Page 1

PATIËNTINFORMATIE VAN DE ORTHOPEDISCH CHIRURG | JAARMAGAZINE 2018

Zorg voor Beweging SAMEN IN ZORG

VOOR HET BESTE RESULTAAT EEN HERNIA

IS DIE WEL DE BOOSDOENER?

PATIËNTERVARINGEN

OVER VECHTEN EN VERTROUWEN


Weer in beweging

2

ZORG VOOR BEWEGING | JAARMAGAZINE 2018


Oranjeleeuwin Kika van Es (25) vecht zich terug

‘De steun van ploeggenoten geeft kracht’ ‘T

ijdens de huldiging van ons team in Utrecht moest ik spontaan huilen. De blijdschap, de voldoening, de opoffering. Niemand van ons is zo’n zware weg gegaan. Daar stonden we dan als Europese kampioenen. Als ik dat tevoren had g ­ eweten, dan was de lijdensweg na mijn been­ blessure nog een beetje draaglijk geweest.

In 2014, tijdens een WK-kwalificatiewedstrijd in en tegen Griekenland, kreeg mijn rechter onderbeen zo’n opdonder dat hij finaal in tweeën brak. Op dat moment overzag ik niet wat de impact van die blessure zou zijn. Het genezingsproces en de revalidatie hebben me drie jaar lang bloed, zweet en tranen gekost. Tranen ja: er waren momenten dat ik het niet meer zag zitten. Het ergste was de onzekerheid of ik ooit weer op niveau zou kunnen spelen. Het leek zó uitzichtloos. Want voetbal betekent alles voor me, het is helemaal mijn ding. Ik voetbal al vanaf mijn vijfde jaar,

ORTHOPEDIE HOUDT NEDERLAND IN BEWEGING

eerst op straat, daarna bij de club. Ik ben met die bal geboren, denk ik. En dan staat alles ineens op losse schroeven. Ik heb me afgevraagd: als dit wegvalt, wat doe ik dan? Ik kwam er zelf niet meer uit. Met hulp van een psycholoog kreeg ik mezelf weer op de rit, maar dat ging met horten en stoten. Ook fysiek waren er ups en downs. Ik heb negen maanden met een pen in mijn been gezeten; toen die eruit mocht, kon ik weer voorzichtig gaan lopen en daarna onder begeleiding van een fysiotherapeut zorgen dat mijn been weer sterk werd. Het wereldkampioenschap van 2015 heb ik daardoor gemist. Ik ben dankbaar voor de vele support van mensen om mij heen. Zeker ook van mijn ploeggenoten van Oranje. Hoewel ik dus een paar jaar niet kon spelen, bleven ze meeleven en belangstelling tonen. Daardoor heb ik me enorm gesteund gevoeld. Steun die ik nu opnieuw nodig heb, trouwens, want ik heb een meniscusblessure. Nieuwe tegenslag dus. Maar die Europese titel heb ik mooi op zak.”

3


Voorwoord

Samen komen we verder Kent u het gezegde: ‘Als je snel wilt gaan, reis alleen. Als je ver wilt komen, reis dan samen’. In de orthopedie reizen we samen; we werken samen aan het beste resultaat voor iedere patiënt. Dat is maatwerk, waarbij u als patiënt het reisdoel aangeeft en waarbij we samen de route bepalen. In mijn spreekkamer gebeurt het geregeld dat ik op één dag meerdere mensen spreek met dezelfde aandoening. Toch kunnen hun klachten verschillend zijn. Dat geldt ook voor hun verwachtingen van de behandeling. Iedereen is immers anders en iedereen leeft anders. Dan is het logisch dat de behandeling ook voor iedereen kan verschillen. In de verhalen die patiënten in deze uitgave met u delen, ziet u dat terug. U leest hoe belangrijk bewegen is en hoe frustrerend het kan zijn als je lijf niet meewerkt. Dan is het fijn als er niet alleen een helpende hand, maar ook een luisterend oor voor je is. Daarom probeer ik iedere mens in mijn spreekkamer alle aandacht te geven. Ik geef toe dat dat met een volle wachtkamer ook weleens lastig is, maar ik doe altijd mijn best. Vanuit de Nederlandse Orthopaedische Vereniging ondersteunen we al 120 jaar de ontwikkelingen b ­ innen de orthopedie. Ons motto is: ‘Orthopedie houdt Neder­ land in beweging’: we vinden het belangrijk dat een patiënt ­iedere dag de vruchten plukt van zijn of haar orthope­dische behandeling. Om onze zorg te verbeteren, ­registreren we de resultaten. Dat zijn de technische gegevens van operaties, maar ook uw ervaringen. Daarvoor vraagt uw arts u misschien om een vragenlijst in te vullen. Want als we van heel veel mensen weten waar het resultaat van een behandeling nog beter kan, kunnen we daar gericht aan werken.

44

26

Zo komen we inderdaad samen verder. Een hartelijke groet, Hans-André Schuppers, Voorzitter NOV

4

ZORG VOOR BEWEGING | JAARMAGAZINE 2018


22

Inhoud

WEER IN BEWEGING

OPMERKELIJK ORTHOPEDIE

2 Kika van Es ‘De steun van ploeggenoten geeft kracht’ 12 Peter Brouwer en Annelies Thimister ‘Wij zijn het levend bewijs van succes’ 26 Fiona van Estrik ‘Ik heb het geduld om iets te bereiken’ 38 Ampuvoetbal ‘Mijn team is mijn psycholoog’ 54 Greg van Hest ‘Pijn is nooit zomaar een pijntje’

34

10

10 Prothesen voor de versleten schouder 20 Polsbreuk bij ouderen Opereren of gips? 28 Kruisband kapot? De knie kan soms zonder 36 Infectie aan prothese Hardnekkig en ingrijpend 44 Pijn in je rug Is die hernia wel de boosdoener? 52 Kinderorthopedie Meer samenwerking voor minder stress bij kind en ouders

EN…

12

ORTHOPEDIE HOUDT NEDERLAND IN BEWEGING

4 6 16 22 24 30 31 32 34 42 46 50 58 59

Samen komen we verder De orthopedie komt naar je toe Bewegen is vrijheid! Wat en Wie in de orthopedie? Zij maken u wegwijs in het ziekenhuis Niet zomaar een naam: Haglund exostose Onder de loep: spondylodese De orthopedisch chirurg wordt steeds meer specialist Stap voor stap: een rugbrace op maat Infographic: elleboogprothesen Ervaringen van patiënten zijn waardevol Innovatie Voor u Colofon

5


Een dag orthopedie

Veel orthopedische patiënten hebben wel een lichamelijk probleem, maar zijn niet ziek. Sterker nog: sommigen zijn uitgesproken fit. De vakgroepen orthopedie houden daar rekening mee en er zijn ook ziekenhuizen die een ‘orthopedisch centrum’ starten. Zo’n centrum heeft een heel andere sfeer en andere voorzieningen dan bijvoorbeeld een polikliniek longziekten. Ook een specifieke sportkliniek sluit bij uitstek aan bij de belevingswereld van de patiënt. Zorg voor Beweging liep een dag mee.

De orthopedie komt naar je toe

A

ns Tegel (70) ligt deze ochtend geduldig te wachten op de zaal; vandaag opereert ortho­ pedisch chirurg Rob Jansen haar aan haar rug. Als de schijn niet bedriegt, wordt het een van de belangrijkste dagen in haar leven, want de kans

is groot dat de operatie een eind maakt aan veertig jaar rugpijn. Ans verheugt zich erop weer te kunnen wandelen, met vriendinnen aan aquafitness te kunnen doen en actief te zijn, samen met kinderen en kleinkinde­ ren. Om het zover te laten komen, bevrijdt Jansen de zenuwbanen in haar onderrug. “De onderrug van mevrouw Tegel is nogal hol”, vertelt hij. “Door de jaren heen is daardoor extra slijtage ontstaan, die heeft geleid tot botverdikking aan de achterzijde van haar wervels. Die verdikkingen haal ik weg; het is een relatief eenvoudige ingreep met grote kans op succes.” Het ziekenhuis heeft een vakgroep van zeven ortho­ pedisch chirurgen en nog eens drie artsen die zich voorbereiden op een specialisatie in de orthopedie. Verder zijn er gespecialiseerde fysiotherapeuten in dienst, die ook zelfstandig patiënten ‘zien’. Naast een polikliniek heeft het orthopedisch centrum een verpleegafdeling met dertig bedden, een gipskamer om de hoek en een gloednieuwe sportkliniek twee kilometer verderop, buiten het ziekenhuis dus. Drie

Miep Schimmel (90) was nog fit genoeg om een nieuwe heup te krijgen; orthopedisch chirurg Bart Kuipers i­nformeert naar haar herstel.

6

ZORG VOOR BEWEGING | JAARMAGAZINE 2018


Orthopedisch chirurg dr. Pieter Bullens onderzoekt de voorvoet van Justin Zeijl: “Veel op slippers lopen.”

Het twijgbreukje in de pols van Elias – hier op de arm van zijn moeder – is na een week alweer bijna genezen.

van de orthopedisch chirurgen doen ook diensten op de Spoedeisende Hulp, samen met de trauma­ chirurgen. “Nooit een saaie dag”, zegt orthope­ disch chirurg Bart Kuipers. Pijnlijke voorvoet

De zestienjarige Justin Zeijl meldt zich samen met zijn moeder bij orthopedisch chirurg dr. Pieter Bul­ lens. Justin was een half jaar geleden weer begon­ nen met voetbal, maar pijn in de voorvoet houdt hem aan de zijlijn. Daar baalt hij van. De pijn heeft vrijwel zeker te maken met beknelde zenuwen tus­ sen de tenen, zegt Bullens. De röntgenfoto laat niet alles zien; na de vakantie is nog een MRI nodig: “Daarmee zie ik andere delen van de voet dan de botten; de pijn kan vele oorzaken hebben.” Justin krijgt het advies tijdens de vakantie veel op slippers te lopen, dan hebben zijn voeten en tenen ruimte. Na de vakantie zien ze elkaar weer. Op de gipskamer komt de achttien maanden oude Elias Schaap binnen op de arm van zijn moeder Aukje. Elias liep een week eerder een ‘twijgbreukje’ op in zijn pols en draagt een spalk. Aukje: “Ik schrok me wezenloos, we zijn altijd voorzichtig in huis, maar het traphekje was open. Ineens kukelde Elias naar beneden.” Na een week is de pols eigen­ lijk alweer genezen, zegt gipsverbandmeester Jan Peter Goudzwaard, maar voor de zekerheid wikkelt hij de pols nog in een stevig verband; Elias kiest knalgroen. Goudzwaard: “Bij heel jonge kinderen vlíegt het bot weer aan elkaar, ze groeien zo hard!”

Jong (72) de eerste stappen met haar heupprothese waarvoor ze twee dagen eerder werd geopereerd. Onder het toeziend oog van fysiotherapeut Ger Derks stiefelt ze de gang door. “Ik hoop met de nieuwe heup in ieder geval weer te kunnen zwem­ men en tennissen.” Een kamer verderop ligt Miep Schimmel (90). Ook zij kreeg een nieuwe heup en ze gaat weer het bed uit. “Ik ben nog heel fit en voordat ik heupklachten kreeg, kon ik overal

Fysiotherapeut Ger Derks begeleidt Joke de Jong tijdens haar eerste stappen met de nieuwe heup.

Geen belemmering

Even verderop, op de verpleegafdeling, zet Joke de

ORTHOPEDIE HOUDT NEDERLAND IN BEWEGING

7


Een dag orthopedie

zelfstandig heen. Gelukkig bleek mijn leeftijd geen belemmering om een heupprothese te plaatsen.” Ondertussen is Ans Tegel door verpleegkundigen voorbereid voor de operatie aan haar wervelkolom. Ze had deze ingreep al veel eerder willen onder­ gaan, maar de laatste jaren stond haar leven in het teken van het begeleiden van haar echtgenoot die aan een hersenaandoening leed. “Met pijnstillers en zelfs een zenuwblokkade ben ik op de been ge­ bleven.”

In de sportkliniek doet volleybalster Selina Merfol haar krachtoefeningen. Sportfysiotherapeut Twan Verboom kijkt kritisch toe.

Onmogelijke keuze

Ze vervolgt: “Vorig jaar is mijn man overleden. In het voorjaar ben ik samen met mijn kleindochter Caroline in Griekenland geweest, op de plek waar ik met mijn man al sinds 1989 kom. Het was een examen­cadeautje voor haar, maar ik kon door de pijn niet voor- of achteruit. De pijn straalde steeds meer vanuit mijn rug richting benen.” Ze schetst: “Ik kan niet staan en niet lopen, niet zitten, niet liggen. Het is telkens een onmogelijke keuze. Ik ben blij als het elf uur ‘s avonds is, dan kan ik even gaan slapen. In de ochtend begint de pijn weer opnieuw. Het zou geweldig zijn als dit verandert.”

Ans Tegel wordt voorbereid voor de operatie die een eind gaat maken aan jaren van rugpijn.

Samen met Rob Jansen woog ze de risico’s en kan­ sen af. “Dit soort operaties kennen niet de succes­ factor van heup- of knieprothesen”, benadrukt hij. “Toch zijn zeven van de tien patiënten na afloop tevreden over het resultaat. Bij de andere drie ­patiënten blijven de klachten hetzelfde of worden de klachten heel soms zelfs erger. We weten veel, maar niet alles van de rug. Maar ik geloof erin dat ik mevrouw Tegel goed kan helpen.” Sportkliniek

Terwijl Jansen aan zijn operatie begint, werkt twee kilometer verderop in de sportkliniek de achttien­ jarige volleybalster Selina Merfol aan het herstel van haar knie. Ze traint met gewichten en doet oefeningen met de bal. Dat is óók orthopedie: het herstellen van blessures bij sporters en topsporters en het begeleiden van hun revalidatie. Selina heeft net haar havo afgerond en is uitgenodigd om in de Verenigde Staten haar studie te combineren met topsport in een collegeteam. Ze doet haar oefeningen onder begeleiding van sportfysiotherapeut Twan Verboom. De sportkliniek heeft een eigen sfeer: modern, strak en met posters van atleten aan de muur. Er is een krachthonk en er zijn ruimten met medische en paramedische appa­ ratuur voor het begeleiden van sporters. De kliniek is een samenwerkingsverband van de gemeente, het ziekenhuis en de sportwereld; de kliniek is er gekomen om talentontwikkeling te stimuleren en te ondersteunen. Investeren in presteren

“Hier komen veel partijen samen die willen inves­ teren om sporters te laten presteren, met nadruk

8

ZORG VOOR BEWEGING | JAARMAGAZINE 2018


Met het heupje van Cato gaat alles goed: moeder Leonie is gerustgesteld.

op wielrennen en volleybal”, zegt orthopedisch chirurg Bart Kuipers. “De opzet is multidisciplinair: naast orthopedisch chirurgen zijn aan deze sport­ kliniek ook sportartsen, inspanningsfysiologen en fysiotherapeuten verbonden. We denken in de toe­ komst ook sportpsychologen toe te voegen: alles wat nodig is om zo goed mogelijk te sporten.” Niet alleen topsporters profiteren ervan. “Ook de actieve recreatieve sporter die we normaal gesproken in ons orthopedisch centrum zouden ontvangen, kan in deze sportkliniek terecht. Deze omgeving is voor een veertigjarige recreatiewielrenner toch veel stimulerender dan het ziekenhuis? Wij denken dat de orthopedie zich meer en meer verplaatst naar behandelcentra buiten het traditionele ziekenhuis. Orthopedie komt naar je toe.”

Aan het eind van de dag bespreken de orthopedisch chirurgen samen hun patiënten. “Zo delen we kennis en worden we beter.”

