Issuu on Google+

Inzine Inzicht in de activiteiten van GGZ Friesland op het gebied

van wetenschappelijk onderzoek & opleiding

Onderzoek zorgt al jaren voor kwaliteitsverbetering in de psychiatrie

> P-OPLEIDING MAAKT VAN

September 2011

> LEEFSTIJLINTERVENTIE IN DE > HOE VOORKOMEN WE EEN WOONVORMEN PSYCHOSE?

PSYCHOLOGEN PROFESSIONALS


inhoud coluMn

Uitgebreid onderzoek naar psychoses

4

8

'Je ziet patiënten duidelijk herstellen'

‘Onderzoek en opleidingen waarborgen kwaliteit!’

2

Waarom wetenschappelijk onderzoek en opleiding? Hebben we het met de zorg en alle veranderingen daarin alleen al niet druk genoeg? In dit nummer maakt u kennis met een aantal activiteiten van de afdeling WO&O van GGZ Friesland. We willen u deelgenoot maken van interessante ontwikkelingen en u een impressie geven van wat op dit gebied gebeurt binnen de organisatie.

GGZ Friesland is een moderne organisatie, die doelmatigheid en kwaliteit van de zorg, zelfsturing door de klant en duidelijkheid van het behandelaanbod zeer hoog in het vaandel heeft staan. Daarbij horen een aantal vernieuwende trends en ontwikkelingen. Het onderzoeken van innovatieve interventies op de doelmatigheid ervan, of ze aansluiten bij de vraag van verschillende doelgroepen en of ze kosteneffectief zijn is daarbij onmisbaar. Om de zorg te verbeteren wordt op dit moment binnen de organiatie gewerkt aan zorgprogrammering, effectmeting van de zorgpaden daarin met routine outcome monitoring (ROM), zelfmanagement en personal health records, en de ontwikkeling van laagdrempelige zelfsturende interventies. Dat laatste onder het nieuwe label DENK. GGZ Friesland is hiermee bezig een koppositie in te nemen en om dat daadwerkelijk te bereiken wordt stevig geïnvesteerd in onderzoek en opleiding.


10

Wat maakt je kwetsbaar voor een psychose?

'Het vak leer je niet uit boekjes'

Van het lab naar de praktijk

Verbeteringen en veelbelovende interventies komen naar voren uit voorbereidend fundamenteel onderzoek. Dat wordt onder meer gedaan in de interventielaboratoria die momenteel in het Universitair Centrum voor Psychiatrie van het UMCG worden opgezet, in nauwe samenwerking met GGZ Friesland. Maar de interventies moeten altijd in de praktijk op hun merites worden getoetst. De systematisch opgezette zorgpaden, die voor elke stoornis precies beschrijven hoe deze het beste behandeld kan worden, bieden hiervoor een goede mogelijkheid. Daarbij is naast de effectiviteit ook de praktische uitvoerbaarheid, de aansluiting bij de vraag van deze doelgroep en kosteneffectiviteit een belangrijk onderzoeksaspect. Maar ook voor het laagdrempelige, zelfsturende aanbod van Denk, dat wordt ontwikkeld voor veelvoorkomende problemen die de psychische gezondheid bedreigen, is dergelijk onderzoek van essentieel belang. Dit omdat de effectiviteit van deze interventies

14

En verder Sterk onderzoek verbetert de veerkracht van kinderen 5 Woonvormbewoners verdiepen zich in gezond leven 6 De WII laat kliniekbewoners bewegen 7 P-opleiding maakt van psychologen professionals 11 'Voorspellen van suĂŻcide is moeilijk!' 20 Behandelkeuzes maken door shared decision making 15 WEGWEIS geeft de patiĂŤnt de touwtjes in handen 16

vaak nog niet is vastgesteld, en bovendien omdat het preventieve oogmerk van deze interventies, om het ontstaan van stoornissen te voorkomen, nog moet worden aangetoond. De banden met het UMCG en andere noordelijke GGZ-instellingen zullen de komende jaren verder worden aangehaald, omdat gemeenschappelijke inspanningen grotere projecten mogelijk maken en meer betekenisvolle resultaten zullen opleveren.

Aan supervisoren worden hoge eisen gesteld, wanneer het gaat om professionele standaarden en de kwaliteit van de zorg en de organisatie daarvan. Opleiding blijkt in de praktijk een van de beste waarborgen voor een voortdurende vernieuwing. Bovendien biedt het onze organisatie de mogelijkheid uit een keur van hoogopgeleide professionals de besten te selecteren om de eigen gelederen te versterken en verversen.

opleidingen

In dit nummer leest u over een aantal van de onderzoeksprojecten die op dit moment door GGZ Friesland worden uitgevoerd en over de verschillende professionele en specialistenopleidingen en wat daar plaatsvindt. Ik hoop dat dit u een indruk geeft van de vitaliteit en het potentieel van dit onderdeel van GGZ Friesland. Voorheen was onderzoek een versnipperde activiteit, bedreven door liefhebbers. Anno 2011 is het een vast, onmisbaar onderdeel van de verbetercyclus van het zorgaanbod.

