Page 1

www.i-maintain.nl

07 12 NEGENDE JAARGANG – LOSSE VERKOOPPRIJS e 16,-

iMaintain Nr. 07 - 2012

Uitbesteden wordt kennis delen 001_A_cover.indd 2

21-08-12 13:59




‘We stoten ons immers geen 2e keer aan dezelfde steen...’ 2x Hetzelfde ongeval

Onlangs gebeurde gebeurde in in een een bedrijf bedrijf op een groot industrie industrie-terrein in het zuiden van Nederland een ernstig ongeval. Om er van te leren werd dit incident intern intern door dit bedrijf dit bedrijf gecommuniceerd gecommuniceerd op op een een safety safety flyer. flyer. In In dezelfde maand maand gebeurde elders op dit bedrijventerrein precies hetzelfde gebeurde elders op dit ongeval weer. Als deze onderneming de safety flyer van het eerste bedrijf had kunnen lezen, was de kans groot dat dit ongeval geen 2e 2e keer was voorgekomen. voorgekomen. keer was

Unieke synergie om arbeidsongevallen te voorkomen

SafetyFlyer.nl is een samenwerkingsverband samenwerkingsverband van van bedrijven bedrijven die hun veiligheidsprestaties willen verbeteren. De safety flyers die zij hiervoor inzetten worden eenvoudig op de website gemaakt of geüpload (met of zonder zonder bedrijfsnaam) bedrijfsnaam) en zijn voor iedere deelnemer deelnemer beschikbaar. beschikbaar. Door Doorde deinciincident dent oorzaken te delen, worden gevaren de werkplek oorzaken te delen, worden gevaren op deopwerkplek sneller herkend. herkend. Op Op deze deze manier manier leren leren de desamenwerkende samen-werkende bedrijven van elkaar en hun (bijna) ongevallen. Uitvoerders Uitvoerders kunnen lessen meteen de praktijk toepassen. kunnen dezedeze lessen meteen in deinpraktijk toepassen.

Continu vergroten van het risicobewustzijn

Attendeer uw medewerkers met behulp van de nieuwste safety flyers op latent aanwezige veiligheidsrisico’s van de meest uiteenlopende uiteenlopende aard. aard. Anders Anders dan dan bij bij een een training training ofof meest structureel het risicobewustzijn workshop vergroot u zo structureel van uw medewerkers. Makkelijker kunnen wij wij ongevals ongevals-de website website en preventie niet voor u maken. Bezoek de profiteer van de tijdelijke actiekorting!

sharing learning prevention

002_sipress.indd 1

20-08-12 13:44


inhoud 3

10 Interview: Peter Ort ‘Door samen te werken met bedrijven kan Defensie de onderhoudskosten verlagen en bedrijven naar deze regio trekken.’ Dit zegt commodore Peter Ort, directeur van het Logistiek Centrum Woensdrecht. Hij ziet de regio Woensdrecht uitgroeien tot Europees centrum voor onderhoud.

14 Thema: Contractvormen Frank Verbeeten doet onderzoek naar uitbestedingsstrategieën en in welke mate prestatiemanagement wordt toegepast. En gemeenten en waterschappen moeten 380 miljoen euro per jaar besparen. Een gezamenlijke aanpak kan al een besparing van acht procent opleveren.

5 COMMENTAAR 6 ACTUEEL 16 PRESTATIEMANAGEMENT BRENGT ALLES IN VERBAND

20 ROADMAP AFVALWATERKETEN REALISEERT BESPARING

25 PRODUCTEN 26 OFDJELL: VAN KWAAD TOT ERGER 28 NEEM EEN KIJKJE IN DE ‘VEILIGHEIDSSPIEGEL’

30 WHAT’S NEXT 35 UNDER CONSTRUCTION 37 VOLGEND NUMMER

Maint

NL

Het magazine van de NVDO

39

De eerste editie van MaintNL na de zomer, met onder meer: een maintenance engineer bij NedTrain die de Sprintertreinen in bedrijf houdt met functioneel onderhoud, het derde deel van de serie over jeugd en techniek, maintenance in de topsector water en ketensamenwerking in de bouw- en onderhoudswereld: ‘Ketensamenwerking maakt ruimte voor vakmanschap en werkplezier.’

Watersector wil hersens en handen leveren Techniek is niet vies en moeilijk Veiligheid vraagt om leiderschap Het contract van de toekomst Column Frans Stokbrood Maintenance Manager: ‘Op de werkvloer moet het gebeuren’ Ieder zijn vak: Maintenance engineer maakt onderhoud lonend Samen werken aan vakmanschap en plezier Centrale automatisering overwint weerstand

42 44 50 52 53 54 62 66 70

07

iMaintain 12

003_C_inhoud.indd 3

22-08-12 13:31


complexe processen grote risico’s integraal onder controle

AMprover software borgt uw totale risicobeheersing in één pakket ®

Bij verantwoorde risicobeheersing draait alles om het borgen van uw veiligheid en kwaliteit. Dat begint bij uw product en het functioneren van fysieke bedrijfsmiddelen. Maar kijkt ook naar processen, systemen, mensen, regelgeving en milieu. AMprover® software geeft overzicht en inzicht in de diverse risicovraagstukken en de kosteneffectieve maatregelen die het best aansluiten op uw bedrijfsspecifieke situatie. AMprover® is ontwikkeld door Traduco, de mensen die Asset Management opnieuw hebben gedefinieerd. En dat biedt u een ander perspectief. www.traduco.nl

10

YEAR

a wider perspective, focused on you

004_traduco.indd 1

20-08-12 13:44


COMMENTAAR 5

Goednieuwsoffensief ‘Vertrouwen komt te voet en gaat te paard’ klinkt als een middeleeuws gezegde dat archaïsche beelden oproept van ridders en struikrovers. Vertaald naar de moderne wereld vertrekt het vertrouwen met vijfhonderd paardenkrachten en zie dat maar eens in te halen. De media smullen van al dan niet vermeende schandalen en verspreiden hun nieuws razendsnel via de gebruikelijke en nieuwe digitale kanalen. Dat die media voordien niet geïnteresseerd waren in de succesverhalen van de industrie doet niet ter zake; de industrie en daarmee ook de onderhoudswereld staat in kwaad daglicht. Tijd voor een reactie dus. De industrie is normaal gesproken vrij introvert waar het gaat om nieuwsvoorziening. Successen worden misschien nog wel intern gevierd, maar zelden naar buiten gebracht. Ik denk dat een mediaoffensief wel degelijk kan helpen om het zwart-wit beeld dat men nu heeft van de industrie iets in te kleuren. Misschien een pijnlijke analogie, maar het EK voetbal kan een wijze les betekenen. Nu wil ik het niet over ego’s en interne conflicten hebben, maar over een van de minst aantrekkelijke posities in het veld: de keeper. Ik heb een veiligheidsmanager wel eens horen zeggen dat je zo goed bent als je laatste ongeval en bij keepen geldt dat eigenlijk ook wel. Je bent zo goed als de laatst doorgelaten bal. Toch werd Maarten Stekelenburg menigmaal uitgeroepen tot man of the match. Men vergaf de fouten die Stekelenburg maakte doordat hij liet zien dat hij zijn uiterste best deed om zijn taak zo goed mogelijk te vervullen. Nu wil ik niet direct zeggen dat we fouten moeten tolereren, maar je kunt ze wel meer in perspectief zetten als je meer weet over de achtergrond en de motieven van bedrijven. Willen bedrijven ten koste van alles winst halen, dan is het een verloren zaak. Maar ook bedrijven die hun stinkende best doen, kunnen soms een steekje laten vallen. Kom maar met uw succesverhalen, wij plaatsen ze graag. Als het mis gaat zullen we het ook melden, maar dan wel met kennis van zaken en in het juiste perspectief. David.vanbaarle@industrielinqs.nl

HOOfdREdACTiE

Mark Oosterveer 020 3122 793 mark.oosterveer@industrielinqs.nl NUMMER 07 - 2012

David van Baarle 020 3122 082 david.vanbaarle@industrielinqs.nl

UiTGAvE vAN

EiNdREdACTiE

Industrielinqs pers en platform Veembroederhof 7 1019 HD Amsterdam Postbus 12936 1100 AX Amsterdam

PARTNER

Nederlandse Vereniging voor Doelmatig Onderhoud (NVDO) Postbus 138, 3990 DC Houten

Elise Quaden 020 3122 084 elise.quaden@industrielinqs.nl

MEdEwERkERs

Evi Husson, Liesbeth Schipper, Erik te Roller, Renske van den Berg, Ingrid Rompa, Pieter Pulleman, Jeroen Akkermans, Teus Molenaar

COvER

Frank van Biemen

LAy-OUT

Gabriele Köbbemann

AdvERTENTiEvERkOOP Ahoy Rotterdam NV Ahoy-weg 10 3084 BA Rotterdam Postbus 5106 3008 AC Rotterdam Organisator van

UiTGEvER

Wim Raaijen 020 3122 081 wim.raaijen@industrielinqs.nl

Jetvertising BV Arthur Middendorp T: 070 399 00 00 F: 070 390 24 88 arthur@jetvertising.nl

TRAffiC

Breg Schoen 020 3122 088

dRUkkERij

DeltaHage, Den Haag

AbONNEMENTEN (iNCL. bTw)

Nederland/België e 93,Introductie NL/België 25% e 69,75 Overig buitenland e 117,Losse verkoopprijs e16,Studenten e40,Proefabonnement (3x) e 27,50

OPzEGGEN

Dit magazine hanteert de opzegregels uit het verbintenissenrecht. Wij gaan er van uit dat u het blad ontvangt uit hoofde van uw beroep. Hierdoor wordt uw abonnement steeds stilzwijgend met een jaar verlengd. Proef- en kennismakingsabonnementen worden niet automatisch verlengd en stoppen na het aantal aangegeven nummers. Opzeggen kan via www. aboland.nl, per post of per telefoon. De opzegtermijn is 8 weken voor het einde van uw abonnementsperiode. Als opzegdatum geldt de datum waarop uw opzegging door Abonnementenland is ontvangen. Indien u hierom verzoekt, ontvangt u een bevestiging van uw opzegging met daarin de definitieve einddatum van uw abonnement. Adreswijzigingen kunt u doorgeven via www.aboland. nl, per post of per telefoon. Overige vragen kunt u stellen op www.aboland.nl of neem telefonisch contact met Abonnementenland op.

AbONNEMENTENLANd

Postbus 20 1910 AA Uitgeest Tel. 0900-ABOLAND of 0900-226 52 63 € 0,10 per minuut Fax 0251-31 04 05 Site: www.bladenbox.nl voor abonneren of www.aboland.nl voor adreswijzigingen en opzeggingen. Abonnementenland is ook bereikbaar via Twitter. Stuur uw tweet naar: @Aboland_klanten. Prijswijzigingen voorbehouden. ISSN: 2211-6826

© Industrielinqs pers en platform BV Niets uit deze uitgave mag worden gereproduceerd zonder toestemming van de uitgever.

07

iMaintain 12

005_B_commentaar.indd 5

22-08-12 14:15


6 actueel

BeDRIJVeNNIeuWS cofely, tebodin en a. Hak sluiten miljoenencontract bij NaM

Cofely, Tebodin en A. Hak Leidingbouw - die ruim tien jaar gezamenlijk voor de Nederlandse Aardolie Maatschappij werken - hebben een nieuwe vijfjarige overeenkomst gesloten voor de engineering, inkoop en uitvoering van alle landelijke onshore-projecten van de NAM. De overeenkomst met de grootste gasproducent van Nederland vertegenwoordigt een waarde van honderden miljoenen euro’s en zal naar verwachting duizenden manjaren aan werkgelegenheid opleveren, waarvan een groot deel in Noord-Nederland.

achterblijvers BRZO-bedrijven in Rijnmondgebied Zeven BRZO-bedrijven uit het Rijnmondgebied hebben in 2011 overtredingen gemaakt die nog niet zijn verholpen. Dat blijkt uit een onderzoek van Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), dat gelijk is gepubliceerd met een landelijke rapportage over BRZO-toezicht. De bewuste bedrijven staan op een lijst met honderd BRZO-bedrijven met overtredingen. De lijst was in 2011 samengesteld na een quick scan van de inspectie ILT. Na een motie van Tweede Kamerlid Liesbeth van Tongeren heeft ILT de veiligheid bij deze honderd bedrijven opnieuw onderzocht. ILT heeft hiervoor tot 7 mei informatie opgevraagd bij de bevoegden. Op die datum waren bij Bertschi, Cerexagri, Maastank, North Sea Group, Odfjell Terminals, Organik Kimya Netherlands en Veembedrijf De Rijke de overtredingen niet aantoonbaar opgeheven.

07 12 iMaintain

006_7_9_D_actueel.indd 6

Bouwend Nederland: infrastructuur kind van de rekening Waar heel Europa investeert in infrastructuur, moet Nederland geen roofbouw op zichzelf plegen door minder te investeren in infrastructuur en onderhoud. ‘Nederland bezuinigt zich op die manier dan juist verder de crisis in. Het ondernemersklimaat in ons land wordt er niet beter op’, aldus Joep Rats, directeur economische zaken bij Bouwend Nederland. Bouwend Nederland heeft de investeringen in onderhoud en aanleg van infrastructuur in onze buurlanden en in ons eigen land in kaart gebracht. In de grafieken is goed zichtbaar hoe Nederland, tegen de trend in, als enige land structureel minder investeert in onderhoud en aanleg van wegen, spoor en energie- en ict-netwerken. Rats: ‘We zien dat proactief onderhoud meer en meer het veld moeten ruimen voor reactieve maatregelen. We stoppen vingers in gaten in de dijk, zonder daarbij na te denken over een nieuwe dijk die wél bestand is tegen het water van nu én dat van de komende jaren. Daarmee snijden we onszelf echt in de vingers. In plaats van ons te richten op waardebehoud en mogelijk groei, proberen we de problemen met lapmiddeltjes te verhelpen.’

CBS: Economie licht gegroeid Volgens de eerste, voorlopige raming van het CBS is de economie in het tweede kwartaal van 2012 met 0,2 procent gegroeid ten opzichte van een kwartaal eerder. Ten opzichte van het tweede kwartaal van 2011 kromp de economie met 0,5 procent. Het aantal werkdagen was in beide kwartalen hetzelfde. De groei van 0,2 procent ten opzichte van het voorafgaande kwartaal was gelijk aan die in het eerste kwartaal. Deze beperkte groei in de eerste helft van 2012 volgt op een krimp in de tweede helft van 2011. Ondanks de lichte groei zit Nederland nog steeds in een periode van laagconjunctuur. De uitvoer is in het tweede kwartaal met 3,6 procent gegroeid ten opzichte van een jaar eerder. Wel groeit de wederuitvoer, waaraan Nederland relatief minder verdient, sneller dan de uitvoer van producten van eigen bodem. Van de in Nederland gemaakte producten groeide in het tweede kwartaal vooral de uitvoer van aardgas en van aardolieproducten. De investeringen in vaste activa lagen in het tweede kwartaal 3,2 procent lager dan een jaar eerder. De krimp hangt samen met de malaise in de bouw. Zowel in woningen en bedrijfsgebouwen, als in grond-, weg- en waterbouwkundige werken werd minder geïnvesteerd. Ook de investeringen in machines en installaties krompen in het tweede kwartaal. Vanwege aflopende fiscale stimulering werd wel meer geïnvesteerd in bedrijfswagens.

Kijk voor meer nieuwsberichten op www.i-maintain.nl

22-08-12 09:18


actueel 7

Verhagen wil meer weten over reactorvat Doel

BeDRIJVeNNIeuWS Gedeelde regie turnarounds Shell Pernis en Moerdijk

Minister Maxime Verhagen (Energie) heeft de Kern Fysische Dienst om informatie gevraagd over de mogelijke gevolgen van problemen met een reactorvat in de Belgische kerncentrale van Doel. Reactor 3 van de kerncentrale in Doel ligt al enige tijd stil vanwege groot onderhoud en is nu buiten gebruik voor nader onderzoek naar mogelijke afwijkingen van het reactorvat. Verhagen meldt dat de Belgische autoriteiten hem hebben geïnformeerd en dat er geen acuut gevaar is. Hij benadrukt dat het reactorvat in kerncentrale Borssele afkomstig is van een andere fabrikant dan het bewuste vat in Doel. Wel heeft de bewindsman gevraagd of zijn Belgische collega’s hem op de hoogte houden over de uitkomsten van verder onderzoek en andere mogelijke ontwikkelingen. Bij een controle van de kerncentrale in Doel bleek dat er wellicht iets fout is met een van de reactorvaten. Met behulp van geluid is de dichtheid van de wand van het reactorvat onderzocht. Daarbij zijn afwijkingen gemeten, vandaar dat nu nader onderzoek volgt.

Cofely wordt verantwoordelijk voor het projectmanagement voor grootschalig onderhoud aan de fabrieksinstallaties van Shell in Pernis en Moerdijk. Tijdens de turnarounds wordt het bedrijf verantwoordelijk voor de aansturing van een groot aantal subcontractors. In de komende vijf jaar staat zij samen met Shell voor de uitdaging de efficiency van deze activiteiten te verbeteren zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit en de veiligheid.

‘Reorganisatie bij DSM is noodzakelijk’

air France-KlM en Rolls Royce in conflict

De reorganisatie bij DSM is noodzakelijk om de concurrentiepositie van het bedrijf te verbeteren. Het speciaalchemiebedrijf staat er nog altijd goed voor, maar moet ingrijpen om dat zo te houden, zegt bestuursvoorzitter Feike Sijbesma. DSM kondigde onlangs een besparingsprogramma aan waarbij wereldwijd duizend banen verdwijnen. In Nederland worden vierhonderd van de ruim zesduizend arbeidsplaatsen geschrapt. Die aankondiging kwam Sijbesma op kritiek vanuit de vakbonden en de politiek te staan. FNV Bondgenoten wees erop dat DSM nog altijd winst maakt en noemde de reorganisatie ‘overkill’. Sijbesma begrijpt de grieven van de bond, maar is het niet eens met hun conclusie. ‘De bonden hebben er gelijk in als ze stellen dat het niet slecht gaat met DSM’, stelde hij. ‘Maar we willen het bedrijf te allen tijde gezond houden. We moeten daarbij maatregelen nemen om de concurrentiepositie te verbeteren en daar kunnen we niet mee wachten tot we verlies maken.’

‘Onderhoudskosten drukken resultaat Shell’ De winst van Shell is in het tweede kwartaal gedaald als gevolg van een lagere gemiddelde olieprijs. Een hogere productie bood geen tegenwicht. Dat blijkt uit de cijfers die het olie- en gasconcern presenteerde. CEO Peter Voser reageert in een interview met CNBC op de teleurstelling van beleggers door te wijzen op onderhoudskosten ter waarde van vijfhonderd miljoen dollar, waar de markt volgens de topman geen rekening mee had gehouden. Waar analisten geraadpleegd door Bloomberg rekenden op een winst op basis van geschatte actuele kosten en exclusief bijzondere posten van 6,3 miljard dollar, werd dit 5,7 miljoen dollar. Voser liet weten dat het vooral de energieprijzen waren die het resultaat van Shell drukte. ‘Onze sector blijft kampen met significante schommelingen van de energieprijzen als gevolg van economische en politieke ontwikkelingen’, aldus Voser. De winstdaling in het tweede kwartaal is volgens de topman specifiek het gevolg van zowel de lagere olieprijs als een gedaalde gasprijs in Noord-Amerika. Die elementen deden een hogere productie en verbeterde raffinagemarges teniet.

Air France-KLM en Rolls-Royce Holdings PLC kunnen geen overeenstemming bereiken over de vraag wie het onderhoud van de 25 nieuwe Airbus A350-vliegtuigen, die de Frans-Nederlandse luchtvaartmaatschappij wil kopen, voor zijn rekening zal nemen, melden bronnen bekend met de situatie. Het dispuut is een uitwas van de groeiende concurrentie in de lucratieve lucht- en ruimtevaart-service- en onderhoudssector. Het inmiddels twaalf maanden durende conflict met Rolls-Royce, de enige motorleverancier voor de Airbus vliegtuigen, heeft volgens de bronnen een vertragend effect op de definitieve bevestiging van de order ter waarde van in totaal zeven miljard dollar.

07

iMaintain 12

006_7_9_D_actueel.indd 7

22-08-12 09:18


www.ApplusRTD.com

Applus RTD is de wereldwijde referentie voor Asset Integrity Services, met een solide basis in Niet-Destructief Onderzoek en Inspecties. Onze focus ligt op het leveren van totaal oplossingen op het gebied van testen, inspecteren en certificeren, die de integriteit van uw installatie waarborgen. Dit doen we al sinds 1937. Onze Asset Integrity Services, standaard en op maat gemaakt, verzekeren de integriteit en conformiteit van uw installaties.

Applus RTD Nederland Delftweg 144 3046 NC Rotterdam T + 31 10 716 60 00 Postbus 10065 3004 AB Rotterdam E info.netherlands@applusrtd.com

018_eco_applus.indd 1

20-08-12 13:48


actueel 9

Onderzoek lekkage pijpleiding Barendrecht in volle gang Het onderzoek naar de oorzaak van de olielekkage aan de Voordijk in Barendrecht is in volle gang. Het team bestaat uit medewerkers van de NAM en toezichthouder SodM (Staatstoezicht op de Mijnen). Ook is er regelmatig overleg met andere instanties en autoriteiten over het opruimen van de locatie, over bodemmetingen, inspecties en de werkzaamheden op locatie. Op woensdag 11 juli werd een vloeistofmengsel van olie en aardgascondensaat waargenomen op een weiland aan de Voordijk in Barendrecht. De betreffende NAMpijpleiding is uit bedrijf genomen en het lek is gedicht. Er is direct gestart met opruimen van de vervuilde grond. De pijpleiding is over een lengte van ongeveer twaalf meter ontgraven en blootgelegd. Inspectie heeft uitgewezen dat een klein gaatje in de stalen leiding een scheur van ongeveer 25 centimeter in de buitenmantel heeft veroorzaakt, waaruit het vloeistofmengsel is gelekt. Het lopende onderzoek richt zich primair op de oorzaak van de lekkage.

ZZP’er te weinig ondernemer om huidig economisch klimaat hoofd te bieden Zelfstandige interim managers en professionals beschikken weliswaar over voldoende competenties om van meerwaarde te zijn voor opdrachtgevers, maar ze zijn te weinig ondernemend om het huidige economische klimaat het hoofd te bieden. Zo ervaart 76 procent van de ondervraagde zelfstandige professionals een inkomensdaling. Die wordt grotendeels opgevangen door een beroep te doen op hun opgebouwde reserves of door hun uitgaven te verminderen. Want een opvallend grote groep van de zelfstandigen (63 procent) heeft naast hun lopende opdracht geen additionele, betaalde activiteiten. Dit en meer blijkt uit de Interim Index 2012, een periodiek onderzoek van Atos Interim Management en Nyenrode Business Universiteit naar de ontwikkelingen en veranderingen in de markt voor zelfstandige management professionals. In totaal deden dit jaar 734 respondenten mee aan het onderzoek. Zij geven in ruime meerderheid aan dat de marktomstandigheden de komende tijd zullen verslechteren. Slechts 15 procent van de respondenten verwacht dat er een toename zal zijn van de vraag naar tijdelijke managers. Dit is onder andere het gevolg van de sterke terugval van overheidsopdrachten.

Eerste schepen Tweede Maasvlakte eind 2013 Het Havenbedrijf Rotterdam verwacht dat over anderhalf jaar de eerste schepen afmeren aan de kade van de Tweede Maasvlakte. Eind 2013 zullen die schepen naar verwachting materialen aanleveren voor de bouw van de terminals van APM en Rotterdam World Gateway. Op 11 juli heeft koninging Beatrix het officiële startsein gegeven voor de afsluiting van de zeewering van het nieuwe haventerrein in zee. Daarmee verandert de kaart van Nederland. Het havengebied wordt twintig procent groter en de Nederlandse kustlijn komt ongeveer 3,5 kilometer verder in zee te liggen.

BeDRIJVeNNIeuWS Strukton Rail hernieuwt Zweedse contracten Strukton Rail AB, dochterbedrijf van Oranjewoud, heeft twee contracten voor het beheer en onderhoud van twee railnetwerken in Stockholm verlengd. Het gaat om werk aan het metronetwerk Tunnelbanan en de Roslagsbanan. De contracten hebben een totale waarde van 340 miljoen euro en een looptijd van vijf tot negen jaar. De overeenkomsten gaan per januari 2013 in. Strukton Rail AB heeft een vernieuwde vorm van de contracten gesloten waarin de onderhoudsaannemer meer verantwoordelijkheid op zich neemt en een deel van de taken van opdrachtgever Storstockholms Lokaltrafik overneemt.

arriva neemt onderhoud nieuwe treinen in eigen hand

Arriva gaat het onderhoud van de 38 nieuwe treinen die gefaseerd naar Nederland komen, in eigen hand nemen. Daartoe wordt in Zutphen een werkplaats gerealiseerd die in september gebruiksklaar moet zijn. Voor de nieuwe concessies Achterhoek Rivierenland en de Vechtdallijnen is vooraf onderzocht of het interessant is het onderhoud zelf te verzorgen, zoals Arriva dit in andere Europese landen al doet. Een eigen werkplaats biedt naast meer efficiëntie ook het belangrijke voordeel dat de machinisten en monteurs werkzaam zijn in één bedrijf. Voor het onderhoud van de treinen is een samenwerking met Strukton gevonden. In Zutphen wordt een put- en vlakspoor voor eigen gebruik gerealiseerd en een kantoor met direct zicht op deze werkplaats met twee sporen. Na een uitgebreide testperiode zullen de treinen per december voor de concessies worden ingezet en gaan er in de werkplaats de nodige onderhoudswerkzaamheden plaatsvinden.

07

iMaintain 12

006_7_9_D_actueel.indd 9

22-08-12 09:18


10 interview

vliegtuigonderhoud in woensdrecht gro

Peter Ort: ‘Logistiek Centrum woensdrecht heeft een unieke positie. er is weinig concurrentie en dat biedt voor ons kansen voor groei en extra werkgelegenheid in nederland.’

07 12 iMaintain

010_11_12_13_I_interview.indd 10

Abonnees lezen meer op www.i-maintain.nl

21-08-12 11:12


interview 11

ht groeit door samenwerking ‘Door samen te werken met bedrijven kan Defensie de onderhoudskosten verlagen en bedrijven naar deze regio trekken. Inmiddels is de weg vrijgemaakt voor een unieke samenwerking, die zal leiden tot extra bedrijvigheid, werkgelegenheid en hoogwaardige scholing.’ Dit zegt commodore Peter Ort, directeur van het Logistiek Centrum Woensdrecht. Hij ziet de regio Woensdrecht uitgroeien tot Europees centrum voor onderhoud.

‘In de afgelopen tijd hebben wij enkele bedrijven op het gebied van vliegtuigonderhoud weten te interesseren om zich op de luchtmachtbasis in Woensdrecht te vestigen’, vertelt commodore Peter Ort. ‘Hiermee is de kiem gelegd voor een ontwikkeling waarmee de locatie Woensdrecht kan uitgroeien tot een one stop shop voor het onderhoud van militaire vliegtuigen, zoals jachtvliegtuigen en helikopters in heel Europa.’ Op de basis in Woensdrecht verzorgt Luchtmacht-onderdeel Logistiek Centrum Woensdrecht (LCW) het onderhoud van vliegtuigen van de Luchtmacht en materieel van de Landmacht, Marechaussee en Marine. Aanvankelijk beschikte de Luchtmacht over 213 F16-toestellen. Door ingrijpende bezuinigingen is dit aantal inmiddels geslonken tot 68. Door de aangegane samenwerking met het bedrijfsleven ziet de toekomst er voor de 1148 medewerkers van LCW ondanks nog komende bezuinigingen iets rooskleuriger uit. De afgelopen jaren zijn de vaste kosten van het vliegtuigonderhoud (kosten die niet gerelateerd zijn aan het aantal vliegtuigen) vrijwel gelijk gebleven. Het aantal te onderhouden vliegtuigen is echter

Erik te Roller

geslonken, waardoor de onderhoudskosten per vliegtuig gemiddeld zijn gestegen. Door deze ontwikkeling dreigde het onderhoud bij het LCW te duur te worden en stond het voortbestaan van het centrum aanvankelijk ter discussie. In antwoord hierop is LCW enkele jaren geleden een andere weg in geslagen: die van (publiekprivate) samenwerking met luchtvaartgerelateerde bedrijven. De overheid steunt dit zogenoemde Maintenance Valley-initiatief: het vormen van een cluster van dergelijke bedrijven op en rond de vliegbasis, waardoor activiteiten op het gebied van onderhoud, reparatie en modificatie van vliegtuigen in Woensdrecht behouden kunnen blijven en zelfs kunnen groeien.

Wat doet LCW? Ort: ‘Bij onderhoud demonteren we een vliegtuig in componenten. Bij componenten kun je denken aan de motor, de hydraulische systemen, avionica (elektronische en fijnmechanische componenten van vliegtuigen en geleide wapensystemen, red.) en communicatiemiddelen. We controleren ze, maken ze schoon en repareren ze zo nodig. Dat doen we deels zelf en we laten het voor de rest door gespecialiseerde bedrijven doen. De romp

De kiem is gelegd voor een ontwikkeling waarmee de locatie Woensdrecht kan uitgroeien tot een one stop shop voor het onderhoud van militaire vliegtuigen in heel Europa.

en vleugels worden opnieuw gespoten en daarna zetten we het vliegtuig weer in elkaar. LCW is uniek, omdat je hier al die zaken bij elkaar vindt, inclusief de logistiek. Bij logistiek kun je denken aan het inkopen en opslaan van goederen, bewaken van het logistieke proces om onderhoud te kunnen uitvoeren en zorgen dat de goederen op de juiste plek terechtkomen. En niet onbelangrijk: we hebben hier een start- en landingsbaan, zodat vliegtuigen hier gemakkelijk kunnen komen en vertrekken.’

Hoe is de situatie bij LCW nu? ‘In 2005 is al besloten om alle onderhoudsactiviteiten te concentreren op Woensdrecht. Ons centrum voor kennis en onderhoud van avionica in Rhenen verhuist eind dit jaar naar dit terrein. Ook het centrum voor communicatiemiddelen en missieondersteuning in Dongen komt hierheen. Verder nemen we het onderhoud van de marinehelikopters uit Den Helder over. Ten slotte is in 2011 besloten om het fase-onderhoud van de vliegtuigen, zeg maar de grote beurt van de vliegtuigen, alleen nog in Woensdrecht uit te voeren. Tot nu toe deden de vliegvelden dat deels zelf. Daarmee zal Woensdrecht binnenkort de centrale plaats voor onderhoud van militaire vliegtuigen in Nederland zijn. Door de centralisatie behalen we efficiencyvoordelen en besparen we kosten.’

Laat LCW onderhoud ook elders uitvoeren? ‘Het onderhoudswerk aan vliegtuigen vindt voor slechts dertig procent plaats in Woensdrecht en voor zeventig procent buiten Defensie. Van die zeventig

07

iMaintain 12

010_11_12_13_I_interview.indd 11

21-08-12 11:12


12 interview

procent aan onderhoudswerk vindt weer tachtig tot negentig procent plaats in de Verenigde Staten, waar bedrijven voldoende schaalgrootte hebben om dit rendabel te kunnen uitvoeren. We kunnen niet alles uitbesteden, omdat het noodzakelijk is bepaalde kennis en expertise te behouden, zodat we in onze uitzendgebieden kunnen blijven opereren en de klant ondersteuning kunnen blijven garanderen.’

Kunnen andere bedrijven die dertig pro­ cent niet overnemen? ‘De reden om deze resterende dertig procent in eigen beheer te houden, heeft te maken met het behoud van kennis en expertise. Niet alle geheim-geclassificeerde items en explosieve materialen kunnen bij de industrie worden ondergebracht. Ook is er werklast waarvoor de industrie geen interesse heeft of waarvoor de industrie bovenmatige doorlooptijden en kosten rekent. Bovendien beschikken niet alle bedrijven over de juiste licenties en certificaten van andere bedrijven om bepaald onderhoud te mogen uitvoeren. Momenteel zijn bepaalde activiteiten die we hier doen niet meer economisch rendabel, omdat we niet genoeg schaalgrootte meer hebben. Die zijn dus ook niet direct interessant voor bedrijven in de omgeving. Dat heeft te maken met het aantal F16’s dat in de loop der jaren is geslonken van 220 tot 68. Ook zijn de aantallen van verschillende typen helikopters (Lynx, NH90, Chinook, Cougar en Apache , red.) laag. Hierdoor zijn de onderhoudskosten per toestel relatief hoog. Voor het onderhoud van de resterende 75 motoren van Nederlandse F16’s stonden we voor de keuze om het onderhoud uit te besteden aan bedrijven in Amerika, maar dan zouden we met hogere transportkosten te maken krijgen en een grotere doorlooptijd. Als we het in eigen huis hadden willen voortzetten, hadden we werk van buiten moeten aantrekken om het rendabel te kunnen blijven doen. Het LCW mag echter geen werk voor derde partijen uitvoeren. Daarom zijn we op zoek gegaan naar partners die zowel voor ons als andere opdrachtgevers kunnen werken en hierbij gebruik maken van onze infrastructuur en productiemiddelen. Dit leidt tot schaalvergroting, waardoor het financiële plaatje er voor ons weer gunstig uit komt te zien.’