Dat geldt nog niet voor Leonie Strijk: zij komt met haar dochtertje Cato van ruim een jaar op controle in het ziekenhuis. Ze is wat bezorgd om de krom­ me beentjes van Cato, die nog niet wil gaan staan, terwijl haar tweelingbroertje Willem dat al wel doet. Heeft dat te maken met de heupdysplasie waarmee Cato werd geboren? Dr. Pieter Bullens stelt haar gerust: de heup ligt goed op koers, de behandeling met het spreidbroekje in de nachten moet ze nog even voortzetten. “U kunt nu voor haar het verschil maken: krijgt ze op haar zestigste last van haar heup, of pas als ze 75 is?” houdt hij Leonie voor. “En let maar op: over drie maanden is ze niet meer te houden en loopt ze overal heen.” Kennis delen

Aan het eind van de middag nemen de orthope­ disch chirurgen enkele tientallen casussen van die week door. Een patiënt met heupartrose, iemand met een cyste op het bot, een meneer die een kijk­ operatie moet ondergaan aan de schouder. Even is er discussie over de stabilisatie van de wervel­ kolom van een patiënt. “Deze besprekingen doen we om kennis te delen. Zo maken we elkaar beter”, verklaart Bart Kuipers. Na de bespreking gaat Rob ­Jansen nog even langs bij Ans Tegel. Ze is nog ver­ suft van de operatie, maar ze kan haar tenen bewe­ gen. En, het belangrijkste: de pijn is weg. Dat is een heel goed voorteken.

ORTHOPEDIE HOUDT NEDERLAND IN BEWEGING

9


Opmerkelijk orthopedie

twee soorten

prothesen voor de versleten schouder Eén op de vijf Nederlanders heeft weleens last van de schouder. Voor een kleine groep is de oorzaak slijtage van het gewricht, waarbij soms ook de omliggende spieren en pezen onherstelbaar zijn aangedaan. Sommigen komen dan in aanmerking voor een prothese; in 2015 waren dat 2000 mensen. Derek van Deurzen (orthopedisch chirurg en voorzitter van de NOV Werkgroep Schouder en Elleboog) vertelt dat er twee soorten prothesen zijn voor slijtage van de schouder: de ‘reguliere’ en de ‘omgekeerde’. De schouder bestaat uit meerdere delen die ten opzichte van elkaar bewegen. Behalve de kop en kom zijn dat ook het sleutelbeen en het schouderblad. Om het gewricht liggen bovendien verschillende pezen en spieren; de rotator cuff. Gewricht, spieren en pezen zorgen er samen voor dat de arm bijna alle kanten op kan bewegen. Als de spieren en pezen niet goed meer samenwerken, blijft de kop niet goed voor de kom gecentreerd en verplaatst het draaipunt. Het gevolg is dat de persoon pijn heeft en zijn arm niet kan heffen. Als het schoudergewricht bovendien versleten is (artrose), verandert de kop van vorm en

beweegt deze niet goed meer over de kom. Ook dan ervaart de persoon pijn en kan hij zijn arm niet goed optillen. Haren kammen De patiënten van Derek van Deurzen komen bijna allemaal met pijnklachten,

Reguliere schouderprothese De ‘reguliere schouderprothese’ heet ook ‘anatomische schouderprothese’, omdat de kop en de kom van de schouder vervangen worden door een kop (van metaal) en een kom (van kunststof ). Van Deurzen: “Deze prothese gebruiken we met name bij patiënten met een versleten schouder, zonder scheuren in de rotator cuff. Hun spieren en pezen zijn nog goed en de kop zit mooi voor de kom, waardoor het draaipunt in de schouder niet is veranderd.”

10

zo vertelt hij: “En vaak gebruiken ze nog geen pijnstillers. Dat ze hun arm slechts beperkt kunnen gebruiken, noemen ze pas als tweede. Haren kammen lukt niet meer, bijvoorbeeld.” Sommige klachten gaan vanzelf weer over en een groot deel is goed te behandelen met pijnstilling of fysiotherapie. Als uit onderzoek blijkt dat het kraakbeen in het schoudergewricht versleten is ­(artrose), bespreekt de orthopedisch chirurg de behandelmogelijkheden met de patiënt. Als eerste komen in beeld: pijn­ behandeling, fysiotherapie, een injectie en de leefstijl aanpassen. Vervolgens start de behandeling met een team aan behandelaars. Dat team bestaat bijvoorbeeld uit

draaipunt in de schouder.

ZORG VOOR BEWEGING | JAARMAGAZINE 2018


een orthopeed in opleiding, een physician assistant en een radioloog. Zij brengen met röntgenfoto’s, echo, CT-scan of MRI het probleem in kaart en de radioloog kan radiologisch geleide injecties geven. Voor fysiotherapie is er een netwerk van gespecialiseerde therapeuten. “Een prothese plaatsen is de allerlaatste stap, want we opereren alleen als het écht niet anders kan. We bespreken met de patiënt ook wat hij van de behandeling kan verwachten. Het is daarmee eerder een traject van een aantal maanden dan dat iemand direct op de lijst komt voor een prothese”, aldus Van Deurzen. Ook als de genoemde rotator cuff zijn werk niet meer kan doen, bijvoorbeeld

door een ziekte, overbelasting of medicijngebruik, kan een schouderprothese uitkomst bieden. Er zijn grofweg twee soorten prothesen voor de versleten schouder: de reguliere en de omgekeerde schouderprothese. Resultaten Sinds 2014 registreren de orthopedisch chirurgen alle schouderprothesen in de Landelijke Registratie Orthopedische Implantaten (LROI). Langetermijnresultaten vanuit deze Nederlandse registratie zijn er nog niet, maar Van Deurzen geeft aan dat de resultaten vanuit de praktijk echt goed zijn. “De patiënten zijn over het algemeen blij met de prothese; ze

hebben veel minder pijn en kunnen na de operatie hun arm beter gebruiken. Er zijn zelfs mensen die weer zwemmen met een schouderprothese.” Patiënten met een reguliere schouder­ prothese kunnen hun arm gemiddeld 110 graden voorwaarts heffen en 145 graden als zij goed oefenen. Met een omgekeerde schouderprothese kan een patiënt zijn arm 95 graden voorwaarts heffen en na goed oefenen is soms 130 graden haalbaar. In de nieuwe situatie kan de arm dus niet meer maxi­maal omhoog (180 graden = armen langs de oren). De meeste mensen kunnen hun hand wel weer achter het hoofd brengen. Voor sommigen is het echter lastig om de arm achter de rug te brengen. De armbewegingen met de reguliere prothese zijn over het algemeen gunstiger dan die met de omgekeerde prothese. “Als de rotator cuff nog goed is, gaat daarom de voorkeur uit naar een reguliere prothese”, aldus Van Deurzen.

Omgekeerde schouderprothese Van Deurzen: “De naam verklapt eigenlijk al wat een omgekeerde prothese is: we zetten de kop op de plaats van de kom en het kommetje op de plaats van de kop. Deze prothese gebruiken we als het gewricht én de rotator cuff in verval zijn. Door die wisseling van kop en kom verplaatsen we namelijk het draaipunt in de schouder. Daardoor is de cuff niet meer nodig om de kop van de schouder op zijn plaats te houden en de spier op de schouder (de deltoïdeus) kan de arm weer omhoog brengen.”

ORTHOPEDIE HOUDT NEDERLAND IN BEWEGING

11


Weer in beweging

12

ZORG VOOR BEWEGING | JAARMAGAZINE 2018


Peter Brouwer (70) en Annelies Thimister (70) kregen heupprothesen

‘Wij zijn het levend bewijs van succes’

ORTHOPEDIE HOUDT NEDERLAND IN BEWEGING

13


Weer in beweging

Leeftijdsgenoten zijn ze, Peter Brouwer en Annelies Thimister. Plaatsgenoten ook, die in hun woonplaats Venlo volop kunnen genieten van een wandeling langs de oevers van de Maas. En allebei hebben ze een heupprothese; Annelies zelfs twee. Zij is zeer benieuwd naar Peters verhaal, want als orthopedisch chirurg heeft hij ook veel heupoperaties uitgevoerd.

Z

e zijn het erover eens dat ze het levende bewijs zijn dat orthope­ dische prothesen tot fantastische resultaten kunnen leiden. Annelies heeft haar omvangrijke ingreep – twéé heup­ prothesen in één operatie – nog maar een half jaartje achter de rug en ze fietst de hele stad alweer door. De heupoperatie van Peter is iets langer geleden. Hij klust weer naar hartenlust in en rond het huis. Voor de fruitpluk in de tuin mijdt hij de ladder geenszins. Geen wonderen

Met twee van zulke succesverhalen bij elkaar, lijkt het bijna alsof prothesen wonde­ ren kunnen verrichten. Maar zo is het niet, benadrukt Peter. “Ik heb in mijn leven meer dan tweeduizend heupoperaties uitgevoerd. Dus ik ben aardig op de hoogte van de mo­ gelijkheden en risico’s. Heupprothesen kun je vergelijken met een degelijke Volvo. Die zou twintig jaar mee moeten gaan, maar als je er per jaar 80.000 kilometer mee gaat raggen, haalt hij die twintig jaar niet. Het blijft een hulpmiddel waarmee je verstandig moet omgaan.” Daarom is hij gestopt met tennis en op glad ijs begeeft hij zich niet meer. Want in de barre winter van 1979 ging hij tijdens het schaatsen op natuurijs onderuit en daarbij brak de kop van zijn heup. “Ik ben daarvan hersteld, maar die heup is nooit meer honderd procent gewor­ den. Toch nam ik er genoegen mee, want ondanks wat lichte hinder kon ik het leven leiden dat ik wilde en ik kon mijn beroep uitoefenen. Dat ging heel lang prima. En doordat ik weet wat er komt kijken bij het plaatsen van een prothese, weet ik ook dat je niet ‘zomaar’ kiest voor een kunstheup.” Sluimerende artrose

Annelies beaamt dat. Artrose heeft haar in zijn greep, al jarenlang. Door

14

ZORG VOOR BEWEGING | JAARMAGAZINE 2018


de sluimerende aandoening ondervond ze door de jaren heen geleidelijk steeds meer pijn en bewegingshinder. Het werd tijd voor een heupprothese. “Maar ik had de fulltime zorg voor mijn man die dementerend is en tot voor kort nog

‘Je kiest niet zomaar voor een kunstheup’ thuis woonde. Ik kon daarom thuis niet worden gemist.” Een operatie werd dus uitgesteld, totdat ook haar andere heup begon op te spelen. “De zorg voor mijn man werd steeds moeilijker, boodschap­ pen doen werd een hele opgave. Ik raakte figuurlijk steeds verder van huis. Toen

ORTHOPEDIE HOUDT NEDERLAND IN BEWEGING

opperde mijn orthopedisch chirurg twee prothesen te plaatsen in een en dezelfde operatie. Dan hoefde ik maar één keer te worden opgenomen en hoefde ik maar één keer te revalideren. De winst was dat mijn man ook maar één keer een periode van enkele weken in een verpleeghuis hoefde worden opgenomen. Zo hebben we het gedaan.” Geen complex verhaal

‘Twee in een’: dat is geen regel, maar uit­ zondering, benadrukt Peter: “Dat gebeurt alleen als de omstandigheden het moge­ lijk en noodzakelijk maken.” Annelies: “Ik ben erg fit en sterk. Daarom durfde mijn orthopedisch chirurg het aan.” Ze vond het niet nodig om te gaan ‘shop­ pen’ bij andere dokters. “Ik had er het volste vertrouwen in.” Peter geeft haar groot gelijk: “Je hoort en leest dikwijls dat mensen het hele internet afzoeken naar de beste behandelaar. Dat begrijp ik wel, maar voor een heupprothese kun

je in elk ziekenhuis prima terecht. Voor gezonde mensen zoals wij is dat geen complex verhaal. Ik heb na mijn pen­ sionering een oud-collega gevraagd om mijn prothese te plaatsen.” Stel dat zijn prothese niet goed had gefunctioneerd, had hij dat zijn collega kwalijk genomen? “Geen sprake van”, antwoordt Peter. “Ik weet allang dat er kans is op een minder resultaat of op een infectie. Zoiets had mij kunnen overkomen en Annelies ook. Nogmaals: de resultaten van heupprothesen zijn meestal geweldig, maar wonderen kunnen ze niet verrichten.” Toch vult ­Annelies aan: “Ik ervaar het wel als een klein wonder. De hinder in mijn heupen is verholpen. Ik kan mijn leven opnieuw inhoud geven, nu mijn man inmiddels definitief is opgenomen in een verpleeg­ inrichting. Hopelijk lukt het ook om pro­ thesen te plaatsen in mijn knieën. Dat is het volgende project.”

15


120 jaar in beweging

orthopedie vroeger, nu en in de toekomst

Bewegen is vrijheid!

De Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV) bestaat 120 jaar. De wetenschappelijke vereniging van orthopedisch chirurgen zet zich in voor de kwaliteit van de zorg, opleiding en scholing, beroepsbelangen, wetenschap en patiëntenvoorlichting. Daar sluit dit magazine op aan. NOVvoorzitter Hans-André Schuppers en secretaris Anouk Giesberts vertellen u over de ontwikkelingen door de jaren heen. Tegenwoordig kiezen patiënt en arts samen de behandeling, met als uitgangspunt: een resultaat waar de patiënt elke dag plezier van heeft.

W

at zijn dat eigenlijk voor mensen, orthopedisch chirurgen? Een korte karakterisering: hij (of zij) is praktisch van aard, klust bijvoorbeeld graag of sleutelt aan oldtimer-­auto’s. Houdt meestal van sport en is soms best fanatiek. Al die gewrichten, spieren en pezen hebben we immers om te bewegen. Zijn vak beschouwt hij als een medisch ambacht met een wetenschappelijk fundament. De orthopedisch chirurg is nieuwsgierig en voelt de voortdurende drang om te verbeteren. “Ja, zo ging dat al in de beginjaren van de vereniging. De leden wisselden ervaringen uit, bespraken behandelingen”, zegt de huidige NOV-voorzitter HansAndré Schuppers. Dat is in 120 jaar niet ­wezenlijk veranderd, al is de inhoud van de vraagstelling wel anders dan ruim een eeuw terug. “We vragen ons tegenwoordig indringend af wat het effect is van wat we

16

ZORG VOOR BEWEGING | JAARMAGAZINE 2018


doen. Medisch-technisch gezien kunnen we heel veel. De échte vraag is wat onze patiënten er elke dag van merken.” Anouk Giesberts, NOV-secretaris, vult aan: “We willen dus weten wat de zin en de kwaliteit is van onze behande­lingen. Dat willen we ook wetenschappelijk ­onderbouwen. Daarvoor gebruiken we metingen, zoals foto’s en scans, om te zien of een prothese goed zit, of hoe de slijtage is gevorderd. We kunnen ook m ­ eten hoe goed iemand een knie kan buigen of hoever een arm wordt opgetild. Sinds enkele jaren beschikken we ook over steeds meer informatie van de patiënten zelf, doordat we hen geregeld een vragenlijst voor­ leggen. Daarmee meten we hoe mensen het resultaat van de behandeling ervaren. Daar leren we veel van.” Registreren voor zinnige zorg Vertrouwen op vakkennis alleen is voor een orthopedisch chirurg dus niet meer genoeg, zegt Giesberts: “De patiënten, de samenleving, vragen waaróm we dingen doen en bij wie wel en bij wie niet.” Schuppers: “Bovendien hebben we voor ons vak gekozen om mensen te helpen. We willen dus ‘zinnige’ zorg bieden, zorg waarvan we zeker weten dat de patiënt er wat aan heeft. Het kan zijn dat we na kritische beschouwingen ontdekken dat we een tijdlang op de verkeerde weg zaten. Dan is er dus aanleiding om te verbeteren.” De orthopedisch chirurgen registreren al meer dan tien jaar de gegevens rondom orthopedische implantaten, zoals knieen heupprothesen, en de bijbehorende operaties. De NOV wil de komende jaren die registratie uitbreiden met gegevens over andere orthopedische ingrepen, zoals kruisbandoperaties en ook met de

ORTHOPEDIE HOUDT NEDERLAND IN BEWEGING

resultaten van niet-operatieve behandelingen zoals bij klompvoetjes. Schuppers: “Zo leren we hoe we patiënten het beste kunnen behandelen.” Beste behandeling voor iedereen De orthopeed wil natuurlijk iedere patiënt de beste behandeling bieden. “Daarvoor gebruiken we richtlijnen”, aldus Giesberts. “Dat zijn documenten waarin staat wat vanuit de wetenschap en de praktijk ­bekend is over een aandoening en de behandeling. Bij het opstellen van een richtlijn zijn ook patiënten betrokken. Een richtlijn vormt de basis voor hoe artsen hun zorg verlenen. Maar een richtlijn is geen wet; er zijn altijd patiënten of omstandigheden waardoor de richtlijn minder goed past. Een arts mag daarom afwijken van de richtlijn wanneer daar een reden voor is. Hij moet dan wel aangeven waarom.”

