Page 1

JAARBOEK 2012-2013 ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

BACHELOR IN DE LANDSCHAPS- EN TUINARCHITECTUUR BACHELOR NA BACHELOR IN DE LANDSCHAPSONTWIKKELING HOGESCHOOL GENT School of Arts - KASK ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------


Omslagfoto: Matteuccia struthiopteris (struisvaren), Berggarten Hannover (Duitsland) Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Hogeschool Gent Š 2013 v.u.: Hogeschool Gent - School of Arts - KASK Jozef Kluyskensstraat 2 - 9000 Gent Tel: 09/267.01.00


JAARBOEK 2012-2013 ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

BACHELOR IN DE LANDSCHAPS- EN TUINARCHITECTUUR BACHELOR NA BACHELOR IN DE LANDSCHAPSONTWIKKELING HOGESCHOOL GENT School of Arts - KASK ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------


INTRO

SELECTIE 2012-2013

7

37 1STE JAAR - TUIN Omsloten tuin Veldstraat [38]

-Astrid Vandeputte, Jean Jacques Lobbes, Silke Denolf, Arnaud Rogard -----------------------------------------------------

Ter Eikestraat [42]

-Astrid Vandeputten, Silke Denolf, Michaël Van Looveren, Kevin Depuydt -----------------------------------------------------

Ten bosse [48]

Seminarie stedenbouwkunde [96]

TEAM

9

WOORD VOORAF: JAARBOEK 2012-2013 Johan Isselée

11

LANDSCHAPSONTWERP IN VLAANDEREN Sylvie Van Damme

13

DIENSTVERLENINGS- EN ONDERZOEKSPROJECTEN Stefanie Delarue

15

TECHNISCH VADEMECUM HEESTERS – HARMONISCH PARK- EN GROENBEHEER Stefanie Delarue - Pieter Foré

17

PWO-PROJECT KIDS – KINDEREN IN STEDELIJKE RUIMTES: ONTWIKKELING VAN EEN SOCIAAL EN RUIMTELIJK ONDERZOEKS- EN REFLECTIEKADER Pieter Foré - Ruben Joye

21

-Gilles Pieters -----------------------------------------------------Ewout Vanvooren -----------------------------------------------------Bert Alluyn -----------------------------------------------------

Binnentuinen ‘School of Arts’ [52]

-Antoine Deroose, Anthony Blanckaert, Evelien De Groote, Michiel Verbauwhede -----------------------------------------------------

Bouwkundig tekenen [56]

-Bert Alluyn -----------------------------------------------------

Perspectieftekenen [58]

-Anton Storms -Laura Crabeels -Niels De Couvreur -Tom Vandelannoite -----------------------------------------------------

Handtekenen [62]

-Niels De Couvreur -Lara Goethals -----------------------------------------------------

Vormleer en modelbouw [64]

“LANDSCHAP- EN GROENBELEID” IN HET KADER VAN HET EUROPEES 2 ZEEËN-PROJECT MUREN EN TUINEN Pieter Foré

-Jonathan Nachtergaele -Quinten Vermeulen -Niels De Couvreur -Michiel Verbauwhede -----------------------------------------------------

23

Internationalisering: studiereis Engeland [69]

29

73 2DE JAAR - OPENBAAR Speelgroen [74]

CCASPAR - KLIMAAT IN VLAANDEREN ALS RUIMTELIJKE UITDAGING Sylvie Van Damme - Pieter Foré GROEN IN DE STAD: EVALUATIE VAN STADSPARKEN AAN DE HAND VAN HARMONISCH PARK- EN GROENBEHEER Pieter Foré - Stefanie Delarue

31

ALTERNATIVE FUTURES IN ZONNEBEKE, PASSENDALE Harlind Libbrecht

35

INTERNATIONALE MASTER IN LANDSCHAPSARCHITECTUUR (IMLA) Harlind Libbrecht

-Silke Denolf, Jakoba Heyvaert, Kelly Deleu, Andries De Coninck, Tim De Smet, Elias De Witte -----------------------------------------------------

Tondelierpark en Trambrugpark [80]

-Andries De Coninck -----------------------------------------------------

De oude dokken [84]

-Charlotte Verplancke -----------------------------------------------------

Kunstwerkplaats ‘De Zandberg’ [88]

Seminarie landschapsplanning [92]

-Marlies Decruy, Eline Steyaert, Yiqiao Wang -----------------------------------------------------

Internationalisering: studiereis Duitsland-Tsjechië [101] 109 3DE JAAR - STAGE & EINDWERK Bachelorproef: Zorgcentrum te Hakendover [110]

-Bart Van de Velde -Thomas Wolfs -----------------------------------------------------

Internationalisering: studiereis Barcelona [121] 125 BANABA - LANDSCHAP Landschapsanalyse in functie van de route: ‘Passendale 1917, De Legacy’ [126]

-Jana Colpaert, Jeroen Geudens, Lander Wantens -----------------------------------------------------

Nieuwe dynamieken op het platteland: Stroomgebied Splenterbeek – Ede [132]

-Ruben De Coninck, Jeroen Geudens, Sanne Spiessens -----------------------------------------------------

Zonnebeke-Passendale ‘Alternative Futures’ [138]

-Dolf Imbrechts, Sanne Spiessens, Maarten Rosschaert, Lise Verhaeghe

145 PROCLAMATIE 147 COLOFON intro | 5


TEAM

DE TEMMERMAN Wim (Decaan School of Arts KASK) DE SCHEPPER Dirk (Secretaris School of Arts KASK) OPLEIDINGSCOÖRDINATOREN ISSELEE Johan (BLTA) VAN DAMME Sylvie (BaL) VAKGROEPVOORZITTER DE PAUW Jan (vakgroep Architectonisch Ontwerp) LECTOREN BAELE Dirk BAERT Geert CARRIJN Johan DE COCK Nele DELARUE Stefanie DEPESTEL Bart DESCHEPPER Luc DE VIS Rik ISSELEE Johan JOYE Ruben LIBBRECHT Harlind MERTENS Jan POULLIER Caroline REYNDERS Marc VANBROEKHOVEN Ivan VAN DAMME Sylvie VAN RYCKEGHEM Steve VERBEKEN Joris GASTPROFESSOREN FORE Pieter ONDERZOEKSMEDEWERKERS FORE Pieter (Ccaspar) GEUDENS Jeroen (stagiair PWO Ieperboog) HEYDE Steven (PWO Ieperboog) PEETERS Virginie (PWO Ieperboog)

intro | 7


WOORD VOORAF: JAARBOEK 2012-2013

Johan Isselée

▼ [fietstocht 2BLTA tijdens introductieweek, Gent]

We zijn alweer juni en het einde van het academiejaar 20122013 nadert met rasse schreden. Hoog tijd dus om alle energie te stoppen in het samenstellen van dit jaarboek. Het derde al in deze reeks. Hiermee willen we even terugblikken en stilstaan bij de geleverde prestaties van onze studenten dit academiejaar. Tijd ook om te evalueren wat goed was en wat nog beter kan. Tijd om bij te sturen. Dat het onderwijs steeds in beweging is staat als een paal boven water. De onderwijsdecreten volgen elkaar in een snel tempo op en de steeds sneller wijzigende maatschappij stelt immer andere en meer eisen.

▼ [impressie introductieweek BLTA]

In het kader hiervan zal de opleiding dan ook voor volgend academiejaar een programmawijziging doorvoeren. Deze wijziging moet zorgen voor nog kwaliteitsvollere leerpaden. Het invoeren van de leerlijnen ontwerp, beplanting, technieken, visualisatie, kunst & cultuur en landschap heeft ervoor gezorgd dat verschillende teams van docenten zich konden buigen over de diverse aspecten van hun expertise. Dit heeft gezorgd voor een herstructurering van de leerinhouden binnen het totale programma. Een kleine greep uit de doelstellingen van de wijziging: • Zorgen voor een betere transparantie van het curriculum. • Een iets zwaarder accent op de hoofdleerlijnen ontwerp en beplanting • De digitale visualisatie eerder laten starten en beter laten inspelen op de manuele visualisatie • De mogelijkheid creëren tot internationale studentenuitwisseling • Een beter uitbouw van de bachelorproef Wie meer wil te weten komen over deze programmawijziging kan daarvoor terecht op de website ects.hogent.be Het jaarboek dan. Zoals reeds eerder vermeld, zijn we toe aan de derde editie. Opnieuw is het een mooie staalkaart geworden van de opleidingen professionele bachelor in de landschaps- en tuinarchitectuur en de bachelor na bachelor landschapsontwikkeling. En zoals U zal zien hebben de studenten ook dit jaar niet stilgezeten. Tuin-, stads- en landschapsontwerpen, schetsen, perspectieftekeningen, reisverslagen, maatschappelijke dienstverlening, internationalisering, onderzoeksresultaten, U vindt het allemaal op de pagina’s die hier volgen. Het is dan ook met enige trots dat ik in naam van het volledige

▼ [bezoek 1BLTA aan boomkwekerij JOOS, Beveren-Leie]

docententeam U wil uitnodigen om deze pagina letterlijk om te draaien en U te laten meevoeren in het verhaal dat de studenten dit jaar hebben gecreëerd. Geniet ervan… Johan Isselée - Opleidingsvoorzitter (BLTA) intro | 9


LANDSCHAPSONTWERP IN VLAANDEREN

Sylvie Van Damme

Internationaal groeit bij stedenbouwkundigen, landschapsarchitecten, ruimtelijke planners en architecten de interesse voor landschapsontwerp. Hoewel wetenschappelijk en theoretisch onderzoek met betrekking tot landschapsontwerp zou kunnen leiden tot een betere en performantere ontwerppraktijk, is theorievorming internationaal echter nog maar matig ontwikkeld en sterk gefragmenteerd. Zeker in Vlaanderen is landschapsontwerp, in tegenstelling tot in veel andere Europese landen tot op heden onvoldoende geprofessionaliseerd en verankerd. De ambities van landschapsontwerp beperken zich voornamelijk tot de ontwerppraktijk en theoretische reflectie over landschapsontwerp is quasi onbestaand. Door de grote diversiteit aan landschappen, gekoppeld aan een extreme overlapping tussen platteland en stad en de ermee gepaard gaande multifunctionaliteit, vormt Vlaanderen nochtans een bijzonder boeiend laboratorium voor onderzoek en praktijk in landschapsontwerp. Sylvie Van Damme is als lector landschapsplanning verbonden aan de School of Arts van Hogeschool Gent en de Vakgroep Architectuur en Stedenbouw van Universiteit Gent. Vanuit de bescheiden hoop om zo bij te dragen aan een definitieve kick‐off voor het Vlaamse landschapsontwerp, voerde ze de afgelopen jaren een explorerende studie op het kruispunt van landschap en ruimtelijk ontwerp enerzijds en van theorie en praktijk anderzijds. Dit resulteerde in een Nederlandstalig manuscript van 300 pagina’s getiteld ‘Landschapsontwerp in Vlaanderen ‐ Landschap als narratief en integrerend medium in de ruimtelijke ontwerppraktijk’, dat ze in mei publiek presenteerde met het oog op het behalen van de titel van Doctor in de Stedenbouw en de Ruimtelijke Planning aan Universiteit Gent. Het manuscript bestaat uit drie grote delen. Het eerste deel schetst in hoofdlijnen de manier waarop landschapsontwerp gedurende eeuwen is geëvolueerd. Hierin wordt het Vlaamse landschapsontwerp gesitueerd binnen het werkveld van de ruimtelijke planning, ten opzichte van andere beleidsdomeinen en in internationale context. Het eerste hoofdstuk beschrijft de periode van de middeleeuwen tot de helft van de twintigste eeuw, met aandacht voor de evolutie van het Vlaamse hovenierschap tot de ontdekking van de publieke ontwerpopgaven en de hiermee gepaard gaande internationale zoektocht naar legitimatie en identiteit. Het tweede hoofdstuk beschrijft de periode na de Tweede Wereldoorlog, waarin internationale stromingen en de vraag naar professionalisering met betrekking tot landschapsontwerp ook in Vlaanderen steeds duidelijker hun weg zochten. In het derde hoofdstuk wordt de hernieuwde belangstelling voor landschap

binnen ruimtelijk ontwerp sinds de jaren negentig beschreven. In het tweede deel ligt de nadruk op de manier waarop ontwerpers en hun bureaus en administraties landschap inzetten in ruimtelijke ontwerpprojecten. Het eerste hoofdstuk steunt op een triangulatie van internationaal literatuuronderzoek met de ervaringen binnen het Vlaamse werkveld. Op basis hiervan worden zeven landschapsconcepten geïdentificeerd en aanschouwelijk gemaakt met interviewfragmenten van sleutelinformanten. Elk landschapsconcept wordt verder ook geïllustreerd met beeldmateriaal van beknopte casussen uit ontwerpvoorstellen voor publieke projecten in Vlaanderen. Het tweede hoofdstuk test deze landschapsconcepten uit in een concrete gevalstudie. Hiervoor worden vier ontwerpvoorstellen ‐ opgemaakt voor het Laaglandpark te Antwerpen naar aanleiding van een Open Oproep van de Vlaams Bouwmeester ‐ geanalyseerd en vergeleken. Het derde hoofdstuk ten slotte gaat de mogelijkheden en beperkingen na van het inzetten van landschap in ruimtelijk ontwerp. Het concept landscape narratives en theorieën over narratieve analyse leiden tot een afweging van de voor‐ en nadelen van het inzetten van landschap in ruimtelijk ontwerp. Het derde deel bestudeert of en in hoeverre landschap internationaal en in Vlaanderen effectief binnen het ruimtelijk ontwerp wordt geïntegreerd. Het eerste hoofdstuk schetst hoe landschap als een verruimd concept meer en meer zijn intrede doet en hoe dit repercussies heeft voor de interpretatie van landschap in Vlaamse context. Op basis hiervan wordt in het tweede hoofdstuk aangegeven hoe landschapsontwerp inherent een transdisciplinaire aangelegenheid is, die in realiteit vaak in conflict komt met problematieken van verkokering. In het derde hoofdstuk worden hieruit lessen getrokken en op basis hiervan aanbevelingen geformuleerd voor meer professionalisering en verankering van het Vlaamse landschapsontwerp. De resultaten van het doctoraatsonderzoek zijn in boekvorm uitgegeven bij Garant. Het manuscript vult een belangrijke leemte in binnen de literatuur rond ruimtelijk ontwerp in Vlaanderen, en biedt tegelijkertijd voor een Nederlands‐Vlaamse doelgroep belangrijke en vernieuwende inzichten. Door de multidisciplinaire benadering zal het landschapsarchitecten, architecten, planologen en stedenbouwkundigen aanspreken, maar ook aanverwante disciplines, zoals geografen, historici, biologen. Gezien de focus op het werkveld, de ontwerppraktijk en beleidsrepercussies bevat het zinvolle insteken voor zowel praktiserende ontwerpers, onderzoekers, lesgevers als beleidsmedewerkers. Bovendien biedt het basislectuur rond landschapsontwerp voor studenten van diverse ontwerpopleidingen zoals landschapsarchitectuur, architectuur, stedenbouw en ruimtelijke planning. ▼ [beeld: Michaël Borremans, Trickland - (I-Large), 2002, 100 x 180 cm, oil on canvas, photo: Felix Tirry, courtesy Zeno X Gallery, Antwerpen ]

intro | 11


12 | intro


DIENSTVERLENINGS- EN ONDERZOEKSPROJECTEN

Stefanie Delarue

“Hogeschool Gent wil excelleren in onderwijs, onderzoek, dienstverlening en beoefening van de kunsten. Via de competentie van haar medewerkers en afgestudeerden en de valorisatie van haar onderzoek wil de Hogeschool Gent een kritische, creatieve en open maatschappij bevorderen.”

