Petrochem 1, 2024

Page 1

Het
en chemische industrie in de Rijn/Schelde-delta Nr. 1 - 2024 www.petrochem.nl • losse verkoopprijs € 24,00 CTO Covestro: ‘We hebben competitieve elektriciteitsprijzen nodig’ • North Sea Port zet vol in op CO2-afvang en waterstof • Topic: Waterbehandeling
managementblad voor de olie-

Deze dynamische tijden vragen om flexibele oplossingen. Als internationale aardgasleverancier werken wij met prijs- en leveringsconcepten op maat en weten we alles van risicomanagement. Graag analyseren wij met u de risico’s waardoor onze oplossingen aansluiten op uw behoeften. Zoekt u een professionele partner? Op ons kunt u rekenen. Neem contact met ons op als u wilt weten wat onze energieoplossingen voor uw bedrijf kunnen betekenen: omv-gas.nl

10 COMPETITIEVE ELEKTRICITEITSPRIJZEN

Tegen 2035 wil chemiebedrijf Covestro wereldwijd volledig klimaatneutraal produceren. Daartoe moeten alle zeilen worden bijgezet. Op het gebied van energiebesparing bijvoorbeeld.

Ook ziet CTO Thorsten Dreier mogelijkheden voor de afvang en opslag van CO2. En in de vergroening van de afgenomen elektriciteit. Zo sloot het bedrijf voor de Antwerpse vestiging onlangs een deal met RWE voor langdurige levering van windenergie uit de Noordzee. De kunst is wel – met name voor de Europese sites – om competitief te blijven.

14

CO2-AFVANG EN H2 IN NORTH SEA PORT

Dow Benelux, Yara en Zeeland Refinery hebben de ambitie om in 2030 gezamenlijk 4,2 miljoen ton minder CO2 uit te stoten. Ze legden deze ambitie vast in een intentieverklaring met de overheid. De plannen moeten leiden tot bindende maatwerkafspraken, waarbij de bedrijven investeren in maatregelen om te verduurzamen en de overheid helpt om het juiste kader te bieden en drempels voor de investeringen weg te nemen.

24 ZO BENADERBAAR MOGELIJK

Bovenaan haar prioriteitenlijst staat veiligheid. Verder richt zij zich als plantmanager van Avient Protective Materials in Heerlen vooral op het waarborgen van de toekomst van de site. Marjan Rijckaert plukt daarbij de vruchten van de ervaringen die ze opdeed in heel wat verschillende posities binnen voormalig moederbedrijf DSM. ‘Ik merk dat mensen het fijn vinden een plantmanager te hebben die het proces kent.’

28 TOPIC WATERBEHANDELING

Naast de stikstofcrisis beweegt Nederland nu ook richting een watercrisis. De kwaliteit van het grondwater en oppervlaktewater is zo slecht, dat activiteiten in de landbouw en in de rest van de economie dreigen te worden stilgelegd. Hiermee komen ook de energietransitie en circulaire ambities van de Nederlandse industrie in gevaar.

30 SYMBIOSE VAN MENS EN MACHINE

Machine learning en artificial intelligence gaan een belangrijke rol innemen in het asset management in 2030. De exponentieel stijgende rekenkracht van computers maakt de weg vrij voor technologie waarbij assets zelf hun diagnostiek stellen en aangeven wanneer onderhoud nodig is. Dit betekent dat operators en maintenance vakmensen een andere rol krijgen. Gaandeweg zal er een symbiose ontstaan van mens en machine.

EN VERDER

IN DEZE EDITIE PETROCHEM 1 - 2024 3
Commentaar 5 Feiten en cijfers • BASF maakt nieuw kostenreductieprogramma bek end • Industrie roept op tot European Industrial Deal in tien actiepunten 6 Petrochem platform 32 Column • Henk Leegwater 34

ADOPTEER EEN PUP

ADOPTEER EEN PUP

Het managementblad voor de olie- en chemische industrie in de Rijn/Schelde-delta

Nummer 1 - 2024

UITGAVE VAN: Industrielinqs pers en platform BV, Postbus 36420, 1020 MK Amsterdam redactie@industrielinqs.nl website: www.petrochem.nl

HOOFDREDACTIE: Wim Raaijen | wim@industrielinqs.nl

EN HELP ’M BLINDENGELEIDEHOND WORDEN.

WWW.ADOPTEEREENPUP.NL

EN HELP ’M BLINDENGELEIDEHOND WORDEN.

WWW.ADOPTEEREENPUP.NL

REDACTIE: Jacqueline van Gool, Monique Harmsen, Liesbeth Schipper, Breg Schoen redactie@industrielinqs.nl

VASTE MEDEWERKERS: Chris Aldewereld, Henk Leegwater, Wim Soetaert, Francis Voermans, Evi Husson

LAY-OUT: Bureau OMA, Doetinchem

OMSLAGFOTO: BASF SE

ADVERTENTIEVERKOOP: Jetvertising BV, Robbin Hofman 070 3990 000 | robbin@jetvertising.nl

TRAFFIC: Breg Schoen | breg@industrielinqs.nl

COMMERCIEEL MANAGER: Janet Robben | 06 38 73 70 39 | janet@industrielinqs.nl

DRUKWERK: Veldhuis Media

ABONNEMENTEN (excl. 9% BTW)

Nederland/België € 191,- per jaar Overig buitenland € 223,- per jaar Losse verkoopprijs € 24,Meer informatie vindt u via www.petrochem.nl/abonneren

OPZEGGEN: Dit magazine hanteert de opzegregels uit het verbintenissenrecht. Wij gaan er van uit dat u het blad ontvangt uit hoofde van uw beroep. Hierdoor wordt uw abonnement steeds stilzwijgend met een jaar verlengd. Proef- en kennismakingsabonnementen worden niet automatisch verlengd en stoppen na het aantal aangegeven nummers. Opzeggen en wijzigen kan via abonnementen@industrielinqs.nl, per post of per telefoon. De opzegtermijn is 8 weken voor het einde van uw abonnementsperiode. Als opzegdatum geldt de datum waarop uw opzegging door ons is ontvangen. Als u hierom verzoekt, ontvangt u een bevestiging van uw opzegging met daarin de definitieve einddatum van uw abonnement. Overige vragen kunt u stellen via abonnementen@industrielinqs.nl

ISSN: 1380-6386

Prijswijzigingen voorbehouden. © Industrielinqs pers en platform BV Niets uit deze uitgave mag worden gereproduceerd zonder toestemming van de uitgever.

Papier:

ADVERTENTIE-INDEX Abonnees 22 Delta Temp ....................................................................... 26 Lengkeek Staalbouw 35 Market review ................................................................. 26 OMV Gas Marketing Trading & Finance 2 Van Meeuwen Industries ................................................ 36 VEGA Meet- en Regeltechniek 8 Watervisie ........................................................................ 22

De industrie staat wereldwijd voor grote systeemveranderingen. En het is beter om daarop te anticiperen, dan uit alle macht te behouden wat er is.

Detroit in de Delta?

De Europese industrie bevindt zich in zwaar weer. Vooral de – in vergelijking – enorm hoge energieprijzen brengen veel productiebedrijven in de problemen. Fabrieken worden tijdelijk of in sommige gevallen zelfs voor altijd stilgelegd. Dreigt er een Detroit-scenario in de delta van Rotterdam, Antwerpen, Chemelot en het Duitse Ruhrgebied?

Niet als het aan de Europese industrie zelf ligt. Onlangs kwamen 73 topmensen op de site van BASF in Antwerpen samen om hun zorgen te uiten over het Europese industriële klimaat. Ze presenteerden de Antwerpen Verklaring waarin ze oproepen tot een Europese Industrial Deal. Als vervolg op de Europese Green Deal en een duidelijk antwoord op de Inflation Reduction Act in de Verenigde Staten. Lang dacht Europa industrieel een voorsprong te hebben op de VS. Maar de lage energie- en grondstofkosten – schaliegas – veranderde het spel al significant. Nu de federale regering in de Verenigde Staten een biljoen dollar beschikbaar stelt om onder meer nieuwe, schonere fabrieken te bouwen, lijkt de VS te demarreren, in een sterke groep waarin ook het Midden-Oosten en China zich bevinden.

Roestbakken

Op zich staan er verstandige zaken in de Antwerpen Verklaring. Zo roept de industrie bijvoorbeeld op tot strategische partnerships en een robuuste infrastructuur, en meer steun voor Europese projecten. Ook benadrukt het document het belang van zelfvoorziening in grondstoffen en het bevorderen van de vraag naar duurzame producten. Al een hele mond vol. Een stevige en doordachte industriepolitiek moet de hoofdkantoren ervan overtuigen om in Europa te investeren. Met vooral ook nieuwe fabrieken, met schonere processen en alternatieve grondstoffen. Toch lijkt enig creative destruction ook onvermijdelijk. We kunnen moord en brand schreeuwen bij een fabriek die wordt stilgelegd, en uiteraard is dat gigantisch ingrijpend voor de mensen die erbij betrokken zijn, maar het betekent nog niet de doodsteek voor de hele Europese industrie. Elke grote transitie kent ook zijn slachtoffers. De roestbakken mogen her en der heus wel worden vervangen door nieuwe modellen. Zolang er geen – onder normale omstandigheden – gezonde slachtoffers vallen.

Sinaasappel

Zo is het bijvoorbeeld de vraag of de productie van ammoniak uit aardgas levensvatbaar blijft. Nu staat dat in Europa onder druk door de gigantische aardgasprijzen. Maar zullen rekensommen er over een jaar of tien er sowieso niet heel anders uitzien, met de import van groen waterstof uit zonovergoten landen? Of met de CTO van Covestro Thorsten Dreier (zie het hoofdinterview in deze editie) te spreken: ‘De kans is groot dat groene waterstof straks in de vorm van ammoniak overzee wordt getransporteerd. Anders moet je waterstof op een heel lage temperatuur brengen om het grootschalig per schip te vervoeren. Waarom dan ook niet in de vorm van ammoniak door pijpleidingen transporteren vanaf de havens naar binnenlandse clusters?’

De industrie staat wereldwijd voor grote systeemveranderingen. En het is beter om daarop te anticiperen, dan uit alle macht te behouden wat er is. De Europese industrie heeft de afgelopen halve eeuw heel veel bereikt met telkens weer efficiëntieslagen. Steeds opnieuw werden bestaande installaties getweakt. Decennium na decennium. In meerdere gevallen lijkt er nu een einde te komen aan het tweaken. De sinaasappel is volledig uitgeperst. En als de omstandigheden dan ook nog veranderen door uitdagingen op het gebied van klimaat en economie, is de rek er helemaal uit.

Extreme makeover

Samenwerking zal daarbij heel belangrijk zijn. Bijvoorbeeld tussen de industriële clusters. Willen we naar alternatieve energiebronnen en grondstoffen, dan moeten allereerst bijvoorbeeld de pijpleidinginfrastructuur en de elektriciteitsnetten worden uitgebreid en versterkt. Een belangrijke randvoorwaarde om investeringen in nieuwe fabrieken aan te trekken. In dat licht kunnen havenbedrijven en landelijke en regionale overheden veel meer leren samen te werken. Ze zouden elkaar wat minder – zoals in het verleden – de tent uit moeten vechten. Samen sterker voor een extreme makeover van de Europese industrie.

Reageren? Via de mail: wim@industrielinqs.nl

COMMENTAAR PETROCHEM 1 - 2024 5

De afgelopen vier jaar heeft een samenwerkingsverband van bedrijven, overheden, kennisinstellingen, veiligheidsregio’s en overheidsdiensten diverse veiligheidskwesties rondom waterstof onderzocht. Het samenwerkingsverband heeft de belangrijkste uitdagingen voor de grootschalige introductie van waterstof in kaart gebracht. Alle informatie is gepubliceerd op de website van NLHydrogen (https://nlhydrogen. nl/veiligheid/).

De provincies Zeeland en Brabant gaan opnieuw in beroep tegen Project One van Ineos. Zij maken zich zorgen over de stikstof die wordt uitgestoten door de Vlaamse ethaankraker in kwetsbare natuurgebieden in Zeeland en Brabant. De provincie Zeeland laat weten in gesprek te zijn met Ineos om de bezwaren en zorgen kenbaar te maken. ‘Hierbij is toegewerkt naar oplossingen waarbij Project One doorgang kan vinden en die tegelijk zekerheid bieden dat de natuurlijke kenmerken van de betrokken Natura 2000-gebieden niet worden aangetast.’ Volgens de provincie verloopt het overleg constructief, maar zijn de partijen nog niet tot elkaar gekomen. ‘Mocht het tot overeenstemming komen met Ineos dan zullen we ons beroep intrekken’, schrijft Zeeland in een verklaring. Met de ethaankraker wil Ineos ethaan omzetten in etheen, een basisgrondstof voor de productie van plastic. Het is de tweede keer dat de provincies beroep aanteken. Een eerder beroep is door de Vlaamse Raad van Vergunningsbetwisting vernietigd. De Vlaamse overheid heeft de nieuwe vergunningaanvraag van Ineos vervolgens goedgekeurd.

Petrogas E&P Netherlands heeft het eerste gas gewonnen uit het A15-project in de Nederlandse Noordzee. Het bedrijf werkt in dit project samen met EBN, Rockrose en Taqa. Het A15-platform, dat uit drie bronnen aardgas produceert, werd gebouwd en geïnstalleerd door Enersea, HSM Offshore Energy, Heerema Marine Contractors, Allseas, Noble Drilling, Bluestream en DCN Diving.

RWE START BOUW VAN GROOTSCHALIG BATTERIJOPSLAGPROJECT IN NEDERLAND

RWE is begonnen met de bouw van zijn eerste Nederlandse batterijopslagproject op grote schaal met een geïnstalleerd vermogen van 35 MW en een opslagcapaciteit van 41 MWh. In totaal zullen 110 lithium-ion batterijrekken worden geïnstalleerd bij de biomassacentrale van RWE in de Eemshaven op een oppervlakte van ongeveer drieduizend vierkante meter. Het is de bedoeling dat het opslagsysteem regelbaar vermogen gaat leveren en vanaf 2025 op de groothandelsmarkten gaat opereren.

