__MAIN_TEXT__

Page 1

JAARBOEK 2010-2011 ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

1956 – 2011: “55 JAAR” LANDSCHAPS- EN TUINARCHITECTUUR ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

BACHELOR IN DE LANDSCHAPS- EN TUINARCHITECTUUR BACHELOR NA BACHELOR IN DE LANDSCHAPSONTWIKKELING HOGESCHOOL GENT School of Arts KASK ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------


Omslagfoto: Bundesgartenschau 2011, Koblenz (Duitsland) Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Hogeschool Gent Š 2011 v.u.: Hogeschool Gent - School of Arts KASK Jozef Kluyskensstraat 2 - 9000 Gent Tel: 09/267.01.00


JAARBOEK 2010-2011 ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

1956 – 2011: “55 JAAR” LANDSCHAPS- EN TUINARCHITECTUUR ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

BACHELOR IN DE LANDSCHAPS- EN TUINARCHITECTUUR BACHELOR NA BACHELOR IN DE LANDSCHAPSONTWIKKELING HOGESCHOOL GENT School of Arts KASK ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------


INTRO

SELECTIE 2010-2011

7 TEAM

17 1STE JAAR - TUIN “De omsloten tuin” [18]

Seminarie landschapsplanning [84]

Rik De Vis, Luc Deschepper

Tuin ‘Hauwstraat’ [24]

Seminarie stedenbouwkunde [90]

11 HISTORIEK

Tuin ‘Hurdumont’ [30]

9 WOORD VOORAF

Rik De Vis

13 landschapsarchitectuur en onderzoek? Joris Verbeken

-Stephen Baelde -----------------------------------------------------Olé D’Haeseleer -----------------------------------------------------Lize Baeyens -----------------------------------------------------

Proefcentrum Bottelare [34]

-Steven Aelbrecht, Stephen Baelde, Lize Baeyens, Stan Cautreels, Jasper Calliauw, Gert-Jan Depypere -Wout Jacxsens, Robbe Michielsen, Matthieu Mehuys, Klaas Sels -----------------------------------------------------

Loge particuliere tuin [40]

-Bram Seynaeve -----------------------------------------------------

Perspectieftekenen [44]

-Niels De Maesschalck -Olé D’Haeseleer -----------------------------------------------------

Grafische vorming [48]

-Melchior De Witte -Jana Vos -Dilles Dilles -Wouter Verleure -Niels De Maesschalck -Kristien Luypaert -----------------------------------------------------

Internationalisering: studiereis Engeland [55] 59 2DE JAAR - OPENBAAR Speelgroen [60]

-Kevin Claeys -----------------------------------------------------

-Tina Dubois, Gunther De Bock, Henri Naessens, Sander Van Praet -----------------------------------------------------Wesley Moens, Thomas Verlee -Ellen Coolsaet, Jeroen Geudens, Tars Vermogen -----------------------------------------------------

Internationalisering: studiereis Duitsland-Italië [99] 107 3DE JAAR - STAGE & EINDWERK Grafisch eindwerk: Bijloke [108]

-Sébastien Decock -Pieter Gyssels -----------------------------------------------------

Loge: Baudelopark [120]

-Helena Van Boxelaere -Michelle Janssens -----------------------------------------------------

Internationalisering: studiereis Barcelona [130] 135 BANABA - LANDSCHAP Landschapsanalyse ‘Kunst in het landschap, landschap als kunst’ [136]

-Natalie Farla, Pieter-Jan Vermylen, Véronique De Bleeker, Virginie Peeters -----------------------------------------------------

Green cycle belt [150]

-Hermien De Foer, Pieter Heylen, Wim Jambon, Virginie Peeters -----------------------------------------------------

Project stadland [156]

Lelijke plekjes [66]

-Charlotte De WIt, Natalie Farla, PieterJan Vermylen, Virginie Peeters

Dorpskernherinrichting Berlare [74]

163 COLOFON

-Jeroen Geudens -Kobe Jacxens -----------------------------------------------------

-Kevin Claeys -Diëgo Van Esbroeck -----------------------------------------------------

Vormingsterrein NMBS [80]

-Kenny Cardoen, Kevin Claeys, Kevin Coucke, Gunther De Bock, Jeroen Geudens -----------------------------------------------------

intro | 5


TEAM

VAN ASSCHE Paul (Departementshoofd BIOT) DETEMMERMAN Marnix (Departementssecretaris BIOT) DE TEMMERMAN Wim (Decaan School of Arts KASK) DE SCHEPPER Dirk (Secretaris School of Arts KASK) OPLEIDINGSCOÖRDINATOREN ISSELEE Johan (BLTA) VAN DAMME Sylvie (BaL) VAKGROEPVOORZITTERS DESCHEPPER Luc (Plantenkennis en uitvoeringstechnieken) DE VIS Rik (Ontwerpen en landschapsplanning) LECTOREN BAELE Dirk BAERT Geert CARRIJN Johan DE COCK Nele DELARUE Stefanie DEPESTEL Bart DESCHEPPER Luc DE VIS Rik ISSELEE Johan JOYE Ruben LIBBRECHT Harlind POULLIER Caroline VANBROEKHOVEN Ivan VAN DAMME Sylvie VERBEKEN Joris GASTPROFESSOREN FORE Pieter ONDERZOEKSMEDEWERKERS BAETE Hans (PWO Ieperboog) FORE Pieter (Ccaspar) HEYDE Steven (PWO Ieperboog) PEETERS Virginie (PWO Ieperboog)

intro | 7


woord vooraf: 1956 – 2011: “55 JAAR” LANDSCHAPS-EN TUINARCHITECTUUR Rik De Vis, Luc Deschepper

Het nuchter omgaan met de onzekerheid dat een ontwerpprobleem wellicht altijd anders en beter kan worden opgelost, heeft onze onderwijszoektocht naar de ideale pedagogische methodiek steeds gestimuleerd. Het creatief ontwerpend onderzoeken van de toekomst en het ontwikkelen van betekenisvolle en duurzame ruimtelijke concepten brengt ons vandaag bij een ‘integraal en op competentieontwikkeling gericht leerproces’. Anno 2010 participeren onze jonge studenten aan een ‘geïntegreerd en projectgestuurd onderwijstraject’ in een open ontwerpatelier met een veelheid aan activiteiten. De visitatiecommissie wist deze dynamische methodiek en de actuele gerelateerde vraagstellingen bij de ontwerpopgaven (cfr. maatschappelijke dienstverlening) bijzonder te waarderen. Het overzicht in dit jaarboek geeft op een gebalde manier een kijk op de uiteenlopende schalen van ‘extra small’ (o.a. tuinen, parken en woonbuurten) tot ‘extra large’ (o.a landschappen, stedenbouw en dorpskernen) die door een interactief leer- en ontwerpproces van student – docent of door teamwork tot stand zijn gekomen. Met enige fierheid geeft dit jaarboek het kwalitatief / creatief resultaat weer dat slechts door werkkracht en begeestering van studenten en docenten mogelijk werd. Edison wist het al, er was 99% transpiratie en 1% inspiratie voor nodig! Neem rustig de tijd, blader en maak uw wandeling doorheen de grafische illustraties van: tuinontwerpen, publieke ruimten, beplantingsplannen, landschapsstudies, wedstrijden, schetsen, vormstudies, enz... waarbij wij onze ziel blootleggen en de kern van onze opleiding! Rik De Vis Vakgroepvoorzitter ‘Ontwerpen en landschapsplanning’ (BLTA) Luc Deschepper Vakgroepvoorzitter ‘Plantenkennis en uitvoeringstechnieken’ (BLTA)

intro | 9


historiek: Het Vlaamse onderwijs in de Landschaps- en Tuinarchitectuur is 55 jaar jong!

Rik De Vis

“referenties doen nadenken: de vroegste muurschilderingen over tuinontwerpen dateren uit 1.500 v.Chr. Pas in 1979 werden de baroktuinen van Versailles als eerste park in de wereld op de werelderfgoedlijst geplaatst door de UNESCO”

Op 1 september 1956 startte de opleiding van ‘Gegradueerde in de Landschaps- en Tuinarchitectuur‘ (GLTA) in de voormalige Rijkstuinbouwschool te Melle. In de volksmond ‘de tuinbouwschool’ genoemd. Die was in 1849 opgericht door Louis Van Houtte ‘Le Prince des horticulteurs de XIXième siècle’. Van bij de aanvang werd de horticulturele inbedding verruimd met een creatieve en een ruimtelijke planningscomponent. De jonge discipline ging de uitdaging ten gevolge van de mutaties van het platteland en de stad niet uit de weg. In uitvoering van het HOBU-decreet van 13 juli 1994 kwam onze opleiding terecht in het departement BIOT van de Hogeschool Gent. In samenhang met de Europese reorganisatie van het Hoger Onderwijs en de invoering van de BaMa-structuur werd in 2004 het ‘graduaat‘ (GLTA) omgevormd tot een ‘Professionele Bachelor in de Landschaps- en Tuinarchitectuur’ (BLTA). Ook onze voortgezette opleiding ‘Landschapsontwikkeling’ van 1996 werd omgevormd tot een ‘Bachelor na Bachelor in de Landschapsontwikkeling’. Door de recente reorganisatie van de Hogeschool Gent zal onze opleiding vanaf het nieuwe academiejaar 2011-2012 deel uitmaken van de op te richten School of Arts KASK – Koninklijk Conservatorium. De Bijlokesite wordt de nieuwe campus waar onze studenten hun identiteit en hun vakmanschap als ruimtelijk ontwerper kunnen ontplooien. De School of Arts is als ‘creatieve biotoop’ in het onderwijslandschap een wissel op morgen voor de groei en de uitdagingen van ons vakgebied in Vlaanderen en Europa. De complexiteit van de ruimtelijke ordening is niet puur academisch te benaderen, maar krijgt mede een oplossing, door het verbeeldingsvermogen en de creativiteit van de landschaps- en tuinarchitecturale toets! Rik De Vis Vakgroepvoorzitter ‘ontwerpen en landschapsplanning’ (BLTA)

intro | 11


landschapsarchitectuur en onderzoek?

Joris Verbeken

Sinds augustus 2009 wordt binnen de landschaps- en tuinarchitectuur onderzoek verricht. Het onderzoeksproject heet officieel: “De Ieperboog : van herinnering naar visie”. Het is een PWO-project (Projectmatig Wetenschappelijk Onderzoek) en het heeft als einddoelstelling om de professionele gerichtheid van de bacheloropleidingen te verzekeren en verstevigen. Het onderzoeksproject loopt onder de coördinatie van promotor Harlind Libbrecht en co-promotor Joris Verbeken. Op dit ogenblik wordt het onderzoek uitgevoerd door Steven Heyde (landschapsarchitect en landschapsontwikkelaar) en Hans Baeté (bioloog). Oorspronkelijk maakte ook Ruben Joye (stedenbouwkundige en landschapsarchitect en –ontwikkelaar) deel uit van het onderzoeksteam, maar intussen is hij al ‘gepromoveerd’ tot lector. Hij blijft echter het onderdeel visualisaties op de voet volgen en ondersteunen. Wat zijn de doelstellingen? In de eerste plaats willen we te weten komen hoe de kasteelparken in de streek rond Ieper zijn geëvolueerd. Deze streek was lange tijd gekend voor de prachtige kastelen en bijhorende parken. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden ze echter bijna allemaal vernietigd en behoren ze bijna tot het vergeten groene erfgoed, maar met dit project worden ze opnieuw tot leven gebracht. Uiteraard spitsen we ons ook toe op de evolutie van het landschap in zijn totaliteit. De kasteelparken hadden al een invloed op het omliggende landschap, maar de invloed is ook wederzijds. De totale vernietiging van het landschap door de helse veldslagen tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) geeft een bijkomende uitdaging. Maar ook op dit vlak is er een omgekeerde invloed. Het landschap is zelf immers ook zeer sterk bepalend geweest tijdens “De Groote Oorlog”! Deze bevindingen worden uiteindelijk neergeschreven in een boek. Maar er is meer. Door de hernieuwde aandacht voor alles wat te maken heeft met Wereldoorlog I zijn er ook allerhande initiatieven ontwikkeld om de herinnering aan deze gruwelijke periode opnieuw levend te maken. In 2014 wordt immers de start van Wereldoorlog I herdacht. Aangezien de beleving van het oorlogsgebeuren heel belangrijk is, werken we als landschapsarchitecten mee aan een aantal initiatieven. Zo worden bijvoorbeeld plannen opgemaakt om de lokale en Vlaamse overheid te helpen om intro | 13


0

150m

600m


op verantwoorde wijze om te gaan met het oorlogslandschap. De landschapsarchitectuur heeft ook heel wat ervaring op vlak van visualisatietechnieken. Op bepaalde locaties wil men immers een zo duidelijk mogelijk beeld geven van het slagveldgebeuren. De regio rond Ieper wordt echter zeer intens gebruikt voor landbouw, bewoning, industrie en verkeer. Het is dus niet opportuun om dit intensief cultuurlandschap opnieuw om te vormen tot een recreatiepark. Daarom werken we ook aan een innovatief visualisatiesysteem, waarbij op een virtuele wijze en met behulp van mobiele tablet-pc’s, het oorlogslandschap bovenop het bestaande landschap wordt geprojecteerd. Wat zijn de resultaten? Er wordt niet alleen gewerkt aan een boek, maar ook aan publicaties en lezingen op congressen. In het studiegebied zelf werken we ook aan concrete inrichtingen van bezoekersinfrastructuur. Eveneens is het de bedoeling om onze visualisaties te tonen aan een ruim publiek. Het project loopt nog tot eind 2012, maar de resultaten zullen ook achteraf nog meermaals opduiken, en al zeker in 2014!

intro | 15


1BLTA - TUIN 20 “DE OMSLOTEN TUIN”

26 TUIN ‘HAUWSTRAAT’

32 TUIN ‘HURDUMONT’

36 ontwerp proefcentrum (BOTTELARE)

(n.v.t.)

(BRAKEL)

(FLOBECQ)

Stephen Baelde

Olé D’Haeseleer

Lize Baeyens

S. Aelbrecht - S. Baelde - L. Baeyens - S. Cautreels - J. Calliauw - G-J. Depypere

38 ontwerp proefcentrum (BOTTELARE)

42 LOGE: PARTICULIERE TUIN (GENT)

44 PERSPECTIEFTEKENEN

48 GRAFISCHE VORMING

Wout Jacxsens - Robbe Michielsen - Matthieu Mehuys - Klaas Sels

Bram Seynaeve

Stephen Baelde, Wouter Verleure, Niels De Maesschalck, Olé D’Haeseleer

M. De Witte, D. Dilles, W. Verleure, N. De Maesschalck, K. Luypaert

55 INTERNATIONALISERING: STUDIEREIS ENGELAND

1blta | 17


PROJECTGESTUURD ONTWERPEN 1

OPDRACHTGEVERS: privaat LOCATIE: n.v.t. OPPERVLAKTE: +/- 9 are PERIODE: september - november 2010 -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------KENMERKEN • Bodem: zandleem • Reliëf: vlak • Gezinssamenstelling: koppel met 2 kinderen (3 en 5 jaar) Wensen van de opdrachtgever • Het tuinontwerp moet het buitenleven bevorderen • Inspelen op de architectuur van de woning als middel om zo goed mogelijk te beantwoorden aan de functie van deze tuin: de tuin moet een wezenlijk deel zijn van het wooncomplex • Spel en ontspanning moeten mogelijk blijven binnen het concept • Een goede circulatie en verblijf in de ruimte zijn essentieel

• •

• • • • • •

Allerlei bouwkundige elementen mogen aangewend worden in zover ze te verantwoorden zijn De vormelementen worden evenwijdig met de hoofdrichtingen van de woning ontworpen. Organische vormen zijn in deze opdracht niet toegelaten. De opdrachtgevers wensen keukenkruiden in de tuin Compostruimte die bereikbaar moet zijn met kruiwagen Voldoende zitmogelijkheden in de tuin Bloementuin Representatieve voortuin met minstens 1 parkeerplaats Tuinberging van maximum 10 m2; deze staat op minstens 1 m van de terreingrens


“DE OMSLOTEN TUIN BOSDREEF”

Caroline Poullier, Johan Carrijn, Nele De Cock, Bart Depestel


Stephen Baelde

▼ [lengteprofiel schaal 1/200] ► [grondplan schaal 1/200]

20 | 1blta


10m 2m 0 1blta | 21


Stephen Baelde

â–ź [isometrie schaal 1/150]

22 | 1blta


0

3m

6m

1blta | 23


PROJECTGESTUURD ONTWERPEN 1

OPDRACHTGEVERS: privaat LOCATIE: Brakel OPPERVLAKTE: +/- 22 are PERIODE: november 2010 - januari 2011 -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------WENSEN VAN DE OPDRACHTGEVERS • Speelruimte voor de kinderen, integratie schommel, glijbaan,... • Het gezin verlangt een gezellige leeftuin. • Ecologische tuin. • Open grasveld • Fruitbomen. • Struiken met eetbare vruchten. • Zicht op het landschap, maar ook omsloten plekken en een “groen” wandelpad door de tuin... • Onderhoudsvriendelijke tuin. • Gebruik van zitmaaier. • Schapenweide + stal. • Kippenren. • Moestuin. • Struiken met bloemen. • Geurende bloemen.