Anouk Giesberts is NOV-secretaris: “We hebben nu veel meer behandelmogelijkheden, specialistische kennis en ervaring dan vroeger. Daardoor hebben patiënten en wij steeds meer te kiezen.”

Schuppers voegt daaraan toe: “Wees dus niet bang dat straks een robot uw lijstje afvinkt waarna er een behandeling uitrolt. Dat gaat nooit gebeuren. De arts kijkt niet alleen naar een knie, maar naar de hele patiënt, leeftijd, gezondheidstoestand, werk, sociale omstandigheden en bijvoorbeeld sportambities. Is de patiënt schilder en moet hij nog plafonds kunnen witten? Alles speelt mee in de te kiezen behan­ deling. Een richtlijn is de basis om tot een optimale keus te komen en geeft arts én patiënt inzicht in de voor- en nadelen van

17


120 jaar in beweging

een behandeling. Waarmee bent u in uw situatie geholpen? Een operatie? Oefentherapie? Of kunt u het beter nog even uitzingen met pijnstillers en de behandeling wat uitstellen. De patiënt heeft hierin zelf belangrijke inbreng. Het liefst beslissen we sámen.”

NOV-voorzitter Hans-André Schuppers: “Bij de keuze voor een behandeling gaat het niet alleen over uw knie. Belangrijk zijn bijvoorbeeld ook: uw leeftijd, uw hobby’s en werk, uw gezin, uw gezondheid en uw sportambities.”

Wel of niet opereren Van oudsher was de orthopedie een vak zónder operaties. De oorsprong van de naam komt van het oud-Griekse ‘orthos’ (recht) en ‘paedos’ (kind) en voert terug op het letterlijk recht laten groeien van kinderen. Daarvoor werden eerst ­alleen technieken gebruikt zoals spalken en gipskorsetten. Later werd het steeds gemakkelijker om te opereren. Zo werd het bijvoorbeeld mogelijk om een gebroken of versplinterd bot met schroeven en plaatjes aan elkaar te zetten, zodat het aan elkaar kon groeien. “Op die manier konden we veel mensen helpen snel te

genezen”, zegt Giesberts. “Toch bleek na enkele decennia dat die operaties niet altijd de beste waren. We weten nu dat niet alles wat kán ook nodig is.” Schuppers geeft een toelichting: “Wie een sleutelbeen breekt, denkt misschien: schroef het maar aan elkaar, dan loop ik volgende week weer vrolijk rond. Dat kán een argument zijn. Maar is het resultaat na een paar jaar beter dan of net zo goed als bij iemand die niet is geopereerd – alle complicaties en risico’s meegewogen? Als we dit weten, kunnen we betere keuzes maken.” Zo is nu een groot onderzoek gaande naar de zin van het opereren van een gebroken pols bij 65-plussers (zie pagina 20). En: vroeger werden klompvoetjes behandeld met gips. Later werden die kleine kindervoetjes operatief rechtgezet, wat technisch heel goed werkte. Toch is gebleken dat mensen van veertig die als kind een klompvoetoperatie kregen, problemen ervaren met lopen en rennen. Zij ervaren méér problemen dan jongere mensen die met de nu toegepaste Ponseti-gipsmethode zijn behandeld. Dat inzicht heeft – mede dankzij de inzet van

Leren van patiënten en van elkaar de patiëntenvereniging – geleid tot een nieuwe richtlijn. Giesberts: “Behandelingen met én zonder operaties worden steeds specifieker en doorwrochter.

18

ZORG VOOR BEWEGING | JAARMAGAZINE 2018


beeld fysiek zwaar werk of door sport. We delen onze kennis met onze patiënten, maar ook met huisartsen, bedrijfsartsen, sportartsen, fysiotherapeuten en patiënten­verenigingen. Soms raken we ook de politiek. Een voorbeeld is de orthopedisch chirurg die in Amerika aan de bel trok over verkeersletsels bij autoongevallen. Dat leidde in die staat tot de invoering van de gordelplicht in de auto.”

Ten opzichte van vroeger hebben we nu een schat aan specialistische kennis en ervaring: patiënten en wij hebben steeds meer te kiezen.” Preventie en leefstijl Naast de herwaardering van behandelen zonder operatie (dat heet: conservatief behandelen) ziet de orthopedie een toe­nemende behoefte aan het helpen voor­kómen van problemen, preventie. ­Schuppers: “Vanuit onderzoek en vanuit onze praktijk weten we bijvoorbeeld steeds meer over gewrichtsslijtage in relatie tot

ORTHOPEDIE HOUDT NEDERLAND IN BEWEGING

overgewicht of overbelasting. Ook hebben we veel kennis over blessures door werk of sport. Samen met andere behandelaars, zoals fysiotherapeuten en sportartsen, richten we ons op die preventie. Ook om te voorkomen dat een blessure of klacht na de behandeling weer terugkomt.” Soms gaat preventie over training, anders leren bewegen of sporten met een brace. Soms gaat het over het stimuleren van een andere leefstijl. “We zien wat de risico’s zijn van bijvoorbeeld overgewicht en roken. Datzelfde geldt voor mensen die structureel overbelast zijn door bijvoor-

Zelfstandig bewegen We worden tegenwoordig ouder en we willen lang blijven genieten van het leven. Kunnen bewegen en het ervaren van bewegingsvrijheid is daarbij erg belangrijk. Giesberts zegt hierover: “Vroeger gingen mensen op een leeftijd van 50 of 60 jaar dood aan een hartkwaal of diabetes; dan had je nog geen versleten knieën. Nu worden we 80 of 90 jaar. Dan zijn die knieën en heupen misschien wel een keertje versleten. Zo is de kans groot dat er vroeg of laat een orthopedisch chirurg aan te pas komt.” Bewezen is dat mensen die hun hele leven lang bewegen, meer kans hebben om op latere leeftijd zelfstandig en mobiel te blijven. “Het onderstreept het belang van bewegen in alle levensfasen”, benadrukt Giesberts. Schuppers vult aan: “De orthopedie streeft ernaar mensen in alle levensfasen mobiel te houden. We willen dat kinderen met een klompvoet op voetbal of turnen kunnen, dat jongeren kunnen sporten en uitgaan, dat volwassenen hun werk kunnen blijven doen en een actief sociaal leven kunnen hebben en we helpen ouderen langer zelfstandig en ­actief te blijven. Dus ja, onze mis­sie is niet voor niets: orthopedie houdt ­Nederland in beweging.”  www.orthopeden.org www.zorgvoorbeweging.nl

19


Opmerkelijk orthopedie

polsbreuk bij ouderen

opereren of in het gips? Elk jaar breken zo’n 15 duizend mensen van 65 jaar of ouder hun pols. Bij ongeveer de helft van hen staat het polsgewricht vervolgens scheef, dat heet een ‘verplaatste’ polsbreuk. Over de beste behandeling van dat soort breuken bestaan nog vraagtekens: is dat een operatie waarbij de pols met schroefjes en plaatjes wordt vastgezet? Of toch ‘gewoon’ enkele weken gips om de breuk te laten genezen? Een groot landelijk onderzoek moet uitsluitsel geven. Voor patiënten ónder de 65 jaar valt de keuze al gauw op een operatie, vertelt hoofdonderzoeker Dirk ter Meulen. “De pols is na een operatie vaak mooier recht dan na gipsbehandeling. Daarom heeft een geopereerde patiënt mogelijk minder kans op klachten op langere termijn, bijvoorbeeld door vervroegde slijtage. Jonge mensen zouden bovendien na zo’n operatie sneller genezen en daarom eerder aan het werk kunnen. Dat zijn vaak argumenten om mensen ónder de 65 met dit soort breuken te opereren.” De woordkeus van Ter Meulen is voorzichtig en die terughoudendheid is nog groter als het 65-plussers betreft. “Want iedere operatie geeft risico’s: op infectie, bloedingen en pees- of zenuwbeschadigingen. Ook lijken ouderen geen hinder te hebben van een pols die iets minder mooi recht staat.” Daarom kan gips de voorkeur hebben. “Maar gips heeft ook nadelen: de arm kan stijf worden door het gipsverband of de breuk kan in een verkeerde stand vastgroeien.” Het is dus niet duidelijk wat het beste is. Ter Meulen: “De keuze voor een van beide behandelingen verschilt nu nog sterk per ziekenhuis of zelfs per behandelaar. We weten het gewoon niet.” Verstandigste keuze Wat is voor mensen van 65 jaar of ouder de verstandigste keuze? Om een antwoord te kunnen geven, startte in 2017 een groot landelijk onderzoek. Het onderzoek loopt tot eind 2018 en wordt gesteund door de landelijke organisatie voor gezondheidsonderzoek (ZonMw) en door de zorgverzekeraars. Twintig ziekenhuizen vragen patiënten van 65 jaar en ouder met een verplaatste polsbreuk of ze aan het onderzoek willen

20

ZORG VOOR BEWEGING | JAARMAGAZINE 2018


meedoen. Zo ja, dan bepaalt het lot de behandeling: gips of een operatie. Ter Meulen begrijpt dat patiënten weerstand zullen voelen om een behandeling te laten bepalen door loting. “Loten klinkt spannend, maar het

toeval van het lot is niet groter dan het toeval van het ziekenhuis waar iemand zich meldt met een polsbreuk, of de dokter die toevallig dienst heeft. Bovendien: je kunt nu niet ‘verkeerd’ kiezen, omdat we niet weten wat wijsheid is. Wel weten we dat beide behandelingen gemiddeld een redelijk goed resultaat geven. We willen echter heel graag weten of de ene behandeling beter is dan de andere.” Alle deelnemers worden een jaar lang intensief gevolgd. De mate en de snelheid van hun herstel wordt in kaart gebracht. Ze krijgen vragen­ lijsten te beantwoorden over de pijn die ze ervaren en over de activiteiten die ze met hun pols kunnen verrichten. Ook wordt bijgehouden welke vormen van therapie de patiënten van beide groepen volgen en met welke intensiteit en frequentie. 154 deelnemers “Voor een betrouwbaar onderzoeksresultaat hebben we 154 deelnemers aan dit onderzoek nodig. De helft krijgt een gipsbehandeling, de andere helft een operatie”, aldus Ter Meulen. “Door alle patiënten een jaar lang nauwkeurig te volgen zullen we wellicht ont­ dekken of een van de twee behandelingen gemid­deld een beter resultaat geeft. Maar het kan ook zijn dat ze allebei even goed zijn. Daarom brengen we ook de kosten van de behandeling, verminderde arbeidsproductiviteit en de revali­ datie in kaart.”

Onderzoeker Dirk ter Meulen: "Loten klinkt spannend, maar je kunt niet verkeerd kiezen omdat we nu niet weten wat de beste behandeling is.”

ORTHOPEDIE HOUDT NEDERLAND IN BEWEGING

En als het onderzoek een ‘winnaar’ aanwijst? “Dan geeft het resultaat misschien informatie om op te nemen in een richtlijn, een standaard voor de behandeling van dit soort complexere polsbreuken bij ouderen”, aldus Ter Meulen. “In dat geval helpt dit onderzoek om voor patiënten en hun behandelaars duidelijkheid te geven over de beste behandeling.”  dartstudie.nl

21


Wat en wie in de orthopedie?

De MRI is een magneet: groot, rond en plat als een enorme donut. Een MRI werkt niet met straling, maar met een magnetisch veld. Dat laat samen met radiogolven op een beeldscherm zien hoe de pols er vanbinnen uitziet.

Mevrouw Kuulkers rijdt straks met haar voeten naar voren door het gat, tot heuphoogte, waar haar hand naast ligt in een polsspoel.

De orthopedisch chirurg geeft uitleg. Meestal is bij een MRI geen orthopedisch chirurg aanwezig. De uitslag van de MRI krijgt u wel van uw orthopedisch chirurg te horen.

De radioloog bekijkt en beoordeelt de MRI-beelden en bespreekt deze met de orthopedisch chirurg. Alleen als het nodig is, bijvoorbeeld bij een onderzoek met contrastvloeistof, is de radioloog bij de MRI aanwezig.

22

ZORG VOOR BEWEGING | JAARMAGAZINE 2018


Tijdens het MRIonderzoek is alleen mevrouw Kuulkers in de onderzoeksruimte. De radiodiagnostisch laborant kijkt vanachter dit raam mee. Via luidsprekers kunnen mevrouw Kuulkers en de laborant met elkaar praten.

Deze MRI-laborant heeft mevrouw Kuulkers verteld hoe het onderzoek verloopt en begeleidt haar.

De MRI maakt veel geluid. De koptelefoon beschermt de oren en mevrouw Kuulkers hoort haar eigen muziekkeuze.

Dit is een contrastpomp. Soms helpt een vloeistof om de situatie in het lichaam beter in beeld te krijgen. Die contrastvloeistof wordt in een gewricht gespoten, of via een infuus in een ader gebracht.

Omdat de MRI een grote magneet is, is er geen metaal in de onderzoeksruimte. PatiĂŤnten laten hun sieraden liever thuis en dragen kleding zonder metaal.

Deze MRI-laborant bereidt de MRI voor en voert het onderzoek uit.

Mevrouw Kuulkers heeft pijn aan de buitenkant van haar rechterpols, vooral bij draaibewegingen. Ze kan haar pols niet goed bewegen en daar heeft ze elke dag last van. Op de rĂśntgenfoto waren geen botafwijkingen te zien. Om te weten of er problemen zijn met bijvoorbeeld het kraakbeen of met het gewrichtskapsel, krijgt ze nu een MRI. De MRI maakt veel details zichtbaar, bijvoorbeeld of er vocht zit in het gewricht, een ontsteking of irritatie. U ziet hier de laatste voorbereiding. ORTHOPEDIE HOUDT NEDERLAND IN BEWEGING

23


Gastvrijheid

u bent van harte welkom

Zij maken u wegwijs in het ­ziekenhuis Als u ziek bent of een operatie moet ondergaan, ontfermen medisch specialisten, zaalartsen en verpleegkundigen zich over u en uw medische probleem. Maar er komt nog zoveel meer bij kijken. Zo zorgen tal van mensen voor en achter de schermen ervoor dat u zich op uw gemak voelt. Drie van hen vertellen over hun werk.

Henk Kortschot, telefonist:

‘Eén en al oor’ “Op het ene moment kan ik wat meer tijd nemen voor een beller dan op het andere moment. Dat hangt ervan af hoe druk het is. Er zijn mensen die van hun huisarts naar het ziekenhuis moeten bellen, maar niet eens weten waarom. Echt waar. Dan probeer ik zo goed mogelijk te helpen door vragen te stellen. Als iemand last heeft van zijn buik, dan kan ik hem doorverbinden met de poli maag-lever-darm. En als iemand pijn in de schouder heeft, dan wordt het al gauw orthopedie. Zo los ik dat op.

T h ea te r M u l

Maar als de lijnen oplopen, zet ik zo iemand toch even in de wacht. Soms is het best moeilijk om na een paar minuten nog te weten waar ik gebleven ben. Per dag krijg ik gemiddeld 800 telefoontjes van buiten. Mijn record is 1400, maar toen was mijn collega er niet. Ik doe mijn werk met veel plezier en kan dat met een paar aanpassingen op mijn werkplek heel goed uitvoeren. Ik ben namelijk blind; dat heeft als voordeel dat ik soms beter dan anderen aan de stem kan horen wie het is. Als ik mensen herken, laat ik dat merken. Dat vinden mensen prettig. Op mijn beurt vind ik het prettig als mensen hun telefoontje naar het ziekenhuis goed voorbereiden. Dat ze weten welke afdeling ze nodig hebben en eventueel welke persoon. Het helpt ook als mensen weten of ze de afdeling orthopedie moeten hebben of de polikliniek. Met de afdeling bedoelen we de verpleegafdeling, terwijl de polikliniek voor een patiënt ook een afdeling is. Dat is soms heel verwarrend.”