Het batterijproject is een belangrijke stap in de richting om fluctuerende elektriciteitsproductie van windenergie, afkomstig van het offshore windpark OranjeWind dat momenteel in ontwikkeling is, optimaal te integreren in het Nederlandse energiesysteem.

Het batterijopslagsysteem kan meer dan een uur werken met de geïnstalleerde capaciteit van 35 MW. In theorie is dit voldoende om ongeveer 800 elektrische voertuigen op te laden. Het systeem is zo ontworpen dat het kan worden gekoppeld met de energiecentrales van RWE in Nederland.

Ook Tomorrow Energy wil een batterij-opslagsysteem in de Eemshaven realiseren.

Het project Holland Battery 1 krijgt een geïnstalleerd vermogen van 180MW en een opslagcapaciteit van 360MWh. De planning is om het energie-opslagsysteem in 2027 in gebruik te nemen. De Eemshaven is strategisch gekozen voor het batterijproject. ‘Deze energiehub zorgt voor een derde van de nationale energievoorziening’, aldus het Eindhovense bedrijf.

In de haven van Vlissingen gaat Lion Storage een batterij-opslagproject met een geïnstalleerd vermogen van 364 MW en een opslagcapaciteit van 1457 MWh bouwen. Het bedrijf begint later dit jaar met de bouw van het batterijpark. De planning is om het project met de naam Mufasa in 2026 op te leveren. Het batterijproject wordt gekoppeld aan het hoogspanningsnet van TenneT.

Lion Storage geeft aan dat de keuze voor de North Sea Port gerelateerd is aan de aanwezigheid van verschillende grootschalige waterstof- en offshore windprojecten in ontwikkeling. Mufasa wordt een essentieel onderdeel van de energie- en industrie-infrastructuur in de haven, aldus Lion Storage.

5 MILJOEN SUBSIDIE VOOR OPSCHALING TECHNOLOGIE ITERO CHEMELOT Itero Technologies Netherlands krijgt een subsidie van 5 miljoen euro uit het Europese Just Transition Fund. Met deze bijdrage wil Itero op Brightlands Chemelot Campus een demonstratiefabriek bouwen waar het gemengd plastic chemisch gaat recyclen. Het chemische recyclingproces van Itero kan vervuild plastic – dat tot nu toe wordt verbrand – recyclen. Het bedrijf wil deze techniek voor het eerst op grotere schaal inzetten en het proces valideren. Daarvoor bouwt het een demonstratiefabriek. Bij succesvolle resultaten wil Itero zo snel mogelijk opschalen. In de nieuwe fabriek kan het bedrijf 27 kiloton afvalplastic per jaar verwerken tot pyrolyse-olie.

FEITEN & CIJFERS PETROCHEM 1 - 2024 6 Blijf op de hoogte en schrijf u in voor de nieuwsbrief op www.petrochem.nl

COMMISSIE MER: ‘RWE MOET MILIEUEFFECTEN FUREC BETER IN BEELD BRENGEN’

RWE moet beter beschrijven wat de milieueffecten zijn van het Furec-project dat het in Limburg wil realiseren. Dat schrijft de Commissie milieueffectrapportage (mer) in een advies aan de Provincie Limburg. Het project Furec behelst de bouw van twee fabrieken.

Eén voor de voorbewerking van gemengd afval en een fabriek die dit afval omzet in waterstof, CO2 en vaste afvalproducten. Deze eerste installatie is gepland op industrieterrein Zevenellen in de gemeente Leudal en moet zo’n 700 kiloton afval per jaar gaan verwerken. De tweede fabriek gaat waterstof produceren en is gepland op Chemelot.

Deze fabriek zou een capaciteit van 60 kiloton waterstof per jaar krijgen.

De Commissie mer stelt nu dat meer diepgang en onderbouwing nodig is in het milieuonderzoek om de milieurisico’s van de waterstoffabriek beter in beeld te brengen. Volgens de commissie is er mogelijk ‘een onderschatting van effecten door luchtverontreiniging. Ook de onderbouwing dat de uitstoot van stikstof en zwavel beschermde natuur niet aantast, is nog onvoldoende zeker’, aldus de commissie in een persbericht.

Een jaar geleden kreeg RWE een bijdrage van 108 miljoen euro voor het project om afval om te zetten in waterstof. Het Furec-project vereist een totale investering van 600 miljoen euro. Dit jaar wil het bedrijf een definitieve investeringsbeslissing over het project nemen.

BASF MAAKT NIEUW KOSTENREDUCTIEPROGRAMMA BEKEND

Bij de presentatie van de jaarcijfers kondigt BASF een nieuw kostenbesparingsprogramma voor de Ludwigshafen-site aan. Het bedrijf wil voor het einde van 2026 een miljard euro extra besparen. Deze maatregelen komen bovenop het al eerder ingezette kostenbesparingsprogramma dat vooral gericht is op ondersteunende diensten in Europa en aanpassing van de productiestructuur in Ludwigshafen. In 2026 moeten deze maatregelen 1,1 miljard euro aan besparingen opleveren. In 2023 bespaarde het bedrijf al 600 miljoen euro.

Het nieuwe pakket maatregelen betreft zowel de productie als de ondersteunende diensten. BASF wil de vaste kosten omlaag brengen, de bedrijfsstructuur efficiënter maken en de productie beter afstemmen op de vraag vanuit de markt. Ook variabele kosten moeten omlaag, door processen te herontwerpen. Daarnaast streeft BASF naar een hogere bezettingsgraad van de assets in Ludwigshafen. Hiermee wil het bedrijf de marges verhogen. Met name de productie-installaties voor Chemicals en Materials draaien volgens het bedrijf momenteel op een veel lagere capaciteit dan normaal gesproken.

In de tweede helft van 2024 zal BASF plannen voor de langere termijn voor de site in Ludwigshafen presenteren. In weinig woorden zei Brudermüller daar nu over: ‘We willen Ludwigshafen ontwikkelen tot een leidende low-CO2-emission productiesite met een hoge winstgevendheid en duurzaamheid.’

GZI Next in Emmen heeft de milieuvergunning voor waterstoffabriek EmmHy verkregen. De bouwvergunning is nog in behandeling bij de gemeente Emmen. De waterstoffabriek in Emmen gaat dienen als onderzoek- en ontwikkelfabriek. Shell gaat verschillende tests uitvoeren, die informatie opleveren over de beste manier om een waterstoffabriek in te zetten voor productie van waterstof uit zonne- en windenergie. Op het terrein van de voormalige gaszuiveringsinstallatie van de NAM is al een zonnepark in bedrijf. Daarnaast is er een waterstofvulpunt voor de bussen van QBuzz. Het is de bedoeling dat naast de waterstoffabriek ook een groengasinstallatie wordt gerealiseerd. Ook voor dit project zijn de benodigde vergunningen aangevraagd en in behandeling genomen.

Air Products heeft een power purchase agreement (PPA) afgesloten met Eneco. De overeenkomst heeft een looptijd van tien jaar. Air Products neemt in die periode elektriciteit af, die is opgewekt op het zonnepark Vlagtwedde van Eneco in het noordoosten van Nederland.

Minister Adriaansens van Economische Zaken en Klimaat wil bindende maatwerkafspraken maken met Nobian. Om de projecten van Nobian voor de versnelde verduurzaming te realiseren, wil de minister 200 miljoen euro reserveren uit het Klimaatfonds. Nobian tekende een intentieverklaring met het ministerie om in 2030 nagenoeg geen CO2 meer uit te stoten. Het gaat hierbij om directe CO2-reductie van ongeveer 600 kiloton per jaar in 2030. Dat is ongeveer drie keer de reductie die het bedrijf moet realiseren in 2030. Ook wil het bedrijf in Hengelo en Delfzijl de stikstofuitstoot met 440 ton NOx per jaar verlagen, het gasverbruik met ongeveer 350 miljoen kubieke meter en het (zoet)waterverbruik met 1,7 miljoen kubieke meter. In Rotterdam wil het een elektriciteitsbesparing van 135 GWh bereiken. Een groot deel van de activiteiten van Nobian zal worden geëlektrificeerd.

PETROCHEM 1 - 2024 7
BASF SE
FOTO:
100 % betrouwbaar persoonlijk deskundig betrokken oprecht

INEOS INOVYN NEEMT STROOM AF VAN 60 MW ZONNEPARK

PerPetum Energy en Green4Power werken samen aan het realiseren van een zonnepark ter grootte van 56 voetbalvelden. Het 60 MW zonnepark moet in juli 2024 operationeel zijn en gaat uitsluitend stroom leveren aan de productievestiging van Ineos Inovyn in Jemeppe. Volgens de afgesloten stroomafnameovereenkomst neemt Ineos Inovyn de komende vijftien jaar alle groene elektriciteit af. PerPetum Energy is verantwoordelijk voor de bouw, inbedrijfstelling en het onderhoud van het project. Green4Power financiert het zonnepark en is er eigenaar van.

INDUSTRIE ROEPT OP TOT EUROPEAN INDUSTRIAL DEAL IN TIEN ACTIEPUNTEN

In februari kwamen 73 leiders uit de industrie in Antwerpen samen om hun zorgen te uiten over het Europese industriële klimaat. De vertegenwoordigers uit twintig verschillende industriële sectoren presenteerden de ‘Antwerpen Verklaring’ waarin ze oproepen tot een Europese Industrial Deal. In de verklaring geeft de industrie aan wat zij nodig acht om Europa competitief, veerkrachtig en duurzaam te houden in economisch moeilijke condities. Belangrijkste aandachtspunt in de Antwerpen Verklaring is het belang van duidelijkheid, voorspelbaarheid en vertrouwen in de Europese industriepolitiek. De Europese basisindustrie heeft te kampen met een tanende vraag, vertraging in investeringen en productiereducties. Verschillende industriële sites staan zwaar onder druk. Bedrijven willen actie zien vanuit de overheden om de transformatie naar een toekomstige sterke industrie mogelijk te maken. In de verklaring hebben de partijen tien concrete acties opgenomen. Zo willen de vertegenwoordigers van de industrie dat de EU Industrial Deal wordt geïntegreerd in de Europese strategische agenda. Wetgeving zou moeten worden gestroomlijnd en de regels voor staatssteun worden vereenvoudigd. De verklaring roept op tot strategische partnerships, een robuuste infrastructuur en meer steun voor Europese projecten. Ook benadrukt het document het belang van zelfvoorzienendheid in grondstoffen en het aansturen van de vraag naar duurzame producten. Daarbij zou er meer ondersteuning moeten zijn voor innovatie. Ook de Europese interne markt moet meer aandacht krijgen. Daarbij moet er specifieke wetgeving komen die investeringen stimuleert.

Greenergy heeft twee van haar biodieselfabrieken uitgebreid Het gaat om installaties in Teesside (Verenigd Koninkrijk) en in Amsterdam. Bij de werkzaamheden is onder andere de voorbehandelingsinstallatie aangepast, waardoor een breder spectrum afvalolie als grondstof kan worden ingezet. In Amsterdam heeft het bedrijf de capaciteit van haar fabriek met 25 procent verhoogd. Greenergy nam deze fabriek in 2018 over van Oiltanking. Het bedrijf bouwde de fabriek om zodat deze gebruikte frituuroliën kon verwerken in plaats van plantaardige oliën.

Zeven EU-staten, waaronder Nederland, kunnen in totaal 6,9 miljard euro uitgeven om waterstofprojecten te ondersteunen. De Europese Commissie gaf groen licht voor het zogeheten H2Infra programma, waardoor 32 bedrijven voor 33 projecten een subsidie kunnen ontvangen. Naast ondersteuning voor verschillende elektrolyzerprojecten staat ook subsidie voor zo’n 2.700 kilometer pijpleiding op de rol. Daarnaast gaat het om waterstofopslag met een capaciteit van minimaal 370 GWh. Nederland kan samen met Duitsland rekenen op een subsidie voor de bouw van terminals en haveninfrastructuur voor waterstofdrager s met een capaciteit van in totaal 6.000 ton per jaar. Voor Nederland gaat het om een project van Vopak.

Covestro heeft op haar site in Leverkusen een pilot plant geopend voor de productie van biobased aniline Als grondstof gebruikt het bedrijf biomassa. Het bedrijf gaat in de pilot plant grotere hoeveelheden aniline produceren om de technologie verder te optimaliseren en stappen te zetten naar opschaling tot industriële schaal. Covestro maakt in het proces gebruik van aangepaste micro-organismen die plantaardige suikers via fermentatie in een tussenproduct omzetten. Dit gebeurt onder milde omstandigheden in vergelijking met conventionele processen. In een tweede stap wordt het tussenproduct via een chemisch katalytisch proces in aniline omgezet.

FEITEN & CIJFERS PETROCHEM 1 - 2024 9
BRENT RUWE OLIEKOERS PRIJS PER VAT IN US DOLLARS 70 72 74 76 78 80 82 84 86 88 90 1310 9820 151916 14 1312 98765213130292625242322 19 18 151716 12 11 10 985432 januari 2024 februari 2024 FOTO: INEOS INOVYN
‘We hebben competitieve elektriciteitsprijzen nodig’
INTERVIEW PETROCHEM 1 - 2024 10

Tegen 2035 wil chemiebedrijf Covestro wereldwijd volledig klimaatneutraal produceren. Daartoe moeten alle zeilen worden bijgezet. Op het gebied van energiebesparing bijvoorbeeld. Ook ziet CTO Thorsten Dreier mogelijkheden voor de afvang en opslag van CO2. En in de vergroening van de afgenomen elektriciteit. Zo sloot het bedrijf voor de Antwerpse vestiging onlangs een deal met RWE voor langdurige levering van windenergie uit de Noordzee. De kunst is wel – met name voor de Europese sites – om competitief te blijven.

Wim Raaijen

Onlangs tekenden Covestro en RWE een langlopende stroomafnameovereenkomst voor de levering van windenergie uit de Noordzee. Het contract loopt van 2026 tot en met 2030. Het aandeel hernieuwbare energie stijgt daarmee van 45 naar 60 procent van de huidige stroombehoefte van de Antwerpse site van Covestro. ‘Met dit nieuwe contract tonen we aan dat we consequent verdergaan op ons pad naar een klimaatneutrale productie – zelfs in economisch uitdagende tijden’, stelt Thorsten Dreier, chief technology officer van Covestro.