(bron: jaarverslag Hogeschool Gent 2011)

De opleidingen Landschaps- en Tuinarchitectuur en Landschapsontwikkeling zijn al decennia voortrekker in het uitvoeren van zogenaamde maatschappelijke dienstverleningsprojecten: projecten met beide voeten in de praktijk waarbij reële opdrachtgevers ontwerp- of andere vraagstukken aan onze studenten voorleggen, onder begeleiding van lectoren in de onderwijspraktijk. Maar we gaan nog een stapje verder. Sinds enkele jaren worden grotere projecten in de onderzoeks- of overheidssfeer door lectoren en projectmedewerkers uitgewerkt binnen de Onderzoekseenheid Landschapsarchitectuur. De onderzoekseenheid maakt deel uit van de Vakgroep Architectonisch Ontwerp van de School of Arts van HoGent en werkt aan opdrachten die zich op de grens bevinden van het onderzoek en de praktijk van de landschaps- en tuinarchitect en de landschapsontwikkelaar. Met dergelijke projecten wensen we nieuwe kennis te genereren die rekening houdt met economische, sociale en milieuoverwegingen en een duidelijke link vertoont met de noden of problemen in het betrokken werkveld. Het werken aan deze projecten geeft een meerwaarde voor het onderwijs door bijvoorbeeld het verwerven van expertise en/of via onderwijsversterkende projectwerking. Hierbij schuiven we perfect in de missie van de Hogeschool Gent die “wil excelleren in onderwijs, onderzoek, dienstverlening en beoefening van de kunsten. Via de competentie van haar medewerkers en afgestudeerden en de valorisatie van haar onderzoek wil de Hogeschool Gent een kritische, creatieve en open maatschappij bevorderen.” Deze projecten willen wij u niet onthouden. Een kort overzicht.

intro | 13


14 | intro


TECHNISCH VADEMECUM HEESTERS – HARMONISCH PARK- EN GROENBEHEER

Stefanie Delarue Pieter Foré

Opdrachtgever: Agentschap voor Natuur en Bos Termijn: maart 2013 – september 2014

De visie Harmonisch Park- en Groenbeheer is al een tijdje gemeengoed in het werkveld. Het Agentschap voor Natuur en Bos heeft deze visie uitgewerkt met betrekking tot het beheer van parken en openbaar groen. Het beheerplan vormt een cruciale schakel in het implementeren van de visie op het terrein. Daartoe is een vademecum ‘Beheerplanning Harmonisch Parken Groenbeheer’ uitgewerkt. Een volgende stap is het begeleiden van de beheerder bij het technisch implementeren van de ingrepen die voorgesteld zijn in het beheerplan. Om dit te ondersteunen heeft het Agentschap voor Natuur en Bos een reeks technische vademecums samengesteld, waaronder Water, Graslandbeheer, Integrale Toegankelijkheid, Bomen, Paden en Verhardingen, Kruidachtigen en Recreatieve Infrastructuur. Een volgend vademecum in deze technisch reeks is het Technisch Vademecum Heesters. Onderzoekseenheid Landschapsarchitectuur werkt het komende jaar dit vademecum inhoudelijk uit. Het vademecum moet toepassingsmogelijkheden van heesters aanreiken voor het volledige openbare groen, gaande van heel cultuurlijke tot heel natuurlijke uitgangssituaties. Die toepassingsmogelijkheden zullen vastgelegd worden in beplantingsconcepten, vergezeld van de nodige richtlijnen voor ontwerp, aanleg en beheer. De uiteindelijke publicatie wordt voorzien voor 2015.

intro | 15


PWO-PROJECT KIDS – KINDEREN IN STEDELIJKE RUIMTES: ONTWIKKELING VAN EEN SOCIAAL EN RUIMTELIJK ONDERZOEKS- EN REFLECTIEKADER

Pieter Foré Ruben Joye

Opdrachtgever: HoGent Opdrachthouder: vakgroep Sociaal werk (Sven De Visscher, Greet De Brauwere en Griet Verschelden) en vakgroep Architectonisch ontwerp (Pieter Foré, Joris Verbeken en Ruben Joye) Termijn: september 2013 – augustus 2016

De vakgroep Sociaal werk en de vakgroep Architectonisch ontwerp hebben de handen in elkaar geslagen voor het voeren van een gezamenlijk onderzoek omtrent kinderen in de stedelijke ruimtes. Hierbij staat de samenwerking tussen de sociale dimensie en de ontwerpmatige, ruimtelijke dimensie centraal. Het project wordt gefinancierd door de Hogeschool Gent en zal lopen van september 2013 tot augustus 2016. Hieronder worden de opzet en doelstellingen van het project alvast beschreven. Stedelijke ruimtes vormen een onvermijdelijke fysieke drager voor de leefbaarheid, beleefbaarheid en leesbaarheid van de stad en het stedelijke samenleven. Ruimte is een schaars goed geworden in de stad, waarop verschillende individuen en groepen hun stempel proberen te drukken. Er wordt in die zin steeds vaker gesproken over een strijd om de stad, en de stedelijke ruimte wordt vergeleken met een strijdtoneel dat door verschillende groepen wordt toegeëigend. Onderzoek wees uit dat het “recht op de stad” of op de publieke ruimte toegeëigend wordt door specifieke groepen (middenklasse, volwassen) wiens aanwezigheid en gebruikspatroon

▼[methodologie]

intro | 17


▼[kinderen in de voortuin, foto jaren ‘80]

als dusdanig als legitiem worden gedefinieerd, terwijl de aanwezigheid en gebruikspatronen van andere groepen als illegitiem worden geproblematiseerd. Deze verschillen in legitimiteit hangen nauw samen met maatschappelijke ongelijkheden: het zijn voornamelijk de praktijken van de maatschappelijk zwakste groepen die de minste legitimiteit verwerven. Leeftijd is een belangrijke factor van maatschappelijke ongelijkheid, maar ook binnen de leeftijdsgroep van jeugdigen lopen breuklijnen zoals sociaal-economische status, etnisch-culturele achtergrond en gender. Een democratisch (jeugd) beleid kan niet voorbij gaan aan deze ongelijkheden en heeft als opdracht het actorschap van diverse groepen kinderen in de publieke ruimte te herkennen en erkennen. De leefbare stad daagt in deze context onderzoek en beleid uit om na te denken over de invulling van de schaarse stedelijke ruimte. Een terugblik in de recente geschiedenis van het jeugdbeleid en –onderzoek leert dat antwoorden op deze uitdaging vooral vanuit categoriale, leeftijdsspecifieke kaders worden gezocht zowel binnen het stedelijk beleid als op vlak van stedelijke voorzieningen. De inhoud en benaming 18 | intro

van deze kaders voor de leeftijdsgroep kinderen is geëvolueerd doorheen de tijd van een speeltuinbenadering in de vroege twintigste eeuw tot speel-inclusieve ontwerpen en de speelweefselbenadering eind twintigste eeuw en actueel kindvriendelijke en kindgerichte planning van stedelijke ruimtes. In deze geografie van het jeugdland staat het beeld van het kind als speels wezen dat zich nog moet ontwikkelen tot volwaardig medeburger in de samenleving centraal, en worden kinderen op basis van hun leeftijd apart gesteld in de samenleving. In Colorado ontwikkelde Cope het Lots Of Opportunity Project (LOOP) waarin ze samen met kinderen uit arme stadswijken onderzoek opzette naar lege stedelijke ruimtes vanuit de vraag op welke manier een interventie in deze ruimtes de buurt ten goede zou kunnen komen. Kinderen werden er met andere woorden niet aangesproken op hun kind-zijn (door bijvoorbeeld te vragen naar speelmogelijkheden), maar verschenen in het onderzoek als feitelijke medeburgers die vanuit hun stedelijk burgerschap meedenken over de moeilijkheden en tekorten in hun buurt. Op die manier kwamen ze met

voorstellen die onder meer stadstuintjes, kinderopvang, sportvoorzieningen en sociale voorzieningen voor mensen in armoede omvatten. We benoemen deze manier van werken als de verschuiving van een categoriale naar een sociaal-ruimtelijke benadering. Dit betekent dat concrete plaatsen als insteek worden bestudeerd vanuit het perspectief van kinderen, in plaats van dat kinderen zelf voorwerp van onderzoek vormen. Vertrekken vanuit plaatsen en niet vanuit categorieën, houdt een verschuiving in van leeftijdsgeörienteerd naar leefwereldgeoriënteerd werken. Bovendien gaat het niet alleen om de leefwereld van kinderen, maar ook om de vormgeving aan de sociale ruimte op zich, ook door kinderen De onderzoeksvragen die de aanleiding vormen voor dit onderzoeksproject zijn: • Vanuit welke visie(s) op het burgerschap van kinderen en op de stedelijke ruimte krijgt het beleid rond kindvriendelijke stedelijke ruimtes vorm in Gent? Hoe vertaalt deze visie zich in doelstellingen en strategieën binnen het Gentse jeugd- en ruimtebeleid? • Welke andere visies en praktijken bestaan er Europees, zowel vanuit de academische wereld als binnen het


werkveld? • Welke individuele, sociale en culturele ontplooiingsmogelijkheden bieden stedelijke ruimtes vanuit het perspectief van kinderen in de stad? En hoe kan deze betekenisverlening van kinderen de vormgeving van kindvriendelijke stedelijke ruimtes beïnvloeden? • Welke concrete ontwerpmogelijkheden biedt het nieuw ontwikkelde kader rond kindvriendelijke stedelijke ruimtes? Hogeschool Gent en Stad Gent profileren zich aan de hand van dit project als voortrekkers van kindvriendelijke steden in Vlaanderen. Met het nieuwe bestuursakkoord zet Stad Gent duidelijk in op de kindvriendelijke stad. Door in dit onderzoek bestaande inzichten uit zowel sociaal-pedagogische als ruimtelijk ontwerpkaders en -methodieken te combineren, willen we de zoektocht

naar kindvriendelijke stedelijke ruimten ondersteunen en aan de hand van concrete pilootprojecten een onderzoeks- en reflectietool uitwerken om de kindvriendelijkheid van stedelijke ruimtes vanuit het perspectief van kinderen zelf te onderzoeken en te ondersteunen.

worden gepland, uitgevoerd en/of geëvalueerd. • Disseminatie van en dialoog over de bovenstaande eindproducten door aan te sluiten bij bestaande netwerken en via gerichte kennisuitwisseling met andere Europese steden.