Naast onderzoek investeert GGZ Friesland in de opleiding van artsen (co-assistenten), psychiaters, klinisch geriaters, huisartsen, GZ-psychologen, psychotherapeuten, klinisch psychologen en GZ-verpleegkundig specialisten: deze kunnen uitsluitend gedijen in een state of the art GGZ-organisatie. Enerzijds dragen de opleidingseisen, door externe visitatie gewaarborgd, bij aan een voordurende kwaliteitsimpuls. Anderzijds zorgt de voortdurende stroom van nieuwsgierige, ambitieuze professionals ervoor dat de zittende garde scherp moet blijven en dat vanzelfsprekendheden op de proef worden gesteld.

Namens de afdeling WO&O, Lex Wunderink, psychiater en A-opleider

3


‘je ziet patiënten duidelijk herstellen’ paspoort psychi ater in

Nationaliteit Leeftijd Werk Studie Reizen Vervolg studie

In het werkveld

opleiding

Nederlandse 29 jaar Psychiater in op leiding GGZ Frie sland Geneeskunde aan de RUG (2000-20 06) Start Universitair e Opleiding Psy chiatrie Maastricht (2006 -2009) Wereldreis (2009 -2010) Psychiater in op leiding bij GGZ Friesland (sinds mei 2010) Per november 20 11 psychiater in het zorgprogramma stemmingsstoo rnissen

4

BINNEN DE POLIKLINIEK ANGST& STEMMINGSSTOORNISSEN IN LEEUWARDEN WERKT REMCO DIJKSTRA ALS PSYCHIATER IN OPLEIDING IN EEN MULTIDISCIPLINAIR TEAM. ZIJN PATIËNTEN HEBBEN TE KAMPEN MET EEN ANGSTSTOORNIS, EEN BIPOLAIRE STOORNIS ÓF MET EEN ERNSTIGE DEPRESSIE.

Remco is over een aantal maanden klaar met zijn medische specialisatie en gaat vervolgens als psychiater aan de slag bij GGZ Friesland. Hij heeft absoluut geen spijt van zijn studiekeuze: ‘Psychiatrie is het meest afwisselende vak in de geneeskunde. Mijn dagelijkse werk bestaat uit het zien van boeiende patiënten met complexe problematiek. Daarnaast kom ik in crisissituaties bij mensen thuis, op politiebureaus, op verpleegafdelingen en bij de spoedeisende hulp van algemene ziekenhuizen, op gesloten afdelingen van het psychiatrisch ziekenhuis en in de gevangenis. We zijn zelfs te vinden in de operatiekamer voor het toedienen van ECT (electroconvulsietherapie).’

driedimensionaal

Psychiaters zijn zo ongeveer de enige medisch specialisten die patiënten op een driedimensionale manier beschouwen. Ze hebben niet alleen oog voor biologische afwijkingen of ziektes, maar vormen zich ook een beeld van de persoonlijkheid, de innerlijke wereld en de sociale omgeving van de mens die ze tegenover zich hebben zitten. Een ander belangrijk pluspunt van de psychiatrie is dat er veel ruimte is voor persoonlijke ontwikkeling. Het zelf ondergaan van psychotherapie of 'leertherapie', met een minimum aantal van vijftig sessies, is een verplicht onderdeel van de opleiding. ‘Ik ben


d 06) trie

nd

en

bij een psychoanalyticus ‘in behandeling’ geweest en dit heeft er bijvoorbeeld voor gezorgd dat ik mij beter kan afgrenzen voor de problemen van patiënten’.

VERBETERT DE VEERKRACHT VAN KINDEREN

Mondiale psychiatrie

De opleiding neemt dan ook een aantal jaren in beslag. Met een verse bul Geneeskunde op zak, vertrekt Remco begin 2006 vanuit zijn studiestad Groningen naar bourgondisch Maastricht om daar te starten met de psychiatrieopleiding. Na de driejarige basisopleiding vertrekt hij voor een wereldreis. In landen als Japan, Colombia en Malawi bezoekt hij psychiatrische inrichtingen, waar sommige patiënten onder erbarmelijke omstandigheden leven. Om een indruk te krijgen van het reilen en zeilen in de klinieken loopt de psychiater in spé een week lang mee met de plaatselijke psychiaters. In de ontwikkelingslanden staat Remco oog in oog met schrijnende situaties door een overschot aan patiënten tegenover een tekort aan psychiaters. ‘Gelukkig hebben alle Nederlanders wél toegang tot psychiatrische zorg en is de kwaliteit van zorg hier van een erg hoog niveau.’

als een vis in het water

Na dit ‘geweldige jaar' keert Remco terug naar Friesland waar hij oorspronkelijk vandaan komt. ‘Mijn geld was volledig op’. De laatste anderhalf jaar van de A-opleiding maakt hij af in Leeuwarden. In het team van de poli Angst & Stemmingsstoornissen voelt hij zich als een vis in het water. ‘Soms zien onze patiënten het absoluut niet meer zitten, maar 90% van alle mensen met een depressie krijgen we er bovenop! Mooier werk kan ik me niet voorstellen!’ ‘De kracht van een goede psychiater? Je moet heel goed kunnen luisteren, je mag niet snel oordelen en je moet nieuwsgierig zijn tot op het bot!’

KINDEREN VAN OUDERS MET EEN ANGST- OF STEMMINGSTOORNIS LOPEN EEN VERHOOGD RISICO OP PSYCHISCHE KLACHTEN. HET sTerk onderZoek BRENGT MOGELIJKE KLACHTEN IN KAART EN ONDERZOEKT OF EEN INDIVIDUELE TRAINING DE KANS OP PROBLEMEN VERMINDERT.

