Page 1


~

nationaal Partachuti!ten

======~~~~~!~~======

Centrtum 7euqe

p.a. Vliegveld Teuge

Telefoon 05763-604

Rabo-bank Oldenzaal, rek. nr. 13.91.46.695

Postgiro der bank: 892439

Ja, je wilt iets anders, iets avontuurlijks, puur spannends beleven. Dan moet je gaan parachutespringen. Waar?? Het Nationaal Parachutisten Centrum biedt je die mogelijkheid. Daar kun je de opleiding volgen tot sportparachutist en iets beleven dat je je leven lang niet meer vergeet .... : je eerste sprong uit een vliegtuig! EERST EVEN VOORSTELLEN Het Nationaal Parachutisten Centrum heeft haar thuisbasis op het vliegveld Teuge, tussen Apeldoorn en Deventer. Het is tijdens het springseizoen (van maart t/rn oktober) zeven dagen in de week geopend. Dan is er ook elke dinsdag een cursus parachutespringen. Een full-time instrukteur, een enthousiaste vliegergroep en twee vliegtuigen staan er voor je klaar. Het centrum beschikt over eigen instruktieen vouwruimtes, een para-shop en een oergezellig para-onderkomen met overnachtingsmogelijkheid. Jaarlijks worden er boven Teuge zo'n 15.000(!) sprongen gemaakt, diverse wedstrijden georganiseerd en honderden mensen opgeleid tot sportparachutist.

DE OPLEIDING De opleiding bestaat eigenlijk uit twee delen: de grondopleiding en de 8 sprongen. De grondopleiding is de voorbereiding op het springen door middel van theorie en oefeningen. De lessen worden gegeven door instrukteurs die door de Rijks Luchtvaartdienst zijn aangesteld. Als je de grondopleiding met goed gevolg doorlopen hebt, kun je gaan springen. Als het weer tenminste meewerkt, Je maakt de eerste 8 sprongen in elk geval met parachutes van het centrum die na de afsprong automatisch worden geopend. Als je je 8 sprongen gemaakt hebt, ben je in het bezit van je A-brevet. Militairen krijgen dan hun 'wing'.

Bovendien krijg je zonder verdere kosten een WA verzekeringsregeling. Tevens kun je op onze kosten één nacht overblijven (wel reserveren en slaapzak meenemen). Het inschrijfgeld dient bij de inzending van het inschrijfformulier te worden overgemaakt. Voor groepen groter dan 10 personen: prijzen en datum op aanvraag. Militairen krijgen een extra korting van f 60,- per persoon.

WAT HEB JE NODIG een leeftijd van minimaal 16 jaar een medische verklaring, waarin een arts verklaart dat je goedgekeurd bent voor parachutespringen twee pasfoto's hoge enkelbeschermende en -steunende schoenen - een helm een overall of trainingspak 565 gulden opleidingsgeld een handtekening van je ouders, als je nog geen 21 jaar bent - een gezond verstand Heb je dit allemaal bij elkaar dan staat je niets meer in de weg om kennis te gaan maken met één van de fascinerendste sporten van deze tijd. Parach utespringen.

EN VERDER hopen we dat je na het behalen van je Abrevet doorgaat. Je kunt dan worden opgeleid tot vrije-val springer. Dit ben je eerder dan je nu denkt. Er zijn geen verdere opleidingskosten. Je betaalt slechts de sprongprijs (f 15,- tot max. f 35,-). Daarbij wordt je door de instrukteurs begeleid. Zij staan borg voor je veiligheid. In je logboek wordt elke sprong genoteerd en schrijft de instrukteur zijn beoordeling. Er zijn dan nog het B-, het Cen het D-brevet te behalen. VEEL SUCCES.

Cent111olm

DE KOSTEN De opleiding kost je totaal f 565,-. Dat is inclusief: f 30,- inschrijfqeld - de grondopleiding - de 8 sprongen - lidmaatschap V.P.C.T. lidmaatschap K.N.V.v.L. gebruik centrummateriaal wiiziqinqen voorbehouden

'1C1U4A1


KONINKLIJKE NEDERLANDSE VERENIGING VOOR LUCHTVAART Jozef Israëlsplein 8 2596 AS 's-Gravenhage

Afdeling Parachutespringen

Wij -het bestuur van de Afdeling Parachutespringen- heten u van harte welkom in de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart. U gaat nu een opleiding volgen in het SPORTPARACHUTESPRINGEN en wij hopen dat het parachutespringen ook "uw" sport zal worden. Wie zijn 'wij' en 'wat' doet het Afdelingsbestuur? Zoals bij elke sportvereniging zijn ook de sportparachutisten nationaal georganiseerd. Een overkoepelende instantie is bitter noodzakelijk om voor allerlei organisatorische, administratieve en technische zaken zorg te dragen. De Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart (KNVvL)is op haar beurt weer aangesloten bij de Fédération Aéronautique Internationale (FAI). Deze internationale luchtsportorganisatie houdt zich bezig met belangrijke wedstrijden, sporteisen en records.

Zij heeft daarom vele commissies, ook voor het parachutespringen. Wanneer een club bij de afdeling wenst te worden aangesloten, moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Het bestuur van de Afdeling wordt gekozen door de Algemene Ledenvergadering. Het stemrecht tijdens de vergaderingen wordt uitgeoefend door een deskundig bestuurslid van uw club. Individuele leden hebben één stem.

Wat doet het Afdelingsbestuur? Van de vele taken en werkzaamheden noemen wij: - het dichter bij elkaar brengen van verenigingen en leden. - het organiseren van sportieve ontmoetingen.

- het bevorderen en organiseren van en het deelnemen aan internationale wedstrijden. - het in studie nemen van onderwerpen op springtechnisch gebied.

- het geven van voorlichting over en propaganda maken voor de parasport. - het tot stand ·brengen en onderhouden van goede betrekkingen met instanties in binnen- en buitenland, die direkt dan wel indirekt betrokken zijn bij het parachutespringen. - het verstrekken van allerlei informatie. - het uitgeven van het nationale paratijdschrift 'De Sportparachutist' .

Heeft u nog wensen of suggesties? Laat het ons weten! Wij zijn er om u te helpen. Veel succes met uw opleiding. Met vriendelijke groeten,

Het bestuur van de afdeling Parachutespringen

VOORWOORD SAMENSTELLERS De handleiding die u nu voor u heeft, is ontstaan uit onze aanpassing van de eerste versie en aanvullingen uit het land, belangeloos samengesteld en geredigeerd door Paraclub Icarus. Naar wens van de betrokken clubs vormt de handleiding een naslagwerk. De verscheidenheid van de in gebruik zijnde parachutesystemen in ons land maakt het mogelijk dat er kleine verschillen bestaan tussen de beschreven procedures en uw situatie.

handleiding

aspirant sportparachutist

Is een en ander niet duidelijk? Vraag uitleg aan de enig juiste persoon: UW INSTRUCTEUR. Veel springgenoegen, Ellen Bussemaker/ Peter Jan Hoogerwerf

Tekeningen en vormgeving: Dick Pluim/Rino Janssen/ Ankie Jacobs/Marja Kok. Foto's: Paul KoudijslJacques Gielen.

