Issuu on Google+

    Advies Denktank Sociale Cohesie stadsdeel Zeeburg  2009 ‐ 2010 

1


INHOUDSOPGAVE      1  1.1  1.2  1.3  1.4  1.5    2  2.1  2.2      3  3.1  3.2  3.3    4  4.1  4.2  4.3  4.4    5  5.1  5.2  5.3    6  6.1  6.2  6.3  6.4  6.5   

VOORWOORD    DE DENKTANK EN HAAR ANKERPUNTEN  Samenstelling Denktank  Opdracht  Visie  Bronnen voor advies  Leeswijzer  THEORETISCHE SCHETS  Civil society  Sociale cohesie in buurten: van een klassieke naar een hedendaagse interpretatie  CIVIL SOCIETY IN STADSDEEL ZEEBURG  Indische Buurt  Oostelijk Havengebied  IJburg  DE ZEEBURGER IDEEËN CAFÉS EN HUN OPBRENGST  Onderwijs  Bewonersparticipatie  Ondernemerschap en werkgelegenheid  De opbrengst geprioriteerd  ONZE VISIE VERDIEPT  Netwerkbenadering met nadruk op knopen en knooppunten  Een stap vooruit: van project‐ naar procesbenadering   ‘Thuisgevoel’  AANBEVELINGEN  Onderwijs  Bewonersparticipatie  Ondernemerschap & werkgelegenheid  Alternatieve besluitvorming  Participatiemakelaar  BRONNEN 

  DENKTANKLEDEN

2


VOORWOORD      Op  een  achteloos  moment  gaat  de  telefoon  en  een  dame  stelt  zich  aan  je  voor  met  de  vraag of je bereid bent nader kennis te maken. Het doel blijkt vervolgens om je zover te  krijgen  zitting  te  nemen  in  een  denktank  sociale  cohesie  ten  behoeve  van  de  eigen  woonomgeving.  De  motivatie  om  jou  te  vragen  blijkt  dat  je  elders  in  het  land  of  het  buitenland  je  talenten  en  tijd   inzet   voor  allerlei  ontwikkelingen  op  maatschappelijk  terrein  en  dat  het  opvalt  en  of  je  bereid  bent  een  klein  deel  van  je  tijd  te  geven  aan  je  woonomgeving,  je  eigen  wijk,  je  eigen  stadsdeel.   Voor  wie  er  in  de  denktank  zitten,  blijkt  de  introductie  hen  te  hebben  aangesproken  en  zo  zaten  plots  negen  voor  elkaar  onbekende stadsdeelgenoten met elkaar in de Denktank Sociale Cohesie Zeeburg.     De  denktankleden  gingen  snel  met  elkaar  aan  de  slag,  geïnstalleerd  door  de  stadsdeelraad  in  de  persoon  van  wethouder  Jan  Hoek.  Ondersteuning  was  er  van  beleidsmedewerker  Rob  van  Veelen.  De  leden  van  de  Denktank  bogen  zich  allereerst  over het begrip sociale cohesie en al gauw kwam het idee dat het niet zou moeten gaan  over  het  samen  eten  en  drinken  van  buurtgenoten,  doch  over  inspanningen  die  stadsdeelgenoten plegen om te voorkomen dat er mensen uitgesloten zouden raken. Wij  kozen  ervoor  om  ons  te  richten  op  drie  thema’s  n.l.  onderwijs,  ondernemerschap  en  bewonersparticipatie,  waarbij  inspanningen  op  die  terreinen  mogelijk  iets  zouden  opleveren  ten  behoeve  van  de  sociale  cohesie.  De  gedachte  was  dat  de  overheid  zeker  een taak heeft bij het insluiten van mensen, maar dat je als burger wel degelijk ook een  eigen  verantwoordelijkheid  hebt.  En  dat  die  eigen  verantwoordelijkheid  gevoed  zou  kunnen worden doordat mensen in hun eigen omgeving hun invloed kunnen herkennen.  Niet het beleid van een overheid veraf, maar een beleid gemaakt met de mensen dichtbij.    In die lijn vond de Denktank dat zij niet gelijk met een advies moest komen, maar eerst  moest  luisteren  naar  wat  er  in  de  samenleving  aan  ideeën  en  kennis  is  en  moest  onderzoeken welke initiatieven reeds genomen worden om herkenning te vinden in de  eigen  buurt.  Ook  bezocht  de  Denktank  bijeenkomsten  die  in  het  stadsdeel  door  zelforganisaties  werden  georganiseerd.  De  Denktank  heeft  bovendien  twee  Zeeburg   Ideeën Cafés georganiseerd, waarbij gesprekken werden gevoerd met mensen die reeds  actief  waren  in  het  veld.  Op  een  gestructureerde  wijze  werden  drie  onderwerpen  besproken:   hoe  zou  onderwijs,  ondernemerschap  en  het  versterken  van  de  zelforganisaties tot sociale cohesie kunnen leiden? Verder hebben wij gebruik gemaakt  van  literatuur,  van  uitgebreide  discussies  onderling  en  voerden  wij  gesprekken  met  onze speciale gast, de heer Peer Smeets van de Vrije Universiteit.    Wij zijn gesterkt in de gedachte  dat sociale cohesie, sociale insluiting, ontstaat wanneer  wij  in  dit  stadsdeel  een  samenleving  hebben  waarin  de  scholen,  de  bedrijven  en  de  particulieren  een  netwerk  met  elkaar  vormen  waarin  men  elkaar  steeds  weer  op  verschillende  punten  kan  ontmoeten,    samenwerken  en  versterken  om  vervolgens  elkaar weer los te laten om weer een volgende verbinding te kunnen aangaan.   

3


De Denktank op zich heeft reeds als zodanig gewerkt. Mensen die elkaar voordien niet  kenden die zich samen een doel hebben gesteld en daar gezamenlijk aan gingen staan.  Daarvoor hebben zij elkaars netwerken voor elkaar opengesteld en gaan ze weer uit  elkaar als het doel bereikt is. Het feit echter dat zij deze ontmoeting hebben gehad zorgt  ervoor dat indien zij op een ander moment weer anderen ontmoeten de opgedane  kennis en ook deze netwerken elkaar weer kunnen vinden. Inmiddels hebben twee  leden de denktank verlaten vanwege hun drukke werkzaamheden elders. De overige  leden van de denktank zijn voortvarend verder gegaan en hopen verder een bijdrage te  kunnen leveren aan de sociale cohesie in het stadsdeel Oost.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                  Glenn Helberg   

4


DE DENKTANK EN HAAR ANKERPUNTEN 

1.1 

Samenstelling Denktank 

 

De  Denktank  Sociale  Cohesie  Zeeburg  is  een  initiatief  van  het  Platform  Amsterdam  Samen,  het  stedelijke  programma  voor  sociale  cohesie.  Op  dit  moment bestaat de Denktank uit: Glenn Helberg, kinder‐ en jeugdpsychiater en  voorzitter  van  het  Overlegorgaan  Caribische  Nederlanders;  Hanneke  van  der  Aalst,  senior  adviseur  Solid  Amsterdam;  Marie‐José  Wouters,  arts,  hoofd  donorartsen  Sanquin  Bloedbank  Noordwest;  Peggy  Fernandes  Mendes,  interim  manager  en  coach;  Ben  Achmed,  student  accountancy  fiscaal  recht;  Niels  van  Zeben,  projectadviseur  Oranje  Fonds;  Sita  Sukdeo,  ondernemer  sociale  duurzaamheid.    1.2   

Opdracht  De Denktank kreeg in 2009 twee opdrachten mee:   1. Een advies uitbrengen over vraagstukken van sociale cohesie en participatie  op  grond  van  een  gemeenschappelijke  vraag  van  het  Dagelijks  Bestuur  van  stadsdeel  Zeeburg,  thans  stadsdeel  Oost.  Deze  opdracht  is  zeer  ruim  geformuleerd:     ‘Waar  liggen  ­  uitgaande  van  de  kracht  van  mensen  ­  kansen  om  sociale  cohesie  te  versterken,  hun  kwaliteiten  te  ontsluiten,  en  verbindingen  tussen  mensen tot stand te brengen?’    Speciale  aandacht  is  enerzijds  gelegen  op  het  niveau  van  bestaande  instituties,  anderzijds  bij  de  rol  van  de  ondernemers  in  het  perspectief  van  maatschappelijk betrokken ondernemen.     2. Eén  keer  per  jaar  gemotiveerde  adviezen  uitbrengen  aan  het  Dagelijks  Bestuur  van  het  stadsdeel  over  subsidieaanvragen  voor  bewonersinitiatieven in het kader van de Wijkaanpak Indische Buurt. 

    1.3 

Visie  De Denktank is van mening dat deze zeer ruime opdracht om enige afbakening  vraagt.  Ten  behoeve  daarvan  heeft  de  Denktank  de  volgende  visie  op  de  samenleving geformuleerd:     ‘Wij  gaan  uit  van  een  samenleving  waarin  individuen  zich  verbonden  weten  met  een multiculturele context, in een  buurt waar:  • sociale relaties stimulerend zijn voor mensen om zich te kunnen ontwikkelen;  • voor mensen die onvoldoende meekunnen, sociale uitsluiting geen optie is;  • mensen  zich  thuis  voelen  en  waarbij  scholen  en  ondernemers  een  factor  van  belang  zijn.  Scholen  spelen  een  rol  in  het  ontwikkelen  van  talenten  en  vaardigheden  en  het  stimuleren  van  sociale  betrokkenheid  op  verschillende  niveaus.  De  ondernemers,  inspiratiebron  door  hun  succes  en  initiatief,  tonen  hun maatschappelijke betrokkenheid.’  5


1.4 

  De Denktank kiest ervoor om bewoners, ondernemers en scholen te betrekken  bij de buurt.  Iedereen insluiten! Eigen verantwoordelijkheid, waar het kan. Om  goed invulling te kunnen geven aan onze opdracht hebben we, in het verlengde  van onze eerder geschetste visie, drie aandachtsgebieden geformuleerd:  1. Onderwijs  2. Bewonersparticipatie  3. Ondernemerschap & werkgelegenheid  Bronnen ter inspiratie voor dit advies  De inhoud van dit rapport is gebaseerd op verschillende informatiebronnen:  • Projectvoorstellen ‘bewonersinitiatieven 2009’;  • Verkennende  studie  over  bewonersinitiatieven  in  Amsterdamse  krachtwijken;  • Artikel  in  De  Volkskrant  over  de  wijkaanpak  (‘Buurtfeestpotje  gaat  op  aan  rijke wijken’) en de discussie naar aanleiding hiervan op de diverse sites;  • Bijeenkomst van de Denktank met het Dagelijks Bestuur Zeeburg;  • Verkenning door onderzoeker Peer Smets verbonden aan de VU;  • Twee  bijeenkomsten,  georganiseerd  door  de  Denktank  onder  de  noemer  ‘Zeeburger  Ideeën  Café’.  Bewoners,  maatschappelijke  organisaties,  ondernemers en vertegenwoordigers van de scholen namen hieraan deel om  samen ideeën te genereren over hun rol in buurt en samenleving.  