• • • • • • • • • • • • • •

Lavendel. Oplossing zoeken voor smalle strook naast woning. Extra parkeerplaats, niet zichtbaar van op het terras. Verlichting. Kruiden. Tuinberging. Houtmijt - houtwinning. Budgetvriendelijk tuin . Integratie hondenhok. Compost. Wasdraad. Integratie van een zwembad of zwemvijver (incl. alle voorzieningen ) Snijbloementuin. Petanque.


TUIN HAUWSTRAAT

Bart Depestel, Johan Carrijn, Nele De Cock, Caroline Poullier


Olé D’Haeseleer

▼[grondplan schaal 1/200]


0

2m

10m

1blta | 27


Olé D’Haeseleer

▼ [doorsnede B-B schaal 1/100] ▼▼ [doorsnede A-A schaal 1/200]

28 | 1blta


0

1m

5m

0

2m

10m

1blta | 29


PROJECTGESTUURD ONTWERPEN 2

OPDRACHTGEVERS: privaat LOCATIE: Flobecq OPPERVLAKTE: +/- 16 are PERIODE: februari 2010 - maart 2011 -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------In deze opdracht zal specifiek aandacht worden besteed aan en onderzoek gedaan worden naar de mogelijkheden tot het oplossen van de hoogteverschillen. Het niveauverschil op het terrein zal o.a. moeten worden uitgewerkt d.m.v. trappen, keermuurtjes, hellingen, glooiingen… . Zowel de plaats van de tuin in het landschap, de plaats van het landschap in de tuin als het werken met niveauverschillen in de tuin, zit in deze opdracht vervat. De studie zal o.a. bestaan uit: • voorbereidende studie en inventarisatie (o.a. ook aan de hand van werkprofielen en een werkmaquette) • programma en structuurplanning • ontwerpfase • technische uitwerking De opdrachtgevers hebben geen concrete visie of heel specifieke wensen. Om uw eigen creativiteit nog meer mogelijkheden te geven wordt ook geen uitgebreid programma aangereikt. Buiten enkele voor de hand liggende wensen (zie verder) zal je zelf een programma opstellen en voorstellen. Maak het zo origineel mogelijk. Door verschillende mogelijkheden in groep te bespreken, te filteren en toe te lichten, moet er heel wat creativiteit losbarsten!!

U zal dan ook een voorstel en een analyse moeten aanbrengen van uw programmapunten aan de hand van de analyse van alle gegevens van de inventarisatie. Grafisch en inhoudelijk breng je dit verhaal best aan dmv een structuurplan. Gebruik hiervoor een schematisch woordgebruik. De grafische taal van een structuurplan werd reeds eerder aangebracht tijdens de atelieruren en kan je ook nakijken in het handboek “Landscape Grafics”. Naast deze sterk creatieve inbreng die wij van u verwachten, zijn er toch een aantal programmapunten die essentieel zijn in dit project: • De toegang tot de garage vergt een goed uitgekiende oppervlakte in verharding. Het rijmanoeuvre moet uiteraard gekoppeld worden aan de context. Er wordt parkingruimte gevraagd voor minstens één wagen. • Er wordt een jaarlijks budget voorzien voor het tuinonderhoud. Toch wordt er voor het eigen kleine tuingerief een tuinberging voorzien. De oppervlakte mag niet meer bedragen dan 20 m². • Een compostruimte • De hellingen moeten inspirerend werken. Het ontwerp zal op een originele manier rekening houden met de situatie van het terrein.


HURDUMONT

Johan Carrijn, Nele De Cock, Bart Depestel, Caroline Poullier


Lize Baeyens

▼ [lengteprofiel schaal 1/200] ► [grondplan schaal 1/200]

32 | 1blta


0

2m

10m

1blta | 33


PROJECTGESTUURD ONTWERPEN 2

OPDRACHTGEVERS: Hogeschool Gent LOCATIE: Bottelare OPPERVLAKTE: +/- 145 are PERIODE: april - juni 2011 -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Het project 4 wordt het sluitstuk van het eerste jaar en kadert in een project voor dienstverlening aan de Hogeschool Gent. Tijdens deze opdracht zullen alle aspecten van het projectgestuurd ontwerpen die in de voorgaande periode aan bod gekomen zijn, nog eens behandeld worden. Het werken aan een project met een grotere contextuele complexiteit is een eerste verwijzing naar het tweede jaar Landschaps- en Tuinarchitectuur. Gegevens als schaal, personeel, bezoekers, ontsluiting, functionaliteit, beheersbaarheid, duurzaamheid, budget, wetgeving, … etc. zullen beperkingen of mogelijkheden geven aan het ontwerpproces. Het Departement vraagt aan onze opleiding om een groeninrichtingsplan op te stellen voor zijn proefhoeve. Gezien de beperkte tijdsspanne waarin dit project tot stand kan komen en ter voorbereiding op het tweede jaar, zal een efficiënte werkplanning ten zeerste aan te bevelen zijn. Inleiding De proefhoeve van de Hogeschool Gent in Bottelare staat in voor baanbrekend onderzoek op het gebied van gewasbescherming en duurzame landbouw. Studenten van de hogeschool kunnen er hun eigen onderzoek uitvoeren en komen er in contact met de landbouwpraktijk. De Hogeschool Gent is de enige Vlaamse hogeschool met een eigen proefhoeve. Elk jaar liggen er rond de proefhoeve van Bottelare enkele honderden verschillende proefvelden verspreid over ongeveer 20 hectaren. Een hele klus om gedurende het hele jaar te zaaien, meten, evalueren, oogsten en de bekomen resultaten te verwerken. Hiervoor staan ongeveer een 20-tal medewerkers ter beschikking.

Voor het opzetten van de proefvelden werkt de proefhoeve trouwens nauw samen met een twintigtal bedrijven. Jaarlijks heeft de proefhoeve Bottelare een grote opendeurdag, waarbij de verschillende proefvelden kunnen bezocht en vergeleken worden. Algemene eisen • Proefhoeve Bottelare vraagt een groeninrichtingsplan voor de herinrichting van de terreinen van de proefhoeve. • Het straatbeeld en de toegang tot de proefhoeve zullen opgewaardeerd worden, men wenst een representatief straatbeeld en een representatieve toegang. • De werknemers en studenten willen de binnentuin tijdens de pauzes graag gebruiken als rust- en ontmoetingsplek. • Aandacht voor praktische circulatie is van primordiaal belang: Er wordt een oplossing gevraagd voor de verkeersstromen op het terrein (parkeren, manoeuvreren met tractoren,…) • Grote evenementen moeten mogelijk blijven binnen het ontwerp. • Integratie van de site in het landschap. • Het terrein zal door de opdrachtgevers zelf onderhouden worden en het spreekt dus voor zich dat, gezien de oppervlakte van het terrein, het onderhoud beheersbaar moet zijn. • Bij de herinrichting van de ‘proeftuin’ zal de nadruk komen liggen op het onderzoek naar habitatbeplanting in functie van minimaal beheer. • De opvanggoot voor het spoelen van sproeitoestellen blijft behouden op de huidige plaats.


PROEFHOEVE BOTTELARE

Nele De Cock, Johan Carrijn, Bart Depestel, Caroline Poullier


S. Aelbrecht - S. Baelde - L. Baeyens - S. Cautreels - J. Calliauw - G-J. Depypere â–ź [grondplan schaal 1/400]

36 | 1blta

0

4m

20m


1blta | 37


38 | 1blta

Wout Jacxsens - Robbe Michielsen - Matthieu Mehuys - Klaas Sels


0

4m

20m

â–ź [grondplan schaal 1/400]

1blta | 39


LOGE

OPDRACHTGEVERS: privaat LOCATIE: Gent OPPERVLAKTE: +/- 25 are PERIODE: juni 2011 -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Bodem Lichte klei. Terreinomstandigheden • Het perceel is gelegen in een rustige straat. • Vanuit de woning heeft men een mooi uitzicht over de polder. Gezinssamenstelling • man: jurist • vrouw: psychologe • kinderen: 5 jaar en 7 jaar WENSEN • Privacy. • Twee parkeerplaatsen. • Buitenleven bevorderen: inspelen op de architectuur van de woning als middel om zo goed mogelijk te beantwoorden aan de functie van deze tuin: de tuin moet een wezenlijk deel zijn van het wooncomplex. • Mogelijkheden voor ontspanning moet mogelijk blijven binnen het concept.

• • • • • •

• •

Alle inrichtingselementen moeten op een verantwoorde wijze ontsloten, met elkaar verbonden of gescheiden worden. Een tuin waarin steeds iets nieuws te ontdekken zal zijn. Het totale concept moet getuigen van een doordachte tuinarchitecturale visie. Er moet een oplossing gezocht worden voor de integratie van een badmintonspeelveld (13,4m x 6,1m). Een representatieve inkom en een goed gestructureerde voortuin is prioritair. Leeftuin (incl. ochtendterras). Gezien achter het perceel een fiets- en wandelpad is gelegen, verwachten de opdrachtgever een functionele toegang tot het recreatiepad. De bewoners wensen het zicht op het landschap te behouden. De aangebrachte beplanting moet, vooral aan de perceelsgrenzen, geïntegreerd worden in het landschap.


LOGE

Bart Depestel, Johan Carrijn, Nele De Cock, Caroline Poullier


Bram Seynaeve

â–ź [ontwerpplan schaal 1/200]

42 | 1blta


0

2m

10m

1blta | 43


44 | 1blta

Stephen Baelde


1blta | 45

Wouter Verleure


46 | 1blta

Niels De Maesschalck


1blta | 47

Olé D’Haeseleer


48 | 1blta

Melchior De Witte


1blta | 49

Dorien Dilles


50 | 1blta

Dorien Dilles


1blta | 51

Wouter Verleure


52 | 1blta

Niels De Maesschalck


1blta | 53

Kristien Luypaert


54 | 1blta


internationalisering: studiereis engeland

16mei - 19 mei 2011 Begeleiders: Johan Carrijn Nele De Cock Bart Depestel Johan IsselĂŠe Caroline Poullier

1blta | 55


56 | 1blta


1blta | 57


2BLTA - PUBLIEKE RUIMTE 63 SPEELGROEN

68 LELIJKE PLEKJES

72 LELIJKE PLEKJES

(DIVERS)

(WEVELGEM)

(ZWEVEGEM)

76 DORPSKERNHERINRICHTING (BERLARE)

Kevin Claeys

Jeroen Geudens

Kobe Jacxens

Kevin Claeys

78 DORPSKERNHERINRICHTING (BERLARE)

82 VORMINGSTERREIN NMBS (MELLE)

86 SEMINARIE LANDSCHAPSPLANNING

92 SEMINARIE STEDENBOUWKUNDE (LEMBERGE)

Diëgo Van Esbroeck

Kenny Cardoen, Kevin Claeys, Kevin Coucke, Gunther De Bock, Jeroen Geudens

95 SEMINARIE STEDENBOUWKUNDE (LEMBERGE)

99 INTERNATIONALISERING: STUDIEREIS DUITSLAND-ITALIË

Ellen Coolsaet, Jeroen Geudens, Tars Vermogen

(DUDZELE)

Tina Dubois, Gunther De Bock, Henri Naessens, Sander Van Praet

Wesley Moens, Thomas Verlee

2blta | 59


PROJECTGESTUURD ONTWERPEN 3

OPDRACHTGEVERS: Departement Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE) IN SAMENWERKING MET: Fris in het Landschap, Onderzoekscentrum Kind en Samenleving, Vlaamse Dienst Speelpleinwerk, Agentschap voor Natuur en Bos LOCATIE: divers OPPERVLAKTE: divers PERIODE: september - november 2010 -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Speelgroen: wat en waarom Kinderen en jongeren staan open voor natuur! Wie het geluk heeft gehad om tussen het groen op te groeien, kent er ook de intrinsieke waarde van en zal er later anders mee omgaan. In de huidige hoogtechnologische maatschappij vervreemden kinderen en jongeren echter steeds meer van de natuur. Bovendien worden speelruimtes steeds vaker over-gereglementeerde ruimtes die elke zin aan vrij initiatief en avontuurlijkheid beknotten. Het project Speelgroen wil de natuur op een uitdagende wijze dichter bij kinderen en jongeren brengen. De Vlaamse Overheid wil jeugdverenigingen stimuleren en ondersteunen om hun terrein op een avontuurlijke en natuurrijke manier in te richten. Zo kunnen kinderen en jongeren in hun vertrouwde omgeving de natuur ontdekken, beleven en als een belangrijk onderdeel van het leven ervaren. Speelgroen mikt op 3 aspecten: • Meer speelkansen! Het speelterrein wordt avontuurlijk en bespeelbaar. • Meer kwalitatief groen! Het speelterrein wordt natuur- en milieuvriendelijk aangelegd en beheerd. • Participatie! Leden krijgen inspraak in het ontwerp en worden betrokken bij de uitvoering. De Vlaamse Overheid geeft jeugdverenigingen die hun terrein avontuurlijk en natuurrijk willen inrichten een stevig duwtje in de rug.

Ze lanceerde hiervoor begin 2009 een eerste projectoproep SPEELGROEN. 15 jeugdgroepen zijn volop bezig met de herinrichting van hun terrein. De tweede oproep is intussen ook afgelopen. Hieronder vind je de 15 laureaten van 2010: • • • • • • • • • • • • • • •

Scouts en Gidsen Jan Breydel Nele - De Haan Speelterrein Sterrenhof (KSJ Parsival, Chiro OLVE, VVKSM 28ste Maria Regina, KSA OLVE en Chiro Che) - Edegem Scouts Robrecht De Fries - Kortemark Chiro Kiekeboe Sente - Kuurne Chiro De Schakel Groot-Vorst - Laakdal KSA en VKSJ Denderbelle - Lebbeke Chiro Reinaert - Lochristi Scouts en Gidsen Sint-Kwinten Linden Lubbeek Chiro Mago-Dobo Neeroeteren Maaseik Chiro en KSJ - Overpelt Chiro St-Maria - Turnhout Chiro Overschelde - Wetteren KLJ en Chiro - Wuustwezel Scouts en Gidsen de Zandstuivers Zandhoven Chiro Burlebub en De Robbe Zedelgem

bron tekst: http://www.lne.be/campagnes/ speelgroen


SPEELGROEN

Harlind Libbrecht, Luc Deschepper


62 | 2blta


0

â–˛[grondplan schaal 1/400]

4m

20m

Kenny Cardoen - Kevin Claeys - Kevin Coucke - Gunter De Bock


Kenny Cardoen - Kevin Claeys - Kevin Coucke - Gunter De Bock


PROJECTGESTUURD ONTWERPEN 3

OPDRACHTGEVERS: Intercommunale Leiedal (www.leiedal.be) LOCATIE: divers (West-Vlaanderen) OPPERVLAKTE: divers PERIODE: november - december 2010 -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Deze ontwerpopdracht kadert in het initiatief “Lelijke plekjes, mooie trekjes” dat door de Intercommunale Leiedal werd gelanceerd. Aan 11 gemeenten in de regio Kortrijk werd gevraagd aan de bewoners lelijke plekjes in hun gemeente aan te duiden. Uit alle inzendingen werden per gemeente 2 locaties weerhouden. Samen met 3 andere instituten die werken rond de publieke ruimte, maken we voorstellen op voor 6 daaruit geselecteerde projecten. Het zijn voor groep 1 en 2: • Wevelgem: Wijnberg (omgeving Wijnbergkerk) • Zwevegem: site Transfo (tijdelijke inrichting voor een oud industrieel depot) en voor groep 3 en 4: • Avelgem: jachthaventje Kerkhove (oude Scheldearm) • Harelbeke: kruispunt Arendstraat en de Verenigde Natiënlaan (her in te richten parking) en kruispunt Forestierstraat – Noordstraat (her in te richten kruispunt)

Wervik: Speldenstraat (herinrichting toegang park) en Westmolenplein (herinrichting parkeerplein).

Het is de uitdaging om onverwachts boeiende voorstellen te formuleren voor deze plekken en dit op een wervende manier voor te stellen. Met deze ontwerpopdrachten komen nieuwe thematieken aan bod (o.a. jachthavens, verlaten industriële sites en architectuur). Om de kennis hierover te verwerven gebeurt er onderzoek in de literatuur. Het gaat hierbij o.a. om beschrijvingen van inhoud, aanpak, dimensies. Tijdens het open atelier gebeurt een open communicatie met betrokken partijen met de bedoeling een balans te vinden tussen ontwerpideeën en realiteit.


