Page 1

Groninger Kerken 2 0 1 4

GRONINGER KERKEN

STICHTING OUDE

j a nua r i

De doodsslaap op Groninger graf tekens • Semi-permanent voor altijd. De Molukse kerk van Appingedam • De kerk van Egber t Reitsma in Appingedam. Een opvallende verschijning in de historische binnenstad • De avondmaalstafel van Garnwerd


inhoud Justin E.A. Kroesen

De doodsslaap op Groninger graftekens

1

Theologen hebben nooit een eensluidend antwoord kunnen formuleren op de vraag welk lot lichaam en ziel van een overledene tot het Einde der Tijden is beschoren. Grafmonumenten en -zerken uit de zeventiende en de achttiende eeuw laten zien dat protestanten zich deze fase voorstelden als een diepe slaap.

Christiaan Velvis en Martin Hillenga

Semi-permanent voor altijd. De Molukse kerk van Appingedam

8

Tijdens de Week van de Wederopbouw 2013 werd bekend dat de Molukse kerk van Appingedam tot de uitverkorenen voor een monumentenstatus hoort. Dit artikel belicht de wordingsgeschiedenis en bijzondere waarde.

13

De Stichting

Interview · Nieuws · De kerk als podium · Excursies · Winkel · Mediatheek · Educatie

Anja Reenders

De kerk van Egbert Reitsma in Appingedam. Een opvallende verschijning in de historische binnenstad

21

De gereformeerde kerk, met zijn vrijwel gesloten gevels van donkere baksteen, is markant gebouw in de Damster binnenstad. Het interieur is een voor velen onvermoed feest van kleuren, zeker na de meest recente restauratie.

Martin Hillenga

De avondmaalstafel van Garnwerd. Interview met Yvonne Nijlunsing 26 Tannine, beenderlijm en een klein strijkijzertje. Een bijzonder meubel vraagt om expertise, en levert ook weer kennis op.

Stichting Oude Groninger Kerken opgericht 13 mei 1969 Stichting Der Aa-kerk Groningen opgericht 1 maart 1985

Beschermheer Drs. M.J. van den Berg, Commissaris van de Koning in de provincie Groningen Bestuur en directie P.M. de Bruijne, voorzitter C. Kool, secretaris J. Wolters, penningmeester E.A.M. Bulder, vice-voorzitter J.A. de Vries M. van Zanten P.G.J. Breukink, directeur Adres Coehoornsingel 14 9711 bs Groningen telefoon (050) 312 35 69 telefax (050) 314 25 84 e-mail info@groningerkerken.nl www.groningerkerken.nl abn amro 48 61 14 333 Redactieadres Coehoornsingel 14 9711 bs Groningen e-mail hillenga@groningerkerken.nl Redactie Groninger Kerken Dr. J.E.A. Kroesen, voorzitter Drs. M. Hillenga, secretaris Drs. R.H. Alma E. Hofman MA Dr. K. Kuiken J.F. Oldenhuis Dr. C.P.J. van der Ploeg Katern ‘De Stichting’ Martin Hillenga Donateurschap Minimaal ¤ 17,50 per jaar Tijdschrift ¤ 15,- per jaar

Govert Grosfeld en Mark Kremer

Op Hoogte Gedacht. Bij een stenen poort op het kerkhof van Woltersum 28

Omslag: grafmonument voor Carel Hiëronymus van In- en Kniphuizen († 1664) in de kerk van Midwolde. Foto Omke Oudeman

Oude Gronin­ger Kerken. Het tijdschrift verschijnt viermaal per jaar. Abonnement, alleen voor dona­teurs van de Stichting Oude Gronin­ger Kerken, ¤ 15,00 per jaar. Nieu­we donateurs ont­vangen issn 0169 - 3719

Advertenties Informatie en tarieven worden verstrekt door Stichting Oude Groninger Kerken telefoon (050) 312 35 69 contact Gerda Lüürssen, e-mail: info@groningerkerken.nl Drukwerk en verzending Zalsman Groningen, Groningen

Het tijdschrift Groninger Kerken is een uitgave van de Stich­ting

Gro­nin­ger Kerken het eerste jaar gratis.

31 / 1 – januari 2014

Professionele Organisatie voor Monumentenbehoud (POM)

Opmaak en productie Ekkers & Paauw, Groningen


1 Gewelfschildering van het Laatste Oordeel in de kerk van Noordbroek, derde kwart 15e eeuw. Onderaan herrijzen de doden uit hun graf. Foto Archief Regnerus Steensma.

Justin E . A . Kroesen 1

De doodsslaap op Groninger graftekens Volgens de christelijke leer zal het definitieve hiernamaals in de vorm van hemel of hel pas aan­ breken bij het Einde der Tijden, wanneer Christus terugkeert op aarde om te oordelen over levenden en doden. Op de vraag welk lot lichaam en ziel van de overledene tot die tijd beschoren is, hebben theologen nooit een eensluidend antwoord kunnen formuleren. Een studie van Groninger graf­ monumenten en -zerken uit de zeventiende en de achttiende eeuw laat zien dat protestanten zich deze fase doorgaans voorstelden als een diepe slaap. Al in de zesde eeuw vermoedde paus Gregorius de Grote (590-604) dat de zielen van de overledenen na de dood eerst een tijdlang moesten boeten in een plaats van loutering. Deze gedachte leidde al snel tot het concept van het Vagevuur, dat echter pas gaandeweg de dertiende eeuw officieel door de kerk erkend zou worden. Het Vagevuur vormde een soort tijdelijke hel met maar één uitgang, die naar het Para-

dijs. Zodra de zonden waren uitgeboet, al of niet na betaling van een aflaat, kwam de ziel terecht in een heerlijke lusthof waar het Laatste Oordeel comfortabel kon worden afgewacht. Als een tussencategorie tussen Hemel en Hel bood de gedachte aan het Vagevuur troost aan de nabestaanden; niemand is perfect en het idee van een lege hemel is menselijkerwijs onverdraagbaar.1

1 Vgl. Peter Dinzelbacher, Himmel, Hölle, Heilige. Visionen und Kunst im Mittelalter (Darmstadt 2002).


2

2 Grafmonument en grafzerk voor Rudolf Huinga († 1574) in Uithuizermeeden: de overledene in vol ornaat (boven) en als een uitgeteerd lijk (onder). Foto’s Archief Regnerus Steensma en Redmer Alma.

De gedachte dat lichaam en ziel bij de dood van elkaar gescheiden zouden worden, gaat terug tot in de klassieke Oudheid.2 Terwijl het lichaam in de aarde verging, zou de ziel naar het hiernamaals reizen en een soort leeftijdloosheid aannemen. Deze zienswijze komt terug in het grafmonument en de grafzerk van Rudolf Huinga († 1574) in de kerk van Uithuizermeeden, die tezamen een plaats hadden in het midden van het koor.3 Op het monument is de overledene verbeeld in

vol ornaat en in de ideale leeftijd. In feite gaat het hier om zijn ziel die aan de tijd ontheven is geraakt (in het Gronings ‘oet de tied komen’) en rustig wacht op het Eind der Tijden. Deze voorstelling contrasteert met die op de grafzerk, die vermoedelijk vóór het monument lag. Daarop is het lichaam van Rudolf afgebeeld als een uitgeteerd skelet (afb. 2). Bij de Reformatie werd het Vagevuur door de protestanten als on-Bijbels van de hand gewezen. In 1530 publiceerde

2 Over de verhouding lichaam-ziel door de eeuwen heen, zie P.J.J.M. Bakker (red.), Lichaam en ziel. Over de filosofische voorgeschiedenis van de psychologie (Amsterdam 2008). 3 Vgl. Redmer Alma, ‘Portretzerken in Groningen’, Groninger kerken 22 (2005) 105-108 en 117-120, hier 119. Monument en zerk bevonden zich tot 1640 in het midden van het koor.


Maarten Luther zijn ‘Herroeping van het Vagevuur’ (Widerruf vom Fegefeuer), en ook wees hij de bestaande praktijk van aflaten en boetedoening af. Redding werd een zaak van puur geloof en pure genade. Luther stelde zich de periode tussen de dood van de overledene en het Laatste Oordeel voor als een diepe, zoete, droom- en gevoelloze zielenslaap, zonder bewustzijn. 4 In 1542 omschreef Luther het graf als: ‘de schoot van Onze Heer of Paradijs. Het graf is niets anders dan een zacht, lui rustbed’.5 Bijbelse gronden hiervoor werden onder meer gevonden in het verhaal van het Dochtertje van Jaïrus (‘Het kind is niet gestorven, het slaapt’, Marcus 5:39) en in de opwekking van Lazarus (‘Onze vriend Lazarus is ingeslapen, ik ga hem wakker maken’, Johannes 11:11). Het beeld van de dood als slaap was ook al in de klassieke Oudheid bekend. In de Griekse mythologie waren Hypnos (slaap) en Thanatos (dood) tweelingbroertjes, en in zijn Gesprekken in Tusculum zegt de Romeinse wijsgeer Cicero: Somnus est imago mortis (‘De slaap is het beeld van de dood’). Johannes Calvijn verzette zich ook fel tegen het geloof in

het Vagevuur (vgl. Institutie III, 5:6-10 en 25:6), maar koesterde een geheel andere opvatting over de toestand van de ziel na de dood. Ook Calvijn ging uit van een scheiding tussen lichaam en ziel, waarbij de ziel naar Christus in de hemel zou reizen. Daar zou deze evenwel niet slapen, maar juist actief waken en bij volle bewustzijn blijven tot aan het Eind der Tijden. Deze stellingname is bekend geworden als Psycho-­ pannychisme (letterlijk ‘Zielen-wake’). In 1545 schreef Calvijn een tractaat over dit onderwerp met als ondertitel ‘Een weerlegging van de dwaling die wordt begaan door sommige onkundige lieden, die in hun domheid menen dat de ziel slaapt gedurende de interval tussen dood en oordeel’.6 In weerwil van Calvijns overtuiging zou het beeld van de dood als slaap en het graf als rustbed echter ook onder calvinisten wijd verbreid raken.7 Dat dit ook in het vroeg-protestantse Groningen het geval was, blijkt uit enkele bewaarde grafzerken en -monumenten die voor dit artikel nader zijn bekeken. Of het nu het lichaam is dat slaapt, of juist de ziel, is daarbij vaak in het midden gelaten.

4 Otto Hermann Pesch, “Theologie des Todes bei Martin Luther,” in: Hansjakob Becker, Bernhard Einig, Peter-Otto Ullrich (red.), Im Angesicht des Todes. Ein interdisziplinäres Kompendium II [= Pietas Liturgica 4] (St. Ottilien 1987) 709-789. 5 ‚Unser Herrn Schoss oder Paradies. Das Grab nicht anders, denn als ein sanfft faul oder Rugebette zu halten‘. 6 Walther Zimmerli (ed.), Psychopannychia von Jean Calvin [= Quellenschriften zur Geschichte des Protestantismus 13] (Leipzig 1932). 7 Vgl. Pim den Boer, ‘Naar een geschiedenis van de dood. Mogelijkheden tot onderzoek naar de houding ten opzichte van de dode en de dood ten tijde van de Republiek’, Tijdschrift voor Geschiedenis 89 (1976) 161-201.

3 3 Midwolde, grafmonument door Rombout Verhulst, 1664-1669: ligbeeld van Carel Hiëronymus van In- en Kniphuizen († 1664), gadegeslagen door zijn weduwe, Anna van Ewsum. Foto Archief Regnerus Steensma.


4 Stedum, grafmonument door Rombout Verhulst, 1672: ligbeeld van Adriaan Clant († 1672), detail. Foto Archief Regnerus Steensma.

De doodsslaap in grafmonumenten van Rombout Verhulst 4

Het idee van de doodsslaap komt duidelijk naar voren in de zeventiende-eeuwse grafmonumenten in Midwolde en Stedum. Beide tombes werden vervaardigd door de van oorsprong Mechelse kunstenaar Rombout Verhulst (1624-1698), één van de meest vooraanstaande beeldhouwers van zijn tijd.8 Hij had naam gemaakt met enkele monumentale graftombes voor edelen en zeehelden in Holland en werd in 1664 naar Midwolde ontboden door Anna van Ewsum, de vrouwe van Nienoord en de weduwe van Carel Hiëronymus van In- en Kniphuizen die in genoemd jaar was overleden. Het monument werd tussen 1664 en 1669 opgericht in het koor van de kerk. Bij het ligbeeld van de baron liet Verhulst de traditionele ridderweergave achterwege en koos in plaats daarvan voor een expliciet slapende dode, gekleed in een nachthemd en met pantoffels losjes aan zijn voeten (afb. 3). Het idee dat de beschouwer aan het doodsbed van de baron staat, wordt nog versterkt door het matras waarop de overledene rust. Achter hem zien we zijn vrouw Anna, half-liggend, steunend met haar elleboog op de Bijbel en met haar hand op de zandloper (memento mori). Ze is gekleed in een négligé, wat suggereert dat zij zich juist heeft klaargemaakt om te gaan slapen, of in dit verband: klaar is om te sterven. Anna heeft zich laten portretteren als een gelovige en toegewijde weduwe die vol vertrouwen uitziet naar de dood, waarin zij met

haar man herenigd zal worden. Opvallend is het contrast tussen het ligbeeld van Carel Hiëronymus en het staande beeld van zijn neef Georg Wilhelm († 1709), met wie Anna in 1666 hertrouwde.9 Zijn beeltenis volgt wel de traditionele riddericonografie, in harnas en met een groot schild aan zijn voeten. In 1672 vervaardigde Rombout Verhulst een grafmonument voor de edelman Adriaan Clant, de borgheer van Nittersum, in opdracht van zijn zoon Johan in de kerk van Stedum.10 Clant moet het monument in Midwolde gekend hebben en was er duidelijk door geïnspireerd. De overledene is weergegeven in alledaagse dracht, liggend op een matras met zijn hoofd op een kussen met kwastjes. Zijn linkerhand ondersteunt het hoofd dat bedekt is met een kalotje, en hij draagt pantoffels aan zijn voeten. Zijn hoofd en handen zijn heel realistisch weergegeven, waardoor het lijkt alsof hij zojuist in een verkwikkend dutje is weggegleden (afb. 4). Het is opvallend dat de krachtige formule die Rombout Verhulst in de jaren zestig van de zeventiende eeuw had ontwikkeld, in de periode daarna nauwelijks nog navolging zou vinden. Mogelijk was de huiselijke sfeer toch te ver verwijderd van het decorum dat de klanten voor zichzelf of voor hun dierbaren wensten. Het is ook mogelijk dat men zich realiseerde dat de weergave van de doodsslaap niet strookte met de opvatting van Johannes Calvijn, al is dit niet zo waarschijnlijk – de praktijk gaat immers vaak zijn eigen gang, onafhankelijk van de leer.