    1.5 

Leeswijzer    Dit rapport is het verslag van het proces dat de Denktank heeft doorlopen om te  kunnen  komen  tot  de  aanbevelingen  aan  het  Dagelijks  Bestuur  rond  de  vraag  waar  kansen  liggen  om  sociale  cohesie  te  versterken.  De  precieze  opdracht,  alsmede onze visie en gebruikte bronnen, zijn hierboven beschreven.    Het heeft de Denktank geholpen om aan de hand van enig theoretisch kader de  thematiek van een ‘civil society’ beter te kunnen begrijpen en analyseren. Deze  theorievorming  wordt  in  het  volgende  hoofdstuk  beschreven,  waarna  een  hedendaagse  interpretatie  van  het  begrip  ‘sociale  cohesie’  volgt.  In  een  derde  hoofdstuk wordt, in het verlengde van de theorie, een beeld van de civil society  van Zeeburg geschetst.    De  uiteindelijke  aanbevelingen  zijn  in  belangrijke  mate  geïnspireerd  op  de  onderwerpen  die  met  bewoners  van  het  stadsdeel  zijn  besproken  tijdens  twee  zgn.  Zeeburger  Ideeën  Cafés.  Het  zijn  de  onderwerpen  die  relevant  zijn  voor  actieve  betrokkenheid  uit  het  publieke,  private  en  persoonlijke  domein.  Een  uitgebreide weerslag hiervan staat beschreven in hoofdstuk 4.    In het vijfde hoofdstuk maakt de Denktank pas op de plaats en bezint zij zich op  de verworven kennis en informatie. Dat leidt tot enige verdieping van haar visie  uit het eerste hoofdstuk.    Het  rapport  wordt  afgesloten  met  enige  aanbevelingen  aan  het  Dagelijks  Bestuur, voortvloeiend uit de hierboven beschreven stappen. 

6


2      2.1   

THEORETISCHE SCHETS  Civil Society  Het  begrip  ‘civil  society’  omvat  de  maatschappelijke  verbanden  die  niet  tot  de  staat  behoren  en  waarvan  de  kern  ook  niet  in  de  individuele  levenssfeer  of  de  formele  economie  ligt.    In  politiek  en  wetenschap  is  deze  term  internationaal  gangbaar  om  een  breed  scala  aan  maatschappelijke  ontwikkelingen  en  veronderstellingen daarover te bespreken. In de volksmond kent men het begrip  niet.  De  term  ‘burgermaatschappij’  komt  nog  het  dichtst  in  de  buurt.  In  het  verlengde  hiervan  is  het  logisch  dat  we  spreken  van  ‘actief  burgerschap’  in  de  wens  dat  de  burger  zich  vrijwillig  inzet  voor  een  algemeen  doel.  Veel  welzijnsorganisaties  hebben  ‘het  stimuleren  van  actief  burgerschap’  in  hun  beleidsnotitie  opgenomen  als  een  belangrijk  streven.  Meedoen  in  de  (buurt)samenleving  vraagt  om  actieve  betrokkenheid  uit  het  publieke,  private  en  persoonlijke  domein.  En  hierin  spelen  de  overheid,  ondernemers  en  bewoners gezamenlijk een rol ten gunste van de leefbaarheid en veiligheid in de  buurt. Werken  aan  een  civil  society  vraagt  om  voortdurend  onderhoud.  Het  werken  eraan  is  vooral  gericht  op  maatschappelijke  betrokkenheid  van  burgers.  Daarnaast  is  het  ook  een  proces  waarin  mensen  verantwoordelijkheden  voor  zichzelf  en  hun  omgeving  nemen.  Maar  ook  een  proces  waarin  de  lokale  overheid  ruimte  maakt  voor  eigen  initiatieven  van  burgers,  en  waar  ondernemers en het onderwijs zich samen met organisaties sterk maken om een  gemeenschappelijke norm te realiseren.  In  deze  context  is  het  belangrijk  stil  te  staan  bij  de  burgers  in  de  wijken  en  de  dynamiek van de hedendaagse buurten in grote steden.  

  2.2 

Sociale  cohesie  in  buurten:  van  een  klassieke  naar  een  hedendaagse  interpretatie  Buurten  in  grote  steden  zijn  tegenwoordig  anders  dan  vroeger,  toen  men  een  buurt  zag  als  een  gemeenschap  waar  iedereen  sterk  op  elkaar  betrokken  was.  Tegenwoordig  wonen  er  veel  meer  mensen  met  een  andere  etnische  achtergrond in een buurt. Bovendien wonen er verschillende inkomensgroepen.  Mensen  met  lagere  inkomens  wonen  vooral  in  sociale  huurwoningen  en  veel  midden en hoge inkomensgroepen in een eigen woning. Het aantal personen dat  een  huis  koopt  in  een  achterstandsbuurt  neemt  toe  door  de  grootschalige  verkoop van sociale huurwoningen en de bouw van nieuwe koopwoningen. Dit  heeft tot gevolg dat de wijk hoger opgeleide mensen aantrekt.    Vroeger  ging  de  aandacht  uit  naar  het  verbeteren  van  de  sociale  cohesie  in  buurten.  Hierbij  werd  gedacht  aan  klassieke  gemeenschappen  waarvan  alle  leden sterk op elkaar betrokken zijn. Deze gemeenschappen komen in deze tijd  niet  meer  zo  veel  voor.  In  hedendaagse  buurten  hebben  we  te  maken  met  een  grote mate van verscheidenheid etniciteit, inkomens en belangen. Daarnaast zijn  er  ook  gezamenlijke  belangen,  zoals  leefbaarheid  en  veiligheid.  Om  mensen  bij  elkaar te brengen om aan die thema’s van leefbaarheid en veiligheid te werken,  is sociale cohesie in een modern jasje belangrijk. 

7


Zo´n  nieuwe  vorm  van  cohesie  wordt  dan  gekenmerkt  door  een  netwerk  van  verbanden  tussen  mensen  met  verschillende  achtergronden.  Hierin  weten  mensen zoveel van elkaar, dat ze familiair met elkaar zijn en gevoeligheden van  elkaar  kennen.  Zo  ontstaat  een  gezamenlijke  sociale  infrastructuur.  In  zo’n  netwerkgerichte interpretatie van sociale cohesie is het interessant om te kijken  waar  deze  verbanden  elkaar  raken  en  overlappen.  Dat  zijn  punten  waar  gezamenlijk activiteiten ontplooid kunnen worden.   Voor  bewoners  is  het  makkelijker  om  een  stap  buiten  hun  eigen  verbanden  te  zetten als dat vanuit een vertrouwde veilige basis gebeurt. Het gaat hier vaak om  een  plek  waar  men  zich  thuis  voelt  of  thuis  zou  willen  voelen.  Zo  zijn  er  autochtonen  die  hun  omgeving  hebben  zien  veranderen  door  de  komst  van  migranten  en  zich  niet  meer  thuis  voelen.  Maar  er  zijn  ook  buurtbewoners  die  het een verrijking voor de buurt vinden.  Een thuisgevoel onder druk komt de sociale cohesie in de buurt niet ten goede.  Dan  trekken  mensen  zich  terug  uit  het  buurtleven.  Hoe  dit  buurtleven  er  in  Zeeburg ongeveer uitziet, wordt hieronder per wijk beschreven.   

8


CIVIL SOCIETY IN STADSDEEL ZEEBURG    Het  voormalige  stadsdeel  Zeeburg  is  een  veelkleurig  gebied  met  verschillende  wijken, bewoners, instellingen en ondernemers. Uit het afstudeeronderzoek van  Dorrit  de  Jong  blijkt  dat  in  alle  drie  wijken  er  organisaties  en  netwerken  zijn  ontstaan  die  tot  het  maatschappelijk  middenveld  of  ‘de  burgermaatschappij’  gerekend  kunnen  worden.  Het  maatschappelijk  middenveld  op  IJburg  en  in  de  Indische buurt zijn beter ontwikkeld dan in het Oostelijk havengebied.  Onderstaande uiteenzetting is bedoeld om op hoofdlijnen weer te geven wat de  Denktank  heeft  gezien  en  geconstateerd  omtrent  oude  ‘verworvenheden’  en  nieuwe ontwikkelingen in actief burgerschap. Deze schets van de verschillende  buurten van Zeeburg is uiteraard niet uitputtend.  

  3.1 

Indische Buurt  In  deze  buurt,  daterend  van  begin  1900,  woonde  aanvankelijk  veel  middenkader,  zoals  ambtenaren,  middenstanders  en  onderwijzers.    Door  de  jaren heen veranderde de wijk. De kleine sociale huurwoningen verouderden, en  onaantrekkelijke  huizenblokken  gaven  de  Indische  Buurt  een  troosteloze  aanblik.  De  Javastraat,  centraal  gelegen  in  de  wijk  met  de  vele  winkels,  zag  er  grauw  uit.  De  verpaupering  nam  toe,  er  was  steeds  meer  vervuiling.  Bewoners  trokken  naar  andere  delen  van  de  stad  of  trokken  de  stad  uit;  nieuwe  Nederlanders  vestigden  zich  in  de  wijk.  De  buurt  kende  steeds  meer  leefbaarheidsproblemen en achterstandsproblemen.  Vandaag de dag is de Indische Buurt een Vogelaarwijk die bekend staat om haar  achterstandspositie  en  grote  culturele  diversiteit.  Bewoners  zijn  redelijk  betrokken bij de buurt. Opvallend is dat er verschillende bewoners(‐groepen) in  de buurt actief zijn. Er zijn ontspanningsverenigingen van autochtonen zoals een  mandoline‐orkest en kaartclubs, initiatieven van jonge hoogopgeleide bewoners  en migrantenorganisaties, en van speeltuinverenigingen.   Opvallend  is  dat  er  nauwelijks  sportverenigingen  zijn.  Wel  zijn  er  veel  sportactiviteiten  die georganiseerd zijn door sportbuurtwerk van het stadsdeel.  Daarnaast zijn er ook ondernemers die zich op sport hebben toegelegd door het  oprichten  van  een  sportschool.  Deze  hebben  een  sterke  ontmoetingsfunctie.  Zo  maken  bijvoorbeeld  veel  vrouwen  met  een  uiteenlopende  culturele  achtergronden gebruik van vrouwensportschool ‘Oase’.    ‘Diversiteitsland’,  dat  onder  meer  huiswerkbegeleiding  aanbiedt,  is  eveneens  actief op dit terrein van culturele ontmoeting. Andere  initiatieven op dit terrein  zijn islamitische migrantenorganisaties met een gezamenlijk gehouden iftar, en  het vrouwennetwerk Amikino, waar veel contacten gelegd worden en waar soms  zelfs vriendschappen ontstaan.     Een recente ontwikkeling is de vorming van nieuwe sociale netwerken zoals de  Timorplein  Community.  Dit  is  een  netwerk  van  ondernemers,  creatieve  zelfstandigen  en  vertegenwoordigers  van  maatschappelijke  organisaties  die  bewonersinitiatieven  faciliteren.  De  community  is  sterk  naar  buiten  gericht  en  streeft  naar  verbetering  van  de  leefbaarheid  in  de  buurt.  De  Karrewiel 