Dit gebeurt aan de hand van de volgende werkpakketten: • Ontwikkeling van een inhoudelijke en methodologische reflectietool rond planning, implementatie en evaluatie van kindvriendelijke stedelijke ruimtes vanuit medeburgerschap van kinderen. • Uitwerking van een interdisciplinair onderzoeksinstrument op basis van internationale sociaal- pedagogische en ontwerpkundige inzichten. • Opzetten van vier pilootprojecten in Gent waarin samen met kinderen concrete ruimtelijke ingrepen

▼[voorbeeld ‘mental map’, beeld: Neeven K et al. (2006)]

‘Als ik geweten had dat dit Drenthe was, was ik hier nooit komen wonen’ ‘Hier moet je zorgen dat je een kind op school hebt, dan word je meteen opgenomen’

ne

loa

aid Br

‘Eind juni is de mooiste tijd, als de aardappelvelden bloeien’

Landskant

‘Het water stroomt hier en ook daar’

‘In Bareveld komt alles samen’ ‘Vroeger had je afstanden, nu niet meer’

intro | 19


20 | intro


“LANDSCHAP- EN GROENBELEID” IN HET KADER VAN HET EUROPEES 2 ZEEËN-PROJECT MUREN EN TUINEN Pieter Foré

Opdrachtgever: Provincie West-Vlaanderen Opdrachthouders: Technum – Antwerpen, HoGent, Cluster Landscape Termijn: september 2012 – maart 2014

▼[Duffel, BE]

▼[Rijsel, FR]

Het project Muren en Tuinen is een transnationaal samenwerkingsverband van tweeëntwintig publieke partners uit vier landen (Engeland, Frankrijk, België en Nederland). De rode draad doorheen het project is het hedendaags omgaan met militaire versterkingen uit het verleden. Binnen het volledige project zijn er vier pijlers: ‘inrichting en beheer van een aantal pilootprojecten’ – ‘netwerking en vorming omtrent visie, inrichting en beheer van het vestinglandschap’ – ‘netwerking en vorming omtrent cultuur-toeristische interpretatie’ en ‘uitwerken van het netwerk “Grens”’. Samen met het studiebureau Technum en het landschapsarchitectenbureau Cluster staat de onderzoekseenheid Landschapsarchitectuur van Hogeschool Gent in voor de invulling van de pijler ‘netwerking en vorming omtrent visie, inrichting en beheer van het vestinglandschap’. Zoals vervat in de naam is de hoofddoelstelling het uitbouwen van een lerend en ondersteunend netwerk dat alle partners bindt. Hierbij wordt er ondersteuning gegeven op vlak van visie, ontwerp, (groen)beheer en inrichting van militaire versterkingen. Binnen het project wordt er gewerkt aan een ‘receptenboek’ met diverse fiches die ingaan op deze aspecten. Om dit op te bouwen worden workshops ingericht waarbij diverse partners en het projectteam het volledige planproces doorlopen en elkaar ondersteunen rond specifieke vraagstukken. Het eindresultaat wordt de ontwikkeling van een overzichtelijk stappenplan in combinatie met relevantie informatie – allemaal specifiek voor vestigingslandschappen. Ondertussen zijn er reeds twee workshops ingericht. De eerste workshop ging door in de stad Lille (Frankrijk) met als thema ‘Water’. Via verschillende discussierondes werden de partners begeleid in het uitwisselen van kennis en ervaring omtrent ‘ongewenste fauna en flora in watergrachten van forten’, ‘oeverbeheer van forten’, ‘watervoorziening van forten’ en ‘omgaan met slib’. Aanvullend gaf de stad Lille meer uitleg over hun organisatorische structuur en hun praktische ervaring op het terrein in de citadel van Lille. Het pittoreske domein Roosendael in Sint-Katelijne-Waver (België), samen met het fort van Duffel, werd de locatie van de tweede workshop. Deze workshop werd opgezet omtrent enerzijds (ecologische) beheerdoelstellingen: het opstellen van die doelstellingen, de rol hiervan in relatie met erfgoed/ recreatie/etc., de koppeling met de praktijk en anderzijds de uitwisseling van specifieke beheertechnieken ter verbetering van de ecologische kwaliteiten van een site.

intro | 21


22 | intro


CCASPAR KLIMAAT IN VLAANDEREN ALS RUIMTELIJKE UITDAGING

Sylvie Van Damme Pieter Forテゥ

CcASPAR is een interuniversitair en 窶電isciplinair Strategisch Basis Onderzoek (SBO) gefinancierd door het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie (IWT). De projectpartners waren Universiteit Gent, Universiteit Antwerpen, KULeuven, Vrije Universiteit Amsterdam, HoGent en studiebureau Omgeving. Het project werd in december 2012 afgerond met een afsluitend symposium en voorstelling van het boek omtrent klimaatadaptatie in Vlaanderen

bron: Allaert, G., et.al. CcASPAR: Klimaat in Vlaanderen als ruimtelijke uitdaging. Academia Press, 2012. 286 p.

Het project CcASPAR pleit voor de ontwikkeling van een klimaatbestendige ruimtelijke strategie voor Vlaanderen. Hierbij staat de bescherming tegen een groeiend aantal overstromingen en het blijvend beschikbaar houden van voldoende zoetwater in periodes van droogte centraal. Daarnaast vormt ook het blijvend beschermen van de kwetsbare structuren een aandachtspunt, zoals havens, steden en transportsysteem, maar ook drinkwatervoorziening, natuur en landbouw. Dorp

INFIELDS Es

Eikenhakhoutsingel Landduin/ Paraboolduin Ven

OUTFIELDS

Hangven

Woeste gronden

1777

HoGent werkte mee aan het ontwerpend onderzoek in de kustzone en de Kempen. Door middel van ontwerpend onderzoek werden ruimtelijke planningsconcepten geformuleerd voor duurzame adaptatie van ruimtelijke structuren in relatie tot de effecten van klimaatverandering. Deze concepten werden gedefinieerd op meso- (regionale) en micro-(lokale) schaal. Vallei

Kwel

Beemden

Landduin bebost met naaldbos

Eerste grote infrastructuur los van het landschapssysteem

1870

Nivellering van duinpannen en aanleg grachtenstelsel. Landgebruik: grasland, bossen en akkers Verdere aanleg langsgrachten

Rechttrekking delen van Grote Nete en verdichting vallei Dorp

INFIELDS Es Eikenhakhoutsingel Landduin/ Paraboolduin Ven OUTFIELDS

Hangven

Woeste gronden

Verdere drooglegging van de duinpannen en volledige ontwikkeling als landbouwgrond

1777

1930

Verdere uitbouw van langsgrachten

Vallei Kwel Beemden verbrokkeling van het Beemden-landschapsbeeld Versnippering van esgronden Landduin bebost met naaldbos Verdere uitbouw van bestaande infrastructuur

Eerste grote infrastructuur los van het landschapssysteem

1970

1870

Nivellering van duinpannen en aanleg grachtenstelsel. Landgebruik: grasland, bossen en akkers

Privatisering van Grote Nete-vallei met visvijvers en weekendverblijven

Verdere aanleg langsgrachten

Rechttrekking delen van Grote Nete en verdichting vallei

Aanleg syfons onder Grote Nete

intro | 23 Verdere drooglegging van de duinpannen en volledige ontwikkeling als landbouwgrond


CASUS KEMPEN De Kempen werd gekozen als casus omwille van de thermische gevoeligheid en het watercapterend vermogen van de Kempische zandgronden. In het cultuurbeeld binnen Vlaanderen heeft de Kempen een sterke identiteit. Deze wordt niet alleen bepaald door aanwezige structuren als naaldbossen en heiderelicten, maar ook door sterk contrasterende onderdelen, van zeer industrieel tot zeer landelijk, van kleinmazige landschappen met vele kleinere elementen tot grootschalige eenheden. Ook de hoogdynamische geschiedenis speelt een rol in deze beeldvorming, met een evolutie van traditionele potstalsystemen over systematische ontginningen door middel van bosen landbouwcomplexen tot grote

kanalen, zandwinningen, metallurgie en steenkoolwinning. De vraag die zich hier specifiek stelde was of klimaatadaptatie mee kan sporen met dit cultuurbeeld, of als de aanpassingen dit beeld integendeel sterk zullen gaan aantasten. De casus in de Kempen mikte op het ontwikkelen van een regionale, geïntegreerde, en klimaatrobuuste gebiedsvisie, waarbij de aandacht expliciet uitging naar het volledige gebied als een netwerk van nauw met elkaar verbonden eenheden. De geschiedenis van de Kempen laat zich lezen als een voortdurende aanpassing aan nieuwe omstandigheden. Deze aanpassingen vonden de laatste eeuwen in snel tempo plaats door omslagen in beleidsdenken, veranderingen in

industrie, landbouw en bosbouw, en onder invloed van een steeds toenemend aantal groepen van actoren. Tussen vele tragische verhalen van aanslag op bodem, natuur, milieu en landschap lezen we ook verhalen van flexibiliteit waarbij actoren openingen lieten om hun gebied te verduurzamen. Ruimtelijke aanpassingen aan klimaatverandering zijn in die zin niet meer dan een nieuwe aanpassingsgolf, maar moeten wel geplaatst worden binnen een overkoepelende en duurzame gebiedsontwikkeling. Het verkennen van de aanpasbaarheid van de Kempen aan klimaatveranderingen leert belangrijke lessen over de relaties tussen mens en natuur en de repercussies hiervan voor ruimtegebruik, ruimtelijk beleid en klimaatadaptatie.

▼[Casusgebied Kempen als deel van de Vlaamse watercaptatie- en -infiltratiegebieden en als schakel tussen de natuurgebieden in het Kempens Plateau en de verstedelijking van de Vlaamse Ruit (eigen verwerking van CORINE landcover en top10vGIS kaart (NGI)]

▼[beïnvloede gebieden bij het doorknippen van de langsgrachten, eigen verwerkingen van Google Earth; top10vGIS kaart (NGI); digitale versie van de Habitaten Vogelrichtlijngebieden, MVG-LIN-AMINAL-Natuur, toestand 17/07/2000 en 04/05/2001 (OC GISVlaanderen); de digitale versie van de VEN en de natuurverwevingsgebieden die afgebakend zijn in de gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (AGIV); afbakening van de AGNAS gebieden (Departement Ruimtelijke Ordening, 2010)]

24 | intro


▲[Met een invulling als natte natuur in een hele reeks aan beleidsdocumenten en een actief grondverwervingsbeleid van o.a. Natuurpunt zullen de Nete-valleien hoogstwaarschijnlijk uitgroeien tot een groenblauwe structuurdragende ader van regionaal belang]

▲[herbestemde agrarische gebieden in AGNAS. Bij de uitwerking van de Netevalleien als natte natuur volgens de huidige bestemmingsplannen zullen grote en blijvende dure kunstgrepen de bestaande landbouwproductiviteit en het landgebruik in stand kunnen houden. Voor een duurzaam klimaatadaptief Kempen is een ontwikkeling gebaseerd op het landschapssysteem dan ook een noodzakelijke ontwikkeling]

▼[landschapsplan Waterrijk-Kempen] Plaggengronden: intensieve landbouw Beemden: reguliere landbouw met beperkingen Duinpannen: verbrede landbouw Nete-valleien: structuurdragende natte natuur Landduinen: watertorens van de Zuiderkempen Nieuwe Meenten: ruimte voor collectieve doelen Tuincomplex: een grote brok natuur

▼[bestaande situatie in de Grote Netevallei, eigen verwerking Google Earth]

▼[stapsgewijze uitbouw van de Grote Netevallei als structuurdragende natte natuur met energiebossen]

intro | 25


CASUS KUST Terwijl klimaatproblematiek en -adaptatie voor de Kempen grotendeels kan uitgedrukt worden in termen van veeleer fijnmazige structuren van bodembedekking, landgebruik, vegetatie en topografie, focust het kustverhaal zich op de kenmerkende positie van de streek als raakvlak tussen zee en land. Deze positie maakt het kustgebied onderhevig aan diverse impacten, zowel interne als externe. Het brede scala aan impacten is evenwel min of meer gezoneerd. Dit ontwerpend onderzoek gaat in op drie zones, met name de kustlijn met als focus de Vlakte van de Raan, de kuststrook zelf en het gebied achter de kustlijn, namelijk de Westhoek. De onderzoekseenheid Landschapsarchitectuur focuste zich hoofdzakelijk op de Westhoek. De reden hiervoor was dat het merendeel van de denkoefeningen over klimaatadaptatie in de Belgische kuststreek tot op vandaag wordt uitgedacht vanuit het oogpunt van hoogdynamische landinwaartse invloeden vanuit

▲[IJzerbekken wordt als grens aangehouden van de casus Westhoek, eigen verwerking van Top10vGIS]

de zee op de smalle kuststrook. Te vaak echter wordt voorbij gegaan aan klimaatgerelateerde effecten in het hinterland. In dit ontwerpend onderzoek wordt nagegaan hoe klimaatadaptatieve maatregelen in het hinterland bijdragen tot een verminderde kwetsbaarheid van de gehele kuststreek en tegelijkertijd ook de lokale landschappelijke

▼[stijghoogtes in het Landeniaan (debieten 2000)]

identiteit kunnen versterken. Voor meer informatie verwijzen we graag naar het CcASPAR-boek (http:// www.academiapress.be/klimaat-invlaanderen-als-ruimtelijke-uitdaging. html) of kan u contact opnemen met de onderzoekers.

▼[de dalende stijghoogten duiden op een overexploitatie van de grondwaterlagen]

▼[een eigen waarneming tijdens de overstroming van 5 maart 2012 in de West-Vlaamse Heuvels illustreert een overstroming die nagenoeg dezelfde grenzen aannam als wat er in de watertoets aangeduid staat als risicozone voor overstromingen. De overstroming illustreert mooi het belang van de valleigebieden als natuurlijk en integraal opvangbekken voor de grote hoeveelheden neerslagwater. normale situatie (links), risicozones voor overstromingen (midden), overstroming (rechts), eigen verwerking van GoogleEarth en Watertoets] OVERSTROOMDE GEBIEDEN 37

37

,5

32

30 ,5

100

300m

0

35

35

37,5

37,5

40

35

32

0

37,5

30 ,5

32

40

300m

32

40

26 | intro

100

32

,5

30

,5

,5

30

MOGELIJK OVERSTROMINGSGEVOELIG

35

30

0

,5

35

WATERLOOP

32

37

,5

35

100

EFFECTIEF OVERSTROMINGSGEVOELIG

300m

,5

30


â–ź[masterplan voor een geresponsabiliseerd en gebiedsgedifferentieerd waterbeheer, eigen verwerking van Top10vGIS]

â–ź[concept beekvalleien in de West-Vlaamse Heuvels. Binnen elke valleikom, begrensd door wegen en bebouwing, wordt er op zoek gegaan naar een maximale waterbuffering. ]

intro | 27


28 | intro


GROEN IN DE STAD: EVALUATIE VAN STADSPARKEN AAN DE HAND VAN HARMONISCH PARK- EN GROENBEHEER

Pieter Foré Stefanie Delarue

Opdrachtgever: Provincie West-Vlaanderen Termijn: juli 2013 – maart 2014

In de voorbije jaren werden in de Westhoek verschillende parken (her)ingericht in het kader van Europese projecten. Daarbij werd de visie van Harmonisch Park- en Groenbeheer centraal gesteld en door de inrichtingsplannen vertaald naar dynamische, duurzame en diverse parken. Nu de uitvoering van de meeste parken achter de rug is en sommige al meerdere jaren in gebruik zijn, wil men nu een evaluatie van het bekomen resultaat. De parken die de Onderzoekseenheid Landschapsarchitectuur zal evalueren zijn het Burggraaf Frimoutpark van Poperinge, het gemeentepark van Langemark-Poelkapelle, het kasteelpark van Zonnebeke en het Parc communal van Wormhout (Noord-Frankrijk). Hierbij zal er worden ingegaan op de mate waarin de huidige principes van het Harmonisch Park- en Groenbeheer werden meegenomen in het ontwerpproces, de inrichting en zich nog steeds vertalen in het beheer en het gebruik van het park. Bij deze evaluatie hebben we als doel gesteld om de kwaliteiten, knelpunten en behaalde doelstellingen van het park te evalueren, maar evenzeer na te gaan hoe er een betere kwaliteitsgarantie kan ingebouwd worden bij de toekomstige (her)inrichting van openbare parken binnen het kader van Europese projecten. Hierbij zullen enerzijds de Harmonisch Park- en Groenbeheer-pijlers en anderzijds bestaande wetenschappelijke parkevaluatiemethodieken worden ingezet als toetsingskader doorheen het evaluatieproces.

