Page 1

Inzine Inzicht in de activiteiten van GGZ Friesland op het gebied

van Forensische Psychiatrie

GGZ Friesland

‘Samen delictgedrag voorkomen’

December 2011

> HANDVATTEN MEEGEVEN AAN GEDETINEERDEN

> AMARYLLIS: ALS MUREN WEGVALLEN

> VAN PUINHOOP NAAR HOOP


Inhoud 12

7

Delictgedrag voorkomen Aanpak huiselijk geweld werpt vruchten af

Overgang TBS kliniek naar GGZ Friesland

2 Van puinhoop naar hoop

Colofon

4

16

magazine over de activiteiten van GGZ Friesland op het gebied van Forensische Psychiatrie

En verder Handvatten meegeven aan gedetineerden 6 Amaryllis: als muren wegvallen 8 Op zoek naar een creatieve aanpak 10 GGZ en reclassering 11 'Nooit een terugval gehad' 14 Even voorstellen 15

December 2011

Redactieadres Afdeling Communicatie GGZ Friesland, Postbus 932, 8901 BS Leeuwarden,

telefoon 058 284 87 15, e-mail pr@ggzfriesland.nl Redactie Marco Boonstra, Ester Mijnheer Eindredactie Louwra Weisfelt Met medewerking van Berber Bijma, Domy van der Werf, Douwina Zwart Vormgeving Marco Kuipers Fotografie Afdeling

Communicatie, Fotobureau Hoge Noorden Drukwerk Grafisch Bedrijf Hellinga, Leeuwarden Oplage 1000 exemplaren

Aanmelding GG Z Friesland

• via Zorgdomein • online via aanm eldformulier op www.ggzfrieslan d.nl/aanmeldin g • telefonisch 05 8 - 284 87 77 • per brief: Postb us 932, 8901 BS Leeuwarden • per fax: 058 284 87 00


COLUMN

Een gezamenlijke aanpak Delictgedrag voorkomen. Dat is waar de Forensische Psychiatrie van GGZ Friesland dag en nacht aan werkt. Maar bij het voorkomen van delictgedrag en terugval is het noodzakelijk dat we nauw samenwerken. Want er spelen altijd meerdere factoren mee die ervoor zorgen dat iemand de fout in gaat of dreigt te gaan. Onze relatie met ketenpartners is dan ook erg belangrijk. Hier hebben we afgelopen jaar fors in geïnvesteerd. Met zowel interne als externe ketenpartners hebben we gewerkt aan optimalisering van de samenwerking en afstemming van het aanbod. Vandaar dat we in deze editie van Inzine samen met een aantal van onze partners praten over onze gezamenlijke aanpak om delictgedrag te voorkomen. We kunnen concluderen dat er in 2011 erg veel is gebeurd. Zelf hebben we hard gewerkt aan het meer inzichtelijk en toegankelijk maken van ons zorgaanbod. De eerste versie van ons zorgprogramma Forenische Psychiatrie is ontwikkeld. Er is ook veel gebeurd op het gebied van ketensamenwerking; bijvoorbeeld rond de aanpak van huiselijk geweld, waarin we samen met eerste- en tweedelijnsinstellingen werken aan een sluitende aanpak. Een ander voorbeeld betreft onze samenwerking met Penitentiaire Inrichting (PI) Leeuwarden. We sporen psychiatrische problematiek bij gedetineerden op

en proberen de behandeling zo vroeg mogelijk, liefst al in de gevangenis, te starten.

Motto

Geestelijk verzorger Roger Wind verwoordt zijn drijfveren mooi in het artikel op pagina 16: in de puinhoop weer hoop brengen. Hoe uitzichtloos sommige situaties ook lijken, er is altijd hoop. Met dat motto vinden bijvoorbeeld ook alle partijen in Het Veiligheidshuis elkaar. Hier werken verschillende professionals samen aan een plan dat aansluit bij de leefwereld van de patiënten die veelal te maken hebben met meervoudige problematiek. Ook met het laagdrempelig maken van ons aanbod (eendagsdiagnostiek, outreachende zorg en avondpoli) proberen we aan te sluiten bij de wensen van de patiënt. Meer voorbeelden over vernieuwende vormen van samenwerking leest u in deze editie van InZine. We wensen u een prachtig 2012 toe en proosten graag met u op een succesvolle samenwerking! Domy van der Werf, psychiater en directeur zorgprogramma Forensische Psychiatrie Douwina Zwart, manager Forensische Psychiatrie

3


Alles gericht op voorkoming van delictgedrag Behandelingen volgens de bewezen beste methoden, gericht op voorkoming van (herhaald) delictgedrag. Dat is in een notendop waar het binnen het zorgprogramma Forensische Psychiatrie om draait. Maar zo simpel als het einddoel klinkt, zo uitgebreid zijn de mogelijkheden voor behandeling en

4

opname. Want delictgedrag kan heel verschillende achtergronden hebben.