Hernieuwbare bronnen

Een groeiende inzet van groen geproduceerde elektriciteit is een belangrijk speerpunt in de klimaatambities van het chemieconcern. Covestro wil immers wereldwijd volledig klimaatneutraal produceren tegen 2035. Daartoe heeft het bijvoorbeeld al verschillende leveringsovereenkomsten voor elektriciteit afgesloten, onder andere voor productielocaties in China en de Verenigde Staten. In 2025 wil het concern ook een aandeel van 18 tot 20 procent hernieuwbare energie voor de Duitse vestigingen bereiken. Op deze manier wil Covestro de tussentijdse doelstelling bereiken om de broeikasgassen uit de productie tegen 2030 met zestig procent te verminderen. Eind 2023 kwam al ongeveer zestien procent van de wereldwijde elektriciteitsbehoefte binnen Covestro uit hernieuwbare bronnen.

Op het eerste gezicht lijken het misschien kleine stappen, maar bedenk dat het bedrijf een grootverbruiker van elektriciteit is. Covestro is onder meer een belangrijke producent van chloor. En dat gebeurt via elektrochemische processen, waarvoor veel stroom nodig is. Dreier: ‘Daardoor is ons elektriciteitsgebruik

PETROCHEM 1 - 2024 11
FOTO’S: COVESTRO

groter dan dat van veel andere chemiebedrijven en kunnen we grote stappen zetten in het terugdringen van onze emissies door meer duurzame energie aan te kopen.’

Exotherme fabrieken

In Antwerpen wordt dus straks met de hulp van RWE zestig procent van het huidige energieverbruik verduurzaamd. Met nadruk op huidig. Covestro bouwt in Antwerpen momenteel een gloednieuwe anilinefabriek van wereldformaat. Het energieverbruik van deze nieuwe fabriek is bijvoorbeeld nog niet in de berekening meegenomen.

Wel helpt die nieuwe anilinefabriek Covestro op een ander terrein bij het realiseren van haar klimaatambities. Met name op het gebied van de benodigde warmte. Momenteel wordt twintig

procent van de stoomvraag in Antwerpen verkregen uit teruggewonnen proceswarmte. De overige stoom wordt opgewekt door fossiele brandstoffen te verbranden. Met de oplevering van de nieuwe fabriek wordt straks veertig procent van de stoomvraag verkregen uit teruggewonnen warmte. Een verdubbeling dus.

Dergelijke efficiëntieslagen zijn volgens Dreier ook heel waardevol bij het realiseren van de duurzaamheidsdoelen. ‘Op veel productielocaties wereldwijd hebben we exotherme fabrieken staan, waarvan we de warmte nog beter kunnen hergebruiken. Zoals straks nog intensiever bij de nieuwe anilinefabriek in Antwerpen. Door de overtollige warmte die we over hebben in stoom om te zetten, kunnen we ter plekke besparen op de inzet van fossiele brandstoffen.’

Thorsten Dreier: ‘Waarom niet waterstof vanaf de havens in de vorm van ammoniak door pijpleidingen transporteren naar binnenlandse clusters?’

Activeren

Naast de focus op klimaatneutraliteit door de energie-efficiëntie in de productie te verhogen en groene elektriciteit en stoomproductie na te streven, benadrukt Dreier dat Covestro in de toekomst ook wil openstaan voor andere technologieen.

Zo ziet Dreier zeker op de korte en middellange termijn ook mogelijkheden in de grootschalige opslag van CO2 om de footprint te verkleinen. Wel lijkt dat op het eerste gezicht vooral een interessante oplossing voor industrieclusters aan zee, waarbij de kooldioxide bijvoorbeeld in lege gasvelden in de Noordzee kan worden opgeslagen. Toch hoeft dat in de toekomst ook geen onoverkomelijk probleem te zijn voor binnenlandse clusters, stelt de CTO van Covestro. Het is volgens hem vooral een kwestie van infrastructuur. ‘Momenteel wordt veel gesproken over transport van onder meer waterstof via pijpleidingen. Via diezelfde trajecten is ook CO2 de andere kant op te transporteren van de binnenlandse industrie naar clusters aan de kust.’ Daarmee verwijst hij onder meer naar de plannen voor de Delta Rijn Corridor. Door goede infrastructuur kunnen binnenlandse industrieclusters dezelfde mogelijkheden krijgen als locaties aan de kust.

Overzeese gebieden

Versterking van met name de pijpleidinginfrastructuur is volgens hem daarom een belangrijke voorwaarde om de Europese industrie zowel te verduurzamen als competitief te houden. Nauwe samenwerking tussen de verschillende industrieclusters en verschillende overheden is daarbij essentieel. En daar mag ook wel op een intelligente manier naar worden gekeken. Zo lijkt er voldoende steun voor een grensoverschrijdende infrastructuur voor waterstof en CO2. Hij juicht dat zeker toe, maar Dreier wil ook graag een lans breken voor infrastructuur voor met name ammoniak, waar nog veel discussie over is. Onder meer vanwege de giftigheid van de stof. ‘Eigenlijk is ammoniak niets anders dan een drager van waterstof. De kans is groot dat groene waterstof straks in de vorm van ammoniak overzee wordt getransporteerd. Anders moet je waterstof op een heel lage temperatuur brengen om het

INTERVIEW PETROCHEM 1 - 2024 12

grootschalig per schip te vervoeren. Waarom dan ook niet in de vorm van ammoniak door pijpleidingen transporteren vanaf de havens naar binnenlandse clusters? Sowieso is dat veiliger en ook efficiënter dan bijvoorbeeld via de binnenvaart of tankauto’s.’ Verschillende binnenlandse chemieclusters gebruiken ammoniak bovendien als belangrijke chemische bouwsteen. Dan is het zeer inefficiënt om eerst goedkoop geproduceerde waterstof in zonovergoten overzeese gebieden om te zetten in ammoniak om het in havens meteen weer om te zetten in waterstof, terwijl ammoniak ook een belangrijke bouwsteen is, benadrukt Dreier. Elke omzetting kost immers energie.

Antwerpen Verklaring

De industrie in Europa bevindt zich momenteel in een lastig parket. Met name door de hoge energieprijzen is het moeilijk om te concurreren met andere werelddelen. En dat is nu al voelbaar. Er

Thorsten Dreier (rechts): ‘Het verstrekken van vergunningen moet sneller. Anders dreigen we echt achterop te raken.’

worden fabrieken gesloten of tijdelijk stilgelegd en de industriële productie neemt in veel Europese landen significant af.

Precies op het moment van het interview komen daarom 73 leiders uit de Europese industrie, inclusief Covestro CEO Markus Steilemann, in Antwerpen samen om hun zorgen te uiten over het Europese industriële investeringsklimaat. De vertegenwoordigers uit twintig verschillende industriële sectoren presenteren de ‘Antwerpen Verklaring’ waarin ze oproepen tot een Europese Industrial Deal, een krachtig industriebeleid om Europa competitief, veerkrachtig en duurzaam te houden.

Dreier onderstreept het belang van een goed investeringsklimaat in Europa.

Naast de industrie zelf zijn volgens hem ook de overheden aan zet. ‘We hebben in Europa bijvoorbeeld echt competitieve elektriciteitsprijzen nodig. Die liggen in Europa op het moment veel hoger dan in andere delen van de wereld. Op dat vlak hebben we commitment nodig van de overheden om daar structureel iets aan te doen.’

Achterop

Ook op het gebied van regelgeving is er veel onduidelijk in Europa. Zeker als je het vergelijkt met andere regio’s. Dat kan enorm vertragen en zelfs tegenwerken, stelt hij. ‘Helemaal op het gebied van het verstrekken van vergunningen. Dat moet sneller. Anders dreigen we echt achterop te raken.’ ■

PETROCHEM 1 - 2024 13

North Sea Port zet in op CO2-afvang en waterstof

Dow Benelux, Yara en Zeeland Refinery hebben de ambitie om in 2030 gezamenlijk 4,2 miljoen ton minder CO2 uit te stoten. Ze legden deze ambitie vast in een intentieverklaring met de overheid. De plannen moeten leiden tot bindende maatwerkafspraken, waarbij de bedrijven investeren in maatregelen om te ver-

duurzamen en de overheid helpt om het juiste kader te bieden en drempels voor de investeringen weg te nemen.

Jacqueline van Gool

De drie grootste Zeeuwse chemiebedrijven hebben vooruitstrevende plannen voor de komende jaren. Dow Benelux,

Yara en Zeeland Refinery zetten vol in op CO2-afvang en groene waterstof. Niet gek dus dat in de North Sea Port meerdere plannen zijn om de op- en overslagcapaciteit voor waterstofdrager ammoniak te vergroten. En dat veel partijen plannen voor elektrolysers hebben. De grensoverschrijdende haven werkt bovendien samen met de haven van Antwerpen-Brugge in Pipelink. Gezamenlijk willen de partners leidingen voor waterstof, waterstofdragers én CO2 in de regio ontwikkelen.

Eind 2022 was Dow Benelux één van de eerste bedrijven die met de overheid een intentieverklaring tekenden om versneld te verduurzamen. Met het project Path2Zero werkt het bedrijf toe naar een netto CO2-uitstoot van

nul in 2050 op haar Zeeuwse site. In 2030 moet al een reductie van 42,5 procent worden behaald. Om dit te bereiken heeft het bedrijf verschillende maatregelen voor ogen. Zo wil de onderneming gebruik maken van

CO2-arme waterstof, denkt ze aan het afvangen van koolstofdioxide en staat elektrificatie hoog op de agenda.

Een belangrijk onderdeel van de intentieverklaring is het verduurzamen van het stoomkraken. Het produceren van olefines door middel van stoomkraken is het meest energie-intensieve proces van de chemische industrie. Traditionele krakers zijn verantwoordelijk voor ongeveer twee derde van het energieverbruik en de CO2-uitstoot bij de productie van etheen.

Dow onderzoekt verschillende mogelijkheden om het energieverbruik van haar kraakproces terug te dringen. De krakers van Dow in Terneuzen gebruiken nu restgas uit het proces als brandstof. De onderneming wil hiervoor in de nabije toekomst waterstof inzetten. Daartoe wil het restgas via auto-thermal reforming (ATR) omzetten in waterstof en CO2. Hoewel hier natuurlijk nog steeds CO2 bij vrijkomt, is dit geconcentreerd en komt dit onder hoge druk uit de ATR-reactor. Hierdoor is de CO2

PETROCHEM 1 - 2024 14 REGIO NORTH SEA PORT
Beeld 1: Dow Benelux Binnen Steel2Chemicals werken onder andere Dow Benelux en ArcelorMittal samen om hoogovengas geschikt te maken als grondstof voor de chemische industrie.

gemakkelijker af te vangen en uiteindelijk op te slaan.

Coke

Ook werkte het chemieconcern tussen 2016 en 2020 binnen het Europese project Improof aan een verbetering van de energie-efficiency van kraakfornuizen. De hoge temperaturen waarbij het kraakproces plaatsvindt, zorgen ervoor dat het bijproduct coke wordt gevormd op de krakerbuizen. Hierdoor kunnen de buizen verstopt raken en kan er corrosie optreden. Bovendien vormt de coke een isolatielaag, waardoor de warmteoverdracht minder efficiënt is en er vaker onderhoud moet worden gepleegd. Door de vorming van coke in de krakerbuizen te verminderen, kan de energie-efficiency met twintig procent worden verbeterd. De NOx-uitstoot wordt met een kwart gereduceerd.

In het project is onderzocht wat het effect is van het gebruik van geavanceerde materialen voor de buizen en een specifiek ontwerp van de buizen. Ook hebben de partijen specifieke coatings getest die op het oppervlak van de fornuiswanden en de buizen werden aange-

bracht om cokesvorming tegen te gaan. Dow Terneuzen fungeerde in dit project als demonstratiebedrijf voor de verschillende ontwikkelingen.

Elektrificeren

Een andere maatregel om CO2-reductie te behalen, is door de gasturbines die Dow bij het koelen in het kraakproces gebruikt, te vervangen door elektromotoren. Sinds 2020 draait bij het bedrijf ook een stoomrecompressor. Deze zorgt ervoor dat restwarmte naar lagedrukstoom wordt opgewaardeerd en opnieuw kan worden gebruikt.

Een stap verder gaat het elektrificeren van het kraakproces zelf. Samen met Shell ontwikkelt Dow Terneuzen een proeffabriek voor elektrisch kraken. Op de Energy Transition Campus in Amsterdam hebben de twee bedrijven een unit gebouwd om onderzoek te doen naar elektrisch verwarmde kraakovens. De hoge temperaturen waarbij het kraakproces plaatsvindt, maken de uitdaging om een elektrische kraker te ontwikkelen groot. Het is niet een kwestie van simpelweg een andere verwarmingsbron aansluiten. Gezamenlijke onderzoeks-

teams van Shell en Dow in Nederland en de VS werken aan de verschillende aspecten van het proces. Het gaat onder andere om het elektrische ontwerp, materialen van de reactoren, vloeistofdynamica en reactorontwerp.

Een kleine twee jaar geleden namen de ondernemingen de onderzoeksinstallatie in gebruik. De ervaringen met deze installatie vormen de basis voor de ontwikkeling van een proeffabriek met een capaciteit van meerdere megawatt die in 2025 in gebruik moet worden genomen.

Verbinding

Zoals Dow al een lijntje heeft met Yara voor het leveren van waterstof, zou het bedrijf ook graag een verbinding met ArcelorMittal in Gent zien. Dow zou graag koolstofmonoxide uit de restgassen van de staalreus afnemen en gecombineerd met waterstof als syngas gebruiken. Hiertoe voerde het bedrijf de afgelopen jaren het Steel2Chemicals project uit. Samen met de universiteit Gent ontwikkelde het bedrijf een proeffabriek om te kijken of het hoogovengas van ArcelorMittal kan worden gebruikt als grondstof voor de processen.

