Page 1

De Gezondheidsdienst voor Dieren

Nieuwsbrief voor practici • jaargang 18 • augustus 2012

Nieuwe qPCR-test biedt snelle, specifieke diagnose van coccidiose Sinds kort is er een qPCR-test beschikbaar voor coccidiose. De qPCR biedt belangrijke voordelen ten opzichte van de tot nu toe gebruikte (oude) methode (oöcystentelling en de letselscore middels sectie). Ten eerste kan met de qPCR niet alleen het aantal oöcysten/gr mest (OPG) worden bepaald, maar ook de hiervoor verantwoordelijke Eimeriasoorten. De uitslag van het onderzoek vermeldt het aantal OPG-equivalenten per gram mest per Eimeriasoort. Een tweede voordeel van de qPCR is dat alle zeven bij pluimvee voorkomende Eimeriasoorten gediagnosticeerd worden. Bij het sectie-onderzoek worden twee soorten (Eimeria mitis en E. praecox) vaak niet gediagnostiseerd omdat zij geen typische herkenbare letsels in de darm veroorzaken. En een derde voordeel

is dat het niet meer nodig is om dieren op te offeren voor sectie om tot een diagnose te komen. Voor de qPCR-coccidiose is één mengmonster nodig van minimaal 50 verse droppings (mesthoopjes, zowel dunnedarm- als blindedarmmest), verzameld en verdeeld genomen over de stal. De monsters kunnen op het bedrijf in de koelkast in mestmonsterpotten van 500 ml bewaard worden en eenmaal per week naar de GD opgestuurd worden. Dit hoeft niet gekoeld. Dr. Herman Peek, coccidiose-specialist

Online monitoring varkensgezondheid: stand van zaken Bijna een jaar geleden is de GD gestart met een pilotproject waarbij vier dierenartspraktijken hun monitoringsgegevens (klinische bevindingen) met betrekking tot varkensgezondheid doorgeven via VeeOnline. Binnenkort zullen meer praktijken worden betrokken bij deze online monitor. In VeeOnline kunt u via het menu-item 'Veekijker' (onder 'Registratie') naar aanleiding van een bedrijfsbezoek informatie doorgeven over de waargenomen gezondheidsproblemen per diercategorie. Aan een koppeling met het praktijkmanagement­ systeem wordt momenteel gewerkt. Ter illustratie van de verkregen gegevens: in de eerste 10 maanden van de pilot zijn 1.430 bedrijfsbezoeken geregistreerd door de vier deelnemende DAP’s. Tijdens 441 bezoeken (31%) zijn gegevens vastgelegd over gespeende biggen. De belangrijkste groep aandoeningen bij gespeende biggen betreft die van de luchtwegen. Het meest geconstateerde symptoom daarbij is hoesten (44%).

Veterinair

08

De oorzaken van ademhalingsproblemen die het meest worden benoemd zijn influenza (24%), stalklimaat (12%), PRRS (11%) en App (10%). De veruit meest gestelde (waarschijnlijkheids-) diagnose bij zieke gespeende biggen is een streptococceninfectie. De symptomen die daarbij het meest genoemd worden, zijn zenuwverschijnselen (59%), plots dood (20%), te veel uitval (11%) en artritis (5%). Behalve dit soort overzichten voor de verschillende leeftijdscategorieën, kunnen de gegevens ook per regio in kaart gebracht worden, per dierenartsenpraktijk, of als trendanalyse per maand of seizoen. Dr. Theo Geudeke, varkensdierenarts

Nieuw op gddeventer.com

Gecombineerd bloedonderzoek biedt kansen bij aanpak salmonella: Als naast de melkgevende koeien ook de droge koeien en het jongvee worden onderzocht, is de kans ongeveer twee keer zo groot om op een chronisch met salmonella besmet bedrijf alle dragers op te sporen. Nieuwsbrief gezelschapsdieren: derde editie nu online! GD Veterinair | augustus 2012 |

1


Drs. Linda van Duijn Rundveedierenarts

Nieuwe mogelijkheden VeeOnline Heeft u al uw nieuwe klantenoverzichten ontdekt in VeeOnline? Klik na inloggen op de button “zoek” en u ziet al uw klanten in één overzicht. Na het kiezen van een diersoort worden de bedrijven getoond waar deze diersoort gehouden wordt.