Kleptomanie, agressieproblemen, een impulsregulatiestoornis of antisociaal gedrag. Dergelijke aandoeningen kunnen er bijvoorbeeld toe leiden dat iemand in de fout gaat. Psychiatrische hulp kan in zo’n geval helpen om de kans op recidive blijvend omlaag te schroeven. Bij de Forensische Psychiatrie kunnen mensen terecht als ze ouder zijn dan 18, een IQ hebben van minstens 70 en psychiatrische behandeling nodig hebben vanwege hun (neiging tot) delictgedrag. De Forensische Psychiatrie van GGZ Friesland krijgt patiënten via justitiële verwijzers (vaak als onderdeel van de strafmaatregel), via ketenpartners, via interne verwijzers uit de reguliere GGZ of via de centrale aanmelding. In

dat laatste geval gaat het om doorzetten van verwijzingen van bijvoorbeeld huisartsen van mensen met (dreigend) delictgedrag. Patiënten verlaten de Forensische Psychiatrie in principe als ze de door de rechter opgelegde behandeling hebben afgemaakt of, in het geval van een vrijwillige behandeling, als de behandeling is afgerond en/of het risico op recidive voldoende is afgenomen. Als er geen sprake (meer) is van een opgelegde behandeling, kan een patiënt ervoor kiezen de geadviseerde (vervolg)behandeling af te breken. Zowel ambulante als klinische zorg bieden aangepaste behandelingen voor mensen met een (lichte) verstandelijke beperking.


FORENSISCH TRAININGSHUIS Het Trainingshuis, in de nabijheid van de FPA , bestaat uit vijf plekken voor ‘oefen wonen’ voor mensen die behandeld zijn op de FPA. Zo’n woning maakt de overgang naar zelfstandig wonen of Begeleid Wonen buiten het terrein, gemakkelijker. De behandeling en begeleiding vanuit de FPA wordt gefaseerd afgebouwd. GGZ Friesland is in 2010 begonnen met het Trainingshuis. Een verblijf daar blijkt patiënten goed te doen, doordat het hen een impuls geeft om stapsgewijs aan zichzelf te werken én omdat de doorstroming naar reguliere zorgverleners soepeler blijkt te gaan dan rechtstreeks vanuit de FPA.

5 Polikliniek

Behandeling binnen de Forensische Psychiatrie van GGZ Friesland kan zowel poliklinisch als klinish op de Forensisch Psychiatrische Afdeling (FPA). Een indicatiestelling maakt duidelijk waar een patiënt het beste af is. Poliklinische zorgpaden, toegankelijk voor mensen uit de hele provincie, zijn geordend op het type delictgedrag. Zo zijn er behandelmogelijkheden voor mensen met zedendelicten, huiselijk geweld, emotieregulatieproblemen en andersoortig delictgedrag, zoals stalking of kleptomanie. De behandelingen voor zedendelinquenten zijn bijvoorbeeld onderverdeeld in behandelingen voor kinderpornodownloaders, pedoseksuelen en daders van overige seksuele delicten. De therapeutische gesprekken op de polikliniek

vinden bij voorkeur plaats in groepen. Herkenning van het verhaal van anderen en het onderling aanspreken zorgen voor meerwaarde in de behandeling. Als groepstherapie niet mogelijk is, worden patiënten individueel behandeld. Vanuit de polikliniek wordt ook hulp gegeven aan mensen die niet klinisch zijn opgenomen, bijvoorbeeld in Beschermd Wonen, als er nog risico is op delictgedrag. Het forensische ACT-team van GGZ Friesland zoekt thuis mensen op die niet naar de polikliniek willen of kunnen komen (onder andere bemoeizorg).

FPA

Net zoals op de polikliniek staat ook op de Forensisch Psychiatrische Afdeling in Franeker niet alleen het welzijn van de patiënt, maar

ook de veiligheid centraal. De FPA heeft een gemiddeld beveiligingsniveau. Hier verblijven onder meer mensen die door de rechter psychiatrische behandeling opgelegd hebben gekregen, maar ook mensen die vrijwillig een behandeling ondergaan; vaak na een strafrechtelijke start van de behandeling. Op de FPA zijn zorgpaden niet georganiseerd naar het type delictgedrag, maar naar de (bijkomende) psychiatrische stoornis of beperking. Zo zijn er behandelingen voor onder meer psychotische stoornis sen, verslaving, stoornissen in het autismespectrum, verstandelijke beperking en impulsregulatiestoornissen. Ook hier is de behandeling gericht op terugvalpreventie en langdurige verlaging van het risico op delictgedrag.