Kinderen tussen 8 en 18 jaar, met ouders die een angst- of stemmingsstoornis hebben, komen in aanmerking voor het onderzoek. Na de aanmelding worden er vragenlijsten ingevuld om te kijken of er sprake is van hoogrisico of mogelijke klachten. Tijdens een intakegesprek bij jeugdpsychologen Ilse Dijkstra en Liza Muskee worden klachten besproken en beoordeeld. Indien nodig worden kinderen doorverwezen naar de reguliere zorg. De kinderen die meedoen aan het onderzoek worden ingedeeld in de trainings- of controlegroep. De individuele training duurt drie maanden en is gericht op het versterken van zelfvertrouwen. De kinderen en hun ouders worden gedurende twee

jaar door Renee Stelwagen gevolgd. Als onderzoeksmedewerkster is ze samen met Sybolt Okke de Vries, psychiater in het zorgprogramma Angst en Stemming, verantwoordelijk voor het onderzoek. Zij is betrokken bij de werving en screening van deelnemers. Renee vertelt: ‘De gezinnen die op dit moment deelnemen aan de studie zijn erg betrokken en doen mee uit zorg voor hun kinderen’. Om het onderzoek te laten slagen, heeft STERK nog meer gezinnen nodig. Kent u ouders met een angst- of stemmingsstoornis? Neem dan contact op met Renee: 0515 – 74 04 15 of renee. stelwagen@ggzfriesland.nl of kijk op www. sterkonderzoek.nl.

en Het STERK onderzoek wordt uitgevoerd vanuit de Rijksuniversiteit Groning

5


Patiënten van twintig locaties van GGZ Friesland Wonen doen mee aan het onderzoek ‘Effectiviteit van Leefstijl Interventies in de Psychiatrie (ELIPS)’. Bij de helft van deze woonvormen lopen leefstijladviseurs van de Hanze Hogeschool rond, die zowel de medewerkers als de patiënten uitleg geven over gezonde voeding en het nut van bewegen. De andere helft dient als controlegroep. Twee bewoners in Franeker zijn enthousiast over het project. Ze gaven aan te letten op ongezonde en gezonde vetten en meer te bewegen sinds de leefstijlinterventie gestart is.

6

Woonvormbewoners verdiepen zich in gezond leven In totaal gaat de interventie, die is opgezet door Frederike Jörg, werkzaam op de afdeling Wetenschappelijk Onderzoek & Opleidingen, een jaar duren. In groepsverband worden verschillende keren per week laagdrempelige beweeg- en voedingsactiviteiten aangeboden.

Metabool syndroom

Ze vertelt: ‘Mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen hebben door het gebruik van antipsychotica, ongezonde eetgewoontes en gebrek aan beweging een gezondheidsrisico. Binnen GGZ Friesland voldoet vijfendertig procent van de patiënten aan de criteria van het metabool syndroom. Binnen woonvormen is dit zelfs 50%. Ze kampen dan

bijvoorbeeld met overgewicht, een hoge bloeddruk of bloedsuikerspiegel, teveel ongezonde vetten in het bloed en te weinig gezond cholesterol.’ Frederike vindt het belangrijk dat hier wat aan verandert: ‘Tot nu toe is vooral onderzocht of het helpt om patiënten te informeren over een gezonde leefstijl, maar dat blijkt niet voldoende. Onze aanpak betreft vooral het gezonder maken van de omgeving, zodat een gezonde keuze gemakkelijker wordt. Binnen de woonvormen is er een ruim aanbod aan bewegingsactiviteiten en kunnen bewoners voldoende gezonde producten krijgen.


Else Inge Schaafsma is de teammanager van het team dat de metingen verricht die vergeleken worden. ‘Als de patiënt inderdaad het metabool syndroom heeft, dan heb je tien tot vijftien keer meer kans op hart- en vaatziekten. Ook kun je dan sneller suikerziekte ontwikkelen. Juist omdat onze patiënten hier zo vaak last van hebben, is het nuttig daar extra aandacht aan te besteden.’

eerder onderzoek

GGZ Friesland is in 2009 gestart met een pilot van ELIPS. ‘Kliniekbewoners uit Heerenveen deden mee aan een acht weken durend activiteitenprogramma en een vergelijkbare patiëntengroep uit Leeuwarden diende als controlegroep. Ondanks de korte looptijd constateerde Frederike al een voorzichtige trend. ‘Aan de Dammelaan zagen we

gedurende deze acht weken de concentratie glucose en triglyceriden in het bloed toenemen, terwijl deze in Heerenveen volledig stabiliseerde. Daarnaast nam de buikomvang van de patiënten in Heerenveen iets af’, legt Frederike uit. ‘Wat ook opviel, is dat mensen die niet meededen aan het onderzoek wel gezonder gingen leven. Ze liepen bijvoorbeeld naar hun werk in plaats van de bus te nemen.’ Frederike constateert ook nu weer interessante ontwikkelingen. ‘Medewerkers in Heerenveen hebben het dienstrooster in het weekend veranderd zodat er structureel tijd is voor beweeg- en sportactiviteiten met bewoners. Overal worden bestellijsten aangepast en restaurants van GGZ Friesland hebben een groter aanbod van gezonde producten. Ook staat de frituur niet meer de hele dag aan’.