INHOUD

- Inleiding - Parachute-uitrusÜng - Sprongvoorbereiding - Afsprong (exit) - Sturen - Landing - Fieldpacken en vouwen - Storingen aan de parachute - Reserveprocedures - Bijzondere situaties

3


,/--------------------"--------"=================-

PARACHUTE-UITRUSTING De parachute-uitrusting moet bestaan uit een HOOFDparachute en een RESERVEparachute, beide bevestigd aan één harnas.

Static-line. De static-line is de lijn, die met een haak aan het vliegtuig is verbonden en na de afsprong van de springer automatisch de container opent. Aan de andere kant is de static-line verbonden met de bag.

Bag. De bag is de korte zak, waarin de koepel zig-zag gevouwen wordt. De bag zorgt voor een geleidelijke opening van de koepel in de juiste volgorde. Door de sluitflap kan de koepel pas uit de bag komen nadat de vanglijnen geheel zijn gestrekt.

Hoofdparachute. De hoofdparachute met automatische opening voor static-line springers is samengesteld uit vijf delen te weten:

Bij het gebruik van de rondom gesloten koepel wordt de daalsnelheid grotendeels bepaald door de vorm, de omvang en de porositeit van het weefsel. De gevangen lucht ontsnapt. voor het merendeel via de onderzijde op een willekeurige wijze, waardoor de koepel gaat slingeren. Het luchtgat in de top van de koepel (apex) dient voornamelijk om lucht te laten ontsnappen waardoor het oscilleren (slingeren) wordt tegengegaan.

Modificatie/Stuurgaten Het modificeren is het verwijderen van gedeelten van een aantal banen in de achterzijde van de koepel. De slingerbeweging wordt daardoor vrijwel weggenomen. De lucht in de koepel kan nu tevens naar achteren ontsnappen, waardoor de koepel een stuwing naar voren ondergaat. De koepel ontwikkelt een eigen voorwaartse snelheid ten opzichte van de omringende lucht. De verplaatsing van de koepel ten opzichte van de grond is afhankelijk van de lucht- en windsnelheid. De glijhoek is de verhouding tussen horizontale en vertikale snelheid van de koepel. Deze bedraagt ongeveer 35 Het modificeren van de koepel resulteert dus in een voorwaartse snelheid en bestuurbaarheid van de koepel. Het besturen van de koepel vindt plaats door de vervorming van één van de stuurgaten (modificatie). 0

- Static-line "Bag - Koepel met risers - Harnas - Container

Koepel met risers. De koepel is het grote parapluachtige oppervlak met als frame de vanglijnen, die met de risers (hangriemen) aan het harnas verbonden zijn. Alle onderdelen van de koepel zijn gemaakt van nylon, met uitzondering van het ijzerwerk aan de risers en de houten stuurtoggles. Algemeen in gebruik zijn koepels met een diameter van 28ft, de Cg of een diameter van 35ft, de T-lO (lft= 0,3048 m). De laatste is voor de wat zwaardere springers. De vorm en het uiterlijk van beide typen koepels verschillen, maar de opbouw is praktisch gelijk.

4

dubbel 'L' modificatie

TU modificatie handleiding

aspirant sportparachutist


--------------------------""Ilr

Harnas.

Reserveparach ute

Het harnas is een stevig nylon bandenstelsel dat zodanig op maat wordt afgesteld, dat u op veilige en comfortabele wijze onder uw koepel kunt hangen. De reserveparachute wordt aan de D-ringen gehaakt ..

De reserveparachute, met een hierop gemonteerde automatische opener voor de static-line springers, is samengesteld uit de volgende onderdelen:

- Ripcord - Koepel - Cross connector - Container - Buikband (belly-band) - Automatische opener Ripcord. Het ripcord is een handgreep met stalen kabel en pintnen). De handgreep bevindt zich in de pocket aan de rechterkant van de container. De ripcordpintnen) sluitten) de container.

Koepel. Algemene opbouwen constructie; zie koepel van de hoofdparachute. De reservekoepel is veelal een 24ft T-lOR. De vanglijnen zijn direct verbonden met de snaps (haken), of hebben slechts korte risers als verbinding met deze snaps. De koepel is veelal ongemodificeerd en daardoor niet direct bestuurbaar.

Container.

Cross connector.

De container is de tas, meestal van stevig nylon, die achterop het harnas bevestigd is en waarin de complete koepel met bag wordt opgeborgen. De flappen van de container worden gesloten door een elastieken lus of breekkoord, waarbij de static-line dubbel gevouwen tussen de lus als borg fungeert. Bij het straktrekken na de afsprong wordt de static-line tussen de lus uitgetrokken en opent de container zich.

De cross connector is het verbindingsstuk van zeer sterke constructie tussen de snaps en/ of risers. Hierdoor kan de koepel niet in elkaar klappen als 茅茅n van de snaps door een verkeerde handeling los mocht schieten van de D-ringen.

container van de hoofdparachute verbindt. Door het aanspannen van de buikband worden de reserve strak op de buik en de hoofdcontainer strak op de rug van de springer getrokken.

Automatische opener! Automatisch acti veringsapparaat. Een automatisch opener, die veelal op de reserve van de leerlingen geplaatst wordt, is de Sentinel-2000. Andere in gebruik zijnde automatische openers zijn Hi-tek 8000 en zijn opvolger FXC-12000. De afstelling dient altijd vlak voor de daadwerkelijke sprong uitgevoerd te worden (door de instructeur) en wel tijdens de controle v贸贸r het instappen. De automatische openers, tegenwoordig ook wel automatische activeringsapparaten genoemd, reageren op luchtdruk en daalsnelheid. Het afvuurmechanisme treedt in werking bij een daalsnelheid groter dan plm. 15 meter/sec. onder de ingestelde hoogte. De ingestelde hoogte is meestal 1000 feet boven de grond. Bij het activeren van de automatische opener worden de ripcordpinnen uit de conen van de container getrokken. De reservekoepel komt vrij.

Container. Algemene opbouwen constructie; zie container van de hoofdparachute. De sluiting van de container vindt plaats als beschreven bij het reserve-ripcord. De reserve wordt voorop het harnas bevestigd door de snaps te koppelen aan de D-ringen van het harnas. In het algemeen wordt de vorm van de container verstevigd door een ingebouwd frame aan de achterzijde.

