Page 1

BEYOND THE BLACK BOX AND THE WHITE CUBE Hoe we onze musea en theaters kunnen vernieuwen

Johan Idema en Roel van Herpt


2

Beyond the black box_FA.indd 2

18.08.10 10:31


BEYOND THE BLACK BOX AND THE WHITE CUBE Hoe we onze musea en theaters kunnen vernieuwen

Johan Idema en Roel van Herpt

Beyond the black box_FA.indd 1

18.08.10 10:31


2

Beyond the black box_FA.indd 2

18.08.10 10:31


3

Beyond the black box_FA.indd 3

18.08.10 10:31


4

Beyond the black box_FA.indd 4

18.08.10 10:31


We shape our buildings, and afterwards our buildings shape us. Winston Churchill

5

Beyond the black box_FA.indd 5

18.08.10 10:31


START

Introductie 8

12

Voorwoord door Benno Tempel

Hoe zitten musea en theaters in elkaar?

Op zoek naar vernieuwing

Over de invulling en het ontwerp van cultuurgebouwen

De geest die moet blijven waaien

20

Inleiding

22 17

START, EXPLORE en IMPROVE

Van trend naar gebouw Wat beweegt musea en theaters om te vernieuwen?

Over dit boek

24

Het uninoirmoment Essay door ZUS [Zones Urbaines Sensibles]

24

Van mouseion tot Guggenheim, van odeion tot Muziekgebouw Een korte geschiedenis van het museum en het theater

6

Beyond the black box_FA.indd 6

18.08.10 10:31


EXPLORE 38

Slow stay

IMPROVE 108

Musea en theaters om langer te blijven

48

58

Open huis

Een visueel resumé

Liever een uitnodigend gebouw dan een dichte doos

110

Achter de schermen

110

Bestemming bereikt Het resultaat van de zoektocht

Het cultuurbedrijf in de schijnwerpers

68

Ideeën en voorbeelden van vernieuwing

Regels voor vernieuwing Tien onmisbare ingrediënten voor succes

Gebouwverrijking Musea en theaters van veelzijdigheid

76

Uiterlijk vertoon

Bijlagen

Cultuurgebouwen met een gezicht

92

Binnenstebuiten

121

De omgeving als culturele etalage

Vernieuwing een impuls geven Drie aanbevelingen aan musea, theaters, architecten en hun opdrachtgevers

122

Van idee tot opening Aanbevelingen voor een gedegen ontwerptraject

124

Bestudeerde musea en theaters 140 voorbeelden uit binnen- en buitenland

139

Verantwoording van de illustraties

143

Colofon en dankwoord 7

Beyond the black box_FA.indd 7

18.08.10 10:32


Voorwoord

DE GEEST DIE MOET BLIJVEN WAAIEN Vernieuwing en cultuursector, het lijken synoniemen. Bijna ieder cultureel seizoen zijn er wel tentoonstellingen of voorstellingen die voor een groot of klein relletje zorgen. Niet alleen in het puriteinse Engeland, maar zelfs in het (ooit) zo liberale Nederland. Maar als we kijken naar het personeelsbeleid, de structuur van de organisatie of de randprogrammering van musea en theaters, dan lijken tradities veel eerder de mores te bepalen. Waar het bedrijfsleven moet blijven innoveren om te kunnen overleven, is het proces van verandering in cultuurinstellingen veel minder dynamisch. Het veelgenoemde belang van educatie kan als voorbeeld dienen. Deze richt zich nog steeds overwegend op kinderen en jongeren. Voor volwassenen, toch het leeuwendeel van het bezoek, is bijna geen voldragen educatief aanbod beschikbaar. En daar waar cultuurinstellingen wel voorzichtig experimenteren met een bredere programmering dan enkel tentoonstellingen en voorstellingen, zijn de locaties hierop vaak nog niet aangepast. 8

Beyond the black box_FA.indd 8

18.08.10 10:32


De voetbalkooi als kunstwerk: biedt kunstzinnige recreatie musea een kans tot vernieuwing?

9

Beyond the black box_FA.indd 9

18.08.10 10:32


Hoewel vermomd als white cube, bevat The New Museum interessante vernieuwingen als alternatief voor het traditionele museumgebouw.

10

Beyond the black box_FA.indd 10

18.08.10 10:32


In musea is de kunstgeschiedenis nog bijna

In een tijd dat de kunstenaar of theaterma-

altijd de leidraad om een tentoonstellings-

ker zichzelf veel minder eenduidig presen-

verhaal te vertellen. Hierbij wordt voorbijge-

teert, ontstaat er ruimte voor cultuurinstel-

gaan aan het huidige digitale tijdperk, waarin

lingen om over grenzen heen te stappen:

de mens duidelijk verandert. De erudiete

theatervoorstellingen in musea en kunste-

intellectueel die in de diepte was ingevoerd

naars op de bĂźhne. De theatrale opvoeringen

in de Westerse cultuur, maakt plaats voor

van Matthew Barney passen evengoed in het

een globaal zoekende cultuuromnivoor

theater als in het museum.

die via digitale kanalen een breed scala aan interesses combineert. Veel grenzen,

De kunstenaar van de 21ste eeuw reist de

sociaal, cultureel en geografisch, vervagen

wereld over met zijn laptop, bewerkt beel-

hierdoor en volgen steeds minder de lijnen

den, gebruikt foto’s en mengt technieken.

van afkomst en leeftijd. Identiteit en authen-

Dit alles vraagt een nieuwe invulling van

ticiteit zijn sleutelwoorden in de vorming van

het atelier. Ook de cultuurinstellingen staan

nieuwe netwerken. Deze ontwikkeling zal

voor de uitdaging hun soms al eeuwen-

grote gevolgen gaan hebben voor de samen-

oude gebouwen opnieuw in te vullen en te

leving, niet enkel voor de sociale samenhang

vernieuwen. Ruimte hiervoor is schaars in

tussen mensen, maar ook voor museale

Nederland, maar juist dat heeft ons al lange

presentaties. Zo zien we nu al dat het denken

tijd inventief gemaakt. Beyond the black box

in opeenvolgende kunstenaarsstromingen

and the white cube is een initiatief dat die

minder tot de publieke verbeelding spreekt.

vernieuwing durft te onderzoeken. En die geest moet blijven waaien om de relevantie

Ook de theaterwereld zien we vastlopen als

van onze culturele rijkdommen te behouden

er niet wordt vernieuwd. Gezelschappen

in een nieuwe dynamische samenleving.

reizen het land af om in de diverse theaters dezelfde voorstelling op te voeren. In een mobiele samenleving als de onze valt veel te

Benno Tempel, directeur Gemeentemuseum Den Haag

zeggen voor locatiegebonden voorstellingen. Hierdoor kunnen instellingen zich duidelijker profileren en inspelen op specifieke bezoekersgroepen.

11

Beyond the black box_FA.indd 11

18.08.10 10:32


Inleiding

Op zoek naar vernieuwing Iedereen die musea of theaters bezoekt en ook in winkels en restaurants komt, kan zich een aantal vragen stellen. Waarom bestaan er geen theaters met etalages waarin, zoals bij de Bijenkorf, schitterende minidecors laten zien wat er binnen verkocht wordt? Waarom zien we in restaurants steeds vaker de koks aan het werk, maar tonen musea kunst en erfgoed alleen als eindproducten? Waarom zijn er nauwelijks musea en theaters met een tuin, plein of terras, door hen ingericht en geprogrammeerd, waar we ons een middag lang

Dergelijke opvattingen, eisen en wensen ontwikkelen zich door de tijd heen, maar vooral het laatste decennium zijn de veranderingen in de kunsten, het erfgoed en onze vrijetijdsbesteding in een stroomversnelling geraakt. Musea en theaters dienen hierin mee te bewegen, althans, wanneer ze als publieke instelling relevant en toegankelijk willen blijven. Sommige doen dit als vanzelfsprekend, maar lang niet altijd even goed of even snel. Nu hoeven cultuurinstellingen geen winkels of restaurants te worden door zich geheel te richten naar de wetten van de consumptie. Maar zou het niet geweldig zijn als onze musea en theaters transparantere gebouwen waren, die nog meer als publieke huiskamers zouden fungeren en meer hun ‘keuken’ zouden openstellen? Deze ambities vormen de drijfveer van Beyond the black box and the white cube en het startpunt van de zoektocht naar vernieuwing. Waarom Beyond the black box and the white cube? De afgelopen decennia hebben megatrends als globalisering, democratisering, commercialisering en digitalisering de wereld sterk veranderd. Dit beïnvloedt ook

cultureel kunnen verpozen? In een tijd waarin zichtbaarheid, presentatie en inspiratie cruciaal zijn om op de competitieve vrijetijdsmarkt te concurreren, zijn dit logische vragen. En ze zijn buitengewoon boeiend. Soms verrast een museum of theater door hierop met een nieuw gebouw een antwoord te geven. Tate Modern in Londen bijvoorbeeld, waar je als het ware naar binnen wordt getrokken omdat de openbare ruimte tot ver in het museum doorloopt. En het unieke, onlangs geopende Wyly Theatre in Dallas, waar de kantoren, kleedkamers en techniek op hogere en lagere verdiepingen zijn gesitueerd, zodat de theaterzaal zelf direct vanaf de straat zichtbaar en toegankelijk is. Architectuur is gestold gedachtegoed. Woningen, scholen, winkels en openbare gebouwen weerspiegelen (of beter gezegd: zitten boordevol met) onze noties over wat openbaar, mooi of veilig is... of wat niet. Dat geldt ook voor musea en theaters. Als prestigieuze publieke en culturele bouwwerken zijn ze dragers van onze opvattingen over kunst, erfgoed en openbaarheid. Tegelijkertijd dienen ze te voldoen aan onze eisen en wensen omtrent prettig kijken en verblijven en moeten musea en theaters dus ook functioneel en publieksvriendelijk zijn.

Een open theater, waar je zo in en uitloopt, kan programmeurs en makers inspireren tot nieuwe theatervormen.

12

Beyond the black box_FA.indd 12

18.08.10 10:32


onze opvattingen over kunst, erfgoed, musea, theaters en architectuur en wat er op dit vlak mogelijk is. Zo zijn er veel nieuwe vormen van kunst en erfgoed ontstaan: digitaler, populairder, groter, conceptueler, meer crossovers. Deze vragen niet zelden om een andere manier van presenteren en ervaren. De black box en de white cube, waarin kunst en erfgoed traditioneel het beste tot hun recht komen, blijven nodig, maar we hebben ook behoefte aan andere ruimten – groter, opener, minder afgezonderd en minder monofunctioneel – waar we meer kunnen genieten. Daarnaast veranderen onze ideeën over musea en theaters en over hun rol in de samenleving. Dit leidt tot nieuwe ambities: musea en theaters die dynamischer, veelzijdiger, toegankelijker, opvallender, commerciëler, en cultureel ondernemender zijn. Parallel hieraan veranderen de behoeften en groeien de verwachtingen van het publiek. We zijn steeds meer gericht op beleving, inspiratie, afwisseling en comfort en verwachten deze ook in musea en theaters terug te zien. Ten slotte ontwikkelt ook de architectuur zich sterk: nieuwe technologie, materialen en opvattingen creëren nieuwe mogelijkheden voor de vormgeving van onze cultuurgebouwen.

Al deze veranderingen, die elkaar ook nog eens onderling versterken, vormen de aanleiding voor dit boek. Ze leiden ertoe dat musea en theaters meer kunnen, willen én moeten met hun gebouw: andere manieren van presenteren, veelzijdigere activiteiten, een betere bediening van het publiek, een grotere betekenis voor de stad, enzovoort. Hierdoor wordt het gebouw steeds bepalender voor het succes van musea en theaters en dus voor de zichtbaarheid, toegankelijkheid en aantrekkingskracht van kunst en erfgoed. Het cultuurgebouw is meer dan ooit de plek waar het voor het museum of theater op aankomt: hier komt het publiek live in aanraking met kunst en erfgoed. Om de kansen die hier liggen werkelijk te benutten en te voldoen aan de steeds hogere verwachtingen van de bezoekers, moeten musea en theaters opnieuw nadenken over hun gebouw. Door te vernieuwen kunnen ze ons nog beter hun kunst en erfgoed tonen, ons als bezoekers nog meer leren en inspireren en nog meer betekenen voor de levendigheid en uitstraling van hun omgeving. Voorbeelden hiervan zien we in een aantal uitzonderlijke museum- en theatergebouwen wereldwijd, die al bestaan, nog in wording zijn

13

Beyond the black box_FA.indd 13

18.08.10 10:32


Inleiding

of (als niet-gehonoreerde prijsvraaginzending) altijd een papieren ontwerp zullen blijven. Welke focus kiest dit boek? Deze publicatie is het resultaat van een zoektocht naar inspirerende en toepasbare ideeën voor de vernieuwing van musea en theaters in Nederland. Vernieuwing interpreteert dit boek als nieuwe mogelijkheden voor verandering en verbetering van de invulling en het ontwerp van cultuurgebouwen. In essentie draait de zoektocht om de vraag welke functies op welke manier in een museum of theater kunnen worden ondergebracht. Het gaat hierbij om reguliere museum- en theaterfuncties, zoals de foyer, educatieruimten of het depot. Het gaat ook om functies die nieuw(er) zijn voor veel musea en theaters, zoals horeca, openbare ruimte, retail, crèche en ateliers. Kunnen deze functies op andere manieren worden gecombineerd (een restaurant in een tentoonstellingszaal), geïnterpreteerd (een voor het publiek toegankelijk depot), of kunnen nieuwe functies worden toegevoegd (een crèche in een theater)? Dit zijn de vragen waarmee de zoektocht van start is gegaan. Het voor dit boek verrichte onderzoek bestaat uit een brede, expertmatige verkenning. Hierbij baseren de auteurs zich op hun jarenlange kennis van en ervaring met de programmering, de bedrijfsvoering, het beleid en het publiek van musea en theaters. Bij de presentatie van de resultaten in dit boek is doelbewust het midden gehouden tussen studie en pleidooi. Want volgens de auteurs creëert een combinatie van inzicht en inspiratie de meeste aandacht voor vernieuwing van musea en theaters. Om musea en theaters te vernieuwen, is het allereerst noodzakelijk dat alle betrokkenen weet hebben van de mogelijkheden en hier enthousiast over raken. Visie, motivatie en doorzettingsvermogen zijn immers eerste vereisten om in de vaak langdurige ontwerptrajecten het doel voor ogen te kunnen houden. Dit boek presenteert daarom bewust de ideeën en voorbeelden onafhankelijk van de voorwaarden voor realisatie. De meer praktische uitdagingen bij het realiseren van vernieuwing (qua ontwerp, constructie, techniek, organisatie, financiering en beleid) komen minder aan bod. Zij vormen vanuit het perspectief van dit boek vervolgvragen. Deze publicatie richt zich op musea én podia (gemakshalve rept de tekst van theaters, waaronder ook poppodia en concertzalen worden gerekend). Musea en theaters zijn immers de twee grootste presentatoren van kunst en erfgoed en doorslag-

gevend voor hoe wij als bezoekers kunst en erfgoed ervaren en hierbij betrokken blijven. Dat musea en theaters vergelijkbare mogelijkheden tot vernieuwing kennen en hierin veel van elkaar kunnen leren, is des te meer reden ze samen te beschouwen. Tegelijkertijd kan dit boek ook voor andere publieke cultuurinstellingen, zoals archieven, filmtheaters, bibliotheken, monumenten en culturele broedplaatsen een bron van inspiratie en reflectie vormen. Veel van de mogelijkheden tot vernieuwing in dit boek zijn ook voor hen relevant. Hoe belangrijk is de vernieuwing van museumen theatergebouwen? Er worden in Nederland op dit moment legio musea en theaters gebouwd, verbouwd, gerenoveerd of ondergebracht in vrijkomende historische panden. Sinds 2003 zijn tenminste 100 theaters onder handen genomen. De investeringen die hiermee gemoeid zijn, bedragen gemiddeld zeker honderd miljoen euro per jaar, veelal publieke gelden. Dit alleen al maakt de vraag of we deze gebouwen goed ontwerpen actueel en relevant. De (ver)bouw van theaters gaat bovendien door, vanwege de financiële crisis misschien iets minder uitgebreid of snel. Op dit moment bevinden zich nog eens ruim 100 theaters in verschillende stadia van planning en realisering. Hoewel voor musea dergelijke cijfers niet beschikbaar zijn, leert navraag bij diverse betrokkenen dat ook hier sprake is van een bouwhausse. Het opdrachtgeverschap voor musea en theaters is grotendeels over het land verspreid bij gemeenten. Bij een verbouwing of verhuizing spreken deze gemeenten en de museum- en theaterdirecteuren onderling, elkaar hierover maar mondjesmaat. Er blijkt weinig wederzijdse inspiratie en uitwisseling van ideeën en ervaringen te zijn, terwijl de verbouwing of realisering van een museum of theater voor alle betrokkenen het tegenovergestelde is van een routineklus (een museum- of theaterdirecteur is hierbij één of misschien twee keer in zijn of haar carrière betrokken). De faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit Delft signaleert dat: ‘programma’s van eisen relatief willekeurig tot stand komen’, ‘wethouders hierin autonoom opereren’ en dat ‘naar de wensen van het publiek nauwelijks wordt geluisterd.’ (Plandocumentatie Theaters, 2002). Ook architecten blijken niet altijd even ervaren in het ontwerpen van musea en theaters: het aantal opdrachten is gering.

14

Beyond the black box_FA.indd 14

18.08.10 10:32


Casa da Música is een van de zeldzame concertzalen waar je kunt vertoeven op het dak, met uitzicht over de stad.

Dit alles roept de vraag op of er er bij het ontwerp van musea en theaters op dit moment genoeg over vernieuwing wordt nagedacht. Ook de ontwikkelingen in het bezoek aan musea en theaters nopen tot innoveren. De mogelijkheden voor het doorbrengen van onze vrije tijd zijn enorm toegenomen, waardoor musea en theaters steviger moeten concurreren. Hun bezoekerspubliek is de afgelopen twintig jaar qua soort en omvang niet noemenswaardig gegroeid (hoewel de laatste metingen een lichte stijging tonen). Sommigen beschouwen dit als gunstig. In het licht van een sterk gestegen opleidingsgemiddelde in Nederland (en dus meer potentiële bezoekers), een sterk veranderde bevolkingssamenstelling en een vrijetijdsmarkt die als geheel groeicijfers laat zien, ligt de conclusie dat musea en theaters relatief steeds minder bezoekers krijgen echter meer voor de hand. Dit is helaas geen goed nieuws, maar mag niet onvermeld blijven om de urgentie van vernieuwing te duiden.

Tot slot Nooit eerder zijn zoveel musea én theaters in onderlinge samenhang beschouwd. Dat maakt dit boek uniek. Maar let op, Beyond the black box and the white cube is niet bedoeld als (regulier) architectuurboek of als publicatie voor theoretici of de koffietafel. Het boek wil met woord én beeld bereiken dat het thema van vernieuwing op het netvlies komt van musea en theaters zelf, architecten en opdrachtgevers, beleidsmakers en het (bezoekers)publiek. Aan hen gericht, houden de auteurs een ongecompliceerd pleidooi voor een frisse manier van kijken naar en denken over musea én theaters. Het bewustzijn, het inzicht en de inspiratie die dit boek wil genereren leiden hopelijk tot meer aandacht voor vernieuwing. Schrijvend vanuit grote betrokkenheid en overtuigd van het belang van cultuurgebouwen in onze samenleving, hopen de auteurs van harte dat hun pleidooi gehoor vindt.

15

Beyond the black box_FA.indd 15

18.08.10 10:32


De gevel van musea en theaters is voor een nieuwe generatie kunstenaars, artiesten, architecten en marketeers een krachtig en eervol platform.

16

Beyond the black box_FA.indd 16

18.08.10 10:32


Over dit boek

START, EXPLORE en IMPROVE Een bezoek aan een museum of een theater kent drie sleutelmomenten: de ontvangst, de beleving en de nabeschouwing. Hierop geïnspireerd volgt deze publicatie de structuur van een drietrapsraket: START, EXPLORE en IMPROVE. Het eerste deel, START, biedt de context bij het onderwerp van dit boek: de vernieuwing van museumen theatergebouwen. EXPLORE, het tweede deel, is een thematische presentatie van de vernieuwingsmogelijkheden en vormt het hart van het boek. In IMPROVE, het laatste deel, worden de opgedane inzichten vertaald in conclusies en aanbevelingen. Beyond the black box and the white cube is het resultaat van bestudering van meer dan 250 musea en theaters in binnen- en buitenland. Deze cultuurgebouwen dienen, vaak op onderdelen, als inspiratie en voorbeeld voor vernieuwing van musea of theaters in Nederland. Er is breed gezocht naar goede voorbeelden, maar de drang om volledig te zijn was gemakkelijk te weerstaan, eenvoudigweg omdat dit onmogelijk is. Uit de beste voorbeelden is een longlist samengesteld van tachtig musea en zestig theaters (zie pagina 124). Binnen deze selectie zijn vergelijkbare voorbeelden geclusterd in zes thema’s. Deze thema’s concretiseren de uitdaging tot vernieuwing in zes kernopgaven, die tegelijkertijd de structuur verschaffen om in EXPLORE de enorme hoeveelheid ideeën en voorbeelden helder aan te reiken.

terende tekst en illustraties. Bijna alle in de tekst genoemde best practices zijn geï llustreerd, op een aantal na vanwege gebrek aan ruimte of geschikt beeldmateriaal. Daar waar mogelijk is in de keuze van best practices een balans gezocht tussen musea en theaters en tussen grote en kleine, nationale en internationale, en bestaande en fictieve gebouwen. Ook is er vanwege de leesbaarheid van de tekst voor gekozen om niet bij ieder museum en theater de architect te noemen, maar is een volledig overzicht opgenomen in de bijlagen. Buiten beschouwing gelaten Voor de overzichtelijkheid en scherpte van dit boek zijn twee onderwerpen buiten beschouwing gelaten. Dat is allereerst de vernieuwing van de theater- en museumzaal zelf, die wisselende of andere presentatievormen en publieksopstellingen mogelijk maakt. Denk aan een voorstelling waarbij acteurs in een ring om het publiek heen spelen of een tentoonstelling die een andere setting kiest dan de neutrale muren van de white cube. Een dergelijke vernieuwing is noodzakelijk om nieuwe vormen van kunst en erfgoed goed te kunnen presenteren. Maar omdat musea en theaters hiervoor zelf al de nodige aandacht hebben, en omdat volgens de auteurs vernieuwing buiten de zaal urgenter is, is besloten dit boek hierop te richten. Hetzelfde geldt voor cultuurclustering, de gezamenlijke huisvesting van meerdere (cultuur)instellingen onder één dak, zoals het geplande Groninger Forum. Dit is een kansrijke ontwikkeling, ook omdat een cultuurcluster veel mogelijkheden biedt voor de in dit boek bepleite vernieuwing. Een gedegen behandeling hiervan vergt voor dit boek echter te veel uitwijding over de specifieke context en werking van cultuurclusters. Daarom is dit onderwerp hier buiten beschouwing gelaten.

De thema’s worden gepresenteerd aan de hand van best practices, de sterkste en meest aansprekende voorbeelden bij elk thema. Per thema wordt steeds in een inleidende tekst eerst kort de opgave geschetst en worden vervolgens de best practices besproken aan de hand van een analyserende en beargumen17

Beyond the black box_FA.indd 17

18.08.10 10:32


18

Beyond the black box_FA.indd 18

18.08.10 10:32


START START vormt het vertrekpunt van de zoektocht naar vernieuwing van onze musea en theaters. In dit deel wordt kort de evolutie van het museum en het theater geschetst, wordt een visueel overzicht gegeven van de basisfuncties ervan en wordt een inventarisatie gemaakt van trends die de aanleiding vormen om te vernieuwen. Tot slot reflecteert ZUS in een essay op de plaats die musea en theaters innemen in de stad. Met dit alles reikt START de context aan om de ideeĂŤn en voorbeelden in EXPLORE, het deel hierna, op waarde te kunnen schatten.

19

Beyond the black box_FA.indd 19

18.08.10 10:32


START

Hoe zitten musea en theaters in elkaar? Over de invulling en het ontwerp van cultuurgebouwen

Wat maakt een museum tot een museum en een theater tot een theater? Natuurlijk de tentoonstellingen en voorstellingen die we er kunnen zien, maar onmiskenbaar ook de gebouwen zelf, met hun kenmerkende en soms indrukwekkende zalen, museumwinkels en theaterfoyers. Juist in de invulling en het ontwerp van deze gebouwen schuilen de mogelijkheden tot vernieuwing. Museum- en theatergebouwen huisvesten elk doorgaans eenzelfde verzameling ruimten, waaronder de tentoonstellings- of theaterzaal en

De bouwstenen van een museum

entree en foyer tentoonstellingszaal

overig

museumwinkel

cafĂŠ/restaurant

kantoren

depot

vergader- en workshopruimte

20

Beyond the black box_FA.indd 20

18.08.10 10:32


de foyer, al dan niet aangevuld met andere, minder voorkomende ruimten, zoals ateliers of een bibliotheek. In de keuze, de combinatie en het ontwerp van deze ruimten schuilen de mogelijkheden tot innovatie. Ofwel, welke ruimten worden waar in het gebouw ondergebracht, welke vormen en materialen worden gekozen, en wat is het onderlinge samenspel tussen deze ruimten? Dit alles wordt sterk bepaald door de ideeën van het museum of het theater en de architect over het doel en de kwaliteiten van de verschillende

ruimten. Wat beoogt een museum met zijn foyer of hoe wil een theater zijn backstage gebruiken? Zo leiden nieuwe ideeën over hoe we als bezoekers langer in het museum en theater kunnen verblijven tot andere foyers – ruimer, markanter en comfortabeler – of misschien tot een dakterras. Vernieuwing draait dus allereerst om de vraag wat musea en theaters met hun gebouw willen bereiken. Nieuwe ideeën hierover stimuleren innovatie in de invulling en het ontwerp van het gebouw zelf.

De bouwstenen van een theater backstage

overig theaterzaal

kantoren

vergader- en workshopruimte café/restaurant

entree en foyer

21

Beyond the black box_FA.indd 21

18.08.10 10:32


START

Van trend naar gebouw Wat beweegt musea en theaters om te vernieuwen?

Waarom moeten musea en theaters zich vernieuwen? Een eenvoudig antwoord is de sterk veranderende wereld: de talloze ontwikkelingen in het aanbod, de markt, het publiek en het beleid van musea en theaters. Een antwoord dat meer recht doet aan

Hoe heet de trend? Wat behelst de trend?

Wat ambieert het museum

of thea

Transparantie We willen weten hoe producten tot stand komen en we willen de processen van dichtbij zien.

Bezoekers tonen hoe een museum brengen met het maken, presen-

of theat teren en

Democratisering/Do It Yourself We willen meebeslissen en meedenken over de productontwikkeling of nemen deze zelf ter hand.

Bezoekers mogelijkheden bieden wat er in het museum of theater

om zelf gebeurt

Digitalisering Onze informatie, communicatie en producten worden digitaler. Tegelijkertijd wordt de digitale wereld meer onderdeel van de fysieke wereld.

Digitale media benutten om het interactiever en zichtbaarder te

museum maken.

Escapisme We hebben behoefte aan belevingen en fantasierijke, escapistische ervaringen om d e complexiteit van alledag te ontlopen.

