Page 1

www.i-maintain.nl

01 13 tiende JAARGAnG – LOSSe VeRKOOPPRiJS € 16,-

imaintain nr. 01 - 2013

HigHtecH maintenance innoveert industrie 001_A_cover.indd 2

22-01-13 13:44


Discover the hidden treasure in Maintenance

In iedere onderhoudsorganisatie zit waarde verborgen. Ieder bedrijf heeft de potentie om verder te verbeteren, dit kan door op bepaalde kosten te bezuinigen of door slim onderhoud te plegen zodat de beschikbaarheid omhoog gaat. De vraag is alleen waar je als onderhoudsmanager deze verborgen waardes vindt en waar je moet starten. Het antwoord op deze vraag vindt u bij Mainnovation. Met Value Driven Maintenance速 en de bijbehorende tools zoals het VDM Control Panel, helpen wij u om de verborgen schat in uw organisatie te vinden. Wilt u de schat in uw onderhoudsorganisatie ontdekken? Ga naar www.mainnovation.com

CONTROLLING MAINTENANCE, CREATING VALUE.

MAINNOVATION_Adv A4_NL-iMaintain rest.indd 1 002_mainovaition.indd 1

07-01-13 17:07 16:25 21-01-13


inhoud 3

10 Interview Organisaties die Lean in voeren vanuit de doelstelling bezuinigen blijken op de lange termijn weinig resultaat te boeken. Marcel van Assen, bijzonder hoogleraar Operational Excellence: ‘Je moet dus geen besparingsdoel hebben, maar de organisatie professionaliseren.’

13 Thema: Hightech maintenance Het European Space Research Technology Centre test satellieten. Onderhoud aan de faciliteiten is net zo hightech als de faciliteiten zelf. Ook op microniveau is de wetenschap bezig aan hightech technologie. Materiaalkunde laat tegenwoordig materialen doen wat wij willen.

5 COMMENTAAR 6 ACTUEEL 14 RUIMTEVAARTTECHNOLOGIE STELT HOGE EISEN AAN ONDERHOUD 18 MATERIAALEIGENSCHAPPEN OP BESTELLING 22 WHAT’S NEXT 26 KRACHTEN BUNDELEN 29 PRODUCTEN 30 SMEEROLIEFABRIEK IN NIEUW JASJE 33 WINTERWEER SPEELT VOORAL VERVOERDERS PARTEN 34 STANDAARDISATIE NIET TEN KOSTE VAN CREATIVITEIT

Maint

NL

Het magazine van de NVDO

37

In de eerste editie van MaintNL van het nieuwe jaar is er aandacht voor de verkiezing van Maintenance Manager of the Year 2013. De genomineerden zijn bekend en de uitreiking komt snel dichterbij. Daarnaast ook een visie op onderhoud in 2020, een terugblik op vijftig jaar onderhoud ter ere van het jubileum van de NVDO en een materiaalkundeprofessor die over zijn vak vertelt.

36 VOLGEND NUMMER Verkiezing MMY: Kracht kent vele vormen Manager wil vertrouwen verdienen Judolessen voor onderhoudsbeheer Onderhoud binnen de Food, Beverage & Farma-sector in 2020 Provincies sluiten verbond voor beter BRZO-toezicht Droge voeten en schoon water Column Frans Stokbrood Samen werken aan preventie Nederlandse onderhoudsmarkt blijft een groeisector Onderhoud in vijftig jaar slimmer geworden Onderhoudsmarkt voor gebouwen en infra in beweging Ieder zijn vak: Zelfherstellende materialen ontlasten onderhoud

41 42 44 48 50 54 57 58 60 62 67 68

01

iMaintain 13

003_C_inhoud.indd 3

23-01-13 11:27


004_traduco.indd 1

21-01-13 17:07


COMMENTAAR 5

2013 Het afgelopen jaar stond opnieuw in het teken van de crisis. Een aantal bedrijven dat 2011 ternauwernood had overleefd, kreeg vorig jaar het laatste zetje. Paradoxaal genoeg is een aantal bedrijven gedwongen geweest personeel te ontslaan, terwijl alle trends erop wijzen dat er in de nabije toekomst een tekort ontstaat aan technisch personeel. En zo zijn er nog wel meer trends die u komend jaar beter kunt blijven volgen. 2013 wordt hoe dan ook een spannend jaar: de eurocrisis is nog niet bedwongen, maar de Amerikanen melden al weer een voorzichtige groei. Als dat optimisme overslaat naar Europa of in ieder geval naar Nederland, kunnen we weer fijn op de oude voet doorgaan. Of misschien toch net iets anders? De trend van maatschappelijk verantwoord ondernemen lijkt ook steeds meer te landen. Juist een crisis laat zien dat verspilling hoe dan ook moet worden voorkomen. En dus zullen er rigoureuze keuzes moeten worden gemaakt voor oplossingen die wellicht een hogere investering vragen, maar op de langere termijn wel beter renderen. Total Cost of Ownership wordt de maatstaf in plaats van kortetermijnwinsten. Want de energiecrisis mag dankzij de eurocrisis misschien een beetje naar de achtergrond gedrukt zijn, straks lopen de energieprijzen weer snel op. Hetzelfde geldt voor grondstoffen. Ook zal de Nederlandse industrie zichzelf moeten blijven verbeteren en constant moeten innoveren om het industriële geweld uit het verre oosten tegenwicht te bieden. Tot slot zal de industrie direct of indirect de gevolgen ondervinden van een aantal veiligheidsincidenten van de afgelopen twee jaar. De toezichthouders verscherpen hun blik en nemen eerder sancties. De oplossing voor die uitdagingen is goed asset management, het optimaal beheren van zowel de fysieke kapitaalgoederen als het menselijke kapitaal. Gelukkig komt men ook in de boardroom steeds meer tot inzicht dat onderhoud hier een belangrijke bijdrage aan levert. De NVDO viert dit jaar haar vijftigjarig bestaan. In die vijftig jaar is de onderhoudsbranche volwassen geworden en krijgt hij steeds meer de statuur die hij verdient. Het werk is nog niet gedaan, maar de vereniging kan terecht een feestje vieren. Gefeliciteerd. David.vanbaarle@industrielinqs.nl

HOOFDREDACTIE

Mark Oosterveer 020 3122 793 mark.oosterveer@industrielinqs.nl NUMMER 01 - 2013

David van Baarle 020 3122 082 david.vanbaarle@industrielinqs.nl

UITGAVE VAN

EINDREDACTIE

Industrielinqs pers en platform Veembroederhof 7 1019 HD Amsterdam Postbus 12936 1100 AX Amsterdam

PARTNER

Nederlandse Vereniging voor Doelmatig Onderhoud (NVDO) Postbus 138, 3990 DC Houten

Elise Quaden 020 3122 084 elise.quaden@industrielinqs.nl

MEDEWERKERS

Evi Husson, Liesbeth Schipper, Erik te Roller, Renske van den Berg, Ingrid Rompa, Pieter Pulleman, Teus Molenaar

LAY-OUT

Gabriele Köbbemann

COVER ASML

ADVERTENTIEVERKOOP Ahoy Rotterdam NV Ahoy-weg 10 3084 BA Rotterdam Postbus 5106 3008 AC Rotterdam Organisator van

UITGEVER

Wim Raaijen 020 3122 081 wim.raaijen@industrielinqs.nl

Jetvertising BV Arthur Middendorp T: 070 399 00 00 F: 070 390 24 88 arthur@jetvertising.nl

TRAFFIC

Breg Schoen 020 3122 088

DRUKKERIJ

DeltaHage, Den Haag

ABONNEMENTEN (EXCL. BTW)

Nederland/België € 91,Introductie NL/België 25% € 68,25 Overig buitenland € 114,Losse verkoopprijs €16,Studenten € 37,75,Proefabonnement (3x) € 26,50

OPZEGGEN

Dit magazine hanteert de opzegregels uit het verbintenissenrecht. Wij gaan er van uit dat u het blad ontvangt uit hoofde van uw beroep. Hierdoor wordt uw abonnement steeds stilzwijgend met een jaar verlengd. Proef- en kennismakingsabonnementen worden niet automatisch verlengd en stoppen na het aantal aangegeven nummers. Opzeggen kan via www. aboland.nl, per post of per telefoon. De opzegtermijn is 8 weken voor het einde van uw abonnementsperiode. Als opzegdatum geldt de datum waarop uw opzegging door Abonnementenland is ontvangen. Indien u hierom verzoekt, ontvangt u een bevestiging van uw opzegging met daarin de definitieve einddatum van uw abonnement. Adreswijzigingen kunt u doorgeven via www.aboland. nl, per post of per telefoon. Overige vragen kunt u stellen op www.aboland.nl of neem telefonisch contact met Abonnementenland op.

ABONNEMENTENLAND

Postbus 20 1910 AA Uitgeest Tel. 0900-ABOLAND of 0900-226 52 63 € 0,10 per minuut Fax 0251-31 04 05 Site: www.bladenbox.nl voor abonneren of www.aboland.nl voor adreswijzigingen en opzeggingen. Abonnementenland is ook bereikbaar via Twitter. Stuur uw tweet naar: @Aboland_klanten. Prijswijzigingen voorbehouden. ISSN: 2211-6826

© Industrielinqs pers en platform BV Niets uit deze uitgave mag worden gereproduceerd zonder toestemming van de uitgever.

01

iMaintain 13

005_B_commentaar.indd 5

22-01-13 13:44


6 actueel

BeDRIJVeNNIeuWS RailRelease krijgt europees certificaat voor onderhoud

RailReLease heeft als eerste bedrijf in Nederland het ECM-certificaat voor onderhoud aan goederenwagons gekregen. Het ECM-certificaat (Entity in Charge of Maintenance) is gebaseerd op nieuwe Europese regels die vanaf mei 2013 gaan gelden. Het bedrijf is op 27 december gecertificeerd door Belgorail in Brussel. RailReLease is een leasemaatschappij van goederenwagons en ander spoor gerelateerd materiaal in Rotterdam. Zustermaatschappij Raillogix zorgt voor transporten. Het bedrijf wil nu met deze certificering ook vlootmanagement gaan aanbieden.

Gemeente Den Haag gaat Pier opknappen

De gemeente Den Haag gaat onderhoud uitvoeren aan de Pier in Scheveningen. De kosten verhaalt de gemeente op de eigenaar, horecaconcern Van der Valk. Van der Valk is niet in staat om het verplichte onderhoud aan de Pier te doen, meldt Omroep West. Volgens de gemeente is de Pier op enkele plekken onveilig door betonrot. Een uitslaande brand in 2011 verwoestte het complete kinderspeeleiland. Inmiddels staat de Pier te koop. Eerder dreigde de gemeente al met dwangsommen om Van der Valk te dwingen onderhoud te plegen.

01 13 iMaintain

006_7_9_D_actueel.indd 6

Rijkswaterstaat verstrekt opdracht voor vierjarig kustonderhoud Rijkswaterstaat heeft drie partijen gecontracteerd die de komende vier jaar onderhoud aan de Nederlandse kust gaan uitvoeren: Boskalis Nederland, het Deense bedrijf Rohde Nielsen en een combinatie van de Belgische bedrijven Dredging International en Jan de Nul. In 2013 tot en met 2016 brengen de drie aannemers samen ruim 28 miljoen kubieke meter zand aan op het strand of op de zeebodem vlak voor de kust. Met deze hoeveelheid zand kan de Kuip in Rotterdam bijna negentien keer gevuld worden. Door de kust te onderhouden met zand blijft Nederland veilig beschermd tegen de zee. Rijkswaterstaat onderhoudt de Nederlandse kust voortdurend. Door het aanbrengen van zand op de stranden en de zeebodem vlak voor de kust, vult Rijkswaterstaat het zandtekort aan. Zand heeft zich bewezen als de oplossing om de kust op z’n plek te houden en mee te laten groeien met de stijgende zeespiegel. In 2013 tot en met 2016 onderhoudt Rijkswaterstaat de kust op ongeveer twintig locaties. Op www.rijkswaterstaat.nl staat waar en wanneer kustonderhoud gepland is.

Minister: vakscholen interessant Minister Bussemaker van Onderwijs noemt de plannen van de twee Rotterdamse roc's om hun opleidingen samen te voegen en zich op te splitsen in aparte vakscholen, 'een interessante gedachte'. Onlangs maakten onderwijsorganisaties Zadkine en Albeda College in Rotterdam bekend de mogelijkheden voor zo'n samenvoeging te onderzoeken. De roc's willen zeven vakscholen opzetten voor bijvoorbeeld onderwijs in de zorg, ICT en techniek. Bussemaker vindt het belangrijk om het onderwijs van roc's beter te laten aansluiten op de regionale arbeidsmarkt. 'Alleen dan lukt het om díe vakmensen te leveren waar het regionale bedrijfsleven echt op zit te wachten.' De roc’s noemen dat het voornaamste voordeel van de vakscholen. Bij een eventuele fusie moet wel goed worden gekeken naar de bestuurlijke organisatie, zegt Bussemaker. 'Het kan onder geen beding de bedoeling zijn kleine instellingen te creëren die bestuurlijk topzwaar zijn.'

Kademuren Modellering Systeem wint Amerikaanse prijs Na in november 2012 al uitgeroepen te zijn tot Infra Projectteam van het Jaar 2012, is het Havenbedrijf Rotterdam samen met Somcp en Traduco nu ook in de Verenigde Staten in de prijzen gevallen. Het Kademuren Modellering Systeem (KMS) heeft een New York Gold Award gewonnen. Het Port of Rotterdam Quaywall Modelling System, ofwel Kademuren Modellering Systeem, is door de jury van de American Council of Engineering Companies of New York in de categorie Studie, Onderzoek en Consultancy geselecteerd als winnaar van de 2013 ACEC New York Gold Award. Vooral vanwege de samenstelling van de jury is de winst van deze award een zeer hoge onderscheiding en grote erkenning. De jury bestaat onder andere uit de New York City Economic Development Corporation en de Port Authority New York & New Jersey. De prijs wordt op 6 april 2013 uitgereikt in the Waldorf Astoria Hotel in New York.

Kijk voor meer nieuwsberichten op www.i-maintain.nl

22-01-13 13:44


actueel 7

Burgemeester Eindhoven vreest tekort aan goed personeel Burgemeester Rob van Gijzel van Eindhoven heeft zijn zorgen uitgesproken over de toekomst van de regionale economie. Dat deed hij tijdens de nieuwjaarsreceptie. Van Gijzel zei bang te zijn voor ‘oververhitting’, waarmee hij bedoelt dat de vraag naar productie groter is dan de capaciteit. Van Gijzel vreest voor zijn regio een tekort van tienduizenden mensen in het arbeidsproces. Volgens de burgemeester moeten er meer mensen worden opgeleid met een technische achtergrond. Ook zouden productieprocessen verder moeten worden geautomatiseerd. Het huidige onderwijssysteem werkt belemmerend, zo vindt Van Gijzel. Verder is de huidige situatie op de woningmarkt een grote belemmering om meer technisch opgeleide mensen naar Brabant te krijgen. Van Gijzel wil de problemen die hij verwacht, deze maand bespreken met Henk Kamp, de minister van Economische Zaken.

Finalisten Verkiezing Maintenance Manager of the Year 2013 bekend De NVDO (Nederlandse Vereniging voor Doelmatig Onderhoud) heeft de namen van de finalisten van haar jaarlijkse verkiezing van Maintenance Manager of the Year bekend gemaakt. De genomineerden zijn Mieke van Zon (44), Maintenance Manager bij Heijmans Infra Services, Arjen van Broekhoven (40), Contract Manager bij Volker Infra en Ton Huibers (56), Maintenance Manager bij Vlisco Nederland. Deze maintenanceprofessionals maken kans om op 21 maart na afloop van het congres iMaintain in de Rotterdamse Kuip de titel Maintenance Manager of the Year 2013 in de wacht te slepen. Met deze wedstrijd beloont de Nederlandse Vereniging voor Doelmatig Onderhoud (NVDO), samen met vakblad iMaintain, de maintenance manager die een duidelijke visie op onderhoud heeft omgezet in een resultaatgericht beleid. De performance van de genomineerden wordt op diverse onderdelen binnen het vakgebied beoordeeld. Financiële resultaten en visie en missie van de onderhoudsorganisatie zijn daar onderdelen van. Maar ook aan het verbeteringsklimaat en onderhoudsvormen worden waarderingen gegeven. De leiding wordt geïnterviewd, de medewerkers worden gehoord en uiteraard wordt gekeken naar veilig werken en worden aspecten binnen duurzaam ondernemen beoordeeld.

‘Minder onderhoud voor huurwoningen’ Ruim 20.000 huurwoningen ondergaan de komende jaren minder grondig onderhoud. Ook kunnen veel huurders niet rekenen op dubbel glas of extra isolatie, of ze krijgen het pas later dan gepland. Desondanks moet driekwart van de huurders meer huur gaan betalen. Dat blijkt uit bekendgemaakte resultaten van een rondgang van de NOS bij ruim 150 woningcorporaties. Zij bezitten verspreid over het land een miljoen sociale huurwoningen. De corporaties moeten fors bezuinigen, onder meer omdat het Rijk wil dat ze samen twee miljard euro aan ‘verhuurderheffing’ betalen. Bijna de helft van alle corporaties stopt vanaf 2014 met nieuwbouw. In totaal schrappen de woningbedrijven de komende jaren voor zeker drie miljard euro aan projecten voor de bouw van zeker 16.000 woningen. Vorig jaar bouwden de corporaties nog ruim 35.000 huur- en koopwoningen. De besparingen op onderhoud leveren de corporaties de komende jaren een kleine 687 miljoen euro op. Daarnaast realiseren ze ook minder andersoortige bouwwerken als scholen, verzorgingshuizen, kinderopvangcentra en buurthuizen.

BeDRIJVeNNIeuWS Groot onderhoud voor Hr. Ms. amsterdam

Marineschip de Hr. Ms. Amsterdam is weer toe aan een onderhoudsbeurt en dat is geen kleine klus. Er gaat in totaal zo’n zestigduizend manuren ingezet worden, zo meldt Defensie. Elke vier jaar krijgen de grote schepen van de Koninklijke Marine een grote onderhoudsbeurt. Normaal gesproken vindt het onderhoud plaats bij het Marinebedrijf op de Nieuwe Haven in Den Helder. Hr. Ms. Amsterdam, het bevoorradingsschip van de KM, is echter te groot voor het dok van het Marinebedrijf en vandaar dat wordt uitgeweken naar een particuliere werf in Schiedam.

Stichtse Vecht veroordeeld De gemeente Stichtse Vecht moet een boete betalen van 22.500 euro waarvan 7.500 euro voorwaardelijk vanwege een dodelijk ongeluk in Tienhoven. Volgens de rechtbank in Utrecht heeft de gemeente schuld aan een motorongeluk waarbij op 31 maart 2009 twee vrouwen om het leven kwamen. De rechtbank oordeelde dat de gemeente de Nieuweweg Tienhoven zo slecht heeft onderhouden dat de motor van de vrouwen onderuit ging.

croon en HVl bundelen krachten Twee bedrijven binnen de TBI Holdings, Croon Elektrotechniek en HVL, bundelen hun krachten in wat het grootste in elektrotechniek gespecialiseerde bedrijf van Nederland zal zijn. De nieuwe combinatie telt 3.000 medewerkers en bedient haar klanten vanuit een landelijk dekkend netwerk van vestigingen. De voorgenomen samenwerking tussen de bedrijven is gestoeld op een win-win-perspectief voor de toekomst.

01

iMaintain 13

006_7_9_D_actueel.indd 7

22-01-13 13:44


We maken verschil

|

r alvast reservuewe agenda in

|

Congressen en evenementen 2013 VOORJAAR 2013 14 februari – Business Linqs bijeenkomst

HÉT KENNISNETWERK BINNEN DE INDUSTRIE WWW.INDUSTRIELINQS.NL/BUSINESSLINQS

21 maart – iMaintain congres en MMY-verkiezing 2013

CONGRES VOOR DE PROFESSIONELE ONDERHOUDSSECTOR

17 april – Profion Maintenance Linqs

LEZINGEN EN DISCUSSIE OVER DE AANPAK VAN ONDERHOUD WWW.INDUSTRIELINQS.NL/PML

6 juni – Deltavisie congres en PMY-verkiezing 2013

HÉT EVENEMENT VOOR DE INDUSTRIE IN DE RIJN/SCHELDE-DELTA WWW.DELTAVISIE2013.NL

WWW.IMAINTAIN.NL/CONGRES

NAJAAR 2013 19 september – Business Linqs bijeenkomst

HÉT KENNISNETWERK BINNEN DE INDUSTRIE WWW.INDUSTRIELINQS.NL/BUSINESSLINQS

26 september – Profion Maintenance Linqs

LEZINGEN EN DISCUSSIE OVER DE AANPAK VAN ONDERHOUD WWW.INDUSTRIELINQS.NL/PML

31 oktober / 1 november – Energy for Next Generations TWEEDAAGS CONGRES VAN NEMO, UTILITIES EN INDUSTRIELINQS PERS EN PLATFORM WWW.ENERGY4NEXTGENERATIONS.COM

21 november – Business Linqs bijeenkomst

HÉT KENNISNETWERK BINNEN DE INDUSTRIE WWW.INDUSTRIELINQS.NL/BUSINESSLINQS

28 november- Het NVDO infra congres

BIJEENKOMST OVER DE GROND-, WEG- EN WATERBOUW WWW.I-MAINTAIN.NL/INFRA

11 december – Watervisie en WIY-verkiezing 2013

CONGRES OVER RATIONAAL WATERGEBRUIK WWW.WATERVISIE2012.NL

12 december – Profion Maintenance Linqs Najaar – Chemvision congres HÉT CONGRES VOOR DE CHEMISCHE INDUSTRIE IN DE RIJN/SCHELDE-DELTA WWW.CHEMVISION.BE

LEZINGEN EN DISCUSSIE OVER DE AANPAK VAN ONDERHOUD WWW.INDUSTRIELINQS.NL/PML

Wijzigingen onder voorbehoud. Op genoemde websites vindt u altijd de meest recente informatie. Noteer de data alvast in uw agenda! Industrielinqs pers en platform • Veembroederhof 7 • 1019 HD Amsterdam • T: 020 - 31 22 088 • F: 020 - 31 22 080 • www.industrielinqs.nl

01_congressen.indd 1

22-01-13 10:58


actueel 9

Nederlandse industrie blijft krimpen De bedrijvigheid in de Nederlandse industrie is in december 2012 opnieuw gekrompen, maar wel in een minder sterk tempo dan een maand eerder. Dat blijkt uit cijfers van de Nederlandse Vereniging van Inkoopmanagers (NEVI) die deze maand naar buiten kwamen. De NEVI-inkoopmanagersindex noteerde voor december een stand van 49,6, tegen 48,2 in november. Een niveau van 50 of meer duidt op groei, daaronder op krimp. De stand van december is de hoogste in drie maanden. Volgens de NEVI bleef de productieomvang stabiel, maar nam het aantal nieuwe orders af. Dat kwam door een zwakkere binnenlandse vraag, want de buitenlandse vraag ging voor de zesde maand op rij omhoog. De werkgelegenheid bij Nederlandse productiebedrijven nam voor de derde maand op rij af, aldus de NEVI.

BeDRIJVeNNIeuWS Witteveen+Bos krijgt opdracht afsluitdijk Rijkswaterstaat heeft de opdracht voor de planuitwerking van de Afsluitdijk gegund aan ingenieursbureau Witteveen+Bos. De opdracht is gegund op basis van de economisch meest voordelige inschrijving, met daarbij een sterke nadruk op kwaliteit. Rijkswaterstaat en Witteveen+Bos gaan met deze opdracht een samenwerking aan van ruim vier jaar tot

High Tech sector opent als eerste topsector haar mkb-loket De topsector High Tech Systemen en Materialen (HTSM) heeft als eerste topsector een mkb-loket geopend. Het loket moet de betrokkenheid van het mkb bij de topsector High Tech vergroten en zo innovatie stimuleren. Amandus Lundvist, voorzitter van het topteam HTSM: 'Door de opening van ons mkb-loket geven we aan dat het ingezette topsectorenbeleid niet alleen is bedoeld voor grote bedrijven, maar zeer zeker ook voor mkb-bedrijven. Door het instellen van het loket hopen we de drempel voor het mkb te verlagen.' Bij het mkb-loket staat een toegankelijke vraagbaak over de High Tech sector voor het centraal. Daarnaast koppelt het loket een kennisvraag van het mkb aan de juiste kennispartij (makelen en schakelen). Bovendien gaat het loket de kennisinstellingen en het mkb proactief stimuleren om onderzoeksresultaten toe te passen in nieuwe ontwikkelingen en daarmee economische en maatschappelijke waarde te creëren (kennisvalorisatie).

1,9 miljoen voor mbo’s onderhouds- en procestechniek in Rijnmond Minister Bussemaker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen heeft een cheque van 1,9 miljoen euro overhandigd aan het Centrum Innovatief Vakmanschap Chemie in het Rijnmondgebied. Het centrum biedt mbo-leerlingen een betere opleiding voor technische beroepen in de haven en industrie. De uitreiking vond plaats op de locatie van het Scheepvaart- en Transportcollege in Brielle. Binnen het centrum werken het Albeda College, ROC Zadkine en het Scheepvaart- en Transport College samen met circa veertig bedrijven - verenigd binnen Deltalinqs - uit de energie-, proces- & (petro)chemische sector. Doel van het centrum is om binnen de regio de krachten te bundelen bij het opleiden van jonge operators en onderhoudstechnici. Het centrum is geconcentreerd rond de onderwijslocaties Brielle en de RDM Campus. De samenwerking richt zich op de promotie van de opleidingen tot onderhoudstechnicus en operator. Elk jaar is de vraag naar nieuwe medewerkers hoger dan het aantal gediplomeerde schoolverlaters. Het centrum zal deels leerlingen vanuit andere technische mbo-richtingen bewegen tot een specialisatie binnen de procesindustrie, maar vooral de nieuwe instroom van onderhoudstechnici en procesoperators in de industrie vergroten.

aan de gunning van het realisatiecontract voor de versterking van de Afsluitdijk. Bij de toetsing aan de norm voor waterveiligheid in 2006 is gebleken dat verbeteringen nodig zijn om het achterland ook op lange termijn veilig te houden.

elco Brinkman stopt als voorzitter Bouwend Nederland Elco Brinkman treedt terug als voorzitter van Bouwend Nederland. In juni 2013 zal Elco Brinkman de voorzittershamer van Bouwend Nederland neerleggen, na het verstrijken van zijn tweede volle zittingstermijn. ‘Het waren jaren met hoogtepunten maar, en ik zeg helaas, ook dieptepunten, waarbij de huidige crisis de negatieve kroon spant’, aldus Brinkman.

Onderhoud landingsbaan awacs pas in 2014 Het onderhoud van de start- en landingsbaan van de Awacs-basis in het Duitse Geilenkirchen begint niet in 2013 maar wordt in zijn geheel in 2014 uitgevoerd. Maar het latere onderhoud leidt niet tot extra geluidsoverlast. Dat antwoordt VVDminister Jeanine Hennis-Plasschaert van Defensie op vragen van CDATweede Kamerlid Raymond Knops uit Hegelsom.

01

iMaintain 13

006_7_9_D_actueel.indd 9

22-01-13 13:44


10 interview

‘Lean en Six Sigma zijn geen besparingsprogramma’s’

Marcel van Assen: ‘Begrijp me niet verkeerd, bedrijven kunnen veel profijt hebben van Operational excellence, maar dan vooral doordat zowel de efficiëntie als de effectiviteit van hun handelen omhoog gaat.’

01 13 iMaintain

010_11_12_H_interview.indd 10

Abonnees lezen meer op www.i-maintain.nl

23-01-13 09:30


interview 11

Organisaties die Lean innvoeren vanuit de doelstelling bezuinigen, blijken op de lange termijn weinig resultaat te boeken, terwijl organisaties die Lean in voeren om te professionaliseren als snel forse besparingen behalen. Marcel van Assen, bijzonder hoogleraar Operational Excellence bij TiasNimbas Business School, kent de paradox waarmee bedrijven worstelen. ‘Je moet dus geen besparingsdoel hebben, maar de organisatie professionaliseren. Lean invoeren kost juist geld, tijd en capaciteit en veel managementaandacht.’

‘Er zijn maar weinig bedrijven die de crisis niet op een of andere manier voelen. Een gesprek over Operational Excellence, Lean Manufacturing of Six Sigma is in dat licht misschien wat verkeerd getimed. Sommige (industriële) bedrijven willen liever geen mensen ontslaan in deze krimpende markt vanwege de verwachte schaarste op de arbeidsmarkten. Omdat er nu minder werk is, zit men vaak te ruim in zijn jas. Die bedrijven voelen tegenwoordig geen urgente noodzaak om Lean in te voeren’, zegt Marcel van Assen, senior managing consultant bij Berenschot en bijzonder hoogleraar Operational Excellence bij TiasNimbas Business School. ‘Ze kiezen op dit moment er dan ook vaak voor om zoveel mogelijk te besparen op andere zaken, maar dat is nog niet zo gemakkelijk.’

Is dat verstandig? ‘Een Lean-traject leidt niet automatisch tot besparingen, vooral als deze is ingestoken als een besparingsprogramma. Wanneer de directie van een bedrijf aankondigt dat ze Lean of Six Sigma gaan invoeren, zie je de CFO zich vaak al rijk rekenen. Dat is een grote misvatting van Lean. In een productieomgeving kun je nog wel materiaal besparen door verspilling te verminderen, maar een dienstverlener zal al veel meer moeite hebben om te besparen met Lean. De drijfveer van zo’n traject zou dan ook niet zozeer geldbesparing moe-

David van Baarle

ten zijn, maar vooral het beter voldoen aan de vraag van de klant en meer output met dezelfde middelen.’

Voor wie is Operational Excellence dan wel interessant? ‘Ik denk dat de grote industriële bedrijven in de jaren 90 al sprongen hebben gemaakt met Operational Excellence. Daarna volgden de banken gevolgd door de energiebedrijven. Je ziet de grootste interesse bij de voormalige staatsbedrijven die nu geprivatiseerd zijn. Partijen als NedTrain en ProRail, maar ook de beheerders van de energie-infrastructuur zoals Enexis, Alliander en Stedin of zijn dienstverlener Joulz willen meer grip krijgen op de prestaties van hun assets. Ook bij die bedrijven geldt overigens dat de grootste drijfveer vaak is om de kostprijs naar beneden te krijgen en gelijkertijd de output te verhogen. Toch zie ik vaak dat het gaat om een verkapte poging om te bezuinigen. Begrijp me niet verkeerd, ze kunnen veel profijt hebben van Operational Excellence, maar dan vooral doordat zowel de efficiëntie als de effectiviteit van hun handelen omhoog gaat.’

Wat is er dan overgebleven van Customer Intimacy en Cost Leadership? ‘Die termen worden genoemd in het model van Treacy & Wiersema. Dat het model beperkingen kent, geven de auteurs overigens zelf ook toe in hun eigen artikel.

De idee dat bedrijven voor een specifieke strategie moeten kiezen en daarbij blijven, is een beetje achterhaald.

De idee dat bedrijven voor een specifieke strategie moeten kiezen en daarbij blijven, is een beetje achterhaald. Er zijn zat voorbeelden te noemen van bedrijven die voor twee strategieën kiezen en daar zeer succesvol in zijn. Ik zeg altijd: kiezen is verliezen. Waarom zou je er niet naar streven om de klant datgene wat hij wil tegen een acceptabele prijs en dito kwaliteit te bieden? Als de klant variatie wil, moet je dat zo goedkoop mogelijk bieden.’