PETROCHEM 1 - 2024 15 ■ FOTO: DOW

Beeld 2: Yara Sluiskil

Yara is al bijna honderd jaar gevestigd in Sluiskil, in het hart van het North Sea Port gebied, aan het kanaal van Gent naar Terneuzen. De fabriek in Sluiskil is de grootste van het Noorse concern en ook de grootste productielocatie voor meststoffen in Noordwest-Europa. Yara produceert in Sluiskil daarnaast een grote hoeveelheid AdBlue, dat de stikstofuitstoot van dieselmotoren sterk verminderd. Maar Yara is ook een van de grootste uitstoters van Nederland. CO2-afvang en groene waterstof en ammoniak moeten hier verandering in brengen.

Het proces om kunstmest te produceren, is energie-intensief en Yara behoort tot de grotere uitstoters van CO2 en stikstof in Nederland. Het bedrijf heeft de ambitie om te vergroenen en heeft deze ambitie ook vastgelegd in een intentieovereenkomst met de overheid. Het bedrijf wil de CO2-uitstoot van haar fabrieken met 1,5 megaton reduceren tot 1,8 megaton.

Ook wil het de stikstofuitstoot met twintig procent verminderen. Grote stappen maakte het bedrijf al sinds de jaren negentig. In 1990 lag de uitstoot van broeikasgassen nog op 5,2 megaton. In 2020 was dit gereduceerd tot 3,3 megaton. De vervanging van een oude fabriek in 2018 speelde een belangrijke rol in deze reductie. Om ook de doelstellingen voor de komende jaren te behalen, heeft het bedrijf vooruitstrevende plannen.

Northern Lights

Yara Sluiskil investeert 194 miljoen euro in maatregelen om de CO2-uitstoot op de site te reduceren. Volgens de plannen zal Yara vanaf 2026 jaarlijks 800.000 ton CO2 afvangen en vloeibaar maken. Vervolgens wordt dit vloeibare CO2 verscheept en in lege gasvelden opgeslagen. Yara tekende een afnamecontract met Northern Lights om het CO2 in een poreus gesteente op 2,6 kilometer diepte onder de Noorse zeebodem op te slaan. Yara krijgt een subsidie van 30 miljoen

euro voor dit project om de investeringsrisico’s te beperken.

Groene waterstof

Tegelijkertijd zet Yara Sluiskil in op groene waterstof om groene ammoniak te produceren. Het bedrijf werkt samen met Ørsted aan plannen voor de realisatie van een 100 MW elektrolyzer. Deze moet de offshore opgewekte windenergie van Ørsted omzetten in groene waterstof. Hiermee zou Yara zo’n 75.000 ton groene ammoniak per jaar kunnen maken. Dat is tien procent van de capaciteit van de grootste van de ammoniakfabrieken in Sluiskil. Wel denkt het bedrijf dat dit in Sluiskil pas na 2035 beschikbaar zal zijn. De onderneming werkt voor de kortere termijn ook aan grootschalige flexibele inname van groene waterstof. Het plan is om vanaf 2026 aan te sluiten op de nationale waterstof backbone, die nu in ontwikkeling is. De fabrieken van Yara zijn al geschikt om rechtstreeks waterstof in te nemen.

PETROCHEM 1 - 2024 16 ■ REGIO NORTH SEA PORT FOTO: YARA

Beeld 3: Zeeland Refinery

Naast Yara en Dow Benelux sloot ook Zeeland Refinery een intentieovereenkomst met de ministeries van Economische Zaken en Klimaat en Infrastructuur en Waterstaat om extra stappen te zetten in het verduurzamen van haar site. Het bedrijf wil in 2030 de totale CO2-uitstoot met 1 megaton per jaar verminderen. Dat is 62 procent minder dan het niveau in 2022.

Als onderdeel van de overeenkomst wil Zeeland Refinery ook de stikstofuitstoot en het gebruik van water met minstens tien procent verminderen en onderzoeken of ze dit tot vijftig procent kan reduceren. Waterstof en CO2-afvang zijn ook hier de centrale begrippen in de toekomstvisie.

Restwarmte

De eerste stappen om te verduurzamen zette het bedrijf al met een verbetering van de energie-efficiency van zo’n 25 procent in de periode van 2018 tot 2021. In 2020 nam het bedrijf een derde hydrocracker in gebruik. Dankzij deze nieuwe installatie kan het kraakproces bij een lagere temperatuur plaatsvinden. Dat is gunstig voor de katalysator – die gaat langer mee – en voor het energieverbruik. De nieuwe installatie zorgt voor een jaarlijkse reductie van de CO2-uitstoot van tienduizend ton. Efficiency-verbetering gaat ook over de grenzen van het bedrijf. Zo gebruiken Martens Cleaning en COVRA restwarmte van de raffinaderij. Martens Cleaning gebruikt de energie om gebruikte olie van schepen te zuiveren en geschikt te maken voor hergebruik. Het afvalverwerkingsbedrijf COVRA gebruikt de energie voor klimaatbeheersing in haar kantoren.

H2ero en EnergHys

Een van de maatregelen die moeten leiden tot nieuwe CO2-reductie is de inzet van groene waterstof voor haar productieprocessen. Zeeland Refinery heeft daarom plannen voor de bouw van een elektrolyzer op haar site, het H2ero-project. Het gaat om een elektrolyzer met een capaciteit van 150 MW, die wordt gevoed door groene stroom. Het doel is om dit jaar te beginnen met de bouw van de waterstoffabriek en deze in 2026 in gebruik te nemen. Aandeelhouder TotalEnergies plant bovendien een elektrolyzer van 264 MW bij de raffinaderij in Zeeland. De capaciteit hiervan zou tot 1 GW kunnen worden uitgebreid. Voor

de bouw van deze elektrolyzer met de naam EnergHys is een Europese subsidie van 75 miljoen euro voorzien.

Azur

Het bedrijf wil daarnaast CO2-afvang inzetten om de huidige productie van waterstof uit aardgas te verduurzamen. Zeeland Refinery heeft daartoe het project Azur opgezet. Door CO2 uit de rookgassen van haar waterstoffabrieken af te vangen wil het bedrijf de CO2-uitstoot met meer dan vijftig procent reduceren. Hiertoe wil ze naast de waterstoffabrieken een nieuwe installatie bouwen om het CO2 vloeibaar te maken. Het vloeibare CO2 kan dan per schip naar

PETROCHEM 1 - 2024 17
FOTO: ZEELAND REFINERY

REGIO NORTH SEA PORT

een opslaglocatie in een leeg gasveld in de Noordzee worden gebracht. Dit project zou in 2026 moeten worden afgerond. In het kader van Azur werkt Zeeland Refinery samen met Dow, Yara en Aramis om het CO2 te transporteren en op te slaan. Aramis, een samenwerkingsverband van EBN, Gasunie, Shell en TotalEnergies werkt momenteel aan de FEED-studie voor de open access transportinfrastruc-

tuur voor het afgevangen CO2 uit de industrie. De verwachting is dat het consortium in 2025 de definitieve investeringsbeslissing zal nemen. De infrastructuur zou dan in 2028 in gebruik kunnen worden genomen.

Groene elektriciteit

Zeeland Refinery onderzoekt ook de verdere integratie van groene elektriciteit

in haar processen. De elektriciteit die nodig is voor elektrolyse en de andere processen wil de onderneming afnemen van bijvoorbeeld offshore windparken. Ook heeft het een zonnepark met een vermogen van 11 MW geïnstalleerd. Het is de bedoeling dat de raffinaderij tegen 2050 volledig afstapt van fossiele branden grondstoffen. ■

Afgelopen zomer kreeg North Sea Port samen met de havens van Antwerpen-Brugge en Oostende het predicaat European Hydrogen Valley. De drie havenclusters vertegenwoordigen samen een volledige waterstofwaardeketen van productie tot distributie, opslag en lokaal eindgebruik in verschillende sectoren en vormt het grootste industriële waterstofcluster in de Benelux.

In het gebied zijn veel initiatieven voor wat betreft de productie en opslag van waterstof en afgeleide moleculen. De havens liggen gunstig ten opzichte van offshore hernieuwbare energieproductie. Bovendien zijn er in de regio veel potentiële industriële afnemers van waterstof aanwezig: chemische, staal- en andere zware industrie. De industrie in het North Sea Port gebied verbruikt jaarlijks bijna 600 kiloton waterstof. Het groot-

ste deel hiervan wordt momenteel nog geproduceerd uit aardgas. Het waterstofverbruik in het cluster kan potentieel groeien tot 1 megaton in 2050. Hiervoor zou 10 GW elektrolyzercapaciteit moeten worden geïnstalleerd. Plannen voor waterstofproductie door middel van elektrolyse zijn er dan ook volop in het gebied dat loopt van Vlissingen tot Gent.

VoltH2

Start-up VoltH2 bouwt twee van haar waterstoffabrieken in Zeeland, één in Vlissingen en één in Terneuzen. Onlangs kreeg het bedrijf in totaal twintig miljoen subsidie uit het Europese Just Transition Fund voor de twee fabrieken. Een jaar geleden kenden de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat al een substantiële exploitatiesubsidie voor de fabrieken toe uit het SDE++ programma. VoltH2 neemt dit jaar de definitieve investeringsbeslissing voor de fabrieken. Vanaf 2026 kunnen deze dan beide 2 kiloton groene waterstof per jaar gaan produceren. In een tweede fase, vanaf 2028, verwacht het bedrijf de capaciteit te kunnen uitbreiden tot 10 kton per jaar.

Air Liquide

Air Liquide wil een elektrolyzer met een vermogen van 200 MW bouwen in Terneuzen. Hiermee kan het 15,5 kiloton waterstof per jaar produceren. Het project, ELYgator genoemd, integreert op een slimme manier twee verschillende elektrolysetechnologieën – PEM en Alkaline – in één ontwerp. PEM maakt gebruik van membraantechnologie en kan snel reageren op schommelingen in

PETROCHEM 1 - 2024 18
Beeld 4: Waterstof Ørsted en Yara willen een 100 MW elektrolyzer realiseren die windenergie gebruikt voor de productie van waterstof. Windpark Borssele 1&2 van Ørsted liggen voor de kust van Zeeland, vlak bij de fabriek van Yara in Sluiskil. FOTO: ØRSTED

de toegevoerde energiestroom, terwijl Alkaline zuiniger is en een langere levensduur heeft. Dankzij deze combinatie levert de elektrolyzer niet alleen op een efficiënte wijze waterstof en zuurstof, maar ondersteunt deze ook de netstabiliteit. Air Liquide kan voor dit project rekenen op 99 miljoen euro uit het Europese Innovation Fund.

Zeeland Refinery, Yara en Dow Op de site van Zeeland Refinery zijn plannen voor zelfs twee elektrolyzers. En Yara ontwikkelt samen met Ørsted een elektrolyzer van 100 MW op de locatie in Sluiskil. De kunstmestproducent neemt overigens al sinds 2018 via een pijpleiding (rest)waterstof af van Dow. Dat bedrijf zet op zijn beurt methaanrijke reststromen uit het kraakproces in om waterstof te produceren. Dow past de huidige krakers aan om volledig op waterstof te kunnen draaien.

Engie

In Rodenhuize aan het kanaal Terneuzen-Gent werkt Engie aan de bouw van een elektrolyzer met een vermogen van 67 MW. Deze moet 10 kiloton waterstof per jaar gaan produceren. Bijproduct zuurstof kan worden geleverd aan de nabijgelegen staalfabriek van ArcelorMittal. De waterstof wordt gebruikt om met behulp van afgevangen CO2 methanol te

maken. Dit project loopt onder de noemer North-C-Methanol.

Op dezelfde site wil Engie ook waterstof produceren op de klassieke manier, via autothermische reforming van aardgas. Samen met Equinor onderzoekt het bedrijf de mogelijkheden voor waterstofproductie met CO2-afvang. De waterstofproductieinstallatie moet een capaciteit van 1 GW krijgen.

Ørsted

Ook Ørsted heeft plannen voor een waterstofproject in de regio. Het wil een elektrolyzer van 1GW bouwen voor de productie van groene waterstof. Daartoe ontwikkelt het eveneens een nieuw offshore windpark met een capaciteit van 2 GW. De grote bedrijven in de North Sea Port – Yara, ArcelorMittal, Dow en Zeeland Refinery – zijn potentiële afnemers van de waterstof en ondersteunen het project. Bij de aankondiging van de plannen verwachtten de partijen het project voor 2030 te kunnen afronden. Voorwaarde voor de bouw van de elektrolyzer is dat een regionaal waterstofnetwerk wordt gerealiseerd.

Dezelfde grote industriële spelers in de regio hebben zich verenigd in Smart Delta Resources en werken samen aan de ontwikkeling van een regionaal open access pijpleidingennetwerk van ongeveer 45 kilometer dat loopt van Vlissin-

gen-Oost tot Gent. Een aansluiting op de open access European Hydrogen Backbone moet daarna volgen.

Transportnetwerk

Een regionale, maar grensoverschrijdende, open-access waterstofpijpleiding is absoluut noodzakelijk om alle waterstofplannen te realiseren en waterstof te kunnen uitwisselen tussen producenten en gebruikers. Gasunie en North Sea Port tekenden in 2021 een overeenkomst voor de ontwikkeling van een regionaal transportnetwerk voor waterstof in Zeeland: Hydrogen Delta Network NL. Tegelijkertijd werkt North Sea Port met Fluxys en ArcelorMittal aan een vergelijkbaar regionaal netwerk in België. Volgens de huidige planning kunnen de werken voor de eerste fase in 2025 beginnen en daarna zullen volgende fases volgen, aldus Fluxys. Volgens een eerdere planning zou de regionale waterstofinfrastructuur eind 2025 gereed zijn om in 2027 te worden aangesloten op de landelijke waterstofinfrastructuur in Nederland en België. North Sea Port werkt ook samen met de haven van Antwerpen-Brugge in Pipelink om pijpleidingprojecten met het oog op de energietransitie te ontwikkelen. Het gaat daarbij enerzijds om grensoverschrijdende leidingen voor CO2, maar ook om leidingen voor waterstof en waterstofdragers zoals ammoniak. ■

PETROCHEM 1 - 2024 19
VoltH2 neemt dit jaar de definitieve investeringsbeslissing voor de waterstoffabrieken in Vlissingen en Terneuzen. BEELD: VOLTH2

VTTI wil tegen 2026 een importterminal voor ammoniak en een ammoniakkraker operationeel hebben in het havengebied.