Buikband. De buikband (belly-band) is de verstelbare riem om de buik, die de reservecontainer met de

handleiding aspirant sportparachutist

5


SPRONG VOORBEREIDING Briefing Voordat u een parachutesprong mag uitvoeren, moet u eerst de basis-grondopleiding met succes hebben doorlopen. De voor u noodzakelijke informatie krijgt u van de dienstdoende instructeur. Hoewel de inhoud van de informatie van plaats tot plaats verschilt, zijn er algemene richtlijnen aan te geven: - meldt u bij de dienstdoende instructeur. - biedt uw springdocumenten ter controle aan (veelal bestaan deze documenten uit uw lidmaatschapskaart, oefenvergunning, medische verklaring en logboek). - informeer naar de opdracht voor de komende sprong. - zet uw naam op het stickbord of de springlijst. - informeer naar: de windrichting en -sterkte, het exitpunt en de herkenning ervan, het juiste landingsgebied, de te volgen procedures voor, tijdens en na de sprongen, eventuele verdere bijzonderheden.

(

- besteed hierna speciale aandacht aan het springklaar maken van uw uitrusting (fitten). - leg uw uitrusting op de voorgeschreven wijze gereed. - handel de eventuele clubformaliteiten, zoals betaling, op de voorgeschreven wijze af. Bent u bij een stick ingedeeld en wordt u opqeroeperi om u gereed te maken: - hang uw parachute op de aangegeven wijze om. - draag er zorg voor dat u volledig springklaar bent uitgerust. - laat de pincheck op uw uitrusting uitvoeren. - laat de automatische opener op uw reserve afstellen (door de instructeur). - handel voorts op aanwijzingen van de instructeur.

Instappen Na de briefing en de inspectie kunt u zich op aanwijzing van de

instructeur naar het instappunt begeven. Let goed op dat er niets aan uw .uitrusting wordt veranderd. Wacht tot het voor u bestemde vliegtuig stilstaat en de propellor geheel tot stilstand is gekomen. Op aanwijzing van de instructeur kunt u instappen. U mag daarbij niet voor de propellor langs lopen. Beweegt u zich in het vliegtuig beheerst, ga op de voor u bestemde plaats zitten, waarna de veiligheidsriemen worden vastgemaakt. Let er vooral op dat geen van uw uitrustingsstukken ergens blijft haken. Bescherm constant het ripcord van de reserveparachute. Hierna volgen het taxi毛n en de start van het vliegtuig. Op aanwijzing van de vlieger maakt de instructeur op 1000 ft. hoogte de veiligheidsriemen los en bevestigt de static-line. Controleer tijdens het klimmen van het vliegtuig voortdurend of uw reserveripcord voldoende wordt beschermd.

Handel verder naar aanwijzingen van de dienstdoende instructeur. Het kijken naar de andere springers, die v贸贸r u omhoog gaan, vormt een goede aanvulling op de sprongvoorbereiding.

Pincheck. Uw complete parachute- en persoonlijke uitrusting moeten aan een grondige inspectie worden onderworpen door de instructeur voordat u het vliegtuig ingaat. Voordat de pincheck uitgevoerd kan worden, moet u zich hierop als volgt voorbereiden (de volgorde kan per club enigszins verschillen): - stel u op de voorgeschreven wijze in het bezit van de voor u geschikte parachutes. - controleer de documentatie bij de parachutes, zoals bijvoorbeeld de logkaart/vouw kaart. - maak uw persoonlijke uitrusting, zoals hoge schoenen, overall en helm in orde en kleedt u zich springklaar aan.

6

handleiding

aspirant sport parachutist


AFSPRONG

(EXIT)

Exitpunt Het exitpunt is de plaats, waar u, minimaal op 2000 ft. hoogte, afspringt. Het exitpunt wordt doorgaans bepaald met een verzwaarde strook crĂŞpepapier, de zogenaamde streamer. Deze streamer wordt recht boven het landingspunt uit het vliegtuig geworpen. De afdrijving en de plaats waar de streamer landt worden door de instructeur nauwkeurig geobserveerd. De daalsnelheid van de streamer is vrijwel gelijk aan die van een springer onder een geopende koepel. Door de afstand die de streamer heeft afgelegd 180 om te zetten wordt het gezochte exitpunt verkregen. De denkbeeldige rechte lijn, gaande over het punt waar de streamer is geland, het landingspunt en het exitpunt noemt men de windlijn van dat moment. De procedure tijdens de jumprun, om het vliegtuig via de windlijn naar het exitpunt te laten vliegen, wordt het zogenaamde spotten genoemd. Tijdig voor het exitpunt wordt de exitprocedure qestart. 0

STREAMER RUN ""'-WIND

Exit De exitprocedure in afhankelijk van het type vliegtuig waaruit u springt. U heeft een praktische instructie gekregen betreffende de gehele exitprocedure in een mock up en daarna in het springvliegtuig op de grond.

Coupez: de vlieger brengt het vliegtuig op minimale vliegsnelheid. Op teken van de jumpmaster stelt de eerste springer zich in de juiste positie op om af te springen.

Ready: de eerste springer houdt zich gereed en concentreert zich op een correcte afsprong.

Go:

JUMP RUN ~

~~

U

:

EXITPUNJ

I

1

I

I I

1

I

I

I

1

1 1

I

:

1\1

LANDINGSPUNT ""

handleiding aspirant sportparachutist

Exi tproced ure (voorbeeld): Jumprun: de springers van de betreffende run houden zich gereed voor de exit. De eerste springer houdt zich gereed bij de deur.

springer springt af in de juiste houding en telt luidkeels: '1001, 1002, 1003, PARACHUTE-CONTROLE!'. Is uw parachute goed geopend, dan oriĂŤnteren en gaan sturen. Indien verschillende springers in dezelfde jumprun springen, volgen zij de voor hen geldende procedures op. Speciaal moet gelet worden op onnodig contact met de static-line van uw voorganger en het beschermen van het reserveri pcord.

7


Exithouding. Het doel van de exit is het maken van een veilige afsprong. Door het aannemen van een stabiele valhouding na de exit kan de hoofdparachute ongehinderd opengaan. Na de afsprong bent u voor uw stabiliteit aangewezen op een correcte valhouding. De algemene richtlijnen voor de stabiele valhouding zijn: - het hoofd achterover in de nek (het vliegtuig nakijken). - de borst en buik vooruit. - de rug goed holtrekken. - de armen gespreid naar achteren. - de vingers gespreid. - de benen gespreid. - de knie毛n licht gebogen. - de voeten op gelijke hoogte.

Parachute-opening. Direct na de afsprong, in een goed holgetrokken stabiele houding, telt u luidkeels: '1001, 1002, 1003, PARACHUTE-CONTROLE!'.

De openingsvolgorde - de static-line komt strak te staan.