Hoe kunnen dienstverleners hun eigen organisatie aanpassen op zo’n klant? ‘Ik denk dat een goede contractor zijn organisatie zo moet inrichten dat hij kan mee-ademen met de klant. Ook zij zullen hun organisatie zo moeten stroomlijnen dat ze snel kunnen anticiperen op ontwikkelingen in de markt. Momenteel zitten veel bedrijven dankzij de crisis in een lastig parket. Zodra de productie omlaag gaat, zullen ze moeten snijden in de kosten. Dan is vaak de eerste reflex om alle contractors de deur uit te doen omdat dat nu eenmaal minder ingrijpend is dan eigen personeel ontslaan. Contractors kunnen dan terugvallen op hun contract en boeteclausules effectueren, of ze kunnen hun verlies nemen en de klant waar mogelijk helpen.’

Zouden bedrijven dan alles moeten uitbesteden? ‘Dat is zo’n vraag die altijd weer opkomt bij crisissituaties. Uitbesteden kan interessant zijn, maar het inschakelen van een aannemer is niet per definitie goedkoper. Het is geen uitzondering dat een aannemer weer een onderaannemer in de arm neemt, die op zijn beurt ook weer werk uitbesteedt. Het uurtarief van zo’n onderonder-aannemer kan wellicht goedkoper zijn, maar of je daadwerkelijk goedkoper uit bent, is maar zeer de vraag.’

01

iMaintain 13

010_11_12_H_interview.indd 11

23-01-13 09:30


12 interview

Dienstverleners kunnen toch ook volgens de regels van Operational Excellence werken? ‘Ja, dienstverleners in de industrie kunnen in ieder geval duidelijke KPI’s afspreken en Hands on Tool Time-metingen verrichten. Ze kunnen doorlooptijden meten en efficiency en effectiviteitsverbeteringen doorvoeren. Er zijn echter ook softere criteria die lastig te toetsen zijn. Bij een gemeente-instelling vindt doorgaans weinig KPI-sturing plaats via dagstarts en een keek-op-de-week zoals vaak in een Lean-omgeving gebeurt. Ook kun je in een overheidsorganisatie niet zo gemakkelijk mensen ontslaan, waardoor de ambtenaar niet vanzelfsprekend meedoet in een top-down invoering van Lean. Daarom wordt bij non-profit dienstverlening vooral gekozen voor bottom-up invoering van Lean waarbij het continu verbeteren van je eigen werk en je werkprocessen en het leveren van klantwaarde centraal staan. Dat moet niet alleen efficiëntie opleveren, maar Lean moet in die omgevingen ook leuk zijn, of anders leuk worden gemaakt. In sommige dienstverlenende systemen zijn Lean en Six Sigma niet zo geschikt, vooral in zogenaamde frontoffice & capability-processen met veel variatie, weinig volume en veel klantinteractie. Het leveren van paspoorten is, net als de dienstverlening van McDonalds, bijvoorbeeld wel te standaardiseren aangezien het een commodity-dienst is, waarvoor Lean Six Sigma geschikt is. Lean zelfs meer dan Six Sigma omdat Lean meer bottom-up is en Six Sigma meer top-down. Overigens lijken dienstverleners, zoals banken, terug te komen van top-down verbetermethoden als Six Sigma. Er is vaak meer te halen met het creëren van een cultuur van continu verbeteren en het reduceren van verspilling dan met top-down analyses en blauwdrukken ontwikkelen en verbeteringen invoeren. Lean is vooral geschikt als er veel laaghangend fruit is. Zodra dat niet het geval is, moet een meer geavanceerde methode zoals Six Sigma worden ingezet om een verbetering te vinden en te realiseren.’

Maar bij een industriële dienstverlener is het dus beter te meten. ‘Maar ook daar moet je oppassen dat het niet te bureaucratisch wordt. Ik heb

Het gaat om het streven naar het leveren van perfectie tegen de laagst mogelijke kosten. En dat lukt pas als dat streven naar perfectie en continu verbeteren in het DNA van het bedrijf komen te zitten.

gezegd dat de productiviteit van de monteur vooral wordt bepaald door hoe het werk is geregeld. In de praktijk blijkt vaak dat planning en werkvoorbereiding niet op orde zijn. Een monteur is dan veel tijd kwijt met wachten op de juiste materialen of er blijkt toch een graafmachine nodig terwijl dat niet geregeld is. Andere vertragende factoren zijn dat de klant niet op tijd is, materiaal niet beschikbaar is of dat er te veel administratieve lasten of handelingen nodig zijn. Men moet nog even bellen met de uitvoerder of de centrale planning inlichten, en ga zo maar door. Een monteur is veel tijd kwijt met problemen die geregeld zouden moeten zijn door planning en werkvoorbereiding. Gelukkig kun je wel veel ondervangen met een goede organisatie, ondersteund door ICT. Door eenvoudige invoer, via standaardformulieren die gemakkelijk op te roepen zijn, kun je heel wat tijd besparen. Bedrijven kunnen nog veel efficiëntie winnen door standaardisatie, versimpelen en vervolgens zoveel mogelijk wegautomatiseren.’

Straks trekt de economie weer aan, denkt u niet dat bedrijven zich daar al op moeten voorbereiden? ‘Ik denk wel dat dat verstandig is. Lean en Operational Excellence zijn eigenlijk geen bezuinigingsmethoden maar hebben als doel de organisatie te professionaliseren. In een crisis is er weinig tijd, capaciteit en financiële middelen om te professionaliseren. Dat is echter wel nodig om klaar te zijn voor groei. In slechte tijden, als je ruim in je personeel zit, maar je wilt geen mensen ontslaan, is het moeilijker om Lean in te voeren om de productiviteit te verbeteren. Je moet de mensen die je overhoudt in een ‘geleaned’ proces uit dat proces halen, anders creëren ze nieuwe verspilling. Maar dan moet je wel wat te doen hebben voor die mensen, of ze ontslaan. En ontslaan willen organisaties niet en als ze ook geen extra of ander werk

hebben, doen ze liever niets. Organisaties die Lean invoeren vanuit de doelstelling bezuinigen, blijken op de lange termijn weinig resultaat te boeken onder andere vanwege slechte borging van de besparing, terwijl organisaties die Lean invoeren om te professionaliseren als snel forse besparingen behalen. Dat is de paradox. Je moet dus geen besparingsdoel hebben, maar het professionaliseren van de organisatie moet het doel zijn. Lean invoeren kost juist geld, tijd en capaciteit en veel managementaandacht. Het gaat om het streven naar het leveren van perfectie tegen de laagst mogelijke kosten. Het streven naar perfectie vanuit een cultuur van continu verbeteren. En dat lukt pas als dat streven naar perfectie en continu verbeteren in het DNA van het bedrijf komen te zitten.’

Zo’n langetermijnvisie past ook beter bij de trend van maatschappelijk verantwoord ondernemen. ‘Dat klopt, maar MVO staat nog in de kinderschoenen. Hoewel veel bedrijven zeggen maatschappelijk verantwoord te ondernemen, zijn er nog maar weinig die er geld aan verdienen. Ik denk wel dat de trend naar bewuster en duurzamer ondernemen doorzet, maar bedrijven hebben tijd nodig om over te schakelen. Wat dat betreft zitten we in een interessante tijd met energievraagstukken, grondstoffen worden schaars evenals gekwalificeerd personeel. Waar men bang was dat alle productie zich naar China zou verplaatsen, zie je grote bedrijven investeren in lokale productie. We zitten op een kantelpunt op economisch, maar ook maatschappelijk vlak. Japanse witgoedfabrikanten die fabrieken hebben geopend in China worden vanwege de Japan-China-ruzie om enkele eilanden gedwongen naar andere lagelonenlanden te gaan, zoals Turkije. De risico’s voor dienstverleners nemen toe. Daar dienen zij op te anticiperen.’ n

01 13 iMaintain

010_11_12_H_interview.indd 12

23-01-13 09:30


THEMA 13

Hightech maintenance Wat klinkt er nou meer hightech dan ruimtevaarttechnologie? Op het European Space Research and Technology Centre (ESTEC) in Noordwijk maken 2.700 medewerkers hun jongens/meisjesdroom toch nog een beetje waar, door ruimtemissies mede te faciliteren. In Noordwijk worden onder andere satellieten getest. Satellieten worden in de ruimte blootgesteld aan temperaturen variërend van -180 graden Celsius tot +100 graden Celsius. De tests duren vaak maanden en mogen niet onderbroken worden. Betrouwbaarheid van installaties is dus cruciaal. Het onderhoud aan de faciliteiten moet dus haast net zo hightech zijn als de faciliteiten zelf. Ook op microniveau is de wetenschap hard bezig aan hightech technologieën. In de materiaalkunde is men inmiddels zover dat materialen gaan doen wat wij willen. Dus niet ‘hoe zit het in elkaar en hoe kun je daaruit de eigenschappen verklaren?’, maar ‘Ik wil graag een materiaal dat de volgende eigenschappen heeft’. Dit kan het onderhoudsvak flink veranderen: ‘Over vijf jaar hopen we een palet aan technieken aan het werkveld te geven, en de hoop is dat mensen die echt weten hoe je een schip bouwt, of een coating maakt, dat vervolgens verder kunnen vertalen naar hun eigen beroepspraktijk.’

01

iMaintain 13

013_I_themaspread.indd 13

22-01-13 13:40


14 HigHtecH Maintenance

Ruimtevaarttechnologie stelt hoge eisen aan onderhoud Het european Space Research and technology centre (eStec) in noordwijk is het grootste onderzoekscentrum van de europese ruimtevaartorganisatie eSa. Specialisten van dit centrum zetten nieuwe eSa-projecten op en begeleiden die. Ook testen ze of satellieten bestand zijn tegen de extreme omstandigheden in de ruimte. De technische installaties moeten niet alleen onderhouden worden, maar altijd maximaal beschikbaar zijn. Jean-claude Saugere, hoofd van de eSa/ eStec Facility Management Division, vertelt wat hierbij zoal komt kijken. Erik te Roller

Op het terrein van ESTEC in Noordwijk van 44 hectare staan testfaciliteiten voor satellieten, laboratoria, werkplaatsen, kantoren en sporthallen voor de meer dan 2.700 medewerkers die daar werken. Bij het onderhoud gaat het voor een derde om kantoren, voor een derde om laboratoria en voor een derde om technische installaties. In juli 2011 heeft ESA het beheer en onderhoud van de installaties en gebouwen en de begeleiding van de nieuwbouw bij ESTEC uitbesteed aan Cofely voor officieel drie jaar met mogelijk verlenging tot vijf jaar. Het contract heeft een waarde van drie miljoen per jaar. ‘We hebben voor hen gekozen, omdat het bedrijf over een brede expertise beschikt, kan meehelpen om besparingen te realiseren en in staat is om nieuwe ontwikkelingen op de voet te volgen’, zegt Jean-Claude Saugere, hoofd van de ESA/ ESTEC Facility Management Division.

IJskoude schaduwzijde Vooral testcentra voor satellieten stellen hoge eisen aan het onderhoud, omdat de testfaciliteiten zonder onderbreking moeten kunnen functioneren. ESTEC test satellieten

01 13 iMaintain

014_15_17_J_artikel.indd 14

voordat ze met een raket vanaf Bajkonoer in Rusland of vanaf Kourou in Frans Guyana de ruimte in geschoten worden. Saugere: ‘We testen onder andere of de satellieten bestand zijn tegen sterke trillingen bij de lancering en de extreme temperatuursverschillen in de ruimte. Aan de schaduwzijde van de satelliet is het al gauw -180 graden Celsius en aan de kant van de zon +100 graden Celsius. We simuleren dat in een tank onder vacuüm. De extreme koude in de tank bereiken we met behulp van vloeibare stikstof. Aan één zijde warmen we de satelliet op met een lichtinstallatie met lampen van zeshonderd kilowatt.’ Voor het koelen van testhallen, laboratoria en kantoren maakt ESTEC gebruik van installaties met een vermogen van 1600 kilowatt die koelwater van zes à zeven graden produceren (chilled water). Het koele water neemt de warmte op via warmtewisselaars in zogenoemde air handlers. De testruimten moeten ook stofvrij zijn, omdat stofdeeltjes de werking van de kostbare satellieten en de wetenschappelijke instrumenten in de ruimte kunnen verstoren. ESTEC telt zo’n dertig tot veertig grote en kleine clean rooms. Sommige van die testruimten zijn wel twaalf meter hoog. In die ruimten test ESTEC bijvoorbeeld ook de Galileonavigatiesatellieten voordat ze de ruimte in gaan. Dit navigatiesysteem is de tegenhanger van het Amerikaanse gps-systeem en omvat dertig satellieten die in 2014 operationeel zullen zijn. Met de ‘TomTom’ kan de positie op één meter nauwkeurig bepaald worden in plaats van vier meter zoals bij gps, en tot twintig centimeter nauwkeurig tegen extra betaling. Om het klimaat in de gebouwen nog nauwkeuriger en energiezuiniger te kunnen regelen, helpt Cofely met de introductie van een nieuwe techniek, de OKNI Active Chilled Beam, van het Nederlandse bedrijf Solid Air International in Sappemeer. De Active Chilled Beam

Abonnees lezen meer op www.i-maintain.nl

22-01-13 13:39


HIGHTECH MAINTENANCE 15

Op het European Space Research and Technology Centre test men onder meer satellieten voordat ze met een raket gelanceerd worden. Tests duren soms maanden en beschikbaarheid van installaties is dan cruciaal. Gaat het mis, dan moeten de onderzoekers van voor af aan beginnen.

voorziet ruimtes van frisse lucht, verwarmt of koelt zonder ventilator of luchtfilter en vergt weinig onderhoud. De installatie kan eventueel aan een warmtepomp of geothermische installatie gekoppeld worden. ‘In 2015 gaan we ruimten ook geothermisch verwarmen of koelen in combinatie met een warmtepomp’, aldus Saugere.

Onderhoudsprestaties ESTEC heeft afspraken gemaakt over de onderhoudsprestaties. Saugere: ‘In 2000 voerden we het onderhoud nog op de klassieke manier uit. We vertelden een onderhoudsbedrijf wat het aan elke installatie moest doen en huurden het nodige personeel in. Eind 2007 besloten we het onderhoud net als andere diensten uit te besteden. Wat we tegen het onderhoudsbedrijf zeiden, kwam neer op ‘dit is wat we willen’ en ‘het is aan jullie om te beslissen wat jullie doen en hoe jullie alles onderhouden’. Daarmee gaven we het onderhoudsbedrijf echter te veel vrijheid. Af en toe functioneerden bepaalde regelingen voor temperatuur en druk niet, omdat de sensoren niet waren gekalibreerd. Als je niet regelmatig kalibreert,

kan het voorkomen dat een sensor bij 18 graden Celsius het signaal afgeeft dat het 22 graden is. Dat helpt natuurlijk niet om een ruimte op de juiste temperatuur te brengen. De toenmalige contractor liet het kalibreren achterwege, omdat dit extra tijd en geld kostte, maar dat vonden wij niet acceptabel. Bij het nieuwe contract, dat in 2011 is ingegaan, stellen we daarom een aantal taken verplicht, waaronder het kalibreren van meetinstrumenten. Op die manier zijn we ervan verzekerd dat onze bedrijfskritische processen niet verstoord of onderbroken kunnen worden.’

indicatoren om te meten of de contractor aan die doelstellingen voldoet. Verder werkt Cofely in Noordwijk met een vaste kernploeg van ongeveer veertig specialisten, die weer vijftig onderaannemers aanstuurt.

Onderdelen beoordelen Om het preventief onderhoud goed te kunnen uitvoeren, maakt men op verzoek van ESTEC onder licentie gebruik van het softwareprogramma Key Maintenance Indicators System (KMIS) van de Belgische firma AME. Dit is een nieuw hulpmid-

‘Bij het nieuwe contract, dat in 2011 is ingegaan, stellen we een aantal taken verplicht, waaronder het kalibreren van meetinstrumenten. Op die manier zijn we ervan verzekerd dat onze bedrijfskritische processen niet verstoord of onderbroken kunnen worden.’ Het contract is gebaseerd op prestaties. Voor het onderhoud van technische installaties en gebouwen zijn bepaalde doelstellingen gesteld. Die staan in het contract beschreven, evenals de prestatie-

del om objectief vast te stellen hoe de staat van onderhoud van gebouwen is. Uitgangspunt bij deze methode is om iedere structuur of technische installatie op de splitsen in onderdelen en de conditie

01

iMaintain 13

014_15_17_J_artikel.indd 15

23-01-13 09:31


industrial events promotions

Uw partner bij werkzaamheden op hoogte. Height Specialists is één van de grootste IRATA bedrijven van Nederland en kan onderhoudswerkzaamheden professioneel en snel voor u uit voeren; zowel on- als offshore. Met veilige en duurzame Rope Access technieken komen wij op plaatsen waar geen steigers, hoogwerkers of platforms geplaatst kunnen worden.

Wij zijn gespecialiseerd in:  bekabeling  conserveren  herstelwerkzaamheden  industriële reiniging  inspectie en controle  installatie van pijpen

en constructies  kitten  lassen  niet-destructief

onderzoek (NDO)

Bekijk de mogelijkheden op www.heightspecialists.nl

Height

Specialists

is

ISO

9001,

Height Specialists

IRATA, TÜV en VCA-P gecertificeerd.

Weg en Land 48

Wij zijn u ook graag van dienst met

2661 KR Bergschenhoek

montagewerkzaamheden,

advisering,

inspectie, trainingen en materiaal.

016_hight.indd 1 Adv_EuropoortKringen_210x297mm_rechterpag.indd 1

015 - 256 56 62 info@heightspecialists.nl

21-01-13 09-11-12 17:07 15:15


HigHtecH Maintenance 17

van elk onderdeel te onderzoeken en op basis daarvan de conditie van de installatie te beoordelen volgens een bepaalde ranglijst. De veranderingen van condities kunnen vergeleken worden met die van technische installaties in een grote database van KMIS. Als het contract te zijner tijd afloopt, moet Cofely bij overdracht van zijn werkzaamheden aan een opvolger zorgen dat de installaties in gelijke staat van onderhoud verkeren als bij de aanvang van het contract. De licentie van KMIS gaat dan over naar een ander bedrijf. Het contract heeft officieel een looptijd van drie jaar met twee keer een jaar verlenging. ‘Drie of vier jaar is eigenlijk te kort voor een contractor’, vervolgt Saugere. ‘Zo’n bedrijf moet tijd en geld investeren om de installaties te leren kennen en uit te zoeken hoe de kosten verder omlaag kunnen. Drie of vier jaar is eigenlijk te kort om die investering terug te verdienen. Een dergelijk contract moet minstens vijf jaar lopen en eventueel tot zeven jaar verlengd kunnen worden.’

Alarmcentrale in Arnhem Saugere is tevreden over de prestaties tot nu toe en vooral over de service. Zo heeft de contractor aangeboden om de installaties van ESTEC voortaan ’s nachts vanuit zijn alarmcentrale in Arnhem in de gaten te houden. Bij afwijkingen of storingen waarschuwt de bewaking in Arnhem een specialist in de buurt van Noordwijk die er gelijk op af gaat en het probleem verhelpt. Dat komt regelmatig voor, omdat ESTEC over heel wat installaties beschikt. ‘Bepaalde processen zijn bedrijfskritisch. Sommige testen duren bijvoorbeeld wel zes maanden achtereen. Die moeten zonder onderbreking kunnen doordraaien, want anders moeten we weer overnieuw beginnen. Daarom bewaakten we de installaties ook 24 uur per dag het hele jaar door. Dit gebeurt nu ’s nachts vanuit Arnhem. Zodoende hoeft er geen uitgebreide nachtploeg in Noordwijk aanwezig te zijn. Dat bespaart ons per saldo vier ton per jaar’, aldus Saugere. Ook denkt de contractor mee over energiebesparing. Bij de vernieuwing van de sporthal zorgt het bedrijf ervoor dat er een zonneboiler op het dak komt te staan. Dat bespaart weer energiekosten. Verder beschikt het bedrijf uit Brussel over de nodige onderzoekers, laboratoria en test-

centra om nieuwe zaken uit te proberen. Op die manier kan ESTEC rekenen op ondersteuning bij het invoeren van nieuwe technieken en bij het in gebruik nemen van nieuwe installaties en instrumenten. En als zich problemen voordoen kan het bedrijf helpen die op te lossen.

Ultrasone lekdetector Een interessant nieuw gereedschap voor preventief onderhoud is het ultrasone apparaat van UE Systems om lekken mee op te sporen. ‘In een ruimte waar installaties perslucht maken voor de hele locatie, zagen we met dit apparaat meteen lekken die we nooit eerder hadden ontdekt. We

merken de lekken nu eerder op en besparen daardoor energie’, aldus Saugere. Met dit apparaat kun je ook mogelijke problemen met hoogspanningsinstallaties in een vroeg stadium vaststellen. Hierdoor kan de bedrijfsvoering verder verbeterd worden. Cofely is bij een tender uit een aantal kandidaten gekozen. ‘De oplossingen die het aanbiedt, sluiten volledig aan bij onze behoefte. Dat heeft bij de keuze de doorslag gegeven. Ook het kunnen inspelen op nieuwe ontwikkelingen vinden we belangrijk, omdat we nu eenmaal werken in een sector waar innovatie aan de orde van de dag is’, zo besluit Saugere. n

01

iMaintain 13

014_15_17_J_artikel.indd 17

22-01-13 13:40


18 HigHtecH Maintenance

Materiaaleigenschappen op bestelling Metaal, kunststof, aluminium, steen, hout: materialen hebben hun eigen specifieke eigenschappen, waardoor je ze in bepaalde situaties kunt gebruiken. als het aan dr. Kees Storm ligt, kunnen we in de nabije toekomst niet alleen zelf bepalen aan welke eigenschappen een materiaal moet voldoen, maar dat materiaal vervolgens ook laten maken. Pieter Pulleman

Materiaal met precies de gewenste eigenschappen produceren … Dat het in het verschiet ligt, is de stellige overtuiging van dr. Kees Storm van de Technische Universiteit Eindhoven. ‘In de materiaalkunde gaan we uit van de structuur van een materiaal: hoe zit het in elkaar en hoe kun je daaruit de eigenschappen verklaren? In ons nieuwe onderzoek willen we het andersom doen: ‘Ik wil graag een materiaal dat de volgende eigenschappen heeft’. Welke structuur moet ik daarvoor bouwen?’ Natuurkundige Storm werkt met zes onderzoekers van andere universiteiten aan zogenoemde ‘marginale materialen’. Een geheel nieuwe klasse materie, die ontstaat als je uit een sterk verbonden structuur één voor één alle overbodige verbindingen wegneemt. Het mechanisch gedrag van zulke materialen, net voordat ze hun samenhang verliezen en uiteenvallen, is uniek en biedt allerlei voordelen.

Spaghetti Het concept van de marginaliteit laat zich het beste uitleggen met een voorbeeld. Storm: ‘Neem een stenen gebouw waaruit je één voor één de overbodige stenen wegneemt. Het gebouw wordt steeds wankeler, maar blijft staan. Tot je de laatste steen wegneemt waarna het instort; de hele structuur valt dan ineens om. Datzelfde principe zie je in materialen gemaakt van polymeren. Polymere materialen zijn op het kleinste niveau als een wanordelijke spaghetti die op allerlei manieren met zichzelf is verknoopt en ook hierin kun je één voor één de bouwstenen wegnemen. De laatste steen, de laatste verbinding, maakt het verschil tussen blijven staan of omvallen.’ Dat punt noemen de onderzoekers het marginale punt. Hele kleine veranderingen in de structuur hebben er hele grote gevolgen voor de eigenschappen van het materiaal: een ‘smart material’ dus. Storm: ‘Zo kan bijvoorbeeld iets wat heel zacht is met hele

01 13 iMaintain

018_19_21_O_artikel.indd 18

kleine modificaties, of onder geringe vervorming, plotseling heel hard worden. Dat is nuttig, bijvoorbeeld voor materialen die andere zaken moeten beschermen. Je wilt dan een materiaal hebben dat sterk kan zijn, maar het liefst alleen als het nodig is – verder moet het niet in de weg zitten.’

‘Het vakgebied materiaalkunde drijft op mensen met een jonge, nieuwe en frisse blik en een andere achtergrond.’ Omdraaien Onderzoekers weten al heel veel over de structuren van materialen en hoe die zich vertalen in eigenschappen. ‘Na een inventarisatie van de kennis in onze zeven groepen ontstond het idee: ‘Kunnen we het nou niet omdraaien?’. Kunnen we op bestelling bepaalde eigenschappen in een materiaal ontwerpen?’ De conclusie was dat zoiets mogelijk moet zijn. Storm: ‘De kennis van nu is ver genoeg gevorderd om op een zinvolle manier te gaan ontwerpen in materiaaleigenschappen. Daarbij kwam in ons veld ook een geheel nieuw concept naar voren; het principe van de marginaliteit.’ De ideeën over marginaliteit zijn overigens niet nieuw, verklaart Storm. ‘De natuurkundige Maxwell ontdekte al dat er iets ‘geks’ gebeurde als je verbindingen in een materiaal doorknipt, maar pas nu kunnen wij het dankzij onze krachtige computers in detail uitwerken.’ Uit deze eerste fase van het onderzoek blijkt inderdaad dat kleine veranderingen in structuur, temperatuur, compositie en belasting een ongekend sterk effect hebben op de eigenschappen van een marginaal materiaal. Dat principe wijst de weg naar materialen die sterker worden als ze dreigen te breken, die zich-

Abonnees lezen meer op www.i-maintain.nl

22-01-13 13:39


HigHtecH Maintenance 19

De materiaalkunde is op een punt aangekomen waarin onderzoekers zelf eigenschappen kunnen meegeven aan materialen. een van de toepassingen kan verpakkingsmateriaal uit polymeren afkomstig van hernieuwbare grondstoffen zijn.

zelf kunnen repareren of die uitstekend schokken en geluid kunnen absorberen. Storm: ‘Of materialen die heel licht zijn en toch verschrikkelijk sterk, of die uitzetten als je erop drukt, of die krimpen als je eraan trekt.’

Praktijk De resultaten van het onderzoek met de computermodellen leidden tot een bijdrage van bijna 1,7 miljoen euro van de Stichting voor Fundamenteel Onderzoek der Materie (FOM). De onderzoekers gaan hiermee proberen om de modellen naar de praktijk te vertalen. Storm: ‘We gaan bijvoorbeeld kijken naar de propagatie van geluid in marginale materialen. Het computermodel van collega Vitelli uit Leiden laat namelijk zien dat dicht bij het punt van marginaliteit geluidsgolven zich maar heel moeilijk kunnen voortplanten, zelfs in vrij dunne lagen. Nu is het aan ons dat materiaal te maken en te kijken of het model klopt. Ook werken we aan een materiaal zijn dat zichzelf versterkt, harder wordt, als het vervormt. Dat is een kunstje dat veel biologische materialen al kunnen, en de vraag is of we datzelfde in synthetische materialen ook kunnen berei-

ken. Daar hebben we al hele concrete ideeën over. Dat kan handig zijn als biologisch ‘reparatiemateriaal’ bijvoorbeeld bij orgaantransplantaties of defecte bloedvaten. Je kunt echter ook denken aan het maken van verpakkingsmateriaal uit polymeren afkomstig van hernieuwbare grondstoffen - bijvoorbeeld van cellulose dat in grote hoeveelheden overblijft als reststof na verwerking van voedselgewassen. Als je controle hebt over de microstructuur waarin de polymeren zich in zo’n materiaal schikken, dan ben je maar in beperkte mate gebonden door het precieze soort polymeer. Dat opent mogelijkheden voor hoogwaardige toepassingen van hernieuwbare, groene grondstoffen.’

Zelfherstellend Wereldwijd loopt er onderzoek naar zelfherstellende materialen. Meestal gaat het daarbij om materialen waarbij een extra bestanddeel moet zorgen voor het zelfherstellend effect. Bijvoorbeeld superkleine bolletjes met lijm die openbarsten als het materiaal waar ze inzitten, scheurt. Storm: ‘Ons ‘unique selling point’ is dat we uitgaan van de eigenschappen van het materiaal zelf en geen extra toevoegingen

nodig hebben. We zoeken bijvoorbeeld naar materialen die zelf automatisch een schade repareren, dus zonder tweede component maar door de mechanische eigenschap. Bijvoorbeeld door op het juiste moment te gaan vloeien als een scheur ontstaat waardoor de scheur direct weer opvult met hetzelfde materiaal. Dat is het soort principes waar je naar kunt kijken als je responsieve materialen hebt, want je hebt iets nodig wat heel snel en heel specifiek zijn eigenschappen kan switchen in respons op een stimulans uit de omgeving. Als dat principe inderdaad werkt – en dat moet de komende vijf jaar blijken – dan komen dat soort toepassingen inderdaad in beeld.’ Krijgen we straks bijvoorbeeld scheepswanden of opslagtanks die niet meer lek kunnen? Storm: ‘Theoretisch zie ik wel kansen, maar om het vervolgens op te schalen naar een heel schip … Daar komen weer andere uitdagingen bij kijken waar ik te weinig van afweet. Het gaat ons om ‘proof of principle’. Over vijf jaar hopen we een palet aan technieken aan het werkveld te geven, en de hoop is dat mensen die echt weten hoe je een schip bouwt, of een coating maakt, dat

01

iMaintain 13

018_19_21_O_artikel.indd 19

22-01-13 13:39


KENNIS MOET JE OOK ONDERHOUDEN. • Hoeveel onderhoud is juist genoeg? • Kunnen we met de onderhoudsfunctie geld verdienen? • Hoeveel kan onderhoud bijdragen aan het bedrijfsresultaat? • Wat is Excellent Onderhoud en hoe geef ik dit vorm?

Extra start Post-HBO OT op 26 febr uari in Hoogev een. Informeer!

WAARDECREATIE DOOR GOED ONDERHOUD Een onderhoudsopleiding bij Hogeschool Utrecht helpt u in uw eigen bedrijf de antwoorden te vinden op deze vragen. In de afgelopen jaren zijn vele mooie resultaten en forse besparingen bereikt bij de deelnemende bedrijven. Door de brede scope op zowel Materiaalkunde, Engineering, Inspectie als Onderhoud bieden onze opleidingen op het gebied van Onderhoud precies die (integrale) kennis die nodig is om verder te kunnen kijken dan het eigen vakgebied, en daardoor aantoonbaar betere resultaten te boeken. • HBO Onderhoudstechniek • Post-HBO Onderhoudstechnologie • Post-HBO Onderhoud en Management • Master of Engineering in Maintenance & Asset Management

Start 2 oktober 2013 Start 3 oktober 2013 Start 3 oktober 2013 Start 4 februari 2013

Alle genoemde opleidingen kunnen naar wens in-company (op maat) verzorgd worden. Informeer naar de mogelijkheden. Meer weten? Bel 088 481 88 88, mail naar info@cvnt.nl of kijk op www.cvnt.nl.