Ombouwen

Plannen om de capaciteit voor ammoniakopslag en -import te vergroten zijn er ook in de North Sea Port. Bij de Vopak-terminal in Vlissingen staan momenteel zestien opslagtanks met een totale capaciteit van ruim 178.000 kubieke meter voor de opslag van vloeibaar aardgas, LPG en gasvormige chemicaliën. Het bedrijf wil twee van haar gekoelde LPG-opslagtanks ombouwen voor ammoniakopslag. Beide tanks hebben een capaciteit van 55.000 kubieke meter. Hiermee zou bijna tweederde van de opslagcapaciteit op de site gereserveerd zijn voor ammoniak.

Ook Uniper en Vesta hebben plannen om bestaande opslagcapaciteit om te bouwen om deze geschikt te maken voor ammoniak. De twee partijen sloten daartoe in 2022 een overeenkomst.

Volgens het recente rapport Clean Ammonia Roadmap van het Clean Ammonia Innovation Platform (een platform van het Institute for Sustainable Process Technology) kan de import van ammoniak in Nederland tegen 2030 groeien tot 16 miljoen ton per jaar. In 2050 kan de import zelfs doorgroeien naar 43 miljoen ton en naar 89 miljoen ton voor het gehele ARRRA-gebied (Antwerpen-Rotterdam-Rijn-Ruhrgebied-Amsterdam).

S&P Global Insights schat dat de wereldwijde ammoniakvraag in 2050 oploopt tot 350 miljoen megaton. Bijna een derde hiervan komt voor rekening van nieuwe toepassingen, gelinkt aan de energietransitie, terwijl dat nu nog zo weinig is dat dit amper meetbaar is. Een van die nieuwe toepassingen is het inzetten van ammoniak als waterstofdrager. Ammoniak is gemakkelijker op te slaan en (over lange afstanden) te vervoeren dan waterstof. Maar om de groeiende

import te kunnen bijbenen, is er ook een groeiende behoefte aan opslagcapaciteit.

Rotterdam en Antwerpen

In de Nederlandse en Vlaamse havens zijn behoorlijk wat plannen voor nieuwe ammoniakterminals en uitbreiding van de opslagcapaciteit voor ammoniak. In de regio Rotterdam zijn er plannen van OCI, Global Energy Storage, Air Products/Gunvor Petroleum Rotterdam, Gasunie, HES International en Vopak. Bovendien onderzoekt een groep bedrijven onder leiding van het Havenbedrijf Rotterdam de bouw van een grootschalige ammoniakkraker voor de import van 1 miljoen ton waterstof per jaar.

In Antwerpen ontwikkelt Vopak de oude site van Gunvor petroleum, waarbij het eveneens kijkt naar ammoniakopslag. Ook onderzoeken Fluxys en Advario de haalbaarheid van een invoerterminal voor groene ammoniak en bouwt Air Liquide een pilot voor een innovatieve technologie om ammoniak te kraken.

Vesta Terminals heeft in Vlissingen momenteel twee gekoelde tanks met een capaciteit van 30.000 kubieke meter elk voor ammoniak. Proton Ventures doet momenteel een FEED-studie om de terminal geschikt te maken om jaarlijks een miljoen ton ammoniak te verladen. Het is de bedoeling dat de capaciteit in een tweede fase wordt verdubbeld. Ook is een aansluiting op het Nederlandse waterstofnetwerk voorzien. Er zijn plannen voor een ammoniakkraker in de nabijheid van de terminal om ammoniak weer om te zetten in waterstof. Het Vesta Terminal project zou in het eerste kwartaal van 2027 moeten worden opgeleverd. Het is de verwachting dat Vesta de definitieve investeringsbeslissing na afronding van de FEED-studie, dit jaar nog, neemt.

Evolution Terminals

Een volledig nieuw project betreft de Green Energy Hub van Evolution Terminals. Eind november diende de onderneming het Milieueffectrapport voor haar plannen in bij de Provincie Zeeland. Evolution Terminals wil in Vlissingen een bulkterminal met 36 opslagtanks voor de opslag van ammoniak, methanol en biobrandstoffen realiseren. In totaal krijgt de terminal een capaciteit van

PETROCHEM 1 - 2024 20 REGIO NORTH SEA PORT
Beeld 5: Ammoniak Vopak wil twee van haar gekoelde LPG-opslagtanks op de terminal in Vlissingen ombouwen voor ammoniakopslag. FOTO: VOPAK

850.000 kubieke meter. Evolution Terminals ontwikkelt de Green Energy Hub in fases. De eerste fase voorziet in de bouw van 400.000 kubieke meter opslagcapaciteit en bijbehorende infrastructuur. 150.000 kubieke meter is gereserveerd voor de opslag van ammoniak, 180.000 kubieke meter voor methanol en 70.000

PROJECTEN NORTH SEA PORT

Opdrachtgever: Air Liquide

Waar: Terneuzen

Investering: onbekend

Beslissing: onbekend

Opdrachtgever: ArcelorMittal

Waar: Gent

Investering: onbekend

Afronding: 2027

Opdrachtgever: Engie

Waar: Rodenhuize

Investering: onbekend

Beslissing: onbekend

Opdrachtgever: Engie en Equinor

Waar: Gent

Investering: onbekend

Beslissing: onbekend

Opdrachtgever: Evolution Terminals

Waar: Vlissingen

Investering: onbekend

Beslissing: eind 2024

Opdrachtgever: Lion Storage

Waar: Vlissingen

Investering: onbekend

Afronding: 2026

Opdrachtgever: Neste en Ravago

Waar: Vlissingen

Investering: onbekend

Beslissing: onbekend

Opdrachtgever: o.a North Sea Port

Waar: Kanaal Gent-Terneuzen

Investering: onbekend

Afronding: 2034

kubieke meter voor biobrandstoffen. In een tweede en derde fase wordt de opslagcapaciteit voor ammoniak verhoogd en zijn er plannen voor een ammoniakkraker, om het geïmporteerde ammoniak in waterstofgas om te zetten. Evolution Terminals onderzoekt de mogelijkheden om de terminal aan

te sluiten op de European Hydrogen Backbone, het Europese waterstofdistributienetwerk. Het bedrijf wil voor het einde van dit jaar een definitieve investeringsbeslissing nemen. De bouw zou in het eerste kwartaal van 2025 kunnen beginnen en in 2027 zou de terminal operationeel kunnen zijn. ■

Air Liquide heeft vergevorderde plannen om een 200 MW elektrolyzer te bouwen in Terneuzen. Het project, ELYgator genaamd, integreert op een slimme manier twee verschillende elektrolysetechnologieën (PEM en alkaline) in één ontwerp. Er is nog geen definitieve investeringsbeslissing over het project genomen.

ArcelorMittal en John Cockerill hebben plannen om een lage-temperatuur ijzerelektrolyse fabriek te bouwen. Deze installatie maakt gebruik van de zogenoemde Volteron-technologie. In eerste instantie zal de fabriek 40.000 tot 80.000 ton ijzerplaten per jaar maken. Het is de bedoeling dat de plant in 2027 wordt opgestart.

Engie wil in Rodenhuize een 67 MW elektrolyzer bouwen. Deze moet 10 kiloton waterstof per jaar gaan produceren. Bijproduct zuurstof kan worden geleverd aan de nabijgelegen staalfabriek van ArcelorMittal. De waterstof wordt gebruikt om met behulp van afgevangen CO2 methanol te maken. Het project heet North-C-Methanol.

Engie en Equinor onderzoeken de technische en economische haalbaarheid van een fabriek die blauwe waterstof produceert in Gent. Het H2BE-project gebruikt autothermische reforming-technologie (ATR) om waterstof uit aardgas te produceren. Afgevangen CO2 wordt vervolgens getransporteerd en opgeslagen onder de Noorse Noordzee.

Evolution Terminals wil in Vlissingen een bulkterminal, Green Energy Hub, realiseren voor de opslag van ammoniak, methanol en biobrandstoffen. In een eerste fase bouwt het bedrijf 400.000 kubieke meter opslagcapaciteit en bijbehorende infrastructuur. Daarvan is 150.000 kubieke meter gereserveerd voor de opslag van ammoniak, 180.000 kubieke meter voor methanol en 70.000 kubieke meter voor biobrandstoffen.

Lion Storage gaat in de haven van Vlissingen een batterij-opslagproject met een capaciteit van 364 MW/1457 MWh bouwen. Het bedrijf begint in 2024 met de bouw van het batterijpark. De planning is om het project met de naam Mufasa in 2026 op te leveren. Het batterijproject wordt gekoppeld aan het hoogspanningsnet van TenneT.

Neste en Ravago willen in Vlissingen een fabriek bouwen die plastic afval gaat verwerken met de thermochemische liquefactietechnologie van het Amerikaanse Alterra Energy. De installatie krijgt een verwerkingscapaciteit van ongeveer 55 kiloton gemengd plastic afval per jaar.

North Sea Port en ArcelorMittal Belgium ontwikkelen samen op de rechteroever van het Kanaal Gent-Terneuzen een industrieterrein: North-C Circular. Ze willen het 150 hectare grote terrein ontwikkelen voor bedrijven die zich richten op circulaire activiteiten. Het plan is om eind 2024 te beginnen met het bouwrijp maken van het terrein.

PETROCHEM 1 - 2024 21

4 APRIL 2024 DE BRONCKHORST HOEVE BRUMMEN [Schrijf nu

www.industrielinqs.nl/watervisie-24-sluit-de-waterkringloop

Petrochem.nl

geeft nog meer waarde voor uw geld

Meer nieuws dan ooit

• Actuele berichtgeving over de olie- en chemische industrie

• Alle productinnovaties overzichtelijk bij elkaar

• Volledig evenementenoverzicht

• Online catalogi met producten en diensten

• Multimediale bedrijfspresentaties

• Tweewekelijkse Nieuwsbrief

• Live twitter updates

• LinkedIn interacted

Petrochem-abonnees krijgen meer

• De nieuwste Petrochem staat een week voor verschijnen online

• Abonnees krijgen toegang tot alle eerder verschenen artikelen

• Volg de status van nieuwe projecten en uitbreidingen in de projectendatabase

• Ga naar www.petrochem.nl en kies abonneren

Ga direct naar Petrochem.nl en blijf iedereen voor

_advA5_www_petrochem-2022.indd 1 30-08-2022 12:16 4
WATERKRINGLOOP
SLUIT DE
in]

Opdrachtgever: Ørsted

Waar: Zeeland

Investering: onbekend

Beslissing: onbekend

Opdrachtgever: Terranova Hydrogen

Waar: Zelzate

Investering: onbekend

Afronding: begin 2025

Opdrachtgever: TotalEnergies

Waar: Vlissingen

Investering: onbekend

Beslissing: onbekend

Opdrachtgever: Vesta en Uniper

Waar: Vlissingen

Investering: onbekend

Beslissing: 2024

Opdrachtgever: VoltH2

Waar: Vlissingen

Investering: 35 miljoen euro

Beslissing: medio 2024

Opdrachtgever: VoltH2 en Virya Energy

Waar: Terneuzen

Investering: 40 miljoen euro

Beslissing: medio 2024

Opdrachtgever: Vopak

Waar: Vlissingen

Investering: onbekend

Beslissing: onbekend

Opdrachtgever: Zeeland Refinery

Waar: Vlissingen

Investering: onbekend

Beslissing: onbekend

Opdrachtgever: Zeeland Refinery

Waar: Vlissingen

Investering: onbekend

Afronding: 2026

Opdrachtgever: Yara

Waar: Sluiskil

Investering: onbekend

Beslissing: onbekend

Ørsted wil in twee fasen een elektrolysecapaciteit van 1 GW realiseren. Het bedrijf wil die koppelen aan een groot windmolenpark (2GW) in het Nederlandse deel van de Noordzee. In een eerste fase gaat het om 500 MW aan elektrolysecapaciteit. De ontwikkeling van deze fase begint zodra de regelgeving en een regionaal waterstofnetwerk klaar is.

Een joint venture van Jan De Nul, DEME en Aertssen wil samen met Luminus en Nippon Gases binnen de vennootschap Terranova Hydrogen een 2,5 MW elektrolyzer bouwen die waterstof produceert met lokaal opgewekte groene stroom. De installatie wordt gebouwd op de Zonneberg in Zelzate. De eerste productie is voorzien voor begin 2025.

TotalEnergies heeft plannen voor de bouw van een elektrolyzer van 264 MW bij de raffinaderij van Zeeland Refinery in Vlissingen. Het project heeft de naam EnergHys gekregen.

Vesta Terminals heeft in Vlissingen twee gekoelde tanks met een capaciteit van 30.000 kubieke meter elk voor ammoniak. Het bedrijf wil samen met Uniper de terminal geschikt maken om jaarlijks een miljoen ton ammoniak te verladen. Het Vesta Terminal project zou in het eerste kwartaal van 2027 moeten worden opgeleverd.

VoltH2 bouwt een groene waterstoffabriek in Vlissingen. Het gaat om een 25 MW elektrolyse-eenheid die jaarlijks tot 3.600 ton groene waterstof kan produceren. Sweco ontwerpt de installatie zo dat deze kan worden uitgebreid naar 100 MW. De investering voor de eerste fase is begroot op 35 miljoen euro.

VoltH2 Terneuzen en Virya Energy bereiden de bouw van een groene waterstoffabriek op industriepark Axelse Vlakte in Terneuzen voor. Het gaat om een 25 MW elektrolyzer. De fabriek zal jaarlijks tot 3.600 ton groene waterstof produceren. Eventueel kan de productie later nog worden verdubbeld en mogelijk verdrievoudigd.