Schmallenbergvirus: stand van zaken De nationale meldplicht voor veehouders en dierenartsen van misvormd geboren herkauwers is per 6 juli 2012 opgeheven. De meldplicht was ingesteld op 20 december 2011 met als doel het verzamelen van gegevens om de aard en omvang van de infectie met het schmallenbergvirus vast te stellen. Nu er veel informatie over de klinische verschijnselen is, pathologische beelden beschikbaar zijn en duidelijk is dat de infectie in heel Nederland voorkomt, heeft demissionair staatsecretaris Henk Bleker besloten de meldplicht op te heffen. Tot en met 26 juni zijn 1.683 bedrijven, waaronder 1.295 rundveebedrijven, gemeld met verschijnselen die kunnen wijzen op een besmetting met het schmallenbergvirus. Op 237 rundveebedrijven is het virus daadwerkelijk in een afwijkend kalf aangetoond. In de afgelopen tijd zijn meerdere telefoontjes bij de GD Veekijker binnengekomen in verband met mogelijk opnieuw verschijnselen van schmallenbergvirus. Tot op heden is hierbij een herintroductie van het virus niet aangetoond. Bij het vermoeden van een nieuwe infectie met het schmallenbergvirus kunt u van een acuut ziek dier een PCR-test op antigeen laten uitvoeren (maar 4-5 dagen viraemie). In opdracht van het ministerie van EL&I is de GD momenteel bezig met een epidemiologisch onderzoek naar het schmallenbergvirus. Hierbij wordt onder andere onderzoek gedaan naar de binnen­bedrijfsprevalentie, risicofactoren en schade door de infectie. Hiervoor worden 75 rundveebedrijven bezocht die klinische verschijnselen hebben gehad en 75 controlebedrijven. Bij de kleine herkauwers loopt een vergelijkbaar onderzoek op schapenbedrijven met meer dan 50 schapen. Hiervoor worden nog controlebedrijven gezocht. Voor meer informatie over het schmallenbergvirus of het onderzoek gaat u naar onze website en kijkt u onder 'uitgelicht'.

2

Handig als u snel wilt zien waar uw BVD-vrije bedrijven zijn of als u wilt weten waar u nog langs kunt voor een BGP/BBP. Uw klantenoverzicht is nu ook uitgebreid met CDMscores van zuivelfabriek FrieslandCampina. Via VeeOnline ontsluiten wij sinds kort ook de GD-labuitslagen. Dit is een eerste stap naar een uitgebreide (betaalde) module. U zult in het begin alleen de originele uitslagen terugvinden en verder nog geen mogelijkheid hebben tot selecteren. Stap voor stap zal de module vorm krijgen en zal het voor u steeds makkelijker worden om meer met de uitslagen te kunnen. U krijgt straks op dierniveau inzicht in wat er speelt, met de extra mogelijkheid om attentielijsten te maken. Daarnaast wordt na een succesvolle pilot de eerste fase van digitaal inzenden naar de GD opgestart. De eerste stap houdt in dat u via VeeOnline online een monstername­ formulier inclusief declaratieformulier (brucellose-onderzoek) voor verwerpers gereed kan maken. Op deze manier heeft u altijd een duidelijk monsterformulier waarop alle basisgegevens (werknummers/ IDcode en deelname aan de programma’s) en de juiste levensnummers al zijn ingevuld. Het declaratieformulier wordt vooraf ingevuld zodat voor veehouders meteen helder is welke onderzoeken kosteloos zijn. U hoeft de formulieren eigenlijk alleen nog maar te printen en op te sturen. Meer informatie: www.veeonline.nl. Jessica van Stek, marktmanager e-business