9


Community  is    vergelijkbaar  van  opzet  en  bestaat  uit  kunstenaars  en  buurtbewoners die wijkgericht projecten uitvoeren die bijdragen aan de buurt.  Duurzame  samenwerkingsverbanden,  zelfbeheer  van  hun  pand  en  actieve  buurtparticipatie zijn belangrijke doelen.    De Indische Buurt heeft zes basisscholen. Veel scholen nemen deel aan projecten  in de buurt. Basisscholen ‘De Evenaar’ en ‘De Waaier’ hebben de afgelopen vier  jaar deelgenomen aan de organisatie van het Midwinterdroomfeest, waarin ook  bewoners en buurtorganisaties participeerden.    Tot slot beschikt de buurt over een aantal plekken waar bewoners iets kunnen  organiseren  of  deel  kunnen  nemen  aan  activiteiten.  De  Meevaart  als  productiehuis  en  Ruma  Kami  als  vrouwencentrum  zijn  beiden  in  beheer  van  welzijnsinstelling Civic Zeeburg. Jongeren die hun talenten kunnen ontwikkelen,  kunnen  naar  Nowhere,  een  productiehuis  en  muziekpodium.  Andere  plekken  voor  talentontwikkeling  zijn  werk‐  en  scholingscentrum  Vonk  (gericht  op  vrouwen), en Cybersoek. Dit buurthuis dient als digitaal trapveld.    3.2 

Oostelijk Havengebied  De  ontwikkeling  van  het  Oostelijk  Havengebied  begon  rond  1875  en  liep  door  tot  in  de  jaren  dertig  van  de  20e  eeuw.  Eind  jaren  zeventig  verloor  het  gebied  zijn  havenfunctie  en  werd  besloten  tot  de  omvorming  tot  woongebied.  Met  de  bouw van woningen werd ruim twintig jaar geleden begonnen.  In 2001 was het  Oostelijk  Havengebied  klaar  en  is  het  gebied  door  gemeente  Amsterdam  overgedragen aan stadsdeel Zeeburg.     Het  Oostelijk  Havengebied  is  vooral  een  woonwijk  die  grotendeels  bestaat  uit  verschillende  (schier‐)eilanden.  Het  heeft  geen  echte  kern  zoals  de  Indische  Buurt.  Er  zijn  wel  horecagelegenheden  en  sportscholen  die  druk  worden  bezocht, een klein winkelgebied ‘Brazilië’, diverse watersportvoorzieningen, een  jachthaventje,  en  er  is  één  keer  per  week  een  biologische  markt.  De  wijk  heeft  veel koopwoningen en vrije sector huurwoningen, naast een veel geringer aantal  sociale  huurwoningen.  Dit  betekent  dat  er  relatief  veel  hoog  opgeleide  mensen  wonen, die volop meedoen in de samenleving in het algemeen. Maar dit leidt er  niet toe dat bewoners zich massaal inzetten voor hun buurt.     In  het  Oostelijk  Havengebied  zijn  geen  ontspanningsverenigingen.  De  organisatie  van  bewoners  beperkt  zich  vooral  tot  huurders‐  en  bewonersverenigingen.  Deze  bewonersorganisaties  werken  nauwelijks  samen.  Veel  van  deze  organisaties  zijn  uit  elkaar  gevallen.  Eén  van  de  redenen  is  dat  bewoners  het  gevoel  hebben  dat  zij  en  hun  organisaties  onvoldoende  actief  ondersteund  worden.  Dat  gevoel  werd  versterkt  door  de  sluiting  van  buurtcentrum  ‘De  Balk’.  Voorheen  werden  deze  organisaties  ondersteund  door  een  organisatie  voor  samenlevingsopbouw  en  kwamen  zij  regelmatig  samen  in  een bewonersplatform.     Toch  zijn  er  zeker  ook  actieve  bewoners.  Geruime  tijd  organiseerde  een  groep  bewoners  jaarlijks  een  festival  op  de  kop  van  het  Java‐eiland.  Ook  organiseren  bewoners  op  diverse  plaatsen  gezamenlijk  buurtfeesten  of  nemen  deel  aan  de  landelijke straatspeeldag. Daarnaast zijn er voorbeelden van initiatieven met een  actiecomponent. Bewoners  komen  in  actie  als  ze  het  gevoel  hebben  dat  ze  hun 

10


eigen  buurt  moeten  verdedigen  en  protesteren  tegen  voorzieningen  en  gebouwen die zij niet in hun achtertuin willen hebben. Voorbeelden hiervan zijn  de protesten tegen de ankerplaats van een schip van Greenpeace, de bouw van  appartementencomplex  Fountainhead,  de  komst  van  een  skatepark  en  een  kunstwerk op het Java‐eiland.    Recentelijk  hebben  zich  nieuwe  groepen  gevormd.  Een  groep  bewoners  haakt  met hun activiteiten aan bij Sail, dat in 2010 wordt gehouden. Een andere groep  bewoners heeft naar aanleiding van het Zeeburger Ideeën Café zélf een netwerk  opgericht.  Dit  nieuwe  netwerk  ‘Denktank  Oostelijk  Havengebied’  gaat  voortvarend  te  werk.  Een  kerngroep  bestaande  uit  bewoners  en  ondernemers  heeft bijeenkomsten georganiseerd om ideeën voor de buurt uit te wisselen en  activiteiten uit te voeren.    Jaarlijks wordt op de kop van Sporenburg een klassiek zomerconcert gehouden  dat ruim wordt bezocht door bewoners van de eilanden en hun vrienden/gasten.    Het  Oostelijk  Havengebied  heeft  vijf  basisscholen,  allemaal  met  een  duidelijke  identiteit.       3.3 

IJburg  IJburg  is  de  jongste  wijk  van  het  stadsdeel  en  is  nog  in  aanbouw.  Er  is  grote  diversiteit in culturele achtergronden en inkomensgroepen. Veel bewoners zijn  betrokken bij hun wijk. Al vanaf het begin in 2002 organiseren bewoners zich en  startten zij diverse buurtactiviteiten.    Deze  activiteiten  zijn  nog  altijd  even  talrijk  als  kleurrijk,  ook  al  is  IJburg  inmiddels uitgegroeid tot een grote stadswijk, compleet met alle problemen die  ook elders voorkomen. Een aantal bewoners klaagt over het feit dat deze nieuwe  wijk  toch  een  minder  ideale  woonomgeving  is  dan  ze  verwacht  hadden  en  vertrekken.  Veel  bewoners  zoeken  elkaar  op  en  werken  graag  samen.  Deze  bewoners komen bij elkaar om te schilderen, voetballen, naaien, koken of koffie  te drinken. Ofschoon er weinig ontmoetingsplekken zijn, worden de aanwezige  voorzieningen  goed  benut.  Zo  is  het  particulier  initiatief  Vrijburcht  vrij  toegankelijk  en  stelt  sportschool  Life  &  Kicking  ruimten  ter  beschikking  als  gymzaal voor scholen.    Een  aantal  bewoners  van  Vrijburcht  heeft  het  Kadefestival  geïnitieerd,  een  jaarlijks  festival  dat  als  doel  heeft  om  de  sociale  cohesie  in  de  buurt  te  bevorderen.  Dat  is  slechts  één  van  de  vele  door  bewoners  zelf  uit  te  voeren  initiatieven.  Zo  zijn  er  meer  bewonersinitiatieven  en  genoeg  ideeën.  Op  de  ideeënmarkt 2010 zijn maar liefst 275 ideeën ingediend.    Sinds  kort  verkent  een  groep  bewoners  samen  met  ondernemers  of  zij  gezamenlijk  iets  kunnen  betekenen  voor  de  buurt  op  het  gebied  van  leefbaarheid en sociale cohesie. Hier zijn nog geen concrete activiteiten uit voort  gekomen.  Evenwel  is  de  verwachting  dat  er,  vergelijkbaar  met  het  Oostelijk  Havengebied, ook een soort Denktank actief zal worden.    Over  het  verenigingsleven  en  plekken  waar  jongeren  hun  talenten  kunnen  ontwikkelen, valt een vergelijking te maken met de Indische Buurt. Anders dan  de  Indische  buurt  beschikt  IJburg  over  verenigingen  op  het  gebied  van  sport:  tennis,  hockey  en  voetbal.  Ook  is  er  begin  2009  een  jongeren  productiehuis 

11


gestart,  gesponsord  door  een  aantal  woningcorporaties.    IJburg  heeft  zeven  basisscholen met verschillende identiteiten; er is één middelbare school. 

12


DE ZEEBURGER IDEEËN CAFÉS EN HUN OPBRENGST 

  Om  ideeën  te  genereren  voor  haar  advies  aan  het  stadsdeel  en  zelf  meer  te  weten  komen  over  wat  er  leeft,  organiseerde  de  Denktank  twee  zgn.  Zeeburg  Ideeën  Cafés.  Tijdens  deze  twee  bijeenkomsten  vond  ontmoeting  plaats  tussen  bewoners, maatschappelijke organisaties, ondernemers en scholen. Neveneffect,  maar  daarmee  beslist  niet  minder  belangrijk,  was  dat  uiteenlopende  bewoners  en  hun  initiatieven  werden  gemobiliseerd  en  met  elkaar  in  contact  werden  gebracht. De opbrengst bestond daarmee niet alleen uit input voor de Denktank,  maar ook uit inspiratie en nieuwe contacten voor de deelnemers, die in groten  getale aanwezig waren.  In  het  verlengde  van  onze  visie  formuleerden  we  eerder  in  dit  stuk  reeds  drie  aandachtsgebieden:  1. Onderwijs  2. Bewonersparticipatie  3. Ondernemerschap & werkgelegenheid    Deze  drie  aandachtsgebieden  vormden  tijdens  de  Ideeën  Cafés  de  rode  draad,  waarlangs  gezamenlijk  kansen  zijn  geïdentificeerd  om  sociale  cohesie  te  versterken.  Uitgangspunt  was  de  kracht  van  mensen,  het  ontsluiten  van  hun  kwaliteiten, en het tot stand brengen van verbindingen tussen mensen.   Zoals  gezegd  is  op  twee  momenten  een  Ideeën  Café  georganiseerd.  Eén  in  het  Oostelijk  Havengebied  op  het  schip  ‘Lisboa’  en  één  in  de  Indische  Buurt  in  Diversiteitsland,  Insituut  voor  ontmoeting  en  participatie.  In  verschillende  gespreksrondes  konden  deelnemers  dieper  ingaan  op  de  vraag  naar  kansen,  toegespitst  op  de  aandachtsgebieden.    De  opbrengst  uit  deze  bijeenkomsten  wordt  hieronder  gepresenteerd,  waar  nodig  geordend  aan  de  hand  van  enig  theoretisch  kader.  Aan  het  eind  van  dit  hoofdstuk  worden  de  meest  belangwekkende uitkomsten nog eens op een rijtje gezet.    4.1 