8 Zie Frits Scholten, Rombout Verhulst in Groningen. Zeventiende-eeuwse praalgraven in Midwolde en Stedum (Utrecht 1983) [= Stad en Lande historische reeks 1-2] en idem, Sumptuous Memories. Studies in Seventeenth-Century Dutch Tomb Sculpture (Zwolle 2003). 9 Dit beeld is niet van de hand van Rombout Verhulst, maar van Bartholomeus Eggers. 10 Scholten, Rombout Verhulst in Groningen, 47-53.


5 Grafzerk voor Henricus Addens († 1634) in de kerk van Bellingwolde: detail van het opschrift. Foto Justin Kroesen.

De doodsslaap in Groninger graf­ opschriften (1630-1813) Dat de doodsslaap weliswaar al in de zeventiende eeuw uit de iconografie verdween, maar als idee wel degelijk voortleefde, maakt een overzicht van Groninger grafopschriften uit de periode van de zeventiende tot en met het begin van de negentiende eeuw duidelijk.11 In veel opschriften komt het motief van ‘rusten’ en ‘slapen’ naar voren, in zinsnedes als: ‘ontslapen in den Here’, ‘gerust in den Here’, ‘rustplaats van (...)’, etc. Dat het motief voortleefde tot in het begin van de negentiende eeuw, blijkt onder meer uit de zerken van Anje Luirts († 1801) in Oosternieland: ‘(…) nu slaapt zy zacht’12 en Claas Bernardus Dykhuyzen († 1803) in Spijk: ‘Zyn broze deel / mag vry in d’aarde slapen (…)’.13 Op de zerk van Hindrik Hindriks († 1782) in Zuurdijk wordt over de overleden rechtvaardigen opgemerkt: ‘(…) sy sullen rusten op haare slaapstede’.14 Op de zerk van redger Henricus Addens in het koor van de kerk van Bellingwolde uit 1634 is te lezen (afb. 5):

[…] die vier en veertigh jaer tot Bellingwold met loff ’t reght scheyd van ’t onreght slaept hier met syn vrouw int stof15

In 1651 werd de zerk voor Rickert Mennes in Baflo voorzien van het opschrift: ‘(…) myn tyd is uit / ick ben in rust (…)’.16 De zerk voor Focko Olgers, een koopman uit Zuidbroek, uit 1697 kreeg het volgende opschrift:

die hier nu leyt en is niet doot maar leeft eirus! in abrams schoot zyn lichaem slaept en werckt niet meer zyn ziel leeft! heerlyck by den heer hy nu besit de saelicheyt voor ’s werelts gront hem toebereyt totdat syn lichaem onbevleckt door christum werde opgeweckt17

Hier wordt expliciet gesteld dat terwijl zijn lichaam slaapt, de ziel al bij Christus is en daar ‘heerlyck leeft’. Klinkt hierin misschien toch iets van de opvatting van Calvijn door? 11 Mijn overzicht is gebaseerd op A. Pathuis, Groninger gedenkwaardigheden. Teksten, wapens en huismerken van 1298-1814 (Assen/ Amsterdam 1977). 12 Pathuis, Gedenkwaardigheden, no. 3086. 13 Pathuis, Gedenkwaardigheden, no. 3469. 14 Pathuis, Gedenkwaardigheden, no. 4581. 15 Pathuis, Gedenkwaardigheden,no. 920. 16 Pathuis, Gedenkwaardigheden, no. 723. 17 Pathuis, Gedenkwaardigheden, no. 4521a. Deze zerk is ter plaatse niet meer te vinden. Vrijwel identiek is het grafschrift voor Eltje Lubberts in Bellingwolde († 1745), vgl. Pathuis, Gedenkwaardigheden, no. 933.

5


6

6 Grafzerk voor ds. Adolphus Molanus († 1729) in de kerk van Beerta: opschrift. Foto Justin Kroesen.

Het slapen van de overledene is ook zeer prominent verwoord op de zerken voor ds. Adolphus Molanus uit Beerta († 1729, afb. 6):

de godsdienst wierd door haar betracht door jesus smaakt zy ’t zaligst lot van rust en vree by haren God19

De rust van de slaap wordt hier voorgesteld als een beloning voor een vroom en deugdzaam leven. Uit het grafschrift van Adriana Maria Hinsbeek († 1747) in Oudeschans (afb. 7) spreekt een opvallende dosis zelfvertrouwen:

Molaan vertoond in ’t hart zyn wapen een anker vast gegrondt in jesus dyrb’re wondt zyn lichaam leit hyr neer te slapen de ziel rust by haar hoop na zyn voleinde loop 18

Hier is een subtiel onderscheid gemaakt tussen lichaam en ziel: terwijl het lichaam slaapt, (be)rust de ziel. Slapen doet blijkens het opschrift ook Catharina Sypkens († 1792), de al op 25-jarige leeftijd overleden vrouw van ds. Henricus Rudolphus Warmolts in Oosternieland:

Vroeg ryp voor d’euwigheit hier slaapt een voedsterling der deugd d’oprechtheid was haar zielen vreugd haar braafheid wierd van elk geslacht

18 Pathuis, Gedenkwaardigheden, no. 864. 19 Pathuis, Gedenkwaardigheden, no. 3083. 20 Pathuis, Gedenkwaardigheden, no. 3183. 21 Pathuis, Gedenkwaardigheden, no. 2496. 22 Pathuis, Gedenkwaardigheden, no. 2440.

Hier slaept juffrou van Bern in maart gebragt ten grave en leeft nu buiten scheuts by Godt in ’s Heeren have20

Het beeld van de doodsslaap in afwachting van de Jongste Dag komen we in verscheidene grafopschriften tegen. Op de zerk voor Koert Sypkens († 1710) in Meeden, lezen we ‘Hier rust ik in dit graf bedekt / ter tyd toe, dat my God opwekt (…)’21, op de zerk van Menste Cornelis († 1797) in Maarhuizen: ‘’t lyk legt nu onder deese zerk, in ’t sombere graf en rust / totdat de grote God haar weer opwekken zal’22 en op de zerk


van Martjen Wibes Brommersma († 1813) in Stitswerd: ‘Myn ligchaam slaapt hier zonder zorgen / tot aan des werelds jongsten dag’.23 Uit deze en andere motieven blijkt dat de aloude voorstelling van de dood als slaap door de Groninger calvinisten, ondanks het verzet van Calvijn zelf hiertegen, niet vergeten waren. Dat het idee van de doodsslaap ook onder doopsgezinden gangbaar was, blijkt uit twee opschriften uit het eind van de achttiende eeuw. Op de zerk voor Ammo Jochums in ’t Zandt uit 1792 staat geschreven: ‘Hier slaapt een telg van Mennoo’s leer / uit een vermaard geslacht gesproten (…)’24 en op die voor Tamme Eggens Huisinga in Oosternieland uit 1796: ‘Hier slaapt een mennonyt uit een vermaarde stam gesproten (…)’.25 In sommige gevallen worden dood en slaap volgens het aloude motief zelfs expliciet met elkaar vergeleken, bijvoorbeeld op de zerk voor de eveneens doopsgezinde Tamme Lues Huizinga († 1813) op het kerkhof in Huizinge (afb. 8): Hoe wel gelykt de slaap u broeder veege dood zyn aanvang zweemt na ’t eind van ons onrustig leven26

Tot slot Het beeld van de dood als slaap is van alle tijden: de wortels ervan gaan terug tot voor het begin van het christendom en in hedendaagse rouwadvertenties klinkt het nog steeds door in formules als ‘rust zacht’. Het beeld is aantrekkelijk omdat het de onomkeerbare dood voorstelt als een tijdelijke situatie. In de beeld- en teksttraditie ontwikkelde de doodsslaap zich tot een vaste formule die op steeds wisselende manieren tot uitdrukking werd gebracht. Ten tijde van de overgang naar het protestantisme bleek deze traditie zelfs sterker dan de leer van Calvijn, die het beeld van de doodsslaap krachtig afwees. De precieze verhouding tussen lichaam en ziel blijft, ondanks de gedetailleerde theologische denkbeelden die hierover waren ontwikkeld, vaak in het midden.

7

7 Grafsteen voor Adriana Maria Hinsbeek († 1747) op de begraafplaats in Oudeschans, met opschrift onderaan in schuinschrift. Foto Justin Kroesen. 8 Grafsteen voor Tamme Lues Huizinga († 1813) op het kerkhof in Huizinge: detail met opschrift. Foto Kees Kugel.

Dr. Justin E.A. Kroesen (j.e.a.kroesen@rug.nl) is docent Kunstgeschiedenis van het Christendom aan de Faculteit Godgeleeerdheid en Godsdienstwetenschap van de Rijksuniversiteit Groningen. Zijn bijzondere interesse gaat uit naar de inrichting en het gebruik van kerkgebouwen in de late Middeleeuwen en de vroeg-moderne tijd.

23 Pathuis, Gedenkwaardigheden, no. 3593. 24 Pathuis, Gedenkwaardigheden, no. 4427. 25 Pathuis, Gedenkwaardigheden, no. 3085. 26 Pathuis, Gedenkwaardigheden, no. 2054.


Christiaan Velvis en Mar tin Hillenga

Semi-permanent voor altijd

De Molukse kerk van Appingedam Wederopbouwarchitectuur kon lange tijd niet rekenen op al te veel belangstelling en waardering, en afgeleid daarvan ook niet op bescherming. Pas in 2007 werd door het Rijk, in een eerste fase, een lijst van ‘topmonumenten’ uit de periode 1940-1958 bekend gemaakt. De gebouwen hierop werden aangewezen als rijksmonument. De tweede fase richtte zich op het tijdvak 1959-1965. Tijdens de Week van de Wederopbouw, eind september 2013, werd bekend dat de Molukse kerk van Appingedam - als één van de twee gebouwen in Groningen - tot de uitverkorenen voor een monumentenstatus hoort.1

Aanloop

8

De geschiedenis van de aanwezigheid van Molukkers in Nederland begint met de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië in 1949. Van Nederlandse zijde was daarbij aangedrongen op een federale structuur voor het verzelfstandigde land, maar Indonesië vormde al gauw een eenheidsstaat. Daarmee was ook een zekere vorm van zelfbeschikking verkeken voor de Molukken, een eilandengroep in het oosten van de Indische archipel.

Voor de Molukse militairen die dienden in het op te heffen Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) bestond weinig animo terug te keren naar hun geboortegrond, uit vrees om door de nieuwe overheid te worden beschouwd als collaborateurs. Ook aan Indonesische zijde bestond een zekere mate van argwaan jegens de Molukkers. Nederland, Indonesië en de Molukse militairen konden het niet eens worden over de plaats van demobilisatie. In 1951 werden daarom zo’n vierduizend Molukkers, goeddeels

1 Ook het crematorium in de stad Groningen (1960, architect A.H. Wegerif) is voorgedragen als rijksmonument.

1 De Molukse kerk van Appingedam gezien uit het zuidoosten. Op de achtergrond de Harkenrothstraat. Foto Omke Oudeman.


2 Van de bebouwing van het Molukse woonoord in de Carel Coenraadpolder resteert niets meer. Op de plek zijn nu bomen geplant, het ‘Ambonezenbosje’. Op het kerkhof van Finsterwolde bevinden zich in de uiterste zuidoosthoek enkele graven van bewoners van het barakkenkamp. Opvallend is het grote aantal kindergrafjes. Foto Martin Hillenga.