“LELIJKE PLEKJES, MOOIE TREKJES” Luc Deschepper, Harlind Libbrecht


Jeroen Geudens 68 | 2blta

â–˛[grondplan]


Visie Indrukken en opmerkingen De site van de Wijnbergkerk is niet direct de plaats waar men een kerk zou verwachten: buiten het centrum, in een woonwijk met weinig doorgaand verkeer. De reden hiervan is te vinden tijden de periode van het bouwen van de kerk. Wevelgem was in de jaren ’60 exponentieel aan het groeien, en men had besloten om een nieuwe parochie op te richten, met een nieuwe kerk, gelegen in wat het nieuwe centrum van Wevelgem zou moeten worden. Dat laatste is dus nooit echt realiteit geworden, alhoewel de nieuwe wijken wel sterk in dit deel van de gemeente worden gevestigd. Maar ook de directe omgeving rond de kerk heeft te lijden gehad onder de bouwwoede de afgelopen tientallen jaren. De bouwlustige Belg creëert aan de lopende band nieuwe woningen, zonder soms ook maar enige structuur of visie ten opzichte van zijn omgeving. Het kerkplein, of wat daar nog van overblijft, is daar nog maar eens een triest voorbeeld van. Ook de 4 straten die de kerk ontsluiten, zijn buiten proportie groot voor het verkeer dat ze moeten verwerken, en nogal lomp ingeplant zodat de kerk al helemaal geen ruimte meer krijgt. Voor een beschermd monument kan men toch wat meer zorg dragen, zou je dan denken. Hoog tijd dus om daar een mouw aan te passen. Ademruimte Wat de kerk vooral nodig heeft, is ademruimte, zeker na de inplanting van een hele rij woningen, diagonaal over wat ooit een open en ruim plein was dat voor de kerk lag. Met ademruimte bedoel

▲ [kerkplein]

ik dat een dergelijk gebouw gevrijwaard moet blijven van aanpalende volumes en als enige blikvanger in zijn omgeving moet staan. Je moet zo’n gebouw zowel langs binnen als buiten kunnen bekijken op een rustige manier, zonder de kans omver gereden te worden als je buitenstapt. Hetzelfde geldt voor de kerktoren. Je moet afstand kunnen nemen om iets van die hoogte te kunnen waarnemen, maar als je nu te ver gaat staan wordt je zicht geblokkeerd door een hoop heesters of enkele bomen. Ademruimte betekent hier ook ademruimte voor de bezoeker. Momenteel biedt het kerkplein geen enkele waarde, anders dan een parking voor de luie Vlaming die zijn auto op minder dan 10 meter voor zijn deur moet kunnen parkeren, hoewel er iets verder parkeerruimte in overvloed is. Ook het wegmoffelen van de nieuwe woningen

achter een paar blokken beplanting doet het plein niet veel eer aan. De 4 straten rond de kerk maken er daarbovenop ook niet echt een gezellig gebeuren van. Dus om het met de woorden van Obama te zeggen: Change? Yes, we can. Concreet Er zijn een aantal probleempunten die aangepakt moeten worden: de circulatie rond de kerk, voor zowel voetgangers als autobestuurders, de heropwaardering van het kerkplein, een herinrichting van het voorpleintje voor de kerk, de relatie tussen de nieuwe rijwoningen en het plein verbeteren en de kerktoren terug een eigen meerwaarde geven. Verder is er ook een klein pleintje achter de kerk dat gebruikt wordt door de lokale Chiro, dat wat meer afgeschermd mag worden van de straat.

▼ [3D overzichtsbeeld]

2blta | 69


Jeroen Geudens

▲ [in het gras doorlopende stroken verharding] ◄ [zicht op het kerkgebouw] ▼ [overgang van het plein met de straat]

70 | 2blta


Programma Een structuur in verhouding Zoals ik al zei wil ik de ruimte rondom de kerk zoveel mogelijk open houden. De structuur die aansluit op de kerk is ook gebaseerd op de kerk, namelijk volgens een verhouding van ‘het plastisch getal’, een reeks van verhoudingen bedacht door Van Der Laan, die deze kerk ook heeft ontworpen (zie ook in het onderdeel ‘geschiedenis en architectuur Wijnbergkerk’ in de groepsbundel). Een verhouding die vaak terugkomt is die van 7, en dan welbepaald 1/7, 3/7, 4/7, 6/7 en 7/7. Deze structuur heb ik in een patroon voor het kerkplein laten terugkomen, en de gehele bomenstructuur heb ik hierop vastgepind. Omdat ik zei dat de kerk zijn ruimte nodig heeft, staan de bomen ver genoeg van het gebouw, en wordt de verhouding in de tussenafstanden steeds kleiner naarmate je van de kerk weggaat. Op het plein heb je zo een heel open gevoel, maar als je achter deze bomenstructuur staat, krijg je een eerder gesloten indruk. De bomenrijen zorgen ook voor een versneld perspectief, waardoor de ruimte groter zal lijken. De 2 driehoekige blokken heesters worden vervangen door een groene

grasvlakte met een organische vorm, die het nieuwe plein mee vorm moet geven, zonder de structuur van de bomen in het gedrang te brengen. Het plein moet op die manier een nieuwe openheid krijgen die mensen aanspreekt om er naartoe te gaan, en het niet enkel associëren met een kerk (een nogal saaie, ouderwetse bedoening dus). De overgang van de nieuwe straat naar het plein was wel een hoofdbreker. Mensen op het plein mogen niet de indruk krijgen dat ze constant bekeken kunnen worden en vice versa. Maar met de inplanting van de bomen vormt dit geen probleem meer. Het verharde deel van het plein bevindt zich grotendeels uit het zicht van de woningen, en de mogelijke zitplaatsen op het plein dus ook (aannemende dat er geen banken op het gras geplaatst worden). Om de harde lijn van de straat te breken, heb ik stroken verharding in het gras laten doorlopen, die de bomenstructuur volgen en het plein verder definiëren. Dezelfde verharding wordt toegepast rondom het hele kerkgebouw. Naar Italiaans voorbeeld De kerk doet met zijn typisch pannendak en afstaande toren of ‘Campanile’ sterk denken aan enkele van zijn Italiaanse collega’s: De toren van Pisa, het San

Marco-plein met zijn campanile, de dom van Firenze en het piazza del Campo bijvoorbeeld. Deze plaatsen hebben allemaal 2 zaken gemeen: de afstaande toren en een groot open (al dan niet verhard) plein. Dit wou ik ook bereiken op onze locatie. Daarom heb ik een aparte buffer rondom de toren voorzien, en wordt dit ‘plein binnen het plein’ 1 van de hoofdtoegangen. Het voorplein voor de kerk zou je dan kunnen bekijken als een derde deel binnen het totale kerkplein. Deze ruimte heb ik ook weer meer open ruimte gegeven door de aanliggende baan op te schuiven, en een bufferzone te creëeren als verlengstuk van het voorplein met tevens parkeermogelijkheid. Ook de mogelijkheid om het plein nu op en af te rijden (bij trouwers e.d.) geeft het plein terug een meerwaarde. Ook hier wordt de grens weergegeven door dezelfde bomenstructuur en een variatie op de organische grasvormen. Deze grasvormen lopen ook daar langs de zijkant van de kerk en zijn licht golvend, om toch de indruk van een afgesloten geheel weer te geven t.o.v. de baan, en het verhinderen van ‘wildparkeerders’.

▼ [maquette]

2blta | 71


72 | 2blta

Kobe Jacxsens


▲ [maquette]

◄ [3D overzichtsbeeld ontwerp]

2blta | 73


PROJECTGESTUURD ONTWERPEN 4

OPDRACHTGEVERS: n.v.t. (academische opdracht) LOCATIE: Berlare OPPERVLAKTE: divers PERIODE: februari - maart 2011 -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Inhoud: Plein, straten, gemeentelijke groene ruimte (kasteelpark, pleinen, dreven, ... ) in de gemeentelijke groenstructuur. PROGRAMMA • De verkeerssituatie wordt grondig geanalyseerd: doorgaand verkeer, lokaal verkeer, parkeren. • Het kasteelpark en de bijhorende gebouwen krijgen een publieke functie: de student zorgt voor een goede aansluiting bij de omliggende omgeving: toegangen bestuderen: waar, hoe? • Het park zelf wordt niet ontworpen, wel worden mogelijke programmapunten onderzocht. • De relatie met de kerk wordt onderzocht: ceremonieverkeer, parkeren. • De inpassing van de bestaande bomen is prioritair. • Er wordt een sfeervolle dorpskern ontworpen: verblijfsfuncties, terrassen? • De bestaande monumenten worden geïntegreerd in het nieuwe ontwerp: schandpaal, oorlogsmonument. • Er wordt onderzocht op welke manier kasteel en park het best kunnen worden ontsloten. Structuurplan • Op het niveau van het structuurplan wordt de ruimere omgeving van de dorpskern bestudeerd. Dit houdt o.m. in: bewoning, functies, mobiliteit, ... • De programmapunten worden bijgevolg ruimtelijk geschikt en georganiseerd. • De ruimtelijke schikking vraagt een voorstudie voor wat betreft de oppervlakte van de verschillende programmapunten. • Ook dient te worden nagegaan, of programmapunten al dan niet verenigbaar zijn, of ze beter worden gescheiden (ev. bepaalde elementen afsluitbaar maken). • Vergeet niet dat een continuïteit noodzakelijk is, d.w.z. dat de programmapunten er niet als eilandjes bijliggen maar als een ruimtelijk goed geordend geheel zich aandienen. • Helderheid en herkenbaarheid zijn belangrijke factoren (zichten).

Ontwerp • Eenmaal de ruimtelijke indeling is gemaakt kan men als ontwerper gaan vormgeven. Daarbij laat de ontwerper er zich niet toe verleiden om de structuur dooreen te halen. • Ontwerpen gebeurt op verschillende niveaus of zoals men vaak vaststelt, in verschillende lagen. • De vlakken en volumes zijn voor het grootste deel reeds bepaald in de structuur (niet de vorm, wel de benodigde oppervlakte). • Bepaalde lijnvormige elementen kunnen reeds zijn bepaald (hoofdcirculatie) andere nog niet. • De puntvormige elementen worden in het ontwerp ingepast (vb. bomen). • Belangrijk en nooit te vergeten is, dat ontwerpen niet gebeurt in het grondplan, maar dat de plattegrond slecht één van de voorstellingsmethodes is, en dat daarnaast vele werkmiddelen bestaan om ontwerpen voor te stellen (profielen, schetsen, maquettes e.a.), maak daarvan ook gebruik om je ontwerpen zelf te onderzoeken. • De materialisatie van het ontwerp is een volgende fase: elke lijn die getekend wordt in een ontwerp heeft zijn betekenis. Vb.: rand van een pad, vijverrand, grens tussen gazon en beplanting. Deze verschillende materialen worden leesbaar voorgesteld, met een aangepaste grafiek. • De keuze van de materialen en de combinaties zijn zeer bepalend voor de sfeer in de dorpskern. Ook de schaal van het gebruikte materiaal is zeer belangrijk en dient met zorg te worden gekozen. • Eén van de belangrijkste ontwerpelementen is de beplanting (dit is de sterkte van de landschaps- en tuinarchitect). We zullen er als ontwerper op letten dat we tijdens het ontwerpproces ons bewust zijn van de sfeer die we willen oproepen in ons park. Beplanting is daarbij essentieel (vb. we planten geen boom, we planten een Zomereik (Quercus robur). Habitus en grootte zijn hier nodig gekend.


Dorpskernherwaardering berlare

Harlind Libbrecht, Luc Deschepper


Kevin Claeys 76 | 2blta

0

10m

60m


â–˛ [ontwerpplan schaal 1/1250]

2blta | 77


0

78 | 2blta 10m 50m

DiĂŤgo Van Esbroeck


â–˛ [ontwerpplan schaal 1/1000]

2blta | 79


PROJECTGESTUURD ONTWERPEN 4

IN SAMENWERKING MET: Omgeving cvba (Berchem) OPDRACHTGEVERS: NMBS & TUC Rail LOCATIE: Melle (tussen de R4 en de Merelbekestraat, t.h.v. de Nonnenwegel) OPPERVLAKTE: +/- 20 ha PERIODE: april - juni 2011 -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------De opdracht bestaat erin een landschapsplan te maken voor het gebied en de inpassing van een polyvalente werkplaats op de terreinen van het voormalig vormingsstation te Melle. Om zijn groeidoelstelling waar te maken investeert de NMBS in bijkomend rollend materieel. Daarvoor zijn aangepaste onderhoudsinfrastructuren nodig. Het huidig vormingsstation te Melle is gelegen aan een eindpunt van het voorstedelijk netwerk en ideaal gelegen voor het oprichten van een werkplaats voor het onderhoud en herstelling van de treinstellen van het GEN (Gewestelijk Express Net). Het sporentracé van het huidig vormingstation wordt omgevormd en twee loodsen worden centraal ingeplant. De moeilijkheidsgraad ligt in de landschappelijke inpassing van het project maar verder gaand kan gedacht worden aan het maken van een nieuw typerend landschap, eigen aan deze voorstedelijke

verkeersinfrastructuren. Aandacht voor de ruimtelijke en functionele samenhang tussen de bestaande deelgebieden, waarvan enkele een waardevolle te behouden situatie hebben, is essentieel voor deze opdracht. Eveneens is het verkrijgen van een maatschappelijk draagvlak voor het landschapsplan een wezenlijk onderdeel. De veiligheidsvoorschriften en het geïntegreerd waterbeleid zijn onzichtbare maar bepalende aspecten tijdens de ontwerpfase. De door Omgeving uitgevoerde historische, juridische, beleidsmatige en ruimtelijke analyse wordt tijdens een studiedag aan de studenten aangeboden. Aansluitend geeft een terreinbezoek inzicht op de reële situatie. Gedurende een drietal ontwerpsessie wordt in groep meteen overgegaan naar het zoeken en formuleren van ontwerpideeën. Het resultaat ervan wordt door een poster voorgesteld aan de bevolking tijdens een infoavond. Hierop worden de stappen van het ontwerpproces, de visualisatie van het landschapsplan en sfeerbeelden getoond.


landschapsplan vormingsterrein NMBS

Harlind Libbrecht, Luc Deschepper


82 | 2blta

Kenny Cardoen - Kevin Claeys - Kevin Coucke - Gunther De Bock - Jeroen Geudens

0 20m 120m


â–ź [grondplan schaal 1/2500]

2blta | 83


SEMINARIE LANDSCHAPSPLANNING

OPDRACHTGEVERS: VLM West-Vlaanderen LOCATIE: Dudzele (Brugge) OPPERVLAKTE: +/- 55 ha PERIODE: februari - mei 2011 -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Het seminarie Landschapsplanning richt zich in eerste instantie sterk op een juiste analyse van een buitengebied, met daarop aansluitend de uitwerking van het ontwerp en het beheer. De student wordt begeleid om voor grote gebieden een plan te ontwikkelen waarvan de basis is terug te vinden is in een diepgaande en correcte analyse van het landschap. Een analyse waarbij het landschap laag voor laag zijn geheimen prijs geeft. PLANGEBIED: Het Seminarie Landschapsplanning speelt zich af in het poldergebied tussen Brugge en Zeebrugge. Het projectgebied is gelegen tussen de toekomstige A11 en het polderdorp Dudzele. De toekomstige omvorming van de N348 tot de snelweg A11 betekent een grote impact voor de omgeving en de bewoners van het dorp. Hoewel het poldergebied zelf nog steeds zijn authentieke kenmerken bezit, wordt het omgeven door ontwikkelingen (haven, A11, windmolenpark, etc.) die elk een sterke dynamiek in het gebied teweeg brengen. AFBAKENING VAN DE OPDRACHT: Het uiteindelijk doel van deze opdracht is het opmaken van een landschapsplan met nastreving van de volgende hoofddoelen:

• •

Analyse van het gebied op drie schaalniveau’s (macro: polderstreek, meso: bufferzone, micro: perceelsniveau) Het landschappelijk inrichten van de bufferzone langs Dudzele door de opmaak van een inrichtingsplan Bufferzone koppelen met extra functies die een meerwaarde geven voor het gebied en eventueel reproduceerbaar zijn in de aansluitende gebieden

PROGRAMMA VAN EISEN: De Vlaamse Land Maatschappij, in samenspraak met diverse mede-actoren, heeft al een eerste voorstel opgemaakt voor de ‘Landinrichting Veldgebied Brugge’. Om de opdracht tot een goed einde te brengen wordt er verwacht om met een kritische (en open) blik dit voorstel te benaderen. De VLM staat open voor nieuwe mogelijkheden en voorstellen die het gebied nodig heeft om te kunnen transformeren tot een kwalitatief gebied van lokaal en (eventueel) regionaal belang.


LANDSCHAPSPLAN A11 Pieter Foré, Harlind Libbrecht


Tina Dubois - Gunther De Bock - Henri Naessens - Sander Van Praet

FERRARISKAART Op de Ferrariskaart zien we ondermeer een hoeve. Ook de aanwezigheid van boomgaarden en bomenrijen valt op.