8

is:

- de static-line wordt uit de elastieken lus getrokken. - de container is nu geopend. - de static-line trekt de bag uit de container. - de vanglijnen worden uit de elastieken getrokken. - de sluitflap van de bag wordt losgetrokken. - de vanglijnen staan volledig strak.

- de koepel komt nu uit de bag. - als de koepel geheel uit de bag is, breekt de verbinding tussen de koepel en static-line/bag. - de koepel begint zich met lucht te vullen totdat de opening voltooid is. Bij 'parachute-controle' kijkt u omhoog en controleert u of de koepel inderdaad volledig en路 juist is geopend.

handleiding aspirant sportparachutist


STUREN Nadat u zich ervan overtuigd heeft dat uw parachute correct geopend is, pakt u de stuurtoggles vast en gaat u zich oriënteren. Tijdens de oriëntatie zoekt u het landingsterrein op 'en controleert u of de direkte omgeving geheel vrij is. Blijf altijd op veilige afstand van de overige luchtgebruikers en stuur er zonodig onmiddellijk van weg. Snelle koerscorrecties kunt u uitvoeren door de toggle tot heuphoogte even krachtig door te trekken. Vermijd deze manier van sturen beneden de 50 meter hoogte. De normale stuurcorrecties worden uitgevoerd door de stuurtoggle rustig tot schouderhoogte naar beneden te trekken. Gebruik de stuurtoggles afwisselend en niet tegelijk. In het algemeen stuurt u naar de rand van de dropzone. Op het moment dat deze is bereikt, gaat u tegen de windrichting in hangen. Door de wind zal uw landing ongeveer midden op de dropzone plaa tsvinden. Bij het spotten is met deze stuurtechniek rekening gehouden. Bij weinig wind zult u niet op de rand van de dropzone, maar dichter in de buurt van het landingspunt tegen de windrichting in moeten gaan hangen. Houd de stuurtoggles vast tot en met de landing.

De volgende situaties kunnen zich voordoen: Positie correct: probeer op de windlijn te blijven en door afwisselend voor- en achterwaarts te gaan hangen de algemene glijhoek ten opzichte van het landingspunt vast te houden.

WIND>

() -

~

-

E= Exitpunt

I

Positie te ver: (op de windlijn) ga voorwaarts hangen, probeer op de windlijn te blijven tot een meer correcte positie is bereikt.

0-

-0-

-0--

WIND>

WINDLIJN

-0--

G I

WIND>

-0- -()--0I

Positie te kort: (naast de windlijn) ga schuin achterwaarts naar de windlijn toe hangen (krabben), tot de windlijn is bereikt en bepaal dan uw nieuwe positie

WIND>

WINDLIJN

I

Positie te kort: (op de windlijn) ga achterwaarts hangen en probeer op de windlijn te blijven tot een meer correcte positie is bereikt.

-0--

Q

Positie naast de windlijn (afstand correct) ga dwars op de windrichting hangen naar de actuele windlijn toe (krabben), tot de windlijn is bereikt en bepaal dan weer uw positie.

0-

L= Landingspunt

WINDLIJN

--0-

-

WIND>

I

Positie te ver: (naast de windlijn) ga schuin voorwaarts naar de windlijn toe hangen, het zogenaamde krabben, tot de windlijn is bereikt. en bepaal dan weer uw positie.

WINmIJN

--0-

WIND>

WINDLIJN

-0--

~

Stu urtechniek - Probeer u zich zo snel mogelijk te oriënteren (zie ook briefing) en bepaal uw positie zonodig door een draai van 360 te maken. - Zoek de dropzone en het landingspunt op en ga daarna achterwaarts hangen. Dit is met het gezicht in de windrichting. - Bepaal uw winddrift ten opzichte van de gegeven windlijn (zie briefing), door over de reserve langs uw voeten naar beneden te kijken. 0

handleiding aspirant sportparachutist

Bij het sturen heeft u te maken met een drietal factoren. Deze zijn: Daalsnelheid, Windsnelheid en Voorwaartse snelheid van de parachute. De weg die u door de lucht beschrijft is het resultaat van deze drie factoren. Alleen de voorwaartse snelheid van de parachute is in richting variabel. U bepaalt deze richting.

Houd daarbij in de gaten dat door de invloed van de twee andere factoren de richting waarin u stuurt niet altijd de richting van het landingspunt zal zijn. Daarom is het belangrijk dat u bij de bovengenoemde instructies goed blijft kijken of u inderdaad naar het landingspunt toegaat. Zodra het mogelijk is probeert u de aanwijzingen van de dienstdoende instructeur op de grond op te volgen.

9


LANDING Het uitvoeren van een goede landing is voor elke sportparachutist zeer belangrijk. Om onnodige risico's te voorkomen, betekent dit primair voor u een veilige landing op de di:opzone. Ondergeschikt hieraan is de afstand tot het landingspunt,

dat tijdens de afdaling slechts als mikpunt mag dienen tot een hoogte van ongeveer 100 meter. Vanaf deze hoogte, gelet op het voorafgaande, wordt het sturen gecombineerd met de voorbereiding op de landing. - Bepaal ruim van te voren, op ongeveer 100 meter hoogte,

welke geschikte landingsplaats binnen uw bereik is. - Eventueel kunt u door kleine stuurcorrecties uw positie nog enigszins verbeteren, tot een hoogte van ong.eveer 50 meter. - Zorg dat u op 50 meter tegen de windrichting in hangt en neem de landingshouding aan.

50m.

LANDINGSHOUDING ~...•

LANDINGSROL

Landingshouding - Voeten tegen elkaar, voetzolen horizontaal. - KnieĂŤn tegen elkaar en licht gebogen. - Benen recht onder het lichaam, uw tenen mogen niet voor uw reserve uitsteken. - Heupen naar voren en rug bol. - Schouders rond. - Kin op de borst, tanden op elkaar, mond gesloten. - Handen aan de stuurtoggles voor het ontwijken van eventuele obstakels, (zie obstakel procedure). - Ellebogen naar voren, naar elkaar toe. - Spieren zodanig spannen, dat de landingshouding gehandhaafd kan blijven. - Achterwaarts blijven hangen, met het gezicht in de windrichting. - Voeten dwars op de landingsrichting . - Zorg dat u nooit loodrecht naar beneden gaat;

10

de landingsrol wordt dan erg moeilijk.

