brengt meer gevestigde namen zoals Pol Quadens (tot 11/09) en Luc Druez (tot 31/10). Op 20 september wordt door Pro Materia eveneens een workshop Experience Shopping & Retail Strategy georganiseerd. In het Brusselse kantoor van Lens°Ass stellen Hans De Pelsmacker en Anne Perneel tentoon. Zij integreert haar keramiek in de meubelreeks Babel PH07 en de vitrinekasten PH09 van haar echtgenoot. Nog een link tussen design en keramiek vinden we in The Gallery waar Lucille Soufflet tentoonstelt. Van de Zweedse Eva Hild is werk te zien bij Puls.

Since a few years, the emphasis has been on design in Brussels in the month of September. Designers Week-end has since been overtaken by Design September, an initiative that was established in 2006 by Marie Pok. The programme includes 25 exhibitions, a number of lectures and conferences and various other initiatives. It is safe to say that Design September’s interesting offer can easily stand the test in the host of ‘design weeks’ organised in Europe and beyond. The Design Vlaanderen Gallery will be hosting the Swedish exhibition, Visual Voltage. Energy is at the core of our society and of our daily life, but the exhibition highlights energy in a different way. A lamp that unfurls like a flower, when energy consumption has been low for some time, or a clock that represents a complete family’s energy consumption in real time: these are but two examples of the prototypes on show. The exhibition showcases work by Steven Dixon, Nils Edvardsson, Tina Finnäs, Front Design and Tore Nilsson. It is no coincidence that Design Vlaanderen will be showing Swedish design: Sweden has the presidency of the European Union and for that same reason, the ladies of Front Design will be in Brussels on 25 September to give a lecture. Other interesting guests have been invited to the lecture series at Flagey: on 17 September Tom Dixon will give a lecture, followed by Edward Barber and Jay Osgerby on 24 September and Karim Rashid will close the series on 2 October. The international events of Design September will be completed and emphasised with such exhibitions as Les designers ’08 (6 Finnish designers on show at Wiels) and English Design, isn’t it? (a selection from the Established & Sons collection by Daniel Perahia). Pierre Bergé gives an overview of the work of young Polish designers in Un-polished while Diito will be showing prototypes and new work by Tom Dixon, next to work by Belgians Damien Gernay and Olivier Pitot. If you are interested in young Belgian design talent, the Architecture Museum De Loge is hosting the Dynamo Belgian Young Design Award, and Septante Sept is showing work by Mathias Van de Walle and Gauthier Poulain. The Creative Space Kreon-Pro Materia will be showing work by more established names such as Pol Quadens (until 11/09) and Luc Druez (tot 31/10). On 20 September, Pro Materia will also be organising an Experience Shopping & Retail Strategy workshop. The Brussels offices of Lens°Ass will be showcasing work by Hans De Pelsmacker and Anne Perneel. She integrates her ceramics in the furniture series, Babel PH07 and in her husband’s PH09 display cases. Another link between design and ceramics can be found at The Gallery where Lucille Soufflet is exhibiting her work. Puls is showing work by Swedish designer, Eva Hild.

31

Design September


Wie designobjecten mee naar huis wil nemen en daar het nodige budget voor heeft, kan terecht bij Pierre Bergé. Li Edelkoort selecteerde 200 loten rond het thema Museum House. Het achterliggende idee is dat de consument curator wordt van de tentoonstelling van zijn eigen leven en zo zijn huis tot een museum maakt. In het aanbod van de veiling vinden we vooral Nederlandse designers zoals Reiner Bosch, Ineke Hans, Joost & Kiki, maar ook namen als Ross Lovegrove. Wie koopjes wil doen, heeft waarschijnlijk meer kans op de Brussel Design Market op 13 september. Deze ‘vlooienmarkt’ is exclusief gewijd aan designproducten van de jaren ’50 tot ’80. Op 26 en 27 september staan de deuren wagenwijd open van de ateliers tijdens de Designers Open Doors. U kunt zomaar binnenlopen bij Atelier A1, Danny Venlet, Charles Kaisin, Michael Bihain, Jean-François d’Or, BaseDesign, Atelier Blink, Charlotte Lancelot, Damien Gernay en vele anderen. Dit jaar zijn ook enkele architectenbureaus in het parcours opgenomen, die ook designers uitnodigen die geen atelier in Brussel hebben. Voet Theuns Architecten zijn zo te gast bij B612associates. Bijzondere aandacht verdient het Brussels Design Forum op 2 oktober, dat met steun van de Pentawards, WBDM, Wallonie Design en Design Vlaanderen experts samenbrengt uit verschillende designgebieden. Het forum spitst zich toe op 2 thema’s.: packaging is een eerste thema, met sprekers als Claire Favre Maxwell (MuDac), Patrick Guedj (Kenzo) en Fabrice Peltier (Designpack Gallery). De dag wordt besloten met de uitreiking van de Pentawards 2009. Het tweede thema wordt ingegeven door de hoeveelheid van Europese designprijzen en hun stimulerende rol in de creatieve en economische ontwikkeling. Sprekers zijn o.a. Lisbeth Juul (Index Awards), Peter Zec (Red Dot Awards), Giovanni Cutolo (Compasso d’Oro) en Ingrid Van der wacht (DME Award). Wie een dagje Design September op een passende manier wil afsluiten, kan dit bij een etentje in één van de 15 restaurants die deelnemen aan Food Design: No plate allowed. Al het lekkers zal er geserveerd worden in de collectie Eat van Durobor. Deze glazen stolpen zullen drager worden van onderzoek naar inhoud, presentatie en tafelschikking.

Power Aware Cord [Visual Voltage]

32

Kwintessens / 2009 – 03

If you are interested in taking home some design objects and you have the required budget to do this, then visit Pierre Bergé. Li Edelkoort selected 200 lots, focusing on the theme of the Museum House. The underlying idea is that the consumer becomes the curator of the exhibition of his own life and thus turns his house into a museum. The auction includes work by Dutch designers mainly, such as Reiner Bosch, Ineke Hans, Joost & Kiki, but also artists such as Ross Lovegrove. If you are interested in some bargains, you’ll probably have a better chance of finding them at the Brussels Design Market on 13 September. This ‘flea market’ is exclusively dedicated to design products from the 1950s through the 1980s. On 26 and 27 September, designers will be opening wide the doors to their workshops during the Designers Open Doors. Walk in at Atelier A1, Danny Venlet, Charles Kaisin, Michael Bihain, Jean-François d’Or, BaseDesign, Atelier Blink, Charlotte Lancelot, Damien Gernay and many others. This year, the organizers have also included a number of architect’s firms in the programme: they will be inviting designers who do not have a workshop in Brussels. Voet Theuns Architecten for example will be the guests of B612associates. Special attention goes to the Brussels Design Forum, that will be gathering experts from various design disciplines on 2 October, with the support of Pentawards, WBDM, Wallonie Design and Design Vlaanderen. The forum will be focusing on two themes: packaging design is the first theme, with speakers including Claire Favre Maxwell (MuDac), Patrick Guedj (Kenzo) and Fabrice Peltier (Designpack Gallery). The day will end with the Pentawards 2009 award ceremony. The second theme draws on the multitude of European design awards and their encouraging role in creative and economic development. Speakers include Lisbeth Juul (Index Awards), Peter Zec (Red Dot Awards), Giovanni Cutolo (Compasso d’Oro) and Ingrid Van der wacht (DME Award). If you are interested in ending your Design September day in a fitting manner, then dine at one of the 15 restaurants that take part in Food Design: No plate allowed. All your food will be served in the Eat collection by Durobor. These glass bells will become carriers of research into content, presentation and table setting.

Front Design, Flower Lamp [Visual Voltage]


—Roel Jacobus

Fabrikant van theaterstoelen en uitschuifbare tribunes Jezet Seating uit Overpelt blinkt uit in een strategie die Vlaamse bedrijven groot maakt: kies doelbewust een nichemarkt en probeer daarin een wereldtopper te worden. De combinatie van ondernemerszin met vakmanschap levert vruchten af. De voorbije vijf jaar ontpopte Jezet Seating zich tot een van de snelst groeiende bedrijven van Limburg, bekroond met een award als Trends Gazellen-Ambassadeur in de categorie middelgrote bedrijven. Kiezen voor design en productontwikkeling als strategisch speerpunt kan gedurfd klinken, en dat is het ook. Dertien jaar geleden was het een bewuste keuze van Toon Maesen om in zijn bedrijf een afdeling voor onderzoek en ontwikkeling te starten. Gezien in de branche van de theaterinrichting heel wat esthetiek komt kijken, gaan de technische aspecten logischerwijze samen met designoverwegingen. Erik Bruschi, als productdesigner afgestudeerd aan de Katholieke Hogeschool Limburg in Genk, is hoofd van de R&D-afdeling.

Added value through customisation

Meerwaarde door maatwerk

Your body has perhaps already unconsciously experienced Jezet Seating’s theatre seats. Innumerable halls throughout Europe offer you that opportunity. High time therefore to realise that the home town of this global player in a very specific niche market is actually Overpelt.

Wellicht maakte uw lichaam al onbewust kennis met de theaterstoelen van Jezet Seating. Talloze zalen in heel Europa bieden u die kans. Hoog tijd dus dat ook uw hersenen leren dat in Overpelt een wereldspeler in een heel specifieke nichemarkt huist.

33

Meerwaarde door maatwerk

De recente groeiversnelling van Jezet is vooral een internationaal verhaal. Vertel eens? Erik Bruschi: “Dertien jaar geleden kwam ik terecht in een kmo met 15 tot 20 medewerkers. Sindsdien werd onze afzetmarkt opengetrokken van de Benelux naar West-Europa, tot we op een bepaald moment zelfs geen grenzen meer kenden. Sinds enkele jaren zijn we actief in de beide Amerika’s, Afrika en Azië. Intussen werken hier in piekperiodes tot 150 mensen en evolueerden we van louter kleine projecten naar ook grote arena’s. We doen nog steeds kleine inrichtingen, maar de bovenlimiet is verdwenen. In Lyon plaatsten we 8 000 stoelen, in de Budapest Arena 12 500 en in de O2 Arena in Dublin 10 000.” Maken jullie daar telkens nieuwe ontwerpen voor? Omdat we in Vlaanderen beperkt worden door een hoge loonkost, hanteren we de bedrijfsfilosofie dat we door maatwerk ook een hoge meerwaarde moeten bieden. We hebben vrijwel geen standaardproducten maar ontwerpen telkens zetels en tribunes die stroken met de huisstijl van het gebouw. We gaan zo ver mogelijk mee in de visie van de architect voor het houtwerk, de belijning


As a manufacturer of theatre seats and retractable seating systems, Jezet Seating which is headquartered in Overpelt, excels in a strategy that makes Flemish companies big: make a conscious decision to target a niche market and try to become global leader in that market. The combination of a sense of entrepreneurship and craftsmanship pays off. Over the last five years, Jezet Seating has developed into one of the fastest growing companies in Limburg, and has earned different awards such as the Trends Gazellen Ambassador in the mediumsized company category. Opting for design and product development as a spearhead might sound daring, and it is. Thirteen years ago, Tom Maesen made the conscious choice to set up a research and development department in his company. Given the importance of aesthetics in the theatre furnishing industry, it is only logical that technical aspects have to go hand in hand with design considerations. Erik Bruschi, who graduated as product designer from the Catholic UniversityCollege of Limburg in Genk, is head of the R&D department. The recent acceleration in Jezet’s growth is mainly an international affair. Can you tell us about it? Erik Bruschi: Thirteen years ago, I ended up in an SME with 15 to 20 employees. Since then our market has extended from the Benelux to Western Europe, and continued expanding until at some point there were simply no more boundaries. For several years now we have been active in both the Americas, Africa and Asia. At peak times we employ up to 150 people and we have evolved from working on smaller projects and now also install big arenas. We still work on small installations, but there is no upper limit any more. In Lyon, we installed 8,000 seats, in the Budapest Arena 12,500 and in the O2 Arena in Dublin 10,000. Do you come up with a new design each time? Because we are hindered in Flanders by high labour costs, we have adopted a company philosophy whereby we offer higher added value through customised work. We hardly have any

34

Kwintessens / 2009 – 03

standard products but always design seats and seating systems that fit in with the house style of the building. We follow the vision of the architect as far as possible for the woodwork, the lines of the front panels, the fabrics, the carpet, the handrails, etc. It is interesting for architects to work with us because only a few are familiar with the demands associated with designing seating systems and seats. Our industry is overwhelmed with standards, and they are becoming increasingly stringent. We have to take account of fireproofing, emergency exits, durability tests and reliability of the retractable systems, etc. Clients are also becoming increasingly demanding. Clients and architects want an aesthetic image, unique customised work and the right acoustic characteristics. Finally, you also have to take into account that the public do not treat the seats with kid gloves, and that the ergonomics have to cater for a wide audience. Each country has its own specific characteristics in that regard. The Dutch for example want more leg space. The French like a soft seat, whilst the Norwegians prefer a hard seat. The location in the hall also poses its demands. For some halls we have to design four different variants in the same design language: seats for the balcony, for the stands and for the retractable seating systems, and often for removable seats. You can understand that this requires specialised knowledge, for both the design and the production.

van de voorpanelen, de stoffen, het tapijt, de leuningen enz. Voor architecten is het interessant om met ons samen te werken, want slechts weinigen zijn vertrouwd met de eisen die bij de ontwikkeling van tribunes en zitjes komen kijken. Onze sector bulkt van de normering en die wordt steeds strenger. Wij moeten rekening houden met brandwerendheid, noodgangen, tests op gebruiksduur en betrouwbaarheid van het opklapsysteem enz. Ook de klanten worden steeds veeleisender. Bouwheren en architecten wensen esthetische uitstraling, uniek maatwerk en gepaste akoestische eigenschappen. Ten slotte moet je er ook rekening mee houden dat het publiek allesbehalve zachtaardig met de zetels omspringt en dat de ergonomie moet voorzien zijn op een breed publiek. Elk land heeft wat dat betreft zijn eigenheden; Nederlanders willen bijvoorbeeld meer beenruimte. De Fransen zitten graag zacht, Noren liever harder. Ook de plaatsing in de zaal stelt zijn eisen. Voor sommige zalen moeten we in dezelfde vormentaal vier varianten ontwikkelen: zetels voor het balkon, voor de gradinen en voor de uitschuifbare tribunes, plus vaak nog wegneembare stoelen. Je begrijpt dat dit vakkennis vraagt, zowel voor de ontwikkeling als de productie. Vandaar de oprichting van een specifieke ontwikkelingsafdeling? In 1996 werd ik gebombardeerd tot projectleider stoelontwerp. Met de oprichting van een ontwikkelingsafdeling

Stadsgehoorzaal Vlaardingen, Nederland/the Netherlands


Hence the reason for a dedicated R&D department? In 1996, I was bombarded into becoming project leader for seat design overnight. By starting up an R&D department, management created a greater focus on design. As a result, we can draw standard modules but also react faster to clients’ requests. Three years ago, a separate prototype workshop was created. Prototypes are an important commercial instrument in our market. We send the client a life-size prototype by mail, so they get a perfect idea of the design. If need be, we send part of the seating system, so they can jump and stand on it. On average, we make one prototype per day and we take photos of it in our own photo studio. Jezet Seating has eight people on the payroll working in the design department. Isn’t that a lot for an SME? No, because it is an important strategic asset. Toon Maesen and Jimmy D’Joos don’t just employ us for our good looks. Our remit is extremely broad. The group includes two product designers, a technical draughtsman, an interior architect, and more recently an industrial engineer. These are joined by three experts with a great many years of experience in production; a fabrics specialist and two metal workers. You cannot divide this group into people that are exclusively responsible for design, technical innovation or preparing designs for production. Their jobs overlap; there is no clear divide. This offers the advantage that all the expert knowledge is present in a concentrated form and is in direct contact with production. In recent years, we have invested in a more powerful drawing package for better simulations of positions and calculating strength. In July, this department moved into a separate, new wing. This is where we also carry out indicative tests to prepare for the effective certificate requests. How did you find the right people while you were expanding this activity? Customised work requires improvisation talent and that is not something that everyone has. People who present initiatives and who don’t stop at the routine are hard to find. We are constantly looking for employees, both blue-collar workers as well as

35

Meerwaarde door maatwerk

creëerde de bedrijfsleiding meer aandacht voor ontwerp. Daardoor kunnen we standaardmodules uittekenen maar ook sneller reageren op de vraag van de klant. Drie jaar geleden werd hieruit een prototype-atelier afgezonderd. Prototypes vormen een belangrijk commercieel instrument in onze markt. We sturen de klant per post een levensgroot prototype zodat hij zich een perfect beeld kan vormen van het ontwerp. Desnoods sturen we een stuk tribune op, zodat hij erop kan springen en staan. Wij maken gemiddeld een prototype per dag. In onze eigen fotostudio maken we daar beelden van. Jezet Seating heeft acht mensen op de loonlijst van de ontwikkelingsafdeling. Is dat niet veel voor een kmo? Neen, want dit is een strategisch zeer belangrijke troef. Toon Maesen en Jimmy D’Joos houden ons team niet in dienst voor onze schone ogen. De invulling van onze taken is zeer ruim. De groep telt twee productontwerpers, een technisch tekenaar, een interieurarchitect, sinds kort ook een industrieel ingenieur, aangevuld met drie vakmensen met jaren ervaring in de productie: een stoffenspecialist en twee metaalbewerkers. Je kunt deze ploeg niet opsplitsen in mensen die zuiver instaan voor het design, de technische innovatie of het productieklaar maken van de ontwerpen. Hun taken lopen door elkaar, daar zit geen strakke lijn tussen. Dit biedt het voordeel dat alle vakkennis geconcentreerd aanwezig is en in direct contact staat met de productie. Het afgelopen jaar investeerden we in een zwaarder tekenpakket voor betere simulaties inzake opstelling en sterkteberekening. In juli nam deze afdeling een aparte, nieuwe vleugel in gebruik. Hier worden ook indicatieve testen uitgevoerd als voorbereiding op de effectieve aanvraag van certificaten. Hoe vond u geschikte mensen door de groei van deze activiteit? Maatwerk vereist improvisatietalent en dat is niet iedereen gegeven. Mensen die initiatieven naar voren schuiven en die het bandwerk overstijgen, zijn moeilijk te vinden. We zoeken voortdurend naar werknemers, zowel arbeiders als bedienden. Je moet je ook voorstellen dat wij wereldwijd monteren. In ons vak is immers heel weinig expertise verspreid aanwezig. Onze eigen mensen moeten dus ter plekke installeren. Ze moeten zich uit

de slag kunnen trekken en ook op privévlak moet hun lange afwezigheid draaglijk zijn. Ondervindt u de crisis? Dat voelen wij slechts in mindere mate, gezien wij voornamelijk overheidsprojecten uitvoeren. Maar we verwachten toch een effect, zij het met enige vertraging een effect. Wie zijn uw concurrenten? Op het vlak van maatwerk zijn wij de grootste in Europa. Wereldwijd zijn we misschien niet de grootste maar wel een van de sterkste. Een aantal grote spelers installeren de grootste arena’s, maar bij hen is maatwerk ondergeschikt. Wanneer het aankomt op maatwerk en een zekere moeilijkheidsgraad dan komt men al snel bij ons terecht. In de VS kennen onze uitschuiftribunes bijvoorbeeld een groeiend succes. Bestaat er een typische Jezet-stijl? Eerlijk gezegd: wij proberen steeds zo ver mogelijk mee te gaan in de visie van de architect. We hebben een aantal standaardmodellen die heel eenvoudig en tijdloos zijn, omdat je die nu eenmaal nodig hebt om overal in te passen. Maar meestal doen we maatwerk, waarbij we met alle elementen spelen tot we een uniek product bekomen. Veel zaaleigenaars willen immers een eigen stempel drukken op de infrastructuur, zodat de toeschouwer of de tv-kijker aan de details kan zien: dat is díe zaal. Het is een uitdaging om aan te sluiten op de lijnen die de architect of interieurarchitect uitzet heeft. Doet u soms een beroep op externe ontwerpers? Af en toe halen we freelance ontwerpers binnen om het verhaal te ondersteunen, om te visualiseren of om aan prototypes te werken. Het gaat niet altijd om grote bureaus of internationale namen, maar om kwaliteitsvolle mensen uit de regio. Natuurlijk is het wel spannend om bijvoorbeeld Herman Hertzberger of Alfredo De Gregorio (De Gregorio & Partners) los te laten op onze schetsen. Voor de inrichting van de Vlaamse Opera in Antwerpen werkten we samen met Robbrecht en Daem. Onze uitdaging bestaat er dan in om hun ontwerpen in harmonie te brengen met de wettelijke reglementen en technische normen. Bij elk project moet je een betrouwbaar product en service leveren, moet je garant staan voor wat je doet.


administrative staff. You also have to remember that we assemble worldwide. In our field, there is very little expertise out in the market place. So our own people have to install on site. They have to improvise and as far as their private lives are concerned they have to be able to put up with long absences. Do you feel the impact of the crisis? We only feel it slightly because we are mainly involved in government projects. But we expect to feel some effect, although with a slight delay factor. Who are your competitors? When it comes to customised work, we are the biggest in Europe. Worldwide, we might not be the biggest but we are one of the strongest. A number of big players install the biggest arenas, but customised work is of secondary importance for them. When it comes to customised work and a certain level of difficulty, people soon turn to us. In the US, for example, our retractable seating systems are enjoying an increasing success.

instances our challenge is to create harmony between their designs and legal regulations and technical standards. With each project, you have to deliver a reliable product and service, and you have to offer a guarantee for what you do. What trends are you seeing? What has surprised me a lot over the last three to five years is how demanding the public and the clients have become, especially when it comes to operational comfort. In the past, every seat had to be put down by hand before the whole seating system could be retracted. Now, they want to press a button for all seats to fold down and for the seating system to retract. This requires a lot of automation. The look has also changed, from a fairly rudimentary model to a seat that wouldn’t look out of place in your living room. We have also noticed an increased demand for exclusivity and for special and unique versions.

Is there a typical Jezet style? To tell you the truth, we always try to go along with the architect’s vision as far as possible. We have a number of standard models that are very simple and timeless, because you need the type of model that you can install anywhere. But our main business is customised work, whereby we play around with all the elements until we have a unique product. After all, a lot of hall owners want to leave their own mark on the infrastructure so that spectators or TV audiences can recognise the hall from the details. Following the direction set by the architect or interior architect is a challenge.

Why these increased demands? The theatre seat industry has been thoroughly organised and made more professional. Theatre advisors or scenographers communicate more with one another. They are best placed to know what they want and raise the bar increasingly with regards ergonomics, functionality and the degree of finish. This is not always immediately achievable. A few years ago we received a first ever request to place TV screens in the back of opera seats for the subtitling. Now, we regularly get demands like this. Another example is a gaming hall for 100 people in Hansur-Lesse, complete with 3D, vibration functions and the works.

Do you sometimes call on external designers? We sometimes bring in freelance designers to back up our design, to visualise or to work on a prototype. They are not always big agencies or international names, but local quality people. Of course, it is exciting to have Herman Hertzberger or Alfredo De Gregorio (De Gregorio & Partners) work with our sketches for instance. For the installation of the Flemish Opera House in Antwerp, we worked together with Robbrecht and Daem. In these

How do you protect the intellectual property of the designs? We don’t spend any money or time on this, which makes sense: we target that part of the market that wants customised work and does not want existing designs. We cannot compete with China anyway when it comes to mass products. But the specifications for customised work are no easy feat by a long stretch of the imagination, and that’s when we come in. Mind you, we do have some parts made in China. They are not our enemy.