De oude dorpskern wordt onder woongebied met landelijk karakter geplaatst. Ten noorden van het projectgebied ligt een industriegebied. Verder wordt het kasteelpark beschouwd als parkgebied. Ten zuidoosten van de kern van het dorp bevindt zich een landschappelijk waardevol gebied. Dit maakt het zeer moeilijk om daar aan woonuitbreiding te doen, daar dit het landschappelijk waardevol gebied zou kunnen versnipperen. Figuur 13: Ferr ariskaart

GEWESTPLAN De oude dorpskern wordt onder woongebied met landelijk karakter geplaatst. Ten noorden van het projectgebied ligt een industriegebied. Verder wordt het kasteelpark beschouwd als parkgebied. Ten zuidoosten van de kern van het dorp bevindt zich een landschappelijk waardevol gebied. Dit maakt het zeer moeilijk om daar aan woonuitbreiding te doen, daar dit het landschappelijk waardevol gebied zou kunnen versnipperen.

Woongebieden met landelijk karakter Industriegebied

Op onderstaande kaart is af te lezen dat de zone ten noordwesten van de dorpskern mogelijks Parkgebied overstromingsgevoelig is. Dit kan doordat het gebied afwisselend uit kreekruggen en Landschappelijk waardevol gebied komgronden bestaat en door de vele aanwezige grachten. Een effectief Natuurgebied overstromingsgevoelige zone bevindt zich ten oosten van de dorpskern, waar het Figuur Gewestplan landschappelijk waardevol gebied ligt. Dit6:kan mede zorgen voor problemen wanneer men 17 overweegt om daar aan woonuitbreiding te doen.

WATERTOETS Op nevenstaande kaart is af te lezen dat de zone ten noordwesten van de dorpskern mogelijks overstromingsgevoelig is. Dit kan doordat het gebied afwisselend uit kreekruggen en komgronden bestaat, en door de vele grachten. Een effectief overstromingsgevoelige zone bevindt zich ten oosten van de dorpskern, waar het landschappelijk waardevol gebied ligt. Dit kan mede zorgen voor problemen wanneer men overweegt om daar aan woonuitbreiding te doen. 10 Figuur 8: Watertoets

86 | 2blta


BIOLOGISCHE WAARDERINGSKAART Zoals te zien is op nevenstaande kaart zijn er waardevolle tot zeer waardevolle gebieden aanwezig in het projectgebied. Hierbij gaat het vooral om elementen zoals: • Soortenrijk permanent cultuurgrasland met relicten van halfnatuurlijke graslanden. • bermen, perceelsranden, stroken,… met zilte elementen. • soortenarm permanent cultuurgrasland. • bomenrij (met dominantie van wilg). • weilandcomplex met veel sloten en/of microreliëf en met relicten van halfnatuurlijke graslanden. • bermen, perceelsranden, stroken met elementen van rietkragen of zeebiesvegetaties.

Zeer waardevol waardevol Waardevol Matig waardevol gebied Minder waardevol

Faunistisch voornaam gebied

Tevens zijn er ook enkele biologisch minder waardevolle gebieden aanwezig. Deze zijn soortenarme, vaak tijdelijke en ingezaaide graslanden met bomenrijen waar populier domineert. Alsook houtkanten dominantie of om zanderige gronden gaat. De meest De bodemkaartmet maakt duidelijk datvan het iep vooral geschikte gronden voor akkerbouw liggen op de hogere gelegen gronden namelijk de meidoorn. kreekruggen.

Figuur 10: BiologischeBODEMKAART waarderingskaart

De bodemkaart maakt duidelijk dat het vooral om zanderige gronden gaat. De meest geschikte gronden voor akkerbouw liggen op de hoger gelegen gronden, namelijk de kreekruggen.

Kreekruggen

Ten oosten van de dorpskernUitgeveende bevindt gronden zich een vogelrichtlijngebied. Het doel ervan is de instandhouding van alle natuurlijk in het wild levende vogelsoorten op het Europese Kreekruggen grondgebied van de lidstaten te bevorderen. Figuur 7: Bodemkaart

NATURA 2000 Ten oosten van de dorpskern bevindt zich een vogelrichtlijngebied. Het doel ervan is de instandhouding van alle natuurlijk in het wild levende vogelsoorten op het Europese grondgebied van de lidstaten te bevorderen.

Figuur 11: Natura 2000

2blta | 87


Tina Dubois - Gunther De Bock - Henri Naessens - Sander Van Praet

Zoals bovenstaande informatie beschrijft is het projectgebied gelegen in een poldergebied, Sloten en poelen waar de waterhuishouding een belangrijke rol gaat spelen. voor de afwatering en brengen Sloten en poelen zorgen Om het waterpeil onder controle te houden is er een bemaling aanwezig. Naast de bemaling flora zich mee. zorgen ook de talrijke grachten en met laantjes voor afwatering.

een grote diversiteit aan fauna en

Foto 1: Bemaling en sloot

Het landschap bestaat hoofdzakelijk uit weilanden, die hier en daar begrensd zijn met knotwilgen, populieren of rietkragen. Foto 1: Bemaling en sloot

Foto 6: Zicht va

Het landschap bestaat hoofdzakelijk uit weilanden, die hier en daar begrensd zijn met knotwilgen, populieren of rietkragen. Foto 9: Landschap met sloot en poel Foto 1: Bemaling en sloot

Hethinder landschap bestaatvan hoofdzakelijk uit N348. weilanden, die hier ende daar begrensd zijn met weinig einig hinderervaren ervaren vandedehuidige huidige N348.Aangezien Aangezien de A11 A11 opopeen een knotwilgen, populieren of rietkragen. tteteliggen liggenzou zouhet hetwel weleens eensRecreatiepaden kunnen kunnendat dathiervan hiervanmeer meerhinder hinderzal zalworden worden

Door de aanwezigheid van wandelroutes en fietsroutes, wordtwordt het landschap krij Momenteel er weinigbenut, hinderenervar deze zoakkerlanden, een meerwaarde de lokale ininwoners toe. van 11 m komt te liggen zou het w De in minder mate aanwezige zijn gelegennaar op de kreekruggen het gebied.hoogte Desondanks zijn ze in natte perioden moeilijk bereikbaar, wat zichtbaar is op onderstaande ervaren. afbeelding, waar de maïs in het najaar niet geoogst kon worden. Foto Weilanden Foto 2:2:Weilanden

Foto 8: Struwelen

Sloten en poelen Sloten en poelen zorgen voor de afwatering en brengen e flora met zich mee.

Onderzoek op basis van een bezoek a

Foto 8: Struwelen

Knotbomen Deze komen meestal voor aan de ran Momenteel wordt wordt erlandschap weinig er weinig hinder hinder ervaren ervaren vanvan de huidige de huidige N348. N348. Aangezien Aangezien de A11 de A11 op een op een nFoto poelen FotoMomenteel 6:6:Zicht Zichtvanuit vanuit het het landschap naar naar dedehuidige huidige N348 N348 staan dat er enkele (ca 3) rijen na hoogte hoogte vanvan 11voor m 11komt mdekomt te liggen te liggen zou het het wel wel eens kunnen kunnen dat dat hiervan hiervan meer hinder zal worden zalenworden n poelen zorgen afwatering enzou brengen eeneens grote diversiteit aanmeer fauna enhinder Foto 10: Recreatiepaden Veelvoorkomend zijn de knotwilgen d ervaren. ervaren. t zich mee. Foto 2: Weilanden

Foto 6: Zicht vanuit

Foto 3: Akkerland

Onderstaande afbeelding situeert zich aan de Zwaanhofstraat en geeft een doorgang weer, die mogelijks kan gebruikt worden als verbinding tussen de twee gebieden die wordt gescheiden door de aangrenzende bebouwing.

Foto 9: Landschap met sloot

Stadslandbouw is als het ware een landbouwbedrijf in de omgeving van de stad, dat instaa 18 Recreatiepaden voor het produceren van voedsel en groen voor de lokale bevolking. De betekenis van de aanwezigheid van wandelroutes fietsroutes, stadslandbouw voor de stad en stedelingDoor is veelzijdig. Het grootste voordeel isendat de deze zo een meerwaarde naar de lokale inwoners toe. voedselproductie en de behoeften aan groen, rust, ruimte,…door het gezamenlijk 18 Foto 9: Landschap met sloot en poel Foto da 7: Foto Foto 6: Zicht 6: Zicht vanuit vanuit het de landschap hetleefomgeving landschap naarnaar de huidige degecombineerd huidige N348N348 onderhouden van worden. Deze combinatie zorgt ervoor 18 de ruimte efficiënter gebruikt wordt. Het zorgt voor de voedselproductie van de lokale naneen eenbezoek bezoekaan aandedemeersen meersenininZingem. Zingem. Struwelen Tevens plaatst het de boer bewoner en het biedt educatieve en recreatieve mogelijkheden. Onder struweel verstaan we een sma een positief daglicht, doordat deze het landschap beheert. iepaden

aanwezigheid van wandelroutes en fietsroutes, het landschap oor voor aan aandederand rand van van dedepercelen. percelen. Doordat Doordat zezeininwordt een eenandere andere richting richtingbenut, en krijgteigenschap van een dicht scherm te v naar de lokale inwoners eeen (ca (cameerwaarde 3)3)rijen rijennanaelkaar elkaar staan, staan, zorgen zorgen deze dezetoe. voor vooreen eenfilterende filterendewerking. werking. Onderzoek op basis van een bezoek aan dedeknotwilgen knotwilgendie dieom omdede44jaar jaargeknot geknotworden. worden. Foto Foto 8: 8: Struwelen Struwelen

Foto 4: Doorgang Zwaanhofstraat

gen gen voor voor de de afwatering afwatering en en brengen brengen een een grote grote diversiteit diversiteit aan aan fauna fauna en en

Foto 10: Recreatiepade

Knotbomen Deze komen meestal voor aan de rand va staan en dat er enkele (ca 3) rijen na elk Veelvoorkomend zijn de knotwilgen die o

Onderzoek Onderzoek op basis op basis vanvan een een bezoek bezoek aanaan de meersen de meersen in Zingem. in Zingem. Stadslandbouw is als het ware een landbouwbedrijf in de voor het produceren van voedsel en groen voor de lokal Foto 10: Recreatiepaden stadslandbouw voor de stad en stedeling veelzijdig. H Fotois 8: Struwelen Foto Foto7:7:Landschap Landschapmet metknotbomenrijen knotbomenrijen Knotbomen Knotbomen voedselproductie en de behoeften aan groen, rust, ruimte Deze Deze komen komen meestal meestal voorvoor aanaan de rand de rand vanvan de percelen. de percelen. Doordat Doordat ze inzeeen in een andere andere richting richting Sloten en poelen onderhouden van de leefomgeving gecombineerd worden staan staan en dat en dat er enkele er enkele (ca (ca 3) rijen 3) rijen na elkaar na elkaar staan, staan, zorgen zorgen dezedeze voorvoor een een filterende filterende werking. werking. 88 | 2blta Sloten en poelen zorgen voor de afwatering en brengen eenv an aan we we een eensmalle smallestrook strook met met struikvormend bosplantsoen. bosplantsoen. Dit Ditheeft heeft dedede ruimte efficiënter gebruikt wordt. Het zorgt voor de Veelvoorkomend Veelvoorkomend zijnzijn de knotwilgen destruikvormend knotwilgen die die om om de 4dejaar 4 jaar geknot geknot worden. worden. flora met zich mee. bewoner en het biedt educatieve en recreatieve mogelijk cht ichtscherm schermtetevormen. vormen.


ZONE 2

ZONE 1

▲ [ontwerpplan]

Ons ontwerp hebben we in twee hoofdzones onderverdeeld, deze worden door de lintbebouwing grenzend aan de Zwaanhofstraat van elkaar gescheiden. ZONE 1 Deze zone werd voornamelijk ingericht als woonuitbreidingsgebied, daar deze landschappelijk minder waardevol is en zo het meer historische landschap van Dudzele niet verder versnipperd wordt. De voorgestelde woningstypologie is gebaseerd op een oude pastorijwoning, om een landelijk karakter te verkrijgen. De woningen variëren en bieden naargelang de grootte onderdak aan één tot drie gezinnen. Om een aangename, groene omgeving te verkrijgen en het landelijk karakter te versterken, werd er gekozen voor hoogstamboomgaarden, kleine bosquets en weilanden als groene bouwstenen. De boomgaarden worden onderverdeeld in private en openbare boomgaarden. De private boomgaarden functioneren dan als tuin bij de pastorijwoning. De openbare boomgaarden kunnen door de lokale bevolking gebruikt worden

als picknickruimte, ontmoetingsruimte,….

speelruimte,

De bosquets zorgen voor een groenbuffer ten opzichte van de A11 en kunnen ingericht worden als speelbos. De weilanden kunnen worden gebruikt door de stadslandbouwer als huisweide. De hoeve die zich eveneens in deze zone bevindt zou dan dienen als uitvalsbasis voor de stadslandbouw. ZONE 2 Dit is de grootste zone tussen de A11 en de dorpskern. In deze zone is een buffering gewenst en als bijkomende functie opteerden we voor recreatie. Zodat de bevolking ook in het gebied betrokken wordt en de zone op deze manier een meerwaarde krijgt. Als groenbuffer wordt er gebruik gemaakt van bomenrijen, zodanig ingeplant dat het zicht op de A11 gebufferd wordt. Om verdere versnippering van de landbouwgronden te voorkomen worden deze aangeplant op de perceelsranden en langsheen enkele sloten. De keuze gaat uit naar knotwilgen en populieren

daar deze soorten veel voorkomen, en kenmerkend zijn voor de omgeving. Deze werden zodanig aangeplant opdat deze een transparant groenscherm zouden vormen. Tevens werd er rekening gehouden met enkele vistas. Zo werd er een doorzicht vanuit het kasteelpark naar het landschap toe voorzien, om de relatie met het landschap in stand te houden. Een tweede vista is deze van op de A11 naar de kerktoren, gezien de toren als oriënteringspunt functioneert. Om de bewoners van Dudzele bij het gebied te betrekken werd een trage weg doorheen het gebied voorzien, deze werd ook aan de twee reeds bestaande fietsknooppunten gekoppeld. Deze weg bestaat uit een verdicht pad, opgebouwd uit een natuurlijk materiaal (dolomiet), en wordt afwisselend vergezeld van sloten, bomenrijen en rietkragen. De percelen bestaan hoofdzakelijk uit weilanden die begraasd worden. De drogere en hoger gelegen stroken (zandruggen) die in het gebied aanwezig zijn, worden voor akkerlandbouw gebruikt.

2blta | 89


SEMINARIE STEDENBOUWKUNDE

OPDRACHTGEVERS: n.v.t. (academisch) LOCATIE: Lemberge (Merelbeke) OPPERVLAKTE: 4 ha PERIODE: februari - mei 2011 -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------De projectzone ligt in Lemberge, één van de deelgemeenten van Merelbeke. Volgens de afbakening bepaald in het RSV behoort de projectzone tot het zogenaamde buitengebied. In het Gewestplan is de projectzone ingekleurd als woonuitbreidingsgebied. De projectzone wordt begrensd door in het: • N: de Vatestraat • O: de Burgemeester Maenhoutstraat • Z: de Gansberghelaan • W: de Steenstraat Omdat de ruimte schaars is in Vlaanderen moet er zorgvuldig en duurzaam mee worden omgesprongen. In het RSV worden minimale woondichtheden van 15 woningen/HA voor het buitengebied en 25 woningen/HA voor het stedelijk gebied voorgeschreven. Het projectgebied beslaat een oppervlakte van ongeveer 4 HA. De woontypologie moet omwille van het behalen van de sociale huisvestingsnorm minstens uit 20% sociale woningen bestaan. Voor de verdere uitbouw van een kwalitatieve woonomgeving te verzekeren vraagt de gemeente de ontwikkeling van een dorpspleintje aansluitend met de kerk en een groen buurtspeelplein. Beoordelingscriteria: • Beheersen van een ontwerpproces voor de aanpak van een integrale woonproblematiek op buurt/ wijkniveau.

• • • • • • • • • • • •

De stedenbouwkundige en architecturale kwaliteit van het concept. Integreren van duurzaamheid. Externe en interne circulatie. De ruimtelijke structuur, samenhang en beleving . Het inbreidingsaspect, voortbouwen op de ruimtelijke structuur. Slim gebruik van de ruimte. Kiezen van de geschikte woningtypes. Het groenbeeld van de wijk. De grafische uitdrukking. De interactie tijdens het atelier. De samenwerking in teamverband. Organisatie van het werk en het nakomen van de afspraken.