DE WII LAAT KLINIEKBEWONERS BEWEGEN

Gebleken is dat het gewicht van patiënten, die langdurig opgenomen zijn, vaak toeneemt. Suikerziekte en andere overgewichtziektes liggen op de loer. Om diabetes te voorkomen en te handhaven is een gezonde levensstijl essentieel. Niet roken, vezelrijk en regelmatig eten, niet teveel vet, zoet of zout, niet meer dan twee glazen alcohol per dag. Ook bewegen is essentieel voor lichaam en geest. Door het langdurig gebruik van farmacotherapie, wordt ook het risico op het metabool syndroom aanzienlijk groter. Het nieuwe Wii-systeem maakt bewegen voor iedereen toegankelijk, ook voor patiënten in de kliniek die geen sportclub kunnen bezoeken. Met de Wii-afstandsbediening is iedereen in staat om actief spellen te spelen. Daniël van Dijk, psychiater binnen het zorgprogramma psychosen en rehabilitatie en Cherryl van Alst, arts-assistent in opleiding tot psychiater, onderzoeken Wii-games als preventiemiddel en als behandeling van het metabool syndroom. Onder begeleiding werken patiënten, vaak met plezier, met de Wii aan hun bloeddruk, hun cholesterolgehalte, juiste bloedsuikerwaardes en aan het verminderen van obesitas.

7


Uitgebreid onderzoek naar psychoses EEN PSYCHOTISCHE EPISODE, KORTWEG EEN PSYCHOSE, HEEFT VAAK GROTE GEVOLGEN. PERSONEN MET DEZE HERSENZIEKTE, HEBBEN VAAK LAST VAN WANEN EN HALLUCINATIES. ZE ZIEN, HOREN EN ERVAREN DINGEN DIE ER NIET ZIJN EN KUNNEN ZICH DAARDOOR

8

ANGSTIG OF VERWARD VOELEN. MET EEN PSYCHOSE VERLIEST IEMAND HET CONTACT MET DE WERKELIJKHEID. Meestal openbaart een psychose zich bij jongvolwassenen. Hun toekomstperspectief krijgt daarmee een flinke deuk. Jongeren en jongvolwassenen worden daarom binnen GGZ Friesland gescreend met vragenlijsten, zodat we psychosen kunnen voorkomen’, vertelt Nynke Boonstra, onderzoeker binnen de afdeling Wetenschappelijk Onderzoek & Onderwijs. Deze vorm van preventie is mogelijk gemaakt door onderzoek. De afgelopen decennia is duidelijk geworden dat een combinatie van omgevingsfactoren, zoals drugsgebruik of wonen in de stad, en genetische en biologische factoren, een rol speelt bij het ontstaan. Maar hoe die factoren zich onderling verhouden, is nog niet uitgekristalliseerd. Nynke en haar collega Roeline Nieboer vertellen over onderzoeken waarin GGZ Friesland participeert.


diagnose en vertraging Nynke Boonstra promoveert 10 november in Franeker op onderzoek naar het verbeteren van de detectie van een eerste psychose. Eén van haar onderzoeken liet zien dat een psychotische stoornis relatief vaak onopgemerkt blijft, terwijl het snel starten van de behandeling erg belangrijk is. De patiënt herstelt sneller, houdt minder symptomen en functioneert zowel sociaal als cognitief beter als de behandeling is aangeslagen. Nynke richtte zich daarnaast op factoren die de tijd tussen de psychose en het starten van de behandeling verlengen (DUP). Daaruit bleek dat zeker in steden en als iemand immigrant is de meeste vertraging opgelopen wordt doordat de patiënt zelf geen hulp zoekt. Als een patiënt binnen een instelling al een andere diagnose heeft gekregen, wordt een psychose in sommige gevallen te laat herkend. Ze adviseert om systematische screening in te zetten om psychosen snel te herkennen.

neurale basis van risico op psychose Neurale basis van risico op psychose GGZ Friesland draagt ook patiënten aan voor de fMRI ARMS studie van het Universitair Medisch Centrum in Groningen. Het doel van deze studie is om de wisselwerking in de hersenen van mensen met een verhoogd psychoserisico tussen cognitieve en emotionele processen te onderzoeken. Maar de wetenschappers kijken ook of na twee jaar door middel van diagnostische interviews en symptoomevaluatie (CAARMS) de fMRI activatie voorspellend is voor het klinisch functioneren. Door middel van MRI-scans wordt de hersenactiviteit gemeten tijdens drie cognitieve processen die het meest relevant zijn: brondiscriminatie, emotieregulatie en zelfreflectie.

9 Zelfinzicht

MesiFos follow-up studie De Medication Strategies in First Onset Schizophrenia (MESIFOS) studie liep al eens tussen 2001 en 2005. De vraag was destijds of er verschil was in de kwaliteit van leven tussen patiënten met een eerste psychose die werden behandeld met een onderhoudsbehandeling en patiënten die na zes maanden proberen onder toezicht de medicatie af te bouwen. Tijdens de follow-up studie, die nu plaatsvindt, worden patiënten die in 2001-2003 een eerste psychotische episode hadden weer opgezocht om te kijken hoe het met ze gaat en hoe het de afgelopen jaren is gegaan. Hierbij wordt gekeken naar verschillende uitkomstmaten, waaronder remissie en recovery, maar ook het aantal terugvallen. Daarbij kijken de onderzoekers of de medicatiestrategie van weleer van invloed is op het functioneren vandaag de dag.