Valt van die zeventig procent uitbesteed onderhoud niet meer naar Nederland te halen? ‘Dat willen we graag, maar dat kan alleen als we hier meer vliegtuigen dan alleen die van de Nederlandse vloot onderhouden. Ook kan het extra werk, zoals ik net al aangaf, alleen door commerciële partners opgepakt worden. Daarom hebben we contact gezocht met meerdere bedrijven. Dat kunnen geen willekeurige bedrijven zijn. Om een component van een vliegtuig te onderhouden moet je toestemming hebben van de originele fabrikant (OEM’s, red.). Normaal voert de fabrikant zelf het onderhoud uit of laat dat doen door bedrijven die hiervoor een licentie krijgen.’

Waar heeft LCW nu voor gekozen? ‘Onze strategische koers is om samen te werken met de OEM’s. Voor hen heeft het voordelen om hier een vestiging te openen, omdat Woensdrecht de potentie heeft uit te groeien tot een belangrijk Europees centrum voor vliegtuigonderhoud. Ook is het voor de OEM’s interessant, dat ze van ons toegang krijgen tot de operationele gebruiksgegevens van de onderdelen in de toestellen. Eventueel kunnen de OEM’s een Nederlandse partner aanwijzen en die een licentie geven om het werk uit te voeren. Verder houdt de betrokkenheid van de Nederlandse overheid bij Woensdrecht

en Maintenance Valley een erkenning van de kwaliteit van deze locatie in. Voor ons is het een voordeel dat we kunnen terugvallen op OEM’s die hier ter plaatse zijn gevestigd. Uiteindelijk zijn wij en de Europese klanten hier goedkoper uit. De transportkosten zijn lager en de doorlooptijd van het onderhoud is korter. Bij een langere doorlooptijd heb je bijvoorbeeld per saldo meer motoren nodig om op elk moment voldoende vliegtuigen te kunnen inzetten. Dat is een kostbare zaak, waar je praat over meerdere miljoenen.’

Hoe denken andere landen hierover? ‘Engeland heeft zijn eigen OEM’s en is daarmee selfsupporting. De overige landen zijn naar mijn idee nog niet zo ver als wij. Noorwegen overweegt meer onderhoud in eigen huis te doen. En de Denen en Belgen kampen ook met het probleem van relatief duur onderhoud. Wij hebben dus een unieke positie. Er is weinig concurrentie en dat biedt voor ons kansen voor groei en extra werkgelegenheid in Nederland.’

Zijn er OEM’s geïnteresseerd? ‘Terma, de Deense fabrikant van elektronische zelfbeschermende apparatuur, heeft zich al gevestigd op het LCW-terrein. Zij onderhoudt hier luchtmachtmaterieel waarvan zij OEM is. Die spullen hoeven dus niet meer apart naar Denemarken gestuurd

07 12 iMaintain

010_11_12_13_I_interview.indd 12

21-08-12 11:12


interview 13

te worden. Verder heeft Dutch Aero Services in maart 2011 een contract met Defensie gesloten voor het onderhoud aan de F100-motoren van F-16’s voor 25 jaar. Het gaat om een publiek-private samenwerking, waarbij LCW zijn infrastructuur, productiemiddelen, uitrusting en gereedschap ter beschikking stelt aan het bedrijf voor het uitvoeren van het motoronderhoud. En als private partij kan Dutch Aero Services ook werk van derden aantrekken en zo het onderhoud efficiënter uitvoeren, waardoor de onderhoudskosten per motor omlaag kunnen. Overigens heeft het bedrijf voor dit werk een licentie van motorfabrikant Pratt & Whitney gekregen. In Rhenen werken we al samen met Elbit Systems, een Amerikaanse OEM op het gebied van avionica. Zij zijn daar op het LCW-terrein gehuisvest. Elbit krijgt in een later stadium onderdak in Woensdrecht op het moment dat hier alle avionicawerkzaamheden worden ondergebracht. Verder hebben we een samenwerkingsovereenkomst met Boeing gesloten. Hiermee hebben we een belangrijke partner in huis gehaald voor het verbeteren van het onderhoud aan de Apache- en de Chinook-helikopter. Boeing heeft inmiddels een overeenkomst gesloten met AAR Aircraft Components Services in Hoofddorp. Mogelijk brengt AAR onder de licentie van Boeing een deel van zijn activiteiten over naar Woensdrecht. Ten slotte zijn we in gesprek met twee andere bedrijven over hun komst naar Woensdrecht.’

Dekt Woensdrecht alle onderhoud? ‘Met deze OEM’s bereiken we een dekking van tachtig procent. Voor de resterende twintig procent proberen we diverse OEM’s te overtuigen om hier ook naartoe te komen. Dankzij de samenwerking kunnen we de F16-toestellen en helikopters hier economisch rendabel onderhouden en zijn we klaar om het onderhoud van de vervanger van de F16 op te pakken als Nederland eenmaal een keuze heeft gemaakt. Vanwege onze sterke positie kunnen we ervoor zorgen dat dit werk in Nederland blijft en niet naar Noorwegen, Italië of een ander Europees land verhuist.’

Wat als de JSF niet doorgaat? ‘Als Nederland besluit tot aanschaf van de JSF, dan is dit erg positief voor de Nederlandse industrie vanwege de extra orders die dan zullen volgen. Dit zal ook een positieve impuls geven aan de

Onze strategische koers is om samen te werken met de OEM’s. Voor hen heeft het voordelen om hier een vestiging te openen.

werkgelegenheid in Nederland en aan Maintenance Valley in Woensdrecht.’

Is er genoeg technisch gekwalificeerd personeel beschikbaar? Vanwege de bezuinigingen op de defensieuitgaven verliezen circa tienduizend medewerkers hun huidige baan. Sommigen daarvan kunnen solliciteren op vacatures die hier zijn. Het gaat wel om technisch hoogwaardig werk, waarvoor moeilijk mensen te krijgen zijn. We houden nauw contact met de World Class Aviation Academy die onderhoudspersoneel opleidt in Gilze-Rijen en Woensdrecht. Deze academie maakt deel uit van ROC Brabant.’

Wat vindt u van het idee van de Nederlandse defensiegerelateerde indus­ trie om strategische partnerschappen aan te gaan? ‘Ik denk dat gezamenlijke ondernemingen zoals GoCo’s, government owned/company operated, en joint ventures helemaal niet nodig zijn. De GoCo’s bijvoorbeeld brengen veel rompslomp met zich mee, omdat die dan personeel van Defensie moeten overnemen en er over de bijbehorende sociale voorwaarden moet worden onderhandeld. Het is veel eenvoudiger als wij de dertig procent van de strategi-

sche, operationele onderhoudstaken in Nederland blijven doen en de OEM’s eventueel in combinatie met de Nederlandse industrie de resterende zeventig procent uitvoeren. De gedachte is, dat we meer werk via de OEM’s in Nederland laten lopen, omdat LCW in personeelsaantal niet kan groeien. De OEM’s kunnen op hun beurt extra werk van derden aannemen.’

Kunnen de OEM’s niet alles overnemen? ‘Indien een deel van de dertig procent werklast, te beschouwen als kerncompetenties van het LCW, zou worden neergelegd bij de industrie, heeft dit automatisch tot gevolg dat bepaalde operationele en strategische ondersteuning van de klant niet meer of onvolledig kan worden gegarandeerd en derhalve de inzetbaarheid van het betreffende wapensysteem niet meer kan worden gegarandeerd. Deze dertig procent kan dus niet worden overgenomen zonder dat dit ten koste gaat van de inzetbaarheid en slagkracht van Defensie.’

Binnen hoeveel jaar kan Woensdrecht uitgroeien tot een Europees centrum voor onderhoud? ‘Ik verwachten dat de regio Woensdrecht in 2020 of 2025 zal zijn uitgegroeid tot een European Support Centre.’ n

07

iMaintain 12

010_11_12_13_I_interview.indd 13

21-08-12 11:12


14 THEMA

Contractvormen

Contracten afsluiten betekent samenwerken. Van alle betrokken partijen wordt input verwacht. Want als opdrachtgevers en contractors hun kennis delen, is echte verbetering mogelijk en worden zij gelijkwaardige partners. Associate professor Frank Verbeeten van de Amsterdam Business School aan de Universiteit van Amsterdam doet onderzoek naar uitbestedingsstrategieën en in welke mate prestatiemanagement wordt toegepast. De focus kan bij allerlei factoren liggen. Belangrijk is vooral dat er een strategie is: ‘Maak een bewuste keuze waarop je wilt presteren. Dat is de rode draad.’ Gemeenten en waterschappen moeten samen structureel 380 miljoen euro per jaar besparen in de afvalwaterketen. Asset management moet hiervoor gaan zorgen. Er wordt een leidraad opgesteld aan de hand waarvan alle organisaties in de keten asset management kunnen gaan implementeren. De gezamenlijke aanpak kan een besparing van acht procent opleveren. ‘Asset management is het vehikel om in de samenwerking verder te komen dan we nu doen, dat is de toegevoegde waarde.’

07 12 iMaintain

014_15_J_themaspread.indd 14

21-08-12 11:12


Foto: BP

THEMA 15

07

iMaintain 12

014_15_J_themaspread.indd 15

21-08-12 11:12


16 ContraCtvorMen

Prestatiemanagement brengt alles in verband Hoe zetten bedrijven prestatiemanagement in om de bedrijfsresultaten te verbeteren? Gebruiken zij wel prestatiemanagement als tool? associate professor Frank verbeeten van de amsterdam Business School aan de Universiteit van amsterdam (Uva) doet onderzoek naar de relatie tussen strategie en prestatiemeetsystemen. ‘als je de strategie niet goed implementeert met je prestatiemanagementsysteem gaat het mis.’ Pieter Pulleman

De Sectie Uitbesteden en Toeleveren van Onderhoud van de NVDO (SUTO) gaf Verbeeten opdracht om de studie uit te voeren. Arnold Hoosbeek van de sectie SUTO: ‘Wij willen vooral de onderhoudsbedrijven van de opdrachtgevers en de contractors ondersteunen door het delen van kennis over het uitbesteden. In de Benchmark 2010 ging het om de omgevingsfactoren, de trends en ontwikkelingen en de mate van prestatiemanagement. Met het onderzoek van de UvA zoeken we de concrete invulling van dat laatste. Levert het wat op aan het eind van de rit en hoe kun je het beïnvloeden?’

tiemeetsysteem. Opdrachtnemers kregen min of meer dezelfde vragen voorgelegd, maar dan bezien vanuit hun gezichtspunt. Verbeeten: ‘We wilden weten in welke mate onderhoud wordt uitbesteed en of de strategie van de organisatie die uitbesteedt van invloed is op het prestatiemeetsysteem dat de organisatie gebruikt om de externe partij aan te sturen. En is

Een goed prestatiemeetsysteem is afgestemd op de missie, visie en strategie.

Survey De onderzoeker van de UvA stuurde, met hulp van de SUTO, een uitgebreide vragenlijst naar zowel opdrachtgevers als opdrachtnemers. Met de survey wilden de onderzoekers onder meer in kaart brengen wat de belangrijkste strategieën zijn van opdrachtgevers, waar de strategische focus ligt en welke kenmerken het onderhoudscontract heeft. De geënquêteerden kregen ook vragen over het gehanteerde prestatiemeetsysteem; de gehanteerde maatstaven, de leerdoelstellingen van het contract en de effecten van het presta-

iMaintain Prestatiemanagement Frank Verbeeten zal de resultaten van zijn onderzoek bespreken op het congres iMaintain Prestatiemanagement, gehouden op 26 september in de Glazen Ruimte in Maarssen. Arnold Hoosbeek van de NVDO Sectie SUTO: ‘Door de huidige crisis is de focus op een goede bedrijfsvoering essentieel. Het managen van het uitbesteden van onderhoud is daarvan een belangrijke factor. Uit het onderzoek blijkt dat slechts 28 procent van de respondenten prestatiemanagement toepast om de bedrijfsresultaten te verbeteren. Op het congres op 26 september zullen we zowel de kennis van de universiteit als van mensen uit de praktijk delen. In deze moeilijke tijden is het extra belangrijk dat we de juiste dingen uitstekend doen. Door kennis te delen hoopt SUTO onderhoudsmanagers te helpen onderhoudsprestaties verder te verbeteren.’ Meer informatie: www.i-maintain.nl/prestatie

07 12 iMaintain

016_17_19_L_artikel 2.indd 16

het dan zo dat je bepaalde patronen kunt herkennen. Als je een strategie hebt die veel gericht is op innovatie, dan moet je misschien wel uitbesteden, maar weet dan wel dat je de juiste prestatie-indicatoren meeneemt en niet alleen stuurt op kosten. En dat is het doel van deze studie, om te kijken of dat ook gebeurt.’

Probleem Op het moment van schrijven is Verbeeten nog bezig om de data te analyseren. De volledige analyse zal hij op het congres iMaintain Prestatiemanagement presenteren. Een eerste analyse levert het volgende op. Er zijn verschillende maatstaven en verschillende strategieën; de cost-leadership strategie (streven naar lage kosten), operational excellence (goed uitvoeren van processen) en customer intimacy (gericht op innovatie en klanten). ‘Je ziet inderdaad dat zowel de onderhoudsstrategie als de prestatiemeetsystemen aangepast worden aan de strategie. Dus cost leaders kijken veel meer naar efficiency en procesmaatstaven en bedrijven die zich meer richten op klanten kijken veel meer naar hoeveel innovaties ze kunnen doorvoeren, hoeveel nieuwe producten ze op de markt brengen

Abonnees lezen meer op www.i-maintain.nl

21-08-12 11:12


ContraCtvorMen 17

Bedrijven die niet kiezen voor iets waarin ze willen uitblinken, zijn meestal ook de bedrijven die een probleem hebben, aldus professor Frank verbeeten.

‘Je strategie kan nog zo goed zijn, als je hem niet goed implementeert door je prestatiemeetsysteem, gaat het mis.’ en of die aanslaan.’ Vrijwel alle bedrijven gebruiken de indicatoren safety, proces en klant, ongeacht de strategie. ‘Daarnaast gebruikt iedereen eigenlijk die financiële maatstaven, maar afhankelijk van de strategie krijgen andere maatstaven meer nadruk. Dat zie je terug bij het belonen van de onderaannemers, bedoeld om tijdens het proces van te leren.’

Kies Een goed prestatiemeetsysteem is afgestemd op de missie, visie en strategie. ‘We hebben gevraagd naar de belangrijkste strategische prioriteiten in de organisatie. Respondenten konden op een schaal van één tot vijf (van helemaal niet tot erg belangrijk) aangeven welke strategische prioriteiten voor hen het belangrijkste zijn. Uit de antwoorden komt naar voren dat een aantal bedrijven geen heldere strategie heeft. Verbeeten: ‘Die kiezen niet voor iets waarin ze willen uitblinken en dat zijn gelijk ook de bedrijven die een probleem hebben. Die scoren lager op zowel de prestaties als op het gebruik van de maat-

staven. Oneerbiedig gezegd: die doen maar iets.’ Strategieën kunnen gecombineerd worden. Dus customer intimacy en cost leadership kun je combineren en dan doe je het nog steeds beter dan organisaties die niet kiezen. Dat zijn organisaties die slecht scoren op hun bedrijfsresultaat.’ Het advies is dus: kies. Maar hoe kom je tot een keuze? ‘Ik ben geen strategieonderzoeker, maar je hebt vanuit strategie een aantal belangrijke analyses: wie zijn onze belangrijkste klanten, op welke soort markten presteren we goed, naar welke producten vragen onze klanten en kunnen we die goedkoop leveren? Dat soort analyses moet je eigenlijk maken en vervolgens een keuze maken over de klanten die je wilt bedienen. En dan nog dat vertalen naar de onderhoudsstrategie. Stel dus dat je een strategie hebt gericht op innovatie, als je dan alleen naar financiële indicatoren kijkt, dan realiseer je die strategie niet. Je strategie kan nog zo goed zijn, als je hem niet goed implementeert door je prestatiemeetsysteem, dan gaat het mis. Stel dat je strategie is om je te richten op

de belangrijkste klanten en de enige maatstaf die je richting onderhoudspartij hebt is lage kosten, dan druk je de innovatie uit het onderhoudsproces en daarmee uiteindelijk ook uit je strategie.’

Averechts Te veel targets hebben leidt tot averechts effect blijkt uit de literatuur. Maar wat is te veel? ‘Als ik daar een specifieke regel voor had, zou ik rijk zijn’, lacht Verbeeten die vervolgens uitgebreid het model toelicht. Kortgezegd: mensen kunnen zeven maatstaven aan en als je er meer gaat gebruiken om te belonen dan raken ze kwijt waar ze aan moeten voldoen. ‘Ik heb dat in dit onderzoek niet expliciet kunnen bevestigen, maar dit is wat de literatuur erover zegt. Wat je in het onderzoek wel terug ziet, is dat meer maatstaven in eerste instantie leiden tot een beter resultaat, maar dat te veel maatstaven dat effect weer teniet doen.’

Killing Ook het tussentijds veranderen van targets of prestatie-indicatoren is meestal geen goed idee. ‘Het gaat eigenlijk om twee dingen: de soort maatstaf verandert. Je rekent altijd af op prijs en nu ineens op klanttevredenheid. Die is redelijk killing,

07

iMaintain 12

016_17_19_L_artikel 2.indd 17

21-08-12 11:12


i-Maintain.nl

geeft nog meer waarde voor uw geld

Meer nieuws dan ooit • Actuele berichtgeving over de gehele onderhoudssector • Alle productinnovaties overzichtelijk bij elkaar • Volledig evenementenoverzicht • Online catalogi met producten en diensten • Multimediale bedrijfspresentaties • Tweewekelijkse Nieuwsbrief • Live twitter updates • LinkedIn interacted

iMaintain-abonnees krijgen meer • De nieuwste iMaintain staat een week voor verschijnen online • Abonnees krijgen toegang tot alle eerder verschenen artikelen • Volg de status van nieuwe projecten en uitbreidingen in de projectendatabase • Ga naar www.i-maintain.nl en kies abonneren

i-maintain.nl

Ga direct naar i-maintain.nl en blijf iedereen voor

_adv_www_iMaintain.indd 43

18-06-12 13:57


CONTRACTVORMEN 19

Prestatiemanagement is het leggen van verbanden. Hoe werkt bijvoorbeeld innovatie door op andere indicatoren zoals beschikbaarheid van installaties en klanttevredenheid?

want je hebt een aantal jaren nodig voordat je precies weet hoe een maatstaf werkt. Je moet er dan rekening mee houden dat de prestaties van de organisatie afnemen omdat de aandacht nu verschuift naar een andere maatstaf. De andere is dat de target gedurende het jaar wordt bijgesteld of opgeplust. Die is minder erg, omdat alleen het ambitieniveau verandert. Dat kan goed zijn als bijvoorbeeld de crisis toeslaat. Het nadeel kan zijn dat als mensen langere tijd met dezelfde maatstaf werken, ze manieren vinden om de maatstaf te realiseren maar niet de target. Dan gaan ze boekhoudkundig rommelen. Je moet dus wel een keer aanpassen.’

‘Maak een bewuste keuze

Welke maatstaven?

waarop je wilt presteren.

Uit de resultaten blijkt dat organisaties voor wie cost leadership belangrijk is meer sturen op leveringsmaatstaven, procesmaatstaven, kwaliteitsmaatstaven en klantenmaatstaven. Op het moment dat innovatie en klanttevredenheid belangrijk zijn, sturen ze meer op product-, service- of innovatiemaatstaven en supply chain maatstaven. Hoe bepaal je de juiste maatstaven bij de gekozen strategie? Verbeeten: ‘We kunnen wel aangeven welke maatstaven je zou moeten gebruiken en hoe je het overleg met je toeleverancier opzet. Wat we niet kunnen zeggen, is hoe vaak je moet overleggen. Wat we ook kunnen aangeven, is de verschuiving over de verschillende

strategieën heen. Een strategie gericht op klanten vergt meer coördinatietijd van zowel eigen managers als toeleveranciers. Dat zie je waarschijnlijk terug in de prijs. Ga je heel hard op prijs knijpen dan ga je op langere termijn het schip in. Op korte termijn houd je de winstgevendheid, maar op langere termijn vermindert het innovatievermogen.’ Het dichttimmeren van contracten is sowieso geen goed idee, vindt Verbeeten. ‘Je kunt 20, 25 maatstaven opnemen in je contract en dan zit het helemaal dicht. Het nadeel is dat als er

Dat is de rode draad.’

iets gebeurt al die maatstaven onbruikbaar zijn. Dan verdwijnt alle bewegingsvrijheid. Neem dus een kleiner aantal om op te sturen en houd de rest achter de hand voor overlegrondes. Spreek af dat als er wat gebeurt, dat je dan opnieuw de maatstaven vaststelt.’

Kunst De kunst is ook om alles in verband te brengen, zegt Verbeeten. ‘Hoe werkt innovatie door op andere indicatoren zoals beschik-

baarheid van installaties en klanttevredenheid en hoe werkt dat dan weer door op de financiële prestaties? Dus je probeert daar verbanden tussen te schatten en dan ga je meten of die verbanden zich in de praktijk ook voordoen. En zo niet, of je dan zaken moet wijzigen, hetzij in de strategie of in de maatstaven die je gebruikt.’ Grote bedrijven besteden vaak uit aan meerdere dienstverleners. ‘Op het moment dat die processen in elkaar grijpen, wordt alles nog veel moeilijker.’ Tegelijkertijd is het belangrijk dat er een bepaalde schaalgrootte is, anders kost het invoeren van prestatiemanagement meer dan het oplevert. ‘Op het moment dat je een klein onderhoudscontract hebt, moet je dat niet helemaal willen optuigen. Controlesystemen kosten geld en kosten en baten moeten in balans zijn. Wat je ziet is dat bedrijven afwegingen maken. Niet iedereen hoeft per se te innoveren. Er zijn bedrijven die het prima doen zonder dat ze heel veel innovaties doorvoeren. Dus dat iedereen moet innoveren, is niet noodzakelijkerwijs het geval. De cost leaders doen het niet slechter op financiële prestaties. Ze doen het wel een stuk minder op klanttevredenheid, maar weer iets beter op lagere onderhoudskosten en productiekosten dan de bedrijven die zich heel erg op innovatie richten. Het één is niet per se beter dan het ander, maar maak een bewuste keuze waarop je wilt presteren. Dat is de rode draad.’ ■

07

iMaintain 12

016_17_19_L_artikel 2.indd 19

22-08-12 13:26


20 ContraCtvorMen

roadmap afvalwaterketen realiseert besparing Gemeenten en waterschappen willen samen structureel 380 miljoen euro per jaar besparen in de afvalwaterketen. een belangrijk deel van deze besparing moet komen uit een integrale asset management-aanpak bij de 25 waterschappen en 415 gemeenten. ‘asset management is de manier om samen verder te komen.’ Pieter Pulleman

Asset management op deze schaal invoeren, is bijzonder. Het gaat namelijk niet alleen om het aantal, maar ook om de diversiteit van de aangesloten organisaties. Het idee voor een integrale aanpak komt van de Vereniging van Zuiveringsbeheerders (VvZB). De bedoeling is om een leidraad op te stellen voor het vormgeven en implementeren van asset management bij alle publieke organisaties in de afvalwaterketen.

Gezamenlijk Marc Ilsink van Waterschap Groot Salland is voorzitter van de werkgroep die het asset management-project trekt. In de werkgroep zitten vertegenwoordigers van de waterschappen, gemeenten

transportgemalen en zuiveringsinstallaties. Adviseur Asset Management Roland Boer van Waterschap Brabantse Delta zit in de werkgroep. Boer: ‘Al die assets wil je op de beste manier naar de toekomst toe beheren, uit oogpunt van kwetsbaarheid, duurzaamheid en kosten. Daarom ligt het ook voor de hand om het samen te doen. Het zijn allemaal onderdeeltjes van een en dezelfde keten en wanneer je dat goed op elkaar afstemt, in tijd maar ook in omvang, dan kun je dus heel goed maatschappelijk winst maken. Dat kan behalve kostenbesparing ook winst zijn door bijvoorbeeld betere kwaliteit. De systematiek om dat goed te doen, ligt wat mij betreft in asset management.’

Bedrijfswaarden

‘Wil je de goedkoopste zijn, de duurzaamste of de veiligste, of die met het beste imago?’

en RIONED. De waterschappen doen al veel samen op het gebied van asset management, licht Ilsink toe. ‘Bijvoorbeeld risicogestuurd onderhoud gebeurt overal ongeveer op dezelfde manier. Bij de gemeenten zijn de verschillen op het gebied van onderhoud aan riolering mogelijk wel wat groter, maar we zijn overal in het land bezig om de contacten tussen gemeenten en waterschappen aan te halen. Dat is de basis om te groeien naar een gezamenlijke investeringsprogrammering en een gezamenlijke exploitatie van de assets.’ De scope van de invoering is de hele afvalwaterketen. Bij de gemeenten gaat het dan onder meer om rioleringen, persleidingen, pompgemalen en bergbezinkbassins en bij de waterschappen ook om transportleidingen,

07 12 iMaintain

020_21_23_O_artikel.indd 20

Ilsink: ‘Belangrijk bij asset management zijn de bedrijfswaarden. Wie wil je als organisatie zijn? Dat is een proces dat je met je stakeholders moet doormaken. Wil je de goedkoopste zijn, de duurzaamste of de veiligste, of die met het beste imago? Dat zijn essentiële zaken die je als organisatie of bestuur moet uitspreken. Dat geldt dus ook voor de gemeenten. We maken dit al mee in de huidige samenwerking; hebben jullie dezelfde bedrijfswaarden als wij? Dat is dus niet het geval. Ik merk bijvoorbeeld dat een gemeente wat meer nadruk legt op het imago dan het waterschap Groot Salland, dat meer de nadruk legt op duurzaamheid. De weegfactoren tussen de bedrijfswaarden die belangrijk zijn, zijn ook totaal verschillend. En daarmee zeg ik ook iets over de grootte van de klus die gedaan moet worden.’

Geen kookboek Omdat het zo’n ingewikkeld proces is met veel verschillende ‘deelnemers’, moet er een leidraad komen voor alle gemeenten en voor alle waterschappen. Zowel de voorlopers, als de achterblijvers moeten

Abonnees lezen meer op www.i-maintain.nl

21-08-12 11:11


ContraCtvorMen 21

De vereniging van Zuiveringsbeheerders wil een leidraad opstellen voor het vormgeven en implementeren van asset management bij alle publieke organisaties in de afvalwaterketen.

zich erin kunnen vinden. ‘Het moet dus geen kookboek worden, maar een echte leidraad.’ Er is al een roadmap die beschrijft welke producten in de leidraad moeten komen en welke in de implementatiefase. Het opleiden van mensen bijvoorbeeld, komt niet in de leidraad te staan. ‘Je moet de leidraad zien als een handboek om asset management in de eigen organisatie toe te passen.’ Wat wordt het detailniveau van de leidraad? Gaat het de werkprocessen in detail beschrijven? Ilsink: ‘Je begint met je beleidsverklaring, besturingskader en de bedrijfswaarden. Vervolgens kijk je hoe je dat moet organiseren. Je krijgt criteria aangeleverd in de leidraad ‘in jouw organisatie met die omstandigheden’ zou dat de volgende plusjes en minnetjes opleveren, en dat geeft dan een bedrijfsprocesmodel. Vervolgens zijn er weer andere criteria die aangeven hoe je dat in je organisatie in de deelprocessen moet regelen. De vraag is tot welk detailniveau je moet gaan; de organisatie zelf moet het kunnen dragen. Ofschoon waterschappen veel van hetzelfde zijn, zijn we toch ook wel anders georganiseerd en dat geldt ook

voor gemeenten. Dus in de leidraad het hoofdproces neerzetten en op detailniveau zelf uitwerken met criteria en tips. Zo stel ik het me nu voor.’

Businesscase Een businesscase in kaart brengen bleek niet eenvoudig. Met het realiseren van de leidraad worden de beoogde besparingen namelijk nog niet gerealiseerd. Dat vindt pas plaats nadat de organisaties de

‘Waarom investeren wij in een persleiding als we niet weten wat de gemeente van plan is met de riolering?’ leidraad implementeren in hun eigen organisatie (uiterlijk 2019). Ilsink: ‘Het bleek lastig om vast te stellen wat je er in financieel opzicht mee kunt bereiken. We hebben geprobeerd een kleine businesscase op te stellen, van als je dit zou doen, wat zou het dan opleveren en wat zou dat dan kosten. Toch durven we met redelijke

zekerheid te zeggen dat een besparing van acht procent realistisch is. In relatie tot de kosten hebben we gezien dat we zelfs in het meest negatieve scenario de kosten terugverdienen.’ Het opstellen van de leidraad zal ongeveer een jaar duren. In de proof of concept-fase zal de leidraad in een pilot getoetst worden. Boer: ‘Maar terwijl je al bezig bent, kun je al dingen invoeren. Je kunt helemaal wachten tot je klaar bent en de laatste man is opgeleid en dan pas incasseren. Wij hebben het gevoel dat je er al mee kunt werken terwijl het concept nog niet helemaal is uitgewerkt.’

Besparingen Het uitgangspunt van de hele exercitie is dat asset management de afvalwaterketen handvatten biedt om de gewenste besparingen te realiseren. Ilsink schetst een voorbeeld: ‘Als je een transportleiding hebt die af en toe lekt, dan moet je definiëren waar hij lekt en waarom en wat de gevolgen zijn. Zo krijg je het probleem goed inzichtelijk en los je ook het juiste probleem op. Je moet ook kijken naar alternatieven. Als het een transportleiding met rioolwater is die een keer per jaar lekt,

07

iMaintain 12

020_21_23_O_artikel.indd 21

21-08-12 11:11


PRÜFTECHNIK CONDITION MONITORING • PRÜFTECHNIK CONDITION MONITORING • PRÜFTECHNIK CONDITION

Uitgelijnd staat

netjes!

Met ROTALIGN® Ultra draaien de machines langer en vlotter: • Minder slijtage aan lagers en dichtingen • Minder trillingen • Lager energieverbruik ROTALIGN® Ultra is gemakkelijk te bedienen en spreekt de taal van de gebruiker. PRUFTECHNIK NV, Lichtenauerlaan 102–120, 3062 ME Rotterdam, Tel: 010-204 59 37, Email: info@pruftechnik.nl

www.pruftechnik.com 12TI-28 adv iMaintain 310812

2-8-2012

14:39

Pagina 1

Verspil geen tijd met het zoeken naar hot spots. Spoor ze op! Met de warmtebeeldcamera testo 875i identificeert u thermische afwijkingen nog nauwkeuriger. • SuperResolution infraroodbeelden met 320 x 240 pixels (160 x 120 pixel detector) • Intuïtieve bediening – zelfs met één hand • Gelijktijdige opname van foto en infraroodbeeld voor snelle analyse en rapportage

www.testo.nl/thermografie

022_prueftech_testo.indd 1

20-08-12 13:48


ContraCtvorMen 23

dan kijk je wat de beste oplossing is. Ligt het aan het materiaal en kun je dat met een paar elementen weer sterk maken? Of is hij over kilometers in een slechte conditie, of is het aanvaardbaar dat hij een keer in de zoveel tijd knapt? Dan heb je het over een tijdelijke oplossing, zeker ook als je naar groei kijkt: blijft de leiding in stand, of komt er een nieuw industriegebied en moet je over vijf jaar vervangen?’ Bij de keuze voor de beste oplossing vormen de bedrijfswaarden de basis. ‘Als je niet wilt dat er een leiding knapt omdat het slecht is voor je imago, dan moet je op grond daarvan kiezen voor een capaciteitsaanpassing.’ Het kan vaak ook efficiënter. ‘Als er een persleiding geknapt is, dan willen we nog wel eens zeggen ‘laten we ook maar eens even naar het gemaal kijken, of laten we die pomp ook maar even meepakken’. Dan ga je dus de fout in, want dan ga je iets doen wat geen relatie heeft met het probleem.’ En over schaalvoordelen benutten. ‘Als er in jouw gebied meer persleidingen kapot gaan of vervangen moeten worden, maak dan één grote aanbesteding.’