Na het uitvoeren van de landingsrol moet u onmiddellijk opstaan om eventueel meeslepen door de parachute te voorkomen, (zie sleepprocedures). Het opstaan dient tevens om de instructeur te tonen dat alles in orde is. Na de landing moet u volgens de kortst aangewezen weg zo spoedig mogelijk terugkeren naar de afgesproken plaats, (zie briefing) om u bij de instructeur af te melden. Bent u op het vliegveld geland, let dan voortdurend op alle bewegingen die voor u gevaar kunnen opleveren. Bij de landing op een in gebruik zijnde landingsbaan zorgt u ervoor de landingsbaan zo snel mogelijk via de kortste weg te verlaten. Blijf altijd in eerste instantie staan als een

vliegtuig u nadert. Probeer de bedoelingen van de vlieger te onderkennen en wijk in tweede instantie uit via de kortste weg. Let op dat uw parachute niet opnieuw wind vangt, waardoor u misschien in de richting van het vliegtuig wordt getrokken. Al naar gelang de omstandigheden en de instructie zijn er twee methoden waarop de parachute getransporteerd kan worden (zie fieldpacken).

Afmelden. Zodra u bent teruggekeerd op de afgesproken plaats, moet u zich melden bij de instructeur. Hij zal u de bijzonderheden over de sprong, zoals afsprong, sturen en landing op een geschikt moment doorgeven en uw logboek voorzien van commentaar en aftekenen.

handleiding

aspirant sportparachutist


FIELDPACKEN EN VOUWEN Fieldpacken, . zlg-zag - Blijf omgehangen .' - Ontkoppel eventueel de beenbanden en haak deze buiten de benen om weer vast. . De vanglijnen en de koepel worden in acht-vormige lussen zig-zag op de armen genomen. - Steek de handen steeds in van onderen naar boven en wel van binnen naar buiten. - Loop onderwijl in de richting van de apex. - Pak uiteindelijk de top van de koepel vast en blijf deze vasthouden. - Controleer of de parachute vrij van de grond hangt, ook tijdens het transport. Deze snelle methode wordt

veelal toegepast: - bij verplaatsing over korte afstanden. - als het landingsgebied snel verlaten moet worden, b.v. vliegveld, natte grond. - bij plotselinge neerslag. Moet de parachute over een langere afstand getransporteerd worden, dan verdient het aanbeveling een andere manier van fieldpacken toe te passen.

Fieldpacken, uitgebreid - Hang de reserveparachute af en leg hem op de grond. - Hang het harnas af, eerst de borstband en daarna de beenbanden losmaken. - Zorg dat de vanglijnen en de koepel gestrekt op de grond liggen.

- Leg het harnas, met de container geopend bovenop, naast de koepel. - Verkort de vanglijnen door halve steken van risers tot skirt. - Leg de vanglijnen in de container. - Leg de koepel er bovenop. - Sluit de flappen van de container door middel van het aanwezige fieldpacktouwtje of -bandje. - Sluit de beenbanden de uitrusting om.

en hang

- Haak de reserve weer aan de D-ringen. - Leg de loshangende einden van de buikband kruislings over de reserve. - Neem de helm en de overige losse uitrustingsstukken in de hand mee. - Begeef u op de voorgeschreven wijze naar het afgesproken punt.

VOUWEN Nadat u zich bij de instructeur heeft afgemeld, moet in het algemeen de parachute direct gevouwen worden. Dit gebeurt overeenkomstig de in de club geldende voorschriften èn controles, onder leiding van een instructeur (zie clubbijlage vouwen hoofdparachute) .

'Perachutesprinqen voor geinteresseerden, beginners en gevorderden' is een boek waarin op duidelijke wijze (in de nederlandse taal), met behulp van veel foto's en tekeningen overzichtelijk informatie wordt gegeven over parachutespringen. Bijzonder aan te bevelen voor de beginnende sportspringer . Dit boek is met aantrekkelijke korting verkrijgbaar bij uw vereniging.

handleiding aspirant sportparachutist

11


STORINGEN AAN DE PARACHUTE Malfunctions Algemeen. De beoefening van de parasport levert in het algemeen vrij weinig gevaar op, vooral door de huidige parachute-uitrusting, opleiding en training. Toch is het mogelijk dat tijdens de opening van de parachute een storing optreedt. Oorzaken, die niet tot storingen hoeven te leiden, maar de kans hierop wel vergroten zijn: - een onstabiele afsprong - fouten, gemaakt tijdens het vouwen. De storingen die op kunnen treden zijn onder te verdelen in twee categorieën. Voor beide categorieën bestaat een reserveprocedure, die aan de situatie is aangepast.

Training. De reserveprocedures moeten onder leiding van een instructeur regelmatig worden geoefend, tot deze procedures correct kunnen worden uitgevoerd. De training bestaat uit de herkenning van het type storing en de uitvoering van de bijbehorende reserveprocedure. Het gebruik van een oefenharnas en -reserve is een eerste vereiste. Ook na de opleiding moet u de vaardigheid in deze procedures onderhouden en deze regelmatig in een oefenharnas praktisch oefenen.

Herkenning. De tijdige herkenning van een storing is gebaseerd op het tellen direct na de exit: '1001, 1002, 1003, parachute-controle' .

Bij 'parachute-controle' waarbij kan blijken dat er iets niet in orde is, voegt u de daad bij het woord. In alle gevallen, waarbij de parachute niet geheel 'rond' en volledig open is, heeft u te maken met een storing, ook wel malfunction genoemd. Heeft u te maken met een storing, dan is de daalsnelheid hoger dan bij een normaal geopende koepel. Afhankelijk van deze daalsnelheid betreft het een van beide categorieën malfunctions. De eerste categorie omvat de 'low-speed' malfunctions; hierbij treedt een enigszins verhoogde daalsnelheid op, maar de koepel heeft nog draagkracht. De tweede categorie omvat de 'hig h-speed' malfunctions; hierbij ontwikkelt u een hoge daalsnelheid. De koepel kan zich niet openen door een blokkering die tijdens de opening is ontstaan en heeft daardoor geen draagkracht.

RESERVEPROCEDURES Partial inversion:

Low-speed malfunctions.

de koepel is gedeeltelijk binnenste buiten geopend, doordat bijvoorbeeld tijdens de opening een gedeelte van de koepel door een van de stuurgaten heenslaat.

De storingen, die in deze categorie thuishoren zijn:

Lijn-over: één of meer vanglijnen zijn over de koepel heen geslagen en vervormen deze.

Blown panel: een of meer panelen zijn gescheurd of vertonen gaten. Vooral beschadigingen in het bovenste deel van de koepel verhogen de daalsnelheid, omdat daar de druk het hoogst is. Ten gevolge van een asymmetrische vorm van de storing kan de koepel gaan draaien.

12

De procedure die moet worden uitgevoerd is de 'Low-speed reserveprocedure', waarbij de reserve-parachute wordt bijgezet.

handleiding aspirant sportparachutist


Low-speed reserveproeed ure. - Sluit de benen en trek de knieĂŤn op tegen de onderkant van de reserve container. - Plaats de linkerhand stevig voorop de reserve bij de ripcord-flap. - Kijk naar het reserve-ripcord. - Pak met de rechterhand het reserve-ripcord stevig vast. - Trek het reserve-ripcord krachtig naar rechts, geheel uit de pocket.

