Page 1

patiĂŤntinformatie van de orthopedisch chirurg | jaarmagazine 2015 2014

Zorg voor Beweging patiĂŤnt en arts

gaan allebei voor goud

prothesen registreren

voor kwaliteit en veiligheid


Weer in beweging

‘D

oor die ene dag veranderde alles: mijn werk, mijn hele leven. Tot 17 september 2007 werkte ik aan boord van de Broedertrouw 15, een bescheiden duw/sleepboot. Die dag zouden we een sectiestuk van een hopperzuiger verplaatsen van de RDM-werf aan de ­Rotterdamse Waalhaven naar Hardinxveld-Giessendam. Met een drijvende bok werd het gevaarte op

2

zorg voor beweging | jaarmagazine 2015


het ponton gehesen. De bok en het ponton werden met kruis­draden aan elkaar vast­ gezet. Eigenlijk een routineklus. Totdat ik die harde knal hoorde en viel. Mijn been was geraakt door een geknapte kruisdraad. Omdat ik een veiligheidspak aan had, zag ik niks, ook geen bloed. De pijn was ontzettend. Eenmaal in het ziekenhuis zei iemand: ‘Er is nog een kans dat je been behouden kan blijven.’ Dan kun je wel door de grond gaan. Uiteindelijk viel ik in slaap, ook door de morfine, denk ik. Toen ik wakker werd, zat er een stalen rek om mijn been. De orthopedisch chirurg vertelde dat mijn scheenbeen was ver­ brijzeld en dat het kuitbeen was gebroken. Het zag er niet best uit. Met pennen en

een externe fixateur had hij de botdelen weer met elkaar verbonden. De volgende vijf dagen zouden cruciaal zijn voor het behoud van mijn been, zei hij. Infecties bleven uit en ik herstelde. Maar mijn lichaam vormde onvoldoende bot om het centimeters grote gat in het scheenbeen te dichten. Na vijf maanden volgde daarom nóg een operatie. Daarbij raspten ze levend bot uit mijn bekkenkam om het in mijn scheenbeen te ‘verkruimelen’. Zo kon mijn scheenbeen toch genezen. Ik kan amper vertellen hoe blij ik was dat ik na acht maanden weer letterlijk op mijn eigen benen kon staan.

Voor het werk aan boord ben ik afgekeurd. Ik ben omgeschoold en werk nu op ­kantoor als intermodaal planner bij het containerbedrijf MSC. Daar plan ik het transport van containers naar de terminals. Het is geweldig werk en ik zit daar prima op mijn plek, beter dan ooit zelfs. Dagelijks fiets ik vijf minuten naar het station, neem de trein naar station Blaak en wandel dan nog twaalf minuten naar mijn werk. Dat gaat prima.’

André Wilson (44) raakte gewond bij een scheepvaartongeluk

‘Een amputatie was gelukkig niet nodig’ orthopedie houdt nederland in beweging

3


Voorwoord

Hoe is het met u?

52

Met deze vraag open ik het gesprek met iedere patiënt. De exacte woorden variëren misschien, maar ik bedoel altijd hetzelfde: welke klachten heeft u? Hoe hebben die klachten invloed op uw dagelijks leven? Welke veranderingen merkt u na een behandeling? In hoeverre voldoet het resultaat van de behandeling aan uw verwachtingen? Net als iedere orthopedisch chirurg wil ik verwachtingen waarmaken. Liever nog: ze overtreffen. En net als mijn collega’s zeg ik het wanneer ik denk dat verwachtingen van patiënten te hoog gespannen zijn. In dit magazine delen patiënten hun verhaal, hun ervaringen, met u. Bij sommigen werden hun verwachtingen inderdaad overtroffen. Bij anderen bleek een volledig herstel niet haalbaar. Ook veel van mijn collega’s komen aan het woord. Zij laten zien hoe ons vak in ontwikkeling is en hoe wij proberen steeds meer mogelijk te maken. Daarbij leggen wij ons werk onder een vergrootglas. In de Landelijke Registratie Orthopedische Implantaten, de LROI, verzamelen wij de gegevens over geplaatste gewrichtsprothesen en de operatie. Zo krijgen we duidelijk waar we staan en waar we ons werk nog verder kunnen verbeteren. Wij streven ernaar dat nog meer patiënten nog meer tevreden zijn. Wij willen dus een optimale kwaliteit van zorg. Maar de betaalbaarheid van de zorg wordt een steeds groter punt van discussie. Onze inzet is om te blijven kiezen op basis van kwaliteit en wij willen duidelijk maken wat kwalitatief goede zorg is. Daarom zetten wij in richtlijnen op een rij wat de wetenschap zegt over behandelmogelijkheden en -resultaten. Die kennis gebruiken we in de spreek­ kamer om samen met u de beste behandeling te kiezen.

40

Ik wens u veel plezier met het lezen van dit magazine. De NOV heeft het in goede samenwerking met alle ­orthopeden in Nederland zorgvuldig samengesteld. Henk Koot, orthopedisch chirurg Voorzitter Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV)

4

zorg voor beweging | jaarmagazine 2015


62

Inhoud

32

weer in beweging

2 André Wilson ‘Een amputatie was gelukkig niet nodig’ 12 Matthijs Schakel ‘De dokter zette mij letterlijk in de steigers’ 30 Anne van Giessen ‘Ik voel mij weer twintig’ 42 Martijn Harms ‘Mijn passie voor houthakken bracht me in de ambulance’ 52 Ingeborg Stroop ‘Weer actief met mijn kleinkinderen: ­geweldig!’ 62 Bibian Mentel ‘Het ligt niet in mijn aard om te denken: ­waarom ik?’

opmerkelijk orthopedie 10 Sportorthopedie Oók de orthopedisch chirurg gaat voor goud 20 Plaatsen knieprothese Van ‘timmermansoog’ tot ­computernavigatie 32 Scoliose Wat wil je kunnen? 40 Prothesiologie Polsprothese kwetsbaar en subtiel 50 Orthopedie overzee ‘Patiëntjes krijgen een toekomst’ 58 Leefstijl Stoppen met roken helpt beter genezen

column

6

23 Een ferme handdruk Marco van der Biezen 41 Mijn notenkraker Daniëlle A. Muliar 59 Presteren Ad de Beer

en…

42 orthopedie houdt nederland in beweging

4 Hoe is het met u? 6 Streekziekenhuis: sterke binding met de regio 16 Hoe houdt orthopedie ons aan het werk? 22 Elke behandeling is teamwerk 24 Wat en wie in de orthopedie 34 Niet zomaar een naam: De achillespees 35 Bekijk het maar: Tot op het bot 36 Registratie prothesen voor kwaliteit en veiligheid 46 Innovatie 48 Opleiding tot orthopedisch chirurg groeit mee met de tijd 54 Totale knieprothesen in Nederland 56 Tweede leven voor een versleten heupkop 60 Verstandig kiezen: De beste orthopedische zorg voor iedereen 66 Voor u 67 Colofon

5


Een dag orthopedie

Voor veel patiënten is het streekziekenhuis ‘om de hoek’ een vertrouwd adres, bovendien goed bereikbaar voor familieleden en vrienden. Medisch personeel en patiënten spreken er vaak letterlijk dezelfde taal. Zorg voor beweging loopt een dag mee op de afdeling orthopedie.

Streekziekenhuis: sterke binding met de regio

V Het begin van de werkdag. Orthopedisch chirurgen Johan Sturkenboom (links), Simen Hokwerda (midden) en Bob van Steijnen over­ leggen naar aanleiding van een röntgenfoto van een patiënt.

andaag zijn ze met z’n drieën, de orthopedisch chirurgen van het Antoniusziekenhuis in Sneek. Rond half acht ’s morgens is er eerst koffie op hun gezamenlijke werkkamer. Dit is het moment dat Simen Hokwerda (47), Bob van Steijnen (41) en Johan Sturkenboom (37) elkaar raadplegen over patiënten en bijzonderheden. Daarna waaieren ze uit over de polikliniek, de verpleegafdeling en de operatiekamer.

Voor deze orthopedisch specialisten is werken in een streekziekenhuis een heel bewuste keuze. Ze houden van de flexibiliteit, de korte lijnen, het nauwe samenwerken en de onderlinge band. Ze maken zich wel wat zorgen over de houdbaarheid van het concept van ‘het streekziekenhuis’. Schaalvergroting en super-specialisatie zijn immers de trends in de gezondheidszorg. Onderscheiden

“Ook wij moeten ons onderscheiden. Dat doen we bijvoorbeeld door te kiezen voor nieuwe technieken”, zegt Hokwerda. Van Steijnen en hij passen inmiddels bij 70 procent van de jaarlijkse 350 heupoperaties de vernieuwde ASI-techniek toe. Bij deze ‘Anterior Supine Intermuscular’-techniek, ook wel voorste benadering genoemd, plaatst de orthopedisch chirurg het heupgewricht vanaf de voorzijde, tussen de spiergroepen van het bovenbeen door. Een heupprothese

Typisch voor het streek­ ziekenhuis zijn de korte lijnen: snel is er tussentijds overleg over een gebroken knie, de datum voor de operatie wordt meteen gepland.

6

zorg voor beweging | jaarmagazine 2015


Leerlingverpleegkundige Elbrich de Vries aan het werk met de mobiele computer onder toezicht van unitleidster Miranda Boerstra.

Esther Nauta, verpleegkundig consulent orthopedie, onderzoekt tijdens het artrosespreekuur de bewegelijkheid van de heup van mevrouw Vogelzang.

kan ook via de zijdelingse (= laterale) of achterste (= posterolaterale) benadering worden geplaatst. Elke benadering kent zijn eigen voor- en nadelen. De ASI-techniek vereist specifieke vaardigheid. De twee orthopedisch chirurgen staken er veel tijd in om zich de techniek eigen te maken. “Het was een investering van een jaar, maar die werpt nu vruchten af.” Alles komt aan de orde

Geertje BootsmaMandemaker (77) is ondanks de spanning in opperbeste stemming tijdens het intake-gesprek met verpleegkundige Lize Wassenaar.

Vandaag wordt Geertje Bootsma (77) uit Lemmer volgens deze nieuwe techniek geopereerd. Ze heeft een versleten heup en krijgt daarom een prothese. “Het bewegen wordt steeds minder”, verklaart ze. “Ik kan slecht op- en afstappen op de fiets en ik heb veel pijn, ook ’s nachts.” Op de verpleegafdeling – in totaal 18 bedden voor orthopedie – wordt ze deze

orthopedie houdt nederland in beweging

ochtend voorbereid op de operatie die vanmiddag plaatsvindt. Onderdeel van die voorbereiding is een uitgebreide intake, afgenomen door verpleegkundige Lize Wassenaar. “Wilt u dit gesprek in het Nederlands of in het Fries?”, vraagt ze. Mevrouw Bootsma is tweetalig en kiest voor Nederlands. “Dan kan de verslaggever het ook begrijpen.” De sfeer lijkt ontspannen, maar de schijn kan bedriegen: de bloeddruk van mevrouw Bootsma is veel te hoog. “Ik heb ook wat hoofdpijn.” Het is niet niks, zo’n operatie. Tijdens de intake komt van alles aan de orde: medicijngebruik, het verloop van eerdere operaties, levensbeschouwing en of ze na afloop van de operatie thuis voorzieningen of verzorging heeft. In dat laatste is voorzien: mevrouw Bootsma herstelt na de operatie in een verpleeghuis in Joure. COW op de gang

Op de verpleegafdeling is leerlingverpleegkundige Elbrich de Vries druk in de weer met een mobiele computer, met daarop de letters COW. Aha! We zijn in Friesland, provincie van koste­lijk melkvee! Maar nee, de afkorting staat voor ‘Computer On Wheels’, een geavanceerde computer die op de ‘werkvloer’ alle data over patiënten en hun medicijngebruik toegankelijk maakt voor het medisch personeel. De Vries is halverwege haar verpleeg­kunde-opleiding aan het ROC De Friesche Poort. “School is om de hoek, dat is handig voor de stagebegeleiding.” Weer zo’n kenmerk van een streekziekenhuis: korte lijnen, hier óók met de school waar verpleegkundigen worden opgeleid. De band tussen ziekenhuis en regio komt duidelijk tot uiting op de polikliniek, vertelt Esther Nauta, verpleegkundig consulent orthopedie. Zij is een gespecialiseerd verpleegkundige die een aantal taken uit handen neemt van de orthopedisch chirurg. Op de polikliniek ontvangt zij deze ochtend patiënten tijdens het zogeheten ‘artrose-spreekuur’. Nauta

7


Een dag orthopedie

doet veel gesprekken en onderzoeken voor de ­orthopedisch chirurg. “Uiteindelijk beslist de arts natuurlijk met de patiënt over de behandelingen.” Albertje Nijholt (70) uit Sint Nicolaasga ondergaat over een paar weken een operatie voor een knieprothese. Het wordt haar tweede knie en ze kent dus het klappen van de zweep. De vorige keer gingen de operatie en het herstel van een leien dakje. Dat was ook het geval bij Tetje Spijksma (61) die na haar binnenkomt. Glunderend vertelt ze over de heupprothese die acht weken geleden bij haar werd geplaatst. “Ik loop weer, kan weer fietsen en de krukken konden na vijf weken weg.”

Het OK-team in actie tijdens de operatie van mevrouw Bootsma. Ze krijgt een heupprothese. Mevrouw ligt op haar rug op de operatietafel en de incisie wordt aan de voorzijde van het bovenbeen gemaakt, ter hoogte van het heupgewricht.

Complexe breuk

Niet alle patiënten zijn zo vrolijk. Bij de balie zit een jongeman met vrijwel zijn gehele rechterbeen in indrukwekkend gips. Het is John Wieten (net 20) uit Ens in de Noordoostpolder. Hij is doorgestuurd via de dependance van het Antoniusziekenhuis in Emmeloord. Afgelopen weekeinde brak hij zijn knie tijdens zijn eigen verjaardagsfeestje. “Ik viel van de tafel, pardoes met mijn achterste in de vuurkorf”, vertelt hij gelaten. Derhalve zit hij letterlijk ook nog op de blaren. De gebroken knie is ernstiger. John is angstig voor een operatie. Maar orthopedisch chirurg Van Steijnen overtuigt hem van de onvermijdelijkheid ervan. “Met die knie moet je je hele leven nog voort”, zegt hij. “Rook je? Ik adviseer echt te stoppen. Roken heeft een negatieve invloed op de genezing van je botten.” John mompelt schoorvoetend dat hij het zal proberen. In overleg wordt een datum voor de operatie gepland.

hun dijbeen aan met het woord ‘bil’. De bil noemen ze ‘kont’ en het hele been noemen ze ‘voet’. Dat geeft voldoende voedingsbodem voor orthopedische verwarring, zou je denken. Oppassen dus. Het ziekenhuis onderhoudt actieve relaties met de regio. Van tijd tot tijd organiseert het ziekenhuis regionale lezingen over uiteenlopende medische onderwerpen. Via de lokale en regionale media worden bewoners uitgenodigd. De belangstelling is altijd groot, maar de lezing over orthopedische ontwikkelingen spande de kroon. Hokwerda: “Er kwamen meer dan 500 aanmeldingen, teveel om in het ziekenhuis te ontvangen. We hebben daarom een zaal gehuurd in een hotel.” Tussen de spieren door

John kwam met een complexe breuk in het ziekenhuis, maar dat maakt hem nog niet tot een patiënt die complexe zorg nodig heeft. Hokwerda: “Mensen met bijvoorbeeld bottumoren of orthopedische patiënten met nog andere aandoeningen zoals long- of hartpatiënten; zij hebben complexe zorg nodig. Daar is een universitair ziekenhuis beter op ingericht en dus verwijzen we die mensen vrijwel standaard naar het Universitair Medisch Centrum Groningen.”

Om een uur ’s middags is de operatie van mevrouw Bootsma gepland. Het volledige OK-team staat er klaar voor als de checklist wordt doorgenomen. Mevrouw Bootsma wordt met een ruggenprik ver-

Het ‘verjaardagscadeau’ van John Wieten is een gebroken knie omdat hij tijdens zijn verjaardagsfeest van de tafel viel. Hij meldt zich bij de balie voor onderzoek en het plannen van de operatie.

Bil, kont en voet

Het streekziekenhuis is voor de patiënten goud waard – al is het maar om de taal, cultuur en gewoonten. Dat zegt Wietske Vogelzang uit Balk, die na een heupoperatie een nacontrole ondergaat. “Ik ben een echte Friezin. Het is fijn om in mijn eigen taal te kunnen praten, dat is vertrouwd en veilig.” Ze geeft ongevraagd een kleine taalles: Friezen duiden

8

zorg voor beweging | jaarmagazine 2015


Wietske Vogelzang uit Balk geeft lachend een taallesje Fries tijdens het artrosespreekuur van Esther Nauta. “Het dijbeen, dat is je bil.”

Orthopedisch chirurg Simen Hokwerda kan mevrouw Bootsma na afloop vertellen dat de operatie prima is verlopen.

doofd en vervolgens in een roesje gebracht. Dan begint de operatie. Mevrouw ligt op haar rug op de operatie­tafel en de incisie wordt aan de voorzijde van het ­bovenbeen gemaakt, ter hoogte van het heup­gewricht. Twee OK-assistenten hebben de spier­strengen van de bovenbeenspier als het ware ontvlecht en houden ze met speciaal daarvoor ontworpen hevels uit elkaar. Onderwijl kan orthopedisch chirurg Hokwerda de heup van mevrouw Bootsma verwijderen en de prothese plaatsen. Na een uur heeft mevrouw Bootsma een nieuwe heupkop en -kom en wordt ze naar de uitslaapkamer gebracht. Hokwerda: “We kunnen de techniek niet bij iedereen toepassen. Bij mensen met overgewicht of zeer ­ontwikkelde spieren kiezen we nog voor de traditionele methode. Inmiddels zijn we trouwens klaar voor de volgende stap: ‘rapid recovery’. Dat betekent dat de patiënt eigenlijk direct na de operatie het bed uit gaat en wordt gemobiliseerd. Daarvoor werken we aan een reeks nieuwe protocollen, gaan we werken met sneller uitwerkende narcoses, andere pijnstillers en nieuwe middelen tegen misselijkheid. Hoe korter de patiënt in bed ligt, hoe sneller het herstel verloopt.”