Meer inzicht Waterschap Brabantse Delta (WBD) is één van de koplopers onder de waterschappen op het gebied van asset management. Boer: ‘Voor ons zuiveringsproces is het voor een groot deel ingericht. Investeringsplannen maken we nu op basis van het bedrijfswaardenmodel.’ Vroeger gebeurde dat nogal eens op basis van ‘hard roepen’ of afschrijvingstermijnen, licht Boer toe. ‘Nu op basis van de risico’s en hoe die zich verhouden tot de bedrijfswaarden. Het geeft meer inzicht en helpt om prioriteiten aan te brengen. Daar zit ook de besparing: als een project weinig waarde toevoegt, moet je het niet uitvoeren.’ De bedrijfswaarden van WBD zijn kosten, waterkwantiteit en veiligheid, water- en omgevingskwaliteit (milieu), imago en medewerkers. Het gewicht dat aan een waarde moet worden toegekend is een bestuurlijke keuze die nog gemaakt moet worden. Boer: ‘Idealiter zou dit binnen een provincie of stroomgebied voor het hele werkveld water hetzelfde moeten zijn. Dat is niet makkelijk, maar het uitgangspunt blijven de stakeholders. Voor wie doe je je werk nu eigenlijk? Wat is je bestaansrecht?’

als de hele afvalwaterketen gezamenlijk serieus met asset management aan de slag gaat, kan een besparing van acht procent worden gerealiseerd.

Onderhoudsdienst Wat zal de nieuwe aanpak toevoegen aan de huidige werkwijze bij WBD? Boer: ‘Wij lopen mogelijk iets voorop, maar werken op operationeel niveau nog niet intensief samen met de gemeentes. Daar valt nog wel wat te winnen. Zwart-wit gezegd: waarom investeren wij bijvoorbeeld in een persleiding als we niet weten wat de gemeente van plan is met de riolering? Bovendien: als we het niet samen doen, missen we efficiency en synergievoordelen.’ Grote veranderingen voorziet Boer niet. ‘Voor de onderhoudsdienst verandert er niet zoveel. We voegen wat toe aan de bestaande werkwijze, kijken van buiten naar binnen. Het gaat ook niet alleen om onderhoud, maar ook om investeringen. Vooral mensen die hun rol anders moeten gaan invullen of die zeggenschap moeten inleveren, daar zal weerstand zijn.’

Specifiek en concreet Wat voegt de leidraad toe aan al bestaande publicaties over asset management? Ilsink: ‘Het is vooral een handzame en transparante manier voor deze organisaties die het begrip tot dusver niet of nauwelijks kennen. Asset management is het vehikel om in de samenwerking verder te komen dan we nu doen, dat is de toegevoegde waarde. Wij zijn niet vergelijkbaar met Shell of ProRail, dit is de eerste keer dat we in een publieke organisatie

op deze manier met asset management bezig zijn.’ Boer: ‘De leidraad is specifiek gericht op de waterketen en ook concreter. Het gaat dieper in op hoe je dingen moet aanpakken en ondersteunt zo bij het vormgeven van asset management. De leidraad helpt om mensen over de brug krijgen om aan de slag te gaan.’ Is het niet eenvoudiger, sneller en misschien ook wel goedkoper om lokaal een ervaren asset manager aan te stellen? ‘Die asset manager moet er zeker komen. Of

‘Asset management is het vehikel om in de samenwerking verder te komen dan we nu doen, dat is de toegevoegde waarde.’

iedere waterschap en iedere gemeente er een nodig heeft, betwijfel ik. Dat denk ik niet. Maar je moet wel een instrument hebben. Hij of zij moet weten wat de mogelijkheden zijn, wat de assets zijn en werken met de bedrijfswaarden. Dan heb je toch zoiets nodig’, aldus Ilsink. Kan de leidraad straks nog interessant zijn voor andere sectoren? Boer: ‘Dat weet ik niet. Het moeilijkste is om mensen zover te krijgen dat ze ermee aan de slag gaan. De manier om dat te bereiken kan zeker wel interessant zijn voor andere sectoren.’ ■

07

iMaintain 12

020_21_23_O_artikel.indd 23

21-08-12 11:12


ROPE ACCESS? SKY-ACCESS

lsb Sky-Access BV Hofdwarsweg 1, Geleen

DIT TIJDSCHRIFT DEUGT

The Netherlands T. +31 (0)46 - 474 24 10 info@lsb-sky-access.com

Het tijdschrift dat u nu leest, is lid van H O I , het instituut dat de oplagen van gedrukte media controleert. Daardoor speelt dit tijdschrift open kaart met al haar adverteerders. Omdat die harde oplagecijfers keurig houvast bieden voor wat de advertentietarieven moeten waarmaken. Dat is eerlijk zaken doen. En inderdaad, dat geeft nogal te denken over uitgevers die zich niet hebben aangesloten bij H O I ...

DE HARDE CIJFERS www.LSB-SKY-ACCESS.COm

024_lsb_hoi_mekao.indd 1

Postbus 314, 1180 AH Amstelveen T 020 661 36 26 E info@hoi-online.nl W www.hoi-online.nl

20-08-12 13:48


PRODUCTEN 25

Producttrends op www.i-maintain.nl

1

Miniatuur encoders

2

Interactieve Productzoeker

Duranmatic brengt van Kübler een encoderserie op de markt. Ditmaal zijn het nieuwe magnetische uitvoeringen van de 2400-serie welke standaard een huisdiameter van slechts 24 millimeter heeft. De nieuwe modellen werken op een magnetisch principe in plaats van het meer bekende optische. Vanwege de geringe behuizing zijn deze encoders ideaal voor toepassingen in kleine ruimtes waar een hoge schok en trilbestendigheid gevraagd wordt. www.duranmatic.nl

Fluke heeft een Interactieve Productzoeker op haar website om potentiële kopers van warmtebeeldcamera’s te helpen om de voordelen van deze technologie te laten zien. De Productzoeker stuurt de klant door het nieuwste aanbod van Fluke warmtebeeldcamera’s om hem of haar de best mogelijke keuze voor de toepassing te tonen. www.fluke.nl

3

Goede grip in industriële omgevingen

Grip verliezen op materialen met oliën of vetten kan gevaarlijk zijn. De Showa 376 presteert uitermate goed in zware industriële omgevingen waarbij veel gewerkt wordt met oliën en vetten. De liner is gemaakt van een naadloos gebreide, zeer dunne katoen/nylonmix, die ervoor zorgt dat de handschoen perfect aansluit om de hand en een zeer hoog draagcomfort heeft. De handschoen heeft een dubbele nitril coating. www.prestopbv.nl

4

Behuizingsconcepten voor bedrijfshygiëne

Het professioneel reinigen en desinfecteren van productiesystemen in de levensmiddelenindustrie is van essentieel belang om de gevolgen van verontreinigde levensmiddelen te voorkomen. Rittal bouwt behuizingen overeenkomstig het Hygienic-Design (HD)programma. Het assortiment varieert van hygiënische grote kasten, via bedieningsbehuizingen tot aan behuizingen voor etikettenprinters en drukknopschakelaars. www.rittal.

5

Actieve redundantiemodulen en dioden

6

Geleidestang met roestvaststalen kern

7

Stappenplan voor goed ongevallenonderzoek

8

Toolbox voor poetsdoeken

Nieuw in het productenprogramma van Phoenix Contact zijn twee actieve redundantiemodulen Quint Oring alsmede Quint-dioden met ex-toelating. De in de procesindustrie gebruikelijke redundante schakelingen verhogen de beschikbaarheid van de installatie aanzienlijk. Worden bovendien de voedingen met de nieuwe modulen ontkoppeld, dan heeft een kortsluiting bij de uitgang van een van de voedingen of in de kabel van de voeding naar de diode geen invloed meer op de belasting. www.phoenixcontact.nl

Voor de grotere afmetingen geleidestangen voor de doorstroommeters type 335 en 350 heeft GF Piping Systems een belangrijke wijziging doorgevoerd. De geleidestangen hebben een kern van roestvaststaal (AISI316) gekregen, bekleed met PVDF. Een hoge chemische bestendigheid dus die bovendien tegen een stootje kan. www.georgfischer.nl

In het boek ‘Ongevallenonderzoek – de eerste stap in het leren van ongevallen’ wordt een stappenplan beschreven voor het doen van ongevallenonderzoek. Daarmee is ‘Ongevallenonderzoek’ een praktisch handboek voor wie betrokken is bij het melden, registreren, onderzoeken of analyseren van incidenten en ongevallen. Met veel handige voorbeelden van formulieren, checklisten en vragenlijsten. www.sdu.nl/arbo

De MEWA SaCon, de luchtdicht afsluitbare veiligheidscontainer uit robuuste kunststof voor veilige opslag en transport van herbruikbare MEWA poetsdoeken, bestaat ook in een compacte versie. Deze Toolbox is lichtgewicht en past in de kofferbak van elke auto. Net als zijn grote broer is ook deze Toolbox luchtdicht afsluitbaar. Wie wenst, kan de box van een optionele scheidingswand voorzien. Zo kunnen schone en vuile doeken in dezelfde box en toch gescheiden van elkaar worden bewaard. De Toolbox veiligheidscontainer wordt dan wel als koopartikel in de MEWAcatalogus aangeboden, de poetsdoeken die erin zitten maken integraal deel uit van MEWA Textil-Management. www.mewa-service.nl

Kijk voor meer productinnovaties op www.i-maintain.nl

025_E_producten.indd 25

07

iMaintain 12

21-08-12 11:11


26 Veiligheid

Odfjell: van kwaad tot erger de kwestie-Odfjell blijft nieuws. Verklaarde voormalig directeur geert eijsink eind juni in iMaintain nog dat het bedrijf vooral tijd nodig heeft en dat het vertrouwen nog steeds aanwezig is, sindsdien kwam het bedrijf in een stroomversnelling van gebeurtenissen terecht, met een algehele stop als voorlopig eindstation. Elise Quaden

Eind juni leek het drama achter de rug voor tankopslagbedrijf Odfjell in de Botlek. Geert Eijsink dacht dat de weg naar boven inmiddels was ingeslagen. ‘We zijn er nog niet, maar we zijn wel op de goede weg. De transitie van slechtste jongetje uit de klas naar het beste heeft wel tijd nodig.’ Ook stelde hij dat de reacties op Odfjells presteren overtrokken waren: ‘Als het hier daadwerkelijk zo onveilig is als in sommige media wordt beweerd, zouden we er nooit durven werken. Onze eerste prioriteit is de veiligheid van onze 350 medewerkers en onze omgeving. Als die in het geding zou zijn, zouden we onze werkzaamheden direct staken. Dat is echter ver bezijden de waarheid. Ik wil de incidenten die we hebben gehad zeker niet bagatelliseren, maar als je de pers zou moeten geloven dan stroomt het benzeen hier door de straten.’

Tanks leegpompen Maar toch bleek de gifbeker nog niet leeg. Als eerste legde de maintenance manager van het bedrijf zijn functie neer. Waarmee hij volgens de officiële verklaring ‘verantwoordelijkheid neemt voor het ontbreken van de benodigde vergunningen voor lopende projecten’. Kort daarna pleitten GroenLinks en Leefbaar Rotterdam in de Rotterdamse gemeenteraad voor

07 12 iMaintain

026_27_S_artikel.indd 26

sluiting van de onveilige onderdelen van Odfjell. Burgemeester Aboutaleb en de gemeenteraad wezen de motie echter af. GroenLinks-fractievoorzitter Arno Bonte gaf niet op en kwam half juli met het verzoek om een onderzoek in te stellen naar het functioneren van milieudienst DCMR inzake hun inspecties bij Odfjell. Dit onderzoek zou onder leiding komen te staan van Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Die schreef eerder al een rapport over de dienst ten aanzien van het Rotterdamse chemiebedrijf Huntsman. De DCMR zou procedurele fouten hebben gemaakt bij het verlenen van vergunningen aan Huntsman. ‘Het rapport bevestigt het beeld van de cultuur van kopjes koffie drinken met de directie in plaats van opkomen voor de veiligheid en gezondheid van omwonenden’, aldus Bonte. Ondertussen ligt Odfjell nog steeds onder het vergrootglas bij de DCMR. Eind juli is het bedrijf al dagen bezig met het leegpompen van vijf tanks. Daartoe hebben de DCMR en de Veiligheidsregio Rotterdam het bedrijf verplicht. De tanks moeten leeg blijven totdat er met een test is aangetoond dat de koel- en blusvoorzieningen in orde zijn. Bovendien moeten er extra brandveiligheidsvoorzieningen getroffen worden. Odfjell haast zich om in een officiële verklaring te melden dat de werkzaamheden volledig veilig worden uitgevoerd: ‘Er zijn, door de Veiligheidsregio Rotterdam geëist, tijdelijke brandveiligheidsvoorzieningen getroffen. Zo is er een tweede brandweerauto met bemanning permanent aanwezig op de terminal. Tegelijkertijd vindt het werk aan de koel- en blusvoorzieningen plaats. Drie teams zijn hier continu mee bezig in verschillende tankputten.’ Tegelijkertijd begint men met het versneld testen van vijftig tanks om zeker te zijn dat koelvoorzieningen voldoen en om de schuimblusvoorzieningen te spoelen.

Stillegging Enkele dagen na deze berichtgeving is er geen houden meer aan. Het hele bedrijf wordt stilgelegd na overleg tussen Laurence Odfjell, bestuursvoorzitter, de DCMR, Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond en Inspectie SZW. Het is vooral de Provincie Zuid-Holland die aandringt op volledige sluiting. Odfjell gaat als eerste alle brandblusvoorzieningen testen voordat het bedrijf weer operationeel wordt. Verder zal het bedrijf leidingen van deze voorzieningen op meer dan 140 opslagtanks vervangen door nieuwe. Vanuit het Noorse hoofdkwartier komt een verklaring. Het bedrijf betreurt de zorgen die rond het bedrijf zijn ontstaan in de directe omgeving. ‘We hopen dat de safety shutdown en het herstelplan de onrust weg zullen nemen.’ Het herstel geschiedt onder begeleiding van Laurence Odfjell. ‘We gaan alles doen wat nodig is om de situatie op deze terminal te verbeteren’, aldus de bestuursvoorzitter. Geschat wordt dat er wel twee jaar voorbij kunnen gaan voordat het hele bedrijf weer kan draaien. Een dag na het volledig stilleggen van de locatie, wordt directeur Geert Eijsink ontslagen. Het besluit om Eijsink uit zijn functie te ontheven, terwijl hij juist aangenomen was om de veiligheid bij Odfjell in de Botlek te verbeteren, lijkt sterk ingegeven vanuit Noorwegen. Het bestuur neemt de situatie in Rotterdam ‘extreem serieus’ omdat veiligheid de hoogste prioriteit heeft binnen de onderneming. Odfjell weet niet waar het mis is gegaan, maar werkt wel aan een cultuurverandering bij de Botlekse vestiging. Het is nu Alex de Bonth die als interim-directeur de veiligheid structureel moet gaan verbeteren. De Bonth was al bekend met het bedrijf en haar problemen in zijn functie als externe consultant. Weer een dag later wordt bekend dat de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) een onderzoek start naar het Rotterdamse

Abonnees lezen meer op www.i-maintain.nl

21-08-12 11:11


FOTO’S: ODFJELL

Veiligheid 27

in een maand tijd ging Odfjell van vertrouwen in verbetering naar stillegging van de hele terminal.

Odfjell. De OVV gaat kijken naar de rol die alle partijen hebben gespeeld, de vergunningverlening, inspecties en handhaving. ‘Hoe kan het dat onder het oog van de inspecties de veiligheid voor de omgeving en de integriteit van de installaties van Odfjell zodanig is dat tot stillegging van het bedrijf is overgegaan?’, vraagt de raad zich af.

Vingers wijzen Ondertussen roert ook de Rotterdamse politiek zich weer. GroenLinks en Leefbaar Rotterdam roepen burgemeester Aboutaleb en havenwethouder Jeanette Baljeu ter verantwoording. Zij zouden hebben gefaald in de aanpak van het tankopslagbedrijf, vinden de partijen. En het wijzen van vingers gaat door. Geen enkele instantie die iets te maken heeft gehad met Odfjell blijft onbesproken. Want Odfjell heeft maanden terug wel ISO-certificaten ontvangen. Daarmee kon het bedrijf voor de verzekering aantonen dat het voldoet aan allerlei eisen. Politici vragen zich hardop af hoe dit mogelijk is. Blijkbaar schort er ook het

een ander aan de certificeringsmechanieken van onafhankelijke bureaus. In dit geval was het Lloyd’s Register Quality Assurance (LRQA) in Rotterdam, dat de certificaten toekende. Lloyd’s reageert door te zeggen dat Odfjell een goed milieumanagementsysteem (ISO 14001) heeft. Dat richt zich op het beheersen en verbeteren van prestaties op milieugebied. Het andere certificaat dat Odfjell ontving, was de ISO 9001, dat eisen stelt aan het kwaliteitsmanagementsysteem van de organisatie.

Plan van aanpak Daarmee lijkt de zaak voorlopig tot rust te zijn gekomen. Alle nodige onderzoeken lopen. Odfjell meldt dat er ook geen ontslagen gaan vallen. Alle 350 medewerkers zijn juist nodig om het bedrijf weer veilig in werking te stellen. Zij gaan de tanks inspecteren, onderhouden en keuren. Ondertussen hoopt men dat het tankopslagbedrijf stap voor stap weer enkele onderdelen in gebruik kan nemen. De woordvoerder: ‘Dan hopen we op een gegeven moment weer operationeel

te worden. We hebben immers ook tankputten van nog geen drie jaar oud. We hopen dat die zo snel mogelijk worden goedgekeurd.’ De relevante gegevens worden op continue basis doorgegeven aan de autoriteiten. De inspectiediensten blijven elke tank een voor een controleren. ‘De DCMR en de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond houden strikt vast aan één protocol voor ingebruikname van tanks. Dit protocol houdt in dat Odfjell de tanks pas weer in gebruik mag nemen als voldaan wordt aan de strikte eisen - aan te tonen door middel van live tests per tank - voor de blus- en koelsystemen en de integriteit van de tanks’, aldus de DCMR. Volgens de laatste berichten die dateren van half augustus zijn 166 van de in totaal bijna 300 tanks inmiddels leeg en mogen 13 tanks weer in gebruik worden genomen. Odfjell heeft een plan van aanpak ingediend bij de DCMR waarin de mogelijkheid om weer helemaal in bedrijf te geraken wordt uiteengezet. Het oordeel van de DCMR laat nog op zich wachten. Een clichématig ‘word gevolgd’ is hier dus wel degelijk op zijn plaats. ■

07

iMaintain 12

026_27_S_artikel.indd 27

21-08-12 11:11


28 Veiligheid

Neem een kijkje in de ‘veiligheidsspiegel’ Waar veiligheid altijd al een prominent thema was in de industrie, mag het inmiddels rekenen op publieke interesse. incidenten worden uitgebreid door de media besproken en meningen zijn niet van de lucht. de industrie kan zich niet aan de discussie onttrekken, maar heeft de taak om vanuit de dagelijkse praktijk een blik te werpen op veiligheid. de sector zelf denkt dat collega-bedrijven vooral elkaar moeten helpen om veiliger te worden. Evi Husson/Wim Raaijen

Wouter Jongepier, vicepresident van chemiebedrijf Momentive, wil een lans breken voor collegiale feedback om procesbedrijven, ook als ze buiten de chemische industrie vallen, te verbeteren op het gebied van veiligheid. ‘De sector moet zich afvragen hoe het zijn veiligheidsprestaties kan verbeteren. Hoe kunnen ande-

‘Verantwoordelijkheid nemen’ Victor van de Pas is plant manager bij Sachem in Zaltbommel. Hij was finalist van de verkiezing Plant Manager of the Year 2012. Van de Pas over veiligheid: ‘De menselijke factor wordt beteugeld door implementatie van protocollen, heldere functieomschrijvingen en doelstellingen en het trainen of opleiden van medewerkers. Voor verhoogde deskundigheid worden multidisciplinaire teams ingezet. Risicobeheersing vindt plaats door onder andere het doorlopen van management of change, het onderzoeken van near misses, het uitvoeren van veiligheidsstudies. Al deze zaken onderschrijven dat milieu, veiligheid, continuïteit en kwaliteit serieus worden genomen. Het is een enorme inspanning om dit allemaal perfect te laten verlopen. Het vraagt onophoudelijk om aandacht en nieuwe impulsen om de concurrentie voor te blijven. Als resultaat zien wij dat het aantal near misses en incidenten teruglopen en een verlaging van de onderhoudskosten. […] Aandacht voor openheid, gedrag, ingesleten gewoontes, communicatie, risicoperceptie, samenwerking, leiderschap en het, durven, leren zijn aspecten die er voor moeten zorgen dat het veiligheidsniveau wordt verhoogd en de continuïteit wordt geborgd. Aandacht geven en tijd vrijmaken kosten geld; als management moet je daarvoor je verantwoordelijkheid nemen.’

ren worden betrokken, hoe borgen we de sector en hoe kunnen we elkaar helpen om dat te verbeteren. Het staat of valt met

life saving rules Michel Meertens is plant manager bij DSP in Delft. Hij werd tijdens het congres Deltavisie uitgeroepen tot Plant Manager of the Year 2012. Hij pleit voor meer eenheid op het gebied van veiligheid in de procesindustrie: ‘In onze bedrijfstak wordt stap voor stap gewerkt aan standaardisatie van regels – life saving rules, golden rules, hoe ze ook heten. Een zeer goede ontwikkeling naar mijn mening. Maar besteden we voldoende aandacht aan de wijze waarop we als productiebedrijven en aannemers samenwerken en vooral hoe we onze mensen onderling laten samenwerken? De wisselende samenstelling van personeel en de diversiteit aan nationaliteiten in de aannemerswereld maken dit natuurlijk niet gemakkelijk. Toch vind ik dat we hierop meer ons vizier moeten richten. Misschien kunnen we ook in gedragstrainingen tot uniformiteit komen, en zodoende elkaars ‘taal’ spreken. Niet alleen op het hoogste niveau ‘wij willen geen ongevallen’ maar ook op het praktijkniveau hoe wij met elkaar willen omgaan. In mijn opinie moeten we een volgende stap zetten, willen we ons ultieme doel bereiken. We zullen sociale innovatie en integratie moeten zien te bereiken tussen productie-, onderhoud- en andere aannemers. Ons initiatief moet een aanzet geven om groeps- en individueel gedrag positief te beïnvloeden om deze belangrijke stap te kunnen maken naar een ongevalsvrije werkplek! En dat kan alleen samen!’

07 12 iMaintain

028_29_T_artikel.indd 28

gedrag. Bedrijven kunnen elkaar bezoeken en elkaar discreet informeren over waar verbeterpunten liggen. Dat gebeurt nu ook regelmatig binnen grote bedrijven met verschillende vestigingen. Het gaat juist vaak mis bij de kleinere bedrijven, die niet meerdere vestigingen hebben die van elkaar kunnen leren of die niet zijn aangesloten bij de VNCI. Het zou goed zijn als ook deze bedrijven in een structuur van collegiale feedback worden opgenomen.’

Inspecties Extra audits zijn volgens Jongepier niet aan de orde, die zijn er al genoeg. ‘Ik denk meer aan bezoeken waar adviezen worden gegeven door ervaringsdeskundigen. Dat kunnen ook oud-gedienden zijn of stagiaires. Een externe blik kan net dat zetje geven om weer in beweging te komen en de volgende verbeterstap te maken. Of het kan de ogen open voor een gevaarlijke situatie die anders echt zou zijn gemist. Alle bedrijven in

Abonnees lezen meer op www.i-maintain.nl

21-08-12 11:10


Veiligheid 29

de sector moeten toegang krijgen tot dergelijke audits, VNCI-lid of niet, BRZObedrijf of niet’, stelt Jongepier. ‘De VNCI en Deltalinqs doen momenteel al veel aan gezamenlijke verbetering van veilig-

heid, denk hierbij aan het programma Veiligheid Voorop, maar ik mis nog een soort peer reviews of inspecties waar bedrijven elkaar de spiegel kunnen voorhouden.’

‘leren van bijna-incidenten’ Louis Oostvogels is plant manager bij Styron in Terneuzen en was finalist van de verkiezing Plant Manager of the Year 2012. Hij denkt dat belonen een belangrijke methode is om veilig gedrag te stimuleren: ‘Succes kan leiden tot blindheid en het verliezen van alertheid. ‘Er gebeurt toch nooit wat.’ Door ook te leren van je bijnaincidenten, blijf je bewust van de risico’s die aanwezig zijn. Daarom rapporteren we ook deze incidenten en doen we als leerzame ervaring een root cause investigation. Zorgen dat de basis van de gevarenpiramide onder controle blijft om de kans op dat ene serieuze incident met hoog potentieel te minimaliseren. De rol van de leider is hierbij essentieel. Goed voorbeeld doet volgen en de leider moet zich continu realiseren dat juist gedrag overtuigt en overtuiging wordt omgezet in actie. Gedrag levert het resultaat. De leider draagt ook de verantwoordelijkheid om het gedrag vorm te geven en te beïnvloeden. Dit gebeurt op twee manieren: door het vastleggen van de verwachtingen en door het geven van het juiste voorbeeld, maar ook door het gebruik van balance of consequence, zowel positief als negatief. Consequenties worden genomen naar aanleiding van een bepaald gedrag en niet op basis van resultaten. Positieve consequenties hebben meer invloed dan negatieve. Wij passen dit toe door het belonen van de betere gedragsobservaties. Een schouderklopje is soms voldoende.’

Spiegel Maar deze zogenaamde ‘veiligheidsspiegel’ kun je niet afdwingen. Bedrijven moeten zelf kiezen om in de spiegel te kijken. Wel is het soms noodzakelijk mensen te helpen om aan zelfreflectie te doen. Ook de behoefte moet er zijn om het op een hoger niveau te tillen. Echte handhaving vanuit de overheid moet daarom zeker blijven. Jongepier: ‘En die moet dat streng doen, op grond van duidelijke criteria.’ De meeste chemische bedrijven hebben dan weinig te vrezen. Die vinden ook dat de overheid streng moet zijn. Jongepier: ‘De sector zelf moet juist de mindere bedrijven onder de hoede nemen, om ze te verbeteren. Sancties horen bij de overheid.’ En ook tussen industriële bedrijven en aannemers is samenwerking van levensbelang, vindt Michel Meertens van DSP, onlangs uitgeroepen tot Plant Manager of the Year 2012. Er zijn vaak veel toeleveranciers op het terrein van een productiebedrijf. ‘Juist door veel met elkaar te communiceren, ontstaat een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor veiligheid.’ n

07

iMaintain 12

028_29_T_artikel.indd 29

21-08-12 11:11


30 WHAT’S NEXT

Onderzoekers van de TU/e hebben voor het eerst een coating ontwikkeld met functionaliteit aan het buitenoppervlak die vanzelf herstelt na beschadiging. De resultaten staan in het tijdschrift Advanced Materials.

Nooit meer auto wassen dankzij nieuwe coatingtechnologie De potentiële toepassingen van de vinding zijn legio. Denk aan mobieltjes waar nooit een vingervlek op komt, auto’s die nooit gewassen hoeven te worden en minder schilderbeurten voor vliegtuigen. Functionele coatings, die bijvoorbeeld sterk waterafstotend of antibacterieel zijn, hebben op hun buitenoppervlak moleculaire groepen, op ‘steeltjes’ van nano-afmetingen, die zorgen voor deze speciale eigenschappen. Maar die moleculaire groepen gaan door lichte aantasting van het oppervlak (zoals krasjes) al snel verloren, en daarmee ook hun werking. Dat beperkt de mogelijkheden van deze coatings tot nu toe sterk. Onderzoekster

Catarina Esteves van de faculteit Scheikundige Technologie van de TU/e en haar collega-onderzoekers hebben hier nu een oplossing voor ontwikkeld. Ze ontwikkelde hiervoor oppervlakken met speciale steeltjes, met aan de uiteinden de functionele chemische groepen. Deze mengt ze door de coating. Wanneer het buitenste laagje eraf gekrast wordt, richten de steeltjes in de onderliggende laag zich vanzelf weer op uit het materiaal, waardoor de functie herstelt.

Toepassing De vinding kan van groot belang zijn voor allerlei toepassingen. Zo wordt het mogelijk om een auto blijvend zelfreinigend te maken, met een sterk waterafstotende coating. Doordat druppels er niet aan hechten, rollen ze van de auto af en nemen het vuil mee. Een regenbui af en toe volstaat dan voor een schone auto, waarop bovendien geen krasjes te zien zijn. Op een soortgelijke manier kan een mobieltje altijd schoon blijven, of een zonnepaneel, of een vliegtuig. Bij vliegtuigen geldt: des te schoner het oppervlak, des te minder luchtwrijving, des te minder kerosine is nodig. Andere toepassingen zijn contactlenzen die niet bekrast raken en coatings waar geen algen aan hechten, wat handig is voor schepen. De beperking van de nieuwe technologie is dat ze alleen werkt bij ondiepe krassen, die niet helemaal door de coating heengaan.

Productie Onder meer je auto wassen kan verleden tijd worden met een nieuwe coatingtechnologie. Maar ook zonnepanelen en vliegtuigen kunnen van de vinding gaan profiteren.

Onderzoekster Esteves en haar team gaan nu de vinding verder ontwikkelen in samenwerking met andere universiteiten en met industriële partners. Ze verwacht dat binnen zes tot acht jaar de eerste coatings productieklaar zullen zijn, voor prijzen die vergelijkbaar zijn met de prijzen van huidige coatings.

07 12 iMaintain

030_31_32_33_P_whatsNEXT.indd 30

22-08-12 13:22


WHAT’S NEXT 31

MAcHiNEONdErdElEN bETEr gESMEErd zONdEr OliE Metaalbewerkingen spelen een centrale rol in de industrie. Daarbij worden smeermiddelen gebruikt die verhinderen dat werkstukken en gereedschappen oververhit raken en te snel slijtage vertonen. De vandaag gangbare smeermiddelen zijn gebaseerd op minerale olie. Daar kleven nadelen aan: fossiele minerale oliën zijn afkomstig van eindige bronnen, transporteren relatief weinig

Er kleven nadelen aan traditionele smeermiddelen. Nu smeren met water in zicht komt, worden de smeercapaciteiten beter en wordt de levensduur van gereedschappen verlengd.

hitte van het werkstuk, zijn schadelijk voor de gezondheid en brandbaar. Deze eigenschappen vergen belangrijke technische inspanningen, onder meer om de veiligheid van de operatoren te garanderen, en wanneer het in de afvalfase is beland. Andreas Malberg, Dr. Peter Eisner en Dr. Michael Menner van het Fraunhofer Institute for Process Engineering and Packaging IVV, hadden een idee voor een alternatief smeermiddel dat even simpel als verrassend was: smeer met water, niet met olie. Michael Menner: ‘In twee projecten hebben we olie vervangen door water, op succesvolle wijze. Een verrassende ontdekking was dat water geen slechter smeermiddel is dan olie, als maar de juiste additieven worden gebruikt.’ Natuurlijke polymeren bij water voegen, kan zijn smeercapaciteiten drastisch verbeteren, zo blijkt. De onderzoekers testten grondstoffen zoals celluloses, zetmelen of bacteriële polysacchariden. Hiermee proberen ze water viskeuzer te maken door biopolymeren toe te voegen, zodat het beter smeert. Het nieuwe smeermiddel blijkt ook enkele technische voordelen te hebben. Het vermindert de slijtage en verlengt de levensduur van gereedschap, bijvoorbeeld. De verwerkte componenten zijn ook eenvoudiger te reinigen. Dat snoeit in de kosten. Bovendien is ‘het overschakelen naar het nieuwe smeermiddel heel eenvoudig voor bedrijven’, meldde Peter Eisner. Bovendien is het alternatieve smeermiddel beter voor de gezondheid en veiligheid van de werknemers. Er is geen vorming van oliemisten, minder biocides zijn nodig, het ruikt beter en is zachter voor de huid. Dr. Peter Eisner, Ing. Andreas Malberg en Dr. Michael Menner zullen voor de ontdekking een van de Joseph-von-Fraunhofer prijzen van het jaar 2012 in ontvangst mogen nemen. Het nieuwe product is intussen reeds op de markt gebracht.

.

zElfHErSTEllENd bETON dOOrSTAAT TEST Het zelfherstellend beton met kalksteenproducerende bacteriën van de TU Delft heeft zichzelf in een eerste praktijktest bewezen. Een reeks nieuwe testen staat voor de deur. ‘Als die naar behoren verlopen, gaan we kijken hoe we het op de markt kunnen brengen’, laat de Delftse onderzoeker Henk Jonkers enthousiast weten. Jonkers en collega’s voegen aan het betonmengsel korrels toe met sporen van een speciale Bacillus-bacterie, die goed gedijt in een alkalische omgeving. Als door scheurvorming in het beton water binnendringt, gebruikt de bacterie water, zuurstof en calciumlactaat (ook aan het mengsel toegevoegd) voor het maken van kalksteen dat de scheur weer dicht. ‘Vanuit de praktijk kwam de vraag of deze techniek ook was te gebruiken voor het herstel van bestaande constructies’, vertelt Jonkers. ‘Toen hebben we ook reparatiemiddelen ontwikkeld; een impregneermiddel voor het behandelen van scheuren en een reparatiemortel voor grotere defecten.’ Binnen een door AgentschapNL en STW gefinancierd programma is het impregneermiddel voor de eerste keer in de praktijk getest bij de EHBO-post aan de recreatieplas bij Galder. ‘De scheuren in het betonnen dak zijn nu weer prachtig dicht’, aldus Jonkers. In september volgt een proef met de reparatiemortel op Terschelling. Ook de betonmix waar het onderzoek

mee begon wordt aan praktijktests onderworpen. De TU Delft kijkt met bouwbedrijf BAM en betonproducent Cugla zowel naar een manier om de mix op grote schaal te produceren als naar de bouw van nieuwe objecten. De groep van Jonkers is ook betrokken bij een aantal EU-projecten. In één daarvan test men ook een nieuw soort zelfhelend beton, waarin glazen buisjes zijn verwerkt, gevuld met monomeren, die als de buisjes breken uitharden tot polymeer.