Onderwijs  Scholen  hebben  primair  een  leerfunctie.  Hierdoor  is  hun  eerste  taak  een  vertrouwde en veilige omgeving voor leerlingen te creëren, uitsluitend op leren  en  leerlingen  gericht.  Buurtbewoners  zonder  schoolgaande  kinderen  zien  een  school  daarom  vaak  als  een  instituut  of  gebouw  dat  alleen  toegankelijk  is  op  vastgestelde tijden voor schoolgaande kinderen. Buiten de schooltijden staat het  gebouw  vaak  leeg.  De  ruimten  van  de  school  zouden  ook  buiten  schooltijd  gebruikt  kunnen  worden.  Op  deze  wijze  kan  de  school  een  deel  zijn  van  een  brede  maatschappelijke  marktplaats,  waar  buitenschoolse  activiteiten  kunnen  worden  georganiseerd  voor  leerlingen  zoals  sport,  spel,  voorlezen,  en  huiswerkbegeleiding.  Voor  een  grotere  rol  van  scholen  in  de  buurt  kunnen  er  ook buurtfeesten of toernooien tussen scholen worden georganiseerd. De school  kan  bijvoorbeeld  na  de  reguliere  schooltijd  activiteiten  aanbieden  die  voor  alle  buurtbewoners toegankelijk zijn. Die zou samen georganiseerd kunnen worden  met    stagiaires,  ouders,  studenten,  gepensioneerden,  bewoners  van  het  Flevohuis  en  andere  buurtbewoners  die  als  vrijwilliger  optreden.  Sociaal‐ artistieke projecten, zoals momenteel worden uitgevoerd op de J.P. Coenschool  in samenwerking met Studio 52nd (theater maken met kinderen), zijn daar een  inspirerend voorbeeld van. Al met al zijn er veel ideeën en aangeboden hulp van  13


buurtbewoners,  maar  er  is  onvoldoende  zicht  op  de  behoefte  van  scholen  aan  externe  ondersteuning  en  vrijwillige  inzet  uit  de  buurt.  Een  goed  platform  om  vraag  en  aanbod  bij  elkaar  te  brengen,  ontbreekt  nog.  Voor  de  school  lijkt  het  bijna  een  dagtaak  om  alle  extra  binnen‐  en  buitenschoolse  activiteiten  aan  te  vragen en te organiseren.    Ouders kunnen sterker bij school en de samenleving worden betrokken door het  inrichten van ouderkamers, zoals onder andere al gebeurt op de J.P. Coenschool  in de Indische buurt. Ouders kunnen met elkaar in gesprek, nadat ze de kinderen  naar school gebracht hebben. In de praktijk blijkt dat zo´n veilige omgeving voor  overwegend  niet‐westerse  allochtone  vrouwen  een  mogelijkheid  schept  om  elkaar  te  ontmoeten.  Hieraan  gerelateerd  kunnen  naast  voorlichtingsbijeenkomsten over onder andere opvoeding, kindermishandeling,  mantelzorg en huiselijk geweld ook taallessen plaats vinden. Een goed voorbeeld  hiervan  is  het  taal‐maatjesproject  van  basisscholen  De  Rietlanden  en  De  Achthoek in het Oostelijk Havengebied. De ene school is meer een zwarte school,  de  andere  vooral  een  witte  school.  Segregatie  in  het  onderwijs  is  in  de  nieuwe  wijken  een  probleem  dat  door  een  dergelijk  project  doorbroken  kan  worden.  Ook  kan  er  door  bijvoorbeeld  welzijnswerk  informatie  gegeven  worden  over  initiatieven die zij in de buurt uit kunnen voeren.    Daarnaast  kunnen  scholen  ouders  aansporen  om  actief  deel  te  nemen  aan  activiteiten op en rond de school. Denk aan feesten rondom Kerst en Sinterklaas,  maar  ook  bijvoorbeeld  aan  het  Islamitisch  Slachtfeest,  Ramadan  en  het  Hindoeïstische Diwali (Lichtjesfeest). Een ander idee is om ouders te vragen om  in  de  klas  hun  levensgeschiedenis  te  komen  vertellen.  Kinderen  kunnen  dan  trots  zijn  op  hun  ouders  en  ouders  kunnen  enig  begrip  krijgen  voor  wat  hun  kinderen leren.     Tot slot, een school moet leerlingen zaken leren die nuttig zijn bij het betreden  van  de  arbeidsmarkt.  Helaas  is  er  nauwelijks  contact  tussen  ondernemers  en  scholen.  Als  leerlingen  via  de  school  al  in  een  vroeg  stadium  kennis  kunnen  maken met ondernemers in de buurt, kan dat hun interesse in bepaald werk of  beroep wekken. Uit de Ideeën Cafés kwam naar voren dat ondernemers hiertoe  graag  bereid  zijn,  door  bijvoorbeeld  een  meeloopdag  of  snuffelstage  te  organiseren.       Voorbeelden van school in de buurt J.P. Coen School De J.P. Coen School is een basisschool in de Indische buurt, die probeert een minder ‘zwarte’ school te worden. Ze doen veel aan sport, cultuur, natuur. Dat vraagt veel inspanning van de directeur, die er ‘telkens alert’ op moet zijn wanneer een theatergroep, de gemeente of anderen dergelijk aanbod hebben. In de herfst van 2009 is een avond georganiseerd voor bewoners en belangstellenden van de Balistraat,. Zij waren uitgenodigd voor het bekijken van een film die 30 jaar geleden gemaakt is. Dat was een open avond waar "Jan en alleman" op afkwam. De Rietlanden en De Achthoek Deze twee basisscholen in het Oostelijk Havengebied voerden gezamenlijk een taalmaatjesproject uit. Het doel van dit project was dat allochtone moeders hun taallessen in de praktijk konden oefenen met autochtone moeders uit de buurt. Voor de allochtone moeders betekende dit dat er meer kansen gecreëerd werden om in de praktijk de Nederlandse taal te leren en actief betrokken te zijn bij de school. Samen bezochten de vrouwen een museum of bibliotheek en kookten zij samen. 14


4.2 

Bewonersparticipatie 

  Bewonersparticipatie,  en  in  het  verlengde  daarvan  het  fenomeen  ‘bewonersinitiatieven’  suggereert  dat  bewoners  iets  willen  met  de  wijk,  en  dat  bewoners  zelf  het  beste  weten  wat  er  nodig  is  om  samen  de  problemen  in  de  wijk  op  te  lossen  en  de  wijk  te  verbeteren.  Dit  sluit  aan  bij  de  wens  van  de  overheid dat de burger zich inzet voor een algemeen doel onder de noemer van  ‘actief burgerschap’. Eén van de instrumenten hierbij is het beschikbaar stellen  van budgetten voor bewonersinitiatieven.    

 

Hurenkamp  e.a.  (2000)  hebben  een  interessante  indeling  gemaakt  van  verschillende  soorten  bewonersinitiatieven.  Het  gaat  hier  om  de  vraag  of  een  bewonersinitiatief  wel  of  niet  sterk  op  de  eigen  groep  betrokken  is  en/of  het  initiatief  zich  ook  naar  buiten,  op  andere  groepen,  richt.  De  kracht  van  de  veelheid  aan  bewonersinitiatieven  zit  in  de  diversiteit  van  kwaliteiten,  opvattingen  en  posities.  Het  gaat  hier  niet  om  de  eenvormigheid  van  ideeën,  maar om de verbondenheid tussen mensen waaruit ideeën ontstaan, groeien en  tot  bloei  komen.  Iedere  bewonersgroep  en  bewonersinitiatief  kan  een  eigen  thuisgevoel  nastreven.  Kortom,  het  gaat  om  de  waardering  van  het  verschil  tussen mensen waarbij maatwerk het uitgangspunt is. Zo´n thuisgevoel creëert  vertrouwen en maakt het makkelijker om samen met andere bewoners samen te  werken. Het is van belang om dat zodanig te faciliteren dat bewoners vanuit een  veilige, vertrouwde basis kunnen opereren in de buurt.  Opvallend  aan  de  huidige  bewonersinitiatieven  in  Zeeburg  is  dat  zij  veelal  zijn  gericht  op  een  specifieke  groep.  Een  dergelijke  groep  kan  bestaan  uit  een  etnische groep, maar kan ook gebaseerd zijn op sekseverschillen, op het hebben  van  een  beperking,  hoogte  van  het  inkomen,  enz..  Veel  van  deze  projecten  verdwijnen  na  verloop  van  tijd  weer.  Dit  komt  omdat  het  doel  is  bereikt,  vrijwilligersvergoedingen  wegvallen  of  omdat  er  een  gebrek  is  aan  ondersteuning.    Een belangrijke vraag die de Denktank daarom tijdens de Cafés heeft gesteld, is  hoe    bewonersinitiatieven  verduurzaamd  kunnen  worden.  Hiermee  wordt  bedoeld  dat  het  initiatief  van  duurzame  betekenis  is  voor  de  buurt  en  dat  het  initiatief  door  de  bewoners  wordt  gedragen  en  uitgevoerd,  ook  als  het  subsidiegeld  op  is.  Dit  blijkt  het  makkelijkst,  wanneer  bewonersinitiatieven  kleinschalig zijn. Kleinschaligheid vergroot de mogelijkheid om toegankelijkheid,  sociaal menselijk contact en onderling vertrouwen te bevorderen    In  de  context  van  duurzaamheid  is  het  van  belang  om  stil  te  staan  bij  de  dagelijkse praktijk. Hierin richt bewonersbetrokkenheid zich vaak op problemen  rondom  leefbaarheid.  Bewoners  ergeren  zich  aan  vuil  op  straat,  smerige  portieken,  hondenpoep,  asociaal  gedrag  van  buren  en  jongeren  die  overlast  veroorzaken.  Mensen  die  zich  richten  op  positieve  actie  en  bijvoorbeeld  de  aanpak van een plein zien zitten, haken af als actie te lang uitblijft. Bijvoorbeeld  omdat  hierin  andere  samenwerkingspartners  nodig  zijn  of  omdat  bewoners  ‘last’  ervaren  van  een  te  grote  kloof  tussen  de  burger  en  het  bestuur.  Deze  last  wordt  vaak  verwoord  als  ‘niet  worden  gehoord’.  Eén  van  de  verklaringen  hiervoor  is  dat  de  participatie  van  bewoners  geformaliseerd  is.  Deze  formalisering  geeft  bewoners  rechten,  maar  een  deel  van  de  creativiteit  wordt  eruit gehaald. Het is de kunst om die creativiteit aan te boren en om te zetten in  concrete actie. Om die reden heeft voormalig wethouder Hoek gepleit voor meer  ruimte voor informele processen van participatie. Een ander praktisch probleem  15