Vopak Terminal Vlissingen maakt twee bestaande gekoelde LPG-opslagtanks gereed voor de opslag van groene ammoniak. De opslagtanks hebben beide een capaciteit van 55.000 kubieke meter. Op de terminal is ruimte voor uitbreidingen en andere industriële activiteiten zoals een installatie om de ammoniak weer om te zetten naar waterstof.

Zeeland Refinery heeft plannen voor de bouw van een 150 MW megawatt elektrolyzer in Vlissingen. Deze zou vanaf 2026 waterstof aan de raffinaderij kunnen gaan leveren. Een groeipad naar één gigawatt in 2030 behoort ook tot de mogelijkheden.

Zeeland Refinery wil met het project Azur de CO2 uit rookgassen van de bestaande waterstoffabrieken op de site in Vlissingen afvangen en vloeibaar maken in een nieuw te bouwen fabriek. Het doel is om vanaf het derde kwartaal van 2026 met CO2-afvang te beginnen. Voor transport en permanente opslag wordt samengewerkt met Aramis.

Yara wil in Sluiskil groene ammoniak produceren. Daarvoor werkt het samen met offshore windparkontwikkelaar Ørsted. Een 100 megawatt elektrolyzer moet de windenergie van Ørsted omzetten in groene waterstof, waarmee Yara zo’n 75.000 ton groene ammoniak per jaar kan maken, en vervolgens groene meststoffen.

PETROCHEM 1 - 2024 23
‘Ik probeer zo benaderbaar mogelijk te zijn’

Bovenaan haar prioriteitenlijst staat veiligheid. Verder richt zij zich als plantmanager van Avient Protective Materials in Heerlen vooral op het waarborgen van de toekomst van de site. Marjan Rijckaert plukt daarbij de vruchten van de ervaringen die ze opdeed in heel wat verschillende posities binnen voormalig moederbedrijf DSM. ‘Ik merk dat mensen het fijn vinden een plantmanager te hebben die het proces kent.’

Monique Harmsen

Marjan Rijckaert was net drie maanden plantmanager van DSM Protective Materials (Dyneema) in Heerlen toen moederbedrijf DSM het bedrijfsonderdeel in september 2022 verkocht aan het Amerikaanse Avient. De verkoop was niet geheel onverwacht, insiders wisten al langer dat DSM niet verder wilde met het materialencluster. Vooralsnog veranderde er weinig, het nieuwe moeder bedrijf bewandelt de weg van een geleidelijke overgang bij wat nu Avient Protective Materials (APM) is. Inmiddels zijn HR en IT stap voor stap overgegaan en in maart volgt de migratie van de systemen voor onder andere de fabrieken. Dat laatste is een spannend moment volgens Rijckaert, die wel van een uitdaging houdt. ‘Er gebeurt op productielocaties altijd wel iets wat je ’s ochtends niet had voorzien. Dat kan de hele dag omgooien. En dat vind ik leuk. Als het te voorspelbaar wordt, moet je mij niet hebben.’

Brede blik

In haar lange carrière bij DSM, die begon in 1996, heeft Rijckaert op verschillende posities gewerkt. De ervaringen die ze opdeed, komt haar nu goed van pas. Na een start in research bij het DSM-onderdeel Urea en Melanine volgde Dyneema waar ze als technoloog werkte aan plantverbetering. Ze kijkt met plezier terug op die tijd, die een goede basis voor haar huidige functie vormt. ‘Alles, van marketing en sales tot innovatie, zat toen op deze site buiten

In deze rubriek ‘De plantmanager’ laten wij telkens een andere plantmanager aan  het woord over zijn werk, visie en bedrijf. Hoe lukt het plantmanagers om succesvol te zijn en kunnen ze anderen daarin inspireren?  Kent u interessante plantmanagers? Mail dan naar redactie@industrielinqs.nl

het DSM-terrein.’ Volgens Rijckaert zorgde deze clustering van functies voor een beter begrip van ieders positie. Na Dyneema volgde een uitstap naar het DSM Manufacturing Centre, de voorloper van wat later Sitech is geworden, waar ze de leiding had over de technologen van drie fabrieken.

Na drie jaar wisselde ze het fabrieksterrein in voor een functie bij corporate manufacturing op het hoofdkantoor. ‘Dat was heel anders dan een fabrieksterrein waar elke dag reuring is en onverwachte zaken gebeuren. Het was interessant om te zien hoe besluitprocessen lopen op een hoofdkantoor. Ik kwam met veel verschillende mensen in contact en leerde DSM-locaties kennen. Het gaf een heel brede blik.’

Toch begon het te kriebelen. Rijckaert wilde terug naar de business waar zij meer het gevoel had bij te dragen aan het resultaat. Toen in 2014 de functie van project director bij Dyneema voorbijkwam, aarzelde ze niet. ‘Ik werkte aan strategische projecten die meer dan één discipline omvatten, zoals productontwikkeling of debottlenecking. In die functie ben je echt een spin in het web en je moet zorgen dat alle disciplines goed samenwerken.’

In gesprek

Als plantmanager zit ze nu aan de andere kant van de tafel. ‘Eerder werkte ik aan het debottlenecken van de productielijnen om er meer capaciteit uit te halen. Nu pluk ik de vruchten van dingen die ik deels zelf heb geïmplementeerd.’ Haar nieuwe rol was even wennen.

‘Mensen gaan me anders bekijken nu ik de plantmanager ben. Sommige mensen spreken mij nu aan met U maar ik ben nog steeds Marjan. Ik probeer zo benaderbaar mogelijk te zijn en blok tijd

PETROCHEM 1 - 2024 24
PLANTMANAGER

in mijn agenda zodat ik de ruimte heb om, naast de veiligheidsrondes, gewoon door de fabriek te lopen om in gesprek te komen met mijn collega’s. Het is belangrijk om feeling te houden met wat voor hen belangrijk is. Je kunt van alles bedenken vanachter je bureau maar het is niet altijd in te schatten welke gevolgen een maatregel heeft. Ik merk dat mensen het fijn vinden een plantmanager te hebben die het proces kent. Ook voor mezelf is dat een voordeel. Ik kan daardoor beter de juiste vragen stellen.’

Verantwoordelijkheid

De rol van plantmanager is volgens Rijckaert heel divers maar vooral gericht op het waarborgen van de toekomst van de site binnen Avient. ‘Het is belangrijk dat we ons blijven ontwikkelen om een bijdrage te leveren aan de overall business. Dat betekent nieuwe producten

Marjan Rijckaert: ‘Als het te voorspelbaar wordt, moet je mij niet hebben.’

maken en nog kostenefficiënter werken. Het gaat om het bestaansrecht van de 250 mensen die hier werken en die het bedrijf mee hebben opgebouwd.’ Bovenaan haar prioriteitenlijst staat veiligheid, ervoor zorgen dat iedereen weer gezond naar huis gaat. ‘Ik lig van niets wakker behalve als er iets bijna of helemaal misgaat. Ik voel me ook echt verantwoordelijk. Toen ik werd gevraagd voor de job heb ik diep nagedacht of ik met die verantwoordelijkheid voor 250 mensen kan omgaan. Uiteindelijk moet ik ervoor zorgen dat alle processen zo zijn ingericht dat ze veilig kunnen werken en dat er niets gebeurt.’

Stakeholder management is een ander

aandachtspunt. Dat geldt ook voor de stakeholders die niet in Heerlen op de locatie zitten. ‘Ik leg de verbinding met onze andere Dyneema-locaties in Greenville (VS) en Laiwu (China) zodat we van elkaar kunnen leren. Ik wil voorkomen dat we hier op een eilandje blijven zitten. We moeten af van het not invented here syndroom. Het kan altijd beter.’ Hoewel de overname niet direct grote veranderingen met zich meebracht, Dyneema is in zijn geheel onder Avient gehangen, veranderde de positie van Dyneema in Heerlen wel. Van een relatief kleine fabriek binnen DSM werd het opeens een belangrijke vestiging binnen Avient. Rijckaert: ‘Het heeft een tijdje

PETROCHEM 1 - 2024 25
FOTO’S: MONIQUE HARMSEN

DEMONTAGE

PIPE SUPPORTS

DDM Demontage B.V.

Demontage, Sloopwerken Industriële verhuizingen, Asbestsanering

3454 PW DE MEERN

Tel: +31 (0)30- 666 97 80

E-mail: info@ddm.eu

Website: www.ddm.eu

MANUFACTURING EXECUTION SYSTEMS (MES)

batenburg | magion

Wolga 5

2491 BK DEN HAAG

Tel: +31 (0)70- 444 27 70

Fax: +31 (0)70- 444 20 82

E-mail: info@magion.nl

Website: www.magion.nl

Dutramex B.V.

Energieweg 19

4143 HK LEERDAM

Tel: +31(0)345 - 61 40 11

E-mail: sales@dutramex.com

Website: www.dutramex.com

Veerhangers & -supports

Hydraulische Schokdempers

Trillingsdempers

Bewegingsbegrenzers

Pijpophangingen

Pijpondersteuningen

Klemsystemen

Glijplaten

Isolatiepakketten

Counter Weight Systemen

Staalconstructies

Indien u ook vermeld wilt worden in de Market Review van Petrochem, neemt u dan contact op met Jetvertising, Robbin Hofman, tel. 070 399 0000.

PROCESS CONTROL

batenburg | magion

Wolga 5

2491 BK DEN HAAG

Tel: +31 (0)70- 444 27 70

Fax: +31 (0)70- 444 20 82

E-mail: info@magion.nl

Website: www.magion.nl

STUDBOLTS

BC Basco

MANUFACTURER OF HIGH INTEGRITY BOLTING

Vierschaarstraat 7A

9160 LOKEREN

Tel: +32 9 348 21 35

E-mail: sales@basco.be

Website: www.beck-industries.com

WARMTEBEHANDELING

Elektrisch voorwarmen en gloeien / Inductie verwarmen / Stationaire en mobiele gloeiovens / Uitdrogen beton en coatings

Delta Heat Services B.V. Scheelhoekweg 2

3251 LZ STELLENDAM

Postbus 52

3250 AB STELLENDAM

Tel: +31 (0)187- 49 69 40

Fax: +31 (0)187- 49 68 40

E-mail: info@delta-heat-services.nl

Website: www.delta-heat-services.nl

SMIT Heat Treatment

PO Box 117 5430 AC Cuijk

Locatie Rotterdam: Scheepsbouwweg 45, Rotterdam +31 78 699 96 90

rotterdam@smit-industrial.com

Locatie Cuijk: Havenlaan 16, Katwijk NB cuijk@smit-industrial.com

www.smit-industrial.com

MARKET REVIEW
Flexibele koeloplossingen huren voor optimale bedrijfsprocessen. Delta-Temp is dé specialist inzake verhuur van industriële koeling. Onze moderne chillers zijn geschikt voor zware industriële toepassingen. Bij Delta-Temp huurt u eenvoudig extra koelvermogen op maat van uw project info@delta-temp.nl www.delta-temp.nl 0800 25 25 25 6 Verhuur | Verkoop | 24/7 support Verhuur van koelmachines | Industriële airco | Luchtbehandelingskasten | Rooftops | Low Temp units

geduurd voordat ik me realiseerde dat we binnen DSM eigenlijk heel klein waren, er waren veel grotere business groepen. Binnen Avient zijn we heel groot. De grootste Avient-locatie is in Greenville en dan volgen wij. We worden opeens anders bekeken en benaderd. Vroeger viel het minder op wat je deed binnen het grote DSM. Als het hier opeens niet goed zou gaan, zijn de effecten veel groter. Dat geeft druk, maar dat is ook leuk.’

Balans vinden

Het mooiste aan haar werk is volgens Rijckaert dat er een tastbaar product wordt gemaakt dat wordt ingezet om mensen te beschermen of om het werk van mensen te verlichten. ‘Wij maken garens voor lichte kabels die zware staalkabels kunnen vervangen, bijvoorbeeld bij de bouw van windmolens op zee. Door het lichte materiaal kunnen andere zaken ook minder zwaar worden uitgevoerd. Naast de supervezel van Dyneema wordt ook sheet materiaal gemaakt dat wordt toegepast in kogelwerende vesten.’ Er wordt niet alleen gekeken hoe Dyneema slimmer en efficiënter kan werken maar ook hoe het groener kan. Denk aan het gebruik van hernieuwbare groene elektriciteit en het verlagen van emissies. Het streven is om meer product met dezelfde grondstoffen en elektriciteit te maken. ‘We willen ook voor een deel van het gas af en elektrificeren maar dat is lastig vanwege de limieten van het netwerk. Maar binnen de grenzen die er zijn, blijven we zoeken naar wat er wel kan’, aldus Rijckaert.

De uitdaging is dat er in Heerlen al lijnen staan. ‘Die ga je niet afbreken. Maar hoe kun je die dan aanpassen? We denken na over robotisering en automatisering, en zetten voorzichtig de

Marjan Rijckaert: ‘We moeten af van het not invented here syndroom. Het kan altijd beter.’

eerste stapjes, maar we moeten nog grote stappen zetten. Dat is een uitdaging: we moeten een balans vinden tussen zaken voor de korte en de lange termijn. Dat is deels mijn rol.’

Plezier

Een van die zaken voor zowel de korte als de lange termijn is het behouden en vinden van nieuwe werknemers. ‘Tot nu toe valt het mee om mensen te vinden. We nemen nu wel mensen aan die hun opleiding nog moeten afronden en dat deden we eerder niet.’

Rijckaert wijst er trots op dat uit onderzoek van Great Place to Work naar medewerkerstevredenheid eind 2022

bleek dat mensen zeer tevreden waren over hun werk. Eind vorig jaar is het onderzoek nog een keer gedaan en toen zei negentig procent van de mensen bij manufacturing dat Dyneema een Great Place to Work is. ‘Daar ben ik heel trots op! Het is belangrijk dat mensen met plezier naar hun werk komen.’ Toch is het arbeidspotentieel wel een zorg naar de toekomst. ‘Blijven we genoeg mensen met kennis vinden voor de productievloer en onderhoud? Automatiseren of robotiseren gebeurt niet van vandaag op morgen. Als je er nu niet over nadenkt, heb je het over vijftien jaar niet geregeld en dan is het misschien wel hard nodig.’