Het zelfherstellend beton met kalksteenproducerende bacteriën van de TU Delft heeft zichzelf in een eerste praktijktest bewezen. De scheuren in het dak van de EHBO-post aan de recreatieplas bij Galder zijn ermee gedicht.

07

iMaintain 12

030_31_32_33_P_whatsNEXT.indd 31

22-08-12 13:22


32 WHAT’S NEXT

Op STOOMprOcESSEN vAlT NOg vEEl gEld TE bESpArEN

Onder meer onderzoek naar nieuwe microscopietechniek wordt gefinancierd met de 25 miljoen euro die technologiestichting STW investeert in de topsectoren.

TEcHNOlOgiESTicHTiNg STEEkT 25 MiljOEN iN ONdErzOEk Technologiestichting STW investeert 25 miljoen euro in vijf projecten die moeten leiden tot de ontwikkeling van nieuwe technologieën binnen de topsectoren. Het bedrijfsleven investeert ook nog eens acht miljoen euro in de onderzoeksprogramma’s die elk een looptijd van zes jaar hebben. De vijf programma’s waar het om gaat, zijn natuurgedreven onderhoud van onze kust, robuuste ‘cyber-physical systems’, multifunctionele naalden en katheters voor minimaal-invasieve diagnoses en operaties, een nieuwe microscopietechniek door zichtbaar licht en elektronenmicroscopie te combineren en medisch populatieonderzoek op basis van beelddata. Het eerste programma, geleid door de TU Delft, is gericht op de Zandmotor. Met de aanleg van deze zandbuffer is een kans ontstaan om natuurgedreven zandvoeding van onze kust te bestuderen. De Universiteit Twente krijgt de leiding over het tweede project, het robuuster maken van cyber-fysische systemen. Deze bestaan uit een combinatie van een groot aantal sensoren en actuatoren en worden onder meer gebruikt voor medische beeldbewerking, smartgrids en serverruimtes. Dergelijke systemen hebben vaak te maken met veel verschillende omgevingsfactoren, wat ze kwetsbaarder maakt, terwijl de industrie alle belang heeft bij robuuste systemen.

vErf MAAkT OvErbElASTiNg zicHTbAAr Onderzoekers van de Rice University in de Verenigde Staten hebben een soort verf ontwikkeld die materiaalvervorming kan laten zien. De ontdekking is gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Nano Letters. De vinding is een samenwerking tussen chemicus Bruce Weisman en werktuigbouwkundige Satish Nagarajaiah. De zogenaamde ‘strain paint’ bevat koolstofnanobuisjes die als een coating op een materiaal gesmeerd kunnen worden. Het fluorescentiespectrum van koolstofnanobuisjes verschuift wanneer de buisjes worden opgerekt of ingedrukt. Vervolgens kunnen een laser en een infraroodspectrometer het effect zichtbaar maken. In de praktijk zou je hiermee installaties kunnen controleren op overbelasting. De coating moet nog wel doorontwikkeld worden tot een in de praktijk toepasbare, kwalitatieve verf.

De Nederlandse procesindustrie verbruikt per jaar circa zeven miljard kubieke meter aardgas voor de productie van stoom. Grofweg twintig procent van het bij de warmteoverdracht gevormde condensaat verdwijnt echter ongebruikt in het riool of vervliegt als dampstoom. Dit warmteverlies komt overeen met zo’n 420 miljoen kubieke meter aardgas. Natuurlijk is dit zonde, maar een groot deel van het verlies is ook nog eens te voorkomen. Voor optimalisatie van het rendement van het stoomproces moet niet alleen de situatie in het ketelhuis en daarbuiten worden gecontroleerd; ook het proces waarin de stoom wordt gebruikt moet onder de loep worden genomen. In theorie is op elk van deze aspecten winst te behalen. Neem bijvoorbeeld het verbrandingsproces in het ketelhuis. Bij het verstoken van één kubieke meter aardgas komt ruim tien kubieke meter aan rookgassen vrij. Deze bevatten veel warmte-energie die kan worden benut door het ketelvoedingswater met een economizer, al dan niet in combinatie met een rookgascondensor, voor te verwarmen voordat het in de ketel wordt gevoerd. Zo kan het rendement van de stoomketel per twintig graden Celsius temperatuurdaling van de rookgassen met één procent worden verhoogd. Afhankelijk van het type installatie kan het rendement van de stoomketel ook worden verbeterd door via een flash-vat warmte terug te winnen uit het ketelspuiwater. Zo kan de hierbij vrijkomende stoom worden gebruikt in de ontgasser, terwijl met het warme condensaat bijvoorbeeld het suppletiewater kan worden voorverwarmd. Ook buiten het ketelhuis vallen de nodige kostenbesparingen te realiseren. Op de eerste plaats moeten de stoomleidingen goed zijn uitgelegd en moet de installatie goed zijn geïsoleerd. Dat geldt ook voor de appendages en flenzen. Dat laatste wordt in de praktijk vaak verzuimd. Zonde, want één kilowattuur energieverlies kost jaarlijks duizend kubieke meter extra aan aardgas. Daarnaast moet de capaciteit van de installatie worden gewaarborgd. Dat kan door in de leiding elke dertig meter een condenspot op te nemen die het condensaat adequaat afvoert. Het spreekt voor zich dat het condensaat bij voorkeur moet worden hergebruikt en dat ook regelmatig moet worden gecontroleerd of die condenspotten goed functioneren en niet lek zijn. De praktijk wijst namelijk uit dat in een stoominstallatie die drie tot vijf jaar niet is gecontroleerd vijftien tot dertig procent van de condenspotten defect is en dat leidt tot een fors stoomverlies. Het opsporen van lekkages via een jaarlijks condenspot-onderzoek of, nog beter, permanente lekdetectie verdient zichzelf dan ook binnen een half jaar terug. Technologische tip van Econosto Nederland, exposant van Maintenance NEXT 2013

07 12 iMaintain

030_31_32_33_P_whatsNEXT.indd 32

22-08-12 13:22


WHAT’S NEXT 33

NiEuWE rEpArATiETEcHNOlOgiE vOOr cHipS EN MASkErS Technieken om kleine maar kritische fouten op IC’s en lithografische maskers te repareren, schieten binnen enkele jaren tekort in resolutie en zuiverheid. TNO en Intel hebben nu aangetoond dat met een bundel gefocusseerde heliumionen de eisen wel kunnen worden gehaald. Er zijn dotjes en lijntjes metaal aangebracht met een zuiverheid van 41 procent: een wereldrecord. Ook de benodigde hoge resolutie is aangetoond. Verdere ontwikkeling is nog nodig om het fab-klaar te maken.

Overspray Deze ontwikkeling is beschreven in de wetenschappelijke publicatie Journal of Vacuum Science & Technology-B. De experimenten zijn uitgevoerd in het Van Leeuwenhoek Laboratorium van TNO in Delft met een speciaal daarvoor uitgeruste heliumionen microscoop (HIM) van Carl Zeiss. Eerder heeft TNO het nieuwe depositieproces, samen met de TU-Delft en Carl Zeiss, gekarakteriseerd en geoptimaliseerd. In de recente samenwerking met TNO nam Intel de analyse van de materialen voor zijn rekening en bracht veel kennis van de toepassing in. Intel is enthousiast over de geobserveerde extreem lage ‘overspray’ na het aanbrengen van een metaal met heliumionen. Overspray is het onbedoeld aangroeien van een voetje naast het doelgebied: een mogelijke oorzaak van kortsluiting naar geleiders in de buurt van het voetje. In de huidige procesflow is een agressieve reinigingsstap nodig om het voetje te verwij-

deren. Die kan mogelijk worden vermeden als het materiaal met helium-ionen wordt aangebracht.

Verdubbeling wereldrecord In het depositieproces wordt een ‘precursor’, een metaalhoudende organische stof, door een bundel actieve deeltjes vastgebakken op een oppervlak. Traditioneel worden daarvoor bundels elektronen of galliumionen gebruikt. Met elektronen kan een heel hoge resolutie worden gehaald; met gallium zijn de zuiverste materialen neer te slaan. De resolutie die met bundels heliumionen wordt bereikt, is gelijk aan die van elektronenbundels en de gemeten metaalzuiverheid is maar liefst 41 procent: bijna een verdubbeling van het oude wereldrecord voor deze techniek. Daarmee combineert heliumionendepositie de resolutie van elektronenbundels met de productzuiverheid van bundels van galliumionen.

Verdere optimalisatie Verdere optimalisatie van het proces is nodig om er in de praktijk IC’s en maskers mee te kunnen repareren. De onderzoekers zien mogelijkheden om de doorvoer voldoende op te voeren en tegelijkertijd de helium-ionendosis zo laag te houden dat de schade aan de onderliggende silicium wafer beperkt blijft. Naast het project met Intel werkt TNO binnen het NanoNextNL-consortium aan procesontwikkeling gericht op het repareren van EUV-maskers met heliumionen.

.

bOEiNg pArTicipEErT iN kuNSTSTOfiNNOvATiEcENTruM TWENTE Op 26 juni opende het Thermoplastisch Research Centrum (TPRC) zijn deuren. In het centrum worden kennis en apparatuur samengebracht. Partijen als Boeing, Ten Cate en Fokker Technologies vinden elkaar hier in open innovatie.

Thermoplasten De materiaaleigenschappen van thermoplasten bieden veel voordelen binnen de industrie. Sterkte en flexibiliteit zijn in alle gewenste richtingen te combineren. De productiesnelheden zijn bovendien hoog, wat thermoplasten geschikt maakt voor massaproductie. Het TPRC probeert die eigenschappen te vertalen naar eindproducten. Vezelversterkte thermoplasten zijn al gangbaar, maar dezelfde status als staal hebben ze nog lang niet.

Apparatuur Het TPRC is zeker niet het enige centrum voor onderzoek naar composieten, maar de focus op thermoplasten (die bij sterke verhitting weer zachter worden) is uniek. De faciliteiten zijn daar ook naar. Om temperatuurbestendige high-end producten uit bijvoorbeeld polyetheretherketon (PEEK) te maken, is een hoge temperatuur en druk nodig. Dat kan in de gespecialiseerde autoclaaf met bijbehorende randapparatuur. Ook voor het onder hoge temperatuur hydraulisch persen van vlakke laminaten en direct vormpersen met infrarood opwarming is state-of-the-art apparatuur aanwezig. Een gerobotiseerde machine voor de vervaardiging van thermoplastische composieten komt later dit jaar beschikbaar. De machine

In het nieuwe Thermoplastisch Research Centrum wordt middels open innovatie samengewerkt om thermoplasten in te zetten in eindproducten. Recent heeft ook Boeing zich bij het centrum gevoegd.

is in staat een rol thermoplast af te rollen, lokaal te verwarmen en op een mal te brengen. Het apparaat legt de vezels die in het materiaal worden geïncorporeerd precies in de goede richting, zodat ook bij conische vormen het product in alle richtingen zijn gewenste sterkte krijgt. Zo wordt het staartstuk van de A380 met fibre-placement vervaardigd, zij het met thermohardende tape.

Boeing De komst van Boeing naar Twente is spectaculair, ingegeven door de sterke composietenafdeling van de Universiteit Twente en de nabijheid van Ten Cate en Fokker Technologies. Het TPRC werkt volgens open innovatie. De lidmaatschapsbijdrage is fors, waarbij men zich committeert voor vijf jaar om langjarige expertiseopbouw te waarborgen. Er zijn twee soorten deelnemende partners, voor een verschillend tarief, met verschillende rechten. Tweewekelijks praten de partners mee over onderzoeksresultaten.

07

iMaintain 12

030_31_32_33_P_whatsNEXT.indd 33

22-08-12 13:22


Heeft u de ambitie én de capaciteiten om bij de top te horen? U bent talentvol in uw vakgebied, maar u wilt meer. U merkt dat u graag een spilfunctie wilt vervullen binnen uw bedrijf. Bij Avans+ staan tijdens de postbacheloren masteropleidingen uw persoonlijke ambities centraal.

Smeertechnisch Onderhoud is een hoofdzaak ... √ Smeerschemaʼs opmaken √ Smeertechnisch Onderhoud √ Consultancy + Training √ Oliemonstername + analyse √ Levering smeergereedschap √ Verversingen op hoogte (Tot 60 mtr.) √ Oliefiltratie

Voor Boccard is het de Hoofdzaak www.boccard.nl info@boccard.nl Tel.: +31.321.314.620

Avans+ is al meer dan 35 jaar de meest succesvolle opleider op het gebied van technische opleidingen. Tientallen ambitieuze en talentvolle technici gingen u voor met één van onze praktijkgerichte opleidingen. U kiest voor: + een opleiding ontwikkeld door en met experts + een praktijkgericht en multidisciplinair leertraject + aandacht voor vaktechniek én persoonlijke effectiviteit + een breed aanbod in vervolgtrajecten

In het najaar starten we weer met: + Maintenance Management 21-11-2012 + Assetmangement Infrastructuur 18-09-2012 + Nieuw! European Energy Manager (Eurem) + Hogere Installatietechniek (HIT) + Koudetechniek 24-09-2012 + Master of Pipeline Technology + Diverse bouwopleidingen Aanmelden / Informatie Postbus 2087, 4800 CB Breda tel: 0900 110 10 10 (lokaal tarief) e-mail: info@avansplus.nl Kijk op www.avansplus.nl

Operations Consultant Avans-Techniek-Alg 93bx130h fc 07-12 .indd 1

17-07-12 11:46

with focus on maintenance & reliability engineering DSM - Bright Science. Brighter Living. DSM is a global science-based company active in health, nutrition and materials. DSM has annual net sales of around € 9 billion and is headquartered in the Netherlands. Functional Excellence Operations (FEO) is a team of experts within the Corporate Operations & Responsible Care department (CO&RC) of DSM, that supports DSM Business Groups in realizing their strategic goals. The challenge: • Defining, developing and leading change management projects related to maintenance and reliability engineering in collaboration with site management; • Transferring skills and knowledge between sites through coaching, training and mentoring; • Contribute to the competence development in maintenance & reliability engineering within the department. The ideal: • Master’s degree, preferably in engineering or technology related disciplines. • Min. 5-years of experience in manufacturing or engineering, incl. over 2 years in maintenance and reliability engineering • Experience with change management processes and Lean Six Sigma. • Good social antenna, good analytical skills. • Fluent in English. • Willingness to travel (appr. 50%). The reward: • Challenging opportunity in a dynamic, innovative multinational. • Intensive teamwork with business and management. • Close attention for personal development and continuous learning. Location: Heerlen (other DSM locations open for discussion) If you are interested in this position, please apply on-line on www.DSM.com/careers (requisition nr. SAF00042). For further information, please contact Marion Dirken, HR Business Partner DSM HQ (marion.dirken@dsm.com).

034_avans_boccard_dsm.indd 1

20-08-12 13:47


UNDER CONSTRUCTION 35

Huilende stewardess zorgt voor paniek aan boord Een huilende stewardess heeft voor paniek gezorgd tijdens een vlucht tussen Zweden en Spanje. De vrouw ging huilen na een rookalarm in de cockpit. Oorzaak van de rookontwikkeling was een defecte televisie. De passagiers kregen haast geen info en moesten zich opmaken voor een noodlanding. De vlucht die opgestegen was in Sturup in de buurt van Malmö was op tien minuten van de eindbestemming in Mallorca toen het fout ging. De stewardess raakte in paniek en barstte in tranen uit. ‘Huilend kwam ze melden dat er een technisch defect was’, zegt Mattias Sonngård, die aan boord was van de vlucht, tegen de krant Sydsvenskan. ‘We kregen te horen dat we ons moesten opmaken voor een noodlanding.’ De oorzaak van de rookontwikkeling was een defect televisietoestel, maar dat kregen de passagiers niet te horen. Aan boord brak paniek uit. ‘Passagiers begonnen te schreeuwen dat ze niet wilden sterven. De man voor me viel flauw en kreeg een zuurstofmasker opgezet door de passagier naast hem. Ik vroeg een stewardess of we in het water gingen landen. Ik wilde niet verdrinken maar een onmiddellijke dood.’

Politiebescherming gevraagd bij wegonderhoud

FNV Bouw wil strenger politieoptreden deze zomer om wegwerkers beter te beschermen tegen asociale automobilisten die zich tijdens wegwerkzaamheden bijvoorbeeld niet houden aan verlaagde maximum snelheden. Door het extra vakantieverkeer en Rijkswaterstaat dat in de zomer meer onderhoud uitvoert aan snelwegen, is de kans op gevaarlijke situaties volgens de vakbond de komende tijd groter. FNV Bouw zegt vakantiegangers hiervoor te willen waarschuwen als deze eropuit trekken met de auto. Maar de overheid moet volgens de vakbond ook maatregelen nemen, zoals strengere politiecontrole, lik-op-stukbeleid bij asociaal weggedrag en hogere boetes. Wegwerkers hebben volgens de FNV-bond vaak te maken met roekeloos rijgedrag, zoals automobilisten die door wegafzettingen heen rijden of met ‘schijnbewegingen’ net doen alsof ze de werknemers willen aanrijden. Volgens de vakbond blijkt uit onderzoek dat een kwart van de wegwerkers eens per maand een gevaarlijke situatie meemaakt. Verder vreest 44 procent van de ondervraagde werknemers minstens een keer per jaar voor zijn leven.

Speciaal cadeau voor bejaarde monteur De 86-jarige monteur Al Blackman heeft van zijn werkgever American Airlines een rondvlucht aangeboden gekregen ter ere van zijn zeventigjarige jubileum bij het bedrijf. De rondvlucht vindt plaats laag boven New York met een compleet gerestaureerde DC-3 uit 1936. Een toestel waar Blackman in de jaren 40 van de vorige eeuw zelf menig uur aan gesleuteld heeft. Bij de huldiging op zijn werkplek zei Blackman tegen collega’s en familie dat hij na zeventig dienstjaren nog niet van plan is om met pensioen te gaan. Hij werd door zijn collega-monteurs ook nog in het zonnetje gezet met een levensgrote muurschildering in de hangar waar hij vaak aan het werk is. Zijn u curieuze berichten opgevallen in het nieuws voor onze under construction-rubriek? Stuur deze dan naar redactie@industrielinqs.nl 07

iMaintain 12

035_G_under_construction.indd 35

21-08-12 11:10


Donderdag 27 september • FME Zoetermeer Hoe houden we het veilig? Onderhoud is dit jaar veel in het nieuws. Terecht of onterecht wordt het vakgebied vaak genoemd in relatie tot incidenten en onveilige situaties. Maar met een verwachte topdrukte in het stopseizoen van 2013, is de vraag hoe de veiligheid van mensen, milieu en de installaties gewaarborgd blijft altijd legitiem. De werkdruk is hoog, de schaarste aan personeel is groot, communicatie wordt Babylonisch en de publieke opinie begint ook steeds zwaarder te wegen. En dus … hoe houden we het veilig? Op 27 september zal die vraag bij Profion Maintenance Linqs hardop worden gesteld. Met onder anderen Boudewijn Siemons, Managing Director van Vopak Oil Rotterdam BV. Hij zal in zijn rol als voorzitter van Vereniging van Onafhankelijke Tankopslagbedrijven (VOTOB) en lid van de VV stuurgroep praten over de staat van onderhoud en de veiligheidscultuur in de Botlek.

Programma 15: 45 uur Ontvangst 16: 00 uur Opening 16: 05 uur Lezingen 17: 00 uur Discussie 17: 30 uur Borrel en netwerk

Aanmelden Aanmelden kan via www.industrielinqs.nl/pml. Deelname is gratis voor Profion-leden. Vraag de vipcode aan via het Profion secretariaat. Niet-leden betalen e150,–. Profion Maintenance Linqs is bedoeld voor boardmembers, sitemanagers en maintenance managers van industriële opdrachtgevers, directie van industriële aannemers, beleidsmakers en beslissers van overheden en lectoren en hoofddocenten uit de onderwijssector.

WWW.INDUSTRIELINQS.NL/PML

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met: kiki.nelson@industrielinqs.nl • Tel: 020 - 31 22 791

Initiatiefnemers:

01_adv_A4_PML.indd 1

Sponsor:

22-08-12 09:20


volgend nummer 37

In HeT volgende nummer Risicomanagement Risicomanagement en veiligheid zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Risico’s kunnen van tevoren ingeschat worden en vervolgens kun je in actie komen. Toch lijken niet altijd alle risico’s tijdig onderkend te worden zodat een risico kan uitgroeien tot een onveilige situatie. Hoe moet de risicomanager omgaan met de potentiële gevaren van de moderne industrie?

Nieuwe invalshoek voor Waterschap De Waterschappen moeten bezuinigen en asset management moet daarbij helpen. Hoe brengt Waterschap Limburg dit in de praktijk? En welke rol spelen life cycle costing en het milieu hierin? Want kostenbesparing is mooi, maar duurzaamheid mag ook niet vergeten worden.

Gedrag op de werkvloer Veilig en verantwoord werken betekent meer dan enkel de regels volgen. Ook een prettige werkomgeving waarin de sterke punten van elke werknemer optimaal worden benut maakt het werk veiliger. Hoe kan de bedrijfsleiding ervoor zorgen dat eenieder zijn eigen ‘gedragsstijl’ kan voeren?

THemA: rISIComAnAgemenT EN VERDER MaintNL Wederom komt er in het komende nummer van MaintNL een maintenance manager aan het woord om zijn ‘geheim’ te onthullen. Verder onder andere: meer over het betrekken van jeugd bij techniek, we blikken vooruit op het congres iMaintain Infra en we geven een voorzet op het nieuwe Onderhoudskompas, editie 2012.

iMaintain Nummer 8 verschijnt 28 september

Thema’s 2012 risicomanagement

iMaintain 09-2012 Benchmarking

iMaintain 10-2012 duurzaamheid

07

imaintain 12

037_F_volgend nummer.indd 37

22-08-12 11:43


KENNIS MOET JE OOK ONDERHOUDEN.

NIEUNWOLOGIE,

PROCESTECH 12 BIJEENKOMSTEN012 START SEP TEMBER 2

• Hoeveel onderhoud is juist genoeg? • Kunnen we met de onderhoudsfunctie geld verdienen? • Hoeveel kan onderhoud bijdragen aan het bedrijfsresultaat? • Wat is Excellent Onderhoud en hoe geef ik dit vorm? WAARDECREATIE DOOR GOED ONDERHOUD Een onderhoudsopleiding bij Hogeschool Utrecht helpt u in uw eigen bedrijf de antwoorden te vinden op deze vragen. In de afgelopen jaren zijn vele mooie resultaten en forse besparingen bereikt bij de deelnemende bedrijven. Door de brede scope op zowel Materiaalkunde, Engineering, Inspectie als Onderhoud bieden onze opleidingen op het gebied van Onderhoud precies die (integrale) kennis die nodig is om verder te kunnen kijken dan het eigen vakgebied, en daardoor aantoonbaar betere resultaten te boeken. • HBO Onderhoudstechniek • Post-HBO Onderhoudstechnologie • Post-HBO Onderhoud en Management • Master of Engineering in Maintenance & Asset Management

Start 3 oktober 2012 Start 4 oktober 2012 Start 4 oktober 2012 Start 27 augustus 2012

Alle genoemde opleidingen kunnen naar wens in-company (op maat) verzorgd worden. Informeer naar de mogelijkheden. Meer weten? Bel 088 481 88 88, mail naar info@cvnt.nl of kijk op www.cvnt.nl.

ER VALT NOG GENOEG TE LEREN

FC_A4.indd 1 1 008_HU.indd

14-02-12 14:24 20-08-12 13:48


Maint

NL

Het magazine van de NVDO

‘Ruimte voor vakmanschap en werkplezier door ketensamenwerking’ | Techniek is niet vies en moeilijk | Maintenance engineer maakt onderhoud lonend 039MA_NVDO_cover.indd 39

21-08-12 11:10


Conditiebewaking Veiligheid Maintenance Expertise - Techniek Netwerk en?

aan! e j d l Me o.nl d v n . w ww schap at

> lidma

Deel kennis en ervaring >> word lid! Ervaar netwerken in groter verband

De Nederlandse Vereniging voor Doelmatig Onderhoud

houdsprofessionals biedt de NVDO een ongeëvenaard

(NVDO) is de toonaangevende branchevereniging op het

netwerk van branchegenoten. De NVDO kent diverse bran-

gebied van onderhoud. Het overdragen van kennis en het

che- en aspectgerichte secties en regionale kringen. De

realiseren en in stand houden van het grootste onder-

vereniging draagt bij aan (wetenschappelijk) on-

houdsnetwerk van Europa, ziet de NVDO als belangrijke

derzoek en brengt trends, ontwikkelingen en visies

doelstelling. Met een groeiend aantal leden van onder-

binnen de branche in kaart.

Lidmaatschap van de NVDO biedt vele voordelen • • • • • • • • • •

Professioneel netwerk op het gebied van onderhoud Kringbijeenkomsten en seminars over specifieke thema’s Cursussen over onderhoudsmanagement Studiedagen met actuele thema’s Secties en werkgroepen gericht op specifieke onderhoudsaspecten Vacaturebank Lidmaatschap van de NVDO Group op LinkedIn (wetenschappelijke) Onderzoeken NVDO Corrosie Helpdesk Jongerenboard

• NVDO Onderhoudskompas • (wetenschappelijke) publicaties, waaronder Visiedocumenten • Kortingen op ons cursusaanbod van de NVDO Maintenance Academy • Korting op NVDO-studiedagen • (gratis) abonnement op de vakbladen iMaintain en MaintWorld Asset Management, Duurzaamheid en Veiligheid zijn belangrijke thema’s waaraan de NVDO regelmatig en in breder verband aandacht besteedt!

Ga naar www.nvdo.nl en meld je aan... NVDO - Voorveste 2 - Postbus 138 - 3990 DC Houten Telefoon 030 - 634 60 40 | Fax 030 - 634 60 41 | E-mail info@nvdo.nl | www.nvdo.nl

040_wervingsadvertentie.indd 1

21-08-12 11:06


van de voorzitter Vragen naar de bekende weg? Onze NVDO Bureaumedewerkers worden met enige regelmaat benaderd met de vraag of de NVDO iets aan benchmarking doet. Dit zijn meestal ‘niet’-leden die vaak voor commerciële doeleinden bepaald cijfermateriaal nodig hebben. U weet als NVDO-lid wel beter. Onze vereniging publiceert al voor het derde achtereenvolgende jaar het NVDO Onderhoudskompas en dit jaar verschijnt het zevende (!) Visiedocument. En in navolging van de Benchmarkstudie heeft de NVDO Sectie Suto de impact van prestatiemeetsystemen en leermechanismen van onderhoudscontracten, in samenwerking met de Universiteit van Amsterdam en de NEVI, nader onderzocht. Deze verdieping vond plaats vanuit zowel het perspectief van de opdrachtgever (eigenaar van de assets) als de opdrachtnemer (de leverancier die het onderhoud uitvoert). In dit kader is het gebruik en effect van prestatiemaatstaven bij het beheren van onderhoudscontracten nader onderzocht. De resultaten, trends en ontwikkelingen naar aanleiding van dit onderzoek worden met u gedeeld tijdens het unieke congres iMaintain; Prestatiemanagement dat wij op 26 september voor u hebben georganiseerd. Maar dat is nog niet alles, want onlangs ondertekenden IPD Nederland BV (IPD) en de NVDO gezamenlijk de overeenkomst om te komen tot een onafhankelijke benchmark voor de onderhoudskosten en investeringsuitgaven, verbonden aan het gebruik van vastgoed. Het doel van IPD is het, door middel van het uitvoeren van metingen en het opstellen van benchmarks, bevorderen van transparantie inzake de bedrijfseconomische prestaties voortvloeiende uit de exploitatie en het gebruik van vastgoed in de meest brede zin van het woord. Om dit doel te realiseren, onderhoudt zij de internationale standaarden voor het meten van deze prestaties. Om het gebruik van de prestatiestandaarden te bevorderen en te vergemakkelijken, richt IPD zich op het opzetten en uitbouwen van samenwerking met deelnemersgroe-

pen en hun belangenvertegenwoordigers speciaal gericht op het realiseren van dit doel. Tegen de achtergrond van deze doelstellingen zullen IPD en NVDO samen met de NVDO-leden die zijn aangesloten bij de NVDO Sectie Onroerend Goed een studie uitvoeren naar de haalbaarheid van een benchmark voor de onderhoudskosten en investeringsuitgaven verbonden aan de exploitatie en/of het gebruik van vastgoed op basis van de IPD-standaard voor de meting van de bedrijfseconomische vastgoedprestaties. Een en ander ligt in het verlengde van het NVDO Onderhoudskompas waarin, via de methode van scenarioplanning, is ingezoomd op de toekomst van ‘het onderhoud binnen de onroerendgoedsector in 2017’. Tevens gaat het Visiedocument in op de mogelijke gevolgen hiervan voor onderhoudsbedrijven en -afdelingen die binnen deze markt actief zijn. Het Visiedocument beschrijft vier mogelijke toekomstscenario’s van onderhoud binnen het onroerend goed in 2017, gebaseerd op twee kernonzekerheden, namelijk ‘de aandacht die de Nederlandse politiek heeft voor de energie-efficiency van gebouwen’ (veel aandacht versus weinig aandacht) en ‘de toekomstfocus van asset owners en investeerders binnen de onroerend goed sector’ (een langetermijnfocus versus een kortetermijnfocus). Door deze ontwikkelingen op een x- en een y-as te plaatsen en de extreme varianten van deze twee kernonzekerheden te combineren, ontstaan vier combinaties die aan de basis liggen van de scenariobeelden. Het uitvoeren van een benchmark specifiek op onder meer onderhoudskosten en investeringsuitgaven, sluit hier naadloos op aan. Vindt u dit interessant, wilt u toegang tot en/of deelnemen in benchmarkstudies en u bent nog geen NVDOlid, dan weet u wat u als eerste moet doen.

Bas Kimpel, voorzitter

MaintNL 07 – 2012 41

041_MB_NVDO-D_Voorzitter.indd 41

21-08-12 11:10


Onderhoud in de topsectoren

Watersector wil hersens en handen leveren De Nederlandse watersector wordt wereldwijd geroemd om zijn kennis. Toch komt het nog maar al te vaak voor dat de uiteindelijke opdrachten aan de neus voorbij gaan. Voor een deel komt dat omdat er te weinig referentieprojecten zijn, maar ook de financiering komt nog wel eens moeilijk tot stand. Door gezamenlijk op te treden, denkt de sector het merk Holland-waterkennisland ook financieel te exploiteren. David van Baarle Het topteam water tekende een innovatiecontract bestaande uit drie delen en dus zullen er ook drie topconsortia voor Kennis en Innovatie worden samengesteld. Niet geheel verwonderlijk aangezien de Nederlanders een speciale band met water hebben en dus de Nederlandse economie ook. Zowel de strijd tegen als op het water heeft ons in het verleden geen windeieren gelegd en de Nederlanders een voorsprong gegeven op civieltechnisch en maritiem vlak. Gezien de groei van de wereldbevolking en de verwachte klimaatverandering, wordt de uitdaging voor de watersector voor droge voeten en schoon drinkwater alleen nog maar groter. De betrokken partijen tekenden dan ook een innovatieopgave voor Deltatechnologie, Watertechnologie en Maritiem. Hans Huis in ’t Veld heeft inmiddels het boegbeeldschap overgenomen van kwartiermaker Jan Bout en uit zijn mond horen we dan ook de strategie die het topteam water voor ogen heeft. ‘De opdracht van de minister van EL&I was om de exportbelangen van de Nederlandse economie te versterken en de watersector heeft op dat vlak een naam hoog te houden. De sector vertegenwoordigt een toegevoegde waarde van 18,8 miljard euro, wat voornamelijk is toe te schrijven aan de export. Bovendien is er nog genoeg ruimte voor groei.’ Huis in ’t Veld is de eerste om toe te geven dat de drie genoemde sectoren al behoorlijk goed zijn georganiseerd, ‘maar gezien de ambitieuze groeidoelstel-

lingen die we onszelf hebben gesteld, moeten we wel nog iets extra’s doen om de ketens te versterken.’