Opvallende, attractieve, interacom bezoekers te inspireren en te

tieve en vermak

Authenticiteit We hebben behoefte aan authentieke ervaringen en ontmoetingen, als tegenhanger voor oppervlakkigheid en kunstmatigheid.

Een omgeving en activiteiten len van verhalen bevorderen.

aanbie

Spiritualiteit Absolute waarheden bestaan niet meer, er is ruimte voor reflectie, subjectiviteit en discussie.

Uitleg en en debat rondom tenen bezoekers aansporen tot eigen

toonste interpre

Iconisering Steden en regio’s zetten unieke, opvallende vrijetijdsvoorzieningen in om zich te onderscheiden.

Tentoonstellingen en voorstelandere activiteiten, zoals events

lingen c en fi lmv

Grensvervaging/crossovers Verschillende deelwerelden en expertises zoeken elkaar steeds vaker op en hebben elkaar nodig.

Het cultuurgebouw vestigen op projecten op locatie organiseren.

een bijz

Mobiliteit We bewegen ons gemakkelijker en sneller en bereiken zo voorheen afgelegen gebieden.

De zintuiglijke ervaring van het leggen op de presentatie van ob-

bezoek jecten e

Beleveniseconomie We kopen niet alleen meer producten en diensten, maar ook de bijbehorende belevingen.

Het openbare en laagdrempelige en meer de openbare ruimte be-

karakte nutten.

Publiek domein We worden ons bewuster van het belang van openbare ruimte als voorwaarde voor ontmoetingen, levendigheid en discussie.

Winst en eigen inkomsten genebetere fondsen- en sponsor-

reren do werving

Commercialisering We verlangen van instellingen dat zij efficiënt opereren, winsten maximaliseren en eigen inkomsten genereren.

Het onderscheidende vermogen cultuurbezoek ontwikkelen, ver-

en de u groten e

Vrijetijdsconcurrentie Het vrijetijdsaanbod groeit sterk, maar onze vrije tijd niet. Kwaliteit, uniciteit en zichtbaarheid worden voor de aanbieders onontbeerlijk.

Samenwerken, bezuinigen, kosten terugdringen en de inkom-

onderha sten ve

Crisis Door de fi nanciële crisis moeten we bezuinigen en goedkope, creatieve oplossingen vinden.

Maatschappelijk ondernemen en

zo de pu

Duurzaamheid Het evenwicht tussen ecologie, economie en maatschappij, voor onszelf en toekomstige generaties, vinden we steeds belangrijker.

Seniore babyboomers als doelhierop aanpassen.

groep a

Vergrijzing We leven langer en zijn langer gezond en vitaal. Onze ouderen zijn gewend geraakt aan materiële welvaart en een actieve tijdsbesteding.

Ervoor zorgen dat organisatie en diversiteit in de huidige samenaantrekken.

aanbod leving e

Verkleuring Onze samenleving is steeds veelkleuriger en wordt een verzameling van minderheden. 22

Beyond the black box_FA.indd 22

18.08.10 10:32


de werkelijkheid ontkomt er niet aan dieper in te gaan op deze veranderingen en het effect daarvan. Hieronder worden beknopt 18 grotere trends en hun invloed op musea en theaters gepresenteerd. In drie stappen wordt aangegeven wat de trend behelst, tot

welke (nieuwe) ambities deze kan leiden bij musea en theaters en hoe deze vervolgens de invulling en het ontwerp van cultuurgebouwen beĂŻnvloedt.

seum

of theater?

Wat betekent dit voor het gebouw?

museum presen-

of theater functioneert en hen nauwer in contact teren en bewaren van kunst en erfgoed.

Het gebouw speelt een belangrijkere rol in het tonen van en de uitleg over hoe het museum of theater werkt.

om zelf iets te maken of invloed uit te oefenen op gebeurt.

Het gebouw biedt de bezoeker betere mogelijkheden en meer invloed om te bepalen wat er te doen is.

museum of theater begrijpelijker, spannender, maken.

Het gebouw wordt vaker ingezet als podium voor digitale projecten.

interacen en te

tieve en grootse projecten en events organiseren vermaken.

Het ontwerp van het gebouw wordt iconischer. Het gebouw moet grootschalige projecten en events kunnen huisvesten.

eiten ren.

aanbieden die persoonlijk contact en het vertel-

Het museum of theater wordt socialer: een plek om elkaar te ontmoeten en ervaringen te delen.

m tentot eigen

toonstellingen en voorstellingen organiseren interpretatie.

Het gebouw wordt een plek om langer te verblijven en na te denken over kunst en erfgoed.

orstels events

lingen combineren en verrijken met tal van en filmvertoningen

Het gebouw huisvest vaker ook andere activiteiten dan alleen voorstellingen of tentoonstellingen.

gen op niseren.

een bijzondere (afgelegen) plek en tijdelijke

Een passende en bijzondere locatie en ligging van het gebouw worden steeds belangrijker.

van het van ob-

bezoek en verblijf versterken en minder nadruk jecten en voorstellingen.

Hoe het gebouw wordt ervaren wordt steeds belangrijker in relatie tot wat er gebeurt.

mpelige mte be-

karakter van een museum of theater vergroten nutten.

Het gebouw wordt toegankelijk ontworpen, met aansluiting op de openbare ruimte.

n genesor-

reren door een commerciĂŤlere exploitatie en een werving.

Het gebouw biedt meer ruimte aan commerciĂŤle activiteiten en faciliteiten.

mogen en, ver-

en de unieke kwaliteiten van kunsten, erfgoed en groten en benadrukken.

Het gebouw wordt excentrieker en zichtbaarder en ontworpen als duidelijke uiting van cultuur.

en, de inkom-

onderhandelen, ondernemen: waar mogelijk de sten vergroten.

Het gebouw wordt multifunctioneler ontworpen en biedt huisvesting aan meerdere partijen.

men en

zo de publieke bewustwording hiervan stimuleren.

Het gebouw wordt duurzamer ontworpen of fungeert als symbool hiervoor.

doel-

groep aantrekken en, waar nodig, het aanbod

De eisen en wensen van een oudere doelgroep worden belangrijker bij het ontwerp en de inrichting van het gebouw.

atie en amen-

aanbod een betere afspiegeling vormen van de leving en meer verschillende soorten publiek

De eisen en wensen van meer verschillende doelgroepen worden belangrijker bij het ontwerp en de inrichting van het gebouw.

n bieden theater om het rder te

23

Beyond the black box_FA.indd 23

18.08.10 10:32


START

In het volgende essay geven Elma van Boxel en Kristian Koreman van architectenbureau ZUS [Zones Urbaines Sensibles] een kritische visie op de noodzaak tot vernieuwing van musea en theaters. Terwijl deze nu nog autonome, verheven gebouwen zijn, ziet ZUS een nieuwe, grotere rol voor hen weggelegd. Als alternatief voor de commercialisering en homogenisering van de openbare ruimte, kunnen musea en theaters de stad juist verrijken met werkelijk vitale, diverse en levendige publieke ruimte.

Van mouseion tot Guggenheim, van odeion tot Muziekgebouw Een korte geschiedenis van het museum en het theater Onze huidige ideeën over de rol en de vormgeving van musea en theaters kennen een lange wordingsgeschiedenis. In een ontwikkeling van bijna drie eeuwen – van Griekse schatkamers en Romeinse gladiatorenvoorstellingen tot de Tate Moderns en Circustheaters van nu – zochten vorsten en verzamelaars, kunstenaars en artiesten, en directeuren en architecten steeds nieuwe grenzen op. De geschiedenis laat zich lezen als een gevolg van steeds veranderende opvattingen over kunst en erfgoed en van nieuwe mogelijkheden in de architectuur van musea en theaters.

De evolutie van het museum in 30 momenten Een ‘mouseion’ was voor de oude Grieken een plek of tempel die was gewijd aan de muzen. Aan deze godinnen van de kunsten dankt het museum zijn naam. Bepalend voor wat we nu onder een museum verstaan was echter het mouseion in Alexandrië, een opleidingscentrum waar geleerden geschriften bestudeerden. Het museum als gebouw is veel later ontstaan, uit de seculaire architectuur van de renaissance en de barok. Tijdens de verlichting manifesteerde het zich pas als zelfstandig gebouwtype. In de 19 e en 20 ste eeuw werd het museum steeds meer ingezet als vehikel voor (zelf)representatie en als showcase voor architectuur. De evolutie van het theater in 30 momenten Theater is ontstaan uit religieuze riten van de vroege agrarische samenlevingen. Hellingen in het landschap dienden als publiekstribune. Pas toen de bevolking in de stad ging wonen ontstond het theatergebouw. Lange tijd bepaalden de technologische mogelijkheden het ontwerp van de theaterzaal, later kregen de opvattingen over de presentatie van podiumkunsten meer invloed. Ondanks de bijna grenzeloze mogelijkheden heeft de traditionele theaterconfiguratie tegenwoordig de voorkeur, vooral wanneer akoestiek essentieel is.

24

Beyond the black box_FA.indd 24

18.08.10 10:32


Het urinoirmoment

Als plat gebruiksvoorwerp was het urinoir in de tentoonstellingsruimte dusdanig vervreemdend, dat het daarmee de afstand

Het cultuurgebouw in de stad: van passieve presentatieplekken naar publieke productiehuizen

van het museum tot het alledaagse benadrukte. Niet alleen de kenners, maar ook de gewone bezoekers werden aan het denken gezet over de waarde van kunst in een mu-

Het moment dat Marchel Duchamp een por-

seum. Dit markeerde de overgang van het

seleinen urinoir in het museum plaatste, is

‘netvliestijdperk’ naar het ‘hersentijdperk’:

van grote invloed geweest op de betekenis

van het kijken naar het denken. Momenteel

van het museum. Tot dan toe was het mu-

zijn we getuige van een nieuwe kentering,

seum een louter visueel ingesteld instituut,

die zal leiden tot een volgende gedaante-

waar het publiek de kunstwerken in een

verandering van het museum (en andere

afgeschermde omgeving kon aanschou-

cultuurinstellingen). Wat nu zal volgen is de

wen. Het urinoir brak met deze traditie door

overgang van het ‘hersentijdperk’ naar het

vraagtekens te zetten bij de afzondering van

‘handentijdperk’: van passieve presentatie-

het museum van de echte wereld.

plekken naar een publiek productiehuis.

1 700 voor Christus: op de Griekse berg

Helikon wordt een mouseion, een tempel ter verering van de muzen, gebouwd.

1000 v.C.

1

1 1 700 voor Christus: het odeion is de

gebruikelijke plek in het klassieke Griekenland waar zang en muziek, afkomstig van godsdienstige rituelen, worden opgevoerd. Het halfronde theater heeft een tribune die tegen een helling is gebouwd.

2 295 voor Christus: het mouseion van

Alexandrië bevat tevens een bibliotheek en woon- en werkplekken voor wetenschappers en intellectuelen.

0

2

2

1000

3

4

2 55 voor Christus: het theater van

Pompeius is het eerste permanente Romeinse theater ter vermaak van de bevolking. Het wordt in de stad gebouwd en moet daarom speciaal worden geconstrueerd.

4 300-1500: tijdens de middeleeuwen

wordt theater op straat opgevoerd, in verschillende scènes naast elkaar, zodat het publiek zich moet verplaatsen.

3 100: het Colosseum in Rome is een

populair amfitheater uit de Romeinse oudheid, waar gladiatoren vechten en zeeslagen worden nagespeeld. 25

Beyond the black box_FA.indd 25

18.08.10 10:32


START

De waarde van musea en theaters Sinds de opkomst van het neo-liberalisme, waarbij de voorkeur werd gegeven aan marktwerking boven een door de overheid maakbare samenleving, is ook de vanzelfsprekende rechtvaardiging van musea en theaters aan het wankelen geraakt. Zich enkel beroepen op hun functie van hoeder van het culturele erfgoed en het verheffen van het volk was niet meer afdoende. In toenemende mate werden cultuurinstellingen ter verantwoording geroepen over hun werkelijke maatschappelijke waarde. Veelal kwam dit neer op het onderbouwen van hun succes aan de hand van de bezoekersaantallen. Deze wijze van waarderen heeft een fundamentele verandering in gang gezet. Zo is de culturele betekenis van musea en theaters langzaam veranderd van elitaire bolwerken met een extravagante programmering tot een wedijver om de grote massa te lokken. Museumnachten waarin musea worden omgevormd tot halve discotheken met geanimeerde puzzeltochten, vormen een grote tegenstelling met de streng beveiligde kunst- en erfgoedobjecten, ter zijde gestaan door suppoosten die nauwlettend het doen en laten van het publiek in de gaten houden. Ook de tentoonstellingen worden steeds toegankelijker gemaakt, zodat

3 1300-1400: in de middeleeuwen ont-

staan de ‘studiolos’: kamers in woningen en paleizen voor expositie en studie van geschiedenis en wetenschap. Vanaf 1500 worden ze alleen voor tentoonstellingen gebruikt.

1300

3

5 1500-1600: in Italië speelt theater zich

tijdens de Renaissance steeds minder op straat af en steeds meer binnen. Hierdoor komt de theaterarchitectuur tot ontwikkeling, geïnspireerd op de vorm van de bekende Romeinse theaters.

ook andere doelgroepen, zoals kinderen en allochtonen, worden aangesproken. Tegelijkertijd moesten musea en theaters ook steeds meer hun eigen broek ophouden, omdat de subsidie van het rijk langzaam slonk. Dit heeft geresulteerd in allerhande sponsorschappen, die soms overduidelijk hun weerslag hebben op de programmering. Een dubieus voorbeeld is de ‘Tour Experience’ in de Kunsthal te Rotterdam. Als weinig meer dan een infocentrum toont het instituut allerlei wielergerelateerde objecten en wordt de bezoeker verleid zelf te gaan fietsen. De wens van de stad om het wielerspektakel groots te vieren en te etaleren heeft ook de kredietwaardigheid van de Kunsthal ernstig aangetast. Want als ook een Tour de France als kunst bestempeld kan worden, what’s next? Daarnaast zijn musea en theaters gaan inzien dat er meer omzetpotentie zit in de bezoekers. Niet het aanschouwen van de kunst, maar juist het consumeren van versnaperingen en het aanschaffen van boeken en attributen brengt geld in het laatje of is ‘een extra service aan de klant’. Hierdoor zijn musea en theaters langzaam getransformeerd van passieve gebouwen tot levendige plekken in de stad waar wat

4 1400-1500: kunst wordt steeds meer

onderling vergeleken en beoordeeld, door tegelijkertijd zowel historische als eigentijdse kunst te verzamelen.

1400

6 1576: in Londen wordt het houten

Elizabethaanse theater gebouwd, buiten de stadsmuren vanwege de angst voor brand en infecties. Het theater is rond en onoverdekt (later overdekt), met staanplaatsen en galerijen voor de hogere klassen.

5 1500-1600: aan de vorstenhoven

ontstaat de galerij, een lange, vaak gewelfde ruimte, met lichtinval aan de zijden, waar de kunst wordt tentoongesteld.

4

7 1585: na 35 jaar bouwen opent in

Vicenza het Teatro Olimpico van Andrea Palladio, een halfrond auditorium met een bijzonder toneeldecor, waarin straten in perspectief zijn nagebouwd, zodat vanuit de zaal diepte wordt waargenomen.

26

Beyond the black box_FA.indd 26

18.08.10 10:32


te doen is en waar je mensen kunt ontmoeten. Musea en theaters zijn onderdeel geworden van het publieke domein van de stad, waar commercie en cultuur volledig zijn vervlochten. Deze veranderingen leiden tot de vraag welke specifieke publieke rol musea en theaters heden ten dage spelen. Zijn ze werkelijk met hun tijd meegegaan of is er nog een grotere rol voor hen weggelegd? Culturele festivals als tijdelijke musea In dezelfde periode waarin musea en theaters zoeken naar een groter publieksbereik door een commerciëlere programmering, vindt er ook een sterke vernieuwing plaats binnen de culturele festivals. Bekende festivals als Pinkpop en het Filmfestival bestaan en functioneren nog steeds, maar met name festivals als Lowlands en Motel Mozaique bewijzen dat er veel meer mogelijk is. Deze voorbeelden weten massapop te koppelen aan underground. Naast grote namen zijn ze in staat om ook kleine onbekende artiesten een plek te geven. Bovendien weten ze muziek met theater, wetenschap, politiek en kunst te verbinden. Zo heeft Lowlands tegenwoordig een Lowlab waar presentaties en workshops worden gegeven rondom verschillende thema’s, waarbij ook van het publiek

inzet wordt verwacht. Hier zien we duidelijk een verschuiving van het passief genieten naar het actief beleven. Er bestaat een vanzelfsprekende interdisciplinariteit en er is sprake van een zekere informaliteit en (een gevoel van) kleinschaligheid. Juist deze aspecten blijken steeds meer te worden gewaardeerd in een wereld die door commercialisering en angst steeds sterker wordt georganiseerd en gecontroleerd. De kleinschaligheid lijkt een belangrijk aspect om te ontkomen aan de algehele schaalvergroting die optreedt in het publieke domein. Dit is een belangrijke les voor de musea en theaters van de toekomst, die ook zullen moeten zoeken naar nieuwe vormen van culturele consumptie en productie. Het cultuurgebouw en de stad Over het algemeen staan musea en theaters als autonome, verheven gebouwen in de stad. Bij vele verraadt een gat in de gevel met de naam, waarachter de ticketverkoop zich bevindt, de ingang. Vanuit de noodzaak om meer publiek te trekken, wordt de laatste jaren naarstig gezocht naar nieuwe manieren waarop het instituut kan aansluiten op de stad. Het Stedelijk Museum in Amsterdam, en het Nederlands

6 1508: de Italiaanse architect Donato

Bramante ontwerpt de beeldengalerij van het Vaticaan, de vroegst bekende architectuur die specifiek voor expositie is bedoeld.

1500 6

1600

5

5 8 1600-1700: omdat grote overspannin-

gen ingewikkeld zijn, worden veel theaters in bestaande gebouwen ondergebracht. Zo ontstaat het barokke theater: een rechthoekige zaal met het podium aan één zijde, wat alleen frontaal spel mogelijk maakt.

6

7

1700

10

9 1600-1700: tijdens de barok in Italië

ontwikkelt zich de opera. De galerijen worden door loges vervangen, als een ultieme uiting van rijkdom en macht.

11

8

9

11 1638: architect Jacob van Kampen

ontwerpt de eerste Stadsschouwburg van Amsterdam. Het is een publieke schouwburg met galerijen en staanplaatsen voor verschillende klassen.

10 1618: in Parma opent het eerste lijstto-

neel, Theater Farnese. De lijst vormt een kader dat organisatorische zaken voor het publiek verborgen houdt, zodat het spel loskomt van de werkelijkheid. 27

Beyond the black box_FA.indd 27

18.08.10 10:32


START

Architectuurinstituut en het Maritiem Museum in Rotterdam zijn flink aan het verbouwen om een betere gastheer te kunnen zijn. Met grote foyers, brede entrees, een openbare horecagelegenheid en een betere routing hopen ze vanzelfsprekender mensen van de straat het gebouw in te krijgen. Toch is het de vraag of enkel zo’n ruimtelijke ingreep voldoende is. Want wat is de specifieke betekenis van een dergelijk gebouw naast een bibliotheek of te midden van een winkelgebied?

die op passende wijze reageert op de ontwikkelingen in het publieke domein. In plaats van schaalvergroting kan een schaalverkleining worden ingezet. In plaats van uitsluiting kunnen het museum en theater juist een plek zijn die een inclusieve maatschappij symboliseert. Zo worden bijvoorbeeld daklozen die van straat worden gestuurd, gedoogd in de Seattle Public Library. In plaats van een passieve rol kan een actieve rol worden gestimuleerd, waarbij door culturele productie ontmoeting tussen verschillende bevolkingsgroepen wordt aangemoedigd. Musea en theaters zijn te beschouwen als vitale knooppunten in een onbaatzuchtig netwerk van scholen, bibliotheken, sportfaciliteiten en debatcentra, waarbij gestreefd wordt naar maximale participatie. Tezamen met het netwerk van straten en pleinen vormen zij de publieke structuren van de stad en van de maatschappij. In een maatschappij die aan versplintering onderhevig is, dient de noodzaak voor een neutraliserend, toegankelijk en verbindend publiek domein zich steeds meer aan.

Zou een museum of theater de rol kunnen vervullen van een heterotopie? Een plek die zich onttrekt aan de toenemende homogenisering van het publieke domein, waarbij winstbejag leidt tot steeds verdere uitsluiting van andersoortig gedrag. Een plek die voor de duur van het bezoek een alternatief vormt voor de dominante aanwezigheid van winkelketens en de immer aanwezige veiligheidscontrole in de openbare ruimte. Kortom, een omgeving die zich onttrekt aan het regime van de markt. Musea en theaters zijn nog altijd overheidgestuurd en kunnen daarom een sociaal-cultureel doel dienen, meer dan een economisch doel. Hierdoor zouden ze als culturele manifestaties een vernieuwing in gang kunnen zetten

7 1700-1800: door een groter historisch

besef en veranderende opvattingen over kunst gaat de aandacht steeds meer uit naar de originaliteit en de kwaliteit van het kunstwerk. 8 1700-1800: de verlichting vormt de basis

voor het museum als publiek instituut

1700

12 12 1705: de Leidse Schouwburg ontvangt

de eerste bezoekers. Deze is momenteel de oudste in gebruik zijnde schouwburg van Nederland.

Het stadsmuseum als publieke structuur Ter illustratie van de mogelijke plaats van het museum in de maatschappij en in de stad, beschrijven we

en leidt tot brede openstelling van diverse musea, waaronder het British Museum (Londen). 9 1777: architect Simon Louis Du Ry ont-

werpt het eerste geheel publiek toegankelijke, autonome museumgebouw ter wereld: het Museum Fridericianum (Kassel).

7

8

13 13 1754: het Theater van Lyon, met café

en foyer, wordt in gebruik genomen. In de Franse theaters wordt steeds meer aandacht besteed aan dergelijke ‘bijruimten’.

10 1778–1814: de Prix de Rome, een

beurs en ontwerpwedstrijd voor jonge kunstenaars en architecten, levert vele museumontwerpen op. Hoewel niet uitgevoerd, zijn deze belangrijk voor de ontwikkeling van musea als autonome gebouwen.

9

14

11

10

12

15 16

14 1778: in Milaan wordt La Scala geopend,

op dat moment het grootste theater ooit. Het wordt gefi nancierd door logeeigenaren, die hun loges dan ook naar eigen smaak mogen inrichten.

28

Beyond the black box_FA.indd 28

18.08.10 10:32


een studie naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam. Vanwege capaciteitsproblemen is bepaald dat op termijn het huidige Historisch Museum Rotterdam zal worden omgedoopt tot Stadsmuseum, waar zowel de geschiedenis als het heden van de stad wordt belicht. Dit geplande Stadsmuseum biedt de overheid een grote kans om zich sterk te maken voor haar publieke taak: als publiek knooppunt in het stedelijke weefsel. De binnenstad van Rotterdam kent een groot aanbod van generieke winkelketens en staat daardoor in schril contrast met de fijnmazige winkelstraten aan de randen, waarin de meer informele economie van kleinschalige toko’s met exotische waren is gevestigd. Dit is de cultuur van de immigranten, die een belangrijk deel van de geschiedenis van de stad dragen. Zij verdienen daarom een significante plek in het publieke netwerk. In ons voorstel voor het Stadsmuseum wordt dit opgevat als een nieuwe stedelijke ruimte, genaamd ‘Bazar Curieux’. Ter verrijking van het standaard stedelijke stramien wordt het gebied ingericht als een bazaar. Dit introduceert een nieuwe schaal en

11 1784: het Teylers Museum in Haarlem,

nu het oudste museum in Nederland, gaat open. Het bevat de privéverzameling van de rijke koopman Pieter Teyler van der Hulst. 12 1793: het Louvre in Parijs wordt

geopend voor publiek. Er worden

1800

typologie in de openbare ruimte. De volumes van het museum worden opgetild door een collectief van 26 kolommen. Op de begane grond kunnen de ruimten in deze kolommen worden gebruikt als kiosk of atelier. Op de bovenste verdieping bevatten enkele kolommen een neighbourhood in residence of een hotelkamer. De laagdrempelige occupatie van de ruimten betekent dat er een wisselende veelheid aan activiteiten ontplooid kan worden, van traditioneel schilderwerk tot exotische kookkunst, van groenten verkopen tot hout bewerken. Het kleinschalige culturele en economische programma dat hier zal plaatsvinden, genereert een ander soort stedelijkheid, die inzet op de maakbaarheid van culturele diversiteit. Tegen de vervlakking in kiest deze opzet voor een informele, zelfs risicovolle combinatie van zeer uiteenlopende ‘doelgroepen’ in het besef dat door culturele confrontatie een tolerantere maatschappij kan ontstaan. Tussen de ontstane bazaar op straatniveau, waar de culturele productie in volle gang is, en de bovenste verdieping van de kolommen, waar bezoekers en wijkbewoners tijdelijk zijn gehuisvest, zweeft de eigenlijke white cube. De tentoonstellingsruimte vormt hier niet het doel van het Stadsmuseum, het gaat om

rondleidingen gegeven, er mogen kunstenaars studeren en de kunst wordt beheerd door curatoren. 13 1800-1900: naast de musea met kunst-

of natuurcollecties, ontstaan er ook musea met een specifiek thema, zoals techniek.

14 1851: de eerste wereldtentoonstelling

vindt plaats in het Crystal Palace in Londen, later een inspiratiebron voor vele musea. Het is een van de eerste gebouwen van glas en staal en heeft daardoor een neutrale uitstraling en een flexibele indeling.

1900

13 14

17 15 eind 18e eeuw: het elitaire karakter

van het baroktheater, met aparte loges en overdadige decoraties, ontmoet steeds meer weerstand. De voorkeur gaat uit naar een sobere, klassieke theaterzaal met tribunes die iedereen dezelfde kwaliteit bieden.

18 16 1798: architect Benjamin Latrobe

ontwerpt een nooit uitgevoerd theater voor Richmond, waarin ook een hotel en vergaderzalen zijn opgenomen.

18 1875: het Bayreuth Festspielhaus

van Wagner en Brückwald heeft een revolutionaire schelpvorm en een zaal zonder loges en galerijen, om iedereen gelijkwaardige plaatsen te bieden.

17 1821: het neoklassieke Berlin Schau-

spielhaus, ontworpen door Schinkel, opent zijn deuren. De vorm van het theater is zichtbaar in de gevel, zodat het gebouw zijn functie representeert. 29

Beyond the black box_FA.indd 29

18.08.10 10:32


START

het resultaat van de culturele productie die er plaatsvindt. De focus van het museum en zijn tentoonstellingen is niet gericht op de museale objecten zelf, maar op het proces van hoe ze zijn ontstaan en wat ze teweeg brengen. Niet de re-presentatie, maar de productie is van belang. Niet het generieke kunstwerk, maar de specifieke betekenis die ter plekke wordt gegenereerd, doet ertoe. Niet het gebouw zelf, maar de stedelijke ruimte die het produceert, behelst de werkelijke vernieuwing die door het museum in gang gezet kan worden. Door dergelijke publieke ruimten in de stedelijke omgeving te installeren kan er, met musea maar ook met theaters, gericht worden ingegrepen in de sociale structuren van de stad. De steeds commerciëlere en homogenere publieke ruimte kan zo worden gebalanceerd met ruimten die andere kwaliteiten bieden. In de publieke bouwwerken, zoals musea en theaters, ligt de opgave en de kans om vernieuwing in het stedelijke domein teweeg te brengen. Het is tijd voor een nieuw urinoirmoment.