early detection intervention evaluation (edie) EDIE.nl is een landelijk onderzoek dat zich richt op jongeren die een verhoogd risico hebben op het ontwikkelen van een psychose. Dit risico wordt vastgesteld door te screenen met de ervaringenvragenlijst, die bij een verhoogde score gevolgd wordt door een CAARMS-interview. In dit onderzoek wordt gekeken naar de werking van cognitieve gedragstherapie (CGT) bij deze doelgroep. De helft van de proefpersonen wordt gemonitord en CGT en de andere helft krijgt alleen monitoring. De centrale vraag daarbij is of dit invloed heeft op het aantal personen dat de transitie maakt naar een psychose. De verwachting is dat in de CGT-groep minder transities zullen zijn.

Als sprake is van een psychotische stoornis, is het voor de therapietrouw en het dagelijks functioneren van groot belang dat de patiënt inzicht heeft in zichzelf en zijn ziekte. Bij waanbeelden of andere symptomen is dat niet gemakkelijk. In een studie met de naam REFLEX wordt een nieuwe training onderzocht om het inzicht te verbeteren. Drie modules met thema’s die gericht zijn op onderscheid maken tussen feiten en meningen en in het perspectief van een ander naar jezelf kijken, verschaffen de patiënt inzicht. Het onderzoek moet uitwijzen of dit zelfinzicht een gunstig effect heeft op de behandeling en daarmee het beloop van de psychose.


Wat maakt je kwetsbaar voor een psychose? 10 In de loop der jaren hebben onderzoekers verschillende factoren gevonden die de kans op een psychose vergroten. Daarbij valt te denken aan drugsgebruik, erfelijkheid en de omgeving waarin je opgroeit. Een verstedelijkt gebied of stressvolle situaties kunnen een psychose bijvoorbeeld in de hand werken. Maar de relatie tussen die factoren en hoe deze leiden tot een psychose is nog onduidelijk.

Audrey Solleveld is vanuit GGZ Friesland betrokken bij een landelijk onderzoek, GROUP, dat een antwoord wil zoeken op die vraag. Uniek aan dit onderzoek is dat de familie van de patiënt in het onderzoek wordt meegenomen. Audrey vertelt: ‘Landelijk worden 1000 patiënten, 1000 broers of zussen en 1000 ouderparen gescreend. Uitgangspunt is dat de patiënt net een psychose heeft gehad. Vervolgens wordt elke drie jaar gekeken hoe het met hem of haar gaat. Zo kun je de ontwikkeling van het ziektebeeld in kaart brengen.’ Zes jaar geleden is in de vier academische centra Groningen, Maastricht, Utrecht en Amsterdam met GROUP gestart. Een uitgebreid instructieboek vertelt hoe de

onderzoeksassistenten van de betrokken instellingen de deelnemers screenen. Vragenlijsten, psychiatrische interviews, het afnemen van urine en bloed en een neuropsychologisch onderzoek zijn de belangrijkste onderdelen. Het doel is het opdoen van kennis voor verbetering van behandeling en preventie. ‘Dit heeft al resultaten opgeleverd. Zo bleek dat broers en zussen na gebruik van cannabis, zelf ook sneller lichte psychotische verschijnselen kregen. Dit kon weer gekoppeld worden aan een in de familie vaker voortkomend specifiek gen, AKT1. Cannabis heeft door dit gen meer invloed op de hersenen en dat veroorzaakt waarschijnlijk eerder een psychose’, legt Audrey uit. Voor meer informatie: www.group-project.nl


P-OPLEIDING MAAKT VAN PSYCHOLOGEN PROFESSIONALS GGZ Friesland biedt een erkende praktijkopleiding voor psychologen. Jaarlijks starten ongeveer tien mensen de opleiding tot GZ-psycholoog en ongeveer vier gaan op jacht naar het diploma waarmee ze klinisch psycholoog of psychotherapeut kunnen worden. Maar hoe zien die opleidingen eruit? Martin Steendam, klinisch psycholoog en P-opleider legt uit: ‘De opleiding tot GZ-psycholoog is een gedegen tweejarige beroepsopleiding, die gevolgd kan worden na een universitaire studie psychologie. Bij deze opleiding hoort één dag onderwijs in Groningen bij het PPO (Postmasteropleidingen Psychologie en Orthopedagogieken) en daarnaast vier dagen leren in de praktijk bij GGZ Friesland. Intensieve werkbegeleiding en supervisie helpen om diagnostiek en behandeling steeds beter te kunnen uitvoeren. Eenmaal afgestudeerd is een GZ-psycholoog een breed opgeleide generalist. Om verder te specialiseren kan na de GZ-opleiding de vierjarige opleiding tot klinisch psycholoog bij het PPO worden gevolgd. Naast verdieping in behandeling en diagnostiek bij complexe problematiek zijn het doen van wetenschappelijk onderzoek en het bekwamen in management belangrijke doelen van deze pittige opleiding. Binnen GGZ Friesland kunnen klinisch psychologen dan ook ingezet worden als programmaspecialist. Wie zich na de GZ-opleiding uitsluitend in behandeling wil bekwamen kan de opleiding tot psychotherapeut gaan volgen. Psychotherapeuten hebben oog voor het individu en het systeem. Binnen GGZ Friesland vervullen ze een onmisbare rol bij de behandeling van complexe problematiek binnen de zorgprogramma’s, vooral bij persoonlijkheids- en traumagerelateerde problematiek. Klinisch psychologen zijn ook opgeleid tot psychotherapeut.