ER VALT NOG GENOEG TE LEREN

020_hu.indd 1 FC_A4(new).indd 1

21-01-13 10-01-13 17:06 11:09


HigHtecH Maintenance 21

vervolgens verder kunnen vertalen naar hun eigen beroepspraktijk.’ FOM biedt zowel mogelijkheden om concepten richting toepassing te brengen, als om deze vervolgens door te ontwikkelen. Samenwerkingen met de industrie worden daarin bijzonder aangemoedigd – speciaal daarvoor faciliteert en financiert FOM Industrial Partnership Projecten (IPP’s). Kan een ingenieur over tien, twintig jaar het materiaal bestellen met precies die eigenschappen die hij nodig heeft? Storm neemt enkele seconden de tijd om hierover na te denken. Dan, bedachtzaam: ‘Als je het mij vraagt wel. Dat we steeds meer controle hebben over de microscopische structuur van materialen is niet zo wonderlijk meer. Dat gebeurt in de chemie ook al. Ook in de meer fysische richting zie ik enorme kansen. Ik las net in Science dat men erin geslaagd is om bruikbare fibers te spinnen van carbo nanobuizen. Dat is zo’n materiaal waarover je tien, vijftien jaar geleden veel begon te horen, en dat met dit soort ontwikkelingen z’n belofte aan het inlossen is. Datzelfde spoor voorzie ik voor de marginale structuren. Van concept naar bewezen toepassing op labschaal. Dan gaan er nog eens een paar slagen engineering overheen – productie opschalen, verwerking in hoge volumes, productontwikkeling. Van dat traject staan we helemaal aan het begin.’ Vraagt dit straks ook om nieuwe kennis van de engineer? ‘Ja, absoluut. Mijn hoop en verwachting is dat we een hele andere manier van denken in het ontwerp van materialen kunnen bewerkstelligen. Als je iets sterk wilt maken, dan willen de meeste ontwerpers er zo veel mogelijk in stoppen. Maar wat je in het marginale regime ziet, is dat sterkte en dichtheid

dan kun je in hele andere richtingen gaan zoeken dan je intuïtief zou doen en hele fraaie dingen vinden.’

Opleidingen Opleidingen moeten blijven meegaan in de ontwikkeling, vindt Storm. ‘Het is bekend dat er te weinig studenten materiaalkunde zijn. Het vak staat niet hoog op

‘Over vijf jaar hopen we een palet aan technieken aan het werkveld te geven, en de hoop is dat mensen die echt weten hoe je een schip bouwt, of een coating maakt, dat vervolgens verder kunnen vertalen naar hun eigen beroepspraktijk.’

ontkoppelen. En zo kan het best eens zijn dat je met minder meer kunt. Dat bedoel ik met een andere manier van denken over ontwerp. Als je goed benul hebt van wat de basisregels zijn en wat de onderliggende natuur- en materiaalkunde is,

de lijst van ‘sexy’ dingen om te doen. Dat is onterecht, want we blijven tegen echte verrassingen aanlopen in de wereld van klassieke materialen - verrassingen waar diepe wetenschappelijke inzichten aan ten grondslag liggen. Het risico is dat wanneer

er niemand meer voor te porren is, de vernieuwing ook ophoudt. Het vakgebied drijft op mensen met een jonge, nieuwe en frisse blik en een andere achtergrond. Mensen die kijken naar wat er beter of anders kan. Het concept van de marginaliteit komt ook uit een andere hoek aanwaaien.’ Biedt dit ook nieuwe kansen aan de chemische industrie om nieuwe materialen te gaan maken? ‘Absoluut. Er gebeuren al geweldige dingen - hier in Eindhoven, maar ook elders - op het gebied van het ontwerpen van moleculen om materialen mee te maken. Dat levert geweldige resultaten op; mijn collega Rint Sijbesma ontwikkelde een materiaal dat oplicht zodra het vervormt. Als je dat in een coating verwerkt, kun je risicogebieden identificeren omdat het materiaal werkt als een reporter van schade. Dat soort ontwikkelingen zijn er al, en wij kijken meer naar de ruimtelijke structuur van een materiaal. Die aanpak levert, juist in combinatie met de chemie, een veelheid aan echt nieuwe richtingen in materiaalontwerp op.’ n

01

iMaintain 13

018_19_21_O_artikel.indd 21

22-01-13 13:39


22 WHAT’S NEXT

Om ervoor te zorgen dat personeel in crisistijd niet angstvallig op dezelfde plek blijft zitten, hebben ondernemingen in Rotterdam de koppen bij elkaar gestoken. Zij willen personeel gaan uitruilen. Het gaat om werknemers bij ING, Rabobank, Eiffel, Dura Vermeer, Ordina, RET, de gemeente Rotterdam en het Maasstad Ziekenhuis.

Rotterdamse bedrijven wisselen personeel uit Mensen uitruilen De gemeente Rotterdam nam het initiatief tot dit overleg. Daar moeten immers 2450 arbeidsplaatsen verdwijnen. Verantwoordelijk wethouder Jantine Kriens (PvdA) wilde kijken of ze op die manier werk voor ambtenaren kon vinden die het gemeentehuis moeten verlaten. De bijeenkomst leidde uiteindelijk tot het idee om vooral mensen uit te gaan ruilen, zodat werknemers in tijden van schaarste op de arbeidsmarkt toch de kans krijgen verder te kijken. Dat wordt door de crisis steeds moeilijker omdat veel werknemers vanwege de slappe arbeidsmarkt uit zekerheid blijven zitten waar ze zitten.

Vacatures Naar aanleiding van de eerste bijeenkomst bellen de bedrijven elkaar nu op om tijdelijke of nieuwe vacatures opgevuld te krijgen. Wel moeten de plannen om personeel uit te ruilen nog verder worden uitgewerkt. Zo wordt nog gekeken naar de bestaande arbeidsrechten van personeelsleden.

Koppen bij elkaar De bedrijven hebben inmiddels een tweede bijeenkomst gepland om zo snel mogelijk zaken te kunnen doen. ‘Als je de berichten hoort, lijkt de arbeidsmarkt momenteel een dorre vlakte. Maar het kan ook anders. Als je als werkgevers van grote bedrijven de koppen bij elkaar steekt en bereid bent verder te kijken, kan het gras aan de overkant best groener zijn’, stelt verantwoordelijk wethouder Kriens.

Rotterdamse bedrijven gaan personeel uitwisselen. Tekorten worden zo makkelijker opgelost en werknemers die een nieuwe baan zoeken krijgen meer kansen.

.

01 13 iMaintain

022_23_24_25_L_whatsNEXT.indd 22

23-01-13 09:35


WHAT’S NEXT 23

WEiNig iNNovATiEvE bEdRijvigHEid iN RANdSTAd De economische groei van ‘Randstad Holland’ is onder het gemiddelde van de Europese grootstedelijke regio’s gekomen. Dat blijkt uit de Randstadmonitor 2012. Ook is er relatief weinig innovatieve bedrijvigheid in de Randstad. Stockholm voert op verschillende indicatoren de lijst aan. De Duitse regio’s zijn vergeleken met eerdere Randstadmonitors concurrerender geworden, vooral Berlijn. Deze achtste monitor vergelijkt de economie,

aantrekkelijkheid en leefomgeving van de Randstad met twintig andere stedelijke regio’s in Europa.

Economische groei Over de jaren 2009-2011 valt de economische groei van Randstad Holland, evenals geheel Nederland, terug ten opzichte van andere Europese regio’s. Randstad Holland laat in deze jaren een groei van het bruto regionaal product zien van 1,7 procent tegenover een gemiddelde groei van het bruto regionaal product van de grootstedelijke regio’s van 2,4 procent, en 1,6 procent voor heel Nederland. Het blijkt dat andere grootstedelijke regio’s het qua groei van het bruto regionaal product relatief beter doen over de jaren 2009-2011. De werkgelegenheid blijft in Randstad Holland redelijk overeind in deze periode; de werkloosheid is er ten opzichte van andere grootstedelijke regio’s laag. De ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit gaat relatief traag in Randstad Holland.

Aantrekkelijkheid

De economische groei van ‘Randstad Holland’ blijft achter bij andere Europese regio’s. Wel zijn er lichtpuntjes, zo heeft Luchthaven Schiphol zich in 2012 weten te herstellen.

Randstad Holland is in nationaal opzicht de trekker van de topsectoren life sciences, creatieve industrie, water en logistiek. Amsterdam staat op de vierde plek in de lijst van grote Europese steden naar aantrekkelijkheid als vestigingsplaats. De Randstad is na Wenen en Parijs de derde grootstedelijke regio in Europa voor internationale congressen. Randstad Holland staat met het Ruhrgebied op een gedeelde derde plaats in Europa voor hoofdkantoren van multinationals. Schiphol is de vierde luchthaven voor passagiersverkeer in Europa en realiseert een stevig herstel in 2012. De zeehaven van Rotterdam blijft wat goederenoverslag betreft verreweg de grootste zeehaven van Europa. Op lange termijn neemt de luchtvervuiling in de Randstad af in een tempo dat dicht bij het gemiddelde van de twintig Europese regio’s ligt.

.

bESTEvAER gAAT diENSTEN vERlENEN AAN AdMiRAAl dE RuyTER ZiEkENHuiS Bestevaer verzorgt vanaf 1 april 2013 alle facilitaire diensten voor het Admiraal De Ruyter Ziekenhuis (ADRZ). Bestevaer is een joint venture van het ADRZ, Facilicom en Strukton Worksphere. Het ADRZ heeft bewust niet gekozen voor uitbesteding van de facilitaire diensten. Met dit voor de ziekenhuiszorg unieke concept beoogt het ADRZ de kwaliteit van de dienstverlening te verbeteren en de kosten te reduceren. De kennis en inzet van de ruim 350 facilitaire medewerkers van het ADRZ worden in Bestevaer gecombineerd met die van de facilitaire professionals van Facilicom en Strukton. Het nieuwe bedrijf werkt voor het ADRZ in Goes, Vlissingen, Middelburg en Zierikzee. Het gaat onder meer om schoonmaakwerk, onderhoud, technische dienst, huisvesting, voedingsassistenten en logistieke medewerkers. Bestevaer is opgericht per 1 januari 2013, maar is operationeel vanaf 1 april. Het eerste kwartaal van 2013 wordt benut om de organisatie definitief in te richten. De vorming van Bestevaer is in goed overleg met bonden en vertegenwoordi-

gende organen tot stand gekomen. Voor de 350 medewerkers van de facilitaire ADRZ-organisatie verandert er in arbeidsrechtelijke zin (CAO-indeling en pensioenaanspraken) niets. Het voltallige facilitair personeel komt in dienst van Bestevaer.

De joint venture Bestevaer gaat alle facilitaire diensten leveren aan het Admiraal De Ruyter Ziekenhuis in Zeeland. Ook het ziekenhuis zelf zit in het samenwerkingsverband, zodat al aanwezige kennis behouden blijft.

01

iMaintain 13

022_23_24_25_L_whatsNEXT.indd 23

23-01-13 09:35


24 WHAT’S NEXT

19 MiljoEN EuRo vooR TopSEcToR HigH TEcH SySTEMEN EN MATERiAlEN

De voorzitter van het College van Bestuur van de Technische Universiteit Eindhoven ziet in samenwerking met het bedrijfsleven de potentie om meer onderzoeksplaatsen te creëren. Dit moet voorkomen dat de kenniseconomie in het slop raakt.

Tu EiNdHovEN iNvESTEERT 10 MiljoEN iN NiEuWE oNdERZoEkSplAATSEN De Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) gaat 10 miljoen euro investeren in nieuwe promovendi. In samenwerking met het bedrijfsleven moet deze impuls honderd nieuwe van deze vierjarige onderzoeksplekken opleveren. De universiteit wil zo de terugloop in het aantal promotieplaatsen, die het gevolg is van afnemende overheidsfinanciering, afremmen. Dit maakte dr. ir. Arno Peels, voorzitter van het College van Bestuur van de TU/e, bekend in zijn nieuwjaarstoespraak. ‘Zonder ingreep loopt het aantal promovendi aan de TU/e met 200 à 250 terug, op een totaal van ongeveer 1150’, vertelt bestuursvoorzitter Peels. Deze terugloop, die vanaf 2011 zichtbaar is, is een gevolg van het besluit van het vorige kabinet om opbrengsten uit de verkoop van het Nederlandse aardgas niet meer aan onderzoek te besteden. Met name de technische universiteiten worden fors geraakt door dat besluit. Ze zien hun onderzoekscapaciteit dan ook flink afnemen. Peels: ‘Daarmee neemt de innovatiekracht af, wat een negatief effect heeft op de kenniseconomie van Nederland en die van Brainport in het bijzonder. Dat baart ons grote zorgen. De TU/e investeert daarom anticyclisch, om onze onderzoekscapaciteit en –output niet al te hard te laten teruglopen. Dit zijn belangrijke investeringen, want elke euro die je investeert in onderzoek en innovatie, levert een veelvoud aan euro’s op voor de kenniseconomie.’ Het is de bedoeling dat elke promovendus die de TU/e betaalt, wordt aangevuld met een promovendus betaald door het bedrijfsleven. Samen is dat goed voor honderd extra promotieplaatsen. Peels: ‘We denken dat deze constructie een aantrekkelijk aanbod vormt voor bedrijven om samen met ons nieuw onderzoek op te zetten.’ In de begroting van 2013 heeft de universiteit de eerste twee miljoen al gereserveerd. Gemakkelijk was dat zeker niet, onderstreept de bestuursvoorzitter. ‘We zitten in een tijd van bezuinigen, dus het heeft ons veel moeite gekost om dit geld vrij te maken.’ De universiteit wil vooral investeren in onderzoek binnen haar Strategic Areas: Energy, Health en Smart Mobility. Dit is in lijn met Strategisch Plan TU/e 2020, dat onder meer inzet op versterking van het onderzoek in deze belangrijke maatschappelijke thema’s. .

In de Topsector High Tech Systemen en Materialen (HTSM) zijn door het STW-bestuur 32 projectvoorstellen gehonoreerd voor een totaal bedrag van 19 miljoen euro. Technologiestichting STW, NWO, FOM en ZonMW dragen 11,4 miljoen euro bij. Het hightech bedrijfsleven legt 7,5 miljoen euro in waarvan 4 miljoen euro cash. Dit betekent dat 40 procent van de totale projectkosten door het bedrijfsleven wordt gedragen. Met de toewijzingen kunnen 32 van de 73 ingediende projecten worden uitgevoerd. De Topsector HTSM die een essentiële aanjager voor een sterke Nederlandse economie is, gaat hiermee als eerste topsector daadwerkelijk van start. De Topsector HTSM heeft hiermee haar eerste call – uitgevoerd door Technologiestichting STW – afgerond waaruit daadwerkelijk wetenschappelijke onderzoeksprojecten gehonoreerd worden die een grote relevantie hebben voor het Nederlandse hightech bedrijfsleven. Het geld komt voornamelijk bij de technische universiteiten terecht, die het merendeel van de aanvragen hebben ingediend. Een lijst van de gehonoreerde projecten staat op www.stw.nl De gehonoreerde projecten laten een goede afspiegeling zien van de vijftien roadmaps binnen de Topsector HTSM. In totaal wordt 40 procent van de totale projectkosten door het bedrijfsleven gedragen. Het publieke onderzoeksbudget van 11,4 miljoen euro komt grotendeels van Technologiestichting STW en de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Daarnaast dragen ook de Stichting voor Fundamenteel Onderzoek der Materie (FOM) en ZonMw (financier van gezondheidsonderzoek en zorginnovatie) ieder circa een miljoen euro bij. Alle aangevraagde projecten passen in tenminste één van de vijftien HTSM-roadmaps of in de ICT-roadmap.

Er wordt 19 miljoen euro gegeven aan projecten uit de Topsector High Tech Systemen en Materialen. Het is daarmee de eerste topsector die daadwerkelijk van start gaat.

01 13 iMaintain

022_23_24_25_L_whatsNEXT.indd 24

23-01-13 09:35


WHAT’S NEXT 25

‘TEcHNiEkpAcT kAMp loST TEkoRT AAN TEcHNici NiET op’ Het aangekondigde Techniekpact tegen het tekort aan technici is het zoveelste initiatief rondom deze uitdaging dat de kortetermijnoplossing vergeet. Investeringen in de technische instroom van de jeugd, zoals het aanstellen van zevenduizend techniekcoaches, zullen pas over zes jaar vruchten afwerpen. Het pact is slechts een pleister op de wonde. Dat stelt ROVC, aanbieder van trainingen, opleidingen en advies & implementatie binnen de Nederlandse industrie. Het bedrijfsleven heeft op de korte termijn een concrete oplossing nodig, zegt ROVC. De kansen voor de komende jaren liggen in het opleiden van zij-instromers. John Huizing, algemeen directeur van ROVC: ‘Om dit probleem ook op de korte termijn aan te pakken, moeten we buiten de gebaande paden denken. In 2016 wordt een tekort van 155.000 goed opgeleide technici verwacht. De werknemers die op deze termijn technische problemen moeten oplossen zijn nu ook aan het werk als technicus of in een ander beroep. Hierbij kunnen we nog niet rekenen op de jeugd. De grote ontslagrondes in de bouw kunnen met de juiste omscholing bijvoorbeeld een potentieel aan nieuwe technische medewerkers bieden. Zo zijn er tal van bronnen te vinden die op de korte termijn een oplossing bieden.’ Het baart ROVC zorgen dat Kamp nog niet weet waaraan bedrijven behoefte hebben. Huizing: ‘De knelpunten zijn glashelder. Zorg dat een deel van de beschikbare middelen ter beschikking komt van het bedrijfsleven; aan de vraagzijde in plaats van de aanbodzijde. Hierdoor wordt de drempel om te investeren in het opleiden van zij-instromers lager. Het bedrijfsleven weet immers het beste wat nodig is, nu en in de toekomst. Bovendien voorkomt dit ook langdurige werkloosheid, die veelal wordt veroorzaakt door onvoldoende aansluiting op de arbeidsmarkt.’

TEbodiN vooRTAAN oNdERdEEl vAN bilfiNgER iNduSTRiAl TEcHNologiES Het Nederlandse ingenieursbureau Tebodin is voortaan onderdeel van het nieuw opgerichte Bilfinger Industrial Technologies. Het bureau werd in april 2012 opgeslorpt door de Bilfinger-groep. Met ingang van 1 januari 2013 is de huidige industriedivisie van de Bilfinger-groep geherstructureerd. Dat meldt het ingenieursbureau Tebodin, dat deel uitmaakt van deze divisie. De Industrial Services-tak (bekend als ‘BIS’) krijgt een nieuwe naam ‘Bilfinger Industrial Technologies’ en zal voortaan twee subgroepen overkoepelen: Industrial Services in München en Industrial Technologies in Frankfurt. De geherstructureerde industriële tak is meteen de grootste van de hele groep, met een verwachte omzet van circa 3,6 miljard euro over het boekjaar 2012 en 38.000 werknemers in 33 landen. De diensten variëren van consultancy en engineering (inclusief projectmanagement) tot en met fabricage en assemblage, naast het bieden van oplossingen voor veelomvattende onderhoudsvraagstukken en projecten. ‘Onze internationale klanten vragen om gespecialiseerde kennis in consultancy en design voor de bouw van industriële installaties en vervolgens verstrekken zij ons de opdracht om de projecten uit te voeren’, zegt Gerhard Schmidt, CEO van Bilfinger Industrial Technologies. Het advies- en ingenieursbureau Tebodin, dat in april 2012 onderdeel werd van de Bilfinger Groep, maakt ook deel uit van het nieuwe Bilfinger Industrial Technologies. Met ongeveer 8.000 werknemers, waaronder ruim 4.000 ingenieurs, realiseert Tebodin een omzet van meer dan 900 miljoen euro.

cofEly MAg NiEuWE bèTA-cAMpuS iN lEidEN TEcHNiScH uiTRuSTEN Cofely mag alle technische installaties voor de nieuwe Bèta Campus - de Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen - van de Universiteit Leiden realiseren. Goed voor 22,5 miljoen euro. Het nieuwbouwproject van de Universiteit Leiden omvat een oppervlakte van ongeveer 45.000 vierkante meter en bestaat uit laboratoria, collegezalen, kantoren en een ondergrondse parkeerkelder. Het project is slechts de eerste stap: in totaal zal 99.000 vierkante meter nieuwbouw op het Leiden Bio Science Park komen. De oplevering van deze eerste fase staat in september 2015 op het programma. Een belangrijk uitgangspunt bij de nieuwbouw is duurzaamheid. Daarom zijn zowel het ontwerpproces als de uitvoering gebaseerd op de BREAAM-methodiek. De BREAAM-certificering is uniek voor een openbaar gebouw met laboratoriumvoorzieningen en de Universiteit Leiden heeft de ambitie voor de score ‘Very Good’ te gaan. Cofely gaat er als technisch dienstverlener toe bijdragen om deze BREAAMcertificering te behalen: het zal verantwoordelijk zijn voor de optimalisatie en implementatie van alle technische installaties. Voor Cofely levert de opdracht alvast een extra omzet van 22,5 miljoen euro op.

De Universiteit Leiden gaat een Bèta Campus bouwen. Cofely zal de technische installaties realiseren en service bieden na oplevering.

01

iMaintain 13

022_23_24_25_L_whatsNEXT.indd 25

23-01-13 09:35


26 iMaintain jaarcongres

Krachten bundelen Het jaarcongres van het blad iMaintain en de nVDo staat op 21 maart in het teken van kracht. Want een sterke onderhoudsindustrie zorgt voor het behoud van kapitaalgoederen in goede en in slechte tijden. Met als product veiligheid, blijvende waarde van de assets en beschikbaarheid op het moment dat het nodig is. De krachten die nodig zijn voor die sterke industrie komen bijeen op iMaintain 2013. Mark Oosterveer

Op de Nederlandse versie van Wikipedia is te lezen dat kracht een natuurkundige grootheid is die, uitgeoefend op een lichaam, daarin een spanning of druk doet ontstaan, of die het lichaam van beweging doet veranderen, doet versnellen. Door de werking van een kracht kan arbeid worden verricht. Sommige krachten hebben op grond van hun oorzaak of werking een eigen naam gekregen, zoals wrijvingskracht, zwaartekracht en middelpuntvliedende kracht. Kracht heeft een grootte en een richting, en wordt voorgesteld als een vectorgrootheid. Een kracht kan worden overgebracht door contact tussen voorwerpen of deeltjes (vast, vloeistof, gas) of door een krachtenveld. Vertaald naar het congres op 21 maart betekent het dat met sterke inhoudelijke lezingen een spanning of druk wordt opgewekt bij de bezoekers, die de beweging van de mensen en bedrijven doet veranderen of versnellen. En die actie roept ook weer reactie op. Dus een stevige stelling of uitspraak zorgt voor reactie uit het publiek. En dat zorgt voor

iMaintain Kracht

de energieoverdracht tussen de sprekers en vertegenwoordigers van asset owners, service providers, overheden, opleiders en andere specialisten. Het houdt de onderhoudsindustrie in beweging en brengt misschien wel versnelling op sommige vlakken als verschillende krachten elkaar gaan versterken.

De kracht van arbeid De technische arbeidsmarkt toont ondanks de economische werkelijkheid van de afgelopen jaren, nog steeds schaarste als het gaat om goed gekwalificeerd personeel. Zeker als op de lange termijn wordt gekeken naar de aanvoer van vakbekwame vrouwen en mannen, is de vraag groter dan het aanbod. En ook vandaag zijn er bedrijven genoeg die werk hebben dat ze niet met hun eigen mensen uit kunnen voeren. En dat terwijl er uit andere bedrijfstakken genoeg ‘handjes’ beschikbaar zijn. Hoe kan de onderhoudsindustrie haar krachten bundelen om daar beweging in te krijgen? Tijdens iMaintain neemt een aantal partijen verantwoordelijkheid en kiest een richting om krachtig te werken aan een oplossing.

De kracht van mensen De Nederlandse onderhoudsindustrie is volgens het NVDO Onderhoudskompas goed voor ruim dertig miljard euro omzet per jaar. Houdt die industrie het vermogen om aan de vraag te blijven voldoen? En wat is daarbij de kracht van een goed besluit, een nieuwe collega, de kracht van kennis of de kracht van innovatie? Tijdens iMaintain 2013 in de Rotterdamse Kuip staat kracht centraal. Reserveer met een krachtige beweging de datum in uw agenda en versterk uw kijk op de onderhoudsindustrie met een bezoek aan iMaintain 2013. Meer weten? www.imaintain.nl/congres

Om het werk uit te voeren, zijn mensen nodig. Nieuwe instroom van talent van lager, middelbaar en hoger technisch niveau en zij-instromers vanuit andere disciplines. En ook bij de bestaande, wat oudere beroepsbevolking is nog veel te winnen. Francel Vos, onderzoeker en arbeidsdeskundige bij TNO, zal tijdens het iMaintain-congres vertellen over de kracht die ‘grijze’ collega’s hebben.

De kracht van de Maintenance Manager Dit jaar zijn de drie kandidaten voor de verkiezing van de Maintenance Manager of the Year ook overdag een belangrijk onderdeel van het congres. Arjen van Broekhoven van VolkerInfra, Mieke van

01 13 iMaintain

026_27_M_artikel.indd 26

Abonnees lezen meer op www.i-maintain.nl

22-01-13 13:39


iMaintain jaarcongres 27

Zon van Heijmans en Ton Huibers van Vlisco Nederland geven in een korte pitch hun eigen invulling aan het thema Kracht. Daarbij zorgt het verhaal van de drie genomineerden voor een goed beeld van de kandidaat en voor inspiratie van de aanwezigen. De korte en krachtige verhalen van de drie kandidaten zijn bovendien aanjagers van een paar stevige discussies.

materialen, samenwerking en logistiek. Drie voorbeelden van krachtige innovaties worden in het dagprogramma van iMaintain gepresenteerd en besproken met het publiek. Onder meer professor Leo van Dongen van NedTrain zal met het publiek delen welke innovaties aan de Universiteit Twente worden ontwikkeld voor de onderhoudsindustrie.

De kracht van innovatie De industrie die zorgt voor instandhouding van installaties van soms wel vijftig jaar of ouder, is niet behoudend. Sterker nog, er wordt veel geĂŻnnoveerd op het gebied van

De kracht van een vraag Technische mensen zijn vaak goed maar praten er niet over. En de kans dat ze een vraag stellen, is ook klein. Maar

wat nu als je die vraag wel durft te stellen? Juul Martin van het Twitterplatform #durftevragen verzorgt als laatste onderdeel van het dagprogramma een sessie over de kracht van een vraag. Je weet namelijk meer dan je weet dat je weet. Noem maar eens vijf onderwerpen waar je veel van afweet. Vaak zijn dit de onderwerpen waar je het vaakst met mensen over praat. Bij durftevragen ervaar je dat je hoofd vol zit met kennis, kennissen, ideeĂŤn, mogelijkheden en verbindingen waarvan je het bestaan al bijna vergeten was. Durftevragen maakt het hoofd en de creativiteit (extra) wakker, zodat je zelf makkelijker dingen in beweging kan zetten, maar ook anderen met extreem weinig moeite en veel plezier kan helpen met hun plannen en vraagstukken. De kracht van het iMaintain-congres is de bundeling van inspanningen van iMaintain, de NVDO en vooral de aanwezige mensen. Want zowel sprekers als luisteraars zorgen voor energie en kracht waarmee nieuwe initiatieven worden gestart om bestaande zaken te behouden. n

01

iMaintain 13

026_27_M_artikel.indd 27

22-01-13 13:39


HÉT JAARCONGRES VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VOOR DOELMATIG ONDERHOUD EN HET VAKBLAD IMAINTAIN

/SCHRIJF

FINALISTEN VERKIEZING MAINTENANCE MANAGER OF THE YEAR 2013:

PROGRAMMA

Mieke van Zon, Heijmans Infra Services Arjen van Broekhoven, Volker Infra Ton Huibers, Vlisco Nederland

11.15 uur Opening 11.30 uur De Kracht van samenwerking Wat krijgt de sector voor elkaar als krachten worden gebundeld? 12.15 uur Lunch 13.30 uur De Kracht van het oude Ervaar het succes van vergrijzing door Francel Vos, TNO 14.15 uur Pitches van de drie genomineerden voor de Maintenance Manager of the Year-verkiezing 2013

15.15 uur Pauze 15.45 uur De Kracht van het nieuwe Welke innovaties versterken de onderhoudssector van morgen? met onder anderen Leo van Dongen, Universiteit Twente 16.45 uur De Kracht van een vraag Wat krijg je voor elkaar door de juiste vraag te stellen? door Juul Martin van #Durftevragen 17.30 uur Afsluiting van het dagdeel met een netwerkborrel 18.15 uur Diner met de verkiezing van de Maintenance Manager of the Year 2013

Initiatiefnemers:

Organisatie:

U NU IN

/

KRACHT

21 maart 2013 • De Kuip • rotterDam KRACHT Goed onderhoud zorgt dat de zaken die er toe doen, hun kracht behouden. Dat geldt van een losse machine tot aan de hele onderhoudsindustrie. Van food tot process en van infra tot hightech. De Nederlandse onderhoudsindustrie is volgens het NVDO Onderhoudskompas goed voor ruim dertig miljard euro omzet per jaar. Houdt die industrie het vermogen om aan de vraag te blijven voldoen? En wat is daarbij de kracht van een goed besluit, een nieuwe collega, de kracht van kennis of de kracht van innovatie? Tijdens iMaintain 2013 staat kracht centraal.