36

Kwintessens / 2009 – 03

Welke trends stelt u vast? Wat mij de voorbije drie tot vijf jaar erg verbaast, is hoe veeleisender het publiek en de klanten geworden zijn. Vooral inzake het bedieningsgemak. Vroeger werd elk stoeltje handmatig neergelegd vooraleer de tribune kon dichtgeschoven worden. Nu wil men met één druk op de knop alle stoelen laten neerklappen en inschuiven. Dit vraagt om een sterke automatisering. Ook het uitzicht evolueerde, van vrij rudimentair naar een zetel die niet zou misstaan in de huiskamer. Daarnaast merken we een toegenomen vraag naar exclusiviteit, naar speciale en unieke uitvoeringen. Vanwaar komt die toegenomen veeleisendheid? De sector van de theaterstoelen heeft zich sterk georganiseerd, geprofessionaliseerd. Theateradviseurs of scenografen communiceren meer met elkaar. Ze weten beter wat ze willen en leggen de lat steeds hoger wat betreft ergonomie, functionaliteit en afwerkingsniveau. Dit is niet altijd direct haalbaar. Enkele jaren geleden kregen we voor het eerst de vraag om op de rug van operastoelen tv-schermpjes voor de ondertiteling te plaatsen. Nu lopen geregeld dergelijke vragen binnen. Een ander voorbeeld is een zaal voor gaming voor 100 mensen in Han-sur-Lesse, compleet met 3D, trilfuncties en noem maar op. Hoe beschermt u de intellectuele eigendom van de ontwerpen? Daar steken we geen tijd en geld in. En dat is logisch: wij bespelen een deel van de markt dat telkens om maatwerk vraagt en geen bestaand ontwerp wil. Voor serieproducten kunnen wij toch niet op tegen China. Maar voor maatwerk zijn de bestekken niet van de poes en dan komen wij op de proppen. Pas op, wij laten in China ook bepaalde onderdelen maken. Zij zijn onze vijand niet.


Jezet Seating in Overpelt was founded some 35 years ago by the Dutch duo Jansen & Zwegers. They originally produced retractable, telescopic stands for sports halls, a product that had been introduced from the States. They developed their own concept, which was soon used in cultural and multifunctional halls among others. Jansens & Zwegers continued working in the sports sector and opted to specialise in stands. In 1989, Toon Maesen an employee at the time, was given the opportunity to buy the department and set up his own company. From Overpelt, the small stand builder grew into a big international player in theatre seats. As a result of the growth, the company outgrew itself and the activities became scattered across various locations. Three years ago, Maesen was able to buy the former Umicore premises on the industry zone in Overpelt. Since then, all the activities have been united under one roof at the Siberïelaan. The premises have now been renovated and a large warehouse was added. In July of this year new premises for the R&D department were inaugurated. A few years ago, the owner Toon Maesen (55) handed over the commercial management to general manager Jimmy D’Joos, who started the global expansion. Last year, Jezet Seating won the Trends Gazellen Ambassador award for the fastest growing Limburg-based company in the medium-sized company category.

Jezet Seating uit Overpelt werd ruim 35 jaar geleden opgericht door het Nederlandse duo Jansen & Zwegers. Oorspronkelijk waren ze actief in de productie van uitschuifbare, telescopische tribunes voor sporthallen, een product dat uit Amerika overgewaaid kwam. Ze ontwikkelden hiervoor een eigen concept dat al gauw ook gebruikt werd in bijvoorbeeld cultuurzalen en polyvalente ruimtes. Jansens & Zwegers bleven intussen actief in sportartikelen en verkozen de tak tribunes. Toenmalig medewerker Toon Maesen kreeg in 1989 de kans de afdeling over te kopen en te verzelfstandigen tot zijn eigen bedrijf. Vanuit Overpelt groeide de kleine tribunebouwer uit tot een grote internationale speler in theaterstoelen. Door de groei barstte het bedrijf uit zijn voegen en geraakten de activiteiten versnipperd over verschillende locaties. Drie jaar geleden kon Maesen op het Overpeltse industrieterrein een voormalig pand van Umicore overkopen. Sindsdien huizen alle activiteiten onder één dak aan de Siberïelaan. Intussen werd het pand gerenoveerd, kwam er een groot magazijn bij en werd in juli een nieuwbouw voor de R&D-afdeling in gebruik genomen. Eigenaar Toon Maesen (55) laat sinds enkele jaren de commerciële aansturing over aan zaakvoerder Jimmy D’Joos, die de wereldexpansie inleidde. Afgelopen jaar werd Jezet Seating bekroond tot Trends GazellenAmbassadeur als snelste Limburgse groeier in de categorie middelgrote bedrijven.

Theater Heerlen, Nederland/the Netherlands

37

Meerwaarde door maatwerk


Dale Chihuly


—Lut Pil

Murano glass in artistic hands

Venice has long cherished its tradition of glass craftsmanship but it also tries to keep Murano glass up-to-date and with the times through experiments and innovation. A number of initiatives that will be running in Venice until the end of November 2009 focus on this glass tradition and its innovation. Belgian artists such as Koen Vanmechelen and Jan Fabre are playing a role in this. The Venetian Pavilion in the Giardini was specially built in 1932 in order to provide a platform for the region’s own decorative artists during the Venice Biennial. Since 1972, the pavilion has another use, but luckily the Regione del Veneto has decided to reorient the space, tying in with the pavilion’s original use. During the 53rd Biennial, the pavilion will serve as a ‘remembrance space’, with historic twentieth-century glasswork from Murano as well as contemporary work by international glass artists. In an installation, curator Ferruccio Franzoia will be showing blown glass designed by Vittorio Zecchin in the early 1920s for Cappellin-Venini & Co., together with glasswork from the 1930s through the 1960s, including vases by Carlo Scarpa for Venini and work by Napoleone Martinuzzi and Ercole Barovier. Murano glass acquired a worldwide reputation because artists and designers started collaborating with the old glass masters. The decorative objects were infused with modern design, which was underscored by the typical intense colours of the glass. The contemporary glass artists, whose work will be shown in the Venetian Pavilion, are applied or sculptural artists. Japanese designer, Ritsue Mishima moved to Venice in 1989 and has been working with the glass blowers of Murano since 1996. Her glass objects are transparent and colourless

39

Muranoglas in artistieke handen

Muranoglas in artistieke handen

Venetië koestert zijn lange traditie van ambachtelijke glaskunst, maar door experiment en vernieuwing tracht ze het glaswerk uit Murano ook volop actueel te houden. Een aantal initiatieven die nog tot eind november 2009 in Venetië lopen, focussen op deze glastraditie en haar vernieuwing. Belgische kunstenaars zoals Koen Vanmechelen en Jan Fabre spelen daarin een eigen rol. Het Venetiaanse paviljoen in de Giardini werd in 1932 speciaal gebouwd om tijdens de Biënnale van Venetië een platform te bieden aan de decoratieve kunsten uit de eigen streek. Sinds 1972 heeft het paviljoen een andere bestemming, maar gelukkig knoopt de Regione del Veneto dit jaar opnieuw aan bij de initiële doelstelling van de ruimte. Tijdens de 53ste Biënnale brengt het paviljoen zowel een ‘ruimte van herinnering’, met historische stukken uit de 20ste-eeuwse glaskunst van Murano, als hedendaags werk van internationale glaskunstenaars. In een installatie brengt curator Ferruccio Franzoia geblazen glas dat Vittorio Zecchin in de vroege jaren 1920 ontwierp voor Cappellin-Venini & Co., samen met glaswerk uit de jaren 1930–1960, onder meer vazen van Carlo Scarpa voor Venini en werk van Napoleone Martinuzzi en Ercole Barovier. Het Muranoglas kreeg faam omdat kunstenaars en designers gingen samenwerken met de oude glasmeesters. De decoratieve objecten kregen een moderne vormgeving die versterkt werd door de typische, intense kleuren. De hedendaagse glaskunstenaars die in het Venetiaanse paviljoen gepresenteerd worden, werken toegepast of sculpturaal. De Japanse Ritsue Mishima verhuisde in 1989 naar Venetië en werkt sinds 1996 met de glasblazers van Murano. Haar glasobjecten zijn transparant en kleurloos en laten het natuurlijke licht voor kleurschakeringen zorgen. Daartegenover staat de


and natural light brings out the colour hues within. This is in sharp contrast with the baroque, tropical vegetation created by American, Dale Chihuly for the pavilion’s garden; a monumental glass installation, whose vibrant colours sparkle exuberantly in the Italian sunlight. A second manifestation in the Venice Biennial’s programme associates contemporary art with Murano’s heritage and leaves a margin for glass that is not part of the decorative tradition. Glasstress (to be read as Glass Stress) is an exhibition organized by Adriano Berengo, who promotes glass as an artistic medium and collaborations between artists and glass blowers. With the technical term of the title Berengo mainly refers to the tension that the glass world is experiencing as regards its purpose: “Originally a noble material used for functional purposes, over the centuries, glass has had to exert great pressure and to expend enormous effort to free itself from the clichés that have imprisoned it and have relegated its uses to limited contexts. A state of continuous stress and tension has therefore characterized this material. Its presence in the world of contemporary art is a recent conquest.” Innovation is often fuelled by artists who are not entirely familiar with the medium. That is why many of the artists in Glasstress are not typical glass artists, but artists who tend to use glass frequently or sporadically based on their artistic programme. Berengo thus tries to forge a link between the Golden Age of Venetian glass (the 1950s) and the Biennial. It is also an attempt to make glass relevant in twenty-first century art, beyond the applied or decorative-sculptural aspect. Daniel Buren’s onsite installation is also a statement that glass can have a more conceptual foundation in a Venetian context without necessarily becoming discursive art. Buren’s Transparence vénitienne avec reflets, travail in situ (1972–2009) consists of a series of vertical, reflective strips that have been applied to one of the windows of the Palazzo Cavalli Franchetti. The alternating stripes, each measuring 8.7 cm in width, alternately reflective and transparent (the original window) are the outcome of Buren’s search for a pictorial art on point zero, a pictorial art that he describes in 1967 as providing no illusions, promising no freedom, not presenting a dream, not enabling an evasion and not hinting at a glimpse of the divine.1 When you arrive at a point zero as far as representative or symbolic meaning are concerned, the vertical white and coloured strips become a visual tool that enters a dynamic relation with its location. Buren’s interventions can hardly be interpreted as individual expression, nor are they artistic composition or representation. His works do not attract the eye for long, but instead let it slide pleasantly to the inevitably present surroundings in which they are shown. With many of his interventions in the 1960s and 1970s, Buren systematically examined how works of art can be presented in a (historic, ideological, political, social, etc.) context and how people look at art. It is a painstaking analysis of the institutional framework that is expressed by a museum, gallery or curator. This institutional criticism is a potentiality of his work, but it is not necessary. Buren wishes to open up several registers, and next to ‘critical’ works, he also wishes to create installations that are mainly visually seductive.2

40

Kwintessens / 2009 – 03

barokke, tropische vegetatie die de Amerikaan Dale Chihuly voor de tuin van het paviljoen heeft gemaakt; een monumentale glasinstallatie die haar vibrerende kleuren uitbundig laat kronkelen in het Italiaanse zonlicht. Een tweede manifestatie binnen het programma van de Biënnale van Venetië koppelt hedendaagse kunst aan de Murano-erfenis en laat ruimte voor glas dat losstaat van de decoratieve traditie. Glasstress (te lezen als Glass Stress) is een tentoonstelling georganiseerd door Adriano Berengo, pleitbezorger van glas als artistiek medium en promotor van samenwerkingen tussen kunstenaars en glasblazers. Met de technische term uit de titel (‘glas-spanning’) verwijst Berengo vooral naar de inhoudelijke spanning waaronder de glaswereld is komen te staan: “Originally a noble material used for functional purposes, over the centuries, glass has had to exert great pressure and to expend enormous effort to free itself from the clichés that have imprisoned it and have relegated its uses to limited contexts. A state of continuous stress and tension has therefore characterized this material.  Its presence in the world of contemporary art is a recent conquest.” Vernieuwing wordt vaak in gang gezet door kunstenaars die niet volledig vertrouwd zijn met het medium. Veel van de kunstenaars in Glasstress zijn daarom geen typische glaskunstenaars maar kunstenaars die vanuit een artistiek programma sporadisch of veelvuldig glas gebruiken. Berengo tracht zo een link te leggen tussen de gouden tijd van het Venetiaanse glas (de jaren 1950) en de Biënnale. Het is ook een poging om glas relevant te laten zijn voor de 21ste-eeuwse kunst, voorbij het toegepaste of decoratief-sculpturale. De op de site betrokken installatie van Daniel Buren is meteen een statement dat glas ook in een Venetiaanse context een conceptuele basis kan hebben, zonder noodzakelijk discursieve kunst te worden. Burens Transparence vénitienne avec reflets, travail in situ (1972–2009) bestaat uit een reeks verticale, spiegelende banden die zijn aangebracht op een van de ramen van het Palazzo Cavalli Franchetti. De alternerende strepen van 8,7 cm breedte, afwisselend spiegelend en transparant (het oorspronkelijke raam), zijn ontstaan vanuit Burens zoektocht naar een schilderkunst op het nulpunt, een schilderkunst die hij in 1967 omschrijft als een schilderkunst die geen illusie brengt, geen vrijheid belooft, geen droom voorschotelt, geen evasie mogelijk maakt, en ook geen glimp van het goddelijke laat doorschemeren.¹ Met een nulwaarde aan representatieve of symbolische betekenis worden de verticale witte en gekleurde banden een visueel werktuig dat een dynamische relatie aangaat met de locatie waarin het is opgenomen. Burens ingrepen kunnen nauwelijks geïnterpreteerd worden als individuele expressie, noch als artistieke compositie, noch als representatie. Zijn werken houden de blik niet lang vast maar laten die met genoegen afglijden naar de omgeving, onvermijdelijk aanwezig, waarin ze zich tonen. Buren heeft met veel van zijn ingrepen uit de jaren ’60 en ’70 systematisch onderzocht hoe kunstwerken worden gepresenteerd in een (historische, ideologische, politieke, sociale …) context en met welke blik naar kunst wordt gekeken. Het is een doorgedreven analyse van het institutionele kader dat minstens door museum, galerie of curator tot uitdrukking wordt gebracht. Die institutionele kritiek is een mogelijkheid in zijn werk, maar geen noodzakelijkheid. Buren wil meerdere registers opentrekken en naast ‘kritische’ werken ook installaties maken die vooral visueel verleidelijk zijn.²


The interaction between the location and Buren’s intervention is one of mutual transformation. He refers to ‘appropriation’, with a bi-directional dynamic. The space in which Transparence vénitienne avec reflets, travail in situ has been set up, is the imposing stairwell of the Palazzo Cavalli Franchetti, originally sixteenth-century, but embellished with the Venetian Gothic of the nineteenth century. The harmony of Byzantine and Arab influences that is typical of this Venetian neo-Gothic style is subtly emphasized by Buren’s intervention. The bold vertical strips harmonize and contrast with the decorative elements of the architecture present. At the same time, they form a grid on the glass pane of the window. The transparent strips open out onto the palace garden, and enter into a relationship with the natural light, which gives rise to alternating colour intensities, inside and outside. Next to this, the strips also reflect the interior. To Buren, mirrors are ‘like a third eye’; they draw the onlooker’s attention to a surrounding that he might not immediately notice in that instant. Various perspectives merge and blend on the glass panes and invite the onlooker to look again and to look in a different way. Mirrors intensify the process of looking.3 In practice and in this case, they amalgamate Venice and glass in a seductive and exploratory manner. Even more seductive are the intensely coloured pearls that French artist Jean-Michel Othoniel commissioned from the Murano glassblowers. He threads the beads together, creating sensual objects and installations that elicit a visual pleasure. The sculptures resemble enlarged and yet intimate jewellery, which await a glance that will allow itself to be invited on a voyage to wondrous places of longing. The pearls

De interactie tussen de gegeven locatie en Burens ingreep is er een van wederzijdse transformatie. Hij spreekt van ‘toeeigening’, met een dynamiek die in twee richtingen loopt. De ruimte waarin Transparence vénitienne avec reflets, travail in situ zich bevindt, is de imposante trappenhal van het Palazzo Cavalli Franchetti, oorspronkelijk 16de-eeuws maar in de 19de eeuw aangekleed in de Venetiaanse gotische stijl. Het samenspel van gotische, byzantijnse en arabische invloeden die deze Venetiaanse neogotiek kenmerkt, wordt door Burens ingreep subtiel bespeeld. De strakke verticale banden harmoniëren én contrasteren met de decoratieve elementen van de aanwezige architectuur. Tegelijkertijd vormen ze een raster op de glaspartij van het raam. De transparante banden openen zich op de paleistuin en gaan een relatie aan met het natuurlijke licht dat wisselende kleurintensiteiten doet ontstaan, zowel binnen als buiten. Daarnaast spiegelen de aangebrachte banden het interieur. Voor Buren zijn spiegels ‘een soort derde oog’: ze maken de toeschouwer attent op een omgeving die hij op dat ogenblik niet rechtstreeks ziet. Verschillende perspectieven vloeien in de glasvlakken samen en nodigen uit om opnieuw en anders te kijken. Spiegels intensifiëren het kijken.³ Concreet brengen ze hier Venetië en glas op een verleidelijke en onderzoekende manier samen. Nog verleidelijker zijn de intens gekleurde glazen parels die de Franse kunstenaar Jean-Michel Othoniel in Murano laat blazen. Hij rijgt de kralen aaneen tot sensuele objecten en installaties die visueel genot opwekken. De sculpturen lijken uitvergrote en toch intieme juwelen die wachten op een blik die zich laat meeslepen naar wonderlijke oorden van verlangen. De parels zijn heel lichamelijk en tactiel: “Je cherche l’épaisseur, l’aspect brut, la chair du verre”, aldus Othoniel.⁴ De kralen zijn niet

Danie Buren, Transparence vénitienne avec reflets, travail in situ

41

Muranoglas in artistieke handen


are very corporeal and tactile: “Je cherche l’épaisseur, l’aspect brut, la chair du verre”, says Othoniel.4 The beads are not perfectly round, as they are purposefully dented during the manufacturing process. The irregular surfaces brilliantly reflect the light that falls in. Othoniel not only succeeds in using the glass masters’ technical knowledge to create beauty, but also to convey a sense of resistance. There are subliminal associations with wounds, scars and shadows. As a result of their imperfections, the beads moreover seem to have mutated into living organisms. They become ripe, full (forbidden) fruit, which, at times, explicitly refer to the erotic and to the divine. They feel at home in dynamic environments, where contrasts of light and dark have free reign. There is a reason why Othoniel likes to install his work in landscape parks or highly decorative interiors, which encourage a physical and mental voyage. Glasstress also features his reflective Ricochet rouge (2009) in the palazzo’s luxuriously adorned stairwell, in front of a window that creates an ideal backdrop for this red sculpture thanks to the way the light interacts with the tree leaves. The threaded beads suggest the movement of a ball bounding through the air, ready to hop out of the window. With this film-like effect, the glass creates the sensation that it is both light and heavy, fragile and massive, static and vanished in an instant. The imperfection takes on an additional association here: the bounding stuttering effect of the ball. The tradition of Murano glass is also present in the work of Belgian artists, Koen Vanmechelen and Jan Fabre. Vanmechelen’s Kosmopolitische Kippenproject (Cosmopolitan Chicken Project) (see Kwintessens, 2009, 2) is continuously updated with new breeding programmes. Various ‘national’ chicken breeds are crossed, resulting in new generations of bastard chickens with mixed genes. Theoretically, one day, this will result in a super bastard, a universal chicken with as yet unknown characteristics. At present, this virtual chicken exists, made of glass, created in collaboration with the glass masters of Murano and Adrian Berengo’s glass ovens. At Glasstress, a real, stuffed cockrel blends and merges with his future glass descendant (The Accident, 2005). The glass is transparent and colourless, because the super-bastard is still unknown, but also because all of the characteristics of its race have been smoothed in it. 5 Koen Vanmechelen’s use of glass is not limited to small objects; at times, he assembles huge installations that invade and take over a space. He evokes labs with research tables and glasshouses with large glass eggs, nature-historic rooms with display cases, monumental archaeological skeletons and informative photo panels or video montages. Unicorn (2009), a lab that was installed in the Scuola Grande di San Teodoro, combines the glass bones of skeletons with real skin and bones. As in The Accident, Unicorn unites past, present and future in a nonexistent animal. Here again the transparency of the clear glass symbolises a (biological) evolution, of which the past is only fragmented and whose future is as yet unknown. Vanmechelen sheds light on an uncertain vision of the future, without stripping this unknown world of its vagueness. Jan Fabre is showing Murano glass work in two different locations in Venice. His glass pigeons are resting on a stand in one of the pompous rooms of the Palazzo Cavalli Franchetti; at first glance, their demeanour is harmonious and undisturbed,

42

Kwintessens / 2009 – 03

perfect rond, want worden tijdens het maakproces doelbewust geblutst en gedeukt. De onregelmatige oppervlakken doen het invallende licht schitteren. Hij zet de technische kennis van de glasmeesters dus niet enkel in om schoonheid te creëren, maar ook om de werken een bepaalde weerbarstigheid mee te geven. Onderhuids spelen associaties mee van wonde, litteken, schaduw. Door hun imperfectie lijken de kralen bovendien gemuteerd tot levende organismen. Ze worden rijpe, volle (verboden) vruchten die soms expliciet naar het erotische en het paradijselijke verwijzen. Ze voelen zich thuis in beweeglijke omgevingen waar licht-donkercontrasten vrij spel hebben. Niet voor niets installeert Othoniel zijn werk graag in landschappelijke parken of druk gedecoreerde interieurs die een fysiek en mentaal reizen stimuleren. Ook in Glasstress staat zijn spiegelende Ricochet rouge (2009) in de luxueus aangeklede trappenhal van het palazzo, voor een raam dat de lichtspeling in de bladeren van een boom tot een ideale achtergrond maakt van deze rode sculptuur. De aan elkaar geregen kralen suggereren de beweging van een door de lucht kaatsende bol, klaar om door het raam naar buiten te wippen. In dit filmische effect creëert het glas het ambigue gevoel dat het zowel licht als zwaar is, fragiel en massief, statisch en zo meteen verdwenen. De imperfectie krijgt hier een bijkomende associatie: het geblutste van het stuiten van de bol.