Handvatten meegeven aan gedetineerden De penitentiaire inrichting (PI) Leeuwarden is ervan overtuigd dat voor het voorkomen van recidive, enkel en alleen opsluiten niet voldoende is. Directeur Roelien Haasken: ‘We willen gedetineerden handvatten meegeven, door te investeren in vakopleidingen, trainingen en verbeterde zorg.’ Sociaal psychiatrisch verpleegkundige Iris ten Wolde van de polikliniek Forensische Psychiatrie werkt sinds ruim een half jaar binnen de PI. ‘Ik spoor psychiatrische problematiek op en

6

biedt zo snel mogelijk ambulante hulpverlening.’

De taak van penitentiair inrichtingswerkers (PIW’ers) is van oudsher beheersen. Als een gedetineerde rustig in zijn cel zit, betekent dit dat de situatie onder controle is. Maar, wat als een gedetineerde al weken bijna zijn gezicht niet laat zien? Vanuit psychiatrisch oogpunt gaan dan alarmbellen rinkelen, omdat terugtrekken bijvoorbeeld kan duiden op een depressie. ‘Daarom is het belangrijk dat we meer aandacht hebben voor de zorgkant’, zegt directeur Roelien Haasken. ‘Iris loopt met ze mee op de vleugels en leert ze om met een andere bril op te kijken naar situaties.’

Straathoekwerker

Uit onderzoek van de Nijmeegse Pompestichting in 2009 blijkt dat 57 procent van de gedetineerden op reguliere afdelingen van penitentiaire inrichtingen een psychiatrische stoornis heeft. Roelien Haasken: ‘Daarom is het zo noodzakelijk dat we dit goed in kaart brengen en waar mogelijk al hulp bieden tijdens detentie.’ Iris ten Wolde loopt mee met de PIW’ers en maakt net als een reguliere straathoekwerker op een laagdrempelige manier contact met gedetineerden. Zo probeert ze problematiek in kaart te brengen en vervolgens - waar nodig - ambulante hulpverlening te bieden. Iris: ‘De mensen die ik behandel, hebben vaak vragen als: “Waarom ga ik telkens de fout in?” Tijdens de gesprekken ontdekken ze waarom ze bepaalde dingen doen en hoe ze escalatie kunnen voorkomen.’ Daarnaast schuift Iris aan bij het multidisciplinair overleg om mee te denken over bepaalde zorgvragen en helpt ze PIW’ers hoe ze deze problematiek kunnen herkennen.

De eerste 72 uren

Iris ten Wolde en Roelien Haasken

Vaak werken de behandelcontacten van Iris als een motivatie om na detentie op de polikliniek van de Forensische Psychiatrie langs te komen om een behandeling te starten. ‘Ik zorg ervoor dat gedetineerden tijdens een proefverlof of na ontslag liefst meteen de dag erna op de poli langs kunnen komen.’ ‘Dat is belangrijk’, zegt Roelien Haasken. ‘De eerste 72 uur zijn cruciaal of iemand wel of niet terugvalt in het oude gedrag. We hopen dat gedetineerden door de handvatten die we ze meegeven, sterker naar buiten komen.’ Iris werkt samen met SPV’ers van VNN en Fier Fryslân. Ook daar kan men, indien geindiceerd, terecht.


Provinciebrede aanpak huiselijk geweld werpt vruchten af Elke ochtend bespreken hulpverleners van Fier Fryslân, de polikliniek Forensische Psychiatrie van GGZ Friesland, Bureau Jeugdzorg, algemeen maatschappelijk werk en sinds kort ook Verslavingszorg Noord Nederland een lijst met meldingen vanuit de politie. Al deze meldingen gaan over huiselijk geweld in de provincie.

Mariet Smit, teamleider directe hulp en huiselijk geweld bij Fier Fryslân, vertelt dat haar organisatie een coördinerende rol heeft en dat jaarlijks ongeveer 1000 meldingen binnenkomen. Een kwart meer dan een jaar geleden. ‘De aangesloten organisaties hebben allemaal hun eigen expertise. Binnen de bespreking bepalen we welke problematiek geleid heeft tot het huiselijk geweld. De organisatie die daarin de meeste expertise heeft, neemt het gezin of het stel onder de hoede en legt zo snel mogelijk contact. Het liefst binnen 24 uur’, vertelt ze. Brenda de Jong, sociaal psychiatrisch verpleegkundige binnen de Forensische Psychiatrie, vertelt dat zij wordt ingeschakeld als er sprake lijkt van een psychische aandoening en of een forensische indicatie: ‘Als eerste probeer ik contact te leggen. Ik leg uit dat ik kan helpen het huiselijk geweld te verminderen, bijvoorbeeld door individuele gesprekken, gesprekken met het gezin, maar ook trainingen, zoals ‘Geweld de Baas’.’