CONGRESINFORMATIE Kiki Nelson kiki@industrielinqs.nl 020-31 22 791

MEDIA ADVIES Anouk Bouwmeester anouk@industrielinqs.nl 020-31 22 797

www.i-maintain.nl/kracht Mediapartners:

Partner:

02_iMaintain_adv_A4.indd 2

23-01-13 13:21


PRODUCTEN 29

Producttrends op www.i-maintain.nl

1

Visuele infraroodthermometer

Fluke Corporation introduceert de Fluke VT02 visuele infraroodthermometer, een meetinstrument voor storingzoeken met een infrarood-warmtebeeld. Tot nu toe moesten elektriciens en industriële, HVAC- en automonteurs kiezen tussen enerzijds contactinfraroodthermometers en anderzijds warmtebeeldcamera’s met een hoge resolutie (infrarood- of ‘IR’-camera’s). De Fluke VT02 visuele infraroodthermometer dicht de kloof; voor wanneer een contact-temperatuurmeting niet voldoende is maar een warmtebeeld met hoge resolutie meer is dan gebruikers nodig hebben. ww.fluke.nl

5

Duurzaam composietmateriaal

6

Tweekleurige werkkleding

ARN Recycling en NPSP hebben samen een nieuw composiet ontwikkeld, gemaakt van materialen uit gerecyclede auto’s en een bio-based hars. Het materiaal wordt milieuvriendelijk geproduceerd, is zeer sterk en kan worden gegoten en bedrukt, hierdoor kent het vele toepassingen: in straatnaamborden en straatmeubilair bijvoorbeeld. Het materiaal wordt op de markt gebracht onder de merknaam BlueRoots. www.blueroots.nl

2

Weegmodule

De Siemens Siwarex WP231 weegmodule voor de Simatic S7-1200 is de eerste weegmodule voor deze besturing en is geschikt voor de bewaking van het vulniveau van silo’s en bunkers en voor het wegen van goederen op weegplateaus. De nieuwe module is ontwikkeld voor gebruik in industriële omgevingen waar hoge eisen aan de nauwkeurigheid worden gesteld. www.siemens.nl

Mascot introduceert een collectie werkkleding in acht kleurencombinaties, veertien productvarianten en verschillende materialen. De naam van deze nieuwe collectie is Mascot Unique. Een belangrijk aandachtspunt bij de aanschaf van werkkleding is de mogelijkheid om de kleding industrieel te wassen en drogen. Met Mascot Unique is dit geen probleem, want alle producten zijn getest volgens EN ISO 15797 waar onder andere gekeken wordt naar krimp en kleurverandering. www.mascot.dk

3

Veilig en ‘groen’ type chemische reactor

7

Draadloze breekdetectietechnologie

4

Toughbook

8

EC-motor met geïntegreerde besturing

De start-up SPINID gaat bij de start van 2013 de markt op met haar reactortechnologie. SPINID, een spin-off van de TU Eindhoven, ontwerpt en bouwt chemische reactoren op basis van ‘spinning disc technologie’. Daarmee kunnen chemische reacties veel veiliger, flexibeler en efficiënter plaatsvinden, zowel qua gebruik van grondstoffen als qua energieverbruik. www.spinid.nl

Nieuw in het portfolio van Koning & Hartman is de Panasonic Toughbook CF-C2. Een semi-rugged notebook die als tablet gebruikt kan worden door het scherm te converteren en daarom uitermate geschikt voor veldwerk, of de haven, logistiek en transport sectors. www.koningenhartman.com

Op leidingen, toestellen en installaties die onder druk staan, dient een beveiligingssysteem aanwezig te zijn om mens en installatie te beschermen tegen over- of onderdruk. De draadloze breekdetectietechnologie combineert de betrouwbaarheid van conventionele systemen met de mogelijkheden van draadloos. Dit breekplaatdetectiesysteem wordt verbonden met de Exclusive Input Wireless Monitoring Box. Deze stuurt de gedetecteerde informatie draadloos door naar een op maximaal vijftig meter verder geïnstalleerde ontvanger. www.hitma-process.nl

Om de keuzemogelijkheden op het gebied van modulaire systemen uit te breiden met een combinatie van modules, biedt ebmpapst zijn elektrisch gecommuteerde interne rotormotor in grootte 63 ook aan in combinatie met een geïntegreerde K4 besturing. Dit omvat een sinus-gecommuteerde vermogensversterker en kan de motor bedienen met veldgeörienteerde regeling tot stilstand. www.ebmpapst.nl

Kijk voor meer productinnovaties op www.i-maintain.nl

029_E_producten.indd 29

01

iMaintain 13

22-01-13 13:39


30 InnovatIe

Smeeroliefabriek in nieuw jasje Kuwait Petroleum investeert 63 miljoen euro in de modernisering van de smeeroliefabriek van Q8oils in antwerpen. volgens David Wright, MasterPlan manager van Q8oils kwam het project niet uit de lucht vallen. De bestaande installatie is namelijk aan vernieuwing toe. De nieuwe installatie kan dubbel zoveel capaciteit aan, zal efficiënter draaien en ook de flexibiliteit neemt aanzienlijk toe. Evi Husson

De smeermiddelendivisie van Kuwait Petroleum investeert 63 miljoen euro in de modernisering van de smeeroliefabriek van Q8Oils in Antwerpen. Deze investering geeft Q8Oils de mogelijkheid om verder te groeien op de internationale markt van smeermiddelen. ‘In de Antwerpse smeeroliefabriek worden ruim zeshonderd verschillende soorten smeermiddelen geproduceerd voor toepassingen in onder andere energie-, milieu-, industrie- en automobielsectoren’, vertelt David Wright, MasterPlan manager van Q8Oils.

achter de rug en zal de nieuwe installatie operationeel zijn. Een jaar later zal ook de opslagruimte klaar zijn om in gebruik te worden genomen.

Flexibiliteit ‘Bij de nieuwe installatie wordt gebruikgemaakt van de laatste state-of-the art technologie’, gaat Wright verder. ‘Er zullen nieuwe pigged-lijnen in gebruik worden genomen, die erop zijn gericht de automatisering van het mengproces, de efficiëntie en de kwaliteit van het vulproces

‘We hebben de nieuwe installatie zo ontworpen dat de bestaande installatie wordt afgebroken terwijl de nieuwe wordt gebouwd zonder dat de fabriek daarvoor de productie moet stoppen. Daarnaast was het van belang om de fabriek zoveel mogelijk te integreren in de omgeving.’

‘Het project is afgelopen september begonnen. Het omvat een nieuwe menginstallatie die de oude installatie op termijn zal vervangen. Op de plek waar de oude installatie staat, zal extra opslagruimte worden gecreëerd. De site zal met andere woorden volledig worden vernieuwd.’ Naar verwachting zijn tegen eind 2014 de bouwwerkzaamheden

Grondstoffen en opslagruimte Kuwait Petroleum beschikt in Europa over smeeroliefabrieken in België, Engeland, Italië en Zweden. In Antwerpen zorgen ongeveer vijftig medewerkers er dagelijks voor dat ruim zeshonderd verschillende smeerolieproducten hun weg vinden naar klanten in Europa en de rest van de wereld. De grondstoffen voor de smeeroliefabriek worden dagelijks aangevoerd door schepen (basisoliën), vrachtwagens (additieven in vaten) en tankwagens (additieven in bulk). Voor de opslag van grondstoffen en eindproducten beschikt de smeeroliefabriek momenteel over ongeveer 150 opslagtanks en ruim 4.500 palletplaatsen, maar dit zal met de extra opslagruimte beduidend worden uitgebreid.

01 13 iMaintain

030_31_N_artikel.indd 30

te verbeteren. Dit betekent minder lijnen, minder contaminatie en meer flexibiliteit. De installatie is daarnaast ook sneller, waardoor we de flexibiliteit hebben om de capaciteit – indien gewenst – te verdubbelen.’ Het principe van een pigged-lijn is gebaseerd op het reinigende effect van een rubber bal (pig) die onder een druk van ongeveer twee bar het achtergebleven product aan de binnenkant van een pijpleiding verwijdert en op die manier vermenging van verschillende producten voorkomt. Het in de blending plant gebruikte systeem werkt met twee pigs: de eerste pig maakt de pijpleiding schoon, waarna een product door de leiding kan worden gepompt. Nadien neemt de tweede pig zoveel mogelijk product van de wanden mee naar de bestemming. Als de verpomping is gebeurd, worden de twee pigs weer naar hun rustpositie gestuurd. ‘Bij het vernieuwde proces is er geen con-

Abonnees lezen meer op www.i-maintain.nl

23-01-13 11:28


InnovatIe 31

taminatie en dus is er ook minder sprake van restafval. Daarnaast wordt in de oude installatie gebruikgemaakt van specifieke lijnen waarbij weinig ruimte is voor flexi-

biliteit. Voor een bepaald additief kunnen nu maar één of twee mengtanks worden gebruikt terwijl in de toekomst alle mengtanks daarvoor geschikt zullen zijn. Er is

FOTO’S: Q8OILS

De smeermiddelendivisie van Kuwait Petroleum investeert 63 miljoen euro in de modernisering van de smeeroliefabriek van Q8oils in antwerpen. David Wright, MasterPlan manager van Q8oils: ‘Bij de nieuwe installatie wordt gebruikgemaakt van de laatste state-of-the art technologie.’

met andere woorden veel meer flexibiliteit waardoor er – afhankelijk van de vraag – snel kan worden geschakeld tussen de verschillende toepassingen.

Balans De grootste uitdaging van het project was het ontwerp, gaat Wright verder. ‘We hebben de nieuwe installatie zo ontworpen dat de bestaande installatie wordt afgebroken terwijl de nieuwe wordt gebouwd zonder dat de fabriek daarvoor de productie moet stoppen. Het ontwerp werd daardoor enigszins complex. Daarnaast was het van belang om de fabriek zoveel mogelijk te integreren in de omgeving.’ De nieuwe gebouwen zullen worden geïntegreerd in het landschap van Blue Gate Antwerp, een strategisch geplaatst gebied van 103 hectare in het zuiden van Antwerpen. ‘Tijdens de ontwerpfase hebben we met de lokale overheden positieve gesprekken gevoerd om te komen tot de nodige bouw- en milieuvergunningen. We hebben daarbij een goede balans gevonden tussen wetgeving, veiligheid en milieu.’ ■

01

iMaintain 13

030_31_N_artikel.indd 31

23-01-13 11:28


3P Quality Services zoekt: 3P Quality Services B.V. is een onafhankelijk technisch inspectiebureau binnen de petrochemische industrie, process industrie, offshore en energiesector. Wij bieden een breed scala aan support services, Onze sleutelwoorden zijn: Inspectie, Maintenance en Vendor inspectie activiteiten.

3P Quality Services B.V. bemiddelt vanuit een projectmatige aanpak en/of vanuit een vaste bemiddeling binnen de vakgebieden Engineering, Construction management, Shutdown management en Project management. Voor diverse nationale en internationale functies op het gebied van inspectie en aanverwante diensten, zijn wij doorlopend op zoek naar:

Werktuigbouwkundigen MBO/HBO niveau De ideale kandidaten beschikken minimaal over: • MBO/HBO werktuigbouwkunde • Opleiding IKT/SKK (II/III) – en/of MLT/EWT/IWT • Beheersing van Microsoft Office • Goede contactuele eigenschappen • Grote mate van zelfstandigheid 3P Quality Services biedt kansen en mogelijkheden ook voor 50 plussers en starters op de arbeidsmarkt. 3P Quality Services is gecertificeerd volgens ISO 9001/VCA. Een kwaliteitsgarantie gaat echter niet alleen om systemen en standaarden, maar vooral om mensen. Daarom investeren wij voortdurend in onze professionals door middel van opleidingen en coaching. Voor meer informatie en vragen kunt u contact opnemen met Dhr. C.J. de Graaf of Dhr. K. van Oevelen T +31(0)161 438 500. Bent u onze juiste kandidaat? Mail dan uw sollicitatie met CV naar 3pqs@3pgroup.com onder vermelding van 3P zoekt werktuigbouwkundigen en jong talent.

032_3P.indd 1

3P zoekt ook jong talent 3P heeft in samenwerking met diverse klanten een overeenkomst om jonge talenten een kans te geven. 3P en onze klanten willen graag investeren voor nu en in de toekomst en 3P verzoekt kandidaten die als lasser of NDO-er reeds 5 jaar ervaring hebben en een MTS diploma hebben en/of dit willen behalen te solliciteren. In overleg en in samenwerking met onze klanten zoekt 3P een geschikte werklocatie om op termijn door te groeien naar een volwaardige QC-er en/of inspecteur. Voor een volledig overzicht van de vacatures bekijk het aanbod op: www.3pgroup.com

Continuïteit door deskundigheid.

22-01-13 11:55


ACTUEEL 33

Winterweer speelt vooral vervoerders parten Het winterse weer, met sneeuwbuien en temperaturen ruim onder de nul, houdt Nederland in zijn greep. Hoewel de NS tot nog toe voldoende maatregelen lijkt te hebben genomen, zakken de hogesnelheidstreinen letterlijk door het ijs. Maar ook de trams van de Gemeente Den Haag blijken niet om te kunnen gaan met de barre omstandigheden. David van Baarle

De Fyra’s mogen niet meer naar Brussel rijden van België. De treinen zouden te onbetrouwbaar zijn, omdat ze bij sneeuw snel beschadigd raken. De schade aan drie Fyra-treinen is veroorzaakt door het winterweer. Halverwege januari werden de ritten tussen Amsterdam en Brussel geschrapt door de defecten. Volgens NS Hispeed zijn bodemplaten van de hogesnelheidstreinen beschadigd door ijsblokken. Commercieel directeur van Hispeed Marjon Kaper zegt dat iedere trein in de winter aan de voor- en onderkant ijsvorming krijgt. ‘Die ijsblokken kunnen soms twintig bij twintig centimeter zijn. Die vallen er tijdens de rit weer af, zeker bij een hogesnelheidstrein. Dan stuiteren ze naar achteren en maken ze dingen kapot.’ NS Hispeed onderzoekt hoe van de ijsvorming af te komen want volgens Kaper worden de Fyra’s weliswaar bij hun eindbestemming al ijsvrij gemaakt, maar onderweg ontstaat er door sneeuw toch weer ijsvorming. Op 17 januari kwamen drie Fyra’s op hun eindstation aan met beschadigde bodemplaten. Het is het zoveelste incident met de nieuwe hogesnelheidstrein tussen Brussel en Amsterdam. Opvallend genoeg hebben de treinen van de Thalys naar België en Frankrijk, die over hetzelfde traject rijden, geen last van het winterse weer. Ook de treinen van de NS houden zich tot nog toe goed onder het winterweer. De uitval onder reguliere treinen ligt slechts iets hoger dan normaal, meldt een woordvoerder van de

NS. De zegsman heeft niet direct cijfers over uitvallende treinen paraat. ‘Maar in het verleden hebben we te kampen gehad met bijvoorbeeld problemen met Sprinters en stuifsneeuw. Die problemen doen zich nu allemaal niet meer voor.’ Het uitblijven van dergelijke problemen is volgens de woordvoerder te danken aan ‘investeringen in het verleden’. Zo zijn technische aanpassingen gedaan aan Sprinters en sommige intercity’s. Toch kan het nog altijd misgaan. ‘Het materieel blijft kwetsbaar met dit soort weer.’ Mocht er toch iets gebeuren, dan heeft de NS voldoende andere materieel achter de hand. Het Belgische en Nederlandse parlement willen nu samen een hoorzitting houden over de Fyra-problemen. Het is bijzonder dat ze samen een hoorzitting organiseren. Waarschijnlijk zal het binnen twee weken zover zijn. In welk van de twee landen de zitting plaatsvindt, is nog niet duidelijk. Deskundigen van onder meer de NS en het Belgische spoorwegbedrijf NMBS zullen worden uitgenodigd voor uitleg, en de twee willen de NS-dochter Hispeed horen.

Tram De winterperikelen blijken ook andere spoorgebonden vervoerders parten te spelen. Zo heeft de gemeente Den Haag dagenlang tramlijnen geschrapt als gevolg

Abonnees lezen meer op www.i-maintain.nl

033_N2_artikel.indd 33

van de winterse omstandigheden. Dat is opvallend, aangezien in Amsterdam en Rotterdam nauwelijks lijnen uitvielen, zeggen woordvoerders van het GVB en de RET. Volgens de vervoerders van Amsterdam en Rotterdam lijkt het belangrijkste verschil dat in die steden de wissels wel zijn voorzien van verwarming. ‘Daardoor vriezen ze niet vast’, aldus een woordvoerder van de RET. In Rotterdam wordt een groot aantal maatregelen genomen als slecht weer wordt verwacht. De RET laat dan bijvoorbeeld ook de hele nacht trams rijden, zodat de dauw aan de bovenleidingen niet kan bevriezen en er geen sneeuw op de rails blijft liggen. Door die maatregelen én wisselverwarming kon de vervoerder de gewone dienstregeling blijven uitvoeren. Al reden de trams wel iets minder hard vanwege de veiligheid. In Amsterdam geldt hetzelfde. Daar waren weliswaar sneeuwploegen in de weer om de rails en wissels sneeuwvrij te maken, maar er kon overal gereden worden. Een woordvoerder van de HTM stelt de lokale politiek verantwoordelijk voor de problemen in Den Haag. Die worden volgens hem vooral veroorzaakt doordat slechts veertien van de in totaal zeshonderd wissels verwarming hebben. De gemeente zou hiervoor niet voldoende geld hebben uitgetrokken. ■

01

iMaintain 13

23-01-13 11:42


34 StandaardiSatie

Standaardisatie niet ten koste van creativiteit is standaardisatie nu de heilige graal van de operationele excellentie of een keurslijf? Feit is dat de nieuwe iSO 55.000-serie, de nieuwe standaard voor asset management, zo goed als af is. Of bedrijven daarmee hun assets ook daadwerkelijk beter beheren, is geen garantie. Maar certificering biedt wel degelijk handvatten om kapitaalgoederen kostenefficiënt te beheren. Of dit ten koste gaat van de creativiteit? ‘Zie het meer als een partituur waarbij de noten zijn voorgeschreven, maar de interpretatie aan de orkestleden wordt overgelaten.’ David van Baarle

01 13 iMaintain

034_35_K_artikel.indd 34

Hij komt eraan: de ISO 55.000-serie. De asset management-standaard die grotendeels de PAS55-standaard zal vervangen. Op het moment dat Lex Daan, vicevoorzitter van de NVDO en betrokken bij de opstelling van de nieuwe asset management-standaard, de inhoud van de ISO 55.000-serie presenteert, is deze bijna goedgekeurd. ‘Op dit moment kunnen ISO-leden uit 110 landen nog stemmen’, zegt Daan. ‘Dat duurt nog tot februari en als dan twee derde heeft ingestemd, is de standaard een feit. Dat stemmen beperkt zich overigens alleen nog tot ja of nee’, voegt hij eraan toe. ‘Dat betekent dat de standaard hoogstwaarschijnlijk in het najaar van 2013 een officiële status krijgt en wordt gepubliceerd.’ En daarmee eindigt een traject dat de Engelsen sinds de privatisering van hun nationale spoorwegen hebben ingezet. ‘De Engelsen waren een van de eersten in Europa die hun nationale voorzieningen privatiseerden. Zij waren dan ook de eersten die de gevolgen daarvan ondervonden toen het economisch tegenzat. De bezuinigingen bij het spoor, maar ook in de elektriciteitsmarkt en het waternet, leidden tot ongevallen en stroomonderbrekingen. De Britse overheid riep de markt dan ook op om zijn zaken op orde te brengen en mede dankzij kartrekker John Woodhouse ontstonden de eerste schetsen voor een asset management-standaard. In 2004 werd de public available standard (PAS) 55 gepubliceerd door de British Standard Institution (BSI). In Nederland kwam er pas eind 2009 een Nederlandse Technische Afspraak (NTA) die zich met asset management bezighield: de NTA 8120. Deze standaard was specifiek gericht op het transport van elektriciteit en gas. In 2010 startte NEN het initiatief voor aansluiting bij de ISO asset management-norm. Profion en de NVDO zijn van begin af aan betrokken bij het opstellen van ISO 55001 en 55002, de delen die de eisen aan het managementsysteem omschrijven.’ De norm lijkt een zeer waardevolle aan-

vulling op de bestaande ISO-normen en Daan verwacht dan ook dat steeds meer bedrijven de standaard zullen toepassen. ‘Ook in Nederland zie je een trend van een terugtrekkende overheid. Tegelijkertijd dwingt diezelfde overheid wel een zorgplicht af via de wet- en regelgeving. Dat betekent dat partijen hoe dan ook zullen moeten laten zien dat ze zorgvuldig met

‘Certificering kan helpen de regelgever te overtuigen van de professionaliteit van de asset owner.’

hun assets omgaan. Certificering kan helpen de regelgever te overtuigen van de professionaliteit van de asset owner.’

Geen garantie Of standaardisatie nu altijd leidt tot de meest effectieve onderhoudsorganisatie, waagt Pierre Rosmalen te betwijfelen. Of misschien beter gezegd: certificering is geen garantie voor een optimaal presterende organisatie. Rosmalen startte in 2009 zijn bedrijf Persoonlijk Onderhoud, dat technici helpt bij het halen van hun persoonlijke doelen om daarmee te kunnen bijdragen aan de bedrijfsdoelen. ‘Want technische projecten zijn bijna altijd groepsprocessen.’ Rosmalen heeft standaardisering tot in het DNA van dichtbij ervaren bij de marine. Hij toont dan ook een foto van het marinefregat waar hij jaren op heeft gevaren: de Kortenaerklasse. ‘Bij de Nato is standaardisatie ver doorgevoerd. Aan elk boutje en moertje is wel een stocknummer toegevoegd. Ook procedures zijn bij de marine zeer strikt en dat kan zo nu en dan best saai zijn. Ik merkte vooral de verschillen aan wal en op zee. Aan wal waren er veel voorraden aanwezig en was veel

Abonnees lezen meer op www.i-maintain.nl

22-01-13 13:38


FOTO: SUNDYNE

StandaardiSatie 35

Maakt standaardisatie asset management efficiënter of technische beroepen oninteressanter? de waarheid ligt ergens in het midden.

gespecialiseerd personeel beschikbaar. Reparaties of modificaties waren dan ook routinematig en mensen waren niet of nauwelijks gemotiveerd. Daar kwam bij dat technici aan de wal niet zo veel status hadden. Dat was wel anders zodra de schepen op zee voeren. Op dat moment voel je je veel meer afhankelijk van de techniek, wat statusverhogend werkte. Een probleem op zee moest zo snel mogelijk worden verholpen en de monteur die dat voor elkaar kreeg, was de held van de dag. Normen werden losgelaten en monteurs werden creatiever omdat ze oplossingen moesten bedenken met de

Uiteindelijk kwam iemand op het idee om de turbine via de schoorsteen te blussen met zeewater. Dat werkte en we bereikten Australië veilig, waarna de turbine kon worden gereviseerd. Dit voorbeeld geeft maar weer aan dat standaarden niet altijd werken. Als het ertoe doet, vallen mensen terug op hun kennis en creativiteit.’

Keurslijf? Terug naar de dagelijkse praktijk ziet Rosmalen dat de technici hun eigen vak niet meer herkennen. ‘De crisis noopt bedrijven ertoe kosten te reduceren, efficiënter te werken en dus verder te structureren. Technici krijgen opgelegd wat ze

‘Bij de Nato is standaardisatie ver doorgevoerd. Aan elk boutje en moertje is wel een stocknummer toegevoegd.’ beperkte mogelijkheden die ze hadden.’ Rosmalen herinnert zich nog goed een incident tijdens een vaart naar Australië. ’We kregen een brandmelding aan stuurboord en het bleek dat een turbine in de fik stond. Trippen hielp niet en blussen met halon had ook geen effect.

moeten doen in plaats van dat een beroep wordt gedaan op hun expertise. Wanneer je mensen standaarden oplegt, handelen ze alleen nog maar naar gewoonte en dat is niet per definitie de meest efficiënte aanpak. Dat is niet goed, zeker niet in een tijd dat er tekorten ontstaan aan

technici. Behalve dat mensen niet efficiënt werken, maak je het beroep ook wel heel onaantrekkelijk. Het is volgens mij mogelijk om twintig tot dertig procent meer te halen uit mensen door ze te motiveren en efficiënt samen te laten werken. In deze snel veranderende wereld, moeten mensen snel kunnen meeveranderen. Ik denk dat standaardisatie de impulsen weghaalt om buiten de box te denken. Het vak wordt interessanter naarmate de interactie toeneemt en er meer ruimte is voor de dialoog. Daarmee neemt de motivatie toe en ik denk zelfs dat het imago van de technicus verbetert omdat hij weer zichtbaar wordt. Ik wil maintenance managers dan ook aanraden om hun mensen weer af en toe naar zee te nemen.’ Lex Daan benadrukt dat de nieuwe asset management-standaard zeker geen keurslijf zal zijn. ‘Zie het meer als een orkest: de partituur is hetzelfde, maar iedereen vult de muziek op zijn eigen manier in. Zo’n standaard is een leidraad die je meeneemt door alle stappen van een proces. Er wordt voorgeschreven waar je aan moet voldoen, niet hoe je daartoe komt. Dat wordt nog steeds aan de creativiteit van de werknemers overgelaten.’ ■

01

iMaintain 13

034_35_K_artikel.indd 35

22-01-13 13:38


36 volgend nummer

In HeT volgende nummer Maintenance in de procesindustrie Als de tekorten aan technisch personeel ergens spelen, is het wel in de procesindustrie. Het wordt steeds lastiger om voldoende onderhoudsmensen te vinden. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap gaat nu investeren in vier nieuwe Centra voor Innovatief Vakmanschap (CIV), waaronder het CIV Maintenance en Procestechniek. Gaat dit de problemen oplossen?

Onderhoud in crisistijd Ook de procesindustrie ontkomt niet aan de gevolgen van de economische crisis. Hoe reageren de petrochemische bedrijven hierop: zetten ze het onderhoud dan op een laag pitje om kosten te besparen of investeren ze juist meer in onderhoud om grote vervangingsinvesteringen uit te stellen? We vragen een aantal grote petrochemische bedrijven wat volgens hen de beste tactiek is.

De impact van vier jaar stilstand Vlak voor de jaarwisseling heeft Wintershall Noordzee de Q8-gasterminal bij Tata Steel na een uitgebreide renovatie opnieuw in gebruikgenomen. Wat moet er gebeuren om een vierjarige installatie weer up-to-date te krijgen?

THemA: mAInTenAnCe In de ProCeSInduSTrIe

Thema’s 2013 iMaintain 03-2013

maintenance en utilities

iMaintain 04-2013

EN VERDER MaintNL In de komende MaintNL veel aandacht voor het vijftigjarig jubileum van de NVDO. Ervaren NVDO’ers komen aan het woord en vertellen over vijf decennia onderhoud. Met het oog op de aankomende verkiezing van Maintenance Manager of the Year, blikken we terug op eerdere verkiezingen. Hoe gaat het nu met de winnaars? En in Ieder zijn vak doet een ZZP’er uit de doeken hoe hij het hoofd boven water houdt in tijden van crisis.

maintenance neXT

iMaintain 05-2013

maintenance in de maakindustrie

iMaintain 06-2013

maintenance en informatie

iMaintain 07-2013 gebouwde omgeving

iMaintain 8-2013

maintenance en automotive/aerospace

iMaintain Nummer 2 verschijnt 1 maart 2013

iMaintain 9-2013 maintenance & food

iMaintain 10-2013

maintenance in de infra

01 13 imaintain

036_F_volgend nummer.indd 36

23-01-13 09:39


Maint

NL

Het magazine van de NVDO

Nederlandse onderhoudsmarkt blijft groeisector | Droge voeten en schoon water | Finalisten Verkiezing Maintenance Manager of the Year 2013 bekend 037_MA_NVDO_cover.indd 37

22-01-13 13:38


BEKOmaatje

Zelfs een BEKOMAT® heeft regelmatige onderhoud nodig!

Stuur deze ter controle, onderhoud of reparatie naar de BEKO Service Afdeling. Uw voordelen: • Geen voorrijkosten • Originele onderdelen • Reparatie door vakkundig personeel • Getest voor retourzending • Schriftelijke rapportage BEKO Service ook voor: Olie-waterscheiders | Emulsiescheiders | Koeldrogers | Adsorptiedrogers | Persluchtmetingen | Luchtanalyses | Condensaattesten | Boren onder druk BEKO Technologies B.V. 31-165-320300 Veenen 12 31-165-320330 4703 RB ROOSENDAAL benelux@beko.de Nederland www.beko-technologies.nl

i-Maintain.nl

geeft nog meer waarde voor uw geld Meer nieuws dan ooit • • • • • • • •

Actuele berichtgeving over de gehele onderhoudssector Alle productinnovaties overzichtelijk bij elkaar Volledig evenementenoverzicht Online catalogi met producten en diensten Multimediale bedrijfspresentaties Tweewekelijkse Nieuwsbrief Live twitter updates LinkedIn interacted

iMaintain-abonnees krijgen meer • De nieuwste iMaintain staat een week voor verschijnen online • Abonnees krijgen toegang tot alle eerder verschenen artikelen • Volg de status van nieuwe projecten en uitbreidingen in de projectendatabase • Ga naar www.i-maintain.nl en kies abonneren

i-maintain.nl

Ga direct naar i-maintain.nl en blijf iedereen voor _adv_www_iMaintain-A5.indd 43 038_beko_abo_.indd 1

21-01-13 15:18 21-01-13 17:07


van de voorzitter Je bedrijf als spiegel van de samenleving Je bedrijf als spiegel van de samenleving. Het is een mooi streven, want een goede mix van werknemers (man, vrouw, oud, jong, met verschillende culturele achtergronden en opleidingsniveaus) zorgt voor betere prestaties. Het versterkt je identiteit en imago. En last but not least helpt het om een veel groter arbeidspotentieel te bereiken. Daarnaast wil je als bedrijf zichtbaar zijn op de arbeidsmarkt en aansluiting hebben met alle groepen. Anders loop je bij voorbaat al veel talenten mis. Het is dus belangrijk om bijvoorbeeld ook vrouwen en allochtonen aan te spreken, zeker met het oog op de krimpende arbeidsmarkt. Meer diversiteit leidt bovendien tot een betere performance. Doordat mensen ieder vanuit hun eigen achtergrond en invalshoek meedenken en oplossingen aandragen, worden meer afgewogen beslissingen genomen. Diversiteit resulteert in creativiteit en innovatie. Je bedrijf als spiegel van de samenleving. Daar komt meer bij kijken dan alleen een goede mix in je personeelsbestand. De arbeidscultuur binnen de onderhoudssector verandert als gevolg van verschillende ontwikkelingen. Om dit te faciliteren, geven steeds meer organisaties een invulling aan het Nieuwe Werken. De nieuwe generatie werknemers is meer gericht op zelfontplooiing en -ontwikkeling gedurende hun car-

rière dan de huidige generatie. Parttime werken wordt steeds belangrijker, waarbij het welvaartsniveau ook een rol speelt. Daarnaast is de diversiteit van de culturele achtergronden van onderhoudswerknemers sterk toegenomen. Tenslotte hebben werknemers minder behoefte aan een dienstverband voor het leven, maar willen zij graag keuzevrijheid en zelfstandigheid. Het groeiende aantal zelfstandigen past ook in deze ontwikkeling. Het NVDO Onderhoudskompas geeft duidelijk aan hoe hier als organisatie mee om te gaan. Een spiegel zijn, doe je als bedrijf niet alleen. Om de problemen op de technische arbeidsmarkt het hoofd te bieden, staat bijvoorbeeld 34 procent van de bedrijven open voor samenwerking met collega-bedrijven. Ondanks de aanhoudende economische crisis geeft nog ruim tachtig procent van de onderhoudspartijen aan open te staan voor samenwerking met onderwijsinstellingen en kenniscentra om de aansluiting tussen het onderwijs en het bedrijfsleven te verbeteren. Veel meer ontwikkelingen, kengetallen, trends en visies treft u in het NVDO Onderhoudskompas. Laat het een spiegel voor u zijn!

Je bedrijf als spiegel van de samenleving. Daar komt meer bij kijken dan alleen een goede mix in je personeelsbestand.

Met vriendelijke groet, Bas Kimpel, voorzitter

MaintNL 01 – 2013 39

039_MB_NVDO-D_Voorzitter.indd 39

22-01-13 13:38


PRÜFTECHNIK CONDITION MONITORING • PRÜFTECHNIK CONDITION MONITORING • PRÜFTECHNIK CONDITION

Uitgelijnd staat

netjes!

Met ROTALIGN® Ultra draaien de machines langer en vlotter: • Minder slijtage aan lagers en dichtingen • Minder trillingen • Lager energieverbruik ROTALIGN® Ultra is gemakkelijk te bedienen en spreekt de taal van de gebruiker. PRUFTECHNIK NV, Lichtenauerlaan 102–120, 3062 ME Rotterdam, Tel: 010-204 59 37, Email: info@pruftechnik.nl

www.pruftechnik.com

‘Meeting Changing Needs’ Het vergroten van waarden voor (interne) klanten door beter in te spelen op veranderende behoeften en verwachtingen. Leer hoe ‘Best-in-Class’ bedrijven succesvol inspelen op steeds snellere verandering.