15 1900-2000: musea beogen niet langer

een complete collectie te tonen, maar kiezen voor originaliteit en kwaliteit. De individuele schoonheid van objecten wordt belangrijker, wat ertoe leidt dat ze op afstand van elkaar tegen een witte achtergrond worden gepresenteerd.

16 1935: architect en stedenbouwkundige

Berlage ontwerpt het Gemeentemuseum in Den Haag en zet hiermee aan tot nieuwe, niet-monumentale museumarchitectuur. Hieruit ontstaat later de paviljoenarchitectuur: gebouwtjes verspreid over het landschap.

17 1939: het Museum of Modern Art in

New York wordt geopend en exposeert als een van de eerste musea alleen hedendaagse kunst. Het gebouw is ontworpen in de internationale stijl: functioneel, strak en zonder versieringen. 18 1951: architect Franco Albini bouwt het

1900

19 19 1900: technologische vooruitgang maakt

vanaf de 20 ste eeuw een draaiend podium mogelijk en met staal- en betonconstructies kunnen grote uítstekende balkons in de zaal worden gehangen.

20 20 1927: architect Walter Gropius ontwerpt

het nooit uitgevoerde Total Theater, een revolutionair rond theater, met een flexibele zaalindeling en een eveneens flexibel podium, om de afstand tussen publiek en acteurs te verkleinen.

21 1960-1970: in deze periode ontstaan

de eerste poppodia, opgezet door jonge socialisten, vaak in oude leegstaande gebouwen die op de nominatie staan gesloopt te worden. Pas in de jaren ‘90 worden de eerste nieuwbouw-poppodia gerealiseerd.

30

Beyond the black box_FA.indd 30

18.08.10 10:32


Door het museum op te tillen, ontstaat eronder publieke ruimte die als een bazaar van kiosken, ateliers en hotelkamers kan worden gebruikt.

eerste witte museum, het Pallazo Bianco in Genua. 19 1959: het Guggenheim Museum in New

York van architect Frank Lloyd Wright opent zijn deuren. Het is het eerste museum dat niet alleen ruimte biedt aan

16

17

kunst, maar zelf ook is vormgegeven als kunstsculptuur.

21 1968: de Neue Nationalgalerie in Berlijn

20 1960: er ontstaat publieke kritiek op de

musea. Deze worden gezien als introverte, elitaire instituten, terwijl ze juist open, educatieve en creatieve ontmoetingsplaatsen zouden kunnen zijn.

15

18

19

van Mies van der Rohe is klaar voor de ontvangst van bezoekers. Dit museum is een prominent voorbeeld van kunsthalgebouwen uit de 20e eeuw. Grote overspanningen zorgen hierbij voor open musea, die verschillende opstellingen voor wisselexposities mogelijk maken.

20

21 22 22 1960: de black box, een vlakkevloer-

theaterzaal met zwarte muren, raakt in zwang, mede doordat het gemakkelijk in bestaande gebouwen kan worden ingepast en zich goed leent voor uiteenlopende, experimentele theatervormen.

23 1962: het eerste vlakkevloertheater

van Nederland, de Brakke Grond in Amsterdam, beleeft zijn opening: ‘Zonder gordijn, zonder afstand tussen u en de spelers!’

21

23

1970

24

24 1969: toneelstudenten organiseren de

Aktie Tomaat en gooien tomaten naar acteurs uit onvrede over de selectieve overheidssubsidies in het theater, waardoor niet alle theatermakers gelijke kansen op financiering hebben.

31

Beyond the black box_FA.indd 31

18.08.10 10:33


START

Niet het gebouw zelf, maar de omgeving die het creëert, behelst de werkelijke vernieuwing die cultuurinstellingen in gang kunnen zetten.

22 1977: het Centre Pompidou in Parijs, een

centrum waar kunst wordt tentoongesteld én geproduceerd, opent zijn deuren. Het openbare plein, het transparante gebouw en de autoluwe omgeving trekken bezoekers én artiesten en revitaliseren de buurt.

1970

22

23 1982: makelaar en kunstverzame-

laar Karl-Heinrich Müller start in een verwaarloosd park Insel Hombroich, een vernieuwend openluchtmuseum van in het landschap verspreide tentoonstellingsgebouwen.

23

25 25 1972: het Opera House in Sydney

ontvangt de eerste bezoekers. Architect Jorn Utzon realiseert met zijn iconische architectuur e en s ymbool v oor de s tad.

verbouwde Circustheater uit 1904 weer open als musicaltheater. Met een zaal van 1800 stoelen is het theater illustratief

verscheidenheid aan vormen en functies van musea, die zich steeds meer aanpassen aan de veranderende behoeften van de bezoeker en die naast kennis ook vermaak gaan bieden.

24

25 26

27

26 voor de opkomst van de musical en de schaalvergroting in het Nederlandse theater. 27 2003: de spectaculaire Walt Disney

26 1993: in Scheveningen gaat het

24 1990: door de globalisering ontstaat een

Concert Hall in Los Angeles, ontworpen door architect Frank Gehry, wordt in gebruik genomen. ‘Krachtig en gestoord uitbundig,’ omschreef de Los Angeles

Times het gebouw, dat sterk doet denken aan Gehry’s Guggenheim Museum in Bilbao. 28 2005: het nieuwe Casa da Música in

Porto van Rem Koolhaas is een instant icon en wordt bewust ingezet om de omgeving een impuls te geven.

32

Beyond the black box_FA.indd 32

18.08.10 10:33

28 200


25 1992: de Kunsthal in Rotterdam heeft

een primeur in Nederland met een expositieruimte zonder eigen collectie. De kunsthal wordt daarom niet als museum beschouwd.

26 1994: het nieuwe Groninger Museum

wordt geopend. Het is een van de eerste gebouwen die bewust als kunstwerk zijn vormgegeven. Het wordt mede ingezet als marketinginstrument van de stad.

trekt een enorme stroom bezoekers en wordt het symbool van de stad. In navolging hiervan realiseren veel steden een iconisch museumgebouw. 28 2000: het Tate Modern in Londen,

27 1997: het spectaculaire Guggenheim

in Bilbao, ontworpen door Frank Gehry,

28 2000

29

27

28 29

30

2020

29 2008: net anderhalf jaar open, sluit het

30

29 2005: na een strijd van 18 jaar, opent Jan

Wolff het door hem geĂŻnitieerde Muziekgebouw in Amsterdam, ontworpen door 3xNielsen. Het gebouw speelt een belangrijke rol in de herontwikkeling van de IJ-oevers, onder meer door het imposante uitzicht en het aantrekkelijke terras.

gehuisvest in een voormalige elektriciteitscentrale, beleeft zijn opening. Het fungeert als schoolvoorbeeld voor hergebruik van overal vrijkomende industriĂŤle panden als museum of theater.

30 2009: het Wyly Theatre in Dallas van

REX/OMA is het eerste theater met een theaterzaal die direct vanaf de straat zichtbaar en toegankelijk is. Kantoren, kleedkamers, foyers en alle andere ruimten zijn boven en onder de zaal geplaatst.

Guggenheim Las Vegas zijn deuren weer. Gelegen aan de Las Vegas Strip en spectaculair vormgegeven symboliseert (de sluiting van) het museum de wisselwerking tussen cultuur en commercie. 30 2009: de locatie en het schetsontwerp

voor het Nationaal Historisch Museum spelen een belangrijke rol in de politieke discussie over de noodzaak van het museum.

33

Beyond the black box_FA.indd 33

18.08.10 10:33


EXPLORE

34

Beyond the black box_FA.indd 34

18.08.10 10:33


EXPLORE EXPLORE presenteert de oogst van de zoektocht naar vernieuwing van onze musea en theaters. Het betreft een brede selectie van best practices: de sterkste en meest aansprekende voorbeelden. Hiermee vormt EXPLORE het hart van dit boek en de getuigenis van de vele manieren waarop vernieuwing mogelijk is. De best practices worden in tekst en beeld gepresenteerd, aan de hand van zes thema’s.

Beyond the black box_FA.indd 35

18.08.10 10:33


38

48

SLOW STAY Musea en theaters om langer te blijven

68

GEBOUWVERRIJKING Musea en theaters van veelzijdigheid

76

UITERLIJK VERTOON Cultuurgebouwen met een gezicht

36

Beyond the black box_FA.indd 36

18.08.10 10:33


58 OPEN HUIS Liever een uitnodigend gebouw dan een dichte doos

ACHTER DE SCHERMEN Het cultuurbedrijf in de schijnwerpers

92 BINNENSTEBUITEN De omgeving als culturele etalage

cht

37

Beyond the black box_FA.indd 37

18.08.10 10:33


EXPLORE

SLOW STAY Musea en theaters om langer te blijven

In zijn boek The Great Good Place uit 1989 introduceert Ray Oldenburg het begrip the third place. Hij verstaat hieronder de openbare verblijfsplekken die naast huis (the first place) en werk (the second place) belangrijk zijn voor een vitale samenleving. The third place is volgens Oldenburg een sociale omgeving die bijdraagt aan maatschappelijke betrokkenheid, uitwisseling van ideeën en opvattingen, en een gezonde democratie. De publieke ruimte in Nederland staat onder druk: ze slinkt, versobert en vercommercialiseert. Ons land heeft daarom grote behoefte aan third places, bijzondere ontmoetingsplekken waarvoor we de geborgenheid van onze woning en werkplek willen verlaten om er te ontspannen, te werken en anderen te ontmoeten. Het floreren van deze openbare interieurs is onmisbaar voor een gezond publiek leven. Er ligt hier een kans voor musea en theaters die, als publieke gebouwen, deze ontmoetingsplekken nog echt kunnen bieden. Volgens Oldenburg zijn third places laagdrempelig, (bijna) gratis toegankelijk, comfortabel, gastvrij en kunnen vaste bezoekers en nieuwkomers er gemakkelijk mengen. Het creëren van zo’n plek vereist dus aandacht en toewijding. Hoe kunnen musea en theaters dit waarmaken? 38

Beyond the black box_FA.indd 38

18.08.10 10:33


39

Beyond the black box_FA.indd 39

18.08.10 10:33


EXPLORE Slow stay

DE OPGAVE Een cultuurgebouw met hoge verblijfskwaliteit De huidige invulling en opzet van museum- en theatergebouwen leidt bij veel bezoekers, bewust en onbewust, tot doelmatig cultuurbezoek. We bekijken de voorstelling of tentoonstelling, eten, drinken of kopen daarna eventueel wat, maar verlaten dan het pand. Gebouw in, gebouw uit. Voor sommige bezoekers voldoet dat, maar het maakt een museum of theater geen third place. Een gebouw dat uitnodigt tot langer en ongedwongen vertoeven, wel of niet verbonden aan een voorstelling of tentoonstelling, is voor musea en theaters van enorm belang. Prettige verblijfsruimte maakt deze gebouwen (en hiermee ook de stad, buurt of omgeving) laagdrempeliger, aantrekkelijker of levendiger. Sterke Nederlandse voorbeelden van vertoevenswaardige en ruim opengestelde musea en theaters, waar je echt langer kunt én wilt verblijven, zijn schaars. Plezierige, ongedwongen cafés of restaurants, zoals die van de Kunsthal in Rotterdam of de Verkadefabriek in Den Bosch, gaan een eind in de goede richting, maar vormen uitzonderingen. Vitale openbare verblijfsruimte is bovendien rijk en gelaagd en meer dan alleen een bar of foyer. Deze trekt bezoekers én niet-bezoekers aan, is levendig gedurende de hele dag, fungeert als ontmoetingsplek, informeert bezoekers over wat er in het museum of theater te doen is of verleidt hen met een voorproefje daarvan. Het zijn plekken waar je ook zonder het museum of theater te bezoeken kunt verblijven, een krant kunt lezen of een paar uur kunt werken en waar de winkel, het café en zelfs ateliers of studio’s ook los van het museum of theater te bezoeken zijn.

De binnenplaats van Mart fungeert voor bezoekers en bewoners als rustpunt en hangplek en wordt door het museum gebruikt als expositieruimte.

BEST PRACTICES Een plein als foyer Een levendig stadsplein is voor velen, bewoners én bezoekers, een oriëntatiepunt, tussenstop of hangplek. Hierop geïnspireerd, kan ook de ontvangstruimte in musea en theaters de vorm aannemen van een overdekt plein, waar bezoekers binnenkomen, zich oriënteren, zich verbazen en verblijven. Vanaf de openbare rotundas van het Guggenheim Museum in New York of de Pinakothek der Moderne in München, kun je, of je betaalt of niet, de verschillende tentoon40

Beyond the black box_FA.indd 40

18.08.10 10:33


Het levendige cafĂŠ-restaurant van de Verkadefabriek is de hele dag open en trekt bezoekers ĂŠn niet-bezoekers aan.

De zalen van het Kimmel Center zijn losse volumes onder een dak, met openbare ruimte ertussen voor optredens en andere activiteiten.

41

Beyond the black box_FA.indd 41

18.08.10 10:33


EXPLORE

De begane grond van het Nieuw Fries Museum wordt een openbare, transparante museumhal, die aanvoelt als verlenging van de straat.

Gratis toegankelijke kunstinstallaties maken de openbare turbinehal van Tate Modern tot een levendige expositie- en verblijfplek v贸贸r de kassa.

42

Beyond the black box_FA.indd 42

18.08.10 10:33


stellingszalen inkijken en toont het museum zich aan je als een verleidelijke menukaart. De traditionele overdekte binnenplaats van Mart in Rovereto, direct bereikbaar vanaf de straat, fungeert als bijzondere overgang tussen binnen en buiten en wordt soms gebruikt als expositieruimte. Verschillende recent ontworpen musea en theaters kiezen er zelfs voor om van de gehele begane grond een vrij toegankelijke publieksruimte te maken en plaatsen de tentoonstellings- of theaterzalen op bovengelegen verdiepingen. Zo zijn de zalen van het Kimmel Center for the Performing Arts in Philadelphia als losse volumes onder het glazen dak geplaatst, zodat hiertussen en hieronder overdekte ruimte overblijft voor optredens en andere activiteiten. Deze omgeving is, als verlenging van de straat, openbaar toegankelijk. Er zijn gratis voorstellingen en cafés waar je als passant of bezoeker kunt verblijven. Ook de Stadsschouwburg Amsterdam heeft zijn gehele begane grond verbouwd tot stadsfoyer Stanislavski: een drempelloze mengvorm van een café-restaurant met ruime openingstijden, bespreekbureau, informatiehal, ticketshop en boekwinkel. Het Nieuw Fries Museum in Leeuwarden, momenteel in

aanbouw, krijgt een openbare museumhal die transparant is en aan twee kanten toegankelijk. Het heeft de ambitie de stromen van het winkelende publiek en de museumbezoekers te verbinden. Tate Modern in Londen kiest voor zijn spectaculaire turbinehal een meer inhoudelijke invulling. Deze immense ontvangstruimte huisvest een vaak gratis toegankelijke kunstinstallatie of tentoonstelling en vormt zo een openbare expositie-, verwonder- en verblijfplek vóór de kassa. De aan de hal grenzende winkel en horeca dragen bij aan de levendigheid en de variëteit van de ruimte. Een talud dat vanaf buiten tot diep in de hal doorloopt, zuigt je als bezoeker als het ware het gebouw binnen. De openbare ruimte wordt zo tot ver in het gebouw doorgetrokken en maakt het museum zeer laagdrempelig. Het belang van deze voormalige fabrieksruimte voor het succes van Tate Modern kan niet genoeg worden benadrukt.

Het hele gebouw als één foyer Aantrekkelijke verblijfsruimte hoeft niet op één plek te worden geconcentreerd, maar kan verspreid over het gehele gebouw worden gerealiseerd. Met een gebouw dat alleen een begane grond heeft en volledig transparante buitengevels is het 21st Century Museum of Contemporary Art in Kanazawa bewust ontworpen als een overdekt dorpsplein voor de lokale gemeenschap. Het is een plek waar bewoners en bezoekers komen voor vermaak, educatie en ontmoeting. De museale ruimten, verblijfsplekken, bibliotheek, presentatieruimte en kinderstudio zijn ruimtelijk zo ver uit elkaar geplaatst, dat veel openbare tussenruimte ontstaat die ontmoeting en contact bevordert. Het museum biedt één doorlopende totaalomgeving, luchtig, royaal en met hoge verblijfskwaliteit, waarin de verschillende activiteitenruimten zijn ondergebracht. Een prijsvraaginzending voor het Munch Museum in Oslo kent een meer integrale en daardoor nog spannendere benadering van de openbare ruimte. In het ontwerp voor het museum worden alle ‘unticketed spaces’ (logistieke en programmatische ruimten) samengevoegd tot een grote transparante ring rondom de tentoonstellingszalen. Het is hiermee sterk vergelijkbaar met het Curve Theatre in Leicester (zie pagina 61), dat ook koos voor een ruime en doorzichtige ring om de theaterzalen heen. Het resultaat is een effectieve, levendige en vrij toegankelijke 43

Beyond the black box_FA.indd 43

18.08.10 10:33


EXPLORE Slow stay

openbare omgeving met winkels, presentatieruimten, auditorium, café, restaurant, educatieve ruimten en lounges. Als alternatief voor de soms dwingende routing in musea, kunnen de bezoekers vanuit deze ring de verschillende expositieruimten in hun eigen volgorde bezoeken. Een publieke straat die zich door het gebouw slingert Verschillende nieuwe musea lijken in plaats van een voorgeschreven looproute door expositiezalen te kiezen voor een vrijblijvender parcours door het hele gebouw. Het Museum aan de Stroom in Antwerpen, dat de deuren opent in 2011, heeft zijn openbare ruimte vormgegeven als publieke straat. In de 60 meter hoge toren van gestapelde ‘expositiedozen’ slingert een openbare (!) spiraalroute zich als een verticale stadswandeling omhoog. Door een grote glazen buitengevel openbaart zich hierbij het panorama van het hedendaagse Antwerpen. Het uitzicht op de havenstad vormt een tegenhanger van het verleden, dat wordt geëxposeerd in de zalen die tijdens de wandeling kunnen worden bezocht. Hiermee is de openbare omgeving en de routing door het gebouw op inventieve wijze relevant gemaakt voor het stadshistorische museum.

Het 21st Century Museum of Contemporary Art biedt één doorlopende totaalomgeving, royaal en aangenaam, waarin de verschillende activiteitenruimten zijn ondergebracht.

Theaters kennen doorgaans een gecentreerd, op de zaal gefocused ontwerp en zouden zich daardoor minder lenen als routegeoriënteerd gebouw. Toch kan het idee van routing voor een theater interessante vernieuwing opleveren. Casa da Música in Porto heeft geen grote centrale foyer, maar in plaats hiervan ruime, doorlopende publieke routes door het hele gebouw. Deze bijzonder vormgegeven routes verbinden de verschillende ruimten rondom de grote zaal met brede trappen en platforms. Het is zo een genot om door het gebouw heen te lopen. De routes bieden bovendien de mogelijkheid tot gebouwprogrammering: het benutten van de ruimte op verschillende plaatsen voor kleine optredens. Hierdoor kan het hele gebouw als concertzaal worden gebruikt en zijn er tal van activiteiten mogelijk die minder afhankelijk zijn van de zaal of van een specifiek tijdstip.

44

Beyond the black box_FA.indd 44

18.08.10 10:34


Het 21st Century Museum of Contemporary Art fungeert als overdekt dorpsplein waar bewoners en bezoekers komen voor vermaak, educatie en ontmoeting.

Art biedt één genaam, waarin dergebracht.

In het Munch Museum worden alle ‘unticketed spaces’ samengevoegd tot één transparante verblijfsruimte rondom de tentoonstellingszalen.

45

Beyond the black box_FA.indd 45

18.08.10 10:34


EXPLORE

Het MAS heeft zijn publieke ruimte vormgegeven als een openbare spiraalroute die zich langs de tentoonstellingszalen omhoog slingert naar het panoramaterras.

46

Beyond the black box_FA.indd 46

18.08.10 10:34


Casa da MĂşsica heeft geen grote centrale foyer, maar in plaats hiervan ruime, doorlopende publieke routes door het hele gebouw.

De routes en platforms in Casa da MĂşsica bieden de mogelijkheid tot optredens en activiteiten buiten de concertzaal.

47

Beyond the black box_FA.indd 47

18.08.10 10:34


EXPLORE

OPEN HUIS

Liever een uitnodigend gebouw dan een dichte doos Buitenlandse toeristen verbazen zich vaak over hoe gemakkelijk ze bij Nederlandse huizen naar binnen kunnen kijken. Vergeleken met andere landen zijn onze woningen inderdaad erg transparant. Een avondwandeling door een willekeurige woonwijk levert al snel een visuele dwarsdoorsnede op van de Nederlandse avondbesteding. Het is dan ook niet toevallig dat het televisieprogramma Big Brother in ons land zijn oorsprong heeft. Bij anderen naar binnen gluren, in het echt of op televisie, is nu eenmaal een intrigerende en vermakelijke bezigheid. Nederland heeft er een wereldwijd exportproduct van weten te maken. Ook winkels en restaurants tonen voorbijgangers door de ramen graag hun drukte, gezelligheid en koopwaar. Het maakt ze verleidelijker, wekt nieuwsgierigheid en het maakt duidelijk wat ze te bieden hebben. Musea en theaters kunnen hiervan leren. Als we voor hun deur staan, bespeuren we nog weinig van wat we binnen aan zullen treffen. Zou het niet mogelijk zijn musea en theaters te ontwerpen, waarbij je als voorbijganger de verleiding niet kunt weerstaan om naar binnen te gaan?

48

Beyond the black box_FA.indd 48

18.08.10 10:34


49

Beyond the black box_FA.indd 49

18.08.10 10:34


EXPLORE

Vanuit een luie stoel het omringende landschap bewonderen, hoort ook bij een bezoek aan museum Insel Hombroich.

50

Beyond the black box_FA.indd 50

18.08.10 10:34


Een cultuurgebouw kan bezoekers ook een blik naar buiten bieden en de omgeving meer als ingrediënt van het museum- en theaterbezoek benutten. Vice versa kan het cultuurgebouw ook de omgeving zijn levendigheid tonen, zodat we buiten kunnen zien wat er in het museum of theater gebeurt. Het leidt tot cultuurgebouwen die zich openstellen naar de omgeving in plaats van deze de rug toe te keren. En het zorgt voor aantrekkelijkere en aangenamere musea en theaters, waar we liever en vaker onze tijd willen doorbrengen.

BEST PRACTICES Het Institute of Contemporary Art biedt een indrukwekkend vergezicht op de haven als verrassing en ontspanning tussen de museumzalen.

DE OPGAVE Uitzicht en inkijk benutten Black box en white cube, de namen zeggen het al: dichte, afgezonderde zalen, de één donker, de ander licht. De één met een goede akoestiek en geschikte zichtlijnen, de ander met het juiste binnenklimaat en de vereiste lichtsterkte. In musea en theaters zijn witte en zwarte dozen onmisbaar: veel voorstellingen en kunstwerken komen hierin het beste tot hun recht. De afzondering die zo wordt gecreëerd, biedt veel goeds, namelijk concentratie, sfeer en intimiteit. Maar dichte zalen mogen geen vanzelfsprekendheid worden, want niet alle makers produceren alleen nog hiervoor. En veel kunst, erfgoed en andere activiteiten worden tegenwoordig ook buiten de zaal gepresenteerd. Opvallend is dat dichte zalen vaak leiden tot gebouwen die als geheel introvert aandoen. Musea en theaters hebben daarom vaak iets van een oester, waarbij de schelp je volledig afzondert van de buitenwereld wanneer je de parel aanschouwt. Dat is lang niet altijd nodig: grote delen van het museumen theatergebouw hebben juist baat bij openheid.

Het uitzicht met het gebouw mee-ontwerpen Er zijn maar weinig mensen die het museum of theater puur voor de voorstelling of de tentoonstelling bezoeken. Vaak heeft het bezoek aan een museum of theater, of het nu een uur, een middag of avond duurt, een veelzijdiger karakter. We willen ontspannen, met anderen van gedachten wisselen, ons vermaken en geïnspireerd raken. Een vergezicht sluit naadloos aan op deze behoeften. We genieten van het uitzicht, turen ontspannen in de verte, bestuderen de stad of het landschap of ervaren het panorama als een prettig decor bij een goed gesprek. Ook de plek bepaalt dus de beleving. Musea en theaters die dit beseffen, houden hiermee bij het ontwerp van hun gebouw stevig rekening. Ze geven het uitzicht bewust vorm, door middel van een transparante gevel of een goed geplaatst raam dat een uitsnede van het uitzicht biedt. Bij veel van de nieuwe generatie musea en theaters, zeker de grootschalige, is het uitzicht gekoppeld aan de horeca, vaak vanaf de bovenste verdieping. Tate Modern is hiervan een mooi voorbeeld, maar ook SCHUNCK*, gevestigd in het voormalige Glaspaleis in Heerlen, waar je in het restaurant op de bovenste verdieping het gevoel hebt bovenop de wereld te zitten. Het Institute of Contemporary Art (ICA) in Boston biedt een spectaculair panorama op het water als verrassing en ontspanning tussen de twee museumzalen. Het indrukwekkende vergezicht op de haven vormt hier een weloverwogen en ijzersterke pauze tijdens het museumbezoek. Zittend van zo’n uitzicht mogen genieten is nog geen vanzelfsprekendheid in musea en theaters. Naast het ICA zijn de Beyeler Foundation 51

Beyond the black box_FA.indd 51

18.08.10 10:34


EXPLORE Open huis

in Riehen, Dia Beacon in Beacon en Insel Hombroich in Neuss-Holzheim schaarse voorbeelden van musea die je in de zaal een luie bank aanbieden om het omringende landschap op je in te laten werken. Cultuurgebouwen waarbij het uitzicht is opgenomen in het ontwerp zijn ook belangrijk voor de ontwikkeling en profilering van nieuwe stedelijke gebieden. Zoals de oude havengebieden die sinds de jaren ‘90 in Europa en Amerika worden herontwikkeld, met cultuurgebouwen die fraai uitkijken op het water. Het Muziek-gebouw aan het Amsterdamse IJ, het Skuespilhuset in Kopenhagen, de Norske Opera & Ballett in Oslo en het eerder genoemde ICA in Boston zijn hierin opvallend vergelijkbaar en populair. Uitzicht creëert hier een sense of place. Deze cultuurgebouwen laten het publiek kennismaken met de nieuwe omgeving en fungeren als icoon en smaakmaker voor het gebied. Een tentoonstelling met uitzicht Met een goed uitzicht vanuit de zaal, lijkt het alsof de voorstelling of tentoonstelling overvloeit in de omgeving. Zo kijk je bij Fondation Cartier in Parijs vanaf elke plek in de geheel glazen tentoonstellingsruimte uit op

de omringende tuin, het bijna als kunstwerk vormgegeven theatrum botanicum. Dit heeft zijn effect op de ervaring, bijvoorbeeld ’s avonds in het Bimhuis in Amsterdam, waar het uitzicht op het silhouet en de lichten van de stad de jazz nog beter laten klinken. Soms vormt het uitzicht bijna één geheel met de kunstwerken. Zoals bij het Metropolitan Museum in New York, waar op het dakterras de glimmende Balloon Dog van Jeff Koons nog verbluffender wordt door de imposante skyline van Manhattan en Central Park die in het kunstwerk worden weerspiegeld. Bij het Documentatiecentrum in Hinzert is de gevel ook een drager van informatie. Bezoekers kijken door een transparante foto op de glazen gevel naar de historische locatie van het concentratiekamp. De foto toont de barakken die er ooit stonden zo als extra laag over het uitzicht, waarmee het verleden over het heden heen zichtbaar wordt gemaakt. Ook het Museum aan de Stroom in Antwerpen benut als stadsmuseum het uitzicht, maar dan als eigentijdse tegenhanger van de historische tentoonstellingen binnen (zie pagina 44).