Jean-Michel Othoniel, Ricochet Rouge


Ritsue Mishima

even though not all of the birds are healthy. The rhythm of this flock of birds is a compact echo of the repetitive pattern on the wall covering. This repetition is underlined (almost literally) by the row of glass dove poop. The doves, which are made of clear Murano glass and covered with Bic blue ink, were developed in collaboration with Berengo Studio. They are Shitting rats of Heaven and Doves of Peace (2008) and were included in Fabre’s exhibition, The Angel of Metamorphosis (2008) at the Louvre in Paris. The decorative doves embody freedom, peace and spirituality, but at the same they are airborne vermin (which Venice is trying to weed out with a feeding ban). The blue used is Fabre’s typical Bic blue: ambiguously banal and poetic, tactile and immaterial. This is also expressed in a petrified way in a heap of Bic blue glass bones, on which the artist has placed a transparent human skull, a second work by Jan Fabre, which is on show at Glasstress. It serves almost as an introduction to the larger installation, The future merciful heart for men and women (2008). This installation has not been set up in the palazzo, but is part of a larger set-up at the Arsenale Novissimo, where Fabre will be reprising his dramatic piece, From the Feet to the Brain, which he created for the Kunsthaus Bregenz in 2008, until 20 September. The future merciful heart for men and women is an installation, in which three thousand human bones and ten skulls, all in Murano glass—of which some have been painted with blue Bic ink—have been carefully and deliberately stacked. The pedestals (or rather sarcophagi) which are created as a result become altars for a woman’s and a man’s heart, which are made up of a mosaic of human bones. The glass in this installation is dramatic, grandiose, and almost absent in spite

43

Muranoglas in artistieke handen

De traditie van Muranoglas is ook actueel in het oeuvre van de Belgische kunstenaars Koen Vanmechelen en Jan Fabre. Het Kosmopolitische Kippenproject van Koen Vanmechelen (zie Kwintessens, 2009, 2) wordt voortdurend uitgebreid door nieuwe kweekprogramma’s. Diverse ‘nationale’ kippenrassen worden gekruist, wat nieuwe generaties bastaardkippen oplevert met gemengde genen. Theoretisch leidt dit ooit tot een superbastaard, een universele kip waarvan de karakteristieken nog niet gekend zijn. Die virtuele kip bestaat voorlopig enkel in glas, gemaakt in samenwerking met glasmeesters in Murano en de glasovens van Adriano Berengo. Op Glasstress versmelt een reële, opgezette haan met zijn verre toekomstige nazaat in glas (The Accident, 2005). Het glas is transparant en kleurloos, omdat de superbastaard nog onbekend is, maar ook omdat de raseigen kenmerken er in zijn uitgevlakt.⁵ Glas beperkt zich bij Koen Vanmechelen niet tot kleine objecten, maar wordt soms geassembleerd tot ruimtevullende installaties. Laboratoria worden opgeroepen door onderzoekstafels en broeikassen met grote glazen eieren, natuurhistorische zalen door vitrinekasten, monumentale archeologische geraamten en informatieve fotopanelen of videomontages. Unicorn (2009), een geïnstalleerd laboratorium in de Scuola Grande di San Teodoro, combineert glazen skeletonderdelen met echte huid en gebeenten. Zoals in The Accident brengt Unicorn verleden, heden en toekomst bijeen in een niet bestaand dier. Ook hier symboliseert de transparantie van het heldere glas een (biologische) evolutie waarvan het verleden slechts fragmentarisch en de toekomst helemaal niet gekend is. Vanmechelen gunt ons een blik op een onzeker toekomstbeeld, zonder die onbekende wereld van zijn onduidelijkheid te ontdoen. Jan Fabre toont in Venetië eveneens op twee locaties werk in Muranoglas. In een van de pompeuze zalen van het Palazzo Cavalli Franchetti rusten zijn glazen duiven ogenschijnlijk harmonieus en ongestoord op een staander, ook al zijn niet alle exemplaren even gezond. Het ritme van de troep vogels lijkt een gebalde echo van het repetitieve patroon op de wandbekleding. Deze herhaling wordt onderstreept (haast letterlijk) door de rij duivenpoep in glas. De met Bic-blauwe inkt bewerkte duiven in helder Muranoglas, ontwikkeld in samenwerking met Berengo Studio, staan er als Schijtende ratten van de lucht en vredesduiven (2008) en waren voordien reeds in het Louvre neergestreken tijdens Fabres tentoonstelling De Engel van de Metamorfose (2008). De decoratieve duiven worden symbolen van vrijheid, vrede en spiritualiteit, maar zijn tegelijkertijd ongedierte in de lucht (dat Venetië tracht uit te dunnen door een voederverbod). Het blauw is Fabres typische Bic-blauw: op een ambigue wijze banaal en poëtisch, tactiel en immaterieel. Op een verstilde manier komt dit ook tot uiting in een stapeling van Bic-blauwe glazen beenderen waarop een heldere menselijke schedel rust, een tweede werk van Jan Fabre dat op Glasstress te zien is. Het is een soort introductie tot de veel omvangrijkere installatie Het toekomstige hart van barmhartigheid voor mannen en vrouwen (2008). Deze installatie staat niet in het palazzo opgesteld, maar maakt deel uit van een grote enscenering in het Arsenale Novissimo, waar Jan Fabre tot 20 september zijn theatrale mise-en-scène From the Feet to the Brain herneemt die hij in 2008 concipieerde voor het Kunsthaus Bregenz. Het toekomstige hart van barmhartigheid voor mannen en vrouwen is een installatie waarin drieduizend menselijke botten en tien


Koen Vanmechelen Unicorn

Dale Chihuly

Jan Fabre, Schijtende ratten van de lucht en vredesduiven/ Shitting rats of heaven and doves of peace

44

Kwintessens / 2009 – 03


of its full weight, like ice that seems to have melted when you look again. The glass heap serves as a fragile, intimate, almost immaterial throne for the future, ‘merciful’ heart of mankind, an installation in which Katerina Koskina envisages the condensation of Jan Fabre’s artistic cosmology: “This work ‘crystallizes’—and this must have something to do with the material—the irreversible cycle of life, existentional agony and fate, but also the liberation of the spirit from matter and the omnipotence of the human mind which is capable, through the poetic process, of leaving the body even before its demise. All these metaphysical questions occur and find answers in the heart: in the place which govern life and which is supposed to be the antipode of the brain.” 6

1. Daniel Buren, Photo-souvenirs 1965–1988, Villeurbanne, 1988, p. 284. 2. Daniel Buren, Au sujet de… Entretien avec Jérôme Sans, Paris, 1998, p. 118. 3. Regarding mirrors and reflection in Buren’s work, see among others Doris Krystof, ‘Burens Spiegel’, in: Daniel Buren, Erscheinen— Scheinen—Verschwinden (tent. cat.), Düsseldorf, 1996, p. 14–23. 4. Jean-Michel Othoniel, www.verreonline.fr/v _ arti/othoniel.php 5. For a review of the Kosmopolitische Kippenproject until 2003, see: Barbara Simons and Wouter Keirse, Koen Vanmechelen. Cosmopolitan Chicken Project, Gent-Amsterdam: Ludion-De Brakke Grond, 2003. 6. Katerina Koskina, ‘Angelos—Borderline—Sublime’, in Jan Fabre. From the Cellar to the Attic. From the Feet to the Brain, Bregenz: Kunsthaus Bregenz, 2008, p. 131.

45

Muranoglas in artistieke handen

schedels uit Muranoglas—waarvan sommige met blauwe Bicinkt beschilderd—strak opeengestapeld zijn. De sokkels (of veeleer sarcofagen?) die zo ontstaan, worden altaren voor een mannelijk en een vrouwelijk hart die bestaan uit een mozaïek van menselijke beenderen. Het glas is in deze installatie groots, theatraal, gewichtig, en met zijn volle gewicht toch haast afwezig, als ijs dat bij een tweede blik blijkt weggesmolten. De glazen stapeling is een fragiele, intieme, bijna immateriële troon voor het toekomstige, ‘barmhartige’ hart van de mens, een installatie waarin Katerina Koskina de artistieke kosmologie van Jan Fabre gecondenseerd ziet: “This work ‘crystallizes’—and this must have something to do with the material—the irreversible cycle of life, existentional agony and fate, but also the liberation of the spirit from matter and the omnipotence of the human mind which is capable, through the poetic process, of leaving the body even before its demise. All these metaphysical questions occur and find answers in the heart: in the place which govern life and which is supposed to be the antipode of the brain.”⁶

1. Daniel Buren, Photo-souvenirs 1965–1988, Villeurbanne, 1988, p. 284. 2. Daniel Buren, Au sujet de… Entretien avec Jérôme Sans, Parijs, 1998, p. 118. 3. In verband met spiegel en reflectie in het werk van Buren, zie o.m. Doris Krystof, ‘Burens Spiegel’, in: Daniel Buren, Erscheinen—Scheinen—Verschwinden (tent. cat.), Düsseldorf, 1996, p. 14–23. 4. Jean-Michel Othoniel, www.verreonline.fr/v _ arti/othoniel.php 5. Voor een bespreking van het Kosmopolitische Kippenproject tot 2003, zie: Barbara Simons en Wouter Keirse, Koen Vanmechelen. Cosmopolitan Chicken Project, Gent-Amsterdam: Ludion-De Brakke Grond, 2003. 6. Katerina Koskina, ‘Angelos—Borderline—Sublime’, in Jan Fabre. From the Cellar to the Attic. From the Feet to the Brain, Bregenz: Kunsthaus Bregenz, 2008, p. 131.


Portfolio 1 

2 

3

4

Na zijn studies Politieke Wetenschappen en Marketing Management gaat Alain Gilles aan de slag in de financiële wereld. Maar al snel kiest hij voor een radicale carrièrewending: hij gaat industrieel ontwerp studeren, assisteert Xavier Lust bij zijn creaties en komt nog voor zijn afstuderen terecht bij Quinze & Milan. Bij Arne Quinze werkt hij 2,5 jaar als ontwerper, ontwikkelaar en projectmanager. In 2007 opent hij zijn eigen studio, om zijn eigen activiteiten als binnenhuisarchitect en –vormgever verder te kunnen ontwikkelen. Sindsdien werkt hij met tal van internationale producenten. My first translation is een kinderzeteltje, uitgebracht bij het Franse label Qui est Paul?

Maarten De Ceulaer ging na zijn opleiding aan Sint-Lukas Brussel verder studeren aan de Design Academy Eindhoven. Hij liep stages bij Danny Venlet en Alain Berteau, waarna hij ook een tijd in Azië verbleef. Zijn ontwerpen zijn eenvoudig en vrij conceptueel. Er zit poëzie in het werk, maar het resultaat moet tegelijkertijd een handig en mooi product zijn. ¶ De vorm en het gewicht van oude strijkijzers zorgen ervoor dat deze gebruikt kunnen worden als boekensteunen. Maarten maakt wel mallen van de strijkijzers en giet ze opnieuw in een nog zwaardere kunststof. Vervolgens krijgen de Rubber Iron Bookends een kleurrijke coating die ook als antisliplaag werkt.

Fleur Swildens is Nederlandse, studeerde aan de Design Academy Eindhoven, maar woont en werkt al 10 jaar in Gent. Haar creaties zijn uiteenlopend en bestrijken zowel interieur, meubel- als textiel­ ontwerp. Een constante in haar werk is de zoektocht naar verschillend materiaalgebruik, elk met zijn eigen oppervlak, structuur, kleur en klank. Ook de kennis of techniek die verbonden is met het materiaal wil ze zelf ervaren of in samenwerking met ambachtslui leren. Oude of nieuwe technieken ontdekt ze tijdens zwerftochten overal in de wereld. Via contrastwerking wil ze het spanningsveld tussen object en subject opdrijven.

After studying Political Science and Marketing Management, Alain Gilles started working in the financial world. But he soon opted in favour of a radical career change: he went on to study industrial design, subsequently assisting Xavier Lust in his creations, joining Quinze & Milan shortly before his graduation. He spent 2.5 years at Arne Quinze as a designer, developer and project manager. In 2007, he opened his own studio in order to be able to further develop his activities as interior design architect and designer. Since then, he has been collaborating with various international manufacturers. My first translation is a children’s sofa, which was manufactured by French brand, Qui est Paul?

After his studies at Sint-Lukas in Brussel, Maarten De Ceulaer continued his studies at the Design Academy Eindhoven. He trained with Danny Venlet and Alain Berteau and spent some time working in Asia. His designs are simple and rather conceptual. There is poetry in his work, but at the same time, the result has to be a useful and good-looking product. ¶ The shape and weight of old irons ensures that they can be used again as bookends. Maarten does make moulds of the irons, re-casting them in an even heavier plastic. The Rubber Iron Bookends are then covered with a colourful coating, which provides grip.

James Van Vossel behoorde tot de eerste lichting afgestudeerden van de opleiding Meubelontwerp in Mechelen, waar hij nu ook les geeft. We kennen hem reeds enkele jaren als ontwerper van speelse objecten. Het ludieke aspect sluit echter niet uit dat hij vooral ook praktische, functionele en goed doordachte producten wil maken. James maakt zelf de prototypes. Hij beschikt dan ook over het vakmanschap van een schrijnwerker, maar dan gekoppeld aan een eigen jonge, frisse ontwerpvisie. Zoo is een stapelbaar kinderzitje dat tevens als spelelement kan dienen. Een speciale beveiliging zorgt ervoor dat kleine vingertjes niet geklemd kunnen raken. Frisse kleuren en gestileerde dieren maken het tot een leuk, stijlvol en functioneel stoeltje.

46

Kwintessens / 2009 – 03

Fleur Swildens is Dutch, studied at the Design Academy Eindhoven, but has been living and working in Ghent for 10 years. Her creations are diverse, covering interior, furniture and textile design. A constant aspect of her work is the research into different materials, each with their own surface, structure, colour and sound. She wishes to experience the knowledge or technique, that is associated with each material herself, or at least learn it in collaboration with craftsmen. She discovers old or new techniques on her rambles around the world. She wishes to raise the tension between object and subject with contrasts.

James Van Vossel was one of the first group of students to graduate from the Furniture Design Department in Mechelen, where he now teaches. He has mainly designed playful objects over the past few years. The fun aspect does not stand in the way of the fact that James is mainly interested in making practical, functional and carefully studied objects. He makes all of the prototypes himself. He brings the expertise of a trained cabinet maker and combines this with an individual, young, different vision on design. Zoo is a stackable children’s chair, which can also be used for play. A special safety feature ensures that children’s fingers will not get trapped. The fresh colours and stylized animals contribute to making this a stylish and functional chair.


5

6

7

8

In 1987 besloten opticiens Wim Somers en Patrick Hoet dat traditionele monturen afgedaan hadden en dat het tijd werd om een eigen collectie op de markt te brengen onder het label Theo. Vandaag wijdt Patrick Hoet zich nog uitsluitend aan het ontwerpen, terwijl Wim Somers de zaak runt. Theo kreeg vorig jaar trouwens de Henry van de Velde Award voor Bedrijf. Uit de Theocollectie ziet u onder meer de kleurrijke modellen Boulet en Ketchup.

De Tamawa-collectie van Hubert Vestraeten bespeelt het thema en de schoonheid van bakelieten kralen. Tamawa is Japans voor ‘kraal op een ring’. Dezelfde vorm wordt gebruikt en gecombineerd in uurwerken, oorringen, kettingen en ringen. Het bakeliet, in diverse kleuren verkrijgbaar en oneindig combineerbaar, wordt steeds op een drager van roestvrij staal geplaatst. ¶ Sinds dit jaar werkt Hubert ook samen met andere ontwerpers voor de collectie. Deze ring kwam tot stand in samenwerking met Nedda El-Asmar. Het gebruikte geheugenmetaal reageert op temperatuurverschillen. Om de verschillend gekleurde kralen naar hartenlust te wisselen, volstaat het om de ring even in de koelkast te leggen, waardoor die zich opent.

Concrete is een Antwerps all-round creatief ontwerpbureau, opgericht in 2000 en geleid door Pieter Lesage en Alexander Crolla. Zij brengen een innig mengsel van industrieel ontwerp, transportdesign, interieurvormgeving en meubelontwerp. Voor Mooss en Artforum, i.s.m. Cultuurnet Vlaanderen, ontwierpen ze een interactieve blikvanger voor de aankondiging van evenementen voor kinderen en jongeren in verschillende steden. De Supervlieg is gemaakt in kunststof, maar kan door kinderen beschilderd worden.

In An Van den Abbeeles werk fungeert lichamelijkheid als centraal thema. Het is een hulpmiddel om te zoeken naar een eigen visuele taal. Het werk verwijst vaak metaforisch naar lichamelijke aspecten, vaak om bepaalde vragen op te roepen, vragen over de grenzen van het lichaam, over confrontatie, kwetsbaarheid, identiteit, verleden en zelfdefinitie. ¶ In 2008 liep ze stage in het Chinese Jingdezhen. Ze deed er vooral onderzoek naar nieuwe materialen en technieken. Tijdens haar verblijf wilde ze de oosterse cultuur in al zijn facetten absorberen, die laten bezinken en vervolgens verwerken tot individuele artistieke expressie. De China Pillows zijn daarvan het resultaat.

In 1987, opticians Wim Somers and Patrick Hoet decided that the era of traditional eyeglass frames had come to an end and that it was time to launch their own collection under the name Theo. These days, Patrick Hoet only designs, while Wim Somers runs the business. Theo received the Henry van de Velde Award for Company last year. Pictured are—amongst others—the colourful models, Boulet and Ketchup, from the Theo collection.

47 Portfolio

Hubert Verstraeten’s Tamawa collection plays with the theme and the beauty of Bakelite beads. Tamawa is Japanese for ‘bead on a ring’. The same shape is used and combined in timepieces, earrings, necklaces and rings. The Bakelite, which comes in different colours and which can be combined endlessly, is always attached to a stainless steel carrier. ¶ Since this year, Hubert is also working with other designers for the collection. This ring was created in collaboration with Nedda El-Asmar. The shape memory alloy used here reacts to temperature changes. To change the coloured beads to your heart’s content, all you need to do is place the ring in the fridge, as a result of which it will open up.

Concrete is an allround creative design firm, based in Antwerp. It was established in 2000 and is managed by Pieter Lesage and Alexander Crolla. Their work is a tight-knit mixture of industrial design, transport design, interior design and furniture design. They created an interactive eyecatcher for Mooss and Artforum, in collaboration with Cultuurnet Vlaanderen, for the announcement of events targeting children and young people in various cities. The Supervlieg (Superfly) is made of plastics, but can be painted over by children.

The main theme in An Van den Abbeele’s work is physicality. It is a way of finding one’s own visual language. Her work often metaphorically refers to physical aspects, often to elicit certain questions, about the boundaries of one’s body, about confrontation, fragility, identity, the past and self-definition. ¶ In 2008, An worked as a trainee in Jingdezhen, China, where she mainly carried out research into new materials and techniques. During her stay, she wished to absorb every aspect of oriental culture, let it sink in and then process it to individual artistic expression. The outcome is The China Pillows.


1


2


3


4


5


6


7


8


Fotografie Claude Smekens cv. Veldstraat 35 • 8500 Kortrijk • tel / fax +32(0)56 20 59 07 • gsm +32(0)478 671 971 email fotografie@claudesmekens.be • www.claudesmekens.be


—Christophe De Schauvre De Pentawards is de eerste en enige wereldwijde competitie gewijd aan verpakkingsdesign in de breedst mogelijke zin. De jury—samengesteld uit internationale vakmensen— bestudeert individueel en onafhankelijk de ingezonden creaties en giet de bevindingen in een rapport. “Al die rapporten worden door ons verzameld, licht Brigitte Evrard het opzet van de onderneming toe. Het scoresysteem wijst dan uit welke ontwerpen het beste scoren in de 5 verschillende categorieën en 44 subcategorieën.” Welke categorieën zijn er en vanwaar die opdeling? Brigitte Evrard: Er zijn vijf hoofdgroepen: voeding, dranken, lichaamsverzorging, luxeproducten en een categorie ‘andere markten’ voor verpakkingen die niet elders kunnen worden ondergebracht. Het heeft te maken met de particuliere eisen voor de verpakkingen van deze productgroepen. Je kan geen appelen met peren vergelijken, laat staan dat je een luxeproduct als champagne kan vergelijken met waspoeder. De categorieën zorgen voor een strijd met gelijke wapens.

Colourfully packaged

Kleurrijk verpakt

Interview with Brigitte Evrard, co-president Pentawards

Interview met Brigitte Evrard, co-president Pentawards

The Pentawards are the Oscars of the packaging industry. Every year, industry professionals submit their creations to compete in one of the five categories of this most prestigious and international industry prize. The founders of the Pentawards are the Belgian couple Brigitte and Jean Jacques Evrard, who have been working in packaging design themselves in their branding agency for 30 years. Brigitte Evrard explains her vision of the importance of colour in packaging.

De Pentawards gelden als de Oscars van de verpakkingsindustrie. Elk jaar sturen vakprofessionals hun creaties in om mee te dingen naar een onderscheiding in één van de vijf categorieën van deze al even prestigieuze als internationale vakprijs. Grondlegger van de Pentawards: het Belgische echtpaar Brigitte en Jean Jacques Evrard, zelf 30 jaar lang actief met packaging design in hun branding agency. Over het belang van kleur in verpakkingen, licht Brigitte Evrard haar visie toe.

57

Kleurrijk verpakt

Packaging design wordt—onder meer door de Pentawards—meer naar waarde geschat. Het versterkt de merkidentiteit en dat is een kleurrijk verhaal. Verpakking is het allerlaatste argument in de winkel om je te overtuigen het product te kopen. Het hele communicatieaspect is dus van bijzonder groot belang. Kleur is om voor de hand liggende redenen cruciaal. Verpakkingen hebben, door de bank genomen, een levensduur van drie jaar. Wijzingen zijn mogelijk, maar je moet je klanten aanspreken, overtuigen en herkenbaarheid bieden. Het belang van kleur situeert zich op verschillende niveaus die elk bijdragen tot de totale productbeleving, van verkoop tot marketing en alles wat er omheen hangt. Op een bepaald niveau van alledaags gebruik, zorgen kleuren voor een herkenningsstandaard. Kijk maar naar onze waterkranen: rood duidt op warm en blauw op koud water.


The Pentawards is the first and only global competition dedicated to packaging design in the broadest possible sense. The jury, which is composed of international industry professionals, studies the submitted creations individually and independently and puts its conclusions in a report. “All these reports are collected by us, Brigitte Evrard explains how the organization works. The scoring system then indicates which designs achieve the best score in each of the five different categories and 44 sub-categories.” What are the different categories and what are the reasons behind this split? Brigitte Evrard: There are five main categories: food, drinks, body care, luxury products and a category called ‘other markets’ for packaging that doesn’t fit in anywhere else. They are split up according to the particular demands for packaging of these product groups. You cannot compare apples with pears for instance so how could you compare a luxury product like champagne with washing

58

Kwintessens / 2009 – 03

powder. The categories guarantee that the competition is fought on a level playing field. One of the reasons for the increase in the rising recognition of packaging design comes down to the Pentawards. It strengthens brand identity, and that is a colourful story in itself. Packaging is the very latest argument used in stores to convince consumers to purchase. The entire communication aspect is of great importance therefore. Colour is crucial for obvious reasons. Packaging as a general rule has a lifespan of three years. Changes may occur, but you have to appeal to consumers, convince them and offer them familiarity. Colour is important at different levels, each of which contributes to the total product process from sales to marketing and everything associated with this. At a certain level of everyday use, colours create a standard for identification. Just take our water taps as an example: red indicates hot and blue indicates cold water.

Dat heeft inderdaad iconische waarde, maar zijn er nog kleurenstandaarden waarvan men niet mag afwijken? Oh ja, in de winkelrekken in ons land weet je bijna automatisch dat je met de rode verpakking volle melk neemt, blauw betekent magere melk terwijl groen de kleurcode is voor halfvolle merk. Daarvan afwijken zou verwarring scheppen bij de consument. Hetzelfde zie je bij de koffie: blauw is voor cafeïnevrije koffie, rood voor dessertkoffie, terwijl groen vaak duidt op mokkakoffie. Ook tussen plat en spuitwater heb je respectievelijk blauw en rood. De vlag moet de lading dekken. Het moet alleszins beantwoorden aan je verwachtingspatroon. Sinds er supermarkten bestaan, leveren honderden producenten in de schappen een hevige strijd met elkaar. De huismerken noemen we ‘witte producten’ omdat het verwijst naar de eenvoud van de verpakkingen, die doelbewust moet uitstralen dat het om goedkopere producten gaat. Wit is no color. Tussen wit en zwart zit een hele waaier aan kleurmogelijkheden, maar ook aan gevoelseigenschappen. Zwart is eerder een kleur om luxe uit te drukken.