KNIL-soldaten, met hun gezinnen – in totaal 12.500 personen – naar Nederland gehaald, deels op dienstbevel. Na aankomst werden ze ‘gedemilitariseerd’, kortom ontslagen.2

‘Woonoorden’ De Molukse gezinnen werden na aankomst ondergebracht in ‘woonoorden’, een eufemistische benaming voor barakkenkampen die de jaren ervoor dienst hadden gedaan als onderkomen voor arbeiders in de werkverschaffing, vluchtelingen, joden en geïnterneerde NSB’ers. Vaak waren ze op enige afstand van de bewoonde wereld gelegen. Woningnood was in de naoorlogse jaren een groot maatschappelijk probleem. De Nederlandse regering kon daarom niet aan de plotselinge vraag naar huisvesting voldoen. De gedachte was dat de Molukkers maar voor een beperkte tijd in Nederland waren, dus de opvang in kampen was als tijdelijke oplossing bedoeld. Van de zeventien woonoorden die werden ingericht, waren er twee gelegen in de provincie Groningen: in Nuis (Marum) en in de Carel Coenraadpolder (Finsterwolde). In Nuis werden in 1951 de eerste 374 Molukkers ondergebracht, in de Carel Coenraadpolder arriveerden in 1953 59 gezinnen en 18 alleenstaanden (totaal 311 personen). De bevolking van beide kampen zou in de jaren daarna nog verder groeien. Van terugkeer naar Indonesië bleek na enige tijd geen sprake meer. Vanaf 1957 zocht de Nederlandse regering naar meer duurzame oplossingen: integratie in de Nederlandse maatschappij en permanente huisvesting. De onderzoekscommissie Verweij-Jonker, gevraagd naar aanbevelingen in geval het verblijf van de Molukkers in Nederland langer zou

9

3 Opening van de kerk in 1960 door dominee Samuel Metiarij. Collectie Molukse kerk, Appingedam.

duren, stelde voor speciaal voor Molukkers woonwijken in te richten. Deze zouden klein moeten blijven, ongeveer vijftig woningen variërend in woningtype, en gebouwd in de buurt van industriële centra.3

2 H. Smeets en F. Steijlen, In Nederland gebleven. Geschiedenis van Molukkers 1951-2006 (Amsterdam/Utrecht 2006). 3 Marieke Ouweneel, ‘Het belang van de Molukse wijk in Neder­land’. Ongepubliceerde masterscriptie Sociale geografie en planologie, Universiteit Utrecht (2011).


4 De kerkzaal richting het noorden. Foto Omke Oudeman. 5 De preekstoel en het doopvont dateren uit de bouwtijd van de kerk. Foto Omke Oudeman.

10

Woonwijken Appingedam was de eerste gemeente waar zo’n woonwijk gereed kwam. Uiteindelijk zouden dat er landelijk 71 worden. Het gegroepeerd wonen zou het mogelijk moeten maken om gezamenlijke instituties in stand te houden. Anderzijds zou contact met de overige stedelijke omgeving integratie moeten bevorderen. 4 In 1959/1960 werden in Appingedam de eerste Molukkers gehuisvest. Deze gezinnen gingen wonen aan de Adami­ straat, het latere hart van de Molukse wijk. Aanvankelijk ging het om vier gezinnen, later werden dat er zevenenveertig. De bewoners waren vooral afkomstig uit de woonoorden Schattenberg (het voormalig kamp Westerbork) en dat in de Carel Coenraadpolder. De verhuizing ging niet van harte. In Finsterwolde ging de politie in 1961 zelfs over tot een hardhandige ontruiming omdat een honderdtal bewoners het kamp weigerde te verlaten.5

Semi-permanent Vlak bij de nieuwe Molukse woonwijk moest ook een nieuw kerkgebouw komen, als een van de gewenste ‘gezamenlijke instituties’.6 De gemeente stelde hiervoor een perceel beschikbaar op de hoek van de Harkenrothstraat en de George van Saksenlaan. Architect J. Martini uit de stad Groningen kreeg de opdracht voor het ontwerp. 4 Idem; Laurieke Zijp en Peter Groote, ‘Moluks erfgoed in het Noorden’, Noorderbreedte 33 (2009) nr. 1. 5 Jan Abrahamse en Henk Poortinga, ‘Het Ambonezenbosje in de Carel Coenraadpolder’, Noorderbreedte 21 (1997) nr. 5. 6 Christiaan Velvis, Bouwhistorische opname Molukse kerk Appingedam. Stichting Oude Groninger Kerken, december 2011 (ongepubliceerd).


In een brief van 28 juni 1960 werd door de Rijksgebouwendienst ingestemd met de bouw van een ‘semi-permanent’ kerkgebouw. De werkzaamheden werden in opdracht en onder toezicht door de gemeente Appingedam en onder supervisie van de Rijksgebouwendienst uitgevoerd. De Staat financierde het project. Voor de bouw werd opdracht gegeven aan de fa. R. Niehof en Gebr. Hund uit Appingedam. Bij de aanvang van de werkzaamheden bleek het niet verantwoord te zijn om het gebouw op staal te funderen aangezien er een sloot onder het gebouw lag. Een paalfundering was daarom nodig. Het pand werd gebouwd op een langwerpig, rechthoekig grondplan (circa 8 meter breed x 30 meter lang). Het bestaat uit één bouwlaag, opgetrokken uit betonstenen, en is afgedekt met een flauw hellend zadeldak voorzien van bitumineuze dakbedekking. Midden op het dak bevindt zich een vierhoekige dakruiter voorzien van een met lood beklede spits, die beëindigd wordt met een stalen kruis. Aan de zuidzijde is de rechthoekige entree (circa 1,8 meter breed x 2,6 meter lang) tegen de kopgevel aangezet. De entree heeft ook een zadeldakje. Van binnen is het gebouw ingedeeld in een kerkzaal aan de westzijde met een kleine aangebouwde entree, een jeugdlokaal aan de noordzijde en tussen de kerkzaal en de jeugdruimte een gebied met toiletten, berging, keuken en de kerkenraadskamer. Meest opvallend element in het interieur is de draagconstructie, gevormd door in het zicht gelaten houten spanten. Een houten preekstoel en doopvont werden geleverd door de bouwers. De luidklok werd gegoten door A.H. van Bergen N.V. te Heiligerlee. Zoals uit het voorgaande mag blijken: vanwege de semi-­ permanente status van de kerk werd op een efficiënte wijze gebruik gemaakt van schaarse middelen.

Pech blijkt redding De Molukse kerk te Appingedam staat er grotendeels nog bij zoals hij in 1960 gebouwd is. In tegenstelling tot veel andere Molukse kerken is het gebouw niet opgeknapt, gemoderniseerd, veranderd of zelfs in zijn geheel vervangen. De reden daarvoor is een negatieve. In 1989 werden het eigendom van de Molukse kerken van Rijkswege afgekocht. Voor het onderhoud werd een ‘bruidsschat’ van 70 miljoen gulden meegegeven. Dit geld verdampte goeddeels door toedoen van frauduleuze beleggers, een zaak die jarenlang sleepte en binnen de Molukse gemeenschap de gemoederen danig bezighield. Voor Appingedam betekende dit dat de bouw van een nieuwe kerk moest worden afgeblazen, terwijl al een optie op een stukje grond was genomen en de ontwerptekeningen van een nieuwe kerk al waren gemaakt. Voor het behoud van dit unieke gebouw is het financiële te-

8 De in 1960 door de firma A.H. van Bergen uit Heiligerlee gegoten luidklok aan de oostgevel van de kerk. Foto Omke Oudeman.

kort de redding geweest. Hierdoor staat de kerk er in materiële, technische en constructieve zin nog gaaf en authentiek bij, zij het wel met achterstallig onderhoud.

‘Contextuele waardestelling’ Om het gebouw voor de toekomst te behouden nam de Gemeente Appingedam het initiatief tot een werkgroep. Naast een afvaardiging van de gemeente hadden hierin zitting de gebruikers (Noodgemeente Protestant Maluku di Belanda Maart ‘53 en de Geredja Indjili Maluku), enkele adviseurs uit de Protestantse Gemeente Appingedam en de Stichting Oude Groninger Kerken. De laatste organisatie is de afgelopen jaren intensief betrokken bij de restauratie en herbestemming van kerken in de gemeente Appingedam.7 De weg om tot een succesvolle en perspectiefvolle aanpak te komen, leidde onder andere tot de aanwijzing als rijks­ monument. Alleen het benadrukken van de architectuur­ historische waarde was daarvoor niet voldoende. Voor de ‘contextuele waardestelling’ spelen bredere maatschappelijke en sociaalhistorische factoren een even grote rol. In de geschiedenis van de Molukse gemeenschap in Nederland is de Molukse kerk te Appingedam van zeer grote waarde. Als onderdeel van de allereerste Molukse wijk in Nederland is het gebouw beeldbepalend voor het omslagpunt van het tijdelijke verblijf van de Molukse gemeenschap in de woonoorden als kamp Westerbork en het kamp in de Carel Coenraadpolder te Finsterwolde naar een permanent verblijf in Nederland. De benaming van de kerk in de stukken als ‘semi-permanent’ spreekt in dit verband boekdelen.

7 Peter Breukink en Martin Hillenga, ‘Damster kerkencarrousel. De herbestemming van kerken in Appingedam’, Groninger Kerken 29 (2012) 1, 19-22.

11


10 In de ontmoetingsruimte van de kerk liggen nog enkele sulings. 9 Van het oorspronkelijke interieur bleven in de jeugd- en ontmoetingsruimte

Deze dwarsfluiten met zes gaten werden traditioneel van bamboe

nog enkele stoelen en kerkbanken bewaard. De betonstenen in dit vertrek zijn

gemaakt; in het Appingedam van begin jaren ‘60 was pvc echter in

gekleurd. Foto Omke Oudeman.

ruimere mate voorhanden. Foto Omke Oudeman.

Verwijzende bouwstijl?

12

De betekenis van het gebouw voor de Molukse geschiedenis en identiteit lijkt te worden onderstreept door de vele op­ merkingen over een ‘verwijzende bouwstijl’, zoals die onder andere in de aanvraag, de bouwhistorische en diverse media te lezen (en horen) waren. Met ‘verwijzende bouwstijl’ wordt bedoeld dat de architect zich liet inspireren door de kerk­ architectuur op de Molukken en ook voortborduurde op de woonsituatie (barakken) in de opvangkampen. Die bewering verdient enige nuancering. Kerken op de Molukken hebben - net als op veel plaatsen elders in de Indonesische archipel - inderdaad niet zelden maar één bouwlaag gedekt door een zadeldak.8 Ook enkele andere Molukse kerken in Nederland kennen deze principes. Maar waarschijnlijk is het de bescheiden omvang van de kerkelijke gemeentes geweest, die tot deze bescheiden bouwtrant heeft geleid, evenals de ligging in woonwijken. Ook de sobere barakvorm is mogelijk niet het veronderstelde verlengde van de bouwwijze in de woonoorden. De architectuur van de wederopbouwperiode kenmerkt zich eenvoudigweg door sober materiaalgebruik en strakke vormen. Bovendien was de Damster kerk niet voor de eeuwigheid bedoeld, maar ‘semi-permanent’. Aardig is wel om op te merken dat ook de – voormalige – Molukse kerk van Oosterwolde (Friesland) een barakvorm heeft. Deze barak annex kerk werd in gebruik genomen door Molukkers die tot 1963 gehuisvest waren in het kamp Ybenheer bij Fochteloo. Toch hebben deze argumenten intrinsieke waarde: ze horen bij de beleving van het kerkgebouw, dat zo fungeert als

brug tussen het Molukse verleden en het heden.9 En daarmee wijkt de Molukse kerk niet af van gebouwen van andere denominaties.

Intrigerende paradox ‘Een essentieel toonbeeld van de sociaal- en cultuurhis­ torische ontwikkelingen van de wederopbouwperiode van Nederland’. Zo omschreef minister J. Bussemaker (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) de kerk bij de toevoeging aan de potentiële lijst van rijksmonumenten. De contextuele waarde van het gebouw liet zij hierbij zwaar meewegen: ‘De Molukse kerk te Appingedam herinnert aan de bewogen geschiedenis van de Molukse gemeenschap en staat symbool voor de bijzondere omstandigheden waarin deze bevolkingsgroep verkeerde: aan de ene kant gericht op terugkeer naar het vaderland en aan de andere kant al geworteld in Nederlandse bodem met een eigen kerkgebouw, pal naast de woonwijk’. Met de voordracht van de kerk als rijksmonument is semi-­permanent nu permanent geworden, een intrigerende paradox. Christiaan Velvis (velvis@groningerkerken.nl) studeerde Bouwhistorie, restauratie en monumentenzorg aan de Hogeschool van Utrecht en Bouwkunde aan de Hanzehogeschool Groningen. Hij is als bouwkundige werkzaam bij de Stichting Oude Groninger Kerken. Martin Hillenga (m.hillenga@online.nl) studeerde Geschiedenis aan de RuG en is redactiesecretaris van Groninger Kerken.

8 C.L. Temminck Groll, The Dutch overseas. Architectural survey: mutual heritage of four centuries in three continents ( Zwolle 2003). 9 Margreet Versteeg, ‘Tijdelijk is mooi! Een belevingsonderzoek onder de erfgoedgemeenschap van de Molukse Eben Haëzerkerk in Appingedam’. Ongepubliceerde bachelorscriptie Theologie, Rijksuniversiteit Groningen (2013).


De Stichting

j a n ua r i 2 0 1 4

In deze aflevering van ‘De Stichting’ leest u over het werk van de Stichting Oude Groninger Kerken en vindt u een selectie van de vele activiteiten in en om de Groninger kerken.

