A-krant september 2022

Page 1

buurtkrant van het A-Kwartier, Groningen

krant

jaargang 38 nummer 3 2022

Jos Fikkers

scheepsmakelaar in ruste

Hanzevast

beleggen aan de Hoge der A

Visserstraat 47/49

de geschiedenis van twee panden 1


De A-krant is een uitgave van buurtvereniging Het A-Kwartier in Groningen en wordt vier keer per jaar in een oplage van 2300 exemplaren huis-aan-huis verspreid in de hele buurt. Bij een teveel aan kopij kan de redactie besluiten de kopij verkort, niet of in een volgend nummer te plaatsen. Ingezonden brieven worden niet anoniem geplaatst en de schrijver/ ster is verantwoordelijk voor de inhoud. Leden van Het A-Kwartier ontvangen - per email - automatisch ook het A-mail bulletin met actuele informatie over ontwikkelingen en aktiviteiten. Niet-leden kunnen zich daar voor inschrijven: stuur een email naar hetakwartier@gmail. com o.v.v. 'aanmelding A-mail bulletin'. Nog geen lid en woon of werk je in het A-Kwartier? Persoonlijk lidmaatschap ¤ 12,50 per jaar. Meerpersoons-lidmaatschap ¤ 17,50 per jaar. Informatie op de website: www.a-kwartier.nl Buurtvereniging Het A-Kwartier Banknummer: NL33INGB0005031398 Kamer van Koophandel: 40025343 Website: www.a-kwartier.nl Email: hetakwartier@gmail.com Email A-krant: Aredactie@gmail.com Buurtpand De Oude Drogisterij Lage der A 4: Hans Imelman, 050-3125020 Post voor Het A-Kwartier en de redactie van de A-Krant: Reitemakersrijge 18, 9711 HT Groningen Bestuur van Het A-Kwartier: Trinet Holtslag (voorzitter) Klaas van der Meulen (secretaris) Giorgio Achterbosch (penningmeester) Marieke Kremer (e-mail en leden) Evelien (Eef) Alkema (activiteiten) Mark Hömmen

• Politie: 0900-8844 • Meldpunt Overlast: 050-5875885 • Wijkpost Binnenstad: voor klachten over uw woonomgeving 050-3678910 • of: www.gemeente.groningen.nl/ overlast-en-zorg-melden

Verspreiding van de A-krant: Hans en Tineke Mulder, Schuitemakersstraat 7a 06-26769660 / 050-3120413; email: ormu@home.nl Hier kunt u zich ook aanmelden als u wilt meehelpen de A-krant te bezorgen. Voor het plaatsen van advertenties: informatie via Aredactie@gmail.com 2


Wat hebben we een prachtige zomer achter de rug en niet alleen vanwege het weer. De festiviteiten in de stad, zoals het Noorderzonfestival en Gronings Ontzet (foto's rechts), brachten veel mensen op de been met alle gezelligheid van dien. In deze A-krant doen we daar overigens geen uitgebreid verslag van. Wel hebben we een paar andere interessante onderwerpen voor u. Zo nemen we niet alleen afscheid van Joke Sissing, de secretaris van ons stadsdeel, maar ook van Meneer B. en schetsen we een portret van scheepsmakelaar in ruste Jos Fikkers. Uiteraard praat het bestuur van de buurtvereniging u bij middels de bestuursberichten. Daarnaast besteden we zoals gebruikelijk aandacht aan een aantal pareltjes in onze wijk. Dit keer komen Beleggingsmaatschappij Hanzevast, Stichting Monument & Materiaal en Monk Whisky aan bod. We bieden u ook een blik achter de schermen bij de archiveringsactiviteiten in het gasthuis van de Maria Elisabeth Linhoff Stichting en plaatsen een kritische noot bij de rommel in het A-Kwartier. De uitsmijter is het eerste deel van een prachtige reeks over de panden die gehuisvest zijn op nummer 47/49 van de Visserstraat. Kortom: veel leesplezier! (EK)

colofon

omslag: golden hour Hoge der A (foto: Han Santing)

van de redactie

Redactie:

Medewerkers aan dit nummer:

Tjerd van Riemsdijk, Dick Veen, Hans van de Sande, Wilma Mik, Tjitske Zuiderbaan, Henk Sytze Meerema, Esther Klaver (eindredactie), Han Santing (vormgeving & foto's)

Trinet Holtslag, Karlijn Donders, Klaas van der Meulen, Sacha Landkroon (gedicht), Martha Mol, Klaas Helfrich Kopij voor A-krant 2022 | 3 inzenden vóór 15 november 2022

Drukkerij Scholma, Bedum

3


Joke Sissing

afscheid van het A-Kwartier tekst: Hans van de Sande | foto's: Han Santing Ongeveer op de langste dag van de afgelopen zomer, een stralende zonnedag, die bij ons met aangename temperaturen vergezeld ging terwijl ze in de streken waar Hans Alders vandaan komt zich geen raad wisten van de hitte, op zo'n dag dus, viel het afscheid van Joke Sissing de Stadsdeelcoördinator van het A-Kwartier. Dat werd gevierd door met een groepje ambtenaren, waaronder ook Joke's baas Ron Torenbosch, de Opperstadsdeelcoördinator en een divers gezelschap, allen uitgerust met elektrische fietsen, de verschillende buurten te bezoeken en in enkele highlights in die buurten dat te doen, wat onze koning ook doet als hij op werkbezoek is: beschaafde conversatie onderhouden en doen alsof alles leuk is. Nou wàs het in het A-Kwartier ook leuk. Na voor het buurtpand, de Oude Drogisterij, te zijn uitgezwaaid door de drogist en voormalig voorzitter van het A-Kwartier, Hans Imelman, streek men neer in de Japanse theetuin & Chawan van Fokko Jelsma die zich bevindt in het Jacob en Anna gasthuis, ook bekend als het Lekkerbeetjes gasthuis. In dat onlangs gerestaureerde pand wonen zo'n 14 mensen, kunstenaars, studenten en andersgezinden. Genoemde Fokko heeft zich diep in een interessant aspect van de Japanse cultuur gestort: 4


de theeceremonie en alles wat daarbij hoort. Het gezelschap werd vergast op een speciaal kopje thee, in een speciale Japanse kom in een zeer Japans aandoende ruimte: het atelier van Fokko. Op afspraak kan men daar bijvoorbeeld een complete Japanse theeceremonie beleven, maar daarvoor ontbrak nu de tijd. Next stop was het huis van onze bekende buurtgenoot John Veldkamp. Dat was niet voor niets, want zoals Joke Sissing in een geïmproviseerd speechje zei: Zeurende bewoners zijn betrokken bewoners en John had zich in het verleden zeer betrokken getoond. Zo leverde hij niet alleen aan onze buurt een belangrijke dienst, ook aan de Groninger kunst heeft hij door zijn betrokkenheid bijgedragen, reden waarom hij bij wijze van afscheidscadeau het boekje over de door hem ingerichte tentoonstelling in het Groninger Museum aan Joke gaf. Bovendien kreeg ze van Fleur, als blijk van onze waardering voor wat ze voor de buurt betekend heeft, nog een A-verjaardags-kalender en een voortreffelijke fles wijn. Vooral ons kersverse erelid Fleur Woudstra is goed op de hoogte van de verdiensten van Joke voor onze buurt. In het driemaandelijks overleg tussen gemeente en buurt speelden beide dames de eerste violen en dat heeft nogal wat positieve reultaten gehad. We mogen hopen dat de samenwering tussen gemeente en buurt ook na het vertrek van Joke op het huidige niveau gehandhaafd blijft. Joke en Fleur zullen daar niet meer zo'n glansrol in vervullen, maar het schijnt dat zelfs zulke kanjers vervangbaar zijn. Wij wachten maar af, met dank aan Joke, die nog dezelfde middag naar Frankrijk afreisde. 5


Jos Fikkers scheepsmakelaar in ruste tekst: Dick Veen | foto's: Han Santing 6


H

et idee was om Jos te interviewen omdat hij Scheepsmakelaardij Fikkers had overgedaan aan Luc de Groot en hem vragen te stellen over de periode dat hij dit bedrijf leidde. Het liep een beetje anders. We kennen beide de wereld van de scheepvaart en de namen die ermee verbonden zijn. Vragen hoefde ik niet te stellen. Jos begon te praten en vertelde vele, door elkaar lopende, verhalen. Bijna elke zin gaf weer een aanknopingspunt voor een volgend verhaal. Het is een artikel geworden, het had een boek kunnen zijn. Jos werd geboren te Foxhol als kind van ouders die er scheepsnieuwbouw en reparatiewerf Fikkers bestierden, en groeide zodoende op met en in de scheepvaart. Alle dagen van zijn jeugd zag hij arbeiders werken aan schepen. De jonge Jos stond er met zijn neus bovenop en leerde al kijkend de schepen van binnen en buiten kennen. Zelf wilde hij het liefst een hele andere richting op en hij ging daarom het onderwijs in: leraar praktijkvakken, lesgeven aan moeilijk lerende kinderen. Het werk op zich was prima, maar Jos had zich te houden aan regels en voorschriften en dat bleek niet zijn sterkste kant te zijn. Jos wilde zelf bepalen hoe de zaken liepen en zich niet aan regels houden van anderen houden, die zichzelf er ook niet hielden. Naast het onderwijs deed Jos wel wat laswerk aan schepen. De verbinding met zijn roots bleef dus in stand. Op een dag kwam Jos de heer Hukema tegen, een mooie verteller, een man die nog had gevaren op houten schepen, nog met een coaster op de rivieren was geweest en ansjovis had gevangen op de Zuiderzee bij het Vrouwenzand. Een schipper die voor zijn zeereizen voorraad innam op Terschelling om vervolgens via het Kielerkanaal de Oostzee te beva-