De imposante skyline vanaf het dakterras van het Metropolitan Museum maakt de glimmende Balloon Dog van Jeff Koons nog indrukwekkender.

52

Beyond the black box_FA.indd 52

18.08.10 10:34


Het uitzicht vanuit Fondation Cartier op de omringende tuin (het als kunstwerk vormgegeven theatrum botanicum) verrijkt welke tentoonstelling dan ook.

Door de compleet glazen gevel van poppodium Metropool zijn de foyer, horeca en zaal naar buiten toe zichtbaar.

53

Beyond the black box_FA.indd 53

18.08.10 10:34


EXPLORE

De transparante foyer van Alice Tully Hall, omringd door traptribunes voor impromptu optredens en wachtende bezoekers, maken het theater al op straat voelbaar.

Binnen buiten zichtbaar maken Net zo goed als uitzicht de bezoeker kan inspireren, kan inkijk de voorbijganger verleiden. Transparantie werkt immers twee richtingen op en kan ook worden benut om voorbijgangers te laten zien wat er in het gebouw gebeurt, de sfeer te laten proeven of een glimp van de tentoonstelling of voorstelling te laten zien. De nodige recent verbouwde theaters en musea grijpen deze kans (voorzichtig). Vaak kiezen ze voor een compleet glazen gevel die entree, foyer en horeca in het zicht brengt, zoals bij het Metropool in Hengelo of bij de pas gerenoveerde Alice Tully Hall in New York. Als dit goed wordt gedaan, maakt dit de buzz van voor en na de voorstelling en in de pauze op straat voelbaar. Alice Tully Hall heeft de straatkant van de gevel bewust in het ontwerp opgenomen, door er met grote tribunetreden een klein amfitheater te creëren. De transparante foyer wordt zo bijna een voorstelling op zich: je kunt het vrolijke en mooi uitgedoste publiek gadeslaan en ook optredens meemaken die in en voor de foyer worden gegeven. Het verschil tussen binnen en buiten is minimaal, waardoor het geheel aanvoelt als één grote, levendige ontmoetingsplek. Hiermee laat Alice Tully Hall zien hoe belangrijk het is de randen rondom het gebouw goed vorm te geven om de transparantie ten volle te benutten.

Ook musea maken zichzelf transparanter, vaak door hun winkel, horeca en entreegebied met transparante gevels op een in het oog springende plek te situeren, zo dicht mogelijk aan de straat. Dit doet het nieuwe Stedelijk Museum in Amsterdam bijvoorbeeld, door de functies uit het bestaande gebouw te halen en ze ervoor te plaatsen in een opzienbarende, op een badkuip lijkende nieuwe vleugel met rondom gevels van glas. The New Museum in New York kiest voor een geheel vrij toegankelijke begane grond, waarbij de overgang tussen binnen en buiten minimaal is vormgegeven. Alleen een dunne glasgevel van grond tot plafond scheidt de museumvloer van de stoep. De straat loopt als het ware door in het interieur, ingegeven door het verlangen van het museum om de kloof tussen kunst en dagelijks leven te overbruggen. Het levert een intrigerende overgang op, omdat het serene, witte museum grenst aan het hectische en groezelige straatleven van de alternatieve Lower East Side in Manhattan. Nog fascinerender wordt het als musea en theaters niet alleen hun foyer of restaurant, maar ook hun aanbod en activiteiten naar buiten zichtbaar maken. Een eenvoudig, maar doeltreffend voorbeeld is het

54

Beyond the black box_FA.indd 54

18.08.10 10:34


De Design Museum Tank geeft met minitentoonstellingen passanten dag en nacht een voorproefje van de actuele programmering van het museum.

Het imposante walvisskelet in de frontgevel van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam, is het ultieme visitekaartje voor voorbijgangers.

55

Beyond the black box_FA.indd 55

18.08.10 10:34


EXPLORE Open huis

imposante walvisskelet dat in de frontgevel van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam hangt. SCHUNCK* in Heerlen heeft een vooruitgeschoven glazen etalage aan de straatkant, een overblijfsel van het voormalige warenhuis waarin het is gevestigd. De etalage fungeert als een expositieruimte op straat met voorproefjes van wat er binnen te doen is om voorbijgangers te verleiden tot een bezoek. Vergelijkbaar hiermee heeft het Design Museum in Londen een glazen container (de Design Museum Tank ) voor de deur, met minitentoonstellingen. Het is het ultieme visitekaartje van het museum voor passanten.

Voel je vrij als nooit tevoren en wandel in Insel Hombroich vanuit de museumzaal het park in.

Gebouw en omgeving in elkaar laten overvloeien Minder gebruikelijk zijn musea en theaters die het onderscheid tussen binnen en buiten opheffen door letterlijk het gebouw open te stellen. Denk aan een museum of theater waar je zo van binnen naar buiten kunt wandelen. Het Chichu Art Museum in Naoshima en Insel Hombroich in Neuss-Holzheim staan erom bekend dat je op meerdere plekken vanuit het museum gewoon het omringende park in kunt kuieren. Vanuit de behoefte van de bezoeker geredeneerd, valt daar enorm veel voor te zeggen. De horeca en de foyer zijn natuurlijk de eerste plekken die baat kunnen hebben bij een open inen uitloop. In de ontwerpvisie van het nog te bouwen theater in Middelburg, is het gebouw bedacht in samenhang met het omliggende Molenwaterpark. De gevel van de foyer kan worden geopend, zodat je vanuit het park het theater in kunt lopen. Het is nog boeiender als de voorstellingen en tentoonstellingen op de grens van gebouw en omgeving plaatsvinden. Het Parktheater in Eindhoven heeft een groot theaterraam aan de zijkant van het theater. Voorbijgangers kunnen hierdoor niet alleen de acteurs zien repeteren, maar geopend vormt het venster de lijst voor semiopenluchtvoorstellingen richting het park. Hiermee ontstaat één theater voor binnen én buiten. De theaterzaal van het Wyly Theatre in Dallas is ontworpen met een aan twee kanten geheel te openen gevel. Hoewel hiervan om budgettaire redenen op het laatst werd afgezien, zouden dergelijke gevels de mogelijkheid hebben geboden tot direct contact met buiten, in- en uitloop, en activiteiten die zich binnen én buiten afspeelden. Een prikkelende gedachte, die programmeurs en makers vast had geïnspireerd tot nieuwe theatervormen.

56

Beyond the black box_FA.indd 56

18.08.10 10:34


De kunstwerken in de etalage van SCHUNCK* laten zien wat er binnen te doen is en verleiden voorbijgangers tot een bezoek.

De te openen gevels van het Wyly Theatre heffen het onderscheid tussen het theater en zijn omgeving nagenoeg op.

57

Beyond the black box_FA.indd 57

18.08.10 10:34


EXPLORE

ACHTER DE SCHERMEN Het cultuurbedrijf in de schijnwerpers

Tien jaar geleden deed in restaurants de open keuken zijn intrede. De kok en zijn werkplek kregen een prominente plaats toebedeeld in het restaurant, zodat klanten zagen hoe hun gerechten werden klaargemaakt. Het zwoegende keukenpersoneel achter hun dampende pannen vormde het decor van het restaurant. De opkomst van de open keuken staat symbool voor een grotere tendens: het zichtbaar maken van het creatieproces. Want we weten tegenwoordig van veel producten niet meer hoe ze worden vervaardigd. Hoe gecharmeerd zijn we niet als we in de winkel de bakker, monteur of ontwerper zelf aan het werk treffen. Wat achter de schermen gebeurt, heeft aantrekkingskracht op het publiek. Het intrigeert ons om te zien hoe iets wordt gemaakt en door wie. Musea en theaters kunnen hier meer gehoor aan geven. Achter hun schermen speelt zich enorm veel af – veel theaters zijn bijna 24-uursbedrijven – maar dat is nauwelijks zichtbaar. Zijn de coulissen en het depot niet bij uitstek de plekken waar we als bezoeker ook zouden willen rondneuzen? 58

Beyond the black box_FA.indd 58

18.08.10 10:35


59

Beyond the black box_FA.indd 59

18.08.10 10:35


EXPLORE Achter de schermen

DE OPGAVE Tonen hoe musea en theaters te werk gaan Medewerkers van een museum of theater kennen de ins en outs van hun gebouw maar al te goed. Ze kijken niet op van repeterende artiesten of vrachtwagens die worden in- of uitgeladen. Toch vindt het publiek deze voor hen verborgen wereld vaak juist prikkelend of zelfs magisch. Denk aan de spannende generale repetitie van een voorstelling, de installatie van imposante decorstukken of kunstwerken en het minutieuze precisiewerk in een restauratieatelier. Of het nou nieuwsgierigheid of leergierigheid is, veel bezoekers zijn ge誰nteresseerd in hoe een tentoonstelling of voorstelling tot stand komt of, vaak nog intrigerender, hoe een kunstenaar of artiest te werk gaat. Wat een museum of theater precies achter de schermen wil tonen, is afhankelijk van wat mogelijk is (niet alles is even goed voor bezoekers te ontsluiten), maar vooral van ambitie. Musea en theaters die weloverwogen hun gebouw en activiteiten aanpassen om hun werkvloer toegankelijk te maken, geven het bezoek een extra dimensie. We zien dan niet alleen

het eindproduct, maar ervaren en leren ook hoe het is ontstaan. We kunnen ons daarbij verwonderen over hoe eenvoudig alles vanuit de zaal lijkt, maar hoeveel werk het achter de schermen blijkt. Hierin schuilt een geweldige kans om bezoekers nauwer te betrekken bij wat een museum of theater behelst.

BEST PRACTICES De marketing van het laden en lossen Kwetsbare kunstwerken vervoeren, ingenieuze decors opbouwen, talloze lichtspots afstellen: techniek en logistiek vormen het zenuwstelsel van musae en theaters. Ze horen net zo goed bij het reilen en zeilen van een cultuurgebouw als de voorstelling of tentoonstelling zelf. Juist om die reden kunnen musea of theaters die het publiek daarbij willen betrekken, hier meer van laten zien. Sommige musea en theaters bieden daarom rondleidingen achter de schermen aan. Maar ook in een museum of theater dat met dit doel is ontworpen kunnen bezoekers de techniek en logistiek van het gebouw ervaren. In het ontwerp

Laad- en losruimten aan de straatkant van The New Museum maken bezoekers bewust van de operationele kant van het kunstbedrijf.

60

Beyond the black box_FA.indd 60

18.08.10 10:35


voor het nieuwe Tamayo Museum in Atizapan (Mexico) zijn de verpakkings-, restauratie- en opslagruimten direct naast de tentoonstellingsruimten gesitueerd, zodat de bezoekers kunnen aanschouwen wat er in verschillende stadia met de kunstwerken gebeurt. Het museum kent daarom een dubbele ingang, waar we kunnen kiezen: óf rechtstreeks naar de expositieruimte óf eerst de backoffice bewonderen. The New Museum in New York heeft zijn laad- en losruimte naast de foyer aan de straatkant geplaatst. Bezoekers en passanten zien hoe kunstwerken in en uit het gebouw worden gebracht en komen zo in aanraking met een hele andere, operationele kant van het museum. Poppodium Patronaat in Haarlem ten slotte, laadt en lost de instrumenten en apparatuur van optredende popbands in een overdekte ‘straat’, die zich binnen in het gebouw tussen de zaal en het café bevindt. Dat voortkomt niet alleen geluidsoverlast voor omwonenden. Als bezoekers hier de vrachtwagen van de band zien staan, worden ze zich bewust van een minder glamoreuze kant van de popmuziek en kunnen ze ook genieten van de ‘voorstelling’ die de roadies opvoeren.

Het Curve Theatre in Leicester is een indrukwekkend voorbeeld van een theater dat volop zijn bedrijvigheid wil laten zien. Dit vormde dan ook het uitgangspunt bij het ontwerp. Het theater wilde een gebouw dat een heel nieuw perspectief zou bieden op de magie van het theater. ‘Ze gebruikten begrippen als inside-out’, zegt architect Viñoly over zijn klant, ‘maar we moesten eens goed gaan zitten en onszelf afvragen wat dat precies inhield.’ Dit leidde ertoe dat de zaal niet in een dichte doos is geplaatst, maar als een eiland midden in het gebouw dat rondom onafgebroken glazen zijgevels heeft. Om dit eiland heen fungeert een ringvormige ruimte tegelijkertijd als foyer, café, backstage (!) en laad- en losruimte (!). Bezoekers kunnen zo de productie, de constructie en de techniek van het theater aanschouwen in de ruimte die tegelijkertijd foyer is. Deze ringvormige ruimte krijgt een nieuwe en spannende mix van activiteiten en fungeert daardoor bijna als een extra theater om het theater heen. De artiesten die tijdens de voorstelling naast het podium staan, bevinden zich als het ware in de foyer. Door de glasgevel hieromheen, die direct aan de straat grenst, zien ook voorbijgangers alles:

De ruimte rondom de zaal van het Curve Theatre is gelijktijdig foyer, café, backstage en laad- en losruimte (!).

61

Beyond the black box_FA.indd 61

18.08.10 10:35


EXPLORE Achter de schermen

repetities, acteurs, het publiek en zelfs, tussen de coulissen door, de voorstelling. Het dagelijkse functioneren van het theater wordt zo een voorstelling op zich, waarbij de grens tussen publiek en voorstelling en tussen voor en achter de schermen vervaagt. Niet alleen het resultaat, maar ook the making of Verschillende musea en theaters geven bezoekers de kans om met makers in contact te komen, zoals een meet the artist of een openbare repetitie. Artiesten en kunstenaars aan het werk zien, kan een boeiende, soms zelfs fascinerende ervaring zijn. Nog spannender is het als we hen vragen kunnen stellen of met hen in gesprek kunnen gaan. Hierdoor aanschouwen we als bezoekers niet alleen het eindresultaat, maar raken we ook betrokken bij het proces van bedenken, produceren en presenteren. Dit verkleint de afstand tussen publiek en maker. Een goed ontworpen gebouw kan minstens zo goed publiek en makers dichter tot elkaar brengen. Door ateliers of repetitieruimten prominent in het gebouw of aan de straatkant op te nemen, kan het repeteren en produceren zichtbaar worden gemaakt voor het publiek. Sandvika Cultural Center heeft een repetitieruimte die met een groot omlijst en naar voren hellend raam 15 meter boven de ingang van het theater uitsteekt. Ook de gevel in het ontwerp voor de concertzaal van het BBC Music Centre in Londen (niet gerealiseerd) zou geheel transparant worden, waardoor repetities en optredens zichtbaar zouden zijn voor passanten (de gevel kon ook worden afgeschermd tegen zonlicht, zodat de zaal alsnog een zwarte doos werd). Hiermee zou het de enige concertzaal ter wereld zijn geweest waar je het orkest vanaf de straat kon zien repeteren. Het museum of theater is niet vanzelfsprekend ook de plek waar makers hun werk produceren. Vaak hebben zij elders een atelier of studio. Bij het ontwerpen van een museum of theater moet daarom een belangrijke keuze moet worden gemaakt: heeft het gebouw enkel een presentatiefunctie of kan het ook als een productieplek fungeren? De aanwezigheid van makers vergroot de levendigheid, uitstraling en mogelijkheden van een museum of theater. Daarom zou het goed zijn als ook ateliers, studio’s en andere werkruimten zichtbaar aanwezig en toegankelijk zouden zijn. In het Museum of Arts and Design (MAD) in New York (en diverse andere Ameri-

kaanse musea) zijn open studio’s opgenomen die je kunt bezoeken. Elke dag zijn hier kunstenaars aan het werk. In het Museum van Speelklok tot Pierement in Utrecht kunnen we de restauratoren in hun atelier zien terwijl ze ijverig bezig zijn met bijzondere restauratieprojecten van wereldfaam. Nog ambitieuzer is het om als museum of theater het betreden van de werkvloer voor de bezoekers spannend en educatief te maken. Dit kan door rondleidingen te geven, een verhaal te vertellen, uitleg te geven of contact te leggen tussen bezoekers, medewerkers en makers. Zo geven de kunstenaars in de open studio’s van MAD ook workshops. En in het Museum van Speelklok tot Pierement mag je zelf ervaren hoe het is om restaurator te zijn. In een speciale opstelling kun je eigenhandig een klok bouwen en bijzondere materialen en technieken ontdekken. Het Eyebeam Museum of Art and Technology in New York ten slotte (niet gerealiseerd) wilde bezoekers de presentatie én de productie van cultuur meegeven en liet het hele gebouw ontwerpen vanuit die gedachte. Het gebouw bood een route waardoor we als bezoekers afwisselend door ateliers en hieraan gelieerde tentoonstellingsruimten zouden lopen. Maken en kijken, werken en consumeren werden zo door elkaar geweven en zouden een museum opleveren waar makers en consumenten elkaar gegarandeerd tegen zouden komen. Maar ook de voorbereiding – de opbouw, installatie of repetitie – van een voorstelling of tentoonstelling kan interessant zijn. MAD biedt ons als bezoekers de kans om te zien hoe een tentoonstelling door kunstenaars en medewerkers van het museum wordt opgebouwd (met bordjes: ‘Don’t disturb the artist!’). Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam liet onlangs juist de afronding van een tentoonstelling zien door de dag erop bezoekers uit te nodigen bij het inpakken van de kunstwerken. Bezoekers in het depot De depots van musea zijn de bewaarplaatsen van onze kunst en ons erfgoed. Door de jaren heen zijn ze, door de uitbreiding van collecties, steeds voller geworden. Een groot deel van deze kunst en dit erfgoed krijgen we echter nauwelijks te zien. Hierdoor realiseren sommige musea zich dat je het depot kunt tonen aan je bezoekers. Bijvoorbeeld door het, zoals in het Musée du quai Branly in Parijs, transparant en op een prominente plek in het gebouw op

62

Beyond the black box_FA.indd 62

18.08.10 10:35


Door de transparante voorgevel van het BBC Music Centre kun je het orkest vanaf de straat zien repeteren en optreden.

De repetitieruimte van het Sandvika Cultural Center steekt prominent uit, zodat de stad ziet hoe de acteurs hun nieuwe voorstelling voorbereiden.

63

Beyond the black box_FA.indd 63

18.08.10 10:35


EXPLORE

Eyebeam leidt haar bezoekers afwisselend door ateliers en hieraan gelieerde tentoonstellingsruimten. Makers en consumenten komen zo gegarandeerd met elkaar in aanraking.

te nemen. In een 23 meter hoge glazen toren die de zes verdiepingen van het museum doorsnijdt, worden reservecollecties bewaard en als het ware tentoongesteld, zonder dat ze direct toegankelijk zijn. Door het glas zien wij als bezoekers honderden objecten keurig geordend in kasten en we beseffen dat er nog veel meer zijn dan hier worden getoond. Zo ontdekken we hoe belangrijk depots eigenlijk zijn: ze vormen het tastbare geheugen van een land of cultuur. Onder de naam open depot of presentatiedepot ontsluiten sommige musea voorzichtig hun opslagruimten voor het publiek. Dit is aanlokkelijk voor bezoekers, want een depot roept vaak het gevoel van een zolderkamer of geheime schatkamer op: spannend, verrassend en intrigerend. Tentoonstellingen bestaan uit door curatoren geselecteerde kunstwerken, maar in het depot bevindt zich de hele collectie en we kunnen hierin als bezoeker onze eigen interessen volgen. Zo treffen de bezoekers van Museum Liaunig in Neuhaus al bij de ingang het presentatiedepot aan, waar ze op eigen gelegenheid door de kunstwerken kunnen ‘bladeren’. Open depots bevinden zich nog in een experimentele fase, waarbij de aanpak heel verschillend kan zijn. Het ene museum kiest voor

onopgesmukte ruimten met flexibele opbergsystemen, zoals schuifwanden die je kunt uittrekken om objecten te bekijken. Het andere ontwerpt een apart, publieksvriendelijk depot. Het Museum of Archeology in Vancouver bijvoorbeeld geeft je een gevoel van ontdekking mee: bezoekers kunnen er ladekasten opentrekken om de verborgen objecten te ontwaren. In een prijsvraaginzending voor een National Music Center in Calgary wordt zelfs een ‘levend depot’ voorgesteld van kleine kamers met muziekinstrumenten, die we zelf kunnen bespelen. Dit depot wordt bovendien gepresenteerd als een spectaculaire wand van doorzichtige opslag- en oefenkamers die de centrale atriumfoyer in tweeën deelt. Soms is een open depot niet in het museum gevestigd, maar elders, wat bij een nieuw te bouwen museum dus een essentiële ontwerpkeuze is. Het Nederlands Architectuurinstituut in Rotterdam opende onlangs elders in de stad een speciaal ontworpen, publieksvriendelijk en knaloranje open depot waar gebouwmaquettes kunnen worden bekeken. Een opzichzelfstaand voorbeeld is het Schaulager in Basel, een compact, als museum vormgegeven depot, waar de kunstwerken worden bewaard én kunnen worden

64

Beyond the black box_FA.indd 64

18.08.10 10:35


Het ‘levend depot’ in het National Music Center is een doorzichtige wand van opslag- en oefenkamers met muziekinstrumenten die je zelf kunt bespelen.

Bezoekers van Museum Liaunig kunnen in het presentatiedepot op eigen gelegenheid door de kunstcollectie ‘bladeren’.

65

Beyond the black box_FA.indd 65

18.08.10 10:35


EXPLORE

Het Nederlands Architectuurinstituut heeft een knaloranje, publieksvriendelijk open depot, speciaal ontworpen om gebouwmaquettes te bekijken.

In het Collectiegebouw van Museum Boijmans Van Beuningen, een openbaar depot met restaurant en expositieruimte, kunnen ook private verzamelaars hun collecties onderbrengen en tonen.

66

Beyond the black box_FA.indd 66

18.08.10 10:35


bezichtigd, terwijl ze toch geen expositie vormen. Hier leiden de kunstwerken hun eigen leven, zonder in dozen te hoeven wachten op een publieke presentatie. Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam ten slotte bedacht een Collectiegebouw als apart open depot, in het museumpark naast het bestaande museum. Dit gebouw is als publiek-private samenwerking bedoeld voor het museum ĂŠn voor particuliere verzamelaars. Het particulier verzamelen neemt de laatste jaren een hoge vlucht, waardoor het museum kans ziet om met een open depot deze verzamelaars aan zich te verbinden. Naast het gebruik van dit depot door het museum zelf, kunnen verzamelaars er faciliteiten en kennis van het museum als dienst inkopen, zoals de opslag van hun collectie of het opstellen van een bruikleencontract. Verder kunnen ze hier hun collectie presenteren. Het Collectiegebouw heeft dan ook een representatieve functie en is deels toegankelijk voor het publiek. Bovenop het gebouw wordt een restaurant met een beeldentuin gerealiseerd, als het ware een nieuw verhoogd museumpark boven het bestaande museumpark.

In Schaulager, een als museum vormgegeven depot, leiden de kunstwerken hun eigen leven, zonder in dozen te hoeven wachten op een tentoonstelling.

67

Beyond the black box_FA.indd 67

18.08.10 10:35


EXPLORE

GEBOUWVERRIJKING Musea en theaters van veelzijdigheid Nog niet zo lang geleden, in de verzuilde wereld van begin vorige eeuw, was kunst een eenvoudig begrip. Het was duidelijk wat men eronder verstond (highbrow en lowbrow bestonden nog niet) en waarvoor het diende (kunst was goed voor je). Fast forward naar begin 21ste eeuw is er van deze helderheid weinig overgebleven. Een handjevol zuilen heeft plaatsgemaakt voor een cocktail van levensstijlen. Het begrip en de beleving van wat we inmiddels cultuur zijn gaan noemen zijn uitgewaaierd tot een veelvoud van mogelijkheden en opvattingen. Alles lijkt cultuur en alles kan. Door onze veranderde cultuurperceptie beschouwen we musea en theaters niet meer als de nobele opvoeders die ze ooit waren. De zoektocht naar hun nieuwe rol is volop gaande. Moeten musea en theaters zichzelf als capsules presenteren, waar afzondering en concentratie voor een nog intensere cultuurervaring zorgen? Of moeten ze zichzelf als een pretpark beschouwen, waar vermaak, reuring en commercie de beleving bepalen? Een van de belangrijkste opgaven voor veel musea en theaters is de veelzijdigheid van hun gebouw te vergroten, zonder hun diepgang kwijt te raken. 68

Beyond the black box_FA.indd 68

18.08.10 10:35


68 68 69

Beyond the black box_FA.indd 69

18.08.10 10:35


EXPLORE Gebouwverrijking

DE OPGAVE Een rijker en gevarieerder cultuurbezoek Winkels, stations en ziekenhuizen ontpoppen zich steeds vaker als locaties waar meer mogelijk is dan alleen kopen, reizen of genezen. Ook musea en theaters stellen zichzelf de vraag of ze willen verbreden of prettig sober willen blijven. Er zijn er steeds minder die een monofunctioneel gebouw kunnen en willen bieden dat zich uitsluitend op voorstellingen en tentoonstellingen richt. Bezoekers verwachten meer en meer een mengvorm van cultuur beleven, eten en drinken, verblijven, ontmoeten, kopen, ontspannen en andere activiteiten. Sommige musea en theaters spelen hier, vaak nog voorzichtig, al op in. Een museum- en theaterbezoek bestaat grotendeels uit langdurig en geconcentreerd kijken en luisteren. Hoe leuk dit ook is, het vergt een serieuze inspanning van ons als bezoekers. Musea en theaters die hun programmering verbreden en verdiepen met andersoortige activiteiten en voorzieningen kunnen de kijk- en luisterervaring al snel veelzijdiger en (ont)spannender maken. Denk aan een filmtheater, een winkel, workshops of events, die als afwisseling of aanvulling gelden op de tentoonstelling en voorstelling. Dit geeft het cultuurgebouw meer reuring, maakt het aantrekkelijker voor een groter en meer divers publiek en leidt ertoe dat bezoekers er gemakkelijker een hele middag of avond doorbrengen. Als deze extra activiteiten en voorzieningen aansluiten op de programmering (denk aan gefilmde interviews met de regisseur van een optredend gezelschap of een menukaart die aansluit bij de tentoonstelling), dan versterkt het deze ook nog eens inhoudelijk.