High-speed malfunctions De storingen die in deze categorie thuishoren en zich kenmerken door een hoge daalsnelheid, zijn:

- Steek het reserve-ripcord indien mogelijk weg, anders weggooien. - Houd de linkerhand stevig bovenop de vrijgekomen koepel. - Steek de rechterhand tussen de koepel en de opgeschoren vanglijnen. - Til het koepelpakket geklemd tussen linker- en rechterhand uit de container tot schouderhoogte. - Werp het koepelpakket vanuit de schouder zo krachtig als u kunt weg, enigszins schuin naar beneden en naar links of rechts, (bij draaiing van de hoofdkoepel in de richting van de draai).

- Begeleid hand over hand de vanglijnen uit de elastieken. - Schud de vanglijnen op, 'paard mennen', om de opening van de reserve koepel te bespoedigen. - Controleer de opening van de reservekoepel. - Bereid de landing voor volgens de normale procedures en neem de goede landingshouding aan. - Laat, indien mogelijk, uw uitrusting na de landing verder ongemoeid liggen ter inspectie van de dienstdoende instructeur.

Streamer:

- Trek het reserve-ripcord krachtig naar rechts, geheel uit de pocket.

De koepel komt uit de container, strekt zich, maar opent zich niet. Het geheel heeft de vorm van een fakkel. Deze high-speed malfunctions kunnen bij het static-line bagsysteem nauwelijks voorkomen. Toch moet u rekening houden met de mogelijkheid van een dergelijke storing.

Total: de koepel komt niet uit de container.

Horse shoe: de top van de koepel slaat om een van de ledematen of een deel van de spring uitrusting . De koepel en de vanglijnen komen in een hoefijzervorm te staan.

handleiding

aspirant sportparachutist

High-speed reserveprocedure. - Sluit de benen en trek de knieĂŤn op tegen de onderkant van de reservecontainer. - Kijk naar het reserve-ripcord. - Pak met de rechterhand het reserve-ripcord stevig vast.

- Sla krachtig met de linkerhand tegen de linkerkant van de reservecontainer, waardoor de opening wordt bespoedigd. - Controleer de opening van de reservekoepel. - Probeer rechtstandig onder de reservekoepel te gaan hangen, door bijvoorbeeld met beide armen een zwembeweging tussen de linker en rechter vanglijnengroep door te maken. - Bereid de landing voor volgens de normale procedures en neem de. goede landingshouding aan. - Laat, indien mogelijk, uw uitrusting na de landing verder ongemoeid liggen, ter inspectie van de dienstdoende instructeur.

13


BIJZONDERE SITUATIES Bij de beoefening van het parachutespringen kunt u geconfronteerd worden met een aantal bijzondere situaties. Deze bijzondere situaties kunnen optreden tijdens:

- het vliegen - de afdaling aan de parachute - de landing In alle gevallen moet getracht worden, voor zover mogelijk, deze situaties te vermijden. Het tijdig herkennen van een bijzondere situatie kan voork贸men dat er een gevaarlijke situatie ontstaat. Blijf in alle situaties rustig en raak nooit in paniek. Komt u toch in een bijzondere situatie terecht, dan vraagt elke situatie om zijn eigen specifieke procedure. Het goed beheersen van deze procedures verhoogt de veiligheid van het parachutespringen in belangrijke mate.

Bijzondere situaties tijdens het vliegen. Tijdens het vliegen kunnen de volgende situaties optreden: - motorstoring en schade aan het vliegtuig. .- vroegtijdige opening van een parachute in het vliegtuig. - achter het vliegtuig blijven hangen na de afsprong. Motorstoring. V贸贸r het starten van de motor van het vliegtuig bevestigt de instructeur de veiligheidsriemen en eventueel de static-line op de voorgeschreven wijze. Worden de static-lines niet op de grond vastgehaakt, dan vindt dit op lOOOftplaats. Op dat moment moeten uw parachute en persoonlijke uitrusting volledig springklaar zijn (zie pincheck voor het instappen).

14

Procedure bij een motorstoring beneden de IOOOft.

- Houd speciaal rekening met een mogelijk geringere afspring hoogte.

Bij een motorstoring beneden de lOOOftAGL (Above Ground Level == boven de grond), moet iedereen zich op aanwijzing van de instructeur voorbereiden op een mogelijke noodlanding van het vliegtuig. U neemt de crash-houding als volgt aan:

Bij structurele schade aan het vliegtuig wordt dezelfde procedure toegepast als bij motorstoring boven lOOOft.

- zet uw voeten stevig tegen elkaar op de grond. - plaats de handen achter op de helm. - breng hoofd en ellebogen zover mogelijk naar de knie毛n. - klem de armen om de benen. - nadat het vliegtuig tot stilstand is gekomen worden op aanwijzing van de instructeur de veihqheidsriernen (en de static-lines) afgehaakt. - verlaat direct daarna het vliegtuig. - blijf op geruime afstand van het vliegtuig in verband met explosiegevaar. - handel voorts op aanwijzing van de instructeur.

Vroegtijdige opening van een parachute in het vliegtuig. Vanaf het moment dat u het vliegtuig instapt moet onder alle omstandigheden het ripcord van de reserve parachute met de linkerhand worden beschermd tot de exit uit het vliegtuig. Ondanks deze voorzorgsmaatregelen kan toch een parachute in het vliegtuig opengaan. De volgende situaties kunnen zi:ch voordoen:

Procedure bij open of gesloten deur, parachute onder controle. - Laat niets meer uit de container ontsnappen door deze direct snel en goed af te klemmen. - Houd het geheel goed afgeschermd en zo ver mogelijk uit de buurt van de deuropening. - In geval van een open hoofdparachute activeert de instructeur uw beide capeweIls. - In geval van een open reserveparachute ontkoppelt de instructeur de reserve van het harnas . - Installeer u op aanwijzing van de instructeur voor een landing met het vliegtuig.

Procedure b~j een motorstoring boven de IOOOft. In deze situatie zijn de veiligheidsriemen los en de static-lines vastgehaakt. Bij een motorstoring boven de lOOOftAGL moet u zich op aanwijzing van de jumpmaster voorvoorbereiden op een mogelijke spong uit het vliegtuig. - Houd u zich gereed voor een mogelijk directe exit van de gehele stick achter elkaar. - Voer de exit uit op aanwijzing van de instructeur.

handleiding aspirant sportparachutist


----------------------------------------------~~------~~~~ Procedure bij een deel van de parachute buiten de deur. - Op commando van de instructeur en direct op eigen initiatief zonder aarzeling de parachute naar buiten volgen. - Houd speciaal rekening met een mogelijk geringere afspringhoogte dan gebruikelijk.