• boven: Foxhol, scheepswerf Gebr. Fikkers, Winschoterdiep met Ms. Eton, 1930/1940 • onder: Foxhol, Werfkade: scheepswerf Fikkers 1935-1943 Beide foto's: RHC Groninger Archieven

7


ren. Daar waar schepen werden gelost en geladen door vrouwelijke arbeiders in een totaal verarmd Duitsland. Deze Hukema was na de oorlog in de scheepsmakelaardij terecht gekomen en bemiddelde in de in- en verkoop van coasters en kleinere binnenvaartschepen. Jos ging vaak met hem mee, hoorde de prachtige verhalen en leerde hoe het toeging in de wereld van de scheepsmakelaardij. De oude Duitse typemachine was het enige item op kantoor dat de titel modern dragen kon; deze leek overigens door het vele tipp-ex meer op een slagroomtaart dan op een schrijfmachine. Jos ging voor Hukema werken en nams steeds een groter deel van zijn werkzaamheden over. Eind jaren tachtig, na een studie en examen beëdigd makelaar en taxateur, werd Hukema uitgekocht en ontstond het bedrijf Scheepsmakelaar Fikkers vh Hukema. Jos vestigde het bedrijf op zijn woonschip, de voormalige werkplaats van Aegir, dat hij had omgebouwd en aan de Wilhelminakade had gelegd. Het verslepen van het vaartuig en de verbouwing ervan was een avontuur op zich. Nog steeds ligt het schip op zijn oude stek en is het daar, in een koperen beplating, te zien. De volgende stap was het kopen van het pand aan de Hoge der A 37 en het aldaar vestigen van Scheepsmakelaardij Fikkers. Een hele mooie plek, aan de staande masten route, met prachtige reclame aan de waterkant, geschilderd door meester-schilder Koos Huizenga, voormalig uitbater van café De Sleutel. Het bedrijf werd gevestigd op nummer 36 nadat het pand, waar eerder de Zwarte Hond gegrondvest was, te koop kwam en bij het bedrijf werd gevoegd. In de tijd van Hukema waren er nog diverse scheepsmakelaars in de stad; inmiddels is er nog maar één en is heel Nederland en Noord-Duitsland het werkgebied. De handel veranderde ook. Het werden vooral woonschepen, charterschepen, sleepboten, oude overheids-

8


vaartuigen, afgedankte reddingboten, klassiekers en boten voor de Engelse en Berlijnse markt waarvoor de scheepsmakelaar ging bemiddelen. Voor Jos is het nu genoeg geweest. Na de verkoop van meer dan 1000 schepen en talloze taxaties is het klaar. De herinnering aan prachtige verkopen, van o.a. het charterschip Noorderlicht, dat ik zelf nog tegen kwam bij een zeiltocht rond Spitsbergen, en het prachtige motorschip Janssens 55, dat bij de Trompbrug ligt, blijven. Natuurlijk zijn ook vele andere scheepsverkopen in het uitstekende geheugen van Jos verankerd. Maar deze verkopen, waarbij het echt aankwam op zijn makelaarskwaliteiten, staan toch vooraan. Het arbeidsleven zit erop, ten anker, afgemeerd. Gelukkig is er een nieuwe man die de zaak voortzet. Luc de Groot, al bijna 20 jaar werkzaam in deze branche, ook gepokt en gemazeld in het werk, neemt het over en zet Scheepsmakelaardij Fikkers voort. Dezelfde handel, dezelfde kwaliteiten, certificaten en beëdiging en op dezelfde plaats in het A-Kwartier. Veel wordt anders maar nog meer blijft gelijk. De tabaksgeur van de door Jos gerookte sigaren blijft hangen in de gordijnen, de sfeer blijft zoals het was. Betrouwbaar, met kennis van zaken en vooral ontspannen. Gelukkig blijft daarmee dit unieke bedrijf behouden voor het A-Kwartier. • links: huis en scheepsmakelaardij, Hoge der A; daarnaast het reclamebord van de hand van Koos Huizenga, in 2016. • boven: Het stoomslepertje Peerke uit ca. 1905 meet 11 bij 3 meter Wat eveneens blijft zijn en werd vooral gebruikt om schepen door het Zuid-Willemskanaal de muurschildering en de en de Maas te slepen. Volgens Jos een ideaal vrijgezellenbootje. potentiële klanten, die de staande masten-route bevarend op hun route het kantoor passeren. Jos blijft wonen op nummer 37. De enige schepen waar hij zich nog mee zal bezighouden zijn de scheepsmodellen, waarvan hij in de loop der jaren een aardige verzameling heeft opgebouwd. En de prachtige oude foto's van schepen die gerepareerd zijn op de helling van zijn ouders. Daar waar de interesse en de kennis van Jos is ontstaan. Met de paplepel ingegoten. Jos heeft een poging gedaan om er los van te komen, maar de aantrekkingskracht van de schepen bleek te groot. En zo kwam het dat er nu tevreden teruggeblikt wordt op een werkzaam leven in dienst van de schepen en in dienst van de klant. En mocht het verlangen toch te groot worden blijft hem altijd nog zijn sleepbootje Peerke, afgemeerd aan de Hoge der A.

9


UW MAKELAAR IN DE BUURT!

● Lokaal

en enthousiast team in aankoop- en verkoop van woningen ● Gevalideerde taxaties ● Zekerheid, eerlijkheid & transparantie ● No Cure No Pay

● Specialist

Een gratis waardebepaling van uw woning of een vrijblijvend gesprek? Altijd welkom aan de Westersingel 3!

Lana, Maaike, Norbert & Marissa

Westersingel 3 I 9718 CA Groningen I 050 - 760 17 77 Groningen@iQMakelaars.nl I www.iQMakelaarsGroningen.nl


Meneer B. Tjitske Zuiderbaan Ongebruikt staat de grijze gieter op het witte plastic krukje achter het huis waarop ik uitkijk. De eerste geraniums van meneer B. beginnen al verschijnselen van uitdroging te vertonen. Vorige week nog schoot de gedachte door me heen dat er in mijn hofje eigenlijk nooit iemand doodgaat. (Afkloppen!) Best bijzonder voor een seniorenhofje. Nog geen twee dagen later hing de overlijdensadvertentie van meneer B. op het whiteboard in de entree. Hij was 'heengegaan na een kort ziekbed', stond er, 'onze vader en opa'. Niet meer, niet minder. Hoe anders was dat bij het recente overlijden van mijn eigen moeder. Superlatieven schoten tekort om haar bijzondere persoonlijkheid recht te doen. Vader en opa, het lijkt haast zakelijk, met een zweem van eenzaamheid. In één van mijn eerste teksten voor de Akrant schreef ik onaardig over meneer B.. In deze column noemde ik hem een man met een lila nylon pruik. Feitelijk gezien klopte dat ook, maar het was wel confronterend. Enige tijd later had hij dit haarstuk ingeruild voor een bruine. Had hij mijn tekst gelezen en zich geschaamd? Zo had ik het niet bedoeld. Meneer B. was een ouderwetse verschijning, zo'n echte meneer, zoals hij door de straten liep met zijn wandelstok. Fier rechtop. Hij deed me denken aan meneer de uil van de Fabeltjeskrant. 'Dag mevrouw', zo begroette hij me, een titel waarin ik mezelf niet kon vinden, maar het paste bij zijn ouderwetserigheid. Die begroeting veranderde nadat ik per ongeluk een bezoek had gebracht aan zijn kantoor; hij was accountant.

Toen ik bij het UWV werkte, liep ik tijdens de pauzes altijd een rondje over de Paterswoldseweg. Op een goeie dag viel mijn oog op een onverlichte winkelruit met de naam van meneer B. erop. Verrek, dacht ik, zou dat de buurman zijn? Me onbespied wanend, gluurde ik door de glazen deur naar binnen en schrok toen ik hem gewaarwerd. Hij keek me recht in mijn ogen en ik kon niet anders dan naar binnen gaan. Enigszins verbaasd verwelkomde hij me en vroeg wat hij voor me kon betekenen. Terwijl ik de duistere ruimte in me opnam, probeerde ik een excuus voor mijn voyeurisme te bedenken. Meneer B. zat achter een antieke computer, zo'n zoemende grijze puist. Zijn bureau lag vol, op het eerste gezicht ongeordende, papieren. Alsof er een wervelwind in het pand had huisgehouden, lag ook de vloer bezaaid met documenten. Meneer B. leek dit de normaalste zaak van de wereld te vinden en keek me afwachtend aan. Een smoes schoot me niet te binnen, dus vertelde ik hem dat ik bij het zien van zijn naam op de ruit simpelweg nieuwsgierig was geworden. Belangstellend vroeg hij wat me naar de Paterswoldseweg had gebracht. Ik vertelde hem dat ik bij het callcenter van het UWV werkte. Dat vond hij interessant. Bij het afscheid nodigde hij me uit om nog eens binnen te wippen. Ik heb dat nooit meer gedaan, maar na dit bezoek werd de begroeting geüpgraded tot 'Dag buurvrouw'. Die titel stond me meer aan. De laatste jaren kwam ik hem nog sporadisch tegen op straat. Om mij onbekende redenen werd ik weer met 'Dag mevrouw' begroet. En nu groet hij niemand meer en verwelken zijn geraniums. 'Dag vader, dag opa, dag buurman. Oogjes dicht en snaveltje toe.'