Q-koorts antilichamen bij veehouders en hun melkkoeien Naar aanleiding van de uitbraken van Q-koorts bij de mens in 2007 tot 2009, waarschijnlijk veroorzaakt door grootschalig verwerpen op geitenbedrijven, is onderzoek gedaan naar infecties bij mensen en dieren op dezelfde bedrijven. Dit onderzoek, uitgevoerd in 2010 en 2011 door het RIVM, de GD, LTO en de Academische werkplaats Publieke Gezondheid (AMPHI) van het UMC St Radboud (waaronder de GGD), richtte zich in de eerste instantie op melkgeiten en schapenbedrijven maar is later uitgebreid naar bedrijven met melkkoeien. De uitkomsten van het onderzoek op bedrijven met melkkoeien waren als volgt: •H  et is al tientallen jaren bekend dat antilichamen tegen Q-koorts op melkveebedrijven aanwezig zijn. Sinds 1987 lijkt dit niet afgenomen te zijn; in 82% van de tankmelkmonsters waren antilichamen tegen Q-koorts aanwezig en in 19% van de tankmelkmonsters de Q-koortsbacterie. Deze bacterie is van een ander type dan de bacterie die een rol heeft gespeeld in de epidemie van 2007 tot 2009. Een groter bedrijf heeft vaker Q-koortsbacteriën en -antilichamen in de tankmelk. • V oor het bedrijf zijn een gesloten bedrijfsvoering en een goede hygiëne van belang ter voorkoming van Q-koorts bij het melkvee. • V an de veehouder en zijn gezin had gemiddeld 70% antilichamen tegen Q-koorts die wezen op een in het verleden doorgemaakte infectie. Bij 2% was er sprake van een meer recente infectie. De kans op aanwezigheid van antilichamen nam toe met de leeftijd en naarmate er meer uren contact was met de koeien. Het verminderen van de intensiteit van het contact met de dieren en het nemen van hygiënemaatregelen, in het bijzonder rond het afkalven, zijn mogelijk belangrijk om Q-koorts bij de veehouder en de gezinsleden te voorkomen. Voor meer informatie kunt u het onderzoeksrapport downloaden op gddeventer.com (via het nieuwsitem onder 'Rund', voor dierenarts). Dr. ir. Erik van Engelen, wetenschappelijk staflid immunologie


Labbepaling van de maand

Sectieuitslagen salmonella bij varkens Met enige regelmaat wordt de Veekijker Varken gebeld met het verzoek om uitleg over een sectie waarbij salmonella is aangetroffen. Op de uitslag staat naast de salmonella een groepsvermelding. De groepen kunnen B, C, D of E zijn. De vraag is wat die groep betekent. Salmonella wordt onderscheiden in vele verschillende typen, zogenaamde serovars. Er zijn momenteel meer dan 2.500 verschillende serovars bekend. Een bekende serovar die veel bij varkens voorkomt is Salmonella Typhimurium. Het is voor de meeste laboratoria ondoenlijk om de duizenden serovars te typeren. Daarom worden de serovars ingedeeld in een aantal hoofdgroepen. Deze indeling maakt gebruik van onderscheid in de Oantigenen die onderdeel zijn van het LPS van de bacterie. De verschillende O-antigenen worden aangetoond met specifieke antisera, als gevolg hiervan wordt gesproken van serogroepen. Deze worden aangegeven met een letter van het alfabet. Bij zoogdieren komen hoofdzakelijk de serogroepen B, C, D en E voor. Salmonella Typhimurium behoort tot serogroep B. Salmonella Enteritidis behoort, net als S. Dublin, tot serogroep D. Bij de GD wordt een geïsoleerde salmonella eerst getypeerd met een groepsantiserum en indien groep B wordt gevonden, wordt met een specifiek antiserum nog gekeken of het