• • • •

7e editie / gratis deelname

Hoogwaardig programma met Best Practices uit diverse sectoren Interactieve workshops Expo rond State-of-the-Art applicaties, devices en services Interactie met vakgenoten en specialisten rond strategie-optimalisatie-IT Voor strategisch en technisch beslissers

-

Strategic & Operational Excellence voor service en onderhoudsmanagement Donderdag 7 februari 2013, Amrâth Hotel Brabant, Breda

www.smc-congres.nl

Content partners:

SMC13_185x132_v3.indd 1

040_MIKRO_PRUEF.indd 1

Hoofdsponsoren:

Branche partners:

15-1-2013 10:48:54

21-01-13 17:06


Maintenance Manager of the Year

Verkiezing MMY: Kracht kent vele vormen Het congres iMaintain 2013 dat wordt gehouden op 21 maart in de Kuip heeft als thema ‘Kracht’. Na afloop van dit evenement maakt de jury bekend wie zich Maintenance Manager of the Year 2013 mag noemen. Drie kandidaten strijden om de titel, elk met eigen kwaliteiten en geleverde prestaties. Want kracht kent vele vormen. Teus Molenaar Wat de kandidaten gemeen hebben, is dat zij leiding geven aan een ploeg mensen die verantwoordelijk is voor professioneel onderhoud. Maar dat doen zij op een geheel eigen wijze. Enerzijds doordat ze andere persoonlijkheden hebben, anderzijds doordat de aard van hun werk een andere aanpak vereist. Een korte voorstelronde laat zien dat de jury ook dit jaar weer een lastige keuze moet maken.

Transparantie Mieke van Zon (44) is maintenance manager bij Heijmans Infra Services. De onderneming doet beheer en onderhoud van bijvoorbeeld parkeerterreinen, kunstwerken en wegen. Een prettig en belangrijk aspect

van haar werk vindt zij het leiding geven aan een multidisciplinair team én het contact onderhouden met de klant. Die klant is in haar geval vaak onbekend, omdat Heijmans Infra Services onder meer het onderhoud van een wijk doet. Zoals dat van de Vinex-locatie Vathorst in opdracht van de gemeente Amersfoort. De burgers zijn hier klant, evenals de gemeente. Transparantie is noodzakelijk, vindt zij. Dat begint met een degelijke registratie om te laten zien welke inspanningen je hebt verricht en waarom.

Nieuwe contractvormen Arjen van Broekhoven (40) is bij VolkerInfra Asset Management als maintenance mana-

Wie wordt de opvolger van Cor van de Linde, de Maintenance Manager of the Year 2012?

ger druk doende de nieuwe contractvormen die we (vooral) in de civiele wereld kennen gestalte te geven. Design, Build en Maintain in één hand. Hoe geef je daar vorm aan? Zijn bedrijf is marktleider op het gebied van beheer van de natte infrastructuur. Een gedegen registratie is de kurk waarop efficient onderhoud drijft, meent Van Broekhoven. Een zware taak, omdat de opdrachtgever in het verleden vaak heeft verzuimd de bezittingen te specificeren en het gepleegde onderhoud te boekstaven. Hij legt de nadruk op maintenance engineering om toekomstig onderhoud te vergemakkelijken.

De kracht van mensen Ton Huibers (56) heeft bij zijn werk als maintenance manager bij Vlisco in Helmond veel baat bij alle judolessen die hij in zijn leven heeft gegeven. Die inzichten past hij toe om de kracht van zijn mensen zoveel mogelijk tot zijn recht te laten komen. Om mensen uit te dagen het beste uit zichzelf te halen. Het routinewerk besteedt hij uit, maar de specifieke kennis van de enige fabriek in Nederland die mode ontwerpt en maakt met gebatikt katoen, houdt hij liefst in eigen huis. De zelf ontwikkelde risicomatrix vormt het hart van zijn onderhoudsplannen. Voor elk onderdeel is er een plan A, plan B en plan C. Condition based maintenance is zijn lijfspreuk. Veel techniek, maar het blijft mensenwerk. Daarom heeft hij in de fabriek posters laten ophangen met de tekst ‘Zoek elkaar op’. E-mail is te afstandelijk, mensen moeten volgens Huibers elkaar in de ogen kijken, elkaar een hand geven om samen tot de beste oplossingen te komen. Wie zich binnenkort Maintenance Manager of the Year 2013 mag noemen, wordt bekendgemaakt op 21 maart. Meer weten? Www.i-maintain.nl/congres n MaintNL 01 – 2013

041_ME_NVDO-artikel.indd 41

D m D n D k n g v Z

41

22-01-13 13:38


Maintenance Manager of the Year

Manager wil vertrouwen verdienen Sinds Rijkswaterstaat niet meer tot op de millimeter in bestekken voorschrijft hoe werken dienen te worden uitgevoerd, dan wel onderhouden, is het zoeken naar invulling van nieuwe contractvormen. Dat nieuwe vindt contractmanager Arjen van Broekhoven van VolkerInfra het mooist aan zijn werk. ‘Wij willen het vertrouwen verdienen van de opdrachtgever.’ Teus Molenaar Van Broekhoven ging na zijn studie Civiele Techniek aan de TU Delft aan de slag bij het ingenieursbureau Tebodin, waar hij werkte aan ondergrondse infrastructuur. Daarna heeft hij gewerkt bij het telecombedrijf BEN (inmiddels T-Mobile) dat druk doende was een landelijk dekkend netwerk op te bouwen. Van Broekhoven deed met zijn team de kwaliteitscontrole van de opstelpunten (antennes). ‘BEN bouwde niet alleen, maar deed ook het onderhoud. Daarom stelden wij de specificaties op in nauw overleg met de onderhoudsafdeling. En efficiënt onderhoud is gebaat bij standaardisatie; daar moet je bij het ontwerp rekening mee houden.’ Toen zijn vrouw in de gelegenheid kwam het architectenbureau van haar vader over te nemen, verhuisde het gezin van Rotterdam naar Rosmalen. ‘Ik had het erg naar mijn zin bij BEN, maar elke dag op en

neer naar Den Haag is geen pretje.’ Hij vond werk bij bouwbedrijf Heijmans op de nieuwe afdeling Inframanagement. ‘Dat was in de tijd dat Rijkswaterstaat met de Design, Construct, Maintain-contracten begon. Zo rond 2007. Dat vereist meer inzet van de aannemer. Heijmans had het onderhoud van de wegen in Zeeland gewonnen. Wij moesten invulling geven aan de eis dat de wegen de komende vijf jaar beschikbaar zijn en dat alles er netjes bij ligt. Dus op tijd de prullenbakken legen bij parkeerplaatsen, het gras maaien. Rijkswaterstaat schrijft niet meer voor dat je dat twaalf keer per jaar moet doen; de eis is nu dat het er goed en veilig uit moet zien. Als we dat met zes keer per jaar voor elkaar krijgen, is het ook goed.’ Na een reorganisatie voelde hij zich niet meer op zijn plek bij Heijmans en is zo bij VolkerInfra terecht gekomen.

PRofIEl Naam: Leeftijd: Werkt bij: Opleiding:

Arjen van Broekhoven 40 jaar VolkerInfra AssetManagement TU Delft, Civiele Techniek

Arjen van Broekhoven is genomineerde voor de verkiezing Maintenance Manager of the Year 2013. De prijs wordt uitgereikt na afloop van het congres iMaintain, dat wordt gehouden op 21 maart in de Rotterdamse Kuip. Met deze wedstrijd beloont de NVDO, samen met vakblad iMaintain, de maintenance manager die een duidelijke visie op onderhoud heeft omgezet in een resultaatgericht beleid. Meer info: www.i-maintain.nl/congres

Inmiddels marktleider VolkerInfra heeft inmiddels negen onderhoudscontracten in de wacht gesleept. ‘We zijn nu bij de natte infrastructuur – zeg maar de vaarwegen – marktleider in Nederland’, klinkt het trots. ‘Zodra zich een storing voordoet, bijvoorbeeld een schip dat tegen een sluisdeur is gevaren, dan moeten wij zo snel mogelijk ter plekke zijn om het op te lossen. Wij doen ook het onderhoud aan de ringwegen rond Rotterdam. Als dat stil staat, dan moeten we voor onmiddellijk herstel zorgen, want Rotterdam is de levensader van de Nederlandse economie. Dit zegt iets over onze organisatie, onze bedrijfsprocessen. We moeten storingsdiensten in het leven roepen. Zorgen dat we onze onderhoudsmensen op dergelijke afstanden hebben wonen dat zij de in het contract vastgelegde aanrijtijden kunnen halen. Maar het belangrijkste is natuurlijk dat we het onderhoud zo inrichten dat we storingen zoveel mogelijk weten te voorkomen. Als een sluisdeur steeds een euvel vertoont, dan gaan we analyseren wat er aan de hand is om tot een duurzame oplossing te komen.’

‘Soms kun je met kleine aanpassingen aan een ontwerp efficiënter onderhouden. Dan kom je tot proactief beheer.’ Registratie Uit zijn BEN-tijd weet Van Broekhoven hoe efficiënt het is om te standaardiseren. ‘Rijkswaterstaat heeft de afgelopen honderd jaar nauwelijks gestandaardiseerd. Dat betekent dat er op het gebied van onderhoud nauwelijks synergie is geweest. Wij proberen dat nu wel te doen. Een aantal

42 MaintNL 01 – 2013

042_43_MS_NVDO-artikel.indd 42

22-01-13 13:38


foTo: RIESjARD SCHRoPP

Arjen van Broekhoven: ‘Het belangrijkste is natuurlijk dat we het onderhoud zo inrichten dat we storingen zoveel mogelijk weten te voorkomen.’

weken geleden kregen we de opdracht een klep te vervangen bij een baggerdepot. Wij zijn gaan zoeken naar een leverancier en hebben er uiteindelijk eentje in de Verenigde Staten gevonden. Met productieen transporttijd ben je dan twintig weken verder voordat je de reparatie kunt uitvoeren. Gelukkig had Rijkswaterstaat op tijd aan de bel getrokken.’ Dat was meer geluk dan wijsheid, vermoedt Van Broekhoven. ‘Want een probleem is dat Rijkswaterstaat al die jaren niet veel aan asset management heeft gedaan. Er is amper geregistreerd welke assets ze hebben, en al helemaal niet wanneer welk onderhoud eraan is gepleegd. Wij zijn nu druk doende alles op te nemen in het onderhoudsbeheersysteem.’ Van Broekhoven geeft een voorbeeld: ‘Bij

een bepaalde installatie moest een sensor worden vervangen. Zo’n ding kost een paar tientjes. Maar dan blijkt dat de software van de PlC al jaren niet was opgewaardeerd en dat de sensor niet meer werd ondersteund. Dan moet je ineens veel meer gaan vervangen dan een voeler en heb je het over duizenden euro’s. Pennywise, poundfoolish. Dat komt ook doordat niet in kaart is gebracht welke risico’s er aan de assets kleven.’

Processen beheerst uitvoeren Niet alleen aan de opdrachtgeverskant is een andere houding nodig bij de nieuwe contractvormen, ook de aannemer moet er nog aan wennen. ‘Dat betekent bijvoorbeeld dat je ook andere mensen nodig hebt, niet alleen de doeners, maar ook de

zelfstarters: mensen die zelf kunnen bedenken wat ze moeten doen, die van niets iets kunnen maken’, meent Van Broekhoven. Hij vindt dat de processen goed moeten zijn uitgedacht en beheerst moeten worden uitgevoerd. ‘De afgelopen twee jaar hebben we daaraan gewerkt. Voor dit jaar hebben we als doel te komen tot meer planbaar onderhoud. De focus ligt daarbij op maintenance engineering. Dusdanig ontwerpen en onderhouden dat je voorspelbaar onderhoud kunt plegen.’ Dit is des te meer nodig nu er ook onderhoudsprojecten op de markt komen met vervanging daarin, bijvoorbeeld van wegdekken. ‘Soms kun je met kleine aanpassingen aan een ontwerp efficiënter onderhouden. Dan kom je tot proactief beheer.’ n MaintNL 01 – 2013

042_43_MS_NVDO-artikel.indd 43

43

22-01-13 13:38


Maintenance Manager of the Year

Judolessen voor onderhoudsbeheer Vijfentwintig jaar judoles geven vormt mede de basis waarop Ton Huibers bij Vlisco in Helmond de fabriek aan de praat houdt. Onderhoud is mensenwerk, vindt hij. Daarop moet je mensen uitdagen het beste uit zichzelf te halen. Bovendien is hij overtuigd aanhanger van condition based maintenance. Teus Molenaar Vlisco is een parel in de Nederlandse maakindustrie; een verborgen kroonjuweel, een textielfabriek die sinds 1846 alle stormen heeft weten te weerstaan. Maar Vlisco is meer dan een bedrijf dat katoen nauwkeu-

rig weet te verven in een modieus patroon; het heeft mode-ontwerpers in dienst om prachtige kleding te bedenken. Het batikken heeft de fabriek zich eigen gemaakt toen Indonesië nog een landsdeel was.

Maar inmiddels is West-Afrika het afzetgebied. De onderneming heeft een fabriek in Helmond, in Ghana en in Ivoorkust met elk ongeveer duizend medewerkers. Die in Helmond is de oudste. Ton Huibers is regelmatig in de plants in West-Afrika geweest en liep daar likkebaardend rond. ‘Dat zijn moderne fabrieken. Vooral de logistiek is daar veel beter geregeld dan hier. Als je een fabriek nieuw bouwt, zou je hem niet maken zoals hier. Maar ja, er staat hier voor zo’n driehonderd miljoen euro geïnvesteerd kapitaal. Dat schrijf je niet zomaar af.’

Je moet meegeven

PRofIEL Naam: Leeftijd: Werkt bij: Opleiding:

Ton Huibers 56 jaar Vlisco Maintenance management op hbo-niveau

Ton Huibers is genomineerde voor de verkiezing Maintenance Manager of the Year 2013. De prijs wordt uitgereikt na afloop van het congres iMaintain, dat wordt gehouden op 21 maart in de Rotterdamse Kuip. Met deze wedstrijd beloont de NVDO, samen met vakblad iMaintain, de maintenance manager die een duidelijke visie op onderhoud heeft omgezet in een resultaatgericht beleid. Meer info: www.i-maintain.nl/congres

Huibers werkt al sinds 1972 bij Vlisco. Hij is er na zijn lbo-opleiding Elektro als monteur begonnen. In zijn vrije tijd heeft hij veel vakopleidingen erbij gedaan, maar vooral eerst veel judo. Hij heeft jarenlang als judoleraar gewerkt, scholen helpen mee opzetten. Toen de vraag kwam of hij op de afdeling Research zijn technische kennis wilde inzetten, gaf hij daar graag gehoor aan. ‘Toen ben ik weer gaan studeren. Eerst op hbo-niveau proces- en besturingtechniek. Later nog post-hbo onderhoudsmanagement en onderhoudstechnologie. Daarna ben ik nog afgestudeerd op Technische Bedrijfskunde.’ Begin jaren negentig is de onderneming naar zijn kerntaken teruggebracht, en destijds vond de directie dat onderzoek daar niet toe behoort. ‘Zo ben ik op de maintenance-afdeling terecht gekomen’, vertelt Huibers. ‘In mijn leidinggevende posities heb ik altijd de judo-filosofie toegepast: je moet meegeven om te winnen. Eerst winnen, dan pas vechten.’

Een taart voor lijm Hij komt met een praktijkvoorbeeld. ‘De productie lag stil, omdat iets moest worden gelast, terwijl we daar geen brandvergunning voor hadden. Toen dacht ik: waarom

44 MaintNL 01 – 2013

044_45_MT_NVDO-artikel.indd 44

22-01-13 13:37


foTo’S: RIESJARD SCHRoPP

D m D n D k n g v Z

lassen als je ook kunt lijmen. Ik heb een wedstrijd uitgeschreven - met als beloning taart - voor de beste lijm. Zelf had ik expres een lijm ontworpen die vrij makkelijk was te verbeteren. Iedereen wilde wel meedoen, want ze wilden mij verslaan. En dat is ook gelukt. Er kwam een goed voorstel. En ze hebben van mij gewonnen. Maar eigenlijk heb ik ook gewonnen, want mijn doel is bereikt: we hoeven niet te lassen, we kunnen een goede lijm gebruiken. Zoek altijd naar een win-win-situatie.’ En dat andere; eerst winnen en dan pas vechten? ‘Je moet een wedstrijd goed voorbereiden, weten welk pad je wilt volgen. Dan weet je dat je kunt winnen; dan ga je pas vechten.’

‘Met elkaar zorgen we voor de beschikbaarheid en betrouwbaarheid van de fabriek. Daarbij geef je ieder zijn verantwoordelijkheden.’ Bij onderhoud draait het volgens Huibers om mensen en om weten wat er gebeurt. Soms is het heel simpel. ‘Een bepaalde

machine stond altijd enige tijd stil. Toen ik naging wat er aan de hand was, bleek dat de operators op die tijd een warme maaltijd gingen nuttigen. Niks technisch, gewoon een kwestie van zorgen dat de maaltijden naar de mensen werden gebracht. En het euvel was verholpen.’

Specifieke kennis in huis op de maintenance-afdeling werken ongeveer zeventig mensen, van wie vijftien tot twintig procent is ingehuurd. ‘De specifieke Vlisco-kennis wil ik in huis houden, met een vaste ploeg mensen. Het standaardwerk kan ik uitbesteden.’ Hij hecht er waarde aan dat mensen met plezier werken. Dat staat ook op nummer 1 op de agenda van het ochtendoverleg. ‘onze mensen moeten het beter doen dan de markt. Ze moeten zo zijn opgeleid en getraind dat ze ook aan het werk kunnen als Vlisco onverhoopt ophoudt te bestaan’, vertelt hij. ‘Met elkaar zorgen we voor de beschikbaarheid en betrouwbaarheid van de fabriek. Daarbij geef je ieder zijn verantwoordelijkheden. Iemand is verantwoordelijk voor een bepaalde machine. Als hij weggaat om 17:00 uur, dan moet hij vrijwel zeker weten dat er de komende 24 uur geen storing kan optreden. Want hij wordt ’s nachts uit bed gebeld als het toch nodig is.

Dus voordat hij weggaat, kijkt hij nog nauwkeurig. Als er ergens een slang loshangt, dan zal hij die vastzetten, om te voorkomen dat hij ’s avonds van een feestje wordt gepiept. Die mensen kijken toch anders dan wanneer ze weten dat er een andere ploeg klaarstaat. Dan laten ze zo’n slang hangen; dat is werk voor de volgende.’

Risicomatrix Het is een fabriek met geschiedenis. Dat geldt ook voor het materieel. Toch valt het wel mee met de leeftijd, meent Huibers. De gemiddelde levensduur van de productiemiddelen is 31 jaar. ‘We hebben wel een risicomatrix opgesteld van alle machines. We hebben bij alles de risico’s in kaart gebracht. Nagegaan of onze mensen het kunnen repareren als iets kapot gaat. Mocht het toch falen, dan is er plan B: zorgen voor voldoende spare parts om tijdelijk een stilstand te verhelpen. Desnoods gaan we naar plan C: een alternatief bedenken.’ Huibers praat graag, snel en uit de losse pols. Hij kan uren over onderhoud praten. Bijvoorbeeld over condition based management. ‘Daar ben ik jaren geleden al mee begonnen. Wie op basis van draaiuren onderhoud pleegt, gooit restlevensduur weg en introduceert sleutelfouten op een moment dat het niet nodig is.’ n MaintNL 01 – 2013

044_45_MT_NVDO-artikel.indd 45

45

22-01-13 13:37


NIEUWS

Nereda-technologie in nieuwe Groningse zuiveringsinstallatie

procent goedkoper dan conventionele installaties. Bij de aanbestedingsprocedeure is gekozen voor prestatieinkoop. Hierbij komt ‘de markt’ met oplossingen voor een – door de opdrachtgever – nauwkeurig omschreven probleem. Zo moet het effluent (lozing na behandeling) van de rwzi in Garmerwolde voldoen aan strenge wettelijke eisen. Bedrijven hebben alle ruimte gekregen om hun kennis en ervaring te benutten, zonder dat een specifieke zuiveringstechnologie was voorgeschreven. Het consortium GMB Civiel en Imtech Infra is het gegund om de installatie te bouwen. De twee installaties worden straks vanuit één centraal geautomatiseerd systeem aangestuurd.

Daling orders machines en gereedschappen

De rioolwaterzuivering in Garmerwolde wordt uitgebreid met een energiezuinige Nereda-zuiveringsinstallatie. Bacteriën, geconcentreerd in compacte korrels, zuiveren straks het afvalwater op biologische wijze. De rioolwaterzuivering in Garmerwolde van Waterschap Noorderzijlvest behandelt straks jaarlijks 27 miljoen kubieke meter afvalwater, afkomstig uit de gemeenten Groningen, Ten Boer en Loppersum. Jaarlijks wordt tevens 7,5 miljoen kilowattuur elektriciteit opgewekt, grotendeels voor de energiebehoefte van het zuiveringsproces zelf. De bestaande zuiveringsinstallatie wordt uitgebreid met een tweede installatie, waarin de Nereda-technologie – een gezamenlijke ontwikkeling van de TU Delft, DHV en enkele Nederlandse waterschappen – wordt toegepast. Bacteriën, in compacte korrels geconcentreerd, zuiveren huishoudelijk afvalwater op biologische wijze. Ze hebben een zuurstofrijke buitenzijde en een zuurstofarme kern, waardoor één korrel meerdere zuiveringsstappen voor zijn rekening neemt. Dit korrelvormig slib bezinkt snel, waardoor geen nabezinktanks nodig zijn om water en slib te scheiden. De zuiveringscyclus vindt zodoende in één tank plaats. Het proces is duurzaam en doelmatig. Het energieverbruik pakt gunstig uit. Het gebruik van chemicaliën is minimaal. En de geur- en geluidsoverlast is beperkt. Volgens hoogleraar Mark van Loosdrecht van de TU Delft is een zuiveringsinstallatie volgens het Nereda-principe uiteindelijk 25

De Federatie Productie Technologie, waarin fabrikanten en leveranciers van machines, (hardmetalen) gereedschappen en software en apparatuur voor meet- en besturingstechniek zijn vertegenwoordigd, heeft de orderstatistieken over het derde kwartaal van 2012 gepresenteerd. De omzet voor gereedschappen bedroeg over het derde kwartaal van 2012 29,5 miljoen euro; 4 procent minder dan de 30,8 miljoen euro in het jaar daarvoor. Bij de investeringsgoederen werd nog een omzetstijging van 5 procent genoteerd ten opzichte van het derde kwartaal vorig jaar, terwijl de omzet van verspanende verbruiksgoederen nagenoeg onveranderd bleef. Daarentegen werd bij de niet-verspanende verbruiksgoederen, meetgereedschappen en overige gereedschappen een omzetdaling genoteerd van respectievelijk -15 procent, -10 procent en -11 procent. De machineomzetten bedroegen over het derde kwartaal van 2012 32,7 miljoen euro; een daling van 15 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar (38,5 miljoen euro). De daling deed zich voor bij verspanende machines (-10 procent naar 24,6 miljoen euro), niet-verspanende machines (-26 procent naar 7,6 miljoen euro) en overige machines (-22 procent naar 500.000 euro).

Zeeland en Zuid-Holland gaan samenwerken in het toezicht op risicovolle bedrijven De provincies Zeeland en Zuid-Holland gaan als eerste provincies samenwerken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving bij risicovolle bedrijven. De gedeputeerden voor milieu van beide provincies ondertekenden daarvoor op 19 december een intentieverklaring. Met ingang van 1 januari 2013 worden de vergunningen en inspecties bij risicovolle bedrijven in Zeeland en Zuid-Holland gecoördineerd vanuit één Regionale Uitvoeringsdienst (RUD). Dit coördinatiepunt is ondergebracht bij de DCMR Milieudienst Rijnmond, de dienst die dit toezicht al doet bij alle risicovolle bedrijven in het Rijnmondgebied. Binnen deze verandering kunnen de bedrijven gewoon terecht bij dezelfde uitvoeringsdienst als waar zij voorheen zaken mee deden. Er vindt geen wijziging plaats in het bevoegd gezag.

46 MaintNL 01 – 2013

046_47_MJ_NVDO_neuws.indd 46

22-01-13 13:50


Gedeputeerde van de provincie Zeeland, George van Heukelom: ‘Vanaf 1 januari gaat de Provincie Zeeland voor vergunningverlening, toezicht en handhaving bij de BRZO-bedrijven van start met een aantal uitvoeringsafspraken tussen Zeeland en DCMR. De doelstelling is om de sterke punten van de betrokken organisaties te combineren waardoor er een kwaliteitsverbetering in de uitvoering ontstaat.’ Rik Janssen, gedeputeerde van de provincie Zuid-Holland: ‘Bedrijven zijn als eerste zelf verantwoordelijk voor de veiligheid van hun risicovolle activiteiten. Tegelijkertijd mogen burgers ervan uitgaan dat de overheid op een adequate manier vergunningen verleent, toezicht houdt en bij overtredingen consequent handhaaft. Door de uitvoering voor Zeeland en ZuidHolland te concentreren bij één Regionale Uitvoeringsdienst ontstaat meer efficiëntie, kwaliteit en uniformiteit.’ Jan van den Heuvel, directeur BRZO RUD DCMR Milieudienst Rijnmond: ‘We zijn er trots op dat het is gelukt een BRZO RUD neer te zetten zonder stelselwijziging. Nu gaan we het gezamenlijk waarmaken. En dat kan niet zonder de samenwerking met de betrokken RUD’s en provincies.’

Periodieke functietest van twee eindschakelaars op een koudwals

Hoe blijf je als relatief kleine aluminiumwalserij concurrerend? De vlakheid, dikte nauwkeurigheid en oppervlakte afwerking van je aluminiumband zijn uitstekend. Maar dat kunnen grote walserijen ook. Je richt je dan bijvoorbeeld op kleinere orders. Flexibiliteit wordt je con-

currentiekracht. Die moet zich uiten in korte levertijden. Daarvoor moest de MTBF van de koudwals omhoog van 9,8 uur naar 22 uur en de ongeplande stilstand omlaag van 5,2 procent naar 2,7 procent. En om dat te bereiken, is de methode Reliability-centred Maintenance (RCM2) onder meer toegepast op de wikkelwagen en de besauminstallatie. De wikkelwagen brengt wikkels aluminium van de kettingtransporteur naar de haspel van de koudwals. Mocht een wikkel te ver uit het midden staan, dan neemt deze het armpje van een eindschakelaar mee die de wikkelwagen stopt. Anders zou die wikkel namelijk tegen een richtcilinder van de haspel lopen en van de wikkelwagen in de put en op de zuigerstang van de rijcilinder vallen. Dat zou leiden tot 48 uur stilstand en 32.000 euro aan kosten. Hoe vaak moet je die eindschakelaar testen? Het bleek dat de wikkelwagen gemiddeld eens in de vier weken wordt gestopt, omdat er een wikkel te ver uit het midden staat. En uit voorraadmutaties bleek dat dit type eindschakelaar gemiddeld 22 jaar mee gaat. Het optimale testinterval is dan één week met, voor de eindschakelaar, een beschikbaarheid van 99,95 procent (SIL 3). De besauminstallatie snijdt het band op klantspecifieke breedte. Mocht de operator de besaummessen te ver uitrijden, dan neemt elk mes een armpje van een eindschakelaar mee die de motor van de breedteverstelling stopt. Anders zouden de beschermkap en de ketting worden stukgetrokken en de schroefspindels beschadigd raken. Dat zou leiden tot veertig uur stilstand en 25.000 euro kosten. Het bleek dat de operator de besaummessen elke week een keer te ver uitreed. Eens per week moet de operator namelijk niet afgevoerd schrot (afgesneden stroken) verwijderen. Hij rijdt de besaummessen dan maximaal uit zonder op de afstand te letten. In plaats van de afstand af te lezen en niet verder uit te rijden dan 1.580 millimeter, gebruikt hij de beveiliging als regeling. Daar is niet tegenaan te testen. Je kunt natuurlijk eindschakelaars overwegen met een hogere betrouwbaarheid (een hogere SIL-klasse). Beter is om bij het uitrijden van de besaummessen op de afstand te letten. Dan wordt er alleen een beroep op de beveiliging gedaan indien de operator de besaummessen per ongeluk te ver uitrijdt. Het lijken wellicht kleine verbeteringen van de betrouwbaarheid en beschikbaarheid, maar ook hier geldt: ‘Vele kleintjes maken een grote.’ Op 26, 27 en 28 maart start de eerstvolgende cursus RCM2, in Eindhoven. U leert de zeven RCM-vragen te beantwoorden en zo te beslissen welke periodieke taken de beste strategie vormen in de strijd tegen bepaalde storingen. U leert bovendien hoe te beslissen welke storingen beter op een andere manier kunnen worden bestreden, namelijk door een eenmalige wijziging van het ontwerp, de wijze van bediening, procedures en voorschriften of van kennis en vaardigheden. Aanmelden is nu al mogelijk via www.nvdo.nl/maintenance academy Door Jos ter Brake, Docent/Mentor RCM2 bij Operational Excellence Transfer MaintNL 01 – 2013

046_47_MJ_NVDO_neuws.indd 47

47

22-01-13 13:50


Onderhoud en onderzoek

Onderhoud in Food, Beverage & Farma in 2020 De sector Agri&Food staat aan de wereldtop. Twaalf van de veertig wereldwijd grootste foodbedrijven hebben een vestiging of belangrijke Research & Development-activiteit in Nederland. Ons land is de nummer één Agri&Food-innovatieregio met internationaal toonaangevende kennisinstellingen. Reden genoeg voor de NVDO om te onderzoeken hoe onderhoud zich binnen de sectoren Food, Beverage & Farma positioneert in het jaar 2020. Uit het recent verschenen NVDO Onder­ houdskompas blijkt dat de Nederlandse onderhoudsmarkt een omvang heeft van tussen de 30 en 35 miljard euro. Dit is ongeveer vier procent van het Bruto Binnenlands Product (BBP). De totale sec­ tor biedt werkgelegenheid aan zo’n 260.000 tot 300.000 onderhoudsprofessi­ onals. Daarmee is ongeveer vier procent van de werkzame bevolking in Nederland actief in de onderhoudssector.

De onderhoudsmarkt zal een actieve rol moeten vervullen en op thema’s als resource efficiency in de keten, voedselveiligheid of duurzame maaktechnologie samenwerking moeten aangaan met industrie, kennisinstellingen en overheid.

maken met verkeerd onderhoud of te wei­ nig hygiënische kennis bij onderhoudsbe­ drijven. De onderhoudsmarkt zal een actie­ ve rol moeten vervullen en op thema’s als resource efficiency in de keten, voedselvei­ ligheid of duurzame maaktechnologie samenwerking moeten aangaan met indus­ trie, kennisinstellingen en overheid. De verschillende deelsegmenten van de Food, Beverage & Farma­sector vertegen­ woordigen gezamenlijk een omzetwaarde van 70,6 miljard euro en er werken onge­ veer 150.000 mensen. Met jaarlijks zo’n 1,2 miljard euro aan investeringen in materiële vaste activa is de voedingsmiddelenindus­ trie een van de grootste investeerders in de Nederlandse industrie. Onderhoud binnen de Food, Beverage & Farma­sector behelst onder andere het beheer van en onderhoud rondom de fabricageomgeving van stuk­ productie van goederen en producteenhe­ den.

Visie De NVDO formuleerde haar visie op onder­ houd en de (toekomstige) rol ervan in de voedingsmiddelindustrie in samenwerking met Ernst & Young Advisory en ING Economisch Bureau. Dit kwam tot stand aan de hand van scenarioplanning. Met het bespreken van kernonzekerheden zijn de uitgangspunten voor vier scenario’s uiteen gezet. De scenario’s zijn bedoeld als hulp­ middel bij het maken van strategische keuzes voor bedrijven in de voedingsmiddelensector en geven een heldere indruk van de krachten die richting 2020 op onderhoud binnen de Food, Beverage & Farma­sector inwerken.