11


De culinaire cadeaushop Grote Kromme Elleboog 8 telefoon 050 31 88 451 www.leuklekker.nl


van het bestuur • Beste buurtgenoten Het eind januari gestarte bestuur is langzamerhand goed op dreef. De administratieve en archiefsystemen raken steeds beter te doorgronden, er hebben tal van goed bezochte activiteiten plaatsgevonden, op de website worden om de week columns geplaatst en de Werkgroep AKRO (A-Kwartier Ruimtelijke Ontwikkeling) bereidt zijn eerste acties voor. Bestuursleden waren aanwezig bij de drukbezochte opening van de interessante tentoonstelling over de betrokkenheid van Groningen bij de slavernij in het MADA (Museum aan de A), voorheen het Noordelijk foto: Roelof Bos Scheepvaartmuseum (foto rechts). • Gelukkig is Covid onder controle, mag er nog steeds van alles en hopelijk houden we dat zo, want er zijn interessante activiteiten in voorbereiding voor het najaar. De zomer was heet en als bestuur blijven we ons inzetten voor geveltuinen en het tegengaan van verdere verdichting van de bebouwing in de wijk. Geveltuinen zijn welkom, maar stadstuinen met veel groen nog meer. • Algemene Leden Vergadering op 7 oktober Op vrijdag 7 oktober 2022 is om 19.30 weer een ALV, hopelijk live. Op de agenda staan in elk geval de volgende onderwerpen: een terugblik over het afgelopen jaar, het werkplan 2023 en de begroting 2023. Voor het tweede deel van de vergadering wordt nog gezocht naar een interessante invulling. De locatie van de ALV volgt via de A-mail. • Zondags fietsen met Henk Op de zonnige zondag 26 juni is richting Haren en Onnen gefietst onder leiding van Henk Nienhuis, die de tochten eerder afwisselde met zijn naamgenoot Henk Cuperus. Er fietste deze keer een gemêleerd gezelschap mee op verschillende typen fietsen. Henk viel in een modderige bocht en raakte licht gewond. Gelukkig is hij gauw weer opgeknapt na goede verzorging en een verfrissend drankje aan het Paterswoldsemeer. 13


• Vogelwandeling door het A-Kwartier Op de mooie zaterdagmiddag van 16 juli nam Maricée ten Bosch, vrijwilliger van de Vogelbescherming, zo'n 30 buurtgenoten mee op vogelwandeling (foto's rechts) door het A-Kwartier. Op diverse punten werd haltgehouden, waaronder de bostuin van het huis de Drie Vlasblommen aan de Hoge der A. Maricée vertelde over natuur inclusief bouwen en de ideale biotoop voor verschillende vogelsoorten. Na afloop was er in de Pompplein-tuin een geanimeerde borrel met overheerlijke Flammkuchen van Tineke. foto's: Klaas van der Meulen

• Oproep voor versterking activiteitencommissie en webredactie De activiteitencommissie kan nog wel versterking gebruiken voor de organisatie van uiteenlopende buurtactiviteiten. Ook de websiteredactie en de redactie van de A-Krant heeft ruimte voor uitbreiding. Lijkt het je leuk om af en toe iets te schrijven of fotograferen? Meld je dan aan via het bekende mailadres: hetakwartier@gmail.com • Geveltuin awards Op zaterdag 16 juli is de Geveltuinenjury 2022 de wijk rond geweest op zoek naar de fraaiste geveltuin. Een reportage van de jurering staat op onze website. De prijs wordt op een nader te publiceren datum uitgereikt. • 3MO Het driemaandelijks overleg met de gemeente dat voor de zomer plaatsvond, moest het doen zonder wethouder Roeland van der Schaaf die dijkgraaf bij het waterschap is geworden. We hopen vanaf het volgende overleg in september de nieuwe wijkwethouder, Mirjam Wijnja (foto), te mogen begroeten. Joke Sissing werd als gebiedssecretaris uitgezwaaid en we maakten kennis foto: Groen Links met haar opvolgster Saskia Meijeringh. 14


Eén van de onderwerpen die aan de orde kwam was overlast. In de Schildersbuurt wordt als proef een buurtcoach ingezet om te bezien of dit helpt tegen geluidsoverlast bij overlastpanden. Een oproep voor iedereen, ook buiten de Schildersbuurt, is om overlast te blijven melden: telefonisch via 050-587 58 55 of via de website: https:// gemeente.groningen.nl/overlast-en-zorg-melden. • Verder zijn de bewonersorganisaties ingelicht over het onderzoek 'fietsen tellen'. Er wordt gekeken waar de fietsparkeerdruk problematisch is en welke voorzieningen nodig zijn. Het fietsparkeren is in een deel van het centrum sterk verbeterd, maar vooral voor het westelijk deel van het A-Kwartier wordt nog gezocht naar oplossingen. Ook kwam aan de orde dat de toegankelijkheid van de openbare ruimte aandacht heeft en dat per 1 april weer gehandhaafd wordt op fout gestalde fietsen, terrassen en uitstallingen (zoals voor de coronaperiode). • Werkgroepen Werkgroep A-Kwartier Ruimtelijke Ontwikkeling (AKRO) Er is een handhavingsverzoek gedaan in verband met vermoedens van short stay in percelen waarop een woonbestemming rust. Mogelijk dat de door ons aangeleverde lijst niet compleet is, maar het gaat om het principe. Bij short stay wordt voor korte duur verhuurd. Eigenlijk gaat het om logies, waarvoor een aparte vergunning nodig is. Bij een teveel aan short stay komt de leefbaarheid in de wijk (verder) onder druk te staan. Er is immers al veel studentenhuisvesting en logies die de sociale cohesie onder druk zet. Wij vragen de gemeente te handhaven bij afwijkingen op het bestemmingsplan en alleen omzetting naar logies mogelijk te maken wanneer er een bijzonder goede motivatie voor is en het niet schadelijk is voor de leefbaarheid in de wijk. Bij de buurtvereniging komen regelmatig overlastsituaties aan de orde. Die worden dan in diverse commissies aangekaart. Er worden maatregelen besproken die een einde moeten maken aan de overlast. We hebben drie casussen geselecteerd en betrokkenen gevraagd een logboek bij te houden van de ervaren overlast. Met die concrete gegevens in de hand gaan we een plan van aanpak opstellen. Het plan behelst drie fasen, aan het eind waarvan een verbetering te zien moet zijn. • Aankomende activiteiten Voor na de zomer is van alles in voorbereiding: een rondleiding in het Universiteitsmuseum, een archeologie-lezing over nieuwe vondsten in de stad, een wandeling over de gewelven van de A-kerk, een pubquiz met onze buurtgenoten van het Groningen Centrum Taal & Cultuur, een boottocht met Winterwelvaart, een NLDoet activiteit, een roeiclinic bij roeivereniging De Hunze. Opschoonploeg: vanaf 5 september elke 1ste maandag van de maand, 16.30 vanaf de 15


Kunstatelier Noes Met werk van Beeldend Kunstenaar Annuska ‘t Hart

Geopend op afspraak en iedere zaterdag van 13.00-17.00 u

Pottebakkersrijge 13 9718 AG Groningen Telefoon 06-30109303 Website www.annuska-t-hart.nl


Vissersbrug. Geef je opruimkriebels elke eerste maandag van de maand de ruimte. Voor afvalgrijpers en vuilniszakken wordt gezorgd. Sluit aan en ruim lekker wat rommel op! Contactpersoon: Ellen Spits, te bereiken via hetakwartier@gmail.com. • Columns (zie www.a-kwartier.nl/columns) Er worden inmiddels elke twee weken nieuwe columns gepubliceerd op de buurtwebsite. De columnisten zijn Alders, Alkema, Hömmen, Van der Meulen, Van Riemsdijk en Van de Sande. De columns hebben altijd een link met de buurt, maar zijn voor het overige niet voorspelbaar en vooal leuk om te lezen.

• Blijf op de hoogte van de buurtactiviteiten - houd de website en de A-Mail in de gaten Ook de komende tijd worden er weer diverse buurtactiviteiten georganiseerd. Niet alles is al bekend bij het ter perse gaan van de buurtkrant. Daarom raden we iedereen aan de website A-kwartier.nl en de mailberichten van Buurtvereniging het A-Kwartier in de gaten te houden. Krijg je de mailberichten nog niet, meld je dan aan voor het A-bulletin via hetakwartier@gmail.com. Het A-bulletin ontvang je gemiddeld eens per maand per mail. Je hoeft hiervoor geen lid te zijn van de buurtvereniging. Mocht je lid willen worden, dan kan dat natuurlijk ook. Dit kan via hetzelfde mailadres.

DESIGN MEUBELEN VERLENGDE VISSCHERSTRAAT 1 9718 JA GRONINGEN TELEFOON 050 - 314 36 22 MOBIEL 06 - 30 899 191 INFO@HOEKJEGRONINGEN.NL

WWW.HOEKJEGRONINGEN.NL

17


Beleggen aan de Hoge der A tekst:Henk Sytze Meerema | foto's: Han Santing 18


e voorgevel is vier bouwlagen hoog en drie traveeën breed en voorzien van een stuc-afwerking in neorenaissancestijl uit het laatste kwart van de 19e eeuw. Opvallend is de asymmetrische plaatsing van de vensters in de gevel, de meest linkse penant is aanzienlijk breder dan de meest rechtse. Rechts bevindt zich aanzienlijk boven het straatniveau een dubbele voordeur met bovenlicht waarvoor een 18e-eeuws bordes is geplaatst dat bereikbaar is door middel van een kwartronde trap. In het midden van de stoep bevindt zich een trap naar de kelder die eveneens uitkomt op dubbele deuren. Links hiervan bevindt zich een rechthoekig venster. De stoep is voorzien van een smeedijzeren hek terwijl de trap en het bordes een hek hebben van gietijzeren balusters waarin stangen zijn aangebracht. De gevel wordt aan de bovenkant afgesloten door een kroonlijst met consoles waarbinnen vier verdiept liggende vakken zijn uitgespaard.'