Groninger Kerken viert 9e lustrum

In 2014 bestaat de Stichting Oude Groninger Kerken 45 jaar. Het negende

lustrum wordt opgeluisterd met een aantal bijzondere projecten en activiteiten. En zoals altijd proberen we ons waardevolle Groninger erfgoed weer op een verrassende manier te belichten. Ditmaal door de ogen van de zuiderburen. Vandaar het jubileumthema: Het noorden door de ogen van het zuiden

Antoon de Baets over de ‘volle wereld’ rond de Groninger kerken De Vlaamse historicus Antoon de Baets neemt ons mee naar het begin van het Groninger Jacobspad. Dit afgelegen stukje Nederland moet ooit, bij de eerste kennismaking 20 jaar geleden, indruk op hem hebben gemaakt. Ergens tussen Zeerijp en Eenum legt hij uit waarom: ‘Zie je dit lege land? Alleen een handvol boerenerven en twee, drie kerktorens aan de horizon. Hier moet ik paradoxaal genoeg altijd denken aan wat de grote Franse historicus Pierre Chaunu “le monde plein” noemde, oftewel: de volle wereld.’ De Baets begint enthousiast te doceren: ‘Chaunu was een van de eersten die de aandacht vestigden op het verschijnsel van het désenclavement, de ontschotting van de planeet. Hij wees erop dat de mensheid tot diep in de middeleeuwen slechts enclaves bewoonde in een verder woeste wereld. Pas vanaf de elfde eeuw werden in Europa de wouden en moerassen tussen deze enclaves systematisch en in hoog tempo ontgonnen. Zo ontstond in onze landen in de twaalfde eeuw le monde plein, zoals we die nu nog steeds kennen. Chaunu schrijft: “De volle wereld wil zeggen dat er minstens veertig mensen per vierkante kilometer wonen, in een ruimte die voor tachtig procent is ontgonnen, zodanig dat men staande op een van de 130.000 klokkentorens van het christendom, er altijd vijf of zes andere ontwaart aan de horizon.”’ De Baets bergt zijn notitie op en vervolgt: ‘Dit beroemde citaat is voor mij voorgoed verbonden met het Groningse plat-

Antoon de Baets bij de Dionysiuskerk van Uithuizen. Foto Ronny Benjamins.


teland. Hier aan noordrand van de beschaving is er geen plek waar je niet minstens twee of drie kerktorens ziet. Klimmen we boven op zo’n toren, dan kunnen we er vast wel vijf of zes om ons heen zien. Veel van die torens dateren ook nog uit de tijd die Chaunu beschrijft, de twaalfde eeuw. Door ontginning en bedijking werden voordien geïsoleerde terpdorpen en eilandjes langzaam aaneengeregen tot een volle wereld. Nergens kun je die tijd van désenclavement mooier zien dan hier.’

Mobilisatiecampagne De Baets kan het weten. Hij is een verwoed wandelaar en heeft grote delen van West-Europa te voet doorkruist. De oude pelgrimsroutes naar Santiago de Compostela zijn daarbij favoriet. ‘Ook de Jacobstraditie dateert uit de hoge middeleeuwen. De Moren waren toen heer en meester op het Iberisch schiereiland. Tijdens de reconquista, de herovering van het schiereiland, werden christenen uit de gehele wereld gemobiliseerd. Met dat doel voor ogen werd een legende gefabriceerd: het gebeente van de apostel Jacobus de Meerdere zou na zijn marteldood in Jeruzalem begraven zijn in Santiago de Compostela in Galicië. Het apostelgraf werd de speerpunt

Voor Vlaanderen waren de late middeleeuwen een periode van grote bloei en dat zie je terug in imposante kerken en kathedralen. De Bourgondische uitbundigheid is er bovendien nooit afgeremd door de Reformatie. Hoe kijken Vlamingen van nu tegen het Groninger kerkenlandschap aan? We vroegen het aan drie liefhebbers. In deze editie van De Stichting het antwoord van historicus Antoon de Baets. De Baets woont sinds 1992 in Groningen. Hij groeide op in het Oost-Vlaamse Eeklo en studeerde geschiedenis in Gent. Als universitair hoofddocent aan de RuG is hij gespecialiseerd in eigentijdse geschiedenis. Hij publiceerde o.m. over (schending van) de mensenrechten, over de censuur van de geschiedenis en over de vervolging van historici wereldwijd.

van deze mobilisatiecampagne. Het was een schot in de roos. Talloze pelgrimsstromen, al dan niet met wapentuig, al dan niet met geldbeurzen, vonden hun weg naar Spanje. Santiago, dat letterlijk “Heilige Jacobus” betekent, werd het belangrijkste christelijke pelgrimsoord na Rome en Jeruzalem.’ ‘Het interessante is dat de Jacobstraditie zich tot in alle uithoeken van de christelijke wereld en zelfs verder heeft kunnen verspreiden. Tegenwoordig starten er Jacobspaden vanuit Helsinki en Istanboel. Ook in onze noordelijke contreien is een aantal kerken aan Jacobus gewijd en het staat wel vast dat menige bewoner de 2500 km lange tocht heeft aangedurfd. Ze moeten jaren onderweg zijn geweest, menigeen zal zijn geboortedorp nooit hebben teruggezien. Maar onmogelijk was het dus niet. Als je maar lang genoeg volhield kwam je, wandelend van kerktoren tot kerktoren, zomaar bij het andere, meest westelijke uiteinde van de toen bekende wereld. Dat is misschien wel het beste bewijs dat le monde plein een feit was.

Erfgoed voor vrede De Baets houdt zich als docent en wetenschapper vooral bezig met de geschiedenis van na de Tweede Wereldoorlog. Wat heeft hij met erfgoed uit vroeger eeuwen? De Baets: ‘Wist je dat erfgoed, waaronder historische monumenten en godshuizen, door twee soorten internationale conventies wordt beschermd? In vredestijd geldt de Conventie voor materieel erfgoed van de UNESCO, maar in oorlogstijd wordt erfgoed beschermd door de Conventies van Genève, waarvan het Internationale Rode Kruis de hoeder is. Het eerste is niettemin verre te verkiezen boven het laatste. Vrede maakt zorg voor erfgoed mogelijk, maar misschien geldt ook het omgekeerde: zorgzaamheid voor erfgoed bevordert de wil tot vrede. Dus ga zo door, Stichting Oude Groninger Kerken!’ Middelerwijl passeren wij een verkeersbord dat het begin van de bebouwde kom aanduidt. De Baets zet de pas erin, want in Wirdum wachten een pauze en een Duvel. In zijn kielzog vangen wij de met verve gedeclameerde versregels van de in ballingschap gestorven Spaanse dichter Antonio Machado (vertaling A. De Baets) op: Wandelaar, je sporen zijn de weg en zij alleen; wandelaar, er is geen weg, de weg wordt al wandelend gemaakt.

Al wandelend wordt de weg gemaakt en wie omkijkt ziet het pad dat hij nooit weer betreden zal.

Wandelaar, er is geen weg, enkel sporen in de zee. Foto Ronny Benjamins.


Nie u w s Actie Kerkbehoud een groot succes! Met een toename van de opbrengst van 35% ten opzichte van 2011 kan onze Actie Kerkbehoud 2013 een groot succes worden genoemd. Donateurs en bevriende fondsen en instellingen hebben ons werk daadwerkelijk een steuntje in de rug gegeven, daarvoor danken wij iedereen heel hartelijk! Met grote en kleine bedragen kwamen de giften de afgelopen weken binnen. De totale opbrengst wordt direct besteed aan onze doelstellingen: het in stand houden van de aan ons toevertrouwde kerken, synagogen, terreinen en de bijzondere gebouwen die zich daarop bevinden. Een ons zeer goed gezinde donateur bracht dit voorjaar met haar broer een bezoek aan onze kerken. Zij schrijft: ‘Voor mij zijn kerken de plaatsen waar je het meest de adem voelt van wie ons voorgingen: de optocht van de mensen in de tijd van wie wij zelf een onderdeeltje zijn. Of zoals ik onlangs leerde: dit huis van hout en steen, dat lang de stormen heeft doorstaan, waar nog de wolk gebeden hangt van wie zijn voorgegaan. Mijn broer zegt gewoon: “dit erfgoed moet in stand gehouden worden”. Hij weet dat veel mensen in de Stichting hiervoor veel en goed werk doen’. Dat was de reden om het Peter Breukinks Noodfonds (voor projecten die zeer noodzakelijk zijn maar waarvoor geen andere financiële middelen beschikbaar zijn) te versterken met een fantastisch bedrag. Maar daar bleef het niet bij de afgelopen maanden. Wij ontvingen weer een aantal prachtige periodieke schenkingen die laten zien dat mensen met een hart voor ons erfgoed vertrouwen hebben dat wij ook de komende jaren ons werk met kennis en doorzettingsvermogen zullen verrichten. Veel dank!

Nieuw deeltje Kerkhovenreeks De schrijfster van het vijftiende deeltje uit de Kerkhovenreeks, Luida E. Noordhof, is al decennia bezig met het ver­ zamelen van gegevens over haar familie. Hoe woonden, leefden en werkten zij in hun tijd? Deze zoektocht voerde haar ook langs de Groninger kerkhoven en begraafplaatsen. Het viel haar op dat er weinig kindergraven resten, terwijl kindersterfte toch tot ver in de negentiende eeuw veelvuldig voorkwam. Waarom zijn er zo weinig kindergraven bewaard gebleven? Hadden kinderen destijds ook een aparte plek op het kerkhof? Dit boekje is een verslag van deze en meer bevindingen. Kleine Reina – Grafteksten op kindergraven in Noord-Groningen is verkrijgbaar in de webwinkel: www.groningerkerken.nl.

Twee overdrachten: Ulrum en Niekerk Op 11 oktober 2013 droeg de Hervormde Gemeente Ulrum de hervormde kerken en kerkhoven te Ulrum en Niekerk over aan de SOGK. De Stichting verwacht meer van dit soort meervoudige overdrachten: gefuseerde gemeenten zullen het door verdere krimp op den duur niet meer redden en dan voor deze moeilijke beslissing staan.

Herenbank (1660) voor bewoners van de borg Asinga in de kerk van Ulrum. Foto Omke Oudeman.

De kerk van Ulrum is onlosmakelijk verbonden met ds. Hendrik de Cock: in 1834 begon vanuit hier de Afscheiding. De zaalkerk is in het tweede kwart van de dertiende eeuw gebouwd en werd in de jaren 1916-1917 door rijksbouwmeester C.H. Peters gerestaureerd. De toren stamt uit de vijftiende eeuw. In de kerk bevindt zich een Lohman-orgel uit 1806. De kerk van Niekerk is een rechtgesloten, dertiende-eeuwse zaalkerk. In 1629 is er flink verbouwd: de toren, west- en een klein stukje zuidmuur werden opgetrokken uit nieuwe, kleinere stenen. Ook werden de oorspronkelijke romaanse vensters vergroot tot brede rondboogvensters. Interieur van de kerk van Niekerk. Foto Omke Oudeman.


E xcur s ie s Kerk Klein Wetsinge – ‘de mooie kamer van het dorp’ Op zaterdag 15 maart organiseert de SOGK een mini-excursie naar de kerk van Klein Wetsinge, die nu in een ingrijpende verbouwing en restauratie zit. Het is niet de bedoeling van de kerk een dorpshuis te maken, maar wel een ‘mooie kamer’ om elkaar te ontmoeten. Deze doelstelling sluit naadloos aan bij het credo van de SOGK: gebruik daar gaat het om! Maar voordat het zover is, zal er nog veel werk moeten worden verzet. We gaan nu met eigen ogen zien wat de stand van zaken hier is. De excursie staat onder leiding van de bouwkundige van de SOGK. Alle deelnemers ontvangen een uitgebreid documentatiepakket. U vertrekt om 10.30 uur per de bus vanaf het Hoofdstation in Groningen. De verwachte terugkomst daar is ongeveer 14.00 uur. Het is alleen mogelijk om deze tocht per bus te maken. Prijs: ¤ 12,50, donateurs ¤ 10,00. Dit ‘kijkje’ kan alleen doorgaan bij minimaal 20 deelnemers. Opgave: info@ groningerkerken.nl of (050) 312 35 69. NB: de kerk van Klein Wetsinge is nu een bouwplaats, dus warme kleding en stevig schoeisel zijn gewenst!

Paaswandeling Op tweede paasdag maandag 21 april organiseren we een begeleide paaswandeling rond de kerk van Oosternieland. We sluiten de wandeling af met een kort (barok)concert in deze kerk. Hoe het programma er precies uit gaat zien, is nog niet bekend, maar de tijden al wel. Kerk open 13.30 uur, aanvang programma: 14.00 uur, terug in de kerk om uiterlijk 15.45 uur, hapje/drankje: 15.45 16.15 uur. Aanvang concert: 16.15 uur. Prijs: ¤ 8,00 (donateurs SOGK ¤ 5,00) (dit is inclusief hapje/drankje en concert) Het concert kan ook apart bezocht worden; de toegangsprijs bedraagt dan ¤ 5,-; SOGK-donateurs betalen dan slechts ¤ 2,50. Einde programma 17.00 uur. Heeft u zin gekregen met ons mee te wandelen? Opgave: info@groningerkerken.nl of (050) 312 35 69.