Fysiotherapeut Liesbeth Peters begeleidt de heer Steenaart, na zijn knieoperatie, tijdens zijn eerste schreden op de trap.

orthopedie houdt nederland in beweging

Voor mevrouw Bootsma is die haast nog even niet nodig. Eenmaal weer wakker na de operatie zegt ze verwonderd over haar been: “Kijk, hij beweegt.” Morgenochtend komt de fysiotherapeut haar uit bed halen, vertelt Hokwerda. Hij geeft mevrouw Bootsma een hand, zijn werkdag zit erop. Het regent buiten flink. Dat worden 15 natte kilometers op de fiets naar huis.

9


Opmerkelijk orthopedie

sportorthopedie

óók de orthopedisch chirurg gaat voor goud ‘Onze’ topsporters zorgen voor veel kijkplezier en nationale trots, vooral als ze medailles en wedstrijden winnen. Onbedoeld dragen ze, bij een blessure, ook nog bij aan effectievere en snellere behandelmethoden. Dat zegt orthopedisch chirurg en hoogleraar sporttraumatologie prof. dr. Gino Kerkhoffs. “Vragen van patiënten motiveren mij. En geblesseerde topsporters komen met extreme vragen.” Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat mensen gezonder én gelukkiger ­worden als ze regelmatig bewegen; dat geldt zeker voor sporters. Het lichaam gaat er beter van functioneren: het hart- en longsysteem, de bloedvaten, de spijsvertering en het bewegingsapparaat. Bewegen helpt ook bij het voorkomen en herstel van belangrijke chronische aandoeningen, zoals kanker en diabetes. Natuurlijk kunnen sport en bewegen leiden tot een blessure. Knieën en enkels, bijvoorbeeld, hebben het zwaar te ver­duren bij rennen, springen, keren en draaien – vooral in wedstrijdsituaties. Toch laat Kerkhoffs geen ruimte voor sportscepsis: “De voordelen van sport wegen ruimschoots op tegen de nadelen”. Out of the box

Waarin onderscheidt sporttraumatologie zich van ‘gewone’ orthopedie? Kerkhoffs: “Al mijn patiënten verdienen de beste behandeling, of het nu een kind is dat wil meedoen aan de gymles of een metselaar die weer aan de slag wil. Een topsporter heeft echter een beperkte tijd om zijn

10

zorg voor beweging | jaarmagazine 2015


Topsporters willen zo snel mogelijk weer wedstrijdfit zijn. Gino Kerkhoffs: “Dat heeft me geleerd dat iedere patiënt zijn eigen grenzen heeft.”

doelen te bereiken. Daarom vraagt hij je ‘out of the box’ te denken: iets beters dan de standaard oplossing. Dat soort vragen maken mij tot een betere dokter. Een turnster vroeg me eens of het gips om haar been er tijdens trainingen vanaf kon, zodat ze in ieder geval kon oefenen aan de rekstok. Ze kon op één been landen, maakte ze aannemelijk. Zo hebben we afneembaar gips ontwikkeld. Dat leerde me dat iedereen zijn eigen grenzen heeft als het gaat om fysieke activiteit tijdens het genezingsproces.”

Kerkhoffs vergelijkt sporttraumatologie met de Formule 1 in de autosport. De techniek die wordt ontwikkeld in de ­racewereld, vindt later vaak een toepassing in consumentenauto’s. “Als je met 300 kilometer per uur door de bocht wil, dan moet de wagen erg goed zijn afgesteld om niet uit de bocht te vliegen. Ondanks dat ik als consument ‘maar’ 120 wil, profiteer ik wel mee van de ontwikkelde techniek. Zo werkt het ook bij ons: de drang topsporters snel en gezond op de been te helpen, heeft in de afgelopen 25 jaar onder andere geholpen bij de ontwikkeling en de inburgering van de kijkoperatie.” Topsport als proeftuin

Meest voorkomende acute blessures:

– Voorste kruisbandletsel in de knie (voetbal, hockey, judo, skiën, turnen, rugby) – Enkelbandletsel (voetbal, hockey, turnen, rugby, basketbal, handbal) – Spierletsels algemeen, vaak hamstrings (voetbal, overige teamsporten, waterskiën) Vaak voorkomende chronische blessures:

– Achillespees (atletiek, wielrennen, voetbal) – Vermoeidheidsbreuken in voet (turnen, atletiek, rugby) – Artrose enkels en knieën (voetbal, na carrière) – Overbelasting schouder en elleboog (honkbal, tennis, judo, cricket) Tip om blessures te voorkomen:

Kerkhoffs: “Goed voor jezelf zorgen en luisteren naar je eigen lichaam is moeilijk. Toch gaat het daarom: neem bijtijds rust, doseer de trainingen goed en kom altijd uitgerust en fit aan de start van een wedstrijd.”  voorkomblessures.veiligheid.nl

www.sportzorg.nl

orthopedie houdt nederland in beweging

“Patiënten worden steeds vaker behandeld door een medische team met vele disciplines, dat heet een multidisciplinair team. Zo’n team begeleidt de terugkeer naar het sportveld, maar ook naar het ­dagelijks werk. Daar is nog veel meer winst te behalen. Er komen steeds meer mogelijkheden, zoals gewichtloos trainen in het zwembad of op een ­zogenoemde ‘G-trainer’ waarop je rent zonder je gewrichten te belasten. Dergelijke faci­ liteiten staan iedereen ter beschikking.” Wellicht zal ook de ontwikkeling van stamceltechnieken van de sporttrauma­ tologie profiteren. Wetenschappers ­zoeken immers naar nieuwe methoden voor een sneller en beter herstel van botbreuken, voor het opkweken van kraakbeen en voor het bevorderen van spierherstel. Topsport kan hier de functie van proeftuin vervullen, denkt Kerkhoffs. “Topsporters willen immers buiten de bestaande kaders denken. En daarna gaan we allemáál van hun ervaringen profiteren.”

11


Weer in beweging

Matthijs Schakel (19) onderging beenverlenging

‘De dokter zette mij letterlijk in de steigers’

12

zorg voor beweging | jaarmagazine 2015


orthopedie houdt nederland in beweging

13


Weer in beweging

Als iemand weet wat de uitdrukking ‘een blok aan je been’ betekent, dan is het wel Matthijs Schakel. Twee keer onderging hij een procedure voor beenverlenging; de eerst keer toen hij op de lagere school zat, daarna op zijn zestiende. Na beide operaties was zijn been vele maanden verpakt in een metalen rek. Die ontberingen waren niet voor niets: de student fysiotherapie beschikt nu over het ideale postuur van een wedstrijdroeier. “Ik train acht keer per week. Keihard roeien is zó gaaf, ik ben er verliefd op.”

M

atthijs werd geboren met ‘fibula aplasie’. “Kort gezegd groeide mijn linkerbeen minder dan het rechter, zodat het lengteverschil tussen beide steeds groter werd.” Been­verlenging gebeurt bij voorkeur vóór het achttiende jaar: jonge mensen maken makkelijker bot aan. Bij Matthijs bleek per ingreep ongeveer tien centimeter extra groei mogelijk.

Externe fixateur

Bot dat wordt verlengd, moet eerst worden doorgezaagd, legt Matthijs uit. In zijn geval gebeurde dat bij zijn boven- én zijn onderbeen. De botdelen worden met staaldraad en metalen pennen aan een metalen frame bevestigd, de externe fixateur ­(zie kader). “De dokter heeft mij letterlijk in de steigers gezet. Er zaten twintig pennen in

mijn been. Elke dag draai je die ringen een millimetertje verder uit elkaar, zoveel als het lichaam nieuw bot kan aanmaken. Zo maakt je been de gewenste inhaalslag.” Als kind kreeg Matthijs steeds dikkere zooltjes onder zijn linkerschoen, tot wel zeven centimeter. Na de eerste operatie leefde hij een jaar lang met de externe fixateur, waardoor zowel zijn onder- als bovenbeen met vijf kostbare centimeters groeiden. Hij weet niet zo heel veel meer van die tijd. “Gelukkig heb je als klein kind amper door wat er allemaal gebeurt. Maar ik werd heerlijk verwend door mijn moeder”, herinnert hij zich. In de kroeg

Toen hij zestien was, volgde een tweede operatie. Op die leeftijd ging Matthijs op eigen wijze om met de belemmeringen in zijn leven. Besmuikt vertelt hij hoe hij op zijn zestiende in de kroeg zijn ijzeren frame stootte aan een reeks barkrukken en bloedend met de bus naar huis ging. Het frame overleefde in die tijd zelfs een on­besuisde

‘Elke dag draai je die ringen verder uit elkaar’ val met scooter. “Ik zag mezelf als iemand met een kleine beperking en deed overal aan mee.” Na de tweede operatie en de daarop volgende maanden won zijn been opnieuw lengte: nu in totaal acht centimeter. “Zo’n rek weegt een paar kilo. En telkens als je de fixateur uitdraait, doet het flink pijn. In

14

zorg voor beweging | jaarmagazine 2015


feite ben je je eigen beul”, zegt Matthijs. “Het zijn geen leuke momenten. Soms wil je ­alles bij elkaar schreeuwen. Rond de pennen in het been traden vaak infecties op. Het vlees wilde omhoog groeien; het schoonmaken met steriel gaas had nog het meeste weg van flossen.” “Ik heb een deel van mijn jeugd geïnves-

teerd in de toekomst”, vindt Matthijs. “Nu voel ik een sterke drang om de vruchten ervan te plukken.” Tijdens het herstel­traject na de laatste operatie ontdekte hij de waarde van fysiotherapie, het vak waarvoor hij nu in opleiding is. “Fysiotherapie is de basis, als ik klaar ben wil ik ook nog geneeskunde studeren.”

In zijn jeugd werd hij vooral geconfronteerd met beperkingen. Die tijd is nu voorbij. Een goede vriend besmette hem met het roei­ virus. Inmiddels weet hij dat hij met zijn 1.92 meter en 69 kilo een ­ideale lichte roeier is. “Roeien is geweldig, hard trainen ook. Ik zou wellicht naar de Paralympics kunnen, maar liever doe ik ‘gewoon’ aan topsport.”

‘Truc’ om bot te laten groeien

“Fibula aplasie komt voor bij één op de 1500 tot 2000 kinderen. Het is een aangeboren stoornis in de botten van het onderbeen, soms ook van het bovenbeen. Bij de geboorte zijn de botten al korter en ze groeien minder snel”, vertelt orthopedisch chirurg dr. Ralph Sakkers. “Het inhalen van lengteverschil werkt zo: het bot wordt gebroken en het lichaam reageert daarop met de aanmaak van een soort tweecomponentenpasta, die tijdens de genezing uithardt. De truc is het bot dagelijks iets verder uit elkaar te trekken: het lichaam reageert telkens met meer ‘lijm’ en maakt steeds meer bot aan. Met de externe fixateurs regelen we de afstand tussen de uiteinden. Bij voorkeur doen we deze behandeling bij jonge mensen, omdat zij gemakkelijker nieuw bot aanmaken. Maar ook bij volwassenen kan botverlenging plaatsvinden. Het is een zware behandeling die ook een vorm van topsportmentaliteit vereist, zowel bij de patiënt als de familie. Zij worden vanuit het ziekenhuis dan ook geholpen door een veelzijdig begeleidingsteam.”

orthopedie houdt nederland in beweging

A

B

C

15


Hoofdartikel

Hoe houdt orthopedie ons aan het werk? De arbeidsmarkt verandert. Nederland vergrijst en de meesten van ons moeten ook na ons 65-ste doorwerken. Daarbij veran­ deren de arbeidsvoorwaarden: vaste contracten liggen al lang niet meer voor het oprapen. En van ontslagbescherming is steeds minder sprake. Veel mensen kiezen ervoor zelfstandig ondernemer te worden en dan krijg je bij ziekte alleen door­ betaald als je daarvoor verzekerd bent. Kortom: er zijn redenen genoeg om zo lang mogelijk fit, gezond en actief te blijven. Orthopedie houdt ons in beweging, ook op de werkvloer.

U

weet dat Nederland vergrijst. Er wonen nu 2,7 miljoen mensen van 65 jaar of ouder in ons land. In 2040 zijn dat er 4,7 miljoen. Die toename komt doordat de ‘babyboomers’ van na de oorlog in leeftijd steeds verder ‘opschuiven’. Bovendien worden we met zijn allen steeds ouder. De mannen van nu bereiken gemiddeld een leeftijd van 79 jaar. Dat loopt op naar ruim 87 in het jaar 2060. Voor vrouwen stijgt de levensverwachting in die periode van 83 naar bijna 90 jaar. Tegelijkertijd zijn de gezinnen kleiner dan een aantal decennia geleden, waardoor er in verhouding minder jongeren zijn. Het resultaat is dat steeds minder mensen

Werk stelt eisen aan het lichaam met betaald werk de lasten moeten opbrengen voor de groeiende groep gepensioneerden. Al langer is duidelijk dat dit niet kan. Voorbij is daarom de tijd dat we 57-jarige collega’s met bloemen en cadeaus uitzwaaiden ter gelegenheid van de VUT-regeling. De AOW-gerechtigde

16

zorg voor beweging | jaarmagazine 2015


We moeten ook na ons 65-ste doorwerken; een extra reden om zo lang mogelijk fit, gezond en actief te blijven.

leeftijd is ook al twee jaar opgeschoven. We moeten met z’n allen steeds langer doorwerken. Daar komt bij dat bedrijven hun werknemers op ‘prestaties’ beoordelen, in plaats van op ‘aanwezigheid’. En ­arbeidsongeschiktheid leidt niet meer zo snel tot een plekje thuis op de bank: er wordt gekeken naar wat iemand nog wél kan. Dan is er nog de groeiende groep mensen die in hun eentje een bedrijf runnen: ons land telt al 800.000 van deze zelfstandigen zonder personeel (zzp). Zij kunnen niet ziek zijn, want dan staan hun klanten in de kou. Bovendien hebben ze dan alleen inkomen als ze dat hebben afgedekt met een verzekering. Hoge verwachtingen

Ongeveer een derde deel van alle ziekteverzuim heeft een directe relatie met klachten aan het bewegingsapparaat. En dus zijn de hierboven geschetste ontwikkelingen duidelijk merkbaar in de spreekkamer van de orthopedisch chirurg. Er komen méér mensen met een betaalde baan, die bovendien nog een aantal werkzame jaren voor de boeg hebben. Zij hebben andere verwachtingen dan mensen die niet meer hoeven te werken. En hun werk stelt andere eisen aan hun lichaam – en dus bijvoorbeeld aan de prestaties van een knieprothese. Werken met een prothese

Er is nog relatief weinig bekend over hoe het is om met een knieprothese te werken. Dat komt doordat de meeste knieprothesen zijn geplaatst bij niet-werkende mensen vanaf een jaar of zeventig. Door de eerder genoemde ontwikkelingen stijgt het aantal mensen dat een gewrichtsprothese krijgt. Wetenschappers brengen daarom in kaart wat een beroep van iemands lichaam eist. Ze onderzoeken of mensen met een gewrichtsprothese die belasting

orthopedie houdt nederland in beweging

17


Hoofdartikel

nog aan kunnen en ze onderzoeken wat nodig is om méér mensen weer met succes naar hun eigen werk te laten terugkeren.

Mensen met zware beroepen lopen uiteraard eerder tegen de grenzen van hun mogelijkheden op. Denk aan vloerenleggers, bouwvakkers of stratenmakers: beroepen waarbij je veel hurkt, knielt, tilt of sjouwt. Hoe houdt een prothese zich tijdens dergelijke werkzaamheden? Dat wordt dus onderzocht. Uit de eerste onderzoeken blijkt wat werknemers met een knieprothese wel weer kunnen: pedalen bedienen, voertuigen besturen, staan en lopen. Maar knielen, hurken, klimmen en klauteren blijven vaak moeilijk. In totaal blijkt het grootste deel van de werkende

Hoe houdt een prothese zich tijdens het werk? patiënten met een knieprothese weer aan de slag te kunnen. Maar de helft van hen haalt niet meer het oude werkniveau. Zo’n situatie kan alsnog leiden tot arbeidsongeschiktheid of ontslag. Dat is natuurlijk niet de bedoeling. Wat is mogelijk

Om met succes weer aan de slag te kunnen gaan, is het handig als de patiënt/werknemer, de bedrijfs­arts en de orthopedisch chirurg de klachten en behandelmogelijkheden samen bespreken. Stel: u bent treinconducteur. Een orthopedisch chirurg weet niet wat uw specifieke taken zijn. U wilt natuurlijk wel weten of u met een knie­ prothese weer aan het werk kunt, maar u vindt het lastig om precies aan te geven hoe zwaar uw werk

Met een heup- of knieprothese kunnen stratenmakers hun zware werk meestal niet meer doen.

18

zorg voor beweging | jaarmagazine 2015


Voor een buschauffeur hoeft een knieprothese geen belemmering te zijn om te blijven werken.