Zo schildert Taco Tel, bouwhistoricus bij de gemeente Groningen, het aanzicht van Hoge der A 17. Hanzevast, beheerder van vastgoed en scheepfondsen, bestaat sinds 1995 en gaat sinds 2020 achter deze façade schuil. Daarmee is de bedrijvigheid terug in dit pand waarvan de lange geschiedenis vermeldt dat er eerder onder andere een brouwerij, een bank en een architectenbureau gevestigd waren en achter het pand een azijnfabriek heeft gestaan. Het geld is er dus sinds oudsher aan het werk gezet. Logisch Ik spreek met Jaap Wolters (rechts op de foto) en Peter Dekker, directieleden van Hanzevast. De aanleiding voor de verhuizing naar deze karakteristieke, historische & rijksmonumentale locatie in de binnenstad aan het prachtige water is verduurzaming: makkelijk bereikbaar per fiets en OV, en geen leaseauto's van de zaak (meer). Bijkomend voordeel van deze plek is het "leven in de brouwerij, met de binnenstad om de hoek" volgens Peter Dekker. Een andere reden is dat Hanzevast beleggingsfondsen aanbiedt waarmee kan worden belegd in vastgoed en in schepen. Voor een bedrijf dat 'water door de aderen heeft stromen' is de locatie aan de stromende A natuurlijk geen toeval, maar 'logisch' (naar Johan Cruijff). Symbolisch is het in ieder geval. Een belegger die binding heeft met de scheepvaartgeschiedenis van Groningen gevestigd aan een oude vaart. Voor wie nu denkt ik heb (n)iets met beleggen, lekker doorlezen want dit gaat naast (duur19


zaam) beleggen, een beetje politiek en het pand aan de Hoge der A ook over een kraker en een vermiste kat. De kelder De fietsen kunnen worden geparkeerd in één van de oudste kelders van Groningen, via een deur(tje) aan de Hoge der A bereikbaar. Dit souterrain dateert van circa 1280 als onderdeel van het oude oorspronkelijke voorgebouw, één van de oudste huizen in Stad. Een unieke kelder "met maar liefst vier meloengewelven" zegt Jaap Wolters. Ik heb het moeten opzoeken, voor visueel ingestelden is het een gewelf dat lijkt op een halve meloen, en volgens Wikipedia: 'De ribben van het gewelf, die aan de bovenzijde in een ring samenkomen, hebben geen dragende functie. Dit type gewelf komt met name voor in romano-gotische kerken in het noorden van Nederland.' • boven: in het souterrain Daarnaast zijn de vele kaarsnissen opvallend, net als • onder: uitzicht vanuit de voorkade ondersteunende constructies in de kelder die bij de mer met in de vensterbank een laatste verbouw in 2005 zijn voorzien van een curieuze van de scheepsmodellen van ombouw in de vorm van miniatuur Dorische zuilen. Daar Hanzevast is misschien bij die laatste verbouw iets teveel conces• rechts: directielid Jaap Wolters sie gedaan aan 'de uitdrukkelijke wens van de nieuwe eigenaren om de sfeer in het pand te verhogen door historiserende oplossingen te kiezen met behulp van uit België afkomstige antieke bouwmaterialen'? In 2016 had het de eer om één van 'de twee vetste en duurste huizen van Groningen op Funda' te zijn, aldus Sikkom.nl. Voorkamer op de bel-etage We spreken elkaar in de voorkamer. Deze kamer staat volgens het Jaarverslag restauraties in 2005 'eigenlijk symbool voor hoe er met het gebouw is omgegaan', en heeft bouwhistorisch gezien 'een merkwaardige interieurafwerking'. Een samenvoeging van door de eeuwen heen en verschillende verbouwingen verder zullen we maar zeggen. Maar het oogt monumentaal en heeft een zekere grandeur. 20


Over beleggen in woningen Met het jongste vastgoedfonds Woned kan worden geïnvesteerd in vrije sector huurwoningen in Nederland. Dit zijn woningen met een huurprijs boven de zogenaamde liberalisatiegrens van ¤ 763,47 (2022). Daarbij moet de opbrengst voor de belegger komen uit verhuuropbrengsten en -kers op de taart- waardestijging van de woningen. Hand-in-hand met verantwoord en duurzaam want dat wil Hanzevast als kernwaarde uitdragen en dat wil óók de particuliere belegger in toenemende mate. "Het fonds streeft naar een energielabel A als gemiddelde, door te investeren in duurzame nieuwbouw en verduurzaming van bestaande bouw en belegt ook deels in sociale huurwoningen, dus we laten het niet bij fraaie woorden alleen" zegt Jaap. Hanzevast ziet een toename in de vraag naar vrije sector huurwoningen terwijl er op dit moment al sprake is van een groot tekort, vooral aan huurwoningen in het middensegment. Jaap: "Landelijk bestaat zo'n 7% van het totale woningaanbod uit vrije sector huurwoningen (ter vergelijking: in 1950 was dit ongeveer 50%). Dit is schraal en bij lange na niet genoeg om het gat tussen sociale huur en koop op te vullen. Door deze scheefdeling valt een groeiende groep, denk aan jonge, hoogopgeleide huishoudens, eenpersoonshuishoudens, senioren, pas-afgestudeerden en flexwerkers dus tussen de wal en het schip, vooral in steden. Daar springen wij in." Hij vervolgt: "Meer vrije sector huur leidt volgens architecten/planologen bovendien tot een minder eenzijdig aanbod van bijvoorbeeld horeca en winkels". "Je oogst ook als gemeente wat je zaait", kan hij niet nalaten nog aan de gemeente Groningen mee te geven. Even terug naar het Grunsing huis In de middeleeuwen wordt Hoge der A 17 onder meer aangeduid als Grunsing huis. Daar heeft Jaap wel een theorie over: "Grunsing lijkt een vervorming van het Oud-Duitse 'Grundzins', een aan onroerend goed gerelateerde jaarlijkse betaling aan de grondheer". Het pand is ergens voor de zestiende eeuw in twee fasen uitgebreid richting De Laan met een eerste en een tweede achterhuis. In de steeg aan de linkerkant zijn de drie bouwdelen, soms met enige moeite, in de tussenmuur met nr. 18 herkenbaar. Later zijn er ook nog andere aanpassingen gedaan waaronder een verlaging van het plafond van de begane grond en een verhoging van de eerste verdieping, de sporen daarvan zijn nog zichtbaar. Ook heeft de firma Luigies in 1925 een azijnmakerij op het achterterrein tot aan De Laan gebouwd. Het tweede achterhuis heeft waarschijnlijk ook bij deze fabriek gehoord; er is 21


daar tijdens een verbouwing balkhout aangetroffen dat een sterke azijnlucht verspreidde. Een eigen rederij Best uniek in de wereld van scheepvaartbeleggen is dat Hanzevast een eigen rederij heeft, Hanzevast Shipping. Deze is in Groningen gevestigd en opereert wereldwijd. Hanzevast Shipping selecteert de scheepvaartprojecten, regelt de contracten voor de bouw van de schepen, arrangeert de financiering, en onderhandelt de overeenkomst met de huurder (de 'charteraar') van het schip. Daarnaast is Hanzevast Shipping verantwoordelijk voor het dagelijkse management van de schepen. Zowel het technisch, het financieel als het commercieel management, worden aan de Hoge der A 17 uitgevoerd. Hanzevast Capital structureert het scheepsbeleggingsfonds en zoekt er beleggers voor. Zonder te technisch te worden: als belegger investeer je in de bouw, exploitatie en verkoop van het schip. De charteropbrengst is een vaste dagvergoeding gedurende een vaste contractperiode. Aan het einde van de looptijd kan het fonds het schip aan de charteraar verkopen of aan een andere partij. Door de structuur kan een inschatting van het te verwachten rendement worden gemaakt. Het kan natuurlijk uiteindelijk nog wat meer worden, maar ook minder. Maar op de 'kont van het schip' staat wel mooi: Groningen. Ook voor scheepvaart is duurzaamheid een thema, aldus Peter: "Een schip dient over een zo efficiënt mogelijke aandrijving te beschikken". De zolder We vervolgen de rondleiding die via de verdieping en de loggia eindigt op de zolder. Fotograaf Han Santing kent de zolder van nummer 17 nog uit de periode dat in het pand het architectenbureau Timmer was gevestigd en Han als kraker, "jong & overmoedig", aldus de fotograaf zelf, op de bovenste verdieping van nummer 19 woonde. Op een dag begin jaren 80 is zijn kat 's avonds via het dak ontsnapt, dus Han ook het dak op en via het dak van nummer 18 naar het dak van nummer 17 om daar via 22