Ecoshape De natte waterbouwers zijn wereldwijd actief en de Nederlandse ingenieursbureaus worden bij de meest complexe projecten om hun expertise gevraagd. ‘Neem de nieuwe combinatie van DHV en Royal Haskoning’, zegt Huis in ’t Veld. Beide partijen hadden al een goede positie zowel internationaal als op de thuismarkt, maar door de verenigde krachten krijgen ze meer slagkracht en daarmee zetten ze zich nog steviger in de markt. En zo zijn er nog veel meer voorbeelden te noemen. De baggeraars Boskalis en Van Oord zijn een visitekaartje van Nederland en zijn wereldwijd vertegenwoordigd. Zo heeft Van Oord maar liefst 35 vestigingen in 35 landen. De rest van de Nederlandse waterbouwers zou daar van moeten kunnen profiteren. Om die belangrijke internationale positie te blijven behouden, moeten we wel blijven innoveren. Het bouwen met de natuur, ook wel ecoshape genoemd, is een nieuwe trend met veel potentie, maar waar nog wel het nodige onderzoek naar moet worden gedaan. Zo loopt er nu een proef genaamd De Zandmotor, waarbij een kunstmatig opgeworpen schiereiland de natuurlijke stroming gebruikt om zand te verspreiden voor kustbescherming. Onderzoekers van de TU Delft en Deltares werken samen om

te kijken of het zand daar terecht komt waar het nodig is. Als die proef slaagt, kunnen we de opgedane ervaring gebruiken voor andere deltagebieden in de wereld.’ Op het gebied van deltatechnologie gebeurt dus al het nodige onderzoek. ‘Deltares is zeer actief op alle gebieden van deltatechnologie. Op maritiem gebied hebben we met Marin ook een zeer sterk onderzoeksinstituut en ook TNO doet het nodige onderzoek. Het is nu zaak om hechtere verbindingen te maken tussen die instituten om ervoor te zorgen dat er niet alleen gerichter onderzoek kan worden gedaan, maar dat de onderzoeksresultaten ook sneller naar de markt worden vertaald. Want uiteindelijk moet dat onderzoek tot meer marktorders leiden, het streven is zelfs een verdubbeling daarvan.’

‘Holland heeft een fantastische propositie en een zeer hoogwaardige kennis op het gebied van watertechnologie, maar dat weet nog lang niet iedereen.’ Bijlboeg Ook op maritiem gebied blaast Nederland nog een aardig toontje mee. De grote scheepsbouwers zitten dan misschien vooral in het verre oosten, toch weten de Nederlandse scheepsbouwers zich in bepaalde nichemarkten aardig te profileren. Huis in ’t Veld: ‘Damen Shipyards is zo’n voorbeeld van een bedrijf dat dankzij innovatieve oplossingen wereldwijd producten verkoopt zoals patrouilleschepen, sleepboten en offshore support schepen. IHC doet dit bijvoorbeeld voor baggerschepen, om maar een paar voorbeelden te

42 MaintNL 07 – 2012

042_43MN_NVDO-artikel.indd 42

22-08-12 09:05


noemen. Samen met de TU Delft ontwikkelde Damen een zogenaamde bijlboeg voor zijn hogesnelheidsschepen. Daarmee verbetert niet alleen de bestuurbaarheid en het comfort, maar is het brandstofgebruik ook nog eens met twintig procent verlaagd. Het bedrijf is zeer succesvol met deze schepen en het laat maar weer eens zien dat innovatieve producten meerwaarde bieden en de export bevorderen. Het laat ook zien dat publiek-private samenwerking werkt. Damen stort zo’n 25 duizend euro per afgeleverd schip met een bijlboeg in een onderzoeksfonds van de TU Delft. Het heeft er ook toe geleid dat NWO meer belangstelling kreeg voor maritiem onderzoek. Inmiddels wordt ook meer fundamenteel onderzoek gedaan naar bijvoorbeeld hydrodynamica.’

Financiering De Nederlandse watertechnologiesector wijkt een beetje af van de twee eerder genoemde sectoren. Waar deltatechnologie en maritieme techniek vooral worden gedomineerd door grote internationaal opererende bedrijven, kenmerkt de markt voor waterbehandeling en -zuivering zich door een groot scala aan mkb-bedrijven. De binnenlandse markt wordt grotendeels gedomineerd door (semi-)publieke partijen en de sector exporteert zo’n dertig procent. Toch is het wetenschappelijk onderzoek ook in deze sector goed geregeld. ‘Onderzoeksinstellingen zoals Wetsus,

KWR en TNO doen veel onderzoek naar nieuwe zuiverings- en filtertechnieken zoals membraanfiltratie. Met name door de stringente wetgeving op het gebied van waterkwaliteit en milieu heeft de sector vergeleken met de rest van de wereld een zeer hoog niveau. Die propositie wil men dan ook gebruiken om wereldwijd een grotere rol te spelen. Nadeel daarbij is dat de thuismarkt niet zo groot is en er dus weinig referentieprojecten zijn. Juist door meer samen te werken, hoopt men eerder zichtbaar te worden in het buitenland en daarmee zou ook de financiering van grote projecten eenvoudiger moeten worden’, aldus Huis in ’t Veld. Die financiering is een gezamenlijk probleem van de drie deelsectoren. ‘Het blijkt dat de Nederlanders soms wat te braaf zijn waar het gaat om overheidssteun. Natuurlijk zijn er niet voor niets internationale handelsregels, maar er is nog wel wat ruimte om de overheid iets meer in te zetten bij het openbreken van nieuwe markten. Vaak hebben partijen te weinig middelen om grote projecten voor te financieren. Een overheidsgarantie of exportkrediet kan net helpen om zo’n financiering toch te krijgen. Ook hanteert de overheid tot nog toe een strikte scheiding tussen ontwikkelingshulp en projecten, terwijl dat prima samen kan gaan. Inmiddels heeft het kernteam export en promotie een rapport opgesteld waarin de belemmeringen voor de drie sectoren wor-

den genoemd en de auteurs komen bovendien met voorstellen om kennis, kunde en kassa samen te brengen en daarmee de export te vergroten.’

Branding Of de onderhoudssector zal meeprofiteren van de toenemende exportactiviteiten is voor een deel afhankelijk van de sector zelf. ‘De grote bedrijven in de maritieme sector, maar ook de bedrijven die zich bezighouden met deltatechnologie, trekken tal van mkbbedrijven aan. Damen Shipyards zou niet kunnen bestaan zonder al zijn toeleveranciers en vice versa. De belangrijkste boodschap is dat de waterwereld zich sterker moet profileren en daarvoor zal ze moeten blijven samenwerken. Holland heeft een fantastische propositie en een zeer hoogwaardige kennis op het gebied van watertechnologie, maar dat weet nog lang niet iedereen. We zullen ons dus ook voor een deel op branding moeten richten, het vermarkten van de hoogwaardige kennis. Het besef komt steeds meer dat we elkaar nodig hebben. Het bedrijfsleven, de overheid en de wetenschappelijke instellingen maken zich klaar voor een sterkere Holland branding. Niet alleen binnen de topsector water, maar ook tussen de topsectoren onderling is nog synergie te halen. Water en energie zijn bijvoorbeeld een veelbelovend thema waar de Nederlandse bedrijven nog wel eens zeer succesvol in zouden kunnen zijn.’ n MaintNL 07 – 2012

042_43MN_NVDO-artikel.indd 43

43

22-08-12 09:05


Arbeid en onderhoud

Techniek is niet vies en moeilijk Stichting Technasium is in 2003 bedacht aan de keukentafel van Judith Lechner. Nu werken al zeventig scholen met dit onderwijsconcept. ‘Mijn man en ik hebben het eigenlijk voor onze dochter bedacht; heel concreet’, glimlacht Judith. ‘We hebben een bètadochter, die uiteindelijk Bouwkunde is gaan studeren. Ze werd helemaal niet gestimuleerd op de middelbare school. Pratend met onze kinderen hebben we het technasium bedacht.’ Ingrid Rompa

heeft hierbij een veelheid aan contacten met bedrijven.’ Leerlingen die van een technasium afkomen, kiezen niet altijd voor een technische opleiding, vertelt Lechner. ‘Er zijn allerlei momenten waarop leerlingen uiteindelijk toch nog een andere keuze kunnen maken. Dat is nu eenmaal zo met deze leeftijdsgroep.’

Tekort Bedenken is één ding; daarna volgde nog een lang traject om het te realiseren, aldus Lechner. ‘Het idee is negen jaar geleden bedacht en twee jaar later zijn we gestart. Er was vrij snel interesse vanuit de scholen en het bedrijfsleven. Iedereen zei: wat een goed idee, moet je doen! Toen we dit plan bedachten werkte ik bij een ROC. Ik had veel ervaring met innovatietrajecten in de non-profitsector. Mijn man, Boris Wanders, komt uit het voortgezet onderwijs. We zijn begonnen met vijf scholen en daarna hebben scholen zich altijd zelf gemeld.’ Het onderwijsconcept is ontwikkeld voor havo en vwo, en loopt van de brugklas tot en met het eindexamen. Het technasium is een afdeling binnen een scholengemeenschap voor leerlingen die interesse hebben in bètatechniek. Het expertisecentrum is gevestigd in Groningen. De scholen die de stichting begeleidt, bevinden zich in heel Nederland. Volgend jaar voeren 85 scholen dit concept in. ‘De filosofie achter het technasium is dat kinderen op havo en vwo die technisch geïnteresseerd zijn graag iets willen doen, willen maken en in de praktijk willen zien’, legt Lechner uit. ‘Meer dan de alpha’s. Wij vinden dat het onderzoekende dat ze hebben een kans moet krijgen. Niet alleen denken, maar ook doen.’

Onzichtbaar In onze maatschappij is techniek vaak onzichtbaar, meent Lechner. ‘Hoe het werkt en hoe eraan wordt gewerkt, zie je niet op

straat. Bij het vak Onderzoek & Ontwerpen (O&O) laten wij dat wél zien, bijvoorbeeld door excursies op bedrijven. Er wordt altijd een verbinding gemaakt tussen wat ze op school doen en wat er buiten school gebeurt.’ O&O is een erkend examenvak, meldt Lechner. ‘Helaas is het nog niet zo dat leerlingen een erkend technasiumdiploma krijgen. Daar zijn we nog wel mee bezig.’

Het technasium werkt niet op basis van activiteiten, maar besteedt structureel aandacht aan de moderne wereld van bèta en techniek buiten school. Dit nieuwe vak onderscheidt het technasium van elk ander type school. ‘Tijdens het vak O&O zijn leerlingen twee dagdelen in de week bezig met de beroepswereld van bètatechniek, bijvoorbeeld installatievraagstukken in het kader van duurzaamheid.’ Het technasium werkt niet op basis van activiteiten, maar besteedt structureel aandacht aan de moderne wereld van bèta en techniek buiten school. ‘In elk project staat een ander beroep centraal, zodat de leerlingen veel ervaring opdoen tijdens hun middelbare schooltijd. Een technasium

Dat er een ernstig tekort is aan hoger opgeleid personeel waardoor leerlingen met een technische opleiding makkelijk een baan krijgen, speelt bij de stichting zeker een belangrijke rol. ‘Ja, natuurlijk. Wij vertellen de leerlingen ook dat ze straks niet alleen mooi werk kunnen doen, maar ook redelijk makkelijk een baan kunnen vinden.’ Bedrijven doen er volgens haar echter weinig aan om leerlingen nu al aan zich te binden. ‘En dat is jammer’, meent Lechner. ‘De bedrijven staan aan het eind van het wo of het hbo te kijken wie er van afkomen. Daar zou ik wel wat voortgang in willen zien.’ Een mogelijkheid zou een mentoraat kunnen zijn. ‘Bedrijven zouden leerlingen in de bovenbouw van havo en vwo bijvoorbeeld in een soort traineeship kunnen nemen gedurende hun studie, waarbij ze ook bemoeienis hebben met de studie die ze vervolgens gaan doen. De studenten kunnen bij dat bedrijf misschien een zakcentje bijverdienen in plaats van schoonmaken of werken in de horeca. Ik zou het ook een goed idee vinden als een bedrijf de studie van een leerling zou betalen. Die leerling zou vervolgens een bepaald parcours door moeten gaan en kan daarna aan de slag bij dat bedrijf. Dat zou ik interessante trajecten vinden, maar dat gebeurt helaas niet.’

Netwerkcoaches De stichting Technasium werkt onder meer met netwerkcoaches in het hele land,

44 MaintNL 07 – 2012

044_45_47_MF_NVDO-artikel.indd 44

22-08-12 09:05


De ma Di nis De kin ne ga vo Zie

Het technasium is een afdeling binnen een scholengemeenschap voor leerlingen die interesse hebben in bètatechniek. Kinderen kunnen hier met hun handen werken. afkomstig van het hoger onderwijs. ‘We werken met netwerken van vijf scholen per regio die het technasium invoeren. Zo’n netwerk wordt een dag per week begeleid door een netwerkcoach. De scholen leren en werken samen. Ze benaderen samen het bedrijfsleven en het hoger onderwijs. Het is heel motiverend voor een school om dat niet alleen te hoeven doen. De meeste netwerkcoaches hebben drie netwerken onder hun hoede.’ Marieke Rinket is zo’n netwerkcoach. Ze werkt zowel bij de stichting Technasium als bij de Universiteit Twente (UT). Het verbinden van verschillende partijen is een belangrijk onderdeel van haar werk: havo/ vwo, bedrijfsleven en hoger onderwijs. ‘Het is een uitdaging al die partijen te koppelen’, knikt Rinket. ‘Het is belangrijk dat ze elkaar weten te vinden.’ Als netwerkcoach heeft ze dit schooljaar vijftien scholen onder haar hoede. ‘Ik motiveer leerlingen in hun interesse voor techniek, ik ondersteun scholen als het gaat om het inrichten van het technasium en ik bezoek bedrijven om

samenwerking te zoeken.’ Op de Universiteit Twente werkt Rinket vooral op de aansluiting met havo/vwo-scholen. ‘Ik ben op de lerarenopleiding bezig met een nieuwe, brede bètabevoegdheid voor docenten. Ook begeleid ik een docenten-ontwikkelteam. Hierbij werken diverse docenten van havo/vwo-scholen samen om contacten met bedrijven op te zetten. Docenten zijn helemaal niet gewend om buiten de school te treden, dus daar help ik ze een handje mee.’

is een hoog uitvalpercentage in het eerste jaar.’ Universiteit Twente werkt niet alleen met leerlingen van technasia, maar ook met de bètadocenten. ‘Leraren spelen vaak een grote rol in wat leerlingen kiezen. We willen die keten ‘basisonderwijs–voortgezet onderwijs–hoger onderwijs’ goed vormgeven, zodat leerlingen zo goed mogelijk keuzes kunnen maken. Voor alle duidelijkheid: we hebben ze uiteraard liever niet in de techniek als ze er niet horen.’

Convenant

Voorbeeld

De Universiteit Twente is de eerste universiteit die een convenant sloot met de stichting Technasium. ‘En steeds meer universiteiten en hogescholen volgen hun voorbeeld. De Universiteit Twente heeft veel scholen, waaronder de technasia, die een beroep op ze doen. De UT wil leerlingen interesseren voor hun opleidingen, maar men wil vooral dat leerlingen goed kiezen. Ik denk persoonlijk dat je hiermee de uitval in het hoger onderwijs kunt tegen gaan. Er

Een goed voorbeeld van zo’n keuzemoment is de opdracht in het eindexamenjaar. ‘Dan voeren de leerlingen voor het vak O&O meesterproeven uit, een grote onderzoeksof ontwerpopdracht van 120 uur. Dat is het sluitstuk van hun opleiding. Hiermee willen we de brug slaan van het technasium naar het hoger onderwijs.’ In de examenklas zijn bedrijven én expertbegeleiders uit het hoger onderwijs of van de universiteit betrokken, vertelt Rinket. ‘De Universiteit MaintNL 07 – 2012

044_45_47_MF_NVDO-artikel.indd 45

45

22-08-12 09:05


Kansen door versobering 1 november 2012 • Drijvend Paviljoen • Rotterdam nu in Schrijf u

Kansen door versobering

Programma

Investeringen in infrastructuur nemen af. Er is minder geld voor bouwen en minder geld voor behouden. Maar is dat erg? Een veranderende markt biedt ook mogelijkheden om zelf te veranderen. De versobering van de inframarkt biedt kansen! Tijdens iMaintain INFRA op 1 november 2012 wordt samen met het publiek via lezingen en discussie gezocht naar die kansen. Industrielinqs stelt samen met de NVDO Sectie Infra een programma samen waarbij de hele waardeketen, van opdrachtgever tot en met instandhouder, wordt belicht. Het netwerk van sprekers en bezoekers zorgt daarbij voor nieuwe inzichten en vervolgacties. U maakt die discussie compleet! Reserveer daarom 1 november in uw agenda. ’s Avonds wordt alweer voor de derde keer het infra-projectteam van het jaar verkozen. Uit een aantal genomineerde teams wordt die groep mensen gekozen, die overall het best scoort op de toetsingscriteria van een vakkundige jury. U kunt zelf ook een team aandragen. Neem daarvoor contact op met de NVDO via info@nvdo.nl

11.00 uur Ontvangst en registratie 11.30 uur Opening ochtendprogramma 11.40 uur Wat is er aan de hand?                        Twee lezingen waarin de huidige en toekomstige situatie wordt beschreven 12.30 uur  Lunch 13.30 uur  Kansen door versobering bij opdrachtgevers Twee lezingen uit de praktijk van de opdrachtgevers waarbij van de nood een deugd is gemaakt 14.15 uur Projectpitches De drie genomineerde Infra-projectteams presenteren hun eigen kans door versobering aan het publiek 15.00 uur Pauze 15.30 uur Kansen door versobering bij aannemers                Hoe reageert de markt?               Twee inspirerende verhalen over kansrijke initiatieven 16.00 uur  Kansen op de zeepkist 17.15 uur  Afsluiting met borrel 18.15 uur   Start avondprogramma

Kijk op www.i-maintain.nl/infra voor meer informatie.

MEER INFORMATIE OVER LOGISTIEK, INHOUD EN/OF SPONSORING Congresinformatie: Kiki Nelson • 020-3122791 • kiki@industrielinqs.nl Sponsorinformatie: Anouk Bouwmeester • 020-3122797 • anouk@industrielinqs.nl INITIATIEFNEMERS

02_INFRA_A4.indd 2

21-08-12 13:45


Twente heeft een convenant gesloten met de technasia om die expertbegeleiders te leveren. De leerlingen doen –idealiter– de opdracht bij de opleiding die ze na hun middelbare school willen volgen. Op die manier kunnen ze veel beter een keuze maken of checken of hun keuze goed is.’ Voor een aantal technasia zoekt Rinket nog bedrijven met hbo’ers en wo’ers in dienst; hoger opgeleid technisch personeel. ‘We zijn vooral geïnteresseerd in bedrijven waar de havo/vwo’ers later zouden kunnen werken.’ Het idee betreffende een traineeship spreekt haar zeker aan. ‘Niet dat een student dan meteen vast moet zitten, maar ik ben vóór een continue koppeling van onderwijs en arbeidsmarkt. Het zou prachtig zijn om de leerling of de student te blijven motiveren en om de koppeling met een theoretische studie continu naast de praktijk te houden.’

‘Leraren spelen vaak een grote rol in wat leerlingen kiezen. We willen die keten ‘basisonderwijs– voortgezet onderwijs– hoger onderwijs’ goed vormgeven.’ Volgens Rinket zijn er landelijk gezien nauwelijks initiatieven in die richting. ‘Veel jongeren hebben nu nog het idee dat techniek vies en moeilijk is. Wij willen laten zien dat de wereld van bètatechniek een hippe, uitdagende wereld is. En daarvoor hebben we natuurlijk ook bedrijven nodig. Zo simpel is het.’

Twintig procent Bas van Wierst is na het behalen van zijn atheneumdiploma aan een technische studie begonnen, maar hij is in de minderheid. ‘Steeds minder scholieren kiezen na de middelbare school voor een technische studie’, beaamt hij. ‘Afgelopen schooljaar was het aantal studenten dat op het Sint Joriscollege voor een dergelijke opleiding koos circa twintig procent. Dat is niet veel.’ Hij is zelf een van hen. Sinds kort studeert hij Civiele Techniek aan de Technische Universiteit in Delft. Op jonge leeftijd wist Van Wierst al wat hij later wilde doen: objecten ontwerpen en

Op technasia worden kinderen met interesse in techniek gestimuleerd. Het hoger onderwijs en bedrijfsleven moeten er vervolgens voor zorgen dat deze leerlingen hun interesse behouden en voor een carrière in de techniek kiezen.

realiseren. Hij had al vroeg interesse in technische zaken. ‘Ik wilde van alles weten: hoe verlopen bepaalde processen, hoe werkt iets, et cetera. Ik vroeg mensen de oren van het hoofd. Vooral op het gebied van het bouwen van objecten; hoe groter, hoe beter.’ Het was geen verrassing dat zijn vakkenpakket op het atheneum voornamelijk bestond uit exacte vakken. ‘Ik zat niet op een technasium. In de onderbouw kregen we wel les in techniek, maar dat was allemaal heel simpel.’  

Saai

De jonge student is het met Rinket eens dat veel leerlingen het idee hebben dat techniek saai is en dat ze de hele dag in een laboratorium of achter een computer moeten doorbrengen. ‘Het imago van techniek wordt onder meer bepaald door de manier waarop vakken als natuur- en scheikunde worden gegeven’, meent hij. ‘Dat gebeurt vaak op een oubollige manier en dat heeft een negatief effect op scholieren.’ Volgens Van Wierst wordt de maatschappelijke kant van het vak vaak vergeten. ‘En dat men zich bezighoudt met toegepaste wetenschap. Techniek is dus een veel levendiger geheel dan velen denken.’ Een ander feit dat niet in het voordeel werkt van technische opleidingen, is de studiefi-

nanciering. ‘Technische studies duren in de praktijk vaak langer dan de periode waarin de student recht heeft op persoonlijke studiefinanciering’, meent Van Wierst. ‘En dat is geen prettig vooruitzicht. Het is dus van groot belang dat technische studies aantrekkelijker worden gemaakt.’

Traineeship

Het idee voor een traineeship spreekt ook hem aan. ‘De samenwerking tussen bedrijf en student kan veel beter’, knikt hij. ‘Bedrijven zouden studenten kunnen begeleiden en op een bepaalde manier financieel tegemoet kunnen komen. De student zou op zijn beurt werkzaamheden voor dat bedrijf kunnen uitvoeren.’ Van Wierst ziet veel voordelen. ‘Studenten doen ervaring op bij een bedrijf en dragen zelf hun steentje bij. Bovendien werken ze op deze manier samen met ervaren technici en kunnen ze leren van de kennis die zij in de loop der jaren hebben opgedaan. Voor zowel student als bedrijf is deze manier van samenwerken een win-win-situatie. Bedrijven kunnen op deze manier aan goed personeel komen, door hier een soort ‘baangarantie’ aan te koppelen. In mijn geval zouden dat ingenieursbureaus kunnen zijn. Ik denk dat dit een goede aanzet is om het tekort aan technisch personeel aan te pakken.’ n MaintNL 07 – 2012

044_45_47_MF_NVDO-artikel.indd 47

47

22-08-12 09:05


BUSINESS LINQS BIJEENKOMST Hét kennisnetwerk binnen de industrie

/SCHRIJF

U NU IN

/ Impressie

20 september – Masterclass Michel Meertens – DSM Sinochem Pharmaceuticals – Delft Michel Meertens van DSP (DSM Sinochem Pharmaceuticals) in Delft is verkozen tot Plant Manager of the Year 2012. Hij is een jaar lang het boegbeeld van de procesindustrie. Tijdens deze Business Linqs bijeenkomst zal hij een masterclass geven over hoe hij continu in hoog tempo is blijven verbeteren en vernieuwen. Daarnaast legt hij uit hoe veiligheid als een gezamenlijke verantwoordelijkheid kan worden aangepakt. Veilig gedrag ontstaat vanuit goede en directe communicatie, niet alleen met de productieafdelingen, maar ook met aannemers of partners.

Bent u plant- of site manager en wilt u deze bijeenkomst bijwonen? Mail dan naar congressen@industrielinqs.nl voor een persoonlijke uitnodiging. Valt u buiten deze doelgroep maar wilt u wel de bijeenkomst bijwonen, dan bent u van harte welkom en kunt u zich inschrijven via: www.industrielinqs.nl/businesslinqs

Programma 15.00 uur Ontvangst & registratie 15.30 uur Masterclass Plant Manager 2012 16.30 uur Rondleiding 17.30 uur Borrel * (tijdstippen zijn o.v.b)

Inlichtingen? Anouk Bouwmeester • tel.+31 (0)20 31 22 797 • anouk.bouwmeester@industrielinqs.nl www.industrielinqs.nl/businesslinqs In 2012 mede mogelijk gemaakt door:

01_A4.indd 63

21-08-12 13:44


cursussen

Kennis is onze kracht! Inschrijven kan eenvoudig via de Maintenance Academy op www.nvdo.nl

Komende NVDO Cursussen Start 10 september Leergang Conditiemeting/INFRA Overheden worden geconfronteerd met aanzienlijke bezuinigingen. Sturing op meerjarige onderhoudsplannen wordt hiermee nog belangrijker. De NEN 2767-4 INFRA is, samen met een risicoanalyse, het stuurmiddel geworden bij plaatselijke, regionale en landelijke overheden. De Leergang Conditiemeting/ INFRA geeft vanuit theoretische en praktische kaders inzicht in de zienswijze van infrastructuur binnen overheden ten aanzien van de implementatie van conditiemeting binnen het beleidskader van inspecties, maar ook binnen geïntegreerde contracten. Hierbij kan conditiemeting, conform de NEN 2767-4, als extra stuuren beheersmiddel worden ingezet om als opdrachtgever grip te houden op de steeds abstracter wordende contracten en de beheersing daarvan. Het doel van de NVDO Leergang Conditiemeting/INFRA is de deelnemer te leren hoe een objectieve registratie volgens de NEN 2767-4 uitgevoerd moet worden. Gelet op het belang van conditiemeting en het niveau van het examen, worden flinke eisen gesteld aan de deelnemers. De succesvolle cursist heeft een opleiding op mbo- of hbo-niveau met een diploma afgerond. Daarna heeft de cursist meerjarige praktijkervaring opgebouwd. Cursisten moeten bij inschrijving een actueel cv inleveren, waarin vermeld wordt over welke vaardigheden hij/zij beschikt en waarbij ervaring wordt toegelicht. Voor het rooster van de Leergang Conditiemeting/INFRA zie www.nvdo.nl Locatie: NVDO Verenigingsgebouw, Houten

12 en 13 september Preventief Denken Tijdens deze intensieve tweedaagse cursus leert u een goed inzicht te krijgen in de belangrijkste aspecten van en methoden/technieken voor optimaal onderhoud van installaties.

Onderwerpen • Visie op onderhoud en High Reliability Maintenance • Overzicht van de belangrijkste concepten (onder andere RCM, TPM, 6Sigma, PAS55) en toepasbaarheid • Installatiestructuur als ruggengraat voor onderhoudsbeheersing • Relatie tussen onderhoud en bedrijfsresultaten (ROI, RONA, EBIT, Cashflow) • Soorten onderhoud en de relatie met budget en registratie • Technische onderhoudsfunctie en de centrale rol van

de reliability engineer Bepalen van kritische installaties en delen van installaties Onderzoeken van storingen en oorzaken Technieken, statistische methoden en rapporteren Opstellen van een onderhoudsplan Kenmerken van een betrouwbare organisatie en de weg daar naartoe • Benchmarks en prestatie-indicatoren • Terugkoppeling naar de diverse betrokkenen Locatie: NVDO Verenigingsgebouw, Houten • • • • •

18 en 19 september Onderhoudsconcepten op basis van risico Deze cursus stelt u in staat om zelfstandig de beste onderhoudsstrategie en onderhoudsfrequentie te bepalen voor uw assets.

Onderwerpen • H et herkennen en formuleren van bedrijfsdoelstellingen • Het definiëren van risico’s • Verschillende methodieken van risicoanalyses (een voorbeeld: FMECA) • Opstellen van een onderhoudsconcept naar aanleiding van de risicoanalyse • Optimaliseren van onderhoudsconcepten Locatie: NVDO-Verenigingsgebouw, Houten

25, 26 en 27 september Reliability-centred Maintenance - RCM2 U leert de zeven RCM-vragen te beantwoorden en zo te beslissen welke periodieke taken de beste strategie vormen in de strijd tegen bepaalde storingen. U leert bovendien hoe te beslissen welke storingen beter op een andere manier kunnen worden bestreden, namelijk door een eenmalige wijziging van het ontwerp, de wijze van bediening, procedures en voorschriften of van kennis en vaardigheden.

Onderwerpen Dag 1 • Inleiding in Reliability-centred Maintenance • Definiëren van functies en normen voor de gewenste prestaties • Definiëren van (functionele) storingen Dag 2 • Vaststellen van storingsoorzaken (storingsvormen) • Bepalen wat er bij een storing gebeurt (storingseffecten) • Beoordelen van storingsgevolgen Dag 3 • Bepalen van strategieën in de strijd tegen storingen • Bundelen van taken tot onderhoudsschema’s • Toepassen van de RCM-methode Locatie: Postillion Hotel, Dordrecht MaintNL 07 - 2012

049_MQ_NVDO_cursussen.indd 49

49

22-08-12 09:05


Veiligheid en onderhoud

Veiligheid vraagt om leiderschap Onlangs trapte het Europees Agentschap voor Veiligheid en Gezondheid op het Werk (EU-OSHA) haar nieuwe campagne af voor 2012 en 2013. De campagne wordt uitgevoerd in alle Europese lidstaten en heeft als titel ‘Samen sterk voor preventie’. Het wil bedrijven, werknemers en hun vertegenwoordigers stimuleren om samen te werken aan het beheersen van de risico’s waarmee de Europese werknemers worden geconfronteerd. Christa Sedlatschek is directrice van het Europees Agentschap voor Veiligheid en Gezondheid op het Werk op het werk. Ze vertelt over de noodzaak van de campagne: ‘Ondanks de geboekte vooruitgang van de afgelopen jaren op het vlak van veiligheid en gezondheid op het werk komen nog altijd elk jaar in de EU meer dan 5.500 mensen om het leven door ongevallen op het werk. Daarnaast overlijden nog eens vele duizenden aan de gevolgen van beroepsziekten: dat wil zeggen één overlijdensgeval elke drie en een halve minuut. Bovendien is dit maar een deel van het verhaal: miljoenen andere Europese werknemers moeten leven met de gevolgen van een ongeval op het werk of chronische schade aan hun gezondheid door hun baan. Als we proberen de economische gevolgen van deze cijfers te berekenen – dan denken we dat de kosten door werk gerelateerde ongevallen en gezondheidsproblemen voor de hele EU oplopen tot vier procent van het totale bruto nationaal product. Dat wil zeggen 490 miljard per jaar. Maar dat is gerekend zonder het menselijk leed, waarop geen cijfer is te plakken.’

Risicopreventie Het is EU-OSHA eraan gelegen om de cijfers omlaag te krijgen. Preventie is dus het aandachtspunt van de campagne. Sedlatschek: ‘Risicopreventie staat centraal in de aanpak die we in Europa hanteren om werknemers veilig en gezond te houden. Bekijk de Europese wetgeving voor veiligheid en

gezondheid op het werk en je ziet direct de verplichte uitvoering ervan door werkgevers. Maar het volstaat niet om alleen maar wetten goed te keuren waarin verplichtingen worden opgelegd. We moeten werkgevers en werknemers ook meer bewust maken van hun eigen verantwoordelijkheden, zodat ze begrijpen dat risicopreventie het meest doeltreffend is wanneer ze samenwerken. Daarom legt de nieuwe Europese campagne de nadruk op de voordelen van samenwerken richting risicopreventie.