▼[kasteelpark Zonnebeke]

intro | 29


30 | intro


ALTERNATIVE FUTURES IN ZONNEBEKE, PASSENDALE

Harlind Libbrecht

Carl Steinitz, Harvard Graduate School of Design. Coördinator: Harlind Libbrecht Gids ter plaatse: Franky Bostyn Medewerkers: Tess Canfield Joris Vebeken Ruben Joye Virginie Peeters Studenten Banaba: Tars Vermorgen Jeroen Geudens Sanne Spiessens Kim Daems Ruben De Coninck Bert Vantieghem

Een ruimtelijke visie ontwikkelen voor de toekomst van de gemeente Zonnebeke-Passendale ? Een vraag die ons als onderzoeksgroep Landschapsarchitectuur in een dienstverleningsproject werd gesteld. Hoe pakken we dit op een efficiënte manier aan? Het idee groeide om via de methode van de Alternative Futures ontwikkeld door Carl Steinitz een aantal modellen te ontwikkelen voor de toekomst van de gemeente. Eén van de cruciale thema’s in het project is uiteraard het behoud van het erfgoed van de Eerste Wereldoorlog. Hoe is dit ruimtelijk te vertalen en te combineren met een gemeente die verder wil ontwikkelen ? In de drie dagen durende workshop en de verdere uitwerking tijdens een Banaba-project, hebben we een aantal ideeën ontwikkeld. De Methode: Er wordt een gezamenlijk ontwerp gemaakt met alternatieven. Voor de ontwerper kan dit als vrij nieuw overkomen, een gezamenlijk ontwerp, waar de ontwerper vaak als individualist wordt beschouwd… In een eerste stap worden gezamenlijk de belangrijke thema’s gedefinieerd: economie (stedelijke ontwikkeling, industrie), mobiliteit (bereikbaarheid, transport), erfgoed (Eerste Wereldoorlog), landbouw (flexibiliteit), versnippering/ ontsnippering, efficiëntie/duurzaamheid. Elk thema krijgt gedurende de studie een standaard kleur toegewezen, dit maakt de leesbaarheid en de communicatie eenvormig en helder. ▼[omgeving Reutelbeek, Geluveld (Zonnebeke)]

intro | 31


In een tweede stap worden belangengroepen gedefinieerd. Elke deelnemer vertegenwoordigd een belangengroep, en zal vanuit die belangengroep het gezamenlijk project interpreteren en becommentariëren: landbouwers, lokale bestuur, Vlaamse overheid, Toerisme, Erfgoed (UNESCOwerelderfgoed), Trend. Het uitgangspunt: Verdubbelen van bewoning en industrie,

groei van energievraag. Verdubbeling van het jaarlijkse toeristenaantal met twee focussen: herdenking in 2017 en mogelijke erkenning als UNESCOwerelderfgoed in 2030. Elke belangengroep formuleert de voor hem belangrijkste mogelijkheden (zie figuur 1) (alternatieven voor erfgoed). De verschillende mogelijkheden worden ingetekend op transparanten op een eenvormig basisplan (topokaart

of vereenvoudigd basisplan om de leesbaarheid te verhogen). Finaal krijgt elke belangengroep de kans om verschillende visies gepresenteerd op transparanten te combineren (zie figuur 2). Die combinaties geven verschillende toekomstmogelijkheden voor de regio, waar alle sectoren zijn vertegenwoordigd. Het voordeel van de methode is, dat er nooit over iemands ontwerp wordt gediscussieerd, en dat

▼[figuur 1: alternatieven voor erfgoed]

▼[impressie workshop met Carl Steinitz]

32 | intro


▼[figuur 2: combinatie van transparanten tot toekomstvisie]

◄ [figuur 3: waarderingskaarten (landschap en oorlogserfgoed) en zichtkaarten gebruikt als basisinformatie ]

aanpassingen aan voorstellen door toevoegen of verwijderen van een laag na discussie heel eenvoudig gebeurt. Tijdens de verdere uitwerking in het atelier ‘Projecten landschapsontwerp II’ werden alle voorstellen getoetst aan de realiteit van bestaande ruimtelijke plannen en visieplannen vanuit de verschillende sectoren (vb. Windplan van de provincie West-Vlaanderen), data dienden in GIS (Geografisch Informatie Systeem) te worden verwerkt om wijzigingen in het landschap berekenbaar te maken. De door het PWO-onderzoek ‘Van herinnering naar visie’ gemaakte waarderingskaarten (landschap en oorlogserfgoed) en zichtkaarten werden gebruikt als basisinformatie (zie figuur 3). intro | 33


34 | intro


INTERNATIONALE MASTER IN LANDSCHAPSARCHITECTUUR (IMLA) Harlind Libbrecht

De Internationale Master in Landschapsarchitectuur (IMLA ) en onze School of Arts gaan samen in zee. De IMLA is een internationale masteropleiding in landschapsarchitectuur georganiseerd door twee Duitse universiteiten, HfWU Hochschule für Wirtschaft und Umwelt Nürtingen-Geislingen en HSWT Hochschule WeihenstephanTriesdorf. Er werden in het verleden reeds onderhandelingen voor een samenwerking gevoerd, maar die zijn om allerlei redenen toen afgesprongen. Tijdens het voorbije schooljaar werden de contacten met de IMLA vernieuwd door een concrete samenwerking tijdens een internationaal project in Antalya, Turkije . Tijdens het Le Notre- forum van april 2012 werd ik, als coördinator van de heritage- groep van het Forum door de organisatoren van IMLA aangesproken om mee te werken aan een studentenproject op de archeologische site van Sillyon, Antalya, Turkije. De concrete vraag bestond erin om de studenten op de site te begeleiden tijdens hun ontwerpproject. De vraag werd ook gesteld om onze studenten te laten participeren. Organisatorisch was dit toen echter onmogelijk. Met die vraag trok ik naar onze decaan Wim De Temmerman. Uit het gesprek kwam naar voor dat de decaan in het aanbod van het project van de IMLA een belangrijke opportuniteit zag voor onze opleiding.

Het project werd met succes begeleid, de banden werden gesmeed en de gesprekken opgestart voor verdere (definitieve ?) samenwerking. Tijdens het bezoek aan de universiteit van Weihenstephan (München) werden projecten beoordeeld en verdere gesprekken gevoerd voor de concretisering van de mogelijke onderlinge samenwerking. Later op het jaar kregen we ook bezoek in onze School of Arts van IMLAopleidingscoördinator Prof. Dipl.-Ing. Ingrid Schegk. In een heldere presentatie werden nog een aantal onduidelijkheden uit de weg geruimd. Nu zijn we op het punt dat niettegenstaande er nog geen echt sluitend financieel plaatje beschikbaar is, de formele beslissing door Wim De Temmerman werd genomen om deel te nemen aan de IMLA. De studenten werden geïnformeerd over het programma en de deadline voor intake (15 juli 2013) voor de start van het nieuwe programma in september. Nu hangt het van geïnteresseerde, gemotiveerde studenten (toelatingsproef) en de geëngageerde docenten (lessen in het buitenland in het Engels) af, of het IMLA project, dat in Duitsland reeds meer dan tien jaar een succes is, ook voor de opleiding landschaps- en tuinarchitectuur van onze Gentse School of Arts in die lijn verder kan evolueren. ▼[samenwerking tijdens een internationaal project in Antalya, Turkije]

intro | 35


1BLTA - TUIN 38 OMSLOTEN TUIN VELDSTRAAT (MERELBEKE)

42 TER EIKESTRAAT

48 TEN BOSSE

(POEKE)

(FLOBECQ)

Gilles Pieters

Ewout Vanvooren

Bert Alluyn

52 BINNENTUINEN ‘SCHOOL OF ARTS’ (GENT)

Antoine Deroose, Anthony Blanckaert, Evelien De Groote, Michiel Verbauwhede

56 BOUWKUNDIG TEKENEN Bert Alluyn

58 PERSPECTIEFTEKENEN

62 HANDTEKENEN

Anton Storms, Laura Crabeels, Niels De Couvreur, Tom Vandelannoite

Niels De Couvreur, Lara Goethals

64 VORMLEER EN MODELBOUW

Sc

Jonathan Nachtergaele, Quinten Vermeulen, Niels De Couvreur, Michiel Verbauwhede

69 INTERNATIONALISERING: STUDIEREIS ENGELAND

1blta | 37


PROJECTGESTUURD ONTWERPEN 1

OPDRACHTGEVER: privaat LOCATIE: Merelbeke OPPERVLAKTE: 12 are PERIODE: september 2012 - november 2012 -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Door het bezoeken van enkele mooi gestructureerde en omsloten tuinen, worden de studenten al onmiddellijk ondergedompeld in de materie van “het ontwerp”. De eerste opdracht is een gelijkaardige situatie waarbij de student vooral de relatie moet leggen tussen architectuur en de tuinstructuur. Op die manier kan de buitenruimte ontworpen worden als een verlengde van de woonruimten. Het bezoeken van het terrein is dan ook een must om de studenten in te wijden in het ervaren en inventariseren van een ruimte: hoe ervaar je de oppervlakte, wat zijn de bestaande elementen en contextgegevens, waar zitten de probleemsituaties en wat zijn de mogelijkheden van deze woonkavel ?

Straks zullen ze voor de eerste maal proberen om alle analyses te bundelen in een georganiseerd tuingebeuren waarbij vooral de opdrachtgever voldoening zal moeten vinden. De manier waarop alles volgens een volledig nieuwe tekentechniek moet worden voorgesteld, het gebruik dus van de ‘professionele taal’, zal voor de meesten een echte uitdaging zijn. Ook het laten ontstaan van een gezellige ruimte door het toevoegen van ‘massa’ of plantenvolumes in al hun verschijningsvormen, de zogenaamde ‘groenvormen’, is voor iedere student een compleet nieuw denkpatroon.


OMSLOTEN TUIN VELDSTRAAT Johan Carrijn, Nele De Cock, Bart Depestel, Caroline Poullier


Gilles Pieters

►[lengteprofiel schaal 1/200] ▼[grondplan schaal 1/200]

40 | 1blta


10m 2m 0

1blta | 41


PROJECTGESTUURD ONTWERPEN 1

OPDRACHTGEVER: academisch LOCATIE: Poeke OPPERVLAKTE: +/- 23 are PERIODE: november 2012 - januari 2013 -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Het goed leren observeren, inventariseren en analyseren van de context van een opdracht is van zeer groot belang. Bijgevolg functioneert de site-inventaris en –analyse als een essentieel werktuig waarmee de landschapsarchitect de meest geschikte oplossing voor de gegeven site kan uitwerken. Elk tuinontwerp moet een specifieke vorm krijgen aangepast aan de eigen vereisten van de site in kwestie. Derhalve moet het hoofddoel van de inventaisatie en analyse van de context bestaan in het ontdekken

van de “sleutels” of “aanwijzingen” op de site; die moeten de ontwerper tonen hoe hij in zijn ontwerpvoorstel optimaal gebruik kan maken van de positieve aspecten van de context waarbij hij tegelijkertijd de negatieve aspecten kan uitsluiten of tot een minimum beperken.


TER EIKESTRAAT

Johan Carrijn, Nele De Cock, Bart Depestel, Caroline Poullier


Ewout Vanvooren

▼[doorsnede schaal 1/200] ▼ ▼ [grondplan schaal 1/200]

44 | 1blta


0

2m

10m

1blta | 45


Ewout Vanvooren

â–ź [isometrie 1/200]

46 | 1blta


0

0

2m

10m

2m

10m

1blta | 47


PROJECTGESTUURD ONTWERPEN 2

OPDRACHTGEVER: academisch LOCATIE: Flobecq OPPERVLAKTE: +/- 29 are PERIODE: februari 2013 - maart 2013 -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Voor deze opdracht vonden we een statige woning in het prachtige, toen nog wit besneeuwde landschap van de Vlaamse Ardennen……..langs de Franstalige zijde van de taalgrens. Het terrein heeft een sterke helling, niet in het minst in het voortuingedeelte en, samen met de grote oppervlakte zou dit een interessante uitdaging zijn voor de studenten. Het grote hoogteverschil van 3m20 van het straatniveau tot de drempel van de voordeur zou voor heel wat hersengymnastiek zorgen voor de studenten maar de zopas aangebrachte leerstof over trappen, trapformule en specifiek daartoe geëigende materialen, kon hier een prachtige toepassing krijgen. In de lijst van programmapunten vonden deze 1e jaarstudenten heel wat herkenbare en begrijpelijke wensen zoals een moestuin, een compostruimte, een zwembad (het poolhouse was reeds ingeplant) en de vraag naar veiligheid voor de kinderen maar daarnaast toch ook twee bijzondere items die hen hebben verplicht om grondig op zoek te gaan naar informatie. De vrouw des huizes is namelijk fervent bloemschikster in

haar vrije tijd en wou dus regelmatig een boeket uit eigen tuin op tafel kunnen zetten. De echtgenoot daarentegen was steevast van plan om hobby-imker te worden en was dus heel nieuwsgierig om te weten waar hij best zijn bijenhal zou plaatsen. Als dat geen aan elkaar gewaagde hobby’s zijn ! Tijdens het terreinbezoek hebben we uit de mond van meerdere studenten, de gebruikelijke “waw’s” en “amai’s” kunnen horen uit bewondering voor het achterliggende, prachtige landschap. Dat dit een aantal van hen sterk geïnspireerd heeft om voor dit terrein een mooie en sterk genietbare tuin te maken, bewijzen de verschillende knap in elkaar geknutselde maquettes van hun ontwerp. Het inventariseren en analyseren van het grote aanbod aan randfactoren, een plaats geven aan alle programmapunten in een weloverwogen structuurplan en tegelijkertijd rekening houden met de sterke hellingen, hebben gezorgd voor een leerrijk mengsel van vaststellen, verwerken, beslissen, verwerpen en voorstellen


TEN BOSSE

Johan Carrijn, Nele De Cock, Bart Depestel, Caroline Poullier


B er t Alluyn

▼ [lengteprofiel schaal 1/250] ▼▼ [grondplan schaal 1/250]

▼ [doorsnede B-B’ schaal 1/250]

0 50 | 1blta

5m

10m


1blta | 51


PROJECTGESTUURD ONTWERPEN 2

OPDRACHTGEVER: academisch LOCATIE: Gent OPPERVLAKTE: +/- 50 are PERIODE: maart 2013 - mei 2013 -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Het project 4 is het sluitstuk van het eerste jaar. Tijdens deze opdracht worden alle aspecten van het projectgestuurd ontwerpen die in de voorgaande periode aan bod gekomen zijn, nog eens behandeld. Het werken aan een project met een grotere contextuele complexiteit is een eerste verwijzing naar het tweede jaar Landschaps- en Tuinarchitectuur. Gegevens als schaal, historische context, gebruikers, bezoekers, ontsluiting, functionaliteit,

beheer, duurzaamheid, budget, wetgeving, ‌ etc. zullen beperkingen of mogelijkheden geven aan het ontwerpproces. Er werd een ontwerp gevraagd voor een meervoudig gebruik van de binnentuinen van de School of Arts, rekening houdend met de intrinsieke kwaliteiten en de stijlkenmerken van de site.