BEST PRACTICES Café, restaurant en winkel: de klassiekers in het museum en theater Niemand kijkt meer op van een café, een restaurant of een winkel in het museum of het theater. Het zijn de klassiekers. Maar het is nog zeker noemenswaardig als het ontwerp of zelfs het aanbod van de horeca en retail ook echt bij het museum of theater aansluiten of hierin opgaan. Zoals in het Porsche Museum in Stuttgart waar je vanuit het café uitkijkt op de werkplaats van het museum waar aan oude Porsches wordt gesleuteld. Recent kiezen sommige musea en

Een eigen gebouw met aparte ingang en etalage maakt de winkel van het Graphic Design Museum autonomer en zichtbaarder.

theaters voor een zelfstandig(e) café, restaurant of winkel. Zonder het museum of het theater de rug toe te keren, ontwikkelen ze zich als opzichzelfstaande plekken, met een eigen identiteit en uitstraling. Zo zijn restaurant Gember in het GEM/Fotomuseum in Den Haag en de café-wijnbar en het restaurant in het Wereldmuseum in Rotterdam vrij toegankelijk en hebben ze eigen openingstijden, los van die van de musea. De winkel van het Graphic Design Museum in Breda is gehuisvest in een afzonderlijk gebouwdeel, met een aparte ingang en een transparante etalage aan de straatkant, waardoor het naar buiten toe een eigen gezicht heeft. Dit soort keuzen maken de horeca of de winkel in een cultuurgebouw zichtbaarder, laagdrempeliger en meer de moeite waard voor de niet-bezoeker. Haaks op verzelfstandiging, staat de samensmelting van het café, het restaurant of de winkel met de foyer van het museum of theater. Goed ontworpen, levert dit een hybride verblijfsruimte op, waar ontmoeten, eten, drinken, afspreken, winkelen en napraten prettig samengaan. Zo zijn in de Stadsschouwburg in Amsterdam het café, het restaurant en de foyer samengevoegd tot één gedifferentieerde omgeving.

70

Beyond the black box_FA.indd 70

18.08.10 10:35


Deze mengvorm zorgt voor levendigheid, afwisseling en een informele sfeer, hetgeen belangrijke ingrediënten zijn voor cultuurgebouwen die ons uitnodigen tot een slow stay (zie pagina 38). In het Palais de Tokyo in Parijs liep in de beginjaren het restaurant naadloos over in de tentoonstellingsruimten: het was alsof je in de zaal dineerde. In het Cobra Museum in Amstelveen kan daadwerkelijk (bij verhuur weliswaar) gegeten worden in de zaal, tussen de kunstwerken. Is dit de ultieme versmelting van horeca en expositieruimte? Overnachten in een kunstwerk Van restaurant naar hotel lijkt een logische stap, maar overnachten in een museum of theater is (ook in Nederland) een zeldzaamheid. Theaterhotels, zoals die in Almelo of Roermond, zijn meer hotel dan theater en houden de theatrale en de verblijfservaring ruimtelijk sterk gescheiden. Een klein aantal kunstmusea heeft wel eens als hotel gefungeerd. Vaak gaat het om één of een klein aantal tijdelijke, kleinschalige en conceptuele hotelkamers. Neem bijvoorbeeld de reizende eenkamer-capsule Hotel Everland, die steeds enkele maanden op een dak van

De samensmelting van café, restaurant, foyer en winkel in de Stadsschouwburg Amsterdam nodigt meer uit tot een slow stay.

71

Beyond the black box_FA.indd 71

18.08.10 10:35


EXPLORE Gebouwverrijking

een museum ‘verblijft’ en dan weer doorreist. Of Carsten Höller’s Revolving Hotel Room in een tentoonstellingszaal van het Museum Boijmans Van Beuningen , waar deze onderdeel uitmaakte van een expositie. Met een privébutler tot je beschikking mocht je hier een nacht in het museum slapen en ronddwalen. Een paar in het groen gelegen destinatiemusea bieden hun bezoekers ook permanent slaapplekken aan. Zo kun je in het park van de Verbeke Foundation in Kemzeke een nacht doorbrengen in de casAnus van Joep van Lieshout, een uitvergroting van het menselijke spijsverteringstelsel als sculptuur, of zelf een tent opzetten in de campingflat van Kevin ter Braak. De grens tussen kunstwerk en hotelovernachting is hiermee verdwenen. Het dichtst bij een nacht in het museum komt Benesse House op het Japanse eiland Noashima, waar de hotelkamers permanent zijn geïntegreerd in het museumgebouw en aan de muur werken uit de collectie van het museum hangen. Hotelgasten mogen hier dag en nacht in het museum en het omringende park rondwandelen en kunnen in het restaurant ontbijten, lunchen en dineren.

In de campingflat van de Verbeke Foundation kun je zelf je tent opzetten en verdwijnt de grens tussen kunstwerk en hotelovernachting.

72

Beyond the black box_FA.indd 72

18.08.10 10:35


Een openluchtfilmtheater op het dak verrijkt de tentoonstellingsprogrammering van het Museum of Image and Sound.

Events in de foyer van het Guggenheim beperken de culturele ervaring niet tot de zalen, maar verlevendigen het hele gebouw.

73

Beyond the black box_FA.indd 73

18.08.10 10:36


EXPLORE

In BMW Welt kun je onder het toeziend oog van andere museumbezoekers je nieuwe auto ophalen en het eerste ritje maken.

De juiste plek voor randprogrammering Sommige musea en theaters organiseren rondom hun tentoonstellingen en voorstellingen een bont activiteitenpalet – van concerten, debatten en films tot eendaagse videoworkshops en de taxatie van schilderijen door een veilinghuis. Vaak wordt dit randprogrammering genoemd, een oneerbiedige term die een hiërarchie suggereert die er niet altijd meer is. Randactiviteiten zijn tegenwoordig soms zelfs interessanter en populairder dan de tentoonstellingen en voorstellingen zelf. Als zo’n programmering goed wordt uitgevoerd, maken ze het museum of theater een spannender, socialer en dynamischer place to be. Ze staan daarom steeds vaker op zichzelf, als zelfstandig event op een doordeweekse avond of maandelijks op een weekenddag, met begeleidende muziek, een bar of lounge. Randprogrammering kan overal in het museum of theater worden gerealiseerd, al dan niet in speciaal hiervoor ontworpen ruimten. Nieuwgebouwde musea beschikken steeds vaker over een aparte film- en theaterzaal in hun gebouw – de black box als verrijking van de white cube. Het winnende prijsvraagontwerp voor het Museum of Image and Sound in Rio de

Janeiro kiest voor een openluchtfilmtheater op het dak. Vice versa zijn er nog nauwelijks theaters die hun gebouw met een white cube verrijken door een tentoonstellingsruimte toe te voegen, of hun gebouw als zodanig te gebruiken. Toch ligt hier voor hen een kans om iets tastbaarders aan te bieden als pendant voor het vluchtige van de voorstelling. Waarom geen foto-expositie van de artiest die volgende maand optreedt of een tentoonstelling van (schetsen van) het decor en de kostuums? Misschien wel de meest interessante plek voor randprogrammering is de foyer. Overdag of ‘s avonds, voor, na of tijdens het bezoek, is het de plek in het museum of theater waar allerlei activiteiten kunnen plaatsvinden, van een (korte) voorstelling of talkshow tot installaties en een feest. Het Van Gogh Museum in Amsterdam bijvoorbeeld organiseert zijn wekelijkse vrijdagavondactiviteiten in de foyer en in het Guggenheim in New York zijn vele events op de begane grond van de rotunda. Het creëert levendigheid in het hele gebouw en beperkt de culturele ervaring niet tot de zalen zelf. De foyer is doorgaans niet met dit doel ontworpen, maar leent zich er, met enige improvisatie, vaak wel voor.

74

Beyond the black box_FA.indd 74

18.08.10 10:36


Met de reizende eenkamer-capsule Hotel Everland kan een museum enkele maanden als hotel fungeren.

75

Beyond the black box_FA.indd 75

18.08.10 10:36


EXPLORE Gebouwverrijking

Bij nieuwe gebouwen, zoals het de Young Museum in San Francisco, zien we dat de foyer van meet af aan zo is ontworpen dat deze mogelijkheden biedt voor een optreden, een café en een hang- en loungeplek. Met een spannende randprogrammering, goede horeca en een bijzonder, comfortabel interieur, zouden deze foyers voor velen wel eens de favoriete plek van het museum of theater kunnen worden. Ouders met kinderen: kunst kijken en kunst maken Kinderen en jongeren bezoeken vaak in schoolverband een museum of theater, maar ouders met kinderen laten zich er juist relatief weinig zien. Het is een kip-en-eivraag: zijn gezinnen niet geïnteresseerd en besteden musea en theaters daarom relatief weinig aandacht aan ze, of komt deze doelgroep weinig omdat ze niet goed worden bediend? Wil het museum of theater deze bezoekers wel aantrekken, dan vergt dit extra activiteiten (ter lering en vermaak) én voorzieningen (voor comfort en verzorging). Zo is het Nieuwland Erfgoedcentrum in Lelystad een van de weinige, zo niet het enige museum in Nederland, met een crèche. Terwijl hier op de allerkleinsten wordt gelet, kunnen ouders

(en de rest van het gezin) de tentoonstelling bekijken. In het buitenland zien we meer musea die zich met speciale activiteiten en een bijzondere locatie in het gebouw focussen op kinderen en gezinnen. Palais de Tokyo in Parijs kent onder de naam Tok-Tok een speciale afdeling voor kinderen, waar ze hedendaagse kunst ontdekken en hiermee spelen. Het Louisiana Museum in Humlebæk biedt in een aparte vleugel onderdak aan The Children’s Wing. Hier introduceert het museum op een verbeeldingsrijke manier moderne kunst aan kinderen en jongeren en laat hen nadenken over symboliek en ideeën. Het museum geeft ook workshops over materialen en technieken aan families. Met deze activiteiten overschrijdt het museum op een serieuze manier de grens van passief en actief: niet alleen kijken in het museum, maar ook zelf iets maken. Voorbij de klassiekers Naast horeca, een winkel, een crèche of een filmtheater zijn er ontelbare andere mogelijkheden om het museum- of theatergebouw te verrijken. Van een kijk- en luisterstudio (Museum of Television and Radio in New York), een trouwkamer (Groninger Museum) tot een

Palais de Tokyo heeft een crèche en activiteitenruimte voor kinderen, waar ze hedendaagse kunst ontdekken en hiermee spelen.

76

Beyond the black box_FA.indd 76

18.08.10 10:36


In een kunstzinnige voetbalkooi op de binnenplaats van Museum Boijmans Van Beuningen mogen bezoekers en voorbijgangers een balletje trappen.

sauna (Benesse House op Naoshima). De mogelijkheden worden sterk bepaald door wat vanuit de missie en programmering van het museum of theater een logische en bijzondere toevoeging is. In het ‘museum’ BMW Welt in München is een showroom en een afhaalpunt, waar je onder het toeziend oog van andere museumbezoekers je nieuwe auto kunt ophalen en je door het gebouw heen de eerste rit naar buiten maakt. Of waarom zou een museum of theater niet met een voorziening voor omwonenden van betekenis zijn voor de buurt? Het kunstcentrum Centquatre in Parijs stelt aan iedere buurtbewoner die een artistieke activiteit organiseert een atelier ter beschikking tegen een laag uurtarief. Net zo goed kan een museum of theater, zoals Centquatre dat ook doet, onderdak bieden aan kunstenaars en artiesten en zo van zijn gebouw een plek maken waar ook wordt geproduceerd (zie pagina 62). Commerciëlere voorzieningen, anders dan een museumwinkel, zijn ook mogelijk, maar komen nog nauwelijks voor. De initiële plannen voor het Wereldmuseum in Rotterdam repten over een reisbureau in het museum. De focus van dit museum op verre

landen en vreemde culturen maakte het tot een interessant, maar helaas niet gerealiseerd voorstel. In een prijsvraaginzending voor een legermuseum in Amsterdam Nieuw-West werd voorgesteld om er ook een dumpstore en een recruitmentstore te vestigen. Een prikkelende gedachte, waarmee een legermuseum zich direct in de commercie en actualiteit zou plaatsen die ook bij het leger horen. Apollo van Olaf Nicolai en Thonik bij Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam ten slotte herinnert ons eraan dat musea zich ook kunnen verbreden in de richting van dagrecreatie. In deze speciaal voor de binnenplaats van het museum ontworpen voetbalkooi kunnen bezoekers en voorbijgangers een balletje trappen. De bewegingen van de spelers, gereflecteerd in de spiegels van de kooi, creëren een stroboscopisch effect. Het is een bescheiden maar ludiek voorbeeld op het snijvlak van kunst en sport, dat een heel andere, verrassende kijk geeft op het museumbezoek. Het smaakt naar meer.

77

Beyond the black box_FA.indd 77

18.08.10 10:36


EXPLORE

UITERLIJK VERTOON

Een museum en theater met een gezicht Wie voor de Notre-Dame in Parijs staat, aanschouwt met eigen ogen dat het kerkgebouw in de middeleeuwen een belangrijke drager van verhalen was. Letterlijk, want de glas-in-loodramen en het beeldhouwwerk aan de muren verbeelden nauwgezet de Bijbelse verhalen. De kerk droeg zo op inventieve manier haar boodschap over op de vaak analfabetische kerkgangers. De verbeelding van Bijbelse personages in glas en steen maakte het kerkbezoek nog meer tot een esthetisch-religieuze ervaring. Anno nu behoren musea en theaters tot de belangrijkste plekken waar we onze verhalen kunnen overdragen. Maar wie voor hun vaak functioneel vormgegeven gebouwen staat, ziet hier weinig van. Zonder terug te willen naar de letterlijke verbeelding van de middeleeuwen, kunnen we ons wel afvragen of musea en theaters hun gebouwen niet beter kunnen uitbuiten om hun verhaal uit te dragen. De mogelijkheden hiertoe zijn er inmiddels volop. Zijn de gevels van cultuurgebouwen voor veel kunstenaars en artiesten niet een ultiem podium?

78

Beyond the black box_FA.indd 78

18.08.10 10:36


79

Beyond the black box_FA.indd 79

18.08.10 10:36


EXPLORE Uiterlijk vertoon

DE OPGAVE Het museum- en theatergebouw als medium Een bijzonder vormgegeven cultuurgebouw is al een verhaal op zich. Maar we kunnen musea en theaters ook bewust ontwerpen om wat binnen gebeurt buiten beter zichtbaar te maken. De gevel als gezicht naar de buitenwereld. Een nieuwe generatie kunstenaars, artiesten, architecten en marketeers is opgegroeid met beeldcultuur, nieuwe media, technologie en out-of-the-box ondernemerschap. Zij zoeken voortdurend naar andere manieren van presenteren dan alleen via de geijkte podia en media. Niet alleen in een black box of white cube, maar ook op een iPhone, op het vliegveld of op een gebouw. De gevel van musea en theaters is voor deze generatie dan ook een krachtig en eervol platform. Jezelf profileren en aandacht genereren zijn in de competitieve vrijetijdsmarkt steeds belangrijker. Veel musea en theaters voelen daarom ook de drang om duidelijk(er) zichtbaar te zijn. Het gebouw biedt hiertoe een uitgelezen kans. Het is immers de meest primaire vorm van marketing: met zijn fysieke verschijning bereikt een museum of theater een potentieel bezoekerspubliek van voorbijgangers en omwonenden. Daarmee biedt het gebouw een mogelijkheid om te laten zien wie je bent en waar je voor staat, ook – of misschien wel juist –buiten de openingstijden. Permanent of tijdelijk, digitaal of analoog, groots of subtiel: het museum- en theatergebouw kan op allerlei manieren worden ingezet als drager van informatie en kunst. Hoe markanter en geslaagder de gevelpresentatie, des te groter de uitstraling en aantrekkelijkheid van het gebouw (en vaak ook van zijn omgeving).

aan de verlichte, theatrale gevel van het Oude Luxor in Rotterdam. Zijn, met alle digitale media, stoffen banieren en papieren billboards niet achterhaald? Integendeel, ze zijn effectief en kleuren het straatbeeld. Het is dan ook opvallend hoe weinig deze in Nederland worden gebruikt, ook al lenen sommige musea en theaters zich er prima voor. Ook zonder banieren en billboards kan het museum of theater zichzelf als informatiedrager inzetten. Musée du quai Branl y, gelegen in een langgerekt park in het centrum van Parijs, houdt met een lange ronde glasgevel tussen park en trottoir de hectiek van de straat op afstand. Deze gevel wordt tegelijkertijd inventief gebruikt om voorbijgangers te informeren over het museum en de tentoonstellingen. Fondation Cartier in Parijs beschikt ook over een losse glasgevel vóór zijn gebouw, die soms zelfs wordt benut als tentoonstellingsruimte. Bij een expositie over graffiti fungeerde deze als bont bekladde schutting – een beter voorproefje vanaf de straat is niet denkbaar.

Musée du quai Branly gebruikt zijn langgerekte glasgevel inventief om voorbijgangers te informeren over het museum en de tentoonstellingen.

BEST PRACTICES Banieren, billboards en reuzenagenda’s Het behangen van gevels met banieren en billboards is voor musea en theaters een beproefde manier van promotie. Levensgrote flyers aan de muren – hoe groter, hoe imposanter – kondigen nieuwe voorstellingen en tentoonstellingen aan. Het meest aantrekkelijk zijn die promotiemogelijkheden die in het gebouw opgaan of die al in het ontwerp zijn opgenomen. Denk aan de lange, verticale banieren in de dichte ramen van de Nieuwe Kerk in Amsterdam of 80

Beyond the black box_FA.indd 80

18.08.10 10:36


De prominente, verlichte gevel is een stijlvolle en in het gebouw ge誰ntegreerde vorm van marketing van het Oude Luxor.

81

Beyond the black box_FA.indd 81

18.08.10 10:36


EXPLORE

Fondation Cartier beschikt over een losse glasgevel v贸贸r zijn gebouw, die ook kan worden benut als tentoonstellingsruimte

82

Beyond the black box_FA.indd 82

18.08.10 10:36


Centre Pompidou bedacht een reuzenagenda, door de dagelijkse activiteiten levensgroot op het plein voor zijn gebouw te schrijven.

Ant. endientem con sid suntem ad contem intimus esceris estelin terficae nu vivem, dem, vidii consuliamdi sa omnerra Als aankondiging van een expositie over graffiti werd de glasgevel van Fondation Cartier door straatkunstenaars bewerkt.

83

Beyond the black box_FA.indd 83

18.08.10 10:36


EXPLORE

Lichtprojecties maken van het Museum of Contemporary Art een futuristisch sprookjeskasteel.

Het Centre Pompidou in Parijs toonde zich vindingrijk door van het plein voor zijn gebouw een reuzenagenda te maken, met de dagen van de maand, inclusief de activiteiten, levensgroot op de grond geschreven. Dit zijn de speelse, kunstzinnige vormen van profilering die je van een museum of theater mag verwachten. Een oplichtend museum en een nasmeulend theater Nieuwe materialen en lichttechnologie maken van het museum- en theatergebouw steeds vaker een lichtbaken of beeldscherm. Bij gevelprojecties worden op het gebouw in het donker lichtbeelden vertoond, vaak in de vorm van tijdelijke kunstprojecten. Dit is eerder gedaan door het Museum of Contemporary Art in Sydney en de Hamburger Kunsthalle, die zich als wit kubusgebouw goed als projectvlak leent. Het tijdelijke, grootschalige en evenementachtige karakter van deze projecties trekt vaak gemakkelijk de aandacht van publiek en media. Musea en theaters die zo zijn ontworpen dat ze in het donker oplichten, kunnen zich permanenter manifesteren. Zoals het Lentos Art Museum in Linz dat ’s avonds nog lijkt na te smeulen van de bedrijvigheid overdag, of concertzaal/congrescentrum El Kursaal in San

Sebastian, waar het lijkt alsof er de hele nacht wordt gewerkt of gefeest. Hun zichtbaarheid op een moment dat de rest van de omgeving grotendeels donker is, draagt bij aan de mentale aanwezigheid van het museum of theater bij de inwoners en de bezoekers. Naast El Kursaal is het Koncerthuset in Kopenhagen een van de weinige andere theaters die zijn gevels inzet. Op deze gigantische donkerblauwe kubus, met een hoogte van 45 meter, worden in het donker reusachtige stilstaande beelden van de podiumkunsten geprojecteerd. Een abstracte verbeelding van wat er ‘s avonds binnen gebeurt. Het Kunsthaus Bregenz , een bij daglicht transparante en in het donker melkachtige glazen kubus, is nog veelzijdiger. Overdag kunnen achter het glas kunstprojecten worden gepresenteerd en ’s avonds kan de gevel in verschillende kleuren gloeien of als reusachtig videoscherm dienen. Het museum en theater binnenstebuiten gekeerd Goede ‘gevelprogrammering’, door het gebouw permanent als platform te benutten voor de presentatie van bijzondere kunstprojecten, vergt allereerst een sterke visie van het museum of theater op wat het wil laten zien en waarom. Maar ook de architect speelt een belangrijke rol: hij moet hiermee bij het

84

Beyond the black box_FA.indd 84

18.08.10 10:36


Het witte kubusgebouw van de Hamburger Kunsthalle vormt het ideale podium voor een nachtelijk lichtevenement.

De oplichtende gevel van El Kursaal verandert de concertzaal elke nacht in het lichtbaken van de stad.

85

Beyond the black box_FA.indd 85

18.08.10 10:36


EXPLORE Uiterlijk vertoon

gebouwontwerp rekening houden. Dit hoeft niet direct tot een complex ontwerp te leiden, getuige de kracht en de eenvoud van de witte gevel van het museumdepot Schaulager in Basel (zie ook pagina 64). Deze indrukwekkende witte vlakken doen aan als een meer dan levensgrote museummuur met schilderijen. Het is een ultiem visitekaartje voor het museum, hoewel misschien niet direct voor de vrachtwagenchauffeurs die de voornaamste passanten zijn van het op een industrieterrein gelegen museum. Een locatie midden in de stad doet logischer aan, zeker met een aangezicht als dat van het Kunsthaus Graz . Hier fungeert de spectaculaire donkerblauwe ballongevel van het museum ook als een lage-resolutiescherm. In het voorbijgaan zien we tekens, animaties, alfabetten en andere graphics over het gebolde scherm rollen. De gevel vormt zo een podium voor steeds wisselende kunstprojecten. Dat geldt ook voor het Museion in Bolzano, dat is ontworpen als ‘open’ museum. De naar binnen gevouwen voor- en achtergevel zijn grotendeels transparant, zichtbaar op grote afstand en veranderen ‘s nachts in projectievlakken, waarop nieuwe kunstwerken worden gepresenteerd.

Op de kubus van het Koncerthuset worden ‘s avonds stills van podiumkunsten geprojecteerd als verbeelding van wat er binnen gebeurt.

86

Beyond the black box_FA.indd 86

18.08.10 10:37


De gevel van het Kunsthaus Bregenz kan overdag als glazen decor dienen voor kunstprojecten en ´s avonds als reusachtig videoscherm.

87

Beyond the black box_FA.indd 87

18.08.10 10:37


EXPLORE Uiterlijk vertoon

Een van de weinige theaters die ook zijn gevel wilde gebruiken ĂŠn verder wilde gaan, was het BBC Music Centre in Londen (het ontwerp werd uiteindelijk niet gerealiseerd). In het ontwerp van deze concertzaal moest transparantie als een van de belangrijke waarden van de BBC tot uitdrukking komen. Dit leidde tot een egale voorgevel die fungeert als uitzendvlak, waarop dag en nacht kleurenbeelden worden geprojecteerd. De patronen van deze beelden verspringen op basis van de toonhoogte, het ritme en het volume van de muziek die binnen op het podium wordt gespeeld. De gevel vormt zo een levend membraan tussen de concertzaal en de buitenwereld.

88

Beyond the black box_FA.indd 88

18.08.10 10:37


De indrukwekkende witte gevels van het Schaulager doen aan als een meer dan levensgrote museummuur.

89

Beyond the black box_FA.indd 89

18.08.10 10:37


EXPLORE

De als uitzendvlak ontworpen gevel van het BBC Music Centre vormt een levend membraan tussen de concertzaal en haar omgeving.

Een lage-resolutiescherm scherm maakt van de spectaculaire donkerblauwe ballongevel van het Kunsthaus Graz een publiek podium voor wisselende kunstprojecten.

90

Beyond the black box_FA.indd 90

18.08.10 10:37


De naar binnen gevouwen voor- en achtergevel van het Museion veranderen ´s nachts in projectievlakken, waarop nieuwe kunstwerken worden gepresenteerd.

91

Beyond the black box_FA.indd 91

18.08.10 10:37


EXPLORE

BINNENSTEBUITEN De omgeving als culturele etalage

Een zaterdag in een willekeurige Nederlandse stad: mensen winkelen, genieten op het terras van hun koffie of biertje, maken hun handen vuil in de tuin of joggen door het park. Het doet aan als een normale Nederlandse weekenddag. Toch valt er iets op en dat is de afwezigheid van cultuur. Vergeleken met sport, horeca of recreatie is culturele vrijetijdsbesteding op straat nauwelijks zichtbaar. Het meeste cultuurbezoek is een doelgerichte binnenactiviteit. Dat is deels onontkoombaar, omdat voor veel tentoonstellingen en voorstellingen een afgeschermde zaal nodig is. Maar het is ook het gevolg van hoe onze musea en theaters worden ontworpen. Terwijl de horeca een herkenbare en aantrekkelijke aanblik geniet dankzij de terrassen, zijn de omstreek en uitstraling van cultuurgebouwen vaak weinig cultureel. Kunnen musea en theaters hun omgeving niet zo vormgeven dat ze er openbare voorpret bieden voor hun voorstellingen en tentoonstellingen?

92

Beyond the black box_FA.indd 92

18.08.10 10:37


93

Beyond the black box_FA.indd 93

18.08.10 10:37


EXPLORE

Bezoekers en voorbijgangers gebruiken het plein van Centre Pompidou om het gebouw en optredende artiesten te bewonderen.

DE OPGAVE Musea en theaters buiten de muren Het ontwerp van musea en theaters is sterk gebaseerd op het principe van de afzondering in een black box of white cube. Cultuurgebouwen hebben daarom dikwijls blinde gevels, die ze op ondoordringbare bastions doen lijken, vooral voor de minder regelmatige bezoeker. De openbare ruimte eromheen, veelal doorsnee ingericht en weinig doordacht, versterkt dit nog eens. Dat valt ook op bij prijsvragen voor nieuwe cultuurgebouwen: artist impressions tonen een vaak kale vlakte rondom het museum of theater waar enkele mensen vrolijk maar doelloos rondlopen. Moeten we ons druk maken om de omgeving van musea en theaters? Ja, want het bepaalt hun uiterlijk en dus hoe de buitenwereld ze waarneemt. De contreien van musea en theaters vormen bovendien een kans om als het ware een publieke etalage of cultureel recreatiegebied te creĂŤren, waar (potentiĂŤle) bezoekers worden verleid tot een (langer) verblijf. Een prettige en prikkelende periferie stimuleert immers de nieuwsgierigheid en maakt het museum en theater attractiever en laagdrempeliger. Zeker als mensen

rondom het gebouw, spontaan of gepland, voor of na het bezoek, vertoeven, napraten, van het gebouw of het uitzicht genieten of naar een straatkunstenaar kijken. Een belangrijke opgave voor musea en theaters is daarom de inspiratie, de verwondering of het plezier van het cultuurbezoek buiten hun gebouw al zichtbaar en voelbaar te maken. Als de omgeving van het cultuurgebouw net zo bruist en inspireert als binnen, is het gebouw bovendien een katalysator voor de openbare ruimte.