Na de ingreep moet de begeleiding natuurlijk niet stoppen. Naast een algemene revalidatie is het verstandig dat u heel gericht toewerkt naar uw ­terugkeer op uw werk. Hiervoor zullen u, de orthopedisch chirurg, de bedrijfsarts en de fysiotherapeut contact met elkaar houden. En misschien ligt er voor u een taak om naar uw leefstijl te kijken. Want bij ongeveer de helft van de werknemers heeft overgewicht invloed op de algehele gezondheid en op de gewrichten. Zo’n vijftig jaar geleden zou u bij zware gewrichtsslijtage geen andere keus hebben gehad dan een plekje zoeken achter de geraniums. Tegenwoordig kunt u boodschappen blijven doen, wandelen, fietsen en met de kleinkinderen spelen. Soms gebeuren kleine wondertjes, bijvoorbeeld als iemand met knieprothesen de Nijmeegse Vierdaagse loopt. Zulke resultaten geven de hoop dat de orthopedie eraan kan bijdragen dat we óók op ons werk weer optimaal functioneren. is. De bedrijfsarts kan dat wel onderbouwen. Zo wordt duidelijk wat de rol van uw werk is geweest bij het ontstaan van de klachten en zo wordt ook duidelijker wat u van de knieprothese kunt verwachten. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om deze vragen: hoe lang wil of moet u nog blijven werken? Zijn er nog alternatieven voor een operatie? Zijn er mogelijkheden om de werkzaamheden aan te passen? Of de werk­omgeving? Is het wel mogelijk dat u met een knieprothese uw werk weer kunt doen? Zo ja, wat is het meest geschikte moment voor een operatie? En zo nee, welke mogelijkheden zijn er dan om eventueel een andere functie uit te oefenen.

orthopedie houdt nederland in beweging

Dit artikel kwam mede tot stand dankzij de ­medewerking van: Dr. Martin Stevens (Afdeling Orthopedie, ­ UMCG, Groningen); Dr. Sandra Brouwer (Afdeling Sociale Geneeskunde, Arbeid & Gezondheid, UMCG, Groningen); Dr. Paul Kuijer (Coronel Instituut voor Arbeid en ­Gezondheid, AMC, Amsterdam); Prof. dr. Thea Vliet Vlieland (Afdeling Orthopedie, LUMC, Leiden). Andere bronnen: Nationaal Kompas Gezondheid, RIVM; Centraal Bureau voor de Statistiek.

19


Opmerkelijk orthopedie

een knieprothese plaatsen

van ‘timmermansoog’ tot computernavigatie Vele wegen leiden naar Rome. En voor het plaatsen van een knieprothese zijn er drie methoden met eenzelfde resultaat, aldus orthopedisch chirurg dr. Enrike van der Linden. Waar veel orthopedisch chirurgen vertrouwen op hun ‘timmermansoog’, opereren anderen met geavanceerde navigatie­apparatuur of met driedimensionale scans.

We zijn allemaal steeds mondiger en struinen het internet af naar nieuwtjes. Daarbij hebben we al gauw het idee dat ‘nieuw’ automatisch ‘beter’ is. Maar wat betreft de methoden om een knieprothese te plaatsen, is dat zeker niet het geval. “Dat blijkt uit vergelijkend, wetenschappelijk onderzoek”, zegt Enrike van der Linden, die hierop promoveerde. Grofweg zijn er drie plaatsingsmethoden te onderscheiden, zo zegt ze: “De standaardmethode, de methode met computernavigatie en het systeem waarbij een ‘zaagmal’ wordt gemaakt. In mijn onderzoek heb ik gekeken of deze drie methoden verschillende resultaten geven. Dat blijkt niet zo te zijn.” Standaardmethode In 90 procent van de gevallen gebruikt de orthopedisch chirurg de standaardmethode. Hij of zij maakt de knie open en verwijdert het uiteinde van het bovenbeen en het uiteinde van het onderbeen. Zo ontstaat op elk bot een zaagvlak. Op beide zaagvlakken wordt met botcement een deel van de prothese bevestigd. Samen vormen die twee delen het nieuwe knie­ gewricht. “Wat je aan bot verwijdert, moet exact worden opgevuld door de prothesedelen”, licht Van der Linden toe. Met speciaal daarvoor ontwikkelde instrumenten richt de orthopeed de totale knieprothese tot deze de gewenste positie heeft. Van der Linden: “Dit gebeurt bij wijze van spreken zoals een timmerman in de weer is met waterpas en rolmaat. De knieschijf wordt ook keurig uitgelijnd.” Sommige chirurgen kiezen ervoor om een

20

zorg voor beweging | jaarmagazine 2015


plastic ‘schijfje’ aan de achterzijde van de knieschijf te bevestigen, een knieschijfcomponent. “Maar”, zo benadrukt Van der

Linden, “ook hier ­ontbreekt het bewijs dat het tot beter resultaat leidt.” Over de standaardmethode wijst haar onderzoek uit: “Hier zijn het vakmanschap en de ervaring van de orthopedisch chirurg bepalend.” Computernavigatie Sommige orthopedisch chirurgen vinden computernavigatie een goed hulpmiddel. In ongeveer 5 procent van de gevallen wordt dit toegepast. In grote lijnen moet de arts een aantal zogenoemde anatomische punten aanwijzen, dit zijn specifieke punten op de botten van het kniegewricht. Zo meet en weet de computer de vorm en positie van de knie. In feite maakt de orthopedisch chirurg voor elk kniegewricht een eigen ‘kaart’ waarop de computer (de ‘TomTom’) de weg vindt. De computer is zeer precies in zijn aanwijzingen. Van der Linden: “Dat wekt de indruk dat de knie zeer precies kan worden geplaatst. Maar of dat zo is, hangt af van de precisie waarmee de aanwijspunten zijn ingevoerd. Zo kunnen toch onnauwkeurigheden ontstaan. Het gevaar bestaat dus dat de computer veel meer precisie suggereert dan er is. Daarom meet de orthopedisch chirurg bij deze methode het liefst na of de computer

geen fouten maakt. En om dat te kunnen nameten en te kunnen beoordelen, heb je wel weer de nodige ervaring nodig.” Zaagmal op maat Een derde systeem is dat van de ‘mallen’. Bij deze methode wordt een stuk bot van de patiënt in kunstmateriaal nagemaakt, op basis van driedimensionale scans. De orthopedisch chirurg plant vervolgens op de computer hoe de prothese wordt geplaatst, waarna de fabriek een zaagmal maakt, precies passend bij de protheseplanning van elke patiënt. Van der Linden: “De computer is je digitale zaaghulp en je hoeft minder uitlijninstrumenten in het bot te plaatsen. In theorie is de operatie daardoor korter en verliest de patiënt misschien minder bloed. Maar het is gevaarlijk om te zeggen dat dit nauwkeuriger is. Alles staat of valt met de digitale voorbereiding en planning. Bovendien bestaat de kans op een aantal graden afwijking tijdens het zagen. Bij het plaatsen van de prothese met botcement kunnen daar heel makkelijk nog een paar graden bij komen. Dus ook bij deze methode blijft nameten en controleren heel belangrijk.” Van der Linden juicht de ontwikkeling van nieuwe methoden toe, “maar we moeten kritisch blijven op elke methode en op hoe we ‘m toepassen. Het vakmanschap van de orthopedisch chirurg blijft nog steeds het allerbelangrijkste, welke methode hij of zij ook kiest.”

Orthopedisch chirurg Enrike van der Linden: “Los van de methode die we kiezen, is ons vakmanschap het belangrijkste bij het plaatsen van knieprothesen.”

 www.youtube.com/user/zorgvoorbeweging: met films en animaties, bijvoorbeeld over het plaatsen van een knieprothese. Zie ook het artikel over de Landelijke Registratie Orthopedische Implantaten (LROI) op pagina 36.

21


Patiëntenorganisaties

Elke behandeling is teamwerk De orthopedisch chirurg, verpleegkundige, anesthesist en fysiotherapeut leveren allemaal hun bijdrage aan uw orthopedische behandeling en uw herstel. Maar u bent de hoofdpersoon; wat is úw rol eigenlijk? Samen met patiëntenorganisaties geeft Zorg voor beweging u tips die meehelpen aan een vlot behandeltraject en een voorspoedig herstel.

 U maakt een afspraak met een ­orthopedisch chirurg

Heeft u al een duidelijk idee voor welke aandoening u naar het spreekuur gaat? Voor sommige aandoeningen is er een patiëntenorganisatie. Daar krijgt u ­informatie over de aandoening, over de mogelijke behandelingen en soms ook over welke orthopedisch chirurgen in

die aandoening zijn gespecialiseerd. Via deze organisaties kunt u ook in contact komen met andere patiënten om ervaringen te delen. Op de website van de Nederlandse ­Orthopaedische Vereniging (www.zorgvoorbeweging.nl) vindt u een overzicht van de patiëntenorganisaties. U vindt op die website ook betrouwbare informatie

over orthopedische aandoeningen en behandelingen in digitale folders, artikelen en filmpjes.  Naar het spreekuur

Het is verstandig om vóór uw bezoek aan de orthopedisch chirurg uw belangrijkste vragen op te schrijven. Wat wilt u weten over klachten en over uw aandoening? Wat wilt u weten over eventuele vervolgonderzoeken en de mogelijke behandelingen, het ziekenhuis, de arts, de revalidatie en over het resultaat dat u kunt verwachten? Vertel uw dokter aan het begin van het spreekuur dat u een lijstje met vragen hebt. Dit voorkomt dat u na afloop met onbeantwoorde vragen weer op de gang staat. Twee horen meer dan één, dus neem uw partner, een gezins- of familielid, een vriend of goede buur mee. Maak aantekeningen tijdens het gesprek, of laat dat doen door uw begeleider.  U ondergaat een operatie

Zorg dat u zo fit mogelijk bent, dan ­herstelt u beter. Stop daarom met roken, al is het maar tijdelijk (zie pagina 58). Voor sommige aandoeningen bestaan ­bewegingsprogramma’s, al dan niet uit te voeren onder begeleiding van een geschikte fysiotherapeut. Als u straks voor uw revalidatie fysiotherapie nodig heeft, kunt u nu alvast op zoek naar een fysiotherapeut. Welke ervaring heeft hij/zij met het begeleiden van mensen zoals u? Bij een operatie wordt u verdoofd. Over die verdoving kunt u vaak – binnen bepaalde grenzen – meebeslissen. Wordt het volledige narcose of een ruggenprik met een roesje? Welke mogelijkheden voor pijnbestrijding zijn er na de operatie? U kunt dit met de anesthesist bespreken.

22

zorg voor beweging | jaarmagazine 2015


Column

Een ferme handdruk

 Zorg dat u goed bent geïnformeerd over de operatie

Is het een kleinere (poliklinische) ingreep en kunt u dezelfde dag naar huis? Zorgt u er dan voor dat u alle voorbereidingen heeft getroffen voor de terugreis. Want misschien bent u na de behandeling nog te slaperig om zelf de auto te besturen; het kan zijn dat u krukken nodig heeft of zelfs een rolstoel.  Revalidatie/herstel

Het is belangrijk te bedenken wat uw situatie zal zijn na thuiskomst uit het ziekenhuis. Kunt u zichzelf redden? Heeft u extra hulp nodig? En hoe zit het met voorzieningen zoals krukken en/of een rolstoel, een verhoogd bed of een toiletverhoger? Als u pas bij thuiskomst bedenkt dat u zonder die hulpmiddelen niet uit de voeten kunt, wachten u een paar lastige en ongemakkelijke dagen. Regel het allemaal vóór u in het ziekenhuis wordt opgenomen. In de herstelperiode kunt u zelf het genezingsproces gunstig beïnvloeden. Zorg voor voldoende beweging en voor voldoende rust, eet gezond en werk aan uw conditie. Een belangrijke tip: heb ook geduld. Het lichaam heeft na de operatie nu eenmaal tijd nodig voor herstel.  Dit artikel kwam mede tot stand dankzij:

HME-MO vereniging; www.hme-mo.nl Vereniging Aangeboren Heup­afwijkingen; www.heupafwijkingen.nl Zie ook:  Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie; www.npcf.nl En: het boekje ‘Zo praat je met je arts’ van Jessie Gordon geeft veel informatie, inclusief een handzame communicatiekaart zodat u niets vergeet: ­pac-card.com/pac-card-nederlands

orthopedie houdt nederland in beweging

Als u in het ziekenhuis onder behandeling bent, dan kunt u mij of een van mijn collega’s treffen. Ik ben een physician assistant, afgekort: PA. Een PA assisteert en ondersteunt de specialist door bepaalde taken over te nemen. Daarbij blijft de specialist eindverantwoordelijk. Mijn dag begint met de overdracht van de dienst. Daarna loop ik visite op de verpleegafdeling, samen de dienstdoende orthopedisch chirurg. Met onder andere de verpleegkundigen regel ik dat de zorg op de afdeling voorspoedig verloopt. Net als sommige andere PA’s heb ik in nauwe samenwerking met de orthopedisch chirurg een spreekuur. Ik praat met u over uw klachten en de behandeling en we bespreken hoe uw klachten effect hebben op uw dagelijkse activiteiten. Én andersom! Want een aanpassing in dagelijkse activiteiten kan een positieve invloed hebben op klachten. Ik assisteer regelmatig een dagdeel in de operatiekamer en als er consulten zijn van andere specialismen, dan pak ik deze op. Mijn dag eindigt met het netjes achterlaten van de verpleegafdeling, de spreekkamer, en met een overdracht naar de dienstdoende orthopedisch chirurg. Regelen, adviseren, een luisterend oor en handelende ­handen. Dat is de phycisian assistent ten top. Het mooie aan mijn werk is dat ik met mijn collega’s in het ziekenhuis ­mensen help hun lichamelijke klachten te verminderen, ­zodat ze weer makkelijker, beter en met meer plezier ­kunnen bewegen. Ik probeer mensen in te laten zien dat ze zelf heel veel invloed hebben op hun gezondheid. Niet iedereen vindt het makkelijk om bijvoorbeeld te stoppen met roken of om elke dag een wandeling te maken. Heel vaak lukt dat wél met wat aandacht en begeleiding. De kroon op mijn werk is dat u tevreden bent met het ­resultaat van de behandeling, inclusief uw eigen rol daarbij. Ik streef naar een ferme handdruk en een tevreden blik in de ogen bij een samen behaald resultaat. Marco van der Biezen Physician assistant in het Jeroen Bosch Ziekenhuis, ‘s-Hertogenbosch.

23


Wat en wie in de orthopedie?

De orthopedisch chirurg gaat u straks opereren. Ook hij kijkt en luistert kritisch mee. Hij heeft zijn operatiemuts al op: een ‘bivakmuts’ die haren en oren bedekt. Aan de papegaai kunt u zich even vasthouden als u overeind wilt komen of anders wilt liggen.

Alle medewerkers hebben een badge op, met naam, functie en afdeling.

Deze checklist is een veiligheidsprotocol met standaardvragen.

24

zorg voor beweging | jaarmagazine 2015


Twee verpleegkundigen van de verpleegafdeling orthopedie hebben u hierheen gebracht en zijn bezig de overdracht af te ronden. In de gele container worden gebruikte naalden opgeborgen om medisch afval zorgvuldig te kunnen behandelen.

In het keukentje hangt een grote fles handenalcohol aan de muur. Belangrijkste activiteit voor de medewerkers hier: handen wassen.

De holdingverpleegkundige neemt samen met u een checklist door.

U ondergaat een operatie voor het plaatsen van een knieprothese. Vooraf wordt u ontvangen en voorbereid op de ‘holding’ orthopedie houdt nederland in beweging

25


Wat en wie in de orthopedie?

Op deze arm zitten aansluitingen voor elektriciteit, vacuümzuigen, en hogedruklucht voor de aandrijving van allerlei apparaten en instrumenten, ook het gereedschap dat tijdens de operatie wordt gebruikt.

Verbandgazen worden hier tijdelijk verzameld, geteld en geregistreerd.

Deze operatieassistent is de ‘omloop’. Zij geeft benodigde materialen aan, zoals verband­ materiaal, hechtingen, cement en gereedschap.

Uw prothese ligt al klaar op deze tafel.

Dit is de afvalcontainer voor opvang van bloed en vocht.

Hierin gaat ‘gewoon’ afval.

26

zorg voor beweging | jaarmagazine 2015


Om de kans op infecties zo klein mogelijk te houden stroomt zachtjes steriele lucht door het plenum naar beneden.

De orthopedisch chirurg is klaar voor het plaatsen van uw prothese.

Dit is de operatieassistent die de orthopedisch chirurg voorziet van een paar extra handen.

De anesthesiemedewerker let op uw hartslag, bloeddruk en ademhaling tijdens de operatie.

De instrumenterende operatieassistent maakt het cement voor de prothese in een vacuĂźm mengsysteem.

In deze manden liggen instrumenten gereed voor gebruik: boren, zagen, vijlen en scharen.

De operatie is in volle gang orthopedie houdt nederland in beweging

Dit is de prothesemand met de ‘pas-prothesen’, met exact dezelfde maat als de prothese die u ontvangt. Het is een model om te controleren of de pasvorm goed is.

27


Wat en wie in de orthopedie?

Een recoveryverpleegkundige controleert uw lichaamstemperatuur met de oorthermometer.

Achter het glas worden administratieve werkzaamheden verricht.

U bent goed bedekt met een deken om te voorkomen dat u afkoelt.

De orthopedisch chirurg vertelt hoe de operatie is verlopen.

28

zorg voor beweging | jaarmagazine 2015


U blijft aangesloten op het infuus.

De monitor geeft informatie over uw vitale functies, zoals bloeddruk, hartslag en ademhaling.

Het infuus is aangesloten op uw linkerhand, aan de dezelfde arm heeft u een bloeddrukmanchet, die is aangesloten op de monitor.

De anesthesiemedewerker heeft de anesthesielijst in haar handen voor de overdracht. Dit is de recoveryverpleegkundige, zij sluit u aan op de controleapparatuur.