It does have an iconic value, but are there other colour standards that we should not depart from? Oh yes indeed when you look at the shelves in our particular country, you know almost automatically that full cream milk comes in red packaging, and skimmed milk in blue while green is the colour code for semi-skimmed milk. Departing from this would confuse the consumer. The same goes for coffee: blue indicates decaffeinated coffee, red dessert coffee, while green often indicates mocha coffee. The same applies to still and sparkling water where you have blue and red packaging respectively. The packaging has to cover the contents. It does have to meet the pattern of expectations. Since supermarkets came into existence, hundreds of products have been competing fiercely on the shelves. We call the house brands ‘white products’ because of their simple packaging, that has to intentionally suggest that they contain cheaper products. White indicates no colour. In between white and black is a wide range of colour options, as well as characteristics about feelings. Black for instance suggests luxury. Black suggests luxury, and yet it doesn’t work for just any product… No, you cannot use black to market a luxury yoghurt, because it doesn’t comply with the familiar colour code. You would stand out on the shelves for sure, but I doubt whether the yoghurt would sell well. In terms of product segments, you have to respect the unwritten rules of colour codes. Anything that has to do with meat uses red or yellow. All products that are related to the sea, will mainly use blue in the packaging. Are there product categories where anything goes? Soft drinks. With lemonades, everything goes: blue, green, red, yellow, even black as with Minute Maid for example. These colour codes are not always international. Does this explain why we sometimes feel lost in a foreign supermarket? Absolutely, because other colours dominate in other countries. For

59

Kleurrijk verpakt

Zwart drukt luxe uit, maar toch werkt het niet voor eender welk product … Nee, je kan geen zwart gebruiken om een luxeyoghurt op de markt te brengen, omdat het niet strookt met de gangbare kleurcode. Je zou wel opvallen in de winkelschappen, maar ik betwijfel of je veel van je yoghurt zou verkopen. Op het niveau van productsegmenten moet je de ongeschreven regels van de kleurencodes respecteren. Alles wat met vlees te maken heeft, gebuikt de kleuren rood of geel. Alle producten die met de zee te maken hebben, zullen vooral blauw in de verpakking hebben. Zijn er productcategorieën waarin alles mogelijk is? Frisdranken. In limonades is alles mogelijk: blauw, groen, rood, geel en zelfs zwart in het geval van bijvoorbeeld Minute Maid. Deze kleurencodes gelden niet altijd internationaal. Verklaart dat waarom we ons in een buitenlandse supermarkt soms radeloos voelen? Absoluut, omdat in andere landen ook andere kleuren domineren. In Engeland zal je bijvoorbeeld veel meer paars terugvinden, ook groen. Je zal er veel meer afwijkende kleuren vinden. Zo kan een bereide visschotel met een paarse verpakking in Engeland wel aanslaan, meer niet bij ons. In China zal je eerder goud en rood terugvinden, in Frankrijk rood en blauw, in Duitsland goud en wit. Toch slaagt men erin om verpakkingen internationaal te standaardiseren. Ligt coherent of consequent kleurengebruik hier aan de basis? Er zijn merken die door hun marketingstrategie bepaalde kleuren hebben toegeëigend. Je kan dat testen door een kleur te noemen en na te gaan welk bedrijf daarmee geassocieerd wordt. Bij blauw is de kans groot dat merken als Nivea, Maes of Pepsi worden genoemd. Bij rood zal Coca-Cola genoemd worden, of Marlboro, Royco, Côte d’Or zelfs. Geel is de kleur van Shell en Schweppes terwijl bij een extremere kleur als paars meteen de link wordt gelegd met Milka of Whiskas. Kan een merk van kleur veranderen zonder zichzelf in de voet te schieten?

Soms moet het wel. Kijk maar naar onze bankinstellingen die door overnames of fusies van logo moeten veranderen en dus ook voor een andere kleur moeten gaan. Neem nu Fortis BNP Paribas, waarbij het rood subtiel en stelselmatig zal verdwijnen om uiteindelijk het groen over te houden. Om een merk of een product te lanceren ga je dus maar beter niet over één nacht ijs. Welke vragen gaan er aan een kleurkeuze vooraf ? Beoogd koperspubliek, aard van het product, kostprijs, concurrenten en plaats van verkoop zijn slechts enkele factoren die kleurkeuzes bepalen. De positionering van een product is essentieel om van daaruit kleurencombinaties uit te werken. Kies je voor een luxesegment, dan zit je automatisch bij zwart, goud en zilverkleuren. Mik je op prijs, dan je ook dát uitdragen via kleuren. De combinatie van geel en blauw, bijvoorbeeld, zoals dat door Ikea en ook Ryanair wordt gebruikt, creëert zekere verwachtingen bij de consument over de prijs. Felgeel en fluorescerende kleuren wijzen vaak op promoties, terwijl groen de ecologische premisse in zich draagt. Tegelijk bewijzen merken als Hermès of Veuve Clicquot— toch niet de goedkoopste merken—dat ze ook oranje een luxecachet kunnen geven. Dus niet alleen de kleur bepaalt de gepercipieerde waarde van een product. Trouwens, Pantone—het bedrijf dat kleurcoderingen publiceert—heeft de boodschap de wereld ingestuurd dat geel de kleur van 2009 wordt. Pantone heeft er zelf wellicht baat bij om dit uit te roepen, als een zelf bevestigende voorspelling? Zoals de modekleuren? Je hebt constanten in kleuren waartegen die ongewone modekleuren zich des te sterker aftekenen. Oranje, paars, felgroen of geel: dat zijn kleuren die plots opduiken en even snel afzwakken om plaats te maken voor de volgende. Met de Pentawards kijken jullie niet alleen naar kleurgebruik maar is het totale plaatje van belang. Welke verschillen stellen jullie vast in vergelijking tot vorige edities? Sinds vorig jaar valt op dat er zich een vereenvoudiging heeft ingezet in packaging design. Eenvoud in vorm en


example, in England, you will find a lot more purple and green. You find a lot more ‘different’ colours there. A readyto-eat fish dish in purple packaging for instance will work there. In China, you will probably find gold and red; in France, red and blue; in Germany; gold and white.

or Veuve Clicquot—not the cheapest brands—prove that they can also give the colour orange a luxury cachet. So it’s not just the colour that determines the perceived value of a product. By the way, Pantone, the company that publishes colour codes, has announced that yellow will be the colour of 2009.

And yet it is still possible to create standardised international packaging. Is coherent or logical use of colours the secret behind this? There are brands that have appropriated certain colours as part of their marketing strategy. You can test this by naming a colour and seeing which company is associated with it. For blue the result is likely to be brands such as Nivea, Maes or Pepsi. For red, it will be Coca-Cola or Marlboro, Royco or even Côte d’Or. Yellow is associated with Shell and Schweppes, while a more extreme colour like purple is immediately associated with Milka or Whiskas.

It is probably in Pantone’s own interests to announce this isn’t it? Like a selffulfilling prophecy—in the same way as fashion colours. You have constants in colours against which unusual fashion colours stand out in even starker contrast. Orange, purple, bright green or yellow; these are colours that suddenly pop up and disappear as quickly as they appeared, making room for the next one.

Can a brand change colour without compromising itself? Sometimes it has to. Look at our banking institutions, which have to change their logo after an acquisition or merger, and they have to choose another colour. Take Fortis BNP Paribas for example where the red will subtly and gradually disappear and be replaced ultimately with green. When launching a brand or a product, it’s best to not make rushed decisions. What questions need to be asked before taking a decision on colour? The target audience, the nature of the product, the price, competitors and points of sale are just a few aspects that have an impact on the choice of colour. The positioning of a product is essential in order to create different colour combinations. If you opt for a luxury segment, you automatically end up with blacks, golds and silvers. If you are aiming for price, you can also express that through colour. For example, the combination of yellow and blue, as used by Ikea and also Ryanair, creates certain expectations about price among consumers. Bright yellow and fluorescent colours often indicate promotions, whilst green suggests an ecological premise. At the same time, brands like Hermès

60

Kwintessens / 2009 – 03

With the Pentawards, you don’t just look at the use of colour do you; the full picture is important. What differences have you noticed compared to previous editions? Since last year, we noticed a simpler trend starting up in packaging design. Simplicity in designs and communications is back in fashion. Baroque is completely outdated. We also see that the categories in which the greatest innovations are taking place are beverages—mainly water, soft drinks and fruit juices. But innovation is also taking place in the packaging of alcoholic drinks. If you look at the market for bottled water, you will see a lot of small players all trying to make a difference with their packaging. We are seeing some especially beautiful things coming from the northern countries. Even in the wine sector which is still fairly conservative we see that things are moving. It adds dynamism to the market if companies try to compete with their packaging. As consumers we can only stand to benefit from this. You can’t disagree with beautiful packaging. The presentation of the Pentawards will take place on 2 October 2009 in Brussels during the Brussels Design Forum.

communicatie is weer helemaal terug. Het barokke is helemaal uit. We zien ook dat de categorieën waarin het meeste geïnnoveerd wordt, de dranken zijn. Vooral water, softdrinks en fruitsappen. Maar ook bij de alcoholische dranken wordt er geïnnoveerd in de verpakking. Als je de markt van het gebottelde water bekijkt, dan zie je daar heel veel kleine spelers die allemaal het verschil proberen te maken via hun verpakkingen. Vooral vanuit de noordelijke landen bereiken ons heel mooie dingen. Ook in de markt van de wijnen—toch een vrij conservatieve sector—zit men duidelijk niet stil. Het brengt beweging in de markt als men ook op verpakkingsniveau elkaar tracht te overtroeven. Daar kunnen we als consument alleen maar wel bij varen. Een mooie verpakking, daar kan je niet tegen zijn. De uitreiking van de Pentawards vindt plaats op 2 oktober 2009 in Brussel tijdens het Brussels Design Forum.


—Christian Oosterlinck

Meer dan een likje verf

More than just a coat of paint “Black, white and grey are the colour refuge for civilized people and people who are well-off. Colours are generally considered to be suspicious and unsuited and are at the most admissible on children’s clothes on sunny days. Colours are irrational infractions on the civilized course of affairs and have been degraded to a world of cursory emotions.” These are not my ideas but those of Dutch writer, Herman Pleij, who was poking fun at the ‘decolourization’ of society, which he expressed during a Mondriaan lecture in 1997 on the occasion of the presentation of the Sikkens Prize. Sikkens is a well-known Dutch paint manufacturer: since the 1950s, its foundation has aimed to be a meeting place for the industry and artists. The original goal of the foundation was to encourage social, cultural and scientific developments in society, whereby colour as a medium plays a specific role. Subsequently this was expanded, with colour as a universal occurrence. In the past decades, Sikkens Prizes have been awarded to individual artists and architects, who have carried out ground-breaking work in colour applications, including such renowned designers as Rietveld, Le Corbusier, Theo van Doesburg, Johannes Itten and Richard Lohse, but also young talent that have not yet earned world fame.

61

Meer dan een likje verf

“Zwart, wit en grijs zijn de kleurenvluchtheuvel voor beschaafden en welgestelden. Kleuren zijn in het algemeen verdacht en ongepast en hoogstens toelaatbaar in kinderkleren op zonnige dagen. Kleuren zijn irrationele inbreuken op de beschaafde gang van zaken en zijn gedegradeerd tot een wereld van vluchtige emoties.” Dit zijn niet mijn ideeën, maar die van de Nederlandse letterkundige Herman Pleij die de ‘ontkleuring’ van de samenleving op de korrel neemt. Hij sprak deze woorden uit in 1997 in een Mondriaanlezing tijdens de uitreiking van de Sikkensprijs. Nu is Sikkens een gekende Nederlandse verffabrikant die sinds de jaren ’50 via een stichting een ontmoetingsplaats wil zijn tussen industrie en kunstenaars. Het oorspronkelijke doel van de stichting was het stimuleren van sociale, culturele en wetenschappelijke ontwikkelingen in de samenleving, waarbij kleur als medium een specifieke rol speelt. Later ging dit breder, naar kleur als universeel verschijnsel. De Sikkensprijzen werden in de afgelopen decennia uitgereikt aan individuele kunstenaars en architecten die in kleurtoepassingen baanbrekend werk hebben verricht. We vinden internationaal gerenommeerde namen terug: Rietveld, Le Corbusier, Theo van Doesburg, Johannes Itten en Richard Lohse, maar ook jonge talenten die nog geen wereldfaam hebben bereikt. Ook in België doen verffabrikanten al het mogelijke om de aandacht te trekken van het publiek. Ze proberen de pers te halen met technische vernieuwingen, uitzonderlijke kwaliteiten of met hun uitgebreide collectie kleuren, al dan niet gekoppeld aan namen van bekende ontwerpers. Veel van de Belgische verffabrikanten zijn trouwens niet echt Belgisch meer. De meeste behoren tot internationale groepen, maar toch verdienen ze dat we hun innovatie hier een keer in de verf zetten. Zo is Mathys in 1993 opgekocht door het Amerikaanse RPM, marktleider op het gebied van coatings. Martin Mathys startte in 1845 al met de productie van vernissen in Ninove. Zijn innovatie bestond erin de kritische kooktemperatuur van het hars zonder dure thermometers te meten, door een stukje brood in de hete vernis te laten zakken. Zo kwam hij tot een hoog-glanzende lak, zonder de nadelen van de bestaande vernissen. Vrij snel verhuisde hij de activiteiten naar zijn geboortedorp Zelem, waar de Belgische zetel nog steeds gevestigd is. Binnen RPM is er het zusterbedrijf van Rust-Oleum, opgericht door de Schotse zeekapitein Fergusson, die ontdekt had dat scheepsdekken minder corroderen door visolie. Hij perfectioneerde een verf die roestvorming stopte, in één nacht tijd droogde en geen onaangename geur achterliet. In 1921 startte hij een verfbedrijf in de Verenigde Staten. De ambachtelijke kennis van beide bedrijven, verenigd in Rust-Oleum Mathys, maakt hen tot een wereldleider in gespecialiseerde coatings. Hun verven werden o.a. gebruikt voor het herschilderen van het Kremlin en de Golden Gate-brug.


Veronique Branquinho, Belle de jour voor/for Levis

Christophe Coppens/Levis Colorlab, Tweed voor/for Levis

62

Kwintessens / 2009 – 03


In Belgium paint manufacturers are doing everything possible to attract the general public’s attention. They try to get into the media with technical innovations, exceptional qualities or with their extended collection of colours, which are sometimes associated with famous designers. Many of the Belgian paint manufacturers are no longer Belgian anyway. They now belong to international groups, but it is worth highlighting their innovations here. Matthys was acquired in 1993 by American company, RPM, the market leader in the coatings field. In 1845 Martin Mathys started producing lacquers in Ninove. His innovation consisted in measuring the critical boiling temperature of resin without expensive thermometers, by simply dropping a piece of bread in the hot lacquer. He thus was able to produce high-gloss lacquers, without the disadvantages of the existing lacquers. He soon moved his activities to his native village of Zelem, where the Belgian subsidiary is still established today. Another RPM subsidiary company is Rust-Oleum, established by Scottish sea captain Fergusson, who discovered that ships’ decks tended to corrode less when fish oil was used. He perfected a paint that stopped rust from forming, dried overnight and did not leave an unpleasant odour. In 1921, he started a paint company in the United States. The traditional know-how of both companies, which has now been conglomerated in Rust-Oleum Mathys, has made them the world leader when it comes to specialized coatings. Their paints were used among others for the repainting of the Kremlin and the Golden Gate Bridge. The paint company that is most often associated with design because of its many collections is Boss Paints. In 1945, Verfwaren Antoon Bossuyt was established in Waregem. Antoon’s father, Cyriel already owned a painting business and paint store. His grandchildren are now in charge of the family company’s future. The company’s philosophy is based on four pillars: customer-orientedness, quality, environment and people. Boss Paints was one of the first companies to associate names with colours. On the Spot links six designers from various disciplines to six colours, which can each be combined with six other colours. Veerle Wenes developed this concept. Designers included Willem Cole (artist), Inge Grognard (make-up artist), Chris Mestdagh (interior designer), Elvis Pompilio (hat designer), AF Vandevorst (fashion designers) and Maarten Van Severen (furniture designer). The development of Maarten’s Blue Ice was quite a feat. He wanted to combine colour and light and this only became possible once the paint was made fluorescent. The light absorbed during the day results in a blue luminescence in the dark. Van Severen wanted to do more than select a colour, he wanted to create it. Subsequently, Chris Mestdagh would go on to develop the Colors with a View collection for Boss Paints: paints in 5 themes, which could be combined with matching wallpapers and paintable structured wallpaper. Every year, Boss Paints’ own colour team puts together a range of new trend colours: four different atmospheres of 10 colours, which can be easily combined. Boss Natural Colours is a range of 96 colours designed in function of nature and the seasons. But Boss Paints does more than simply innovate with colours. The company is always researching new techniques and materials. Beau for example is a structured paint, with

63

Meer dan een likje verf

Het verfbedrijf dat door zijn talrijke collecties het vaakst met design geassocieerd wordt, is Boss Paints. In 1945 werd het als Verfwaren Antoon Bossuyt opgericht in Waregem. Ook Antoons vader Cyriel had reeds een schildersbedrijf en winkel. Intussen zorgen zijn kleinkinderen voor de toekomst van het familiebedrijf. De bedrijfsfilosofie steunt op vier pijlers: klantgerichtheid, kwaliteit, milieu en mens. Boss Paints was één van de eersten om namen te koppelen aan kleuren. On the Spot linkt 6 designers uit verschillende disciplines aan 6 kleuren, die telkens kunnen gecombineerd worden met 6 andere kleuren. Verantwoordelijke voor dit concept was Veerle Wenes. Ontwerpers zijn Willem Cole (plastisch kunstenaar), Inge Grognard (make-up artieste), Chris Mestdagh (interieurontwerper), Elvis Pompilio (hoedenontwerper), AF Vandevorst (modeontwerpers) en Maarten Van Severen (meubelontwerper). Vooral de ontwikkeling van het Blue Ice van Maarten was een huzarenstukje. Hij wilde immers kleur en licht combineren en dit werd pas mogelijk door de verf fluorescent te maken. Het licht dat overdag opgenomen wordt, zorgt voor een blauwe schijn in het duister. Van Severen wilde meer dan een kleur selecteren, hij wilde er één creëren. Later ontwikkelde Chris Mestdagh voor Boss Paints nog de Colors with a View-collectie: verven in 5 thema’s, combineerbaar met aansluitende behangpapieren en overschilderbaar structuurbehang. Het eigen kleurenteam van Boss Paints stelt jaarlijks nieuwe trend colours samen: 4 verschillende sferen van 10 kleuren die gemakkelijk kunnen gecombineerd worden. Boss Natural Colours staat dan weer voor 96 kleuren afgestemd op natuur en seizoen. Maar niet alleen in kleuren is Boss Paints innovatief. Men is ook steeds op zoek naar nieuwe technieken en materialen. Beau is bijvoorbeeld een structuurverf die door toevoeging van gemalen marmer voor een mat, mineraal uitzicht zorgt. Maroc maakt gebruik van poederpigmenten en is gebaseerd op ambachtelijke Noord-Afrikaanse stuctechnieken. Bij Ice zijn minuscule glaspareltjes in de verfmassa verwerkt om een dieptedimensie aan een wand te geven. Screen Ice leent zich uitstekend voor een projectiewand. Men kan natuurlijk ook Swarovski-kristallen aan een verf toevoegen om ze meer te laten schitteren. Thermogevoelige verf reageert dan weer op temperatuurverschillen, verkleurt rond een wandlamp, radiator

Maarten Van Severen, Blue Ice voor/for BOSS Paints


a mat mineral appearance thanks to the addition of ground marble. Maroc uses powder pigments and is based on the traditional North African stucco techniques. In Ice minuscule glass particles have been integrated in the paint mass, in order to give depth to a wall. Screen Ice is excellent for a projection wall. And why not add Swarovski crystals to paint to make it more brilliant? Thermo-sensitive paint reacts to temperature differences, discolours around a wall fixture, a radiator or when a hand rests on it for a longer time. The company also keeps the environment in mind, not only in its production process but also in the composition of its paints. One paint has been made from rubber granules, which are recovered from used car tyres. Frans Van Praet was so enthusiastic about it that he used it for some of his furniture designs. Levis is part of Dutch company, AkzoNobel, a world leader in the field of decorative paints. For Levis, fashion designer Veronique Branquinho selected five colours, in a series which she named Histoires. This collection was part of the Ambiance series, for which Christophe Coppens had previously created Newstalgia. With Hong Kong Jade, Satin Duchesse, Wild Orchid, Flower Silk and Deep Moonlight, Coppens created classic colours and hues, full of memories of times past, with a surprising accent. The colours selected by Branquinho are also very melancholic. Chalet Charm has all the atmosphere of a chalet with an open fire, Racing Green refers to the British racing tradition, but also to English manors. Belle de Jour to wide spaces. But she also goes beyond tradition with Moondust, a combination of silver with neutral basic colours such as black and white, or the deep red of Room on Fire. In its Ambience Atelier, Levis also has a number of decorations that can be combined with paints. These are stencils or stickers that can be applied on paint. They were developed by the company’s own Colorlab, but also by Branquinho (Monstera Deliciosa) and Coppens (High Heels, Pied-de-poule, The Walls Have Eyes, La Japonaise). Levis also promotes itself by decorating hip shops, their so-called hotspots, such as Fish & Chips in Antwerp, Clinic in Hasselt or Caravan in Brussels. Artistic spaces such as Galerie Transit in Mechelen and Atelier 11 in Antwerp also have a coat of Levis paint as do the MoMu Fashion Museum in Antwerp, ABcafe in Brussels and Roma in Antwerp. And if you look around at Ikea, you will also find their colour codes in all of their units. Because the European Union continuously issues new guidelines, every manufacturer is obliged to invest in innovation and research into new raw materials, bondings and techniques. The new paints and coatings not only need to have the same or better properties than the old paints, but they also have to be more environment-friendly and sustainable. In 2010, new, even more stringent norms will become applicable for the use of volatile solvents. Moreover, every paint manufacturer also tends to practise some type of service design. They associate themselves with DIY stores, offering workshops and advice, in the store, in the company or online. This service is aimed at professionals (painters, interior architects, etc.) as well as at the general public. Colour advisers help people with their questions. It is hard to differentiate oneself from the competition, because at first glance all paint seems identical, even though we know now that there is more to it than just a coat of paint.

64

Kwintessens / 2009 – 03

of door langdurige aanraking met de hand. Er wordt ook aan het milieu gedacht, niet alleen bij de productie, maar vooral in de samenstelling van de verven. Zo is er een verf gemaakt uit rubberkorrels die gerecupereerd worden uit versleten autobanden. Frans Van Praet was er zo wild van dat hij enkele meubelen voorzag van zo’n laag rubberverf. Levis behoort tot het Nederlandse AkzoNobel, wereldleider in decoratieve verven. Veronique Branquinho selecteerde voor Levis vijf kleuren onder de naam Histoires. Deze collectie werd uitgebracht binnen de Ambiance-reeks, waar eerder ook al Christophe Coppens Newstalgia voor maakte. Met Hong Kong Jade, Satijn Duchesse, Wilde Orchidee, Bloemenzijde en Diep Maanlicht creëerde Coppens klassieke kleuren en schakeringen, vol herinneringen aan vervlogen tijden, maar toch met een verrassend accent. Ook de kleuren gekozen door Branquinho zijn vol van weemoed: Chalet Charme heeft de sfeer van een blokhut met haardvuur, Racing Green verwijst naar de Britse racetraditie maar doet ook denken aan Engelse landhuizen, Belle de Jour aan weidse vlakten. Maar ze gaat ook een stap verder met Moondust, een combinatie van zilver met neutrale basiskleuren als zwart en wit, of het dieprode van Room on Fire. Levis heeft in zijn Ambience Atelier enkele decoraties die met de verven kunnen gecombineerd worden. Het zijn sjablonen of stickers die op de verf kunnen aangebracht worden. Ze werden ontworpen door het eigen Colorlab, maar eveneens door Branquino (Monstera Deliciosa) en Coppens (High Heels, Pied-de-poule, The Walls Have Eyes, La Japonaise). Levis promoot zich ook door hippe zaken in te richten, hun zogenaamde hotspots, zoals Fish & Chips in Antwerpen, Clinic in Hasselt of Caravan in Brussel. Ook artistieke ruimtes als Galerie Transit in Mechelen en Atelier 11 in Antwerpen dragen een likje Levis. Bij het Modemuseum in Antwerpen, het AB-cafe in Brussel en de Roma in Antwerpen zijn ze ook al thuis. En wie dan al eens een Ikea zou binnenstappen: in elk huisje vind je hun gebruikte kleurcodes terug. Doordat steeds maar nieuwe Europese richtlijnen uitgevaardigd worden, is elke fabrikant verplicht om te investeren in innovatie en onderzoek naar nieuwe grondstoffen, bindingen en technieken. De nieuwe verven en coatings moeten niet alleen dezelfde of betere eigenschappen hebben dan de oude, maar moeten ook milieuvriendelijker en duurzamer zijn. In 2010 worden nog strengere normen van kracht voor het gebruik van vluchtige oplosmiddelen. Bovendien doet elke verffabrikant aan een vorm van service design. Ze linken zich aan doe-het-zelfzaken en bieden workshops en adviezen aan, in de winkel, in het bedrijf of online. Die dienstverlening richt zich zowel naar professionelen (schilders, interieurarchitecten enz.) als het grote publiek. Wie een vraag heeft, wordt geholpen door allerlei kleuradviseurs. Het is immers moeilijk zich te onderscheiden van de concurrentie, want op het eerste zicht lijkt alle verf op elkaar, ook al is het duidelijk dat het om meer gaat dan een likje kleur.