is dat bewoners vaak veel goede ideeën hebben maar deze niet kunnen omzetten  in een plan van aanpak. In die zin vereist een bewonersinitiatief enige mate van  sociaal ondernemerschap waarvoor ondersteuning van vakmensen gewenst is.     Voorstellen van deelnemers aan de Zeeburger Ideeën Cafés houden in een aantal  opzichten  verband  met  de  weerbarstigheid  van  de  praktijk  zoals  zij  die  tegenkomen, maar richten zich ook op de wens tot meer duurzame initiatieven.  Deze voorstellen zijn:  • Om  de  toegankelijkheid  te  vergroten:  houdt  het  klein  en  bij  jezelf  zoals  portiek,  flat‐  en  straatactiviteiten;  organiseer  ontmoetingsplekken  waar  bewoners  van  elkaar  iets  kunnen  leren;  stel  locaties  beschikbaar  dichtbij  initiatiefnemers;  stel  meer  ‘vrije’  sociale  ruimtes  beschikbaar  waar  initiatiefnemers aan de slag kunnen.   • Om  verbondenheid  tussen  mensen  tot  bloei  te  laten  komen  en  ideeënvorming  te  stimuleren:  buurtverenigingen  en  Denktanks  per  wijk  oprichten;  op  lokaal  niveau  speeddatebijeenkomsten  organiseren  tussen  bedrijven  en  bewoners,  zoals  ideeënmarkten  en  wijkfestivals,  waarin  bewonersinitiatieven centraal staan.  • Zorg voor randvoorwaarden zoals draagvlak en eigen verantwoordelijkheid,  maar zorg ook voor een gemeenschappelijke subsidiepot en de capaciteit om  initiatieven  voort  te  zetten.  Leg  hierin  prioriteit  bij  de  uitvoerders  en  zorg  voor  een  goede  communicatie  met  het  stadsdeel  via  de  website  en  de  buurtkranten. Kijk naar bewoners als serieuze partners in de uitvoering en  bewaak  de  continuïteit  in  het  contact  tussen  stadsdeelmedewerkers  en  bewoners.    Ook  op  het  gebied  van  informele  zorg  liggen  er  voor  burgerinitiatieven  in  Zeeburg kansen, die nu nog onbenut worden. Een voorbeeld van zo’n particulier  initiatief  is  een  inloophuis  voor  mensen  met  een  levensbedreigende  ziekte.  Hierbij wordt door veel vrijwilligers op informele wijze steun gegeven aan deze  zieke mensen en eventueel hun familie. Dergelijke projecten hebben bovendien  een toegevoegde waarde voor de professionele zorgaanbieders.      Voorbeelden van bewonersinitiatieven

• • • • •

De schaakschool Zeeburg: kinderen doen aan denksport en trainen hierdoor hun intellectuele vermogens Atelier Kunst en Koken: vrouwen maken samen allerlei producten   Doetank: studenten gaan met kinderen moestuinen maken in onverzorgde tuinen in de buurt   StreetsmArt: hangjongeren worden actief  Midwinterdroomtocht: bewoners van de ambonpleinbuurt bereiden drie maanden met scholen en muzikanten een jaarlijks terugkerend fantasierijk festival voor 

   

16


4.3   

Ondernemerschap en werkgelegenheid  De leefbaarheid van een buurt wordt aangetast als er veel werkloze allochtone  jongeren  rondhangen.  Forum  constateert  in  haar  Monitor  Allochtonen  op  de  Arbeidsmarkt  (derde  kwartaal  2009)  dat  de  werkloosheid  onder  deze  groep  jongeren  inmiddels  bijna  drie  zo  groot  is  als  onder  autochtonen.  De  werkloosheid  onder  allochtonen  ‐  vooral  onder  jongeren  ‐  stijgt  onder  invloed  van  de  huidige  kredietcrisis  sneller  dan  onder  autochtonen.  De  hoogste  werkloosheidscijfers treffen we aan bij Marokkaans‐Nederlandse en Antilliaans‐ Nederlandse  jongeren  (ongeveer  25%),  maar  onder  Surinaams‐Nederlandse  jongeren  zien  we  sinds  kort  ook  meer  werklozen.  Opvallend  is  het  dat  het  crimineel  circuit  gebruik  maakt  van  de  talenten  van  deze  jongeren,  terwijl  ze  door  de  reguliere  arbeidsmarkt  te  weinig  benut  worden.  Hier  ligt  een  grote  uitdaging.  Ondernemers  hebben  jongeren  veel  te  bieden  en  kunnen  het  ontwikkelingspotentieel van deze jongeren aanboren.     Tijdens  de  bijeenkomst  ‘Kleur  in  Crisistijd,  Jeugdwerkloosheid  en  Diversiteit’,  georganiseerd  door  o.a.  de  gemeente  Amsterdam  en  de  Zeeburger  Timorplein  Community,  kwam  naar  voren  dat  van  een  ondernemer  die  het  goed  gaat,  verwacht mag worden dat die ook investeert in zijn omgeving en zo jongeren in  buurt  helpt  om  werk  te  vinden.  In  de  praktijk  gebeurt  dit  ook.  Betrokken  ondernemers,  lid  van  de  Rotary,  leggen  geld  bij  elkaar  om  startende  ondernemers te helpen met microkredieten of op basis van aandelen.    Bij  de  twee  Ideeën  Cafés  van  de  Denktank  was  de  aanwezigheid  van  een  groot  aantal  ondernemers  opvallend.  Zij  staan  een  grotere  betrokkenheid  van  ondernemers  bij  de  buurt  voor.  Overigens  valt  hierbij  op  te  merken  dat  ondernemerschap  in  de  volle  breedte  bekeken  moet  worden.  Een  sterk  toenemend  aantal  ZZP‐ers  profileert  zichzelf  terecht  als  ondernemer.  Onder  deze ZZP‐ers zijn veel kunstenaars en andere bedrijfjes die vanuit huis werken.  Daarnaast  zijn  er  in  Zeeburg  de  winkeliers,  de  horecahouders,  eigenaren  van  sportscholen, enz.. 

     Voorbeelden van cultureel ondernemerschap Studio 52nd en Het Geheim van Tante Gerritje zijn initiatieven waarbij bewoners en ondernemers samen werken aan de ontwikkeling van sociaal-artistieke projecten in de Indische Buurt. Via deze projecten kunnen bewoners worden geactiveerd en samengebracht. Overigens wordt de kunstzinnige sector als zodanig (autonome kunst) in de Indische Buurt een steeds belangrijkere (sub)sector, bijvoorbeeld via galerieën en het vullen van leegstaande winkelpanden.     Ten  aanzien  van  ondernemerschap  en  werkgelegenheid  benadrukten  de  deelnemers  aan  de  Ideeën  Cafés  met  name  het  belang  van  het  betrekken  van  jongeren. Dat zou bijvoorbeeld kunnen door:  • Begeleiden  van  kandidaten  tijdens  een  snuffelstage  en  de  organisatie  van  een  snuffelstagedag  voor  bedrijven  en  potentiële  werkers.  Gepassioneerde  ondernemers zouden hierbij het initiatief kunnen nemen.  • Aandacht  voor  noodzakelijke  randvoorwaarden  zoals  een  stevige 

17


thuissituatie,  een  sociaal  netwerk,  maatschappelijke  betrokkenheid  en  motivatie om iets van je leven te maken. Een ‘speelse’ beroepsoriëntatie kan  al  op  de  basisschool  plaatsvinden  waardoor  kinderen  al  een  idee  kunnen  krijgen wat ze leuk vinden. Op deze wijze kan een jongere zich spiegelen aan  succesvolle voorbeelden van personen die het gemaakt hebben.  De inzet van rolmodellen tijdens bijeenkomsten op scholen en het geven van  vaardigheidstrainingen.  Er  zijn  mogelijkheden  om  op  ad  hoc  basis  te  investeren  in  jongeren  door  workshops  ondernemerschap  buiten  schoolverband  aan  te  bieden,  waarbij  kennis  en  ervaringen  van  ondernemers  een  belangrijke  plek  innemen.  Topmanagers  en  individuen  met status zouden deze trainingen kunnen verzorgen zodat jongeren het nut  van de vaardigheden tot ondernemerschap leren inzien en zich eigen maken.  Gedurende  een  workshop  ondernemerschap  kunnen  concrete  korte  trainingstrajecten uitgestippeld worden als start.  Korte  trainingstrajecten  tot  zelfstandig  ondernemer    en  vakman  –  zoals  bijvoorbeeld  fietsreparaties  ‐  werken  beter  dan  langdurige.  Deze  trainingstrajecten  dienen  samen  te  gaan  met  het  uitstippelen  van  een  carrièrepad en een tijdsplanning, waarbij gebruikt gemaakt kan worden van  programma´s van bijvoorbeeld de Dienst Werk & Inkomen.  Als  jongeren  met  een  vervolgopleiding  bezig  zijn  of  net  de  arbeidsmarkt  betreden,  kan  er  ook  gedacht  worden  aan  coach‐,  buddy‐  en  mentorprojecten  waarbij  een  ondernemer  of  succesvolle  werknemer  de  leerling begeleidt.   Om  jongeren  te  motiveren  werk  te  zoeken,  is  het  belangrijk  om  de  arbeidsmarkt  en  school  dichter  bij  elkaar  te  brengen.  Hierbij  kan  een  participatiemakelaar een belangrijke rol kan spelen.  

Tot slot: ook etnisch ondernemerschap biedt kansen voor Zeeburg, meer in het  bijzonder  voor  de  Indische  Buurt.  Etnische  ondernemers  kunnen  hun  eigen  bedrijf verder ontwikkelen door zich bijvoorbeeld meer te richten op hun eigen  ambachtelijkheid en te laten zien hoe we op een duurzame manier kunnen eten.  Bedrijven kunnen groeien door ook andere doelgroepen (meer) aan te spreken  dan  de  eigen  etnische  groep.  De  drukbezochte  Food  Night  East´n  Cook´n,  geïnspireerd op avondmarkten in Azië en het Midden Oosten, sluit hierbij mooi  aan. Met live muziek op de achtergrond konden bezoekers lekkernijen proeven  op  het  Javaplein  en  de  Javastraat.  Een  andere  optie  is  het  concentreren  van  etnische  restaurants  op  pleinen,  die  Amsterdammers  en  toeristen  kunnen  aantrekken. Dit kan versterkt worden door ook in te zetten op de beleving van  etnische diversiteit, gecombineerd met etnische muziek en toneelvoorstellingen.      4.4 

De opbrengst geprioriteerd  Waar liggen kansen om sociale cohesie te versterken, uitgaande van de kracht en  kwaliteiten  van  mensen,  en  het  tot  stand  brengen  van  verbindingen  tussen  mensen? Een vraag waar op grond van alle beschikbare informatie veel over te  zeggen  valt.  Uit  de  hierboven  gepresenteerde  opbrengst  van  de  Ideeën  Cafés  hebben we enkele prioriteiten afgeleid:   • De  school  als  kenniscentrum  en  ontmoetingsplek  voor  bewoners  en  ondernemers.  Scholen  kunnen  de  kracht  in  de  buurt  ontwikkelen,  maar  zij  mogen  niet  worden  opgezadeld  met  extra  werk.  Het  bestuur  van  het  stadsdeel heeft hierbij een belangrijke taak.  • Ondernemend  werken  stimuleren.  Organiseer  een  (nationale  of  wijk)  snuffelstagedag  voor  jongeren,  waarbij  ze  de  mogelijkheid  krijgen  om  te 

18


ervaren  welk  werk  leuk  is  en  welke  opleiding  zij  daarvoor  nodig  hebben.  Koppel hieraan coachingtrajecten.  Laat gepassioneerde ondernemers een belangrijke rol spelen bij de overdracht  van  kennis.  Zorg  dat  ondernemers  gekwalificeerd  zijn  als  leerwerkbedrijf;  faciliteer  dat  zonodig.  Koppel  succesvolle  en  ervaren  ondernemers  aan  werkzoekenden op basis van vrijwilligheid.  Overheid  als  aanjager  en  spin  in  ‘t  web  voor  duurzame  contacten  tussen  bewoners  en  ondernemers.  Bewonersinitiatieven  en  bedrijven  vinden  elkaar  slechts in beperkte mate, hetgeen niet alleen een kwestie is van geld.  