Brenda de Jong en Mariet Smit

Positieve ervaringen

Het valt Brenda en Mariet op dat gezinnen vaak best open staan voor hulp. ‘De gezinsleden zien wel dat het zo niet langer kan of een man heeft meerdere relaties zien stranden door het geweld. Dan wil je wel dat het ophoudt’, geeft Mariet aan. Brenda vult haar aan: ‘Het is prettig om te merken dat de personen die we hulp bieden, nu te maken hebben met één leidende contactpersoon in plaats van met meerdere, zoals in het verleden.’ Doordat gezamenlijk één plan gemaakt wordt voor ieder gezin, is de hulp beter gestroomlijnd en is er minder uitval. Brenda vertelt: ‘Het is fijn dat je daardoor ook veel aandacht kunt hebben voor het systeem. Dan zie je meer dan wanneer je alleen met een individu spreekt. Want huiselijk geweld is vaak niet zo zwart-wit dat je specifiek een dader of een slachtoffer kunt aanwijzen. De omgang van de betrokkenen met elkaar kan geweld uitlokken of voorkomen.’

7


Het vernieuwde welzijnsbeleid heeft

in Leeuwarden de naam Amaryllis

gekregen. GGZ Friesland is een van de

samenwerkingspartners. De voordelen

zijn groot. ‘Er vallen allerlei muren weg.’

Amaryllis: als muren wegvallen

8

Allerlei welzijnsorganisaties komen samen in Amaryllis, de Leeuwarder versie van Welzijn Nieuwe Stijl. Amaryllis is echter geen overlegplatform, maar een uitvoerend orgaan met allerlei specialisaties in huis. De mensen die er werken zijn gedetacheerd vanuit GGZ Friesland, Limor, Zienn, het Leger des Heils, Verslavingszorg Noord Nederland en Fier Fryslân. ‘Het mooie van Amaryllis is dat we al die specialisaties in huis hebben, maar toch generalistisch werken. Dat wil zeggen: één contactpersoon voor één adres’, zegt Carel Aldeweireldt. Hij is teamleider van het interventieteam van Amaryllis, dat door de hele provincie werkt.

Complexe problematiek

Het interventieteam komt in actie bij gezinnen met complexe meervoudige problematiek. Geweld, verslaving

en financiële problemen spelen regelmatig tegelijkertijd. ‘Vaak zijn andere hulpinstanties vastgelopen als wij worden ingeschakeld’, zegt Carel. Tineke van der Veen is namens GGZ Friesland interventiemedewerker. ‘Wij pakken letterlijk alles op wat we tegenkomen. Er is niets wat níet ons pakkie-an is. We hebben bijvoorbeeld geholpen bij een verhuizing van een gezin dat door een heftige burenruzie weg moest uit de oude woning.’

Onorthodox

‘Het mooie van het Amaryllis-concept is dat de muren tussen organisaties wegvallen’, vervolgt ze. ‘Normaal zitten we als organisaties allemaal min of meer vast in onze eigen programma’s en protocollen. Over en weer elkaar consulteren gaat heel gemakkelijk. En laatst heb ik met behulp van


Tineke van der Veen en Carel Aldew eireld

t

9

Limor een opvangadres voor een moeder met twee kinderen kunnen regelen. Ze dreigden uit elkaar te worden gehaald, nu kon ik na een middag bellen en overleggen een tijdelijke plek voor ze vinden in een recreatiewoning. Een onorthodoxe oplossing, die juist door die samenwerking mogelijk is.’

Goedkoper

Uitgangspunt van Amaryllis is dat mensen zo lang mogelijk in hun thuissituatie geholpen moeten worden, vertelt Carel. Dat is prettiger voor henzelf en bespaart bovendien de kosten van de veel duurdere tweedelijnszorg. Bij die hulp aan huis gaan de mensen van Amaryllis ver. ‘Als het nodig is, komen we een tijdlang iedere dag’, zegt Tineke. ‘Dat hebben we bijvoorbeeld gedaan bij een vrouw die na een inbewaringstelling uit de kliniek kwam. We hebben haar

intensief geholpen met haar nieuwe start. Van het regelen van bijzondere bijstand tot het helpen inrichten. Zonder die begeleiding had ze niet zo’n goede start kunnen maken. De complexiteit van de maatschappij is voor veel mensen niet te overzien.’ De interventiemedewerkers zorgen als het nodig is ook voor de verbinding naar de reguliere zorg. Carel: ‘Wij zijn in principe maar een paar maanden bij mensen betrokken. We zijn tenslotte een interventie-team. Sommige mensen kunnen daarna op eigen benen staan, maar vaak is er wel een blijvende vorm van hulp of ondersteuning nodig. Wij blijven zo kort als mogelijk is, maar zo lang als noodzakelijk is. We vertrekken pas als we zeker weten dat iemand bij anderen in goede handen is.’