BEST PRACTICES Het plein als onderdeel van het cultuurgebouw Het plein is een klassieke vorm van openbare ruimte. Werd het vroeger vaak gebruikt als marktplaats, tegenwoordig doet het vooral dienst als openbare verblijfsplek waar mensen elkaar ontmoeten en bekijken, waar ze uitrusten en vermaakt worden. Ondernemende musea en theaters positioneren zich daarom op of naast een plein en benutten dit als aanvulling op het cultuurbezoek. Dat kan door het ontwerp van het plein af te stemmen op het gebouw of omgekeerd door het plein met activiteiten te

94

Beyond the black box_FA.indd 94

18.08.10 10:37


‘bespelen’. Beide gebeuren nog weinig (op een goede manier), met het opzichzelfstaande en al jaren ongebruikte Rotterdamse Schouwburgplein als worst case. Het goede voorbeeld gaf het Centre Pompidou in Parijs al in de jaren zeventig, met een plein dat de vervallen buurt revitaliseerde. Het verdiepte en licht hellende vlak doet hier dienst als tribune vanwaar bezoekers de bijzondere constructie, de installaties en de gevel van het imposante cultuurcentrum kunnen bewonderen. Tegelijkertijd fungeert het plein hierdoor als intieme en natuurlijke locatie waar bezoekers elkaar ontmoeten en artiesten optreden.

Het vrije uitzicht, en de schittering en het klotsen van het water zijn onlosmakelijk verbonden met het Institute of Contemporary Art.

Een plein hoeft niet per se vóór of naast een gebouw te liggen, maar kan er ook een plek middenin krijgen. Door de verschillende ruimten van een museum of theater (zoals de zaal, de bibliotheek, de horeca en de kantoren) ruimtelijk uit elkaar te trekken, ontstaan meerdere gebouwdelen met elk een eigen profiel en dynamiek. Door deze rondom een middenruimte te scharen, ontstaat een plein dat als een uitnodigende verblijfsomgeving kan dienen. Het Kunsthaus Bregenz in Oostenrijk heeft een eenvoudige, maar effectieve

Het Kunsthaus Bregenz creëerde een intiem plein met horeca door zijn kantoren in een apart gebouw tegen de expositievleugel aan te scharen.

95

Beyond the black box_FA.indd 95

18.08.10 10:37


EXPLORE Binnenstebuiten

scheiding aangebracht, door de horeca en de hierboven gelegen kantoren, los van de expositievleugel, in een apart gebouw aan hetzelfde plein te situeren. In een prijsvraaginzending voor het Arctic Cultural Center in Hammerfest zijn de podiumzalen, de studio’s en de oefenruimten ook zodanig verhoogd en op afstand van elkaar geplaatst dat er een bijzondere openbare ruimte onder en tussen de gebouwdelen ontstaat. Het theater is met deze configuratie niet zozeer één massieve constructie, maar vormt een omgeving met meerdere, kleinere bouwwerken. Lichtkieren tussen de zalen en de hiertussen hangende dansstudio’s geven de openbare ruimte eronder een bijzondere lichtval en intimiteit. Een heel ander soort verblijfsruimte ontstaat bij de cultuurgebouwen die worden ingezet om oude havengebieden in Europa en Amerika van identiteit en levendigheid te voorzien. Hierbij worden de kades steeds meer door musea en theaters benut alsof ze pleinen zijn. Bij het Muziekgebouw aan de Oostelijke Handelskade in Amsterdam en, sterk vergelijkbaar, bij het Institute of Contemporary Art in het Seaport District in Boston, zijn de waterkanten met de gebouwen mee-ontworpen. De kades zijn vormgegeven als plezierige verblijfsruimten met trappen, houten dokken en terrassen, waar het goed toeven is. Het vrije uitzicht, de schittering en het klotsen van het water, en de horeca zijn onlosmakelijk verbonden met een bezoek aan deze cultuurgebouwen. Bij het Skuespilhuset (theater) in de haven van Kopenhagen bieden de houten dokken naast een terras ook een wandelroute rondom het gebouw, wat een prettige, ongedwongen reuring van voorbijgangers oplevert.

Het Arctic Cultural Center bestaat uit meerdere, kleinere bouwwerken, waaronder en waartussen bijzondere openbare ruimte is gecreëerd.

De daken van de Norske Opera & Ballett zijn inmiddels een populaire verblijfsplek voor een picknick of tijdens een zonsondergang.

Bezoekers op het dak Recent ontworpen musea en theaters verwerken steeds vaker verschillende soorten verblijfsruimten – een plein, een terras, een tribune of zelfs een geheel landschap – in of op hun eigen gebouw. De Norske Opera & Ballett in Oslo biedt haar glooiende daken aan als ultieme en inmiddels populaire verblijfsplek voor een picknick of tijdens een zonsondergang aan het water. De toekomstige expositievleugel van het Drents Museum in Assen steekt half boven het maaiveld uit, zodat de verspringende, beplante dakvlakken dragers vormen van een heuvelachtig parklandschap waar bezoekers en niet-bezoekers doorheen kunnen wandelen. In het spectaculaire en vindingrijke ontwerp voor het nieuwe Museo Tamayo in Mexico doet het 96

Beyond the black box_FA.indd 96

18.08.10 10:37


Aan de waterkant bij het Muziekgebouw, vormgegeven als verblijfsruimte met uitzicht, trappen en een terras, is het goed toeven.

Bij het Skuespilhuset vormen de houten dokken een wandelroute rondom het gebouw, wat zorgt voor een prettige, ongedwongen reuring van voorbijgangers.

97

Beyond the black box_FA.indd 97

18.08.10 10:37


EXPLORE Binnenstebuiten

platte dak gelijktijdig dienst als plein, uitzichtpunt én openbare foyer. Bezoekers stappen via dit plein op het gebouw, genieten van het uitzicht en dalen vervolgens af naar het museum. Bij Caixa Forum in Madrid, een museum gevestigd in een voormalige elektriciteitscentrale, is het juist andersom. Hier nestelt het plein, futuristisch vormgegeven als metalen grot, zich onder het gebouw (met de ingang naar boven). Het museum lijkt hierdoor boven het maaiveld te zweven. Als (publieke) ruimte schaars is, kan op deze manier ruimte aan de stad worden teruggegeven. Absurd en intrigerend is ook een prijsvraaginzending voor het Stavanger Konserthus , waarbij het gehele gebouw als tribune is ontworpen en hierdoor binnenstebuiten lijkt te zijn gekeerd. De spectaculaire trapgevels bieden een spannende verblijfsplek en de ultieme verbeelding van de concertzaal binnen. Groen cultuurbezoek Een tuin of park vormt voor een museum of theater een aantrekkelijk alternatief voor een plein. Ze kunnen fungeren als buffer, verblijfsplek of omlijsting van het museum of theater. Vooral in hectische steden kan een natuurlijke oase een welkom rustpunt bieden, afgezonderd van het lawaai en het verkeer, en een verademing zijn tussen het steen en het staal. Zowel het Musée du quai Branly als Fondation Cartier, beide in Parijs, zijn omgeven door een theatrum botanicum. De rust en de schoonheid van deze zorgvuldig vormgegeven stadsnatuur, afgescheiden van de straat met een glazen schutting, zorgt voor een extra geconcentreerd en ontspannen museumbezoek. Ook in Middelburg is het nieuwe theater bewust gepland in een omringend, nieuw stadspark. Met een uitgekiend ontwerp en een hierop afgestemd gebruik van gebouw en omgeving, kunnen het theater en het park elkaar onderling versterken. Ook het eerder genoemde Drents Museum in Assen kiest voor een nieuwe expositievleugel in een landschapspark, dat bestaande tuinen en parken in en om de binnenstad verbindt.

Het dak van het Museo Tamayo doet gelijktijdig dienst als plein, uitzichtpunt én als openbare foyer.

Een categorie op zich zijn musea die gelegen zijn in parken ver van de bewoonde wereld. Een bezoek aan zo’n museum is evenzeer een bezoek aan het park: het afgelegen karakter, de rust en de natuur maken net als de tentoonstelling integraal deel uit van het museum. Museum Belvédère in Heerenveen, gelegen in het landschapspark Oranjewoud, is ontworpen met een fenomenaal uitzicht op het ‘grand canal’ van 98

Beyond the black box_FA.indd 98

18.08.10 10:37


De spectaculaire trapgevels van het Stavanger Konserthus Caixaverblijfsplek Forum bieden een spannende en een ultieme herkenbaarheid als concertzaal.

Bij Caixa Forum nestelt een plein, futuristisch vormgegeven als metalen grot, zich onder het gebouw.

99

Beyond the black box_FA.indd 99

18.08.10 10:38


EXPLORE

Een landschapspark rondom de nieuwe expositievleugel verrijkt en vertraagt straks het bezoek aan het Drents Museum.

het park, de moderne baroktuinen en het Landgoed Oranjewoud. Hier vergt het museumbezoek ook wandelschoenen, om het park, het landgoed en de bossen van Oranjewoud te verkennen, inclusief de uitkijktoren. Wereldwijd zijn Insel Hombroich in Duitsland, het Kröller-Müller Museum in Nederland, de Verbeke Foundation in België en Benesse House in Japan de meest vermaarde parkmusea. Alledrie kiezen ze de relatie tussen mens en natuur, en tussen cultuur en natuur als inspiratie voor hun museumconcept. Ondanks hun uitzonderlijke schaalgrootte en ligging, vormt de manier waarop deze musea hun gebouw met de omgeving laten samenwerken, een vernieuwing die ook relevant is voor kleinschaligere musea en theaters. De randen benutten Een van de grootste uitdagingen voor musea en theaters is de omringende openbare ruimte ook echt te benutten. Dit kan op talloze, creatieve manieren, maar het draait er in essentie altijd om dat het museum of theater zich hier manifesteert of er activiteiten programmeert. Het museum Beelden aan Zee in Scheveningen heeft een deel van zijn beelden geplaatst in de heuvels van de duinkom waarin het ligt. Bezoekers

en voorbijgangers krijgen zo een prachtig voorproefje van wat ze binnen kunnen verwachten. In het metrostation gelegen onder het Royal Ontario Museum in Toronto zijn de steunpilaren vervangen door kopieën van Egyptische sarcofagen en Maya-beelden uit het museum erboven. Je waant je hierdoor al in het museum zodra je de metro uitstapt. P.S.1 in New York is, opvallend genoeg, een van de

weinige musea met een plein dat ook daadwerkelijk wordt benut als expositieruimte. Elke zomer nodigt het museum een jonge architect uit om op het plein een bijzondere kunstinstallatie te realiseren. Inmiddels is dit tot een jaarlijkse traditie uitgegroeid, met de installatie als decor voor een bijpassende festivalprogrammering gedurende de zomer. Ook theaters kunnen op deze manier buiten hun gebouw treden. Zo heeft het Winspear Opera House in Dallas een uítstekende overkapping met buitenruimten, waar gedurende het hele jaar optredens plaatsvinden. Poppodium de Waerdse Tempel in Heerhugowaard, een combinatie van poppodium en strandpaviljoen, buit tijdens de zomer zijn ligging aan een strand uit en organiseert hier popconcerten. In de ontwerpen voor het Wei-Wu-Ying Center in Kaohsiung en het Konserthus

100

Beyond the black box_FA.indd 100

18.08.10 10:38


Het park van het MusĂŠe du quai Branly fungeert als oase van rust, waar je ongestoord het gebouw kunt bewonderen.

Gehuisvest in kassen en met veel kunstwerken in het omringende park, benut de Verbeke Foundation zijn groene ligging volop.

101

Beyond the black box_FA.indd 101

18.08.10 10:38


EXPLORE

P.S.1 nodigt elke zomer een architect uit o plein een kunstinstallatie te realiseren en omheen een festival.

Het nieuwe Theater Middelburg is bewust gepland in en ontworpen op een omringend, nieuw stadspark.

Omgeving en gebouw, natuur en museum zijn bijna ĂŠĂŠn geworden in het Benesse House.

102

Beyond the black box_FA.indd 102

18.08.10 10:38


r een architect uit om op zijn binnenatie te realiseren en organiseert hier

Museum Beelden aan Zee plaatst beelden in de omgeving, als voorproefje voor bezoekers en voorbijgangers.

Met een amfitheater in het dak kan het Wei-Wu-Ying Center ook buiten voorstellingen presenteren.

103

Beyond the black box_FA.indd 103

18.08.10 10:38


EXPLORE

Door de Egyptische sarcofagen en Maya-beelden die als pilaren fungeren in het metrostation, waan je je al in het Tenerife Espacio Royal de lasOntario Artes Museum. erboven gelegen

in Stavanger zijn amfitheaters verwerkt in de vanaf de grond oplopende daken. Als je deze eenmaal hebt aanschouwd, vraag je je af waarom eigenlijk niet meer theaters hierover beschikken en waarom ze in de directe omgeving van hun gebouw geen grote of kleine openluchtvoorstellingen presenteren. Natuurlijk hoeft het museum of theater deze buitenactiviteiten niet zelf te organiseren. Als katalysator voor de culturele omgeving kan het ook anderen – (straat)artiesten of guerrillakunstenaars – uitnodigen rondom het gebouw acte de présence te geven.

deel van de stad via een publieke route, die vernuftig dwars door het gebouw voert. Vanwege de transparante gevels lijkt het alsof je door de bibliotheek heen wandelt. Een ander spannend voorbeeld is het winnende prijsvraagontwerp voor het Museum of Image and Sound in Rio de Janeiro. Hier is het trottoir, verticaal zigzaggend langs de voorgevel van het gebouw, vormgegeven als verlenging van de straat. Onderweg naar boven passeer je de openbare functies van het museum, zoals het café, het terras, het restaurant, een uitzichtpunt over het strand en de openluchtcinema.

Doorgaande routes mee-ontwerpen Musea en theaters kunnen zich ook met publiek omringen door het gebouwontwerp te combineren met doorgaande (wandel)routes. Mits het ontwerp hierop is afgestemd, kunnen deze routes ook een hoge verblijfskwaliteit bieden of vergroten ze in elk geval de zichtbaarheid en toegankelijkheid van het cultuurgebouw. Het kunstencentrum STUK in Leuven kent een stelsel van publieke buitenruimten, dat dwars door het complex loopt en een openbare route vormt van de ene naar de andere straat. Het Tenerife Espacio de las Artes in Tenerife, een bibliotheek met expositieruimten, verbindt een lager en een hoger gelegen 104

Beyond the black box_FA.indd 104

18.08.10 10:38


Lopend over het voetpad van het Tenerife Espacio de las Artes, lijkt het alsof je dwars door de bibliotheek heen wandelt.

Het trottoir voor het Museum of Image and Sound loopt zigzaggend door langs de voorgevel, het cafĂŠ en het terras met uitzicht.

105

Beyond the black box_FA.indd 105

18.08.10 10:38


Beyond the black box_FA.indd 106

18.08.10 10:38


IMPROVE In IMPROVE wordt de balans opgemaakt van de zoektocht naar de vernieuwing van musea en theaters. In de slotsom wordt een visueel resumĂŠ gepresenteerd van alle ideeĂŤn en voorbeelden van vernieuwing en worden, over de oogst heengekeken, eindconclusies gepresenteerd. Ten slotte worden tien regels voor succesvolle vernieuwing aangereikt, die op basis van de voorbeelden en de ervaring van de auteurs zijn geteld.

Beyond the black box_FA.indd 107

18.08.10 10:38


IMPROVE

Ideeën en voorbeelden van vernieuwing

BINNENSTEBUITEN

De omgeving als culturele etalage

Een visueel resumé De opgave: Musea en theater buiten de muren Best practices: Een buitenplein als podium • Het dak als foyer, terras of tribune • De waterkant bij het gebouw betrekken • Tentoonstellingen en voorstellingen op straat • Tuinen en parken als omlijsting en rustplek • Een amfitheater in het dak • Routes langs of door het gebouw •

DIVERS

GEBOUWVERRIJKING

Musea en theaters van veelzijdigheid

SLOW STAY

Musea en theaters om langer te blijven

De opgave: Een cultuurgebouw met hoge verblijfskwaliteit

De opgave: Een rijker en gevarieerder cultuurbezoek Best practices: Bijzondere horeca en retail • Overnachten in een kunstwerk • Het museum en theater als hotel • Een openluchtfi lmtheater op het dak • Theaters met tentoonstellingen • Events en cocktails in de foyer • Kinderopvang en familieworkshops • Musea en theaters waar makers wonen • Wellness: van meditatie tot sauna • Kunst en sport combineren •

Best practices: Een bruisend binnenplein • Het hele gebouw als één foyer • Een gratis en geheel toegankelijke begane grond • Café, winkel en foyer in één ruimte samenbrengen • Publieke routes door het gebouw •

108

Beyond the black box_FA.indd 108

18.08.10 10:38


UITERLIJK VERTOON

Cultuurgebouwen met een gezicht

TRANSPARANT

De opgave: Het museum- en theatergebouw als medium Best practices: Banieren, billboards en reuzenagenda’s • Oplichtende cultuurgebouwen • Programmeren op de gevel • Het gebouw als lichtsculptuur • De gevel als wisselend kunstwerk •

OPEN HUIS

Liever een uitnodigend gebouw dan een dichte doos

ZICHTBAAR

ACHTER DE SCHERMEN

Het cultuurbedrijf in de schijnwerpers

De opgave: Tonen hoe musea en theaters te werk gaan

De opgave: Uitzicht en inkijk benutten Best practices: Eten en drinken met uitzicht • Een foyer met een vergezicht • Een panorama als decor van de voorstelling • Doorzichtige tentoonstellingszalen • De sfeer en bedrijvigheid buiten zichtbaar maken • Voorproefjes aan de straatkant • Park en cultuurgebouw met elkaar verbinden •

Best practices: Museumdepots openen voor bezoekers • Zichtbare laad- en losruimten • Een foyer die backstage doorloopt • Ateliers en repetitieruimten aan de straatkant • Concertzalen die inkijk bieden • De maker aan het werk zien in zijn atelier • Openbare repetities en installatie van kunstwerken •

109

Beyond the black box_FA.indd 109

18.08.10 10:39


IMPROVE Slotsom

Bestemming bereikt Het resultaat van de zoektocht De zoektocht naar vernieuwing van musea en theaters heeft een breed en gevarieerd palet van ideeën en voorbeelden opgeleverd. In EXPLORE is de oogst in zes thematische hoofdstukken gepresenteerd en geanalyseerd. Deze slotsom is gewijd aan de vraag wat van dit resultaat kan worden geleerd. Een rijkdom aan musea en theaters, maar black boxes en white cubes overheersen Nederland beschikt per vierkante kilometer over de meeste musea en theaters ter wereld. Leidt deze rijkdom ook tot de vernieuwing die dit boek beoogt? Het resultaat van de zoektocht laat zien dat het museum of theater als gebouw in ons land zelden meer opnieuw wordt uitgevonden. Op dit moment hebben we – en bouwen we nog steeds – veel introverte en op elkaar lijkende musea en theaters, gebaseerd op traditionele principes. Een groot deel hiervan volgt het model van de black box en de white cube, waarbij afgeschermde zalen de invulling en het ontwerp van het gebouw ten

onrechte domineren. Tegelijkertijd lijken veel musea en theaters, met hun ambitie naar grotere en betere zalen, de rest van het gebouw en de omgeving te vergeten. Nu zijn goed geprogrammeerde en geoutilleerde theater- en expositiezalen essentieel, maar buiten de zaal, in de rest van het gebouw en zelfs daarbuiten, liggen nieuwe kansen en uitdagingen voor het oprapen. Juist hier kan het cultuurgebouw vriendelijker, veelzijdiger, laagdrempeliger en spannender worden gemaakt. Stel je eens voor dat het héle cultuurgebouw het vermaak en de inspiratie biedt waarvan we nu vooral in de theateren museumzaal genieten. De missie van een museum of theater start bij de voordeur, of eigenlijk al ervoor. Veel kansrijke mogelijkheden tot vernieuwing, die nog maar weinig worden benut In de inleiding is ingegaan op het publieksbereik en de subsidiëring van musea en theaters (die beide onder druk staan) en de sterk veranderende vrijetijdsmarkt (met andere behoeften van het publiek als een van de gevolgen). Ook is de huidige bouwhausse van musea en theaters genoemd (die veel publiek geld vergt en waarbij de invulling en opzet van de gebouwen vaak voor tientallen jaren worden bepaald). Deze ontwikkelingen maken vernieuwing zonder meer tot een belangrijk én urgent thema. De resultaten van de zoektocht versterken dit nog eens. De gepresenteerde ideeën voor en voorbeelden van vernieuwing laten zien hoe talrijk en kansrijk de mogelijkheden zijn. Door de best practices beseffen we dat de ambities van musea en theaters om

Regels voor vernieuwing Tien onmisbare ingrediënten voor succes De ideeën en voorbeelden in dit boek kunnen de schijn wekken dat vernieuwing van cultuurgebouwen een eenvoudige opgave is. Alsof het gebouw een soepel jasje is, dat zo verwisseld of vermaakt kan worden. Niets is minder waar. Bij de (ver)nieuwbouw van musea en theaters gaat het om forse projecten, die hoge publieke investeringen vergen. Voordat er ook maar een steen is gelegd, moeten taaie besluitvormingsprocessen worden doorlopen om tot opdracht, ontwerp, financiering en vergunningen te komen. Op basis van de voorbeelden en de ervaring van de auteurs, zijn tien onmisbare

ingrediënten geteld voor geslaagde vernieuwing van musea en theaters. Deze succesfactoren focussen zich op het proces van vernieuwen en zijn algemeen van karakter, maar niettemin voor elk traject cruciaal om aan te voldoen.

110

Beyond the black box_FA.indd 110

18.08.10 10:39


De openbare omgeving van het de Young Museum is net zo inspirerend vormgegeven als het interieur van het museum.

1. Attitude Het museum of theater moet veranderingsbereid zijn. Elke verandering en vernieuwing begint met een positieve houding. Dat geldt ook voor een museum of theater: er moet een oprecht vertrouwen zijn dat vernieuwingen in het concept en het ontwerp van het gebouw de kwaliteit van het cultuurbezoek kunnen verbeteren. Het vergt bijvoorbeeld de overtuiging dat een transparanter gebouw de interesse van de omgeving in het museum of theater vergroot. Of dat het een verantwoordelijkheid is van een museum of theater om een zo groot en divers mogelijk publiek te trekken, en dat comfortabele verblijfsruimten hierbij een belangrijke rol spelen. Voorzieningen zoals horeca, winkels of open studio’s

leveren een levendiger gebouw op en zijn niet zomaar een bijproduct. Deze overtuigingen van het museum of theater zijn de stuwende kracht in het ontwerpproces. Ze zorgen dat de betrokkenen gedreven en met doorzettingsvermogen op zoek gaan naar de beste oplossing. Hierbij is het allereerst aan het museum of theater om deze opvattingen in te brengen en de opdrachtgever en de architect hierin mee te nemen. Dat is ook een kwestie van competentie: vooral de museum- of theaterdirecteur moet kunnen presenteren en overtuigen.

2. Visie en onderbouwing Het museum of theater moet zich de vernieuwing kunnen voorstellen en deze kunnen beargumenteren. Behalve veranderingsbereidheid zijn

voor vernieuwing ook visie en onderbouwing nodig. Het museum of theater moet zich vernieuwing in het gebouw concreet kunnen voorstellen en kunnen aantonen hoe deze kan bijdragen aan zijn succes. Pas dan zal de bereidheid ontstaan zich hiervoor in te spannen. Wat behelst zo’n visie en onderbouwing? Als een museum of theater zijn gebouw transparanter maakt, dan moet het uitleggen wat het hiermee wil laten zien, hoe, waarom en voor wie. Dat geldt bijvoorbeeld als het museum of theater de gevel wil benutten om zichzelf te presenteren. Een theater dat over een expositieruimte wil beschikken, moet vertellen hoe deze de kernactiviteiten kan verrijken. Wie voor meer publieke verblijfsruimte kiest, zoals een tuin of park, moet overtuigend aantonen hoe 111

Beyond the black box_FA.indd 111

18.08.10 10:39


IMPROVE Slotsom

het bezoek te vertragen, te verdiepen, te veraangenamen of veelzijdiger te maken in het ontwerp van het cultuurgebouw kunnen worden verwerkt. Ze maken ons er, kortom, van bewust hoezeer het cultuurgebouw een bepalende rol kan spelen in de bezoekervaring. De vernieuwende ideeën en voorbeelden zijn veelal afkomstig uit het buitenland. Dit kan worden opgevat als signaal dat in ons land de kansen en mogelijkheden om het beste uit onze cultuurgebouwen te halen nog vaak onbenut blijven. Zeker bij nieuwbouw van musea en theaters, waar vanaf het begin doorgaans alle keuzen nog open liggen, is behoefte aan meer goede ideeën, lef en doorzettingsvermogen, met als resultaat meer vernieuwing. Het veelzijdige karakter van musea en theaters – artistiek, historisch, onderhoudend, reflecterend, educatief, commercieel – vormt hierbij een extra kans. Het geeft ze de luxe te kunnen kiezen uit veel verschillende ontwikkelingsrichtingen voor het ontwerp en de invulling van hun gebouw. Dat kan uiteenlopen van een contemplatief maar veelzijdig Benesse House tot een commercieel en transparant New Museum. En het geeft musea en theaters, zoals geen ander, het vermogen om lering, vermaak en commercie werkelijk te combineren. Zij kunnen in hun gebouw een rijke en veelzijdige bezoekersomgeving creëren die past bij de manier waarop momenteel ook in de echte wereld grenzen vervagen en cultuur zich vermengt met andere disciplines. Het belang hiervan overstijgt het individuele museum en theater: ook de omgeving (de stad of

dit het cultuurbezoek een extra dimensie kan geven. Ook hier geldt dat allereerst het museum of theater verantwoordelijk is voor deze visie, de argumentatie en het overtuigen van anderen.

3. Behoefte Vernieuwing moet het bezoek merkbaar verbeteren. De overtuiging, de visie en het doorzettingsvermogen van het museum of theater, de architect en de opdrachtgever samen zijn essentieel om te kunnen innoveren. Maar het succes van de vernieuwing wordt uiteindelijk sterk bepaald door de respons van het publiek. Innovatie moet daarom ook inspelen op aanwezige of latente behoeften van bezoekers en voor hen een merkbare verbetering opleveren. Hierbij moet niet

buurt) kan hiervan profiteren als dit goede openbare ruimte en een aantrekkelijke verblijfsplek oplevert. Een kanttekening bij de ideeën en voorbeelden in dit boek is dat niet elk gebouw of elke locatie zich voor (elke vorm van) innovatie leent, en dat niet elk museum of theater altijd voor innovatie moet kiezen. Deze ideeën en voorbeelden zijn dan ook niet normatief. Sommige theaters zullen bijvoorbeeld de magie van de podiumkunsten in stand willen houden en backstage voor het publiek verborgen houden. Een dergelijke keuze is verdedigbaar, zolang deze theaters andere mogelijkheden voor een effectief cultuurgebouw wel benutten. En zolang alle theaters onderling voldoende diversiteit bieden, want ook afwisseling maakt cultuurgebouwen bijzonder en spannend. De resultaten van de zoektocht tonen aan dat musea en theaters in de diversiteit en effectiviteit van hun cultuurgebouw nog een flinke stap kunnen zetten. Innovatie levert hieraan een bijdrage. Vernieuwing is daarom geen doel op zich, maar een buitengewoon belangrijk middel. De mate van vernieuwing hangt sterk af van de vereiste inspanning Vernieuwing van cultuurgebouwen kan in verschillende richtingen worden gezocht. Beyond the black box and the white cube draagt zes richtingen aan, in de vorm van thema’s. Zo laat het zien hoe musea en theaters als verblijfsplek kunnen fungeren (‘slow stay’),

worden vergeten dat musea en theaters allereerst als taak hebben om zorgvuldig kunst en erfgoed te behouden en te presenteren. Vernieuwingen die dit belang dienen maar waarvoor tijd nodig is om het publiek erbij te betrekken, mogen van het museum of theater daarom best een langere adem vergen. Uiteindelijk moet dit uiteraard wel resulteren in voldoende publiek dat de vernieuwing in het gebouw waardeert en gebruikt.