NIEUWS BEURZEN Maison & Objet van 05 / 09/2009 tot 09/ 09/2009 Info: Salons Français et internationaux, 4, Passage Roux, f-75850 Paris Cedex 17 +33 1 44 29 02 18 www.maison-objet.com Keramisto 2009 van 19/09 tot 20/09/2009 100 keramisten uit binnen- en buitenland Info: Noord Limburgs Pottenbakkerscollectief, Violenberg 3, 6595 MC Ottersum www.keramisto.nl Ideas & Pasión van 21/09 tot 26/09/2009 Info: Feria Valencia, Avenida de las Ferias s/n, E-46035 Valencia +34 963 86 11 00 www.feriavalencia.com 100% Design London van 24/09 tot 27/09/2009 Deelnamekosten: +40m²: 286£/ m², -40m²: 318£/m², 100% Futures: 960£/6m²–1440£/9m² Info: 100% Design London—Gateway House—28 the Quadrant—Richmond TW9 1DN, Surrey—UK +44 20 89 10 71 93 www.100percentdesign.co.uk Origin van 06/10–18/10/2009 2 periodes met wisselende deelnemers: 06–11/10 en 13–18/10 Info: Crafts Council—44a Pentonville Road—London N1 9BY, Islington— UK +44 20 72 78 77 00 www.craftscouncil.org.uk Meesterlijk. Design en Ambacht van 22/10–25/10/2009 100 ontwerpers, ambachtslieden en producenten. Kadert in de Dutch Design Week. Plaats: Beursgebouw Eindhoven Info: Onderneming & Kunst, Herengracht 342, 1016 CG Amsterdam +31 20 626 40 20 www.meesterlijk.nu Sieraad van 05/11–08/11/2009 Plaats: WesterGasfabriek, Amsterdam Info: EMB&B Art Events, Beumersteeg 8, NL-7451 LM Holten +31 548 36 68 60 www.sieraadartfair.com

66

ArtDesignFeldkirch van 06/11/2009 tot 08/11/2009 ca. 90 exposanten Info: ArtDesign Feldkirch, Schlossergasse 8, 6800 Feldkirch +43 55 22 73 46 73 413 www.artdesignfeldkirch.at Cocoon 09 van 13/11/2009 tot 22/11/2009 Plaats: Brussels Expo Info: Artexis, St. Lambertusstraat 135, 1200 Brussel 02 740 10 20 www.cocoon.be Design@work van 06/12/2009 tot 10/12/2009 Info: Stichting Interieur, Groeningestraat 37, 8500 Kortrijk 056 22 95 22 www.designatwork.be Ambiente van 12/02/2010 tot 16/02/2010 Inschrijven tot 28/10/2009 Deelnamekosten: Next: € 980, excl. BTW + € 150 per productpilot Next: new platform for young, creative suppliers working in niche markets. 2 areas: Loft (Interior Design) & Carat (Jewellery) Talents: free exhibition space for young designers Info: Messe Frankfurt Exhibition GmbH, Ludwig-Erhard-Anlage 1, D-60327 Frankfurt am Main +49 69 75 75 69 48 www.messefrankfurt.com

WEDSTRIJDEN Algemeen International Design Festival Cow/2009 Inschrijven tot 20/09/2009 Deelnamekosten: groep: 80 US$, individueel: 50 US$, student, COWconcept, poster: gratis 2 categorieën: product design/ interior & graphic design. Tentoonstelling in het museum van Dnepropetrovsk. Info: Baranovska Design-studio +38 50 362 32 33 www.cow.com.ua Talente 2010 03/03/2010 tot 09/03/2009 Inschrijven tot 01/10/2009 Crafts. Deelnemers: max. 30 jaar (design) en 35 jaar (techniek). Ca. 90 deelnemers uit 25 landen worden geselecteerd. Info Handwerkskammer für München und Oberbayern, Max Josephstrasse 4, D-80333 München +49 89 5119 293 www.hwk-muenchen.de

Kwintessens / 2009 – 03

International Award Aluminium/ Innovation/Sustainability Inschrijven tot 16/10/2009 Studentenwedstrijd Info: Politecnico di Milano-Facoltà del Design, Via Durando 38 A, I-20158 Milan +39 02 2399 7261 www.design.polimi.it Design Nature van 01/10/2010 tot 24/10/2010 Inschrijven tot 15/12/2009 Hoofdtentoonstelling van de volgende Biennale internationale du design de Liège. Kandidaat-deelnemers kunnen een dossier inzenden. Info: Liège Province CultureCréation & Promotion Artistiques, Rue des Croisiers 15, 4000 Liège 04 232 86 76 culture.prov-liege.be

Glas New Glass Review 31 Inschrijven tot 01/10/2009 Deelnamekosten: $15 US Selectie van 100 innovatieve glaswerken. Info: The Corning Museum of Glass—Rakow research library, 5 Museum way corning NY, 14830-2253 New York www.cmog.org

Grafische vormgeving 2010 International Postage Stamp Design Contest Inschrijven tot 15/09/2009 Thema: Visit Korea Year. Ontwerp: 15 × 20 cm. Info: Korea Post-Postage stamps & Philately Division, 6 Jongno (154–1 Seorin-dong) Jongno-gu, 110–110 Seoul www.jiso.or.kr/2009/07/2010-worldpostage-stamp-design-contest

Industriële vormgeving IF Product Design Award 2010 Inschrijven tot 30/09/2009 Deelnamekosten: tot 15/08: € 115, tot 15/09: € 145, tot 30/09: € 205, excl. BTW Info: IF-Industrie Forum Design e.V., Sandstrasse 33, D-80336 München +49 89 57 93 30 73 www.ifdesign.de

Huangyan Mold Cup Inschrijven tot 20/10/2009 4 categorieën: voertuigen, huishoudtoestellen, plastic producten, andere producten gemaakt in een mal Info: Industrial Design Branch of Chinese Mechanical Engineering Society, College of Computer Science and Technology Zhejiang University, 310027 Hangzhou +86 571 8595 7353/8795 2639 www.dolcn.com

Juwelen & zilversmeden 40. Deutscher Schmuck- und Edelsteinpreis Idar Oberstein 2009 Inschrijven tot 14/09/2009 Thema: Es lebe die Reflexion. Max. 4 inzendingen/deelnemer. 21. Deutscher Nachwuchswettbewerb für Edelstein- und Schmuckgestaltung Idar-Oberstein 2009 Inschrijven tot 14/09/2009 Thema: Lichtspiele. Deelnemers geboren in 1982 of later Info: Bundesverband der Edelsteinund Diamantindustrie, Mainzer Strasse 34, 55743 Idar-Oberstein +49 67 81 94 42 40 www.bv-edelsteine-diamanten.de

Kalligrafie Internationale Grote Prijs Kalligrafie 2010 Inschrijven tot 21/11/2009 Max. afm: 50 × 70 cm. Max. 3 jaar oud. Info: Cultuurdienst/Internationale Grote Prijs Kalligrafie, Boerenkrijglaan 61, 2260 Westerlo www.kalligrafia.be

Keramiek III International Ceramics Biennale of Marratxi Inschrijven tot 11/12/2010 Info: Marratxi Municipal Council— Area de Cultura, C. Santa Barbara s/n, 07141 Sa Cabaneta—Marratxi +34 971 797 624 www.marratxi.es

Meubel 9th Andreu World International Design Competition September 2009 Inschrijven tot 14/09/2009 Wedstrijd voor het ontwerpen van tafel of stoel. Info: Andreu World, Urbanizacion Olimar, Chiva, Valencia +34 961 80 57 00 www.andreuworld.com


Concours Design 2010 Inschrijven tot 02/10/2009 Ontwerpers jonger dan 30 jaar. 2 categorieën: verlichting—kleine meubelen Info: Cinna, BP 1, 01470 Briord www.cinna.fr

Textiel en papier Concours tapisseries miniatures 2009 Inschrijven tot 15/11/2009 Max. afm: 15 × 15 × 15 cm. Minimum 3 ontwerpen/deelnemer. Recent werk. Info: Domaine de la Lice, Rue Poulet 12, 1440 Braine le Chateau 02 366 93 12 www.wallonie-isoc.org/domainede-la-lice.htm Textielfestival 2010 van 24/03/2009 tot 28/03/2009 Inschrijven tot 01/10/2009 Thema: Sporen. Max. afm: 50 × 50 cm of 35 × 35 × 35 cm. Info: Textiel Festival/SBA, Boothstraat 3 po. Box 452, 3500 AL Utrecht +31 30 234 22 11 www.textielfestival.nl International exhibition of felt art: The Climate is Changing van 07/05/2010 tot 07/07/2010 Inschrijven tot 01/11/2009 Deelnamekosten: bij selectie: € 75 Selectie voor tentoonstelling. Na Prato, tentoonstellingen in GrootBrittannië en Duitsland Info: Museo del Tessuto di Prato, Via Santa Chiara 24, 59100 Prato +390 574 61 15 03 www.po-net.it/tessuto 2009 Valcellina Award Inschrijven tot 30/11/2009 Deelnamekosten: € 20 Max. afm: 30 × 150 cm. Werk jonger dan 01/01/2008. Info: Le Arte Tessili Association, Via Ciotti 1, 33086 Montereale/Valcellina +390 33 37 67 95 15 www.premiovalcellina.org

PRIJZEN Zoals aangekondigd in het vorige nummer, geven we nu de volledige lijst winnaars van de Red Dot Award Product Design. Een ‘Best of the Best’ ging naar Allegra Line van Tupperware, Caldofreddo van Alinea (Leo Aerts), Spacewalker van Dark (ontwerp: Constantin Wortmann) en de Secret Slide van Brems. Andere winnaars zijn Curva van Alinea (Leo Aerts), Snap van Feek (ontwerp: Karim Rashid), Speedy Chef van Tupperware, Topix van Delta Light, T&T, Twolve en Pawww van Dark (ontwerp: Christophe de Ryck), Concrete Tube van Wever & Ducre (ontwerp: Wall-y Grips), Mysterious van Niko, Mona van Basalte en Twine van Jaga (ontwerp: Ivo Nijsten). Tupperware werd uitgeroepen tot ‘Design team of the Year’. De Prijs Design Platform Limburg gaat naar productdesigner Andries Vanvinckenroye (23) met zijn ecologisch boomzitje. Andries’ ontwerp Brench is een eenvoudig maar doordacht en duurzaam product dat de natuur gebruikt in plaats van verbruikt. De boom is de drager van het zitje, het materiaal is vervaardigd uit een biodegradeerbare kunststof en het ontwerp is zo stevig dat het 20 jaar meegaat. De Prijs Design Platform Limburg was in het verleden meermaals een wildcard voor Toegepast. De VelopA Design Award 2008–2009: Street Furniture is een wedstrijd die voorbehouden is aan studenten. Sam Peeters (Artesis Hogeschool, Antwerpen) won de derde prijs. Jef Van Campenhout (Katholieke Hogeschool Limburg) kreeg een eervolle vermelding. Vierjaarlijkse Prijs voor Kunstambachten van de Provincie West-Vlaanderen 2009. De eerste premie werd ex aequo toegekend aan Lut Laleman en Tine Vindevogel. Een tweede premie ging naar Aline Vandeplas. Het Chicago Athenaeum en het European Centre for Architecture, Art, Design and Urban Studies reiken jaarlijks de Good Design Awards uit. Het Belgische Zuidpoolstation Prinses Elisabeth kreeg de prijs voor beste organisatie.

CURSUSSEN, WORKSHOPS, LEZINGEN, COLLOQUIA Algemeen Masterclass User-Centered Design 23 en 24/09/2009 Deelnamekosten: € 1400 Info: Namahn, Grensstraat 21, 1210 Brussel 02 209 08 85 masterclassUCD@namahn.com Postgraduaat Leefbaar Wonen van 24/09/2009 tot 09/04/2010 Deelnamekosten: € 900 Deze opleiding is bedoeld voor mensen die op professioneel vlak betrokken zijn bij ergonomie en ontwerpen van het wonen. Info: Provinciale Hogeschool Limburg-Architectuur, Universitaire campus Gebouw E, 3590 Diepenbeek 011 24 92 00 architectuur@phlimburg.be Lezing Koen Deprez-Monique Verhelst: Maar eerst was er het Woord 26/09/2009 Deelnamekosten: € 35 Info: KOREI vzw, Alverdries 1, 1653 Dworp 02 267 51 84 of 02 380 22 09 www.korei.be Postgraduaat Packaging Design van 01/10/2009 tot 31/01/2010 Deelnamekosten: € 700 (-50% via opleidingscheques), studenten: € 500 Korte en zeer gespecialiseerde opleiding voor professionele ontwerpers. Packaging Design: 14 lezingen Het programma van het postgraduaat kan ook per dag gevolgd worden. Deelnamekosten: € 100; werkzoekenden: € 75. 50% korting met opledingscheques. Info: Hogeschool WenK-St. Lucas, Zwarte Zustersstraat 34, 9000 Gent 09 225 42 90 www.kunst.sintlucas.wenk.be Design/Management Annual 34: Design Complexity and Change van 18/10/2009 tot 20/10/2009 Plaats: Marriott Cambridge and MIT campus, Boston Info: Design Management Institute, 101 Tremont Street, Suite 300, MA 02108 Boston 001 61 73 38 63 80 www.dmi.org

67 Nieuws

11th European Conference on Creativity and Innovation van 28/10/2009 tot 30/10/2009 Thema: Make it Happen. Geïnteresseerde sprekers kunnen een voorstel tot presentatie, workshop of best practice indienen. Locatie: Square, Brussel Info: Flanders District of Creativity, Vlamingenstraat 83, 3000 Leuven 016 24 88 24 www.flandersdc.be 1st International Congress of Design and Innovation van 25/03/2010 tot 26/03/2010 Inschrijven tot: 15/09/2009 Thema: Design: driving force of the innovation and the social progress. Oproep tot voorstellen voor lezingen. Info: ESDi-Escola Superior de Disseny, Marquès de Comillas 81–83, 08202 Sabadell +34 93 727 48 19 www.esdi.es

Glas Les Journées de la Perle de Verre van 12/09/2009 tot 13/09/2009 Gasten: Diana East, Emmanuel Sztuka, Beau Anderson, Kate DrewWilkinson, Michi Suzuki, Adrian Colin … Info: Musée-Atelier du Verre, 1, rue du Général de Gaulle—BP2, 59216 Sars-Poteries +33 327 61 61 44 museeduverre@cg59.fr

Grafische vormgeving Integrated 2009 van 22/10/2009 tot 23/10/2009 Sprekers: Stefan Sagmeister, Siggi Eggertsson, Karlssonwilker, Nodebox, John L. Walters (Eye magazine), Jean-Paul Van Bendegem, Henning Wagenbreth e.a. Info: Karel De Grote HogeschoolSt. Lucas, Sint-Jozefstraat 35, 2018 Antwerpen 03 223 69 70 www.integrated2009.com Icograda World Design Congress 2009 van 24/10/2009 tot 30/10/2009 Thema: Xin (boodschap/brief). Plaats: Beijing (China). www.beijing2009.org


Industriële vormgeving Icsid World Design Congress Singapore 2009: Design Difference van 23/11/2009 tot 25/11/2009 www.icsidcongress09.com

Keramiek Keramiek Seminar: Nirdosh Petra van Heesbeen, Luk Versluys, Magdalena Odunko, Bill van Gilder van 20/03/2010 tot 21/03/2010 T.g.v. 100 jaar keramiekopleidingen in Gouda Info: SBB Gouda, Graaf Florisweg 64, 2800 BD Gouda +31 182 39 63 88 www.sbbgouda.nl

Textiel en papier Textielweekend van 02/10/2009 tot 04/10/2009 Lezingen, performances, workshops, ontwerpers- en textielmarkt, demonstraties, symposium. Info: Audax Textielmuseum, Goirkestraat 96, NL-5046 GN Tilburg +31 13 42 22 41 www.textielweekend.nl

68

DESIGN VLAANDEREN NIEUWS Een lamp die opengaat als een bloem wanneer het energieverbruik een tijdje laag is geweest, of een klok waarop je het energieverbruik van een gezin in real time kan aflezen: het zijn slechts twee voorbeelden van prototypes die worden getoond in de tentoonstelling Visual Voltage, in Brussel te zien in de Design Vlaanderen Galerie, van 10 september tot 25 oktober 2009. Een aantal van Zwedens meest bekende artiesten en designers is in interdisciplinair onderzoek gaan samenwerken met ingenieurs, technici en experts inzake leefmilieu. De tentoonstelling stelt werken voor van Steven Dixon, Nils Edvardsson, Tina Finnäs, Front Design en Tore Nilsson. Op 19 november opent Design Verpakt. Deze jaarlijkse verkoopstentoonstelling brengt werk van Vlaamse ontwerpers. Het is de ideale plek om een smaakvol kerst- of nieuwjaarsgeschenk te vinden, met prijzen gaande van enkele euro’s tot € 250. Op 2 oktober 2009 vindt de volgende editie plaats van de work­shopreeks Design maakt het verschil. Gedurende een volledige dag zullen bedrijven uit verschillende sectoren zich met hun designer voorstellen en hun verhaal vertellen. De casestudies worden gebracht door Roos Van de Velde en Frank Lambert (Serax), Stefan Schöning en Marc Huls (Jongform) en Alain Monnens en Rob Lagrand (TossB). Als speciale gast verwelkomen we Nic Baerten, mede-oprichter van Pantopicon, een studio voor toekomstverkenning, visievorming en het verkennen van strategische paden. De expo Je suis dada werd opgezet naar aanleiding van TorinoWorld Design Capital 2008 en houdt halte op verschillende plaatsen in het buitenland. Het werk van 32 ontwerpers biedt een blik op de humoristische, verrassende en vaak surreële kant van de Vlaamse vormgeving. Van 9 september tot 11 oktober loopt Je suis Dada in de Designaustria Gallery in Wenen, en van 21 oktober tot 29 november in het Museum of Decorative Arts in Praag. Op dinsdag 6 oktober, tussen 14.00 u. en 18.30 u., vindt de themadag European Design as an expression of Creativity & Innovation plaats. Een eerste workshop gaat over designbeleid en designmanagement, een tweede over design in KMO’s en de industrie. Meer info op www.vleva.eu/content/4371 Deelname is gratis, maar inschrijven op voorhand is verplicht. Graag uw deelname te bevestigen voor 18 september 2009 via design@ vleva.eu

Kwintessens / 2009 – 03

AGENDA BELGIË Antwerpen Antwerpen Bouleverd Amandla 2009: Atelier Kane Kwei-Bart Van Dijck-Ermias Kifleyesus tot 13/09/2009 di–vr 9–18 uur, za 14–18 uur Designcenter De Winkelhaak Lange Winkelhaakstraat 26 03 727 10 30 www.winkelhaak.be Steenrijk: studenten edelsmeden DKO KASKA en IKA tot 13/09/2009 ma–vr 10–17 uur, za–zo 13–17 uur Galerie Insularte Verbindingsdok Westkaai 30 www.insularte.be Delvaux 1829–2009 van 17/09/2009 tot 21/02/2010 Modemuseum-MoMu Prov. Antwerpen Nationalestraat 28/1 03 470 27 70 www.momu.be Wanneer Stenen Spreken van 29/10/2009 tot 16/02/2010 Provinciaal Diamantmuseum Kon. Astridplein 19–23 03 202 48 90 www.provant.be/diamant

Bornem Land Inzicht-Cabin Fever tot 20/09/2009 wo–vr 10–16 uur, za–zo 14–18 uur Park & gallery Henri LannoyeMonumental Luipegem 77 03 889 01 69 users.pandora.be/monumental

Deurne Klatergoud en zilveren bellen. Een verzameling rammelaars van 06/10/2009 tot 10/01/2010 di–za 10–17 uur Zilvermuseum Sterckshof Hooftvunderlei 160 03 360 52 52 www.zilvermuseum.be

Brussels Hoofdstedelijk Gewest Brussel Les prémices de la bande dessinée. Ou le siècle d’avant Tintin tot 03/10/2009 di–za 10–17 uur Bibliotheca Wittockiana Bemelstraat 21 02 770 53 33 www.wittockiana.org Rond Georg Jensen: modernistische juwelen van 01/09/2009 tot 30/09/2009 wo–za 11–18 uur, zo 11–15 uur Collectors Gallery Rue Lebeau 17 02 511 46 13 www.collectors-gallery.com OVO editions/Pol Quadens tot 11/09/2009 LCD-Luc Druez: Metamorphosis van 16/09/2009 tot 31/10/2009 ma–za 11–17 uur Creative Space Kreon-Pro Materia Kanselarijstraat 19 www.creativespace.be English Design, isn’t it? van 10/09/2009 tot 02/10/2009 wo–za 11–18.30 uur Daniel Perahia Brandhoutkaai 63 02 223 38 90 Visual Voltage [Design uit Zweden] van 11/09/2009 tot 25/10/2009 Design Verpakt van 20/11/2009 tot 31/12/2009 di–vr 11–18 uur, za–zo 13–17 uur Design Vlaanderen Galerie Kanselarijstraat 19 02 227 60 68 www.designvlaanderen.be Alter Design Award van 01/09/2009 tot 13/09/2009 ma–vr 10–18 uur Designed in Brussels Lakenstraat 99 02 218 01 40 www.designedinbrussels.be Pierre Jeanneret—Le Corbusier— Charlotte Perriand—Jean Prouvé van 12/09/2009 tot 03/10/2009 di–vr 10–18 uur, za 14–18 uur Galerie Rodolphe Janssen Livornostraat 35 02 538 08 18 www.galerierodolphejanssen.com


Alissia Melka-Techroew (by AMT)— Sander Bokkinga (BOK)—Alissia Melka-Teichroew van 11/09/2009 tot 17/10/2009 wo–za 14–18.30 uur Jonas Gallery Vlaamsesteenweg 35 02 503 50 55 www.jonasgallery.com Hans de Pelsmacker—Anne Perneel van 11/09/2009 tot 02/10/2009 Lens°Ass Schildknaapstraat 34–36 www.lensass.be 40 jaar metrokunst in Brussel tot 26/09/2009 wo–za 15–19 uur MIVB Koloniënstraat 62 www.mivb.be Dynamo Belgian Young Design van 14/09/2009 tot 04/10/2009 di–vr 12–18 uur, za–zo 12–18 uur Museum voor Architectuur Kluisstraat 86 02 642 24 62 www.aam.be Stoffen & meer van 26/06/2009 tot 29/09/2009 ma–vr 10–12.30/13.30–17 uur Museum voor het kostuum en de kant Violetstraat 12 02 213 44 50 Un-Polished. Jong design uit Polen van 11/09/2009 tot 30/09/2009 dagelijks 10.30–18.30 uur Pierre Bergé & associés Grote Zavel 40 02 289 51 07 www.pba-auctions.com Eva Hild-Kjell Rylander van 12/09/2009 tot 10/10/2009 wo–vr 14–19 uur, za 14–18 uur Puls Contemporary Ceramics Kasteleinsplein 4 02 640 26 55 www.pulsceramics.com Jonge Belgische Designers in de Kijker: Mathias Van de Walle— Gauthier Poulain—Maxime Delvaux e.a. van 01/09/2009 tot 30/09/2009 di–za 11–19 uur Septante Sept Edelknaapstraat 77 0484 74 68 80 www.septantesept.be Willy Vandersteen: Het Brussels Epos tot 27/09/2009 di–zo 11–18 uur Stadhuis Grote Markt 02 279 64 31 www.brucity.be