24

h ot H e n k K o r tsc ZORG VOOR BEWEGING | JAARMAGAZINE 2018


Thea ter Mul, gastdame:

‘We geven een beetje vertrouwen’ “Als gastdame ontvang en begeleid ik patiënten die worden opgenomen. Ik doe dat elke vrijdag: het is heel waardevol vrijwilligerswerk. Als een patiënt zich bij de receptie heeft gemeld en de patiëntenkaart heeft, dan stel ik me voor als gastdame en begeleid ik hem of haar naar de afdeling. Dat vinden de meeste mensen heel prettig. Mijn collega’s en ik voorkomen ermee dat mensen de weg kwijtraken; we geven een beetje vertrouwen. Het is natuurlijk niet verplicht om je te laten begeleiden. Zeker mensen die al vaker zijn opgenomen en bekend zijn in ons ziekenhuis, vinden zelf de weg wel. Wat ik nóóit doe, is vragen waarvoor mensen naar het ziekenhuis komen. Dat is privé.

Ik voel meestal wel of iemand gespannen is. Soms praten we wat over koetjes en kalfjes, over het weer. Het komt ook voor dat mensen in die korte ogenblikken in de gang of de lift heel persoonlijke dingen vertellen, alsof ze hun hart willen luchten. Ik hoef dan alleen maar te luisteren. Naast het begeleiden van patiënten, schenk ik ook koffie aan de patiënten als spreekuren onverhoopt uitlopen. Of ik begeleid bewoners van verpleeghuizen die worden opgenomen. Het contact met mensen geeft mij veel voldoening. Ik maak ook makkelijk contact; mede daardoor heb ik een fijn en druk bezet leven. Ik zou niet anders willen of kunnen.”

Miranda van der Graaf, receptioniste:

‘Achter de balie gebeurt meer dan je ziet’ “Mijn collega’s en ik registreren patiënten, wijzen patiënten en bezoekers de weg als dat nodig is en we ontvangen zakelijke gasten voor bijvoorbeeld de afdeling inkoop of voor de raad van bestuur. We regelen taxi’s voor patiënten die naar huis mogen. Bestellingen zoals bloemen en gebak worden bij ons afgeleverd. Dagelijks verwijzen we ook mensen naar de Spoedeisende Hulp. Ja, achter de balie gebeurt meer dan je ziet.

Miran da van d er Graaf

Het is fijn en dienstbaar werk: altijd in contact met andere mensen. De vragen die ik krijg, zijn meestal heel praktisch, zodat ik concreet kan helpen. Neem bijvoorbeeld de registratie van patiënten die naar ons ziekenhuis zijn verwezen. Meestal gaat dat snel en soepel. Maar soms vraagt een registratie meer tijd en aandacht. Bijvoorbeeld als de gegevens niet helemaal overeenkomen met de gegevens in het bestand van de gemeente of bij buitenlandse namen. Ook zijn er weleens onduidelijkheden over de verblijf­ vergunning of ziektekostenverzekering. Soms is registratie dus een hele puzzel. Maar wát er ook gebeurt: we sturen nooit iemand naar huis. Medische zorg staat voorop. Naast praktische hulp is het ook belangrijk dat je als receptioniste empathie toont. Stel dat een patiënt in de war is, de weg kwijt is of heel boos, blij of verdrietig zijn of haar verhaal kwijt wil. Dan bied ik een luisterend oor, haal ik een glaasje water en vraag ik of we een familielid kunnen bellen om die persoon op te halen.”

ORTHOPEDIE HOUDT NEDERLAND IN BEWEGING

25


Weer in beweging

Danseres Fiona van Estrik (19) kreeg peesblessure

‘Ik heb het geduld om iets te bereiken’

‘D

e opleiding tot dansdocent is mooi, maar ook zwaar. Als je danst, vertel je als het ware een verhaal: je beweegt met al je creativiteit en eigenheid. Tijdens deze opleiding Docent Dans op ArtEZ leer ik om mijn eigen lichaam als instrument te gebrui­ ken om de kwaliteiten van anderen aan te boren. We maken lange dagen, waarin we honderd procent geven op het gebied

26

van persoonlijke ontwikkeling, theorie en natuurlijk héél veel dans.

fysiotherapeut en de huisarts naar de ­orthopedisch chirurg gegaan.

Tijdens een danstraining in het najaar van 2016 stond ik van de ene op de ­andere seconde te hinkelen. Misschien was mijn focus heel eventjes weg; telkens als ik op mijn rechtervoet ging staan, voelde ik een klik in mijn enkel. In het ziekenhuis bleek uit foto’s dat niets was gebroken, maar ik voelde dat het niet goed zat. Op advies van mijn huisarts hield ik aanvankelijk rust. Maar na een week of drie zonder verbetering ben ik op aanraden van mijn

Die zag dat een pees bij de knobbel van mijn enkel was losgeschoten: het deed zeer en ik had geen controle meer over mijn enkel. Het was een ‘peroneus­ peesluxatie’. Die pees schiet dan telkens uit zijn spoor, beweegt over de knobbel van je enkel en gaat irriteren. Gelukkig kon die pees operatief worden teruggezet. Dat duurde niet langer dan drie kwartier, maar voor de revalidatie had ik maanden nodig. In die tijd zag ik mijn mede­leerlingen

ZORG VOOR BEWEGING | JAARMAGAZINE 2018


groeien in hun opleiding. Ik was zoveel mogelijk aanwezig bij de repetities van de groep, die zich al voorbereidde op de slotvoorstelling van het tweede studiejaar. Tijdens de technische praktijklessen stond ik langs de kant en stelde mezelf voor dat ik meedeed. De bewegingen gingen als het ware in mijn hoofd zitten. Toen ik later zelf weer mocht bewegen, kon ik door die beelden in mijn hoofd terug te zien, de lesstof sneller oppikken. Maar voordat het zover was, moest ik opnieuw leren lopen. Op Sportcentrum

ORTHOPEDIE HOUDT NEDERLAND IN BEWEGING

Papendal heb ik maanden gewerkt aan de versterking van mijn spieren. Gaan­ deweg kreeg ik mijn kracht, balans en ­stabiliteit weer terug. Gelukkig ben ik goed hersteld; ik kon zelfs nog mee­ doen in de eindvoorstelling, in een iets aangepaste rol. Ik voel nu geen belem­ meringen meer, daar ben ik natuurlijk blij om. Ik zie het ook zo: deze tegenslag heeft me geleerd dat ik de kwaliteit heb van een doorzetter, dat ik probleem­ oplossend kan denken en doen. En ik heb geleerd dat ik het geduld heb om iets te bereiken.”

27


Opmerkelijk orthopedie

kruisband kapot?

de knie kan soms zonder Het voetbalveld op zaterdagmiddag. De rechtsbuiten gaat vol in de aanval, bal aan de voet. Schijnbeweging naar links en hup via rechts langs de verdediger. Zijn romp en rechterbeen gaan, maar zijn linkerbeen blijft staan. Knap! Hij voelt het en hij hoort het ook. Foute boel. Diagnose: een gescheurde voorste kruisband. Wat nu? Namens de richtlijnwerkgroep geeft orthopedisch chirurg dr. Reinoud Brouwer antwoord.

Kruisbanden in de knie: dit doen ze voor u “De kruisbanden zijn belangrijk voor de stabiliteit van de knie. De voorste kruisband voorkomt dat het onderbeen naar voren schiet. De achterste kruisband voorkomt dat het onderbeen naar achteren schiet. Ze zijn net als een heel strak elastiek: er is wat ruimte voor rek, maar niet veel. Als de rek groot wordt, corrigeert het lichaam de beweging automatisch. Daarvoor werken de kruisbanden, de hersenen en de spieren als een team samen. Maar soms komt die correctie te laat, of is de kracht op de knie te groot. Dan kan een kruisband uitrekken, deels scheuren of helemaal scheuren.” Knieblessure? RICE! “De geblesseerde knie verdient direct aandacht. Dan denkt u aan de RICE-regel: Rust, Ijs, Compressie en Elevatie. Rust betekent: de knie niet meer belasten, het is einde wedstrijd. IJs: koelen, onder stromend water, met een coldpack of met ijs (niet direct op de huid). Compressie: leg een drukverband aan. Elevatie is het hoog houden van het been. Als de kruisbanden kapot zijn, ontstaat een bloeduitstorting in de knie. Door het been hoog te houden staat er minder druk op de knie en blijft die bloeduitstorting beperkt. Om de knie goed te kunnen onderzoeken, moet hij ‘rustig’ zijn, niet gezwollen. De orthopedisch chirurg onderzoekt hoe stabiel de knie is en of de kruisbanden verrekt of gescheurd zijn. Misschien zijn er ook nog andere structuren geblesseerd geraakt. Het verhaal van de sporter, het lichamelijk onderzoek en eventueel een MRI geven uitsluitsel.” Relatieve rust, trainen of opereren “Bij een verrekte kruisband is relatieve rust voldoende: niet stilzitten, maar bewegen zonder

28

de knie erg te belasten. Dat weet u door te voelen! Neemt de pijn toe en wordt de knie extra dik, dan heeft u te veel gedaan. Bij een gescheurde kruisband zijn er twee mogelijkheden: niet of wel opereren. De orthopedisch chirurg bespreekt dit met u. De keuze is bijvoorbeeld afhankelijk van uw werk, van de sport die u doet, van uw andere hobby’s, uw leeftijd, de oorzaak van de blessure en van uw overige wensen en verwachtingen. Als u graag fietst en de kruisband

ZORG VOOR BEWEGING | JAARMAGAZINE 2018


Deze foto’s zijn genomen tijdens een kijkoperatie (artroscopie). Op de foto uiterst links ziet u een voorste kruisband zoals deze hoort te zijn. Op de foto hiernaast staat een gescheurde kruisband. En op de foto daaronder is de gescheurde kruisband vervangen.

is gescheurd tijdens een partijtje voetbal op uw werk, ziet u misschien van een operatie af. Dan zijn er andere manieren om uw knie stabiel te houden, bijvoorbeeld door uw spieren goed te trainen.” Operatie: kruisband vervangen “Als de gescheurde kruisband leidt tot een instabiele knie en als dat werk of sport onmogelijk maakt, dan kan een operatie een optie zijn. Dan wordt de gescheurde kruisband vervangen. Dat heet een reconstructie. Hiervoor gebruiken we het liefst een eigen pees van de patiënt, bijvoorbeeld de pees onder de knieschijf of een pees uit de hamstrings - dat zijn de spieren aan de achterzijde van het bovenbeen. Als dat niet kan, gebruiken we een donorpees. Deze pees komt uit een weefselbank en is afkomstig van een overleden donor.” Ontwikkelingen en wetenschappelijk onderzoek “De orthopedie onderzoekt een andere manier van opereren: de gescheurde kruisband hechten in combinatie met een extra versteviging. We onderzoeken ook of we een nieuwe pees kunnen verstevigen met het kruisbandweefsel dat nog in de knie aanwezig is. Misschien gaan het herstel en de genezing dan sneller en beter voor mensen als de genoemde rechtsbuiten.”  www.zorgvoorbeweging.nl/knie

29


Niet zomaar een naam

Haglund exostose De Nederlandse taal heeft veel woorden die oorspronkelijk iemands (achter)naam waren. Zo is het Haagse hopje genoemd naar baron Hendrik Hop en de gup dankt zijn naam aan de Britse b ­ ioloog Guppy. Dergelijke woorden heten: eponiemen. Ook binnen de orthopedie kennen we eponiemen, zoals de Haglund exostose.

Als aan de achterzijde van de hiel een bult groeit, kan dat vervelende klachten geven. Die bult ontstaat door de druk tussen het hielbot en de achterkant van de schoen: de huid vormt eelt en de slijmbeurs die tussen het bot en de huid zit, raakt geïrriteerd. In de (Engelse) volksmond heet dit een ‘pump bump’, omdat een pump vaak een stugge achterkant heeft. Uw orthopedisch chirurg zal het hebben over een Haglund exostose. Een exostose is een botuitsteeksel en in dit geval zit dat vast aan het hielbot, de calcaneus. De behandeling richt zich eerst op het wegnemen van de irritatie: andere schoenen en medicatie tegen de irritatie van de slijmbeurs kunnen helpen. Als alle niet-operatieve behandelingen gefaald hebben en de klachten beperkend zijn in het dagelijks leven, kan de oplossing liggen in het verwijderen van het botuitsteeksel. Hoewel niet het bot de pijn geeft maar de slijmbeurs die eroverheen ligt, zal de ingreep de druk tussen het hielbot en de hielkap van een schoen verminderen. Patrik Haglund werd in 1870 geboren in Zweden. Hij studeerde drie jaar natuurkunde en astronomie voordat hij in

1891 begon met de studie geneeskunde. Zijn kennis over de orthopedie deed hij vooral op in Duitsland. In die tijd was de orthopedische chirurgie nog niet goed ontwikkeld en hij moest voornamelijk zelf zijn kennis ontwikkelen. Haglund was de enige orthopedieprofessor in heel Scandinavië en daardoor werd hij een belangrijk figuur voor zijn vak. Hij is de oprichter van het Scandinavisch orthopedisch wetenschappelijk tijdschrift, dat nu bekend staat als ‘de Acta’. In 1927 beschreef hij de operatieve behandeling van de aandoening die zijn naam zou gaan dragen. Eerder was de afwijking al door anderen beschreven, maar zijn naam is blijven hangen aan het botuitsteeksel, waarschijnlijk omdat hij de chirurgische behandeling beschreef. In 1937 overleed Haglund aan een hartaanval. De pijn die hij had, werd aangezien voor rugpijn en daarvoor wilden ze hem een injectie geven. Volgens de overlevering waren zijn laatste woorden: “Voor reuma in je rug hoef je geen injectie te geven.”  Zie het interview met Greg van Hest op pagina 54; een Haglund exostose ­verstoorde zijn athletiekcarrière.

Dit artikel is geschreven door orthopedisch chirurg dr. Matthijs Somford. Eponiemen binnen de orthopedie hebben zijn belangstelling.

30

ZORG VOOR BEWEGING | JAARMAGAZINE 2018


Onder de loep

SPONDYLODESE Doornuitsteeksel van de wervel. Dit is de rugzijde van de wervelkolom.

Dit staafje verbindt de schroeven met elkaar. Dat zorgt voor stevigheid.

Het dikke gedeelte van de wervel heet het wervellichaam. Dit is de buikzijde van de wervelkolom.

Tussen twee wervels zit een tussenwervelschijf.

In drie wervels boven elkaar zitten schroeven. U ziet dat de schroeven tot in het wervellichaam vastzitten.

Het heiligbeen is het onderste deel van de wervelkolom.

U ziet hier het onderste stukje van de wervelkolom: drie lendenwervels en het heiligbeen. Bij sommige aandoeningen is het raadzaam om twee of drie wervels aan elkaar vast te maken. Dit heet: spondylodese. De wervels en de tussenwervelschijven kunnen dan niet verschuiven.

ORTHOPEDIE HOUDT NEDERLAND IN BEWEGING

31


Hoe word ik orthopedisch chirurg?

De orthopedisch chirurg wordt steeds meer specialist Natuurlijk, een orthopedisch chirurg is een specialist. Waarom dan deze kop? Omdat de opleiding tot orthopedisch chirurg per 1 januari 2018 is veranderd. De orthopeed specialiseert zich al tijdens de opleiding in enkele delen van de orthopedie. Bovendien zal hij of zij zich verdiepen in de organisatie van zorg en in maatschappelijke thema’s die met zorg te maken hebben.

I

n de media gaat het geregeld over gezondheid en zorg. We worden ouder, de pensioenleeftijd gaat omhoog en we willen vitaal blijven. Bij gezond­ heidsproblemen verwachten we snelle en goede hulp. Er kán ook heel veel in de gezondheidszorg, maar dat heeft zijn prijs en die kosten moeten ­beheersbaar blijven. Mede daarom verandert de manier waarop de zorg in Nederland is georgani­ seerd. Het Landelijk Opleidingsplan Orthopedie sluit daarop aan. Hoe, waarom en met welk effect, dat vragen we aan prof. dr. Sjoerd Bulstra, voorzit­ ter van de projectgroep, en aan Pim van Egmond, orthopedisch chirurg in opleiding en voorzitter van de Vereniging Orthopaedisch Chirurgische Assi­ stenten (VOCA). Hoe ziet de nieuwe opleiding voor orthopedisch chirurgen eruit?