Op zoek naar een creatieve aanpak Marjan Houkes en Dina Smink

EEN PERSOONSGERICHTE AANPAK. DAT IS HOE ZORGCOÖRDINATOR MARJAN HOUKES HET WERK VAN HET VEILIGHEIDSHUIS OMSCHRIJFT. ‘HET GAAT OM MENSEN WAAR ALTIJD GEDOE MEE IS; DE MULTIPROBLEM GEVALLEN. WE MAKEN MET ALLE BETROKKEN INSTANTIES EEN PLAN VAN AANPAK EN WERKEN GEZAMENLIJK AAN

10 10

Veiligheidshuis Fryslân Het Veiligheidshuis Fryslân richt zich sinds januari 2008 op meerderjarige veelplegers, jeugd(ige veelplegers), daders van huiselijk geweld, ex-gedetineerden (nazorg), overlastgevende personen. De ketenpartners (Friese gemeenten, Politie Fryslân, Openbaar Ministerie, reclassering, Zienn, VNN, GGD Fryslân, Raad van kinderbescherming, Bureau Jeugdzorg en GGZ Friesland) zijn gehuisvest in het gerechtsgebouw in Leeuwarden. Hier bespreken ze gezamenlijk de casuïstiek. Het doel van de samenwerking is het terugdringen/verminderen van overlast, huiselijk geweld en criminaliteit middels een sluitende aanpak van alle ketenpartners. De ketenpartners signaleren problemen, bedenken oplossingen en voeren die samen uit. Werkprocessen worden op elkaar afgestemd, zodat strafrecht en zorg elkaar aanvullen.

OPLOSSINGEN. DEZE GROEP PAST NIET IN HOKJES EN VEREIST DAN OOK EEN CREATIEVE AANPAK.’

‘Vaak gaat het om mensen die niet gestoord genoeg zijn om gedwongen opgenomen te worden in de psychiatrie, en niet crimineel genoeg om lang in de gevangenis te zitten’, zegt Marjan Houkes. ‘We hebben het over mensen waar buurtbewoners overlast van hebben, maar waarbij hulpverleners met de handen in het haar zitten. De problemen spelen op vele leefgebieden.’

Op maat

Een plan op maat. Daar gaat het om bij deze doelgroep. Soms besluiten de professionals dat het beter is om iemand tijdelijk op te sluiten. In overleg met het OM kan worden besproken om losse boetes bij elkaar op te tellen, zodat deze persoon een paar maanden de gevangenis in

kan. Psychiater Dina Smink van GGZ Friesland: ‘Na een paar maanden kan deze persoon door de structuur en het afkicken van drugs weer vrij stabiel buiten komen. Dat is het moment waarop we deze persoon proberen in zorg te krijgen. Maar ook bij zaken als huiselijk geweld kijken we met elkaar naar creatieve manieren hoe we iemand in zorg kunnen krijgen.’ Marjan Houkes: ‘We hebben intensief contact over wie wat op welk moment kan doen. Er zijn geen drempels meer tussen de organisaties. Deze problematiek is erg lastig, en daarom hebben we een lange adem nodig. Maar de intensieve samenwerking maakt dat we meer mogelijkheden hebben om de situatie te stabiliseren.’


GGZ en Reclassering

De neuzen één kant op om recidive te voorkomen

AVONDPOLI

Ruimere openingstijden van de poli’s Forensische Psychiatrie hebben de opkomst van patiënten de afgelopen tijd flink verhoogd. De poli is regelmatig ’s avonds open, zowel voor individuele behandelingen als voor groepsgesprekken. ‘Veel mensen werken overdag en kunnen niet altijd vrij nemen of willen dat niet met hun werkgever bespreken’ verklaart Geke Woudstra. ‘Deze vorm van zorg op maat blijkt goed te werken. We willen daarom ook toewerken naar weekendopenstelling.’

Geke Woudstra en Thea Wieringa

‘We hebben hetzelfde doel voor ogen, vanuit een ander perspectief’, concluderen Geke Woudstra en Thea Wieringa aan het eind van een gesprek over de raakvlakken van GGZ Friesland en Reclassering Nederland. ‘Beiden willen we voorkomen dat een verdachte of veroordeelde terugvalt in strafbaar gedrag. Daar werken GGZ en Reclassering ieder voor zich én gezamenlijk aan.’