een openstaand raam zijn kat op de zolder te ontdekken. Omdat hij zelf niet naar binnen kon heeft hij het raam dichtgedaan en de kat de volgende ochtend via de meeste geëigende weg opgehaald; dus netjes aangebeld en onder begeleiding naar boven. De zolder van nummer 17 is nog net als in zijn herinnering. Behalve dat met het verdwijnen van het architectenbureau ook de zee aan tekentafels, nodig voor als ineens die grote ontwerp-opdracht zou komen en het dus alle hens aan dek was, is verdwenen. De zolder heeft een deels nog laatmiddeleeuwse onbeschoten eikenhouten kapconstructie. Hierdoor zijn de aangesmeerde oud-hollandse dakpannen zichtbaar. Maar omdat het hout uitzet verschijnt ook hier en daar de lucht tussen de pannen.. Jaap Wolters wil ook de zolder nog graag verduurzamen, zoveel mogelijk met behoud van de bouwhistorische kenmerken natuurlijk want die zijn van groot belang. Omdat het pand een rijksmonument is gaat dat niet zomaar. Dat wordt waarschijnlijk een project in zijn straks gewonnen vrije tijd wanneer hij een groot deel van zijn taken heeft overgedragen aan zijn dochter Manon. Verduurzamen is uiteindelijk ook een vorm van beleggen. • pagina links: de Hanze Gdansk is een zogenaamde handysize bulkcarrier met een draagvermogen van 35.000 DWT en wordt voornamelijk ingezet voor het transport van droge bulkgoederen. • onder: de zolder van Hoge der A 17 richting het westen met de laatmiddeleeuwse kapconstructie. • deze pagina, boven: werkplekken op de eerste verdieping. • midden: de steeg tussen Hoge der A 18 (rechts) en 17 met de noordelijke buitenmuur van nummer 17 waaraan goed de bouwgeschiedenis is af te lezen. • onder: de imposante gang van nummer 17 richting voordeur. Bronnen: het -prachtig vormgegeven- boek Hoge der A, van Beno Hofman en Kirsten Otten; Hervonden Stad 2006, het jaarboek van de gemeente Groningen, waarin de archeologische, bouwhistorische en restauratieprojecten van het voorgaande jaar worden gepresenteerd, en Bouwhistorisch onderzoek Hoge der A 17 d.d. 2 december 2003, Taco Tel. Zie ook: Archieven.nl - Alle bronnen (Gemeente Groningen)

23


Monk whisky

tekst:Tjitske Zuiderbaan | foto's: Han Santing 24


Decennialang werden er sigaretten verkocht, maar er zat ook een horlogemaker en een artistieke wolwinkel. De louche kroeg die ooit in de kelder van dit karakteristieke pand aan A-kerkhof 31 zat, is een goed bewaard geheim. Een laag deurtje ernaartoe getuigt er nog van. En nu staat het pand vol met flessen zorgvuldig geselecteerde whisky's. De eigenaar van deze whiskyspeciaalzaak komt uit de internationale groothandel en had behoefte aan iets kleinschaligs en meer persoonlijks. Dat werd Monk. Monnikenwerk Manager Sjoerd is blij met de locatie. 'Het is fantastisch dat we dit prachtige pand hebben kunnen krijgen. Het onderste deel stamt uit ongeveer 1500 en was een van de eerste steenhuizen. Men groef een gat, stapelde stenen op elkaar en legde er een dak op. Dat steenhuis stond er zelfs eerder dan de A-kerk. Het bovenste deel is van een paar honderd jaar later.' De naam Monk refereert niet aan Thelonious, de jazzlegende, maar gewoon aan de monnik in het algemeen. 'We wilden een korte, pakkende naam. Het pand staat in de schaduw van de A-kerk en ademt een bepaalde sfeer uit. Van oorsprong is brouwen en distilleren monnikenwerk vandaar Monk.' In de diepte met distillaten De binnenstad van Groningen kent een aantal slijterijen waarvan het aanbod is gefocust op wijn en speciaalbier. En er zijn veel wijnspeciaalzaken. Een speciaalzaak in whisky was er nog niet. "Slijterij Van Erp is ermee gestopt en dat was een van de weinige die zich in de diepte bezighield met distillaten. Het Whiskyfestival bij de Suiker is het op één na grootste van Nederland. Groningen is dus best een volwassen whiskystad." De whisky van Monk komt uit verschillende landen, de meeste uit Schotland, zowel van grote distilleerderijen als onafhankelijke bottelaars. De meest bijzondere fles (die achter slot en grendel wordt bewaard) is een Port Ellen van 32 jaar oud. "Omdat de distilleerderij in de tachtiger jaren is gesloten, wordt deze whisky al lang niet meer gemaakt. Hierdoor is hij exclusief." Monk verkoopt niet alleen exclusieve soorten. "We hebben gekozen om breed in te zetten. De prijzen beginnen bij ¤15,- maar het gros zit tussen ¤40,- en ¤60,-. Daar beginnen de single malts." 25


Gefopte granen Whisky is de overkoepelende naam voor houtgerijpte graandestillaten zonder toevoegingen. "Er zijn meerdere stijlen: single malt, voor veel gebruikers de mooiste whisky. Deze wordt gemaakt van 100% gemoute gerst, komt uit één destilleerderij en is minimaal drie jaar gerijpt op eikenhout. Dan heb je de bourbons, gemaakt van minimaal 51% mais, wat een totaal andere smaak geeft. Voller en zoeter, romiger. De overige 49% is vrije keus in graansoort. Bourbon is typisch Amerikaans, een echte smaakbom. Ten slotte heb je de blends, die worden geproduceerd met een mengsel van meerdere graansoorten, en komen uit meerdere distilleerderijen." Als er maar één graansoort gebruikt mag worden bij single malt, hoe ontstaan smaakverschillen dan? "Het draait in de whiskystokerij allemaal om vatrijping en destillatieproces. Glendronach bijvoorbeeld, wordt bijna altijd gerijpt op gebruikte sherryvaten. De PX vaten geven een zoetig fruitige smaak, de Oloroso vaten juist kruidige tonen. Aan de andere kant van het spectrum heb je Ardbeg, een peperige, rokerige, jodiumachtige whisky. Die smaak ontstaat tijdens het productieproces. Van oudsher worden de granen gemout, natgemaakt en verwarmd. Gefopt eigenlijk, om ze te laten bloeien. De graankorrels worden boven open vuur met turf gedroogd. Deeltjes van de rook hechten zich aan het graan. Daar komt die rooksmaak vandaan. Afhankelijk van de samenstelling van de turf ontstaat smaakverschil. Veel mensen associëren die rooksmaak met whisky terwijl dat eigenlijk maar een klein deel van alle whisky's is." Niet vals spelen Via zijn studie marketing en communicatie kwam Sjoerd als stagiair terecht bij het evenementenbureau van café de Toeter. "In Groningen het café met het grootste aanbod aan whisky. Daar werden veel proeverijen georganiseerd. Ik begon achter de bar en ging me later bezighouden met de inkoop van speciaalbieren en whisky's." Zijn droom was een eigen horecazaak en om ervaring op te doen werkte hij bij Het Zusje van André Dokter. Toen was hij klaar voor zijn eigen restaurant: Beer& op de hoek van de Korreweg en de Rodeweg. "Daar ben ik vorig jaar mee gestopt, mede vanwege de hoge werkdruk door de coronacrisis, en ben toen meteen doorgegaan met Monk. Ik ben al tien jaar met het product bezig en er valt nog genoeg te ontdekken. Het is een van weinige producten waar de regels voor productie zo streng zijn dat je niet kunt valsspelen. Consumenten willen meer transparantie en puurheid van producten. In wijnen kan veel toegevoegd worden wat 26


niet vermeld hoeft. Bij whisky mag niks worden toegevoegd, op een paar druppels karamelkleuring na. Je proeft verschillende smaken die alleen met graan, gist en hout worden geproduceerd. Het is een arbeidsintensief en langdurig productieproces, de whisky moet immers minimaal drie jaar rijpen." Nederwhisky Hoe proef je het verschil tussen een whisky van ¤15,- en een van ¤50,-? "Er zit altijd minimaal 40% alcohol in. Je moet door die alcoholsmaak heen. Goedkopere whisky's zijn vaak vlakker. Duurdere zijn complexer van smaak, niet per se sterker. Maar er valt meer te beleven. Elke slok die je neemt krijgt meer smaak, meer diepgang." Er worden tegenwoordig ook whisky's in Nederland gestookt. "Zuidam, bekend van jenever, maakt zijn eigen whisky. Uit Friesland komt Frysk Hynder, Rotterdam heeft Cley whisky en Groningen Oldamster whisky van Alambik in Midwolda." Sjoerd is heel tevreden met hoe het nu al loopt, binnen drie maanden na opening. Maar de kers op de taart zijn de proeverijen die hij wil organiseren en waarvoor hij wacht op goedkeuring van de gemeente. Ook verheugt hij zich op de Talisker van 44 jaar oud. 'Echt top!' De webshop is onlangs online gegaan: www.monkwhisky.com. Zijn advies aan de buurtbewoners? "Kom binnen voor een praatje. Wij kunnen voor iedereen wel een flesje whisky vinden, mits boven de achttien en niet zwanger."