Achter het vliegtuig blijven hangen na de afsprong. U voelt direct na de exit een hevige schok en bent, ongewild, aan het vliegtuig blijven hangen. Uw lichaamspositie wordt bepaald door de wijze waarop de 'operiinq wordt geblokkeerd. U dient onmiddellijk na de herkenning van deze situatie te handelen volgens:

Procedure achter het vliegtuig blijven hangen. - Neem, indien mogelijk, de stabiele exit houding aan als signaal aan de instructeur. - Kijk, indien mogelijk, naar de deuropening om eventuele aanwijzingen van de instructeur te zien. - Wacht op verbreking van de verbinding met het vliegtuig. - Zodra u voelt dat u wegvalt, telt u opnieuw; '1001, 1002, 1003, parachute-controle'. - Als u na 'parachute-controle' niet onder een geopende koepel hangt, voer dan de highspeedreserveprocedure uit. - Trek NOOIT de reserveparachute zolang u nog achter het vliegtuig hangt.

Met een lijnentwist zult u tijdens uw sprongen wel eens geconfronteerd worden. Het eruit draaien van de lijnentwist kunt u op de volgende wijze doen.

Twist van de lijnen. Bij de parachute-controle ziet u dat de vanglijnen van de parachute gedraaid zijn. Controleer eerst of de koepel goed geopend is.

handleiding aspirant sportparachutist

U hangt onder een goed geopende hoofdkoepel, maar uw reservecontainer gaat ongewild open. De volgende procedure moet worden toegepast:

Procedure uitdraaien lijnentwist. - kijk omhoog. - Plaats de handen tegen de binnenkant van de linker en rechter riser- of vanglijnengroep. - Druk het geheel zover mogelijk uit elkaar. - Maak daarbij voortdurend fietsende bewegingen met de benen. - Voer alle bovenstaande bewegingen uit tot de vanglijnen en u zelf volledig uitgedraaid zijn. - Houd speciaal rekening met het feit, dat tijdens het uitdraaien uzelf het draaiend voorwerp bent; de koepel gaat ongecontroleerd zijns weegs. - Houd tijdens de bovenstaande procedure steeds de grond in de gaten.

Hakende vanglijnen. Bij de opening zijn een of meer vanglijnen door de een of andere oorzaak achter delen van uw uitrusting of lichaam gehaakt. Afhankelijk van de situatie kan de daalsnelheid enigszins toenemen en kunt u zich in een ongemakkelijke positie bevinden. Die kunt u het beste opheffen door:

Procedure hakende vanglijnen.

Bijzondere situaties tijdens de afdaling aan de parachute

Ongewilde reserve-opening

- Bepaal de gehaakte vanglijn(en) - Haal de betrokken vanglijn hand over hand naar beneden tot deze losgemaakt kan worden - Herhaal deze handeling tot alle betrokken gedeelten zijn bevrijd - Houd speciaal rekening met het feit, dat tijdens de bovenstaande handelingen de koepel ongecontroleerd zijns weegs gaat. - Houd tijdens de bovenstaande procedure steeds de grond in de gaten.

Procedure ongewilde reserve-opening - Laat niets meer uit de container ontsnappen door deze snel en goed af te klemmen. - Bedien in eerste instantie met de vrije hand afwisselend de stuurtoggles om stuurcorrecties uit te voeren. - Sluit de benen en trek de knieĂŤn op tegen de onderkant van de reservecontainer. (zijn er bepaalde delen van de koepel uit de container gevallen, dan haelt u deze hand over hand binnen tot alles op uw schoot ligt en u rolt de koepel zo stijf mogelijk op). - Pak het koepelpakket beet en druk het tussen de bovenbenen. - Houd het geheel goed compact afgeschermd tussen de benen geklemd. - Houd tijdens de bovenstaande procedure steeds de grond in de gaten in verband met uw landingsplaats. Is de reservekoepel geheel ontplooid, dan moet u verder handelen als bij de low-speed reserveproced ure.

Koepelbotsing Tijdens de oriĂŤntatie na de afsprong controleert u of de directe omgeving geheel vrij is. Dreigt u in botsing te komen met een andere luchtgebruiker, dan stuurt u in eerste instantie naar rechts weg, of via de meest logische weg. Vindt er toch een botsing plaats, dan probeert u daarna opnieuw weg te sturen. Bent u verward geraakt in de uitrusting van de ander en kunt u zich niet direct bevrijden, dan zal de koepel zijn draagkracht gaan verliezen. U dient dan direct uw reserve te activeren volgens de lowspeed reserveprocedure. Heeft uw koepel geen draagKracht meer, pas dan de highspeed reserveprocedure toe.

15


Bijzondere situaties tijdens de landing U moet tijdens de afdaling een geschikte landingsplaats zoeken die binnen uw bereik is. Indien u in de directe omgeving van obstakels dreigt te landen, probeert u deze zoveel mogelijk te vermijden. Concentreer u op een geschikte landingsplaats. Als u op ongeveer 50 meter hoogte tegen de windrichting in bent gaan hangen, kunt u door kleine koerscorrecties obstakels alsnog vermijden. Zorg ervoor dat u nooit, maar dan ook NOOIT, draaiend landt. Heeft u het obstakel niet meer kunnen vermijden, volg dan zoveel mogelijk de normale landingsprocedures en pas de landingshouding aan de situatie aan.

Gebouwen Indien u ondanks alle voorzorgsmaatregelen op of tegen een gebouw gaat landen, neem dan de volgende aangepaste landingshouding aan: Plaats uw aaneengesloten voeten zoveel mogelijk parallel aan en in de richting van het te verwachten contactvlak. Dit geldt speciaal voor recht opstaande muren, schuine daken, enz. Zodra u op een gebouw landt, probeert u zich direct ergens aan vast te klampen. Heeft de wind verder geen vat op uw koepel, blijf dan rustig ter plaatse en wacht op hulp. Vooral bij een schuin dak fungeert uw parachute vaak als anker, waardoor het handhaven van uw positie vereenvoudigd wordt en een verdere val van het dak voorkomen kan worden. Bent u echter op een plat dak geland, dan moet u onmiddellijk. een van de capewells activeren, om eventueel afslepen van het dak te voorkomen.

16

Hoogspanningslanding Indien u ondanks alle voorzorgsmaatregelen in hoogspanningskabels gaat landen, neem dan de volgende aangepaste landingshouding aan:

.~_--""Idl~.l...b...Ll

---

Boomlanding Indien u ondanks alle voorzorgsmaatregelen in een boom gaat landen, pas dan de volgende landingshouding toe: - plaats de voeten op elkaar. - kruis de armen voor het gezicht. - plaats de handen onder de oksels met de palmen naar buiten. - druk de ellebogen naar boven. - draai het hoofd zijwaarts. U moet deze aangepaste houding handhaven tot u stilhangt. Blijf rustig ter plaatse en wacht op hulp; neem geen onnodige risico's. .