plannen tot een leerhuis

‘De afgelopen jaren is de opleiding binnen GGZ Friesland geprofessionaliseerd.’, vertelt Jan Huberts, klinisch psycholoog en waarnemend P-opleider. ‘Een werkbegeleider begeleidt de opleideling binnen het team en staat garant dat elke patiënt een uitstekende behandeling krijgt. Daarnaast zijn er supervisoren die buiten het team staan en zich samen met degene die ze begeleiden vooral richten op de inhoudelijke verdieping en persoonlijke ontwikkeling in het vak.’ De personen die opgeleid worden, volgen een route langs verschillende teams om zo ervaring op te doen met verschillende methodieken. Deze teams moeten aan bepaalde kwalificaties voldoen en zijn speciaal geselecteerd op hun kennis en mogelijkheden. Deze opzet heeft er mede toe geleid dat bij de visitatie dit jaar de opleiding binnen GGZ Friesland als uitstekend werd beoordeeld. Het professionaliseren van de opleidingen kan ook breder worden gezien. Er is een eerste aanzet gemaakt tot de ontwikkeling van een leerhuis. Daarin kunnen de opleidingen tot GZ-psycholoog, klinisch psycholoog, psychotherapeut, psychiater en verpleegkundig specialist samen een plek krijgen. Doelen zijn onder andere het bevorderen van samenwerking in de verschillende opleidingen, het van elkaar kunnen leren en het waar mogelijk samen kunnen optrekken in bijvoorbeeld onderzoek of intervisie.

11


Mensen die nadenken over zelfdoding geven hele kleine signalen af. Deze herkennen is ontzettend moeilijk. ‘Uit onderzoek komt naar voren dat mannen met een ernstige depressie de meeste kans hebben, zeker naarmate ze ouder worden, in de stad wonen en allochtoon of alleenstaand zijn. Maar dan nog is het een ‘wie-is-demol-vraag’’, vertelt Jos de Keijser, klinisch psycholoog en één van de kartrekkers van het project Voorkom Suïcide.

12

‘Voorspellen van een suïcide is moeilijk!’ Toch wil ' Voorkom Suïcide' zelfdodingen verhoeden Daarmee bedoelt hij dat van de vijftig mannen die aan bovenstaande beschrijving voldoen een aantal suïcide zal proberen te plegen, maar wie is amper te voorspellen. ‘De beste voorspellende factor is de mate van wanhoop. Maar, zoals ook in de nieuwe multidisciplinaire richtlijn ‘Diagnostiek en behandeling van suïcidaal gedrag’ beschreven staat, in de praktijk handelt een professional vooral uit overwegingen. Op basis van harde evidentie valt nu eenmaal niet betrouwbaar te voorspellen’, aldus Jos.

Trainingen

Aan deze multidisciplinaire richtlijn, die zich in de conceptfase bevindt, hebben zowel Jos als Martin Steendam, klinisch psycholoog, meegeschreven.

Oorzaken, interventies en diagnostiek komen daarin naar voren. Met de nieuwe richtlijn in het achterhoofd gaan 250 ambulante medewerkers van GGZ Friesland getraind worden in de herkenning van suïcidaal gedrag. Daarnaast krijgt een aantal andere medewerkers, zoals agogen en vaktherapeuten een lichtere variant van de cursus. Jos vertelt trots: ‘De opzet is erg vernieuwend. We trainen eerst een groep masters die vervolgens de training weer kunnen geven aan de teams. De training wordt aangevangen met een toets via e-learning. Onderdelen van de training zijn contact maken, aanleidingen en oorzaken van suïcide en het opstellen van een veiligheidsplan’


EN VERDER… Het project Voorkom Suïcide heeft landelijk een voortrekkersrol. Andere instellingen zoeken regelmatig de samenwerking of advies. Wat heeft het project Voorkom Suïcide verder bijgedragen: Martin Steendam en Jos de Keijser schreven hoofdstukken in het boek ‘Suïcidepreventie in de praktijk’ over o.a. cognitieve gedragstherapie bij suïcideplegers en de hulp aan nabestaanden. Er ligt een aanvraag bij subsidieverstrekker ZonMW om landelijk ‘double blind’ te toetsen of het trainen van gatekeepers efficiënt is. Jos is bezig met een project dat onderzoekt of 10 keer behandeling zin heeft om suïcidepogers op andere gedachten te brengen. Martin is medeauteur van het vorig jaar verschenen ‘Kwaliteitsdocument Ketenzorg bij suïcidaliteit. Aanbevelingen voor zorgvuldig samenwerken in de keten’.

jser,

e, v.l.n.r. Jos de Kei van ‘Voorkom Suïcid De drie kartrekkers m da en Ste rtin Ma Annelies de Laat en

13

‘ZE GEVEN AAN HUN VERHAAL KWIJT TE KUNNEN EN DE SUÏCIDE EEN BETER PLEKJE TE KUNNEN GEVEN’

Annelies de Laat, sociaal psychiatrisch verpleegkundige, vertelt verder: ‘Een andere training willen we later gaan aanbieden aan zogenaamde gatekeepers. Dit zijn bijvoorbeeld dominees, huisartsen en wijkagenten. Zij zitten dicht op de samenleving en kunnen, zodra ze de signalen herkennen, toeleiden naar goede zorg.’