4. Gebouw Het museum of theater moet zich lenen voor vernieuwing. Musea en theaters zijn doorgaans complexe gebouwen. De vele eisen die zijn verbonden aan een zorgvuldig behoud en een accurate presentatie van kunst en erfgoed, moeten ook nog

eens gecombineerd worden met de wensen van een kritisch publiek. In het museum- of theatergebouw is dan ook niet elke vernieuwing even gemakkelijk te realiseren. De speelruimte is soms beperkt vanwege de constructie, de beschikbare ruimte, de vereiste beeldkwaliteit, parkeergelegenheid, regelgeving en talloze andere eisen. Om bijvoorbeeld de werkvloer zichtbaar en publiek toegankelijk te maken, moet de ruimte zich hiervoor lenen. Een depot met kwetsbare kunstwerken en klimaatbeheersing kan dus niet altijd (ruim) worden opengesteld. Als een museum of theater zijn gebouw wil inzetten voor promotie of presentatie, dan heeft het een omvangrijke, vlakke en zichtbare gevel nodig. Bij nieuwbouw zijn de beperkingen doorgaans gemakkelijker

112

Beyond the black box_FA.indd 112

18.08.10 10:39


hun gebouw als medium kunnen inzetten (‘uiterlijk vertoon’) en gebruik kunnen maken van uitzicht en inkijk (‘open huis’). Maar ook hoe musea en theaters de openbare ruimte kunnen benutten (‘binnenstebuiten’), zichzelf als bedrijf kunnen tonen (‘achter de schermen’) en de verscheidenheid van hun gebouw kunnen vergroten (‘gebouwverrijking’). De ‘populariteit’ van deze vernieuwingsrichtingen verschilt sterk. De meeste Nederlandse musea en theaters richten zich op transparantie door het uitzicht voorzichtig als onderdeel van hun gebouw (maar nog niet van hun programmering) in te zetten. Dit is een betrekkelijk eenvoudige vernieuwing, waarvan de voordelen gemakkelijk communiceerbaar en direct zichtbaar zijn. Vice versa wordt inkijk, waarbij je als voorbijganger buiten het gebouw kunt ervaren wat er binnen gebeurt, nauwelijks toegepast, ook al leent zowel de omgeving als het museum of theater zich hier goed voor. Behalve transparantie is verrijking van het gebouw met andersoortige activiteiten en voorzieningen ook een relatief veel voorkomende vernieuwing. De meeste musea en theaters kiezen voor een bescheiden randprogrammering, met bijvoorbeeld inleidingen en discussies, en gangbare (maar niet onbelangrijke) voorzieningen, zoals een café, restaurant of winkel. Omdat het in de praktijk vaak een uitdaging blijkt deze activiteiten en voorzieningen professioneel te runnen, wagen nog weinig cultuurinstellingen zich serieus aan vernieuwingen die verder gaan.

weg te nemen dan bij musea en theaters die verbouwen of verhuizen naar een bestaand gebouw. Sommige beperkingen zijn onontkoombaar, maar vele kunnen met inventiviteit en flexibiliteit van de betrokkenen worden overwonnen.

5. Omgeving De locatie moet zich lenen voor vernieuwing. Net zo goed als het museum of theater zelf, moet ook de omgeving geschikt zijn om bepaalde vernieuwingen te kunnen realiseren. Het belang van een goede locatie(keuze) kan niet worden onderschat. Niet alleen vanwege de bereikbaarheid, maar ook om andere redenen. Zo vergt een transparant gebouw dat ook zijn binnenkant wil tonen aan de buitenwereld goede zichtlijnen,

De aandacht voor de andere richtingen van vernieuwing is eveneens gering. Er zijn maar een handvol musea en theaters die weloverwogen hun backoffice tonen en toegankelijk maken (het gaat om enkele uitzonderingen met een open depot rondleidingen). En ook musea en theaters die zijn ontworpen voor gevelprogrammering, hun huidige gevels hiertoe aanwenden, of de directe omgeving bij hun gebouw betrekken, zijn zeldzaam. Waarom kiezen musea en theaters bij innovatie meer voor bepaalde richtingen dan voor andere? Een belangrijke reden is dat de complexiteit van vernieuwingen sterk verschilt. Sommige vernieuwingen behelzen veel meer dan een losse ingreep. Meer ingrijpende innovaties, zoals het tonen van de backoffice of het benutten van de omringende omgeving, vragen om een meer integrale aanpak of totaalbenadering. Dit kan musea en theaters (en hun opdrachtgevers) veel tijd en energie kosten. Het vereist dat ze traditionele opvattingen over hun maatschappelijke rol stevig heroverwegen of dat ze zichzelf als museum of theater zelfs geheel opnieuw uitvinden. Dat dit een geheel ander of nieuw concept kan opleveren voor de invulling en het ontwerp van het gebouw, laten het Curve Theatre en Insel Hombroich maar al te goed zien. Niet elk museum en theater kan of wil zo ver gaan.

zichtbaarheid op afstand, en voldoende levendigheid en voorbijgangers. Een prettige openbare verblijfsruimte rondom het museum vraagt om een goede oriëntatie (op de zon of juist niet), voldoende reuring, zichtbaarheid en een goede aansluiting op de directe omgeving. En om een gebouwgevel te kunnen gebruiken voor de presentatie van kunstwerken, is een omgeving nodig waarin de gevel te zien is, waar voldoende toeschouwers (omwonenden, passanten) aanwezig zijn en waar ook in het donker kan worden gepresenteerd zonder overlast te veroorzaken. Regelgeving geldt hierbij als belangrijk aandachtspunt. Deze vereist al in een vroeg stadium goed overleg met en betrokkenheid van de gemeente, omwonenden en andere belanghebbenden.

6. Opdrachtgever De stakeholders moeten overtuigd zijn van het ontwerp. Opdrachtgevers van nieuwe musea en theaters in Nederland zijn doorgaans gemeenten en soms andere overheden of private partijen. Niet zelden zijn er ook andere partijen bij betrokken als medefinanciers van de investering of exploitatie. Zij kunnen soms, net als de opdrachtgevers, ook inhoudelijke invloed uitoefenen op de keuzen in het concept of het ontwerp. Bij de realisering van complexe projecten zoals cultuurgebouwen is goed opdrachtgeverschap een uitdaging op zich. Des te meer, omdat het museum of theater informeel en inhoudelijk als sparringpartner van de architect fungeert, maar de opdrachtgever formeel goedkeuring moet 113

Beyond the black box_FA.indd 113

18.08.10 10:39


START

Alice Tully Hall ontpopte zich met een ingrijpende renovatie onlangs op inspirerende wijze van zwarte doos tot open huis.

geven. Het is daarom belangrijk dat de betrokken partijen gezamenlijk tot een goede opdrachtomschrijving komen. Die zou in brede zin moeten verwoorden wat het doel is van de huisvesting, ook vanuit het perspectief van de bezoeker. Vernieuwing in de huisvesting vergt een flexibele, veranderingsgezinde opdrachtgever, die bereid is risico’s te nemen en buiten de gebaande paden te treden. Dat kan op gespannen voet staan met de omvangrijke bedragen en belangen die met een dergelijk project gemoeid zijn. In de praktijk is het overtuigen en enthousiasmeren van de opdrachtgever en eventuele andere fi nanciers daarom een belangrijke succesfactor.

7. Financiering Het budget moet vernieuwing mogelijk maken. Bij fi nanciering gaat het niet alleen om voldoende budget, maar ook om het juiste budget. Bouwbudget is essentieel om met de geschikte materialen, technologie en expertise succesvol te kunnen vernieuwen. Voldoende budget voor de inrichting van het gebouw is een aandachtspunt, omdat dit het succes ervan kan maken of breken (het meubilair bepaalt bijvoorbeeld sterk de verblijfskwaliteit). Een toereikend budget voor een ontwerptraject waarin voldoende tijd en expertise beschikbaar zijn, is minstens zo belangrijk om de vernieuwing goed te kunnen uitdenken, vormgeven en testen. Ten slotte moet ook het exploitatiebudget voor de program-

mering en marketing van het gebouw voldoende zijn, zodat de vernieuwing met activiteiten en promotie kan worden benut en gecommuniceerd. Financiering beschouwen velen als de belangrijkste succesfactor voor vernieuwing. Budget vormt immers de harde en duidelijke grens tussen mogelijk en onmogelijk. Dit vereist nuancering. Geld is nooit een eerste succesfactor, waarmee het proces van vernieuwen start. Deze volgt juist logisch uit andere, eerder genoemde succesfactoren. Ofwel, ondanks dat fi nanciering ook afhankelijk is van deels onbeĂŻnvloedbare zaken als politieke besluitvorming, duidt het ontbreken ervan vaker op een tekort aan visie, overtuigingskracht, doorzettingsvermogen of een goed plan.

114 114

Beyond the black box_FA.indd 114

18.08.10 10:39


Opvallend is dat musea zich meer vernieuwen dan theaters. Dit blijkt uit het aantal (goede) voorbeelden dat is geïnventariseerd, waarin musea domineren. Dit lijkt logisch, omdat musea de hele dag open kunnen zijn, tentoonstellingen geen specifieke beginen eindtijd hebben en het museumgebouw minder afscherming nodig heeft dan een theater. Musea en hun activiteiten zouden zich daarom beter lenen voor vernieuwing. Maar dat is slechts ten dele waar. Juist omdat theaters zich veelal beperken tot theatervoorstellingen en de hieraan verbonden openingstijden, zijn er genoeg kansen om zich, met een veelzijdigere invulling en bredere openingstijden, te vernieuwen. De best practices laten dit zien. Waar verschillende innovaties samenkomen ontstaan boegbeelden van vernieuwing De vele ideeën voor en voorbeelden van voor vernieuwing treffen we aan in een aantal bijzondere, grote én kleine, bestaande en fictieve, en nationale en internationale musea en theaters. Hiervan verdient een tiental relatieve nieuwelingen aparte vermelding: het Wyly Theatre (Dallas), Casa da Música (Porto) en het Curve Theatre (Leicester). En, qua musea, Tate Modern (Londen), The New Museum (New York), Insel Hombroich (Neuss-Holzheim), Benesse Art Site (Naoshima), Museum aan de Stroom (Antwerpen), de Verbeke Foundation (Kemzeke) en Fondation Cartier (Parijs). Verschillende vernieuwingen komen hier in één gebouw samen en zijn zo gekozen dat ze elkaar

8. Architect De uitdaging moet passen bij de architect. Een architect kan met zijn ontwerp het succes van een museum of theater sterk mede bepalen. De keuze van de architect is daarom fundamenteel, ook als vernieuwing wordt beoogd. Allereerst is de kwaliteit van de architect relevant. Omdat er relatief weinig musea en theaters worden ontworpen, beschikt niet iedere architect over uitgebreide ervaring. Voor de kwaliteit van het ontwerp(proces), en dus ook voor de mate waarin vernieuwing wordt gezocht en goed wordt uitgewerkt, is dat minder gunstig. Daarnaast spelen de affiniteit en het specialisme van de architect een rol. Het succes van museum- en theatergebouwen is doorgaans gebaseerd op de

versterken. Het uitzicht van Tate Modern krijgt meer betekenis door de fijne zitbank waarop je genietend van de Thames ook een uur een boek kunt lezen. De inkijk bij The New Museum vanaf de straat wordt versterkt doordat de gehele begane grond gratis toegankelijk is en niets, op een dunne glasgevel na, de straat van het museum scheidt. De zichtbaarheid van alles wat backstage gebeurt bij het Curve Theatre heeft nog meer effect doordat het gehele gebouw rondom transparant is en dit alles dus ook van buiten te zien is. Een werkelijk begrip van hoe deze musea en theaters functioneren en vernieuwing zoeken, vergt natuurlijk een bezoek ter plekke. Maar wat deze musea en theaters laten zien is dat het op elkaar inspelen van opzichzelfstaande vernieuwingen kan leiden tot een som die meer is dan de delen. Er kan bij een aantal met recht worden gesproken van een nieuw type museum of theater, waarin kunst en erfgoed anders worden ervaren en waar het publiek op een andere manier verblijft. Deze musea en theaters fungeren daarom als inspirerende boegbeeldprojecten voor de vernieuwing van cultuurgebouwen. Het gebouw vernieuwen betekent ook de instelling vernieuwen Wat beschouwt een museum of theater als zijn maatschappelijke rol en wat wil het bereiken? Als musea of theaters over hun gebouw nadenken, komen ze al snel uit op deze grote vragen. De antwoorden hierop bepalen in hoeverre ze hun gebouw willen vernieuwen.

specifieke kracht en opvattingen van de architect. Er zou geen Kunsthal zijn zonder Rem Koolhaas en geen Toneelschuur zonder Joost Swarte. Hoewel architecten zich enerzijds dienstbaar opstellen ten opzichte van de opdrachtgever, zijn anderzijds hun eigen opvattingen en stempel bepalend voor het ontwerp en de vernieuwing hierin. Verschillende architecten gaan op verschillende wijzen om met vernieuwingen zoals transparantie, de werkvloer zichtbaar en toegankelijk maken en gebouwgevels benutten als presentatiemedium. Juist daarom dient bij de opdrachtformulering helder te worden bepaald welke architect geschikt is voor de betreffende opdracht.

9. Ontwerp Het gebouwontwerp moet goed doordacht en uitgevoerd zijn. Een goed doordacht ontwerp dat met aandacht voor detail is uitgevoerd, lijkt een logische succesfactor. Toch komt het in de praktijk nogal eens voor dat door grote en vooral kleine tekortkomingen in het ontwerp of de realisering een vernieuwing niet of onvolledig uit de verf komt. Transparantie vraagt dat de bezoeker ook daadwerkelijk, zonder hinderlijke spiegelingen of tinten, door een glasgevel heen kan kijken. Een spectaculair uitzicht moet goed worden omlijst, met de juiste zichtlijnen en de mogelijkheid om er zittend van te genieten. Wil de binnenruimte van een museum onmerkbaar overvloeien in de buitenruimte, dan zijn naadloze randen 115

Beyond the black box_FA.indd 115

18.08.10 10:39


IMPROVE Slotsom

Zo is het museum of theater naast presentator van kunst en erfgoed, ook gastheer en inspirator van zijn publiek. Het kan naast bewoner van zijn gebouw, ook beheerder en programmeur van de omgeving zijn. Het museum of theater is naast presentator van objecten, ook een intermediair tussen mensen, tussen het publiek en makers. Het museum of theater moet zich behalve als presentator ook laten zien als producent en bedrijf. Antwoorden als deze zijn onmisbare startpunten voor innovatie. Als musea, theaters en opdrachtgevers op basis van deze antwoorden een sterke visie hebben ontwikkeld, zullen ze snel en daadwerkelijk tot nadenken komen over hun gebouw. Hierbij moeten ze wel bereid zijn om, waar nodig, hun mentaliteit, beleid en organisatie te veranderen. Bezoekers laten zien wat er achter de schermen gebeurt, is namelijk niet iets wat je er zomaar bij doet. Dit vraagt om een serieuze aanpak die de programmering en het gebouw van een museum en theater ingrijpend kan veranderen. Innovatie van het museum- en theatergebouw gaat daarom net zo goed over vernieuwing van het beleid van musea en theaters zelf. Een gebouw is tenslotte geen streven op zich, maar een manier om het publiek te bereiken. Hoe het gebouw wordt ingevuld en ontworpen, is daarom allereerst afhankelijk van de missie en activiteiten van het museum of theater. De eerder genoemde ontwerpprincipes voor het cultuurgebouw kunnen dan ook worden beschouwd als

en doorlopende materialen bijna onmisbaar. Een prettige verblijfsruimte in een theater vereist daglicht, comfortabel verblijfsmeubilair en uitgekiende plekken voor impromptu optredens. Het gaat hier steeds om keuzen in (onder meer) het concept, het ontwerp, het materiaalgebruik en de uitvoering. Dit zijn soms kleine en soms grote beslissingen, maar bijna altijd zijn ze essentieel voor hoe het gebouw wordt beleefd en gebruikt.

10. Programmering Activiteiten zijn bepalend voor de beleving en het gebruik van het gebouw. De gepresenteerde voorbeelden in dit boek maken duidelijk dat vernieuwingen in het museum- of theatergebouw

inhoudelijke ambities. Ofwel, transparantie gaat niet alleen over de doorzichtigheid van het gebouw, maar allereerst over de bereidwilligheid van musea of theaters om zich open op te stellen en contact te maken met de buitenwereld. Het tonen van wat er achter de schermen gebeurt, gaat niet alleen over het openstellen van het depot of de backstage. Het vereist ook de ambitie om bezoekers meer van het maakproces te laten zien zodat hun betrokkenheid wordt vergroot. Innovatie is niet alleen mogelijk bij nieuwbouw of grootschalige cultuurgebouwen Bij nieuwbouw wordt het hele cultuurgebouw opnieuw ontworpen, wat, onmiskenbaar en logisch, de beste mogelijkheden tot vernieuwing geeft. Maar onderschat renovatie of vernieuwbouw niet! Ook die kunnen wonderen doen. Alice Tully Hall in New York ontpopte zich met een ingrijpende renovatie onlangs op inspirerende wijze van zwarte doos tot open huis. Met chirurgische ingrepen werd de foyer van deze concertzaal zichtbaar gemaakt vanaf de straat en hiermee verbonden (zie pagina 54), een radicale, maar succesvolle vernieuwing. Opvallend is ook dat sommige interessante vernieuwingen in musea en theaters juist niet zozeer uit nieuwbouw, maar uit hergebruik van bestaande gebouwen voortkomen. Eigenaardigheden of belemmeringen van oude, vaak karakteristieke gebouwen worden in het hergebruik omgebogen tot bijzondere oplossingen. Zo vormen de oude etalage van het voormalige warenhuis van SCHUNCK* in

pas echt tot hun recht komen als ze optimaal worden benut door bezoekers en voor activiteiten. Zo werkt transparantie het beste als er in de achterliggende ruimten iets boeiends is te aanschouwen, zoals een repetitie of installatie. Wat er achter de schermen gebeurt, gaat voor bezoekers leven wanneer daar iets spannends te zien is of hierover wordt verteld. De gevel van een museum of theater fungeert werkelijk als medium naar de buitenwereld als hierop wisselende en actuele presentaties plaatsvinden. En, last but not least, het museum of theater wordt pas echt een interessante verblijfsplek wanneer er, zoals op een stadsplein, in en om het gebouw acts, ontmoetingen en andere activiteiten plaatsvinden. Uit de voor-

beelden in dit boek blijkt dat er nog te weinig activiteiten worden ontplooid om vernieuwingen in het gebouw (optimaal) te benutten. Al in de ontwerpfase moet een museum of theater nadenken over de programmering van het gebouw. Dit moet er ook toe leiden dat het hiervoor tijdig en voldoende budget reserveert in de exploitatie. Zonder activiteiten en publiek is elke vernieuwing in het museum- of theatergebouw niet meer dan vormgegeven ruimte.

116

Beyond the black box_FA.indd 116

18.08.10 10:39


De theaterzaal van het Wyly Theatre is direct zichtbaar en toegankelijk; de kantoren, kleedkamers en techniek zijn op hogere en lagere verdiepingen gelegen.

117

Beyond the black box_FA.indd 117

18.08.10 10:39


IMPROVE Slotsom

Heerlen en het binnenplein van de oude school van P.S.1 in New York onverwachte, maar vernieuwende locaties voor expositieruimten. Beperking leidt tot creativiteit. Veel van de voorbeelden in dit boek betreffen grootschaligere musea en theaters. Hieruit kan worden geconcludeerd dat vernieuwing alleen hier gewenst en mogelijk zou zijn. Dit klopt slechts ten dele. Onmiskenbaar vindt veel vernieuwing plaats bij omvangrijkere instellingen, waar ruimere budgetten en meer personeel grotere slagkracht bieden. De daadwerkelijke mogelijkheden tot vernieuwing in het gebouw zijn echter niet direct afhankelijk van de schaal ervan en het beschikbare budget. De voorbeelden van kleinere musea en theaters in dit boek, hoewel in de minderheid, laten dit zien. Kijkend naar deze voorbeelden, lijken attitude, visie en doorzettingsvermogen van de betrokkenen veel eerder doorslaggevend (en kunnen in een kleinere setting ook veel verschil maken). De urgentie en kansen voor vernieuwing gelden daarom evenzeer voor kleinschaligere musea en theaters. De impact van vernieuwing kan op kleine schaal bovendien groot zijn: een prettige en goed bezochte verblijfsruimte in een cultuurgebouw kan een belangrijke rol vervullen in een kleinere stad of een dorp. Om vernieuwing bij kleinere instellingen te stimuleren is, meer dan bij grotere instellingen, aanmoediging van de opdrachtgever wel wenselijk. Prijsvragen blijken een interessante, maar onbenutte bron van ideeën over vernieuwing Omdat musea en theaters publieke en prestigieuze bouwwerken zijn, vindt de architectenkeuze niet zelden plaats via prijsvragen. Jaarlijks worden, in een onderlinge strijd om de eer én de opdracht, wereldwijd honderden nieuwe musea en theaters ontworpen. Deze ‘papieren’ cultuurgebouwen, waarvan de auteurs een fractie hebben kunnen bestuderen, bevatten opvallend vaak interessante en gedurfde vernieuwingen. Hoewel het realiteitsgehalte varieert en het vaak om eerste, fictieve ontwerpen gaat die alleen op hoofdlijnen zijn uitgewerkt, zijn de nieuwe ideeën en manieren van denken die dit oplevert waardevol. Denk bijvoorbeeld aan het museumconcept van Pieter Bas Zwaga voor het Nieuw Fries Museum in Leeuwarden (genomineerd als beste afstudeerplan van 2009). Hierin combineert hij tentoonstellingsruimte en depot tot een nieuw soort hybride, die allerlei kansen biedt voor een flexibele en wisselende tentoonstellingspro-

grammering, maar ook voor een blik achter de schermen. Dergelijke ontwerpen getuigen van creativiteit, inventiviteit en verbeeldingskracht in het denken over musea en theaters. Het belang van prijsvragen overstijgt hiermee dat van het betreffende museum of theater. Prijsvragen zijn als bron van vernieuwing interessant voor de gehele museum- en theatersector. In de praktijk blijkt dat de prijsvraagontwerpen hier echter niet of nauwelijks hun weg vinden. Waar we het uiteindelijk voor doen… Taaie processen met veel verschillende betrokkenen en belangen maken vernieuwing van musea en theaters niet tot een gemakkelijke opgave. Maar de beloning lonkt: cultuurgebouwen die geen compromis zijn, maar een visie tonen op het museum en theater van de 21ste eeuw en die elke plek en elk moment benutten om contact te maken met hun bezoekers. De kracht van de best practices is dat ze ons helpen deze (toekomstige) cultuurgebouwen concreet voor te stellen en deze een onweerstaanbare aantrekkingskracht geven. Ze tonen aan dat musea en theaters, met weloverwogen vernieuwingen, kunst en erfgoed nog mooier en treffender aan hun bezoekers kunnen presenteren. Deze cultuurgebouwen hebben een magnetiserende werking omdat ze aantrekkelijk en boeiend zijn. Ze zijn levendig omdat er veel gebeurt en ze een groot en divers publiek trekken. Ze hebben een lage drempel omdat ze gemakkelijk toegankelijk en informeel zijn. En ze zijn prettig omdat ze met het nodige comfort al onze zintuigen bedienen. Last but not least, de best practices laten spannende en markante musea en theaters zien, die van buiten tonen wie ze zijn en wat er gebeurt, die goed zichtbaar zijn en dus meer opvallen in de vaak hectische (stedelijke) omgeving waarin ze verkeren. Zo draagt het cultuurgebouw ook nog eens bij aan de identiteit en kwaliteit van de openbare ruimte. Nog belangrijker is wat deze cultuurgebouwen met ons, de bezoekers, doen. Ook hier leveren de best practices een glimp van. Musea en theaters kunnen een plek worden waar bezoekers of niet-bezoekers sneller en spontaner langsgaan. Waar we, niet alleen in de foyer, maar door het hele gebouw, vertoeven, een kop koffie drinken of een goed gesprek voeren. Waar het museum- of theaterbezoek buiten al begint, omdat we daar het gebouw bewonderen, de buzz van binnen kunnen ervaren, vrienden ontmoeten, ontspannen op een cultureel terras of in een park en genieten van het

118

Beyond the black box_FA.indd 118

18.08.10 10:39


uitzicht of een impromptu performance. En waar dat alles ons zo nieuwsgierig maakt naar wat er in het gebouw gebeurt, dat we graag naar binnen gaan. Het museum of theater kan een plek worden waar we niet alleen heengaan om tentoonstellingen en voorstel-lingen te zien, maar ook om makers en andere museummedewerkers te ontmoeten met wie we ideeën en ervaringen kunnen uitwisselen. We aanschouwen er niet alleen objecten en optredens, maar krijgen ook mee hoe deze worden gemaakt en worden hierbij zelfs, als we willen, betrokken. En we kunnen er nog veel meer doen, zoals een film kijken, een veiling bijwonen, zelf een kunstwerk maken of helpen met de restauratie van meegebrachte oude foto’s.

bij musea, theaters, kunst en erfgoed duurzaam vergroot. Dit versterkt ons enthousiasme en de vanzelfsprekendheid waarmee we musea en theaters beschouwen als podia voor en hoeders van onze kunst en ons erfgoed. En dat is waar de vernieuwing van het cultuurgebouw uiteindelijk om draait.

Magnifieke cultuurgebouwen, groot en klein, maken het bezoek aan musea en theaters plezieriger, intenser en memorabeler. Hiermee staan ze garant voor meer toegewijde en geïnspireerde bezoekers. Maar uiteindelijk zijn noch het gebouw noch de bezoekers het einddoel. De werkelijke beloning voor musea en theaters is hoe dit alles de publieke betrokkenheid

De Verbeke Foundation, gehuisvest in tuinkassen: een alternatief voor de white cube?