De samenwerking tussen GGZ Friesland en Reclassering Nederland begint meestal als een verdachte of veroordeelde op last van de rechter een psychiatrische behandeling moet volgen als onderdeel van zijn straf. Soms adviseert Reclassering Nederland al een psychiatrische behandeling vóór de formele uitspraak van de rechter. Dit gebeurt kort na de arrestatie tijdens het ‘vroeghulpbezoek’ aan de verdachte. Een reclasseringswerker maakt een eerste inschatting van de risico’s en de mogelijkheden.

Motiveren

‘Onze samenwerking is er voor een deel op gericht om te zorgen dat mensen daadwerkelijk aan hun behandeling beginnen en die ook afronden’, zegt Thea Wieringa, unitmanager Diagnose & Advies voor Noord-Nederland bij Reclassering Nederland. ‘De medewerkers van de polikliniek Forensische Psychiatrie van

GGZ Friesland hebben regelmatig contact met onze toezichthouders, die mensen motiveren om hun psychiatrische behandeling wél te ondergaan. Werken in gedwongen kader is de kern van het reclasseringswerk.’ Geke Woudstra, teammanager polikliniek Forensische Psychiatrie: ‘Wij laten de Reclassering weten of iemand de behandeling heeft doorlopen. Als dat niet zo is, zal de cliënt die onder reclasseringstoezicht staat, uiteindelijk weer naar de rechter moeten omdat hij zich aan een deel van zijn straf heeft onttrokken.’ Het is belangrijk dat psychiatrische behandeling van verdachten of veroordeelden niet lang op zich laat wachten. ‘Tussen aanmelding en begin van de behandeling zitten maximaal twee of drie weken’, zegt Geke Woudstra. ‘Soms begint de behandeling zelfs al meteen, bijvoorbeeld als iemand bij huiselijk geweld een huisverbod heeft gekregen. Alles is erop gericht recidive te voorkomen.’

11


De overgang van een TBS kliniek naar GGZ Friesland Wie ’s avonds langs de geel verlichte muren van de Van Mesdagkliniek in Groningen loopt, wordt bevangen door een onbestemd gevoel. De torens en de grote poort, gebouwd als strafgevangenis in 1882, maken dat een toevallige voorbijganger het forensisch psychiatrische centrum (FPC) waar TBS’ers met dwangverpleging verblijven, snel zien als een plek waar je nooit meer weg komt.

12

Wim van Oost, netwerkcoördinator binnen de Van Mesdagkliniek, vindt dat jammer: ‘Bij ons verblijven ongeveer 230 mannelijke patiënten. Binnen de muren bevindt zich een klein dorp met kapper, winkel en sportfaciliteiten. Alles is zo ingericht dat de patiënten binnen het FPC kunnen werken aan zichzelf en een terugkeer naar de maatschappij. Patiënten krijgen behandeling van psychiaters, psychologen en resocialiseren met de hulp van sociotherapeuten.’

Resocialiseren in fases

De behandeling binnen de Van Mesdagkliniek onderscheidt vier zorgprogramma’s gericht op persoonlijkheidsproblematiek, een psychotische kwetsbaarheid, autisme spectrum stoornissen of een ernstig seksueel delict. Wim vertelt: ‘Uiteraard verloopt de behandeling in fases. Eerst wordt een patiënt gestabiliseerd, vervolgens wordt uitgebreid inzicht verschaft

in het delictgedrag en uiteindelijk wordt via terugvalpreventie opgebouwd richting een plek in de maatschappij. In die laatste fase komt de Forensich Psychiatrische Afdeling (FPA) van GGZ Friesland in Franeker in beeld. Ineke Postma, plaatsingscoördinator, legt uit: ‘Voor sommige mensen is de stap van een extreem gestructureerde en beveiligde plek als het FPC naar bijvoorbeeld begeleid wonen te groot. De FPA biedt dan een tussenstation waar de patiënt verder aan zijn zelfstandigheid en resocialisatie kan werken. Bij een terugval kan iemand tijdelijk teruggeplaatst worden naar de Van Mesdagkliniek.’

Ingewikkeld werkveld

Vanzelfsprekend zijn deze twee klinieken maar een klein deel van het werkveld van de Forensische Psychiatrie. Fionne Oudenaarden,

‘DE RECIDIVECIJFERS LATEN ZIEN DAT TBS BETER WERKT DAN DETENTIE.’