nabestaanden

Daarnaast richt één van de pijlers van Voorkom Suïcide zich op nabestaanden. Annelies: ‘Een suïcide maakt de naaste omgeving vaak boos, verdrietig en zorgt ook voor schuldgevoelens. Daarom begeleiden we de nabestaanden. Uit een onlangs uitgevoerd

evaluatieonderzoek blijkt dat de nabestaanden hier tevreden over zijn. Ze geven aan hun verhaal kwijt te kunnen en de suïcide een beter plekje te kunnen geven.’ ‘De hulp is heel persoonlijk. Sommige mensen willen pas na twee jaar begeleiding, omdat ze eerst niet in staat zijn erover te praten, terwijl anderen vlak na de zelfdoding bij ons aankloppen. Van de nabestaandenhulp gaat eveneens een preventieve werking uit. Marieke de Groot, onderzoekster op het gebied van suïcide, toonde bijvoorbeeld aan dat mensen met een ouder, broer of zus zelf 10 keer meer kans hebben een suïcidepoging te doen. Met de begeleiding hopen we die kans te verkleinen.’


KARIJN HOFFSCHULTE

GZ-PSYCHOLOOG IN OPLEIDING BIJ GGZ FRIESLAND:

‘Het vak leer je niet uit boekjes’

Psycholoog Karijn Hoffschulte werkte twee jaar als basispsycholoog bij een andere instelling toen ze besloot te solliciteren naar de vacature voor GZ-psycholoog in opleiding. ‘GGZ Friesland is een grote organisatie waar

14

de voorwaarden voor de GZ-opleiding goed zijn geregeld. Bovendien kun je op meerdere afdelingen werken en dat zorgt voor een extra brede verdieping.’ In januari startte Karijn Hoffschulte met de opleiding en begon ze op haar werkplek als GZ-psycholoog i.o. bij de dagbehandeling persoonlijkheidsproblematiek op locatie Noordvliet in Leeuwarden. ‘In totaal werk ik deze twee jaren op drie locaties. De praktijkopleider regelt de werkplekken, die zoveel mogelijk aansluiten bij je wensen.’ Naast de praktijkopleider, die vooral de praktische zaken regelt, heeft Karijn een werkbegeleider die bij haar op de afdeling werkt. ‘Bij hem kan ik terecht voor praktische zaken. Ik werk vrijwel helemaal zelfstandig, maar mijn werkbegeleider is altijd in de buurt voor overleg.’

supervisie

Wekelijks heeft Karijn een gesprek met haar supervisor Judith Wewerinke, die op locatie de Woudvaart in Dokkum werkt als GZ-psycholoog en psychotherapeut. Elke woensdagochtend van negen tot tien uur treffen ze elkaar in Dokkum. In het opleidingstraject is heel bewust gekozen voor een supervisor op afstand. ‘Door die afstand kun je beter reflecteren’, zegt

Judith. ‘Supervisie richt zich met name op het persoonlijke leerproces: wat spreekt je aan in het vak, wat zijn je eigen kwaliteiten en valkuilen, welke stijl past bij je, wat kom je tegen in de interactie met patiënten en hoe optimaliseer je de behandelrelatie. Ook de meer technische aspecten van het vak als diagnostiek en specifieke interventies op basis van de richtlijnen komen aan bod, evenals bijvoorbeeld beroepsethische aspecten. Het leuke is dat je als supervisor ook bewust stil staat bij de manier waarop je zelf werkt, wat mij als therapeut ook scherp houdt.’ Karijn neemt meestal een casus mee naar het supervisiegesprek. Karijn: ‘Zo kunnen we heel gericht naar mijn manier van werken kijken. Ik vind het prettig dat we wekelijks gesprekken hebben. Het klikt tussen Judith en mij en ik merk dat ik veel van haar leer. De inzichten van iemand die veel ervaring heeft, haal ik niet uit boekjes. En uiteindelijk moet je het vak in de praktijk leren.’


Behandelkeuzes maken door shared decision making ‘Shared decision making’ staat voor gezamenlijk keuzes maken. Het verwijst naar een situatie waarin zorgverlener en patiënt in overleg bepalen welke beslissingen er genomen worden rondom de behandeling van een patiënt. Lian van der Krieke en Sjoerd Sytema zijn vanuit het Rob Giel Onderzoekcentrum betrokken bij dit project. Vanuit GGZ Friesland houden Nynke Boonstra, onderzoeker binnen WO&O en Lex Wunderink, A-opleider en psychiater, in samenwerking met Mirjam de Wal, stagiaire hbo-V, zich met SDM bezig.

Het is prachtig om de patiënt meer regie te geven met webtools, zoals beschreven in het artikel over WEGWEIS (blz. 16). Maar als een behandelaar vervolgens in gesprekken alle beslissingen op zich neemt, heeft de patiënt weinig aan de kennis die hij opdoet. Als onderdeel van WEGWEIS start binnenkort daarom het project ‘Shared decision making’ (SDM).

Gezamenlijk beslissen bij complexe klachten

mogelijkheden kennen. Regelmatig is dat voor hem of haar niet genoeg concreet gemaakt.