27


ORDE SCHEPPEN IN EEN PAPIEREN CHAOS tekst: Martha Mol | foto's: Han Santing In het A-Kwartier, aan de Oude Kijk in 't Jatstraat 61, staat het gasthuis van de Maria Elisabeth Linhoff Stichting. In dit hofje worden appartementen verhuurd aan personen boven de 60 jaar, met een minder dan modaal inkomen. Er zijn veel gasthuizen in Groningen -32 stuks alleen al in de binnenstad- met ongeveer dezelfde doelstelling. In 1973 besloten zes gasthuizen om te gaan samenwerken in de Verenigde Groninger Gasthuizen: VGG. De gasthuizen - sommige al eeuwen oud - die gingen samenwerken waren: • • • • •

Maria Elisabeth Linhoff Stichting (1944) De Weldadige Stichting Ketelaar-Bos (1939) De Stichting Latteringe-familie-fonds (1673) Het Anna Varvers Convent (1635) De Stichting Het Vrouw Wilsoor's of Afien Olthof's Gasthuis (1667) • Het Algemeen Diaken Gezelschap (1838) De doelstelling van de nieuwe organisatie was om samen één groot bejaardencentrum te bouwen en te beheren. En dat bleek een succesvolle onderneming. Al na een paar jaar stonden er twee nieuwe gebouwen met 108 appartementen aan de Zaagmuldersweg en de Gorechtkade. Deze samenwerking heeft 30 jaar bestaan. In 2004 zijn de panden overgedragen aan Nijestee en is de samenwerkling beëindigd. In die 30 jaar is veel gebeurd. En van alles is verslag gedaan. Er is enorm veel vergaderd, honderden mensen hebben brieven geschreven of ze in aanmerking kwamen voor een appartement, er waren gezellige uitjes, maar ook conflicten. De gebouwen vergden voortdurend onderhoud en aanpassingen en er waren regelmatig verbouwingen. Conciërges die uit dienst gingen 28


werden via uitgebreide sollicitatieprocedures vervangen. En er ging heel veel geld in om waarover nauwkeurig verantwoording werd afgelegd. Kasten vol papier naar de Groninger Archieven De meeste verslaglegging vond plaats in het prédigitale tijdperk. De hoeveelheid papier groeide en groeide. Statutair was bepaald dat na de opheffing van de VGG de Maria Elisabeth Linhoff Stichting de administratie zou bewaren. Vanaf 2004 stonden in de kelder van het Linhoff Gasthuis twee grote kasten propvol ordners, dozen en enorme stapels losse papieren. De kastdeuren zijn vele jaren gesloten gebleven. Tenslotte besloot het bestuur van de Linhoff Stichting om het archief over te dragen aan de Groninger Archieven. Deze organisatie vond het een goed idee om dit stukje Groninger geschiedenis te bewaren en beschikbaar te stellen voor toekomstige onderzoekers. Het bestuur vroeg mij, Martha Mol om de overdracht naar de Groninger Archieven te regelen. Ik ben 75 jaar en gepensioneerd socioloog. In andere vrijwilligersklussen had ik al eerder te maken met overdracht van een archief naar de Groninger Archieven. Een grote, arbeidsintensieve, maar leuke klus! Dit houdt me nog maanden van de straat. Interessant voor de toekomst De Groninger Archieven heeft regels over wat niet en wat wel wordt opgeslagen. Eén van de eisen van de Groninger Archieven is dat alleen papier wordt bewaard. Bergen met roestige nietjes, roestige paperclips en plakkerig plastic heb ik al verwijderd, zowel van wat wordt bewaard als van wat in de versnipperaar gaat. Ik ben nu al een paar maanden aan het schiften van wat wel en wat niet bewaard moet worden. Van sommige stukken is dat meteen duidelijk: wat al op een andere plek bewaard wordt, kan weg. Dubbele exemplaren kunnen weg. Een deel van wat wordt weggegooid is vertrouwelijk materiaal en niet geschikt voor de oud-papierbak. Dat komt in de papierversnipperaar bij de Groninger Archieven. Over de financiën zijn de accountantsverklaringen over jaarrekeningen heel informatief: bewaren dus. Maar van veel stukken is het niet zo duidelijk of het interessant is voor de toekomst. Als ik geen besluit kan nemen, geeft overleg met bestuursleden van de Linhoff en eventueel met de Groninger Archieven de doorslag. De redactie van de A-krant is benieuwd of er verrassende gegevens opduiken tijdens mijn speurocht en ik zal hier dan ook in een volgend nummer nader over berichten. 29


Museum aan de A is de opvolger van het Noordelijk Scheepvaartmuseum museumaandea.nl | info@museumaandea.nl Brugstraat 24 | Groningen | 050 312 22 02


Schoolkinderen Westerbinnensingel 28 augustus 1922 (RHC Groninger Archieven)

dichter bij toen Thans kun je hier fietsen swappen, explosieven uit de tijd van Bommen Berend vind je er niet want flitsbezorgers mikken in minuten grootgrutterij tot je voordeur want de tijd heeft geen tijd voor de tijd.

Het is hier vroeg in de middag. We hebben allemaal een sjerp en de les meegekregen dat overgave nooit een optie is.

Dit, - Diepenring en minstens honderd KEI-studenten - kinderen van andere steden doch niet geheel toevallig voor studie in Groningen gekozen helblauwe visioen van een toekomst die nog nooit zoveel beloofde, toont een stad die stand hield door de jaren.

Juffen, meesters & koters zijn inmiddels heus dood wellicht zit nog één der jongste matroosjes in het bleke aanschijn van het naderend einde in zo'n tehuis voor oude mensen en de dingen die voorbijgaan, te wachten op onvermijdelijkheden.

31

sacha landkroon

Dit, - ereboog en minstens honderd kinderkopjes niet geheel toevallig vereeuwigde helblauwe visioen van een toekomst die nog nooit zoveel beloofde, dit was de perfecte stad.

Stad houdt stand


Stichting Monument & Materiaal gemeentelijke bewaarplaats voor bodemvondsten

tekst: Klaas Helfrich | foto's: Jaap Buist | illustratie: Katja Heid

De oude bewaarschool aan de Westerbinnensingel 48 huisvest Stichting Monument & Materiaal. Wie bij de grote ramen aan de Verlengde Visserstraat naar binnen kijkt, ziet eerst witte trapopgang die leidt naar een verdieping vol met stellingen en vervolgens een laboratoriumachtige ruimte, waar mensen door de microscoop turen, op zoek naar …? Snapt de argeloze voorbijganger dat in dit oude schoolgebouw ook het archeologische depot van de gemeente Groningen is • Zadenlaboratorium met vrijwilliger Frits Vrede gevestigd? Wellicht niet, maar achter de microscoop naast de voordeur prijken de namen van twee organisaties: Stichting Monument & Materiaal én de Gemeente Groningen. In het gebouw staan en liggen dus niet alleen oude bouwmaterialen. Tussen 1993 en 2014 had de gemeente Groningen de bevoegdheid om zelf opgravingen te organiseren en uit te voeren, maar sindsdien worden de archeologische onderzoeken uitgevoerd door gespecialiseerde archeologische bedrijven. Wat wél is gebleven, is het archeologische depot in dit gebouw. Omdat de ruimte in het gebouw daarvoor echter beperkt is, wordt er ook materiaal opgeslagen bij het Noordelijk Archeologisch Depot in Nuis. Dat zijn vooral vondsten die speciale klimaatkamers nodig hebben voor de opslag (zoals archeologisch textiel) of vondsten die minder geschikt zijn voor exposities, zoals keramiekscherven, botfragmenten en natuurstenen. 32


De vondsten die zijn opgeslagen aan de Westerbinnensingel zitten verpakt in kartonnen dozen. In twee voormalige klaslokalen zijn extra verdiepingen aangebracht en stellingen geplaatst, waar de dozen neergezet kunnen worden. Daarnaast staan er in verschillende ruimtes ook voorwerpen 'los', deels omdat ze te groot zijn voor een doos, maar ook als voorbeeldcollectie. In het gebouw zijn de depot/bewaarruimtes vooral op de begane grond en bevinden zich op de verdieping de werkruimtes. In de verschillende werkruimtes voor de archeologie worden de • De kast met voorbeelden van keramiek in de plakruimte. vondsten per materiaalsoort geconserveerd, beschreven en gedocumenteerd. Dat werk wordt gedaan door vrijwilligers van M&M. Hoewel er bij de deur twee bordjes van verschillende organisaties hangen, zijn er in het gebouw geen harde grenzen. Gemeentelijke medewerkers en vrijwilligers lopen door elkaar in het gebouw en maken gebruik van dezelfde kantine en enkele andere ruimtes. De depots met bodemvondsten of die voor de bouwmaterialen zijn wel nadrukkelijk van elkaar gescheiden. Als depotbeheerder krijg ik vaak de vraag: "Wat doe je met al dat materiaal en waarom bewaar je dat?". Voor het eerste deel van de vraag zijn veel antwoorden mogelijk. Scherven van potten en pannen worden in elkaar gepuzzeld en weer gelijmd, mits dat een (bijna) compleet voorwerp oplevert. Zo ook met fragmenten van glazen voorwerpen. Al de vondsten worden beschreven en zo nodig geconserveerd. Bijzondere vondsten worden ook getekend en gefotografeerd. Verhalen over die vondsten of over een specifieke opgraving worden gepubliceerd in het jaarboek Hervonden Stad en Land. Verder lenen we zo veel mogelijk de voorwerpen uit aan musea voor exposities. Zo zijn nu verschillende voorwerpen te zien in het Museum aan de A, bij de Slavernijtentoonstelling en die over het Gronings Ontzet. Ook gaan de vondsten mee naar lessen archeologie op scholen 1 cm of spelen ze een rol in andere educatieve projecten. Meer dan tien jaar lang ontvingen we eens per jaar • Gouden ring en kruishanger van de opgraving Hoge der A 3 (2011). de Weekendschool in ons pand, waarbij de leerlingen 33


op zondag onder andere leerden om zaden uit de modder te herkennen via de microscoop of om archeologische vondsten te tekenen. Het tweede deel van de vraag kent maar één antwoord. We bewaren de dingen om meer te weten te komen over onze geschiedenis, over diegenen die hier ooit leefden. Wat er bij een opgraving wordt gevonden, is altijd maar een fractie van wat iemand in huis had en vertelt toch 10 cm een verhaal over die vroegere • kinderhemdje Prinsenstraat inwoner of over die bepaalde plek in de gemeente. Met al die puzzelstukjes: zaadjes uit de beerput, scherven van hun serviesgoed, slachtafval en bijvoorbeeld verloren geraakte munten, kunnen we een verhaal vertellen. Dat doen we graag en liefst zo vaak mogelijk.