De operatie is voltooid. U wordt naar de recovery gebracht om bij te komen orthopedie houdt nederland in beweging

29


Weer in beweging

Anne van Giessen (38) onderging ‘spondylodese’

‘Ik voel mij weer twintig’

30

zorg voor beweging | jaarmagazine 2015


‘N

a zeker acht jaar ben ik verlost van een erge pijn in mijn rug en in mijn benen. De operatie op vrijdag 13 juni 2014 heeft mijn leven veranderd, kun je wel zeggen. Dat merkte ik direct na het ontwaken uit de narcose: het was een verademing om van de pijn verlost te zijn. Iedereen met rugklachten gun ik hetzelfde, maar ik weet dat de situatie bij iedereen weer anders is. Ik ben een type van alsmaar doorgaan. Toch vond ik in 2006 de klachten te erg. Er moest iets aan gedaan worden. De huisarts stuurde me door naar een fysiotherapeut, maar dat hielp niet erg. Maar ja, het leven gaat door. Mijn twee dochters Lisaine en Melissa werden geboren en tussendoor bezocht ik

orthopedie houdt nederland in beweging

ook nog een orthomanueel therapeut en volgde ik houdingstherapie. Ik kreeg het advies om meer te bewegen. Maar dat was lastig, juist vanwege de pijn. En het werd alleen maar erger omdat het zich van mijn rug uitbreidde naar mijn benen. Alsof alles afgekneld werd. De laatste jaren werd het ook steeds moeilijker om langere tijd achtereen te staan. Het maakte me erg onzeker, ik ging me van alles in mijn hoofd halen. Want wat kon het zijn? Een neuroloog wist het antwoord ook niet. Uiteindelijk kwam ik terecht bij de orthopedisch chirurg. Op basis van de foto’s concludeerde hij dat een ruggenwervel was verschoven en dat daardoor enkele zenuwen bekneld zaten. Het goede nieuws was

dat er eindelijk een oplossing voorhanden bleek. Tijdens de operatie is er een blokje geplaatst tussen twee wervels onderin mijn rug. Ook zijn een paar wervels met plaatjes en schroeven aan elkaar vast gezet. Deze techniek heet ‘spondylodese’; het vastzetten van de ruggenwervels. Volgens de dokter zit het onwrikbaar vast en is mijn rug daarom nu stabiel. Ik heb geen pijn meer, voel meer weer actief en fit en ik heb weer zin om leuke dingen te ondernemen, ook met mijn man en de kinderen samen. De operatie en de revalidatie verliepen voorspoedig. Weet je wat leuk is: ik kan nu zonder pijn winkelen. Dat geslenter kon ik niet volhouden. Ik voel me weer twintig.”

31


Opmerkelijk orthopedie

wat wil je kunnen?

scoliose door de jaren heen Lang niet iedereen weet wat scoliose is, maar de klokkenluider van de Notre Dame kennen we allemaal. “Quasimodo* had alle scheefgroei die je in een wervelkolom kunt bedenken”, zegt prof. dr. Lodewijk van Rhijn, hoogleraar orthopedie. “Gelukkig kunnen we zo’n scheefgroei tegenwoordig goed tegengaan. Daardoor leiden onze patiënten meestal een normaal leven.” Scoliose heeft meerdere verschijningsvormen. Bij ongeveer 4 procent van de bevolking groeit de wervelkolom spontaan zijwaarts krom. Bijna altijd openbaart zich dat bij kinderen vanaf een jaar of 8, of bij pubers rond 13 of 14 jaar. Meestal zijn het meisjes, al weet niemand nog hoe dat komt. Ook de oorzaak is vaak niet duidelijk; dat noemen we dan idiopathische scoliose. Een snel groeiende groep ouderen kampt ook met scoliose, maar dan door veroudering en slijtage. Er zijn ook patiënten bij wie een verband gelegd wordt tussen scoliose en een aan­geboren ontwikkelingsstoornis, zoals het Syndroom van Down of spasticiteit. En dan zijn er ook mensen met zowel een zijwaartse kromming als afwijkingen in de S-bocht van de wervelkolom. Die S kan te hol (kyfose) of te bol (lordose) zijn.

32

een slechte gezondheid, armoede en ­sociaal isolement, vertellen Van Rhijn en zijn ­collega orthopedisch chirurg dr. Paul ­Willems. “Ze hadden vaak last van slecht functionerende longen, hart en overige ­organen, omdat die klem kwamen te zitten”, zegt Van Rhijn. Vroeger werd ­geprobeerd het kromgroeien tegen te gaan met stalen korsetten of door ­pa­tiënten langdurig – maanden, zelfs tot een jaar – in te gipsen. Soms werd geopereerd: de wervelkolom werd voorzien van extra bot, waarna de hele ‘klomp’ moest vastgroeien. Over de resultaten van die behandelingen bestaat weinig documentatie.

Organen in het nauw In vroeger eeuwen waren mensen met kromgegroeide ruggen gedoemd tot

Eerste keus: korset Tegenwoordig ligt dat anders. Vooral de afgelopen twee, drie decennia zijn de ­behandelingen en de resultaten sterk verbeterd. Samen met het bedrijfsleven ontwikkelden orthopedisch chirurgen ­korsetten van hightech materialen met een betere pasvorm en meer draag­ comfort. “Steeds vaker kunnen we daardoor het kromgroeien van de rug afremmen, corrigeren en de nadelige gevolgen beperken”, zegt Van Rhijn. “Als het korset niet helpt, hebben we nieuwe operatietechnieken tot onze beschikking.” Het is tegenwoordig mogelijk om met verschillende montagetechnieken metalen staafjes aan de ruggenwervels te bevestigen die de wervelkolom in toom houden.

* Quasimodo, de klokkenluider van de Notre Dame, is de ongelukkige gebochelde uit het ­verhaal van de Franse schrijver Victor Hugo.

De behandeling van scoliose bij kinderen en pubers begint bijna altijd met het aanmeten van een korset. Vaak blijkt uit periodieke metingen dat de kromming daardoor vermindert of stabiliseert. Mocht de behandeling niet goed aanslaan, dan kan een operatie nodig zijn. Het juiste moment daarvoor verschilt per persoon.

Rechts een korset zoals dat vroeger werd gebruikt. Links een eigentijds korset met hippe kleuren en meer draagcomfort.

zorg voor beweging | jaarmagazine 2015


Van Rhijn: “We wachten liefst zo lang ­mogelijk, totdat de rug zijn eindlengte heeft bereikt. Soms kan dat niet, omdat juist de groei leidt tot de kromming.” Voor kinderen is de ‘groeibegeleidende techniek’ een uitkomst: tijdens de operatie worden twee staven met oogjes aan de wervels vastgezet, wat leidt tot meer ­bewegingsvrijheid. “De wervelkolom wordt dan een soort klimplant die tussen de staven omhoog groeit.” Bij pubers wordt de staaf meestal over een deel van de wervelkolom vastgezet, zodat een interne fixatie ontstaat. “Daarbij zoeken we voortdurend de optimale flexibiliteit.” Gekscherend: “Eigenlijk is het middeleeuws wat we doen: we zetten de wervels vast! We zoeken nog altijd naar iets beters.” Samen afstemmen Nu en in de toekomst liggen verbeter­ de behandelingen vooral in een goede afstemming met de patiënt, leggen Van Rhijn en Willems uit. “Vroeger was ons werk meer een technisch verhaal. Steeds vaker is niet de vraag wat we kúnnen, maar: wat is je probleem, welke oplossingen zijn er en welke daarvan passen bij jou en je leven? We stemmen meer af met de patiënt en de ouders.” De toepassing van moderne en oersterke kunststoffen zou in de toekomst meer keuzemogelijkheden kunnen geven. “Hopelijk krijgen we ook ooit inzicht in de oorzaken van sco­ liose. Misschien gaat het huidige wereldwijde onderzoek dat inzicht geven.”  www.scoliose.nl www.scoliose.nl/jeugd Lees het verhaal van Silke Eigenraam, scoliosepatiënt, in Zorg voor beweging Jaarmagazine 2014, p. 62. Zie www.zorgvoorbeweging.nl

orthopedie houdt nederland in beweging

33


Niet zomaar een naam

De achillespees De Nederlandse taal heeft veel woorden die oorspronkelijk iemands (achter)naam waren. Zo is de maand juli genoemd naar Julius Caesar, de Adamsappel naar Adam en nicotine naar Jean Nicot, die tabak naar Europa bracht. Dergelijke woorden heten: eponiemen. Ook binnen de o ­ rthopedie kennen we eponiemen. De bekendste is waarschijnlijk de achillespees.

Achter een eponiem zit meestal een verhaal verborgen; zo ook bij de achillespees. Bij de naam Achilles zullen veel mensen als eerste denken aan de verfilming van het verhaal over Troje, met Brad Pitt in de hoofdrol. Aan het einde van de film krijgt hij een pijl in zijn hiel waardoor hij wordt uitgeschakeld. Dit is in het kort waarop de benaming ‘achillespees’ gebaseerd is. Het complete verhaal is ingewikkelder. Achilles was een Griekse held die werd beschreven (officieel bezongen) door de Griekse dichter en zanger Homerus. Achilles speelde een rol bij de slag om de stad Troje, die ongeveer rond 1184 voor Christus plaats zou hebben gevonden. In het oorspronkelijke verhaal van Homerus is niets te vinden over de hiel van Achilles. Dat verhaal kwam pas later. Rond 94 na Christus schreef de Romeinse dichter Statius een gedicht over het leven van Achilles. Daarbij werd verteld dat Achilles’ moeder hem onkwetsbaar wilde maken. Om die reden dompelde ze hem als baby onder in de rivier van de onderwereld, de Styx. Omdat ze Achilles daarbij vasthield aan zijn hiel, werd dit zijn zwakke plek. Dit is verwonderlijk, omdat Homerus hier niets over vermeldt in het oudere verhaal. Daar staat zelfs dat Achilles gewond raakt op het slagveld; van onkwetsbaarheid lijkt geen sprake te zijn.   De naam ‘achillespees’ is van nog veel later. De pees die de kuitspieren met het hielbot verbindt, had altijd de Latijnse naam: tendo magnus Hippocrate. Dat klinkt interessant, maar betekent niet meer dan: grote pees van Hippocrates. De Griekse arts Hippocrates (460-370 voor Christus) is de grondlegger van de huidige geneeskunst. Pas in 1693 noemde de Vlaamse chirurg Philip Verheyen, die waarschijnlijk fan was van de oude Griekse verhalen, deze pees de achillespees. Zo kan het dus zijn dat de pees die voor sommige mensen een reden is om een orthopeed te bezoeken en die soms zo langdurig een zeer kwetsbare plek blijft, een lange historie heeft die meer dan 2000 jaar teruggaat.

Dit artikel is geschreven door orthopedisch chirurg Matthijs Somford. Eponiemen binnen de orthopedie hebben zijn belangstelling.

34

zorg voor beweging | jaarmagazine 2015


Bekijk het maar

V

oor de tentoonstelling ‘Tot op het bot’ heeft het Universiteits­museum Utrecht uit zijn collectie ­verschillende zaken bij elkaar gezocht. Er zijn mooie en interessante skeletten, knie­ prothesen en voorbeelden van aandoeningen en behandelingen. Gewervelde dieren en mensen hebben heel wat overeenkomsten; zo kunnen ook honden een hernia krijgen. De tentoonstelling gaat niet ­alleen bij beenderen en gewrichten tot op het bot. ­Bijvoorbeeld ook het hart, maag en darmen, tanden en kiezen, huid en haar staan in de schijnwerpers. Klaar voor alle nieuwsgierige ogen en onderzoekende h ­ anden van kinderen en volwassenen. Heeft u wel eens een haai of een olifant geaaid? Of een reis gemaakt door het spijsverteringskanaal van de mens en door dat van de koe? Ontdek de verschillen én de overeen­ komsten tussen mens en dier.

Wat hebben de voorvin van een zeehond, de vleugel van een adelaar en onze arm met elkaar ­gemeen? Meer dan u denkt.

familietentoonstelling

tot op het bot

De familietentoonstelling ‘Tot op het bot’ is tot eind 2015 te beleven in het Universiteitsmuseum Utrecht. Als u (een kopie van) deze bladzijde laat zien, doet u gratis de Skelettentour. In de vakanties zijn er mini-colleges voor kinderen van 7-12 jaar. Kijk op de website welke colleges over orthopedie gaan (meivakantie).  www.universiteitsmuseum.nl

orthopedie houdt nederland in beweging

35


Kwaliteit

Alle prothesen geregistreerd voor kwaliteit & veiligheid Wie een kunstgewricht krijgt, kan ervan uitgaan dat dit zorgvuldig gebeurt. Toch werkt de orthopedie aan verbeteringen, zodat de prothesen en de zorg voor, tijdens en na de operatie zo goed mogelijk blijven. En mocht een type prothese problemen geven, dan moeten de betrokken patiënten dat zo snel mogelijk weten. Daarom is er de LROI, de Landelijke Registratie Orthopedische Implantaten.

36

D

e LROI is een registratie, een grote ver­ zameling van gegevens over orthopedische implantaten, over de bijbehorende operatie en met kenmerken van de patiënt. Overigens zijn deze laatste gegevens in een code omgezet: alleen het ziekenhuis waar de behandeling plaatsvindt, weet welke persoon bij welke gegevens hoort. “Zo is de privacy van iedere patiënt gewaarborgd. En als er problemen zijn met een type prothese, dan kunnen de ziekenhuizen de betrokken patiënten vinden.” Aan het

zorg voor beweging | jaarmagazine 2015


Protheseregistratie in de LROI

Heupprothesen (sinds 2007) Knieprothesen (sinds 2007) Enkelprothesen (sinds 2014) Schouderprothesen (sinds 2014) Elleboogprothesen (sinds 2014) Polsprothesen (sinds 2015) Tijdens de operatie wordt het LROI-formulier ingevuld: – Patiëntgegevens (gecodeerd) – Patiëntkenmerken (zoals geslacht en leeftijd) – Diagnose – Asa-score (algehele gezondheid patiënt) – Welk gewricht – Welke protheseonderdelen (elk onderdeel heeft een uniek nummer) – Plaatsingsmethode Als het een revisie betreft (een verwijdering, vervanging of toevoeging van een prothese), dan is er nog een extra f­ormulier. Mensen die een heup- of knieprothese krijgen, vullen vóór de operatie en twee keer ná de operatie een vragenlijst in. Zo wordt duidelijk hoe tevreden ze zijn over het resultaat van de ingreep. Deze gegevens komen ook in de LROI.

woord is Geke ­Denissen, projectcoördinator bij de Stichting LROI, de organisatie die namens de Nederlandse Ortho­paedische Vereniging (NOV) de registratie heeft opgezet en uitvoert. “Als er-

gens op de wereld een prothese problemen geeft, kunnen wij snel zien of die prothese ook in Nederland is geplaatst en in welke ziekenhuizen dit is gebeurd. Wij informeren deze ziekenhuizen en ieder ziekenhuis informeert vervolgens de juiste personen.” Afgelopen jaar is dit getest door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). “Het werkte snel en foutloos”, aldus Denissen. Voorkomen is beter

Na elk registerjaar maakt de LROI een rapportage van de landelijke gegevens. “Die rapportages staan op www.lroi.nl en we maken een publieksuitgave”, aldus Geke Denissen.

orthopedie houdt nederland in beweging

Iedereen is erbij gebaat om problemen met prothesen te voorkomen. Voordat een prothese gebruikt mag worden, heeft de fabrikant al een lang traject doorlopen om ontwerp, materiaal en de toepassing te testen. Bovendien is de prothese niet de enige factor die bepaalt of een patiënt uiteindelijk tevreden is. De operatie zelf en de plaatsing van de prothese in het bot, bijvoorbeeld, zijn ook belangrijk. Maar de prothesen moeten zich vooral in het dagelijks gebruik bewijzen. Of patiënten tevreden zijn over het

37


Kwaliteit

resultaat van de ingreep, kunnen zij aangeven in vragenlijsten. Ook deze resultaten worden steeds vaker aan de LROI toegevoegd. Zo geeft de LROI in de toekomst een overzicht van objectieve gegevens en van de daarbij horende patiëntervaringen. “In oktober 2014 hadden we in onze registratie de gegevens van ruim 208 duizend geplaatste heupprothesen en van ruim 158 duizend geplaatste knieprothesen”, vertelt Geke Denissen. “Op ­termijn gaan wij kijken of er uitschieters zijn: zijn er ziekenhuizen en/of prothesen die zeer positief scoren of juist lager dan gemiddeld? Daar valt iets te leren.” Ziekenhuizen kunnen zelf kijken hoe ze scoren ten opzichte van het landelijke gemid-

delde. Denissen: “De Nederlandse orthopedisch chirurgen registreren sinds 2007. In Zweden, bijvoorbeeld, registreren de orthopeden al langer. Daar was een van de mooie gevolgen dat het ­aantal revisies daalde: bij minder mensen moest iets aan de prothese veranderen of vervangen worden. Dit soort effecten streven wij ook na.” Jaarrapportages online

Na elk registerjaar maakt de LROI een rapportage van de landelijke gegevens. “Die rapportages staan op onze website, we verwerken ze in de publiekswebsites van de NOV en we maken een

Roelf van Run, directeur van Nefemed: “Het is goed dat gegevens over orthopedische prothesen en de operaties worden geregistreerd.”