Bronnen: • Wonen of Wijken. (Jan Tanghe, Sieg Vlaeminck, Hugo Vanderstadt) • Dichter Wonen. Voorbeeldenboek (Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Depotnummer 202/3241/057) • Werkboek kwaliteitsvol verkavelen. (Vlaamse overheid. Depotnummer D/2008/324/03 1) • Ruimtelijk Structuurplan Merelbeke. (Studiegroep Omgeving)


DUURZAME WOONUITBREIDING IN HET BUITENGEBIED MERELBEKE LEMBERGE Rik De Vis, Ruben Joye


92 | 2blta

Wesley Moens - Thomas Verlee


â–ź [grondplan schaal 1/1250]

0

10m

60m

2blta | 93


94 | 2blta

Wesley Moens - Thomas Verlee


2blta | 95

Ellen Coolsaet - Jeroen Geudens - Tars Vermogen


96 | 2blta

Ellen Coolsaet - Jeroen Geudens - Tars Vermogen


â–ź [grondplan schaal 1/1250]

0

10m

60m

2blta | 97


98 | 2blta


internationalisering: studiereis DUITSLANDITALIË

DE VERLICHTE DESPOTEN ACHTERNA DE TUINKUNST VAN HET QUATTROCENTO 9 mei - 20 mei 2011 Begeleiders: Stefanie Delarue Rik De Vis Steven Heyde Ruben Joye

▼ [BUGA 2011, Koblenz (DE)]

▲ [Schlossgarten Schwetzingen, Schwetzingen (DE)] ◄ [BUGA 2011, Koblenz (DE)]

2blta | 99


â–ź[Giardino di Valsanzibio (Villa Barbarigo), Valsanzibio (IT)]

100 | 2blta


2blta | 101


▲[Prato della Valle, Padova (IT)] ►[Riemer Park, Munchen (DE)] ▼[San Marco piazza, Venetië (IT)]

◄ [Villa Reale di Marlia, Pieve di San Pancrazio (IT)] ▼ [Ponte de la Chiesa, Venetië (IT)]

102 | 2blta


2blta | 103


◄ [Venetië (IT)] ▼ [San Martino, Lucca (IT)]

▲[Giardino Bardini, Firenze (IT)]

▲[Villa Reale di Marlia, Pieve di San Pancrazio (IT)] ►[Isola Bella, Lago Maggiore (IT)]


2blta | 105


3BLTA - STAGE & GRAFISCH EINDWERK 110 GRAFISCH EINDWERK: SITE BIJLOKE (GENT)

116 GRAFISCH EINDWERK: SITE BIJLOKE (GENT)

122 LOGE: BAUDELOHOF

126 LOGE: BAUDELOHOF

(GENT)

(GENT)

Sébastien Decock

Pieter Gyssels

Helena Van Boxelaere

Michelle Janssens

131 INTERNATIONALISERING: STUDIEREIS BARCELONA

3blta | 107


GRAFISCH EINDWERK (BACHELORSPROEF)

OPDRACHTGEVERS: Hogeschool Gent LOCATIE: Gent OPPERVLAKTE: 9 ha PERIODE: september 2010 - juni 2011 -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------De belangrijkste uitdaging voor de student bestaat hierin, de grote hoeveelheid aan informatie o.a. beleids- en structuurplannen, nota’s, voordrachten en flankerende lessen, aanbevolen literatuur, vaktijdschriften, opmetingsplannen enz… omtrent de verschillende aspecten van de projectopgave en aanverwante te ‘assimileren’ en te leren ‘hoe’ daarmee om te gaan in de praktijk. VERKENNING Tijdens de verkenningsfase worden bewust groepsmomenten voorzien om het teamwork eventueel bij te sturen, te stimuleren en te evalueren ( o.a. groepsdiscussie, klassikale besprekingen in het atelier, presentatie van de poster en de survey, het opmaken en toetsen van een werkschema en taakverdeling enz..). De volgende competentieontwikkelingen worden geëvalueerd: • Een daadwerkelijke en volwassen bijdrage leveren in het groepswerk. • Een werkschema op te maken en er zich aan te houden. • Relevante informatie en referentiebeelden op te zoeken en te verwerken. • De aanbevolen literatuur ‘begrijpend’ gelezen te hebben. • De projectcontext te kunnen analyseren, evalueren en te synthetiseren. • De surveytechnieken (preliminair onderzoek) kritisch toe te passen. • Een structurele parkvisie formuleren. • De poster en de portfolio als een sterk grafisch eindproduct te presenteren. VERDIEPEN EN FOCUSSEN Het groepswerk en het volledige verloop van de uitgebreide verkenningsfase en de flankerende lessen moet de student in baan gebracht hebben om het ontwerpproces individueel verder te zetten. Uiteindelijk dient de student een volledig individueel ontwerpdossier op te maken. De volgende competentieontwikkelingen worden geëvalueerd: • Het efficiënt gebruik maken van de ontwerpconsulten. • Een gestadig werkritme te ontwikkelen. • Een ontwerpverhaallijn op te zetten. • Het creatief vermogen van structuuren ontwerpschetsen grafisch uit te drukken. • Een permanente aandacht om een volledig dossier uit te werken.

REFLEXIE Het ontwerpproces nadert de eindfase waarin de technische en administratieve onderdelen worden aangepakt. Met de nauwkeurige opmaak van de technische plannen en de administratieve vereisten overloopt de student het planningsproces en houdt hij greep op het geheel van het ontwerpdossier. De volgende competentieontwikkelingen worden geëvalueerd: • Het efficiënt en zinvol gebruik maken van de thematische consulten. • De vaktechnische kennis uit te drukken in technische tekeningen, beplantingsplannen, beheervisie en bestek. • De correlatie van de verschillende plannen en het dossier te beheersen. • De administratieve opbouw van het ontwerpdossier juist uit te werken. BEOORDELINGSCRITERIA VOOR DE JURY • De kwaliteit en samenhang van visie en concept op de Bijlokesite en haar omgeving. • De kwalitatieve parkarchitectonische vormgeving van het parkconcept. • De verwerking van de geformuleerde plandoelen, programmapunten en de structurele uitgangspunten. • Het sociaal en recreatief – ruimtelijk functioneren van het planobject. • De leesbaarheid, het karakter en de sferen van het parkconcept. • De externe ontsluiting van het plangebied. • De organisatie en de interne circulatie van het planobject. • De visie op het gebruik van de planten en het parkharmonisch beheer. • De vertaling van het begrip ‘duurzaamheid’. • De techniek van aanleg (opbouw van de beplanting, reliëf en grondmodulatie, waterbeheer, verhardingen, parkconstructies enz..). • De administratieve dossieropbouw van het bestek en prijsinzichten. • De grafische eenheid, de eventuele schaalverfijningen voor deelgebieden en de coherentie van het grafisch eindwerk. • De mondelinge presentatie en verdediging van het grafisch eindwerk.


BIJLOKE

Rik De Vis, Harlind Libbrecht


110 | 3blta

SĂŠbastien Decock


0

10m

60m

3blta | 111


112 | 3blta

SĂŠbastien Decock


De interactie tussen de Bijlokesite en zijn omgeving zal versterkt worden op verschillende manieren in mijn ontwerp. Als eerste hebben we al twee representatieve entrees (rood) tot de Bijloke. Verder krijgen we twee explosies van groen aan de Godshuizenlaan en Bijlokekaai en één samensmelting aan het Bijlokehof De relatie tussen de site en de Leie is in mijn ontwerp sterk versterkt met de kaai en de groene oase die van tussen de gebouwen komt. De plek is zo opgezet dat het ruimte biedt voor verblijven en te lunchen. Door het toepassen van de hangende verlichting wordt beslotenheid en ook ruimte gecreëerd in het straatbeeld. Dit bevordert de toegankelijkheid in de verschillende looproutes, maar belangrijker is dat hierdoor een echt ‘huiskamer’ gevoel ontstaat. Verder wordt het fietsgebeuren langs de kade verzorgd door een groen pad dat je veilig langs de Bijloke begeleidt. Deze weg wordt éénrichtingsverkeer om het autoverkeer hier te dempen tot plaatselijk verkeer en de beleving tussen de site en de kade sterker te maken. De Bijlokekaai wordt ook verzorgd met een hoge en lage kade. Op de hoge kade passeert het fietsverkeer en op de lage kade kan aangemeerd worden met een boot. Het verschil tussen beide kaden wordt overbrugd met enkele luie trappen die kunnen dienen als zitelementen. Dit zorgt voor meer beleving naar het water toe. De relatie tussen de Godshuizenlaan en de site zal versterkt worden door

de auto’s een plek te geven in de ondergrondse parking waardoor het groen kan exploderen in het straatbeeld. Dit bevordert de aantrekkelijkheid van de Bijlokesite die je ook het gevoel geeft van dwars door het groen te rijden. De ondergrondse parking is ook voorzien van twee uitgangen: in het park en aan de straat. De ondergronds parking kan bovendien ook voorzien zijn van enkele herlaadpunten voor elektrische wagens. Naarmate de elektrische wagens toenemen kunnen zonder enig probleem meer herlaadpunten worden geïnstalleerd in de garage. Ik zie de Bijlokesite als een ontvangstruimte voor Gent. Je komt met uw elektrische /gewone wagen naar de bijlokesite, parkeert hem ondergronds, gaat verder naar het STAM museum en leert alles over de historie van gent, je gaat verder via de groene verbindingen met de fiets of met de boot doorheen Gent en eindigt terug in de Bijlokesite en terug weg. De relatie tussen de Bijloke site en het Bijlokehof wordt ook versterkt door de oude Pasteurlaan een nieuwe functie te geven als fietsweg. De andere wegen krijgen een lichte wijziging waardoor we het autoverkeer tussen de site en het hof vermijden en wordt de connectie tussen beide groter. Het gebruik van het Bijlokehof wordt dan ook bevorderd met het plaatsen van een overdekte ruimte die kan dienen als expositie ruimte of andere bijeenkomsten. De circulatie vertrekt vanuit de gebouwen van het KASK, en wordt doorgetrokken in het Bijlokehof om de connectie te versterken. Het soortenaantal in heesters wordt ook

verhoogd door het toevoegen van enkele meerstammigen en sierheesters. De interne veranderingen in de Bijlokesite De circulatie rond het KASK versterkt met aan de ene kant verbindingen met gebonden bruin siergrind dat waterdoorlaatbaar is. Aan het KASKcafe wordt de terrasverharding ook in dit soort materiaal veranderd want de bestaande verharding is te fijn en wordt eruit geschopt. De hoofdlooplijnen in deze ruimte worden benadrukt met lange stroken blauwe hardsteen die verweven zijn met het gazon. De ruimte tussen de zwarte zaal en de binnentuinen is een ideale plek voor fietsenstallingen. Dit merkte ik aan de hand van mijn terreinobservatie. Ik maak hier dan ook gebruik van het bruin siergrind dat duidelijk maakt waar de fietsen mogen geparkeerd worden. Voorzien van zwarte gebogen buizen kunnen ze de fietsen sluiten. Om de ruimte aangenamer te maken zijn er drie bomen (Carpinus betulus) voorzien die zorgen voor een frisgroene uitstraling doorheen de bebouwde ruimte. Verder hebben we het nieuwe Bijlokepark gedeelte dat ingericht is met een inloopruimte. Voorbij de inloopruimte hebben we de echte relatie tussen park en gebouwen van de Bijloke. Het park is voorzien van een talud om zo de circulatie van auto’s en leveringen te beperken in hun relatie met het park. Deze talud is voor een deel beplant met een groenbuffer en bomen en voor een ander deel met gazon. Zo stop ik een

3blta | 113


SĂŠbastien Decock deel van het moderne gebouw weg maar niet helemaal. De oude schuur in deze ruimte wordt gerenoveerd en kan gebruikt worden als overdekt terras. Vanuit dit punt heb je dan ook een mooi overzicht van een gedeelte van het Bijlokepark. Verder maak ik ook gebruik van verhoogde gazonvlaktes afgewerkt met een keermuur uit beton met een deksloof uit natuursteen vastgehecht met chemische ankers. Deze zijn op zithoogte en kunnen dus gemakkelijk gebruikt worden. Om het perspectief te vergroten heb ik met kleine bomenrijen gewerkt van klein naar groot. In het voorjaar zal dit een mooi kleurenpalletje geven van wit/rood op een groene basis. De grote binnentuin is voorzien van een onderhoudspad rondom. Dit dient niet om echt te gebruiken als circulatiepad want er wordt hier voornamelijk op het 114 | 3blta

gazon gelopen. Het rechte pad dwars door deze binnen tuin behoud ik wel omdat deze de belangrijkste looplijn is. Elke insprong is voorzien van een rijkelijk kleurenpakket van vaste planten. Dit is het enige arbeidsintensieve aan mijn ontwerp maar dit zal zeker succesvol worden omdat het ten eerste leerrijk is voor de toekomstig verhuizende landschapsarchitecten en ten tweede heel aangenaam voor de vertoevende student of de passerende mensen. Het zicht van binnenuit op deze tuinen zal dan ook spectaculair zijn. Hiermee zetten we de tuinen van de Bijloke terug op de kaart! De omsloten binnentuinen hebben elk een aparte benaming: de organische tuin, de strakke tuin, de pergolatuin, de rode tuin. Hierbij is steeds rekening gehouden met het praktische van de

student. Zodanig dat deze hun chemische praktijken kunnen vervullen in een open ruimte. Praktisch wil niet zeggen dat ze niet aantrekkelijk kunnen zijn. Vandaar dat ik enig verschil heb ingebracht in de omsloten tuinen. De ruimte bij het STAM museum is voor een deel behouden maar is ook aantrekkelijker gemaakt voor de toekomstige bibliotheek die er komt. Aangekleed met verhoogde gazonvlaktes die kunnen dienen als leesruimte voor de studenten of andere bezoekers. Er wordt ook gebruik gemaakt van bomenrijen die de aandacht verdelen tussen het STAM en de bibliotheek. Bij deze kom ik bij de grote centrale ruimte terecht. Deze is voorzien van een recreatieve ruimte van 40 meter bij 50 meter die ingevuld kan


worden met een evenementen tent (zie 3D-visualisatie). Er worden ook twee driehoekige bomenpleinen in rasterpatroon aangelegd voorzien van de Prunus ‘umineko’. Een sierboompje dat heel mooi roze/wit bloeit in het voorjaar. Op deze pleinen kunnen allerlei kleine dingen georganiseerd worden, en als het geen evenement is kunnen deze ingevuld worden met zitelementen in de richting van de floorscaping die aanwezig is doorheen de bomen. Alle circulatie in deze centrale ruimte is dan ook gemakkelijk voor de wagens en vrachtwagens die hier komen leveren. Het hoofdgebouw in deze ruimte is dan ook voorzien van een piramidale trap omdat dit magnifiek gebouw toch een stevige voet verdient. Deze uitgang is ook praktisch voorzien voor de rolstoelgebruikers, dit gebeurt links en rechts van het gebouw. De fruitbomen in

deze ruimte worden ook aangevuld en de bunkers/gebouwen worden behouden uitgezonderd één kelder. De boomgaard wordt verder aangevuld met zijn ligustrumhaag zodanig dat hij rondom wintergroen blijft. Met als streefbeeld een bloementapijt met fruitbomen. Er zijn drie ingangen die praktisch gesitueerd zijn. De haag rondom dient ook om het ecologische gemakkelijk te beheren. De fruitbomen worden ook aangevuld met een viertal nieuwe soorten om zo de bestuiving te bevorderen.

Het is het zuidelijke verwelkomingsplein van de Bijloke. “Met mijn ontwerp heb ik gepoogd om orde te brengen op de site en ruimtes aangenamer te maken. Ook heb ik de relaties versterkt en met de volledige bestaande situatie zoveel mogelijk rekening te houden.”

Het verdiept plein ligt een tachtigtal centimeter onder het maaiveld en is voorzien van twee zitblokken in beton. Dit kan gebruikt worden als expositieruimte en is omringd door Carpinus betulus die met hun voet ingewerkt in het plein zitten. 3blta | 115


116 | 3blta

Pieter Gyssels


0

10m

60m

3blta | 117


Pieter Gyssels BIJLOKEVELD Is gelegen tussen het burgerlijk hospitaal en de 13de eeuwse ziekenzaal en ligt op twee hoofdassen waarbij er een open ruimte is gecreĂŤerd. Die ruimte kan ingevuld worden door allerhande evenementen. De reeds bestaande lindenbomenrij aangevuld met nieuwe zorgt voor een subtiele omkadering terwijl er toch een transparantie blijft op ooghoogte. De aangelegde zuidelijk gerichte halfopen verharding doet dienst als picknickruimte.

beplantingspatroon (vierkant verband).