Worminfecties bij jongvee: gericht behandelen beperkt schade en risico’s De GD heeft onlangs haar “wormsleutel” geactualiseerd. Met deze sleutel, te vinden op gddeventer.com en parasietenwijzer.nl, maar sinds kort ook beschikbaar voor iPad en smartphones, kunnen veehouders kijken wat voor hun bedrijf de juiste manier is om aan wormpreventie bij rundvee te doen. Maagdarmwormen veroorzaken vooral schade in de lebmaag en in mindere mate in de darmen. Sommige wormen komen veel voor en zijn pathogeen (o.a. Ostertagia ostertagi), andere zijn zeldzamer of minder pathogeen (o.a. Cooperia punctata). Maagdarmworminfecties komen voor bij runderen in elke leeftijdsklasse. Bij dieren in het eerste weideseizoen zijn de ziekteverschijnselen het duidelijkst. De meest typische symptomen zijn verlies van eetlust en gewicht, een ruw haarkleed en diarree. De schade wordt veroorzaakt door een verminderde voeropname (en dus verminderde groei), een later afkalftijdstip en eventueel minder melkproductie. De mate van besmetting met maagdarmworminfecties kan op meerdere manieren worden bepaald: mestonderzoek (4-8 weken na begin weide­ seizoen), pepsinogeen bepalen bij jongvee en via tankmelk bij lacterend vee. Veehouders zijn nog al eens geneigd (voor de zekerheid) een extra behandeling toe te passen met een anthelminticum. Maar zonder evaluatie van het gevoerde bedrijfsplan of laboratoriumonderzoek vooraf, kan dit in conflict zijn met een goede immuniteits­opbouw. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat dezelfde dieren later als melkkoeien nog schade ondervinden en weer behandeld moeten worden.

S. Typhimurium betreft. Indien het groep D is dan wordt nog gekeken of het S. Enteritidis of S. Dublin is. Andere serotypen kan de GD zelf niet vaststellen. Op verzoek van de klant kunnen die bacteriën door de GD worden doorgestuurd naar het RIVM voor typering. Alle bij het varken voorkomende salmonella’s kunnen pathogeen zijn voor het varken. S. Typhimurium geeft echter vaker aanleiding tot klinische problemen dan andere salmonella’s. Salmonella Choleraesuis, die zeer ernstige uitbraken van salmonellose bij varkens kan veroorzaken, komt in Nederland niet voor. S. Dublin en S. Enteritidis komen bij varkens in Nederland slechts zeer zelden voor. Dr. Peter van der Wolf, varkensdierenarts en Dr. Annette Heuvelink, bacteriologist

Privacyrichtlijnen VeeOnline Het gebruik van gegevens op VeeOnline, en in z’n algemeenheid van de GD, is gebonden aan een aantal privacyrichtlijnen. Op VeeOnline in het klanten­ overzicht vindt u onder de knop “privacy” een korte doelomschrijving. Deze luidt voor de dierenarts als volgt: “Alle gegevens die betrekking hebben op een UBN en die de dierenartsenpraktijk ontvangt van of via de GD mogen alleen gebruikt worden in het kader van de bedrijfs­begeleiding van het betreffende UBN. De gegevens mogen op geen enkele wijze openbaar gemaakt worden of verstrekt worden aan derden, tenzij de GD hiervoor expliciete schriftelijke toestemming heeft verleend.”

De genoemde wormsleutel is een goede leidraad. Op dit moment is er een duidelijke behoefte aan een meer rationeel gebruik van antiparasitica, mede met het oog op de toenemende risico’s op resistentie-ontwikkeling. De focus ligt daarbij vooral op het correct blijven inzetten van bestaande ontwormpreparaten, gecombineerd met aanvullende maatregelen als een goed weidemanagement. Dr. Menno Holzhauer, specialist rundergezondheid

GD Veterinair | augustus 2012 |

3


Nieuws en mededelingen Cursus voor varkensdierenartsen

Klinische Avonden Rund ook in 2013

Op 31 oktober vanaf 13.00 uur organiseert de GD weer een cursus voor varkensdierenartsen. Thema van de cursus is het verbeteren van de gezondheidsstatus op varkensbedrijven. De inleidingen zullen dit keer gaan over: •D  e kennis die noodzakelijk is om een adequaat bedrijfsplan op te stellen; •H  et zinvol monitoren van de ontwikkelingen op bedrijfsniveau; •H  et effect van luchtfiltering en luchtwassers op de insleep van ziektekiemen; • E ffectief communiceren; hoe zorg je ervoor dat adviezen daadwerkelijk worden opgevolgd? Zo mogelijk zal een succesvolle grote varkenshouder concrete ervaringen met de aanwezigen delen. Gedetailleerde informatie volgt nog, maar u kunt de datum alvast noteren.