Voorkeuren bepalen

Het SDM-project sluit aan bij dit laatste punt: ‘Voor het experiment is een webtool ontwikkeld waarmee patiënten hun zorgbehoeften in kaart kunnen brengen, het behandelaanbod van GGZ Friesland kunnen bekijken en kunnen aangeven naar welke behandelmodules hun voorkeur uitgaat. Het idee is dat de patiënt deze webtool zelfstandig of met assistentie, gebruikt om zich voor te bereiden op het gesprek waarin zijn behandelplan besproken wordt.’

‘SDM lijkt op het eerste gezicht oud nieuws. Immers, een goede hulpverlener neemt altijd beslissingen in overleg met de patiënt, als de situatie dat toelaat. Toch laat de wetenschappelijke literatuur zien dat SDM, ondanks alle goede bedoelingen, niet altijd in de praktijk wordt gebracht, met name bij patiënten met complexe psychiatrische klachten’, legt Lian uit.

Tijdens het gesprek staat vervolgens de voorkeur van de patiënt centraal. Hierover wordt overlegd en onderhandeld, ongeacht wat protocollen voorschrijven. Uiteraard houden de hulpverleners verantwoordelijkheid. Als hij, vanwege ethische bezwaren, niet mee kan gaan met een voorkeur van de patiënt, dan zal hij de patiënt moeten proberen te motiveren te kiezen voor beter aansluitende interventies.

Daarbij komen verschillende valkuilen voor. Het gebeurt bijvoorbeeld regelmatig dat de behandelaar het aandeel van de patiënt overschat. Dan denkt hij dat doelen gezamenlijk zijn opgesteld, terwijl de hulpverlener deze voor de patiënt als geschikt heeft aangemerkt. Ook ligt een belemmering in de informatievoorziening. Om tot een goede ‘shared decision’ te komen moet de patiënt de

Het experiment loopt parallel aan de invoering van zorgprogramma’s binnen GGZ Friesland. Binnen deze programma’s wordt per stoornis een ‘evidence based’ behandelaanbod beschreven. Binnen het experiment maakt een groep patiënten gebruik van de webtool en ontvangt de controlegroep geprotocolleerde zorg via het zorgprogramma. De resultaten van beide groepen worden vergeleken.

15


WEGWEIS geeft de patiënt de touwtjes in handen Voor een goed resultaat van de behandeling is het belangrijk dat de patiënt gemotiveerd is. ‘De patiënt zit aan het stuur en de behandelaar zit op de bijrijdersstoel’, wordt daarbij

16

wel eens opgemerkt. Het WEGWEISproject dat startte in 2009, is daarvan een mooi voorbeeld. Dit onderzoek bekijkt of technologie helpt om de patiënt meer de touwtjes in handen te geven.

Colofon

WEGWEIS staat voor WEbomGeving voor Weetjes, Empowerment en Individueel advieS en is een samenwerking tussen het Rob Giel Onderzoekcentrum en de afdeling Informatica van de RuG. GGZ Friesland, GGZ Drenthe, Lentis en het Universitair Centrum Psychiatrie participeren. Het onderzoek houdt zich bezig met de ontwikkeling en evaluatie van webbased toepassingen om het zelfmanagement te ondersteunen van mensen met psychotische klachten of schizofrenie. Lian van der Krieke, psycholoog en promovenda bij het Rob Giel Onderzoekcentrum,is erg enthousiast: ‘E-health en zelfmanagement gaan waarschijnlijk goed samen. Internet is altijd en overal toegankelijk. Bovendien wordt de technologie steeds ‘slimmer’, waardoor we de

Via het adviessysteem kunnen patiënten hun resultaten van deze Routine Outcome Monitoring bekijken en krijgen daaraan gekoppeld gepersonaliseerde adviezen. Deze adviezen kunnen bijvoorbeeld gaan over wonen, werken, behandeling en lichamelijke gezondheid. Eind april 2011 is de eerste testfase afgerond, waarin de gebruiksvriendelijkheid is getest. Daarna kan het onderzoek verder uitgerold worden. Meer info: http://development.wegweis.nl. Bekijk ook ons blog: http://blog.wegweis.nl

Augustus 2011

magazine over de activiteiten van GGZ Friesland op het gebied van wetenschappelijk onderwijs & opleiding

Redactieadres Afdeling Communicatie GGZ Friesland, Postbus 932, 8901 BS Leeuwarden,

telefoon 058 284 87 15, e-mail pr@ggzfriesland.nl Redactie Marco Boonstra, Akke Draaijer, Ester Mijnheer Eindredactie Louwra Weisfelt Vormgeving Marco Kuipers, GGZ Friesland Fotografie Fotobureau Hoge Noorden Drukwerk Grafisch Bedrijf Hellinga, Leeuwarden

Oplage 2000 exemplaren

informatie steeds beter toe kunnen spitsen op de gebruiker. De afgelopen tijd hebben we een dynamisch adviessysteem ontwikkeld. Dit systeem sluit aan op RoQua, waarmee gemonitord wordt of de behandelingen het gewenste resultaat opleveren.’

aanmelding GG Z Friesland

• via Zorgdomein • online via aanm eldformulier op www.ggzfrieslan d.nl/aanmeldin g • telefonisch 05 8 - 284 87 77 • per brief: Postb us 932, 8901 BS Leeuwarden • per fax: 058 284 87 00


Inzine Wetenschappelijk onderzoek & opleiding