BOOMGAARD De bestaande boomgaard wordt uitgebreid met respect voor de aanwezige volwassen fruitbomen en het

BIJLOKEHOF Dit is in de eerste plaats een buurtpark voor mensen die in de directe omgeving wonen. Door een autoluwe weg tussen

118 | 3blta

MUZENTUIN Dit gedeelte is landschappelijk sterk ingericht en is toegankelijk via de Godshuizenlaan. Langs de wandelpaden kunnen tentoonstellingen plaatsvinden en in het amfitheater kunnen openluchtvoordrachten gehouden worden. Een pergolaconstructie aan de Godshuizenlaan zorgt voor een afscherming van de Muzentuin voor het verkeer en een groene omkadering.

de Bijloke site en het Bijlokehof wordt de relatie tussen beiden versterkt. BIJLOKEKAAI Een vlotte verbinding tussen het studentenkwartier op de Blandijnheuvel en de Bijlokesite wordt tot stand gebracht via een transparante voetgangersbrug. De Bijlokesite wordt op die manier ook toegankelijker door de betere aansluiting met de tram in de Kortrijksepoortstraat. Een groter aanmeerpunt zorgt ervoor dat de site met bootverbindingen verder kan ontsluiten. JOZEF KLUYSKENSTRAAT Het plein aan de noordelijke hoofdtoegang ter hoogte van de Hospitaalstraat krijgt


een open identiteit, waarbij de nadruk meer op het gebouw komt te liggen. Een gedeelte van de Jozef Kluyskenstraat blijft toegankelijk voor auto’s, richting de Leie wordt de straat een groene voetgangersen speelzone. DE BINNENTUINEN De binnentuinen zijn gelegen tussen het gebouwencomplex van het voormalige burgerlijk hospitaal. Hier worden muren gesloopt zodat de binnentuinen meer tot hun recht komen. Naast de verharding worden er heesterborders voorzien met uitsluitend harde Gentse Azalea’s. De bestaande notelaren blijven behouden.

3blta | 119


EINDLOGE

OPDRACHTGEVERS: n.v.t. (academisch) LOCATIE: Gent OPPERVLAKTE: 1,4 ha PERIODE: juni 2011 -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------De loge is een geïntegreerde proef waarbij beroep gedaan wordt op de individuele en parate ontwerpvaardigheid voor een groenobject van beperkte omvang, welke van een beginnend vakbeoefenaar mag verwacht worden. CRITERIA • De analyseeren de synthetiseercompetenties om snel duidelijke uitgangspunten te formuleren en in de gestelde ruimtelijke context te evalueren zullen getoetst worden a.d.h.v. structuurschetsen, profielen, enz... (bevraging en potenties van het terrein, interne en externe circulatie en relatie, oriëntatie, interpretatie en implementatie van het programma, enz...). • Vooral het creatief vermogen (verhaallijn, ontwerpidee) en de ruimtelijke opbouwcompetentie om een duurzame architecturale oplossing te creëren zal bevraagd worden. De ontwerpvisie dient in een duidelijke en leesbare ontwerptekening met een krachtige grafiek uitgedrukt te worden. • De vaktechnische inzichten en vaardigheden drukken zich uit in een verantwoord gebruik van planten, materiaalkeuze, technieken en constructies. Zij zullen uitdrukking krijgen in de daartoe geijkte technische tekeningen. BEOORDELING Elk jurylid beoordeelt de globale architecturale en vaktechnische kwaliteit van het werkstuk in functie van de hierboven aangehaalde criteria en de specifieke

vraagstelling die peilt naar parate kennis en vaardigheid. Na de mondelinge uiteenzetting en verdediging van de student beoordelen zij samen het voorgebrachte werkstuk. OPDRACHT Het stadsbestuur van Gent zet het licht op groen voor een herinrichting van het Baudelohof. Het Baudelohof in de Kuip van Gent is een groenzone met bijzondere historische waarde, hier was de eerste Gentse plantentuin gelegen. Het stadsbestuur stelt volgende programmapunten voorop: Baudelostraat (statuut van • De woonerf) ruimtelijk betrekken bij de herinrichting van het park (vb. woonerf en speelelementen voor kleuters). • De Baudelokaai en het water ruimtelijk en visueel betrekken bij het park (vb. fietsroute). • Aandacht voor de aansluiting met Dodoensdreef en de Bibliotheekstraat. • Een multifunctioneel (bal)speelruimte voor tieners. • Een bloementuin/leestuin/kijktuin/ educatieve tuin enz... als een stille oase in de Kuip van Gent met referentie naar de voormalige Gentse horticultuur.


BAUDELOHOF Rik De Vis


Helena Van Boxelaere

â–ź [ontwerpplan schaal 1/500]

122 | 3blta


0

5m

25m

3blta | 123


Helena Van Boxelaere

â–ź [beplantingsplan schaal 1/500]

124 | 3blta


0

5m

25m


Michelle Janssens

â–ź [ontwerpplan schaal 1/500]

126 | 3blta


0

5m

25m

3blta | 127


Michelle Janssens

â–ź [beplantingsplan schaal 1/500]


0

5m

25m

3blta | 129


130 | 3blta


internationalisering: studiereis Barcelona

9 mei - 20 mei 2011 Begeleiders: Dirk Baele Luc Deschepper Harlind Libbrecht

3blta | 131


132 | 3blta


3blta | 133


BaNABA LANDSCHAPsontwikkeling 138 LANDSCHAPSANALYSE ‘KUNST IN HET LANDSCHAP, LANDSCHAP ALS KUNST’ (HERZELE) Natalie Farla, Pieter-Jan Vermylen, Véronique De Bleeker, Virginie Peeters

152 GREEN CYCLE BELT (BRUGGE)

6. Design

Hermien De Foer, Pieter Heylen, Wim Jambon, Virginie Peeters

eren

geen boodschap. naar de tegenod, schepping n de mens in de sen ethiek en ties wil ik ook ren en ons doen en, die het afval Verschueren)

de reeds een kkerij. ‘Zijn Instalndbouwkar met

158 PROJECT STADLAND (KOUTER- EN LEIELAND) Charlotte De WIt, Natalie Farla, Pieter-Jan Vermylen, Virginie Peeters

el + meersen

40

ngen

BaL | 135


PROJECTEN LANDSCHAPSONTWERP I

OPDRACHTGEVERS: Arpia vzw (http://www.arpia-art.be) LOCATIE: Herzele OPPERVLAKTE: +/- 700 ha PERIODE: september-november 2010 -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------GEBIEDSAFBAKENING De kern van het studiegebied bevindt zich in de onmiddellijke omgeving van de vroegere steenbakkerij in de Kauwstraat in Herzele. Op dit domein zijn een aantal kunstwerken ingeplant. Het is de bedoeling van Arpia om deze lokale actie te gaan uitbreiden over een groter gebied. Hierbij moet door ons een afbakening worden gemaakt binnen de publieke ruimte, om na te gaan waar mogelijke kunstwerken kunnen worden gerealiseerd. DOELSTELLING Het doel van deze opdracht is het analyseren van de landschapsstructuur van de ruime omgeving van de steenbakkerij te Herzele. Binnen deze zone wordt een uitbreiding van het kunstaanbod gepland, in de opdracht wordt onderzocht wat de relatie is tussen kunst en landschap, of hoe de relatie tussen kunst en landschap kan worden versterkt. Inventaris van landschapselementen en –structuren Bij een wetenschappelijke landschapsanalyse zal men via kaartstudie abiotische, biotische en antropogene elementen analyseren (cfr. schema op p.8). Hier is het ook de bedoeling om bijkomend aan de hand van een persoonlijke analyse van opvallende elementen en waarnemingen het landschap te beschrijven en te memoriseren. Uit deze landschapsbeleving kan de inspiratie ontstaan om kunst in het landschap of landschap als kunst een basis te geven. Het gaat hierbij om een creatief proces, waarbij inspiratie wordt gevonden in waargenomen elementen. Hieruit kan de discussie over wat kunst voor de studentengroep kan betekenen ontstaan.

Ruimtelijke analyse van het studiegebied Vanuit de geanalyseerde ruimtelijke structuur wordt nagegaan wat de mogelijke inplantingsplaatsen zijn voor kunst. Kunst wordt in ruime zin beschouwd, een aantal referentiewerken zijn beschikbaar in het atelier: over landschapsstudie: • Antrop, M. (1989) Het landschap meervoudig bekeken. Pelckmans. Kapellen • Antrop, M. (2007) Perspectieven op het landschap. Academia Press. Gent • Macfarlane, R. (2008) De laatste wildernis. De Bezige Bij. Amsterdam • Galofaro, L. (2007) Artscapes. 2nd ed. Editorial Gustavo Gili. Barcelona • Heidegger, M. (1996) De oorsprong van het kunstwerk. Uitgeverij Boom. Amsterdam • Schama, S. (1995) Landschap en Herinnering. Uitgeverij Contact. Amsterdam/Antwerpen • Lörzing, H. (s.d.) Een kunstreis door Flevoland. Uitgeverij 010. Rotterdam • Lörzing, H. (1982) De angst voor het nieuwe landschap. Staatsuitgeverij ‘s-Gravenhage • Tahon, J. In Fluïdum • Tinel, K. BRGL • De Bruyckere, B.(2002) ONTWERP Het gedeelte ontwerp in deze opdracht bestaat erin een aantal referentievoorbeelden te presenteren waar kunst het landschap mee gaat vormen, waar kunst de identiteit van een omgeving mee gaat bepalen • Inplanting • Bereikbaarheid • Gebruik • Bezoekersinfrastructuur


LANDSCHAPSANALYSE ‘KUNST IN HET LANDSCHAP, LANDSCHAP ALS KUNST’ Harlind Libbrecht


Natalie Farla - Pieter-Jan Vermylen - Véronique De Bleeker - Virginie Peeters

n de bronzone van de Ransinningsgeschiedenis van het ort geweest, hetgeen zich lt in de aanwezigheid van en” en een zeer soortenrijke rage wegen hele gebied kent een lange s gesloten landschap, met Definitie perceelsranden bomenrijen genHet zijngebied alle openbare wegen en en. is nu nog echterlijke erfdienstbaarheden van oten met bomenrijen en ggsdie uitsluitend of grotendeels de perceelsranden. (Landworden door niet-gemotoriseerd 10) en als dusdanig een rol (kunnen) oor zachte mobiliteit, l, aan de oostzijde, is duurzame ,etlandbouw, natuurontwikkeling verscheidene bronnen. eldschapsbeleving. van het bos bestaat vooral

ine weilanden, beplant met n drie types van wegen onoverwoekerd mettrage bramen. den, elk met een ander (of geen) idoornhagen, die vroeger statuut: hebben gediend, nog te herle buurtwegen: voorzien in de andschap. Op veel plaatsen 10 april 1841 op de buurtwegen, erafvoer erg traag. Hierdoor id op demoerasvorming ‘Atlas der Buurtwegen’ venbos ge bij gemeenteen provinciebeor heel wat zeldzame deze zijn openbaar domein of het en -dieren er een plekje sde openbaar. Ze mogen dus niet gevarieerde bosstrucn worden. ivenbos bezit dit gebied wegen die onder een andere biologische waarde (zie kaart wetallen: vb. wandelwegen in bossen el, salomonszegel, daslook, eet), in natuurgebieden maagdenpalm en dotter- (natuurvroegere trein- of trambeddingen ele van de opmerkelijkste h statuut meestal afhkunnen ankelijk van wat betreft de fauna ming op gewestplan), dijkpaden dat de wielewaal in het Dui- in an polders en wateringen, elingsbiotoop vindt, buizerd… aan ontstane trage wegen: n geschikte jachtgebied. Ookdeze der geen enkel juridisch statuut. de kleine, maar gevarieerde e, 2007) et zijn steile hellingen, zijn uurpunt, 2010 (a-b)) e zijn de drie types van trage anwezig. ligt enigszins verscholen in dal. Het Duivenbos is altijd

Bedreigingen eest voor de dorpsgemeen-

▼[trage wegen als veilige verbindingen voor fietsers en wandelaars met bovendien vaak een belangrijke ecologische en/of cultuurhistischorische waarde]

2.5.3 Belang

Trage wegen kunnen gebruikt worden als wandel-, ets- of ruiterpad. Vele trage wegen worden vandaag reeds ingeschakeld in wandel- en etsroutes. Veldwegen en kerkwegels zijn immers ideaal voor wandelaars of etsers die op een rustige manier van het landschap en de natuur willen genieten. Trage wegen hebben een belangrijke cultuurhistorische waarde. Bijna alle trage wegen zijn historische verbindingen. De geschiedenis van sommige veld- of kerkwegels gaat terug tot in de Romeinse tijd! Trage wegen zijn getuigen van vroegere verbindingen naar en tussen dorpskernen (kerkwegels), van vroegere doorgangen voor landbouwers (“karrensporen”), van wegen die vroeger werden gebruikt om boten voort te slepen (jaag- en dijkpaden op oeverstroken) en van vroegere trein- en tramverbindingen (voormalige beddingen). Als ze verdwijnen, gaat dus ook een deel van ons “collectief geheugen” verloren. Trage wegen zijn, zeker in het dichtbebouwde Vlaanderen, ook van belang voor natuurontwikkeling. De nog overblijvende natuurgebieden zijn klein en sterk versnipperd. Trage wegen zorgen voor een ecologische verbinding tussen natuurgebieden, waardoor tal van planten en dieren zich kunnen verspreiden over een groter gebied. Daarnaast zijn trage wegen een speciek biotoop voor verschillende planten en insecten. Holle wegen nemen hierbij een specieke plaats in door hun hoge ecologische en landschappelijke waarde.

gen in Vlaanderen verdwijnen Antelinks. Men deed er aan of hun functi e door o.a. aanleg van n kleinschalige landbouw. erkavelingen, ruilverkavelingen of Trage wegen kunnen tot slot gebruikt worpen gehouden en groenten gebieden; verharding en inschad zelfs vlas geroot en tijdens den als veilige verbindingen voor zwakke autowegennetwerk; onwettelijk de het bos als schuilplaats. weggebruikers. Ze kunnen, zeker voor korte door aanpalende eigenaars; afstanden, een alternatieve en veilige route en door landbouwers, nalatigheid bieden voor bijvoorbeeld schoolgaande houd. Sinds 1945 is naar schatkinderen. Heel wat trageopwegen ▲[open kouterlandschappen gelegen de zachtmaken een kwart tot één derde van het trage tussen en naar dorpskernen. hellende verbinding kant van de heuvels] et in Vlaanderen (rechtmatig of Ook in een stad kunnen jaagpaden naast verdwenen. (De Baere, 2007) waterlopen een veilige verbinding garanderen voor de zwakke weggebruiker. (vzw Trage Wegen, 2010) 138 | BaL


Boven: sfeerbeeld holle weg (Virginie Peeters| Onder: sfeerbeeld bomenrij (Knotbomen)| (Pieter-Jan Vermylen)

ringsplaats en als voedselbron. In oude houtkanten komen planten en ongewervelden voor die normaal in bossen voorkomen. Voor veel dieren vormen deze landschapselementen slechts een deel van hun leefgebied. Andere soorten zoals hazen en reeën gebruiken hagen voornamelijk in de winter, als foerageerplek. Deze landschapselementen hebben niet alleen ecologische functies. In de traditionele agrarische samenleving deden ze dienst als perceelsscheiding, als veekering, als bodemvastlegger op erosiegevoelige standplaatsen, als schaduwbrenger voor het vee, als natuurlijke drainage op plaatsen met een hoge waterstand. In open gebieden doen dichte en hoge hagen nog steeds dienst als windscherm. Ook als leverancier van geriefhout hebben ze nog een functie. Houtkanten en knotbomen leveren nog steeds brandhout voor open haarden en houtvuren. Daarnaast is er een►[holle niet te weg] ▼[wat is Kunst? dialoog!] onderschatten recreatieve functie. Variatie in landschapselementen maakt een landschap aantrekkelijk, geeft het een hoge belevingswaarde en maakt het geschikt voor wandelaars en etsers. (Hermy, 1997) (ALT, s.d.)

23

69 Afbeelding; ‘Wat is kunst’ BaL |(Dialoog) 139


140 | BaL

Natalie Farla - Pieter-Jan Vermylen - VĂŠronique De Bleeker - Virginie Peeters


35

◄▲[voorbeeldprojecten en inspiratie: Doel]

BaL | 141

Linkerpagina: sfeerbeeld 1, KunstDoel Outside | Linksboven: sfeerbeeld 2 KunstDoel Outside | Rechtsboven: sfeerbeeld 3 KunstDoel | Linksonder: Sfeerbeeld 4 KunstDoel; uitgesproken mening van de kunstenaar | Rechtsonder: sfeerbeeld 5 KunstDoel (Virginie Peeters)


Linkerpagina: voorbeelden kunstwerken te Zwalm (Kunst&Zwalm)

Natalie Farla - Pieter-Jan Vermylen - Véronique De Bleeker - Virginie Peeters

37

142 | BaL

▲[voorbeeldprojecten en inspiratie: Kunst & Zwalm] ►[voorbeeldprojecten en inspiratie: beeld- en poëzieroute Lo-Reninge]


LinkerLinker-en enrechterpagina: rechterpagina:voorbeelden voorbeeldenkunstwerken kunstwerkenteteLo-Reninge Lo-Reninge

2.6.3 Beeld- en poëzieroute in Lo-Reninge Reeds enkele jaren wordt er in het centrum van Lo, tussen Watou en Veurne, een drie maanden durende beeld- en poezieroute ingericht. Langs de Noordoverwandelroute, die je langs de mooiste plekjes van het centrum en alle bezienswaardigheden brengt, kun je aan de hand van een twintigtal sculpturen en een viertal gedichten meeluisteren naar de stilte van het woord en het beeld. De beelden, de poezie en het charmante traject staan garant voor een prachtige kunstzomer. Tijdens deze zomermaanden kun je ook langs een twintig kilometer lang etstraject genieten van de rust van het polderlandschap terwijl je hier en daar halt houdt bij sculpturen langs de etsroute. In het West-Vlaamse Lo-Reninge kan u te voet of per ets twee kunstroutes bezoeken. De korte - in het centrum van het stadje Lo - brengt poëzie en beeldende kunst samen. Bij de lange route is het de natuur die bekoort en verleidt.