19


 

ONZE VISIE VERDIEPT      De eerste reactie van de Denktank op de uitkomsten van de Ideeën Cafés was dat  in Zeeburg reeds vele bouwstenen voor sociale cohesie aanwezig zijn, maar dat  teveel  kansen  onbenut  blijven.  Te  vaak  is  er  sprake  van  beperkte  uitwisseling  tussen werkterreinen en mensen.    Die  voorlopige  vaststelling  legt  het  belang  bloot  van  het  stimuleren  van  meer  dwarsverbanden  tussen  bewoners,  hun  initiatieven  en  organisaties  om  de  sociale samenhang ook wezenlijk verder te kunnen brengen.    Aangekomen bij de vraag hoe je zulke dwarsverbanden kunt stimuleren, voelde  de  Denktank  de  noodzaak  haar  visie  enigszins  te  verdiepen.  Voortbouwend  op  het  theoretisch  kader  en  de  input  van  bewoners  denken  we  dat  de  volgende  ingrediënten  van  belang  zijn  om  de  ontwikkeling  van  dwarsverbanden  te  stimuleren:  • Netwerkbenadering met nadruk op knopen en knooppunten  • Van project‐ naar proces benadering  • Plekken voor thuisgevoel  Hieronder  worden  deze  ingrediënten  nader  uitgewerkt.  Ze  vormen  de  opmaat  naar de aanbevelingen in hoofdstuk 6. 

    5.1   

           

Netwerkbenadering met nadruk op knopen en knooppunten  Als op meerdere plekken in de buurt personen en organisaties elkaar vinden bij  bijvoorbeeld  de  aanpak  van  een  plein,  het  organiseren  van  een  festival  of  het  bevorderen  van  burenhulp,  ontstaan  er  vele  netwerken  naast  elkaar.  Al  die  netwerken van mensen en organisaties raken of overlappen elkaar. Het zijn juist  de  knooppunten  waar  personen  en/of  plekken  samenkomen  waar  nieuwe  ideeën en plannen kunnen ontstaan.     Afhankelijk van een aan te pakken kwestie kunnen bewoners in contact treden  met één of meerdere belanghebbende partijen. Als het ondernemers betreft, dan  is het de kunst om hen te verleiden tot burgerschap en burgers aan te zetten tot  ondernemerschap.  Deze  wel  of  niet  georganiseerde  ondernemers  zouden  in  overleg  stageplekken  voor  jongeren  en  werkzoekenden  kunnen  aanbieden  in  samenspraak  met  scholen.  Hierbij  is  een  potentieel  te  vinden  in  de  voedselgerelateerde  en  belevingseconomie  waar  ook  in  samenspraak  met  kunstenaars  gewerkt  kan  worden.  Bovendien  kunnen  kunstenaars  samen  met  bewoners  en  ondernemers  aan  de  ontwikkeling  van  community  arts  projecten  werken.  Reeds  opgerichte  netwerken  als  de  Timorplein  Community  (waarin  ondernemers  opereren)  en  de  Karrewiel  Community  (waarin  kunstenaars  opereren)  kunnen  als  ‘draaischijf’  functioneren  om  aanverwante  sectoren  bij  elkaar te brengen. 

20


5.2 

  5.3  

Een stap vooruit: van project­ naar procesbenadering     De  productiehuizen  in  de  wijken  realiseren  overwegend  incidentele  projecten  met een kortetermijn‐ focus. Deze richten de aandacht op de output, waarbij het  proces ernaar toe van ondergeschikt belang is. Netwerken wordt op deze manier  al  gauw  ondergeschikt,  terwijl  dat  nu  juist  voor  een  duurzame  basis  van  een  initiatief kan zorgen.    Het proces van samenwerking tussen mensen en organisaties zou bijna een doel  op  zichzelf  kunnen  zijn.  Op  deze  manier  vergroot  men  de  kwaliteiten  van  de  samenwerking, waardoor het vertrouwen in elkaar en de betrokken organisaties  toeneemt.  Er  wordt  een  stap  vooruit  gezet  in  het  beter  benutten  van  het  bewonerspotentieel,  zonder  de  schaal  van  initiatieven  te  vergroten  of  nieuwe  verbanden  van  bovenaf  af  te  dwingen.  Vervreemding  van  buurtbewoners  van  hetgeen zij ooit zélf zijn gestart, is uiteraard hoogst onwenselijk.    Er is meer perspectief op een dynamische en duurzame verandering als dit door  direct  betrokkenen  wordt  gedragen.  Het  risico  van  externe  interventies  (projecten) is dat zij onvoldoende rekening houden met de lokale dynamiek en  potentieel.  Dit,  om  toch  maar  zo  snel  mogelijk  de  concrete  oplossingen  te  produceren  die  zo  nodig  zijn.  Deze  ‘snelle  resultaten’  zijn  echter  zelden  duurzaam of effectief. Een aanpak die gebaseerd is op flexibele structurering van  het proces, gedacht vanuit de mogelijkheid en ambities van de burger zelf, sluit  beter  aan.  Zeker  als  dit  gepaard  gaat  met  het  geven  van  een  krachtige  ondersteuning aan lokale initiatieven en empowerment van bewoners.    ‘Thuisgevoel’     Thuisvoelen heeft te maken met voorspelbaarheid en vertrouwdheid en verwijst  naar  de  manier  waarop  mensen  gewend  zijn  te  handelen.    Bovendien  vinden  veel bewoners het prettig om gelijkgestemde buurtbewoners tegen te komen bij  gezamenlijk  activiteiten,  op  pleinen,  in  parken  of  andere  ontmoetingsplekken.  Herkenning  in  anderen  kan  betrekking  hebben  op  etniciteit,  sekse,  inkomen,  gedeeld  portiek,  ouderschap,  werk,  enz..  Met  dergelijke  bewoners  zou  er  een  zekere mate van familiariteit moeten zijn. Dat wil zeggen dat ze die personen als  hun familie zouden kunnen zien, maar dan wel van een positieve kant bekeken.    De  binding  van  bewoners  aan  hun  buurt  hangt  sterk  samen  met  de  (positieve)  associaties  die  men  met  medebewoners  heeft.  Vanuit  een  veilige  vertrouwde  plek  gaan  mensen  makkelijker  iets  ondernemen  om  de  leefbaarheid  van  hun  buurt  verder  te  verhogen.  Zo’n  meer  leefbare  woonomgeving  trekt  vervolgens  anderen  aan  die  zich  daar  thuisvoelen,  waardoor  een  uitvalsbasis  ontstaat  om  gezamenlijk  initiatieven  te  ontplooien  in  de  buurt.  Nieuwe  dwarsverbanden  kunnen  ontstaan  tussen  groepen  mensen  die  niet  alleen  veel  met  elkaar  delen,  maar  onderling  ook  van  elkaar  kunnen  verschillen.  Daarbij  valt  te  denken  aan  ontmoetingen  tussen  ouderen,  allochtone  jongeren,  werklozen,  vrijwilligers  en  straatbewoners,  maar  bijvoorbeeld  ook  ondernemers.  Uiteenlopende  gezichtspunten kunnen elkaar beïnvloeden. 

  

21


Heel  concreet  komt  het  thuisgevoel  tot  uitdrukking  in  vrijwillige  inzet  als  het  cement van de civil society. Deze vrijwillige inzet geldt zowel voor bewoners als   bijvoorbeeld  voor  ondernemers.  Zij  kunnen  elkaar  hierin  opzoeken.  Het  stimuleren  van  participatie  en  actief  burgerschap  kan  de  sociale  samenhang  in  de buurt verbeteren. Het  geeft bewoners mogelijkheden om een plek te vinden  waar  men  zich  thuis  voelt  en  van  daaruit  anderen  tegemoet  kan  treden.  In  Zeeburg is sprake van een groot potentieel aan vrijwilligers, zowel jong als oud,  met  verschillende  etnische  achtergronden  en  inkomensgroepen.  Een  goed  voorbeeld is de Timorplein Community.    

22


6   

AANBEVELINGEN    Waar liggen nu concreet kansen om sociale cohesie te versterken, zoals aan de  Denktank  door  het  Dagelijks  Bestuur  is  gevraagd?  In  eerdere  hoofdstukken  gaven we het theoretisch kader weer dat we hebben gebruikt om ons beeld van  de  begrippen  ‘sociale  cohesie’  en  ‘civil  society’  nader  te  bepalen.  Na  een  schets  van de civil society in de wijken van het stadsdeel hebben we verslag gedaan van  de  uitkomsten  van  de  Zeeburger  Ideeën  Cafés.  Daarna  heeft  de  Denktank  haar  visie  nader  ingevuld,  zodat  we  verder  richting  kunnen  geven  aan  enkele  aanbevelingen aan het stadsdeel. Bij die aanbevelingen zijn we nu aangekomen.    We  ordenen  de  aanbevelingen  aan  de  hand  van  onze  drie  eerder  genoemde  aandachtsgebieden:  1. Onderwijs  2. Bewonersparticipatie  3. Ondernemerschap & werkgelegenheid    In  de  laatste  twee  paragrafen  wordt  stilgestaan  bij  het  instrumentarium  dat  nodig is om de voorstellen op deze aandachtsgebieden te faciliteren. 