“De orthopedisch chirurg, de patiënt en de fabrikant van prothesen hebben een gemeenschappelijk doel”

Voor het verbeteren van de patiëntenzorg is een goede samenwerking tussen de orthopedie en de medische industrie belangrijk. Daarom hebben de Nederlandse leveranciers van prothesen alle belangrijke gegevens over hun producten aan de LROI doorgegeven. Roelf van Run is directeur van Nefemed, de Nederlandse belangenorganisatie van fabrikanten en leveranciers van prothesen. Hij zegt hierover: “Het is goed dat gegevens over orthopedische prothesen en de operaties worden geregistreerd. Dat is belangrijk om de kwaliteit van zorg wetenschappelijk onderbouwd

38

zorg voor beweging | jaarmagazine 2015


Ziekenhuizen kunnen hun eigen gegevens vergelijken met landelijke gemiddelden.

publieksuitgave”, zo somt Denissen op. “Dit geeft iedere patiënt zicht op de landelijke situatie; de behandelend arts kan vervolgens toelichten hoe zijn of haar maatschap werkt.” Geke Denissen en haar collega’s werken ook mee aan de infographic op pagina 54. “Daar ziet u een aantal resultaten uit de rap­portage over het jaar 2013. Bent u op

te verbeteren. En als het nodig is, kan zo’n registratie ervoor zorgen dat de betrokken patiënten makkelijk zijn op te sporen. Om deze twee doelen in één register te koppelen, heb je een heel gedegen digitaal systeem nodig. De LROI ís zo’n systeem. Bovendien is er brede bereidheid vanuit de orthopedie om te registreren, waardoor de registratie zeer compleet is. Daarmee is de LROI een goed voorbeeld voor andere medische specialismen.” De leden van Nefemed zijn onder andere fabrikanten en leveranciers van orthopedische implantaten, zoals heup-, knie- en polsprothesen. “Zij geven bij de LROI aan welke producten in Nederland verkrijgbaar zijn. Zo kunnen de

orthopedie houdt nederland in beweging

zoek naar meer ­informatie, kijk dan op onderstaande websites.”  www.lroi.nl

www.zorgvoorbeweging.nl www.mijnheupprothes.nl www.mijnknieprothese.nl

­ rthopedisch chirurgen eenvoudig aangeven welke o producten ze bij een patiënt hebben geplaatst. Het gezamenlijk belang is dat ook wij de kwaliteit van orthopedische zorg willen verbeteren en bewaken. Daarmee bedoel ik niet alleen de kwaliteit van de prothesen zelf, maar ook van alles wat met de plaatsing en het gebruik te maken heeft.” Van Run benadrukt dat dat proces verder gaat dan het bekijken van de LROI-uitkomsten in cijfers. “Dat is mijn boodschap: blijf het hele verhaal zien en kijk ook naar de achterliggende redenen van een uitkomst. Als je kunt achterhalen waardoor er goede en slechte uitschieters zijn, kun je de kwaliteit van zorg heel gericht verbeteren. Ook op dat vlak doen wij als fabrikanten/leveranciers van prothesen graag méér met de LROI.”

39


Opmerkelijk orthopedie

niet langer ‘armpje worstelen’

polsprothese kwetsbaar en subtiel Knie- en heupprothesen zijn de in het oog springende succes­nummers van de orthopedie. Minder ­bekend zijn de polsprothesen. Zo’n prothese kan een eind maken aan hevige pijnklachten. Maar het is geen ­wondermiddel: een wedstrijd ­‘armpje worstelen’ is met een polsprothese niet aan te raden. Het plaatsen van een polsprothese is eigenlijk zeldzaam: in Nederland gebeurt dat elk jaar bij slechts enkele honderden patiënten. Dat komt doordat een pols minder snel ‘slijt’ dan een heup of knie; er drukt geen lichaamsgewicht op. Orthopedisch chirurgen zijn bovendien terughoudend met het plaatsen van een polsprothese, omdat deze kwetsbaar is in gebruik. “Dat komt door de kwetsbare pen- en schroefbevestiging in het spaak-

Hand- en polschirurgie

Hand- en polschirurgie wordt in ons land uitgevoerd door orthopedisch chirurgen, plastisch chirurgen en door traumatologen. Omdat deze chi­ rur­gie zich tot een apart specialisme heeft ontwikkeld, werken deze drie ­medisch specialisten steeds vaker nauw samen. Dat doen ze bijvoorbeeld in de Nederlandse Vereniging voor Handchirurgie. Per 1 januari 2015 ­worden alle geplaatste polsprothesen geregistreerd in de Landelijke Registratie Orthopedische Implantaten (LROI). Hierdoor wordt de komende jaren bijvoorbeeld meer duidelijk over de levensduur van polsprothesen.  www.handchirurgie.nl www.lroi.nl

been en de handwortelbeentjes én door de subtiele bewegingen die we van onze pols vragen”, legt orthopedisch chirurg dr. Roland Klein Nagelvoort uit. Hij is gespe-

cialiseerd in de hand- en polschirurgie. Problemen in het polsgewricht kunnen veel oorzaken hebben. Meestal is artrose de boosdoener, de aandoening

Door de fragiele pen- en schroefbevestiging blijft een polsprothese altijd kwetsbaar in gebruik.

40

zorg voor beweging | jaarmagazine 2015


Column

Mijn Notenkraker

die het kraakbeen aantast. Maar ook reuma ­(gewrichtsontsteking), letsel door ­ongelukken en bottumoren kunnen voor narigheid zorgen. Voor reumapatiënten zijn er de laatste jaren steeds meer ­combinaties van goede ontstekings­ remmers en pijnstillers: “Daardoor is een operatie steeds vaker overbodig”, zegt Klein Nagelvoort. Er zijn patiënten met een minder rooskleurig vooruitzicht. “Soms is de pijn zó erg dat iemand niet eens meer de melk door de koffie kan roeren.” Die pijn brengt iemand in een vicieuze cirkel: om de pijn te vermijden beweegt hij of zij minder. Daardoor wordt het gewricht steeds stijver en nóg pijnlijker. “Gelukkig hebben we inmiddels een aardige trukendoos aan precisieoperaties ontwikkeld. Daardoor en door de ondersteunende therapie, kunnen veel mensen hun hand(en) blijven gebruiken.” Twee mogelijkheden Toch bieden zulke operaties en fysio­ therapie soms geen soelaas (meer). Dan spitst de keus zich toe op twee opties. De eerste: het vastzetten van het gewricht. Dat kan met met een brace of operatief met schroeven en platen, dat heet ‘artrodese’. Dit verdrijft de pijn, maar de pols kan niet meer bewegen. De tweede optie is de polsprothese. Klein Nagelvoort: “De keuze verschilt per individuele patiënt en hangt bijvoorbeeld af van de leeftijd, gezondheid, of iemand nog werkt en zo ja, wat voor werk. Als er nog voldoende ­bewegelijkheid is, adviseer ik vaak een prothese. Valt het resultaat daarvan ­tegen, dan kan ik de pols altijd nog vastzetten. Andersom is ook mogelijk, maar met zeer wisselende resultaten en met slechts minimale bewegelijkheid.”

orthopedie houdt nederland in beweging

Als je een professionele ballet­ danseres wilt worden, moet je veel extra’s hebben, zoals lenigheid, een slank lichaam, een mooie beenlijn, een goede sprong, een hoge wreef en nog veel meer. Maar Moeder Natuur heeft me een extraatje teveel gegeven, het zogeheten ‘os trigonum’: een extra botje boven mijn hiel. Als je op spitzen – je balletschoenen – staat, komt dat extra botje klem te zitten tussen twee andere botten in je voet: als een noot in een notenkraker. Dat extra botje werd ontdekt tijdens een medische keuring rond mijn achtste jaar. Maar op die leeftijd sta je nog niet op spitzen, dus had ik er geen last van. Dat gebeurde wel toen ik in het tweede jaar van mijn opleiding aan de Nationale Ballet­ academie examen deed. De pijn was bijna ondraaglijk. Ik wist dat ik nooit op niveau zou kunnen dansen als dat botje op mijn hiel zou blijven drukken. Een operatie was de enige oplossing. Veel mensen in de danswereld konden niet geloven dat ik na zo’n operatie weer op spitzen zou staan. Maar mijn orthopedisch chirurg was ervan overtuigd dat het zou lukken. En hij kreeg gelijk. Dankzij die operatie kan ik nu weer voluit dansen. De revalidatie ging heel snel, na een maand kon ik weer op relevé staan, zoals dat heet als je op je tenen staat. Maar geloof me: elke dag dat ik niet kon dansen, voelde voor mij als een eeuwigheid. Ballet is niet alleen kunst, maar ook sport. Het zit vol bewegingen die voor de mens onnatuurlijk zijn. Daarom moet je je lichaam kennen, ermee leren omgaan, ernaar luisteren en respecteren. Zo kun je blessures voorkomen. Daarnaast zijn goede artsen belangrijk, liefst met veel verstand van ballet. Mede dankzij de operatie ben ik nu de eerste Nederlandse ballerina die studeert de Bolshoi Ballet Academy in Moskou. Ik heb de eerste danspassen in het beroemde theater al ­gemaakt. Hoe dat was? Ach, dat is niet te beschrijven, zó mooi. Betoverend! Daniëlle A. Muliar (15) Ballet studente Bolshoi Ballet Academy, Moskou

41


Weer in beweging

Boswachter Martijn Harms (33)

‘Mijn passie voor houthakken bracht me in de ambulance’

42

zorg voor beweging | jaarmagazine 2015


orthopedie houdt nederland in beweging

43


Weer in beweging

Boswachter Martijn Harms is verwoed ‘timbersporter’. Dat is hakken en zagen om het hardst en het snelst, met blinkende bijlen en brullende motorkettingzagen. Hoewel Martijn zijn vervaarlijke gereedschappen tot in de puntjes beheerst, belandde hij door een knullig plankje met een verbrijzeld hielbeen in het ziekenhuis.

T

imbersport is een sport voor stoere mannen. Hun motorzagen gaan door een boomstam van een meter dik, alsof het een pakje roomboter is. De mannen mikken hun stalen bijlen met milli­ meterprecisie in het hout: tjak, tjak, tjak. In luttele seconden moet een stammetje van dertig centimeter dikte eraan geloven. Lightspeed camera’s die ook worden gebruikt

op de Olympische Spelen, meten de resultaten. Dat maakt houthakken tot een échte sport, wil Martijn Harms maar zeggen. “We ­kennen zes officiële internationale onder­ delen, drie met de zaag, drie met de bijl.” Op het onderdeel ‘hakken, liggende stam van 32 centimeter doorsnede’ is Harms Nederlands recordhouder. In 21 seconden kliefde hij zo’n stammetje in tweeën.

Maar niet lang geleden werd onze record­ houder zélf geveld. Dat gebeurde tijdens een wedstrijd in de Franse Alpen op het onderdeel ‘springboard’. De deelnemer hakt sleuven in een verticale stam en schuift daar plankjes in. Zo maak hij ­razendsnel zijn eigen trap naar boven, waar hij in de top een stammetje velt met de bijl. “Ik stond twee meter boven de grond op een plankje, toen het brak.” Hij viel en kwam ongelukkig terecht. Schuivende botten

Een stekende pijn in zijn linkerenkel ging gepaard met een dikke voet. “Ik kon er niet meer op staan. Omstanders hielpen de voet te koelen. Al vrij snel was er een ambulance; toen die mannen mijn voet pakten voelde ik de botten langs elkaar schuiven. Daardoor kreeg ik het idee dat het foute boel was.” In het plaatselijke zie-

‘Ik stond twee meter hoog op een plankje dat brak’ kenhuis vond een eerste onderzoek plaats. Martijn kreeg een stevige spalk van gips en ontving een heleboel pijnstillers voor onderweg naar huis. Immers die zondagmiddag was de thuisreis voorzien. “Ik was samen met een goede vriend. Met gips en al kon ik me achterin de auto wurmen, tussen de bijlen en de zagen. Een beetje raar gezicht was dat wel, ja.” Eenmaal in Nederland had Martijn nog geen idee wat de impact van het ongeluk was. Het ziekenhuis maakte nieuwe foto’s

44

zorg voor beweging | jaarmagazine 2015


en de scan uit Frankrijk werd via internet geraadpleegd. “Mijn hielbeen bleek ­verbrijzeld. Het zou een hele puzzel worden om alles weer op zijn plek te krijgen.”

werk bij Buitencentrum Boomkroonpad bestaat uit het opzetten en begeleiden van educatieve en recreatieve programma’s.” Het lopen gaat steeds beter. Maar als Mar-

tijn naar buiten kijkt, zie je in zijn ogen vooral het verlangen naar de geur van vers gehakt hout. “Ik hoop gauw weer aan een wedstrijd te kunnen meedoen.”

Lange adem

Zijn voet was flink gezwollen en het duurde even voordat die tot zijn normale omvang was geslonken. Na anderhalve week kon Martijn worden geopereerd; zijn artsen hadden wel vaker met dat eh… bijltje gehakt. Er kwam een verzameling schroeven en plaatjes aan te pas om alle botstukjes weer aan elkaar te zetten. Het genezingsproces en de aansluitende ­revalidatie eisten vervolgens een lange adem. De eerste periode waren er wekelijkse wondcontroles, er was grote zorg om de kans op infectie. Na ruim twee maanden kon het gips eraf en kon hij het been beetje bij beetje gaan belasten, onder intensieve begeleiding van de fysiotherapeut. Die liet hem veel oefeningen doen om de kuitspieren te versterken en zijn balans te hervinden. Een half jaar na het ongeluk kon Martijn weer voorzichtig aan het werk. “Ik werk veel op kantoor, mijn

orthopedie houdt nederland in beweging

Een hele puzzel

“Een verbrijzeld hielbeen zoals bij Martijn Harms is een hele puzzel”, zegt orthopedisch chirurg dr. Rutger Zuurmond. “Gelukkig is er van over de hele wereld veel informatie over verschillende soorten botbreuken en de behandelingen. Die documentatie helpt ons bij het maken van de juiste reconstructie. Voor Martijn gebruikten we ook driedimensionale CT-scans en röntgenbeelden. Het opereren van een hielbeen geeft ­specifieke moeilijkheden: de huid zit er namelijk strak omheen. Daarom kunnen we bij een gezwollen been niet opereren; de wond sluit dan veel moeilijker. Ook lastig: het hielbeen is hol met een dunne wand. Dit geeft schroeven weinig houvast. Gelukkig kunnen we met de huidige schroeven en platen heel nauwgezet werken. Het hielbeen is overigens heel belangrijk voor de balans, samen met de rest van de voet. Uiteindelijk kan het hielbeen goed genezen, maar na zo’n complexe breuk gebeurt het zelden dat de patiënt weer écht helemaal de oude wordt.”

45


Innovatie

plasmaprik voor pees Voor hardnekkige peesontstekingen in de elleboog is een injectie met eigen bloedplaatjes mogelijk een oplossing. Bloedplaatjes-rijk plasma heet in het Engels Platelet Rich Plasma, afgekort PRP. In sommige gevallen kan PRP een genezende werking hebben op ontstoken of beschadigde pezen, zoals bij de tenniselleboog. Maar uit internationale studies blijkt dat PRP lang niet op alle plaatsen in het lichaam (zo) effectief is. Daarom onderzoekt orthopedisch chirurg dr. Taco Gosens het effect van PRP bij de behandeling van hielspoor, een pijnlijke peesaandoening in de voetzool. Voor een PRP-injectie wordt eerst een beetje bloed van de patiënt afgenomen.