Trends Bij de ontwikkeling van het Visiedocument ‘Onderhoud binnen de Food, Beverage & Farma­sector in 2020’ is een top 5 met trends bepaald: toenemende wet­ en regel­ geving op het gebied van kwaliteit, veilig­ heid en milieu, de focus van toezicht op kwaliteit, veiligheid en milieu verschuift van extern naar intern, het terugdringen van verspilling als onderscheidende factor bin­ nen het bedrijfsleven neemt toe, verplaat­ sing van productiefaciliteiten voor niet­geo­ grafisch gebonden producten en toenemen­ de concurrentie op basis van kostprijs bin­ nen de sector. Andere trends die naar voren zijn gekomen zijn onder meer toenemende

Onderhoud in food Cees ’t Hart, boegbeeld van de topsector Agri&Food, positioneert onderhoud als een belangrijk onderdeel van de voedingsmid­ delenindustrie. Vooral als het gaat om kwesties rondom productveiligheid, maar ook voor veiligheid in het algemeen. Veel incidenten uit het verleden hadden te

48 MaintNL 01 – 2013

048_49_MK_NVDO-artikel.indd 48

22-01-13 13:50


Onderhoudsomgeving

Bedrijfsomgeving

Macro-omgeving

‘Onderhoud binnen de Food, Beverage & Farma-sector in 2020’ Leven in de brouwerij

Het neusje van de zalm

De bittere pil

Op eieren lopen

Economisch rendement van duurzaam ondernemen

Loont niet

Loont

Loont niet

Loont

Uitvoering van toezicht op kwaliteit, veiligheid en milieu

Intern

Intern

Extern

Extern

Regeldruk

Laag

Gemiddeld

Hoog

Hoog

Economische ontwikkeling

Krimp

Groei

Krimp

Stabiel

Houding eindgebruiker (consument / patiënt)

Overwegend passief

Zeer betrokken

Zeer onverschillig

Kritisch en activistisch

Mate van transparantie / openbaarmaking

Gemiddeld

Hoog

Laag

Hoog

Verschuiving productielocatie

Stabiel

Stabiel

Verplaatsing productie uit NL

Regionalisering, terugkeer productie naar NL

Innovatiegraad

Gemiddeld

Hoog

Laag

Hoog

­ Gemiddeld ­ Laag

­ Laag ­ Laag

­ Gemiddeld ­ Hoog

­ Gemiddeld ­ Hoog

Ketensamenwerking

Beperkt

Zeer goed

Beperkt

Goed

Verschuiving onderhoudswerk­ zaamheden

Administratief en toezichtfunctie

Toezichtfunctie en meedenken

Juridisch

Totaaloplossingen en total cost of ownership

Impact aansprakelijkheid

Gemiddeld

Laag

Hoog

Hoog

Rol onderhoudspartij

Preferred supplier

Business partner

Efficiëntie

Ontzorgen

Focus onderhoud

Vergroten betrouw­ baar­heid

Kwaliteit en flexibili­ teit

Levensduur­ verlengend

Integraliteit met bedrijfsstrategie

Schaarste op de arbeidsmarkt

­ Capaciteit ­ Kennis

In het NVDO Onderhoudskompas worden vier scenario’s vergeleken. Deze zijn bedoeld als hulpmiddel bij het maken van strategische keuzes voor bedrijven in de voedingsmiddelensector en geven een heldere indruk van de krachten die richting 2020 op onderhoud binnen de Food, Beverage & Farma-sector inwerken.

globalisering van de markt voor productie­ factoren, een groeiend consumentenbe­ wustzijn op het gebied van maatschappelijk verantwoorde producten en productiepro­ cessen en toenemende druk van de consu­ ment op de prijs van producten.

Verwachting De meerderheid van de onderhoudsbedrij­ ven verwacht een omzetstijging. Vooral de verwachting bij bedrijven actief in de Food, Beverage & Farma is hoog. Dit is opmerkelijk omdat het economisch klimaat in 2012 juist

is verslechterd en dit dus juist tot minder onderhoud zou moeten leiden. Daarentegen hebben verschillende sectoren al een perio­ de van krimp achter de rug waardoor onder­ houd al enkele jaren is uitgesteld en deze latente vraag nu in ‘een periode dat het wat rustiger is’ toch moet worden uitgevoerd.

Leidraad Met het Onderhoudskompas geeft de NVDO een duidelijke richting voor het ontwikkelen van kennis over de Nederlandse onderhouds­ sector. De waarde van het Onderhoudskompas

is meervoudig. Ten eerste bieden de resulta­ ten belanghebbenden een goede kijk in de keuken van de brede en pluriforme markt van beheer en onderhoud. Vervolgens gaat het in op relevante marktontwikkelingen en trends. Bovendien vormt het Onderhoudskompas een leidraad voor bedrijven die een beter beeld willen krijgen van de markt waarin zij actief zijn om zo de groeikansen die hierin opgesloten liggen, nog beter te benutten. Het Onderhoudskompas is tot stand gekomen in samenwerking met het ING Economisch Bureau. n MaintNL 01 – 2013

048_49_MK_NVDO-artikel.indd 49

49

22-01-13 13:50


Onderhoud en veiligheid

Provincies sluiten verbond voor beter BRZO-toezicht Veiligheid in de industrie valt of staat met inspectie en handhaving van de veiligheidsregels. Voor de toezichthoudende diensten is hierin een belangrijke taak weggelegd, ook als het aan de politiek ligt. Maar de manier waarop de verschillende provincies en gemeenten bij risicobedrijven vergunningen verlenen, toezicht houden en wet- en regelgeving handhaven, verschilt onderling. De Provincies Zeeland en Zuid-Holland zijn nu als eerste begonnen om hun werkzaamheden centraal te coördineren. Elise Quaden

dienst ontstaat meer efficiëntie, kwaliteit en uniformiteit.’ Jan van den Heuvel, directeur BRZO RUD DCMR Milieudienst Rijnmond: ’We zijn er trots op dat het is gelukt een BRZO RUD neer te zetten zonder stelselwijziging. Nu gaan we het gezamenlijk waarmaken. En dat kan niet zonder de samenwerking met de betrokken RUD’s en provincies.’

De gedeputeerden voor Milieu van de twee provincies ondertekenden op 19 december 2012 een intentieverklaring, met als doel om vanaf 1 januari met één gezamenlijke Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) te gaan werken voor het toezicht op BRZO (Besluit Risico’s Zware Ongevallen)-bedrijven in beide regio’s. Deze BRZO-RUD wordt gecoordineerd vanuit DCMR Milieudienst Rijnmond.

‘DCMR houdt al op een consistente en gespecialiseerde manier toezicht bij risicovolle bedrijven namens meerdere gemeenten en de Provincie Zuid-Holland. Dit is nu uitgebreid met de Provincie Zeeland.’

Kwaliteit verbeteren De gedeputeerde van de provincie Zeeland, George van Heukelom, benadrukt vooral dat de samenwerking de twee provincies tot een sterker geheel zal maken: ‘Vanaf 1 januari is de provincie Zeeland voor vergun-

ningverlening, toezicht en handhaving bij de BRZO-bedrijven van start gegaan met een aantal uitvoeringsafspraken tussen Zeeland en DCMR. De doelstelling is om de sterke punten van de betrokken organisaties te combineren waardoor er een kwaliteitsverbetering in de uitvoering ontstaat.’ Rik Janssen, gedeputeerde van de provincie Zuid-Holland: ‘Bedrijven zijn als eerste zelf verantwoordelijk voor de veiligheid van hun risicovolle activiteiten. Tegelijkertijd mogen burgers er van uit gaan dat de overheid op een adequate manier vergunningen verleent, toezicht houdt en bij overtredingen consequent handhaaft. Door de uitvoering voor Zeeland en Zuid-Holland te concentreren bij één Regionale Uitvoerings-

Aanleiding Jan van den Heuvel licht de samenwerking verder toe: ‘18 december 2012 is de intentieverklaring getekend met de bedoeling om in april 2013 officieel van start te gaan met de samenwerking. De directeur van de DCMR zal door de betrokken bestuurlijk verantwoordelijken worden gemandateerd om alle taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving uit te voeren. In de praktijk zal dat erop neerkomen dat alle werkzaamheden uitgevoerd blijven worden op regionaal niveau en dat de coördinatie centraal is geregeld. Er komt dan ook één coördinatiepunt bij DCMR, dat verantwoordelijk zal zijn voor een eenduidige werkwijze binnen beide provincies.’ De samenwerking komt voort uit afspraken die zijn gemaakt tussen voormalig staatssecretaris Joop Atsma, het Interprovinciaal Overleg en de Vereniging van Nederlandse

50 MaintNL 01 – 2013

050_51_MQ_NVDO-artikel.indd 50

22-01-13 13:50


FOTO: DOW

Vanaf 1 januari werken de provincies Zeeland en Zuid-Holland met één gezamenlijke Regionale Uitvoeringsdienst voor het toezicht op BRZO-bedrijven. Dit moet onder meer de werkwijze van de toezichthouders gelijktrekken

Gemeentes. Van den Heuvel: ‘Nu nog werken de verschillende toezichthouders in provincies en gemeentes op een eigen manier. Daarom heeft voormalig staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu Joop Atsma een tijd terug gesteld dat er eenduidig toezicht moet komen in het hele land. Het incident bij Chemie-Pack vormde mede de aanleiding om hiertoe te besluiten.’ De afspraken worden dit jaar wettelijk vastgelegd in een Algemene Maatregel van Bestuur.

‘De toezichthouders hebben hun thuisbasis nog steeds vlak bij de bedrijven die zij inspecteren en zij hebben nog steeds de plicht de bedrijven waar ze langsgaan goed te kennen.’ De vele verschillende regio’s in het land zijn door Atsma in zes grotere verdeeld, waarbij Zuid-Holland en Zeeland dus samen als één

van die zes zijn aangemerkt. ‘In feite zijn wij ook de eerste die de afspraak concreet in de praktijk uitvoeren’, aldus Van den Heuvel.

Landelijk model Het aangaan van samenwerking en toezicht houden vanuit een centraal coördinatiepunt is geen wettelijke verplichting, maar een politieke keuze. De huidige staatssecretaris Mansveld wil de ideeën van Atsma graag doorzetten en RUD’s vormen. Van den Heuvel benadrukt dat DCMR zijn werkzaamheden zelf voor een groot deel al volgens de visie van Den Haag uitvoert: ‘DCMR houdt al op een consistente en gespecialiseerde manier toezicht bij risicovolle bedrijven namens meerdere gemeenten en de Provincie Zuid-Holland. Dit is nu uitgebreid met de Provincie Zeeland.’

Verschillen Nadat de gedeputeerden de intentieverklaring hebben getekend, is de samenwerking vrijwel meteen begonnen en wordt de nieuwe strategie al door toezichthouders in beide provincies toegepast. Tot april wordt er hard gewerkt om alle mandaten gereed te krijgen zodat de samenwerking in uitgewerkte vorm in april officieel kan beginnen. Voor de bedrijven in Zuid-Holland en

Zeeland die bezoek krijgen van inspecteurs verandert het aanspreekpunt niet. En ook het personeel hoeft geen drastische herzieningen te verwachten. ‘Het toezicht dat er was, blijft. Voor de werknemers van de verschillende diensten verandert alleen de coördinatie en wordt gewerkt aan een gezamenlijke werkwijze in Zeeland en ZuidHolland. Momenteel worden alle verschillen in werkwijze die er zijn tussen de provincies in kaart gebracht en aangepast’, aldus Van den Heuvel.

Nabijheidsprincipe De afstand van sommige bedrijven tot de centrale toezichthouder zal groter worden. Verwacht DCMR daarmee problemen? Een grotere afstand kan betekenen dat organisaties zich ‘vrijer’ voelen en wellicht de regels wat minder strak gaan handhaven. Van den Heuvel: ‘Aan het nabijheidsprincipe verandert niets nu dit plan er is. Het is ook zeker belangrijk dat die nabijheid blijft bestaan. De toezichthouders hebben hun thuisbasis nog steeds vlak bij de bedrijven die zij inspecteren en zij hebben nog steeds de plicht de bedrijven waar ze langsgaan goed te kennen. Zaken als de kwaliteit van de controles, de backoffice, planning en de opleidingen worden vanaf nu centraal geregeld bij DCMR.’ n MaintNL 01 – 2013

050_51_MQ_NVDO-artikel.indd 51

51

22-01-13 13:50


DIMENSYS KENT DE UITGEBREIDE MOGELIJKHEDEN VAN SAP TOT IN DETAIL

CITYTEC STROOMLIJNT PROCESSEN MET SAP OPLOSSINGEN VAN DIMENSYS CityTec is gespecialiseerd in het leveren en onderhouden van dynamisch straatmeubilair in de openbare ruimte. Het bedrijf is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van 600.000 lichtmasten, 30.000 verkeerslichten en 2.000 parkeerinstallaties. Om storingen aan deze systemen snel en accuraat op te lossen, heeft Dimensys voor CityTec een portal ontwikkeld op basis van SAP Web Dynpro. Wim de Wijs, business analist bij CityTec legt uit waarom zij voor Dimensys kozen: “Dimensys is uitgegroeid tot een vertrouwd partner die onze systemen door en door kent. We schakelen Dimensys op projectbasis in voor alles wat het dagelijks functioneel beheer overstijgt, waarbij de focus ligt op het verbeteren van onze bedrijfsprocessen. De kracht van Dimensys zit in de exibiliteit en klantgerichtheid van hun medewerkers. Bovendien kent Dimensys onze branche en de processen waarmee wij te maken hebben erg goed.“ Informatie trechteren Een van de verbeteringen die Dimensys voor CityTec heeft doorgevoerd, is een portal waarmee de front ofce sneller

052_53_dimensys_.indd 2

en accurater storingen kan verwerken. De medewerkers van CityTec verwerken zo’n 70.000 storingen per jaar. De Wijs: “Met goede dienstverlening kunnen wij ons onderscheiden, dus we willen snel en adequaat reageren op storingsmeldingen van klanten. De SAP systemen helpen medewerkers in ons callcenter om de meldingen snel bij de juiste monteurs te krijgen. Dimensys hielp ons om de beste oplossing te bedenken om dit proces te stroomlijnen.” CityTec formuleerde een functioneel ontwerp met de wensen en liet de vertaling in een goed werkende SAP oplossing over aan Dimensys. De Wijs: “Dimensys kwam terug met concrete aanpassingen die als basis dienden voor een inhoudelijke discussie over de vervolgstappen. De consultant van Dimensys had heel goed nagedacht over hoe de nieuwe oplossing zou aansluiten op onze bedrijfsprocessen. Aan de andere kant stond Dimensys ook open voor onze inbreng en kritische opmerkingen, zodat we verder een gezamenlijke blauwdruk konden ontwikkelen.”

22-01-13 10:49


ADVERTORIAL

SNELLER EN ACCURATER STORINGEN VERWERKEN

Dimensys zich altijd als een zeer betrouwbare partner opgesteld. Als er een keer fouten zijn gemaakt, dan herstelt Dimensys die snel.”

Het leidde uiteindelijk tot een overzichtelijke portal gemaakt met SAP Web Dynpro. Deze portal toont niet meer opties dan nodig en vult veelgebruikte gegevens automatisch in. Web Dynpro is een modelleeromgeving voor het maken van webgebaseerde gebruikersschermen, waarbij de weergave van data en de business logic van elkaar gescheiden blijven.

Creatieve oplossingen De Wijs: “De samenwerking met Dimensys heeft CityTec tot nu toe altijd toegevoegde waarde geboden. We hebben niet eens formele afspraken gemaakt over service level agreements, maar toch staat er altijd een consultant bij Dimensys voor ons klaar als wij met een vraag aankloppen. Niet altijd kan de vraag direct beantwoord worden, maar Dimensys vindt uiteindelijk altijd wel iemand met de juiste expertise. Dat is veel jner dan formeel opdrachtgeverschap en het bespaart ons tijd en geld.”

‘Medewerkers krijgen op hun scherm alleen informatie te zien die zij echt nodig hebben. De onderliggende data blijft ongemoeid.’

Dimensys is ook altijd kritisch geweest als het gaat om de prijs/kwaliteitverhouding. Als de kwaliteit zou lijden onder te lage prijzen, dan zal Dimensys dat ook eerlijk zeggen. Het bedrijf durft een hogere prijs te vragen voor de eigen producten en diensten, omdat het juist staat voor de kwaliteit van de eigen oplossingen.”

De front ofce van CityTec boekt inmiddels een forse snelheidswinst. De Wijs: “Als een medewerker een telefonische storingsmelding krijgt, maakt het systeem nu automatisch een melding en serviceorder aan na een druk op de knop. Routinetaken worden standaard toegevoegd, waardoor de foutgevoeligheid van het systeem aanzienlijk is verminderd. De order gaat vanzelf naar degenen die de storingen moeten oplossen. Daarnaast kunnen we nu de storingsinformatie overzichtelijker groeperen en het systeem laat zelf overbodige informatie weg. Hierdoor beschikken we over zeer accurate informatie en is het aantal fouten afgenomen.”

CONSULTANTS HEBBEN FLEXIBILITEIT EN BRANCHEKENNIS “De kracht van een SAP partner als Dimensys zit echt in de expertise van de medewerkers en die is over het algemeen uitstekend”, stelt De Wijs. “Natuurlijk zijn er altijd verbeterkansen. In al die jaren dat we samenwerken, heeft

Dimensys Europalaan 8 5232 BC ’s-Hertogenbosch info@dimensys.nl +31(0)73 – 68 68 750 www.dimensys.nl

052_53_dimensys_.indd 3

BEZOEK DIMENSYS OP HET SERVICE & MAINTENANCE CONGRES Wilt u meer weten over Dimensys? Bezoek onze stand op 7 februari bij het Service & Maintenance Congres 2013 in het Amrâth Hotel Brabant in Breda. Hier vertellen wij u graag meer over Linear Asset Management van SAP en de mogelijkheden om met IT oplossingen uw bedrijfsprocessen te verbeteren en te integreren met die van aannemers.

IT & BUSINESS CONSULTING

22-01-13 10:49


Informatie en onderhoud

Droge voeten en schoon water Het Hoogheemraadschap van Rijnland zit midden in een transitieproces van een traditioneel waterschap naar een professionele asset manager. Reliability engineering en ICT-systemen ondersteunen de diverse afdelingen bij hun missie. Het uitgangpunt blijft: droge voeten en schoon water, maar dan wel tegen acceptabele risico’s en kosten. David van Baarle De assets van het Hoogheemraadschap van Rijnland zijn niet alleen zeer divers, maar ook nog eens verspreid over een groot deel van Zuid- en een stukje Noord-Holland. Om maar een paar voorbeelden te noemen beheert het waterschap 226 kilometer aan persleidingen, 28 afvalwaterzuiveringsinstallaties, 74 rioolpersgemalen, 2.505 stuwen en 350 poldergemalen. Om het nog eens extra ingewikkeld te maken, is de organisatie van een hoogheemraadschap ook nog eens vrij complex met diverse bestuurlijke en ambtelijke verantwoordelijkheden en diverse afdelingen die de verschillende taken van het waterschap voor hun rekening nemen. Binnen zo’n organisatie is de overgang naar professioneel asset management dan ook een proces van een langere adem.

neer op besparingen. Met de invoering van asset management zouden we zowel de risico’s als de kosten beter kunnen beheersen. Maar zo’n nieuwe werkwijze of eigenlijk een nieuwe cultuur kun je niet van de ene op de andere dag invoeren. Je bent er niet met de aanschaf van een asset management-systeem, je zult het langzaam moeten laten beklijven in de organisatie. De belangrijkste pijlers daarvoor zijn functionaliteit, levensduur en risico’s. Om onze assets aan die pijlers te kunnen toetsen, moesten we eerst een overzicht krijgen van wat we nu precies

aan assets hadden en vooral ook wat de staat ervan was. Toen we eenmaal dat overzicht hadden, moesten we ons vervolgens inzicht verschaffen in wat we wilden: aan welke kwaliteit moeten de assets voldoen en hoe verhoudt zich dat tot de huidige kwaliteit? Oftewel: hoe groot is het gat, hoe dichten we het en hoe houden we het dicht. Voor het verkrijgen van het overzicht hadden we vooral input nodig van de mensen uit het veld. Zij hadden ook de wens uitgesproken om deze informatie zo snel mogelijk te verzamelen. De beleidmakers wilden zo snel mogelijk beginnen met het verkrijgen van inzicht in waar de assets aan moesten voldoen. Gaandeweg het traject merk je toch dat iedereen op zijn eigen manier met de nieuwe werkwijze omgaat. De behoeften, taken en verantwoordelijkheden worden nu steeds meer zichtbaar en daarmee kun je sneller meer afgewogen beslissingen nemen.’

Overzicht en inzicht Jonneke Klomp is projectmanager bij het Hoogheemraadschap van Rijnland en verantwoordelijk voor de introductie van asset management. ‘We zijn dit traject ingegaan na een noodkreet van de onderhoudsafdeling. Hoewel er geen direct gevaar was, kon men ook niet met honderd procent zekerheid zeggen dat alles veilig was. De basistaak die het waterschap zich stelt, is simpel gezegd te zorgen voor schoon water en droge voeten. Die taak nemen we serieus, maar tegelijkertijd wordt ons door de verenigde vergadering (VV), het algemeen bestuur van het waterschap, ook gevraagd om effectiever te werken. Dat komt min of meer

54 MaintNL 01 – 2013

054_55_56_ML_NVDO-artikel.indd 54

22-01-13 13:50


FOTO: BOx BaRRIER

Hoogheemraadschap Rijnland wil een echte asset manager worden. De basistaken blijven bestaan, maar worden efficiënter uitgevoerd.

Doelen bereiken

Automatiseren

Klomp merkt dat de nieuwe werkwijze inmiddels zijn vruchten afwerpt: ‘Met name de veldmensen maken nu meer een objectieve afweging en zien assets als onderdeel van een groter geheel. In het verleden was men toch meer geneigd een storing direct te willen oplossen. Dat is goed als het om risicovolle assets gaat, maar als het wel even kan wachten tot de volgende onderhoudsronde, hoef je niet een monteur zijn bed uit te bellen. Doordat de assets op gestructureerde wijze zijn vastgelegd, is er ook meer uniformiteit en daarmee wordt sturen eenvoudiger. Inmiddels zijn ook de eerste successen geboekt, zo is er een besparing gerealiseerd bij het boezemgemaal bij Spaarndam. Hoewel zo’n besparing natuurlijk mooi meegenomen is, blijven we ons wel focussen op onze hoofdtaak: schoon water en droge voeten. We richten de organisatie dan ook zo in dat deze doelen kunnen worden bereikt. Iedereen heeft daarin zijn eigen rol en draagt op zijn eigen wijze bij aan die doelen. Dat betekent wel dat je ook naar anderen moet luisteren en elkaar moet helpen de gezamenlijke doelen te bereiken.’

Loek Koek is reliability en maintenance engineer bij het Hoogheemraadschap van Rijnland en verantwoordelijk voor de ICTsystemen en voor het beheer van de assets. Koek omschrijft zijn functie vrij eenvoudig: ‘Het doel van het Hoogheemraadschap van Rijnland is om de fysieke bedrijfsmiddelen gedurende hun levensduur op een kosten-

‘We zijn dit traject ingegaan na een noodkreet van de onderhoudsafdeling. Hoewel er geen direct gevaar was, kon men ook niet met honderd procent zekerheid zeggen dat alles veilig was.’ effectieve manier in te zetten voor het primaire proces, ter realisatie van de bedrijfsdoelstellingen: droge voeten en schoon

water. De R&ME’er zoekt naar narigheid die hier afbreuk aan doet en probeert dit te verbeteren.’ Toen het hoogheemraadschap besloot zich om te vormen tot een professionele asset management-organisatie, werd hij verantwoordelijk voor de ICTstromen. Koek wil meegeven dat automatiseren geen hoofddoel is en dat systemen geen keurslijf moeten worden. ‘Je moet eerst organiseren voordat je gaat automatiseren’, zegt hij. ‘Dat betekent dat je de organisatie mee moet krijgen en de neuzen dezelfde kant op moet richten. Iedereen die betrokken is bij een automatiseringsproject heeft daarbij zijn eigen belangen en die kunnen behoorlijk tegenstrijdig zijn. Door inzicht te geven en respect af te dwingen voor elkaars belangen, creëer je draagvlak. Dat draagvlak is nodig omdat uiteindelijk iedereen verantwoordelijk is voor de kwaliteit van de data. Om die kwaliteit te bewaken, zul je ook goed moeten nadenken over welke gegevens je nodig hebt. Er is niets frustrerender dan mensen dingen laten vastleggen waar vervolgens niets mee wordt gedaan. De gebruiksvriendelijkheid van een ICT-systeem bepaalt voor een groot deel het succes. Dus zorg voor duidelijke MaintNL 01 – 2013

054_55_56_ML_NVDO-artikel.indd 55

55

22-01-13 13:50


Informatie en onderhoud

boomstructuren, heldere definities en uniforme storingsregistratie, standaard onderhoudsregels en relevante prestatie-indicatoren. Hou die gebruiksvriendelijkheid al in je achterhoofd bij de aanschaf van een onderhoudsbeheersysteem. Is het overal beschikbaar, ook op een tablet of smart-

‘Analyseer je het gedrag van mensen of van installaties? In het laatste geval moeten de cijfers spreken.’ phone, hoe betrouwbaar is het systeem en hoe veel keer moet je klikken voordat je bij het goede scherm belandt? als gebruikers een systeem niet fijn vinden werken, loop je het risico dat ze storingsmeldingen maar achterwege laten of formulieren maar half invullen.’ Koek waarschuwt dat wanneer het systeem eenmaal is geïmplementeerd, dat niet wil zeggen dat je klaar bent. ‘Hoe goed je alles ook hebt voorbereid en hoe vlekkeloos de implementatie ook is verlopen; het kan altijd beter. De praktijk blijkt altijd toch weerbarstiger. Richt dan ook een verbeterproces in waar iedereen zijn vraag, pro-

bleem of verbetervoorstel kwijt kan en laat ook zien dat je het commentaar serieus neemt door snel te reageren.’

Samen verantwoordelijk Data-analyse is vooral een kwestie van doen, zegt Koek. ‘Je moet een historie gaan opbouwen en daarvoor moet je ergens beginnen met meten. Ik raad wel aan om het niet te complex te maken. Je hebt meer aan weinig gegevens die betrouwbaar zijn dan aan veel onbetrouwbare data. Ik kreeg soms ook te horen dat wat het systeem aangaf niet klopte met de situatie die men in het veld aantrof. Tot op dat moment is wat in de systemen staat wel degelijk de waarheid. Dus moet je er samen achterkomen waar de discrepantie zit. Voel je samen verantwoordelijk voor de validiteit van de gegevens. Dat betekent ook dat je niet zomaar conclusies moet trekken, maar de juiste vragen moet stellen. Het blijft tenslotte mensenwerk. Waar de een het heeft over een gigantisch probleem, relativeert de ander hetzelfde probleem. Maar wie heeft er gelijk: analyseer je het gedrag van mensen of van installaties? In het laatste geval moeten de cijfers spreken.’

Analyses lonen Koek toont een overzicht van het aantal meldingen per object van verschillende locaties. Wat opvalt, is dat de ene locatie

nauwelijks storingsmeldingen heeft terwijl er ook grote pieken zijn met veel al dan niet urgente meldingen. ‘Hoe dan ook roept zo’n variatie aan meldingen een hoop vragen op. Waarom heeft de ene locatie zoveel meldingen en de ander niet? Zijn dit wel werkelijk allemaal meldingen van deze locatie? Geven de collega’s van de andere sites wel alle meldingen door? En waren de als urgent bestempelde meldingen wel echt zo urgent? En natuurlijk wil je weten van welke apparaten deze meldingen komen. Om die vragen te beantwoorden, zul je heel wat analyses moeten doen, maar het loont zeker de moeite. Inmiddels sturen de leidinggevenden in de lijnorganisatie op gedrag en worden de periodieke rapportages aan het middenkader gepresenteerd. Waar nodig zijn onderhoudsconcepten bijgesteld, frequenties aangepast evenals het soort onderhoudsacties. De analyses ondersteunden vaak de vermoedens van de monteurs, maar in sommige gevallen ontkrachtten ze ook hun vooroordelen. Soms lijkt een machine altijd dezelfde problemen te geven, terwijl analyse uitwijst dat het wel meevalt of dat er steeds een andere oorzaak ten grondslag ligt aan de storing. We hebben al successen geboekt, maar natuurlijk kan het beter. Dat moet echter geen reden zijn om aan zo’n project te beginnen. Het kan namelijk altijd beter, hoe goed je ook begint.’ n

56 MaintNL 01 – 2013

054_55_56_ML_NVDO-artikel.indd 56

22-01-13 13:50


Column Eigen werk eerst 2013 is nog maar koud begonnen (letterlijk) of het eerste record is alweer binnen: de langste file ooit. Meer dan duizend kilometer aaneengesloten blik stond er op de Nederlandse wegen. De oorzaak was, net als bij de eerdere recordfiles, sneeuw. De Nederlandse Spoorwegen, intussen wijs geworden door met name grote problemen in de winter van 2011/2012, was al snel overgegaan op een aangepaste dienstregeling waarbij treinen alleen heen en weer rijden op vaste trajecten, zonder wissels. Hoewel ik nu niet direct een treinfan ben, lijkt de NS geleerd te hebben van het verleden. Door de bottlenecks weg te nemen en de complexiteit sterk terug te dringen, moeten mensen weliswaar vaker overstappen, maar zijn ze er wel zeker van dat treinen rijden. Kunnen ze dat dan niet altijd doen, vraag je je af? Dat blijkt inderdaad wel te kunnen, maar Nederlanders zijn een beetje verwend en willen liefst zo weinig mogelijk overstappen. En dus moeten ze via allerlei ingewikkelde wissels van het ene spoor naar het andere worden geleid. En juist daar gaat het mis. Want alles wat kan bewegen, kan stuk en zeker onder de extreme, koude omstandigheden van de afgelopen tijd is de kans groot dat dat ook gebeurt. Dus, onder barre omstandigheden: houd het simpel. Helaas houdt de mens zich doorgaans niet aan dit adagium. Want waar de NS controle heeft over het schema van zijn treinen, kan de automobilist zijn eigen vertrektijden aanhouden. En dan is het al snel ieder voor zich, en één file voor ons allen.

Daar is dan iedereen verbolgen over, zo hoort dat in dit luxe land. Maar het grote verschil tussen duizend kilometer file en falende treinen, is dat in geval van file mensen weinig anderen de schuld kunnen geven. En als de treinen problemen hebben, is er de driehoek ProRail, NedTrain en NS om naar te wijzen. Nu hebben de automobilisten vooral hun eigen dienstregeling verstoord. Oké, er was geen weeralarm afgegeven, dat was nog wel op de files aan te merken. Want als er een weeralarm was geweest, dan waren er vast minder files. Nou, ook daar geldt: een gewaarschuwd mens doet toch wel waar ‘ie zin in heeft. Klagen is leuk, ik mag het graag doen, maar voorkomen is toch beter. Maar hoe ga ik dat voor elkaar krijgen? Voorkomen dat het team met z’n allen in de file staat als het een beetje sneeuwt. Bij FS Virtual Enterprise hebben m’n mensen het wel steeds over het nieuwe werken.

Klagen is leuk, ik mag het graag doen, maar voorkomen is toch beter. Maar hoe ga ik dat voor elkaar krijgen? Voorkomen dat het team met z’n allen in de file staat als het een beetje sneeuwt.