Orgelexcursie Amsterdam en Soest Op zaterdag 22 februari organiseert de Stichting Oude Groninger Kerken een dagvullende begeleide (bus)excursie naar Soest en Amsterdam. In Soest In gaan we naar Elbertse Orgelmakers BV. In Zaandam bezoeken we het (Doornbos)orgel van de kerk van Tinallinge dat op dit moment daar wordt gerestaureerd; we krijgen ook een rondleiding door dit familiebedrijf. Naast het stemmen en onderhouden van instrumenOp 15 november 2013 startte de restauratie / verbouwing van de kerk van Klein-Wetsinge. De openingshandeling werd verricht door gedeputeerde Henk Staghouwer en wethouder Jaap Hoekzema. Foto Elmer Spaargaren.


De rand van het kerkhof van Wittewierum.

ten in binnen- en buitenland houden de negen medewerkers van Elbertse zich nu voornamelijk bezig met restauraties en reconstructies van mechanische pijporgels van diverse belangrijke orgelmakers. In Amsterdam bezoeken we het Orgelpark dat gehuisvest is in de prachtig gerestaureerde monumentale Parkkerk aan de Gerard Brandtstraat bij het Vondelpark. Hier krijgen we een rondleiding van Hans Fidom, musicoloog van het Orgelpark en bijzonder hoogleraar Orgelkunde aan de Vrije Universiteit. Onderdeel van deze excursie vormt ook een orgelconcert in het Orgelpark. De excursie staat onder leiding van een medewerker van de SOGK. De bus vertrekt om 8.30 uur van het Hoofdstation in Groningen waar we rond 19.00 uur ook weer terugkeren. Deze excursie is inclusief lunch van 12.30 tot 13.30 uur in Hotel De Witte Bergen in Eemnes. Prijs: donateurs ¤ 50,00 en niet-donateurs ¤ 62,50 p.p. (inclusief lunch). Opgave: kaartje in het middenkatern van het tijdschrift. NB: we nodigen de donateurs in de omgeving van Amsterdam van harte uit om deze dag ook naar het Orgelpark te komen. Op vertoon van hun donateurspas kunnen zij hier van 14.00 – 17.00 uur een kijkje komen nemen: de SOGK komt naar u toe!

Poëziemarathon met de bus Sinds januari 2000 bestaat de Gedichtendag, waarop poëzie in al haar verschijningsvormen extra in de belangstelling staat. De dag vormt de aanleiding voor deze bijzondere excursie op donderdag 30 januari. De Groninger kerken, kerkhoven en begraafplaatsen zijn buitengewoon rijk aan graf-

verzen. Tijdens deze tocht gaan we langs drie plekken met prachtige voorbeelden van grafpoëzie. Een medewerker van de Stichting Oude Groninger Kerken is aanwezig voor tekst en uitleg. We beginnen op het kerkhof van Eenum, gaan vervolgens naar Wittewierum en komen als laatste aan op het kerkhof van Woltersum. In de kerk daar sluiten we deze middag af met een grafpoëzievoordracht, muziek en een drankje. Beschikt u zelf over gedichten (die met kerkhoven of Groninger kerken/landschappen te maken hebben) dan nodigen wij u uit deze mee te nemen en eventueel zelf voor te dragen. Prijs ¤ 22,50 (niet-donateurs) en ¤ 18,00 (donateurs van de SOGK). Dit bedrag is inclusief borrel. NB: deze excursie speelt zich voornamelijk buiten af, denk om stevig en warm schoeisel en warme, winddichte kleding! De excursie start om 12.15 uur bij het Hoofdstation in Groningen; we zijn hier terug om 17.00 uur. U kunt zich aanmelden via het antwoordkaartje in het middenkatern van dit tijdschrift.

Jaarprogramma 2014 Traditionele Voorjaarstocht: zie elders in dit katern De zomerdagtochten naar Duitsland vinden plaats op: zaterdag 05 juli 2014 woensdag 09 juli 2014 Het betreft 5 x dezelfde tocht. woensdag 16 juli 2014 Nadere informatie treft u aan in het woensdag 23 juli 2014 aprilnummer van De Stichting. woensdag 30 juli 2014 De wintertochten vinden plaats op zaterdag 13 december 2014 en de herhalingstocht is op 03 januari 2015. Tijdens deze excursie worden de kerken van Farmsum, Oosterwijtwerd, Leermens en Termunten bezocht.


Wink e l Donateurs krijgen 20% korting op alle artikelen uit onze (web) winkel. Bezoek onze webwinkel via www.groningerkerken.nl om het totale aanbod te bekijken.

Grafpoëzie van het Groningerland Tijdens zijn tochten door het Groningerland, langs kronkelige wegen en oude kerkenpaden naar oude kerkjes en verstilde dodenakkers, ontdekte Marten Mulder diverse vormen van grafpoëzie, die hij ook op foto vastlegde. Deze bloemlezing wil in de eerste plaats het verschil laten zien tussen de vaak nuchtere buitenkant van de mens en daarnaast de innerlijke gevoelens, die vaak maar even zichtbaar worden bij de dood van een dierbare, maar vraagt ook aandacht voor dit onderdeel van ons cultureel erfgoed, dat zo ruimschoots aanwezig is op de vaak eeuwenoude Groninger kerkhoven en begraafplaatsen. Prijs ¤ 14,50 (donateurs 20% korting)

Bet Kevarot – Huis der Graven. De joodse begraafplaats van Appingedam De goed bewaard gebleven joodse begraafplaats van Appingedam, inclusief het metaheerhuisje, is een waardige, verstilde plek aan de rand van de bebouwing. In dit boekje kunt u lezen over de geschiedenis van deze begraafplaats en de functie van het metaheerhuisje. In de verhalen over de personen die er begraven liggen, wordt het verleden weer tot leven gewekt. Bet Kevarot is het veertiende deel in een reeks uitgaven over kerken en kerkhoven uitgebracht door de SOGK met als doel de belangstelling voor dit bijzondere culturele erfgoed in het Groningerland te bevorderen. Prijs ¤ 6,00 (donateurs 20% korting)

Boven het maaiveld, t Oldambt vertelt. De geschiedenis van het Oldambt vanaf 1940 Oldambtsters zijn een strijdvaardig volk met een pioniersgeest. Hoe zou de jongste geschiedenis van het Oldambt beter verteld kunnen worden dan vanuit de beleving van de Oldambtsters zelf? Auteur en ‘doorverteller’ Willem Friedrich neemt de lezer mee langs verschillende thema’s die laten zien hoe de kreet ‘boven het maaiveld’ van toepassing was en nog steeds is. Geen saaie opsomming van feiten en jaartallen, maar een bundeling van persoonlijke meningen en uitspraken, geplaatst in het perspectief van de tijd waarin ze werden gedaan. De bron waaruit wordt geput is een groot aantal interviews gehouden door Willem Friedrich in de periode 1978 tot 1992. Prijs ¤ 19,95 (donateurs 20% korting)

Koggen, kooplieden en kantoren De Hanze heeft een magische klank, een klank van samenwerking, wederzijds vertrouwen, van individuele steden die zich ontplooiden en een internationaal handelsnetwerk dat in het middeleeuwse Europa zijn weerga niet kende. Kortom een klank om je mee te vereenzelvigen. En dat gebeurde op grote schaal. De Hanze was een netwerk van ongeveer tweehonderd steden in het noorden van het Duitse Rijk waar Nederland tot 1648 formeel ook toe behoorde. Er zijn dan ook de nodige Nederlandse Hanzesteden. Niettemin is er lang bijzonder weinig in het Nederlands over de Hanze gepubliceerd. Zeker de moderne inzichten hebben in Nederland nog nauwelijks het publiek bereikt. Koggen, kooplieden en kantoren beoogt de lezer een gevarieerd en modern beeld te geven van het functioneren van de Hanze als belangengemeenschap en koopliedennetwerk dat bijna vierhonderd jaar zijn stempel drukte op de handel en politiek van het Noord- en Oostzeegebied. Prijs ¤ 20,00 (donateurs 20% korting) Zo bestelt u: elders in dit tijdschrift vindt u de bestelkaart van onze winkel. Vul deze in, plak er een postzegel op en doe deze op de bus. U ontvangt uw bestelling dan zo snel mogelijk thuis. Verzend- en administratiekosten zijn ¤ 4,- per bestelling. Bij uw bestelling zit een nota voor uw betaling. De inkomsten komen ten goede aan de Stichting Oude Groninger Kerken. Wanneer u meer informatie wilt over uw bestelling kunt u contact opnemen met het bureau van de Stichting, (050) 312 35 69. Alle uitgaven zijn ook te koop via onze webwinkel: www.groningerkerken.nl/winkel


Orgelexcursie Amsterdam en Soest

Traditionele Voorjaarsexcursie

za 22 februari

za 12 april

(a.u.b. aankruisen)

naam 

m v

naam 

adres

adres

postcode

postcode

woonplaats

woonplaats

e-mail

e-mail

telefoonnummer

telefoonnummer

, van wie  donateurs

(a.u.b. aankruisen)

m v

, van wie  donateurs

Totaal aantal personen en niet-donateurs

Totaal aantal personen en niet-donateurs

Prijs voor donateurs ¤ 50,- en voor niet-donateurs ¤ 62,50

 Ik stap op de bus bij het NS Hoofdstation om 10:30 uur.  Ik ga op eigen gelegenheid.  Ik neem deel aan de gezamenlijke lunch (broodmaaltijd).

NB! De kosten van de lunch zijn niet inbegrepen. Kosten voor donateurs ¤ 20,- en voor niet donateurs ¤ 30,-. Mensen die op eigen gelegenheid gaan betalen ¤ 7,- voor een mapje met kerkbeschrijvingen.

bestelkaart

Poëziemarathon met de bus do 30 januari

Ik bestel: Grafpoëzie van het Groningerland Prijs ¤ 14,50 (donateurs 20% korting) aantal

Bet Kevarot – Huis der Graven. De joodse begraafplaats van Appingedam Prijs ¤ 6,00 (donateurs 20% korting) aantal

(a.u.b. aankruisen)

naam 

m v

adres postcode woonplaats e-mail

Boven het maaiveld, t Oldambt vertelt. De geschiedenis van het Oldambt vanaf 1940 Prijs ¤ 19,95 (donateurs 20% korting) aantal

Koggen, kooplieden en kantoren Prijs ¤ 20,00 (donateurs 20% korting) aantal

vul a.u.b. ook de achterzijde in

telefoonnummer

, van wie  donateurs

Totaal aantal personen en niet-donateurs

Kosten voor donateurs ¤ 18,- en voor niet-donateurs ¤ 22,50


Stichting Oude Groninger Kerken Coehoornsingel 14 9711 bs Groningen

Stichting Oude Groninger Kerken Coehoornsingel 14 9711 bs Groningen

Plak hier uw postzegel

Plak hier uw postzegel

bestelkaart

î Žm î Žv naam 

adres

postcode

woonplaats

handtekening

telefoonnummer overdag

Plak hier uw postzegel

Plak hier uw postzegel

Stichting Oude Groninger Kerken Coehoornsingel 14 9711 bs Groningen

Stichting Oude Groninger Kerken Coehoornsingel 14 9711 bs Groningen

e-mail


E xcur s ie s v e r vol g Traditionele voorjaarsexcursie Zaterdag 12 april 2014 (met bus en individueel) De Excursiecommissie organiseert dit jaar haar voorjaars­ tocht naar Ezinge, Den Ham, Aduard en Den Horn. Alle kerken liggen aan de zuidzijde van de vroegere getijdenrivier het Reitdiep. Het dorp Aduard is ontstaan als kloosternederzetting. In 1192 werd een cisterciënzer abdij gesticht, die bijna vierhonderd jaar zou blijven bestaan. Dit aan St. Bernardus gewijd klooster groeide uit tot een van de grootste kloosters van Noord-Nederland. In 1580 werd het klooster verwoest, alleen de ziekenzaal bleef over en deze werd nadien ingericht als hervormde kerk. De kerk van Den Ham was waarschijnlijk ooit een kapel van het vlakbij gelegen Aduarder klooster. Het betreft een zaalkerk met een driezijdige koorsluiting. In 1729 kreeg ze haar huidige uiterlijk. Den Horn kent een jongere geschiedenis. Het dorp ontstond rond 1700 en is van oorsprong een dijkdorp. De te bezoeken kerk werd gebouwd in 1862, na afbraak van de middeleeuwse kerk van het naburige Lagemeeden. Het wierdedorp Ezinge is het oudste dorp dat in deze excur­ sie is opgenomen. Ezinge is enkele eeuwen voor onze jaartelling ontstaan op een oeverwal van de Hunze, het tegenwoor­ dige Reitdiep. Vanaf 1918 werd de wierde gedeeltelijk afgegraven en de vruchtbare wierdegrond verkocht als grondverbeteraar. De kerk werd bij de afgravingen ontzien. Het gebouw stamt uit de dertiende eeuw, evenals de klokkentoren. Ezinge is onlosmakelijk verbonden met de naam A.E. van Giffen; deze archeoloog deed in de jaren twintig en dertig uitgebreid onderzoek naar de bewoningsgeschiedenis van de wierde. Praktische informatie De bussen vertrekken op zaterdag 12 april om 10.30 uur bij het Hoofdstation Groningen en worden daar rond 18.15 uur terugverwacht. Het excursieprogramma kent een middagpauze waarin tijd is voor een gezamenlijke lunch (broodmaaltijd). Indien u de excursie op eigen gelegenheid maakt, wilt u zich dan wel aanmelden? U krijgt dan de routeplanning thuisgestuurd. Het mapje met kerkbeschrijvingen, dat standaard wordt uitgereikt aan de deelnemers in de bussen, is voor ¤ 7,door individuele deelnemers te verkrijgen in de eerste kerk van de route. De kerken zijn van 10.00-17.00 uur geopend. De kosten voor deelnemers in de bussen bedragen ¤ 20,voor donateurs en ¤ 30,- voor niet-donateurs (inclusief mapje kerkbeschrijvingen, maar exclusief lunch). Opgave kan alleen via de aanmeldingskaart, te versturen per gewone post, in dit blad. Plaatsing geschiedt op volgorde van binnenkomst. Deelnemers ontvangen per post een bevestigingsbrief. De nota voor reizigers in de bus wordt eveneens per gewone post verstuurd. Let op! Om iedereen gelijke kansen te bieden is er gekozen voor een papieren aanmeldingsprocedure. De organisatie behoudt zich het recht van programmawijzigingen voor, als omstandigheden ter plaatse daartoe aanleiding geven.