Dit bloed wordt gecentrifugeerd. Dan komt het plasma met de bloedplaatjes vrij (zie afbeelding). Deze plaatjes worden op de plek van de ontsteking of de blessure ingespoten. Daar maken zij stoffen aan die zorgen voor de genezing, de ‘groeifactoren’. Wetenschappelijk is aangetoond dat dit kan helpen bij elleboog- en kniepeesontstekingen, maar minder bij achillespeesblessures. Of een PRP-injectie helpt bij de behandeling van hielspoor, moet dus nog blijken, zegt Gosens.

plasma zonder bloedplaatjes (55%) plasma met bloedplaatjes en witte bloedcellen (< 1%) rode bloedcellen (45%)

hippe heupapp De app ‘5minuteninfo totale heup’ geeft in vijf minuten informatie over de voorbereiding, de operatie en het hersteltraject rond het plaatsen van een heupprothese. Ook moedigt het programma de gebruiker aan om voorbereidende oefeningen te doen, zodat hij of zij fitter aan de operatie kan beginnen. Zorgorganisatie Evean ontwikkelde de app samen met de Stichting September en een orthopedisch chirurg. Het werkt zo: zorgverleners die met de app werken, geven iedere patiënt die een heupprothese krijgt een persoonlijke inlogcode. De patiënt installeert de app vanuit de gebruikelijke app-stores op telefoon, tablet of computer. Na het invoeren van de persoonlijke inlogcode kan de patiënt via de app alle informatie op elk gewenst moment, rustig nakijken en na­luisteren. “Na ieder informatieblokje volgt een aantal vragen, zodat de gebruiker weet of hij alles goed heeft begrepen”, vertelt Marije Holstege, die als klinisch epidemioloog van Evean nauw betrokken was bij het ontwikkelen van de app.

motortje in de rug Een elektromotortje en een afstandsbediening kunnen jonge patiënten met extreme scheefgroei in de rug (scoliose) wel tien of twintig rugoperaties besparen. Het gaat om scoliosepatiënten die nog volop in de groei zijn en bij wie van de standaardcorrectie met een korset onvoldoende resultaat is te verwachten. Een gangbare correctie van scheefgroei van de wervelkolom is voor deze categorie patiënten het vastschroeven van metalen staafjes op de ruggenwervels. Het nadeel van die methode is dat bij jonge kinderen de staafjes regelmatig moeten worden verlengd om de groei bij te houden. Dat vereist telkens een operatie. Voor een kind is het geen pretje om zo vaak te worden geopereerd. Daarom pasten de orthopedisch chirurgen prof. dr. René Castelein en dr. Moyo Kruyt in 2013 voor het eerst een nieuwe techniek toe met telescopisch uitschuifbare staafjes. In de holte van de staafjes zitten elektromotortjes, die met de afstandsbediening kunnen

46

 www.5minuteninfo.nl

worden bediend, zonder dat een operatie nodig is. Het uitschuiven gaat telkens met enkele millimeters tegelijk. Het nieuwe systeem zal volgens Castelein nog niet zo snel een standaardbehandeling worden. De patiëntjes bij wie hij de staafjes plaatste, hadden extreme groeistoornissen. Castelein: “De techniek is duur, maar er staat tegenover dat we er veel operaties mee besparen.”

zorg voor beweging | jaarmagazine 2015


knietrainer schokdempers vervangen Over een aantal jaren is er weer een nieuw lid van de prothesefamilie: de meniscusprothese. Het Orthopedic Research Lab van het Radboud UMC in Nijmegen heeft de afgelopen jaren – in samenwerking met bedrijven – gewerkt aan deze ‘nieuwe schokdempers’ voor de knie. De concept-prothese is klaar voor proeven in een zogeheten kniesimulator. “Het klinkt wat oneerbiedig, maar dat is nog het best te vergelijken met een IKEA-test. Daar wordt een stoel miljoenen keren belast om de duurzaamheid te testen. Zo testen wij, onder wetenschappelijk verantwoorde omstandigheden, de nieuwe kunststof meniscus in de knie”, vertelt prof. dr. Pieter Buma, onder wiens leiding de prothese is ontwikkeld. Hij doet al langer onderzoek naar de slijtage van het knie­ gewricht door letsels aan de meniscus. “Als een meniscus kapot gaat, wordt hij vaak verwijderd. Die patiënten zonder meniscus krijgen later vaak problemen met hun knie. Het gebrek aan demping in de knie beschadigt het kraakbeen namelijk steeds verder. Daardoor hebben veel van deze mensen later een knieprothese nodig.” Buma en collega dr. Tony van Tienen verwachten dat de meniscusprothese in de toekomst vooral toegepast wordt bij jongere pa­tiën­ ten met knieproblemen, die toch actief willen blijven sporten. Ook kwetsbare oudere patiënten kunnen er mogelijk baat bij hebben. Een meniscusprothese kan via een kijkoperatie worden geplaatst.

orthopedie houdt nederland in beweging

Trainen met de ‘vliegwiel-ergometer’ lijkt dé behandeling te zijn voor de spingersknie. Dit is een veelvoorkomende en hardnekkige blessure. De pees die de knieschijf met het onderbeen verbindt, is overbelast. “Deze blessure komt bijvoorbeeld vaak voor bij volleyballers en bij basketballers”, vertelt sportarts Kasper Janssen. “Vandaar de naam. Maar er zijn ook heel veel hardlopers met deze blessure. Ongeveer 12 procent van alle lopers krijgt er vroeg of laat mee te maken. Bij springsporters weten we dat dit kan komen door de landingstechniek.” De blessure werd altijd behandeld met het maken van éénbenige kniebuigingen. “Die beweging is echter minder zwaar dan een normale landing en het herstel gaat traag. Daarom zochten we iets anders.” Fysiotherapeut Cas Wolbert bedacht het idee om de vliegwiel-ergometer te gebruiken. “De sporter zit met een lus vast aan een vliegwiel, dat hij in bewe-

ging brengt door vanuit hurkzit omhoog te komen. De energie in het draaiende vliegwiel trekt hem daarna met dezelfde kracht weer naar beneden.” De sporter moet die beweging afremmen en die inspanning kan effectief zijn voor de genezing. “We doen momenteel nog onderzoek, maar we hebben aanwijzingen dat het herstel met deze therapie twee keer zo snel gaat. Daarmee zouden we de gemiddelde blessurebehandeling terug kunnen brengen van drie maanden naar zes weken.”

 www.flywheelstudie.nl

digitaal kiezen Hoe prettig vinden patiënten het om samen met hun orthopedisch chirurg een besluit te nemen over hun behandeling? Over welke informatie moeten patiënten daarvoor beschikken en hoe moet die worden aangeboden? Orthopedisch chirurgen van ziekenhuizen in de regio Amsterdam willen graag op deze vragen een antwoord. Daarom hebben ze informatieve vragenlijsten ontwikkeld over heupslijtage, knieslijtage en schouderklachten. De vragenlijsten staan op de website www.keuzehulp.info. De website leidt de patiënt langs de vragen en bijbehorende informatie. Tot slot vraagt de site om een keus te maken voor een bepaalde behandeling. Het idee is dat patiënten zich zo beter kunnen voorbereiden op het gesprek met hun orthopedisch chirurg. Daardoor voelen ze zich beter op hun gemak. Om te testen of het zo werkt, doorloopt een deel van de patiënten in het Slotervaart Ziekenhuis de website wel en een ander deel van de patiënten niet. Zij bereiden zich alleen voor met informatie op papier. In de spreekkamer houdt de orthopedisch chirurg een scorelijst bij om de resultaten te meten. Orthopedisch chirurg dr. Daniel Haverkamp is mede-initiator en -ontwikkelaar van de keuze­hulpen. Hij ziet ruimte voor verbetering van informatievoorziening, maar heeft ook twijfels. “Die website kent geen röntgenfoto’s, waardoor het gesprek met de patiënt toch ineens heel anders kan lopen. Mensen met heup- of knieslijtage, meestal rond een jaar of 70, zijn vaak nog gehecht aan papieren informatie, blijkt uit de eerste reacties. Toch willen we op deze manier zoeken naar manieren om onze patiënten nadrukkelijker te betrekken bij de ­behandelkeuze. Dat past in deze tijd waarin we patiënten steeds vaker beschouwen als ­cliënten. We nemen onze klanten serieus.”

47


Hoe word ik orthopedisch chirurg?

opleiding groeit mee met de tijd

Orthopedisch chirurg zit ­allang niet meer in ivoren toren Vroeger zetten patiënten een dokter hoog op een voetstuk. Nu zijn patiënten steeds vaker mondige en goed geïnformeerde consumenten die zelf verantwoordelijkheid nemen voor hun gezondheid. Dat vraagt ook nieuwe vaardigheden van de orthopedisch chirurg en daarom is de opleiding uitgebreid.

‘O

nze opleiding is met de tijd meegegroeid”, zegt Robin Duit (37), bijna afgestudeerd orthopedisch chirurg. “Gelukkig maar, want patiënten komen vaak met gedetailleerde en kritische vragen. Bovendien maken patiënten en hun orthopedisch chirurg steeds vaker samen afwegingen over de behandeling.” Als Duit straks klaar is, kijkt hij terug op een opleiding van tien jaar studeren en werken. Die opleiding heeft hem niet alleen de noodzakelijke medische kennis en vaardigheden opgeleverd, maar ook veel vaardigheden die belangrijk zijn in de omgang met de patiënt. Robin Duit koos na zijn middelbare school eerst voor de opleiding tot fysiotherapeut. Tijdens een stage in een algemeen zieken­huis ‘ontdekte’ hij de orthopedische ­chirurgie. “Ik wist meteen: dat wil ik ook.” Hij deed met succes toe­latingsexamen voor een verkorte opleiding geneeskunde, die mensen met een (para)medische ­opleiding opleidt tot basisarts. Na die ­opleiding kon hij voor een jaar aan het werk als ‘arts niet in opleiding tot specialist’ (anios). Aan het eind van dat jaar solliciteerde hij met ­succes naar een ­opleidingsplaats, waarna hij voor de verschillende onderdelen van de opleiding aan de slag ging in drie ziekenhuizen. Al die tijd reisde zijn ‘portfolio’ met hem mee. Dat is een elektronisch dossier waarin de opleidingsresultaten staan. Natuurlijk zijn kennis en medisch handelen nog

48

steeds de basis van de opleiding, want de juiste diagnose stellen, een behandelplan maken en een succesvolle operatie verrichten moet een orthopedisch chirurg sowieso kunnen. “Maar ik word ook beoordeeld op een hele reeks van ándere vaardigheden, de competenties. Dat zijn bijvoorbeeld kennis en wetenschap, maar ook zaken die te maken hebben met wát ik doe en hóe ik de dingen doe. Dan heb je het over professionaliteit, maatschappelijk handelen, communicatie, organisatorische vaardigheden en samenwerking.” Samen met de jaarlijkse examens vormen die competenties aan het eind van de opleiding de bewijslast om te slagen.

en wetenschap kunnen ‘hard’ worden getoetst. De beoordeling op communicatie of professionaliteit laat zich minder gemakkelijk in cijfers uitdrukken. Maar dat is ook niet zozeer de opzet. Robin Duit: “Eens per half jaar vullen mensen met wie ik in het ziekenhuis samenwerk, anoniem een vragenlijst in over mijn functioneren. Dat zijn bijvoorbeeld verpleegkundigen, chirurgen of collega-artsen in opleiding.

Op de goede weg?

“Die bijkomende competenties zijn steeds belangrijker geworden in ons vak”, zegt Duit’s huidige opleider, dr. Maarten de Waal Malefijt. “Natuurlijk werd vroeger ook wel gekeken naar hoe je met patiënten omging. Maar toen werd dat niet zo nadrukkelijk benoemd. Nu is het verankerd in het systeem van opleiden en toetsen.” Zaken als medisch handelen en kennis

Robin Duit: “Medisch handelen is nog altijd het zwaartepunt van de opleiding tot orthopedisch chirurg. Daanaast word ik getoetst op een reeks van andere vaardigheden.”

zorg voor beweging | jaarmagazine 2015


Iedereen neemt die vragenlijsten heel ­serieus, omdat we allemaal weten dat de kwaliteit van de opleiding ermee is gediend. Uit de feedback kun je opmaken op welke punten je op de goede weg bent en waar je je nog verder kunt ontwikkelen.” Slecht nieuws

De arts in opleiding kan ook zelf vragen om een beoordeling. Robin Duit: “Het

komt voor dat ik slecht nieuws heb voor een patiënt. Zo had een zwangere patiënte een levensbedreigende tumor in haar been. Als je zoiets moet vertellen, is het echt even slikken. Ik heb aan de oncologie­ verpleegkundige, die bij het gesprek aanwezig was, gevraagd of zij mij daarop wilde beoordelen. Die boordeling gaat dan over drie competenties: medisch handelen, klopt wat ik de patiënte vertel en ben

ik compleet; communicatie, luister ik ook goed naar haar; en professioneel gedrag, blijf ik voldoende in mijn rol als arts. Over dat laatste: emoties horen ook bij ons vak en dan kan het goed zijn daar met een collega over te praten.” Competenties gaan soms ook over geld. Opleider Maarten de Waal Malefijt: “We hebben ook daar een verantwoordelijkheid ten opzichte van de samenleving. Voor een goede diagnose kun je meestal vertrouwen op röntgenfoto’s, een lichamelijk onderzoek en een gesprek met de patiënt. Een MRI-scan is niet altijd nodig en kost veel geld. Gewrichtsprothesen zijn ook

‘Goede afwegingen ­maken doen we samen met de patiënt’ kostbaar; we plaatsen ze niet zomaar. Ons werk draait om het maken van de goede afwegingen, samen met de patiënt.” Organiseren

Tot slot is er nog de organisatorische kant van de opleiding. Robin Duit: “Artsen in opleiding organiseren werk en studie tegelijkertijd. Ik ben druk met de voor­ bereiding van spreekuren op de polikliniek, het inlichten van huisartsen, overleg met radiologen, ik regel prothesen, bereid mijn ­examens voor en ik wil niet falen. Het is druk, het vergt veel concentratie, discipline en organisatievermogen. Artsen in opleiding vormen een team, begeleiden elkaar en houden elkaar scherp.”

orthopedie houdt nederland in beweging

49


Opmerkelijk orthopedie

orthopedie overzee

‘patiëntjes krijgen een toekomst’ Ze staan er zelden mee in de schijnwerpers. Tientallen Nederlandse orthopedisch chirurgen hebben zich verbonden aan medische ontwikkelingsprojecten in Afrika, Azië en Zuid-Amerika. Ze verrichten daar in hun vrije tijd operaties onder primitieve omstandigheden. Daarbij snijdt het mes aan twee kanten. Ten eerste is zo’n ingreep voor patiënten meestal de enige uitweg naar een menswaardig bestaan. Ten tweede leren plaatselijke artsen heel veel van de samenwerking met de Nederlanders.

De orthopedisch chirurgen dr. Corné van Loon en dr. Enrico de Visser werken vrijwel jaarlijks enkele weken in de orthopedische kliniek in het dorpje Njinikom, in centraalKameroen. Hun collega dr. Willard Rijnberg vliegt met regelmaat naar het Indonesische Sumatra, waar hij zich inzet voor de ortho­ pedie in de stad Pematang Siantar. Ook in veel andere ontwikkelingslanden zijn Nederlandse orthopeden actief. Enrico de Visser: “Van de zes weken vakantie die ik heb, kan ik er hiervoor best twee missen.” Echt nieuwe kansen De meeste aandacht gaat uit naar kinderen. Fysiek gehandicapte kinderen die niet (meer) zelfstandig kunnen bewegen, hebben in ontwikkelingslanden geen best toekomstperspectief. Niet (goed) kunnen bewegen staat namelijk gelijk aan geen vak kunnen leren, geen inkomen verwerven, dus armoede lijden en in sociaal isolement raken. Willard Rijnberg: “Met één operatie kun je die negatieve spiraal vaak doorbreken en patiëntjes echt nieuwe kansen geven. Bedenk maar wat het verschil is als je kunt staan en lopen en niet meer over de grond hoeft te kruipen.” In ontwikkelingslanden keren de orthopedisch chirurgen terug naar de oervorm van hun vak. Het woord ‘orthopedie’ komt oorspronkelijk uit het Grieks, een verbinding tussen de woorden ‘orthos’

50

(recht) en ‘paedos’ (kind). Van Loon: “Wat we doen in het buitenland is meestal heel basaal: we maken kinderen vaak letterlijk weer recht. Kinderen hebben er veelal last van orthopedische afwijkingen en vergroeiingen die je bij ons nauwelijks meer ziet, zoals extreme standsafwijkingen, X- of O-benen. Dit komt door een tekort aan vitamine D en calcium, het gevolg van eenzijdige voeding.” De Visser: “We zien ook relatief veel verkeersslachtoffertjes: vanuit heel het land worden kinderen met vaak gecompliceerde breuken naar ons hospitaal gebracht. Dat gaat niet zo snel: soms zijn die breuken al weken of maanden oud. Je kunt ze niet zo mooi behandelen zoals wij dat in Nederland gewend zijn. Er gelden andere wetten: weer kunnen lopen is belangrijk, hoe dat eruit ziet is iets minder belangrijk. Het doel van onze behandelingen is altijd onze patiënten beter mobiel en zelfredzaam te maken.” Patiëntjes opsparen In de ziekenhuizen in ontwikkelingslanden zijn (bijna) geen orthopedisch chirurgen. Heel Indonesië heeft 300 orthopeden op een bevolking van 200 miljoen mensen. Rijnberg werkt op Sumatra vanuit het revalidatiecentrum in Pematang Siantar nauw samen met de medische faculteit van de universiteit van Medan. In Kame-

roen is er één orthopedisch chirurg, ooit opgeleid in Rusland. Ontwikkelingslanden zitten dus te springen om meer orthopedische kennis. Vandaar dat de Nederlandse orthopedisch chirurgen hun tijd daar ook gebruiken om medisch personeel ter plaatse zoveel mogelijk vaardigheden en kennis bij te brengen. Dit doen ze bijvoorbeeld door samen operaties uit te voeren. Toch blijft de operatiecapaciteit voorlopig

zorg voor beweging | jaarmagazine 2015


Bij kinderen in Afrika komen nog afwijkingen en vergroeiingen voor die in Nederland zeldzaam zijn. Meestal is eenzijdige voeding de oorzaak.

tekort schieten. Daarom worden patiëntjes als het ware ‘opgespaard’ tot er weer een doktersteam uit Nederland komt. De Visser: “Patiëntjes, of de ouders, krijgen een seintje als het zover is. Ze verzamelen zich in de dagen voor onze aankomst in en rond de kliniek. Dat betekent dat we meteen aan de slag kunnen als we daar aankomen.” Rijnberg: “Uitgangspunt is dat je operaties doet bij patiënten bij wie

orthopedie houdt nederland in beweging

je echt een verschil kunt maken. Extreem gecompliceerde situaties breng je er zelden tot een goed eind. Je hebt er gewoon de middelen niet voor, je kunt niet alles oplossen. Je tijd is bovendien beperkt. Die kun je het best besteden aan patiënten van wie je zeker weet dat ze er profijt van hebben.” Waarom ze het doen? Ze zijn nu eenmaal dokter geworden om mensen te helpen.

Ja, een beetje idealisme bestaat nog wel degelijk, al moet je er echt naar vragen. Of zoals Willard Rijnberg zegt: “Sommige mensen bouwen een school in een ontwikkelingsland. Daar ben ik niet zo goed in. In opereren wel. Vandaar.”  www.orthopedie-overzee.nl www.kindopdebeen.nl www.harapanjaya.nl

51


Weer in beweging

‘H

et heeft een tijd geduurd, maar na twee operaties in de afgelopen vijf jaar kan ik weer heel veel leuke dingen doen. Ik werk in de tuin en ben

weer actief met mijn drie kleinkinderen. De boodschappen doe ik als vanouds op de fiets, dat geeft me een vrij en onafhankelijk gevoel. Als ik met mijn man Dick op vakantie ben, maken we samen korte ­wandelingen, ook in dorpjes in de bergen.