Thuis dingen doen, eigen tijden bepalen, lekker flexibel. Het nieuwe werken? Dat softe gedoe. Hou nou toch op. Laat ze eerst maar het oude werken oppakken. Gewoon doen wat de bedoeling is op de plek die ervoor ingericht is. Ik zeg u: ons werk leent zich niet voor flexibiliteit. Dat moet strak en strikt zoals het al jaren gaat. En als er dan duizend kilometer file staat, dan stappen ze maar wat eerder in de auto. Dat moest ik vroeger ook. Ing. Frans Stokbrood Directeur FS Virtual Enterprise

MaintNL 01 – 2013

057_MF_NVDO-Column.indd 57

57

22-01-13 14:57


Onderhoud en veiligheid

Samen werken aan preventie Jaarlijks vinden er in Nederland ongeveer 224.000 arbeidsongevallen plaats waar werknemers lichamelijk of geestelijk letsel oplopen en minimaal een dag verzuimen als gevolg hiervan. In heel Europa zijn jaarlijks 5.580 dodelijke slachtoffers. Daarnaast wordt geschat dat er jaarlijks 159.000 personen overlijden aan beroepsziekten. Veel levens hadden gespaard kunnen worden indien de risico’s waren voorzien, er verstandige veiligheidsmaatregelen waren getroffen en deze strikt waren gevolgd. Karen Oude Hengel en Jos de Lange

Voorkomen beter is dan genezen. En dit geldt meer dan ooit voor het bevorderen van een veilige en gezonde werkplek. De preventie wordt echter gemakkelijk uit het oog verloren wanneer deadlines of productiecijfers moeten worden gehaald. Om de veiligheid en gezondheid op het werk te kunnen verbeteren, houdt het Europees Agentschap voor Veiligheid en Gezondheid op het Werk zich bezig met een gezonde en veilige werkplek zodat werknemers vitaal en productief blijven werken.

TOOlkiT GEVArEnpicTOGrAmmEn EU-OSHA heeft een nieuwe toolkit meldt dat ze in hun dagelijkse werk geïntroduceerd die de aandacht vesmet gevaarlijke stoffen omgaan. Eén PAS OP: CHEMISCHE STOFFEN! tigt op de veranderingen in de etiketenkele blootstelling aan enkele van tering van chemische stoffen. De deze stoffen kan al schadelijk zijn toolkit helpt werkgevers en hun voor hun gezondheid en effecten hebwerknemers zorgvuldig met gevaarben die variëren van lichte irritatie lijke stoffen om te gaan en veilig te van de ogen en de huid tot astma, werken. vruchtbaarheidsproblemen, het krijDe nieuwe online toolkit bevat onder gen van kinderen met afwijkingen en meer de film ‘Gevaar: chemische kanker. EU-OSHA wil ervoor zorgen stoffen!’, een affiche en een folder. dat werknemers en hun werkgevers De centrale figuur is ‘Napo’, de held vertrouwd raken met de nieuwe pictoin een reeks tekenfilms waarmee op grammen voor chemische gevaren en GEVAAR een grappige manier aandacht wordt zorgvuldig omgaan met gevaarlijke gevraagd voor veiligheid en gezondstoffen. heid op de werkplek. EU-OSHA steunt de Europese Geleidelijk aan worden in de lidstaten Commissie in haar pogingen meer nieuwe gevarenpictogrammen voor bekendheid te geven aan de wijziginchemische producten ingevoerd, als gen in de etiketteringseisen en het onderdeel van een wereldwijd geharbelang ervan voor de werkplek. Een moniseerd systeem, maar uit recent onderzoek van het specifieke webrubriek geeft toegang tot de toolkit en tot Europees Agentschap voor chemische stoffen blijkt dat een reeks aanvullend trainingsmateriaal en richtsnoeren, veel pictogrammen niet worden herkend of niet goed alsmede tot veelgestelde vragen over indeling, etiketteworden begrepen. De kit herinnert werkgevers en hun ring en verpakking (de zogenaamde CLP-verordening van werknemers aan de nieuwe waarschuwingstekens en de Europese Unie) en de registratie, evaluatie, autorisatie helpt hen de betekenis ervan te begrijpen zodat ze veilig en restrictie van chemische stoffen (de REACHkunnen blijven werken. verordening) die een dieper inzicht in de materie bieden. Ongeveer vijftien procent van de werknemers in Europa Meer informatie: https://osha.europa.eu/nl Veilig en gezond aan ’t werk, dat raakt iedereen. Goed voor jou en voor de zaak.

Weet u wat deze pictogrammen betekenen?

PICTOGRAMMEN VOOR CHEMISCH

De pictogrammen voor het etiketteren van chemische producten zijn veranderd. Ontdek wat ze betekenen en zorg voor uw eigen veiligheid. Napo kan u laten zien hoe u verwondingen en ziektes op de werkvloer vermijdt door meer te weten te komen over de pictogrammen voor chemisch gevaar.

120927_NL_EU-OSHA_Dangerous substances signs_poster_DIN A2_bf.indd 1

TE-31-12-868-NL-N

Bekijk „Napo in… Pas op: chemische stoffen!” op www.napofilm.net

31.10.2012 10:56:33 Uhr

58 MaintNL 01 – 2013

058_59_MN_NVDO-artikel.indd 58

22-01-13 14:49


Leiderschap en betrokkenheid Om het bewustzijn over een gezonde en veilige werkplek ook te laten landen bij bedrijven en arboprofessionals, organiseert het Europees Agentschap iedere twee jaar een campagne die gericht is op een specifiek thema. Voor 2012 en 2013 is dat ‘Samen Sterk voor preventie’. Bij bedrijven is het management weliswaar primair verantwoordelijk voor de veiligheid en gezondheid van de medewerkers, maar in gezonde en veilige organisaties wordt daartoe samengewerkt met medewerkers. Daarom heeft de campagne twee inhoudelijke speerpunten: leiderschap van het management en de betrokkenheid van werknemers bij het voorkomen van ongevallen en het bevorderen van gezondheid. Het Agentschap wil met de campagne dan ook het besef verhogen bij bedrijven en organisaties dat samenwerking tussen en binnen alle lagen van eminent belang is voor een gezonde en veilige werkplek. Het benadrukt de noodzaak voor beleidsmaatregelen, richtlijnen en checklists gericht op het verbeteren van de participatie van werknemers en leiderschap van het management. Het aanpakken van gezondheid en veiligheid biedt bovendien kansen voor het verbeteren van de efficientie van het bedrijf en het beschermen van werknemers tegen risico’s. Dit uit zich in lagere kosten door minder ziekteverzuim, lager verloop onder werknemers, minder

ongevallen en minder kans op gerechtelijke procedures. Ook zorgt een integraal veiligheids- en gezondheidsbeleid voor een verbetering van de continuïteit van het bedrijf en daardoor verhoging van de productiviteit en een betere status en reputatie onder toeleveranciers, klanten en andere partners

Voorkomen is beter dan genezen. En dit geldt meer dan ooit voor het bevorderen van een veilige en gezonde werkplek. Tools in het eerste jaar van de campagne (2012) is een verbinding gelegd met eerdere campagnes zoals ‘Veilig onderhoud’ waarbij ook de nVDO nauw betrokken was. in 2012 is vooral aandacht uitgegaan naar de verspreiding van informatiemateriaal over leiderschap van het management en betrokkenheid van de werknemers. Vanuit het Europees Agentschap zijn checklists en factsheets ontwikkeld om bedrijven te ondersteunen om werknemersparticipatie en leiderschap te bevorderen. Digitale versies van deze tool zijn gratis te downloaden via www.campagne.arboineuropa.nl.

Kennis en boodschap 2013 is het tweede jaar van de campagne waarbij de nadruk ligt op het uitdragen van de verzamelde kennis en campagneboodschappen. Uiteraard is er aandacht voor de winnaars van de nationale Goede praktijken competitie: Dakdekkersbedrijf Sluyer met de veilige werkbak en de combinatie Wehkamp, EVO en Gezond Transport met de HeftruckHelden-campagne. Een belangrijke campagnemijlpaal in 2013 is de prijsuitreiking van de Europese Goede praktijken competitie. in april zullen in Dublin de awards op Europees niveau worden uitgereikt. Bij voorgaande edities heeft nederland een aantal maal de eerste prijs in de wacht gesleept. naast de Europese bijeenkomsten zal in nederland een bijeenkomst in mei worden georganiseerd en een slotbijeenkomst in oktober (week 43). Daarnaast worden organisaties, werkgevers en werknemers aangemoedigd om aandacht te geven aan de campagneboodschappen in hun bedrijf of organisatie. Dat kan door het organiseren van evenementen en activiteiten, waarbij materiaal van het Agentschap kan worden gebruikt. Actuele informatie over bijeenkomsten of informatie en materiaal zijn via www.campagne.arboineuropa.nl te verkrijgen. n MaintNL 01 – 2013

058_59_MN_NVDO-artikel.indd 59

59

22-01-13 14:49


Onderhoud en onderzoek

Onderhoudsmarkt blijft een groeisector Uit het zojuist verschenen NVDO Onderhoudskompas blijkt dat de Nederlandse onderhoudsmarkt een omvang heeft van tussen de 30 en 35 miljard euro. Significante cijfers die het belang van onderhoud onderstrepen. Hoe staat de sector ervoor? En hoe ziet de toekomst eruit? In het Onderhoudskompas wordt aan de hand van de statistieken uit de doeken gedaan hoe de onderhoudssector zich ontwikkelt. De Procesindustrie heeft het grootste aandeel in de gehele onderhoudsindustrie, Fleet, Food, Beverage en Farma zijn qua omgang de kleinste sectoren. De totale sector biedt werkgelegenheid aan zo’n 260.000 tot 300.000 onderhoudsprofessionals. Daarmee is ongeveer vier procent van de werkzame bevolking in Nederland actief in de onderhoudssector. Het overgrote deel van de werknemers binnen de onderhoudssector is technisch geschoold. Een mbo-profiel komt het vaakst voor, waarbij de meeste onderhoudsprofessionals een mbo-opleiding op niveau 3 of 4 hebben gevolgd. Vmbo- en wo-profielen komen het minst voor. Hbo’ ers en wo’ers zijn voornamelijk werkzaam bij adviseurs, terwijl mbo’ers met niveau 3 en 4 sterk vertegenwoordigd zijn bij de asset owners.

Leeftijd De gemiddelde leeftijd van werknemers in de onderhoudssector ligt tussen de 35 en 55 jaar. 45 procent is 45 jaar of ouder. Met name asset owners en toeleveranciers hebben moeite jong personeel aan zich te binden. Dienstverleners hebben relatief jonge werknemers, terwijl adviseurs werknemers van alle leeftijdscategorieën in dienst hebben. Er zijn nog steeds veel minder vrouwen dan mannen werkzaam in de onderhoudssector. Een derde van de onderhoudsbedrijven heeft minder dan vijf procent vrouwen in dienst en zestien procent heeft helemaal geen vrouwelijke medewerkers.

Tijdelijke contracten De inzet van flexibele arbeidskrachten blijft in vergelijking met voorgaande jaren stabiel. 35 procent van de onderhoudsbedrijven geeft aan meer dan tien procent van de technische functies te vervullen met flexibele arbeidskrachten. Hierbij wordt ongeveer evenveel gebruikgemaakt van de verschillende typen flexibele arbeidskrachten, namelijk werknemers met een tijdelijk contract, uitzendkrachten en zelfstandigen. Het aandeel tijdelijke contracten is in de afgelopen jaren licht afgenomen ten gunste van uitzendkrachten en zelfstandigen. Het aandeel arbeidsmigranten blijft grotendeels stabiel en neemt bij sommige bedrijven af. Ruim de helft van de onderhoudspartijen maakt geen gebruik van arbeidsmigranten.

Met name asset owners en toeleveranciers hebben moeite jong personeel aan zich te binden. Ziekteverzuim heeft een negatief effect op de gemiddelde arbeidsproductiviteit. Volgens het NVDO Onderhoudskompas ligt bij 59 procent van de onderhoudsbedrijven de arbeidsproductiviteit hoger dan 75 procent! Met het meten van de Hands on Tool Time (HoTT), wordt inzicht verkregen in de tijdsbesteding van onderhoudsmonteurs. De afgelopen jaren is de HoTT verbeterd

van 42 procent in 2008 naar 49 procent in 2011. Iets minder van de helft van de organisaties heeft een ziekteverzuim van drie procent of minder, hetgeen vergelijkbaar is met 2011. Het aantal bedrijven met meer dan zeven procent ziekteverzuim is ten opzichte van voorgaande jaren wel licht gestegen.

De Nederlandse onderhoudssector blijft een interessante groeisector; ondanks een lichte daling ten opzichte van vorige jaren, verwachten veel bedrijven dat deze sector komende jaren zal groeien. Flexibiliteit verhogen De Nederlandse onderhoudssector blijft een interessante groeisector; ondanks een lichte daling ten opzichte van vorige jaren, verwacht nog steeds 73 procent van de bedrijven dat deze sector de komende jaren zal groeien. Een voorwaarde voor deze groei is het vinden, binden en boeien van geschikt technisch personeel. Een mogelijkheid om dit te doen is door het faciliteren van het Nieuwe Werken en/of parttime werken. Steeds meer onderhoudsbedrijven pakken dit op. Er is dan ook een stijging te zien in het gebruik hiervan. Er blijft uiteraard een gedeelte van de sector waarvoor geldt dat het lastig is om de flexibiliteit te verhogen, omdat het productieproces dit niet altijd toestaat. Een andere oplossing kan worden gevonden in het inzetten van flexibele arbeidskrachten. Meer dan een derde van de onderhoudsbedrijven geeft aan meer dan tien procent van de technische functies

60 MaintNL 01 – 2013

060_61_MR_NVDO-artikel.indd 60

22-01-13 14:57


D m D n D k n g v Z

Een voorwaarde voor de groei van de onderhoudssector is het vinden, binden en boeien van geschikt technisch personeel. Een mogelijkheid om dit te doen is door het faciliteren van het Nieuwe Werken of parttime werken.

te vervullen met flexibele arbeidskrachten. Het aantal tijdelijke contracten is in de afgelopen jaren licht afgenomen ten gunste van de uitzendkrachten en de zelfstandigen.

waardoor onderhoud al enkele jaren is uitgesteld en deze latente vraag nu in ‘een periode dat het wat rustiger is’ toch moet worden uitgevoerd.

Omzetstijging

Richting voor de toekomst

De meerderheid van de onderhoudsbedrijven verwacht een omzetstijging. Vooral de verwachting bij bedrijven actief in de Infra, Fleet, Food, Beverage & Farma is hoog. Dit is opmerkelijk omdat het economisch klimaat in 2012 juist is verslechterd en dit dus tot minder onderhoud zou moeten leiden. Daarentegen hebben verschillende sectoren al een periode van krimp achter de rug

Met het Onderhoudskompas geeft de NVDO een duidelijke richting voor het ontwikkelen van kennis over de Nederlandse onderhoudssector. De waarde van het Onderhoudskompas is meervoudig. Ten eerste bieden de resultaten belanghebbenden een goede kijk in de keuken van de brede en pluriforme markt van beheer en onderhoud. Vervolgens gaat het in op rele-

vante marktontwikkelingen en trends. Bovendien vormt het Onderhoudskompas een leidraad voor bedrijven die een beter beeld willen krijgen van de markt waarin zij actief zijn om zo de groeikansen die hierin opgesloten liggen, nog beter te benutten. Het Onderhoudskompas is tot stand gekomen in samenwerking met het ING Economisch Bureau. Extra exemplaren van het NVDO Onderhoudskompas zijn te bestellen bij de Nederlandse Vereniging voor Doelmatig Onderhoud, info@nvdo.nl of kijk op www.nvdo.nl n MaintNL 01 – 2013

060_61_MR_NVDO-artikel.indd 61

61

22-01-13 14:57


50 jaar NVDO

Onderhoud in vijftig jaar slimmer geworden Vijftig jaar NVDO betekent ook vijftig jaar ontwikkeling in onderhoud. De veranderingen die in de industrie hebben plaatsgevonden zijn groot. Onderhoud is steeds meer een integraal onderdeel van de bedrijfsvoering geworden en efficiëntie en veiligheid zijn voorop komen te staan. Twee NVDO’ers van het eerste uur vertellen over hoe onderhoud zich heeft ontwikkeld. Ingrid Rompa Oud-voorzitter Arjo Klijn (77) is erelid van de NVDO. ‘Tijdens mijn voorzitterschap is de NVDO drastisch veranderd’, knikt hij. ‘Ik zat al helemaal op de koers van het preventief en conditieafhankelijk onderhoud. De NVDO is zich gaan richten op de oprichting van de Secties, want we realiseerden ons dat de specialisatie naar vakgebieden steeds groter werd.’ Klijn werd bestuurslid rond 1985. Via het vicevoorzitterschap met als portefeuille internationale betrekkingen, werd hij een paar jaar later benoemd tot voorzitter van de NVDO. ‘Dat was van 1990 tot 1998; twee termijnen. Drie jaar later ging ik met pensioen.’ Van oorsprong is Klijn werktuigbouwkundige met als hoofdvak vliegtuigstraalmotoren. In 1966 trad hij in dienst bij de Gasunie. ‘Mijn eerste opdracht was het bouwen van een compressorstation in Ommen’, vertelt Klijn enthousiast. ‘Via een aantal andere functies werd ik in 1978 chef bedrijfsvoering en onderhoud van de compressorstations die ik in de loop der jaren had gebouwd. In die tijd ben ik betrokken geraakt bij de NVDO.’ Een paar jaar later maakte hij een carrièreswitch. Hij stapte binnen de Gasunie over naar de nieuwbouw van kantoorgebouwen. ‘Ja, het lijkt een gekke zaak dat een werktuigbouwkundige een kantoorgebouw gaat neerzetten, maar ik had de reputatie dat ik projecten binnen het budget kon houden en ook op tijd kon opleveren. En daarbij had ik gevoel voor onderhoud. In die tijd

waren dat belangrijke argumenten. Men was eind jaren 80 wel doordrongen van het feit dat onderhoud een wezenlijke kostenpost is van de exploitatie van een gebouw. De onderhoudswereld speelde dus een belangrijke rol in de benoeming in het projectmanagement.’ Een van Klijns taken was het beoordelen van bouwtekeningen op onderhoudsvriendelijkheid. ‘En als zij dat niet waren, kreeg de architect de tekening terug. Het ergste voor een gebouw is dat het verloedert. En dat gebeurt als je niet bij zaken kunt komen die kapot gaan. Je moet makkelijke oplossingen zoeken voor moeilijke problemen. Dat bespaart kapitalen. Er is geen duurder onderhoud dan uitgesteld onderhoud.’ Dat geldt ook in tijden van crisis, aldus Klijn. ‘Als er geen geld voor is, moet je het toch vrijmaken. Daar houd ik heel erg aan vast. En ook de NVDO is van dit aspect doordrongen.’

Voortschrijdend inzicht

Die bewustwording van de kosten van onderhoud kun je rustig rangschikken onder de term voortschrijdend inzicht, meent Klijn. ‘Dat men zich hiervan bewust is geworden, is heel sterk beïnvloed door de NVDO. De NVDO is opgericht vanuit de wetenschap; de Universiteit van Eindhoven, professor Geraerds, heeft hier begin jaren 60 de aanzet toe gegeven. De wetenschap had behoefte aan terugkoppeling vanuit de praktijk, maar tegelijkertijd had de praktijk behoefte aan de wetenschap. Dat was dus een bundeling van krachten. En dat heeft

goed gefunctioneerd tot in de jaren 80.’ Een ander voorbeeld is de visie van professor en hoogleraar Van der Mooren, de voorganger van oud-NVDO-voorzitter Klijn. ‘Van hem hebben we geleerd dat je onderhoud al in je ontwerp moet stoppen. De terugkoppeling van werkvloer naar ontwerp is van essentieel belang.’ Wat technieken betreft is er veel veranderd, meent Klijn. ‘In de jaren 70 was onderhoud bij de Gasunie veelal breakdown; wachten tot het kapot ging. En je had ook statistieken; een bepaald onderdeel gaat zo lang mee en dan vervangen we het een jaar eerder. Dat kalendergestuurde onderhoud bestaat niet meer. Er zijn nu online meettechnieken.’

‘Je moet makkelijke oplossingen zoeken voor moeilijke problemen. Dat bespaart kapitalen. Er is geen duurder onderhoud dan uitgesteld onderhoud.’ De technieken voor preventief onderhoud kwamen op in de jaren 80, herinnert Klijn zich nog goed. ‘Vanaf die tijd kon je de toestand van de apparatuur online, realtime meten en daarop meteen reageren. Toen gingen we pas vervangen of repareren wanneer het nodig was; dus kort voordat het kapot ging. Dat gaf een enorme kapitaalbesparing. Nu is dit de gangbare praktijk in vrijwel de hele industrie. Ik heb me daar mijn hele werkzame leven voor ingezet.’ Inmiddels heeft Klijn zich een beetje teruggetrokken uit de actieve wereld, maar in de tijd dat hij bij de Gasunie werkte, gaf hij regelmatig lezingen over dit onderwerp, onder

62 MaintNL 01 – 2013

062_63_65_MO_NVDO-artikel.indd 62

22-01-13 14:56


D m D n D k n g v Z

Arjo Klein: ‘Als er ergens geen geld voor is, moet je het toch vrijmaken. Daar houd ik heel erg aan vast. En ook de NVDO is van dit aspect doordrongen.’

andere bij de NVDO. De NVDO is volgens Klijn nog steeds onmisbaar. ‘Al is het alleen maar omdat de politiek een horizon van vier jaar heeft. De continuïteit moet dus uit clubs als de NVDO komen. In ieder geval richting overheid, maar ook richting bestuurskamers van bedrijven want ook daar wordt veel te snel gewisseld.’ Adviezen voor de huidige bestuurders heeft hij niet, want hij vindt dat ze het voortreffelijk doen. ‘Tijdens algemene ledenvergaderingen of bedrijfsbezoeken merk je dat men alert is, en dat is heel goed.’

Mensen en techniek

Adri Voogdt (60) is met de NVDO in aanraking gekomen in zijn functie als manager bij

Adri Voogdt: ‘De omslag naar preventief en predictief onderhoud vind ik heel positief.’

asset owner Dow in Terneuzen. ‘Dow bepaalde als Amerikaans bedrijf wel een beetje z’n eigen richting, maar toch kreeg ik op een gegeven moment het lidmaatschap toegespeeld’, aldus Voogdt. Hij heeft het grootste deel van zijn loopbaan bij Dow in Terneuzen gewerkt. ‘Ik ben een aantal jaren werkzaam geweest in de inspectiegroep en daarna kreeg ik een leidinggevende functie. De laatste tientallen jaren in het maintenance management. Ik heb met veel mensen en met heel veel techniek te maken gehad.’ Na zijn vertrek bij Dow in verband met vervroegd pensioen, wilde Voogdt graag betrokken blijven bij de onderhoudswereld.

‘Dat doe ik in de vorm van adviseren en consulteren.’ Het NVDO-lidmaatschap heeft hij behouden op persoonlijke titel. ‘De bundeling van krachten en het gezamenlijk sterk maken voor onderhoud is hiervoor een belangrijke reden. De NVDO probeert jonge mensen constant te activeren en ik juich dat van harte toe.’

Wezenlijk gevaar Veel bedrijven komen op het moment in de problemen door gebrek aan technische kennis, stelt Voogdt. ‘Er wordt wel heel veel geprofessionaliseerd, maar een aantal zaken lijkt door te schieten in de digitalisering van het pakket. Hierdoor dreigt het MaintNL 01 – 2013

062_63_65_MO_NVDO-artikel.indd 63

63

22-01-13 14:56


Wij feliciteren de NVDO met haar 50-jarig jubileum About-Blank, Accenture, Ahoy Rotterdam, Ardee, Baker Tilly Berk, Balance, BAM, Bemas, BP, BraintainEr, Bureau Veritas, CMS Asset Management, Cofely-Noord, CoThink, D.O.N. Bureau, D&F Consulting b.v., Royal Haskoning DHV, Dijkoraad, EasyFairs, Ernst & Young, Europoort Kringen, Focal Point, Nederlandse Gasunie, Gekas & Boot Groep b.v., Hogeschool Utrecht, IJsseltechnologie, Kepner Tregoe, Kennis en Informatie Management (KIM), Lloyd’s Register EMEA, LT-People, Mainnovation, MaxGrip, Mikrocentrum, NedTrain, NEM Energy Services bv, Nexct, NoMondai, Operational Excellence Transfer, PDM, Quercus, Qurius, ROC van Amsterdam, SKF, SmartWare Solutions Facilitair en Asset Management Software, Traduco, Urenco, Van Soest Zuid, Vesta, Westfalen Gassen, WivÉ

Deel kennis en ervaring >> word lid! Ga naar www.nvdo.nl en meld je aan... NVDO - Voorveste 2 - Postbus 138 - 3990 DC Houten Telefoon 030 - 634 60 40 | Fax 030 - 634 60 41 | E-mail info@nvdo.nl | www.nvdo.nl

064_NVDO_felicitaties.indd 1

22-01-13 14:45


echte onderhoudswerk - de technische ondergrond en onderbouwing - verloren te gaan.’ Voogdt is bang dat maintenance management in de toekomst alleen maar papieren management wordt. ‘Ik ben bang dat de techneuten, ook op hoger niveau, straks te veel theoretisch geschoold en te weinig praktisch onderbouwd zullen zijn. Dat is een wezenlijk gevaar.’

‘Het uitbesteden op zich is niet zo’n probleem, maar wanneer je ook alle kennis dreigt kwijt te raken, word je als asset owner heel kwetsbaar en afhankelijk.’ Wat hem ook zorgen baart, is het feit dat de grote en middelgrote asset owners hun gehele maintenancepakket - inclusief alle kennis - gaan uitbesteden. ‘En dat betekent dat eigenaren van de apparatuur straks met een geweldige dip in hun maintenancekennis komen te zitten. Het uitbesteden op zich is niet zo’n probleem, maar wanneer je ook alle kennis dreigt kwijt te

raken, word je als asset owner heel kwetsbaar en afhankelijk. De kennis moet zowel bij de serviceprovider als bij de asset owner aanwezig blijven, ook op organisatorisch vlak. Je moét weten hoe je een onderhoudsstop moet organiseren. Zonder kennis van zaken, zal je budget al snel overschreden worden.’ In de loop van de tijd is de aandacht voor onderhoud drastisch veranderd, meent Voogdt. ‘Er is een enorme financiële druk ontstaan, en die richt zich ook op onderhoud. Gelukkig heeft dit niet alleen nadelige gevolgen. De omslag naar preventief en predictief onderhoud vind ik heel positief. Men moest niet alleen langetermijnoplossingen bedenken om de onderhoudskosten te drukken, maar men moest ook slimme verbeteringen aanbrengen in de manier waarop je onderhoud pleegt, zowel technisch als organisatorisch. Met conditioned based maintenance en monitoring kun je goed predictief onderhoud doen. Hierdoor kun je ook shutdowns beter inplannen.’

Veiligheid

Wat veiligheid betreft moet de focus vooral gericht zijn op de bedrijfs- en procesveiligheid, stelt Voogdt. ‘Als je door gebrek aan

onderhoudsstructuur, organisatorisch en technisch, achterstallig of kwalitatief slecht onderhoud krijgt aan je apparatuur, kunnen de gevolgen rampzalig zijn. Als manager heb je te maken met het hele pakket: bedrijfsveiligheid, procesveiligheid en persoonlijke veiligheid. In dat totaalplaatje moet je vaak keuzes maken. Uiteraard is het belangrijk de nadruk te leggen op persoonlijke veiligheid van de werknemers. Mogelijke ongevallen zijn echter goed te meten en - zoals gebleken - ook dikwijls te voorkomen. Onvoldoende aandacht voor onderhoud is daarentegen veel lastiger te traceren en kan op termijn voor grote problemen zorgen.’ Ook de publieke opinie heeft volgens Voogdt een stempel gedrukt op de bedrijfsvoering en hoe je met persoonlijke veiligheid omgaat. ‘En ik kan dat alleen maar toejuichen. Ik heb nog meegemaakt dat er best veel ongevallen gebeurden tijdens shutdowns. Toen werd dat veel makkelijker geaccepteerd. In de procesindustrie is men zeker op de goede weg met het terugdringen van het aantal ongevallen. Megashutdowns met vele honderden werkuren zijn tegenwoordig dikwijls zo goed als ongevalsvrij.’ Een prestatie op wereldniveau, vindt Voogdt. ‘Nu gaan we dit ‘gewoon’ volhouden en dan wel in alle bedrijfstakken.’ n MaintNL 01 – 2013

062_63_65_MO_NVDO-artikel.indd 65

65

22-01-13 14:56


CONDITIE BEWAKING Trilingsanalyse

Infrarood thermografie

Olieanalyse

Motordiagnose

Ultrasoon analyse

www.coservices.eu

info@coser vices.nl

NL: +31 46 702 23 61 BE: +32 16 400 136

2 & 3/10/2013 - AHOY ROTTERDAM

SOLIDS2013 DE NEDERLANDSE VAKBEURS VOOR DE BE- EN VERWERKING, OPSLAG EN TRANSPORT VAN VASTE EN DROGE STOFFEN Boek uw stand al vanaf 竄ャ 2645* easyFairs.com/SOLIDS-NL of bel + 31 (0) 162 408 983

DIT TIJDSCHRIFT DEUGT Het tijdschrift dat u nu leest, is lid van H O I , het instituut dat de oplagen van gedrukte media controleert. Daardoor speelt dit tijdschrift open kaart met al haar adverteerders. Omdat die harde oplagecijfers keurig houvast bieden voor wat de advertentietarieven moeten waarmaken. Dat is eerlijk zaken doen. En inderdaad, dat geeft nogal te denken over uitgevers die zich niet hebben aangesloten bij H O I ...

DE HARDE CIJFERS Postbus 314, 1180 AH Amstelveen T 020 661 36 26 E info@hoi-online.nl W www.hoi-online.nl

2 & 3/10/2013 - AHOY ROTTERDAM

PUMPS & VALVES2013

DE NEDERLANDSE VAKBEURS VOOR TECHNOLOGIE & INNOVATIE IN INDUSTRIテ記E POMPEN, KLEPPEN EN AFSLUITERS Boek uw stand al vanaf 竄ャ 2645* easyFairs.com/PUMPS-NL of bel + 31 (0) 162 408 990 * Totale investering voor een stand van 12m2

WAREN ALLE VAKBEURZEN MAAR ZO GEMAKKELIJK! 185_64_SOLIDS_P&V_2013_NL_01.indd 1

16/01/2013 11:36:01

Advertentie index IMAINTAIN 3P Quality Services ............................................................... 32

Easy Fairs Nederland ............................................................ 66

Abonnees ............................................................................ 38

Height Specialists b.v. ........................................................... 16

Ahoy Rotterdam ............................................................ bijsluiter

Hogeschool Utrecht Centrum voor N&T ................................... 20

Beko Techno ......................................................................... 38

iMaintain congres 2013 ........................................................ 28

Congreskalender..................................................................... 8

Mainnovation Meeting House NL.............................................. 2

Coservices International ......................................................... 66

Mikrocentrum Activiteiten ....................................................... 40

CSA Group Europe ............................................................... 76

Profion Maintenance Linqs ..................................................... 32

Dimensys .......................................................................52, 53

Pruftechnik n.v. ..................................................................... 40

Easy Fairs Belgiテォ .................................................................. 75

Traduco b.v. ........................................................................... 4

066_index_COSERV_EASY_HOI.indd 6

22-01-13 14:45


Onderhoud en gebouwde omgeving

Onderhoud in beweging Nog altijd wordt onderhoud aan gebouwen en infrastructurele objecten vooral als kostenpost gezien en onvoldoende strategisch ingezet. Door gebrek aan overkoepelend beleid hebben asset owners en beheerders onvoldoende zicht op de totale voorraad en de huidige staat van het onderhoud. Het ontbreken van een strategie voor de totale vastgoedportefeuille en het uitstellen van onderhoud door bezuinigingen zal uiteindelijk kapitalen gaan kosten. Roel Warringa

Op grond van de samenstelling van de voorraad, de leeftijd van objecten en het gemiddeld benodigde budget per gebouwsoort zou jaarlijks nu al zo’n dertig miljard beschikbaar moeten zijn voor onderhoud aan gebouwen en infrastructuur in Nederland. De werkelijke besteding ligt op dit moment op ongeveer de helft van dit bedrag. De besteding is ook nog inefficiënt door gefragmenteerd beheer en gebrek aan rendementsdenken. Het beeld dat wordt geschetst is niet positief. Toch zetten juist op dit moment ontwikkelingen in de onderhoudsmarkt door die voor een omslag in de goede richting zullen zorgen.