De FPA betrekt familie en naastbetrokkenen Ypsilon, vereniging van familieleden en betrokkenen van mensen met schizofrenie of een psychose, introduceerde de triadekaart. Deze benoemt onderwerpen waarover een behandelaar het met de patiënt en naastbetrokkenen kan hebben.

Fionne Oudenaarden, Ineke Postma en Wim van Oost

coördinator Indicatiestelling Forensische Zorg bij IFZ, onderdeel van de NIFP weet hoe ingewikkeld de wereld in elkaar zit: ‘In totaal zijn er ruim 20 forensische titels. TBS met dwangverpleging is daar slechts één van. Deze strafmaatregel wordt opgelegd door de rechter en komt tot stand nadat minimaal een psychiater en een psycholoog een verdachte hebben beoordeeld en in het rapport stellen dat een psychiatrische stoornis de oorzaak is. De ernst van het delict is ook van belang’, legt Fionne uit. ‘Bij elke stap in de behandeling, bijvoorbeeld een aanvraag van verlof, moet justitie daarmee akkoord gaan Je kunt je voorstellen dat een patiënt binnen de Van Mesdag dus niet van de ene op de andere dag verlof krijgt’, legt Wim uit. Fionne vertelt dat het NIFP/IFZ verder vooral aan het eind van een behandeling in beeld

komt: ‘Zodra de TBS-maatregel afloopt, beoordeelt het NIFP/IFZ of de patiënt de stap kan maken naar bijvoorbeeld de FPA van GGZ Friesland. Belangrijk bij die beoordeling zijn de zorgintensiteit en het beveiligingsniveau dat de patiënt nog nodig heeft en wederom speelt hierbij het oordeel van justitie een rol.’

Verbetering zichtbaar

Hoewel Wim, Ineke en Fionne beseffen dat de samenleving zich vaak negatief uitlaat over TBS’ers zijn ze overtuigd dat voor delinquenten met een psychiatrische stoornis verbetering optreedt in hun gedrag. ‘De recidivecijfers laten zien dat TBS beter werkt dan detentie. Het is dan ook jammer dat veel advocaten tegenwoordig hun cliënten afraden om een pro justitia onderzoek te ondergaan, vanwege het risico dat ze lopen op een langdurig TBS-traject. De maatschappij, maar ook de delinquent, is met TBS namelijk het beste geholpen’, aldus Wim.

Ineke Postma vertelt dat binnen de Forensisch Psychiatrische afdeling een voorzichtige start is gemaakt met de triadekaart. ‘Ik zeg voorzichtig, omdat patiënten soms een moeilijke relatie hebben met hun familie, vanwege het delict of door pijnlijke ervaringen uit het verleden. We 13 zijn bezig met de verkenning van de triadekaart en zien het vooral als een belangrijk instrument wat ons kan helpen het familiebeleid te implementeren.’ Daarnaast is er in maart dit jaar voor het eerst een familieavond georganiseerd. Hier presenteerden de medewerkers het zorgaanbod en gaven uitleg over de psychische problematiek. ‘Een succes’, vertelt Ineke, ‘zowel voor familieleden als voor ons was de uitwisseling verhelderend. Volgend jaar willen we een bijeenkomst in het voorjaar en in het najaar.’


‘NOOIT EEN TERUGVAL GEHAD’ ‘Ik heb nooit een terugval gehad. Als ik er een potje van had gemaakt, zat ik hier nu niet.’ Na drie maanden op de Forensisch Psychiatrische Afdeling (FPA) in Franeker en acht maanden Begeleid Wonen, heeft Jan (32) zijn leven weer aardig op de rit.

14

‘Het gaat goed’, stelt hij kort en krachtig vast. Jan praat luid en duidelijk, in korte zinnen. Hij heeft geen zin het verleden op te rakelen. Hij heeft dingen fout gedaan, dat is duidelijk. Het leverde hem een celstraf op. Daarna bracht hij drie maanden door op de FPA in Franeker. Tijdens zijn drie maanden FPA dacht hij vooral één ding, vertelt Jan: ‘Zo snel mogelijk hier weg. De eerste acht weken zat ik binnen. Daarna kreeg ik langzamerhand vrijheden. Die zijn nooit teruggedraaid, want ik heb nooit een terugval gehad. Niet één keer.’