BINNENTUINEN ‘SCHOOL OF ARTS’

Johan Carrijn, Nele De Cock, Bart Depestel, Caroline Poullier


Antoine Deroose - Anthony Blanckaert - Evelien De Groote - Michiel Verbauwhede 54 | 1blta

▲[vaste plantentuin] ◄[mediterrane tuin] ▼[inkom Lindelaan]

Schets vaste plantentuin

▼[inkom notelaartuin]

Schets inkom Li


â–ź[grondplan binnentuinen]

1blta | 55


Bert Alluyn ▼[grondplan]

56 | 1blta

▼[doorsnede B-B’]


▲[detail trap]

▼ [doorsnede A-A’]

1blta | 57


58 | 1blta

Anton Storms


1blta | 59

Laura Crabeels


60 | 1blta

Niels De Couvreur


1blta | 61

Tom Vandelannoite


62 | 1blta

Niels De Couvreur


1blta | 63

Lara Goethals


64 | 1blta

Jonathan Nachtergaele


1blta | 65

Quinten Vermeulen


66 | 1blta

Niels De Couvreur


Michiel Verbauwhede â–ş [geprikkeld? scan deze QR-code en bekijk het bijhorend filmpje van deze opdracht VOMO]

1blta | 67


68 | 1blta


INTERNATIONALISERING: STUDIEREIS ENGELAND

13 mei - 16 mei 2013 Begeleiders: Johan Carrijn Nele De Cock Bart Depestel Johan Isselée Caroline Poullier

▼ [landschap Sissinghurst, Kent (ENG)]

1blta | 69


▲[Ditchley Park, Enstone (ENG)] ►[Ditchley Park, Enstone (ENG)] ▼[Ditchley Park, Enstone (ENG)]

◄ [Blenheim, Woodstock (ENG)] ▼ [St Catherine’s College, Oxford (ENG)]

70 | 1blta


1blta | 71

â–ź[groepsfoto op terras van Great Maytham Hall, Kent (ENG)]


2BLTA - PUBLIEKE RUIMTE 74 SPEELGROEN

80 TONDELIERPARK EN TRAMBRUGPARK

(DIVERS)

Silke Denolf, Jakoba Heyvaert, Kelly Deleu, Andries De Coninck, Tim De Smet, Elias De Witte

(GENT)

(GENT)

Charlotte Verplancke

Andries De Coninck

92 SEMINARIE LANDSCHAPSPLANNING

96 SEMINARIE STEDENBOUWKUNDE

(ZONNEBEKE-POPERINGE)

(LOTENHULLE)

Astrid Vandeputten, Silke Denolf, Michaël Van Looveren, Kevin Depuydt

Marlies Decruy, Eline Steyaert, Yiqiao Wang

DE LOVIE MET AANDUIDING VAN KASTEEL

84 DE OUDE DOKKEN

88 KUNSTWERKPLAATS DE ZANDBERG (HARELBEKE)

Astrid Vandeputte, Jean Jacques Lobbes, Silke Denolf, Arnaud Rogard

101 INTERNATIONALISERING: STUDIEREIS DUITSLAND-TSJECHIË

CONTAINER - L6058mm x B2438mm x H2591mm

GEESTWAL

AFDAMMING

VIJVER

2blta | 73


PROJECTGESTUURD ONTWERPEN 3

OPDRACHTGEVER: Departement Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE) IN SAMENWERKING MET: Fris in het Landschap, Onderzoekscentrum Kind en Samenleving, Vlaamse Dienst Speelpleinwerk, Agentschap voor Natuur en Bos LOCATIE: divers OPPERVLAKTE: divers PERIODE: september 2012 - november 2012 -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------SPEELGROEN: WAT EN WAAROM Kinderen en jongeren staan open voor natuur! Wie het geluk heeft gehad om tussen het groen op te groeien, kent er ook de intrinsieke waarde van en zal er later anders mee omgaan. In de huidige hoogtechnologische maatschappij vervreemden kinderen en jongeren echter steeds meer van de natuur. Bovendien worden speelruimtes steeds vaker over-gereglementeerde ruimtes die elke zin aan vrij initiatief en avontuurlijkheid beknotten. Het project Speelgroen wil de natuur op een uitdagende wijze dichter bij kinderen en jongeren brengen. De Vlaamse Overheid wil jeugdverenigingen stimuleren en ondersteunen om hun terrein op een avontuurlijke en natuurrijke manier in te richten. Zo kunnen kinderen en jongeren in hun vertrouwde omgeving de natuur ontdekken, beleven en als een belangrijk onderdeel van het leven ervaren. SPEELGROEN MIKT OP 3 ASPECTEN: • Meer speelkansen! Het speelterrein wordt avontuurlijk en bespeelbaar. • Meer kwalitatief groen! Het speelterrein wordt natuur- en milieuvriendelijk aangelegd en beheerd. • Participatie! Leden krijgen inspraak in het ontwerp en worden betrokken bij de uitvoering. De Vlaamse Overheid geeft jeugdverenigingen die hun terrein avontuurlijk en natuurrijk willen inrichten een stevig duwtje in de rug.

Ze lanceerde hiervoor begin 2009 een eerste projectoproep SPEELGROEN. 15 jeugdgroepen zijn volop bezig met de herinrichting van hun terrein. De tweede oproep is intussen ook afgelopen. Hieronder vind je de 15 laureaten van 2010: • • • • • • • • • • • • • • •

Scouts en Gidsen Jan Breydel Nele - De Haan Speelterrein Sterrenhof (KSJ Parsival, Chiro OLVE, VVKSM 28ste Maria Regina, KSA OLVE en Chiro Che) - Edegem Scouts Robrecht De Fries - Kortemark Chiro Kiekeboe Sente - Kuurne Chiro De Schakel Groot-Vorst - Laakdal KSA en VKSJ Denderbelle - Lebbeke Chiro Reinaert - Lochristi Scouts en Gidsen Sint-Kwinten Linden Lubbeek Chiro Mago-Dobo Neeroeteren Maaseik Chiro en KSJ - Overpelt Chiro St-Maria - Turnhout Chiro Overschelde - Wetteren KLJ en Chiro - Wuustwezel Scouts en Gidsen de Zandstuivers Zandhoven Chiro Burlebub en De Robbe Zedelgem

bron tekst: http://www.lne.be/campagnes/ speelgroen


SPEELGROEN

Luc Deschepper, Harlind Libbrecht


76 | 2blta

Silke Denolf - Jakoba Heyvaert - Kelly Deleu - Andries De Coninck - Tim De Smet - Elias De Witte

0

6m

12m


â–˛[grondplan schaal 1/300] 2blta | 77


78 | 2blta

Silke Denolf - Jakoba Heyvaert - Kelly Deleu - Andries De Coninck - Tim De Smet - Elias De Witte


2blta | 79


PROJECTGESTUURD ONTWERPEN 3

OPDRACHTGEVER: Stad Gent LOCATIE: Gent OPPERVLAKTE: +/- 6 ha PERIODE: november 2012 - december 2012 -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Een nieuw woonproject in Gent waar vanuit de groendienst van de stad een insteek gegeven werd tijdens de inleidende excursie door Arnoud De Coen. Het wordt geen alledaags project, auto’s komen niet binnen in de site. Centraal ligt een groot park met inspiratie gevonden in de huidige tijdelijke invulling van volkstuinen en stadsakker. Erfgoed is aanwezig op de site onder de vorm van de gashouders die dienden voor de verlichting van straten in de stad. Die lantaarns werden elke avond aangemaakt door de Tondelier, die man geeft nu zijn naam aan de nieuwe site. Een verwijzing naar het verleden om de identiteit van de nieuwe site mee te bepalen. Voor de

studenten een uitdaging om met elementen te gaan ontwerpen die eerder voor de inhoud dan wel voor de vorm belangrijk zijn. Het gaat om de goede organisatie rekening houdend met de bestaande, mensen van alle culturen samenbrengende functie van de volkstuinen. Overal in de wereld is lokale voedselproductie een aandachtspunt binnen de publieke ruimte, soms onder de vorm van volkstuinen, stadsakkers of community supported agriculture (CSA). Hier in het Tondelierproject blijft het kleinschalig, maar voor de studenten heel belangrijk om de hedendaagse trends binnen de landschapsarchitectuur te volgen en toe te passen in hun projecten.


TONDELIERPARK EN TRAMBRUGPARK Luc Deschepper, Harlind Libbrecht


82 | 2blta

Andries De Coninck


2blta | 83


PROJECTGESTUURD ONTWERPEN 4

IN SAMENWERKING MET: stad Gent LOCATIE: Gent OPPERVLAKTE: +/- 6 ha PERIODE: februari 2013 - maart 2013 -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------De introductie van het project gebeurde in de kantine van ‘De Dokken’ door Marc Pinte van de Dienst Stedenbouw en Ruimtelijke planning van de stad Gent en door Yves Deckmyn van het Stadsontwikkelingsbedrijf Gent. De studenten kregen tijdens een lezing en een rondleiding op de site de nodige informatie om zich een idee te vormen van de rijke industriële geschiedenis van de plek. Enkele van de nog aanwezige getuigen op de site dienden te worden geïntegreerd in de ontwerpen. Sporen, de gele kraan, de betoncentrale (te herbestemmen) en de kaaimuren zijn de belangrijkste elementen in dit deel van de nieuwe ontwikkeling. Via een presentatie van in Europa gerealiseerde waterfront-projecten kregen de studenten

voldoende inspiratie om het project te starten. Net zoals in het project van de Tondelier zijn ook hier tijdelijke ontwikkelingen op de site ontwikkeld. Het dokcafé, het strand en de moestuin zijn hiervan voorbeelden die de studenten als concept konden integreren in de nieuwe plannen. De uitvoering van de nieuwe woonkades was volop in ontwikkeling. Grote, complexe stedelijke ontwikkelingen, waar wonen, winkelen, recreëren, mobiliteit en toerisme een rol spelen, zijn voor de studenten landschapsarchitectuur een grote uitdaging. Het gaat niet steeds om de grote oppervlakte, maar wel om de grote complexiteit die de moeilijkheidsgraad van projecten bepaalt.


DE OUDE DOKKEN

Luc Deschepper, Harlind Libbrecht


Charlotte Verplancke ▼[doorsnede A-A’ schaal 1/750]

▼[doorsnede B-B’ schaal 1/750]

86 | 2blta

▼[structuurplan]


100m 20m 0

â–ź[ontwerpplan schaal 1/2000]

2blta | 87


PROJECTGESTUURD ONTWERPEN 4

IN SAMENWERKING MET: Harelbeke buurtwerking OPDRACHTGEVER: kunstwerkplaats ‘De Zandberg’ LOCATIE: Harelbeke OPPERVLAKTE: +/- 8 are PERIODE: april 2013 - juni 2013 -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------In een oude jongensschool met een typische speel koer heeft kunstwerkplaats De Zandberg zijn plek. Meer dan 30 kunstenaars met een beperking hebben er hun atelierruimte.