‘Het volstaat niet om alleen maar wetten goed te keuren waarin verplichtingen worden opgelegd. We moeten werkgevers en werknemers ook meer bewust maken van hun eigen verantwoordelijkheden.’ Goed leiderschap Volgens de Europese wetgeving zijn managers en de organisaties die ze leiden als eerste verantwoordelijk voor de veiligheid van hun werknemers. Goed leiderschap op dit vlak is van vitaal belang. Betrokkenheid

in alle geledingen van een bedrijf is hierin cruciaal. ‘Risicopreventie functioneert alleen optimaal wanneer managers hun personeel bij dit proces betrekken. Werknemers zijn vaak het best op de hoogte van hun werkplek en de mogelijke risico’s die bij hun baan horen. Bovendien zijn zij het doorgaans die de nodige wijzigingen moeten uitvoeren. Uit onderzoek is bekend dat leiderschap van het management en de actieve participatie van werknemers ongeacht de grootte van een bedrijf cruciaal zijn voor succesvol gezondheids- en veiligheidsbeheer. In de Europese bedrijvenenquête naar nieuwe en opkomende risico’s werden 36.000 managers en werknemersvertegenwoordigers ondervraagd. Hieruit blijkt duidelijk dat bedrijven waar het management zich inspant op het vlak van gezondheid en veiligheid en waar sprake is van echte werknemersparticipatie, vaker over een degelijk gezondheids- en veiligheidsbeleid beschikken – tot tien keer meer dan andere bedrijven. Bedrijven werken veel beter wanneer ze samenwerken’, aldus Sedlatschek. Nu is het lang niet overal kommer en kwel. Tegenover de cijfers over veiligheid op de werkplaats staan voorbeelden van hoe het ook kan. ‘Een goed voorbeeld van hoe de zaken vlot kunnen lopen wanneer werkgevers en werknemers op dit vlak samenwerken, is te vinden bij de bouw van het Olympisch park en stadion voor de Olympische Spelen van 2012 in Londen. Het was het grootste infrastructuurproject in Europa met zo’n 36.000 werknemers en met een groot aantal onderaannemers, van grote multinationals tot het midden- en kleinbedrijf. Maar gedurende het hele project werd sterk de nadruk gelegd op de betrokkenheid en de feedback van de werknemers. Dit zijn de eerste Olympische Spelen waarbij tijdens de bouw van het stadion geen dodelijke ongeval heeft plaatsgevonden.’

50 MaintNL 07 – 2012

050_51MI_NVDO-artikel.indd 50

22-08-12 09:04


‘Een gezonde werkplek’ De Europese campagne ‘Samen sterk voor preventie’, die in april is gelanceerd, legt de nadruk op het aanmoedigen van leidinggevenden en topmanagers om leiderschap te tonen bij het aanpakken van risico’s en het aanmoedigen van werknemers en hun vertegenwoordigers om met samen te werken en zo de risico’s te beperken. Voor de uitvoering van de campagne is EU-OSHA sterk afhankelijk van de partners in de verschillende Europese lidstaten. Sedlatschek: ‘De campagnes voor ‘Een gezonde werkplek’ zijn alleen een succes als ze werkplekken over heel Europa kunnen bereiken. Het Europees Agentschap is klein, en kan het dus niet alleen. Daarom steunen we tijdens deze campagne op onze ervaring met ons netwerk van partners: bijvoorbeeld met onze Focal Points, met andere woorden de nationale arbo- en preventiediensten in de EU-lidstaten. In Nederland is dit TNO. Maar ook met het Enterprise Europe Network, een vitale brug naar de kleine en middelgrote ondernemingen in Europa waarmee we al sinds 2009 samenwerken zodat onze gezondheids- en veiligheidsberichten ook die categorie ondernemingen bereiken. En met onze officiële Europese campagnepartners: grote, pan-Europese organisaties die via hun toeleveringsketens en netwerken onze campagneberichten verspreiden.

De huidige campagne gaat over het aanmoedigen van organisaties om mee te werken, ongeacht hun omvang. Zelfs de kleinste organisatie kan helpen bij het verspreiden en promoten van onze berichten door gebruik te maken van de informatie en het publiciteitsmateriaal dat we gratis en in 24 talen beschikbaar stellen. Ze kunnen zelf bewustmakingscampagnes en activiteiten organiseren: veel organisaties kiezen ervoor om dit te doen tijdens de Europese Week voor veiligheid en gezondheid op het werk die elk jaar plaatsvindt in oktober. Maar men kan ook deelnemen aan de Goede Praktijken Competitie, waarmee organisaties van verschillende omvang worden erkend voor de innovatieve manieren die ze hebben ontdekt om veiligheid en gezondheid te promoten.’

Bereik En de inspanningen van het Europees Agentschap voor Veiligheid en Gezondheid en de partners lijken vruchten af te werpen. Genoeg reden tot optimisme, zegt Christa Sedlatschek: ‘Uit een recente peiling is

gebleken dat de meeste Europeanen vinden dat ze goed geïnformeerd zijn over gezondheid en veiligheid op het werk; bijna een kwart vindt zich zelfs ‘zeer goed geïnformeerd’, een stijging in vergelijking met onze vorige Europese opiniepeiling. Maar er zijn grote verschillen op dit vlak tussen de EU-lidstaten en een van de hoofddoelen van onze campagne is om goede praktijken op het vlak van risicopreventie te delen met bedrijven van verschillende omvang en in alle sectoren, waar ze zich ook bevinden in de EU. In dit kader wordt een Goede Praktijken Competitie georganiseerd. In deze economisch moeilijke tijden stuurt de campagne ‘Een gezonde werkplek’ een duidelijke boodschap naar organisaties over de waarde van het investeren van tijd en middelen in risicopreventie. Het bewijs is duidelijk: investeren in OSH loont! Het doet het ziekteverzuim en personeelsverloop dalen, verbetert het moreel onder de werknemers en verbetert de productiviteit. Samen werken aan risicopreventie zorgt ervoor dat bedrijven beter kunnen concurreren.’ n

MEER WETEN? Meer informatie over de campagne in Nederland vindt u op: www.campagne.arboineuropa.nl

Meer over de Goede Praktijken Competitie in Nederland: www.campagne.arboineuropa.nl/get-involved/goede-praktijken-competitie

MaintNL 07 – 2012

050_51MI_NVDO-artikel.indd 51

51

22-08-12 09:05


Prestatiemanagement

Het contract van de toekomst

De ma Di nis De kin ne ga vo Zie

De waardeketen van veel Nederlandse onderhoudsorganisaties wordt langer. Er raken meer partijen betrokken in het proces tussen klant, toeleverancier en serviceprovider. Het optimale resultaat van dat proces komt niet vanzelf. Daarvoor moeten visie, missie en strategie benoemd en meetbaar worden gemaakt. En met prestatiemanagement wordt gestuurd op topprestaties in de samenwerking. Mark Oosterveer

FOTO: FRAUNHOFER

Business Development en Strategie en hij onderzoekt met zijn verhaal hoe de markt het voor elkaar kan krijgen dat er bij het afsluiten van contracten met verhogende incentives wordt gewerkt in plaats van het ouderwets proberen zekerheden af te kopen. Rieks Perdok vertelt als directeur Cofely Noord over de kracht van de aannemersstandaard om te kunnen presteren met de goede cultuur van veiligheid, contracten en mens. De aannemersstandaard is een handreiking aan opdrachtgevers om gezamenlijk met contractors te streven naar een veilige werkplek en het veilig werken op deze werkplek.

Het onderzoek door associate professor Frank Verbeeten van de Amsterdam Business School van de Universiteit van Amsterdam dat in opdracht van de NVDO Sectie SUTO is uitgevoerd, laat zien dat er een grote spreiding is in de manier waarop de prestaties van onderhoudsorganisaties worden beheerd. Dat loopt uiteen van ‘ze doen maar wat’ tot een transparant systeem en zelfs tot te veel targets om te sturen. Op 26 september presenteert hij zijn onderzoeksresultaten tijdens het congres iMaintain Prestatiemanagement in de Glazen Ruimte in Maarssen. Met die resultaten zet hij de kaders voor de dag, en binnen die kaders worden nieuwe vragen, ervaringen en ideeën uitgewisseld.

Ambities Een ideaal contract met een standaard set parameters bestaat niet. Maar er zijn wel ervaringen en voorbeelden waar de bezoekers van het congres hun contract en samenwerking mee kunnen optimaliseren. Uit de eigen industrie en van anderen. Mevrouw Ika van de Pas, MT-lid Directie Plantaardige

Agroketens en Voedselkwaliteit van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie vertelt op het congres hoe prestatiemanagement wordt ingezet. De topsector Agri & Food wil haar ambities realiseren door in de periode 2012-2015 het vraaggestuurde onderzoek en de innovatie te versterken en te investeren in excellente kennis en innovatie op drie strategische kansen voor economische en maatschappelijke groei. Maintenance Manager of the Year 2012 Cor van de Linde van de Maasvlakte Olie Terminal vertelt hoe het onderhoudsbeleid van de MOT is afgestemd op de visie en missie van het bedrijf. Met zes grote oliemaatschappijen als aandeelhouder of partner en een hoge veiligheids- en beschikbaarheidsdoelstelling is prestatiemanagement daar een belangrijk middel om topprestaties te blijven realiseren.

Incentives Wat zijn de belangrijkste gebeurtenissen in de supply chain de afgelopen jaren en welke rol heeft prestatiemanagement daarbij? Arjo de Vries werkt bij Siemens Nederland aan

Interactie Met korte videoquotes wordt in het onderdeel ‘jouw contract, mijn contract‘ de discussie over een goed contract en de juiste indicatoren aangewakkerd. Daarbij zijn onder de aanwezigen vertegenwoordigers van asset owners, serviceproviders, adviseurs en beleidmakers. Onder leiding van Ruud van Zijl, directeur van BAM Techniek, wordt op het congres gediscussieerd over het contract van de toekomst. Voorafgaand aan het congres kunnen geïnteresseerden een stelling of onderzoeksvraag kopen. En met die vragen wordt de discussie met de zaal aangewakkerd. De vragen, opmerkingen en antwoorden worden met ‘live mindmapping’ vastgelegd als referentie voor verdere innovatie. Dit wordt het begin van het contract van de toekomst. Schaatscelebrity Erik Hulsebos vat in een inspirerende lezing als afsluiting van het inhoudelijk programma samen hoe je topprestaties kunt leveren onder druk.

U bent aan zet Een goed contract hangt af van de uitvoering. Maar wat is goed en hoe bewaak je die uitvoering? Op iMaintain Prestatiemanagement bouwen sprekers en publiek aan het beste beeld voor de juiste strategie. Registreer nu op www.i-maintain.nl/prestatie en bouw mee aan het contract van de toekomst. n

52 MaintNL 07 – 2012

052_MP_NVDO-artikel.indd 52

22-08-12 13:19


Column Hott Summer Altijd lastig, de zomerperiode. Iedereen wil het liefst tegelijkertijd op vakantie omdat de kinderen vrij zijn en de Spaanse camping nu eenmaal al geboekt is. En dat terwijl je de rustige zomerperiode nu zo goed kunt gebruiken om het achterstallige onderhoud weg te werken. Ik heb het dit jaar dan ook anders aangepakt. Eerst heb ik alle zomerklussen op een bord gezet en toen meegedeeld dat niemand op vakantie ging voordat het lijstje was afgewerkt. En echt waar, ze hebben nog nooit zo hard gewerkt als deze zomer. Oké, ik geef toe: mijn aanpak was misschien ietsje meer mean dan lean, maar het werkte wel. Het succes heeft me geïnspireerd om de druk nog wat meer op te voeren. Je moet gewoon de juiste snaar weten te raken om je mensen gemotiveerd te maken. Want hoe vaak gebeurt het niet dat de monteurs al om half vijf naar huis gaan omdat ze de volgende klus toch nooit op tijd afkrijgen? Ik wil niet veel zeggen, maar die tijd zou je heel goed kunnen gebruiken om de volgende klus in ieder geval alvast voor te bereiden. Ik zie mijn monteurs maar al te vaak drie keer heen en weer rijden omdat ze dan weer het verkeerde reserveonderdeel hebben meegenomen, hun valgordel zijn vergeten of hun gereedschap ergens hebben laten liggen. Gewoon een verloren uurtje even de materiaallijst doorlopen en kijken of het juiste gereedschap wel in de kist zit, doet wonderen. Maar ja, krijg ze maar zover. Ik kan niet iedere keer dreigen dat ze anders niet op vakantie mogen. Gelukkig kwam ik via via op het zogenaamde hands on tool time-onderzoek, wat heel toepasselijk voor de zomer wordt afgekort als 'hott'. De methode is eigenlijk heel simpel: je gaat met een stopwatch naast je monteurs staan en als ze werken klok je dat, maar je schrijft

ook op als ze maar wat zitten te lanterfanten. Nu weet ik niet helemaal zeker of dat de bedoeling van het onderzoek was, maar echt, het leek wel of ze weer naar Spanje moesten. Wat ik wel heel vreemd vond, is dat de meest verstokte rokers ineens allemaal net gestopt waren. Ook leuk aan de methode is dat je behalve de tijd dat er wordt gewerkt en tijd die wordt verlummeld ook moet noteren hoeveel tijd wordt besteed aan zaken die wel met het werk te maken hebben, maar niet direct een actie inhouden. Ofwel: indirect productief. Het verbaasde me niks dat mijn medewerkers juist daarin kampioenen bleken te zijn. Voor een deel is dat ook wel de schuld van de Arbeidsinspectie die verwacht dat we toolboxmeetingen houden en last minute risicoanalyses maken. Maar ik heb ook wel eens het idee dat mijn mensen het wel gezellig vinden om eens uitgebreid de week door te nemen onder het mom van ‘even de risico’s beoordelen’. Ik loop nu met de gedachte om een permanente stopwatch-manager in dienst te nemen. Gewoon een goedkope werkstudent die niets anders doet dan de tijd bijhouden die er wordt gewerkt. Ik weet zeker dat het tempo hoog blijft, misschien niet zo hoog als wanneer de baas toekijkt, maar toch … Mijn monteurs zeggen dat ik dan beter in een werkvoorbereider kan investeren, maar weet je wat dat kost? Ach, wie weet kan ik die werkstudent ook in een busje laten rijden met al het gereedschap dat mijn monteurs maar nodig kunnen hebben. Hoeven ze daarvoor in ieder geval niet heen en weer te rijden.

Ing. Frans Stokbrood Directeur FS Virtual Enterprise

MaintNL 07 – 2012

053_ML_NVDO-Column.indd 53

53

22-08-12 09:04


Maintenance Manager

Op de werkvloer moet het gebeuren De mensen die de machines bedienen en degenen die ze onderhouden, moeten er samen voor zorgen dat het machinepark beschikbaar is. Op de werkvloer moet het gebeuren, aldus Roger Ham, maintenance manager bij Kerry Ingredients & Flavours. Hij schept de kaders. Bijvoorbeeld door het onderhoud gestructureerd aan te pakken en de verantwoordelijkheden helder en zo laag mogelijk in de organisatie toe te kennen. Teus Molenaar Een boomlange vent. Nee, net geen twee meter, is het antwoord. Ham meet 1 meter 96. Dit verraadt de precisie van de techneut. Maar nee. Ook dat blijkt een foute constatering. Ham is een technoom. Dat is hij tijdens zijn studie maintenance management aan de Hogeschool Utrecht geworden, zo legt hij uit. Natuurlijk zijn de schroefjes en boutjes erg belangrijk, maar even gewichtig is te bepalen welke technische hulpmiddelen in een gegeven situatie het meest kosteneffectief zijn in te zetten. De combinatie dus van techniek en economie. Dat maakt van Ham een technoom. Eén dag in de week volgt hij de opleiding in Utrecht; twee dagen werkt hij in de Zwijndrecht-fabrieken van Kerry, en twee dagen op de Kerry-locatie in Tilburg. Op 15 augustus had hij het laatste tentamen op de universiteit van Aberdeen. Daarna is hij aan zijn thesis begonnen. Als alles naar verwachting verloopt, is hij mei 2013 klaar.

Welke voorraad? Het onderwerp van zijn thesis laat zien waarom hij zich technoom noemt. Hij wil een model beschrijven waarmee is aan te geven onder welke omstandigheden het bedrijfseconomisch verantwoord is reserveonderdelen op de plank te hebben liggen; en wanneer niet, natuurlijk.

‘Eigenlijk wil ik een achtste stap toevoegen aan de FMECA’s.’ Ham zegt een enorme fan te zijn van PDM (Profit Driven Maintenance). Kort gezegd een methode die de waarde van onderhoud in bedrijfstechnische termen beschrijft. Daarmee is maintenance geen kostenpost, maar een strategisch middel om de bedrijfsvoering te ondersteunen.

MAINTENANCE MANAGER Roger Ham 45 Functie: Maintenance Manager In dienst bij: Kerry Ingredients & Flavours Opleiding: Avionica; volgt nu Maintenance Asset Management in Utrecht (één dag in de week) en Asset Integrity Management online in Aberdeen. Beide op universitair niveau. Naam:

Leeftijd:

‘Eigenlijk wil ik een achtste stap toevoegen aan de FMECA’s’, zegt Ham. De Failure Mode, Effects and Criticality Analysis is in de jaren veertig bedacht door het Amerikaanse leger, en sindsdien uitgebreid en verfijnd. Die achtste stap is de economische onderbouwing van het op voorraad houden van reserve-onderdelen. Een onderwerp dat uit zijn dagelijkse praktijk stamt. ‘Wij hebben in Zwijndrecht een bodemklep van een reactor. Die kost vijftienduizend euro. Dat is veel geld om zomaar op de plank te hebben liggen’, legt hij uit. ‘Maar de levertijd bedraagt 26 weken. Nu bepaal je met de onderbuik of je wacht tot het ding stuk gaat en vervangen moet worden alvorens een nieuwe te bestellen, of dat je zo’n kritiek onderdeel achter de hand houdt. Wat betekent het als je 26 weken geen productie kunt draaien? Hebben we voldoende voorraad om die periode te overbruggen? Kunnen andere fabrieken bijspringen, mocht dat nodig zijn? Dat soort vragen worden in het model verwerkt. En natuurlijk is het een dynamisch model, omdat omstandigheden steeds wijzigen.’ In zijn opinie moet je bij de financieel directeur niet aankomen met een technisch verhaal over het belang van een bepaald machine-onderdeel. Nee, het gaat om de waarde daarvan voor de bedrijfsvoering. ‘Als ik kan uitrekenen middels dat model wat de bedrijfsschade is als een bepaald onderdeel niet op tijd beschikbaar is, dan kun je de kosten om het op voorraad te houden, afwegen. Dan heb je de aandacht van de directie. Kijk, van sommige zaken is het overduidelijk dat je die op de reservebank moet hebben, maar er is altijd een grijs gebied. Daar moet het model gaan werken.’

Vliegtuigonderhoud Nu we weten dat Ham een technoom is, werpen we een blik op zijn loopbaan. Hij is

54 MaintNL 07 – 2012

054_55_57_MK_NVDO-artikel.indd 54

22-08-12 09:04


Roger Ham: ‘Veiligheid staat altijd met stip bovenaan, daarna volgt de kwaliteit van de productie; kwantiteit is van ondergeschikt belang.’

opgeleid om in de luchtvaartindustrie Multimeter en Megger te hanteren. Als grondwerktuigkundige heeft hij veertien jaar bij Martinair gewerkt. ‘Toen had ik het wel gezien’, vertelt hij. ‘Bovendien is dat

alleen maar uitvoerend werk. Je doet precies wat Boeing voorschrijft en daar moet je vooral niet van afwijken. Ik wilde zelf bepalen welk onderhoud nuttig en nodig is.’ Met deze instelling is hij bij Kerry binnen

GRONDsTOFFEN vOOR vOEDINGINDUsTRIE Kerry Ingredients & Flavours meldt het naambordje. Doorgaans tijdens gesprekken volstaat Kerry. De onderneming heeft Ierse wortels (oorspronkelijk een zuivelcoöperatie), maar is inmiddels een wereldwijd opererende firma. Tal van grondstoffen voor de voedingsindustrie komen er uit de fabriekspoorten. Zowel vaste als vloeibare ingrediënten, gerede producten als rijst, maar ook enzymen en emulgatoren. De locatie in Zwijndrecht produceert emulgator en valt onder de procesindustie. De fabriek in Tilburg maakt rijst, soja, muesli en gesuikerde pinda’s. Afnemers zijn de bedrijven die voedingsproducten maken voor de consument. Dat kan van alles zijn, van ijsjes tot ‘wereldmaaltijden in een pak’, van sojamelk tot margarine. In Almere heeft Kerry een competence center waar klanten kunnen zien welke producten ze van het bedrijf kunnen afnemen. Voorts is er een fabriek in Utrecht. Wereldwijd heeft Kerry Group twintigduizend medewerkers in dienst en een omzet van vijf miljard euro per jaar.

gekomen. Aanvankelijk (2002) alleen bij de emulgatorfabriek in Zwijndrecht, maar sinds 2009 behoort de fabriek in Tilburg ook tot zijn takenpakket. In dat jaar ging de maintenance manager in de Brabantse stad met pensioen en zijn bazen vonden dat Ham nog wel wat werk erbij kon doen, vertelt hij met een glimlach. Wat vooral heeft meegespeeld, waarschijnlijk, is dat Ham zijn ‘kunstje’ uit Zwijndrecht ook maar eens in Tilburg moest toepassen. Want ook daar kon het onderhoud wel een kwaliteitsslag gebruiken.

Eerst alles beschrijven Het was niet best, wat hij aantrof in Zwijndrecht, zegt hij. Eigenlijk was er van gestructureerd onderhoud helemaal geen sprake. De onderhoudsploeg diende feitelijk als storingsdienst. ‘Mijn voorganger plande de shutdowns in Word’, geeft hij een voorbeeld. En even later trof hij hetzelfde aan in Tilburg, zij het dat daar in Excel de onderhoudsschema’s waren opgetekend. MaintNL 07 – 2012

054_55_57_MK_NVDO-artikel.indd 55

55

22-08-12 09:04


Prestatiemanagement u bent aan zet!

Congres van NVDO Sectie SUTO en iMaintain Woensdag 26 september • De Glazen Ruimte • Maarssen

Programma 10.00 uur Ontvangst, registratie en koffie 10.30 uur Welkom en introductie door de dagvoorzitters Piet van der Linden, Voorzitter NVDO Sectie Suto Mark Oosterveer, Uitgeefdirecteur Industrielinqs 10.40 uur Presteren van Contract naar Management Terugkoppeling resultaten Suto Benchmark 2012. Frank Verbeeten, associate professor Management Accounting & Control, Universiteit van Amsterdam 11.40 uur Innovatiecontract Topsector Agri & Food Mevrouw I.R.J. van de Pas, MT-lid Directie Plantaardige Agroketens en Voedselkwaliteit Ministerie Economische Zaken, Landbouw en Innovatie 12.20 uur Presteren van de Onderhoudsorganisatie Cor van de Linde, Maintenance Manager (van het Jaar 2012) Maasvlakte Olie Terminal

Prestatiemanagement

12.50 uur Lunch

Goed prestatiemanagement heeft positieve gevolgen voor de totale

13.30 uur Jouw contract, mijn contract Videoreflecties van contractvormen in onderhoud.

keten van assetmanager tot toeleverancier. Missie, strategie en

14.00 uur Presteren door de Keten; Snelle Time to Market Arjo de Vries, Business Development & Strategie Siemens Nederland

voor business units, afdelingen en samenwerkingsverbanden.

14.25 uur Presteren met de goede cultuur van veiligheid, contracten en mens Rieks Perdok, Directeur Cofely Noord

doelstellingen worden vastgesteld en vertaald naar succesfactoren De resultaten van de NVDO Suto Benchmark 2012 bevestigen dit en staan centraal tijdens het congres. Onder de noemer prestatiemanagement aan zet worden de succesfactoren van goed prestatiemanagement benoemd, besproken en vertaald naar het

14.50 uur Pauze

contract van de toekomst. In navolging van de Benchmarkstudie

15.05 uur Contract van de Toekomst Behandeling van de belangrijkste vragen uit de markt: knelpunten, trends en ontwikkelingen (vooraf ingediend) Onder leiding van Ruud van Zijl, Directeur BAM Techniek Ondersteund door Mindmapping

heeft de NVDO Sectie Uitbesteden en Toeleveren van Onderhoud

16.05 uur Presteren onder Druk! Hoe een wereldkampioen de parallel met topsport ervaart. Erik Hulzebosch, Schaatser

(SUTO) de impact van prestatiemeetsystemen en leermechanismen van onderhoudscontracten, in samenwerking met de Universiteit van Amsterdam en de NEVI, nader onderzocht. Vanuit het perspectief van zowel de opdrachtgever als de opdrachtnemer. De resultaten, trends en ontwikkelingen naar aanleiding van dit onderzoek delen wij graag met u. Het congres is bedoeld voor functionarissen in de waardeketen

16.50 uur Samenvatting en vooruitblik door de dagvoorzitters

van opdrachtgever tot en met opdrachtnemer. Iedereen die waarde

17.05 uur Aangeklede netwerkborrel

toevoegt aan een succesvolle samenwerking in onderhoudscontracten

17.45 uur Netwerkdiner met tafelredes

is bij dit congres aan zet.

Initiatiefnemers:

INFORMATIE: KIKI NELSON Tel.: +31 (0)20–31 22 791 kiki.nelson@industrielinqs.nl

A4_staand.indd 2

www.i-maintain.nl/prestatie 22-08-12 09:01


Het eerste wat Ham deed, was een beschrijving maken van alle machines, leidingen, enzovoorts. Er was geen enkel overzicht van alle assets. Laat staan inzicht in de rol die al die machineonderdelen spelen, en in welke staat van onderhoud ze verkeren. Hij heeft alle onderdelen een code meegegeven en het geheel ingevoerd in Ultimo Maintenance Management. Als je vervolgens de onderhoudsregels op basis van risico invoert, dan spuugt het softwarepakket elke dag uit waar in de fabriek welk onderhoud nodig is. ‘Dat is toch wel de eerste stap naar gestructureerd, preventief onderhoud’, stelt Ham.

‘Van sommige zaken is het overduidelijk dat je die op de reservebank moet hebben, maar er is altijd een grijs gebied.’ Een volgende stap is het toekennen van rollen aan de onderhoudsmonteurs. ‘Dan weet iedereen waar hij aan toe is, wat er van hen wordt verwacht en welke verantwoordelijkheden zij hebben. Zij hebben het dagelijks overleg met de productiemedewerkers en één keer per week het overleg over de onderhoudstaken. Dan bespreken ze op welke momenten het beste bepaald onderhoud valt te plegen.’

Geen koninkjes De onderhoudsmonteurs wisselen elkaar af bij het ‘ochtendgebed’, zoals Ham het noemt. Dat is aan de ene kant wel nodig, omdat de monteurs wisselend ook ’s nachts dienst hebben en onmogelijk dan ’s morgens fris kunnen aanschuiven. Maar Ham heeft nog een argument voor het roulatiesysteem. ‘Binnen de ploeg was er één man die werkelijk alles wist. Niets was gedocumenteerd, maar Theo liep bijvoorbeeld feilloos naar een bepaalde pomp als iets haperde.

Als Theo op vakantie was, dan was de kennis niet aanwezig. Ik wil geen koninkjes meer, op dat punt speelt het roulatiesysteem ook een rol.’ Het neerleggen van de verantwoordelijkheden op de werkvloer heeft als positief bijeffect dat de operators en monteurs gezamenlijk met voorstellen komen om bepaalde zaken nog beter aan te pakken. Dat gebeurde voorheen niet of nauwelijks, omdat er ‘toch niet werd geluisterd’. ‘In het begin kwamen ze nog wel eens met goudgerande voorstellen’, gaat Ham verder. ‘Maar tegenwoordig weten ze wat wel of niet haalbaar is. Er zitten altijd wel nuttige suggesties bij en die worden dan ook beloond. Gewoon door ze uit te voeren. En nee, die ideeënstroom valt niet droog. Er blijft altijd wel iets te verbeteren. Er komen nog steeds verbetervoorstellen. Daarbij staat veiligheid altijd met stip bovenaan, daarna volgt de kwaliteit van de productie; kwantiteit is van ondergeschikt belang.’ Dat de aanpak van de technoom werkt,

vERKIEZING MAINTENANCE MANAGER OF THE YEAR Ieder jaar roepen de NVDO en vakblad iMaintain een maintenance manager uit tot Maintenance Manager of the Year. Deze award wordt uitgereikt op het congres iMaintain 2013. Kent u een maintenance manager die het verdient om een jaar lang boegbeeld van de onderhoudsmarkt te zijn? Aanmelden of nomineren voor deze verkiezing kan via info@nvdo.nl

moge blijken uit het feit dat de beschikbaarheid van de fabrieken in Zwijndrecht en Tilburg met sprongen vooruit is gegaan, waardoor de productie omhoog is gegaan. ‘En dat met minder mensen’, zegt hij trots.

Geïntegreerd onderhoud De maintenance manager moet vooral voorwaardenscheppend opereren, vindt hij. Het werk moet door de operators en onderhoudsmonteurs in gezamenlijk overleg gebeuren. ‘Ik heb op dit moment ook helemaal geen tijd om me op dat niveau te bewegen’, zegt hij. ‘Kerry is op dit moment bezig om wereldwijd sAP in te voeren. Zwijndrecht is een van de proeffabrieken. Dat betekent dat we alles opnieuw moeten coderen, maar ook dat we moeten beschrijven bij welke temperatuur een bepaalde vloeistof door een leiding moet lopen. En definiëren wanneer een leiding leeg is voor onderhoud, maar ook wanneer hij schoon is. Daar zit wel een verschil tussen. Dat is heel veel werk, maar wel een voorwaarde om tot geïntegreerd onderhoud te komen. Ik zit nu regelmatig in Ierland voor overleg met collega’s uit bijvoorbeeld Engeland en Denemarken. Uiteindelijk stappen wij dus weer af van Ultimo, maar die exercitie heeft ons wel een voorsprong gegeven om met sAP aan de slag te gaan. Maar nu snap je wel dat ik niet altijd in de fabriek beschikbaar ben. Het onderhoud moet op de werkvloer gebeuren.’ n MaintNL 07 – 2012

054_55_57_MK_NVDO-artikel.indd 57

57

22-08-12 09:04


NVDO Bedrijvengids Kennisuitwisseling staat centraal bij de NVDO. Daarbij hoort ook kennis over producten en diensten. In de afgelopen jaren ontving u als lid van de NVDO jaarlijks een gedrukt exemplaar van de NVDO Bedrijvengids. Daarin staat een keur van leveranciers van producten en diensten. Een selectie uit deze gids staat voortaan in MaintNL. De Bedrijvengids met alle contactgegevens is online te vinden op www.i-maintain.nl/nvdobg.