PETROCHEM 1 - 2024 27 ■

TOPIC WATERBEHANDELING

Druk tussen water en transities neemt toe

Naast de stikstofcrisis beweegt Nederland nu ook richting een watercrisis. De kwaliteit van het grondwater en oppervlaktewater is zo slecht, dat activiteiten in de landbouw en in de rest van de economie dreigen te worden stilgelegd. Hiermee komen ook de energietransitie en circulaire ambities van de Nederlandse industrie in gevaar.

Bedrijven die hun afvalwater zo goed mogelijk willen zuiveren met indampen of met membranen lopen tegen het feit aan dat dit veel energie kost. Bedrijven die hun energieverbruik flink willen terugbrengen door minder energie te stoppen in indampen, kunnen in plaats daarvan kiezen voor het maken van biogas uit afvalwater via een anaerobe handeling. Deze bedrijven lopen echter vast op emissienormen voor water. Ook bij hergebruik van grondstoffen die niet helemaal schoon zijn, ontstaat een probleem met de emissies naar water. Er is een spanningsveld tussen de energietransitie, circulariteit en watergunningen die strenger worden, ziet Johan Blom in de praktijk. Blom is consultant en watertechnoloog bij Tauw. Hij houdt zich bezig met industriële lozingen, waterbesparing en watervoorziening. Naast de vraag wat mag of moet op het gebied van vergunningen kijkt hij ook naar wat er kan met de huidige technologie.

FILTER VOOR MICROVERONTREINIGINGEN

In een pilotproject bij de waterzuivering in Lelystad is de werking van een nieuw filter onderzocht om microverontreinigingen, zoals medicijnresten en brandvertragers, uit afvalwater te kunnen zuiveren. Dit lukt niet voldoende met de gebruikelijke biologische methode om afvalwater te zuiveren. Uit de proef blijkt dat het filter zeventig procent van de microverontreinigingen uit het rioolwater verwijdert. Bij een volgende test op een andere locatie wordt gekeken of hiermee ook PFAS kan worden verwijderd.

Voor het filter is van maïszetmeel een materiaal gemaakt dat chemische stoffen kan binden, het zogenoemde DexSorb. Het zijn minuscule “cupjes” waaraan microverontreinigingen en PFAS zich hechten. Die worden vervolgens met behulp van een oplosmiddel (alcohol) weer uit de korrels gehaald.

Voor het verwijderen van PFAS wordt ook gekeken naar actieve-koolfilters, dit is de meest betaalbare en gebruikte oplossing, en naar membranen voor omgekeerde osmose. Het water wordt dan met hoge druk door een membraan en filters geperst. Deze manier van water filteren is duurder in aanschaf, maar daar staat tegenover dat het wisselen van filters minder vaak nodig is.

Hoe meer je circulair gaat werken, hoe meer dat spanningsveld naar voren komt, stelt Blom ‘We zeggen wel dat we circulair willen werken, maar als je een afvalstof geschikt wil maken voor hergebruik dan loop je aan tegen heel veel wetgeving rond afvalstoffen. Je hebt waterdeskundigheid en veel afstemming met de vergunningverlener nodig. Als de te recyclen stof niet helemaal schoon is, doordat er bijvoorbeeld voedselresten aan plastic verpakkingen zitten, komt het in het water terug. In het geval van voedselresten weten we wel hoe we die moeten wegzuiveren, maar dat geldt niet voor alle stoffen.’ Zo vormen microplastics in het water een nieuwe uitdaging.

Doorbraak

Blom ziet wel dat zodra er een nieuwe ontwikkeling plaatsvindt op het gebied van recyclen, de techniek zoekt naar apparatuur om het water schoon te maken en her te gebruiken. ‘Tegelijkertijd wordt onderzoek gedaan naar methoden om minder water te gebruiken en verontreiniging van het water terug te dringen.’

Deze technologieën hoeven niet vanaf de bodem te worden opgebouwd. Blom: ‘Veel van de gebruikte methoden kennen we al. Ik doe dit werk sinds 1990 en er zijn altijd ontwikkelingen die aansluiten bij wat op dat moment het probleem is. De technieken zijn wel anders en verder ontwikkeld, maar echte doorbraken die compleet anders zijn dan vijf jaar geleden zijn er bijna niet. Anaerobe zuivering om biogas te maken doen we al lang. Paques heeft dit bijvoorbeeld opgepakt en verder ontwikkeld.

Het is dus niet per se zo dat er nieuwe oplossingen komen door de strengere normen, stelt Blom. ‘Het is eerder meer van hetzelfde. Dat zie je bij PFAS

PETROCHEM 1 - 2024 28

bijvoorbeeld. Vroeger gebruikte je een koolfilter voor zuivering en nu zet je er vier achter elkaar. Alles om deze moeilijk te verwijderen stof te beheersen. Het zijn oude technologieën die een nieuw probleem moeten oplossen. Het zou mooi zijn als er op dit gebied een doorbraak zou komen.’

Verslechtering

Naast het verwijderen van stoffen uit afvalwater wordt als oplossing nu ook ingezet op het uitbannen van allerlei stoffen aan de voorkant van het productieproces. De regelgeving is immers strenger geworden. Maar de onduidelijkheid over deze regelgeving brengt volgens Blom veel onzekerheid met zich mee en hierdoor dreigt er op watergebied eenzelfde probleem te ontstaan als met de stikstofcrisis.

Op dit moment is de Europese Kaderrichtlijnwater (KRW) van kracht die op nationaal niveau wordt ingevuld. Nederland heeft een aantal doelstellingen vastgelegd om in 2027 de waterkwaliteit te waarborgen. Zoals het er nu uitziet, gaat Nederland de doelstellingen niet halen. Sinds begin 2024 is de Omgevingswet van kracht waarin wordt gesteld dat nieuwe lozingen niet mogen leiden tot een verslechtering ten

SLUIT DE WATERKRINGLOOP

Johan Blom: ‘Het zou goed zijn als de rechter zich over kwesties buigt. Dat geeft zekerheid.’

opzichte van de huidige situatie. Het is echter niet duidelijk wat er precies onder verslechtering wordt verstaan. Blom: ‘Als je “geen verslechtering” heel strak zou opvatten dan is elke uitbreiding van een lozing een probleem als het ontvangende oppervlaktewater niet aan de KRW-doelstellingen voldoet. Het kan gaan om de

Nederland, ooit vrij van waterstress, staat nu voor een nieuwe uitdaging door drogere warme zomers, vooral in het oosten van het land. Om op den duur niet regelmatig zonder proceswater te zitten kunnen bedrijven nu al maatregelen te nemen. Denk aan het verminderen van het watergebruik en het sluiten van de waterketen, waarbij elke druppel telt. Tijdens het congres Watervisie24 op 4 april in Brummen onderzoeken we de mogelijkheden, waarbij we extra aandacht geven aan de papierindustrie in Gelderland. In Het Schaduwministerie van Water debatteren we ook dit jaar weer over wetsvoorstellen voor de politiek. Meer informatie over Watervisie24 vindt u op www.industrielinqs.nl

grote lijnen, maar het kan ook zijn dat de regels heel nauw worden opgevat en Nederland “op slot” gaat voor water.’

Jurisprudentie

Op watergebied is nog niet veel jurisprudentie, stelt Blom. ‘Het zou goed zijn als de rechter zich over kwesties buigt. Dat geeft zekerheid. Bedrijven hebben nu met hetzelfde te maken als waar de boeren mee te maken hebben. Je weet niet waar je in moet investeren.’

Blom adviseert bedrijven die in nieuwe ontwikkelingen willen investeren om eerst goed stil te staan bij de regelgeving waaraan ze moeten voldoen. Niet alleen op het gebied van water, maar ook op het gebied van luchtemissie en andere milieueisen. ‘Als je alle kennis bundelt, weet je of stikstof of water een probleem wordt.’

PETROCHEM 1 - 2024 29 ■
ADOBESTOCK
FOTO:

Data-gedreven symbiose van mens en machine

Machine learning en artificial intelligence gaan een belangrijke rol innemen in het asset management in 2030. De exponentieel stijgende rekenkracht van computers maakt de weg vrij voor technologie waarbij assets zelf hun diagnostiek stellen en aangeven wanneer onderhoud nodig is. Dit betekent dat operators en maintenance vakmensen een andere rol krijgen. Gaandeweg zal er een symbiose ontstaan van mens en machine.

Als engineering manager bij Shell Energy en Chemicals Park Rotterdam bepaalt Dimphy Wilms wat er moet worden onderhouden op de site en in welke frequentie. Hierbij wordt steeds meer gebruik gemaakt van data-analyses en artificial intelligence. Tijdens het congres iMaintain24 gaf ze een inkijkje in de razendsnelle technologieontwikkelingen die ze in haar werk tegenkomt. ‘Mijn vak is twintig jaar lang hetzelfde gebleven en nu kunnen we ineens met AI veel meer voorspellen. Zo werken we aan het voorspellen van corrosie-ontwikkeling in onze pijpleidingen als we er een bepaalde crude olie in stoppen. Dat had ik tien jaar geleden niet voor mogelijk gehouden.’

waar de ruwe olie onze fabriek binnenkomt, de crude distillers. Hierdoor zijn we in staat om op ieder moment de wanddikte van de equipment te meten. Met machine learning en AI analyseren we data en zo kunnen we op een bepaald moment voorspellen wanneer er onderhoud nodig is. Het project loopt twee jaar en het loopt enorm goed.’

Uitdaging

Als materiaal en corrosie engineer bij DSM was zij 25 jaar geleden nog aangewezen op laboratoriumonderzoek en dikke boeken met tabellen die aangaven hoe corrosiebestendig een bepaalde staalsoort was. Nu maakt ze gebruik van machine learning en artificial intelligence. ‘We installeren sensoren op de installaties

Charles de Wolff, area plantmanager van de MDI-2 fabriek van Huntsman in Rotterdam, streeft eveneens naar planbaar of predictive maintenance. Afgestudeerd aan TIAS op maintenance effectivity en operational excellence is hij van mening dat er veel kan worden bespaard op maintenance door niet gepland onderhoud terug te dringen. Als voorbeeld daarvan noemt hij Philips, waar hij een aantal jaren werkte in de vestiging in Best. ‘Philips weet van al hun apparaten (MRI-scanners en andere medische apparatuur, red.) via remote control wat de status is. Voordat het ziekenhuis door heeft dat er iets mis is, staat er al een monteur van Philips die componenten bij zich heeft, het apparaat nakijkt en het herstelt.’

De Wolff brengt nu samen met consultants van MaxGrip in kaart welke componenten er voor de MDI-2 fabriek zijn, welke risico’s deze opleveren en wat de operating window voor onderhoud is. Dit wordt straks met een tool voor health monitoring strak in de gaten gehouden.

Er wordt ook gekeken naar de mogelijkheden van drone-technieken. ‘We hebben een fantastisch 3D-model van de hele plant gemaakt. Daarmee kun je net als bij Google Streetview door de plant heen lopen en snel zien waar een probleem zit. Maar in een complexe

PETROCHEM 1 - 2024 30
ONDERHOUD

industriële omgeving werkt dit niet altijd optimaal. Dat is voor ons een uitdaging.’

Karl

Vanwege de krapte op de arbeidsmarkt, het gebrek aan vakmensen en de hoge arbeidslasten in Europa wordt vaak gekeken naar de inzet van robots. Ook bij Huntsman wordt geëxperimenteerd met een robot op rupsbanden, maar volgens De Wolff moet deze wel explosieveilig zijn en voldoen aan alle veiligheidseisen en wet- en regelgeving. ‘Dat maakt het gebruik van robots complex.’

Bij Shell wandelt een explosieveilige robot door de fabriek. Deze robot kan traplopen en autonoom objecten herkennen maar heeft ook nog wat beperkingen. Wilms: ‘Toen we de robot net op site hadden en allerlei tests aan het doen waren, heeft hij een scooter omvergelopen omdat hij deze niet als object herkende. We hebben het programma even stilgelegd om te kijken hoe we hier verder mee om moesten gaan. Daarnaast hebben we ook een paar robots op rupsbanden die in twee fabrieken rondrijden om gasmetingen te doen en standen van schakelaars te herkennen.’

De reacties van operators op de robot zijn volgens Wilms positief. ‘Er is toch een soort van herkenning. De lopende robot heeft een naam, Karl, en is ook echt onderdeel van de ploeg. Hij wordt gezien als iemand die het team aanvult. We kijken nu naar de mogelijkheid om de robot met een camera uit te rusten. Met machine learning en AI brengen we hem zover dat hij standen van scha-

Dimphy Wilms: ‘Toen we de robot net op site hadden en allerlei tests aan het doen waren, heeft hij een scooter omvergelopen omdat hij deze niet als object herkende.’

kelaars en de wijzers op allerlei druk- en temperatuurmeters kan uitlezen.’

Ad hoc oplossingen

Wilms worstelt net als De Wolff met de business case van een robot die duurder is dan een operator. Maar met het oog op de toekomst is het volgens haar belangrijk door te gaan met deze ontwikkeling. ‘Als je competitief wilt blijven in de wereld, moet je een efficiency-slag maken door het werk van mensen en technologische middelen beter te combi-

Charles de Wolff: ‘We grijpen nu nog regelmatig terug op ad hoc oplossingen. Die zouden gestandaardiseerd moeten zijn.’

neren dan we nu doen.’

Gevraagd naar hoe haar droom voor 2030 eruitziet, antwoordt Wilms: ‘Ons streven is om in 2030 tot iets te komen waarbij een asset zelf zijn diagnostiek stelt. Dat is volgens mij echt dichtbij. Dat blijkt ook uit het verhaal van Charles over Philips. Als Philips het kan, dan moet het toch ook in onze industrie kunnen?’

Voor De Wolff is het streven om in 2030 de mogelijkheid te hebben de staat van de fabriek, de integriteit van de installaties, altijd te zien. ‘Alle informatie over wat je moet doen is direct beschikbaar en we kunnen altijd zien hoe we moeten reageren. We grijpen nu nog regelmatig terug op ad hoc oplossingen. Die zouden gestandaardiseerd moeten zijn.’