Ingeborg Stroop (79) heeft heup- én schouderprothese

‘Weer actief met mijn kleinkinderen: geweldig!’ 52

zorg voor beweging | jaarmagazine 2015


Het is een kwestie van gewoon wat rustiger aan doen. Dat geldt ook voor de winter: we zoeken samen nog altijd de Oostenrijkse sneeuw op zoals vroeger, maar ik waag me niet meer op de ski’s. Nu ga ik wandelen, met van die ‘tennisrackets’ onder mijn voeten. Dat is ook erg leuk om te doen. Al met al heb ik voor een groot deel weer mijn leuke leven van vroeger terug, dankzij twee operaties. In 2009 kreeg ik een heupprothese en twee jaar later een schouderprothese. In de paar jaar daarvoor kreeg ik steeds meer last van gewrichtspijn door artrose. Die pijn zeurt en snijdt in je gewrichten bij alles wat je doet. Het

orthopedie houdt nederland in beweging

gevolg is dat je steeds meer dingen die je leuk en belangrijk vindt maar achterwege laat. Het ergste vond ik de omgang met de kleinkinderen: tegen die kinderen wil je niet telkens hoeven zeggen dat je iets niet kunt. Het liefst wil je ze kunnen optillen en met ze spelen. Ik vind het geweldig dat dit nu allemaal weer kan. De heupoperatie viel me erg mee: binnen een week kon ik weer aardig uit de voeten. Het herstel na de schouderoperatie was een ander verhaal. In het begin mocht ik er helemaal niets mee en liep ik weken

met de arm in een mitella. Maar onder begeleiding van de fysiotherapeut heb ik in de maanden daarna veel vooruitgang geboekt. Al met al duurde de revalidatie met mijn schouderprothese bijna een jaar, maar nu kan ik alles weer. Ik kan bijvoorbeeld zelf zonder pijn mijn haar kammen en opsteken. Ik beweeg weer volop, maar overdrijf niet. De aerobics laat ik voortaan dan ook achterwege.”  www.zorgvoorbeweging.nl/

schouderartrose www.mijnheupprothese.nl

53


Knieprothesen

91%

8%

Totale knieprothese

1%

Halve knieprothese

Patellofemorale prothese

24.091 Knieprothesen

Hele of halve De knieprothese vervangt het versleten kniegewricht. Als slechts een klein deel van het kraakbeen versleten is, voldoet soms een halve knieprothese. Een knieprothese bestaat altijd uit een deel voor het bovenbeen en een deel voor het onderbeen. In enkele gevallen heeft artrose vooral het 足gewrichtsdeel tussen de knieschijf en het dijbeenbot aangetast. Dan kan een patellofemorale prothese voldoende zijn.

In 2013 zijn 24.091 knieprothesen geplaatst. Bij bijna iedereen (96%) was artrose de reden. 3.658 mensen die al een knieprothese hadden, kregen in 2013 ook in hun andere knie een prothese. Bron: Landelijke Registratie Orthopedische Implantaten (LROI). LROI-Rapportage 2013: Zicht op Kwaliteit & Veiligheid. www.lroi.nl

Leeftijd Artrose is een aandoening die steeds verergert. Deze cijfers laten zien dat bij relatief jonge 足pati谷nten vaker een halve knie足 prothese wordt geplaatst. Bij hen is de kans groter dat slechts een klein deel van het kraakbeen ernstig versleten is.

Totale knieprothese 38% 32% gemiddeld

68

17% 3% 50

54

10%

jaar

60

70

80

Halve knieprothese 41% 32% gemiddeld

62

10%

15%

jaar

50

60

2% 70

80

zorg voor beweging | jaarmagazine 2015


Geslacht Halve knieprothese

Totale knieprothese

65%

35%

vrouwen

mannen

42% mannen

58% vrouwen

Relatief veel mannen krijgen een halve knieprothese. Mogelijke redenen: 1 Een halve knieprothese voldoet soms als slechts een klein deel van het kraakbeen versleten is. Dat is meestal gerelateerd aan O-benen en dat komt vaker voor bij mannen. 2 Ernstige slijtage van een klein deel van het kraakbeen kan ook als oorzaak hebben dat (een deel van) de meniscus is verwijderd. Dit is soms nodig als de meniscus is gescheurd en dat gebeurt meestal bij contactsporten, zoals bij voetbal. 3 De ervaring heeft geleerd dat de halve knieprothese bij mannen over het algemeen beter bevalt dan bij vrouwen. Mogelijk dat botontkalking daar een rol bij speelt – daar hebben vrouwen meer last van dan mannen.

Heroperaties (revisie)

2.215 ingrepen

met als belangrijkste redenen:

29%

Instabiliteit Loslaten prothesecomponent onderbeen

27% 26%

Pijn aan knieschijf Verkeerde drukverdeling in de knie

18% 17%

reden voor prothese

96%

Artrose

Infectie 13% 12% 11%

Loslaten prothesecomponent in bovenbeen Slijtage van de tussenlaag (inlay) Verergeren artrose

Bij een heroperatie worden één of meerdere onderdelen van de knieprothese vervangen, toegevoegd of verwijderd. NB Bij één patiënt kunnen meerdere redenen voor vervanging gelden. Daarom telt het totaal op tot meer dan 100%.

orthopedie houdt nederland in beweging

55


Weervoor Stap in beweging stap

Tweede leven voor een versleten heupkop Elk jaar komen ongeveer 4000 heupkoppen beschikbaar als donormateriaal. Ze zijn gedoneerd door patiënten bij wie een heupprothese is geplaatst. Het botweefsel van die heupkoppen dient als vulmateriaal bij ortho­ pedische operaties. De heupkoppen zijn dus erg welkom en bruikbaar. Als u een heupprothese krijgt, stelt het ziekenhuis u wellicht de vraag of u de te verwijderen heupkop beschikbaar wilt stellen. Dit artikel laat zien wat er gebeurt als uw antwoord ‘ja’ is.

1

Stap 1. Toestemming geven

Uw orthopedisch chirurg acht u gezond en daarom krijgt u een folder en een vragenlijst mee. Op basis van uw antwoorden wordt duidelijk of u voldoet aan de medische voorwaarden om donor te mogen zijn. Met het ondertekenen van de ­vragenlijst geeft u toestemming voor het gebruik van uw botweefsel. Als het bot niet geschikt blijkt voor gebruik tijdens operaties, wordt het even­ tueel gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek. Stap 2. Uitname heupkop

2

Vóór de operatie wordt bij u bloed afgenomen. Tijdens de operatie zaagt de orthopedisch chirurg uw heupkop los van het bovenbeen om deze te vervangen door een prothese (dit is gebruikelijk bij het plaatsen van een heupprothese). Het botmateriaal wordt met een kweek gecontroleerd op de aanwezigheid van bacteriën, in een steriele pot bewaard en in de ‘heupkopdonatiekit’ gezet, samen met de bloedbuis. Alles krijgt hetzelfde unieke nummer. De orthopedisch chirurg vult een formulier in met vragen over de donatie. De donatie staat ook vermeld in uw patiëntstatus. De heupkopdonatiekit (zie de foto) gaat vervolgens in de koelkast of wordt ingevroren. De koerier haalt de kit dezelfde dag op en brengt hem naar de weefselbank. Stap 3. Controle en tijdelijke opslag

De weefselbank zorgt voor verwerking, opslag en controle van het gedoneerde bot. Na aankomst worden de formulieren en materialen gecontro-

56

zorg voor beweging | jaarmagazine 2015


3

leerd. Het afgenomen bloed en de kweek gaan voor onderzoek naar het laboratorium. De pot met de heupkop wordt bewaard in een diepvrieskast bij tachtig graden Celsius onder nul. Het is nu wachten op de laboratoriumuitslagen. Dat duurt ongeveer twee weken. Stap 4. Vrijgave en opname in voorraad

Als de uitslagen binnen zijn, doet een arts de eindcontrole. Dit betreft de controle van de bloeduitslag en kweek van de donor en een extra controle van alle formulieren en de gevolgde procedure. Pas daarna komt de heupkop in de voorraad van de weefselbank.

4

Stap 5. Ziekenhuis plaatst bestelling

Een ziekenhuis bestelt een aantal heupkoppen voor de operaties van die week. De koerier brengt ze naar hun bestemming. Dat gebeurt op droogijs, kooldioxide in vaste vorm, zodat de heupkoppen diepgevroren blijven. Stap 6. Ontdooien en bewerken

Soms zijn de heupkoppen bij de weefselbank al bewerkt, soms worden ze in hun geheel aangeleverd. Dan worden ze op de operatiekamer ontdooid, gespoeld en bewerkt. Het materiaal kan als snippers of schraapsel dienen voor het opvullen van holten. Of het ondersteunt als een kleine wig of een handzaam blokje de plaatsing van een prothese. De orthopedisch chirurg noteert in de patiëntstatus van de ontvangende patiënt het unieke identificatienummer van de heupkop die is gebruikt. Ook vult de arts de gegevens van de operatie in op het ‘follow-up formulier’ dat bij de heupkop hoort. Dat formulier gaat terug naar de weefselbank. Als het ooit nodig is, kan later de afkomst van het gebruikte donorbot worden herleid.

5

 BISLIFE en Sanquin zijn de grootste weefsel­

banken van Nederland. Een aantal (academische) ziekenhuizen hebben hun eigen weefselbank.

orthopedie houdt nederland in beweging

57


Opmerkelijk orthopedie

operatie? stop met roken

stoppen helpt beter genezen Wie rookt, heeft meer kans op nare complicaties bij een orthopedische operatie dan een niet-roker. Stoppen met roken halveert die kans. Daarom adviseren orthopedisch chirurgen om de sigaren en sigaretten links te laten liggen; van minimaal vier weken vóór tot tenminste vier weken ná een geplande operatie.

Orthopedisch chirurg dr. Sander K ­ oëter en verpleegkundig specialist Keetie Kremers hebben inmiddels twee jaar ervaring met het structureel en indringend adviseren van rokende patiënten. Met succes. ­Kremers: “Het is onze verantwoordelijkheid te zorgen voor een optimale behandeling. En de patiënt is zelf ook verantwoordelijk voor zijn eigen welzijn. Voor de groep rokers die ons advies volgen, leidt dat tot een halvering van het aantal complicaties.”

Stoppen met roken is volgens Kremers een simpele stap om de resultaten van medische zorg aantoonbaar te verbeteren. “Het is ons gelukt om ruim tweederde van onze rokende patiënten te laten stoppen in de periode rondom de operatie.” Hogere kwaliteit Verrassend is dat ruim één op de vijf van hen ook een jaar later niet meer rookt. Kremers: “Dat is een veel betere score dan het gemiddelde resultaat van een

programma Stoppen Met Roken: die komen niet verder dan één op de twintig. Onze aanpak is dus erg effectief.” Wie rookt, inhaleert uit de brandende tabak schadelijke stoffen zoals nicotine en koolmonoxide. Via de longen komen die stoffen in het bloed terecht. Ze hebben een negatieve werking op het afweersysteem van het lichaam, op de kwaliteit van het bloed en bloedvaten en daarmee op de wondgenezing en het helen van het bot. Daardoor kunnen complicaties ontstaan: omstandigheden die leiden tot extra behandelingen, extra onderzoek, langer verblijf in het ziekenhuis en zelfs de dood. Koëter: “In de orthopedie zijn we in het bijzonder alert op infecties bij gewrichtsprothesen. Vaak leiden die tot extra operaties met nare gevolgen voor de patiënt, maar ook tot hoge kosten.

Wie stopt met roken, heeft een kleinere kans op complicaties na een operatie. Dit betekent: minder extra behandelingen en sneller weer naar huis.

58

zorg voor beweging | jaarmagazine 2015


Column

Wij vragen van de patiënt om zich samen met ons in te spannen voor een zo goed mogelijk resultaat.” Direct advies Wanneer arts en patiënt hebben gekozen voor een prothese, geeft de orthopedisch chirurg in één adem het advies te stoppen met roken, al is het dus maar tijdelijk. Vervolgens wordt bij de verpleegkundige de operatiedatum vastgesteld en krijgt de patiënt een folder mee die vol staat met ‘peptalk’ om daadwerkelijk te stoppen, met adviezen hoe je dat kunt doen en met uitleg over het verwachte effect. “Het tijdelijke karakter van het advies lijkt cruciaal voor het succes ervan”, zegt Keetie Kremers. “Twee maanden stoppen is te overzien en werkt drempelverlagend.” Alle ‘prothesepatiënten’ worden ook uitgenodigd voor een algemene groepsvoorlichting, waar stoppen met roken één van de aandachtspunten is. “We blijven de boodschap voortdurend herhalen, ook in het laatste persoonlijke gesprek. Op dat moment stellen we vast of de patiënt al is gestopt en of extra hulp en advies nodig zijn. Patiënten die wel willen, maar wie het niet op eigen kracht lukt, kunnen via de huisarts medicijnen krijgen die de nicotinevraag in het lichaam onderdrukken.” Nog geen cijfers “Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat stoppen met roken de kans op complicaties halveert. Daarom gaan we ervan uit dat onze aanpak op termijn leidt tot een kortere opnameduur, minder complicaties en minder extra behandelingen”, zegt Sander Koëter. “Van ons eigen project hebben we nog geen cijfers. Voor betrouwbare resultaten hebben we van meer patiënten gegevens nodig dan van de enkele honderden die we nu in kaart hebben gebracht. Daarom is het goed te zien en te horen dat onze aanpak steeds meer navolging krijgt, óók in andere chirurgische disciplines. Op den duur zullen we de effecten van stoppen met roken cijfermatig kunnen onder­ bouwen. Maar het belangrijkste is natuurlijk dat onze patiënten zelf een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan het succes van hun operatie.”

orthopedie houdt nederland in beweging

Presteren

Ik houd ervan om doelen te ­stellen, als sportman zit dat gewoon in me. Het afgelopen jaar heb ik ontdekt dat je je doelen soms pas bereikt als je flink gas terugneemt. Nadat ik in de zomer van 2013 mijn tweede knie­prothese kreeg, wilde ik een jaar later per se weer de Nijmeegse Vierdaagse lopen. Mijn hele leven lang heb ik gevoetbald. Toen ik daar vijftien jaar geleden mee stopte, ging ik eerst joggen om fit te blijven. Maar ik voelde aan mijn knieën al snel dat ik in een leven lang voetballen heel wat schoppen heb gehad. Uiteindelijk ontdekte ik het wandelen, samen met goede vrienden. En er kwam een nieuwe uitdaging: de Vierdaagse. Maar ook met wandelen liep ik tegen mijn grenzen aan. In 2008 kreeg ik in de maanden na de Vierdaagse hevige pijn in mijn rechterknie: artrose oftewel slijtage. De klachten leidden tot het plaatsen van een knieprothese in 2010. Daarmee kon ik een jaar later gelukkig opnieuw aan de Vierdaagse meedoen. Een half jaar na de operatie liep ik weer als een kievit, geen centje pijn bij die Vierdaagse. Aan het eind van de zomer van 2012 sloeg artrose ook in mijn linkerknie toe: opnieuw volgde een operatie waarbij een knieprothese werd geplaatst. Het herstel ging moeizamer dan de eerste keer. Ik was wel snel weer op de been, maar het lukte mij niet om de wandelafstanden op te voeren tot boven 15 kilometer. Ik verging van de pijn en besloot het eigenlijk maar op te geven. Die noodgedwongen rust heeft me achteraf enorm geholpen, want toen ik begin van de vorige zomer toch nog eens een lange wandeltocht probeerde, was de pijn zo goed als weg. Uiteindelijk heb ik in de zomer van 2014 toch weer de Vierdaagse uitgelopen. Geweldig! Het leerde me dat het goed is om doelen te stellen, maar dat je ook naar je lichaam moet luisteren. Ad de Beer  In Zorg voor beweging Jaarmagazine 2014 (pagina 32) was Ad hoofdpersoon in het artikel over het meten van patiëntervaringen.

59


Ontwikkelingen

De beste orthopedische zorg voor iedereen Betere en betaalbare zorg is mogelijk als je de juiste keuzes maakt. Dat is het uitgangspunt van het project ‘Verstandig kiezen’. “Artsen brengen wetenschappelijk onderzoek in kaart. Dat maakt voor orthopedische klachten duidelijk welke methoden voor diagnose en behandeling het meest geschikt zijn. Dit voorkomt situaties die de patiënt onnodig belasten”, vertelt dr. Ewoud van Arkel. “Binnen de orthopedie komen we nu op deze vijf keuzes.”

De beste zorg voor iedereen’. Dat is de ideale situatie. Maar wat is de ‘beste’ zorg? En is die voor ‘iedereen’ hetzelfde? Hoe maken artsen en patiënten daarin hun af­wegingen en op basis waarvan? In 2013 startte de Orde van Medisch Specialisten met het project ‘Verstandig Kiezen’. Dr. Ewoud van Arkel leidt dit project binnen de Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV): “We kijken kritisch naar wat de wetenschap zegt over de methoden die we in de orthopedie gebruiken. Op basis daarvan m ­ aken we onze behandelrichtlijnen. Hieruit zijn ook vijf voor de orthopedie Verstandige Keuzes naar voren gekomen.” Van Arkel voegt toe dat dit geen eindpunt is: “We blijven ons eigen handelen kritisch volgen. Wat kan anders en beter? Hoe voorkom je operaties die bewezen niet effectief zijn? Waar moeten we meer van weten om een juiste keuze te kunnen maken? Hoe verschillen behandelingen in Nederland en ten opzichte van het buitenland? En wat kunnen we daarvan leren?” Samen beslissen

Het project ‘Verstandig Kiezen’ gaat verder dan het formuleren van die keuzes. “De afwegingen die een arts maakt, zal hij of zij delen met de patiënt”, b ­ enadrukt Van Arkel. “Het is goed als u bij uw eigen behandeling betrokken bent. U maakt uw wensen kenbaar en samen met uw orthopedisch chirurg ­bespreekt u de voor- en nadelen van de verschillende mogelijkheden. Zo weet u vooraf beter welk resultaat u kunt verwachten en kunt u goed over­wogen samen met uw arts tot een keuze komen.”