• •

De mogelijkheden zijn legio: schilderen, tekenen, keramische sculpturen, grafische technieken, textiele onderzoeken, fotografie, mixed media, beeldhouwen, dansen, experimentele muziek,... Op de site zijn er naast de ateliers ook nog andere functies: • er is ‘artotheek De Zandberg’, waar mensen kunstwerken kunnen huren • er is een buroruimte en vergaderzaal van ‘Kruispunt’ (begeleid wonen) en ‘Maatwerk’ (begeleid werken) • er is een grote zaal (de vroegere turn/ toneelzaal) met vele invullingen: dansatelier, projecten, workshops, tentoonstellingen, ... • er is een nieuwbouw met een polyvalente ruimte waar ‘s middags gegeten wordt, een opwarmkeuken, 2 bergruimtes en een terras dat uitgeeft op de binnenkoer De buurt zal frequent gebruik maken van de nieuwe, polyvalente ruimte om activiteiten te organiseren. Het publiek zijn vooral senioren, die in de buurt wonen, en kinderen en de organisaties: de stedelijke buurtwerking en socioculturele vzw’s. NODEN • meer groen, minder beton • mogelijkheid om te laden en lossen

• • •

aan de ingang van de ateliers en aan de ingang van de grote zaal, maar geen parking toegankelijkheid voor rolwagens de oude klaslokalen (ateliers, bureaus en vergaderruimte) hebben hele grote ramen langs de zuidkant dwz dat het er in de zomer ondragelijk warm kan worden om te werken. Dus zijn er 2 noden. Enerzijds een schaduwsysteem uitwerken voor de grote ramen. Anderzijds de mogelijkheid creëren om buiten individuele werkplekken te hebben. voldoende openheid behouden voor buitenproject met meerdere kunstenaars fietsenstalling een frame / kijkkast / uithangbord / billboard om info voor de buurt op te hangen

DROMEN • een boom • zitbanken • bewegwijzering voor bezoekers • buitenmeubilair voor het terras en de binnentuin • zonneplekken • schaduwplekken • beperkt onderhoud • uitzicht buitenmuren van het gebouw? BRON: Van een speelkoer naar een binnentuin met ruimte voor ontmoeting en artistieke werkplekken: dossier aanleg binnentuin Kunstwerkplaats de Zandberg (2012)


KUNSTWERKPLAATS DE ZANDBERG

Luc Deschepper, Harlind Libbrecht


90 | 2blta

0

2m

10m

Astrid Vandeputte - Jean Jacques Lobbes - Silke Denolf - Arnaud Rogard

â–ź[ontwerpplan schaal 1/200]


▼[zicht vanaf straat door glazen blox]

▼[zicht naar ateliers met groene muur]

▼[zicht naar eetzaal/cafetaria]

2blta | 91


SEMINARIE LANDSCHAPSPLANNING

IN SAMENWERKING MET: PWO onderzoek ‘De Ieperboog van herinnering naar visie’ LOCATIE: Zonnebeke-Poperinge OPPERVLAKTE: divers PERIODE: februari 2013 - mei 2013 -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------PLANGEBIED Het totaalproject bestaat uit vier kasteelparken; Hooghe-Bellewaerde, Herenthage-Veldhoek, Hollebeke en de Lovie. De eerste drie liggen op de Ieperboog, een boogvormig heuvelrug rond de stad Ieper. De Lovie ligt in het Hoppeland van Poperinge, een veel vlakker landschap. AFBAKENING VAN DE OPDRACHT De heuvelrug rond Ieper was voor sommige kasteelheren doorheen de tijd dé plaats om een kasteel te bouwen met bijpassend park. In de 19e eeuw sprongen de kasteelparken als paddenstoelen uit de grond. De streek floreerde. Toen kwam Wereldoorlog 1 voorbij als een alles verwoestende plet wals, deze kasteelparken maakten het heetst van de strijd mee aangezien ze door hun ligging ten opzichte van Ieper van strategisch belang waren. Ieper was immers het laatste obstakel dat de Duitsers ervan weerhield door te stoten richting Parijs… Van vele kasteelparken wordt er tot op de dag van

vandaag niet meer dan enkele stenen terug gevonden... Een belangrijke eerste stap in deze opdracht is het begrijpen van de diverse tijdslagen (de geest van de tijd versus de architecturale manifestatie van het park/landschap). Als tweede grote stap wordt er gezocht naar het voorstellen van het volledige verhaal van de kasteelparken. Dit met het oog op oorlogstoerisme dat tijdens de herdenking van 100 jaar Groote Oorlog de streek zal bezetten, alsook het toerisme dat er tijdens andere perioden floreert. Het is de bedoeling dat deze mensen ook eens een andere tijdslaag te zien krijgen dan enkel die van de vernietiging... Belangrijke onderzoeksvragen zijn dus: hoe kunnen bepaalde structuren terug worden aangetoond? Hoe kan je een bepaald verhaal vertellen? Worden dit permanente of tijdelijke structuren/verhalen? Hoe zal deze route evolueren in de tijd?


KASTEELPARKEN IEPERBOOG Pieter Foré, Harlind Libbrecht


.... - 1912

JULIUS VAN MERRIS

CHINESE POORT

BARAK

RODE DREEF 1864-1938

GRONDPLAN

JAGERSGROT IJSKELDER


DE LOVIE MET AANDUIDING VAN KASTEEL

Astrid Vandeputte - Silke Denolf - Michaël Van Looveren - Kevin Depuydt

INTERIEUR

CONTAINER - L6058mm x B2438mm x H2591mm

GEESTWAL

VIJVER

AFDAMMING


SEMINARIE STEDENBOUWKUNDE

OPDRACHTGEVER: academisch LOCATIE: Lotenhulle (Aalter) OPPERVLAKTE: +/- 8 ha PERIODE: februari 2013 - mei 2013 -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------De projectzone is gelegen in Lotenhulle nabij de grens met Poeke, beiden deelgemeenten van Aalter. Poeke en Lotenhulle worden in het Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan beschouwd als twee afzonderlijke woonkernen, waartussen een specifieke relatie bestaat onder de vorm van het kasteelpark van Poeke. Dit kasteelpark zorgt enerzijds voor een ruimtelijke scheiding tussen de twee kernen, maar creëert anderzijds een ruimtelijk aaneengesloten geheel dat zich onderscheidt van de omliggende open ruimte. Het projectgebied werd in het gewestplan ingekleurd als woonuitbreidingsgebied, en wordt begrensd door volgende straten: • O: Lomolenstraat • W: Poekestraat • Z: Kasteelstraat Gezien ruimte een schaars goed is, springt Vlaanderen hiermee zorgvuldig en duurzaam om. Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen schuift dan ook specifieke woondichtheden naar voor bij het ontwikkelen van nieuwe woonomgevingen. In het stedelijk gebied bedraagt dit 25 woningen per hectare, voor kernen van het buitengebied - zoals hier het geval - wordt 15 woningen per hectare als minimum gehanteerd. Het projectgebied in deze oefening bedraagt ongeveer 8ha. Voor het bereiken van de sociale huisvestingsnorm dient minstens 25% uit sociale woningen te bestaan.

Bij de uitwerking van dit project dienen de randvoorwaarden opgelegd in het Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan (GRS Aalter) opgevolgd te worden, en verwerkt in jullie ontwikkelingsvisie: […] In de toekomst kan dit woonuitbreidingsgebied gedeeltelijk ontwikkeld worden, met respect voor de natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten ervan. Structuurbepalende en identiteitsbepalende elementen dienen maximaal behouden te blijven (voetwegen, oude trambedding) en belangrijke zichten (o.m. vanuit de Kasteelstraat en de Lomolenstraat) dienen open gehouden te worden. Het groen moet substantieel zijn en mag niet herleid worden tot restgroen. De relatie tussen het gebied en de omgeving is hierbij essentieel. De ontwikkeling van het gebied moet passen binnen een globaal inrichtingsplan of stedenbouwkundig ontwerp. […] (Grontmij Belgroma (2003). Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan Aalter. p.122) […] Hierbij moet rekening gehouden worden met de landschappelijke waarde van het binnengebied, en de mogelijke ruimtelijke verbinding die kan gelegd worden met het kasteelpark van Poeke. […] (Grontmij Belgroma (2003). Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan Aalter. p.161)


KWALITEITSVOLLE WOONINBREIDING POEKESTRAATLOMOLENSTRAAT Rik De Vis, Ruben Joye


98 | 2blta

Marlies Decruy - Eline Steyaert - Yiqiao Wang


â–ź [ontwerpplan]

2blta | 99


100 | 2blta


INTERNATIONALISERING: STUDIEREIS DUITSLANDITALIË

CULTUUR- RIVIER- EN STADSLANDSCHAPPEN AAN DE ELBE,DE HAVEL EN DE NEISSE. HET GEORDEND LANDSCHAP VAN PETER JOZEPH LENNÉ, FRANZ VON ANHALT-DESSAU EN HERMANN PÜCKLERMUSKAU. 15 mei - 23 mei 2013 Begeleiders: Stefanie Delarue Rik De Vis Ruben Joye

▼ [Internationale Gartenschau (IGS) 2013, Hamburg (DE)]

▲ [Garten Von Herrenhausen, Hannover (DE)] ►[Internationale Gartenschau (IGS) 2013, Hamburg (DE)]

▲[Internationale Gartenschau (IGS) 2013, Hamburg (DE)]

2blta | 101


â–ź[Internationale Gartenschau (IGS) 2013, Hamburg (DE)]

102 | 2blta


2blta | 103


◄ [schetsoefening rivierenlandschap Elbe, Dömitz (DE)] ▼ [HafenCity, Hamburg (DE)]

►[Pflanzen und Blumen, Hamburg (DE)] ▼[stadswandeling, Berlijn (DE)]

▼[Gleisdreieck Park, Berlijn (DE)]

104 | 2blta


2blta | 105


◄ [fietstocht, Berlijn (DE)] ▼ [Wallenstein tuin, Praag (CZ)]

▲[Karl Foerster Garten, Potsdam (DE)] ◄[Muskauer Park, Branitz (DE)] ▼[boottocht Havel, Potsdam (DE)]

106 | 2blta


2blta | 107


3BLTA - STAGE & BACHELORPROEF 110 BACHELORPROEF, ZORGCENTRUM TE HAKENDOVER (TIENEN)

118 BACHELORPROEF, ZORGCENTRUM TE HAKENDOVER (TIENEN)

Bart Van de Velde

Thomas Wolfs

121 INTERNATIONALISERING: STUDIEREIS BARCELONA

3blta | 109


GRAFISCH EINDWERK (BACHELORPROEF)

OPDRACHTGEVER: stichting Marguerite-Marie Delacroix LOCATIE: Tienen-Hakendover OPPERVLAKTE: +/- 10 ha PERIODE: september 2012 - juni 2013 -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------De Bachelorproef is een grafische ontwerpopdracht van formaat met betrekking tot de publieke en semi- publieke ruimte. De opdracht beoogt zowel de groepsdynamiek als het zelfstandig functioneren van onze studenten te ontwikkelen. De procesmatige aanpak i.v.m. schaalinleving op macro- , meso- en microniveau en het stimuleren van een integrale ontwerpmethodiek moet onze studenten in staat stellen een professioneel dossier met een overtuigende , consistente en realistische ontwerpvisie uit te werken naar de gangbare Europese normen van het vakgebied Landschaps- en Tuinarchitectuur.

Een belangrijke uitdaging voor onze studenten bestaat hierin, de grote hoeveelheid aan informatie o.a. beleidsvisies , plannen, voordrachten , nota’s, flankerende lessen, literatuur, digitale informatie, terreinanalyses, referentieprojecten enz… omtrent de verschillende aspecten van de projectopgave en aanverwante te ‘assimileren’ en te leren ‘hoe’ daarmee om te gaan in de praktijk. De student dient voor deze academische opdracht te kiezen voor een duurzaam, ruimtelijk en kwalitatief domeinconcept met innovatieve zorg - zintuinen en natuurbeleving.


VORM GEVEN AAN ZORG: ZORGCENTRUM TE HAKENDOVER Rik De Vis, Harlind Libbrecht


Bart Van de Velde


3blta | 113


114 | 3blta

Bart Van de Velde


â–ź [beplantingsplan]

3blta | 115


Bart Van de Velde 116 | 3blta

â–ź [detailbeplantingsplannen]


3blta | 117


118 | 3blta

Thomas Wolfs


3blta | 119


120 | 3blta


INTERNATIONALISERING: STUDIEREIS BARCELONA

15 oktober 2012 - 19 oktober 2012 Begeleiders: Dirk Baele Harlind Libbrecht

▲[Plaça Villa de Madrid, Barcelona (ES)] ◄[Plaça Villa de Madrid, Barcelona (ES)] ▼[impressie, Barcelona (ES)]

3blta | 121


▲[zicht over Barcelona vanaf ‘Carrer de Mühlberg’, Barcelona (ES)] ▼[zicht op de ‘Carrer de Mühlberg’, Barcelona (ES)]

▲[Museo Fundación Vila-Casas, Barcelona (ES)] ◄[Colònia Güell, Santa Coloma de Cervelló (ES)] ▼[amfitheater in parkengordel montjuic, Barcelona (ES)]

122 | 3blta


3blta | 123

▼[zicht over Barcelona vanaf ‘Carrer de Mühlberg’, Barcelona (ES)]


BANABA Point of Interest LANDSCHAPSONTWIKKELING

luit: algemene doelstellingen

NAVO132 reservevliegveld 126 LANDSCHAPSANALYSE IN FUNCTIE VAN DE NIEUWE DYNAMIEKEN OP HET PLATTELAND: Natuurlijk Alternatief Voor Overbodig reservevliegveld ROUTE: ‘PASSENDALE 1917, DE LEGACY’ STROOMGEBIED SPLENTERBEEK – EDE (ZONNEBEKE)

Co

Vliegveld(STROOMGEBIED wordt landschapshaven SPLENTERBEEK EN DE EDE, MALDEGEM-KNESSELARE)

Jana Colpaert, Jeroen Geudens, Lander Wantens

138 ZONNEBEKE-PASSENDALE ALTERNATIVE FUTURES (ZONNEBEKE)

Ruben De Coninck, Jeroen Geudens, Sanne Spiessens

66

Dolf Imbrechts, Sanne Spiessens, Maarten Rosschaert, Lise Verhaeghe

GESTROOMLIJND LANDSCHAP | BOVENLOOP VAN DE ED

39

BaL | 125


PROJECTEN LANDSCHAPSONTWERP I

IN SAMENWERKING MET: PWO onderzoek ‘De Ieperboog van herinnering naar visie’ LOCATIE: Zonnebeke OPPERVLAKTE: +/- 1400 ha PERIODE: september 2012 - november 2012 -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Met het masterplan ‘The Legacy of Passchendaele’ beoogt de gemeente Zonnebeke een internationaal toeristische ontsluiting van het monumentale en landschappelijke erfgoed van de Slag van Passendale. Het plan concentreert zich rond drie grote actiepunten: (1)toeristischrecreatieve routevorming (met o.m. drie wandellussen), (2) ontsluiting van oorlogssites (met o.m. diverse bunkers en een ‘Passchendaele Memorial Park’) en (3) een uitbreiding van het bezoekersonthaal. Het project ontsluit eerdere realisaties zoals het Bezoekerscentrum Tyne Cot Cemetery en het Memorial Museum Passchendaele 1917. Het museum met omliggend parkdomein wordt verder ontwikkeld en uitgebreid als centraal instappunt voor de Slag van Passendale. Bedoeling is de ‘legacy’ (‘erfenis’) van de slag van Passendale zoveel mogelijk te bewaren en verbinden tot één geheel, dat terdege ontsloten is voor zowel wandel-, fiets- als autotoeristen. Duurzame ontwikkeling betekent hierbij dat de verschillende onderdelen van het project zo goed mogelijk in het landschap worden ingepast en meer nog, dat het totaalconcept ook bijdraagt tot een betere zorg voor het landschap. De kern van het studiegebied bevindt zich aan het kasteeldomein van Zonnebeke. Het domein wordt aanzienlijk uitgebreid, en van daaruit vertrekken twee routes

die de naam ‘de legacy of Passchendaele’ kregen. Deze routes beslaan grosso modo de hele oppervlakte van de deelgemeentes Zonnebeke en Passendale. Het doel van deze opdracht is het analyseren van de landschapsstructuur van de ruime omgeving van de route. De route wordt opgedeeld in een noordelijke en een zuidelijke lus. In groepsverband wordt één van deze routes geanalyseerd en de omgeving bestudeerd. In de opdracht wordt onderzocht wat de relatie is tussen (oorlogs-) erfgoed en landschap, of hoe de relatie tussen erfgoed en landschap kan worden versterkt. INVENTARIS & ANALYSE • Inventaris van landschapselementen en –structuren • Ruimtelijke analyse van het studiegebied ONTWERP Het gedeelte ontwerp in deze opdracht bestaat erin een aantal referentievoorbeelden te presenteren waar erfgoed het landschap mee gaat vormen, waar erfgoed de identiteit van een omgeving mee gaat bepalen. Een zoektocht naar locaties voor bezoekersinfrastructuur wordt ondernomen.