In tegenstelling tot de bovengenoemde kunstenaars, worden in deze kunstroute 39 39 objecten tentoongesteld IN het landschap. Verscheidene soorten en vormen van “kunst” krijgen een plekje in het landschap en poëzieroute en kunnen bezichtigd worden; men kan ge rond lopen en ervoor gaan staan. Vaak wordt er iner het centrum ou en Veurne, een drie kunnen we stellen dat het schaalniveau beeld- en poezieroute Noordoverwandelroute, de verschillende soorten kunst een iste plekjestussen van het zienswaardigheden de hand vangoede een twin- aanwijzing is om deze nuance te een viertal gedichten de stilte vanleggen. het woord Voor kunst in het landschap zijn er eelden, de poezie en het ook zones aangeduid, deze liggen taan garantuiteraard voor een er. vaker vlak bij het wandel- of etspad zodat rmaanden kun je ook zeetstraject goed bereikbaar zijn om van dichtbij te lometer lang st van het polderlandbezichti r en daar halt houdt bij gen. etsroute.

e Lo-Reninge kan u te ee kunstroutes bezoeet centrum van het oëzie en beeldende lange route is het de en verleidt.

de bovengenoemde

in deze kunstroute 8enesteld IN het landschap.

en en vormen van plekje in het landschap gd worden; men kan voor gaan staan. Vaak dat het schaalniveau

BaL | 143


een Bird’-

-Udo, s-Udo, rit rit gaan gaan n jke

ke t MET

bjecatst

MET bjechet tst waar

het en ele

pelijke projecten. Uiteindelijk maakt hij nu kunstwerken met het landschap over de hele wereld. Hij haalt steeds zijn inspiratie in de natuur bij de “Weaver Bird” die zeer stevige nesten bouwt door takjes en grassen te verweven. Patrick woont zelf in een huis van eigen makelij in de ‘Weaver Bird’stijl. Hij leeft er samen met zijn gezin. Ook andere kunstenaars zoals o.a. Nils-Udo, Chris Drury, Gilles Bruni en Marc Babarit halen hun inspiratie uit de natuur en gaan aan de slag met natuurlijke materialen om kunst te maken met landschappelijke elementen. Hun werken zijn vooral te categoriseren onder de noemer “kunst MET het landschap” hoewel zij ook soms objecten maken die IN het landschap geplaatst worden en dus verplaatsbaar zijn. De kunstenaars zijn een voorbeeld in het idee dat er zones worden aangeduid waar er aan kunst kan gedaan worden met het landschap. Dit zijn dan meestal plaatsen ver van een wandelpad die enkel visuele attractie van op afstand hebben.

et aar 40 het 6.5 n Bob Verschueren le ijn installaties bevatten geen boodschap.

Linkerpagina: voorbeelden kunstwerken Patrick Dougherty | Rechterpagina boven: kunstwerk van Nils-Udo | Onder: kunstwerk van Chris Drury

s om haphap rmen j nu jonge de t s om ati e chapeer ij nu de rasratie een zeer rasrd’-

2. Inventarisatie en terrein

en

Natalie Farla - Pieter-Jan Vermylen - Véronique De Bleeker - Virginie Peeters

men onge

41

▲[voorbeeldprojecten en inspiratie: Patrick Dougherty & co]

stellen eerder de vraag naar de tegenlling tussen leven en dood, schepping vernieling, de plaats van de mens in de tuur en het verband tussen ethiek en thetiek. Via mijn installaties wil ik ook ze kijk op afval veranderen en ons doen denken over de problemen, die het afval et zich meebrengt.’ (Bob Verschueren)

b Verschueren realiseerde reeds een nstwerk aan de steenbakkerij. ‘Zijn Instaltion X’ bestaat uit een landbouwkar met rwoven takken.

n terreinstudie

144 | BaL

2.6.5 Bob Verschueren ‘Mijn installaties bevatten geen boodschap. Ze stellen eerder de vraag naar de tegenstelling tussen leven en dood, schepping en vernieling, de plaats van de mens in de natuur en het verband tussen ethiek en esthetiek. Via mijn installaties wil ik ook onze kijk op afval veranderen en ons doen nadenken over de problemen, die het afval met zich meebrengt.’ (Bob Verschueren) Bob Verschueren realiseerde reeds een kunstwerk aan de steenbakkerij. ‘Zijn Installation X’ bestaat uit een landbouwkar met verwoven takken.

▼[voorbeeldprojecten en inspiratie: Bob Verschueren]


Links: Landschapsanalyseplan, schetsmatig

▼[landschapsanalyseplan]

6 10 3 9 5

12

3. Analyse plan

sanalyse

11

3.3 Landschapsanalyse 3.3.1 Inleiding

8

Een algemeen kenmerk van een analyse is dat gegevens en/of onderdelen benoemd, gerangschikt en gewogen worden om vervolgens met elkaar in verband gebracht te worden. Na een grondige inventarisatie krijgt men via analyse inzicht in de eigen, volgbare subjectieve zienswijze. Tijdens dit proces is het belangrijk om in groep afwegingen te maken, prioriteiten te stellen, gegevens te vergelijken en structuren te interpreteren. (Van Damme, 2010)

bodemkaarten, kaarten van erosiegevoelige gebieden e.d. om onze analyse te staven. Alle elementen werden verwerkt tot een landschapsanalyseplan.

2

7

De landschapsanalyse van het projectgebied dat voor deze opdracht werd afgebakend, is gebaseerd op inzichten verworven tijdens de inventarisatie en studie van het bodemkaarten, kaarten van erosiegevoelige van een analyse is 57 kaartmateriaal. erdelen benoemd, gebieden e.d. om onze analyse te staven. Alle elementen werden verwerkt tot een n worden om 3.3.2 Werkwijze n verband gebracht landschapsanalyseplan. De opdracht van Arpia houdt ondermeer in dige inventarisatie Legende bij landschapsanalyseplan het ontwikkelen van een wandel- en etszicht in de eigen, route doorheen het projectgebied waarin nswijze. Tijdens kunst en landschap met elkaar in dialoog ijk om in groep Voorgestelde zone voor kunst in/met het landschap kunnen treden. Daarom zijn we gestart met rioriteiten te stelhet doorkruisen van het landschap langs de ken en structuren Panoramisch uitzichtpunttrage wegen. Tijdens deze landschapswanamme, 2010) delingen ging onze aandacht naar volgende Erosiegevoelige plek factoren: an het projectgeBaken in het landschap • Bakens in het landschap acht werd afgeba• Kleine landschapselementen (vb. holle zichten verworven wegen, Vernoemenswaardige holle weg knotbomenrij, …) en studie van het • Aanwezigheid van erosiestroken • Knelpunten op de wandel- en etsroute Fietsroutemogelijkheid • Blikvangers binnen het zicht • Panoramapunten Kauwstraat als bypass oudt ondermeer in • Zones met hoge belevingswaarde n wandel- en etsRuimtelijke gehelen Waardevolle zichtzijde van• het pad jectgebied waarin • Locaties voor kunst elkaar in dialoog Wandelroute zuidzijde zijn we gestart met Na het inventariseren van de wandelroute, landschap langs de werd ook de etsroute verkend. Tijdens de ze landschapswanBezienswaardige richting (naar landschap, gebouw of element) terreinstudie werden ook foto’s genomen acht naar volgende en aantekeningen gemaakt. Deze dienden Wandelroute noord-oost om de verwerking van de verzamelde ap gegevens te ondersteunen. We gebruikten

b4 1 a

Legende bij landschapsanalyseplan Voorgestelde zone voor kunst in/met het landschap

Panoramisch uitzichtpunt Erosiegevoelige plek Baken in het landschap Vernoemenswaardige holle weg Fietsroutemogelijkheid Kauwstraat als bypass Waardevolle zichtzijde van het pad Wandelroute zuidzijde Bezienswaardige richting (naar landschap, gebouw of element) Wandelroute noord-oost Bestaande anti-erosiestrook Vrij te maken oude trage weg door agrarisch landschap Vrij te maken oude trage weg door natuurgebied Wandelroute noord-west

BaL | 145


Natalie Farla - Pieter-Jan Vermylen - Véronique De Bleeker - Virginie Peeters

Linkerpagina: Concept (Dialoog) | Rechterpagina: mindmap (Dialoog)

1

4.3 Mindmap

Kasteel

‘De Drie Wijzen’

Druivelaars

Boomgaard schapen

Beekvallei Stoomtramlijn Uitloper beekvallei

Kapel

Duivenbos

Grote Canadapopulier Watertoren ‘Meidoornbeek’

Kerk St.-Antelinks ‘Het Mysterieuze Hof’

▲[mindmap, zonder schaal]

146 | BaL


4. Visievor

concept:

werken neemt af van het centrum naar de buitenkant.

CONCEPT We gaan uit van de idee van Arpia dat de steenbakkerij het epicentrum is van de kunstroute. Als basis van het hele idee en als vertrekplaats van de wandelingen hebben we dit uitgewerkt tot het volgende concept: De steenbakkerij is omgeven door wandelroutes, daar rondom fietsroutes en in een nog grotere schaal de gezichtseinders van het landschap. Kunstwerken worden tussen de verschillende uitdeinende kringen geplaatst en de densiteit van de kunstwerken neemt af van het centrum naar de buitenkant.

▲[concepttekening]

70

Linkerpagina: 11: kasteel zichtbaar als baken | Rechterpagina: 12: Watertoren zichtbaar als baken in het landschap, simulatie kunstige verwerking (Foto’s: Virginie Peeters)

▼[watertoren als baken in het landschap]

67

12

12

VISIE Om een gefundeerde visie te kunnen vormen over het gebruik van kunst in en met het landschap is het noodzakelijk om als landschapsteam een mening te vormen over wat kunst voor ons betekent en ook het landschap als begrip en geheel nader te gaan bekijken. Dit laatste hebben we ondertussen al besproken tijdens onze inventarisatie en analyse. Ook hebben we in groep een visie omschreven van wat kunst voor ons betekent. KUNST Allereerst kunnen we stellen dat kunst zowel kan ontstaan in de natuur (door fauna, flora, getijdenwerking, …) als kan ontspruiten aan een menselijk brein. Ook een wisselwerking tussen de twee kan een kunstwerk tot stand brengen. Tijdens het proces tussen ontstaan en ‘einde’ wordt er naar een bepaald evenwicht gestreefd door de kunstenaar of kunstenaars. Wij blijven met de vraag zitten of kunst ooit af is? Volgens ons bestaat er niet altijd een eindproduct en kan kunst ook bestaan terwijl het toch in beweging blijft . Dat wil zeggen dat het vaak ook een vicieuze cirkel kan vormen. We zijn het eens dat kunst steeds een relatie aangaat met zijn omgeving en er niet los van gezien kan worden, wat onze visie over kunst in en met het landschap ook gaat kenmerken.

12

Vaak vormt een kunstwerk het medium tussen de kunstenaar en de buitenwereld of kan het op een bepaalde manier van dienst zijn. Kunst kan dus gezien worden als communicatiemiddel waarbij bepaalde ideeën of contexten naar voor worden gebracht. De uitwerking van dat idee of die context zit dan weer in een proces verweven. BaL | 147


Zo komen we uit bij de betekenis die kunst verstaanbaar maakt. Kunst valt of staat met zijn betekenis en het is een kunst op zich om de betekenis juist naar voor te brengen zodat anderen ze ook verstaan; hoewel het soms ook avontuurlijk is je eigen interpretatie te geven aan een kunstwerk. Kunst in dialoog met landschap Met het oog op de presentatie van kunstwerken met en in het landschap willen we de blik van de toeschouwer ook op het landschap zelf richten. Zowel de landschappelijke eenheden als de kunstwerken moeten goed gepresenteerd zijn voor de wandelaars, fietsers en andere recreativelingen. Het landschap vormt namelijk ook vaak al een kunstwerk op zich en aangezien kunst onherroepelijk samenhangt met zijn omgeving (zie 4.1.1 Kunst) is het heel belangrijk het landschap erbij te betrekken. De kunst kan niet los van het landschap worden bekeken. Het is duidelijk dat we, om een goed samengesteld routeplan voor te stellen

aan de verschillende gebruikers, met een gestructureerde visie voor de dag moeten komen.

kunnen uitstippelen aan de hand van de alternatieve wandelroutes, dit alles met als vertrekpunt de steenbakkerij.

In onze visie begeleidt het landschap de route en de kunst. In een goede dialoog tussen beiden is het waarschijnlijk zo dat de kunst op deze plaats ook het landschap gaat begeleiden. Om dit unieke proces te sturen, geven wij als landschapsontwikkelaars onze voeling met bepaalde potentiële kunstplaatsen mee.

Zoals het concept weergeeft zijn tussen de routes verschillende potentiële plaatsen gelegen die geschikt zijn in al hun aspecten om kunst in het landschap te plaatsen of aan kunst met het landschap te doen. Bovendien zijn er langsheen de routes overal bezienswaardige gebouwen te vinden en te bezichtigen. Een historische tijdlijn geeft hiervan de belangrijkste gebouwen weer.

Om de nieuwsgierigheid van de toeschouwer te prikkelen, hebben we verschillende potentiële plaatsen Deze combinatie van plaatselijke aangeduid met vaak een totaal gebouwen en monumenten met verschillend profiel. Verheven kunst de toekomstige kunstwerken in het met een groen scherm als achtergrond, decor van de Vlaamse Ardennen zal verscholen kunst in een uitloper de perfecte samenstelling zijn voor van de beekvallei, een inspirerende een mooie wandel- of fietsnamiddag. plaats waar drie wijze knotwilgen Door de uitgekiende planning van de ruimtelijk eenheid domineren, … wandelroutes via bestaande en het zijn allemaal voorbeelden. Zelfs verdwenen trage wegen kunnen we de route die het kunstlandschap aan een zeer rustige wandeling aanbieden elkaar rijgt, heeft verschillende kanten. die de mooiste uitzichten herbergt en 5.1 Definitief de nieuwsgierigheid blijft prikkelen. een rustigeontwerp Zo vormt de noordzijde Deze combinatie van plaatselijke geboutocht door het platteland terwijl de De routes ,zoals voorgesteld op het ontwen en monumenten met de toekomstige zuidzijde een avontuurlijke route van de landwerpplan, zijn het resultaat kunstwerken in het decor van de Vlaamse schapsanalyse, concept & visie, mindmap impliceert. Ardennen zal de perfecte samenstelling zijn

5. Ontwerp

Natalie Farla - Pieter-Jan Vermylen - Véronique De Bleeker - Virginie Peeters

Het waarnemen van kunst gebeurt door middel van zintuigen en de kunst is altijd subjectief aangezien niet elke waarnemer dezelfde achtergrond deelt. Ieder individu interpreteert kunst op zijn manier; daarom is het vastleggen van een ‘definitie’ van kunst in groep een hele opgave en moet deze altijd met de nodige subjectiviteit worden bekeken.

en het structuurplan.

ONTWERP Er is de keuze tussen een etstocht, lange of enkele kortere wandeltochDe routes, zoals wandeltocht voorgesteld op het die de bezoekers zelf ontwerpplan, zijntenhet resultaat vankunnen uitstippelen aan de hand van de alternatieve de landschapsanalyse, concept & als vertrekpunt wandelroutes, dit alles met visie, mindmap en structuurplan. de het steenbakkerij. Er is de keuze tussen een fietstocht, Zoals conceptkortere weergeeft zijn tussen de lange wandeltocht ofhet enkele routes verschillende potentiële plaatsen wandeltochten die de bezoekers zelf gelegen die geschikt zijn in al hun aspecten

voor een mooie wandel- of etsnamiddag. Door de uitgekiende planning van wandelroutes via bestaande en verdwenen trage wegen kunnen we een zeer rustige wandeling aanbieden die de mooiste uitzichten herbergt en de nieuwsgierigheid blijft prikkelen.

om kunst in het landschap te plaatsen of aan kunst met het landschap te doen. Bovendien zijn er langsheen de routes overal bezienswaardige gebouwen te vinden en te bezichtigen. Een historische tijdlijn geeft hiervan de belangrijkste gebouwen weer.