60

Voer geen heup- en knievervangingen uit zonder adequate conservatieve behandeling

Van Arkel: “Als iemand door artrose heup- of knieklachten heeft, volgt eerst een behandeling zónder operatie. Dat heet: een conservatief behandel­ traject. Zo’n traject bestaat uit voorlichting, zo nodig een afvalprogramma, pijnstilling en fysio­ therapie. Mensen hebben dan vaak al minder last van de artrose, waardoor een heup- of knieprothese nog niet nodig is. Dat is namelijk een grote ingreep die gepaard kán gaan met complicaties. Als op basis van pijn, functieverlies en radiologische afwijkingen blijkt dat het later echt nodig is, kunnen de patiënt en arts alsnog besluiten tot een totale heupof knievervanging.” Voer geen voorste kruisband reconstructies uit binnen enkele weken nadat het letsel is ontstaan

“Op basis van de aard van de klachten, lichamelijk onderzoek en eventueel aanvullend onderzoek, zoals een MRI-scan, stelt de orthopedisch chirurg de diagnose. Als iemand een voorste kruisband letsel heeft, starten we altijd direct met fysiotherapie”, zo licht Van Arkel toe. “Fysiotherapie maakt de beenspieren sterk, zorgt ervoor dat het been goed buigt en strekt, en het helpt om de knie ‘tot rust’ te brengen. Dat betekent: veel minder pijn, geen zwelling, geen stijfheid en geen vocht meer in de knie. Dit kan voor een aantal patiënten al voldoende resultaat geven. Is het resultaat na drie tot zes maanden niet voldoende, dan kan een nieuwe kruisband worden overwogen.” Verricht geen artroscopie en geen MRI bij degeneratieve knieën zonder slotklachten

“We hebben het hier over een knie waarbij de meniscus door artrose is verslechterd”, aldus Van Arkel. “Dat kunnen we vaststellen met een röntgenfoto waarbij de patiënt staat, het liefst met een licht gebogen knie. Er zijn twee redenen om geen kijkoperatie (artroscopie) te doen. Ten eerste blijkt uit

zorg voor beweging | jaarmagazine 2015


“Wat zegt de wetenschap over de methoden die we in de orthopedie gebruiken? Op basis daarvan ma­ ken we onze behandelrichtlijnen en de Verstandige Keuzes”, aldus dr. Ewoud van Arkel.

slot’ schiet, kan dat veroorzaakt worden door een stuk losgescheurde meniscus. Hiervoor kan een kijkoperatie wel een oplossing bieden.” Behandel discogene pijn niet operatief

Van Arkel: “Een versleten tussenwervelschijf kan pijn geven in de (lage) rug. De eerste stap in de behandeling is pijnstilling en een goed oefen­ programma. Ook gaan de orthopedisch chirurg en de patiënt na of er misschien niet-lichamelijke factoren zijn die de rugklachten veroorzaken of in stand houden. De oefentherapie heeft veel tijd ­nodig. Als er onvoldoende of geen effect is, kan een behandeling bij de pijnpoli of in het uiterste geval een spondylodese (zie pagina 30) overwogen worden. Deze behandelingen moeten altijd onderdeel zijn van een wetenschappelijk onderzoek, want er is nog te veel onduidelijkheid over het effect.” Voer geen sub-acromiale decompressies (neerplastiek) uit bij jonge patiënten met een pijnlijke schouder

wetenschappelijk onderzoek dat de combinatie van pijnstilling, fysiotherapie en injecties met ont­ stekingsremmers, corticosteroïden, hetzelfde effect heeft. Ten tweede is gebleken dat een ingreep aan de meniscus het artrose­proces kan versnellen. Dat is vooral bij vrouwen het geval. Als iemand ervaart dat zijn/haar knie geregeld ‘op

orthopedie houdt nederland in beweging

“Bij volwassenen is het sub-acromiaal pijn­syndroom (SAPS) een veel voorkomende oorzaak van pijn in de schouder”, vertelt Van Arkel. “Vaak is het een ontsteking van de slijmbeurs of irritatie van een of meer schouderspieren. Goede pijnstilling en injecties met corticosteroïden kunnen de ontsteking en de pijn verminderen. Fysiotherapie draagt bij aan het herstel van de spierkracht en zorgt ervoor dat de schouderspieren weer goed samenwerken. Stel dat de klachten blijven of verergeren en dat er een duidelijke botwoekering is ontstaan die de ontsteking onderhoudt. Dan kan de orthopedisch chirurg overwegen om de ontstoken slijmbeurs en de rand van het schouderdak te verwijderen. Dit heet ‘subacromiale decompressie’ en wordt ook wel de ‘neerplastiek’ genoemd. Het schouderdak is een uitsteeksel van het schouderblad en heet acromion. Voor jonge patiënten is dit geen behandeloptie, omdat bij hen herstel van de stabiliteit in de ­schouder de klachten meestal al verhelpt.”

61


Weer in beweging

Topsporter Bibian Mentel (41) nam afscheid van haar been

â&#x20AC;&#x2DC;Het ligt niet in mijn aard om te denken: waarom ik?â&#x20AC;&#x2122;

62

zorg voor beweging | jaarmagazine 2015


orthopedie houdt nederland in beweging

63


Weer in beweging

Ze was de ‘sportbilly’ van de klas. Bibian Mentel deed altijd overal aan mee: tennis, hockey, paardrijden, turnen en snowboarden. Die laatste sport werd haar passie. Oók nadat een zeldzame vorm van botkanker toesloeg en een beenamputatie nodig maakte. Na haar ziekte zette Bibian zich in om het onderdeel snowboard cross op het Paralympisch programma van de Winterspelen van Sotchi te krijgen. Met succes. En passant veroverde ze daar zélf het goud, een prestatie die haar de titel Paralympisch Sporter van 2014 opleverde.

B

ibian Mentel is het type dat achter de wolken altijd de zon ziet schijnen. Haar leven bestaat uit sporten, vechten, kansen zien, doorzetten en vooruit kijken. Ze beseft heel goed dat dat lang niet iedereen is gegeven. Met haar eigen ‘Mentelity Foundation’ zet ze zich daarom in om kinderen en jongeren met een ­lichamelijke beperking tóch het duwtje naar de sport te geven. Omdat ze gelooft in de heilzame werking van sport.

Salt Lake City

In 1999 was Bibian potentieel kandidaat voor deelname aan de Olympische Spelen van Salt Lake City in 2002. “Ik stond zesde op de wereldranglijst en had de A-status van het NOC*NSF: het zag er goed uit. Maar na een enkelblessure bleef ik langer pijn houden dan verklaarbaar was. Uitein-

‘Ik geloof in de heilzame werking van sport’ delijk werd onderop mijn scheenbeen een zeldzame, langzaam groeiende bottumor gevonden. Die kon worden verwijderd, dus ik bleef hopen op Salt Lake City. Maar toen ik na een maand of vijf weer ging trainen, kwam de pijn terug.” Uiteindelijk werden opnieuw tumorcellen gevonden. “De tumor was uitgezaaid naar het botvlies. Op een zeker moment kwam de orthopedisch chirurg aan mijn bed en vroeg: ‘Hoeveel is je leven je waard?’ Ik kreeg twee dagen bedenktijd en het ­dringend advies om in te stemmen met

64

zorg voor beweging | jaarmagazine 2015


amputatie. Feitelijk was er geen keus. Ik heb razendsnel een knop omgezet en wilde dezelfde dag nog een prothese­ bouwer aan mijn bed. Ik wilde weten hoe mijn toekomst eruit zou zien.” Verloren wedstrijd

Die prothesebouwer maakte Bibian duidelijk dat er ook na amputatie genoeg ­mogelijkheden zijn voor een mooi en sportief leven. “Ik keek naar de gebeurtenissen als naar een verloren wedstrijd: dan moet je ook weer verder. Ik was dus eigenlijk al niet meer bezig met het wegnemen van de tumor, maar met mijn toekomst. In de twee dagen die me nog restten heb ik veel vrienden gesproken. Het ligt niet in mijn aard om me af te vragen: ‘Waarom ik?’ Ik richtte me op wat ik er nog van kon maken.” Afscheid nemen

“Ik heb afscheid genomen van mijn been: ernaar gekeken, ertegen gesproken en

het gevoeld. Bij het wakker worden na de operatie, schrok ik me dood. Het was toch korter dan ik dacht en alles was opgezwollen. De pijn was heftig, maar in de weken daarna nam dat geleidelijk af en werd het tijd om in het revalidatiecentrum aan de slag te gaan. Gelukkig begrepen ze me daar. Toen de revalidatiearts bij de intake samenvatte ‘U komt leren lopen’, zei ik: ‘Welnee, ik kom leren snowboarden, mountainbiken, trampolinespringen en wakeboarden.’ Hij

Indrukwekkend

“Bibian Mentel had te maken met een zogenoemd clearcell chondrosarcoom. Dat is een uiterst zeldzame vorm van kraakbeenkanker. ­Omdat het zo weinig voorkomt, is er relatief weinig informatie over het verloop van de ziekte, de behandelmethoden en het toekomstperspectief voor patiënten. Door de aard van de kwaadaardige cellen hebben chemotherapie of bestralingen geen zin. Het enige wat helpt is chirurgisch ingrijpen”, zegt orthopedisch chirurg dr. Sander Dijkstra. “Daarbij moet de tumor zo ruim mogelijk worden verwijderd. Bij ­Bibian betekende dat in tweede instantie: amputatie. Longuitzaaiingen zijn meestal een slecht teken, maar bij Bibian konden we die gelukkig wegnemen. Haar sportmentaliteit heeft zeker geholpen bij haar indruk­ wekkende revalidatie.”

schrok. Maar uiteindelijk hebben ze er alles uit de kast gehaald om mij vooruit te helpen. Ik had nog een topsportstatus, was formeel alleen maar geblesseerd. Ik reed nog in een Olympische auto.” Cirkel rond

Het herstel ging snel. Na twee maanden kreeg ze een eerste prothese. Na vier maanden ging ze mee op het trainings­ kamp van snowboard-maatjes in Zwitserland. En ja, ze bezweek voor de verleiding en maakte haar eerste afdaling. Zeven maanden na de amputatie vroeg de ­Nederlandse Ski Vereniging of ze tijdens het NK de prijzen wilde komen uitreiken voor het onderdeel snowboard-cross. “Toen ik er was, wilde ik natuurlijk meedoen. Ik werd tweede in de tijdskwalificatie en won de finale. Voor mij was de cirkel rond. Bibian was er weer.” In de jaren die volgden spande Bibian zich vooral in voor de gehandicaptensport. De kanker kwam nog drie keer terug als uitzaaiing in de longen. Telkens konden de tumoren worden verwijderd en krabbelde Bibian weer op. “De grootste angst was dat ik mijn zoon Julian, die nu twaalf is, niet zou zien opgroeien. Maar inmiddels ben ik ruim vijf jaar zonder kanker.”  www.mentelityfoundation.nl

orthopedie houdt nederland in beweging

65


Voor u

alstublieft! zorg voor beweging jaarmagazine 2015

een cadeau voor u, namens uw orthopedisch chirurg Ongetwijfeld staat u wel eens stil bij ‘bewegen’. Misschien staat ­‘bewegen’ voor u voor: meedoen, zelfstandig zijn, genieten van uw omgeving, uw grenzen opzoeken, mobiel zijn en uw eigen weg kiezen, … Problemen met botten, gewrichten, pezen en/of spieren belemmeren dit. Orthopedie is het medisch specialisme dat zich richt op het verminderen en, liefst, oplossen van dergelijke problemen aan het steun- en bewegingsapparaat. Als u bij een orthopedisch chirurg komt, kunt u erop rekenen dat hij of zij luistert naar uw verhaal, met u uw wensen en verwachtingen bespreekt, nader onderzoek doet en met u doorneemt welke behandelingen

66

mogelijk zijn. Uw orthopedisch chirurg is uw partner in zorg en deelt met u hetzelfde doel: dat u zo goed en snel mogelijk weer zoveel mogelijk kunt doen wat u wilt. Zorg voor beweging: gezamenlijke ­inspanning

De orthopedisch chirurg zorgt voor beweging. Daar is zijn of haar medische oplei-

ding op gericht en daar zet de orthopeed zich samen met alle collega’s voor in. Maar het is een gezamenlijke inspanning met u. Als ook u zorgt voor beweging, houdt u uw lichaam zo fit mogelijk. Trots op orthopedie

De orthopedisch chirurgen zijn trots op hun vak. Ze vertellen er graag over, zoals u merkt in deze uitgave. Het vak is volop in ontwikkeling; verbetering van de kwaliteit van zorg is daarbij belangrijk én natuurlijk een verdere verbetering van de resultaten. Zes verhalen van ­patiënten schetsen persoonlijke ervaringen en

zorg voor beweging | jaarmagazine 2015


­ even u een goed beeld van hoe orthopeg die zorgt voor beweging.

club en vereniging, en beïnvloedt dat ook zaken op de werkvloer.

‘Orthopedie houdt Nederland in beweging’

De orthopeed en de medische industrie

Als u behoefte heeft aan informatie dan

geeft uw behandelend orthopedisch ­chirurg antwoord op uw vragen. Buiten de consulten om kunt u altijd terecht op de informatieve website van de NOV: www.zorgvoorbeweging.nl. Bent u vooral geïnteresseerd in informatie over totale heup- of knieprothesen, ga dan naar www.mijnheupprothese.nl of www.mijnknieprothese.nl. Op www.youtube.com/user/zorgvoorbeweging bekijkt u alle korte films en animaties en via Twitter @zvborthopedie blijft u op de hoogte van nieuws en ­wetenswaardigheden. Elke orthopedische maatschap heeft ook een eigen website: uw orthopedisch ­chirurg informeert u hierover.

www.mijnknieprothese.nl – site voor iedereen die meer wil weten over knieprothesen; www.youtube.com/user/zorgvoorbeweging – korte films en animaties; twitter.com/zvborthopedie – Zorg voor beweging op Twitter; www.orthopeden.org – de NOV-organisatiewebsite.

Illustraties: Mieke Roth; Sjaak Lakerveld (Zorg voor Publiceren) Teksten: Jos Steehouder (Zorg voor Publiceren); NOV Druk: Drukkerij Damen, Werkendam Oplage: 54.000 ISSN: 1876-6765 © 2015 Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV)

Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV) Bruistensingel 128 5232 AC ’s-Hertogenbosch T +31 (0)73 700 34 10 nov@orthopeden.org www.orthopeden.org

Zorg voor beweging Jaarmagazine 2015 ­verschijnt als bijlage bij het NOV Jaarcongres 2015 en brengt (wetenschappelijke) orthopedische ontwikkelingen bij de patiënt. Zorg voor beweging staat onder inhoudelijke verantwoordelijkheid van de NOV Redactie, onder auspiciën van de NOV Commissie Communicatie en het NOV bestuur.

Zie ook de NOV-websites: www.zorgvoorbeweging.nl – informatie over ­aandoeningen, behandelingen en orthopedie; www.mijnheupprothese.nl – site voor ­iedereen die meer wil weten over heupprothesen;

Concept en eindredactie: NOV Vormgeving: Sjaak Lakerveld (Zorg voor Publiceren) Fotografie: Werry Crone (Zorg voor Publiceren); ­Universiteitsmuseum Utrecht; UMCU; BMM TRAMMPOLIN; Henk Braam

Dit is het motto van de Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV). Haar leden, de orthopedisch chirurgen, z­ orgen er als medisch specialisten voor dat mensen weer in beweging komen, en in beweging kunnen blijven. Het effect hiervan is groter dan dit in eerste instantie lijkt. Want als iemand binnen de eigen mogelijkheden optimaal kan bewegen, heeft dat ook effect op de activiteiten met familie en vrienden, vergroot het de ­mogelijkheden om actief te zijn in de

COLOFON

Zorg voor beweging Jaarmagazine 2015 wordt u aangeboden door de Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV), ook namens uw orthopedisch chirurg.

Orthopedisch chirurgen voorzien in een optimale en toegewijde patiëntenzorg. Voor het verder bevorderen en verbeteren hiervan is een goed samenwerkings­ verband met de medische industrie belangrijk. De NOV verlangt in dezen van haar leden de hoogste mate van integriteit, professioneel en ethisch gedrag. Dat staat vastgelegd in een professionele standaard, een gedragscode. Informatie en achtergronden

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, ­opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de NOV. Zorg voor beweging Jaarmagazine 2015 is mede mogelijk gemaakt door de orthopedische industrie:

Biomet Nederland; DePuy Synthes; Zimmer Netherlands BV; Smith & Nephew Nederland B.V.; Stryker B.V.; Arthrex Nederland B.V.; Link & Lima Nederland B.V.; Mathys Orthopaedics; Tigenix; Tornier B.V.; Bayer B.V.; Bauerfeind Benelux B.V.; Conmed Linvatec Benelux; Emdamed B.V.; Heraeus Medical; Implantcast Benelux B.V.; Össur Europe B.V. Pro-Motion Group B.V.; Stöpler

orthopedie houdt nederland in beweging

67


Orthopedie houdt Nederland in beweging

‘Zorg voor beweging’ wordt u aangeboden door:

Bruistensingel 128 | 5232 AC ’s-Hertogenbosch | T 073 700 34 10 | F 073 700 34 19 nov@orthopeden.org | www.orthopeden.org | www.zorgvoorbeweging.nl | www.mijnheupprothese.nl | www.mijnknieprothese.nl

Zorg voor Beweging Jaarmagazine 2015  

Patiëntinformatie van de orthopedische chirurg

Zorg voor Beweging Jaarmagazine 2015  

Patiëntinformatie van de orthopedische chirurg