  6.1 

Onderwijs  De  school  speelt  een  belangrijke  rol  in  de  buurt.  Niet  toevallig  vanwege  de  huisvesting, maar meer omdat de school bij uitstek een plek is waar kinderen en  bewoners  (ouders  met  jonge  kinderen)  met  elkaar  in  contact  komen.  Een  aantrekkelijke school, is een school die goed presteert en een prettige uitstraling  heeft  waardoor  iedereen  zich  er  thuis  voelt.  Meestal  houdt  dit  niet  op  bij  de  voordeur  van  de  school,  en  hechten  de  school  en  ouders  eraan    dat  de  buurt  waar de school staat eveneens een positieve uitstraling heeft, zonder problemen  van grote achterstand.   Ouders die betrokken zijn bij de buurt, zijn waardevol voor de ontwikkeling van  onderlinge relaties en van sociale cohesie in de buurt en de school. Een prettig  leefklimaat  is  bovendien  van  belang  voor  het  bouwen  aan  de  toekomst  van  kinderen: kennisgericht en sociaal in contact met anderen in de buurt.  De wens om de school een bredere maatschappelijke buurtfunctie te geven, als  kenniscentrum of ontmoetingsplek, staat niet op zichzelf. Er is een toenemende  aandacht  voor  een  bredere  taakstelling  van  het  onderwijs.  Steeds  meer  wordt  van  scholen  gevraagd  dat  zij  zich  expliciet  richten  op  de  sociale  en  maatschappelijke  ontwikkeling  naast  en  in  samenhang  met  cognitieve  ontwikkeling.  Een verdere verkenning van de bereidheid en het vermogen van scholen om deel  uit  te  maken  van  de  buurt  en  daar  een  actieve  bijdrage  aan  te  leveren  is  wenselijk.  De  nadruk  zou  kunnen  liggen  op  een  verkenning  van  relaties  tussen  de  sociale  cohesie  binnen  buurten  en  scholen.  Er  zou  ook  meer  zicht  moeten  komen  op  de  behoefte  van  scholen  aan  externe  ondersteuning  en  vrijwillige  inzet  buurtbewoners.  Zij  zouden  kunnen  helpen  bij  het  organiseren  van  buurtgerichte activiteiten (waarvan voorbeelden zijn besproken als uitkomsten  van  de  ideeën  cafés).  Daarnaast  kunnen  bijvoorbeeld  ondernemers  leerlingen  helpen bij hun voorbereiding op arbeidsmarkt.  23


6.2 

Bewonersparticipatie    Werken  in  de  wijk  om  participatie  van  bewoners  te  bevorderen  vergt  een  procesmatige  aanpak.  Een  dergelijke  benadering  gebaseerd  op  flexibele  structurering van het proces, gedacht vanuit de mogelijkheid en ambities van de  burger  zelf,  sluit  beter  aan  en  zal  leiden  tot  meer  dynamiek  en  een  duurzame  verandering.  Zeker  als  dit  gepaard  gaat  met  duurzame  contacten  tussen  bewoners, ondernemers en andere maatschappelijke organisaties.  In  de  buurt  ligt  de  kracht  in  de  diversiteit  aan  bewonersgroepen.  Ongeacht  de  aard van de bewonersgroep is het van belang om het ‘klein’ te houden. Dit maakt  het  mogelijk  om  in  de  eigen  groep  met  een  soortgelijke  levensstijl  een  vertrouwde veilige plek te creëren waar men zich thuis voelt. Dit thuisgevoel is  een basis om te kijken naar wat goed is kan worden en doorgetrokken naar de  toekomst.    Op  het  moment  dat  bewoners  ervaren  dat  er  waardevolle  zaken  verloren zijn gegaan, dient de vraag zich aan hoe dat opnieuw vormgegeven kan  worden. Hierbij kunnen we denken aan burenhulp en sociale controle op straten  en pleinen.     Vervreemding  van  buurtbewoners  van  hetgeen  zij  ooit  zélf  zijn  gestart  kan  worden voorkómen door de diversiteit van bewoners en hun ideeën centraal te  stellen. Op deze manier zijn bewoners eigenaar van de verandering die zij willen  bewerkstelligen.  Hoe  meer  ideeën  en  plannen  door  verschillende  bewoners  worden uitgevoerd hoe meer dit leidt tot een dynamisch en veelzijdig netwerk.  Bovendien versterkt het locale aspiraties en neemt het de capaciteit van mensen  als uitgangspunt. Zo leren mensen, en zo leert men van elkaar.     In wijken zijn er bewoners met veel ideeën en plannen die impliciet een sterke  behoefte  hebben  aan  ondersteuning.  Niet  zozeer  op  het  gebied  van  financiële  middelen, maar veel meer nog in de uitvoering.  Hiervoor is de inzet van ervaren  coaches  of  procesbegeleiders  zeer  gewenst.  Een  coach  zou  individueel  de  begeleiding van een bewoner op zich kunnen nemen. Daarbij niet zozeer alleen  gericht  op  het  idee  voor  een  activiteit,  maar  ook  gericht  op  de  dieperliggende  drijfveren  van  aspiraties  voor  de  buurt.  Het  voordeel  van  een  coach/  procesbegeleider  is  de  aandacht  voor  het  proces  van  vallen  en  opstaan  van  de  bewoner die een activiteit tot stand probeert te brengen en van het proces van  deze  ideeën  en  activiteiten  verbinden  met  andere  activiteiten  in  de  buurt.  Op  deze  manier  valt  de  aandacht  voor  bewonersinitiatieven  samen  met  bewonersparticipatie.  Vanuit  deze  optiek  maakt  het  dan  ook  niet  zoveel  uit  of  iemand  een  buurtbarbecue  wil  organiseren  of  een  grootschaliger  project  wil  uitvoeren.  Centraal staat immers degene die een impuls wil geven aan verandering van de  buurt.  Er  is  echter  wél  verschil  in  het  resultaat  van  beide  initiatieven.  Een  langdurig initiatief heeft meer potentie om over een langdurigere periode in de  buurt  te  beklijven  en  bij  te  dragen  aan  wezenlijke  verandering.  Procesbegeleiders kunnen deze veranderingen faciliteren, en zijn nodig om aan  het  gehele  veranderingsproces  vorm  te  geven,  samen  met  samen  met  de  buurtbewoners, ondernemers, scholen en met ambtenaren.  Niet alleen procesbegeleiders kunnen verandering actief stimuleren, Denktanks  kunnen  dat  tot  op  zekere  hoogte  ook.  De  recent  gestarte  Denktanks  in  het  Oostelijk  Havengebied  en  IJburg  kunnen  creativiteit  in  de  wijk  mobiliseren  en  omzetten  in  concrete  activiteiten.  Het  is  niet  uitgesloten  dat  de  slagkracht  van  Denktanks toeneemt, wanneer zij niet langer opereren op wijkniveau, maar zich  24


ontwikkelen tot kleinschaliger buurtverenigingen‐nieuwe stijl. Hierbij dient niet  zozeer gedacht te worden aan de institutionele vorm van een vereniging, maar  meer  aan  een  netwerk  dat  op  kleine  schaal  verbindend  werkt  tussen  alle  bewonersinitiatieven in de buurt. Zo kunnen deze verenigingen bijvoorbeeld een  rol spelen in competities tussen buurten in het kader van nationale campagnes  zoals de Milieuweek, Burendag, NL Doet, Internationale Vrouwendag, Dag van de  Dialoog.  Zodoende  kan  een  aanzet  worden  gegeven  tot  herhaalde  ontmoeting  tussen buurtbewoners.  Er  zijn  diverse  nieuwe  interessante  vormen  van  bewonersparticipatie.  Eén  daarvan  verdient  extra  aandacht.  Het  project  Oasisgame  werkt  met  een  groep  internationale  vrijwilligers,  die  good  practices  uit  ontwikkelingslanden  vertaalt  naar de situatie in Nederland. Zij hebben ervaring met achterstandswijken. Door  het  grote  aantal  beschikbare  vrijwilligers  kunnen  zij  in  korte  tijd  veel  mensen  mobiliseren,  toegespitst  op  het  realiseren  van  een  gezamenlijke  droom  ter  verbetering van hun wijk.    6.3 

Ondernemerschap & werkgelegenheid  In Zeeburg legt werk‐ en scholingscentrum Vonk zich toe op het vergroten van  de  kansen  van  vrouwen  bij  hun  toetreding  tot  de  arbeidsmarkt.  Zo’n  initiatief  verdient  navolging.  Ook  projecten,  waar  bewoners  experimenteel  aan  de  slag  kunnen  als  ondernemer  (een  economische  werkplaats),  kunnen  bijdragen  aan  meer ondernemerschap en dynamiek in de buurt. De mogelijkheden om daarbij  actief samen te werken met scholen en meer ervaren plaatselijke ondernemers,  dienen  verder  te  worden  onderzocht.  Extra  aandacht  dient  er  te  zijn  voor  jongeren en voor vrouwen.    Succesvolle ondernemers in de wijk kunnen rolmodel zijn en maatjescontacten  aangaan met jongeren en vrouwen die willen ondernemen. Zij zijn het voorbeeld  van  succes  en  kunnen  hun  vaardigheden  overdragen  door  bijvoorbeeld  het  geven  van  trainingen.  Dit  kunnen  trainingen  zijn  van  meer  bedrijfsmatige  aard  maar  ook  vakgericht.  Korte  trainingstrajecten  tot  zelfstandig  ondernemer    en  vakman  –  zoals  bijvoorbeeld  fietsreparaties  –  kunnen  soms  beter  werken  dan  langdurige.  Deze  trainingstrajecten  dienen  samen  te  gaan  met  het  uitstippelen  van een carrièrepad en een tijdsplanning, waarbij gebruikt gemaakt kan worden  van programma´s van bijvoorbeeld de Dienst Werk & Inkomen.  Nadere  uitwerking  is  voorts  gewenst  van  het  idee  van  snuffelstages  en  een  stagedag  voor  bedrijven  en  potentiële  werkers.  Ondernemers  in  de  buurt  zouden hierin het voortouw kunnen nemen. Hier liggen ook aanknopingspunten  om  samen  te  werken  met  de  scholen.  Het  spreekt  voor  zich  dat  zo’n  initiatief  ondersteuning  behoeft.  Bewoners  en  ondernemers  vinden  elkaar  immers  niet  zomaar. Een participatiemakelaar kan hierin uitkomst bieden.     Tot slot kan het stadsdeel een voorbeeldfunctie vervullen bij het stimuleren van  lokale  werkgelegenheid.  Het  stadsdeel  zou  bijvoorbeeld  meer  diensten  en  goederen  lokaal  kunnen  inkopen.  Ook  zou  bij  aanbestedingen  als  voorwaarde  gesteld kunnen worden dat een deel van de te betrekken arbeidskrachten via de  DWI worden aangemeld.       