69 Agenda

Lucille Soufflet van 11/09/2009 tot 27/09/2009 di–vr 11–18 uur, za–zo 14–18 uur The Gallery Moderne Schoolstraat 17 02 217 63 58 www.thegallerybruxelles.com Les designers ’08: 6 Finse designers van 07/09/2009 tot 20/09/2009 Ann Veronica Janssens van 05/09/2009 tot 15/11/2009 wo–za 12–19 uur, zo 11–17 uur, vr 12–22 uur Wiels Van Volxemlaan 354 02 347 30 33 www.wiels.org

Elsene De Tijd van de Boetiek. Van marktkraam tot eBay tot 18/10/2009 di–vr 12–18 uur, za–zo 10.30–18 uur Fondation pour l’architecture Kluisstraat 55 02 642 24 62

Limburg Hasselt In her Shoes tot 08/11/2009 di–vr 10–17 uur, za–zo 13–17 uur Modemuseum Gasthuisstraat 11 011 23 96 21 www.hasselt.be Werk Nu tot 27/09/2009 di–za 11–18 uur, zo 14–17 uur Z33 Zuivelmarkt 33 011 29 59 60 www.z33.be

Lommel Glas uit Canada van 13/09/2009 tot 27/12/2009 di–zo 10–17 uur Glazen Huis. Vlaams Centrum voor Hedendaagse Glaskunst Dorp 14b 011 540 221 www.hetglazenhuis.be

Oost-Vlaanderen Beveren Poolse posters van 11/09/2009 tot 27/09/2009 Cultuurcentrum Ter Vesten Gravenplein 2 03 750 10 00 www.beveren.be/tervesten

Gent Provinciale Prijs Vormgeving: Pars pro Toto-Lut Laleman-Bart Baccarne-Elisabeth Leenknegt e.a. tot 13/09/2009 di–zo 10–17 uur Caermersklooster Vrouwebroersstraat 6 09 269 29 10 www.caermersklooster.be Schoonhoven Silver Award tot 13/09/2009 Yrjö Kukkapuro Keramiek van Raoul Dufy tot 11/10/2009 Artel: Tsjechisch kubisme Siegfried De Buck The Scandinavian Touch in Belgian Furniture (1951–1966) van 31/10/2009 tot 07/02/2010 di–zo 10–18 uur Design Museum Gent Jan Breydelstraat 5 09 267 99 99 design.museum.gent.be Saturo Hoshino-Kimono’s in dialoog met Mieke Everaet— Frank Steyaert—Maria Gezsler van 03/10/2009 tot 01/11/2009 za–zo 14–18 uur Galerie Frank Steyaert Tinnenpotstraat 16 052 41 40 69 www.franksteyaert.net Bert De Geyter tot 10/10/2009 do–vr/zo 13.30–18 uur, za 11.30–17 uur Galerie Pont&Plas Hooiaard 6 (hoek graslei) 09 225 07 69 www.pontENplas.be Bedrijvig Gent. Gent op geporseleinde kaarten tot 18/10/2009 di–zo 10–18 uur MIAT, Museum voor Industriële Archeologie en Textiel Minnemeers 9 09 269 42 00 www.miat.gent.be Rafaël Buedts: samengestelde meubeldingen als onwennige structuren van 05/09/2009 tot 15/11/2009 Nick Ervinck: spectaculaire meccano voor reuzen van 10/10/2009 tot 22/11/2009

di–zo 10–18 uur S.M.A.K.—Stedelijk Museum voor Actuele Kunst Citadelpark 09 240 76 01/23 www.smak.be

Kemzeke Artificial Nature tot 15/11/2009 do–zo 11–18 uur Verbeke Foundation Westakker 03 789 22 07 www.verbekefoundation.com

Kluisbergen KNIT:STRIK, waar Deens design en kunst ontmoeten van 19/07/2009 tot 29/11/2009 za-ma 14–19 uur Galerij Theaxus Ommegangstraat 3 055 38 60 53 www.galerij-theaxus.com

West-Vlaanderen Brugge Artanatomy: Maria Koshenkova— Evelien De Winter-Marleen Mertens—Sanny Winters e.a. tot 13/9/2009 Geometry: Inge Van Gheel-Marie Mees-Oeyen & Winters van 19/09/2009 tot 29/11/2009 dagelijks 15–18 uur Art-O-Nivo Wollestraat 25 050 33 50 61 www.artonivo.be

Damme Het tastbare lichaam: Brody Neuenschwander—Mieke Everaet— Marie-Bénédicte de Schrijver e.a. tot 27/09/2009 ma, vr 11–13/14–18 uur, za–zo 11–18 uur, do 14–18 uur Galerie Indigo Kerkstraat 15 050 37 03 31 www.indigoartgallery.be

Knokke-Heist Internationaal cartoonfestival 2009 tot 27/09/2009 dagelijks 10–19 uur Lagunahall Krommedijk www.cartoonfestival.be


Secret gardens. Verborgen stadsgroen tot 11/10/2009 Vierjaarlijkse Prijs voor Kunstambachten van de Provincie West-Vlaanderen 2009 van 08/11/2009 tot 31/01/2010 di–zo 10–12/14–17 uur Broelmuseum Broelkaai 6 056 27 77 80 www.kortrijk.be/musea

Oostende Beaufort Inside tot 04/10/2009 di–zo 10–18 uur Kunstmuseum aan Zee Romestraat 11 059 50 81 18 www.pmmk.be

DUITSLAND Berlin Model Bauhaus. Die Ausstellung tot 04/10/2009 dagelijks 10–20 uur Martin-Gropius-Bau Stresemannstrasse 110 +49 30 2507 206

Frechen Keramikpreis 2009 van 20/09/2009 tot 22/11/2009 Keramion Bonnstrasse 12 +49 2234 228 91 www.keramion.de

Otegem

Hanau

Koen Vanmechelen van 05/09/2009 tot 18/10/2009 wo–vr/za 14–18 uur Deweer Art Gallery Tiegemstraat 6A www.deweerartgallery.com

Tradition und Moderne. Orientalischer Volksschmuck im Wandel tot 19/09/2009 di–zo 11–17 uur Gesellschaft für Goldschmiedekunst Altstädter Markt 6 +49 61 81 25 65 56 www.gfg-hanau.de

Waregem Johan van Geluwe van 05/09/2009 tot 31/10/2009 wo–zo 11–17 uur BE PART—Platform voor actuele kunst Westerlaan 17 056 62 94 10 www.be-part.be

Wallonië Flémalle Mobilier 6 van 17/10/2009 tot 22/11/2009 di–zo 14–18 uur, do 16–18 uur La Châtaigneraie Chaussée de Ramioul 19 04 275 33 30 www.cwac.be

Hornu Charles Kaisin: Design in Motion tot 27/09/2009 Manufacture Nationale de Sèvres van 11/10/2009 tot 17/01/2010 Nicolas Bovesse-Marina Bautier: Home Sweet Home van 29/11/2009 tot 21/02/2010 di–zo 10–18 uur Grand Hornu Images Rue Sainte-Louise 82 065 65 21 21 www.grand-hornu.be

70

Idar Oberstein The Choice of… Galerie Marzee van 01/10/2009 tot 10/10/2009 di–vr 10–12/14–16 uur Villa Bengel www.io-leuchtet.idar-oberstein.de

Nürnberg Wiebke Siem: Die Fälscherin tot 13/09/2009 di–vr 10–20 uur, za–zo 10–18 uur Neues Museum-Staatliches Museum für Kunst und Design Klarissenplatz +49 911 240 22 30 www.nmn.de

Pforzheim David Watkins: retrospektive tot 18/10/2009 di–zo 10–17 uur Schmuckmuseum Pforzheim im Reuchlinhaus Jahnstrasse 42 (Reuchlinhaus) +49 72 31 39 21 26 www.schmuckmuseum-pforzheim.de

Kwintessens / 2009 – 03

Schwäbisch Gmünd Kunst aus einhundert Jahren 1908–2008. Highlights der Daimler Kunst Sammlung tot 13/09/2009 di–vr 14–17 uur, za–zo 11–17 uur, do 14–19 uur Museum im Prediger Johannisplatz 3 +49 71 71 60 34 130 www.schaebisch-gmuend.de Weltpatente aus Schwäbisch Gmünd. Die Firma Erhard & Söhne, vom Kunsthandwerk zum Industriedesign tot 18/10/2009 di–wo/vr 14–17 uur, do 14–19 uur, za–zo 11–17 uur Silberwarenfabrik Ott-Pauser Milchgässle 10 +49 71 71 38 910 www.schwaebisch-gmuend.de

FINLAND Helsinki Ryijy! Rya! Ryijy-Rug! tot 27/09/2009 di–vr 12–18 uur, za–zo 10–16 uur Designmuseo Korkeavuorenkatu 23 +358 9 622 05 40 www.designmuseum.fi Near and far. Jewelry artists at the Museum of Cultures: Jorge Manilla e.a. tot 08/11/2009 di–do 11–20 uur, vr–zo 11–18 uur Kukttuurienmuseo.fi Etelaïnen Rautatiekatu 9 www.kulttuurienmuseo.fi

FRANKRIJK Le Fel Marianne Requena-Anne Bulliot van 05/09/2009 tot 13/10/2009 Jean-Nicolas Gérard van 17/10/2009 tot 24/11/2009 Galerie Du Don Le Don du Fel +33 5 65 54 15 15 www.galeriedudon.com

Lille Lotte De Mey van 06/11/2009 tot 28/11/2009 ma–vr 10–17 uur, za 10.30–16.30 uur Alliage 925 111 Boulevard Victor Hugo +33 3 20 52 68 30 www.alliage925.org

Paris Mobi-Boom, le mobilier de 1945 à 1975 van 08/10/2009 tot 10/01/2010 Dessiner le design van 22/10/2009 tot 10/01/2010 Madeleine Vionnet (1876–1975) tot 31/01/2010 Musée des Arts Décoratifs 107 rue de Rivoli +33 1 426 032 14 www.lesartdecoratifs.fr

Roubaix Accrochage Design: Ecole nationale supérieure des Arts décoratifs (ENSAD) tot 21/09/2009 di–vr 11–18 uur, za–zo 13–18 uur La Piscine-Musée D’art et d’Industrie 23, rue de l’Espérance +33 3 20 69 23 60 www.roubaix-lapiscine.com

GROOTBRITTANNIË Hove Deviant tot 16/09/2009 Hove Museum & Art Gallery 19 New Church Road +44 273 77 94 10

Manchester The Sting of Passion: Jorge Manilla—Jivan Astfalck— Peter Hoogeboom e.a. tot 25/10/2009 Manchester Art Gallery Mosely Street +44 61 236 52 44 www.manchestergalleries.org

ITALIË Milano Martino Gamper van 28/09/2009 tot 08/11/2009 Triennale di Milano Viale Alemagna 6 +39 02 724 341 www.triennale.it


NEDERLAND Acquoy Retreat: Jerszy Seymour— Hans Op de Beeck—Absalon e.a. tot 20/09/2009 Stichting Kunstfort Asperen Langendijk 60 www.unstudio.com/retreat

Amsterdam Barbara Nanning van 12/09/2009 tot 10/10/2009 Michael Moore van 17/10/2009 tot 14/11/2009 wo–za 12–18 uur Galerie Carla Koch Veemkade 500—6de etage +31 20 637 73 10 www.carlakoch.nl

Delft JAS/MV tot 12/09/2009 di–vr 11–18 uur, vr 19–21 uur, za 11–17 uur Pauline Wiertz van 19/09/2009 tot 17/10/2009 Catrin Howell van 24/10/2009 tot 21/11/2009 Galerie Terra Keramiek Nieuwstraat 7 +31 15 214 70 72 www.terra-delft.nl

Den Haag Glas(s). 40 jaar glasafdeling Rietveldacademie tot 01/11/2009 di–zo 11–17 uur Gemeentemuseum Stadshouderskaai 41 +31 70 33 81 120 www.gemeentemuseum.nl

Enkhuizen Gejaagd door de Wind tot 22/11/2009 dagelijks 10–17 uur Zuiderzee Museum Wierdijk 12–22 +31 22 83 51 111 www.zuiderzeemuseum.nl

Heeswijk-Dinther

Utrecht

Zomertentoonstelling 2009: Christiane Zeghers-Hein SeverijnsRichard Price-Vincent van Ginneke tot 11/10/2009 do–zo 13–17 uur Interart Beeldentuin Gouverneursweg 6C +33 413 29 33 28 www.interart.nl

Design for a real world van 04/10/2009 tot 07/02/2010 Centraal Museum Agnietenstraat 1 Postbus 2106 +31 30 36 23 62 www.centraalmuseum.nl

Leeuwarden Scherven en GelukHuwelijksserviezen in Nederland tot 01/11/2009 Anama Ponce: Killing Treasures tot 08/11/2009 di–zo 11–17 uur Keramiekmuseum Princessehof Grote Kerkstraat 11 +31 58 29 48 958 www.princessehof.nl

Middelburg Hete Zomer: zomergoed, zwemgoed, ondergoed en mode tot 27/09/2009 di–zo 13–17 uur, vr 17–21 uur Zeeuws Museum Abdij Middelburg +31 118 65 30 00 www.zeeuwsmuseum.nl

Rijswijk Rijswijk Textiel Biënnale tot 13/09/2009 di–vr 14–17 uur, za 11–17 uur Museum Rijswijk Herenstraat 67 +31 70 3903617 www.museumryswyk.nl

‘s-Hertogenbosch Repeat Please tot 13/09/2009 Atelier van Lieshout: Slave City Boardroom tot 11/10/2009 di–zo 13–17 uur, di/do 13–21 uur SM’s—Stedelijk Museum ‘s-Hertogenbosch Magistratenlaan 100 +31 73 6273680 www.sm-s.nl

Tilburg Van Eijk & Van der Lubbe: Subjects tot 11/10/2009 Minä Perhonen-Akira Minagawa van 24/10/2009 tot 28/02/2010 di–vr 10–17 uur, za–zo 12–17 uur Audax Textielmuseum Goirkestraat 96 +31 13 42 22 41 www.textielmuseum.nl

71 Agenda

3e Biënnale voor Social Design: Hoograven Invites You van 04/10/2009 tot 09/11/2009 UMS-Pastoe bv-Stichting Utrecht Biënnale Rotsoord 3, PO Box 2152 +31 30 258 55 24 www.pastoe.nl

Wijchen Tradities in een nieuw jasje tot 11/09/2009 ma–vr 9–17 uur Eromes Nieuweweg 240 www.eromes.nl Carine Neutjens: Gestolde Beweging tot 13/09/2009 wo–zo 13–17 uur Museum Kasteel Wijchen Kasteellaan 9-postbus 189 www.museumwijchen.nl

ZWEDEN Stockholm Lingam 09: David Huycke—Nedda El-Asmar—Hilde De Decker e.a. van 07/09/2009 tot 12/09/2009 ma–za 9–17 uur Konstfack L.M. Ericssons Väg 14 www.konstfack.se

ZWITSERLAND Lausanne Nature en kit tot 27/09/2009 di–vr 11–18 uur, za–zo 11–18 uur Mu.dac-Musée de Design et d’Arts Appliqués Contemporains Place de la Cathédrale 6 +41 21 315 25 30 www.mudac.ch


KWINTESSENS Mode

Vlaams tijdschrift voor vormgeving en mode 3de trimester—jaargang XVIII 3rd trimester—volume XVIII Abonnement € 23,55 Los nummer € 6,25


KWINTESSENS Mode

Hoofdredacteur Editor in chief Veerle Windels

Auteurs

Authors Stéphanie Duval

Fotosessie

Photo shoot David Flamée-Sketch (productie / production) Frederik Heyman (fotografie / photography)

Redactieadres

Editorial offices Flanders Fashion Institute Nationalestraat 28/2 2000 Antwerpen T +32 (0)3 226 14 47 F +32 (0)3 232 63 96 E ffi@modenatie.com W www.ffi.be

Vormgeving

Design Sara De Bondt Chris Svensson

Druk

Printing Sint-Joris

Vertaling

Translation ElaN Translations DataTranslations

Abonnementen kunnen schriftelijk of telefonisch worden aangevraagd op het adres van Design Vlaanderen of door overschrijving van € 23,55 op het rekeningnummer BE 16 0912 2120 3374.

Subscriptions may be requested in writing or by telephone by contacting the Design Flanders editorial offices or by transferring € 2 3.55 to bank account number IBAN BE 16 0912 2120 3374.

Adreswijzigingen worden gemeld op het redactieadres.

Changes of address may be sent to our editorial offices.

Niets uit deze uitgave mag worden gebruikt zonder toestemming van de uitgever. © Design Vlaanderen

Nothing contained in this publication may be used, whether in part or in whole, without the publisher’s consent. © Design Flanders

Alle adressen van designers, kunstenaars, galeries e.a. kunnen bij Design Vlaanderen verkregen worden. The addresses of designers, artists, galleries and other information are available upon request from Design Flanders.

1 Vitrine—Voyeurisme in de modewereld —Stéphanie Duval

1 Vitrine—Voyeurism in the fashion world —Stéphanie Duval

5 Vorm aan de macht— De modebiënnale in Arnhem

5 Shape reigns supreme— The Arnhem Fashion Biennial

7 ME AND I IN HAPPY VALLEY —Fotosessie

7 ME AND I IN HAPPY VALLEY —Photo session

15 De hoop van morgen —Veerle Windels

15 Tomorrow’s hope —Veerle Windels

23 Nieuws

24 News


—Stéphanie Duval

Vitrine— Voyeurisme in de modewereld

Vitrine— Voyeurism in the fashion world

Etalages zullen modeliefhebbers altijd fascineren. Het zijn de doorkijkjes naar een wereld van schoonheid, kleur en vorm, waarin mode vaak als een soort kunstobject wordt tentoongesteld. Het Vitrine-project van het Flanders Fashion Institute zet deze omschrijving nog een stap verder en laat modemakers een extra dimensie geven aan etalages. Ze creëren er een eigen wereld in, geïnspireerd door hun visie op mode, en gunnen voorbijgangers zo een kijkje op wat zich achter de schijnbare oppervlakkigheid van de mode afspeelt.

Display windows will always fascinate lovers of fashion. They are peepholes into a world of beauty, colour and form, in which fashion is often exhibited as a kind of objet d’art. The Vitrine project, by the Flanders Fashion Institute, takes this description a step further and allows fashion makers to add another dimension to display windows. In them, they create a self-contained world, inspired by their vision of fashion, and so grant passersby a glimpse of what goes on behind the apparent superficiality of fashion.

Mode en kunst

Fashion and art

Dit van oorsprong Antwerpse initiatief is intussen aan zijn 12de editie toe. Sinds 2007 wisselt het elk jaar af tussen Antwerpen en Gent. Dit jaar streken de ontwerpers voor de tweede keer neer in de Oost-Vlaamse hoofdstad. Het Flanders Fashion Institute selecteerde 26 ontwerpers die een vitrine ter beschikking kregen. Culturele duizendpoot Jan Hoet werd aangesteld als creatief adviseur en begeleidde de deelnemers bij hun creatie en presentatie. Een ietwat verrassende keuze, want Hoet liet zich

This initiative, which originated in Antwerp, is now in its 12th edition. Since 2007, it has been held in Antwerp and Ghent alternately. This year the designers are descending on the East Flanders capital for the second time. The Flanders Fashion Institute selected 26 designers, each to be given a display window. Cultural guru Jan Hoet was appointed as creative adviser and helped the participants with their creations and presentations. A somewhat surprising choice,

1

Vitrine—Voyeurisme in de modewereld


A ce Soir

Pieter Coene

eerder in interviews ontvallen mode niet als kunst te beschouwen. Ook nu nog is hij deze mening toegedaan: “Mode gaat over het functionele, terwijl kunst net disfunctioneel is.” Maar toch ziet Hoet genoeg raakvlakken tussen beide disciplines om hen met elkaar in verband te brengen: “Er is een spanningsveld tussen de beide disciplines die te maken hebben met het scheppen van vormen. Ondertussen is men in de kunstwereld van het begrip autonome kunst afgestapt. Het is niet meer l’art pour l’art. Er zijn interferenties met design, en dat heeft dan weer met mode te maken. De dingen infiltreren en de confuusheid zorgt voor iets nieuws.” Gevraagd naar de reden waarom Hoet wilde meewerken aan dit project, antwoordt de kunstkenner: “Ik heb ervaring met tentoonstellingen maken, accenten toevoegen en het geheel substantiëler maken.” Hoet werd als het ware aangesteld om de ontwerpers uit te dagen om nog een stap verder te gaan. “Zo gaf ik een ontwerper de raad om het discours aan te gaan met de mensen, om hen te laten nadenken wat het allemaal betekent. Mode wordt vaak vereenzelvigd met elitaire modellen en het schoonheidsprincipe met consensus, maar ik wilde de deelnemers verder laten gaan dan het alledaagse.” Hoet voegde op die manier een haast filosofische dimensie toe aan de installaties van de ontwerpers. Over zijn samenwerking met Sophie De Nil, die in de vitrine van Au Bon Marché een primitief tekenfilmpje toonde, vertelt hij: “Ik vroeg haar de voorbijgangers af te leiden van de peepshow en van de seksualiteit, en hen juist de zoektocht naar hun identiteit te tonen.” In het filmpje van De Nil werd getoond welk effect de verandering van kleur heeft op de persoonlijkheid en het karakter van haar personage.

2

Kwintessens / 2009 – 03

given that Hoet once let slip in an interview that he didn’t see fashion as art. And today he is known for this opinion: “Fashion is all about the functional, whereas art is in fact dysfunctional.” But then again, Hoet does see enough points in common between both disciplines to link them together: “There is a tension between both disciplines, which are all about creating forms. In the art world, in the meantime, people have moved away from the concept of autonomous art. It is no longer l’art pour l’art. There are areas of interference with design, and that in turn is to do with fashion. Things infiltrate and the confusion creates something new.” When asked why he wanted to collaborate on this project, Hoet answered: “I have experience in setting up exhibitions, adding accents and making the whole more substantial.” Hoet was appointed to challenge the designers, as it were, to go a step further. “I advised one designer to enter into a discourse with people to get them to consider what it all means. Fashion is often identified with elitist models and the beauty principal with consensus, but I wanted to get the participants to go further than the everyday.” In this way, Hoet added an almost philosophical dimension to the designers’ installations. On the subject of his collaboration with Sophie De Nil, who showed a primitive animation in the display window of Au Bon Marché, he tells us: “I asked her to distract the passersby from the peepshow and from the sexuality, and just to show them their search for their identity.” De Nil’s film shows what effect a change of colour has on the personality and character of her persona.


“Kleur was de leidraad van het parcours,” verklaart Hoet, “en daarbij wilde ik altijd dialectisch werken. Het is een spel van beweging en tegenbeweging, consensus en weerstand.” En op die manier brengt Hoet een dimensie van de mode onder de aandacht die vaak verwaarloosd wordt: “Mode is moeilijk … Om iets toe te voegen aan alle info die er al is, om originaliteit en authenticiteit te bekomen, mag men niet gelijkvormig zijn. Men moet individualiteit nastreven.” Hoet is tevreden over het verloop van het project: “Het belangrijkste inzicht dat de ontwerpers hieruit kunnen meenemen, is dat ze nog kunnen leren en verbeteren. Sommigen bleven nog wat burgerlijk bij hun presentaties en zullen wat ik zeg misschien niet goed vinden. Maar het interessante zit hem juist in het omvergooien van verwachtingen.”

“Colour was the leitmotif running through it,” explains Hoet, “and I always sought to employ the dialectic to this. It is a game of move and countermove, consensus and resistance.” And in this way, Hoet brings to our attention a dimension of fashion which is often neglected: “Fashion is difficult… in order to add something to all the information that is already out there, to obtain originality and authenticity; people mustn’t be identical. They should strive for individuality.” Hoet is happy about how the project is going: “The most important point that the designers can get out of this is that they still have room to learn and to improve. Some may still be a little smug in their presentations and may well not like what I say. But the most interesting thing is precisely this turnaround of expectations.”