34


Rommel in het A-Kwartier tekst: Hans van de Sande Het A-Kwartier is het oudste gedeelte van de stad en dat is goed zichtbaar. Het is hier namelijk op straat een enorme rommel van blikjes, papier, plastic en andere ongerechtigheden, dat er al jarenlang lijkt te liggen. Nog oudere steden dan Groningen, ik noem maar eens Praag of Parijs, hebben dat karakter echter niet: daar is het in het algemeen keurig netjes aangeveegd. Leeftijd hangt kennelijk niet noodzakelijk samen met rommel. De vraag is nu hoe het komt dat Groningen zo vies is. Om dit te ontdekken kan het nuttig zijn eens op het A-kerkhof ZZ te gaan kijken. Daar staan, op elk uur van de dag, nogal wat voertuigen van de gemeentereiniging gestald omdat het daar gelegen kantoor van de marktmeester tevens een koffievoorziening heeft. Men kan de heren straatvegers, of eigenlijk moeten we ze 'reuzenstofzuigerbedieners' noemen, daar net niet zien zitten, maar wel ziet men ze in- en uitlopen. Het lijkt meestal dat er meer inlopen dan er uitkomen, maar dat zal wel gezichtsbedrog zijn. In elk geval brengen deze employés van de gemeente, de laatste gemeenteambtenaren die met de handen werken, een aanzienlijke tijd door in de vertrekken van de marktmeester. Ik neem aan dat ze daar, net als de overige gemeenteambtenaren over beleid vergaderen, veegbeleid, in dit geval. Ook als men het grofvuil, dat in normale steden wel opgehaald wordt, zelf gaat wegbrengen in een verre buitenwijk, valt aldaar de grote hoeveelheid straatveegkarren op. Daar zal dus ook wel een koffievoorziening zijn. Tenslotte kan men op onverwachte en beschutte plekken vaak een stilstaand veegvoertuig aantreffen waarin twee gemeenteambtenaren in diep gesprek verwikkeld zijn en uit een thermosfles elkaar een bakje troost inschenken. De beleidsdiscussies nemen hier de vorm van een 'bilateraaltje' aan, bekend uit de stadhuistaal. Zijn er dan helemaal geen schone straten meer in Groningen? Jawel er is er één en er waren er twee. De huidige schone straat is helaas niet in het A-Kwartier gelegen en heet Nieuwstad. Ga daar maar eens kijken: Onberispelijk schoon, terwijl er toch gajes genoeg komt. De andere straat was de Hoekstraat alsmede Vishoek, maar sinds daar de dames vervangen zijn door studenten is de belangstelling van overheidswege sterk gedaald. Ik vraag me steeds af hoe dat toch zou komen.


D

E

G

E

S

C

H

I

E

D

E

N

I

S

V A

N

Visserstraat 47/49 deel 1: de school tekst en foto's: Han Santing Het blijft een opmerkelijke straat die Visserstraat. Ooit een levendige straat met veel -vooral kleine- nerinkjes waarvan de eigenaren meestal boven hun winkel woonden. Nu zijn de winkels verdwenen en zijn er slechts een paar bedrijven gevestigd. De statistieken over de bewoning spreken boekdelen: 83% eenpersoonshuishoudens; 87% van de bewoners is ongehuwd en het merendeel (bijna 50%) is tussen de 15 en 24 jaar en 35% tussen de 25 en 44. Ouderen en kinderen zijn nauwelijks vertegenwoordigd. Het moge duidelijk zijn: de Visserstraat van nu is een studentenstraat en eentje met waarschijnlijk de meeste geparkeerde fietsen van de binnenstad. Eén van de gebouwen waar ik in het voorbijgaan graag naar kijk is het langgerekte pand op nummer 49 (aan de noordkant van de straat). Het is geen wondertje van architectuur maar opmerkelijk is het zeker. Dat vindt de gemeente ook: de status van monument heeft het pand nooit verworven, nummer 49 moet het doen met de kwalificatie 'beeldbepalend'. Bij de omschrijving van de stijl houdt men het bij vage bewoordingen: "Gebouwd in circa 1900 in ambachtelijk-traditionele bouwstijl."

36


Zelf vind ik het mooi van lelijkheid: het (zadel)dak is voor de neutrale kijker te laag en is vanaf de straat nauwelijks te zien en sta je voor de gevel, vallen vooral de prominent achter de ramen geplaatste oude witte radiatoren op de verdieping op. De decoratie is aardig maar wel wat plomp. Geen schoonheidsprijs, maar daarom niet minder interessant. Je hoeft geen getraind oog te hebben om te constateren dat dit een (voormalig) schoolgebouw is. Nadere inspectie leert dat nu de RUG eigenaar is en in nummer 49, plus het ernaast gelegen nummer 47, een aantal interne diensten heeft ondergebracht (de Arbodienst van de universiteit, de dienst Milieu en Duurzaamheid plus het bureau Vertrouwenspersoon). De beide panden zijn intern doorgebroken en vormen een eenheid, links en rechts begrensd door een steeg. Rechts de Zeilstergang, uitkomend in de Hoekstraat (genoemd naar het Zeystergasthuis dat aan de overkant van de straat staat) en links door een halverwege doodlopende, naamloze steeg. Maar aan de gevels is duidelijk te zien dat beide panden ooit zelfstandig functioneerden. Opvallend is ook dat naast de centrale voordeur van 49 een tegeltje met de maagd Maria is ingemetseld wat een Rooms-Katholieke historie doet vermoeden. Is het dan een een voormalige R.K. school die zo eind 19e/begin 20e eeuw werd gebouwd? Ik besloot me wat nader te verdiepen in de geschiedenis en stuitte op een aantal opmerkelijke feiten en wetenswaardigheden. Jazeker is het -voor de universiteit eigenaar werd- een school geweest, maar het heeft ook een reeks geheel andere bestemmingen gekend. Zo was het een tijd een spiegelfabriek, een accu-fabriek, een afdeling van de Technische Unie en huisvestte het een meubelfabriek. Die geschiedenis is te lang om in één artikel te beschrijven, dus bereidt u maar voor op een aantal delen. Maar allereerst was het een school. En dan niet vanaf begin 20e eeuw zoals de gevel doet vermoeden, maar al veel en veel eerder. Het verhaal begint in 1795. Het Franse leger van Napoleon is Nederland binnengevallen, de (Oranje) stadhouder Willem V is met zijn gezin naar Engeland gevlucht en de Noordelijke Nederlanden zijn een vazalstaat van Frankrijk geworden: de Bataafse Republiek, en -naar Frans voorbeeld- worden oude waarden ingeruild voor revolutionaire nieuwe. Het is de tijd van de Verlichting, een filosofische stroming die de mens leert zijn lot in eigen hand te nemen en zich te verzetten tegen de macht van kerken en regenten. De drievoudige Franse leus "Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap" vind ook in Nederland ruime weerklank. Het werd tijd om alles eens met een nieuw elan aan te pakken. Want Nederland was allang niet meer het machtige land dat we kennen uit de Gouden Eeuw. In de 37


politiek, maar ook op het gebied van de internationale handel was ons land geen schaduw meer van toen. En financieel was Nederland, door de vele oorlogen gevoerd onder leiding van de stadhouders, vrijwel bankroet. De macht in de jonge Republiek kwam na de Franse inval in handen van de Patriotten, burgers uit vooral christelijke of Verlichte kringen, die nu de gelegenheid hadden de idealen die ze in Frankrijk, maar ook in het Amerika van na de Onafhankelijkheidsverklaring (1776) zagen, ook hier te realiseren. Men ging gezwind van start: al in 1798 kwam de eerste Grondwet waarin de rechten van de burger werden vastgelegd. Deze regeling was slechts korte tijd van kracht en het duurde uiteindelijk tot na de Franse bezetting (in 1815) dat de huidige grondwet (waarmee het Koninkrijk der Nederlanden ontstond) werd ingevoerd, maar hiermee werden wel de fundamenten van de Nederlandse rechtsstaat gelegd. Voor het eerst werden de vrijheid van godsdienst, vergadering en drukpers vastgelegd, samen met de staatsrechtelijke eenheid van de Nederlandse provincies. In de grondwet werd naast een zekere vorm van kiesrecht ook de scheiding der machten vastgelegd. Dat betekent dat de wetgevende, de uitvoerende en de rechtsprekende macht bij verschillende instellingen kwamen te liggen. Ook in Groningen was de nieuwe teneur goed merkbaar. Jonge 'verlichte' burgers van uiteenlopende achtergrond vonden elkaar in hun visie die inging tegen de gevestigde macht. Patriotten, maar ook doopsgezinden en predikanten kwamen in de stad regelmatig samen om van gedachten te wisselen in bijvoorbeeld herberg Het Gouden Hoofd die zich bevond tussen de Gulden- en de Waagstraat (een uithangbord herinnert er daar ter plekke nog steeds aan). Eén van die burgers was de predikant van de Waalse gemeente in Groningen: Henri Daniel Guyot, stichter (in 1790) van het eerste Nederlandse doveninstituut. Guyot was ook (samen met de patriottische advocaat Willem Hora Siccema en de doopsgezinden Gerrit van Holst en Hendrik van Calcar) een van de grondleggers van de Groningse afdeling van de Maatschappij tot Nut van het Algemeen • boven: de indeling van Nederland na de Franse inval in 1798. Nederland bloedde flink voor de overheersing: ons land betaalde 100 miljoen gulden voor de 'bevrijding' en heel Limburg werd Frans gebied. • onder: buste van Henri Daniel Guyot door Willem Valk (1939).