De kerk van Den Horn na de restauratie van 2010. Foto's Omke Oudeman.


D e k e r k a l s p odium Lezing Jacobus de Meerdere

In alle kerken die de Stichting Oude Groninger Kerken beheert, worden bijzondere activiteiten aangeboden. In deze rubriek lichten we een aantal daarvan uit. Voor een compleet en actueel overzicht kunt u terecht op de website www.groningerkerken.

In 2014 bestaat de Stichting Oude Groninger Kerken 45 jaar. Het negende lustrum wordt opgeluisterd met een aantal bijzondere projecten en activiteiten. En zoals altijd proberen we ons waardevolle Groninger erfgoed weer op een verrassende manier te belichten. Ditmaal door de ogen van de zuiderburen. Vandaar het jubileumthema: het Noorden door de ogen van het Zuiden. Dit vormde de directe aanleiding voor onze eerstvolgende lezing op donderdag 6 maart 2014 die gehouden wordt door de heer J. van Herwaarden, hoogleraar middeleeuwse geschiedenis. Deze gedreven en betrokken historicus koos als onderwerp voor de lezing ‘ Middeleeuwse verering van Jacobus de Meerdere, in het bijzonder in de Nederlanden’. Jan van Herwaarden is schrijver van het boek Op weg naar Jacobus - Het Boek, de Legende en de Gids voor de Pelgrim naar Santiago de Compostela. De heer A.H.M. de Baets, universitair hoofddocent aan de RuG en gespecialiseerd in eigentijdse geschiedenis, verzorgt de inleiding op deze lezing en hij gaat aan het eind ervan met de heer Van Herwaarden in gesprek. En natuurlijk kan ook het publiek zich in de discussie mengen. Aanvang: 19.30 uur (kerk open 19.00 uur). Gratis voor donateurs, niet-donateurs betalen ¤ 2,50. Circa 21.30 uur is de lezing afgelopen. Opgave: info@groningerkerken.nl of (050) 3123569.

nl/agenda. Mocht u geen beschikking over een internetverbin-

Jubileumexpositie in Pictura

Op zondag 27 april 2014 vindt de achtste editie van Schrijver in de kerk plaats in de Amshoff in Kiel-Windeweer. De literaire gast is Judith Koelemeijer en zij wordt aan de tand gevoeld

De Stichting Oude Groninger stelt de viering van haar 45jarig bestaan graag in dienst van haar eigen hoofddoelstel-

ding hebben, dan kunt u contact opnemen met het secretariaat van de Stichting. De medewerkers kunnen u van een papieren agenda voorzien.

ling: het bevorderen van de belangstelling voor het religieuze historische erfgoed in de provincie Groningen. Flip Ekkers en Josée Paauw (van Stichting Uitgeverij Philip Elchers en Ekkers & Paauw – grafische producties & tekstwerk) bedachten hiervoor een passende invulling. De expositie laat zien op welke verschillende manieren de SOGK in vooral de afgelopen bijna 25 jaar een invulling gaf aan de culturele presentatie van haar missie. Als feestelijke hoofdmoot is Sytse van der Zee uitgenodigd om op een originele manier, op basis van een keuze van elf verhalen over elf verschillende kerken uit het bezit van de SOGK, stil te staan bij het jubileum. De keuze bestrijkt de gehele tijdsperiode waaruit het religieus erfgoed stamt en biedt een eigenzinnige kijk op zo veel mogelijk aspecten daarvan. De tentoonstelling ‘Het Verhaal van de Oude Groninger Kerken’ is van 6 april t/m 18 mei 2014 te zien in Pictura, Martinikerkhof 26 in Groningen.

Schrijver in de kerk

De kerk van Oldehove, een van de tentoonstellingslocaties voor ‘Inspiraties’. Foto Omke Oudeman.


door interviewer Margriet Bos. Sidekick in het programma vormt ook dit keer weer de veelzijdige Groninger musicus Remko Wind. Aanvang: 15.00 uur (kerk open om 14.30 uur), einde 17.00 uur. Prijs: ¤ 17,50 (inclusief hapje/drankje, maar exclusief maal­tijd). Aansluitend een hapje en een drankje tot uiterlijk 18.00 uur. Opgave: info@groningerkerken.nl of 050 312 35 69. Wanneer u aansluitend wilt blijven dineren in De Amshoff, graag bij aanmelding even doorgeven.

‘Inspiraties’ – Kunstwerken gezocht Een van de activiteiten in dit SOGK-jubileumjaar is een expositie van amateurwerk in kerken in het Reitdiepgebied in de maanden juli, augustus en september. De tentoonstelling wordt gerealiseerd in samenwerking met Museum Wierdenland in Ezinge. Dit museum toont tegelijkertijd – en een paar maanden voorafgaand – werk van Henk Helmantel. De expositie met amateurwerk is te zien in de volgende kerken: Den Ham, Niehove, Oldehove, Fransum, Oostum, Garnwerd, Feerwerd en Ezinge. Een vernieuwde fietsroute verbindt deze kerken en het museum. Voor de invulling van de expositie zijn wij op zoek naar werk van amateurs. Dit mogen schilderijen zijn, maar ook een gedicht, een wandkleed, fotografie, een liedtekst of wat dan ook. Enige voorwaarde: het werk moet geïnspireerd zijn door een van de bovengenoemde kerken. Daarom horen we ook graag het verhaal bij het werk. Als extra inspiratiebron kan de expo­ sitie van werk van Henk Helmantel in Museum Wierdenland worden gebruikt. U kunt tot half mei uw inspiratie met ons delen via jubi­ leum2014@groningerkerken.nl. Hier kunt u ook terecht voor vragen en/of opmerkingen.

Expositie ‘Made in China’ Van 3 februari t/m 14 maart is in het toegangsgebouw van de Remonstrantse kerk in Groningen de expositie ‘Made in China’ te zien, met keramische beelden van Mirjam Kerstholt. De kunstenares uit Zuidlaarderveen exposeert voor­ namelijk werk dat ze in het voorjaar van 2013 in China maakte: ‘Met een mindmap en schetsen onder de arm als voorbereiding ben ik naar China afgereisd. Maar bij aankomst in China bleek mijn inspiratiebron op straat te liggen. Mensen, werkplekken, eten, geuren maar ook afval en vervuilde lucht kwamen bij mij heel intens binnen. China is een land met veel verschillen onder de bevolking. Rijk en arm leeft naast elkaar. Dit heb ik in mijn beelden weergegeven…’ Haar vroegere werk heeft meer een poëtisch karakter en vindt zijn oorsprong in de wereld van dromen, sprookjes, sagen en legendes. Locatie: Remonstrantse kerk Groningen, Coehoornsingel 14, Groningen. Open op werkdagen van 9.00-16.30 uur, gratis entree; graag even aanbellen.

Mirjam Kerstholt, ‘China girl on the box’.

Staat festival Terug naar het begin al in uw agenda? Geniet op zaterdag 10 mei 2014 van intieme optredens van singer-songwriter Eefje de Visser, theatertalent Liliane Brakema, jazzgitarist Bram Stadhouders en pianist Marcel Worms. Beleef het festivalprogramma al wandelend door de historische binnenstad van Appingedam, fietsend door het wierdenlandschap óf met de boot langs hangende keukens. Oude kerken zijn het podium en decor. Ontdek het programma op www.terugnaarhetbegin.nl. Henk van Os is ook weer van de partij! Henk van Os bij een vorige editie van Terug naar het Begin.


Me di at he e k Digitale en gedrukte dood Funeraire cultuur staat in de belangstelling. Dat blijkt wel uit sites als onlinebegraafplaatsen.nl, graftombe.nl, Medieval Memoria Online, dodenakkers.nl, en niet in de laatste plaats ons eigen digitale register op grafzerken. De SOGK is daarnaast uitgever van de immer groeiende kerkhovenserie, en uiteraard verschenen allerlei artikelen in de loop van de jaren in het tijdschrift Groninger Kerken. Deze laatsten zijn terug te vinden in de index op Groninger Kerken, maar ook als pdf te downloaden via onze online catalogus. In de mediatheek staan de hele kerkhovenserie en verschillende andere uitgaven met betrekking tot de funeraire cultuur. Daarbij is ook een heel bijzondere ‘uitgave’: een plattegrond van het kerkhof te Oostum (papier op linnen, en gevat in een lederen koker). Het merendeel van de publicaties betreft de grafzerken: grafschriften, -poëzie en symboliek. Maar er is meer te vinden op kerkhoven. Piet de Vries publiceerde twee keer een werk over de lijkenhuisjes, ook wel baarhuisjes genoemd. Het eerste, Een lokaal voor tijdelijke bewaring, verscheen in 2005 als deeltje nummer drie in de kerkhovenserie van de SOGK. Het tweede, meer een overzichtswerk, werd in 2009 bij uitgeverij Profiel gepubliceerd onder de titel Het huisje op de begraafplaats.

De mediatheek is toegankelijk voor een breed publiek: voor donateurs van de stichting, voor leerlingen of studenten die informatie zoeken voor werkstuk, spreekbeurt of scriptie, voor mensen die monumenten een warm hart toedragen. De catalogus is online raadpleegbaar: http://catalogus.groningerkerken.nl/

Zelf zijn wij, in samenwerking met SKOR en de provincie Groningen, verantwoordelijk voor een aantal nieuwe elementen op kerkhoven, de kunstwerken vervaardigd voor het project Op Hoogte Gedacht. Deze zijn terug te vinden in de catalogus Op Hoogte Gedacht. Beeldende Kunst op Groninger Kerkhoven. Het project heeft in de collectie van de mediatheek verder gestalte gekregen in de publicatie van een rapport over de archeologische begeleiding van grondwerk voor het kunstwerk van Huang Yong Ping op het kerkhof van Vierhuizen. Maar ook is er over een aantal deelnemende kunstenaars meer te lezen in de vorm van een catalogus of overzichtswerk. Zo is er een soort van drieluik van Stanley Brouwn (Zuurdijk: geen titel) A distance of 2232 ells; A distance of 2444601 feet; A distance of 336 steps. Pieter Laurens Mol (Obergum: Les Tranches de Vie) is vertegenwoordigd in Grand Promptness. JCJ VanderHeyden (Woltersum: poort en bank) heeft zelf uitgegeven JCJ VanDerHeyden. Van Huang Yong Ping (Vierhuizen: Protective Stone, of Inkstone) staan er twee werken op de plank: De Appel en House of Oracles. A Huang Yong Ping retrospective.

Kunstwerk van Jan Kuipers op het kerkhof van Wittewierum. Foto John Stoel.

De Stichting is een uitgave van de Stichting Oude Groninger Kerken. Dit katern verschijnt vier maal per jaar, los en als onderdeel van het tijdschrift Groninger Ker­ken, voor donateurs van de stichting. • Redactie: Martin Hillenga • Interview: Frans Visser • Vormgeving en productie: Ekkers en Paauw • Drukwerk en verzending: Zalsman Groningen • Adres: Coehoornsingel 14 • 9711 bs Groningen • telefoon (050) 312 35 69 • e-mail: info@groningerkerken.nl • www.groningerkerken.nl


Anja Reenders

De kerk van Egbert Reitsma in Appingedam

Een opvallende verschijning in de historische binnenstad ‘Ik vind het meer lijken op een gevangenis dan op een kerk,’ liet één van de gasten zich ontvallen tijdens de officiële ingebruikname van de gereformeerde kerk van Appingedam op 1 december 1927. Het moet gezegd worden, het godshuis is met zijn vrijwel gesloten gevels van donkere baksteen een opvallende verschijning in de historische binnenstad van Appingedam. Deze opmerking ten spijt, het merendeel van de aanwezigen roemde juist de verheven bouwstijl van het nieuwe kerkbouw. De bekende Groninger kerkenbouwer Egbert Reitsma (1892-1976) tekende voor het ontwerp. Hij liet zich daarbij inspireren door de architectuur van de Amsterdamse School. De kerk, sinds 1998 een rijksmonument, werd in 2010 aangekocht door Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt te Appingedam. In 2013 is gestart met een omvangrijke restauratie.