Mode en kleur

Fashion and colour

Verwachtingen werden geschapen door de originele campagne die aan het project voorafging en die het Vitrineparcours begeleidde. Uitgedacht door Barlock, communiceerde de campagne drie cruciale zaken over Vitrine: kleur als leidraad, de mysterieuze vitrine als decor, en de inbreng van verschillende modeontwerpers. Voor de campagnebeelden werden drie personages gecreëerd waarvan het gezicht onherkenbaar werd gemaakt door een grote, gekleurde vlek. Bij elk personage hoorde een naam die als de naam van een ontwerper opgevat kon worden, maar ook refereerde aan een bepaalde kleur. Bovendien benadrukte een slogan zoals Meet Miss Peachy Pink dat men dankzij Vitrine deze fictieve ontwerper ook daadwerkelijk zou kunnen ontmoeten. De affiches moesten zo de nieuwsgierigheid prikkelen en via verschillende communicatielagen de essentie van het project weergeven. Maar ook de eigenlijke ontwerpers werden betrokken bij de campagne. Van hen werd een individueel portret gemaakt, die hun pagina in de catalogus en hun installatie illustreerde. De deelnemers werden bovendien gevraagd om een gekleurde bol te schilderen over hun portret, en hun color statement neer te schrijven. Refererend aan de digitale prints van zijn merk Saint Paul, schreef de Belgische ontwerper met Koreaanse roots Jungho Geortay in zijn color statement: “I sometimes feel CYMK but most of the time I feel RGB (although I know I shouldn’t)”. Zijn installatie bij Le Pain Quotidien was tevens geïnspireerd op een welbepaalde print uit zijn collectie. De kleurrijke vallende sterren overwoekerden zoals grafittikunst de openbare ruimte. Lenny Leleu vatte het kleurenthema dan weer ironisch op, zoals haar color statement deed vermoeden: “It’s not my color”. Haar volledig witte badpakkencollectie liet zien dat het opvallend ontbreken van kleur ook een statement kan zijn. Katrien Van Hecke voelde zich dan weer uitzonderlijk goed bij het kleurthema. Ze is momenteel de assistente van Christian Wijnants, maar werkt daarnaast ook aan haar eigen collectie. “Ik werk altijd met natuurlijke materialen en maak mijn eigen kleuren. Ik verf alles zelf. Het is moeilijk om zelf kleurcomposities te bepalen. Ik werk meestal op mijn gevoel.” Volgens haar color statement liet ze zich voor haar installatie inspireren door de zee: “All the colors of the world are gathered in the sea”. Op bepaalde dagen veranderde haar statische vitrine bovendien in een echte performance, wanneer twee modellen haar creaties tot leven deden komen in de etalage

Expectations were raised by the original campaign that preceded the project and continued through the course of Vitrine. The brainchild of Barlock, the campaign communicated three crucial things about Vitrine: colour as a leitmotif, the mysterious display window as the decor and the introduction of various fashion designers. Three personas were created for the campaign images and their faces made unrecognisable by a large, coloured spot. Each persona had a name which could be interpreted as the name of a designer, but also referred to a particular colour. Additionally, slogans like Meet Miss Peachy Pink emphasised that, thanks to Vitrine, people could actually meet this fictitious designer. And so the posters were designed to appeal to people’s curiosity and show the essence of the project through several communication layers. The actual designers themselves were involved in the campaign too. An individual portrait was made of each one to illustrate their page in the catalogue and their installation. The participants were also asked to paint a coloured ball over their portraits, and to write down their colour statement. In reference to the digital prints for his Saint Paul brand, Belgian designer with Korean roots, Jungho Geortay, wrote in his colour statement: “I sometimes feel CYMK, but most of the time I feel RGB (although I know I shouldn’t)”. His installation at Le Pain Quotidien was also inspired by a particular print from his collection. The colourful falling stars overran the public space like graffiti. Lenny Leleu, in turn, had an ironic take on the colour theme, as her colour statement led us to believe: “It’s not my colour”. Her completely white collection of bathing suits showed that a conspicuous lack of colour can also be a statement. Katrien Van Hecke, on the other hand, felt completely comfortable with the colour theme. She is currently Christian Wijnants’s assistant, but is also working on her own collection. “I always use natural materials and mix my own colours. I dye everything myself. It is not easy to come up with colour compositions yourself. I usually go by instinct.” In her colour statement, she says she took her inspiration for her installation from the sea: “All the colours of the world are gathered in the sea”. Also, on some days her static window display turned into a real performance when two models brought her creations to life in the shop window of Xandres.

3

Vitrine—Voyeurisme in de modewereld


van Xandres. Ook Michaël Verheyden koos voor een dynamische installatie. Hij creëerde samen met Dennis Van Esser een video waarin kleur en muziek op elkaar inspeelden. “Als ik ontwerp ben ik eigenlijk niet zo met kleur bezig. Mijn vrouw helpt me met de styling, en ik ben meer bezig met vorm. Maar als ik muziek maak, denk ik wel in kleur. Een bepaalde sfeer of een bepaald geluid associeer ik met een kleur, en daar wilde ik iets mee doen”, legt Verheyden uit. Samen met Van Esser besloot hij in te gaan tegen de digitale manipulatie. Met de hand verschoven ze gekleurde plexiplaten voor een camera. “Zo ontstonden er dingen die we niet verwacht hadden,” zegt Verheyden. “Mensen associëerden mijn installatie meteen met de schilderijen van Rothko. Ik ben blij dat mensen dat er in zagen, al was het er niet door geïnspireerd. Het resultaat is dus een gelukkig toeval.” Ook bij Elisabeth Leenknegt werd uitgegaan van interactie met de voorbijgangers. Zij kregen een 3D-bril om door te kijken. In de etalage van Leenknegts galerij hing een 3D-foto van een reuzehand met een reuzering om de vinger. Hoewel alle ontwerpers vol lof zijn over de groeiende naamsbekendheid die gepaard gaat met hun deelname aan het Vitrineproject, was dit effect vooral voor Leenknegt het grootst. Net zoals Miet Crabbé en ontwerpers A ce Soir, kon Elisabeth haar installatie in haar eigen galerie-verkooppunt organiseren, die ze nog niet zo lang geleden opende. “Voor mij heeft dit geresulteerd in veel nieuwe klanten, die echt geïnteresseerd zijn in mode”, vertelt Leenknegt enthousiast. Vitrine bewijst op verschillende manieren veel meer te zijn dan een toeristisch kunstje. Mits de juiste begeleiding en de inventieve inbreng van de deelnemers, kan dit project een vitrine zijn voor de modewereld in zijn geheel: voor de creativiteit, innovatie en meerdere dimensies die schuilen in de kleding die we zo gemakkelijk als vanzelfsprekend beschouwen.

Katrien Van Hecke

4

Kwintessens / 2009 – 03

Michaël Verheyden also went for a dynamic installation. He and Dennis Van Esser created a video in which colour interacted with music. “When I design, I don’t really work a lot with colour. My wife helps me with styling, and I concentrate more on form. But when I make music, I do think in colour. I associate a particular atmosphere or a particular sound with colour, and I wanted to do something with that,” explains Verheyden. He and Van Esser decided to run counter to digital manipulation. They pushed coloured Perspex plates in front of the camera by hand. “Things happened that we weren’t expecting,” says Verheyden. “People immediately associated my installation with Rothko’s paintings. I am glad that people saw that in it, although that wasn’t the inspiration. So the result is a happy coincidence.” Elisabeth Leenknegt also relied on interaction with the passersby. They were given 3-D glasses to look through. The display window at Leenknegt’s gallery contained a suspended 3-D photo of a giant hand wearing a giant ring. Although all the designers were full of praise for the growing fame which goes hand in hand with their participation in the Vitrine project, it was Leenknegt who experienced the greatest effect. Like Miet Crabbé and designers A ce Soir, Elisabeth was able to set up her installation in her own gallery/point-of-sale, which opened not so long ago. “This has resulted in lots of new customers for me who are genuinely interested in fashion,” says Leenknegt enthusiastically. Vitrine has shown itself to be more than a tourist trick in many ways. With the right guidance and the inventive contributions of the participants, this project can serve as a showcase for the fashion world as a whole: for the creativity, innovation and other dimensions behind the clothing we so easily take for granted.


Vorm aan de macht— De modebiënnale in Arnhem

Shape reigns supreme— The Arnhem Fashion Biennial

De derde editie van de Modebiënnale in het Nederlandse Arnhem is een voltreffer gebleken. Met als thema Shape speelde curator Piet Paris topstukken uit het kruim van de Hollandse en buitenlandse avant-garde tegen elkaar uit. Ook enkele Belgische modemakers lieten zich opmerken. Viktor & Rolf, Alexander van Slobbe en veel vroeger ook Frans Ankoné en Li Edelkoort: ze studeerden allemaal af aan de modeopleiding van de Arnhemse Hogeschool (thans ArtEZ). De afdeling heeft de voorbije tien jaar zodanig aan invloed gewonnen dat Arnhem geregeld uitgeroepen wordt tot dé modestad van Nederland. Dus kon een modebiënnale niet ontbreken. Zes jaar geleden vond de eerste editie plaats, maar nummer drie, afgelopen juni, bleek op alle vlakken de kinderschoenen ontgroeid. Dat had zeer zeker te maken met de input van Piet Paris, illustrator, modelesgever én modekenner, die de artistieke leiding had over deze editie. Paris koos het thema Shape uit en opteerde voor een internationale kijk. “Ik heb uiteraard verschillende Nederlandse designers gevraagd, maar ik wou het project toch ook een internationale uitstraling geven. Op mijn verlanglijstje stonden namen als Martin Margiela, Comme des Garçons, Rick Owens en Rodarte, conceptueel misschien wel de belangrijkste designers van vandaag. Designers ook waarvan ik dacht: niet evident om ze naar Arnhem te krijgen. In het wachtkamertje van Comme des Garçons in Parijs vreesde ik zelfs even het ergste. Maar telkens als ik het project kon uitleggen, werd er toegehapt.” Paris koos een centraal thema dat nauw aansluit bij de zoektocht naar vorm waar designers vandaag zo mee bezig zijn. “Vorm en constructie domineren de voorbije seizoenen danig de modescène. Ik wou er een doordenkertje van maken. Vorm kan je zien vanuit diverse oogpunten. Vandaar de opsplitsing in drie heel duidelijke segmenten: traditie, verwondering en concept.” De drie pijlers waren samen goed voor negen paviljoenen die op een verhoogd circuit opgesteld stonden op de markt van Arnhem. Hier zaten de grootste avant-gardisten bijeen. Zoals Rick Owens, de Californiër die in Parijs woont en in het paviljoen ‘traditie’ hoort. “Zijn werk bekijk je best van opzij”, vertelt Paris terwijl we door de paviljoenen lopen. “Ik zette er een ontwerp van Proenza Schouler naast dat je beter frontaal bekijkt en een jurk van Gianbattista Valli uit die collectie waarin alle ruggen zo bijzonder waren.” Paris loofde ook uitgebreid Rei Kawakubo van Comme des Garçons, omwille van haar eeuwige vernieuwingsdrang en het grensverleggende karakter van elke collectie. Het Comme-paviljoen was dan ook een explosie voor het oog, passend in de pijler ‘verwondering’. Paris: “Ik blijf er naar kijken, en ik wil zelfs niet weten hoe ze werkt.” Ook de herenmodemaker Thom Browne zat in de reeks opgehangen aan de ‘verwondering’, met zijn uit proportie getrokken silhouetten

The third Fashion biennial in the Dutch town of Arnhem has been a hit. Curator Piet Paris has played top pieces from the very best of Dutch and foreign avant-garde against each other under the leitmotif of Shape. A few Belgian fashion designers also made their presence felt. Viktor & Rolf, Alexander van Slobbe and, much earlier, Frans Ankoné and Li Edelkoort: all graduates in fashion from Arnhem University College (now ArtEZ). The department has gathered so much influence in the last ten years that Arnhem is regularly singled out as the fashion city of the Netherlands. So there was nothing else for it than a fashion biennial. The first took place six years ago, but the third, last June, would seem to have reached maturity in all areas. This had much to do, most certainly, with the input of Piet Paris, illustrator, model teacher and authority on fashion, who gave this edition its artistic direction. Paris chose the leitmotif of Shape and opted for an international perspective. “Obviously, I invited numerous Dutch designers, but I also wanted to give the project international allure. My wish list included names like Martin Margiela, Comme des Garçons, Rick Owens and Rodarte, perhaps the most important designers of today in terms of conceptualisation. Designers, also, who I thought we would never get to Arnhem. I even feared the worst in the waiting room at Comme des Garçons in Paris. But every time I got the chance to explain the project, they snapped at it.” Paris chose a central theme which is closely aligned to the search for shape, which so preoccupies designers today. “Shape and construction have completely dominated the fashion scene in the last few seasons. I wanted to make it thought-provoking. You can look at shape from a variety of viewpoints. Hence the split into three distinct segments: tradition, amazement and concept.” These three cornerstones gave rise to nine pavilions set up on a raised circuit in Arnhem marketplace. Here, the greatest avant-gardists were gathered, such as Rick Owens, the Californian who lives in Paris and is part of the “tradition” pavilion. “It is best to look at his work from the side,” says Paris as we wander through the pavilions. “I’ve put a design by Proenza Schouler beside it, which is better viewed from the front, and a dress by Gianbattista Valli, from that collection whose backs were all so special.” Paris was also magnanimous in his praise of Rei Kawakubo of Comme des Garçons, for her eternal drive for innovation and the groundbreaking character of the collection. The Comme pavilion was an explosion to the eye, tying in with the cornerstone of “amazement”. Paris: “I keep looking at it, and I don’t want to know how it works.”

5

Vorm aan de macht


die aanzetten tot nadenken, zeker met de ontwerpen van Andrea Ayala ernaast. Bij Ayala zijn zelfs de hoofden niet meer van belang. Hussein Chalayan had eveneens een paviljoen voor zichzelf, in de pijler ‘concept’. Paris koos voor één jurk uit de Speed-collectie. “Sterk genoeg om een hele ruimte te vullen. Net als Margiela trouwens, van wie ik werk gekozen heb uit zijn Ligne ‘0’ Artisanale, of Viktor & Rolf, momenteel de bekendste Nederlandse ontwerpers, die trouwens een hologram creëerden voor de biënnale.” Voor de paviljoenen zocht de curator meestal naar bestaand werk, maar voor de Eusebius-kerk vlakbij vroeg hij een rist ontwerpers naar een nieuwe creatie, gebaseerd op het thema Shape. Daardoor zat de kerk volgepropt met houten tuinhuizen (vergeef ons de associatie met kerststallen) waarin werk te zien was van onder meer het Londense ontwerpersduo Boudicca, van Cosmic Wonder en van de Nederlandse duo’s Spijkers en Spijkers en Klavers Van Engelen. De Londense hoedenontwerper Stephen Jones mocht er een glazen serre inrichten, wat resulteerde in een ultieme fantasie: hoeden met referenties naar de plantenwereld die als heuse bloemen in emmers opgesteld stonden. In de kerk vielen ook de dolls van de Belgische ontwerpster Anna Heylen op, in haar spiegelpaleis leken ze met meer dan drie. En vlakbij lag de jongen van Lanvin Homme in een bedje te slapen. Heerlijk conceptueel. “Nergens in de wereld bestaat een dergelijk modefestival”, zei Piet Paris bij de opening. Hij heeft gelijk. Niet alleen bood het programma een boeiende mix voor de mode-insiders, er waren ook modeshows en lezingen, een modemarkt, dansvoorstellingen enz. De curator slaagde er ook wonderwel in om de mode naar de stad en haar bewoners te brengen. Door de diverse locaties in Arnhemse musea en op het marktplein kon de gewone man in de straat er niet naast kijken. Bovendien hielden veel winkels en ateliers open dagen, en werden er zelfs cursussen aan gekoppeld. Veel van de tentoonstellingen waren gratis en werkten alleen al daarom drempelverlagend. Het gemeentebestuur en de provincie Gelderland trokken mee aan de kar. Samen met enkele privésponsors en met de Mondriaan Stichting werd een dikke 2,9 miljoen euro opgehoest, een bedrag dat vele andere projecten het nakijken geeft maar dat allicht probleemloos naar de stad zal terugvloeien. Buitenlandse persaandacht van toonaangevende modebladen à la Dazed & Confused en i-D is immers onbetaalbaar. “Dat prinses Maxima op de opening aanwezig was, geeft het project nog een extra duwtje in de rug”, aldus Paris. Ook híj had gezien dat ze gekozen had voor een Nederlandse ontwerper. Jan Taminiau was de gelukkige.

6

Kwintessens / 2009 – 03

Men’s fashion designer Thom Browne was also pegged under the “amazement” series, with silhouettes which are dragged out of all proportion and get you thinking, particularly when placed beside Andrea Ayala’s designs. With Ayala, even the heads are no longer important. Hussein Chalayan also has a pavilion to himself, under “concept”. Paris chose one dress from the Speed collection. “Strong enough to fill a whole room. Just like Margiela, for that matter, whose work I chose from the Ligne ‘0’ Artisanale, or Viktor & Rolf, currently the best known Dutch designers, who actually created a hologram for the biennial.” The curator sought mainly existing work for the pavilions, but for the Eusebius church nearby, he asked a group of designers to produce a new creation based on the leitmotif of Shape. As a result, the church was crammed with wooden gazebos (forgive us the association with Christmas stalls) displaying works by the likes of London-based design duo Boudicca, Cosmic Wonder, and the Dutch duos Spijkers and Spijkers and Klavers Van Engelen. London hat designer Stephen Jones was given permission to set up a glass conservatory, which resulted in an ultimate fantasy: hats with references to the plant world which were displayed as real flowers in buckets. What also stood out in the church were the dolls by Belgian designer Anna Heylen, which seemed to number more than three in her palace of mirrors. Beside them, Lanvin Homme’s boy was lying asleep in his bed. Wonderfully conceptual. “Nowhere else in the world would you find a fashion festival like this,” said Piet Paris at the opening. He is right. Not only did the programme offer a fascinating mix for fashion insiders, but there were fashion shows and lectures, a fashion market, dance performances, etc. The curator also succeeded wonderfully well in bringing fashion to the city and its residents. The various locations in Arnhem’s museums and on the market square made it impossible for the ordinary man in the street not to notice it. Not only that, but lots of stores and workshops held open houses, and some even provided courses into the bargain. Many of the exhibitions were free of charge and for this reason alone served to lower the threshold. The town hall and the province of Gelderland came on board too. They, along with a few private sponsors and the Mondriaan Stichting, coughed up a whopping EUR 2.9 million, a sum that would be too high for many other projects, but which will probably flow back into the town without a problem. This is because attention from the foreign press for leading fashion magazines such as Dazed & Confused and i-D is priceless. “The fact that Princess Maxima was there for the opening gave the project yet another boost,” said Paris. And he had noticed that she favoured a Dutch designer, with Jan Taminiau being the lucky man.


Shirt: stylist’s own Necklace: Heaven Tanudiredja

ME AND I IN HAPPY VALLEY


Axel Shirt and accessory: Ek Thongprasert Trousers and shoes Walter Van Beirendonck


Doll Shirt and trousers: stylist’s own Accessory: Heaven Tanudiredja Belt: Blackballoon Shoes Six Lee


Axel T-shirt and top: Walter Van Beirendonck  Trousers: Ek Thongprasert Shoes: Veronique Branquinho


Doll Blazer and belt: Blackballoon T-shirt: Ek Thongprasert


Axel T-shirt and top: Walter Van Beirendonck Trousers: Ek Thongprasert, Shoes Veronique Branquinho


Doll Blazer and belt: Blackballoon T-shirt: Ek Thongprasert


Backstage Show 2009 (Antwerp) Foto: Boy Kortekaas


—Veerle Windels

De hoop van morgen

Tomorrow’s hope

Nadenken over materialen en vormen is niet nieuw bij laatstejaarsstudenten mode, maar een ongebreidelde fantasie op het naïeve af, is dat wel. Van theekopjes tot Alice in Wonderland … welkom in de wondere wereld van het positivisme. Met de collectie It’s Four O’clock van Karisia Paponi viel het doek over de show van de modeafdeling van de Antwerpse Academie midden juni. Paponi, van Poolse origine, had haar laatstejaarscollectie gebaseerd op een heel breekbaar theeserviesje, en vertaalde dat naar prachtig bewerkte rokken en tops. In haar klas zat ook Six Lee, die de vormen van muziekinstrumenten verwerkte in zijn kleding, en Stefanie Dheygere, die ons binnenloodste in een soort van Alice in Wonderland. Officieel ging het om haar visie op de Tuin der Lusten van Jheronimus Bosch, met stoffen vol bedrukkingen van monstertjes, half mens, half dier, maar de aangewende fantasie was verrassend naïef. Laatstejaarsstudente Alexandra Verschueren maakte een collectie van papier en haalde er de hoogste score van haar klas mee, terwijl Elise Getliffe een mannencollectie neerzette gebaseerd op een traan. Ze sleepte er de Weekend Knack Award mee in de wacht. Irina Shaposnikova bestudeerde de facetten van blinkende diamanten, terwijl Tugce Ozocak zich liet inwijden in de haremwereld van haar voorvaderen. Ook in de andere jaargangen viel op hoe origineel studenten omgaan met hun eigen realiteit, alsof ze in een cocon leven en hun eigen gevoelens vertalen naar stoffen en vormen, zonder echt rekening te houden met de moeilijke tijden buiten de schoolpoort. Terwijl we in de jaren negentig doorgaans getrakteerd werden op donkere kleuren en vaak ook hevige statements vol maatschappijkritiek, regeerden dit keer speelse kleuren en prints. Dat levert commentaren op als zouden deze collecties commerciëler dan ooit zijn, klaar voor de winkels zelfs, maar niet iedereen gaat daarmee akkoord. “De studenten zijn veel volwassener geworden”, zegt Walter Van Beirendonck, zelf ooit afgestudeerd aan de modeafdeling van de Antwerpse academie en sinds twee jaar hoofd van de afdeling. “Ik zou niet zeggen dat hun werk commerciëler is, omdat zoiets impliceert dat er minder diepgang in zit, wat niet waar is. Er steekt net meer maturiteit in, en studenten concentreren zich meer op afwerking, op pasvorm en op stoffenkeuze. Ze worden wel steeds vroeger met de realiteit geconfronteerd. Ze zijn zich bewust van het feit dat het straks moeilijk wordt om een job te zoeken. Dat er nu veel prints in steken, heeft overigens niks te maken met het overnemen van een huidig straatbeeld, maar alles met het feit dat de techniek van vandaag de studenten toelaat kleine métrages met eigen prints te laten maken. Tien jaar geleden was dat ondenkbaar. We zien wel dat die donkere tendens er compleet uit is. Deconstructie is ook verleden tijd. Dat alles is vervangen door kleur, ecologie, de natuur, en de wereld rondom hen.”

Last-year students tend to spend a lot of time thinking about materials and shapes, but unbridled fantasy that borders on the naive is a novelty. From tea cups to Alice in Wonderland… welcome to the wondrous world of positivism. Karisia Paponi’s collection It’s Four O’clock was the closer of the annual show of the Antwerp Academy’s fashion department. Paponi, who hails from Poland, drew her inspiration for her graduation collection from a highly fragile tea set and translated this into beautifully fabricated skirts and tops. Also in her class were Six Lee, who integrated the shapes of musical instruments in his garments and Stefanie Dheygere, who took us on a tour of something that is reminiscent of Alice’s Wonderland. Officially, her collection was based on her vision of Hieronymus Bosch’s Garden of Earthly Delights, with fabrics full of printed monsters—half human, half animal— but the fantasy on display was surprisingly naïve. Last-year student Alexandra Verschueren created a paper collection, earning her the highest marks in her class, while Elise Getliffe designed a men’s collection based on a tear, winning the Weekend Knack Award. Irina Shaposnikova studied the facets of sparkling diamonds, while Tugce Ozocak retreated to the harem world of her ancestors. We were also struck by the original manner in which students from other years dealt with their own reality, as if they live in a cocoon and translate their own feelings into fabrics and shapes, without really taken into account the hard times on which the world outside their school gate has fallen. Whereas we were generally shown dark colours and often also deep socio-critical statements in the 1990s, this year’s catwalk was teeming with playful colours and prints. Some commented that these collections were more commercial than ever, ready for the stores even, but not everybody agrees with this assessment. “The students are much more mature”, says Walter Van Beirendonck, who is a graduate of the Antwerp Academy’s fashion department himself and has been heading it for two years. “I wouldn’t dare say that their work is more commercial, because this would imply that it has less depth, which is false. Their work is more mature, and students are concentrating more on the finish, on the fit and on the choice of fabric. They tend to be confronted with reality much earlier though. They are aware of the fact that it will be hard to find a job after their graduation. The fact that there are a lot of prints in this year’s collections has nothing to do with copying what they see on the streets but is largely due to today’s technique, which allows students to make bolts of fabric with their own prints fairly cheaply. This was impossible ten years ago. The dark trend is definitely a thing of the past, as is deconstruction. It has been replaced with colour, ecology, nature and the world around them.”