“Het is goed om eerst te vertellen wat gelijk blijft”, vindt Bulstra. “Iedere arts start met de studie geneeskunde; deze opleiding duurt zes jaar. Wie besluit orthopedisch chirurg te worden, studeert nog zes jaar verder. In basis krijgt iedere orthopedisch chirurg dezelfde opleiding.” Van Egmond vult aan: “We leren nog steeds alles over botten, spieren, pezen en gewrichten. Iedere ­orthopedisch chirurg blijft ook specialist in knieen heupproblemen, want dat zijn de klachten die we het meest zien. We kunnen nog steeds allemaal traumatische letsels behandelen en we weten wat we moeten doen bij complicaties.” Bulstra vervolgt: “Nieuw is dat de orthopedisch chirurg al tijdens zijn algemene orthopedische

32

opleiding een of twee specialisaties kiest: de wer­ velkolom, bijvoorbeeld. Of de voet en enkel.” Van Egmond: “Nieuw is ook dat we ons al tijdens de opleiding verdiepen in medisch leiderschap, of in doelmatigheid van zorg, wetenschap, het geven van onderwijs, patiëntveiligheid of ouderenzorg. Direct aansluitend op de opleiding kunnen we ons verder specialiseren via een zogenoemd ­‘fellowship’. Dat is een tijdelijke baan onder bege­ leiding van ervaren collega’s.”

ZORG VOOR BEWEGING | JAARMAGAZINE 2018


steeds meer een gezamenlijke inzet van verschil­ lende zorgverleners en de patiënt. Daarvoor moet je de zorg soms anders organiseren, bijvoorbeeld in een gezamenlijk spreekuur waar de patiënt tegelijkertijd aan tafel zit met de orthopedisch chirurg, de revalidatiearts en de fysiotherapeut.” Bulstra ziet ook dat de rol van de medisch speci­ alist in het ziekenhuis verandert: “Het ziekenhuis speelt in op nieuwe ontwikkelingen, zoals bij de zorg voor patiënten met meerdere ziektes. Ook daar denken medisch specialisten over mee. Wie zich in dergelijk medisch leiderschap wil ontwik­ kelen, kan dat nu al tijdens de opleiding doen. En wie merkt dat hij een talent heeft voor het over­ brengen van kennis en vaardigheden, kan didac­ tische cursussen volgen. Het is voor de toekomst van de orthopedie namelijk ook belangrijk dat we goede docenten houden.” Wat gaan patiënten merken van de nieuwe ­opleiding?

Orthopedisch chirurg in opleiding Pim van Egmond ontwikkelt ook zijn bestuurskwaliteiten; hij is voorzitter van de Vereniging Orthopaedisch Chirurgische Assistenten (VOCA).

Waarom is het belangrijk dat een orthopedisch chirurg zich breder ontwikkelt en zich verdiept in bijvoorbeeld wetenschap, maatschappelijke en organisatorische thema’s?

“We willen natuurlijk dat iedere patiënt de beste zorg krijgt”, verklaart Van Egmond. “Daarvoor moeten we weten welke zorg het beste is en alle nieuwe ontwikkelingen op hun waarde kunnen beoordelen. Zelf wetenschappelijk onderzoek doen, draagt bij aan die kennis. Bovendien is zorg

ORTHOPEDIE HOUDT NEDERLAND IN BEWEGING

“Patiënten merken vooral dat ze betrokken en vakbekwame artsen houden”, lacht Bulstra. “Want ook iedere orthopedisch chirurg die de opleiding al (lang) heeft voltooid, houdt de ontwikkelingen in het vak bij en volgt jaar­ lijks cursussen en congressen, óók op die onderwerpen zoals patiëntveiligheid en leider­ schap. We zorgen er nu voor dat de nieuwe generatie al tijdens hun opleiding hiermee bezig is.” Patiënten zien dat ziekenhuizen fuseren of meer gaan samenwerken. “Dat leidt tot grotere klinieken met meerdere locaties”, licht Van Egmond toe. “Binnen zo’n groot orthopedisch team ziet de patiënt steeds meer specialisatie, terwijl het team als geheel alle orthopedische zorg biedt. Er zijn natuurlijk ook zelfstandige behandel­klinieken; zij specialiseren zich meestal in een paar be­handelingen. De opleiding gaat dus mee in bestaande ontwikkelingen. Daarvan merkt de patiënt dat hij zelf actief deelneemt aan de behandeling en deel uitmaakt van een behandelteam met specialisten.”

33


Stap voor stap

Orthopedische techniek: een rugbrace op maat Bij scoliose staan de ruggenwervels niet recht boven elkaar; de rug heeft een zijdelingse verkromming met één of twee bochten. Vaak zit er ook een draaiing in de wervelkolom, waardoor een bochel kan ontstaan. De meest gebruikelijke behandeling is een brace: een stevig korset dat de bocht(en) en de draaiing moet corrigeren. Ortho­ pedisch technicus Marjolein Rave en instrumentmaker Gerben Jalving laten zien hoe zij een Boston-brace maken.

1

2

1 Een orthopedisch technicus werkt nauw samen met de patiënt en met de orthopedisch chirurg. Marjolein Rave: “De arts geeft ons de patiëntinformatie over de scoliose, inclusief de röntgenfoto’s. Met de patiënt praten we over hobby’s, school of werk, kleding en dat soort zaken. Wij laten zien wat een brace is en hoe hij werkt. De brace moet precies op maat zijn: strak om het bovenlijf met druk op de juiste punten.” Marjolein maakt hiervoor een mal van gips­ verband. “De patiënt krijgt een hemd aan. Daarop geven we een aantal punten aan, bijvoorbeeld de navel, de borstlijn, links en rechts de hoge rand van het bekken. De blauwe kleurstof komt aan de binnenkant van het gipsverband.” Ze zwachtelt het gipsverband rondom en zo strak mogelijk, maakt het glad en geeft op een paar plekken al extra druk. Aan de rugzijde is een touw­ tje mee gegipst. Dat helpt een opening te maken om uit de mal te stappen. “De mal sluiten we weer en we vullen ‘m met gips”, vervolgt Marjolein, “Als resultaat hebben we het bovenlichaam in gips.” 2 Dan start het werk van Gerben Jalving. “In de werkplaats leg ik met Marjolein de röntgenfoto naast het gipsmodel. We hou­ den rekening met wat de patiënt heeft ver­ teld en we koersen op de aanwijzingen van de orthopedisch chirurg.” Nu komen ook de blauwe aantekeningen op het gips van pas. Op de foto staat het gipsmodel van een tiener. “Zonder scoliose zou zijn wervel­ kolom loodrecht op die heuplijn staan”, licht Gerben toe. Hij pakt er een illustratie

34

ZORG VOOR BEWEGING | JAARMAGAZINE 2018


3

bij en zet twee pijlen neer: “Op de punten waar de bocht maximaal is, willen we druk uitoefenen. Die druk is een beetje schuin naar boven gericht, om de wervelkolom weer naar het midden te duwen.” 3 Gerben gaat het gipsmodel model­ leren. “Daar waar de brace druk moet geven, haal ik gips weg. Daar zal de brace strakker zitten. Daar waar ruimte moet zijn om de rug te rechten, voeg ik juist wat gips toe.” Geconcentreerd bekijkt Gerben het model van alle kanten. Als het klaar is, tekent hij de vorm van de brace op het gipsmodel. Dan gaat er plasticfolie om­ heen en een grote stoffen ‘kous’. Aan de buitenkant van de getekende randen komt

4

ORTHOPEDIE HOUDT NEDERLAND IN BEWEGING

een kunststof rand. Nu is alles klaar om de echte brace te maken. 4 De binnenkant van de brace is zacht en zo comfortabel mogelijk. Gerben verwarmt het materiaal in de oven: “Dan wordt het soepel en kan ik het goed om het gips­ model aanbrengen.” Hij werkt snel, strak en secuur. Als de basislaag klaar is, volgt de harde kuststoflaag. “Dit polyethyleen is wit van kleur. Maar de patiënt kan kiezen uit allerlei prints.” Nu is het een jeans-print. De kunststofplaat gaat even in de oven en een collega helpt bij het verwerken, want het kunststof koelt snel af. Ze zorgen ervoor dat alles mooi aansluit en glad is. Door het ge­ heel vacuüm te zuigen, versmelten de twee

lagen tot een geheel. Bij stap 3 niette ­Gerben een rand op het gipsmodel. Daarlangs zaagt hij de brace uit. De randen schuurt en polijst hij rond en de sluitingen komen erop. De brace is pasklaar. 5 Een Boston-brace wordt gedragen over een strak hemd. Dat draagt prettiger en een hemd is makkelijk te wassen. Een brace is natuurlijk wennen. Hij moet strak zitten, maar ook comfortabel. Passen gaat staand en zittend … Aan de onderkant mag er nog een randje af. Dat gebeurt direct ter plekke. Dan gaat de brace aan en mee naar huis. Per etmaal wordt de brace 23 uur gedragen en na zes tot acht weken laat een röntgen­ foto zien of hij zijn werk goed doet.

5

35


Opmerkelijk orthopedie

infectie aan prothese

hardnekkig en ingrijpend Een infectie aan een gewrichtsprothese is niet fijn. En dat is heel zacht uitgedrukt. Klinieken en orthopedisch chirurgen doen wat ze kunnen om een infectie te voorkomen. Toch treedt bij één tot drie procent van de patiënten die een knie- of heupprothese krijgt, een infectie op. Meestal gebeurt dat kort na de operatie, soms na langere tijd. “Het is jammer maar waar: bacteriën hechten zich gemakkelijk op een prothese”, zegt orthopedisch chirurg dr. Charles Vogely. “Op die prothese vormen ze een slijmlaag, ook wel een ‘biofilm’ genoemd. Deze biofilm beschermt de bacteriën tegen de natuurlijke afweer van het lichaam en zorgt ervoor dat antibiotica nauwelijks effect hebben.” Vogely, voorzitter van de NOV Werkgroep Orthopedische infecties, benadrukt hiermee dat een infectie moeilijk is aan te pakken. “En dus is het voorkomen van een infectie heel belangrijk.” Maar bacteriën zijn overal. Ieder van ons draagt zelf ontelbare bacteriën bij zich. In veel ziekenhuizen krijgen patiënten voor de operatie een neuszalf toegediend tegen vervelende bacteriën. Ook wordt patiënten wel eens gevraagd zich voorafgaand aan de operatie te wassen met desinfecterende zeep. Vogely: “Patiënten kunnen al een infectie hebben. Daarom is het belangrijk te letten op wondjes aan handen en voeten, blaasontstekingen en slechte gebitten. Die vormen extra risico’s.” In de operatiekamer (OK) is alles erop gericht bacteriën bij de patiënt vandaan te houden: de regels voor hygiëne zijn streng, alle apparatuur en han­den zijn gedesinfecteerd en iedere OK is voorzien van een systeem voor luchtzuiverheid. Symptomen De meest voorkomende symptomen van een acute infectie zijn koorts, een rode wond, zwelling en pijn. Ook een langdurig lekkende wond kan een teken zijn van

36

i­nfectie. Als een infectie optreedt in de eerste dagen tot weken na een operatie, dan kan de operatiewond nog worden heropend en de geïnfecteerde prothese schoon­ gemaakt. Aansluitend krijgt de patiënt een langere periode antibiotica om de infectie verder te bestrijden. Maar niet elke rode wond, niet elk pijntje duidt op een infectie aan de prothese. “Het kan ingewikkeld zijn om een infectie vast te stellen”, weet Vogely. Hersteloperatie Niet alleen vlak na de operatie, ook na jaren kan een infectie aan het licht komen. Dan is niet altijd precies duidelijk wat er aan de hand is: de patiënt zal klachten ­hebben over pijn, verminderde beweeglijkheid of wat zwelling. Soms gaat een prothese bovendien los zitten. In dit soort situaties biedt een hersteloperatie meestal de oplossing. Dit heet ook wel: een revisie. De geïnfecteerde prothese wordt dan vervangen door een nieuwe. Soms is één operatie voldoende: na het verwijderen van de besmette prothese wordt de omgeving van de prothese in de heup of de knie schoongemaakt en de wond weer gedicht. Terwijl de patiënt nog onder narcose is, vernieuwt het team op de operatiekamer alle instrumentarium, zodat

Dr. Charles Vogely: “Het is ingewikkeld een infectie vast te stellen.”

ZORG VOOR BEWEGING | JAARMAGAZINE 2018


een nieuwe schone prothese kan worden geplaatst. Dit heet een ‘one-stage revisie’. Bij ernstige infecties kan de orthopedisch chirurg na het verwijderen van de geïnfecteerde prothese een noodprothese plaatsen van botcement waarin antibiotica zit. Die antibiotica bindt direct de strijd aan met de bacteriën. Meestal wordt na een week of zes de nieuwe, definitieve prothese geplaatst. Dit heet een ‘two-stage revisie’. Vogely zegt: “Voor de patiënt is dat zwaar, twee operaties in korte tijd. Bovendien is aanvullend een langdurige behandeling met antibiotica noodzakelijk.” Bij oude en kwetsbare patiënten voor wie een hersteloperatie levensbedreigend kan zijn, kunnen patiënt en arts ervoor kiezen om de infectie blijvend te onderdrukken – dus niet te genezen – met antibiotica. Leven zonder heup of knie Niet voor iedereen is een hersteloperatie mogelijk. Er zijn ook patiënten bij wie door de infectie of door een andere reden te veel botverlies is opgetreden. “Dan zit er niets anders op dan zonder prothese verder te gaan. Leven zonder heup betekent een zogeheten ‘Girdle­stone situatie’: daarbij kan de patiënt meestal nog wel wat lopen. Leven zonder knie is nog ingrijpender”, ziet Vogely in de praktijk: “Dan zit er niets anders op dan de knie vast te zetten of het been juist boven de knie te amputeren.” Al met al is dit geen artikel om vrolijk van te worden. Vogely: “Dat klopt. De kans op zo’n infectie is heel klein en we doen ons best om die kans verder te verkleinen. Maar de kans op een infectie zal altijd aanwezig blijven.”  www.mijnheupprothese.nl www.zorgvoorbeweging.nl

ORTHOPEDIE HOUDT NEDERLAND IN BEWEGING

37


Weer in beweging

Voetballen met een arm of been minder

‘Mijn team is mijn psycholoog’

38

ZORG VOOR BEWEGING | JAARMAGAZINE 2018


ORTHOPEDIE HOUDT NEDERLAND IN BEWEGING

39


Weer in beweging

Wie de kans krijgt, moet eens kijken bij amputatievoetbal. De spelers leveren een bijzondere prestatie en het plezier en fanatisme spatten er vanaf. Fysiek is het zwaar. ­Steunend op krukken rennen de spelers over het veld en gooien soms het hele lijf omhoog om een bal uit de lucht te halen. Wees dus niet verbaasd als een paar krukken sneuvelt.

S

inds 2012 kent Nederland een am­ putatievoetbalteam. De veldspelers missen (een deel van) een been en de keeper mist (een deel van) een arm. Elke zondag traint het team bij voetbalvereniging UVV in Vleuten. De spelers reizen ervoor uit het hele land. Jong, oud, man, vrouw; ieder­ een kan meedoen. Er is nog geen landelijke competitie, maar de spelers van zestien jaar en ouder spelen met regelmaat internatio­ nale wedstrijden. Voor de jonge spelers zijn er trainingskampen in het buitenland en in Nederland organiseert het team promotie­ activiteiten. Drie spelers vertellen.

40

‘Sport verbindt!’