25


6.4

6.5 

Alternatieve besluitvorming    Het  (door‐)ontwikkelen  van  de  hierboven  beschreven  ideeën  vraagt  om  de  nodige faciliteiten. Laagdrempeligheid is daarbij een sleutelwoord. De Denktank  is  van  mening  dat  die  laagdrempeligheid  kan  worden  gestimuleerd  door  te  experimenteren  met  een  nieuwe  vorm  van  besluitvorming;  daarnaast  is  het  actief samenbrengen van mensen en ideeën via participatiemakelaars cruciaal.    Allereerst  doen  we  een  voorstel  voor  een  experiment  met  alternatieve  besluitvorming.  Als  partner  in  de  geschetste  netwerken  moet  het  stadsdeel  kritisch kijken naar haar eigen rol en hoe ze gewend is om zaken aan te pakken.  In de praktijk is het moeilijk om een evenwichtige relatie met de burger aan te  gaan.  Hoewel  het  stadsdeel  bij  haar  besluiten  uiteraard  de  input  van  burgers  betrekt,  dragen  bestuurders  immers  eindverantwoordelijkheid.  Dat  kan  doorklinken in de ingeslagen koers.    Het  stadsdeel  streeft  ernaar  om  bewoners  bij  de  ontwikkeling  van  beleid  te  betrekken  en  enthousiast  te  onthalen  bij  informatiebijeenkomsten.  Bewoners  worden ook uitgenodigd om mee te denken. Die inspanning kan niet voorkómen  dat  bewoners  aangeven  dat  de  aanpak  van  het  stadsdeel  soms  stroperig  is.  De  betaling van facturen bijvoorbeeld duurt relatief lang , de afstand tot de burger is  groot en de burger voelt zich niet altijd gehoord. De uitdaging is om aan burgers  te laten merken dat het stadsdeelbestuur werkelijk ogen en oren in de wijk heeft  en de verlangens en noden van haar burgers kent.    De praktijk van besluitvorming is gebaseerd op het zoeken naar consensus. Het  effect  van  deze  werkwijze  kan  zijn  dat  de  betrokken  partijen  zich  uiteindelijk  niet  meer  herkennen  in  het  genomen  besluit.  Het  zoeken  naar  collectieve  instemming  zou  vervangen  kunnen  worden  door  een  proces  waarin  betrokkenen moeten uitspreken ‘geen overkomelijk bezwaar’ tegen een voorstel  te hebben. Indien er wél onoverkomelijk bezwaar is, moet dat met argumenten  onderbouwd  worden.  Vervolgens  kunnen  partijen  dan  zoeken  naar  een  oplossing,  waarbij  geen  van  de  deelnemende  partijen  onoverkomelijk  bezwaar  meer heeft. Een experiment met zo’n ‘minimale vorm van consensus vooraf’ zou  kunnen uitwijzen of de inhoud en snelheid van de besluitvorming,  bewoners én  bestuurders tot grotere tevredenheid stemt.      Participatiemakelaar     Om een volgende stap te kunnen zetten in het bevorderen van meer samenhang  in  de  buurt  is  het  stimuleren  van  netwerkontwikkeling  tussen  bewoners,  ondernemers,  scholen  en  maatschappelijke  organisaties  een  belangrijke  voorwaarde.  Op  dat  punt  kan  de  overheid  verantwoordelijkheid  nemen  door  participatiemakelaars  in  te  zetten  die  op  de  hierboven  genoemde  drie  aandachtsgebieden  (onderwijs,  bewonersparticipatie  en  ondernemerschap  &  werkgelegenheid)  faciliterend  kunnen  optreden.  Deze  participatiemakelaars  hebben een andere rol dan de procesbegeleiders/coaches (zie onder 6.2).  Participatiemakelaars  faciliteren  en  koppelen  kleine  eenheden  op  zo’n  manier  aan  elkaar  dat  er  onder  bijvoorbeeld  bewonersgroepen  een  ‘thuisgevoel’  gecreëerd  wordt.  Dit  gevoel  van  verbondenheid  met  elkaar  en  met  de  buurt  is  een belangrijke inspiratiebron voor bewoners. Daarbij is het zoeken naar wat de  verschillende partijen elkaar te bieden hebben belangrijk. 

26


De  vraag  is  hoe  dat  proces  gestimuleerd  en  gefaciliteerd  kan  worden.  Stadsdeelambtenaren  in  een  buitenfunctie  zijn  reeds  een  spin  in  het  web  van  contacten  tussen  bewoners  en  andere  belanghebbende  partijen  zoals  ondernemers  en  scholen,  maar  ook  in  de  contacten  met  welzijnsorganisaties,  politie  en  woningbouwcorporaties.  Het  is  belangrijk  dat  deze  ambtenaren  in  buitenfunctie,  enigszins  onafhankelijk  te  werk  kunnen  gaan  ‐  in  ieder  geval  zodanig  dat  van  hen  niet  wordt  verwacht  dat  zij  het  beleid  van  de  overheid  dienen te verdedigen bij de burger.  Dit spanningsveld kan grote druk leggen op  het functioneren van een ambtenaar die nauw met burgers samenwerkt. Van het  stadsdeel  mag  een  regierol  worden  verwacht  in  het  verbeteren  van  de  leefbaarheid in de wijken. Voorzichtigheid is echter geboden om deze rol van de  participatiemakelaar  teveel  ondergeschikt  te  maken  aan  het  uitvoeringsbeleid  van de lokale overheid.     In  het  perspectief  van  het  tot  stand  brengen  van  verbindingen  op  de  terreinen  onderwijs,  bewonersparticipatie  en  ondernemerschap  &  werkgelegenheid  zijn  voor participatiemakelaars de volgende taken denkbaar:  • Ondersteunen van initiatieven, zowel financieel als organisatorisch   • Matchen  van  initiatieven  vanuit  het  MKB,  grote  bedrijven,  corporaties,  financiers en buurtbewoners  • Matchen van de vraag van scholen met het aanbod van buurtbewoners  • Stimuleren  van  goede  informatievoorziening  voor  bewoners  en  gebruikers,  zodat  vraag  en  aanbod  daadwerkelijk  bij  elkaar  kunnen  worden  gebracht  (bijvoorbeeld  affiches  en  folders  op  ontmoetingsplekken,  websites,  stadsblad en IJburgkrant)  • Begeleiden  van  samenwerking  en  onderlinge  communicatie  tussen  bewonersinitiatieven  • Stimuleren van ontstaan, uitbreiden en onderhouden netwerken in de buurt  • Bij elkaar brengen van de kennis van professionals en bewoners    Een  participatiemakelaar  zou  kunnen  functioneren  vanuit  een  herkenbaar  coördinatie‐  of  ontmoetingscentrum,  waar  meerdere  organisaties  in  gehuisvest  zijn die opereren op aanverwante terreinen (bijvoorbeeld MKB, zorginstellingen,  e.d.).  Zo  ontstaat  er  kennisopbouw,  coördinatie  en  continuïteit.  Door  in  een  dergelijk  centrum  te  investeren,  draagt  de  overheid  structureel  bij  aan  het  verduurzamen  van  de  initiatieven  in  plaats  van  ieder  initiatief  ad  hoc  te  financieren.  Ook  woningbouwcorporaties  en  andere  organisaties  die  belang  hebben  bij  bewonersondersteuning,  zouden  als  partner  (financieel  en  uitvoerend) betrokken moeten zijn.    

27


BRONNEN     Azarhoosh,  F.  en  P.  Mehlkopf  (2009)  Maatschap  in  de  buurt.  Verslag  van  een  expertmeeting. Een bewerking van de opbrengsten. Amsterdam: Timorplein Community.     De  Volkskrant  (2009),  Buurtfeestpotje  gaat  op  aan  rijke  wijken.  Publicatie  in  De  Volkskrant van 26 augustus 2009.    Forum (2009) Forum monitor. Allochtonen op de arbeidsmarkt: midden in de economische  crisis, 3e kwartaal 2009. Utrecht: Forum.     Gilchrist, A. (2009) The well­connected community. A networking approach to community  development. Bristol: Policy Press.    Harchaoui, S. en J. van der Meer (2009) Crisis. Risico´s voor de multiculturele samenleving.  Utrecht: Forum.     Hoek, J. (2009) Een politieke voorzet en bestuurlijke dilemma’s. In: Azarhoosh, F. en P.  Mehlkopf  (red.)  Maatschap  in  de  buurt.  Verslag  van  een  expertmeeting.  Een  bewerking  van de opbrengsten. Amsterdam: Timorplein Community.     Jong,  D.  de  (2008)  Het  maatschappelijke  middenveld  in  Zeeburg.  Een  vergelijkend  onderzoek. Bachelorscriptie Politicologie. Universiteit van Amsterdam.    Hurenkamp,  M.,  E.  Tonkens  en  J.W.  Duyvendak  (2000)  Wat  burgers  bezielt.  Een  onderzoek naar burgerinitiatieven. Den Haag: NICIS.    Lancee,  B.  en  J.  Dronkers  (2010)  Ethnic,  religious  and  economic  diversity  in  the  neighbourhood:  explaining  quality  of  contact  with  neighbours,  trust  in  the  neighbourhood  and  interethnic  trust  for  immigrant  and  native  residents,  Journal  of  Ethnic and Migration Studies, 36 (verwacht)    Putnam,  R.D.  (2007)  E  Pluribus  Unum:  Diversity  and  Community  in  the  Twenty‐first  century. The 2006 Johan Skytte Prize��lecture, Scandinavian Political Studies, 30 (2): 137‐ 174.    Samen Indische Buurt (2009) Voort op de ingeslagen weg. De Indische buurt in opkomst.  Amsterdam:  Stadsdeel  Zeeburg  en  de  woningcorporaties  Ymere,  Eigen  Haard  en  de  Alliantie Amsterdam.    Stadsdeel  Zeeburg  (2010)  Het  geheim  van  de  Indische  Buurt.  Het  bod  van  de  bewonersnetwerken  en  initiatieven  in  de  Indische  buurt  aan  de  wijkaanpakpartners  van  Amsterdam Oost. Amsterdam: Stadsdeel Zeeburg.     Sukdeo,  S.  (2008)  Maatschappelijke  accomodaties  IJburg.  Amsterdam:  S3  ‐  Social  Sustainable Solutions.    Werkplaats (2007) Zeeburg ondersteboven. Amsterdam: De Werkplaats.    Zeeburgkrant  (2010)  Geen  gymzaal,  wél  gymles!  Samenwerking  blijkt  succes.  Zeeburgkrant, 1: 2.      28


Bijeenkomsten    Kleur in Crisistijd. Jeugdwerkloosheid en Diversiteit (2010) gehouden op 21 januari in  restaurant Fifteen, Amsterdam. Betrokken organisaties: FORUM, gemeente Amsterdam,  MKB Amsterdam, SVP Psychotechniek, Facility Works, Timorplein Community.    Zeeburger Ideeëncafé (2009) gehouden op 28 november op de Lisboa boot, Amsterdam.    Zeeburger Ideeëncafé (2010) gehouden op 5 januari in Diversiteitsland, Amsterdam.       

29


%&/,5"/,-&%&/ (MFOO)FMCFSH LJOEFSFOKFVHEQTZDIJBUFS WPPS[JUUFS0WFSMFHPSHBBO$BSJCJTDIF/FEFSMBOEFST

)BOOFLFWBOEFS"BMTU 4FOJPSBEWJTFVS4PMJE"NTUFSEBN

.BSJF+PTÏ8PVUFST BSUT IPPGEEPOPSBSUTFO4BORVJO#MPFECBOL/PPSEXFTU

1FHHZ'FSOBOEFT.FOEFT JOUFSJNNBOBHFSFODPBDI

#FO"INFE#FO:FSSPV TUVEFOUBDDPVOUBODZmTDBBMSFDIU

/JFMTWBO;FCFO QSPKFDUBEWJTFVS0SBOKF'POET

4JUB4VEFLP POEFSOFNFSTPDJBMFEVVS[BBNIFJE

   

30


Advies Denktank Sociale Cohesie stadsdeel Zeeburg