15

De hoop van morgen


Pieter Coene, coördinator van de modeafdeling van de Gentse academie, beaamt die trend. “De studenten zijn inderdaad positief gestemd”, zegt Coene. “De donkerte van weleer is er echt uit. Studenten kijken met opgeheven hoofd naar de toekomst. Je ziet dat ze genieten van te werken in hun eigen cocon. Ze doen aan vormstudie of vertrekken puur vanuit de materie, zoals bij de laatstejaarsstudente Helena Verstraete, of kijken in zichzelf en starten vanuit hun eigen gevoelswereld, zoals bij Ellen Polfliet het geval was. Veel studenten hebben ervaren dat de weg naar een collectie uitermate boeiend is. Niet iedereen wil meteen iets met mode gaan doen.” De studenten zelf beseffen dat ze heel positief in het leven staan, al nemen ze niet graag woorden als ‘naïef’ of ‘escapisme’ in de mond, wat begrijpelijk is. “We zijn wel realistisch over wat er in de wereld gebeurt, maar het beïnvloedt ons werk niet”, zegt Alexandra Verschueren uit Antwerpen. “Werken in de eigen cocon is erg aangenaam omdat het je steeds dieper naar de essentie brengt. Ik vind het trouwens belangrijk om optimistisch in het leven te staan.” Voor Helena Verstraete, laatstejaarsstudente in Gent, was haar afstudeerproject haar laatste kans “om nog echt eens te doen wat je graag doet.” Verstraete: “Ik ben vertrokken vanuit materiaal en techniek en ben zo tot vorm gekomen. Het ziet er erg vrouwelijk uit, maar dat is ook precies hoe ik me voel.” Ook Ellen Polfliet in Gent gebruikte haar eigen gevoelswereld als basis. “Angst en vrijheid hebben me de afgelopen maanden vooruit geduwd, haast lijfelijk. Die gevoelens heb ik proberen om te zetten in kleuren en vormen. Ik wou niks liever dan iets heel persoonlijks brengen.”

Pieter Coene, the coordinator of the fashion department of the Ghent Academy, seconds this. “Students have a more positive outlook”, Coene says. “The darkness of the past is nowhere to be seen. Students look the future in the eye. You can see how they enjoy working in their own cocoon. They study shapes or base themselves on matter, as was the case for last-year student, Helena Verstraete, or turn within and use their own feelings as their starting point, as was the case for Ellen Polfliet. Many students have experienced first-hand that the path to a collection is extremely fascinating. Not everyone is interested in working in fashion”. The students are aware of their positive outlook, although they do not like to use words like ‘naïve’ or ‘escapism’ themselves, which is quite understandable. “We are realistic about what is going on in the world, but it doesn’t influence our work”, says Alexandra Verschueren from Antwerp. “Working in your own cocoon is quite pleasant, because it makes you dive deeper, to the essence of things. I think it’s quite important anyhow to be optimistic in life.” In the case of Helena Verstraete, a last-year student in Ghent, her graduation project was her last opportunity “to really do what I like to do”. Verstraete: “I used material and technique as my starting points and that is how I arrived at shapes. It looks quite feminine, but that is how I feel.” Ellen Polfliet in Ghent also used her own feelings as the cornerstone for her collection. “Fear and freedom motivated me in the past months, it was almost physical. I have tried to transpose these feelings into colours and shapes. I really wanted to create something highly personal.”

Pierre-Antoine Vettorello Een kalasjnikov aan je been

Pierre-Antoine Vettorello A Kalashnikov on your leg

Ver van de speelse naïviteit, de kinderlijke fantasie en allerlei uitingen van escapisme stond het werk van Pierre-Antoine Vettorello. De derdejaarsstudent met roots in Ivoorkust wilde een collectie tekenen waarin woede en agressiviteit stak. In de show kon je zijn collectie niet missen: aan de ontwerpen zaten namaak-kalasjnikovs of andere wapens, netjes overtrokken in dezelfde stof als de rest van de outfit. Toch wou de student niet meteen choqueren. “De vreselijke schietpartij van Hans Van Themsche is de directe aanleiding geweest voor mijn collectie”, zegt Vettorello. “Ik wou tonen dat agressiviteit niet de juiste weg is, al zie ik de collectie niet als een politiek statement. Ook films als Planet Terror en een cultfiguur als Lara Croft hebben geïnspireerd. Die zie ik als een heel sterke vrouw die haar agressiviteit wél durft te tonen. Koppel daar dan nog eens de onheuse behandeling van veel vrouwen in het Afrikaanse continent aan vast, en je krijgt de complete mix van mijn inspiratiebronnen op een blaadje.” Vettorello vertaalde zijn Afrikaanse roots ook naar zijn stoffengebruik. Maar dat is de meeste toeschouwers allicht ontgaan. Die hadden veel meer aandacht voor de verborgen hints naar terreur. “Misschien ben ik volgend jaar in een blijere mood, maar dit keer wou ik een beetje tegen de stroom in gaan.” De collectie haalde trouwens de affiche van de modeshow van Antwerpen, ook al werd daar door het lerarenkorps toch even over gediscussieerd. “We hebben getwijfeld om een geweer op de affiche te zetten, maar wilden onszelf niet censureren”, aldus Van Beirendonck.

Pierre-Antoine Vettorello’s work was far removed from the playful naivety, the childish fantasy and expressions of escapism. The third-year student, whose roots are in Ivory Coast, wanted to draw a collection replete with rage and aggression. His collection stood out during the show: his designs included fake Kalashnikovs or other arms, which had been neatly covered with the same fabric used for the outfit. The student was not interested in a shock effect though: “Hans Van Themsche’s horrible shooting inspired my collection”, says Vettorello. “I wanted to show that aggression is not the right way of approaching things, even though I don’t think of my collection as a political statement. Films like Planet Terror and a cult figure like Lara Croft inspired me. I think of her as being a very strong woman, who dares to show her aggression. Add in the unfair treatment of many women on the African content and there you have it: the complete mix of my sources of inspiration.” Vettorello translated his African roots in his use of fabrics. But most onlookers will probably not have noticed this. They were more interested in the hidden hints at terror. Maybe next year, I’ll be in a happier mood, but this time, I really wanted to go against the flow.” His collection was used for the poster of the Antwerp Academy’s fashion show, even though the teachers did discuss their choice. “We hesitated to put a gun on the poster, but we did not want to censor ourselves”, says Van Beirendonck.

16

Kwintessens / 2009 – 03


Han Mannaert

Han Mannaert

17

De hoop van morgen


Stephanie D’Heygere

Stephanie D’Heygere

Sena Yoon

18

Kwintessens / 2009 – 03


Alexandra Verschueren

Irina Shaposhnikova Foto: Boy Kortekaas

Irina Shaposhnikova Foto: Boy Kortekaas

19

De hoop van morgen


Ellen Polfliet

Ellen Polfliet

20

Kwintessens / 2009 – 03


Helena Verstraete

Helena Verstraete

Sarah Bos

21

De hoop van morgen


Lina Celis

Lina Celis

22

Kwintessens / 2009 – 03


Nieuws Delvaux in het MoMu

Ontwerpwedstrijd Baunat

Telex

Het Antwerpse Modemuseum (MoMu) organiseert vanaf 17 september een grootse expo als hommage aan het Huis Delvaux. In 180 jaar Belgische luxe zal het universum van Delvaux in de kijker komen te staan. Het wordt het verhaal van luxueuze lederwaren, maar ook van handwerk, prestigieuze klanten, reizen en talent—Delvaux werkte altijd al samen met knappe ontwerpers, getuige de samenwerking met Veronique Branquinho. De saga start in een periode dat de ateliers van Delvaux op vraag van een elite immense koffers realiseren, waarin dan de elegante garderobe en nog meer opgeborgen wordt voor een reis per pakketboot. De geschiedenis van het Huis wordt verteld via oude foto’s en markante ontwerpen, zoals de Brillant of de Toile de Cuirtechniek. De beroemde D kon evenmin ontbreken, het bekende logo van het Huis, herkenbaar voor velen en nog steeds aanwezig in de collectie. Info: www.modemuseum.be

Zin om je aan een diamantjuweel te wagen? Het kan, dankzij Baunat. Het Belgische label dat hoogwaardige diamantjuwelen aanbiedt—online of na afspraak in de Antwerpse showroom—heeft het Flanders Fashion Institute aangesproken om een wedstrijd te organiseren voor jonge, talentvolle designers. Baunat juwelen worden ontworpen binnen de filosofie dat ‘echte schoonheid’ en ‘natuurlijk charme’ van binnenuit komen en het resultaat zijn van innerlijk evenwicht en puurheid. De juwelen worden artisanaal vervaardigd in de edelste materialen en dat door de beste Belgische ambachtslieden. Het Antwerpse bedrijf kan enkele van de meest gereputeerde diamanthandelaren tot zijn founding fathers rekenen. De wedstrijdopdracht bestaat uit de creatie en ontwikkeling van een modern, tijdloos juweel binnen het thema ‘Inner Beauty’. Aan de ontwerpers wordt in eerste instantie gevraagd een schets te maken, rekening houdend met een aantal technische specificaties. Minstens één finalist zal zijn schets in een juweel kunnen omzetten. Op 15 november 2009 zullen de juwelenontwerpen beschikbaar zijn. Info: www.baunat.com

Linda Farrow werkt als brillenfabrikant heel graag samen met toonaangevende modeontwerpers. Ook de Belgische Walter van Beirendonck, Raf Simons en Dries Van Noten zijn in de arm genomen om hun kijk op brillen te geven. Te vinden bij de betere opticien of online via www.lindafarrowgallery.com

Cadiz calling! Van 3 tot 6 juni vond in Cádiz, ZuidAndalousië, South 36.32 N plaats, een nieuwe pasarela of zoals de organisatoren het voorstellen: de new fashion latitude for emerging talent. Het initiatief ging uit van de stad, die de artistieke directie in handen gaf van SOLITAS, het ontwerpersduo Ana Sanchez en Susana Galindo. Een aantal nationale en internationale ontwerpers gaven dit nieuwe initiatief gestalte, met o.m. showrooms, catwalks en conferenties. Zo brachten Christian Wijnants, Peter Hornstein en Andrea Cammarosano, allen oudstudenten van de Antwerpse modeafdeling, een defilé. Opmerkelijk was het tentoonstellingsproject Evolutive T-shirts van MOVEX, het technologische centrum van de Andalusische lederindustrie i.s.m. CITTA (gelijkaardig instituut voor de textielindustrie) en SURGENIA (kenniscentrum voor design). Bekende en minder bekende designers ontwierpen unieke T-shirts waarin leder werd verwerkt. Uitkijken naar de volgende editie van South 36.32 N!

23 Nieuws

Een nieuw uniform voor het onthaalpersoneel van de Lokale Politie Antwerpen De komende jaren zullen alle onthaalkantoren van de Antwerpse politie een ware transformatie ondergaan. Ze worden omgevormd tot klantvriendelijke, open, herkenbare en hypermoderne ontvangstruimten. Tegen de lente van 2010 wordt hierop aansluitend een kledinglijn voor de onthaalmedewerkers voorzien. Zo wordt het burgerpersoneel dat een onthaalfunctie uitoefent, toch herkenbaar gemaakt voor de bezoekers. Flanders Fashion Institute heeft in opdracht van de LPA (Lokale Politie Antwerpen) een wedstrijd uitgeschreven onder ontwerpers die een link met de stad Antwerpen hebben. Op 25 juni 2009 werden vijf finalisten verkozen uit de 16 deelnemers, die hun ontwerpen aan de onthaalmedewerkers en de vakjury mochten voorstellen. Uit die vijf kwam tijdens een tweede juryronde—waarin ook het onthaalpersoneel werd gekend—de winnaar: Rit Herfs uit Berlaar. De vier andere laureaten waren Marisa Leipert, Johanna Trudzinski, Annette Kölling en Narelle Doré. Ontwerpster Rit Herfs werkt al tien jaar als zelfstandige. In het verleden ontwierp ze al bedrijfskleding voor onder meer Coca-Cola en Lexus. Ook het uniform van de Antwerpse stadswachten is van haar hand.

*** Anna Heylen geeft op donderdag 17 september een salondefilé in haar winkel Maison Anna Heylen in Antwerpen. Zowel het gelijkvloers als de eerste verdieping van haar Maison zullen voor haar trouwe klanten de ontmoetingsplek zijn voor een bijzonder event. De ontwerpster pakt uit met het concept ‘from 14 till 84’ en zal via een unieke casting het Anna Heylen-beeld voor winter 2009 neerzetten. Kaarten alleen op uitnodiging. www.annaheylen.be *** Mikio Sakabe en Andrea Ayala, allebei afgestudeerd aan de modeafdeling van de Artesis Hogeschool Antwerpen, zullen tijdens BCN080, van 2 tot 4 september in Barcelona, een show geven. Voorzitter van de jury is Bernhard Willhelm *** De NV James, de firma van ontwerpster Veronique Branquinho, heeft de boeken neergelegd. De ontwerpster stopt met het tekenen van de eigen modelijn en heeft intussen ook de winkel in Antwerpen gesloten. Branquinho zelf stopt niet met ontwerpen. Haar nevenactiviteiten (onder meer als creatief directeur bij Delvaux) lopen verder. Branquinho heeft net iets meer dan tien jaar een eigen modelabel gehad. *** Michael Kampe (22) is genomineerd voor de internationale Fashion Design Award die dit jaar voor de tweede maal georganiseerd wordt. Kampe zit momenteel in het tweede jaar van de modeafdeling van de Artesis Hogeschool Antwerpen. Hij is de enige finalist die in België studeert en werd met 29 andere finalisten gekozen uit ruim duizend inzendingen uit 59 verschillende landen. De Fashion Design Award is een internationale wedstrijd voor jonge ontwerpers, die in 2008 in het leven werd geroepen door het GoetheInstitut en EUNIC, het instituut voor Europese cultuur in Berlijn.

*** Vanaf half september komt Jil op de markt: het eerste parfum van Jil Sander sinds het aantreden van creatief directeur Raf Simons. Jil is een creatie van de ‘neuzen’ Olivier Polge en Bruno Jovanovic (van het befaamde IFF instituut) en wordt omschreven als een bloemige ambercompositie. Het gezicht van Jil is Julia Restoin Roitfeld, de dochter van Carine Roitfeld, de bekende hoofdredactrice van de Franse Vogue. Julia woont in New York en combineert een carrière als art director met die van model en stijlicoon. *** Designer Michaël Verheyden werkt aan een home collection. Hij wil in het voorjaar van 2010 zijn werk tonen op Maison & Objet. Verheyden kennen we vooral als ontwerper van mooie, duurzame tassen en andere leren accessoires. Hij werd niet zo lang geleden beloond met de Henry Van de Velde Award voor Jong Talent 2008. *** Modeondernemer Luc Dheedene (bekend als verdeler van talloze topmerken in de pret-à-porter en van zijn winkel Verso in Antwerpen) is stille vennoot geworden in een gloednieuw hotelproject in Antwerpen: Maison Delaneau heeft elf exclusieve kamers en suites waarvan enkele voorzien zijn van een jacuzzi, open haard, privé-tuin of sauna. Er zit ook een spa aan vast, waar met de exclusieve producten van REN gewerkt wordt. Leuke tip: Maison Delaneau zit om de hoek bij de winkel van Ann Demeulemeester. info@maisondelaneau.com *** Bernhard Willhelm heeft opnieuw een collectie schoenen getekend voor Camper. Daarin vermengt hij een etnische stijl (aards en opzettelijk onverfijnd) met een nadrukkelijke voorkeur voor kleur. Onder het motto: chaos is schoonheid. *** De Belgische muziekband Ishtar gaat in zee met Somethingblue. Dit Belgische label maakt kleding uit kwalitatieve overstocks van stoffen en zal de outfits creëren voor Kultani, de nieuwe productie van Ishtar. Zowel Somethingblue als Ishtar hebben een duidelijke voorliefde voor het ambachtelijke. Bij Somethingblue worden alle stuks van naadje tot draadje met de hand gemaakt, bij Ishtar hecht men dan weer veel belang aan de authenticiteit van de muziek en instrumenten. —VW


News Delvaux in the MoMu

Baunat design competition

Telex

The Antwerp Fashion Museum (Modemuseum or MoMu) will be hosting an ambitious exhibition in honour of the Huis Delvaux, commencing on 17 September. In 180 jaar Belgische luxe (180 years of Belgian luxury), the universe of Delvaux will come under the magnifying glass. This is the story of luxury leather goods and of handiwork, prestigious customers, travel and talent— Delvaux always used clever designers, witness the collaboration with Veronique Branquinho. The story began when the Delvaux workshops were making huge cases to order for the elite, capable of holding an elegant wardrobe and more besides for voyages by packet boat. The history of the “Huis” is told through old photographs and remarkable objects, such as the Brillant or the Toile de Cuir technique. And let’s not forget the famed D, the house’s well-known logo, recognisable by many and still present in the collection. Info: www.modemuseum.be

Fancy having a go at a piece of diamond jewellery? It’s perfectly possible, thanks to Baunat. The Belgian label, which offers high quality diamond jewellery—online or by appointment in the Antwerp showroom—has approached the Flanders Fashion Institute to hold a competition for talented young designers. Baunat jewellery is designed with the philosophy that “real beauty” and “natural charm” come from the inside and are the result of inner balance and purity. The jewellery is made in the traditional manner from the most precious materials, by the best Belgian craftsmen. The Antwerp-based business can count a few of the most reputable diamond dealers among its founding fathers. The competition is about creating and developing a modern, timeless piece of jewellery on the theme of “Inner Beauty”. The designers are asked to start by making a sketch based on a number of technical specifications. At least one finalist will have the opportunity of converting his or her sketch into a piece of jewellery. The jewellery designs will be made public on 15 November 2009. Info: www.baunat.com

As a maker of spectacles, Linda Farrow is more than happy to work with leading fashion designers. Even the likes of Belgians Walter van Beirendonck, Raf Simons and Dries Van Noten have been welcomed to give their take on glasses. Available via the more discerning opticians or online via www.lindafarrowgallery. com

Cadiz calling! From 3 to 6 June, South 36.32 N took place in Cadiz, South Andalusia, a new pasarela or, as the organisers describe it: the new fashion latitude for emerging talent. It was the city which came up with the initiative and put the artistic direction in the hands of design duo Ana Sanchez and Susana Galindo, otherwise known as SOLITAS. Several national and international designers gave shape to the new initiative, with, among other things, show rooms, catwalks and conferences. Christian Wijnants, Peter Hornstein and Andrea Cammarosano, all former students of the Antwerp fashion department, organised a parade. The eye-catchers included the Evolutive T-shirts exhibition project organised by MOVEX, the technological centre of the Andalusian leather industry, in association with CITTA (a similar institute for the textile industry) and SURGENIA (knowledge centre for design). Well and lesser-known designers designed unique T-shirts incorporating leather. Keep an eye out for the next edition of South 36.32 N!

24

A new uniform for reception staff with the Antwerp local police In the coming years, the receptions of every Antwerp police station will be truly transformed. They will be turned into customer-friendly, open, recognisable and hypermodern reception areas. By the spring of 2010, this will go hand in hand with a line of clothing for the reception staff. Thus the civilian personnel working in reception will be recognisable to visitors. The Flanders Fashion Institute was asked by the LPA (Local Police Antwerp) to organise the competition among designers with a link to the city of Antwerp. On 25 June 2009, five finalists were chosen from among the 16 participants, and then went on to present their designs to the reception staff and a panel of experts. In the second round—in which the reception staff were involved—a winner was chosen: Rit Herfs from Berlaar. The four other prize-winners were Marisa Leipert, Johanna Trudzinski, Annette Kölling and Narelle Doré. Designer Rit Herfs has been working independently for ten years now. In the past, she has designed business clothing for the likes of Coca-Cola and Lexus. She also designed clothing for the Antwerp civic guard.

Kwintessens / 2009 – 03

*** On Thursday, 17 September, Anna Heylen is organising a salon parade at her boutique Maison Anna Heylen in Antwerp. Both the ground and first floors of her Maison will be the place to meet for her loyal customers for this special event. The designer will be unwrapping the “from 14 till 84” concept and, via a unique casting, laying down the Anna Heylen look for winter 2009. Cards by invitation only. www.annaheylen.be *** Mikio Sakabe and Andrea Ayala, both graduates of the fashion department at Artesis University College Antwerp, will be giving a show in Barcelona during BCN080, from 2 to 4 September. Chairman of the jury is Bernhard Willhelm *** NV James, the firm belonging to designer Veronique Branquinho, has closed down. The designer has stopped drawing her own fashion line and in the meantime has also closed her shop in Antwerp. Branquinho herself has not stopped designing and will continue her other activities (including creative director at Delvaux). Branquinho has had her own fashion label for just over ten years. *** Michael Kampe (22) has been nominated for the international Fashion Design Award, which will be issued this year for the second time. Kampe is currently in his second year at the fashion department of Artesis University College Antwerp. He is the only finalist to be studying in Belgium and was selected along with 29 other finalists out of approximately one thousand submissions from 59 countries. The Fashion Design Award is an international competition for young designers, which was brought into being in 2008 by the Goethe-Institute and EUNIC, the Institute for European Culture in Berlin.

*** In mid-September, Jil will see its market launch: the first perfume by Jil Sander since the arrival of creative director Raf Simons. Jil is a creation by “noses” Olivier Polge and Bruno Jovanovic (of the famed IFF institute) and is described as a flowery amber composition. The face of Jil is Julia Restoin Roitfeld, daughter of Carine Roitfeld, well-known editor-in-chief of French Vogue. Julia lives in New York and combines a career as art director with that of model and style icon. *** Designer Michaël Verheyden is working on a home collection. He aims to show his work at Maison & Objet in the spring of 2010. We know Verheyden best as a designer of beautiful, sustainable handbags and other leather accessories. Not so long ago, he won the 2008 Henry Van de Velde Award for Young Talent. *** Fashion entrepreneur Luc Dheedene (known as the distributor of countless top brands in the ready-to-wear market and for his shop Verso in Antwerp) has become a silent partner in a brand-new hotel project in Antwerp: Maison Delaneau has eleven exclusive rooms and suites, a few of which come with Jacuzzi, open fire, private garden or sauna. The hotel also has a spa, which uses the exclusive range of products by REN. Nice tip: Maison Delaneau is on the corner near the Ann Demeulemeester boutique. info@maisondelaneau.com *** Bernhard Willhelm has again created a collection of shoes for Camper. In it, he mixes an ethnic style (earthy and deliberately unrefined) with a marked preference for colour, under the motto “chaos is beauty”. *** Belgian music band Ishtar is joining Somethingblue. This Belgian label makes clothes from quality overstocks of fabrics and will be creating the outfits for Kultani, Ishtar’s latest production. Both Somethingblue and Ishtar have a clear preference for the traditional. At Somethingblue, all of the pieces are handmade from start to finish, and Ishtar attaches great importance to the authenticity of the music and instruments. —VW


Sara De Bondt studio

2 1

3

4

18–24 Shacklewell Lane Unit 12 London E8 2EZ United Kingdom www.saradebondt.com 5

1 Contrast of saturation 2 Simultaneous contrast 3 Overprinting 4 Bezold effect 5 Simultaneous contrast


Kwintessens 2009-3