Bas van der Voort (25) is raadslid in de gemeente Oss. Als elfjarige brak hij met voetbal zijn bovenbeen. De breuk her­ stelde niet en botkanker bleek de oorzaak. Na een beensparende operatie en chemo­ kuren kreeg Bas alsnog het advies om zijn been te laten amputeren, want de kanker was terug. “Ik vond dat enorm moeilijk,” vertelt hij, “want ik was altijd aan het sporten, vooral voetbal en judo.” Een tijdje na de amputatie ging Bas op ski­ kamp. “Dat ging goed! Nou, dan moesten andere sporten ook mogelijk zijn. Ik pro­

beerde rolstoelsporten en kanoën, maar dat vond ik niets. Het liefst trapte ik met mijn broertjes lekker een balletje in de tuin.” Er volgde nog een zware behandel­ periode vanwege een uitzaaiing in zijn linkerlong en Bas kreeg te horen dat hij niet meer zou genezen. De behandelaars konden zijn leven nog wel rekken. “Vanaf toen verwachtte ik steeds slecht nieuws, maar dat kwam niet en afgelopen zomer was ik tien jaar kankervrij. Natuurlijk ben ik blij, maar het was ook vreemd; ik moest echt een knop omzetten.” In 2012 bezocht Bas een promotieactivi­

ZORG VOOR BEWEGING | JAARMAGAZINE 2018


teit van amputatievoetbal. “Dat was zó leuk; wat ik met mijn broertjes in de tuin deed, bleek ook op het veld te kunnen. Sport verbindt en als je allemaal hetzelfde hebt meegemaakt, is dat nóg sterker. Het wedstrijdelement is gaaf en de prestatie die we samen leveren doet iets met me. Binnen het team hebben we het niet vaak over de amputatie, maar we zijn geregeld samen een weekend weg en dan gaat het er natuurlijk wel eens over. Mijn team is mijn psycholoog; we delen van alles met elkaar en we wisselen ervaringen uit. Maar we nemen elkaar ook in de zeik hoor!” ‘Ik keep liever’

Eddy Neggers werd twintig jaar geleden geboren met één arm, “maar ik doe ge­ woon overal aan mee.” Hij volgt de op­ leiding Sport en Bewegen en voetbalt en zwemt al sinds zijn kinderjaren. Een aantal keer werd hij Nederlands zwemkampioen en hij was lid van het Nederlands para­ zwemteam. In 2014 onderging hij een zware operatie om zijn scheefgegroeide rug te corrigeren. “Daarna haalde ik mijn oude niveau niet meer. Ik stopte met wed­ strijdzwemmen en richtte me op voetbal. Ik was altijd veldspeler, maar wilde liever keepen. Met één arm is dat natuurlijk niet zo handig”, grapt hij. “Een jaar geleden trainde ik hier een keer mee en ik heb me direct aangemeld. Nu ben ik keeper en bij mijn oude club geef ik nog steeds ­training.”

Drie trotse voetballers: Youri, keeper Eddy en Bas.

‘Spelen voor Nederland is gaaf!’

Vier jaar geleden werd Youri Plooster (16) aangereden door een vrachtwagen. Een ­amputatie halverwege zijn rechter ­onderbeen was het gevolg. Vier maanden later zette hij de eerste stappen met zijn prothese. “Dat was super, want ik wilde

Amputatie Een amputatie is het afzetten van een (deel van een) arm of been. De belangrijkste oorzaken zijn problemen met de bloedvaten, complicaties door suikerziekte, een ongeval, infecties of tumoren. Prof. dr. Bart Schreuder, hoogleraar orthopedische oncologie: “Het is een ingrijpende gebeurtenis die we alleen uitvoeren als andere operaties en behandeling niet meer mogelijk zijn.” Bij een amputatie houdt de arts rekening met het latere gebruik van een kunstbeen of -arm (prothese). Na de operatie volgt een periode van herstel, revalidatie, aanmeten van een eventuele prothese en het oppakken van het dagelijks leven. “Daarbij hoort natuurlijk ook sporten!”

mijn leven weer oppakken; naar school en voetbal bijvoorbeeld. Van veldspeler werd ik keeper, maar officieel mag dat niet met een beenprothese. Ondertussen was ik ook begonnen met atletiek; met mijn blade kan ik heel hard lopen. Ik heb al internationale prijzen gewonnen en ik train voor de Para­ lympics. Dat zoveel mogelijk is, geeft een fantastisch gevoel”, vertelt hij enthousiast. In het revalidatiecentrum las Youri over amputatievoetbal en hij bezocht een trai­ ning. “Het was even wennen, want ik loop nooit met krukken. Met wat tips kon ik ­ermee rennen en daarmee werd het met­ een leuk. Op mijn vijftiende deed ik voor het eerst mee aan een wedstrijd, in Duits­ land. Het is echt supergaaf om voor Ne­ derland uit te komen!” Inmiddels is Youri ook op trainingskamp geweest in Dublin en in Polen. Daar traint hij met jongeren uit verschillende landen. “Heel soms heb­ ben we het over de amputatie, maar er zijn genoeg andere dingen om over te praten.”  amputatievoetbal.nl

ORTHOPEDIE HOUDT NEDERLAND IN BEWEGING

41


Elleboogprothesen

Welke elleboogprothesen zijn er? Dankzij uw elleboog kunt u uw arm buigen en draaien. Door bijvoorbeeld artrose, een botbreuk of door een gewrichtsontsteking (reumatoïde artritis) kan bewegen pijnlijk, moeilijk of onmogelijk worden. Een elleboogprothese kan dan een oplossing zijn. Maar zo’n prothese is niet voor iedereen geschikt, omdat hij moeilijk te bevestigen en kwetsbaar is en door gebruik makkelijk los kan raken. Of een elleboogprothese voor u geschikt is, hangt bijvoorbeeld af van de conditie van het ellebooggewricht, de kwaliteit van de botten in de arm en van hoe u uw arm gebruikt.

122

Er zijn vier soorten elleboogprothesen: 1 Totale elleboogprothese een deel in de bovenarm en een deel in de onderarm. Bij sommige prothesen zit een scharnier tussen de twee delen, bij andere niet.

3 Radiuskopprothese deze vervangt het uiteinde van het spaakbeen (dit is de radiuskop).

2 Halve prothese (distale hemihumerale prothese): deze vervangt het uiteinde van de bovenarm.

4 Radiuskop- en capitellum­prothese (radiocapitellaire prothese): deze vervangt het uiteinde van het spaakbeen en de buitenzijde van de bovenarm.

elleboogprothesen

geplaatst in 2016

Samen met uw orthopedisch chirurg bespreekt u of een elleboogprothese voor u geschikt is en zo ja, welke dat kan zijn.

Wie krijgt een elleboogprothese? Type prothese 1 en 2 Leeftijd <50 jaar: 5% 50-59 jaar: 11% 60-69 jaar: 40% 70-79 jaar: 30% ≥80 jaar: 14% Geslacht Vrouw: 71% Man: 29% Diagnose Door botbreuk: 19% Door eerdere botbreuk: 26% Gewrichtsontsteking: 40% Artrose: 15% Afgestorven botweefsel: 0%

Bron: Landelijke Registratie Orthopedische Implantaten (LROI) www.lroi-rapportage.nl

Type prothese 3 en 4 Leeftijd <50 jaar: 30% 50-59 jaar: 21% 60-69 jaar: 37% 70-79 jaar: 12% ≥80 jaar: 0% Geslacht Vrouw: 73% Man: 27% Diagnose Door botbreuk: 62% Door eerdere botbreuk: 30% Gewrichtsontsteking: 2% Artrose: 2% Afgestorven botweefsel: 4%

 www.zorgvoorbeweging.nl/arm-en-elleboog

42

ZORG VOOR BEWEGING | JAARMAGAZINE 2018


De operatie Botcement is een soort lijm. Er zijn pro­thesen die met botcement ­geplaatst worden. Bij andere prothesen hoeft dat niet. De orthopedisch chirurg stemt de keuze af op uw situatie en op de gebruikte prothese. Bijvoorbeeld: kan uw bot makkelijk vast­groeien aan de prothese of moet het bot­cement ervoor zorgen dat uw prothese op zijn plek blijft.

Plaatsing met botcement

Plaatsing zonder botcement

34%

66%

Soms is herstel nodig Bovenarmdeel

Scharnier

Ellepijp

Het kan nodig zijn dat op een gegeven moment één of meerdere onderdelen van uw elleboogprothese moet worden vervangen of verwijderd, of dat een onderdeel wordt toegevoegd. Dit kan bijvoorbeeld nodig zijn als een deel van uw prothese is versleten, als uw prothese niet meer vast zit in uw bot of als de artrose is verergerd. Deze ingreep heet een hersteloperatie. In 2016 vonden 52 hersteloperaties plaats.

De belangrijkste redenen voor een hersteloperatie:

Onderarmdeel

Slijtage van de plastic lager

31%

Reactie van het lichaam op het metaal

25%

Instabiliteit

Spaakbeen

21%

Loslaten prothesedeel van de spaakbeen-kop

Totale elleboogprothese met scharnier

19%

Loslaten prothesedeel in de ellepijp

17%

Loslaten prothesedeel in de bovenarm

17%

Infectie Overig

15% 10%

NB Bij één patiënt kunnen meerdere redenen gelden. Daarom telt het totaal op tot meer dan 100%.

Hersteloperaties Gedeeltelijke vervanging

Hele prothese verwijderd

27%

17%

Vervanging hele prothese

Overige

52%

4%

ORTHOPEDIE HOUDT NEDERLAND IN BEWEGING

43


Opmerkelijk orthopedie

pijn in je rug

is die hernia wel de boosdoener? Pijn in de rug heeft iedereen weleens. Rugpijn met uitstraling naar een arm of een been komt ook vaak voor. Dan gaan de gedachten vaak naar een hernia. Maar hoe weet je wat de pijn veroorzaakt? En welke behandeling hoort daarbij?

“Als in je nek of rug een zenuw onder druk staat, voel je dat in je arm of je been.” Orthopedisch chirurg dr. Paul Willems laat het zien bij een skelet. “Kijk, door de ruggenwervels lopen de zenuw‘snelwegen’; ze verbinden de hersenen en de rest van het lichaam met elkaar. Bij elke wervel nemen een paar zenuwen de afslag: in de nek zitten de verbindingen met de armen en handen, onder in de rug gaan de zenuwen naar de benen en voeten.” Willems vervolgt: “Tussen twee wervels zit een tussenwervelschijf, dit is een vezelige ring met daarin een elastische kern. Die ring kan vervormen of scheuren, waardoor een uitstulpsel kan drukken op een zenuw. Dan zit de irritatie in de rug, maar je voelt het in je arm of je been.” Zo’n beknelde zenuw door een uitstulpsel van een tussenwervelschijf, dat is een hernia. Willems is nog niet klaar met zijn uitleg. “De zenuwen lopen in de rug door de b ­ ogen van de wervels als door een mooie tunnel. Als een wervel van zijn plek gaat of van vorm verandert, versmalt die tunnel. Dan kan een zenuw bekneld raken.” Zo’n versmalde tunnel heet een wervelkanaalstenose. Het een, het ander, of …? Met pijn in de rug gaan mensen eerst naar de huisarts. Willems: “Die stelt vragen en doet een lichamelijk onderzoek: hoe lang heeft iemand al pijn en waar precies? Zit de pijn alleen in de rug of voelt iemand ook pijn of tintelingen

44

in de benen? Is de pijn er in rust, of bij ­bewegen?” Als de huisarts het nodig vindt, volgt een verwijzing naar de spe­ cialist. Soms is de oorzaak van de rugpijn duidelijk, vertelt Willems, maar veel vaker niet. “Dat is erg vervelend, want wat ga je dan behandelen?” Misschien laat de röntgenfoto zien dat er een verschuiving of slijtage zit. Of de MRI-scan maakt een hernia zichtbaar. “Dan nog weet je niet zeker of die de boosdoener is. Je kunt een hernia of een vernauwing hebben zonder dat die pijn veroorzaakt.” Deze laatste opmerking komt nu ‘gewoon’ ter sprake. Maar dit was niet altijd bekend, zegt Willems. “Wetenschappelijk onderzoek geeft steeds weer nieuwe inzichten. Nu weten we dat een hernia niet altijd klachten geeft. We weten nu ook dat een hernia vanzelf weer weg kan gaan. Met andere woorden; als je een hernia hebt, betekent dat niet automatisch dat je een operatie krijgt. Bij neurologische uitval, zoals verminderd gevoel of kracht in de benen, of plasklachten, en bij aanhoudende ernstige

Dr. Paul Willems: "Bij elke wervel nemen een paar zenuwen de afslag: in de nek zitten de verbindingen met de armen en handen, onder in de rug gaan de zenuwen naar de benen en voeten.”

ZORG VOOR BEWEGING | JAARMAGAZINE 2018


pijn raden we wel een operatie aan.” Deze situatie geldt ook voor de wervelkanaalstenose. Rust, bewegen en pijnbestrijding De eerste behandeling bij rugpijn is vrijwel altijd: het rustig aan doen maar wel blijven bewegen, en pijnstillers. “Als dit geen effect heeft, als de pijn maar voortduurt en er bijvoorbeeld voor zorgt dat je niet kunt werken, kijken we of er sprake is van een onderliggende afwijking in de rug.” Als vaststaat dat er een hernia is, of een vernauwing van het wervel­ kanaal, dan moet gecontroleerd worden of deze inderdaad de pijn veroorzaakt. “Bij twijfel daarover kan de pijnspecialist in actie komen. Die geeft een verdoving van de beknelde zenuw.” Blijft de pijn, dan staat vast dat de hernia of de wervelkanaal­stenose níet de boosdoener is. “Dan kijken we met de patiënt naar mogelijkheden met pijnstillers, aangevuld bijvoorbeeld met een beweeg- en ontspanningsprogramma.” Helpt de gerichte verdoving van de zenuw wel, dan is een operatie een behandelingsmogelijkheid en weet de patiënt meteen wat hij qua pijnvermindering van zo’n operatie mag verwachten. “Maar daarmee is het besluit tot opereren nog niet genomen”, benadrukt Willems. “De patiënt en de arts bespreken altijd eerst de voor- en nadelen, de te verwachten verbetering van klachten, de mogelijke complicaties, zoals een infectie of zenuwletsel, en de herstelperiode.” Want besluiten tot een rugoperatie, dat doe je niet zomaar.  Nederlandse Vereniging van Rug­pa­tiën­ ten ‘de Wervelkolom’: www.ruginfo.nl www.zorgvoorbeweging.nl/wervelkolom  www.dutchspinesociety.nl/patienten­ informatie

ORTHOPEDIE HOUDT NEDERLAND IN BEWEGING

45


Uw mening telt

Ervaringen van patiënten zijn waardevol

In mei 2017 werd Mascha’s linkerheup vervangen door een heupprothese. Drie keer gaf ze in een vragenlijst aan hoeveel last ze heeft van haar heup: vóór de de operatie en op twee momenten na de operatie. Hiernaast ziet u een deel van de vragen en haar antwoorden.

Het zijn vijf korte woorden: “Hoe gaat het met u?” Maar ze staan voor heel veel: of u pijn heeft, hoe u uw werk kunt doen en uw hobby’s, of u prettig beweegt en hoe u zich voelt. Naast de persoonlijke gesprekken vraagt uw orthopedisch chirurg u misschien om een vragenlijst* in te vullen. Dat gebeurt dan vóór en na de behandeling. Zo wordt duidelijk wat u en heel veel andere patiënten vinden van een behandeling en van het resultaat. En díe kennis kan helpen de zorg verder te verbeteren.

I

n mei 2017 kreeg Mascha Dobbelsteen (42) een heupprothese links en in ­oktober rechts. Een maand na die tweede operatie zwaait zij stralend de deur van haar gloednieuwe huis open. Je ziet nog wel iets aan het lopen, maar ze loopt zonder krukken. Vrijwel meteen vertelt ze over haar medische voorgeschiedenis en die is indrukwekkend. Eind jaren ‘90 bleek ze een aandoening te hebben waardoor haar lever langzaam afstierf; in 2000 kreeg ze een donorlever. Een paar jaar later ontdekten de artsen weke delenkanker en ook daarvoor onderging ze een zware behandeling. Mascha ging steeds slechter lopen; door de medicijnen waren haar heupen fors beschadigd. Ze kon steeds minder, maar het infectie­ gevaar van een operatie was in haar geval

*De vragenlijsten hebben in Nederland verschillende namen. Meestal heten ze PROMs; dit staat voor Patient Reported Outcome Measures of Patiënt-gerapporteerde uitkomstmaten.

"Heerlijk dat ik weer door het bos kan lopen. Dat miste ik enorm."