PETROCHEM 1 - 2024 31 ■
SHELL
FOTO’S:

Het Petrochem platform brengt experts, gebruikers en leveranciers van producten en diensten bijeen om bij te dragen aan transparante informatievoorziening rond de olie- en chemische industrie. Het Petrochem platform bereikt zijn doelgroep via het vakblad Petrochem, de website www.petrochem.nl, de nieuwsbrief en events, zoals het jaarcongres Deltavisie.

PARTNERNIEUWS

Het Havenbedrijf Rotterdam onderzoekt wat de gevolgen en de kansen zijn van de grondstoffentransitie voor het Rotterdamse haven- en industriecomplex. Het kijkt daarbij breed naar het circulair maken van productieketens. Niet alleen voor olie en olieproducten, maar ook voor metalen, mineralen, food & agri, hout, elektronica en chemische producten zien de productieketens er in een circulaire economie heel anders uit dan nu. Welke kansen en gevolgen hier liggen voor de Rotterdamse haven moet in de loop van dit jaar meer duidelijk worden.

PARTNERS VAN HET PETROCHEM PLATFORM

Nobian Zout heeft een klein project afgerond om een pekelstroom beter te benutten. ‘Aan het begin van het proces nemen we monsters van de pekelstroom. Zo meten en controleren we continu de pekelstroom op bepaalde gehaltes. Op basis van die gegevens sturen we het verdere proces aan’, vertelt construction coördinator Harrie Greven. De monsters werden na de analyse echter afgevoerd. ‘We hebben met succes gewerkt aan het hergebruik van deze, op zich kleine retourstroom aan pekel. We maken er in onze fabriek nu zout van. Dat is duurzamer en levert ons op jaarbasis toch zo’n vijfduizend ton zout op.’

Bekijk

CONTENTPARTNERS

VAN HET PETROCHEM PLATFORM

Uppact, de startup die moeilijk te recyclen gemengd plastic en textiel afval omzet in bouwmaterialen, neemt de eerste stap naar commerciële productie. Het bedrijf bouwt in het Chemport Innovation Center in Delfzijl een demofabriek met een verwerkingscapaciteit van 4.000 ton per jaar. ‘We gaan een opgeschaalde eerste productielijn opzetten en het volledige circulaire concept uitrollen, inclusief de aanvoer van afvalstromen en de introductie van circulaire producten op de markt’, aldus Jan Jaap Folmer, medeoprichter en directeur van Uppact. Hij verwacht dat de demofabriek nog dit jaar kan worden opgestart.

www.petrochem.nl/partners-en-leden Wilt u meer weten over lidmaatschap of partnering van het Petrochem platform, kijk dan op www.petrochem.nl of neem contact op met Janet Robben: janet@industrielinqs.nl - 06 38 73 70 39
de partnerfilmpjes op
LEDEN
LEADER IN HIGH TEMPERATURE SOLUTION

‘QU TES’

‘We horen van veel bedrijven dat ze met hun investerings- of uitbreidingsplannen de kat uit de boom kijken, zolang er geen stikstofdecreet is. Eenmaal de meerderheid dat goedgekeurd heeft in het Vlaams Parlement, verwacht ik een toename in de aanvragen.’

Frank Beckx, directeur kennis- en lobbycentrum Voka, op de website van Het Belang van Limburg.

Wat doen de Officier en de rechter als op hun auto-dashboard een rood lampje gaat branden? Meteen naar de vluchtstrook met alle gevaren van dien, of toch maar rustig doorrijden naar de eerstvolgende veilige parkeerplaats?’

Henk Leegwater, onafhankelijk consultant en columnist voor Petrochem, in zijn column in deze editie.

Door de gestegen bouwkosten, hogere rentes en beperkte beschikbaarheid van energie, is financiering voor bedrijven een grote uitdaging. Het gevolg daarvan is dat bedrijven hun beslissingen om zich daadwerkelijk in ons gebied te vestigen uitstellen. (…) Ondanks het teruglopen van het investeringsklimaat, blijft de belangstelling voor onze gronden ontzettend hoog, zowel voor Delfzijl als de Eemshaven. Vanwege de ontwikkelingen, in combinatie met de belangstelling voor onze gronden, verwachten wij het komende jaar ook weer nieuwe bedrijfsaankondigingen te kunnen doen.’

Cas König, CEO van Groningen Seaports, tijdens het bekendmaken van de voorlopige jaarcijfers.

HET EXPERTPANEL VAN HET PETROCHEM PLATFORM BESTAAT UIT DE VOLGENDE SPECIALISTEN

Johan Alebregtse Manufacturing & Technology Executive Consultancy

Frank Beckx Kennis- en Lobbycentrum Voka, directeur

Jos Benders voormalig topman Lyondell

Sandra de Bont VOTOB Academy, directeur

Jan Bout Stichting HaskoningDHV, bestuurslid

Jan Van Doorslaer voormalig woordvoerder BASF Antwerpen

Niko van Gent voormalig woordvoerder Huntsman Holland

Michel Grijpink Hogeschool Utrecht, Learning & Development consultant

Ronald Hoenen Equans, regio directeur

Plant Manager of the Year 2015

Joris

Hurenkamp Havenbedrijf Rotterdam, senior business manager

Emre Kaya Organik Kimya, global supply chain director Plant Manager of the Year 2017

Cor Kloet voormalig algemeen directeur SPIE Nederland

Tijs Koerts EPSC, operations director

Cas König Groningen Seaports, directeur

Enrico

Lammers Pro6com en DWG Process & Safety managing director Henk Leegwater Lexxin, consultant

Bart Leenders Neste, vice president production

Frank de Leng ACTAD, operations manager

Michel Leyseele Pipelink, managing director

Marit van Lieshout Kenniscentrum Duurzame Havenstad, Iector Procesoptimalisatie en -intensificatie

Cor van de Linde iTanks, managing director

Michel Meertens DSM, vice president premix operations

Genserik

Reniers TU Delft, professor Safety and Security Science Group

Elsbeth Roelofs Nationaal Klimaat Platform, Programma manager Ondernemers

Egbert Schellenberg FNV, vakbondsbestuurder procesindustrie

Dik Schipper voormalig production leader Dow Benelux

Gerald Schotman Shell, senior vice president

Jaap Schouten TU Eindhoven, professor

Wim Soetaert Universiteit Gent, professor

Wouter Stam Flowid, managing director

Niek Stokman Bilfinger Tebodin West Nederland, sales manager oil & gas

Gabriel Tschin Plant One Rotterdam, managing director

Henk Veldink Vynova Group, COO

René

Venendaal

BTG Biomass Technology Group, algemeen directeur

Roelf Venhuizen voormalig voorzitter Profion en directeur NAM

Roelof van Wijk Teijin Aramid, plantmanager

Maaike de Wit Straatman

Koster advocaten, advocaat

Jeroen van Woerden

Jitink, managing director

Plant Manager of the Year 2016

Cor Zijderveld

voormalig voorzitter SBE

Vlak voor de opstart van een plant na een turnaround meldde een monteur dat hij dacht een stuk gereedschap te hebben achtergelaten in het turbinehuis van een stoomturbine. Inspectie leverde een dag vertraging op.

Opzettelijk schuldig

Denkt u dat er chemiebedrijven zijn die zich opzettelijk schuldig maken aan het overtreden van het Brzo (Besluit risico’s zware ongevallen)? Met de nadruk op opzettelijk? Veiligheid staat hoog in het vaandel in onze industrie en we besteden er veel tijd en geld aan. Weliswaar zullen niet alle bedrijven op trede vijf van de veiligheidscultuurladder van Hudson en Parker staan, waarbij veiligheid volledig is geïntegreerd in alle bedrijfsprocessen en in het denken en doen van de medewerkers, maar ik denk ook niet dat er veel bedrijven zijn die op trede één staan. Deze wordt omschreven als pathologisch waarbij in veiligheid amper tot niets wordt geïnvesteerd en ook niet in veiligheidsgedrag van medewerkers. We blijven continu aandacht geven aan veiligheid omdat we steeds beter willen. Opzettelijk schuldig? De rechtbank is dat wel van mening. In de vijf processen tegen vier bedrijven die gevestigd zijn op industriecomplex Chemelot en tegen Chemelot zelf staat in één van de uitspraken letterlijk: Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk overtreden van het BRZO.

Risico’s

Overigens weet de rechtbank blijkbaar niet dat de overheid zelf spreekt over Brzo en niet over BRZO. In haar vonnis wordt gesproken over Proces and Instrumentation Diagram (P&ID) terwijl zelfs iemand die pas in de procesindustrie komt kijken toch al weet dat de afkorting voor Piping and Instrumentation Diagram staat. En als je Engels jargon wilt gebruiken, doe het dan goed en vergeet de tweede s van process dan niet. Komt niet gedegen over toch? Afijn, met veel juridische tekst probeert de rechtbank vervolgens haar ondeskundigheid te verbloemen. De ongenuanceerde en ongefundeerde uitspraken van de Officier van Justitie hebben veel schade berokkend. Blijkbaar mag een Officier van Justitie dit straffeloos doen. Waarom heeft de rechtbank geen deskundigen betrokken om hen te ondersteunen? Zaken zijn complexer dan ze lijken. Zo stelt men dat bij een lekkage de plant meteen moet worden gestopt. Blijkbaar mogen we geen tijd nemen om te kijken of er on stream reparatie kan plaatsvinden. Weet men wel dat een shut down en start up ook risico’s met zich meebrengen? Wat doen de Officier en de rechter als op hun auto-dashboard een rood lampje gaat branden? Meteen naar de vluchtstrook met alle gevaren van

dien, of toch maar rustig doorrijden naar de eerstvolgende veilige parkeerplaats?

En waarom nu ineens deze rechtspraken over een aantal incidenten die tussen de vijf en negen(!) jaar geleden hebben plaatsvonden. Ook die vraag heb ik niet beantwoord gezien. Best apart, als je je realiseert dat in de jaren daarna geen ernstige incidenten meer hebben plaatsgevonden. En dan toch vervolging met ook de nodige boetes. Wat is het nut daarvan? Bij opvoeding leren we dat belonen beter werkt dan straffen. Ik ken daarover een anekdotisch verhaal. Vlak voor de opstart van een plant na een turnaround meldde een monteur dat hij dacht een stuk gereedschap te hebben achtergelaten in het turbinehuis van een stoomturbine. Inspectie leverde een dag vertraging op. Werd de monteur gestraft? Nee natuurlijk niet. Hij werd gecomplimenteerd voor zijn melding. Als hij deze melding niet had gedaan en de turbine zware schade had opgelopen, had de plant mogelijk pas vele weken, of zelfs maanden later kunnen worden opgestart. Straffen leidt tot minder meldingen is al lang bewezen, dus wat schiet je ermee op?

Afgegleden

Je kunt je afvragen waar we in Nederland mee bezig zijn. Bijna tien jaar geleden had ik een geheimzinnige afspraak met twee geheime agenten van één van de Nederlandse opsporingsdiensten. Zo geheim dat we niet op hun kantoor afspraken, maar in een hotel. Blijkbaar kenden ze mijn betrokkenheid bij de chemische procesindustrie, want ze vroegen mij om activiteiten te melden die niet door de beugel konden. Ik heb hen geantwoord dat ik niet dacht dat zulke onregelmatigheden zich zullen voordoen. Het openbaar ministerie en ook de rechtspraak lijken dan ook te zijn afgegleden, zoals wel heel duidelijk werd bij de toeslagenaffaire. Hoogleraar Besturen van Veiligheid Ira Helsloot zegt naar aanleiding van de Chemelot-processen letterlijk: ‘We hebben niet alleen een nieuwe bestuurscultuur nodig, maar ook een nieuwe, of eigenlijk ouderwetse, rechtstatelijke cultuur bij het Openbaar Ministerie.’ Ik ben het hartgrondig met hem eens.

Henk Leegwater is onafhankelijk consultant. henk.leegwater@lexxin.com

COLUMN PETROCHEM 1 - 2024 34

Maatwerk | vakmanschap | veiligheid (VCA-P)

Lengkeek Staalbouw realiseert als fullservice aanbieder, staalconstructie onderdelen voor industriële productiefaciliteiten. Met bijna 90 jaar ervaring zijn wij gespecialiseerd in onderhouds-, reparatie-, inspectie- en nieuwbouwwerkzaamheden in de zware en (petro)chemische industrie.

• Staal- en trapconstructies, platforms, leidingbruggen, tijdelijke constructies, etc.

• Inmeting en engineering door eigen professionals.

• On-site werkzaamheden onder zeer uitdagende omstandigheden, in operationele fabrieken.

• Montagewerkzaamheden tijdens turn-arounds.

• Betrouwbaarheid, snelheid van levering en flexibiliteit staan altijd voorop!

Lengkeek Staalbouw is een zelfstandige werkmaatschappij binnen de De Acto Groep en actief in een breed industrieel werkveld.

Kennismaken? Graag. Bel of kijk op www.lengkeek-staalbouw.nl

Lengkeek Staalbouw BV | Oppermanstraat 80, 3194 AC Hoogvliet NL | T +31 (0)10 - 416 16 44 | E info@lengkeek-staalbouw.nl

Meer industrie. Minder impact.

Shell PANOLIN biedt een breed scala aan hoogwaardige biologisch afbreekbare* smeermiddelen, die ongeëvenaarde bescherming** bieden voor jullie machines en de omgeving waarin wordt gewerkt. We helpen jouw doelstellingen in de infra te bereiken met minder impact.

28

Meer weten?

Scan de QR-code.

Onze bio-smeermiddelen werden voor meer dan 60% afgebroken na dagen in de OECD 301 B koolstof dioxide evolutie test. ASTM D6384-99, standaard terminologie met betrekking tot biologische afbreekbaarheid en ecotoxiciteit van smeermiddelen.
**
S4 HLP Synth 32,46,68 is de enige door Bosch Rexroth goedgekeurde biologisch afbreekbare hydraulische olie, die is ontworpen om equipment zonder storingen te laten werken.
*
Authorized Shell PANOLIN Distributor
Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.