Een populaire bouwstijl De Amsterdamse School was in Groningen in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw enorm populair. Vanaf 1925, toen in Amsterdam de hoogtijdagen reeds voorbij waren, nam deze stroming in de bouwkunst een grote vlucht. Verspreid door heel Nederland werd de expressieve baksteenstijl uitgebreid nagevolgd, maar nergens op zo’n grote schaal als in stad en provincie Groningen. Architecten als Siebe Jan 1 De gereformeerde kerk is met zijn vrijwel gesloten gevels van donkere baksteen een opvallende verschijning in de historische binnenstad van Appingedam. De kleurstelling van het hout- en hekwerk is die van voor de restauratie. Foto David Woltinge.

21


2 Blikvanger is de hoog opgemetselde middenpartij van de gevel aan het diep waaruit een grote schijf tot boven het dak is doorgetrokken. Het zadeldak is zo sterk afgewolfd dat de dakpannen daar als gevelbekleding werken, een belangrijk kenmerk van de Amsterdamse School. Foto David Woltinge.

22

Bouma, Evert van Linge, Jan Boer en Egbert Reitsma bedienden zich van een wat sobere en zakelijke variant van de Amsterdamse School waarin de (rode) Groninger baksteen een prominente rol speelde. Dat de Amsterdamse School juist in Groningen wortel kon schieten, was te danken aan het stimulerende politieke en culturele klimaat. De gemeentelijke overheid was sterk so­ ciaaldemocratisch gekleurd en de invloed van de SDAP was in Groningen evenals in andere grote Nederlandse steden goed vertegenwoordigd. Voortvarend werd de woningbouw aangepakt. Ruime woonwijken werden aangelegd, grotendeels gebouwd in een sobere en zakelijke variant van de Amsterdamse school. Belangrijker nog was het culturele klimaat in Groningen. Daar manifesteerde zich de Groninger Kunstkring De Ploeg, die in 1922-1928 zijn meest expressieve jaren beleefde. Hef­ tige kleurcontrasten zetten de toon in het werk van de Ploegers: oranje, groen, blauw, geel, rood en paars spetterden in al hun felheid van de doeken af. Naast schilders, beeld­ houwers, dichters en schrijvers waren architecten lid. Ook Egbert Reitsma sloot zich aan. Hij kwam daar in aanraking met de moderne schilderkunst waarvan in zijn gebouwen vele sporen zijn aan te wijzen.

Huisstijl van de gereformeerden De Amsterdamse School liet ook duidelijk haar sporen na op de kerkenbouw van de gereformeerden. Als gevolg van de emancipatie van deze geloofsgemeenschap maakte de

kerkenbouw in de jaren twintig een enorme bloeitijd door. De eigen identiteit was belangrijk, wat mede tot uiting kwam in het streven naar een eigen karakter van het kerkgebouw. En juist in de onbevangen vormentaal van de Amsterdamse school lagen kansen om geheel nieuwe ideeën over de inrichting van het gebouw in de praktijk te brengen. Deze ideeën kwamen van Abraham Kuyper (1837-1920), de geestelijk leidsman van de gereformeerden, die aangegeven had aan welke eisen een eigentijds gereformeerd kerk­ gebouw moest voldoen. Hij legde de nadruk op de voornaamste functie van een gereformeerde kerk, die van vergader- en gehoorzaal, een plaats van samenkomst voor de gemeente. De gelovigen moesten elkaar goed kunnen zien en horen en daarvoor was de waaiervormige of centraal gerichte plattegrond het meest geschikt. De kerkgangers zaten straals­ gewijs op de kansel georiënteerd, het enige architectonische centrum van het gebouw waar ook het orgel, de avondmaalstafel en het doopvont een plek kregen. Het was vooral de in Ulrum geboren aannemerszoon Egbert Reitsma die de gereformeerde kerkenbouw een Amsterdamse School gezicht gaf. Met zijn eerste kerk in Kollum (1925) vestigde hij zijn naam als gereformeerd kerkenbouwer. Hij heeft zo’n veertig kerken verspreid door heel Nederland op zijn naam staan. De meest exuberante voorbeelden zijn die van Renkum (1927), Weesp (1928) en Andijk (1930). Ze vormen het hoogtepunt van kerkenbouw in de trant van het expressionisme. De laatstgenoemde kerk wordt daarom ook wel 'de gereformeerde kathedraal' genoemd.


Sober maar expressief Reitsma’s kerk in Appingedam is een stuk soberder, maar niet minder indrukwekkend. De kerk ligt op de hoek van de Dijkstraat en de Sint Annastraat, aan het Damsterdiep. Nadat de oude zaalkerk hier in 1926 in vlammen was opgegaan, kreeg Reitsma de opdracht voor het ontwerp van een nieuwe kerk met vergaderruimten. In januari 1927 had de aanbesteding plaats. Begin februari werd met de bouw begonnen, maar in maart kwam er een flinke tegenslag. De grondslag waarop gebouwd werd – de fundamenten van de oude kerk uit 1868 – bleek een slappe kleilaag te zijn. Er moest daarom geheid worden. Maar liefst 85 palen gingen de grond in. Ook de nieuwe kerk kreeg een rechthoekige plattegrond, maar breder dan zijn voorganger. Als gevolg van de beperkte ruimte koos Reitsma voor een gesloten bouwvolume met strakke omtreklijn, pal gesitueerd op de straat en het Damsterdiep. Voor de hoofdingang aan de Dijkstraat was zo nog plaats voor een klein voorplein. Blikvanger is de hoog op­ gemetselde middenpartij van de eindgevel aan het Damsterdiep waaruit een grote schijf tot boven het dak is doorgetrokken. Het zadeldak is zo sterk afgewolfd dat de dakpannen daar als gevelbekleding werken, een belangrijk kenmerk van de Amsterdamse School. Het uiterlijk van de kerk wordt bepaald door de hoge, nagenoeg gesloten wanden van paarsbruine mondsteen. Dat is een gesinterde, vaak vervormde doorbakken baksteen met donkere kleurschakeringen. Reitsma en collega-architecten hadden een uitgesproken voorkeur voor deze ‘misbaksels’ vanwege hun expressieve kwaliteiten. Zoals gebruikelijk bij veel kerken die Reitsma bouwde, paste hij ook hier verschil4 (rechts) Het interieur maakt een imposante indruk door de parabolische dakspanten. De geometrische plafonddecoratie gaat naadloos over in de verticale glas-in-loodstroken. Opname van voor de restauratie. Foto Norma van der Horst. 5 (onder) Opname na de restauratie. Foto David Woltinge.

3 Zoals gebruikelijk bij veel kerken die Reitsma bouwde, paste hij ook hier versch illende metselverbanden toe. In combinatie met diepliggend voegwerk zorgde dat voor een rijke schaduwwerking en kregen de gevels een expressief en levendig karakter. Foto David Woltinge.

23


6 (boven) Reitsma ontwierp een geometrische plafonddecoratie die op logische wijze met de architectuur van het gewelf verbonden is. Vooral Reitsma gebruikte abstracte composities die verwant zijn aan het kubisme van leden van De Ploeg. Foto David Woltinge. 7 (midden) Detail van de korbelen uit rondhout van waaruit de parabolische spanten ontspringen. Opname van voor de restauratie. Foto Norma van der Horst. 8 (onder) Na de kleurrestauratie. Foto David Woltinge.

lende metselverbanden toe. In combinatie met diepliggend voegwerk zorgde dat voor een rijke schaduwwerking en kregen de gevels een expressief en levendig karakter. De weinige ramen in de kerk zijn voorzien van glas-in-loodvensters. Het meeste licht komt binnen door de grote verti足 cale lichtstroken in het zadeldak. Daarmee is de inkijk vanaf de straat vermeden, wat de intimiteit van het liturgische gebeuren ten goede komt.

Gesamtkunstwerk

24

Het interieur van de kerk maakt een imposante indruk door het parabolische tongewelf waarvan de aanzetten op bijzondere wijze in het muurwerk zijn opgenomen. Boven de rechthoekige kansel bevindt zich het orgel, naar toenmalige opvattingen zonder kas, tegen een achtergrond van gemetselde baksteen. Het oude uit 1899 stammende orgel werd in 1949 vervangen door het huidige. De galerij, waar vanaf het begin af aan rekening mee was gehouden, werd vijftig jaar later toegevoegd. Toen bleek de mogelijke uitbreiding naar circa zevenhonderd zitplaatsen inderdaad nodig te zijn voor de morgendiensten. Blikvangers in de kerk zijn vooral de geometrische plafondschildering en het kleurgebruik. Met eenzelfde zorgvuldigheid en een groot oog voor detail namen de architecten van de Amsterdamse School het interieur onder handen. Ze streefden naar een allesomvattende vormgeving, waarbij het interieur in volledige harmonie moest zijn met het gebouw. Ieder onderdeel, van meubel tot deurknop, werd speciaal door hen vervaardigd en als samenhangend geheel ontworpen, een waar Gesamtkunstwerk. Dat valt ook te zien in de Damster kerk. Egbert Reitsma dacht na over elk detail: glas-in-lood, de banken, de preekstoel, kleurtoepassing, alles is door hem bedacht en vormt een eenheid. Reitsma ontwierp een geometrische plafond足 decoratie, verwant aan het werk van Ploegleden als Wobbe Alkema die op logische wijze met de architectuur van het gewelf verbonden is. De schildering gaat naadloos over in de glas-in-loodstroken. Een donkere, huiselijke sfeer was typerend voor het Amsterdamse School-interieur. Kleine ramen, glas-in-lood en donkere houtsoorten droegen in hoge mate bij aan de beoogde intimiteit en beslotenheid. Dat gold ook voor het kleurgebruik. Dat was doorgaans zwaar en intens. Expressieve complementaire kleurenparen als paars/geel, blauw/oranje,


9 (boven) Ook de kerkbanken kregen weer hun oorspronkelijke kleuren. Foto David Woltinge. 10 (midden) De kanselschildering van de hand van Egbert Reitsma die bij de restauratie tevoorschijn kwam. Foto David Woltinge. 11 (onder) Deze opvallend architectonisch vormgegeven doopvont in hout, koper en gehamerd tin ontwierp Reitsma speciaal voor de preekstoel. Nu bevindt het zich in Museum Stad Appingedam. Foto Norma van der Horst.

en rood/groen, vaak met een zwarte omlijsting of hier en daar met een goudkleurig randje, waren veelgeziene kleurencombinaties in stad en provincie Groningen, zowel voor het buiten- als binnenschilderwerk. Dat Egbert Reitsma een gedurfde kleurstelling hanteerde, laat de restauratie goed zien. De kerkzaal had in de loop der jaren veel van zijn oorspronkelijke kleurigheid verloren. Verflagenonderzoek leidde tot een zo dicht mogelijke benadering van het oorspronkelijke interieur. Kobaltblauw, oranje, groen en bruintinten voeren de boventoon met daarbij accenten in zwart en zelfs goud. De kansel is opnieuw uit bruin gebeitste multiplexpanelen opgebouwd. Een opvallend detail is de kanselschildering die van onder de in de jaren zeventig aangebrachte triplex­ bekleding tevoorschijn kwam. Hoewel niet echt passend bij het interieur, is het wel duidelijk dat de schildering van de hand van Egbert Reitsma vanaf de begintijd op de preekstoel aanwezig is geweest.

Besluit Reitsma’s kerk krijgt evenals andere kerken in het historische centrum van Appingedam een nieuwe invulling door een combinatie van kerkelijk, maatschappelijk en cultureel gebruik. En zo heeft de kerk, een van de mooiste voorbeelden van de ‘Groninger Amsterdamse School’, een nieuwe toekomst gekregen. Een toekomst die het dubbel en dwars verdient. Anja Reenders (1967) is opgeleid als architectuurhistoricus aan de RuG. Ze is ruim twaalf jaar werkzaam als hoofd Cultuureducatie bij IVAK de Cultuurfabriek. Daarnaast is ze sinds 2012 bij dezelfde instelling manager Projecten & Evenementen. Literatuur Anja Reenders, Norma van der Horst en Cees Stolk, Versteende Welvaart. Amsterdamse School op het Groninger Hoogeland (Groningen 2007). Wijbrand Havik en Arthur Blonk, Architectuurgids Provincie Groningen [1900-1994] (Groningen 1994). Herma Hekkema, S.J. Bouma 1899-1959 (Groningen 1992) J. Jonker e.a., Een kerk op weg…150 jaar Gereformeerden in Appingedam (Groningen 1985). G. de Jong en K. van der Ploeg, ‘Gereformeerde kerken in de pro­ vincie Groningen’, Groninger kerken 10 (1993) 50-69, 90-107.

25


Mar tin Hillenga

Interview met Yvonne Nijlunsing

De avondmaalstafel van Garnwerd De Stichting Oude Groninger Kerken kan beschikken over de expertise van een aantal commissies. Zo zijn er speciale werkgroepen voor orgels, luidklokken en kerkhoven. Misschien het minst bekend is de meubelcommissie, officieel de ‘Adviescommissie meubelkunst’. Tijd om daar op deze plaats veran­ dering in te brengen, want ze verricht baanbrekend werk dat nationaal de aandacht trekt. Bijvoorbeeld met de nu onderhanden restauratie van avondmaalstafel uit de kerk van Garnwerd.