- plaats de voeten op elkaar. - druk de tenen zover mogelijk naar beneden. - steek de armen gestrekt omhoog tussen de risers. - plaats de handen met gestrekte vingers tegen de binnenzijde van de voorste risers. - draai het hoofd zijwaarts. - vermijd contact met twee kabels tegelijk. U moet deze aangepaste landingshouding handhaven tot u stilhangt. Blijf in het harnas en wacht op deskundige hulp. Bent u tussen de kabels door gevallen, dan moet terug komen in de normale landingshouding met de -voeten naast elkaar om een landing alsnog correct uit te voeren. Als u bent geland, moet u er scherp op blijven letten dat u op geen enkele wijze meer in contact kunt komen met de kabels.

Bent u door de kruin naar beneden gevallen en bent u alle takken gepasseerd, dan moet u weer terugkomen in de normale landingshouding met de voeten naast elkaar' om een landing alsnog correct uit te voeren.

Waterlanding Indien u ondanks alle voorzorgsmaatregelen in het water dreigt te gaan landen, pas dan de procedure voor de ongeplande waterlanding toe: - blijf naar de kant toe sturen. - ga ervan uit dat u in eerste instantie uzelf moet kunnen redden.

handleiding

aspirant sportparachutist


"'I

- bereid u tijdens de verdere afdaling zoveel mogelijk voor op de waterlanding. - trek de stekker van de Sentinel los, anders gaat deze af zodra contact gemaakt wordt met het water en is de reserve ook open, (voor Hi-teks en FXC's automatische activeringsapparaten geldt dit niet). - reserve aan de linkerkant losmaken (buikband en D-ring snap). Zorg dat u bij de landing geen hinder ondervindt van deze half-losse reserve. - been- en borstbanden eventueel losser maken, maar niet ontkoppelen.

- neem de normale landingshouding aan in verband met ondiep water of obstakels onder het watèroppervlak. - houd de handen aan de toggles ellebogen voor het gezicht. Dit ter bescherming tegen o.a. de reserveparachute. - land bij veel wind tegen de windrichting in; bij dragging wordt u dan ruggelings door het water getrokken. Activeer bij dragging uw capewells om dit te stoppen (zie ook bij dragging). - land bij weinig wind dwars op de windrichting om te voorkomen dat de koepel bovenop u terecht komt.

- ligt de koepel toch over u heen, trek dan rustig hand over hand de koepel over uw hoofd tot u bevrijd bent. - na de landing in het water activeert u de capewells en zwem weg van de hoofdparachute. - houd in gedachte dat de reserveparachute enige minuten drijfvermogen heeft. - maak daarna het harnas verder los. - zwem naar de kant of naar een boot. - blijf altijd uit de buurt van uw sp:i-inguitrusting.

DRAGGING Na het uitvoeren van de landingsrol moet u onmiddellijk opstaan en zorgen dat de vanglijnen slap komen te hangen, om een eventuele dragging te voorkomen. Kans op dragging loopt u als uw koepel wind vangt, of kan vangen. U kunt het beste handelen volgens de standaard procedure na de rol:

Standaarddraggingprocedure: - spring zo snel mogelijk overeind. - ren met de wind mee om de koepel heen tot de skirt geheel uit de wind is getrokken en de koepel plat op de grond blijft liggen. - loop verder door tot de koepel en de vanglijnen geheel zijn gestrekt.

- trek de knieĂŤn op tot onder de maag, dan wordt u met de voeten in de sleeprichting gedraaid. - zet de hielen schrap in de grond, waardoor u door de opgebolde koepel overeind getrokken wordt. - handel verder als bij bovengenoemde standaardprocedure.

OF: - werk altijd vanuit de ruggelingse positie. - trek de linker of rechter risergroep naar u toe tot voor de borst, kies daarbij in eerste instantie de onderste groep. - trek vervolgens een of meer vanglijnen hand over hand naar u toe. - continueer deze handeling tot de koepel plat op de grond blijft liggen.

- handel verder als bij bovengenoemde standaardprocedure.

OF: - werk altijd vanuit de ruggelingse positie. - reik met twee handen naar een van de capeweIls. - open de beschermkap. - wend het hoofd af. - ontkoppel de riser van het harnas. - handel verder als bij de bovengenoemde standaardprocedure. Indien u een obstakel nadert, voer dan onmiddellijk bovengenoemde procedure uit, zonder een van de andere procedures te proberen. Indien noodzakelijk, kunt u de hulp inroepen van iemand die de koepel bij de apex (=top van de koepel) pakt en deze in de wind kan trekken.

Indien u niet direct overeind kunt komen en door de koepel over de grond gesleept wordt, bestaat er nog een aantal ander. mogelijkheden om dit probleem op te lossen. - werk altijd vanuit een ruggelingse positie. - trek een willekeurige risergroep naar u toe tot voor de borst.

handleiding

aspirant sportparachutist

17


AANVRAAGPROCEDURE 'WING' Voor militairen, zowel in actieve dienst als reservisten, bestaat de mogelijkheid om toestemming te verkrijgen voor het dragen van het militaire borstonderscheidingsteken, kortweg 'wing' genoemd. . Om deze toestemming te verkrijgen moeten de volgende bescheiden naar het afdelingssecretariaat gezonden worden: - aanvraagformulier: verkrijgbaar bij club- of afdelingssecretariaat, ingevuld en ondertekend. N.B. let op dat van het juiste formulier, Kl, Klu, of Marine gebruik gemaakt wordt. - duidelijke fotocopie van: - KNVvL-inle.gvel (FAI), waarvan het A-brevet is afgetekend door een bevoegde instructeur. - medische verklaring. Het afdelingssecretariaat draagt er zorg voor dat deze papieren naar de juiste instanties worden verzonden. Spoedig hierna zult u het bedoelde militaire brevet-A -RLD ontvangen, waarop de toestemming tot het dragen van de 'wing' vermeld staat.

De K.N.V.v.L. en samenstellers van deze handleiding aanvaarden op generlei wijze enige verantwoordelijkheid en/of aansprakelijkheid voor gevolgen voortvloeiende uit het gebruik en/of toepassing van de in deze handleiding beschreven procedures en aanwijzingen. De handleiding is een hulpmiddel tijdens en na de opleiding en dient op generlei wijze als vervanging van de basisopleiding voor het parachutespringen.

18

Š1983 K.N.V.v.L. en samenstellers. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de K.N.V.v.L. en/of samenstellers.

handleiding aspirant sportparachutist


/I;, M

STUURTOGGLES

RISERS

VANGLUNEN

SP 1983 Handleiding Aspirant Sportparachutist  

KNVvL Parachutespringen Ledenblad

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you