46

ZORG VOOR BEWEGING | JAARMAGAZINE 2018


mascha’s ervaringen

Invulmoment

Voor de operatie

1e meting na operatie

2e meting na operatie

 (2)  (5)

 (4)  (7)

 (0)  (1)

 (4)  (4)  (1)  (4)  (4)

 (1)  (0)  (1)  (4)  (3)

 (1)  (0)  (0)  (4)  (0)

 (2)

 (2)

 (2)

Zelfzorg Problemen met wassen of aankleden (1 = geen, 2 = enige, 3 = bedlegerig)

 (2)

 (1)

 (1)

Dagelijkse activiteiten Bijvoorbeeld problemen met werk, studie, huishouden, gezins- en vrijetijdsactiviteiten (1 = geen, 2 = enige, 3 = niet in staat dagelijkse activiteiten uit te voeren)

 (3)

 (2)

 (2)

Pijn/klachten (1 = geen, 2 = matige, 3 = zeer ernstige)

 (2)

 (2)

 (2)

Stemming Angstig of somber (1 = niet, 2 = matig, 3 = erg)

 (1)

 (2)

 (1)

 (80)

 (62)

 (74)

Hoeveel pijn van uw heup (operatie zijde) heeft u de afgelopen week ervaren? (0 = geen pijn; 10 = zeer hevige pijn): — In rust — Tijdens het belasten Wilt u voor elk van de onderstaande activiteiten aangeven hoeveel moeite u de afgelopen week heeft ervaren tijdens deze activiteiten vanwege uw heup: (0 = geen moeite; 4 = erg veel moeite) — Trap aflopen — In/uit bad of douche gaan — Zitten — Hardlopen — Draaien op een belast been Mobiliteit Problemen met lopen (1 = geen, 2 = enige, 3 = niet in staat dit zelfstandig te doen)

Gezondheidstoestand vandaag (0 = de slechtste, 100 = de beste)

ORTHOPEDIE HOUDT NEDERLAND IN BEWEGING

47


Uw mening telt

te groot. Daarom stelde ze in overleg met de orthopedisch chirurg de heupoperaties zo lang mogelijk uit. Mascha vertelt: “Ik liep al een paar jaar met krukken en werkte niet meer. Fietsen en traplopen ging ook niet meer. Ondertussen bouwden we ons nieuwe huis; dat gaf afleiding, maar toen we er woon-

"Het invullen van de vragenlijsten zie ik als onderdeel van mijn samenwerking met de arts. Bovendien is het invullen zo gebeurd."

den was het op. Eind 2016 kon ik geen boodschappen meer doen en zat ik alleen maar op de bank. Natuurlijk wist ik dat er risico’s zijn bij operaties, maar ik had veel vertrouwen in de orthopeed. En bovendien in mijzelf. Ik heb alles afgewogen en bewust voor de operaties gekozen.” Mascha: onderlinge samenwerking Inmiddels heeft Mascha geen pijn meer in de linker heup. Rechts nog wel een beetje, maar ze kan steeds meer. “Er gaat een wereld voor mij open. Waar ik voorheen naar meditatiemuziek luisterde en me naar binnen richtte, geniet ik nu opnieuw van vrolijke, uitbundige muziek en dans ik. Vorige week wandelde ik naar

"Vanwege mijn donorlever stelde ik de operaties zo lang mogelijk uit. Nu ben ik blij met mijn heupprothesen."

mijn moeder; nog met krukken, maar ik had het gevoel dat ik zweefde. Dat ik weer in beweging ben en mijn energie voel stromen, is zó fijn. Ik bruis nu weer en voel me blij. Je ziet dat ook in de uitkomsten van mijn vragenlijsten. Al zie je er ook in terug dat ik na de eerste operatie nog belemmerd werd door de niet-geopereerde heup. De toekomst zie ik met vertrouwen tegemoet. Ik houd enorm van de natuur en kan weer een boswandeling maken; heerlijk om al dat moois weer in me op te kunnen nemen.” Mascha heeft nu drie keer een vragenlijst ingevuld; vóór de eerste heupoperatie en erna nog twee keer. De vragen gaan bijvoorbeeld over pijn in rust en pijn tijdens bewegen, over de moeite die het kost om trap te lopen, te douchen, zich aan te kleden of over haar stemming. Mascha: “Het invullen duurt maar even, dus het is een kleine moeite. Ik help de artsen en andere patiënten ermee. Het is een manier om mijn dankbaarheid te tonen. Ik zie het als onderdeel van de samenwerking tussen arts en patiënt.” De orthopeed: resultaat voorspellen Wim Rijnen is orthopedisch chirurg in een academisch ziekenhuis. Hij ziet vooral jonge heupprothese-patiënten en de mensen bij wie de heupprothese opnieuw geplaatst moet worden omdat er problemen zijn. Hij verklaart: “Patiëntervaringen zeggen meer dan alleen de röntgenfoto en het lichamelijk onderzoek. Een foto kan er goed uitzien en het onderzoek toont misschien geen bijzonderheden, maar de patiënt vertelt of hij pijn heeft of beperkingen ervaart. Die informatie bespreken we natuurlijk persoonlijk, maar door de vragenlijsten

48

ZORG VOOR BEWEGING | JAARMAGAZINE 2018


weten we hoe de patiënten als grote groep erover denken. Hierdoor hopen we patiënten in de toekomst te kunnen vertellen wat zij mogen verwachten van een operatie. Hoe meer mensen hun ervaringen met ons delen, hoe meer gegevens we verzamelen en hoe inzichtelijker we

dit kunnen maken. Het zou toch geweldig zijn als we een patiënt kunnen voorspellen dat hij qua pijn en beweging een jaar na de operatie zoveel procent verbetering mag verwachten? Iedereen die de vragenlijsten invult, helpt ons als artsen én de patiënten van de toekomst.”

Op www.zorgvoorbeweging.nl vindt u een korte animatie over het doel van de vragenlijsten. Ook klinieken kunnen deze animatie inzetten om de patiënten voor te lichten.

De wetenschapper: wat kan beter? Wetenschappelijk onderzoeker Nienke Wolterbeek is bestuurslid van de NOV Werkgroep Orthopedie en Wetenschap. Zij vertelt waarom de uitkomsten van de vragenlijsten zo waardevol zijn: “Behan­delaars kunnen de uitkomsten nu al gebruiken in de gesprekken met de ­patiënt. De vragenlijsten maken zichtbaar waar het goed gaat en waar nog niet. Kan iemand na de operatie bijvoorbeeld verder lopen dan voorheen? Is er meer of minder pijn? Met deze informatie kan een arts de patiënt informeren over het verdere herstel. Bijvoorbeeld of iemand mag verwachten dat hij over drie maanden weer kan tennissen.” De uitkomsten geven een vakgroep orthopedie ook handvatten om de kwaliteit van de behandeling nog meer te verbeteren. “Als orthopedisch chirurgen verschillende technieken of verschillende prothesen gebruiken, zien zij bijvoorbeeld of dat invloed heeft op de uitkomsten. Waar nodig kunnen ze dan het behandelbeleid aanpassen.” Als ­wetenschapper is ze ook nieuwsgierig wat de uitkomsten in de toekomst bieden. “Hopelijk leren we er steeds meer van en kunnen we die kennis in de praktijk gebruiken.”

ORTHOPEDIE HOUDT NEDERLAND IN BEWEGING

49


Innovatie

een peekfijne knieprothese Het deel van een knieprothese dat aan het bovenbeen vastzit, is bijna altijd van metaal. Dat functioneert goed, maar er zijn nadelen. Metaal is namelijk zo hard, dat het alle klappen opvangt. Dat klinkt positief, maar botweefsel heeft het ook nodig om onder druk te staan, anders verzwakt het. Van PEEK (spreek uit [piek]) is bekend dat het zich natuurlijker gedraagt dan metaal. Misschien is dit de oplossing om het naastgelegen bot sterker en gezonder te houden. PEEK staat voor polyether ether ketone - het is een kunststof. Deze kunststof is binnen de orthopedie al langer in gebruik, bijvoorbeeld in de rugchirurgie. Daar betreft het kleine implantaten. Maar voor de knie is het een grote prothese, die bovendien het gehele lichaamsgewicht moet dragen. Bij het Radboudumc in Nijmegen testen ze een aantal eigenschappen van zo’n PEEK-prothese. De onderzoekers gebruiken hiervoor computermodellen en experimenten, net zoals IKEA dat doet met hun keukenlades. Collegaonderzoekers in Groot-Brittannië en in de VS onderzoeken andere vraagstukken rondom de PEEK-prothese. Alle resultaten samen moeten voorspellen hoe deze prothese het in de dagelijkse praktijk zal doen. Om dat te meten komt er nog een internationaal onderzoek met patiënten.

Links het bovenbeendeel van metaal, rechts de PEEK-versie.

iedere cel zijn eigen medicijn Aangetast kraakbeen in een gewricht geeft vaak een ontstekingsreactie en dat gaat het herstel van kraakbeen tegen. Medicijnen die deze reactie remmen, vertragen ook het herstel. En medicijnen die het herstel bevorderen, kunnen hun werk niet goed doen als er een ontste­

kingsreactie is. Hoe zorg je er dan voor dat een medicijn heel gericht zijn werk doet, alleen daar waar jij het wilt? Voor zo’n doelgerichte behandeling bundelen vijftien jonge onderzoekers onder leiding van tien partners (universitaire ziekenhuizen,

m

onderzoekscentra en bedrijven) hun kennis en hun inzichten, binnen het experimen­ tele Europese project TargetCare. Het ideale medicijn vóór kraakbeenherstel en tégen de ontstekingsreactie lijkt nu: een vloeistof met daarin pakketjes ontstekingsremmers die deze stoffen alleen bij de ontstekingscellen afgeven (zie de tekening: oranje). Die vloeistof bevat t­ egelijkertijd pakketjes ‘herstelfactoren’ voor het aangetaste kraakbeen die alleen bij het beschadigde kraakbeen terechtkomen (blauw in de tekening). De medicijnen moeten bovendien langere tijd hun werk kunnen doen, zonder dat ze bijwerkingen hebben. Om dit heel gericht te kunnen gebruiken, moet de vloeistof met één injectie in een gewricht op zijn plek komen en blijven. De onderzoekers willen dit proces in beeld brengen en ze willen het goed kunnen testen in een situatie die vergelijkbaar is met een gewricht-met-artrose. Dit moet mogelijk worden door vanuit een internationale samenwerking bestaande en nieuwe technieken op nieuwe manieren te combineren.

 www.targetcare.eu (Engelstalig)

50

ZORG VOOR BEWEGING | JAARMAGAZINE 2018


een bot langer maken

sterke spieren, lekker lopen

Botten groeien niet altijd volgens het boekje. Als een bot te kort blijft, kan de orthopedisch chirurg het verlengen. Een manier is om het bot in tweeën te delen. Met een heel klein beetje ruimte tussen de twee uiteinden, groeit deze ruimte langzaam weer dicht en wordt het bot langer. De truc is om de twee botdelen steeds opnieuw een beetje uit elkaar te trekken, vlak voor ze aan elkaar zijn vastgegroeid.

Revalideren met een heupprothese: dat kan bijvoorbeeld onder begeleiding van een fysio­ therapeut of door thuis oefeningen te doen. Jildou Hoogland bekijkt of de combinatie van een tablet en een beweegsensor het makkelijker maken om thuis te oefenen. Ze is fysiothera­ peut en onderzoeker/bewegingswetenschapper bij de afdeling orthopedie in het UMCG: “We hebben een programma gemaakt voor vijf keer per week thuis oefenen, gedurende twaalf weken. Het zijn filmpjes met spierversterkende oefeningen en met oefeningen die helpen om weer goed te kunnen lopen.” Dertig mensen met artrose die net een heupprothese hadden gekregen, oefenden door de oefeningen in de filmpjes na te doen en ze droegen elke dag de beweegsensor om hun nek. Die sensor regis­ treert hoe vaak en hoe lang iemand beweegt, zodat ook op afstand duidelijk is of iemand de oefeningen doet. “Een week na hun operatie

Die botdelen moeten natuurlijk op een stabiele manier uit elkaar blijven. Dat kan met een zogenoemde ‘externe fixateur’, bijvoorbeeld een ring-fixateur (bovenste foto). Dit zijn twee ringen om het been of om de arm. Die twee ringen zijn ieder met een van de botdelen verbonden en met zes pennen zitten ze ook vast aan elkaar. Iedere pen kan korter of langer gemaakt worden. Dit systeem trekt de botdelen uit elkaar in de gewenste richting. Er zijn ook ‘interne fixateurs’, daarbij brengt de ortho­ pedisch chirurg inwendig één lange pen in de twee botdelen. Relatief nieuw is de interne fixateur waarbij de patiënt elke dag zelf de pen verlengt met een elektro­ magnetische afstandsbediening (onderste foto). Dit doet de patiënt onder instructie en geregelde controle van de orthopedisch chirurg. Zo schuiven de botdelen steeds een heel klein stukje uit elkaar. Een jaar na het vastgroeien van het verlengde bot kan de pen meestal weer uit het bot.

ORTHOPEDIE HOUDT NEDERLAND IN BEWEGING

kregen de mensen thuis van een fysiotherapeut uitleg en instructies over de oefeningen, de tablet en de beweegsensor. Na vier weken kwam de fysiotherapeut weer langs en elke week was er telefonisch contact. Het programma stopte na twaalf weken.” De resultaten laten zien dat de spierkracht en de loopsnelheid goed waren ver­ beterd. De mensen gaven aan dat ze weer meer konden dan voor de operatie; een aantal mensen zelfs meer dan ze hadden verwacht. De meeste mensen vonden het prettig dat ze de oefeningen thuis konden doen, wanneer zij dat zelf wilden. Ook bleek het oefenprogramma via de tablet een goede stok achter de deur. “Sommigen vonden twaalf weken lang, anderen hadden wel wat meer variatie gewild omdat ze de oefeningen wilden blijven doen.” Op basis van de resultaten wordt het programma verder ontwikkeld.

51


Opmerkelijk orthopedie

kinderorthopedie

meer samenwerking voor minder stress bij kind en ouders Als je baby of kind bent en naar de dokter moet, dan maakt dat indruk. Helemaal als die dokter in het ziekenhuis werkt. Ziekenhuizen besteden daarom veel aandacht aan sfeer, voorlichting en de begeleiding van de patiëntjes en hun ouders.

Stel dat u zomaar door een ziekenhuis zou dwalen, zonder op de bordjes te letten, dan weet u wanneer u op de kinderpoli of de kinderafdeling bent. Vrolijke tekeningen op de muren, meer kleur op de vloer, spellen en speelgoed op de tafels. Die afstemming op de wereld van kinderen helpt hen en hun ouders te ontspannen. Dat komt in de gesprekken, onderzoeken en behandelingen ook naar voren. “In een academisch ziekenhuis komen kinderen die complexe problemen hebben. Dan werk je altijd met meerdere specialisten samen. We zien een kind en de ouders dan gezamenlijk, of de ouders gaan op één dagdeel langs verschillende specialisten. Soms is het zo geregeld dat de ouders en het kind in dezelfde ruimte blijven en dat de verschillende specialisten bij hen langskomen.” Kinderorthopedisch chirurg dr. Melinda Witbreuk spreekt namens de NOV Werkgroep Kinderorthopaedie. “Ook in niet-academische ziekenhuizen is er steeds meer samenwerking. Een gemeenschappelijk kinderspreekuur van een revalidatiearts en een orthopedisch chirurg, bijvoorbeeld. Dan bespreken we met de ouders van een kind met een lichamelijke beperking welke behandeling mogelijk is met bijvoorbeeld een brace en oefentherapie.”

Een voorbeeld: heupjes in de kom Bij baby Julia is de kom van haar beide heupgewrichten niet helemaal goed ontwikkeld. Bovendien bleken beide heup­ koppen buiten de kom te liggen. Dit is een combinatie van heupdysplasie en heup­ luxatie. Julia kreeg een Pavlik-bandage om de heupkop in de heupkom te krijgen. Zo is haar linkerheup al in de heupkom gekomen, maar rechts lukte dat niet. Daarom krijgt ze een ‘gesloten repositie onder sedatie’. Deze behandeling vindt plaats in een kamer op de kinderafdeling.