Afbijtmiddelen en systemen voor oliën en vetten E.S. Supply MAVOM bv Metalas Cleaning Systems bv RS Components bv Venko Schilderbedrijven Hoogeveen WBT-Electron bv

Afbijtmiddelen en systemen voor verf en vernis E.S. Supply MAVOM bv Metalas Cleaning Systems bv RS Components bv WBT-Electron bv

Afvalwater ABB Alfa Laval Benelux bv BakerCorp bv BIS Chem bv Croon Elektrotechniek bv Rotterdam (hoofdkantoor) E.S. Supply Enigma Nederland bv Helma Reinigingsdienst bv Heru bv HTT Industrial Systems bv Inocec Insituform Rioolrenovatietechnieken bv Martec-Nederland Metalas Cleaning Systems bv Nacap Benelux bv PCA bv Poly Products bv Rijkers Procestechniek bv Smit Coating bv Stork Industry Services Stork Technical Services Tecona bv Van Dijk bv Venko Schilderbedrijven Hoogeveen

Bevestigingsmiddelen Brammer Nederland bv ERIKS bv

58 MaintNL 07 – 2012

058_59_60_61_MS_NVDO_bedrijvengids.indd 58

Eurostrut Height Specialists Nestinox Q Plus bv RS Components bv Z-Safety Services bv

Bekleden van metalen buizen Applicom Brandpreventie Systemen bv Barteling Buizen bv Engiplast bv Imbema Denso bv MB Plastics Holland bv Perspect Benelux bv Smit Coating bv Vatis Venko Schilderbedrijven Hoogeveen WBT-Electron bv Wegusta Holland bv

Dichtingen voor pneumatische en hydraulische apparaten Amero Compressoren bv Brammer Nederland bv ERIKS bv MRCONSULT bv NMF Techniek bv RS Components bv SKF Benelux Stork Industry Services Stork Technical Services Swanenberg Hydrauliek bv Vatis Zeevenhooven Air

Dichtingringen Alfa Laval Benelux bv Brammer Nederland bv ERIKS bv Hertel Integrated Services Métallisation Nord Industrie NMF Techniek bv Schaeffler Nederland bv SKF Benelux Vatis

Flenzen Amero Compressoren bv Barteling Buizen bv Bijl & de Jong bv Cilinder-repair Meta Croom bv Hydroflex Hydraulics Imbema Denso bv NedClad Technology bv NMF Techniek bv Schmolz + Bickenbach bv SPM Instrument bv Stork Industry Services Stork Technical Services Swanenberg Hydrauliek bv T.H.M. Gaasbeek bv Technom Tools bv Wegusta Holland bv

Fluidmanagement Alfa Laval Benelux bv C.C. Jensen Benelux bv Flowserve bv HOBO Hydrauliek MB Plastics Holland bv Metesco Nederland bv PromoTec bv Spraybest Europe bv Sterling Fluid Systems (Netherlands) bv Swanenberg Hydrauliek bv VACTRA bv Van Meeuwen Smeerbeheer bv

Hogedrukfittingen Amero Compressoren bv Bijl & de Jong bv ERIKS bv Hydroflex Hydraulics Jetting System Europe NMF Techniek bv Salotech International bv Swanenberg Hydrauliek bv T.H.M. Gaasbeek bv

Isolatie Applicom Brandpreventie Systemen bv BIS Industrial Services Heijmans Industrieservice bv

www.i-maintain.nl/nvdobg

22-08-12 09:04


Hertel Integrated Services Imbema Kunststofchemie bv MRCONSULT bv Perspect Benelux bv RS Components bv

Isolatiemateriaal Applicom Brandpreventie Systemen bv Heijmans Industrieservice bv Imbema Kunststofchemie bv MRCONSULT bv RS Components bv

Kabeldoorvoersystemen Applicom Brandpreventie Systemen bv Bakker Sliedrecht Electro Industrie bv Barteling Buizen bv Imbema Denso bv RS Components bv Theunissen Technical Trading bv

Kabeldraagsystemen Eurostrut Nacap Benelux bv RBC RS Components bv Westmark bv

Kabelmanagement Eurostrut Isolectra bv Metesco Nederland bv Panduit Benelux Westmark bv

Kabelrupssystemen igus Nederland Konecranes bv RS Components bv

Kabels (onderhoud van) ABIRD Industrial Rental Services

www.i-maintain.nl/nvdobg

058_59_60_61_MS_NVDO_bedrijvengids.indd 59

Gemba Service bv igus Nederland Konecranes bv Nacap Benelux bv Prysmian Cables and Systems bv Stork Industry Services Stork Technical Services

Koeltorens Almeco bv BIS Both Industrial Services bv BIS Chem bv Burgers Ergon bv Installatietechniek Cofely Services bv Excelsum Industrial & Marine Services bv IBK Groep Imtech Industrial Services bv J. de Jonge flowsystems bv MRCONSULT bv Smit Coating bv SPX Cooling Technologies GmbH Venko Schilderbedrijven Hoogeveen

Leidingondersteuning ABIRD Industrial Rental Services KOOPAL compensatoren Nacap Benelux bv Nem- Standaard Fasel NMF Techniek bv Technom Tools bv Westmark bv

Lekverliesmetingen Alfa Laval Benelux bv Amero Compressoren bv Atlas Copco Belgium BAM Techniek bv Cofely Services bv DCI Meettechniek Geveke Energy Services Metesco Nederland bv Q Plus bv

Ralteco bv SynTherm

Luchtsnelheidsmeting Amero Compressoren bv Burgers Ergon bv Installatietechniek Cofely Experts bv Geveke Energy Services Leuvenberg Test Techniek Metesco Nederland bv RS Components bv Zeevenhooven Air

Nozzles Ceratec Technical Ceramics bv DiBO FIS - Food & Industrial Supplies DiBO Nederland bv ERIKS bv Jetting System Europe Klip bv Nem- Standaard Fasel Nicoverken Industrial Services bv RS Components bv Salotech International bv Spraybest Europe bv Stork Industry Services Stork Technical Services Technom Tools bv Vatis Wegusta Holland bv

Olieverversingsapparaten NL Octrooicentrum Reikon aandrijftechniek bv Triple R Europe nv Vokes-Air bv

Oliezuivering Alfa Laval Benelux bv BIS Chem bv C.C. Jensen Benelux bv E.S. Supply MaintNL 07 – 2012

59

22-08-12 09:04


NVDO Bedrijvengids Stork Technical Services Swanenberg Hydrauliek bv Van Eyle & Ruygers – Schwartz Van Meeuwen Smeerbeheer bv Z-Safety Services bv

Pijpleidingen

Hydrauvision NL Octrooicentrum Swanenberg Hydrauliek bv Triple R Europe nv Triple-R Nederland bv Vokes-Air bv

Pakkingen 2rent bv Airco-Fin bv Alfa Laval Benelux bv Amero Compressoren bv Barteling Buizen bv Bijl & de Jong bv Brammer Nederland bv ERIKS bv HaVeP Workwear/Protective wear Hertel Integrated Services Hydroflex Hydraulics KOOPAL compensatoren MB Plastics Holland bv Meta Croom nv Métallisation Nord Industrie MRCONSULT bv NedClad Technology bv NL Octrooicentrum NMF Techniek bv Rijkers Procestechniek bv RS Components bv Schmolz + Bickenbach bv

60 MaintNL 07 – 2012

058_59_60_61_MS_NVDO_bedrijvengids.indd 60

Stork Industry Services Stork Technical Services Swanenberg Hydrauliek bv SynTherm T.H.M. Gaasbeek bv TCI Cleaning Technische Dienstverlening Brabant bv Technom Tools bv Van Leeuwen Buizen Vatis Versteden Leidingsystemen bv Vonk bv

ABIRD Industrial Rental Services ABIRD Industrial Rental Services Zuidwest Applus RTD Benelux Barteling Buizen bv Bijl & de Jong bv Emtes Uitzendbureau bv Eurostrut Excelsum Industrial & Marine Services bv Heijmans Industrieservice bv Hertel Integrated Services HOBO Hydrauliek HTT Industrial Systems bv Insituform Rioolrenovatietechnieken bv J. de Jonge flowsystems bv Klip bv KOOPAL compensatoren Mourik Services bv Nacap Benelux bv Nem- Standaard Fasel NL Octrooicentrum NMF Techniek bv Noxon Stainless bv Plasticon The Netherlands bv Q Plus bv Rijkers Procestechniek bv Smit Coating bv Sneep Industries bv SPIE Nederland Stork Industry Services Stork Industry Services regio Noordoost Stork Technical Services Venko Schilderbedrijven Hoogeveen Versteden Leidingsystemen bv

Perslucht

Pompen

ABIRD Industrial Rental Services Airconet bv Amero Compressoren bv Atlas Copco Belgium Burgers Ergon EUROFLUID GROUP / Hans van de Linden Agenturen Geveke Energy Services Grassair Compressoren bv KAESER Compressoren bv Linde Gas Benelux bv Nicoverken Industrial Services bv NL Octrooicentrum Q Plus bv RBC Stork Industry Services

2rent bv Alfa Laval Benelux bv Amero Compressoren bv Bijl & de Jong bv Busch bv Cofely Experts bv DESMI K&R Pompen bv DiBO FIS - Food & Industrial Supplies DiBO Nederland bv Equflow bv EUROFLUID GROUP / Hans van de Linden Agenturen Flowserve bv Geveke Energy Services Glynwed bv Heijmans Industrieservice bv

www.i-maintain.nl/nvdobg

22-08-12 09:04


Holmatro Industrial Equipment bv Imtech Industrial Services bv J. de Jonge flowsystems bv Martec-Nederland Metalas Cleaning Systems bv Métallisation Nord Industrie NL Octrooicentrum PCA nv Perspect Benelux bv PromoTec bv Reikon aandrijftechniek bv Rijkers Procestechniek bv RS Components bv Smit Coating bv SPM Instrument bv Sterling Fluid Systems (Netherlands) bv Stolk Transmission Services Stork Industry Services Stork Technical Services Suurmond bv Swanenberg Hydrauliek bv Van Wijk & Boerma Pompen bv Venko Schilderbedrijven Hoogeveen Weir Minerals Netherlands bv

Proceskoeling Alfa Laval Benelux bv Almeco Nederland bv Almeco nv BIS Chem bv Cofely Noord bv Cofely Services bv IBK Groep Johnson Controls ICSR MRCONSULT bv NL Octrooicentrum Van Meeuwen Smeerbeheer bv

Revisie AHD Benelux bv Amero Compressoren bv Atlas Copco Belgium Busch bv Croon Elektrotechniek bv Rotterdam (hoofdkantoor) Emtes Uitzendbureau bv GBT Benelux bv Heijmans Industrieservice bv HOBO Hydrauliek Hydrauvision IBK Groep Imtech Industrial Services bv J. de Jonge flowsystems bv KEN-group Klip bv Martec-Nederland Metesco Nederland bv Nem- Standaard Fasel NL Octrooicentrum Numac Machineonderhoud & Procesoptimalisatie - Hoofdkantoor

www.i-maintain.nl/nvdobg

058_59_60_61_MS_NVDO_bedrijvengids.indd 61

Pelders Maintenance Management Perspect Benelux bv PromoTec bv Reikon aandrijftechniek bv Rijkers Procestechniek bv Schaeffler Nederland bv SKF Benelux SPX Shutdown & Project Experts bv Sterling Fluid Systems (Netherlands) bv Stolk Transmission Services Stork Industry Services Stork SPX bv Stork Technical Services Stork Turbo Service bv Swanenberg Hydrauliek bv TCI Cleaning TDO onderhoud & revisie Van der Ende Valve Services Van Meeuwen Smeerbeheer bv Vertogen Management

Scheepsuitrusting Alfa Laval Benelux bv Bakker Sliedrecht Electro Industrie bv C.C. Jensen Benelux bv Copernicos Groep bv Klip bv L-A-P Specialty Products & Services NL Octrooicentrum Perspect Benelux bv RBC Troost aandrijftechniek, industrie- en Scheepsbenodigdheden

Slijtagebestrijding Flowserve bv Ingenieursbureau Westenberg Martec-Nederland Métallisation Nord Industrie MRCONSULT bv NL Octrooicentrum Perspect Benelux bv Smit Coating bv Van Meeuwen Smeerbeheer bv Venko Schilderbedrijven Hoogeveen Wegusta Holland bv

Straaltechnieken/metalliseren ALPHA bvba KroTech, Droogijs Reiniging Machines

Meta Croom nv Métallisation Nord Industrie MRCONSULT bv NedClad Technology bv NL Octrooicentrum Smit Coating bv TCI Cleaning Venko Schilderbedrijven Hoogeveen

Valbeveiligingssystemen AESA Nederland bv De Mennega Groep ERIKS bv Height Specialists Hydrauvision ISP LGH Hijsmaterieel bv Mennega Constructies NL Octrooicentrum RBC RS Components bv Safe Site bv / Safe Maintain Technisch Handels- en Adviesbureau Swart Z-Safety Services bv

Vloerafwerking LOCK-TILE.NL bv NL Octrooicentrum Perspect Benelux bv Poly Products bv Sika Nederland bv Smeets Straal- en Conserveringswerken Stein bv Smit Coating bv Triflex bv Venko Schilderbedrijven Hoogeveen

Wegenbouw Ingenieursbureau Westenberg Martec-Nederland MaxGrip ‘Engineering Maintenance’ NL Octrooicentrum Swanenberg Hydrauliek bv Tecona bv

Zwaar transport DDM Demontage bv Metesco Nederland bv NL Octrooicentrum Wagenborg Nedlift bvz MaintNL 07 – 2012

61

22-08-12 09:04


Ieder zijn vak

Maintenance engineer maakt onderhoud lonend Het typische geklingel van de spoorwegovergang weergalmt in de werkplaats van NedTrain te Den Haag. ‘Nee, er komt geen trein aan’, antwoordt Juriaan van der Zande. ’Het is het signaal dat binnen een minuut de bovenleiding onder spanning komt te staan.’ Hij is hier in zijn habitat. Steeds afwegend of een bepaald soort onderhoud nog wel lonend is voor het uitstervende type Sprinter. De maintenance engineer voor het voetlicht. Teus Molenaar In zijn eerste baan bij PostNL (dat toen nog ‘gewoon’ TNT Post heette) was Van der Zande onderhoudsmonteur aan de postsorteermachines. Na drie jaar volgde de functie Technisch Specialist, een combinatie van system engineer en maintenance engineer. Hij was verantwoordelijk voor de kennis over het onderhoud aan de apparatuur, en tegelijk werd hij geacht vernieuwingen voor de machines te bedenken en door te voeren. Dat hij zelf heeft gesleuteld, is volgens hem een voordeel nu hij onderhoudsplannen moet opstellen.

‘Je moet bij elk onderhoudsplan nagaan of het nog wel loont om iets te vervangen of aan te passen.’ Want dat doet hij tegenwoordig; als maintenance engineer bij Nedtrain, de organisatie die verantwoordelijk is voor de instandhouding van het rollend materieel. Terwijl NS Reizigers de treingangers onder haar hoede heeft en ProRail de infrastructuur op peil houdt. Van der Zande ontfermt zich over het oudere type Sprinter, waarvan er negentig nog rondrijden. Een collega houdt zich bezig met de 135 nieuwere Sprinters (inderdaad, die zonder wc). En weer een andere collega

is betrokken bij het ontwerp van de moderne opvolger. ‘Zo hoort het ook’, vertelt Van der Zande. ‘Al bij het ontwerp moet je nagaan of het product efficiënt is te onderhouden. Vroeger werd iets gemaakt en dan moest je maar zien hoe je het gaat onderhouden. Gelukkig is er nu meer oog voor de totale levenscyclus van een product. Het gaat erom dat je tot en met het einde van de levenscyclus de laagst mogelijke kosten maakt zonder afbreuk te doen aan de gewenste prestaties. Door deze keuze kan een ontwerp duurder uitvallen om zo de life cycle-kosten naar beneden te krijgen.’

Draadloos internet De Sprinters die aan Van der Zandes ‘genade zijn overgeleverd’ zijn 35 jaar oud. Ze gaan nog ongeveer tien jaar mee voordat

het doek definitief valt als vervoermiddel. Dit zorgt voor een extra uitdaging voor de maintenance engineer. ‘Je moet bij elk onderhoudsplan nagaan of het nog wel loont om iets te vervangen of aan te passen. Het is niet de bedoeling dat je dure reparaties gaat uitvoeren die de restlevensduur van de trein overstijgen, want dat is dan feitelijk weggegooid geld.’ Het is zijn uitdaging na te gaan ‘wat er echt moet gebeuren om de veiligheid en de bedrijfszekerheid van de Sprinter te garanderen’. Want die twee begrippen staan bovenaan de lijst: veiligheid en bedrijfszekerheid. Helemaal bovenaan staat volgens hem de klantwens. ‘Wat wil NS Reizigers? Die wensen zijn leidend voor mijn onderhoudsplannen. Ik probeer die verlangens in een onderhoudsprogramma vorm te geven.’ Als je geen instandhouding pleegt aan een asset, dan gaan de prestaties omlaag. Door onderhoud te verrichten blijft de trein voldoen aan de wensen van de klant. ‘Maar soms veranderen die wensen, dan moet je gaan modificeren. Denk aan het bieden van draadloos internet in de rijtuigen. Dat was in het ontwerp niet meegenomen, omdat het toen nog niet bestond. Dus dat breng je later aan, maar wel op zo’n manier dat het

HET ZAL ER AL VRoEG IN Lampjes laten uit- en aangaan op momenten dat jij dat wilt. Schakelingen maken en een computerprogramma om de lichtjes naar behoeven te laten knipperen. Daar was Juriaan van der Zande op de middelbareschooltijd mee bezig. De geheimen aan zijn elektroset ontfutselen. Programmeren in GW Basic, later pc-programmeertalen. ‘De techniek zat er al vroeg in’, zegt hij. Geen wonder dat hij Elektrotechniek, met differentiatie besturingstechniek, is gaan studeren aan het Nova College. Na de HTS heeft hij nog een basisopleiding RCM (Reliability-centred Maintenance) gevolgd bij de vermaarde Jos ter Brake. ‘Daar heb ik het licht gezien’, zegt Van der Zande over zijn keuze om het industrieel onderhoud ‘in te gaan’. En dan bedoelt hij de nadruk op het behoud van functies van de bezittingen van een organisatie.

62 MaintNL 07 – 2012

062_63_64_ME_NVDO-artikel.indd 62

22-08-12 09:03


FoTo’S: JuDITH BoGAARDT

Jurriaan van der Zande: ‘Wat wil NS Reizigers? Die wensen zijn leidend voor mijn onderhoudsplannen.’

efficiënt is te onderhouden. Want ook die functionaliteit gaan we vervolgens in stand houden’, legt hij uit.

NedTrain heeft de omslag gemaakt van intervalonderhoud zoals de fabrikanten voorschrijven naar functioneel onderhoud. Balans vinden De treinstellen kennen verschillende onderhoudsbeurten; van een pitstop tot zeer uitgebreid onderhoud. De intervallen verschillen van elke twee dagen tot aan anderhalf miljoen kilometer. De reguliere beurt krijgen ze elke 45.000 kilometer. Dat betekent drie tot vier keer per jaar. ‘De uitdaging is om het onderhoud efficiënt uit te voeren. Daarbij zoek je steeds naar de

balans tussen de kosten en de baten. Met als uitgangspunt een gegarandeerde veiligheid en andere afgesproken doelstellingen. Het is een continue cyclus en ik poog als maintenance engineer tot steeds betere verfijningen te komen om de precieze balans te halen.’ Er is de laatste jaren wel veel veranderd in de manier waarop onderhoud wordt gepleegd, meent Van der Zande. ‘Vroeger lag de nadruk veel meer op de techniek. Elke schroef moest blinken, bij wijze van spreken. Nu spelen de kosten een steeds belangrijkere rol. onderhoud pleeg je om gewenste functionaliteiten te kunnen bieden. Dat is een heel andere insteek. ook eentje waar de wensen van de klant doorslaggevend zijn. Er gaat overigens wel veel energie zitten in die omslag, omdat we ook meer moeten investeren in de klantrelatie en de vertaling van de klantwensen naar een onderhoudsprogramma. Eigenlijk is dat hetgene wat ik doe als maintenance engineer.’

Eraan toevoegend dat hij ook verantwoordelijk is voor instandhouding en verbreding van de kennis over en ervaring met het rollend materieel dat onder zijn hoede valt. Plus het zoeken naar innovatieve oplossingen om tot efficiënt onderhoud te komen.

Het oog wil ook wat Trouwens, zo zegt hij, techniek alleen kan niet doorslaggevend zijn. ‘De esthetiek speelt ook een rol. Een Sprinter waar de verf van afbladdert voldoet aan de technische eisen van veiligheid en bedrijfszekerheid, maar daar wil NS Reizigers niet mee voor de dag komen. Het oog wil ook wat. Vervolgens moet je dan wel ook hier een doelmatigheidsslag bij het onderhoud doorvoeren. Je gaat niet een heel treinstel overspuiten als alleen de voorkant er niet meer uitziet. En wellicht wil je aan de kop duurzamere conserveringsmiddelen gebruiken dan aan de zijkant, omdat de voorkant meer te verduren heeft. Differentiatie in materiaalgebruik levert geld op. Wat dat betreft, heb ik nog MaintNL 07 – 2012

062_63_64_ME_NVDO-artikel.indd 63

63

22-08-12 09:03


Ieder zijn vak

genoeg te doen, hoor. ook al is deze Sprinter over tien jaar uitgerangeerd.’ NedTrain heeft volgens Van der Zande de omslag gemaakt van intervalonderhoud zoals de fabrikanten voorschrijven naar functioneel onderhoud. ‘De fabrikant weet eigenlijk nooit waar zijn producten voor worden gebruikt. Een relais kan in een mengpaneel van een fabriek worden toegepast, maar ook in een trein. Het gebruik is heel verschillend, en daarmee het onderhoud. Maar de fabrikant stelt gewoon dat iets na een x aantal maanden op een bepaalde manier moet worden onderhouden. of het nou functioneel nodig is of niet. Natuurlijk volgen we gedurende de garantieperiode de door de fabrikant voorgeschreven richtlijnen – want we willen hierbij geen risico’s lopen – maar daarna plegen we onderhoud als het nodig is.’

Methodisch te werk gaan De toekomst van onderhoud? ‘Er is veel meer belangstelling voor de efficiënte van onderhoud. In mijn tijd was asset management geen vak op school. Tegenwoordig wel. Het gaat de goede kant op. ook is er meer focus op het cyclus-denken, op total cost of ownership. Dat zijn allemaal positieve ontwikkelingen.’

‘In mijn tijd was asset management geen vak op school. Tegenwoordig wel. Het gaat de goede kant op.’

De Sprinters waaraan Van der Zande werkt, gaan nog tien jaar mee. Dit zorgt voor een extra uitdaging voor de maintenance engineer.

In de loop der jaren zijn er ook verschillende methodes ontwikkeld om tot efficiënt onderhoud te komen. ‘Eigenlijk maakt het niet zoveel uit welke methode je gebruikt’,

stelt Van der Zande. ‘Er zijn geen goede of slechte methodes. Het gaat erom dát je methodisch te werk gaat en dat je je houdt

VAN ELkAAR LEREN Met zijn 33 jaar is Juriaan van der Zande een jonge maintenance engineer. Sinds de oprichting van de NVDO Jongeren Board heeft hij alle bijeenkomsten bijgewoond; om kennis te delen. Want het mooie aan de jongerengroep vindt hij dat alle sectoren erin vertegenwoordigd zijn. En een treinonderhoudsman kan best iets leren van iemand die zorgt voor het onderhoud van een kunstmestfabriek; om maar iets te noemen. Sinds begin 2010 is hij in het bestuur verkozen. Tegelijk is hij lid van de sector Techniek. ‘Het is heel goed om in zo’n netwerk te zitten. Je leert veel van elkaar. Eigenlijk ben ik ook zo aan mijn huidige baan gekomen, want iemand wees mij op deze vacature.’

aan een eenmaal gemaakte keuze. Zo moeten wij bij elke wijziging aan een systeem gedurende de onderhoudsfase een korte onderbouwing schrijven. Dat dwingt je om na te denken over waarom je een bepaalde keuze maakt. Bovendien bouw je zo ook een uitgebreide documentatie op die in een later stadium is te raadplegen.’ NedTrain heeft zelf een methode ontwikkeld, maar Van der Zande verwacht dat in de breedte FMECA’s (Failure mode, effects and criticality analysis) de boventoon gaan voeren. Een methode die in de jaren veertig door het Amerikaanse leger is ontwikkeld en sindsdien door NASA (het Apolloprogramma) en Ford is verfijnd. ‘Maar nogmaals’, benadrukt hij, ‘het belangrijkst is dat je methodisch te werk gaat.’ n

64 MaintNL 07 – 2012

062_63_64_ME_NVDO-artikel.indd 64

22-08-12 09:03


AGENDA

11 september Delft www.omgevingindepraktijk.nl

2 oktober Meervaart, Amsterdam portal.stoffenmanager.nl

Wijzigingen Bouwbesluit 2012 en normen

Landelijke Stoffendag

Het Bouwbesluit 2012 stelt eisen aan het (ver)bouwen, het gebruik, de sloop en de staat van gebouwen. Om de regeldruk in het totale bouwproces tegen te gaan, is dit Bouwbesluit sterk vereenvoudigd. U en uw collega’s willen weten wat de gevolgen zijn voor uw organisatie, welke normen voor u nog relevant zijn en welke normen gewijzigd zijn. Wat betekent het Bouwbesluit 2012 voor u?

TNO, Arbo Unie en Beco organiseren in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de derde Landelijke Stoffendag, de jaarlijkse dag voor iedereen die werkt met gevaarlijke stoffen en daar echt alles over wil weten. Behalve een inhoudelijk programma is er tijd om met collega’s en anderen te netwerken en praktische ervaringen uit te wisselen.

17 t/m 21 september Diverse locaties www.dgbw.nl

31 oktober TNO, Eindhoven www.nvdo.nl

Dutch Green Building Week

Conditiebewaking á la Carte 2012: Materiaalkunde

Na een succesvolle eerste editie organiseert DGBC een tweede editie van de Dutch Green Building Week. Hiermee sluiten we wederom aan bij de World Green Building Week. Het doel is om te laten zien welke belangrijke rol duurzame gebouwen spelen in gezondere, duurzamere gemeenschappen. Wereldwijd zetten alle Green Building Councils hun initiatieven en die van hun participanten daarom in de ‘vitrine’. Samen bundelen we onze krachten en wijzen we op de uitdagingen van de aanpak van mondiale klimaatverandering.

Tijdens deze bijeenkomst lanceert de NVDO met trots haar nieuwe Platform Materiaalkunde. Materiaalkunde is een interdisciplinair vakgebied dat zich bezighoudt met het verband tussen de samenstelling en structuur van materialen aan de ene kant en hun eigenschappen aan de andere kant. In het verlengde daarvan houdt materiaalkunde zich bezig met het ontwikkelen van nieuwe materialen, vernieuwde, sterkere of duurzamere materialen.

18 september Boshotel, Overberg www.nvdo.nl Troonrede wordt maintenancerede De derde dinsdag van september is traditiegetrouw Prinsjesdag. De dag waarop de koningin de troonrede uitspreekt, waarin de regering de financiële situatie uiteen zet en de plannen voor het komende jaar bekend maakt. Op de dag organiseert de NVDI het maintenanceevent ‘Doelmatigheid en hoe onderhoud bijdraagt aan Duurzaam Ondernemen’. Tijdens deze dag worden de verschillende kanten van doelmatigheid en duurzaamheid belicht. De maintenancerede geeft alvast een kijkje in het NVDO Onderhoudskompas 2012. Na de voorspellingen voor het komende (financiële) onderhoudsjaar, wordt de dag afgesloten met een netwerkborrel.

26 september Glazen Ruimte, Maarssen www.i-maintain.nl/prestatie iMaintain Prestatiemanagement Goed prestatiemanagement heeft positieve gevolgen op de totale keten van asset manager tot toeleverancier. Hierbij worden missie, strategie en doelstellingen van de organisatie vastgesteld en vertaald naar succesfactoren voor business units, afdelingen en voor samenwerkingsverbanden. De resultaten van de NVDO SUTO Benchmark 2012 bevestigen deze stellig. Deze resultaten staan centraal tijdens iMaintain Prestatiemanagement.

1 november Het Drijvend Paviljoen, Rotterdam www.i-maintain.nl/infra iMaintain INFRA Investeringen in infrastructuur nemen af. Er is minder geld voor bouwen en minder geld voor behouden. Maar is dat erg? Een veranderende markt biedt ook mogelijkheden om zelf te veranderen. De versobering van de inframarkt biedt kansen! Tijdens iMaintain INFRA wordt voor en met het publiek via lezingen en discussie gezocht naar die kansen. Industrielinqs stelt samen met de NVDO Sectie Infra een programma samen waarbij de hele waardeketen, van opdrachtgever tot en met instandhouder, wordt belicht.

13 november NVDO Verenigingsgebouw, Houten www.nvdo.nl Masterclass: Talent Management, vertrek vanuit het medewerkersperspectief Een organisatie zou bij het opzetten van een talentpool moeten bepalen welke posities zogenaamde A-posities zijn: strategisch cruciale posities waarbinnen verschil in kwaliteit van individuele talenten een grote variatie in prestaties oplevert. Om een A-player een A-prestatie te laten leveren, is tevens een A-context noodzakelijk: een werkomgeving met goed ingerichte processen, duidelijke informatie over rol of taak en voldoende resources. Pas als deze gesegmenteerde benadering wordt gekozen heeft talentmanagement het gewenste effect.

MaintNL 07 – 2012

065_MO_NVDO_agenda.indd 65

65

22-08-12 09:02


Ketensamenwerking

Samen werken aan vakmanschap en plezier Wat levert ketensamenwerking in de bouw- en onderhoudswereld ons op? Marcel Noordhuis promoveert op het onderwerp en is vastbesloten om aan te tonen dat ketensamenwerking de markt meer oplevert dan gunning op enkel prijs. Praktijkvoorbeelden lijken zijn stelling steeds vaker kracht bij te zetten. Renske van den Berg ‘In de bouwsector bestaat 5 tot 35 procent van de gemaakte kosten uit faalkosten. Die kun je grotendeels reduceren als alle partners in de bouwketen langdurige samenwerking zoeken.’ Dat stelt Marcel Noordhuis, die promoveert op het onderwerp faalkostenreductie door ketensamenwerking aan de Nyenrode Business Universiteit. Noordhuis is director bij Deloitte Real Estate Advisory met als expertisevelden ketensamenwerking en het meten van tijd,

geld en kwalitatieve prestaties in de bouw. Hij is als programmamanager betrokken bij diverse grotere pilotprogramma’s op het gebied van ketensamenwerking in zowel de nieuwbouw als onderhoud van vastgoed voor opdrachtgevers en bouwondernemers in Nederland.

Samen leren, samen delen ‘Ketensamenwerking houdt in dat opdrachtgevers niet per project met wisselende

projectpartners werken, maar juist - over projecten heen - project-ongebonden met vaste partijen blijven werken. Daardoor kun je samen een leercurve laten werken: door van eerdere samenwerking te leren, kun je steeds meer fouten uit je proces filteren. Daardoor werk je met elkaar beter, sneller én goedkoper’, stelt Noordhuis. De selectie van bouwpartners door opdrachtgevers wordt nu vaak gedreven door de laagste prijs. Maar Noordhuis verzamelt gegevens om aan te tonen dat ketensamenwerking toch echt meer oplevert. ‘Mijn stelling in mijn proefschrift is dat ketensamenwerking in de Nederlandse bouw zou moeten kunnen leiden tot meetbaar betere prestaties als het gaat om geld, tijd en kwaliteit. Ik zit nu midden in de datacollectie om die stelling te onderbou-

PlAtfoRM Het relatief nieuwe begrip ketensamenwerking wordt in de Nederlandse bouwwereld met steeds meer belangstelling gevolgd en gefaciliteerd door wetenschappers en (koepel)organisaties en steeds meer concreet in de praktijk gebracht door ondernemers. Zo zijn er diverse platforms waar kennis wordt verzameld en gedeeld en zijn er instrumenten in de maak of al gemaakt die de kennis monitoren, effecten onderzoeken of de beoefening faciliteren. Het Platform Ketensamenwerking Woningbouw is opgericht om de ontwikkeling van ketensamenwerking in de bouw te versnellen. In dit platform zijn de krachten gebundeld van Vernieuwing Bouw, Bouwend Nederland (bouwbedrijven) en Aedes (woningcorporaties). Jonathan Kamp is procesmanager Ketensamenwerking bij Vernieuwing Bouw en werkt veel voor het platform: ‘De TU Delft ontwikkelt momenteel een ‘Ketenmonitor’ voor ons platform. De monitor verzamelt en onderzoekt nu een aantal projecten van koplopers zoals Dura Vermeer en Havensteder, tevens partners. Begin 2013 kunnen ook andere ketensamenwerkers hun projecten laten monitoren en vergelijken. Daarnaast lanceerden

we de Ketenacademie. Een praktijkschool voor ketensamenwerking met de focus op gedrag en kennis. De Ketenacademie heeft een programma op hbo- en woniveau voor directeuren en projectmanagers en een programma op mbo-niveau voor uitvoerders en projectleiders. In oktober gaan de eerste groepen van start. Daarnaast organiseren we ontmoetingen en verzamelen we nieuws op www.ketensamenwerking.nl.’ Het platform is nu gericht op woningbouwers, maar wordt met belangstelling gevolgd door organisaties uit de gww-sector en verwante branches als UNETO VNI.’ Ook promovendus Noordhuis (ketensamenwerking. wordpress.com) bouwde een monitor: zijn benchmarkinfrastructuur voor het onderbouwen van zijn stelling draait inmiddels al anderhalf jaar. Ook richtte hij twee platforms op voor midden (op Nyenrode) en zuid Nederland (Chateau St. Gerlach) waar niet zozeer koepels, maar directeuren uit de vastgoedketen hun ervaringen en kennis delen. Ook in het Noorden van het land is er een Platform Ketensamenwerking Bouwpartijen Noord Nederland www.pkbn.nl

66 MaintNL 07 – 2012

066_67_69_MH_NVDO-artikel.indd 66

22-08-12 08:53


Marcel Noordhuis: ‘In de bouwsector bestaat 5 tot 35 procent van de gemaakte kosten uit faalkosten. Die kun je grotendeels reduceren als alle partners in de bouwketen langdurige samenwerking zoeken.’

wen. Ik volg diverse projecten die in een programma van ketensamenwerking tot stand komen of kwamen. Ik kijk hoe ze zich verhouden tot prestaties in traditionele projecten.’

‘Door van eerdere samenwerking te leren, kun je steeds meer fouten uit je proces filteren.’ over nieuwbouwsituaties heeft Noordhuis nog niet genoeg gegevens verzameld om een uitspraak te kunnen doen. ‘Maar in onderhoudsprojecten zijn de verschillen al enigszins zichtbaar. over de hele linie steeg de kwaliteit van de dienstverlening en het eindproduct. De doorlooptijd is juist omlaag gegaan. En het budget kwam zelfs veel lager uit dan in traditionele projecten’, stelt Noordhuis. Waar zit dat verschil dan in? ‘Een team vaste partners dat je over de projectgrens heen in stand houdt, wordt steeds beter. De teamleden gedragen zich meer als collega’s van eenzelfde, virtueel, bedrijf. Ze verdelen idealiter samen winst en verlies en zijn erop gebrand hun geza-

menlijke doelstellingen te realiseren. Ze houden niet op bij hun eigen verantwoordelijkheid maar helpen elkaar beter, snappen elkaar beter en houden beter rekening met elkaar omwille van de beste totale prestatie.’

eigenlijk zijn over elkaar. De uitkomst bleek dramatisch. Beide groepen onderkenden dat het beter moest. Een aantal wilde pilots doen om op een hele andere manier samen te werken met als doelstelling samen beter, sneller en goedkoper te worden.’