LANDSCHAPSANALYSE IN FUNCTIE VAN DE ROUTE: ‘PASSENDALE 1917, DE LEGACY’ Harlind Libbrecht


ding & II.

Jana Colpaert - Jeroen Geudens - Lander Wantens

▼[Buttes New British Cemetery]

Wereldoorlog I

OORLOGSLANDSCHAPPEN In onze opdracht spelen verschillende hoofdrolspelers mee, die elk een andere beleving van het landschap kennen. We kunnen hierbij onderscheid maken tussen de objectieve waardering van het landschap en het subjectieve beleven van het landschap.

De waardering van het landschap bestaat uit een aantal landschappelijke indicatoren: • De natuurlijkheid van het landschap Gedenkzuil 85th Canadian Infantry Battalion • Horizonvervuiling Buttes New Division] British Cemetery • Reliëf Gedenkzuil Royal Artillery Division ▼[Gedenkzuil 7th 7th Royal Artillery Tyne Cot Cemetery • Geluidsbelasting • Graad van stedelijkheid • Historische kenmerkendheid • Voor elke persoon zullen deze kenmerken een andere invulling krijgen naargelang de graad van waardering. Door deze indeling ontstaat een subjectieve beleving van het landschap.

128 | BaL

Wereldoorlog I

Deze beleving hangt ook af van een aantal factoren: • De gevoelens die een landschap bij een persoon oproepen • De binding die een persoon heeft met het landschap of een streek • De historische inleving in het landschap • De visuele appreciatie van het landschap • Het gebruik van het landschap • De behoeftes & voorkeuren die een persoon kan uitspreken over een Gedenkmuur 77e, 114e & 135e Franse Infanterieregiment landschap Aan de hand van deze kunnen Dochy Farmfactoren New British Cemetery we een overzicht geven van de ‘belevingsgraad’ van bepaalde personen tav het landschap. Voor deze analyse gaan we uit van 4 gebruikers: De landbouwers, de inwoners van de streek, de (oorlogs) toeristen en de passanten (pendelaars, personen op doorreis,...)

▼[overzicht van alle relicten met aanduiding van de 2 Duitse stellingen Flandern I & II]


▼[waarderingskaarten beleving]

ELEVING

Om het landschap leesbaar te maken voor alle gebruikers en hen een optimale belev de karakteristieke kenmerken van een landschap te versterken en te beschermen. V bepaalde groene lijninfrastructuren heraan te planten, zodat onder andere de beek historische context kan versterkt worden door bepaalde zichten te benadrukken, b uitkijkpunten, of het creëren van ‘coulissen’ in het landschap. De toegangswegen ku ven, zoals op enkele historische kaarten te zien is. Nieuwe woon- en KMO-zones wo een zekere afstand van historische relicten ingeplant. De landbouw is door schaalv factor, waardoor een terugkeer van vele landschappelijke elementen uit den boze is. sen die ongeschikt zijn voor landbouw, deze natuurwaarden geoptimaliseerd word geven van het vroegere boccagelandschap, dat niet enkel historisch maar ook ecolo

BELEVING Om het landschap leesbaar te maken voor alle gebruikers en hen een optimale beleving te waarborgen, is het van belang de karakteristieke kenmerken van een landschap te versterken en te beschermen. Voor ons projectgebied kan dit door bepaalde groene lijninfrastructuren heraan te planten, zodat onder andere de beekvalleien weer zichtbaar worden. De historische context kan versterkt worden door bepaalde zichten te benadrukken, bijvoorbeeld

door het installeren van uitkijkpunten, of het creëren van ‘coulissen’ in het landschap. De toegangswegen kunnen heraangeplant worden als dreven, zoals op enkele historische kaarten te zien is. Nieuwe woon- en KMO-zones worden bij voorkeur gebundeld, en op een zekere afstand van historische relicten ingeplant. De landbouw is door schaalvergroting nog steeds de dominante factor, waardoor een terugkeer van vele landschappelijke elementen uit den boze is. Toch kunnen op verscheidene plaatsen

imale beleving te waarborgen, is het van belang chermen. Voor ons projectgebied kan dit door ere de beekvalleien weer zichtbaar worden. De drukken, bijvoorbeeld door het installeren van gswegen kunnen heraangeplant worden als dreO-zones worden bij voorkeur gebundeld, en op oor schaalvergroting nog steeds de dominante en boze is. Toch kunnen op verscheidene plaatiseerd worden om op zijn minst een indruk te r ook ecologisch interessant is.

die ongeschikt zijn voor landbouw, deze natuurwaarden geoptimaliseerd worden om op zijn minst een indruk te geven van het vroegere boccagelandschap, dat niet enkel historisch maar ook ecologisch interessant is. Om de beleving voor alle gebruikers te optimaliseren, moeten de intrinsieke natuurlijke waarden en kenmerken van het landschap geaccentueerd worden. Van groot belang hierbij zijn de beekvalleien. Deze natuurlijke structuren BaL | 129


TAALCONCEPT Jana Colpaert - Jeroen Geudens - Lander Wantens

zijn door de schaalvergroting in de landbouw haast de enige natuurlijke landschappelijke elementen waar nog de ruimte is om interventies te doen. Daarnaast zijn er nog enkele lijnstructuren die de moeite zijn om mee op te nemen in het plan. Doel is om bepaalde panorama’s te vrijwaren van verstoringen, en te verbeteren door het boccagelandschap te herstellen waar mogelijk. Ook enkele gerichte vista’s op bepaalde historische relicten kunnen beter gekadreerd worden, eventueel door een opwaardering van de directe omgeving, zodat ze beter opvallen in het landschap. Ook enkele toegangswegen kunnen beter historisch ingevuld worden door het heraanplanten van de dreefstructuren die op de kaarten van Ferraris zichtbaar zijn. Zo creër je terug echte ‘poorten’ naar het centrum van Zonnebeke, en valt de verlinting rond deze wegen minder hard op.

◄ [totaalconcept]

ROUTEBESCHRIJVING weg te verkrijgen, is er misschien de Op het begin van de Tyne Cotstraat merk mogelijkheid om een bomenrij opnieuw je op dat het reliëf terug begint te stijgen. aan te planten. Zo wordt het zicht Het zicht naar de helling toe is redelijk automatisch meer naar de beekvallei Op beperkt, het begin vanmaar de Tyne Cotstraatde merkbeekvallei je op dat het reliëf terug begint te stijgen. richting gestuurd. Het zicht naar de helling toe is redelijk beperkt, maar richting de beekvallei biedt het biedt het een mooi uitzicht op enkele een mooi uitzicht op enkele kleine landschapselementen zoals knotwilgen, solitairen, kleine landschapselementen zoals Tyne Cot Cemetery strekt zich populierenrijen, en meidoorn- en bramenhagen. Om ietsVoor meerhet geslotenheid langssolitairen, populierenrijen, verderopnieuw uit en krijg je misschien heenknotwilgen, de weg te verkrijgen, is er misschien de mogelijkheidde omvallei een bomenrij aan en te planten. Zo wordten het zicht automatisch meer de beekvallei gestuurd. panoramische zicht meidoornbramenhagen. Omnaar wel het breedste iets meer geslotenheid langsheen de gedurende de hele wandeling. Zowel van

ROUTEBESCHRIJVING

op41 de weg als op het kerkhof merk je nu zeer goed het microreliëf op. De meeste akkers zijn begroeid met laagblijvende gewassen, zodat het zicht niet verstoord wordt. Enkel een windbuffer van maïs zorgt voor een beperkt zicht voor een gedeelte van het kerkhof, maar hier zijn al betonnen sokkels geplaatst waardoor je boven de maïs uitkijkt.

▼[begin van de Tyne Cotstraat]

130 | BaL

59


▼[zicht vanaf Tyne Cot Cemetery]

Point of Interest ▼[simulatie ‘point of interest’]

Referentiebeelden Referentiebeelden

61

66

▼[referentiebeelden]

BaL | 131


PROJECTEN LANDSCHAPSONTWERP I

OPDRACHTGEVER: Provinciebestuur Oost-Vlaanderen LOCATIE: stroomgebied van de Splenterbeek en de Ede (Maldegem-Knesselare) OPPERVLAKTE: +/- 2500 ha PERIODE: november 2012 - december 2012 -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------In het kader van het door de provincie Oost-Vlaanderen geïnitieerde project ‘Gestroomlijnd landschap’ worden voorstellen geformuleerd voor een duurzame ontwikkeling van de vallei van de Splenterbeek en de Ede, in het noorden van de provincie. De voorstellen moeten tot inspiratie dienen voor een geïntegreerde benadering van het landschap in de regio. De bedoeling van dit project is om door middel van ontwerpend onderzoek creatieve ideeën naar voor te brengen om de landschappelijke, ruimtelijke ontwikkeling in het gebied Splenterbeek-Ede nieuwe impulsen te geven.

Uitgaande van de bestaande visies voor het gebied bevat ze opties, aanbevelingen en aandachtspunten voor een innovatieve geïntegreerde aanpak. Hierbij wordt niet gestreefd naar een eng keurslijf van bestaande instrumentaria, maar kunnen allerhande creatieve ideeën hun plaats vinden. Speciale aandacht gaat uit naar het agrarisch gebied en meer specifiek de beeldkwaliteit van nieuwe vormen van agrarische bedrijfsvoering, zoals paardenhouderij.


NIEUWE DYNAMIEKEN OP HET PLATTELAND: STROOMGEBIED SPLENTERBEEK – EDE

Sylvie Van Damme, Harlind Libbrecht


Ruben De Coninck - Jeroen Geudens - Sanne Spiessens

▼[situering binnen de traditionele landschappen (M. Antrop)]

Analyse

Ove

▼[overzichtskaart analyse] Traditionele Landschappen – Antrop | Zandstreek buiten de Vlaamse Vallei

134 | BaL

GESTROOMLIJND LANDSCHAP | BOVENLO


Analyse

Landschapstype

▼[bron- en hellingsbossen]

▼[bron- en hellingsbossen]

Analyse

Bron- & Hellingsbossen

▼[dreven vormen een drevenlandschap]

Analyse ▼[dreven vormen een drevenlandschap]

GESTROOMLIJND LANDSCHAP | BOVENLOOP VAN DE EDE

Bron- & Hellingsbossen GESTROOMLIJND LANDSCHAP | BOVENLOOP VAN DE EDE

Analyse ▼[drevenlandschap a.d.h.v. houtkanten]

Drevenlandschap adhv bomenrijen

OOP VAN DE EDE

La ▼[drevenlandschap a.d.h.v. houtkanten]

GESTROOMLIJND LANDSCHA

Analyse Analyse ▼[drevenlandschap a.d.h.v. houtkanten]

▼[drevenlandschap a.d.h.v. houtkanten]

Drevenlandschap adhv houtkanten Drevenlandschap adhv bomenrijen

GESTROOMLIJND L

BaL | 135


Ruben De Coninck - Jeroen Geudens - Sanne Spiessens

Mozaïeklandschap

Water

Bosuitbreiding en drevenversterking

Concept

▼[concept bosuitbreiding en drevenversterking]

Concept

▼[uitbreiden bronbossen en ontwikkeling onderlinge corridors]

▼[vernatting bosgebied, vertraagde afvoer, wateropvang] LANDSCHAP | BOVENLOOP VAN DE EDE Uitbreiden bronbossen en ontwikkeling onderlingeGESTROOMLIJND corridors

N Water ▼[visualisatie overloopgebieden]

GESTROOMLIJND LANDSCHAP | BOVENLOOP VAN DE EDE Vernatting bosgebied, vertraagde afvoer, wateropvang

Na Vli

Overl

GESTROOMLIJND LANDSCHAP | BOVENLOOP VAN DE EDE

136 | BaL

GESTROOMLIJND LANDSCHAP | BOVENLOOP V


Natuurlijk Alternatief Voor Overbodig reservevliegveld

▼[omvorming NAVO-reservevliegveld tot ‘Natuurlijk Alternatief Voor Overbodig reservevliegveld’]

NAVO reservevliegveld

C

atuurlijk Alternatief Voor Overbodig reservevliegveld iegveld wordt landschapshaven

GESTROOMLIJND LANDSCHAP | BOV

▼[visualisatie omvorming reservevliegveld]

BaL | 137

GESTROOMLIJND LANDSCHAP | BOVENLOOP VAN


PROJECTEN LANDSCHAPSONTWERP II

OPDRACHTGEVER: academisch LOCATIE: Zonnebeke OPPERVLAKTE: +/- 2000 ha PERIODE: februari - maart 2013 -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Dit project werd geïntroduceerd door een workshop rond ‘Alternative futures’ met landschapsarchitecten Carl Steinitz en Tess Canfield (zie introductietekst pg. 31). Het beoogde tot coherente concepten te komen voor de ruimtelijke ontwikkeling van het dorp Zonnebeke, met de nadruk op recreatie, landbouw, wonen, industrie, natuur en erfgoed.


