1 Het eigendomsrecht 1.1 Begrip Artikel 544 oud BW omschreef het eigendomsrecht als: “Het recht om op de meest volstrekte wijze van een zaak het genot te hebben en daarover te beschikken, mits men er geen gebruik van maakt dat strijdig is met de wetten of met de verordeningen.” Het nieuwe Burgerlijk wetboek beschrijft in art. 3.50 het eigendomsrecht als: “Het eigendomsrecht verleent aan de eigenaar rechtstreeks het recht om het voorwerp ervan te gebruiken, hiervan het genot te hebben en erover te beschikken. De eigenaar heeft de volheid van bevoegdheden, behoudens de beperkingen die door wetten, verordeningen of door rechten van derden worden opgelegd.” De nieuwe omschrijving heeft tot doel om een zo functioneel mogelijk perspectief op het eigendomsrecht te bieden. In plaats van conceptuele beschouwingen in overweging te nemen, beschrijft ze welke bevoegdheden de eigenaar heeft.1
Het eigendomsrecht is het meest ruime van alle zakelijke rechten. Het verleent volle aanspraak op de zaak en betreft een recht op een eigen zaak. In het eigendomsrecht kunnen we de volgende elementen onderscheiden:
1. het recht van genot (jus fruendi) = het recht op de vruchten en opbrengsten van de zaak; Bv. de eigenaar van kippen kan de eieren opeten, weggeven, verkopen. Bv. de eigenaar van een huis kan bij verhuur huuropbrengsten genieten.
2. het recht van gebruik (jus utendi) = het recht om de zaak te gebruiken (of juist niet te gebruiken) voor doeleinden die de eigenaar zelf bepaalt; dit omvat ook het stellen van daden van beheer; Bv. de eigenaar van een motorfiets kan beslissen om hiermee in de stad of op een circuit te rijden.
1 De hervorming van het goederenrecht: naar een nieuw privaat vastgoedrecht