Rundveedierenartsen hebben dit jaar voor het eerst kennis kunnen maken met de Klinische Avonden Rund. Op drie locaties werden onder onder leiding van Ariette van Knegsel (WUR), Robert Meijer (Hendrix UTD) en Christian Scherpenzeel (GD) de thema's dierdagdosering, droogzetten en doormelken behandeld. De drie organisatoren zijn blij met de goede opkomst en zijn van plan volgend jaar opnieuw Klinische Avonden Rund te organiseren. In 2013 verzorgen wij weer sterke sprekers, interessante locaties en een plezierige sfeer.

Masterclasses voor melkveehouders Dit najaar vinden Masterclasses voor melkveehouders plaats op 12 plaatsen verspreid over heel Nederland. Thema is: 'Gerichte en gereduceerde inzet van medicijnen'. Via uw relatiebeheerder ontvangt u een overzicht van de plaatsen en data. Als practicus kunt u kosteloos deelnemen aan deze bijeenkomsten om mee te maken hoe de GD kennisoverdracht op dit thema stimuleert. Opgave kan via uw relatiebeheerder of via h.visscher@gddeventer.com.

Redactie Couzijn Bos Guillaume Counotte Theo Geudeke Jos Heijmans Catholine Koster Helen de Roode Thijs Roumen ISSN 1388-4042 Overname van artikelen is toegestaan na schriftelijke toestemming van de GD.

Prepress en productiecoördinatie Senefelder Misset Doetinchem

Basisontwerp

de PLOEG communicatie Vormgeving X-Media Solutions Doetinchem Drukwerk Senefelder Misset Doetinchem Uitgever GD Deventer Verschijningsfrequentie 12 keer per jaar

Postbus 9, 7400 AA Deventer T. 0900-1770, F. 0570-63 41 04 www.gddeventer.com, info@gddeventer.com Alle genoemde tarieven zijn exclusief BTW en basiskosten.

De Gezondheidsdienst voor Dieren

Onbegrepen diarree bij varkens: toch een Brachyspira-infectie? De laatste tijd komen enerzijds af en toe vragen uit de praktijk en zijn er anderzijds sectieuitslagen waarbij geen oorzaak voor diarree is gevonden bij biggen of vleesvarkens. Indien dit het geval is, is het aan te raden om eens een kweek voor Brachyspira aan te vragen. De huidige ‘routine’ diagnostiek bevat PCR’s voor Brachyspira hyodysenteriae en B. pilosicoli. Echter, B. intermedius en B. murdochii kunnen ook klinische klachten geven. De enige manier om die aan te tonen is door een kweek aan te vragen voor Brachyspira. Dit moet apart worden aangevraagd omdat Brachyspira niet kan worden aangetoond door middel van het standaard bacteriologisch onderzoek.

VeeKompas Studiegroepen in Goutum en Deventer Worstelt u met de organisatie van studiegroepen voor melkveehouders of beleeft u er juist veel plezier aan? Deelt u graag uw tijd efficiënt in en houdt u niet van veel uitzoekwerk? Schrijf u dan voor 1 september in voor de VeeKompas Studiegroepen. U ontvangt kant-en-klare studiegroeppakketten en kunt deelnemen aan een instructieochtend rondom jongveeopfok en mineralen in jongveevoeding. Voor de snelle inschrijvers zijn de modules van eerdere jaargangen eveneens verkrijgbaar. Meld u aan en zorg dat u erbij bent op 19 september bij de GD in Deventer of op 25 september in praktijk­ centrum Nij Bosma Zathe in Goutum. Vraag uw relatiebeheerder of mail i.horsman@gddeventer.com.

Wijzigingen verificaties salmonella-verdenkingen leghennen Vanaf 1 augustus 2012 zijn er door het Productschap Pluimvee en Eieren (PPE) twee belangrijke wijzigingen doorgevoerd met betrekking tot de salmonella-verificaties bij leghennen: 1. De caeca en eileider worden direct bemonsterd, hiervoor worden 300 leghennen opgehaald. 2. De kosten van de verificatie worden, afhankelijk van de leeftijd van de kippen, (deels) doorberekend aan de pluimveeveehouder. De veehouder zal dus een afweging moeten maken tussen het laten uitvoeren van een verificatie of de besmetting accepteren. Voor meer informatie over de wijzigingen kunt u terecht bij het PPE.


GD Veterinair augustus 2012  

GD Magazine

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you