119

Beyond the black box_FA.indd 119

18.08.10 10:39


Bijlagen

Bijlagen

Beyond the black box_FA.indd 120

18.08.10 10:39


Vernieuwing een impuls geven Drie aanbevelingen aan musea, theaters, architecten en hun opdrachtgevers Na de vele buitenlandse voorbeelden in dit boek, ligt het voor de hand ons af te vragen hoe aan vernieuwing van Nederlandse museum- en theatergebouwen een impuls kan worden gegeven. De voorbeelden en inzichten overziend, kunnen aan de direct betrokkenen (musea, theaters, architecten en opdrachtgevers, én hun brancheverenigingen en sectorinstituten) drie aanbevelingen worden gedaan. Organiseer het ontwerptraject zo dat vernieuwing daadwerkelijk tot stand kan komen Het belangrijkste advies aan de betrokkenen is het ontwerptraject zo te organiseren dat, waar wenselijk en noodzakelijk, ook echt wordt vernieuwd. De inzichten die dit boek aanreikt, met name in de slotsom, en de regels voor vernieuwing in dit derde, laatste deel, kunnen hierbij van dienst zijn. Innovatie ontstaat daar waar attitude, expertise en competenties samenkomen en de betrokkenen goed samenwerken. De bottleneck zit, met de huidige kennis en technologie, veelal niet in het bedenken en realiseren van vernieuwingen. Doorslaggevend is of het museum of het theater wil innoveren en in staat is om samen met de architect anderen van de noodzaak hiervan te overtuigen. Uiteraard spelen daarnaast financiering, wetgeving en politiek een rol in de realisering van een nieuw cultuurgebouw. Maar ook deze factoren worden beïnvloed door de mate waarin de betrokkenen in het ontwerptraject een sterk pleidooi houden voor vernieuwing. Hiervoor is het onontbeerlijk dat musea en theaters meer dan voorheen beschikken over de visie, kennis en vaardigheden (zoals beschreven in de regels voor vernieuwing) die vernieuwing vereist. Ze kunnen deze zelf ontwikkelen of een beroep doen op

adviseurs, kwartiermakers of bestuurders van buiten de instelling. Meer kennis en ideeën opdoen en uitwisselen Kennis en ideeën vergroten het enthousiasme en het gevoel van urgentie van musea en theaters en opdrachtgevers om te vernieuwen. Een goede en regelmatige inventarisatie van welke musea en theaters worden vernieuwd en hoe, kan daarom effect sorteren. Hierbij is het ook zaak meer te weten van de ervaringen die deze musea en theaters hebben, vooral met het gebruik van het gebouw, maar ook met de ontwikkeling en het ontwerp ervan. Door deze informatie gericht en centraal te vergaren, onder meer in de vorm van evaluaties met betrokkenen, ontstaat een waardevolle bron van wijsheid. Voor musea, theaters, architecten, opdrachtgevers en andere betrokkenen bij nieuw- of verbouw is deze kennis onmisbaar om met succes te kunnen vernieuwen. De expertise kan toegankelijk worden gemaakt door deze online aan te bieden, erover te publiceren of via een netwerk waarin contact kan worden gezocht met degenen die ervaring hebben met vernieuwing. Het ontwerp en de invulling van musea en theaters vaker onderwerp van gesprek maken Op dit moment is innovatie van de invulling en het ontwerp van musea en theaters nauwelijks zichtbaar als thema en geniet het weinig urgentie. De aandacht gaat vooral uit naar de programmering van de cultuurgebouwen (de tentoonstellingen en voorstellingen). Door de discussie te stimuleren over het belang van de gebouwen zelf in het succes van onze musea en theaters, kan het gevoel van urgentie worden vergroot. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van debatten en artikelen in vakbladen. Een andere mogelijkheid is het beschikbaar stellen van een jaarlijks overzicht en recensies van nieuwe musea en theaters, inclusief prijsvraaginzendingen (‘De tien meest opmerkelijke nieuwe musea en theaters’). Door op deze manieren voldoende aandacht te besteden aan het onderwerp, kan het bewustzijn over vernieuwing onder museum- en theaterdirecteuren, maar ook bij hun opdrachtgevers en beleidsmakers groeien.

121

Beyond the black box_FA.indd 121

18.08.10 10:39


Bijlagen

Van idee tot opening

De realisering van een nieuw museum of theater kent globaal zes fasen. Om tot vernieuwing te komen in de invulling en het ontwerp van het gebouw worden hieronder, vanuit het perspectief van het museum of het theater, voor elke fase aanbevelingen gegeven.

2. Opdrachtformulering

AANBEVELING

ACTIVITEIT

1. Verkenning De aanleiding wordt bepaald: wat is het probleem of de ambitie en wat is nodig en wenselijk (nieuwbouw, verbouw, hergebruik, locatie). Er vindt een oriëntatie plaats op de ideeën en mogelijkheden, en relevante betrokkenen worden geraadpleegd (architecten, opdrachtgever, fi nanciers).

• Goed begin, half werk: start lang van tevoren met het verzamelen van voorbeelden van en informatie over interessante en relevante andere musea of theaters (referentieprojecten). Kijk ook naar andere publieke en commerciële instellingen, zoals winkels en restaurants. • Leer van anderen: bezoek referentieprojecten, samen met diverse betrokken (architecten, financiers, adviseurs, bezoekers) en praat met alle gebruikers van het gebouw. • Jong geleerd, oud gedaan: bespreek de mogelijkheden tot vernieuwing met verschillende architecten die relevante ervaring hebben. • Bezint eer ge begint: (her)bepaal helder de missie, doelstellingen, activiteiten en doelgroepen van het museum of het theater, ook in relatie tot het nieuwe gebouw en de locatie. • Meten is weten: onderzoek en raam het toekomstige publieksbereik en de marktpotentie van eventuele andere functies in het museum of theater. • De klant is koning: spreek met bezoekers over hun wensen en behoeften en laat ze reageren op eerste ideeën. • Het venijn zit in de staart: inventariseer op basis van alle resultaten vernieuwende ideeën over de invulling en het ontwerp van het gebouw, inclusief de onderbouwing. Focus niet alleen op de zaal, maar op het gehele gebouw en de aansluiting ervan op de omgeving.

3. Schetsontwerp

De opdracht wordt geformuleerd, waarbij ook de locatie, randvoorwaarden en het budget worden bepaald. Het programma van eisen wordt opgesteld, met daarin de verwachtingen en randvoorwaarden van de opdrachtgever en/of het museum of het theater. De architect wordt geselecteerd, al dan niet aan de hand van een open of besloten prijsvraag.

Klip en klaar: bepaal helder wie de opdrachtgever is, met wie over de vernieuwingen in de invulling en het ontwerp wordt overlegd en hoe besluiten worden genomen. Neem de wens tot vernieuwing ook in de opdrachtformulering op. Juiste man, juiste plaats: kies een architect en adviseurs die passen bij de vernieuwingsopgave en bespreek deze vooraf met hen. Overweeg een prijsvraag als kans voor andere architecten om zich te presenteren en tot nieuwe ideeën voor vernieuwing te komen. Zwart op wit: formuleer helder in het programma van eisen wat de wensen en vereisten voor vernieuwing zijn.

Het programma van eisen wordt vertaald naar een ruimtelijk concept. Er wordt een schetsontwerp gemaakt: een aanzet voor de vormgeving van het gebouw, de materiaalkeuze en de relatie met de omgeving. De haalbaarheid van het schetsontwerp wordt getoetst aan de hand van het programma van eisen en het budget.

Leer van anderen: bezoek ook in deze fase relevante referentieprojecBijlagen ten, samen met diverse betrokkenen. Vreemde ogen dwingen: vraag feedback van de verschillende betrokkenen (inclusief bezoekers en fi nanciers) over de voorgestelde vernieuwingen.

Idee

Beyond the black box_FA.indd 122

18.08.10 10:39


De focus ligt hierbij op het ontwerptraject en niet op het genereren van draagvlak of de fondsenwerving. Uit de aanbevelingen blijkt dat vooral de verkenning en de opdrachtformulering een cruciale rol spelen bij het vernieuwen. Deze fasen worden in de praktijk vaak

4. Voorloping ontwerp

te snel of te nonchalant doorlopen. Hoewel sommige fasen anders verlopen bij renovatie, vernieuwbouw of hergebruik van bestaande gebouwen, is een belangrijk deel van de aanbevelingen niettemin ook hiervoor relevant.

5. Definitief ontwerp

6. Bestek en bouw

Het schetsontwerp wordt uitgewerkt tot een voorlopig ontwerp: plattegronden, doorsneden, constructies en installaties worden op hoofdlijnen bepaald.

Het voorlopige ontwerp wordt uitgewerkt: plattegronden, doorsneden, constructies en installaties worden defi nitief gemaakt.

Het cultuurgebouw wordt in detail uitgewerkt en gebouwd.

ACTIVITEIT

Ter zake komen: creëer duidelijkheid in woord en beeld over hoe de vernieuwing er daadwerkelijk uit komt te zien en wat het effect ervan is.

God is in the details: hou goed toezicht op de details (zoals materiaalkeuze) die noodzakelijk zijn voor het welslagen van de vernieuwing.

God is in the details, again: hou ook bij de bouw specifiek toezicht op de realisering van vernieuwingen en de details die noodzakelijk zijn voor het welslagen ervan. Niet te vroeg juichen: hou rekening met kinderziekten, exploitatieaanloop en de noodzaak om ervaring op te doen om de vernieuwing tot zijn recht te laten komen. Oefening baart kunst: test de vernieuwingen eerst uitgebreid als het gebouw eenmaal is gerealiseerd. Nodig ‘testbezoekers’ uit en vraag hen om feedback.

AANBEVELING

rp twe On

Fle xib ilit eit

Opening

Beyond the black box_FA.indd 123

18.08.10 10:39


Bijlagen

Bestudeerde musea en theaters 140 voorbeelden uit binnen- en buitenland

124

Beyond the black box_FA.indd 124

18.08.10 10:39


In aanbouw

Ontworpen

Beyond the black box_FA.indd 125

Toont bezoekers het bedrijf achter de schermen of maakt dit voor hen toegankelijk

Benut het gebouw als medium om zich naar de omgeving toe te presenteren

Benut verblijfsruimten op of onder het gebouw voor een bijzonder, prettig en langzaam verblijf

Benut extracurriculaire activiteiten en faciliteiten voor een comfortabel en afwisselend bezoek

Benut binnenruimten voor een bijzonder, prettig en langzaam verblijf

Benut de omringende openbare ruimte om het verblijf te veraangenamen of goed zichtbaar te zijn

Toont passanten wat er in het gebouw gebeurt of een voorproefje hiervan

Benut het uitzicht om het gebouw of de programmering te verrijken

Benut een groene omgeving om het bezoek te verrijken of te veraangenamen

Gerealiseerd

p62

p52, p80, p98

p70

p74

125

18.08.10 10:39


Bijlagen

126

Beyond the black box_FA.indd 126

18.08.10 10:39


Beyond the black box_FA.indd 127

18.08.10 10:39

Toont bezoekers het bedrijf achter de schermen of maakt dit voor hen toegankelijk

Benut het gebouw als medium om zich naar de omgeving toe te presenteren

Benut verblijfsruimten op of onder het gebouw voor een bijzonder, prettig en langzaam verblijf

Benut extracurriculaire activiteiten en faciliteiten voor een comfortabel en afwisselend bezoek

Benut binnenruimten voor een bijzonder, prettig en langzaam verblijf

Benut de omringende openbare ruimte om het verblijf te veraangenamen of goed zichtbaar te zijn

Toont passanten wat er in het gebouw gebeurt of een voorproefje hiervan

Benut het uitzicht om het gebouw of de programmering te verrijken

Benut een groene omgeving om het bezoek te verrijken of te veraangenamen


Bijlagen

128

Beyond the black box_FA.indd 128

18.08.10 10:40


129

Beyond the black box_FA.indd 129

18.08.10 10:40

Toont bezoekers het bedrijf achter de schermen of maakt dit voor hen toegankelijk

Benut het gebouw als medium om zich naar de omgeving toe te presenteren

Benut verblijfsruimten op of onder het gebouw voor een bijzonder, prettig en langzaam verblijf

Benut extracurriculaire activiteiten en faciliteiten voor een comfortabel en afwisselend bezoek

Benut binnenruimten voor een bijzonder, prettig en langzaam verblijf

Benut de omringende openbare ruimte om het verblijf te veraangenamen of goed zichtbaar te zijn

Toont passanten wat er in het gebouw gebeurt of een voorproefje hiervan

Benut het uitzicht om het gebouw of de programmering te verrijken

Benut een groene omgeving om het bezoek te verrijken of te veraangenamen


Bijlagen

130

Beyond the black box_FA.indd 130

18.08.10 10:40


Beyond the black box_FA.indd 131

18.08.10 10:40

Toont bezoekers het bedrijf achter de schermen of maakt dit voor hen toegankelijk

Benut het gebouw als medium om zich naar de omgeving toe te presenteren

Benut verblijfsruimten op of onder het gebouw voor een bijzonder, prettig en langzaam verblijf

Benut extracurriculaire activiteiten en faciliteiten voor een comfortabel en afwisselend bezoek

Benut binnenruimten voor een bijzonder, prettig en langzaam verblijf

Benut de omringende openbare ruimte om het verblijf te veraangenamen of goed zichtbaar te zijn

Toont passanten wat er in het gebouw gebeurt of een voorproefje hiervan

Benut het uitzicht om het gebouw of de programmering te verrijken

Benut een groene omgeving om het bezoek te verrijken of te veraangenamen


Bijlagen

132

Beyond the black box_FA.indd 132

18.08.10 10:40


133

Beyond the black box_FA.indd 133

18.08.10 10:40

Toont bezoekers het bedrijf achter de schermen of maakt dit voor hen toegankelijk

Benut het gebouw als medium om zich naar de omgeving toe te presenteren

Benut verblijfsruimten op of onder het gebouw voor een bijzonder, prettig en langzaam verblijf

Benut extracurriculaire activiteiten en faciliteiten voor een comfortabel en afwisselend bezoek

Benut binnenruimten voor een bijzonder, prettig en langzaam verblijf

Benut de omringende openbare ruimte om het verblijf te veraangenamen of goed zichtbaar te zijn

Toont passanten wat er in het gebouw gebeurt of een voorproefje hiervan

Benut het uitzicht om het gebouw of de programmering te verrijken

Benut een groene omgeving om het bezoek te verrijken of te veraangenamen


Bijlagen

134

Beyond the black box_FA.indd 134

18.08.10 10:40


135

Beyond the black box_FA.indd 135

18.08.10 10:40

Toont bezoekers het bedrijf achter de schermen of maakt dit voor hen toegankelijk

Benut het gebouw als medium om zich naar de omgeving toe te presenteren

Benut verblijfsruimten op of onder het gebouw voor een bijzonder, prettig en langzaam verblijf

Benut extracurriculaire activiteiten en faciliteiten voor een comfortabel en afwisselend bezoek

Benut binnenruimten voor een bijzonder, prettig en langzaam verblijf

Benut de omringende openbare ruimte om het verblijf te veraangenamen of goed zichtbaar te zijn

Toont passanten wat er in het gebouw gebeurt of een voorproefje hiervan

Benut het uitzicht om het gebouw of de programmering te verrijken

Benut een groene omgeving om het bezoek te verrijken of te veraangenamen


Bijlagen

136

Beyond the black box_FA.indd 136

18.08.10 10:40


p70

p98

137

Beyond the black box_FA.indd 137

18.08.10 10:40

Toont bezoekers het bedrijf achter de schermen of maakt dit voor hen toegankelijk

Benut het gebouw als medium om zich naar de omgeving toe te presenteren

Benut verblijfsruimten op of onder het gebouw voor een bijzonder, prettig en langzaam verblijf

Benut extracurriculaire activiteiten en faciliteiten voor een comfortabel en afwisselend bezoek

Benut binnenruimten voor een bijzonder, prettig en langzaam verblijf

Benut de omringende openbare ruimte om het verblijf te veraangenamen of goed zichtbaar te zijn

Toont passanten wat er in het gebouw gebeurt of een voorproefje hiervan

Benut het uitzicht om het gebouw of de programmering te verrijken

Benut een groene omgeving om het bezoek te verrijken of te veraangenamen


Bijlagen

138

Beyond the black box_FA.indd 138

18.08.10 10:40


Verantwoording van de illustraties

Illustratie

Gemaakt en/of beschikbaar gesteld door

Pagina

Apollo (Museum Boijmans Van Beuningen)

Peter Nientied

9

The New Museum

Federico Negro

10

Wyly Theatre

Luxigon

12

Casa da Música

Office for Metropolitan Architecture (OMA)

15

Tate Modern

zoer

16

Bazar Curieux

ZUS [Zones Urbaines Sensibles]

30

Bazar Curieuz vogelvlucht impressie

ZUS [Zones Urbaines Sensibles]

32

Tate Modern (The Weather Project)

Simiant

38

Verkadefabriek

Sybolt Voeten

40

Mart

FasterDix

40

Kimmel Center for the Performing Arts

lynne

41

Nieuw Fries Museum

Henket & partners architecten

42

Tate Modern

matteo77

42

21st Century Museum of Contemporary Art

Caspar B.

44

21st Century Museum of Contemporary Art

turezure

44

Munch Museum

Luxigon

44

Museum aan de Stroom

Neutelings Riedijk Architecten bv

46

Casa da Música

Office for Metropolitan Architecture (OMA)

47

Casa da Música

sugu

47

Museum Insel Hombroich

Tomas Riehle / Stiftung Insel Hombroich

48

Institute of Contemporary Art

handrajati

50

Museum Insel Hombroich

stijn

50

The Metropolitan Museum of Art

ddrmaxgt37

52

Metropool

Jannes Linders

52

Fondation Cartier

~ aliwin ~

53

Lincoln Center Alice Tully Hall

Strakey

54

Design Museum (Tank)

Judy Greenway

55

Natuurhistorisch Museum Rotterdam

Christian Richters

55

Museum Insel Hombroich

Marén Wirths (www.matahina.com)

56

SCHUNCK*

SCHUNCK*/Perry Schrijvers

57

Wyly Theatre

courtesy of REX

57

INTRO

START

SLOW STAY

OPEN HUIS

139

Beyond the black box_FA.indd 139

18.08.10 10:40


Bijlagen

Illustratie

Gemaakt en/of beschikbaar gesteld door

Pagina

NAi (Open Maquettedepot)

www.rob-thart.nl

58

The New Museum

Darrel Ronald

60

Curve Theatre

Curve Theatre/Peter Cook

61

BBC Music Centre

Foreign Office Architects

63

Sandvika Cultural Center

Damian Heinisch

63

Eyebeam Museum of Art and Technology

Diller Scofidio + Renfro

64

National Music Center

Diller Scofidio + Renfro

65

Museum Liaunig

Querkraft/ Lisa Rastl

65

NAi (Open Maquettedepot)

www.rob-thart.nl

66

Collectiegebouw (Museum Boijmans Van Beuningen)

MVRDV

66

Schaulager

Purple Cloud

67

ACHTER DE SCHERMEN

GEBOUWVERRIJKING Guggenheim Museum

PTGreg

68

Graphic Design Museum

Luuk Kramer

70

Stanislavski (Stadsschouwburg Amsterdam)

Stanislavski

71

Verbeke Foundation (Campingflat)

Cor de Kock

72

Museum of Image and Sound

Diller Scofidio + Renfro

73

Guggenheim Museum

David Heald / © The Solomon R. Guggenheim Foundation, New York

73

BMW Welt

matze_ott - matze_ott

74

Hotel Everland (Palais de Tokyo)

L/B

75

Palais de Tokyo

kygp

76

Apollo (Museum Boijmans Van Beuningen)

Fred Ernst

77

UITERLIJK VERTOON Hamburger Kunsthalle

URBANSCREEN

78

Oude Luxor

renerotterdam

81

Musée du quai Branly

Johan Idema

81

Centre Pompidou

andrewc

82

Fondation Cartier

Slightlynorth

82

Fondation Cartier

tashafarris

83

Museum of Contemporary Art Sydney

Crouchy69

84

Hamburger Kunsthalle

URBANSCREEN

85

El Kursaal

Only J

85

Kunsthaus Bregenz

downtown BLUE

86

140

Beyond the black box_FA.indd 140

18.08.10 10:40


Illustratie

Gemaakt en/of beschikbaar gesteld door

Pagina

Konserthuset Kopenhagen

seier+seier+seier

86

Schaulager

rytc

88

BBC Music Centre

Foreign Office Architects

90

Kunsthaus Graz

Nicolas Lackner

90

Museion

onbekend

91

BINNENSTEBUITEN Muziekgebouw aan ‘t IJ

Adam Mørk

92

Arctic Cultural Center

BIG

92

Centre Pompidou

TBSnapshots

94

Institute of Contemporary Art

tylerc083

95

Kunsthaus Bregenz

onbekend

95

Den Norske Opera & Ballett

Renny Bakke Amundsen, Norway

96

Muziekgebouw aan ‘t IJ

Monique Laeyendecker

96

Skuespilhuset

onbekend

97

Stavanger Konserthus

BIG

98

Museo Tamayo

BIG / Mexican Rojkind Arquitectos

98

Caixa Forum

eraritjaritjaka

99

Drents Museum

(designed by) Erick van Egeraat

100

Musée du quai Branly

vincen-t

101

Verbeke Foundation

Johan Idema

101

Stadspark en Theater Middelburg

VenhoevenCS Architecten

102

P.S.1

Elizabeth Felicella/P.S.1 Contemporary Art Center

102

Museum Beelden aan Zee

Jackie Kever

103

Benesse House

iskandr

102

Wei-Wu-Ying Center for the Performing Arts

Mecanoo architecten

103

Royal Ontario Museum

Tom Arban

104

Tenerife espacio de las Artes

Matthias Höss

105

Museum of Image and Sound

Diller Scofidio + Renfro

105

de Young Museum

ehoyer

111

Alice Tully Hall

johnshoe

112

Wyly Theatre

Tim Hursley

117

Verbeke Foundation

Passetti

119

IMPROVE

141

Beyond the black box_FA.indd 141

18.08.10 10:40


Colofon en dankwoord Beyond the black box and the white cube is een initiatief van lagroup Leisure & Arts Consulting, een adviesbureau in de culturele en vrijetijdssector. De auteurs (hier werkzaam) zijn dit onderzoek gestart vanuit hun betrokkenheid met de cultuursector en omdat vernieuwing van museum- en theatergebouwen volgens hen om aandacht vraagt.

Roel van Herpt (roel@lagroup.nl) is adviseur cultuur en stedelijke ontwikkeling en redacteur van LA blog.nl, een weblog over leisure & arts in steden en gebieden. Hij studeerde Bedrijfskunde in Tilburg en Rome en voltooide de masterstudies Strategic Management in Tilburg (cum laude) en Creative Development in Utrecht. Voordat hij adviseur werd bij lagroup, was Roel werkzaam bij de Arnhem Mode Biënnale en aan de TU Eindhoven als trainee Architectural Design Management.

Het onderzoek is een non-profit initiatief en is mede mogelijk gemaakt door een eigen investering van lagroup en door een bijdrage van het Stimuleringsfonds voor Architectuur. Johan Idema (johan@lagroup.nl) is senior cultuuradviseur op het gebied van strategie en beleid, conceptontwikkeling, trendwatching en businessplanning. Hij voltooide masterstudies Industrieel Ontwerpen aan de TU Delft en MBA/Kunstmanagement aan de New York University en werkte bij diverse cultuurinstellingen in Nederland en New York. Eerder produceerde hij de Datascape Cultuur en schreef hij, samen met Roel van Herpt, ‘De zin die kleefde – en 50 andere tips voor ijzersterke plannen’.

De auteurs willen speciaal bedanken: • Sarah Coemans voor de ondersteuning in de research van dit onderzoek; • Jaap Lampe (Stadsschouwburg & Philharmonie Haarlem), Todd Reisz (OMA), Cees van ’t Veen (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) en Francesco Veenstra (Mecanoo) voor het meedenken en meelezen; • Benno Tempel (Gemeentemuseum Den Haag) en Elma van Boxel en Kristian Koreman van ZUS voor het verzorgen van respectievelijk het voorwoord en het essay; • Peter Nientied voor het aanleveren van diverse illustraties; • het Stimuleringsfonds voor Architectuur voor de beschikbaar gestelde financiering en in het bijzonder Martijn Oskam voor de begeleiding van de aanvraag hiervoor; • last but not least, Stephen Hodes en Geer Schakel van lagroup voor het genereus beschikbaar stellen van tijd voor dit onderzoek. Bij de samenstelling van dit boek hebben de auteurs getracht alle rechthebbenden te achterhalen. Diegenen die desondanks menen rechten te kunnen doen gelden, worden verzocht contact op te nemen met de auteurs. Niets in dit boek mag worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteurs/rechthebbenden. Deze bepaling geldt zowel voor geplaatste tekst als voor het beeldmateriaal dat niet onder Creative Commons valt (zie verantwoording van de illustraties).

142

Beyond the black box_FA.indd 142

18.08.10 10:40


Concept en tekst Johan Idema en Roel van Herpt Research Sarah Coemans Tekstredactie Marijke Menning Visueel concept, vormgeving en beeld andrews:degen - studio voor ontwerp en communicatie (www.andrewsdegen.com) Omslagillustratie Gecreëerd door andrews:degen, met foto’s van Watz (Kunsthaus Graz) en Smallritual (Tate Modern) en toestemming van Colin Fournier and Peter Cook (architecten Kunsthaus Graz). Druk die Keure Eerste druk, © 2010 ISBN/EAN 978-94-90534-02-8

143

Beyond the black box_FA.indd 143

18.08.10 10:40


Waarom bestaan er geen theaters met etalages waarin, zoals bij de Bijenkorf, verleidelijke minidecors je tonen wat er binnen wordt verkocht? Waarom zie je in restaurants steeds vaker hoe de koks de gerechten bereiden, maar presenteren musea hun kunst en erfgoed alleen als eindproducten? Waarom hebben musea en theaters eigenlijk geen tuin, plein of terras, door hen ingericht en geprogrammeerd, waar je een middag lang prettig kunt vertoeven? Deze vragen vormen de aanleiding voor Beyond the black box and the white cube. Nederland bouwt en vernieuwbouwt op het moment honderden musea en theaters. Dat levert veel zwarte en witte dozen op: introverte, monofunctionele en op elkaar lijkende gebouwen. Dit boek presenteert, ter lering en inspiratie, succesrijke voorbeelden uit de hele wereld van hoe het ook anders kan. Beyond the black box and the white cube is het verslag van een zoektocht naar vernieuwing en introduceert een frisse manier van denken over cultuurgebouwen. Maar bovenal is het een warm pleidooi voor levendige en markante musea en theaters die een groot, veelzijdig en enthousiast publiek bereiken. Museum- en theaterdirecteuren, architecten en hun opdrachtgevers, beleidsmakers en bevlogen cultuurbezoekers mogen dit boek daarom niet missen. De auteurs, Johan Idema en Roel van Herpt, zijn fervente bezoekers van musea en theaters wereldwijd. Beiden zijn werkzaam bij adviesbureau LA group en hebben jarenlange ervaring met de planvorming van nieuwe cultuurgebouwen.

Musea en theaters zijn nog te vaak ivoren torens vol prachtige kunst en cultuur, waar te weinig mensen weet van hebben. Dit belangwekkende boek laat zien dat het anders kan ĂŠn moet. Jan Zoet, directeur Rotterdamse Schouwburg

De wereld van musea en theaters is er een van talrijke tinten grijs en kleur. Hoe uitgebreid dit palet is laat dit boek weten. Een must om geinspireerd te raken. Edwin Jacobs, directeur Centraal Museum

Beyond the Black Box and the White Cube  

'Beyond the black box and the white cube' introduces new and fresh ways of thinking about cultural institutions and their architecture. This...