Legende bij ontwerpplan Grote wandelroute (8.8 km) Alternatieve wandelroutes (inkortroutes) Fietsroute (8.5 km) volgens knooppunten Fietsroute bypass Kauwstraat Bezienswaardigheid Knooppunt Vlaanderen Nieuw knooppunt ‘Arpia’

74 148 | BaL

Voorstel kunstzone

►[ontwerpplan]


PROJECTEN LANDSCHAPSONTWERP I

OPDRACHTGEVERS: Vlaamse Landmaatschappij (VLM) LOCATIE: Brugge OPPERVLAKTE: +/- 2,5 ha PERIODE: november 2010 - januari 2011 -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------De opdracht is een studentenwedstrijd in opdracht van de Vlaamse Landmaatschappij. De meeste basismaterialen zijn reële projectdocumenten die ter beschikking werden gesteld door de VLM in het kader van deze opdracht. Position The Flemish Land Agency is organising an international design competition as part of the European project VALUE (Valuing Attractive Landscapes in the Urban Economy). This competition aims to design an innovative green investment for a cycle link between the Dampoort bridge and the Warande bridge. This link is the only missing cycle link in the walls surrounding the historic centre of Bruges. In close consultation with various partners, the Flemish Land Agency (VLM) wants to establish a correct task description. The VLM has already consulted with Genencor, W&Z, various services of the City of Bruges, the Fire Service, etc. This document contains the information already collected and the boundary conditions. STUDY AREA The cycle link and the surroundings between the Warande bridge and the Dampoort bridge are the subject of this design competition. This link is the only missing link in the wall around Bruges, an important link in the provincial recreational cycle route network and an important link in the Green Cycle Belt Bruges as a whole.

Important within this study area is the presence of the following activities: the fire service and city services, Genencor (Danisco), the Spanish Shed and the lock system near the Dampoort bridge. THE ASSIGNMENT Various landscape experts and urban planners from the various participating countries (The Netherlands, Great Britain, Flanders, Walloon and Germany) will take part in this competition. The assignment can be defined as follows: “design an innovative green investment for a green cycle & walking link between Dampoort bridge and Warande bridge. The various boundary conditions should be taken into consideration and the most optimum link through the study area should be assessed. This assignment will ask you to examine two alternatives, namely: • A link along the Komvest/wulpenstraat. • A link along the ring canal, taking into account the boundary conditions listed in this appendix. ” The boundary conditions from the BPA and the affected parties make this assignment an interesting puzzle. By creating this competition, the Flemish Land Agency aims to collect innovative proposals to further optimise the link.


Green Cycle Belt Bruges International competition for students Innovative green investments: Cycle link Dampoort – Warande bridge

Sylvie Van Damme, Harlind Libbrecht


Hermien De Foer - Pieter Heylen - Wim Jambon - Virginie Peeters â–˛[final design]

We have studied the area’s history and we have analysed its present look and functioning. We came to the conclusion that the place needs more than just a new cycle link. It needs a total upgrade, an ecological injection and a new look.

and long term changes. We have taken the visions of the European Landscape Convention into account and therefore, our long term plans are to intertwine different functions and activities in the Genencor site.

The actions that we take with our design are durable and future-proof. We made plans for short-term, medium-term

Our short term goal is to create a safer environment around the roundabout in the west of the study area. There will only

152 | BaL

be one-way-traffic on the small bridge, which will result in a safer passage of cyclists and pedestrians. The cycle link continues on the water. A wooden platform, with separate cycle route and walking and resting area, is placed on the water. The platform is separated from the Genencor site and surrounded and injected with reed-


0

vegetation, which starts the ecological vision we have for the Genencor site in long as well as short term. When Genencor would decide to leave this area, the platform can be connected to the old Genencor site, which will evolve into a residential park. The park can be a place for living, recreation, work and small retailers such as newsagents,

bakeries, etc... The cycle path leads passengers through the old Spanish warehouses and continues over the Sasplein. The Spanish warehouse contains a bar and restaurant, an (art)gallery, a few rentable meeting rooms and office areas. These activities generate an income for the city.

50m

100m

The Sasplein changed into a pedestrian zone. Thus, the area will be relieved from the rat-run traffic it’s plagued with. Local restaurants and bars, as well as the inhabitants of the Sasplein will be able to benefit from this change. The green cycle belt is now complete. BaL | 153


Hermien De Foer - Pieter Heylen - Wim Jambon - Virginie Peeters

VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ Velodroomstraat 28, 8200 Brugge Tel.: 050 45 81 00 Fax: 050 45 81 99 http://www.vlm.be datum: 13.05.11

PERSBERICHT

Studenten Hogeschool Gent winnen ontwerpwedstrijd fietsverbinding Dampoortbrug-Warandebrug Hermien De Foer, Pieter Heylen, Wim Jambon en Virginie Peeters zijn de winnaars geworden van de ontwerpwedstrijd voor een nieuwe fietsverbinding tussen de Warandebrug en de Dampoortbrug op de Brugse vesten. Dat maakten groenschepen Franky Demon van de stad Brugge en Siska Van de Steene van de Vlaamse Landmaatschappij vandaag bekend in aanwezigheid van de vijf andere genomineerde groepen van ontwerpers. De Vlaamse Landmaatschappij schreef in oktober 2010 een ontwerpwedstrijd voor studenten uit met als opdracht: “Maak een ontwerp voor een innovatieve groene fiets- en wandelverbinding tussen de Dampoortbrug en Warandebrug” in Brugge. Die verbinding is een ontbrekend stuk van het fiets- en wandelpad op de vesten rond de Brugse binnenstad. De studenten werden gevraagd om twee alternatieven te onderzoeken: 1. een verbinding langs de Komvest/Wulpenstraat; 2. een verbinding langs de Ringvaart en het Handelsdok. De kandidaten kregen de opdracht om rekening te houden met de verschillende randvoorwaarden van de actoren in de omgeving: de stad Brugge, Waterwegen en Zeekanaal NV (de beheerder van het Handelsdok), en de NV Genencor, een biochemisch bedrijf gevestigd aan het Handelsdok. 45 studenten uit Engeland, Duitsland, Nederland, Vlaanderen en Wallonië namen deel aan de wedstrijd. Ze werkten alleen of in groep, zodat er uiteindelijk 16 inzendingen waren. De jury en de begeleidingsgroep beoordeelden de inzendingen op innovatief karakter en originaliteit, economische meerwaarde, duurzaamheid, realiseerbaarheid en meerwaarde voor de stad Brugge, W&Z en Genencor. Zes inzendingen werden genomineerd. Vandaag kwam een vijfkoppige internationale jury bijeen om uit de zes genomineerden de winnaar aan te duiden. Hermien De Foer, Pieter Heylen, Wim Jambon en Virginie Peeters van de Hogeschool Gent kwamen als winnaar uit de bus. Het ontwerp van deze vier studenten valt op door de grondige analyse en door de vondst om van het Sasplein een voetgangerszone te maken. Het ontwerp kiest voor veel groen en voor een groene inrichting van het fort Lapin. De attractieve punten voor recreatie zijn goed verspreid over de hele projectgebied. Er is mogelijkheid voor de ontwikkeling van een nieuwe jachthaven. Het concept bevat een goede visie op de historische gebouwen. Er moeten geen nieuwe, dure bruggen worden gebouwd. Het ontwerp van de parking is goed geïntegreerd in het totaalconcept. Origineel is ook de keuze om de verschillende parken met elkaar te verbinden. De jury oordeelt dat dit concept harmonieert met de werking van het bedrijf Genencor en de gehele stadsomgeving en dat dit ontwerp het best beantwoordt aan de vooropgestelde criteria. De vier studenten ontvingen een cheque van € 500 en worden uitgenodigd om deel te nemen aan de eindconferentie van het Europees project Value (“Valuing Attractive Landscapes in de Urban Economy”) in Sheffield in het voorjaar van 2012. Dit project, waar de Vlaamse Landmaatschappij aan meewerkt en waar de ontwerpwedstrijd deel van uitmaakt, heeft tot doel de economische waarde aan te tonen van groene infrastructuur op stads- of regioniveau. Het project zoekt naar de beste methodes om de voordelen van groene investeringen voor de gemeenschap aan te tonen.


harmonieert met de werking van het bedrijf Genencor en de gehele stadsomgeving en dat dit ontwerp het best beantwoordt aan de vooropgestelde criteria. De vier studenten ontvingen een cheque van € 500 en worden uitgenodigd om deel te nemen aan de eindconferentie van het Europees project Value (“Valuing Attractive Landscapes in de Urban Economy”) in Sheffield in het voorjaar van 2012. Dit project, waar de Vlaamse Landmaatschappij aan meewerkt en waar de ontwerpwedstrijd deel van uitmaakt, heeft tot doel de economische waarde aan te tonen van groene infrastructuur op stads- of regioniveau. Het project zoekt naar de beste methodes om de voordelen van groene investeringen voor de gemeenschap aan te tonen. De Brugse Groenschepen Franky Demon loofde de deelnemende studenten voor hun originele en vernieuwende ontwerpen. De bedoeling van de wedstrijd was om creatieve en originele oplossingen te zoeken voor een inrichtingsvraagstuk in een complexe context. De wedstrijd gaf jonge ontwerpers de kans om te experimenteren met een groen en duurzaam inrichtingsconcept dat praktisch en financieel haalbaar moet zijn. Schepen Demon: “De wedstrijd heeft bijgedragen tot een goed onderzoek van de omgeving, waar verschillende mogelijkheden zich aandienen om de stadsrand te ontwikkelen. De ontwerpen bieden ons heel wat stof tot nadenken over de verdere aanpak van deze groene fiets- en wandelverbinding.” Met de ingediende ontwerpen in de hand gaan de stad Brugge en de Vlaamse Landmaatschappij nu een definitieve oplossing zoeken voor het ontbrekende stuk in de Brugse vesten, dat ook onderdeel is van de Groene Fietsgordel Brugge. De Brugse burgemeester Patrick Moenaert blikt terug op de totstandkoming van het dossier : "Na de realisatie van de prachtige fiets- en voetgangersbrug van Jurg Conzett aan de Coupure waren de Brugse vesten bijna volledig gesloten, op één stuk na : de verbinding tussen Dampoortbrug en de Warandebrug. Vele duizenden fietsers, voetgangers en recreanten maken graag gebruik van de Brugse vesten. Met het doortrekken van dit stukje ontbrekende vesten kan de groene gordel rond de oude binnenstad opnieuw één geheel worden. Enkele jaren terug gingen we ter plaatse met de directeur van Genencor ("de Gistfabriek") en het hoofd van onze Groendienst om te onderzoeken hoe we dit resterend knelpunt konden aanpakken. Dit resulteerde in dit initiatief van de Vlaamse Landmaatschappij. Via het Stedenfonds investeren we, samen met de Vlaamse Landmaatschappij, fors in het verder uitwerken van de groene fietsgordel rond de stad. Het is nu aan de stad en het Vlaams Gewest om, op basis van de resultaten van de ontwerpwedstrijd, verder te onderzoeken of dit knelpunt effectief kan weggewerkt worden en of de nodige middelen voorzien kunnen worden."

_______________________________________________________________________________ De Vlaamse Landmaatschappij investeert in de omgevingskwaliteit op het platteland en in het randstedelijk gebied. Als Vlaams overheidsagentschap voert de VLM kleine en grote projecten uit die het platteland bruisend houden. We leggen fietspaden aan, helpen boeren juist te bemesten, we maken natuurgebieden toegankelijk, groeperen landbouwpercelen dichter bij de boerderijen, we ondersteunen de lokale economie en dragen zorg voor onze landschappen. We werken hiervoor samen met de mensen uit het gebied, maar ook met andere overheden en organisaties. Die samenwerking is voor ons een garantie voor efficiënte investeringen in een betere omgevingskwaliteit.

BaL | 155


PROJECTEN LANDSCHAPSONTWERP II

OPDRACHTGEVERS: n.v.t. LOCATIE: Kouter- en Leieland (Drongen, Afsnee, Sint-Denijs-Westrem) OPPERVLAKTE: 500 ha PERIODE: februari - maart 2011 -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------DOELSTELLING De regelgeving, de stedenbouwkundige verordeningen en de bestemmingsplannen laten onvoldoende toe om via het planningsen het vergunningenbeleid een adequaat en kwalitatief antwoord te bieden op deze ongewenste dynamiek of ruimteclaims. Een gebiedsspecifieke en geïntegreerde aanpak van dit Kouter- en Leieland is daarom noodzakelijk voor de herkenbaarheid en de versterking van de identiteit en voor de leefbaarheid van dit buitengebied. Hiervoor wordt deze studieopdracht uitgeschreven voor het strategisch project Kouter en Leieland te Gent. De resultaten van deze studieopdracht moeten het stadsbestuur in staat stellen om hierna een adequaat en kwalitatief ruimtelijk beleid te voeren voor het Kouter- en Leieland. De baseline van het project luidt “StadLand” en geeft de ambitie van het project weer: • het gaat voornamelijk over landschappelijkheid (in de meest brede betekenis), • zowel in de stad als op het platteland • dat er een onderlinge koppeling/ partnerschap is tussen stad en platteland. Het StadLandconcept wil bijkomende mogelijkheden en impulsen creëren die de leefbaarheid en de belevingswaarde in de regio verhogen en op een duurzame wijze verder ontwikkelen op onderstaande domeinen: • landschap • natuur • recreatie • educatie • erfgoed

De inspanningen moeten er toe leiden dat de inwoners van deze verstedelijkte gebieden enerzijds in deze regio blijven wonen en anderzijds natuur en recreatie (en de hieraan indirect verbonden recreatieve consumptie) niet langer buiten de streek moeten opzoeken. Het concept gaat uit van een ruime samenwerking wat moet leiden tot een efficiëntere besteding van publieke en eventuele private middelen. OPDRACHTSOMSCHRIJVING Elk team kiest binnen het projectgebied een focusgebied van minimum 5 km². De keuze van het focusgebied is vrij, en dient per team te gebeuren in overleg met de verschillende teamleden. Voorbeelden van zo’n focusgebieden zijn Drongen en omgeving, Baarle en omgeving, Luchteren en omgeving, Afsnee en omgeving, de Leievallei , de Kalevallei of een afgebakend open ruimtegebied. De opdracht voor het focusgebied bestaat uit 4 onderdelen, namelijk • de ruimtelijke analyse en situering binnen de juridische context, • het formuleren van een ruimtelijke visie en structuurschets voor het gebied, van concrete • voorstellen inrichtingsmaatregelen, • het voorstellen van het ruimtelijk instrumentarium en flankerende maatregelen voor deze inrichting.


StadLand Gent

Sylvie Van Damme, Harlind Libbrecht


Charlotte De WIt - Natalie Farla - Pieter-Jan Vermylen - Virginie Peeters

Situering

Natuur Landbouw ecologisch waardevol Beschermde natuurgebieden Stepstones KLE’s

158 | BaL

◄▼ [situering]


Bachelor-na-bachelor in de landschapsontwikkeling Bachelor-na-bachelor in de landschapsontwikkeling

2. Analyse + visie Landschapstypes: meersen

Meersen - E40

Kouters

â–ź [Kouters]

BaL | 159

Gent Gent


Meersen - E40

Charlotte De WIt - Natalie Farla - Pieter-Jan Vermylen - Virginie Peeters

6

Landschapstypes: meersen ▼ [meersen - E40]

Kasteel + meersen Kasteel + meersen Kouters

Woningen

▼ [kasteel + meersen]

Wafelijzer

▼ [woningen]

Woningen

Overblijfsel bulken Overblijfsel bulken

Jaagpad Jaagpad

8

8

160 | BaL

Goedinge

▼ [overblijfsel bulken]

▼ [jaagpad]


3. Visie 22

BaL | 161

3. Visie


COLOFON JAARBOEK 2010-2011 1956 – 2011: “55 JAAR” LANDSCHAPS- EN TUINARCHITECTUUR Bachelor in de Landschaps- en Tuinarchitectuur Bachelor na bachelor in de Landschapsontwikkeling UITGAVE: Hogeschool Gent, School of Arts KASK REDACTIE: Ruben Joye Luc Deschepper VORMGEVING: Ruben Joye BEELDVERANTWOORDING: AGIV: 84-85 Bing Maps: 120-121 Kevin Claeys: 66-67, 74-75 Nele De Cock: 24-25, 30-31, 34-35 Bart Depestel: 18-19 Luc Deschepper: 7(2-3), 9(1-2-3), 60-61, 73, 80-81, 131-133 Rik De Vis: 101, 103 Charlotte De Wit: 156-160 Johan Isselée: 55, 56, 57, 62 Ruben Joye: omslagfoto, 15(2), 90-91, 94-95, 99-100, 102, 104-105, 108-109 Zsuzsanna Kilian: 40-41 Memorial Museum Passchendaele 1917: 13 Virginie Peeters: 136-141, 147(2-3) Caroline Poullier: 7(1) DRUK: PMR De Nobele, Gent OPLAGE: 300 exemplaren Gent, september 2011

colofon | 163


Profile for Ruben Joye

Jaarboek 2010-2011  

1956 – 2011 “55 jaar” Landschaps- en Tuinarchitectuur

Jaarboek 2010-2011  

1956 – 2011 “55 jaar” Landschaps- en Tuinarchitectuur

Profile for kreon
Advertisement