Alles bespreken

Hij vulde zijn dagen grotendeels met

sporten, schoonmaakwerk en werk in de catering. Toen hij overging naar forensisch trainingshuis De Griend, een locatie voor patiënten van de FPA op hetzelfde terrein, ging hij door met dezelfde activiteiten. Ook zijn begeleider veranderde niet. ‘Tineke zag dingen meteen. Ik kon alles met haar bespreken. Ook de praktische dingen. Dat was mooi.’ Inmiddels woont Jan zelfstandig op een kamer in Franeker. Tineke komt nog steeds af en toe langs. Jan werkt, gedetacheerd via Empatec, bij schoonmaakbedrijf Vlietstra. De bedoeling is dat hij daar over een paar

jaar rechtstreeks in dienst komt. ‘Ik ben ramenlapper. Neuh, ik heb geen last van hoogtevrees.’ Het is fijn om een baan te hebben, met collega’s en een vaste structuur. Alleen de financiën zitten Jan nog dwars. ‘Ik moet een schuld afbetalen. Ik heb een bewindvoerder. Ontzettend balen dat ik geen controle over mijn eigen geld heb.’ Zijn werkgever zit ook in Groningen en dat komt Jan goed uit, want hij komt uit Groningen en wil er over een paar maanden weer naartoe verhuizen. Terug naar zijn familie en vrienden, maar niet terug naar zijn oude leven. ‘Dat nooit.’


Even voorstellen

15

Nieuwe teammanager

Pietie Alkema

Op 1 september maakte teammanager Pietie Alkema de overstap van de kliniek in het Jelgerhuis naar de Forensisch Psychiatrische Afdeling (FPA) in Franeker. Terugkijkend op de eerste paar maanden, ziet ze wel overeenkomsten met haar vorige werkplek. ‘De doelgroep verschilt niet veel van patiënten van de gesloten opnamekliniek in Leeuwarden. Het grootste verschil voor mij is de samenwerking met justitie.’

Kwaliteit

Pietie begon eind jaren zestig als B-verpleegkundige op de

gesloten afdeling in Franeker. In de tussenliggende jaren heeft ze veel ervaring opgedaan binnen verschillende teams en heeft ze onder andere een besloten setting mee opgezet. In haar huidige baan heeft ze veel profijt van haar verpleegkundige achtergrond. ‘Ik weet waar de medewerkers tegenaan kunnen lopen. Daarnaast kan ik mijn kennis goed gebruiken bij het implementeren van de zorgprogrammering. Dat is een boeiende en uitdagende klus. De FPA heeft een sterk team, dat open staat voor verandering. Dat stelt ons in staat om constant te werken aan kwaliteit en transparantie.’


Van puinhoop naar hoop

In de gevangenis is de geestelijk verzorger onderdeel van het programma. Vandaar dat Roger Wind zijn functie ook niet hoeft uit te leggen bij patiënten op de FPA, die vaak in gevangenissen hebben gezeten. ‘Het opvallende is dat al deze - voornamelijk – jonge mannen bijna zonder uitzondering iets hebben met het hogere. Ze zijn eenzaam en zijn het vertrouwen in de mens kwijt geraakt. Ze zijn op zoek naar iets dat hoop geeft.’

Dromen Geestelijk verzorger Roger Wind ziet op de kliniek van de Forensische Psychiatrie (FPA) veel flink beschadigde mensen. Het zijn vooral mensen die door hun psychische beperkingen hiërarchisch onderaan de ladder staan in de maatschappij én in de gevangenis. Ze krijgen hun hele leven al flinke klappen en hebben weinig vertrouwen in anderen. ‘Ik kan vooral een luisterend oor bieden.’

16

Roger komt elke week een uur langs op de opname unit van de FPA om kennis te maken met nieuwe patiënten. Uit die ontmoetingen komen vaak nieuwe afspraken voort. ‘Het voordeel van mijn functie is dat ik niets van ze hoef, en dat voelen ze’, zegt Roger. ‘Ik veroordeel ze niet, heb niks met de reclassering te maken en ben er puur als luisterend oor. Ze luchten hun hart en spreken hun angsten uit. Ook zijn ze op zoek naar hoop en dat probeer ik levend voor ze te houden: wat voor puinhoop hun leven nu ook is, er is altijd hoop op een beter leven. Veel patiënten vertellen over hun dromen en die gaan vrijwel allemaal over huisje, boompje, beestje. Die dromen hebben niks te maken met veel geld of aanzien.’

'Ze dromen over huisje, boompje, beestje' Contact maken

Roger Wind

Echt contact maken. Dat is wat Roger Wind belangrijk vindt in zijn werk. ‘Deze mensen komen vaak uit gebroken gezinnen en hebben een erg laag zelfbeeld. Door met oprechte aandacht naast ze te staan, hoop ik ze het gevoel te geven dat ze waardevol zijn. Dat ze weten dat ze altijd bij me terecht kunnen met hun verdriet en frustraties.’

Inzine Forensische psychiatrie  

Inzicht in de activiteiten van GGZ Friesland op het gebied van forensische psychiatrie. Editie december 2011

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you