Fenomeen

Pilotproject Rotterdam

In industrieën zoals de vliegtuig- en autoindustrie stemmen ketenpartners al jaren werkprocessen op elkaar af. ‘Maar in Nederland was de traditionele bouwsector erg verkokerd. Mogelijk was de noodzaak voor betere kostenefficiëntie er simpelweg niet. In Groot-Brittannië begon men eerder met ketensamenwerking in de bouw, omdat daar eerder een crisis toesloeg. Kennelijk is in Nederland een crisis nodig om een verandering tot stand te brengen.’ overtuigd dat het principe ook voor de Nederlandse bouwsector moet kunnen werken, waren Noordhuis en hoogleraren van de tU Delft en Nyenrode ongeveer zeven jaar geleden de aanjagers van de eerste stappen die Nederlandse bouwers en opdrachtgevers zetten. ‘We organiseerden rondetafelgesprekken met directeuren van bijvoorbeeld woningcorporaties en bouwbedrijven. We vroegen hen hoe tevreden zij

Koplopers waren de Rotterdamse woningbouwcorporatie Havensteder (voorheen Com.wonen) en Dura Vermeer Bouw Rotterdam. Andre Klouwen van het bouwbedrijf: ‘Als alles alleen om de prijs draait en niet om de prestatie, werkt die financiële druk helemaal door bij alle partijen. Wij besloten de boeken voor elkaar open te doen in een pilotproject met een gezamenlijke doelstelling.’ De pilot werd ‘Het Mooie Plan 1’, een herstructureringsproject in de tuinstad lombardije in Rotterdam, waar 125 grondgebonden woningen de plaats van galerijflats innamen. De partners pakten om te beginnen niet ieder voor zich, maar sámen het reken-, risicobeheer- en contractwerk van de klus op. Maar ze wilden meer. Klouwen: ‘Als je als opdrachtgever en hoofdaannemer samen beter denkt te kunnen werken, dan moet dat ook met onderaannemers.’ MaintNL 07 – 2012

066_67_69_MH_NVDO-artikel.indd 67

67

22-08-12 08:53


vakbeurs voor procesapparatuur, -engineering en -automatisering

DÈ grootste vakbeurs voor De totale natte en Droge procesinDustrie in De benelux

• 2 00 exposanten presenteren hier hun nieuwste producten en diensten • PompNL-plein, Machevo paviljoen en PIP Award uitreiking • m et één bezoek bent u weer helemaal op de hoogte van alle trends en ontwikkelingen

2-5 OktOber 2012 | Jaarbeurs utrecht WWW.INDustrIaLPrOces sING.NL

EnginEEring movEs

van beurs naar event • nieuw concept met kennisoverdracht en netwerken • verrassende indeling en een nieuwe beleving • naast Energy Saving en Safety is Maintenance één van de hoofdthema’s • Kenniscentrum Maintenance met masterclasses, tentoonstellingen, toepassingen en demonstraties

2-5 OktOber 2012 | Jaarbeurs utrecht WWW.IaD.NL

Registreer met de code via de website voor gratis toegang:

Registreer met de code via de website voor gratis toegang:

2 0 0 .0 0 0 .8 5 8

300.001.980

IP_IA&D2012_185x132_iMaintain.indd 1

23-07-12 13:26

ADVERTENTIE INDEX IMAINTAIN

LSB Sky Access ..................................................................... 24

Applus RTD .......................................................................... 18

Mainnovation Meeting House NL............................................ 76

AvansPlus ............................................................................. 34

Mekano Industrial ................................................................. 24

Boccard Netherlands ............................................................. 34

Business Linqs ....................................................................... 48

NVDO   bijlage

DSM Corporate Human Resources .......................................... 34

Profion Maintenance Linqs ..................................................... 36

Eco Steam Rental Solutions ...................................................... 8

Pruftechnik ........................................................................... 22

Havep Workwear ................................................................. 75

Sipress ................................................................................... 2

Hogschool Utrecht ................................................................. 38

Testo .................................................................................... 22

Imaintain prestatiemanagement congres .................................. 56

Traduco ................................................................................. 4

iMaintainInfra ....................................................................... 46

VNU Exhibitions Europe ........................................................ 68

068_index_VNU.indd 6

22-08-12 13:28


Als praktisch voordeel noemt Klouwen het gebruik van eenzelfde bouwinformatiesysteem (BIM) door alle partners, met daarin alle ontwerpen in 3d. ‘Als je incidenteel samenwerkt kun je niet investeren in bibliotheken in dat systeem. Doe je dat wel, dan kan iedereen alle objecten bekijken, bijvoorbeeld een type installatie, trap of raam én hun eigenschappen zoals afmetingen, materiaal, prijs of levensduur. Dit heeft grote voordelen qua tijd en geld in het ontwerp- en realisatieproces, maar óók later voor het onderhoud. Vanuit je model bestel je eenvoudig een nieuwe ruit bijvoorbeeld.’ Ketensamenwerking brengt buiten praktische voordelen ook meer collegialiteit, werkplezier en vakmanschap, illustreert Klouwen. ‘In een traditioneel proces had de woningbouwcorporatie prijzen opgevraagd, een bestek geformuleerd en aanbesteed aan de laagste bieder. De opdrachtgever bepaalt dan het werk. Werk je met de hele keten samen, dan is er meer ruimte voor ieders sterke inbreng en vakmanschap. Je treedt met elkaar in gesprek over hoe je het kunt doen en wie welke taak het beste kan oppakken. Bijvoorbeeld: in een nieuwe toren werkt een binnenwandbouwer die altijd zelf zijn wanden stukt. Voor de plafonds was een aanvullende stukadoor nodig. Discussieer je met elkaar op kwaliteit, dan doet een stukadoor de plafonds én wanden. Nog een voorbeeld: de bouwer bereidt een gebouw voor op een vloeivloer. Maar de leverancier van de vloer doet dat eigenlijk liever zelf en ook beter. Voor wei-

nig extra kosten op het totale project voorkomen ze samen gedoe en kosten. De samenwerking is leuker, beter en sneller. Als je open bent, is helder wat voor ieder van de partners kritisch is in zijn proces en dit wordt benoemd, geprijsd en beheerd. Daarnaast zijn er voor de hand liggende synergievoordelen in transport, logistiek en afvalstromen.’

‘Een team vaste partners dat je over de projectgrens heen in stand houdt, wordt steeds beter. De teamleden gedragen zich meer als collega’s van eenzelfde, virtueel, bedrijf.’ Bij Het Mooie Plan 1 loonde het direct. ‘Het project viel dertien procent goedkoper uit, waarvan zeven procent voor rekening van de verbeterde samenwerking kwam. Daarnaast werd het project ondanks een extra vorstperiode op tijd opgeleverd. En: twee derde van de woningen had geen enkel opleverpunt, terwijl twee of drie opleverpunten per woning gemeengoed is.’ De corporatie en bouwer breiden hun vaste partners in de keten momenteel uit. Na bedrijven voor installaties, grondwerk en kozijnen, volgden bedrijven voor dekvloeren, binnenwanden, schilderwerk, stuc-

werk, tegelzetters en een trappenleverancier. Hoe werden zij geselecteerd? ‘We wilden dat partijen voldoende groot waren, in de buurt opereren en nadenken over ontwerp, uitvoering én beheer. De selectie werd gemaakt door mensen van de werkvloer: van elk van de hoofdpartners één uit elk van die drie gebieden. Met hen vroegen we voor elke bekende relatie ook een nieuwe partij om zich te presenteren. Dat leverde oude en nieuwe partners op met de juiste ‘mindset’, die investeren in procesvernieuwing, spreken met een visie op bouwen en maximale transparantie willen geven op alle samenwerkingsgebieden. Iedereen ziet wat iedereen erbij wint.’ Bij dit soort leveranciers vind je dus ook eerder productinnovaties, die je misloopt wanneer je voor de laagste prijs gaat, zegt Klouwen: ‘Bijvoorbeeld een kozijnconcept dat wat duurder is, maar waar je vervolgens vijftien jaar geen extra onderhoudskosten aan hebt.’ Dura Vermeer Bouw Rotterdam werkt met de partners nu ook aan andere projecten dan enkel die van Havensteder samen. ook elders in het land vormde Dura Vermeer inmiddels ketens, al twaalf in totaal in Hengelo, Amsterdam, leidschendam en Rosmalen, naast Rotterdam. Dura Vermeer Bouw Rotterdam en Havensteder werken op dezelfde wijze inmiddels aan Het Mooie Plan 2, een project in overschie, een woontoren met parkeren in Rotterdam-Zuid en binnenkort volgt ook een groot renovatie-, sloop-, nieuwbouw en onderhoudsproject in Vreewijk met vijfhonderd woningen. n MaintNL 07 – 2012

066_67_69_MH_NVDO-artikel.indd 69

69

22-08-12 08:53


Automatisering en onderhoud

Centrale automatisering overwint de weerstand Technologische ontwikkeling in fabrieken gaat tegenwoordig traag. Terwijl centrale automatisering van de fabrieksinstallaties maintenance managers helpt om meer te weten te komen over hun fabriek met onder meer een hoger rendement, lagere energiekosten en een kortere doorlooptijd als gevolg. Maar centrale fabriekautomatisering is niet voor alle geledingen in een bedrijf vanzelfsprekend. Bianca Scholten Regelmatig treden er productiestops op of leiden problemen met de software tot herstelwerkzaamheden. Niemand registreert de werkelijke oorzaken van stilstanden, waardoor men slechts een gevoelsmatige inschatting kan maken van hoe vaak zoiets wordt veroorzaakt door automatiseringsproblemen. De interface met SAP krijgt regelmatig de schuld, ook als het probleem geen technische oorzaak heeft maar medewerkers gewoon de minimaal benodigde gegevens niet volledig hebben ingevuld. Herkenbaar? Deze situatie is kenmerkend voor concerns die de automatisering van hun fabrieken nog volledig aan de vestigingen zelf overlaten. De verantwoordelijkheid voor de fabrieksautomatisering bevindt zich van oudsher lokaal op de plants. Bij grotere bedrijven is het meestal bij een zelfstandige engineering- of automatiseringsgroep ondergebracht. Binnen kleinere bedrijven maakt het deel uit van de onderhoudsafdeling, vaak met sterke afhankelijkheid van externe leveranciers. Bij fusies en overnames stellen de grotere bedrijven vaak een centrale groep van experts aan om synergie en kennisuitwisseling te stimuleren. Daarbij zullen ze ook de fabrieksautomatisering op de agenda moeten zetten. Niet alleen zijn er kostenbesparingen mogelijk, belangrijker nog is het om gezamenlijk veel beter de kansen te benutten die de moderne technologie biedt. Eindeloos veel verbeteringen zouden

voor grote groepen fabrieken haalbaar zijn, bijvoorbeeld op het gebied van rendement, energiekosten, voorraadkosten, doorlooptijd, en equipment-effectiviteit. Dit blijft echter allemaal liggen omdat qua technologie de tijd in de fabrieken min of meer stil is komen te staan.

Standaardisatie Een centrale benadering van de fabrieksautomatisering belooft diverse voordelen. Door standaardisatie beperken bedrijven het aantal technologieën waarvan kennis moet worden onderhouden en realiseren zij aanzienlijke inkoop- en hergebruikvoordelen. En door formele Service Level Agreements af te sluiten met leveranciers kunnen fabrieken de afhankelijkheid van derden terugbrengen tot een acceptabel niveau. Dit vereist het professionaliseren van inkoop, contracten en software-ontwikkelmethodes, wat beter haalbaar wordt als de fabrieken hun krachten bundelen en de benodigde expertise samenbrengen. Vanuit een centraal punt kan men ook makkelijker sturen op hergebruik en kostenbesparingen. Een kleine groep experts investeert ten bate van een grote groep fabrieken in het opbouwen en onderhouden van strategisch belangrijke kennis, in aanvulling op de lokale medewerkers, die meer all round zullen moeten zijn. Dankzij standaardisatie is het niet alleen makkelijker om kennis over automatisering te delen, ook hebben procestechnologen,

operators, kwaliteitsmedewerkers en maintenance managers zodoende materiaal om prestaties te vergelijken, conclusies te trekken en verbeteringen aan te brengen. Eén centraal orgaan leidt de projecten en rolt verbeteringen uit over alle fabrieken. Er zijn experts in huis die met de leveranciers kunnen sparren, audits kunnen doen en zodoende de fabrieksautomatisering sneller op een hoger plan kunnen brengen. Als staforganisatie bieden zij hun kennis aan de lokale managers aan, die nu sterker in hun schoenen staan in discussies met interne en externe leveranciers.

Weerstand Toch staan maintenance- en plantmanagers niet onmiddellijk te springen bij het idee om de fabrieksautomatisering te centraliseren. Ten eerste verwachten ze dat de voordelen van standaardisatie beperkt zijn omdat fabrieken allemaal hun eigen specifieke machines en software gebruiken, uit verschillende technologische tijdperken. Ze zijn er dan ook huiverig voor afhankelijk te worden van een centrale groep die mogelijk niet voldoende kennis heeft van de lokale eigenaardigheden. Als de fabrieken zich in uiteenlopende landen bevinden, zijn er ook nog verschillen in taal, cultuur, maateenheden, shifttijden en tijdzones. Ze zetten bovendien niet graag de lokale leverancier aan de kant. Niet alleen vanwege de collegiale relatie, maar ook omdat die partij er altijd op tijd is, de fabrieksvloer door en door kent en in no time problemen oplost. Het woord ‘centraal’ kan soms al weerstand oproepen. Het doet denken aan ivoren torens, langdurig vergaderen, trage besluitvorming en afhankelijkheid van afdelingen die niet per se de hoogste prioriteit zullen geven aan de fabriek. Men is er huiverig voor dat de lokale behoeftes zullen ondersneeuwen en de managers straks niet meer de baas zijn in hun eigen fabriek. En wellicht vermindert de kennis over lokale pro-

70 MaintNL 07 – 2012

070_71_MJ_NVDO-artikel.indd 70

22-08-12 09:02


Fabrieksautomatisering heeft raakvlakken met onderhoud, ICT en het procestechnologische deel van R&D. Dit zorgt voor verschillende perspectieven die soms moeilijk te verenigen lijken.

cessen; een veel gehoorde angst is dat operators hun expertise snel zullen verliezen als de automatisering ‘doorslaat’. Fabrieken moeten dag en nacht, en in het weekend door kunnen werken, ook als SAP uit de lucht is en het hoofdkantoor gesloten. De centralisatiemogelijkheden zijn daarom beperkt. De eerstelijns support van de fabrieksautomatisering zal een lokale verantwoordelijkheid moeten blijven. Verder is het belangrijk dat volledig duidelijk is wie het laatste woord heeft in de fabriek.

Een centrale benadering van de fabrieksautomatisering belooft diverse voordelen. Als directie en management er eenmaal van overtuigd zijn dat de voordelen opwegen tegen de nadelen, komen andere vragen aan de orde. Hoe groot moet de groep worden? Welke mensen moeten er deel van gaan uitmaken? Wie gaat er leiding aan geven? Welke plek krijgt het in de organisatie? Hoe een bedrijf hier vorm aan geeft, is sterk afhankelijk van bijvoorbeeld het aantal fabrieken en hun geografische ligging, het

huidige organogram en de beschikbaarheid van een manager die de vaardigheden en de interesse heeft om het vorm te gaan geven. In veel bedrijven zal men er niet direct voor kiezen een aparte afdeling op te richten, met een eigen manager, maar zal eerder de manager van een bestaande afdeling deze extra taak op zich nemen. Fabrieksautomatisering heeft belangrijke raakvlakken met onderhoud, maar ook met ICT en met het procestechnologische deel van R&D. Daarom ligt het voor de hand te overwegen of een van deze afdelingen een goede huisvesting kan bieden aan de centrale fabrieksautomatisering.

Engineering en ICT Samenvoeging van fabrieksautomatisering met ICT is dus een van de opties, en met name wat dit idee betreft bestaan er zeer gemengde gevoelens. In 2007 bleek uit een informeel onderzoek onder achttien industriële concerns in Europa en de Verenigde Staten dat engineers en ICT’ers nauwelijks met elkaar samenwerken. Overigens staat niet alleen de relatie tussen engineers en ICT’ers op gespannen voet; in veel bedrijven bestaat er in het algemeen een productie-tegen-ICT-mentaliteit. Die is het gevolg van de uitbreiding van de macht van de ICT-afdelingen en een gebrekkige communicatie tussen deze

interne leverancier en de lokale gebruikers. Soms spreken de ICT’ers te veel een technische taal en geven zij te weinig uitleg over waarom iets niet kan, of hoe het ook anders zou kunnen worden opgelost. En productiemedewerkers zijn van de engineers gewend dat zij snel reageren op nieuwe wensen, terwijl je bij de IT-afdeling eerst formeel een change request moet indienen en vervolgens maanden moet wachten op de oplossing. Projecten van de ICT-afdeling zijn vaak enorm; ze lopen in de miljoenen en volgen allerlei formele methodes en procedures. Fabrieken zijn daarentegen gewend aan ad hoc projectjes tegen lage tarieven en zonder al te veel administratieve rompslomp. Wie tussen de regels door kan lezen, zal nu kunnen concluderen dat ICT-afdelingen over het algemeen veel professioneler te werk gaan dan locale engineeringteams. Productie klaagt over de nadelen van deze geformaliseerde werkwijzen, maar tegelijkertijd is dat nou juist het niveau waar we met een centrale fabrieksautomatisering naar streven. Standaard IT-methodes als Change management, Configuratie management en Service Level Agreements kunnen een belangrijke inspiratiebron vormen voor het professionaliseren van de fabrieksautomatisering. n MaintNL 07 – 2012

070_71_MJ_NVDO-artikel.indd 71

71

22-08-12 09:02


NIEUWS

NVDO en SCEV tekenen samenwerkingsovereenkomst

De Nederlandse Vereniging voor Doelmatig Onderhoud (NVDO) en de Stichting Comog examens Vastgoed hebben op 28 juni een samenwerkingsovereenkomst getekend met betrekking tot Conditiemeting/BOEI. Opdrachtgevers zoals de Rijksgebouwendienst zijn verheugd met deze ontwikkeling. Op 28 juni is de samenwerkingsovereenkomst tussen beide partijen voor de uitvoering van examens Inspecteur Conditiemeting/BOEI getekend door P.L. Wentzel (voorzitter SCEV), L.A. van Lavieren (examencoördinator) en M.E. den Broeder-Ooijevaar (Verenigings Manager NVDO). Het doel van Conditiemeting/BOEI is dat de gecertificeerde inspecteur een objectieve registratie kan uitvoeren volgens NEN 2767/BOEI. Naast onderhoudsaspecten, is de inspecteur gekwalificeerd om relevante informatie over brandveiligheid en energie op te nemen. De overlast voor een gebouwgebruiker wordt dan tot een minimum beperkt en de informatie kan worden verwerkt tot een onderhoudsplan waarin tevens de maatregelen/herstelkosten voor brandveiligheid en verbetering van de energetische kwaliteit zijn opgenomen. Met de inbreng van de inspecteur, wordt de vastgoedbeheerder of -manager in staat gesteld het levensloopproces van gebouwen met bijbehorende installaties naar kosten, tijd en kwaliteit te beheersen. Met het ondertekenen van de overeenkomst is de onafhankelijke, hoogwaardige, integrale toetsing van theoretische kennis en praktijk van beheer en onderhoud gegarandeerd. Het bij slagen uitgereikte certificaat garandeert opdrachtgevers dat de betreffende persoon beschikt over een hoogwaardige theoretische kennis en in staat is om deze integraal en juist toe te passen in de actuele praktijk van conditiemeting onroerend goed na het volgen van de leergang conditiemeting/BOEI.

Nederlandse deelname aan scriptieprijs Euromaintenance Tijdens de Euromaintenance Conferentie van 2012 is wederom een award uitgereikt aan de beste Masterthesis op het gebied van onderhoud en gerelateerde vakgebieden. Nederland mocht één thesis afvaardigen naar deze Europese competitie. Deze ronde had de Nederlandse jury de beschikking over maar liefst zeven theses, ingediend door de Hogeschool Utrecht, het Asset Management Control Center/Hogeschool Zeeland, de Universiteit Twente en de Technische Universiteit Delft. De scripties besloegen een breed scala aan onderwerpen, variërend van de regulering van levensduurverlenging, optimalisatie van het onderhoud en de onderhoudsfunctie, verbetering van de SHE-performance, optimalisatie van het ontwerp voor de normale operatie en het opleidingsprogramma voor maintenance engineers. De jury was blij verrast door het leesbare enthousiasme waarmee de onderwerpen aangevallen werden. De scriptie van A.T. Kok, getiteld ‘Sustainability of HVAC systems in rolling stock’ (Universiteit Twente) is als Nederlandse inzending aanbevolen aan de NVDO. Een kort citaat uit het juryrapport: ‘Zeer goed en toegankelijk geschreven rapport met een uitstekende samenvatting’. De NVDO neemt de aanbeveling van de jury over. De NVDO en de jury bedanken de deelnemers voor hun inzending en brengen hun hartelijke felicitaties over aan de heer A.T. Kok.

John Stavenuiter onderscheiden met Euromaintenance Incentive Award Eerder dit jaar heeft de Servische zusterorganisatie van de NVDO, DOTS, de Euromaintenance Conferentie in Belgrado georganiseerd. Tijdens de openingsceremonie heeft NVDO-lid John Stavenuiter een eervolle onderscheiding gekregen voor de Euromaintenance Incentive Award. De jury van de Salvetti Foundation spreekt haar waardering uit voor Johns doorzettingsvermogen. Jarenlang heeft hij de Asset Management Control-aanpak gevalideerd met cases uit diverse sectoren. De onderscheiding is toegekend vanwege een specifieke innovatie op dit gebied, namelijk een Life Cycle Assessment webapplicatie in de vorm van een game. Deze game maakt de consequenties van asset management-beslissingen transparant. Hierdoor kan deze game beslissers ondersteunen en actoren beter aansturen en motiveren. Helaas was John niet in de gelegenheid om de onderscheiding zelf in ontvangst te nemen tijdens Euromaintenance. Een NVDO-vertegenwoordiger heeft dat in zijn plaats gedaan. Tijdens het Asset Management Control Seminar op 7 en 8 november 2012 zal de NVDO deze prijs overhandigen aan John Stavenuiter. Belangstellenden kunnen tijdens dit seminar tevens meedoen aan een sessie met de onderscheiden game.

72 MaintNL 07 – 2012

072_73_MR_NVDO_neuws.indd 72

22-08-12 08:52


‘Zzp’er in bouw moet naar KvK’ De FNV-bond voor zelfstandigen in de bouw (ZBo) wil dat zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) verplicht worden om zich in te schrijven bij de Kamer van Koophandel. Ook vraagt ZBo-voorzitter Charles Verhoef in een brief aan alle politieke partijen om ‘één duidelijke definitie van zzp’ers voor alle wetgeving, ook de belasting’. Volgens ZBo is schijnzelfstandigheid een groot probleem, waarbij mensen worden onderbetaald en minder beschermd zijn dan ander personeel op de bouwplaats. Via wetgeving en persoonlijke inschrijving in het handelsregister moet beter onderscheid gemaakt worden tussen ‘mensen die bewust kiezen voor het ondernemerschap, en schijnconstructies met louche bemiddelingsbedrijven en koppelbazen’. Schijn-zzp’ers zijn in de ogen van ZBo eigenlijk werknemers, maar werkgevers proberen cao-afspraken en wettelijke bepalingen voor personeel te ontduiken. De FNVbond is tegen een voorstel van de PvdA voor een minimumtarief voor zzp’ers, zoals het minimumloon werknemers beschermt tegen uitbuiting. Volgens Verhoef gaat een minimumtarief al gauw werken als maximum en hij vreest ook dat met het idee van de PvdA schijnzelfstandigheid wordt gelegaliseerd.

Daaraan heeft het projectteam een goed onderhoudsconcept of ontwerp bedacht. Infrateams kunnen zichzelf voordragen, maar men kan ook voorgedragen worden door een ander, bijvoorbeeld door de leidinggevenden, de organisaties of collega’s. De verkiezing van het Infra Projectteam van het Jaar is een initiatief van de Nederlandse Vereniging voor Doelmatig Onderhoud (NVDO) en Industrielinqs pers en platform.

Industriële export naar 180 miljard euro, machinebouw groeit sterkst

Verkiezing Infra Projectteam van het Jaar

Ook dit jaar gaan we op zoek naar hét team achter de resultaten van een succesvol infraproject. Het winnende team mag zich een jaar lang Infra Projectteam van het Jaar noemen. De prijs wordt uitgereikt op het iMaintain Infra-congres, gehouden op 1 november in Rotterdam. Het doel van de wedstrijd is het versterken van de synergie tussen Design, Build, Finance, Maintenance en Operate. Daarbij onderstrepen we de impact op het exploitatieresultaat, de veiligheid, de economische waarde, de internationale potentie en de maatschappelijke waarde. Uiteraard heeft het projectteam iets gebouwd, zoals bijvoorbeeld een brug, een tunnel of een weg.

De export van de Nederlandse industrie bereikt in 2010 een waarde van circa 180 miljard euro. Dat heeft het ING Economisch Bureau berekend. Dit is iets meer dan in 2011 (176 miljard euro). De stijging wordt gedreven door hogere prijzen. De grootste exporteur is de chemische industrie met een verwachte uitvoer van circa 40 miljard euro in 2012. De voedingsindustrie exporteerde in 2011 voor bijna 37 miljard, maar valt dit jaar terug tot circa 35 miljard. Snelste groeier vanaf 1990 in exportwaarde is de aardolie-industrie geweest, als gevolg van sterk gestegen olieprijzen. De afgelopen twee decennia kende de machinebouw de hoogste exportgroei binnen de Nederlandse industrie. De jaarlijkse volumegroei vanaf 1990 ligt met bijna 5 procent op het dubbele van de gehele industrie. Vooral sinds het begin van deze eeuw presteert de machinebouw relatief sterk, zegt ING Economisch Bureau. Andere snelle groeier is de farmaceutische industrie, maar deze industrietak blijft voorlopig ruim onder het recordjaar 2007. De transportmiddelenindustrie presteert ook sterk, maar zal in 2013 terugvallen door de (al dan niet tijdelijke) sluiting van NedCar. Sterke punten van de Nederlandse machinebouw zijn de relatief goede aansluiting op snelgroeiende markten en de productmix. MaintNL 07 - 2012

072_73_MR_NVDO_neuws.indd 73

73

22-08-12 08:52


column LIEN Bijna elke week wordt de NVDO gevraagd om mee te doen aan een beurs. Natuurlijk doen we mee aan Maintenance NEXT in april 2013 en uiteraard vindt u ons op FoodTech. Smart Buildings en de Industriële Week laten we echt niet aan ons voorbij gaan. Maar we doen alleen mee als we samen met onze leden het inhoudelijke programma mogen verzorgen. Nu kwam er een vraag of onze vereniging mee wil doen aan een beurs die helemaal in het teken staat van Lean. Vervolgens komt er dan iemand van de beursorganisatie bij ons langs om de mogelijkheden te verkennen. In dit specifieke Lean-geval kwam de accountmanager samen met een mooie dame. Dat de NVDO gratis standruimte tot haar beschikking had, was snel afgesproken. Het inhoudelijke programma was anders. De accountmanager wist in elk geval dat het thema LIEN was en de mooie dame knikte daarop bevestigend. Dus ik vroeg wat ze met dit thema beoogden, wat al snel onduidelijk werd. ‘Nou ja, het gaat natuurlijk om verbetertechnieken zoals Kaizen.’ Op mijn vraag of het dan moest gaan over het elimineren van verspillingen of om het maximaliseren van waardetoevoeging, haakte de mooie dame als eerste af. De accountmanager vroeg daarop of het mogelijk was dat onze vereniging haar leden op wil roepen vierkante meters te kopen op de beursvloer. Kijk, dan heb je dus geen gesprek. Want er bestaan nog steeds veel misverstanden over Lean. Het wordt inderdaad vaak gezien als een verzameling verbetertechnieken, zoals Kaizen, SMED en value stream mapping om verspillingen te elimineren en het werk te laten stromen. Soms wordt Lean zelfs gezien als een snelle

colofon

methode om kosten te besparen. Dat is eigenlijk onterecht, want hoewel het toepassen van Lean al snel tot behoorlijke besparingen kan leiden, is Lean vooral een filosofie én praktische aanpak om de hele organisatie te professionaliseren, gericht op het leveren van de juiste klantwaarde. Het is niet eenvoudig om een inhoudelijk beursprogramma te organiseren, als het thema te simpel is gekozen. Want Lean is niet iets wat je er zomaar even bij doet. Het voordeel toont zich op de langere termijn pas. U snapt dat we de beurs LIEN maar even overslaan, maar dat de NVDO wel verder gaat met het thema. En dat doen we op 10 oktober bij Tata Steel in Velsen-Noord waar we dieper ingaan op het verbeteren van de waardestromen tijdens de studiedag Lean Manufacturing. Want, het verbeteren van de waardestroom kan! Lean Manufacturing heeft tot doel om de ‘waardestroom’ binnen bedrijven zo groot mogelijk te maken, zodat de toegevoegde waarde van de producten en/of diensten zo groot mogelijk wordt. Daartoe wordt de doorstroom verbeterd en verspilling zoveel mogelijk opgespoord en verwijderd uit de bedrijfsprocessen. Bij het creëren van flow en het maximaliseren van de waardetoevoeging wordt gebruik gemaakt van diverse productieconcepten, die in de twintigste eeuw zijn ontwikkeld. Om deze kennis met sprekers van niveau aan u over te brengen, hebben we geen speciale LIEN beurs nodig. En het standje laten we ook even voorbij gaan. Wij ontmoeten u graag op 10 oktober bij de speciale Lean Manufacturing-dag. Ellen den Broeder-Ooijevaar, Verenigings Manager

MaintNL is het verenigingsmagazine van de Nederlandse Vereniging voor Doelmatig Onderhoud. De naam MaintNL is eigendom van de NVDO.

Postbus 138 3990 DC Houten t +31(0)30 634 60 40 f +31(0)30 634 60 41

e info@nvdo.nl • www.nvdo.nl • www.nvdovac.nl

74 MaintNL 07 – 2012

074_MC_NVDO_Vmanager.indd 74

22-08-12 08:52


VED BY O R

PR

NA

LS

AP P

Havep moe.t. TEL MAAR OP! je hebben. OFESS

IO

Patrick Senior engineer

Bescherming Duurzaam Draagcomfort Visitekaartje voor bedrijf Voor ons is er geen twijfel mogelijk als het om werkkleding gaat. Wij werken er elke dag in, dus wij weten waar we het

Frank

Service monteur

over hebben. Als je alle kwaliteiten van HaVeP bij elkaar optelt en je kijkt ook naar prijs, service en levering, kom je tot maar één conclusie: HaVeP moet je hebben.

MEER WERKKLEDING OPLOSSINGEN ? KIJK OP WWW.HAVEP.COM/MAINTENANCE

T NL +31 (0)13 531 32 56 BE +32 (0)14 30 07 37 E verkoop@havep.com

075_havep3.indd 1

20-08-12 13:45


Discover the hidden treasure in maintenance

Gezocht:

Schatzoekers met internationale ambitie (m/v)

Mainnovation is een internationaal opererend adviesbureau, gespecialiseerd in maintenance & asset management. Met onze Value Driven MaintenanceÂŽ (VDM) methodologie helpen wij industriĂŤle bedrijven met het zoeken van de verborgen schat in hun onderhoudsorganisatie. Want doordat veel directies de technische dienst nog steeds benaderen als kostenpost, blijft de werkelijke waarde van het onderhoud onderbelicht: een hogere uptime, een betere veiligheid en een langere levensduur van de installaties. Met VDM wordt dit niet alleen zichtbaar gemaakt, wij helpen bedrijven ook met het realiseren van de prestatieverbetering. Wij doen dit met ons KPI Dashboard, benchmarkdata, moderne EAMsystemen en best practice werkprocessen en onderhoudsconcepten. De vraag naar VDM-projecten is het afgelopen half jaar drastisch toegenomen in zowel binnen- als buitenland. Om die reden zijn wij op korte termijn op zoek naar onderhoudsadviseurs met een technisch bedrijfskundige opleiding op master-niveau. Je hebt 1 tot 5 jaar relevante werkervaring, of hebt onlangs een maintenance master-opleiding afgerond. Je hebt een bovengemiddeld analytisch vermogen en je bent communicatief sterk ontwikkeld. Je hebt passie voor onderhoud en bent in staat om anderen te overtuigen van jouw visie.

Ben jij die schatzoeker met internationale ambitie? Heb je altijd al willen werken in een jong en dynamisch team met hoogopgeleide professionals? Ben jij het toptalent dat Mainnovation helpt bij onze verdere groei? Neem dan contact met ons op via Corine Vervelde (corine.vervelde@mainnovation.com of 078-6146724). Kijk voor meer informatie op: www.mainnovation.com

CONTROLLING MAINTENANCE, CREATING VALUE.

imaintain 185x267mm-personeel-08-2012.indd 1

076_mainovation.indd 1

13-08-12 15:02

20-08-12 13:44

imaintain 07 2012  

imaintain, 07, 2012

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you