38


(kortweg: 't Nut) dat in 1784 was opgericht met als doel: 'Het welzijn in de ruimste zin van individu en gemeenschap te bevorderen'. Een idealistische instelling voor 'volksontwikkeling' met goed onderwijs als belangrijkste speerpunt. Aanvankelijk hield men zich bezig met onderwijskundige en opvoedkundige kwesties, later volgden de realisering van o.m. de Nutspaarbanken, Nutsbibliotheken en Volksuniversiteiten. De Maatschappij tot Nut van het Algemeen bestaat tot op de dag van vandaag. Op 11 oktober 1795 besloten de Groningse idealisten van 't Nut tot de oprichting van 'eene Departements Leer- en Kweekschool' want een echte opleiding voor schoolmeesters bestond nog niet. Er werden daartoe twee huizen gehuurd in de Visserstraat. En jazeker: op de plek van het huidige (voormalige) schoolgebouw op nummer 47 en 49. Eén huis (nummer 47) werd de woning van de onderwijzer en in het tweede werd het schooltje ondergebracht. Beide panden waren eigendom van Jan IJsbrand (soms ook als IJzebrand gespeld) Hoeksema (17571836) die naast koopman en reder, raadsheer in het stadsbestuur was. Na wat verbouwperikelen ("het dralen der timmerlieden") ging de school op 19 juni 1797 van start met een onderwijzer: Johannes Kuipers uit Euvelgunne en vier kwekelingen die Kuipers assisteerden en les kregen in het onderwijzen. Hoeveel leerlingen de school bij de start had is niet bekend.

• boven: kalligrafie bij de oprichting van de Maatschappij tot Nut van het Algemeen, 1784 • midden: Grote Markt met Waag en herberg Het Gouden Hoofd. (J. Bulthuis 1782) • onder: de Franse bezetting werd in de stad gevierd met het planten van een Vrijheidsboom.

Erg groot was de school niet; het gebouw was ook niet als zodanig herkenbaar. Scholen die er als scholen uitzagen zouden pas in de 19e eeuw ontstaan als er steeds meer en duidelijker criteria komen waaraan zo'n onderwijsinstelling moet voldoen. In de tijd dat de Visserstraatschool in gebruik wordt genomen is het niet ongebruikelijk dat de onderwijzer thuis lesgaf. Maar de Verlichte patriotten die nu de mogelijkheid hadden om het onderwijs 39


te vernieuwen en te verbeteren grepen hun kansen. Al een paar jaar later, in 1801 komt de eerste Nederlandse onderwijswet. Die redt het niet evenmin als een tweede wet uit 1803. Maar in 1806 lukt het wel de wet aan te nemen. Doelstelling van het nieuwe onderwijs werd de opvoeding tot maatschappelijke en christelijke deugden. Scholen hebben (verplicht) drie klassen, het 'hoofdelijk' onderwijs, waarbij ieder kind van de meester een opdracht kreeg en tweemaal per dag bij de lessenaar van de meester moest komen waar de opdracht werd nagekeken (en wee je gebeente als het niet goed was!), werd afgeschaft. Het onderwijs is daarna klassikaal. Lezen, schrijven, rekenen en Nederlands worden verplichte vakken. Godsdienstonderwijs werd niet meer gegeven. Ook de nieuwe onderwijzers moesten aan eisen voldoen: vanaf nu dienden zij te kunnen aantonen dat ze een opleiding tot onderwijzer hadden genoten ('toelatingsakte') en moesten ze een verklaring van Goed Gedrag kunnen overleggen. Om na te gaan of de wet werd nageleefd stelde men schoolopzieners • Het onderwijs in de 18e eeuw is voor de aan. onderwijzer vooral een kwestie van orde houden, getuige deze tekening van een schoolmeesterkatheder met veelgebruikte attributen: links op het blad een luizenkam, rechts een zgn. pechvogel; een al te luidruchtig kind kreeg die naar zijn hoofd geworpen en moest vervolgens naar voren komen om een tik met de 'plak' op de hand te krijgen. Aan de zijkant hangt een bordje met een ezel dat dommeriken kregen omgehangen. Links op de stoel een roe en onder: een blok waar twee vechtjassen in konden worden vastgezet. Boven het katheder: een collectie plakken, houten schooltassen en een letterplank. De Nutsscholen deden hun best om lijfstraffen af te schaffen. Formeel werden die in 1820 verboden.

Erg lang zit de Nutsschool niet in de Visserstraat. Al na 15 jaar, in 1812, verhuist de kweekschool naar de Poststraat en blijft daar tot 1861 wanneer de school wordt vervangen door een Rijkskweekschool. De panden in de Visserstraat worden gekocht door de gemeente Groningen. Maar nummer 49 blijft een school, zij het nu een openbare (= gefinancierd door de overheid) lagere school en ook nummer 47 blijft de woning van de hoofdonderwijzer. In 1816 presenteert het stadsbestuur het 'Reglement op het Lager Schoolwezen', waarin, naast de verplichtstelling van onderwijs voor kinderen tussen vier en twaalf jaar, wordt bepaald dat er voortaan vier Stadsscholen in Groningen (twee meer dan daarvoor) zullen zijn met gratis onderwijs. Eén van de nieuwe stadsscholen is de Westerstadsschool die ondergebracht wordt in de voormalige kweekschool aan de Visserstraat 49. Bij het horen van 'nieuwe school' denk je al gauw aan een ruime, prettige behuizing waar kinderen graag naar toe gaan. De werkelijkheid was anders. 40


In het tijdschrift 'Nieuwe bijdragen ter Bevordering van het Onderwijs en de Opvoeding etc.' uit 1838 wordt bericht dat eindelijk is ingegrepen in de deplorabele behuizing waar de leerlingen van de Westerstadsschool in de Visserstraat sinds 1817 verblijven. De cijfers zijn onvoorstelbaar, maar waarom zou de schrijver liegen? Het wordt duidelijk dat er 2 klaslokalen ('vertrekken') waren: "...doch het kleine vertrek, waarin de eerstbeginnenden, somtijds ten getale van 150, 160 à 167(!), onderwezen werden, terwijl zij op elkander gepakt zaten, was slechts lang 8 Nederlandsche ellen en 9 duimen (8.90 m), breed 2 Nederlandsche ellen en 9 duimen (2,90 m) en hoog 2 Nederlandsche ellen, 4 palmen en 2 duimen (2,50 m)." Mr. H. de Ranitz, lid van de Stedelijke Schoolcommissie, maande dat er 'terstond' moest worden ingegrepen en er kwam een ander lokaal van 12 meter lang, bijna 7 meter breed en 3,65 meter hoog, "Zodat dus deze 167 kinderen, uit eene ruimte van omstreekt 53 Nederlandsche kubiek-ellen in eene van ruim 296 zijn overgebragt." Van 58 naar bijna 300 m3. Hoewel de Westerstadsschool in de Visserstraat formeel niet tot de 'armenscholen' van de stad behoort is de armoede alom. Gemeente en kerken zijn niet in staat de grote nood te lenigen. In het periodiek De Wekker, Weekblad voor Onderwijs en Opvoeding wordt in 1848 een 'verloting voor het daarstellen van een fonds tot voeding van armenkinderen in den winter' onder de aandacht gebracht. De Groningse armen-onderwijzer R.G. Rijkens is de initiatiefnemer. Hij ziet de treurige taferelen elke dag en zijn beschrijvingen zijn hartverscheurend. "Men heeft toch den kinderen de hun geschonkene kleederen van het vermagerde lijf genomen, om ze te verkoopen voor brood of paardenboonen, ten einde den honger te stillen of de kleumende ligchamen te verwarmen." Als de stakkers al op school kwamen zag men "... daar vele kinderen bleek, vermagerd en lusteloos nederzitten, zonder leerlust, onvatbaar voor kinderlijke vreugde en geheel ongeschikt, om de regte vruchten van het onderwijs te trekken." De loterij slaat aan: er wordt een bedrag van f 831,40 opgehaald waarvan men voedsel koopt en uitdeelt op 7 scholen, waaronder de Westerstadschool: "Boterhammen met kaas, voedzamer dan eenige andere spijze, en algemeen bemind." En mooi meegenomen was dat door die boterhammen "...het kind werd overtuigd van zijne afhankelijkheid aan zijne meer gegoede evenmenschen en deze overtuiging leidt als van zelve tot eene bescheidene onderdaningheid, die den band der liefde en van vertrouwen tusschen rijken en armen nauwer toehaalt." Misschien werd het wel tijd voor een èchte onderwijshervorming en in elk geval: een nieuwe school. Daarover meer in deel 2. Bronnen: 'Het Groningse Onderwijs', Beno Hofman 'Geschiedenis van de school in Nederland', P. Th. F. M. Boekholt & E. P. de Booy Met dank aan: Jet ter Heegde & René Bosscher (RUG), Michael Hermse & Henk Wierts (Groninger Archieven)

41


Stichting Fotografie Noorderlicht uit Groningen is mede-organisator van de expositie 'Oekraïne: het pad naar vrijheid' die te zien is tot 4 december in de A-kerk in Groningen. In de tentoonstelling staat de Oekraïense fotografie vanaf de jaren 70 tot nu centraal en worden foto’s getoond van bekende en minder bekende fotografen, van jonge talenten tot aan kunstenaars uit 'Passport' (1994) foto: Alexander Chekmenev de canon van de Oekraïense fotografie. In hun werk laten de fotografen zien dat het politieke klimaat in Oekraïne altijd beladen is geweest. Ook is werk te zien dat reflecteert op de huidige oorlog. De tentoonstelling wordt samengesteld door Kateryna Radchenko, curator van het Oekraïense festival Odessa Photo Days, samen met hoofdcurator Wim Melis van Noorderlicht. Tijdens de tentoonstelling verschijnt de tweede uitgave van The Information Front, die tevens zal fungeren als catalogus bij deze tentoonstelling.

42


whisky

Bezoek ons op Akerkhof 31


44