Vervangingsopgave Duidelijk is dat er de komende jaren, ondanks bezuiniging op korte termijn, veel vraag zal zijn naar onderhoud. Een groot deel van de voorraad gebouwen en infra is nog relatief jong, vervanging vindt nog nauwelijks plaats. In de infrasector wordt met name door grote asset owners als Rijkswaterstaat en provincies wel strategisch nagedacht over grootschalige vervanging van infrastructurele objecten zoals bruggen, viaducten en slui-

zen. De objecten voldoen door ander en intensiever gebruik vaak ook functioneel niet meer, met alle risico’s van dien. De vervangingsopgave zal op niet al te lange termijn de nieuwbouwvraag overtreffen. Over het algemeen kan worden gesteld dat in crisistijd onderhoud minimaal wordt uitgevoerd of uitgesteld. Hierdoor worden gebouwen en infrastructuur minder aantrekkelijk. Ook kunnen veiligheidsrisico’s optreden. Er moet grootschaliger worden gedacht, met onderhoud als rendementsinstrument, in plaats van als kostenpost. Door te weten wat je op lange termijn met al je vastgoed wilt doen en door het onderhoud hierop aan te passen, kunnen asset owners hun geld efficienter besteden, het onderhoud naar een hoger niveau tillen en daarmee een levensduur verlengen en de veiligheid van de objecten garanderen. Je moet denken vanuit het rendement van de eindgebruiker. Uit benchmarkgegevens blijkt dat de gemiddelde uitgaven op lange termijn juist afnemen als bewust een strategie gericht op het rendement van de eindgebruiker wordt gekozen. Een lange termijn visie schept ruimte voor duurzame maatregelen.

Trends In de wijze waarop onderhoud wordt georganiseerd en wordt uitbesteed, vindt op dit moment een duidelijke verschuiving plaats. Onderhoud werd tot voor kort nog op een traditionele wijze uitgevoerd en aanbesteed. Daar komt echter snel verandering in. In hoog tempo worden prestatiecontracten op de markt gezet, waarbij de verantwoordelijkheid voor het onderhoud verschuift van de asset owner naar de opdrachtnemer/service provider. Het is duidelijk dat er naast het verschuiven van verantwoordelijkheden meer aandacht komt voor de lange termijn. Werden eerst alleen contracten afgesloten voor het dagelijks onderhoud (klachten, calamiteiten en mutaties), nu wordt ook het planmatig onderhoud (upgrading en vervanging op basis van geplande levensduur) in de contracten meegenomen. Dat planmatig onderhoud is in absolute bedragen overigens een veelvoud van het dagelijks onderhoud. Diverse vastgoedeigenaren sluiten inmiddels contracten af voor periodes van twintig jaar of langer. Een stapje verder gaan de zogenaamde maincontracten. Hier neemt de opdrachtnemer/service provider voor een lange periode volledige verantwoordelijkheid voor de kwaliteit en instandhouding van het gebouwen- of infracomplex inclusief de waardering door eindgebruikers. Communicatie over behaalde resultaten met de asset owner is in deze trajecten cruciaal. In de ontwikkeling van de organisatie van het technisch beheer binnen de gebouwenen infrasector is ook een duidelijke trend herkenbaar van volledig zelf doen, naar regievoering met uitbesteding van servicetaken en verdere ontwikkeling naar asset management-modellen zoals in de industrie al meer gebruikelijk zijn. Uitgangspunten zijn een efficiënte maar beperkte technische dienst, verschuiving van verantwoordelijkheden en bewust omgaan met het rendement voor de eindgebruiker. Roel Warringa is bestuurslid van de NVDO Sectie Onroerend Goed en asset management-specialist bij Arcadis. n MaintNL 01 – 2013

067_MM_NVDO-artikel.indd 67

67

22-01-13 14:48


Ieder zijn vak

Zelfherstellende materialen ontlasten onderhoud Veel activiteiten in de onderhoudswereld zijn erop gericht om inspecties en het plegen van onderhoud uit te stellen zonder functioneel verlies. Veel maintenance managers voeren methoden in om proactief te werk te gaan. Prof. dr. ir. Sybrand van der Zwaag pakt het anders aan. De hoogleraar bedenkt zelfherstellende materialen, zoals coatings, asfalt en beton die uit eigen beweging scheuren herstellen. Teus Molenaar Van der Zwaag zetelt in de Faculteit Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek van de Technische Universiteit Delft. Hij speelt met een plakje kunststof. Het lijkt op winegum. Hij laat zien hoe sterk het materiaal is. Het vervormt enigszins, omdat het flexibel is, maar blijft intact. De schaar gaat erin. De hoogleraar legt de twee delen weer tegen elkaar. Drukt het stevig aan en legt het geheel op tafel. ‘Na afloop van het gesprek zul je zien dat het geheel is hersteld.’ Onderwijl vertelt hij hoe het komt dat hij zich bezighoudt met nieuwe materialen. ‘Het komt eigenlijk omdat ik niet kon kiezen. Ik had een voorliefde voor natuurkunde, voor chemie, voor biologie. Toen viel

mijn oog op de studie materiaalkunde. Dat was het helemaal voor mij, want daar komen al die takken van sport bij elkaar’, verklaart hij zijn studiekeuze.

Regenbui Hij kreeg een baan bij de Kalkar kweekreactor. Een project, net over de grens in Duitsland, waar gepoogd zou worden uitgewerkt uranium uit kerncentrales op te waarderen voor hergebruik. De bouw ervan stuitte op veel maatschappelijk verzet. In 1991 besloot de Duitse regering het project stop te zetten. In 1995 kocht de Nederlander Hennie van der Most alle gebouwen en vestigde er een attractiepark: Wunderland Kalkar. Aan de universiteit van Cambridge is Van

ONDERZOEKSpROgRAMMA Het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie heeft, in het kader van het topsectorenbeleid, geld beschikbaar gesteld voor onderzoek. Al zes jaar lang voert Nederland een breed en coherent nationaal onderzoeksprogramma uit, in samenwerking met ruim 65 bedrijven. Het Nederlandse Innovatiegerichte Onderzoeksprogramma ‘Self Healing Materials’ richt zich op de ontwikkeling van zelfherstellende eigenschappen van vijf verschillende materiaalklassen: plastics en composieten, beton en asfalt, coatings, metalen en keramiek, en daarnaast materialen voor micro-elektronica, energieopwekking en energieopslag zoals zonnecellen en batterijen. De navorsing vindt plaats aan vijf Nederlandse universiteiten en streng geselecteerde Nederlandse en buitenlandse onderzoeksinstellingen. Zij zullen er samen met de betrokken bedrijven voor zorgen dat de resultaten daadwerkelijk worden toegepast.

der Zwaag gepromoveerd op wat er gebeurt als een supersonisch vliegtuig door een regenbui vliegt. De vraag was welke materialen en/of coatings je nodig hebt om de destructieve eigenschappen van een regendruppel op een vliegtuigvleugel bij dergelijke hoge snelheden te beperken. Zijn postdoctoraal onderzoek richtte zich op magnetische materialen. Vervolgens ging hij aan de slag in het bedrijfsleven: corporate research bij Akzo Nobel. Hij werkte aan aramide garens. ‘Daar heb ik veel geleerd. Onder andere over de beheersing van productieprocessen. Vooral in zo’n agressieve omgeving als waarin die garens worden gemaakt. Dat gebeurt in een ruimte die vol staat met zwavelzuurdamp. Dat geeft veel hoofdbrekens voor een maintenance manager.’

Nieuwe materialen In 1992 is hij weer naar de universiteit verhuisd. Aanvankelijk als hoogleraar staaltechniek. In 2004 kwam het verzoek van de Faculteit Lucht- en Ruimtevaart om een leerstoel te bekleden voor het ontwikkelen van nieuwe materialen. Dit is uitgemond in de queeste naar zelfherstellende materialen. ‘Wij zijn daar al heel ver mee. En Nederland loopt wereldwijd voorop op dit terrein. De eerste successen kwamen uit de VS, maar tegenwoordig blazen wij een behoorlijk deuntje mee.’ Wat gebeurt er als je een snee in je vinger maakt; of als een tak van een boom wordt afgebroken? Deze vraag is de inleiding van Van der Zwaags betoog over zelfherstellende materialen. Het antwoord is namelijk dat in het lichaam of de boom in het geval van een inbreuk spontaan allerlei processen optreden die de wond dichten. Soms is de inkeping te breed en is hulp van buitenaf nodig, bijvoorbeeld een hechting. Maar het helingsproces verloopt verder autonoom.

68 MaintNL 01 – 2013

068_69_71_MD_NVDO-artikel.indd 68

22-01-13 14:58


FOTO: RIESjARD SCHROpp

Sybrand van der Zwaag: ‘Mensen die dagelijks met professioneel onderhoud bezig zijn, kunnen ons op het spoor zetten van onderzoek naar zelfherstellende materialen dat wij nu nog niet uitvoeren. Wij staan open voor allerlei suggesties.’

Materialen beter maken De hoogleraar vertelt dat jarenlang is gezocht naar steeds betere materialen. Dit gebeurt door optimalisatie van het productieproces, waardoor minder snel scheurtjes of krassen optreden als gevolg van belasting van buitenaf. Vaak worden producten dan overgedimensioneerd om onderhoud zo lang mogelijk uit te stellen. Vooral op moeilijk bereikbare plaatsen. Van der Zwaag noemt het voorbeeld van de wieken van een turbinewindmolen. ‘Nu worden de wisselende krachten op de wieken opgevangen door een blad te overdimensioneren, wat het nodeloos zwaar en duur maakt. Zelfherstellende polymeren slaan hier twee vliegen in één klap: ze kunnen de vermoeiing tegengaan, en maken het blad ook nog eens lichter. En als je nog iets slims kunt verzinnen om op trek belaste vezels na een vezelbreuk weer te laten uitgroeien tot één vezel, dan resulteert dit in een belangrijke verlenging van de levensduur van vezelversterkte kunststoffen.’ Natuurlijk is het goed om te zoeken naar steeds betere materialen, betoogt hij, maar er is een parallelweg: materialen beter

maken, zelfherstellende materialen. ‘je accepteert dat iets stuk gaat, en vervolgens zoek je naar een oplossing die de breuk dan zelf heelt.’

‘Je accepteert dat iets stuk gaat, en vervolgens zoek je naar een oplossing die de breuk dan zelf heelt.’ Asfalt en beton De truc is, zo zegt Van der Zwaag, om aan het materiaal iets toe te voegen wat in geval van een scheur automatisch wordt geactiveerd om de ontstane ruimte dusdanig op te vullen dat de oorspronkelijke sterkteeigenschappen van het materiaal geborgd zijn. Dat betekent dat iets in het materiaal beweeglijk moet zijn, en dat er een katalysator aan moet worden toegevoegd om de gewenste eigenschappen te bereiken. ‘We zijn al heel ver met asfalt’, legt Van der Zwaag uit. Samen met aannemingsbedrijf Heijmans is een proefstrook van driehonderd meter zelfherstellend asfalt aangelegd

op de A58 bij Vlissingen. Aan het asfalt worden ijzerdeeltjes toegevoegd. Als je er dan later met een inductieplaat overheen gaat, wordt het asfalt warmer en daarmee vloeibaarder waardoor de scheurtjes worden glad gestreken. ‘De resultaten zijn positief. Dit jaar komen er nog een paar proefstroken bij.’ Niet alleen asfalt is onderhevig aan rafeling. De wegmarkeringen hebben ook danig te lijden onder de verkeersdruk. Het zou, om met de hoogleraar te spreken, mooi zijn als er een wegenverf is te maken die zelfherstellend is.

Zout als pleister Er is inmiddels al wel een zelfherstellende coating op de markt, zegt Van der Zwaag. Die heeft Akzo Nobel ontwikkeld. ‘Die verf wordt gebruikt in de auto-industrie. Onder invloed van de warmte van de zon herstelt die lak automatisch alle krasjes op een auto.’ KLM/Air France werkt mee aan de speurtocht naar een coating die is te gebruiken voor de binnenkant van de straalmotoren. Door de enorme hitte daar ontstaan scheurtjes in de verflaag. Die moet dan eens in de MaintNL 01 – 2013

068_69_71_MD_NVDO-artikel.indd 69

69

22-01-13 14:59


070_NVDO_wervingsadvertentie.indd 1

22-01-13 14:46


zoveel tijd helemaal worden verwijderd om een geheel nieuwe laag erop te spuiten. ‘Dat is erg arbeidsintensief. Als je die coating zelfherstellend kunt maken – al is het maar twee of drie keer – dan bespaar je al flink op de onderhoudskosten.’

‘Kijk naar het zelfherstellend asfalt. Gewoonlijk moet die toplaag om de vier jaar worden vervangen. Nu is dat maar om de twintig jaar nodig. Tel uit je winst.’ En beton is natuurlijk ook zo’n materiaal dat voor zelfherstel in aanmerking komt. je moet ervoor zorgen dat een bepaald deel van het cement bij het storten en uitharden van beton niet reageert. Mocht er later een scheur ontstaan, dan is dat cement voorhanden en zal het met het binnendringend vocht een reactie aangaan om de

ontstane kloofjes te dichten, waarmee betonrot geen kans krijgt. Voor het transport van het cement zijn zelfs bacteriën inzetbaar. Dat vindt Van der Zwaag zo mooi aan dit werk: je zet een bioloog, chemicus, natuurkundige en materiaalkundige bij elkaar en vervolgens laat je ze puzzelen tot er mooie resultaten uit komen. ‘Het is heel creatief werk. Eigenlijk zou ik een oplossing willen vinden waarbij zout is te gebruiken als trigger van het herstelproces, want juist in zilte omgevingen ontstaan schades.’

Total cost of ownership Het spreekt voor zich dat de zelfherstellende materialen duurder zullen uitvallen dan hun ‘ordinaire’ broertjes. Maar dat geldt alleen voor de aanschafprijs. Als je kijkt naar de total cost of ownership, dan is de rekensom snel gemaakt. Want uitstel van onderhoud levert veel geld op. ‘Kijk maar eens naar het zelfherstellend asfalt. gewoonlijk moet die toplaag om de vier jaar worden vervangen. Nu is dat maar om de twintig jaar nodig. Tel uit je winst.’ Het lijkt nu nog een sprookje, maar volgens Van der Zwaag gaat het snel. ‘Wij hebben,

samen met de industrie, producten bedacht waarbij het nuttig zou zijn om ze zelfherstellend te maken. Maar het kan best zijn dat wij iets over het hoofd zien. Mensen die dagelijks met professioneel onderhoud bezig zijn, kunnen ons wellicht op het spoor zetten van een onderzoek dat wij nu nog niet uitvoeren. Wij staan open voor allerlei suggesties’, doet hij een oproep.

Voorbeelden Toch heeft hij aan voorbeelden geen gebrek. Transportleidingen, ballasttanks, onderzeese kabels, windturbines, scheepswanden. Allemaal zijn ze gebaat bij een zelfherstellende coating. Dakbedekking van asfalt en rioolbuizen die scheurtjes dichten, isolatiemateriaal dat zijn eigenschappen behoudt, kleurbehoud van kunststof kozijnen en tuinstoelen. Van der Zwaag hoeft geen moeite te doen om nieuwe materialen te bedenken. Een laatste voorbeeld dan: ‘Opspattend zwerfafval tussen de rails en steenslag trekken een zware wissel op de as-stokken van treinwielen. Een zelfdichtende coating kan het staaloppervlak van de as-stok tegen deze beschadigingen beschermen.’ n MaintNL 01 – 2013

068_69_71_MD_NVDO-artikel.indd 71

71

22-01-13 14:59


5 t/m 7 februari Evenementenhal, Hardenberg www.evenementenhal.nl Infra Relatiedagen Op de Infra Relatiedagen kunnen relaties in de grond-, weg- en waterbouwbranche elkaar ontmoeten. Exposanten tonen hun producten en/of diensten op het gebied van grond-, weg- en waterbouw en wat aan daaraan gerelateerd is. Ruim 350 exposanten tonen in Evenementenhal Hardenberg hun producten en/of diensten aan relaties, bezoekers en andere genodigden. Alles op het gebied van GWW wordt tijdens deze relatiedagen getoond. Het evenement kenmerkt zich door zijn laagdrempeligheid.

7 februari Amrâth Hotel Brabant, Breda www.smc-congres.nl Service & Maintenance Congres Het Service & Maintenance Congres besteedt aandacht aan strategische en technologische ontwikkelingen in dit vakgebied. Naast het congres is er een expositie van software en diensten voor service- en onderhoudsorganisaties.

13 februari Douwe Egberts Masterblenders, Joure www.nvdo.nl Kringbijeenkomst ‘Prestatiesturing in de technische dienst’ In de koffiefabriek van Douwe Egberts Masterblenders wordt instant koffie in poedervorm (vriesdroog) en in vloeibare vorm geproduceerd. 90 procent van de productie wordt geëxporteerd. De fabriek slaagt er elk jaar weer in om aanzienlijk te verbeteren. Eén van de pijlers onder deze verbeteringen is het Lean Leadershipprogramma. Dit programma richt zich op het halen van doelen. Op dit moment wordt het programma uitgerold in de Technische Dienst. Tijdens deze kringbijeenkomst wordt aangegeven wat het programma precies inhoudt en hoe het in de strategie past. Tevens wordt besproken hoe resultaten behaald worden. Tot slot wordt aangegeven wat de ervaringen binnen de Technische Dienst zijn.

14 februari Teijin Aramid, Arnhem www.industrielinqs.nl/businesslinqs Masterclass winnaars Responsible Care-prijs 2012 Chemiebedrijven Teijin Aramid in Arnhem en AkzoNobel in Amersfoort ontvingen beide de Responsible Care-prijs 2012, dé prestigieuze prijs voor duurzaamheid. Teijin Aramid voor het bouwen van een fabriek en het opzetten van een wereldwijde infrastructuur om (resten van) producten van aramidevezels terug te halen uit de

markt. AkzoNobel ontving de prijs voor het ontwikkelen van een methode waarmee bij de leerproductie op een schone manier eiwitten en vetten zijn te herwinnen. Beide bedrijven lichten tijdens deze Business Linqsbijeenkomst in een masterclass hun innovatieve duurzame project verder toe.

20 maart Emerson, Ede www.kiviniria.net Excursie Emerson Ede KIVI NIRIA organiseert voor leden en niet-leden een excursie naar Emerson Process Management Flow, onderdeel van de wereldwijde Emerson-groep. Emerson is een van de marktleiders op het gebied van procesautomatisering in onder andere de olie- en gaswinning, energieopwekking, chemische-, farmaceutische- en voedingsmiddelenindustrie. Emerson in Ede produceert en kalibreert meetinstrumenten, zoals de Micro Motion Coriolis Flowmeters, de Rosemount Magnetic Flowmeters en Vortex Flowmeters. Met deze instrumenten wordt de hoeveelheid vloeistof of gas die door een leiding stroomt gemeten.

20 maart Tata Steel, Velsen-Noord www.dagvandeingenieur.nl Dag van de Ingenieur Op 20 maart organiseren het Koninklijk Instituut Van Ingenieurs KIVI NIRIA en branchevereniging NLingenieurs samen met De Ingenieur en Technisch Weekblad de Dag van de Ingenieur. Op deze dag wordt de Ingenieur van het Jaar bekendgemaakt. Ook ontvangt de meest ingenieuze en vindingrijke ingenieursoplossing De Vernufteling. Kortom, op deze dag maken we het maatschappelijk belang van techniek zichtbaar.

21 maart De Kuip, Rotterdam www.i-maintain.nl/congres iMaintain 2013: Kracht Goed onderhoud zorgt dat de zaken die er toe doen, hun kracht behouden. Dat geldt van een losse machine tot aan de hele onderhoudsindustrie. Van food tot process en van infra tot hightech. De Nederlandse onderhoudsindustrie is volgens het Onderhoudskompas goed voor dertig miljard euro omzet per jaar. Houdt de industrie het vermogen om aan de vraag te voldoen? Wat is daarbij de kracht van een goed besluit, een nieuwe collega, van kennis of de kracht van innovatie? Tijdens iMaintain staat kracht centraal. Traditiegetrouw wordt na afloop van het congres tijdens het feestelijke diner de Maintenance Manager of the Year 2013 verkozen.

72 MaintNL 01 – 2013

072_MH_NVDO_agenda.indd 72

22-01-13 14:58


cursussen Kennis is onze kracht! Inschrijven kan eenvoudig via de Maintenance Academy op www.nvdo.nl

Komende NVDO Cursussen Locatie: NVDO Verenigingsgebouw, Houten 28 en 29 januari Ondernemend Handelen voor Onderhoudsprofessionals Het doel van deze training: de technicus kan ondernemend handelen. Ondernemend handelen wil zeggen dat de technicus zich bewust is van het belang van de klant en dat van de eigen organisatie en dat hij weet wat er nodig is om een onderhoudsbezoek ‘succesvol’ te noemen.

Onderwerpen: • D e rol van de technicus als vertegenwoordiger van de organisatie • Succesfactoren voor een geslaagd onderhoudsbezoek • Adviesvaardigheden en gesprekstechnieken • Kansen signaleren en benutten

Leerdoelen: De technicus • is zich bewust van zijn rol als vertegenwoordiger van de organisatie • maakt het belang van de klant en dat van de organisatie tot zijn eigen belang • weet welke factoren bepalend zijn voor een geslaagd onderhoudsbezoek • kan draagvlak creëren voor een onderhoudsvoorstel • is in staat om de klant goed te informeren en te adviseren

30 en 31 januari Maintenance Engineering in de Praktijk De taak van de maintenance engineer is om duidelijke oneffenheden in het productieproces en het onderhoudsproces te herkennen en te elimineren. Daartoe is er veel samenwerking nodig met andere bedrijfsfuncties. Voorts moet de maintenance engineer snel kunnen schakelen tussen de details van de dagelijkse problemen en de helikopterview om snel een overzicht van die gesignaleerde problemen te krijgen. Het doel van deze cursus is om de maintenance engineer in zijn dagelijkse werk een goede ondersteuning te bieden.

6 en 7 februari Preventief Denken! Tijdens deze intensieve tweedaagse cursus leert u een goed inzicht te krijgen in de belangrijkste aspecten van en methoden/technieken voor optimaal onderhoud van

installaties. Gezamenlijk wordt een visie op de problematiek ontwikkeld en u kunt vervolgens in uw bedrijf op een meer systematische en gezamenlijk doordachte manier aan de slag met wat u geleerd heeft. Onderwerpen: • Visie op onderhoud en High Reliability Maintenance • Overzicht van de belangrijkste concepten (zoals RCM, TPM, 6Sigma, PAS55) en toepasbaarheid • Installatiestructuur als ruggengraat voor onderhoudsbeheersing • Relatie tussen onderhoud en bedrijfsresultaten (ROI, RONA, EBIT, Cashflow) • Soorten onderhoud en relatie met budget en registratie • Technische onderhoudsfunctie en de centrale rol van de reliability engineer • Bepalen van kritische installaties en delen van installaties • Onderzoeken van storingen en oorzaken • Technieken, statistische methoden en rapporteren • Opstellen van een onderhoudsplan • Kenmerken van een betrouwbare organisatie en de weg daar naartoe • Benchmarks en prestatie-indicatoren • Terugkoppeling naar de diverse betrokkenen

11 en 12 februari Duurzaam Spare Parts Management; Voorraadbeheersing 2.0 Met duurzaam spare parts management streven we naar het vermijden van onnodige voorraden. En het tegengaan van verspillingen heeft niet alleen betrekking op direct meetbare kosten, maar ook op financiële en economische neveneffecten zoals onnodig verbruik van grondstoffen en energie en het vernietigen van in reservedelen opgesloten toegevoegde waarde. Deze tweedaagse cursus leert u inzicht te krijgen in de technieken en methoden van duurzaam spare parts management; Voorraadbeheersing 2.0!

Onderwerpen: • Een visie op duurzaam spare parts management en onderhoud • Het organiseren van duurzaam spare parts management • De afhankelijkheden van andere bedrijfsfuncties • Risicomanagement en materiaalcategorieën • Voorraadstrategieën en bestelformules • Inkopen van artikelen ten behoeve van onderhoud • Het beheren van artikelen in het magazijn • Administratie van de voorraad- en artikelgegevens • Voorraadbeheer en informatiesystemen • Optimalisatie en kostenreductie • Het meten van het effect van duurzaam spare parts management • Stappenplan voor verbeteringen MaintNL 01 – 2013

073_MI_NVDO_cursussen.indd 73

73

22-01-13 14:48


column Brief aan de koningin Majesteit, in het kader van het feit dat u zo nu en dan bij machte bent om een uitzondering te maken op de regels, wil ik u iets vragen. Het predicaat Koninklijk is een onderscheiding voor verenigingen, stichtingen, instellingen of ondernemingen. U kunt als onze koningin een vereniging, stichting, instelling of onderneming het recht geven zichzelf Koninklijk te noemen. Bijvoorbeeld als de organisatie van landelijke betekenis is of honderd jaar of langer bestaat. De vereniging, stichting, instelling of onderneming moet aan een aantal voorwaarden voldoen voordat u het predicaat Koninklijk kunt geven. Een van de voorwaarden is dat de betreffende organisatie geen onderdeel is van een groter concern dat al Koninklijk is. Een andere voorwaarde is dat het zich als Nederlands bedrijf manifesteert. Maar de belangrijkste voorwaarde is dat de organisatie minstens honderd jaar bestaat. Nu voldoet onze vereniging aan bijna alle voorwaarden. U kunt het predicaat pas geven als de organisatie zeer belangrijk is in haar vakgebied … dat zijn we! U kunt het predicaat pas geven als de organisatie geen politieke of andere gevoelige opvattingen verspreidt … dat doen we niet! En u stelt als eis dat een organisatie

aantoonbaar stabiel is en een goede financiële reputatie heeft. Nou koningin Beatrix … gelukkig voldoen we ook daaraan. En we zijn niet zomaar een vereniging, wij vertegenwoordigen een achterban van bijna 300.000 onderhoudsprofessionals. En dat onderhoud een belangrijke positie in onze economie inneemt, weet u als geen ander. Uw paleizen, uw boot, uw oprit, uw vliegtuig en gouden koets moeten allemaal onderhouden worden! En dat doet onze achterban graag voor u! Er is alleen één ding, waarvoor ik u vraag een uitzondering op de regels te maken. De NVDO bestaat nog geen honderd jaar, maar we zijn wel halverwege. En vijftig jaar het grootste onderhoudsplatform van uw land zijn, moet ook u beroeren. Wilt u zo vriendelijk zijn de regels te versoepelen? U kunt daarvoor contact opnemen met uw collega koning Albert, want in België wordt het predicaat wel verstrekt bij het vijftigjarig jubileum. Bij voorbaat hartelijk dank voor uw medewerking.

Dat onderhoud een belangrijke positie in onze economie inneemt, weet u als geen ander. Uw paleizen, uw boot, uw oprit, uw vliegtuig en gouden koets moeten allemaal onderhouden worden!

colofon

Hoogachtend en met koninklijke groet, Ellen den Broeder-Ooijevaar, Verenigings Manager

MaintNL is het verenigingsmagazine van de Nederlandse Vereniging voor Doelmatig Onderhoud. De naam MaintNL is eigendom van de NVDO.

Postbus 138 3990 DC Houten t +31(0)30 634 60 40 f +31(0)30 634 60 41

e info@nvdo.nl • www.nvdo.nl • www.nvdovac.nl

74 MaintNL 01 – 2013

074_MC_NVDO_Vmanager.indd 74

22-01-13 14:49


MAINTENANCE2013 Brussels expo - 20 & 21 maart

Bereik een topniveau in industrieel onderhoud, assetmanagement, shutdowns en productiebetrouwbaarheid Teamsport op topniveau vereist een uitstekende conditie, een sterke voorbereiding, discipline en teamwork. Binnen een onderhoudsomgeving is dit niet anders. Er moet continu gewerkt worden aan het onderhoudsbeleid en het beheer van de assets om een betere productiviteitsscore te behalen. Het onderhoudsteam moet blijven inspelen op een efficiĂŤnter beleid van shutdowns, de levensduur van het (machine)park verlengen en onverwachte kosten vermijden. Om de vastgelegde doelen binnen een doeltreffend en veilig onderhoud te realiseren moet de onderhoudsploeg in absolute topvorm zijn. Via een bezoek aan de vakbeurs MAINTENANCE 2013 krijgt u nieuwe inzichten om het samenspel tussen de teamleden, contractors, onderdelen en methodes te verbeteren. Het wedstrijdprogramma wordt bovendien aangescherpt met aantrekkelijke randevenementen zoals de MaintWorld Conference, de Innovation Award, de Safety Route, het Demo Forum, de Toolbox Zone, de Experts in Technology Workshops en meer! MAINTENANCE: het stadion waar alle topteams uit alle productie-, proces- en infrastructuuromgevingen samenkomen!

www.easyFairs.com/MAINTENANCE-BE

NO MAINTENANCE WITHOUT SAFETY MAINTENANCE wordt voor het eerst gelijktijdig georganiseerd met SECURA, de vakbeurs voor preventie & risicomanagement voor de gezondheid, welzijn & beveiliging op het werk. 20 - 22 maart • Brussels Expo Paleis 3 : Health & Safety at work Paleis 4 : Security at work

210_297_MAINTENANCE_2013_BE_NL.indd 1 075_easy.indd 1

www.easyFairs.com/SECURA-BE

16/01/2013 16:46:53 21-01-13 17:06


WE’LL GET YOU TO NORTH AMERICA. THE SAFER WAY. There are many ways to export your industrial control equipment to North America. Play it safe right from the start with the certification mark from CSA Group. For more than 90 years, we have developed safety standards for the North American market and have tested and certified products. The CSA Group global network provides you with local qualified testing and certification experts who will work through the entire process together with you. For further info go to www.csagroup.org Tel.: +49 69 509 571 555 E-Mail: csa.europe@csagroup.org

076_csa.indd 1

Job-Nr.: 317-003712 • Kunde: CSA • Anzeige Industrie ENGLISCH • Motiv: Zwille 21-01-13 17:06 Farben: 4 fbg. ( 4c Euroskala) • Anlageformat = Endformat: B 210 x H 297 mm (+ 3 mm Beschnitt)

imaintain 01 2013  

imaintain 01 2013

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you