Het is wenselijk dat binnen een ziekenhuis alle kinderspecialisten elkaar makkelijk weten te vinden. “Bij een opname is altijd de kinderarts betrokken, maar het is ook belangrijk dat bij de behandelingen zonder opname kinderartsen, andere kinderspecialisten en bijvoorbeeld kinderfysiotherapeuten samenwerken.” Omdat de verschillende afdelingen soms ver van elkaar liggen en iedereen volle agenda’s heeft, haal je niet makkelijk ‘even’ een collega erbij. “Georganiseerde samenwerking is nodig om de tijd en expertise te bundelen.” En dat gebeurt steeds vaker.

52

ZORG VOOR BEWEGING | JAARMAGAZINE 2018


 Meer informatie over heupdysplasie en heupluxatie vindt u op de website van de Vereniging Afwijkende Heup­ ontwikkeling: www.heupafwijkingen.nl. Zie ook: www.kinderorthopaedie.nl www.zorgvoorbeweging.nl/heup

Het is donderdagmiddag, een kamer vol met mensen. Julia’s ouders zijn er natuur­ lijk en naast de mensen op de foto zijn ook verpleegkundige Paulien Rijpstra en gipsverbandmeester Sandra Kleynen-­Verhaar aanwezig. Julia’s ouders vertellen dat het best goed gaat. “We merken dat haar ­linkerheup goed zit. En met haar rechter­ heup gaat het beter dan voorheen.” De echo zal laten zien hoe de situatie is. Radioloog dr. Victor van der Hulst duwt net het mobiele echo-apparaat de kamer in. Julia moet even op haar zij liggen. Dat vindt ze niet leuk. Op het scherm is haar linkerheup

te zien; de kop zit nog steeds ín de heupkom. Dan haar andere heup; daar is nog steeds sprake van een luxatie. Duidelijk; de geplande procedure wordt gestart.

hoofdje vast. Om haar goed in de gaten te houden, maar ook om haar hoofd een klein beetje te kantelen, zodat ze makkelijk kan ademen (en een beetje heel lief snurken).

Via een infuus krijgt Julia een medicijn voor een roesje en pijnstilling van de verpleegkundig specialist en de kinderarts. Iedereen fluistert en de gordijnen gaan nog een stukje verder dicht, zodat Julia in slaap kan vallen. Dan is er actie. Ieder zoekt zijn plek, handelt of bereidt voor. Er is veel overleg. De te nemen stappen zijn duidelijk, maar de details tellen. Linda houdt Julia’s

Julia’s beentjes zijn gebogen en hangen ontspannen naar buiten. Melinda beweegt het rechterbeen. Linda kijkt naar de reactie van Julia’s lichaam en haar gezichtje; zijn er tekenen dat ze pijn voelt? Nee, ze slaapt nog steeds rustig. Dan beweegt Melinda Julia’s gebogen rechterbeentje wat meer naar binnen en gaat hij een ‘drempeltje’ over; de heupkop klikt in de heupkom. De echo bevestigt dit. “Heb je een broodje voor me”, vraagt gipsmeester Bert aan zijn collega Sandra. Dat is vakjargon voor een rolletje gips­ verband. Maar eerst moet Julia een onderbroek aan. Dat is een kruisloze broek voor ónder het gips die geen vocht opneemt, zoals watten wel doen. Julia’s ouders kunnen haar hiermee gewoon badderen. Het gipsverband komt om Julia’s middel, bij haar rechterbeen tot boven de enkel en bij haar andere been tot net boven de knie. Beide benen zijn gebogen en in spreidstand, zodat de heupkoppen goed in hun heupkom blijven. Die kom kan zo in drie maanden tijd goed rondom de heupkop groeien. Als het gips klaar is, volgt een laatste echo; ja, beide heupen zitten goed.

Van links naar rechts: radioloog dr. Victor van der Hulst, gips­verbandmeester Bert Duin, ­­orthopedisch chirurg dr. Melinda Witbreuk, Julia, verpleegkundig ­specialist Linda Schuiten en k­ inderarts Paolo Valerio.

ORTHOPEDIE HOUDT NEDERLAND IN BEWEGING

53


Weer in beweging

Blessures teisterden voormalig topatleet Greg van Hest (44)

’Pijn is nooit zomaar een pijntje’

54

ZORG VOOR BEWEGING | JAARMAGAZINE 2018


ORTHOPEDIE HOUDT NEDERLAND IN BEWEGING

55


Weer in beweging

“Pijn is er niet voor niets. Luister naar je lichaam, neem tijdig rust en bouw trainingen rustig op.” Dit is wat Greg van Hest nu als trainer en begeleider meegeeft aan de recreatieen wedstrijdlopers van de Tilburg Roadrunners. Het is een advies dat hij in zijn tijd als topsporter niet altijd opvolgde.

A

ls voormalig marathonloper leidde Greg van Hest jarenlang een top­ sportleven dat voor een groot deel werd beheerst door blessures en opera­

ties aan de hielen en achillespezen. Het resultaat was een topsportcarrière waarin schaarse hoogtepunten steevast werden gevolgd door tegenslag en teleurstelling.

Nu geeft hij toe dat hij jarenlang wellicht niet goed heeft geluisterd naar de signalen die zijn lichaam gaf. Nederlands record

Maar liever denkt Greg aan zijn succes­ sen. Want hij was een uitstekend atleet: deelnemer aan de Olympische marathon

‘Zo goed en zo kwaad als het ging, trainde ik door’ in Sydney in 2000. In het jaar daarvóór liep hij persoonlijke records bij de vleet. Nu, achttien jaar later, is hij nog steeds in het bezit van het nationaal record op de halve marathon. “Ik zat destijds heel dicht tegen wereldklasse aan; ik ben trots op mijn sportcarrière.” In de lappenmand

Zijn Olympische marathon in Sydney werd echter verziekt door zware weersomstandig­ heden en maagkrampen. Hij kon zijn drin­ ken niet binnenhouden en werd 25ste. “Een teleurstelling. Maar ik hield mezelf voor dat meer kansen op Olympisch succes zouden volgen.” Die herfst belandde Greg echter bijna permanent in de lappenmand. “Nor­ maal duurde het herstel van zo’n marathon een week of drie. Maar maanden later kon ik nog steeds amper overeind komen van de pijn in mijn achillespezen. Ondertussen bleef ik zo goed en zo kwaad als het ging doortrainen. Extra massages en het gebruik van speciale inlegzolen hielpen niet om de pijn te verlichten.”

56

ZORG VOOR BEWEGING | JAARMAGAZINE 2018


Tot die tijd wist Greg amper wat blessures waren. Als zesjarig jochie ging hij al naar de atletiekbaan. Als jonge tiener deed hij een paar jaar aan wielrennen om vanaf 1989 definitief te kiezen voor atletiek. Eerst op de baan, later ook op de weg. In zijn jacht op succes volgde Greg uitputtende trainingen: soms tot wel 230 kilometer per week. “In de maanden na Sydney lukte het voor het eerst niet meer om mijn niveau te halen. Het ging niet goed.” Operatie-abonnement

Aan beide hielen had Greg te maken met botverdikkingen die de achillespezen hadden toegetakeld. “In het najaar van 2001 heb ik daarom aan beide hielen het overtollige bot operatief laten verwijderen. Een precisiewerkje hoor, en een heksen­ toer om te revalideren. Pas in 2003 kon ik mijn training weer opvoeren, waarna ik op­ nieuw klachten kreeg, toen vooral rechts.” Kleine botsplintertjes zorgden voor nieuwe klachten. Opnieuw volgde een operatie.

Greg van Hest had ‘een abonnement’ op de operatiekamer. In 2005 was het linkerbeen weer aan de beurt. Daarna

Haglund exostose bij sporters

Orthopedisch chirurg Pieter Druyts, zelf ook recreatief marathonloper, ver­ richte de laatste operaties aan beide hielen van Greg van Hest: ­“Greg had aan beide hielen te maken met botverdikkingen, uitsteeksels ofwel exosto­ sen. Bij de aanhechting van de achillespees noemen we dat een Haglund exostose. Meestal is wrijving van de schoenen de oorzaak; dat vraagt dus om goed (orthopedisch) advies voor (sport)schoenen en de juiste balans tussen rust en training. De intensieve trainingen van Greg leidden tot extra irritaties op de peesaanhechtingen, zó sterk dat daardoor weer extra botgroei ontstond. Het teveel aan bot heb ik operatief verwijderd.” Lees meer over de Haglund exostose op pagina 30.

ORTHOPEDIE HOUDT NEDERLAND IN BEWEGING

ging het beter en in 2008 werd hij Nederlands kampioen op de marathon. Maar in 2009 sloeg het blessurespook weer toe. “Uiteindelijk ben ik opnieuw geopereerd, veel rigoureuzer. In 2010 aan het rechterbeen, en in 2016 nog eens aan het linkerbeen.” Luisteren loont

Ondertussen zag hij de jaren verstrijken. De Spelen van Athene gingen voorbij, net als die van Beijing. De limieten werden steeds scherper. Na de derde operatie raakte hij het geloof kwijt om op topniveau terug te komen. “Maar ik ben niet het type om op de bank te zitten, hè? Ik kan niet zonder sport.” Greg is nu klachtenvrij, traint regel­ matig en heeft als recreant de marathon van New York gelopen. Hij heeft leren luisteren naar zijn lichaam: “Doorzetten is goed, maar het keert zich gemakkelijk tegen je.”

57


Alstublieft!

zorg voor beweging jaarmagazine 2018

voor u, van uw orthopedisch chirurg Ongetwijfeld staat u weleens stil bij ‘bewegen’. Misschien betekent ‘bewegen’ voor u: meedoen, zelfstandig zijn, genieten van uw omgeving, uw grenzen opzoeken, lekker sporten, mobiel zijn en uw eigen weg kiezen, … Problemen met botten, gewrichten, pezen en/of spieren belemmeren dit. Orthopedie is het medisch specialisme dat zich richt op het verminderen en, liefst, op­ lossen van dergelijke problemen. Als u bij een orthopedisch chirurg komt, kunt u erop rekenen dat hij of zij luistert naar uw ver­ haal, met u uw wensen en verwachtingen bespreekt, nader onderzoek doet en met u doorneemt welke behandelingen mogelijk zijn. Uw orthopedisch chirurg is uw partner

58

in zorg en deelt met u hetzelfde doel: dat u zo goed en snel mogelijk weer zoveel mo­ gelijk kunt doen wat u wilt.

zich samen met alle collega’s voor in. Maar het is een gezamenlijke inspanning met u. Als ook u zorgt voor beweging, houdt u uw lichaam zo fit mogelijk.

Zorg voor beweging: gezamenlijke inspanning

Trots op orthopedie

De orthopedisch chirurg zorgt voor bewe­ ging. Daar is zijn of haar medische oplei­ ding op gericht en daar zet de orthopeed

De orthopedisch chirurgen zijn trots op hun vak. Ze vertellen er graag over, zoals u merkt in deze uitgave. Het vak is volop in

ZORG VOOR BEWEGING | JAARMAGAZINE 2018


ontwikkeling; verbetering van de kwaliteit van zorg is daarbij belangrijk én natuurlijk een verdere verbetering van de resul­ taten. De verhalen van patiënten schetsen persoonlijke ervaringen en geven u een goed beeld van hoe orthopedie zorgt voor beweging. ‘Orthopedie houdt Nederland in ­beweging’

Dit is het motto van de Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV). Haar leden, de orthopedisch chirurgen, zorgen er als medisch specialisten voor dat ­mensen weer in beweging komen, en in beweging kunnen blijven. Dat doen zij samen met zorgcollega’s binnen en buiten het ziekenhuis. Het effect hiervan is groter dan dit in eerste instantie lijkt.

COLOFON

Zorg voor beweging Jaarmagazine 2018 wordt u aangeboden door de Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV), ook namens uw orthopedisch chirurg. Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV) Bruistensingel 216 5232 AD ’s-Hertogenbosch T +31 (0)73 700 34 10 nov@orthopeden.org www.orthopeden.org Meer informatie www.zorgvoorbeweging.nl – informatie over aandoeningen, behandelingen en orthopedie; www.mijnheupprothese.nl – site voor iedereen die meer wil weten over heupprothesen; www.youtube.com/user/zorgvoorbeweging – korte films en animaties;

Want ieder van ons heeft familie en/of vrienden, is lid van een club of vereni­ ging, doet betaald of vrijwilligerswerk, et cetera. Als iemand binnen de eigen mogelijkheden optimaal kan bewegen, heeft dat ook effect op de activiteiten met familie en vrienden, vergroot het de m ­ ogelijkheden om actief te zijn in de club en vereniging, en beïnvloedt dat ook ­zaken op de werkvloer. De orthopeed en de medische industrie

Orthopedisch chirurgen staan voor een optimale en toegewijde patiëntenzorg. Voor het verder bevorderen en verbeteren hiervan is een goed samenwerkings­ verband met de medische industrie ­belangrijk. De NOV verlangt daarbij van haar leden de hoogste mate van integriteit,

twitter.com/zvborthopedie – Zorg voor beweging op Twitter; www.orthopeden.org – de NOV-organisatiewebsite. www.lroi.nl – website van de Landelijke Registratie Orthopedische Implantaten. Zorg voor beweging Jaarmagazine 2018 verschijnt als bijlage bij het NOV Jaarcongres 2018 en brengt (wetenschappelijke) orthopedische ontwikkelingen bij de patiënt. Zorg voor beweging staat onder inhoudelijke verantwoordelijkheid van de NOVredactie, onder auspiciën van het NOV-bestuur. Op de cover ziet u Tim Kraal, orthopedisch chirurg in opleiding en kitesurfer. NOV-redactie: Denis Dartée, Nynke Marije Dijkstra, Peter Joosten, dr. Miguel Sewnath, Guido van Solinge, dr. Matthijs Somford, Suzanne Witjes Concept en eindredactie: NOV (Gabriëlle Kuijer en Chris van der Togt) Vormgeving: Sjaak Lakerveld (Zorg voor Publiceren) Fotografie: Werry Crone (Zorg voor Publiceren); Roy Hoogeslag (p. 28); Gabriëlle Kuijer (p. 34); Invibio Ltd. (p. 50); Pro-Motion Group B.V. (p. 51); BdH

professioneel en ethisch gedrag. Dat staat vastgelegd in een gedragscode. Informatie en achtergronden

Uw behandelend orthopedisch chirurg geeft een antwoord op uw vragen. Buiten de consulten om kunt u altijd terecht op de informatieve website van de NOV: www.zorgvoorbeweging.nl. Bent u vooral geïnteresseerd in informatie over totale heupprothesen, ga dan naar www.mijnheupprothese.nl. Op www.youtube.com/user/zorgvoorbewe­ ging bekijkt u korte films en animaties en via Twitter @zvborthopedie blijft u op de hoogte van nieuws en wetenswaardigheden. Elke orthopedische maatschap heeft ook een eigen website: uw orthopedisch chi­ rurg informeert u hierover.

Medical BV (p. 51); UMCG (p. 51) M.m.v. NEFEMED (ZimmerBiomet Nederland, p. 31) Illustraties: Myrthe Boymans Mixed Art (p. 10 en p. 50); Ella Nitters Medical Art (p. 30); Sjaak ­Lakerveld (p. 42) Teksten: Jos Steehouder (Zorg voor Publiceren); Gabriëlle Kuijer; Edith Rijnsburger; dr. Matthijs Somford Druk: Drukkerij Damen, Werkendam Oplage: 50.000 ISSN: 1876-6765 © 2018 Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV) Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, ­opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de NOV. Zorg voor beweging Jaarmagazine 2018 is mede mogelijk gemaakt door de orthopedische industrie.

Johnson & Johnson Medical, ZimmerBiomet Nederland, Link en Lima Nederland B.V., Smith & Nephew Nederland C.V., Stryker B.V., Mathys Orthopaedics, Heraeus Medical, Implantcast Benelux B.V., Linvatec Benelux, Össur Europe B.V., Wright Medical Group N.V.

ORTHOPEDIE HOUDT NEDERLAND IN BEWEGING

59


Orthopedie houdt Nederland in beweging

‘Zorg voor beweging’ wordt u aangeboden door:

Bruistensingel 216 | 5232 AD ’s-Hertogenbosch | T 073 700 34 10 nov@orthopeden.org | www.orthopeden.org | www.zorgvoorbeweging.nl | www.mijnheupprothese.nl

Jaarmagazinezvb2018 blader  
Jaarmagazinezvb2018 blader