26

Samenwerking

Wisselwerking

De meubelcommissie kent qua samenstelling een overlapping met de Stichting Freerk J. Veldman; daar werkt ze voor onderzoek dan ook nauw mee samen. Deze stichting werd in 1999 opgericht ter gelegenheid van het afscheid van de naam­gever als conservator van de Menkemaborg te Uithuizen en stelt zich ten doel het Groninger en noordelijk meubel te bestuderen en te documenteren. Lid van zowel commissie als stichting is houtbewerker en meubelrestaurator Yvonne Nijlunsing. Haar inbreng wordt door voorzitter prof. dr. Christiaan Jörg uitbundig geprezen: ‘Yvonne kijkt met haar handen’. Reden om haar nader te spreken in de werkplaats in Den Andel.

Yvonne Nijlunsing draait de bewering meteen om. ‘Juist his­ torische kennis en vaardigheden zijn nodig om een meubel te begrijpen. Het gaat om de wisselwerking tussen hout­ bewerker en historicus, om zo veel mogelijk informatie bij elkaar te kunnen brengen’. Behalve met (kunst)historici werkt Nijlunsing vaak samen met Geert Mertens, meubelrestau­ rator van de Menkemaborg, met wie ze ‘de lastige klussen’ benadert. Enige historische kennis is ook nodig voor het meubel waar ze nu aan werkt, de avondmaalstafel afkomstig uit de kerk van Garnwerd. ‘De tafel werd aan het eind van de zeventiende eeuw gemaakt door een witwerker, een timmerman

De avondmaalstafel (‘kwabtafel’) in de werkplaats van Yvonne Nijlusing. Foto Omke Oudeman.


die alleen met zachte houtsoorten mocht werken. Het gebruik van eikenhout was voorbehouden aan de kistenmakers. Die hadden ook een eigen gilde.’ Het blanke hout werd vaak van een afwerklaag voorzien. ‘In dit geval is het lindehout afgewerkt met kalk met een lijmoplossing. Deze is dan weer geschilderd. Het unieke aan de tafel uit Garnwerd is dat de oorspronkelijke afwerklaag nog aanwezig is. Vaak hebben latere schilders het hout weer helemaal blank gemaakt voordat ze aan slag gingen, maar in dit geval dus niet.’

De tafel De gebeeldhouwde tafel werd omstreeks 1660-1690 vervaardigd. Waarschijnlijk stond het meubelstuk eerst in een borg in de omgeving van Garnwerd, voordat het in de kerk belandde. Ook in dat opzicht lijkt de tafel wel op die in de Aduarder kerk, eveneens afkomstig uit een borg. De tafel heeft een wat ongebruikelijke vorm, met poten in de gestalte van een fabeldier (griffioen); de adelaarskoppen gaan over in een klauw- en balvoet. Het overige snijwerk verschilt niet van andere tafels uit dit genre. De motieven bestaan uit guirlandes met bloemen en vruchten, en op de voorregel een prominent aanwezige adelaar. Het tafelblad is van marmer. ‘Het is een wonder dat zo’n tafeltje het zo lang heeft volgehouden’, aldus Nijlunsing. ‘In het midden van de negentiende eeuw is de gammel geworden constructie nog eens verstevigd met een ijzeren band. Op grond van de maten van het ijzer en de spijkers, door smid Ron Caspers uit Warffum, hebben we deze ingreep kunnen dateren rond 1840.’

Vislijm Voordat de tafel in de werkplaats van Nijlunsing terecht kwam, moest eerst de basislaag van krijt en lijm weer worden vastgezet. ‘Dit is minutieus gedaan door Martijn de Ruijter uit Amsterdam. Hij heeft alle losse schilfers op het hout terug­

De kop van een fabeldier (griffioen) op één van de tafelpoten. Foto Omke Oudeman.

gelijmd door middel van een vislijm. Met een heel dun kwastje is de substantie onder de losse gemarmerde lagen aangebracht. Daarna heeft hij met een klein strijkijzertje deze laag weer teruggeduwd. Hierdoor zit de gehele authentieke afwerklaag weer vast en is de tafel hanteerbaar.’ Door Nijlunsing kan nu de tweede fase in gang worden gezet, restauratie van het houtwerk van de tafel. Ze vult het ontbrekend snijwerk weer aan en verstevigt opnieuw de constructie, door de losse delen te verlijmen met beenderlijm en het negentiende-eeuwse ijzerwerk weer aan te brengen. ‘Daarvoor gebruik ik zelfs de oorspronkelijke spijkers. Die worden bestreken met tannine, om de roest te fixeren, en daarna gelakt.’ De laatste hand is voorbehouden aan Jilt Heidstra, die het retoucheerwerk zal uitvoeren. Alle stappen in het proces worden nauwgezet gedocumenteerd. Ook van de zijde van andere professionals is er warme belangstelling voor de restauratie. Onlangs bracht bijvoorbeeld een delegatie van het Rijksmuseum nog een bezoek aan de werkplaats in Den Andel. ‘Hopelijk zijn mensen niet teleurgesteld na al het werk. De tafel zal er gewoon weer oud uitzien.’ Maar het museale stuk is dan wel opgewassen tegen de komende eeuwen. De restauratie werd mogelijk gemaakt door de Bredius-­ Stichting.

De voorregel van de tafel, met snijwerk in de vorm van een adelaar, begeleid door guirlandes van vruchten en bloemen. Foto Omke Oudeman.

27


Op Hoogte Gedacht

Bij een stenen poort op het kerkhof van Woltersum Deze poort ga je niet zomaar door: je bent al aan de rand van het kerkhof op de hoge wierde en je kijkt uit over het lege land. Je draait je om en gaat zitten op de stenen bank die een eindje voor de poort staat en die er onder past als de onderrand van een schilderijlijst. Want dat is deze poort: een lijst om het landschap. Hetzelfde landschap waar al deze doden geleefd hebben die hier begraven liggen. Govert Grosfeld

Poort en Bank De vorm van JCJ Vanderheyden’s beeld op het kerkhof van Woltersum, een poort met daarvoor een bankje, is afgeleid van zijn schilderijen uit begin jaren zestig, met het kader als een abstract motief. Zijn beeldtaal gaat via de grote schilders uit de jaren vijf­tig (Klein, Rothko, Newman) terug op de pioniers van begin twintigste eeuw (Mondriaan, Malewitsj, Kandinsky). Vanderheydens taal is echter leeg, stil en neutraal. In zijn schilderijen gaat het erom dat een actief element in de beeldtaal, als het ware, verandert in een receptief element. Het schilderij van een kader nodigt uit tot projecties. Hier, in de context van het kerkhof, vestigt het motief van de poort letterlijk de blik op het landschap waarop de kijker uitkijkt. Door de abstracte aard van het beeld wordt ook een ander perspectief geopend, namelijk dat van een innerlijk landschap. Mark Kremer JCJ Vanderheyden (’s-Hertogenbosch 1928-2012) woonde en werkte sinds 1957 in ’s-Hertogenbosch.

28

Foto John Stoel


Nieuwbouw Verbouw Renovatie Restauratie

Haven Zuidzijde 7 9679 TD Scheemda Tel. 0597-55 19 09 Fax: 0597-55 29 98 E-mail: info@boerbouw.nl www.boerbouw.nl

Orgel te Tolbert. Gerestaureerd in 2001

Het Lohman-orgel in de Middeleeuwse kerk te Zuidwolde

MENSE RUITER orgelmakers b.v.

Oosterseweg 13 9785 AD Zuidwolde (Gron.) Tel. 050-3010550 - Fax 050-3010560 E-mail: info@menseruiter.nl www.menseruiterorgelmakers.nl


Het succes van automatisering Het klinkt misschien wat vreemd, maar… Het succes van automatiseren begint met koffie drinken bij de klant. Vanaf de start hanteert Arrix Automatisering deze aanpak. Je moet immers eerst een goed beeld vormen van de klantsituatie, voordat er gedacht kan worden aan automatiseren. Naast het persoonlijk contact is klare taal een onmisbaar gegeven. Onze medewerk(st)ers gebruiken geen ingewikkelde ICT-termen, maar communiceren in begrijpelijk Nederlands. De klant staat bij Arrix centraal en wij verplaatsen ons graag in zijn situatie (“Voelen hoe het voelt”). Daarmee creëren wij altijd een win-win-situatie. Meer weten? Kijk op onze website naar onze relatiegedreven aanpak of bel geheel vrijblijvend voor een persoonlijk gesprek. Het succes van automatiseren begint met koffiedrinken… Heideanjer 2, Drachten, T. 0512 - 543 221, Meer weten? www.arrix.nl

UW BOUWPARTNER

VOOR:

NIEUWBOUW RENOVATIE / RESTAURATIE ONDERHOUD VAN: - BEDRIJFSPANDEN - WOONCOMPLEXEN - WONINGEN AAN EN VERBOUW VAN UW WONING

G R O N I N G E N KIELER BOCHT 33  0 5 0 - 5 7 5 7 8 0 0

E M M E N

NAUTILUSSTRAAT 7  0 5 9 1 - 6 5 7 9 0

W W W . B R A N D S B O U W . N L


Postbus 5086 9700 GB Groningen

T 050-2100194 M 06-26888044

www.tomfeith.nl info@tomfeith.nl

Schildersbedrijf  W. Dijkema Noorderstraat 5 9989 AA Warffum telefoon (0595) 42 22 67 Ook leveren wij professionele verven, dubbele beglazing, voorzetramen en alle bijkomende schildersmaterialen

Voor al uw - voegwerken - voegwerkrestauratie - gevelreiniging Noordveenkanaal n.z. 21 7831 aw Nieuw Weerdinge tel. 0591 - 522 258 / 522 770 fax 0591 - 521 016

De Schilder, de beste vriend van je huis


Met een passie voor panden met geschiedenis 050 403 14 83 info@laurenshout.nl www.laurenshout.nl

Timmer- en restauratiewerken

|

Interieur ontwerp en uitvoering

AdvLaurenshout_OGK_2013.indd 1

Bouwbedrijf W.H. Blokzijl

Hoofdweg 154 Blijham Telefoon 0597 - 56 12 25 fax 56 12 83 Utiliteitsbouw Restauratie Particuliere bouw Houtskeletbouw Onderhoud Renovatie Verbouw

Voor al uw bouwwerken

|

Deskundig in duurzaam (ver)bouwen 23-01-13 10:00


VASTGOED ONDERHOUD

BEGLAZING, WANDAFWERKING, DEALER VAN RUYSDAELGLAS, INDUSTRIEEL SPUITWERK, RESTAURATIE & HOUTRENOVATIE

H O LSTEIN

r es ta uratie architectuur Kantoren Insulinde Bankastraat 42 J 9715 CD Groningen tel.: 050 5770059 fax: 050 5771904 info@holstein-restauratie.nl www.holstein-restauratie.nl Neem contact op met Robert van der Maar op 050-549 41 71 Koldingweg 15 • 9723 HL Groningen • Fax 050-549 46 31 • E-mail info@vdmaar.nl • Website www.vdmaar.nl

Naamloos-2 1

Hoveniersbedrijf Coen Overdevest Leens Wierde 4 tel. 0595-571187

www.overdevesthoveniers.nl VCA gecertificeerd. Groenkeur gecertificeerd bedrijf.

Lid VHG

06-02-12 21:2

Ontwerp, aanleg, onderhoud, (sier)bestrating en complete terreininrichting

Voor: * een compleet tuinontwerp en/of beplantingsplan * complete terreininrichting * de aanleg van uw tuin * onderhoud aan uw tuin b.v.: - renovatie - voor- of najaarsbeurt - maandelijks onderhoud - wekelijks maaien van uw gazon - gazononderhoud zoals bemesten en verticuteren (mosbestrijding) - enz. * snoeien van bomen en heesters * kappen van bomen * plaatsen van schuttingen, pergola’s, tuinhuisjes, bielzen, hekwerken enz. * aanleg van sierbestrating, grindpaden, schelpenpaden, enz. * aanleg van vijvers * het leggen van graszoden * ontwateren v/d tuin d.m.v. drainage * levering van bomen, heesters, coniferen, vaste planten, haagen bosplanten, potgrond, bemeste tuinaarde, gedroogde koemest, kunstmest en alle tuinmaterialen.


www.kleioskoop.nl Kleioskoop, het historisch onderzoeksbureau van Bernardine Beenackers, realiseert grote en kleine cultuurhistorische projecten in opdracht van erfgoedinstellingen, overheden, scholen en particulieren.

* zie ook: groningerkerken.nl/jubileumactie

Vlaamse steun* voor uniek Gronings erfgoed

Jan Verrelst, Antwerpen

Antoon de Baets, Gent-Groningen

Als door een wonder is in Noord-Nederland een schat aan religieus erfgoed bewaard gebleven. De bijzondere betekenis ervan wordt in binnen- en buitenland erkend. De Stichting Oude Groninger Kerken is al 45 jaar succesvol met het restaureren, beheren en hergebruiken van monumentale kerken en orgels. Steun ons werk. En geniet ervan.

1040-SOGK-A-190x136mm[05].indd 1

Maurice van Stiphout, Leuven

Word ook donateur! Dat kan al vanaf â‚Ź 17,50 per jaar. Nieuwe donateurs ontvangen een mooi welkomstpakket. Het eerste jaar krijgt u bovendien ons gewaardeerde kwartaalmagazine gratis!

050 3123569 | info@groningerkerken.nl 04-12-13 16:28

Groninger kerken - januari 2014  

Januarinummer 2014 van het tijdschirft Groninger kerken - kwartaalltijdschirft

Groninger kerken - januari 2014  

Januarinummer 2014 van het tijdschirft Groninger kerken - kwartaalltijdschirft

Advertisement