ZONNEBEKE-PASSENDALE ALTERNATIVE FUTURES

Harlind Libbrecht, Sylvie Van Damme


Dolf Imbrechts - Sanne Spiessens - Maarten Rosschaert - Lise Verhaeghe

Habitatrichtlijn en Grote Eenheden Natuur (GEN) (GIS Vlaanderen)

a. Groenstructuur

Het▼[groenstructuur] Polygoonbos en Reutelbos zijn beide volledig habitatrichtlijngebied enGEN] deels aangedu ▼[habitatrichtlijngebied en Eenheden Natuur (GEN) binnen het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN) (zie Figuur 7).

OverstromingsOverstromings-en enerosiegevoeligheid erosiegevoeligheid(Strubbe (Strubbeetetal., al.,2008 2008&&GIS GISVlaanderen) Vlaanderen) Het Hetgrondgebied grondgebiedvan vanZonnebeke Zonnebekeisisiningrote grotelijnen lijnenaangegeven aangegevenals alsmogelijks mogelijksoverstromingsgevoelig overstromingsgevoeligen en erosiegevoelig erosiegevoelig(zie (zieFiguur Figuur88en enFiguur Figuur9). 9).Deze Dezegevoeligheden gevoelighedensitueren situerenzich zichvoornamelijk voornamelijklangs langsde de beken. beken. Dit Dit kan kan een een extra extra motivering motivering zijn zijn om om de de beekvalleien beekvalleien effectief effectief uit uit tete voeren. voeren. Door Door de de natuurlijke natuurlijkebegroeiing begroeiingrond rondde debeken bekenworden wordende deoevers oeversop opeen eennatuurlijke natuurlijkemanier manierverstevigd verstevigden en vastgehouden, vastgehouden,wat waterosie erosievoorkomt. voorkomt.De Demogelijk mogelijkoverstromingsgevoeligeoverstromingsgevoelige-en enslecht slechtgedraineerde gedraineerde gronden grondenzouden zoudeninteressant interessantkunnen kunnenzijn zijnals alsnatte nattegraslanden graslandenaanpalend aanpalendaan aande debeken. beken. ▼[overstromingsgevoelige gebieden]

Figuur Figuur8:8:Overstromingsgevoelige Overstromingsgevoeligegebieden gebieden

140 | BaL

Figuur 7: Habitatrichtlijngebied en GEN ▼[erosiegevoelige gebieden]

5

Figuur Figuur9:9:Erosiegevoelige Erosiegevoeligegebieden gebieden


▼[recreatieve structuur]

▼[landschappelijke structuur] c. Landschappelijke structuur

b. Recreatieve structuur

d. Woonstructuur

Huidige situatie De woonstructuur wordt, zoals reeds eerder vermeldt, gekenmerkt door lintbebouwing en versnipperde bebouwing in het agrarische gebied. Dit heeft ervoor gezorgd dat de bestaande grotere (doch beperkte) woonkernen geen concentrische uitbreiding hebben gekend, maar eerder stervormig, met vele uitlopers 15

Toekomstvisie

▼[toekomstige woonstructuur]

e. Economische structuur

▼[economische structuur] 20

30

Verdere verlinting en versnippering in het buitengebied moeten absoluut worden geweerd. In het vorige hoofdstuk is hier reeds uitgebreid voor geijverd. Wel hebben we gezocht naar enkele mogelijke nieuwe uitbreidingsgebieden, naast de reeds bestaande die in het gewestplan staan

BaL | 141


Dolf Imbrechts - Sanne Spiessens - Maarten Rosschaert - Lise Verhaeghe

vaste projecten te doen. Dit kan enkel mits goede beheerovereenkomsten met de plaatselijke fronten in combinatie met de ‘Legacy’. Akkergronden zijn uiterst geschikt om tijdelijk/periodieke/of landbouwers tot stand komen. vaste projecten te doen. Dit kan enkel mits goede beheerovereenkomsten met de plaatselijke Mogelijke locaties voor het toepassen van de volgende concepten zijn dus gelegen langs deze landbouwers tot stand komen. Uitgangssituatie: landbouwgronden, fronten, wandeling fronten in combinatie met de ‘Legacy’. Akkergronden zijn uiterst geschikt om tijdelijk/periodieke/of ‘the goede Legacy’beheerovereenkomsten met de plaatselijke vaste projecten te doen. Dit kan enkel mits Uitgangssituatie: landbouwgronden, fronten, wandeling landbouwers tot stand komen. Mogelijke locaties voor het toepassen van‘the deLegacy’ volgende concepten zijn dus gelegen langs deze fronten in combinatie met de ‘Legacy’. Akkergronden zijn uiterst geschikt om tijdelijk/periodieke/of Uitgangssituatie: landbouwgronden, fronten, wandeling vaste projecten te doen. Dit kan enkel mits goede beheerovereenkomsten met de plaatselijke ‘the Legacy’ landbouwers tot stand komen. Uitgangssituatie: landbouwgronden, fronten, wandeling ‘the Legacy’ Wanneer er geen massa in de velden staat kunnen de fronten zichtbaar gemaakt worden door: Wanneer er geen massa in de velden staat kunnen de fronten zichtbaar aanplant gemaakt wordenvast door: - houtkant - akkerrand periodiek Wanneer er geen aanplant massa in de velden staat kunnen de - houtkant vast - kunstproject tijdelijk fronten zichtbaar gemaakt wordenperiodiek door: - akkerrand - uitzichtpunt vast - kunstproject tijdelijk - houtkant aanplant vast - uitzichtpunt vast Wanneer er geen massa in de velden staat kunnen de - akkerrand periodiek fronten zichtbaar gemaakt wordentijdelijk door: - kunstproject uitzichtpunt vast -- houtkant aanplant vast Wanneer er massa aanwezig is in de omgeving kunnen - akkerrand periodiek de fronten zichtbaar gemaakt worden door: - kunstproject tijdelijk Wanneer er massa aanwezig is in de omgeving kunnen uitzichtpunt vastdoor: de fronten zichtbaar gemaakt worden -- "poppy" aanplant tijdelijk - Mais-zichtassen tijdelijk Wanneer er massa aanwezig is in de omgeving kunnen - "poppy" aanplant tijdelijk - bloeirijke akkerrand periodiek de fronten zichtbaar gemaakt worden door: - Mais-zichtassen tijdelijk - bloeirijke akkerrand periodiek - "poppy" aanplant tijdelijk Wanneer er massa aanwezig is in de omgeving kunnen - Mais-zichtassen tijdelijk de fronten zichtbaar gemaakt worden door: - bloeirijke akkerrand periodiek Wanneer er geen massa aanwezig is in de omgeving - "poppy" aanplant tijdelijk kunnen de boeren hun afval/oogst langs deze strook - Mais-zichtassen tijdelijk Wanneer er geen massa aanwezig is in de omgeving tijdelijk leggen: bloeirijke akkerrand periodiek kunnen de boeren hun afval/oogst langs deze strook tijdelijk - leggen: Takkenwal vast Wanneer er geen massa aanwezig is in de omgeving - Diverse groenten periodiek kunnen de boeren hun afval/oogst vast langs deze strook - Takkenwal (wachtend op transport) tijdelijk - leggen: Diverse groenten periodiek - Hooi-strobalen tijdelijk (wachtend op transport) Wanneer er geenproject massa aanwezig is in de omgeving - Creatief met tijdelijk Takkenwal vast - Hooi-strobalen tijdelijk kunnen de boeren hun afval/oogst langs deze strook - lokaal Diversemateriaal groenten periodiek - leggen: Creatief project met tijdelijk tijdelijk (wachtend op transport) lokaal materiaal 37 -- Hooi-strobalen tijdelijk Takkenwal vast -- Creatief project met tijdelijk 37 Diverse groenten periodiek lokaal materiaal (wachtend op transport) -

Hooi-strobalen Creatief project met lokaal materiaal

tijdelijk tijdelijk

37

37 142 | BaL


4. Besluit: algemene doelstellingen

▼[synthesekaart]

we hiervoor voldoende beschermende maatregelen nemen, om zo haar kwaliteiten te kunnen laten primeren op economische waarde van het ‘benutten’ van deze ruimte. Hiervoor moeten we op zoek gaan naar deze kwaliteiten in meerdere functies van open ruimte (recreatie, biodiversiteit, erfgoed, enz.) om het draagvlak zo groot mogelijk maken, om op deze manier hier ook een economisch voordeel uit te halen. Hier hebben we duidelijk gekozen om het pleidooi voor open ruimte te koppelen aan haar belang in het oorlogserfgoed. Maar uiteraard speelt hier ook de groenstructuur een belangrijke rol. Ook de functie van de landbouwsector mogen we in dit verhaal niet verwaarlozen. WONEN De woonstructuur heeft lange tijd verwildering gekend, met alle gevolgen van dien. We maken nu een eind aan deze wanorde en streven naar inbreiding binnen de bestaande kernen en een beperkte en compacte uitbreiding, die deze kernen opvullen. Hierbij houden we rekening met het fysisch systeem, maar ook met de belangrijke open ruimte gebieden.

NATUUR Via een meer doordachte inrichting van de beekvalleien maakt men deze structuren duidelijker in het landschap en zorgt men tevens voor het open houden van het landschap. Via fasering en het stellen van prioriteiten kan het concept stapsgewijs en over een langere periode uitgevoerd worden waardoor de haalbaarheid vergroot. Door middel van kleine landschapselementen kan men zaken accentueren en versterken. Door bestaande natuur-, park- en bosgebieden met elkaar te verbinden krijgt men een groenstructuur die enerzijds van belang is voor de natuurwaarde (o.a. verspreiding van soorten en genetisch materiaal) en anderzijds de belevingswaarde. Het vergroot de leefbaarheid van het landschap. Ook recreanten, in het kader van het aanwezige oorlogserfgoed, zullen kunnen genieten van deze groenstructuur en een optimale beleving

van het landschap ervaren. TOERISME 39 Door de verschillende ingrepen (shuttleroute, wandelstroken) zorgt men voor de veiligheid van zowel bezoekers als bewoners. De shuttle dienst is een aangename manier om het gebied te bezoeken en zorgt tevens voor een verlaging van de verkeerslast in het gebied. De centrale parking zal dienst doen als toegangspoort voor het hele gebied. Hierdoor zal de verkeerslast in het gebied dalen en kunnen de bezoekers op verschillende manieren het gebied ontdekken. Op lange termijn zullen enkele maatregelen teruggeschroefd of omgevormd worden naar duurzame projecten (beheersovereenkomst). Op deze manier wordt er bijgedragen tot de ecologische waarde van het gebied.

ECONOMIE Economische ontwikkelingen mogen niet ten nadele zijn van de beeldkwaliteiten van de landschappen in de gemeente. De groenstructuur wordt geïntegreerd in de te ontwikkelen gebieden. Het entropiemodel van de serres kan ook voor andere economische activiteiten gebruikt worden. Windmolens zijn in Zonnebeke niet op hun plaats tenzij in de toekomst een goede combinatie met bestaande infrastructuren mogelijk blijkt. ERFGOED De gemeente bevat een schat aan erfgoed elementen met de nadruk op WOI relicten. Maar het is niet voldoende afzonderlijke plekken te beschermen. Ook voor zichtbekkens en oorlogslandschappen moeten afdoende juridische randvoorwaarden gelden.

OPEN RUIMTE De open ruimte wordt steeds schaarser. Indien we dit willen tegengaan moeten BaL | 143


PROCLAMATIE maandag 1 juli 2013 Fotografen: Tom Callemin Yves Kerckhoffs

▼[bachelor in de Landschaps- en Tuinarchitectuur]

▼[bachelor na bachelor in de Landschapsontwikkeling]

proclamatie | 145


COLOFON JAARBOEK 2012-2013 Bachelor in de Landschaps- en Tuinarchitectuur Bachelor na bachelor in de Landschapsontwikkeling UITGAVE: Hogeschool Gent, School of Arts KASK REDACTIE: Ruben Joye Luc Deschepper VORMGEVING: Ruben Joye BEELDVERANTWOORDING: Bing Maps: 110-111 Michaël Borremans: 11 Tom Callemin & Yves Kerckhoffs: 145(1-2) Nele De Cock: 38-39 Stefanie Delarue: 15 Bart Depestel: 69-70 Luc Deschepper: 7(2), 9(1-2), 74-75, 88-89 Rik De Vis: 52-53, 103(1-3), 105(1-3) Pieter Foré: 21(1-2) Google Maps: 96-97 Fam. Goossens: 18 Ruben Joye: omslagfoto, 7(3), 29, 31, 32, 42-43, 101(1-4), 102, 104(1-6), 106(1-5), 107, 126-127, 138-139 Harlind Libbrecht: 121(1-3), 122(1-5) Caroline Poullier: 48-49, 71 Sonia Rulinha: 123 Lieven Smits: 132-133 SoGent: 80-81, 84-85 Ivan Vanbroekhoven: 66-67 Willy Vereenooghe (ArcheoNet Vlaanderen): 92-93 DRUK: PMR De Nobele, Gent OPLAGE: 250 exemplaren Gent, november 2013

colofon | 147


Jaarboek 2012-2013  

Jaarboek 'bachelor in de landschaps- en tuinarchitectuur' & 'bachelor na bachelor in de landschapsontwikkeling' (editie 2012-2013)

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you